KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Nationale Grondstoffenstrategie (Kamerstuk 32852-291)

8 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 031a6a4d5715e773 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 311 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 8 mei 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Ministers van EconomischeZaken en Klimaat, voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamen-werking en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over debrief van 22 december 2023 inzake over de Nationale Grondstoffenstra-tegie (Kamerstuk 32 852, nr. 291).De vragen en opmerkingen zijn op 15 februari 2024 aan de Ministers vanEconomische Zaken en Klimaat, voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat voorgelegd. Bij brief van 8 mei 2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,StofferAdjunct-griffier van de commissie,Van Tilburg kst-32852-311ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3111 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonenVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de Voortgangsrapportage over de Nationale Grondstoffenstra-tegie en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen aan hetkabinet.Vragen 1 en 2, GroenLinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed om te lezen datNederland (en Europa) vooralsnog geen ernstige gevolgen ondervindenaan de Chinese exportrestricties op gallium, germanium en grafiet. Tochvragen deze leden hoe de Minister deze toenemende restricties interpre-teert. Ziet zij deze restricties als antwoord op exportrestricties die doorNederland zijn ingesteld? Op welke manier probeert de Minister tevoorkomen dat de Chinese exportrestricties niet dermate escaleren datNederland en Europa hier binnenkort wel hinder van ondervinden? Spantde Minister zich actief in voor de-escalatie?Antwoord:Het kabinet heeft kennisgenomen van de landenneutrale formulering, denationale veiligheidsgronden en timing van de Chinese exportcontrole-maatregelen. Het kabinet wil niet speculeren over de motivering van deChinese overheid bij het nemen van deze maatregelen. Nederland heeftgeregeld bilateraal contact met China over exportcontrole. Over de inhoudvan deze gesprekken doet het kabinet geen uitspraken in het openbaar.Vraag 3, GroenLinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA fractie vragen in dit kader ook wanneerzij de resultaten kunnen verwachten van het onderzoek naar het vermin-deren van de afhankelijkheden van specifieke grondstoffen zoals galliumen germanium, naar aanleiding van motie-Thijssen/Kuiken (Kamerstuk 32852, nr. 259).Antwoord:De resultaten van het onderzoek naar Nederlandse kwetsbaarheden enstrategische afhankelijkheden in kritieke grondstoffenketens, waar ookgallium en germanium onderdeel van uitmaken, worden naar verwachtingin het tweede kwartaal van 2024 opgeleverd en na appreciatie door hetkabinet met uw Kamer gedeeld.Vraag 4 t/m 6, GroenLinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het er op ditmoment voor staat met de toegankelijkheid tot kritieke grondstoffen voorde energietransitie. Zijn de doelen zoals gesteld in de Nationale Grond-stoffenstrategie in lijn met het behalen van de klimaatdoelen en dehuidige plannen voor de energietransitie? Wordt het ambitieniveau van degrondstoffenstrategie hier ook op afgesteld? En wordt hier ook bijmeegewogen dat stappen die worden gezet richting een circulaireeconomie een positief effect hebben op de energietransitie en andersom?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3112 Antwoord:De ambities voor het behalen van de klimaatdoelstellingen en versnellenvan de energietransitie liggen (mede) ten grondslag aan de NationaleGrondstoffenstrategie (NGS)1; de NGS maakt de doorvertaling naar deleveringszekerheid van de benodigde kritieke grondstoffen daarvoor,alsmede voor de digitale transitie, defensie en vitale sectoren. TNO doetmomenteel onderzoek naar de ontwikkeling van een samenhangende setindicatoren waarmee nadere doelen kunnen worden vastgesteld voor hetvergroten van de leveringszekerheid van voor Nederland kritieke enstrategische materialen. De verwachte vraag naar kritieke grondstoffen inrelatie tot de energietransitie maakt hier ook onderdeel vanuit.Daarnaast wordt bij de vormgeving van het energiebeleid gekeken hoe degrondstoffenvraag voor de energietransitie zoveel mogelijk kan wordengedempt. Daarvoor zet het kabinet ten eerste in op energiebesparing en-efficiëntie. Komende tijd verkent het kabinet daarnaast op welke manierde grondstoffenvraag voor energietechnologieën en bijbehorendeleveringszekerheidsrisico’s en duurzaamheidsimpact kunnen wordenmeegewogen in het nadere ontwerp van het energiesysteem. Het onderde NGS beoogde Observatorium zal de leveringszekerheidsrisico’s vanbenodigde kritieke grondstoffen voor de grote transities monitoren.Het kabinet herkent de sterke samenhang en wisselwerking tussen deenergietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Eencirculaire economie kan fors bijdragen aan energiebesparing als gevolgvan minder, langduriger en efficiënter gebruik van grondstoffen enproducten. Het kabinet zet omgekeerd ook op verschillende manieren inop het toepassen van circulaire strategieën in de ontwikkeling en uitrolvan het energiesysteem, onder andere via het Nationaal ProgrammaCirculaire Economie (NPCE)2, en verkent wat aanvullend nodig is.Circulaire strategieën dragen zowel bij aan het dempen van de vraag naarkritieke grondstoffen (vermindering van grondstoffengebruik, substitutieen levensduurverlenging) als aan het vergroten van het aanbod aankritieke grondstoffen (recycling) voor het energiesysteem. Daarbij is hetbelangrijk om op te merken dat circulaire strategieën op korte termijn nietvoldoende zullen zijn om aan de toenemende vraag naar kritiekegrondstoffen te voldoen, zoals ook aangegeven in de voortgangsbrief.Tot slot zet het kabinet in het kader van het handelingsperspectief«circulariteit en innovatie» van de NGS, onder het NPCE in op decirculariteit van productgroepen die belangrijk zijn voor de digitale enenergietransitie en kritieke grondstoffen bevatten. Op dit moment zijn inhet uitvoeringsprogramma circulaire maakindustrie windparken,zon-pv-systemen, klimaatinstallaties, machines, werktuigen en elektrischeapparaten en elektronica reeds opgenomen als productgroepen.Aanvullend worden elektrolysers, batterijen en basismetalen uitgewerktals nieuwe productgroepen in de context van het NPCE. Verder wordtonderzocht hoe circulariteit kan worden geïntegreerd in bestaand ennieuw klimaat- en energie-instrumentarium en is binnen energie-innovatieprogramma’s standaard aandacht voor circulariteit.Vraag 7 t/m 9, GroenLinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn het met de Minister eens dateen Europese aanpak op het gebied van kritieke grondstoffen belangrijkis. In dat licht vragen deze leden wat de verwachtingen van de Minister1Kamerstuk 32 852, nr. 224 – Nationale Grondstoffenstrategie2Kamerstuk 32 852, nr. 225 – Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3113 zijn over de inwerkingtreding van de Critical Raw Materials Act (CRMA) inhet voorjaar van 2024. Heeft de Minister het idee dat er veel aanmel-dingen zullen zijn voor de zogeheten «strategische projecten? Wat doet deMinister om deelname aan deze projecten door het bedrijfsleven enkennisinstellingen aan te moedigen? Stelt zij hiervoor ook middelenbeschikbaar?Antwoord:De Critical Raw Materials Act (CRMA) is op 3 mei 2024 gepubliceerd in hetPublicatieblad van de Europese Unie3 en zal op 23 mei 2024 officieel inwerking treden. Op dit moment is nog onduidelijk hoeveel aanmeldingenvoor strategische projecten er zullen zijn, wat de aard van deze projectenzal zijn en welke rol Nederlandse partijen hierin zullen spelen. De eerstedeadline voor bedrijven om zich aan te melden voor een strategischproject is over enkele maanden. Wanneer er sprake is van een strategischproject zal de Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie zichinzetten voor het laten slagen van dit strategische project.Het aanmoedigen van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen omzich aan te melden voor strategische projecten zal op verschillendemanieren worden gedaan. Onder andere via het organiseren van diverseinformatiesessies en webinars gericht op verschillende soorten stake-holders. Bij deze bijeenkomsten zal worden ingegaan op de werking vande CRMA en de criteria waar bedrijven aan moeten voldoen als zij vooreen strategisch project in aanmerking willen komen. Het streven is omeen eerste bijeenkomst te organiseren in mei 2024.Er zijn op nationaal noch Europees niveau financiële middelen directgekoppeld aan strategische projecten onder de CRMA. De aard vanpotentiële strategische projecten en de manier waarop Nederlandsepartijen hierbij betrokken zullen zijn is op dit moment nog onvoldoendeduidelijk om een concrete inzet van Nederlandse financiële instrumentente overwegen. Wel heeft het kabinet het financieel instrumentarium inkaart gebracht dat een rol kan spelen onder de handelingsperspectieven«diversificatie» en «verduurzaming internationale ketens» van de NGS (ziebijlage 1 van de voortgangsbrief van 22 december jl.).Vraag 10, GroenLinks-PvdAEn is haar inschatting dat de doelen zoals gesteld in de CRMA tijdig zullenworden gehaald?Antwoord:De CRMA-benchmarks zijn ambitieus en pas zeer recent vastgesteld. Deinzet is deze tijdig te behalen. De exacte aanpak zal door de Europeseinstellingen en de lidstaten gezamenlijk verder uitgewerkt worden.Vraag 11 t/m 13, GroenLinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed om te lezen datde Nationale Grondstoffenstrategie in samenhang wordt gezien met hetNationaal Plan Circulaire Economie. Omdat er weinig kritieke grondstoffenin de Nederlandse bodem zitten en er ook niet veel ruimte is om kritiekegrondstoffen te verwerken, zien deze leden vooral toekomst in hetspaarzamer en zorgvuldiger omgaan met de kritieke grondstoffen die al in3https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1252/ojTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3114 omloop zijn. Voor bedrijven is het helaas nog altijd vaak niet lonend omcirculair te worden.Hoe zorgt de Minister ervoor dat het voor bedrijven gaat lonen omzuiniger met kritieke grondstoffen om te gaan? Hoe zorgt de Ministerervoor dat het voor bedrijven rendabeler wordt om hergebruikte kritiekegrondstoffen in te kopen in plaats van nieuw gewonnen kritieke grond-stoffen? Wat zijn andere manieren waarop de Minister het hergebruik vankritieke grondstoffen door bedrijven bevordert?Antwoord:Via het handelingsperspectief «circulariteit en innovatie» van de NationaleGrondstoffenstrategie (NGS) zet het kabinet in op het concurrerend makenvan circulaire bedrijfsmodellen in productgroepen waar kritieke grond-stoffen in zijn verwerkt en diensten die daaraan gekoppeld zijn. Via dezebedrijfsmodellen zetten bedrijven in op het efficiënter produceren, delevensduurverlenging en de hoogwaardige recycling van producten enmaterialen waar kritieke grondstoffen in zijn verwerkt.Dat sluit aan bij de kabinetsinzet in het Nationaal Programma CirculaireEconomie (NPCE) op de vermindering van gebruik van grondstoffen,substitutie van grondstoffen, levensduurverlenging en hoogwaardigeverwerking van grondstoffen. Het kabinet stimuleert via het NPCE decirculariteit van grondstoffen middels verschillende instrumenten. Zoworden ondernemers via het Versnellingshuis Nederland Circulair! (eensamenwerking van IenW, VNO-NCW, MVO Nederland en Het GroeneBrein) met advies en regelingen ondersteund om hun bedrijfsmodel vande grond te krijgen, ondersteunt het kennisplatform Circonnect (en denegen aangesloten regionale circo hubs) bedrijven om de benodigdeketenpartners bij elkaar te brengen en een circulair businessmodel op testellen, en worden de benodigde innovaties voor deze businessmodellenvia de Kennis en Innovatie Agenda Circulaire economie (KIA CE)4gestimuleerd.Verder zet het kabinet via het uitvoeringsprogramma circulaire maakin-dustrie extra middelen in om de circulariteit van kritieke grondstoffen ineen aantal productgroepen te versnellen. Het gaat hier om zon-pv-systemen, windparken, klimaatinstallaties, machines, werktuigen,elektrische apparaten en elektronica, elektrolysers, batterijen en basisme-talen. Deze inzet loopt zoveel mogelijk via de KIA CE en Circonnect omschaal en professionaliteit te garanderen. Ook verkennen de Ministeriesvan IenW en EZK of het mogelijk is om de subsidies voor circulaireketenprojecten beter aan te laten sluiten op productgroepen waar kritiekegrondstoffen in zijn verwerkt.Daarnaast gaan de Ministeries van EZK en IenW aan de slag met publiekeen private partijen om gezamenlijke inkoop- en aanbestedingscriteria enprocedures op te stellen, om zo via circulariteit bij te dragen aan vermin-dering van de vraag naar en het gebruik van kritieke grondstoffen. Hierbijligt de focus op de productgroepen van het NPCE en strategischeprojecten die voortvloeien uit de CMRA.De Europese Commissie constateert ook dat recyclingcapaciteit,-systemen en -technologieën vaak ontoereikend zijn voor de specifiekekenmerken van kritieke grondstoffen. Scheidingsprocessen voor kritiekegrondstoffen zijn over het algemeen namelijk complexer en de terug-winbare hoeveelheden zijn kleiner dan voor de basismetalen. Daarnaastzijn producten veelal niet ontworpen om de verwijdering van of de4KIA Circulaire Economie 2024–2027Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3115 toegang tot componenten, die veel kritieke grondstoffen bevatten, tevergemakkelijken. Denk bijvoorbeeld aan de permanente magneten diezeldzame aardmetalen bevatten. Daarmee kan de recycling en inzet vanhergebruikte kritieke grondstoffen momenteel economisch niet concur-reren met nieuw gewonnen kritieke grondstoffen. De Ecodesign richtlijnmoet daar verandering in aan brengen.Het pakket aan maatregelen dat op termijn verbetering moet brengen inproductontwerp en recycling van kritieke grondstoffen bevat ook een actiegericht op de richtlijn AEEA (afgedankte elektrische en elektronischeapparatuur). De richtlijn zal worden herzien om onder meer bepalingenmet betrekking tot informatievereisten en streefcijfers voor terugwinningvast te leggen voor apparatuur