Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 februari 2025, over Medische ethiek/orgaandonatie (tweede termijn)
Brontekst
Versie 7570a2025994c0c9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 963Evaluatie Wet medisch-wetenschappelijkonderzoek met mensen34 990Medische ethiekNr. 27 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 21 februari 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op4 februari 2025 vervolgoverleg gevoerd met de heer Karremans, Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie en Sport, over:–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 oktober 2023 inzake jaarrapportage 2022 over de Wetafbreking zwangerschap van de Inspectie Gezondheidszorg enJeugd (IGJ) (Kamerstuk 30 371, nr. 53);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 25 oktober 2023 inzake stand van zaken inzet DNA-technologie voor zorg en preventie (Kamerstuk 32 793,nr. 703);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 oktober 2023 inzake besluitvorming over GR-adviesover WBO-vergunning voor de NIPT als bevolkingsonderzoek(Kamerstuk 29 323, nr. 176);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 november 2023 inzake reactie op verzoek commissieover de opzet van de periodieke rapportage geneesmiddelen,medische technologie en lichaamsmateriaal (Kamerstuk32 772, nr. 38);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 29 november 2023 inzake advies van de Gezondheidsraadover de veertiendagengrens in de Embryowet (Kamerstuk30 486, nr. 32);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 29 november 2023 inzake Gezondheidsraadadvies overpreconceptionele dragerschapsscreening (Kamerstuk 29 323,nr. 177);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 29 november 2023 inzake evaluatie WMO en CCMO(Kamerstuk 29 963, nr. 24);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 29 november 2023 inzake niet-reanimerenpenning(Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 22);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 december 2023 inzake stand van zaken medicamenteuze kst-29963-27ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 271 afbreking van de zwangerschap via de huisarts (Kamerstuk30 371, nr. 54);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 11 december 2023 inzake jaarverslag 2022 van deStichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (Sdkb)(Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 24);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 14 december 2023 inzake donorvragenlijst van StichtingSanquin Bloedvoorziening (Kamerstuk 29 447, nr. 83);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 december 2023 inzake jaarverslag 2022 PGT Nederland(Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 29);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 15 januari 2024 inzake reactie op NCad-adviesrapportover de beschikbaarheid van menselijk weefsel voor onder-zoek en onderwijs (Kamerstuk 35 844, nr. 11);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 15 januari 2024 inzake antwoorden op vragen commissieover de vierde evaluatie van de Wet toetsing levensbeëindigingop verzoek en hulp bij zelfdoding (Kamerstuk 31 036, nr. 10)(Kamerstuk 31 036, nr. 11);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 30 mei 2023 inzake vierde evaluatie van de Wet toetsinglevensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Kamer-stuk 31 036, nr. 10);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 januari 2024 inzake reactie op de motie van het lidGrinwis c.s. over ten spoedigste voorkomen dat een zelf-moordmiddel wordt verstrekt via de proeftuin van CoöperatieLaatste Wil (Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 16) (Kamerstuk 32 647,nr. 103);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 1 februari 2024 inzake rapportage over inventarisatie vanlaagdrempelige zorg, hulp, begeleiding en ondersteuning voormensen met psychisch lijden en een aanhoudende doodswens(Kamerstuk 32 647, nr. 104);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 14 maart2024 inzake rapport «Dit is mijn verhaal» en reactie op demotie van het lid Grinwis c.s. over onderzoek naar de oorzaaken achtergrond van de sterke stijging van het aantal abortus-sen (Kamerstuk 32 279, nr. 247) (Kamerstuk 32 279, nr. 252);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 26 maart2024 inzake reactie op de motie van het lid Bikker c.s. overeen onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken van de absoluteen relatieve stijging van het aantal euthanasiegevallen(Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 71) (Kamerstuk 32 647, nr. 105);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 2 april 2024inzake stand van zaken aangenomen moties naar aanleidingvan mondelinge behandeling wijziging Wet donorgegevenskunstmatige bevruchting van 12 april 2023 (Kamerstuk35 870) (Kamerstuk 35 870, nr. 29);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 4 april 2024inzake jaarverslag 2023 van de Regionale ToetsingscommissiesEuthanasie (RTE) (Kamerstuk 32 647, nr. 106);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 5 april 2024inzake evaluatierapport Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg-Somatisch (Kamerstuk 31 016, nr. 371);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 25 april 2024inzake evaluatie gewijzigde Wet op de orgaandonatie (Kamer-stuk 28 140, nr. 121);Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 272 –de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 4 juni 2024inzake reactie op het Final Report van de Cass IndependentReview en de betekenis hiervan voor genderzorg voor minder-jarigen in Nederland en uitvoering aangenomen moties(Kamerstuk 31 016, nr. 372);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 14 juni 2024inzake kabinetsreactie op de vierde evaluatie van de Wettoetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding(Wtlvhz) (Kamerstuk 31 036, nr. 12);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 17 juni 2024inzake opdracht tot onafhankelijk onderzoek naar de oorzakenvan de stijging van het aantal euthanasiegevallen (Kamerstuk32 647, nr. 108);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 21 juni 2024inzake onderzoek demonstratierecht en demonstraties bijabortusklinieken (Kamerstuk 34 324, nr. 13);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.30 augustus 2024 inzake antwoorden op vragen over devoortgangsrapportage Aanpak onbedoelde en ongewenstezwangerschap (Kamerstuk 32 279, nr. 255) (Kamerstuk 32 279,nr. 259);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 17 april 