Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 juli 2025, over Sportbeleid
Brontekst
Versie de35d93c6114ac55 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 234Toekomstig sportbeleidNr. 410 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 18 augustus 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 1 juli2025 overleg gevoerd met mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport, over:–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.20 december 2024 inzake reactie op verzoek commissie op hetmanifest Bewegen als medicijn (Kamerstuk 30 234, nr. 398);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.17 januari 2025 inzake NLsportraadadvies «Laat ze niet zitten!Advies Bewegen en sport door 65-plussers» (Kamerstuk30 234, nr. 399);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.22 januari 2025 inzake stand van zaken Subsidieregeling bouwen onderhoud sportaccommodaties (BOSA) 2025 (Kamerstuk30 234, nr. 400);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.21 februari 2025 inzake verzamelbrief sport en bewegenfebruari 2025 (Kamerstuk 30 234, nr. 401);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 26 maart2025 inzake Wijzigingen van Bijlage I bij het InternationaalVerdrag tegen doping in de sport; Parijs, 15 november 2024(Kamerstuk 30 952, nr. 480);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.4 april 2025 inzake zwemmen in Nederland en overigebeleidsontwikkelingen (Kamerstuk 30 234, nr. 402);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.18 april 2025 inzake sluiten BOSA-aanvraagloket (Kamerstuk30 234, nr. 404);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.22 april 2025 inzake monitor «Ons Voetbal Is Van Iedereen»(OVIVI) 2024 en monitor «Onze Club Is Van Iedereen» (OCIVI)2024 (Kamerstuk 30 234, nr. 405);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.5 juni 2025 inzake Gezondheidsraadadvies «Contactsport enhersenletsel op de lange termijn» (Kamerstuk 30 234, nr. 406); kst-30234-410ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4101 –de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.18 juni 2025 inzake onderzoek naar de topsportcultuur inNederland (Kamerstuk 30 234, nr. 407);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.18 juni 2025 inzake sport en bewegen 2025 (Kamerstuk30 234, nr. 408).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4102 Voorzitter: ThiadensGriffier: HellerAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Blaauw, Inge van Dijk,Jetten, Mohandis, Van Nispen, Richardson, Saris en Thiadens,en mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.Aanvang 17.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Het is inmiddels 17.00 uur geweest, dus wij gaan starten,als de publieke tribune daar ook klaar voor is, met het commissiedebatSportbeleid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport. Ik heet welkom in de Kamer de kersverse Staatssecretaris van VWS,mevrouw Tielen. Aan mijn linkerkant zitten van links naar rechts de heerVan Nispen van de SP, die alleen in eerste termijn een inbreng heeftomdat hij straks nog naar een ander debat moet, de heer Mohandis vanGroenLinks-PvdA, de heer Blaauw van de PVV, de heer Jetten van D66,mevrouw Van Dijk van het CDA, mevrouw Saris van NSC en mevrouwRichardson van de VVD.We hebben in de eerste termijn vier interrupties per inbrenger en vierminuten spreektijd. Hetzelfde aantal interrupties geldt voor de eerstetermijn van de Staatssecretaris. Als de tijd het toelaat, zal ik er uiteraardsoepel mee omgaan. Ik geef als eerste het woord aan de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Sport en bewegen verbindt; het maakt gezond enhet is hartstikke leuk. Het belang van meer en beter sport- en beweeg-beleid is dus groot. We hebben eigenlijk een revolutie nodig, heeft de SPeerder al gezegd: een revolutie op het gebied van sport en bewegen enhet beleid daarover.De bezuinigingen van deze regering staan daar haaks op. We hebben zeals dom en kortzichtig beoordeeld, ook in vorige debatten. Wat dezeregering tot nu toe heeft geleverd, is echt een dikke onvoldoende. Inplaats van meer deelname aan sport en bewegen zien wie dat diedeelname minder wordt. Mensen met een beperking zijn minder gaanbewegen en de sportdeelname van mensen in armoede is ook gedaald. Ikwil daarom starten met de vraag met welk offensief de nieuwe Staatsse-cretaris dit gaat ombuigen. Dat is namelijk hard nodig. Hoe ziet zij hetbelang van bewegen, altijd en overal, dus ook op het werk, in de zorg enin het onderwijs? Staand of wandelend vergaderen, springend leren; hetis eigenlijk zo simpel, maar o zo moeilijk om te veranderen. Welke inzetpleegt zij hierop?Het is heel goed dat er wordt gewerkt aan een sport- en beweegwet; deSP is daar al lang een groot voorstander van. Op die manier wordttoegang tot sport en bewegen voor iedereen een recht, kan het alspublieke voorziening worden gewaarborgd en worden rollen en verant-woordelijkheden duidelijk vastgelegd. Ziet de Staatssecretaris dat ook zo?Hoeveel vaart kan zij hiermee gaan maken?Net als Jantje Beton maakt de SP zich grote zorgen over de gezondeontwikkeling van kinderen, want veel te veel kinderen spelen vrijwel nooitbuiten en bewegen onvoldoende. We hebben eerder voorstellen gedaanom meer en betere buitenspeelruimten te waarborgen. Hoe staat hetdaarmee? Hoe gaat het met het aantal speeltuinen dat geschikt is voorkinderen met een beperking? En ik zou eigenlijk ook wel een reactie willenvragen op de petitie die ons vandaag is aangeboden – we kunnen die ookaan de Staatssecretaris geven – door Saar en Chrys bijvoorbeeld, die onsop een heel mooie en innemende manier hebben toegesproken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4103 Voorzitter. De ruimte voor sport staat erg onder druk. De SP heeft eerdereen sportnorm voorgesteld voor een bepaald percentage van de publiekeruimte. Hoe staat het daarmee? Komt zoiets nou bijvoorbeeld in zo’nnieuwe sportwet te staan? En wat is de reactie op de noodkreet van deKNVB en eerder ook al de RVVB over het stoppen van de kaalslag bij desportaccommodaties? Veel leden van deze Kamer maken zich hier al heellang druk over. Kinderen staan op wachtlijsten en sportverenigingendreigen om te vallen. De nood is echt hoog. Wat gaat de Staatssecretarishieraan doen? Alle voorstellen liggen er namelijk zo ongeveer al. Help deverenigingen en betrek ze. Het zijn vaak gepassioneerde vrijwilligers aanwie wij enorm veel hebben te danken. Ze verdienen figuurlijk eenstandbeeld en iets minder figuurlijk gewoon heel veel steun en hulp, inplaats van gekmakende bureaucratie, dreigende aansprakelijkheid enbezuinigingen op sportaccommodaties via de BOSA-regeling. Is deStaatssecretaris het daarmee eens?De BOSA-regeling, waarop wordt bezuinigd, was ook bedoeld omaccommodaties duurzamer en toegankelijker te maken, ook voor mensenmet een beperking. Waarom ga je nou juist daarop bezuinigen? Sport enbewegen zou ook voor mensen met een beperking vanzelfsprekendmoeten zijn, maar de uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld vervoeren sporthulpmiddelen blijven. Die zijn er nog steeds. Hoe en wanneer gaatde Staatssecretaris hiermee aan de slag? Komt er structureel financieringvoor het Uniek Sporten Centraal Loket, zodat echt niemand buitenspelstaat?De SP kwam eerder, samen met heel veel andere partijen, met het ideevan een sportpas. Want met een gratis sportpas van € 240 per jaar vooralle jongeren tot 23 jaar doorbreken we de stilstand in Nederland. Hetbevordert gezondheid, vermindert zorgkosten en versterkt de samen-leving. Het idee is heel erg goed ontvangen, ook door de vorige Staatsse-cretaris. Hij heeft nader onderzoek belooft en er komen nu ook echt pilots.Dat is heel erg goed nieuws, want we willen betaalbaar sporten mogelijkmaken voor iedereen, niet alleen voor kinderen van ouders die het kunnenbetalen. We willen een gezondere en sportievere samenleving in detoekomst. Graag hoor ik van de Staatssecretaris hoe het onderzoek en deproeven eruit gaan zien en wanneer we wat kunnen verwachten. Welkeondersteuning kunnen lokale initiatieven krijgen die hier al mee aan deslag willen? Wanneer starten de pilots? Om hoeveel gemeentes gaat het?Wordt er gekeken naar die NPLV-gebieden? Wat verwachten we van diedeelnemende gebieden? Zijn er al gemeentes die hun vinger hebbenopgestoken?Voorzitter. Ten slotte over zwemmen. Ik vind het jammer dat het voorstelvan de heer Mohandis en mij niet is aangenomen om hier een keer eenapart debat over te organiseren. Dat was goed geweest. Nu moet het indeze tijd. Dan maar zo. Ik heb een aantal vragen. Deelt de Staatssecretarisonze grote zorgen over de zwemveiligheid en verdrinkingen? Vindt zij ookdat in een waterrijk en rijk land iedereen zich moet kunnen redden in hetwater, en dat we dus bij kinderen moeten beginnen? Vindt zij dus ook dathet heel logisch is om te denken aan een verantwoorde terugkeer van hetschoolzwemmen, en dat we de volgende doelstellingen moeten hanteren?Alle 12-jarigen hebben minimaal één maar het liefst meer zwemdiploma’s.Alle kinderen komen op de basisschool in aanraking met zwemmen.Hiervoor zou geoormerkt geld vanuit het Rijk kunnen komen. Deelt deStaatssecretaris deze doelstellingen?Ziet de Staatssecretaris ook dat we nu meerdere onderzoeken hebbenliggen waaruit blijkt dat het met de kosten rondom het schoolzwemmen,zeker in bepaalde scenario’s, nogal meevalt en dat het feitelijk oudersenorm ontlast qua tijd en geld als je een manier weet te vinden om hetcollectief te organiseren? De meeste steun is er voor scenario vijf. Ik zegdat even voor de kenners hier, die de onderzoeken erover hebben gelezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4104 In dat scenario organiseren gemeenten schoolzwemmen als vangnetbuiten onderwijstijd.De voorzitter:Komt u tot een afronding, meneer Van Nispen?De heer Van Nispen (SP):Ja, dat kom ik. Zullen we dan toch ten minste aan de slag gaan metscenario vijf, met schoolzwemmen als vangnet buiten onderwijs? Kunnenwe ten minste daarmee aan de slag?Tot slot. Bent u bereid het idee van de initiatiefwet zwemvaardigheid overte nemen? Dat gaat over één nationaal zwemdiploma, het waarborgenvan de kwaliteit van zwemdiploma’s en het verankeren in de wet vanzweminstructeurs.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Het kabinet stelde doelen: de jeugd meer latensporten, mensen met een handicap meer laten sporten en bewegen enmensen in armoede nog meer laten sporten en bewegen. Dat zijn allemaalmooie doelstellingen. Laat ik op die derde doelstelling ingaan. Als wedaarop inzoomen, zien we dat mensen met een kleine portemonnee juistnog minder zijn gaan sporten. Dat aantal is gedaald. De kabinetsdoel-stelling gaat de andere kant op. Wat gaat het kabinet daar nou echt aandoen? Want die doelstelling van 52% in 2028 ... Ik zou niet weten hoe hetkabinet die gaat halen. Ik ben heel erg benieuwd hoe deze nieuwe,demissionaire Staatssecretaris – ik heet haar van harte welkom, in hetbijzonder op dit beleidsterrein – dit ziet. Ik ben heel benieuwd of zij op dewinkel gaat passen of dat zij ook ziet dat deze Kamer heeft gezegd datsportonderwerpen niet controversieel zijn en dat er genoeg ligt. Volgensmij ligt er al genoeg wat deze Kamer wil. Er liggen genoeg moties.Volgens mij kunnen we aan de slag.Met uw voorganger, zeg ik via de voorzitter tegen de Staatssecretaris, hebik een bardienst mogen draaien bij XerxesDZB in Rotterdam. Dat wasfantastisch: gewoon van onderaf met sportverenigingen in gesprek overde noden die zij ervaren. Dat zijn de noden die ook eerder in een motie,breed gedragen in deze Kamer, zijn verwoord om te komen tot eenaanpak, tot een strategie voor sportverenigingen. Hoe staat het met deverdere uitwerking hiervan? Er ligt nu ook een rapport van SignificantPublic, waarin het vooral gaat over hoe je onafhankelijke clubonder-steuning kunt faciliteren. Ik ben heel erg benieuwd hoe deze vorm vanombudsfunctie nader wordt uitgewerkt door het kabinet. Wat gaat u metdit rapport doen? Er ligt al veel. Volgens mij moeten we nu die volgendestap gaan zetten.Dan even specifiek over het lopende Sportakkoord. Wat ons betreftevalueren we dit breed als Kamer, met alle sportorganisaties, ook deniet-bestuurlijke partners, zeg ik daar specifiek bij. Zo kunnen we nieuweafspraken maken over hoe we de financiering in de toekomst gaanherverdelen. Graag een toelichting van de Staatssecretaris.De heer Van Nispen heeft al het nodige gezegd over de BOSA. Hierbijvraag ik me het volgende af. We zijn nu al twee jaar aan het praten overenergieondersteuning. Er zijn verschillende voorstellen ingediend, ookdoor collega Van Dijk. Ik vraag me nu af: waar is de echte ambitie? Wehebben een Klimaatfonds. We hebben doelen gesteld. Waarom zorgen weer niet voor dat het versneld kan? En dan bedoel ik niet dat we weer eenpotje openstellen en dan zien dat er binnen twee maanden alweer bijna60% of 70% verbruikt is. Er is kennelijk heel veel behoefte aan. Is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4105 kabinet bereid om te zeggen: we gaan ervoor zorgen dat alle sportvereni-gingen en -accommodaties de kans krijgen om te verduurzamen doormiddel van de BOSA en de DUMAVA in 2030? Laten we het wat stevigeraanpakken dan elke keer «potje aanvullen, potje leeg, debat in de Kameren wachten op een Kameruitspraak». Dat gaat gewoon niet weken. Hetgaat te langzaam. Het gaat te traag. Het raakt ook nog eens aan wat ik het«niet-ambitieus klimaatbeleid van dit kabinet» noem. Graag eentoelichting.Voorzitter. De wettelijke basis. Over de sportwet is het nodige gezegd. Ookhierover zeg ik: waarom weer wachten tot het najaar? Volgens mij ligt eral genoeg op het departement. Kom met die sportwet. De sportsectorheeft die keihard nodig. We zullen gewoon moeten regelen hoe we ervoorzorgen dat er toegang is tot sportaccommodaties en dat er een sportnormis voor spelende kinderen. Er is nu geen wettelijke basis. Je kunt sporthelemaal wegbezuinigen, lokaal en landelijk, en dan hebben wij als Kamergeen poot om op te staan. Dat is een zeer onwenselijke situatie. Ik benheel erg benieuwd hoe het daarmee staat.Voorzitter. Dan over zwemmen. Collega Van Nispen noemde al scenariovijf. Zonder daar helemaal op in te gaan, gelet op de beperkte spreektijd,ben ik heel erg benieuwd wat het kabinet gaat doen. De beantwoordingop de schriftelijke vragen van de Kamer vond ik zeer teleurstellend: welerkennen dat het aantal zwemdiploma’s in Nederland alleen maaromlaaggaat en dat dat schrijnend en onwenselijk is, maar vervolgensgeen enkele actie ondernemen. Geen enkele actie! De laatste actie heeftde Kamer zelf moeten nemen met een amendement, van onder andereonszelf en andere partijen, om in het najaar extra geld uit te trekken voorkinderen met een beperking. Ik ben heel erg benieuwd hoe het kabinetervoor gaat zorgen dat het behalen van een A-diploma een basisvoor-ziening wordt. Wat ons betreft is het ik nog mogelijk te kijken om hetA-diploma algemeen te bekostigen, gewoon voor iedereen. Maak hetgewoon toegankelijk. Weg met die financiële drempel. We zien juist dat degroep die nu afhaakt, steeds vaker bestaat uit mensen met een middenin-komen, dus niet uit de groep met de laagste inkomens. Dit is zeeronwenselijk in een waterrijk land. Graag een toelichting.Voorzitter, tot slot. Veiligheid en financiën. Er ligt een rapport van BMCover de bekostigingsvormen van de sport. Graag een reactie van hetkabinet op de scenario’s waarin de rijksoverheid de basis bekostigt,aangezien loterijafdrachten onder druk staan. Hoe staat het revolverendfonds uit de motie-Olger van Dijk/Mohandis ervoor? Graag eentoelichting.Wij sluiten ons aan bij de Sportraad als zij zeggen het getreuzel rondomhet integriteitscentrum zat te zijn. De Kamer vraagt er al sinds 2021 om.Waar blijft het?Tot slot, echt tot slot. Handicap en sport. Er ligt nu een brief van UniekSporten en het Gehandicaptenfonds over het centraal loket dat opera-tioneel wordt. De middelen ontbreken. Ik verwijs graag naar de inbrengvan collega Saris, als ik dat mag zeggen, die iets heel moois gaat zeggenover een amendement. Ik hoop dat dat breed gedragen wordt.Voorzitter, dit was het even. Ik hoor heel graag wat de Staatssecretarisgaat zeggen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Dank u, voorzitter. Iedereen kent de volgende zin: ik moet meer bewegen,maar ... Maar ik heb geen zin. Maar het is op dit moment te warm. Maar ikmoet nog het commissiedebat Sportbeleid voorbereiden. Bewegen isgoed voor je; dat weet iedereen. Maar iedereen moet het vooral kunnendoen zonder dat de overheid te veel zegt dat het moet. De overheid kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4106 wel de juiste balans creëren tussen ruimte en voorzieningen, zodatmensen meer kunnen gaan bewegen. Hoe gaat de Staatssecretarisdaarvoor zorgen?Voorzitter. Nederland waterland: het land waarin iedere Nederlander goedzou moeten kunnen zwemmen. De PVV staat nog steeds positieftegenover het herintroduceren van een van de scenario’s van school-zwemmen op de basisschool. In de beantwoording van het schriftelijkoverleg Zwemmen in Nederland blijkt dat dit niet komen gaat als het aandit kabinet ligt. Uit het rapport Schoolslag in perspectief blijkt dat vooralleraren tegen het verplichte karakter zijn en het gooien op het overladenvan het curriculum. Kunnen we niet gewoon kijken naar welk scenario wélkan en dit gewoon gaan regelen?Laten we nou eerst eens zorgen dat iedereen een diploma haalt. Danhoeven we ook niet na te denken over hoe bepaalde toeslagen hiervoorbeter terechtkomen bij ouders die er recht op hebben, ook al is datnatuurlijk wel iets goeds. De ambitie dat in 2030 nog maar 5% van dekinderen die de basisschool verlaten geen zwemdiploma heeft, wordt dangehaald. Zo kunnen we er echt voor zorgen dat ieder kind een eerlijkekans heeft om te leren zwemmen. Wat is de inzet van deze Staatssecre-taris hierop om dit alsnog voor elkaar te krijgen?Voorzitter. Dan de BOSA. Dat is een gewilde subsidieregeling gebleken. Aleen week na opening van het loket stond de teller op meer dan 97 miljoeneuro in aanvragen van amateursportverenigingen, terwijl er 74 miljoen inde pot zat. Blijkbaar is een subsidie dus hard nodig voor deze vereni-gingen. De PVV begrijpt heel goed de noodzaak van dit loket door allerleiflink opgelopen kosten, zoals onderhouds- en energiekosten.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Jetten.De heer Jetten (D66):Het kabinet heeft natuurlijk de afgelopen tijd helemaal niks gedaan omdeze regeling fatsoenlijk te vullen. We hebben na de val van het kabinetgezien dat de PVV-fractie al een aantal keren andere keuzes heeft gemaaktbij stemmingen. Kunnen we met deze inbreng dan ook vaststellen dat wewel steun krijgen van de PVV als we opnieuw een voorstel doen om deBOSA beter te vullen, zodat sportverenigingen kunnen investeren in dieaccommodaties? Het zou echt een enorme winst zijn als de PVV nu metons meedoet.De heer Blaauw (PVV):Bedankt voor de vraag van de heer Jetten. Uiteraard kan ik nog nikstoezeggen over iets wat nog niet concreet is. De heer Jetten is eigenlijkeen beetje voorbarig, want ik was nog niet klaar met het stukje. Ik ganamelijk vragen aan de Staatssecretaris wat straks een alternatief wordtvoor de BOSA, en hoe zij dat met de Minister efficiënter gaat invullen.Wellicht hoeft er dan minder geld naartoe, maar het gaat erom dat eropnieuw wordt gekeken naar verenigingen die het het hardst nodighebben en die misschien niet altijd voldoen aan de toetsingscriteria. Metalle respect, er zijn verenigingen die vast ook staan te springen omsubsidie, maar het gaat erom dat het efficiënter wordt gemaakt, zodat deverenigingen die het het hardst nodig hebben, maar misschien mindersnel de weg naar subsidie weten te vinden, er straks aanspraak op kunnenmaken en later op de DUMAVA.De heer Jetten (D66):Toch een vervolgvraag. Dit is de deur op een kiertje zetten, wat ik alpositief vind, maar het gaat me toch nog niet ver genoeg. Want je kuntniet zo’n mooi verhaal houden over het belang van sportverenigingen alsje vervolgens niet levert. Dit gaat uiteindelijk om sportclubs die veel teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4107 veel geld kwijt zijn aan hun energierekening, die met zwaar verouderdekleedlokalen en met verouderde sportvelden zitten, en waar vrijwilligersecht met man en macht proberen om de boel overeind te houden. Metalleen maar een efficiëntere regeling gaan we er niet komen als we dekomende jaren sport en bewegen zo’n warm hart toedragen, zoals ook inhet pleidooi van de PVV zit. Als wij dit wederom met D66, het CDA en dePvdA indienen, bent u dan bereid om ook te kijken of we niet alleen eenefficiëntere regeling kunnen maken maar ook een beter gevulde regeling?De heer Blaauw (PVV):Beter is altijd goed. Ik vind het wel ergens, nou ja, niet grappig, maar welbijzonder dat u over de energiekosten begint. U weet denk ik zelf ookwaarom. Maar dat terzijde. Ik ben heel erg benieuwd naar wat deStaatssecretaris gaat zeggen op de vragen die ik in de komende zinnenvan mijn betoog wil stellen.De voorzitter:De heer Mohandis en daarna mevrouw Van Dijk. Of was mevrouw VanDijk eerst? Mevrouw Van Dijk was eerst.