KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerstuk · 30 jun 2026 · Tweede Kamer

Verslag van een schriftelijk overleg over de voorhangprocedure oprichting stichting Ziezon (Kamerstuk 36530-37)

Jan Arie Koorevaar · CDA adjunct-griffier (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 530Wijziging van de Wet subsidiëring landelijkeonderwijsondersteunende activiteiten 2013 enenige andere onderwijswetten in verband metde landelijke borging van de uitvoering vanondersteuning van scholen en instellingen bijhet onderwijs aan zieke leerlingen (Wetonderwijsondersteuning zieke leerlingen)Nr. 38 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 30 juni 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van 29 mei 2026 over devoorhangprocedure oprichting stichting Ziezon (Kamerstuk 36 530, nr. 37).De vragen en opmerkingen zijn op 24 juni 2026 aan de Staatssecretarisvan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 29 juni2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,KoorevaarAdjunct-griffier van de commissie,Easton kst-36530-38ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 381 InhoudIVragen en opmerkingen uit de fracties2Inbreng van de leden van de D66-fractie2Inbreng van de leden van de VVD-fractie3Inbreng van de leden van de PRO-fractie3Inbreng van de leden van de CDA-fractie5IIReactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap5 I Vragen en opmerkingen uit de fracties Inbreng van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het voornemen van de regering tot oprichting van stichting Ziezon.Deze leden onderschrijven het belang van een goede, toegankelijke entoekomstbestendige onderwijsondersteuning voor zieke leerlingen enstudenten. Voor kinderen en jongeren die ernstig of langdurig ziek zijn, isonderwijs veel meer dan het volgen van lessen. Het is contact metklasgenoten, structuur in een ontwrichtende periode en de mogelijkheidom onderdeel te blijven van het gewone leven. Juist daarom vinden dezeleden dat bij de inrichting van stichting Ziezon steeds één vraag centraalmoet staan: hoe wordt de ondersteuning voor zieke leerlingen enstudenten beter, sneller en dichterbij georganiseerd?De leden van de D66-fractie vragen hoe de Staatssecretaris voorkomt datde oprichting van stichting Ziezon vooral leidt tot een nieuwebestuurslaag. Welke waarborgen worden ingebouwd om ervoor te zorgendat middelen maximaal terechtkomen bij de ondersteuning van leerlingenen studenten, en niet bij overhead, bestuur, huisvesting of interneorganisatiekosten?De leden van de D66-fractie hebben eerder hun zorgen geuit over hetrisico dat door een landelijke aanpak de regionale verankering van dehuidige ondersteuning verzwakt worden. Korte lijnen tussen consulenten,scholen, ziekenhuizen, samenwerkingsverbanden en ouders maken datondersteuning snel en passend kan worden ingezet. Deze leden vragenhoe de Staatssecretaris er concreet voor gaat zorgen dat dit niet gebeurt.Kan de Staatssecretaris aangeven welke regionale ondersteunings-structuur stichting Ziezon voor ogen heeft? Wordt gewerkt met vasteregio’s, regionale teams en regionale aanspreekpunten voor scholen enouders? Zo ja, welke uitgangspunten gelden daarbij? Zo nee, hoe wordtdan voorkomen dat de ondersteuning afstandelijker wordt en consulentenminder goed aangesloten blijven op lokale en regionale netwerken?De leden van de D66-fractie benadrukken dat het succes van stichtingZiezon staat of valt met de mensen die het werk doen. Onderwijsconsu-lenten beschikken over specialistische kennis, kennen scholen enziekenhuizen in hun regio en kunnen ouders en leerlingen op kwetsbaremomenten veel zorgen uit handen nemen. Deze leden vragen deStaatssecretaris hoeveel huidige consulenten inmiddels hebben aange-geven over te willen