KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie SER-advies Werken aan veranderkracht

30 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9b851c38d056cf23 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIVVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en hetDiergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2025Nr. 85 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2025In 2023 hebben mijn ambtsvoorgangers en die van de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat (IenW), met steun van de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), de SER gevraagd om eenadvies uit te brengen over de groenblauwe arbeidsmarkt van de toekomst.In samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaatbericht ik u hier graag nader over.De hoofdvragen van de adviesaanvraag luidden:1.Hoe kijkt de SER aan tegen de effecten van samenlopende transities opde groenblauwe arbeidsmarkt van de toekomst: waar ontstaanknelpunten op het terrein van arbeidsmarkt en scholing en waar liggenkansen op weg naar een groene economie en samenleving?2.Wat hebben bedrijven en werkenden nodig op het vlak van arbeids-markt en scholing, om hen mee te nemen/perspectief te bieden én te(blijven) zorgen voor een aantrekkelijke arbeidsmarkt waarin vol-doende mensen met de juiste skills werken om de transities uit tevoeren; wat betekent dit voor het instrumentarium van de Ministeriesvan LVVN en IenW op het vlak van arbeidsmarkt, scholing en transitie-beleid en wat kunnen sociale partners doen en hoe kunnen socialepartners en Rijk elkaar versterken?In oktober 2024 heb ik het SER-advies Werken aan veranderkracht: Naareen toekomstbestendige arbeidsmarkt voor agri & food, water & bodemen natuur & leefomgeving1 in ontvangst mogen nemen, mede namens deMinister van IenW. Dit advies is als bijlage bijgesloten bij deze brief.Als kabinet willen we de SER bedanken voor het rapport, waarmee destem van de boer, de tuinder, de visser, van groenondernemers, voedsel-1Advies 24/03 Werken aan veranderkracht (SER, 2024) kst-36600-XIV-85ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 851 producenten, waterbeheerders en natuurverzorgers duidelijk naar vorenwordt gebracht. Samen met hen moeten we werken aan een arbeidsmarktdie recht doet aan het harde werk dat dagelijks overal in het land wordtverricht.Hoofdboodschap van het advies en algemene kabinetsappreciatiehiervanDe SER constateert dat Nederland op een aantal fronten (zoals stikstof ende Kaderrichtlijn Water) dreigt vast te lopen, wat de hele economie raakt.In het advies stelt de SER hier echter een optimistisch perspectieftegenover: «te midden van alle maatschappelijke en politieke discussiezijn veel mensen en bedrijven druk bezig om bij te dragen aan eenduurzamere voedselvoorziening, een gezondere bodem, voldoendeschoon water en het voorkomen van wateroverlast of watertekort. Erontstaan nieuwe verdienmodellen die niet alleen bijdragen aan deoplossing van die ecologische uitdagingen, maar die ook ons verdienver-mogen versterken». Juist door onze internationaal vermaarde kennis vanwater, landbouw, voedselvoorziening en intensief ruimtegebruik, heeftNederland een sterke uitgangspositie om internationaal voorop te blijvenlopen in de aanpak van deze opgaven, meent de SER. Maar dat gaat nietvanzelf: «arbeidsmarktbeleid is essentieel om de grote maatschappelijkeopgaven het hoofd te bieden. Je kunt niet over verduurzaming sprekenzonder het ook over arbeidsmarkt, leren en innoveren te hebben».Wij verwelkomen deze positieve en tegelijk urgente boodschap, dieuitgaat van de economische kracht van de agro-, water- en voedselsec-toren en het innoverend vermogen van de ondernemers en vakmensendie hierin werkzaam zijn. Ook onderschrijven we de waarschuwing die uithet advies spreekt dat de veranderkracht die volgens