Verslag van een schriftelijk overleg inzake Amvb reële prijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd en RVS-rapport ‘Kinderen uit de Knel’ (Kamerstuk (Kamerstuk 31839-994)
Brontekst
Versie 9c3de2e10bdb95b7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 839JeugdzorgNr. 1023 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 21 juni 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 22 maart 2024 inzakeAmvb reële prijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd enRVS-rapport «Kinderen uit de Knel» (Kamerstuk (Kamerstuk 31 839,nr. 994).De vragen en opmerkingen zijn op 21 mei 2024 aan de Staatssecretarisvan Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 21 juni2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,AgemaAdjunct-griffier van de commissie,Abma-Mom kst-31839-1023ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10231 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie8II.Reactie van de Staatssecretaris9 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deAMvB reële prijzen Jeugdwet, onderzoek over data wijkteams jeugd enRVS-rapport kinderen in de knel en hebben daarover nog enkele vragenen opmerkingen.De leden van de PVV-fractie willen graag weten wanneer de Staatssecre-taris reden ziet om gebruik te maken van de grondslag in de AMvB om bijministeriële regeling regels te kunnen stellen over de indexatie? Klopt hetdat uit de praktijk blijkt dat de contractstandaarden Jeugd, ondanksafspraken hierover, niet in alle gevallen door partijen worden nageleefd?Tevens willen genoemde leden weten hoe de Staatssecretaris een vingeraan de pols houdt of deze AMvB daadwerkelijk leidt tot reële tarieven.Uit het adviesrapport «Verkenning data wijkteams jeugd» blijkt datgemeenten met verschillende registratiesystemen werken en kan ersprake zijn van meerder registratiesystemen wanneer er gewerkt wordtmet onderaannemers. Uit het literatuuronderzoek kwam ook naar vorendat regel- en administratiedruk het werk van de wijkteams belemmert. Demotie van het lid-Maeijer van 28 september 2023 (Kamerstuk 31 839,nr. 978) verzoekt om vaart te maken met het standaardiseren vansystemen en het terugdringen van productcodes. Kan de Staatssecretarisaangeven hoe het staat met de uitvoering van deze motie? Op welkemanier wordt de speciaal gezant hierbij betrokken?De leden van de PVV-fractie lezen dat ruim een derde van de wijkteamsaangegeven hebben extra ondersteuning voor het verbeteren van deregistratie en monitoring nodig is. Op welke manier, kan de Staatssecre-taris deze extra ondersteuning bieden? Op welke manier wordt despeciaal gezant hierbij betrokken?De leden van de PVV-fractie merken op dat inzicht krijgen in de effecti-viteit, doelmatigheid en doelstellingen van de hervormingsagenda ergbelangrijk is, maar dat dit niet mag leiden tot nog meer regeldruk enadministratieve lasten voor zorgverleners. De leden van de PVV-fractievragen op welke manier de Staatssecretaris invulling gaat geven aan deaanbevelingen (en de toepassing van de aanbevelingen) uit het rapport«Kinderen uit de knel»? Op welke manier (graag een aantal voorbeelden)is de Staatssecretaris voornemens de informele netwerken van ouders teversterken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10232 De Staatssecretaris geeft in de Hervormingsagenda Jeugd (juni 2023) aandat «de randvoorwaarden voor gezinnen rondom bestaanszekerheid,wonen, (passend) onderwijs, veiligheid, en geborgenheid niet op ordezijn». Welke concrete acties heeft de Staatssecretaris op de genoemdepunten genomen? Welke effecten zijn al merkbaar voor de betreffendegezinnen?De leden van de PVV-fractie lezen dat kinderen die een beroep doen opjeugdhulp relatief vaak gescheiden ouders hebben. Kan de Staatssecre-taris aangeven op welke manier kinderen met gescheiden oudersgeholpen kunnen worden, zodat jeugdhulp voorkomen kan worden?Veel gezinnen wonen te krap. Als er sprake is van te krappe behuizingkomt een gezonde (motorische en sociale) ontwikkeling van kinderenonder druk te staan. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat ervoor deze gezinnen voldoende betaalbare woningen beschikbaar komen,zodat zij kunnen doorstromen naar een passende woning? Heeft deStaatssecretaris zicht op het aantal gezinnen dat in een te klein huiswoont? Hoe kan de gezinssituatie beter in beeld komen bij uitvoerendeinstanties die zich bezighouden met schuldhulpverlening, geestelijkegezondheidszorg en/of verslaving, detentie, reclassering? Hoe gaat deStaatssecretaris zorgen dat zorgverleners over de tijd, kennis en onder-steuning beschikken om de kindcheck uit te voeren? Is de Staatssecretarisop de hoogte dat de kindcheck soms ook de reden is dat ouders niet naarzorgverleners gaan om hulp of ondersteuning te vragen bij hunpsychische problemen of verslaving? Zo ja, wat gaat de Staatssecretarisdoen om te zorgen dat ouders zonder vrees voor bemoeienis vanjeugdzorg of uithuisplaatsing naar een zorgverlener kunnen gaan?Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie concluderen uit de brief van deStaatssecretaris dat hij ervoor kiest om de aangenomen motie Raemakers/Westerveld1 niet uit te voeren en zijn daar zeer teleurgesteld over.De reden die gegeven wordt is dat er in de praktijk al afspraken overindexatie zijn. Hierbij verwijst hij naar de contractstandaarden Jeugd,waarover afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd zijn opgenomen. Inde praktijk worden die afspraken echter niet door alle partijen nageleefd,daarom is het volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en demeerderheid in de Kamer juist een goed idee om dit in wet- en regel-geving te borgen. Juíst ook omdat er afspraken over zijn opgenomen inde Hervormingsagenda. Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom hij eenzo duidelijk signaal van de Kamer naast zich neerlegt? De argumenten diede Staatssecretaris in de brief geeft zijn in het tweeminutendebat namelijkook al gewisseld. De Kamer heeft die discussie en argumenten gehoorden anders besloten, namelijk om de regering per motie te verzoeken omdit op te nemen in de AMvB. Wat maakt het dat de Staatssecretaris dezeoverduidelijke wens niet overneemt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ook benieuwd welk signaaldit afgeeft voor de verdere uitwerking van de Hervormingsagenda. Veelvan de plannen die in de Hervormingsagenda staan moeten nog concreteruitgewerkt worden in lagere regelgeving of wetgeving. Gaat de Staatsse-cretaris dan ook op wensen of verzoeken van de Kamer zeggen «het staatal in de Hervormingsagenda»? Hoofdlijnen zijn geen concrete afspraken.Is de Staatssecretaris het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieeens dat het in wet- en regelgeving borgen van de in de Hervormingsa-1Jeugdzorg | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10233 genda opgenomen afspraken en intenties juist een essentieel onderdeelvan de Hervormingsagenda is? En dat het daarbij belangrijk is dat deStaatssecretaris luistert naar de wensen uit de Kamer, maar ook dewensen en kennis uit het veld? Kan de Staatssecretaris garanderen datmoties niet opnieuw zomaar opzij worden geschoven en in samenspraakmet de Kamer de plannen uit de Hervormingsagenda in wet- en regel-geving zal gieten? Is de Staatssecretaris ook bereid om alsnog te regelendat indexering conform de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwik-keling (OVA)-systematiek de minimale optie is? Zo niet, waarom niet enhoe wil de Staatssecretaris er dan voor zorgen dat de afspraken in depraktijk wél worden nageleefd?Tenslotte zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd naar devoortgang van de Hervormingsagenda. Kan de Staatssecretaris eenupdate geven hoe het er nu, bijna een jaar na de presentatie, – voor staat?Kan de Staatssecretaris dit doen in een overzicht per beleidsmaatregel?Kan de Staatssecretaris daarbij ook een overzicht of inschatting geven ofde bijbehorende financiële kaders per beleidsmaatregel nog steedspassend zijn? Kan de Staatssecretaris ook een overzicht geven of hetministerie op koers ligt qua wetgeving die naar de Kamer gestuurd dientte worden? En of dit in overeenstemming is met het tijdspad dat isvastgesteld via de aangenomen motie Mohandis2 c.s. (Kamerstuk 31 839,nr. 951)?Vragen en opmerkingen van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deAMvB reële prijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd enRVS-rapport «Kinderen uit de Knel». Zij hebben hierbij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie vragen of indexering conform deOVA-systematiek financiële gevolgen heeft en zo ja, of deze financiëlegevolgen dan nader toegelicht kunnen worden.Uit onderzoek naar cliëntaantallen blijkt dat er problemen zijn met deuniformiteit en vergelijkbaarheid van de data over jeugdhulp, zo lezen deleden van de VVD-fractie. Welke problemen zijn naar voren gekomen enwelke signalen hebben gemeenten hierover gegeven? De leden van deVVD-fractie vinden het belangrijk dat monitoring gebeurt metbetrouwbare data en vragen daarom of dit probleem zich mogelijk ookvoordoet bij andere monitoringsonderzoeken.De leden van de VVD-fractie hebben eerder aandacht gevraagd voorgehechtheid in relatie tot ontwikkelingsfactoren. Zij sluiten dan ook aan bijde constatering uit het rapport «Kinderen uit de knel» waarin wordtgesteld dat de ontwikkeling van kinderen niet systematisch is geborgdtijdens de behandeling en/of begeleiding van de ouder. Hoe kijkt deStaatssecretaris nu naar de motie Tielen3 en is de Staatssecretaris bereidzijn appreciatie over deze motie te herzien? Zo nee, waarom niet?Vragen en opmerkingen van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de AMvB reëleprijzen Jeugdwet, het onderzoek naar data wijkteams jeugd en hetRVS-rapport «Kinderen uit de Knel». Deze leden willen aan de handdaarvan een aantal vragen aan de Staatssecretaris stellen.Uit het rapport «Kinderen uit de Knel» komt het volgende advies naarvoren: «Borg als uitvoerende organisaties de belangen van kinderen in deuitvoering van de eigen (wettelijke) taken. Kijk hierbij in het bijzonder naar2Jeugdzorg | Tweede Kamer der Staten-Generaal3Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 108Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10234 de aspecten in de uitvoering die effect (kunnen) hebben op het welzijn vankinderen. Check altijd of er opgroeiende kinderen in het gezin ofhuishouden wonen, verdiep je in de situatie, breng de belangen vankinderen consequent in beeld en weeg belangen van kinderen consequentmee, waarbij het belang van het kind in beginsel voorop staat. De contextwaarin kinderen opgroeien kan daarnaast worden versterkt via informelestructuren: het versterken van sociale netwerken. Daartoe bepleit deRaad.»4De leden van de NSC-fractie hebben in de Jeugdwet gelezen dat hetfamiliegroepsplan centraal staat in artikel 4.1.2. Met het amendement vande Kamerleden Voordewind en Ypma werd artikel 4.1.2 ingevoegd.5 Metdeze bepaling werd beoogd om ouders, familieleden en anderszins directbetrokkenen de mogelijkheid te geven om – ook in preventieve fases –voor gedwongen of vrijwillige jeugdhulp mee te denken en te helpen aaneen oplossing.6 Uit de praktijk blijkt dat het familiegroepsplan echter nietvaak wordt gebruikt in het vrijwillig kader. De leden van de NSC-fractievragen de Staatssecretaris uit te leggen hoe dit zich verhoudt tot hetadvies uit het rapport. