KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie onderzoek bekostiging en beloning van beschermingsbewind bij schulden

28 mrt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cb33fce657941d53 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202424 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 755 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIEEN PENSIOENEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 maart 2024In 2022 heeft onderzoeksbureau SEO in opdracht van het Ministerie vanSociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Justitie enVeiligheid onderzoek gedaan naar de bekostiging en beloning vanbeschermingsbewind bij schulden (het schuldenbewind). Het onderzoeks-rapport heb ik op 15 april 2023 naar uw Kamer gestuurd.1 In deze brief gaik, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, in op deaanleiding voor het onderzoek en de uitkomsten van het onderzoek.Daarop volgt de kabinetsreactie op het rapport.Aanleiding onderzoek bekostiging en beloning bij schulden-bewindMensen die moeite hebben met het beheren van hun financiën en/of met(dreigende) problematische schulden zijn gebaat bij passende hulp. Datkan gemeentelijke schuldhulpverlening zijn, (schulden)bewind en ook eencombinatie van verschillende vormen van hulpverlening. Daarbij is devraag «waar is iemand het meeste mee geholpen» leidend. Dat vraagt omeen heldere verantwoordelijkheidsverdeling, zodat partijen weten wat zijmoeten doen en zodat er een goede samenwerking tussen partijen is. Hetbredere gesprek over beschermingsbewind als vorm van ondersteuning(en dus niet beperkt tot schuldenbewind), wordt gevoerd met allebetrokken departementen en partijen. Dit onderzoek beperkte zich echtertot de wijze van financiering en beloning van beschermingsbewind bijschulden en het bredere vraagstuk van de aansluiting van schulden-bewind en de gemeentelijke schuldhulpverlening bij de ondersteuningvan mensen met schulden. We zien dat mensen die onder schulden-bewind staan niet altijd in beeld zijn bij de gemeente, terwijl dat voor deoplossing van de problematische schuldensituatie wel wenselijk is. Met de1Kamerstukken II 2022/23, 24 515, nr. 697. kst-24515-755ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7551 voorgestelde acties van het kabinet, mede naar aanleiding van ditonderzoek, verwacht het kabinet dat gemeenten beter in staat gesteldworden hun verantwoordelijkheid voor het bieden van schuldhulpver-lening te pakken. En dat zij hun dienstverlening vervolgens dan ookafstemmen op de individuele omstandigheden van iemand met schulden.Bij schuldenbewind worden de financiële zaken van de persoon onderbewind beheerd door de bewindvoerder, die rust en stabiliteit in definanciën probeert te brengen. Op gemeenten rust de taak de onderbewind gestelde persoon via een minnelijk schuldhulpverleningstraject uitde schulden te helpen.De samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders bij schulden-bewind verloopt in de praktijk echter niet altijd optimaal. Enkele redenendie hiervoor worden genoemd door gemeenten en bewindvoerders zijnde wijze van financiering van het schuldenbewind door gemeenten en (dehoogte van) de beloning voor bewindvoerders. Om hier verder inzicht inte krijgen, hebben we SEO gevraagd onderzoek te doen naar dezespecifieke redenen en mogelijke oplossingsrichtingen. Het onderzoekbeoogde door het aanreiken van alternatieven voor deze aspecten bij tedragen aan een meer optimale samenwerking tussen gemeenten enbewindvoerders, met als doel dat mensen die te maken hebben metproblematische schulden zo goed mogelijk worden geholpen.Gedefinieerde knelpuntenOp basis van gesprekken met verschillende betrokken partijen hebben deonderzoekers knelpunten in kaart gebracht die een rol spelen bij enerzijdsde financieringssystematiek en anderzijds de beloning voor bewind-voerders.FinancieringssystematiekEen volwassene voor wie schuldenbewind wordt ingesteld (hierna: debetrokkene), betaalt in principe zelf de vergoeding van zijn