de SER nodig is, nietvanzelfsprekend is en nu ook niet volledig in haar potentie wordt benut.Hetzelfde geldt voor de oproep die hieruit volgt dat we moeten werkenaan een toekomstbestendig voedselsysteem, perspectief voor de boeren,het versterken van de natuur en een toekomstvast water- en bodem-systeem. Innovatie en continu leren zijn juist nu hard nodig, met deuitdagingen waar we nationaal en internationaal voor staan.Het rapport Werken aan veranderkracht biedt nuttige inzichten enbruikbare aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van de groen-blauwe arbeidsmarkt in Nederland. Het geeft waardevolle handvattenvoor overheden, onderwijsinstellingen, werkgevers, ondernemers enwerkenden om in te spelen op trends en ontwikkelingen op het gebiedvan leren, werken en innoveren. Daarmee kunnen we ondernemers enwerkenden in de groenblauwe sectoren echt vooruithelpen en innovatie,kennis en vaardigheden versterken. Samen met onderwijs-, kennisinstel-lingen en het werkveld ga ik in de volgende fase van het Groenpact2, dievanaf 2026 start, aan de slag met de concrete aanbevelingen die de SERdoet. Daarnaast beschouw ik het advies als een aansporing voor eenintensievere samenwerking tussen ministeries op de kabinetsbredearbeidsmarktagenda en andere relevante agenda’s op het gebied vanleren, werken en innoveren.Kortom, het rapport biedt een mooie basis voor het creëren van eenveerkrachtige en toekomstbestendige groenblauwe arbeidsmarkt inNederland waarin de mensen centraal staan en zich de veranderingeneigen kunnen maken door ze zelf mee vorm te geven. Zoals de SER2Landelijk samenwerkingsverband tussen onderwijs, werkveld en overheid in het groenedomein, gericht op onderwijsvernieuwing, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en praktijkinno-vatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 852 opmerkt, werken dagelijks ruim 620.000 mensen aan gezond enbetaalbaar voedsel, een robuust watersysteem en een gezonde natuur enleefomgeving. Samen werken zij aan het gezonde fundament van onzeeconomie en vervullen zij een sleutelrol voor de toekomst van Nederland.Ik kijk uit naar de verdere samenwerking met alle betrokkenen die een rolte vervullen hebben bij het vergroten van de veranderkracht in de voorNederland zo cruciale arbeidsmarkt voor landbouw en voedsel, water enbodem en natuur en leefomgeving.Reactie op de aanbevelingenDe SER doet vier hoofdaanbevelingen in het rapport. Per aanbeveling gaik in op een aantal specifieke aandachtspunten die de SER daarbij heeftbenoemd.Aanbeveling 1: Sturen op lerend en adaptief vermogenBoeren, vissers en andere werkenden in de groenblauwe sectoren staanvoor enorme uitdagingen. Het is van groot belang dat we hen onder-steunen met praktische oplossingen die niet alleen op papier werken,maar in de praktijk voor de langere termijn realistisch en duurzaam zijn.De SER onderstreept dat hiervoor de wendbaarheid, samenwerking enopgavegerichtheid van bedrijven en werkenden, onderwijs en onderzoekversterkt moeten worden. «Een sterke leercultuur begint op dewerkvloer.» Er ligt een taak voor het onderwijs om die leercultuur teverstevigen. Ook kunnen wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoekelkaar meer versterken dan nu gebeurt. En er is behoefte aan toeganke-lijke, onafhankelijke en praktisch toepasbare kennis en advies in depraktijk. De SER adviseert daarnaast innovatie en opschaling rondduurzaam verdienvermogen en het in samenwerking ontwikkelen enverspreiden van toepasbare kennis daarover, te stimuleren en te onder-steunen. Ook moet het adaptief vermogen worden vergroot om systeem-verandering in de praktijk te herkennen en actief te ondersteunen.Opgavegericht samenwerkenDe samenwerking tussen bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingenmoet gericht zijn op wat de werkpraktijk