KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsbrief Samen tegen mensenhandel

4 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a2dca5e43dc9dbf4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 638MensenhandelNr. 257 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 2025Iedereen in Nederland moet een veilig leven kunnen leiden. Mensen-handel is een ernstige schending van mensenrechten en één van demeest mensonterende vormen van criminaliteit. Slachtoffers vanmensenhandel krijgen te maken met criminele uitbuiting, seksueleuitbuiting, arbeidsuitbuiting of andere vormen van mensenhandel. Degroep (potentiële) slachtoffers is divers: ze verschillen van leeftijd, genderen nationaliteit.Om mensenhandel aan te pakken werk ik in het Actieplan programmaSamen tegen mensenhandel (hierna: Actieplan) samen met betrokkenbewindspersonen, actiehouders, organisaties en ervaringsdeskundigenaan het voorkomen van mensenhandel, het beter signaleren en helpenvan slachtoffers en het aanpakken van daders. Sinds mijn vorige brief van19 november 2024 (Kamerstuk 28 638, nr. 254) hebben we voortganggeboekt op de acties en kan ik uw Kamer een uitgebreider verslag sturenvan de monitoring van de acties uit het Actieplan.Bij het aanbieden van het versterkt Actieplan op 17 juni 2024 (Kamerstuk28 638, nr. 251) is aan uw Kamer toegezegd dat u twee keer per jaar wordtgeïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het Actieplan. Metdeze brief doe ik deze toezegging mede namens de Staatssecretaris vanJeugd, Preventie en Sport, de Staatssecretaris van Langdurige enMaatschappelijke Zorg, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Asiel enMigratie gestand.In deze brief licht ik per actielijn de meest relevante ontwikkelingen in devoortgang van de acties uit die afgelopen periode zijn uitgevoerd. Inbijlage 1 staat een overzicht van de stand van zaken van alle acties uit hetActieplan die al zijn afgerond of lopen. Naast de voortang van hetActieplan informeer ik uw Kamer in deze brief over het volgende:–De stand van zaken van het WODC-onderzoek naar landelijke aanstu-ring conform motie Mutluer; kst-28638-257ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2571 –Een eerste reactie op het advies van de Nationaal RapporteurMensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen over de gover-nance in de aanpak van mensenhandel;–Mijn reactie op het rapport «Van kwaad tot erger» van CKM Chat metFier zoals door de vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid isgevraagd;–Internationale ontwikkelingen met betrekking tot de aanpak vanmensenhandel; en–Moties en toezeggingen naar aanleiding van plenair debat over de Wetmodernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel van5 juni jongstleden.Voortgang uitvoering ActieplanCreëren van brede bewustwording (actielijn 1)In opdracht van het Actieplan is door advies- en onderzoeksbureauSignificant Public een inventarisatie gemaakt van bewustwordingscam-pagnes over mensenhandel. Het rapport en de factsheet van de inventari-satie vindt u in bijlage 2 en 3 bij deze brief. De inventarisatie heeft als doelom een overzicht te krijgen van bestaande bewustwordingscampagnesdie zijn ingezet om doelgroepen bewust te maken van (aspecten van)mensenhandel. Uit de inventarisatie van bewustwordingscampagnesblijkt dat tussen 2020 en 2024 in Nederland 54 campagnes over mensen-handel zijn opgezet. Er is een groot maar versnipperd aanbod. Decampagnes gaan over mensenhandel in het algemeen, of over specifiekevormen van uitbuiting en richten zich op burgers en professionals met alsdoel bewustwording te vergroten. De daadwerkelijke impact van debestaande bewustwordingscampagnes blijkt moeilijk te beoordelen,omdat dit niet altijd is gemeten. De informatie over de bewustwordings-campagnes zal betrokken worden bij het ontwikkelen van eencommunicatiestrategie.Vergroten van de meldingsbereidheid (actielijn 2)Het advies- en onderzoeksbureau Significant Public, dat ook bij actielijn 1is betrokken, heeft ook een inventarisatie gemaakt van meldpunten enkenniscentra van mensenhandel om een duidelijker beeld te krijgen vande betrokken organisaties. Uit de inventarisatie van het aantal meldpuntenen kenniscentra blijkt dat er in Nederland 95 meldpunten voor mensen-handel zijn, waarvan zes landelijke meldpunten en 89 regionalemeldpunten. Verder heeft Nederland 39 kenniscentra voor mensenhandel,waarvan zeventien kenniscentra op landelijke schaal opereren en 22kenniscentra gericht zijn op een regio. Het rapport en de factsheet van deinventarisatie vindt u in bijlage 2 en 3 bij deze brief.De informatie over de meldpunten