Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda Telecomraad 5 december 2025 (Kamerstuk 21501-33-1165)
Brontekst
Versie e825ccc0b1b72b25 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1170 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 2 december 2025 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken over debrieven d.d. 18 november 2025 «Geannoteerde Agenda Telecomraad5 december 2025» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1165), d.d. 12 november 2025«Verslag van de informele Telecomraad van 9 en 10 oktober 2025»(Kamerstuk 21 501-33, nr. 1164), d.d. 5 september 2025 «Fiche:Mededeling EU-kwantumstrategie» (Kamerstuk 22 112, nr. 4134).De vragen en opmerkingen zijn op 25 november 2025 aan de Minister vanEconomische Zaken voorgelegd. Bij brief van 2 december 2025 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,KathmannAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-21501-33-1170ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11701 InleidingHierbij sturen wij uw Kamer de antwoorden op de vragen van de vastecommissie Digitale Zaken over de Telecomraad op 5 december in Brussel.Het Digitale Pakket met daarin de digitale omnibus is op 19 novemberdoor de Europese Commissie (hierna: Commissie) gepresenteerd. Hetkabinet werkt op dit moment versneld aan de appreciatie daarvan middelseen BNC-fiche. Naar verwachting zal deze nog voor het Kerstreces met deKamer worden gedeeld. De digitale omnibus is in relatie tot de DigitalFitness check geagendeerd als beleidsdebat op de Telecomraad van5 december, maar er wordt niet over de inhoud van de omnibusgesproken, omdat de onderhandelingen nog lopen. Hoewel er nog geenformele kabinetspositie is uitgewerkt, zal in het beleidsdebat tijdens deformele Telecomraad een eerste globale appreciatie van de digitaleomnibus gedeeld worden, in lijn met de geannoteerde agenda.Het kabinet zal inbrengen dat zij ten aanzien van de omnibusvoorstelleneen positieve grondhouding heeft ten opzichte van regeldrukverminderingin het digitale domein. Wel zijn er voor het kabinet enkele zorgpunten.Allereerst lijken de voorgestelde wijzigingen aan de AVG fundamenteelvan aard en verder te gaan dan alleen vereenvoudiging. Verder kijkt hetkabinet kritisch naar het Commissievoorstel om een centraal Europeesmeldpunt voor cybersecurity-incidenten te creëren. Tenslotte prefereerthet kabinet één duidelijke, vaste toepassingsdatum voor deAI-verordening. Dat zou meer duidelijkheid en zekerheid bieden dan devoorgestelde variabele termijnen, die afhankelijk zijn van een toekomstigbesluit van de Commissie. De drie zorgpunten zal het kabinet bij hetbeleidsdebat over vereenvoudiging van digitale regelgeving bij deaankomende Telecomraad inbrengen.Uw vragen over deze omnibussen zullen wij daarom beantwoorden in hetverslag van deze Telecomraad. Met het risico om in herhaling te vallen,geven wij het voor uw overzicht per vraag aan als u de beantwoording inhet verslag kunt verwachten.Antwoorden op de vragen van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda van de Telecomraad op5 december. Deze leden delen de doelstelling van het kabinet metbetrekking tot de omnibusvoorstellen: waar mogelijk regeldrukverlagen maar de doelen van de bestaande regelgeving in standhouden. Zij zien de positieve kanten, zoals minder cookiebanners,vrijstellingen voor kleinere bedrijven en efficiëntere governance.Maar de leden van de D66-fractie zien ook de felheid in reactiesvan maatschappelijke organisaties en toezichthouders,waaronder de Autoriteit Persoonsgegevens, het College voor deRechten van de Mens en Bits of Freedom. Deze leden vragendaarom voornamelijk hoe het kabinet die reacties weegt.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de D66-fractie merken op dat het College voor deRechten van de Mens aangegeven heeft dat de Digitale Omnibus«zorgelijk» is voor grondrechten. In het bijzonder noemen dezeleden het voorstel om bedrijven niet langer te verplichtentoestemming te vragen voor het gebruik van persoonsgegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11702 om AI-systemen te trainen en de inzet van gezichtsherkenningdoor de politie. Deelt de Minister de zorgen van het College vande Rechten van de Mens, zo vragen deze leden? Deelt de Ministerook dat het essentieel is om te onderzoeken hoe versimpelingkan plaatsvinden zonder grondrechten aan te tasten?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Zij merken tevens op dat de Autoriteit Persoonsgegevens steltdat de gevolgen van de digitale omnibus voor burgers, bedrijvenen toezichthouders niet zijn onderzocht door de EuropeseCommissie. Ook het College voor de Rechten van de Mens steltdat er geen impact assessments zijn uitgevoerd. Klopt dat, zovragen de leden van de D66-fractie? En gaat dit nog welgebeuren, zo vragen deze leden?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deelt de Minister de opvatting van de Autoriteit Persoonsge-gevens dat innovatie en rechtsbescherming goed samen kunnengaan en vindt de Minister dat er voldoende duidelijke waarborgenzitten in het voorstel voor de Digitale Omnibus bij het verruimenvan de mogelijkheden voor het trainen van AI-systemen, zovragen zij?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Ook lezen de leden van de D66-fractie een zeer kritische reactievan Bits of Freedom. Zij beschrijven daarin dat er weinigoverblijft van de huidige juridische waarborgen. In het bijzondernoemen zij het schrappen van het toestemmingsvereiste bij deePrivacy-richtlijn, de versmalling van de definitie van persoonsge-gevens, het toestaan dat bijzondere persoonsgegevens zoalsreligie, etniciteit, gezondheid en geaardheid gebruikt wordenvoor het trainen van AI en het beboeten van gevaarlijkeAI-toepassingen. Hoe weegt de Minister deze maatregelen envindt de Minister dat hier sprake is van versimpeling? Hoe ziet deMinister dit ten opzichte van de grondrechten die de burgersbeschermen?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Antwoorden op de vragen van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie benadrukken dat leeftijdsverificatiealleen proportioneel en per situatie mag worden ingezet. Dezeleden vragen hoe de Minister garandeert dat dit nooit zaluitmonden in een algemene online identificatieplicht die anoni-miteit en privacy aantast. Zij dringen er bij het kabinet op aan datzij het eerdere verzet tegen leeftijdsverificatie voortzet. Ditomdat dit volgens hen altijd een vorm van identificatie vereist endaarmede de deur opent naar een controlestaat, terwijl veilig-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11703 heidsdiensten al in staat zijn om bij ernstige strafbare feiten deafzender te achterhalen.AntwoordLeeftijdsverificatie is inderdaad een ingrijpend instrument dat raakt aanfundamentele rechten. Daarom vindt het kabinet het van belang om perspecifieke situatie te beoordelen of het gebruik ervan proportioneel is,daadwerkelijk bijdraagt aan het beoogde doel en of er geen minderingrijpend alternatief voorhanden is. Naarmate de risico’s voor jongerenin bepaalde omstandigheden groter worden en waar reeds wettelijkeleeftijdsgrenzen gelden (zoals bij online gokken of de verkoop van alcoholonline), wordt het toepassen van leeftijdsverificatie eerder als gerecht-vaardigd beschouwd. Hoewel het kabinet het met de Kamerleden eens isdat er niet lichtzinnig met het middel leeftijdsverificatie moet wordenomgegaan, is het niet zo dat leeftijdsverificatie altijd een vorm vanidentificatie vereist. Er zijn ook methoden waarmee de leeftijd kan wordengeverifieerd, zonder dat tegelijkertijd de identiteit van iemand moetworden vastgesteld. Zo beoogt de leeftijdsverificatie-app, waarvoor deEuropese Commissie de afgelopen zomer een blauwdruk heeft gepresen-teerd een privacy vriendelijke oplossing te zijn. TNO verkent in opdrachtvan BZK op dit moment op basis van de technische specificaties van dezeapp wat de mogelijkheden zijn voor de implementatie van deze app inNederland. Uw Kamer wordt in het eerste kwartaal van 2026 over debevindingen geïnformeerd.Daarnaast pleiten de leden van de PVV-fractie voor drastischevermindering van EU-regelgeving om de concurrentiekracht vanNederland te behouden, met behoud van privacy en zondermaatregelen zoals chatcontrole of willekeurige classificatie vaninformatie als nepnieuws. Tot slot waarschuwen deze leden dathet digitale acquis niet dezelfde verstikkende regelbrij magworden als de rest van het EU-acquis, en dat digitale regelgevingeenvoudig moet blijven omdat overheid en ICT vaak problema-tisch samengaan.