die rijk is aan kritieke grondstoffen. In hetnajaar van 2023 is uw Kamer geïnformeerd over de consultatieronde voordie herziening van de richtlijn en de Nederlandse reactie daarop.5Vraag 14, Groenlinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het bemoedigend om tezien dat er wordt gekeken naar waardetoevoeging op het Afrikaansecontinent in lijn met motie-Thijssen (Kamerstuk 29 237, nr. 195). Het pastin een bredere trend van Europese beleidsmakers en politici die pleitenvoor meer downstream verwerking in Afrika – dat biedt ook ontwikke-lingskansen. Kan de Minister meer delen over concrete acties, instru-menten en investeringen die worden opgezet om dit ook daadwerkelijk inde praktijk te brengen?Antwoord:Het kabinet wil eraan bijdragen dat grondstofrijke ontwikkelingslandeneen hogere toegevoegde waarde in hun grondstoffenketens kunnenrealiseren. Zo is het kabinet voornemens om de samenwerking met hetWereldbankprogramma Extractives Global Programmatic Support (EGPS)te intensiveren. Het EGPS heeft een nieuwe pijler gericht op lokalewaardetoevoeging in de keten. Dit RISE programma (Resilient andInclusive Supply-chain Enhancement) is voortgekomen uit een initiatiefvanuit de G7 om invulling te geven aan hun wens om grondstofrijkeontwikkelingslanden te ondersteunen in het ontwikkelen van lokale ketensvoor hernieuwbare energie.Het kabinet heeft bovendien het eigen financieel instrumentarium in kaartgebracht dat een rol kan spelen onder de handelingsperspectieven»diversificatie» en »verduurzaming internationale ketens» uit de NationaleGrondstoffenstrategie (NGS) (zie bijlage 1 van de voortgangsbrief over deNGS). Een deel van deze instrumenten kan ook worden ingezet voorlokale waardetoevoeging, waaronder in Afrikaanse landen. Het kabinetpleit er ook voor bij de opzet van EU-grondstoffenpartnerschappen metontwikkelingslanden speciale aandacht te hebben voor deze waardetoe-voeging.Bij overwegingen met betrekking tot de inzetbaarheid van het privatesector instrumentarium wordt onder meer gekeken naar inzet van deexportkredietverzekering (ekv) (inclusief DGGF 3) via Atradius. InvestInternational onderzoekt de inzetbaarheid van instrumenten zoals DGGF1/DTIF 1, DRIVE en D2B. RVO kijkt naar mogelijkheden voor internationalemarktbewerkingsactiviteiten vanuit regelingen als CERF, ICEP enPartners-in-Business.5Kamerstuk 21 501–08, nr. 911 – Milieuraad | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3116 De EU zet eveneens haar instrumentarium in. Zo wordt onder het GlobalGateway programma gekeken naar samenwerking in de «Lobito Corridor»(Angola – DRC – Zambia). Deze corridor is, naast andere sectoren zoalslandbouw, ook gericht op ruwe grondstoffen en is een van de twaalfstrategische corridors waarin de EU wil investeren. Nederland onderzoektook mogelijkheden tot gezamenlijke financiering met de EU, bijvoorbeeldmet inzet van DRIVE.Vraag 15 en 16, Groenlinks-PvdAEn is de Minister bereid om meer in te zetten op eerste verwerking vangrondstoffen in producerende landen, ook als dat ten koste gaat vanverwerkingscapaciteit (bij bedrijven) in Europa en Nederland? Hoe kan deambitie voor meer lokale waardetoevoeging worden gerijmd met deEuropese ambitie, in het voorstel voor de Critical Raw Materials Act, dat40 procent van de verwerking van belangrijke mineralen binnen de EUmoet plaatsvinden (zogenaamde lokale content-bepalingen)?Antwoord:Met de verwachte sterk groeiende mondiale vraag naar kritieke grond-stoffen zal er ook aanzienlijk meer verwerkingscapaciteit nodig zijn. Ookals de EU erin slaagt 40 procent van de groeiende stroom kritiekegrondstoffen in de EU te verwerken, wordt nog steeds 60 procent eldersverwerkt voordat het naar Europa komt. Het kabinet acht het van belangom in te zetten op diversificatie, zodat Europa minder afhankelijk wordtvan een klein aantal landen voor verwerking van kritieke grondstoffen. Ditbetekent kansen voor meer verwerking in Europa én andere grondstofrijkelanden. Met de inzet op lokale waardetoevoeging in grondstofrijke landen,zoals beschreven in antwoord 14, wil het kabinet ook bijdragen aan deduurzame ontwikkelingsdoelen.Vraag 17, Groenlinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister rondetafel-gesprekken heeft gevoerd. Kan zij iets delen over de inzichten ofuitkomsten van de ronde tafels?Antwoord:In het algemeen geven de gesprekken een scherper beeld van waarverschillende bedrijven uitdagingen en kansen zien. Deze inzichtengebruiken de Ministeries van EZK, IenW en BZ bij het nader invullen vaneerder aangekondigde beleidsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld interna-tionale partnerschappen of het Observatorium. Om een open discussie tefaciliteren en in vertrouwen met elkaar bedrijfsgevoelige informatie tedelen, zijn deze rondetafelgesprekken in een besloten setting georgani-seerd en wordt bedrijfsspecifieke informatie niet breder gedeeld. Hetbedrijfsleven heeft aangegeven betrokken te willen blijven bij de verdereuitwerking van de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS). Het kabinetgaat door met het organiseren van rondetafelgesprekken en anderevormen van dialoog met experts, bedrijven en het maatschappelijkmiddenveld over de verschillende handelingsperspectieven van de NGS.Lokale waardetoevoeging, ook in de context van internationale partner-schappen, maakt daar deel van uit.Vraag 18 en 19, Groenlinks-PvdAEr wordt daarnaast aangegeven dat de Minister voor Buitenlandse Handelen Ontwikkelingssamenwerking (BuHa-Os) voornemens is een derdeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3117 ronde tafel te organiseren over internationale partnerschappen. Wat is derol van het maatschappelijk middenveld (in Nederland en uit grondstof-rijke landen) in dit overleg? Worden de inzichten en zorgen van hetmaatschappelijk middenveld over wat waardetoevoeging behelst ookmeegenomen?Antwoord:Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 17 gaat het kabinet door methet organiseren van rondetafelgesprekken en andere vormen van dialoogmet experts, bedrijven en het maatschappelijk middenveld over deverschillende handelingsperspectieven van de Nationale Grondstoffen-strategie. Als gesteld gaat het dan ook over lokale waardetoevoeging, inhet kader van de grondstoffenpartnerschappen.Vraag 20 en 21, Groenlinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de NationaleGrondstoffenstrategie zich verhoudt tot het feit dat Nyrstar, de zinkfabriekin Budel, de productie heeft stilgelegd door hoge energiekosten. Gaat deMinister in het kader van het verminderen van de ongewenste afhanke-lijkheid op het gebied van kritieke grondstoffen actie ondernemen omdeze fabriek in Nederland te houden?Antwoord:De zinksmelterij van Nyrstar Budel maakt op dit moment nog geen deeluit van de directe waardeketen van kritieke grondstoffen – zink is geenkritieke grondstof –, maar zou in de toekomst wel een bijdrage kunnenleveren bij het verminderen van ongewenste afhankelijkheden op kritiekegrondstoffen. In de reststromen van de zinksmelterij zitten namelijk dekritieke grondstoffen gallium en germanium die momenteel nog nietgewonnen worden. Een belangrijke voorwaarde om dit te kunnen doen isdat de zinksmelterij wel in productie blijft. Daarom is het extra zorgelijkdat Nyrstar aangeeft dat zij met de productielocatie in Budel nu niet meerconcurrerend kan produceren. De hogere elektriciteitskosten hebbenervoor gezorgd dat de productiekosten van onze energie-intensieveindustrie, Nyrstar voorop, vaak meer zijn gestegen dan die in buurlanden.Het Ministerie van EZK staat hierover in nauw contact met het bedrijf.Verder is er aanvullend op de speelveldtoets6 verdiepend onderzoekuitgevoerd naar de effectieve elektriciteitskosten voor de energie-intensieve industrie in Nederland en voor elektrolysers ten opzichte vanbuurlanden. De resultaten hiervan zijn op 3 april met uw Kamer gedeeld.7Ook wordt er gekeken naar het handelingsperspectief voor het kabinet enzetten we binnen de EU in op een gelijk speelveld, inclusief harmonisatievan netwerktarieven.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangs-rapportage over de uitvoering van de Nationale Grondstoffenstrategie.Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie vinden het van groot belang om onzeeconomische weerbaarheid te vergroten en risicovolle strategischeafhankelijkheden te verminderen. Nederland is op dit moment hiervoornamelijk in grote mate afhankelijk van andere landen. Dit maakt ons6Kamerstuk 2023D32903 – Speelveldtoets 2023 [Rapport, 2 juni 2023]7Kamerstuk 32 813, nr. 1372 – Kamerbrief onderzoek elektriciteits- en netwerkkostenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3118 kwetsbaar en is niet goed voor onze strategische autonomie. De energie-transitie is een historische kans om onafhankelijker te worden, maar op ditmoment is dat nog niet het geval. Deze leden willen het kabinet dan ookaansporen om zo snel mogelijk verder uitvoering te geven aan deNationale Grondstoffenstrategie.Vraag 22, VVDDe leden van de VVD-fractie vinden het positief dat het kabinet nadruk-kelijk inzet op een aanpak op Europees niveau. Dit is logisch aangezien erop die manier meer mogelijkheden en slagkracht zijn. Nu de Critical RawMaterials Act is aangenomen, willen deze leden graag weten hoe hetkabinet hier invulling aan gaat geven en op welke termijn dit zal gebeuren.Antwoord:De Critical Raw Materials Act (CRMA) is op 3 mei 2024 gepubliceerd in hetPublicatieblad van de Europese Unie8 en zal op 23 mei 2024 officieel inwerking treden. Het kabinet is reeds begonnen met de implementatie vande CRMA in Nederland door te controleren aan welke delen van de CRMANederland reeds voldoet, waar wetsaanpassingen nodig zijn om hieraante voldoen en waar nodig het proces te starten om de wetsaanpassingdoor te voeren. Ook wordt begonnen met het organiseren van informatie-sessies voor het bedrijfsleven om hen zo goed mogelijk te informerenover de CRMA. Het streven is om in mei 2024 een eersteCRMA-informatiesessie te organiseren.Vraag 23, VVDTegelijkertijd ontslaat dit het kabinet niet van het maken van nationalebeleidskeuzes. Deze leden lezen dat er wordt samengewerkt met hetbedrijfsleven om onze nationale grondstoffendoelen te realiseren. Hoeworden de verschillende ronde tafels nu doorvertaald naar actie? Hoe zalde samenwerking met het bedrijfsleven verder vorm worden gegeven?Antwoord:Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 17 geven de gesprekkeneen scherper beeld van de verschillende uitdagingen en kansen diebedrijven zien. Deze inzichten benut het kabinet bij het nader invullen vaneerder aangekondigde beleidsmaatregelen. Het kabinet gaat door met hetorganiseren van rondetafelgesprekken en andere vormen van dialoog metexperts, bedrijven en het maatschappelijk middenveld over de verschil-lende handelingsperspectieven van de Nationale Grondstoffenstrategie(NGS).Vraag 24, VVDDe leden van de VVD-fractie vinden het positief dat circulariteit onderdeelvormt van de nationale grondstoffenstrategie. Op deze manier kan er zoefficiënt mogelijk worden omgegaan met de vraag naar grondstoffen.Deze leden willen graag weten hoe in het bijzonder de innovaties op hetgebied van circulariteit in de chemische industrie worden betrokken bij demogelijkheden die er zijn om de grondstoffendoelen te realiseren.8https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1252/ojTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 3119 Antwoord:De kennis en kunde van de chemische industrie wordt via de Kennis enInnovatie Agenda Circulaire Economie (KIA CE)9 benut om de circulariteiten substitutie van kritieke grondstoffen en van de productgroepen van demaakindustrie waar kritieke grondstoffen in zitten te bevorderen. Zeker inde reyclingfase moeten de kunststof- en metalenstromen weer wordengescheiden en gezuiverd voor nieuwe toepassingen. Hiervoor zijn veelmogelijkheden, omdat circulariteit van grondstoffen veel aandacht krijgtbinnen de afspraken met de chemische industrie en de bijbehorendeondersteunende regelingen zoals de DEI+ (Demonstratie Energie enKlimaatinnovatie). Zo worden via het programma Material Independenceand Circular Batteries van het Nationaal Groeifonds (NGF) innovatiesondersteund die recycling van batterijen bevorderen om lithium terug tewinnen. Binnen het uitvoeringsprogramma circulaire maakindustrie zalsteeds nauwer worden samengewerkt met de chemische industrie omcirculaire ketens en bedrijfsmodellen te bouwen.Vraag 25, VVDDe leden van de VVD-fractie hechten aan het maken van snelheid. Onzeafhankelijkheid kunnen we niet vandaag of morgen afbouwen. Dit zaljaren duren. Daarom moet Nederland op alle vlakken inzetten omonafhankelijker te worden voor onze grondstoffenbehoefte. Als Nederlandniet voortvarend aan de slag gaat met het uitvoeren van de NationaleGrondstoffenstrategie dan vissen wij achter het net. Deze leden zoudendan ook graag meer zicht krijgen op welke concrete acties het kabinetvoornemens is om de aankomende tijd te nemen om de nationalegrondstoffendoelen te realiseren en waar ruimte is voor versnelling.Antwoord:Zoals aangegeven in de voortgangsbrief onderneemt het kabinet komendjaar verschillende concrete acties, waaronder het oprichten van hetNationaal Observatorium, waarin overheid, bedrijfsleven, kennisinstel-lingen en maatschappelijke organisaties structureel informatie op zullenbouwen over kritieke grondstoffenketens en (nieuwe) leveringszekerheids-risico’s. Ook is op 1 maart 2024 de Speciaal Vertegenwoordiger Grond-stoffen gestart, met de opdracht om binnen de kaders van de NationaleGrondstoffenstrategie (NGS)10 de Nederlandse belangen (inter)nationaalte behartigen door zich in te spannen om duurzame winning, raffinage encirculariteit van kritieke grondstoffen in Nederland en de EU van de grondte krijgen, en daarnaast het ondersteunen van internationale partner-schappen en samenwerkingen op kritieke grondstoffen met derde landen.Verder zal het kabinet een besluit nemen over de inzet op raffinage en hetaanhouden van strategische voorraden in Nederland op basis van deuitstaande onderzoeken.Waar mogelijk zet het kabinet in op versnelling van acties, maar hetrealiseren van de NGS is een proces van de lange adem. Diepgaandeexpertise op het gebied van waardeketens van kritieke grondstoffen is(nog) slechts beperkt beschikbaar