Verslag van een commissiedebat, gehouden op 27 maart 2025, over hersteloperatie kinderopvangtoeslag
Brontekst
Versie 896f1cb2f356a69f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 708ToeslagenNr. 16 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 6 mei 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft op 27 maart 2025 overleggevoerd met mevrouw Palmen, Staatssecretaris Herstel en Toeslagen,over:–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.21 februari 2025 inzake voortgangsrapportage hersteloperatietoeslagen september-december 2024 (19de VGR) (Kamerstuk31 066, nr. 1462);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.18 maart 2025 inzake beantwoording vragen commissie overde voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen september-december 2024 (19de VGR) (Kamerstuk 31 066, nr. 1462)(Kamerstuk 36 708, nr. 2);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.14 maart 2025 inzake kabinetsreactie op het advies van decommissie-Van Dam over de voortgang van de hersteloperatie(Kamerstuk 36 708, nr. 1);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.20 december 2024 inzake afdoening toezeggingen uit commis-siedebat Voortgang hersteloperatie toeslagen van 7 novemberjongstleden (Kamerstuk 31 066, nr. 1451);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 10 december 2024 inzake livegang pilot digitale routeaanmeldportaal (Kamerstuk 31 066, nr. 1445);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 22 november 2024inzake beleidsreactie op het rapport van de IBTD over dehersteloperaties (Kamerstuk 31 066, nr. 1440);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.27 maart 2025 inzake reactie op het artikel in De Telegraaf van26 maart over de Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH)(Kamerstuk 36 708, nr. 7);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.26 maart 2025 inzake uitspraak Raad van State over beslister-mijnen in bezwaar en dwangsommen (Kamerstuk 36 708, nr.6); kst-36708-16ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 161 –de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.26 maart 2025 inzake reacties op een adviesnotitie over dehersteloperatie toeslagen (Kamerstuk 36 708, nr. 5);–de brief van de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen d.d.18 maart 2025 inzake nazending openbaar te maken stukkenkabinetsreactie commissie-Van Dam (Kamerstuk 36 708, nr. 3).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 162 Voorzitter: Nijhof-LeeuwGriffier: LipsAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Dijk, Inge van Dijk, Van Eijk,Ergin, Faddegon, Haage, Nijhof-Leeuw, Rikkers-Oosterkamp, Vijlbrief enWingelaar,en mevrouw Palmen, Staatssecretaris Herstel en Toeslagen.Aanvang 13.31 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Ik open hierbij de vergadering van de vaste commissievoor Financiën. Op de agenda staat de hersteloperatie kinderopvang-toeslag. Van harte welkom. Stilte op de tribune, alstublieft. Ik zou graageen hartelijk welkom heten aan de Staatssecretaris Herstel en Toeslagen.Van harte welkom ook aan de Kamerleden. De vergadering is van 13.30uur tot 18.30 uur. De Kamerleden hebben vijf minuten spreektijd. Probeertu daar ook echt rekening mee te houden. U krijgt van mij vier interrupties.Ook wil ik nog eventjes melden dat mevrouw Rikkers vijftien minuten laterkomt. Ik zou u ook nog willen melden – u weet het natuurlijk – dat ergisteren twee spoed-mailprocedures zijn gevoerd. Er is door diversegroepen nog veel informatie rondgestuurd, vooruitlopend op de procedu-revergadering. De Staatssecretaris heeft ook een reactie op een aantaladviezen van de BAC en de oude commissie gegeven. Alle informatie magu ook hierbij betrekken. De afgelopen tijd was weliswaar vrij kort, maar uheeft het allemaal ontvangen en tot zich kunnen nemen. Dat gezegdhebbende ga ik snel beginnen om zo veel mogelijk tijd voor het effec-tievere debat te kunnen gebruiken. Dat wordt wel nadat ik de heer Vijlbriefvoor een punt van orde het woord heb gegeven.De heer Vijlbrief (D66):Gezien een aantal zaken, namelijk het feit dat deze tribune weer helemaalvol zit, gezien de ernst van de situatie, gezien de hoeveelheid stukken diewij op het allerlaatste moment hebben gekregen en gezien het feit dat dekranten iedere dag nieuws bevatten, zou ik het volgende aan u willenvragen qua processen. Ik heb niet zo heel veel behoefte aan heel veelinterrupties op collega’s. Ik heb wel echt behoefte om bij de Staatssecre-taris te kunnen doorvragen. Daarvoor zijn vier interrupties echt nietafdoende in haar termijn, dus ik zou aan u willen vragen of wij in dietermijn meer kunnen interrumperen. Ik zal zelf zorgen dat ik mijn eigeninterrupties in ieder geval heel kort houd. Maar ik denk echt dat het nodigis om voor mensen helderheid te kunnen krijgen deze middag. Dat is denkik de bedoeling.De voorzitter:Helder punt. Als u inderdaad – maar dat is natuurlijk ook aan de woord-voerders – met uw vragen kort en puntig bent en volgens het voorstel vande heer Vijlbrief elkaar niet te veel in de eerste termijn interrumpeert, danzullen wij het aantal interrupties op voorhand met twee uitbreiden. Danheeft u er al iets meer en dan gaan we kijken wat nodig is. Het isbelangrijk dat we hier vanuit het goede gesprek een debat met elkaarkunnen voeren. En zorgt u dan ook dat u op een gegeven moment niet teveel in herhaling valt. Dat is iets wat ik als voorzitter ook wel vaak zie. Dusprobeer zo effectief mogelijk te vergaderen.Dan ga ik nu beginnen, nadat ik ook de mensen op tribune welkom hebgeheten en ook de mensen die thuis de vergadering volgen. Danbeginnen we met de eerste spreker van de zijde van de Kamer, mevrouwHaage van GroenLinks-PvdA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 163 Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter, en ook dank voor alle belangstelling die er ookvandaag weer is. Want van een toeslagenschandaal zijn we inmiddelsbeland in een herstelschandaal, met alles wat erbij hoort. Er zijn rapportendie vijf maanden lang in lades blijven liggen, er wordt gelekt naar de persen er is sprake van het zwartmaken van mensen die wel hun nekuitsteken. En ondertussen gaat het niet meer over wat ouders en kinderen,die geraakt zijn door dit drama dat is veroorzaakt door de overheid, nodighebben om hun leven weer voort te zetten.Afgelopen maanden heb ik gesproken met toeslagenouders, metjongeren, met de Stichting (Gelijk)waardig Herstel, met de commissie-VanDam, met lokale bestuurders, met iedereen die ook maar iets te makenheeft gehad met dit schandaal. Ik heb gesproken met toeslagenouders diejaren dakloos zijn geweest, kinderen die uit huis zijn geplaatst en oudersdie nog steeds geen zakelijke bankrekening kunnen openen. Zij hebbenhun leven nog steeds niet op de rit of leven in sommige gevallen zelfshelemaal niet meer. Dat is echt ongekend. Ik wil het zo explicietbenoemen, omdat we hier inmiddels met de negentiende voortgangsrap-portage voor onze neus zitten. De hersteloperatie is zo erg vastgelopendat er een onderzoek voor nodig was om te bepalen hoe we het weerrecht kunnen trekken.GroenLinks-PvdA vindt dat we niet moeten vergeten waar we het voordoen. We doen dit voor de ouders, voor de jongeren die zijn getroffen. Wedoen dit om de schandalige manier van handelen en discriminatie door deoverheid, waardoor gezinnen uit elkaar gerukt en kapot gemaakt zijn, teherstellen en om recht te doen. Ik hoop dat iedereen hier in deze zaal rechtdoen en ruimhartigheid als opdracht ziet om fouten uit het verleden teherstellen. Het mag pas van de agenda van de Kamer als we er zeker vanzijn dat er recht is gedaan aan allen.Dan de onderzoekscommissie-Van Dam. Zij hebben in een kraakhelderrapport duidelijk gemaakt waarom de hersteloperatie is vastgelopen enwat er gedaan moet worden om het vlot te trekken. Wat de onderzoeks-commissie betreft is dat een geheel aan maatregelen waarbij de adviezenin zijn geheel overgenomen moeten worden. Het gaat over een soortboeket, zoals Chris van Dam het noemde, waar je niet één bloem uit kanhalen. Daar is GroenLinks-PvdA het volmondig mee eens, hoewel ik deene bloem ook mooier vind dan de andere.Snelheid brengen in het afhandelen van dossiers en het in positie brengenvan de SGH, die is opgericht door ouders zelf, lijkt ons een mooie start. DeStaatssecretaris is in haar brief helaas minder expliciet in welke aanbeve-lingen ze niet heeft overgenomen van Van Dam. In de brief viel ons metname tussen de regels door op dat de Staatssecretaris aangeeft dat ze deaanbeveling om een bestuurlijk kopstuk aan te stellen, dat op het geheelvan de hersteloperatie stuurt, niet overneemt. Gezien het informeren vande Kamer over onduidelijkheid in de erkenning van 8.000 gedupeerdenrecent in NRC en de blijvende onenigheid met SGH, lijkt me dit eenaanbeveling om wel op te volgen. Kan de Staatssecretaris aangevenwaarom zij die aanbeveling niet overneemt?Daarnaast wil GroenLinks-PvdA extra aandacht vragen voor de manierwaarop ouders bejegend worden. Van Dam merkt op dat ouders ervarendat ze niet worden vertrouwd en dat ze te vaak bonnetjes van jaren terugmoeten inleveren. We horen ook vaak van de SGH dat de controledranggroter is dan de neiging om te vertrouwen. Met andere woorden,ruimhartigheid gaat over meer dan financiële ruimhartigheid en dat zitniet, zoals door Van Dam beschreven, in het DNA van de Minister vanFinanciën. Ook bereiken ons berichten dat sommige ambtenarenkwaadspreken over gedupeerden, de goede niet te na gesproken, want erzijn ook hardwerkende ambtenaren met het hart op de juiste plaats. Ikciteer: «Procedeer maar net zolang totdat de € 30.000 op is.» Is deStaatssecretaris van plan om de bejegening van ouders, zowel binnen hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 164 UHT als bij de gemeenten, te verbeteren? En zo ja, hoe is zij van plan datte doen? Waar komt die doorbraak?Dit moet verdergaan dan het afleggen van een ambtseed. Het gaat ookover cultuur en gedrag. Ik snap daarom ook wel dat sommige toeslagen-ouders geen vertrouwen meer hebben in de ouderdossiers. De manierwaarop zij bejegend worden, het wantrouwen dat zij voelen, keert als eenboemerang terug in het gezicht van de hersteloperatie.Wantrouwen schept wantrouwen, en het is aan de overheid om daar deeerste stap in te zetten. We snappen het advies van Van Dam om testoppen met het verstrekken van een persoonlijk dossier als onderdeelvan de hersteloperatie, maar toch hebben we een aantal vragen.Toeslagenouders hebben recht op de juiste informatie. Hoewel ik hetdilemma snap, en dat het als onderdeel van de hersteloperatie praktischwerkbaar moet zijn, houden ouders ook recht op alle informatie. Als zijonvoldoende stukken krijgen, kunnen ze sowieso een ander soortprocedure starten. Als we straks duizenden AVG-verzoeken hebben, gaathet ook nog twintig jaar duren. Kan de Staatssecretaris hierop reflecteren?De Staatssecretaris geeft in haar brief aan dat het kabinet individueledossiers ongelakt aan de advocaat van een gedupeerde gaat verstrekken,mits er met de betreffende advocaat afspraken gemaakt kunnen wordenover de vertrouwelijkheid van het dossier. Waarom is er sprake van ditvoorbehoud? In andere rechtsgebieden is het heel gebruikelijk omongelakte dossiers te verstrekken. Waarom zouden er in deze operatieaanvullende afspraken moeten worden gemaakt? Graag ontvang ik eenuitgebreide reflectie.Dan de jongeren. Hun positie is officieel nog niet erkend, terwijl zij datnodig hebben om een start te maken met het opbouwen van huntoekomst. Dit was vanmorgen ook de aanbeveling van de commissie-Hamer. We hebben zelf ook jongeren gesproken. Erkenning en steun bijopleiding en werk is van heel groot belang, en dit steunen we alsGroenLinks PvdA zeker. Het manifest dat zojuist is uitgereikt hier in deStatenpassage gaat daarover. Dus ook daarop ontvang ik graag eenreactie.Ten slotte heb ik nog twee punten. Ten eerste lazen we gister het artikel inde media over een onderzoek dat het Ministerie van Financiën heeft latenuitvoeren over de governance van SGH. Hoe kan het dat SGH verrast lijktte zijn over dit onderzoek? Kan de Staatssecretaris aangeven hoe derelatie met SGH op dit moment is en wat zij gaat doen om deze teverbeteren?Ten tweede verscheen in de media ook een artikel over de fouten die zijngemaakt, waardoor duizenden personen mogelijk onterecht alsgedupeerden zijn aangemerkt. Nu kunnen fouten gebeuren en daar zijnwe dan ook niet verbolgen over. Waar we wel verbolgen over zijn, is dathet rapport blijkbaar al maanden bekend is bij Financiën, maar nietgedeeld is met de Kamer. Dit doet ook ons vertrouwen geen goed. Kan deStaatssecretaris aangeven hoe dit kan gebeuren en wat ze gaat doen omdit soort zaken in de toekomst te voorkomen?Er is nog heel veel meer waarop ik de aandacht zou kunnen vestigen,zoals de verschillen tussen gemeenten, wat leidt tot willekeur. Maar deStaatssecretaris heeft aangegeven op deze en meer punten aan de slag tegaan en de Kamer te informeren over de voortgang. Die vragen zal ikbewaren, maar ik wil wel aangeven dat GroenLinks-PvdA ernaar uitkijkt enscherp zal meekijken, net zolang totdat er recht is gedaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb u coulance gegeven, maar het was eigenlijk wel echtveel te lang. Maar goed, dat gezegd hebbende gaan we gauw verder metde volgende spreker van de Kamer, de heer Dijk van de SP. Ga uw gang.De heer Dijk (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 165 Voorzitter, het is ongelofelijk. Het is ongelofelijk dat er nu weer en nogsteeds ouders op de tribune zitten. En het is ongelofelijk dat er weer ennog steeds jongeren op de tribune zitten. En die jongeren worden ooksteeds ouder.De afgelopen tijd hebben wij rondetafelgesprekken gevoerd hier en naaraanleiding daarvan kwam er een uitnodiging om bij het onafhankelijkejongerenpanel langs te gaan. Een aantal Kamerleden die hier aanwezigzijn, hebben met de jongeren gesproken. Er zijn plannen gemaakt, en dejongeren hebben zelf een manifest gemaakt. Ze hebben in anderhalve dagmeer dan 60 verhalen van andere jongeren verzameld over wat hunschulden met hun leven hebben gedaan en waarom hun leven nuvaststaat. Waarvan sommige jongeren vol volwassen zijn, ondertussen 35,en nog steeds vastzitten. Het is ongelofelijk dat die mensen nog steeds dekracht weten te vinden om dit te doen, terwijl ze constant vermorzeld zijn.In het manifest staan een aantal hele redelijk eisen van de jongeren. Hetzijn geen verzoekjes, het zijn geen loze plannen of loze kreten. Het zijneisen, want het depolitiseren van het dossier van de toeslagen moetstoppen. Het zijn politieke keuzes om de schulden van jongeren niet kwijtte schelden, waardoor ze niet verder met hun leven kunnen. Het zijnpolitieke keuzes om niet aan erkenning te werken in de vorm van een briefvan de overheid, van de politiek, van het kabinet aan de jongeren met hetbericht dat ze erkend worden. Het zijn politieke keuzes om de jongerenniet verder te helpen in hun opleiding en hun werk. Het zijn politiekekeuzes.De SP werkt met man en macht met iedereen samen die dat wil, om dieeisen in te willigen. Het zijn geen verzoekjes meer. Die tijd is echthelemaal voorbij. Er kunnen rapporten komen, onderzoekscommissies, jekan er echt ladekasten mee vullen, maar wat de SP betreft is die tijd echthelemaal voorbij. De SP wil weten wat deze Staatssecretaris gaat doenmet die concrete eisen uit het manifest: erkenning, DUO-schulden enervoor zorgen dat jongeren verder kunnen met hun opleiding en hunwerk. De spoedcommissie-Van Dam had, wat de SP betreft, nietgehoeven. Het heeft weer drie maanden tijd gekost. Was toen al aan deslag gegaan.Ik kan heel veel vragen gaan stellen en dat ga ik daarom ook doen. Hoegaat de Staatssecretaris beoordelen welke gezinnen recht hebben op eenaanpak voor gedupeerden die de regie kwijt zijn? Krijg je dan juist nietweer twee groepen gedupeerden? Waarom duurt het nog drie maandenvoordat de Staatssecretaris aan de slag gaat met een nieuwe methodewaarbij zo veel mogelijk wordt vastgehouden aan de methode vanStichting (Gelijk)waardig Herstel? Hoe gaat zij voorkomen dat Financiënweer elke euro gaat nakijken, zoals nu gebeurt bij Stichting (Gelijk-)waardig Herstel?De Kamer heeft al heel vaak aangegeven te willen dat de persoonlijkedossiers aan de mensen worden verstrekt. Ik heb met mevrouw Van Dijkin januari nog een voorstel ingediend om de persoonlijke dossiers aanmensen te verstrekken en daarvoor gingen 150 handen in de TweedeKamer omhoog. Dat was geen vraag. Dat is nu een eis. Dat moetgebeuren binnen een maand. We weten al zes jaar dat dit nodig is. Weweten al zes jaar dat mensen geen opleiding kunnen starten. We weten alzes jaar dat mensen hierdoor vastzitten. We zien dat ze kruisjes, rodestippen achter hun naam, hebben bij welke overheidsinstantie dan ook.Dat moet stoppen Als je volledig vermorzeld bent, heb je het volste rechtom van de overheid te weten op basis waarvan dat is gebeurd. Dat is nogeen reden om dat te gaan doen. Hoe denkt de Staatssecretaris dat hetmogelijk is om het vertrouwen van ouders te herstellen als zij hun decruciale toegang tot hun eigen informatie ontzegt?Voorzitter. Er is hier vaker gesproken over – de SP heeft het vaak over «deoplossing in één dag» gehad – de wasstraatmethode. Eigenlijk kwam diter grosso modo op neer dat we een werkwijze willen zoals we die nu zienTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 166 bij de Stichting (Gelijk)waardig Herstel. Het grote minpunt is dat daarmeewel dat de verantwoordelijkheid wordt verschoven van de overheid naareen stichting die buiten de overheid staat. Ik wil geen gelijk claimen, maarhet is echt om je rot te schamen dat er nu rollebollend over straat wordtgegaan met een stichting die wel weet te leveren. Dat is niet de schuldvan de stichting. Dat is niet de schuld van de mensen die er werken. Het isde volle verantwoordelijkheid van een kabinet dat het niet in de handheeft. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat de gecreëerdeonrust en de gecreëerde ruzie in de media rondom SGH stoppen?Tot slot, want ik had echt nog heel veel meer kunnen melden. Na zes jaarzijn we een parlementaire ondervragingscommissie, een parlementaireenquête en drie kabinetten verder. Ik begon er net mee en ik wil het ookandere partijen vragen. Het is niet een kwestie van «je ergens onderuitmanagen». Het is niet een kwestie van «even wat dingetjes bijsturen».Depolitiseer dit probleem niet! Zeg niet dat je de problemen van jongerenwilt oplossen als je niet de DUO-schulden wilt kwijtschelden! Zeg niet datje de mensen het vertrouwen wilt teruggeven als je hun persoonlijkedossiers niet wilt overhandigen! De tijd van depolitiseren is voorbij. Het istijd om keuzes te gaan maken. Daar hoort geld bij. Als het een miljard kostom de DUO-schulden van jongeren kwijt te schelden, moeten we datdoen. Het zijn geen vragen, het zijn eisen.De voorzitter:Dank u wel, meneer Dijk. Dan kom ik nu bij de heer Ergin van DENK.