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Antwoorden op de vragen van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie danken het kabinet voor de onder-havige stukken en hebben op dit moment geen verdere vragen.Antwoorden op de vragen van de GL-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomenvan de geannoteerde agenda. Deze leden hebben vragen enopmerkingen over deze agenda en andere lopende zaken inEuropees verband. Deze zetten zij punt voor punt uiteen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie steunen logischerwijsde richting van een toekomstbestendig digitaal beleid. Vooralvraagstukken rondom digitale inclusie en digitale autonomieverdienen de volle aandacht. Is de Minister van mening dat dezetwee onderwerpen voldoende focus hebben op de Europeseagenda? Deze leden geven mee dat ook duurzame digitaliseringeen prioriteit hoort te zijn. De toenemende vraag om rekenkrachten het gebruik van technologie leidt tot meer uitstoot vanbroeikasgassen en legt een claim op de ruimtelijke ordening. KanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11704 de Minister toelichten welke rol duurzame digitalisering heeftbinnen de Europese agenda? Is hij bereid om het nationaleActieplan Duurzame Digitalisering onder de aandacht te brengenin Europees verband, en te bezien op welke punten met andereEU-lidstaten kan worden opgetrokken?AntwoordDigitale autonomie is een onderwerp dat sterk leeft binnen de EU. Omeconomisch en geopolitiek relevant te blijven is het een voorwaarde datde EU een speler blijft in het digitale domein. Het kabinet heeft deafgelopen jaren met succes ingezet om dit onderwerp op de agenda tekrijgen, onder meer door het te agenderen tijdens ons voorzitterschap vande D9+ dit jaar. Het versterken van het Europese innovatievermogen enhet mitigeren van strategische afhankelijkheden, twee belangrijkeonderdelen van de Nederlandse inzet op digitale autonomie, zijnopgenomen als pijlers van het Competitiveness Compass. Daarnaast is erveel aandacht voor het onderwerp in de raadsconclusies die naarverwachting worden aangenomen op de Telecomraad en is er innovember in Berlijn een top geweest over het onderwerp.Duurzame digitalisering is een integraal onderdeel van de Europeseagenda, zoals ook blijkt uit het European Competitiveness Compass.Hierin wordt het slagen van de duurzame en digitale twin transitiongekoppeld met duurzame welvaart, concurrentievermogen en soeverei-niteit. Nederland zet zich hier in Europees verband dan ook voor in en iseen voorvechter van duurzame digitalisering binnen het Europesebeleidsprogramma «Het Digitale Decennium». Samenwerking met andereEU-lidstaten is cruciaal voor Nederlandse bedrijven om de kansen van detwin transition te pakken. Daarom is Europese en internationale samen-werking een belangrijk onderdeel van het nieuwe Actieprogramma. Ookneemt Nederland deel aan een EU Twin Transition Netwerk, met onderandere de Europese Commissie, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, hetVerenigd Koninkrijk, Spanje en Italië.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun grote zorgenover het voornemen om digitale wetgeving te «versimpelen» metde Digitale Omnibus en de Digitale Omnibus AI. Deze leden ziendit als een regelrechte aanval op grondrechten, die in de digitaleleefomgeving al zwaar onder druk staan. De grootste vraag vande leden is: wie profiteert er het meeste van de dereguleringsa-genda? Zijn dat burgers of zijn dat bedrijven? Zijn dat mkb’ers, ofzijn dat vooral de techgiganten die al steeds meer macht naarzich toe grijpen? Zij vragen de Minister naar zijn oordeel.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening datreële problemen rondom het voldoen aan regelgevingen moetenworden opgelost door regels te verduidelijken, niet door verplich-tingen af te schalen. De wetgeving zelf aanvallen en afzwakken isniet de juiste route. De Europese Unie is juist sterk doordat zijmet scherpe regulering internationaal de gouden standaard zetvoor verantwoord ondernemerschap. Die positie dreigt nuopgegeven te worden ten goede van grote techbedrijven. Deeltde Minister deze analyse? De zorgen van deze leden zijn ookverwoord in de schriftelijke vragen van het lid Kathmann vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11705 17 november jl1. Zij vragen de Minister om deze vragen spoedigte beantwoorden en de appreciatie op de brandbrieven van hetmaatschappelijk middenveld te betrekken in de BNC-fiches.AntwoordHet kabinet is het er mee eens dat de kracht van de EU is gelegen in hetzetten van duidelijke kaders die het zakendoen op de interne marktvergemakkelijken. Heldere en uitvoerbare regels zijn daarbij essentieel omeen gelijk speelveld te waarborgen en verantwoord ondernemerschap testimuleren. Onduidelijke of onnodige regels staan dat doel in de weg. Ditdient geadresseerd te worden zonder dat het initiële doel van dewetgeving wordt afgezwakt. Daarom is het kabinet in algemene zinvoorstander van regeldrukvermindering in het digitale domein metbehoud van de beleidsdoelen. Deze regeldrukvermindering moet tengoede komen aan het gehele bedrijfsleven, zowel grote ondernemingenals mkb-bedrijven en start-ups.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister omenkele punten mee te nemen in het beleidsdebat over regeldruk-vermindering. Deze leden wijzen erop dat het ontbreken van deBNC-fiches omdat de Digitale Omnibussen pas laat openbaar zijngemaakt, terwijl er in de Telecomraad al wel over gesprokenwordt, het leveren van een zienswijze bemoeilijkt. Kunt u er inEuropees verband op wijzen dat deze aanpassingen voorNederland zeer zwaar wegen, en dat het parlement verwacht omtijdig en compleet geïnformeerd te worden over de vervolg-stappen? Kunt u een tijdlijn schetsen van hoe de DigitaleOmnibussen behandeld zullen worden?AntwoordTijdens de Telecomraad worden de Omnibusvoorstellen niet inhoudelijkbesproken. Dit omdat de onderhandelingen hierop nog bezig zijn. Tijdenshet beleidsdebat over regeldrukvermindering wordt er gesproken over deDigital Fitness Check. Hoewel er nog geen formele kabinetspositie isuitgewerkt, zal in het beleidsdebat een eerste globale appreciatie van dedigitale omnibus gedeeld worden, in lijn met de geannoteerde agenda.Tijdens de Raad zal het kabinet zich uitspreken voor het vereenvoudigenvan het digitale acquis, maar met behoud van de initiële doelen van dewetgeving en zonder verzwakking van fundamentele rechten. Devoorstellen voor beide omnibussen zijn omvangrijk en ingrijpend en hetkabinet heeft daarom tijd nodig om een goede appreciatie op te stellen.Het kabinet doet dat via een verkorte BNC-procedure om Uw Kamer zosnel mogelijk te informeren over haar positie.Zij achten het onverstandig om de Digitale Omnibussen verder tebespreken, zolang niet duidelijk is wat de gevolgen zijn voorgrondrechten. De leden van de GL-PvdA-fractie dringen er op aandat deze worden uitgevoerd en vragen de Minister dit in deTelecomraad in te brengen. Met name de toegang tot bijzonderepersoonsgegevens (art. 9 van de AVG) voor het trainen van AIbaart deze leden zorgen. Onder het mom van het mkb helpenwordt hiermee een precedent geschept waarmee alle AI-modellenzonder toestemming getraind kunnen worden op gevoeligepersoonsgegevens. Dit staat haaks op de visie van deze leden énvan Nederland dat data toebehoort aan de eigenaar, en dat hetstreven altijd moet zijn om burgers zeggenschap te geven overhun gegevens. Onder het privacyrecht verstaan deze leden ook12025Z19922.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11706 het recht om zelf te bepalen welke data je wel en niet over jezelfdeelt. Kan de Minister zich inzetten om dit recht te waarborgen?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deze leden wijzen op enkele gevallen, zoals bij Meta en LinkedIn,waarin gebruikersdata voor AI-training werd buitgemaakt en deoptie om hier niet aan mee te doen bijzonder gebruikersonvrien-delijk was. Zij vrezen dat dit standaard praktijk wordt als deDigitale Omnibus AI toe zal staan dat zonder toestemming datawordt verzameld voor AI-trainingen. Daarmee worden gebruiker-sonvriendelijke methoden gelegitimeerd. Hoe zou dat zichverhouden tot de verplichting uit de Digitale marktenverordening(DMA) om altijd toestemming te vragen voordat data verwerktmag worden, beschreven in artikel 13, lid 5 van de DMA?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deelt het kabinet de mening dat het legitimeren van dataverza-meling om AI te trainen zonder toestemming alleen de machtspo-sitie van grote spelers zal consolideren die al op gigantisch veeldata zitten?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben grote zorgenover de verzwakking en vertraging van de AI-verordening. Zoworden de verplichtingen voor hoog risico AI-systemen verzwakt.Waarom is dit het geval?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deelt de Minister de mening dat juist deze AI-systemen met eenhoog risico voor de maatschappij snel en streng gereguleerdmoeten worden?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Welke gevolgen heeft deze vertraging voor organisaties enbedrijven die nu juist veel maatregelen hebben genomen, ofinvesteringen hebben gedaan, om netjes aan de regelgeving tevoldoen?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Door deze aanpassing van de AI-verordening neemt het risico opdiscriminatie en schade toe. Volgens deze leden is dit onaccep-tabel. Ook worden de documentatie- en registratieverplichtingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11707 voor AI-systemen afgezwakt. Daarmee worden de systemen dieeen steeds grotere rol spelen in de samenleving, minder contro-leerbaar en transparant. Hoe gaat de Minister waarborgen dat deEU niet inlevert op deze punten? Gaat dit voor de Minister eenrode lijn over?