Tweede halfjaarbericht politie 2025
Brontekst
Versie 1f92bbefa0b3fa90 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 628PolitieNr. 1302 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 december 2025InleidingIn dit halfjaarbericht informeer ik uw Kamer over de staat van de politie.Voordat ik uw Kamer informeer over de stand van zaken bij de politie wilik mijn oprechte waardering en respect uitspreken voor de politiemede-werkers. In mijn eerste maanden als Minister van Justitie en Veiligheidheb ik uit eerste hand kunnen ervaren hoe zij zich, iedere dag opnieuw,inzetten voor de veiligheid van onze samenleving.In deze brief zal ik ingaan op de ontwikkelingsrichting voor een toekomst-bestendige politie, de begroting 2026 en meerjarenbegroting politie, deneutrale uitstraling van boa’s, pilots inzake aanvullende bewapening voorde Mobiele Eenheid (ME) en de veiligheidsagenda 2027–2030.Daarnaast treft u bijgaand een aantal bijlagen. In bijlage 1 vindt u devisual kerncijfers politie. In bijlage 2 vindt u de stand van zaken IV en ICT.In bijlage 3 vindt u de moties, toezeggingen en aanvullende verzoeken. Inbijlage 4 vindt u de stand van zaken internationaal en Caribisch. Inbijlage 5 vindt u het onderzoeksrapport over de sterkteverdeelsystematiek.In bijlage 6 vindt u de beantwoording van vragen van de Eerste Kamer. Inbijlage 7 vindt u de beleidsreactie en het rapport Sorgdrager. In bijlage 8vindt u het rapport Schneiders.Doorontwikkeling politieHet veranderend veiligheidsvraagstuk vraagt scherpe keuzes van allepartners binnen de politiefunctie en zeker ook van de politie zelf. Wevinden het allemaal belangrijk dat de politieorganisatie bij de tijd blijft entoekomstbestendig is.Om richting te geven aan de doorontwikkeling van de politieorganisatieheeft de korpschef de strategische agenda «stevig staan in deze tijd»gepresenteerd. In navolging daarvan wordt nu door de politie gewerkt aan kst-29628-1302ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13021 een concrete uitwerking hiervan: wat betekent dit voor het politiewerk enwelke consequenties heeft dit voor hoe de politie georganiseerd moet zijn.In het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (hierna: LOVP) voeren dekorpschef en ik doorlopend het fundamenteel gesprek1 met de gezagenover de taken die de politie nu en in de toekomst zou moeten uitvoeren enop welke wijze dit binnen de gestelde financiële kaders gerealiseerd kanworden. Dit is een gezamenlijke zoektocht die op onderdelen ook pijnlijkekeuzes vraagt.Keuzes voor een toekomstbestendige politieDe politie moet blijvend kunnen veranderen om het maatschappelijkvertrouwen te houden, de strijd tegen criminelen niet te verliezen en er tezijn als dat nodig is om de orde en rust te bewaren. Om richting tebepalen voor een toekomstbestendige politie wordt in het LOVP hieroverhet fundamenteel gesprek gevoerd.Maatschappelijke ontwikkelingen zoals digitalisering, sociale media,geopolitieke ontwikkelingen, toenemende polarisatie en een krappearbeidsmarkt hebben impact op het politiewerk. De maatschappijverwacht en vraagt steeds meer van de politie als het gaat om het borgenvan veiligheid, maar er zal altijd een spanning blijven bestaan tussenenerzijds de vraag naar en behoefte aan veiligheid en anderzijds dedaarvoor beschikbare mensen en middelen. Daar tegenover staat dat hetgebruik van technologie nieuwe mogelijkheden biedt en daarmee kansenontstaan voor nieuwe manieren van werken door het slim combinerenvan mensen, gebouwen en technologie. Dit vraagt om keuzes. Hieroverzijn het afgelopen jaar gesprekken met de gezagen gevoerd in het LOVPom verschillende keuzes, binnen de gestelde kaders, integraal af tewegen. Het doel is gezamenlijk en overwogen te komen tot een richtingvoor de politie.Zo wordt met de gezagen in het LOVP gesproken over