2024 inzake voortgangsrapportageAanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap (Kamerstuk32 279, nr. 255);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.20 september 2024 inzake jaarverslag beoordelingscommissieLZA/LP (Kamerstuk 32 647, nr. 109);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.11 oktober 2024 inzake jaarverslag 2023 PGT Nederland(Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 12);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.4 november 2024 inzake antwoorden op vragen commissieover de reactie op het onderzoeksrapport Zorgvuldigheid in deomgang met leeftijdsgrenzen in de Wet donorgegevenskunstmatige bevruchting (Kamerstuk 30 486, nr. 31) (Kamer-stuk 30 486, nr. 33);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 20 juni 2023 inzake reactie op het onderzoeksrapportZorgvuldigheid in de omgang met leeftijdsgrenzen in de Wetdonorgegevens kunstmatige bevruchting (Kamerstuk 30 486,nr. 31);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.4 november 2024 inzake antwoorden op vragen commissieover de evaluatie en verlenging van de subsidieregeling KID(Kamerstuk 29 214, nr. 105) (Kamerstuk 29 214, nr. 107);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.9 september 2024 inzake evaluatie en verlenging van desubsidieregeling KID (herdruk) (Kamerstuk 29 214, nr. 105);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.6 november 2024 inzake jaarrapportage van de InspectieGezondheidszorg en Jeugd over de Wet afbreking zwanger-schap 2023 (Kamerstuk 30 371, nr. 57);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 november 2024 inzake antwoorden op vragen commis-sie over de kabinetsreactie op het Final Report van de CassIndependent Review en de betekenis hiervan voor genderzorgvoor minderjarigen in Nederland en uitvoering aangenomenmoties (Kamerstuk 31 016, nr. 372) (Kamerstuk 31 016,nr. 374);Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 273 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 6 december 2024 inzake kabinetsreactie op de vierdeevaluatie van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoekmet mensen en de evaluatie van de Centrale CommissieMensgebonden Onderzoek (Kamerstuk 29 963, nr. 25);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.13 december 2024 inzake reactie op verzoek commissie overeen kabinetsreactie op het bericht Veel vrouwen in de abortus-kliniek die geen anticonceptie gebruiken (Kamerstuk 32 279,nr. 262);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.16 december 2024 inzake stand van zaken prenatale screeningen preconceptionele dragerschapsscreening (Kamerstuk29 323, nr. 181).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 274 Voorzitter: MohandisGriffier: DoomsAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bevers, Diederik van Dijk,Dobbe, Kops, De Korte, Mohandis, Paulusma en Slagt-Tichelman,en de heer Karremans, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.Aanvang 18.17 uur.De voorzitter:Ik heet u allen welkom bij de voortgang van het commissiedebat overmedische ethiek en orgaandonatie: de tweede termijn van de zijde van deKamer en het kabinet. Ik kan me de onderwerpen niet meer exactherinneren, maar er is wel bijgehouden en genoteerd dat er toezeggingenzijn gedaan dat er wordt teruggekomen op punten in de tweede termijnvan het kabinet. Ik begreep van de Staatssecretaris en zijn ondersteuning,die ik ook van harte welkom heet, dat hij daar straks op zal ingaan in zijntermijn. Ik geef u zo allen het woord. U heeft zo ongeveer een derde vande spreektijd in de eerste termijn. Ik begin bij de heer Van Dijk van deSGP-fractie.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording inde eerste termijn.Voorzitter. In mijn bijdrage wil ik kort aanhaken bij een voorval uit deeerste termijn. Een van de leden vroeg toen de aandacht voor eenongeboren kindje van 22 weken. Hij toonde daarbij de feiten. Het beeld isconfronterend, maar het is wel precies wat er plaatsvindt in ons land: opsteeds grotere schaal wordt menselijk leven gedood. Collega’s reageerdenverontwaardigd. Daarom wil ik de volgende vraag stellen. Als wij het inons voorstellingsvermogen niet kunnen verdragen dat bij abortus hetleven van een kindje wordt afgebroken, is het dan niet de hoogste tijd datwe stoppen met abortus in plaats van dat we de beelden op zwart zettenomdat we de werkelijkheid niet onder ogen durven te zien? De SGP zietdeze verdrietige werkelijkheid wél onder ogen en verwacht dat het kabinetin actie komt om de explosief stijgende abortuscijfers terug te dringen.Wij missen de urgentie bij het kabinet en bij deze Staatssecretaris om ietste doen aan de ongekende stijging van het aantal abortussen in deafgelopen jaren. Het waarom van de stijging wordt niet onderzocht. Erworden miljoenen extra gereserveerd om de stijging van de abortusaan-tallen te kunnen financieren.De voorzitter:Meneer Van Dijk, ik zie een interruptie. Die gaat hierover.Mevrouw Paulusma (D66):Ik moet zeggen dat ik een beetje teleurgesteld ben in mijn collega van deSGP. In het vorige debat is er iets gebeurd wat gewoon niet kon als je kijktnaar het Reglement van Orde. Ik vind dat de voorzitter heel nauwkeurig enzorgvuldig heeft opgetreden. Dit ging wat mij betreft helemaal niet omwát er op tafel lag, maar om het gegeven dát er iets op tafel werd gelegd,wat gewoon niet strookt met het Reglement van Orde. Ik vind ook – datheb ik de vorige keer ook gezegd – dat wij ons daaraan hebben te houden.Maar ik vind ook dat de voorzitter, die er met steun van deze Kamer zit,beschermd mag worden in zijn of haar taak. Dat ga ik elke keer weer doen.Dat heb ik de vorige keer ook gedaan. Ik vind ook dat we achter onzevoorzitter moeten staan, dus ik vind het een beetje jammer dat dezecollega er iets politieks van maakt. Dit ging over het Reglement van OrdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 275 en de manier waarop deze voorzitter de vergadering heeft voorgezeten.Dat verdient alle steun, toen en nu.