KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. verslag formele Energieraad van 30 mei 2024 (Kamerstuk 21501-33-1075)

11 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d7e07336d2296ad5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1080 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 11 juli 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Klimaat enGroene Groei over de geannoteerde agenda Informele Energieraad 15 en16 juli 2024 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1076), over het verslag formeleEnergieraad van 30 mei 2024 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1075) en over dereactie op de motie van het lid Erkens over aangeven dat voor Nederlandbij een potentieel EU-klimaatdoel voor 2040 een stevig uitvoeringspakketrandvoorwaardelijk is (Kamerstuk 31 793, nr. 271).De vragen en opmerkingen zijn op 8 juli 2024 aan de Minister van Klimaaten Groene Groei voorgelegd. Bij brief van 11 juli 2024 zijn de vragen diebetrekking hebben op de informele Energieraad van 15 en 16 juli 2024beantwoord. De overige vragen zullen op een later moment wordenbeantwoord.De fungerend-voorzitter van de commissie,StofferAdjunct-griffier van de commissie,Teske kst-21501-33-1080ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10801 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinisterVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-FractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de stukken voor de informele Energieraad van 15 en 16 juli.Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.1De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Minister vanKlimaat en Groene Groei gaat deelnemen aan de informele Energieraadvan 15 en 16 juli. Indien zij deelneemt, heeft zij dan een andere inzet danhaar voorganger?2Deze leden vragen wat de Minister als haar speerpunten ziet als het gaatom Europees klimaatbeleid. Kan de Minister dit toelichten?3Gaat zij zich net als haar voorganger in Europa hard maken voor hetafbouwen van fossiele subsidies?4De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vernemen graag hoe de Ministerzich verhoudt tot het EU-Klimaatdoel voor 2040. Houdt de Minister vastaan het doel om in 2040 90% CO2-reductie gerealiseerd te hebben?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de brief over deuitvoering van het EU-Klimaatdoel 2040 dat de voorganger van deMinister het van belang vond om in te zetten op een gebalanceerde enkosteneffectieve bijdrage aan het 2040 doel van alle lidstaten en sectoren.Dit is van belang omdat het maatschappelijk draagvlak onder druk komt testaan indien de verdeling van inspanningen en kosten niet als recht-vaardig wordt ervaren door burgers en bedrijven. Deze leden onder-schrijven deze benadering en hechten veel waarde aan klimaatrechtvaar-digheid. Echter, zij zien hiervoor geen acties terugkomen in de elementenvan het uitvoeringspakket.5Is de Minister van plan om klimaatrechtvaardigheid en maatschappelijkdraagvlak wel mee te nemen in de uitvoering van het EU-Klimaatdoel2040? Zo niet, waarom niet? Zo wel, op welke manieren is zij van plan ditte doen? Kan zij klimaatrechtvaardigheid en het behouden en bevorderenvan maatschappelijk draagvlak meenemen in de update over hetklimaatdoel in het najaar?Antwoord vraag 1 t/m 5:Vanwege andere nationale verplichtingen zal ik deze keer helaas nietdeelnemen aan de informele Energieraad. Nederland zal wel vertegen-woordigd zijn bij de Raad en de inzet is conform de GeannoteerdeAgenda.De andere bovenstaande vragen zien toe op het Europese en Nederlandseklimaatbeleid. Dit betreft onderwerpen die niet op de agenda staan van deinformele Energieraad waar dit schriftelijk overleg en de beantwoordingop gericht zijn. Ik vind het terechte vragen en aan de inhoudelijkeuitwerking en invulling van deze onderwerpen zal ik de aankomende tijdwerken. Ik verwacht uw Kamer dit najaar, onder andere in de volgendeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10802 2040 updatebrief uitgebreider antwoord te kunnen geven op deze vragen.Deze updatebrief is in lijn met de toezegging aan de vaste commissie voorEconomische Zaken en Klimaat, tijdens het debat van 21 maart 2024, omin het najaar een update geven over de ontwikkelingen rondom eenEU-klimaatdoel voor 2040.