bewindvoerder.Indien de betrokkene deze vergoeding niet kan betalen, kan een verzoekworden ingediend bij de gemeente om de kosten te vergoeden vanuit debijzondere bijstand.De onderzoekers identificeren enkele knelpunten rond deze financierings-systematiek. Zo schrijven zij onder meer dat de uitgaven van gemeentenaan beschermingsbewind de afgelopen jaren zijn toegenomen, waardoorer in toenemende mate druk ontstaat op het budget voor bijzonderebijstand. Ook geven zij aan dat lichtere alternatieven voor bewind nietaltijd in beeld zijn. In geval van schuldenbewind vanwege problematischeschulden kan de betrokkene mogelijk ook worden geholpen door middelvan gemeentelijke schuldhulpverlening, soms in combinatie metschuldenbewind. Of door middel van budgetbeheer of -coaching. Rechtersdie het bewind uitspreken, hebben deze opties niet altijd in beeld, ofworden er niet door gemeenten (middels het adviesrecht2) op gewezen.De kwaliteit en toegankelijkheid van de gemeentelijke schuldhulpver-lening wordt ook als knelpunt aangemerkt.BeloningDe huidige beloning is een forfaitaire jaarbeloning voor de uitvoering vanhet (schulden)bewind op basis van een vastgesteld aantal uren per jaar.De hoogte van de beloning voor bewindvoerders wordt jaarlijks vastge-2Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 432a.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7552 steld in de regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.3Voor een bewind wegens de lichamelijke of geestelijke toestand van eenpersoon (toestandsbewind) is de beloning gebaseerd op een tijdsinves-tering van 17 uur per jaar. Voor schuldenbewind gaat het om 22 uur perjaar. Daarnaast zijn er enkele eenmalige werkzaamheden waarvoor kostenin rekening mogen worden gebracht, zoals aanvangswerkzaamheden,beheren van een persoonsgebonden budget en het opmaken van deeindrekening- en verantwoording.Rond de beloning hebben de onderzoekers ook enkele knelpuntengeïdentificeerd.Bewindvoerders en de brancheverenigingen geven aan dat de hoogte vande beloning onder andere door de complexiteit van dossiers en hogerekwaliteitseisen niet meer in verhouding is. Dit heeft gevolgen voor debedrijfsvoering signaleren ook de onderzoekers. Daarnaast speelt mee datde taakafbakening van bewindvoerders op sommige onderdelen nietvolledig duidelijk is, met name voor het vertegenwoordigen van betrok-kenen in en buiten rechte.Uitkomsten onderzoek bekostiging en beloning bij schulden-bewindOp basis van de geïdentificeerde knelpunten schetst het onderzoekalternatieven voor de huidige financieringssystematiek en beloning engaat het onderzoek in op de vraag of deze alternatieven een oplossingbieden voor de gesignaleerde knelpunten en wat hiervan de gevolgen zijnvoor de samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders.FinancieringssystematiekDe onderzoekers schetsen een hoofdalternatief en enkele tussenoplos-singen voor de huidige financieringssystematiek.Directe bekostiging door het RijkDirecte bekostiging door het Rijk maakt een einde aan het knelpunt vanstijgende uitgaven voor gemeenten waarop zij geen directe invloedhebben. Het Rijk draagt dan de kosten van wijzigingen in het landelijkebeleid, wat kan bijdragen aan een betere afweging van kosten tegenbaten. Twee andere knelpunten worden hiermee wel groter. Het eersteknelpunt is dat voor gemeenten de financiële stimulans om lichterealternatieven aan te bieden en om te investeren in kwalitatief goede entoegankelijke schuldhulpverlening kleiner wordt. De besparing opuitgaven aan bewindvoering die dit kan opleveren, komt dan niet meer bijde gemeente terecht, omdat de kosten voor het bewind niet meer tenlaste komen van het bijzondere bijstand budget voor inwoners die dezekosten niet zelf kunnen dragen. Het tweede knelpunt betreft het financiëlebelang om de samenwerking met bewindvoerders op te zoeken. Dehuidige bekostiging van bewindvoering bij problematische schulden viade bijzondere bijstand geeft gemeenten een financiële stimulans bij eengoede samenwerking met bewindvoerders, omdat een vlotte doorge-leiding naar de gemeentelijke schuldhulpverlening kan zorgen voor eeneerdere afronding van het schuldenbewind. Deze stimulans neemt bijdirecte bekostiging door het Rijk af.3Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7553 TussenoplossingenNaast bovengenoemde alternatief worden enkele mogelijkhedengeschetst met elementen van bekostiging door gemeenten en door hetRijk:•Knip tussen toestandsbewind en schuldenbewind, waarbij het Rijk dekosten voor toestandsbewind draagt en de gemeenten de kosten voorschuldenbewind.