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik heb inderdaad een aantal vragen, maar ik besef tegelijkertijd dat ik hetwel netjes vind om de heer Blaauw eerst zijn vragen te laten stellen. Daarheb ik vast aanvullend wat vragen over. Laat ik dan mijn interruptieopnieuw plaatsen.De voorzitter:De heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wacht even tot het kopje ...De voorzitter:U wacht ook even. Dan vervolgt de heer Blaauw zijn betoog.De heer Blaauw (PVV):Dit gaat natuurlijk van mijn tijd af, maar dan ga ik even kijken waar ik was.Blijkbaar is de subsidie hard nodig voor deze verenigingen. De PVVbegrijpt heel goed de noodzaak van dit loket, vanwege allerlei flinkopgelopen kosten, zoals voor onderhoud en energie. Nu gaat een grootdeel hiervan straks over in de DUMAVA. Hoe gaat de Staatssecretariservoor zorgen, hopelijk met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimte-lijke Ordening, dat deze subsidieregeling efficiënter zal wordentoegekend? De PVV zou namelijk graag zien dat verenigingen die desubsidie het hardst nodig hebben, deze als eerste krijgen. Kan deStaatssecretaris daarvoor zorgen, samen met de net genoemde Minister?Dat was het einde van dat kopje, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ben ook blij met deze deur op een kier, want we hebben echt welgeprobeerd om die BOSA, of in ieder geval het bedrag, overeind tehouden en de DUMAVA verder te vullen. Ik ben wel benieuwd naar hetbeoordelen daarvan. Want hoe doe je dat dan? Kijk je dan naar hoeveelgeld ze misschien hebben gespaard, waarvoor ze heel veel evenementenhebben georganiseerd? Of kijk je naar ledenaantallen? Hoe kijkt de PVVdaarnaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4108 De heer Blaauw (PVV):Ook dank voor deze vraag. Ik heb even de toetsingscriteria opgezocht diestraks gaan gelden. Er zijn een aantal drempels waardoor kleine vereni-gingen het wellicht lastiger vinden die subsidie aan te vragen. Groteverenigingen hebben daar vaak wat minder last van. Ik las bijvoorbeeld:«Sportverenigingen kunnen maar één keer een maatregel aanvragen. Zekunnen het financieel vaak niet opbrengen om alle veldverlichting in éénkeer te vervangen, maar doen het liefst bijvoorbeeld eerst veld 1 en danveld 2.» Dat is een voorbeeld van hoe dat kan. Maar nogmaals, ik ben ookheel benieuwd wat de Staatssecretaris daarvan vindt.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel erg benieuwd wat de PVV hiervan vindt. We kunnen natuurlijkalles vragen aan de nieuwe Staatssecretaris en ik ben ook wel benieuwdnaar het antwoord dat zij gaat geven. Maar we zitten hier ook met elkaarin debat. In een debat moet ook boter bij de vis worden geleverd. Ik vindhet toch lastig, want er lagen gewoon voorstellen van collega Van Dijk enanderen om echt iets doen aan de noden die er op dat moment waren.Dat debat hadden we in het najaar. Er lagen heel concrete voorstellen. Uheeft dat weggestemd. Dat gebeurt ons allemaal weleens. Maar nu zegt uopeens dat u zich zorgen maakt en dat er sportverenigingen in nood zijn.Dat is allemaal waar. Wat blijkt? We krijgen ook allemaal e-mails vanverenigingen zelf. We hebben ook allemaal brieven gehad van sportorga-nisaties, onder andere van NOC*NSF en RVVB, die heel concreet zeggenwaar de DUMAVA tekortschiet, wat er nu mist in de BOSA, hoe je datstraks toch beter moet gaan organiseren en concreet ook moet vullen. Ermoet gewoon geld bij. Er is een klimaatdoel. Er is een milieudoel. Er iseen groendoel, zou ik bijna willen zeggen. Maar het raakt ook aan hetbestaansrecht van verenigingen. Het maakt het sporten goedkoper enbetaalbaar. Maar u bent geen Kamerlid om alleen maar vragen te stellen,dit zo analyseren zoals u doet en niet te leveren. U moet ook gewoonzeggen wat u wilt en wilt zien veranderen. We komen ergens als de heerJetten u interrumpeert en u zegt: meneer Jetten, we gaan hier zakendoen.Anders zijn die 37 zetels vandaag niets waard.De heer Blaauw (PVV):Volgens mij zei ik dat ik het eens ben met de heer Jetten; dat vind ik ookbijzonder om te zeggen. De deur staat altijd op een kier. Ik verkondig hierniet dat de deur dicht is. Er is wel een reden waarom de BOSA-pot binneneen week al – laat ik het zo maar noemen – overvraagd is. Verenigingenkampen namelijk met stijgende kosten. Dat zei ik ook in mijn betoog. Wekunnen ook kijken naar wegen om het anders te doen. Daarvoor ben ikook politicus. We kunnen ook kijken naar de stijgende energie- enonderhoudskosten. Ik ga u nu toch een sneer geven, want die stijgendekosten zijn mede veroorzaakt door uw – laat ik het maar zo noemen –Klimaatakkoord en bijbehorende maatregelen. Daardoor stijgen deenergiekosten voor verenigingen gigantisch. Het gaat dus twee kanten op.Ik wil daar nog het volgende aan toevoegen. Een halfjaar geleden haddenwij dit debat ook. Toen waren de rollen iets anders, zoals u weet. We zatentoen nog in de coalitie. Dan ben je gebonden aan afspraken, ook op ditgebied. Het is niet zo dat wij, nu wij geen coalitiepartij meer zijn, zeggen:nou, we gaan met geld strooien. Dat bepleit ik dus ook niet. U kunt altijdbij ons terecht met goede voorstellen. Dat kon een halfjaar geleden ook. Ikzou zeggen: maak gebruik van onze 37 zetels, want ik ben altijd bereid omte kijken naar een goed voorstel.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Met alle respect: het voorstel van collega Van Dijk en anderen, onder wiewij, kwam niet uit de lucht vallen. Dat voorstel was juist mede ingegevendoor duizenden sportverenigingen en sportaccommodaties. DiverseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4109 sportorganisaties – die zijn ook hier aanwezig – zeggen dat het een heelconcreet punt is. Er moet meer bij. Het is heel concreet. Het is ook raar omhet Klimaatakkoord de schuld te geven van allerlei kostenstijgingen. Dat isook te makkelijk. U zat aan de knoppen. U heeft nog steeds invloed. Uheeft 37 zetels. Ik zou bijna willen zeggen: lever dan ook gewoon als hetkan. Lever gewoon als het kan. Als er straks voorstellen liggen, danverwacht ik gewoon steun. We doen het niet voor GroenLinks-PvdA, CDAof D66. We doen dit omdat er tientallen, honderden en ik zei net zelfsduizenden sportverenigingen in de rij staan om te verduurzamen. We ziendat als een potje opengaat, dat heel snel wordt opgemaakt. Er is dusgewoon heel veel behoefte. Ook andere maatschappelijke instellingenmaken gebruik van de DUMAVA. Daarom denken wij dat dat gewoon nietvoldoende is. Als we echt een omslag willen maken met het verduur-zamen van sportaccommodaties zodat sporten ook betaalbaar blijft, danmoet er echt iets gebeuren. Er liggen gewoon hele concrete voorstellen,die juist mede ingegeven zijn door sportverenigingen zelf. Dan is het heelzonde als u die wegstemt. Als u dat straks weer doet, dan zijn uwwoorden gewoon heel weinig waard. Dan kunt u wel gaan zitten jij-bakkenrichting andere partijen, maar u zat aan de knoppen. U moet leveren. Ubent gekozen, ook door een deel van die sportverenigingen. Dieverwachten iets van de PVV. Die verwachten gewoon iets, heel concreet.Anders is het allemaal mooi wat u zegt, maar dan is het gewoon heelweinig waard.De voorzitter:Ik wil u wel vragen om interrupties wat puntiger te doen, gezien de tijd.Dank u wel. De heer Blaauw.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Graag een reactie op wat ik heb gezegd en op de vraag hoe u ervoor gaatzorgen dat al uw beloftes een beetje worden waargemaakt. Ik hoornamelijk heel veel verhalen, maar als het erop aankomt, zien we altijdrode bolletjes bij de PVV. U geeft heel weinig om de sport.De voorzitter:Ja, dank u wel. De heer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Dat laatste is natuurlijk complete onzin. Wij staan er iets anders in. Wijmaken een duidelijk onderscheid tussen sporten en bewegen. Het klinktmisschien raar, maar om meer te bewegen hoef je niet per se meer tesporten. Je kan bij wijze van spreken ook de wandelschoenen aantrekkenof vaker de trap nemen. Daar maken wij het onderscheid in. Ja, er moetaltijd een juiste balans zijn tussen sporten en bewegen, bijvoorbeeld innieuwe wijken. Daar zijn we altijd voor geweest. Ik noemde net hetzwemmen. Ook toen wij nog in de coalitie zaten, hebben wij het bijvoor-beeld ondersteund om zwembaden in publieke handen te houden.Volgens mij is dat een heel belangrijk punt als het gaat om het behoudenvan zwembaden en voorkomen dat die sluiten. Er wordt hier dus een heelander beeld geschetst van wat wij voor die verenigingen betekenen.Daarbij geven wij wel altijd nadrukkelijk aan dat bewegen op heel veelmanier kan. Dat kan onder andere door sport, maar ook door andereactiviteiten.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen vragen. U was klaar met uw betoog?De heer Blaauw (PVV):Ik was nog niet klaar met mijn betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41010 De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Blaauw (PVV):Ik ben wel klaar met dit kopje, voorzitter.Voorzitter. Mijn laatste kopje: veiligheid in de sport. Steeds vaker zien wijbeelden verschijnen van onveilige situaties op Nederlandse sportaccom-modaties. Denk aan vechtpartijen, grensoverschrijdend gedrag en helaasook antisemitisme. Uit een onderzoek blijkt dat het aantal incidenten opde accommodaties op zich is afgenomen, maar dat bijvoorbeeld antisemi-tisme stijgt. Kijk alleen al naar afgelopen weekend, waar een artiestweigerde op te treden voor Joodse voetballers bij het Joodse Jom HaVoetbal. Kan de Staatssecretaris een reflectie geven op de onveilighedenin de sport en dan vooral op het kopje antisemitisme? Hoe verklaart deStaatssecretaris dit? En wat gaat de Staatssecretaris hier, samen met desportbonden van sporten waar antisemitisme plaatsvindt, tegen doen?Voorzitter, ten slotte. De PVV is voor een veilige sportomgeving vooriedereen, dus ook voor vrouwen. Inmiddels is het bijna krankzinnig om tezeggen dat dit, in 2025, geen vanzelfsprekendheid meer is. Er zijn steedsvaker berichten over trans-identificerende mannen die vrouwencompe-tities domineren. Begrijp me niet verkeerd, hoor – dat was de vorige keerook het geval – wij sluiten niemand uit. Want juist ook zij moeten kunnensporten – met drie uitroeptekens! Steeds vaker horen wij wel vanblessures bij de vrouwensporten, doordat zij te maken krijgen met dezetransgendermannen die zich identificeren als vrouw en meedoen in devrouwensport. Daarover werd laatst een petitie aangeboden in deStatenpassage. Zelfs de recent verkozen eerste vrouwelijke voorzitter vanhet Internationaal Olympisch Comité en oud-topzwemster Kirsty Coventryheeft zich over deze kwestie uitgesproken, in navolging van steeds meerandere landen. Wat gaat de Staatssecretaris er concreet aan doen omervoor te zorgen dat vrouwensport daadwerkelijk veilig wordt voorvrouwen, en hoe?Ten slotte – dan ben ik klaar voor de waarschijnlijke interruptie van deheer Jetten – wens ik iedereen alvast een geweldige sportzomer toe.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Blaauw. De volgende spreker is de heer Jetten. Ik geefhem het woord.De heer Jetten (D66):Voorzitter. Aan dat soort feitenvrije politieke spelletjes ga ik niet meedoen,dus de laatste passage van de heer Blaauw negeer ik.Felicitaties aan de Staatssecretaris. Ze heeft een van de mooiste porte-feuilles gekregen in dit demissionaire kabinet. Sport en bewegen vormennamelijk de basis van een gezonde samenleving, zijn belangrijk voor eengezond lijf en verbinden vooral ook mensen in een buurt, een wijk, eenstad en een dorp. Vaak is de sportclub eigenlijk nog de enige plek waaralle lagen van de samenleving echt samenkomen, in één team sporten ensamen een biertje kunnen drinken. Sport brengt ons ook samen als wejuichen voor onze topsport bij Oranje, bij de Olympische Spelen of bij eenvan die andere fantastische sporttoernooien.Maar de Staatssecretaris staat ook voor een enorme klus, want wat eenpuinhoop treft ze aan. Op dit moment is het bij veel sportverenigingenecht één voor twaalf. Wachtlijsten lopen op. Kinderen moeten somsmaanden of jaren wachten op een plekje bij de sportclub. Velden zijnversleten. Kleedkamers en zwembaden zijn verouderd. Het kabinetverhoogde toen ook nog eens de btw op sporten, waarmee een directedrempel om in beweging te komen werd opgeworpen. Ik ben heel blij datwe met heel veel partijen aan deze kant van de tafel, maar vooral ook veelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41011 organisaties uit het sportveld, die btw-verhoging hebben weten tegen tehouden.Maar ondertussen stapelen de problemen zich op. Het kabinet bezuinigtnamelijk nog meer op sport, onder andere met een forse bezuiniging opde BOSA en DUMAVA, waar het al zo veel over is gegaan. Dat is heelslecht nieuws, want vrijwilligers proberen echt met man en macht om bijde sportclubs de accommodaties te moderniseren en te verduurzamen,zodat er minder geld naar de gebouwen gaat en meer geld kan gaan naarde sportbeoefening. Het feit dat het loket al zo vroegtijdig moest sluiten,zou alle alarmbellen op het ministerie moeten laten afgaan. In plaatsdaarvan wordt de geldkraan verder dichtgedraaid en worden voorstellenvan de oppositie steevast door de coalitie weggestemd. De PVV zet nu dedeur op een kier, maar ik ben ook heel erg benieuwd of NSC en VVD nubereid zijn om wél extra geld beschikbaar te stellen voor de belangrijkeinvestering in de vernieuwing van de sportaccommodaties. Maar ik hoorook graag of de Staatssecretaris aankomende Prinsjesdag echt gaatvechten voor extra geld voor deze regelingen.Voorzitter. Het gaat ook slecht met de deelname aan sportactiviteiten doormensen met een handicap of mensen in armoede. De doelstellingen vanhet kabinet uit het coalitieakkoord hiervoor worden bij lange na nietgehaald. Afgelopen juni moest het kabinet ook nog aangeven dat dezegroepen juist minder zijn gaan sporten. «Er wordt eenmalig een halfmiljoen extra geïnvesteerd.» «Er wordt gewerkt aan vindbaarheid vanfinanciële regelingen.» «Er is een voornemen om een onderzoek te startennaar een concept van een sportpas.» Echt, hoe krijg je dit uit je pen als jeeen Kamerbrief schrijft?Daarbovenop wordt ook de paralympische sport keihard geraakt door debezuinigingen op NOC*NSF. De Staatssecretarissen maken in Parijs goedesier met de paralympische sporters, maar zijn er tegelijkertijd verantwoor-delijk voor dat we in Los Angeles waarschijnlijk niet eens op heel veel vandie paralympische sporten kunnen meedoen. Kortom, de vraag is: neemtdeze Staatssecretaris de doelstellingen van meedoen door mensen meteen handicap en mensen in armoede wél serieus? Wat gaat zij dan doenom de fouten van de afgelopen anderhalf jaar te herstellen?Bij D66 hebben we echt een ander kompas voor sporten en bewegen. Datmag namelijk niet het sluitstuk van de begrotingen zijn, want het is hetstartpunt van een gezonde samenleving. Elke euro die we investeren insport en bewegen, bespaart € 3 aan zorg. Het is dus niet alleen sociaalverstandig, maar ook economisch slim beleid. We kennen deze Staatsse-cretaris als een fervent woordvoerder VWS in haar vorige politieke leven.Zij begrijpt volgens mij heel erg goed het belang van preventie en vaninvesteren aan de voorkant.Er ligt ook een unieke kans voor deze Staatssecretaris om het verschil temaken bij haar collega’s in het kabinet die voor de enorme bouwopgavestaan. We moeten de komende jaren honderdduizenden nieuwe woningenbouwen. Wat D66 betreft doen we dat ook in tien nieuwe steden. Maarlaten we daar dan ook tien gezonde steden van maken waar meteen deruimte voor rennen, spelen, fietsen, zwemmen en andere sporten goedwordt geregeld, en met een openbare ruimte die zo wordt ingericht datdie uitnodigt om meer te bewegen in plaats van minder. Welke kansen zietde Staatssecretaris om dit bij haar collega van Volkshuisvesting voorelkaar te krijgen?Voorzitter, tot slot. Het ging net al over veiligheid, maar dan om eenschijnveiligheid voor problemen die niet bestaan. Er is wel iets aan dehand met echte sociale veiligheid. Onder andere over de danswereld zijnde afgelopen jaren heel duidelijke rapporten uitgekomen. Daar is geldvoor vrijgemaakt, maar veel van dat geld is opgegaan aan een veel teingewikkelde governance. En nu we eindelijk aan de slag kunnen met deuitvoering van de aanbevelingen voor meer sociale veiligheid, en wat mijbetreft niet alleen in de danswereld maar in alle sporten, is het geldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41012 eigenlijk op. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om ervoor tezorgen dat we de komende jaren juist door kunnen met het verbeterenvan de sociale veiligheid?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Sport is geen wettelijke overheidstaak. Dat hoeftgeen probleem te zijn als de intrinsieke motivatie er is om sport hoog opde agenda te hebben en te houden. Want net als in de sport word je beteren heb je succes als je consequent en langjarig traint.Voor het CDA is een sportwet geen doel op zich, maar gezien het gebrekaan consistentie in het sportbeleid, lijkt deze wet steeds noodzakelijker teworden. Wij maken ons namelijk grote zorgen over bewegingsarmoede,vooral onder jongeren. Zij bewegen te weinig, en dat is later nauwelijks inte halen. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de stand van zaken is rondde aangekondigde sportwet? Daarnaast spreken we in elk debat over denoodzaak van een structurele financiering van sport. Het BMC-onderzoeknaar de bekostiging inclusief de rol van loterijopbrengsten, biedt eengoede basis voor een bredere discussie hierover. Voor het CDA isinvesteren in de sportbasisinfrastructuur een essentiële voorwaarde bijeen wettelijke verankering van sport en de financiering van sport. Gaarneeen reactie van de Staatssecretaris.De afbouw van de BOSA-regeling van 75 naar 26 miljoen is exemplarischvoor de manier waarop we met het financieren van de basis omgaan. DeDUMAVA is geen volwaardig alternatief, want die beperkt zich tot deverduurzaming van bestaande accommodaties. Verbouw, nieuwbouw ensportmaterialen vallen erbuiten, terwijl juist die cruciaal zijn voor debasisinfrastructuur. Wordt in de aangekondigde strategie sportinfra-structuur ook een financieringsstructuur, zoals een revolverend fonds,overwogen? Een groot deel van de Kamer is daar immers voorstandervan. Mijn vrees is dat er opnieuw plannen komen zonder middelen,waardoor verenigingen financieel verder in de knel komen en decontributies moeten verhogen. Dat staat haaks op het streven naar eenlaagdrempelige sportdeelname. Voor het CDA is dat een groot goed.Voorzitter. Onze sportverenigingen en vrijwilligers verdienen blijvendeaandacht. In de voortgangsbrief over de Strategie Sportverenigingenherkennen we heel veel CDA-moties. Dank dat die serieus opgepaktworden, al zijn we er nog lang niet. De drie bouwstenen die de Staatsse-cretaris benoemt en waar zij van plan is actie op te ondernemen –clubondersteuning, regeldrukvermindering en verduurzaming – zijn watons betreft essentieel. Over verduurzaming heb ik al gesproken. Nu deregeldruk. Er wordt gewerkt aan een vermindering van regeldruk op tienwettelijke verplichtingen. Dat is positief, maar is het doel dat dit over tweejaar daadwerkelijk is opgelost, of bespreken we dan weer de voortgang enmoeten we dan constateren dat het allemaal wel heel ingewikkeld is? Ikzou zeggen: laten we laaghangend regeldrukfruit zo snel mogelijk plukken.Waarom nemen we in de modelverordening voor verenigingsactiviteitenniet nu al een meldplicht op in plaats van een vergunningenplicht?Voorzitter. Het is goed dat er een handelingskader komt voor hetorganiseren van tochten en evenementen. Kan daarbij ook geregeldworden dat bij tochten zoals wielerkoersen door meerdere gemeentes,één vergunning volstaat, met één gemeente als coördinator?Voorzitter. De WBTR en de verenigingsverzekering blijven zorgenkinderen.Ook dat is een punt dat het CDA al vaak heeft gemaakt. Onderzoek laat nuook zien dat groot onderhoud nodig is. De WBTR heeft geleid tot eengrotere bewustwording van bestuursaansprakelijkheid, maar ook totonduidelijkheid. Juridisering van de samenleving vergroot het gevoel vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41013 onveiligheid en de risico’s voor onze vrijwillige sportbestuurders. Eengoed vangnet is daarom essentieel. De huidige vrijwilligersverzekeringschiet daarin tekort. Kan de Staatssecretaris aangeven wanneer erduidelijkheid komt over het opnemen van bestuursaansprakelijkheid alsstandaardmodule en over het actualiseren van de grens van € 500.000balanstotaal?Voorzitter. Ook wil ik het belang van bewegen onderstrepen. Als kinderenvan jongs af aan leren wandelen, fietsen en spelen, blijven ze dat ook oplatere leeftijd doen. Soms vraag ik mij echt af hoe het komt dat we terechtzijn gekomen in een situatie waarin we kinderen vooral belonen voorstilzitten. Spelen is geen luxe of noodzaak, maar vormt de bouwstenenvoor een gezonde, evenwichtige ontwikkeling van elk kind. Ouders,scholen en gemeentes spelen een sleutelrol in het organiseren vanvoldoende fysieke speelruimte en speeltijd. Maar de rijksoverheid zou hierwel degelijk bij kunnen helpen. Hoe kijkt deze Staatssecretaris hiernaar ennaar haar rol in dezen? Want hoe laagdrempeliger we bewegen voormensen maken, hoe beter. In dat kader vraag ik de Staatssecretaris hoe zijde voorstellen van het wandelnetwerk behandelt. Hoe kijkt zij naar hetverzoek van de KNWU, die het initiatief Stichting Op de Fiets nam, omfietsen voor iedereen te stimuleren? Ziet zij mogelijkheden voor hetleveren van een incidentele bijdrage van 1,9 miljoen door het Rijk?Voorzitter, tot slot. Ik ben blij dat de voorgenomen btw-verhoging voorsport definitief van tafel is. Ik wil iedereen bedanken die zich hiervoorheeft ingezet.