KamerkringInloggen
Kamerstuk

Conceptverslag Regulier verblijf

8 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 03f15e92fdeddcd8 · officiële bron

Tweede Kamer, Regulier verblijf VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Concept De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 8 oktober 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over Regulier verblijf. Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie, Rajkowski De griffier van de vaste commissie voor Asiel en Migratie, Burger Voorzitter: Westerveld Griffier: Burger Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Asten, Ceulemans, Lammers, Rajkowski, Straatman, Vondeling en Westerveld, en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president. Aanvang 10.00 uur. De voorzitter: Goedemorgen allemaal. We gaan beginnen met het commissiedebat van de vaste commissie voor Asiel en Migratie over reguliere migratie. Welkom aan de minister, die zojuist is aangeschoven. Welkom aan de Kamerleden: mevrouw Vondeling, mevrouw Rajkowski, mevrouw Lammers, de heer Van Asten, mevrouw Straatman en de heer Ceulemans. We hebben een spreektijd van vier minuten met elkaar afgesproken. Ik zou verder voor willen stellen om de interrupties in tweeën te doen. Dus twee interrupties in tweeën, vraag-antwoord, vraag-antwoord. We hebben tot 13.00 uur de tijd en ik neem aan dat een aantal van u net als ik vanmiddag ook nog een commissiedebat of een andere verplichting heeft. We gaan er daarom echt voor zorgen dat we om 13.00 uur klaar zijn. Ik denk dat ik daarmee alles heb gezegd. Ik geef het woord aan mevrouw Vondeling voor haar inbreng in eerste termijn. Mevrouw Vondeling (PVV): Voorzitter. Gisteren was het exact drie jaar geleden dat de wereld getuige was van de puurste vorm van het kwaad. Op 7 oktober 2023 werden 1.200 onschuldige burgers beestachtig afgeslacht door de terroristen van Hamas. Jonge mensen op een muziekfestival werden opgejaagd en vermoord. Vrouwen werden verkracht en gemarteld, en baby's en kinderen werden ontvoerd en erger. De rillingen lopen je nog steeds over de rug. Waar staan we vandaag, drie jaar later? Vandaag hebben we hier in de commissie een debat over een Palestijnse extremist, die met een studievisum naar Nederland is gehaald en die diezelfde afslachtingen openlijk toejuicht op social media. Onder het mom van studiemigratie importeert dit kabinet actief islamitische Jodenhaat. De PVV heeft het kabinet afgelopen juni al gewaarschuwd voor het binnenhalen van Palestijnse extremisten en zogenaamde studenten, maar dit kabinet weigerde te luisteren. En nu zijn ze hier. Zonder fatsoenlijke screening zijn ze een direct gevaar en een tikkende tijdbom in de Nederlandse samenleving. Voorzitter. Het wordt nog veel erger! Want in wat voor land leven we als iemand die openlijk de beestachtige Hamasterreur van 7 oktober toejuicht, niet eens strafrechtelijk wordt vervolgd? Het Openbaar Ministerie ziet geen reden voor strafrechtelijke vervolging. Deze geïmporteerde extremist, die Jodenhaat verspreidt, krijgt een aai over zijn bol. Onbegrijpelijk. Wanneer is er dan wel sprake van strafbaarheid, vraag ik de minister. En wat voor gevolgen heeft dit voor het intrekken van zijn verblijfsvergunning? Ik mag hopen dat de minister deze alsnog intrekt en geen Palestijnen meer hiernaartoe haalt. Waarom moeten wij überhaupt Palestijnen naar de universiteit van Maastricht halen? Ze horen hier niet. Het is levensgevaarlijk. Laat ze lekker studeren in Saudi-Arabië of in een ander Arabisch land, waar ze de taal begrijpen, de cultuur kennen en noem maar op. Maar niet hier! Kan de minister daarop reageren? Het aantal immigranten dat naar Nederland komt, is veel te hoog. Dat zien we alleen al aan onze bevolkingsgroei. De bevolking van Nederland is in het eerste kwartaal van 2026 met bijna 10.000 inwoners gegroeid. De bevolkingsgroei kwam volledig door migratie. Naast de enorme asielinstroom van de afgelopen jaren vormt gezinsmigratie een groot deel van de totale immigratie naar Nederland. De IND ontving in 2025 meer dan 90.000 reguliere aanvragen, waarvan bijna 40.000 door gezinsmigranten. Deze enorme aantallen trekken een zware wissel op onze samenleving. Nederland is vol. We hebben een woningtekort, een zorgtekort, een ruimtetekort en ga zo maar door. Met name de immigratie van niet-westerse allochtonen leidt tot enorme problemen in ons land, onder andere problemen met integratie, criminaliteit en een veel te hoge druk op onze uitkeringen. Het is dan ook niet meer dan logisch om de gezinsvorming en de gezinshereniging voor niet-westerse allochtonen volledig te stoppen. En ook voor de overige reguliere gezinsmigranten moet de kraan maximaal dicht. De PVV pleit er al jaren voor om de voorwaarden voor gezinshereniging drastisch aan te scherpen, bijvoorbeeld door de leeftijd voor gezinshereniging te verhogen naar 24 jaar. Ook zou gezinshereniging alleen nog maar moet worden toegestaan voor gehuwde en geregistreerde partners en pas nadat de referent minstens twee jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Ook zouden we een ziektekostenverzekering, huisvesting en integratie als voorwaarde moeten stellen om gezinshereniging toe te staan, net als het aantal partners dat naar Nederland mag komen. Het mooie is dat het merendeel van deze voorwaarden morgen al ingevoerd kan worden, omdat het volledig in lijn is met de Europese regels. Is de minister daarom bereid om deze maatregelen in te voeren? Voorzitter, tot slot de schijnerkenningen. Deze vorm van grootschalige fraude is al jaren aan de gang. We hebben het er al meerdere keren met de minister en zijn voorgangers over gehad. De minister heeft wat cosmetische maatregelen genomen, maar weigert nog steeds schijnerkenning als apart delict strafbaar te stellen, terwijl België dat allang heeft gedaan. Waarom doet Nederland dat niet? De PVV wil dat deze fraude keihard wordt aangepakt en dat iedere verblijfsvergunning die in het verleden op basis van fraude is verleend, onmiddellijk wordt ingetrokken. Als de Nederlandse nationaliteit al is weggegeven, dan moet ook die worden ingetrokken. Kan de minister aangeven hoeveel fraudesignalen er dit jaar zijn geregistreerd en hoe vaak dit daadwerkelijk heeft geleid tot intrekking van een vergunning? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Rajkowski. Mevrouw Rajkowski (VVD): Dank, voorzitter. Ik val in voor mijn collega, die hier helaas niet bij kan zijn. Vandaar ook dat ik straks wat eerder weg moet. Maar dat is zeker geen desinteresse! Ik vind het altijd fijn om even terug te zijn op mijn oude portefeuille. Voorzitter. Voor de VVD moet regulier verblijf daadwerkelijk selectief zijn. Nederland moet mensen kunnen toelaten voor werk, studie of gezin, maar die verblijfroutes mogen geen sluiproutes worden om de normale toelatingsvoorwaarden te omzeilen. Daarom moet er bij toelating scherper worden gekeken naar het doel van verblijf, openbare orde en nationale veiligheid en moet misbruik sneller tot een gevolg leiden. De toets op openbare orde en nationale veiligheid bij de reguliere toelating moet veel steviger. De zaak van de Gazaanse student in Maastricht laat zien dat Nederland niet pas achteraf moet bedenken of iemand risico's met zich meebrengt. Dat het OM geen strafbaar feit kan bewijzen, betekent nog niet dat Nederland iedereen voor studie of ander regulier verblijf moet toelaten. De VVD wil dat relevante signalen over extremisme, openbare uitingen en veiligheidsrisico's al voor de afgifte van een mvv of een verblijfsvergunning zwaar kunnen meewegen, want wie een risico vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid hoort Nederland niet binnen te komen. Mijn vraag aan de minister is dan ook welke extra screening er nodig is en waar de wet moet worden aangescherpt. Uit de brief die de minister gister naar aanleiding van een verzoek van Ellian stuurde, blijkt dat er op dit moment bij internationale studenten geen socialmediacheck plaatsvindt. Ik kan begrijpen dat dit voor studenten uit Europese landen niet nodig is, maar voor internationale studenten uit landen of gebieden waar antiwesterse waarden populair of zelfs standaard zijn, vinden wij dit toch een risico. Kan de minister toezeggen dat hij samen met OCW erop toe gaat zien dat bij alle internationale studenten uit dit soort gebieden een socialmediacheck uitgevoerd gaat worden, voordat er een visum wordt toegekend? Ten tweede moeten de sluiproutes in het reguliere verblijfsrecht worden gesloten. Europese en internationale verplichtingen moeten uiteraard worden nageleefd, maar dat mag er niet toe leiden dat er via alternatieve routes alsnog verblijf ontstaat, terwijl niet aan die reguliere toelatingsvoorwaarden wordt voldaan. De VVD wil daarom dat de minister maximaal gebruik gaat maken van de nationale beleidsruimte, onder meer onder artikel 8 EVRM, dus het Chavez-kader en andere bijzondere verblijfsgronden. Graag een reactie hierop. Mijn specifieke vraag is: welke reguliere verblijfsroutes vormen op dit moment het grootste risico op fraude/misbruik en oneigenlijk gebruik? Hoe pakt de IND deze vormen van misstanden aan en op welke manier kan deze aanpak de komende periode versterkt worden? Als laatste, voorzitter, de schijnerkenningen. Wij willen dat de minister hier haast mee gaat maken. De versterkte controles door gemeentes, het expertiseteam, en de pilots van het OM en de IND zijn een goede stap, maar structureel misbruik vraagt ook om structurele maatregelen. De VVD staat daarom positief tegenover de aanscherping van de erkenningsvoorwaarden, de beperking van het aantal gemeenten waar erkenning plaats kan vinden en een grotere rol voor de IND bij de vernietiging van schijnerkenningen en het tegengaan van misbruik via paspoorten en visa. De minister heeft nadere keuzes en een planning toegezegd. Hoe snel kan dit in concrete wetgeving worden omgezet? Kan de minister daarover wellicht een toezegging doen? De voorzitter: Dank. Mevrouw Vondeling heeft nog een vraag. Mevrouw Vondeling (PVV): De VVD stelt voor om voordat een mmv wordt afgegeven goed te kijken naar signalen. Dat steun ik uiteraard, maar staat de VVD er nog steeds voor open om Palestijnse studenten naar Nederland te halen, zodat ze hier kunnen studeren? Mevrouw Rajkowski (VVD): Wij willen dat niet als doel op zich of als een uitnodiging, maar natuurlijk moet het mogelijk blijven voor studenten wereldwijd om naar Nederland te komen voor een studie. De casus van de Gazaanse student in Maastricht laat alleen wel zien dat er pas onderzoek wordt gedaan op het moment dat hij een bepaalde uiting heeft gedaan. "O, wacht even. Is hij ook een terrorist? Zijn er strafbare dingen? Zijn er oorlogsmisdaden gepleegd?" Dat is voor ons dus een signaal, maar blijkbaar wordt daar niet van tevoren naar gekeken. Wij willen dus dat mensen vooraf gecontroleerd worden als ze uit gebieden komen waar antiwesterse sentimenten de norm zijn. Pas daarna wordt bepaald of ze met een vergunning hier mogen verblijven. En ja, de studiemigratie moet worden ingeperkt. Maar het moet wel mogelijk blijven. De voorzitter: Mevrouw Vondeling voor haar tweede vraag. Mevrouw Vondeling (PVV): Ziet de VVD het niet gewoon als een enorm risico om dat soort personen hiernaartoe te halen? En wat is het nut daarvan? Ze kunnen toch zeker gewoon in de eigen regio studeren? Dan kunnen ze hun eigen taal spreken en kennen ze de cultuur. Waarom zouden wij in hemelsnaam dat soort mensen hier toelaten? Mevrouw Rajkowski (VVD): Over het algemeen is het denk ik heel goed dat wij in Nederland internationale studenten ontvangen en dat Nederlandse studenten in het buitenland kunnen gaan studeren. Dat is een verrijking voor de mensen zelf, maar ook een verrijking voor ons land en de economie. Over de specifieke casus van de Gazaanse student maak ik me zeker heel erg zorgen, want blijkbaar wordt er van tevoren dus niet goed genoeg gescreend. Dus ja, er moet beter gescreend worden en op het moment dat we zien dat mensen radicale dingen online roepen, moeten ze wat ons betreft geen mvv krijgen en dus ook niet naar Nederland gehaald worden. Dat lijkt me niet meer dan logisch als we ervoor willen zorgen dat andere studenten zich op hun universiteit veilig voelen, dat huisgenoten zich veilig voelen en dat we Nederland veilig houden. De voorzitter: Dank. Ik geef het woord aan mevrouw Lammers. Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Dank u wel, voorzitter. In 2025 kreeg de IND bijna 92.000 reguliere aanvragen, ruim 36.000 voor familie en gezin, ruim 21.000 voor studie en bijna 19.500 voor kennis en talent. Het is een voorrecht dat je in Nederland mag studeren of werken, maar iedereen die hier te gast is, moet zich gedragen. En juist daar gaat het op dit moment volledig fout. Onze universiteiten zijn de afgelopen jaren het toneel geweest van bezettingen, vernielingen, intimidatie en antisemitische incidenten. Joodse studenten en medewerkers worden geïntimideerd. Sommigen verbergen zelfs hun Joodse identiteit of mijden de campus. De Universiteit Maastricht. Een student uit Gaza plaatst een video over de terroristische aanval van 7 oktober, waarin Hamas wordt toegejuicht. En dan hebben we het nog niet gehad over alle andere socialmediaposts die deze student heeft geplaatst. Het Openbaar Ministerie besluit dan vervolgens om niet tot vervolging over te gaan. Wij begrijpen daar helemaal niets van. Hamas is een terroristische organisatie en wie de massamoord van Hamas verheerlijkt, de propaganda van Hamas verspreidt en hun terroristische geweld bejubelt, fungeert als de communicatieafdeling van een terroristische organisatie. Wat ons betreft is dat strafbaar en moet daartegen opgetreden worden. Voorzitter. Maar zelfs als het OM er niets mee doet: waarom zou een terrorismeverheerlijker dan het recht houden op een verblijfsstatus? Waarom moet een buitenlandse student volgens de glijdende schaal eerst een strafrechtelijke veroordeling oplopen, voordat zijn gedrag gevolgen kan hebben voor zijn verblijfsrecht? Dat moet veranderen. Daarom werk ik namens mijn fractie aan een wet gedragseis verblijf, naar Zweeds voorbeeld. Zweden heeft niet simpelweg een paar extra voorwaarden aan een verblijfsvergunning toegevoegd. Zweden heeft iets veel fundamentelers gedaan. Daar wordt gekeken naar de levenswandel van een vreemdeling. Hoe gedraagt iemand zich? Houdt iemand zich aan de wetten, regels en besluiten van de overheid? Misdraagt deze persoon zich? Dat kan gevolgen hebben voor zowel het krijgen als het behouden van een verblijfsvergunning. Dat is de omslag die wij voor Nederland willen. Een veroordeling moet bij regulier verblijf niet leidend zijn. We willen kijken naar iemands gedrag. Wie hier tijdelijk verblijft en zich ernstig misdraagt — om het zo maar even mild te zeggen — onze openbare orde ondermijnt, mensen intimideert of terrorisme verheerlijkt, moet zijn verblijfsrecht zonder pardon verliezen. De vergunning intrekken en Nederland uit! Voorzitter. Bij de recente komst van studenten uit Gaza kwamen 21 studenten en ook 18 gezinsleden naar Nederland. Een studievergunning is echter bedoeld om hier te studeren en niet om van tijdelijke studiemigratie gezinsmigratie te maken. Daar wil DNA een einde aan maken. Wil de minister dat ook? Hoe gaat hij dit misbruik van het asielsysteem, of eigenlijk van het hele migratiesysteem, aanpakken? Wij hebben van de IND vernomen dat arbeidsmigranten, die via regulier verblijf Nederland binnenkomen, vervolgens ook een asielaanvraag indienen. Wij willen van de minister weten hoe vaak dat gebeurt en of deze studenten en andere reguliere migranten vaker deze route gebruiken. Voorzitter. Het uitgangspunt moet weer glashelder worden. Wie hier komt om te werken, komt hier om te werken. Wie hier komt om te studeren, komt hier om te studeren. En wie hier te gast is en zich ernstig misdraagt, moet zijn verblijfsrecht kunnen verliezen. Nederland bepaalt wie hier binnenkomt en Nederland moet ook kunnen bepalen wie hier niet hoort. Dank u wel. De heer Van Asten (D66): Ik moest even kauwen op het wetsvoorstel dat mevrouw Lammers klaarblijkelijk voorbereidt. Ze zegt eigenlijk: op het moment dat het Openbaar Ministerie en de politie geen reden tot vervolging zien of de rechter geen aanleiding ziet tot een veroordeling, wil ik kunnen beschikken over een wet die zegt dat je er toch voor wordt veroordeeld. Schuiven we daarmee dan niet de hele rechtsstaat terzijde door via een nieuw pad mensen te gaan beoordelen op gedrag? En hoe breed wordt die gedragseis dan wel niet? Wat kan wel of niet door de beugel? En wie gaat bepalen wat wel of niet door de beugel kan? Gaan we daar een commissie voor oprichten? Of laten we het toch maar gewoon aan de rechter en de rechtsstaat die we hier hebben opgebouwd? Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Volgens mij heel veel vragen in één. Nee, het gaat er niet om dat je via die wet veroordeeld wordt. Het gaat erom dat het nu zo is dat je alleen met een strafbaar feit uitgezet kan worden. En wij willen dat bijvoorbeeld ook in het geval van deze student opgetreden kan worden. Als jij terrorisme verheerlijkt of feiten begaat die niet via het strafrecht veroordeeld kunnen worden, dan vinden wij jou een gevaar voor de samenleving. Zo iemand moet uitgezet kunnen worden. De heer Van Asten (D66): Er wordt gewerkt aan een wet over het verheerlijken van terrorisme. Als dat er allemaal doorheen komt, dan is het dus al strafbaar. En dan moeten er blijkbaar dus ook nog andere gronden zijn om mensen op basis van gedrag eruit te zetten. Ik vind dat eigenlijk wel een glijdende schaal, want wij gaan dan bepalen wat het modelgedrag is voor iemand die hier is. En wat betekent dat dan voor iedereen die hier nu al is? Worden wij, de mensen hier in de zaal, langs dezelfde lat gelegd? En wat is dan de straf die wij kunnen krijgen voor gedrag dat net even niet binnen de regels past? Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Het gaat hier natuurlijk om mensen die verblijf in Nederland willen. Dat zijn mensen die op reguliere gronden verblijf aanvragen. Maar er zijn natuurlijk ook heel veel gevallen waarin er bijvoorbeeld niet veroordeeld kan worden. Er worden heel veel vrouwen lastiggevallen. Dat leidt lang niet altijd tot een veroordeling, maar dan kan wel heel hinderlijk gedrag zijn, om het maar even zacht uit te drukken. Over dat soort gevallen zeggen wij: "Je moet je dus gewoon gedragen. Als jij naar Nederland wil komen, dan ben je hier te gast en dan dien je je gewoon goed te gedragen, want anders moet je gewoon het land uit." De voorzitter: Nog een vraag, meneer Van Asten? De heer Van Asten (D66): Ja, nog één vraag. We zijn het erover eens dat iedereen die zich hier ophoudt, of dat nou vanwege geboorte is of omdat iemand hier te gast is, zich aan de Nederlandse regels moet houden en zich aan de Nederlandse mores moet houden. Daar vinden we elkaar. Maar mij bekruipt nu toch een ongemakkelijk gevoel, want mevrouw Lammers zegt: iemand die iets gedaan zou hebben, maar daar niet voor wordt veroordeeld, moet je toch het land uit kunnen zetten. Daar word ik heel angstig van, want blijkbaar kon dan niet bewezen worden dat iemand iets gedaan heeft. En dan is het bijna: "Nou, gefeliciteerd. Het kan inderdaad niet bewezen worden. U bent onschuldig, maar u moet toch uw koffers pakken en vertrekken." Dat kan toch niet in een rechtsstaat? Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Waar ik en heel veel andere Nederlanders angstig van worden, is dat er in Nederland heel veel mensen rondlopen die een gevaar zijn voor onze samenleving. En daar zitten helemaal geen consequenties aan. Die mensen kunnen daardoor hier gewoon vrolijk rondlopen. Ik zag gisteren nog een video voorbijkomen, een live reel of zoiets, van iemand die hier dus schijnbaar al twaalf jaar verblijft en zegt "ik wil alle Joden doodmaken" en "fuck Nederland". Sorry, voor mijn taalgebruik, voorzitter! Dat soort teksten hoorde ik en dan denk ik: dat soort mensen hoeft niet in Nederland te blijven. Die mensen moeten zo snel mogelijk het land uit. De voorzitter: Meneer Van Asten? U bewaart uw interruptie en u hebt dus geen vervolgvraag meer. Dan krijgt u het woord voor uw inbreng. De heer Van Asten (D66): Ik moet inderdaad eigenlijk reageren. Ik zou ook heel graag willen reageren, maar wellicht komt dat nog in tweede termijn of bij de behandeling van het voorstel. Als dat daadwerkelijk voor komt te liggen, dan denk ik dat we daar nog wel even een paar woorden over kunnen wisselen. Voorzitter. We spreken in deze commissie heel vaak over asielmigratie. Oprecht heel vaak! Maar Nederland is ook het land van heel veel mensen die hier komen om te werken, te studeren of te ondernemen of die voor de liefde hiernaartoe verhuizen. Het gaat om mensen die soms jarenlang onderdeel zijn van onze samenleving en op een gegeven moment de stap willen zetten om Nederlander te worden. Deze mensen leveren soms een grote bijdrage aan onze kennispositie en aan onze arbeidsmarkt. Het gaat verder ook over hoe we ons systeem van inburgering en naturalisatie inrichten. Vandaag maak ik dan ook graag gebruik van de gelegenheid om aandacht te vragen voor wat complexe onderwerpen in ons systeem, die volgens D66 een stuk makkelijker kunnen. Jaarlijks worden er zo'n 50.000 personen genaturaliseerd tot Nederlander, mensen die hier al jarenlang zijn of een gezin hebben opgebouwd, mensen die heel bewust kiezen voor Nederland. Wie weleens op een vrijdag — ze zijn meestal op vrijdag — een gemeentehuis binnenloopt, ziet dat het eigenlijk een hele mooie ceremonie is, waarin mensen echt het Nederlanderschap aanvaarden en daar ongelofelijk trots op zijn. Maar het systeem dat wij hebben opgebouwd rondom naturalisatie is op sommige punten onnodig ingewikkeld. Iedereen die Nederlander wil worden, moet nu eerst langs de gemeente om een naturalisatieverzoek in persoon in te dienen. De gemeente toetst de voorwaarden, brengt een advies uit en stuurt het verzoek vervolgens door naar de IND. So far, so good, zou je kunnen zeggen. Er moet natuurlijk ook een handeling voor plaatsvinden. Alleen gaat de IND deze hele riedel opnieuw doen om weer tot een besluit te komen. We zijn dus bezig met dubbel werk. Dubbele capaciteit zorgt voor extra administratieve lasten en leidt tot langere wachttijd voor mensen die duidelijkheid willen over hun toekomst. Uit een pilot in Utrecht blijkt dat we het systeem een stuk simpeler en sneller kunnen maken door direct een digitale aanvraag bij de IND mogelijk te maken. Ook de IND zelf roept in de Stand van de Uitvoering 2026 op tot deze vereenvoudiging. Deelt de minister de analyse dat hier sprake is van een onnodige dubbeling? Is hij bereid om te werken aan een wetswijziging waarin naturalisatie rechtstreeks digitaal bij de IND kan worden aangevraagd en kan hij aangeven welke concrete stappen hiervoor in de komende periode kunnen worden ingezet? Dan is dit al gelijk een mooie van een van de 500 regels die we tenslotte jaarlijks moeten schrappen. Het scheelt ook weer werkkracht bij de gemeenten. In het coalitieakkoord is afgesproken dat naturalisatie mogelijk wordt na twee keer een tijdelijke verblijfsvergunning, dus na zes jaar verblijf in Nederland. Dat is een belangrijke afspraak, juist omdat de permanente verblijfsvergunning met het Migratiepact is komen te vervallen. Zo houden mensen wel uitzicht op een toekomst. Voor veel mensen betekent dat wel dat zij nu langer moeten wachten op zekerheid over hun toekomst, terwijl ze hier soms al jaren wonen, werken, belasting betalen en een bijdrage leveren aan Nederland. Mijn vraag is: wat is de stand van zaken van dit voorstel? Wanneer komt dit wetsvoorstel naar de Kamer? Ik heb dat in de wetgevingskalender die onlangs gedeeld is, nog niet opgenomen gezien, dus dat zou ik graag aan de minister willen vragen. De voorzitter: Ik hoor een natuurlijke pauze in het betoog. De heer Ceulemans (JA21): De heer Van Asten refereert aan het schrappen van de permanente verblijfsvergunning en aan de alternatieve opties die er zijn, maar waarom vindt hij het eigenlijk van belang dat iemand die als asielmigrant naar Nederland komt, hier permanent moet kunnen blijven? De heer Van Asten (D66): Op het moment dat er sprake van is dat iemand echt niet terug kan naar het eigen land, dan wil iemand wel doorgaan met een toekomst opbouwen en daarmee dus stappen kunnen zetten die gaan over aanschaf van bijvoorbeeld een huis. Waar gaan je kinderen uiteindelijk naar school? Waar komen zij terecht? Al dat soort zaken zijn van belang om mensen uiteindelijk aan hun toekomst te kunnen laten werken en ook echt mee te kunnen laten doen. Op het moment dat je altijd in de wachtkamer wordt gezet, zal je daar uiteindelijk ook naar handelen, want dan heeft hetgeen je doet blijkbaar ook geen effect op het bijdragen aan een duurzame toekomst. Ik denk dus dat het goed is dat we kunnen laten zien dat je na twee keer die periode kan opgaan voor naturalisatie; het hoeft niet. Dat betekent dat je dan meer vastigheid hebt. Dat is ook goed voor werkgevers die graag willen investeren in een nieuwe werknemer, maar wel willen dat die investering ook daadwerkelijk landt, want anders doen mensen dat niet. Hypotheekverstrekkers zullen ook niet heel happig zijn om een lening te verschaffen aan iemand die hier een tijdelijke verblijfsvergunning heeft. Ook daarvoor zou het dus fijn zijn dat mensen op een gegeven moment op kunnen gaan voor naturalisatie. De heer Ceulemans (JA21): De heer Van Asten zegt dat we mensen niet eeuwig in een wachtkamer kunnen laten zitten, maar asielmigratie is per definitie een wachtkamer. Asielopvang voor zolang die in Nederland plaatsvindt, zou natuurlijk alleen gericht moeten zijn op zo beperkt mogelijk hier zijn, tot mensen terug kunnen naar het land van herkomst. Wanneer je mensen dan toch via achterdeuren mogelijkheden geeft tot naturalisatie, tot permanent verblijf in Nederland, doe je dus afbreuk aan het karakter van wat asielmigratie in de kern zou moeten zijn. Mijn vraag aan de heer Van Asten is: waarom zou het in het belang van Nederland zijn om dat te doen, ook gelet op bijvoorbeeld de enorme kosten die gepaard gaan met asielmigratie? Dat is ook als het gaat om de schatkist verreweg de meest ongunstige vorm van migratie voor Nederland. De voorzitter: Even een herinnering: dit debat gaat specifiek over regulier verblijf. De heer Van Asten (D66): Het is, toch in het Engels, de "penny wise, pound foolish"-methode op het moment dat je mensen niet uiteindelijk zicht geeft op een verblijf in Nederland. Ik ben het helemaal eens met de heer Ceulemans dat als iemand hier komt voor asiel, dat in principe een tijdelijke status is. Ik hoop namelijk ook voor die mensen zelf dat ze terug kunnen gaan naar hun eigen land. Als je met de mensen spreekt, is dat eigenlijk ook wat ze het liefste willen. Dat is de omgeving die ze kennen met de mensen die ze kennen. Alleen moeten we natuurlijk wel onder ogen zien dat op het moment dat je al twee keer zo'n tijdelijke verblijfsvergunning hebt gehad en er nog geen enkel zicht op is dat er ook maar iets verandert in dat land … We hebben natuurlijk in het verleden ook grote stromen van vluchtelingen gehad, bijvoorbeeld uit Iran. Daar is nu natuurlijk nog helemaal niets veranderd, dus er is nog steeds geen reden om mensen die ooit zijn gekomen, terug te kunnen sturen. Ik denk dat het ook in het belang is van Nederland dat we dan zeggen: we geven ze de mogelijkheid om te naturaliseren en echt mee te doen met Nederland en onderdeel te zijn van de maatschappij. Ik denk namelijk dat dat uiteindelijk veel meer oplevert voor de Nederlandse samenleving als geheel. