KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven Wet veilige jaarwisseling

8 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f5469d58753be9d6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 386Voorstel van wet van de leden Klaver enOuwehand tot wijziging van de Wetmilieubeheer en de Wet op de economischedelicten in verband met de invoering van eenvuurwerkverbod voor consumenten (Wet veiligejaarwisseling)Nr. 42 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 mei 2026Op 19 januari 2026 is de Wet veilige jaarwisseling gepubliceerd in hetStaatsblad. Deze wet regelt een algeheel vuurwerkverbod voor consu-menten. Het afsteken van F1-vuurwerk blijft gedurende het hele jaartoegestaan. Ook professionele vuurwerkontbrandingen blijven mogelijk.Door het aannemen van het amendement Bikker c.s. is een ontheffingsbe-voegdheid voor de burgemeester opgenomen in de Wet veilige jaarwis-seling.1 Als gevolg van het door de Tweede Kamer aangenomenamendement Michon-Derkzen2 moeten, voordat beide Kamers een besluitkunnen nemen over de datum van inwerkingtreding van de wet, drievoorwaarden ingevuld zijn te weten:1)een handhavingsplan;2)een algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarin de ontheffings-mogelijkheid van de burgemeester is uitgewerkt;3)een eerlijke en nette compensatieregeling voor de vuurwerkbrancheinclusief dekking.Op 16 januari jl. heeft mijn voorganger u geïnformeerd over de invullingvan de tweede voorwaarde namelijk het Ontwerpbesluit veilige jaarwis-seling (ontheffingsbevoegdheid).3 Het Ontwerpbesluit is voorgehangen inzowel de Eerste als de Tweede Kamer die beide op 31 maart 2026 devoorhang hebben afgerond. Het Handhavingsplan (eerste versie) is doorde Minister van Justitie en Veiligheid op 13 november jl. aan beideKamers aangeboden. Een geactualiseerd handhavingsplan is op 16 maartjl. aangeboden aan beide Kamers.1Kamerstuk 35 386, nr. 17.2Kamerstuk 35 386, nr. 16.3Kamerstukken 35 386, nrs. 33 en 34. kst-35386-42ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 421 Ik ga in deze brief in op de grondslagen voor de nadeelcompensatiere-geling voor de vuurwerkbranche. Met deze brief vult het kabinet de derdevoorwaarde in.Doorlopen procesDe Kamer heeft het kabinet verzocht om in afstemming met de vuurwerk-branche te werken aan een nette en eerlijke compensatieregeling. Hetkabinet onderschrijft het belang van een nette en eerlijke regeling. Bij hetuitwerken van een compensatieregeling speelt tempo ook een belangrijkerol; immers alle partijen willen dat de Wet veilige jaarwisseling dit jaar inwerking treedt. Er is begrip voor de ingrijpende veranderingen die de Wetveilige jaarwisseling heeft op vuurwerkondernemers. Daarbij is het vanbelang dat de regeling binnen de juridische kaders van het nadeelcom-pensatierecht en staatssteunregels blijft. Dit is de balans die het kabinetheeft proberen te vinden.Om invulling te kunnen geven aan deze door de Tweede Kamer gesteldevoorwaarden is het Ministerie van IenW in mei 2025 gestart met hetvoeren van gesprekken met de vuurwerkbranche, over een nadeelcom-pensatieregeling. Op verzoek van lid Van der Plas is een feitenrelaasopgesteld waaruit blijkt welke gesprekken zijn gevoerd om te komen toteen regeling (zie bijlage 1).Allereerst is samen met de brancheverenigingen van de importeurs (BPN)en de detailhandelaren (VuurwerkCheck, SVNC en INretail) gewerkt aanhet in kaart brengen van alle kostenposten die het gevolg zijn van hetlandelijk vuurwerkverbod. Hiervoor is, conform de aangenomen motieVan der Plas4, een onafhankelijk expert gevraagd. De branche is gevraagddaarvoor informatie aan te leveren. De respons van drie importeurs enzesendertig detailhandelaren5 is geanalyseerd en aan de hand daarvan iseen conceptrapport opgesteld over de financiële gevolgen van hetvuurwerkverbod. Dit conceptrapport is aan alle partijen voor reactievoorgelegd waarna het rapport (hierna: deskundigenrapport) is vastge-steld.6 Met bovenstaande aanpak is invulling gegeven aan de motie vande leden Eerdmans en Van der Plas.7GrondslagenZoals in de brief van 27 maart 2025 is aangegeven wordt de juridischegrondslag van de compensatie aan vuurwerkondernemers gezocht in hetnadeelcompensatierecht (Kamerstuk 35 386, nr. 15). Het nadeelcompensa-tierecht is gebaseerd op het égalitébeginsel. Dit beginsel