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-FractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geagendeerde stukken en hebben daarover enkele vragen.De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister conform de motie-Erkens over aangeven dat voor Nederland bij een potentieelEU-klimaatdoel voor 2040 een stevig uitvoeringspakket randvoorwaar-delijk is (Kamerstuk 31 793, nr. 257), een oproep zal doen om gezamenlijkte werken aan een uitvoeringsagenda ter versnelling van de energietran-sitie, en aandacht vragen voor het wegnemen van belemmeringen voorde uitvoering hiervan.De leden van de NSC-fractie constateren dat de Minister spreekt van eenversnelling van de energietransitie, terwijl de motie-Erkens (Kamerstuk31 793, nr. 257), waar de inzet van de Minister op ziet, spreekt van hetoplossen van knelpunten in de uitvoering, en verzoekt om een steviguitvoeringspakket naar het smeden van een coalitie van lidstaten die ditsamen verder uitwerken.6De leden van de NSC-fractie vragen de Minister daarom om bij deEnergieraad niet te spreken van een benodigde versnelling van deenergietransitie, maar van een benodigd gezamenlijk uitvoeringspakket,dat de wettelijk vastgelegde klimaatdoelen haalbaar/uitvoerbaar maakt, enwaardoor de wettelijk vastgelegde doelen daadwerkelijk behaald zullenkunnen worden.Antwoord vraag 6:Nederland zal tijdens de informele Energieraad oproepen om gezamenlijkte werken aan een uitvoeringsagenda om belemmeringen weg te nemenvoor een tijdige uitvoering van de energietransitie, om zo de afgesprokendoelen te kunnen behalen.7De leden van de NSC-fractie vragen de Minister naast de praktischeuitvoerbaarheid en het daadwerkelijk behalen van wettelijk vastgelegdeklimaatdoelen, ook de betaalbaarheid van de energietransitie te bevor-deren, door de energieprijzen voor lagere en middeninkomens inNederland betaalbaar te houden. Het vast te stellen gezamenlijkeuitvoeringspakket mag niet leiden tot een energierekening dieonbetaalbaar is voor laag- en middeninkomens.Antwoord vraag 7:Het Kabinet deelt de opvatting dat de bevordering van de energietransitieniet mag leiden tot disproportionele kosten voor lagere en middenin-komens. Het is hiervoor van belang dat in de EU vraag en aanbod vanenergie goed op elkaar wordt afgestemd. Maatregelen zoals hetopschalen van eigen productie van (hernieuwbare) energie, realiseren vanmeer flexibiliteit op het elektriciteitsnet en verdere uitrol van eenEuropese infrastructuur en uitwisseling van energie over de grenzen heenmoeten leiden tot meer beheersbare energie- en elektriciteitsprijzen.8Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10803 De leden van de NSC-fractie vragen de Minister om van de gezamenlijkvast te stellen uitvoeringsmaatregelen het verstoken van houtigebiomassa uit te sluiten, waaronder ook bioEnergy with Carbon CaptureStorage (BECCS). Het massaal inzetten van biomassa in de Europese Unieals oplossing voor het klimaatprobleem draagt bij aan de vernietiging vanbiodiversiteit en ecosystemen. De leden van de NSC-fractie achten ditonwenselijk. Zij verzoeken de Minister hierop te reageren.9De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister de strategie voor deinzet van Nederland op het gebied van CCS, naar