KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden inzake invulling van het OCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling (cultuursector)(Kamerstuk 36600-VIII-14 en 15))

8 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f2ae12a3d6855f4d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025Nr. 19 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 8 november 2024 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap over:–de nota van wijziging inzake vaststelling van de begrotingsstaten vanhet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor hetjaar 2025 (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 14) en–de brief van 24 oktober 2024 inzake Invulling van het OCW-aandeel inde rijksbrede subsidietaakstelling (Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 15).De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij briefvan 8 november 2024. Vragen en antwoorden, voorzien van een inleiding,zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Verhoev kst-36600-VIII-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 191 InleidingHierbij sturen wij u de antwoorden op een deel van de vragen van devaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over deinvulling van het OCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling.De vragen met name over de cultuursector zijn eerst beantwoordvanwege het WGO Cultuur dat gepland staat op 11 november 2024. Deresterende antwoorden worden uiterlijk op 15 november 2024 naar uverzonden.7Wat is de verwachte impact van deze bezuiniging op de toeganke-lijkheid en kwaliteit van cultuureducatie op basisscholen?De impact op de toegankelijkheid en kwaliteit van cultuureducatie is nietvast te stellen, maar is naar verwachting klein.De middelen voor cultuureducatie zijn onderdeel van de lumpsumfinan-ciering voor scholen in het primair onderwijs, en als zodanig sinds 2022niet meer geoormerkt (Kamerstukken II 2020/2021, 31293/31289, nr. 549).Scholen zijn vrij de lumpsumfinanciering naar eigen inzicht te bestedenaan de organisatie van hun onderwijs in brede zin. Uit de monitorCultuureducatie in het primair onderwijs 2022–2023 blijkt dat 55% van deondervraagde scholen aangeeft (een deel van) de lumpsumfinanciering inte zetten voor cultuureducatie. Dat ligt ook in de rede, omdat scholenvolgens het wettelijke curriculum verplicht zijn aandacht te besteden aankunst en cultuur, en dat blijft ook met de bezuiniging het geval. Het is dusniet gezegd dat de bezuiniging op landelijk niveau door scholeneen-op-een wordt doorvertaald naar minder cultuureducatie. Op basis vanhet aantal leerlingen voor het schooljaar 2023–2024 in het primaironderwijs en het huidige prijspeil, betreft het een bezuiniging van € 1,75per leerling op een totale bijdrage van € 19,83 per leerling vanuit decultuurbegroting. Uitgaande van het gemiddelde van 225 leerlingen perschool in het basisonderwijs in 2023 (bron: Monitor Cultuureducatieprimair onderwijs 2022–2023, november 2023), komt dit neer op eengemiddelde bezuiniging van € 394,– per school, per schooljaar. Daarmeeblijven voldoende middelen over voor scholen om te voldoen aan dewettelijke eisen rondom cultuur educatie.Daarnaast bekostigen veel scholen cultuureducatie niet alleen vanuit delumspumfinanciering, maar ook via gemeentelijke subsidies (65% van descholen) of via landelijk stimuleringsbeleid zoals het programmaCultuureducatie met Kwaliteit. Deze financieringsstromen zijn, integenstelling tot de lumpsumfinanciering, wel geoormerkt voorcultuureducatie.12Hoe is de verdeling van de rijksbrede taakstelling subsidie tussendepartementen tot stand gekomen?Het aandeel per departement is op 5 juli vastgesteld in de ministerraad, bijbespreking van de Startbrief. Daarvoor is door het Ministerie vanFinanciën een grondslag berekend, waarin is gecorrigeerd voor anderebezuinigingen.De grondslag is berekend door de totale taakstelling te verdelen naar ratovan de subsidiebudgetten per departement, gecorrigeerd voor de anderemaatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord (HLA, bijlage bij Kamerstuk36 471, nr. 37) en de uitzonderingen die het HLA benoemt (zoals dedefensiebegroting en het Nationaal Groeifonds). Ook is gecorrigeerd voorsteun aan Oekraïne, Herstel Groningen, Toeslagenaffaire en Coronamaat-regelen.13Hoe is bij de rijksbrede taakstelling subsidie gedefinieerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 192 In het HLA is geen concrete definitie gegeven voor subsidie bij derijksbrede taakstelling. Als uitgangspunt voor de verdeling van desubsidietaakstelling per departement is gekeken naar het financiëleinstrument «Subsidies» in de begrotingen. Op basis van deze subsidie-budgetten in de begroting is er een grondslag berekend waarin isgecorrigeerd voor andere bezuinigingsmaatregelen.25Kunt u toelichten hoeveel projecten leesbevordering in 2026minder ondersteund kunnen worden door de extra bezuiniging?Er worden geen projecten leesbevordering minder ondersteund, omdat demiddelen die worden ingezet voor de subsidietaakstelling nog nietspecifiek bestemd waren.27Waarom wordt het project Versterking lokale journalistiek doorsamenwerking in 2026 helemaal stopgezet?De middelen voor het project «Versterking lokale journalistiek doorsamenwerking» zijn tijdelijk van aard. Dat is ook altijd zo naar deaanvragers gecommuniceerd. Het tijdelijke project is gefinancierd metmiddelen die structureel beschikbaar zijn voor de lokale omroepen. Na deoverheveling van de bekostiging van de lokale omroepen naar derijksbegroting worden deze middelen aan de bekostiging toegevoegd.30Betekent, na bekendmaking van deze nota van wijziging, dat uvoor het komend jaar niet extra op onderwijssubsidies enorganisaties gaat korten en dat deze ook, zoals gebruikelijk,worden geïndexeerd?Het uitgangspunt is dat middels deze nota van wijziging deOCW-begroting behandeld kan worden door het parlement en beslotenkan worden over de uitgaven van OCW in het jaar 2025.Verder is de gebruikelijke methodiek voor indexering van de Rijksbe-groting het uitgangspunt voor de Voorjaarsnota 2025. Daarbij wordtgewezen op het besluit van het kabinet om een deel van de hogere kostenvoor de hersteloperatie Toeslagen te dekken door een deel van deprijsindexatie tranche 2025 in te zetten.Echter kunnen we niet vooruit lopen op de Voorjaarsnota- en Augustusbe-sluitvorming 2025 waarin het kabinet een integrale weging van deRijksbegroting maakt. Daarom kan niet bij voorbaat worden uitgeslotendat verdere bezuinigingen op de OCW-begroting (inclusief budgetten vooronderwijssubsidies en organisaties) in 2025 noodzakelijk geacht worden.87Hoeveel kinderen ontvangen cultuureducatie vanuit de Regelingcultuureducatie?De bezuiniging heeft alleen betrekking op de middelen voor cultuuredu-catie die via de lumpsumfinanciering naar scholen gaan. Deze lumpsumfi-nanciering is berekend op basis van het totaal aantal leerlingen in hetprimair onderwijs en daarmee beschikbaar voor alle schoolgaandekinderen in Nederland.88Hoeveel minder kinderen ontvangen cultuureducatie wegens debezuiniging op de Regeling cultuureducatie?Kunstzinnige oriëntatie is onderdeel van het landelijke curriculum voor hetprimair onderwijs. Dit curriculum is wettelijk vastgesteld. Scholen in hetprimair onderwijs zijn verplicht hier aandacht aan te besteden in hunonderwijsaanbod. Op basis hiervan blijven alle schoolgaande kinderen inaanraking komen met cultuureducatie. Wel is het mogelijk dat scholen opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 193 basis van deze bezuiniging een andere invulling zullen geven aankunstzinnige oriëntatie. Zie ook het antwoord op vraag 7.89Kunt u de post Loon- en prijsbijstelling verschillende budgettenartikel 14 uitsplitsen?»In onderstaande tabel is de maatregel «Loon- en prijsbijstelling verschil-lende budgetten artikel 14» uitgesplitst. Het betreft middelen voor deloon- en prijsbijstelling (lpo) van verschillende projectbudgetten opartikel 14. Besloten wordt deze middelen