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter. Allereerst feliciteer ik mevrouw Tielen met haar benoeming totStaatssecretaris. Ik kijk uit naar een sportieve en beweeglijke samen-werking.Voorzitter. De fractie van Nieuw Sociaal Contract vindt dat Nederland hetsport- en beweegbeleid steviger moet positioneren door ons vooral terichten op de verbinding van sport met andere domeinen, zoalsjeugdzorg, mentale gezondheid, onderwijs en het voorkomen vanarbeidsongeschiktheid. Fitte en mentaal gezonde werknemers zijn vangroot belang voor de samenleving en de financiering daarvan. Een stevigesamenwerking, een meerjarige visie en kijk op de financiering van desport zijn nodig om een solide sportinfrastructuur te realiseren. In mijninbreng focus ik op de sportstructuur, bewegen in openbare ruimte ensport voor mensen met een beperking.De voorganger van mevrouw Tielen, de heer Karremans, is gestart meteen verkenning naar de sport- en beweegwet. Nieuw Sociaal Contractondersteunt dit voornemen van harte. In december is mijn motieaangenomen die de regering oproept te verkennen hoe de taken enverantwoordelijkheden in het sport- en beweegbeleid kunnen wordenvastgelegd en verdeeld over alle lagen van de overheid.De voorzitter:Een interruptie van ...Mevrouw Saris (NSC):Wat is de status van deze verkenning?De voorzitter:... mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41014 Volgens mij voelen we hier breed dat we toch een stapje extra moetenzetten om sport hoger op de agenda te krijgen en te verankeren. Maar bijverankering hoort natuurlijk ook budget. Hoe kijkt NSC daarnaar? Wat isvolgens NSC in financiële zin nodig om die volgende stap echt te kunnenzetten?Mevrouw Saris (NSC):NSC zit nog wel in het samenwerkingsverband met de andere partijen.Daarin hebben wij afspraken gemaakt en die afspraken behelzen onderandere een begroting die wij te volgen hebben. Mijn ambities en deambities van Nieuw Sociaal Contract gaan echt verder dan wat in hethoofdlijnenakkoord staat, maar dat neemt niet weg dat elke stap er één is.Daarom heb ik vanmorgen aangegeven dat wij een stapje willen zetten inhet structureel neerzetten van het loket uniek sporten, zodat mensen meteen beperking op een goede manier gebruik kunnen maken vansporthulpmiddelen. Daar kom ik later in mijn betoog nog op. Elk kleinstapje is er één.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik heb inderdaad het amendement binnen zien komen. Ik ben echt blij datwe nog steeds heel veel Kamerleden hebben die zich hier hard voormaken, maar dan nog. Ik snap het; ik weet zelf hoe het is om in eencoalitie te zitten. Nu is dat gelukkig niet zo, zeg ik heel eerlijk. MaarPrinsjesdag komt er weer aan en er is dus een nieuw onderhandelings-moment. Is sport een onderwerp dat NSC dan op tafel wil leggen? Wantpleiten voor een sportwet betekent ook pleiten voor structurelefinanciering.Mevrouw Saris (NSC):Mevrouw Van Dijk loopt al wat langer mee in deze Haagse arena.Mevrouw Van Dijk weet net zo goed als ik dat in de onderhandelingenrondom Prinsjesdag van alles op tafel komt. Uiteindelijk komt daaruit eenresultaat naar voren. Mevrouw Van Dijk ziet waar wij voor staan: sport enbewegen is belangrijk, ook in het kader van preventie. Ik zal mijn fractie inieder geval oproepen hier een punt van te maken.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Saris (NSC):Verder wil ik benadrukken dat we hier wetgeving maken. De uitvoering enechte vooruitgang vinden echt plaats in de gemeenten en provincies. Dezevooruitgang is grotendeels te danken aan de inzet van regionaleplatformen. Zonder andere regio’s tekort te willen doen, ben ik grootvoorstander van initiatieven vanuit mijn eigen mooie Achterhoek. Eerderis al een motie aangenomen om te onderzoeken hoe je de verbindingtussen Sportakkoord II, de GALA-doelen en het lokaal beleid kuntversterken. Graag vraag ik de Staatssecretaris wat de stand van zaken isrondom dit onderzoek. Krijgen regionale platformen voldoende ruimte omhet lokale sportaanbod te bevorderen? Wat is de visie van de Staatssecre-taris op de regionale platformen? Kan de Staatssecretaris toezeggen datdeze regionale platformen ook een plek krijgen binnen het sport- enbeweegbeleid en in de wet?Dan de openbare ruimte. In het regeerakkoord staat dat wordt ingezet ophet inrichten van een omgeving die uitnodigt tot bewegen. Veelgemeenten hanteren momenteel een 3%-norm voor nieuwbouwprojectenbij het reserveren van speelruimte. Hoe staat de StaatssecretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41015 tegenover het idee om een vergelijkbare norm te stimuleren voorbeweegruimte en deze integraal in het ontwerp van de ruimtelijkeordening mee te nemen? Dan kunt u bijvoorbeeld denken aan fiets- enwandelpaden en groen, maar ook aan het multifunctioneel inzetten vansportaccommodaties.Ik ben ook benieuwd naar hoe het staat met de BOSA. Dat is hier vaak aande orde geweest, maar ik heb beperkte spreektijd, dus ik ga nu over totmensen met een beperking. Dat is het derde punt dat ik onder deaandacht wil brengen.De voorzitter:Een interruptie van de heer Jetten.De heer Jetten (D66):Als de spreektijd bijna op is, dan gunnen we de collega nog wat extra tijd.We hebben net gehoord dat de PVV meer ruimte ziet om de BOSA enDUMAVA beter te vullen. Ik voel dus aankomen dat we gaan bekijken ofwe met een fatsoenlijke dekking daar misschien extra geld voor vrijkunnen maken. Kunnen we dan ook rekenen op een constructievehouding vanuit de NSC-fractie?Mevrouw Saris (NSC):De heer Jetten kent onze fractie ongetwijfeld als een constructieve fractiedie altijd met open vizier kijkt naar alle voorstellen die gedaan worden. Erdient wel gewoon een deugdelijke dekking te zijn. Ik ben daar eerlijkgezegd zelf ook naar op zoek geweest. Ik kon die zo een-twee-drie nietvinden. Ik hoop dus dat de Staatssecretaris nog wat ruimte zou kunnenvinden.De voorzitter:Mevrouw Van Dijk heeft ook nog een vraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):We hebben natuurlijk allemaal te maken met begrotingsregels, maar als jekijkt naar het doel van de BOSA – een stukje verduurzaming, een stukjeaccommodatie en een stukje sport – zou het dan per se alleen uit debegroting van VWS moeten komen, wat NSC betreft?Mevrouw Saris (NSC):Daar moet ik even over nadenken. Ik denk dat het goed is om te kijken watde effecten zijn van voorstellen die gedaan worden. Ik ben heel benieuwdnaar wat u te berde gaat brengen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Saris (NSC):Dan ga ik vervolgen door in te gaan op mensen met een beperking. Het isal vaker gezegd vanmiddag: we zien dat mensen met een beperkingrelatief minder bewegen. Een van de grootste uitdagingen daarbij is hetgebrek aan de juiste sporthulpmiddelen. Hiervoor is in december onzemotie voor één centraal loket aangenomen. Die motie is echt breedingediend en breed ondersteund. Omdat dit initiatief echt bijdraagt aanhet in beweging brengen van mensen met een beperking, heb ik vandaageen amendement ingediend, dat morgen bij de behandeling van deVoorjaarsnota zal worden besproken. Met dat amendement wil ik daar inieder geval voor dit jaar, met het geld dat er nog is in de begroting, eeneenmalige bijdrage aan doen. Ik roep de Staatssecretaris ook op om tebekijken of ze een mooie overbrugging kan realiseren naar het definitiefmaken van dit loket op 1 januari 2028.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41016 Voorzitter, daar wilde ik het bij laten.De voorzitter:Er is nog een vraag voor u van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik kom nog even terug op het punt van de beweegnorm, waarvoor ueigenlijk een pleidooi houdt. U doet dat in de vraagvorm. Ik ben welbenieuwd waar NSC zelf staat als het gaat om het steviger verankeren vanvoldoende beweegruimte in de ruimtelijke ordening. Ik zou willenmeegeven dat je veel meer moet denken aan een sport- en beweegnorm,zodat je die bij nieuwbouw goed borgt, ook aan de voorkant. Staat udaarvoor open? Wilt u dat? Of vraagt u er alleen maar naar?Mevrouw Saris (NSC):De fractie van Nieuw Sociaal Contract is voorstander van een sport- enbeweegwet. Ik heb in mijn betoog ook aangegeven dat ik vind dat er veelintegraler naar sport gekeken moet worden. Collega Jetten zei net al datsporten veel te veel als sluitstuk wordt gezien. Ik denk dat je het veel meernaar de voorkant moet halen met de grote woningbouwopgave die wijhebben. We hebben mensen die lijden aan beweegarmoede en aan te veelovergewicht. Daarom vind ik echt dat je bij nieuwbouw al moet kijkennaar de inrichting van de fietspaden en wandelpaden. Zijn die toegan-kelijk, ook voor mensen met een beperking? Is er voldoende groen? Dat isgoed voor sporten en bewegen, maar het draagt ook bij aan het halen vande klimaatdoelen. Daarom hebben wij ook in december een motieingediend om juist die integraliteit na te streven, ook samen met andereministeries, door niet alleen sec vanuit VWS naar sport te kijken. Dus gooidie luiken open en kijk wat breder.De voorzitter:Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Richardson.Mevrouw Richardson (VVD):Voorzitter. Ook mijn felicitaties aan de nieuwe Staatssecretaris. Ik wilbeginnen met te zeggen dat vier minuten spreektijd eigenlijk te kort is omalle onderwerpen te benoemen. Er is al heel veel genoemd en ik hadgehoopt en gehoord dat een aantal onderwerpen al genoemd zijn.Daarom ga ik ook wat andere onderwerpen inbrengen, met julliegoedvinden.De VVD maakt zich hard voor een sportwereld waarin iedereen kanmeedoen. Het kan niet zo zijn dat kinderen of volwassenen wordenbuitengesloten, gepest of gediscrimineerd tijdens het sporten vanwegehun seksuele voorkeur, achtergrond of geloofsovertuiging. Het kan ookniet zo zijn dat iemand niet mee kan doen vanwege het hebben van eenhandicap. De rapporten OVIVI en OCIVI laten zien dat er nog een weg tegaan is in de voetbalwereld als het gaat over discriminatie en buiten-sluiting. We zien ook dat er nog te weinig pakketten worden afgenomendoor de sportclubs, voornamelijk trainingsprogramma’s. De VVD wilgraag weten van de Staatssecretaris hoe zij hiernaar kijkt en of de doelenmoeten worden bijgesteld.Ik vind het ook goed om het rapport «Vlammende ambitie – Eenonderzoek naar de topsportcultuur in Nederland» te benoemen, dat net isuitgekomen. Een van de in het oog springende resultaten is namelijk datmet name vrouwelijke topsporters aangeven gevoelens van onveiligheidte ervaren. Hoe gaat de Staatssecretaris zich er samen met de sport voorinzetten om voor de veiligheid van vrouwen in de topsportwereld tezorgen, naast natuurlijk in het algemeen?De VVD vindt het van belang dat er voldoende ruimte is om te bewegenbij sportverenigingen en in de openbare ruimte in de buurt waar je woont.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41017 De druk op ruimte in Nederland is groot. Dat is ook al aan de ordegekomen. We hebben gewoon een heel grote woningopgave. De VVD kijktook vol verwachting uit naar het visieplan van dit najaar. Wij zullen degesprekken die gevoerd worden met verschillende ministeries, de sporten het ruimtelijk domein heel erg goed gaan volgen.Het hebben van goede toekomstbestendige sportaccommodaties is ookessentieel. Er is veel gesproken over BOSA en DUMAVA. In die zin is hetgoed om aan de Minister te vragen ook te kijken naar het inzichtelijkmaken daarvan. Je hoort dat er best wel veel vragen zijn over de inhoudwaarop je kunt aanvragen. Ik wil de Minister vragen om daarover na tevragen. Sorry, ik bedoel «de Staatssecretaris». Ik hoor de heer Jettenzeggen dat sport wel een Minister verdient. Dat vind ik ook; daarom!Specifiek over de regeling van 2025 heb ik ook een vraag. Is er misschieneen percentage te noemen voor hetgeen nu eigenlijk al voor hetopengaan van de DUMAVA-regeling is aangevraagd en goedgekeurd in deBOSA-regeling? Als dat zo is, en we al zo’n grote overschrijding hebben,dan zou dat misschien doorgesluisd kunnen worden naar de DUMAVA-regeling zodat er meer geld overblijft voor de BOSA-regeling. Ik realiseermij ongelofelijk goed dat het twee verschillende ministeries zijn, maardesondanks stel ik toch deze vraag.Tot slot. Nederland vergrijst en de druk op de werknemers die het werkmoeten doen om Nederland draaiend te houden, neemt de komende jarenalleen maar verder toe. Daarom wil ik de Staatssecretaris ook vragen naarhaar visie op de vraag hoe werkgevers actiever betrokken kunnen wordenbij het beweegbeleid en hoe zij de werkgevers meer kan motiveren zichnog meer in te zetten voor gezonde medewerkers.Dank u wel.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik hoopte stiekem dat de VVD-fractie ook zou ingaan op de sport- enbeweegwet. Waarom zeg ik dat? Omdat steeds meer sportorganisaties denoodzaak zien voor een kaderwet. Dan kun je nog een heel lange discussiehebben over hoe je die precies inricht, maar er ligt nu niks om sport opeen minimumniveau te borgen. Het zijn niet alleen NOC*NSF, RVVB,Platform Ondernemende Sportaanbieders en MOS – ik kan trouwens nogheel veel meer organisaties noemen – die zeggen dat de Kamer echt moetproberen een stap te zetten. De culturele sector heeft in ieder geval eenkaderwet. Daar wordt zelfs gesproken over een verdere verankering vande cultuursector, juist ook om te voorkomen dat het aanbod verschraalt endat het onbetaalbaar wordt. Ik ben dus heel benieuwd of de VVD, net alsal die sportorganisaties, in ieder geval bereid is om hier heel serieus naarte kijken. En als u gelijk zou willen zeggen dat het heel veel geld kost,kunnen we ook het huidige landelijke sportbudget als vertrekpunt nemen.Je kunt denken aan een verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk,provincie en gemeente. Dat hebben we ook gedaan met de biblio-theekwet. Volgens mij zijn er heel veel wegen die naar Rome leiden. Ik benheel benieuwd of u, net als al die sportorganisaties en al die verenigingen,zegt dat ook de VVD daar best voor openstaat.Mevrouw Richardson (VVD):Sport en bewegen vind ik persoonlijk belangrijk, maar het is voor de VVDnatuurlijk ook belangrijk. Wat betreft die sportwet kunnen we in financiëlezin wat minder toezeggingen doen – ik ben blij dat de heer Mohandis dieruimte geeft – maar we willen zeker constructief meedenken over hetsteviger neerzetten van sport. Daar kunt u ons voor vinden. Daar zullen wemet elkaar mee aan de slag moeten gaan.De voorzitter:Uw allerlaatste interruptie, meneer Mohandis, want eigenlijk bent u aldoor uw interrupties heen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41018 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Eigenlijk is de vraag: staat u echt open voor een wettelijke basis voorsport of wilt u die niet? Dat probeer ik toch scherper te krijgen van deVVD-fractie.Mevrouw Richardson (VVD):Die discussie is natuurlijk al heel lang gaande. Ik vind dat ook echt welafhangen van hoe dit punt inhoudelijk geladen wordt. In zoverre vind ikhet moeilijk om een toezegging te doen dat we voor zo’n sportwet gaan.Inhoudelijk kan ik me in een aantal dingen heel erg goed vinden, zeker alshet gaat om het steviger neerzetten van sport, bewegen en spelen, maarik kan niet bepalen of dat in een wet moet worden vastgelegd. Dusvandaar.De heer Blaauw (PVV):De VVD probeert zichzelf altijd te profileren als de partij van veiligheid. Unoemde net ook de veiligheid in de vrouwensport, maar daar wil ik nu nietper se op ingaan. Die verschillen zijn denk ik al wel duidelijk. Ik wil ingaanop iets waarvan ik hoopte dat de VVD het zou noemen, namelijk dezwemveiligheid. De VVD heeft tegen het schoolzwemmen gestemd. Oké,dat kan. De VVD is ook tegen het in publieke handen houden vanzwembaden. Maar hoe gaat de VVD er dan voor zorgen dat het doelgehaald wordt dat in 2030 nog maar 5% van de kinderen de basisschoolzonder zwemdiploma verlaat? Dat is immers een ambitie van dit kabinet,waar de VVD onderdeel van uitmaakt.Mevrouw Richardson (VVD):Goede vraag, dank. Ik wilde dit graag opnemen binnen mijn spreektekst,maar die tijd was me niet gegeven. De VVD vraagt zich, in het kader vaneffectiviteit en kosten, af of het schoolzwemmen daar de beste oplossingvoor is. De VVD kan zich zeker vinden in de ambitie om kinderen hunzwemdiploma te laten halen. Dat geldt ook voor die 5%-regeling. Maar ofdat met specifiek beleid moet, zou ik graag aan de Staatssecretarisvragen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris zou zijn om daarover mee tedenken.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 18.45 uur. Daarna gaan weluisteren naar de Staatssecretaris.De vergadering wordt van 17.57 uur tot 18.47 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijdevan de Staatssecretaris. Ik geef hierbij de Staatssecretaris het woord.Staatssecretaris Tielen:Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor de felicitaties. Ik pakhet maar op als een positieve start. Het is natuurlijk ook superleuk omSport als eerste debat met uw Kamer te doen. Maar ik heb wel een gevoelvan gezonde wedstrijdspanning, zou ik er maar bij zeggen. Ik hoop dusdat u mij toestaat om heel kort even een inleiding te doen, zodat ik diespanning weer wat weg kan krijgen.Ik ben nu namelijk bijna twee weken Staatssecretaris voor sport enbewegen. Dat geeft me echt superveel energie, want het zijn ontzettendbelangrijke onderwerpen. Dat is door de meeste Kamerleden ook alonderstreept. Denk aan fit en vitaal zijn, op gewicht blijven en je gezondvoelen, zowel lichamelijk als mentaal en sociaal. Dat is allemaal de sleutelvan bewegen en sport.