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Kan hij hierbij ook het standpunt van zijn collega’s van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties betrekken en de zienswijzevan de Autoriteit Persoonsgegevens en het College voor deRechten van de Mens, vanwege hun expertise en inzet op hetgebied van rechtsbescherming?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie voorzien dat, door hetter discussie stellen van digitale regelgeving, lidstaten de DigitaleOmnibussen zullen aangrijpen om onder andere de AI-verordeningverder te amenderen en af te zwakken. Dit is gevoelig voorlobbypraktijken van grote techbedrijven, wat riskant is voor deverplichtingen rondom mensenrechten en transparantie. Deelt deMinister deze zorgen en kan hij deze inbrengen in deTelecomraad?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Welke moeten lidstaten en de Europese Commissie doen om tevoorkomen dat de Digitale Omnibussen worden gebruikt om alhet digitale beleid van de EU ter discussie te brengen en mogelijkaf te zwakken?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Tot slot hebben deze leden opmerkingen over cookies. Zij zijnpositief over het afschaffen van cookiebanners. Wel wijzen deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie erop dat dit burgers moetbeschermen tegen online tracking en dat standaard de meestprivacyvriendelijke optie zou moeten worden ingesteld. Deelt deMinister de mening dat mensen online alleen maar getrackedmoeten kunnen worden met toestemming en kunt u toezeggendat Nederland nooit akkoord gaat met opnemen van de veelbredere grond «legitiem belang» als basis voor het plaatsen vancookies, wat zou leiden in dat mensen voortaan standaard zondertoestemming kunnen worden getracked online, bijvoorbeeld voormarketingdoeleinden?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11708 Deze leden hebben overige vragen en opmerkingen over relevanteEuropese ontwikkelingen. Zo zijn zij positief over de aangekon-digde onderzoeken naar Microsoft en Amazon, om te bezien ofdeze als poortwachters aangewezen moeten worden onder dedigitalemarktenverordening. Het opnemen van deze bedrijvenonder de DMA is volgens de leden van de GL-PvdA-fractie eenpositieve ontwikkeling. Kan de Minister toelichten wat degevolgen zijn als Microsoft en Amazon inderdaad gereguleerdzouden (kunnen) worden onder de DMA? Kan dit leiden tot eeneerlijke concurrentie in de Europese cloudmarkt, en voorkomendat de dominante machtspositie van deze Amerikaanse bedrijvenmisbruikt wordt?AntwoordVerschillende aanbieders van digitale diensten zijn door de EuropeseCommissie aangewezen als poortwachter onder de Digitale Marktveror-dening (DMA) voor verschillende kernplatformdiensten. Zo zijn de socialemediadiensten van Meta (Facebook en Instagram) en Microsoft (LinkedIn)aangewezen als kernplatformdienst onder de DMA. Onder de DMA zijnnog geen clouddiensten aangewezen als kernplatformdiensten. Dit wordtnu door de Europese Commissie onderzocht. Indien clouddiensten vanMicrosoft en Amazon onder de DMA als kernplatformdienst aangewezenworden zou dat betekenen dat er bepaalde verplichtingen en verbodenvan toepassing worden. Zo mogen de aangewezen partijen bij het leverenvan aanvullende diensten hun eigen diensten niet bevoordelen of andersbehandelen dan die van concurrenten. De lopende onderzoeken van deEuropese Commissie moet uitwijzen in hoeverre dit de marktdynamiekvoor clouddiensten ten goede kan komen.Het kabinet onderschrijft het belang van dergelijk onderzoek om beleids-matige discussies over de cloudmarkt verder te brengen. Deze markt isnamelijk complex en het is de vraag welke wetgeving het beste in staat isom de concurrentiedynamiek te bevorderen. De aangekondigde onder-zoeken van de Commissie kunnen helpen om hier meer duidelijkheid overte scheppen. Omdat de problematiek breder in de EU speelt onderschrijfthet kabinet het belang van beleidsvorming op Europees niveau. Dit draagtook bij aan een goedwerkende interne markt. Onderzoek naar econo-mische machtsposities en marktmacht dienen onderdeel te zijn van dezebeleidsvorming. Samen met andere wetgevende instrumenten zoals deDataverordening en de aangekondigde Cloud & AI ontwikkelingswet(CADA) kan dit bijdragen aan eerlijke concurrentie op de Europesecloudmarkt.Is de Minister bereid om actief bij te dragen aan deze onder-zoeken?AntwoordHet is uiteindelijk aan de Commissie om te bepalen of Amazon WebServices en Microsoft Azure als poortwachters moeten worden aange-wezen voor clouddiensten onder de DMA. Het kabinet steunt deCommissie bij haar toezicht op de DMA. De Kamer heeft daar in de recentaangenomen moties Kathmann en Boswijk c.s. ook om verzocht2.Mededingingsonderzoek is in de EU een exclusieve competentie vanonafhankelijke mededingingsautoriteiten en Directoraat GeneraalConcurrentie van de Europese Commissie. Hier past geen actieve rol vanhet kabinet bij. Wel draagt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) actiefbij aan de lopende onderzoeken middels een zogeheten «joint investi-gation team», een van de onderzoeksmethoden die onder de DMA2Kamerstukken II 2024/2025, 30 821, nr. 264 en Kamerstukken II 2024/2025, 21 501-02, nr. 3099Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11709 mogelijk is gemaakt. Dit past bij de rol van de ACM als autoriteit metexpertise op het gebied van de cloudmarkt en de toezichthouder op deinteroperabiliteits- en portabiliteitsbepalingen ten aanzien van cloud in deDataverordening. Op deze manier draagt Nederland bij aan dezeonderzoeken en het mogelijk maken van betere concurrentie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met groteinteresse kennisgenomen van de EU Cloud and AI DevelopmentAct. Deze leden vragen de Minister om de stand van zaken vandeze verordening te beschrijven. Zij zijn benieuwd hoe dit bij zoudragen aan het ontwikkelen van Europese veilige cloud- enAI-diensten en het eerlijker maken van de digitale markt doorinteroperabiliteit te bevorderen. Hoe is Nederland betrokken bijde ontwikkelingen van deze verordening en ziet de Ministermogelijkheden om in de Telecomraad aan te dringen op een snellebehandeling van dit voorstel?AntwoordHet kabinet kijkt met interesse naar de plannen van de EuropeseCommissie op het gebied van cloudbeleid. Specifieke aandacht heeft hetkabinet voor het voornemen van de Europese Commissie voor een Cloud& AI ontwikkelingswet (CADA). De CADA is in april j.l. aangekondigd alsonderdeel van het AI Continent Actieplan. In mei is de Tweede Kamer overde aankondiging hiervan geïnformeerd in het BNC-fiche Mededeling AIContinent Actieplan3. Tot juli 2025 liep een publieke consultatie waarmeede Europese Commissie vroeg om inzichten en perspectieven op deCADA. Het kabinet heeft gereageerd op de publieke consultatie en die ookmet uw Kamer gedeeld4. Op basis van de ontvangen inbreng uit depublieke en private sector werkt de Europese Commissie nu aan eenwetsvoorstel voor de CADA. Dit voorstel zal waarschijnlijk in het voorjaarvan 2026 worden gepubliceerd, op zijn vroegst in maart.Het kabinet erkent het belang van een voorspoedige behandeling, maarvindt het belangrijk dat de inhoudelijke kwaliteit prevaleert. Ter voorbe-reiding op het wetsvoorstel is het kabinet op verschillende niveaus ingesprek met zowel relevante beleidsmakers van andere lidstaten en deEuropese instellingen als andere belanghebbenden om het onderhande-lingstraject voor te bereiden en het wetsvoorstel te beïnvloeden. Eerderbent u ook geïnformeerd over het non-paper «Strengthening cloudsovereignty of public administrations» dat deel uit maakt van dekabinetsinzet5.Antwoorden op de vragen van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda van de Telecomraad op5 december 2025. Deze leden maken graag van de gelegenheidgebruik om nog enkele vragen te stellen aan het kabinet.Zij lezen dat binnen het Europese beleidsprogramma voor hetdigitale decennium de EU-lidstaten en de Europese Commissiezich hebben gecommitteerd aan ambitieuze doelstellingen enstreefcijfers op het gebied van digitalisering voor 2030. Hetkabinet verwelkomt de herziening van het beleidsprogramma.Kan het kabinet toelichten op welke manier de onafhankelijkheidvan Big Tech buiten Europa door deze herziening wordt3BNC-fiche - Mededeling AI Continent Actieplan4Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 41845Non paper «Strengthening cloud sovereignty of public administrationsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117010 verbeterd, inclusief de mogelijkheden tot eigen cloud-toepassingen en autonome datacentra in Europa?AntwoordHet waarborgen van de digitale open soevereiniteit van de EU is één vande algemene doelstellingen van het Europese beleidsprogramma voor hetdigitale decennium. Sinds de start van het beleidsprogramma in 2023ontwikkelt digitale technologie zich in toenemende mate en verschuivende geo-economische verhoudingen. In dat licht verwelkomt het kabineteen tussentijdse evaluatie van het beleidsprogramma en steunt eenmogelijke aanpassing die bijdraagt aan een verdere versterking van deEuropese digitale open soevereiniteit.De raadsconclusies «European Competitiveness in the Digital Decade»dienen als richtinggevend kader voor de Europese Commissie bij deevaluatie en mogelijke herziening van het beleidsprogramma. In deraadsconclusies