Armoede-intensiteit, niet-gebruik en energiearmoede
Brontekst
Versie b778b12352ceccc7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluiting29 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 796 BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VANSOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 april 2025In Nederland leven 540.000 mensen in armoede, onder wie 115.000kinderen1. Daarnaast leven 1,2 miljoen mensen net boven de armoede-grens, voor wie een kleine tegenslag zoals een kapotte wasmachine alsnel tot financiële problemen kan leiden. Een derde van de mensen leeftmet geldzorgen. Geldzorgen treft iedereen en kan ook met mensen metvoldoende inkomen kunnen door onverwachte levensgebeurtenissen inde problemen raken. Leven met geldzorgen raakt alle aspecten van hetleven, zoals wonen, gezondheid, sociale relaties, werk en onderwijs. Zovraagt ook de aanpak van energiearmoede om aandacht. De energietran-sitie kan het risico op energiearmoede verkleinen, bijvoorbeeld doorenergiebesparing in woningen. Daar tegenover staat de verwachting datzowel het vaste als het variabele deel van de energierekening de komendejaren zal stijgen.Deze brief gaat in op een aantal specifieke verzoeken vanuit beide Kamersdie betrekking hebben op de armoedeproblematiek: in de eerste plaats hetverzoek van het lid Omtzigt tijdens de regeling van werkzaamheden van11 maart jl. om in te gaan op de aanpak van dit kabinet ten aanzien vanenergiearmoede, armoede-intensiteit en niet-gebruik (de onderwerpenvan de rapporten van TNO2 3 en CPB4 5). Ook gaat deze brief in op demotie Van Apeldoorn c.s. over beleidsvoorstellen om kinderarmoede teverminderen6. In het Nationaal Programma Armoede en Schulden die ikuw Kamer in juni zal toesturen staan de overige maatregelen die ik tref tenaanzien van (kinder)armoede.1Deze cijfers hebben betrekking op 2023.2Beleidsverkenning energiearmoede en de energietransitie | Rapport | Rijksoverheid.nl3Scenario’s energiearmoede 2025 bij stijgende energieprijzen4Onbenut recht: een onderzoek naar het niet-gebruik van de huur- en zorgtoeslag en hetkindgebonden budget5De armoede-intensiteit: een raming van de diepte van de armoede6Motie-Van Apeldoorn (SP) c.s. over beleidsvoorstellen om kinderarmoede te verminderen(36.600, P) – Eerste Kamer der Staten-Generaal kst-24515-796ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7961 Inzet armoedebestrijdingDe meest recente raming van het CPB laat zien dat het aantal personen enkinderen dat onder de gehanteerde armoedegrens leeft de komende jarenverder afneemt, mede als gevolg van de maatregelen van dit kabinet. HetCPB-rapport «De armoede-intensiteit: een raming van de diepte vanarmoede» laat echter ook zien dat de daling van de armoedecijfersgepaard gaat met een stijging van de armoede-intensiteit, ook wel dediepte van armoede genoemd.Het CPB meet de diepte van armoede als het procentuele verschil tussende armoedegrens en het besteedbaar inkomen. Bij een hogere armoede-intensiteit komen mensen meer tekort. Het CPB merkt op dat de stijgingvan de armoede-intensiteit samenhangt met de verandering van desamenstelling van de groep in armoede: het aantal mensen met een lagearmoede-intensiteit neemt steeds verder af, terwijl het aantal mensen meteen hoge intensiteit ongeveer gelijk blijft. Hierdoor stijgt de medianearmoede-intensiteit. Het CPB-onderzoek «Onbenut recht» toont aan datveel mensen die recht hebben op toeslagen of andere voorzieningen, hierbewust of onbewust geen gebruik van maken. Hierdoor lopen zijinkomensondersteuning mis, terwijl zij deze mogelijk hard nodig hebben.Uit de CPB-publicatie blijkt dat dit bijvoorbeeld gaat om recent gepensio-neerden