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe vaak ergebruik wordt gemaakt van het familiegroepsplan? Als blijkt dat er weiniggebruik wordt gemaakt van het familiegroepsplan, kan de Staatssecretarisdan aangeven wat de reden van het weinige gebruik is?De leden van de NSC-fractie maken zich zorgen dat in het huidige beleidop de «ouderdomeinen» de belangen van kinderen weinig tot geen rolvan betekenis hebben. De focus van het beleid ligt te veel op de situatievan de ouder, terwijl problemen van ouders grote gevolgen hebben voorhet welzijn en de verdere levensloop van kinderen. De RVS beveelt in datkader een integrale en rijksbrede invoering van een Kinderrechtentoetsaan. Kan de Staatssecretaris reflecteren op deze aanbeveling om eendomein overstijgende en rijksbrede Kinderrechtentoets in te richten? Hoezou de Staatssecretaris zorg dragen voor de uitvoering, al dan nietimplementatie van een Kinderrechtentoets? Is de Staatssecretaris bereidhierbij voorrang te geven aan domeinen waarin de op doelgroep kinderenen jongeren met een ingrijpende jeugdervaring (over)vertegenwoordigdis, namelijk inkomen, wonen, gezondheid, relaties en het justitieeldomein?De leden van de NSC-fractie hebben in het RVS-rapport gelezen dat debelangen van kinderen geborgd moeten worden in de taakinvulling entaakuitvoering van uitvoerende organisaties in het beeld. Volgens dezeaanbeveling moet er altijd gecheckt worden of er opgroeiende kinderen inhet gezin of huishouden wonen. De belangen van deze kinderen moetenin beeld worden gebracht en worden meegenomen en meegewogen inhet verdere proces. Is de Staatssecretaris bereid om te onderzoeken hoede gezinssituatie beter in beeld gebracht kan worden bij uitvoerendeinstanties die zich bezighouden met detentie, reclassering, schuldhulpver-lening en geestelijke gezondheidszorg en/of verslaving? Kan de Staatsse-cretaris aangeven hoe in het proces de belangen van kinderen enjongeren meegenomen en meegewogen in de omgang met de ouder endiens hulpverlening?4Tweeminutendebat Voorhang ontwerpbesluit reële prijzen Jeugdwet (31839-971) | TweedeKamer der Staten-Generaal5Kamerstukken II 2023/24 33 684, nr. 40.6Verslag van een schriftelijk overleg over de voorhang ontwerpbesluit reële prijzen Jeugdwet(Kamerstuk 31839-946).pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10235 In de volwassenen-GGZ zien we dat bovengenoemde borging er algedeeltelijk is in de vorm van een verplichte kindcheck. Dit houdt in dathulpverleners in onder andere de volwassen-GGZ in contact met cliëntenen patiënten moeten nagaan of er kinderen in het gezin zijn en of zij veiligzijn. Is de Staatssecretaris bereid een plan op te stellen waardoorzorgverleners over de tijd, kennis en ondersteuning komen te beschikkenom de kindcheck systematisch uit te voeren?De leden van de NSC-fractie brengen graag de Eigen Kracht-conferentieonder de aandacht. Hierbij kan een familie- en vriendennetwerk onderleiding van een onafhankelijk coördinator zelf een plan opstellen enuitvoeren.7 Is de Staatssecretaris bekend met de Eigen Kracht-conferentieen kan de Staatssecretaris aangeven of er gebruik van wordt gemaakt enhoe vaak? Ziet de Staatssecretaris in dat het een gemiste kans is datwanneer het familiegroepsplan en de Eigen Kracht-conferentie wel op eenfrequente basis zouden worden gebruikt, de problematiek bij gezinnensneller en effectiever zouden worden aangepakt? Is de Staatssecretaris hetermee eens dat het in veel gevallen fijner voor ouders is om met bekendemensen en familieleden een probleem op te lossen?De leden van de NSC-fractie hebben in het rapport «Kinderen uit de Knel»het volgende gelezen: «In artikel 18 van het IVRK is vastgelegd dat deoverheid ouders in staat moet stellen om verantwoordelijkheid te nemenvoor de opvoeding en de ontwikkeling van hun kind. De overheid moetvervolgens «alles doen wat in haar vermogen ligt om erkenning teverzekeren van het beginsel dat ouders deze verantwoordelijkheid dragenén ouders passende bijstand verlenen bij de uitoefening van dezeverantwoordelijkheid»». Hoe verhoudt dit zich met de wachtlijsten die erop dit moment zijn voor de hulpverlening, met de focus op ouders diebehoefte hebben aan psychische behandeling en kinderen die op eenwachtlijst staan voor de GGZ? De leden van de NSC-fractie zijn vanmening dat de verhouding tussen artikel 18 van het Internationaal Verdraginzake de Rechten van het Kind (IVRK) en de op dit moment beschikbarehulpverlening niet op elkaar aansluiten. Is de Staatssecretaris het er meeeens dat er meer moet worden gedaan om de erkenning te verzekeren vanhet beginsel dat ouders deze verantwoordelijkheid voor de opvoeding enontwikkeling van een kind dragen en dat ouders passende bijstand moetworden verleend bij het uitoefenen van deze verantwoordelijkheid?De leden van de NSC-fractie hebben in het rapport «Kinderen uit de Knel»gelezen dat kinderen die opgroeien in een huishouden met problema-tische schulden sneller zelf problemen ontwikkelen. Als gevolg hiervan isde kans dat deze kinderen dermate problemen ontwikkelen dat jeugdhulpnodig is, ruim twee keer zo groot als bij kinderen die opgroeien in eenhuishouden zonder problematische schulden.8 Van alle kinderen zonderjeugdhulp groeit 9% op in een gezin met een uitkering. Van alle kinderenmet ambulante jeugdhulp groeit 14% op in een gezin met een uitkering.Bij kinderen in de jeugdhulp met verblijf of jeugdreclassering is dit zelfs35%.9 Bij deze leden wordt er dan teruggegrepen naar de toeslagenaffaire.Kan de Staatssecretaris uitleggen hoe deze cijfers zich verhouden met hetstandpunt met betrekking tot het feit dat ouders in de toeslagenaffaire nietharder zijn geraakt dan andere ouders?107Stemmingen moties Voorhang ontwerpbesluit reële prijzen Jeugdwet.pdf8CBS (2020). Schuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met geregistreerde problematischeschulden 2015–2018. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek, p. 289Bennema, S. & Bakker, R. (2020). De sociale omgeving van jeugdzorgjongeren. Den Haag:Centraal Bureau voor de Statistiek10Geen bewijs dat toeslagenaffaire gemiddeld genomen heeft geleid tot meer kinderbescher-mingsmaatregelen | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10236 De leden van de NSC-fractie zijn van mening dat het rapport «Kinderen uitde Knel» een groot aantal open deuren intrapt. Veel zaken waren albekend en deze zaken hebben soms al decennialang een oplossing nodigdie er nog steeds niet is. Het rapport bevat een belangrijke verwijzing naarhet IVRK en de verplichtingen om in alle wetgeving de gevolgen voorkinderen goed in beeld te brengen. Dat is op dit moment vooral zichtbaarop wetgeving die met name betrekking hebben op specifieke zaken, zoalskinderen, jeugdzorg en onderwijs. Bij de leden van de NSC-fractie rijst danook de vraag waarom er nog steeds geen dergelijke toets is bij anderewetgeving, zoals milieu, klimaat, stikstof en meer. Kan de Staatssecretarisaangeven of de bereidheid er is om in alle wetgeving, dan wel in de wetzelf of in de memorie van toelichting, een uiteenzetting toe te voegenwaarin een verwachting van de effecten op kinderen wordt weergeven enhoe de wetgeving zich verhoudt tot het IVRK?De leden van de NSC-fractie hebben in het rapport «Kinderen uit de Knel»gelezen dat er feitelijk gezien wordt gerepareerd in plaats van voorkomen.Er kan worden geconstateerd dat de regering zelf vaak kiest voor de term«preventie» De leden van de NSC-fractie trekken de conclusie dat de term«preventie» te pas en te onpas wordt gebruikt en dat kan wordenteruggezien in verschillende projecten die vanuit preventie inzetten opreparatie in plaats van voorkoming door gedegen en passend beleid. Eenvoorbeeld hiervan is dat het VN-kinderrechtencomité heeft aangegevendat Nederland meer moet doen om de rechten van kinderen tebeschermen. Een rapport van dit comité geeft meerdere voorbeelden. DeStaatssecretaris heeft op 7 juli 2022 middels een Kamerbrief een reactiegegeven op de adviezen van het comité.11 Kan de Staatssecretarisreflecteren op deze Kamerbrief en aangegeven wat er is gebeurd met allegenoemde zaken en wat de huidige status van de uitvoering hiervan is?Kan de Staatssecretaris uitleggen op welke manier er toezicht wordtgehouden op de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport en deverbeteringen die daaruit volgende in de levens van de gezinnenoptreden? Kan de Staatssecretaris aangeven hoe hij omgaat met definanciële aspecten die een rol spelen bij het ondersteunen van gezinnenin de knel?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse de brief van deStaatssecretaris, het onderzoek data wijkteams jeugd en RVS-rapport«Kinderen uit de Knel gelezen» en hebben nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren dat de Staatssecretaris de motieRaemakers/Westerveld12 om middels de AMvB op te nemen dat deindexering conform de OVA-systematiek de minimale optie dient te zijnnaast zich neerlegt. De Staatssecretaris geeft aan dat er in de praktijk alduidelijkheid bestaat over indexatie (90% OVA en 10%PPC) en er daaromgeen noodzaak toe is om het voorstel zoals in de motie staat op te nemenin de AMvB. De leden van de D66-fractie zijn verbaasd over dit besluit envragen of de Staatssecretaris kan toelichten wat er gebeurt als de PPClager ligt dan de OVA. Klopt de aanname als de PPC lager ligt dan de OVA,medewerkers minder betaald krijgen dan de OVA, zo vragen deze leden.Kan de Staatssecretaris voorts toelichten op welke wijze dit in lijn ligt methet OVA-convenant waarin staat dat zorginstellingen voldoende middelenmoeten krijgen om de lonen van hun personeel gelijke tred te laten lopenmet de markt?11pdf (overheid.nl) – Kamerbrief 7 juli 202212Kamerstukken II 2023/24 31 839, nr. 981Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10237 De leden van de D66-fractie verzoeken de Staatssecretaris om in dekabinetsreactie op het RVS-rapport «Kinderen uit de Knel» puntsgewijsaandacht te besteden aan de aanbevelingen uit het rapport. Het rapportgeeft, wat deze leden betreft, een duidelijk signaal dat de oorsprong vanverschillende problemen voor kinderen ontstaan in andere domeinen,denk bijvoorbeeld aan een armoede en schulden of een ongezondeleefomgeving. Daarom vragen de leden van de D66-fractie om in dekabinetsreactie expliciet andere bewindspersonen te betrekken.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de AMvB reëleprijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd en RVS-rapport«Kinderen uit de Knel». De leden hebben de volgende vragen aan deStaatssecretaris.De leden van de BBB-fractie lezen dat er problemen zijn met de betrouw-baarheid van de Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) -data rond delokale teams. Kan de Staatssecretaris uiteenzetten wat de problemen zijnen welke maatregelen de Staatssecretaris treft om te zorgen dat dezeCBS-data, na het te verrijken met andere informatiebronnen over lokaleteams, wel goed functioneert? Ook vragen de leden van de BBB-fractie deStaatssecretaris wat het tijdspad is van het verdere traject om debeschikbaarheid en kwaliteit van de data rond de lokale teams teverbeteren.Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat de Raad voor de Volksge-zondheid en Samenleving (RVS) ingaat op de vraag hoe informelenetwerken kunnen worden geactiveerd, versterkt en benut om bij tedragen aan het versterken van het alledaagse leven en de Staatssecretarisvoor de zomer komt met een beleidsreactie. De vraag aan de Staatssecre-taris is om in zijn beleidsreactie het volgende mee te nemen:1.In hoeverre worden informele en formele steunstructuren op ditmoment gebruikt?2.Hoe kunnen gemeenten faciliteren in informele en formele steunst-ructuren zonder dat zij zonder toestemming «achter de voordeur»komen van het desbetreffende gezin?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deAMvB reële prijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd enRVS-rapport «Kinderen uit de Knel». Zij hebben hier nog enkele vragenover.De leden van de SP-fractie lezen in de brief dat de motie Westerveld/Raemakers over krachtens de AMvB regelen dat indexering conform deOVA-systematiek de minimale optie dient te zijn niet wordt uitgevoerd,«aangezien de contractstandaarden Jeugd reeds staande praktijk zijn».Waarom weigert de Staatssecretaris dan de motie uit te voeren, aangezienhet dus geen grote negatieve effecten zou kunnen hebben?De leden van de SP-fractie merken daarbij ook op dat er signalen vanuitde sector zijn waaruit blijkt dat de contractstandaarden Jeugd in depraktijk niet altijd worden nageleefd. Daarmee zou er dus wel degelijk eentoegevoegde waarde zitten aan het stellen van eisen over indexering viade AMvB. Het is namelijk dan niet meer toegestaan om de eisen overindexering niet na te leven. Waarom kiest de Staatssecretaris dan nietalsnog ervoor om de motie uit te voeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10238 II. Reactie van de Staatssecretaris Vragen en opmerkingen van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deAMvB reële prijzen Jeugdwet, onderzoek over data wijkteams jeugd enRVS-rapport kinderen in de knel en hebben daarover nog enkele vragenen opmerkingen.De leden van de PVV-fractie willen graag weten wanneer de Staatssecre-taris reden ziet om gebruik te maken van de grondslag in de AMvB om bijministeriële regeling regels te kunnen stellen over de indexatie? Klopt hetdat uit de praktijk blijkt dat de contractstandaarden Jeugd, ondanksafspraken hierover, niet in alle gevallen door partijen worden nageleefd?In de algemene ledenvergadering van de VNG van december 2022 hebbengemeenten besloten de contractstandaarden Jeugd onderling verbindendte verklaren. Dit is in de Hervormingsagenda Jeugd bevestigd, waarbijgemeenten en aanbieders van jeugdzorg in de Hervormingsagenda Jeugdhebben afgesproken dat tarieven worden geïndexeerd zoals opgenomenin de contractstandaarden Jeugd. Vanaf dat ALV-besluit was duidelijk datinvoering/naleving van de contractstandaarden Jeugd gefaseerd zoumoeten plaatsvinden. Gemeenten hebben reeds contracten lopen enkunnen pas overstappen naar de contractstandaarden Jeugd op hetmoment dat een huidig contract afloopt (nieuwe inkoopronde) ofverlengd13 moet worden. Hierdoor kan ik mij voorstellen dat momenteelin de praktijk nog niet alle gemeenten indexeren conform de contractstan-daarden Jeugd. Ik wil gemeenten en aanbieders voldoende tijd bieden omdeze afspraken ook daadwerkelijk te implementeren.Indexatie is een van de kostprijselementen die gemeenten moetenbetrekken bij het bepalen van een reële prijs. De amvb geeft hierbijrichting aan gemeenten en geeft ze tegelijkertijd zoveel mogelijk beleids-ruimte. Hierbij moeten gemeenten ervoor zorgen dat de tarieven vooraanbieders reëel zijn en blijven. Wanneer in de praktijk blijkt datgemeenten niet of niet goed indexeren, en dit leidt tot niet reële tarieven,zal worden bezien of het alsnog wenselijk is om indexering nader teregelen. De amvb reële prijzen Jeugdwet zal over 5 jaar worden geëva-lueerd.Tevens willen genoemde leden weten hoe de Staatssecretaris een vingeraan de pols houdt of deze AMvB daadwerkelijk leidt tot reële tarieven.De amvb reële prijzen Jeugdwet bepaalt de kostprijselementen die tenminste in een reële prijs voor jeugdzorg verdisconteerd moeten worden.Gemeenten moeten in ieder geval deze kostprijselementen opnemen inhun verordening. Vanaf inwerkingtreding van de amvb reële prijzenJeugdwet wordt gemonitord of de amvb leidt tot meer of minderadministratieve lasten bij aanbieders en gemeenten en in hoeverre sprakeis van tariefdifferentiatie. Aan de hand van de informatie uit de monitoringwordt in ieder geval in 2026 gewogen of (aanvullende) acties nodig zijn.Daarnaast zal de amvb reële prijzen Jeugdwet over 5 jaar wordengeëvalueerd.13Dit kan enkel als de daarvoor benodigde wijzigingen in wettelijk opzicht «niet-wezenlijk» zijn ofzo’n wijziging binnen het contract via een heldere en ondubbelzinnige herzieningsclausuleexpliciet is toegestaan. Is niet aan deze voorwaarden voldaan, dan zal naleving pas mogelijkzijn na de looptijd van het huidige contract.