aanleiding van de motiePostma (Kamerstuk 31 793, nr. 262), voorafgaand aan het commissiedebatover Carbon Capture & Storage (CCS) met de Tweede Kamer kan delen?Antwoord vraag 8 en 9:Ja, ik ben voornemens om de beantwoording van de motie Postmavoorafgaand aan het Commissiedebat over Carbon Capture & Storage(CCS) naar uw Kamer te sturen. In deze beantwoording en tijdens hetdebat over CCS zal ik verder ingaan op de inzet van Nederland als het gaatom CCS in relatie tot de EU-mededeling industriële koolstofbeheer. Ookwordt er gewerkt aan de Routekaart Koolstofverwijdering.De leden van de NSC-fractie constateren dat in de Oostende verklaring deNorth Seas Energy Cooperation-landen (NSEC-landen) hebbenafgesproken om 300 gigawatt (GW) aan windenergie te realiseren in deNoordzee. Dit gaat een grote druk geven op natuur en biodiversiteit, maarkan ook een kans zijn om biodiversiteit en visstanden te vergroten.Nederland loopt voorop als het gaat om het bouwen van windmolens opeen natuurversterkende manier waarbij ook mitigerende maatregelenworden ingezet om schadelijke effecten te verkleinen. Zoals bubbel-schermen geluidswaarschuwingen en het stilzetten van de molens bijvogelmigratie.10Kan de Minister zich in NSEC verband inzetten om ecologische tendercri-teria zwaarwegend mee te laten nemen bij tenders op de geheleNoordzee?Antwoord vraag 10:De natuur van de Noordzee bevindt zich in een dusdanig slechte staat dathet steeds uitdagender wordt om de vergunningen voor windparken opzee af te geven. Daarom ben ik voornemens om in de aankomendevergunningverleningsprocedures (ook wel «tenders» genoemd) voor dekavels IJmuiden Ver Gamma en Nederwiek wederom rangschikkingscri-teria voor natuur op te nemen, zoals mijn voorganger heeft toegelicht ineen onlangs gepubliceerde kamerbrief.1 Hiermee wil ik windparkontwikke-laars stimuleren om de impact van het windpark op de natuur zoveelmogelijk te mitigeren en waar mogelijk zelfs een positief bijdrage aan destaat van de Noordzee natuur te leveren.In NSEC-verband neemt Nederland een trekkende rol op zich inwerkgroepen over de onderwerpen ecologie en tendercriteria, waarbinnenwij kennis en ervaringen uitwisselen. Daarnaast was tijdens het Neder-landse voorzitterschap van het NSEC vorig jaar een beter evenwichttussen energie en natuur in de Noordzee één van de prioriteiten,resulterend in een actieagenda2. Binnen NSEC-verband en andere1Kamerstuk 33 561, nr. 622https://energy.ec.europa.eu/news/north-seas-conference-hague-national-goals-joint-action-offshore-wind-energy-2023-11-20_enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10804 internationale gremia kijken we ook naar oplossingen en samenwerkingenop dit vlak buiten de tenders om. Tot slot worden lidstaten vanuit de EUgestimuleerd om bij het vergunnen van windparken op zee meer gewichttoe te kennen aan inschrijvers die een extra bijdrage leveren aan onderandere ecologie via de Europese verordening voor een netto-nul industrie(Net Zero Industry Act (NZIA)).De leden van de NSC-fractie menen dat harmonisatie binnen de EuropeseUnie van de nettarieven en belastingtarieven op elektriciteit nodig is vooreen eerlijk speelveld. Deze leden zien echter dat een aantal landen grotekortingen geeft op nettarieven of belastingtarieven en dat er daardoorsprake is van oneerlijk concurrentie tussen lidstaten.11De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister bereid is zich in tezetten voor een gelijk speelveld wat betreft nettarieven en belastingta-rieven op elektriciteit binnen Europa. Wat voor positie en strategie neemtNederland hierin? Gaat de Minister zonder meer akkoord geven opmaatregelen zoals bovenstaand? Wordt er een strategie ingezet om hetspeelveld zo gelijk mogelijk te laten en geen uitzonderingen bij anderelanden