welke keuzes nodigzijn voor de ontwikkelrichting in de opsporing. Waar criminaliteitvoorheen vooral op straat voorkwam, vindt 40% van de criminaliteit nuplaats in het online domein. Het is nodig dat er meer balans komt tussende toenemende omvang van digitale criminaliteit en de inzet van politiedaarop.De capaciteit van de organisaties in de strafrechtketen is schaars en het isdus belangrijk dat de beschikbare capaciteit vooral wordt ingezet voor defeiten die er het meest toe doen en waarbij de inzet van het strafrechtdaadwerkelijk verschil kan maken. Het Openbaar Ministerie werktmomenteel aan geactualiseerde uitgangspunten voor opportuniteit voorde aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. Het doel daarvan is om bijde inzet van het strafrecht beter rekening te kunnen houden metmaatschappelijke en technologische ontwikkelingen en veranderingen inhet criminaliteitsbeeld. Het handelingsperspectief om bepaalde criminali-teitsvormen via een andere weg dan het strafrecht af te doen heeft hierbijnadrukkelijk de aandacht. Interventies samen met ook andere partnersbinnen de politiefunctie kunnen een alternatief zijn. Het betreft eenbeweging die in de komende jaren, onder gezag van het OpenbaarMinisterie, gefaseerd zal plaatsvinden.Tevens is een omslag nodig in de schaal waarop online criminaliteit wordtaangepakt ten opzichte van traditionele, veelvoorkomende criminaliteitdie vooral lokaal wordt aangepakt. Daders van online criminaliteit1In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13022 (bijvoorbeeld bankhelpdeskfraude) maken lokaal slachtoffers, maaracteren vaak nationaal of zelfs internationaal. Een puur lokale aanpak isniet effectief om hiertegen op te treden, maar vergt het verder ontwik-kelen van een bovenlokale aanpak.Daarnaast wordt in het LOVP met de gezagen ook gesproken over welkekeuzes nodig zijn om een maatschappelijk verbonden politie te behouden,door zichtbaar en bereikbaar te blijven, op basis van nieuwe manieren vanwerken: het slim combineren van mensen, gebouwen en technologie.Hierbij wordt ingezet op de juiste combinatie van fysiek contact op straat,contact vanuit permanente fysieke locaties, mobiele vormen van fysiekcontact, innovatieve loketten, digitale/online kanalen en andere manierenom in contact te komen met de politie. Het leven van veel burgers speeltzich in toenemende mate online af en zij verwachten dat ook de politieonline zichtbaar en bereikbaar is, zoals bijvoorbeeld via politie.nl en socialmedia. Aandacht gaat verder uit naar het vinden van een betere balanstussen proactief en reactief politiewerk. Het snel kunnen reageren opincidenten door de politie is van grote betekenis voor de samenleving,maar het lokale politiewerk is nu te vaak verschraald tot deze zogenoemdeincidentafhandeling.Huisvesting is één van de elementen die een rol spelen bij de zicht-baarheid en bereikbaarheid van de politie. Dit krijgt voor een belangrijkdeel vorm op lokaal niveau. Afstemming met (regio)burgemeesters is eenbelangrijk onderdeel van het proces van vormgeven en uitvoeren vanhuisvestingsbeleid. De uitgangspunten van het landelijk huisvestings-beleid van de korpschef zijn na bespreking met de regioburgemeesters inhet LOVP vastgesteld binnen het gestelde financiële kader. Centraaluitgangspunt daarin is om één teambureau te hebben voor iederbasisteam, waar nodig ondersteund met politieposten van verschillendeaard en omvang. Bij de vorming van de nationale politie is de politiechefvan iedere regionale eenheid op basis van deze uitgangspunten met debetrokken burgemeesters en regioburgemeester een huisvestingsplanovereengekomen. In dat proces heeft zorgvuldige afstemming plaatsge-vonden over bijvoorbeeld de keuze van locaties en benodigde nieuwbouwof verbouw. Sinds 2015 worden deze plannen geleidelijk aan