en kenniscentra zal worden meege-nomen bij de verkenning en het opzetten van een centraal informatiepuntover mensenhandel waarin slachtoffers, eerstelijns professionals enburgers op een laagdrempelige en toegankelijke manier worden geïnfor-meerd en doorverwezen worden naar het juiste loket voor vragen overaangifte, hulp en opvang. Dit informatiepunt dient als referentie voororganisaties betrokken in de aanpak van mensenhandel. Recent is dewegwijzer mensenhandel van de Rijksoverheid geïntegreerd op devernieuwde website van CoMensha. Dit is een eerste stap in de ontwik-keling van een centraal informatiepunt.Daarnaast heeft FairWork in het kader van het vergroten van de meldings-bereidheid in 2024 verschillende acties ondernomen om slachtoffers vanarbeidsuitbuiting te bereiken en ondersteunen. Zo is er gerichte outreachgedaan onder kwetsbare groepen, zoals 24-uurszorgwerkers, au pairs,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2572 nanny’s en huishoudelijk werkers. Dit werd onder andere gedaan doorvoorlichtingsbijeenkomsten te organiseren en door het inzetten vansociale media. Daarnaast heeft FairWork laagdrempelige ondersteuninggeboden aan arbeidsmigranten, juridische strategieën ingezet omnabetalingen te realiseren en meldingsdrempels verlaagd door kennis-deling en mediacampagnes. Een belangrijke stap was de onlinecampagne op Facebook, Instagram en TikTok, die 16.915 mensen heeftbereikt. Dit leidde tot een verdubbeling van het aantal meldingen bijFairWork binnen deze doelgroep: van 21 in 2023 naar 44 in 2024. Hiermeewordt het belang bevestigd van gerichte bewustwordingscampagnes omslachtoffers te helpen hun situatie te herkennen en hulp te zoeken.Tot slot heeft FairWork meerdere juridische strategieën ingezet omnabetalingen voor slachtoffers te realiseren. Samen met een sociaaladvocatenkantoor zijn procedures gestart en FairWork of de cliënten zelfhebben loonvorderingsbrieven verstuurd en werkgevers direct aange-sproken. Deze aanpak bleek effectiever dan juridische procedures viaadvocaten, die vaak vastlopen door bewijslastproblemen. In 2024 heeftFairWork voor zeventien kwetsbare derdelanders met succes achterstalligloon opgeëist.Investeren in en werken aan een betere vaststelling van slachtofferschapen bescherming (actielijn 3)Binnen actielijn 3 zijn acties gericht op het opvanglandschap voorslachtoffers mensenhandel in gang gezet. Het onderzoek naar de huidigeopvangcapaciteit door onderzoeksbureau Q-Consult bevindt zich in deafrondende fase. In een ontwikkeltraject wordt gewerkt aan scenario’svoor een verbeterd opvanglandschap. Zaken als schaalgrootte engovernance worden daarin meegenomen. Verder wordt een dossieronder-zoek uitgevoerd bij drie opvanginstellingen om beter zicht te krijgen ophet instroomproces van slachtoffers in de opvang en knelpunten diedaarbij spelen. Alle inzichten uit deze verschillende trajecten moetenleiden tot verbetervoorstellen voor het opvanglandschap voor slachtoffersmensenhandel. In de voortgangsbrief van het najaar 2025 zal opnieuw devoortgang op deze acties in beeld worden gebracht en een reactie wordengegeven op afgeronde trajecten, waaronder het onderzoek naar dehuidige opvangcapaciteit.Daarnaast heeft CoMensha samen met ervaringsdeskundigen en andereprofessionals gewerkt aan het opzetten van een nieuwe werkwijze voor deduurzame inzet van ervaringsdeskundigen in de aanpak van mensen-handel. De achterliggende gedachte hiervan is dat de aanpak vanmensenhandel moet werken voor het (potentiële) slachtoffer. Ervarings-deskundigen kennen mensenhandel van binnenuit en kijken daarom meteen ander perspectief. Met de nieuwe structuur wordt ervaringsdeskun-digheid zowel op de grote lijnen van het Actieplan met een spiegelgroep,als bij specifieke acties met een poule van ervaringsdeskundigenbetrokken. Met de poule wordt gelijk aan een structurele basis voor inzetvan ervaringsdeskundigen gewerkt, ook buiten het Actieplan om.De spiegelgroep gaat bestaan uit zes tot acht ervaringsdeskundigen enkomt (minimaal) eens per kwartaal samen. De vergaderingen sluiten aanop het kwartaaloverleg en die van de regiegroep. Het streven is om eendiverse groep ervaringsdeskundigen samen te brengen, om zo uitda-gingen vanuit verschillende perspectieven te kunnen benaderen. Despiegelgroep bespreekt samen hun input voor vraagstukken uit deactielijnen, geeft (ongevraagd) advies en maakt zich hard voor een goedeinzet van ervaringsdeskundigheid. Deze input wordt gedeeld met de ledenvan het kwartaaloverleg en de regiegroep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2573 Daarnaast zal vanuit een verzameling opdrachten die opgesteld