KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op de motie van het lid Ceulemans over mogelijkheden om de invoering van het bedrag ineens alsnog te vervroegen (Kamerstuk 32043-705)

17 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 46a047d37d78264b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 043Toekomst pensioenstelselNr. 708 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 april 2026Tijdens het Tweeminutendebat Pensioenonderwerpen op 31 maart jl. heefthet lid Ceulemans (JA21) een motie1 ingediend over de mogelijkheid omde invoering van het bedrag ineens (36 154) alsnog te vervroegen. Metdeze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomst van het overleg met depensioensector naar aanleiding van deze motie. Naar aanleiding van eenvraag van het lid Michon-Derkzen (VVD) informeer ik uw Kamer ook overde mogelijkheid om de inwerkingtreding te koppelen aan de fondsspeci-fieke invaardatum.Voorkeur van pensioensector voor inwerkingtreding na detransitieDe motie verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk met pensioenuit-voerders in overleg te treden over de mogelijkheden om de invoering vanhet bedrag ineens alsnog te vervroegen, en de Kamer hierover voorPrinsjesdag te informeren.De regering heeft er oog voor dat bedrag ineens een afspraak is uit hetPensioenakkoord. Het wetsvoorstel voorziet in een behoefte om mensenbij pensionering meer flexibiliteit te bieden in de aanwending vanpensioen. Bij (eerder) uitstel is gezocht naar een goede balans tussenenerzijds het bieden van voldoende tijd voor implementatie en informatie-verstrekking door pensioenuitvoerders en anderzijds het voorkomen vanonnodige vertraging van de introductie van het bedrag ineens.Ten aanzien van de implementatie heeft de regering tijdens de behan-deling in de Tweede Kamer op 25 september 2025 aangegeven in de gatente zullen houden of uitvoerders zich nog comfortabel voelen bij beoogdeinvoeringsdatum en daarover in overleg te blijven. In de brief van1Kamerstukken II, 2025–26, 32 043, nr. 705. kst-32043-708ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 7081 30 maart jl.2 is uw Kamer geïnformeerd dat pensioenuitvoerders eenvoorkeur hebben voor een inwerkingtreding van het keuzerecht na detransitie.Ik heb begrip voor de wens van deelnemers om het keuzerecht zo spoedigmogelijk in werking te laten treden. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk datdeelnemers goed worden geïnformeerd over het keuzerecht bedragineens en de gevolgen die de keuze voor hen kan hebben.Dit vergt goede informatie en keuzebegeleiding vanuit (pensioen)uit-voerders.De transitie zorgt voor een intensieve informatiestroom richtingdeelnemers. Een samenloop van informatie over de transitie en informatieover het keuzerecht bedrag ineens bemoeilijkt het bereiken en begeleidenvan deelnemers. Dit terwijl een keuze voor het bedrag ineens potentieelgrote (onaangename) financiële gevolgen kan hebben voor deelnemers,zoals terugvordering van toeslagen. Een eenmaal gemaakte keuze voorbedrag ineens is onomkeerbaar.Pensioenfondsen zijn volop bezig met de transitie en alle capaciteit isdaarop gericht. De Pensioenfederatie ziet dat voor pensioenfondsenkeuzebegeleiding en het beslag op de IT-capaciteit voor het implemen-teren van bedrag ineens tijdens de transitie niet samen uitvoerbaar zijn.Uit overleg met de Pensioenfederatie naar aanleiding van de motie isgebleken dat deze argumenten nog steeds gelden en daarmee ook devoorkeur voor een inwerkingtreding na de transitie. De regering heeft eroog voor dat de transitie veel tijd en capaciteit vergt van pensioenuit-voerders. Gegeven het belang dat het Ministerie van SZW hecht aan deimplementatie van de transitie als ook goede communicatie en keuzebe-geleiding rondom het opnemen van een bedrag ineens, wil het ministerieniet voorbijgaan aan dit signaal dat vanuit de sector is afgegeven, ook inhet belang van deelnemers. Ook de Eerste Kamer, waar het wetsvoorstelop dit moment voorligt, vroeg bij de schriftelijke behandeling om met deuitvoeringscapaciteit van de sector rekening te houdenFondsspecifieke inwerkingtredingsdatum vergt apart wetstrajectHet lid Michon-Derkzen (VVD) heeft erop gewezen dat niet alle fondsen ophetzelfde moment invaren. Dat roept de begrijpelijke vraag op of hetmogelijk is om een koppeling te leggen tussen de inwerkingtredings-datum van het keuzerecht en de fondsspecifieke invaardatum. De regeringdeelt de gedachte dat onnodig uitstel zoveel mogelijk voorkomen moetworden. Ook hier geldt echter dat zo’n koppeling een apart wetstrajectvergt en kan leiden tot extra complexiteit.Het wetsvoorstel dat voorligt in de Eerste Kamer kent ééninwerkingtredings-datum. De koppeling tussen de inwerkingtredings-datum en een fondsspecifieke invaardatum zou een apart wetstraject(novelle) met bijbehorende doorlooptijd vergen. Zo worden bij eennovelle uitvoerings- en toezichttoetsen en advies Raad van Stategevraagd.Bij een dergelijke aanpassing is ongelijke behandeling een aandachtspunt;het keuzerecht bedrag ineens komt niet voor iedereen op hetzelfdemoment beschikbaar. Voor uitvoeringsorganisaties die pensioen-regelingen voor meerdere sectoren uitvoeren met verschillendeinvaardata zou er nog steeds sprake zijn van samenloop op uitvoerings-2Kamerstukken II, 2025–26, 36 154, nr. 22 en Kamerstukken I, 2025–26, 36 154, nr. K.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 7082 niveau. Vanwege deze redenen is een fondsspecifieke inwerkingtredings-datum helaas geen optie.Volledigheidshalve wijs ik erop dat bij de kamerbehandeling ook istoegelicht dat het niet mogelijk is om het keuzerecht met terugwerkendekracht in te laten gaan.3 Het mogelijk maken van een keuzerecht metterugwerkende kracht vergt ook een apart wetstraject met bijbehorendedoorlooptijd. Keuzerecht met terugwerkende kracht zou bovendien extracomplexiteit voor de uitvoering, keuzebegeleiding en communicatiebetekenen.Hoewel ik begrip heb voor de wens om het keuzerecht bedrag ineenseerder in te laten gaan, moet ik na overleg met de sector constateren dateen eerdere inwerkingtreding in verband met uitvoerbaarheid, keuzebege-leiding en communicatie met deelnemers helaas niet mogelijk is.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. Vijlbrief3Kamerstukken I, 2024–25, 32 043, nr. H.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 7083

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8c81a085e8f30275

14 okt 2026 · 4768d769117cdff6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.