wordt de noodzaak van het versterken van de digitaleopen soevereiniteit van de EU benadrukt. Zo wordt het belang benadruktvan het mobiliseren van investeringen, het mitigeren van afhankelijk-heden, en wordt opgeroepen om cruciale digitale technologieën, zoalshalfgeleiders, kwantum, cloud, AI, cyberveiligheid en connectiviteit mee tenemen als aandachtsgebieden bij de evaluatie en herziening van hetbeleidsprogramma. Dit sluit goed aan bij de Strategie Digitale Economie6,de agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA)7 en deNederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS)8.Bijvoorbeeld voor kritieke (overheids-)applicaties zoals DigiD,waarvan het moederbedrijf Solvinity het risico loopt overge-nomen te worden door een niet-Europese partij?AntwoordSolvinity is niet het moederbedrijf van DigiD. Ongeacht de eventueleovername van Solvinity, geldt: DigiD is en blijft in Nederlandse handen.DigiD wordt beheerd door het Agentschap Logius (onderdeel van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Het platformwaar DigiD op draait wordt geleverd door Solvinity en draait in overheids-datacentra. Een autonome Nederlandse of Europese cloud, al dan niet inbeheer van de overheid, is een goede optie voor het draaien van kritiekeoverheidsprocessen.Op dit moment wordt in kaart gebracht welke diensten de Nederlandseoverheid bij Solvinity afneemt en wordt onderzocht wat de operationele,juridische en contractuele gevolgen zijn van de voorgenomen overname.Als het onderzoek naar de gevolgen van de beoogde overname eenonacceptabel risico laat zien, worden passende maatregelen genomen. Deveiligheid en bescherming van essentiële gegevens van Nederlandseburgers staan voorop.En deelt het kabinet de mening om een Taskforce OneerlijkeConcurrentie op te richten, om te zorgen voor een gelijkspeelveld voor ondernemers zodat ook partijen van buiten Europazich aan dezelfde regels houden?AntwoordHet kabinet stelt dat een internationaal gelijk speelveld belangrijk is voorNederlandse ondernemers om te concurreren met buitenlandse partijen.6Strategie Digitale Economie7Agenda Digitale Open Strategische Autonomie8De Nederlandse Digitaliseringsstrategie – Samen versnellenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117011 Nederland streeft binnen de EU naar open en op regels gebaseerdehandel. Tegelijk pleit het kabinet voor bescherming tegen vervalste ofoneerlijke concurrentie, vooral vanuit landen buiten de EU, waarproductiestandaarden, staatssteun of regelgeving anders kunnen zijn.Handhaven van het mondiale gelijke speelveld kan in beginsel nietnationaal worden geregeld, maar moet op EU-niveau worden gereali-seerd. Binnen de EU zijn hier dan ook al verschillende instrumenten voordie de Europese Commissie namens de EU handhaaft.Zo geldt voor de Foreign Subsidies Regulation (FSR) dat de Commissieeen controlebevoegdheid heeft op overheidssteun uit derde landen,indien geconcludeerd wordt dat deze steun de concurrentie op de internemarkt verstoord, heeft de Commissie de mogelijkheid om herstelmaatre-gelen op te leggen aan het betreffende bedrijf dat de Commissie binnende EU de toezichthouder is en kan zij herstelmaatregelen opleggen bij hetverstrekken van oneerlijke subsidies. Een ander voorbeeld is dat deCommissie onder het International Procurement Instrument (IPI) verschil-lende maatregelen kan opleggen wanneer zij vaststelt dat ondernemingenuit derde landen oneerlijke markttoegang hebben, bijvoorbeeld doordatmarkten voor overheidsopdrachten in die landen systematisch geslotenzijn voor Europese bedrijven. Het (demissionaire) kabinet laat de keuze ofeen Taskforce Oneerlijke Concurrentie iets toevoegt aan de huidigeEuropese initiatieven aan een nieuw kabinet.De leden van de CDA-fractie vragen hoe snel naar verwachting deraadsconclusies en herziening van het beleidsprogramma kunnenworden uitgevoerd wanneer deze goedgekeurd worden in deTelecomraad van 5 december 2025.AntwoordRaadsconclusies zijn politieke afspraken die gewoonlijk met consensusworden afgesproken in de Raad en bevatten geen juridisch bindendeafspraken. De raadsconclusies over Europese concurrentiekracht en hetbeleidsprogramma «Het Digitale Decennium» dienen vooral als richting-gevend kader voor de Europese Commissie bij de evaluatie en eventueleherziening van het beleidsprogramma. Dat betekent dat wanneer deraadsconclusies tijdens de Telecomraad worden aangenomen, deCommissie rekening zal houden met de conclusies bij de vervolgstappenvan de evaluatie en mogelijke herziening van het beleidsprogramma. Deevaluatie van het beleidsprogramma door de Europese Commissie is op25 november 2025 gestart. De Commissie zal uiterlijk op 30 juni 2026 deevaluatie afronden en een verslag uitbrengen.Deze leden vragen, nu de Digital Package is gepresenteerd op19 november, een eerste reactie van het kabinet. Biedt dit pakketvoldoende bescherming richting burgers en doet het tegelijkertijdeen beroep op (grote) bedrijven om op zinvolle wijze hun verant-woordelijkheid te nemen?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Ook vragen zij wat het standpunt van Nederland gaat zijn in ditbeleidsdebat naar aanleiding van het digitale pakket. Is hetkabinet van mening dat met dit pakket inderdaad goede stappengezet worden om innovaties te versnellen en regeldruk vandigitale wetgeving te verlagen?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117012 Het antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet van mening isdat kleinere marktdeelnemers, zoals het mkb, de naleving van deAVG vaak als complex zien en er ruimte is voor betere uitleg overde toepassing van de AVG. Deze opvatting delen deze leden. Kanhet kabinet aangeven welke lidstaten bij dit Nederlandsestandpunt aansluiten, ook op het gebied van de onafhankelijkeopererende toezichthouders en gelet op het eenvoudig kunnenoptreden bij cyberincidenten en datalekken?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deze leden lezen dat ten aanzien van de centralisatie vanrapportageverplichtingen op Europees niveau het kabinetjuridische en praktische uitdagingen ziet. In hoeverre is dehandhaving op orde? Kan het kabinet hier een nadere toelichtingop geven?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Zij lezen dat het kabinet zich inzet vanuit de weerbaarheids-opgave bij de verschillende Europese gremia en samenwerkings-verbanden die tot doel hebben de weerbaarheid in de EU tevergroten. De leden van de CDA-fractie vragen welke gremia ensamenwerkingsverbanden dit betreft. Gaat dit bijvoorbeeld ookom het onderzoeksprogramma Digital Europe Program?AntwoordHet kabinet neemt deel aan diverse overlegstructuren en samenwerkings-verbanden om de digitale veiligheid en weerbaarheid te verhogen binnende Unie.Enkele voorbeelden zijn: de NIS Cooperation Group ten behoeve van deNIS2 implementatie, het Computer Security Incident Response Teamsnetwerk om de (operationele) samenwerking tussen lidstaten te stimu-leren, de EU-Cyclone om cybercrisismanagement verder te brengenbinnen de EU, de Raadswerkgroep Cyber om de werkzaamheden van deraad rondom cybervraagstukken te coördineren (m.n. wetgeving enbeleid), de Working Party on Civil Protection (PROCIV) CER (CriticalEntities Resilience), een afsplitsing van PROCIV die zich onder andere richtop de implementatie van de CER-richtlijn, de raadswerkgroep PROCIVwaar lidstaten overleg voeren over Europese crisisvoorbereiding, het EUCivil Protection Mechanism (UCPM) en gezamenlijke responscapaciteit, deAd hoc Working Party on Preparedness, Response Capability andResilience to Future Crises, een tijdelijke werkgroep die werkt aanmaatregelen om de EU structureel weerbaarder te maken en de EuropeseMinisteriële Weerbaarheidscoalitie, een informeel politiek samenwer-kingsverband, opgericht op Nederlands initiatief, waarin Minister vandiverse lidstaten afspraken maken over gezamenlijke weerbaarheid, onderandere op het gebied van vitale infrastructuur, crisisbevoorrading en hettegengaan van strategische afhankelijkheden. Het Digital EuropeProgramme is een financieringsprogramma bedoeld om digitale projectente bekostigen, en overigens ook een onderdeel van de digitaliseringsstra-tegie van de Europese Commissie (EU).