KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief dierenwelzijn in de veehouderij

20 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2e83013d139512c8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 286DierenwelzijnNr. 1429 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 februari 2026Met deze brief informeer ik de Kamer over de voortgang op een aantalmoties en toezeggingen op het gebied van dieren in de veehouderij, enzend ik de Kamer met deze brief de impactanalyse over de herziening vande Transportverordening, gecategoriseerd per onderwerp:Transport en slacht van dieren–de toezegging aan het lid Podt in het Commissiedebat over de NVWAop 11 februari 20251, om de Tweede Kamer te informeren over destand van zaken omtrent de beleidsregel 30 graden (diertransport enextreme temperaturen);–de motie Graus/Van Campen/Holman2 die verzoekt in overleg metbetrokken actoren over te gaan tot nachtelijk transport en nachtelijkeslacht, inclusief bijbehorende keuringen, tijdens dagen met tropischetemperaturen;–de motie Ouwehand3, die verzoekt om de beleidsregel voor hetverlagen van de maximumtemperatuur voor diertransporten op zeerkorte termijn in werking te laten treden;–de toezegging aan het lid Flach en het lid van der Plas4 tijdens hetspoeddebat over het verbod op het elektrisch veedrijfmiddel van2 december 2025 om de evaluatie van het verbod iets naar voren tehalen;1TZ202502-1672Kamerstuk 33 835, nr. 2443Kamerstuk 21 501-32, nr. 17164Spoeddebat «verbod op stroomstootapparatuur in de veehouderij»(https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2026D00520&did=2026D00520) kst-28286-1429ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14291 Houden van dieren in de veehouderij–de motie Vestering/Beckerman5 die oproept tot een verbod op hetgebruik van drijfmiddelen die pijn of veel stress kunnen veroorzakenbij dieren;–de motie Vestering/Van Campen6 die oproept tot spoedige implemen-tatie van een verbod op het gebruik van elektrische veedrijfmiddel);–de motie Tjeerd de Groot7 waarin wordt verzocht om agrarischeopleidingen te betrekken bij het convenant dierwaardige veehouderij;–de motie Vedder c.s.8 die verzoekt om zo snel mogelijk aan de slag tegaan met het oprichten van een onafhankelijke autoriteit dierwaardigeveehouderijTransport en slachtStand van zaken diertransport bij extreme temperaturenTijdens het commissiedebat NVWA van 11 februari 2025 heb ik het lidPodt toegezegd een brief naar uw Kamer te sturen met de stand van zakenover de 30 graden regel. In het afgelopen jaar heb ik de beleidsregelverschillende stappen laten doorlopen, waarmee ik ook invulling geef aande motie Ouwehand.Zoals aangegeven in mijn brief van 7 februari 20259 heb ik de beleidsregelwaarmee de maximumtemperatuur voor diertransport wordt verlaagd van35 naar 30 graden aan de Europese Commissie aangeboden ter notificatie.Er gold een stand still termijn voor deze notificatie tot 26 mei 2025. Datbetekent dat de Commissie en/of andere lidstaten tot die datum de tijdhadden om opmerkingen te maken over de beleidsregel. Binnen dezetermijn zijn alleen inhoudelijke vragen vanuit Spanje binnengekomen. Eénvan die vragen heeft geleid tot een kleine aanpassing van de beleidsregel.De versie van de beleidsregel die is aangeboden ter notificatie gafnamelijk aan dat deze ook zou gelden voor krabben en kreeften. Omdat ditongewervelde dieren zijn, vallen die niet onder de reikwijdte van EuropeseVerordening (EG) nr. 1/2005 (de transportverordening) en kunnen daaromook geen onderdeel uitmaken van de beleidsregel. Dit is aangepast.Daarnaast hebben ook meerdere Nederlandse sectorvertegenwoordigersop de notificatie gereageerd. De Europese Commissie heeft in dezereacties geen reden gevonden tot opmerkingen op de beleidsregel.De Europese Commissie heeft, separaat van deze notificatieprocedure, perbrief van 6 juni 2025 zorgen geuit over het mogelijke effect van deze doorNederland voorgenomen beleidsregel op het gelijke speelveld binnen deinterne