•Rijk vergoedt gemeenten op basis van kostenrealisatie.•Rijk vergoedt gemeenten op macroniveau op basis van kostenrealisa-tie.•Bewindvoering verplaatsen naar het budget voor de Wmo.Al deze tussenoplossingen gaan gepaard met eigen kanttekeningen. In deverdere uitwerking van het rapport is door de onderzoekers de focusgelegd op bekostiging door het Rijk als hoofdalternatief voor de huidigefinancieringssystematiek.BeloningDe onderzoekers geven zes alternatieven voor de huidige beloningssyste-matiek bij schuldenbewinden, namelijk 1) differentiatie van tarieven naartaken; 2) differentiatie van tarieven naar stadium; 3) differentiatie vantarieven naar complexiteit; 4) vergoeding op basis van daadwerkelijkeuren; 5) vaste vergoeding voor gehele traject (lumpsum) en 6) vergoedingop basis van uitkomsten.4In het rapport worden twee hoofdalternatieven als meest kansrijk gezien,waarbij met name is gekeken naar alternatieven die geen toenamebetekenen van de administratieve lasten voor alle betrokken partijen. Dezewijken inhoudelijk iets af van de bovenstaande zes alternatieven enworden hieronder verder toegelicht.Groter deel van beloning uitkeren in het eerste jaarVoor bewindvoerders neemt het financiële belang bij een goede samen-werking met gemeenten toe als ze een groter deel van hun beloning in heteerste jaar van het traject ontvangen. Een groter deel van de beloning inhet eerste jaar voor bewindvoerders stimuleert een snelle afhandeling vaneen bewindvoeringstraject. Dat neemt het knelpunt weg dat een voortva-rende afhandeling in de huidige systematiek niet wordt beloond. Hetwordt voor bewindvoerders dan bijvoorbeeld aantrekkelijker om huncliënten snel door te geleiden naar de schuldhulpverlening en te werkenaan hun financiële zelfredzaamheid. Deze optie stimuleert zo ook tot meersamenwerking met gemeenten, omdat zij verantwoordelijk zijn voor deschuldhulpverlening en ook een belangrijke rol kunnen spelen bij debegeleiding naar financiële zelfredzaamheid.De beloning voor bewinden met problematische schulden verhogenEen hogere beloning voor bewinden met problematische schulden isvolgens bewindvoerders meer in overeenstemming met de tijd die nodigis voor het beheren van een dossier waar sprake is van (problematische)schulden. Het knelpunt dat de beloning volgens bewindvoerders te laagis, wordt hiermee kleiner. Een verhoging van het tarief voor bewinden metproblematische schulden betekent dat de beloning van zware dossierswaarbij sprake is van problematische schulden toeneemt, wat stimuleertom cliënten met problematische schulden aan te nemen. Het wordt echter4Rapport SEO, p. 21–22.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7554 ook financieel aantrekkelijker om bewinden langer te laten lopen. Dezeeffecten zijn tegengesteld aan de effecten van het uitbetalen van eengroter aandeel van de beloning in het eerste jaar. Dit kan volgens deonderzoekers een argument zijn om een combinatie van de tweebeleidsopties in te voeren.Alternatieve oplossingsrichtingenNaast oplossingen in de beloning- en financieringssystematiek dragen deonderzoekers nog twee opties aan om de samenwerking te bevorderen.Aangezien vooral het budget voor bevordering van de financiëlezelfredzaamheid door bewindvoerders als knellend wordt ervaren, stellende onderzoekers voor om op dit punt de onderlinge samenwerking tussenbewindvoerders en gemeenten te verbeteren. Als bewindvoerders engemeenten beter samenwerken bij het