niet uit te keren maar in te zettenvoor de subsidietaakstelling. Deze maatregel heeft geen directe invloed opde uitvoering van staand beleid op onderstaande onderdelen.bedragen x € 1.000Onderwerp2026202720282029 =structureelLpo verbreden inzet cultuur7691.4311.3631.431Lpo overige opdrachten1.0787111.0121.060Lpo bibliotheken000387Lpo leesbevordering278278278278Lpo bijdragen aan medeoverheden0110110110Lpo bijdragen aan (inter)nationaleorganisaties123123123123Lpo creatieve industrie74747474Lpo monumentenzorg2501.0001.00002.5723.7273.9603.463 92Wat wordt er gefinancierd vanuit het Versterken duurzameleningen?Het betreft hier financiering vanuit het Ministerie van OCW aan hetNationaal Restauratiefonds ter versterking van het Fonds DuurzameMonumentenplus-Lening. Eigenaren van niet-woonhuis rijksmonumenten(onder andere kerken, industrieel erfgoed en boerderijen) kunnen voor deverduurzaming van hun pand een laagrentende lening afsluiten. Ditdraagt bij aan de klimaatdoelen en stelt eigenaren in staat om deenergierekening naar beneden te brengen.93Om hoeveel makers of culturele instellingen gaat de bezuinigingop Versterken duurzame leningen?De leenfaciliteit is gericht op eigenaren van niet-woonhuis rijksmonu-menten. In de periode 2026–2028 is er € 4,1 miljoen minder beschikbaarvoor dit doel, wat potentieel zeven leningen zijn. Het gaat om een tijdelijkekorting. Het doel is nog steeds om het fonds zodanig te vullen dat aan devraag naar Duurzame Monumentenplus-Leningen kan worden voldaan.Afhankelijk van de ontwikkeling van de vraag naar leningen wordt dit doelmogelijk iets later bereikt.94Wat wordt er gefinancierd vanuit Ondernemerschapsbeleid?Het budget waarop de tijdelijke korting van toepassing is wordt gebruiktvoor incidentele projecten die ten doel hebben het ondernemerschap testimuleren in de culturele sector. Er worden gerichte keuzes gemaakt overwat we niet meer gaan subsidiëren, waarbij het uitgangspunt is om demakers in de culturele en creatieve industrie zoveel mogelijk te ontzien.95Kunt u de post Beleidsinitiatieven artikel 14 uitsplitsen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 194 In onderstaande tabel is de maatregel «Beleidsinitiatieven artikel 14»uitgesplitst. Het betreft de middelen bestemd ter ondersteuning vanbeleid op het gebied van creatieve industrie, lezen, bibliotheken enverbreden inzet cultuur. Hierdoor is er in de toekomst minder budgetbeschikbaar voor de ontwikkeling van nieuwe beleidsinitiatieven op dezethema’s, maar staand beleid kan worden voortgezet.bedragen x € 1.000Onderwerp2026202720282029 =structureelBeleidsinitiatieven creatieve industrie031639700Beleidsinitiatieven lezen279625625564Beleidsinitiatieven bibliotheekbeleid460489409409Beleidsinitiatieven verbreden inzetcultuur6025032507991.3951.9981.673 96Wat wordt gefinancierd vanuit de Hosting website vaste boeken-prijs?Het Commissariaat voor de Media beschikt over een website voor hetmelden van boekenprijzen. Uitgevers en importeurs van boeken enbladmuziekuitgaven dienen via deze website de door hun vastgesteldeprijzen en prijswijzigingen te melden bij het commissariaat.97Wat wordt er gefinancierd vanuit de Woonhuisregeling?De Woonhuisregeling is een subsidieregeling voor het in goede staathouden van woonhuizen die de status van rijksmonument hebben.Particuliere eigenaren kunnen jaarlijks een aanvraag indienen voorfinanciering van kosten die zij hebben gemaakt voor restauratie enonderhoudswerkzaamheden aan monumentale onderdelen vanrijksmonumenten.98Kunt u de post Overige subsidies artikel 15 uitsplitsen?Nee, deze post kan niet verder worden uitgesplitst. Deze post bestaat uitmiddelen voor incidentele subsidies die in de loop van het jaar wordenverstrekt en dan pas specifiek bestemd worden, zoals eerder de middelenvoor de pilot professionalisering lokale omroepen.99Kunt u de post Opdrachten artikel 15 uitsplitsen?Nee, deze post kan niet verder worden uitgesplitst. Deze post bestaat uitmiddelen voor incidentele opdrachten die in