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Van Asten (D66): Ja, voorzitter. Ik heb nog één punt, over inburgering. We zien dat de regels redelijk complex zijn. Voor D66 staat voorop dat mensen die in Nederland blijven, zo snel mogelijk de taal moeten leren, aan het werk kunnen en mee moeten kunnen doen in onze samenleving. Een ingewikkeld stelsel helpt daarbij niet. Op dit moment kennen we zowel een inburgeringsplicht als een inburgeringsvereiste: verschillende regelingen met verschillende verantwoordelijkheden bij verschillende uitvoeringsorganisaties. De IND stelt in zijn Stand van de Uitvoering voor dit systeem te vereenvoudigen door die twee meer met elkaar gelijk te trekken. Daarbij hoeven we niet aan de eisen te tornen, maar maken we het makkelijker voor onze uitvoeringsorganisaties. Deelt de minister dat het huidige onderscheid tussen de inburgeringsplicht en het inburgeringsvereiste onnodige complexiteit veroorzaakt? Is hij bereid het inburgeringsvereiste te laten vervallen en alle trajecten via de regels van de inburgeringplicht te laten lopen? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Straatman. Mevrouw Straatman (CDA): Dank, voorzitter. Het is goed dat we vandaag praten over regulier verblijf. Het is een onderwerp dat in deze commissie niet vaak besproken wordt, maar dat zeker wel maatschappelijke impact heeft. De afgelopen maanden hebben we grote stelselwijzigingen en wetswijzigingen binnen het asielsysteem gezien, maar ook bij regulier verblijf is de modernisering en vereenvoudiging van regelgeving nodig. Op deze wijze kan de productiviteit van de IND verhoogd worden, met name door zo veel mogelijk in te zetten op technologische ontwikkelingen en digitalisering, zoals mijn buurman zojuist ook al zei. Ik heb hiervoor twee concrete voorbeelden. Allereerst moeten in meerdere gevallen verklaringen of verzoeken nog steeds in persoon afgelegd worden, terwijl het veel efficiënter zou zijn om dat digitaal te doen, bijvoorbeeld bij verklaringen en verzoeken rondom naturalisatie of het verlies van het Nederlanderschap. De identiteit van de betrokkene kan ook vastgesteld worden met bijvoorbeeld DigiD. Ten tweede zou gebruikgemaakt kunnen worden van digitale verblijfsdocumenten. Dat is nu niet mogelijk, omdat niet geverifieerd kan worden dat het digitale document aan de juiste persoon is verstrekt. Deze verificatie zou mogelijk zijn met bijvoorbeeld een digitale gezichtsscan, maar hiervoor ontbreekt een wettelijke grondslag in de Vreemdelingenwet. Is de minister bereid om naar deze mogelijkheden van technologische en digitaliseringsvernieuwing te kijken? Voorzitter, dan over nareis. Nareis van familie en gezin is de grootste reguliere aanvraagcategorie. Sinds 12 juni gelden hiervoor strengere voorwaarden. Recent, op 2 oktober, oordeelde de rechtbank dat deze strengere voorwaarden ook toegepast mogen worden op aanvragen die voor 12 juni zijn ingediend. Dat is goed nieuws voor de instroom. Wat mij echter wel opviel, is dat de rechter oordeelde dat de besluiten van de minister in dit specifieke geval niet helemaal voldeden aan artikel 8 EVRM of het evenredigheidsbeginsel. Volgens de rechter had de minister namelijk moeten meewegen dat wanneer er tijdig over de aanvraag was besloten, de strengere regels nog niet hadden gegolden. Hoe wil de minister voorkomen dat de nieuwe voorwaarden voor strengere nareis slechts toegepast kunnen worden op aanvragen die maximaal negen maanden geleden voor 12 juni 2026 zijn ingediend? Hoe reflecteert hij op deze eerste uitspraak in de pilotreeks aan uitspraken? Voorzitter. Over de huisvesting van nareizigers krijgen wij meer zorgelijke signalen. Vanuit gemeenten ontvang ik signalen dat nareizigers, waaronder gezinnen met kinderen, onder de nieuwe regelgeving niet langer door het COA worden opgevangen. Zij melden zich daarom bij gemeenten voor huisvesting, maar huisvesting is vaak niet meteen beschikbaar. Wat is de reactie van de minister hierop? Voorzitter. Afsluitend wil ik nog wat zeggen over de Gazaanse student in Maastricht. Het OM heeft geconcludeerd dat er niets strafbaars heeft plaatsgevonden. Tegelijkertijd voel ik enorm ongemak als ik de video en de verwijzingen naar de gruwelijke misdaden op 7 oktober zie. Op Kamervragen heeft de minister geantwoord dat er bij mvv-aanvragen voor internationale studiemigratie niet standaard een socialmediascreening plaatsvindt bij de IND. Wat gaat de minister doen om die screening aan te passen? Biedt het huidig juridisch kader ruimte om hierin ook maatwerk toe te passen aan de voorkant, in plaats van pas aan de achterkant? Dan komen we ook weer bij de controle op mobiele telefoons. We weten hoe hard de minister werkt om die wettelijke grondslag te creëren en hoe ontzettend ingewikkeld dat is, maar het is wel nodig en deze casus onderstreept dat belang nogmaals. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceulemans. De heer Ceulemans (JA21): Dank u wel, voorzitter. Volgens de statistieken van het CBS groeide de Nederlandse bevolking tot 2014 vooral door natuurlijk aanwas en sindsdien vrijwel uitsluitend door immigratie. De Nederlandse geboorte-minus-sterftecijfers laten een negatief resultaat zien. Er overlijden meer mensen dan er geboren worden. Desondanks blijft de bevolking fors doorgroeien, het afgelopen jaar met ruim 86.000. In 2022 was er zelfs een piek van ruim 220.000. Dat alles heeft te maken met de migratiesaldi, immigratie minus emigratie, die de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Sinds 2021 kwamen de migratiesaldi steevast boven de 100.000 uit, met als piek bijna 224.000 in 2022 en vorig jaar 93.500. Voorzitter. Dit alles heeft aanzienlijke gevolgen voor Nederland: voor onze bevolkingssamenstelling, het beroep op sociale voorzieningen, de druk op de woningmarkt, het karakter van onze economie, onze culturele identiteit en ga zo maar door. De vraag is een hele eenvoudige: vinden we dat een goede ontwikkeling? JA21 niet. Daarom is het van cruciaal belang om zo veel mogelijk grip te krijgen op migratie. Nederland moet de maximale ruimte benutten om te bepalen wie we wel en niet tot dit land toelaten en moet eindelijk eens als maatstaf hanteren dat immigratie in óns belang moet zijn. We hebben in dit huis vaak debatten over asielmigratie en, zij het in mindere mate, over arbeidsmigratie. Dat is heel terecht, want dit zijn vormen van migratie die zwaar op de samenleving drukken. Asielmigratie is op geen enkele manier voordelig voor Nederland. Om te beginnen, is asielopvang op Nederlandse bodem nergens voor nodig. Asielzoekers komen volledig ongeselecteerd het land binnen. De hoge instroom, die inmiddels via wettelijke dwang over het land wordt verspreid, leidt tot ontwrichting van gemeenschappen. De financiële gevolgen zijn desastreus. Doctor Jan van de Beek becijferde eerder al dat een asielzoeker, inclusief volgmigratie, over diens hele levensloop de schatkist gemiddeld acht ton kost. Ook de ongereguleerde, laaggeschoolde arbeidsmigratie van voornamelijk Midden- en Oost-Europeanen is totaal ontspoord en leidt tot verloedering van steeds meer wijken in onze steden, woonmisstanden, uitbuiting, dakloosheid, oneerlijke concurrentie en ga zo maar door. JA21 wil daarom een einde aan asielopvang in Nederland en arbeidsmigratie zo veel mogelijk reguleren, met als insteek het aanvullen van aantoonbare tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ook wil JA21, om tal van andere redenen, geen verdere EU-uitbreiding. De heer Van Asten (D66): Ondanks dat het gaat over reguliere migratie, wil ik toch even ingaan op het punt van de Oost-Europese arbeidskrachten die hier zijn. Wie heeft nou eigenlijk schuld aan het feit dat Oost-Europese werknemers hier uiteindelijk in slechte woonomstandigheden terecht zijn gekomen, of onder de brug moeten slapen et cetera? De heer Ceulemans (JA21): Nou, wie daar uiteindelijk schuld aan heeft … Volgens mij probeert de heer Van Asten aan mij te ontlokken dat het de schuld van die arbeidsmigranten is. Dat beweer ik niet en dat zal ik ook nooit beweren. Het is de schuld van een systeem dat ons op bijna geen enkele manier toestaat om te reguleren wie wij in dit land binnenlaten als arbeidsmigrant. Dat heeft grote gevolgen. Ik woon zelf op Rotterdam-Zuid. Ik zie gewoon om mij heen dat hele wijken hier onleefbaar door worden, dat er in hele wijken geen flauw benul meer van is wie zich in welke woning ophoudt. Er is een ongelofelijk snel verloop; de hele sociale cohesie verdwijnt en de dakloosheid neemt toe. Dit is dus een compleet ongereguleerde vorm van migratie, die voordelig is voor bedrijven die voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten en die nadelig is voor de samenleving als geheel. Daarom moeten we dus al het mogelijke doen om die zo veel mogelijk in te perken. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Ceulemans (JA21): Yes. Maar migratie is breder, voorzitter. Het is dan ook goed dat we vandaag over regulier verblijf spreken. Naast arbeidsmigratie bestaat het grootste aandeel van de totale migratie naar Nederland uit gezinsmigranten, een diffuse groep die bestaat uit mensen die meekomen met arbeids-, asiel- en studiemigranten, maar ook voor een groot deel uit nog niet gebonden migranten die bijvoorbeeld als huwelijkspartner naar Nederland komen. Als we kijken naar de migratiemotieven van migranten die ook na langere tijd nog in Nederland zijn, dan zien we dat gezinsmigratie met 43% veruit het grootste aandeel vormt, zo berekende de Adviesraad Migratie. We moeten dus pogen daarop te sturen. Dat het niet eenvoudig is, erken ik, ook gelet op de afwijkende voorwaarden die aan verschillende typen gezinsmigratie zijn op te leggen. In het gedoogakkoord van het kabinet-Rutte I was hiervoor een aantal maatregelen opgenomen, waaronder ophoging van de leeftijdsgrens voor de partner naar 24 jaar, een verhoging van inkomenseis naar tenminste 120% van het minimumloon en het toelaten van maximaal één partner per tien jaar. Dit is echter grotendeels niet van de grond gekomen. Voor wat betreft nareis op asiel is inmiddels veel vastgelegd als gevolg van het Migratiepact en het tweestatusstelsel. JA21 wil voorwaarden maximaal aanscherpen. Welke mogelijkheden ziet de minister om eisen voor gezinsmigratie aan te scherpen, onder andere als het gaat om leeftijds- en inkomenseisen voor zowel referenten in Nederland als voor derdelanders? Is hij voornemens om hierop in te zetten? Dan studiemigratie. JA21 wil deze aan banden leggen en onder andere de verengelsing van ons hoger onderwijs tegengaan. De afgelopen weken — er werd al meermaals aan gerefereerd — is er veel aandacht gegaan naar de Gazaanse student aan de Universiteit Maastricht, die in opspraak kwam vanwege een post op Instagram en daar sowieso een bijzonder onfrisse geschiedenis in heeft. Eerst geschorst en toen weer niet, een OM dat geen vervolging instelt: de ontwikkelingen stapelen zich op. Maar de norm dient natuurlijk niet te zijn of iemand strafbaar is, maar of iemand bijvoorbeeld een bedreiging voor de openbare orde en nationale veiligheid vormt. De echte vraag is: op welke manier is het in ons belang om dergelijke groepen studenten uit risicogebieden actief naar Nederland te halen? Het antwoord is natuurlijk: op geen enkele manier. Daarom moeten we hiermee stoppen. Graag een reactie van de minister. Universiteiten die de boel faciliteren in de vorm van erkende referenten lijken het als een vorm activisme te beschouwen om onder andere Gazaanse studenten naar Nederland halen. De Universiteit Maastricht heeft zelfs een medewerker in dienst om studenten te adviseren en te begeleiden bij het indienen van asielaanvragen. Kan de minister hierop ingaan? De voorzitter: Bent u bijna klaar? De heer Ceulemans (JA21): Ik ben bij mijn een-na-laatste zin. Kan de minister hierop ingaan en waarom houdt een universiteit zich hiermee bezig? Dan tot slot, want de voorzitter wijst mij terecht op mijn tijd, de Europese blauwe kaart. Ik zal een alinea overslaan en ik stel alleen een vraag aan de minister. Wij zijn geen voorstander van het schrappen van de arbeidsmarkttoets via de novelle. Om hem dadelijk te kunnen interrumperen, vraag ik hem daarop in te gaan. Dan laat ik de rest van mijn alinea achterwege. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef even het woord aan mevrouw Vondeling, die gaat fungeren als voorzitter, zodat ik mijn eigen bijdrage kan doen. Voorzitter: Vondeling De voorzitter: Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Westerveld. Mevrouw Westerveld (PRO): Dank u wel, voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bij de straatdokters van Kruispost in Amsterdam. Dat is het medische steunpunt waar veel dak- en thuisloze mensen, mensen zonder papieren en mensen die onverzekerd zijn, terechtkunnen als ze een zorgvraag hebben. Ik mocht daar ook even een kijkje nemen en meelopen met een van de artsen. De eerste patiënt die binnenkwam, was een meneer die alleen Spaans sprak. Toen hem werd gevraagd wat voor werk hij deed, beeldde hij met gebaren een stier uit en maakte hij snijbewegingen. Zodoende kwamen we erachter dat hij bij een slachterij werkt. Ik heb ongelofelijk veel respect voor de mensen die dit moeilijke werk vrijwillig doen. Wat mij daar ook opviel in de spreekkamer — ik ben namelijk bij een aantal gesprekken geweest en ik heb ook wat langer doorgesproken met de artsen — waren de zorgen die er zijn over verhalen van vrouwen uit de Filipijnen of uit landen daaromheen die daarnaartoe komen voor anticonceptie en voor medicijnen. Dat zijn dus vaak au pairs die hiernaartoe zijn gehaald onder de au-pairregeling, formeel om kinderen te helpen en voor een culturele uitwisseling. We zien echter in de praktijk, en daar wijzen organisaties als FairWork ook op, dat au pairs niet altijd alleen voor de culturele uitwisseling hiernaartoe worden gehaald, maar dat ze te vaak worden ingezet voor goedkope, structurele kinderopvang en huishoudelijk werk. Ze worden in feite ingezet als arbeidsmigranten, maar dan zonder de bijbehorende arbeidsrechten en zonder bijbehorende bescherming tegen uitbuiting. Ze raken dan ook totaal uit zicht, omdat dit zich achter de voordeur afspeelt. In het laatste debat dat we hier hadden, heeft mijn collega Patijn, die dat debat deed, ook een aantal vragen gesteld over au pairs en de uitbuitingssituaties die plaatsvinden. De evaluatie loopt inmiddels, konden we lezen. Maar sindsdien lijkt er weinig te zijn gebeurd. Daarover heb ik een aantal vragen aan de minister. Heeft hij inmiddels een beeld van de schaal van de uitbuiting? Hoe kunnen deze mensen ook achter de voordeur beter beschermd worden? Is er al een tussentijdse terugkoppeling van de evaluatie? Hoe kan het zijn dat mensen buiten de au-pairregeling hiernaartoe komen en niet verzekerd zijn, waardoor ze zelfs bij instanties als Kruispost en andere straatartsen terecht moeten voor anticonceptie en andere medicijnen? Hoe kan dat nou? Zouden er niet veel strengere eisen worden gesteld aan de organisaties die deze au pairs hiernaartoe halen? Welke ondersteuning is er bij signalen van onveiligheid of uitbuiting? Dan heb ik het ook over mensen zonder verblijfsstatus. Voorzitter. Dan de daklozenopvang. Ik ben al een aantal jaar woordvoerder op dit onderwerp. Ik was erbij toen een paar jaar geleden met heel veel goede moed het Nationaal Actieplan Dakloosheid werd gepresenteerd, met als doel dat in 2030 niemand in Nederland meer dakloos is. Dat is een ontzettend mooi en ambitieus doel. Het is nog steeds een doel van de Rijksoverheid. Maar als we heel eerlijk zijn, weten we natuurlijk dat dat op dit tempo niet gehaald gaat worden. Wij horen van organisaties als het Leger des Heils en anderen dat inmiddels 60% van de daklozen op straat arbeidsmigrant is. Dit wordt vaak veroorzaakt — het ging er net al even over in het interruptiedebatje — door het verziekte model van draaideurarbeid. Uitzendbureaus halen heel veel mensen binnen. Vervolgens worden mensen te vaak uitgebuit. Niet iedereen doet dat, maar dat vindt te vaak plaats. Op het moment dat hun arbeidscontract afloopt, staan mensen op straat, hebben ze geen enkel recht enzovoort enzovoort. Mensen worden simpelweg afgedankt. Ik wil de minister vragen of hij deze berichten ook kent. Anders zou ik het van harte toejuichen als hij een keer op de Koekamp gaat praten. Daar zijn ook straatartsen die dit werk doen. Als ik daar met mensen praat, geven ze vaak aan dat ze wel terug willen, maar op de een of andere manier niet terug kunnen. Ik wil de minister vragen in hoeverre hij betrokken is bij de hulp aan organisaties zoals Barka, die mensen met goede begeleiding terugsturen en terug helpen. Ik wil hem vragen naar zijn betrokkenheid bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid, omdat een heel groot deel van die mensen arbeidsmigrant is, zoals ik net al zei. Ik wil hem ook vragen hoe het staat met de hulp aan deze mensen. Als we zien dat er geen uitweg voor hen is, is deze minister dan ook betrokken bij de plannen van onder meer het ministerie van VWS die daarover worden gemaakt? De voorzitter: Oké. Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Westerveld. Voorzitter: Westerveld De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Ik kijk even naar de minister om te zien hoeveel tijd hij nodig denkt te hebben. Tot 11.05 uur? Dat lijkt me prima. Dan gaan we om 11.05 uur weer verder. De vergadering wordt van 10.43 uur tot 11.05 uur geschorst. De voorzitter: Ik zie dat alle woordvoerders weer terug zijn, net als de minister. Wij gaan beginnen aan de beantwoording van de minister. Minister Van den Brink: Ja, hartstikke fijn. Dank u wel, voorzitter. Het is fijn om hier vandaag over het reguliere migratiebeleid te spreken. Ik kom bij een aantal onderwerpjes, maar laat ik eerst inkaderen waar we het eigenlijk over hebben als we hierover spreken. Het is pas de tweede keer dat deze commissie een debat over regulier verblijf belegt. Het is een onderwerp dat niet altijd de aandacht krijgt die het wel zou verdienen. Reguliere migratie gaat over werk, studie, gezin, humanitair verblijf en andere vormen van regulier verblijf. Ook spreken we vandaag over nationaliteit en naturalisatie. Laat ik eerst nog eens wijzen op wat de heer Ceulemans ook aanhaalde: het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Het beperken en anders inrichten van migratie is nodig om gematigde groei te bereiken, brede welvaart te behouden en de gemeenschapszin in ons land te versterken. Dat rapport toont dit ook overtuigend aan. We moeten daarbij oog hebben voor de demografische ontwikkelingen buiten Europa en buiten Nederland, zoals ook door de WRR is beschreven. Als minister van Asiel en Migratie ga ik over toegang, toelating, verblijf en terugkeer van vreemdelingen. Ik ben daarin ook coördinerend bewindspersoon op migratie. Vanuit die rol voel ik de verantwoordelijkheid om stevige keuzes te maken, invulling te geven aan de opdracht van de staatscommissie en zo te zorgen dat de reguliere migratie beter aansluit op de behoeften van Nederland. Dat doe ik samen met mijn ambtsgenoten, met name met de minister van SZW. Een aantal leden vroeg naar arbeidsmigratie. Dat is een verantwoordelijkheid van mijn collega, met wie ik samenwerk. Hij gaat over de toegang tot de arbeidsmarkt. Maar ik werk ook samen met de minister van OCW voor de toegang tot onderwijs en die van EZK voor het verdienvermogen en vestigingsklimaat. Onze aanpak gaat dus over aanpak, studie, gezin, nationaliteit en tot slot de EU-dimensie daarin. Allereerst arbeidsmigratie. De vraag naar arbeid in laagbetaalde sectoren moet worden verminderd, zodat deze instroom daalt. Tegelijkertijd is het gericht aantrekken van vakkrachten nodig voor de opgaven waar Nederland voor staat. Dat hebben we als kabinet ook duidelijk vastgelegd in de Talentstrategie. In navolging van het rapport-Wennink blijven we uitnodigend beleid voeren voor talentvolle kennismigranten die bijdragen aan ons toekomstige verdienvermogen. We scherpen de kennismigrantenregeling wel aan om deze robuuster te maken en om oneigenlijk gebruik en misbruik beter te kunnen tegengaan. Hierover volgt naar verwachting eind dit jaar een brief. Dan de studiemigratie. We willen grip houden op de komst van internationale studenten. Dat ligt primair bij de minister van OCW, die werkt aan de voornemens uit het coalitieakkoord, zoals een numerus fixus voor niet-EER-studenten. Ten aanzien van gezinsmigratie is het tegengaan van schijnerkenning een prioriteit van het kabinet. In samenwerking met ketenpartners is een samenhangend pakket aan maatregelen opgesteld, dat reeds is opgepakt en wordt uitgevoerd, maar u heeft er nog verschillende vragen over. Zo meteen zal ik daarop terugkomen. Dat geldt ook voor nationaliteit en naturalisatie. Naturaliseren wordt mogelijk vanuit een asielvergunning voor bepaalde tijd, maar wel na een langere termijn van zes jaar in plaats van vijf jaar, zoals in het verleden. Ook verhogen we de taaleis naar B1. Het is de bedoeling dat beide voorstellen nog dit jaar in consultatie gaan en daarna, begin volgend jaar, naar de Raad van State. Tot slot noem ik de Europese context. Een groot deel van onze opgave ligt in Brussel. Ook in EU-verband maak ik mij daarom hard om de belangen van Nederland verder te brengen en te borgen. Een aantal van uw vragen, die ook vandaag worden gesteld, raken gelijk aan EU-richtlijnen en EU-verordeningen die medebepalend zijn voor het belastingpakket. Ik wil een aantal vragen beantwoorden die zijn gesteld, door eerst in te gaan op nationaliteit en naturalisatie. Het tweede blokje is gezinsmigratie, waarin ik ook de schijnerkenning doe. Dan komt arbeidsmigratie en ten slotte komt studie, waarin ook de specifieke situatie van de student uit Maastricht aan bod gaat komen. Dan is er nog een aantal overige vragen, waar ook de vraag over de au pair zit. Ik begin met nationaliteit en naturalisatie. We gaan de uitwerking ter hand nemen zoals we hebben afgesproken met de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Ik verwacht die nog dit jaar in consulatie te kunnen brengen. Daarin is dan ook de taaleis veranderd. Hij gaat dan begin '27 naar de Raad van State. De heer Van Asten voegde daar nog aan toe dat er dubbeling is in de uitvoering van de aanvraag. Ook mevrouw Straatman noemde dat. Op dit moment dient iemand het naturalisatieverzoek in bij de gemeente. De gemeente controleert de aanvraag en brengt advies uit, waarna de IND het verzoek beoordeelt en een besluit neemt. Ik begrijp de vraag dus of we de procedure eenvoudiger kunnen inrichten en daarmee onnodige dubbelingen kunnen voorkomen. De IND heeft hier in het kader van de vereenvoudiging ook aandacht voor gevraagd. Ook is er al ervaring opgedaan met de start van digitale dienstverlening. De IND voert namelijk met een aantal gemeenten al een pilot uit om dit efficiënter te laten verlopen. Omdat de eerste resultaten voor zowel IND als gemeenten erg positief zijn, wordt deze pilot in de komende periode uitgebreid met meer gemeenten, om daarna de stap te kunnen zetten zoals u die mogelijk ook vormgeeft. Dat lijkt me een goed idee. Ik had zelf al een paar keer de gedachte: welke regel ga ik überhaupt doen? Ik wil namelijk wel heel veel regels afschaffen, maar welke mag ik nog afschaffen gelet op al het Europeesrechtelijke? Veel dank dus dat u mij een regel aanbiedt voor de 500, want dan mag ik ook in dat clubje meedoen. Rondom de hele presentatie en consultatie van het wetsvoorstel, dan wel als het wetsvoorstel naar de Raad van State gaat, kan ik dus gewoon een brief toevoegen waarin ik dit onderdeel beschrijf. Daarin zal ik u dus informeren over hoe we de stap kunnen gaan zetten die u van ons vraagt. De heer Van Asten vroeg ook naar het onderscheid tussen de inburgeringsplicht en het inburgeringsvereiste, en de complexiteit die daaruit voortkomt. We hebben natuurlijk verschillende plichten en vereisten. We hebben de inburgeringsplicht voor nieuwkomers, we hebben het inburgeringsvereiste voor een sterker verblijfsrecht en we hebben het inburgeringsvereiste voor naturalisatie. De inburgeringsplicht valt onder de verantwoordelijkheid van SZW en de inburgeringsvereisten voor een sterker verblijf en voor naturalisatie vallen weer onder mijn verantwoordelijkheid. Daar zit veel complexiteit tussen. Ook de IND heeft daarop