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117013 Ook vragen deze leden aan het kabinet op welke puntenNederland van andere lidstaten kan leren, bijvoorbeeld op hetgebied van cyberveiligheid in het onderwijs, bewustwordings-acties rondom verstoringen in ons digitale en energienetwerk(blackouts) en verantwoord inzetten van toepassingen in hetmkb.AntwoordHet uitwisselen van ervaringen, tools en instrumenten vindt zeerregelmatig plaats binnen verschillende samenwerkingsverbanden, zoalsbijvoorbeeld de NIS Cooperation Group en het CSIRT-netwerk. Zo heeftNederland onlangs inzichten gedeeld over de NAVO-top. Ook heeft Poleneen kennissessie georganiseerd over een samenwerkingsverband in hetonderwijs (SOCCER-project), om SOCs (Security Operations Centers)verder te brengen en te operationaliseren.Deze leden zijn benieuwd naar de consultatie die gehouden zalworden met betrekking tot de Call for evidence EU Delivery Act.De Nederlandse positie ten aanzien van specifieke regels voor depostsector over arbeidsomstandigheden en duurzaamheid willenzij daarna beoordelen, gezien de mogelijkheid dat daar werkbareverbetersuggesties uit naar voren komen.AntwoordHet is nog niet bekend wanneer de Commissie de consultatie over de EUDelivery Act zal starten. Ook is niet bekend of zij daarin vragen zal stellenover de meerwaarde van specifieke regels voor de postsector overarbeidsomstandigheden en duurzaamheid. Het kabinet ziet dezemeerwaarde voor arbeidsomstandigheden op EU-niveau niet, omdatarbeidsomstandigheden een nationale bevoegdheid betreffen. De EUheeft hier geen bevoegdheid op omdat dit een nationale competentie isen kan hierover in principe geen regels stellen. De Arbeidsinspectie houdttoezicht op de Nederlandse wet- en regelgeving over arbeidsomstandig-heden. Voor duurzaamheid is het kabinet evenmin overtuigd van denoodzaak van sectorspecifieke regels voor de postsector. Horizontaleregels voldoen en het is niet duidelijk op welke wijze de postsector zichzodanig van andere economische sectoren onderscheidt, dat sectorspeci-fieke regels voor de postsector gerechtvaardigd zijn. Bovendien is eendergelijke stapeling van regels niet in lijn met het streven van zowel deCommissie als het kabinet naar vereenvoudiging van regels.Zij danken het kabinet voor het Fiche inzake de MededelingEU-Kwantumstrategie en hebben hierbij een enkele vraag. Deleden van de CDA-fractie zien de meerwaarde van een uniformeEuropese strategie om samenhang aan te brengen binnen hetEuropese kwantumlandschap. Gaat het kabinet hier ook specifiekop inzetten wat betreft de onderhavige kwantumstrategie, en zoja, op welke manier?AntwoordHet kabinet zet zich specifiek in voor meer samenhang binnen hetEuropese kwantumlandlandschap. Nederland doet dit onder andere doornationale initiatieven te bundelen, excellent onderzoek en industriëletoepassingen sterker op EU-niveau te verbinden en in te zetten opgedeelde, schaalbare Europese kwantuminfrastructuren. Daarnaast werktde regering aan een Rijksbrede strategie voor kwantumtechnologie, dierichting geeft aan de nationale inzet en zorgt voor een goede aansluitingop Europese ontwikkelingen. De Europese kwantumstrategie wordtdaarbij gebruikt om nationale prioriteiten goed te laten aansluiten opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117014 Europees beleid en toekomstige regelgeving, zodat een uniforme en goedafgestemde Europese aanpak wordt bevorderd.Zijn er Europese lidstaten die een soortgelijk beleid hebben, zoalsin Nederland via de Nationale Technologie Strategie 2024 en zoja, kunnen lidstaten op dit punt van elkaar leren?Verschillende EU-lidstaten beschikken inmiddels over nationale kwantum-strategieën of technologieagenda’s die vergelijkbaar zijn met de Neder-landse aanpak. Onder andere Duitsland, Frankrijk, Finland, Oostenrijk enDenemarken hebben eigen nationale programma’s waarin zowelonderzoek, toepassing als industriële opschaling centraal staan. Lidstatenkunnen op dit punt zeker van elkaar leren. Dit gebeurt al via intensievesamenwerking in diverse Europese fora, waaronder de EuropeseCommissie, EuroHPC, de governance van het kwantum Flagship eninformele lidstaat overleggen. Nederland levert hierin een actieve bijdrageen zal deze samenwerking verder intensiveren om te komen tot een meergecoördineerd, efficiënt en strategisch sterk Europees kwantumeco-systeem.Deze leden lezen dat het kabinet van mening is dat de benodigdeEU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raadafgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 endeze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van dejaarbegroting. Tegelijkertijd zijn de financiële gevolgen van destrategie op dit moment nog onduidelijk. Wanneer verwacht hetkabinet dat deze financiële kaders bekend zijn en zijn anderelidstaten naar verwachting eens met het standpunt dat eenberoep wordt gedaan op de EU-begroting 2021–2027? Wat is dereden dat het kabinet niet kijkt naar de integrale afweging vanmiddelen na 2027?AntwoordDe financiële kaders van de EU-begroting zijn vastgelegd in het MeerjarigFinancieel Kader (MFK). Binnen de grenzen van het MFK wordt jaarlijkseen EU-begroting vastgesteld. Over de kabinetsinzet en het krachtenveldvoor de onderhandelingen over de Europese jaarbegroting voor 2026 ende derde aanvullende Europese begroting voor 2025 is uw Kamer eerdergeïnformeerd.9 Tijdens de Ecofin-begrotingsraad van 14 november jl. iseen akkoord bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement.De integrale afweging van middelen voor de EU-begroting na 2027 looptvia de onderhandelingen over het MFK 2028–2034 en het nieuweeigenmiddelenbesluit. De kabinetsinzet hiervoor is op 12 september jl.met uw Kamer gedeeld. De onderhandelingen over het MFK duren naarverwachting nog tot in 2027. Kwantumtechnologie is daarbij voor hetkabinet een belangrijke technologie onder bijvoorbeeld het voorgesteldeEuropees Concurrentievermogenfonds (ECF)10, gezien het strategischebelang van deze technologie voor de EU.Antwoorden op de vragen van de FVD-fractieDe leden van de FVD-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de geannoteerde agenda van de formele Telecomraadvan 5 december 2025, alsmede de onderliggende stukken. Dezeleden constateren dat tijdens deze Raad onder meer een beleids-9Kamerbrief over voorstel jaarbegroting EU 2026 en Kamerbrief voortgang Europese jaarbe-groting 2026, inzet Ecofin-begrotingsraad en 3e aanvullende Europese begroting 202510BNC-fiche Europees ConcurrentievermogenfondsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117015 debat zal plaatsvinden over «vereenvoudiging en digitalisering:verlagen van lasten voor bedrijven in het digitale domein», naaraanleiding van het Digital Package dat de Europese Commissieop 19 november jl. heeft gepresenteerd. Zij nemen tevens kennisvan het feit dat het kabinet inzet op het principe van omnibus-voorstellen om regeldruk te verlagen.De leden van de FVD-fractie lezen in de geannoteerde agenda dathet pakket vooral gericht is op het «versimpelen van digitalewetgeving» en het «verlagen van de regeldruk». Deze ledenvragen de Minister of hij erkent dat het voorliggende omnibus-voorstel op dit punt tekortschiet. Het voorstel lijkt namelijkgrotendeels te bestaan uit amenderende wijzigingen entechnische herstructureringen, terwijl daadwerkelijke schrappingvan substantieel belastende regels beperkt blijft. Zij vragen deMinister te bevestigen dat het herschikken of samenvoegen vanverplichtingen niet leidt tot daadwerkelijke verlichting van deadministratieve lasten van Europese ondernemers en mkb’ers.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de FVD-fractie willen benadrukken dat de EuropeseUnie zich in een mondiale concurrentiestrijd bevindt, met nameop het gebied van digitale technologie en artificiële intelligentie.Waar de Verenigde Staten een ecosysteem kennen dat wordtgekenmerkt door ruime innovatieruimte, snelle opschaling en eenkapitaalrijk start-upklimaat, en waar China in hoog tempostrategische investeringen doet in sleuteltechnologieën zonder derem van overmatige regelgeving, lijkt de EU zich met het gepre-senteerde Digital Package vooral te richten op het verderdichtregelen van digitale processen. Deze leden ontvangen danook berichten uit het bedrijfsleven waarin wordt aangegeven datde voorliggende juridische herschikkingen onvoldoende zullenzijn om de concurrentiekloof met de VS en China dicht te lopen.Zij vragen de Minister te erkennen dat de EU het risico loopt omin toenemende mate technologisch afhankelijk te worden vandeze grootmachten wanneer het klimaat binnen de Unie onvol-doende gelegenheid biedt voor innovatie.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de FVD-fractie vragen de Minister tevens uiteen tezetten hoe hij in de Raad zal aangeven dat de Europese regel-geving zodanig moet worden vormgegeven dat innovatie vóórregulering wordt geplaatst, en hoe Nederland gaat waarborgendat de Digital Package daadwerkelijk bijdraagt aan hetversterken van de Europese concurrentiepositie in plaats van hetvergroten van de kloof met de Verenigde Staten en China.