met een onvolledige AOW, werkenden die relatief weinig uur perweek werken en zelfstandigen met een (te) laag uurtarief, dak- enthuislozen, asielzoekers of arbeidsmigranten.Het kabinet wil armoede voorkomen, verzachten en structurele armoedeoplossen. Het kabinet heeft een aantal koopkrachtmaatregelen getroffenom armoede te verminderen. Bijvoorbeeld de verhoging van hetkindgebonden budget en de huurtoeslag. Naast verhoging van dehuurtoeslag vereenvoudigt het kabinet de toeslag. Ook wordt geregeld datmensen met een huur boven de liberalisatiegrens recht krijgen op toeslag,waaronder mensen met een laag inkomen. Het kabinet komt dit jaar metaanvullende voorstellen om op korte termijn knelpunten in het toeslagen-stelsel te verhelpen.Zoals aangekondigd in het regeerprogramma werkt het kabinetmomenteel samen met een grote groep betrokken partijen aan eenNationaal Programma Armoede en Schulden. We streven ernaar om ditprogramma in juni aan uw Kamer aan te bieden.Onderdeel van de kabinetsaanpak is de inzet om de grote groep mensen,in het bijzonder werkenden, met geldzorgen en (beginnende) schuldeneerder te bereiken. De verschillende maatregelen die het kabinet hiervoorneemt worden toegelicht in het Nationaal Programma, maar zullen inieder geval inzetten op laagdrempelige financiële dienstverlening en hetproject «Preventie van Geldzorgen». Dit project versterkt de netwerkenrondom verschillende vindplaatsen zoals huisartsen, geboortezorg,apothekers, vrijwilligersorganisaties en jongerenwerkers op scholen.Daarnaast zet het kabinet sterk in op de vereenvoudiging van het stelsel,om onder meer niet gebruik tegen te gaan.Uit het CPB-rapport over de armoede-intensiteit blijkt dat werkendensteeds vaker en dieper in armoede zitten. Naast de eerdere genoemdemaatregelen helpt ook het arbeidsmarktbeleid om de armoedeproble-matiek onder werkenden tegen te gaan. Het richt zich bijvoorbeeld op hetcreëren van meer werkzekerheid door schijnzelfstandigheid aan te pakken.Hierover is de Tweede Kamer op 27 maart jongstleden geïnformeerd.Het kabinet onderkent dat het aanvragen van toeslagen moeilijk enspannend kan zijn voor mensen. Dienst Toeslagen heeft vier sporeningezet om mensen meer en beter te informeren over hun recht opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7962 toeslagen en te helpen bij het aanvragen van toeslagen. Deze vier sporenzijn: brede publieksbenadering (zoals pr-campagnes), doelgroepgerichteen themagerichte benaderingen (zoals het bereiken van mensen die depensioengerechtigde leeftijd bereiken), het benutten van bestaandecontactmomenten (bijvoorbeeld bij de Informatiepunten digitale Overheid(IDO’s) van bibliotheken en bij de toeslagservicepunten bij loketten vangemeenten), en het persoonlijk benaderen van individuen. Tevensontwikkelt Dienst Toeslagen een monitor om het niet-gebruik vantoeslagen meerjarig en consistent bij te houden.Ook de communicatiecampagne «laat geen geld liggen» wijst verschil-lende doelgroepen op regelingen die door hen onvoldoende benutworden. Zo willen we bijvoorbeeld in juli en augustus werkenden metlage en/of wisselende inkomens wijzen op het achteraf aanvragen vantoeslagen, in aanvulling op de communicatie vanuit Dienst Toeslagen.Daarnaast loopt er een campagne om werkende armen met geldzorgennaar hulp via Geldfit te leiden. Via Geldfit kunnen mensen zowel checkenof ze recht hebben op (inkomens)ondersteuning via de Potjescheck alshulp bij geldzorgen krijgen. In september richten deze campagne zich opwerkende armen met kinderen en in het najaar op werkende armenzonder kinderen.Ook is het kabinet bezig met het wetsvoorstel proactieve dienstverlening.Dit wetsvoorstel beoogt mogelijk