toe te staan? Is de Minister van plan om nettarieven en belastingente verlagen? Heeft de Minister zicht op de uitzonderingen zoals boven-staande die landen willen indienen? Zo ja, kan de Minister deze delen?Antwoord vraag 11:Het vaststellen van de tariefstructuur is een exclusieve bevoegdheid vande nationale regulerende instantie, in Nederland de ACM (AutoriteitConsument en Markt). Dat in andere Europese lidstaten, zoals Duitsland,dergelijke kortingen (nog) in stand zijn, draagt inderdaad niet bij aan eengelijk speelveld. Daarom zet ik me samen met de ACM in om dit vraagstukonder de aandacht te brengen bij ACER (Agentschap voor de samen-werking tussen energieregulators) en de Europese Commissie (hierna:Commissie) om te komen tot meer geharmoniseerde tariefstructuren opEuropees niveau. U bent recent geïnformeerd over twee non-paperswaarin Nederland hiervoor pleit, die met de Commissie en anderelidstaten zijn gedeeld3. Op initiatief van Nederland is in de recentvastgestelde Raadsconclusies over duurzame elektriciteitsnetten eenoproep aan de Commissie opgenomen om een reflectie op gang tebrengen over het kader voor nettarieven4.De leden van de NSC-fractie constateren dat in de non-paper vanNederland over de herziening van Leveringszekerheidsverordening2017/1938 wordt verwezen naar de verschuiving van afhankelijkheid vanRussisch gas naar Liquefied natural gas-importen (LNG-importen) en devolatiliteit van de mondiale LNG-markt. Voorts constateren deze leden datPricewaterhouseCoopers (PWC) in maart van dit jaar een rapport heeftopgesteld over de lange termijn benodigdheid van LNG in Nederland.12De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister bereid is, teneindeinzicht en grip te krijgen op de afbouw van gas tot 2050 in het kader vande wettelijk vastgelegde klimaatdoelen, om vanaf de begroting 2025 eenmeerjarenbegroting gasverbruik op te nemen waaruit in elk geval blijkthoeveel gas we voor het komende jaar/ jaren nodig zullen hebben, hoehet staat met de (’s zomers) opgebouwde gasvoorraden die 1 oktober vanelk/het lopende jaar tot 90% gevuld moeten zijn, waar het benodigde enopgeslagen gas vandaan komt (NB: volgens Eurostat levert Rusland op dit3Kamerstuk 21501–33, nr. 1060.4Kamerstuk 21501–33, nr. 1075.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10805 moment levert nog altijd 17,3% van ons gas), wat de kosten van inkoop enopslag van het geïmporteerde gas zijn en hoeveel gas uit deEU-voorraden in Nederland voor Nederland zelf bestemd is.Antwoord vraag 12:Mijn voorganger heeft periodiek een update gasleveringszekerheid naarde Kamer gestuurd waarmee werd ingegaan op het actuele beeld van degasleveringszekerheid en de gasmarkt, vraagreductie en energiebe-sparing, maatregelen aan de aanbodkant, het vullen van de gasopslagenen overige EU-ontwikkelingen5. Ik ben voornemens dit voort te zetten envoor het begin van het gasjaar op 1 oktober 2024 een nieuwe update aanuw Kamer te verzenden.Voorts verstuurt Gasunie Transport Services (GTS) op grond van artikel10a, eerste lid, onderdeel q van de Gaswet, met ingang van dit jaar,jaarlijks een overzicht van de gasleveringszekerheid waarin onder meerwordt ingegaan op hoeveel gas benodigd is om te voorzien in degasvraag, het benodigde vulniveau van de ondergrondse gasopslagen ende vraagontwikkeling naar gas voor de komende vijf jaar. Ik zal dit jaarlijksmet uw Kamer delen.Wat betreft de herkomst van het benodigde en opgeslagen gas geldt datdit deels in Nederland gewonnen gas betreft en daarnaast gaat het omNoors gas en gas dat in de vorm van LNG wordt ingevoerd. Daarbij ismomenteel de Verenigde Staten veruit de grootse bron van LNG met eenaandeel van ca. 70%. Er komt enkel nog zeer beperkt Russisch LNG binnenvia de GATE terminal in Rotterdam. Het