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik ga graag in op de vraag van mijn collega. Twee dingen. In de eersteplaats mogen feiten getoond worden. Ik constateer – dat heb ik de vorigekeer ook gezegd – dat er vaker iets wordt getoond in de vergadering, in deplenaire zaal en hier. Dus laten we wel even oppassen voor het meten mettwee maten. Het tweede. Ook ik ben van de lijn dat we een voorzitterhebben gekozen en dat je niet tijdens de vergadering met hem in debatgaat. Daarom stel ik het nu op deze manier aan de orde. Volgens mijstrijdt het niet met het Reglement van Orde om iets te tonen. Ik zou hetbuitengewoon kwalijk vinden als er niets iets mag worden getoond omdathet een gruwelijke werkelijkheid zou onthullen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik stelde geen vraag; ik deed een constatering. Ik doe nu opnieuw eenconstatering. Ik vind dat de heer Van Dijk hiermee de voorzitter níétsteunt. Dat vind ik jammer. Het is niet nodig. Volgens mij hebben we hetuitgesproken. De vorige keer heeft de voorzitter ook precies uitgelegd watzijn taak en rol zijn als je kijkt naar het Reglement van Orde. Door dit nuweer op tafel te leggen, wordt die rol ter discussie gesteld. Ik vind datkwalijk en eigenlijk stelt de collega van de SGP mij ook wel een beetjeteleur. En het is niet nodig.De heer Diederik van Dijk (SGP):Echt even ten overvloede: ik heb groot respect en waardering voor dezevoorzitter. Laat daar geen enkele twijfel over bestaan. Maar nogmaals, ikkan in het Reglement van Orde niet teruglezen dat je geen beeld of objectzou mogen tonen. Sterker nog, dat gebeurt geregeld in de plenaire zaal enook in commissiedebatten. Ik vraag mij in die zin dus wel af waarom hetvertonen van zo’n beeld dan zo veel verontwaardiging oproept.Nogmaals, ik heb diep respect voor onze voorzitter. Ik val hem niet af. Zowil ik het zeker niet plaatsen.De voorzitter:Voordat u vervolgt, even heel kort het volgende. Anders krijgen we eensoort welles-nietesdiscussie over de tekst. Nog even heel kort over devorige keer. Artikel 8.16, eerste lid, onder a en b van het Reglement vanOrde zegt best veel over de reikwijdte waarbinnen de voorzitter eeninschatting maakt van hoe een debat verloopt en over wat het verstorenvan de orde betekent. Hij maakt een inschatting van alle aanwezigen hier.U heeft net ook veel dingen gezegd waarvan ik weet dat andere politiekepartijen daar anders in staan. Ik heb ook gezegd dat er heel veel mag endat bijna alles gezegd mag worden in dit huis. De grens ligt echt bijbepaalde objecten. Ik heb ook gezegd dat je grafieken kunt laten zien. Iksta dus nog steeds achter hoe het is gegaan. Ik zou dat weer precieshetzelfde doen, uiteraard met uw steun, want uiteindelijk bent u als Kamerde baas. Als er behoefte is om dat in de toekomst nog een keer met elkaardoor te spreken, dan kan dat bij een strategische procedurevergadering ofbij iets anders. Maar ik zal exact handelen zoals ik heb gehandeld. Ikvoelde mij breed gesteund in uw Kamer en nog steeds. Ik wilde dat nogeven gezegd hebben. Het Reglement van Orde geeft mij dus als voorzitterde ruimte om te handelen zoals ik heb gehandeld. Meneer Van Dijk, aan uhet woord.De heer Diederik van Dijk (SGP):Fijn dat we er gewoon op deze manier met elkaar over kunnen spreken.Wat mij betreft is er bepaald geen sprake van elkaar afvallen of devoorzitter ondergraven. Dat wil ik helemaal niet. Nogmaals, ik denk datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 276 het Reglement van Orde echt wel ruimte biedt voor het tonen vanobjecten. De voorzitter heeft daarover een besluit genomen. Dat ligt er. Ikheb ondertussen ook gezegd wat ik daarover gezegd heb, dus daar laat ikhet nu bij.Ik sluit af. Er worden miljoenen extra gereserveerd om de stijging van hetaantal abortus te kunnen financieren, maar er gaat geen cent extra naarhulp voor onbedoeld zwangere vrouwen. Ik doe een klemmend beroep ophet kabinet om betere hulp te bieden aan moeders en hun ongeborenkindje.Tot slot. Ik wil heel graag een tweeminutendebat aankondigen voor op deplenaire agenda.En helemaal tot slot. Ik ben een plenair debat uit gelopen. Ik zal dus welvrij vlot weer terug moeten. Ik zal om die reden de beantwoording niethelemaal kunnen volgen. Excuses richting de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank, meneer Van Dijk. De aanvraag van het tweeminutendebat isgenoteerd. Ik zal die straks nog even bevestigen en doorgeleiden. Aan mijligt het niet. Ik ga het tempo er proberen in te houden. De PVV-fractie.De heer Kops (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Staatssecretaris voor de gegevenantwoorden. Terugkomend op euthanasie en suïcide: de Staatssecretariszei dat er over de verschillende doodswensen nog heel weinig bekend is.Dat is natuurlijk cruciaal als je mensen wil helpen en van hun doodswensaf wil helpen. Is de Staatssecretaris bereid daar dan juist meer onderzoeknaar te doen, zeker gezien het enorm gestegen aantal euthanasieaan-vragen onder jongeren?Voorzitter. 113 Zelfmoordpreventie heeft het op de website over jaarlijkshonderden suïcides meer die kunnen worden voorkomen. Het is wellichtgeen gemakkelijke vraag – dat geef ik toe – maar wat is daar dan preciesvoor nodig? Hoe gaan we dan, zoals 113 Zelfmoordpreventie zegt, vanwanhoop naar hoop en leven? Wat is daarvoor nodig?Voorzitter. Dan nog even over anticonceptie. De Staatssecretaris haaldehet onderzoek van Rutgers aan. Ik noem enkele opvallende cijfers daaruit.41% van de vrouwen gebruikte geen methode om zwangerschap tevoorkomen voorafgaand aan de onbedoelde zwangerschap. Bij degenendie wel een methode gebruikten, was de vruchtbaredagenmethode demeestgebruikte. Vindt de Staatssecretaris dat niet zorgwekkend? In deconclusie van het rapport staat: «Er is dus meer onderzoek nodig naar dekennis van zowel vrouwen als mannen over vruchtbaarheid en anticon-ceptie, waar zij hun informatie vandaan halen en hoe zij hier beter overgeïnformeerd kunnen worden.» Mijn laatste vraag is: is de Staatssecre-taris bereid om onderzoek te doen in aanvulling op zijn eigen onderzoeknaar, of beter gezegd tegen desinformatie? Graag een reactie.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u. Dan kom ik bij de volgende... O wacht, sorry. We hebben hethelemaal niet over de interrupties gehad. Sorry. Ja, dat kan natuurlijk. Datkan altijd in een tweede termijn, maar ik hou het wel kort. MevrouwDobbe, u mag dus even interrumperen.