te maken dat UWV, SVB en gemeentenproactieve dienstverlening kunnen inzetten. Dit betekent dat zij mogenonderzoeken wie mogelijk recht heeft op bepaalde uitkeringen envoorzieningen gericht op inkomensondersteuning, maar daarvan geengebruikmaakt. Voornoemde partijen mogen vervolgens contact opnemenmet deze mensen en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor eenuitkering of een voorziening willen doen.Inzet energiearmoedeEnergiearmoede verdient specifieke aandacht binnen het armoede-vraagstuk, omdat energiekosten verschillend neer kunnen slaan bijhuishoudens, en veel huishoudens om uiteenlopende redenen nietzelfstandig in staat zijn om mee te komen in de energietransitie.Onderzoek7 toont aan dat energie een grote en stijgende uitgavenpost isdie vooral hard aankomt bij huishoudens met lage inkomens. Bovendienis energiearmoede niet alleen een inkomensprobleem, ook de energe-tische kwaliteit van de woning speelt een rol. Zonder ondersteuning in deenergietransitie dreigt achterblijven extra kostbaar te worden, watbestaande verschillen vergroot.TNO heeft in korte tijd 2 rapporten uitgebracht. Een van deze rapporten8betreft het eerste van twee onderzoeken in het kader van de motiePostma, waarin gesteld wordt dat de energietransitie niet mag leiden toteen toename van energiearmoede (en liefst zelfs een afname)9. Meerinformatie over de inhoud van dit rapport en het proces rond de motiePostma treft u in de Kamerbrief van 10 maart 2025.10 .Het tweederapport11 betreft een inschatting van de mogelijke ontwikkeling vanenergiearmoede in 2025 op basis van drie scenario’s. Hierin schetst TNOde verwachting van de ontwikkeling van de gasprijs voor huishoudens, opbasis van de prijsontwikkeling op de wereldmarkt. Een beperkte stijgingvan de energieprijs resulteert naar schatting in 6,6% (553 duizend)energiearme huishoudens in Nederland. Een middenprijs resulteert in7Betaalbaarheid energierekening 20358Beleidsverkenning energiearmoede en de energietransitie | Rapport | Rijksoverheid.nl9Kamerstuk 32 813, nr. 132410Kamerstukken 29 023 en 36 600, nr. 55511Scenario’s energiearmoede 2025 bij stijgende energieprijzenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7963 7,1% (595 duizend) huishoudens met energiearmoede, en bij een hogeprijs zorgt dat voor 7,6% (636 duizend) huishoudens met energiearmoede.In lijn met het amendement-Kröger wordt een nationale doorvertaling vande definitie voor energiearmoede opgenomen in het Energiebesluit onderde Energiewet. Dit is de basis voor de monitoring van de ontwikkelingenrond energiearmoede om deze goed in beeld houden en beleid zo nodigop toe te spitsen.De Kamer heeft recent de resultaten van het eerste deel van het onderzoeknaar aanleiding van de motie-Postma ontvangen. De resultaten van hettweede deel volgen eind dit jaar. Het kabinet onderschrijft het belang vaneen betaalbare energietransitie; in het Regeerprogramma is dan ookaangegeven dat werk gemaakt moet worden van de betaalbaarheid vande energierekening en een rechtvaardige energietransitie, ook voorhuishoudens met een kleine portemonnee en de middeninkomens.In gezamenlijk verband (Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW),Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), en Klimaat en GroeneGroei (KGG)) werkt dit kabinet aan maatregelen die structureel bijdragenaan een betaalbare energierekening op de lange termijn. Ook werkt hetkabinet aan ondersteuning voor huishoudens in energiearmoede voor dekorte termijn. Hieronder staat een aantal acties omschreven die hetkabinet hiertoe neemt.Energiefonds en Social Climate Fund (SCF)Voor zowel 2025 als 2026 heeft het kabinet 60 miljoen gereserveerd