markt. In deze brief vraagt de Europese Commissie om invoeringvan de beleidsregel uit te stellen voor minstens 12 maanden of zolang deonderhandelingen over de herziening van de transportverordening noglopen. Ik vind het belangrijk om deze wens te respecteren.In mijn brief van 7 februari 2025 en beantwoording van Kamervragen10heb ik aangegeven dat ik naast het starten van de notificatie ook aan deslag zou gaan met het zoveel mogelijk wegnemen van de zorgen vanondernemers vanwege de te verwachten impact van het verlagen van demaximumtemperatuur voor diertransport met mogelijke negatieveneveneffecten voor het dierenwelzijn. Ik heb daarbij aangegeven dat ik het5Kamerstuk 28 286, nr. 12026Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 627Kamerstuk 28 286, nr. 12748Kamerstuk 35 746, nr. 259Kamerstuk 28 286, nr. 1380102025D40524Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14292 voorkómen van negatieve neveneffecten een voorwaarde vind voor hetuiteindelijk in werking treden van de lagere maximumtemperatuur.Om dit te kunnen doen, is het belangrijk dat het transport- en slachtproceszoveel mogelijk doorgang kunnen vinden tijdens de koelere uren. Het ligtdus in de lijn der verwachting dat vervroegd en ’s nachts slachtenverlichting kan geven in de impact van het verlagen van de maximumtem-peratuur voor diertransport.Hiertoe heb ik de NVWA en sector gevraagd om gezamenlijk de mogelijk-heden en belemmeringen voor ’s nachts slachten te verkennen. Hierbij zijnmeerdere aspecten meegenomen, zoals het dierenwelzijn, het welzijn vanmensen, het effect op capaciteit en kosten, de arbeidsrechtelijke afsprakenen de Ondernemingsraad. Deze evaluatie is afgerond en meegestuurd bijdeze brief (bijlage 1) samen met de sectorreactie van VleesNL (voorheenCOV) op de resultaten van deze evaluatie (bijlage 2). Hiermee is uitvoeringgegeven aan de motie van het lid Graus, lid van Campen en lid Holman.Tot mijn teleurstelling is het niet gelukt om een volwaardige praktijkproefuit te voeren. Te weinig medewerkers van de NVWA waren bereid (onderandere vanwege impact op hun gezondheid en privéleven) om vrijwillignachtdiensten te draaien (36%). Daarom is in overleg met de bedrijven diemeededen aan de pilot besloten om simulaties uit te voeren, om zo tochresultaten op te halen. De NVWA concludeert op basis van deze simulatiesdat ’s nachts slachten voor de NVWA niet haalbaar is, onder meervanwege beperkte bereidheid van NVWA-medewerkers in de nachtelijkeuren. Daarnaast blijkt uit de simulaties dat ’s nachts slachten ook voor hetbedrijfsleven uitdagingen kent, zoals slachtcapaciteit, kosten, logistiek,alsook gevolgen voor medewerkers. Toch blijf ik het noodzakelijk vindendat nachtelijk slachten mogelijk wordt om de beleidsregel op eenverantwoorde wijze in te voeren. Daarvoor zijn aanvullende stappen nodigom resterende drempels weg te nemen, bijvoorbeeld (een verkenningnaar) maatregelen om de bereidheid van toezichthouders te verhogen enandere drempels weg te nemen.Verder vind ik het van belang dat er opdracht gegeven wordt tot eenonderzoek naar de gevolgen voor het dierenwelzijn bij het verlagen vande transporttemperatuur, waarbij dieren vanwege een lagere productieca-paciteit niet kunnen worden afgevoerd, in vergelijking met de gevolgenvoor het dierenwelzijn bij het in stand houden van de huidige regelgeving,evenals een onderzoek naar de brede gevolgen voor de gehele keten vanhet verlagen van de transporttemperatuur. Hiermee zal een nieuwebouwsteen geleverd kunnen worden voor mijn opvolger om totafgewogen en rationele besluitvorming te kunnen komen. Ik laatbesluitvorming over vervolgstappen, inclusief opdrachten voor genoemdeonderzoeken, aan mijn opvolger.Impactanalyse herziening transportverordeningZoals aangegeven in het schriftelijk overleg over het BNC-fiche Herzieningverordening dierenwelzijn tijdens transport11, is er een impactanalyseuitgevoerd over de herziening van de Transportverordening en de impactdaarvan op de specifieke Nederlandse