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41019 Met mijn drie kinderen heb ik in heel veel verschillende kleedkamers enlangs veel verschillende velden gestaan. Er was veel buitenspelen,scouting, babyzwemmen, judo, bossaball, capoeira, ponyrijden, schermenen onderwaterhockey; de mogelijkheden zijn eindeloos. Ik heb lang nietalles terug horen komen in de bijdragen van de Kamerleden, maar ik daagze uit om daar zelf ook wat van te proberen.Zo zijn er meer dan 20.000 sportvelden, banen, baden en hallen in onsland. Gelukkig stijgt het aantal mensen dat daar wekelijks een sportbeoefent. Dat is mooi nieuws. Maar, en daar refereerde uw Kamer ook alaan, 54% van de mensen voldoet niet aan de beweegrichtlijn. Die is er nietvoor niks, zou je bijna zeggen. Bijna 40% van de kinderen tot 12 jaarbeweegt niet genoeg en heeft daardoor ook een slechtere motoriek. Datgeldt ook voor 60% – dat is echt wel veel, hoor – van de jonge mensentussen 12 en 17 jaar. Vooral mensen met een beperking of een kleineportemonnee vinden het best moeilijk om te gaan sporten of bewegen.Daarmee lopen ze dus heel veel voordelen mis als het gaat omgezondheid, sociaal leven en welbevinden.Dat moet anders. Die ambitie neem ik graag aan. Want, net als in debijdragen al gezegd werd, wil ik graag dat iedereen meer beweegt, en alsiemand dat leuk vindt, ook regelmatig sport. En jong geleerd is oudgedaan. Voor kinderen die veel en vaak bewegen en sporten, is het noueenmaal makkelijker om dat te blijven doen als ze opgroeien tot volwas-senen.Daarom hebben wij als kabinet drie ambities voor de harde beweegcijfersonder de jeugd, mensen met een beperking en mensen met een kleininkomen. Om die doelen te behalen, zetten we in op breedtesport en veeluitproberen. We willen graag één loket voor mensen die sporthulpmid-delen nodig hebben, en minder hoge financiële drempels voor mensenmet een laag of middeninkomen.Een voorbeeld daarvan is het actieplan Nederland Beweegt. Ik ben blij datik kan melden dat het gelukt is om in de Voorjaarsnota 7,7 miljoen euroextra beschikbaar te stellen voor het stimuleren van sport en bewegen in2026. Sporten moet je eigenlijk vooral doen, is mijn motto, maar ik begrijpheel goed dat we daar af en toe met elkaar over in debat moeten, om ookte kijken hoe we heel Nederland daarin mee kunnen krijgen. In vervolg opmijn voorganger bekijken we hoe de sport- en beweegwet daar eventueeleen bijdrage aan kan leveren.Ik ga de vragen beantwoorden in blokjes, mapjes of thema’s – elkebewindspersoon heeft daar weer een ander titeltje voor, maar ik heb eracht. Ik begin met bewegen, dan verenigingen, de sportinfrastructuur,sociaal veilige en eerlijke sport, kansengelijkheid, zwemmen, geld enwetgeving, en overig.Voordat ik al die blokjes afga, heb ik nog één opmerking. De vraag van deheer Mohandis was namelijk: hoe ziet deze demissionaire Staatssecretarishet dat de Kamer de sportonderwerpen niet controversieel heeft verklaarden dat er genoeg werk ligt op dit gebied? Dat is helemaal waar. Dedemissionaire status van het kabinet doet er niets aan af dat er actie nodigis. Ik zei al: sporten moet je vooral doen. De ambities heb ik al genoemd,en er is veel te doen. Ik ga er graag mee aan de slag, met jullie. Want hetbetekent natuurlijk ook – demissionair is toch anders dan missionair – datwe als kabinet wat afwachtender zijn bij nieuw beleid of grote verande-ringen op begrotingen. We zijn dan toch terughoudender dan in eenmissionaire status. Maar goed, daar heeft u als Kamer natuurlijk ook eenrol in.Dat gezegd hebbende gaan we naar het kopje bewegen. De vraag vanmeneer Van Nispen van de SP was hoe ik kijk naar het belang vanbewegen, altijd en overal. Nou, dat heb ik net eigenlijk al gezegd:bewegen is gewoon heel belangrijk. Ik sluit me ook aan bij de woordenvan de heer Blaauw, namelijk dat dat niet alleen maar betekent dat je lidbent van een vereniging en naar de trainingen en af en toe een wedstrijdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41020 gaat; het gaat eigenlijk de hele dag door, dus ook als je werkt of naarschool gaat, of gewoon in je leefomgeving.We hebben natuurlijk verschillende akkoorden. Denk aan het GALA, hetGezond en Actief Leven Akkoord, het Integraal Zorgakkoord en depreventiestrategie die u enkele weken geleden heeft ontvangen. Het komtook terug in de Gezonde School-aanpak, het beleid op speeltuinen enschoolpleinen en de City Deals. Wij trekken daar als VWS in op metInfrastructuur en Waterstaat, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening enBinnenlandse Zaken. We zoeken naar verbeteringen voor een gezondereen groenere leefomgeving en voor actieve mobiliteit. Ik was vorige weekmaandag in Heerlen-Noord – dat was mijn allereerste werkbezoek – metonder andere de Beweegalliantie. Er was ook een aantal hele inspirerendevoorbeelden van hoe er in Nederland al wordt omgegaan met bewegings-stimulering via de leefomgeving.Daarnaast zijn we uiteraard in gesprek met OCW en Sociale Zaken enWerkgelegenheid, om bewegen op school en op het werk ook meer op deagenda te krijgen, of in ieder geval daar aandacht voor te krijgen. Wehebben een interdepartementale werkgroep Duurzame School, waarinLVVN, IenW, OCW, VRO, BZK, EZK en KGG met elkaar werken aangroenblauwe schoolpleinen.Ik zei net al dat we 7,7 miljoen eenmalig aan extra middelen bij deVoorjaarsnota voor deze doelen beschikbaar hebben gesteld. Dat wordt insamenwerking met deze departementen ingezet om ervoor te zorgen datwe de omgeving uitnodigend maken om te bewegen. Maar u zultbegrijpen dat gemeentes daarin ook een hele belangrijke rol hebben endat we dat niet vanuit deze Kamer letterlijk kunnen bedenken enuitvoeren.De vraag van de SP was ook wat er te verwachten is van de bestaandeinitiatieven, zoals het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Erzijn twintig NPLV-wijken. Die worden begeleid en ondersteund ombewegen en sporten onderdeel te laten zijn van hun aanpak, samen metde netwerkorganisatie Beweegalliantie. Ik gaf net al het voorbeeld vanHeerlen-Noord. Daar zijn ze er al actief mee aan de slag. Ik hoop dat denegentien andere NPLV-wijken dat ook doen, maar ik verwacht eigenlijkvan wel. Ik verwacht ook uitnodigingen om daar te komen kijken hoe hetin de praktijk werkt.Een andere vraag van meneer Van Nispen was wat ik vind van deaanbevelingen in de brief of de petitie van Saar en Chrys van JantjeBeton. Ik vind Jantje Beton heel sympathiek, omdat het gaat overbuitenspelen. Buitenspelen is volgens mij de allerbelangrijkste en eerstemanier van bewegen voor kinderen om te wennen aan buiten zijn en veelbewegen. Nou kan ik een hele verhandeling houden over waarom beidedingen heel belangrijk zijn, maar dat ga ik nu even laten. Maar ik voel dusmee met de ambities die daar omheen hangen. Ik stimuleer ook zeker deinzet op buitenspelen en het buitenspeelbeleid. Dat doe ik samen met –daar hebben we ook een coalitie voor – de Buitenspeelcoalitie, diegemeenten ondersteunt bij het vormen van hun buitenspeelbeleid en kijktof er ook daadwerkelijk fysieke plekken in de wijken zijn.Meneer Van Nispen vroeg ook specifiek naar toegankelijke speeltuinen enzei dat zeker kinderen met een beperking terecht moeten kunnen inspeeltuinen. Daarbij zitten we nog niet op 100% van de gemeenten, maarhet is mijn doel om dat in 2030 gerealiseerd te hebben. We zitten nu opongeveer 55% van de gemeenten. Maar het gaat wel echt vooruit. Ikverwacht dus eigenlijk dat we dat moeten kunnen halen.In het plan Toekomstbestendige infrastructuur en Ruimte voor sport enbewegen, waar ik in het najaar uitgebreid schriftelijk op terugkom, neemik de aanbeveling om met een richtlijn te komen voor buitenruimten voorsport en bewegen ook mee. Ik stimuleer gemeenten, en ook ouders, ombuitenspelen op de agenda te zetten. Daarbij is het verschil tussenjongens en meisjes nog wel interessant om te bekijken. ToegankelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41021 speeltuinen zijn vaak gericht op kinderen met een beperking, maar hetgaat ook over het feit dat ouders soms nog verschillend omgaan metbuitenspelen voor jongens en meisjes. Daardoor spelen meisjes veelminder buiten dan jongens, is mij gebleken.De vraag van de VVD was: hoe kan de Staatssecretaris werkgevers meermotiveren om zich in te zetten voor gezonde werknemers? Nederland isdus wereldkampioen zitten, weten we volgens mij sinds driekwart jaar.Wij zijn daar zeker rolmodellen in. U bent net op en neer gelopen per trap,hoop ik, richting de pauzeplek. Vooral zittende beroepen hebben daar eengroot aandeel in. Als je dat hele onderzoek doorleest, zie je dat hetinderdaad met name gaat om zittend werken. Juist werkgevers hebbennatuurlijk behoefte aan gezonde werknemers, aan mensen die zichlichamelijk, mentaal en sociaal lekker in hun vel voelen. Daarbij kanbewegen dus helpen.We hebben de afgelopen jaren vanuit het departement van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport met de sociale partners gesprekken gevoerdom te kijken of zij daar aandacht voor konden hebben. De preventiestra-tegie heeft u gezien. Daarin hebben we ook aangegeven dat we metwerkgevers samen een aanpak willen uitwerken om gezondheid envitaliteit op de werkvloer te bevorderen, waarvan minder zitten op eenzittende werkdag onderdeel zou kunnen zijn. Samen met de Beweegalli-antie, TNO en het Kenniscentrum Sport en Bewegen wordt gekeken hoe jeeen actieve werkdag zo praktisch mogelijk kunt maken. We kunnen nuinderdaad allemaal gaan opstaan, maar dan zijn we ook zo weer zesminuten verder. Het moet dus gewoon praktisch uitvoerbaar zijn. Er komtdeze week een webinar om daarover met werkgevers en werknemers ingesprek te gaan en daarvoor een stappenplannen te maken.Dat was mijn kopje bewegen, voorzitter.De voorzitter:Ik zie geen vragen, dus ik stel voor dat u doorgaat naar het kopjeverenigingen.Staatssecretaris Tielen:Kijk, het is altijd fijn als er vier interrupties zijn. Ik schrok ook toen devoorzitter begon. Ik dacht: hij gaat er bij mij tien toestaan. Maar hij heeftgewoon vier gezegd.Sportverenigingen zijn echt superbelangrijk. De vrijwilligers diedaaromheen, -in, -door en -mee aan de slag zijn, zijn nog belangrijker. Ikwas ook afgelopen zondag in Assen, bij de TT. Hartstikke gaaf, al diemotoren. Maar wat vooral gaaf was, is dat 1.500 vrijwilligers drie dagenlang hebben gezorgd voor een topevenement. Ik vond het ook zo mooiomdat het laat zien hoe belangrijk sport is, niet alleen voor de lichamelijkegezondheid, maar ook – enkelen van u noemde dat ook – voor degemeenschapszin. Dat is zo’n ambtelijk woord, maar ik zou gewoon willenzeggen: voor het samen leuke dingen doen. Dat is ook belangrijk voor jesociale gezondheid.Er is een rapport van Significant Public, met een aantal conclusies enaanbevelingen over de vrijwilligersverzekering. Zowel de gemeentes alsde bonden hebben vaak vrijwilligersverzekeringen, maar dat is niet altijdeven duidelijk. Ik ben voornemens om te zorgen dat de communicatiedaarover wordt verbeterd. Dan denkt u: wat heb je daaraan? Nou, alsbestuurslid van een vereniging moet je het gevoel hebben dat je weetwaar je terechtkunt. Dat is nu onduidelijk.Het is dus echt belangrijk dat gemeenten en sportbonden die informatie-verstrekking op hun websites verbeteren, zodat je als sportbestuurdergewoon weet dat die verzekering er is, en welke risico’s daar wel en nietonder vallen. Het is wat betreft het goed dekken van aansprakelijkheidsri-sico’s namelijk nogal een verschil of je vereniging bezig is met deaankoop of huur van een grote accommodatie, of dat je gewoon «op deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41022 winkel past». Wat mij betreft kunnen we dus ook kijken hoe een betereafweging gemaakt kan worden rond die bestuurdersaansprakelijkheidsri-sico’s en of verzekeringen daar ook voldoende op aansluiten, zodatmensen dat goed kunnen terugvinden.Maar uiteindelijk moeten sportbesturen of sportverenigingsbestuurdersdie afweging natuurlijk zelf maken; dat kunnen wij niet voor ze doen. Wekunnen ze alleen wijzen op waar ze kunnen vinden hoe dat werkt. Samenmet – ik leer ook veel nieuwe afkortingen – de VSG, de Vereniging Sporten Gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en CentraalBeheer Achmea zijn we in gesprek om te kijken of we bestuurdersaanspra-kelijkheid als standaardmodule kunnen opnemen in de gemeentelijkevrijwilligersverzekering. Nu is die inderdaad – volgens mij zei een van udat; ik denk mevrouw Van Dijk – optioneel. We kijken of we die erstandaard in kunnen zetten, zodat we dat beter kunnen borgen.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):In de brief stond ook dat er overleg gevoerd gaat worden over hetactualiseren van de grenzen, want die verzekeringen zijn al jarenlang nietmeer geïndexeerd. Heel veel verenigingen lopen daartegen aan. Zehebben een accommodatie. Tja, vijf ton is tegenwoordig niks als waardevoor je accommodatie. Daar zou ook naar gekeken worden, als ik het goedheb. Dus mijn vraag is: klopt dat en wanneer horen we er dan meer over?Staatssecretaris Tielen:Goede vraag, want dat was namelijk net mijn volgende briefje. Heel goed.Dat nemen we mee in dat gesprek. We kijken of we de grens boven€ 500.000 kunnen stellen qua bestuursaansprakelijkheid en we kijken naarde hele WBTR, die nogal wat teweeg heeft gebracht, denk ik. Dat kan ikook uit persoonlijke ervaring zeggen. We kijken of de vrijwilligersverze-kering genoeg rekening houdt met de huidige tijd en de huidige eisen diegesteld worden aan sportbestuurders. Dus dat nemen we mee in hetgesprek met de Vereniging Sport en Gemeenten, de VNG en CentraalBeheer Achmea. Dan was uw vraag wanneer u daar meer over hoort. Einddit jaar, dus ik zou zeggen: voor het kerstreces. Ik zie mevrouw Van Dijkknikken.De voorzitter:U vervolgt.Staatssecretaris Tielen:Dat mag een toezegging zijn.De vraag van meneer Mohandis was hoe onafhankelijke clubonder-steuning gefinancierd zou kunnen worden, omdat heel veel ondersteuningnu heel versnipperd en dus onoverzichtelijk is. Dat sluit een beetje aan bijwat ik net zei over de verzekeringen, namelijk dat sportbestuurderseigenlijk niet goed weten waar ze moeten zijn. Met het Sportakkoordproberen we dat te bundelen, er overzicht in te creëren en het ook watefficiënter te maken, zodat het voor verenigingen makkelijker is om terugte vinden welke steun ze waar kunnen krijgen. De afspraken die daaroverzijn gemaakt in het Sportakkoord, lopen tot en met 2026, dus noganderhalf jaar, maar dat betekent niet dat we niet vooruit moeten kijken,dus ik wil ook kijken hoe we de clubondersteuning vanaf 2027 in kunnenregelen, ook vanuit de leerpunten die we nu natuurlijk ophalen.We zijn ongeveer nu begonnen met een onafhankelijke evaluatie van hetSportakkoord als beleidsinstrument en van de inzet van gemeenten op deverenigingsondersteuning via de brede SPUK-regeling. Ik verwacht dat wedaar begin 2026 wat meer over kunnen zeggen, zodat we ook van daaruitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41023 een meerjarige strategie voor clubondersteuning van sportverenigingenkunnen vormgeven.Mevrouw Van Dijk vroeg naar de problemen rondom regeldruk.De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er een interruptie van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik dank de Staatssecretaris voor het antwoord. We hadden ook gevraagdof we als Kamer eerst een bredere evaluatie krijgen van het Sportakkoord,inclusief de clubondersteuning. Begrijp ik het goed dat het uiteindelijk aande Kamer is hoe we de clubondersteuning opnieuw gaan inrichten? Watmij betreft is hoe we het nu doen niet iets wat doorgang gaat hebben na’26. Wat ons betreft kan het ook op een andere manier. Ik zou u graagwillen uitnodigen om dat open gesprek te voeren. Ik vond het heel mooiom te zien hoe uw voorganger, naast het draaien van een kantinedienst –daar mocht ik ook bij zijn – met diverse sportverenigingen in gesprek isgegaan om dat in de zomer of na de zomer op te pakken, om ook echt tekijken hoe we het nu doen, hoe het anders zou moeten en hoe we diegerichte ombudsfunctie inrichten. We zien gewoon dat er heel veel nodenzijn, zoals ook verwoord is in de motie-Mohandis cum suis. Het gaat eromhoe we verenigingen kunnen stutten. De tweede vraag die daaraangekoppeld is, gaat over de verdere uitwerking van de strategie voor desportverenigingen.Staatssecretaris Tielen:Het korte antwoord zou denk ik zijn: ja. Volgens mij doen we niet aanclubondersteuning omdat we zo graag voor ons zien hoe dat moet. Datmoeten we juist van de club zelf horen. Daarom is die evaluatie belangrijk.Als die evaluatie er is, ga ik die natuurlijk net iets eerder lezen dan u, denkik. Ik kan me voorstellen dat we als vervolg daarop met elkaar in gesprekgaan om de leerpunten die uit die evaluatie komen, vorm te geven.Nogmaals, we doen dit niet omdat we vinden dat dit per se moet, maaromdat er behoefte aan is. Dan moet het ook passend en aansluitend zijn.Ik ben dan nog niet met meneer Mohandis een kantinedienst gaandraaien, maar ik herken de regeldruk wel – ik noemde net al de WBTR –als voormalig bestuurslid van de scoutingvereniging. Want is dat eensportvereniging? Gemeenten vinden dat heel ingewikkeld; daar kan ik uook verhalen over vertellen. Ik herken dus heel veel van wat daargebeurde. Daar moeten we echt wel iets mee doen, maar dat is makke-lijker gezegd dan gedaan.Heel veel dingen zijn gewoon wettelijk verplicht, om allerlei heel goederedenen. Er is Europese wetgeving. Daar kun je niet zomaar aanvoorbijgaan en je kunt het niet negeren. Desondanks vind ik het wel eenopdracht voor ons gezamenlijk, kabinet en Kamer, om te kijken hoe we datvoor elkaar kunnen krijgen. Ik kan dat nu nog niet heel concreet maken. Udenkt: wat gaat ze dan doen? Zullen we afspreken dat ik u in het vierdekwartaal – zeg maar: aan het eind van dit jaar – een briefje schrijf overhoe ... «Een briefje»: het eerste foutje van dit debat. Laten we afsprekendat ik u in het vierde kwartaal op de hoogte stel van de voortgang van hetin kaart brengen van de regeldrukvermindering, zodat we naar aanleidingdaarvan eventueel nog nader in gesprek kunnen.Mevrouw Van Dijk vroeg specifiek naar de meldplicht ten aanzien vanvergunningen. Daar ga ik al helemaal niet over. Dat zou ik graag willen,maar daar kan ik niet in treden. Maar als ik toch in gesprek ben met deVNG over sport en bewegen, lijkt het me wel een goed onderwerp om ookop tafel te leggen. Mevrouw Van Dijk gaf een mooi voorbeeld. Het gaaterom dat het niet in elke gemeente opnieuw moet als er meerderegemeenten bij betrokken zijn. Er kan een gezamenlijkheid in zitten. Bijwijze van spreken zijn kleinere evenementen vergunningvrij, of krijgenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41024 terugkerende evenementen een soort van doorlopende, structurelevergunning. Volgens mij zijn de ideeën van mevrouw Van Dijk heelduidelijk, maar ik moet gewoon met de VNG toetsen wat er wel en nietkan, want ik ga daar verder niet over.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Goed om dat met de VNG te toetsen. Ik heb nog wel een lijstje, als zeinteresse heeft. In de brief staat dat er gekeken wordt naar een vermin-dering van de regeldruk op tien wettelijke verplichtingen. Dus in principeis er al een keuze gemaakt voor waarnaar gekeken gaat worden. Ik kan meheel goed voorstellen dat er gekeken gaat worden naar het openen vaneen bankrekening. Er loopt natuurlijk al het een en ander als het gaat omwel of niet risicogericht aan de voorkant klanten accepteren. Die tienweten we dus al. Er is al over nagedacht. Daarom verbaast het antwoordme een beetje. Volgens mij zijn we dus al een stukje verder dan wat ik inhet antwoord van de Staatssecretaris beluister.Staatssecretaris Tielen:Ja, maar als je de onderwerpen weet, weet je nog steeds niet precies watje wel en niet kan. En daar zit volgens mij nu de grote drempel voor mij. Ikweet nog niet precies waar je wel en niet wat hardere actie op kan zetten.Daarom vraag ik nog even tijd.De voorzitter:U vervolgt.Staatssecretaris Tielen:Met sportinfrastructuur. De heer Van Nispen van de SP vroeg hoe het staatmet het beter waarborgen van buitenspeelruimte en méér buitenspeel-ruimte, en van speeltuinen die geschikt zijn voor mensen, vooral kinderen,met een beperking. Daar heb ik net al wat over gezegd. HetSamenSpeelFonds heeft gekeken in hoeverre gemeenten een speeltuinhebben die toegankelijk is voor kinderen met een beperking. Dat geldtvoor 186 gemeenten, 55% van alle gemeenten. Ik verwacht dat dat dit jaarnog verder stijgt, dat er nog 30 gemeenten bij komen. Wat ik straks al zei:het zou fijn zijn als in 2030 alle gemeenten een inclusieve speeltuinhebben. Ik denk dat we daarvoor ook op koers liggen.De SP vroeg ook hoe het staat met de sportaccommodaties. Anderenrefereerden daar ook al aan. We gaan het straks nog iets meer hebbenover geld, maar ik voel u al komen. Heel veel sportaccommodatiesdateren uit de jaren zeventig en tachtig. Dat waren allemaal mooie,nieuwe dingen, maar dan wordt het nu wel tijd voor verduurzaming, of –wat zei u? – vernieuwde toiletpotten. Ik weet niet meer precies wat u zei.Was het «kleedkamers»? Ik weet het niet meer. Hoe gaan we daarmee aande slag? De KNVB heeft daar al een deltaplan voor gemaakt. Dan denk ikdat het speciaal om met name de voetbalaccommodaties gaat. Dat isnatuurlijk een heel groot deel van alle sportaccommodaties. Ook daarvraag ik nog een beetje tijd voor, omdat we in het najaar – volgens mijheeft mijn voorganger dat ook al aangekondigd – komen met een planvoor toekomstbestendige infrastructuur en ruimte voor sport en bewegen.Ik heb daar best wel ideeën over, maar dat kan ik niet doen zonder nauweafstemming met onder andere het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Wekijken onder andere naar een handreiking voor gemeenten om ookdaadwerkelijk voldoende ruimte in te zetten en naar het herstarten van deenergiecoaches. Ik ben ook in gesprek om te kijken of we iets metinnovatieve initiatieven kunnen doen rondom sportaccommodaties, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41025 dat is allemaal nog niet zover dat ik dat nu helemaal kan duiden. Maar hetkomt niet heel veel later dan nu.Er is ook een onderzoek geweest van Urhahn, Platform31 en UrbanDynamics. De SP vroeg wat we doen met het percentage. In datonderzoek zitten heel veel aanknopingspunten. Daarmee ben ik aan deslag gegaan met mijn collega van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening, maar ook met gemeenten, provincies, de Vereniging Sport enGemeenten, NOC*NSF en het Mulier Instituut. Eigenlijk duidt alles eropdat iedereen wel behoefte heeft aan een soort van richtlijnen. Hoeveelruimte moet je reserveren voor sport en bewegen, of bewegen en sport,zeker in het gevecht om de ruimte? Want we hebben zo veel doelen in ditqua oppervlakte niet zo heel grote land. We zijn er nog niet over uit of datmet precieze percentages moet of met bepaalde marges. Je moet ook ietszeggen over hoe dichtbij het is. Het is fijn als er een groot sportcomplexis, maar als dat in jouw gemeente heel ver weg is, is dat ook ... Dus erzitten allerlei haken en ogen aan. Uit de meeste gesprekken werd duidelijkdat we niet per se een wettelijke verankering willen. Dat zeggen deanderen. Dat geef ik alvast als winstwaarschuwing. Als we dat plan vooreen toekomstbestendige infrastructuur en ruimte voor sport en bewegenop papier hebben, ga ik daarin ook in op de