Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 september 2025, over Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Brontekst
Versie 0e79656b0d87b4d6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 911Bestrijding georganiseerde criminaliteitNr. 488 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 2 oktober 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 10 september2025 overleg gevoerd met de heer Van Oosten, Minister van Justitie enVeiligheid, over:–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 10 okto-ber 2024 inzake rapport Criminaliteit en rechtshandhaving2023. Ontwikkelingen en samenhangen (Kamerstuk 33 173,nr. 25);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.29 november 2024 inzake aanwijzing van het OpenbaarMinisterie over zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek(Kamerstuk 29 911, nr. 453);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.3 december 2024 inzake voortgangsrapportage high-impactcrimes 2024 (Kamerstuk 28 684, nr. 748);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 10 april2025 inzake aanhouding van een advocaat in een strafrechte-lijk onderzoek (Kamerstuk 29 911, nr. 467);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 16 april2025 inzake aanpak aanslagen met explosieven (Kamerstuk28 684, nr. 779);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 30 mei2025 inzake beleidsreactie op WODC-onderzoek «EvaluatieWet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit» (Wet Finec) (Kamerstuk 33 685,nr. 19);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 10 juni2025 inzake halfjaarbrief ondermijnende criminaliteit (Kamer-stuk 29 911, nr. 469);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 13 juni2025 inzake kroongetuigendossier (Kamerstuk 29 911,nr. 470);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 16 juni2025 inzake WODC-rapport Explosieve handel. Dadertypen enaanpak van economische vuurwerkcriminaliteit (Kamerstuk28 684, nr. 782); kst-29911-488ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4881 –de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 16 juni2025 inzake jaarverslag van de Regionale Informatie enExpertise Centra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie enExpertise Centrum (LIEC) 2024 (Kamerstuk 29 911, nr. 471);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 18 juni2025 inzake evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie enVeiligheid (CCV) (Kamerstuk 36 600 VI, nr. 158);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 20 juni2025 inzake anticorruptieaanpak (Kamerstuk 29 911, nr. 472);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 27 juni2025 inzake voortgang integrale aanpak cybercrime (Kamer-stuk 26 643, nr. 1357);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 juli2025 inzake jaaroverzicht 2024 Financial Intelligence UnitNederland (Kamerstuk 29 911, nr. 473);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 4 juli2025 inzake tweede voortgangsrapportage integrale aanpakonline fraude (Kamerstuk 29 911, nr. 474);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 11 juli2025 inzake voortgang versterking en vernieuwing stelselbewaken en beveiligen 2025 (Kamerstuk 29 911, nr. 475);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 11 juli2025 inzake verzamelbrief vuurwerk (Kamerstuk 28 684,nr. 783);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 1 sep-tember 2025 inzake WODC-onderzoek naar de effecten van deciviele verboden op outlaw motorcycle gangs (Kamerstuk29 911, nr. 476);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 sep-tember 2025 inzake onderzoeksrapport Ondergronds bankie-ren in relatie tot georganiseerde criminaliteit in Nederland(Kamerstuk 29 911, nr. 478);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 sep-tember 2025 inzake beleidsreactie op WODC-onderzoek naarondermijnende criminaliteit in de persoonlijke verzorgings-branche (Kamerstuk 29 911, nr. 479).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PoolDe griffier van de commissie,BroodTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4882 Voorzitter: PoolGriffier: NouseAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Aardema, Boswijk, Koops,Michon-Derkzen, Mutluer, Van Nispen, Pool en Wijen-Nass,en de heer Van Oosten, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede middag. Hartelijk welkom bij ditcommissiedebat van de vaste Kamercommissie voor Justitie enVeiligheid. We gaan het hebben over criminaliteitsbestrijding, onder-mijning en georganiseerde criminaliteit.Allereerst een hartelijk woord van welkom aan de kersverse Minister vanJustitie en Veiligheid, de heer Van Oosten. Fijn dat u bij ons bent. Ik kijk uitnaar het debat met u en de leden. U bent hier natuurlijk maandag ook algeweest. Het is dus niet uw eerste keer, maar u bent eigenlijk wel netnieuw op dit soort zaken.Ook een hartelijk welkom aan onze leden. Omdat we om 17.00 uur weeruit deze mooie zaal moeten zijn, hebben zij vandaag vier minutenspreektijd. Het aantal interrupties is maximaal drie. De heer Van Nispengaat ons iets eerder verlaten. Dat doet hij niet uit desinteresse; dat heeft temaken met zijn drukke werkagenda. Daarom geef ik hem bij dezen snelhet woord.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Inderdaad mijn excuses aan eenieder. Ik kan straksniet bij de beantwoording door de Minister zijn, maar vanuit mijn fractiezal worden meegeluisterd. Overigens zijn dit wel thema’s waarover wij alsKamerleden jaren geleden ook al de degens hebben gekruist. Dat is duswel interessant. Ik zie de herkenning al in de ogen.Voorzitter. Het bestrijden van iedere vorm van criminaliteit begint bijpreventie. Dat geldt zeker voor de vormen van de zware georganiseerdecriminaliteit. We kennen de schrijnende verhalen van jongeren diegeronseld worden om pakketjes weg te brengen of om containers uit tehalen. Zij worden niet geworven in de sociaal veilige wijken waar hetgoed gaat, waar de integratie geslaagd is, waar mensen genoeg tebesteden hebben, waar de woningen prettig zijn en de zorg goed isgeregeld, waar voldoende wijkagenten zijn en de inzet van jongeren-werkers goed op orde is. Ik wil maar zeggen: het is zeker niet zo dat er aande preventieve kant helemaal niets te doen is. Hoe ziet de Minister dit? Hetzou voor een nieuwe Minister echt een geweldige binnenkomer zijn als hijhier een heel mooie visie daarop zou neerleggen.Om de grote jongens, de zware criminelen, aan te pakken en de structurente ontmantelen, hebben we vervolgens repressie nodig. De recherchemoet dus op orde zijn. We hebben geweldig goede en slimme speur-neuzen bij de politie en het OM, maar ze zijn met te weinig, de werkdruk iste hoog en het aantal collega’s is te laag. Zaken blijven liggen. Ik maak mijgrote zorgen – ik niet alleen; dat doen we allemaal – over de financiëlesituatie bij de politie. Hoe gaat de Minister nou voorkomen dat die effectheeft op de aanpak van de grote boeven en de criminele organisaties, diewe moeten bestrijden? Kan hij eigenlijk wel garanderen dat die problemendaar geen effect op zullen hebben?Na preventie en repressie moet het ook gaan over het afpakken vanmisdaadgeld. Bij bijna alle vormen van criminaliteit draait het om geld,maar bij de strijd tegen de misdaad gaat het daar wat mij betreft helaasnog veel te weinig om. Justitie pakt maar een schijntje af van wat er doorboeven met criminaliteit wordt verdiend. Ik vraag hier samen met eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4883 hoop collega’s al jaren aandacht voor. Waar blijven nou toch de funda-mentele plannen en trouwens ook de niet-fundamentelere plannen – ik wilgewoon plannen – voor het afpakken van meer wederrechtelijk verkregenvermogen, van crimineel geld dus? Want misdaad mag niet lonen.De voorzitter:De heer Koops heeft een vraag aan u.De heer Koops (NSC):Inderdaad, meneer de voorzitter. De heer Van Nispen heeft het over deinvesteringen die moeten worden gedaan in justitie en politie. Kan hijdaar iets preciezer over zijn? Iedereen hier weet waar dat geld naar demening van de heer Van Nispen als eerste in zou moeten worden gestopt.Kan hij dat concretiseren?De heer Van Nispen (SP):Ja. Dat lijkt een heel makkelijke vraag, maar dat is eigenlijk een heelmoeilijke vraag. Ik denk dat wij allemaal vinden dat je, om meer te doenaan preventie, meer buurt- en wijkagenten behoeft die de mensen kennenen gekend worden. Ik denk dat we ook vinden dat er meer opgespoordmoet worden. Dus: investeren in recherche. Mevrouw Michon-Derkzen zaldan bijvoorbeeld zeggen: ja, maar het budget van de politie is gestegenvan – wat is het? – 5 miljard naar 8 miljard. Ja, maar we zien tegelijkertijddat van de politie ook wordt gevraagd om heel veel geld en activiteit tebesteden aan zaken waar de politie eigenlijk niet voor is, bijvoorbeeld deomgang met personen met verward en onbegrepen gedrag. We zullendus aan alle kanten moeten kijken hoe we de politie beter kunnen maken,zodat zij zelf kunnen bekijken, met sturing door ons en de Minister, waarze het hardste nodig zijn. Het mag wat mij betreft in ieder geval niet tenkoste gaan van preventie, maar ook niet ten koste van het opsporen vande georganiseerde criminaliteit. Dat vinden we vanuit principe, maar weweten ook dat de jongeren in de kwetsbare wijken daar uiteindelijk degrootste dupe van zijn.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik zie de heer Koops instemmend knikken. Gaat u verdermet uw betoog.De heer Van Nispen (SP):Voorzitter. Ik was gebleven bij de aanpak van misdaadgeld. Daar heb ik aleen vraag over gesteld, maar ik wil ook aan de Minister vragen of hij nietook vindt dat we moeten oppassen dat de aanpak in de praktijk nietdoorslaat. Want wat zien we vooral ook gebeuren? Ik zeg «ook», niet«alleen». We zien dat het vooral de kwetsbare wijken zijn waar mensenvaker worden gecontroleerd op fraude met bijvoorbeeld uitkeringen entoeslagen. Daardoor worden soms hele groepen mensen met lageinkomens verdacht gemaakt. In sommige gemeentes worden intimide-rende huisbezoeken afgelegd zonder dat wordt uitgelegd waar men naarop zoek is en zonder dat er een fatsoenlijke rechtsbescherming is. In mijngemeente bijvoorbeeld, in Breda, worden inmiddels garageboxenopengebroken door boa’s na anonieme tips en signalen, eveneens zonderuitleg, zonder bescherming en zonder een eventuele schadevergoedingvoor de eigenaren. Als je van wat er nog over is van het vertrouwen in deoverheid nog meer vertrouwen wil verspelen, dan moet je dus vooral opdeze manier doorgaan. Dit is echt funest. Ja, pak criminaliteit aan, maardoe dat netjes en houd je als overheid zelf aan de regels. Ik ben benieuwdof de Minister mijn zorgen op dit punt deelt.En, zo zegt de SP erbij, haal het geld waar het zit. Dat zit niet grotendeelsin die arme wijken. Nee, dat zit bij de grote criminelen, bijvoorbeeld bijdegenen die belasting ontwijken via de Zuidas en bij de brievenbusmaat-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4884 schappijen. Dat is pas echt ondermijnend. Nederland is een walhalla voorcriminelen, een topland in het faciliteren van brievenbusfirma’s en hetwitwassen van fout geld. We zijn een brievenbusparadijs. Vrijwel alles kanen mag in ons land. Er was een adres waarop binnen negen dagen403 bedrijven werden ingeschreven. Op één adres stonden meer dan4.000 bedrijven ingeschreven. En er was iemand die maar liefst193 bestuursfuncties had. En ga zo maar door. De meest absurdevoorbeelden kom je tegen. Kennelijk kan en mag dat allemaal ongestoordzijn gang gaan, terwijl het evident is dat heel veel van dit soort bedrijfjesalleen op papier bestaan om alles te verhullen wat het daglicht niet kanverdragen: witwassen, belasting ontduiken, mensen oplichten. En nee,niet al die adressen en bedrijfjes zijn fout, maar als je een beetjeonderzoek doet – dat kunnen een heleboel mensen in Nederland – dankun je zien wanneer het foute boel is. Waar blijven nou de plannen om ditstevig aan te pakken?Ik heb nog wat afsluitende opmerkingen. Of komt er een interruptie?De voorzitter:Er komt inderdaad een interruptie.