gerealiseerd.Vanzelfsprekend zal hierbij de afstemming met burgemeesters enregioburgemeesters blijvend worden gezocht en waar nodig geïntensi-veerd, zeker ook wanneer er een wijziging van het oorspronkelijke planaan de orde is. De korpschef heeft mij laten weten dat zij binnen haarorganisatie, bij de politiechefs van de regionale eenheden, hiervooropnieuw aandacht zal vragen. Ik benadruk, dat in iedere regionale eenheidwaar daaraan behoefte bestaat kan worden gesproken over de actuelestand van geplande transities in de huisvesting van de eenheid. Eengeëigende plek hiervoor is bijvoorbeeld de lokale driehoek of het overlegin de regio’s met de regioburgemeester, alle andere burgemeesters vandie regio, de hoofdofficier van justitie en de politiechef van de betreffenderegionale eenheid.De opbrengsten uit de gesprekken met de gezagen in het LOVP wordendoor de korpschef betrokken bij de uitwerking van de strategische agendavoor de doorontwikkeling van de politieorganisatie en het politiewerk, ookom de interne bedrijfsvoering op orde te brengen. Hiervoor zijn sporeningezet die de komende tijd nader zullen worden verkend en uitgewerkt.Voorop staat dat de politieorganisatie in staat moet blijven snel mee tekunnen bewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen. De korpschefgaat aan de slag met de verkenning van een herontwerp van een aantaltaakgebieden. Zoals het moderniseren van de dienstverlening op basisvan een goede balans tussen mens en technologie, rekening houdend metde manier waarop de samenleving zich ontwikkelt. Tevens wordt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13023 interne bedrijfsvoering en operatie meer in balans gebracht, waarbijfinanciële sturing expliciet wordt belegd. Daarnaast worden beleid enuitvoering organisatorisch geïntegreerd.Begroting 2026 en meerjarenbegroting politieIn het eerste halfjaarbericht politie 20252 is de Tweede Kamer geïnfor-meerd over de meerjarenbegroting van de politie en de financiële opgave.Voor 2026 bestaat een financiële restantopgave van € 46 miljoen. Dekorpschef zal de operationele slagkracht ontzien bij het realiseren van definanciële opgave voor 2026. Bij het treffen van beheersmaatregelenzullen de basisteams (gebiedsgebonden politie en opsporing) in 2026buiten beschouwing worden gehouden. Ook wordt in 2026 niet getorndaan de instroom. Voor 2026 is de landelijke financiële opgave vertaaldnaar de eenheden. Zoals besproken in het LOVP, treffen de eenheden waarnodig in overleg met het gezag maatregelen om de financiële opgave in tevullen. In 2026 blijft uitbreiding van de bezetting in de meeste eenhedenmogelijk, maar enkele eenheden hebben een opgave om de bezetting tebeperken.De financiële opgave voor de meerjarenbegroting loopt op tot eenstructureel bedrag van € 350 miljoen vanaf 2030. Voor het maken vankeuzes voor het op orde brengen van de meerjarenbegroting vanaf 2027en verder treft de korpschef samen met de gezagen voorbereidingen. Dekeuzes zijn nog niet gemaakt. Het streven is om deze keuzes o.a. tebaseren op de organisatievisie van de korpsleiding en met inachtnemingvan bestaande financiële kaders. Hierbij wordt ingezet op het behoud vande operationele slagkracht; op voorhand kan echter niets wordenuitgesloten.Het past niet bij het karakter van een demissionair kabinet en mij alsdemissionair Minister van Justitie en Veiligheid om verstrekkende,meerjarige besluiten hierover te nemen. Ik wil mijn opvolger en hetvolgend kabinet enige ruimte geven dit gesprek zorgvuldig te voeren entot structurele oplossingsrichtingen te komen bij het uitvoeren van demoties3 over de financiële opgave van de politie.Het streven van de korpschef is in het LOVP van juni 2026 de meerjaren-begroting 2027–2031 te bespreken die op orde is. U wordt hierover in heteerste halfjaarbericht 2026 nader geïnformeerd.Neutrale