gaat momenteel om circa 8% vande import via deze terminal, hetgeen vergelijkbaar is met ongeveer 4%van het totale gasverbruik van Nederland. Via pijpleidingen komt er geengas uit Rusland meer naar Nederland. Er valt hierbij overigens niet aan tegeven wat de kosten van inkoop en opslag van geïmporteerd gas inNederland zijn. Deze kosten worden gedragen door marktpartijen en ikheb daar geen inzicht in. Verder geldt dat de gasprijs geen vast gegevenis, maar afhankelijk is van hoe en onder welke voorwaarden en conditieser wordt ingekocht. Ook valt niet te vermelden hoeveel van het inNederland opgeslagen gas voor Nederland bestemd is, omdat Nederlandonderdeel is van één Europese interne gasmarkt. Voor meer detailsverwijs ik u naar de Kamerbrief van 20 november 2023.6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-FractieDe leden van de D66-fractie nemen kennis van de geannoteerde agendavoor de informele Energieraad van 15 en 16 juli 2024 en hebben hierovernog enkele vragen.De leden van de D66-fractie lezen dat Nederland aandacht zal vragen voorde achterblijvende uitrol van warmtenetten in de gebouwde omgeving.13In hoeverre speelt dit probleem ook in andere lidstaten? Zijn er lessen dieNederland kan leren van andere landen? Is Europese samenwerking nuttigbij de uitrol van warmtenetten en zo ja, in hoeverre gebeurt dit al of kandit verbeteren?Antwoord vraag 13:Nederland heeft een unieke uitgangspositie ten opzichte van anderelanden vanwege de aanwezigheid van aardgas en de gasinfrastructuur.Momenteel is slechts een kleine 7% van de huishoudens aangesloten op5Meest recentelijk met Kamerstuk 29 023, nr. 494.6Kamerstuk 29 023, nr. 453.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10806 een warmtenet, dit wordt volgens het NPE 15–45% in 2050. Enkele andereEuropese landen, zoals Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland,Frankrijk en Polen, hebben vanuit een heel andere uitgangspositie (zoalsde beschikbaarheid van biomassa) al tientallen jaren geleden grotecollectieve warmtenetten aangelegd.Nederland heeft een dubbele uitdaging, enerzijds opschaling van hetaantal warmtenetten maar ook verduurzaming van de warmtebronnen (nunog grotendeels gasgestookte installaties). Een aantal andere landen heefteveneens een verduurzamingsopgave. Ook is er het vraagstuk vansysteemintegratie waarbij warmteopslag een belangrijke balancerende rolkan spelen voor zowel de warmtevoorziening als in het elektriciteits-netwerk. Tot slot speelt in alle landen het vraagstuk hoe burgers tebetrekken in de overgang van bestaande, al of niet fossiel gestookte,warmteoplossingen voor woonwijken naar nieuwe, duurzame warmteop-lossingen. Daarbij speelt ook de betaalbaarheid voor de eindgebruiker eenbelangrijke rol.Nederland heeft goed contact met andere landen, onder andereDenemarken, om kennis en vraagstukken over warmtenetten uit tewisselen. Europese samenwerking kan helpen bij het uitwisselen vankennis en ervaring tussen lidstaten. Dit gebeurt ook via netwerken binnende sector. Wel is het zo dat warmtenetten een sterk regionaal of lokaalkarakter hebben, internationaal samenwerken is daarmee van een andereorde dan bij de elektriciteits-, gas- en waterstofsector.De leden van de D66-fractie lezen dat Nederland zal oproepen om demogelijkheid van versnelde vergunningenprocedures te onderzoeken.14Deze leden vragen in hoeverre de renewable go to-areas in Nederlandreeds worden benut en of het aanwijzen van deze gebieden zinvol isgeweest in het versnellen van vergunningprocedures.Hoewel deze leden de noodzaak inzien van het versnellen van vergunnin-genprocedures, schrikken zij van de inzet van Nederland om tijdelijkenatuurverslechtering toe te staan om zo vergunningenprocedures teversnellen. De leden van de D66-fractie