voorondersteuning voor de energierekening. De laatste stand van zakenomtrent de opening van het energiefonds 2025 treft u in de Kamerbriefvan 4 april 202512. Nederland werkt aan de uitwerking van het nationaleSCF-plan, dat uiterlijk 30 juni bij de Europese Commissie wordt ingediend.Het plan bevat maatregelen om de effecten van ETS-213 te mitigeren voorgroepen die hier het hardst door worden getroffen, met namehuishoudens in energiearmoede, mensen in vervoersarmoede enmicro-ondernemers. De Kamer wordt zo snel mogelijk geïnformeerd zodraer een definitief besluit is genomen over de samenstelling van hetNederlandse plan.Gebouwde omgevingEnergiebesparing en verduurzaming van woningen blijft een belangrijkeroute om bij te dragen aan een betaalbare energierekening, ook voorbewoners met een kleine beurs. Met de voortgangsrapportage van hetProgramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving van 2024 isde Kamer geïnformeerd over de resultaten en ontwikkelingen14.Huishoudens worden ondersteund via het Nationaal Isolatieprogramma(NIP), het Warmtefonds, de regelingen voor de Stimulering van Aardgas-vrije Huur (SAH) en voor verenigingen van eigenaars is de Subsidiere-geling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars beschikbaar(SVVE). Meer in het bijzonder hebben gemeenten in drie tranches in 2022en 2023 in totaal € 550 miljoen ontvangen voor de aanpak van energiear-moede via de Specifieke Uitkering (SPUK) Aanpak Energiearmoede. De12Kamerstuk 29 023, nr. 56213ETS-2 is het emissiehandelsysteem vanuit de Europese Commissie, waarbij emissierechtengekocht moeten worden voor fossiel brandstofgebruik in de sectoren mobiliteit en gebouwdeomgeving. Het resultaat is dat de kosten voor eindgebruikers zullen stijgen.14Kamerstukken 32 847 en 32 813, nr. 1190Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7964 uitvoeringstermijn van deze SPUK is verlengd van 2025 naar tot en met2027 zodat gemeenten meer tijd hebben voor de uitvoering.Daarnaast ondersteunt het Ministerie van VRO verschillende initiatievendie bijdragen aan de aanpak van energiearmoede, zoals het netwerkpro-gramma van Milieu Centraal «Energiehulp vanuit vertrouwde kring voorhuurders in energiearmoede».ArbeidsmarktOm huishoudens in energiearmoede te ondersteunen hebben veelgemeenten de afgelopen twee jaar energiehulpen ingezet vanuit deSPUK-middelen van het Ministerie van VRO voor de Lokale AanpakEnergiearmoede. Door het hele land zijn energiehulporganisaties enenergiehulpen gestart. Energiehulpen treffen kleine tot middelgroteenergiebesparende maatregelen, verbeteren het wooncomfort enadviseren over energiebesparing. Hiermee dragen energiehulpen bij aande preventie van armoede en schulden. Energiehulpen verwijzenbewoners daarnaast wanneer zij eenmaal achter de voordeur zijngeregeld door naar andere instanties in het sociaal domein en hebbendaarmee bredere preventieve werking. Tevens levert het werken metenergiehulpen banen op. Wanneer ingezet wordt op energiehulpen uit dewijk, vindt er een win-winsituatie plaats waarbij het netwerk van de hulpwordt ingezet en de hulp een baan vindt. Inzet op een betaalbareenergietransitie blijft onverminderd belangrijk en de energiehulpenleveren hier een belangrijke bijdrage aan. Daarom zetten wij in op deduurzame inzetbaarheid van energiehulpen via het ontwikkelpadEnergiehulp. In het ontwikkelpad Energiehulp wordt inzichtelijk gemaakthoe mensen kunnen instromen als energiefixer of energiecoach, welkeontwikkelmogelijkheden er zijn en welke doorstroommogelijkheden erbestaan naar functies binnen de sectoren van de techniek, bouw enenergie. De functie energiehulp is daarmee een instapbaan voor mensenmet een