stappen naar stichting Ziezon en hoeveel consu-lenten daarover nog twijfelen of hebben aangegeven niet mee te willengaan.De leden van de D66-fractie hebben signalen ontvangen dat een deel vande consulenten het werk voor zieke leerlingen nu combineert met andereonderwijskundige, orthopedagogische of adviserende taken. Juist dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 382 combinatie kan bijdragen aan hun expertise, inzetbaarheid en werkplezier.Deze leden vragen hoe de Staatssecretaris voorkomt dat deze groep doorde nieuwe inrichting moet kiezen en daardoor voor het werk met ziekeleerlingen verloren gaat.Kan de Staatssecretaris uiteenzetten op welke wijze de ministeriëleverantwoordelijkheid wordt geborgd wanneer de uitvoering wordt belegdbij een stichting met wettelijke taak? Welke sturingsmogelijkheden heeftde Staatssecretaris als de stichting onvoldoende presteert, de regionaleinbedding niet waarmaakt of middelen onvoldoende doelmatig inzet?Inbreng van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Voorhangprocedure oprichting stichting Ziezon en hebben daargeen vragen over.Inbreng van de leden van de PRO-fractieDe leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van devoorliggende stukken met betrekking tot de oprichting stichting Ziezon.Deze leden hebben enkele vragen en opmerkingen.De leden van de PRO-fractie hebben tijdens het debat over de Wetonderwijsondersteuning zieke leerlingen (ozl) aangegeven dat zij erbelang aan hechten dat kinderen mee mogen praten over alle gelegen-heden die hen aangaan. Dit is een recht, volgend uit het Kinderrechten-verdrag. Ook zijn deze leden ervan overtuigd dat inbreng van betrokkenende organisatie in het onderwijs verbetert.De leden van de PRO-fractie lezen dat er is voorzien in een belanghebben-denraad in de statuten voor de oprichting van de stichting. Deze leden zijnvan mening dat hiermee ten dele wordt voldaan aan de vragen enopmerkingen van de leden van de PRO-fractie tijdens het debat. Voor dezeinbreng zullen zij zich dan ook met name hierop concentreren.Allereerst hebben de leden van de PRO-fractie enkele vragen over hetadvies van het Ministerie van Financiën. Deze leden lezen dat hetMinisterie van Financiën heeft geadviseerd om in de statuten op te nemenhoe de verdeling van de functies binnen de raad van toezicht is geregeld.In het advies van het Ministerie van Financiën is tevens te lezen dat zijaanbeveelt dat het onderwijs- en het zorgveld evenredig vertegen-woordigd zou moeten zijn. De leden van de PRO-fractie lezen dat ditadvies niet is overgenomen. Deze leden zijn van mening dat ook minstenséén oud-leerling zitting zou moeten hebben in de Raad van Toezicht.De leden van de PRO-fractie volgen de redenering dat het bij hetbenoemen van een nieuw lid van de Raad van Toezicht handig is om hetprofiel optimaal af te stemmen op wat de Raad van Toezicht op datmoment daadwerkelijk versterkt, maar zijn van mening dat het opnemenvan achtergronden in de statuten dit niet in de weg zou hoeven staan. Netals dat het vastleggen dat een stichting ten minste één en ten hoogste driebestuursleden moet hebben mogelijk is, is het mogelijk vast te leggen dater in de Raad van Toezicht in elk geval één oud-leerling plaats moetnemen. Waarom is hier niet voor gekozen? Is de Staatssecretaris het metdeze leden eens dat een oud-leerling in de Raad van Toezicht een zeerwaardevolle toevoeging kan zijn vanuit de praktijkervaring van dergelijkeoud-leerlingen? Is de Staatssecretaris het verder met deze leden eens dateen oud-leerling ook prima in een algemeen profiel naar ten minstedeskundigheden, vaardigheden en diversiteit zou passen, waarna er vooriedere vacature een specifiek profiel op wordt gesteld? Is de Staatssecre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 