Diverse onderwerpen op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming
Brontekst
Versie 5f3a7daa1556c1bb · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202625 422Opwerking van radioactief materiaalNr. 313 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 juni 2026Het laatste half jaar hebben de ontwikkelingen op de nieuwe nucleaireinitiatieven en de eindberging zich voortgezet. De nucleaire ambities vanhet kabinet zijn groot en verschillende publieke en private nucleaireinitiatieven zijn in ontwikkeling. Het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat is verantwoordelijk voor nucleaire veiligheid, beschermingtegen negatieve effecten van straling en veilig beheer van radioactiefafval.Hierbij informeer ik de Kamer over verschillende onderwerpen op hetgebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming.Actieprogramma Eindberging radioactief Afval (AERA)Richtlijn 2011/70/Euratom verplicht lidstaten van de EU om een oplossingte vinden voor de definitieve opslag van radioactief afval. In 2050 wordtdoor het kabinet een besluit genomen over de locatie, de beheermethodeen het tijdspad naar realisatie van de eindberging. Het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat is bezig met het uitwerken van een concreetActieprogramma Eindberging radioactief Afval (AERA) en de uitvoeringdaarvan. Dit Actieprogramma is naar verwachting eind 2027 klaar enwordt gemaakt aan de hand van meerdere sporen. Op dit moment zijn datde sporen (in alfabetische volgorde): Financieel, Governance Eindberging,Juridisch, Multinationale strategie, Onderzoek, en Participatie. Hierondervolgt een overzicht van de vorderingen op diverse sporen. kst-25422-313ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 422, nr. 3131 Governance eindbergingIn december 2025 is het KPMG-rapport1 over de eerste verkenning vanmogelijke organisatiemodellen voor het besluitvormingsproces van deeindberging van radioactief afval gepubliceerd. Op basis van eeninternationale vergelijking zijn vier kansrijke organisatiemodellen voorNederland geïdentificeerd. Aan de hand van deze resultaten wordtgekeken hoe de governance van het besluitvormingsproces richtingbesluitvorming in 2050 wordt ingericht. Het streven is dat het voorsteleind 2027 gereed is en in het AERA wordt verwerkt.Onderzoek eindbergingZoals eerder aan uw Kamer gemeld door de Minister van Klimaat enGroene Groei wordt een deel van het wetenschappelijk onderzoek, datnodig is voor het realiseren van eindberging voor radioactief afval,ondergebracht bij het Nationaal onderzoeksprogramma kernenergie.Het kabinet zal voor het nemen van besluiten rondom de eindberging eenparticipatief en stapsgewijs besluitvormingsproces gaan inrichten. Hetinrichten van z’n proces vraagt om een integrale afweging tussen desociale, maatschappelijke en technische aspecten van de eindberging. Erwordt momenteel een call vanuit de Nederlandse Organisatie voorWetenschappelijk Onderzoek (NWO) uitgewerkt die bijdraagt aan hetontwikkelen van kennis over de interactie tussen deze aspecten van hetbesluitvormingsproces voor eindberging van radioactief afval. Daarnaastricht de NWO-call zich op het versterken van de benodigde kennisbasis ophet gebied van stralingsbescherming voor het realiseren van de nieuwenucleaire ambities van Nederland. De call, met een budget van € 8miljoen voor eindbergingsonderzoek en € 8,5 miljoen voor stralingsbe-schermingsonderzoek, zal naar verwachting na de zomer van 2026worden opengesteld. Dekking voor dit onderzoeksprogramma komt uitmiddelen die aan IenW zijn toegekend uit het Klimaatfonds.Aanvullend zal COVRA onderzoek doen naar de mogelijke beheerme-thoden voor het radioactief afval. Hierbij baseert zij zich op diversescenario’s voor de ontwikkeling van de hoeveelheid en soort radioactiefafval in de toekomst. Hierbij wordt ook gekeken voor welk type radioactiefafval welke beheermethode een geschikte bergingsoptie kan zijn. COVRAstreeft ernaar dit onderzoek eind 2026 te hebben afgerond.Tot slot zal worden gestart met een verkenning naar de huidige entoekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland. In Nederland isruimte schaars. Er wordt steeds meer beslag gelegd op zowel