nodig heeft, nu en in detoekomst. Dat betekent «anders kijken, anders leren en anders werken»,startend vanuit de opgave. Het betekent ook het betrekken van partijenover domeinen heen en het benutten van de energie en kracht vanonderop uit de werkpraktijk. Het accent moet liggen op concrete vraag-stukken die bijvoorbeeld boeren dagelijks tegenkomen, zoals hetverbeteren van de bodemkwaliteit, het omgaan met droogte en hetgebruiken van duurzame technologieën die helpen in het werk.Dit vraagt om samenwerking binnen de groenblauwe sectoren maar ookmet andere sectoren, zoals de bouw, retail, recreatie en ICT. Gelukkig zienwe dit in de praktijk ook al gebeuren. Denk aan toekomstbestendig,biobased, natuurinclusief en circulair bouwen3, waarbij ook groenblauwekennis en vaardigheden een rol spelen. Werken over domeinen heen isessentieel, zowel in het arbeidsmarkt-, als in het innovatie- en onderwijs-beleid. LVVN geeft hieraan aandacht in de vervolgfase van het Groenpacten door extra inzet op menselijk kapitaal in het missiegedreven innovatie-beleid4. Zo worden mbo- en hbo-instellingen onder meer met hunpraktijkgericht onderzoek gefaciliteerd om te participeren in publiek-3Programma Regionaal Bouwen aan Human Capital (onderdeel GroeifondsprogrammaToekomstbestendige Leefomgeving)4Kennis en innovatieagenda Landbouw, Water, VoedselTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 853 private samenwerking tussen bedrijven en onderzoeksorganisaties. Ditdraagt bij aan de benodigde menskracht en vergroot de beschikbarehoeveelheid kennis die is toegesneden op de behoefte van de beroeps-praktijk. IenW herijkt de arbeidsmarktinzet voor water en bodem, metaandacht voor arbeidsbesparende innovaties en samenwerking metopleidingen buiten het water- en bodemdomein. Uitkomsten van deherijking worden meegenomen in onder andere de herziening van hetDeltaprogramma5.Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en innoverenLeren in de praktijk, met de handen uit de mouwen, is een belangrijkonderdeel van het succes van onze groenblauwe sectoren. Vraagstukkenworden steeds complexer, de noodzaak om voortdurend nieuwe kennis envaardigheden op te doen wordt daardoor alleen maar groter. Het is voorde werkzekerheid en voor de noodzakelijke productiviteitsgroei eninnovatie inderdaad belangrijk dat iedereen zich een leven lang kanontwikkelen, ook in de groenblauwe sectoren. Dit vraagt een beterebenutting van bestaande publieke en private investeringen in LLO, zodatdeelname aan scholing en leren op het werk groeit, er een sterkeleercultuur ontstaat en de aansluiting van het opleidingsaanbod op devraag van de arbeidsmarkt verbetert. Om dit te realiseren, werken SZW,OCW en EZ – in afstemming met de vakdepartementen – aan eengezamenlijke LLO-agenda. Daarnaast wordt door OCW in samenwerkingmet de vakdepartementen, de MBO Raad en het georganiseerde bedrijfs-leven gewerkt aan een pact voor de arbeidsmarkt van de toekomst.Daarmee werken we samen met sociale partners in sectoren en regio’s enmet opleiders aan structurele verbeteringen. Het Ministerie van OCW istot slot reeds gestart met de uitwerking van de onderwijsagenda LLO6,waaronder een verkenning naar de verankering van een LLO-opdrachtgericht op bij- en omscholing in wet- en regelgeving.Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-oplossingen in de praktijkMet de SLIM-scholingssubsidie kunnen zittende en nieuwemedewerkers scholing volgen die bijdraagt aan in- en doorstroom inmaatschappelijk cruciale sectoren, waaronder groen. DeSLIM-scholingssubsidie bouwt voort op de Ontwikkelpaden die vooreen aantal sectoren, zoals de zorg, kinderopvang, techniek en groen,zijn opgesteld of nog worden opgesteld. Deze Ontwikkelpaden geveninzicht in de scholing die nodig is om je te ontwikkelen naar defuncties en specialisaties die in het Ontwikkelpad zijn opgenomen.Groenpact heeft een gezamenlijke aanvraag ingediend voorOntwikkelpaden voor cruciale (groene) sectoren. Dit jaar gaan15 Ontwikkelpaden van start, verspreid over de volgende vijfclusters: land- en tuinbouw, glastuinbouw en veredeling, visserij,levensmiddelenindustrie en natuur en leefomgeving.Het nationaal groeifondsprogramma «de LLO Katalysator» isbehulpzaam bij het versterken van leercultuur, het in kaart brengenvan vaardigheden die belangrijk zijn voor de toekomst en hetprofessionaliseren van opleiders. De partners van Groenpact hebbentot nu toe 14 projecten opgezet voor LLO-oplossingen voor groenetransities, onder andere voor bodem en water, levensmiddelenin-5En ook in andere programma’s, bijvoorbeeld het Nationaal Water Programma, het DeltaplanAgrarisch Waterbeheer en het programma NOVEX en het Nationaal UitvoeringsprogrammaKlimaatadaptatie.6Kamerstukken 31 288 en 31 524, nr. 1185 en Kamerstuk 31 524, nr. 655Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 854 dustrie, circulaire economie en LLO-professionalisering vanopleiders in het groene domein.Via het nationaal groeifondsprogramma «Opschaling van publieke-private samenwerking in het beroepsonderwijs» worden LLO eninnovatie ondersteund via regionale innovatiehubs. De partners vanGroenpact participeren in vijf programma’s; Groene Transitie rondfood in Friesland, robotisering en digitalisering van de landbouw inFlevoland, digitalisering in de land- en tuinbouw in Noord-Hollanden Zuid-Holland en de klimaattransitie in de Zeeuwse Delta. Ook inandere Groeifondsprogramma’s is aandacht voor LLO en nemen departners van Groenpact actief deel. Voorbeelden hiervan zijn NL2120,NXT Gen HighTech en Re-GE-NL.In de volgende fase van het Groenpact zal ik de gezamenlijke inzet van dedeelnemende onderwijsinstellingen op LLO onderling ondersteunen enzal ik werken aan de verbinding tussen verschillende LLO-initiatieven enmet de sociale partners in de groenblauwe sectoren.Praktijkgericht leren en onderzoekEen belangrijke aanbeveling van de SER om het aanpassingsvermogen tevergroten, betreft het betrekken van het beroepsonderwijs bij innovatiesin de praktijk. Dit is voorwaarde om ons onderwijs en onderzoek relevantte laten zijn en blijven voor die dagelijkse praktijk. Dit kan bijvoorbeelddoor te investeren in practoren en lectoren. LVVN geeft hier in samen-werking met NWO-SIA invulling aan met het Programma PraktijkkennisVoedsel en Groen en het actief bevorderen van lectoraten en practoratenin de groenblauwe sectoren. In dit kader verkent LVVN samen met OCWde mogelijkheden om practoren beter te laten aansluiten bijhbo-praktijkgericht onderzoek en bij kennis- en innovatieagenda’s en-instrumenten.LVVN ondersteunt daarnaast nieuwe vormen van hybride leren dooronderwijs te koppelen aan demobedrijven en experimenteerlocaties dievia de Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie (SABE)en de Subsidieregeling Experimenteerlocaties voor de Landbouw (SREL)worden gefaciliteerd. Experimenteerlocaties zijn fysieke praktijkomge-vingen waar agrarische ondernemers, wetenschappers, beleidsmakers enregionale stakeholders samenwerken aan het beter toepasbaar maken vankennis en innovaties. Met demobedrijven zorgen agrarische ondernemersvoor kennisoverdracht over duurzame bedrijfsvoering binnen de eigenlandbouwpraktijk naar collega-ondernemers en naar groepen agrarischestudenten en docenten. IenW ondersteunt praktijkgericht onderzoek methet Programma Praktijkkennis Water en Bodem, dat de (regionale)samenwerking tussen het groene en blauwe domein versterkt.Ondernemerschap en onderwijsHet is inspirerend om te zien hoe de volgende generatie boeren, tuindersen vissers leert van de kennis en ervaring die door de vorige generaties isopgebouwd en zich tegelijkertijd verder ontwikkelt