gewezen. We moeten nagaan hoe we dat beter op elkaar kunnen laten aansluiten, waarbij het niet zo kan zijn dat bepaalde vereisten worden afgezwakt tot enkel een plicht. Dus in die zin zijn de vereisten natuurlijk van belang, omdat we, bijvoorbeeld bij naturalisatie, hechten aan een taaleis. We gaan dus eerst goed kijken waar de vereenvoudiging mogelijk is, zonder de verschillende doelen van de regeling uit het oog te verliezen. Daarover zullen we overleg gaan voeren met de departementen en de uitvoeringsorganisaties. Dat kan ik u dus toezeggen. Laten we dit gelijk meenemen bij die andere vereenvoudiging, aan het begin van 2027, als we u informeren over het wetsvoorstel. Daarmee beantwoord ik ook de vraag van mevrouw Straatman over de digitaliseringsmogelijkheden die daaraan gekoppeld zijn. Dat was het onderwerp nationaliteit en naturalisatie. Dan zijn er nog een aantal vragen over gezinshereniging. Mevrouw Vondeling vroeg mij nog naar mogelijkheden om leeftijden te verhogen en zaken te verzwaren; ik denk dat dat het goede woord is. Ik heb de indruk dat er in algemene zin in het reguliere kader al strenge voorwaarden gelden voor gezinshereniging. We hebben die allemaal gekoppeld aan de Gezinsherenigingsrichtlijn en daarin zit die leeftijd van 21. U noemde nog de ruimte van vanaf 24, maar dat herkennen wij niet als een ruimte die bestaat binnen dat Europese kader. Wij hebben dus het gevoel dat we daarin al maximaal op de grens zitten van wat kan. Mevrouw Vondeling (PVV): Dat van die leeftijd van 21 weet ik inderdaad, maar die richtlijn kan ook gewoon aangepast worden. Dat even ten aanzien van de leeftijd. Ik vind het ook vreemd, want alle regelgeving met betrekking tot asiel is aangepast, maar die Gezinsherenigingsrichtlijn dateert volgens mij van 2003. Misschien kan de minister dus in Europees verband pleiten voor aanpassing. Dan de andere voorwaarden, over gehuwde en geregistreerde partners. Als ik het mis heb, mag u het zeggen, maar die voorwaarden gelden voor zover ik weet niet voor reguliere gezinsmigranten, maar wel voor personen met een subsidiaire status. Dat geldt ook voor de inkomenseis en de twee jaar wachttijd. Daarop dus nog graag een reactie van de minister. Minister Van den Brink: In z'n algemeenheid ben ik het wel met u eens dat de Gezinsherenigingsrichtlijn van 2003 niet meer helemaal past bij alle actuele discussies over asiel en over de artikelen 8 EVRM en 3 EVRM. Ik weet ook dat het gesprek hierover in Europa begonnen is. Al dat soort discussies moeten, denk ik, opnieuw worden verankerd, ook in een herziening van die richtlijn. Ik merk daarvoor beginnend enthousiasme in Brussel. Ik ben voorstander van die herziening, want ik denk dat het goed is om die richtlijn ook op dat vlak bij de tijd te brengen. Het klopt natuurlijk dat het mogelijk is om bij subsidiaire bescherming aanvullende eisen te stellen. Maar volgens mij zijn de eisen die wij bij regulier verblijf hebben hetzelfde, althans, niet hetzelfde, maar al maximaal. Volgens mij gaan wij nog wel een brief sturen over een aantal herzieningen die we gaan doen, als het gaat om wat er nog wel in gezinsmigratie in beeld te brengen is. Mocht ik daarover nog iets meer duidelijkheid aan kunnen brengen, dan zal ik dat in die brief meenemen. U noemde nog de schijnerkenningen. Een aantal collega's noemden ook de vragen die daarover gesteld zijn. U stelde met name vragen over de strafbaarstelling. Ik heb daar eerder van gezegd dat de verkenning van het OM laat zien dat als je op dit moment een schijnerkenning toepast — "toepassen" is niet het goede woord; laat ik het zo zeggen: als je dat weet te presteren — dat in zichzelf al strafbaar te stellen is en strafrechtelijk vervolgd kan worden. Wij denken dus dat het niet nodig is om daar nog een apart strafdelict aan toe te voegen. Daarnaast is mensensmokkel, medeplichtigheid of uitlokking natuurlijk ook strafbaar. Door duidelijk te maken welke handelingen rond schijnerkenning verboden zijn en door overtredingen consequent aan te pakken, kunnen we al eerder ingrijpen bij signalen van misbruik. Ik kom voor het eind van oktober met een update op het plan van aanpak dat wij daarover gepresenteerd hebben. Dan kan ik u ook laten zien hoever we zijn met die pilotzaak. Ik weet dat er nu drie pilotzaken naar de rechter zijn gebracht om een start te maken met vervolging. We zijn met gemeenten in gesprek over hoe we het inrichten rondom die expertise. Ik zal uw Kamer dus voor eind oktober informeren over de stand van zaken op dat vlak. De heer Ceulemans (JA21): Mijn vraag ligt in het verlengde van wat mevrouw Vondeling zei. Die Gezinsherenigingrichtlijn had ik ook aangekaart, net als de eventuele ophoging van de leeftijdsgrens naar 24 en van de inkomenseis naar 120% et cetera. Daar is natuurlijk al heel lang over gesproken. Dit stond vijftien of zestien jaar geleden al in een gedoogakkoord. Die wens leeft al vrij lang. Ik had ook vragen gesteld en ik denk dat het echt complex is. Aan verschillende typen gezinsmigranten zijn verschillende eisen op te leggen als het bijvoorbeeld gaat om de reden van het vooruitreizen van de referent et cetera. Als we daar nu inhoudelijk op ingaan, denk ik, gelet op de tijd, dat dat onhandig heen-en-weergehakketak is. Kan de minister eventueel een brief toezeggen met welke mogelijkheden er binnen de bestaande kaders nog zijn om aanvullende voorwaarden op te leggen aan verschillende typen gezinsmigratie? En kan hij dan ook meenemen wat de inzet van het kabinet zou zijn als het gaat om de herziening van die Gezinsherenigingsrichtlijn? Minister Van den Brink: Mijn eerste reactie bij dit soort kennisvragen is altijd dat ik dat zelf eigenlijk ook wel wil weten. Ik deel dus altijd gelijk die behoefte, maar iemand moet dat dan ook weer uitvoeren. Ik ga dus even nadenken wat een geëigend moment is om dat goed in beeld te brengen, want dit debat gaan we hernemen bij andere van dit soort debatten of op andere plekken. Ik kan dus niet gelijk toezeggen waar ik dat aan ga koppelen, want ik weet eigenlijk niet welke toezegging ik nu doe en hoe complex dat is. Ik weet wel dat dit debat al vaker gevoerd is, dus ik denk dat er ook al wel veel is uitgewerkt. De vervolgvraag, namelijk wat dat betekent voor onze inzet in Europa, is nog wel echt een andere. Dan moeten we namelijk eerst nagaan in Europa wanneer en waar dat gesprek gevoerd gaat worden en welke inzet wij daarin dan zouden hebben. Ik moet er dus even over nadenken wanneer we dat gaan doen. Ik krijg nu een briefje toegeschoven van de ambtenaar naast mij. Mijn collega, Derk Boswijk, kreeg laatst ook een briefje. Heeft u dat gezien? Op dat briefje stond "korter". Ik krijg briefjes met tijdspaden. Ik ga er dus even over nadenken wanneer we dat, samen met SZW en OCW, in beeld kunnen brengen, want dat heeft op allerlei terreinen impact. Ik kom daar dus op terug. De voorzitter: Gaat u door met uw beantwoording. Minister Van den Brink: Ten slotte had ik op dit punt nog de vraag van de woordvoerder van het CDA, die de uitspraak van afgelopen vrijdag bestudeerd had. Ik wil daar nu eigenlijk nog geen verdere duiding aan geven, omdat die ook nog naar de Raad van State gaat. Dat leidt uiteindelijk ook weer tot uitspraken in de rechtszitting aldaar. Dat laat ik dus even daar, omdat het onder de rechter is. Mevrouw Straatman (CDA): Dat begrijp ik. Ik begreep ook dat er meerdere pilotuitspraken lopen. Dit ging natuurlijk maar over een aantal voorwaarden rondom nareizigers, amv's en het kerngezin. Kan de minister aangeven wanneer hij ongeveer verwacht dat die uitspraken komen, of ligt dat helemaal bij de rechter en kan hij daar geen inschatting van geven? Minister Van den Brink: Nee, maar dat is wel in de komende weken. We verwachten in de komende weken dus vaker uitspraken, maar mij zijn niet nu al data bekend. Dan wil ik doorgaan naar het blokje studie, als dat zou mogen. Eerst even de vraag van mevrouw Lammers over mensen die via een studie binnenkomen en daarna misschien asiel aanvragen. Ze vraagt hoe vaak dit voorkomt. Ik heb dat al eerder, onlangs, in beeld gebracht. In 2025 waren er ruim 48.000 mvv's afgegeven. In datzelfde jaar hebben 80 personen daarvan een asielaanvraag ingediend. Dat is het gegeven op dat vlak. Een studievergunning is voor studeren en niet voor gezinsmigratie, zegt mevrouw Lammers. De regelingen die daarvoor gelden komen wel weer bij de Europese richtlijnen hiervoor. Dus wanneer studenten voldoende middelen van bestaan hebben om ook een gezin te onderhouden, is er in beginsel geen reden om gezinshereniging af te wijzen. Maar misbruik moet uiteraard worden tegengegaan. Wanneer blijkt dat een verblijfsvergunning op onjuiste gronden is verkregen, kan die verblijfsvergunning worden ingetrokken. Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Ik hoor de minister zeggen: er zijn 48.000 mvv's uitgegeven, en 80 hebben een asielaanvraag ingediend. Naar mijn mening zijn dat er 80 te veel. Je komt hier om te studeren of om een andere reden om hier tijdelijk te verblijven. Dan is er dus toch een mogelijkheid om uiteindelijk alsnog gewoon een asielvergunning aan te vragen. Mijn vraag was dan ook — dat was een van de vragen die ik had gesteld — hoe de minister het gaat aanpakken dat dit niet meer gaat gebeuren. Minister Van den Brink: Ik heb in het vorige debat hierover aangegeven dat we dat natuurlijk goed in de gaten houden. Mocht dat tot een verandering leiden, dan is dat reden om daar dieper op in te zoomen. Maar het zijn verschillende rechtsstelsels. Er is een rechtsstelsel waarin iemand een aanvraag doet en dan voldoet aan de vereisten om naar Nederland te komen. Dat kan arbeid zijn. Dat kan studie zijn. En als diegene dan in Nederland is en er toch voor kiest om een asielaanvraag in te dienen, dan is dat geen cross-reference, om het maar zo te zeggen; dan heb je te maken met een ander stelsel, het asielstelsel. Ik kan niet iemand verbieden om asiel aan te vragen. Als er signalen zouden zijn dat er via bepaalde routes een enorme toename is, dan zal dat aanleiding zijn om daar in te duiken, maar in zichzelf is het asielverzoek een eigenstandig recht van iemand die in Nederland verblijft. Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Ik hoor de minister zeggen: we gaan het monitoren. Dat geloof ik op zich wel, maar de vraag is natuurlijk hoe je dat aan de voorkant voorkomt, want zo kan het hele asielstelsel wel overlopen, en dat doet het al. Als je naar Nederland komt voor een studie en je vervolgens je hele gezin en je hele hebben en houden kan meenemen, wat bindt jou dan nog aan je land van herkomst? Als je hier veel meer kan krijgen en veel meer mogelijkheden hebt, dan begrijp ik ook nog wel dat die route wordt gekozen. Dat is dan een hele slimme route. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat die mensen niet die asielaanvragen gaan doen? Door toe te staan dat ze hun hele familie mee kunnen nemen en dat die hier kunnen verblijven, werk je eigenlijk in de hand dat er asielaanvragen worden gedaan. Minister Van den Brink: Ik denk dat we dan beter zicht zouden moeten hebben op wat de motieven van die 80 personen zijn in verhouding tot de situatie waarin zij zich bevonden. Ik kan daar niks over zeggen, omdat ik geen kennis heb van de individuele zaken. U kunt bepleiten — dat mag — dat elke asielverzoek er een te veel is. De verhouding is 80 op 48.000. Dan is het een heel klein aantal. Dat geeft aan dat, ook al hebben we bepaalde regelingen voor studie en arbeidsmigratie in combinatie met de mogelijkheid dat een gezin meekomt, het over-, over-, over-, over-, overgrote deel gewoon teruggaat, omdat het een tijdelijke vergunning was. Dat is de situatie, waarin wij zien dat dit geen enorm effect heeft. Ik heb wel gezegd dat het goed is om te blijven monitoren, maar het asielrecht is een eigenstandig, individueel recht dat je gewoon kunt aanvragen als je hier bent. De heer Ceulemans (JA21): Het gaat nog verder, want het is niet zozeer zo dat dit een mogelijkheid is; universiteiten faciliteren dat actief. Ik heb net in mijn betoog al even aangekondigd dat bij de Universiteit Maastricht gewoon een medewerker in dienst is — ik zal de naam van de persoon in kwestie niet noemen — die studenten daar adviseert bij het aanvragen van asiel. Vindt de minister het een taak van een universiteit om dit te doen? Minister Van den Brink: Ik was van plan om daar later nog op terug te komen, maar omdat u de vraag nu zo specifiek aan mij stelt, ga ik er nu op in. Ik zou dat signaal graag even buiten het debat van u ontvangen, want nee, dat vind ik niet, maar ik wil nu ook niet al bevestigen dat dat zo is. Ik wil dat zelf ook eerst kunnen verifiëren en dat doe ik dan via het ministerie van OCW. Maar om het in het stelsel te benoemen: het stelsel is gericht op studie, tijdelijkheid en terugkeer. Laat ik zeggen: andere vormen die daaromheen worden gebouwd om dat richting asiel om te bouwen, zijn op geen enkele manier de bedoeling. Dat dient ook niet gefaciliteerd te worden. De