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik ben het zeer eens met deze laatste woorden van de heer Van Nispen. Ikvind ook dat we daar meer aan moeten doen. Bijvoorbeeld de Kamer vanKoophandel wil hier ook zelf graag meer aan doen. Zij zien ook aan debalie wat evident niet deugt. Zij hebben eigenlijk helemaal geen drempelswaardoor ze iemand ook níét kunnen inschrijven. Is de heer Van Nispenhet met mij eens dat we ook de Kamer van Koophandel beter moetenequiperen, dat we hun drempels moeten geven waardoor het mogelijkwordt om evident malafide bedrijven niet in te schrijven? Dat heb ikoverigens ook in een motie gezet, naar ik meen in een motie van februarivan dit jaar.De heer Van Nispen (SP):Ja, volmondig ja. Ik meen mij te herinneren dat ik daar zelf ook een keerop heb aangedrongen in een commissiedebat. Het zou mij verbazen als ikde motie die mevrouw Michon-Derkzen voor zich heeft liggen, niet zouhebben gesteund. Ik ben het er echt mee eens. We vragen veel van deKamer van Koophandel, net zoals we veel vragen van allerlei organisaties.Maar als er iemand is die hier iets aan zou kunnen doen en daar een rol inzou kunnen pakken, die dit soort gekkigheid kan signaleren, dan is het deKamer van Koophandel. Dat moet natuurlijk gebeuren in samenwerkingmet de FIOD, met de recherche en met meerdere partijen. Maar de Kamervan Koophandel heeft daar zeker een rol in. Want iemand die op één adres4.000 bedrijven inschrijft of binnen negen dagen 403 bedrijven of ietsdergelijks, moet langs de Kamer van Koophandel. Dat kan niet anders. Hetis dus heel logisch om hun hierin een rol te geven.De voorzitter:Hartelijk dank. Er zijn meerdere vragen. Allereerst mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Wat dat laatste betreft: dat steun ik wel. Ik denk dat velen van ons eenvoorstel hebben ingediend om volgens mij artikel 5 van de Handelsregis-terwet zodanig te wijzigen dat de Kamer van Koophandel malafideondernemers eerder kan weren. Waar ik mijn collega Van Nispen niet overhoorde in zijn overigens zeer goede inhoudelijke bijdrage, is de rol van denotarissen. Daar heeft hij zelf ook een paar keer aandacht voor gevraagd.De Minister onderzoekt nu hoe hun poortwachtersrol kan wordenversterkt. Wij hebben eerder samen met de SP een initiatiefwetsvoorstelingediend over een centraal aandeelhoudersregister en het betrekken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4885 dat register hierbij. Ik denk dat dit inderdaad kan helpen ombv-constructies te doorzien en om financieel-economische criminaliteit tebestrijden. Misschien wil hij daar nog iets over zeggen.De heer Van Nispen (SP):Dank voor die gelegenheid. Je moet altijd kiezen wat je wel en niet aan deorde stelt, maar over de rol van de Kamer van Koophandel en denotarissen ben ik het volmondig eens. Volgens mij was er voor het vorigecommissiedebat over dit onderwerp een uitstekende brief van deburgemeesters van de G4. Zij zeiden het heel specifiek: u kunt dit doen, ukunt dit doen en u kunt dit doen. En ik was het met alles eens. Volgens mijhebben wij de Minister toen de opdracht gegeven – of gevraagd, het ismaar net hoe je het wil zeggen – om dat op te pakken. We hebben deMinister toen ook gevraagd om nog eens te kijken naar het initiatiefwets-voorstel over het centraal aandeelhoudersregister dat GroenLinks-PvdAen de SP samen hebben ingediend. Daar zou naar gekeken worden. Wanthet was toch vooral wel zo dat er op het ministerie weerstand was tegenhet volgens mij uitstekende voorstel om de notarissen in positie tebrengen waardoor zij wat kunnen betekenen bij het ontmantelen van destructuren van de georganiseerde criminaliteit. Het ministerie was daarniet zo blij mee en dreigde daarom – het was nog niet helemaal zo – eennegatief advies te geven aan de Kamer. We hebben toen dus gevraagd:kan het ministerie daarnaar kijken, kan het helpen? Het gaat ons er nietom dat ons een initiatief uit handen wordt genomen. Daar gaat het nietom. Als het maar gebeurt. Goede dingen moeten gewoon gebeuren. Ikweet niet of mevrouw Mutluer daar hetzelfde in zit, ...Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Zeker!De heer Van Nispen (SP):... maar van mij mag de Minister dit goede voorstel zo hebben om daarzelf mee te gaan shinen, want daar zijn we niet in geïnteresseerd. Als degoede dingen maar gebeuren.De voorzitter:Oké. Hartelijk dank. De heer Aardema heeft ook nog een vraag.De heer Aardema (PVV):Meneer Van Nispen noemde het voorbeeld van boa’s die boxenopenbreken in, meen ik, Breda. Die zullen daar toch wel een rechtsgrondvoor hebben, lijkt mij. Dat kan toch niet anders? Maar mijn vraag gaatover iets anders, namelijk over preventie. Crimineel worden: dat is tocheen soort keuze de je maakt, zij het een foute keuze. Je hebt gezinnenwaarin er drie broers zijn, van wie er eentje crimineel wordt en er tweeeen keurige baan hebben. Misschien kan meneer Van Nispen dat nogeven duiden.De heer Van Nispen (SP):Toch nog even over die garageboxen: daar is wel iets heel raars aan dehand. Ik kan die rechtsgrond zo niet oplepelen, als daar al een rechtsgrondvoor is. Daarover gaat een van de Kamervragen die ik heb gesteld, dus dathoren we nog wel. Maar het gaat ook over de manier waarop. Ze wetenheus wel van wie die garageboxen zijn, maar zonder bij die mensen aan tebellen breken ze zomaar op basis van anonieme signalen binnen; zefilmen de boel en vervolgens wordt niet eens de schade vergoed. Dat isniet hoe de overheid met mensen om moet gaan. Dus als het al recht-matig zou zijn, wat ik zeer betwijfel gezien de manier waarop, dan vind ikdaar nog steeds wat van. Ik vind dat we dat voortaan anders moetendoen, ook voor het vertrouwen in de overheid dat mensen moeten kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4886 hebben. Dat vertrouwen moet iedereen kunnen hebben, ook als er welwat aan de hand is trouwens.Dan over de preventie. Natuurlijk heeft de heer Aardema gelijk: het komtniet alleen maar door de omstandigheden. Maar ik denk niet dat de heerAardema zal ontkennen dat omstandigheden uiteindelijk zeer bepalendzijn voor bepaalde keuzes die je kunt maken. Volgens mij zei ik het heelnetjes: het zijn nou niet bepaald de beste wijken – de wijken waarnauwelijks jeugdzorg ontbreekt, waar de integratie fantastisch geslaagd isen waar voldoende politieagenten en jongerenwerkers zijn – waar demeeste problemen zijn. Ook daar zijn er hier en daar mensen die hetcriminele pad opgaan. Dat klopt wel degelijk. Maar ik wil maar zo zeggen:als wij ervoor kunnen zorgen dat de omstandigheden zo zijn dat menseneen fatsoenlijk dak boven hun hoofd hebben, dat de zorg en indien nodigook de jeugdzorg op orde is, dat er jongerenwerkers en buurtagenten zijn,dat er conciërges op de scholen zijn en er meer sociale samenhang encontrole is, dan kun je al een heleboel afvangen. Misschien kun je dan nietalles afvangen, maar wel een heleboel. Het zou echt oerstom zijn als wedat niet met elkaar zouden willen organiseren. Daarmee zeg ik niks overde individuele verantwoordelijkheid; hopelijk stel ik de heer Aardemadaarmee nogmaals gerust.De voorzitter:Hartelijk dank. Heeft u nog een vraag?De heer Aardema (PVV):Nou, een opmerking. Je kunt al die omstandigheden inderdaadbeïnvloeden, maar je kunt ook altijd nog «nee» zeggen.De heer Van Nispen (SP):Ja, dat kan. En je kunt er als coalitie ook voor kiezen om jarenlang heelweinig te doen aan die omstandigheden, en dan vind ik daar ook wat van.Ik zeg daar «nee» tegen. Dan denk ik ook: ja, waar blijven nou die plannenom armoede te bestrijden, waar blijven de plannen om de jeugdzorg teverbeteren, waar blijven de plannen tegen dakloosheid en voor aanpakkenvan de grote problemen in wijken? Daar kun je ook voor kiezen.De voorzitter:Ik begreep dat u niet helemaal klaar was met uw inbreng.De heer Van Nispen (SP):Wel bijna.De voorzitter:U zit wel in de rode cijfers.De heer Van Nispen (SP):O jee. Dan ga ik heel snel afronden.We hadden een motie ingediend om een netwerkanalyse los te laten opde aanpak van brievenbusmaatschappijen. Ik ben benieuwd hoe hetdaarmee staat.Ik heb samen met mevrouw Mutluer een motie ingediend om meer teinvesteren in de strijd tegen fraude, corruptie en witteboordencrimina-liteit. Hoe staat het met de uitvoering van die motie? Voor de geloofwaar-digheid van ons systeem, het vertrouwen in de overheid en een effectieveaanpak van criminaliteit is dit namelijk allemaal cruciaal. Als mensen hetsoort klassenjustitie dat ik heb beschreven, ervaren en zien, dan is datsuperslecht voor het vertrouwen in de overheid.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4887 U bedankt voor uw inbreng. We gaan luisteren naar de heer Koops. Aan uhet woord, meneer Koops.De heer Koops (NSC):Dank u, meneer de voorzitter. Nou zijn er buitengewoon veel verschillendevormen van georganiseerde misdaad. Ik ga mij vandaag focussen op hetwoordje «corruptie» in combinatie met de georganiseerde misdaad. Ikvind de bestrijding hiervan dusdanig belangrijk dat het als het ware depolitieke stromingen in hun totaliteit overstijgt. Dat is de reden om voordit onderwerp te kiezen.Ik begin met een voorbeeld van een strafzaak die gisteren tot eenvoorlopig einde is gekomen. Die strafzaak is de zaak-Berghaven, en die isdoor de rechtbank Rotterdam afgedaan. Vier gevallen zijn gepubliceerd.En waar gaat het hier nou allemaal om? Het gaat in essentie om eendouanier. Wat je hier ziet, is hoe de georganiseerde misdaad drugsNederland binnensmokkelt of via Nederland doorsmokkelt naar andereplekken in Europa. We hebben het hier simpelweg over de containers diede haven binnenkomen. Om via zo’n container drugs te kunnensmokkelen, is het essentieel dat je een platte, corrupte douanier aan jezijde hebt, eentje die op zijn computertje kan zien waar de containervandaan komt, wat erin zit, waar die heen gaat en hoe onschuldig, hoeonverdacht zo’n container is. De strafzaak die gisteren tot een eindekwam, kon beginnen doordat cryptotelefoons van Sky ECC werdengekraakt en de berichten daarop gelezen konden worden. Toen bleek dateen van de douaniers ook zelf zo’n telefoon had. Het was een dame. Enwat deed deze mevrouw? Zij maakte foto’s van haar laptopje. Op hetlaptopje waren de cijfers en de berichten over die containers te zien. Zijmaakte daar een fotootje van, en dat stuurde ze door. Dat werdvervolgens weer doorgestuurd, en zo wisten de criminelen precies welkecontainers ze konden gaan gebruiken voor de smokkel van drugs.Deze zaak is geëindigd met het opleggen van straffen van 43 maanden –dat had eigenlijk gewoon een volle vier jaar moeten zijn, maar de zaakduurde veel te lang – van 36 maanden en zo nog een aantal dingen. Nou,waarom vertel ik dit zo uitgebreid? Als je die zaak leest, dan blijkt hoeeenvoudig misbruik kan worden gemaakt van je positie als douanier, endat is uitermate verontrustend. Als je eenmaal toegang hebt tot diegegevens, zijn criminelen bereid € 25.000 aan jou te betalen voor diefotootjes, voor fotootjes die je gewoon