voorziet in eenrecht op vergoeding van onevenredige schade die een gevolg is vanrechtmatig overheidshandelen. Daarvoor is – onder meer – vereist dat deschade zoals de vuurwerkondernemers die lijden, uitstijgt boven hunnormale ondernemersrisico.De omvang van het normale ondernemersrisico moet worden bepaaldmet inachtneming van alle omstandigheden van het geval. In dat kaderspeelt een rol dat consumentenvuurwerk inherent risico’s met zichmeebrengt voor de veiligheid, de gezondheid, het milieu en de openbare4Kamerstuk 35 386, nr. 32.5Niet alle ondernemers hebben informatie aangeleverd dan wel de volledige gevraagdeinformatie aangeleverd. In totaal heeft Sman Business Value de exploitatiegegevens verwerktvan 24 ondernemingen voor het boekjaar 2022, 27 ondernemingen voor het 2023, en 24 onder-nemingen voor het boekjaar 2024.6Analyse van financiële effecten van een landelijk vuurwerkverbod, Sman Business Value d.d.20 oktober 2025. Dit rapport is opgenomen als bijlage 2.7Kamerstuk 35 386, nr. 19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 422 orde. Een ondernemer die vuurwerk verkoopt moet reeds om die redenaltijd rekening houden met (nadere) overheidsregulering, inclusief eenverbod. Het overheidsbeleid ten aanzien van consumentenvuurwerk isdoor de jaren heen ook steeds restrictiever geworden. Zo zijn deafgelopen jaren de afsteektijden en de soorten vuurwerk die consumentenmogen afsteken steeds verder ingeperkt. Daarnaast heeft een aantalgemeenten reeds een lokaal vuurwerkverbod ingesteld. Bovendien washet vuurwerkverbod ook al meer dan vijf jaar concreet voorzienbaar,doordat al die tijd al de initiatiefwet aanhangig was. Deze elementenwegen mee in de beoordeling van het ondernemersrisico.De nadelige gevolgen van een algemeen verbod op consumenten-vuurwerk behoren als zodanig dan ook tot het risico van de ondernemersdie zich (mede) op deze branche hebben toegelegd. Dit geldt immers ookvoor ondernemers in andere branches die rekening moeten houden methun inherente bedrijfsrisico’s en die in principe zelf moeten dragen. Het istegen deze achtergrond met name de vraag of en zo ja welke overgangs-termijn aan de branche zou moeten worden geboden. Voor zover dieovergangstermijn feitelijk niet geboden wordt, kan reden bestaan om eencompensatie te bieden voor de winst die de ondernemers mislopen –en/of bepaalde specifieke bedrijfskosten die zij nodeloos moeten maken.Daarbij moet ook de ernst van de schade die het verbod veroorzaakt,worden betrokken. Uit het deskundigenrapport komt naar voren dat deverkoop van consumentenvuurwerk voor de detailhandelaren in veelgevallen een nevenactiviteit is, terwijl voor de importeurs het importerenen (door)verkopen van vuurwerk de hoofdactiviteit vormt. Daarnaastduurt het inkoop-verkoopproces van importeurs circa 16 maanden en isdaarmee langer dan die van de detailhandelaren (enkele maanden). Dezetwee omstandigheden maken dat importeurs ernstiger in hun onder-neming worden geraakt dan de detailhandelaren. Daarom is gekozen vooreen aparte benadering van deze twee groepen. Ook was het de wens vanbeide groepen om een aparte benadering aan te houden.Met in achtneming van bovenstaande grondslagen is maximaal gezochtnaar een nette en eerlijke regeling zonder daarbij de grens van staatssteunte overschrijden.UitwerkingOp basis van het deskundigenrapport en de bovengenoemde juridischewegingen zijn er separate gesprekken gevoerd met de branchevereni-gingen van zowel de importeurs als de detailhandelaren. Deze gesprekkenhebben meermaals plaatsgevonden door zowel advocaten, ambtelijkevertegenwoordiging als mijn voorganger en mijzelf.ImporteursIn de brief van mijn voorganger van 27 maart 20258 is opgemerkt dat hetde voorkeur heeft dat bij de importeurs een maatwerkprocedure wordttoegepast. Dit vanwege het geringe aantal bedrijven en de impact die dewet heeft op deze bedrijven. In de gesprekken met de importeurs isgebleken dat de voorkeur van beide partijen was om afspraken ophoofdlijnen te maken en tot overeenstemming te komen over welkeposten in aanmerking komen voor compensatie.Het is gelukt om op constructieve wijze te komen tot overeenstemmingmet de vertegenwoordigers van de branchevereniging van de importeurs8Kamerstuk 35 386, nr. 15.