KamerkringInloggen
Kamerstuk

Voorstel van wet

20 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0368ec6a00d2d4b3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 947Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet opde economische delicten in verband met hetverhogen van het aandeel van gas uithernieuwbare bronnen in de totale leveringenvan gas aan afnemers (Wet bijmengverplichtinggroen gas)Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden,Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is eenjaarverplichting groengaseenheden op te leggen aan leveranciers van gasaan afnemers in verband met het verhogen van het aandeel gas uithernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemersteneinde bij te dragen aan de energietransitie;Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van Stategehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:ARTIKEL I De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 2.2, eerste lid, wordt «titels 9.7 en 9.8» vervangen door «titels9.7, 9.8 en 9.9». BNa Titel 9.8 wordt een titel ingevoegd, luidende:TITEL 9.9 BIJMENGVERPLICHTING GROEN GAS Paragraaf 9.9.1 Algemeen Artikel 9.9.1.1 Begripsbepalingen In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: kst-36947-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 21 afnemer: een verbruiker van gas als bedoeld in artikel 50, eerste lid vande Wet belastingen op milieugrondslag en een CNG-vulstation, alsbedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel s, van de Wet belastingen opmilieugrondslag;CO2-equivalent-ketenemissiereductie: de hoeveelheid verminderdebroeikasgasuitstoot in kilogram CO2 die in de hele keten wordt bereiktdoor het gebruik van gas uit hernieuwbare bronnen ten opzichte van debroeikasgasuitstoot van de fossiele referentiebrandstof, bedoeld in bijlageVI van de richtlijn hernieuwbare energie;certificeringsorgaan: een onafhankelijke geaccrediteerde conformiteits-beoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 14, van deuitvoeringsverordening (EU) 2022/996;distributiesysteembeheerder voor gas: distributiesysteembeheerdervoor gas als bedoeld in artikel 1.1, van de Energiewet;duurzaamheidssysteem: door de Europese Commissie erkend vrijwilligsysteem als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbareenergie;emissieverslag: verslag van de gereglementeerde entiteit, bedoeld inartikel 16.39ae, eerste lid, en artikel 75p van de Verordening monitoring enrapportage emissiehandel, betreffende de emissies die overeenstemmenmet de hoeveelheden brandstof die in een kalenderjaar zijn uitgeslagentot verbruik en worden gebruikt voor verbranding in de sectoren genoemdin bijlage II van het Besluit handel in emissierechten;gas: gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;gas uit hernieuwbare bronnen: gas uit hernieuwbare bronnen alsbedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;GGE-register: register voor groengaseenheden als bedoeld inartikel 9.9.5.1;groengaseenheid: groengaseenheid als bedoeld in artikel 9.9.3.1;inboeker gas uit hernieuwbare bronnen: leverancier aan afnemers dieovereenkomstig artikel 9.9.4.1 een hoeveelheid gas uit hernieuwbarebronnen inboekt in het GGE-register;inboekfaciliteit gas uit hernieuwbare bronnen: eigenschap van eenrekening in het GGE-register die de inboeking van gas uit hernieuwbarebronnen overeenkomstig artikel 9.9.4.1 mogelijk maakt;jaarverplichtingfaciliteit groengaseenheden: eigenschap van eenrekening in het GGE-register die een leverancier aan afnemers ingevolgeartikel 9.9.2.2 heeft om aan zijn jaarverplichting groengaseenheden tevoldoen;jaarverplichting groengaseenheden: aantal groengaseenheden dat deleverancier aan afnemers is verschuldigd op grond van artikel 9.9.2.1;leverancier aan afnemers: gereglementeerde entiteit als bedoeld inartikel 16.1, eerste lid, voor zover het een natuurlijk of rechtspersoonbetreft die voorziet in levering van gas aan afnemers in de sectoren,bedoeld in bijlage II bij het Besluit handel in emissierechten, via eenaansluiting en op grond van de Wet belasting op milieugrondslagbelastingplichtig is voor gas;levering aan afnemers: levering van gas via een aansluiting aan deverbruiker van gas of een CNG-vulstation als bedoeld in artikel 50, eerstelid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, dat wordt gebruikt voorverbranding in sectoren als bedoeld in Bijlage II bij het Besluit handel inemissierechten;marktdeelnemer: een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 2,onderdeel 11, van de uitvoeringsverordening (EU) 2022/996;massabalanssysteem: een massabalanssysteem overeenkomstigartikel 30, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, en artikel 19van de uitvoeringsverordening (EU) 2022/996;overboekfaciliteit groengaseenheden: eigenschap van een rekening inhet GGE-register die de overboeking van een groengaseenheid mogelijkmaakt;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 22 richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn (EU) 2018/2001 van het EuropeesParlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van hetgebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L328);transmissiesysteembeheerder voor gas: transmissiesysteembeheerdervoor gas, bedoeld in artikel 1.1, van de Energiewet;verordening monitoring en rapportage emissiehandel: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2018/2066 van de Commissie van19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissiesvan broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van hetEuropees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU)nr. 601/2012 van de Commissie (PbEU 2018, L334);verordening verificatie en accreditatie emissiehandel: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2018/2067 van de Commissie van19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatievan verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het EuropeesParlement en de Raad (PbEU 2018, L334);uitvoeringsverordening (EU) 2022/996: Uitvoeringsverordening (EU)2022/996 van de Commissie van 14 juni 2022 betreffende de voorschriftenom de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria alsmede decriteria inzake laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik tecontroleren (PbEU 2022, L168/1).Artikel 9.9.1.2 Uniedatabank Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:a. de invoer en het gebruik van informatie door producenten van gas uithernieuwbare bronnen en andere marktdeelnemers in de Uniedatabank,bedoeld in artikel 31bis, van de richtlijn hernieuwbare energie;b. de controle op de door marktdeelnemers ingevoerde gegevens in deUniedatabank door het certificeringsorgaan van het duurzaamheid-systeem, bedoeld in artikel 31 bis, vijfde lid, van de richtlijn hernieuwbareenergie.Artikel 9.9.1.3 Informatieverplichting De transmissiesysteembeheerder brengt voor 30 april van enigkalenderjaar desgevraagd aan het bestuur van de emissieautoriteit detotale leveringen van gas via het transmissiesysteem voor gas en dedistributiesystemen voor gas uit over het direct daaraan voorafgaandekalenderjaar.Artikel 9.9.1.4 Uitzonderen categorieën leveranciers aanafnemers Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciersaan afnemers worden aangewezen waarop een of meer bepalingen vandeze titel met betrekking tot de leverancier aan afnemers niet vantoepassing zijn.Paragraaf 9.9.2 Jaarverplichting groengaseenheden Artikel 9.9.2.1 Jaarverplichting groengaseenheden 1. De leverancier aan afnemers is in enig kalenderjaar het aantalgroengaseenheden verschuldigd dat overeenkomt met zijn aandeel in debij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid broeikas-gasemissiereductie in de keten tot afnemer voor het daaraan vooraf-gaande kalenderjaar. Het in de vorige zin bedoelde aandeel wordtberekend op basis van het marktaandeel van de leverancier aan afnemersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 23 in de totale leveringen aan afnemers door de leveranciers aan afnemersgezamenlijk in dat voorafgaande kalenderjaar.2. Bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid,worden voor de toepassing van dat lid eisen gesteld aan de wijze vanberekening van het aantal groengaseenheden dat de leverancier aanafnemers is verschuldigd en aan de vaststelling van de hoeveelheidbroeikasgasemissiereductie in de keten tot afnemer.Artikel 9.9.2.2 Bepaling marktaandeel en leveringen aanafnemers 1. Bij de bepaling van het marktaandeel, bedoeld in artikel 9.9.2.1, eerstelid, wordt gebruik gemaakt van de opgenomen levering aan afnemers inhet door de leverancier aan afnemers uitgebrachte emissieverslag.2. Bij de bepaling van de leveringen aan afnemers over het vooraf-gaande kalenderjaar, bedoeld in artikel 9.9.2.1, eerste lid, wordt gebruikgemaakt van de uitgebrachte informatie over de totale leveringen via hettransmissiesysteem voor gas en de distributiesystemen voor gas en deinformatie over de jaarlijkse emissies van de verslagperiode in deuitgebrachte emissieverslagen, bedoeld in artikel 16.1, derde lid, en inartikel 68 en bijlage X van de Verordening monitoring en rapportageemissiehandel over de desbetreffende kalenderjaren met als peildatum1 mei.3. Indien een leverancier aan afnemers niet het in het eerste lidbedoelde emissieverslag heeft uitgebracht bepaalt het bestuur van deemissieautoriteit het marktaandeel van deze leverancier aan afnemersnadat toepassing is gegeven aan artikel 16.39ae, derde lid, junctoartikel 16.16, eerste lid.4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelsworden gesteld over de bepaling van het marktaandeel.Artikel 9.9.2.3 Het emissieverslag 1. Het emissieverslag, bedoeld in artikel 9.9.2.2, eerste lid, is hetemissieverslag dat op grond van artikel 16.39ae, eerste lid, door deleverancier aan afnemers moet worden uitgebracht en voldoet aan deeisen gesteld in de verordening monitoring en rapportage emissiehandelvoor gereglementeerde entiteiten en de eisen gesteld in de verordeningverificatie en accreditatie emissiehandel.2. Artikelen 16.39ab, derde lid, 16.39ae, derde lid, en de krachtens deartikelen 16.39af, derde lid en 