de boven-als ondergrond. Deze verkenning zal in het besluitvormingsproces richtingde eindberging zorgen dat ruimtelijke ontwikkelingen, nu en in detoekomst tijdig meegenomen kunnen worden.Participatie eindbergingZoals aangegeven in de vorige kamerbrief2 is het overleg over deinrichting van de participatie rondom eindberging van radioactief afvalvan start gegaan. Het overleg is gestart door het Overlegorgaan FysiekeLeefomgeving (OFL)3 op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur en1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/19/onderzoek-organisatievormen-voorbereidende-fase-eindberging-radioactief-afval-in-nederland2Kamerstuk 25 422, nr. 3103https://www.overlegorgaanfysiekeleefomgeving.nl/actuele+projecten/actuele+projecten+overzicht/eindberging-radioactief-afval/default.aspxTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 422, nr. 3132 Waterstaat. Het OFL heeft hiervoor een ontwerpteam ingericht onderleiding van de onafhankelijke voorzitter. De planning van het ontwerpteamis om eind 2026 een participatieplan op te leveren. Er zullen zowelwetenschappelijke als praktijkdeskundigen worden betrokken bij dittraject. Het participatieplan zal vervolgens worden verwerkt in hetActieprogramma Eindberging radioactief Afval (AERA).Convention on Nuclear SafetyUitkomsten Convention on Nuclear SafetyVan 13 t/m 24 april is bij het Internationaal Atoomenergieagentschap(IAEA) in Wenen de 10de bijeenkomst van het Verdrag betreffendenucleaire veiligheid (Convention on Nuclear Safety: CNS) gehouden. Hetrapport dat Nederland ter voorbereiding (toetsingsconferentie) heeftopgesteld is eerder met uw Kamer gedeeld.De bevindingen voor Nederland treft u aan in het «Country Review Reportof The Netherlands» en het «Summary Report» aan.Resultaten en conclusies voor NederlandTijdens de conferentie in 2023 zijn drie uitdagingen voor Nederlandgeïdentificeerd. Deze uitdagingen zijn voldoende opgepakt en daarmeebeschouwd als afgerond.De uitdagingen van de afgelopen bijeenkomst zijn gedeeltelijke opvolgersvan de uitdagingen uit 2023, en gericht op de (toekomstige) nucleaireontwikkelingen in Nederland:1.Doorgaan met werken aan voldoende personeel en bekwaamheidvoor de ANVS om haar taken bij deze ontwikkelingen te kunnenuitoefenen.2.Tijdige voorbereiding op deze ontwikkelingen door wet- en regelge-ving tijdig aan te passen waar nodig, en het voortzetten vanvoorbereidende activiteiten door de ANVS, zoals internationalesamenwerking op het gebied van beoordelingen van nieuwe typereactoren.In het rapport dat voor de 11e bijeenkomst in 2029 wordt opgesteld, zal devoortgang op deze uitdagingen worden beschreven. Hiernaast zijnverschillende goede prestaties genoemd zoals de samenwerkingsovereen-komsten van de ANVS met collega-autoriteiten en de publicatie van dehandreiking bedrijfsvoering van kerninstallaties. Over de laatste is uwKamer in maart geïnformeerd.Algemene conclusies van de bijeenkomstTijdens de conferentie is ook aandacht besteed aan de zorgelijke situatierond de Oekraïense kerncentrales als gevolg van de door Ruslandontketende oorlog en de bezetting van de kerncentrale in Zaporizja doorRusland. Nederland zal zich samen met gelijkgezinde landen internati-onaal blijven uitspreken voor het waarborgen van de veiligheid rond dezekerncentrales.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 422, nr. 3133 Evaluatie Financiële zekerheidstelling Ontmanteling Kernreac-torenIn januari 2026 is de evaluatie van het instrument financiële zekerheid-stelling afgerond4, deze vindt u in de bijlagen. Aanleiding voor dezeevaluatie zijn de plannen voor de ontwikkeling van nieuwe kernreactoren.De financiële zekerheidstelling is een waarborg die door een vergunning-houder van een nucleaire inrichting, waarin kernenergie kan wordenvrijgemaakt, moet worden afgegeven (Kernenergiewet, art. 15f) voor dekosten van het buitengebruikstellen en ontmantelen van de inrichting aanhet einde van de bedrijfsduur. Andere nucleaire inrichtingen kunnenhiervoor ook worden aangewezen. Doel van het instrument is voorkomendat kosten voor ontmanteling worden afgewenteld op de maatschappij.In Nederland is er een aantal nucleaire inrichtingen voor verrijking