Beantwoording vragen van de commissie over mogelijke bouw nieuwe stal in Grubbenvorst
Brontekst
Versie b11a724d8682190b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 28 973Toekomst van de intensieve veehouderij Nr. 138 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 april 2014 Naar aanleiding van uw verzoek van 6 maart jl.1 (Handelingen II 2013/14, nr. 60, Regeling van werkzaamheden) stuur ik u hierbij de antwoorden op de vragen van de PvdA, SP en PvdD naar aanleiding van de berichtgeving over de bouw van een nieuwe stal in Grubbenvorst. Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA 1 Wat vindt u van het oordeel van de rechter dat de 43 omwonenden die bewaar maakten niet als belanghebbenden worden aangemerkt, terwijl er sprake is van een initiatief met een grote maatschappelijke impact in de omgeving? Antwoord Ik treed niet in het oordeel van de rechtbank Limburg. 2 Klopt het dat vooralsnog slechts de omgevingsvergunning is afgegeven en er ook nog een milieuvergunning nodig is en het houden van dieren alleen mogelijk is als aan alle voorwaarden voldaan is zoals voldoende dierrechten, ruimte in de PAS en de activiteiten binnen de geluids- en stankgrenzen blijven? Welke procedure dient te worden gevolgd alvorens een milieuvergunning wordt afgegeven? Antwoord Afhankelijk van de bedrijfsactiviteiten is een milieuvergunning noodza-kelijk en dienen de daarbij behorende procedures te worden doorlopen. Onderdeel van de milieuvergunningverlening is een toets op de geluids- en geurnormen. De omgevingsvergunning bundelt diverse vergunningen op het gebied van ruimte, bouwen, milieu en natuur. De gemeente is het 1Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer kst-28973-138ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 973, nr. 1381 bevoegd gezag voor de bouw-vergunning en de provincie is het bevoegd gezag voor de milieuvergunning en de Nb-wet vergunning. De bouwvergunningen zijn voor het Nieuw Gemengd Bedrijf (NGB) voor zowel het varkens- als het pluimveebedrijf verleend. Voor het varkensbe-drijf is op 21 januari 2014 de milieuvergunning verleend. De initiatief-nemer van het pluimveebedrijf heeft naar aanleiding van het gegrond verklaren van een ingesteld beroep bij de Raad van State in 2013 besloten tot een nieuwe milieuvergunningsaanvraag. Hierover wordt eind dit jaar een besluit verwacht. De Nb-wet vergunning voor het varkensbedrijf is op 6 maart 2014 verleend. De Nb-wet procedure voor het pluimveebedrijf loopt. Ik verwijs u verder naar het antwoord op vraag 3 (dierrechten) en vraag 4 (PAS). 3 Bezitten de initiatiefnemers van het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubben-vorst voldoende dierrechten? Zo ja, waar komen deze vandaan? Antwoord Het NGB kan eerst worden gebouwd wanneer de benodigde vergun-ningen onherroepelijk zijn geworden. Het aanwezig zijn van voldoende varkens- en pluimveerechten is geen vereiste voor de vergunningver-lening. Bij de in gebruik name van de stallen moeten de benodigde varkens- en pluimveerechten wel aanwezig zijn. Aan NGB is ontheffing verleend op basis van de zogenaamde POR-regeling (Regeling ontheffing productierechten uit 2006). Deze hield in dat ondernemers een ontheffing konden krijgen van het verbod op uitbreiding (ontheffing van de verplichting om voor een deel van hun productie in bezit te zijn van de daarvoor benodigde dierrechten), mits alle op het bedrijf geproduceerde mest verwerkt en buiten de Nederlandse landbouw afgezet wordt. Het gaat om een ontheffing voor 10.000 varkensrechten en 200.000 pluimveerechten. Vanwege het niet tijdig kunnen realiseren van de mestverwerkingsinstallatie is NGB uitstel van de realisatietermijn verleend tot 1 mei 2014. 4 Heeft het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubbenvorst de benodigde ruimte binnen de PAS? Zo niet, hoe kan het dat deze vergunning is verleend? Antwoord De PAS is nog niet vastgesteld, ik kan derhalve geen uitspraak doen of het NGB de benodigde ruimte heeft binnen de PAS. De provincie Limburg is het bevoegd gezag bij deze vergunningverlening. 