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 10239 Uit het adviesrapport «Verkenning data wijkteams jeugd» blijkt datgemeenten met verschillende registratiesystemen werken en kan ersprake zijn van meerder registratiesystemen wanneer er gewerkt wordtmet onderaannemers. Uit het literatuuronderzoek kwam ook naar vorendat regel- en administratiedruk het werk van de wijkteams belemmert. Demotie van het lid-Maeijer van 28 september 2023 (Kamerstuk 31 839,nr. 978 ) verzoekt om vaart te maken met het standaardiseren vansystemen en het terugdringen van productcodes. Kan de Staatssecretarisaangeven hoe het staat met de uitvoering van deze motie? Op welkemanier wordt de speciaal gezant hierbij betrokken?Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd wordt ingezet op standaardisatievan de zorgvormen die straks volgens de amvb zorgvormen op minimaalregionaal niveau moeten worden ingekocht. Hiermee wordt een standaar-disatieslag op het berichtenverkeer gemaakt, waarmee ook het aantalproducten en diensten wordt teruggedrongen. Dit moet leiden tot eenvermindering van administratieve lasten bij professionals, aanbieders engemeenten.De standaardisatie richt zich in eerste instantie op de specialistischejeugdzorgvormen die op minimaal regionaal niveau ingekocht wordenomdat hier ook de meeste administratieve lasten worden ervaren. Waarmogelijk en relevant kunnen deze standaarden ook behulpzaam zijn bij delokale inkoop. Daarbij geldt dat wijkteams in het algemeen geen gebruikmaken van het berichtenverkeer, maar eigen registratiesystemen hebben.Deze systemen kunnen verschillen tussen gemeenten. Voor de wijkteamswordt in samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid enandere partijen zoals VNG, Associatie Wijkteams, Movisie, NJi en CBS welgewerkt aan het verbeteren van de (landelijke) data rond de wijkteams.Deze data zijn namelijk niet betrouwbaar en volledig. In dit traject wordtook gekeken naar (vermindering van) de administratieve lasten.De leden van de PVV-fractie lezen dat ruim een derde van de wijkteamsaangegeven hebben extra ondersteuning voor het verbeteren van deregistratie en monitoring nodig is. Op welke manier, kan de Staatssecre-taris deze extra ondersteuning bieden? Op welke manier wordt despeciaal gezant hierbij betrokken?In een tweejaarlijkse peiling van Movisie is de vraag gesteld welkebehoefte er is aan (extra) ondersteuning bij de gemeenten voor de sociale(wijk)teams. Ruim een derde geeft aan dat het meten en monitoren (extra)ondersteuning behoeft. Vanuit de Associatie Wijkteams is een leergroepmonitoring actief. Deze leergroep werkt uit hoe lokale teams samenkunnen leren op basis van gedeelde ervaringen en «hardere gegevens».Verder wordt komende tijd door het Ministerie van VWS samen met hetMinisterie van Justitie en Veiligheid en andere partijen zoals VNG,Associatie Wijkteams, Movisie, NJi en CBS gewerkt aan het verbeterenvan de (landelijke) data rond de wijkteams. Onderdeel daarvan kan zijn dateen ondersteuningsstructuur wordt opgezet.De leden van de PVV-fractie merken op dat inzicht krijgen in de effecti-viteit, doelmatigheid en doelstellingen van de hervormingsagenda ergbelangrijk is, maar dat dit niet mag leiden tot nog meer regeldruk enadministratieve lasten voor zorgverleners. De leden van de PVV-fractievragen op welke manier de Staatssecretaris invulling gaat geven aan deaanbevelingen (en de toepassing van de aanbevelingen) uit het rapport«Kinderen uit de knel»?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102310 In de voortgangsbrief Jeugd, die u gelijktijdig ontvangt met de beant-woording van deze VSO vragen, heb ik de Kamer uitgebreid geïnformeerdover hoe wij invulling geven aan het advies «Kinderen uit de knel» van deRaad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Het advies van deRaad sluit inhoudelijk aan bij wat we voor ogen hebben met de Hervor-mingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming.Enerzijds door gezamenlijk met partijen in het sociaal domein de forseomslag te maken naar focussen op de context van kinderen en debelangen van kinderen beter borgen op zogenoemde «ouderdomeinen»(zoals wonen, financiën en gezondheid). Een interdepartementaleKinderrechtentoets-pilot en de ontwikkeling van een nationale jeugdstra-tegie zijn – naast de toenemende mate waarin het kabinet de belangenvan kinderen meeweegt bij de totstandkoming van beleid en wet- enregelgeving op diverse terreinen – belangrijke stappen hierin.Anderzijds door het sociale netwerk van ouders te versterken. Dit maaktonderdeel uit van de Hervormingsagenda Jeugd en de zorgakkoordenGezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en Integraal Zorgakkoord (IZA)om samen met de VNG, gemeenten en partijen uit het veld de sociale- enpedagogische basis van ouders te versterken, cross-linking practices testimuleren en meer groepsgewijze (preventieve) hulpverlening teorganiseren.Op welke manier (graag een aantal voorbeelden) is de Staatssecretarisvoornemens de informele netwerken van ouders te versterken?De sociale- en pedagogische basis creëren de voorwaarden voor hetgezond, veilig en kansrijk opgroeien van kinderen en helpt ouders bij hetomgaan met alledaagse opvoedvragen en mogelijke persoonlijkeproblemen. Het versterken van het informele netwerken van ouders is eenbelangrijk onderdeel van de sociale- en pedagogische basis. Met deHervormingsagenda Jeugd zetten we in op kennisdeling om de sociale-en pedagogische basis te versterken in het alledaagse leven en debeweging richting stevige lokale teams.14Ook dragen de bestuurlijke afspraken uit het GALA en IZA bij aan hetversterken van het sociale netwerk van ouders. In het GALA zijn bestuur-lijke afspraken gemaakt met gemeenten en zorgverzekeraars over hetversterken van de sociale basis, mantelzorg en respijtzorg. In 2024 dientiedere gemeente een «beleidsvisie sociale basis» te hebben opgesteld.Verder werk ik samen met diverse betrokken partijen in het veld15 aan eeninzet voor de korte en lange termijn met het oog op het versterken van desociale basis, waaronder een ondersteuningsprogramma sociale basis.Conform de aanbevelingen van de Raad is hierbij aandacht voor dediverse lagen van de sociale basis en voor de fysieke aspecten ominformele netwerken te stimuleren. Daarnaast zijn in het GALA en het IZAafgesproken dat elke gemeente een lokale ketenaanpak Kansrijke Startheeft, inclusief de bijbehorende structurele middelen. Hierbij zet hetkabinet in op het versterken van het informele netwerk en op thema’s alsopvoedingsondersteuning en ouderschap. Ook wordt er met het IZAgewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steun-punten, zoals zelfregie- en herstelcentra, waar iedere inwoner toegang totheeft, gerund door ervaringsdeskundige en vrijwilligers, ondersteunddoor sociaal werkers en in verbinding met ggz-professionals. Deze14Richtinggevend kader voor toegang sociaal domein vastgesteld | VNG15O.a. Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk, Sociaal Werk Nederland, de VNGen Mantelzorg NLTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102311 laagdrempelige steunpunten zijn ook toegankelijk voor ouders, die eenhulpvraag hebben.De Staatssecretaris geeft in de Hervormingsagenda Jeugd (juni 2023) aandat «de randvoorwaarden voor gezinnen rondom bestaanszekerheid,wonen, (passend) onderwijs, veiligheid, en geborgenheid niet op ordezijn». Welke concrete acties heeft de Staatssecretaris op de genoemdepunten genomen? Welke effecten zijn al merkbaar voor de betreffendegezinnen?In de Hervormingsagenda Jeugd hebben betrokken partijen afgesprokenproblemen in de context van het gezin op te pakken. Dit heeft bijvoorbeeldeen plek gekregen in het Richtinggevend kader lokale teams, dat op28 maart 2024 door de VNG is vastgesteld. In de HervormingsagendaJeugd zijn daarnaast diverse maatregelen opgenomen over de verbindingmet onderwijs/kinderopvang, volwassen-ggz, bestaanszekerheid. In ditkader zijn diverse activiteiten vanuit verschillende departementen in ganggezet. Hieronder geef ik een aantal voorbeelden.Het waarborgen van de bestaanszekerheid van huishoudens met lageinkomens zorgt ervoor dat iedereen op een volwaardige manier kandeelnemen aan onze samenleving. Vanuit verschillende departementenzijn maatregelen genomen, die de financiële situatie van kwetsbaregezinnen verbeteren. Zo zet het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgele-genheid (SZW) zich met de meerjarige Aanpak geldzorgen, armoede enschulden in om het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2025 tehalveren, en armoede en problematische schulden in het algemeen tehalveren. Daarnaast zijn de aflosperiode in de minnelijke schuldhulpver-lening en de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) per 1 juli2023 gehalveerd. Hierdoor krijgt een gezin korter te maken met destressvolle gevolgen van problematische schulden. Verder onderzoekt hetMinisterie van SZW in de Participatiewet in balans hoe meer rekeninggehouden kan worden met iemands situatie bij het ondersteunen vanuitde bijstand. Daar hoort ook de gezinssituatie bij. Ook heeft het kabinet zichde afgelopen twee jaar, naast een groot koopkrachtpakket, sterk ingezetop verlichting van de energierekening voor huishoudens via onder meerhet prijsplafond, de energietoeslag en een subsidie aan het TijdelijkNoodfonds Energie met merkbare effecten voor het gezin.Vanuit de verbindingsroute kinderopvang-onderwijs-zorg16 wil het kabinetlokale en landelijke partners stimuleren om tot gezamenlijke aanpakken tekomen voor een collectief aanbod van ondersteuning en zorg in hetonderwijs en de opvang.Specifiek voor «volwassenenproblematiek» levert het Toekomstscenarioonderzoek en instrumenten om een betere verbinding tussen veiligheids-partners en het bredere sociaal domein, partners rond bestaanszekerheiden de volwassenen-ggz te leggen.17De leden van de PVV-fractie lezen dat kinderen die een beroep doen opjeugdhulp relatief vaak gescheiden ouders hebben. Kan de Staatssecre-taris aangeven op welke manier kinderen met gescheiden oudersgeholpen kunnen worden, zodat jeugdhulp voorkomen kan worden?16Concrete afspraken worden in de verbindingsroute opvang, onderwijs en zorg langs de drielijnen gemaakt: «anders samenwerken», «organiseren» en «opleiden». De focus ligt hierbij op0–6 jaar zodat kinderen zich zo optimaal kunnen ontwikkelen.17ZonMW voert daarnaast zes experimenten uit variërend van geboortezorg tot zorg in dejeugdbescherming en gezinnen waarbij sprake is van huiselijk geweld, tot casuïstiek rondkinderen van ouders met psychische problemen (KOPP).