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deze leden hebben verder kennisgenomen van het voornemenvan de Europese Commissie om als onderdeel van het DigitalPackage een voorstel te presenteren voor een zogenoemde «DataTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117016 Union Strategy». Het is deze leden onduidelijk welk concreetprobleem deze Data Union Strategy zou moeten oplossen dat nietreeds onder de Data Act, de Data Governance Act of de sectoraledataruimtes valt. Het risico bestaat volgens deze leden dat deData Union Strategy opnieuw leidt tot aanvullende verplichtingenvoor bedrijven dat bestaande, zwaarbeladen kaders daadwer-kelijk worden opgeschoond. Zij vragen daarom uiteen te zettenwelke meerwaarde deze Data Union Strategy heeft bovenop dereeds bestaande datawetgeving, of het kabinet bereid is kritischte bezien of dit voorstel niet juist nieuwe administratieve lastenintroduceert, en hoe wordt voorkomen dat dit initiatief wederomuitmondt in een verder dichtgeregeld datalandschap dat deinnovatiekracht van Europese ondernemers belemmert in plaatsvan stimuleert.AntwoordDe Data Unie Strategie is een vervolg op de Europese Data Strategie uit2020 waar de Data Act, Data Governance Act en sectorale dataruimtesgeïntroduceerd werden, en bouwt hier op voort. In de Data Unie Strategiewordt geen nieuwe wetgeving geïntroduceerd, wel wordt het stroomlijnenvan bestaande datawetgeving via de Digitale Omnibus aangekondigd. Demeerwaarde van de Data Unie Strategie ligt in het verbinden vandatadeelinitiatieven, zoals de sectorale dataruimtes, met het EuropeesAI-beleid (bv. de AI fabrieken), zodat meer hoogwaardig kwalitatieve databeschikbaar komt voor het trainen van AI. Voor een verdere appreciatievan de Data Unie Strategie wordt momenteel gewerkt aan een BNC-fiche,dat uw Kamer voor het Kerstreces zal ontvangen.Daarbij lezen de leden van de FVD-fractie dat er tijdens deTelecomraad informatie wordt gedeeld over de EuropeanBusiness Wallet. Deze leden hebben ernstige bedenkingen bij hetvoorstel voor een European Business Wallet. Hoewel in hetvoorstel van de Commissie te lezen is dat deze wallet de adminis-tratieve lasten zou verlagen, vreest het lid dat het instrument inde praktijk uitmondt in een de facto verplicht Europeesbedrijfsidentiteitsmiddel, waarbij «vrijwilligheid» slechts eenpapieren begrip is. Zij maken zich ook zorgen dat de BusinessWallet een nieuwe digitale laag toevoegt bovenop bestaandeverplichtingen, waardoor de lasten niet verminderen maar juisttoenemen.AntwoordIn het voorstel van de Commissie staat dat het gebruik van de EuropeanBusiness Wallet door bedrijven niet verplicht is. Wel komt er eenacceptatieverplichting voor uitsluitend publieke entiteiten in specifiekesituaties. Vrijwillig gebruik van de European Business Wallets vind ik eenbelangrijk punt voor de publieke dienstverlening aan bedrijven. Hetkabinet steunt dit uitgangspunt. In het BNC-fiche zal het kabinet eenoordeel geven over de beoogde regeldrukverlaging.Daarnaast is onduidelijk welke gegevens in deze wallet terecht-komen, wie daar toegang toe heeft en hoe wordt voorkomen datdit instrument op termijn wordt gebruikt voor verdere centrali-satie van bedrijfsinformatie in Brussel. De leden van deFVD-fractie vragen de Minister daarom uiteen te zetten hoe hijgaat voorkomen dat de Business Wallet leidt tot een nieuweadministratieve verplichting, hoe wordt geborgd dat bedrijven dieervoor kiezen het instrument niet te gebruiken niet indirectworden uitgesloten van aanbestedingen of Europese subsidies, enwelke concrete juridische garanties er zijn dat dit systeem nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117017 via de achterdeur verandert in een verplicht, gecentraliseerdEuropees bedrijfsregister.AntwoordDe opzet van het voorstel is dat bedrijven zelf kunnen bepalen welkegegevens zij in de European Business Wallet zetten en met wie ze diedelen. De opzet is dus juist dat er geen centraal Europees register komt endat derden geen inzicht in die gegevens krijgen. Op basis van de eerstelezing van dit voorstel, steunt het kabinet die benadering. Verder is hetvan belang dat we een hoog niveau houden van betrouwbaarheid ombruikbaar te zijn bij gebruik in bijvoorbeeld publieke dienstverlening en definanciële sector, evenals waarborgen inbouwen om het overvragen vangegevens te voorkomen. Het voorstel biedt wel de mogelijkheid om dehuidige manier van dienstverlening aan bedrijven te laten bestaan naasthet gebruik van de European Business Wallets. Het kabinet acht het danook van groot belang dat het gebruik van een European Business Walletvrijwillig zal blijven en niet zal leiden tot ongelijke toegang of kansen.Tevens vragen deze leden waarom het kabinet niet inzet op eeneenvoudiger alternatief: het daadwerkelijk schrappen vanbestaande verplichtingen, in plaats van het stapelen van digitaleoplossingen die het onderliggende probleem van overreguleringniet oplossen.AntwoordDe European Business Wallet kan bedrijven in de toekomst helpen ommakkelijker te voldoen aan administratieve lasten zoals bij aanbeste-dingen en bij verplichtingen vanuit de Wet witwassen en financieringterrorisme. De European Business Wallet maakt deel uit van een groter(digitaal) pakket om de administratieve lasten te vereenvoudigen enmaakt zakendoen binnen de EU makkelijker. Dit door het makkelijk en snelkunnen aanleveren van documenten en data, waarvan het delen nu veelmoeite en tijd kost voor de bedrijven. De European Business Wallet is nietverplicht, maar zal naar verwachting wel veel voordelen aan bedrijvenbieden.Voorts nemen de leden van de FVD-fractie kennis van de aankon-diging van de Commissie om een Digital Fitness Check uit tevoeren, waarin het volledige digitale acquis wordt doorgelichtmet als doel om de Europese digitale regelgeving te vereenvou-digen. Het digitale regelgevingslandschap bestaat inmiddels uiteen omvangrijke, overlappende en voor ondernemers vaakonoverzichtelijke verzameling verplichtingen uit onder meer deAVG, de Data Act, de Cyber Resilience Act, NIS2, ePrivacy ensectorale datakaders. Deze cumulatie vormt een structurelebelemmering voor mkb’ers en innovatieve bedrijven, die oneven-redig worden belast door juridisering en compliance-kosten. Dezeleden vragen de Minister hoe hij ervoor gaat zorgen dat deFitness Check niet verwordt tot een papieren exercitie, maardaadwerkelijk wordt gevolgd door het schrappen van overbodigeregels en het beëindigen van dubbeling en inconsistentie binnenhet digitale acquis.AntwoordDe Europese Commissie heeft tegelijkertijd met de publicatie van hetzogenaamde «digital package» ook een openbare consultatie gestart voorde digitale fitness check, welke duurt tot half maart 2026. Het kabinet zalzich in Europees verband ervoor inzetten dat dit geen papieren exercitiewordt en dat de Fitness Check wordt opgevolgd door aanpassing vanregels waar nodig blijkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117018 Zij vragen de Minister daarnaast of hij er in Brussel voor wilpleiten in de eindrapportage van de Digital Fitness Check een lijstop te nemen met de meest belastende en innovatiedrukkendeEuropese digitale wetgeving voor kleine, middelgrote en grotebedrijven, zodat er op die manier inzicht komt in de vereenvou-diging van het stelsel. De leden van de FVD-fractie vragen deMinister bovendien om in de Raad expliciet voor te stellen datgeen nieuwe digitale wetgeving wordt aangenomen of voorbereidzolang de Fitness Check niet grondig is uitgevoerd én deuitkomsten daarvan aantoonbaar hebben geleid tot een substan-tiële reductie van regeldruk en administratieve lasten. Alleenonder die voorwaarde kan volgens deze leden worden gewaar-borgd dat het Digital Package daadwerkelijk bijdraagt aan eenonder minder administratieve lasten gebukt gaand en dusinnovatievriendelijker digitaal klimaat.AntwoordHet kabinet vindt dat het «digital package» moet bijdragen aan deregeldrukverlaging voor het bedrijfsleven. Op dit moment is nog nietbekend wat de uitkomst van de «Digital Fitness Check» zal zijn en daaromkan het kabinet daar niet op vooruit lopen. De consultatieperiode voorbelanghebbenden voor de Digital Fitness Check loopt tot 11 maart 2026.Het kabinet staat in principe positief tegenover het opnemen van eenoverzicht met meest belastende en innovatiedrukkende EU digitalewetgeving en zal de Commissie vragen naar hoe de Digital Fitness Checkzich verhoudt tot het Digital Package.Deze leden merken op dat eventuele risico’s bij het gebruik vanAI-systemen vooral ontstaan in concrete toepassingssituaties, enveel minder bij de ontwikkeling van de onderliggende techno-logie. Het reguleren van de ontwikkelfase – zoals verplichtingenrond databeschrijving, documentatie, logging en risicobeheer nogvóórdat een toepassing überhaupt is ontworpen – brengt volgensdeze leden aanzienlijke risico met zich mee dat innovatievebedrijven worden afgeremd nog vóórdat zij hun technologiehebben kunnen demonstreren of aanscherpen. Dit geldt te meervoor kleinere Europese ontwikkelaars die niet beschikken over demiddelen van Amerikaanse of Chinese marktleiders. Zij vragen deMinister dan ook of hij bereid is om zich in te zetten voor eengebruik-gebaseerde AI-regulering, waarin verplichtingen wordengekoppeld aan daadwerkelijke risico’s in de toepassingspraktijk,in plaats van aan het experimentele ontwikkelproces.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de FVD-fractie vragen daarnaast hoe de Ministerdeze verschuiving in EU-verband gaat bepleiten, en of hij bereidis om in te brengen dat het huidige stelsel van upstream-regulering – waaronder de high-risk verplichtingen in de AI Act –een fundamentele heroverweging behoeft om innovatie nietnodeloos te belemmeren.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117019 Antwoorden op de vragen van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie constateren dat het kabinet hetDigital Package verwelkomt en de nadruk op het reduceren vanonnodige en disproportionele regeldruk. Kan de Minister specifi-ceren hoe hij tijdens het beleidsdebat de nadruk zal leggen op denoodzaak om praktische instrumenten, formats en hulpmiddelente bieden die de nalevingslast specifiek voor overheden en mkbeffectief verminderen? Kunt u per dossier (AI Act, DSA/DMA,GDPR/ePD, platform-regelgeving, datawetgeving) aangeven welkeonderdelen Nederland actief wil vereenvoudigen, pauzeren ofherzien tijdens de onderhandelingen over het Omnibus-pakket?