voorzitter: Gaat u verder. Minister Van den Brink: Meneer Ceulemans heeft me daarmee wel het bruggetje verschaft richting Maastricht. Bij de signalen die daar waren, de beelden die iedereen gezien heeft en de onrust die daarover is ontstaan, is natuurlijk vorige week al vaak stilgestaan. Ik heb daar gisteren uw Kamer over geïnformeerd en ook in dit debat heb ik er verschillende vragen over gekregen van verschillende partijen: de VVD, JA21 en het CDA. Zij stelden vragen over hoe we nu verdergaan en over de screening. Ik vind het goed om even te onderstrepen dat de IND bij iedere verblijfsaanvraag toetst of aan de voorwaarden voor toelating wordt voldaan. Daarbij voert de IND dus een openbareordecheck uit in nationale en internationale justitiële en politiesystemen. De aanvragers moeten een antecedentenverklaring invullen en ondertekenen, en deze omvat ook lopende zaken, niet-onherroepelijke veroordelingen en buitenlandse antecedenten. Voor de beoordeling van een verblijfsaanvraag geldt dat gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid een grond kan zijn om een verblijfsvergunning te weigeren. Ook nadat een verblijfsvergunning is verleend, kan bij de IND informatie binnenkomen die relevant kan zijn voor het verblijfsrecht. Dat kan bijvoorbeeld gaan om signalen of tips van andere instanties of derden, of om informatie uit openbare bron. Ik ben dus bereid om te verkennen of binnen de bestaande procedure aanvullende waarborgen mogelijk en uitvoerbaar zijn. U weet, of heeft dat hopelijk inmiddels bij mij gemerkt, dat ik altijd op zoek ben naar oplossingen, ook als dit soort zorgen breed leven in de samenleving en hier in de Kamer. Het raakt alleen echt aan heel veel zaken. Het gaat niet alleen over strafrecht; het gaat ook over bestuursrecht, over de openbare veiligheid en over de nationale veiligheid. Juist om die reden wil ik zorgvuldig onderzoek laten doen voordat ik een nieuwe werkwijze aankondig. De vraag is namelijk niet of de IND informatie uit social media kan gebruiken; dat kan nu ook al, wanneer concrete signalen of een gerichte onderzoeksvraag daar aanleiding toe geven. De verdergaande vraag is of een dergelijke naslag een andere of een meer structurele plaats moet krijgen in de reguliere procedure. Zoals u weet, gaat het op het hele vlak van migratie en aanvraag namelijk om honderdduizenden aanvragen per jaar. Ik ben zeker bereid om daar een verdiepende slag op te doen en om, nadat ik dat heb gedaan, daarover aan u te rapporteren. Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Ik ben blij om te horen dat de minister daar nu wel naar gaat kijken, maar de vraag is natuurlijk deze. Je moet ervoor zorgen dat die mensen überhaupt niet binnenkomen. Als je allerlei mensen uit gebieden gaat halen waar terroristische organisaties actief zijn, dan lijkt het me toch dat de regering of de minister zelf het voortouw moet nemen om de Nederlandse samenleving te beschermen en deze mensen goed te screenen? Ik begrijp dat daar nu misschien wat aan gedaan gaat worden, maar het is toch de taak van de regering om de Nederlandse samenleving te beschermen? Hoe kan het dan dat dat niet van tevoren wordt gedaan, als er mensen uit gebieden worden gehaald waar terroristische organisaties actief zijn en waar ook nog eens 70% van de bevolking achter Hamas, een terroristische organisatie, blijkt te staan? Dat is gewoon roekeloosheid. De voorzitter: Ik verzoek om de vragen ook als vraag te stellen. Minister Van den Brink: Daarom is het goed om dat zo goed mogelijk te formuleren. Wij voeren dus een openbareordetoets en een nationaleveiligheidstoets uit aan de voorkant, als iemand die aanvraag doet. Die toets ligt besloten in internationale en nationale systemen waarin we strafrechtelijke veroordelingen of andere nationaleveiligheidssignalen hebben geborgd. Dat toetsen we dus aan de voorkant. Die toets wordt gedaan aan de voorkant. Het gaat hier om het volgende. Dat is, denk ik, de specificering die u net niet noemde, maar die er wel in hoort: wat is het oordeel als iemand op social media uitingen doet, en welke consequenties verbind je daaraan? Daarover heb ik net toegelicht dat ik bereid ben om in alle zorgvuldigheid te bekijken welke extra slag er op social media mogelijk zou zijn binnen het vierkant of de cirkel, of andere vormpjes die je zou willen gebruiken, van nationale veiligheid, openbare orde, strafrecht en uitingsdelicten. We hebben in Nederland ook al een jaar of wat een discussie, waar ik overigens groot voorstander van ben, om het verheerlijken van geweld strafbaar te stellen. Dat kan daar ook bij betrokken worden. Al deze hoekpunten moeten daarbij worden betrokken. Ik ga niet op een achternamiddag een toezegging doen over iets waarvoor honderdduizenden aanvragen moeten worden gedaan. De voorzitter: Mevrouw Lammers, voor uw vervolgvraag. We hebben geen afspraken gemaakt over het aantal interrupties, maar ik ga wel in de gaten houden of iedereen ongeveer in gelijke mate aan bod komt. Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Het is hartstikke goed dat de minister dat nu doet, maar ik vraag me gewoon even het volgende af. Nu is er dus heel veel ophef gekomen over dit incident. Ik vraag me af waarom de regering, of u als minister, dat dan niet eerder zelf heeft gesignaleerd. Je zou toch mogen verwachten dat de minister dat zelf ook signaleert? Dat is mijn vraag. Waarom is daar niet van tevoren, maar nu pas, nu er zo veel ophef over is, actie op ondernomen? De voorzitter: De vraag is helder. Minister Van den Brink: We zijn in debat, dus ik zou de vraag terug willen stellen. Waar in het proces had u dat eerder willen zien? Dat is dan in dat socialmediagebruik van de aanvragers van mvv een vereiste. Daarvan heb ik net gezegd dat we daar een extra uitvoeringsslag op moeten doen om de vraag te beantwoorden of dat hanteerbaar is en hoe dat in te vullen is. Het gaat hier om zaken die worden geuit. We hebben dus alle strafrechtelijke aspecten in beeld via de systemen die we hiervoor hanteren. Op die wijze gaan we daar nu mee aan de slag. De voorzitter: Ik zag eerst mevrouw Vondeling. Mevrouw Vondeling (PVV): Ik vind dit eigenlijk echt verre van voldoende. De minister zegt: we gaan kijken of het uitvoerbaar is. Het had al moeten gebeuren. Bij dit soort types, helemaal uit die gebieden, hoor je daar gewoon scherp op te zijn. De PVV vindt dat we niemand uit die gebieden, dat soort personen, hiernaartoe moeten halen. Dat is nu gebeurd omdat de rechter zei dat dat moest, maar dan hoor je daar toch gewoon scherp op te zijn en goede controles uit te voeren? En als dat dan niet is gebeurd, dan zou ik als minister nu wel zeggen dat we dat voortaan wel gaan doen. Je kan ook naar bepaalde gebieden kijken. Iemand uit een land waar dit soort dingen niet gebeuren, daarvan kun je misschien zeggen: nou, we leggen de prioriteit bij personen die uit dat soort gebieden komen; dan gaan we daarnaar kijken. Maar ik verwacht toch wel een toezegging van de minister dat hij dat gewoon gaat doen. Daarnaast heb ik ook nog gevraagd hoe het zit met deze persoon. Wordt zijn vergunning ingetrokken? Of zegt de minister: dat kan ik niet doen; hij kan gewoon hier blijven? Minister Van den Brink: Zoals mevrouw Rajkowski in eerste termijn al zei, hebben we een studietoelatingssysteem dat gewoon voor de hele wereld geldt. In beginsel kan iedere derdelander die voldoet aan de voorwaarden voor inschrijving bij een universiteit komen studeren. Hij moet voldoen aan de voorwaarden voor toelating tot Nederland als hij van buiten de Europese Unie komt. Deze voorwaarden volgen uit de richtlijn voor studenten en onderzoekers. Daar zitten allerlei bepalingen in, die ook gaan over de openbare orde en nationale veiligheid. Dat is het criterium waarop wij nu ook toetsen. Een andere categorie daarin aanwijzen, zit niet in die richtlijn. Ik hoor u "conflictgebieden" of "oorlogsgebieden" noemen, om maar even die woorden te gebruiken; dat zit niet in die richtlijn. We gebruiken alle ruimte die binnen de richtlijn wordt geboden, omdat een mvv wordt verstrekt wanneer aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning wordt voldaan en er geen openbareordegronden zijn op basis waarvan de mvv geweigerd kan worden. Dat iemand afkomstig is uit een bepaald land waar oorlog heerst, is geen voorwaarde op basis waarvan de verblijfsvergunning of de mvv kan worden geweigerd, maar de openbare orde is in de kaders gevat zoals we die daarnet al toelichtten. Daar toetsen we ook op via de systemen die daarvoor te raadplegen zijn. U verwees nog even naar de uitspraak van de rechter. Dat klopt. Er ligt inmiddels ook een andere uitspraak van de rechter. Nederland ziet zich in die zin niet meer verplicht om daar consulaire bijstand te verlenen voor de toekomstige aanvragen van mvv. Mevrouw Vondeling (PVV): De minister geeft geen antwoord op mijn vraag. Ik vroeg specifiek … De minister gaat er liever niet op in. Minister Van den Brink: O, sorry. Excuus. Wat betreft de specifieke student: dat is het kader waarin we het OM gehoord hebben. Het OM heeft onderzoek gedaan, op basis daarvan heeft het een oordeel geveld, en dat is het oordeel dat uiteindelijk ook de aanleiding zou zijn voor de IND om te handelen. Op basis van het oordeel van het OM geldt dat daar nu geen vervolgingen plaatsvinden. De voorzitter: Ja, u kunt nog een vervolgvraag stellen. Probeer een vraag te stellen. Ik ga dat misschien nog wel een paar keer herhalen. Mevrouw Vondeling (PVV): De minister zegt: geen vervolging. Ik vroeg: wordt zijn vergunning ingetrokken? Minister Van den Brink: Nee, want de uitspraak van het OM is leidend voor de IND om een consequentie aan het verblijfsrecht te verbinden. Dat was dus noodzakelijk geweest om die consequentie eraan te kunnen verbinden. Mevrouw Straatman (CDA): De minister zei volgens mij heel terecht: we gaan verkennen wat we kunnen doen om aan de voorkant meer waarborgen in te bouwen en de socialmediacheck mogelijk te kunnen doen. Mijn vraag is de volgende. Als, even in een hypothetische situatie, dus voorbijgaand aan dit individuele geval in Maastricht, uit zo'n socialmediapagina blijkt dat iemand terrorisme verheerlijkt maar dit nu nog niet strafbaar is, is het huidig juridisch kader dan voldoende om zo'n mvv-aanvraag te weigeren of is dat een extra reden om bijvoorbeeld de wet terrorismeverheerlijking weer door te voeren? Kan de minister iets zeggen over hoe die afweging nú gemaakt zou worden, met het huidig juridisch kader? Minister Van den Brink: Ik denk dat we moeten erkennen dat wat u vraagt ook precies is wat ik in de komende weken wil gaan uitzoeken. De toets wordt nu gedaan op basis van de systemen van de openbare orde en nationale veiligheid. Uitingen op sociale media in die zin vormen geen grondslag voor het toetsen of het verblijfsrecht wel of niet kan worden verstrekt. Maar zoals u zegt, is het kabinet voornemens om het verheerlijken van geweld strafbaar te stellen. Daarmee komt dat mogelijk in beeld. Hoe dat dan in te brengen is in deze driehoek — dat is een strafrechtelijk kader, terwijl het hier gaat om een bestuursrechtelijk kader van het beoordelen van een mvv-verzoek — is precies de zoekvraag die we met elkaar moeten nagaan in juridische zin. De heer Ceulemans (JA21): Dat is natuurlijk een terechte vraag van mevrouw Straatman. Als het gaat om die socialmediacheck komt het natuurlijk wel neer op de volgende vraag. Als het op dit moment van kracht zou zijn geweest en deze persoon was op grond daarvan niet de mvv geweigerd, dan heb je daar vrij weinig aan. De minister zei net dat er een verschil is tussen criminele activiteit en uitingsdelicten en zo, en dat begrijp ik, maar het moet er natuurlijk op neer komen dat je niet mensen in je land wilt hebben die dit soort vuiligheid vinden, die dit soort dingen op hun socialmedia-account hebben staan. De vraag aan de minister is dus eigenlijk of hij één voordeel kan noemen voor Nederland om dit soort studenten uit Gaza naar Nederland te halen, actief gefaciliteerd door universiteiten? Kan hij daar één voordeel voor Nederland van noemen? Minister Van den Brink: Dat is mooi, want u had er ook nog twee of drie kunnen vragen. U beperkt het tot één. Dat is een bekende. De onrust die erover ontstaat, wil niemand. De onrust die hierdoor ontstaat, schokt opnieuw de Nederlandse samenleving, als het dan gaat om de schok die er nog steeds in onze samenleving is over drie jaar geleden, wat we gisteren hebben herdacht. Dat schokt natuurlijk ook de universiteit zelf. Er is denk ik niemand bij de universiteit die blij is dat dit zich zo heeft voorgedaan. Het lokt ook dit debat uit over welke eisen wij kunnen stellen aan studenten die hiernaartoe komen. Dat is precies wat wij nu ook in beeld gaan brengen. De heer Ceulemans (JA21): Ik begrijp wat de minister zegt. Ik interpreteer zijn antwoord als: nee, er is niet één voordeel voor Nederland om dit type studenten actief naar Nederland toe te halen. Ik zie hierin ook een patroon van activisme van universiteiten