situatie. Deze impactanalyse(bijlage 3) is uitgevoerd door Wageningen Social & Economic Research.De impactanalyse laat zien dat het oorspronkelijke voorstel van deEuropese Commissie een positief effect zal hebben op het dierenwelzijntijdens transport, maar dat de nieuwe regelgeving ook belangrijke nadelenkent. Zo zal er een groot effect zijn op de logistiek van het diertransport.Bepaalde bestemmingen en markten kunnen niet meer bereikt worden11Kamerstuk 22 112, nr. 3889Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14293 binnen de voorgestelde maximumtransporttijden. Voor bepaalde groepenslachtdieren zal er een alternatieve oplossing gevonden moeten worden.Het is volgens de impactanalyse onduidelijk of de benodigde slachtcapa-citeit voor deze dieren in Nederland gerealiseerd kan worden.Verder hebben de voorgestelde aanpassingen belangrijke andere nadelen.Zo zal, om hetzelfde aantal dieren te vervoeren, het aantal transportensterk toenemen. Er zijn meer vrachtwagens en chauffeurs nodig.Daarnaast zijn er meer dierenartsen nodig voor controles bij laden enlossen. De administratieve lasten voor bedrijven zullen sterk toenemen bijtransport, doordat ook binnenlandse transporten in registratiesysteemTraces moeten worden vastgelegd. Al met al zal dit ingrijpende financieel-economische gevolgen hebben, en qua haalbaarheid afhankelijk zijn vanonder meer de mogelijkheid om meer dierenartsen in te zetten en demogelijkheid om extra slachtcapaciteit te realiseren. Verder zien deonderzoekers negatieve gevolgen voor het milieu. Indien gebruikt blijftworden gemaakt van brandstofmotoren, zal de uitstoot van zowel CO2 alsNOx met 77% toenemen.Er is wel een aantal zaken om rekening mee te houden binnen dezeimpactanalyse. Zo hebben de onderzoekers wegens gebrek aanbeschikbare data een aantal aannames moeten doen, waardoor dedaadwerkelijke impact anders uit kan vallen dan hier voorspeld. Daarnaastzijn de transporten naar verzamelcentra niet meegenomen, omdathiervoor niet voldoende data beschikbaar waren. Aangezien dit hoogst-waarschijnlijk grote aantallen (binnenlandse) transporten betreft, geeft hetniet meenemen hiervan mogelijk een vertekend beeld. Verder zijn deonderhandelingen aangaande het voorstel zoals door de EuropeseCommissie gepubliceerd in december 2023 nog gaande. Daarbij wordenveel van de onderwerpen die ook in deze impactanalyse aan bod komen,zoals maximumtransporttijden, temperatuur tijdens transport, ruimte voorde dieren tijdens transport etc. uitvoerig besproken. Aan de hand van diediscussies doet het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unienieuwe compromistekstvoorstellen. Deze voorstellen zijn nog voorlopigen niet openbaar en konden daardoor ook niet meegenomen wordenbinnen deze impactanalyse.Ik ben van mening dat een zorgvuldige weging van al deze voor- ennadelen noodzakelijk is, evenals van de beperkingen van deze impact-analyse, voordat een definitief standpunt wordt bepaald. Deze weging isaan het nieuwe kabinet.NoodslachtingenNoodslachtingen betreffen het doden van dieren die wegens een ongevalof acute aandoening niet vervoerd mogen worden, overeenkomstig dehygiëneverordening voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong,Verordening (EG) nr. 853/2004. De Europese Commissie heeft eenverordening vastgesteld met wijzigingen van de regels over noodslacht,die naar verwachting de eerste helft van april gepubliceerd wordt.Bijlage III van Verordening (EG) nr. 853/2004 wordt aangepast waardooreen dier dat slachtwaardig is, maar die om redenen van dierenwelzijn niettransportwaardig is, in aanmerking kan komen voor een noodslachting.De aanpassing van de voorwaarden voor noodslacht sluit aan bij debeleidsdoelen om onnodig dierenleed te voorkomen en dierlijke eiwittenzo hoogwaardig mogelijk te benutten en verspilling tegen te gaan. Doorde wijziging is het niet langer een vereiste dat het dier een ongeval heeftgehad, zoals dat nu beschreven staat.Een voorbeeld hiervan zijn dieren die niet pijnloos