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, dank u wel. De spoedadviescommissie werd door de vorigeStaatssecretaris in haar eerste 100 dagen aangekondigd als iets om buitende gebaande paden de boel vlot te trekken. Er moest met spoed eendoorbraak komen. Dat was op 6 november 2024. Er is niets mis met hetvragen van advies, maar we weten dat adviescommissies in Den Haagsoms als parkeerplek dienen voor politieke moed. We zijn vijf maandenverder en het gevoel dat het vlotter loopt, heb ik bij niemand opgemerkt.Dat zien we ook aan het feit dat – «helaas» moet ik zeggen – de publieketribune weer vol zit, ondanks dat iedereen natuurlijk welkom is.Voorzitter. Het is daarom aan deze Staatssecretaris, die bijna 100 dagen infunctie is, om ouders te overtuigen van wat er nu echt gaat veranderen,bijvoorbeeld als het gaat om de dossiers. Bij het vorige commissiedebatkreeg de Staatssecretaris volledige steun. Niet alleen SP, CDA en DENK,maar breed in deze Kamer zei iedereen: «Regel die dossiers nou. Zorg ernou voor dat we niet meer hier in de zaal discussie gaan voeren overdossiers.» Het zou gaan lukken. Het zou geregeld worden. Het zoudesnoods ongelakt gebeuren. Het proces zou versoepeld worden. Wekomen weer tot de constatering dat zonder dossiers er geen sprake kanzijn van herstel. Ik vind dat het de reactie van de Staatssecretaris moet zijnom de belofte die we allemaal aan de ouders hebben gedaan, in te lossen.Hoe gaan we er nou voor zorgen dat die persoonlijke dossiers – ik weetdat er verschillende definities van dossiers zijn – wel bij de ouders komen?Laten we ook stoppen met het verhaal van «wat wel en wat niet» en«procesmatige dingen». Ik wil straks als een van de eerste opmerkingenvan de Staatssecretaris horen hoeveel ouders nog geen dossier hebbengekregen, hoeveel ouders een dossier krijgen en per wanneer.Dan over de jongeren, of beter gezegd: de kinderen van toen. Zij moestenbij DUO lenen om te overleven. Ook daar ontbreekt de politieke moed omte zeggen dat de DUO-schulden worden kwijtgescholden. Tienduizendenjongeren hebben nare herinneringen aan hun kindertijd en nu ze iets vanhun leven proberen te maken, dragen ze de financiële last van die nareperiode. En daar betalen ze ook nog eens rente over alsof deze jongerennog niet voldoende hebben geleden en niet al de prijs van de toeslagen-misdaad dubbel en dwars hebben betaald. Ik blijf daarom aan het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 167 vragen wat het voor die jongeren gaat doen. Wat gaat het kabinet voorhen betekenen? In het rapport van de commissie-Van Dam is een concreetvoorstel gedaan over het laten aansluiten van de jongeren bij de aanpakdie wordt ontwikkeld voor gezinnen die de regie kwijt zijn. Ook daar wil ikgraag een reactie op van de Staatssecretaris.Voorzitter. Dan een punt over de hersteloperatie in het algemeen. Vandaaggaan we het allemaal hebben over oplossingen en over hoe dingenanders gaan. Als het goed is, krijgen we een Staatssecretaris die vandaaggaat zeggen hoe ze het allemaal gaat regelen. Maar morgen stopt eengroot deel van de medewerkers, de zelfstandigen, bij de UHT. Voor hengeldt een deadline van 1 april. In mijn contacten met zelfstandigen hoor ikvan velen: na 1 april heb ik niets meer van doen met de Belastingdienst.Vanaf 1 april draait de UHT als het goed is minder dan het nu al draait,niet omdat er te weinig werk is, niet omdat alle ouders zijn geholpen,maar vanwege een andere wet. We hebben nu een gedoogconstructie. Wehebben geregeld dat zelfstandigen tot januari 2026 geen boetes krijgen.We hebben geregeld dat als er sprake is van schijnzelfstandigheid, eralleen voor een deel naheffing plaatsvindt. Waarom zeggen we vandaagniet – dat is een belangrijke oplossing die gaat doorwerken bij alle andereoplossingen – dat we die periode verlengen tot eind december, zodat wein ieder geval lucht hebben om weer werk te maken van de herstelope-ratie?Ik vroeg aan de commissie-Van Dam welk advies voor de commissie hetallerbelangrijkste is. Natuurlijk zijn alle adviezen belangrijk, maar dereactie was dat er een bestuurlijke trekker moet komen. En we zien in dereactie van de Staatssecretaris dat het kabinet precies dat advies niet gaatovernemen. Nu wil ik het niet hebben over de bestuurlijke opbouw vanhoe we het gaan oplossen, maar in de nieuwsberichten van de afgelopendagen zien we dat het ook juist daar misgaat.Daarmee kom ik aan het einde van mijn termijn. Ik wil het zo min mogelijkhebben over het geruzie bij SGH en UHT, omdat we inmiddels weten hoehet in Den Haag gaat. Als je strategisch vlak voor een debat gaat lekken,gaat het debat daarover en niet over het oplossen van problemen. Dangaat het debat over geruzie, over een auditrapport. Misschien moeten weals commissie zeggen «we gaan het vandaag over de oplossingenhebben, over de inhoud, en we gaan het volgende week hebben over hetgeruzie, de overcompensatie en over alles wat in de krant heeft gestaan».Volgens mij ben ik door mijn tijd heen. Ik heb nog heel veel vragen, maardit is mijn inbreng tot dusver.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ergin. Er is een klein stukje geleende tijd, dus het vielnog mee. Nu krijgt de heer Vijlbrief, D66, het woord.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter. De collega’s zijn boos. Ik ben dat eigenlijk ook. Toen ik van deweek ergens naartoe reed, hoorde ik op de radio al die berichten over watnu weer in de kranten werd geslingerd. Ik zat toen te bedenken wat heteigenlijk betekent als dit over jezelf zou gaan, over degenen die nu op detribune zitten. Ik kan mij uit de Groningse tijd herinneren dat zodra er ookmaar één bericht kwam over de relatie tussen gaswinning en aardbeving,Groningen bij wijze van spreken weer in brand stond. Die mensen zatenzich opnieuw zorgen te maken. Dat moet hier ook zo zijn. Dat is heelernstig.Ik ben het met de heer Ergin eens dat we het er niet te veel over moetenhebben, maar wat hier gebeurt, gebeurt steeds weer. Ik noem dat berichtover het overbetalen en de Stichting (Gelijk)waardig Herstel, want datondermijnt ook weer het vertrouwen van mensen in het herstel. Dat is alheel erg, maar het ondermijnt bovendien het vertrouwen van mensen inde overheid. Dat laatste vind ik eigenlijk het allerergste, want wij moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 168 er voor hen zijn en niet andersom. Dat zeg ik uit de grond van mijn hart. Ikben het dus eens met de boosheid van de collega’s.Dan toch maar even naar de inhoud. Ik heb het rapport-Van Dam zobegrepen dat Van Dam eigenlijk zegt: als je het nou goed wil aanpakken,pak dan de hoofdroute van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel, want diebiedt het meeste perspectief. Dan is het echt wel heel erg schrikken omniet alleen die berichten in de krant te lezen, want dat is toch een beetjeroddel en achterklap, maar van de week ook uit allerlei hoeken en gatentelefoontjes te krijgen waarin wordt gezegd «nee, het gaat wel heel ergmoeizaam om dit te implementeren», om het maar in lelijk Haags tezeggen. Dit zie je eigenlijk door de hele kabinetsreactie heen. Ik denk ookdat dit is wat collega Dijk bedoelt met «hou op met depolitiseren». Het isallemaal zo voorzichtig: «De commissie adviseert aan te sluiten bij hetschadekader van SGH en het kabinet neemt dit als vertrekpunt.» Dit staathier. Waarom staat hier nou niet gewoon «het kabinet neemt dit over engaat dit doen»? Ik begrijp dat echt niet.Ik ga mijn vijf minuten niet volmaken, want ik probeer me bij de hoofd-punten te houden. Dan het punt van het boegbeeld. De commissievoor-zitter Van Dam zegt: dit is het allerbelangrijkste wat ik adviseer. Decollega’s zeiden dat overigens ook al: doe dat nou, want zo’n boegbeeldkan misschien helpen om problemen weg te ruimen. Ik begrijp dan echtniet waarom dit niet wordt overgenomen. Ik begrijp het ook niet vanuithet denken van de Staatssecretaris, want ik zou denken: dat is handig,want dan heb ik iemand die dat voor mij gaat doen. Tenzij de Staatssecre-taris denkt dat zij dat zelf allemaal gaat doen en zijzelf dat boegbeeldwordt. Dat zou ook kunnen, maar ik wil heel graag van haar horenwaarom ze niet zegt: dat rapport is lock, stock and barrel en we houden opmet dat eeuwige gedoe van alles controleren. Houd op of zeg eerlijk dathet een geldkwestie is. Maar wees in ieder geval eerlijk. Ik begrijp hetgewoon niet.Er zijn twee routes in het rapport-Van Dam. Het is mij niet helder wat detweede route inhoudt. Wat blijft er nou over als je niet de Stichting(Gelijk)waardig Herstel volgt? Is er dan een andere route? Hoe gaat dieroute eruitzien? Zoals alles in dit dossier – dat zeg ik ook tegen deStaatssecretaris – is ook daar weer heel veel onrust over. Ik word daarovergebeld door mensen die zeggen: ik weet niet wat het is. Kortom, ik zouzeggen tegen de Staatssecretaris: «Neem Van Dam onverkort over. Maakmet de Minister van Financiën de afspraak dat geld in deze situatie nooithet probleem kan zijn, nooit het probleem!» Dan wordt het misschien wat.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Vijlbrief. Dan kom ik nu bij mevrouw Rikkers van deBBB.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ook ik heb afgelopen periode heel veel gesprekkengevoerd. Ik ben op uitnodiging bij de jongerencommissie geweest, watecht een verademing was. Van die jongeren kunnen we echt heel veelleren. Zij kijken naar wat zij anders kunnen doen en wat zij nodig hebben,zonder alle jij-bakken en «zonder de bagger bij de ander over de sloot tegooien». Dat is wel het idee dat ik nu heb. Het ministerie gooit allemaalbagger naar buiten. SGH gaat daarop reageren. Iedereen reageert opelkaar, maar niemand is met een oplossing bezig. Ik heb straks heel veelvragen aan de Staatssecretaris, maar ook ik wil heel graag de tweedetermijn wat beter benutten. Dus ik zal proberen nu wat minder tijd vol tepraten.Ik wil heel graag concreet van de Staatssecretaris weten waarom datboegbeeld niet wordt benut. Ik begrijp het ook niet. Even kijken, heel veelvragen zijn al gesteld, dus die hoef ik niet nog een keer te stellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 169 Wat gaat de Staatssecretaris doen met het manifest van de jongeren? Ikheb het voorrecht gehad om dit al te lezen voordat het vandaag werdaangeboden, want daar kon ik helaas niet bij zijn. Ik zou heel graag willendat dit uitgevoerd wordt. Zoals meneer Vijlbrief ook al zei: het moetgewoon. Ik kan er echt niet bij dat we dit niet doen. Er wordt gezegd datde kosten gelijk blijven. Met al dit gesteggel kan ik me niet voorstellen datde kosten gelijk blijven, want het zijn alleen maar meer procedures, alleenmaar meer rechtszaken en het is alleen maar meer gedoe. Het geld komtdan niet bij de mensen terecht. Dus alstublieft, los het op!De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Rikkers. Ik zie dat er een interruptie is van de heerDijk.De heer Dijk (SP):Ik ga deze vraag aan mevrouw Rikkers van de BBB stellen en ik denk datde PVV en Nieuw Sociaal Contract dezelfde vraag kunnen verwachten. Datmanifest is supermooi, maar in dit manifest wordt niets gevraagd –daarom zei ik dat net nadrukkelijk – er wordt iets geëist. Hier zit eenprijskaartje aan. Aan het kwijtschelden van DUO-schulden zit eenprijskaartje. Meneer Vijlbrief zei net heel terecht: spreek met Financiën afdat geld geen rol kan spelen. Zegt de BBB dat ook?Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Ik ben ervan overtuigd dat die DUO-schulden in de huidige regelgeving alopgelost moeten kunnen worden. Na alle gesprekken ben ik er nog steedsniet achter waarom dat niet kan. Dat wil ik eerst graag weten. Volgens mijkan het gewoon.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Rikkers. Dan kom ik nu bij de PVV. De heerFaddegon.De heer Faddegon (PVV):Dank u wel, voorzitter. Voor mij en mijn partij, de Partij voor de Vrijheid,komt deze hele zaak als te bizar voor woorden over. Dat er fouten wordengemaakt, en dus ook bij de overheid, is op zich niet zo vreemd. Waargewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Maar dat na constatering van diefouten wederom probleem op probleem wordt gestapeld in plaats van degedupeerden op efficiënte en rechtvaardige wijze te helpen en tecompenseren is te bizar voor woorden. Ik begrijp zoiets niet en ik denk datvrijwel niemand in ons land deze gang van zaken nog begrijpt. Jarenverstrijken en er worden verschillende routes ingezet. Nu, na zo veel jarenvan pogingen om de zaken op te lossen, lijken de problemen allesbehalveopgelost te zijn.Voorzitter. Er worden nu twee schaderoutes gekozen, waar dit er eerst vierwaren. De commissie-Van Dam adviseert om nu voor twee routes tekiezen en ook de Partij voor de Vrijheid is van mening dat dit zeker kanhelpen om de gedupeerden sneller te kunnen helpen. Wij begrijpen dathet kabinet dit advies ook overneemt. Maar dat gezegd hebbend vraag ikme wel af wat er dan gebeurd is met de digitale route. Op allerleigebieden zien we en ervaren we dat digitale methodes vrijwel altijd zakenonpartijdig kunnen versnellen, vereenvoudigen en daardoor kosteneffici-ënter kunnen maken. Waarom is dat in de toeslagenaffaire tot op hedenüberhaupt niet gelukt? Wordt deze schaderoute digitaal nu definitiefverlaten? Erkent de Staatssecretaris dat de digitale route eigenlijk veelpotentieel zou kunnen bieden om de afhandeling te verbeteren en teversnellen?Voorzitter. Ik vraag aan de Staatssecretaris wat haar verwachtingen zijnvoor route B, het zelf aannemelijk maken van de schade. In deze routeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1610 geldt namelijk de procesvertegenwoordiging. Dat is toch weer een extradrempel voor gedupeerden. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar?De Staatssecretaris steunt ook de aanbeveling van de commissie-VanDam om dwangsommen te schrappen. Zelfs de rechtbank heeft inmeerdere zaken de dwangsommen niet toegewezen. De rechtbankRotterdam sprak in zo’n zaak over disproportionele dwangsommen en derechter in Utrecht merkte op dat de dwangsommen onbedoeld een extravorm van compensatie vormen voor slachtoffers van de toeslagenaffaire,waarbij ze ook worden toegekend in gevallen waarin nog niet definitief isvastgesteld dat de aanvrager daadwerkelijk gedupeerd is. Wat betekent ditvoor de gedupeerden die al een dwangsom zouden hebben moetenontvangen of voor gedupeerden die al een opgelegde dwangsom hebbenontvangen? Wat doet het voor de rechtsbescherming van degedupeerden? Graag een duidelijke uitleg op dit punt van de Staatssecre-taris.Voorzitter. Tot slot adviseerde de commissie-Van Dam om de heiligebelofte van 2027 los te laten, omdat er gekozen moet worden voor goed inplaats van snel. Dit kabinet blijft vasthouden aan de ambitie van 2027. Is2027 realistisch haalbaar? Kan de Staatssecretaris deze kabinetsinzettoelichten?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Faddegon. Dan kom ik nu bij mevrouw Wingelaar vanNSC.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Rechtszekerheid vormt de basis van onze democra-tische rechtsstaat. Helaas is deze rechtszekerheid voor de ouders enkinderen die slachtoffer zijn van het toeslagenschandaal herhaaldelijkgeschonden, eerst door een overheid die hen onterecht als fraudeursbestempelde en nu, jaren later, worden zij geconfronteerd met eenhersteloperatie waarin grootse beloftes worden gedaan die vaak nietnagekomen worden. We zien een proces dat vastloopt in bureaucratie enbeloftes die keer op keer worden bijgesteld.De commissie-Van Dam gaf een heldere boodschap: minder beloven,meer doen. De woorden «snelheid», «zorgvuldigheid» en «maatwerk»vallen steeds weer, maar als we snelheid forceren, lopen we het risico datzorgvuldigheid en maatwerk in gevaar komen. Wij pleiten ervoor dat ditkabinet helder prioriteert. Daarom een concrete vraag aan de Staatssecre-taris: als we nu al zien dat er nog veel onduidelijk is en nog veelgesprekken gevoerd moeten worden, hoe realistisch is de belofte van2027 dan?Wat betreft de schaderoutes steunen wij het advies om het aantal tebeperken tot twee. Ouders hebben geen baat bij ingewikkelde procedures,maar juist behoefte aan duidelijkheid en eenvoud. Desondanks maken wijons zorgen over de opschaling van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel.Voor de duidelijkheid: de werkwijze en de stichting staan niet ter discussievoor ons. Maar hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat ervoldoende capaciteit en personeel is?Voorzitter. Ouders die brede ondersteuning ontvangen, krijgen vaak temaken met lange wachttijden voor een integrale beoordeling, waardoorzij afhankelijk worden van tijdelijke overbruggingsondersteuning. Demateriële gemeentelijke ondersteuning wordt beperkt tot zes maanden naaanmelding, maar wij vragen ons af of deze termijn wel voldoende is. Wijpleiten voor een betere afstemming tussen de verschillende compensatie-stromen, zodat we inefficiëntie en overlap voorkomen. Is de informatie-deling die het kabinet voor zich ziet überhaupt wel mogelijk? De VNG zetdaar vraagtekens bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1611 Rechtsgelijkheid is een essentieel onderdeel van rechtszekerheid, maar deaanpak van gezinnen die de regie kwijt zijn, roept bij ons veel vragen op.Het kabinet heeft aangekondigd dat er een speciale aanpak komt voor2.000 tot 3.000 gezinnen die de regie kwijt zijn. De pilot voor dezegezinnen start met 50 gezinnen, maar wie zijn die lucky few? Wat betekentdit voor de andere duizenden gezinnen die ook hulp nodig hebben? Ikvraag de Staatssecretaris om duidelijkheid. Op welke criteria worden deze50 gezinnen geselecteerd? Hoe wordt gewaarborgd dat de rest nietachterblijft? Hoe realistisch is het om dit traject vervolgens binnenanderhalf jaar af te handelen?De samenwerking tussen de UHT en de Belastingdienst blijft voor ons eenpunt van zorg. De fouten die in het verleden door de Belastingdienst zijngemaakt, hebben veel schade veroorzaakt. De erfenis mag niet langerdoorwerken in het herstelproces. We vinden het daarom van groot belangdat de UHT meer afstand neemt van de Belastingdienst en dat deonafhankelijkheid van de UHT wordt gewaarborgd. Is de Staatssecretarishet hiermee eens en welke stappen zal hij nemen om de UHT verder teverzelfstandigen?Dan de vaststellingsovereenkomsten. Het kabinet stuurt aan op deafhandeling van het financieel herstel via deze overeenkomsten, maar ditkan ouders onder druk zetten om in te stemmen met regelingen die nietaltijd in hun belang zijn. We willen dat ouders voldoende ruimte krijgenom hun eigen belangen te behartigen, zonder verdere druk of aansturingvan de overheid. Graag een reflectie van de Staatssecretaris op dit punt.De discussie rondom dwangsommen roept bij ons vragen op. In eenreactie stelt de Staatssecretaris dat zij de mogelijkheid wil onderzoekenom dwangsommen af te schaffen. Dwangsommen zijn vaak het enigemiddel om de overheid aan een redelijke termijn te houden, maar de Raadvan State adviseert de beslistermijn naar 60 weken te brengen. We lezendat de Staatssecretaris de uitspraak nog moet bestuderen, maar kan deStaatssecretaris toch niet al nu een reflectie geven op dit advies en danmet name in relatie tot de ambitie van 2027?Voorzitter. Het kabinet wil de taak van de Bezwaarschriftenadviescom-missie herzien, maar wij vinden dit voorbarig. Deze commissie speeldeeen cruciale rol in de rechtsbescherming van ouders. Wij hebbengevraagd hoeveel adviezen van de BAC door de UHT worden overge-nomen. In de beantwoording werd slechts vermeld dat er in vier gevallenis afgeweken ten nadele van de ouder, maar dit is geen direct antwoordop onze vraag. Daarom stel ik deze opnieuw: hoeveel adviezen neemt deUHT over, hoeveel niet en wat is daarvan de reden? Het kabinet wilnamelijk sneller en responsiever werken, maar snelheid mag nooit tenkoste gaan van rechtsbescherming. Eerst moeten er concrete verbete-ringen zijn in de acceptatiegraad bij de UHT voordat een systeem wordtafgebroken dat voor veel ouders van grote waarde is.Voorzitter. Tot slot toont het recente NRC-artikel aan dat het gebrek aantransparantie blijft, duizenden ouders onterecht als gedupeerd zijnaangemerkt, miljoenen euro’s verkeerd zijn uitgekeerd en de Kamer weerbuitenspel wordt gezet. Toch moet het vandaag niet gaan over ouders dieonterecht zijn gecompenseerd, maar over de ouders die slachtoffer zijngeworden van een falend systeem, ouders die hier in de zaal zitten en nogsteeds wachten op duidelijkheid en een eerlijke afhandeling. Zij verdienengeen ontwijkende antwoorden, maar transparantie en oplossingen.