5 Bent u net als de leden van de PvdA-fractie van mening dat dergelijke giga-agroparken waarbij verschillende agrarische activiteiten en diersoorten (zoals mestvergister, pluimvee & varkens) worden geclusterd niet wenselijk zijn? Wat zijn volgens u de voor- en nadelen van dergelijke agroparken? Hoe kijkt u aan tegen de gezondheidseffecten van de combinatie van varkens en kippen op één locatie? Antwoord Het NGB is een samenwerkingsverband tussen twee veehouderijbedrijven dat is gepland in een landbouwontwikkelingsgebied in Noord-Limburg. Het gaat niet om één bedrijf op één locatie maar om een afzonderlijk varkens- en vleeskuikenbedrijf op verschillende locaties. Deze bedrijven gaan intensief met elkaar samenwerken bij de verwerking van dierlijke mest en andere organische reststromen in de Bio Energie Centrale tot Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 973, nr. 1382 groene energie, compost en kunstmestvervanger. NGB speelt met dit initiatief in op de wettelijke verplichting tot mestverwerking die op 1 januari jl. in werking is getreden. In het varkens- en pluimveebedrijf worden verschillende productieschakels samengevoegd. Hierdoor kunnen de volks- en diergezondheidsrisico’s worden verminderd, wordt het aantal transportbewegingen teruggebracht en wordt extra milieuwinst geboekt door het toepassen van de nieuwste technieken. Bij het realiseren van het pluimveebedrijf binnen NGB worden drie bestaande pluimveebedrijven beëindigd die in de buurt van gevoelige natuurgebieden zijn gelegen. In het kabinetstandpunt inzake de omvang van de intensieve veehouderij en schaalgrootte (Kamerstuk 28 973, nr. 134) heb ik aangegeven dat de grenzen aan de groei van de veehouderij regionaal dan wel lokaal moeten worden bepaald op basis van een regionale of lokale afweging. Aanvullend op het bestaande instrumentarium stelt het kabinet een wettelijk kader op dat de provincies en gemeenten de mogelijkheid biedt om vanuit een oogpunt van volksgezondheid grenzen te kunnen stellen aan de omvang van de veestapel op de dierhouderij in bepaalde gebieden op basis van dieraantallen. De schaalgrootte van bedrijven en de ruimtelijke inpassing van nieuwe samenwerkingsverbanden zoals het NGB betreft een afweging op regionaal of lokaal niveau. 6 Het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubbenvorst heeft in het verleden subsidie ontvangen ten behoeve van de planvorming. Bent u bereid om megastallen (groter dan 300 NGE) expliciet uit te sluiten van subsidies, zowel op rijks- als op provinciaal niveau? Zo nee, waarom niet? Antwoord Met innovatie- en investeringsregelingen faciliteert en ondersteunt het kabinet ondernemers die investeren in risicovolle innovatieve maatre-gelen die verder gaan dan de wettelijke eisen. Deze ondernemers leveren een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming van de veehouderij. De resultaten van de innovatieprojecten komen beschikbaar voor de gehele sector. De subsidieregelingen staan open voor iedere deelnemer die voldoet aan de voorwaarden die golden op het moment van openstelling van deze regelingen. Schaalgrootte is geen criterium op rijksniveau. De schaalgrootte van bedrijven en de ruimtelijke inpassing van bedrijven betreft een afweging op regionaal en lokaal niveau. Het verlenen van subsidies op provinciaal of gemeentelijk niveau betreft de verantwoorde-lijkheid van deze medeoverheden. Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP 7 en 8 Wat gaat u doen om de opmars van megastallen tegen te houden? en Wat gaat u doen om burgers in overbelaste gebieden met te hoge dieraantallen, te helpen? Antwoord 7 en 8 Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 5. 9 Gaat u stoppen met het subsidiëren van megastallen? Antwoord Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 6. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 973, nr. 1383 10 en 11 Onderschrijft u de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij? en Bent u bereid de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij te ondersteunen met nationale wet- en regelgeving? Antwoord 10 en 11 De provincie Noord-Brabant heeft aanvullend ruimtelijk beleid vastgesteld in de Verordening Ruimte en met de Brabantse Zorgvuldigheidsscore (BZV) om de transitie naar een duurzame veehouderij in Noord-Brabant te ondersteunen. Ook andere provincies hebben mede in verband met het vervallen van de Reconstructiewet nieuw ruimtelijk beleid vastgesteld of in voorbereiding. De provincies maken hierbij gebruik van hun bevoegd-heden binnen het gedecentraliseerde ruimtelijk ordeningsbeleid. Ik ondersteun deze initiatieven. Ik zie geen rol in het op nationaal niveau stellen van regels ten aanzien van ruimtelijke maatregelen, waaronder de BZV. Het is aan de decentrale overheden om gebiedsgerichte beleidskeuzes te maken en te implemen-teren met het ter beschikking staande omgevingsinstrumentarium. 