zijn doorbetrokken organisaties van het actieplan direct gekoppeld worden aanervaringsdeskundigen. Deze zogeheten poule zal zo divers mogelijk zijn,zodat aan elke vraag van de organisaties kan worden voldaan. CoMenshais de coördinator van de poule. Een belangrijk onderdeel van bovenge-noemde structuur is dat ervaringsdeskundigen gelijkwaardig, ook opfinancieel gebied, aan andere professionals behandeld moeten worden.Ervaringsdeskundigen ontvangen daarom een passende financiëlevergoeding voor hun inzet.Verbeteren van de (bovenregionale en regionale) samenwerking (actielijn4)Binnen actielijn 4 is gewerkt aan versterking van de bovenregionale enregionale samenwerking om mensenhandel effectiever aan te pakken. Inopdracht van de VNG, het CCV en CoMensha heeft het advies- enonderzoeksinstituut DSP-groep samen met de opdrachtgeversbouwstenen opgesteld die richting geven aan een effectieve regionalesamenwerking. Op basis van documentonderzoek, interviews enactiedagen zijn duidelijke taken voor regiehouders, coördinatorenslachtofferschap en portefeuillehouders gedefinieerd. Tevens wordtingezet op professionalisering, door middel van een gezamenlijke leerlijnom handelingsbekwaamheid en keteneffectiviteit te versterken. Hetstructureel borgen van deze professionalisering is nog eenaandachtspunt. Tot slot wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een extrabouwsteen gericht op monitoring en evaluatie. Deze bouwstenen zorgenervoor dat we meer zicht kunnen krijgen op slachtoffers en daders. Deverwachting is dat de DSP-groep eind dit jaar of uiterlijk begin 2026 deopdracht afrondt.Daarnaast is met RIEC Midden-Nederland het RAAM-programma vanMetaStory beproefd waarin multidisciplinaire samenwerking in de praktijkwordt geoefend. De combinatie van realistische scenario’s, casuïstiekbe-sprekingen en structurele evaluatie heeft geleid tot concrete verbeter-punten, zoals een versterkte rol van gemeenten, betere gegevensdeling ensnellere signalering van criminele uitbuiting. Deze inzichten worden benutom de verdere uitvoering van actielijn 4 te verdiepen en landelijk uit terollen. In bijlage 4 bij deze brief vindt u het bijbehorende rapport.Verbetering van de informatiedeling en gegevensverwerking (actielijn 5)In het kader van actielijn 5 is een werkgroep informatiedeling engegevensverwerking gevormd die wordt begeleid door het Kennis- enExpertisenetwerk voor vraagstukken op het gebied van privacy engegevensdeling bij samenwerking in het sociaal-, zorg- en veiligheids-domein (KEN!). In 2024 en begin 2025 hebben in afstemming met actielijn4 verschillende bijeenkomsten plaatsgevonden om zicht te krijgen op deverschillende werkwijzen, functies en werkprocessen bij de aanpak vanmensenhandel. Het beeld dat daaruit naar voren komt, is de op het eerstegezicht grote differentiatie in aanpakken, terminologie en rollen. Op eeniets hoger abstractieniveau zijn daar echter wel enkele generiekebouwstenen in te onderkennen. In de eerste helft van 2025 is een begingemaakt met het schetsen van deze verschillende «bouwstenen». Dezeworden getoetst bij de praktijk.Vanaf het tweede kwartaal van 2025 wordt gewerkt aan de inrichting vande gegevensverwerking voor deze bouwstenen op een wijze die voldoetaan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Daarbijwordt zowel gekeken naar de juridische basis in wetgeving, de juridischepositionering van bepaalde rollen en functies, als naar de overigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2574 randvoorwaarden die de AVG stelt. Ook loopt een pilot met enkelegemeenten om te onderzoeken in hoeverre de Domein OverstijgendeInformatie gestuurde Werkwijze (DIGW), die onder andere door de politiewordt gebruikt, ook toepasbaar is in het gemeentelijk domein met het oogop signalering van mensenhandel. DIGW heeft betrekking opdata-gestuurde signalering. De inzichten uit deze pilot worden meege-nomen in de analyse van de werkwijze in de aanpak van mensenhandel.De verwachting is dat in het najaar van 2025 kennisproducten opgeleverdworden die het veld ondersteunen bij de inrichting van de gegevensver-werking. Dan zal ook zicht zijn op knelpunten die in wetgeving moetenworden opgelost.Versterken van de positie van minderjarige slachtoffers (actielijn 6)Actielijn 6 heeft als doel de praktijk handvatten te bieden voor hetverbeteren van de signalering, bescherming en ondersteuning vanminderjarige slachtoffers van mensenhandel. Professionals en organi-saties worden ondersteund bij het implementeren van deze kennis en hetrealiseren van een uniforme en duurzaam versterkte aandacht voorminderjarige slachtoffers in de aanpak