richtlijnen en hoe we daarmeeom moeten gaan.De voorzitter:Een vraag van de heer Jetten.Staatssecretaris Tielen:Ja, dat dacht ik al.De heer Jetten (D66):Op deze manier lopen we natuurlijk wel het risico dat alle collega’s van deStaatssecretaris in het kabinet het voor hun eigen sector wel goed hebbengeregeld. De Minister van Economische Zaken wil zoveel ruimte voorbedrijventerreinen, de Minister van Infra wil zoveel voor infra, en ga zomaar door. Als je niet uitkijkt, zijn groen en ruimte waar ook bewogen kanworden, altijd het kind van de rekening. Juist nu sluit de Minister vanVolkshuisvesting heel veel deals met gemeenten voor nieuwbouwlocaties.De win-win is nu wel te maken door meteen afspraken vast te leggen overwelke voorzieningen we in die nieuwbouwwijken willen hebben. Dus ikzou de Staatssecretaris willen vragen of zij bereid is om nogmaals met deMinister het gesprek aan te gaan over hoe sport en bewegen bij al dienieuwbouwlocaties meteen goed kunnen worden meegenomen.Staatssecretaris Tielen:Dat geldt voor nieuwbouwlocaties, maar wat mij betreft is het ook breder.Ook bij inbreiding is natuurlijk een van de grootste risico’s dat juist datdeel waar je even kon rondlopen met de hond of wat dan ook, verdwijnt.Ik onderken die behoefte enorm, en ik zie heel goed wat meneer Jettenzegt: als iedereen hard vecht, moet je wel meevechten, anders krijg je hetniet. Ik zou willen zeggen: vertrouw erop dat ik die handschoen oppak. Ikhoop dat dat ook daadwerkelijk terug te zien is straks, in de plannendaarover. Maar ik herken het heel goed. Dan gaat het over bewegen ensport, maar groene buitenruimte is natuurlijk van grote waarde voor meerdan alleen bewegen. Daarbij trekken we volgens mij aan hetzelfde touw,om er toch maar weer een sportmetafoor bij te pakken.De voorzitter:Dat was blokje drie?Staatssecretaris Tielen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41026 Nee, ik weet het niet zeker, want er zijn een paar overlappende vragen. Ja,dit ging over hetzelfde, een vraag van de heer Mohandis over richtlijnen,normen en kengetallen. Een vraag van de PVV sloot daar ook bij aan.Meneer Blaauw noemde ook de Nota Ruimte. Dat is letterlijk zo’nonderwerp waarbij alle belangen die we aan ruimte hechten, terug zoudenmoeten komen.Er is ook gesproken over de 3%-norm. Nogmaals, ik kom erop terug of hetecht een vast percentage of een bepaald kader moet zijn. Maar ik herkenheel goed wat u wilt. Het is ook handig voor gemeenten om gewoon eensoort van handvat te hebben, bij nieuwbouwlocaties maar zeker ook bijinbreiding.Het CDA had nog een suggestie. Ik denk dat ik zo meteen naar het mapje«geld» ga, als ik het zo zie, want volgens mij gaat dit in elkaar over. Ditgaat ook over geld. Mevrouw Van Dijk zei namelijk: moeten we hierbij nieteen revolverend fonds overwegen? Ik vind het woord wat ingewikkeld,maar over het algemeen vind ik het altijd wel een sympathiek idee en ookeen interessant idee om nader uit te werken. Ik wil de mogelijkheden vanzo’n fonds in de sport- en beweegsector dus verkennen. Dat neem ik danmee in het plan voor een toekomstbestendige infrastructuur en ruimtevoor sport, omdat ik, als ik nu zeg «ja, dat gaan we zeker doen», nog nietkan overzien of ik dan alle aspecten heb meegenomen. Maar ik heb eenpositieve grondhouding; laat ik het zo zeggen. Dan ga ik nu eerst naargeld, en dan kom ik straks weer op die andere dingen, de BOSA, deDUMAVA en de SPUK enzovoort, enzovoort.De voorzitter:We gaan nu naar blokje zeven.Staatssecretaris Tielen:Blokje zeven, ja. U heeft de nummertjes, heel goed. Maar we moeten erstraks dus weer een paar terug, want ik ga de volgorde door de wargooien. Ik ga een wisselspeler inzetten.De heer Mohandis zei: er zijn heel veel uitdagingen voor sportvereni-gingen; we hebben het bijvoorbeeld over versneld verduurzamen. Hijvroeg: is er eigenlijk wel ambitie? Dat was de vraag, een beetje kortgezegd. Ambitie is sowieso goed, zeker als je het over sport hebt. Mijnvoorganger heeft in het najaar van 2024 toegezegd aan de slag te gaanmet het plan voor de toekomstbestendige infrastructuur en ruimte. Datkomt dus in het najaar. Daar ben ik ook heel gecommitteerd aan, want ikgeloof dat het heel belangrijk is dat we daarover wat dingen op papierzetten en met elkaar delen. Er is veel betrokkenheid vanuit de sector.Volgens mij is het ook goed omdat helemaal samen te doen. Maar het iswel een grote opgave en dat vraagt dus tijd. Vandaar dat we daar in hetnajaar op terugkomen.Die opgave heeft natuurlijk ook te maken met geld. Zowel de heer VanNispen als de heer Mohandis zegt: ja, we gaan nu een beetje bezuinigenop de BOSA, terwijl die eigenlijk nodig is; de cijfers laten namelijk zien dathet niet de goede kant opgaat. De BOSA is een hele mooie regeling – datis door een aantal van u ook al gezegd – omdat die sportverenigingenhelpt om te investeren in accommodaties. Maar ja, je kunt het geld helaasmaar één keer reserveren en uitgeven, dus we hebben daar inderdaad,met pijn in het hart, iets af moeten halen, om te voorkomen dat hetgevolgen heeft voor andere prioriteiten, die ook in mijn domein liggen.Denk bijvoorbeeld aan vaccinaties en bevolkingsonderzoeken, die we ookenigszins op peil willen houden. Daarom hebben we geregeld dat deDUMAVA ook in beeld kan zijn voor investeringen in verduurzaming. Datis dus de manier waarop we hebben geprobeerd dit enigszins op telossen.Daarnaast is er natuurlijk ook nog jaarlijks ongeveer 180 miljoen via deSPUK Sport beschikbaar. Dat is ook beschikbaar voor dit soort doelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41027 Daar hebben we het eigenlijk nauwelijks over gehad, maar het lijkt mij nietzo gek om dat ook nog even te noemen, omdat dat voor dezelfdedoelstellingen beschikbaar is en daar ook voor apart is gezet.De PVV vroeg: «Leuk, maar hoe gaat u ervoor zorgen dat de subsidieefficiënter kan worden ingezet, bijvoorbeeld voor sportverenigingen diehet het hardst nodig hebben? Kunt u daarover in gesprek gaan met deMinister van Volkshuisvesting?» De regeling gaat inderdaad uit van hetMinisterie van Volkshuisvesting en is bedoeld voor maatschappelijkvastgoed in den brede. Dat moet ik erbij zeggen. Ze geldt dus ook voorscholen en dit jaar dus ook voor sportverenigingen. Daar zitten geenuitsluitingen in. Maatschappelijk vastgoed is daarvoor in het oog. Dat zijnafwegingen die VRO maakt, maar we hebben geprobeerd om, vanuit onzesportideeën, die regelingen zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten.Ik ga natuurlijk in de gaten houden of het dan ook werkt. De regelingwordt elk jaar opnieuw opengesteld. Het is dus aan Volkshuisvesting omhiervoor in een volgende ronde invulling te geven aan prioriteiten of datsoort dingen.De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Toch nog even over de DUMAVA. Het is echt een doekje voor het bloeden.Ik ben gewend dat we hier in de Kamer praten over kosten, maar dekosten die we aan het opsparen zijn door niks te doen, zal ik maar zeggen,zijn natuurlijk vele malen groter, want als onderhoud eenmaal achter-stallig wordt, wordt het steeds duurder om überhaupt het been bij tetrekken, los van alle nevenschade, zoals verenigingen die uiteindelijkomvallen of afgekeurde sportaccommodaties. Nou ja, ik kan de lijst welheel lang maken. Mijn vraag is eigenlijk de volgende. We weten met z’nallen dat dit op termijn veel meer geld gaat kosten als we ooit besluitendat we de basisinfrastructuur op orde willen hebben, en toch laten we metelkaar toe dat er nu een enorme achteruitgang in kwaliteit plaatsvindt. Dieredenering is voor mij gewoon heel lastig.Staatssecretaris Tielen:Ik kan dat onbegrip denk ik ook niet helemaal wegnemen, want het isnatuurlijk heel vaak zo: als je ergens geld voor hebt en het wordt ietsminder, dan is het iets minder, wetende dat het er is. Tegelijkertijd hebbenwe met de DUMAVA, de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijkvastgoed, echt geprobeerd om in ieder geval verduurzaming mogelijk teblijven maken. Daarin is ook geld beschikbaar voor de sportaccommo-daties. De BOSA is dus een hele mooie regeling, en dat zien we ook aanhet aantal aanvragen, maar daarnaast hebben we de DUMAVA en deSPUK’s, die ook gewoon voor sportinfrastructuur beschikbaar zijn.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Jetten.De heer Jetten (D66):We moeten nu toch ook even niet te flauw doen. «We hebben er wat afmoeten halen» en «het is ietsje minder»: twee derde van het budget iseraf, terwijl het al veel te weinig was. Ik snap dat de Staatssecretarisdenkt: ik zit hier namens het kabinet en moet dus met één mond te praten.Maar laten we wel wezen: de coalitiepartijen hebben dit compleetkapotbezuinigd. Het helpt ook als de Staatssecretaris het dan niet mooiergaat proberen te verkopen aan iedereen in het land, want daar traptniemand in. Het is gewoon veel te weinig geld voor de enorme ambitiesvan die die sportaccommodaties. Volgens mij moeten we vooral kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41028 hoe we het wél met elkaar zouden kunnen oplossen. Ik ben benieuwd ofde Staatssecretaris daarover kan meedenken met de Kamer.Stel dat wij met alle partijen die er welwillend in zitten, de komendeweken toch weer amendementen gaan indienen om dat geld voor u teregelen. Dat zal niet vanuit uw eigen begroting kunnen, want die is daarveel te klein voor. Dus wat heeft het kabinet liever? Dat we het dekken viaeen verhoging van de alcoholaccijns of de suikertaks of de tabaksaccijns,zodat we miljoenen voor de sport kunnen vrijmaken? Of ziet de Staatsse-cretaris mogelijkheden om met de Ministers van VWS, VRO en KGG tebekijken of we de ziekenhuizen ergens anders kunnen onderbrengen?Want alles en iedereen moet straks bij de DUMAVA terecht. Dat gaatgewoon niet; dat knelt aan alle kanten. We zouden er dus ook voor kunnenkiezen om de zorginstellingen op een andere manier via het Klimaatfondste financieren, zodat de DUMAVA echt voor de sport beschikbaar komt enniet wordt gekannibaliseerd. Wij willen het dus graag voor u oplossen,maar ik hoor ook graag wat het kabinet dan als de meest kansrijke routebeschouwt.Staatssecretaris Tielen:Samen oplossen is altijd mooi. De heer Jetten begon echter met tezeggen: dan gaan we de accijnzen verhogen, want dan hebben we datgeld. Maar meneer Jetten weet net zo goed als ik dat we dat andershebben afgesproken in de begrotingsregels. Dat gaat dus niet zomaar.Meneer Jetten zegt terecht: maak het nou niet kleiner of mooier. Ik zal deverkleinwoordjes achterwege laten; daar heeft meneer Jetten gelijk in.Maar uiteindelijk gaat alles in de politiek om keuzes maken. Er zijn heelveel opgaven, ook binnen het VWS-domein in z’n totaliteit, waar geld vooris of geld voor beschikbaar zou moeten zijn, of waar liever nog meer geldvoor beschikbaar zou moeten zijn.Ik zie niet zo snel voor de hand liggende oplossingen, wat niet betekentdat we moeten ophouden met zoeken. Tegelijkertijd wil ik ook geen valseverwachtingen wekken. De regeling voor duurzaam maatschappelijkvastgoed, de DUMAVA-regeling, zorgt wel voor extra geld. Geregeld is datdat ook voor de sportaccommodaties beschikbaar wordt gesteld. Ik wileven niet treden in al dat andere maatschappelijke vastgoed, waar ookecht grote verduurzamingsvraagstukken liggen. Ik snap dat dit geenbevredigend antwoord is voor meneer Jetten, maar heel veel mooier kanik het nu niet maken, tenzij u met een fantastische dekking komt. Ik wilsowieso naar elke dekking kijken, maar wel vanuit de begrotingsregels diemeneer Jetten misschien nog wel beter kent dan ik. Daar kunnen we altijdnaar kijken. Sport is een belangrijke zaak, maar een aantal andere zakenvind ik ook belangrijk, zoals – ik noemde ze net al – bevolkingsonder-zoeken, vaccinaties enzovoort, enzovoort.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Jetten.De heer Jetten (D66):Ik wil vooral voorkomen dat we in een soort catch 22 terechtkomen.Mevrouw Van Dijk, de heer Mohandis en ik dienen straks misschien eennieuw voorstel in, dat gedekt is via inkomsten of financiële keuzes elders,want dan leveren we gewoon een nette begroting af, maar wel met meergeld voor sport. Maar als de Staatssecretaris dan alles gaat ontradenomdat het «een andere begroting is» of wat dan ook, dan gaan deze tweeKamerleden van de nog bestaande coalitie zeggen: de Staatssecretarissteunt de dekking niet. Dan hebben we allemaal een mooi rondje gedraaidin het commissiedebat en blijft de eindstand nul extra euro’s voor desport.Ik zou de Staatssecretaris dus het volgende willen vragen. Ik kan allerleidekkingen bedenken buiten het VWS-domein. We gaan wederomTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41029 proberen of we ergens anders miljoenen vandaan kunnen slepen. Maarzijn er ook binnen de begroting van VWS nog mogelijkheden voor deMinister en Staatssecretaris gezamenlijk om zaken anders te organiseren,bijvoorbeeld door voor de zorginstellingen echt een andere aanpak tekiezen dan voor de sport? Want door het nu in één regeling op een hoopte vegen, weten we één ding zeker: de sportverenigingen gaanwaarschijnlijk allemaal aan het kortste eind trekken. Dat zou ik enormzonde vinden. Maar als de Staatssecretaris nu zegt «mijn Minister gaatdaar absoluut niet aan meewerken», met een heel groot hek rondom dezorginstellingen, dan zullen we beter ons best moeten doen om het buitenuw begroting te vinden.Staatssecretaris Tielen:Ik ben heel vechtlustig, maar ik denk dat ik nu al kan zeggen dat ik niet hetgevecht aanga om het uit andere domeinen weg te halen. Dat ga ik echtniet voor elkaar krijgen. Daar kan ik dus niet in meegaan. Aangaande deDUMAVA-regeling zelf en al het maatschappelijk vastgoed moet ik heeleerlijk zeggen dat ik er geen overzicht van heb welk type vastgoed nu demeeste aanvragen heeft gekregen en waarvoor enzovoort. Stel dat je dezorginstellingen eruit haalt, waar verduurzaming ook van groot belang is,dan moet dat ook weer op een andere manier gefinancierd worden. Dusde taart wordt niet vanzelf groter. Het blijft een kwestie van verdelen. Ikdenk dat dat echt een lastig vraagstuk is, wat natuurlijk ook inherent is aanons vak, zowel het uwe als het mijne. Zowel de Kamer als ik moetenkeuzes maken daarin. Nogmaals, sportaccommodaties zijn superbe-langrijk, maar een heleboel andere dingen zijn ook superbelangrijk. Metdie DUMAVA-regeling hebben we juist geprobeerd om in ieder geval demogelijkheid te houden voor sportaccommodaties om te verduurzamenen om daarmee ook de kwaliteit naar deze tijd te brengen.De voorzitter:Eerst een vraag van mevrouw Van Dijk en daarna de heer Mohandis.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):De Staatssecretaris heeft helemaal gelijk: alles draait om keuzes maken.Maar ik begrijp niet zo goed dat als je als kabinet voor ambitieuzedoelstellingen kiest, Nederland in beweging wilt krijgen en iets aanbewegingsarmoede wilt doen, je daar niet in wilt investeren. Oftewel, jezegt tegen die Nederlander: kom van de bank af en als u dat niet doet, danligt het toch echt aan u en niet aan ons. Ik vind dat dat elkaar bijt. Of jekiest voor minder ambitie, omdat je niet investeert, of je kiest voor diehoge ambitie en zegt: we gaan investeren, want dit willen we en we gaanervoor.Staatssecretaris Tielen:Dat vind ik niet helemaal eerlijk, want het is niet zo dat mensen alleenmaar van de bank komen als hun sportkantine vernieuwd is, om het maareven flauw te zeggen. De ambitie om mensen aan het bewegen te krijgen,is belangrijk. Dat heb ik ook in mijn inleiding gezegd. Die ambitie delen weallemaal. Daar zijn meerdere dingen voor nodig. Meneer Jetten had hetvooral over nieuwbouwwijken, maar eigenlijk moet alle ruimte inNederland aantrekkelijk genoeg zijn om naar buiten te gaan, buiten tespelen enzovoort. Sportaccommodaties en sportverenigingen spelen daareen belangrijke rol in, maar niet de enige. Dus ik snap wat mevrouw VanDijk zegt, maar het is niet helemaal aan elkaar gelinkt. Nogmaals, er liggenheel veel keuzes voor rondom gezondheid en gezond opgroeien en ik kanelke euro maar één keer uitgeven.De voorzitter:Mevrouw Van Dijk met haar laatste interruptie. Kort graag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41030 Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Nee, ik snap het, maar ik wil gewoon graag het eerlijke debat voeren. Enals de Staatssecretaris het gevoel heeft dat ik niet eerlijk ben, dan vind ikdat vervelend om te horen. Maar ze heeft het bijvoorbeeld ook overruimte. Met alleen ruimte heb je nog geen actieve sportomgeving. Je zultmoeten investeren om die ruimte vervolgens in te richten met wandel-paden, fietspaden, rawassieveldjes enzovoort. Voor mij hoeven het geengelikte speeltuinen te zijn. Zorg dat kinderen op zandbulten kunnenklimmen. Maar dat betekent wel iets, ook financieel. Dat is eigenlijk hetpunt dat ik wil maken.Staatssecretaris Tielen:Eens. Ik wilde mevrouw Van Dijk niet toedichten dat ze niet eerlijk is. Zomoeten we het ook niet doen. Nogmaals, we hebben allemaal dezelfdeambitie en de vraag is hoe je de middelen daarvoor regelt. Hoe regel jeruimtes in parken enzovoort, zodat kinderen en volwassen mensen, ophun manier, buiten kunnen spelen. Daar ga ik in die brief in het najaarnader op in. Daarbij vecht en strijd ik ook voor alle andere belangen diewe op die vierkante meters hebben. Alleen financieel kan ik daar nu geentoezeggingen op doen en heb ik ook niet heel veel speelruimte, om diemetafoor ook maar weer te gebruiken.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Zelf begon ik mijn inbreng met die enorme ambities, maar ook anderecollega’s refereerden eraan. Met de voorganger van deze Staatssecretarishadden we er felle debatten over. We kunnen wel hele hoge ambitieshebben, maar als het geld niet wordt geleverd om die ambities te halen enwe zelfs zien dat sommige cijfers achteruitkachelen, dan hebben we weleen probleem met elkaar. Dan moeten we minder beloven, zodat deambitie realistisch is, of we zullen het anders moeten inrichten.Ik heb toch een vraag over de discussie over DUMAVA of BOSA. Diehebben we eind vorig jaar uitgebreid gevoerd. We hebben nu gewoonweinig inzicht in wie er allemaal aankloppen bij de DUMAVA. Het isnatuurlijk een enorme bult aan allerlei maatschappelijke organisaties dienu aankloppen voor geld; het zijn er nogal wat. Maar we weten gewoonniet ... Mijn beeld is dat de sportsector en specifiek sportverenigingenslechter af zijn met de DUMAVA, omdat ze eigenlijk naar een regelinggebonjourd worden waarvoor ook anderen in de wachtrij stonden.De grote vraag voor deze Staatssecretaris is tweeledig. Is zij bereid ommet haar collega’s van Klimaat en Groene Groei en BZK heel gericht tebekijken hoe die systematiek werkt en hoe het Klimaatfonds werkt, metdaarbinnen ook de hekjes voor maatschappelijk vastgoed? Is ze bereid omheel gericht te kijken of de taartpunt voor de sportsector wel groot genoegis en of die verschuiving wel klopt? Het beeld dat uw voorganger hierheeft neergezet, namelijk dat de DUMAVA een verbetering zou zijn, zienwij niet. De vraag is dus: het gaat niet alleen om geld, dus bent u echtbereid om te willen weten hoe het zit, en bent u ook bereid om uwcollega’s te overtuigen dat het anders kan?Staatssecretaris Tielen:Willen weten hoe het zit, zit zeg maar in mijn aard, dus dat wil ik zeker. Inseptember krijgen we als het goed is beter inzicht in wat er rondomDUMAVA wel en niet door wie is aangevraagd. Dan weten we dus ook ietsbeter hoe het zit. Dat geeft ons dus iets meer slagkracht daarop. Dat iséén. Twee. Er is ook nog die 180 miljoen SPUK – ik vind dat een helespecifieke uitkering – voor gemeentelijke sportaccommodaties. Die is erecht voor gemeentelijke sportaccommodaties. Ook daarin zit elk jaar geldom te zorgen dat accommodaties op orde blijven en verduurzamen. Dathebben we bewust buiten het overbrengen naar het algemene fondsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41031 gelaten, om ervoor te zorgen dat het daarvoor bestemd blijft. Dusnogmaals, ik herken de behoefte.