die als erkend referent dit soort studenten actief naar Nederland toe halen, met als belangrijkste doel om te laten zien, over de rug van de samenleving: kijk ons eens goed zijn; kijk ons eens betrokken zijn; kijk ons eens deugen. Als de minister nu inderdaad erkent dat er voor Nederland eigenlijk geen voordelen zijn van dit type migratie, welke stappen gaat hij dan zetten, niet alleen om waarborgen in te bouwen maar gewoon om dit te stoppen? Minister Van den Brink: Dat raakt natuurlijk aan de bredere verantwoordelijkheid die meerdere partijen hebben in deze discussie. De onderwijsinstellingen en de IND hebben verschillende verantwoordelijkheden. De onderwijsinstelling beslist over de onderwijsinhoudelijke toelating van een student. Voor de verblijfsprocedure treedt de instelling op als erkend referent en dient zij namens de student de aanvraag voor verblijf op grond van studie in. U noemt daar allerlei motieven bij. Die zijn mij niet bekend. Een onderwijsinstelling die erkend referent wil worden, moet in elk geval de Gedragscode Internationale Student in het Nederlands Hoger Onderwijs ondertekend hebben. Daarnaast beslist de IND over het verblijfsrecht. Aan dat erkendreferentschap zijn wettelijke verplichtingen verbonden. De onderwijsinstelling heeft onder meer een informatieplicht, een administratie- en bewaarplicht en een zorgplicht. Voor studie houdt de zorgplicht onder meer in dat de instelling alleen studenten werft die de opleiding mogen volgen en dat zij studenten informeert over de voor hen relevante regels. Dat is het stelsel waarbinnen dit moet worden gedaan. Ongetwijfeld zal deze situatie binnen de onderwijswereld ook weer tot discussie leiden over hoe zij daar invulling aan geven, maar het is echt aan hen om daar vervolgkeuzes in te maken. De voorzitter: De heer Ceulemans heeft nog een kleine toevoeging, zie ik. De heer Ceulemans (JA21): Ja, een kleine toevoeging. De minister schetst nu weer allerlei stappen, juridische haken en ogen, maar mijn vraag was de volgende. Als hij erkent dat het niet in het belang van Nederland is om dit soort studenten actief naar Nederland te halen, gefaciliteerd door de universiteiten, vindt de minister dan dat hij alles wat hij tot zijn beschikking heeft in het werk moet stellen om te voorkomen dat dit soort studenten uit dit soort gebieden actief naar Nederland wordt gehaald en om dit te stoppen? Dat is gewoon een brede vraag. Minister Van den Brink: We moeten het sowieso altijd verbreden. Je kunt nooit een regel voor een student uit één gebied maken. Het gaat om de vraag hoe je dit studie- en mvv-kader wilt inrichten. Welke eisen wil je eraan stellen zodat dit bijdraagt aan een gezonde samenleving? Dat is wat ik net aangaf. We gaan dus kijken of daar nog verdere stappen in te zetten zijn. Ik wil er nog aan toevoegen dat er natuurlijk ook in het kader van 1F een en ander gescreend en uitgezocht wordt. Het kan natuurlijk ook zijn dat mensen wel degelijk in dat opzicht in beeld komen. Ik denk dus dat wij alle stappen zetten die hierin te zetten zijn vanuit onze kant. Tegelijkertijd hebben we hier allemaal een verantwoordelijkheid in, dus heeft de Nederlandse regering ook aangegeven dat zij geen verantwoordelijkheid meer voelt om daar zelf consulaire bijstand bij te blijven verlenen, wat in het verleden wel juridisch verplicht was. De voorzitter: Oké, gaat u verder. Minister Van den Brink: Ik kom bij de overige vragen. Mevrouw Westerveld heeft mij vragen gesteld over de au pairs. Het kabinet kent de signalen, die u ook noemt, dat de au-pairregeling wordt misbruikt voor structurele kinderopvang of huishoudelijk werk. Maar de omvang van het misbruik of de uitbuiting is niet precies bekend. Omdat au pairs bij een gastgezin wonen en werken, is het toezicht achter de voordeur, wat u zelf ook al noemde, ook beperkt. Maar dat neemt niet weg dat de politie of de Nederlandse Arbeidsinspectie ook kan optreden bij signalen van misbruik of uitbuiting. De erkende referent, die nodig is om hier te kunnen komen, heeft een belangrijke verantwoordelijkheid. Daarin kan de IND ook handhavend optreden. De au pairs zouden een zorgverzekering moeten hebben. In die zin heeft u daar zeker een punt. Dat hoort er echt bij. Het signaal dat zij geen zorg ontvangen, is mij niet direct bekend. Ook met dat signaal zou ik graag aan de slag gaan, ook met de collega van VWS. Ik heb al eerder gezegd dat de au-pairregeling geëvalueerd wordt. De resultaten van het WODC-onderzoek worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Ik begrijp de wens van de Kamer om in ieder geval niet oogluikend zaken toe te laten die zeer onwenselijk zijn. Ik denk namelijk dat u heel erg gelijk heeft: vaak zijn dit mensen die of heel jeugdig zijn of met grote dromen hiernaartoe komen, maar als dit eindigt in diepe ellende en uitbuiting, moeten we daartegen optreden. Dan moeten we misschien ook een discussie voeren over de vraag of die regels die we ervoor hebben nog adequaat zijn. Ik ben zeker bereid om dat ter hand te nemen op het moment dat we de evaluatie hebben liggen, maar ook nu kunnen signalen natuurlijk wel gemeld worden en kan er ook tegen opgetreden worden. Meneer Ceulemans heeft in zijn slotzin de term "blauwe kaart" laten vallen, zodat ik daarna wel wist wat hij bedoelde. Dat klopt; ik weet precies wat hij bedoelt, namelijk een langslepende discussie in deze Kamer. We hebben inmiddels een wet in de Eerste Kamer, maar met een amendement dat als niet uitvoerbaar wordt beschouwd en dat ertoe leidt dat ik inmiddels op weg ben naar een infractieprocedure in Europa. Ik ben dus stellig van mening dat het heel raadzaam is om dat amendement over de arbeidsmarkttoets terug te draaien. Dat kent geen politieke motivatie, maar is enkel een uitvoeringsgemotiveerde keus waardoor de infractieprocedure kan worden afgewend. De kosten die daarmee samenhangen zijn namelijk zeer substantieel. Volgens mij heb ik in mijn weekendtas, zoals ze dat dan noemen, een heel dik stuk zitten met al uw vragen daarover en de door mij bedachte antwoorden. Dat komt volgende week, of zodra ik daar een handtekening onder zet, uw kant op. Dan hoop ik dat we heel snel dat debat kunnen gaan voeren, want ik hoop echt dat we met elkaar willen bereiken dat we die infractieprocedure afwenden. Het is ook een feit dat er politieke wensen zijn over toetsen, maar in de volgtijdelijkheid gaat dat niet bij elkaar gebracht kunnen worden. De voorzitter: Meneer Ceulemans heeft nog een vraag hierover. De heer Ceulemans (JA21): Dat klopt. Ik ontwaar een patroon. Wij gaan uiteraard met interesse kennisnemen van de antwoorden van de minister. Wij hebben ook een schriftelijke inbreng geleverd. Maar ik ontwaar wel een patroon, en dat is dat deze Kamer eigenlijk altijd in woord belijdt dat het belangrijk is om grenzen te stellen aan arbeidsmigratie, maar er bijna altijd ineens wordt teruggekrabbeld als het tot concrete maatregelen komt. Dan treden er machinaties in werking. Neem bijvoorbeeld het inhouden van 25% van het minimumloon voor huur. Dan komen er lobby's op gang. Dan gaan VVD en D66 terugkrabbelen. Als er scherpere inkomenseisen worden gesteld, wordt dat ook vaak teruggedraaid. Bij de blauwe kaart hebben we de arbeidsmarkttoets die wordt teruggedraaid. Laat ik het dan zo vragen. Herkent de minister het patroon dat het belang van het opleggen van beperkingen aan arbeidsmigratie hier altijd met de mond beleden wordt, maar dat het continu uiteindelijk niet uit de verf komt door allerlei belangen die gaan spelen? Hoe taxeert hij dat? Minister Van den Brink: De heer Ceulemans drukt nu op de knop van de politicus versus de bestuurder, maar ik ben allebei in één. U heeft geen ongelijk. U heeft geen ongelijk in het feit dat er, als er over migratie wordt gesproken, vaak maar een deel van de totale migratievraag wordt beantwoord, namelijk het deel dat te maken heeft met waar een partij voor staat en aan welke kant van het politieke spectrum ze zit, om het zo maar even te zeggen. Arbeidsmigratie beperken kan nooit alleen langs de kant van asiel en ook niet alleen langs de kant van arbeid of kennis. Je moet dat in z'n totaliteit zien en je moet daar ook keuzes in durven maken en daarvoor gaan staan. Ik denk dat we dat met de voorstellen van dit kabinet ook doen, maar het komt er wel altijd op aan om die keuze ook te maken op het moment dat het voorligt. Hier gaat het heel specifiek over de blauwe kaart. Daar moeten we ook eerlijk over zijn: dan moeten we als Kamer en kabinet op tijd betrokken zijn bij wat er in Europa aan keuzes voorligt, want dit is gewoon de richtlijn die er ligt. Die kun je niet terzijde schuiven, behalve als je accepteert dat je een infractieprocedure krijgt met enorme kosten. Hierbij gaat het nu om de implementatie van een richtlijn. Als daar andere wensen voor waren geweest in de Kamers, had men daar eerder de vinger voor moeten opsteken en had Europa tot een andere keuze moeten worden gebracht vanuit Nederlands perspectief. Ik ben nu geneigd om de implementatie van die richtlijn gewoon ter hand te nemen en dat zorgvuldig en snel te doen om infractie te voorkomen. Daarnaast wil ik net zo goed het gesprek blijven voeren over de vraag welke beperkingen er te behalen zijn binnen alle domeinen van migratie. Daar ben ik zeker op aanspreekbaar, zeg ik tegen de heer Ceulemans. Ik heb ten slotte nog de vraag van mevrouw Westerveld over dakloosheid en arbeidsmigranten. U bent hier al veel langer mee bezig dan ik, maar sinds 2022 wordt er door VWS, SZW en JenV samengewerkt aan de uitvoering van een plan van aanpak dat zich richt op de problematiek van kwetsbare dakloze EU-burgers. Ook voor deze groep is specifieke opvang ingericht om zo de overlast aan te pakken en ze toe te geleiden naar werk of terugkeer te realiseren. Samen met gemeenten wordt het gesprek gevoerd over wat goed of minder goed werkt en wat er nog meer nodig is om de problematiek het hoofd te bieden. U noemt allerlei voorbeelden die daar nog niet voldoende aan tegemoetkomen, maar het is wel degelijk mogelijk om mensen te laten terugkeren als ze hier geen perspectief meer hebben. Als ik daar met gemeenten of maatschappelijke organisaties over spreek, heb ik ook de indruk dat er enorm hard wordt gewerkt en inzet wordt getoond om dat te bereiken, maar het zijn vaak individuele, schrijnende situaties waarom mensen hier nog zijn, die dan moeten worden opgelost. Met de partners, zoals DTenV en maatschappelijke organisaties zoals Stichting Barka, wordt daar vol aan gewerkt. Ik voer natuurlijk ook overleg met de minister van SZW over de aanpak van arbeidsmigratie, dus ik zal dit punt met hem oppakken. Voor dakloosheid heeft het zwaartepunt nu natuurlijk altijd aan de VWS-kant gelegen, omdat zij het meest met de gemeenten daarover in contact staan. Laat ik dus met mijn beide collega's het gesprek voeren over welke acties daar nu nog lopen. Ik heb daar nu niet meer specifieke informatie over dan deze toezegging. De voorzitter: Ik zie mevrouw Straatman met een vraag. Mevrouw Straatman (CDA): Voorzitter. Volgens mij had ik nog een vraag gesteld — of ik heb niet helemaal goed opgelet; dat kan ook — over nareizigers. We kregen het signaal … Het antwoord komt nog, hoor ik. Top. De voorzitter: De minister heeft nog een blaadje. Minister Van den Brink: Ja, binnenkomende post tijdens het debat. Het is overigens een bekend signaal. Als ik bij gemeenten ben, wordt vaak gezegd: we hebben een statushouder geplaatst en opeens is er ook nog een nareiziger, die soms letterlijk op de stoep staat. Wanneer de nareisaanvraag wordt goedgekeurd, is het in principe niet meer de bedoeling dat gezinnen door het COA worden opgevangen, want het gaat immers om statushouders. Met de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving voor subsidiair beschermden die om nareis vragen, is bovendien voorwaardelijk geworden dat de referent niet langer bij het COA verblijft. Je moet namelijk je eigen woning hebben gerealiseerd. We hebben een wachttijd van twee jaar en een inkomensvereiste. Het uitgangspunt is dus dat zij zich voegen bij de referent in diens woning. Dit kan in de praktijk wel betekenen dat de woning waarover een referent beschikt, niet geschikt is of te klein is voor de referent en zijn nareizigers. In dat geval zal de referent in de praktijk waarschijnlijk met de hulp van de gemeente een geschikte woning moeten zoeken. Voor de korte termijn is het vooral … Het is niet altijd bekend wanneer de nareiziger precies inreist. Dat is gewoon een praktisch punt. Soms gaat het niet eens via het COA en zijn ze er gewoon. Daar zit nog wel vaak een zoektocht: wie kan op de tijd de communicatie richting de gemeente doen? Ik ben dus in overleg met gemeentes en het COA om te kijken of er nog afspraken te maken zijn die dat kunnen verbeteren, maar naar de toekomst toe is dit de situatie voor subsidiair beschermden, namelijk dat de referent woonachtig is in een woning die hij zelf moeten regelen, en daar voegt zich dan ook de nareiziger bij. Mevrouw Straatman (CDA): Goed dat de minister kijkt naar de communicatie. Zou hij periodiek of in de eerstvolgende brief wat nader willen ingaan op de verbeterstappen die we mogelijk nog in het systeem kunnen inrichten en hoe we gemeenten daar echt heel concreet bij kunnen helpen? Minister Van den Brink: Laat ik het zo toezeggen: ik ga daar nog eens het gesprek over voeren. Als die acties er zijn, dan kom ik daarop terug. Er blijven altijd situaties die net niet helemaal gaan zoals we ze bedacht hadden. Dat is incidenteel en dan kan ik er ook geen extra regel opplakken, want dan gaan de 500, die net terug waren naar 499, weer naar 500. Mocht ik daar nog stappen op zetten die vermeldenswaardig zijn, dan zal ik daarop terugkomen, maar het kan ook zijn dat dat niet zo is. Mevrouw Straatman (CDA): Nog een kleine aanvulling. We hebben nu natuurlijk de vliegende brigade, of hoe die ook heet, voor de Spreidingswet en de communicatie en alles daaromheen. Dit valt natuurlijk niet primair in de Spreidingswet, maar is het een mogelijkheid dat bepaalde gemeenten hier wel best practices voor hebben en dat andere gemeenten daar ook over geïnformeerd worden? Minister Van den Brink: Ik denk wel dat het net een ander team is dat daarvoor aan de lat staat, maar ik snap de oproep. "Los het op"; dat is eigenlijk wat u vraagt. De voorzitter: Dan gaan we door naar de tweede termijn, met allemaal 1 minuut 20 spreektijd. Ik begin weer met mevrouw Vondeling. Mevrouw Vondeling (PVV): Dank u wel, voorzitter. Ik zal niet alles herhalen, maar ik vind het, gezien wat die Palestijnse student post en wat hij geliket heeft, vrij bizar dat de minister zegt dat hij de verblijfsvergunning van die student niet kan intrekken. Hij liket video's waarin tegenstanders van Hamas door het hoofd worden geschoten en elkaar geschopt worden. Ook post hij over het martelaarschap van zijn broer, en over steun aan Hamas en dat soort dingen. Het is gewoon bizar. Dit lijkt ook allemaal te komen door Europese regels, dus de PVV vindt dat we gewoon uit de EU moeten. Het moet klaar zijn met die Europese regels, want we kunnen gewoon niet zelf bepalen wie we binnenhalen en wie we uitzetten. Dan gezinsmigratie. De minister zei: we doen eigenlijk alles al wat maximaal kan op regulier vlak. Nou, volgens mij niet, want ik heb zonet op de website van de IND gekeken en gezien dat mensen gewoon een ongehuwde partner naar Nederland kunnen halen, terwijl we ook kunnen besluiten om het te beperken tot gehuwde partners. Ook geldt er geen wachttijd van twee jaar, voor zover ik dat nu op de website van de IND kan zien, en ook geen huisvestingsvereiste. Ik hoop dus dat de minister daar goed naar wil kijken en ons daarover wil informeren. Daar kan ik het bij laten. Dank u wel. O, en ik wil graag een tweeminutendebat aanvragen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Lammers. Mevrouw Lammers (Groep Markuszower): Ik dank de minister voor de beantwoording. Daar laat ik het bij. De voorzitter: Meneer Van Asten. De heer Van Asten (D66): Ook mijn dank aan de minister voor de beantwoording en voor de toezeggingen op de gebieden van inburgering en naturalisatie. Dank. De voorzitter: Mevrouw Straatman. Mevrouw Straatman (CDA): Ook namens mij dank aan de minister voor de beantwoording. Wat mij betreft is in dit debat één ding duidelijk geworden, namelijk wat het belang is van de wet over de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme. Het is goed dat de minister de verkenning doet en dat we dat traject gelijk op laten lopen met de behandeling van de wet over strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme. Als daar nog punten uit komen uit het strafrechtelijke kader en het vreemdelingenrechtelijke kader die we beter op elkaar moeten laten aansluiten, kunnen we die mogelijk in die wet meenemen en amenderen. De voorzitter: Meneer Ceulemans. De heer Ceulemans (JA21): Voorzitter, dank. Een paar korte punten. In de eerste termijn was de minister enigszins aan het dubben over wat hij wel en niet aan het toezeggen was op mijn verzoek. Misschien heeft hij daar inmiddels een helderder beeld van, maar ik zou er erg aan hechten om gewoon een keer een uitputtend overzicht te krijgen van de voorwaarden die wij zouden kunnen aanscherpen binnen verschillende typen gezinsmigratie, dus zowel voor de referent als bijvoorbeeld voor de derdelander die erbij betrokken is. Dit soort debatten verzandt namelijk heel vaak in discussies over of iets wel of niet kan, terwijl ik denk dat we toe zijn aan discussies over wat we wel en niet willen. Als de minister dat kan toezeggen, zou dat het debat in ieder geval verder helpen. Ik hoop dus dat hij dat kan toezeggen. Het is goed dat de minister aangeeft dat hij vindt dat het niet de taak van de universiteit is om studenten te begeleiden bij asielaanvragen. Ik ben graag bereid om de minister daarover achter de schermen nader te informeren. Over de Universiteit Maastricht en de Gazaanse student is al veel gezegd. Ons standpunt mag duidelijk zijn: dit is gewoon een praktijk die in het geheel niet in het belang van Nederland is en die dus zo veel mogelijk teruggedrongen moet worden. Tot slot over de blauwe kaart. Ik zie de antwoorden van de minister op de schriftelijke ronde graag tegemoet. Wij komen hier vervolgens verder over te spreken. Dank u wel. De voorzitter: Vanwege de tijd ga ik maar gewoon door met mijn tweede termijn namens de fractie van PRO. Ik heb zonet tijdens de interrupties geen vragen gesteld, maar ik heb er nog wel een paar aan de minister. Ik begrijp dat de evaluatie van het WODC over de au-pairregeling in het eerste kwartaal van 2027 komt. Dat is fijn en tegelijkertijd heeft dat natuurlijk wel vrij lang geduurd. Daar kan het WODC waarschijnlijk niets aan doen, maar in 2025 constateerde mijn collega Mariëtte Patijn al dat er problemen waren. De verschillende belangenorganisaties kaartten dat ook al vaker aan. Ik vroeg de minister dus ook wat er nou in de tussentijd is gebeurd. De au pairs en de nanny's die terechtkomen bij straatartsen zijn ook vaak mensen die buiten de bestaande regelingen hiernaartoe zijn gekomen. Die zijn hier op de een of andere manier naartoe gehaald. De vraag is waar zij terechtkunnen op het moment dat ze worden uitgebuit. Dan het geld voor dakloze arbeidsmigranten. Ik weet dat dat er is. Ik weet ook dat heel veel gemeenten goed bezig zijn, maar het geld is wel tot 2028 beschikbaar. Mijn verzoek aan de minister is dus of hij dit mee kan nemen in zijn gesprek met de collega's, omdat gemeenten ook behoefte hebben aan langdurige zekerheid. Ook dakloze arbeidsmigranten zijn namelijk niet zomaar weg uit Nederland. Wij krijgen ook veel signalen dat er vaak verslavingsproblematiek bij komt. Dit is een onderwerp waarvan ik hoop dat de minister het goed met zijn collega's kan bespreken. Omdat het aantal dakloze arbeidsmigranten toeneemt, hoop ik dat de minister, die verder ook al veel aan zijn hoofd heeft, zich toch ook intensief met deze problematiek wil bemoeien. De minister gaat meteen door met de beantwoording. Minister Van den Brink: Ik hoop dat iemand dan iets over au pairs aan me appt, dat zou fijn zijn. Dat hebben ze dan bij dezen gehoord. Ik denk dat ik de reacties op wat mevrouw Vondeling en de heer Ceulemans nog zeiden over gezinsmigratie, bij elkaar kan pakken: ik ga dat gewoon in beeld brengen. Ik breng begin 2027 voor u in beeld hoe die kaders eruitzien en binnen welke kaders wij nationale keuzes hebben gemaakt versus Europese verplichtingen hebben gevolgd. Dat breng ik gewoon in beeld en dan heeft u in ieder geval de basis waarover u vervolgvragen kunt stellen. Dat zeg ik u daarmee toe, en ik ontvang van u nog even de informatie die u mij heeft toegezegd. Dat is heel fijn. Mevrouw Straatman benoemde een interessante gedachte, namelijk nadenken over hoe de eventuele combinaties bij de behandeling van strafbaarstelling voor verheerlijking zouden kunnen worden gelegd. Ten slotte klopt het natuurlijk wat u zegt over de au pairs. De laatste aanpassingen zijn van 2022, dus daar zit de aanscherping al in. Daarvan heeft u in 2025 gezegd: kijkt u even wat er nog meer speelt. Ik kan u voor nu alleen toezeggen dat wij er niet enorm veel tijd overheen laten gaan om te reageren aan de hand van dat WODC-rapport. Ook als dat aanpassing van regelgeving betekent, waar we weer langer over zullen doen, zal ik in ieder geval eerst in beeld brengen wat onze bestuurlijke reactie is. Dan kunnen we daarna dat debat vervolgen. Over het meldpunt: dat meldpunt is bij de IND. Iedereen die van buiten Europa hiernaartoe komt met een verblijfstitel waar iets mee is, waarvan hij het gevoel heeft dat er iets mee aan de hand is, kan zich in die zin ook bij de IND melden. Als dat daarna tot allerlei strafrechtelijke situaties leidt, zal dat dan vanuit de IND moeten worden doorgeleid. Ik denk dat dat het meldpunt is waar die personen terechtkunnen. Op uw punt van de arbeidsmigratie: ik zie er zeker naar uit om daar meer mee te gaan doen, al was het maar omdat het een belangrijk onderdeel is van het hele migratievraagstuk. Ik zal me daar zeker over verstaan met mijn collega's, om te kijken welke extra stappen we kunnen zetten. Daarmee wilde ik uw Kamer die toezeggingen doen. De voorzitter: Ik kijk nog even rond, maar ik zie dat niemand overgebleven vragen heeft. Er is een tweeminutendebat aangevraagd met als eerste spreker mevrouw Vondeling en er is een flink aantal toezeggingen gedaan, die ik nog even opnoem. De eerste toezegging luidt als volgt. De minister van Asiel en Migratie zegt toe de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 te informeren over de resultaten van de pilot om de procedure voor naturalisatieverzoeken eenvoudiger te maken. Het eerste kwartaal van 2027 is best wel een periode. Is er ook een beeld van wanneer in het eerste kwartaal dat gebeurt? Minister Van den Brink: Als ik even nadenk: we brengen het wetsvoorstel over naturalisatie in consultatie. Dat doe ik dan vóór de kerst en dan heeft het een week of zes nodig; dat is volgens mij gebruikelijk. Dan breng ik het vóór 1 april naar de Raad van State met een brief, en dan kan ik dit gelijk oppakken. Dus vóór 1 april. De voorzitter: Ja. Dan gaan we verder met de toezeggingen. De minister zegt toe de Kamer uiterlijk eind oktober te informeren over de ontwikkelingen rondom schijnerkenningen. De minister zegt toe een verkenning uit te voeren naar de plek van de socialmediascreening binnen de reguliere procedure bij mvv-aanvragen en informeert de Kamer over de uitkomsten daarvan. De minister zegt toe met VWS en SZW in overleg te gaan over acties om dakloosheid van arbeidsmigranten tegen te gaan en de Kamer hierover te informeren. Minister Van den Brink: Over die laatste: dat ga ik dan wel laten verlopen via de reguliere kanalen van VWS of SZW, dus dat komt via die kant. De voorzitter: Dan toezegging vijf. De minister zegt toe de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 een overzicht te doen toekomen van de voorwaarden voor verschillende vormen van gezinshereniging en eventuele nationale en EU-ruimte voor aanscherpingen. Dat waren de vijf toezeggingen die wij zien. Meneer Van Asten heeft misschien nog een zesde gehoord. De heer Van Asten (D66): De minister heeft volgens mij ook nog een toezegging gedaan op het gebied van de inburgering, het inburgeringsvereiste en de inburgeringsplicht, namelijk om terug te komen op hoe die gestructureerd kunnen worden. De voorzitter: Ik kijk naar de minister. Ja, de minister herkent dit. Minister Van den Brink: Ja, dat doe ik in dezelfde brief, de brief over naturalisatie. Voor de zorgvuldigheid: op het punt van de gezinshereniging heb ik het woord "aanscherping" zelf niet gebruikt. Ik breng de mogelijkheden en onmogelijkheden in beeld. Daarna komt er een politiek debat. Anders zou ik veronderstellen dat ik daar nu al iets op ga doen. Dat heb ik niet gezegd. De voorzitter: Meneer Ceulemans heeft nog een verduidelijkende vraag. De heer Ceulemans (JA21): Dat begrijp ik. Ik begrijp dat de minister zelf geen voorschotten neemt op wat er allemaal moet gebeuren. Het idee was puur dat we gewoon weten welke mogelijkheden tot aanscherping er zijn. Dan kunnen we vervolgens als Kamer besluiten of we dat wel of niet willen, maar ik denk dat het goed is dat in ieder geval in kaart wordt gebracht waar Nederland nog ruimte heeft om aan te scherpen indien het dat wil. De voorzitter: Ik hoorde de minister "zeker" zeggen. Ja. Dan zijn we hierbij aan het einde van de vergadering gekomen. Dank aan de minister en de ondersteuning. Dank aan de bode en aan alle anderen die ons hierbij hebben ondersteund. Ook dank aan de Kamerleden. Ik sluit hierbij deze commissievergadering. Sluiting 12.06 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 8 oktober 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 8 oktober 2026 1

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingRegulier verblijf
    Conceptverslag Regulier verblijf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.