met de nieuwstekennis en technologieën. Jonge ondernemers moeten niet alleen lerenhoe ze een bedrijf runnen, maar ook hoe ze kunnen innoveren en inspelenop de technologische en sociale veranderingen die de groenblauwesectoren (gaan) doormaken. In het programma Kenniscentrum Bedrijfs-overname kunnen bedrijfsopvolgers en bedrijfsoverdragers terecht vooradvies, begeleiding, kennis, netwerk en inspiratie over bovengenoemdethema’s maar ook voor de sociaal-emotionele aspecten. Het programmaKenniscentrum Bedrijfsovername zal als alles volgens de planningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 855 verloopt dit jaar van start gaan. Het is onze verantwoordelijkheid om hetdelen van kennis en ervaring te faciliteren, zodat zij de toekomst van degroenblauwe sectoren kunnen dragen. Het is daarom belangrijk teinvesteren in de toekomstige werkenden, onder meer door goedondernemerschapsonderwijs met aandacht voor nieuwe waardecreatie,goed werkgeverschap en arbeidsverbetering. In de volgende fase van hetGroenpact zal hier veel aandacht voor zijn. Nieuw en jong ondernemer-schap hangen immers nauw samen met generatievernieuwing.Aanbeveling 2: Sturen op menskrachtDe SER adviseert om in te spelen op de huidige én toekomstige behoeftenvan de arbeidsmarkt en daarom het potentieel van iedere werkende tebenutten en de kwaliteit van werk te bevorderen. Het kabinet werkt aaneen brede arbeidsmarktagenda, die is gericht op het verbeteren van dekwaliteit van werk, het versterken van de economie, het verhogen vanproductiviteit, het realiseren van duurzame arbeidsparticipatie en hetverbeteren van de matching op de arbeidsmarkt. Deze brede aanpak leidttot optimaal resultaat als het kabinet samen optrekt met de socialepartners in de sectoren en de branches. Zo vond 21 maart jongstleden deTop Arbeidsmarkt plaats, waar ook de groenblauwe sectoren warenvertegenwoordigd.UitvoeringscapaciteitEr is volgens de SER slim gebruik nodig van schaarse arbeidskrachten.Ook moeten onbenutte groepen beter worden bereikt. Het kabinetonderkent dit en waardeert het daarom dat de sociale partners met ditSER-advies een stap naar voren doen en ook binnen het Groenpact eenstevigere rol ambiëren. De huidige krapte toont aan dat we niet alleen hetarbeidsaanbod moeten verhogen, maar ook de arbeidsvraag moetenverminderen, de productiviteit moeten verhogen en de afstemmingtussen vraag en aanbod moeten verbeteren. De SER adviseert om teinvesteren in uitvoeringskracht om de brug te slaan tussen beleid enpraktijk en om inzichtelijk te maken waar ondersteuning te vinden is.Binnen Groenpact wordt verkend welke rol de sociale partners hierinkunnen spelen, bijvoorbeeld door het ophalen en verspreiden van kennisen advies maar ook in algemene zin door het voeren van de dialoog metde relevante arbeidsmarktsectoren. Daarnaast werkt LVVN samen metdecentrale overheden en hun uitvoeringsorganisaties om de uitvoerings-kracht in het landelijk gebied te versterken. Ook is bijvoorbeeld in hetMCEN-startpakket7 aandacht voor voldoende uitvoeringskracht bij hetuitvoeren van maatregelen én voor de maatschappelijke en sociaalecono-mische gevolgen van deze maatregelen voor de vitaliteit van regio’s.ProductiviteitsverhogingDe SER verwacht dat de tekorten op de arbeidsmarkt structureel grootzullen blijven. Het is daarom essentieel om te investeren in arbeidsbespa-rende technologieën die de productiviteit verhogen en de vraag naararbeidskrachten in arbeidsintensieve sectoren verminderen. Het innovatie-programma «Robots naar de boerenpraktijk» dat LVVN wil starten, is eropgericht in de groene sectoren met robotisering en technologie testimuleren dat de afhankelijkheid van handmatige arbeid sterk wordtverminderd. Tegelijk wil dit programma bijdragen aan verduurzaming inde land- en tuinbouwsector. Ook dit wordt in het groene