financieel zelfredzaam maken vancliënten met problematische schulden, kan dit bevorderen dat meerbewindvoerders bereid zijn om dit soort (complexe) dossiers aan tenemen en kan dit zorgen voor meer ruimte in de toegekende uren voorschuldenbewinden.Een meerderheid van de bewindvoerders die tijd tekortkomt voor cliëntenmet problematische schulden geeft namelijk aan dat het daarbij gaat omdeze taak. Bevordering van de financiële zelfredzaamheid kan eeningewikkeld traject zijn, waarbij het gedrag van cliënten veranderd moetworden of hun inkomen moet worden vergroot. Het budget van drie uurper jaar laat geen ruimte om cliënten hierin echt te begeleiden of aancoaching te doen. Dit is een taak die gemeenten zouden kunnenoppakken. Een alternatief voor betere samenwerking is om de bevor-dering van de financiële zelfredzaamheid en de bijbehorende beloninghelemaal bij bewindvoerders weg te halen en gemeenten hiervoorverantwoordelijk te maken.Daarnaast wordt de mogelijkheid geschetst van het gebruik maken vanhet adviesrecht voor gemeenten en/of het sluiten van een convenant metafspraken over het werkproces, de rolverdeling en de kwaliteitsborging.Hierdoor kan bijvoorbeeld al in een vroeg stadium onderling contactworden gelegd, zodat bewindvoerders en gemeenten samen kunnentoewerken naar een oplossing voor de schuldensituatie. Er zijn algemeenten die op basis van convenantafspraken samenwerken metbewindvoerders.Kabinetsreactie onderzoekHet kabinet ziet de meerwaarde van het onderzoek in de inventarisatie vande mogelijke (beleids)alternatieven die worden genoemd in het rapportvoor de huidige financieringssystematiek en de beloning. Hieronder wordtper voorgestelde beleidsoptie een reactie gegeven.Directe bekostiging door het RijkDeze beleidsoptie komt tegemoet aan het knelpunt dat gemeentenervaren dat zij de financiële lasten dragen van een maatregel waar zijweinig invloed op hebben. Gemeenten zouden bij directe bekostigingdoor het Rijk namelijk de kosten voor het bewind niet meer via debijzondere bijstand hoeven te vergoeden. Ondanks dat deze optie ditknelpunt voor gemeenten oplost, acht het kabinet volledige en directebekostiging door het Rijk niet wenselijk. Bij schuldenbewind neemt dezebeleidsoptie namelijk de stimulans bij gemeenten weg om samen tewerken met bewindvoerders om mensen met problematische schulden zogoed en snel mogelijk te ondersteunen. Ook het investeren in eenvoudigtoegankelijke schuldhulpverlening wordt hierbij minder gestimuleerd.Gemeenten zouden mogelijk eerder naar bewindvoering doorverwijzen enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7555 minder gebruik maken van lichtere alternatieven voor schuldenbewind,zoals budgetbeheer.De optie waarbij een knip wordt gemaakt tussen schuldenbewind(gefinancierd via de bijzondere bijstand) en toestandsbewind (gefinan-cierd via het Rijk) biedt deels een oplossing voor dit probleem, omdat zode stimulerende werking voor gemeenten bij schuldenbewind blijftbestaan. Toch vindt het kabinet ook deze variant geen aantrekkelijke optie,omdat het de administratieve- en uitvoeringslast voor zowel gemeenten,bewindvoerders, rechtspraak en Rijk vergroot.Naast de genoemde nadelen voor eventuele beleidsalternatieven zijn erook voordelen aan voortzetting van de huidige financieringssystematiek.De huidige financieringssystematiek zorgt voor een financieel belang voorgemeenten om samenwerking met bewindvoerders op te zoeken. Dezefinanciële omstandigheid stimuleert gemeenten ook om (lichtere)alternatieven aan te bieden voor beschermingsbewind.Het kabinet onderkent dat voortzetting van de huidige financieringssyste-matiek bestaande knelpunten niet wegneemt. Zo zie ik dat het aantalschuldenbewinden de afgelopen jaren is toegenomen, terwijl de instroomin de gemeentelijke schuldhulpverlening terugloopt. Dat is een zorgelijketrend. Waar schuldenbewind bedoeld is om de financiën te stabiliseren, isde schuldhulpverlening immers bedoeld om de problematische schuldenop te lossen. Om die reden zie ik liever dat mensen