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor uw bijdrage. Ik hoorde de PVV praten over het belang vananticonceptie om ongewenste zwangerschappen tegen te gaan. Zoals dePVV heel goed weet, is het voor heel veel mensen moeilijk om rond tekomen. Ook anticonceptie en het gebruik ervan betekenen vaak eenfinanciële belemmering. Hoe zou de PVV er nu, dit gezegd hebbende enhierop gereflecteerd hebbende en zo, tegenover staan om anticonceptie inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 277 het basispakket te doen? Dan heb ik het niet alleen over de pil, maar ookover condooms, want dan zijn we direct van die soa’s af.De heer Kops (PVV):Ik denk dat ik het heel kort kan houden. Het antwoord is nee. Eigenlijkbehoeft dat geen toelichting, want wat wil het toeval nou? Exact diezelfdevraag is in de eerste termijn al door mijn collega van PvdA-GroenLinksgesteld. Ik heb daar dus exact al uitgebreid antwoord op gegeven. Dus ikzou zeggen: het antwoord kunt u teruglezen in de Handelingen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap dat antwoord wel, maar waarom komt de PVV hier dan met eenbijdrage waarin anticonceptie als een belangrijk middel tegen ongewenstezwangerschappen wordt gepresenteerd?De voorzitter:Tot slot, meneer Kops.De heer Kops (PVV):Het lijkt me evident dat anticonceptie heel belangrijk is om ongewenstezwangerschappen te voorkomen. Ja, natuurlijk. Dat is ieders eigenverantwoordelijkheid. Natuurlijk, dat moeten mensen doen. Maar het iseen hele rare oplossing en ik denk eerlijk gezegd een non-oplossing omhier te zeggen dat het allemaal maar vergoed moet worden. We zoudeneerst eens even goed moeten kijken naar waarom mensen het nietgebruiken. Als u het onderzoek van Rutgers had bekeken, dan had ugezien dat het heel veel – hoe zal ik het zeggen? – slechte kennis van zakenis, dat mensen methodes zoals de pil en een condoom, maar ook dievruchtbaredagenmethode verkeerd hebben gebruikt en het daardoor ismisgegaan. Uit dat onderzoek blijkt trouwens ook – dat heb ik opgezocht –dat bijna de helft van de vrouwen die geen methode gebruikten, 49%,aangaf niet over een eventuele kans op zwangerschap nagedacht tehebben of dacht dat er überhaupt geen kans was op zwangerschap. Dankan er wel worden voorgesteld om anticonceptie allemaal gratis te maken,maar ik denk dat hier eerder iets misgaat met de instelling van mensen.De voorzitter:Nee, mevrouw Dobbe, we gaan niet het debat heropenen. MevrouwPaulusma nog heel kort; u heeft nog niet geïnterrumpeerd.Mevrouw Paulusma (D66):Een hele korte interruptie. Dan kan ik nu dus concluderen dat de PVV eenheel groot voorstander is van hele vroege en vooral veel meer seksuelevoorlichting in het onderwijs.De voorzitter:De vraag is of u daarvoor bent, meneer Kops.De heer Kops (PVV):Het is evident dat seksuele voorlichting heel belangrijk is, absoluut. Maarlaten we wel wezen: we hebben het hier natuurlijk niet over kinderen. Wehebben het over volwassenen. Die hebben waarschijnlijk, als het goed is,die voorlichting al gehad. Dan is het ook heel belangrijk dat ieder zijneigen verantwoordelijkheid neemt. Wie niet zwanger wil worden, moetaan anticonceptie doen. Dat is evident, ja.De voorzitter:Ik ga naar de volgende fractie, GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 278 Voorzitter. Bedankt voor de beantwoording van de vragen in de eerstetermijn, en ook voor het verslag, dat vandaag al beschikbaar is. AlsGroenLinks-PvdA zien we hoe krachtig vrouwen zijn. Daar willen we ookgraag naar handelen. Abortuszorg is geen impulsieve keuze. Eenverplichte beraadtermijn kan juist stress opleveren en voor logistieke enfinanciële belemmeringen zorgen, namelijk met betrekking tot het reizennaar de zorglocatie. Landen als Zweden en Canada hebben hier aljarenlang goede ervaringen mee. Vrouwen die zelf langer willen nadenkenover een beslissing, kunnen dit doen. Er is ook hulp beschikbaar. Daarvooris het invoeren van een beraadtermijn volgens ons niet nodig. Neemvrouwen serieus. Zet mensen ook nog meer in hun kracht door goedevoorlichting en toegang tot goede anticonceptiezorg; ik kijk even naarmijn buurman, de heer Kops.Ik vind het heel fijn dat de VVD straks nog even terugkomt op deverschillen met betrekking tot het wetsvoorstel voor het kweken vanembryo’s. Ik heb er zelf ook al naar gekeken. Wij zien inderdaad veelmooie technische voorstellen extra, dus in ieder geval alvast dank voor deinspanningen.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de volgende spreker, mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik heb het in mijn eerste termijn gehad over deinitiatiefnota van NSC. Die was voorheen van mijn collega Hertzberger enga ik nu overnemen. Die initiatiefnota gaat over euthanasie bij jongemensen die psychisch lijden. Hij is begin oktober ingeleverd. Vorige keerzei de Staatssecretaris: er komt gauw een schriftelijke reactie. Ik wil graagweten wanneer dan, want ondertussen is die nog steeds niet gekomen.Ik heb er één ding uit gehaald. Ik heb het specifiek gehad over demediarichtlijn. We zijn ontzettend blij dat het Expertisecentrum Euthanasieeen mediarichtlijn heeft geschreven, specifiek ook voor euthanasie bijpsychisch lijden. Ik dacht eigenlijk dat de Minister had toegezegd die echtonder de aandacht te brengen. Ik las zonet het stenogram. Daarin staattoch eigenlijk: «Ik heb er geen actieve rol in.» Daarom toch opnieuw devolgende vraag aan de Staatssecretaris. Wij zouden graag een actieve rolwillen hebben van de Minister om die mediarichtlijn, die belangrijk is envergelijkbaar is met die van 113 omtrent suïcide, te hanteren bij mensendie psychisch lijden en om euthanasie vragen. Die mediarichtlijn is er nu.Wij zijn daar blij mee, maar wij vinden echt dat de Staatssecretaris daarook een rol in moet hebben.Ik had nog het voornemen om iets te zeggen over de Bijna Thuis Huizen,die nu minder geld krijgen, maar daar is een debat voor aangevraagd. Datbewaar ik dus nog even.De voorzitter:Helemaal goed. Dank u wel, mevrouw De Korte. Dan kom ik bij devolgende spreker, mevrouw Dobbe, SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. We hebben het vorige keer en ook deze keer gehad over hetzo veel mogelijk voorkomen van ongewenste zwangerschappen en datanticonceptie daar eigenlijk het beste middel toe is, niet alleen tegenongewenste zwangerschappen, maar bijvoorbeeld ook tegen soa’s, dieeen groeiend probleem vormen. Anticonceptie is goed voor de seksuelegezondheid, goed voor de zelfbeschikking van vrouwen – daar hebben wehet de vorige keer ook over gehad – en goedkoper dan de gevolgen vaneen ongewenste zwangerschap. Anticonceptie is namelijk altijd goedkoperdan een abortus of een kindje voldragen, wat je eigenlijk niet zou willenen wat natuurlijk ook menselijk heel erg groot leed is. Daar moeten weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 279 dan wat aan doen. Als we het daar allemaal over eens zijn, moeten we erwat aan doen. Alleen, in het debat van de vorige keer werd het mijduidelijk dat het niet automatisch gebeurt.Ik zou nog drie dingen aan de Staatssecretaris willen vragen. De vraag isook of hij daarop wil reageren. Zorg dat er niet bezuinigd wordt opseksuele gezondheid, voorlichting en programma’s. Ik vroeg de vorigekeer in het debat naar de GGD’s. De Staatssecretaris ging er toch wat sneloverheen wat de bezuinigen op de GGD’s betekenen. Ik weet bijvoorbeelddat in Arnhem wordt aangekondigd dat er