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dit is geen interruptie, maar gewoon even een vraag om hetscherp te krijgen. Krijgen we dan een soort algemene brief met, zoals ikhet even noem, de stand van zaken rond BOSA en DUMAVA, het liefstvoor de Algemene Beschouwingen, als dat kan?Staatssecretaris Tielen:Die tijdspanne snap ik heel goed, maar ik weet niet of ik dat kan beloven.Maar ik zeg zo’n brief zeker toe. Dan proberen we die zo snel als mogelijkrondom de daartoe relevante debatten in deze Kamer te krijgen.De voorzitter:U vervolgt. Volgens mij zijn we in blokje zeven. Is dat correct?Staatssecretaris Tielen:Ik heb in een vorig leven heel veel discussie gehad met een collega over«in september», «eind september» of «1 september». Dat klinkt hetzelfde,maar het is iets heel anders. Maar we doen ons best.De VVD vroeg ook naar het inzichtelijk maken van de DUMAVA, als ik hetgoed heb begrepen, dus die hoort daar dan bij.De VVD vroeg ook of er een percentage is te noemen dat goedgekeurdwas in BOSA en doorgeschoven kan worden naar de DUMAVA. Dat zijnnatuurlijk wel echt twee verschillende regelingen en die hebben ook tweeverschillende uitvoeringsorganisaties, dus dat kan niet zomaar. Bovendienzitten de goedgekeurde BOSA-aanvragen als het goed is al in deBOSA-regeling. Dat is dus niet mogelijk. Maar misschien heb ik hetverkeerd begrepen van mevrouw Richardson.Mevrouw Richardson (VVD):Ik denk dat u het helemaal goed heeft begrepen. Mijn verzoek is wel omhet toch even na te vragen. Ik weet dat het niet gebruikelijk is, maar omdatde ene regeling een lopende regeling is die jaarlijks opnieuw weeringesteld wordt en specifiek de sportverenigingen er pas 2 juni gebruikvan konden maken, pas nadat de regeling BOSA al vol zat, vind ik het tochnog wel wat waard om deze vraag te stellen voor het jaar 2025.Staatssecretaris Tielen:Dat kunnen we uiteraard gewoon uitzoeken. Dan schrijven we daar eenbrief over, dus dat is een toezegging. Verder wou ik nog zeggen dat ik bestwel goed begrijp wat ook meneer Mohandis zei over de DUMAVA-regeling. Dan komen we weer terug bij de vrijwilligers, bij de vrijwilligesportbesturen, die dan vergunningen, regelingen en weet ik veel watallemaal moeten aanvragen, wat ze allemaal ook maar in hun vrijeavonduren doen. Ik herken het dus heel goed, maar laten we kijken hoehet staat met die aanvragen van de DUMAVA. Ik kan hier toezeggen dathet voor Prinsjesdag gaat lukken. Dat is dan weer de blijde boodschap vandit moment, met dank aan met name de ondersteuning.De voorzitter:Staat genoteerd.Staatssecretaris Tielen:Dat was wel het einde van dit mapje, voorzitter.De voorzitter:Heel mooi. Dan bent u volgens mij bij mapje vier, sociale veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41032 Staatssecretaris Tielen:Sociale veiligheid en eerlijke sport. Meneer Mohandis zei: er zou eencentrum voor integere sport in Nederland komen; ik ben het getreuzel zat.Ja, dat mag. Maar we treuzelen niet. Tenminste, «treuzelen» is altijd eenbeetje meestribbelen, dat je weet wat je moet doen, maar dat niet wilt,maar dat is het niet. We willen heel graag, zeker ook omdat het volgensmij een breed gedeelde wens van de Kamer is, maar het is welingewikkeld, omdat het natuurlijk over onder andere gevoelige persoons-gegevens gaat, wat echt zorgvuldig geregeld moet worden met wet- enregelgeving.Het is niet controversieel, dus dat is op zichzelf plezierig, want dan gaanwij er wel gewoon mee door. Omdat we wel demissionair zijn als kabinet,zijn er wat andere regels voor het in proces brengen van wetsvoorstellen.Bij een demissionair kabinet moeten de wetsvoorstellen al voor deinternetconsultatie de ministerraad in. Maar goed, dat ga ik dus gewoondoen. Ergens in de komende tijd gaat u daar dus wel wat over terugzien,maar nogmaals, volgens mij willen we dit allebei heel graag – met«allebei» bedoel ik Kamer en kabinet – en zijn de regels rondomwetgeving vooral wat ingewikkeld.De PVV vroeg naar antisemitisme en incidenten. Antisemitisme willen weniet tolereren, net zoals alle vormen van discriminatie en racismeenzovoort. Maar binnen de sport vindt het helaas wel plaats, vooral in hetvoetbal. Dat is gewoon een hardnekkig probleem. Daar hebben weaandacht voor, en wij niet alleen, maar ook de KNVB en de sportbonden.Volgens mij refereerde onder andere mevrouw Richardson al aan hetprogramma Ons Voetbal Is Van Iedereen en het programma Onze Club IsVan Iedereen. Daar hebben we ook middelen voor beschikbaar, omcampagnes en instrumenten neer te zetten. Daarnaast is er natuurlijkonder andere een bredere strategie om antisemitisme te bestrijden,waarbij we ook inzetten op voorlichting over antisemitisme binnensportverenigingen om dat met passie te bestrijden.De PVV vroeg ook naar de veiligheid van vrouwen als het gaat overtransvrouwen. De vraag was wat we gaan doen om ervoor te zorgen devrouwensport veilig blijft voor vrouwen, waarbij het natuurlijk om veelmeer gaat dan alleen maar zich als trans identificerende personen,transgenders. Ik vind het heel erg belangrijk dat sport veilig, eerlijk eninclusief is voor iedereen, en dus ook voor meisjes en vrouwen. Voormeisjes en vrouwen is de ambitie inderdaad nog net wat groter dan dievoor mannen, omdat meisjes en vrouwen over het algemeen gewoon eengroter onveiligheidsgevoel hebben.NOC*NSF heeft daar beleid voor. Dat ondersteunen we met richtlijnenvoor inclusief en veilig sportbeleid. De sportbonden zelf zijn ook aan deslag met een handleiding, waarin ook adviezen staan over hoe om te gaanmet specifiek gender- en seksediverse personen, voor een inclusieve enveilige sportomgeving, met specifieke uitdagingen in verschillendesporten voor specifieke groepen. Internationaal gebeurt er ook van alles.De sportbonden zijn daarover dus ook internationaal met elkaar incontact. Ik denk dat het daar ook primair hoort te liggen.De voorzitter:Een vraag van meneer Jetten.De heer Jetten (D66):Het is heel goed dat dit bij de sportbonden ligt en dat de politiek zich hierniet al te veel mee bemoeit. Ik denk dat sportbonden in Nederland, net alsin veel andere landen, hierin heel zorgvuldige keuzes maken om totinclusieve en veilige sport te komen voor iedereen. Ik had eigenlijk nietverwacht dat de Staatssecretaris zo uitgebreid en serieus zou ingaan opzo’n bizarre vraag, die vanuit de commissie werd gesteld. Ik zou deStaatssecretaris toch ook willen vragen om heel ferm afstand te nemenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41033 van de suggestie die in de eerste termijn is gewekt, namelijk dat er inNederland sprake is van grote onveiligheid voor meisjes en vrouwen in desport door transpersonen. Dat is namelijk echt de allergrootste bullshit,die uit een of andere Facebookgroep uit Amerika wordt gehaald. Ik wilecht voorkomen dat mensen na dit commissiedebat in Nederland denkendat hier in Nederland sprake is van fundamentele onveiligheid doortranspersonen. Het zou echt helpen als de Staatssecretaris vanuit haarverantwoordelijkheid ferm afstand neemt van de suggestie die hier doorde PVV is gedaan.Staatssecretaris Tielen:Volgens mij heb ik dat gedaan. Nogmaals, veiligheid van meisjes envrouwen in de sport gaat over heel andere dingen en over veel meerdingen. Dat wil ik hierbij best bevestigen. De andere opmerking van deheer Jetten betrof het gegeven dat ik als Staatssecretaris inga op vragen.Volgens mij is dat hoe wij het debat voeren, dus ... Nou ja, punt.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Ik kan natuurlijk niet iemand die interrumpeert interrumperen. Daaromwachtte ik even op het antwoord van de Staatssecretaris. Maar ik wil ertoch even op ingaan. Als de heer Jetten een paar weken geledenaanwezig was geweest bij de petitieaanbieding door vrouwen ... In eenander debat werd gesuggereerd dat het van extreemrechtse mannen zoukomen, maar het zijn vrouwen die zich hier zorgen over maken. Er wordtniet voor niets moeite gedaan om het in kaart te brengen en een petitieaan te bieden. Een Nederlandse rugbyspeelster zit een halfjaar thuis meteen kapotte knie omdat het blijkbaar nodig was om iemand mee te latendoen die de mannelijke puberleeftijd heeft meegemaakt. Het wordt eenbeetje geframed alsof het een soort antitransagenda is, maar dát is pasbullshit. Het gaat hier om iets anders. Zo lang mogen vrouwen nog nietsporten. Zo lang hebben ze nog geen toegang tot sport. Waarom gooienwe de emancipatie terug? Ik verwacht van een partij als ... Ik verwacht vande Staatssecretaris juist op de andere manier een stellig antwoord, maardat verwacht ik al helemaal van een partij die veel lippendienst bewijstaan de emancipatie. Om dan toch in sporttermen te blijven: geenwoorden, maar daden; kom daar eens voor op!Staatssecretaris Tielen:Ik ga gewoon verder met de andere onderwerpen die nog in dit blokje –belangrijk genoeg! – van een sociaal veilige en eerlijke sport zitten. Wehadden het net al even over Ons Voetbal Is Voor Iedereen en Onze Club IsVan Iedereen. We zien dat dat redelijk goed loopt, maar de VVD vond dater nog te weinig campagnepakketten worden afgenomen. Aan het eindevan het afgelopen jaar waren er 500 pakketten afgenomen. We denken datin dit jaar ongeveer een kwart van de voetbalclubs meedoet met het «OnsVoetbal Is Voor Iedereen»-programma. We zijn dus goed op weg, maar ikherken wel wat de VVD, denk ik, wil zeggen, namelijk dat dit echt welbreder en meer mag, omdat voetbal over het algemeen toch een sport iswaarbij wat sneller discriminatie en antisemitisme aan de orde komen,zoals ik al zei. Dat willen we gewoon niet. Het is belangrijk dat iedereenzich thuis voelt binnen de sport die hij beoefent. Ik ben het dus eens metde ambities. We zullen er nog wat steviger achteraan zitten.Mevrouw Richardson (VVD):Fijn dat de Staatssecretaris daar stevig achteraan wil zitten. Naast devoetbalverenigingen zou ik ook heel expliciet de andere verenigingenwillen meenemen. Het gaat dus om alle verenigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41034 Staatssecretaris Tielen:Ja. Die afkorting hebben we ook: OCIVI, Onze Club Is Van Iedereen. Goedpunt van mevrouw Richardson, want het geldt ook voor alle anderesporten. Het moet gewoon leuk zijn om te sporten; daar begonnen wemee. Dat betekent dat je met andere mensen leuk in beweging bent endan moet je je daar thuis voelen en veilig voelen.D66, meneer Jetten, vroeg naar de danswereld. Ik had zelf trouwensbedacht: kinderen moeten meer buitenspelen en volwassenen moetenmeer dansen. Dat leek me op zich wel goed. Maar er zijn wel veiligheids-problemen geweest en die zijn er nog. Meneer Jetten maakt zich zorgenomdat het geld op is. Kunnen we toch mogelijkheden beschikbaar houdenvoor die sector? We hebben een projectsubsidie van 4,7 miljoen voor vijfjaar verleend, waarin ook dansen een plek heeft. Die loopt nog tot en meteind 2026, dus nog anderhalf jaar. Kwartiermaker daarvoor is de AlliantieDans Veilig. Deze geeft momenteel uitvoering aan de aanbevelingen diegedaan zijn in het onderzoek met de titel Schaduwdansen. Er komt eenOpvolgingscommissie Dansen, die nog dit jaar een eindadvies zalformuleren daarover. Voor de opvolging van dat advies is dus nog geldbeschikbaar. Het is nog niet op, om het zo maar te zeggen. Ik verwijs ooknaar het integriteitscentrum, waar we het net al over hadden. Het procesloopt dus nog steeds, maar heeft ook hier, als het goed is, een positieveverhouding mee om het te verbeteren.Voorzitter. Ik zou graag doorgaan naar het volgende mapje.De voorzitter:Dat is heel goed. Volgens mij is dat blokje vijf, over kansengelijkheid.Staatssecretaris Tielen:Ja. Dan hebben we het onder andere over mensen met een beperking enmensen met een lager inkomen, en over de zorg rondom sport. De fractievan de SP, de heer Van Nispen, zei dat de cijfers over bewegen bij dezegroepen niet alleen maar vooruitgaan. Hoe gaan we dat ombuigen? Ikhoef niet te benadrukken hoe belangrijk het is om te bewegen, zeker voormensen met een beperking en mensen met een laag inkomen. In hetJeugdfonds Sport & Cultuur en het Volwassenenfonds Sport & Cultuurzijn er subsidies. Daar zijn extra middelen bij gekomen; we hebben er0,5 miljoen euro bij gedaan. Ook de Beweegalliantie heeft extra middelengekregen om juist in de twintig achterstandswijken van het NationaalProgramma Leefbaarheid en Veiligheid, waar ik in het begin van het debatal aan refereerde, in ieder geval tot en met dit jaar en met een doorloopnaar volgend jaar te bekijken hoe we de sport- en beweegbehoefte verderin kunnen vullen.Ook zijn we bezig met onderzoek naar een sportpas. Daar is al heel veelover gezegd, maar de bedoeling van een sportpas is om zonder stigma enmet aandacht voor gerichte groepen van mensen die het nodig hebben tekijken hoe we sporten kunnen stimuleren ondanks de belemmeringen diemensen ervaren. Voor mensen met een beperking zijn we dit jaar samenmet ervaringsdeskundigen begonnen met de strategie Sporten voormensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030. Dit is de titel van destrategie, maar natuurlijk meteen ook een doel ervan. Ook hierover kunt umeer verwachten.De heer Van Nispen vroeg naar het vervoer van mensen met een handicapvan en naar sport. Nu al kunnen sporters met een handicap met desportvervoersvoorziening reizen naar trainingen en wedstrijden door hethele land. Het streven is om eind volgend jaar, dus eind 2026, te kijkenhoe we die sportvervoersvoorziening terecht kunnen laten komen in hetlandelijke Valysvervoer. Vooralsnog zullen daar geen wijzigingen inplaatsvinden, maar we zij dus bezig om het goed te regelen.De heer Van Nispen vroeg ook naar het Uniek Sporten Centraal Loket,waarmee sporthulpmiddelen voor mensen met een beperkingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41035 beschikbaar zijn. We zijn hier in 2022 mee gestart, met financiëleondersteuning. Er zijn al ruim 1.000 mensen met een handicap die daareen sporthulpmiddel hebben kunnen ontvangen en die daardoor duskunnen sporten en bewegen. Het loket werkt nu samen met de gemeentenom te kijken hoe dit structureel een samenwerking kan hebben. DeVereniging Nederlandse Gemeenten heeft een modelbeleid omarmd voorsporthulpmiddelen, zodat gemeenten eenduidiger kunnen werken aan deverstrekking van deze hulpmiddelen. Gemeenten kunnen dan voor adviesterecht bij het Uniek Sporten Centraal Loket en sporters kunnen dan metalle hulvragen terecht bij het Uniek Sporten Centraal Loket. In het najaargaan we een pilot starten. Daar is 0,75 miljoen structureel voor vrijge-maakt.Dan het onderzoek naar de sportpas. We zijn nu bezig met een behoefte-analyse onder jongeren. Ik zou graag in het najaar kijken of we pilotskunnen doen met een vorm van een sportpas in een aantal gemeenten.Enkele leden van uw Kamer hebben daar al aan gerefereerd in huninbreng. Ik ben nu in gesprek met de VNG over wat die pilots moetenbetekenen en opleveren. We zullen het dan meteen ook hebben over detoepassing ervan in een nationaal programma leefbare en veilige wijken.Ook proberen we ervaring op te doen met vergelijkbare trajecten. Er zijneen aantal landen die een landelijke sportpas hebben. In Nederlandhebben we natuurlijk de cultuurpas, de CJP-pas, bibliotheektoegangenzovoort; volgens mij refereerde de heer Mohandis er al aan. Er zijn dusecht wel leerpunten op te halen bij andere, vergelijkbare domeinen. Naaraanleiding van de pilot willen we volgend jaar kijken wat de kosten vanzo’n pas zouden zijn en wat die kan opleveren, want het is leuk om iets teintroduceren, maar het uiteindelijke doel is natuurlijk met name ervoor tezorgen dat iedereen kan sporten.De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er een vraag van mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Mevrouw Tielen, de Staatssecretaris, ging met een enorme snelheid doorhaar mapjes heen, maar ik bleef nog even steken bij het Uniek SportenCentraal Loket. U geeft terecht aan dat er voortvarend wordt gewerkt endat er middelen voor ter beschikking zijn gesteld. Dat vind ik hartstikkemooi om te horen. Maar er is ook behoefte aan een soort overbruggings-functie, zodat we echt goed van start kunnen gaan. Daar heeft hetnationaal fonds gehandicapten ons een brief over gestuurd. Ik denk dathet echt in lijn is met de wens van de Kamer om daarnaar te kijken. Zoude Staatssecretaris nog in kunnen gaan op de vraag die voorligt en ook opde relatie met het amendement dat hedenmiddag door mij en de heerMohandis is ingediend? Ik kan mij voorstellen dat u dat amendement nogniet heeft gezien, maar ik zou graag van u willen horen hoe u naar datvoorstel kijkt en of u het eens bent met de fractie van Nieuw SociaalContract dat je moet investeren om er daarna de vruchten van te plukken.Staatssecretaris Tielen:Een amendement is nooit zo geschikt voor een commissiedebat. Het zalmorgen wel in de Kamer behandeld worden. Ik heb er dus inderdaad nogniet op kunnen kauwen. Ik kom er morgen graag op terug. Ik heb bijna eenvraag terug aan mevrouw Saris, maar ik weet dat het zo niet werkt. Hetloopt nu al. Het werkt. Mensen lopen en bewegen er ook mee, bij wijzevan spreken. Wat we nu vooral aan het doen zijn, is bekijken hoegemeenten en Uniek Sporten Centraal Loket meer kunnen samenwerkendaarin. Mevrouw Saris wil daar overbrugging voor, maar in weet niet water concreet nodig is. Heel eerlijk gezegd zou ik het namelijk ook zondevinden om het aan overheadachtige kosten te besteden terwijl dit geldjuist bedoeld is voor sporthulpmiddelen en het uitdragen daarvan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41036 Mevrouw Saris (NSC):Vooral dat laatste. Ik denk dat er echt een goed structuur is neergezet endat dit echt nodig is om dat vangnet voor die hulpmiddelen te realiseren.Ik zou het dus heel fijn vinden als de Staatssecretaris met welwillendheidnaar het amendement en de dekking kijkt, in het belang van de mensenmet een beperking die sporten, want preventie is hier aan de orde. De kostgaat echt voor de baat uit; mensen met een beperking laten sporten,levert je gewoon € 4,50 op per geïnvesteerde euro. Dit is dus een echtheel warm pleidooi van de fractie van Nieuw Sociaal Contract en de heerMohandis om morgen met welwillendheid naar het amendement tekijken.De voorzitter:Dank u wel. Ik hoorde geen vragen.Staatssecretaris Tielen:Ik ook niet, maar wel een oproep.De voorzitter:Zeker een oproep. En eigenlijk bijna een soort tweede termijn.Staatssecretaris Tielen:In de tweede termijn kan ik kijken of ik iets specifieker kan ingaan op hetdoel van het geld dat mevrouw Saris benoemt. Ik kijk even. Iets anderswat mij triggerde betreft kinderen en sporthulpmiddelen, die niet altijdmeegroeien met het lichaam. Ik kom hier in tweede termijn op terug. Ik zieeen duim, dus voor nu volstaat dit. Hoewel ik zie dat de heer Mohandisook een vraag heeft.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik probeer even mijn administratie bij te houden als het gaatom wat al beantwoord is en wat niet. Hebben we nou sport en bewegen,de wet, en alles wat daarmee samenhangt, gehad? Komt dat bij overig? Ikprobeer het even te ...De voorzitter:Ik stel voor dat de Staatssecretaris eerst even de beantwoording afmaakt,al haar blokjes, en dat we wat dan overblijft, later doen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ja.De voorzitter:Dank u wel.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Graag.De voorzitter:De Staatssecretaris gaat verder met het blokje ...Staatssecretaris Tielen:De wet komt nog in een speciaal mapje. Ik had nog één vraag van zesfracties of zo. Ik wou het nog even hebben over de speeltuinen voorkinderen met een beperking. Nou, daar heb ik eigenlijk al genoeg overgezegd. Dat loopt volgens mij goed en volgens de ambitie.De heer Mohandis vroeg ook naar mensen met een lager inkomen dieminder sporten; wat gaan we daar nou echt aan doen? Ik heb net al watgezegd over wat we de afgelopen maanden extra in het Jeugdfonds Sport& Cultuur en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur hebben gestoken. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41037 ben blij dat dat is gelukt, zeg maar. Daarnaast willen we toch eigenlijk welgraag dat er een soort van een gemeentechecker-achtig iets komt, zodatmensen die regelingen gemakkelijker kunnen vinden. Want er zijn bestwel wat regelingen, maar lang niet iedereen kan die altijd vinden. En datligt lang niet altijd aan die mensen zelf, dus we moeten kijken hoe ze datmakkelijker kunnen vinden. Over het onderzoek naar de sportpas heb ikhet gehad. Mijn voorganger heeft er bij de wethouders op aangedrongenom ervoor te zorgen dat regelingen voor mensen met een laag inkomen,als het gaat om sport en bewegen, echt beter te vinden zijn.De heer Jetten vroeg naar de doelstellingen voor meedoen en sportenvoor mensen met een laag inkomen en met een beperking; neem ik diewel serieus? Nou, ik hoop dat het uit mijn non-verbale antwoordenduidelijk is dat ik dat heel serieus neem, omdat dat gewoon heel ergbelangrijk is; voor iedereen belangrijk, maar zeker ook voor deze groepen.En er zijn ook echt wel stappen gezet. Ik denk dat het centraal loket voorsporthulpmiddelen inderdaad nog beter kan dan wat het nu al doet, dusdaar werken we aan. En we zijn met de VNG in gesprek, zodat ook degemeentes daar een grotere rol in kunnen spelen. Het Zorginstituut is ookaan de slag met duidelijker maken waar mensen met een beperking hunsporthulpmiddelen kunnen verkrijgen via de Zorgverzekeringswet, dusdaar wordt in samengewerkt. Nou, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en hetVolwassenenfonds Sport & Cultuur, daar zit extra geld in, en we zijn dusbezig met voorbereidingen om te kijken of die sportpas ook daadwerkelijkleidt tot een groter gebruik van sport. Dus de ambitie is hoog en destappen zijn nodig. We proberen dit ook gewoon voortvarend op tepakken, samen met de daarbij betrokken partijen, zoals de Vereniging vanNederlandse Gemeenten en de zorgverzekeraars. Dat over die groepen,denk ik.De voorzitter:Dat is mooi. Dan bent u toe aan blokje zes, zwemmen, als ik het goed hebbijgehouden.Staatssecretaris Tielen:Zwemmen. Ja, precies. Ook echt een mooie. Wat ik al zei: ik heb vele jarenvele keren per week in een verwarmd zwembad langs de kant gezeten.