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102312 Als ouders uit elkaar gaan is dit een complexe en emotionele gebeurtenis,ook voor kinderen die hierbij betrokken zijn. Samen met de Minister voorRechtsbescherming zet ik mij in te zorgen dat ouders ondersteuningkrijgen tijdens het moeilijke proces van een complexe scheiding. Hiervooris onder andere de website www.uitelkaarmetkinderen.nl gelanceerdwaarop zowel ouders als professionals laagdrempelig neutrale enbetrouwbare informatie kunnen vinden rondom relatie- en scheidingspro-blematiek. Daarnaast wordt de deskundigheid en kennis die onder anderede afgelopen jaren is ontwikkeld in het programma Scheiden zonderschade bij elkaar gebracht en breder gedeeld in het land. Met als doel datprofessionals van elkaar kunnen leren.Ook brengen we de kennis samen in het programma Toekomstscenariokind- en gezinsbescherming. Hierin nemen we de werkzame elementenmee die zullen landen in het handelingskader dat is bedoeld om alleprofessionals rondom een gezin eenzelfde perspectief te bieden. Of in hetkompas, dat ontwikkeld wordt voor domeinoverstijgende samenwerking(bijvoorbeeld met ggz- of verslavingszorg) bij zogenaamde volwassenen-problematiek. Dit alles om ervoor te zorgen dat de professionals ouderskunnen ondersteunen.Veel gezinnen wonen te krap. Als er sprake is van te krappe behuizingkomt een gezonde (motorische en sociale) ontwikkeling van kinderenonder druk te staan. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat ervoor deze gezinnen voldoende betaalbare woningen beschikbaar komen,zodat zij kunnen doorstromen naar een passende woning? Heeft deStaatssecretaris zicht op het aantal gezinnen dat in een te klein huiswoont?Er is geen data beschikbaar over het aantal gezinnen dat in een te kleinewoning woont. Gemeenten, woonruimteverdeelsystemen en woningcor-poraties kunnen in bepaalde situaties maatwerk bieden. Gemeentenhebben beleidsvrijheid in de manier waarop zij van de mogelijkheden inde Huisvestingswet gebruik maken bij het verlenen van urgentie enwoonruimteverdeelsystemen en/of corporaties hebben deze vrijheid bijhet verdelen van woonruimte. Corporaties kunnen gebruik maken van devrije toewijzingsruimte voor het afwijken van de regels voor het (passend)toewijzen van een sociale huurwoning. Deze ruimte kan worden ingezeten hetzelfde geldt voor het bieden van maatwerk in het gebruik van devrije toewijzingsruimte voor schrijnende gevallen waarvoor dezemogelijkheid tot maatwerk bedoeld is. Woningcorporaties kunnen zelfbepalen hoe zij deze vrije toewijzingsruimte inzetten en kunnen erbijvoorbeeld voor kiezen een gezin in een te kleine woning te bemiddelennaar een meer passende woonruimte.Hoe kan de gezinssituatie beter in beeld komen bij uitvoerende instantiesdie zich bezighouden met schuldhulpverlening, geestelijke gezond-heidszorg en/of verslaving, detentie, reclassering?Om de gezinssituatie beter in beeld te krijgen, is het uitgangspunt van deHervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming onder meer een integrale blik op problematiek en eenverbeterde samenwerking tussen de verschillende domeinen. In beideprogramma’s wordt gewerkt aan het verstevigen van de lokale teams. Viaeen methode van brede vraagverheldering in het proces komen de lokaleteams tot een gedegen analyse van de dynamiek binnen gezinnen ensociale netwerken die een rol spelen bij het ontstaan van de problematiek.De insteek is dat deze teams met de brede analyse de oorzaak van hetprobleem achterhalen bij de ouders en/of het kind en het mandaat hebbenom juist daar te interveniëren. Dit zal ertoe leiden dat de gekozen aanpakTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102313 in de toekomst daarmee veel meer in de sfeer van bestaanszekerheid,volwassenen-ggz en veiligheid zal liggen dan in die van individuelejeugdhulp.Verder verwacht het kabinet dat met het wetsvoorstel «Aanpakmeervoudige problematiek sociaal domein»18 een substantiële bijdragekan worden geleverd aan het oplossen van specifieke knelpunten inzakeprivacywetgeving, zodat gemeenten meer integraal kunnen werken ingeval van ernstige meervoudige problematiek in de context van het kinden gezin.Specifiek voor het jeugdstrafrecht wordt de gezinssituatie in beeldgebracht met het rapport dat de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)maakt. De RvdK onderzoekt de situatie van de jongere door in gesprek tegaan met ouders, de jongere en de school.Daarnaast proberen gemeenten via vroegsignalering van betalingsachter-standen op vaste lasten (zoals energie, water, zorgverzekering en huur)huishoudens met dreigende problematische schulden eerder te bereikenen hen een hulpaanbod te doen. De gemeente heeft hierbij ook demogelijkheid om via de Basisregistratie Personen te controleren of er(minderjarige) kinderen aanwezig zijn. Dit gebeurt ook met bijvoorbeeldbedreigende situaties van dreigende woningontruimingen of afsluitingvan water of energie.Hoe gaat de Staatssecretaris zorgen dat zorgverleners over de tijd, kennisen ondersteuning beschikken om de kindcheck uit te voeren? Is deStaatssecretaris op de hoogte dat de kindcheck soms ook de reden is datouders niet naar zorgverleners gaan om hulp of ondersteuning te vragenbij hun psychische problemen of verslaving? Zo ja, wat gaat de Staatsse-cretaris doen om te zorgen dat ouders zonder vrees voor bemoeienis vanjeugdzorg of uithuisplaatsing naar een zorgverlener kunnen gaan?Rond de implementatie van de kindcheck is al veel informatie beschikbaarvoor professionals om dit toe te passen. De kindcheck is onderdeel van demeldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Organisaties in de zorgzijn verplicht een meldcode te hebben en professionals zijn verplicht tehandelen volgens de stappen van de meldcode.19 Daarnaast moeten zijhet gebruik van de kennis van de meldcode bevorderen onder hunwerknemers. Het is onwenselijk dat ouders geen hulp durven vragen voorproblemen. Het is daarom goed ouders toe te lichten waar een kindcheckvoor dient. Het is ons echter niet bekend dat de kindcheck reden is voorouders geen hulp te zoeken. De kindcheck kan aanleiding zijn met ouder(s)in gesprek te gaan over mogelijke zorgen en na te gaan of hulp ofondersteuning nodig is. Dit kan gaan om hulp vanuit het netwerk of doorandere professionals. Als zorgen blijven bestaan kan een professional eenmelding doen. Veilig Thuis kan na de triage van een melding overdragennaar lokale hulp of zelf nog nader onderzoek doen. Een uithuisplaatsing iseen laatste middel en wordt alleen ingezet als andere stappen nietvoldoende hebben geleid tot een verbetering. Om professionals teondersteunen bij het gebruik van de kindcheck en het gesprek met ouderszijn er verscheidende hulpmiddelen ontwikkeld, waaronder de campagne«wijzer met de meldcode»20 waarin gespreksoefeningen, tips en aanbeve-lingen zijn gedaan die professionals verder helpen.18Kamerstuk 36 295, nrs. 1–4 (30 januari 2023 ingediend bij uw Kamer en is momenteelcontroversieel verklaard)19Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling | Augeo20Wijzer met de Meldcode | Augeo FoundationTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102314 Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie concluderen uit de brief van deStaatssecretaris dat hij ervoor kiest om de aangenomen motie Raemakers/Westerveld21 niet uit te voeren en zijn daar zeer teleurgesteld over.De reden die gegeven wordt is dat er in de praktijk al afspraken overindexatie zijn. Hierbij verwijst hij naar de contractstandaarden Jeugd,waarover afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd zijn opgenomen. Inde praktijk worden die afspraken echter niet door alle partijen nageleefd,daarom is het volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en demeerderheid in de Kamer juist een goed idee om dit in wet- en regel-geving te borgen. Juíst ook omdat er afspraken over zijn opgenomen inde Hervormingsagenda. Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom hij eenzo duidelijk signaal van de Kamer naast zich neerlegt? De argumenten diede Staatssecretaris in de brief geeft zijn in het tweeminutendebat namelijkook al gewisseld. De Kamer heeft die discussie en argumenten gehoorden anders besloten, namelijk om de regering per motie te verzoeken omdit op te nemen in de AMvB. Wat maakt het dat de Staatssecretaris dezeoverduidelijke wens niet overneemt?In de algemene ledenvergadering van de VNG van december 2022 hebbengemeenten besloten de contractstandaarden Jeugd onderling verbindendte verklaren. Dit is in de Hervormingsagenda Jeugd bevestigd, waarbijgemeenten en aanbieders van jeugdzorg in de Hervormingsagenda Jeugdhebben afgesproken dat tarieven worden geïndexeerd zoals opgenomenin de contractstandaarden Jeugd. Vanaf dat ALV-besluit was duidelijk datinvoering/naleving van de contractstandaarden Jeugd gefaseerd zoumoeten plaatsvinden. Gemeenten hebben reeds contracten lopen enkunnen pas overstappen naar de contractstandaarden Jeugd op hetmoment dat een huidig contract afloopt (nieuwe inkoopronde) ofverlengd22 moet worden. Hierdoor kan ik mij voorstellen dat momenteelin de praktijk nog niet alle gemeenten indexeren conform de contractstan-daarden Jeugd. Ik wil gemeenten en aanbieders voldoende tijd bieden omdeze afspraken ook daadwerkelijk te implementeren.Indexatie is een van de kostprijselementen die gemeenten moetenbetrekken bij het bepalen van een reële prijs. De amvb geeft hierbijrichting aan gemeenten geeft ze tegelijkertijd zoveel mogelijk beleids-ruimte. Hierbij moeten de gemeenten zorg dragen dat de tarieven vooraanbieders reëel zijn en blijven. Indexatie is een onderdeel van een reëeltarief. Het direct voorschrijven van de indexatie aan gemeenten in eenministeriële regeling brengt met zich mee dat gemeenten niet meer zelf ineen specifieke situatie kunnen beoordelen wat een passende indexatie isom te komen tot een reëel tarief. Daarnaast beperkt het de beleidsruimtevan gemeenten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ook benieuwd welk signaaldit afgeeft voor de verdere uitwerking van de Hervormingsagenda. Veelvan de plannen die in de Hervormingsagenda staan moeten nog concreteruitgewerkt worden in lagere regelgeving of wetgeving. Gaat de Staatsse-cretaris dan ook op wensen of verzoeken van de Kamer zeggen «het staatal in de Hervormingsagenda»?21Jeugdzorg | Tweede Kamer der Staten-Generaal22Dit kan enkel als de daarvoor benodigde wijzigingen in wettelijk opzicht «niet-wezenlijk» zijn ofzo’n wijziging binnen het contract via een heldere en ondubbelzinnige herzieningsclausuleexpliciet is toegestaan. Is niet aan deze voorwaarden voldaan, dan zal naleving pas mogelijkzijn na de looptijd van het huidige contract.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102315 Het is juist dat veel plannen in de Hervormingsagenda Jeugd wordenuitgewerkt in wetgeving of lagere regelgeving. Dat doet het Rijk samenmet relevante partijen, waaronder gemeenten, aanbieders, professionalsen cliënten(vertegenwoordigers). Wensen en verzoeken vanuit de Kamerkunnen en zullen over het algemeen in de uitwerking worden meege-nomen indien hiervoor voldoende steun is in de Kamer.Hoofdlijnen zijn geen concrete afspraken. Is de Staatssecretaris het met deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie eens dat het in wet- en regelgevingborgen van de in de Hervormingsagenda opgenomen afspraken enintenties juist een essentieel onderdeel van de Hervormingsagenda is?Bij sommige onderdelen van de Hervormingsagenda Jeugd is borging inwet- en regelgeving noodzakelijk. In het kader van het voorkomen vanteveel regeldruk moet evenwel steeds worden afgewogen of de kosten enlasten daarvan gerechtvaardigd worden door de ernst van het probleem.In sommige gevallen kan een minder bezwarend sturingsalternatief –zoals de totstandkoming van richtlijnen – volstaan.En dat het daarbij belangrijk is dat de Staatssecretaris luistert naar dewensen uit de Kamer, maar ook de wensen en kennis uit het veld?Bij de totstandkoming van wet- en regelgeving worden, liefst zo vroegmogelijk, relevante belanghebbenden betrokken om kennis te verzamelenover het vraagstuk, of het perspectief vanuit de praktijk/uitvoering in kaartte brengen. Het draagt bij aan de kwaliteit en effectiviteit van wet- enregelgeving. Naast de wensen van de belanghebbenden wordt uiteraardook rekening gehouden met de inbreng van de Kamer.Kan de Staatssecretaris garanderen dat moties niet opnieuw zomaar opzijworden geschoven en in samenspraak met de Kamer de plannen uit deHervormingsagenda in wet- en regelgeving zal gieten?Vanzelfsprekend zal ik een aangenomen motie niet zomaar naast mijneerleggen. Wensen en verzoeken vanuit de Kamer kunnen en zullen overhet algemeen in de uitwerking worden meegenomen indien hiervoorvoldoende steun is in de Kamer.Is de Staatssecretaris ook bereid om alsnog te regelen dat indexeringconform de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA)-systematiek de minimale optie is? Zo niet, waarom niet en hoe wil deStaatssecretaris er dan voor zorgen dat de afspraken in de praktijk wélworden nageleefd?In de algemene ledenvergadering van de VNG van december 2022 hebbengemeenten besloten de contractstandaarden Jeugd onderling verbindendte verklaren. Dit is in de Hervormingsagenda Jeugd bevestigd, waarbijgemeenten en aanbieders van jeugdzorg in de Hervormingsagenda Jeugdhebben afgesproken dat tarieven worden geïndexeerd zoals opgenomenin de contractstandaarden Jeugd. Gemeenten hebben reeds contractenlopen en kunnen pas overstappen naar de contractstandaarden Jeugd ophet moment dat een huidig contract afloopt (nieuwe inkoopronde) ofverlengd23 moet worden. Hierdoor kan ik mij voorstellen dat momenteelin de praktijk gemeenten nog niet indexeren conform de contractstan-23Dit kan enkel als de daarvoor benodigde wijzigingen in wettelijk opzicht «niet-wezenlijk» zijnén zo’n wijziging binnen het contract via een herzieningsclausule expliciet is toegestaan. Isniet aan deze voorwaarden voldaan, dan zal naleving pas mogelijk zijn na de looptijd van hethuidige contract.