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deze leden zien dat de Nederlandse positie erkent dat met namekleinere marktdeelnemers (mkb) de naleving van de AVG vaak alscomplex ervaren. Welke acties zal de Minister in Europeesverband ondernemen om ervoor te zorgen dat onafhankelijketoezichthouders, zoals de EDPB, voortvarend werken aan hetontwikkelen van praktische richtsnoeren, bijvoorbeeld doorduidelijkheid te geven over wanneer een DPIA (data protectionimpact assessment) niet vereist is, om op die manier de zorgenover de naleving weg te nemen?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Het kabinet ziet juridische en praktische uitdagingen bij decentralisatie van rapportageverplichtingen op Europees niveau enbenadrukt het belang van het behoud van rapportagestructurenop nationaal niveau en het waarborgen van de uitsluitendeverantwoordelijkheid van lidstaten voor nationale veiligheid.Deze leden vragen hoe de Minister er tijdens het debat voor zalzorgen dat stroomlijning van cyberwetgeving (zoals NIS2 en CER)daadwerkelijk leidt tot lagere administratieve lasten, zonder datdit ten koste gaat van de nationale regie en effectiviteit van deincidentenrapportage.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Het kabinet heeft in zijn reactie op de call for evidence voor deEU Delivery Act gepleit voor maximale deregulering en meerflexibiliteit voor lidstaten, met het argument dat marktwerkingtoereikend is voor de pakketmarkt en dat het publieke belangafneemt. Zij vragen hoe de Minister waarborgt dat dit strevennaar maximale deregulering niet leidt tot fragmentatie van depostinterne markt of dat kwetsbare groepen en afgelegenbestemmingen risico lopen op verminderde toegang totpostdiensten, gelet op de zorgen die de Commissie hieroveruitsprak.AntwoordVoor het kabinet is het een belangrijke voorwaarde dat meer flexibiliteitvoor lidstaten niet leidt tot nieuwe belemmeringen op de interneTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117020 postmarkt. Het kabinet zal eventuele risico’s op verminderde toegang totpostdiensten meewegen bij de verdere inzet.De leden van de BBB-fractie constateren dat de Nederlandse inzetis om geen meerwaarde te zien in specifieke EU-regels overarbeidsomstandigheden of duurzaamheid voor de postsector,omdat dit nationale bevoegdheden betreft of horizontale regelsvoldoende zouden zijn. Hoe rijmt de Minister deze visie met demogelijke sociale gevolgen van de modernisering van hetpostacquis, zoals de mogelijke afname van werkgelegenheid bijuniversele dienstverleners? Kan de Minister toelichten of hijvreest dat Europese regels over arbeidsomstandigheden deconcurrentiepositie van Nederlandse postbedrijven onnodigzullen verzwaren?AntwoordVoor het kabinet is het een belangrijke voorwaarde dat meer flexibiliteitvoor lidstaten niet leidt tot nieuwe belemmeringen op de internepostmarkt. Het kabinet zal eventuele risico’s op verminderde toegang totpostdiensten meewegen bij de verdere inzet.Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan verdere Europese actietegen verslavende algoritmen en ontwerptechnieken in digitalediensten via de voorgestelde Digital Fairness Act (DFA), enbepleit onder andere een verbod op betaalde loot boxes enregulering van pay-to-win mechanismen. Hoe zal de Ministergaranderen dat deze nieuwe reguleringsvoorstellen (DFA), diespecifieke juridische leemtes willen opvullen, niet leiden totnieuwe bureaucratische lasten of inconsistenties die het doel vande vereenvoudiging van het digitale acquis (de Omnibus) onder-mijnen, zo vragen deze leden?AntwoordHet kabinet geeft de hoogste prioriteit aan de handhaving van bestaandewet- en regelgeving in de digitale economie en ondersteuning vanondernemers hierbij. Tegelijkertijd biedt het huidige kader van wet- enregelgeving consumenten onvoldoende bescherming tegen een aantalschadelijke handelspraktijken, zoals verslavend ontwerp van digitalediensten en handelspraktijken in games. Voor ondernemers is het huidigewetgevend kader onduidelijk. Nederland pleit voor het inzetten van deDigital Fairness Act als gerichte maatregel om deze schadelijke handels-praktijken aan te pakken en daarmee duidelijkheid te creëren voor zowelconsumenten als ondernemers over wat wel en niet is toegestaan. Inaanloop naar een wetgevend voorstel voor de Digital Fairness Act(verwacht in de tweede helft van 2026) zal het kabinet – in lijn met het doelvan de Omnibus – blijvend aandacht vragen voor het voorkomen vanonnodige regeldruk voor ondernemers en in dit kader suggestiesaandragen bij de Europese Commissie voor gerichte aanpassing van hetconsumentenrecht. Ook wordt het belang van een kwalitatiefhoogwaardige impact assessment onderstreept.De leden van de BBB-fractie zien dat in de Nederlandse positiewordt gewezen op het belang van dynamische instrumenten omrisico’s te mitigeren, zoals de nationale bevoegdheid om inuiterste gevallen een digitaal product of dienst bij eenNIS2-organisatie te verbieden als er risico’s voor de nationaleveiligheid zijn. Ziet de Minister mogelijkheden om dit soortnationale instrumenten voor het vergroten van de cyberweer-baarheid te delen als «best practice» in de Raad, en zal hij zichinzetten om de integratie van cybersecurity-by-design en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117021 weerbaarheid van toeleveringsketens als topprioriteit binnen hetdigitale beleid te verankeren?AntwoordHet kabinet acht het toepassen van een risicogebaseerde aanpak –beginnend bij de ontwerpfase van producten en diensten – en gedurendede hele levenscyclus van cruciaal belang. De reeds ontwikkelde (cyber)wet-en regelgeving zoals de Verordening cyberweerbaarheid (CRA) enNIS2 hanteren bovengenoemde principes en zullen volgens het kabinet decyberweerbaarheid binnen de verschillende sectoren hierdoor sterkverhogen. Het kabinet ziet de toepassing van cybersecurity-by-designinderdaad als topprioriteit. Dit onderwerp is tevens opgenomen in deNederlandse Cybersecurity Strategie.Het kabinet zet zich daarnaast actief in om goed en gedegen risicoma-nagement te bevorderen door de ontwikkeling van methodieken eninstrumenten. Ook draagt het kabinet actief bij aan de uitvoering vannationale en EU brede risicoanalyses om effectieve (mitigerende)maatregelen te formuleren. Het kabinet heeft in dit kader de MaskerMethodiek toegelicht in EU verband; een methodiek ontwikkeld door hetNationaal Cyber Security Centrum om risico’s in de keten te identificeren.Het kabinet zal dit voortzetten en andere instrumenten delen inEU-verband.Het kabinet benadrukt dat digitale weerbaarheid een belangrijkonderdeel is van de bredere maatschappij-brede aanpak tegenmilitaire en hybride dreigingen. Kan de Minister aangeven hoe deuitwisseling van geleerde lessen over grootschalige cyberaan-vallen, die in de besloten Raad plaatsvindt, zal bijdragen aan hetbeter beschermen van vitale processen en de veerkracht van debredere nationale infrastructuur?AntwoordVoor het kabinet is het uitwisselen van geleerde lessen over (groot-schalige) cyberaanvallen met andere EU-lidstaten zeer waardevol. Dezegeleerde lessen kunnen waardevolle inzichten bieden die mogelijkrelevant zijn voor nationale initiatieven waaronder de aankomendeactualisatie van het Landelijk Crisisplan Digitaal (LCP-D). In deze actuali-satie worden ook andere ervaringen, zoals van de NAVO-top en geleerdelessen van de nationale cyberoefening ISIDOOR IV, meegenomen. HetLCP-D geeft inzicht en overzicht van de afspraken over de beheersing vaneen digitale crisis op landelijk niveau en biedt kaders die organisatieskunnen gebruiken in de eigen voorbereiding op een digitale crisis.Deze leden constateren dat de Europese Commissie een Omnibus-voorstel voor vereenvoudiging van digitale wetgeving heeftgepresenteerd. Hoe beoordeelt u de constatering van diverselidstaten, CEO’s en brancheorganisaties dat dit voorstel op ditmoment «niet meer dan een eerste stap» is en onvoldoendebijdraagt aan het dichten van de Europese concurrentiekloof?Waarom wijkt de Nederlandse inzet in de recente non-paper afvan de richting die de Kamer heeft gevraagd in de motiesMartens-America en Vermeer (Kamerstuk 21 501-30, nr. 645), enVermeer (Kamerstuk 26 643, nr. 1416)? Kunt u toelichten waaromhet kabinet tegelijkertijd wél grotendeels aansluit bij de richtingvan de motie Kathmann (Kamerstuk 32 761, nr. 324), die door deKamer is verworpen? Hoe duidt u de reactie van de CCIA, waarinwordt gesteld dat de EU «veel gedurfder» moet optreden om dedigitale regels te herzien, met name rond AI en privacy?Bent u bereid deze kritiek in te brengen in de Telecomraad?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117022 AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Antwoorden op de vragen van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de Telecomraad van 5 december 2025.Deze leden hebben nog enkele vragen.Zij lezen dat er tijdens de Telecomraad een beleidsdebat zalplaatsvinden over het verlagen van lasten voor bedrijven in hetdigitale domein. De leden van de SGP-fractie vragen het kabinethoe zij de constatering beoordeelt dat de AVG-doelstellingen uitartikel 1 van de AVG uitsluitend bescherming van natuurlijkepersonen omvatten, en niet expliciet de bevordering vaninnovatie, proportionaliteit of economische uitvoerbaarheid,waardoor deze belangen slechts impliciet, en daardoor onvol-doende, worden meegewogen door toezichthouders.