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 423 over de uitgangspunten van de nadeelcompensatieregeling. Hierondergeef ik een kort overzicht van de afspraken.De volgende posten komen in beginsel in aanmerking voor nadeelcom-pensatie:•Drie jaar winstderving. Tot dit uitgangspunt is gekomen omdat hetvoor de importeurs een hoofdactiviteit betreft en hun inkoop-verkoopcyclus lang is (16 maanden). Daarnaast zijn de financiëlebelangen bij de importeurs veel groter.•De vergoeding van eventuele restvoorraden (na voorraadbeheersing)waarbij, met inzet van de importeurs, het ontstaan van de restvoorra-den zoveel mogelijk is beperkt tijdens de afgelopen jaarwisseling. Dezevergoeding is gebaseerd op het verlies dat importeurs op deze postlijden. Vergoeding van de misgelopen winst op de restvoorraden zounamelijk mogelijk een dubbele compensatie kunnen betekenen endaarmee wellicht staatssteun.•De afloop van enkele doorlopende bedrijfskosten. Hierbij wordt in lijnmet het deskundigenrapport ook gekeken naar onder andere ontslag-en/of transitiekosten voor afvloeiing van personeel voor zover dezeeen rechtstreeks causaal verband hebben met het landelijkvuurwerkverbod.Ten aanzien van de restvoorraden is door mijn voorganger de afspraakgemaakt om deze zo veel als mogelijk te beheersen en beperken.Bovendien is afgesproken dat importeurs bereid zijn naast de volleverpakkingen (zoals gebruikelijk), ook de aangebroken verpakkingen tegenwerkelijk gemaakte kosten op te halen bij de detailhandel. Dit om tevoorkomen dat er op diverse plaatsen in Nederland onnodig openge-broken voorraden consumentenvuurwerk blijven liggen zonder zicht opwat te doen met deze producten. Hiermee wordt de detailhandel ontlasten is compensatie voor de detailhandel op dit punt dan ook niet voorzien.Op al deze punten zijn we tot overeenstemming gekomen en staan dekaders voor de nadeelcompensatie vast. Met de vertegenwoordigers vande branchevereniging van de importeurs is afgesproken dat op basis vanvoorgaande uitgangspunten het convenant op korte termijn wordtvoorbereid.Zodra de uitwerking van het convenant is afgerond zal ik u deze, naarverwachting medio juni 2026, toesturen.DetailhandelarenUitgangspunt voor de detailhandel is dat de vuurwerkverkoop inbelangrijke mate een nevenactiviteit is, waarvoor de locatie van dehoofdactiviteit voor een korte periode (maanden november en december)wordt gebruikt en de verkoop enkel op de drie laatste dagen van het jaarplaatsvindt. In Nederland zijn circa 800 tot 850 detailhandelaren dievuurwerk verkopen en in die hoedanigheid de gevolgen zullen onder-vinden van het landelijk vuurwerkverbod. Mede gelet op het aantalondernemers en de uitvoeringslasten vraagt dit om een anderebenadering. In diverse gesprekken die met de detailhandel zijn gevoerd, ishet uitgangspunt geweest een forfaitaire regeling op te stellen. De hoogtevan de vergoeding wordt, net als bij de importeurs, gebaseerd opwinstderving en een vergoeding voor andere schade dan winstderving dierechtstreeks voortvloeit uit het vuurwerkverbod. Daarbij wordt rekeninggehouden met verschillen tussen ondernemingen. De compensatie voorde winstderving gaat uit van een vaste winstmarge per categorie vanondernemers, waarbij uitgaande van het deskundigenrapport en hetadvies van de Landsadvocaat, drie categorieën worden onderscheiden. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 424 onderscheid is o.a. gebaseerd op de grootte van de opslagcapaciteit en demate waarin het een nevenactiviteit betreft.Daarbovenop wordt een opslag van 15% en een vast bedrag van € 3.500gehanteerd om tegemoet te komen aan overige schadeposten. Hierbijwordt, binnen het geldende juridische kaders, maximaal tegemoetge-komen aan de kleine ondernemer die mogelijk serieus geraakt wordendoor het landelijk vuurwerkverbod.Juridisch gezien is de ernst en de schade voor de detailhandelaren minderingrijpend in vergelijking met de importeurs omdat een detailhandelaarook andere activiteiten ontplooit. Hiermee is het aantal jaren winstdervinglager dan bij de importeurs. Voor de detailhandel kom ik daarmee op éénjaar winstderving, een opslag van 15% en hier bovenop een forfaitairbedrag van € 3.500 per bedrijf; hierbij ga ik ruim zitten binnen de kadersvan het nadeelcompensatierecht en de staatssteunregels met bijzondereaandacht voor de kleine detailhandelaren. Langs die lijn ga ik de regelingconcreet uitwerken