en het overigeonderwijs ondersteund. Onderdeel hiervan is het versnellen van deadoptie van robotica en technologie in de groene sectoren.7Kamerbrief Startpakket Nederland van het slot af (25 april 2025)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 856 Inclusiviteit en kwaliteit van arbeidHet is van belang om al het potentieel dat bijdraagt aan een veerkrachtigelandbouwsector en vitaal landelijk gebied te benutten. De SER beveelt aanom daartoe extra aandacht te geven aan inclusiviteit en het verbeterenvan arbeidsomstandigheden, vooral voor kwetsbare groepen en onbenuttalent. Binnen de eerder (bij Leven Lang Ontwikkelen) genoemdeOntwikkelpaden is er ook aandacht voor kwetsbare groepen en verschil-lende instapniveaus in de sector. Daarnaast verkent LVVN momenteel hoede rol en positie van vrouwen en zij-instromers in de landbouw kanworden verbeterd.ArbeidsmigratieDe SER merkt op dat arbeidsmigranten nodig zullen blijven en dat hetbelangrijk is dat zij onder goede voorwaarden in Nederland aan het werkzijn. Tegelijkertijd is het beleid erop gericht om de afhankelijkheid vanarbeidsmigratie te verminderen. Op verzoek van de Minister van SZWloopt momenteel het SER-adviestraject «Naar een gerichte arbeidsmi-gratie». Het is voor LVVN belangrijk om te anticiperen op huidige entoekomstige tekorten en te investeren in benodigde vaardigheden in eenveranderende arbeidsmarkt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan dataspecia-listen en technici in de groenblauwe sectoren en biowetenschappers,zoals ook bedoeld in de nationale technologiestrategie (waaronderactieagenda’s smart agri en biotechnologie). Ook daarom blijven we metsectoraanpakken zoals Groenpact en het Actieplan groene en digitalebanen8 werken aan nieuwe instroom in bètatechnisch onderwijs en hetbehouden van technici op de arbeidsmarkt.Aanbeveling 3: Sturen op perspectief en draagvlakDe SER gaat in op het belang van het creëren van perspectief endraagvlak voor de landbouwsector. Het advies stelt dat de groteduurzaamheidsopgaven alleen zijn te realiseren als mensen in de positiekomen om daaraan te kunnen en willen bijdragen. Er is focus nodig opzowel de economische als sociale aspecten van de veranderingen waarwe voor staan, waarbij oog moet zijn voor effecten op werk, de onder-steuning van jonge ondernemers, een goed bedrijfsadviseringssysteemen het versterken van regionale samenwerking.In dit verband verwijst de SER ook naar zijn verkenning Naar duurzametoekomstperspectieven voor de landbouw uit 20219 en roept op de zeventransitiepaden die de SER in dat advies heeft benoemd samen metboeren, werknemers en de voedselketen uit te werken en te verankeren innationaal en regionaal beleid. In de uitwerking daarvan moet er ookaandacht zijn voor werkenden en voor mensen in een kwetsbare positie.Als vervolg op zijn verkenning zal de SER in 2026 een verdiepend adviesuitbrengen over het toekomstperspectief van de landbouw in de Neder-landse economie. Ik ben blij dat de SER aandacht blijft besteden aan ditbelangrijke onderwerp. Vooruitlopend hierop adviseert de SER teinvesteren in een dialoog die goed aansluit op de dagelijkse praktijk vanondernemers, werkenden en anderen. Dit sluit aan bij de afspraak in hetregeerprogramma om het initiatief te nemen voor een strategisch overleglandbouw en voedsel.8Kamerstuk 29 544, nr. 11739Verkenning 21/06 Naar duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw (SER, 2021)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 857 ToekomstperspectiefMet de SER zien wij dat het aantal boeren en vissers afneemt als gevolgvan vergrijzing, de natuurherstelopgaven en door gebrek aan perspectief,wat jonge ondernemers ervan weerhoudt het bedrijf van hun ouders overte nemen. Juist nu is het daarom belangrijk dat LVVN kan helpentoekomstbestendige bedrijfsmodellen