«Deelt de Staatssecretaris het belang van zwemvaardigheid?» Ja,natuurlijk. Nederland waterland, dus als ergens zwemvaardigheidbelangrijk is, dan is dat wel in Nederland. Maar dat is makkelijker gezegddan gedaan natuurlijk. Tot 1985 was schoolzwemmen een onderdeel vanhet curriculum. Nou, dat is echt wel weer lang geleden. Ik weet het nietgoed meer, maar volgens mij heb ik het niet gehad. Anyway, nu heeft 87%van de kinderen een diploma, en dat is te weinig. Het is wel heel veel,maar het is nog te weinig, dus we gaan kijken hoe we zorgen dat die 13%die het nu niet heeft toch ook een diploma gaat halen.Daar zijn verschillende ideeën over, en daar is ook door uw Kamer inverschillende bijdragen aan gerefereerd. De PVV vroeg hoe we die doelengaan halen. Nou ja, we moeten proberen zo veel mogelijk drempels wegte nemen. Dat heeft deels met geld te maken. Daar zijn onder andere deJeugdfonds Sport & Cultuurmiddelen voor beschikbaar. We kijken ookhoe we de natte gymles – ja, ik vind dat een heel spannend begrip – datzijn niet-officiële zwemlessen maar dus wel natte gymlessen, een beteronderdeel kunnen laten zijn van het schoolprogramma. En we zijn bezigmet een Nationaal Plan Zwemveiligheid om te zorgen dat al die oudershet belang van zwemmen net zo onderschrijven als u.De SP vroeg om het schoolzwemmen te herinvoeren. Het doel datiedereen van een jaar of 12 of 13 ten minste één zwemdiploma heeft,onderschrijven we allemaal. Ik vind het ook heel belangrijk dat kinderen inaanraking komen met zwemmen en water. En tegelijkertijd is hetingewikkeld om dan maar te zeggen dat de school dat moet doen, ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41038 omdat het – en ik weet niet helemaal of de toon goed was in het afdoen –natuurlijk wel van belang is dat de school daar een rol in heeft. Alsscholen zeggen «het gaat ons in de praktijk gewoon niet lukken» of «datgaat ons te veel tijd, te veel moeite kosten» enzovoorts, dan vind ik dat wedaar serieus naar moeten luisteren. Dus dat doen we dan ook, en dat isvoor ons ook de reden om het schoolzwemmen niet te herintroduceren,na 40 jaar.De SP vroeg wel: wat willen we dan met scenario vijf, want dan hoeven descholen niets te doen? Maar ja, ook dan moeten de scholen natuurlijk watdoen. Het zijn dan een soort kringen of zo, van wie er wel of niet eendiploma hebben. Ook daar geldt weer: het doel snap ik heel goed en hetdoel zou ik ook willen, maar van de manier waarop moeten we bekijken ofhet op een praktische manier in te vullen is. Mijn voorganger Karremansgaf al aan in zijn brief Zwemmen in Nederland en overige beleidsontwik-kelingen dat we ook niet zomaar geld hebben om een vorm van school-zwemmen te herintroduceren.De heer Mohandis vindt dat de A-diploma eigenlijk een soort basisvoor-ziening is, misschien wel net als een boek kunnen lezen of wat dan ook.Dat snap ik en voel ik ook mee. Maar nog even los van de praktische zakenals je dat met schoolzwemmen zou doen, waaraan ik net al refereerde: alsje dat voor iedereen zou betalen, heb ik ongeveer 175 miljoen euro nodigen ik zou niet zo snel weten waar we dat vandaan moeten halen, plus dateen heel groot deel van de kinderen nu al gewoon vanuit de verantwoor-delijkheid van de ouders zijn zwemdiploma haalt. Dus volgens mij moetenwe kijken of we gericht ervoor kunnen zorgen dat die groep, die vanwegebepaalde belemmeringen – dat kunnen financiële zijn maar ook andere,want het heeft soms ook te maken met het belang van zwemmen enandere vooronderstellingen – nu geen diploma haalt, dat diploma wél kanhalen of liefst zelfs nog meer. Maar dat is dus gericht, en geen collectieve,eenduidige aanpak.Voorzitter. Ik heb nog een paar vragen te behandelen, maar die zittenallemaal een beetje in hetzelfde hoekje. Ik weet niet of daar nog nieuwedingen in komen, maar ik kan even doorgaan.Ook de heer Blaauw zei eigenlijk: iedereen moet kunnen lezen, schrijven,rekenen én zwemmen. Nou, dat is hetzelfde antwoord als dat ik op devraag van de heer Mohandis gaf. Ik wil heel graag dat zwemles toegan-kelijk is, dat ook het belang daarvan wordt gezien door ouders, en dat debelemmeringen die nu spelen op een gerichte manier kunnen wordenopgeheven. Maar dus geen collectieve aanpak.Er was nog één vraag over zwemmen. Die ging over het initiatiefwets-voorstel van de heren Heerema en Van Nispen uit 2024. De heer VanNispen vroeg: gaan we die kwaliteitseisen nou wettelijk verankeren? Toendacht ik aan zijn initiatiefwetsvoorstel, dat hij samen met RudmerHeerema heeft gemaakt. De Raad van State heeft daar advies overuitgebracht. Die zag de noodzaak eigenlijk niet zo, omdat er geen concreteaanwijzingen waren dat het zwemonderwijs echt tekortschiet. Hij vroegzich ook af of een keurmerk met een erkenningenstelsel helpt om dekwaliteit te verbeteren als de kwaliteit op zichzelf al oké is, en dat erwaarschijnlijk andere problemen zijn rondom het zwemonderwijs diebelangrijker zijn dan de kwaliteit ervan. Daarom hebben we dat nu niet alsactief onderdeel van het zwembeleid meegenomen.De voorzitter:Daarmee bent u aan het einde van blokje zes, over zwemmen. Er zijnvragen, van de heer Mohandis en daarna van de heer Blaauw.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris en ik worden het er gewoon niet snel over eens dateen collectieve aanpak echt noodzakelijk is. De cijfers waar de Staatssecre-taris aan refereert, die 13% zonder zwemdiploma, zijn van twee jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41039 geleden. Als het goed is, krijgen we dit jaar nieuwe cijfers. Volgenszwemorganisaties staan alle seinen op rood. We wachten vandaaggewoon het echte percentage af en dan weten we hoe het zit. De ambitievan het kabinet is 5% zonder diploma in 2030. Ik zou echt niet weten hoeje dat gaat doen, als ik ernaar kijk. Ik vind het gewoon een slechtebehandeling van de schriftelijke inbreng van de Kamer. Misschien is dezeStaatssecretaris een stuk eerlijker en zegt zij: het kan gewoon helemaalniet en we moeten die ambitie ook helemaal niet hebben, want de ouderszijn gewoon verantwoordelijk.Dat is de reden waarom we naar scenario’s hebben gekeken. We hebbenbedacht dat schoolzwemmen misschien ingewikkeld wordt in verbandmet de belasting van de docent. Daar wil ik een eind in meegaan, maarhet collectiever aanpakken van dit vraagstuk is gewoon mogelijk. Hetvraagt om politieke keuzes, bijvoorbeeld het algemeen toegankelijk makenvan het A-diploma. Dat is een politieke keuze, zeker. Dat kost geld, maar ineen waterrijk land moeten we uiteindelijk die kant op. Ik zie met lede ogenaan dat het percentage Nederlanders zonder zwemdiploma toeneemt, datzwembaden onder druk staan en dat dit kabinet wel erkent dat erproblemen zijn, maar gewoon te weinig doet. Ik vraag me echt af wat ernog gedaan zal worden. Moeten we gewoon wachten op een volgendkabinet dat wél echt de ambitie laat zien om dit aan te pakken in ditwaterrijke land?Overigens haken niet alleen de mensen met lage inkomens af.EenVandaag-onderzoek laat zien dat het juist om de mensen metmiddeninkomens gaat. Zij zeggen: een gemiddeld A-traject kost inmiddels€ 1.000. Dat is gewoon heel veel geld, als je twee of drie kinderen hebt.Dat moet deze Staatssecretaris aanspreken.Staatssecretaris Tielen:En het is geld, maar er zijn meer dingen, zoals elke week in een te warmzwembad zitten! Nee, ik ga niet flauw doen. De heer Mohandis heeft vooreen heel groot deel natuurlijk gelijk. Ik weet niet wat de cijfers gaan zijn.Laten we daarnaar kijken en hopen dat die niet veel lager uitpakken dande 13% die er nu aan de hand is. Maar goed, dat moeten we zien. Devraag is ook hoe je het organiseert op een manier waarmee je ervoor gaatzorgen dat al die betrokken kinderen hun zwemlessen gaan volgen. Daarzit een financieel plaatje aan. Als je dat met een vangnetregeling zoudoen, dan hebben we het nog steeds over tientallen miljoenen. Daarbijkomt: hoe zorg je er nou voor dat het op een manier georganiseerd is dathet voor ouders ook makkelijk is. Schoolzwemmen klinkt als heelmakkelijk, maar dan leg je het weer bij de school. Ik denk dat we het metelkaar eens zijn dat de noodzaak en de ambitie belangrijk zijn. MeneerMohandis zegt terecht dat we er nu niet uit komen. We weten niet hoe dieaanpak zou moeten zijn. In het Engels zeggen ze dan: we agree todisagree! Ik snap dat dat wel een onbevredigend gevoel bij de heerMohandis achterlaat, omdat we daarmee nog niet laten zien dat onzeambitie serieus is, maar daar moet ik even een punt zetten.De voorzitter:Een punt. Dank u wel. Dan een vervolgvraag van de heer Mohandis endaarna is het de beurt aan de heer Blaauw.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):We hebben natuurlijk ook bij de laatste begrotingsbehandeling moetenschrapen, met zoekwerk binnen de begroting Sport, om 0,5 miljoen extrate reserveren voor bijvoorbeeld het Sport & Cultuurfonds. Daarbij ging hetook nog specifiek om kinderen met een handicap voor wie het extra duuris om een zwemdiploma te halen. We zien dat dit aan alle kanten eenvraagstuk blijft. Ik vind dat een zwemdiploma halen niet een kwestie isvan sport en bewegen alleen; het gaat ook gewoon om de veiligheid vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41040 kinderen. Je ziet dat een steeds grotere groep afhaakt, ook mensen metmiddeninkomens en juist niet alleen mensen met de laagste inkomens.We hebben dus een serieus vraagstuk in dit land. Het percentage zonderdiploma sinds het afschaffen van het schoolzwemmen neemt weer echtschrikbarend toe.Ik hoop dus dat de Staatssecretaris in ieder geval een of twee van deuitgewerkte scenario’s voorlegt aan de Kamer, want hiermee zouden wenog echt serieus de doelstelling kunnen halen. Nergens uit de beant-woording blijkt dat we die 5% zonder diploma in 2030 gaan halen. Als datzo is, dan denk ik: kap met dit soort doelstellingen. Zeg dan gewoon:ouders, u bent verantwoordelijk en als u het niet kan betalen, danaccepteren we dat in dit land straks 20% of 25% geen zwemdiploma heeft.Dan is dat het gewoon. Het vraagt om een radicale politieke keuze, want ikvind het gewoon principieel onacceptabel dat we deze kant opgaan in eenwaterrijk land. Ik vind dan dat we het collectief moeten financieren voorarm en rijk. Dat is een principieel uitgangspunt.Staatssecretaris Tielen:Ja, dat snap ik heel goed. Overigens, er zijn heel veel regelingen voorouders die er echt geen geld voor hebben. Volgens mij ligt daar ongeveer8 miljoen euro voor klaar. Die groep bedoelt de heer Mohandis echter niet;ik hoor hem goed. Het voelt nooit goed om ambities te laten varen, zekerniet, omdat het om meer gaat dan alleen sport en bewegen, zoals de heerMohandis zegt. Eerst dacht ik: nou, weet je, ik kom erop terug in detoekomstvisie infrastructuur voor enzovoort. Maar het is meer dan alleendat. Ik vind het lastig, omdat ik heel goed begrijp wat de ambitie van deheer Mohandis is en ik me daar ook goed bij voel, maar toch heb ik geenoplossing. Misschien kom ik erop terug in de toekomstvisie infrastructuurvoor sport en bewegen, maar misschien ook niet.De voorzitter:Bijna een toezegging!Staatssecretaris Tielen:Puntje, puntje, puntje. Is dat goed, meneer Mohandis?De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Met zo’n bevlogen collega op dit onderwerp is het best lastig om er ooktussen te komen om te interrumperen. Collega Mohandis heeft voor hetgrootste deel gelijk hierin. Daarin staan we ook arm in arm. Ik vind deantwoorden op dit gebied te zwak om de best wel nobele doelstelling van5% in 2030 te halen. Wij hebben liever dat er wordt gekeken naar hetschoolzwemmen, ook al is het maar in een afgezwakte vorm, dus dat jedat in combinatie met OCW toch gewoon gaat regelen. Ook in mijnomgeving zijn er heel veel mensen die werken in het onderwijs, ook bijscholen die schoolzwemmen aanbieden. Ik zou bijna een beetje clichéwillen zeggen: waar een wil is, is een weg. Als zij het kunnen, waaromkunnen we er dan niet voor zorgen in zo veel mogelijk scholen? Volgensmij staat er 50 uur voor. Laten we ervoor zorgen dat een kind dat overtwee jaar van de basisschool komt op zijn minst gewoon een A-diplomamoet hebben. Is het een kwestie van echte politieke onwil? Daarbij heb iknog een vraag. Het ging kort ook over de kwaliteitsborging van dediploma’s en dat daar steun voor komt. Wat houdt die steun precies in?De voorzitter:Ja, tot zover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41041 Staatssecretaris Tielen:In oktober komen de cijfers over diplomabezit op het gebied vanzwemmen van dit jaar. Als ik die cijfers met u deel, zal ik het «puntje,puntje, puntje» toch iets verder invullen. Nogmaals, schoolzwemmen isvolgens mij gewoon geen optie. Dat moeten we scholen niet aandoen.Overigens is het Ministerie van OCW daar ook niet zo enthousiast over. Ikwil best gevechtjes aangaan, maar ik kan niet over alles gevechtjesaangaan. Dat bent u vast met mij eens. Tegelijkertijd voel ik hier wel inmee. Overigens betekent het hebben van een diploma nog niet datiemand zwemveilig is. Er zit altijd ook een verdere verantwoordelijkheidin. Het net zoals bij een autorijbewijs: je kunt het hebben, maar je bent pasveilig als je gewoon echt vaak rijdt. Er zit dus meer omheen. Dat geldttrouwens voor elk diploma. Je moet bijvoorbeeld ook 10.000 vliegurenhebben, geloof ik. Als we de cijfers over de diploma’s hebben, dan zal iktoch nog ietsje concreter hierop ingaan. Ik ben niet onwillig, maar ik ziegewoon niet de praktische en financiële oplossing. Die is niet voorhanden,maar dat voelt een beetje als de Kamer aan het lijntje houden, terwijl ikdat helemaal niet wil, want we delen het doel.De heer Blaauw vroeg ook nog naar de kwaliteitskenmerken. Voorzitter,mag ik hem vragen wat zijn vraag nou precies was?De voorzitter:Meneer Blaauw, kunt u de vraag toelichten?De heer Blaauw (PVV):De Staatssecretaris noemde die kwaliteitsborging. Die kwam sowieso vande heer Van Nispen. Daar is de Staatssecretaris wel enthousiast over endaar zou ook steun voor zijn. Wat houdt die steun precies in?Staatssecretaris Tielen:De branche zelf is bezig om een autoriteit, zoals dat heet, in te stellen omde kwaliteit gezamenlijk te borgen en daarop toe te zien. We steunen debranche bij het goed neerzetten van die autoriteit voor het borgen van dekwaliteit, ook financieel. Ik weet niet eens of dat nodig is, maar volgensmij wel een beetje. Ik weet het niet zeker, maar het is geen heel kostbaarplan, dus wij steunen de branche daar financieel bij.De voorzitter:Als het goed is ...Staatssecretaris Tielen:Bijna, ja, sorry.De voorzitter:... bent u aan het laatste blokje, overig, toegekomen.Staatssecretaris Tielen:Ja, ik zie de klok en denk: o, ik ben al lang aan het woord, jongens. Dat isecht nog een leerpuntje, sorry.Over de sport- en beweegwet waren er vragen van de fracties van de SP,GroenLinks-PvdA, het CDA en NSC. «Hoe ziet de Staatssecretaris desportwet? Gaat ze daar voortgang mee maken? Wat is de stand van zakenvan de voorbereiding?» Volgens mij heeft mijn voorganger, Staatssecre-taris Karremans, toegezegd dat die voorbereidingen gewoon doorgaan.Dat gaan we doen, waarbij het met name goed is om te bekijken wat hetdoel van zo’n wet zou zijn. Ik ben daar in een eerder deel van dit debat alop ingegaan. Wat zijn de doelen en welke verantwoordelijkheden horenbij welke verschillende overheden? Wat doet het Rijk? Wat doen degemeenten? Wetgeving kost tijd, dus we moeten het wat mij betreft gelijkgoed doen. Ik ga door met het uitschrijven daarvan. Mijn idee is om daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41042 in het vroege voorjaar van het komende jaar mee te komen, om het watspecifieker te krijgen en te weten welke vervolgstappen nodig zijn. Ik ziede heer Mohandis ...De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Is dat een soort bouwstenenbrief in het voorjaar van 2026? Mag ik het een«bouwstenenbrief over de sport- en beweegwet» noemen?Staatssecretaris Tielen:Ik vind het een mooie stap.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Het speelt al twee jaar, dus eigenlijk had ik verwacht dat er gewoon al eenbouwstenenbrief lag op het ministerie. Ik zou zeggen: stuur die gewoonmorgen naar de Kamer. Maar als dat over driekwart jaar moet, ja ... Nou,ja.Staatssecretaris Tielen:Ik vind bouwstenen ... Ik zoek een woord dat past bij sport en bewegen,dus ik dacht meer aan een stappenplan, maar goed. Stappenteller! Nee, ikheb daar echt gewoon nog wat tijd voor nodig. Het loopt, maar ik heb ertijd voor nodig, vooral omdat het ook in overleg met een aantal andereorganisaties moet.Tot slot heb ik een kopje overig, met zes vragen. Mevrouw Van Dijk steldeeen vraag over topsport. Ik sprak in het begin al eventjes over tochten enevenementen en de vergunningen daarvoor. Ik zei al dat ik heel goedherken hoe dat zit, zeker bij sportvrijwilligers. Ik ga daar dus over ingesprek met de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de VerenigingSport en Gemeenten om te kijken wat kan. Ik kan niks opdringen, maar ikkan wel uw verzoek doorgeven. Ook zij zullen het herkennen, mag ikaannemen.De fractie van de VVD vroeg specifiek in verband met vrouwelijketopsporters naar het veiligheidsgevoel, de veiligheidsbeleving en deverbetering van de veiligheid. Dit is een heel belangrijk punt, dus dankvoor die vraag. Het rapport met conclusies en aanbevelingen heb ik sneldoorgekeken, maar nog niet bestudeerd. Ik wil nog even tijd om daargoed opvolging aan te kunnen geven. Ook wil ik in gesprek gaan met detopsportsectoren om te bekijken wat zij daar zelf aan kunnen doen. Danbekijken we of er aanvullende maatregelen nodig zijn van mijn kant en bijwie we die dan moeten beleggen, omdat veiligheid wel belangrijk is.De heer Mohandis vroeg naar het rapport van BMC over de toekomstsce-nario’s van financiering. Het is heel goed dat de organisatie NederlandseLoterij zelf het initiatief heeft genomen om dat te onderzoeken. Dat is fijn.Er ligt nu een interessant rapport met inzichten in alternatieve scenario’s.Alternatieve scenario’s vind ik altijd goed, want we moeten nooit stoppenmet denken. Dit is wel typisch zoiets waarbij ik denk: wij zijn demissionair,dus dat zijn wel weer grote veranderingen. Ik denk dus dat het aan eenvolgend kabinet is om daarop te reageren, als ik heel eerlijk mag zijn,want er zitten wel grote aanbevelingen in.De fractie van NSC had een vraag over de regionale platformen. Wehebben het al gehad over gemeentes en het Rijk, maar nog niet zo veelover regio’s. Ik herken heel goed wat mevrouw Saris zegt over regio’swaar echt al goede, actieve platformen aan de gang zijn, zoals Achterhoekin Beweging, waar zij aan refereerde, maar ook Sport Fryslân en SportZeeland. In het Sportakkoord besteden we ook aandacht aan die regionalesamenwerking, die daarmee ook een plek heeft in het sport- en beweeg-beleid. Ik refereerde er al aan dat het Sportakkoord wordt geëvalueerd.Begin volgend jaar hebben we dat op papier. Dan zult u herkennen dat ditdaar ook in terugkomt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41043 Mevrouw Saris vroeg ook naar de motie die zij aangenomen hadgekregen over de verbindingen tussen het Sportakkoord II, GALA enallerlei andere akkoorden. Ik heb begrepen dat de partners waarmee hetSportakkoord is gesloten, in een aantal koploperregio’s gaan verkennenhoe het Sportakkoord en elementen daaruit het beste werken. Dan moet jedenken aan vraaggestuurd werken, datagericht werken en regionaalsamenwerken. Zoals gezegd starten we binnenkort met die evaluatie enligt die evaluatie van het Sportakkoord er begin volgend jaar. Dan zult uook dat herkennen, hoop ik.Tot slot de fiets. We hebben het gehad over wandelen en sporten, maarwe moeten fietsen niet vergeten. Het is leuk om dat plan van Staatssecre-taris Karremans te hebben gekregen. Er bestaan al een aantal verge-lijkbare initiatieven. Het fietsexamen bestaat al. De Koningsspelen en deNationale Buitenspeeldag zijn ook evenementen die eigenlijk aan dezelfdedoelstelling werken. Ik ben ook enthousiast over het specifieke onderdeelvan het plan om ook meisjes aan het bewegen te krijgen. Daarbij zie ik ookweer raakvlakken met onze eigen ambities. Ik heb de Stichting Op de Fietsdus aangegeven dat we daarover doorpraten. Daar gaan we binnenkortdus over doorpraten.Ik denk dat ik alle vragen beantwoord heb, maar Kamerleden weten dataltijd beter dan ik.De voorzitter:Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording van de vragen. Ik kijkeven naar links. Ik zie dat mevrouw Van Dijk een vraag heeft, maar zij is aldoor haar maximale aantal interrupties in de tweede termijn heen. Als heteen hele korte vraag is waar mogelijk ook een kort antwoord op te gevenis, sta ik het toe.