16.39ag vastgestelde ministeriëleregelingen zijn van overeenkomstige toepassing op het emissieverslag.Artikel 9.9.2.4 Rekening met jaarverplichtingfaciliteit De leverancier aan afnemers heeft een rekening met jaarverplichtingfa-ciliteit groengaseenheden in het GGE-register.Artikel 9.9.2.5 Informeren van de jaarverplichting groengaseen-heden 1. Het bestuur van de emissieautoriteit informeert de leveranciers aanafnemers die het emissieverslag, bedoeld in artikel 9.9.2.3, eerste lid,hebben uitgebracht, voor 1 juni van enig kalenderjaar over de hoogte vande jaarverplichting groengaseenheden, bedoeld in artikel 9.9.2.1, van hetdirect aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar.2. Indien een leverancier aan afnemers het in het eerste lid bedoeldeemissieverslag niet heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 9.9.2.2, derdelid, informeert het bestuur van de emissieautoriteit de desbetreffendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 24 leveranciers aan afnemers over de hoogte van de jaarverplichtinggroengaseenheden, nadat toepassing is gegeven aan dat artikel.Artikel 9.9.2.6 Ontheffing van de jaarverplichting groengaseen-heden 1. Een leverancier aan afnemers die het emissieverslag, bedoeld inartikel 9.9.2.3, eerste lid, heeft uitgebracht kan tegen een vergoedingontheffing verkrijgen voor het geheel of een deel van de jaarverplichtinggroengaseenheden.2. De leverancier aan afnemers is een bij of krachtens algemenemaatregel van bestuur vastgestelde vergoeding als bedoeld in het eerstelid verschuldigd per groengaseenheid waarvoor ontheffing wordtverkregen, overeenkomstig de bij of krachtens die algemene maatregelvan bestuur vast te stellen regels.3. De leverancier aan afnemers informeert het bestuur van de emissie-autoriteit voor 1 juli van enig kalenderjaar direct volgend op het daaraanvoorafgaande kalenderjaar over het deel van de jaarverplichting groen-gaseenheden waarvoor de leverancier aan afnemers ontheffing wilverkrijgen.4. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bedoeld in hettweede lid, vast te stellen regels betreffen in ieder geval:a. het maximum deel van de benodigde groengaseenheden, bedoeld inartikel 9.9.2.1, eerste lid, waarvoor ontheffing kan worden verkregen;b. regels omtrent de termijn waarbinnen en de wijze waarop het verzoekom ontheffing kenbaar wordt gemaakt aan het bestuur van deemissieautoriteit;c. regels omtrent de termijn waarbinnen en de wijze waarop devergoeding wordt betaald.5. Indien de volledige betaling ter vergoeding van de ontheffing nietbinnen de krachtens het vierde lid gestelde termijn is voldaan, is er geenontheffing verkregen voor dat deel van de groengaseenheden en wordt ergeen rekening gehouden met de verlaging van de jaarverplichtinggroengaseenheden van leveranciers aan afnemers, bedoeld in 9.9.2.7,vierde lid.Artikel 9.9.2.7 Voldoen aan de jaarverplichting groengaseen-heden 1. Op 1 augustus van enig kalenderjaar:a. heeft de leverancier aan afnemers ten minste de jaarverplichtinggroengaseenheden op zijn rekening staan; enb. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van deleverancier aan afnemers het aantal groengaseenheden af, datovereenkomt met de voor die leverancier aan afnemers voor het directaan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichtinggroengaseenheden.2. Indien voor de datum genoemd in het eerste lid toepassing isgegeven aan de artikelen 16.16 en 16.17 jo. 16.39ae, derde lid ten aanzienvan het emissieverslag en dit heeft geleid tot een verhoging of eenverlaging van de jaarverplichting groengaseenheden van één of meerdereleveranciers aan afnemers voor het betrokken kalenderjaar, schrijft hetbestuur van de emissieautoriteit, het aantal groengaseenheden van derekening van de leverancier aan afnemers, rekening houdend met dezeverhoging of verlaging.3. Indien een leverancier aan afnemers het in het eerste lid bedoeldeemissieverslag niet heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 9.9.2.2, derdelid, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van deleverancier aan afnemers het aantal groengaseenheden af, datovereenkomt met de voor die leverancier aan afnemers geldendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 25 jaarverplichting groengaseenheden binnen één maand nadat toepassingis gegeven aan artikel 9.9.2.2, derde lid.4. Indien toepassing van artikel 9.9.2.6, eerste lid, leidt tot een verlagingvan de jaarverplichting groengaseenheden van een leverancier aanafnemers voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van deemissieautoriteit het aantal groengaseenheden dat overeenkomt met dieverlaging af van de rekening van de leverancier aan afnemers.5. Indien het aantal groengaseenheden op de rekening van deleverancier aan afnemers als gevolg van de toepassing van het eerste,tweede lid of derde lid leidt tot een negatief saldo aan groengaseenheden,vult de leverancier aan afnemers het tekort aan binnen drie kalender-maanden.Paragraaf 9.9.3 Groengaseenheden Artikel 9.9.3.1 Groengaseenheid 1. Een groengaseenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan dejaarverplichting groengaseenheden van één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie.2. Een groengaseenheid kan uitsluitend in het GGE-register, bedoeld inartikel 9.9.5.1, gehouden worden.Artikel 9.9.3.2 Overdracht Een groengaseenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdra-gende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekeninghebben in het GGE-register.Artikel 9.9.3.3 Beperkingen overdracht 1. Overdracht van een of meer groengaseenheden mag niet leiden toteen negatief saldo aan groengaseenheden op een rekening.2. Overdracht van een of meer groengaseenheden is niet toegestaan bijeen negatief saldo aan groengaseenheden op een rekening.Artikel 9.9.3.4 Levering groengaseenheid 1. De voor overdracht van een groengaseenheid vereiste leveringgeschiedt door:a. afschrijving van de groengaseenheid van de rekening die in hetregister op naam staat van de partij die de groengaseenheid overdraagt;enb. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van departij die de groengaseenheid verkrijgt.2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overganganders dan overdracht.3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerstnadat de overgang in het GGE-register is geregistreerd.Artikel 9.9.3.5 Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst 1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdrachtheeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadatde levering, bedoeld in artikel 9.9.3.4, eerste lid, is voltooid, geengevolgen voor de geldigheid van de overdracht.2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op hetmoment dat de overdracht tot stand is gekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 26 Artikel 9.9.3.6 Afwijking Burgerlijk Wetboek 1. In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kanop een groengaseenheid geen recht van pand worden gevestigd.2. Op een groengaseenheid kan geen recht van vruchtgebruik wordengevestigd.3. Een groengaseenheid is niet vatbaar voor beslag.Paragraaf 9.9.4 inboeken gas uit hernieuwbare bronnen Artikel 9.9.4.1 Inboeken gas uit hernieuwbare bronnen 1. Een inboeker kan tot 1 mei van enig kalenderjaar gas uithernieuwbare bronnen inboeken in het GGE-register, indien het gas uithernieuwbare bronnen in het direct aan die datum voorafgaande jaar:a. door hem aan afnemers is geleverd;b. voldoet aan artikel 9.9.4.2;c. afkomstig is van marktdeelnemers die voldoen aan artikel 9.9.4.3.2. Bij ministeriële regeling worden de bij het inboeken te vermeldengegevens bepaald.3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelsworden gesteld met betrekking tot de inboeker, de voorwaarden waaraanhet gas uit hernieuwbare bronnen moet voldoen en op welke wijze deinboeker aantoont dat aan deze voorwaarden is voldaan.Artikel 9.9.4.2 Eisen aan gas uit hernieuwbare bronnen 1. Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan gas uithernieuwbare bronnen ten aanzien van:a. de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;b. de accuraatheid en de volledigheid van de gegevens die marktdeel-nemers daarover invoeren in de Uniedatabank.2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen overigeeisen worden gesteld.Artikel 9.9.4.3 Eisen aan marktdeelnemers 1. Marktdeelnemers die deel uitmaken van de keten van gas uithernieuwbare bronnen van bron tot levering aan afnemers:a. nemen deel aan een duurzaamheidssysteem;b. voeren een massabalanssysteem over grondstoffen voor gas uithernieuwbare bronnen en gas uit hernieuwbare bronnen.2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld overmarktdeelnemers en het door hen te voeren massabalanssysteem.Artikel 9.9.4.4 Bij te schrijven groengaseenheden 1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één kgCO2-equivalent-ketenemissiereductie die is ingeboekt in het GGE-registeréén groengaseenheid bij op de rekening van de inboeker.2. De hoeveelheid CO2-equivalent-ketenemissiereductie wordt naarbeneden afgerond op één kg.3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelsgesteld over de berekening van de CO2-equivalent-ketenemissiereductieen de wijze van bijschrijven van groengaseenheden op de rekening van deinboeker.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 27 Artikel 9.9.4.5 Openbaarmaking groengaseenheden 1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij minis-teriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantalbeschikbare groengaseenheden openbaar.2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekkingtot het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.Artikel 9.9.4.6 Moment van bijschrijven groengaseenheden Voor gas uit hernieuwbare bronnen dat tussen 1 januari en 1 augustusvan enig kalenderjaar is geproduceerd, ingevoed en ingeboekt in hetGGE-register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 augustusvan dat kalenderjaar de groengaseenheden bij op de rekening van deinboeker.Artikel 9.9.4.7 Opschorten of weigeren bijschrijven groengaseen-heden 1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven vangroengaseenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraudevermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordtvoldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadereregels worden gesteld over het opschorten of weigeren, bedoeld in heteerste lid.Artikel 9.9.4.8 Ambtshalve vaststelling van ingeboekte gas uithernieuwbare bronnen 1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit nietis voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor hetinboeken in het GGE-register van gas uit hernieuwbare bronnen datvoldoet aan artikel 9.9.4.2, kan het bestuur die hoeveelheid en dekenmerken van die hoeveelheid tot vijf jaar na het kalenderjaar vaninboeken ambtshalve vaststellen.2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat deinboeker te veel groengaseenheden heeft ontvangen voor het geprodu-ceerde en ingevoede gas uit hernieuwbare bronnen, wordt het aantalgroengaseenheden die de inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschrevenvan de rekening van die inboeker.3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat deinboeker te weinig groengaseenheden heeft ontvangen voor het geprodu-ceerde en ingevoede gas uit hernieuwbare bronnen, wordt het aantalgroengaseenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijge-schreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieau-toriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.9.5.6.4. Indien de toepassing van het tweede lid leidt tot een negatief saldoaan groengaseenheden, vult de inboeker het tekort aan binnen driekalendermaanden.5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadereregels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derdelid.Artikel 9.9.4.9 Openbaarmaking ingeboekte gas uit hernieuwbarebronnen 1. De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarinper inboeker van gas uit hernieuwbare bronnen de aard, de herkomst ende CO2-equivalent-ketenemissiereductie van het ingeboekte gas uitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 28 hernieuwbare bronnen en het daarmee gehanteerde duurzaamheids-systeem zijn opgenomen.2. Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid is vanovereenkomstige toepassing op de openbaarmaking als bedoeld in heteerste lid.3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteldomtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht alsbedoeld in het eerste lid.Paragraaf 9.9.5 GGE-register Artikel 9.9.5.1 Het GGE-register 1. Er is een elektronisch GGE-register.2. Het GGE-register wordt beheerd door de emissieautoriteit.3. Het GGE-register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in artikel 9.9.5.3.Artikel 9.9.5.2 Regels aan het GGE-register 1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking,organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor hetgebruik van het GGE-register vaststellen.Artikel 9.9.5.3 Rekening en faciliteiten in het GGE-register 1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van deleverancier aan afnemers op diens naam een rekening in het register meteen inboekfaciliteit groengaseenheden, een jaarverplichtingfaciliteitgroengaseenheden en een overboekfaciliteit groengaseenheden.2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, hetbijhouden en het beheer van de rekening in het register.Artikel 9.9.5.4 Weigeren openen van een rekening en fraude enmisbruik bij het hebben van een rekening 1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan indien het redenen heeft omaan te nemen dat er sprake is van fraude of misbruik of dat niet wordtvoldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebbenvan een rekening in het GGE-register of voor het gebruik van die rekening:a. weigeren een rekening te openen;b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;c. een rekening opheffen.2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekening-houder een rekening opheffen.3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteldover de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteldover de toepassing van het tweede lid.4. De groengaseenheden op een opgeheven rekening vervallen vanrechtswege.Artikel 9.9.5.5 Vergoeding voor een rekening 1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat voor het openen enbijhouden van een rekening een vergoeding verschuldigd is overeen-komstig de bij die regeling te stellen regels.2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger isdan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteitkomende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 29 vergoeding is verschuldigd; enb. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordtbetaald.Artikel 9.9.5.6 Sparen groengaseenheden 1. Van het aantal groengaseenheden op 1 augustus van enig kalen-derjaar op de rekening van een leverancier aan afnemers, nadat hetbestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aanartikel 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel b, wordt een gedeelte gespaard enblijft op de rekening van de leverancier aan afnemers ten behoeve vaneen volgend kalenderjaar.2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrenthet gedeelte, bedoeld in het eerste lid, van de groengaseenheden datgespaard wordt en de bijschrijving daarvan in het GGE-register.3. De groengaseenheden die niet worden gespaard, vervallen vanrechtswege.Paragraaf 9.9.6 Naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiere-ductiecriteria en broeikasgasemissiereductiedrempels voor gas uithernieuwbare bronnen Artikel 9.9.6.1 Duurzaamheidseisen aan grondstoffen 1. De marktdeelnemer die gas uit hernieuwbare bronnen produceert,controleert:a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzamegrondstof voor de vervaardiging van het gas uit hernieuwbare bronnen;b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikteduurzame grondstof en de hoeveelheid door hem vervaardigd gas uithernieuwbare bronnen.2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het eerste lid.Artikel 9.9.6.2 Toezicht op de certificeringsorganenduurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria 1. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certifice-ringsorgaan dat:a. namens het duurzaamheidsysteem in het kader van de naleving vanduurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria voor grondstoffenvoor gas uit hernieuwbare bronnen en gas uit hernieuwbare bronnenonafhankelijke audits uitvoert;b. de nauwkeurigheid en volledigheid van de door marktdeelnemers inde Uniedatabank ingevoerde gegevens controleert.2. Het bestuur van de emissieautoriteit brengt het duurzaamheid-systeem onverwijld op de hoogte van een vastgestelde non-conformiteit.Paragraaf 9.9.7 Slotbepalingen Artikel 9.9.7.1 Evaluatiebepaling Onze Minister van Klimaat en Groene Groei zendt binnen vijf jaar na deinwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag overde doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 210 Artikel 9.9.7.2 Kalenderjaar eerste inwerkingtreding Op het moment dat deze titel in werking treedt, wordt met enigkalenderjaar het kalenderjaar bedoeld volgend op het kalenderjaarinwerkingtreding en wordt met het voorafgaande kalenderjaar hetkalenderjaar bedoeld waarin de titel in werking is getreden. CIn artikel 16.1, derde lid, wordt in de definitiebepaling van emissie-verslag «artikel 67» vervangen door «artikel 68»; DIn artikel 18.2f, tweede lid, wordt «titels 9.7 en 9.8» vervangen door«titels 9.7, 9.8 en 9.9». ENa artikel 18.6b wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 18.6c In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens 9.9.1.2,9.9.1.3, 9.9.2.3, 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vierde lid, 9.9.4.3,9.9.4.8, vijfde lid, of 9.6.6.1, kan het bestuur van de emissieautoriteit eenlast onder dwangsom opleggen. FNa artikel 18.16s wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 18.16t 1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deartikelen 9.9.1.2, 9.9.2.3, 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid,9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8, vijfde lid, of 9.9.6.1kan het bestuur vande emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.2. De op grond van de artikelen, genoemd in het eerste lid op te leggenbestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voorde zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek vanStrafrecht, of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van deonderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door eenondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van deondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaarvoorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordtopgelegd.3. Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker gas uithernieuwbare bronnen drie of meer overtredingen van de artikelen 9.9.4.1tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8, vijfde lid, 9.9.6.1 en heeft begaan, bepalen datdie inboeker gas uit hernieuwbare bronnen gedurende een door hetbestuur te bepalen termijn geen gas uit hernieuwbare bronnen kaninboeken op grond van artikel 9.9.4.1.ARTIKEL II De Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 211 In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt inde zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na «9.7.4.13,»ingevoegd «9.9.1.2, 9.9.2.3, 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid,9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8, vijfde lid, of 9.9.6.1».ARTIKEL III De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluitte bepalen tijdstip.ARTIKEL IV Deze wet wordt aangehaald als: Wet bijmengverplichting groen gas.Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst endat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulksaangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.GegevenDe Minister van Klimaat en Groene Groei,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 947, nr. 212

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 500e1df48e03e0a6

16 okt 2026 · 2f78d3e1c2c177de

14 okt 2026 · 407a4e0d1be1dadc

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.