en het kost tijd om die op te bouwen.Ook het opbouwen van relaties met stakeholders en potentiele partner-landen zal tijd vergen. Het kabinet zet nu wel extra middelen in via hetuitvoeringsprogramma circulaire maakindustrie om de circulariteit vankritieke grondstoffen in een aantal productgroepen te versnellen.9KIA Circulaire Economie 2024–202710Kamerstuk 32 852, nr. 224 – Nationale GrondstoffenstrategieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31110 Vraag 26, VVDHoe staat het met de Grondstoffenscanner?Antwoord:Zoals vermeld in de voortgangsbrief is in de tweede helft van 2023 deGrondstoffenscanner verrijkt met ca. 200 landen-factsheets. De landen-factsheets bieden informatie over de export en import per productgroepper land. De webtool is daarnaast geactualiseerd met nieuwe data uit2022, wat na de live gang in mei 2024 zichtbaar zal zijn voor de gebruikers.Verder is er gestart met het verrijken van de Grondstoffenscanner metnieuwe informatie en data over de productgroepen zonnepanelen enwindturbines.Vraag 27 en 28, VVDDe leden van de VVD-fractie willen ook vragen naar de mogelijkheden omstrategische reserves aan te leggen voor kritieke grondstoffen. Kritiekegrondstoffen zijn cruciaal voor bijvoorbeeld de energietransitie. Onzeafhankelijkheid kan de uitvoering van de transitie in gevaar brengen. Dezeleden zijn dan ook van mening dat het aanleggen van strategischevoorraden van groot belang is en willen dan ook graag weten wat hetkabinet hierop doet. Aanvullend willen deze leden ook graag weten hoehet staat met de uitvoering van de motie-Erkens/Boucke (Kamerstuk 29826, nr. 184).Antwoord:Op dit moment voert het Nederlandse onderzoeksbureau Number Threein samenwerking met TNO een haalbaarheidsstudie uit naar de aanlegvan voorraden van kritieke grondstoffen voor de EU, en de mogelijke rolvan Nederland daarin. In opdracht van het Ministerie van EZK onderzoektTNO ook de kansen en mogelijkheden van duurzame raffinagecapaciteit inNederland. Deze onderzoeken worden in het tweede kwartaal van 2024afgerond. Op basis daarvan zal het kabinet bepalen welke stappen hetverstandig acht ten aanzien van het aanleggen van strategische voorradenen op het gebied van raffinage van kritieke grondstoffen, en de Kamerdaarover informeren.Vraag 29 en 30, VVDHet is niet alleen van belang om voldoende grondstoffen tot onzebeschikking te hebben voor de energietransitie, maar Nederland moet ookin staat zijn om deze te kunnen verwerken. Deze leden hebben bijvoor-beeld gepleit om partnerships te sluiten met Australië en Duitsland of deAfrikastrategie hiervoor te gebruiken. Hoe staat het hiermee? Worden ernaast Australië en Duitsland ook nog andere landen overwogen om eenbilateraal partnerschap mee te sluiten? Zijn er ook al gesprekken gevoerd?Antwoord:Nederland heeft wat betreft kritieke grondstoffen geen grote mijnbouwin-dustrie en de verwerking van kritieke grondstoffen vindt grotendeelsbuiten Nederland plaats. Het kabinet zet daarom in op zoveel mogelijksamenwerking in EU-verband, ook bij het afsluiten van partnerschappen.Door binnen de EU en richting derde landen gezamenlijk op te trekken,kan de Nederlandse industrie haar positie in internationale mijnbouw-ketens verder versterken. Hierover voeren we gesprekken met verschil-lende landen, waaronder Duitsland en Australië.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31111 Het kabinet sluit dan ook zoveel mogelijk aan bij de vorm en inhoud vande EU-partnerschappen. Er zijn reeds EU-partnerschappen afgesloten metCanada, Oekraïne, Kazachstan, Namibië, Rwanda, Argentinië, Chili, deDemocratische Republiek Congo (DRC), Zambia, Groenland enNoorwegen, en met de VS, EU, DRC, Zambia en Angola gezamenlijk overde Lobito Corridor. In samenwerking met de EU en haar lidstaten zettenwe in op de concretisering van deze partnerschappen via onder meerstrategische projecten.Aansluitend verkent het kabinet de mogelijkheden voor bilateralesamenwerkingsverbanden op kritieke grondstoffen. Indien dat leidt totnieuwe samenwerkingsverbanden wordt de Kamer hierover geïnfor-meerd. Eind 2023 heeft het kabinet bilaterale samenwerkingsverbandenafgesloten met Vietnam en Zuid-Korea.Vraag 31 t/m 33, VVDDe leden van de VVD-fractie erkennen dat het niet mogelijk zal zijn omonze afhankelijkheden geheel af te bouwen. Om onze grondstoffenbe-hoefte veilig te stellen, zouden deze leden het kabinet willen aansporenom te kijken waar zij langetermijncontracten kan afsluiten met anderelanden. Wordt hier al aan gewerkt door het kabinet? Welke landen zoudenhiervoor in aanmerking kunnen komen? Kunt u toezeggen hiermee aan deslag te gaan?Antwoord:Het ligt niet in de rede dat de overheid zelf partij wordt bij langetermijn-contracten voor kritieke grondstoffen met derde landen. Het is aan debedrijven om zorg te dragen voor hun eigen grondstoffen. Wel kan deoverheid faciliterend optreden en voorwaarden scheppen om toegang totkritieke grondstoffen uit derde landen te verbeteren, bijvoorbeeld viaEU-handelsakkoorden en samenwerkingsverbanden te bevorderen metdie landen.Vraag 34 t/m 38, VVDTot slot, merken de leden van de VVD-fractie op dat er op het gebied vandiepzeemijnbouw nog veel mogelijk is. Deze leden hebben al vaker bepleitdat het kabinet moet werken aan en investeren in de randvoorwaardenvoor wat verantwoorde diepzeemijnbouw überhaupt kan zijn. Hoe staathet hiermee? Welke acties heeft het kabinet op dit vlak ondernomen? Hoestaat het met de uitvoering van de motie-Erkens/Bontenbal (Kamerstuk 32852, nr. 253)? Aan welke onderdelen wordt al vervolg gegeven en opwelke termijn bent u voornemens om uitwerking te geven aan de andereonderdelen? Welke acties zult u aanvullend op het gebied van diepzee-mijnbouw nemen?Antwoord:Zoals aangegeven in de Voortgangsbrief Nationale Grondstoffenstrategiedie op 22 december 2023 aan de Kamer is verzonden, komt de motieErkens/Bontenbal op hoofdlijnen overeen met het kabinetsstandpunt overdiepzeemijnbouw. Zo investeert het kabinet in kennisopbouw over deecologische impact van diepzeemijnbouw en stimuleert het innovatie inde maritieme sector. Nadere besluitvorming over nationale wetgeving enhet aanvragen van een exploratielicentie is, gezien de demissionairestatus van het kabinet, voorbehouden aan een nieuw kabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31112 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van devoortgang van de Nationale Grondstoffenstrategie. Circulariteit eninnovatie zijn wat deze leden betreft de belangrijkste pijlers onder eenconcrete en effectieve grondstoffenstrategie. Wat deze leden betreft wordter te weinig concrete actie ondernomen om het Nationaal ProgrammaCirculaire Economie (NPCE) verder te concretiseren en om te komen totconcrete maatregelen ter verbetering van onze leveringszekerheid vankritieke grondstoffen. Hierover hebben deze leden een aantal vragen.Vraag 39, D66De leden van de D66-fractie vragen wanneer het kabinet volledigopvolging verwacht te hebben gegeven aan motie-Hagen (Kamerstuk 32852, nr. 256) die oproept de nationale grondstoffenstrategie verder uit tewerken tot het niveau van concrete maatregelen, in deze uitwerking eenmassabalans grondstoffen op te nemen en om in deze uitwerking eenduidelijk plan van aanpak op te nemen voor de ontwikkeling van eencirculaire industrie in Nederland.Antwoord:In de Voortgangsbrief Nationale Grondstoffen Strategie (NGS) van22 december vorig jaar, zijn de eerder aangekondigde acties en maatre-gelen binnen de vijf handelingsperspectieven verder uitgewerkt engeconcretiseerd, waaronder die onder het handelingsperspectiefcirculariteit en innovatie. Binnen het Nationaal Programma CirculaireEconomie (NPCE)11 en via het uitvoeringsprogramma circulaire maakin-dustrie, zijn voor de productgroepen «capital equipment», zon-pv-systemen, windparken en klimaatinstallaties circulaire doelen en actiesuitgewerkt die inmiddels via projecten worden opgepakt. Aanvullendworden elektrolysers, batterijen en basismetalen uitgewerkt als nieuweproductgroepen in de context van het NPCE. De in de voortgangsbriefaangekondigde onderzoeken van TNO, zoals het in kaart brengen van de«urban mine» van kritieke grondstoffen en de studies naar ketenafhanke-lijkheden, bevatten gedetailleerdere vormen van massabalansen voorspecifieke productgroepen en bijbehorende kritieke grondstoffen. Dezewerkwijze vormt een structureel onderdeel van de werkzaamheden vanhet beoogde Observatorium. Hiermee wordt volledig invulling gegevenaan de motie-Hagen.Vraag 40, D66Hoe staat het met de opvolging van motie-Hagen (Kamerstuk 36 200 XII,nr. 56) die de regering verzoekt om met een voorstel voor een circulaire-economiewet te komen?Antwoord:Momenteel wordt gewerkt aan de voorbereiding van een circulaireeconomie-wet binnen de kaders van de Wet milieubeheer. Binnenkortwordt de hoofdlijnennotitie met de Kamer gedeeld, waarin de beoogdekoers voor de CE-wet wordt geschetst. Het is aan een volgend kabinet omeen besluit te nemen over het wetsvoorstel en dit vervolgens in consul-tatie te brengen.11Kamerstuk 32 852, nr. 225 – Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31113 Vraag 41, D66Wanneer kan de Kamer de contourennota verwachten?Antwoord:De hoofdlijnennotitie wordt binnenkort met de Kamer gedeeld. Deze zalde centrale lijnen beschrijven waarlangs de CE-wet binnen de Wetmilieubeheer wordt ontwikkeld. Op basis hiervan zullen de ideeën enplannen uit de hoofdlijnennotitie verder worden uitgewerkt in eenwetsvoorstel.Vraag 42 en 43, D66Hoe kijkt het kabinet naar de conclusies van de Raad voor de leefom-geving en infrastructuur (RLI), de Sociaal-Economische Raad (SER) en hetPlanbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat de circulaire maatregelenzoals omschreven in het Nationaal Programma Circulaire Economie nietvoldoende zijn? Welke concrete stappen heeft de Staatssecretaris gezet enwelke stappen gaat zij nog zetten naar aanleiding van deze rapporten vande RLI, de SER en het PBL?Antwoord:De Staatssecretaris van IenW heeft meermaals aangegeven in debatten,maar ook bij de aanbieding van het Nationaal Programma CirculaireEconomie (NPCE) aan uw Kamer, dat er meer nodig is om de doelen terealiseren. Zij herkent dus het beeld dat de RLI, SER en PBL schetsen. Ombeter in beeld te krijgen wat de effecten zijn van de huidige in het NPCEopgenomen maatregelen wordt momenteel door CE Delft een groot deelvan de maatregelen doorgerekend. Dit rapport verwacht de Staatssecre-taris van IenW voor de zomer. Ook is een verkenning uitgevoerd naarmogelijke aanvullende maatregelen. Deze inzichten zijn gedeeld met deKamer12 en gebruikt de Staatssecretaris voor de actualisatie van het NPCEdie is voorzien in het najaar van 2025. Het nemen van aanvullendemaatregelen is aan een volgend kabinet.Vraag 44 en 45, D66Is reeds bekend wat de ruimtelijke gevolgen zijn van de benodigdecirculaire maatregelen ter versterking van onze leveringszekerheid vankritieke grondstoffen? Zo niet, kan het kabinet in kaart brengen hoeveelfysieke ruimte hiervoor nodig zou zijn?Antwoord:De ruimtelijke gevolgen van circulaire activiteiten specifiek ter versterkingvan de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen zijn in dit stadium vande uitvoering van de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS)13 nogmoeilijk in te schatten. In de PBL-scenariostudie «Ruimte voor deCirculaire Economie»14 is een eerste indicatie gegeven van de ruimte-vraag voor het realiseren van de hele circulaire transitie. In haar studiestelt het PBL voor 2050 dat een circulaire economie in Nederlandstructureel tot 40 procent meer ruimte vraagt dan de economischeactiviteiten op dit moment. Dat betekent concreet dat er voor toekomstbe-stendige bedrijventerreinen in de toekomst straks 3,5 tot 4 procent ruimte12Kamerstuk 32 852, nr. 294, 13 februari 202413Kamerstuk 32 852, nr. 224 – Nationale Grondstoffenstrategie14https://www.pbl.nl/publicaties/ruimte-voor-circulaire-economieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31114 nodig is t.o.v. de huidige 2,6 procent. Het PBL roept in de studie op omstrategische locaties die van cruciaal belang zijn voor de circulaireeconomie aan te wijzen en ervoor te zorgen dat deze beschikbaar zijn énblijven (reserveren). Zo kan voorkomen worden dat onomkeerbare keuzesworden gemaakt die de transitie naar de circulaire economie in de wegkunnen staan. Daarnaast is in opdracht van de Ministeries van IenW enBZK de Kennismontage Circulaire Economie en Ruimte15 uitgevoerd; eenanalyse van bestaande onderzoeken die laat zien wat er bekend is enwelke kennisvragen er nog leven.De Ministeries van IenW (coördinerend), EZK en BZK trekken in 2024samen op in de follow-up van de onderzoeken om de ruimtevraag vooreen circulaire economie te concretiseren en de ruimtelijke gevolgen teborgen via onder andere de Nota Ruimte en de provinciale ruimtelijkearrangementen. Daarbij zal worden verkend of het wenselijk is om vanuitde NGS een apart traject te starten om de ruimtelijke gevolgen vancirculaire kritieke grondstoffen voor specifieke productgroepen nader teonderzoeken, of om dat mee te nemen in bredere trajecten rondom deruimtelijke gevolgen van een circulaire economie.Vraag 46, D66Kan het kabinet een overzicht geven van alle middelen die beschikbaarzijn voor het stimuleren van de circulaire economie?Antwoord:De beschikbare middelen voor de circulaire economie staan op debegrotingen van verschillende ministeries. Voor de middelen die IenW alscoördinerend ministerie voor circulaire economie beschikbaar heeft is inhet Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) in hoofdstuk 6 (p.164–165) een overzicht opgenomen van de middelen die in artikel 21 vande begroting van IenW van 2023 tot 2030 beschikbaar zijn. De cumulatievebedragen uit dit overzicht zijn in onderstaande tabel opgenomen:20232024202520262027202820292030NPCE – Budgetten Circulaire Economieartikel 2169.21167.60768.53051.57851.55548.55448.55448.554 Ook andere ministeries en medeoverheden dragen financieel bij aan detransitie naar een circulaire economie. Hiervoor wordt verwezen naar debegrotingen van BHOS, BZK, EZK en LNV.Vraag 47 t/m 50, D66De leden van de D66-fractie merken op dat uit onderzoek van het CentraalPlanbureau (CPB) gebleken is dat, voor Nederland, Rusland de grootstedirecte leverancier is van kritieke grondstoffen. In 