383 taris het met deze leden eens dat het een het ander niet uitsluit en zo nee,kan de Staatssecretaris aangeven waarom dat wel het geval zou zijn? Kande Staatssecretaris toezeggen de conceptstatuten zodanig aan te passendat er wél ruimte wordt gecreëerd voor ten minste één oud-leerling in deRaad van Toezicht?Daarnaast hebben de leden van de PRO-fractie enkele vragen over de aktevan oprichting van stichting Ziezon. In een aangenomen amendementtijdens de wetsbehandeling hebben deze leden aangegeven er belang aante hechten dat er ook voldoende aandacht is voor kinderen die psychischziek zijn, specifiek door middel van een grondslag om de werkwijze van destichting ook in latere jaren toe te kunnen passen op leerlingen metpsychische problemen.1 Deze kennis moet worden geborgd. De leden vande PRO-fractie zijn benieuwd of bij de oprichting van de stichting in deoprichtingsstatuten rekening wordt gehouden dat kennis en expertise opdit vlak wordt geborgd.Dan over artikel 4.3 van de oprichtingsakte: de leden van de PRO-fractielezen dat in de statuten staat opgenomen dat het bestuur belangheb-benden, waaronder ouders, leerlingen en (het bevoegd gezag van)scholen en andere betrokken, betrekt ten behoeve van een structureledialoog en daartoe een belanghebbendenraad opricht. Ook merken dezeleden op dat in de statuten niet is opgenomen hoeveel ruimte ouders en(oud-)leerlingen dienen in te nemen in een dergelijke belanghebben-denraad. De leden van de PRO-fractie willen nogmaals benadrukken dat zijer belang aan hechten dat in de statuten formeel is vastgelegd hoeveelruimte dergelijke belanghebbenden minstens in moeten nemen in eenbelanghebbendenraad, teneinde te verzekeren dat alle belanghebbendestemmen daadwerkelijk gehoord worden in een dergelijke raad. Kan deStaatssecretaris aangeven waarom niet voor een dergelijk minimum isgekozen? Deze leden vragen zich verder af of in de statuten opgenomenkan worden uit hoeveel leden de belanghebbendenraad minstens zoumoeten bestaan, zodat verzekerd kan worden dat de belanghebben-denraad daadwerkelijk een relevante doorsnee van de belanghebbendenvertegenwoordigt. Kan de Staatssecretaris uitgebreid bij deze puntenstilstaan? Is de Staatssecretaris bereid om de statuten zodanig aan tepassen dat zowel het minimumaantal leden van de belanghebbendenraadals de minimumsamenstelling van de belanghebbendenraad (zoalsminstens één ouder en minstens één oud-leerling) wordt opgenomen?Ten slotte zijn de leden van de PRO-fractie ook benieuwd wat de preciezebevoegdheden van de belanghebbendenraad wordt. Deze leden hebbeneerder het belang van participatie van kinderen en jongeren benadrukt. Debelanghebbendenraad is hierin een belangrijke stap, maar deze ledenvragen zich af hoe wordt geborgd dat de stem van (oud-)leerlingen nietalleen formeel aanwezig is, maar ook daadwerkelijk invloed heeft op debesluitvorming van de stichting. Kan nader toegelicht worden op welkewijze gestimuleerd wordt dat (oud)leerlingen actief betrokken worden bijbeleid, evaluatie en het aankaarten van knelpunten? Kan nader toegelichtworden welke concrete bevoegdheden de belanghebbendenraad zalhebben? Zijn er bijvoorbeeld na de installatie van de belanghebben-denraad door henzelf nog mogelijkheden om het reglement ten aanzienvan de belanghebbendenraad aan te scherpen of voorstellen daartoe tedoen? Kan de Staatssecretaris hier uitgebreid op reflecteren en in dezereflectie tevens aangeven of het juridisch mogelijk is om iets dergelijkseen plek te geven in de statuten?1Kamerstuk 36 530, nr. 17Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 384 De leden van de PRO-fractie danken de Staatssecretaris en betrokkenambtenaren voor de beantwoording.Inbreng van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de