de loop van het jaar wordenverstrekt en dan pas specifiek bestemd worden, zoals middelen voorbeleidsonderzoeken en evaluaties van zelfstandige bestuursorganen.100Wat wordt er gefinancierd vanuit de Subsidies professionaliseringlokale omroepen?Vooropgesteld, op het budget voor de subsidies professionalisering lokaleomroepen wordt niet gekort. De maatregel betreft enkel een verschuivingvan middelen in de tijd die nodig is omdat de taakstelling bij de publiekeomroepen pas in 2027 kan ingaan.Met deze middelen wordt met name de subsidieregeling gefinancierd dielokale omroepen helpt om te professionaliseren, ter voorbereiding op deoverheveling van de bekostiging van de gemeenten naar de Rijks-overheid. Daarnaast worden andere kosten ter voorbereiding op dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 195 overheveling gefinancierd, waaronder kosten die in het kader van deoverheveling worden gemaakt bij de NLPO en het Commissariaat voor deMedia.102Wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de regionalepublieke omroep?Deze bezuiniging leidt tot een afname van de bekostiging van de regionalepublieke omroepen van ongeveer 1%. De invulling van de besparing isaan de omroepen, eventuele gevolgen van de bezuiniging zijn afhankelijkvan de keuzes van de omroepen.103Wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de landelijkepublieke omroep?De landelijke publieke omroep staat, inclusief de eerdere € 100 miljoen,voor een forse besparingsopgave die onvermijdelijk impact heeft op deuitvoering van de publieke media-opdracht. De wijze waarop invullingwordt gegeven aan deze opgave is aan de NPO en omroepen. Eventuelegevolgen van de bezuiniging zijn afhankelijk van de keuzes die wordengemaakt. De NPO is eindverantwoordelijk, maar we vinden het van belangdat de NPO nadrukkelijk de omroepen betrekt bij de invulling van dezetaakstelling. Daarbij vinden we het wenselijk dat de NPO en het Collegevan Omroepen (CvO) tot een gezamenlijk gedragen voorstel komen datkan rekenen op zoveel mogelijk draagvlak onder de omroepen.104Kunt u het totaal van bezuinigingen op journalistiek(btw-verhoging, initiële bezuiniging NPO, extra bezuiniging NPOen regionale omroepen en overige subsidies) onder elkaar zetten?In onderstaande tabel staan de financiële maatregelen uit het Hoofdlijnen-akkoord op het gebied van journalistiek. In welke mate er daadwerkelijksprake is van een bezuiniging op journalistiek hangt ook af van de manierwaarop maatregelen worden ingevuld. Dat geldt met name voor demaatregelen bij de publieke omroepen. Voor maatregel 55, het afschaffenvan het verlaagd btw-tarief op dag- en nieuwsbladen en tijdschriften,geldt dat de opbrengst niet nader valt te specificeren. Daarmee is nietdirect sprake van een bezuiniging op journalistiek ter hoogte van hetgenoemde bedrag, het effect hangt onder andere af van de mate waarinde btw-verhoging wordt doorberekend aan klanten. Daarom is deze nietopgenomen in het totaaloverzicht. Voor de budgetten voor onderzoeks-journalistiek geldt dat er ondanks de eenmalige verlaging in 2025 meermiddelen voor dit doel beschikbaar zijn dan in 2024. Voor de lokaleomroepen geldt dat er door de extra middelen uit het vorige coalitieak-koord per saldo nog steeds fors geïnvesteerd wordt in kwaliteit enprofessionalisering.Maatregel HLA(bedragen x € 1 miljoen)20252026202720282029StructureelHLA 40: Generieke taakstelling subsidies rijksbreedW.v. eenmalige verlaging budgetten onderzoeksjournalistiek– 1,500000W.v. landelijke publieke omroep– 6,7– 6,7– 6,7– 6,7W.v. regionale publieke omroep– 1,7– 1,7– 1,7– 1,7W.v. lokale publieke omroep– 0,2– 0,2– 0,2– 0,2W.v. overige subsidies– 0,2– 0,2– 0,2– 0,2HLA 42: Hervorming Nederlandse Publieke Omroep– 100– 100– 100– 100Totaal– 1,50– 108,8– 108,8– 108,8– 108,8 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 196

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3b0a709637f88c55

14 okt 2026 · 99ef2393065c48f9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.