zo maakt.Dat geeft de omvang van de problemen aan. In een van de stukken die tengrondslag liggen aan deze vergadering, aan dit debat, zien wij staan datrecentelijk naar voren is gekomen hoe groot het probleem van corruptie inNederland is. Nou, dat is volgens mij helemaal niet zo. Volgens mij wetenwe dit met z’n allen al heel erg lang. Heel concreet: hoe gaan we diecorruptie nog beter bestrijden? Dat is immers ons gemeenschappelijkdoel. Ik ga hier helemaal geen vliegjes afvangen of zeggen dat de Ministerof zijn ambtsvoorganger dingen verkeerd heeft gedaan. Misschien is datwel zo, maar laten we hier vooral werken aan oplossingen.We hebben de kroongetuigenregeling. Dit voorjaar is over die kroongetui-genregeling gezegd: die gaan we openstellen voor het bestrijden vancorruptie. Ik vind dat een cruciaal onderdeel van de bestrijding vancorruptie. Wij mogen niet afhankelijk zijn van de toevallige vondst vanberichtjes op een cryptotelefoon om erachter te komen dat er eenstructureel probleem is met corruptie in de haven, terwijl wij het eigenlijkallemaal weten. De vraag is dus aan de Minister: hoe staat het ervoor? Inde lente zijn allerlei aankondigingen gedaan over de invoer van dieregeling. Wat kunnen we wat dat betreft verwachten?Waar die regeling niet op ingaat, is hoeveel geld de overheid beschikbaargaat stellen voor het implementeren van die regeling. Dat leg ik nu optafel. Daarbij is één ding heel erg belangrijk. We hebben het hier over dewitteboordenkroongetuige. Laten we zeggen: de foute accountant, deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4888 foute advocaat, iemand die gewoon moet stoppen met zijn crimineleleven en openheid van zaken moet geven, à la Nabil B., en die dus ookgestraft gaat worden. In die regeling staat heel duidelijk dat die strafgeheel voorwaardelijk kan zijn. Dat is niet zo bij de kroongetuigenregelingdie geldt voor zware criminaliteit. Dan kan je er max 50% vanaf gaanhalen. Wat verklaart nu dat de hele gevangenisstraf voorwaardelijk kanworden opgelegd? Dat is één.Twee. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de kroongetuige die eenvergoeding krijgt voor de rest van zijn leven, en de zogenaamdebedreigde getuige, dus de niet-criminele, bedreigde getuige, die openheidvan zaken geeft, maar die ook een nieuw leven nodig heeft omdat hijgevaar loopt. Daar staat bij: a life for a life. Kortom, je krijgt net zo veelgeld als je nodig hebt om de mate van welstand die je had in je oudeleven door te zetten. Dat hele pakket zet ik boven op de haven vanRotterdam, en dan denk ik dat we geen dag kunnen wachten met deimplementatie ervan. Vandaar dus de vraag naar de budgetten diedaarvoor nodig zijn.Ben ik al door mijn tijd heen, meneer de voorzitter?De voorzitter:Jazeker. Daarom wou ik u erop attenderen dat u ver over uw tijd heenbent. Mevrouw Mutluer staat te popelen om u een vraag te stellen, dus alsu nog even kunt afronden ...De heer Koops (NSC):Mag ik het dan hierbij laten: ik hoop dat iemand hier aan tafel nog ietsgaat zeggen over poortwachters en over de notarissen. Daarbij laat ik hetop dit moment in mijn betoog.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Uiteraard wil ik een vraag stellen over de poortwachters en de rol van denotarissen en over het initiatiefwetsvoorstel dat wij al klaar hebben liggenen waarvan we hopen dat de Minister dat oppakt. Uiteraard ben iknieuwsgierig naar de mening van NSC daarover. Maar ik zeg heel eerlijkdat mijn vraag eigenlijk ook ging over het recente incident, naar ik meenin Amsterdam, waarbij een ambtenaar adresgegevens had doorgesluisdnaar criminelen, waardoor explosies konden plaatsvinden. Collega Koopshad het over de douanier. De kroongetuigenregeling is er, maar ik denk,geloof en vertrouw erop dat meer moet worden gedaan om ervoor zorgendat mensen niet gedwongen worden tot of ingezet worden voor criminelezaken. Welke rol ziet mijn collega in dezen voor de overheid, zeker als hetgaat om de ondersteuning van onder andere gemeenten en ambtenarendie misbruikt, gebruikt en bedreigd kunnen worden voor allerlei criminelezaken?De heer Koops (NSC):Mijn betoog over de poortwachtersfunctie van onder anderen notarissenwas inderdaad tamelijk beknopt. Ik geef daar graag nog even eentoelichting op in de vorm van een vraag aan de Minister. De vraag is heelsimpel: de KNB, de organisatie van notarissen, staat voor dat de geheim-houdingsplicht gedeeltelijk wordt opgeheven als het gaat om mensenwaarvan ze vermoeden dat die foute zaakjes doen in het vastgoed. Devraag is hoe deze Minister aankijkt tegen het gedeeltelijk opheffen van diegeheimhoudingsplicht. Ik wijs erop dat hier binnenkort ook nog een debatover zal plaatsvinden binnen de KNB. Het zou heel fijn zijn als de Ministereen richtinggevende opmerking kan maken voor dat debat.Daarmee kom ik terug op het tweede gedeelte van de vraag van mevrouwMutluer. Zij vraagt hoe ik aankijk tegen de vraag hoe we ondermijnendecriminaliteit kunnen bestrijden. De corruptiezaken, het schenden van eengeheimhoudingsplicht en het verkopen van informatie zijn zaken die zichTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 4889 op het snijvlak van de boven- en de onderwereld bevinden. Dat kan ik nietgenoeg benadrukken. Dat is waar we echt zoden aan de dijk kunnenzetten. Zelf denk ik daarbij aan een permanente screening voor douaniers.Denk aan een vog-regeling zoals die bijvoorbeeld ook al bestaat in dekinderopvang, waarbij je jaarlijks moet laten zien dat je geen verdachtebent in een onderzoek en ook niet bent veroordeeld voor het een of hetander. Ik vraag of de Minister daarop zou willen ingaan. Met betrekking totde ondersteuning van de gemeenten kan ik me heel goed voorstellen dater protocollen worden ontwikkeld waarmee er aan gemeenteambtenarenwordt gevraagd wat hun neveninkomsten zijn, dus welke andere bronnenvan inkomsten zij hebben naast de baan die zij hebben bij de gemeente.Mijn vraag is dan ook of de Minister daarop zou willen reflecteren.Dank u.De voorzitter:Hartelijk dank. Er zijn verder geen vragen. Dan gaan we luisteren naarmevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik wil graag beginnen met de actualiteit, namelijk devrijlating van de kroongetuige Nabil B. De rechter heeft geoordeeld dathet kan, onder hele stevige voorwaarden. Zijn advocaat laat in de krantweten dat er inmiddels beschermingsmaatregelen en -programma’s zijnopgetuigd waarmee de veiligheidsrisico’s goed kunnen worden beheerst.Dat vind ik mooi. Nu moet dat nog gebeuren voor de andere kroonge-tuigen. Want laten we eerlijk zijn: we hebben al een heel debat gehad overhet OVV-rapport. Ik zie ook echt wel dat er stappen zijn gezet, maar ik hebwel nog steeds wat zorgen. Als ik de plannen van de Minister lees, zie ikdat er meer kroongetuigen zullen komen. Dan gaat het om mensen dieverdacht worden van relatief kleine misdrijven. Als ze meewerken, wordter soms zelfs geen straf tegen ze geëist. Het is de bedoeling dat we metkleine vissen grote vissen vangen. Gelukkig kijkt daar dan altijd achterafeen rechter naar. De Minister wil niet vooraf gaan toetsen. Ik heb destukken daarover gelezen, maar ik zou toch willen dat de Minister heelgoed uitlegt wat het probleem is bij een toets vooraf.Ik lees ook dat er geen deals worden gesloten zonder dat de veiligheid vande kroongetuigen gewaarborgd is. Daarom moet naast het OM de NCTVook een rol krijgen. Mijn vraag aan de Minister is hoe dat nou precies gaatwerken. Wie hakt de knoop door wat betreft de vraag of een deal veilig is?Ik las dat iemand die in het getuigenbeschermingsprogramma wordtopgenomen, vrijwel altijd onvindbaar wordt als je hem of haar met eenandere identiteit in het buitenland onderbrengt. Die persoon wordt danniet in het stelsel bewaken en beveiligen opgenomen, maar moet met eenandere identiteit in het buitenland wonen. Dat lijkt me best wel een groteopgave, zeker als er gezinnen in het spel zijn. Mijn vraag is hoe reëel hetdan is dat er verdachten zullen zijn die daaraan gaan meewerken. Komt zoiemand op enig moment niet toch in beeld voor beveiliging? Is het stelseldaar dan klaar voor?De heer Koops (NSC):Luisterend naar mevrouw Mutluer dringt zich onmiddellijk de vraag op inhoeverre GroenLinks-PvdA achter een beleid staat waarbij de kroongetui-genregeling überhaupt wordt opengesteld voor dit soort gevallen diebetrekking hebben op corruptie en ondermijning. Die vraag stel ik nietvoor niks, want er is een gigantische discussie geweest in deze Kamerrond het überhaupt invoeren van een kroongetuige. Er kleven namelijkecht hele grote risico’s aan: je maakt een deal met een crimineel. Eencrimineel zal dan denken als een crimineel en het maximale eruit willengaan halen. Kunt u reflecteren op hoe GroenLinks-PvdA überhauptTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48810 aankijkt tegen het breder toepassen van de kroongetuigenregeling voordit soort zaken?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik sta daar niet negatief tegenover, maar wij hebben in het verleden inmeerdere debatten wel onze zorgen geuit ten aanzien van de bescher-mingsprogramma’s. Want laten we eerlijk zijn: het OVV-rapport is nietvoor niets opgesteld na de dood van de broer van Nabil B., van DerkWiersum, en van, ons zeer bekend, Peter R. de Vries. Ik ben er dus nogniet helemaal van overtuigd dat we het nu allemaal goed hebbengeregeld. Ik zie wel dat er hele goede stappen worden gezet. Ik ben heelbenieuwd hoe de NCTV zijn rol gaat oppakken, zeker wat betreft bevei-liging. Als ik, namens GroenLinks-PvdA, het gevoel heb dat die beveiligingbeter gewaarborgd is – ik weet dat we daar een wet voor gaan ontvangen– dan kan ik me best voorstellen dat je die regeling gaat uitbreiden naarandere beroepsgroepen om met kleine vissen de grote vissen te kunnenvangen. Maar ik wil eerst wat concrete waarborgen in dezen. Daar ben iknog niet helemaal gerust op, vandaar deze eerste vragen. Maar het magook onderstreept en benoemd worden dat er goede stappen wordengezet.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dan ga ik naar de vuurwerkexplosies. Het goede nieuws is dat hetOffensief tegen Explosies er eindelijk is. Met de oprichting daarvan wordtinvulling gegeven aan mijn motie en de motie van collega Boswijk om tekomen tot een integrale samenwerking voor de bestrijding van dezeproblematiek. Maar daar gaat het mij nu niet om. Het gaat mij erom dat erminder explosies komen. Ik zie dat dit nog niet het geval is, ondanks hetfeit dat we nu een offensief hebben. Ik weet dat je zo’n offensief – ditoffensief is trouwens onder leiding van Carola Schouten – wel de nodigetijd moet geven. Mijn vraag is of er inmiddels wel indicaties zijn dat het degoede kant op gaat. Kunnen we de eerste vruchten van de inspanningenal plukken? Ik wil dat de Minister ook even ingaat op de vraag hoe hij derol van de corporaties daarin ziet.Over repressie hebben we het nu heel erg vaak gehad. Ook ik geloofenorm in preventie, vooral als het gaat om kwetsbare jongeren, diebeïnvloedbaar zijn. In de stukken worden succesvolle initiatievengenoemd zoals Jongerenwerk op Zuid en de inzet van coaches. Inkwetsbare wijken zijn er veel jongeren die risico lopen. Mijn vraag aandeze Minister en ook aan de voorgaande Ministers, is als volgt. Je moetniet constant opnieuw het wiel willen uitvinden; in hoeverre kun je ditsoort projecten landelijk uitrollen? Ik heb zelf gepleit voor gespeciali-seerde jongerenwerkers; daar geloof ik heel erg in. Daar heb ik ookvoorstellen voor ingediend. Daar is ook geld voor uitgetrokken. Ik wil datde Minister op dit punt ingaat.Last but not least: financieel-economische fraude. Ik wil met nameinzoomen op de hypotheekfraude. We zien dat de hypotheekfraude inveilige wijken best groot is. De Minister van Financiën heeft daaroveronlangs een brief naar de Kamer gestuurd, ook namens deze Minister.Daarin wordt onder meer ingegaan op de wens van de hypotheekver-strekkers om bij de Belastingdienst te kunnen checken of de aanvragerwel het inkomen heeft dat hij beweert te hebben. De Minister zegt: «Dat isveel te ingewikkeld. De banken zijn geen bestuursorganen. De Belasting-dienst is al heel erg overbelast. De wetgeving moet worden aangepast.» Ikvind dat niet heel erg hoopvol klinken. Hoe moeten banken dan wélchecken of een aanvraag klopt? Dat is niet alleen in het belang van debank: dit gaat ook om het voorkomen van fraude en witwassen. Dient ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48811 dan niet – dit is mijn laatste zin, voorzitter – een algemeen belang datzwaar genoeg weegt om de wet en de praktijk aan te passen? Dit is een tegroot probleem. Actie is vereist.