2022 ging dit om eentotale import vanuit Rusland van 1,2 miljard euro, een significante stijgingten opzichte van eerdere jaren toen de import tussen de 100 euro en 250miljoen euro lag. Deze significante stijging van import uit Rusland tentijde van een door Rusland gevoerde oorlog roept grote vraagtekens opbij deze leden.Hoe verklaart het kabinet deze significante stijging in de afhankelijkheidvan Rusland wat betreft de import van kritieke grondstoffen? Zijn er reedscijfers bekend over 2023? Zo niet, is het kabinet bereid dit zo snel mogelijk15https://ce.nl/publicaties/kennismontage-ce-en-ruimte/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31115 in kaart te brengen? Hoe verhoudt deze Nederlandse afhankelijkheid vanRusland zich tot andere EU-lidstaten?Antwoord:Analyse van het CBS laat zien dat Rusland in 2022 de grootste directeleverancier was van kritieke grondstoffen voor Nederland.16 De import-waarde van kritieke grondstoffen uit Rusland is in 2023 afgenomen17.Tussen 2021 en 2022 steeg de totale importwaarde van kritieke grond-stoffen met 73 procent (niet alleen uit Rusland). Dit is met name te wijtenaan prijsstijgingen. Er ontstaat een ander beeld wanneer we kijken naar dewaarde van het importgewicht (de totale import in kilo’s in plaats van ineuro’s). Als we kijken naar gewicht, was de importgroei tussen 2021 en2022 slechts 5 procent.De grondstoffen uit Rusland met de hoogste invoerwaarde in 2022 warenkoper (56 procent) en nikkel (27 procent). Koper dat Nederland importeertis volledig bestemd voor het buitenland (wederuitvoer)18. Ook nikkel isgrotendeels bestemd voor het buitenland (69 procent), of wordt inNederland verwerkt om vervolgens uitgevoerd te worden (14 procent). Degrondstoffen die Nederland uit Rusland importeert zijn dus grotendeelsniet voor de Nederlandse markt, maar voor uitvoer naar andere(Europese) landen.Vraag 51, D66De leden van de D66-fractie kijken met interesse uit naar de verdereverkenning voor het inzetten van de exportkredietverzekering (ekv), DRIVEen D2B ten behoeve van de Nationale Grondstoffenstrategie. Deze ledenwijzen de Minister daarbij op de aangenomen motie-Hammelburg/Van derLee (Kamerstuk 35 925 XVII, nr. 59) en vragen haar in de verkenningexpliciet uiteen te zetten hoe een eventuele inzet van het instrumentariumbinnen de grenzen van deze motie blijft.Antwoord:In de Kamerbrief van 28 september 2022 inzake de vergroening van hethandelsinstrumentarium (Kamerstuk 36 180, nr. 23) en de Kamerbrief van3 november 2022 inzake de uitwerking van de COP-26 verklaring(Kamerstuk 31 793, nr. 230) is de Kamer geïnformeerd over de uitvoeringvan de motie Hammelburg/Van der Lee die het kabinet oproept allehandels- en exportinstrumentaria voor eind 2022 in lijn te brengen metParijs en Glasgow, inclusief de exportkredietverzekering (ekv). Deverkenning van de inzet van de ekv in het kader van de NationaleGrondstoffenstrategie (NGS), die er mede op is gericht om bij te kunnendragen aan grondstoffenzekerheid in het kader van de klimaat- enenergietransitie, zal rekening houden met de hierin geschetste beleids-kaders. De Staatssecretaris van Financiën en de Minister voor Buiten-landse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zullen de Kamer in dezomer van 2024 via de jaarlijkse ekv-monitor nader informeren over deinzet van de ekv op het terrein van de NGS.Bij de aanpassing van de D2B en DRIVE-regelingen in 2023 is verduur-zaming van beide instrumenten expliciet meegenomen. Dit betekent datvoor infrastructuurprojecten de extra kosten van een «groene» oplossing16CBS, 2023 Kritieke materialen in de Nederlandse toeleveringsketen17CBS, 2023 China grootste leverancier van producten met kritieke grondstoffen18CBS, 2023 Kritieke materialen in de Nederlandse toeleveringsketen, tabel 7.3Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31116 nu volledig uit D2B en DRIVE kunnen worden gefinancierd. Waar mogelijkwordt hierop ingezet door Invest International. Mocht na verdereverkenning D2B en DRIVE worden ingezet ten behoeve van de NationaleGrondstoffenstrategie (NGS), dan blijven dezelfde duurzaamheidscriteriavan toepassing op de uitvoering van mogelijke projecten.Vraag 52 t/m 53, D66De leden van de D66-fractie merken op dat de leveringszekerheid vankritieke grondstoffen aan veel verschillende ministeries raakt. Daarom ishet wat deze leden betreft belangrijk dat er een duidelijk overzicht is welkestappen op dit gebied worden gezet. Kan het kabinet een overzicht gevenvan alle onderzoeken die er op dit moment nog worden gedaan op hetgebied van kritieke grondstoffen? Kan het kabinet daarbij aangevenwanneer de Kamer de resultaten van deze onderzoeken zal ontvangen?Antwoord:De volgende onderzoeken op het gebied van kritieke grondstoffen wordenop dit moment uitgevoerd. Wanneer het onderzoek naar aanleiding vaneen motie wordt uitgevoerd, wordt dat expliciet vermeld. De inhoudelijkeuiteenzettingen van de verschillende onderzoeken zijn opgenomen in devoortgangsbrief. De resultaten van de onderzoeken, op een na, wordenverwacht in het tweede kwartaal, de resultaten van het laatst vermeldeonderzoek worden verwacht in juni 2024.OnderzoekDoorMotieOntwikkeling beoordelingskader voor hetvaststellen van doelen m.b.t. leveringsze-kerheid kritieke grondstoffen, inclusiefbijdrage circulariteit aan leveringszekerheid(beleidsevaluatiekader).TNOMethodiekontwikkeling waaronderkritikaliteitsanalyseTNOHet verwaarden van kritieke grondstoffenin urban mine met focus op elektronischafval.TNO en StichtingOPENAnalyse en bedrijvenonderzoek van deStrategische afhankelijkheden in dewaardeketen van een aantal kritiekegrondstoffen, inclusief Gallium, Germa-nium en Lithium.TNOThijsen en Kuiken32852–259Verkennend bodemonderzoek grondstoffenNederlandGeologische DienstTNOWijngaarden en Erkens328499–222Plan van Aanpak Nederlands Observato-rium.Geologische DienstTNOSignaleringsnetwerk bedrijven t.b.v.Observatorium (private informatiedeling).Geologische DienstTNORoutekaart Meerjarig MissiegedrevenInnovatieprogramma (MMIP) kritiekegrondstoffen in KIA CE.Geologische DienstTNOOntwikkeling en Opschaling van Materiaal-efficiënte Supply Chains voor Elektro-lysetechnologie.Geologische DienstTNOOnderzoek afhankelijkheden in grondstof-fen, technologieën en industriële capacitei-ten die in de DIS worden benoemd voordefensie en defensie-industrie».Berenschot en RandCorporationVerdere verdieping afhankelijkheid vangrondstoffen raffinage en supply-chaindefensiesysteem met focus op eenmaritiem systeem.HCSS en PWCHaalbaarheidsstudie naar de aanleg vanvoorraden van kritieke en strategischegrondstoffen voor de EU, en de mogelijkerol van Nederland daarin.Number Three enTNOTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31117 OnderzoekDoorMotieOnderzoeken van de kansen en mogelijkhe-den van duurzame raffinagecapaciteit inNederland.TNOErkens en Boucke29826–184 Vraag 54 en 55, D66Ook op Europees niveau worden er met de Critical Raw Materials Actstappen gezet op het gebied van kritieke grondstoffen. Welke gevolgenheeft het aannemen van de Critical Raw Materials Act voor Nederland?Welke concrete acties komen daar voor Nederland uit voort?Antwoord:Het kabinet is reeds begonnen met de implementatie van de Critical RawMaterials Act (CRMA) in Nederland door te controleren aan welke delenvan de CRMA Nederland reeds voldoet, waar wetsaanpassingen nodigzijn om hieraan te voldoen en waar nodig het proces te starten om dewetsaanpassing door te voeren, zoals aangegeven in het antwoord opvraag 22. Ook wordt begonnen met het organiseren van informatiesessiesvoor het bedrijfsleven om hen zo goed mogelijk te informeren over deCRMA. Het streven is om in mei 2024 een eerste CRMA-informatiesessiete organiseren.Daarnaast kunnen Nederlandse bedrijven zich aanmelden voor strate-gische projecten onder de CRMA, zoals ook aangegeven in het antwoordop de vragen 7 t/m 10. De deadline voor de eerste ronde is over enkelemaanden. Wanneer er sprake is van een strategisch project waarNederlandse partijen bij betrokken zijn, zal de Speciaal VertegenwoordigerGrondstoffen zich inzetten voor het laten slagen van dit strategischeproject.Het aanmoedigen van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen omzich aan te melden voor strategische projecten zal op verschillendemanieren worden gedaan. Onder andere via het organiseren van diverseinformatiesessies en webinars gericht op verschillende soorten stake-holders. Bij deze bijeenkomsten zal worden ingegaan op de werking vande CRMA en de criteria waar bedrijven aan moeten voldoen als zij vooreen strategisch project in aanmerking willen komen.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief van hetkabinet aangaande de Voortgang van de Nationale Grondstoffenstrategie.Deze leden lezen bij de eerste resultaten dat er onderzoek gestart is naarde mogelijkheden voor raffinagecapaciteit en aanleg van strategischevoorraden in Nederland.Vraag 56, BBBDeze leden zijn benieuwd naar de opzet van het onderzoek en wanneer deresultaten verwacht kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31118 Antwoord:Opzet onderzoek raffinagecapaciteitDoor middel van desk research wordt het huidige «landschap» rondraffinage van kritieke materialen in Nederland en in Europa in kaartgebracht. Door interviews met industriële partijen rond verwerking enraffinage en potentiële investeerders in deze sector zal inzicht in debestaande markt en inzicht in de potentie van de uitbreiding vanbestaande capaciteit worden verkregen.Vervolgens zal een analyse worden gemaakt van de mogelijkheden vanverwerking en raffinage in Nederland of met significante Nederlandseinbreng. Dit leidt tot een SWOT-analyse op basis van de verkregeninzichten, met nadrukkelijk aandacht voor de rol van overheden in heteventueel wegnemen van barrières ten aanzien van het investeren inprocessing-capaciteit.De resultaten uit deze fase zullen met eerdere gesprekspartners besprokenworden ter validatie van de verkregen resultaten. Op deze wijze krijgt deoverheid een door het bedrijfsleven gevalideerd inzicht in haar (on)moge-lijkheden bij te dragen aan de condities voor additionele verwerkings- enraffinage- capaciteit. De studie wordt naar verwachting aan het eind vanhet tweede kwartaal van dit jaar opgeleverd en na appreciatie aan uwKamer verzonden.Opzet onderzoek strategische voorradenHet onderzoek start met het opstellen van een overzicht van het verwachtemarkt(on)evenwicht voor kritieke grondstoffen op basis van de huidigebeschikbare vraag- en aanbodprojecties. Hierna wordt aangeven voorwelke van deze kritieke grondstoffen het nodig is om een voorraadpro-gramma op te zetten. Er zal een benchmarking met voorraadprogramma’sin andere rechtsgebieden uitgevoerd worden, inclusief een analyse overhoe deze landen hun voorraadprogramma’s financieren. Daarna zullen demogelijke belanghebbenden in een potentieel voorradenprogrammabenoemd worden, met nadruk op hun standpunten en de (rand)voor-waarden voor het opzetten van een economisch haalbaar voorradenpro-gramma.Het onderzoek wordt afgesloten met een analyse van alternatievemodellen voor het aanhouden van strategische voorraden en aanbeve-lingen aan publieke belanghebbenden in Nederland en de EU. De studiewordt in het tweede kwartaal van dit jaar opgeleverd en na appreciatieaan uw Kamer verzonden.Vraag 57, BBBDe leden van de BBB-fractie lezen over de samenwerking met hetbedrijfsleven dat de Minister van Economische Zaken en Klimaat en deStaatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat rondetafelgesprekkenhebben georganiseerd, en de Minister voor BuHa-Os voornemens is eenderde te organiseren. Deze leden horen graag welke vervolgstappen deMinisters hebben genomen of willen nemen naar aanleiding van dezerondetafelgesprekken.Antwoord:Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 17 geven de gesprekkeneen scherper beeld van de verschillende uitdagingen en kansen diebedrijven zien. Deze inzichten benut het kabinet bij het nader invullen vaneerder aangekondigde beleidsmaatregelen. Het kabinet gaat door met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31119 organiseren van rondetafelgesprekken en andere vormen van dialoog metexperts, bedrijven en het maatschappelijk middenveld over de verschil-lende handelingsperspectieven van de Nationale Grondstoffenstrategie(NGS).Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief over devoortgang van de Nationale Grondstoffenstrategie en hebben daarovernog enkele vragen.Vraag 58 t/m 60, CDADe leden van de CDA-fractie zijn blij met het feit dat het kabinet demogelijkheden voor het aanleggen van strategische voorraden voorkritieke grondstoffen onderzoekt, ook in EU-verband. Deze leden wijzenerop dat zij eerder al hebben gepleit voor het aanleggen van strategischevoorraden in Europees verband. Deze leden vragen de Minister om aan tegeven hoe andere EU-lidstaten aankijken tegen het aanleggen vanEuropese strategische voorraden. Welke andere lidstaten zijn daar eenvoorstander van en op welke wijze zoekt de Minister de samenwerkingmet deze lidstaten op?Antwoord:Tot nu toe zijn EU-lidstaten terughoudend met het innemen van eenduidelijk standpunt op voorraadvorming. Wel wordt de mogelijkheid totvoorraadvorming in het kader van de Critical Raw Materials Act (CRMA)en binnen het Internationaal Energie Agentschap (IEA) verkend.Nederland draagt met haar onderzoek naar voorraadvorming bij aan dezeverkenning. De Europese Commissie verleent medewerking aan ditonderzoek en Nederland zal de resultaten te zijner tijd met de Commissieen andere geïnteresseerde lidstaten bespreken.Mede afhankelijk van de resultaten van het onderzoek en de inzet binnende EU zal bepaald worden wat de Nederlandse inzet wordt op voorraad-vorming van kritieke grondstoffen. Samenwerking met andere lidstatenop dit onderwerp zal hoe dan ook nodig zijn.Vraag 61, CDADe leden van de CDA-fractie lezen met tevredenheid dat het kabinet inzetop circulariteit, bijvoorbeeld op het gebied van hergebruik enhoogwaardige recycling van kritieke grondstoffen, en op innovatie, zoalsmet het Kennis- en Innovatieconvenant. Deze leden vragen de Ministerpreciezer aan te geven hoe Nederland gaat inzetten op innovatie. Hoe kijktde Minister bijvoorbeeld aan tegen het specifiek ondersteunen vanonderzoek en initiatieven die zich richten op het ontwikkelen vanalternatieve hoogwaardige producten en technieken op basis vangrondstoffen die juist de strategische afhankelijkheden en milieu-impactverminderen?Antwoord:Het kabinet zet onder het Nationaal Programma Circulaire Economie2023–2030 (NPCE)19 in op substitutie van primaire grondstoffen doorsecundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffen die zo19Kamerstuk 32 852, nr. 225 – Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31120 hoogwaardig mogelijk toegepast worden, of door andere, meer algemeenbeschikbare grondstoffen met een lagere milieudruk. In lijn daarmee issubstitutie van kritieke grondstoffen door meer algemeen beschikbaregrondstoffen met een lagere milieudruk ook een belangrijke oplossings-richting onder het handelingsperspectief «circulariteit en innovatie» vande Nationale Grondstoffenstrategie (NGS)20.Via de Kennis en Innovatie Agenda Circulaire Economie (KIA CE)21 wordeninnovaties (en onderzoeken) rond substituties mogelijk gemaakt. Sinds2019 is er in verschillende subsidieregelingen al ruimte om kritiekegrondstoffen te recyclen, dat is vanaf 2024 verder verbreed om ookandere circulaire strategieën mogelijk te maken, zoals de inzet op eenlangere levensduur of het ontwerpen met minder materialen. Ook zijnvanuit het Nationaal Groeifonds (NGF) middelen toegekend aan tweeinnovatieprogramma’s die meer circulariteit realiseren in zonnepanelenen batterijen. Verder heeft de Europese Commissie onlangs een nieuwemededeling gepubliceerd over geavanceerde materialen voor industrieelleiderschap.22 Het kabinet heeft met belangstelling kennis genomen vandit initiatief. Uw Kamer heeft op 5 april jl. het kabinetsstandpunt hieroverontvangen.23Vraag 62 en 63, CDAVerder vragen deze leden welke rol Nederland volgens de Minister kanspelen bij het aanjagen van duurzame innovatie en het verminderen vanmilieu-impact en strategische afhankelijkheden op het gebied van degrondstoffenwinning? Welke (economische) kansen ziet de Ministerdaarbij voor Nederland?Antwoord:Het kabinet is van mening dat Nederland een goede uitgangspositie heeftom een belangrijke rol te spelen bij het aanjagen van duurzameinnovaties, en daarmee de milieu-impact en strategische afhankelijkhedenop het gebied van grondstoffenwinning te verminderen. Dit was ook deinzet van voorgaande kabinetten. Zo staat Nederland internationaalbekend als een sterke speler als het gaat om innovatie. Dit komt door dekracht van onze publiek-private samenwerking en de uitstekende positievan Nederland in wetenschappelijk, toegepast en praktijkgerichtonderzoek.De overheid jaagt dat aan door via het huidige Nationaal ProgrammaCirculaire Economie (NPCE) en het daarmee samenhangende hande-lingsperspectief «circulariteit en innovatie» onder de Nationale Grondstof-fenstrategie (NGS), circulariteit, substitutie en het verminderen van hetgebruik van primaire (kritieke) grondstoffen te stimuleren. Onder anderedoor middel van secundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffendie zo hoogwaardig mogelijk toegepast worden of meer algemeenbeschikbare grondstoffen met een zo laag mogelijke milieudruk.Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 11 t/m 13 zet het kabinetvia het handelingsperspectief «circulariteit en innovatie» van de NGS inop het concurrerend maken van circulaire businessmodellen vanproductgroepen waar ook kritieke grondstoffen in verwerkt zijn endiensten die daaraan gekoppeld zijn. Via deze bedrijfsmodellen zetten20Kamerstuk 32 852, nr. 224 – Nationale Grondstoffenstrategie21KIA Circulaire Economie 2024–202722https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_24_112123Kamerstuk 22 112, nr. 3926 – Fiche: Mededeling geavanceerde materialenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31121 bedrijven in op het efficiënter produceren, de levensduurverlenging en dehoogwaardige recycling van producten en materialen waar kritiekegrondstoffen in zijn verwerkt. Door juist ook hier de koploperspositie diewe als Nederland hebben op circulaire economie verder uit te breiden enons ook hier specifiek op te richten, creëren we hier voor Nederlandgoede economische verdienkansen mee, naast het afbouwen vanstrategische afhankelijkheden en verlagen van de milieu-impact.Zo worden ondernemers via het Versnellingshuis Nederland Circulair!(een samenwerking van IenW, VNO-NCW, MVO Nederland en Het GroeneBrein) met advies en regelingen ondersteund om hun bedrijfsmodel vande grond te krijgen, ondersteunt het kennisplatform Circonnect (en denegen aangesloten regionale circo hubs) bedrijven om de benodigdeketenpartners bij elkaar te brengen en een circulair businessmodel op testellen, en worden de benodigde innovaties voor deze businessmodellenvia de Kennis en Innovatie Agenda Circulaire economie (KIA CE)gestimuleerd.Verder zet het kabinet via het uitvoeringsprogramma circulaire maakin-dustrie extra middelen in om de circulariteit van kritieke grondstoffen ineen aantal productgroepen te versnellen. Het gaat hier om zon-pv-systemen, windparken, klimaatinstallaties, machines, werktuigen,elektrische apparaten en elektronica, elektrolysers, batterijen en basisme-talen. Deze inzet loopt zoveel mogelijk via de KIA CE en Circonnect omschaal en professionaliteit te garanderen. Ook verkennen de Ministeriesvan EZK en IenW of het mogelijk is om de subsidies voor circulaireketenprojecten beter aan te laten sluiten op productgroepen waar kritiekegrondstoffen in zijn verwerkt.Daarnaast gaan de Ministeries van IenW en EZK aan de slag met publiekeen private partijen om gezamenlijke inkoop- en aanbestedingscriteria enprocedures op te stellen, om zo via circulariteit bij te dragen aan vermin-dering van de vraag naar en het gebruik van kritieke grondstoffen. Hierbijligt de focus op de productgroepen van het NPCE en strategischeprojecten die voortvloeien uit de Critical Raw Materials Act (CMRA).De Europese Commissie constateert ook dat recyclingcapaciteit,-systemen en -technologieën vaak ontoereikend zijn voor de specifiekekenmerken van kritieke grondstoffen. Scheidingsprocessen voor kritiekegrondstoffen zijn over het algemeen namelijk complexer en de terug-winbare hoeveelheden zijn kleiner dan voor de basismetalen. Daarnaastzijn producten veelal niet ontworpen om de verwijdering van of detoegang tot componenten, die veel kritieke grondstoffen bevatten, tevergemakkelijken. Denk bijvoorbeeld aan de permanente magneten diezeldzame aardmetalen bevatten. Daarmee kan de recycling en inzet vanhergebruikte kritieke grondstoffen momenteel economisch niet concur-reren met nieuw gewonnen kritieke grondstoffen. De Ecodesign richtlijnmoet daar verandering in aan brengen.Het pakket aan maatregelen dat op termijn verbetering moet brengen inproductontwerp en recycling van kritieke grondstoffen bevat ook een actiegericht op de richtlijn AEEA (afgedankte elektrische en elektronischeapparatuur). De richtlijn zal worden herzien om onder meer bepalingenmet betrekking tot informatievereisten en streefcijfers voor terugwinningvast te leggen voor apparatuur die rijk is aan kritieke grondstoffen. In hetnajaar van 2023 is uw Kamer geïnformeerd over de consultatieronde voordie herziening van de richtlijn en de Nederlandse reactie daarop.2424Kamerstuk 21 501-08, nr. 911 – Milieuraad | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31122 Vraag 64 en 65, CDADe leden van de CDA-fractie merken op dat de impact op mens, dier enmilieu een belangrijke voorwaarde is bij EU-partnerschappen met onderandere Argentinië, Chili en Congo. Deze leden vragen de Minister wat despecifieke EU-inzet in dit kader is op het gebied van het verbeteren vanarbeidsrechten en het verkleinen van de milieu-impact. Kan de Ministervoorbeelden noemen van projecten, landen en/of ketens waarbij dit alsuccesvol gebeurd is?Antwoord:De bevordering van transparante, duurzame en verantwoorde mijnbouw-praktijken is een van de vijf uitgangspunten binnen EU-partnerschappen.De memoranda van overeenstemming met onder andere Argentinië, Chilien de Democratische Republiek Congo (DRC) op het gebied van grond-stoffen moeten nog worden uitgewerkt en uitgevoerd; er zijn dus noggeen projecten afgerond binnen deze partnerschappen.Een voorbeeld van bredere betrokkenheid van de EU en lidstaten op hetgebied van het verbeteren van arbeids- en milieuomstandigheden inmineralenketens is het European Partnership for Responsible Minerals(EPRM) dat projecten financiert ter verbetering van arbeidsomstandig-heden in artisanale en kleinschalige mijnbouw. Een ander voorbeeld is hetTeam Europe Initiatief op het gebied van mineralen in de Grote MerenRegio/DRC. Onder dit initiatief steunt Nederland een project dat werkt aanhet verbeteren van veiligheid, mensenrechten en het mitigeren vannegatieve milieu impacts rond artisanale kleinschalige mijnen in hetoosten van de DRC. Mede dankzij dit project is er een nationale wetaangepast die artisanale mijnbouwers in staat stelt op een legale manierte werken en exporteren in afwachting van formele certificering.Vraag 66 en 67, CDADe leden van de CDA-fractie zijn voorstander van het aangaan vaninternationale partnerschappen op basis van gelijkwaardigheid enwederzijds voordeel. Deze leden steunen het feit dat het kabinet actief demogelijkheden verkent voor het sluiten van strategische partnerschappenop het gebied van kritieke grondstoffen. Wel vragen deze leden deMinister om toe te lichten wat de (sociale) voorwaarden zijn voor dezebilaterale grondstoffen partnerschappen en hoe deze tot stand komen.Worden bij het opstellen van deze voorwaarden bijvoorbeeld ook (lokale)vakbonden betrokken?Antwoord:Onderdeel van Nederlandse bilaterale samenwerking op het gebied vangrondstoffen is beter inzicht krijgen in de verschillende belangen,mogelijkheden en risico’s rondom de ontwikkeling en de verduurzamingvan de grondstoffensector. Hierbij worden waar relevant ook (lokale)maatschappelijke organisaties betrokken. Daarbij zij opgemerkt dat determ «partnerschap» breed toegepast wordt. Het gaat hier in eersteinstantie ook om intentieverklaringen (zoals Letters of Intent) voorsamenwerking op grondstoffen. Een voorbeeld is de samenwerkingtussen de Geologische Dienst van Vietnam en de Nederlandse ambassadeom verkennend onderzoek op te zetten, waarbij in de intentieverklaring isopgenomen om de relevante stakeholders in kaart te brengen.Wanneer we in een land een volgend stadium van bilaterale samen-werking bereiken, met meer concrete projecten, zal Nederland het belangTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31123 van betrokkenheid van lokale maatschappelijke organisaties (waaronder,waar relevant en mogelijk, vakbonden) bepleiten en dit zoveel mogelijkfaciliteren. Dit zal bijvoorbeeld vergelijkbaar zijn met het combi-trackproject in Zuid-Afrika over uitfasering van steenkool en overgang naarhernieuwbare energie. Daarbij is onder meer CNV nauw betrokken.Wanneer partijen bij de samenwerking gebruik maken van Nederlandsefinancieringsinstrumenten gelden de daarbij behorende IMVO-richtlijnen.Vraag 68, CDAVoorts vragen deze leden hoe zowel het Nederlandse bedrijfsleven als hetmaatschappelijk middenveld worden betrokken bij het afsluiten vanbilaterale strategische partnerschappen.Antwoord:Ten aanzien van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bijhet afsluiten van bilaterale partnerschappen verwijzen wij u naar hetvoorgaande antwoord op vraag 66–67.Deelname van het Nederlandse bedrijfsleven en kennisinstellingen in degrondstoffenwaardeketen van de beoogde partnerlanden is een van demogelijke aspecten van samenwerking. Dit kan bijvoorbeeld in de vormvan het leveren van Nederlandse goederen of diensten aan eenmijnbouwproject, of in de vorm van grotere strategische projecten metandere lokale en internationale partijen. In de voorbereiding worden derelevante Nederlandse partijen hiervoor geconsulteerd. Ook zal hierbijworden gekeken naar de mogelijke impact op de Nederlandse industrie inbrede zin.Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractieDe leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met interessekennisgenomen van de voortgangsrapportage nationale grondstoffenstra-tegie.Vraag 69, PvdDDe leden van de PvdD-fractie willen graag de aandacht vestigen op eenbelangrijk aspect dat volgens hen niet voldoende terugkomt in devoortgangsrapportage: besparing van grondstoffen. Er wordt welgenoemd dat een politiek akkoord is bereikt op de Critical Raw MaterialsAct (CRMA), maar bij de nadere toelichting wordt alleen gesproken overrecyclen. Ook in de rest van het rapport wordt vooral bericht oververminderen van vraag door recyclen, wat heel belangrijk is, maar debeste manier om de vraag naar grondstoffen te verminderen is minderproduceren.Is de Minister bereid in te zetten op deze vorm van vermindering vanvraag – bijvoorbeeld minder grondstoffen voor batterijen als we inzettenop deelauto’s in plaats van individuele elektrische auto’s?Antwoord:Het kabinet zet ook in op deze vorm van vermindering van de vraag naar(kritieke) grondstoffen. De vermindering van het grondstoffengebruikstaat bovenaan de set van circulaire strategieën om efficiënter om te gaanmet (kritieke) grondstoffen, de zogenaamde «R-ladder». Onderdeel vandeze strategie zijn maatregelen gericht op een verminderd gebruik van(primaire) grondstoffen door af te zien van producten, deze te delen of zeefficiënter te maken («narrow the loop»). Onder het Nationaal ProgrammaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31124 Circulaire Economie 2023–2030 (NPCE)25 wordt daarom ook specifiekaandacht gegeven aan productgroepen en maatregelen die leiden tot eenvermindering van de vraag naar en het gebruik van kritieke grondstoffen.Elektrische deelmobiliteit past bij stap 1 op de R-ladder (refuse & rethink).Deelauto’s en deelmobiliteit worden ook een steeds belangrijkerebouwsteen in de mobiliteitstransitie. Vanuit de rijksoverheid faciliteren wedeelmobiliteit zo goed mogelijk door het SamenwerkingsprogrammaDeelmobiliteit26. Centrale doelstelling van het samenwerkingsprogrammais standaardisatie, harmonisatie en kennisdeling. Het Samenwerkingspro-gramma Deelmobiliteit betreft een samenwerking van overheden metgemeenten, provincies, regionale samenwerkingsverbanden en deMinisteries van IenW en BZK. Daarnaast wordt goed samengewerkt metprivate partijen. Verder