Voortgang sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk
Brontekst
Versie a7b8d9c52a1511e8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202534 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 341 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2025Onze samenleving is sterker wanneer iedereen mee kan doen. Alsiedereen naar vermogen bijdraagt en de kans krijgt om ertoe te doen. Datbegint bij het erkennen van talent. Door te kijken naar wat mensen wélkunnen. En bij het bieden van kansen om die talenten tot bloei te latenkomen.Ik geloof in een samenleving waarin niemand buiten spel staat en waariniedereen tot zijn recht kan komen. Dat vraagt om passend werk voor wiekan werken en om toegankelijke ondersteuning voor wie een steuntje inde rug nodig heeft.Voor verreweg de meeste mensen is werk de beste manier om mee tedoen. Om zelfstandig te zijn, je plek te vinden en ergens bij te horen. Veelmensen vinden die weg zelf. Voor anderen, zoals mensen met eenondersteuningsbehoefte, is dit een weg vol obstakels. Zij staan nog tevaak aan de zijlijn van de arbeidsmarkt. En dat vind ik onacceptabel. Wantniemand wordt beter of gelukkiger van werkloos thuis zitten. Ook desamenleving als geheel is daarmee slechter af. Zeker nu bedrijven in heelhet land om personeel staan te springen. In een krappe arbeidsmarktkunnen we de talenten en inzet van mensen simpelweg niet missen. Doorzoveel talent onbenut te laten, schieten we onszelf als samenleving in devoet. Economisch én sociaal. Dat kan en moet beter.Als demissionair Staatssecretaris van Participatie en Integratie is het mijnmissie om werk toegankelijker te maken voor iedereen. Dat betekent datwerken moet lonen, dat werkgevers goed ondersteund moeten worden endat mensen die ondersteuning nodig hebben die ook daadwerkelijkkunnen krijgen om de stap naar werk te zetten. Hiervoor zet ik verschil-lende stappen. Zo werk ik aan een fundamentele herziening van deParticipatiewet, de verbetering van de banenafspraak en de versterkingvan de sociale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Maar dit kanik niet alleen. Ook gemeenten, UWV, sociaal ontwikkelbedrijven, reguliere kst-34352-341ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3411 werkgevers, sociale partners, onderwijsinstellingen en werkzoekendenhebben hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. We moeten allemaalalles op alles zetten om hieraan bij te dragen.Inhoud van deze briefRecent ontving uw Kamer een brief over de verbetering van de banenaf-spraak (Kamerstuk 34 352, nr. 340). Een brief over de herziening van deParticipatiewet volgt binnenkort. Met deze brief informeer ik uw Kamerover de voortgang op de versterking van de sociale infrastructuur.Ik ga achtereenvolgens in op:1.Stappen die ik zet om beschut werk verder te bevorderen. Ik ga in opde stand van zaken rond beschut werk, de uitkomsten van eenonderzoek naar de optimalisatie van de uitvoering van beschut werken de verbeteragenda die onder andere hieruit volgt. Ook informeerik uw Kamer over de structurele investering van het demissionairekabinet uit de Voorjaarsnota, die oploopt tot € 90 miljoen.2.De wijze waarop wordt gewerkt aan een toekomstbestendige socialeinfrastructuur.3.De stand van zaken rond de cao Aan de Slag.4.Afspraken die ik met werkgevers wil maken om meer mensen meteen ondersteuningsbehoefte aan de slag te helpen bij regulierewerkgevers, ook als vervolgstap na werk bij een sociaal ontwikkelbe-drijf.5.Tot slot ga ik in op de uitvoering van de motie van het lid Van Kentc.s. (Kamerstuk 36 600 XV, nr. 85) over het recht op werk voor mensenmet een arbeidsbeperking via sociaal ontwikkelbedrijven. Terafdoening van deze motie neem ik in deze brief een uitgebreideappreciatie op van de voorstellen uit het FNV-pamflet «Recht opWerk», dat op 5 november 2024 aan uw Kamer is aangeboden.De maatregelen en trajecten in deze brief laten zien dat het versterken vande sociale infrastructuur een structurele opgave is. Het vraagt om eendoorlopende inzet van het Rijk, gemeenten, UWV, reguliere werkgevers,sociale partners, onderwijsinstellingen en sociaal ontwikkelbedrijven zelf.Met de stappen die ik nu zet, geef ik daar concreet invulling aan. Daarmeedoe ik ook de motie Saris c.s. (Kamerstuk 36 582, nr. 58) af, waarin deregering is verzocht te stimuleren dat de maatschappelijke rol van sociaalontwikkelbedrijven toekomstbestendig wordt ingericht.Beschut werkBeschut werk is er voor mensen die veel begeleiding of aanpassing vande werkplek nodig hebben. Soms zoveel dat dit enkel in een beschuttewerkomgeving georganiseerd kan worden. Met de invoering van deParticipatiewet is het doel vastgesteld om vanaf 2048 30.300 beschuttebanen te realiseren. Elk jaar wordt via een ministeriële regeling bepaaldhoeveel beschutte banen gemeenten minimaal moeten realiseren om ditdoel te bereiken.Realisaties beschut werkDe realisatie van beschut werk ontwikkelt zich positief en de doelstel-lingen voor beschut werk komen steeds meer binnen bereik. Het aantalmensen dat werkt in een beschutte werkplek blijft toenemen. Net als invoorgaande jaren groeit ook in 2024 het aantal mensen met een positiefadvies voor beschut werk sterker dan verwacht. Dit wijst tot nu toe op eengrotere behoefte aan beschut werk dan oorspronkelijk ingeschat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3412 Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van het aantal indicaties,gerealiseerde werkplekken en de gestelde doelstellingen1:Aantallen ultimo jaar201920202021202220232024Mensen met een geldigeindicatie beschut werk6.1438.11510.11211.97613.97015.635Werkzame personen metpositief advies beschutwerk3.9925.1986.7678.0329.38710.619Doelstelling (aantal banen)6.0007.4008.6009.50010.30011.100 Gemeenten zijn goed op weg om de doelstellingen voor beschut werk terealiseren. Met de maatregelen die in gang zijn gezet en de investeringendie ik in deze brief toelicht, verwacht ik dat die doelstelling de komendeperiode verder binnen bereik komt. Tegelijkertijd zien we dat de voortganglokaal verschilt. De aantallen ontwikkelen zich niet in elke gemeente inhetzelfde tempo. Die verschillen blijven een belangrijk aandachtspunt.Stappen om beschut werk verder te bevorderenIk wil dat meer mensen die beschut werk nodig hebben, ook een plekvinden die bij ze past. Daarom zetten we op meerdere fronten stappen ombeschut werk te versterken. Zo zijn met de VNG bestuurlijke afsprakengemaakt om het verschil tussen het aantal mensen met een indicatiebeschut werk en het aantal mensen dat daadwerkelijk beschut werkt, teverkleinen en is het budget voor beschut werk per 2024 met € 2.157 perplek verhoogd. Dit komt neer op een structurele investering van circa€ 65 miljoen per jaar. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in de Kamer-brief «Sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk» (Kamerstuk 34 352,nr. 300).Hieronder ga ik in op enkele aanvullende maatregelen om beschut werkverder te bevorderen.Structureel € 90 miljoen per jaar extra voor beschut werkIn het kader van de Voorjaarsnota heeft het demissionaire kabinetbesloten om structureel € 90 miljoen extra per jaar beschikbaar te stellenvoor beschut werk. Dit doen we om de werking van de loonkostensubsidiete verbeteren en eenvoudiger te maken. Aanleiding hiervoor zijn signalendie mij bereiken vanuit gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven en deuitkomsten van het onderzoek «Optimalisatie van de uitvoering vanbeschut werk» van Significant (zie bijlage). Dit onderzoek laat zien dat deloonwaardemeting specifiek bij beschut werkers in veel gevallenresulteert in een te lage vaststelling van de loonkostensubsidie. In hetvervolg van deze brief en in de bijlage treft u een nadere appreciatie vandit onderzoek aan.Daarom heeft het demissionaire kabinet besloten om de loonwaarde-meting voor beschut werkers te vervangen door een vaste, forfaitaireloonkostensubsidie van 68%. Zo weten werkgevers (vooral sociaal1Zie het beschut-werk dashboard van het UWV. De doelstelling is gedefinieerd in dienstver-banden van 31 uur per week. Het UWV telt de aantallen in werkzame personen, ongeacht dedeeltijdfactor. Daarom zijn het aantal werkzame personen en de doelstelling niet volledigvergelijkbaar. De cijfers in het dashboard Beschut Werk worden ieder jaar door het UWVgeactualiseerd in januari, april, juli en oktober. Het dashboard is te raadplegen via:https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/dashboards/beschut-werk. Het dashboard geefteen beeld van de ontwikkeling van beschut werk op landelijk niveau, maar geeft ook een beeldper arbeidsmarktregio.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3413 ontwikkelbedrijven) waar ze aan toe zijn, verminderen we de administra-tieve lasten en voorkomen we onzekerheid bij werknemers over hunloonwaarde. Voor deze wijziging is een wetswijziging nodig. Hiervoor isde beoogde invoeringsdatum 2028. Tot die tijd voegen we de extramiddelen toe aan de Rijksbijdrage beschut werk in het gemeentefonds. In2025 is hiervoor € 34,3 miljoen beschikbaar. Dat bedrag loopt stapsgewijsop naar € 90 miljoen structureel vanaf 2048.Samen met bovengenoemde investeringen die vorig jaar al zijn ingegaan(structureel € 65 miljoen per jaar), wordt in totaal structureel€ 155 miljoen per jaar extra geïnvesteerd in beschut werk.Verbeteragenda beschut werkHet Ministerie van SZW heeft het afgelopen jaar met honderden professi-onals (die werken bij gemeenten, UWV, sociaal ontwikkelbedrijven enVSO- en PRO-scholen) en met mensen die zelf werken in een beschutteomgeving, gesproken over hun ervaringen met beschut werk. Bij dezegesprekken gaven zij aan tegen welke knelpunten zij aanlopen bij derealisatie van beschut werk en welke mogelijkheden zij zien om beschutwerk verder te bevorderen.Uit deze gesprekken kwam naar voren dat beschut werk steeds beter vande grond komt. Het aantal werkplekken groeit gestaag en in veel regio’s isde samenwerking tussen partners constructief. Tegelijkertijd horen we ookduidelijke signalen over wat nog beter kan. Zo sluit het werkaanbod nietaltijd aan bij de talenten van mensen om wie het gaat. Ook wordt detoegang tot beschut werk soms als ingewikkeld ervaren en is de samen-werking tussen zorg, onderwijs en werk in de regio’s niet altijd goedgeorganiseerd.In de verbeteragenda die bij deze brief is gevoegd, geven we maximaalgehoor aan de signalen en oplossingsrichtingen die de ervaringsdeskun-digen uit de praktijk ons hebben meegegeven. Hiermee verwacht ik datwe ook de komende tijd goede stappen zetten om beschut werk voormeer mensen toegankelijk én passend te maken. In deze brief licht ik tweemaatregelen uit: de aanpassing van het verdeelmodel en de inzet op meervariatie in het werkaanbod binnen beschut