voorhangpro-cedure gezien de oprichting van stichting Ziezon. Deze leden hebben opdit moment geen aanvullende of verduidelijkende vragen of opmerkingen.II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap De regering dankt de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap voor de schriftelijke inbreng naar aanleiding van de voorhangvan de oprichting van stichting Ziezon. De regering is de leden van defracties van D66 en PRO erkentelijk voor de gestelde vragen en debetrokkenheid bij dit onderwerp. Hierna reageert de regering op de doordeze fracties gestelde vragen.Vraag 1De leden vragen hoe wordt voorkomen dat de oprichting van stichtingZiezon vooral leidt tot een nieuwe bestuurslaag, welke waarborgenworden ingebouwd om ervoor te zorgen dat middelen maximaalterechtkomen bij de ondersteuning van leerlingen en studenten. En nietbij overhead, bestuur, huisvesting of interne organisatiekosten.Antwoord 1Jaarlijks moet de stichting bij aanvraag van de instellingssubsidie eenbegroting indienen. In deze begroting geeft de stichting inzicht in deverhouding tussen de kosten voor het primaire proces (de ondersteuningvan de zieke leerlingen) respectievelijk de overheadkosten. Het Ministerievan OCW beoordeelt de begroting en stuurt zo nodig bij, waarmee eengoede balans tussen middelen voor het primair proces en overheadgewaarborgd kan worden. Uit het concept Organisatie- en Formatie-rapport blijkt dat de stichting een platte organisatie wordt met een zeerkleine staf.2 Het is de verwachting dat de overhead juist afneemt invergelijking tot de huidige inrichting, waarin onderwijsondersteuning aanzieke leerlingen is belegd bij 18 verschillende organisaties.Vraag 2De leden van D66 vragen hoe de Staatssecretaris ervoor zorgt dat wordtvoorkomen dat door een landelijke aanpak de regionale verankering vande huidige ondersteuning verzwakt. Zij vragen welke regionale ondersteu-ningsstructuur stichting Ziezon voor ogen heeft of er gewerkt wordt metvaste regio’s, regionale teams en regionale aanspreekpunten voor scholenen ouders en zo ja, welke uitgangspunten daarbij gelden.Antwoord 2De regering onderschrijft het belang dat de ondersteuning in de regiobeschikbaar blijft en heeft dit zodoende in de wet verankerd. Consulentenbehouden na overgang naar de stichting hun huidige standplaats ennemen hun eigen netwerk mee naar de stichting. Stichting Ziezon zalwerken met vijf vaste regio’s en vaste regioteams, waarmee scholen,samenwerkingsverbanden, leerplichtambtenaren, schoolartsen, wijkteams2Het Organisatie- en Formatierapport zal de Stichting zelf definitief maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 385 etc. vaste aanspreekpunten hebben voor onderwijsondersteuning aanzieke leerlingen. Dit blijkt uit het concept Organisatie- en Formatierapportvan de stichting en sluit aan op de concept-statuten, waarin staat dat «hetbestuur zorgt voor een landelijk dekkende regionale infrastructuur, metindeling in vijf regio’s: Noord-Oost, Noord-West, Midden, Zuid-West enZuid-Oost. De beschikbare capaciteit wordt doelmatig over en binnen deverschillende regio’s verdeeld.» Die capaciteitsverdeling moet de stichtinglaten aansluiten op de vraag naar onderwijsondersteuning ziekeleerlingen (ozl) binnen de regio’s, zodat gewaarborgd wordt dat scholenen instellingen ongeacht hun vestigingsplaats in gelijke mate een beroepkunnen doen op de ozl-voorziening.Vraag 3De leden van de D66-fractie vragen hoeveel van de huidige consulenteninmiddels hebben aangegeven over te willen stappen naar stichtingZiezon en hoeveel consulenten daarover nog twijfelen of hebbenaangegeven niet mee te willen gaan. Ook vragen de leden van deD66-fractie hoe de Staatssecretaris voorkomt dat consulenten die het werkcombineren met andere