zien we dat elektrische deelauto’s kunnenbijdragen aan het toegankelijk maken van elektrisch rijden. Met delandelijke publiekscampagne «Delen maakt je wereld mooier» brengen wedaarnaast de voordelen van autodelen onder de aandacht van een brederpubliek.Vraag 70, PvdDEn als we het hebben over het stimuleren van recycling, welke regelingbinnen de aangeraden regelingen uit de Right to Repair denkt de Ministerte zullen aanwenden om dit te stimuleren (vouchers, verlaging btw opreparatie, communicatiecampagne of financiële middelen)?Antwoord:De richtlijn Right to Repair is alleen gericht op reparatie, dus op hetuitvoeren van acties om een defect product weer zo te herstellen dat hetvoor dezelfde toepassing gebruikt kan worden. Daarmee wordt dusingezet op levensduurverlenging, een van de vier circulaire strategieën.Recycling betekent het nuttig toepassen van afvalstoffen waardoor zijweer tot producten, materialen of stoffen worden bewerkt, voor hetoorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit is een andere circulairestrategie en maakt geen deel uit van de richtlijn Right to Repair. Tijdenshet Commissiedebat Circulaire Economie van 15 februari jl. (Kamerstuk32 813, nr. 1373) heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaataangegeven dat zij voor de zomer een brief zal delen met de Kamer overreparatie en wat hierop reeds wordt ondernomen. In deze brief zal zijtevens ingaan op mogelijke middelen die geschikt lijken om reparatieverder te stimuleren.Vraag 71, PvdDIn het kader van Right to Repair wordt de garantieperiode van productenna reparatie ook met een jaar verlengd en kunnen lidstaten een langdu-riger verlenging zelf regelen. Zal in Nederland gebruik worden gemaaktvan de mogelijkheid om de garantieperiode na reparatie nog meer teverlengen? Zo ja, hoe lang zal de garantieperiode dan worden? Zo nee,waarom niet?Antwoord:De verlenging van de garantieperiode met een jaar in het geval vanreparatie is toegesneden op lidstaten met een vaste wettelijke garantiepe-riode, die in de meeste lidstaten twee jaar betreft. De richtlijn heeft een25Kamerstuk 32 852, nr. 225 – Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–203026Kamerstuk 31 305, nr. 379 – Samenwerkingsprogramma DeelmobiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31125 aparte regeling voor lidstaten met een ander garantiestelsel, waaronderNederland, waar een product zo lang moet meegaan als je er redelij-kerwijs van mag verwachten. In dat geval heeft de consument vaak al eenlangere garantieperiode dan in de meeste andere lidstaten (ongeacht of erreparatie plaatsvindt). In Nederland zal naar verwachting de regelingdusdanig geïmplementeerd worden dat de wettelijke garantieperiode inhet geval van reparatie minimaal gelijk is aan die van lidstaten met eenvaste periode inclusief de verlenging. Maar in bepaalde gevallen zal deconsument dan nog een langere wettelijke garantieperiode hebben, opgrond van de redelijke verwachting zoals die in Nederland geldt.Vraag 72, PvdDDe leden van de PvdD-fractie lezen dat uitgebreid ingezet wordt opuitbreiding van handelsakkoorden, waaronder onderhandelingen met «deMercosur-landen». Hoe rijmt de Minister dit met de meerdere aange-nomen moties van deze leden om het Mercosur verdrag met daarin delandbouw opgenomen te blokkeren?Antwoord:Zoals aangegeven in de kabinetsreactie van 12 april 202327, zal het kabinetpas een positie bepalen ten aanzien van een mogelijk akkoord tussen deEuropese Unie en de Mercosur-landen op het moment dat alle daartoenoodzakelijke stukken door de Europese Commissie ter besluitvormingaan de Raad worden aangeboden. Ten behoeve hiervan zal door hetkabinet een integrale weging worden gemaakt van de voor- en nadelenvan een EU-Mercosur akkoord. Aangenomen moties, zoals de motie vanhet lid Ouwehand c.s.28 en de motie van de leden Ouwehand en Grinwisc.s.29, zullen worden meegenomen in die weging.Vraag 73, PvdDHoe gaat de Minister bijvoorbeeld in dit kader voldoen aan de aange-nomen motie om de Ontbossingsverordening niet te laten ondermijnendoor afspraken in het EU-Mercosur verdrag (Kamerstuk 21 501-32, nr.1582)?Antwoord:Conform de motie van het lid Teunissen c.s.30 heeft Nederland in deLandbouw- en Visserijraad van 20 november 2023 reeds benadrukt dattijdens de onderhandelingen over een EU-Mercosur akkoord deEU-ontbossingsverordening niet ondermijnd mag worden.31Vraag 74 en 75, PvdDDe leden van de Partij voor de Dieren lezen hier ook dat er op dit momentconsultaties plaatsvinden met landen in Latijns-Amerika en Afrika om demogelijkheid tot bilaterale strategische partnerschappen op kritiekegrondstoffen te verkennen. Deze leden vragen of het maatschappelijkmiddenveld in deze regio’s in dit stadium (verkenning) al betrokken is bijde consultaties of dat dit pas bij invulling van de partnerschappen zalgebeuren. Als dit nog niet gebeurt, gaat de Minister alsnog het27Kamerstuk 21 501-02, nr. 263628Kamerstuk 34 682, nr. 12529Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 6730Kamerstuk 21 501-32, nr. 158231Verslag Landbouw- en Visserijraad 20 november 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31126 maatschappelijk middenveld betrekken in deze fase, specifiek als het gaatom landen waar de regering onvoldoende democratische legitimiteitheeft?Antwoord:Onderdeel van Nederlandse bilaterale samenwerking op het gebied vangrondstoffen is beter inzicht krijgen in de verschillende belangen,mogelijkheden en risico’s rondom de ontwikkeling en de verduurzamingvan de grondstoffensector. Zoals ook is aangegeven in het antwoord opvraag 66–67 worden hier waar relevant ook (lokale) maatschappelijkeorganisaties betrokken. Daarbij zij opgemerkt dat de term «partnerschap»breed toegepast wordt. Het gaat hier in eerste instantie ook om intentie-verklaringen (zoals Letters of Intent) voor samenwerking op grondstoffen.Een voorbeeld is de samenwerking tussen de Geologische Dienst vanVietnam en de Nederlandse ambassade om verkennend onderzoek op tezetten, waarbij in de intentieverklaring is opgenomen om de relevantestakeholders in kaart te brengen.Wanneer we in een land een volgend stadium van bilaterale samen-werking bereiken, met meer concrete projecten, zal Nederland het belangvan betrokkenheid van lokale maatschappelijke organisaties bepleiten endit zoveel mogelijk faciliteren. Dit zal bijvoorbeeld vergelijkbaar zijn methet combi-track project in Zuid-Afrika over uitfasering van steenkool enovergang naar hernieuwbare energie.Vraag 76, PvdDHet standpunt van het kabinet over diepzeemijnbouw baart de leden vande PvdD-fractie ernstig zorgen. Terwijl steeds meer ecosystemen opinstorten staan, wil het kabinet inzetten op zogenaamde «duurzame»diepzeemijnbouw. Deze leden wijzen erop dat het plunderen van dediepzee per definitie niet «duurzaam» is. Uit recent onderzoek van hetNederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) blijkt dat deoceaanbodem veel meer biodiversiteit bevat en dat diepzeemijnbouw veelmeer leven kan verstoren dan eerder werd gedacht. Deze biodiversiteitmoet worden beschermd, in plaats van dat we het ernstig schaden voormijnbouw.Hoe reageert de Minister op het recente onderzoek van NIOZ?Antwoord:Het kabinet waardeert de recente bijdrage van het NIOZ aan de verderekennisontwikkeling over de effecten van diepzeemijnbouw op het marienemilieu en ecosystemen. Het nieuwe onderzoek bevestigt het standpuntvan het kabinet dat een strikte toepassing van het voorzorgsbeginselvereist is en dat er nog onvoldoende kennis is over de milieueffecten vandiepzeemijnbouw, zoals ook is aangegeven in het kabinetsstandpunt overdiepzeemijnbouw32 dat op 4 juli 2023 aan de Kamer is verzonden.Vraag 77, PvdDIs de Minister zich bewust van de onherstelbare schade die wordtaangericht aan de natuur door diepzeemijnbouw?32Kamerstuk 32 849, nr. 231 – Kabinetsstandpunt diepzeemijnbouwTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31127 Antwoord:Het kabinet is op de hoogte van de laatste wetenschappelijke kennis overde effecten van diepzeemijnbouw op het mariene milieu en ecosystemenen nieuwe ontwikkelingen daarin. Het kabinet zoekt hiertoe actief inbrengvan wetenschappelijke instituten, zoals het NIOZ en de TechnischeUniversiteit Delft. Voor het kabinet staat voorop dat diepzeemijnbouwalleen zou mogen plaatsvinden indien aantoonbaar strikt binnen dedraagkracht van het mariene ecosysteem.Vraag 78 en 79, PvdDVerder, is de Minister op de hoogte van de capaciteit van de zee om CO2op te slaan? En, is de Minister het ermee eens dat het afbreken vannatuurlijk voorkomende CO2-opslag, tegenstrijdig is met de wens van hetkabinet om CO2 op te slaan?Antwoord:Het kabinet is ervan op de hoogte dat oceanen grote hoeveelhedenwarmte en CO2 opnemen. Zoals aangegeven in het kabinetsstandpuntover diepzeemijnbouw zou eventuele exploitatie van de diepzeebodem deklimaat- en ecosysteemfuncties van de oceanen niet mogen verstoren.Vraag 80 en 81, PvdDIs de Minister het ermee eens dat de kabinetsbijdrage aan ecologischonderzoek de impact van diepzeemijnbouw niet vermindert? Met het oogop bestaand onderzoek dat al lang en breed aantoont wat de ecologischegevolgen van diepzeemijnbouw zijn, is de Minister bereid om zijnstandpunt over diepzeemijnbouw te wijzigen en zich klip en klaar uit tespreken tegen diepzeemijnbouw en voor dit standpunt actief steun tevergaren bij andere landen?Antwoord:Het kabinet is van mening dat de wetenschappelijke kennis over de impactvan diepzeemijnbouw op dit moment niet toereikend is. Nader onderzoekis nodig om de ecologische effecten van exploitatieactiviteiten op eenwetenschappelijke manier te kunnen vaststellen. Het kabinet vindt hetbelangrijk om bij te dragen aan de ontwikkeling van deze kennis. Dit istevens in lijn met de door de Kamer aangenomen motie Erkens/Bontenbal33.Het kabinetsstandpunt diepzeemijnbouw dat op 4 juli 2023 aan de Kameris verzonden is ongewijzigd.Vraag 82, PvdDWat is de reactie van de Minister op het rapport van het World Wide Fundfor Nature (WWF), The future is circular, waaruit blijkt dat diepzee-mijnbouw onnodig is voor de energietransitie en dat de vraag naarmineralen voor de overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbareenergiebronnen en batterijopslag met maar liefst 58 procent kan wordenverminderd door innovaties in hernieuwbare technologie en recycling?33Kamerstuk 32 852, nr. 253 – Motie van de leden Erkens en Bontenbal over conform hetactieplan verantwoorde diepzeemijnbouw de komende drie jaar inzetten op een aantal sporenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31128 Antwoord:Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 in de Beantwoordingvragen van de leden Teunissen en Vestering over «het feit dat diepzee-mijnbouw onnodig blijkt te zijn» van 21 april 202334 is het onderzoekuitgevoerd door onderzoeksorganisatie SINTEF35 voor het World WildlifeFund (WWF) bekend en deelt het kabinet de opvatting dat grondstoffen-efficiëntie en circulariteit essentiële onderdelen zijn van de aanpak vanleveringszekerheid van kritieke grondstoffen. In de Nationale Grondstof-fenstrategie (NGS)36 en het Nationaal Programma Circulaire Economie(NPCE) is aangeven dat het kabinet dergelijk onderzoek naar innovatie,substitutie en de omslag naar circulaire economie ziet als handelingsper-spectieven om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen tevergroten.In scenario’s ontwikkeld door het Internationaal Energie Agentschap (IEA)wordt aangegeven dat als gevolg van de energietransitie de vraag naarmineralen zeer sterk zal stijgen.37Zo stijgt in het IEA-scenario van eenenergietransitie die correspondeert met de klimaatdoelen van Parijs devraag naar kobalt met een factor 21 en de vraag naar lithium met eenfactor 42 ten opzichte van 2020. Op dit moment is Nederland voor deimport van dergelijke mineralen sterk afhankelijk van landen buiten deEuropese Unie, waaronder China.De SINTEF-onderzoekers schatten in dat in 2050 de meeste mineralenvoor de groene transitie door recycling te verkrijgen zijn. Voor dekomende twee decennia zal volgens het rapport echter meer (primaire)winning en raffinage van kritieke grondstoffen nodig zijn. Het kabinetdeelt de visie in het rapport dat – naast de inzet op innovatie, substitutieen circulariteit – deze winning en raffinage zo duurzaam mogelijk moetzijn, en dat gezocht moet worden naar vormen van mijnbouw en bronnenvan kritieke metalen en mineralen met een zo beperkt mogelijkevoetafdruk.Vraag 83 en 84, PvdDIs de Minister bereid om in de Nationale grondstoffenstrategie, in plaatsvan in te zetten op plundering van de diepzeebodem, zich actief uit tespreken en in te zetten voor energiebesparing, recycling en innovaties inhernieuwbare technologie? Is de Minister het met deze leden eens dat diteen voor de toekomst veel houdbaarder inzet is dan het nog meerplunderen van onontgonnen gebieden op aarde, waarmee de leefbaarheidvoor mens en dier verder wordt aangetast?Antwoord:Het kabinet deelt de opvatting dat energiebesparing, recycling eninnovaties in hernieuwbare technologie essentiële onderdelen zijn van deaanpak van leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. Energiebe-sparing is dan ook een richtinggevende hoofdkeuze in het Nationaal PlanEnergiesysteem (NPE)38. Op dit moment werkt het kabinet aan hetNationaal Programma Energiebesparing. In het kader daarvan zal de34Aanhangsel Handelingen II 2022/23, nr. 2348 – Antwoord op vragen van de leden Teunissen enVestering over het feit dat diepzeemijnbouw onnodig blijkt te zijn | Tweede Kamer derStaten-Generaal35Stiftelsen for industriell og teknisk forskning36Kamerstuk 32 852, nr. 224 – Nationale Grondstoffenstrategie37IEA (2021), The Role of Critical Minerals in Clean Energy Transitions, IEA, Paris – https://www.iea.org/reports/the-role-of-critical-minerals-in-clean-energy-transitions38Kamerstuk 32 813, nr. 1319 – Nationaal Plan EnergiesysteemTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31129 Minister van Klimaat en Energie uw Kamer voor de zomer informerenover het nationale doel en de sectorale streefwaarden voor energiebe-sparing, ter uitwerking van artikel 4 van de herziene Energie EfficiëntieRichtlijn (EED). Daarnaast wordt in de Nationale Grondstoffenstrategie(NGS) en het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) ingezetop innovatie, substitutie