werk. De volledige verbeter-agenda treft u aan in de bijlage.Herziening verdeelsystematiek beschut werkIn de voortgangsbrief over sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk(Kamerstuk 34 352, nr. 326) heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijnvoornemen om het verdeelmodel voor beschut werk aan te passen. In diebrief heb ik beschreven dat de huidige verdeling van werkplekken overgemeenten is gebaseerd op instroom- en wachtlijstgegevens (Wajong enWsw) uit de periode 2012–2014. Deze verdeelsystematiek sluit onvol-doende aan op de actuele behoefte aan beschut werk in gemeenten en opde hoeveelheid plekken die zij bieden. Ik streef ernaar om per 2027 eennieuwe verdeelsystematiek in te voeren en heb daarbij aandacht voor eenpassend ingroeipad. Op dit moment wordt van verschillende varianten dehaalbaarheid onderzocht en de effecten gewogen. Hierbij betrek ik UWV,Cedris, Divosa, de VNG en de fondsbeheerders van het gemeentefonds.Zodra dit mogelijk is, informeer ik uw Kamer over de beoogde nieuweverdeelsystematiek en de verdere uitwerking daarvan.Meer passend werkWerk moet passen. Mensen moeten aan de slag kunnen op een plek waarhun talenten tot hun recht komen en waar zij met plezier en trots kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3414 bijdragen. Maar in de praktijk is dat nog niet altijd vanzelfsprekend.Bijvoorbeeld omdat het werkaanbod bij sociaal ontwikkelbedrijven somsnog te beperkt is. Dat maakt het dan lastig om goed aan te sluiten bij watmensen kunnen én willen. Dat geldt ook voor mensen met een indicatievoor beschut werk.Hoewel dit in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van gemeenten isen ik zie dat hier in het land al hard aan gewerkt wordt, ben ik metgemeenten in gesprek over manieren om het werkaanbod voor mensen teverbreden. Zodat de beschutte werkplekken beter aansluiten op detalenten en capaciteiten van mensen.Gemeenten kunnen hiervoor onder andere gebruikmaken van hetimpulsbudget dat beschikbaar is gesteld voor de versterking van sociaalontwikkelbedrijven. Met dit budget kunnen gemeenten bijvoorbeeldbijdragen aan een gevarieerder werkaanbod, de inzet op detacheringversterken en waar mogelijk beschut werk bij reguliere werkgeversstimuleren.Definitie van beschut werkEen van de belemmeringen voor beschut werk bij reguliere werkgeversligt in de juridische uitleg van het begrip «beschut werk». In de Nota vanToelichting bij het Besluit advisering beschut werk (Stb. 2014, nr. 230)staat dat het niet reëel is om van reguliere werkgevers te verwachten datzij de benodigde ondersteuning bieden aan iemand die behoefte heeft aanbeschut werk. Deze uitleg sluit weliswaar aan bij wat beschut werk in depraktijk van werkgevers vraagt, maar kan ook remmend werken voorverdere ontwikkeling van beschut werk buiten sociaal ontwikkelbedrijven.Verschillende werkgevers hebben aangegeven dat deze formulering henafschrikt. Als in regelgeving staat dat niet van hen verwacht mag wordendat zij een beschutte werkplek organiseren, voelen zij zich onvoldoendeuitgenodigd om überhaupt de mogelijkheden te verkennen.Wat mij betreft hoort – ook bij beschut werk – niet de plek centraal testaan, maar de ondersteuningsbehoefte van de werknemer. Beschut werkis bedoeld voor mensen die gebaat zijn bij een beschutte werkomgeving –of die nu wordt georganiseerd bij een sociaal ontwikkelbedrijf, of bij eenreguliere werkgever. Dat onderscheid mag geen drempel zijn. Daaromverken ik of de huidige toelichting op beschut werk kan wordenaangepast. Zodat de definitie explicieter ruimte biedt voor andere vormenvan beschut werk, ook buiten sociaal ontwikkelbedrijven. Daarbij kijk iknadrukkelijk naar de samenhang met de verdere ontwikkeling van deBanenafspraak.Praktische ondersteuning van werkgeversVerder heeft het Ministerie van SZW pas geleden een handreikingbeschikbaar gesteld over beschut werk bij reguliere werkgevers. Dezehandreiking is met en voor werkgevers opgesteld en biedt praktischehandvatten voor werkgevers die mensen met een indicatie voor beschutwerk een plek willen bieden2. Ook binnen het ondersteuningsprogrammavoor een toekomstbestendige sociale infrastructuur is hier specifiekaandacht voor. Verderop in deze brief treft u hierover nadere informatieaan.2Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/06/20/handreiking-beschut-werk-bij-reguliere-werkgeversTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3415 Appreciatie onderzoek optimalisatie van de uitvoering vanbeschut werkZoals ik in de laatste voortgangsbrief over sociaal ontwikkelbedrijven enbeschut werk (Kamerstuk 34 352, nr. 326) naar uw Kamer schreef, heb ikonderzoek laten doen naar manieren waarmee de uitvoering van beschutwerk verder geoptimaliseerd kan worden. In de bijlage bij deze brief treft uhet volledige rapport van onderzoeksbureau Significant aan, evenals eenuitgebreide appreciatie van de daarin opgenomen aanbevelingen. Deaanbevelingen neem ik in brede zin ter harte. Hieronder geef ik peraanbeveling een beknopte toelichting op de inhoud en mijn reactie. In debijlage treft u een nadere uitwerking van de appreciatie.1.Loonwaardemeting: De onderzoekers concluderen dat de huidigeloonwaardemetingen voor beschut werk vaak niet aansluiten bij derealiteit. Dat leidt tot te lage vaststellingen van de loonkostensubsi-die. Ik neem daarom de aanbeveling over om voor beschut werk