zien dat de natuur in Nederlandonder grote druk staat en dat verdere verslechtering, ook tijdelijk,ongewenst is. Zij zien hierin een glijdende schaal.15Hoe ziet de Minister het in de praktijk voor zich dat de natuur tijdelijk magverslechteren en op lange termijn netto verbetert? Erkent de Minister datde natuur nog te vaak het onderspit delft tegenover andere belangen?Waarom stelt de Minister dat de natuur pas op lange termijn, en niet opkorte termijn, al netto moet verbeteren? Waarom denkt de Minister dat diteen kansrijke route is, gezien het oordeel van de rechter over hetProgramma Aanpak Stikstof (PAS), dat een soortgelijke aanpakhanteerde? Erkent de Minister dat het toestaan van natuurverslechteringlaat zien dat het Nederlandse natuurherstelbeleid nog steeds ondermaatsis? Erkent de Minister dat natuurherstel en -verbetering altijd de voorkeurzou moeten hebben boven het toestaan van natuurverslechtering?Antwoord vraag 14 en 15:Mijn inzet is zowel gericht op natuurherstel als op de uitrol van deenergietransitie. Er zijn projecten waarin er na een tijdelijke verslechteringop termijn juist sprake is van een verbetering van de status van natuur enhet milieu (door bijvoorbeeld een afname van schadelijke emissies zoalseen stikstofreductie). Dit blijkt ook uit de uitkomsten van het OnderzoekSamenhang Energietransitie en Stikstof dat is meegestuurd als bijlage bijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10807 de Kamerbrief Voortgang Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie enKlimaat7. Dit onderzoek toont aan dat de tijdelijke stikstofuitstoot dooraanleg van infrastructuur in alle Natura2000-gebieden op korte termijnkan worden terugverdiend door structurele reductie van stikstofuitstootdoor verduurzaming van de industrie. Deze projecten kunnen nu geendoorgang vinden en dit werkt belemmerend voor de voortgang van deenergietransitie. Een mogelijke oplossing is om het toestaan van tijdelijkeverslechtering in de toekomstige Europese regelgeving op te nemen. Ikbeoog daarmee de uitrol van de energietransitie te waarborgen en tevensde positie van natuur en milieu te versterken. Het principe van tijdelijkeverslechtering ben ik nog verder aan het uitwerken waarna de kabinetspo-sitie bepaald zal worden en aansluitend met de Kamer zal wordengedeeld.De leden van de D66-fractie lezen dat Nederland inzet op wijziging van deEuropese netwerkcodes.16Kan de Minister een overzicht geven van de Europese netwerkcodes dieNederland graag zou willen wijzigen, inclusief de gewenste wijziging?Antwoord vraag 16:In de komende jaren zullen diverse bestaande Europese netcodes enrichtsnoeren («Guidelines») worden herzien. Dit gaat om wijzigingen ineerder door de Commissie vastgestelde verordeningen. Na de zomerverwacht ik een voorstel voor de herziening van de Capacity Allocationand Congestion Management (CACM) Guideline, deze code is van belangvoor een efficiënte koppeling en uitwisseling tussen de elektriciteits-markten van de verschillende lidstaten op de day-head en de intra-daymarkt. Op een later moment volgt nog een herziening van de ForwardCapacity Allocation Guideline om de werking van langetermijnmarktenvoor elektriciteit in de EU verder te verbeteren. Daarnaast zullen optermijn ook de bestaande, zogenoemde aansluitcodes worden herzien dieverplichtingen bevatten voor aangesloten partijen op het net, zowel voorproducenten als grootverbruikers. Tot slot wordt in Brussel gewerkt aande nieuwe EU code over vraagzijderespons. Het belangrijkste doel vandeze herzieningen is om de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt zogoed mogelijk te laten aansluiten bij de voortschrijdende energietransitieen nieuwe marktontwikkelingen.De leden van de D66-fractie wensen tot slot de nieuwe Minister eenvoorspoedige eerste Energieraad toe.