en de omslag naar een circulaire economie. Hoebeter we erin slagen om kritieke materialen te hergebruiken en substi-tueren, hoe minder we deze in de toekomst primair hoeven te winnen.Tegelijkertijd blijft op de kortere termijn meer primaire winning vankritieke grondstoffen nodig voor onder meer de energie- en digitaletransities en is Nederland op dit moment voor de import van dezegrondstoffen nog sterk afhankelijk van landen buiten de EU, waaronderChina. Om die reden zet het kabinet in de NGS ook in op duurzamewinning en raffinage binnen Europa, diversificatie en de verduurzamingvan internationale ketens. Het kabinet zal in dit licht tevens de mogelijk-heden en beperkingen van diepzeemijnbouw voor Nederland verder inkaart brengen, zoals ook aangegeven in het kabinetsstandpunt overdiepzeemijnbouw en in lijn met de door de Kamer aangenomen motieErkens/Bontenbal.Vraag 85, PvdDDe leden van de PvdD-fractie lezen dat het PBL de milieueffecten inkritieke grondstoffenketens in kaart brengt. Kan de Minister aangevenwelke methode het PBL zal toepassen om de milieu-impact in kaart tebrengen? Welke drukfactoren op het milieu worden hierin meegenomen?Betreft dit bijvoorbeeld ook ontbossing, vervuiling en aantasting vanwaterbronnen en andere vormen van vernietiging van ecosystemen?Antwoord:Het PBL heeft eerst een analyse uitgevoerd om te identificeren welkematerialen vanuit het perspectief van de energietransitie belangrijk zijn enwelke materialen hiervan de grootste milieuvoetafdruk hebben.39 Dit isgebaseerd op mijnbouwdata van de United States Geological Survey(USGS) en op verschillende scenariostudies, waarin de verwachte groeivan de vraag naar grondstoffen in kaart is gebracht (o.a. studies van hetInternationaal Energie Agentschap). Voor het kwantificeren van milieu-impact is er systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd dat zich richt opverschillende milieu assessments waaronder levenscyclusanalyses (LCA),van de productiefases van de verschillende metalen. Voor het kwalitatiefonderbouwen van de impactfactoren zijn eveneens recente wetenschap-pelijke onderzoeken (met name meta-studies en systematische reviews)geraadpleegd.Drukfactoren die zijn meegenomen in het PBL-rapport over de milieuef-fecten van kritieke grondstoffen zijn waterschaarste en watervervuiling,bodemerosie en -vervuiling, biodiversiteitsverlies (inclusief ontbossing)en klimaatverandering. Daarbij geeft het PBL-rapport inzicht in deverschillende verklaringsfactoren die deze impacts van mijnbouwveroorzaken, bijvoorbeeld de concentratie van het metaal in het erts, dekenmerken van de mijn (open-pit of juist ondergronds, in een bos- ofwoestijngebied), mijnbouwresiduen (tailings), milieuwetgeving enlandherstel eisen.39PBL onderzoek Environmental impacts of extraction and processing of raw materials for theenergy transitionTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31130 Vraag 86 en 87, PvdDDe leden van de PvdD-fractie zien dat het kabinet consistentie tussenwetgevende initiatieven over grondstoffen en internationaleIMVO-standaarden een speerpunt vindt. Deze leden constateren echter dathet recente akkoord over de Corporate Sustainability Due DiligenceDirective (CSDDD) ambitie mist op cruciale punten: de aanpak van deklimaatcrisis is beperkt, de wet geldt beperkt voor de financiële sector enslachtoffers van misstanden door bedrijven hebben beperkte mogelijk-heden om recht te halen.Kan het kabinet zich herinneren dat het heeft beloofd met een nationaleIMVO-wet te komen? Wat is de stand van zaken omtrent het advies van deRaad van State over het gewijzigde initiatiefwetsvoorstel over dezenationale IMVO-wet? Kan het kabinet zich ook herinneren dat het eerderheeft aangegeven dat een nationale IMVO-wet ambitieuzer kan zijn daneen Europese40? Zo ja, houdt het kabinet ruimte in de grondstoffenstra-tegie om de strategie aan te passen aan ambitieuzere nationaleIMVO-doelen?Antwoord:Op 14 december jl. hebben de Raad, het Europees Parlement en deEuropese Commissie een voorlopig politiek akkoord bereikt in de triloogover een Europese richtlijn voor gepaste zorgvuldigheid, de CorporateSustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Finale stemming over derichtlijn moet nog plaatsvinden in het Europees Parlement en in de Raad.Indien de richtlijn wordt aangenomen en gepubliceerd in het EU Publica-tieblad start de gebruikelijke wetgevingsprocedure om de richtlijn om tezetten in nationale wetgeving. Het traject omtrent het initiatiefvoorstel isaan de initiatiefnemers en uw Kamer. Indien het initiatiefvoorstel voorplenaire behandeling wordt geagendeerd, zal het kabinet een reactiegeven op het voorstel.Vraag 88, PvdDDe leden van de PvdD-fractie lezen dat het terugtrekken van bedrijven pasplaatsvindt als risico’s «onbeheersbaar» blijken te zijn. Bij de overwegingtot terugtrekking wordt onder andere meegenomen hoe cruciaal dezakenrelatie is voor het bedrijf. Die aanpak moet zorgen voor minimalehandelsverstoring. Hoe wordt rekening gehouden met de lokale impact opzowel mens als milieu wanneer een bedrijf zich terugtrekt? Is dan eentransitieplan voor de locatie, de mensen en het milieu vereist?Antwoord:In lijn met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen overmaatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) wordt van bedrijvenverwacht dat wanneer zij, als laatste toevlucht, een zakelijke relatiestopzetten, zij dit op een verantwoorde manier doen. Daarbij dienen zijmogelijke negatieve sociale, milieu en economische gevolgen van diestopzetting mede in overweging te nemen, waar mogelijk te streven naarzinvol overleg met relevante belanghebbenden en passende maatregelente nemen om negatieve gevolgen naar aanleiding van hun terugtrekkingte voorkomen of te beperken.40Kamerstuk 26 485, nr. 381Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31131 Vraag 89 t/m 91, PvdDDe leden van de PvdD-fractie lezen dat de exportkredietverzekering (ekv)volgens deze voortgangsrapportage mogelijk interessant kan zijn voor hetafdekken van betalingsrisico’s gepaard gaande met de export, import eninvesteringen in het kader van grondstoffen en halffabricaten. Deze ledenzien ekv’s echter als instrument totaal niet bruikbaar om gelijkwaardigepartnerschappen te bevorderen, onder meer omdat lokale waardetoe-voeging niet meegenomen wordt binnen het ekv-instrumentarium.Is de Minister van plan ekv’s als financieringsinstrument significant tehervormen om deze te laten aansluiten bij de doelstellingen van hetontwikkelingsbeleid in de EU en Nederland en duurzaam bij te dragen aangelijkwaardige partnerschappen met lokale waardetoevoeging? Gaat deMinister zich tevens houden aan publieke transparantie-normen enconsistente rapportagediscipline ten opzichte van publieke belangheb-benden, zodat controle mogelijk is? Gezien de vele overtredingen van heteigen beleid door ekv’s uit te geven die niet in lijn zijn met klimaatneutra-liteit in 2050 of niet toetsen op milieu of dierenwelzijnscriteria (ziehiervoor ook de recente schriftelijke vragen van deze leden over ekv’s inde veehouderij), waarom denkt de Minister dat het hier wel lukt om ekv’sduurzaam en effectief in te zetten?Antwoord:Het kabinet ziet de exportkredietverzekering (ekv) primair als eeninstrument voor handelsbevordering, gericht op het ondersteunen vanNederlandse bedrijven bij de export naar buitenlandse markten. Daarbijmerkt het kabinet op dat de ekv ook kan bijdragen aan ontwikkelingsdoel-stellingen op basis van gelijkwaardige relaties tussen landen met lokalewaarde-toevoeging, zoals via het meeverzekeren van lokale kosten vaneen project.Door het stellen van duidelijke randvoorwaarden op het gebied vanmaatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) streeft het kabinet naareen balans waarbij de bevordering van handel niet ten koste gaat vanduurzame ontwikkeling. Voor de ekv is daarbij een door OESO-landenonderschreven mvo-kader van toepassing zodat er sprake is van eeninternationaal gelijk speelveld. Het kabinet gaat niet mee in de stelling datdit beleid wordt overtreden, ook niet ten aanzien van transparantie ofmilieu en dierenwelzijnscriteria. Uit de mvo-beleidsevaluatie die indecember 2021 met uw Kamer is gedeeld41 blijkt dat het mvo-beleid voorde ekv effectief is en in lijn met internationale standaarden.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de voortgangsrapportage Nationale Grondstoffenstrategie. Dezeleden hebben daarover nog enkele vragen.Vraag 92, SGPDe leden van de SGP-fractie lezen dat er een Speciaal Vertegenwoordigerzal worden geworven. Wat is de stand van zaken van het wervingsproces?En wanneer zal de Speciaal Vertegenwoordiger naar verwachting aan deslag gaan?41Kamerstuk 2021D49527, 13 december 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31132 Antwoord:Op 27 maart 2024 is in de Staatscourant bekend gemaakt dat dhr. AllardCastelein (onder meer voormalig CEO van het Havenbedrijf Rotterdam) totSpeciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie is benoemd.42 Hij is op1 maart 2024 van start gegaan.Vraag 93, SGPDe leden van de SGP-fractie constateren dat gewerkt wordt aan deimplementatie van de Critical Raw Materials Act. Kan de Ministeraangeven hoe zij deze implementatie in Nederland ter hand wil nemen?Welke voorbereidende werkzaamheden worden daarvoor verricht cq. zijndaarvoor nodig?Antwoord:Het kabinet is reeds begonnen met de implementatie van de Critical RawMaterials Act (CRMA) in Nederland door te controleren aan welke delenvan de CRMA Nederland reeds voldoet, waar wetsaanpassingen nodigzijn om hieraan te voldoen en waar nodig het proces te starten om dewetsaanpassing door te voeren, zoals ook aangegeven in het antwoord opvraag 22. Ook wordt begonnen met het organiseren van informatiesessiesvoor het bedrijfsleven om hen zo goed mogelijk te informeren over deCRMA. Het streven is om in mei 2024 een eerste CRMA-informatiesessiete organiseren.Daarnaast kunnen Nederlandse bedrijven zich aanmelden voor strate-gische projecten onder de CRMA, zoals ook aangegeven in het antwoordop de vragen 7 t/m 10. De deadline voor de eerste ronde is over enkelemaanden. Wanneer er sprake is van een strategisch project waarNederlandse partijen bij betrokken zijn, zal de Speciaal VertegenwoordigerGrondstoffen zich inzetten voor het laten slagen van dit strategischeproject.Het aanmoedigen van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen omzich aan te melden voor strategische projecten zal op verschillendemanieren worden gedaan. Onder andere via het organiseren van diverseinformatiesessies en webinars gericht op verschillende soorten stake-holders. Bij deze bijeenkomsten zal worden ingegaan op de werking vande CRMA en de criteria waar bedrijven aan moeten voldoen als zij vooreen strategisch project in aanmerking willen komen.Vraag 94, SGPDe leden van de SGP-fractie zien dat bij strategische afhankelijkhedenverwezen wordt naar de non-paper on the external dimensions of theCritical Raw Materials Act. Daarin valt te lezen dat Nederland de suggestiedoet een subgroep in het leven te roepen die zich specifiek richt opduurzaamheid («environmental and social issues») en de CRMA-boardvoorziet van advies. Het compromisvoorstel (november 2023) noemtverschillende subgroepen, onder andere op circulariteit, maar geensubgroep op environmental & social issues in het algemeen.Is de conclusie juist dat de aanbeveling van het kabinet niet is overge-nomen? Zo ja, waarom niet? In hoeverre ziet het kabinet ruimte om alsnog42Staatscourant 2024, 10207 – Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat vanvrijdag 15 maart 2024, kenmerk DGBI-TOP / 44372531, houdende benoeming en vergoedingSpeciaal Vertegenwoordiger GrondstoffenstrategieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31133 een dergelijke subgroep in te richten die de Commissie adviseert opduurzaamheidsaspecten van partnerschappen?Antwoord:De aanbeveling van het kabinet heeft vooralsnog inderdaad niet geleid toteen permanente subgroep onder de CRMA-Board. Echter, de CRMA-Boardkan te allen tijde naar eigen inzicht besluiten om een permanente oftijdelijke subgroep op te richten. Bovendien zal Nederland in samenspraakmet andere lidstaten de duurzaamheidsaspecten van partnerschappenzoveel mogelijk borgen in de volgende trajecten, namelijk bij de Europeseafstemming over het onderhandelingsmandaat van de Commissie voor deontwikkeling van partnerschappen en de uitwerking van deze partner-schappen in roadmaps. Via deze weg ziet het kabinet toe op naleving vanduurzaamheidsaspecten. Uitgangspunten daarbij zijn gelijkwaardigheid,lokale waardetoevoeging in partnerlanden en naleving van relevanteOESO-standaarden/gidsen, ILO-normen en internationale klimaat enbiodiversiteitsafspraken.Daarnaast is aandacht voor duurzaamheid op verschillende anderemanieren geborgd binnen de CRMA, bijvoorbeeld in de eisen die wordengesteld aan strategische projecten op het gebied van het voorkomen enmitigeren van milieu en sociale impact.Voor een verder antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar hetantwoord op vraag 100: «Hoe (lokale) stakeholders worden gehoord enbetrokken in de totstandkoming en monitoring van strategische partner-schappen tussen landen.».Vraag 95, SGPDe leden van de SGP-fractie brengen in herinnering dat Nederland detotstandkoming van een Critical Raw Materials Club heeft aangemoedigd,waarmee derde landen worden uitgenodigd om een wederkerig eninclusief partnerschap aan te gaan met de EU en haar lidstaten. Wat is destatus van deze Club? Welke landen hebben zich inmiddels aangesloten?Antwoord:Op 5 april jl. hebben de EU en de VS de lancering van het Mineral SecurityPartnership Forum aangekondigd, een nieuwe pilaar binnen het reedsbestaande Mineral Security Partnership (MSP). De doelstellingen van deCritical Raw Materials Club worden onder dit MSP Forum ondergebracht.Er is voor gekozen de initiatieven samen te voegen om overlap tevoorkomen. Het Forum zal twee werkstromen hebben: 1. een projectgroepm.b.t. het ondersteunen en versnellen van kritieke-grondstoffenprojectenen 2. een beleidsdialoog over o.a. duurzame productie, lokale capaciteiten regelgevende samenwerking. Momenteel zijn de leden: MSP partners(de EU, de VS, Australië, Canada, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland,India, Italië, Japan, Noorwegen, Zuid-Korea, Zweden, het