ondersteuningsbehoefte. Diverse energiefixbedrijven hebben alervaring met, en interesse in, het begeleiden van mensen met een afstandtot de arbeidsmarkt. Inzet op een betaalbare energietransitie blijftonverminderd belangrijk en de energiehulpen leveren hier een belangrijkebijdrage aan. Daarom zetten wij in op de duurzame inzetbaarheid vanenergiehulpen via het ontwikkelpad Energiehulp.ConsumentenbeschermingHet kabinet wil te allen tijde voorkomen dat gezinnen worden afgeslotenvan energie of water. In 2023 is het afsluitbeleid van energielevering aan(klein)verbruikers structureel aangescherpt. Daarmee is de positie van deconsument structureel verbeterd, om te voorkomen dat mensenafgesloten worden van energie, of betalingsproblemen en schuldenoplopen.15 Hierdoor is afsluiting van energie alleen mogelijk nadat deenergieleverancier meerdere verplichte stappen heeft doorlopen. Meerinformatie over deze afsluitregeling treft u in de Kamerbrief van 8 maart2023.16Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de verbetering van het afsluitbeleidvoor kleinverbruikers van drinkwater. Hierin worden twee sporen gevolgd:het eerste spoor is het verbeteren van het sociaal incassoproces en het15wetten.nl – Regeling – Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas –BWBR003016416Kamerstukken 29 023 en 36 600, nr. 398Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7965 tweede spoor is het verbeteren van de afsluitregeling drinkwater. Meerinformatie hierover treft u in de Kamerbrief van 29 augustus 2024.17Motie Van Apeldoorn c.s. over voorstellen om kinderarmoede teverminderenDe Eerste Kamer heeft bij de Algemene Financiële Beschouwingen demotie-Van Apeldoorn aangenomen, die de regering verzoekt beleidsvoor-stellen uit te werken met als doel om nog gedurende deze kabinetsperiodede kinderarmoede verder, en significant onder het niveau van 2024, teverminderen, en de Kamer hierover vóór publicatie van de Voorjaarsnota2025 te informeren.Het dictum van deze motie is in nieuw licht komen te staan door de meestrecente armoederaming van het CPB. Op het moment dat deze motiewerd ingediend (november 2024), bevatte de Macro EconomischeVerkenning (MEV) uit september 2024 de meest recente armoederaming.Het CPB verwachtte toen dat kinderarmoede gedurende deze kabinetspe-riode gelijk zou blijven, en in 2028 zou uitkomen op het niveau van 2024(namelijk 4,7 procent). Daarna hebben SCP, Nibud en CBS in oktober 2024een nieuwe methode om armoede te meten gepubliceerd. Deze nieuwemethode is ook gehanteerd bij de meest recente CPB-raming, het CentraalEconomisch Plan (CEP), uit februari 2025. Figuur 1 toont een vergelijkingvan de verwachte ontwikkeling van kinderarmoede volgens de raming uitseptember 2024 (MEV) en de raming uit februari 2025 (CEP).Onderstaande figuur laat zien dat de (kinder)armoede volgens defebruariraming in alle ramingsjaren ongeveer 1,5 à 2 procentpunt lageruitvalt dan in de septemberraming. Dat hangt grotendeels samen met deovergang naar de nieuwe armoededefinitie. Het meenemen van bezit-tingen en werkelijke uitgaven zorgt ervoor dat de raming van het aandeelpersonen (en kinderen) in armoede lager uitvalt.18 Daarnaast valt op dathet aandeel kinderen in armoede in de periode 2024–2028 onder denieuwe definitie daalt, van 3,4 procent in 2024 naar 2,7 procent in 2028,terwijl het aandeel kinderen in armoede onder de oude definitie gelijkbleef. Vermoedelijk speelt hierbij mee dat overheidsbeleid gericht op hetverminderen van armoede (zoals de verhoging van de huurtoeslag in 2026en de stapsgewijze verhoging van de kindbedragen van het kindgebondenbudget in de komende jaren) onder de nieuwe definitie meer effecthebben dan onder de oude definitie.17Kamerstukken 27 625 en 24 515, nr. 67318Zie voor een uitgebreidere toelichting op de verschillen tussen de oude en nieuwe armoede-definitie CPB: Verantwoording Centraal Economisch Plan 2025 (link), p. 38–39.