eenforfaitaire loonkostensubsidie in te voeren. Zoals eerder in deze brieftoegelicht, is in de voorjaarsbesluitvorming hiervoor een structureleinvestering van uiteindelijk € 90 miljoen per jaar vrijgemaakt.2.Voorschakeltraject: Significant adviseert een voorschakeltraject teoverwegen als vast onderdeel van het beoordelingstraject bij beschutwerk. Een voorschakeltraject is een periode waarin door middel vanwerken in een praktijkomgeving het arbeidspotentieel, de begelei-dingsbehoefte en de loonwaarde van een kandidaat in beeld wordengebracht. Ik begrijp de gedachte achter dit voorstel. Tegelijkertijd vindik het onwenselijk om zo’n traject verplicht te maken voor iedereen.Het zou de aanvraagprocedure complexer maken en de kansen opwerk voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kunnenverkleinen. Gemeenten hebben nu al de ruimte om na indicatiestel-ling een proefplaatsing aan te bieden, zonder dat daar een formeelvoorschakeltraject voor nodig is. Vanuit de verbeteragenda beschutwerk, werk ik aan een vereenvoudiging van het aanvraagproces.Daarbij verken ik onder andere in hoeverre er ruimte is om inspecifieke gevallen gebruik te maken van een praktijkroute of eenverlicht beoordelingsproces.3.Economische waarde van beschut werk: De onderzoekers pleitenervoor de economische waarde van beschut werk te vergroten. Dezeoproep sluit aan bij het traject dat met gemeenten en sociaalontwikkelbedrijven is gestart om de sociale infrastructuur teversterken. Zo is er binnen dit traject aandacht voor het diversifiërenvan werksoorten, is er een landelijk adviesteam beschikbaar dathierbij kan helpen en wordt een meerjarig impulsbudget beschikbaargesteld van in totaal € 289,7 miljoen dat onder andere voor dezeopgave kan worden ingezet.4.Beschut werk bij reguliere werkgevers: Het rapport roept op tot eenlandelijke missie om beschut werk bij reguliere werkgevers tebevorderen. Ik onderschrijf dit advies volledig. Zoals ik in deze brief alheb toegelicht, worden er al verschillende stappen gezet om ditmogelijk te maken. Verderop in deze brief licht ik toe welke afsprakenmet reguliere werkgevers worden gemaakt om meer mensen met eenarbeidsbeperking aan het werk te helpen.5.Toekomstbestendige sociale infrastructuur: Significant benadrukt hetbelang van een gezamenlijke visie op een robuuste en toekomstbe-stendige infrastructuur voor beschut werk, inclusief een voorspelbarefinanciering. Ook dit punt deel ik van harte. Hiervoor worden op ditmoment al aanzienlijke stappen gezet. Zie ook de KamerbrievenSociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk (Kamerstuk 34 352,nr. 300), Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven (Kamerstuk 34 352,nr. 307) en verderop in de huidige voortgangsbrief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3416 6.Imago sociaal ontwikkelbedrijven: Tot slot wijst het rapport op hetnegatieve imago dat sociaal ontwikkelbedrijven soms nog hebben. Ikzie dat veel gemeenten en bedrijven daar hard aan werken. In hetlopende traject voor versterking van de sociale infrastructuur is hierook expliciet aandacht voor. Daarnaast is afgesproken met Cedris ende VNG dat zij dit thema actief blijven agenderen en hun ledenondersteunen in het versterken van hun profilering.Werken mogelijk maken via de sociale infrastructuurAan het begin van deze brief gaf ik aan dat het mijn missie is om werktoegankelijker te maken voor iedereen. Want werk geeft houvast, het biedtstructuur, inkomen en de kans om mee te doen in de samenleving. Maarvoor een deel van de mensen is werk niet vanzelfsprekend. Bijvoorbeeldwanneer mensen beperkingen hebben.Voor hen zijn sociaal ontwikkelbedrijven ontzettend belangrijk. Zij makenwerk mogelijk, wanneer dit anders buiten bereik zou blijven. Dit doen zijdoor mensen een passende werkplek te bieden, maar ook door hen waarmogelijk te begeleiden naar een baan bij een reguliere werkgever.Hiermee dragen sociaal ontwikkelbedrijven bij aan de zelfstandigheid vanmensen en ook aan een arbeidsmarkt waarin niemand buitenspel staat.Om deze rol blijvend en sterker te kunnen vervullen, is het belangrijk datsociaal ontwikkelbedrijven zich doorontwikkelen en dat gemeenten hiergericht beleid op voeren. Bijvoorbeeld als het gaat om een toekomstbe-stendige bedrijfsvoering, het vergroten van de doorstroom naar regulierwerk en het aangaan van duurzame samenwerkingen met werkgevers enopleiders.Werk maken van een toekomstbestendige sociale infrastructuurHet demissionaire kabinet wil dat sociaal ontwikkelbedrijven ook in detoekomst banen blijven bieden aan mensen voor wie werk niet vanzelf-sprekend is. Daarom neemt het demissionaire kabinet diverse maatre-gelen om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken.Zoals in de brieven Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven (Kamerstuk34 352, nr. 307) en de laatste voortgangsbrief over de sociale infra-structuur (Kamerstuk 34 352, nr. 326) al met uw Kamer is gedeeld, is vanaf2025 een impulsbudget beschikbaar dat start met een budget van€ 35 miljoen en afloopt naar € 19,8 miljoen in 2034. Dit budget is bedoeldom gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven financieel te ondersteunenbij de noodzakelijke transformatie van de sociale infrastructuur. Hetimpulsbudget wordt uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering (DU) enwordt in principe uitgekeerd aan de grootste