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Wingelaar. Ik zie dat er toch twee interrupties voor uzijn. Ik begin bij de heer Dijk van de SP.De heer Dijk (SP):Mevrouw Wingelaar begon haar betoog met de quote van decommissie-Van Dam: minder beloven en meer doen. Ik interrumpeerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1612 net de woordvoerder van de BBB over de DUO-schulden. Haar reactie is:we willen graag dat de regeling die er nu is beter wordt. Maar alleKamerleden die de afgelopen tijd met die jongeren hebben gesproken,weten donders goed dat die regeling niet werkt. Dan is er volgens mij eenbest wel goede oplossing. Dat is minder mooie woorden – dat voeg ik ernog even aan toe – minder beloven en dit gewoon gaan doen. Ik heb deafgelopen keren dat we dit debat hebben gevoerd wel steeds een soortstap gezien van Nieuw Sociaal Contract naar een opening om toch dieDUO-schulden kwijt te schelden. Ik wil u toch vragen hoe u daar nu instaat? Gaat u weer allemaal dingen beloven en die dan niet doen? Of zegtu: nee, we gaan minder beloven en we gaan gewoon die DUO-schuldenkwijtschelden? Dat is namelijk iets wat u echt kunt doen.Mevrouw Wingelaar (NSC):We hadden natuurlijk eerder een debat met de Staatssecretaris. Toenkwam de motie van u aan bod om in beeld te brengen welk bedrag ergemoeid is met die DUO-schulden. Toen zei de Staatssecretaris in haarappreciatie dat ze even het rapport-Van Dam af wilde wachten. Helaaszoomt dat wat weinig in op de specifieke situatie van jongeren. DeStaatssecretaris zegt daar wel iets over in haar reactie en ik wil dat tochafwachten. Ik ga nog niks beloven, maar ik wil wel weten of dieDUO-schulden daar dan ook onderdeel van uit gaan maken.De voorzitter:De heer Dijk, een korte vervolgvraag.De heer Dijk (SP):Uit antwoorden op schriftelijke vragen blijkt dat het om 101.000 kinderen,jongeren en ondertussen volwassenen gaat. Daar wordt ook een soortschatting gemaakt van wat het kost. Ik noemde net 1 miljard. In lijn met deheer Vijlbrief vind ik dat je er geen bedragen op moet leggen. Het kan zijndat het 1 miljard kost en de overheid die schade aan jongeren heefttoegebracht. Het is niet uit te leggen dat dit ontstaan is. Niemand kan ditverantwoorden. U ook niet.Als deze regeling niet werkt, waarom zegt NSC dan niet gewoon: streeperdoor? Dan kunnen jongeren weer verder. Ik begrijp het gewoon echtniet. U heeft het mij de afgelopen maanden nooit kunnen uitleggen. DeStaatssecretaris kan het niet uitleggen. De regeling werkt niet. Jongerenzijn aan het wachten. Het duurt al zes jaar, drie kabinetten, ik weet niethoeveel staatssecretarissen en Ministers.De voorzitter:Meneer Dijk, zou u het bij een vraag willen houden?De heer Dijk (SP):Waarom hakt u niet gewoon die knoop door en doen we dit niet gewoonin plaats van de hele tijd te beloven dat u ernaar gaat kijken?Mevrouw Wingelaar (NSC):Dan wil ik toch de beantwoording van de Staatssecretaris afwachten enhoren wat zij bedoelt met het integraal meenemen van de jongeren in deafhandeling van dit verhaal.De voorzitter:Ik dacht dat de heer Vijlbrief ook een interruptie had. Dat klopt, hè?De heer Vijlbrief (D66):Ja, ik heb een hele korte vraag aan mevrouw Wingelaar. Vindt zij ook datde Staatssecretaris het volledige rapport van Van Dam moet overnemen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1613 inclusief dat boegbeeld in plaats van dat wat halfhartig te doen, zoals nugebeurt?Mevrouw Wingelaar (NSC):Het is een boeket. Ik vond dat een hele mooie metafoor van GroenLinks-PvdA. Iedereen neemt daar toch zijn bloemen uit. Het gaat over persoon-lijke dossiers. Dat was ook een advies van Van Dam. Ik denk dat het nietintegraal overgenomen kan worden, maar achter de belangrijke zaken uitdat rapport, die vooral gaan over het bieden van een oplossing aanouders die nu nog wachten op de afhandeling, staan wij voor honderdprocent.De voorzitter:Een korte vervolgvraag. Daarna kom ik bij mevrouw Van Dijk.De heer Vijlbrief (D66):Dat geloof ik wel, maar de belangrijkste aanbeveling, zegt Van Dam zelf, isdat boegbeeld. Ik wil daar dus toch gewoon een antwoord op. Bent u hetdaar nou mee eens of niet? Dat is een belangrijke vraag. Dan moet u nietmet boeketten aankomen. Ik geloof het allemaal wel, die boeketten. Ik wilgewoon weten of u ook vindt dat het boegbeeld er moet komen.Mevrouw Wingelaar (NSC):Op dit moment weet ik dat niet. Ik weet namelijk niet wat dat gaatbijdragen. In relatie tot de politieke verantwoordelijkheid van de Staatsse-cretaris moet je het daar wel over hebben.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik hoor zorgen van de collega van NSC over de gemeentelijke onder-steuning. Die zou niet voldoende aansluiten op het financieel herstel. Diezorg delen wij ontzettend. We hebben daarom een paar maanden geledenook een amendement ingediend, juist om die zorg weg te nemen en tezorgen dat het wel gaat werken, maar daar heeft NSC tegengestemd. Ikvraag me dus toch af of NSC zich een spijtoptant toont. Moeten we datalsnog gaan herstellen? Dat doe ik dan heel graag in een tweeminuten-debat.Mevrouw Wingelaar (NSC):Wij constateren gewoon dat bepaalde regelingen in het leven zijngeroepen, terwijl de routes eigenlijk nog niet fatsoenlijk op elkaar zijnafgestemd. Daar moeten we natuurlijk wel naar kijken. Mensen moetengewoon te lang wachten voordat ze zekerheid hebben. We hadden hetover loze beloftes. Daar zit er zeker een. Er zijn mensen die al in de bredeondersteuning zitten, terwijl ze uit de integrale beoordeling bijvoorbeeldhoren dat ze niet gedupeerd zijn. Er lopen dan wel trajecten. Ik vind daariets van, dus ik vind wel dat we daarnaar moeten kijken.De voorzitter:Een korte vervolgvraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ja, een korte vervolgvraag. Dat was nou precies het debat dat we devorige keer hebben gevoerd. Dat is precies het amendement dat wehebben ingediend. Ik voel hier dus ruimte om deze fout terug te draaien.Daar maak ik dan ook graag gebruik van.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik weet even niet wat de fout is en hoe het amendement er precies uitziet,maar als die routes beter op elkaar kunnen aansluiten, dan vind ik datalleen maar een pre.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1614 De voorzitter:Dan een interruptie van de heer Ergin, DENK.De heer Ergin (DENK):Op de vraag of er nou een bestuurlijke trekker moet komen, was hetantwoord van mevrouw Wingelaar: ik weet niet precies wat het effect is.Een andere vraag ging over de DUO-schulden. Toen zei ze: we moeteneven kijken naar de reactie van de Staatssecretaris. Kan ik dan aanmevrouw Wingelaar vragen wat haar visie op dit rapport is? Welkeaanbeveling is nou voor NSC heel belangrijk en voor welke aanbeveling ofvoor welke verbetering gaat NSC nou knokken? Kunt u er een noemen?Mevrouw Wingelaar (NSC):Jazeker. Dat is de aanbeveling om over te gaan naar twee schaderoutesen dat één route een heel belangrijke is, de route van SGH. Dat vind ik eenhele belangrijke constatering en een vereenvoudiging van het systeem.Dat is een systeem waar ouders ontzettend veel vertrouwen in hebben. Uvraagt om eens wat te noemen. Dat zijn heel belangrijke aanbevelingen.De voorzitter:Een korte vervolgvraag, meneer Ergin.De heer Ergin (DENK):Kan mevrouw Wingelaar mij dan meenemen in wat dat gaat veranderenvoor de ouders?Mevrouw Wingelaar (NSC):We gaan van vijf naar twee routes; dat is toch een veel transparanteremanier van werken en ook duidelijker voor ouders. Volgens mij twijfeltniemand eraan dat er dan veel voor ouders gaat veranderen.De voorzitter:Laatste keer, meneer Ergin.De heer Ergin (DENK):Ik twijfel daar ook niet aan, maar wat ik probeer aan te geven is dat er nuwordt gedaan alsof de reactie van de Staatssecretaris veel duidelijkheidverschaft. U zegt net dat het voor de ouders duidelijk gaat worden, maarvoor de ouders wordt het helemaal niet duidelijk. Het wordt steeds meereen moeras. Niemand komt eruit. Wij komen er niet uit, de Staatssecre-taris ook niet en de ouders al helemaal niet.De voorzitter:En uw vraag is, meneer Ergin?De heer Ergin (DENK):Ik verwacht gewoon een eerlijk antwoord en geen «ik schuif het af naar deStaatssecretaris» of «we moeten even afwachten». Geef daar nou gewooneen eerlijk antwoord op.Mevrouw Wingelaar (NSC):U vraagt mij wat ik belangrijk vind in het rapport. Daar geef ik antwoordop. U verwijst naar de reactie van de Staatssecretaris. Daar ga ik niet over.Als u niet gehoord heeft dat ik kritisch ben over een aantal punten in hetrapport, dan heeft u niet goed naar mijn betoog geluisterd, denk ik.De voorzitter:Dank u wel. Voordat ik mevrouw Wingelaar tijd geef om haar betoog af temaken, wil ik wel even opmerken dat een interruptie een korte vraag isrichting de spreker en dat de spreker dan kort antwoordt en dat we daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1615 geen extra bijdrage van maken. Dat opgemerkt hebbende wil ik mevrouwWingelaar even aangeven dat ze al in geleende tijd zit.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik ben klaar.De voorzitter:U bent klaar. Helemaal goed. Dan gaan we verder naar de fractie van deVVD, mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ben het met de voorgaande sprekers eens dathet vandaag moet gaan over gedupeerden en hoe we hen verder kunnenhelpen, maar ik kan ook niet om het proces heen en hoe de Kamer daarinbetrokken is. Het artikel in de NRC is al door meerdere collega’s benoemd.Daaruit zou blijken dat mensen wellicht als gedupeerde zijn aangewezen,dat mogelijk niet zijn en dat zowel de Staatssecretaris als haar voorgangerdat wist. Hoe kan het dat de Kamer niet is geïnformeerd, terwijl de UHT dital in juli wist en de Staatssecretaris in oktober? Hoe kan het dat ambte-naren meerdere keren hebben voorgelegd aan de Staatssecretaris om deKamer te informeren, maar dit pas vijf maanden later gebeurt, nadat deKamer hier zelf om vraagt?In het andere artikel van gisteren wordt gesteld dat NautaDutilh op13 februari in niet te mis verstane woorden aangaf dat de governance vanSGH niet zou voldoen aan juridische vereisten en dat er een ernstiggebrek zou zijn aan checks-and-balances. Toch koos de Staatssecretaris ervier weken later voor om de route via de SGH flink op te schalen. Had deKamer de inhoud van deze notitie niet proactief moeten horen? DeStaatssecretaris geeft zelf ook aan dat de governance van de SGH betermoet en dat ze er tegelijkertijd vertrouwen in heeft dat het gaat lukken. Ikzou daar graag een reflectie van de Staatssecretaris op willen.Voorzitter. In de voorbereiding op het debat had ik me echt voorgenomenom te beginnen met complimenten richting de organisatie. Die ga ikalsnog uitspreken, want er gaan ook dingen goed en ik weet zeker dat erhonderden ambtenaren keihard werken om ervoor te zorgen dat westappen vooruitzetten. Dan gaat het vooral over de integrale beoordeling,de kwijtschelding van schulden en het uitvoeren van de kindregeling.Tegelijkertijd ligt er een enorme opgave in het afhandelen van bezwarenen de aanvullende schade. De VVD gaat ervan uit dat deze Staatssecre-taris de belofte gaat waarmaken om te komen tot afronding van dehersteloperatie in 2027. Kan de Staatssecretaris dit bevestigen?De opvolging van de aanbevelingen van de spoedadviescommissie vanVan Dam kan in potentie tot een voorzichtige doorbraak leiden, maareerlijk gezegd verwachten wij daar geen wonderen van. Vooruitlopend ophet debat met de Kamer zijn al routes stilgelegd en organisatorischewijzigingen doorgevoerd. Het kan toch niet zo zijn dat oude schoenenworden weggegooid voordat je nieuwe hebt? Het kabinet stelt verbete-ringen zo snel mogelijk door te voeren, maar erkent tegelijkertijd dat nogniet alles duidelijk is over hoe de exacte uitwerking van de maatregeleneruitziet en op welke termijn die gerealiseerd kunnen worden. Ditveroorzaakt onzekerheid onder ouders.Meer in het algemeen: dit is een grote operatie, waar een gedegentransitieplan aan ten grondslag zou moeten liggen. Ik heb dat nog nietgezien. Kan de Staatssecretaris dit aan de Kamer verstrekken? Is deStaatssecretaris het met de VVD eens dat het niet zo kan zijn datonomkeerbare besluiten worden genomen voordat de Kamer hieroverheeft gesproken?De voorgestelde maatregelen op het gebied van dossiers, bezwaren endwangsommen onderschrijft de VVD, maar die vragen de komendeperiode nog veel uitwerking. Verstoppingen zijn echter een acuutTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1616 probleem en een oplossing die nog maanden uitwerking, veel overleg enwellicht nog een traject nodig heeft, is misschien niet meer opportuun ophet moment dat deze uiteindelijk in werking treedt. Kan de Staatssecre-taris per maatregel aangeven wat de planning is en waar zij de prioriteitenlegt? Hoe wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang? Afgelopenjanuari heeft de Staatssecretaris toegezegd te verkennen hoe dwang-sommen kunnen worden afgeschaft. Hoe staat het daarmee? De VVDvindt dat deze zo snel mogelijk moeten worden afgeschaft.De VVD vindt het belangrijk dat ook voor het kabinet van belang blijft dataanvullende schadevergoeding op een uitlegbare wijze gebeurt,uitlegbaar naar de samenleving met een transparant systeem en de juistegovernance, en naar de ouders, begrijpelijk en met voldoende snelheid.De VVD steunt in principe de vereenvoudiging van het schadevergoe-dingsstelsel met een uniform schadekader en de beoogde werking mettwee schaderoutes. De bestaande SGH-methodiek is het uitgangspunt.Aandachtspunten zijn schaalbaarheid en governance. Welke concretestappen zijn en worden er gezet in overleg met de SGH en hoe is derelatie tussen het ministerie en de SGH? Het kabinet blijft hoopvol dat hetde SGH lukt verder op te schalen in de komende periode, maar ik vind hetriskant om zo veel verantwoordelijkheid bij de SGH neer te leggen. Hoeziet de Staatssecretaris dit?De SGH pleit voor het openstellen van gelijkwaardig herstel voor oudersmet een integrale beoordeling die minder schade hebben dan € 30.000.De VVD is hier op dit moment geen voorstander van. Kan de Staatssecre-taris toezeggen dat de deelnemersvoorwaarden vooralsnog ongewijzigdblijven? Het is onrealistisch om de doelgroep in deze fase uit te breiden.Vragen zijn er ook over de complexe schaderoute. In welke gevallen issprake van een complexe situatie? Wie bepaalt dat? Op welk moment?Vooropgesteld: het streven om ernstig gedupeerden of ouders metcomplexe schade met prioriteit en/of een andere aanpak te helpen, kan iksteunen. Onduidelijk is welke routes nu voorlopig blijven bestaan,regieroute-VSO en het mediation- en bezwaartraject, en welke routes perdirect worden gestopt, de digitale route, de Commissie Werkelijke Schade.Hoe zit het met het centraal aanmeldpunt? Hoeveel kosten zijn en wordener gemaakt door het stopzetten van nog lopende schaderoutes?Ik had nog een aantal punten over brede ondersteuning en over schijnzelf-standigheid. Die zijn ook door de collega’s benoemd, dus ik wacht even dereactie af van de Staatssecretaris om daar in de interrupties wellicht nogeen punt op te maken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Eijk. Dan komen we bij de laatste spreker vande zijde van de Kamer, mevrouw Van Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik doe mijn inbreng mede namens de collega’s vande ChristenUnie.Voorzitter. Vijf, zes jaar geleden werd duidelijk dat de overheid een grotegroep mensen groot onrecht heeft aangedaan. Toen is gestart met eenhersteloperatie die we inmiddels kennen als het herstelschandaal. Men isgaan rennen zonder goed met mensen die geraakt zijn in gesprek te gaanover wat zij nodig hebben. Men is gaan rennen en komt er nu achter datwe als overheid niet in staat zijn om ruimhartig te handelen.Eergisteren stond een bericht in NRC dat mogelijk 8.000 ouders tenonrechte schadeloosstelling hebben ontvangen. Ik heb verzocht om meerinformatie en schrik van de administratieve puinhoop waar ouders dedupe van zijn en dat we, naast rennen zonder te kijken naar wat we aanhet doen zijn, ook nog eens belangrijke informatie bewust onder de pethouden. Zijn we hier in dit huis nog steeds zo naïef dat we denken datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1617 zoiets niet naar buiten komt? Denken we echt dat stiekem zijn bijdraagtaan vertrouwen van ouders, maar ook van de rest van Nederland diemeekijkt? Hoe denk je dat gemiddeld Nederland dit uitlegt?Voorzitter. Ik wil het dan ook hebben over elkaar serieus nemen, de oudersvoorop, maar ook de Kamer. Heel eerlijk, als we de inbreng en moties vande afgelopen jaren door ChatGPT hadden gehaald, hadden we eenverhaal gekregen dat veel lijkt op het rapport van Van Dam. Toch is ditrapport nodig om de herstelhel in beweging te krijgen. Kan de Staatsse-cretaris uitleggen waarom? Deelt ze mijn observatie dat we, als er betergeluisterd was naar elkaar, veel fouten in het proces al lang geledenhadden kunnen herstellen of voorkomen?Voorzitter. In het vorige debat hebben we erop aangedrongen om deonderzoeksopdracht van Van Dam uit te breiden en de kinderen mee tenemen. Dat kon niet en daarmee kies je bewust voor vertraging inantwoord op de vraag wat de kinderen nodig hebben. Met een aantalKamerleden hebben we afgelopen weken hierover gesprekken metjongeren gevoerd. Als kernpunt kwam daar zelfstandige erkenning alsgedupeerde uit. Wie durft hier met droge ogen te beweren dat kinderenniet gedupeerd zijn? Ook de commissie-Hamer over de toeslagen enuithuisplaatsingen van kinderen gaf dit vanmorgen nadrukkelijk als adviesmee. Over dat rapport gaan we nog uitgebreid spreken.Wat we ze moeten gunnen, is fatsoenlijke rechtsbijstand, het oplossen vanschulden en hulp bij werk of opleiding en daarnaast een soort garantie datze de komende jaren op de overheid kunnen rekenen, dat ze niet à laminute alle antwoorden op de vraag wat ze nodig hebben hoeven tegeven, maar daarnaartoe kunnen groeien. Mijn voorstel zou zijn om aande erkenning een soort greencard, zoals ik het maar noem, te koppelen,die ze aan kunnen vragen en die recht geeft op ondersteuning van degemeente gedurende een lange periode, bijvoorbeeld van vijf of tien jaar.Hoe kijkt de Staatssecretaris naar dit idee?Voorzitter. Dan de schaderoutes zelf. Van Dam stelt twee schaderoutesvoor en een mogelijkheid voor ouders met complexe schade op uitno-diging. In hoeverre is het schadekader flexibel genoeg om dossiers die netwat meer vragen op een goede manier te behandelen, aangezien allesinmiddels ver gestandaardiseerd is? Is het schadekader nog welruimhartig genoeg? Dit vraag ik ook in het licht van de constatering vanVan Dam over een gebrek aan ruimhartigheid, waarover in de brief van deStaatssecretaris overigens met geen woord wordt gerept. Is het daaromniet verstandig de VSO-route toch overeind te houden, ook omdat bij eenonrechtmatige daad – dat is hier aan de orde – ouders recht hebben omschade vast te laten stellen door een expert? Ook willen we weten hoewordt omgegaan met de VSO’s die in de pilotfase tot stand zijn gekomen,terwijl nu de schadekaders verruimd zijn. Is daar ruimte voor herziening?Voorzitter. Wij hechten aan rechtsbescherming voor ouders gedurende hetproces. Dat blijkt ook hard nodig. Daarom maken we ons ook zorgen overhoe omgegaan wordt met de BAC. Wij willen dat de BAC overeind blijft,ze beter ondersteund worden bij de dossiers en niet meer overruledworden door de UHT. Is dat ook wat de Staatssecretaris voor ogen heeft?Dan de aanbeveling van de commissie-Van Dam tot aanstelling van eenbestuurlijk kopstuk. Ik heb twee jaar geleden al een motie ingediend vooreen vertrouwd gezicht dat de hersteloperatie bewaakt, over kabinetspe-riodes heen en de snelheid erin houdt. Sinds die motie is de Staatssecre-taris drie keer gewisseld, is duidelijk geworden dat samenwerking tussenministeries en SGH dramatisch is, blijft discussie over brede onder-steuning, ontbreekt regie over de totale hersteloperatie, wordt te laatingegrepen en bijgestuurd, blijkt cruciale informatie niet met de Kamergedeeld te worden, enzovoort, enzovoort. Ik begrijp dat de Staatssecre-taris politiek verantwoordelijk is, maar toch wil ik haar vragen zo’nbestuurlijk kopstuk aan te stellen om haar met een wortel en een stok tehelpen bij haar ambitie om in 2027 klaar te zijn. Hoe typerend is het datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1618 juist dit voorstel niet overgenomen wordt? Is de Staatssecretaris te bangom zichzelf kwetsbaar op te stellen door iemand continu mee te latenkijken? Ik zou echt willen zeggen: laat kwetsbaarheid je kracht zijn voor aldie ouders en kinderen die je zo nodig hebben.