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102316 daarden Jeugd. Ik wil gemeenten en aanbieders voldoende tijd bieden omdeze afspraken ook daadwerkelijk te implementeren.Tenslotte zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd naar devoortgang van de Hervormingsagenda. Kan de Staatssecretaris eenupdate geven hoe het er nu, bijna een jaar na de presentatie, – voor staat?Kan de Staatssecretaris dit doen in een overzicht per beleidsmaatregel?Kan de Staatssecretaris daarbij ook een overzicht of inschatting geven ofde bijbehorende financiële kaders per beleidsmaatregel nog steedspassend zijn?Partijen in het land zijn aan de slag gegaan met de uitwerking enimplementatie van de Hervormingsagenda Jeugd. We pakken het grondigen zorgvuldig aan. Met de agenda is een ambitieuze stip op de horizongezet en we zien al mooie vorderingen in het realiseren van de afsprakendie we met elkaar hebben gemaakt. Dit ziet u bijvoorbeeld terug in de«Meta-analyse startfoto’s Hervormingsagenda Jeugd» van de VNG(Meta-analyse startfoto’s Hervormingsagenda Jeugd (vng.nl). Devoortgangsbrief jeugd, die samen met deze antwoorden naar de Kamerwordt gezonden, geeft een uitgebreide toelichting op de stand van zakenvan de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd.Voor meer inzicht in de vorderingen van de hervormingsagenda jeugd iseen monitor afgesproken. Op dit moment is bureau ICTU bezig met deeerste monitor. Dat doet zij o.a. via een uitvraag onder voor de uitvoeringverantwoordelijke partijen, waaronder Rijk, gemeenten en aanbieders.Deze rapportage maakt inzichtelijk waar we staan met de uitvoering en isdit najaar beschikbaar. Deze monitor zal dan ook met uw Kamer wordengedeeld.Ten aanzien van de financiële inzichten is het nog te vroeg om meer tekunnen zeggen over de passendheid van de financiële kaders dan hetgeennu is opgenomen in de Hervormingsagenda Jeugd. Alle voornemens,maatregelen en investeringen samen hebben invloed op de feitelijkeuitgavenontwikkelingen. De effecten van de afzonderlijke voornemens,maatregelen en investeringen zijn gaandeweg moeilijk te onderscheidenop de totale uitgavenontwikkeling Er is een deskundigencommissieingesteld die begin 2025 een advies uitbrengt ten aanzien van demaatregelen en de gepleegde inspanning ter uitvoering van de Hervor-mingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling.Kan de Staatssecretaris ook een overzicht geven of het ministerie op koersligt qua wetgeving die naar de Kamer gestuurd dient te worden? En of ditin overeenstemming is met het tijdspad dat is vastgesteld via deaangenomen motie Mohandis24 c.s.?Ter ondersteuning van de maatregelen in de Hervormingsagenda wordtgewerkt aan diverse wetsvoorstellen op het gebied van onder andereregionalisering, standaardisatie, integere bedrijfsvoering, reikwijdte endata en monitoring.Conform de motie Mohandis c.s. is de amvb reële prijzen Jeugdwet op27 maart jl. gepubliceerd in het Staatsblad25. De amvb zal met ingang van1 juli 2024 in werking treden.24Jeugdzorg | Tweede Kamer der Staten-Generaal25Stb. 2024, nr. 69.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102317 In april 2024 is het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg bijuw Kamer ingediend. Enkele onderdelen van het wetsvoorstel wordenuitgewerkt in lagere regelgeving. Het betreft onder andere de regio-indeling en vormen van jeugdhulp die – net als kinderbeschermingsmaat-regelen en jeugdreclassering – minimaal regionaal moeten wordeningekocht. Ik streef ernaar de ontwerp-amvb in de zomer van 2024 ininternetconsultatie te brengen. Nadien zal de ontwerp-amvb wordenvoorgehangen bij uw Kamer.Het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders isin maart jl. voor advies voor gelegd aan de afdeling advisering van deRaad van State. Parallel wordt de lagere regelgeving bij dit wetsvoor-stellen uitgewerkt.Het thema reikwijdte is een belangrijk onderwerp waarop zo snel alsmogelijk richting nodig is. Tegelijkertijd is het een complex vraagstuk datraakt aan een aantal fundamentele thema’s in het jeugdstelsel. Deuitwerking hiervan vereist een zorgvuldig proces waarbij veel partijenbetrokken worden. Dat kost tijd. Het streven is om zo spoedig mogelijk in2025 een wetsvoorstel bij uw Kamer in te dienen.Voorts is de afgesproken grondslag voor het uitwisselen van het berich-tenverkeer (waarin gemeenten en aanbieders informatie uitwisselen in hetkader van de Jeugdwet) met het CBS opgenomen in het wetsvoorstelVerzamelwet gegevensverwerking VWS III. Hiermee ontstaat eengecombineerd inzicht in aantallen en kosten en kunnen verdiependeanalyses mogelijk worden, ook in relatie tot aanpalende domeinen. Nainternetconsultatie en advies door het Adviescollege toetsing regeldruk(ATR) ligt het voorstel wetsvoorstel nu voor advies bij de AutoriteitPersoonsgegevens (AP). Nadien volgt advies door de afdeling adviseringvan de Raad van State.Bekrachtiging van dit wetsvoorstel per juli 2024 – zoals gevraagd met demotie-Mohandis c.s. (Kamerstukken II 2022/23, 31 839, nr. 951) – zal nietworden gehaald. Hetzelfde geldt voor het wetsvoorstel verbeteringbeschikbaarheid Jeugdzorg. Ik blijf mij uiteraard inzetten voor zo spoedigmogelijke inwerkingtreding.Vragen en opmerkingen van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deAMvB reële prijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd enRVS-rapport «Kinderen uit de Knel». Zij hebben hierbij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie vragen of indexering conform deOVA-systematiek financiële gevolgen heeft en zo ja, of deze financiëlegevolgen dan nader toegelicht kunnen worden.Er is geen landelijk overzicht van de huidige indexatie-afspraken diegemeenten hebben, waardoor de financiële gevolgen niet goed in kaart tebrengen zijn. Dit zou nader onderzocht moeten worden. De verwachting iswel dat dit tot hogere uitgaven bij gemeenten gaat leiden. Zoals eerdervermeld kan ik mij immers voorstellen dat momenteel in de praktijk nogniet alle gemeenten indexeren conform de contractstandaarden Jeugd.Uit onderzoek naar cliëntaantallen blijkt dat er problemen zijn met deuniformiteit en vergelijkbaarheid van de data over jeugdhulp, zo lezen deleden van de VVD-fractie. Welke problemen zijn naar voren gekomen enwelke signalen hebben gemeenten hierover gegeven? De leden van deVVD-fractie vinden het belangrijk dat monitoring gebeurt metTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102318 betrouwbare data en vragen daarom of dit probleem zich mogelijk ookvoordoet bij andere monitoringsonderzoeken.Gemeenten en wijkteams moeten voor de beleidsinformatie jeugd dataaanleveren over jeugdhulp geleverd door de wijkteams. Uit het onderzoekvan Van Dam Datapartners en eerdere signalen van het CBS en vangemeenten komt naar voren dat er problemen zijn met de definitiehiervan. In de definitie – zoals die is vastgelegd in het zogenaamdeinformatieprotocol in de regeling Jeugdwet – staat dat alleen gegevensaangeleverd moeten worden die betrekken hebben op jeugdhulp;preventie en toegangstaken vallen daar niet onder. Deze definitie sluit nietaan bij wat wijkteams in de praktijk registreren. Bovendien is voorwijkteams het onderscheid tussen preventie en jeugdhulp lastig te maken.Daarom werkt het Ministerie van VWS komende tijd samen met hetMinisterie van Justitie en Veiligheid en andere partijen zoals VNG,Associatie Wijkteams, Movisie, NJi en CBS aan het verbeteren van de(landelijke) data rond de wijkteams, met daarbij aandacht voor debetrouwbaarheid.Op dit moment zijn er geen vergelijkbare signalen over andere soortendata rond jeugdhulp. Wel is recent aangekondigd dat de indeling in Iv3(Informatie voor Derden, financiële verantwoording van gemeenten) voorjeugd per 2025 wordt aangepast, omdat de huidige indeling problemenoplevert bij gemeenten met het aanleveren van data. Met deze aanpassingworden de data van Iv3 in de toekomst betrouwbaarder en leveren dezediepgaander inzicht op.De leden van de VVD-fractie hebben eerder aandacht gevraagd voorgehechtheid in relatie tot ontwikkelingsfactoren. Zij sluiten dan ook aan bijde constatering uit het rapport «Kinderen uit de knel» waarin wordtgesteld dat de ontwikkeling van kinderen niet systematisch is geborgdtijdens de behandeling en/of begeleiding van de ouder. Hoe kijkt deStaatssecretaris nu naar de motie Tielen26 en is de Staatssecretaris bereidzijn appreciatie over deze motie te herzien? Zo nee, waarom niet?Ja, ik herinner me de motie en sta nog steeds achter de gegevenappreciatie. Het RVS-advies «Kinderen uit de knel» bevat geen nieuwefeiten of omstandigheden die leiden tot een andere appreciatie van demotie.De JGZ-richtlijn Ouder-kindrelatie geeft handvatten over hoeJGZ-professionals hechting kunnen adresseren en hoe verstoring van ditproces vroeg kan worden gesignaleerd. Binnen het basistakenpakket JGZgaat het om lichte ondersteuning, bijvoorbeeld 1–3 keer een extragesprek. Ouders of jeugdigen die tot een specifieke doelgroep behorenkunnen een interventie vanuit de gemeente aangeboden krijgen zoalsStevig Ouderschap, Triple P of Voorzorg. Gemeenten kopen dezeinterventies in bij hun JGZ-uitvoerder. Bij aanhoudende, ernstigeproblematiek kan verwezen worden naar meer intensieve hulp buiten deJGZ. Daarnaast biedt de JGZ-richtlijn Kindermishandeling handvattenvoor factoren die kindermishandeling voorkomen en hoeJGZ-professionals signalen, risico- en beschermende factoren actiefmoeten onderzoeken en uitvragen. De meldcode Huiselijk geweld enkindermishandeling is hierbij belangrijk. Deze meldcode geldt voor allezorgverleners. De JGZ-professional ondersteunt waar het kan, overlegtmet andere professionals en verwijst waar nodig door naar intensievehulp buiten de JGZ. De toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg enondersteuning na signalering, lichte hulp en eventuele doorverwijzing van26Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 108Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102319 de JGZ, bepalen mede het succes van de eerdere inzet die deJGZ-professional in het kader van het basistakenpakket JGZ heeftgeleverd. Net als in de JGZ is aandacht voor het bevorderen van gezondehechting een van de basiselementen van het werk van de jeugdzorgpro-fessional en is dit onder andere onderdeel van de opleiding.Vragen en opmerkingen van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de AMvB reëleprijzen Jeugdwet, het onderzoek naar data wijkteams jeugd en hetRVS-rapport «Kinderen uit de Knel». Deze leden willen aan de handdaarvan een aantal vragen aan de Staatssecretaris stellen.Uit het rapport «Kinderen uit de Knel» komt het volgende advies naarvoren: «Borg als uitvoerende organisaties de belangen van kinderen in deuitvoering van de eigen (wettelijke) taken. Kijk hierbij in het bijzonder naarde aspecten in de uitvoering die effect (kunnen) hebben op het welzijn vankinderen. Check altijd of er opgroeiende kinderen in het gezin ofhuishouden wonen, verdiep je in de situatie, breng de belangen vankinderen consequent in beeld en weeg belangen van kinderen consequentmee, waarbij het belang van het kind in beginsel voorop staat. De contextwaarin kinderen opgroeien kan daarnaast worden versterkt via informelestructuren: het versterken van sociale netwerken. Daartoe bepleit deRaad.»27De leden van de NSC-fractie hebben in de Jeugdwet gelezen dat hetfamiliegroepsplan centraal staat in artikel 4.1.2. Met het amendement vande Kamerleden Voordewind en Ypma werd artikel 4.1.2 ingevoegd.28 Metdeze bepaling werd beoogd om ouders, familieleden en anderszins directbetrokkenen de mogelijkheid te geven om – ook in preventieve fases –voor gedwongen of vrijwillige jeugdhulp mee te denken en te helpen aaneen oplossing.29 Uit de praktijk blijkt dat het familiegroepsplan echter nietvaak wordt gebruikt in het vrijwillig kader. De leden van de NSC-fractievragen de Staatssecretaris uit te leggen hoe dit zich verhoudt tot hetadvies uit het rapport. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe vaak ergebruik wordt gemaakt van het familiegroepsplan? Als blijkt dat er weiniggebruik wordt gemaakt van het familiegroepsplan, kan de Staatssecretarisdan aangeven wat de reden van het weinige gebruik is?Er wordt momenteel nog maar weinig gebruik gemaakt van het familie-groepsplan via bijv. een Eigen Kracht conferentie. Om te achterhalenwaarom het familiegroepsplan zo weinig wordt toegepast, heeft hetMinisterie van Justitie en Veiligheid vorig jaar een dialoog gevoerd metenkele aanbieders van het familiegroepsplan, Jeugdzorg Nederland, eenaantal Gecertificeerde Instellingen, de VNG en het Ministerie van VWS.Hieruit blijkt dat in de gehele keten breed steun en ook aandacht is voorhet netwerk van gezinnen. Daarbij is het familiegroepsplan niet de enigevorm. Dit kan op meerdere manieren. Ook via bijvoorbeeld Jouw EigenIngebrachte Mentor (JIM), gezinnen, steunouders en buurt- of meeleefge-zinnen. Het is aan jeugdigen, (pleeg)ouders en professionals om samen tekijken wat het meest passend is. Het kan leiden tot snellere en effectieverejeugdhulp en mogelijk het voorkomen van uithuisplaatsingen. Vanuit deHervormingsagenda Jeugd zet ik in op het versterken van de samen-werking met een steunfiguur of het informele netwerk rondom een27Tweeminutendebat Voorhang ontwerpbesluit reële prijzen Jeugdwet (31839-971) | TweedeKamer der Staten-Generaal28Kamerstukken II 2023/24 33 684, nr. 40.29Verslag van een schriftelijk overleg over de voorhang ontwerpbesluit reële prijzen Jeugdwet(Kamerstuk 31839-946).pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102320 jongere. Dit door onder meer het verspreiden van goede voorbeelden,vergroten van de vakbekwaamheid van professionals en het creëren vande juiste randvoorwaarden. Verder ondersteunen wij de JIMpact (JIMpact- jimwerkt.nl), een plan van negen organisaties (met name groteaanbieders van residentiele hulp en St. JIM om het samenwerken metsteunfiguren te verankeren binnen de jeugdhulp.Mijn collega demissionair Minister voor Rechtsbescherming heeft voorwat betreft het familiegroepsplan, in de voortgangsbrief jeugd van 20 juni2023 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 839, nr. 964) aange-geven dat de gedachte achter het familiegroepsplan, wordt meegenomenin het proces om tot een gezamenlijk handelingskader te komen, namelijkin het kader van het systeem- en gezinsgericht werken. Bij het programmaToekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt gewerkt aan dithandelingskader, waarvan in januari 2024 een eerste dialoogversie isopgeleverd. Deze wordt de komende tijd steeds verder ontwikkeld. Via devoortgangsrapportages van het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.De leden van de NSC-fractie maken zich zorgen dat in het huidige beleidop de «ouderdomeinen» de belangen van kinderen weinig tot geen rolvan betekenis hebben. De focus van het beleid ligt te veel op de situatievan de ouder, terwijl problemen van ouders grote gevolgen hebben voorhet welzijn en de verdere levensloop van kinderen. De RVS beveelt in datkader een integrale en rijksbrede invoering van een Kinderrechtentoetsaan. Kan de Staatssecretaris reflecteren op deze aanbeveling om eendomein overstijgende en rijksbrede Kinderrechtentoets in te richten? Hoezou de Staatssecretaris zorg dragen voor de uitvoering, al dan nietimplementatie van een Kinderrechtentoets? Is de Staatssecretaris bereidhierbij voorrang te geven aan domeinen waarin de op doelgroep kinderenen jongeren met een ingrijpende jeugdervaring (over)vertegenwoordigdis, namelijk inkomen, wonen, gezondheid, relaties en het justitieeldomein?Een Kinderrechtentoets kan een belangrijk instrument zijn de belangenvan kinderen structureel te borgen. De Kinderombudsman heeft hetafgelopen jaar een Kinderrechtentoets ontwikkeld om het makkelijker temaken beleid, wet- en regelgeving te toetsen aan het Kinderrechten-verdrag. Tijdens de Kinderrechtendialoog van 22 april 2024, die inopdracht van het Ministerie van VWS is georganiseerd, is het conceptgepresenteerd door de Kinderombudsman en is vervolgens interactiefkennis gemaakt met deze Kinderrechtentoets door beleidsmakers van deverschillende departementen. De Kinderrechtentoets wordt verder getestbij een aantal specifieke beleidsopgaven/wetgevingstrajecten op hetterrein van de Ministeries van VWS, JenV, BZK en SZW. De uitkomstenworden gebruikt om de Kinderrechtentoets verder te ontwikkelen tot eenbruikbare toets, die naar verwachting eind dit jaar gereed zal zijn. Ik benals verantwoordelijk bewindspersoon voor kinderrechten bereid samenmet de andere departementen na oplevering van de kinderrechtentoets tebespreken hoe dit instrument gebruikt zou kunnen worden in beleid, inhet bijzonder in domeinen waarin de op doelgroep kinderen en jongerenmet een ingrijpende jeugdervaring (over)vertegenwoordigd is.De leden van de NSC-fractie hebben in het RVS-rapport gelezen dat debelangen van kinderen geborgd moeten worden in de taakinvulling entaakuitvoering van uitvoerende organisaties in het beeld. Volgens dezeaanbeveling moet er altijd gecheckt worden of er opgroeiende kinderen inhet gezin of huishouden wonen. De belangen van deze kinderen moetenin beeld worden gebracht en worden meegenomen en meegewogen inhet verdere proces. Is de Staatssecretaris bereid om te onderzoeken hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102321 de gezinssituatie beter in beeld gebracht kan worden bij uitvoerendeinstanties die zich bezighouden met detentie, reclassering, schuldhulpver-lening en geestelijke gezondheidszorg en/of verslaving? Kan de Staatsse-cretaris aangeven hoe in het proces de belangen van kinderen enjongeren meegenomen en meegewogen in de omgang met de ouder endiens hulpverlening?Om de gezinssituatie beter in beeld te krijgen, is het uitgangspunt van deHervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming onder meer een integrale blik op problematiek en eenverbeterde samenwerking tussen de verschillende domeinen. In beideprogramma’s wordt gewerkt aan het verstevigen van lokale teams. Viaeen methode van brede vraagverheldering in het proces komen de lokaleteams tot een gedegen analyse van de dynamiek binnen gezinnen ensociale netwerken die een rol spelen bij het ontstaan van de problematiek.De insteek is dat deze teams met de brede analyse de oorzaak van hetprobleem achterhalen bij de ouders en/of het kind en het mandaat hebbenom juist daar te interveniëren. Dit zal ertoe leiden dat de gekozen aanpakin de toekomst daarmee veel meer in de sfeer van bestaanszekerheid,volwassenen-ggz en veiligheid zal liggen dan in die van individuelejeugdhulp.Verder verwacht het kabinet dat met het wetsvoorstel «Aanpakmeervoudige problematiek sociaal domein»30 een substantiële bijdragekan worden geleverd aan het oplossen van specifieke knelpunten inzakeprivacywetgeving, zodat gemeenten meer integraal kunnen werken ingeval van ernstige meervoudige problematiek in de context van het kinden gezin.Specifiek voor het jeugdstrafrecht wordt de gezinssituatie in beeldgebracht met het rapport dat de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)maakt. De RvdK onderzoekt de situatie van de jongere door in gesprek tegaan met ouders, de jongere en de school.Daarnaast proberen gemeenten via vroegsignalering van betalingsachter-standen op vaste lasten (zoals energie, water, zorgverzekering en huur)huishoudens met dreigende problematische schulden eerder te bereikenen hen een hulpaanbod te doen. De gemeente heeft hierbij ook demogelijkheid via de Basisregistratie Personen te controleren of (minder-jarige) kinderen aanwezig zijn. Dit gebeurt ook met bijvoorbeeld bedrei-gende situaties van dreigende woningontruimingen of afsluiting vanwater of energie.In de volwassenen-GGZ zien we dat bovengenoemde borging er algedeeltelijk is in de vorm van een verplichte kindcheck. Dit houdt in dathulpverleners in onder andere de volwassen-GGZ in contact met cliëntenen patiënten moeten nagaan of er kinderen in het gezin zijn en of zij veiligzijn. Is de Staatssecretaris bereid een plan op te stellen waardoorzorgverleners over de tijd, kennis en ondersteuning komen te beschikkenom de kindcheck systematisch uit te voeren?Rond de implementatie van de kindcheck is al veel informatie beschikbaarvoor professionals om dit toe te passen. De kindcheck is onderdeel demeldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Organisaties in de zorgzijn verplicht een meldcode te hebben en professionals zijn verplicht tehandelen volgens de stappen van de meldcode.31 Daarnaast moeten zijhet gebruik van de kennis van de meldcode bevorderen onder hun30Kamerstuk 36 295, nrs. 1 – 4 (30 januari 2023 ingediend bij uw Kamer en is momenteelcontroversieel verklaard).31Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling | Augeo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102322 werknemers. Om dit te bewerkstelligen zijn verschillende endhulpmid-delen voor professionals om met de kindcheck te werken.32 Het is heelgoed om bij problematiek van kinderen goed te kijken naar de problemenvan ouders en andersom. De kindcheck is hier een voorbeeld van. Overintegraal of systeemgericht kijken naar problematiek in gezinnen voerenwe gesprekken met de Nederlandse GGZ en eventuele aanvullende actieszullen we in dat kader formuleren.De leden van de NSC-fractie brengen graag de Eigen Kracht-conferentieonder de aandacht. Hierbij kan een familie- en vriendennetwerk onderleiding van een onafhankelijk coördinator zelf een plan opstellen enuitvoeren.33 Is de Staatssecretaris bekend met de Eigen Kracht-conferentieen kan de Staatssecretaris aangeven of er gebruik van wordt gemaakt enhoe vaak? Ziet de Staatssecretaris in dat het een gemiste kans is datwanneer het familiegroepsplan en de Eigen Kracht-conferentie wel op eenfrequente basis zouden worden gebruikt, de problematiek bij gezinnensneller en effectiever zouden worden aangepakt? Is de Staatssecretaris hetermee eens dat het in veel gevallen fijner voor ouders is om met bekendemensen en familieleden een probleem op te lossen?Ja, ik ben bekend met de Eigen Kracht Conferentie. Samenwerken metinformele steunfiguren, bijvoorbeeld via het opstellen van eenfamiliegroepsplan/ Eigen Kracht Conferentie, is essentieel in het kader vanhet bevorderen van het gewone opvoeden en opgroeien en zo hetversterken van de sociale basis van ouders en kinderen. Er wordtmomenteel nog maar weinig gebruik gemaakt van het familiegroepsplanvia bijv. een Eigen Kracht conferentie. Om te achterhalen waarom hetfamiliegroepsplan zo weinig wordt toegepast, heeft het Ministerie vanJustitie en Veiligheid vorig jaar een dialoog gevoerd met enkeleaanbieders van het familiegroepsplan, Jeugdzorg Nederland, een aantalGecertificeerde Instellingen, de VNG en het Ministerie van VWS. Hieruitblijkt dat in de gehele keten breed steun en ook aandacht is voor hetnetwerk van gezinnen. Daarbij is het familiegroepsplan niet de enigevorm. Dit kan op meerdere manieren. Ook via bijvoorbeeld Jouw EigenIngebrachte Mentor (JIM), steunouders en meeleefgezinnen. Het is aanjeugdigen, (pleeg) ouders en professionals om samen te kijken wat hetmeest passend is. Het kan leiden tot snellere en effectievere jeugdhulp enmogelijk het voorkomen van uithuisplaatsingen. Vanuit de Hervormingsa-genda Jeugd zet ik in op het versterken van de samenwerking met eensteunfiguur of het informele netwerk rondom een jongere. Dit door ondermeer het verspreiden van goede voorbeelden, vergroten van de vakbe-kwaamheid van professionals en het creëren van de juiste randvoor-waarden. Verder ondersteunen wij de JIMpact JIMpact - jimwerkt.nl; eenplan van negen organisaties (met name grote aanbieders van residentielehulp en St. JIM om het samenwerken met steunfiguren te verankerenbinnen de jeugdhulp.Mijn collega demissionair Minister voor Rechtsbescherming heeft voorwat betreft het familiegroepsplan, in de voortgangsbrief jeugd van 20 juni2023 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 839, nr. 964) aange-geven dat de gedachte achter het familiegroepsplan wordt meegenomenin het proces om tot een gezamenlijk handelingskader te komen, namelijkin het kader van het systeem- en gezinsgericht werken. Bij het programmaToekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt gewerkt aan dithandelingskader, waarvan in januari 2024 een eerste dialoogversie isopgeleverd. Deze wordt de komende tijd steeds verder ontwikkeld. Via de32Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling | Huiselijk geweld | Rijksoverheid.nl(augeo.nl)33Stemmingen moties Voorhang ontwerpbesluit reële prijzen Jeugdwet.