kunnen lopenwaardoor zij niet vervoerd kunnen worden naar een slachthuis. Voor dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14294 categorie dieren is nu niets geregeld en blijft euthanasie als enige optieover of slacht via de Mobiele Dodings Unit (MDU), die door hogeexploitatiekosten in de praktijk niet wordt ingezet.De verwachting is dat het aantal noodslachtingen toe zal gaan nemen,omdat een grotere groep runderen voldoet aan de toekomstigevoorwaarden voor noodslacht. Tevens is het mogelijk dat ook anderediersoorten zullen worden aangeboden voor noodslachting. Op ditmoment betreft >99% van alle noodslachtingen runderen.Het aantal noodslachtingen bedraagt momenteel ongeveer 12.000 dierenper jaar. Het is moeilijk te voorspellen in hoeverre dit aantal zal toenemenna inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving. Een mogelijk groteraanbod kan leiden tot capaciteitsvraagstukken bij zowel het toezicht als deslachthuizen. De NVWA voert daarom momenteel een impactanalyse uiten stelt, in samenwerking met sectorpartijen, actiepunten op om deovergang naar de nieuwe werkwijze zo soepel mogelijk te laten verlopen.Voorbeelden hiervan zijn de digitalisering van het noodslachtformulier ende ontwikkeling van een uniform beoordelingsprotocol ter ondersteuningvan erkende dierenartsen bij het nemen van keuringsbeslissingen. Deaanpassing van nationale werkwijzen vraagt nog verdere uitwerking enwordt daarom gefaseerd ingevoerd.Houden van dieren in de veehouderijStand van zaken verbod elektrische veedrijfmiddelenVanaf 1 januari 2026 is het op boerenbedrijven en tijdens nationaaltransport verboden om dieren in de veehouderij met elektrische veedrijf-middelen voort te drijven. Hiermee beschouw ik de motie Vestering/Beckerman en de motie Vestering/Van Campen als afgedaan.Met de inzet van toezicht alleen zal naleving niet afgedwongen kunnenworden. Overtredingen op dit verbod moeten fysiek en op heterdaadvastgesteld worden. De uitdaging om misbruik op heterdaad te consta-teren blijft voor de NVWA aanwezig. De NVWA vindt het handhaven ophet verbod belangrijk, maar geeft aan dat huidige mogelijkheden hiertoenagenoeg ontbreken. NVWA blijft haar toezicht vernieuwen om toekomst-bestendig te kunnen handhaven. Ik steun de IG NVWA in het verkennen enconcretiseren van innovatieve technieken (zoals dronetoezicht) omtoezicht op dierenwelzijn te ondersteunen en te verbeteren.Tijdens het spoeddebat van 2 december 2025 over dit onderwerp, heb iktoegezegd dat de evaluatie van dit verbod eerder zal plaatsvinden dan degebruikelijke 5 jaar na inwerkingtreding. Het is aan het nieuwe kabinet ende Tweede Kamer om vervolgens te wegen of de evaluatie genoegonderbouwing geeft voor eventuele vrijstelling op, of aanpassing aan, ditverbod.Dierwaardige veehouderijOnder leiding van de voorzitter (Elbert Roest) zijn partijen voortvarend aande slag gegaan met de uitvoering van afspraken uit het convenant«stappen naar een dierwaardige veehouderij12. Partijen zijn gestart methet in kaart brengen van kennisvragen over dierwaardige veehouderij.Wageningen Universiteit heeft daartoe een brede inventarisatie uitge-voerd en de ruim 900 kennisvragen in een rapportage13 (10.18174/698735)inzichtelijk gemaakt aan de hand van verschillende indelingen op een12Kamerstuk 28 286, nr. 139413https://research.wur.nl/en/publications/kennisvragen-dierwaardige-veehouderij/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14295 interactieve pagina. De komende jaren zal worden gewerkt aan hetoplossen van kennishiaten zodat stappen kunnen worden gezet naardierwaardige veehouderij. In de uitvoering zal het LectorenplatformDierwaardigheid in Praktijk worden betrokken. In dit lectorenplatform zijn6 hogescholen, Universiteit Utrecht, Wageningen University & Research,Centre for Sustainable Animal Stewardship (Censas) en het practoraatDierenwelzijn en -gezondheid vertegenwoordigd. Daarmee wordtinvulling gegeven aan motie De Groot waarin wordt verzocht omagrarische opleidingen