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Dijk. Keurig binnen de tijd. Ik had al evenruggespraak met de Staatssecretaris. We gaan de vergadering driekwartier schorsen. We gaan om 15.15 uur verder.De vergadering wordt van 14.29 uur tot 15.15 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste commissie voor Financiën. Aande orde is de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Het is tijd voor determijn van de Staatssecretaris. Ik geef de Staatssecretaris het woord omde vragen van de Kamerleden te beantwoorden. Ik wil toch nog evenopmerken dat een interruptie een korte vraag is en niet een heel betoog. Ikwil het toch weer even benoemen om het efficiënt te houden, zodat allevragen kunnen worden beantwoord. Staatssecretaris, het woord is aan u.Staatssecretaris Palmen:Dank u wel, voorzitter. Dank aan alle aanwezigen hier in de zaal en aan demensen thuis. Bovenal heel veel dank aan mijn collega-Kamerleden. Ikvoel in ieder geval een vorm van unanimiteit als het gaat om de urgentieom de hersteloperatie op te lossen en om recht te doen aan wat de oudersis aangedaan. Dank daarvoor.Voordat ik overga tot de beantwoording, wil ik graag enkele algemeneopmerkingen maken. Ten eerste zie ik ernaar uit om mij, in mijn nieuweambt als Staatssecretaris, samen met u in te zetten voor alle ouders enkinderen die geraakt zijn door het toeslagenleed. Dit is niet zomaar eenbaan voor mij. Dit is meer. Juist omdat ik er al zo lang mee bezig ben,voelt het als een persoonlijke missie om dit goed af te ronden en om decirkel rond te maken. Het doet elke keer opnieuw pijn om te zien hoe hetfalen van ons systeem het leven van velen heeft aangetast. Ook vandaagweer.Vanmorgen hebben we het rapport van de commissie-Hamer in ontvangstgenomen over de uithuisplaatsingen van jongeren en kinderen. Deverhalen zijn schrijnend en hebben mij wederom diep geraakt. Ik kijk ooknaar de ouders op de tribune. Iedereen heeft zijn of haar eigen verhaal. Ditzou nooit meer mogen gebeuren. Het onrecht dat is aangedaan, moethersteld worden. Daar zijn we het allemaal over eens. Ouders en kinderenhebben herstel nodig om door te kunnen gaan met hun leven. Ik wil henhet onrecht voorbij helpen.Ik zit nu 100 dagen op deze plek. 104 dagen, om precies te zijn. We zijn 100dagen, maar minstens 1.000 vragen verder, want we staan telkens voormoeilijke vraagstukken. Hoe doen we recht aan iedereen, maar zorgen weer ook voor dat mensen die ondersteuning het hardste nodig hebben, nietals laatste aan de beurt zijn? We moeten zorgvuldig zijn, maar ook tijd iseen kwaliteit. We zijn ruimhartig, maar alles wat we doen, moet ookuitlegbaar zijn aan de buurman. Het liefst willen we elk probleemoplossen, maar niet elke individuele situatie kan leidend zijn voor deaanpak die nodig is voor de hele groep. Ik probeer die dilemma’szorgvuldig te wegen. Eerst de mens, dan de regel, dan de organisatie. Hetgaat om continu zoeken naar een evenwicht, waarbij ik eenieder recht wildoen.Ik heb er zelf nooit een geheim van gemaakt dat ik kritisch ben en was opde manier waarop de hersteloperatie is opgezet. Ik weet dat dat ook geldtvoor een aantal van u. Maar ik heb geen toverstokje en ouders hebben erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1619 niets aan als we blijven stilstaan bij alles wat er anders had gekund. ZoalsVan Dam schreef in zijn rapport: alles opnieuw doen betekent nog grotererechtsonzekerheid en nog meer vertraging. Het doet ook geen recht aanwat er inmiddels wél is gedaan. Juist omdat er al veel is gedaan, kunnenwe deze operatie ook niet terugdraaien.Want ja, we zijn bijna klaar met de integrale beoordelingen. Eind vorig jaarhad zo’n 92% van alle gedupeerde ouders een vooraankondiging of eendefinitieve beschikking van de integrale beoordeling ontvangen.Gemiddeld is aan deze ouders in de eerste toets en integrale beoordelingzo’n € 41.000 aan compensatie toegekend. We liggen hiermee op schemaom voor alle ouders eind 2025 de integrale beoordelingen te hebbenafgerond. Verder zijn voor vrijwel alle gedupeerden, waar mogelijk, depublieke schulden kwijtgescholden en zijn betalingsachterstanden opprivate schulden zo veel mogelijk afgelost. Ook hebben meer dan 100.000kinderen inmiddels een tegemoetkoming vanuit de kindregelingontvangen. Voor een grote groep ouders is de financiële compensatiehiermee afgerond. Maar ook voor heel veel ouders is dat zeker nog niethet geval. We moeten namelijk helaas ook vaststellen dat de herstelope-ratie op onderdelen is vastgelopen. De wachttijden bij bezwaren en debehandeling van aanvullende schade zijn een zorgpunt. Wettelijketermijnen worden stelselmatig niet gehaald en de brede ondersteuningloopt nog niet zoals bedoeld. De hersteloperatie is een kluwen geworden.Het is al eerder gezegd. Die kluwen wil ik graag ontwarren.Mijn ambtsvoorganger heeft daartoe de commissie-Van Dam in het levengeroepen, die begin dit jaar haar uitstekende advies heeft opgeleverd metde passende titel Minder beloven, meer doen. Wat ik mede naaraanleiding van de commissie-Van Dam ga doen, is het volgende. Ik ga dehersteloperatie beter laten aansluiten bij de behoeften van ouders. Wegaan de mens meer centraal stellen. Minder loketten, meer samenhang.We gaan in gesprek met de gedupeerde en diens gezin. Gedupeerdheidkomt immers niet opgeknipt. Als we zo vroeg mogelijk het goede gesprekkunnen voeren mét mensen en luisteren naar mensen, dan kunnen wevervolgens maatwerk leveren voor wie dat nodig heeft en snelheid makenvoor wie dat wil.Om de opstopping bij bezwaren te verminderen, zet ik in op gesprekkenmet de ouder om samen de beoordeling af te ronden, in plaats van altijdvast te houden aan de juridische procedures. Om de hersteloperatieminder ingewikkeld te maken, zet ik in op vereenvoudiging van deschaderoutes, zoals Van Dam geadviseerd heeft. Het idee daarbij is om tewerken met twee basisroutes en een aanvullende stap voor complexeschade met één uniform schadekader met forfaitaire vergoedingen, zodatwe er gezamenlijk uit komen. Samen met gemeenten wil ik toewerkennaar verdere harmonisatie van de brede ondersteuning en deze ook beterlaten aansluiten op de andere trajecten, zoals die voor de financiëlecompensatie. Ik wil een meer integrale aanpak uitwerken voor gezinnendie de regie kwijt zijn. Dat vraagt om intensieve zorg en begeleiding.Samen met ouders, jongeren en andere relevante partijen gaan weonderzoeken of we kunnen werken aan een centrale plek voor nazorg.Dat is een hele waslijst. Er zullen vast leden zijn die vinden dat het veel teweinig is en veel te laat komt. Daar ben ik het helemaal mee eens. Dat isabsoluut waar. Alles wat we doen om het leed te herstellen, is per definitiete weinig en komt per definitie te laat. Ik heb in de eerste termijn veelwensen van de Kamer gehoord. Die begrijp ik, maar tegelijkertijd zijn erook grenzen aan wat kan en wat mogelijk is. Ook dat is een van dedilemma’s waar ik eerder over sprak. De commissie-Van Dam wees daarook op. De titel van het rapport is niet voor niets Minder beloven, meerdoen. Eerlijk zijn over wat er wel en wat er niet kan, is mijn verantwoorde-lijkheid als Staatssecretaris tegenover u en tegenover de ouders.Er is heel hard gewerkt door iedereen in de hersteloperatie en er is veelbereikt. Ik zei het eerder al. Op deze plek wil ik ook speciaal erkenningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1620 geven aan wat er buiten het ministerie is gebeurd: de maatschappelijkeinitiatieven die zijn genomen, de mensen bij gemeentes die meer hebbengedaan dan wat er van hen verwacht werd en natuurlijk de Stichting(Gelijk)waardig Herstel die een methode heeft ontwikkeld die werkt. Dat iseen methode die gedupeerden het onrecht voorbij helpt.Daarmee kom ik bij de beantwoording van uw vragen. Dat doe ik aan dehand van de volgende blokjes: UHT, waarbij ik ook inga op het verzendbe-stand en de Wet DBA, de aanvullende schades, de brede ondersteuningen de gezinnen die de regie kwijt zijn, kinderen en jongeren en tot slot iser nog een blokje varia.Ik start met het eerste blokje. Ik ga de vragen beantwoorden in devolgorde van het blokje en niet in de volgorde van degene die de vraagstelde, dus ik varieer daarin. Mijn excuses daarvoor.Mevrouw Van Dijk van het CDA vraagt zich af: zijn we hier in dit huis nogsteeds zo naïef dat we denken dat zoiets niet naar buiten komt en denkenwe echt dat stiekem zijn bijdraagt aan vertrouwen? Ik begrijp uw vraagheel goed. Toen ik op mijn eerste werkdag te horen kreeg dat er iets wasgevonden, ben ik op zoek gegaan naar dat «iets». Er zijn en er waren opdat moment heel veel vragen. Onlangs kwam pas naar voren dat ertwijfels bestaan over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van dezegegevens. Ik wilde daar per se eerst duidelijkheid over hebben. Ik wildeeerst valideren en dan informeren, juist om onrust bij de ouders tevoorkomen. Als er namelijk één situatie is waarin mensen niet zitten tewachten op nog meer onzekerheid, dan is het wel deze. Ik wil daarom ookbenadrukken dat wat de uitkomsten van die validatie straks ook zijn, deouders – als zij aangemerkt zijn als gedupeerden – hier bij deze uitkomstniet geconfronteerd zullen worden met een terugvordering. Nogmaals, erkunnen nog geen conclusies worden getrokken. Daarvoor loopt hetonderzoek op dit moment.De voorzitter:Mag ik u toch heel even onderbreken? Mevrouw Van Dijk heeft een vraagvoor u op dit punt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Natuurlijk had ik dit antwoord wel verwacht. Ik wil geen onrust zaaien,maar we weten hoe het in dit huis werkt. Op het moment dat er ietsspeelt, komt het naar buiten. Dan denk ik: je kunt natuurlijk ook eenboodschap brengen als «we weten het nog niet, maar we zijn met eenonderzoek bezig». Ja, dat gaat ook onrust veroorzaken, maar dit doet datnog veel meer. Er zijn drie staatssecretarissen geweest die, als ik debeslisnota’s goed heb gelezen, alle drie hebben gezegd «nee, we gaan hetniet communiceren», terwijl ambtelijk wel geadviseerd werd om het tedoen. Daar zit voor mij echt een pijnpunt.Staatssecretaris Palmen:Dat begrijp ik heel goed. Ik heb ervoor gekozen om eerst te valideren endan te informeren. Dat staat ook zo in de beslisnotitie. Maar ik snap uwpunt. Ik knoop dat in de oren.De voorzitter:Een korte vervolgvraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Hoe gaan we hier dan een volgende keer mee om? Je merkt namelijk dathet niet helpt voor het vertrouwen van de Kamer. Ik zou toch echt aan deStaatssecretaris willen vragen om de volgende keer te informeren en tevertellen wat u gaat doen. Vertel dat u gaat valideren en vertel dat eronrust is. We zitten in een superdelicaat proces waarin hartstikke veel foutTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1621 is gegaan. We moeten vertrouwen opbouwen en dat gaan we zo niet doenmet elkaar.Staatssecretaris Palmen:Ik begrijp heel goed wat u zegt. Ik ga dit absoluut in mijn oren knopen. Ikheb juist willen voorkomen wat er nu is gebeurd. Het onderzoek loopt nudus nog. Ik verwacht binnen een aantal maanden duidelijkheid over devalidatie van de data. Dan zal ik u hierover informeren.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Van Dijk. Sorry, mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank voor de antwoorden. Maar wat gebeurt er dan in de tussentijd? Datis ook maar informatie die ik uit de nota’s moet halen. Ik snap dat het nietiets betekent voor de mensen die al beoordeeld zijn en erkendgedupeerde zijn in het kader van de integrale beoordeling, dat we daarnog een aantal dossiers moeten behandelen en dat dat ook niet gaatgebeuren op basis van eventuele nieuwe informatie. Maar wat gebeurt ermet de vervolgstappen als je het hebt over aanvullende schade? Wordt erwel of geen pauzeknop gehanteerd? Hoe gaan we dit doen?Staatssecretaris Palmen:Het beeld dat ik nu heb, is het volgende. Nogmaals, ik heb dus twijfelsover de betrouwbaarheid van die data. Wat ik tot nu toe weet, is dat heteen bestand is waaruit gedestilleerd kan worden dat er eventueel eenbrief is verzonden aan mensen. Maar daarmee weet je niet of hetdaadwerkelijk verzonden is, want daar zit niet de batch van de verzend-straat bij. En als je iets verzonden hebt, weet je niet of het daadwerkelijkontvangen is. Vervolgens weet je niet of er een antwoord is gekomen enof dat antwoord schriftelijk is geweest. Daarnaast weet je ook niet of ermensen zijn geweest – die voorbeelden kennen we ook – die met hun heledossier naar de balie zijn gegaan, dat daar hebben ingeleverd en een bonhebben ontvangen. Die situaties hebben we ook.Wij beantwoorden nu als eerste de vraag: hoe betrouwbaar zijn dezegegevens? Vervolgens komt de vraag «hoe volledig zijn deze gegevens?»aan bod, met al deze mitsen en maren, waarbij de kanttekening wordtgeplaatst dat dit eventueel een van de elementen kan zijn diegedupeerdheid constateren. Daarmee kun je niet anders dan het verhaalvan de ouder volgen.Dan ga ik naar de volgende vraag. Dat is een vraag van mevrouw Van Eijkvan de VVD. Verstoppingen van bezwaren en dossiers zijn een acuutprobleem. Mevrouw Van Eijk vraagt wat de planning is en waar ik deprioriteiten leg. Ook vraagt zij zich af hoe de Kamer geïnformeerd wordtover de voortgang. Ik deel absoluut de zorg dat de problemen die zichvoordoen bij de bezwaren en de dossiers acuut zijn. Dit vraagt omspoedige maatregelen. Op het gebied van dossiers heb ik al een aantalmaatregelen aangekondigd in de brief, zoals het ongelakt verstrekken vande dossiers aan advocaten en gedupeerden na een marginale toets. Ikcombineer dat direct even met een andere vraag: waarom ongelaktverstrekken als er een afspraak is gemaakt met advocaten? Dit isbesproken met de advocaten. Zij zitten er namelijk niet op te wachten omdit standaard ongelakt aan hen te verstrekken. Zij willen dat dus graagmet een afspraak regelen. Daar geven we uiteraard gehoor aan.Verder gaan wij hard aan de slag om responsiever te werk te gaan. Datwordt ons ook geadviseerd door de Nationale ombudsman, de voorzittervan de BAC, de heer Visser, en de heer Scheltema, een autoriteit op hetgebied van bestuursprocesrecht. Zij zeggen allemaal: kijk naar hetindividu en het verhaal en pas maatwerk toe. Er moet dus veel eerder inhet proces in gesprek worden gegaan met de ouders om er samen uit teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1622 komen. Uiteraard kunnen ouders nog steeds bijstand krijgen, want dat zitgewoon in de regeling.Ook bij de Bezwaarschriftenadviescommissie wordt fors geïnvesteerd ineen verhoging van de productiviteit. We zij ook vaak met hen in gesprek.Ik vind het belangrijk om de kennis en kunde van de Bezwaarschriftenad-viescommissie in te zetten waar zij het meeste recht doen – dat zijn zakendie ertoe doen – zoals dat ook wordt geadviseerd. Kortom, we zijn stappenaan het zetten. We zijn er nog niet, maar de eerste stappen zijn in iedergeval gezet. In de volgende voortgangsrapportages zal ik u ook steedsweer informeren over de stappen die gezet worden.Dan de dossiers. Heel veel van u hebben gevraagd om de dossiers. Hoe zitdat nou? Ouders moeten natuurlijk op grond van de wet al kunnenbeschikken over alles wat met de zaak te maken heeft. Alles wat te makenheeft met de vragen «ben ik gedupeerd?» en «waarom ben ikgedupeerd?» hoort bij dat dossier. Zo staat dat in de wet. Het is heel ergbelangrijk om daaraan te voldoen. Daar hebben we ook alle maatregelenop ingezet. Alles wat met de zaak te maken heeft, hoort dus bij datdossier. Dat is iets anders dan het persoonlijk dossier. Ik heb het over hetouderdossier. Dat ouderdossier is gebaseerd op wat wettelijk vereist is.Dat hebben we samen met advocaten uitgewerkt, omdat zij ervaringhebben in de verdediging van hun cliënten en heel goed weten wat ernodig is om hen te kunnen beoordelen.Op dit moment lopen we wat achter, om het zacht uit te drukken, met hetverstrekken van dossiers. Dat is zonder meer waar. We hopen daarnatuurlijk versnelling in aan te brengen. Op dit moment is de planning omdit jaar zo’n 10.000 dossiers op te leveren. Dat is een verbetering tenopzichte van vorig jaar. Toen waren het 8.000 dossiers. Maar er is nog veelmeer nodig. Op dit moment – daar ging een andere vraag over – wachtener nog circa 4.000 mensen op hun ouderdossier. Mijn uitgangspositie isom vanaf nu niet meer standaard te lakken, maar om een belangenaf-weging te maken. Zo is dat ook voorgeschreven.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Ergin.De heer Ergin (DENK):Het is meer een verduidelijkende vraag, voordat ik mijn conclusie gatrekken. We horen dus nu dat je een dossier hebt op basis van de Awb.Dat betreft alles wat te maken heeft met de zaak en dat wordt nietverstrekt. Vervolgens heb je een persoonlijk dossier en nu hoor ik ookover een ouderdossier. Kan de Staatssecretaris uitleggen wat nou precieshet verschil is tussen die drie dossiers die er dan kennelijk zijn?Staatssecretaris Palmen:Het ouderdossier heeft betrekking op alles in de zaak. Dat dossier iswettelijk vereist. Dat hebben we zo besproken met de advocaten. Wehebben hen gevraagd: «Wat hoort daar precies bij? Wat vinden jullie?» Zijhebben daar duidelijkheid over gegeven. Dat is de lijn waarop ze nuverstrekt worden.De voorzitter:De heer Ergin met een vervolgvraag.De heer Ergin (DENK):Het gaat bij mij in principe ook om het dossier dat wettelijk verplicht is.Het liefst zo veel mogelijk, maar de Staatssecretaris zegt dat dat niet lukt.Maar we zien dat ook bij de dossiers die op grond van de Awb verstrektmoeten worden. Die gaan over alles wat te maken heeft met waarom deouders gedupeerd zijn en wat daar nou precies bij heeft gespeeld. Maarook dat lukt niet. Ook dat zou in de afgelopen vijf maanden versneldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1623 worden. We horen nu wéér dat het wordt versneld. Ik wil duidelijkheid vande Staatssecretaris, los van de standaardreacties in de brieven, waaromhet nou gewoon niet lukt.Staatssecretaris Palmen:Je merkt dat dat voor mensen best lastig is. Wat hoort erbij? Hoe moet ikdie belangenafweging maken? Daar moet je steeds aandacht aan blijvenbesteden. Je moet ook actie ondernemen op de signalen, bijvoorbeeld alseen advocaat merkt: goh, we hebben een afspraak, maar nu zit er tochpotdorie een stuk niet bij. Daar moet je weer van leren, ook bij bijvoor-beeld de organisatie die op jaarbasis bezig is om 10.000 dossiers teverstrekken. Ik vind het dus ontzettend belangrijk om dat te blijvenmonitoren. We moeten namelijk voldoen aan de wettelijke kaders, zosimpel is het.De voorzitter:Eerst een vervolgvraag van de heer Ergin en dan de heer Dijk.De heer Ergin (DENK):Het zou dus vijf maanden terug versneld worden, vanaf 7 november 2024.Kan de Staatssecretaris aangeven hoeveel ouders er sinds 7 november2024 een dossier hebben gekregen?Staatssecretaris Palmen:Ik zou even moeten navragen hoeveel dat precies is. Ik kom daar in detweede termijn op terug.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Dijk.De heer Dijk (SP):Ik ben niet gek. Ik weet wat het verschil is tussen een ouderdossier en eenpersoonlijk dossier. Dat hoeft mij hier niet nog een keer uitgelegd teworden. Daar begin ik even mee, want dat irriteert tamelijk, merk ik aanmezelf. Dat gezegd hebbende, het was 2019 – dat is dus zes jaar geleden –dat ene mevrouw Leijten met een grote groep ouders op de stoep stondbij de Belastingdienst in Rotterdam. Dat was met 40 mensen. Die hebbenallemaal een persoonlijk dossier gekregen. Dit kan dus. Ik weiger ook tegeloven dat het niet kan. Het is pure politieke onwil dat het niet gebeurt. Ikheb net voorbeelden gegeven over waarom mensen in de knel komen...De voorzitter:Wat is uw vraag, meneer Dijk?De heer Dijk (SP):Ik heb net voorbeelden gegeven over waarom mensen in de knel komenals dat niet gebeurt. Mijn vraag is als volgt. 150 Kamerleden hebben injanuari hun hand opgestoken voor het snel verstrekken van de persoon-lijke dossiers. Vervolgens krijgen wij een brief dat de Staatssecretaris datniet gaat doen en dat er eigenlijk al een tijd is besloten om de persoonlijkedossiers niet te gaan verstrekken. Op basis waarvan dacht u «laten we dateens even niet gaan doen»?Staatssecretaris Palmen:Het persoonlijk dossier bevat alle documenten over een persoon. Dat zijnalle op de persoon betrekking hebbende stukken. Dat is een anderwettelijk kader. Nu wil ik dit hier niet juridisch gaan maken hoor,integendeel.Ik heb gesprekken gevoerd met onder andere mevrouw Leijten. Zijvertelde mij dat zij heel veel werk heeft gehad aan het indienen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1624 amendementen op de Wet hersteloperatie toeslagen. Daarin heeft zij ookwettelijk laten opnemen – dat staat ook zo in de memorie van toelichting –dat ouders het recht hebben om de op de zaak betrekking hebbendestukken te ontvangen. Dat is dus in de memorie van toelichting gezet dooruw eigen mevrouw Leijten, die ik ontzettend hoog heb zitten.Ik snap dat u zegt: in het begin zijn die grote dossiers wel verstrekt. Datklopt. In het begin is dat geweest. Je merkt alleen dat dat bij advocatenheel veel verwarring heeft opgeleverd, omdat daar bijvoorbeeld infor-matie in zit over de zorgtoeslag in 2011 terwijl de kinderopvang speelt in2016. Advocaten zeggen dus dat ze met heel veel informatie zitten waar zeeigenlijk niks aan hebben. Hetgeen ze echt nodig hebben, is dat ouder-dossier. Daarom hebben we dat op deze manier gedaan.De voorzitter:Er is een korte vervolgvraag van de heer Dijk.De heer Dijk (SP):Die toelichting snap ik. Maar hier is bij een groep ouders nog steeds eenhele sterke behoefte aan. Zij willen dit wél. Ik heb net voorbeeldengegeven waarom dat is. Zij botsen in hun leven tegen situaties aan – ik zeihet net – dat ze geen huis kunnen kopen, geen studie kunnen starten ofzaak kunnen beginnen omdat er ergens toch een kruisje achter hun naamstaat. Ik snap het hele verhaal van de advocaten en de zorgtoeslag. Tot uwdienst; helemaal goed. Maar ik vind dat als mensen zó vermorzeld zijn enzó met wantrouwen benaderd zijn, dat er dan nu een overheid moet zijndie er gewoon gehoor aan geeft als mensen een persoonlijk dossier willenopvragen. Dat er een kabinet en overheid zijn die zeggen: «Ik snap het.Jullie zijn vermorzeld en met wantrouwen benaderd en u loopt tegendingen aan die voor u onoplosbaar zijn, waar u schuld noch blaam aanheeft. Wij gaan u helpen. Als u een persoonlijk dossier nodig heeft, dankrijgt u dat van ons. Als u dan ziet dat er ergens een rood kruisje achteruw naam staat, kunt u namelijk op basis van dat persoonlijke dossier datrode kruisje wegkrijgen en kunt u door met uw leven.» Zo simpel kan hetook zijn.Staatssecretaris Palmen:Ik begrijp heel goed wat meneer Dijk aangeeft. De informatie die mensennodig hebben om ervoor te zorgen dat er een registratie wordt wegge-haald, is heel relevant. Maar dat zit niet in het persoonlijk dossier, dat zit indat ouderdossier. Daarnaast is er een team dat helpt bij het weghalen vandit soort registraties. Wat dat betreft lost het persoonlijk dossier dezevraagstukken niet zonder meer op.