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102323 voortgangsrapportages van het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.De leden van de NSC-fractie hebben in het rapport «Kinderen uit de Knel»het volgende gelezen: «In artikel 18 van het IVRK is vastgelegd dat deoverheid ouders in staat moet stellen om verantwoordelijkheid te nemenvoor de opvoeding en de ontwikkeling van hun kind. De overheid moetvervolgens «alles doen wat in haar vermogen ligt om erkenning teverzekeren van het beginsel dat ouders deze verantwoordelijkheid dragenén ouders passende bijstand verlenen bij de uitoefening van dezeverantwoordelijkheid»». Hoe verhoudt dit zich met de wachtlijsten die erop dit moment zijn voor de hulpverlening, met de focus op ouders diebehoefte hebben aan psychische behandeling en kinderen die op eenwachtlijst staan voor de GGZ? De leden van de NSC-fractie zijn vanmening dat de verhouding tussen artikel 18 van het Internationaal Verdraginzake de Rechten van het Kind (IVRK) en de op dit moment beschikbarehulpverlening niet op elkaar aansluiten. Is de Staatssecretaris het er meeeens dat er meer moet worden gedaan om de erkenning te verzekeren vanhet beginsel dat ouders deze verantwoordelijkheid voor de opvoeding enontwikkeling van een kind dragen en dat ouders passende bijstand moetworden verleend bij het uitoefenen van deze verantwoordelijkheid?Nederland heeft het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van hetKind geratificeerd. Het kabinet zet zich in volle breedte in om te zorgen datkinderrechten versterkt worden. Volgens artikel 18 van het InternationaalVerdrag Inzake de Rechten van het Kind heeft de overheid ook deverantwoordelijkheid om ouders te ondersteunen in hun taak omverantwoordelijkheid te dragen over de opvoeding en ontwikkeling vanhet kind. Ik deel daarom uw mening dat het van belang is te blijveninvesteren in passende hulpverlening voor ouders en kinderen wanneerdit nodig is, zodat ouders optimaal in staat worden gesteld de verantwoor-delijkheid voor het opvoeding en opgroeien van hun kind te dragen.Onderdeel van deze investering is zorg dragen dat de wachtlijsten voorzowel de volwassenen GGZ, als die voor kinderen, afnemen.Wachttijden in de jeugdzorg zijn een symptoom van diepere, diverse enfundamentele problemen, zowel in de jeugdzorg als in de brederesamenleving. We pakken wachttijden aan door de oorzaken ervanregionaal en duurzaam aan te pakken i.p.v. het symptoom wachttijden tebestrijden. In de Aanpak Wachttijden is hiervoor een veranderkundigeaanpak ontwikkeld die inzet op het verbeteren van de hele keten(instroom, doorstroom en uitstroom). Wat voor knelpunt precies wordtaangepakt, hangt af van wat er in de regio speelt. In regio Twente isbijvoorbeeld ingezet op een aanpak voor complexe scheidingen en deopzet van een Jeugdhuis. Bij beide initiatieven wordt niet alleen naar dejeugdige zelf gekeken, maar ook naar diens omgeving: wat kan dejeugdige en het gezin zelf en wat is er daarnaast nog nodig.Ten behoeve van het terugdringen van de wachtlijsten in de volwassenggz wordt eveneens ingezet op een brede aanpak. Ten eerste hetvoorkomen van mentale klachten door bijvoorbeeld het versterken van dementale weerbaarheid via het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ende aanpak «Mentale gezondheid». Ten tweede werken we met hetIntegraal Zorg Akkoord (IZA) aan goede en toegankelijke zorg. Er wordtmet het IZA werk gemaakt van meer zicht en grip op vraag een aanbodvan ggz-zorg, laagdrempelige ondersteuning van mensen en verkennendegesprekken in gezondheidsnetwerken. Ten slotte, wordt parallel hieraande regionale wachttijdenaanpak uitgevoerd door de Landelijke StuurgroepToegankelijkheid en Wachttijden. De Stuurgroep voert op landelijk niveaumaatregelen uit die worden toegepast in de regio’s om volwassenen zotijdig mogelijk naar passende zorg te leiden. De maatregelen waaruit deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102324 regionale wachttijdenaanpak bestaat zijn de transfermechanismen,regionale doorzettingsmacht en de casuïstiektafels hoogcomplex.De leden van de NSC-fractie hebben in het rapport «Kinderen uit de Knel»gelezen dat kinderen die opgroeien in een huishouden met problema-tische schulden sneller zelf problemen ontwikkelen. Als gevolg hiervan isde kans dat deze kinderen dermate problemen ontwikkelen dat jeugdhulpnodig is, ruim twee keer zo groot als bij kinderen die opgroeien in eenhuishouden zonder problematische schulden.34 Van alle kinderen zonderjeugdhulp groeit 9% op in een gezin met een uitkering. Van alle kinderenmet ambulante jeugdhulp groeit 14% op in een gezin met een uitkering.Bij kinderen in de jeugdhulp met verblijf of jeugdreclassering is dit zelfs35%.35 Bij deze leden wordt er dan teruggegrepen naar de toeslagenaf-faire. Kan de Staatssecretaris uitleggen hoe deze cijfers zich verhoudenmet het standpunt met betrekking tot het feit dat ouders in de toeslagenaf-faire niet harder zijn geraakt dan andere ouders?36De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg enJeugd hebben onderzocht of de jeugdbescherming anders is omgegaanmet gezinnen die zijn gedupeerd door de toeslagenaffaire. Het CentraalBureau voor de Statistiek (CBS) heeft op verzoek van de Inspectie Justitieen Veiligheid de groep gedupeerden van de toeslagenaffaire vergelekenmet twee groepen:1.een groep met exact dezelfde kenmerken alleen niet gedupeerd (desmalle vergelijkingsgroep);2.met de «gemiddelde Nederlander» die kinderopvangtoeslagaanvraagt (de brede vergelijkingsgroep).De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat gedupeerden nietvaker te maken kregen met een kinderbeschermingsmaatregel dan devergelijkingsgroep met dezelfde kenmerken. Ook hadden de gedupeerdenná dupering niet significant vaker te maken met een kinderbeschermings-maatregel dan ervoor: zowel vóór als ná dupering kreeg 2,5 á 3% van degedupeerde gezinnen met een kinderbeschermingsmaatregel te maken.Dupering had gemiddeld genomen geen effect op kinderbeschermings-maatregelen. Die 2,5 á 3% is wel 4 keer vaker dan het «gemiddelde» gezin.Het CBS constateerde dat de groep gedupeerden al vóór duperingkwetsbaar was met de volgende kenmerken: laag inkomen, jong, vrouw,eenoudergezin en een niet-Nederlandse herkomst. Door de toeslagenaf-faire is een kwetsbare groep ouders en kinderen getroffen die al vaker metde jeugdhulp en jeugdbescherming te maken kreeg.De leden van de NSC-fractie zijn van mening dat het rapport «Kinderen uitde Knel» een groot aantal open deuren intrapt. Veel zaken waren albekend en deze zaken hebben soms al decennialang een oplossing nodigdie er nog steeds niet is. Het rapport bevat een belangrijke verwijzing naarhet IVRK en de verplichtingen om in alle wetgeving de gevolgen voorkinderen goed in beeld te brengen. Dat is op dit moment vooral zichtbaarop wetgeving die met name betrekking hebben op specifieke zaken, zoalskinderen, jeugdzorg en onderwijs. Bij de leden van de NSC-fractie rijst danook de vraag waarom er nog steeds geen dergelijke toets is bij anderewetgeving, zoals milieu, klimaat, stikstof en meer. Kan de Staatssecretarisaangeven of de bereidheid er is om in alle wetgeving, dan wel in de wetzelf of in de memorie van toelichting, een uiteenzetting toe te voegen34CBS (2020). Schuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met geregistreerde problematischeschulden 2015–2018. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek, p. 28.35Bennema, S. & Bakker, R. (2020). De sociale omgeving van jeugdzorgjongeren. Den Haag:Centraal Bureau voor de Statistiek.36Geen bewijs dat toeslagenaffaire gemiddeld genomen heeft geleid tot meer kinderbescher-mingsmaatregelen | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102325 waarin een verwachting van de effecten op kinderen wordt weergeven enhoe de wetgeving zich verhoudt tot het IVRK?Bij het ontwikkelen van beleid en wetgeving wordt gewerkt met hetbeleidskompas. Het beleidskompas verplicht beleidsmakers onder andere(in de toelichting) bij nieuwe wetgeving en beleid inzichtelijk te maken watde effecten zijn op alle belanghebbenden. Ook wordt in het wetgevings-proces expliciet stilgestaan bij de verhoudingen van het wetsvoorstel tothoger recht, waaronder het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten vanhet Kind. Het kabinet merkt echter ook op dat het inzichtelijk maken vaneffecten van beleid en/of wetgeving specifiek op kinderen uitdagend is alsde betreffende wetgeving niet direct verband houdt met kinderen. DeKinderombudsman heeft het afgelopen jaar een Kinderrechtentoetsontwikkeld om het makkelijker te maken beleid, wet- en regelgeving tetoetsen aan het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind.Tijdens de Kinderrechtendialoog van 22 april 2024, die in opdracht van hetMinisterie van VWS is georganiseerd, is het concept gepresenteerd doorde Kinderombudsman en is vervolgens interactief kennis gemaakt metdeze Kinderrechtentoets door beleidsmakers van verschillende departe-menten. De Kinderrechtentoets wordt op dit moment getest bij een aantalspecifieke beleidsopgaven/wetgevingstrajecten op het terrein van deMinisteries van VWS, JenV, BZK en SZW. De uitkomsten worden gebruiktom de Kinderrechtentoets door te ontwikkelen tot een bruikbare toets, dienaar verwachting eind dit jaar gereed zal zijn. Na oplevering van dekinderrechtentoets zal samen met de andere departementen besprokenworden hoe dit instrument domein overstijgend kan worden ingezet bij deontwikkeling van beleid en wetgeving om de effecten van beleid enwetgeving op kinderen goed in beeld te brengen.De leden van de NSC-fractie hebben in het rapport «Kinderen uit de Knel»gelezen dat er feitelijk gezien wordt gerepareerd in plaats van voorkomen.Er kan worden geconstateerd dat de regering zelf vaak kiest voor de term«preventie» De leden van de NSC-fractie trekken de conclusie dat de term«preventie» te pas en te onpas wordt gebruikt en dat kan wordenteruggezien in verschillende projecten die vanuit preventie inzetten opreparatie in plaats van voorkoming door gedegen en passend beleid. Eenvoorbeeld hiervan is dat het VN-kinderrechtencomité heeft aangegevendat Nederland meer moet doen om de rechten van kinderen tebeschermen. Een rapport van dit comité geeft meerdere voorbeelden. DeStaatssecretaris heeft op 7 juli 2022 middels een Kamerbrief een reactiegegeven op de adviezen van het comité.37 Kan de Staatssecretarisreflecteren op deze Kamerbrief en aangegeven wat er is gebeurd met allegenoemde zaken en wat de huidige status van de uitvoering hiervan is?Kan de Staatssecretaris uitleggen op welke manier er toezicht wordtgehouden op de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport en deverbeteringen die daaruit volgende in de levens van de gezinnenoptreden? Kan de Staatssecretaris aangeven hoe hij omgaat met definanciële aspecten die een rol spelen bij het ondersteunen van gezinnenin de knel?De aanbevelingen van het Comité raken aan de volle breedte van hetVerdrag Inzake de Rechten van het Kind en daarmee aan de beleids-terreinen van diverse ministeries. Om deze reden wordt de Kamer via dereguliere rapportages en Kamerbrieven van ministeries geïnformeerdover de invulling van de afzonderlijke aanbevelingen. Ik zie dat binnen dediverse ministeries actief wordt gewerkt aan de opvolging van deaanbevelingen. Ik reflecteer op twee voorbeelden van aanbevelingen waarsinds de Kamerbrief van 7 juli 2022 vorderingen in gemaakt zijn:37pdf (overheid.nl) – Kamerbrief 7 juli 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102326 1.Het Comité beval Nederland aan het derde facultatief protocol bij hetVerdrag Inzake de Rechten van het Kind te ratificeren. Op 26 mei 2023heeft het kabinet het principebesluit genomen om dit derde faculta-tieve protocol te gaan ratificeren. Op 31 mei 2024 heeft de Kamer eenbrief ontvangen waarin het kabinet een reactie geeft op de voorlich-ting van de Raad van State. In deze kabinetsreactie wordt een naderetoelichting gegeven op de onderdelen van het derde facultatiefprotocol bij het IVRK en beschrijft het Kabinet het vervolgproces naarhet weegmoment voor de ratificatie van dit protocol.2.Het Comité heeft Nederland aanbevolen maatregelen ter bevorderingvan de participatie van kinderen en jongeren te versterken. Op 17 mei2024 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over het proces van deontwikkeling van een nationale jeugdstrategie. Een nationalejeugdstrategie is een domeinoverstijgende langetermijnvisie vanverschillende ministeries op thema’s die voor jongeren tussen de 12en 29 belangrijk zijn, waarin ook afspraken worden gemaakt op welkemanier jongeren duurzaam en structureel kunnen participeren. Deontwikkeling van deze strategie zal samen met jongeren plaatsvindenen zal rond de zomer 2024 van start gaan.Ik vind het van groot belang dat over de volle breedte van beleid actiefgewerkt wordt aan de opvolging van de aanbevelingen van het Comité.Daarom heb ik in 2022 een jaarlijkse cyclus in het leven geroepen omvinger aan de pols