in 2026 fors wordt bezuinigd opde programma’s omtrent seksuele gezondheid; die worden namelijkgehalveerd. Dus mijn vraag is... Ja, dat is wat de gemeenteraad daar heeftontvangen, meneer de Staatssecretaris. Dat zijn de gevolgen van hetravijnjaar. Mijn vraag is wat de Staatssecretaris hiervan vindt. Heeft hijook scherp dat dit gebeurt, niet alleen op één plek, maar waarschijnlijkook op andere plekken? Moeten we niet in kaart brengen wat dat daarvoorbetekent?Nog heel kort twee dingen. Neem toegang tot anticonceptie op in hetbasispakket, wat ons betreft niet alleen maar de pil, maar ook condoomstegen soa’s. Het derde punt. Zorg dat onverzekerde vrouwen ook toegangkrijgen tot de gratis abortuspil en tot zorg. De vorige keer heeft deStaatssecretaris gezegd dat de klinieken hier buffers voor hebben. Wijhebben in de tussentijd met abortusartsen gebeld en zij zeggen dat diebuffers er niet zijn. Extra geld gaat op aan andere dingen. Dit is afhankelijkvan liefdadigheid. Daar zou ik ook graag een reflectie op willen.De voorzitter:Dank. De volgende spreker is de heer Bevers van de VVD-fractie.De heer Bevers (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het is al aangekondigd door de collega vanPvdA-GroenLinks: ik zou terugkomen op het amendement dat u onder deaandacht bracht in vergelijking met het initiatiefvoorstel van de heerPaternotte en mij. Ik heb daarnaar gekeken. Twee dingen. Er zijn eenaantal zaken anders. Het amendement was wat breder in de interpretatie.Daar kan het dus mee te maken hebben. Ik zal ook niet ontkennen dat er in2020 een andere politieke samenstelling was, een andere coalitie metandere afspraken, wat ongetwijfeld ook in de overweging heeft meege-speeld. Dat kan en wil ik erover zeggen. Ik kan natuurlijk niet terug gaanvragen naar de fractievergadering die daaraan vooraf is gegaan.Ten slotte, voorzitter. Ik heb aan het einde van de eerste termijn nog ietsgezegd over de Wet op de orgaandonatie en de wijziging die we daar nogniet zo lang geleden in hebben gehad. Ik moet zeggen dat het mij plezierdeed om de afgelopen twee, drie dagen een hoop berichten te zien overde positieve ontwikkelingen, namelijk een stijging van 25% in het aantaltransplantaties. Dat is gewoon een hele goede zaak, denk ik.Voor de rest heeft de Staatssecretaris mijn vragen beantwoord, dus daarhou ik het bij.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij mevrouw Paulusma, D66.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Gisteren kwam het nieuws dat het aantal orgaando-naties het afgelopen jaar flink is gestegen. Dat is fantastisch nieuws voorpatiënten, maar het laat ook zien dat als je als politieke partij tegen dewaan van de dag in gaat, je vandaag de resultaten kan vieren. Dat de wetomtrent actieve donorregistratie er kwam, is natuurlijk vooral in hetbelang van patiënten, maar is ook het resultaat van politieke inzet. Ik wilTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2710 bij dezen nogmaals mijn oud-collega Pia Dijkstra bedanken voor haaronverminderde inzet om dit voor elkaar te krijgen.Voorzitter. De Staatssecretaris heeft de vorige keer heel goed aangegevendat het vragen naar een reden voor abortus absoluut geen goed idee is.Daar sluit ik mij geheel bij aan. Maar mocht die afschuwelijke lijst eronverhoopt toch komen, laat daar dan alsjeblieft ook de keuzemoge-lijkheid op staan, en wat mij betreft vetgedrukt: «Gaat u helemaal nietsaan».Voorzitter. De Staatssecretaris verwees in zijn beantwoording van mijnvragen over kiezen voor kwaliteit van leven boven een behandeling,vooral naar palliatieve zorg. Maar het speelt natuurlijk breder. DeStaatssecretaris noemde eerder een maatschappelijk gesprek over ditonderwerp, kwaliteit van leven. Ik ben toch wel heel benieuwd naar deplannen naar aanleiding van die uitspraak van de Staatssecretaris als hetgaat om het kiezen voor kwaliteit in plaats van voor een behandeling.Tot slot hoor ik ook nog graag wanneer de Staatssecretaris met een briefkomt over de schriftelijke wilsverklaring bij dementie en euthanasie, enhoe de bestaande voorlichting en ondersteuning kunnen wordenverbeterd.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijnvan de zijde van de Kamer. Er is in ieder geval een tweeminutendebataangevraagd, dus er komt nog een zijde van de Tweede Kamer, maar danin de plenaire zaal. Ik schors nu voor tien minuten, vanaf de tijd die u nuop de klok ziet. We gaan over tien minuten verder.De vergadering wordt van 18.38 uur tot 18.46 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn gekomen bij de tweede termijn van dezijde van het kabinet. Ik geef het woord aan Staatssecretaris Karremans.Staatssecretaris Karremans:Dank u wel, voorzitter. Ik begin met een toezegging, of eigenlijk met hetinlossen van een toezegging; laat ik het zo zeggen. Op verzoek vanmevrouw Dobbe heb ik namelijk in de eerste termijn van dit debattoegezegd om met meer informatie te komen over het gratis maken vananticonceptie. Mevrouw Van der Plas, die vandaag niet aanwezig is,voegde daar toen aan toe graag geïnformeerd te worden over deproportionaliteit van het gratis maken van anticonceptie. Daarover kan ikzeggen dat er slechts een kleine groep is voor wie de kosten een barrièrevormen voor het gebruik van anticonceptie. Dankzij het uitstel van detweede termijn heb ik voldoende tijd gehad om daar nog meer informatieover te verzamelen. Waar mevrouw Dobbe de kans had om een aantalabortusartsen te bellen, heb ik de kans gehad om dat uit te zoeken. Elknadeel heb zijn voordeel, zullen we maar zeggen. Dat hebben we maar zoopgevat.Anticonceptie wordt op dit moment uit het basispakket vergoed voorvrouwen jonger dan 21 jaar, zoals de Kamer weet. Voor meiden tot 18 jaaris het zelfs gratis, omdat zij zijn vrijgesteld van het eigen risico. Het gaatdan om alle soorten anticonceptie, met of zonder hormonen. Alleencondooms vallen daar niet onder; daar heeft mevrouw Dobbe natuurlijkgelijk in. Als die jonge doelgroep zou worden verbreed naar alle vrouwenin de vruchtbare leeftijd, kost dat 25 miljoen euro per jaar. Dat was eenspecifieke vraag van mevrouw Dobbe. In deze berekening is ervanuitgegaan dat anticonceptie onder het eigen risico valt. Meer dan de helftvan deze groep vrouwen maakt het eigen risico overigens niet vol. Zijzullen daardoor alsnog moeten betalen voor anticonceptie. Als anticon-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2711 ceptie zou worden uitgezonderd van het eigen risico, dan kost het 60miljoen euro per jaar.Dan over de effecten op soa’s, waar mevrouw Dobbe ook naar vroeg. Er ismaar één anticonceptiemiddel dat helpt tegen de verspreiding