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7966 In het licht van de meest recente armoederaming voldoet het kabinet aanhet doel van de motie, namelijk kinderarmoede verder verlagen tenopzichte van het niveau in 2024. Desalniettemin blijft inzet op armoede-beleid van belang. Er zijn nog steeds mensen die onder de armoedegrensleven. Bovendien wordt in de armoedecijfers niet volledig rekeninggehouden met alle onvermijdelijke kosten waar mensen soms mee temaken hebben. Denk daarbij aan situaties met hoge zorgkosten ofsituaties met schulden. Ook zijn er groepen mensen die buiten de cijfersvallen, maar die wel in armoede kunnen leven, zoals mensen in instel-lingen, dak- en thuislozen en studenten. Deze kanttekeningen onder-strepen dat we ons niet blind moeten staren op armoedecijfers en dat hetvan belang blijft om in te blijven zetten op armoedebeleid.Doorrekening mogelijke beleidsopties om kinderarmoedcijfers verder teverlagenHieronder volgt nog een overzicht van een aantal mogelijke maatregendie genomen zouden kunnen worden om (kinder)armoede verder teverlagen, en het effect van deze maatregelen op de kinderarmoedecijfers.Voor de selectie van maatregelen is aangesloten bij een doorrekening diehet CPB in 2023 maakte op verzoek van de Commissie sociaal minimum.19Destijds berekende het CPB voor zeven verschillende maatregelen heteffect op de armoedecijfers. Voor deze brief is een update gemaakt voorde drie meest efficiënte maatregelen, namelijk verhogingen van hetkindgebonden budget, de kinderbijslag en de huurtoeslag. Bij elkemaatregel is de aanname steeds dat het een intensivering betreft van circa1 miljard euro. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in tabel 1.Tabel 1 laat zien dat verhogingen van het kindgebonden budget, dekinderbijslag of de huurtoeslag kunnen bijdragen aan het verlagen vankinderarmoede. Een intensivering van 1 miljard euro leidt tot een verdereverlaging van kinderarmoede van 0,1 à 0,2 procentpunt in 2028 tenopzichte van het scenario waarin geen extra maatregelen wordengenomen (CPB-raming, CEP). Hierbij is geen rekening gehouden met demanier waarop deze maatregelen gedekt worden.Want als deze maatregelen uitgevoerd zouden worden, dan moeten dezemaatregelen gedekt worden. Dat kan (afhankelijk van de vormgeving) ookweer een effect hebben op de armoedecijfers, of ten koste gaan van19CPB (2023): Doorrekening beleidsopties voor terugdringen armoede (link).Figuur 1: Verwachte ontwikkeling kinderarmoede (september 2024 versus februari 2025)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7967 andere beleidsdoelen. Deze brief gaat verder ook niet uitgebreid in opandere nadelen die gepaard kunnen gaan met het verhogen vantoeslagen, zoals een toename van het aantal terugvorderingen, hogereterugvorderingen, een hogere marginale druk, meer ongerichtheid,grotere afhankelijkheid van toeslagen of (specifiek voor de huurtoeslag)het verstorende effect op de werking van de woningmarkt. Met dezeanalyse beschouwt het kabinet de motie als uitgevoerd.Tabel 1: Mogelijke maatregelen om kinderarmoede te verlagenMaatregel (steeds 1 miljard euro)Kinderarmoede2028 (CPB-raming,CEP)Kinderarmoede2028 na maatregelEffectmaatregelVerhoging kindgebonden budget2,7%2,5%-0,2%-puntVerhoging kinderbijslag2,7%2,6%-0,2%-punt1Verhoging huurtoeslag2,7%2,6%-0,1%-punt1 Het effect van de kinderbijslag is iets meer dan 0,15 procentpunt, wat in deze tabel is afgerondnaar 0,2 procentpunt. Reflectie