gemeente binnen eensamenwerkingsverband rondom sociaal ontwikkelbedrijven. Recent is eenoverzicht gepubliceerd van de hoogte van het impulsbudget per samen-werkingsverband en per gemeente3.Over twee jaar wordt de inzet van het impulsbudget geëvalueerd. Opbasis van die evaluatie wordt bezien of aanpassing van de bekostigingwenselijk is en of aanvullende voorwaarden in de financieringssyste-matiek nodig zijn. Bijvoorbeeld om verder te stimuleren dat de middelenin het bijzonder ten goede komen aan gemeenten die aantoonbaarstappen zetten richting een toekomstbestendige sociale infrastructuur.Naast het impulsbudget is per dit jaar ook de Rijksbijdrage socialeinfrastructuur beschikbaar gekomen. Dit is een bijdrage aan de bedrijfs-kosten van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze basisfinanciering bedraagt3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/05/01/met-impulsbudget-zijn-gemeenten-aan-zet-voor-toekomstbestendige-sociaal-ontwikkelbedrijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3417 € 19,8 miljoen in 2025 en loopt op naar € 35,9 miljoen in de structurelesituatie vanaf 2035. Verder is een ondersteuningsprogramma gestart datbestaat uit een ondersteuningsteam, een lerend netwerk en diversehandreikingen.Het demissionaire kabinet investeert fors in een toekomstbestendigesociale infrastructuur. Het is nu aan gemeenten en sociaal ontwikkelbe-drijven om deze investeringen om te zetten in structurele verbeteringen.Waar deze kans niet wordt benut, zullen de gevolgen lokaal merkbaar zijnin de vorm van tekorten aan passende werkplekken, beperkte doorstroomnaar regulier werk en toenemende financiële druk. Ik constateer dat veelgemeenten voortvarend met deze opgave aan de slag zijn. Wanneergemeenten op dit moment geen of onvoldoende stappen zetten, komende mogelijke consequenties daarvan primair op lokaal niveau te liggen.Ondersteuningsprogramma voor gemeenten en sociaal ontwikkelbe-drijvenIn de laatste voortgangsbrief over sociaal ontwikkelbedrijven en beschutwerk (Kamerstuk 34 352, nr. 326), heb ik uw Kamer geïnformeerd over hetvoornemen om een ondersteuningsprogramma beschikbaar te stellenwaarmee gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven worden geholpen bijhet realiseren van hun opgaven. Dit programma is inmiddels operationeelen ondersteunt, stimuleert en activeert gemeenten en sociaal ontwikkelbe-drijven om de nodige stappen te zetten. Binnen dit programma spelenVNG, Cedris en Divosa als verenigingen van gemeenten en sociaalontwikkelbedrijven een belangrijke rol. Zij organiseren de benodigdeondersteuning, faciliteren kennisdeling en bieden praktijkgerichtebegeleiding. Dat is belangrijk. Want de verandering moet lokaal gebeuren.Hieronder schets ik per pijler van de ondersteuningsstructuur devoortgang die tot nu toe is geboekt.HandreikingenUit gesprekken met de praktijk en uit onderzoek blijkt dat gemeenten ensociaal ontwikkelbedrijven tegen knelpunten aanlopen bij het toekomstbe-stendig inrichten van de sociale infrastructuur. De financiering van deParticipatiewet wordt vaak als complex en ondoorzichtig ervaren. Hetmaken van heldere bekostigingsafspraken over de dienstverlening vansociaal ontwikkelbedrijven is in de praktijk niet altijd eenvoudig. En ookhet verbeteren van de bedrijfsvoering en het terugdringen van verliesla-tendheid is in veel regio’s een opgave.Om gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven bij deze vraagstukken tehelpen, zijn verschillende handreikingen opgesteld. Bij de totstandkomingvan deze handreikingen is nadrukkelijk samengewerkt met gemeenten ensociaal ontwikkelbedrijven zelf, zodat de handreikingen aansluiten bij hunbehoeften en ook bij de praktijk zelf. De reeks handreikingen bestaat uitvier delen:1.Explicitering van budgetten voor de Participatiewet en Wsw;2.Bekostigingsafspraken tussen gemeenten en sociaal ontwikkelbedrij-ven;3.Organisatiemodellen voor sociaal ontwikkelbedrijven;4.Versterking van het operationeel resultaat van sociaal ontwikkelbe-drijven.Alle handreikingen zijn inmiddels beschikbaar en gepubliceerd4. Zebevatten concrete stappenplannen en handelingsperspectieven waarmee4Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/05/16/handreikingen-financiering-van-de-sociale-infrastructuurTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3418 gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven concreet aan de slag kunnen.Via de kanalen van SZW, VNG, Divosa en Cedris zijn deze handreikingenactief onder de aandacht gebracht. Daarnaast ondersteunt het adviesteamvan de VNG (zie hieronder) gemeenten bij het maken en toepassen vankeuzes op basis van deze handreikingen.Adviesteam VNG (Platform Sociaal Domein)Er is een adviesteam opgericht dat gemeenten en sociaal ontwikkelbe-drijven faciliteert en praktisch ondersteunt bij het toekomstbestendigmaken van hun sociale infrastructuur. Het Adviesteam helpt gemeentenen sociaal ontwikkelbedrijven om koers te bepalen, knelpunten te duidenen strategische keuzes te maken. Daarbij brengt het team expertise in ophet gebied van governance, bedrijfsvoering, organisatievormen enfinanciering én zorgt het voor verbinding tussen praktijk, beleid enbestuur.Het adviesteam ziet dat er breed draagvlak is voor de noodzaak vanverandering, maar ook dat de praktijk weerbarstig is. Gemeenten ensociaal ontwikkelbedrijven erkennen het belang van een stevige