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Haage.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):De irritatie loopt aan deze kant wat op, omdat de Staatssecretaris eigenlijknog een keer uitlegt wat al eerder in de stukken stond, maar onze vragenniet beantwoordt. Die gaan over mensen die dossiers hebben gekregenwaar bepaalde registraties en fraudelijsten gewoon niet in stonden. Pasals ze het totaaldossier kregen, kwamen ze daarachter. Dat is hetprobleem. Het wantrouwen groeit en de Staatssecretaris geeft niet aanhoe zij met deze situatie omgaat. U hoeft niet uw brief nog een keer uit teleggen, want ik kan heel goed lezen. U moet vertellen hoe u met datwantrouwen omgaat.Staatssecretaris Palmen:Nogmaals, de informatie waar u op doelt, hoort in het ouderdossier tezitten. Als dat niet in het ouderdossier zat in een individuele situatie, is datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1625 onjuist geweest. Daar hebben de advocaten ons ook op gewezen. Dezeinformatie hoort in dat ouderdossier te zitten. Wij hebben bovendienaangegeven dat we snappen dat mensen zeggen dat ze toch hunpersoonlijke dossier willen hebben, maar dan kunnen we daar helaas pasop een later moment mee verdergaan.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Mevrouw Haage heeft een deel van mijn interruptie al gedaan. Dankdaarvoor. Er gaan gevallen zijn waarbij ouders zeggen: het kan wel zo zijndat dat in het dossier zou moeten zitten, maar ik loop hier wel tegenaan.Hoe gaan we daar dan mee om? Hoe zorgen we dat ouders ergensterechtkunnen – u zegt dat daar een team voor is – en dat het gewoongefikst gaat worden?Staatssecretaris Palmen:Het Brede Hulpteam is daarvoor opgesteld. Als mensen daartegenaanlopen, dus als zij geconfronteerd worden met ontbrekende informatie, danmoet dat gemeld worden. Dit hoort daar gewoon bij.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Maar je weet niet wat je mist als je het niet weet, zal ik maar zeggen. Dusik ben een beetje meer op zoek naar het volgende. Een ouder loopt vastbij een instantie, waarbij ze het gevoel hebben: volgens mij loop ik vastomdat er misschien wel ergens een rood kruisje staat. Dan zou ik het goedvinden dat ze ergens terechtkunnen waar snel wordt uitgezocht hoe datnou zit. Als er inderdaad toch ergens een registratie staat, moet dat snelworden opgelost. Daar ben ik naar op zoek.Staatssecretaris Palmen:Dat snap ik heel goed. Ik heb laatst nog een gesprek gehad met eenluisterend schrijver die eenzelfde situatie tegenkwam bij degene diegedupeerd was, de verteller. Die paste ook niet in een hokje. Diegenewerd ermee geconfronteerd dat hij geen hypotheek rondkreeg en liepoveral tegenaan. Daarvoor is dat team ingericht, juist om dit soortsituaties verder te begeleiden. Ik zal het mailadres even opzoeken. Ik komdaar in de tweede termijn op terug.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Mag ik daar heel kort op reageren?De voorzitter:Mevrouw Van Dijk, dat is uw vijfde interruptie. Ik meld het even.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Maar we mochten toch onbeperkt interrumperen?De voorzitter:Dat hebben we niet afgesproken, mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan houd ik me in en ga ik in de tweede termijn de vraag stellen.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik weet het niet, maar is er een soort inhoudsopgave te maken van zo’nouderdossier en wat daarin moet, zodat ouders goed kunnen toetsen? Datschept ook vertrouwen en dan kun je ook kijken wat er mist.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1626 Staatssecretaris Palmen:Die is verstrekt aan de Kamer.Mevrouw Wingelaar (NSC):Maar blijkbaar is het niet voldoende, want ouders hebben geenvertrouwen dat alle informatie erin zit. Dus waar gaat dit dan mis?De voorzitter:Via de voorzitter, alstublieft. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Palmen:Deze lijsten, die inhoudsinventarisatie en de opbouw van het dossier, zijnsamen met ouders en advocaten op die manier ingericht. Het zijn juist deadvocaten die hebben gezegd: je moet ervoor zorgen dat mensen ookbegrijpen waar het zit, hoe het is opgebouwd en al dat soort zaken. Iksnap dat dat misschien niet zomaar het wantrouwen wegneemt, maar datkrijg je ook niet zomaar weer weg.De heer Ergin (DENK):Ik ga er toch nog een interruptie aan wijden. Ik hoor veel advocatenzeggen: bij ons kloppen mensen aan, ouders die gedupeerd zijn, die hunbasisdossier niet eens hebben, laat staan het persoonlijk dossier. Volgensmij hebben wij in het vorige commissiedebat gezegd: als je nou datbasisdossier ongelakt aan de advocaten verstrekt, heb je de basis al heelsnel compleet. Dan kun je juist de energie steken in ouders die behoeftehebben aan dat complete dossier, dat persoonlijke dossier. Mijn vraag aande Staatssecretaris is of ze er ook naar heeft gekeken om het proces opdie manier in te richten.Staatssecretaris Palmen:Wij hebben de afspraak gemaakt om niet standaard meer alles te lakken,dus het is «ongelakt, tenzij», zoals het normaal ook hoort. Het voorstel vande commissie-Van Dam was om ongelakt aan advocaten te verstrekken endaarvan zeggen de advocaten zelf: daar zitten wij niet op te wachten, wewillen eerst een afspraak hebben. Dat is helemaal prima; dat hebben we terespecteren.De voorzitter:De heer Ergin. Dit is ook uw vijfde interruptie.De heer Ergin (DENK):Ik heb even in de stukken gekeken bij de fractie. U weet dat mijn fractiehier al langer mee bezig is. Op een kennisnetbijeenkomst van15 september 2022 zijn de advocaten bij elkaar gekomen. Samen met deUHT hebben ze een voorbeelddossier vastgesteld. Die lijst is er al; die is eral drie jaar. Waarom dan opnieuw die afspraken maken, terwijl je een lijsthebt die is afgestemd met de advocaten? Gewoon een basisdossier opbasis waarvan advocaten verder kunnen gaan. Heel veel dingen zijn albedacht. Die liggen er al; het is alleen een kwestie van uitvoeren. Ik vraagde Staatssecretaris: sla met de vuist op tafel en zorg ervoor dat hetbasisdossier op z’n minst ongelakt bij de advocaten komt te liggen. Het iser al, doe het gewoon.Staatssecretaris Palmen:Ik val in herhaling, maar natuurlijk is het zo dat wij inmiddels dieafspraken met de advocaten gemaakt hebben. Dat klopt, en die wordenuitgevoerd. Maar als advocaten zelf zeggen «ik wil niet standaard eenongelakt dossier hebben, want het is afhankelijk van het individueledossier en van de relatie die ik met mijn cliënt heb», dan kan ik dat nietzomaar doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1627 De voorzitter:U kunt de beantwoording vervolgen.Staatssecretaris Palmen:Dan komen we bij het blokje dwangsommen. Als de dwangsommenworden afgeschaft, wat betekent dat dan voor de gedupeerden die al eendwangsom hebben ontvangen of moeten ontvangen? Wat betekent ditvoor de rechtsbescherming? Dit zijn vragen die meerderen van u gesteldhebben. Heel eerlijk, als ik een herstelregeling zou moeten ontwerpen, zouik de dwangsommen daar geen plaats in geven. Ik vind dat eigenlijk nietpassen, omdat een herstelregeling die met diverse commissies en allerleiwaarborgen is omkleed, dat eigenlijk niet nodig zou moeten hebben. Maardaar is niet voor gekozen. Er is voor gekozen om een dwangsom te latengelden, ook voor deze hersteloperatie. Dat is een wettelijke bepaling enals ik die wet zou willen veranderen, áls ik daarvoor al toestemming krijgvan uw Kamer, dan gaat dat natuurlijk alleen maar gelden voor nieuwesituaties. Daarmee los ik de huidige situaties niet op.Nu heeft de Raad van State gisteren de uitspraak gedaan dat Toeslagenlanger de tijd heeft, omdat het op dit moment echt gierend vastloopt. Omeen beeld te geven, op dit moment komen er zo’n 800 BNTB’s binnen:bezwaren tegen het niet beschikken. En er is een behandelcapaciteit vanzo’n 500 bezwaardossiers. Dat loopt dus gewoon vast. Daarom ben ik nogsteeds aan het kijken, ook samen met de advocaten en de ouders, hoe weervoor kunnen zorgen dat mensen toch krijgen waar ze recht op hebben,zonder dat ze zich moeten vastklampen aan juridische procedures. Datvind ik belangrijk, want ik vind het vervelend en echt onbestaanbaar datwe moeten procederen en dat we daardoor nog zo veel vertragingoplopen. Dus daar werk ik aan.Mevrouw Van Eijk (VVD):De Staatssecretaris heeft ons inderdaad geïnformeerd over de uitspraakvan de Raad van State en het feit dat een «redelijke termijn» in dit gevalblijkbaar plus 60 weken is. Vraagt dat nog om een wettelijke verankering,of niet? Er lag ooit een conceptwetsvoorstel dat die beslistermijnen juistzou verruimen. Uw voorganger heeft dat aangepast en eruit gehaald,want het zou niet nodig zijn omdat we die termijnen wel zouden gaanhalen. Dat is duidelijk niet het geval. Dus gaan we nu op basis van dezeuitspraak van de Raad van State de praktijk inrichten of moet er nog eenwetswijziging komen?Staatssecretaris Palmen:Kijk, rechterlijke uitspraken zijn natuurlijk ook een bron van recht; daar zulje je ook aan moeten conformeren. Dat neemt niet weg dat ik dit ervaarals een constante opdracht om zo snel mogelijk en zo goed mogelijk debezwaarprocedure en de bezwaarschriften af te handelen. De Raad vanState doet een oproep aan de wetgever, dus ik moet op een later momentterugkomen op hoe we hier precies mee omgaan. Dat is nog nietuitgekristalliseerd, want die uitspraak is van gisteren.Dat was trouwens ook de vraag van mevrouw Wingelaar: als de Raad vanState zegt «je hebt veel langere beslistermijnen», hoe zit het dan met dieambitie van 2027? Ik blijf me erop richten dat het niet zo lang kan duren.Een bezwaarprocedure die zo veel tijd nodig heeft, vind ik echt { Tijd isook een kwaliteit. Ik vind het zo belangrijk dat mensen voortvarendantwoord krijgen in de bezwaarprocedure, dus daar blijf ik mij voorinzetten. Daarom gaan we nu ook beter kijken naar de inhoud van debezwaarschriften met de responsieve bezwaarbehandeling, om ervoor tezorgen dat we die ook voortvarender kunnen oppakken.Dan kom ik bij de vraag van de heer Ergin. Hij zegt: door te stoppen per1 april 2024 in plaats van per 1 januari 2026 maakt u niet maximaalgebruik van de gedoogperiode van de Wet DBA. Zijn vraag is: waarom?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1628 Het handhavingsmoratorium is per 1 januari komen te vervallen. Wijhebben afgesproken dat Toeslagen iets langer de tijd heeft om daaraan tevoldoen. We zijn nu uiteraard bezig met de afbouw, maar de brokershebben zelf besloten om een aantal van hun mensen niet langer in dienstte laten zijn. Het is dus niet zo dat ik die keuze maak, maar die is gemaaktdoor de derde partijen.De voorzitter:Ik heb toch nog een interruptie voor u van de heer Faddegon. Ik was net telaat, toen was u al begonnen met de volgende vraag.De heer Faddegon (PVV):Het ging nog over de dwangsommen die opgelegd zijn. Kan de Staatsse-cretaris aangeven hoe zij omgaat met mensen die dat misschien weer tenonrechte hebben ontvangen? Bouwen we niet allerlei problemen in? Ofzegt u: we kijken na 2027 wel of er ten onrechte dwangsommen zijnuitbetaald?Staatssecretaris Palmen:Ik begrijp uw zorg hierover. De vraag of iemand al dan niet gedupeerd is,is een hele wezenlijke, belangrijke vraag. Die vraag verdient het ook om zosnel mogelijk te worden opgepakt. We moeten uiteraard kijken naar watwe nu doen met alles wat is volgelopen en hoe het daarmee zit, dus daarkom ik nog op terug.De voorzitter:De heer Ergin heeft nog een interruptie op het antwoord op zijn vraag? Ikbegrijp dat u toch eerst nog even verder mag beantwoorden en dan komtde interruptie straks.Staatssecretaris Palmen:Ik wilde over de Wet DBA doorstappen naar de vraag van mevrouw VanEijk. Zij vraagt: hoe wordt nu de continuïteit van de hersteloperatiegegarandeerd? Je ziet nu dat een aantal potentieel schijnzelfstandigenzich heeft teruggetrokken. In de periode december 2024 tot februari 2025zijn dat 119 mensen. Hiervan zijn 77 personen weer terug bij de UHT. Zijzijn in vaste dienst gekomen, ze zijn vervast. Het wil dus niet zeggen datals iemand stopt, hij dan helemaal weg is. Gelukkig niet. Maar goed, wemoeten er dus wel rekening mee houden dat het effecten kan hebben.Over hoe groot dat effect is, kan ik u op dit moment niet informeren. Wezullen het moeten zien. We zetten natuurlijk alles op alles om mensen bijons in dienst te laten treden. In de volgende voortgangsrapportage krijgt uweer een update van de cijfers.De heer Ergin (DENK):Het verhaal over de brokers hoor ik zo nu en dan ook, maar ik hoor ookdat heel veel mensen die als zelfstandige bij de UHT werken, zeggen:eigenlijk vind ik dit heel belangrijk; ik was bezig met een dossier; ik wasbezig met een oplossing en plotseling moet ik weg, omdat er ergensanders een wet is gewijzigd of omdat de broker niet meer wil. Op basisvan de berekening van de Staatssecretaris kunnen we concluderen dat ervanaf 1 april 50 mensen minder werken. Dat betekent dat er minimaal 50mensen minder zijn om ouders te ondersteunen. Waarom kiest deStaatssecretaris er dan niet voor om met die 50 direct een zelfstandigen-overeenkomst af te sluiten, zodat ze in ieder geval tot het eind van dit jaardie werkzaamheden voort kunnen zetten?Staatssecretaris Palmen:Met deze mensen wordt constant het gesprek gevoerd en er zijn er ookheel veel die in vaste dienst komen bij de UHT.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1629 De voorzitter:Ja, heer Ergin, de Staatssecretaris gaat over haar antwoord, dus u kuntzeggen «dat is geen antwoord op mijn vraag», maar daar kan ik niet veelmee. Dus of u doet een nieuwe interruptie of {De heer Ergin (DENK):Ja, dat kan. Er zijn 70 mensen vervast, prima. Dan blijft er nog een deelover dat niet weer als zelfstandige aan de slag gaat, vanaf morgen, vanafmaandag. Over die groep zeg ik: zorg er nou voor dat die groep gewoondirect, desnoods direct bij de UHT en niet via een broker, een contractkrijgt. Dan kunnen deze mensen in ieder geval tot het eind van dit jaar,zolang er nog sprake is van een gedoogperiode, mensen helpen. Meervraag ik niet. Zoek een manier, vind een constructie om ervoor te zorgendat zo veel mogelijk mensen geholpen worden; dat is mijn vraag.Staatssecretaris Palmen:Ik begrijp uw zorg en ik zou ook het liefste deze bevlogen mensen willenbehouden, vandaar dat wij hun ook dat aanbod doen om in vaste dienst tekomen. U moet zich ook realiseren dat de overheid ook gebonden is aanraamcontracten voor de inhuur van mensen. Die kun je niet zomaarovernemen.De voorzitter:U kunt uw beantwoording vervolgen.Staatssecretaris Palmen:Dan wil ik verdergaan met een vraag van mevrouw Wingelaar over deonafhankelijkheid van de UHT bij de Belastingdienst. Zij vraagt zich af: watdoet de Staatssecretaris om de UHT afstand te laten nemen van deBelastingdienst? Ik vind het ook belangrijk dat het herstel op eenonafhankelijke manier tot stand komt. Vanaf 2021 is de Dienst Toeslagenuit elkaar gehaald, dus dan heb je Toeslagen regulier en de Belasting-dienst Uitvoering Herstel Toeslagen. Dat is een zelfstandige directie. Er iswel een overeenkomstig gebruik van informatie en van een aantalfaciliteiten, juist om het werk te kunnen blijven doen. Maar het is nog eenonderdeel van het directoraat-generaal Toeslagen. In die zin is er eenstukje onafhankelijkheid, maar of u dat voor ogen heeft, weet ik niet.De voorzitter:Er is een interruptie op dit punt van mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Sorry, voorzitter. Het is eigenlijk nog even op het vorige punt. Volgensmijn informatie zijn er 700 zzp’ers bij de UHT als zelfstandige aan hetwerk. U zegt dat er 77 zijn die in vaste dienst komen. Dat is 10%, dat ishartstikke mooi. Het is voor de mensen die dat graag willen. Alleen zegt udat we niet verder kunnen vanwege het raamcontract. Dat snap ik, wantdie raamcontracten zijn er, maar nu zegt de broker dat zij niet meer willen.Er is dus een reden om buiten deze raamcontracten mensen rechtstreeksaan te nemen of in te huren. Zou de Staatssecretaris hier alstublieft heelgoed naar willen kijken? Want er zijn in mijn ogen wel degelijkmogelijkheden.Staatssecretaris Palmen:Uiteraard kijk ik hiernaar, maar ik wil wel even iets rechtzetten. Het zijn 77mensen van een groep van 119 mensen. Wat de rest gaat doen, weet ikniet. Ik hoop dat ze vervast worden, of iets anders, maar wij kijken er zekernaar.Dan wil ik graag verdergaan met een andere vraag van mevrouwWingelaar: hoeveel adviezen neemt de UHT over van de BAC en hoeveelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1630 niet, en wat is daarvan de reden? Zij zegt ook: versnelling mag nooit tenkoste gaan van rechtsbescherming. Ik ben het helemaal met mijn collegavan Nieuw Sociaal Contract eens, want rechtsbescherming is natuurlijkheel erg belangrijk. Aan de andere kant is het ook belangrijk om debehandeling van bezwaarschriften niet te lang te laten doorlopen. Ook tijdis hierin een kwaliteit. Ik heb begrepen van mijn collega’s dat er tot opheden vier situaties bekend zijn waarin is afgeweken van deBAC-adviezen, vier situaties waarin de UHT ten nadele van ouders isafgeweken. Dat is een uitzonderlijke situatie, vandaar ook het aantal vier.Dat wordt alleen gedaan als het echt niet anders kan en overeenkomstigde Wet hersteloperatie toeslagen is. Dus het gebeurt niet al te vaak. Inbijna alle situaties volgt de UHT het advies van de Bezwaarschriftenad-viescommissie op.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Het gaat om de vraag van de collega van NSC over de afstand van de UHTtot de organisatie, een stukje terug. We kregen een antwoord, waarbij ikmoest denken aan mijn tijd als gemeenteraadslid toen het dualisme werdingevoerd. We hadden toen discussies over hoeveel meter afstand hetcollege moest hebben van de raad. Ik ben heel erg benieuwd naar wat deStaatssecretaris een gezonde afstand zou vinden.Staatssecretaris Palmen:Ik vind dat een goede vraag. Ik vind het belangrijk dat de kwaliteit en deoordeelsvorming in ieder geval onafhankelijk plaatsvindt. Vandaar dat erfysiek en letterlijk een afstand is: een andere locatie, los van het minis-terie. Er zijn eigen contracten en er is een eigen directieteam datzelfstandig tot de prestaties moet komen. Ik denk dat dat vooralsnogvoldoende is, hoewel ik wel zie dat zaken verbeterd kunnen worden quauitvoering.Dan kom ik bij het stukje aanvullende schade. De stand van zaken van degesprekken met de SGH. De vraag van mevrouw Van Eijk van de VVD is:welke stappen worden er gezet om in overleg met de SGH verder tekomen? De SGH heeft het afgelopen anderhalf jaar een enorme groeidoorgemaakt van een totaal nieuwe organisatie tot een organisatie dieeigenlijk een sleutelpositie heeft verworven in de hersteloperatie. Dat isheel knap en daar heb ik ontzettend veel waardering voor. Ik ben ook opwerkbezoek geweest en ik heb diverse gesprekken gevoerd. Ik ben dieponder de indruk van hoe de SGH-route werkt en hoe men dat aanpakt. Ikkan alleen maar heel veel waardering hebben voor met name het verhaalvan de ouder, het feitenrelaas, de verteller en de luisterend schrijver.Op dit moment zijn wij met elkaar in gesprek om opvolging te geven aanhet advies om te komen tot een verdere opschaling van de SGH-route. Diegesprekken blijven we uiteraard voeren. Maar ook de commissie-Van Damgaf een aantal zorgpunten mee: kijk in ieder geval kritisch naar deschaalbaarheid en kijk naar de governance. Dat zijn wel punten die we insamenhang moeten blijven zien. Daar wordt aan gewerkt en daarover zijnwe nog steeds met elkaar in gesprek.De heer Vijlbrief (D66):Is de Staatssecretaris aan het eind van het SGH-blokje? Anders wacht iknamelijk even.Staatssecretaris Palmen:Ik heb nog een andere vraag, onder andere van mevrouw Van Eijk, overde governance, over De Telegraaf en over het rapport van Nauta dat vande week naar voren kwam. Zij vraagt zich af hoe dit precies is gegaan. Wehebben natuurlijk in mei 2024 een evaluatie gehad. Daaruit kwam toen aleen aantal verbetervoorstellen naar voren. Toen is ook de afspraakgemaakt dat de governance in lijn zou komen met de Claimcode 2019. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1631 hebben beide partijen met elkaar afgesproken. Die Claimcode is eengenerieke claimcode. Het zijn basisafspraken – houding en gedrag die jemet elkaar hebt afgesproken – die gelden voor alle stichtingen die temaken hebben met dit soort grote claimorganisaties. Wij delen de wensom te komen tot de uitvoering en invulling van de Claimcode 2019. Daarwordt op dit moment aan gewerkt. Ik heb daar afgelopen week ook nogover gesproken met de voorzitter van de raad van toezicht, meneerSegers, en wij blijven dit met elkaar delen.Dit was het.De heer Vijlbrief (D66):Even een paar dingen bij elkaar pakkend: we hebben dus al die negatieveberichtgeving – die nemen we maar even voor wat het is – maar wehebben hier ook commissievoorzitter Van Dam gehad. Commissievoor-zitter Van Dam zei eigenlijk iets heel helders. Hij zei: «die SGH-route is wathet allerbeste werkt en let nou op dat de SGH-route niet» – hoe zeg ik datnetjes – «in de wielen wordt gereden doordat Financiën daar weer allerleieisen aan gaat stellen qua governance et cetera». Dat zei hij, en hij zei: «letop, want de cultuur bij Financiën» – en ik kan erover meepraten – «is erniet een van ruimhartigheid». Ik wil dus van de Staatssecretaris weten ofdie berichten in De Telegraaf nu wel of niet kloppen. Met andere woorden:wordt er nu ruzie gemaakt tussen de SGH en Financiën over de vraag hoeruimhartig we kunnen zijn? Als de Staatssecretaris niet wil ingaan op hetkrantenbericht, wil ik van haar een brief hebben waarin precies staat hoezij de SGH nu gaat uitvoeren en die wil ik echt op korte termijn hebben. Ikvind dat de Kamer daar recht op heeft, omdat dat een van de kernen wasvan het rapport-Van Dam en het onhelder is wat daar aan het gebeuren is.Staatssecretaris Palmen:Het is niet alleen dat de Kamer daar recht op heeft, ook de ouders hebbenhier recht op. Als wij te horen krijgen dat ouders zeer tevreden zijn met deSGH-route en het fijn vinden om op deze manier hun verhaal te vertellenen op deze manier te werken, dan moeten wij daarnaar luisteren. Het isniet zo dat wij op dit moment aan het ruziemaken zijn over dat schade-kader. We zijn in gesprek met elkaar en het gesprek gaat op dit momentover de Claimcode. Dat is iets anders dan het schadekader.De heer Vijlbrief (D66):Het zal allemaal wel, er zullen wel verschillen zijn. Ik wil gewoon graagweten wanneer de Staatssecretaris denkt dat die gesprekken zijnafgerond. Wanneer hoort de Kamer daar iets over? Daarmee horen deouders daar ook wat over en dat is dan hopelijk meer waar dan wat er inde krant staat, als dat niet waar is. Dus wanneer is er { hoe heet het ookalweer: boter bij de vis? Het is donderdagmiddag, boter bij de vis:wanneer komt wat naar de Kamer en wanneer horen we het precies?Staatssecretaris Palmen:De inzet is om voor het meireces tot antwoorden te komen.De heer Vijlbrief (D66):Inzet is prachtig en ik waardeer dat zeer. Dat is over vier weken. Wij makenaltijd afspraken tussen Kamer en kabinet. Inzet bestaat niet, dus dan is ereen toezegging van de Staatssecretaris dat er voor het meireces een briefkomt. Anders gaan we daar een motie over indienen.Staatssecretaris Palmen:Ik wil die toezegging wel doen, dat u in ieder geval voor het meirecesantwoord krijgt óf over de stand van zaken óf over hoe het er preciesuitziet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1632 De voorzitter:Er is nog een interruptie van mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Mag ik de Staatssecretaris een suggestie doen?De voorzitter:Zeker.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Waarom niet gewoon in een hok gaan zitten en zorgen dat we eruitkomen? We hebben weer de intentie, we willen weer wat gaan doen, maarvolgens mij moet het vrij simpel zijn om agenda’s leeg te maken engewoon bij elkaar te gaan zitten en een oplossing te bedenken.Staatssecretaris Palmen:Er worden op dit moment bijna dagelijks gesprekken gevoerd. Dat is duseen soort van «bij elkaar in een hok zitten». Alleen ’s nachts mogen ze nognaar hun eigen huis.De voorzitter:U kunt de beantwoording vervolgen. Ik zie toch nog een interruptie vanmevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik probeer wat dingen naast elkaar te leggen. Bijvoorbeeld het rapport ofhet advies van NautaDutilh over die Claimcode: daar staat nogal wat.Anderzijds krijgen we natuurlijk ook informatie uitgereikt van de SGH. Ikkan het gewoon zo moeilijk over elkaar heen leggen. Ik zie ook, heeleerlijk, nog geen begin van een oplossing. Ik zou heel graag van deStaatssecretaris willen horen hoe zij hieruit gaat komen op zo’n manierdat we elkaar allemaal in elkaars waarde laten en uiteindelijk vooruitkunnen. Los van het feit dat ik die notitie veel eerder had willen hebben,maar dat heb ik in mijn inbreng al gezegd.Staatssecretaris Palmen:Dit is ook precies de reden waarom ik met de voorzitter van de raad vantoezicht heb gesproken. Wij delen de inzet en we hebben uitermate veelwaardering en respect voor elkaar. We blijven ons daarop inzetten.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ga het ook nog een keer proberen, want mevrouw Rikkers stelde voor«ga met elkaar in een hok zitten en kom er niet meer uit voordat er eenoplossing is», in mijn eigen woorden gezegd. De Staatssecretaris geeftaan: feitelijk doen we dat al, we gaan alleen ’s nachts nog maar naar huis.Maar toch ligt het er nog niet, oftewel al die inzet is dus nodig omüberhaupt dichter bij elkaar te komen. Er speelt dus wel degelijk iets.Staatssecretaris Palmen:Het is een intensief traject; dat heeft gewoon zijn beloop nodig.De voorzitter:U kunt de beantwoording vervolgen. Toch een interruptie van de heerDijk.De heer Dijk (SP):Als het zo’n intensief traject is, kan de Staatssecretaris dan in ieder gevaleen beetje delen waar het zo aan het vastlopen is? Is het geld?Staatssecretaris Palmen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1633 Ik wil natuurlijk niet interveniëren in het proces zoals het op dit momentloopt. Het is beter als dat gewoon verder aan tafel met beide partijenbesproken wordt. Maar één ding is duidelijk: wij zetten in op het schade-kader zoals dat nu geldt.Dan wil ik graag doorstappen naar route B. Een belangrijke vraag vanmeneer Vijlbrief is: hoe gaat die route B er nu uitzien? Meneer Van Damadviseert twee routes: SGH en een alternatief voor ouders die niet zitten tewachten op de SGH-methodiek. Een route die recht doet aan een stukjeeigen regie van de ouder, maar daarbij ook ruimte biedt om, al dan nietmet hulp van een advocaat, zelf een bijdrage te leveren aan het schade-kader en aan het aannemelijk maken. Dus ook hierover zijn we in gesprekmet de advocaten, met de gedupeerden. Daar is de regieroute van de VSOeen mooi voorbeeld van. De VSO-regieroute is ook een goed werkenderoute. We zijn er naartoe aan het werken om die te uniformeren, dus gelijkte stellen met dat schadekader. Bij de meer complexe situaties kan gebruikworden gemaakt van de aanvulling voor complexe situaties. Dat is hetbeeld van hoe de route B eruit gaat zien.De PVV vraagt zich af of het niet lastiger is als je dat zelf aannemelijk moetmaken en of dat geen drempel is. Daarom is het ook belangrijk dat je mettwee routes naar dezelfde uitkomst werkt en dat het voor iedereentransparant is hoe de kaders zijn en wat de spelregels zijn. Op die maniermaak je het makkelijk. Daarnaast kunnen ouders altijd een advocaat in dearm nemen die hen helpt en hiermee begeleidt. Dan de vraag over decomplexe schades. Wanneer is er sprake van een complexe situatie, wiebepaalt dat en op welk moment in het proces? Een aantal vragen gingdaarover. De complexiteit moet nog worden uitgewerkt. Wij hebbengevraagd aan de Commissie Werkelijke Schade welke situaties zijtegenkomt waarvan je denkt dat die wel heel complex zijn. Dat wordt opdit moment uitgewerkt.De voorzitter:Ik zou graag degene die aan de microfoon is, laten spreken. Anders stoorthet heel erg. Gaat u verder.Staatssecretaris Palmen:Ook advocaten zien natuurlijk regelmatig bij de begeleiding van huncliënten welke situaties om extra aandacht vragen omdat ze zo complexzijn. Daarbij moet u denken aan situaties als arbeidsongeschiktheid,ondernemerschap, dat soort situaties. Op het moment dat een ouder zijnsituatie niet kwijt kan in de A- of B-route, zou hij door mogen stappen naarde aanvulling in de C-route. Dus het is een aanvulling en die komt na hetuniforme schadekader. Wij werken dit uit met de advocaat, maar ook metde ouders en de Commissie Werkelijke Schade.Ik kom op de vraag waarom de digitale route niet is gelukt. De digitaleroute zat nog in een pilotfase en was weer een van de nieuwe loten aande stam. We zorgden ervoor dat er uiteindelijk vijf verschillende routeswaren bij vijf verschillende kaders. Dit hielp echt niet. We snappen wel dathet prettig werkt om je digitaal laagdrempelig te kunnen aanmelden. Opdie manier zou je de aanmeldportalen en de digitale route uitgekleed instand kunnen houden, zodat mensen zich laagdrempelig kunnenaanmelden voor de A- of B-route en op die manier door kunnen gaan. Hetmoet zo efficiënt en makkelijk mogelijk zijn voor de ouders.Ik kom op de vraag of het niet verstandig is om de VSO-route tochovereind te houden. Die wordt omgezet omdat wij goede ervaringenhebben met de VSO-regieroute. Ook de advocaten en ouders zijn daarheel tevreden over.Mevrouw Van Dijk had een vraag over de rechtsgelijkheid. Zij vraagt zichaf hoe er wordt omgegaan met VSO’s die in de pilotfase tot stand zijngekomen nu eigenlijk de schadekaders verruimd zijn. Is daar ruimte vooreen herziening? Op het moment dat ouders al in het traject zitten, kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1634 zij nog kiezen of ze de route uitlopen of toch gaan overstappen naar hetnieuwe traject.Dan de situatie dat er onder de oude omstandigheden bij de CommissieWerkelijke Schade een onherroepelijke beschikking is afgegeven. Dat vindik eerlijk gezegd een hele lastige vraag. Strikt juridisch is daar geenaanleiding voor en moet het niet, maar gevoelsmatig knaagt het. Het meswordt mij op de keel gezet. Ik wil kijken naar hoe we daar rechtvaardigmee kunnen omgaan, maar ik wil wel benadrukken dat andere mensen dienog helemaal geen schadeloosstelling hebben gehad, nu wel voorgaan.Mevrouw Van Eijk vraagt zich af hoeveel kosten er gemoeid zijn met hetstopzetten van schaderoutes. We hebben nu geen extra kosten gemaaktdoor het stopzetten van lopende schaderoutes. Alleen de pilot digitaleroute is stopgezet, maar alle andere kennis en ervaring wordt meege-nomen en gebruikt in het uniformeren van de schaderoutes, de route-A ende route-B, om te komen tot dat uniforme schadekader.Dan zijn we toe aan de jongeren die het manifest ook aan mij hebbenuitgereikt. Ik zie mevrouw Van Eijk met een vraag.Mevrouw Van Eijk (VVD):Voor mij was nu niet helemaal helder wat er nu met het aanmeldportaalgebeurt. Ik heb het idee dat ik in de technische briefing iets anders hebgehoord dan er in de brief staat. Ik krijg nu weer een best vaag antwoord.Blijft dat aanmeldportaal nu in de lucht en blijft het dus ook leidend omuiteindelijk route-A en route-B, dan wel route-C zoals u die noemt, terechtte komen? Of wordt dat stopgezet of is het al stopgezet?Staatssecretaris Palmen:Even kijken hoor. Het aanmeldportaal zou eigenlijk in februari live gaan.De implementatie zorgt er echter voor dat die functionaliteit in totaliteitachterhaald is. Dat betekent nog wat aanpassing. We willen wel dieaanmeldmogelijkheid sec behouden zodat het voor ouders makkelijk isom zich in ieder geval aan te melden voor de ene of de andere route. Dushet vergt nog enige aanpassing. Wat mij betreft en dat is ook het beeldvan de hersteloperatie en blijft het in ieder geval mogelijk om je daar aante melden.Mevrouw Van Eijk (VVD):Mogelijk of verplicht? Voorheen was het volgens mij de bedoeling omalles via het aanmeldportaal te laten lopen. Daar waren toen welbedenkingen en bezwaren bij.Staatssecretaris Palmen:Ik hoor dat we dit verder uitwerken, onder andere ook met SGH. Het beeldis een centrale voorziening te hebben, zodat het voor ouders ook duidelijkis.Dan stelde de heer Dijk de vraag wat ik ga doen met het manifest. Lezen.Bestuderen. Tot mij nemen. In gesprek gaan met jongeren die ik al hebgesproken. Ik heb het net ontvangen. Ik ben heel blij, maar ik moet hetnog lezen. Dat begrijpt u. Ik wil er graag nader op terugkomen.De vraag was ook hoe ik nu tegemoetkom aan de roep van jongeren omerkenning. Ik herken absoluut het signaal van jongeren die zeggen: ja, ikben ook gedupeerd; ik ben ook slachtoffer van het toeslagenleed. Zezeggen heel veel leed te hebben moeten meemaken in het gezin. Ik vindhet heel erg belangrijk dat jongeren en kinderen zich erkend voelen in datleed. We hebben vanochtend in de commissie ook gezien bij mevrouwHamer hoe belangrijk dat is. Dat moet ik nog verder uitwerken, ook opbasis van dit manifest en op basis van de rapporten die ik vanochtend hebmogen ontvangen.Het is wel zo dat we in het verleden natuurlijk samen met jongeren, metde number 90 foundation en Diversion een kindregeling hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1635 ontworpen. De commissie-Hamer zegt, en u zult dat ongetwijfeld ookzeggen, dat zo’n kindregeling heel leuk is, maar dat dit nog niet voldoendeis en nog niet werkt zoals die bedoeld is. We moeten sowieso kijken hoedat uitpakt. Ik hoor van jongeren dat sommige gemeenten echt langewachttijden hebben, maar er zijn ook andere gemeenten die hele goedevoorbeelden hebben van hoe zij snel en direct in contact staan met dejongeren. Ook in die zin zul je van elkaar moeten leren. De kindregelingbestaat natuurlijk uit een financiële tegemoetkoming, uit ondersteuningen begeleiding door de gemeente en uit hulp bij problematische schulden.Nogmaals, ik krijg signalen dat dat niet overal even goed werkt. Daarmoeten we naar kijken en dat ga ik ook doen.De heer Vijlbrief (D66):Een simpele vraag aan de Staatssecretaris: kan zij de Kamer verzekerendat het ravijnjaar voor gemeenten – dat komt volgend jaar – geengevolgen gaat hebben voor wat gemeenten doen voor kinderen vantoeslagouders?Staatssecretaris Palmen:Dat zijn andere criteria. De herstelorganisaties en gemeenten werken opandere manieren met elkaar samen. Daarvoor is een specifieke regelingontworpen. In die zin zou dat elkaar niet hoeven bijten.De heer Vijlbrief (D66):Zegt de Staatssecretaris nou dat hier een SPUK voor is en dat die nietgeraakt wordt? Is dat wat zij zegt? Even in technische termen: eenspecifieke uitkering.Staatssecretaris Palmen:Ja, deze SPUK blijft.De heer Vijlbrief (D66):Oké. Goed zo. We noteren het.Staatssecretaris Palmen:Dat is heel goed. Waarvan akte. Dat is er nog een vraag van het CDA.De voorzitter:Sorry, mag ik u heel even onderbreken voordat u met de volgende vraagverdergaat? De heer Dijk heeft nog een interruptie.De heer Dijk (SP):Het is een klein stapje dat de Staatssecretaris erkent dat de kindregelingniet werkt. Het is een beetje een nietszeggend antwoord om te zeggen datwe «ernaar gaan kijken». Ik heb heel nadrukkelijk twee – laat ik er tweevan maken – heel concrete eisen uit het manifest. Het klinkt een beetjeflauw, maar daarvoor hoeft u het manifest niet te lezen, want dat weet u.Wat voor moeite is het nu om een brief te sturen met erkenning naar allekinderen die daar niets mee te maken gehad en die dit gewoon op papierwillen krijgen als vorm van erkenning? Zij kunnen daarmee ook aanandere instanties aangeven dat ze erkend zijn. Dat is de eerste vraag.Mijn tweede vraag gaat over het kwijtschelden van de DUO-schulden. Deregeling werkt gewoon niet. Mensen zitten vast. Het kán niet zoingewikkeld zijn. Op die twee punten, die twee heel concrete eisen, wil ikde Staatssecretaris echt vragen in te gaan en aan te geven waarom ze datniet wil. En als ze dat niet wil, wat is dan het alternatief om het wel te latenwerken? Ik vind dat «ernaar kijken» echt niet meer kan na al die jaren. Datkan niet meer als antwoord.Staatssecretaris Palmen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1636 Op dit moment krijgen jongeren al een brief met een erkenning. In die zinis er een vorm van erkenning. Dat gaat in ieder geval om de kinderen diein aanmerking komen voor de kindregeling. Daarnaast weet ik dat u ervoorstander van bent om de DUO-schulden kwijt te schelden voor dejongeren die geraakt zijn door het toeslagenleed. De commissie-Van Damzegt echter dat er ook jongeren zijn die gestudeerd hebben en dat eranders hele grote verschillen worden gecreëerd. Ook de Raad van Statezegt: maak geen nieuwe generieke regeling en let op het gelijkheidsbe-ginsel. We willen kijken en werken met jongeren en niet met specifieke«onderdelen» van gedupeerden. Dat werkt niet. Als je doorschiet in hetgoede, kan dat juist weer leiden tot ongelijkheid. Dat is volgens mij ookniet wat we willen.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Dijk.De heer Dijk (SP):Voorzitter, nog één opmerking daarover want hier breekt mijn klomp. Er zithier een Groninger die van het gasveld komt. Ik ben er geboren. Houdalstublieft op en zeg het nooit weer dat het ook uitlegbaar moet zijn voorde buurman. De buurman heeft hetzelfde leed en gunt het de ander echt.Ouders gunnen het als geen ander dat hun kind een toekomst heeft. Er isniemand in dit land die niet snapt dat de schuld wordt kwijtgescholden alsdie kinderen een DUO-schuld zijn aangegaan. Het zal hier en daar € 1.000,€ 2.000, € 5.000, € 10.000 of meer zijn. Iedereen in Nederland heeft ditschandaal gezien. Niemand zal deze vorm van solidariteit bestrijden, wantiedereen snapt dat kinderen, juist kinderen in optima forma, altijdonschuldig zijn. Mijn vraag is: wilt u nooit meer zeggen dat het uitlegbaarmoet zijn voor de buurman?De voorzitter:Het is een opmerking. Mevrouw Haage, u hebt ook een vraag? Dan kan deStaatssecretaris die in één keer beantwoorden.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Ik ben het eens met de opmerking van mijn buurman. Mij interesseert hetook niet wat hij van mijn vragen vindt. Het interesseert mij echt niet watde rest van Nederland vindt. Heel veel mensen in Nederland zijn eenbeetje vergeten wat voor ellende er allemaal is aangedaan. Mijnopmerking gaat over wat Van Dam eigenlijk zei over de jongeren. Dat isdat u nader onderzoek zou moeten doen. Nu zet u het een beetje weg. Datvind ik echt heel jammer, zeker nu ze hier in de zaal zitten. Mijn oproepzou zijn: betrek jongeren erbij. Het is fijn dat u erkent dat de kindregelingonvoldoende is, maar er is echt nog een stap nodig. U weigert nu zelfsonderzoek te doen naar de DUO-schulden en dat stuit mij echt tegen deborst. Misschien kan ik u daarin nog wat bewegen.Staatssecretaris Palmen:U bent wel erg voortvarend, via de voorzitter uiteraard, met uwconclusies. Vanochtend hebben wij het rapport ontvangen van decommissie-Hamer. Ook deze commissie geeft aan: heb nu specifiekaandacht voor de jongeren. Vanochtend heb ik gezegd, en dat heeft u mijnleden van het kabinet ook horen zeggen: wij gaan ook die aanbevelingenter harte nemen. We gaan ze bestuderen en we komen met een reactie. Ikzou het heel wenselijk vinden daar de groep jongeren bij te betrekken diemisschien niet uit huis geplaatst zijn.