12 Wat zegt de landsadvocaat over juridische positie van BZV en de juridische noodzaak om wetgeving aan te passen om de BZV te doen slagen? Antwoord De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) is opgesteld in opdracht van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant. Ik heb hier geen rol in. De provincie Noord-Brabant heeft de landsadvocaat geen advies gevraagd over de BZV. 13 Hoe ziet u de mogelijkheden om lokaal dan wel provinciaal te sturen op dieraantallen? Bent u bereid de mogelijkheden te verruimen? Antwoord Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 5. 14 Bent u bereid om de compartimenten voor dierrechten te verkleinen (per diersoort) zodat beter gestuurd kan worden op veedichtheid in bepaalde gebieden? Antwoord De concentratiegebieden hebben tot doel een verdere toename van de druk op het milieu, als gevolg van de toenemende mestproductie in die gebieden waar een mestoverschot bestaat (de concentratiegebieden Zuid en Oost), te voorkomen. Met de huidige indeling van de concentratiege-bieden wordt dat doel gerealiseerd. Dat neemt niet weg dat er op regionale schaal aanleiding kan zijn om de veedichtheid in bepaalde gebieden nader te reguleren. Het is aan provincies en gemeenten om hier lokaal een afweging te maken. 15 Bent u bereid om experimenteerruimte te creëren voor Brabant om, bijvoorbeeld middels diervergunningen, op dieraantallen te kunnen sturen in overbelaste gebieden, waarbij veehouders die aan de BZV voldoen, de voorkeur kunnen genieten? Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 973, nr. 1384 Antwoord In het Voortgezet Algemeen Overleg Dierziekten en Antibioticagebruik op 4 maart jl. (Handelingen II 2013/14, nr. 58) heb ik in mijn reactie op de motie van Gerven (Kamerstuk 29 683, nr. 180) aangegeven dat het kabinet een wettelijk kader opstelt dat provincies en gemeenten de mogelijkheid biedt om vanuit een oogpunt van volksgezondheid grenzen te stellen aan de omvang van de veestapel op veehouderijen in een gebied. Eén van de mogelijkheden is het «op slot zetten» van een gebied wanneer dat vanwege risico’s voor de volksgezondheid noodzakelijk is. Ik zie geen reden om vooruitlopend daarop te voorzien in een wettelijke voorziening voor experimenteerruimte. 16 Steunt u het principe om boeren die voldoen aan milieu-, omgevings- en dierenwelzijnseisen voor te trekken op andere boeren? Antwoord Alle veehouders dienen te voldoen aan de wettelijke eisen die aan de veehouderijproductie worden gesteld. 17 Bent u bereid de interne saldering van ammoniakemissies af te schaffen en de mogelijkheid te creëren om een regionaal ammoniak plafond in te stellen, dat vertaald kan worden naar een bedrijfsplafond? Antwoord Het wetsvoorstel PAS Natuurbeschermingswet 1998 bevat een verbod op externe saldering (artikel 19km, derde lid, nieuw). Als het wetsvoorstel wordt aangenomen door de Staten-Generaal, zal extern salderen na de inwerkingtreding van de PAS niet langer zijn toegestaan. Het voorgestelde verbod in artikel 19km, derde lid, heeft geen betrekking op interne saldering. Deze mogelijkheid blijft dus bestaan. Het gebruik maken van de mogelijkheid tot interne saldering als voorzien in het Besluit ammoniak en veehouderij, te weten het in bepaalde stallen niet toepassen van de «best beschikbare technieken» maar in andere stallen juist verdergaande technieken gebruiken, geldt ook als interne saldering voor de toepassing van de Natuurbeschermingswet 1998. De beschikbare milieuruimte voor stikstof voor bedrijven zal in het kader van de PAS worden bepaald (ontwikkelingsruimte) en geadministreerd. De ontwikkelingsruimte wordt per N2000 gebied bepaald en fungeert daarmee als een regionaal plafond voor ammoniakemissies voor alle bronnen. Het is niet nodig om daarnaast nog een tweede systeem voor een regionaal ammoniakplafond te ontwikkelen. 