VK), plusKazachstan, Namibië, Oekraïne en Oezbekistan. Nederland is via de EUaangesloten bij het Forum.Vraag 96, SGPDe leden van de SGP-fractie lezen dat Nederland zich strategischer op wilstellen ten aanzien van normalisatie en standaardisatie-activiteiten. Hoewordt hieraan invulling gegeven? Kan de Minister inzicht geven in dehoofdlijnen van de Nederlandse inbreng op dit punt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31134 Antwoord:Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft vorig jaar aan deStichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) de opdrachtgegeven om een normcommissie kritieke grondstoffen op te richten. Dezenormcommissie is eind maart van start gegaan en hieraan nemen metname technische experts vanuit het bedrijfsleven en kennisinstellingendeel.Met het oprichten van een nationale normcommissie kritieke grondstoffenkan Nederland bijdragen aan, en invloed uitoefenen op, Europese (ComitéEuropéen de Normalisation; CEN) en mondiale (International Standardi-zation Organization; ISO) normontwikkelingen. De normcommissie is eencentrale plek waar relevante nationale belangen en expertises samen-komen en waar gezamenlijk de strategische lijnen voor normalisatierondom kritieke grondstoffen bepaald worden en daaruit voortkomendeactiviteiten worden afgestemd.Als eerste zullen de Nederlandse prioriteiten worden gedefinieerd envastgelegd. De prioriteiten worden vertaald naar een overzicht van welkeCEN/ISO commissies, werkgroepen en normontwikkelingen Nederland in2024 actief volgt. Hierbij kan het gaan om normen over test- en analyse-methoden, recycling, traceerbaarheid en duurzaamheid die op Europeesen mondiaal niveau worden gemaakt. Daarnaast kunnen Nederlandsebelanghebbenden hun kennis internationaal inbrengen via de normcom-missie en bestaat de mogelijkheid dat Nederland voorstellen voor nieuwenormen inbrengt bij CEN of ISO.Vraag 97, SGPDe leden van de SGP-fractie constateren dat de behoefte aan schaarsegrondstoffen wat betreft de energievoorziening sterk afhankelijk is van degekozen energiebronnen en opslagsystemen. Zo zijn volgens de Interna-tional Energy Agency (IAE) voor wind op zee per megawatt drie keer meerschaarse mineralen nodig dan voor kerncentrales.Deze leden horen graag of en in hoeverre het kabinet de afhankelijkheidvan schaarse grondstoffen meeweegt bij beleidskeuzes ten aanzien van deenergievoorziening en het energiesysteem. In het Nationaal PlanEnergiesysteem heeft het kabinet aangegeven dat het verkent hoe degrondstoffenvoetafdruk beter meegewogen kan worden in de keuzes voorhet energiesysteem. Deze leden horen graag hoe hier uitvoering aange-geven wordt.Antwoord:Het kabinet heeft in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)43 inderdaadaangekondigd om te verkennen hoe de grondstoffenvraag voor energie-technologieën en bijbehorende leveringszekerheidsrisico’s en duurzaam-heidsimpact kunnen worden meegewogen in het nadere ontwerp van hetenergiesysteem. Zie ook de antwoorden op de vragen 4, 5 en 6 en vragen83 en 84. Hoe hier uitvoering aan gegeven wordt zal worden meege-nomen in de beleids- en uitvoeringsagenda voor het energiesysteem,welke later dit jaar met de Tweede Kamer wordt gedeeld. Het meewegenvan de grondstoffenvraag bij het maken van keuzes voor het energie-systeem vergt allereerst goed inzicht in de verschillende typen risico’s enimpacts van het grondstoffengebruik voor de energietransitie. Daartoezullen de resultaten van de verschillende onderzoeken van TNO, het CBS43Kamerstuk 32 813, nr. 1319 – Nationaal Plan EnergiesysteemTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31135 en PBL worden meegenomen. Enkele hiervan zijn reeds opgeleverd, vanandere onderzoeken worden de resultaten binnenkort verwacht.Vraag 98, SGPDe leden van de SGP-fractie lezen wat betreft het onderdeel circulariteit eninnovatie vooral over de vermindering van de vraag naar grondstoffendoor meer terugwinning en hergebruik. Deze leden constateren dat ookvermindering van de vraag mogelijk is door omschakeling naar al dan nietinnovatieve technieken die minder of geen schaarse grondstoffen nodighebben. Op welke wijze wordt hierop ingezet?Antwoord:Het kabinet zet hier op in onder het Nationaal Programma CirculaireEconomie 2023–2030 (NPCE)44 door middel van substitutie van primairegrondstoffen door secundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffendie zo hoogwaardig mogelijk toegepast worden, of door andere, meeralgemeen beschikbare grondstoffen met een lagere milieudruk, testimuleren (zie ook het antwoord op vraag 61). Hiermee in lijn wordtonder het handelingsperspectief «circulariteit en innovatie» van deNationale Grondstoffenstrategie (NGS)45 specifiek ingezet op substitutievan kritieke grondstoffen door meer algemeen beschikbare grondstoffenmet een lagere milieudruk.Via de Kennis en Innovatie Agenda Circulaire Economie (KIA CE)46 wordeninnovaties (en onderzoeken) rond substituties mogelijk gemaakt. Sinds2019 is er in verschillende subsidieregelingen al ruimte om kritiekegrondstoffen te recyclen, dat is vanaf 2024 verder verbreed om ookandere circulaire strategieën mogelijk te maken, zoals de inzet op eenlangere levensduur of het ontwerpen met minder materialen.Vraag 99, SGPDe leden van de SGP-fractie vinden het van strategisch belang om tevoorkomen dat schaarse grondstoffen ons land uitgaan, via directe exportdan wel via afvalstromen. De regels voor vrij verkeer van grondstoffen enproducten op de interne markt belemmeren echter nationale maatregelen.Welke mogelijkheden ziet het kabinet om export van schaarse grond-stoffen zoveel mogelijk te voorkomen?Antwoord:Schaarse grondstoffen zijn onderdeel van de verzameling kritiekegrondstoffen waarop al geruime tijd beleid wordt gevoerd.47 Zoalsaangegeven in de kabinetsreactie d.d. 2 oktober 202348, constateert hetkabinet dat voor het tegengaan van verlies van kritieke grondstoffen inafgedankte producten een Europese inzet is vastgesteld die op hoofdlijnende steun van Nederland geniet, waarbij ook de maximaal realistische enhaalbare inzet wordt gepleegd op het gebied van export. Wel pleitNederland voor een sterkere inzet op circulariteitstrategieën in diverseEuropese wetgevingstrajecten. Dit wordt in recente Europese wetsvoor-44Kamerstuk 32 852, nr. 225 – Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–203045Kamerstuk 32 852, nr. 224 – Nationale Grondstoffenstrategie46KIA Circulaire Economie 2024–202747COM(2020) 474 – Critical Raw Materials Resilience: Charting a Path towards greater Securityand Sustainability48Kamerstuk 32 852, nr. 231 – Kamerbrief «Diverse onderwerpen op het gebied van de circulaireeconomie»Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31136 stellen ook steeds beter gereflecteerd, maar blijvende inzet hierop zal dekomende jaren nodig zijn.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de voortgang van de Nationale Grondstoffenstrategie enhebben daarover enkele vragen.Vraag 100 t/m 103, ChristenUnieDe leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat strategischepartnerschappen een pijler zijn onder de CRMA en de Nationale Grond-stoffenstrategie. Deze leden vragen hoe (lokale) stakeholders wordengehoord en betrokken in de totstandkoming en monitoring van strate-gische partnerschappen tussen landen. Op welke manier wordt infor-matie, zoals rapporten, overeenkomsten, impact assessment, et ceteragedeeld met (lokale) maatschappelijke organisaties, gemeenschappen enandere belanghebbenden? Is Nederland bereid zich in te zetten voortransparantie en inclusiviteit van de partnerschappen?Antwoord:Nederland zet zich ten aanzien van de Europese grondstoffenpartner-schappen in voor transparantie en betrokkenheid van relevante stake-holders, in het bijzonder voor vrouwen en lokale gemeenschappen. Zoheeft Nederland in zijn non-paper over de externe dimensies van deCritical Raw Materials Act (CRMA)49 de Europese Commissie opgeroepenom multi-stakeholderbetrokkenheid te faciliteren bij het opstellen vanMoUs en Roadmaps met partnerlanden. Daarnaast benadrukt Nederlandhet belang van milieu en sociale effectrapportages rondom toekomstigestrategische projecten in derde landen. Binnen de Europese afstemmingover onderhandelingsmandaten voor nieuwe grondstoffenpartner-schappen herhaalt Nederland deze inzet, en dringt hier waar mogelijk ookvia ons postennet bij de Europese delegaties op aan.Hierbij geldt dat de Europese grondstoffen-MoUs niet-bindende afsprakenomvatten en dat er geen standaard proces of verplichting voor deEuropese Commissie, de partnerlanden of de Europese lidstaten ligt voorhet proces van het betrekken van stakeholders of het openbaar maken vaninformatie. Dit verschilt dan ook enigszins per partnerland, en is medeafhankelijk van de invulling die het partnerland hieraan wil geven. In deMoU’s maakt de Commissie in principe afspraken met het partnerlandover het betrekken van stakeholders in de uitvoering en monitoring vande Roadmap met als inzet deze inclusief en transparant te doen zijn. Zo isin het MoU met Rwanda opgenomen dat lokale gemeenschappen enmaatschappelijke organisaties betrokken worden bij de monitoring.In landen waar de EU een partnerschap afsluit kunnen ambassades ookverkennen wat de ruimte is voor betrokkenheid van het maatschappelijkmiddenveld en andere stakeholders, en de Europese delegatie hieropwijzen. Hierbij ligt de nadruk op het uitwerken van de roadmaps en deprojecten die daar in de toekomst uit voort zullen komen.Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 66–67 maakt het krijgen vanbeter inzicht in de verschillende belangen, mogelijkheden en risico’srondom de ontwikkeling en de verduurzaming van de grondstoffensectoronderdeel uit van Nederlandse bilaterale samenwerking op het gebied49Kamerstuk 22 312, nr. 3690 – Non-paper externe dimensies Critical Raw Materials ActTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31137 van grondstoffen en worden hierbij waar relevant ook (lokale) maatschap-pelijke organisaties betrokken. Daarbij zij opgemerkt dat de term«partnerschap» breed toegepast wordt. Het gaat hier in eerste instantieook om intentieverklaringen (zoals Letters of Intent) voor samenwerkingop grondstoffen. Een voorbeeld is de samenwerking tussen de Geolo-gische Dienst van Vietnam en de Nederlandse ambassade om verkennendonderzoek op te zetten, waarbij in de intentieverklaring is opgenomen omde relevante stakeholders in kaart te brengen.Wanneer we in een land een volgend stadium van bilaterale samen-werking bereiken, met meer concrete projecten, zal Nederland het belangvan betrokkenheid van lokale maatschappelijke organisaties (waaronder,waar relevant en mogelijk, vakbonden) bepleiten en dit zoveel mogelijkfaciliteren. Dit zal bijvoorbeeld vergelijkbaar zijn met het combi-trackproject in Zuid-Afrika over uitfasering van steenkool en overgang naarhernieuwbare energie. Daarbij is onder meer CNV nauw betrokken.Wanneer partijen bij de samenwerking gebruik maken van Nederlandsefinancieringsinstrumenten gelden de daarbij behorende IMVO-richtlijnen.Verder is de inzet van het kabinet op versterking van het maatschappelijkmiddenveld in den brede relevant. Via het Power of Voices programmaworden op dit moment drie consortia gefinancierd die zich (mede) richtenop de mijnbouwsector. Ook het vakbondsmedefinancieringsprogrammasteunt vakbonden in de mijnbouwsector. Beide programma’s vallen onderde begroting van BHOS. Ten slotte voert de overheid doorlopend dialoogmet vertegenwoordigers van het (internationale) maatschappelijkmiddenveld in Nederland, ook bijvoorbeeld tijdens deelname aaninternationale conferenties.Vraag 103 t/m 106, ChristenUnieDe leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat Nederland toegang totbeleids- en besluitvorming vanuit lokale gemeenschappen, vakbonden en(zuidelijke) maatschappelijke organisaties bevordert om beter geïnfor-meerde keuzes te kunnen maken die bovendien op draagvlak kunnenrekenen. Deze leden lezen dat bijvoorbeeld via ambassades consultatiesworden georganiseerd met relevante lokale partijen.Op basis van welke criteria worden deze relevante lokale partijengeselecteerd voor consultaties? Kan de Minister aangeven hoe ditconcreet handen en voeten wordt gegeven? Hoe borgt de Minister deconsistentie en de kwaliteit van deze consultaties? Hoe worden (lokale)maatschappelijke organisaties geïnformeerd over de consultaties, in hetbijzonder vrouwen, jongeren, inheemse en andere gemarginaliseerdegroepen?Antwoord:Zie ook het antwoord op vraag 100–102. Er gelden geen specifieke criteriavoor het selecteren van lokale partijen. Ook moet er van geval tot gevalbekeken worden in welke vorm betrokkenheid en consultatie mogelijk is,of op welke manier Nederland kan bijdragen aan inclusieve besluit-vorming. Zoals aangegeven in de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS)is er speciale aandacht voor organisaties die vrouwenrechten binnen desector centraal stellen en organisaties die lokale gemeenschappen inmijnbouwgebieden vertegenwoordigen.Vraag 107, ChristenUnieDe leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Minister stelt dat debasis is gelegd voor een Nationaal Observatorium waarin cruciale kenniswordt opgebouwd over voor Nederland kritieke grondstoffenketens, TNOTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31138 werkt hiervoor de inhoudelijke reikwijdte uit en een kwartiermaker zal debestuursstructuur verder uitwerken. Deze leden vragen de Minister wat deformele rol van het maatschappelijk middenveld – dat veel kennis heeftover de grondstoffenketens en lokale impacts in grondstofrijke landen – isin dit Nationaal Observatorium.Antwoord:Zoals in de Voortgangsbrief Nationale Grondstoffenstrategie van22 december jl. is vermeld, zal door middel van gesprekken met relevantepartners binnen de overheid, het bedrijfsleven, maatschappelijkeorganisaties en kennisinstellingen tot een advies worden gekomen overeen publiek-private inrichting van het Observatorium. Daarbij zal ook derol voor het maatschappelijk middenveld in kaart worden gebracht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 852, nr. 31139

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 08805970b3b47b5f

14 okt 2026 · d58039c044626b98

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.