uitstraling buitengewoon opsporingsambtenaar (boa)Op 6 juni 2025 heb ik het ontwerpbesluit tot wijziging van het BesluitBuitengewoon Opsporingsambtenaar in verband met de instelling vaneen verbod op het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst oflevensovertuiging voor geüniformeerde buitengewoon opsporingsambte-naren naar de Raad van State gestuurd voor advies. De Raad van Stateheeft op 17 november 2025 haar advies gepubliceerd4. Ik neem dit adviester harte en zal met een wetsvoorstel komen tot juridische borging van deneutrale uitstraling van het boa-uniform.Ik hecht aan de neutraliteit van boa’s bij hun taakuitvoering en in contactmet het publiek. Boa’s oefenen een bijzondere overheidstaak uit, waarbij2Kamerstuk 29 628, nr. 12773Kamerstuk 29 628, nr. 1262; Kamerstuk 29 628, nr. 1282;Kamerstuk 29 628, nr. 1285; Kamerstuk 29 628, nr. 1286;Kamerstuk 28 684, nr. 8034W16.25.00139/IITweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13024 zij onder voorwaarden gebruik kunnen maken van onder andere dwang-middelen en de geweldsbevoegdheid. Het aanwenden van politiebe-voegdheden en/of geweldsmiddelen grijpt diep in op de rechten engrondrechten van burgers. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid metzich mee en vraagt om een neutrale houding en uitstraling.Pilots aanvullende ME-bewapeningIn de brief van 7 november jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over pilotsmet aanvullende ME-bewapening5. Daarin heb ik mijn voornemen geuitom toestemming te verlenen aan het verzoek van de korpschef om deMobiele Eenheid enkele geweldmiddelen operationeel te laten beproeven.Hierbij kan ik u meedelen dat de politie mij heeft laten weten dat hetoperationeel gezien haalbaar zou moeten zijn om de Mobiele Eenheid nogin december te laten starten met pilots met een grotere dispenserunitpepperspray, en het toevoegen van een traanverwekkende stof aan dewaterwerper. De traanverwekkende stof, waarvan nu wordt onderzocht ofdeze kan worden toegevoegd aan de waterwerper, is OC. Dat is dezelfdestof die in de reguliere bussen pepperspray wordt gebruikt en ook in degrotere units pepperspray. Technisch gezien is het al mogelijk om OC meete mengen aan de waterwerper. Indien er aanleiding toe is, kan het lokaalgezag besluiten tot daadwerkelijke inzet van een waterwerper waaraan OCis toegevoegd.Veiligheidsagenda 2027–2030Artikel 18 van de Politiewet 2012 stelt dat de Minister van Justitie enVeiligheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regiobur-gemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstel-lingen vast stelt ten aanzien van de taakuitvoering van de politie. Met delandelijke beleidsdoelstellingen wordt een aantal belangrijke accentengelegd, maar ze bestrijken slechts een deel van de taakuitvoering van depolitie.Nieuwe landelijke beleidsdoelstellingen moeten op 1 januari 2027 inwerking treden. Het proces om te komen tot een nieuwe Veiligheids-agenda vergt tijd en bestaat uit meerdere fasen, waaronder het kiezen vaninhoudelijke thema’s en formuleren van concrete doelstellingen daarop.Vanwege de eerder in deze brief benoemde financiële opgave van depolitie past het om hierbij terughoudendheid te betrachten. Met het OM,de regioburgemeesters en de politie ben ik dit proces inmiddels gestart. Ikzal uw Kamer over de voortgang hiervan geïnformeerd houden.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van Oosten5Kamerstuk 28 684, 1299Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13025
Gerelateerde bronnen
- De minister stuurt meer informatie over de bevorderingsstop van hoofdagenten voor het volgende commissiedebat over politie.
De minister stuurt meer informatie over de bevorderingsstop van hoofdagenten voor het volgende commissiedebat over politie.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.