mensenhandel. Dit is nodig omdatzowel jongeren als professionals drempels ervaren in het vinden enbieden van hulp en ondersteuning. Defence for Children/ECPAT en FIERzijn actiehouder van deze actielijn.In 2024 is gestart met het creëren van een totaalbeeld van organisaties,instanties en professionals die een rol spelen in het beschermen vanminderjarigen tegen seksuele en criminele uitbuiting op verschillendelagen. Door het analyseren van bestaande kennis en het voeren vangesprekken met partners zoals kenniscentra, zorgorganisaties, gemeentenen onderwijs krijgt dit totaalbeeld steeds meer vorm. De tussentijdsopgedane leerpunten en bevindingen worden doorlopend getoetst aanbeleid en verwerkt in adviezen richting de betrokken organisatie(s) ensamenwerkingsverband(en).Er hebben daarnaast reeds tal van gesprekken plaatsgevonden metslachtoffers, ervaringsdeskundigen en stakeholders. Zo wordt steeds meerduidelijk welke drempels minderjarigen ervaren in het praten over hunproblemen, en welke drempels professionals ervaren in het herkennen endoorvragen op signalen. De gesprekken gaan door in 2025. De opgedanekennis wordt meegenomen in het ontwikkelen van trainingen en hetadviseren van partners.Met twee landelijke organisaties is inmiddels het gesprek gestart over hetversterken van de signalering van mensenhandel onder alleenstaandeminderjarige vreemdelingen. Het doel is om in 2025 en 2026 met eengroter aantal organisaties samen te werken om hun aanpak te versterken.Tot slot is op 12 mei jl. de campagne «#GeenBUIT» gelanceerd, gericht opprofessionals die met jongeren werken. De campagne heeft als doel omzoveel mogelijk van hen te motiveren de gratis e-learning BUIT voorprofessionals te volgen. De campagnevideo’s, posters, mailings en socialposts zijn verspreid via sociale media, nieuwsbrieven en kennisplatforms,waaronder ook de platforms Samen tegen mensenhandel en Zorg voorJeugd en Gezin.WODC-onderzoek landelijke aansturing en coördinatiemensenhandelOp 21 december 2023 is door de leden Mutluer (GL/PvdA), Bikker (CU),Tseggai (GL/PvdA) en Van Nispen (SP) een motie ingediend waarin deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2575 regering wordt verzocht «te onderzoeken hoe een landelijke aansturing encoördinatie van mensenhandel wel kan worden bewerkstelligd en welkemeerwaarde een nationaal coördinator mensenhandel daarbij kanhebben».1 De Ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid,Welzijn en Sport hebben hiervoor gezamenlijk een onderzoeksaanvraagingediend bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (hierna:WODC). Het WODC heeft de aanvraag goedgekeurd en werkt aan destartnotitie. Naar verwachting kan het onderzoek na de zomer starten enworden de resultaten eind 2025 opgeleverd.Governance aanpak mensenhandel en rol van NationaalcoördinatorOp 7 oktober 2024 heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel enSeksueel Geweld tegen Kinderen een (ongevraagd) advies uitgebrachtover het herzien en versterken van de governance van de aanpak vanmensenhandel.2 Aanleiding voor het advies is dat er volgens de NationaalRapporteur vanuit de praktijk herhaaldelijk en veelal dezelfde knelpuntenin de aanpak van mensenhandel worden benoemd. Zij signaleertverschillende oorzaken: onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijk-heden; gebrek aan strategische sturing en gebrek aan proces voorbesluitvorming en procesafspraken. Verder stelt de Nationaal Rapporteurdat momenteel te veel tijd wordt geïnvesteerd in de organisatie van desamenwerking binnen de aanpak van mensenhandel die een efficiënte eneffectieve aanpak van mensenhandel in de weg staat.De Nationaal Rapporteur adviseert één overkoepelende structuur voorsamenwerking met een duidelijke verdeling van taken en verantwoorde-lijkheden. Deze overkoepelende structuur – de eigenlijke «governance» –is gebaseerd op een ontwerp van de Organisatie voor Veiligheid enSamenwerking in Europa (OVSE). Vertaald naar de Nederlandse contextadviseert de Nationaal rapporteur de rol van de nationaal coördinatorverder te versterken in de functie van de Minister van Justitie enVeiligheid, een commissie aanpak mensenhandel in te stellen, éénnationaal verwijzingsmechanisme in te richten en een heldere regionalestructuur voor samenwerking op te zetten via de zorg- en veiligheids-huizen. De laatste twee onderdelen van het advies – het nationaalverwijzingsmechanisme en de regionale samenwerking – zijn alopgenomen in het Actieplan Samen tegen mensenhandel. Het advies vande Nationaal Rapporteur wordt bij de uitvoering van de acties meege-nomen. Parallel aan het uitgebrachte advies van de Nationaal