in een beleidsregel met een rekenformule om dehoogte van de nadeelcompensatie per ondernemer te kunnen bepalen.Met de detailhandel is afgesproken dat een concept van de beleidsregelzal worden voorgelegd aan de brancheverenigingen. Wanneer debeleidsregel is vastgesteld, naar verwachting in juni, zal ik deze ook aan utoesturen.Benodigde dekkingEen brede meerderheid van uw Kamer heeft met het amendementMichon-Derkzen aangegeven dat de dekking van deze compensatiebinnen de IenW-begroting moet worden gevonden. Het kabinet heeft ditamendement destijds ontraden omdat een dergelijke dekking te groterisico’s kent voor lopende beleidsopgaven. Niettemin respecteert hetkabinet de budgettaire aanwijzing van uw Kamer en zal het amendementconform de wens van uw Kamer uitvoeren.Eerder is door mijn voorganger al aangegeven dat er binnen de reguliereIenW-begroting beperkt ruimte is, tenzij er wordt gekozen voor bespa-ringen in bijvoorbeeld de Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer(regionaal OV) of het stopzetten van wettelijke taken op het gebied vanmilieu.De geraamde kosten voor de voorliggende uitwerking van de nadeelcom-pensatieregeling komen uit op ca. € 90 miljoen. Omdat het bij nadeelcom-pensatie altijd om een openeinderegeling gaat, kan het uiteindelijkbenodigde bedrag hoger of lager uitvallen. Daarom reserveer ik uitvoorzorg € 100 miljoen. Om uitvoering te geven aan het breed aange-nomen amendement en de nadrukkelijke wens daarin om de dekking tevinden binnen de IenW-begroting, wordt de dekking voor een belangrijkdeel gevonden binnen het Mobiliteitsfonds en een beperkt deel uitresterende middelen van de Aanvullende Post van Klimaatakkoord RutteIII. Deze resterende middelen zijn overgeboekt bij Voorjaarsnota 2026 naarde begroting van IenW. Specifiek zal de dekking nu binnen het Mobiliteits-fonds worden ingeboekt bij de KCI strategie van ProRail: Klimaatneutraleen Circulaire Infraprojecten (KCI). Er zal nog een brede afweging binnenhet MF plaatsvinden zoals gemeld in de brief van 16 maart jl. overprioritering fondsen (Kamerstuk 35 386, nr. 37).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 425 StaatssteunNaar aanleiding van de brief van 27 maart 2025 aan de Tweede Kamer9heeft het lid Abassi (DENK) gevraagd om een schriftelijke toelichtingwaarom bij de financiële compensatie van de vuurwerkbranche in hetgeval van een vuurwerkverbod sprake zou kunnen zijn van staatssteun.Het uitgangspunt voor de financiële compensatie van vuurwerkonderne-mingen vanwege de gevolgen van het vuurwerkverbod is een vergoedingbinnen het nadeelcompensatierecht. Dan is er geen sprake van staats-steun. Dat is anders als de Staat een vergoeding toekent aan eenonderneming die hoger is dan wat de Staat juridisch verplicht is tevergoeden.10 In dat geval is sprake van overcompensatie, en daarmee vanhet verstrekken van ongeoorloofde staatssteun. Dan is de Staat verplichtom het geld terug te vorderen. Hierbij geldt dat nadeelcompensatierechtniet zwart-wit is en ruimte laat voor interpretatie. Het oordeel ten aanzienvan staatssteun hangt daarmee uiteindelijk af van (1) hoe in de praktijk decompensatieregeling precies wordt vormgegeven, (2) hoe die uitgevoerdwordt en (3) welke schade de branche daadwerkelijk lijdt.Met deze brief heb ik u geïnformeerd over de hoofdlijnen en grondslagenvan de nadeelcompensatie. Binnen de juridische kaders van het nadeel-compensatierecht heb ik maximaal gezocht naar een eerlijke en netteregeling voor zowel de importeurs als de detailhandelaren. Ook heb ik ugeïnformeerd over de gesprekken en afstemming met de vuurwerk-branche evenals de gekozen optie voor dekking. Komende maanden zalde nadeelcompensatie op basis van deze hoofdlijnen en grondslagenverder worden vormgegeven en uitgevoerd. Met deze brief acht hetkabinet te hebben voldaan aan de derde voorwaarde uit het amendementMichon-Derkzen.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. Bertram9Kamerstuk 35 386 nr. 15.10HvJ EG 27 september 1988, gev. zaken nr. 106–120/87, r.o. 23 (Asteris e.a./Griekenland en deCommissie).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 386, nr. 426

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 30484600f448e78c

14 okt 2026 · 9f9f407d9022a9b3

13 okt 2026 · 13f244f03208a72a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.