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-FractieDe leden van de SGP-fractie hebben een vraag over de verplichtingenvoor industrieel gebruik van groene waterstof via de RenewableEnergyDirective (RED-III). Deze verplichtingen hebben potentieel grote gevolgenomdat de onrendabele top van groene waterstof groot is en fabriekenvoor de productie van ammoniak(meststoffen) omgebouwd moetenworden.17Is de veronderstelling juist dat een consultatie/onderzoek loopt naar degevolgen van RED-III voor de verschillende ketens? Deze leden horengraag wat de stand van zaken is.Antwoord vraag 17:7Kamerstuk 29 826, nr. 201.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10808 RED-III stelt nationaal bindende doelen voor lidstaten ten aanzien van hetgebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong(Engelse afkorting: RFNBO’s) in de industrie: in 2030 ten minste 42%, in2035 ten minste 60%. RFNBO’s omvatten hernieuwbare waterstof enhernieuwbare waterstofdragers (bijv. ammoniak of methanol). Naastproductie- en vraagsubsidies wordt in Nederland gewerkt aan eenjaarverplichting RFNBO’s in de industrie om het RED-III industriedoel alslidstaat te halen. Uw Kamer is hierover onlangs geïnformeerd middels debrief «Voortgang waterstofbeleid»8. In de achterliggende periode zijndiverse externe onderzoeken uitgevoerd in opdracht van mijn ministerieof door derden naar het voorgenomen waterstofbeleid9. De resultaten vandeze onderzoeken neem ik mee in de verdere ontwikkeling van hetinstrumentarium. Binnenkort neem ik een besluit over de consultatie vande voornoemde jaarverplichting RFNBO’s in de industrie.Deze leden hebben ook begrepen dat de Europese Commissie bezig ismet een nieuwe gedelegeerde handeling met betrekking tot eventueleuitzonderingen op de genoemde verplichtingen.18Is deze veronderstelling juist?Antwoord vraag 18:De Commissie heeft aangegeven te werken aan richtsnoeren over ondermeer de interpretatie van RED-III, artikel 22a. Naar verwachting zal deCommissie dan ook ingaan op de interpretatie van de uitzonderingen vanwaterstofstromen zoals deze zijn opgenomen in het desbetreffende artikel.Deze leden constateren dat in overweging 63 van de RED-richtlijn wordtaangegeven dat erkend moet worden dat de genoemde verplichtingproblemen zou kunnen opleveren voor bepaalde bestaande geïntegreerdeproductie-installaties voor ammoniak.19In hoeverre is/komt er ruimte voor uitzonderingen op de genoemdeverplichtingen om de gevolgen te beperken? Gaat Nederland hieropinzetten en gebruik van maken?Antwoord vraag 19:Als onderdeel van de implementatie van RED-III verken ik ook demogelijkheden om een deel van de ammoniakproductie uit te zonderenvan de verplichting. Hierbij betrek ik ook de verduurzamingsplannen diede ammoniakproducenten momenteel maken in het kader van demaatwerkafspraken. Ik verwacht in de consultatie van de jaarverplichtingRFNBO’s in de industrie ook aan te geven op welke wijze ik voornemensben om een deel van de ammoniakproductie uit te zonderen van dejaarverplichting.8Kamerstuk 32 813, nr. 1395.9Externe onderzoeken betreffen onder meer «Toetsing beleidsontwikkelingen waterstof» (CEDelft, 2024), «Evaluation of the levelised cost of hydrogen based on proposed electrolyserprojects in the Netherlands» (TNO, 2024), «Assessment of policy instruments for hydrogen inthe Netherlands» (Trinomics en Quo Mare, 2023), «Effecten van een productiesubsidie voorelektrolysers» (Berenschot en TNO, 2023) en «Afnameverplichting groene waterstof» (CE Delften TNO, 2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10809

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 885af1f602065f85

14 okt 2026 · 98f22bae67a62c7b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.