op de uitkomsten van de doorrekeningEen vergelijking van de maatregelen in tabel 1 met de eerdergenoemdeCPB-doorrekening uit 2023 leert dat de effecten aanzienlijk kleiner zijn dantoen. In 2023 zou een intensivering van 1 miljard euro in het kindge-bonden budget de kinderarmoede hebben doen dalen met ongeveer1 procentpunt, terwijl dat effect nu nog ongeveer 0,2 procentpunt is.20 Ditkomt doordat de samenstelling van de groep huishoudens in armoedeverandert met de daling van armoede. Hiervoor zijn twee achterliggendeverklaringen te geven, die beide samenhangen met de onderwerpen vande CPB-publicaties die de aanleiding vormden voor deze brief. De eersteverklaring is niet-gebruik. Uit analyse blijkt bijvoorbeeld dat in de meestrecente armoederaming is aangenomen dat meer dan een kwart van dekinderen die volgens de raming in 2028 in armoede leven, woont inhuishoudens die geen kindgebonden budget ontvangen, terwijl zij daar opbasis van hun inkomen wel recht op hebben. Voor de omschrevenhuishoudens heeft een verdere verhoging van het kindgebonden budgetgeen enkel effect. De tweede verklaring hangt samen met de toegenomenarmoede-intensiteit. Een deel van de kinderen dat op dit moment inarmoede woont, woont in huishoudens met een zeer laag inkomen (ofweleen hoge armoede-intensiteit). Dat kan bijvoorbeeld komen doordatouders weinig uren werken, en/of doordat ouders (al dan niet bewust)geen gebruik maken van de mogelijkheid om (aanvullende) bijstand aante vragen. Voor deze huishoudens hebben verhogingen van inkomensre-gelingen wel effect, maar onvoldoende om hen uit armoede te helpen.Deze bevindingen onderstrepen dat het belangrijk is om in te blijvenzetten op het terugdringen van niet-gebruik en het ondersteunen vanmensen in de mogelijkheden om zelf hun inkomen te verhogen, bijvoor-beeld door het vinden van een baan of door meer uren te gaan werken.20Dit hangt ook samen met de intensiveringen in het kindgebonden budget en de huurtoeslagdie de afgelopen jaren al hebben plaatsgevonden, en de armoedereductie als gevolg daarvan.Zo verhoogde het vorige kabinet de kindbedragen van het kindgebonden budget met circa 52tot 63 euro per maand in 2024, en de bedragen voor oudere kinderen (16–17 jaar) met nogeens 33 euro per maand daarbovenop. Daarnaast ging ook de huurtoeslag met circa 38 europer maand omhoog in 2024. Dit kabinet verhoogt het kindbegonden budget de komende jarenstapsgewijs, in totaal met circa 32 euro per maand, en verhoogt de huurtoeslag in 2026 metper saldo circa 8 euro per maand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7968 SlotDe rapporten van TNO en CPB bieden belangrijke aanknopingspunten omhet armoedebeleid verder te verbeteren. Naast de doelstelling om de(kinder-)armoedecijfers niet uit te laten komen boven het referentiejaar2024 blijft het kabinet zich inzetten voor het verminderen van armoede enenergiearmoede door gerichte maatregelen en samenwerking metmaatschappelijke partners. Kinderen die opgroeien in armoede krijgenniet alleen te maken met financiële tekorten, maar staan op tal vanmomenten in het leven op achterstand. Het kabinet onderzoekt daarommomenteel onder meer een interdepartementale en interbestuurlijkeaanpak van kwetsbare gezinnen met kinderen in de leeftijd 0–27 jaar. Ookwordt er momenteel met de VNG en Divosa overlegd over op welke wijzehet (kinder)armoebeleid kan worden vereenvoudigd en verbeterd. In hetNationaal programma Armoede en Schulden informeren we u verder overonder meer de invulling van deze aanpakken. Wij gaan hierover graag ingesprek met uw Kamer.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7969
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.