van soa’sen dat is het condoom. Ik vind het moeilijk om in te schatten wat het zoukosten om condooms gratis te verstrekken, omdat het onbekend ishoeveel mannen en vrouwen condooms zullen gaan gebruiken en hoevaak. Maar juist het condoom is nu al een hele goedkope vorm vananticonceptie. Daarnaast is het heel toegankelijk. Je kunt het overalkrijgen: bij de apotheek, de drogist, de supermarkt, online, noem maar op.Er zijn geen betrouwbare onderzoeken bekend die laten zien dat het gratismaken van condooms het daadwerkelijke gebruik daarvan verhoogt. Ukunt zich voorstellen dat de onzekerheden die ik hier benoem, gelden voorde positieve effecten van het gratis maken van anticonceptie, waarondercondooms. Het is namelijk niet bekend in hoeverre het aantal soa’s enonbedoelde zwangerschappen zal afnemen.In reactie op de vraag van mevrouw Van der Plas over de proportionaliteitkan ik zeggen dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat de kosten voorslechts een kleine groep vrouwen en mannen een drempel vormen voorhet gebruik van anticonceptie, zoals ik ook in mijn inleiding aangaf. Voordie gevallen hebben we nota bene een manier gevonden om de anticon-ceptie toch kosteloos aan te bieden, onder andere via het programma NuNiet Zwanger.Tot slot wil ik opmerken dat ik de ambitie van de Kamer deel om hetcondoomgebruik, het anticonceptiegebruik te stimuleren, zoals de heerKops ook zei. Daarom heb ik het RIVM de opdracht gegeven om insamenwerking met Soa Aids Nederland te onderzoeken wat helpt om hetcondoomgebruik in Nederland te verhogen. De resultaten daarvanverwacht ik deze zomer.Daarmee hoop ik de toezegging ten aanzien van de vragen over anticon-ceptie en condoomgebruik in te lossen.De voorzitter:Ik ga eerst naar mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik stel het zeer op prijs dat de Staatssecretaris het heeft uitgezocht, maarik heb er wel een vraag over. Hij heeft het over een kleine groep, maar watis klein? De totale groep vrouwen in Nederland die een abortus ondergaanof ongewenst zwanger worden, is ook relatief klein, maar toch is dat eenbehoorlijk grote groep vrouwen. Het gaat over een relatief kleine groepdie nu belemmerd wordt door de kosten voor het gebruik van anticon-ceptie, maar hoe groot is die kleine groep dan?Staatssecretaris Karremans:We hebben het echt over enkele procenten. Nogmaals, daar zijnregelingen voor beschikbaar. Daarvoor hebben we bijvoorbeeld hetprogramma Nu Niet Zwanger, zoals ik net noemde. De GGD heeft daarook middelen voor. Dat wordt dus op die manier gedekt.De voorzitter:Tot slot, heel kort nog, mevrouw Dobbe. U heeft al één interruptie gehad,dus uw laatste gaat nu in. Ja, u mag ’m bewaren. Mevrouw Slagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik wou nog even ietsje verder doorgaan op de vraag van mevrouw Dobbe.Er is namelijk een kleine groep die er wel profijt van zou hebben als diefinanciële belemmeringen weggehaald zouden worden. Een deel daarvanwordt bediend door het programma Nu Niet Zwanger, maar hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2712 programma Nu Niet Zwanger heeft enkele strikte criteria om eraan mee tekunnen doen. Zou de hele, hele kleine groep vrouwen die daarbuiten valtbeter in kaart gebracht kunnen worden, zodat we voor hen de drempel totveilige anticonceptie ook weg kunnen nemen?Staatssecretaris Karremans:Kijk, ik wil met alle liefde van alles onderzoeken, maar we hebben op hetministerie natuurlijk ook niet onbeperkt onderzoeksmiddelen om dat tedoen. Je moet het wel even afzetten tegen wat je er vervolgens mee wilt.Zoals ik zei: condooms zijn echt heel erg goedkoop. Een broodje kroket isheel veel duurder dan een condoom, om even een voorbeeld te geven.Het is echt heel goedkoop. De grote belemmering is dus niet dat het nutotaal financieel onhaalbaar is voor mensen. Voor een hele kleine groep,enkele procenten, kan dat een financiële barrière vormen. Daar hebben weregelingen voor. Dat rechtvaardigt naar mijn mening niet om het in éénklap voor iedereen te gaan betalen en daarmee de zorgkosten in één keerte verhogen. Als de Kamer dat wil, wil ik met alle liefde allerlei dingenonderzoeken, maar ik geef wel even een spiegel mee, als u mij dattoestaat, want wij moeten altijd heel veel dingen onderzoeken en wehebben ook maar beperkte capaciteit en middelen. Nogmaals, als deKamer het wil, doe ik het, maar ik geef dit wel even als overweging mee indat perspectief.De voorzitter:U had er net al een, mevrouw Slagt-Tichelman. Ik kan ook zeggen: ik hader maximaal twee, en dan... Ik probeer de orde een beetje te handhaven,want anders gaan we... Nou ja, goed, ik kijk straks nog wel even hoeveeltijd er is. Ik wil dat de Staatssecretaris toch even doorgaat met debeantwoording.Staatssecretaris Karremans:Dit was mijn inleiding. Die zag natuurlijk vooral op de vraag die mevrouwDobbe gesteld had in de eerste termijn. Ik heb dit keer drie blokjes, eenover euthanasie, een over abortus en een overig. Ik begin met euthanasie,want daar zijn de meeste vragen over gesteld.Wanneer kom ik met de brief over de stappen die worden gezet rondomde wilsverklaring voor mensen met dementie? Dat zal dit najaar zijn, zeg iktegen mevrouw Paulusma. Dan krijgt u ook de stand van zaken tenaanzien van andere toezeggingen die in reactie op de vierde wetsevaluatievan de euthanasiewet gedaan zijn over het verbeteren van de voorlichtingover het levenseinde.Dan vroeg de heer Kops wat ik vind van de stijging van het aantaleuthanasiegevallen en verzoeken van jonge mensen bij psychisch lijden.Volgens mij hebben we het daar in de eerste termijn ook uitgebreid overgehad. Natuurlijk is het in elk geval op zichzelf ontzettend verdrietig datiemand daarvoor moet kiezen, maar uiteindelijk hebben mensen ook welhet recht om dat te doen. Ik ben natuurlijk bezorgd over de stijging vanhet aantal euthanasieverzoeken. Het is belangrijk om onderzoek uit tevoeren naar deze ontwikkelingen. Het kabinet laat door ZonMw eenonderzoek uitvoeren naar de stijging van het aantal euthanasiegevallen.Het Expertisecentrum Euthanasie en 113 Zelfmoordpreventie voerendaarnaast onderzoek uit onder mensen die verzoeken om euthanasie opgrond van psychisch lijden. Dat is het antwoord op die vraag.De voorzitter:Wilt u hierop interrumperen, mevrouw Paulusma?Mevrouw Paulusma (D66):Ja, hierop. Ik weet hoe zorgvuldig de Staatssecretaris is, maar het luisterthier heel nauw. Het is namelijk niet zo dat er een stijging is van het aantalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2713 uitgevoerde euthanasieverzoeken, zoals dat werd overgenomen in allerleiframes. Er is een stijging