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Van Dijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1637 Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Vanmorgen zijn we inderdaad bij de uitreiking van het rapport geweest.We hebben het gelezen en heel veel aanbevelingen hebben echt welraakvlakken met elkaar. Ik zou concreet willen vragen wanneer deStaatssecretaris met een voorstel komt voor de groep jongeren. Ik snaphet bestuderen, maar aan de andere kant weten we natuurlijk al heel veel.Er is natuurlijk al heel veel en heel vaak over gesproken.De voorzitter:Dat was uw laatste interruptie, mevrouw Van Dijk.Staatssecretaris Palmen:Ik vind het belangrijk om dit in samenhang te bekijken. Dat is vanmorgenook de oproep geweest. U heeft mijn collega horen zeggen dat we voor dezomer met in ieder geval de kabinetsreactie komen.Dan het blokje over brede ondersteuning en de groep van 2.000 tot 3.000mensen die, zoals Van Dam aangeeft, de regie kwijt is. Een aantal ledenvraagt dat. Hoe zit het met de gegevensdeling en wat is daarvoor nodig?Ik hoor de gemeenten, de VNG, zeggen dat dat natuurlijk heel noodzakelijkis, maar ze vragen ook of dat zomaar kan. Ik hoor ook vanuit de organi-satie zelf dat het heel wenselijk is om juist de brede ondersteuning en deschaderoutes beter op elkaar te laten aansluiten. We gaan er heel vaakvan uit dat we gegevens moeten delen, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.Soms kun je ook informatie met elkaar delen. Je lost al heel veel op als jeexpliciet toestemming vraagt van gedupeerden om dit goed op elkaar telaten aansluiten. In die zin is er best het een en ander mogelijk als het gaatom gegevensdeling. Uiteraard verkennen we dit samen met de privacyau-toriteit, de Autoriteit Persoonsgegevens, en andere deskundigen. Ik wildaar zo goed mogelijk en zo pragmatisch mogelijk mee omgaan.Dan kom ik op de vraag hoe de route voor die 2.000 tot 3.000 gezinneneruit gaat zien en wie bepaalt welk gezin dat is. Dat is een lastige vraag endat onderkende de commissie-Van Dam eveneens. Hij zegt ook – dat hebik inmiddels onderzocht – dat het veld, de professionele hulpverlenersheel goed weten over welke gezinnen het gaat. Ik heb het dan over demensen die werkzaam zijn bij de gemeente of bijvoorbeeld bij het InstituutPublieke Waarden, het IPW. De professionele spelers in het veld hebbenaangegeven deze mensen goed in beeld te hebben.We zijn wat dat betreft tweedelijns en we volgen de aanmelding via deprofessionele dienstverleners. Juist bij deze gezinnen zien we ook dat hetbelangrijk is om problematiek multidisciplinair aan te pakken. Dat isprecies de werkwijze waarop het Instituut Publieke Waarden normaalgesproken werkt. Zij zullen hier een belangrijke adviserende en uitvoe-rende rol in hebben. Binnen afzienbare tijd gaan we stappen zetten om testarten met de eerste groep van 50 gezinnen en we gaan al lerend kijkenwat het beste is voor de mensen die intensieve zorg nodig hebben.Ik ben bij het blokje overig aangekomen.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Wingelaar nog een onbeantwoorde vraag heeftvolgens mij. Klopt dat?Mevrouw Wingelaar (NSC):Ja, dat klopt. Nou, een onbeantwoorde vraag... De Staatssecretaris gaat erniet echt op in. We starten met 50 gezinnen voor de zomer en gaan danopschalen. We moeten naar 2.000 tot 3.000 en dat in de tijdlijn 2027. Ikmaak me daar zorgen over.Staatssecretaris Palmen:Het is natuurlijk zo dat een deel van de gezinnen op dit moment al in dezeroutes zit. Dat is ook de realiteit. Het Instituut voor Publieke Waarden is opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1638 dit moment al bezig met de doorbraakmethode en de professionelehulpverleners in het veld zijn hier ook mee bezig. Ik maak me op ditmoment niet zo’n zorgen over de specifieke termijn voor het opschalen.Het gaat er meer om dat je niet op voorhand alles wil dichttimmeren envastzetten. Je wil ook flexibel zijn en daarvan kunnen leren. Daarom diekeuze om het verder op te schalen met de eerste 50 en dan door te pakkennaar 2.000 tot 3.000 gezinnen. Dat is een richtgetal. Zoals Van Damaangeeft: het is een schatting.De heer Vijlbrief (D66):Ik heb een vraag over de orde. Horen het rapport-Van Dam en hetboegbeeld bij «overig» en komt ze daar nog op?Staatssecretaris Palmen:Ja.De heer Vijlbrief (D66):Ik vond het een beetje groot voor overig, maar gaat uw gang.Staatssecretaris Palmen:Het is een groot overig, meneer Vijlbrief. De eerste vraag was waarom datrapport van de commissie-Van Dam überhaupt nodig was. Een aantal vanu zegt: als er nu gewoon beter geluisterd was, hadden we heel wat foutenkunnen voorkomen en dan was dit rapport niet nodig geweest. Maar ja, ikdenk toch dat ik heel erg blij ben met dit advies van de commissie-VanDam. Het is iemand die op afstand heeft gestaan en die er objectief eenblik op heeft geworpen na de hersteloperatie. Ik denk dat dat heelwaardevol is. Dat neemt niet weg dat we dit graag samen met u doen endat we alles wat we nu tegenkomen, gezamenlijk oppakken. Die oproepwil ik zeker ter harte nemen. De adviezen zoals die nu zijn gegeven, vind ikecht heel belangrijk. Die inzichten worden zo veel als mogelijk opgevolgd.Het klopt dat ik nog geen reactie heb gegeven op het aanstellen van hetboegbeeld. Ik ben daar niet expliciet op ingegaan in de kabinetsreactie.Dat heeft een reden. Op dit moment heb ik ook advies gekregen van deoudercommissie en van een aantal andere stakeholders in het veld. Dievragen zich af of het nu wel zo’n goed idee is om één boegbeeld aan testellen of dat je niet beter kunt werken met een aantal aanjagers op despecifieke deelterreinen. Ik kan me daar echt bij voorstellen dat heteffectiever is om bijvoorbeeld op het vraagstuk brede ondersteuninggericht één persoon te zetten die weer andere kwaliteiten nodig heeft danvoor bijvoorbeeld het vlot trekken van het bezwaarproces. Wat dat betreftheeft de oudercommissie mij geadviseerd om gericht te versterken en nietover te gaan tot één kopstuk.De heer Vijlbrief (D66):In de mêlee van stukken: is dat advies van de oudercommissie ook bij deKamer aangekomen?Staatssecretaris Palmen:Uiteraard.De heer Vijlbrief (D66):Oké. Dan wil ik daar graag een vraag over stellen. Bent u klaar met uwboegbeeldantwoord?Staatssecretaris Palmen:Ja. Stelt u uw vraag maar.De heer Vijlbrief (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1639 De Staatssecretaris zegt twee dingen tegelijk die niet helemaal met elkaarkloppen. Ze zegt dat ze ongelofelijk blij is met het rapport van Van Dam,maar het belangrijkste advies voert ze niet uit. Dat kan niet waar zijn. Ikbedoel, wees eerlijk en zeg dat je het met dit stuk van Van Dam niet eensbent. Ik wil hier hom of kuit en niet een antwoord als «je kunt meerdereboegbeelden hebben». Meerdere boegbeelden is geen boegbeeld. Zegt deStaatssecretaris nou: ik ben het boegbeeld, dus ik ben politiek verantwoor-delijk en u kunt mij overal op aanspreken? Dan gaan we als Kamer haardichter op de huid zitten qua uitvoering, nog dichter voor zover dat kan.Het feit dat de oudercommissie voor of tegen is, is interessant, maar ik wilde Staatssecretaris zelf horen zeggen waarom ze dit deel van decommissie-Van Dam niet uitvoert. Of heeft ze dat nog niet besloten? Ikbegrijp het gewoon niet goed.Staatssecretaris Palmen:Ik vind het belangrijk om ook naar de adviezen van de oudercommissie indezen te luisteren. Die heeft mij deze suggestie gedaan. Ik moet zeggendat ik me daar iets bij kan voorstellen, maar ik sta uiteraard niet onwel-willend tegenover het alsnog aanstellen van een bestuurlijk kopstuk. Hetgaat mij erom dat het toegevoegde waarde moet hebben. Als uw zorg is...Ik heb uw collega-Kamerleden ook horen zeggen dat ze inmiddels eenaantal staatssecretarissen verder zijn en willen weten hoe het met de regiezit en met de continuïteit. Dat snap ik en dat vind ik heel belangrijkeargumenten. Als ik dat kan bereiken met meerdere aanjagers, is datprima. Als uw Kamer toch zegt: na, na, we hebben daar toch zorgen over...De heer Vijlbrief (D66):Ik herken het patroon van het kabinet-Schoof weer. Here we go again. Eenkabinet doet een voorstel. Zo werkt het in dit staatsbestel. Ik wil gewoonweten wat het voorstel is van het kabinet. Komt er een kopstuk of niet? Alsde Staatssecretaris nee zegt, is dat ook een antwoord. Ik ben het er nietmee eens, maar dan kunnen we daarmee werken. Als ze ja zegt, is hetprima en horen we graag wie dat gaat worden. Maar niet dit. Niet: als uwKamer dat wil, et cetera... U regeert; niet wij.Staatssecretaris Palmen:Dank je wel voor deze vraag en opmerking. Het is helemaal terecht. Ik hebop dit moment aangegeven dat ik het advies van de oudercommissievolg.De voorzitter:Een interruptie hoewel u al wel door uw interrupties heen bent. Een helekorte vraag dus en echt uw laatste.De heer Ergin (DENK):Ik heb het advies van de oudercommissie gelezen, maar ik lees dit adviesdaar niet in terug. Hoe kan dat dan?Staatssecretaris Palmen:«Werk met aanjagers», staat erin. Voor de goede orde: ik ben ook ingesprek geweest met de oudercommissie.De voorzitter:Zo’n korte zin.De heer Ergin (DENK):Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom de Kamer «werk metaanjagers» moet begrijpen als «werk niet met een bestuurlijk kopstuk» omefficiëntie en snelheid in het proces te krijgen? Kan de Staatssecretaris dattoelichten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1640 De voorzitter:Ik geef even ruimte omdat u allen het zo belangrijk vindt, maar probeerhet kort te houden.Staatssecretaris Palmen:Het beeld bij verschillende aanjagers is dat je mensen met verschillendecompetenties kunt inzetten. Anders moet je op zoek naar een schaap metvijf poten. Dat is de reden.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Is de Staatssecretaris dan niet bang dat we weer allemaal mensen krijgendie verantwoordelijk zijn voor een stukje en het geheel niet zien? Hetgevaar is dat ze allemaal gaan zeggen: ik ga hier niet over, want hij gaatdaarover? Daar zit de angst van de Kamer.Staatssecretaris Palmen:Die zorg begrijp ik. Aanstaande maandag begint zij met haar werkzaam-heden. Er komt een nieuwe directeur-generaal die de verbinding moetgaan leggen tussen al deze verschillende aspecten.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Om het treintje maar even af te maken: ik lees het echt niet terug in debijlage van de oudercommissie. Ik heb die hier gesproken met een tweetalandere Kamerleden in deze zaal. Ik begrijp het echt heel anders. Volgensmij zijn er namelijk zulke goede schapen met vijf poten die er juist bovenkunnen hangen en die u heel erg ten dienste kunnen zijn. Het kan deStaatssecretaris helpen een beetje los te komen van heel veel gedoe. Bij alhet gerollebol in de pers en dergelijke moet ik de Staatssecretaris er maarop blijven aanspreken. Het wordt een lelijke bende.Staatssecretaris Palmen:In de letterlijke tekst van de aanbeveling van de oudercommissie lees ik:«Het aanstellen van een of liefst meerdere aanjagers die boven de partijenstaan, zou op korte termijn opvolging moeten krijgen. Deze aanjagerskunnen een belangrijke functie vervullen in het toezien op een uniformeuitvoering van onder andere de brede ondersteuning.» Dat benadrukte deoudercommissie nog eens. Ik luister naar wat u zegt. Ik vind het ookbelangrijk om te luisteren naar wat u zegt. Ik ga dit nog eens herover-wegen.Bij mijn weten zijn we een heel eind door de vragen heen.De voorzitter:Ik kijk even of de Kamerleden dat met u eens zijn, Staatssecretaris.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Ik had nog opmerkingen gemaakt over de bejegening, DNA, de bonnetjesen het kwaadspreken. Daar heb ik nog niks op gehoord.Staatssecretaris Palmen:Het is uitermate kwalijk als mensen moeten ervaren dat zij op die manierbejegend worden. Dat mag niet gebeuren. Ik vind dat heel kwalijk. Nou ja,ook dit is een punt van constante aandacht. Gelukkig zijn er ook heel veelmensen die juist ontzettend gewaardeerd worden, ook bij de herstelope-raties. Het gaat er juist om de persoonlijke zaakbehandelaren in hetzonnetje te zetten, echt de helden van de uitvoeringsorganisatie. Laten zijhet voorbeeld zijn van hoe je met mensen omgaat.De voorzitter:Zijn er nog meer onbeantwoorde vragen? Ik zie dat dat toch het geval is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1641 Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Misschien is de vraag impliciet beantwoord en heb ik niet genoeg opzitten letten. Ik had een voorstel met betrekking tot jongeren gedaan. Alsje jongeren vraagt wat ze nu nodig hebben, is dat af en toe best wel eenvraag die ze overvalt. Ik gaf aan: moet je, naast erkenning, niet na gaandenken over een mogelijkheid van, zo noem ik het, een «green card»,zodat ze veel langer terechtkunnen bij de gemeente? Als ze die kaart latenzien, zegt de gemeente: we hoeven geen vragen te stellen, we gaan jegewoon helpen. Een green card die geldt voor een langere periode, zodatze ernaar toe kunnen groeien.Staatssecretaris Palmen:Ja, dat vind ik een hele mooie suggestie. Die wordt op dit moment, als hetgaat om het nazorgen en de nazorgbehoefte, meegenomen.De voorzitter:Dat waren, voordat ik aan de tweede termijn ga beginnen, de opmer-kingen en onbeantwoorde vragen van de zijde van de Kamer? Ja? Dangaan we met de tweede termijn van de zijde van de Kamer beginnen. Ukrijgt van mij twee minuten spreektijd. Mevrouw Haage vanGroenLinks-PvdA mag beginnen.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Hartelijk dank, voorzitter. Het is een moeilijk debat. Ik krijg het er altijd heelwarm van als het zo ingewikkeld is om echt tot elkaar te komen. Ik wil ookeen tweeminutendebat aanvragen.We zijn op een aantal punten niet nader tot elkaar zijn gekomen, hoewel ikwel proef dat de Staatssecretaris daar de stappen voor wil zetten. Mijnapp loopt vol over de dossiers. Gezegd wordt dat het heel anders zit danwat de advocaten volgens de Staatssecretaris hebben benoemd. Ook derelatie met SGH vind ik echt heel erg ingewikkeld. Zij geven aan dat zij eenClaimcode hebben. Juist een onafhankelijk persoon, noem het anders dan«een kopstuk», dat maakt me niet uit { Laten we het gedoe achter onslaten en zorg ervoor dat iemand met statuur daaruit kan komen. Zijhebben juist zo’n belangrijke positie en worden vertrouwd door ouders enjongeren.Dan kom ik op jongeren. Fijn dat de Staatssecretaris zegt dat de kindre-geling onvoldoende is. Betrek hen ook zelf bij het vervolg, zou mijnoproep zijn.Ik heb nog weinig tot niks gehoord over de veranderingen van het DNA ende cultuur. Daar wil ik misschien in het tweeminutendebat op terugkomen.Ik vind de termijnen voor de nazorg en de brede ondersteuning nog weleen issue. We hebben inderdaad gemerkt dat mensen daardoor echt in deknel kunnen komen, zeker als ze nog een hele opleiding willen doen. Kande Staatssecretaris daar ook nog op terugkomen?Dank ook voor het «zitvlees» om dit allemaal vol te houden. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Haage. Dan kom ik bij de heer Dijk van de SP.De heer Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij mijn buurvrouw als het gaat overhaar vragen en opmerkingen over de Stichting (Gelijk)waardig Herstel.Dan over de persoonlijke dossiers. Het klopt inderdaad dat drie jaargeleden is afgesproken om met een lijst met minimaal noodzakelijkeinformatie te komen. Als er meer werd gevraagd, dan zou er ook meerworden geleverd. We zien dat dat in de praktijk niet gebeurt. Dus daar zalik een voorstel voor gaan doen. Ook wij willen graag een tweeminuten-debat en we zullen daar met een voorstel komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1642 Ik ben een vraag vergeten in de eerste termijn. Ik zou de verlenging van deregeling voor jongeren met problematische schulden graag met minimaaleen jaar willen verlengen. De regeling loopt anders snel af. Het verzoek isdan ook meteen om de term «problematisch» te schrappen, want datverschilt nogal per persoon. Voor de een is dat een paar duizend euro,voor de ander kan dat honderd euro zijn.Dan over kinderen en jongeren. Het is goed dat de Staatssecretaris erkentdat deze regeling niet werkt. Fijn dat zij in reactie op de vraag vanmevrouw Inge van Dijk aangeeft dat de green card een goed alternatief is.Het verzoek is eigenlijk om een brief, waarin inderdaad staat dat zij erkendworden en die als green card kan gelden bij iedere instantie of organisatiewaar zij aankloppen.Dan blijven de DUO-schulden over. Dit is een oproep aan iedereen diemeeluistert of op de tribune zit: zie wat jullie nu voor elkaar hebbengekregen. Het zijn misschien een paar kleine stapjes, maar de erkenningvolgt. Het alternatief van de green card werd net omhelsd door deStaatssecretaris. De erkenning dat de kindregeling niet goed werkt, is eenstap. Het kwijtschelden van de DUO-schulden kan. We moeten doorgaan,we moeten doorwerken. Ik zie hier een aantal Kamerleden die zich daarbijaansluiten, die dat ook willen. Maar dan moeten we de druk verderopvoeren. Ik ben heel erg voor samen, ik ben ongelofelijk constructief. Ikvind het fantastisch om met elkaar te overleggen, maar er moet ook boterbij de vis geleverd worden.Ik zei net: ik heb een broertje dood aan politieke problemen depolitiseren.Dus ik ga hier stevig politiseren. Het is de taak van BBB en Nieuw SociaalContract om hier iets aan te gaan doen, om niet mooie woorden teprediken, maar om te gaan doen, om geen beloftes te doen, maar om tegaan doen. Dat is politiseren en dat is wat ik daarmee bedoelde. Ik hoopdat wij op jullie steun kunnen rekenen en ik hoop dat er echt beweginggaat komen, want jongeren moeten verder. Het duurt al jaren en het kanecht niet langer zo.De voorzitter:Dan kom ik bij de heer Ergin van DENK.De heer Ergin (DENK):De afdronk is dat we weer met elkaar een debat hebben gevoerd, dat weweer allemaal van die standaardantwoorden hebben gekregen en dat erweer moties ingediend gaan worden. Mijn fractie zal dat ook doen ensommige moties zullen we met meerdere partijen indienen. De wanhoopis echt nabij bij heel veel ouders, maar inmiddels ook voor ons in onze rol.Wat moeten wij nog meer doen dan vragen stellen, moties indienen,meedenken, meeschrijven, een-op-een? De wanhoop is aan deze kant ooknabij. De oproep aan de Staatssecretaris is: bij het eerstvolgende debatverwacht ik gewoon iets meer leiderschap.Ik kan me goed voorstellen dat de Staatssecretaris zegt dat zij adviesbijvoorbeeld over een bestuurlijke trekker liever niet wil. Ik ben zelf ookbestuurder geweest. Het kan werken, maar het kan ook tegen je werken. Ikwil dan wel een Staatssecretaris hier hebben waar we gewoon vragen aanstellen en antwoorden van krijgen. Oplezen van een papiertje mag; datdoen wij hier ook. Ik wil wel iets meer eigenaarschap en iets meer pit zienvan deze Staatssecretaris.Dan is er het volgende onderwerp waarmee we aan de slag moeten gaan,namelijk het kwijtschelden van de DUO-schulden van jongeren, heterkennen van de jongeren en het ervoor zorgen dat ook zij ondersteuningkunnen krijgen. Het zal niet aan de goede bedoelingen van deze Staatsse-cretaris liggen, daar geloven we allemaal in, maar we moeten gewoonstappen maken, actie ondernemen. Vanaf nu wil ik dat gewoon van deStaatssecretaris zien en zal ik dat ook blijven afdwingen. We zien elkaar bijhet tweeminutendebat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1643 De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter, dank u wel. Drie dingen. Ik denk dat de route Stichting(Gelijk)waardig Herstel zo spoedig mogelijk door het Ministerie vanFinanciën moet worden geïmplementeerd als de hoofdroute, zoals VanDam zegt. Ik heb de Staatssecretaris daar gehoord en die heeft gezegd datzij voor het meireces met een brief daarover komt. Ik ga ervan uit dat indie brief niet acht overwegingen staan, maar dat daar staat dat hetgeregeld is. Dat is één.Twee. Over het kopstuk, de trekker of hoe je het ook verder wil noemen,zegt de Staatssecretaris na wat doorvragen dat zij het wel wil herover-wegen. Ik ben blij met de toezegging. Ik ga de Staatssecretaris wel aan dietoezegging houden. Ik beschouw het als een toezegging dat de Staatsse-cretaris erover gaat nadenken en dat we ook binnen diezelfde termijn,voor het meireces, daar een uitkomst van horen.Ten slotte zou ik van de Staatssecretaris nog één keer de verzekeringwillen hebben – dat komt voort uit mijn Groningse ervaring, dus daaromzeg ik het – dat geld op zich geen belemmering is bij het herstel van detoeslagen. Ik loop wat langer mee en ruik onder de antwoorden zo nu endan voorzichtigheid, die ik associeer met geld. Als dat niet zo is, dan is hetprima. Ik vind zelf dat geld in dit schandaal niet de overweging kan zijn.Dat vond ik in Groningen en dat vind ik ook hier. Ik denk dat de Staatsse-cretaris dat eigenlijk ook vindt. Ik wil dat graag nog een keer horen,vandaar dat ik, misschien ten onrechte, doorging over die gemeentes.Maar ook op andere terreinen kan het niet zo zijn dat recht doen in ditdossier wordt belemmerd door financiële belemmeringen. Hiervoor moetalles uit de kast, zoals we dat ook in andere schandalen hebben gedaan.Dat doen hielp ook op een gegeven moment. Dat zou mijn oproep aan deStaatssecretaris zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Voorzitter, dank u wel. Ik zit hier ook met een dubbel gevoel. We hebbenhet er weer over. Volgens mij zijn we nog niet heel veel dichter bij eenoplossing, en dat maakt me best wel verdrietig. Ik wil de Staatssecretarisheel graag oproepen om niet te zeggen: we zijn in gesprek en we zijnbezig. Die SGH-route moet op orde. Wij krijgen ondertussen berichten. Wezitten heel irritant met de telefoon nu, maar daardoor krijgen we ookvanuit het land berichten en dingen binnen. Daaruit proef je echt zoverschrikkelijk veel loopgraven van beide kanten. Volgens mij moeten wedaaruit. Als we met z’n allen in die loopgraven blijven zitten, dan komenwe er nooit uit. Dus vraag alstublieft iemand, bijvoorbeeld meneer VanDam, om aan tafel te komen zitten. Binnen een week zijn we eruit. Ik denkecht dat dat kan, maar dan moet iedereen over zijn schaduw heenstappen. Dan moet het ministerie over zijn schaduw heen stappen, maarmoeten ook de SGH en de oudercommissie over hun schaduw heenstappen. Alstublieft, los het op.