Rapporteurloopt er, ter uitvoering van bovengenoemde motie Mutluer, eenWODC-onderzoek naar de mogelijkheden van landelijke aansturing vanmensenhandel. Omdat dit onderzoek een sterke overlap kent met hetadvies van de Nationaal Rapporteur aangaande de commissie aanpakmensenhandel worden eerst de bevindingen uit het onderzoek afgewachtvoordat een verder vervolg kan worden gegeven op dit onderdeel van hetadvies. Wel zullen er al verkennende gesprekken worden gevoerd metbelangrijke partners in de aanpak van mensenhandel.Over de rol van de nationaal coördinator adviseert de NationaalRapporteur dat de centrale coördinatie in handen blijft van de Ministervan Justitie en Veiligheid en dat deze coördinerende functie versterktwordt. De centrale coördinatie wordt door de Nationaal Rapporteur gezienals een taak voor de Rijksoverheid. Dit vanwege de verantwoordelijkheid1Kamerstukken II, 2023–2024, 28 638, nr. 244.2Advies Nationaal Rapporteur over versterking governance aanpak mensenhandel, 7 oktober2024, https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/brieven/2024/10/07/advies-over-versterking-governance-mensenhandelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2576 voor de naleving van de verschillende internationale en EU-rechtelijkeverplichtingen die gelden voor de aanpak van mensenhandel. In deherziene Europese Richtlijn is het benoemen van een Nationaal Coördi-nator (NAC) verplicht gesteld.3 De coördinator is volgens de rapporteur«de spil in de structuur, de dirigent die leiderschap, ambitie en coördinatiebiedt.» Ook dient de NAC volgens de Nationaal Rapporteur zorg te dragenvoor de interdepartementale afstemming tussen de betrokken ministeriesen treedt de NAC op als vertegenwoordiger en het gezicht van die aanpak.Gelet op deze taken en verantwoordelijkheden dient deze rol formeel teworden belegd bij de Minister van Justitie en Veiligheid.In Nederland speelt de Minister van Justitie en Veiligheid de facto reedsde coördinerende rol in de aanpak van mensenhandel, deze rol is totdusver nergens vastgelegd. Ik doe op een later moment in een apartebrief aan uw Kamer een voorstel voor hoe de governance in de toekomstkan worden ingericht, alsmede een reactie op het WODC-onderzoek teruitvoering van bovengenoemde motie Mutluer. De verwachting is dat ditonderzoek eind 2025 wordt afgerond. In de brief wordt ook een toelichtingopgenomen over de coördinerende rol van de Minister van Justitie enVeiligheid en de taken en verantwoordelijkheden van andere bewindsper-sonen in de aanpak van mensenhandel welke al reeds in de praktijkworden toegepast.Reactie op rapport «Van kwaad tot erger» van CKM Chat met FierHet Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (hierna: CKM) heeft op17 april 2025 het rapport «Van kwaad tot erger» gepubliceerd.4 Deresultaten uit het rapport, net als de getuigenissen van een van deslachtoffers in een uitzending van EenVandaag,5 baren mij zorgen. Het isverwerpelijk dat kinderen worden uitgebuit door personen waarbij zij zichhet meest veilig zouden moeten voelen. Het CKM doet een aantalaanbevelingen om dergelijke misstanden te voorkomen. Hieronder volgtmijn reactie waarmee ik tegemoet kom aan het verzoek van het lid Cedervan 22 april jl. om door middel van een brief op het rapport te reageren.De eerste aanbeveling uit het rapport ziet op het vergroten van de kennisover seksuele uitbuiting bij hulpverleners en eerstelijnsprofessionals omzo eerder eventuele misstanden te kunnen signaleren. Ik deel de meningvan het CKM dat signalering door hulpverleners een belangrijke bijdragekan leveren aan het in kaart brengen van potentiële slachtoffers. Daaromwordt in het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel, onder deactielijnen 1 en 6, ingezet op het vergroten van het bewustzijn van watmensenhandel is én het bieden van handelingsperspectief bij signalenonder een brede groep professionals in het onderwijs, de (jeugd)zorg ende veiligheidsketen. Met de actiehouders van beide actielijnen wordtbesproken op welke wijze het thema «seksuele uitbuiting door ouders»meegenomen kan worden in de uitvoering.Aanbeveling 2 uit het rapport roept op tot het oprichten van multidisci-plinair Fieldlab voor het ontwikkelen van een gericht signalerings- enhulpplan én strategie voor kinderen die door hun ouder(s) seksueelworden uitgebuit. Seksuele uitbuiting valt onder de meldcode HuiselijkGeweld en Kindermishandeling. Bij signalen moet melding wordengedaan door de betrokken professional. Het is niet gewenst dat professi-3EU richtlijn 2024/1712, artikel 19 ter vervanging van het huidige artikel 