Tweeminutendebat Fiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act (22112-4389) (ongecorrigeerd)
Brontekst
Versie c47fe52eb266385d · officiële bronFiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act Fiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act Aan de orde is het tweeminutendebat Fiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act (22112, nr. 4389). De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Fiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom in ons midden in vak K. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Kathmann. Nee, die is er niet. Ik geef het woord aan mevrouw Abdi van PRO. Mevrouw Abdi (PRO): Dank, voorzitter. Vandaag doe ik deze inbreng inderdaad namens collega Kathmann, die hier helaas door een privésituatie in de familie niet aanwezig kan zijn. In Europa moet het gebeuren. Progressief Nederland verwacht van dit kabinet een keiharde aanpak om onze burgers en bedrijven digitaal te beschermen. We moeten alles op alles zetten om de cyberwetgeving van de EU op dit punt aan te scherpen. Dit vraagt om twee dingen: ruimte om als ambitieus land extra eisen te kunnen stellen ten behoeve van cyberveiligheid en een manier om bij publieke aanbestedingen bij voorkeur autonome Europese producten te kunnen kopen. Op dit punt kan de Nederlandse inzet steviger. Daarom dien ik de volgende motie in. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Commissie nu geen ruimte laat aan EU-lidstaten om zelf extra eisen te stellen aan de maatregelen die entiteiten nemen om te voldoen aan hun zorgplicht voor cyberveiligheid; verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een nationale bevoegdheid om aanvullende eisen te stellen aan de zorgplicht onder artikel 21 van de NIS2-richtlijn, en de Kamer blijvend te informeren over deze inzet, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Abdi en Kathmann. Zij krijgt nr. 4426 (22112). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de afhankelijkheid van monopolisten uit niet-Europese landen een kwetsbaarheid is voor de cyberveiligheid; overwegende dat het effectief kan zijn om een bewezen, afgebakende definitie van "autonomie" op te nemen als criterium voor Europese IT-aanbestedingen; verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een scherpe en objectieve definitie van "autonomie" als criterium voor IT-aanbestedingen binnen de EU, en welwillend te staan tegenover initiatieven die de inkoop van Europese digitale diensten bevorderen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Abdi en Kathmann. Zij krijgt nr. 4427 (22112). Mevrouw Abdi (PRO): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Zwinkels van het CDA. Mevrouw Zwinkels (CDA): Dank u wel, voorzitter. Onze telecomnetwerken, energievoorziening en andere vitale diensten leunen op digitale apparatuur en software van een beperkt aantal leveranciers. Dat maakt ons kwetsbaar. Het CDA wil daarom dat Europa risicovolle afhankelijkheden afbouwt en gezamenlijk kan optreden wanneer een leverancier een veiligheidsrisico vormt. De Europese Commissie stelt hiervoor stevige bevoegdheden voor. Het kabinet heeft daar terechte kanttekeningen bij. Een leverancier of zelfs een heel land kan als hoog risico aangewezen worden en dat heeft grote gevolgen. Volgens het kabinet moet daarom steeds worden gekeken naar het concrete product: waar wordt het gebruikt en welk risico zit daar daadwerkelijk aan vast? In juni schreef het kabinet dat de Europese criteria daarvoor nog te ruim en onduidelijk waren. Hoe staat het daar nu mee? Is het voorstel inmiddels voldoende risicogericht en heeft Nederland in de Raad medestanders gevonden voor deze inzet? Een tweede punt is onze afhankelijkheid zelf. Stel dat er apparatuur uit een telecomnetwerk moet worden vervangen. Dan helpt het weinig als er vervolgens maar één of twee andere leveranciers overblijven. Het kabinet deelt die zorg en wil diversificatie en het voorkomen van lock-ins met ons regelen. Voor het CDA is dit een belangrijke voorwaarde voor digitale autonomie. Kan de minister toezeggen dat Nederland er in Europa op aandringt dat bij verplichte uitfasering ook wordt gekeken of er genoeg betrouwbare alternatieven zijn en of we daardoor niet opnieuw afhankelijk worden van een klein groepje leveranciers? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Van den Berg van JA21. De heer Van den Berg (JA21): Voorzitter. Voor de verandering ga ik het maar eens kort houden. Ik heb twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de voorgestelde herziening van de Cybersecurity Act voorziet in een eerste evaluatie vijf jaar na de inwerkingtreding; constaterende dat de implementatie van de voorgestelde wijzigingen naar verwachting circa anderhalf jaar in beslag neemt; overwegende dat cybersecuritydreigingen, technologie en de geopolitieke context zich snel ontwikkelen; overwegende dat daardoor al vóór een evaluatie na vijf jaar kan blijken dat bepaalde maatregelen in de praktijk ondoelmatig, disproportioneel of onnodig belastend zijn; overwegende dat het kabinet heeft aangegeven open te staan voor een kortere eerste evaluatietermijn, bijvoorbeeld drie jaar; verzoekt de regering zich in de Europese onderhandelingen actief in te zetten voor een eerste evaluatie van de herziene Cybersecurity Act uiterlijk drie jaar na de volledige toepassing ervan, en de Kamer over de Nederlandse inzet en de uitkomst daarvan te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Zij krijgt nr. 4428 (22112). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de voorgestelde herziening van de Cybersecurity Act voorziet in de mogelijkheid om leveranciers uit derde landen als hoogrisicoleverancier aan te merken; constaterende dat het kabinet heeft aangegeven dat het voorstel onvoldoende duidelijkheid biedt over de criteria voor verwijdering van een leverancier van de hoogrisicolijst en over de wijze waarop periodieke herbeoordeling plaatsvindt; overwegende dat een aanwijzing als hoogrisicoleverancier ingrijpende economische en operationele gevolgen kan hebben; overwegende dat het daarom van belang is dat een dergelijke aanwijzing niet langer voortduurt dan noodzakelijk en dat voor betrokken leveranciers een duidelijke en transparante mogelijkheid bestaat om aan te tonen dat het vastgestelde risico niet langer aanwezig is; verzoekt de regering zich in de Europese onderhandelingen ervoor in te zetten dat de Cybersecurity Act voorziet in een duidelijk, transparant en periodiek herbeoordelingsmechanisme voor hoogrisicoleveranciers, waarbij in ieder geval wordt vastgelegd: op welke criteria een leverancier van de hoogrisicolijst kan worden verwijderd; met welke regelmaat een aanwijzing wordt herbeoordeeld; op welke wijze een leverancier om herbeoordeling kan verzoeken; welke informatie en waarborgen daarbij gelden; en binnen welke termijn een besluit over voortzetting of beëindiging van de aanwijzing wordt genomen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Zij krijgt nr. 4429 (22112). De heer Van den Berg (JA21): Nog vijf seconden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik dacht dat u zei dat u het kort zou houden. De heer Van den Berg (JA21): Dat dacht ik ook, ja, maar ik probeerde niet te ratelen. De voorzitter: Dank u wel. Ik wacht een enkel ogenblik totdat de bodes de moties hebben rondgedeeld. De minister heeft aangegeven meteen door te kunnen met de appreciaties. Er is een heel enkel ogenblik geschorst. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister. De moties worden rondgedeeld. Gaat uw gang. Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Dank aan de leden. Ik besef terdege dat wij aan het begin staan van een marathon van zeven tweeminutendebatten, dus ik zal daarmee rekening proberen te houden in de lengte van mijn appreciaties. De voorzitter: Dat wordt hogelijk gewaardeerd. Minister Van Weel: Maar eerst ga ik naar de eerste vraag van mevrouw Zwinkels. We hebben geschreven dat de criteria voor de risicobeoordeling te ruim en onduidelijk waren. Mevrouw Zwinkels vraagt hoe het nu staat met de onderhandelingen. Die zijn net begonnen in de Raad en die gaan de komende maanden nog voortduren. Informeel hebben we al een paar medestanders gevonden om het raamwerk te verbeteren, onder andere door het risicogerichter en concreter te maken. Dat traject loopt nu dus. Haar tweede vraag was of we kunnen toezeggen dat Nederland er in Europa op aandringt dat bij verplichte uitfasering et cetera et cetera ook de afhankelijkheid van een kleine groep leveranciers wordt voorkomen. Ja, dat kan ik toezeggen. Wij onderschrijven deze zorg van het CDA over het risico van eventuele vendor lock-ins bij uitfasering. We zetten ook in op diversificatie. Dat nemen we mee in de relevante EU-werkgroepen en -ontwikkelingen. Dan de moties. De motie op stuk nr. 4426 van mevrouw Kathmann: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 4427: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 4428: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 4429: oordeel Kamer. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. De beraadslaging wordt gesloten. Minister Van Weel: Ik denk niet dat ze allemaal zo kort zijn. De voorzitter: Wat zegt u nu? Laat dat onze inzet zijn. Laat dat onze inzet zijn.
Gerelateerde bronnen
- Tweeminutendebat Fiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act (22112-4389)
Tweeminutendebat Fiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act (22112-4389) (ongecorrigeerd)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.