onderwijskundige, orthopedagogische ofadviserende taken door de nieuwe inrichting moet kiezen en daardoorvoor het werk met zieke leerlingen verloren gaan.Antwoord 3Conform de motie Westerveld (GroenLinks-PvdA) c.s.3 en de motieRooderkerk c.s.4 (D66) c.s. zal er onder meer via de subsidievoorwaardenop gestuurd worden dat de stichting voor die consulenten die niet vallenonder overgang van onderneming ruimhartig omgaat met demogelijkheid tot combibanen en detachering. Zo kunnen zoveel mogelijkconsulenten hun ozl-werk voortzetten. In maart 2026 zijn alle consulentenin opdracht van het Ministerie van OCW uitgenodigd voor deelname aaneen geanonimiseerde, informele belangstellingspeiling, uitgevoerd doorhet CAOP. Hieraan hebben 98 medewerkers deelgenomen (responsper-centage van 93%).5 Van de respondenten valt 80% (78 medewerkers)onder overgang van onderneming; zij gaan van rechtswege over naar destichting. Voor circa twintig respondenten is geen sprake van overgangvan onderneming; deze consulenten hebben de keuze om wel of niet hunozl-werk voor te zetten bij de stichting. Hun respons op de vraag Zou je inprincipe je werk als consulent OZL voort willen zetten onder de vlag vande stichting, als de randvoorwaarden daarvoor voor jou passend zijn?»was als volgt verdeeld:Ja3Hangt ervan af11Nee6 Daadwerkelijke personele inpassing en het maken van individuelepersonele (maatwerk)afspraken kan alleen de stichting zelf als toekom-stige werkgever; daarvoor moet eerst de stichting worden opgericht. Uitzowel de informele belangstellingspeiling van CAOP als de gesprekken dieOCW voert met de klankbordgroepen blijkt dat arbeidsvoorwaardenaanvullend op de CAO PO, met name over reis- en thuiswerkvergoe-dingen, voor medewerkers van belang zijn. Het is aan de stichting alswerkgever om hierover afspraken te maken.3Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 254Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 295Eén organisatie die ozl-subsidie ontvangt heeft niet deelgenomen aan dit onderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 386 Vraag 4De leden van D66 vragen op welke wijze de ministeriële verantwoorde-lijkheid wordt geborgd wanneer de uitvoering wordt belegd bij eenstichting met wettelijke taak. Zij vragen welke sturingsmogelijkheden deStaatssecretaris heeft als de stichting onvoldoende presteert, de regionaleinbedding niet waarmaakt of middelen onvoldoende doelmatig inzet?Antwoord 4Het Ministerie van OCW heeft net zoals bij andere stichtingen met eenwettelijke taak (bijvoorbeeld CITO en Nuffic) een nauwe band met destichting. Inhoudelijke en financiële sturing op de wettelijke taken vindtplaats op basis van de subsidiebeschikking, een tweejaarlijkse kaderbriefaan de Tweede Kamer en een jaarlijkse startbrief aan de stichting. Dekaderbrief gaat in op:–wettelijke taken, beleidsdoelen en prioriteiten,–financiële kaders, zoals budgetten voor personeel en materieel, regelsover hoe de stichting het publieke geld besteedt,–de frequentie van rapportage en de verplichting om periodiek dedoelmatigheid en doeltreffendheid van de wettelijke taak te evalueren.–ministeriële goedkeuringsvereisten (bijvoorbeeld bij statutenwijzigin-gen) en de naleving van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen(WBTR).Ieder kwartaal vindt er een verantwoordingsoverleg plaats tussen hetMinisterie van OCW en de stichting. Als er zaken niet goed lopen, zaldaarover het gesprek gevoerd worden met de directeur-bestuurder enafspraken worden vastgelegd over verbeterdoelen. In uitzonderlijkegevallen kan ook financieel worden ingegrepen.Vraag 5De leden van de PRO-fractie vragen of de Staatssecretaris hun visie deeltdat een oud-leerling in de Raad van Toezicht een zeer waardevolletoevoeging kan zijn vanuit de praktijkervaring van