mogelijk te maken, bijvoorbeeldmet subsidies (zoals de GLB ecoregeling voor het uitvoeren van duurzamelandbouwpraktijken en duurzame teelten), technische ondersteuning ofdoor het faciliteren van markttoegang voor duurzame producten. Maarook het onderwijs kan hierin een rol spelen. Zo is een kwartiermakerbiologisch in het onderwijs aangesteld als onderdeel van het actieplanbiologisch10. Daarnaast is er gerichte aandacht voor jonge landbouwersdoor de inzet op het eerdergenoemde Kenniscentrum Bedrijfsovername,en door het ondersteunen van bedrijfsovernames met de subsidiemodulevestigingssteun voor jonge landbouwers. Verder heeft LVVN dit jaar eennieuwe module voor generatievernieuwing11 van de subsidieregelingSamenwerken aan innovatie EIP opengesteld. Het gaat om een modulevoor innovatieve samenwerkingen met als hoofddoel de drempel teverlagen voor jonge landbouwers om in de land- en tuinbouw actief teworden en te blijven.Stoppende ondernemers kunnen hun waardevolle kennis en ervaring ookop andere plekken in de groenblauwe sectoren inzetten dan de landbouw.Als zij gaan ondernemen en werken in bijvoorbeeld agrotechniek, natuuren waterrecreatie of de groenvoorziening, biedt dat ook perspectief zowelvoor hen zelf als voor de groenblauwe sectoren. Het behouden vanexpertise en talent voor deze sectoren is wat belangrijk is.Regionale verbindingWat goed werkt in de stad, werkt niet altijd op het platteland. En wat in deene regio werkt hoeft niet per se een goed idee te zijn voor een andereregio. Het is nodig rekening te houden met geografische, economische ensociaal-culturele verschillen; oplossingen moeten aansluiten bij specifiekelokale omstandigheden. Het kabinet zal daarom samen met lokalegemeenschappen, boeren en andere betrokkenen steeds op zoek gaannaar passende en realistische maatwerkoplossingen. LVVN werktdaarnaast aan een transitieplan voor werknemers in de voedsel- enagrosector, ter uitvoering van de motie-Van der Plas12. Daartoe wordtgeanalyseerd wat de mogelijke impact van veranderingen is voorwerknemers in gebieden en wordt gekeken waar economische kansenliggen voor deze werknemers. Dit doe ik samen met mijn collega’s vanandere betrokken departementen.Met het nationaal platform experimenteerlocaties probeert LVVNregionale oplossingen die op experimenteerlocaties worden ontwikkeld,op nationaal niveau te borgen. Zo gaan we van regionaal enthousiasmenaar nationale opschaling. Het kabinet vindt het essentieel dat hetlandelijk gebied sociaaleconomisch vitaal blijft. De aanpak Ruimte voorLandbouw en Natuur13 bevat een sociaaleconomische actielijn voor eentoekomstbestendig landelijk gebied, waarmee LVVN de vitaliteit van derurale economie wil versterken.10Kamerstuk 30 252, nr. 14811Stcrt. 2025, nr. 7535, Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur van 24 februari 2025, nr. WJZ/9435842412Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 5113Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 858 Onafhankelijke advisering en coachingDe SER geeft aan dat er grote behoefte is aan toepasbare kennis enonafhankelijk bedrijfsadvies. Adviseurs functioneren als ogen en oren inde regio en vervullen een makelaarsrol bij de doorwerking van kennisnaar de praktijk. Zo heeft de Vereniging van Agrarische Bedrijfsadviseursin samenwerking met LVVN geïnvesteerd in een permanente educatiesys-tematiek voor de professionalisering van bedrijfsadviseurs die geregis-treerd staan in het BAS-register. Aan perspectief voor boeren draagt deSABE-regeling bij, die advies en begeleiding aanbiedt14. Er wordt ookvoorzien in procesbegeleiding voor agrarische ondernemers middels demeerjarige sociaaleconomische begeleiding (SEB) vanuit regionaleknooppunten. Via het Groenpact wordt de samenwerking versterkt tussenhet onderwijs en verschillende adviseurs zoals