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor uw inbreng. Dan geef ik het woord aan de heerBoswijk.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik had mijn inbreng gisteren al klaar toen hetnieuws naar buiten kwam dat een aantal soevereinen een plan aan hetberamen was om mogelijk een aanslag te plegen op burgemeester Buma.Complimenten aan politie en justitie voor het feit dat zij dit tijdig op hetspoor zijn gekomen en hebben gehandeld. Mijn collega, Inge van Dijk, zalhier vanavond bij het debat over het versterken van lokaal bestuur verderop ingaan. Dit geeft wel aan hoe groot het probleem en de dreiging vanuitsoevereinen is en hoe groot de impact is op lokale bestuurders. Niet voorniets zijn er telkens minder wethouders en burgemeesters te vinden. Ikben wel benieuwd naar een korte reflectie daarop van deze Minister, dietot voor kort natuurlijk zelf ook burgemeester was.Voorzitter. Meld Misdaad Anoniem bestaat bijna 25 jaar, maar debereidheid om verdachte situaties te melden blijkt nog altijd klein. Ditterwijl het melden van criminaliteit heel belangrijk is om de pakkans tevergroten. Wat het CDA betreft moeten de drempels om crimineel ofverdacht gedrag te melden zo laag mogelijk zijn.Gisteren lazen we dat er een anoniem meldpunt komt voor voetbalcrimi-naliteit omdat supporters vaak bang zijn voor wraakacties. Het is bizar datdat nodig is, maar wel heel verstandig. De campagne is georganiseerddoor de KNVB, politie, gemeenten en het OM. Zijn ook de kleinereamateurclubs al hierbij betrokken, vraag ik de Minister. Welke maatre-gelen kan de Minister nemen om te bevorderen dat misdaad anoniemwordt gemeld?Begin dit jaar startte de succesvolle campagne Houd misdaad uit je buurt,die ertoe leidde dat er 70% meer meldingen binnenkwamen. Is het vervolgvan die campagne al van start gegaan? Wanneer verwacht de Minister deeerste resultaten?In Engeland zijn ze begonnen met het plakken van stickers op stoeltjes invoetbalstadions met daarop een nummer waar je een appje naar kansturen. Dat bericht komt bij de meldkamer terecht, die de situatie in degaten kan houden en ook kan ingrijpen. Is de Minister bereid om ingesprek te gaan met de politie en de KNVB om soortgelijke maatregelente nemen in voetbalstadions?Voorzitter. De georganiseerde misdaad vormt een groot gevaar voor onzerechtsstaat. De kroongetuigenregeling is een sterk instrument om dezezware criminelen op te sporen en aan te pakken. «Om de kop van de slangaf te bijten zijn kroongetuigen cruciaal», kopte de krant gisteren. Met eennieuwe wet wordt de zorgplicht van de Staat tegenover kroongetuigenwettelijk verankerd. Dat is een goede stap. Maar nog steeds is onduidelijkhoe de veiligheid van kroongetuigen wordt gewaarborgd. Deze week werdbekend dat de kroongetuige in het Marengoproces vrijkomt. Is deveiligheid van deze kroongetuige op orde? Aan welke eisen moet erworden voldaan? Worden de personen om de kroongetuige heen, zoalsfamilie en advocaten, goed beveiligd? Kan de Minister daarnaast eenupdate geven over het nieuwe stelsel bewaken en beveiligen inverhouding tot de kroongetuigenregeling?Voorzitter. Vorige week werd het WODC-onderzoek naar de effecten vanhet civiele verbod op criminele motorclubs openbaar. Sinds het verbodzijn zeven motorbendes verboden, maar dat heeft weinig effect gehad opde frequentie van het crimineel gedrag. Lidmaatschap van criminelemotorbendes blijft aantrekkelijk voor een bepaalde groep mannen. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48812 WODC-onderzoekers stellen de vraag of de aanpak niet meer gefocust zoumoeten worden op de meest gevaarlijke leden van criminele motor-bendes. Hoe kijkt de Minister daarnaar? Hoe kunnen we ervoor zorgen datdie kopstukken sneller worden opgepakt en opgespoord?Voorzitter. Ik moet zo meteen helaas ook eerder weg, want ik moet eenbuitenlandse delegatie ontvangen. Excuus! Het is geen desinteresse, maarhet heeft te maken met het feit dat alles ineens in de aankomende drieweken moet worden gepland omdat anders kennelijk de wereld vergaat.De voorzitter:Hartelijk dank. We zijn allemaal heel erg blij dat u die delegatie wiltontvangen. Dat is natuurlijk geweldig voor de Tweede Kamer: u alsvisitekaartje. Mevrouw Michon-Derkzen. Het woord is aan u.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. Welkom aan de Minister. Dit onderwerp zal hem nietvreemd voorkomen. Als burgemeester heb je natuurlijk ook te maken metgeorganiseerde drugscriminaliteit en ondermijning. Terugkijkend moetenwe vaststellen dat er echt een been is bijgetrokken op dit onderwerp. Datwas ook nodig; wij hebben dit eerder een veelkoppig monster genoemd.Er is geïnvesteerd in een brede bestrijding van georganiseerde crimina-liteit. Denk aan de RIEC’s en de mainportaanpak. Die zaken zijn allemaalheel goed. Laten we die vooral doorzetten. We zijn natuurlijk ook nog aanhet wachten op een aantal belangrijke wetten. Denk aan de strafmaatver-hoging bij drugsdelicten, de bevoegdheden die de politie krijgt metbetrekking tot de besloten chatgroepen en de wet om criminelegeldstromen beter aan te kunnen pakken. Die wetten zijn echt nodig. Ikhoop dat de Minister daarmee doorgaat, ondanks de demissionairesituatie.Twee punten van zorg. De heer Van Nispen noemde het al: hoe zit het noumet de inzet van de politie nu de politie zo enorm onder druk staat? En ikwil ook altijd het volgende weten: hoe zit het nou met de uitvoering vande motie over gegevensdeling? Waar blijft die agenda rond het delen vangegevens? Daar wordt vanuit het veld zo naar gevraagd.Dan iets over het doorbreken van die financiële geldstromen. Ik wasgisteravond bij de KNB en de notarissen. Zij willen heel graag met elkaardie tipfunctie gaan vormgeven. Dat is een motie van collega-Van Eijkgeweest dit jaar, waar ook brede steun voor was: je moet een collegakunnen inlichten over een malafide cliënt. Hoe staat het met de uitvoeringvan deze motie? Die is echt belangrijk voor hen om die poortwachtersrolgoed in te kunnen vullen.Ook de samenwerking tussen poortwachters kan beter. Dat heeft hetKPMG-rapport laten zien. Daar heb ik ook een motie voor ingediend. Hoestaat het daarmee? We zien namelijk dat het toezicht vanuit die poort-wachters enorm verschilt. Banken hebben een stevig toezicht. Daar zijngangen vol mensen aan het werk om vooral maar niet die boetes tekrijgen. Maar andere poortwachters moeten hun werk met heel lichttoezicht doen.Voorzitter. Dan de groene boa. Daar wil ik in dit debat iets uitgebreider bijstilstaan. We hebben het zo vaak over die groene boa. De groene boa isessentieel in het buitengebied om echt op te kunnen treden tegen degeorganiseerde drugscriminaliteit. Denk aan drugsdumpingen, maar ookaan de lege schuren van de boeren. De groene boa steunen we hierallemaal, maar zij zien dat niet terug in de dagelijkse praktijk. Wij hebbenhier een oeverloze strijd over de bewapening van die boa’s. Ik hebgehoord over een aantal gevallen waarin een verlenging van een wapenvoor groene boa’s een negatief advies krijgt om allerlei bureaucratischeredenen. In de Omgevingswet schijnt het zo te zijn dat de provincieverantwoordelijk is gemaakt voor stroperij, waarmee de werkgever dietaak niet meer heeft. Dat is dan een reden om zelfs verlengingen niet toeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48813 te staan. Maar de groene boa krijgt hier wel mee te maken. Diezelfdepersoon moet dat werk gewoon blijven doen. Ik ben hier echt narrig over.Ik vind dat we dit gewoon niet kunnen maken tegenover die mensen die ’snachts in hun eentje in dat gebied zitten. Als zij de politie bellen, is die ernatuurlijk nooit op tijd. Ik wil deze Minister in dit debat echt om een hardetoezegging vragen op in ieder geval een verlenging. Dan lossen wedaarna dat punt wel op rond de Omgevingswet en de stroperij, waar nublijkbaar gedoe over is. Kan er ook meer regie tussen die groene boa’skomen? Daar zijn namelijk allerlei verschillen in, omdat er natuurlijkallemaal andere werkgevers zijn. Ze hebben dus allemaal andereinkomsten en andere bevoegdheden. Dat is echt niet oké. Ik hoop dat hetnieuwe boa-bestel iets gaat veranderen, maar ik vraag het met af.Tot slot de aanpak van explosieven. Ook ik ben blij met de taskforce vanCarola Schouten. Ik lees er allemaal goede dingen in, maar ik mis éénding: het onderscheppen van illegaal vuurwerk. We hebben het er aleerder over gehad dat het busje dat met onze synthetische drugs of metde drugs die uit de haven komen naar Oost-Europa rijdt, op de terugwegillegaal vuurwerk meeneemt naar Nederland. Illegaal vuurwerk isonderdeel van die bedrijfsstructuren; het is gewoon onderdeel van dathele businessmodel. Ik wil dat het illegale vuurwerk onderdeel gaatworden van de aanpak van ondermijning. Dit ook omdat – oud en nieuw isalweer bijna in aantocht – we echt meer moeten laten zien op het punt vanhet onderscheppen en afpakken van illegaal vuurwerk.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. De heer Koops heeft zijn derde en laatste interruptie speciaalopgespaard voor u.De heer Koops (NSC):Meneer de voorzitter, hoe kunt u dat nou weten? Maar u heeft gelijk. Ikverheug mij op de inbreng van mevrouw Michon. De vraag die ik aan haarheb, ziet op de poortwachtersfunctie en het overleg dat er plaatsvindt bijde notarissen, gekoppeld aan de openstelling van de kroongetuigenre-geling voor financiële zaken en corruptiezaken. Ik denk aan een situatiewaarin een notaris, advocaat of andere commerciële dienstverlener op dehoogte raakt van allerlei geheimen die zien op vormen van ondermijningen waarbij het buitengewoon waardevol zou zijn als zo’n persoonopenheid van zaken geeft over wat zijn cliënten allemaal hebbenuitgespookt. Ik begin hierover omdat het een beetje aanschuurt tegen devrijstelling van de geheimhoudingsplicht, als je het hebt over signalenover iemand die níét je klant wordt. Ik lees de nieuwe plannen van hetministerie over de kroongetuigenregeling zo dat ook een notaris dieopenheid van zaken geeft en als gevolg daarvan zijn notariaat verliest,mag vallen onder zo’n kroongetuigenregeling of onder de regeling voorbedreigde getuigen. Ik lees daarin dat het dus zo is dat die notarisvervolgens een ander leven moet gaan leiden, met een gelijkblijvendestandaard van inkomsten. Zo lees ik dat. De vraag, na deze veel te langeinleiding, is of u het ermee eens bent dat dat een goed idee is.