Vierde nota van wijziging en appreciaties amendementen pakket Belastingplan 2026
Brontekst
Versie 9a4158c3a9417402 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 57 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 november 2025Vorige week heb ik met uw Kamer tijdens twee wetgevingsoverleggengedebatteerd over het pakket Belastingplan 2026. In het tweede wetge-vingsoverleg heb ik een aantal toezeggingen gedaan. In deze Kamerbriefzal ik achtereenvolgens ingaan op mijn toezegging voor een vierde notavan wijziging, de appreciaties bij ingediende amendementen en reageer ikschriftelijk op de vragen over het afvalmaatregelenpakket en de actuelestand van zaken rond mogelijke alternatieven.Nota van wijzigingHierbij stuur ik u de vierde nota van wijziging op het wetsvoorstelBelastingplan 2026 (Kamerstuk 36 812, nr. 58). Op grond van de Wetaanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025 (WAFB 2025) tredentwee maatregelen uit de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfacili-teiten 2024 (WAFB 2024) en een maatregel uit de WAFB 2025 tegelijkertijdin werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In de nota naaraanleiding van het verslag van het Belastingplan 2026 heeft het kabinetlaten weten deze drie maatregelen niet in werking te laten treden1.Daarom worden met deze nota van wijziging in het wetsvoorstel tweeartikelen opgenomen die beogen deze maatregelen uit genoemde wettente halen.Appreciaties amendementenBij deze brief stuur ik ook de appreciaties op de ingediende amende-menten. Ik wens uw Kamer zo volledig mogelijk te informeren en hebdaarom zoveel mogelijk de ingediende amendementen voorzien vanappreciatie, toelichting en een quickscan op uitvoerbaarheid. Omwille vande tijd was het echter niet mogelijk amendementen bij deze brief te1Kamerstuk 36 812, nr. 16, p. 116–118. kst-36812-57ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 571 betrekken die ingediend zijn na vrijdag 21 november 16:00 uur. Uiterlijkdonderdagochtend 27 november a.s. volgt – zoals gebruikelijk – vooraanvang van de stemmingen een Kamerbrief. Hierin zal ik ook de overigeamendementen appreciëren, inclusief quickscans op uitvoerbaarheid, enzal ik ingaan op de ingediende moties.Toezegging afvalstoffenbelastingGedurende de parlementaire behandeling van het Belastingplan 2026heeft uw Kamer verzocht om een schriftelijke reactie op het afvalmaatre-gelenpakket en de actuele stand van zaken rond mogelijke alternatieven.Na het besluit om de polymerenheffing niet in te voeren, was hetnoodzakelijk om de daarmee gemoeide budgettaire derving van € 567miljoen elders te dekken. Het kabinet heeft voorgesteld deze derving op tevangen binnen de afvalsector. Om dit te realiseren zijn de volgendealternatieve maatregelen voorgesteld:Tabel 1: Maatregelen AVI’s (afvalverbrandingsinstallaties)20272028202920302035/struca) Hervormingen afvalstoffenbelasting1191114b) Aanscherpingen CO2-heffing industrie, inclusiefafschaffing terugsluis106174275206270c) Tariefsverhoging Afvalstoffenbelasting285283350283TOTAAL567*567567567 1.Hervormingen binnen de afvalstoffenbelasting (geen technischeinvulling):•De vrijstelling voor zuiveringsslib wordt afgeschaft voor afvalver-brandingsinstallaties (AVI’s). Over zuiveringsslib dat wordtaangeboden bij speciale slibverbrandingsinstallaties is geenafvalstoffenbelasting verschuldigd. Dit resulteert in een structureleopbrengst van € 1 mln. vanaf 2027. (per 2027);•Een nieuw tarief voor het storten met ontheffing wordt geïntrodu-ceerd (per 2029). Dit heeft als doel te waarborgen dat storten nietfiscaal gunstiger wordt behandeld dan verbranden. Dit resulteertin een structurele opbrengst van € 13 mln. vanaf 2035.2.Technische invulling:•Een generieke verhoging van het tarief van de afvalstoffenbelas-ting van € 39,71 in 2027 naar € 113,81 vanaf 2035. Dit resulteert ineen structurele opbrengst van € 283 mln. vanaf 2035.•Inzet van de budgettaire terugsluis van de opbrengst uit deCO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties (AVI).•Aanscherping van de CO2-heffing voor AVI’s. Het tarief gaatstapsgewijs naar € 295 per ton CO2 in 2030. De dispensatierech-ten (vrijgestelde uitstoot) die AVI’s ontvangen nemen versneld aftussen 2030 en 2033. Vanaf 2033 ontvangen AVI’s geen dispensa-tierechten meer.Bij de keuze voor deze technische invulling is nadrukkelijk gekeken naaruitvoerbaarheid en tijdigheid; de dekking moet per 2028 gerealiseerdworden en parameteraanpassingen zijn het meest tijdig te realiseren enzorgen niet voor een verhoging van de complexiteit van het belasting-stelsel. De maatregelen leiden tot hogere kosten voor afvalverwerking enzullen op termijn hoogstwaarschijnlijk resulteren in hogere poorttarieven.Deze lastenverzwaring kan de afvalsector (deels) doorberekenen aan deontdoeners van het afval. Dit geeft afvalontdoeners een prikkel hetaanbod van te verbranden of te storten afval te verminderen. Daarnaast isde kans aannemelijk dat de verhoogde poorttarieven ervoor zorgen dat deimport van afval naar Nederland aanzienlijk zal verminderen. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 572 beschouwt het kabinet als een wenselijke ontwikkeling. Tot slot is deprikkel tot toepassing van CCS bij AVI’s kleiner dan bij ETS1-industrie,omdat de CO2-heffing enkel het fossiele deel betreft en circa tweederdevan de uitstoot biogeen is. De aanpassingen aan de CO2-heffing voorafvalverbrandingsinstallaties verstevigen de prijsprikkel om CCS(CO2-afvang) toe te passen. Het Planbureau voor de Leefomgeving raamt in deKlimaat- en Energieverkenning 2025 een extra CO2-reductie als gevolg vande aangescherpte CO2-heffing voor AVI’s. Tegelijkertijd wijst Trinomicserop dat het toepassen van CCS weliswaar rendabeler wordt, maar dat hetonzeker is of AVI’s in de praktijk daadwerkelijk gaan investeren in CCS. Hettotale beprijzingspakket (inclusief verhoging afvalstoffenbelasting) leidtnamelijk tot minder afvalverbranding, door andere vormen van afvalver-werking, minder import van afval en het risico op meer export vanNederlands afval, wat de business case voor AVI’s verslechtert en meerinvesteringsonzekerheid geeft. Tegenover deze lastenverzwarendemaatregelen, staat dat AVI’s gebruik kunnen maken van de SDE++,waarmee een groot deel van de onrendabele top van CCS wordt gesubsi-dieerd. Bij de openstellingsronde van de SDE++ van dit jaar was circa achtmiljard gereserveerd. Daarnaast heeft het kabinet een intentieverklaringgepubliceerd waarin wordt toegelicht hoe AVI’s meer investeringsze-kerheid kan worden geboden.Het kabinet realiseert zich tegelijkertijd dat deze maatregelen eenaanzienlijke lastenverzwaring vormen voor de afvalsector, mede door demaatvoering. In het rapport Trinomics wordt ook op gewezen dat er, naasthet wegvallen van importstromen, ook sprake kan zijn van eenweglekrisico van Nederlands afval naar het buitenland. Het kabinet steltdaarom subsidies ter beschikking om verduurzamingskosten te beperkenen het exportrisico te verkleinen en staat daarom open voor alternatieven,mits het past binnen de randvoorwaarden van uitvoerbaarheid, debenodigde budgettaire opbrengst en de bijdrage aan verduurzaming. Opdit moment worden deze mogelijke alternatieven geïnventariseerd in eenWerkgroep Afvalsector waarbij de circulaire economie meer wordtbevorderd en bijdraagt aan CO2-reductie. Het kabinet neemt hierin eenfaciliterende en ondersteunende rol op zich. Hierbij wordt bijzondereaandacht besteed aan de uitvoerbaarheid en de effecten op circulariteit enklimaat.Binnen de Werkgroep Afvalsector worden onder andere de volgendefiscale opties verkend:•Heffingen op (plastic) verpakkingen;•Heffingen op de winning van oppervlaktedelfstoffen en het gebruik vanturf in producten;•Aanpassingen in de bestaande afvalstoffenbelasting, zoals mogelijkeuitzonderingen voor recyclingresiduen en de verbreding van degrondslag van de afvalstoffenbelasting.Het eindrapport van de Werkgroep Afvalsector wordt eind decemberverwacht.Bij eerdere besluitvorming heeft het kabinet ervoor gekozen om dedekking niet elders in de keten te realiseren, omdat de alternatievendestijds nog onvoldoende waren uitgewerkt met betrekking tot uitvoer-baarheid, een tijdige bijdrage aan de budgettaire opgave en positieveeffecten op circulariteit en klimaat. Dit is ook een inherent lastige opgave.Het kabinet erkent dat het huidige pakket met deze maatvoering eennegatief effect kan hebben op de recyclingactiviteiten doordat hetverbranden van recyclingresidu duurder wordt. Naast het traject rondomde Werkgroep Afvalsector onderzoekt het kabinet ook zelfstandigaanvullende alternatieven. Afgelopen zomer zijn daartoe enkelequickscans uitgevoerd naar mogelijke nieuwe heffingen, waaronder eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 573 heffing op eenmalige plastic verpakkingen en een heffing gericht op hetstimuleren van hogere inzameling van drankverpakkingen. De resultatenhiervan zijn in september met uw Kamer gedeeld.Ik zie ernaar uit met uw Kamer morgen het debat over het pakketBelastingplan 2026 voort te zetten en samen de noodzakelijke aanpas-singen van het fiscale stelsel te realiseren.De Staatssecretaris van Financiën,E.H.J. HeijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 574
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.