te houden over de opvolging van de aanbevelingenvan het Comité. Deze cyclus bestaat uit drie kernmomenten: Kinder-rechten in Beweging, de Kinderrechtenconferentie en de NationaleKinderrechtendialoog. Op 24 oktober 2023 heeft de lancering plaatsge-vonden van Kinderrechten in Beweging. Het Kinderrechtencollectief (eencollectief dat bestaat uit zes kernleden) houdt op basis van dataverza-meling een jaarlijkse beleidsanalyse bij. Rond december vindt deKinderrechtenconferentie plaats. Op deze dag gaan kinderen vanverschillende basisscholen uit heel Nederland met elkaar in gesprek overde aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité. Tot slot wordt in hetvoorjaar de Kinderrechtendialoog georganiseerd. Hier gaan kinderen,jongeren, beleidsmakers, kinderrechtenorganisaties en de Kinderom-budsman met elkaar verder in gesprek. Het doel is om hier afspraken temaken over de inzet van verschillende partijen op kinderrechten. Omdatdeze cyclus jaarlijks opnieuw plaatsvindt, worden blijvende stappen gezetom kinderrechten in Nederland te versterken.Vanuit verschillende ministeries, waaronder het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid (SZW), zijn maatregelen genomen, die definanciële situatie van kwetsbare gezinnen verbeteren. Het waarborgenvan de bestaanszekerheid van huishoudens met lage inkomens zorgtervoor dat iedereen op een volwaardige manier kan deelnemen aan onzesamenleving. Zo zet SZW zet zich met de meerjarige Aanpak geldzorgen,armoede en schulden in om het aantal kinderen dat opgroeit in armoedein 2025 te halveren en armoede en problematische schulden in hetalgemeen te halveren. Daarnaast zijn de aflosperiode in de minnelijkeschuldhulpverlening en de Wet schuldsanering natuurlijke personen(Wsnp) per 1 juli 2023 gehalveerd. Hierdoor krijgt een gezin korter temaken met de stressvolle gevolgen van problematische schulden. Verderonderzoekt SZW in de Participatiewet in balans hoe meer rekeninggehouden kan worden met iemands situatie bij het ondersteunen vanuitde bijstand. Daar hoort ook de gezinssituatie bij. Ook heeft het kabinet zichde afgelopen twee jaar, naast een groot koopkrachtpakket, sterk ingezetop verlichting van de energierekening voor huishoudens via onder meerhet prijsplafond, de energietoeslag en een subsidie aan het TijdelijkNoodfonds Energie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102327 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse de brief van deStaatssecretaris, het onderzoek data wijkteams jeugd en RVS-rapport«Kinderen uit de Knel gelezen» en hebben nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren dat de Staatssecretaris de motieRaemakers/Westerveld38 om middels de AMvB op te nemen dat deindexering conform de OVA-systematiek de minimale optie dient te zijnnaast zich neerlegt. De Staatssecretaris geeft aan dat er in de praktijk alduidelijkheid bestaat over indexatie (90% OVA en 10%PPC) en er daaromgeen noodzaak toe is om het voorstel zoals in de motie staat op te nemenin de AMvB. De leden van de D66-fractie zijn verbaasd over dit besluit envragen of de Staatssecretaris kan toelichten wat er gebeurt als de PPClager ligt dan de OVA. Klopt de aanname als de PPC lager ligt dan de OVA,medewerkers minder betaald krijgen dan de OVA, zo vragen deze leden.Kan de Staatssecretaris voorts toelichten op welke wijze dit in lijn ligt methet OVA-convenant waarin staat dat zorginstellingen voldoende middelenmoeten krijgen om de lonen van hun personeel gelijke tred te laten lopenmet de markt?De afspraak uit de Hervormingsagenda Jeugd gaat uit van een indexatie-percentage dat voor 90 procent bestaat uit het OVA39-percentage voor datjaar en voor 10 procent uit het PPC40-percentage voor dat jaar. Deaanname is dat de kosten voor de betreffende jeugdzorg voor 90 procentbestaat uit loonkosten en voor 10 procent uit materiële kosten. Als hetPPC-percentage lager ligt dan het OVA-percentage, dan is de verwachtingdat de materiële kosten minder hard stijgen dan de loonkosten. Dit heeftdus op zichzelf geen relatie met de mogelijkheden voor werkgevers ommarktconforme loonstijgingen af te spreken. Deze afspraak uit deHervormingsagenda Jeugd sluit aan bij de afspraken uit hetOVA-convenant.De leden van de D66-fractie verzoeken de Staatssecretaris om in dekabinetsreactie op het RVS-rapport «Kinderen uit de Knel» puntsgewijsaandacht te besteden aan de aanbevelingen uit het rapport. Het rapportgeeft, wat deze leden betreft, een duidelijk signaal dat de oorsprong vanverschillende problemen voor kinderen ontstaan in andere domeinen,denk bijvoorbeeld aan een armoede en schulden of een ongezondeleefomgeving. Daarom vragen de leden van de D66-fractie om in dekabinetsreactie expliciet andere bewindspersonen te betrekken.In de voortgangsbrief Jeugd, die uw Kamer gelijktijdig ontvangt met debeantwoording van deze VSO vragen, heb ik puntsgewijs aandachtbesteed aan de afzonderlijke aanbevelingen van de RVS. Bij deze reactiezijn expliciet andere departementen betrokken, waaronder het Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Justitie en Veiligheid.38Kamerstukken II 2023/24 31 839, nr. 98139OVA = overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling. Dit indexcijfer wordt gebruikt voorhet indexeren van het aandeel arbeidskosten in een tarief.40PPC = Prijsindexcijfer particuliere consumptie. Dit indexcijfer wordt gebruikt voor hetindexeren van het aandeel materiële zaken in een tarief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102328 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de AMvB reëleprijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd en RVS-rapport«Kinderen uit de Knel». De leden hebben de volgende vragen aan deStaatssecretaris.De leden van de BBB-fractie lezen dat er problemen zijn met de betrouw-baarheid van de Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) -data rond delokale teams. Kan de Staatssecretaris uiteenzetten wat de problemen zijnen welke maatregelen de Staatssecretaris treft om te zorgen dat dezeCBS-data, na het te verrijken met andere informatiebronnen over lokaleteams, wel goed functioneert? Ook vragen de leden van de BBB-fractie deStaatssecretaris wat het tijdspad is van het verdere traject om debeschikbaarheid en kwaliteit van de data rond de lokale teams teverbeteren.Gemeenten en wijkteams moeten voor de beleidsinformatie jeugd dataaanleveren over jeugdhulp geleverd door de wijkteams. Uit het onderzoekvan Van Dam Datapartners en eerdere signalen van het CBS en vangemeenten komt naar voren dat er problemen zijn met de definitiehiervan. In de definitie is vastgelegd dat alleen gegevens aangeleverdmoeten worden die betrekken hebben op jeugdhulp; preventie entoegangstaken vallen daar niet onder. Deze definitie sluit niet aan bij watwijkteams in de praktijk registreren. Bovendien is voor wijkteams hetonderscheid tussen preventie en jeugdhulp lastig te maken. Daarom werkthet Ministerie van VWS komende tijd samen met het Ministerie vanJustitie en Veiligheid en andere partijen zoals VNG, Associatie Wijkteams,Movisie, NJi en CBS aan het verbeteren van de (landelijke) data rond dewijkteams. Onderdeel daarvan is het aanpassen van de uitvraag endefinitie vanuit de beleidsinformatie jeugd. Naar verwachting zal dit per2026 gebeuren. Eén stap is al gezet: per 2025 wordt de indeling in Iv3(Informatie voor Derden, financiële verantwoording van gemeenten)aangepast, waarmee er diepgaander inzicht komt in de uitgaven vangemeenten aan lokale teams.Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat de Raad voor de Volksge-zondheid en Samenleving (RVS) ingaat op de vraag hoe informelenetwerken kunnen worden geactiveerd, versterkt en benut om bij tedragen aan het versterken van het alledaagse leven en de Staatssecretarisvoor de zomer komt met een beleidsreactie. De vraag aan de Staatssecre-taris is om in zijn beleidsreactie het volgende mee te nemen:1.In hoeverre worden informele en formele steunstructuren op ditmoment gebruikt?2.Hoe kunnen gemeenten faciliteren in informele en formele steunst-ructuren zonder dat zij zonder toestemming «achter de voordeur»komen van het desbetreffende gezin?We zetten volop in op de samenwerking met informele steunfiguren. Erliggen kansen om het potentieel41 van steunfiguren verder te benutten enmeer actief aan te bieden aan jongeren en gezinnen. Het versterken vande uitvoeringspraktijk met betrekking tot de samenwerking van professi-onals met informele steun(figuren) maakt onderdeel uit van de Hervor-mingsagenda Jeugd 2023–2028. Samen met de VNG, de SamenwerkendeBeroepsverenigingen Jeugd (SBJ) en de Branches Gespecialiseerde Zorgvoor Jeugd (BGZJ) zetten we hierop in. Wij doen dit onder meer door de41Informele steun(figuren) in de vorm van bijvoorbeeld Jouw Ingebrachte Mentor (JIM),Buurtgezinnen, Eigen Kracht Centrale, Home-start, Meeleefgezinnen, burgervoogd, Steun-ouders etc.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102329 waarde ervan onder de aandacht te brengen en positieve praktijkvoor-beelden breed te verspreiden. Ook zetten we in op het vergroten van devakbekwaamheid van professionals om samen te werken met informelesteun(figuren) en het creëren van de juiste randvoorwaarden voorprofessionals vanuit werkgevers en/of opdrachtgevers. Ook ondersteunenwij de JIMpact42 een plan van negen organisaties (met name groteaanbieders van residentiele hulp en stichting JIMwerkt) om het samen-werken met steunfiguren te verankeren binnen de jeugdhulp.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deAMvB reële prijzen Jeugdwet, onderzoek data wijkteams jeugd enRVS-rapport «Kinderen uit de Knel». Zij hebben hier nog enkele vragenover.De leden van de SP-fractie lezen in de brief dat de motie Westerveld/Raemakers over krachtens de AMvB regelen dat indexering conform deOVA-systematiek de minimale optie dient te zijn niet wordt uitgevoerd,«aangezien de contractstandaarden Jeugd reeds staande praktijk zijn».Waarom weigert de Staatssecretaris dan de motie uit te voeren, aangezienhet dus geen grote negatieve effecten zou kunnen hebben?Indexatie is een van de kostprijselementen die gemeenten moetenbetrekken bij het bepalen van een reële prijs. De amvb reële prijzenJeugdwet geeft hierbij richting aan gemeenten en laat tegelijkertijd zoveelmogelijk beleidsruimte voor gemeenten. Het direct voorschrijven van deindexatie aan gemeenten in een ministeriële regeling brengt met zich meedat gemeenten niet meer zelf in een specifieke situatie kunnen beoordelenwat een passende indexatie is om te komen tot een reëel tarief. Daarnaastbeperkt het de beleidsruimte van gemeenten.De leden van de SP-fractie merken daarbij ook op dat er signalen vanuitde sector zijn waaruit blijkt dat de contractstandaarden Jeugd in depraktijk niet altijd worden nageleefd. Daarmee zou er dus wel degelijk eentoegevoegde waarde zitten aan het stellen van eisen over indexering viade AMvB. Het is namelijk dan niet meer toegestaan om de eisen overindexering niet na te leven. Waarom kiest de Staatssecretaris dan nietalsnog ervoor om de motie uit te voeren?In de algemene ledenvergadering van de VNG van december 2022 hebbengemeenten besloten de contractstandaarden Jeugd onderling verbindendte verklaren. Dit is in de Hervormingsagenda Jeugd bevestigd, waarbijgemeenten en aanbieders van jeugdzorg in de Hervormingsagenda Jeugdhebben afgesproken dat tarieven worden geïndexeerd zoals opgenomenin de contractstandaarden Jeugd. Vanaf dat ALV-besluit was duidelijk datinvoering/naleving van de contractstandaarden Jeugd gefaseerd zoumoeten plaatsvinden. Gemeenten hebben reeds contracten lopen enkunnen pas overstappen naar de contractstandaarden Jeugd op hetmoment dat een huidig contract afloopt (nieuwe inkoopronde) ofverlengd43 moet worden. Hierdoor kan ik mij voorstellen dat momenteelin de praktijk nog niet alle gemeenten indexeren conform de contractstan-daarden Jeugd. Ik wil gemeenten en aanbieders voldoende tijd bieden omdeze afspraken ook daadwerkelijk te implementeren.42JIMpact - jimwerkt.nl43Dit kan enkel als de daarvoor benodigde wijzigingen in wettelijk opzicht «niet-wezenlijk» zijn ofzo’n wijziging binnen het contract via een heldere en ondubbelzinnige herzieningsclausuleexpliciet is toegestaan. Is niet aan deze voorwaarden voldaan, dan zal naleving pas mogelijkzijn na de looptijd van het huidige contract.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102330 Indexatie is een van de kostprijselementen die gemeenten moetenbetrekken bij het bepalen van een reële prijs. De amvb reële prijzenJeugdwet geeft hierbij richting aan gemeenten en geeft ze tegelijkertijdzoveel mogelijk beleidsruimte. Hierbij moeten de gemeenten zorg dragendat de tarieven voor aanbieders reëel zijn en blijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 102331
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.