19.4https://www.hetckm.nl/dossiers/aangiftebereidheid-seksuele-uitbuiting-vergroten-nl/seksuele-uitbuiting-van-kinderen-door-ouders-het-bestaat/5https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/kinderen-worden-vaker-seksueel-uitgebuit-door-eigen-ouders-dan-we-denken-ook-lorette-overkwam-het-160171Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2577 onals werken met verschillende meldcodes en meldstructuren voorspecifieke vormen van geweld en mishandeling. Het is uiteraardbelangrijk dat professionals voldoende kennis hebben over seksueleuitbuiting door ouders en hier ook op kunnen signaleren en handelen. EenFieldlab om deze mogelijkheid te verkennen is echter niet passend. Zoalsook onder aanbeveling 1 is omschreven, kan training hierbij onder-steunen. Er bestaat ook de mogelijkheid om een handelingskader op testellen aanvullend op de meldcode. Een dergelijk handelingskader bevataanvullende handvatten, kennis en perspectieven voor professionals diewerken met de meldcode. Een voorbeeld is de door Movisie opgesteldeFactsheet eergerelateerd geweld. Er wordt met het veld verkend of zij eendergelijk handelingskader nodig vinden.In de derde aanbeveling uit het rapport stelt het CKM dat vertrouwensper-sonen op scholen kennis dienen te hebben van seksuele uitbuiting enbeter toegerust zijn op het melden van signalen en hier ook opvolging aante geven. De Staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie werktop dit moment aan het verplichten van een interne en externe vertrou-wenspersoon op elke school. Het wetsvoorstel dat dit regelt wordt voor dezomer met uw Kamer gedeeld. In het kader van de implementatie wordtook gewerkt aan de professionalisering van vertrouwenspersonen dooronder meer een e-learning en een beroepsprofiel.De vierde aanbeveling gaat over het waarborgen dat zedenrechercheursin onderzoeken naar ouders die hun kinderen misbruiken of mishandelenook onderzoeken of er sprake is van seksuele uitbuiting door ouders.Zedenrechercheurs zouden in dat geval, of bij twijfel daarover, volgenshet CKM de AVIM kunnen betrekken. Ik deel de mening van het CKM dathet rechercheurs in onderzoeken naar seksueel misbruik ook alert dienente zijn op uitbuitingssignalen. Hierover is binnen de voor zedenrecher-cheurs verplichte opleiding «Handelen in Zedenzaken» een leermoduleopgenomen. Daarnaast werken de teams Seksuele Misdrijven en teamsMensenhandel en Migratiecriminaliteit van de politie nauw met elkaarsamen. Daar waar er raakvlakken zijn, assisteren de teams in elkaarsonderzoeken. Voor deze samenwerking zijn werkafspraken opgesteld diein de praktijk worden uitgedragen en waarop toegezien wordt door deoperationele coördinatoren van de beide teams. Hiermee sluit deaanbeveling aan bij de huidige praktijk van nauwe samenwerking die zalworden voortgezet.De vijfde en tevens laatste aanbeveling uit het rapport roept op tot eenintensivering van de klantenaanpak in het programma Samen tegenmensenhandel. Ik kan melden dat dit jaar een Fieldlab «Aanpak vanklanten» wordt georganiseerd. Door middel van een Fieldlab wordtonderzocht hoe de aanpak van klanten van mensenhandel kan wordenverbeterd. De voorbereidingen hiervoor zijn gestart en de bevindingenvan het betreffende rapport zullen hierin worden meegenomen.Internationale ontwikkelingenHet versterken van de verbinding tussen de nationale trends en ontwikke-lingen en de internationale inzet draagt bij aan het versterken van deaanpak van mensenhandel in zijn geheel. In mijn Kamerbrief vannovember vorig jaar heb ik benoemd dat in de context van het Actieplansteeds zal worden gekeken hoe de nationale en internationale inzet op hetgebied van het tegengaan van mensenhandel met elkaar kunnen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2578 verbonden.6 Graag deel ik een aantal relevante initiatieven en ontwikke-lingen met uw Kamer.Vijfde voortgangsverslag van de Europese Commissie inzake debestrijding van mensenhandelOp grond van Artikel 20 van Richtlijn 2011/36/EU7 («richtlijn ter bestrijdingvan mensenhandel») heeft de Europese Commissie (hierna: EC) op20 januari jl. haar vijfde tweejaarlijkse verslag over de vorderingen in destrijd tegen mensenhandel binnen de Europese Unie uitgebracht. De ECbaseert zich in haar verslag onder andere op bijdragen van lidstaten viahet EU-netwerk van nationale coördinatoren en rapporteurs, onafhanke-lijke organen, EU-agentschappen, en leden van het EU-platform van hetmaatschappelijk middenveld ter bestrijding van mensenhandel. Hetgenoemde verslag is als bijlage bij deze brief gevoegd.De EC noemt in het vijfde voortgangsverslag een aantal tendensen metbetrekking tot mensenhandel in de Europese Unie (hierna: EU). Het aantalgeregistreerde slachtoffers van mensenhandel in de EU is toegenomen.Slachtoffers van seksuele uitbuiting vormen nog steeds de grootstegroep, maar er is ook een toename van slachtoffers arbeidsuitbuiting encriminele uitbuiting zichtbaar. In vergelijking met het aantal slachtoffersvan mensenhandel is het aantal vervolgingen en veroordelingen laag.Verder blijven de opgelegde straffen dikwijls laag, omdat een veroor-deling voor andere feiten dan mensenhandel plaatsvindt. Ook benoemt deEC een toenemende verschuiving van mensenhandel van het fysieke naarhet onlinedomein. Op basis hiervan concludeert de EC dat de bestrijdingvan mensenhandel nog altijd een brede aanpak vergt met een grotebetrokkenheid van actoren op nationaal, Europees en internationaalniveau en dat hiervoor voldoende capaciteit, middelen én een goedfunctionerend coördinatiemechanisme nodig zijn.Ik deel de analyses en de conclusies van de EC. Mensenhandel is eenverwerpelijke misdaad en berooft mensen van hun waardigheid, vrijheiden grondrechten. Het beperkt zich niet tot landsgrenzen en is daarom eenprobleem voor Europa én dus ook voor Nederland. Niet enkel omdatNederland lid is van de EU en we staan voor de vrijheden van burgers,maar omdat ook in ons land deze schendingen van vrijheid en integriteitvan mensen plaatsvinden. Daarom is de ambitie van Nederland op dit vlakbreed. Hierbij verwijs ik naar hetgeen hierboven al is vermeld rondom deresultaten van het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel ende hieronder genoemde initiatieven op internationaal gebied.Wereldwijde datahub voor mensenhandelIn mijn Kamerbrief van afgelopen november werd reeds het COMPASSprogramma genoemd dat door Nederland wordt gefinancierd. Ditprogramma, dat als doel heeft om migranten inclusief slachtoffers vanmensenhandel te beschermen, wordt uitgevoerd door de InternationaleOrganisatie voor Migratie (IOM). In het kader van COMPASS heeft het IOMhet Counter-Trafficking Data Collaborative (hierna: CTDC) opgericht, deeerste wereldwijde datahub voor mensenhandel. Het CTDC bevat dataover 37.000 daders en 17.000 slachtoffers van mensenhandel. Deze datakan worden gebruikt voor onderzoek en beleid en programmering ommensenhandel te voorkomen, daders te vervolgen en om slachtoffers bijte staan.6Kamerbrief over toezeggingen op het dossier mensenhandel november 2024 | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl7PB 101 van 15.4.2011, blz. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2579 Voorlichting over mensenhandel binnen schoolgemeenschap in NigeriaUit cijfers van CoMensha, het landelijk coördinatiecentrum tegenmensenhandel dat zich inzet voor de belangen en rechten van slachtoffersvan mensenhandel in Nederland, blijkt dat over de periode 2019–2023 demeeste bij CoMensha gemelde slachtoffers van mensenhandel afkomstigwaren uit Afrika. Tevens blijkt uit deze cijfers dat Nigeria, dat eenbelangrijk bron-, doorvoer- en bestemmingsland voor illegale migratie is,de afgelopen jaren behoorde tot de top vijf nationaliteiten van gemeldeslachtoffers van mensenhandel in Nederland.8 Uit het United NationsOffice on Drugs and Crime (UNODC) Global Report on Trafficking inPersons 20249 blijkt dat het aantal kinderen onder wereldwijd gedetec-teerde slachtoffers van mensenhandel snel groeit. In dit rapport staatgenoemd dat een heel groot gedeelte van de slachtoffers van mensen-handel voor gedwongen arbeid, gedetecteerd door landen in West-Afrika,uit kinderen bestaat. Dit onderstreept het belang van een gerichte aanpaktegen mensenhandel gericht op kinderen. Om hieraan bij te dragenfinanciert Nederland in Nigeria het School anti-Trafficking Education andAdvocacy Project (STEAP) met een budget van 5,5 miljoen euro. Ditproject, geïmplementeerd door the International Centre for MigrationPolicy Development (ICMPD), heeft als doel om de Nigeriaanse overheidte ondersteunen in de aanpak van mensenhandel door middel vanvoorlichting binnen de schoolgemeenschap. Binnen dit project wordenmiddelbare scholieren, ouders en leraren vaardigheden aangeleerd ommogelijke gevallen van mensenhandel veilig en effectief te voorkomen.Technische capaciteiten van scholen, overheidsinstanties en maatschap-pelijke organisaties worden versterkt om mensenhandel te bestrijden.Slachtoffers van mensenhandel worden ondersteund en de samen-werking tussen scholen en wetshandhavingsinstanties om mensenhandelte identificeren, wordt versterkt.Inzet Escapetruck in Bulgarije, Polen en HongarijeEen ander initiatief dat ik wil benoemen is de Escapetruck van de ReshapeFoundation, die in samenwerking met de politie is ontwikkeld. Deze