socialeinfrastructuur, maar worstelen met vraagstukken rond governance,financiering, rolverdeling en het maken van scherpe keuzes. Tegelijkertijdziet het adviesteam ook veel energie, bestuurlijk commitment en debereidheid om met de opgaven aan de slag te gaan. De behoefte aanconcrete handelingsperspectieven, praktische ondersteuning en inzicht ingoede voorbeelden is groot.In de eerste helft van 2025 heeft het adviesteam in meerdere regio’strajecten ondersteund die gericht zijn op versterking van bestuurlijkesamenwerking, het ontwikkelen van een toekomststrategie en verbeteringvan de bedrijfsvoering. Dit deed het adviesteam concreet door hetbegeleiden van regionale werkbijeenkomsten, het faciliteren vanbestuurlijke gesprekken tussen gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven,het bieden van formats en voorbeelden voor toekomstscenario’s en hetadviseren over verbeterkansen in sturingsinformatie en bedrijfsprocessen.Daarnaast zet het adviesteam sterk in op kennisdeling en bewustwording.Er zijn webinars georganiseerd, nieuwsbrieven verstuurd, Q&A’s gemaakten er is een oproep gedaan vanuit het VNG-bestuur aan gemeentebe-sturen om deze opgave voortvarend op te pakken. Een belangrijkonderdeel van het werk van het adviesteam is gericht op het bevorderenvan de doorstroom naar regulier werk.Zo worden er leermodulesontwikkeld voor zowel reguliere werkgevers als sociaal ontwikkelbe-drijven, worden regiobijeenkomsten georganiseerd en komen ermodelwerkafspraken die partijen kunnen gebruiken om de doorstroom tevergemakkelijken. Daarnaast trekken experts met werkgeversachtergrondactief de regio’s in om het urgentiebesef op dit vraagstuk te vergroten enom – samen met sociaal ontwikkelbedrijven en werkgevers – te komen totconcrete maatregelen om de doorstroom te versterken.In de volgende voortgangsbrief informeer ik uw Kamer uitgebreider overde resultaten van het adviesteam aan de hand van het jaarverslag.Lerend netwerkNaast de vraaggerichte ondersteuning via het adviesteam is door Divosaen Cedris een lerend netwerk opgezet. In dit netwerk worden regiobijeen-komsten en leerkringen georganiseerd, waarin gemeenten en sociaalontwikkelbedrijven kennis en ervaringen kunnen uitwisselen, inspiratiekunnen opdoen en ruimte hebben voor intervisie. Het lerend netwerk isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3419 daarmee een mooie aanvulling op de meer individuele ondersteuningdoor het adviesteam.Inmiddels zijn er vijf regiobijeenkomsten georganiseerd, waarmee meerdan 300 professionals, directeuren en besturen van gemeenten en sociaalontwikkelbedrijven zijn bereikt met informatie, advies en ondersteuning.Het algemene beeld dat uit deze bijeenkomsten naar voren komt is datmen volop aan de slag is met de opgave en dat er een sterke behoeftebestaat om van elkaar te leren.Cao Aan de SlagDe cao-partners (VNG, Cedris, FNV en CNV) hebben een eindresultaatbereikt voor de Cao Aan de Slag 2025. Deze cao heeft een looptijd van éénjaar en loopt tot en met 31 december 2025. Op hoofdlijnen zijn devolgende afspraken gemaakt:1.Per 1 januari 2025 ontvangen werknemers een loonsverhoging van2,75% op de schaalbedragen. Deze verhoging geldt met terugwer-kende kracht. Werknemers die recht hebben op meer dan hetwettelijk minimumloon ontvangen een nabetaling.2.Per 1 juli 2025 wordt het loon verder verhoogd met 0,5% voorwerknemers die boven het wettelijk minimumloon verdienen. Voorwerknemers op het minimumloon stijgt het loon vanzelfsprekendmee met de stijging van het WML (+2,46%).3.Werknemers ontvangen een eenmalige bruto-eindejaarsuitkering van€ 500. Voor deeltijdwerkers is dit bedrag naar rato van het aantalgewerkte uren.4.Er zijn verbeterde afspraken gemaakt over scholing en ontwikkeling.5.Werknemers krijgen meer duidelijkheid over tijdige roostering.6.De toegang van vakbonden op de werkvloer is beter geregeld.De cao-partners hebben het onderhandelingsresultaat voorgelegd aanhun achterbannen. Uiteindelijk is bij alle partijen de ledenraadplegingpositief verlopen en hebben de leden met de cao-afspraken ingestemd.Ook hebben de besturen van de cao-partners het resultaat formeelbekrachtigd. In de tweede helft van 2025 starten de cao-partijen deonderhandelingen over een nieuwe cao voor de periode na 2025.Meer mensen aan het werk bij reguliere werkgeversIk vind het belangrijk dat mensen met een ondersteuningsbehoefte ofchronische aandoening duurzaam werken op een plek die bij hen past.Voor wie de stap naar regulier werk (nog) te groot is, bieden sociaalontwikkelbedrijven een belangrijk vangnet om toch aan de slag te kunnen.Tegelijkertijd wil ik belemmeringen wegnemen voor mensen die wél destap naar regulier werk kunnen zetten én voor werkgevers die hen diekans willen bieden. Want werken bij een reguliere werkgever biedt vaakmeer keuzevrijheid, meer ruimte om te groeien en om volwaardigmeedoen in de samenleving.Deze beweging is niet nieuw. In 2013 zijn we met de banenafspraakbegonnen en het Breed Offensief bouwt daarop voort. Met dat offensief –en de wet die sinds 1 januari 2023 van kracht is – zijn in de Participatiewetmaatregelen opgenomen om de arbeidsmarktkansen van mensen meteen ondersteuningsbehoefte te vergroten. Denk aan verbeteringen in deloonkostensubsidie, maar ook aan het mogelijk maken van ondersteuningop maat, zoals jobcoaching en voorzieningen op de werkplek.Sociaal ontwikkelbedrijven