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Daar kan ik nu geen klip-en-klaar antwoord op geven. Ik vind juist degeheimhouding van advocaten en notarissen een heel belangrijkuitgangspunt. Ik vind het beschermen van die beroepen ... Zoweladvocaten als notarissen hebben belangrijk maar ook moeilijk werk.Tegelijkertijd hebben we met elkaar besloten dat we de kroongetuigenre-geling moeten verruimen en meer kunnen inzetten. Dus ik ben het eensmet alle losse elementen, maar ik moet echt bestuderen of het betekentdat de notaris eronder zou kunnen vallen, zoals u zei. Het is nogal eengroot punt. Ik vind dat we dat hier niet even vanachter onze desk kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48814 zeggen; ik wil me er goed over laten voorlichten door de beroepsgroep enandere betrokkenen.De voorzitter:We gaan luisteren naar de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik vervang vandaag de heer Van Dijk. Ondanks datik met mijn achtergrond wel het nodige zou kunnen zeggen over de bredescope van dit debat, namelijk criminaliteitsbestrijding, ondermijning engeorganiseerde criminaliteit, beperk ik me nu tot de verzamelbriefvuurwerk, die deel uitmaakt van deze convocatie.Een vuurwerkverbod lost de problemen niet op. Het echte probleem isillegaal vuurwerk en de misdragingen die daarmee plaatsvinden. Illegaalvuurwerk komt met containers tegelijk ons land binnen. Gemeenten enpolitie slagen er helaas niet om de bestaande verboden effectief tehandhaven. Strenger beleid zonder betere handhaving is dus eenpapieren werkelijkheid. Tijdens de afgelopen jaarwisseling was er indiverse grote steden een afsteekverbod maar ging er toch weer voormiljoenen, veelal illegaal, vuurwerk de lucht in en werden hulpverlenersbekogeld. Ook dat is trouwens een vorm van ondermijning.Het kabinet zegt te werken aan een handhavingsplan. Dat plan moet algaan werken tijdens de komende jaarwisseling. Die is al over viermaanden. Ik ben erg benieuwd hoe dit plan eruitziet en of het op tijdgereed is om alle gemeenten te voorzien van de juiste handvatten. Graageen reactie van deze Minister.Een van die handvatten zou moeten zijn dat de overheid weer het gezagop straat heeft. Resultaat is nu dat een nationale traditie voor goedwil-lende Nederlanders verdwijnt, terwijl daders nauwelijks worden gepakt ofaangepakt. Hoe krijgen we het gezag weer op straat?Ondernemers, van fietsenhandelaren tot ijzerwinkels, verliezen eenbelangrijke bron van inkomsten. De branche zelf spreekt over bijna900 miljoen schade. Dat treft banen, maar dat treft ook gezinsbedrijven.En wat krijgen we ervoor terug? Een illusie van veiligheid, want het tuigdat nu al illegaal vuurwerk gebruikt om hulpverleners aan te vallen, gaatdaar echt niet mee stoppen. Dat probleem wordt met dit verbod geenmillimeter kleiner. Ik heb het al eerder gezegd tijdens een politiedebat: ikvrees de nacht dat een politieman of -vrouw terug gaat schieten, vooralvoor de politie, en de ellende die daarop volgt. De echte oplossing is nietnog een verbod, maar beter gezag op straat. Pak de daders aan, zorg datbestaande wetten wel gehandhaafd worden en straf overtreders zwaarder.Daarmee zijn we weer bij de brede scope van dit debat. Als we crimina-liteit echt willen aanpakken, begint dat bij handhaven en dus bij capaciteitbij de politie en in de hele verdere keten. De belangrijkste drijfveer voorcriminaliteit is het vergaren van geld en daarmee luxe. Pak dat geld en dieluxe van criminelen af door ontneming, desnoods met omgekeerdebewijslast, en ga straffen voor afzonderlijke delicten bij elkaar optellen.Voorzitter. De georganiseerde misdaad is geen fictie uit een Netflixserie.De georganiseerde misdaad is een oorlog tegen onze rechtsstaat. En eenoorlog voer je niet met zachte hand; die win je alleen met harde maatre-gelen.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. U heeft een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Fijn dat meneer Aardema hier is. Daar luister ik altijd graag naar. Het isook heel fijn omdat hij uit de politieorganisatie komt. Het is nu juist depolitieorganisatie die heel intens heeft gevraagd – ik wil bijna zeggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48815 gesmeekt – om vuurwerk te verbieden. De politie is namelijk het gezag opstraat. De politie moet handhaven. En de politie kan nu niet handhaven,omdat ze door de bomen het bos niet zien tijdens oud en nieuw. Ik vindhet dus storend als hier gedaan wordt alsof iedereen gek is om degoedbedoelende mensen het vuurwerk af te nemen. Ik vind het niet goedom de politie zo ontzettend in de kou te laten staan. Ik vraag de heerAardema om daarop te reflecteren.De heer Aardema (PVV):Dank voor deze vraag. Als het zo zou zijn dat er dan helemaal geenvuurwerk meer zou zijn, was ik de eerste die het daarmee eens zou zijn.Maar dat is natuurlijk een illusie. Dat illegale vuurwerk komt, net alscocaïne trouwens, gewoon met containers tegelijk ons land binnen.Politiemensen en andere hulpverleners worden dan nog steeds bekogeldmet dat zware vuurwerk.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Een vervolgvraag. Nu gaan we het debat enigszins overdoen, maar voorde mensen die dit volgen, vind ik het wel goed om dit even scherp tehebben. Illegaal vuurwerk was verboden, is verboden en blijft verboden.Het feit dat we illegaal vuurwerk beter moeten aanpakken, is evident. Datheb ik de Minister ook gevraagd in mijn bijdrage. De politie zegt: daarvooris het nodig dat we ook het legale vuurwerk stoppen, hoe vreselijk dat ookis voor de mensen die dat op een nette manier doen en voor de fietsen-maker die daar nog een aardig centje aan verdient. Het is helaas nodig datwe ook ophouden met het afsteken van legaal vuurwerk door consu-menten. Dat is exact de casus van de politie geweest, waarover we hethier hebben gehad. Dan moeten we dus ook voor ze gaan staan, of achterze gaan staan, zo u wilt, en deze moeilijke keuze maken. Sorry dat ik het zozeg, maar meneer Aardema spant hier het paard achter de wagen als hijzegt: het zal altijd zo zijn, dus laten we het maar zo houden. Daarmee zetje de politie elk jaar totaal in de kou.De heer Aardema (PVV):Ik spreek ook met politiemensen op straat die tegen dit verbod waren enniet met politiemensen uit de top. De politiemensen op straat zijn demensen die die illegale vuurwerkbommen moeten opvangen. Die zeggennatuurlijk: het gaat niet gebeuren, dus laten we dat nou hard aan gaanpakken. Ik heb dus een andere keuze gemaakt.De heer Boswijk (CDA):Ik ga hier dan toch een beetje op door. Collega Michon-Derkzen en ikzelfspreken wel degelijk ook mensen van de straat en niet alleen mensen inde top; integendeel, ik spreek eigenlijk alleen nog maar mensen van destraat. Ik heb de korpschef nog nooit persoonlijk gesproken. Die politie-agenten zeggen allemaal: ja, illegaal vuurwerk is een probleem, maarnormaal vuurwerk ook; het probleem is namelijk dat je in the heat of themoment niet kunt zien of iets illegaal of legaal is en dus niet kunthandhaven. Los daarvan worden er met legaal vuurwerk ook illegaledingen gedaan. Het wordt dan niet gebruikt om de jaarwisseling te vieren;nee, ze lopen met complete potten rond en schieten op ME’ers. Met diekennis kan collega Aardema, die zelf politieman is geweest, toch nietzeggen: joh, als we iets aan het illegale vuurwerk doen, is het opgelost enhoeven we verder niks te doen?De heer Aardema (PVV):Nou, ik heb gezegd wat ik heb gezegd. En ik weet uit ervaring dat ervooral met cobra’s – dat zijn illegale vuurwerkdingen – wordt gegooid,want dat heeft het meeste effect. Ik weet ook hoe politiemensen daaropTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48816 reageren en dat er mensen met PTSS thuiszitten. Dat vind ik ernstig.Vandaar mijn keuze.De heer Boswijk (CDA):Afsluitend, hoor. Kijk, het is inderdaad zo: die cobra’s zijn rotdingen. Dat iseen onderdeel van het probleem. Maar dat is overduidelijk het helespectrum van vuurwerk ook, ook het legale vuurwerk. Ik, wij hebbeneerder deze draai gemaakt, om het zo maar te zeggen. Wij waren dit eerstook niet. En ik hoor heel veel argumenten die de heer Aardema oplepelt,die ik tot voor kort ook heb gebruikt, totdat ik me er echt in ging verdiepenen inderdaad politieagenten sprak, net voor de laatste jaarwisseling, diezeiden: joh, vroeger vond ik het een leuk feest; ik vind het nu eenverschrikking en doe er alles aan om eronderuit te komen. Dus ik zou tochook van de PVV, die zegt te staan voor de normale mannen en vrouwen,willen vragen: pak leiderschap en maak die draai, want dit begint eenbeetje gênant te worden.De heer Aardema (PVV):Dat mag u vinden, maar ik ga die draai zeker niet maken, tenzij u mij degarantie kunt geven dat er komend oud en nieuw al helemaal geenvuurwerk meer zal zijn en zal worden afgeschoten. Dat kunt u niet, dus ikblijf bij mijn woorden.De voorzitter:Dank. We gaan luisteren naar mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ga het over iets heel anders hebbendan de eerdere sprekers. Ik wil aandacht vragen voor het buitengebied,want dat is steeds aantrekkelijker voor criminelen. Dat is ook logisch, wanthet zijn vaak afgelegen plekken met weinig politie die daar aanwezig is.Criminele activiteiten vallen daardoor ook eigenlijk helemaal niet op.Daarom heb ik ook al eerder opgeroepen om drones in te zetten in debuitengebieden om criminaliteit tegen te gaan, maar die motie is destijdshelaas verworpen. En als we dan kijken naar recente peilingen van LTONoord en de LLTB, dan bevestigen die dat beeld: 10% tot 20% van deboeren en tuinders in Nederland zegt weleens benaderd te zijn doorcriminelen. Die cijfers geven ook een duidelijk signaal: criminelenetwerken richten steeds vaker hun pijlen op het buitengebied. Gelukkiglaten de cijfers ook zien dat de meeste boeren wel heel weerbaar zijn enzich niet laten verleiden voor het snelle geld. Maar er is ook een lagemeldingsbereidheid. Dat is wel een punt van aandacht, want 80% van deboeren geeft aan dat ze criminaliteit zouden melden bij de politie, maarslechts 19% zou een melding doen bij vreemde gedragingen vancollega-ondernemers. Daarom wil ik de Minister vragen om bij zijncampagne «Vreemd of verdacht?» meer aandacht te besteden aan deproblematiek waar boeren mee te maken krijgen. Ik ben benieuwd of hijhiertoe bereid is.Daarnaast verdienen de leegstaande agrarische panden extra aandacht,want die leegstand trekt natuurlijk criminelen aan die op zoek zijn naarafgelegen plekken voor de productie of opslag van drugs. Daarom zegtBBB: probeer iets te doen aan die leegstaande stallen in het landelijkgebied. Dan denk ik aan bewoning, het opstallen van caravans, boeren-campings, boerenkinderopvang enzovoort. Ik heb daar ook al in deportefeuille Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening meermaalsaandacht voor gevraagd. Dan slaan we ook twee vliegen in één klap voorhet landelijk gebied: minder verschraling van het landelijk gebied, enminder kans op ondermijning. Graag hoor ik van de Minister hoe hijhiernaar kijkt en dat hij ook bereid is om met betrokken partners hieroverin gesprek te gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48817 En dit probleem speelt niet alleen bij de boeren. Ook vissers wordensteeds vaker benaderd door criminelen. Dan moet je denken aan havenszoals Urk, IJmuiden en Den Oever, waar vissers wordt gevraagd drugs tesmokkelen. Door strengere controles in Rotterdam bestaat de vrees datsmokkelactiviteiten zich verplaatsen naar de noordelijke havens, zoalsHarlingen, Lauwersoog, Delfzijl en Eemshaven. Mijn vraag aan de Ministerzou zijn: wat gaat hij concreet doen om vissers hier weerbaarder tegen temaken? En hoe voorkomt hij dat kleinere havens een nieuw doelwitworden van drugssmokkel?Nog één punt tot slot, meneer de voorzitter. Bij het commissiedebatJustitiële jeugd heb ik al gepleit voor preventief fouilleren. Ik heb deStaatssecretaris opgeroepen om probleemwijken met een grote wapen-problematiek goed in kaart te brengen en om ook actief met burge-meesters in gesprek te gaan over preventief fouilleren. Ik zou dat ookgraag willen voor wijken met drugsproblematiek, want je ziet noueenmaal in de praktijk dat wapens en drugs heel vaak hand in hand gaan.Agenten in de wijk weten vaak heel goed wie er actief is in het circuit,maar kunnen nu vaak pas ingrijpen als er ook sprake is van een concreteverdenking. Dat frustreert en belemmert hen om echt te kunnen optreden,ook preventief. Daarom wil BBB graag dat er ook in die wijken preventiefgefouilleerd gaat worden. Daarom is de vraag aan de Minister of hijbereid is om die probleemwijken in kaart te brengen en ook daar met deburgemeesters in gesprek te gaan over preventief fouilleren.Dank u wel, meneer de voorzitter.De voorzitter:Ik dank u hartelijk. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de zijde van de Kamer. Ik vraag de Minister hoelang hij nodigheeft voor de beantwoording. Ik hoor «25 minuten». Dan schors ik tot15.15 uur en zie ik u allen dan.De vergadering wordt van 14.49 uur tot 15.16 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, welkom terug bij dit commissiedebat van de vasteKamercommissie voor Justitie en Veiligheid, dat ik bij dezen heropen. Erzijn een aantal Kamerleden die helaas iets anders moesten gaan doen,maar dat kan niet anders met de agenda. Daarom zal ik het aantalinterrupties voor de nog aanwezige leden, om u te belonen voor uwtrouwheid, met één verhogen naar maar liefst vier. We zijn aangekomenbij de eerste termijn van de zijde van de regering met Onze Minister vanJustitie en Veiligheid, die de antwoorden zal gaan geven op de vragen vande leden. Ik geef hem graag de gelegenheid voor zijn introductie en deverdere beantwoording. Aan u het woord, Minister.Minister Van Oosten:Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een voorrecht om als Minister vanJustitie en Veiligheid in uw vaste Kamercommissie over deze belangrijkethema’s te mogen praten. Ik mocht afgelopen maandag al een kleinvoorproefje ervaren met de initiatiefnota van mevrouw Michon-Derkzen.Ik verheug me op de samenwerking met elkaar; voor zolang dat duurt, zegik er even bij, in het bijzonder ten opzichte van mijzelf.Laten we beginnen te zeggen dat de thema’s die wij vandaag bespreken,criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit,natuurlijk thema’s zijn die helaas elke dag weer forse aandacht vergen. Ikben ook wel een klein beetje trots dat ik als voormalig burgemeester menu in uw midden met deze onderwerpen bezig mag houden, zoals ik dat inhet verleden met een aantal van u in de Kamer heb mogen doen. Het isnamelijk een thema dat een fundamentele bedreiging vormt voor onzenationale veiligheid. We weten allemaal dat het immense maatschappe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48818 lijke schade veroorzaakt. We zien dat spionage, sabotage en liquidatiedoor criminelen die samenwerken met statelijk actoren geen denkbeeldigerisico’s meer zijn. Dat is onacceptabel en druist in tegen alles waar we metelkaar voor staan: een vrij en veilig Nederland. Dit kabinet heeft forsgeïnvesteerd in het verstevigen van de brede aanpak, die dan ook draaitom het voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Wat mijbetreft wordt die aanpak onverminderd voortgezet, zowel lokaal, regionaalals internationaal.Er zijn een aantal onderwerpen die ik nu in mijn introductie meeneem.Daarna zal ik de vragen beantwoorden. Ik denk dat het goed is om in deintroductie het volgende op te merken. Het Kamerlid van BBB is nuafwezig, maar zij vroeg aandacht voor de visserij en de Nederlandsehavens. De Nederlandse havens zijn onaantrekkelijker geworden voordrugssmokkel, getuige de dalende drugsvangsten. Ook de export vandrugs vanuit ons land wordt aangepakt. Sinds april 2024 is het Hit andRun Postteam actief. Dit is een samenwerking tussen de douane, politieen het Openbaar Ministerie. Daardoor worden daders die via de postdrugs naar het buitenland verzenden, opgespoord en vervolgd. De eerstezaken zijn al voor de rechter gebracht. Ook de vog-aanvraag bij descreening van havenmedewerkers is uitgebreid. Dat thema kwam ook aleven voorbij; volgens mij vroeg de heer Koops daar terecht aandachtvoor. Medewerkers die op een hoogrisicoterminal aan de slag willen,worden nu eerst gescreend op drugsgerelateerde criminaliteit. Zo houdenwe het paard van Troje buiten de deur, althans, dat hopen we daarmee tebereiken.Kortom, voorzitter, het weerbaar maken van onze maatschappij tegencriminele invloeden vraagt betrokkenheid van iedereen binnen onzesamenleving. Daarom is ook de campagne «Vreemd of verdacht?» gestart.De heer Boswijk, die we nu ook moeten missen omdat hij anderebelangrijke dingen te doen heeft, vroeg daar aandacht voor. Met diecampagne zou de betrokkenheid vergroot moeten worden. En met succes,want we zien – ook dat was een vraag – het aantal meldingen bij MeldMisdaad Anoniem toenemen. Daarom is afgelopen september begonnenmet de tweede fase van de campagne, waarbij ook extra aandacht is voorjongeren die door criminelen worden geronseld voor criminele klussen. Ikmeen dat de heer Van Nispen daar ook mee aftrapte in zijn bijdrage, omaan te geven dat het toch wel het meest pijn doet als we geconfronteerdworden met jonge mensen wier hele toekomst vergald wordt door dezeellende. Het succes van de campagne beperkt zich niet tot Nederland.Dankzij de gloednieuw opgezette tiplijn is een drugscrimineel aange-houden in de Costa de Sol en uitgeleverd aan Nederland.Ik wil bij wijze van introductie ook nog opmerken dat we op 24 september,als de Kameragenda het allemaal door laat gaan, met elkaar gaan pratenover het wetsvoorstel Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnendecriminaliteit II, waarin onder meer de mogelijkheid voor een spoedbe-vriezing van financiële transacties en de strafbaarstelling van verborgenruimtes in auto’s zijn opgenomen. Ik hoop daar velen van u te treffen omdat met elkaar door te nemen voordat we het verkiezingsreces ingaan.Kortom, de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit is nooit af. Hetvraagt om vasthoudendheid en ik ben ongelofelijk blij dat ik dat dekomende periode met u mag voortzetten. Ik ga een aantal vragen langs,maar neem eerst een slokje water.De voorzitter:Dan maak ik van die gelegenheid gebruik om even mevrouw Michon-Derkzen het woord te geven, want die heeft een vraag naar aanleiding vanuw introductie.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48819 Het was een mooie introductie, zeer herkenbaar. Ik denk dat we ookallemaal hier vinden dat je natuurlijk de kleine jongens eigenlijk moetbeschermen en die grote opdrachtgevers stevig moet aanpakken; daaromvind ik ook de aanpak, van preventie tot repressie, zo mooi en nodig. Is deMinister ook echt van plan om gebruik te maken van die wijziging in dewet over mensenhandel? Ik snap dat het een hele inhoudelijke vraag is.Daarbij hebben we nu criminele uitbuiting meer naar voren gebracht.Daarin geldt ook een plicht om daar aangifte van te doen, juist om diekwetsbare jongeren te beschermen tegen die zware criminelen. Laat ik hetzo zeggen: ik hoop dat de Minister daar stevig op wil inzetten. Daar is ookhard voor gevochten vanuit de Kamer. Dat kan ook een bijdrage leveren,los van alle preventieve trajecten die we voor die jongeren hebbeningezet.Minister Van Oosten:Ik wil nog niet te veel bespiegelen op wat er al dan niet in eenwetsvoorstel zit en wat daar allemaal de juridische implicaties van zijn.Maar laat het uitgangspunt heel helder zijn: die jonge jongens én jongemeiden – het zijn niet alleen jongens – verdienen gewoon onzebescherming. Die verdienen een overheid, Kamerleden, een Minister,burgemeesters en politie die zich er maximaal voor inspannen – dat doenwe ook allemaal – dat deze jonge mensen niet worden meegezogen in diecriminaliteit. Ik wil in de tweede termijn terugkomen op specifiek dievraag, omdat ik even niet helemaal kan overzien wat er gebeurt als ikonverkort «ja» zeg. Het uitgangspunt dat deze mensen beschermingverdienen, is absoluut aan de orde.Voorzitter, als u mij toestaat, dan zou ik in de beantwoording dadelijkwillen beginnen met de brede aanpak van de ondermijning. Daarnabehandel ik het punt kroongetuigen en dan ten slotte de politie en deveiligheid. Het is een heel divers aantal thema’s, dus vergeef mij dat heteen beetje van de hak op de tak klinkt. Maar het is nou eenmaal zo dat weheel veel verschillende onderwerpen hier ter vergadering hebben.In de eerste plaats stelde de heer Boswijk de vraag – ik noemde dat inmijn introductie al even – welke maatregelen genomen kunnen worden terbevordering van Meld Misdaad Anoniem. Ik gaf al aan dat we hetanoniem melden onder andere stimuleren door de bekendheid van lokaleen landelijke publiekscampagnes, zoals Houd misdaad uit je buurt, tevergroten. Dat heeft ook effect, naar ik begreep. Belangrijk is ook om aante sluiten bij actualiteiten of lokale problematiek. Het vervolg is op1 september jongstleden van start gegaan. Het is, denk ik, wel belangrijkom met elkaar in de gaten te houden dat we na afloop de effectennalopen, om te kijken of het het effect heeft gesorteerd dat we ermeebeogen. De resultaten verwacht ik voor het einde van dit jaar.Dan kom ik bij kwetsbare wijken, waar de heer Van Nispen naar vroeg eneigenlijk u allemaal wel. Je ziet vaak dat mensen vanuit kwetsbare wijkenin de positie worden gebracht om mee te gaan in de verlokkingen vancriminaliteit waar ze mee geconfronteerd worden. Dat is ongelofelijk fouten verkeerd. Daar moeten we mensen bij helpen. De vraag van VanNispen is: «In kwetsbare wijken worden mensen verdacht gemaakt. Ookde overheid moet zich aan regels houden als het gaat om criminaliteitsbe-strijding. Deelt de Minister deze zorg?» Het is namelijk natuurlijk niet zodat wanneer je in zo’n kwetsbare wijk woont, je per definitie verdachtbent; laat dat een heel helder uitgangspunt zijn. De inzet op de aanpak vande ondermijning vanuit het lokale bestuur is inderdaad van groot belang;daarover ben ik het helemaal eens met de heer Van Nispen. Het lokalebestuur geeft zijn eigen aanpak vorm binnen de lokale context en bezietwat nodig is. Gemeenten dienen vanzelfsprekend te handelen binnen dekaders van de wet; daar kan geen discussie over zijn. Wanneer er sprake isvan een geschil tussen burger en overheid kan de burger zich altijdwenden tot de rechter, maar ik denk zeker ook aan de Ombudsman.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48820 Gemeenten hebben ook een lokale ombudsman waar mensen naartoekunnen gaan. Specifiek ten aanzien van schade bij het binnentreden die isontstaan, kan een verzoek om schadevergoeding worden ingediend.Wanneer er sprake is van onrechtmatig toegebrachte schade ligt devergoeding daarvan in de rede.Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Mutluer van GroenLinks-PvdAinzake Preventie met Gezag: «Succesverhalen worden gedeeld in deKamerbrieven. Je moet niet steeds het wiel opnieuw uitvinden. Inhoeverre kun je dit soort projecten landelijk uitrollen?» Het is cruciaal nietelke keer het wiel opnieuw uit te vinden, maar in te zetten op bewezeneffectieve interventies. Wij zijn dus een kwaliteitskader effectieveinterventies aan het ontwikkelen. Daarmee worden handvatten gebodenaan gemeenten bij het kiezen van de meest effectieve interventies. Hetwordt ook gebruikt bij de doorontwikkeling van Preventie met Gezag. Ikneem aan dat dat begrip bij u allemaal bekend is en dat u daar in deafgelopen periode lang over heeft gesproken. Natuurlijk worden degeleerde lessen dan ook breed gedeeld met niet-deelnemendegemeenten, want de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat niet allegemeenten meedoen met Preventie met Gezag – Nederland is groter dandat – maar ook daar kan men er wat aan hebben.Naast het inzetten op bewezen interventies wordt ook de doorontwik-keling van nieuwe wetenschappelijk onderbouwde activiteiten gestimu-leerd, zoals specialistisch jongerenwerk, waar momenteel veel onderzoeknaar wordt gedaan.De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Mutluer van GroenLinks-PvdA heeft nog eenvraag.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Zeker. We hebben zelf voorstellen ingediend, ook in het licht van Preventiemet Gezag, om te kijken naar de meest effectieve maatregelen, zonder afte doen aan de couleur locale die gemeenten gewoon kunnen hanteren. Ikheb heel erg getracht om via die motie tot een blauwdruk te komen. Je wilniet opnieuw het wiel uitvinden. Als iets werkt, dan werkt het en dan rol jehet uit. Ik hoorde de Minister zeggen: die gegevens en die informatie gaanwe breed delen. Mijn vraag en mijn wens is met name om te kijken hoe jehet daadwerkelijk uitrolt. Ik snap dat je kennis uitwisselt met elkaar, maarin de praktijk heb ik gezien dat er veel concurrentie is met elkaar,onderling en met partijen die dat ook hebben. Je wil dat dingen die goedwerken gewoon landelijk worden uitgerold dan wel toegepast. Welkeacties mag ik van de Minister daarop verwachten?Minister Van Oosten:Ik begrijp de vraag die u mij stelt heel goed, omdat u de wens heeft dathet beste uitgerold wordt. Alleen is de vraag of wij hier vanuit Den Haagmoeten bepalen wat het beste is. Ik denk dat we lokaal enige ruimtemoeten geven om het beste te doen. Die lessen moet je dus weloverbrengen, zodat gemeenten, als ze in Zuid-Holland actief zijn, wetendat er in Groningen een mooi succes behaald is, maar dan moeten zeblijven nadenken of het dan ook bij de aard en de schaal van de gemeentepast en in de context waarin ze functioneren; noem het maar op. Ik denkdat dat heel mooi is en dat dat ook in het kwaliteitskader zit dat nuontwikkeld wordt. Dit in plaats van dat je dan met een soort blauwdrukbesluit: dit werkt in gemeente x – zeg even dat dit werkt in Amsterdam –en dus werkt het ook in Limburg. Ik denk dat we daar wel voorzichtig meemoeten zijn. Het is dus zeker waar dat je die lessen moet delen, maar ikheb een terughoudendheid om dat dan op te leggen vanuit onze rol; ikben maar even duidelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48821 Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dat begrijp ik. Ik zou gemeenten echt geen dingen willen opleggen. Ikbegrijp ook heel goed dat de situatie in Amsterdam net iets anders kanzijn dan in Nissewaard. Toch zijn er een aantal succesvolle projectenwaarvan ik denk dat die zo evident zijn, dat ik ze alle gemeenten zougunnen, of je daar nou wel of geen geld voor hebt en of je dan wel of nietonder het programma Preventie met Gezag valt. Dat is mijn punt. Datgeldt dus ook voor het specialistische jongerenwerk waar ik het net overhad. Het was ons voorstel waardoor dat onderzoek er is gekomen, maarwe zijn nu al best wel lang aan het wachten op de uitkomsten. Bij hetkwaliteitskader is dat net zo. Mijn concrete vraag aan de Minister is: ikweet dat er veel gebeurt op dit vlak, maar wanneer gaan we nou die heleconcrete uitkomsten en maatregelen ontvangen van de Minister?Minister Van Oosten:Dat is een beetje een andere vraag, maar ik zeg u toe dat ik mij ervan gavergewissen dat de goede lessen die zijn geleerd en de goede ervaringendie zijn opgehaald in gemeenten breed worden gedeeld met anderegemeentes, zodat lokaal de beste keuze kan worden gemaakt; het wordtook meegeschreven. Als je deelneemt aan het programma Preventie metGezag heb je daar misschien ook meteen de middelen voor. Dat isnatuurlijk wel een punt, want we hebben geen onbeperkte zak geld; daarben ik ook maar gewoon heel eerlijk over. Er zal dus ook altijd lokaal watworden gevraagd ten aanzien van financiën, maar dan word je wel enormgeholpen als je weet wat in een andere gemeente gewerkt heeft. Dietoezegging wil ik zeker doen, maar een blauwdruk opleggen kan en wil ikeigenlijk niet doen. Als er over het specialistische jongerenwerk successente delen zijn – die zullen er ongetwijfeld zijn – dan zullen die meegenomenworden in het delen van die ervaringen.De voorzitter:De Minister continueert.Minister Van Oosten:Tenslotte geldt dat we dit overleg standaard hebben. Ik kan mij dus ookheel goed voorstellen dat in een volgende verzamelbrief nog weer eventerug wordt gegrepen op de manier waarop die kennisdeling heeftplaatsgevonden. Dan kunt u dat ook volgen, want ik snap dat uw vraagdaar voor een deel zit.De heer Van Nispen wordt goed bediend, want ik ga veel antwoordengeven, terwijl hij er nu niet is. Maar goed, zijn vraag ging over preventie.Daar heeft hij volledig gelijk in. Op het programma Preventie met Gezagzetten we volop in. Daarin werken we met 47 gemeenten samen om tevoorkomen dat jongeren in de criminaliteit komen of er verder indoorgroeien. Jongeren worden daar ook weerbaar en bewust meegemaakt. Door dit te combineren met investeringen in het gezag wordengrenzen gesteld en wordt gepoogd dat jongeren niet verder doorgroeien.Preventie met Gezag zet ook juist in op de wijken waar een opeensta-peling van problemen als armoede en schooluitval jongeren extrakwetsbaar maakt.Ik wil wel opmerken – het staat hier niet zo letterlijk, maar ik weet dat wel;het maakt ook niet uit, want ik ga over mijn eigen woorden in the end –dat gemeenten en andere organisaties natuurlijk zelf van alles en nog watdoen in de sfeer van preventie, ook de politie. Ik ken jeugdagenten die zelfnaar scholen toegaan om de kinderen gewoon te vertellen waar je interechtkomt. Ik denk dat dat zo ontzettend waardevol is. We kunnen nooitbewijzen wat het heeft tegengehouden, maar ik ben wel elke keer weerontzettend trots geweest als ik zag dat dat gewoon gebeurde, en dat benik ook nu weer vanuit de rol die ik nu heb. Daar hoeft eigenlijk helemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48822 geen aanmoediging van onze zijde voor te zijn, omdat iedereen wil dat hetgoed gaat met onze jongeren.Wanneer kunnen we de uitkomsten van de boa-beschouwing verwachten?Die bevindt zich in de afrondende fase. Dit was een vraag van mevrouwMichon. Mevrouw Michon van de VVD, mag ik mij een kritischeopmerking permitteren? Ik hoorde dat mevrouw Michon aandacht vraagtvoor de groene boa. Ik zeg even op voorhand dat ik echt niet kan treden inde besluitvorming van werkgevers over de vraag of het gebruik van hetmateriaal, de instrumenten die de betreffende werknemer met zichmeedraagt, kan worden verlengd. Dat werd mij gevraagd, maar dat kan ikgewoon niet doen. Ik snap wel dat we de boa-beschouwing heel actiefmoeten meenemen. Ik streef ernaar uw Kamer nog voor het verkiezings-reces te informeren over de uitkomsten. Maar ik wilde één opmerkingmaken. Ik meende te horen dat mevrouw Michon op enig moment zei: alsde politie wordt gebeld, dan is die nooit op tijd. Dat raakt mij wel, moet ikzeggen. Ik denk dat we er allemaal bij weg moeten blijven dat de politiedan ineens niet komt; volgens mij is dat ook niet de bedoeling van deopmerking geweest. Nee, de politie is zich heel wel bewust van het feit datwanneer boa’s, handhavers, gemeentehandhavers, boswachters of wiedan ook om hulp bellen, de politie vooraan staat. Ik dacht: ik wil dieopmerking toch gemaakt hebben. Voor het verkiezingsreces wordt ugeïnformeerd over de uitkomsten van de boa-beschouwing.De voorzitter:Hartelijk dank. Dat leidt tot een vraag van mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik denk niet dat iemand mij kan betrappen op een lelijk woord over depolitie. Het is een feit dat de groene boa’s in de buitengebieden opereren,in grote natuurgebieden waarin zij simpelweg bij wijze van spreken elkzandpad, elke boom en elke heuvel zelfs in het donker kennen; die kent depolitie niet. Door de aard van het geografische gebied waarin de groeneboa’s werken, staan zij er alleen voor. Mijn bezwaar is – dit wil ik echtscherp onder de aandacht brengen – dat er de afgelopen jaren altijdgedoe is over wel of geen wapen. Dat moet inderdaad door de werkgeverworden aangevraagd. Nu moet dat zelfs met verlengingen. Die wordenaangevraagd door de werkgever. Die aanvraag krijgt een advies van hetbureau korpscheftaken en het OM. Justis neemt een besluit – Justis krijgthet mandaat van u, als Minister – en dat is dan een negatief advies. Datsteekt, want het is juist de werkgever die het wil. Overigens is het je taakals werkgever om ervoor te zorgen dat je mensen op een veilige manierhun werk kunnen doen en dus een wapen nodig hebben. Zelfs eenverlenging daarvan krijgt een negatief advies, met allerlei bureaucratischeargumenten. Ik weet ook dat het ambtelijk wordt erkend en dat eroverwordt gesproken, maar het helpt echt als de Minister hier even op blijftduwen, omdat we niet willen dat deze mensen, die belangrijk werk doenin de buitengebieden, er alleen voor staan. Dat wil niemand. Daarom pleitik ervoor.Minister Van Oosten:Dan wordt mij de context even een stuk helderder. Nog steeds ga ik mijniet mengen in het advies of de besluitvorming van de dienst korpschef-taken van de politie, maar ik begrijp wel wat mevrouw Michon-Derkzenzegt. We nemen dit aspect mee in de boa-beschouwing die u nog voor hetverkiezingsreces kan ontvangen. U kan ervan op aan dat ik even kritischmeekijk naar wat er op dit punt in staat en ik hoor uw reflectie daaropnadien dan wel, als ik dat zo doen mag, voorzitter.De voorzitter:Zeker. De heer Aardema heeft ook nog een vraag voor u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48823 De heer Aardema (PVV):Ik wilde toch nog even doorgaan op de groene boa’s. Het ligt inderdaadbij de werkgever; dat snap ik wel. Maar zou u als Minister niet bepaaldecategorieën kunnen toepassen? Ik kan mij voorstellen dat een boa diebijvoorbeeld parkeerwachter is, geen vuurwapen hoeft, maar de boa diemijn collega noemde, die bij nacht en ontij ergens op de heide staat,misschien wel. Daar kunt u als Minister volgens mij iets aan doen. Kunt udat nader duiden?Minister Van Oosten:Exact dit moeten we in die beschouwing meenemen. Het is namelijkterecht dat u opmerkt dat je een parkeerwachter niet met een wapen opstraat wil hebben. Maar voor de groene boa, zeg maar een boswachter ineen heel uitgestrekt gebied, kan het een andere afweging zijn. Dat volg ikdus, maar laten we dat meenemen in die beschouwing. Als u dieontvangen heeft, gaan we er ook gewoon allemaal met elkaar over pratenen dan mag u er zelf ook uw opvatting over vormen.Ik blijf bij mevrouw Wijen-Nass. Wat doet de Minister aan het tegengaanvan leegstand op boerenerven, die misbruikt wordt door criminelen, incombinatie met de vraag om meer aandacht te besteden aan hetbuitengebied. Ik had mevrouw Wijen-Nass heel graag meegenomen ineen ervaring die ik zelf heb meegemaakt met LTO Noord en het PlatformVeilig Ondernemen – ik moet het goed zeggen – in een gebied waar ik totvoor kort