te betrekken bij het convenant. Ik beschouw dezemotie hiermee als afgedaan.Begin april zal een module «Dierwaardige ketendeals» van de subsidie-module Samenwerken aan innovatie (Europees Innovatie Partnerschap/EIP, onderdeel van het GLB) opengaan. Deze nieuwe module biedtmogelijkheden voor partijen om samen te werken in de keten en te komentot een betere marktafzet van dierwaardige producten waarbij voldoendevolume kan worden gerealiseerd. De Auditdienst Rijk (ADR) heeftaandachtspunten14 bij de oprichting van de Autoriteit dierwaardigeveehouderij in kaart gebracht. Daarnaast hebben convenantpartijenopdracht gegeven voor een verkenning naar de oprichting van deAutoriteit dierwaardige veehouderij. Dit rapport is voorzien in maart 2026.Beide rapporten zullen worden benut bij de oprichting van deze Autoriteit.Hiermee is invulling gegeven aan motie Vedder c.s., waarin wordtverzocht aan de slag te gaan met het oprichten van een onafhankelijkeautoriteit dierwaardige veehouderij.De internetconsultatie van de algemene maatregel van bestuur (AMvB)dierwaardige veehouderij heeft ruim 7.200 reacties opgeleverd. Ook zijnverschillende toetsen (handhaafbaarheid- en uitvoerbaarheidstoets van deNVWA, de wetenschappelijke toets en de regeldruktoets) opgeleverd. Deeerder gemelde planning15 is met het oog op de vele reacties te ambitieusgeweest. Er is veel inbreng gegeven en deze wordt zorgvuldig gelezen,beoordeeld en waar nodig verwerkt. Het is aan mijn opvolger om hetverdere proces te bezien. Inbreng uit de internetconsultatie heeft ertoegeleid dat een AMvB traject is gestart voor (en met) de vleesveesector. Inde huidige ontwerp-AMvB zijn namelijk wel gedragsbehoeften envoorschriften vastgelegd voor alle runderen die gehouden worden voorde productie van melk en/of kalfsvlees, maar niet voor runderen dieworden gehouden voor de productie van rundvlees. Dit zorgt voor eenongewenste prikkel in de regelgeving en onduidelijkheid voor houder entoezichthouder. Daarom is gekozen voor het opstellen van een AMvB waaralle runderen en kalveren, gehouden voor de productie van melk en/ofvlees, onder vallen. Uiteraard is hiervoor een zorgvuldig proces ingerichtwaarbij belangrijke stappen die bij het opstellen van de AMvB voor deandere sectoren zijn gevolgd, worden doorlopen. Zorgvuldigheid gaat hierwat mij betreft boven snelheid.Op basis van advies en onderzoek van de Stuurgroep Ingrepen Pluimveezijn in de afgelopen jaren het gros van de ingrepen bij pluimvee uitgefa-seerd. Deze werkwijze is in lijn met hetgeen ik voor ogen heb in het kadervan de ontwikkeling naar een dierwaardige veehouderij: met de kennis-agenda en het opdoen van voldoende praktijkkennis en handelingsper-spectieven voor veehouders. De Stuurgroep Ingrepen Pluimvee werkt nuaan het verantwoord uitfaseren van de ingreep aan de achterste teen vande haan voor de fokkerij. Deze ingreep wordt uitgevoerd om tevoorkomen dat de haan met de nagels van zijn achterste tenen de henbeschadigt bij het treden van de hen. De hen kan daardoor ernstige huid-14https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rijksoverheid/documenten/rapporten/2026/01/08/onderzoeksrapport-autoriteit-dierwaardige-veehouderij15Kamerstuk 28 286, nr. 1399Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14296 en veerbeschadigingen oplopen die pijnlijk zijn en in sommige gevallenkunnen leiden tot de dood. Eerder is een tijdelijke verlenging16 van devrijstelling voor deze ingreep gegeven welke afliep op 1 juli 2025. Detijdelijke vrijstelling voor deze ingreep heb ik conform het advies van deStuurgroep Ingrepen Pluimvee (zie bijlage 4) verlengd tot 1 juli 202817.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma16Kamerstuk 28 286, nr. 128417Stcrt. 2025, nr. 18914Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14297

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 56ba8378b81797f8

14 okt 2026 · 512af567428961ba

13 okt 2026 · e27e899033ceadf6

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.