kunnen hierbij helpen door ondersteuning ineen reguliere setting aan te bieden. De afgelopen maanden heb ikverschillende bedrijven bezocht die hier al volop mee bezig zijn. Die nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34110 blijven hangen in «ja-maars», maar die zien wat mensen wél kunnen enbereid zijn hun dienstverlening daarop in te richten. Tegelijkertijd is derealiteit ook dat bij veel sociaal ontwikkelbedrijven nog veel moetgebeuren om deze beweging van de grond te krijgen. Dat moet anders.Als we willen dat meer mensen de stap naar regulier werk kunnen zetten,dan moeten ook sociaal ontwikkelbedrijven hier actiever werk van maken.Want sociaal ontwikkelbedrijven moeten minder per definitie heteindstation in een loopbaan zijn en waar dit mogelijk is, vaker fungerenals springplank naar de reguliere arbeidsmarkt. Tegelijkertijd moetenreguliere werkgevers beter worden ondersteund in hun inspanningen ommensen met een ondersteuningsbehoefte in dienst te nemen.De afgelopen periode ben ik hierover in gesprek gegaan met werkgevers.Daarbij is besproken tegen welke knelpunten zij aanlopen en wat zij nodighebben om meer mensen met een ondersteuningsbehoefte in dienst tenemen. Ik beoog de uitkomsten van deze gesprekken te verwerken in eengezamenlijke agenda met werkgevers. Deze agenda moet in beeldbrengen welke belemmeringen werkgevers ervaren, welke uitdagingen erliggen in de samenwerking met sociaal ontwikkelbedrijven omdoorstroom te realiseren en welke stappen er aanvullend nodig zijn omdeze uitdagingen aan te pakken.In de volgende voortgangsbrief over desociale infrastructuur zal ik uw Kamer hier nader over informeren.Daarmee geef ik tevens invulling aan de vraag van de VVD-fractie tijdenshet tweeminutendebat over de kabinetsreactie op het SER-briefadvies«Sociaaleconomische gezondheidsverschillen: Beleidsagenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen»» van 17 juni 2025. De VVD vroegdaarbij welke plannen het demissionaire kabinet heeft om het voorwerkgevers makkelijker te maken om mensen met een chronischeaandoening aan te nemen, welke belemmeringen er spelen en in hoeverrehet demissionaire kabinet bereid is om te helpen die weg te nemen.Motie recht op werkOp 5 november 2024 heeft de FNV het Pamflet «Recht op Werk» aan uwKamer aangeboden. Dit pamflet bevat voorstellen waarmee volgens deFNV meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk kunnenworden geholpen. De kern van deze voorstellen is:•Introduceer een wettelijk recht op ondersteuning/begeleiding.•Creëer de komende 8 jaar 40.000 extra banen voor mensen met eenarbeidsbeperking. Spreek hierover minimale volumedoelstellingen metgemeenten af.•Verhoog het begeleidingsbudget (excl. Arbeidsvoorwaardenruimte)naar € 9.000 per persoon per jaar5.•Ontwikkel een specifiek Participatiebudget voor sociaal ontwikkelbe-drijven.•Investeer structureel € 778 miljoen in de ambities uit het pamflet doorbinnen de begroting van SZW budgetten te herschikken.Op 3 december 2024 heeft uw Kamer de motie van het lid Van Kent c.s.(Kamerstuk 36 600 XV, nr. 85) aangenomen. In deze motie wordt deregering verzocht te onderzoeken of, en zo ja hoe, het recht op werk voormensen met een arbeidsbeperking via sociaal ontwikkelbedrijven kanworden ingevoerd, mits dit binnen de bestaande budgettaire kaders past.Ter uitvoering van deze motie is in de afgelopen periode intensiefafgestemd met de FNV. Hieronder treft u – ter afdoening van bovenge-noemde motie – de verkenning waar om is gevraagd in de vorm van eenuitgebreide appreciatie van de voorstellen van de FNV.5Dit bedrag is exclusief arbeidsvoorwaardenruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34111 De voorstellen van de FNV raken aan reële knelpunten in de onder-steuning naar werk. De invoering van een wettelijk recht op werk, zoalsvoorgesteld, is echter niet uitvoerbaar binnen de bestaande budgettairekaders. Dat geldt ook in reactie op de motie van het lid Van Kent c.s.Bovendien roept het voorstel diverse inhoudelijke en uitvoeringsvragenop. De kern en richting van het voorstel neem ik mee in het vervolg vanhet traject Participatiewet in balans en bij de uitwerking van de langeter-mijnvisie op de banenafspraak.In de bijlage bij deze brief treft u een uitgebreide appreciatie van devoorstellen van de FNV. Hieronder licht ik de hoofdlijnen kort toe. Vooreen nadere toelichting verwijs ik uw Kamer naar de bijlage.1. Introduceer een wettelijk recht op ondersteuning/begeleidingDe FNV pleit voor een wettelijk afdwingbaar recht op ondersteuning bijhet vinden en behouden van passend betaald werk voor mensen met eenarbeidsbeperking onder de Participatiewet. De FNV pleit daarnaast voorminimale volumedoelstellingen voor gemeenten om dit wettelijk recht teondersteunen.ReactieHet demissionaire kabinet erkent het belang van passende ondersteuning.In het wetsvoorstel «Breed Offensief» (Kamerstuk 35 394) dat in 2022 dooruw Kamer is aangenomen, is de wettelijke opdracht van gemeenten ommensen te ondersteunen en naar werk te begeleiden verder versterkt. Dewet biedt nu dus expliciet de mogelijkheid om ondersteuning op maat aante vragen. Voor mensen die geen aanvraag indienen, blijven gemeentende ruimte houden om ondersteuning aan te bieden.Het demissionaire kabinet neemt op meerdere fronten maatregelen ommeer mensen met een ondersteuningsbehoefte aan het werk te helpen.Dit gebeurt