KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitspraken beroepsprocedures fysieke schade en waardedaling 2020 en 2021

24 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 848acfead01552db · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 529GaswinningNr. 1380 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over twee uitspraken van derechtbank Noord-Nederland van 12 juni 2026.1 Het gaat om beroepsproce-dures die de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft aange-spannen over heffingen voor de schadeafhandeling in Groningen.2Uitspraken over heffingen aan NAMDeze bestuursrechtelijke uitspraken gaan over de heffingsbesluitenwaarmee kosten voor de schadeafhandeling in Groningen zijn doorbelastaan NAM op grond van de Tijdelijke wet Groningen. De rechtbank heeftbeoordeeld of deze kosten terecht aan NAM zijn doorbelast. Daartoe heeftde rechtbank geoordeeld of het Instituut Mijnbouwschade Groningen(IMG) bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden is geblevenbinnen de kaders die de Tijdelijke wet Groningen daarvoor stelt. Afzonder-lijke schadebesluiten van bewoners waren hierbij geen onderwerp vangeschil.Dit zijn de eerste inhoudelijke rechterlijke uitspraken over heffingen die opgrond van de Tijdelijke wet Groningen aan NAM zijn opgelegd. Deuitspraak over fysieke schade ziet op de heffingen over het derde envierde kwartaal van 2020 van circa € 268 miljoen. De uitspraak overwaardedaling ziet op de heffingen over het vierde kwartaal van 2020 engeheel 2021 van samen circa € 494 miljoen.1Rechtbank Noord-Nederland 12 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2290Rechtbank Noord-Nederland 12 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:22862Uw Kamer is eerder geïnformeerd over het bredere geheel van lopende juridische proceduresover de kosten van schadeafhandeling en versterking in Groningen, waaronder procedureswaarbij naast NAM ook Shell en ExxonMobil betrokken zijn (Kamerstukken II 2025/26, 33 529,nr. 1369). kst-33529-1380ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13801 In de uitspraak over fysieke schade over 2020 is de Minister in het gelijkgesteld over de kosten die in aanmerking komen en de manier vanschadeberekening.In de uitspraak over waardedaling over 2020 en 2021 is de berekenings-wijze van waardedaling voor reeds verkochte woningen en verhuurdewoningen en de onzekerheidstoeslag bevestigd. Voor onverkochtewoningen wordt de mogelijkheid geboden om de berekeningswijze aan tepassen, uitgaande van een andere peildatum. Deze uitspraak heeft geengevolgen voor de bewoners.Toelichting op de uitsprakenFysieke schade 2020In de procedure over fysieke schade over het derde en vierde kwartaal van2020 heeft de rechtbank het beroep van NAM ongegrond verklaard. Derechtbank heeft geoordeeld dat de kosten terecht zijn doorbelast, omdathet IMG bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden was geblevenbinnen de kaders die de Tijdelijke wet Groningen daarvoor stelt. Hierondervalt ook het civiele aansprakelijkheidsrecht.De rechtbank heeft alle beroepsgronden van NAM verworpen. Debelangrijkste daarvan betreft het gebied waarbinnen het IMG hetwettelijke bewijsvermoeden voor mijnbouwschade uit artikel 6:177a BWheeft toegepast. De rechtbank heeft in deze uitspraak geoordeeld dat hetIMG het gebied niet te ruim heeft afgebakend. De rechtbank heeft ook deoverige beroepsgronden van NAM verworpen.3De uitspraak van de rechtbank en de overwegingen die daaraan tengrondslag liggen zijn ook van belang voor de latere heffingsbesluiten dievanaf 2020 zijn en nog worden opgelegd.Waardedaling 2020 en 2021In de procedure over waardedaling 2020 en 2021 heeft de rechtbank hetberoep van NAM op onderdelen gegrond verklaard. In de uitspraak heeftde rechtbank eerst geoordeeld dat de wijze waarop het IMG de waarde-daling heeft vergoed voor woningen in het aardbevingsgebied die zijnverkocht, past binnen de kaders van de Tijdelijke wet Groningen en dusniet het civiele aansprakelijkheidsrecht te buiten gaat. Dit geldt zowel voorde afbakening van het gebied waar waardedaling is opgetreden als dewijze waarop die waardedaling vervolgens per individuele woning isbegroot met toepassing van het Atlas-model en een onzekerheidstoeslag.De gegrondverklaring ziet specifiek op de doorbelasting van kosten voorwaardedalingsvergoedingen voor onverkochte woningen en demotivering daarvan in de beslissing op bezwaar. De rechtbank heeftgeoordeeld dat deze kosten niet aan NAM kunnen worden doorbelastvoor zover de waardedaling is berekend met als peildatum 1 januari 2019,omdat de waardedaling nog niet voldoende stabiel was. De rechtbankheeft het besluit op bezwaar vernietigd en mij opgedragen een nieuwbesluit te nemen op het bezwaar van NAM.3Dit betreft onder meer de maatstaf van het IMG voor weerlegging van het bewijsvermoeden enhoe het IMG die in de praktijk heeft toegepast. Ook andere beroepsgronden, zoals over hetcalculatiemodel, de toepassing van leerstukken zoals eigen schuld, en het beroep van NAM opde bescherming van haar eigendomsrecht zoals bepaald in artikel 1 Eerste Protocol van hetEuropees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), zijn afgewezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13802 VervolgBeide partijen kunnen binnen 6 weken na deze uitspraken van debestuursrechter in hoger beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraakvan de Raad van State. Na verdere bestudering van deze uitspraken zal ikbepalen of, en zo ja welke, vervolgstappen aan de orde zijn. Ik zal uwKamer vóór Prinsjesdag 2026 in een voortgangsbrief over de juridischeprocedures met NAM, Shell en ExxonMobil hierover informeren.Tot slot hecht ik eraan te benadrukken dat, zoals ook mijn voorgangershebben onderstreept, de juridische procedures van de Staat met NAM,Shell en ExxonMobil geen enkel effect hebben op de inwoners vanGroningen en Noord-Drenthe. De afhandeling van schade en deversterking van gebouwen gaan onverminderd door, onafhankelijk vanhet verloop en de uitkomst van deze juridische procedures.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E. HeermaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 529, nr. 13803

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fe53fe8d0c92af62

14 okt 2026 · 82ea7cd1095e7be8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.