met financiëleproblemen hulp zoeken bij, doorverwezen worden naar, of hulp aange-boden krijgen door, de gemeente. Daarom zet ik binnen de Aanpakgeldzorgen, armoede en schulden in op doorontwikkeling van vroegsigna-lering, zodat mensen eerder in beeld komen bij de gemeente. Daarnaastwerk ik samen met VNG, NVVK en Divosa aan een basisdienstverleningvoor de schuldhulpverlening. Binnen dat traject is in het bijzonderaandacht voor het vergroten van het bereik van de gemeentelijkeschuldhulpverlening, zodat er zo snel mogelijk kan worden toegewerktnaar een oplossing voor de problematische schulden. Daarnaast bestaatvoor gemeenten de mogelijkheid om gebruik te maken van het advies-recht, zodat zij mensen onder bewind in een eerder stadium een minderingrijpend en/of meer passend hulpaanbod kunnen bieden of in samen-spraak met de bewindvoerder aanpalende hulp bij de schulden kunneninzetten.Gelet op het feit dat de bestaande knelpunten niet worden opgelost metde beleidsoptie van directe financiering door het Rijk wil het kabinet, naastde bovengenoemde aanpak, op zoek gaan naar oplossingen binnen dehuidige financieringssystematiek. Daarbij wordt gedacht aan de volgendetwee mogelijkheden om verder te onderzoeken:1.Het verkennen wat de gevolgen zouden zijn van het laten vervallen vande grondslag problematische schulden en/of verkwisting (hetschuldenbewind) voor het instellen van bewind. Daarbij is het wel vanbelang dat er voldoende (gemeentelijke) alternatieven bestaan voorhet schuldenbewind voor de betrokkene. Ook zou gekeken kunnenworden naar het verkorten van de duur van een schuldenbewind, innavolging van de verkorting van de aflosperiode in minnelijkeschuldhulp- en wettelijke schuldsaneringstrajecten, al dan niet incombinatie met een looptijdonafhankelijke vergoeding.2.Een compensatie van gemeenten door het Rijk voor beleidsmatigeontwikkelingen in de beloning die landelijk worden doorgevoerd, zoalseen eventuele verhoging van het aantal uren. Hiervan wordt dereguliere jaarlijkse indexering uitgezonderd, omdat de aanpassingenhierin worden opgevangen door de systematiek van het gemeente-fonds. Bij beleidsmatige aanpassingen is het van belang om ook oogTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7556 te houden voor de groep betrokkenen die de kosten voor het bewindzelf dragen.Een groter deel van de beloning in het eerste jaar uitkerenMet deze beleidsoptie voor de beloning van bewindvoerders ontvangenbewindvoerders een groter deel van de beloning in het eerste jaar, omdatde werkzaamheden aan het begin van het (schulden)bewind intensieverzijn dan later in het traject. Op dit moment is er al sprake van een extravergoeding voor de aanvangswerkzaamheden. Deze optie zou de beloningin het eerste jaar nog iets ophogen, in combinatie met een lagerebeloning in de volgende jaren. Het kabinet is bereid om dit als budgetneu-trale wijziging in de beloningsstructuur verder te verkennen metbewindvoerders.Deze beleidsoptie lost het knelpunt dat bewindvoerders de beloning in zijnalgemeenheid ontoereikend vinden niet op. Omdat er aan de zijde van derijksoverheid, mede door de demissionaire status van het kabinet, op ditmoment geen financiële ruimte is om iets aan de hoogte van de beloningte doen, kan de beloningsstructuur niet worden gewijzigd in die zin dathet aantal uren of het uurtarief wordt verhoogd, buiten de reguliereindexatie. Het kabinet blijft, gezien de signalen vanuit de branche, welgraag in gesprek met de brancheorganisaties voor bewindvoerders omhierover met het kabinet mee te denken.Hierbij kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de taken die de bewind-voerders uitvoeren. Uit het SEO-rapport blijkt in het bijzonder dat de takenvan bewindvoerders op hoofdlijnen duidelijk zijn, maar op onderdelenminder duidelijk zijn afgebakend. Voorbeelden zijn het in en buiten rechtevertegenwoordigen van cliënten, het toewerken naar financiële zelfred-zaamheid, de rol van bewindvoerders bij schuldhulpverlening en hetnemen van extra tijd voor