onder meer via wetswijzigingen zoals de Participatiewet inBalans en de vereenvoudiging van de banenafspraak, programma’s alsSimpel Switchen en sectorale ontwikkelpaden en via investeringen inbeschut werk, sociaal ontwikkelbedrijven en regionale werkcentra.Aanvullend op deze stappen onderzoek ik in lijn met het voorstel van deFNV binnen spoor 2 van de Participatiewet in Balans hoe de aanspraak opondersteuning voor mensen met een ondersteuningsbehoefte binnen deParticipatiewet verder kan worden verbeterd. Een verdere aanscherpingvan het recht op begeleiding wordt in dit kader meegenomen. Daarnaastonderzoek ik welke elementen uit het FNV-voorstel meegenomen kunnenworden in de langetermijnvisie op de banenafspraak. De FNV is daar, alseen van de sociale partners, ook actief bij betrokken.2. Creëer de komende 8 jaar 40.000 extra banen voor mensen met eenarbeidsbeperking en ontwikkel een Participatiebudget voor sociaalontwikkelbedrijven binnen de begroting van SZW om dit mogelijk temaken.De FNV stelt voor om in acht jaar tijd 40.000 extra banen met loonkosten-subsidie te realiseren via sociaal ontwikkelbedrijven, met als doeldoorstroom naar regulier werk. Hiervoor zou een geoormerkt begelei-dingsbudget van € 9.000 per persoon per jaar beschikbaar moetenkomen. De financiering zou plaatsvinden via een nieuw ParticipatiebudgetSociaal Ontwikkelbedrijven van € 518 miljoen in 2030. Dit budget zoudeels afkomstig zijn uit bestaande middelen en deels uit aanvullendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34112 middelen binnen de begroting van SZW. Gemeenten zouden enkelmiddelen ontvangen op basis van gerealiseerde plaatsingen.ReactieHet demissionaire kabinet onderschrijft de ambitie om meer mensen meteen ondersteuningsbehoefte duurzaam aan het werk te helpen en zet danook forse stappen om dit verder te stimuleren. Zoals extra investeringenvan € 190 miljoen structureel voor de sociale infrastructuur en beschutwerk. Daarnaast wordt onder andere de banenafspraak vereenvoudigd,zodat het voor werkgevers aantrekkelijker en eenvoudiger wordt ommensen met een ondersteuningsbehoefte in dienst te nemen. Ook heeftuw Kamer onlangs het wetsvoorstel Participatiewet in Balans aange-nomen. Deze wet heeft als hoofddoel te zorgen voor een betere onder-steuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.Binnen de huidige Participatiewet neemt het aantal banen met loonkos-tensubsidie al toe. Dit is mede het gevolg van de geleidelijke instroom vanmensen die voor 2015 in aanmerking kwamen voor de Wsw of de Wajong.De ambitie van 40.000 banen uit het pamflet van de FNV betreft eenabsolute toename ten opzichte van het jaar 2024. Deze ambitie omvatdaarmee ook de reeds verwachte autonome groei van het aantal banenmet loonkostensubsidie. Wanneer deze autonome groei wordt meegeteld,komt de aanvullende opgave uit het pamflet neer op circa 10.500 extrabanen met loonkostensubsidie.Tegelijkertijd roept het voorstel van de FNV ten aanzien van de 40.000extra banen nog enkele belangrijke uitvoeringsvragen op. Zo is nietscherp afgebakend welke doelgroep precies onder de voorgesteldetaakstelling valt en op basis van welke criteria gemeenten zouden moetenbepalen wie hiervoor in aanmerking komt. Dit kan in de praktijk leiden totonduidelijkheid, verschillen in toepassing tussen gemeenten en daarmeetot ongelijke toegang tot banen. Bovendien richt de FNV zich enkelzijdigop gemeenten, terwijl een deel van de groep mensen met een afstand totde arbeidsmarkt dienstverlening krijgt van UWV.Voor de uitvoering van haar plannen heeft de FNV berekend dat dit vanaf2030 € 778 miljoen kost. Een deel van deze financiering is volgens de FNVal reguliere financiering binnen de begroting van SZW. Een ander deelvan € 310 miljoen betreft extra kosten die volgens de FNV budgetneutraaluit de begroting van SZW gefinancierd kan worden. Het demissionairekabinet acht de voorgestelde financiering niet realistisch. De FNV gaat uitvan structurele inzet van incidentele middelen, hanteert enkele optimis-tische aannames in haar financiële berekeningen, heeft geen structurelebegroting bij haar structurele plannen en daarnaast komt dere-integratieopgave van gemeenten door de financieringsvoorstellen diezijn gedaan, naar onze inschatting onder druk te staan.Tot slotEr worden belangrijke stappen gezet richting een sociale infrastructuur diewerkt voor mensen. Een infrastructuur die kansen biedt. En die mensenruimte geeft om vooruit te komen en hun talenten te benutten.Ik zie in het hele land de inzet om dit mogelijk te maken – van gemeenten,UWV, sociaal ontwikkelbedrijven, werkgevers, sociale partners, hetonderwijs én van mensen zelf. Die gezamenlijke inzet inspireert mij enmaakt mij trots.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34113 Met die energie bouwen we de komende tijd samen verder. Zodat meermensen de kans krijgen om mee te doen en steeds meer mensen kunnenrekenen op een passende baan waarin hun talenten tot hun recht komen.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34114
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe de Kamer voor het voorjaarsreces te informeren over de voortgang van de gesprekken over cao Aan de slag.
De staatssecretaris zegt toe de Kamer voor het voorjaarsreces te informeren over de voortgang van de gesprekken over cao Aan de slag.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.