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Faddegon.De heer Faddegon (PVV):Dank u wel, voorzitter. Op zich hoor ik toch wel goede wil bij dezeStaatssecretaris, denk ik. Het is wel een zware taak die de StaatssecretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1644 heeft, en het kan geen verder uitstel meer hebben. Goede voornemenszijn wat mij betreft geen garantie dat de zaak inderdaad in 2027 isopgelost. Ik refereer aan die prachtige klok die hier in de Tweede Kamerhangt. Daar zien we op hoelang we hier al zitten. Ik zou daar graag eenbarometer willen ophangen die laat zien hoe het staat met de toeslagenaf-faire. Hoeveel procent is er inmiddels opgelost? Hoeveel procent moetenwe nog oplossen? Dan kunnen we van dag tot dag zien hoeveel procent uoplost, zodat we kunnen monitoren of in 2027 de zaak werkelijk isopgelost. Dat zou wat mij betreft een hele mooie stimulans zijn vooriedereen om er inderdaad aan te werken dat die barometer niet terug-loopt, maar alleen oploopt naar de honderd procent voltooiing. Get itdone, zou ik zeggen.Dank u wel.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Dijk.De heer Dijk (SP):Kan de PVV uitleggen waarom zij akkoord gaan met miljarden extra voordefensie en oorlogsindustrie, maar geen cent overhebben voor hetkwijtschelden van DUO-schulden van jongeren?De heer Faddegon (PVV):Nee, dat kan ik op dit moment niet uitleggen. Dan zult u bij mijn collegamoeten zijn. Ik ben vier dagen geleden gevraagd om dit debat te doen,omdat het voor mijn collega helaas niet mogelijk was om hier aanwezig tezijn. Ik heb me ingelezen en zie heel veel woorden, heel veel tekst. Ik denkdan: ik heb het liever gewoon in een mooi plaatje, in een dashboard, zodatwe kunnen zien waar we staan. Dat is alles.De heer Dijk (SP):Dan een veel simpelere vraag, die volgens mij een leek had kunnenbedenken als die aan dit debat ging meedoen. Vindt de PVV-fractie dat deDUO-schulden van jongeren moeten worden kwijtgescholden?De heer Faddegon (PVV):Daar kan ik op dit moment geen eenduidig antwoord op geven. Er is eenheleboel geld beschikbaar in dit proces. Ik geloof ook niet dat geld op zicheen probleem was in dit hele traject. In hoeverre de vergoeding die aan deouders wordt gegeven weer compenseert voor schulden die kinderen zijnaangegaan, kan ik op dit moment niet beoordelen. Ik doe daar dus verdergeen uitspraken over.De voorzitter:Dan kom ik bij mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik wil, naar aanleiding van wat net is ingebrachtdoor de collega’s, toch nog even de bevestiging van de Staatssecretarisdat ze er vertrouwen in heeft dat de relatie met SGH hersteld wordt en weaan de slag kunnen met deze verdere operatie. Ik meende dat gehoord tehebben. Ik hoor toch nog wat twijfels daarover.Dan de UHT en de afstand. Er werd gezegd: nou ja goed, er is wel afstand,maar in de beeldvorming vinden wij het toch wel belangrijk dat ermisschien zelfs een andere naam aan gekoppeld wordt. De Staatssecre-taris zegt ook: we gaan responsiever werken en we koppelen dat ookterug in de rapportages. Hoe kunnen wij dat zien? Ik zeg dat weer in relatietot de opdracht van de BAC. Die acceptatiegraad moet omhoog. Als deStaatssecretaris dat wil terugkoppelen, dan vraag ik me af hoe ik dat kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1645 zien in de rapportages van de Staatssecretaris. Dat is misschien nog weleen vraag die ik zou willen stellen.Brede ondersteuning en uniformiteit: ja, maar kunnen gemeentes dan welook hun eigen menselijke maat blijven leggen?Ik blijf de pilot voor 50 gezinnen met zeer veel interesse volgen. Ik maakme daar wel zorgen over, zeker in het kader van de opschaling.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Haage.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Mijn collega van D66 zei geheel terecht dat geld nooit een probleem zoumogen zijn. Ik ken uw partij, die zo ongeveer is opgericht vanwege ditprobleem. Hoe staat NSC eigenlijk tegenover dat vraagstuk?Mevrouw Wingelaar (NSC):Het vraagstuk van?Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Dat geld nooit een probleem zou mogen zijn, ook niet als er meer geldnodig is om issues hierin op te lossen. Hoe staat uw partij daar dan in?Mevrouw Wingelaar (NSC):Maar goed, ik heb begrepen dat de passende financiële kaders er nuliggen. Mocht het zo zijn dat er meer geld nodig is, dan zijn wij niet departij die zegt: kom niet aan mijn deur kloppen. We staan dan altijd openvoor voorstellen, maar vooralsnog begreep ik dat dit past binnen dekaders.De heer Dijk (SP):Kunnen we dan met de NSC-fractie afspreken dat als bijvoorbeeld dekindregeling of de DUO-schulden van kinderen niet voor 1 juni 2025 zijnopgelost, we ze dan allemaal kwijtschelden? Dan geven we onszelf, u endeze Staatssecretaris een limiet, een paar maanden om het echt op tekunnen lossen met een regeling die wel werkt. En als het voor 1 juni nietgeregeld is, dan schelden we alle schulden kwijt. Want er is toch geenfinancieel limiet, dus prima.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dat gaat natuurlijk heel erg snel. Aan de ene kant schermt u hier met deadviezen van de commissie. De commissie adviseert inderdaad ook omgeen generieke regelingen meer voor te stellen. Aan de andere kant hoorik hier een Staatssecretaris die zegt: dat manifest neem ik serieus en ga ikbestuderen. Nou, dan komen we daar later nog op terug.De voorzitter:Dan kom ik bij mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor het beant-woorden van de vragen. Ik heb in de eerste termijn al aangegeven datonze fractie het grootste gedeelte van de kabinetsreactie ook volgt. DeStaatssecretaris heeft daarin aangegeven de aanbevelingen van decommissie-Van Dam, met uitzondering met name van het punt tenaanzien van het bestuurlijk kopstuk, over te nemen. De Staatssecretarisheeft nu aangegeven dat ze dat punt gaat heroverwegen.Wij waren het op zich eens met de kabinetsreactie, omdat we echt vindendat deze Staatssecretaris verantwoordelijk is en het ook op haar maniermoet kunnen oplossen. Als er ideeën zijn vanuit een oudercommissie, dandenk ik dat je daar ook altijd serieus naar moet kijken. Ik begrijp dat ze dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1646 naast elkaar gaat leggen en dat ze de Kamer daar opnieuw over gaatinformeren. Dat wachten we dan af, maar gezegd hebbende dat datbestuurlijk kopstuk nog niet de keuze is die wij op dit moment zoudenmaken.Dan kom ik op het informeren van de Kamer. Daar ben ik mijn inbrengmee begonnen. Ik heb de Staatssecretaris goed gehoord. Ze zou het inhaar oren knopen. Laat dit alstublieft niet meer gebeuren. Ik snap hetdilemma. Wat mevrouw Inge van Dijk ook zei: het komt altijd uit. Dan hebik liever dat ik geïnformeerd ben, ook als er nog geen oplossing is, dan datwe er achteraf met elkaar op deze manier over moeten spreken. Dat vindik ongemakkelijk.Ik sluit me aan bij de punten ten aanzien van de SGH, met name zoals deheer Vijlbrief ze maakte. Laten we ervoor zorgen dat we zo snel mogelijkvan de kant af gaan komen. Dat betekent dus ook dat die relatie hersteldmoet worden en dat de vraagstukken die er liggen op het gebied vangovernance en opschaling aangepakt en opgelost moeten worden. Ik gaervan uit dat die onderdelen ook terugkomen in de toegezegde brief. Daarwil ik het bij laten.De voorzitter:Dan kom ik bij de laatste spreker van de kant van de Kamer. Dat ismevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. De Staatssecretaris begon haar betoog met: 100dagen, 1.000 vragen. Ik heb heel snel een beetje grof gerekend. Sinds hetherstelschandaal bekend is geworden, zijn er ongeveer 2.009 dagenverlopen. Dan kun je je ook wel voorstellen hoeveel vragen oudersinmiddels hebben. Een jaar geleden ongeveer, misschien ook wel langergeleden, zongen de ouders «Het duurt te lang». Inmiddels kunnen weervan maken «veel te lang».Ik deel de frustratie van collega Ergin met betrekking tot de rol van deKamer, want die vraag stel ik mezelf de afgelopen tijd steeds vaker. Watdoen we hier eigenlijk en slaan we überhaupt een deuk in een pakje boter,om het zo maar te zeggen? Ik denk dat we er veel dichter op moeten gaanzitten. Ik zou de Staatssecretaris dan ook willen vragen om ons frequenterte informeren over de voortgang. Ik vraag dit niet omdat ik ervan hou omgrote rapporten te lezen, maar omdat ik echt het gevoel heb dat we meergrip moeten krijgen en er dichter bovenop moeten gaan zitten.De SGH. Het is al gezegd: los het alstublieft snel op. Ik ben blij met hetantwoord dat er ruimte is om op een later moment eventueel te kijkennaar een herziening voor ouders uit de eerste groep.Dan de kindregeling. Ik snap alles, weer rapporten bestuderen et cetera,maar we hebben bij het vorige debat, toen Van Dam aangekondigd werd,als Kamer vrij breed gezegd: neem alstublieft wel die kinderen mee. Datkon niet, dat kon niet, dat kon niet. Maar je ziet waar we nu staan. Doordathet toen niet kon, hebben we nu waarschijnlijk weer een jaar achterstandtotdat we antwoord hebben voor die kinderen. Dat vind ik zo frustrerend.We zien het gewoon aankomen. Op het moment dat werd gezegd «het kanniet» wisten we alweer dat de kinderen weer een jaar kunnen wachten. Ikvind het gewoon echt veel te lang en ik hoop dat de Staatssecretaris tochsneller dan voor de zomer met een reactie gaat komen.Dan de aanjager of kopstuk. Ik heb het gehoord en ik hoor heel graagwanneer de heroverweging hierover naar de Kamer komt.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de Staatssecretaris. Kunt u zo door metde beantwoording?Staatssecretaris Palmen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1647 Een kwartiertje?De voorzitter:Nou, een kwartier? Er zijn weinig vragen gesteld. Tien minuten.De vergadering wordt van 17.06 uur tot 17.20 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug, Staatssecretaris. Ik heropen de vergadering voor detweede termijn van de zijde van de Staatssecretaris. Ik zou graag op detribune ook stilte willen hebben – mensen, alstublieft – zodat we weerverder kunnen met de vergadering. Staatssecretaris... Kan de tribune ookstil zijn, alstublieft? Staatssecretaris, aan u het woord.Staatssecretaris Palmen:Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen hoorde ik in de tweede termijnecht een heel leuk idee: dat is de barometer. Ik vind «m echt heel leuk.Laten we die gaan uitvoeren. Dan kunnen we inzichtelijk maken waar westaan en dan zo snel mogelijk naar de honderd. Dank.Dan was er nog een vraag van mevrouw Haage van GroenLinks-PvdA. Zijvraagt of ik de jongeren betrek. Natuurlijk, zonder jongeren kan dit niet.Wil ik de jongeren betrekken? Nou, absoluut. Absoluut.Dan kom ik op het aanvullend schuldaanbod. Dat was ook een vraag. Datstaat nu tot 1 mei en dat is het al bijna. We hebben in het verleden determijn al verlengd, maar ik merk dat jongeren toch niet goed bereiktworden. We gaan daartoe ook een brief sturen, om ze er nog eens extraop attent te maken dat die mogelijkheid er is. Ik ga niet vasthouden aan1 mei; ik ben bereid hier nog een stuk verlenging aan te geven.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Dijk. Uw vraag alstublieft.De heer Dijk (SP):Dat is mooi, dat is echt goed om te horen. Om het toch even iets concreterte maken: moet ik denken aan een jaar, een paar maanden of {?Staatssecretaris Palmen:Ik ga uit van zes maanden, maar u weet dat wij ook nu in gezamenlijkheidkijken naar de aanbeveling van de commissie van mevrouw Hamer. Ditzijn allemaal elementen die betrekking hebben op jongeren en alles wat zijhebben meegemaakt. Dit moeten we in samenhang bekijken.De voorzitter:Een korte vervolgvraag.De heer Dijk (SP):Dus het zit niet muurvast op zes maanden?Staatssecretaris Palmen:Nee, de verlenging staat nu tot 1 mei en ik heb gezegd dat we dat gaanverlengen met zes maanden.Even kijken. O ja, meneer Ergin vraagt wat die versnelling nu is geweest.Hoeveel dossiers zijn er verstrekt vanaf november 2024? Daar zou ik opterugkomen. In de periode van november 2024 tot nu toe zijn 3.818dossiers verstrekt.Volgens mij ben ik dan al een heel end, want er waren niet meer zo heelerg veel vragen. Mevrouw Wingelaar vroeg nog hoe zij dan terugziet ofbezwaarschriften nou daadwerkelijk responsiever behandeld worden. Wijhebben tot op heden nooit inzichtelijk gemaakt welke gronden voorbezwaar ingediend werden. Dat is iets waar we natuurlijk veel beter naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1648 moeten kijken, omdat je anders geen responsieve bezwaarbehandelingkunt doen. Zo simpel is het. Dat zijn concrete dingen en die gaat u ookterugzien in de voortgangsrapportages; dat dat inzichtelijker wordt.U heeft ook gevraagd om bij te houden in hoeverre we de adviezen van deBezwaarschriftenadviescommissie overnemen. Ook dat zijn weerelementen die terug kunnen komen in de voortgangsrapportage. Wekunnen dat dan op die manier inzichtelijk maken.Dan is er nog gevraagd wanneer de heroverweging rondom het kopstuknaar de Kamer komt. Ik heb volgens mij al toegezegd dat dat voor hetmeireces zal zijn.Volgens mij ben ik er dan doorheen.De voorzitter:Ik kijk even of de Kamerleden nog met onbeantwoorde vragen zitten. Ikkrijg niet de indruk. Ik denk dat we een goed debat met elkaar gehadhebben. Dan rest mij nog om de toezeggingen van de Staatssecretariseven voor te lezen, en dan kan de Staatssecretaris ook aangeven of datinderdaad klopt. Mevrouw Rikkers?Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Ik mis er nog eentje en dat is of de Staatssecretaris het ziet zitten omsamen met de SGH en één persoon of mediator te gaan zitten om dit op telossen.Staatssecretaris Palmen:Ik wil hier ook echt heel graag samen met de SGH op basis van gelijkwaar-digheid en vertrouwen uitkomen. Als het nodig is om daar iemand bij tezetten, dan ben ik daar uiteraard toe bereid, want het is me echt heel veelwaard om deze route die voor ouders zo ontzettend belangrijk is te latenslagen.De heer Dijk (SP):Ik had het misschien iets eerder moeten doen, maar ik had in de eerstetermijn de vraag gesteld hoe de Staatssecretaris gaat beoordelen welkegezinnen recht hebben op de aanpak voor gedupeerden die de regie kwijtzijn. Kan je dan niet weer juist twee verschillende groepen metgedupeerden vinden? Dit gaat over die complexe gevallen, die route in decommissie-Van Dam. En hoe wordt het dan met de vergoedingen en deschade geregeld?Staatssecretaris Palmen:Dat zijn twee verschillende dingen. Complexe schades is iets anders dangezinnen die de regie kwijt zijn. Dat zijn de gezinnen die te maken hebbenmet multiproblematiek die misschien al voor de toeslagen is ontstaan,maar die doorloopt. De commissie-Van Dam zegt daarvan: we denken dathet 2.000 tot 3.000 mensen zijn. Wij hebben hier ook overleg over gehad.Hoe gaan we die dan vinden? Het beeld is – dat heb ik in de beant-woording al gezegd – dat de professionele hulpverleners deze mensengoed in beeld hebben. Dat is wat zij ons teruggeven. Voor een aantal geldtal dat zij in die intensieve zorgroutes zitten met bijvoorbeeld IPW, die eenmultiprobleemaanpak voorstaat. Dus in die zin zijn we er al mee bezig.Nou ben ik heel even kwijt of ik daarmee uw vraag helemaal hebbeantwoord, want het gaat om verschillende aspecten hè? Complex is dusiets anders dan de gezinnen die de regie kwijt zijn.De voorzitter:Was dit het zo? Of is er nog een stukje van uw vraag onbeantwoord,meneer Dijk?De heer Dijk (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1649 Ik vroeg me af hoe dat zit. Krijgen deze complexe gevallen, die route diebij de heer Van Dam in het rapport zit, krijgen deze mensen daarbijgewoon alle schade hersteld? Is dat het principe?Staatssecretaris Palmen:Het beeld is dat die complexe schades belegd worden bij een commissiecomplexe schade. Dat zou een ombuiging zijn van de CommissieWerkelijke Schade. Daar zul je dus veel meer met maatwerk moetenwerken. Alleen ontkom je er ook in het letselschadestelsel niet zomaar aandat je soms moet werken met staffels, zeker als het gaat om immateriëleschade of andere complexe aangelegenheden.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris heeft nog niet geantwoord op mijn herhaalvraag overcultuur en DNA van de organisatie in de bejegening. Ja, dus daar graagnog een reactie op.Staatssecretaris Palmen:Het klopt dat het belangrijk is om daar aandacht aan te besteden. Er lopenop dit moment ook veel programma’s die juist medewerkers helpen omanders naar de problematiek te kijken.De voorzitter:Dan ben ik nu toegekomen aan het voorlezen van de toezeggingen die ugedaan hebt, Staatssecretaris, zodat u kunt beoordelen of het allemaalklopt.–Eerste toezegging. De Staatssecretaris zegt toe de Kamer binnenenkele maanden te informeren over het onderzoek naar de validatievan de data.–Tweede toezegging. De Staatssecretaris zegt toe de Kamer in devolgende voortgangsrapportage nader te informeren over de aanpakvan verstopping in de afhandeling van bezwaren in de dossiers.–Derde toezegging. De Staatssecretaris zegt toe de Kamer in devolgende voortgangsrapportage nader te informeren ten aanzien vanhet in dienst treden van personeel bij de UHT.–Vierde toezegging. De Staatssecretaris zegt toe de Kamer voor hetmeireces schriftelijk te informeren ten aanzien van SGH. Een toezeg-ging aan de heer Vijlbrief.–Vijfde toezegging. De Staatssecretaris zegt toe de heroverweging tenaanzien van een bestuurlijk kopstuk voor het meireces naar de Kamerte sturen.Mevrouw Haage heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Ik zou noggraag willen weten op welke termijn zij wil dat het tweeminutendebatwordt ingepland. Zullen we daarmee beginnen? Ik kijk even of deStaatssecretaris ook vindt dat de toezeggingen kloppen.Mevrouw Haage (GroenLinks-PvdA):Er zitten behalve hier op een volle tribune nog veel meer mensen thuis tewachten. Mijn voorstel zou zijn om het tweeminutendebat zo snelmogelijk, het liefst nog in de maand april, in te plannen.De voorzitter:We gaan dit doorgeleiden. Ik kijk even naar de Staatssecretaris. Zijn detoezeggingen correct?Staatssecretaris Palmen:Ja.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1650 Ja, die toezeggingen zijn ook correct. Dank u wel. Dan denk ik dat we eeneffectieve vergadering hebben gehad, die ook nog mooi binnen de tijd isgebleven. Volgens mij zijn ook alle vragen, voor zover mogelijk, beant-woord. Ik wens iedereen alvast een fijne avond toe en sluit hierbij devergadering.Sluiting 17.30 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 708, nr. 1651
Gerelateerde bronnen
- Hersteloperatie kinderopvangtoeslag (Let op: gewijzigd tijdstip)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 27 maart 2025, over hersteloperatie kinderopvangtoeslag
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.