dergelijkeoud-leerlingen en vragen waarom er niet voor is gekozen om in destatuten vast te leggen dat tenminste één oud-leerling lid moet zijn van deRaad van Toezicht. Zij vragen of een oud-leerling in het algemeen profielvoor leden van de Raad van Toezicht zou kunnen passen en indien dit niethet geval is of de Staatssecretaris wil toezeggen de concept-statutenhierop aan te passen.Antwoord 5De regering deelt van harte de visie van de leden van de PRO-fractie datbetrokkenheid van belanghebbenden, zoals oud-leerlingen, ouders enscholen bij stichting Ziezon van grote meerwaarde is.Echter dit zou wat de regering betreft niet via de Raad van Toezicht vormmoeten krijgen. Een lid van de Raad van Toezicht moet te allen tijdeonafhankelijk, objectief en zonder persoonlijke geschiedenis de organi-satie controleren. Toezichthouders dragen een juridische verantwoorde-lijkheid en bij financieel wanbeleid riskeren zij persoonlijke aansprake-lijkheid. In de profielen die zijn opgesteld voor werving en selectie van debeoogde leden van de Raad van Toezicht voor de stichting is wel kennisen ervaring met zowel onderwijs als zorg opgenomen.In de belanghebbendenraad daarentegen kan een oud-leerling vrijuitmeedenken, kritische vragen stellen en adviseren, zonder dat hierjuridische consequenties aan vast kunnen zitten. De waarde van eenoud-leerling zit in de directe ervaring en daardoor «voeling met deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 387 praktijk»; in een belanghebbendenraad is juist deze subjectieve betrok-kenheid een kracht. Voor leden van een Raad van Toezicht geldt eenobjectiviteitsvereiste. Zoals uit de antwoorden op vragen die hiernavolgen zal blijken, hecht de regering net als uw Kamer aan een stevigepositionering van de belanghebbendenraad met duidelijke bevoegdhedenen een goede samenstelling.Vraag 6De leden van de PRO-fractie vragen of bij de oprichting van de stichting inde oprichtingsstatuten ermee rekening wordt gehouden dat kennis enexpertise met betrekking tot leerlingen met psychische problemen wordtgeborgd, in verband met mogelijke toekomstige uitbreiding van dedoelgroep.Antwoord 6De concept-statuten van stichting Ziezon sluiten aan bij de Wet Onderwijs-ondersteuning zieke leerlingen en wat daarin nu als wettelijke taak endoelgroep voor de stichting is bepaald. Bij algemene maatregel vanbestuur kan de doelgroep voor ozl worden uitgebreid naar bijvoorbeeldpsychisch zieke leerlingen. Zoals tijdens het debat over het wetsvoorstelmet uw Kamer is besproken, zal eerst nader onderzoek moeten volgennaar de mogelijkheid, meerwaarde en ook de voorwaarden waaronder dedoelgroep voor ozl op termijn mogelijk kan worden uitgebreid. Daarbij zalmoeten worden betrokken wat dit aan uitbreiding van formatie en aanexpertise bij de stichting vraagt. Mocht daartoe worden besloten dan ishet mogelijk dat een toekomstige algemene maatregel van bestuurnoodzaakt tot aanpassing van de statuten. Het bestuur is bevoegdstatuten te wijzigen met voorafgaande goedkeuring van de Raad vanToezicht en na goedkeuring van de Minister. Het is niet passend om dezeuitbreiding nu al in de concept-statuten op te nemen, omdat de concept-statuten moeten aansluiten bij de opdracht zoals de stichting die gaatuitvoeren.Vraag 7Tenslotte stellen de leden van de PRO-fractie een aantal vragen over debelanghebbendenraad. Zij vragen waarom er niet voor is gekozen omzowel een minimum aantal leden als de minimumsamenstelling van debelanghebbendenraad statutair vast te leggen. Zij vragen of de regeringbereid is de statuten hierop aan te passen, zodat verzekerd kan wordendat de belanghebbendenraad daadwerkelijk een relevante doorsnee vande belanghebbenden vertegenwoordigt (zoals minstens één ouder enminstens één oud-leerling).Ook vragen de leden