van het aantal verzoeken rondom euthanasie ende gesprekken die daarover plaatsvinden. Er is geen significante stijgingvan het aantal uitgevoerde euthanasieën in deze leeftijdscategorie. Hetkomt echt heel nauw hoe we hierover praten.Staatssecretaris Karremans:Er zit een stijging in zowel het aantal verzoeken als het aantal meldingen.Dat is dus de uitvoering.De voorzitter:Helder. Gaat u door.Staatssecretaris Karremans:Dan het punt van de suïcides: wat doet het kabinet om suïcides tevoorkomen? Dat is een terecht punt. We financieren onder andere deLandelijke Agenda Suïcidepreventie. Daarnaast is er natuurlijk de Wetintegrale suïcidepreventie, die begonnen is als initiatiefwet. Die zal per1 juli 2025 in werking treden. Die draagt de gemeenten op een lokaleaanpak suïcidepreventie te ontwikkelen. Daarnaast zetten we breed in opallerlei terreinen ten aanzien van mentale gezondheid en natuurlijksuïcidepreventie, onder andere via 113.Wanneer kom ik eindelijk met een reactie op de initiatiefnota vanmevrouw Hertzberger? Ik verwacht volgende week. Dat is het antwoordop die vraag.Dan de vraag over het steunen van de mediarichtlijn. Mevrouw De Kortehad het over twee zaken, namelijk dat ik daar geen actieve rol in speel,maar het wel aanmoedig. Hoe zit dat nou precies, vroeg zij. Het is allebeiwaar. Ik ga er niet over. 113 heeft dat overigens ook zelf gedaan als hetgaat om de richtlijn ten aanzien van de communicatie over suïcide. 113brengt die zelf onder de aandacht bij de media. Dat doen zij zelf. Dat doenzij ook met succes. Hetzelfde geldt hierbij. Daar zitten wij niet tussen. Maarzoals ik gezegd heb: waar ik de mogelijkheid zie om het aan te moedigen,zal ik dat doen. Dat kan je opvatten als een actieve rol, of niet. Ik ga inieder geval geen dagtaak maken van het opbellen van omroepen om hette gaan opvolgen. Ik zal het natuurlijk stimuleren waar ik kan, maar het isuiteindelijk aan het Expertisecentrum Euthanasie zelf om dat verder tebrengen, en dat kunnen ze ook goed. Dat waren de vragen over eutha-nasie.Dan heb ik nog een vraag over abortus gekregen. De vraag was hoe het zitmet de financiële buffer. Mevrouw Dobbe had een aantal artsengesproken die zeiden: wij hebben helemaal geen financiële buffer. Dat zounatuurlijk kunnen, maar er zijn wel degelijk heel veel klinieken die wel eenflinke financiële buffer hebben. Daaruit kan het betaald worden. Maar ookals dat niet kan, zijn er allerlei maatschappelijke organisaties, zoalsAbortion Network Amsterdam of Dokters van de Wereld, die abortusvergoeden in de gelukkig zeldzame gevallen dat er geen financieringmogelijk is. Die bestaan ook. Dat was de enige vraag die ik had overabortus.Dan ben ik bij het kopje overig. Vind ik het zorgwekkend dat zo veelvrouwen een natuurlijke methode gebruiken? Die had eigenlijk... Nou ja,deze vraag gaat over anticonceptie. De vraag was of ik onderzoek wil doennaar desinformatie. Ik doe sowieso onderzoek naar desinformatie. Dat zitnatuurlijk breder in mijn portefeuille; dat heb ik ook al in de eerste termijngezegd. Uiteindelijk is het natuurlijk aan vrouwen zelf om te kiezen welkanticonceptiemiddel zij willen gebruiken. Belangrijk is wel om daar dejuiste informatie bij te geven. Je ziet dat dat bij bijvoorbeeld de vruchtba-redagenmethode niet vaak gebeurt. Het is zaak om dat wel goed te doen,want de kans dat je daarmee alsnog zwanger raakt, is veel groter dan bijandere anticonceptiemiddelen. Ik deel die zorg van de heer Kops wel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2714 want mensen moeten natuurlijk goed geïnformeerd zijn op het momentdat ze kiezen voor een anticonceptiemiddel.Welke onderzoeken naar het voorkomen van onbedoelde zwanger-schappen lopen er nog? We hebben onder andere het ZonMw-programmaOnbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap. Dat loopt toten met 2026. Onderdeel van het ZonMw-programma is hetAVOZ-onderzoek, dat onder andere bestaat uit onderzoeken naar defactoren die leiden tot onbedoelde zwangerschap. Daarnaast doet Fiomdoorlopend onderzoek op dit terrein, met name voor hulp- en zorgver-lening.Dan een vraag van mevrouw De Korte. Zorgverzekeraars bezuinigen per1 januari 2025 op het aantal uren dat een thuiszorgorganisatie kan inzettenbij een Bijna Thuis Huis, zei zij. Zij vroeg of ik de zorgverzekeraars hieropkan aanspreken. Dit is de inzet van de Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg. Dit zit in haar portefeuille. Het signaal datzorgverzekeraars zouden bezuinigen op de tarieven voor de hospicezorgklopt overigens niet, maar in het debat over palliatieve zorg van27 november jongstleden heeft de Staatssecretaris LMZ al toegezegd ingesprek te gaan met zorgverzekeraars over de knelpunten in de palliatievezorg en uw Kamer daarover per brief te informeren.Dan het punt van mevrouw Paulusma over kwaliteit van leven verkiezenboven onnodig doorbehandelen. Zij vroeg hoe ik dat wil vormgeven.Zoals ik de vorige keer al zei, faciliteert het Ministerie van VWS hierbij. Hetis belangrijk dat dat gesprek gevoerd kan worden. De proactieve zorgplan-ningsgesprekken krijgen onder andere een structurele plek in de zorgop-leidingen. Daarnaast werkt de Nederlandse Zorgautoriteit aan verbete-ringen in de bekostiging van de proactieve zorgplanning.Dan het bezuinigen op de seksuele gezondheid door de gemeenteArnhem, waarover mevrouw Dobbe sprak. Ik weet daar niets van. Ikbezuinig in ieder geval niet op verschillende instellingssubsidies voorseksuele gezondheid. Niks, nul. Daar gaat dus niks vanaf. Er is wel eenaanvullende regeling seksuele gezondheid, de ASG-regeling. Daar moetnog een besluit over worden genomen. Er zit inderdaad een taakstellingop die SPUK’s, maar daar is nog geen besluit over genomen. Het zou gekzijn als dat nu al tot doorwerking leidt. Maar ik heb dus helemaal niksbezuinigd op subsidies ten aanzien van seksuele gezondheid. Die heb ikjuist ontzien door op andere terreinen wat meer te doen.Dat waren ze volgens mij.De voorzitter:Gelet op de tijd doe ik nog een laatste hele korte ronde, die ik «devragenveegronde» noem. Ik kijk eerst naar de heer Kops. Heeft hij nog eenallerlaatste vraag? Nee? Mevrouw Slagt-Tichelman? Nee? De Korte?Dobbe?Mevrouw Dobbe (SP):Het is een veegronde, hè? Dat is goed. Fijn.De voorzitter:Eén vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap het, ik snap het. Ik begin snel! Ik heb het antwoord gehoord overde klinieken. Feit is dat er vrouwen zijn die niet verzekerd zijn maar die welin Nederland wonen, leven, zwanger worden en misschien een kindjemoeten voldragen. Ze doen dan ook de geboorte in Nederland en hebbendaar vervolgens een