vanuranium, productie van medische isotopen, opwekking van energie ennucleair onderzoek die hiertoe zijn verplicht.Deze financiële zekerheidstelling moet minstens elke vijf jaar wordengeactualiseerd en zijn goedgekeurd door de Ministers van Infrastructuuren Waterstaat en van Financiën.Uit de evaluatie blijkt dat het instrument financiële zekerheidstelling in depraktijk in het algemeen goed wordt toegepast. Uit de analyse van hetproces van (aanvraag om) goedkeuring financiële zekerheidstelling en deinhoud ervan volgt uit de evaluatie een aantal aanbevelingen voor eentoekomstbestendig instrument. Deze aanbevelingen worden door deMinisteries van Infrastructuur en Waterstaat en van Financiën opgepakt.Planning is het grootste deel van de aanbevelingen in de loop van dit jaarop te pakken.Verruiming termijn vervalopslagIn een eerdere Kamerbrief5 is toegezegd te onderzoeken of het binnen dehuidige internationale kaders voor stralingsbescherming mogelijk is determijn voor vervalopslag (nu twee jaar) te verlengen, zodat kortlevendradioactief afval bij de producent kan vervallen tot beneden de vrijgave-waarden (waarna het als conventioneel afval kan worden verwijderd). Ditzorgt o.a. bij ziekenhuizen tot een besparing van kosten.Een aanpassing van de relevante regelgeving is in voorbereiding. Debesluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Het ontwerpbesluit totwijziging van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming zalnaar verwachting na de zomer aan uw Kamer worden voorgelegd.Rapportage ongewone gebeurtenissenIeder jaar stelt de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming(ANVS) een Rapportage ongewone gebeurtenissen nucleaire installatiesop. De vergunninghouders van nucleaire installaties moeten ongewonegebeurtenissen tijdig melden bij de ANVS, zodat de ANVS acties kanondernemen als dat nodig is voor de nucleaire veiligheid en stralingsbe-scherming. De ANVS communiceert ook over deze ongewone gebeurte-nissen op haar website. De Nederlandse nucleaire installaties zijnverplicht om onderzoek te doen naar de onderliggende oorzaken enverbeteringen door te voeren. De ANVS houdt hier toezicht op.De rapportage over 2025 stuur ik u hierbij toe (bijlage 4). Deze rapportagebevat het overzicht van de in 2025 aan de ANVS gemelde ongewone4https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2026/01/26/evaluatie-financiele-zekerheidstelling-nucleaire-inrichtingen5https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024Z20893&did=2024D49252Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 422, nr. 3134 gebeurtenissen per installatie, het verloop van het aantal ongewonegebeurtenissen in de afgelopen tien jaar, evaluaties en een conclusie.De ANVS geeft in de rapportage aan dat de nucleaire installaties in 2025 intotaal 18 meldplichtige gebeurtenissen hebben gemeld. Dit aantal ligt inlijn met het aantal jaarlijkse meldingen van de afgelopen tien jaar. Geenvan de meldplichtige gebeurtenissen in 2025 had gevolgen voor debevolking of het milieu. De conclusies uit het rapport geven een beeld vande omgang met ongewone gebeurtenissen door bedrijven in de nucleairesector en inzicht in de rol van de ANVS in de afhandeling en het toezichthierbij.In 2025 hebben 2 splijtstoflekkages plaatsgevonden bij EPZ (kerncentraleBorssele). De splijtstoflekkages zijn binnen de toegestane grenzengebleven. Deze gebeurtenissen vragen volgens de ANVS extra aandachtvan de ANVS. De ANVS is daarom nauw betrokken bij de ontwikkelingenen het onderzoek dat EPZ zelf doet en door externe partijen laat uitvoerennaar deze lekkages.De ANVS publiceert de rapportage ook altijd op haar website. Op dezewebsite worden tevens merkbare gebeurtenissen of gebeurtenissen met(mogelijke) gevolgen voor de omgeving zo spoedig mogelijk met duidingop een tijdlijn per installatie geplaatst. De rapportage en tijdlijn zijn tevinden op www.ongewonegebeurtenissen.nl. Via de website wordt ookdoorgelinkt naar informatie over gebeurtenissen in nucleaire installatiesbij onze buurlanden.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. BertramTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 422, nr. 3135
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.