bedrijfsadviseurs,zaakbegeleiders, scholingsconsulenten en andere kennismakelaars.Aanbeveling 4: Sturen op samenhang, richting en continuïteit vanbeleidDe SER meent dat het uitgangpunt van het beleid een sterk en perspec-tiefrijk toekomstig verdienvermogen moet zijn, waarbij water en bodembepalende factoren zijn en Nederland voldoet aan zijn duurzaamheidsver-plichtingen. Gezien de maatschappelijke opgaven waar de landbouw voorstaat, die tot meer of minder hoge investeringen en/of ingrijpendeaanpassingen in de bedrijfsvoering kunnen leiden, onderkent het kabinetde urgentie van maatregelen om dit perspectief te realiseren. Daarvoor ishet volgens de SER nodig om de beweging naar een toekomstbestendigearbeidsmarkt actiever te ondersteunen. «Alleen stimuleren is niet genoeg:bij een langetermijnstrategie hoort uiteindelijk beprijzen en normeren. [...]Onzekerheid en onduidelijkheid remmen het aanpassingsvermogen vanbedrijven, werkenden én investeerders sterk af: ze worden afwachtend.»Het kabinet heeft het afgelopen jaar een brede inzet gepleegd opinitiatieven en maatregelen om aan de onzekerheid en onduidelijkheid eeneinde te maken. Voorbeelden zijn de omslag van sturing op instrumentennaar sturing op (normerende) doelen en de aanpak op grote dossiers alsmest, stikstof, agrarisch natuurbeheer, Ruimte voor Landbouw en Natuur.Daarbij verwijs ik naar de brief «Startpakket Nederland van het slot»waarin aandacht is voor de maatschappelijke en sociaaleconomischegevolgen van maatregelen. Verder zal in de volgende fase van Groenpacthet verbinden van beleid en uitvoering, ook door samenwerking metgebiedspartijen, worden ondersteund.Arbeidsmarkt, leren en innoveren moeten een structureel onderdeel zijnvan het beleid. Om de arbeidsmarktdienstverlening structureel teverbeteren en te werken aan de hervorming van de arbeidsmarktinfra-structuur, zet SZW samen met OCW en EZ hierop in middels de aangekon-digde gezamenlijke LLO-agenda. De SER vraagt in zijn advies aandachtvoor goede arbeidsmarktinformatie om knelpunten beter in beeld tebrengen en te kunnen monitoren. Dat is zeker ook voor de groenblauwesectoren van belang.Tot slotOmdat de arbeidsmarkt fundamenteel verandert wordt van mensen veelveranderkracht gevraagd. Het SER-advies Werken aan veranderkrachtbenadrukt ook daarom de uitdaging om een groenblauwe arbeidsmarkt tecreëren die sociaal, ecologisch en economisch veerkrachtig is. Integratie14Kamerstuk 30 252, nr. 173Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 859 van arbeidsmarktbeleid, innovatiestrategieën en sociaaleconomischbeleid is hiervoor cruciaal. Een lerend en innovatief systeem dat missiege-dreven ecologische, economische en sociale aspecten in balans brengt isen blijft nodig. Dit vraagt om meer samenwerking tussen departementen,met Rijksuitvoeringsorganisaties en met sectoren.In een land vol maatschappelijke uitdagingen en in een sterk verande-rende wereld is voldoende menskracht – veranderkracht en uitvoerings-kracht – essentieel voor nieuw toekomstperspectief. Zo kunnen wevoedsel blijven produceren, onze voeten droog houden, ons landschapmooi houden, regio’s leefbaar en vitaal houden, kortom ons landdraaiende houden. Dat begint bij het centraal stellen van mensen – alsdragers van vernieuwing – in het beleid en met breed gedragenaanpakken. Als Ministers van LVVN en IenW doen we dan ook een beroepop alle betrokkenen – bedrijven, onderwijsinstellingen, medeoverhedenen maatschappelijke organisaties – om de handen ineen te slaan. Samenkunnen we werken aan een groenblauwe arbeidsmarkt die toekomstbe-stendig, rechtvaardig en duurzaam is.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 8510

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · dc263c65119b8c0d

14 okt 2026 · 0bdb0e737a3a8732

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.