18 Wilt u de mogelijkheden uitbreiden om op milieugronden vergunde milieugebruiksruimte van bedrijven die niet feitelijk in gebruik is en waarvan niet aannemelijk is dat die de komende drie jaar gebruikt wordt, in te trekken? Antwoord Zoals per brief van 12 december 2013 (Kamerstuk 33 037, nr. 80) aange-kondigd zal het kabinet, in overleg met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, verkennen op welke wijze meer samenhang gebracht kan worden in de ruimte die omgevingsvergunningen bieden en het feitelijk aantal gehouden dieren op veehouderijbedrijven. Uw Kamer zal hierover te zijner tijd nader worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 973, nr. 1385 Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren 19 Wat is de stand van zaken betreffende de wijziging van de Wet Dieren waarmee provincies en gemeenten de mogelijkheid hebben grenzen te stellen aan megastallen vanuit het oogpunt van volksgezondheid? Wanneer bent u voornemens deze wettelijke wijziging naar de Kamer te sturen? Antwoord Het wetsvoorstel is in voorbereiding. De planning is erop gericht dat een voorstel van wet eind dit jaar aan uw Kamer kan worden aangeboden. 20, 21 en 23 Deelt u de mening dat een bouw van een dergelijke gigastal onverant-woord is nu nog onvoldoende bekend is wat de gezondheidsrisico’s zijn voor omwonenden? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid om de gemeente Grubbenvorst op te dragen deze vergunning te bevriezen totdat de wet Dieren gewijzigd is? Zo nee, waarom niet? en Kunt u zich de verontwaardiging van de omwonenden voorstellen nu de vestiging van een gigastal is toegekend? Zo nee, waarom niet? Deelt u de mening dat deze burgers mogelijke gezondheidsrisico’s lopen ondanks dat dit wetenschappelijk nog niet is aangetoond? Zo nee, waarom niet? en Deelt u de mening dat de onrust en onduidelijkheid rondom de gezond-heidsrisico’s van megastallen aanleiding is om de plaatsing van megastallen te bevriezen totdat het wetenschappelijke onderzoek hier meer duidelijkheid over geeft? Zo nee, waarom niet? Antwoord 20, 21 en 23 De gemeente Horst aan de Maas heeft bij de beoordeling van de bouwvergunningsaanvraag voor het NGB de GGD opdracht gegeven een gezondheidskundig advies op te stellen. Hierin wordt geconcludeerd dat het NGB voor de bevolking een minimaal extra risico oplevert ten aanzien van het aspect fijnstof en geur en geen risico ten aanzien van biologische agentia. De Commissie MER heeft een positief advies uitgebracht over de Milieu Effect Rapportage (MER) van het NGB. Op basis hiervan heeft de gemeente de bouwvergunning voor NGB toegekend. De rechtbank heeft de bezwaren van de omwonenden tegen het afgeven van de bouwver-gunning afgewezen. De Gezondheidsraad stelt in zijn advies (Kamerstuk 28 973, nr. 129) dat op basis van de huidige wetenschappelijke kennis over veehouderijen en de gezondheid van omwonenden nog geen gefundeerde keuzes kunnen worden gemaakt over afstandscriteria of andere normen. Zoals u bekend heeft het kabinet opdracht gegeven voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar de kwantitatieve gezondheidseffecten van veehouderijen, het Veehouderij en Gezondheid Omwonenden Onderzoek (VGO). 22 Wat bent u van plan als straks het RIVM tot de conclusie komt dat er wel degelijk gezondheidsrisico’s zijn voor burgers die in de omgeving van een megastal wonen? Op welke basis kunnen burgers uit Grubbenvorst vergoeding krijgen voor eventuele medische kosten die zij moeten maken als gevolg van mogelijke schade aan hun gezondheid? Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 973, nr. 1386 Antwoord Ik wacht de resultaten van het vervolgonderzoek (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO)) af. Op basis hiervan zal het kabinet bezien of en, zo ja, welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. 24 Bent u voornemens om stappen te ondernemen om de verdere bouw van mega- en gigastallen in andere gemeenten en provincies te stoppen? Zo ja, welke stappen? Zo nee, waarom niet? Antwoord Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 5. De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. DijksmaTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 973, nr. 1387
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.