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Voorts vragen deze leden het kabinet of zij bereid is zich in tezetten voor een herformulering of aanvulling van art. 1 AVG of deconsiderans, zodat innovatiebevordering en proportionaliteituitdrukkelijk tot de doelstellingen van de verordening wordengerekend.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Kan het kabinet uiteenzetten welke ruimte de AVG momenteellaat voor toezichthouders om expliciet rekening te houden metproportionaliteit en innovatie (o.a. art. 57–58 AVG), en of hetwenselijk is deze ruimte middels de Digital Omnibus explicieterte codificeren?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Is het kabinet bereid om in EU-verband te pleiten voor eenwettelijke innovatieopdracht voor toezichthouders, mede om tevoorkomen dat handhaving de facto tot een restrictieve interpre-tatie van rechtmatigheid en risico leidt?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de SGP-fractie lezen dat een systematischeherziening van hoofdstuk V van de AI act ontbreekt. Deze ledenvragen het kabinet hoe zij deze leemte beoordeelt, mede geziende signalen dat het hoofdstuk redundant is geworden door latereartikelen en aanpalende regelgeving (zoals het GPAIM-regime).AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117023 Het antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Zo vragen zij of het kabinet het juridisch houdbaar en wenselijkacht om een risicobenadering te introduceren die uitgaat van«risk-by-use» in plaats van «risk-by-development», zoals aanbe-volen door diverse Europese adviesorganen.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Hoe duidt het kabinet de reikwijdte van het tijdelijke uitstel vande hoogrisicoverplichtingen tot 2027 in relatie tot openstaandevragen omtrent geharmoniseerde normen, GPAIM-specificaties entoezichtcapaciteit?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de SGP-fractie vragen het kabinet of zij bereid iszich in te zetten voor een expliciete aanpassing van de AI Actwaarin een innovatie-en-proportionaliteitsopdracht voor markt-toezichthouders wordt verankerd.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Deze leden constateren dat een aantal moties aangaande deAI-omnibusact niet is meegenomen in het kabinetsstandpuntdienaangaande. Zij vragen het kabinet aan te geven waarom er nuvoor wordt gekozen om elementen uit de verworpen motie-Kathmann (Kamerstuk 32 761, nr. 324) te betrekken in deNederlandse inzet bij de Telecomraad, terwijl onderdelen uit deaangenomen moties Martens-America en Vermeer (Kamerstuk21 501-30, nr. 645), en Vermeer (Kamerstuk 26 643, nr. 1416) nietof slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de SGP-fractie vragen het kabinet of zij bereid is tebevestigen dat de uitvoering van aangenomen moties leidendbehoort te zijn bij het formuleren van de Nederlandse inzet, enindien dit niet gebeurt, welke juridische en procedurele toetsdaaraan ten grondslag ligt. Zij vragen derhalve het kabinets-standpunt te conformeren aan de aangenomen Kamermoties.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet het principevan omnibusvoorstellen als middel om regeldruk te verlagen,wetgeving te stroomlijnen en uitvoerbaarheid te verbeterenondersteunt. Tegelijkertijd wil het kabinet de Commissie op hetbelang wijzen van het uitvoeren van gedegen impact assessmentsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117024 en het belang van het overeind houden van de doelen van wet- enregelgeving. Deze leden vragen het kabinet hoe zij de DigitalOmnibus-voorstellen beoordeelt in termen van systematischevereenvoudiging van Unierecht, in het bijzonder het bundelen vanmeerdere data-instrumenten tot één Datawet en het integrerenvan cookieregels in de AVG?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de SGP-fractie zijn verbaasd over het feit dat hetNederlandse non-paper kiest voor een beperktere en minderambitieuze lijn dan de voorstellen van de Commissie, terwijl deDigital Omnibus beoogt om rechtszekerheid en harmonisatie tevergroten. Deze leden vragen het kabinet hierop te reflecteren.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Voorts vragen zij het kabinet of zij de introductie van eensingle-entry-point voor incidentmeldingen juridisch uitvoerbaaracht in relatie tot sectorspecifieke verplichtingen (NIS2, DORA,GDPR). Is zij bereid dit instrument actief te steunen?AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.De leden van de SGP-fractie vragen het kabinet of zij de analysedeelt dat de rechtsgrondslagen in de UCPD, CRD, AVG, DSA/DMAen AI Act reeds voldoende basis bieden voor het optreden tegen«dark patterns», en dat nieuwe wetgeving risico’s creëert opnormatieve overlap, inconsistentie en verdere fragmentatie. Dezeleden lezen dat het Nederlandse non-paper pleit voor nieuwregulerend optreden op dit terrein, terwijl de Commissie zelfruimte ziet voor harmonisatie via richtsnoeren, CPC-coördinatieen handhavingsverbeteringen. Zij vragen het kabinet hierop tereflecteren en dit punt in het non-paper te herzien en hierbij in tegaan op: uniforme EU-richtsnoeren voor interpretatie vanbestaande bepalingen; versterkte grensoverschrijdendeCPC-handhaving; beperking van nieuwe wetgeving tot daadwer-kelijk geconstateerde lacunes in de UCPD (Unfair CommercialPractices Directive).AntwoordHet kabinet deelt het standpunt van de SGP-fractie dat primair ingezetmoet worden op uniforme EU-richtsnoeren en handhaving van bestaandewetgeving in de digitale economie. Dit wordt ook aangegeven in denon-paper waaraan de SGP-fractie refereert. Tegelijkertijd komt uit hetrapport van de Europese Commissie uit 2020 (Fitness check on ConsumerProtection) naar voren dat consumenten onvoldoende beschermd zijn ineen online omgeving. Nederland pleit voor een gerichte aanpassing vanhet consumentenrecht via de Digital Fairness Act door onduidelijkhedenen lacunes voor specifieke online handelspraktijken te adresseren en zoduidelijkheid te creëren voor zowel consumenten als ondernemers.Het kabinet deelt de analyse van de SGP-fractie dat de Europese wet- enregelgeving verschillende rechtsgrondslagen kent waarmee tegen «darkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117025 patterns» kan worden opgetreden. De Commissie concludeert echter datde huidige wetgeving, hoewel effectief in sommige opzichten, nietadequaat is om «dark patterns» in alle gevallen aan te pakken. Zo bevat deDigital Services Act (DSA) bijvoorbeeld wel een definitie van «darkpatterns», maar is hierin bepaald dat praktijken die onder de RichtlijnOneerlijke Handelspraktijken vallen, zijn uitgesloten, wat tot juridischeonduidelijkheid kan leiden. Het kabinet pleit daarom voor meersamenhang tussen het consumentenrecht en regelgeving zoals de DSA.Dit kan eenvoudig worden bereikt door de definitie van «dark patterns» uitde DSA over te nemen in het consumentenrecht. Hierdoor ontstaat eengeharmoniseerd kader en kan overlap, inconsistente en verdere fragmen-tatie worden tegengegaan.Daarnaast is in de non-paper voor de Digital Fairness Act specifiekaandacht gevraagd voor drie veelvoorkomende «dark patterns» diefinanciële schade voor consumenten kunnen opleveren. Nederland pleitervoor om deze «dark patterns» onder alle omstandigheden te verbiedenin het consumentenrecht door ze te plaatsen op de zwarte lijst van derichtlijn Oneerlijke Handelspraktijken. Voor de volledige inzet op darkpatterns verwijst het kabinet naar de non-paper voor de Digital FairnessAct.De leden van de SGP-fractie constateren dat de oproep vanDraghi dat de EU zonder deregulering en harmonisatie onvol-doende productiviteitsgroei realiseert om het Europese econo-mische en sociale model te behouden onvoldoende naar vorenkomt in het Nederlandse non-paper. Deze leden vragen tereflecteren op deze oproep en het non-paper zo te herzien zodathet wél voldoet aan deze oproep. Zij vragen het kabinet voorts ofzij de Nederlandse positie verenigbaar acht met de beginselenvan evenredigheid, subsidiariteit en goede regelgeving (art. 5VEU) en het feit dat Nederland via de non-paper een minderambitieuze lijn hanteert dan de Commissie, terwijl het mkb enstartups hierdoor disproportioneel worden belast.AntwoordHet kabinet is het voorstel nog aan het bestuderen. In deze beoordelingworden rechtszekerheid, proportionaliteit en innovatie meegenomen.Tot slot vragen de leden van de SGP-fractie of het kabinet bereidis zich in de Telecomraad uit te spreken voor een versterking engeen verzwakking van de Digital Omnibus, in lijn met de aanbeve-lingen van het Draghi-rapport. Voorts verzoeken deze leden hetkabinet om bij voorstellen rondom de digitale omnibus rechtsze-kerheid, proportionaliteit en innovatie expliciet te borgen in hetNederlandse kabinetsstandpunt.AntwoordHet antwoord op deze vraag wordt met u gedeeld in het verslag van deTelecomraad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 117026
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.