cliënten uit betrokkenheid, bijvoorbeeld voorbezoek in het ziekenhuis. Sommige bewindvoerders geven aan dat debevordering van financiële zelfredzaamheid misschien beter uit hunpakket geschrapt kan worden en aan gemeenten overgelaten kanworden.5Het schrappen van de taak tot het bevorderen van zelfredzaamheid zou debewindvoerders kunnen ontlasten.6 Hierbij kan het helpen als gemeententaken rond schuldhulpverlening oppakken die nu belegd zijn bij bewind-voerders, zoals het bevorderen van de zelfredzaamheid, of die ook doorbewindvoerders worden opgepakt, zoals het afspreken van betalingsrege-lingen of het voorwerk voor het opzetten van een minnelijke schuldre-geling. Dit zorgt voor meer ruimte binnen de toegekende uren voorbewindvoerders. Daarnaast raken gemeenten op deze manier eerderbetrokken bij de onder bewind gestelde inwoner, als ze dat via hetadviesrecht niet al waren, zodat er samen kan worden gewerkt aan hetoplossen van de problematische schulden van de betrokkene.De beloning voor bewinden met problematische schulden verhogenDeze beleidsoptie komt tegemoet aan het signaal van bewindvoerders datzij onvoldoende tijd hebben voor schuldenbewinden. Belangrijk om hierbijop te merken is dat op schuldenbewinden op dit moment al eenaangepast, hoger tarief van toepassing is. Bewindvoerders gevendesondanks aan dat dit tarief niet toereikend is gezien o.a. de grotere5Rapport SEO, p. 14–15. Zie ook p. iv en p. 53.6In de jaarbeloning zijn drie uren opgenomen voor het bevorderen van zelfredzaamheid. Uitrapport SEO, p. 31 en 38 blijkt dat bij schuldendossiers meer nodig is voor het bevorderen vanzelfredzaamheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7557 complexiteit van de casuïstiek. De onderzoekers geven aan dat deze optiebudgetneutraal zou kunnen worden doorgevoerd, door de tarieven voortoestandsbewind te verlagen.7 Aangezien bewindvoerders hebbenaangegeven dat ook het urenaantal bij toestandsbewind ontoereikend is,lijkt een budgetneutrale aanpassing alleen haalbaar indien dat gepaardgaat met een andere beloningsstructuur, bijvoorbeeld door inkorting vande duur van het schuldenbewind. Hierbij is van belang dat de samen-werking tussen bewindvoerders en gemeenten optimaal is, zodat debetrokkene ook eerder naar de gemeentelijke schuldhulpverlening kandoorstromen vanuit het schuldenbewind.ConclusieHet SEO-onderzoek heeft het denken over de verschillende beleidsalterna-tieven voor de financieringssystematiek en de beloning een stap verdergebracht. Het is nodig op dit traject verder te gaan. Het kabinet paktdaarbij ten aanzien van de financieringssystematiek en de beloning devolgende acties verder op:1.We gaan na wat de gevolgen zijn van het laten vervallen van degrondslag problematische schulden en/of verkwisting, en daarmee hetschuldenbewind. Ook bezien we de optie van het verkorten van hetschuldenbewind al dan niet in combinatie met een looptijdonafhanke-lijke vergoeding.2.Samen met de brancheorganisaties van bewindvoerders en de VNGzoeken we naar budgetneutrale oplossingen, zoals een hogerevergoeding het eerste jaar en het samen met gemeenten kijken naar detaken die als onderdeel van de schuldhulpverlening door gemeentenuitgevoerd kunnen worden.3.We bekijken of het haalbaar is om gemeenten te compenseren doorhet Rijk voor eventuele beleidsmatige wijzigingen in de beloning voorbewindvoerders.Het kabinet zal uw Kamer halverwege 2024 verder informeren over devoortgang binnen deze trajecten. Op 20 november jl. heeft oud-KamerlidKat (D66) de initiatiefnota Meer tijd, aandacht en bescherming bij bewindgedeeld.8 Uw Kamer zal in het tweede kwartaal van dit jaar een kabinets-reactie op de initiatiefnota ontvangen.De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,C.J. Schouten7Rapport SEO, p. 52.8Kamerstukken II, 2023/24, 36 464, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7558

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 31628e6ce303df12

14 okt 2026 · 6562afacced66563

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.