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dat weet ik niet. Ik heb in mijn inbreng een vraag gesteld waar ik volgensmij nog geen antwoord op heb gekregen, tenzij ik dat echt heb gemist. Datis de vraag over de noodzaak van structurele financiering van sport en hetBMC-onderzoek dat er ligt: zou de Staatssecretaris daarop willenreageren?Staatssecretaris Tielen:Ja, dat ging over die alternatieve vorm van financiering. Ik zou daar bestop willen reageren, maar zoals ik aan het begin al zei: omdat wij demissi-onair zijn, zijn wij iets afwachtender dan een missionair kabinet tenaanzien van echte, grote beleids- of begrotingsveranderingen. Dit is zo’ngrote verandering die ik eigenlijk niet naar me toe kan trekken.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn vande zijde van de Staatssecretaris. Ik stel voor dat wij tien minuutjes debenen gaan strekken voordat we beginnen met de tweede termijn. Wegaan bewegen in het kader van het sportdebat. Om 20.35 uur gaan weverder met de tweede termijn van de Kamer.De vergadering wordt van 20.25 uur tot 20.37 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is nu de tweede termijn van dezijde van de Kamer. Als eerste geef ik daarvoor het woord aan de heerMohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Laat ik gelijk beginnen met te zeggen dat ik hoopdat een nieuw kabinet sport en bewegen veel meer prioriteit geeft enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41044 boter bij de vis levert. We hebben de afgelopen twee jaar, in ieder gevalmet dit kabinet, weinig resultaat gezien. Ik kan het deze Staatssecretaris,die ik heel erg waardeer, ook als voormalig woordvoerder zorg met wie ikvaak samen ben opgetrokken, niet verwijten dat er uiteindelijk isbezuinigd, al was er wel ambitie. We zien gewoon dat de cijfers de anderekant op gaan, terwijl sport en bewegen zo veel oplevert, veel meer danalleen gezondheidswinst. Het maakt mensen gelukkiger en brengt mensenbij elkaar in een tijd van polarisatie en schermpjes.Voorzitter. Om die reden wil ik wel nu alvast een tweeminutendebataanvragen. We hebben gepoogd dat nog deze week te hebben, zeg iktegen de collega’s. Dat lukte niet, dus dan komt het vervolg op dit debat inseptember. Ik ga graag met deze Staatssecretaris, die nog relatief nieuw isop deze portefeuille sport, een keer het land in, naar een sportvereniging,sporten, wat u wilt. Maar het lijkt me goed om dat een keer van onderaf teorganiseren. Ik pak die handschoen graag op, net als ik dat met uwvoorganger heb gedaan. Uiteindelijk draaide dat uit op een kantinedienstbij een sportclub, dus wie weet.Voorzitter. Ik ga niet in op alle punten die in het debat aan de orde zijngeweest. Er is veel gezegd. Er is ook veel toegezegd. Er is ook veel niettoegezegd. Ik zal in het tweeminutendebat nog ingaan op de sport- enbeweegwet, op het zwemmen, op de verenigingen.Ik wil nog iets zeggen tegen de Staatssecretaris. Ze begon met het woord«afwachtend». Dat staat een beetje in schril contrast met een commissiedie u eigenlijk een soort van groen licht geeft om juist het gas erop tezetten. U hoeft de komende zes maanden echt niet op uw handen te zitten– dat gaat u ook niet doen – maar u hoeft ook niet afwachtend te zijn. Ukunt prima aan de slag met alles wat er nu ligt. De Kamer wil doorpakkenop sport. Ik zou zeggen: gebruik die meerderheid die er is. We weten nietwanneer het volgende kabinet komt, dus ik zou zeggen: wees nietafwachtend, maar laat zien dat u een groot hart heeft voor de sport.Daar laat ik het bij, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel.De heer Jetten (D66):Mag ik één korte vraag stellen, voorzitter?De voorzitter:De heer Jetten met een korte vraag.De heer Jetten (D66):Ik denk dat we ons als Kamer ook een beetje moeten beperken in hetaantal tweeminutendebatten dat we organiseren. Ik voorzie een beetjetwintig moties, die dan allemaal worden ontraden, waarna alles blijft zoalshet was. Kunnen we onze energie niet veel beter inzetten op een aantalamendementen om te kijken of we een meerderheid in deze Kamerkunnen organiseren om wat extra geld voor de sport uit te trekken, inplaats van dat we nog een keer dezelfde moties indienen die we al zo vaakhebben ingediend?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik zal zeker geen moties indienen die ik al heb ingediend. Als de heerJetten mij een beetje kent, dan weet hij dat ik heel graag moties opvolgdie al aangenomen zijn, om die dichter bij een oplossing te krijgen. Ik benzeker bereid om ook naar amendementen te kijken. Er ligt éénamendement, het eerste amendement, van Saris en ondergetekende, overhet loket sporthulpmiddelen, ook naar aanleiding van de brief van hetFonds Gehandicaptensport. Dus we zijn daar zeker toe bereid, maar ik zeger ook bij, meneer Jetten, dat het laatste amendement over de BOSA, vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41045 mevrouw Van Dijk en anderen, zelfs de 50 miljoen euro niet gehaald heeft.Ik ben dus heel erg benieuwd of dat lukt. Ik heb er een hard hoofd in, maarik strijd graag met u mee; dat weet u.De heer Jetten (D66):Ja, dank u wel.De voorzitter:Dan is nu het woord aan de heer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik ben even kwijt of ik nog tijd heb en hoeveel datis. Het gaat er even om of ik nog een heel betoog ga houden. Nee, ik gageen heel betoog houden.De voorzitter:Dit gaat wel van uw tijd af.De heer Blaauw (PVV):Eén zin, alles tussen komma’s.De voorzitter:U heeft nog één minuut, meneer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Helemaal goed. Ik wil ook de Staatssecretaris danken voor haar eerstedebat als bewindspersoon VWS. Ik hoop dat we ook de sportieve kant vanmevrouw Tielen gaan zien in de tijd die haar nog resteert als bewinds-persoon. Wat dat betreft sluit ik me dus aan bij de heer Mohandis. Wehebben volgens mij op een paar onderwerpen een goed debat gehad. Ikwil dan ook afsluiten met de vraag of mevrouw Tielen zich wil uitsprekenen onderschrijft dat je vooral fysieke sport met je lichaam doet en niet metje identiteit. Als ze dat niet doet, dan zou dat heel jammer zijnTot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Jetten.De heer Jetten (D66):Dank u wel, voorzitter. En dank aan de Staatssecretaris voor een bevlogeneerste debat en voor de uitgebreide beantwoording. Ik heb er dus ook allevertrouwen in dat zij in deze demissionaire periode nog met ziel enzaligheid wil opkomen voor de sportsector en voor iedereen in dit land dievan sport houdt. Maar ik benijd haar ook niet, want ze heeft ook te makenmet een coalitieakkoord en een demissionaire coalitie die haar het levenniet makkelijk maakt.Mijn inzet zal de komende weken dan ook echt zijn om te kijken of we metelkaar een amendement kunnen maken om de middelen voor BOSA en deDUMAVA uit te breiden, zodat er meer geld beschikbaar is voor deverduurzaming van sportlocaties, zodat sportverenigingen en clubs hetgeld dat ze hebben écht kunnen besteden aan sportbeoefening en niet aaneen te hoge energierekening. Ik vind echt dat wij als Kamer een pogingmoeten wagen om dat geld te regelen, want dat lijkt me voor de Staatsse-cretaris in deze situatie een vrijwel onmogelijke opgave, maar wellichtgaan we nog wat ambtelijke bijstand vragen om tot een goede dekkingvan dat amendement te komen.Tot slot, voorzitter. Ik zei het in mijn eerste termijn misschien een beetjegekscherend, maar ik maak me oprecht zorgen over de paralympischesport. Het zijn toch onze boegbeelden die heel veel jongeren met eenhandicap inspireren om wel te gaan sporten en bewegen, maar met deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41046 bezuinigingen op NOC*NSF en de doorvertaling daarvan naar deparalympische sport vrees ik echt voor veel van de topsporters dat ze dekomende jaren moeten stoppen. Ik zou de Staatssecretaris willen vragenom het gesprek aan te gaan met Moving for Growth, een nieuwe stichtingwaar paralympische sporters zich in hebben verenigd. Ze hebben helegoede ideeën over hoe je ook zonder extra overheidsgeld toch meer kandoen voor paralympische sporters, onder andere door een keer een steviggesprek aan te gaan met de zorgverzekeraars, die de paralympischesporters nu vaker in de weg zitten dan dat ze hen helpen. Dat zou mijnvraag zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Ik ben inderdaad ook kritisch over hoe het huidigekabinet met de sport omgaat, maar ik ben wel positief over de grond-houding van deze Staatssecretaris. Ik begrijp haar duidelijke signaal overdemissionair zijn en dat bepaalde discussies dus niet gevoerd worden,zoals over structurele financiering. Maar sport is natuurlijk niet demissi-onair en ik vrees wel dat onze beweegdoelstellingen verder uit het zichtraken.Wat kan dan wel? Er zijn dingen die weinig geld kosten, denk ik dan heelpragmatisch. We hebben het natuurlijk gehad over de regeldruk. DeStaatssecretaris zou daar snel op terugkomen. Ik hoop dat we over tweejaar echt wel een aantal goede vinkjes kunnen zetten voor minder regels.Dat gaat onze verenigingen en verenigingenbestuurders echt helpen,want de druk is gewoon heel erg hoog. Wat kost wel geld? Het op ordekrijgen en houden van de basis. Ik betwijfel of we dat zo makkelijk in hetvakje «demissionair» moeten scharen, want we hollen echt achteruit metonze sportaccommodaties als we niet uitkijken. 180 miljoen euro voorgemeenten klinkt heel leuk, maar als je het omslaat, is het vijf ton pergemeente. Gezien de kosten van een gemiddeld kunstgrasveld kom je dangewoon niet zo heel ver. Dat is gewoon het eerlijke verhaal.Tot slot. Elke stap die je zet in investeren in gezondheid, is natuurlijk ookeen stap die je zet in lagere zorgkosten en vooral hogere levenskwaliteit.Dat is toch echt onbetaalbaar.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter, dank u wel. Dank u wel, Staatssecretaris, voor uw bevlogenbetoog. Uw aftrap was in ieder geval heel hoopvol en ik hoop dat u straksook de doelpunten gaat inkoppen.U heeft keurig en uitgebreid antwoord gegeven op mijn vragen. Ik wil uecht nog een hartenkreet meegeven voor een onderwerp, namelijk hetUniek Sporten Centraal Loket. Ik weet dat u hier niet over de middelengaat spreken. Dat gaat u morgen doen, dus dan kan u dit vannachtmeenemen en er een nachtje over slapen. Door toch die extra middelenalsnog toe te wijzen en te gaan werken met het eigendomsvoorbehoudbegin je ook al met het leggen van de basis voor een bruikleenconstructiedie eigenlijk vanaf 2028 in gang zou moeten worden gezet. Je bouwt daneen voorraad op.U vroeg net waar het budget voor bedoeld is. Een deel is inderdaadbedoeld om te adviseren, ook richting gemeenten. Wat hoort bij hen? Watkunnen gemeenten oppakken? Wat kan het Loket oppakken? Dit is watmijn fractie betreft eigenlijk een heel mooi voorbeeld van een nieuwTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41047 sociaal contract: de overheid legt wat bij, de gemeenten zetten wat neer,expertise uit het veld wordt gebruikt. Daarmee zet je je schouders ondereen goede basis voor een goed systeem waarin gezamenlijk verantwoor-delijkheid wordt gepakt. Het is een duurzaam stelsel; je gaat de verspil-lingen tegen. Ook als je topsporter wilt zijn op de Paralympische Spelen,begint dat met een eerste stap en dat is een goed sporthulpmiddel.De voorzitter:Komt u tot uw afronding?Mevrouw Saris (NSC):Ik denk dat ik meneer Jetten ook aan mijn zijde krijg.De voorzitter:Afrondend.Mevrouw Saris (NSC):Ja, ik sluit af. De Staatssecretaris heeft laten zien dat ze een groot hartheeft voor de sport; ik hoop ook voor het uniek sporten. Ik hoop dat u diebokshandschoen oppakt.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Richardson.Mevrouw Richardson (VVD):Dank, voorzitter. Complimenten voor de heldere en eerlijke beant-woording van de Staatssecretaris; dat is verfrissend. Fijn om in dit gevalsamen beiden voor het eerst het debat te mogen doen.Ik wil met name nog iets kwijt over het belang van de sportverenigingen.Dat is ook wel aangegeven. We zetten in op meer mensen laten sportenen de sportdeelname omhoogbrengen. Daardoor komt er druk op desportverenigingen, op de vrijwilligers en daarmee ook op de besturen. Ikvind het dus heel fijn dat er ook erg goed gekeken wordt naar deregelgeving. Het is gewoon belangrijk dat die regelgeving zo eenvoudigmogelijk is, ook op verzekeringstechnisch gebied.Fijn dat ik een toezegging heb dat er ook inhoudelijk wordt gekeken of ereen betere afstemming kan worden gevonden voor de BOSA-regeling ende DUMAVA-regeling, en dat er daarnaast specifiek voor 2025 wordtgekeken of de gelden die in de nieuwe regeling eigenlijk onder DUMAVAzouden vallen toch nog overgeheveld kunnen worden. Ik weet hoe lastigdat is, maar ik ga toch een poging wagen. Ik ben blij dat u het gaatnakijken.Tot slot. Ik ben ook erg blij dat we ons samen met werkgevers enwerknemers inzetten voor een gezonder Nederland en met name gezondemedewerkers, want die zijn gewoon belangrijk, nu en vooral ook in detoekomst, waar de druk op arbeid heel erg hoog wordt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. We schorsen even voor twee minuten en dan gaan we doormet de tweede termijn van de Staatssecretaris.De vergadering wordt van 20.50 uur tot 20.53 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de Staatssecretaris voorhaar antwoorden in tweede termijn.Staatssecretaris Tielen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41048 Dank u wel, voorzitter. En dank ook voor de positieve energie in dit debat,ook al zaten we de hele tijd. Het was wel energiek. Ik heb het gevoel dat ikeen estafettestokje heb overgenomen, maar dat ik niet helemaal weet hoelang de baan is. Ik hoorde van meneer Mohandis dat ik niet te afwachtendmoet zijn; ik herken dat wel. Ik zal dus keihard door blijven lopen met datestafettestokje. Ik ga graag met meneer Mohandis, maar ook met anderenmee. Als je denkt «deze sport hebben we af en toe toch te weinig inbeeld», dan ga ik graag mee. Of dat dan een kantinedienst moet zijn, ofmet een spandoek langs het veld staan: dat vind ik ook leuk. We gaan dusmet elkaar kijken hoe we het komend jaar nog voldoende kunnen doenvoor sport en bewegen. Het is belangrijk genoeg. Ik had ookopgeschreven «een goeie winnaar moet ook goed kunnen verliezen»,maar laten we proberen dat laatste zo min mogelijk te doen. En laten weer vooral onderling geen winnaar-verliezerspel van maken, maar laten wekijken hoe we samen kunnen winnen en laten we die cijfers, die hardedoelen, gewoon proberen te halen.Ik heb inderdaad nog een paar vragen. De vraag van mevrouw Saris gingover die unieke sporthulpmiddelen, het loket en de overbruggingsfunctie.Nogmaals, ik kom in een ander debat terug op de financiën. Maar het isdenk ik nog wel goed om even te zeggen dat het Fonds Gehandicapten-sport elk jaar structureel € 750.000 ontvangt voor de organisatiedaaromheen. Wij werken dus nu – of zij werken met name – aan eenduurzame aanpak. Als nou gedurende het jaar blijkt dat men tegen allerleibelemmeringen en grenzen aanloopt, is het ook nooit gek om daarover ingesprek te gaan met het Fonds Gehandicaptensport. Want ik herken heelgoed wat u zegt en ik geloof dat ik dat ook wel bevestigd heb in de eerstetermijn. Zeker voor mensen met een beperking is het nodig dat erhulpmiddelen zijn om die sport uit te kunnen oefenen.Dat is dan ook het bruggetje naar de vraag van meneer Jetten over deparalympische sport. Ik zag zelf inderdaad in de factsheets enzovoorts datNederland zesde was op de olympische medaillespiegel. En ik had, heeleerlijk, verwacht dat we op de paralympische spiegel hoger zouden staan.Maar dat is niet geval. Daarop stonden we achtste, geloof ik. Dat viel mijdus een beetje tegen. Begin volgend jaar zijn er overigens weerOlympische en Paralympische Spelen. Het zou dus een mooi doel zijn omhet bij de Winterspelen in ieder geval gelijk te trekken. Er is overigens nietbezuinigd op de paralympische sporten. Vanuit het departement is daartenminste niet op bezuinigd. Maar ik ga hierover graag met onder andereMoving for Growth in gesprek. Dat was ook een uitnodiging, of in iedergeval een opdracht, van meneer Jetten. Dat doe ik uiteraard graag. Diemag u dus noteren, voorzitter.De heer Jetten (D66):Mag ik één verduidelijking maken, voorzitter?De voorzitter:De heer Jetten.De heer Jetten (D66):Het was niet mijn suggestie dat het departement dat heeft gedaan. Debezuinigingen die bij NOC*NSF terechtkomen, leiden daar tot keuzes diemet name de paralympiërs hard raken. Maar dank voor de toezegging!De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt.Staatssecretaris Tielen:En het meejuichen in februari, maart. Ik weet de precieze datum dan weerniet uit mijn hoofd. Het is in maart, denk ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41049 Meneer Blaauw zei nog: sport gaat over fysiek, maar ook over mentaal ensociaal. Het mooie van sport is dat het zo veel verschillende aspecten vangezondheid raakt. Het moet niet te politiek worden. Daarom proberen wepolitiek en sport ook altijd van elkaar te scheiden. Sport en bewegen zijnechter heel belangrijk. We moeten buiten spelen en veel meer dansen. Zogaan we, denk ik, met elkaar een hopelijk – ik weet niet wie van u het zei –leuke sportzomer in, met in ieder geval de voetbaldames die aanstaandezaterdag hun eerste wedstrijd gaan winnen, denk ik. Maar er is nog veelmeer. En alle sporten die niet bovenaan de populariteitslijstjes staan,nemen we mee. Laten we met elkaar al die verschillende sporten envormen van bewegen in het zonnetje zetten, zodat mensen zich uitge-nodigd voelen om mee te doen. Ik denk dat dat een mooie afdronk is vandit eerste sportdebat in de estafette.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, en dank voor de beantwoording van alle vragen in de eersteen tweede termijn. We hebben zes toezeggingen genoteerd. Het zijn maarliefst zes toezeggingen. Let u dus goed op of we die inderdaad goedhebben genoteerd, of dat er zelfs toch nog iets mist.–Eén. De Staatssecretaris stuurt de Kamer voor het kerstreces een briefover bestuurdersaansprakelijkheid en de gesprekken die zij hierovervoert met de VSG, de VNG en Achmea.–Twee. De Staatssecretaris stuurt de Kamer in het vierde kwartaal van2025 een brief over de voortgang rondom regeldrukvermindering.–Drie. De Staatssecretaris stuurt de Kamer voor Prinsjesdag een briefwaarin zij ingaat op de DUMAVA-systematiek en waarin zij inzicht geeftin de aanvragen die de afgelopen periode zijn gedaan.–Vier. Na het in oktober verschijnen van de cijfers omtrent zwemdiplo-mabezit stuurt de Staatssecretaris een brief waarin zij onder andereingaat op eventuele mogelijkheden om het halen van een zwemdi-ploma collectief te organiseren.Staatssecretaris Tielen:Ik zou dat «collectief» eruit halen, want volgens mij moeten we op zoeknaar mogelijkheden. Daarbij zijn collectieve mogelijkheden ook opties,maar ik zou het, als het mag, nu niet al zodanig afgebakend willenhebben.De voorzitter:«Collectief» is bij dezen verwijderd.–Vijf. De Staatssecretaris stuurt de Kamer in het voorjaar van 2026 eenbrief over de bouwstenen van de sportwet.Staatssecretaris Tielen:Ik vind «bouwstenen» bij een ander ministerie horen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Zullen we ze allebei doen: het stappenplan en de bouwstenen?Bouwstenen in de vorm van een stappenplan?De voorzitter:Maakt u ervan wat u wilt, als het maar gaat over de sportwet.–Zes. De Staatssecretaris informeert de Kamer over hoe het duurzaam-heidsaspect het afgelopen jaar in de BOSA-regeling vormgegeven wasen koppelt dit aan de DUMAVA-systematiek.Ik zie de Staatssecretaris een beetje wazig kijken.Staatssecretaris Tielen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41050 Ik denk dat dit onderdeel is van de DUMAVA-cijfers die we gaan delen. Ikzou daar één toezegging van maken, zodat dat ook bij elkaar komt. Toch?De voorzitter:Ik zie knikkende hoofden naast mij, dus we maken daar één toezegging.Dus dat zijn er dan vijf in totaal. Dan is er nog een vraag van mevrouwVan Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):In de eerste toezegging werd gesproken over de bestuurdersaansprake-lijkheid, maar we hebben het ook gehad over die actualisering van degrenzen daaraan.De voorzitter:De Staatssecretaris beaamt dat, dus dat voegen we toe. Dan zijn we bijnabij de afsluiting. Mij rest echter te zeggen dat de heer Mohandis eentweeminutendebat heeft aangevraagd. Dat zal worden gepland na hetzomerreces, zoals hij zelf ook al zei. Daar kunnen de moties die op deplank liggen, worden ingediend.Dan nogmaals dank aan de Staatssecretaris voor haar eerste debat alsStaatssecretaris. Dank aan de mensen op de publieke tribune en demensen die het debat via de stream hebben gevolgd. Dan rest mij nietsanders dan het debat te sluiten en iedereen wel thuis te wensen.Sluiting 21.01 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 41051
Gerelateerde bronnen
- Sportbeleid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 juli 2025, over Sportbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.