van de PRO-fractie wat de precieze bevoegdhedenvan de belanghebbendenraad wordt en hoe wordt geborgd dat de stemvan (oud-)leerlingen niet alleen formeel aanwezig is, maar ook daadwer-kelijk invloed heeft op de besluitvorming van de stichting. Zij vragen omeen toelichting op welke wijze gestimuleerd wordt dat (oud)leerlingenactief betrokken worden bij beleid, evaluatie en het aankaarten vanknelpunten. De leden vragen tevens of de belanghebbendenraad demogelijkheid heeft om het reglement ten aanzien van de belanghebben-denraad aan te scherpen of voorstellen daartoe te doen. De leden vragenom hierop uitgebreid te reflecteren en in deze reflectie tevens aan tegeven of het juridisch mogelijk is om iets dergelijks een plek te geven inde statuten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 388 Antwoord 7De regering erkent het belang van een belanghebbendenraad waarin deverschillende belanghebbenden vertegenwoordigd zijn. Zoals ook inantwoord op de vragen van D66 aangegeven betreft dit leerlingen, oudersmaar ook scholen waartoe de ondersteuning in eerste instantie op gerichtis. De regering is bereid dit in de concept-statuten nadrukkelijker teonderstrepen: in de concept-statuten zal worden vastgelegd dat debelanghebbendenraad uit minimaal één oud-leerling, één ouder en éénvertegenwoordiger van scholen moet bestaan.De regering acht het net als de PRO-fractie ook van wezenlijk belang datde belanghebbendenraad daadwerkelijk invloed heeft en daarmee kanbijdragen aan de kwaliteit van de onderwijsondersteuning van ziekeleerlingen in heel Nederland. Ik zeg u toe in de concept-statuten devolgende bevoegdheden van de belanghebbendenraad op te nemen:•een (gemotiveerd) instemmings- of verzwaard adviesrecht overspecifieke onderwerpen die de veiligheid van de leerling of de positievan ouders direct raken (zoals een protocol bij grensoverschrijdendgedrag en een klachtenregeling).•Het recht om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan hetbestuur;•Het recht om het bestuur te bevragen over de uitvoering van hetbeleid, wat de belanghebbendenraad in staat stelt concrete knelpuntendirect aan te kaarten bij het bestuur.De regering zal via de subsidieverstrekking erop sturen dat deze rechtendaadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend.Op het reglement van de belanghebbendenraad (waarin onder meer dewerkwijze, samenstelling en taakverdeling wordt vastgelegd) heeft debelanghebbendenraad direct invloed; in de concept-statuten is geëxplici-teerd dat het bestuur het reglement pas kan vaststellen na goedkeuringvan de belanghebbendenraad en de Raad van Toezicht. Het bestuur kande belanghebbendenraad ook vragen om een inhoudelijk voorstel voor deopzet van het reglement te doen.Het van daadwerkelijke invloed laten zijn van een belanghebbendenraadkan daarnaast ook via actieve betrokkenheid van ouders, oud-leerlingenen andere belanghebbenden door bijvoorbeeld het organiseren van eenperiodiek panel, enquêtes en klankbordgroepen, in plaats van uitsluitendformele vergaderingen. Ook het betrekken van oud-leerlingen, ouders enscholen in een vroeg stadium van beleidsvorming (co-creatie), zodat zijkunnen meedenken in plaats van achteraf slechts reageren, draagt bij aandaadwerkelijke invloed. Via de startbrief, de subsidievoorwaarden en in dereguliere verantwoordingsgesprekken met het bestuur zal de regeringerop sturen dat de belanghebbendenraad van stichting Ziezon een rol vanbetekenis heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 389

Versie 0455687158b9e2c1873be82ee5db0704695a5f683430b42b7d95693a121f04fc · Officiële bron.

Gegevens

Soort document
Verslag van een schriftelijk overleg
Datum
30 juni 2026
Vergaderjaar
2025-2026
Citeertitel
Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.