kindje, terwijl ze ongewenst zwanger zijn en ze deabortus niet kunnen betalen. Dat gebeurt nu omdat sommige kliniekenwél een buffer hebben om dit te vergoeden voor de vrouwen die diekosten niet kunnen betalen, maar andere klinieken niet. Dan is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2715 afhankelijk van liefdadigheid, en het wordt niet altijd met liefdadigheidopgelost. Er zijn heel veel verschillen tussen regio’s. Dat geven dieabortusartsen ook aan. Dit leidt tot willekeur: de ene vrouw wel en deandere vrouw niet. Daar wil ik toch een reflectie op, want dat is tocheigenlijk incompleet, onverantwoord beleid?Staatssecretaris Karremans:Als je niet verzekerd bent in Nederland, heb je geen recht op... Kijk, het isverzekerde zorg. We hebben het ook gehad over bijvoorbeeld buiten-landse studenten of toeristen. Dat is allemaal een beetje dezelfdecategorie. Ik vind het heel lastig om dan te zeggen: we doen het ene welen het andere niet. We hebben afgesproken dat het gewoon vergoedwordt als je in Nederland woont of werkt. Dan betaal je zorgpremie enwordt het vergoed. In echt schrijnende gevallen, bijvoorbeeld bijongedocumenteerde vrouwen, is er liefdadigheid. Er kan dan ookverwezen worden; als de ene kliniek het niet heeft, kan die je ook naar eenandere kliniek verwijzen. Abortusklinieken staan in heel goed contact metmekaar. Flink wat abortusklinieken hebben financiële buffers en zettenzich daar ook voor in. Daarnaast zijn er ook partijen, zoals AbortionNetwork Amsterdam en Dokters van de Wereld, die zich daar op diemanier voor inzetten. Daar zit een vangnet en er is sprake van verwijzing.Ik zie daarom geen urgente reden voor mezelf om daar nu in te springen.De voorzitter:Tegen mevrouw Dobbe zeg ik: er volgt nog een tweeminutendebat.Meneer Bevers? Nee? Mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ik zal het kort houden. Althans, ik doe een poging. De vorige keer hebbenwe ook een klein debatje gevoerd over kwaliteit van leven verkiezenboven een behandeling. Ik hoor de Staatssecretaris dat ook nu toch weereen beetje in het bakje palliatieve zorg plaatsen – want proactievezorgplanning gaat ook heel erg over palliatieve zorg – terwijl ik datgesprek heel erg graag helemaal niet alleen wil voeren als je in de fasevan palliatief zit. Ik denk dat we in de zorg veel vaker het gesprek moetenvoeren over kwaliteit van leven, ook als je niet stervende bent, dusgewoon nu, zoals wij hier ook allemaal zitten, zo van: is een ingreep altijdte prefereren boven dat niet doen? Ik had het idee dat de Staatssecretarisde vorige keer een beetje hintte op dat maatschappelijk gesprek. Ik werddaar heel enthousiast van, maar ik wil ook nog wel een setje schriftelijkevragen doen; ik kijk even naar de voorzitter. Dat helpt misschien, maar ikzou dit onderwerp dus breder willen trekken dan alleen de fase aan heteinde van je leven.Staatssecretaris Karremans:Ik kan me die oproep heel goed voorstellen. Ik vind het wel lastig om hiernu op te reageren, omdat het voor een heel groot deel op het terrein ligtvan de Minister van VWS en mijn collega-staatssecretaris. Het is fijn alsmevrouw Paulusma schriftelijke vragen stelt, want dan hebben we evende tijd om daar goed met mekaar naar te kijken. Maar ik onderschrijf dathet zonder meer een belangrijk thema is.De voorzitter:Ik dank ook mevrouw Paulusma. Dan zijn we aan het einde gekomen vanbeide zijden, zeg ik dan maar, zowel van de Kamer als het kabinet. Ik dankalle aanwezigen.Voordat ik de vergadering sluit, wil ik de toezeggingen nog evenvoorlezen. Er is een tweeminutendebat aangevraagd door de SGP-fractie,door de heer Van Dijk. We geleiden dat door. Er komt dus nog eenverlenging van dit debat in de plenaire zaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2716 –De Staatssecretaris informeert de Kamer in het najaar over de stappendie worden gezet rondom de schriftelijke wilsverklaring voor mensenmet dementie.–De Staatssecretaris informeert de Kamer in april over het vergrotenvan de regie op de kinderwens en op het tegengaan van de gevolgenvan desinformatie via de voortgangsrapportage over de Aanpakonbedoelde en ongewenste zwangerschap, die al eerder is toegezegd.–De Staatssecretaris komt volgende week met een reactie op deinitiatiefnota van het lid Hertzberger van de NSC-fractie. Die is nu vanhet lid De Korte.Daarmee dank ik... O, ik mis er nog één. Help me nog even. We hebbengeprobeerd het zo goed mogelijk op te schrijven.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb alles goed teruggekeken, ook het stenogram en zo, en ik heb hetgoed onthouden. De vorige keer hebben we het gehad over het aantalongedocumenteerde vrouwen dat naar klinieken gaat. Toen zei deStaatssecretaris: met enige regelmaat wordt er een rondgang gemaaktlangs alle klinieken om dat op te vragen. Ik zou het antwoord krijgen enanders kwam hij er schriftelijk op terug. Dat was een toezegging.De voorzitter:Die heb ik zeker onthouden, maar ik dacht dat dit juist bedoeld was als dathet kabinet daar in de tweede termijn op terug zou komen in een reactie.Het kabinet heeft daar wel iets over gezegd. Misschien niet over...Mevrouw Dobbe (SP):Niet over de aantallen vrouwen.De voorzitter:Over de aantallen: ik hoorde percentages. O, dat was een anderonderwerp. Wilt u uw microfoon aanzetten?Staatssecretaris Karremans:Nu zet ik mijn microfoon aan. Met alle egards voor de Kamer wil ik daarals volgt op reageren. Het gaat om enkele honderden vrouwen. Wijhebben dus een rondgang gedaan langs abortusklinieken. Het verschiltnogal per kliniek, maar de som is enkele honderden in Nederland per jaar.De voorzitter:Ik hoor mevrouw Dobbe vragen of het niet preciezer kan. Dit is hetantwoord, mevrouw Dobbe. Daar moet u het mee doen. Ik dank deStaatssecretaris voor deze aanvullende opmerking.Staatssecretaris Karremans:Ik kan nog het volgende toevoegen, maar de vraag is of dat niet meervragen oproept. Het lastige is om met zekerheid te zeggen of een vrouwdaadwerkelijk ongedocumenteerd is. Ze houden dat niet met vinklijstjesbij. Het is ook moeilijk, omdat mensen het soms niet zeggen. Dat is eenbeetje het punt. Het blijft dus een inschatting.De voorzitter:Ik weet dat er een tweeminutendebat komt. Het staat iedereen vrij omdaar weer eigen punten in te brengen. Ik sluit de vergadering. Dank u wel.Sluiting 19.09 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 963, nr. 2717
Gerelateerde bronnen
- Medische ethiek/orgaandonatie (tweede termijn)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 februari 2025, over Medische ethiek/orgaandonatie (tweede termijn)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.