truckwordt ingezet in Nederland en Oost-Europa en vraagt aandacht voor degevaren van mensenhandel. Bezoekers van deze Escapetruck kunnenervaren hoe het is om slachtoffer te zijn van mensenhandel (seksuele,criminele en/of arbeidsuitbuiting), en zijn hierdoor beter uitgerust om designalen te herkennen. Dit draagt bij aan bredere kennis over hetonderwerp en biedt bezoekers (zowel potentiële slachtoffers, het bredepubliek als bijvoorbeeld eerstelijnsprofessionals) een handelingsper-spectief, onder andere in de vorm van brochures met meer informatie. Ditverlaagt het risico voor potentiële slachtoffers om in een uitbuitingssitu-atie te belanden. De Escapetruck zal in het najaar van 2025 twee wekenrondtoeren door verschillende gemeenten in Bulgarije waar veelmigranten vandaan komen die naar Nederland reizen om hier aan hetwerk te gaan; deze toer wordt gefinancierd door mijn ministerie. HetMinisterie van Buitenlandse Zaken faciliteert dit initiatief door relevantelokale partijen aan elkaar te koppelen. De Escapetruck wordt ook in anderelanden ingezet. Na initiële financiële ondersteuning vanuit de Nederlandsepolitie hebben Polen en Hongarije nu zelf een systeem opgezet om deEscapetruck te ontvangen en te financieren. In mei jl. is de Escapetrucktwee weken in het zuiden van Polen geweest en voorafgaand aan hetbezoek aan Bulgarije maakt de Escapetruck een viertal stops in Hongarije,georganiseerd vanuit de universiteit van Pécs en na Bulgarije rijdt de8Monitor+mensenhandel+2019–2023.pdf (pagina 54) en Bijlage 4 – Het beeld van 2022 (pagina15)9GLOTIP2024_BOOK.pdf (pagina 3 en pagina 69)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 25710 Escapetruck door naar Polen voor een tweewekelijkse toer in het noordenvan Polen.De herziene Richtlijn bestrijding mensenhandelOp 24 juni 2024 is Richtlijn (EU) 2024/1712 gepubliceerd. Deze richtlijn –die uiterlijk op 15 juli 2026 moet zijn geïmplementeerd – herziet debestaande richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensen-handel en de bescherming van slachtoffers daarvan. Ten opzichte van dierichtlijn wordt onder andere voorzien in:–een aanvulling van de strafbepaling van mensenhandel, door dedaarin opgenomen niet-limitatieve opsomming van specifieke vormenvan uitbuiting uit te breiden met uitbuiting van draagmoederschap,uitbuiting van gedwongen huwelijken en uitbuiting van illegaleadoptie;–een aanvullende verplichting tot strafbaarstelling van het opzettelijkgebruikmaken van diensten die worden verleend door een slachtoffervan mensenhandel;–een verbreding van het toepassingsbereik van het zogeheten «non-punishmentbeginsel», waarmee is geëxpliciteerd dat dit beginsel ookin het kader van bestuursrechtelijke handhaving van betekenis kan zijn;en–het instellen van verwijzingsmechanismen voor de vroegtijdigeidentificatie van slachtoffers van mensenhandel en de bijstand aan enondersteuning van die slachtoffers.Het bestaande Nederlandse recht en beleid voldoen al grotendeels aan deverplichtingen uit de herziene mensenhandelrichtlijn. Om daaraanvolledig te voldoen moeten in het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr)enkele strafbepalingen worden aangepast en dienen diverse aanvullendebeleidsmaatregelen te worden getroffen. Het daartoe strekkendeimplementatiewetsvoorstel is ter advisering aanhangig bij de Afdelingadvisering van de Raad van State. Na de verwerking van dat advies zal hetwetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend.Moties en toezeggingen plenair debat Wet modernisering enuitbreiding strafbaarstelling mensenhandelOp 5 juni jl. vond het plenaire debat van de Wet modernisering enuitbreiding strafbaarstelling mensenhandel plaats. Tijdens dit debat heb iku een aantal toezeggingen gedaan met betrekking tot het Actieplan.Daarnaast heeft Uw Kamer een aantal moties aangenomen metbetrekking tot het Actieplan. De wijze waarop ik hier uitvoering aan geef,zal worden meegenomen in een brief die ik Uw Kamer dit najaar toezend.Tot slotSamen met actiehouders, betrokken organisaties en ervaringsdeskun-digen is de afgelopen tijd hard gewerkt aan het uitvoeren van de acties. Ikwil alle betrokkenen bedanken voor hun inzet op het Actieplan. Dezesamenwerking is ontzettend belangrijk voor het aanpakken van mensen-handel in Nederland. De ingezette acties hebben al heel wat in beweginggezet, maar de voortdurende inzet op het onderwerp is ook de komendejaren nog hard nodig.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 25711

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9a737daf7ade5b80

14 okt 2026 · 3e11cade59a56abc

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.