een verantwoordelijkheid droeg. Daar kwamen diverseagrarische ondernemers om op een heel ludieke manier bewust teworden gemaakt van de risico’s die ze op hun erf kunnen tegenkomen.Dat was zo ontzettend waardevol. Ik vond het echt heel erg mooi om meete maken. Ik hoor het ook terug in de wens van mevrouw Wijen-Nass alshet gaat om de vraagstukken op dat vlak, die er natuurlijk gewoon zijn.Bijvoorbeeld leegstand bij boeren is een grote kwetsbaarheid, omdatcriminelen hier gebruik van willen maken voor drugsproductie en andereactiviteiten. Er wordt vanuit het ministerie ingezet op de aanpak vanleegstand. Er lopen verkenningen voor een town deal over boerderij-wonen en erfdeling om leegstaande agrarische gebouwen te herbe-stemmen en duurzame woonvormen in het buitengebied te realiseren. Deherontwikkeling van boerderijen biedt ook nieuwe mogelijkheden. Devraag om erfdeling groeit, maar kent ook uitdagingen. Kan er in depubliekscampagne «Vreemd of verdacht?» meer aandacht wordenbesteed aan het buitengebied? In die publiekscampagne wordt aandachtgegeven aan verschillende doelgroepen en situaties, bijvoorbeeld aan hetagrarisch buitengebied, en komen er specifieke themacampagnes.Mevrouw Michon-Derkzen vroeg nog hoe de Minister aankijkt tegen hetgedeeltelijk opheffen van de geheimhoudingsplicht voor notarissen. Dit isweer een heel ander thema, maar het valt nog wel onder hetzelfde blokje.Op dit moment voorkomt de wettelijke geheimhoudingsplicht datnotarissen onderling informatie kunnen delen over cliënten die zijngeweigerd vanwege vermoedens van fraude, witwassen of terrorismefi-nanciering, maar er wordt gewerkt aan de implementatie van nieuweEuropese antiwitwasregels, die gelden vanaf juli 2027; we moeten dusniet te lang wachten. In die implementatiewet voor de Europese regelswordt het voor notarissen mogelijk gemaakt om onder voorwaarden voordit specifieke doel de geheimhoudingsplicht te doorbreken. Dat is ook deuitkomst van de gesprekken met de Koninklijke Notariële Beroepsorgani-satie.In het verlengde hiervan werd door mevrouw Michon-Derkzen van de VVDde vraag gesteld hoe de regie op een betere invulling van de poortwach-tersrol van de toezichthouders tegen witwassen et cetera kan wordenuitgerold. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de Minister vanFinanciën door het implementeren van de nieuwe Europese antiwitwas-regels in nationale wetgeving. Alle stakeholders worden meegenomen. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48824 wordt ook steviger ingezet op witwasrisico’s uit het National RiskAssessment Witwassen 2023 en uit signalen vanuit de opsporing. InEuropa wordt een voortrekkersrol gepakt via een pilot voor poort-wachters, om gegevens met elkaar te delen. Daarvoor wordt ookmaandelijks een gesprek gevoerd met de grootbanken, het OpenbaarMinisterie en alle andere sleutelpartijen daarbij. Hierover heeft uoverigens ook een Kamerbrief witwassen ontvangen.Dan vroeg de heer Van Nispen aandacht voor misbruik van rechtsper-sonen en vroeg hij naar de stand van zaken van de motie over eennetwerkanalyse rondom brievenbusfirma’s. De door de motie gevraagdeactie valt onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Financiën enis dus ook overgedragen aan dat ministerie. Bij dezen, zou ik willenzeggen.Dan kom ik op de Kamer van Koophandel, vastgoedfraude en demotie-Mutluer/Van Nispen over de bevoegdheden van de Kamer vanKoophandel. We zijn in gesprek met het Ministerie van EconomischeZaken en de Kamer van Koophandel over hun rol en instrumentarium inde aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Er komteen halfjaarbrief. Daarin wordt teruggekomen op die moties.Dan de heer Van Nispen ...De voorzitter:Dat leidt toch tot een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):De Minister maakte een schijnbeweging, dus ik dacht dat hij hierop nogverder door zou gaan, maar dat was niet het geval. Ook dit duurt mij telang. Ik wil de Minister vragen of hij nog een rol kan spelen in het inbeweging krijgen van met name de Belastingdienst, samen met zijncollega-Minister van Financiën. De motie is volgens mij vrij helder. Ik hebin mijn bijdrage denk ik heel precies aangegeven dat we zien dat nu debanken geen bestuursorganen zijn, ze toch afhankelijk zijn van anderepartijen. De Belastingdienst is overbelast. Je hebt wetgeving nodig. Ikhoop dat de Minister zich meer kan inspannen zodat de motie die wijhebben ingediend, waarmee je een vog moet krijgen voordat je weer eenhypotheek kan verkrijgen, zo snel mogelijk wordt uitgevoerd omhypotheekfraude te voorkomen.Minister Van Oosten:Sowieso zijn we in gesprek met het betreffende ministerie. Daar gaan weonverkort mee door. De inzet is mij helder. De motie is aangenomen, duswe gaan ons daarvoor inspannen. Maar we zijn er nog niet. Ik kan u ookniet zeggen of er extra power op moet worden gezet, want volgens mijwordt er al stevig aan gewerkt. Maar ik kan u nog niet melden dat hetgeregeld is. We moeten daar goed overleg over hebben, want daar gaatdit ministerie niet alleen over; zo is het ook wel weer. Er zijn wellicht ookandere belangen die in dat kader moeten worden afgewogen. Maar uwinzet is mij volkomen helder.Voorzitter. De heer Van Nispen vraagt naar de positie van de Kamer vanKoophandel aangaande brievenbusfirma’s. Wat wordt er gedaan door deKamer van Koophandel tegen nepmalafide bedrijven in het Handelsre-gister? De vraag staat er zo, maar ik denk dat de heer Van Nispen«malafide» bedrijven bedoelt en niet «nepmalafide» bedrijven, want datbetreft dan de rest; die zijn goed, zou ik denken. Maar goed, brievenbus-firma’s zijn niet verboden en er is ook geen centraal toezicht op brieven-busfirma’s. Brievenbusfirma’s hoeven in de kern natuurlijk niet per secrimineel of iets dergelijks te zijn. Maar goed, het kan wel leiden tot goednadenken. We moeten in elk geval stevig optreden tegen misbruik. DeKamer van Koophandel speelt een belangrijke rol bij de inschrijving enmutatie van gegevens over ondernemingen en rechtspersonen. Maar ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48825 andere partijen, zoals de Belastingdienst, de toezichthouder en poort-wachters – daar is net over gesproken – hebben expertise en een rolhierin. We zijn met deze organisaties en de Minister van EconomischeZaken bezig met een onderzoek naar hoe we het instrumentarium vandeze partijen kunnen versterken.Mevrouw Mutluer vroeg ook naar hypotheekfraude. Eigenlijk heb ik netook een vraag van haar daarover besproken. Misschien krijgt ze nu alsnoghet antwoord; we gaan even kijken. De vraag is: wat moeten banken nudoen om hypotheekfraude te voorkomen en is het belang van de aanpakvan hypotheekfraude niet zwaarwegend genoeg om tot wetswijzigingover te gaan? Banken en andere instellingen zijn aangewezen alspoortwachter tegen witwassen. Dit verplicht hen tot het doen vancliëntonderzoek en biedt een grondslag om informatie bij hen op tevragen. Vanuit de overheid wordt bijvoorbeeld hiervoor het register vooruiteindelijk belanghebbenden, het UBO-register, bij de Kamer vanKoophandel ingericht. Met de Minister van Financiën, een ander minis-terie weer, en de banken werken we uit hoe we meer inzicht in de risico’skunnen krijgen en werken we handvatten voor poortwachters uit. In deKamerbrief over witwassen van afgelopen mei gaan de Minister vanFinanciën en ik daarop in. Rondom hypotheekfraude loopt vanuit hetFinancieel Expertise Centrum, het FEC, een project om breder te kijkennaar oplossingen voor deze problematiek. Daarnaast wordt er serieusgekeken of het delen van gegevens door de Belastingdienst kan helpen,maar dat moet je dan wel juridisch weer goed onderbouwen. Daaroverhoorde ik ook een vraag en dat kan ik niet zomaar zeggen. Dat moetjuridisch goed onderbouwd zijn en goed geregeld zijn. Uit het project ende verkenning moet blijken of hypotheekfraude zwaarwegend genoeg isom tot aanpassing van wetgeving te komen. Laten we dat afwachten. Ikga niet vooruitlopen op de uitkomst. U vraagt wanneer. Dat weet ik niet. Ikkan naast mij kijken of ik daar heel snel een antwoord op kan krijgen ...Nee, dat weten we nu niet. Dat gaat u in elk geval teruglezen in devolgende voortgangsbrief, of eerder, als ik zicht krijg op nadere duiding. Ikkan dat nu echt niet overzien. Dat spijt mij.De heer Boswijk vraagt nog naar OMG’s, zoals ik ze maar noem, de outlawmotorcycle gangs, en het WODC-rapport. Er wordt de vraag gesteld of deaanpak niet meer gefocust zou moeten worden op de meest gevaarlijkeleden van criminele motorbendes. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Het isevident dat we aandacht moeten houden voor deze problematiek vanoutlaw motorcycle gangs. Op dit moment overleggen we met debetrokken partners in het landelijk strategisch overleg op welke wijze hetbeste gevolg kan worden gegeven aan die aanbevelingen. Het streven isom u nog aan het eind van dit jaar een beleidsreactie te sturen. Het lijktme goed om die even te lezen. Dan kunt u daar allemaal uw mening overhebben en dan gaan we vast met elkaar daarover in gesprek.Mevrouw Mutluer vroeg ook naar de explosies. Zij vroeg of er indicatieszijn dat we de goede kant op gaan met het Offensief tegen Explosies. Ikkan u melden dat tot en met juli dit jaar sprake was van een lichte stijgingin de politiecijfers. Dat is zorgelijk. De stijging is minder groot dan in devoorgaande jaren. Het is te vroeg om conclusies te trekken over deeffectiviteit van de aanpak of maatregelen. Ja, woningcorporaties speleneen rol. Ja, we moeten kijken hoe informatie-uitwisseling tussen politie,gemeenten en woningcorporaties nog beter kan worden vormgegeven. Ikwil u zeggen: ik ben zelf ook in mijn woonplaats regelmatig geconfron-teerd geweest met de heftigheid van een dergelijke explosie. Ik weet watdat doet met betrokkenen, met de buurt, met de straat. Dat is ongekend.Het is ook gewoon verschrikkelijk dat mensen het lef hebben om dat eenander aan te doen. Dus ik snap heel goed dat u hier aandacht voor vraagten dat burgemeester Schouten van Rotterdam het voorzitterschap op zichheeft genomen om hiermee bezig te zijn. Maar het is wel heel complexeen ingewikkelde materie. Het wordt zomaar gedaan. Heel veel mensen zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48826 bereid om dat maar even te doen, soms voor een paar honderd euro. Ziedat maar eens te doorbreken.Het onderscheppen van illegaal vuurwerk hangt daar ook een beetje meesamen, zou ik durven te stellen. Mevrouw Michon-Derkzen van de VVDvroeg wat we doen om het illegale vuurwerk te onderscheppen. Wordt ditmeegenomen in de bredere aanpak van ondermijning? Vanzelfsprekendheeft illegaal vuurwerk aanpakken structureel de aandacht van opspo-ringsdiensten. Het hele jaar door werken onder meer het OM, de politie ende Inspectie Leefomgeving en Transport samen aan het opsporen enonderscheppen ervan. Er is recent nog een vuurwerkhandelaar uitDuitsland veroordeeld wegens overtreding van de regels rond opslag vanprofessioneel vuurwerk. In het kader van de implementatie van de Wetveilige jaarwisseling wordt een handhavingsplan opgesteld met specifiekeaandacht voor grensoverschrijdende handel en versterking van deopsporing. U heeft daar eerder over gesproken en u wordt daarbinnenkort nader over geïnformeerd. Dat moet ook wel omdat wenatuurlijk, niet vanaf de komende jaarwisseling maar vanaf de jaarwis-seling daarna, geen vuurwerk meer toe willen laten. Dan hebben we eengedegen plan.Dan stap ik door naar de heer Aardema, van de PVV, want hij vraagt: hoeziet dat plan eruit en is dat op tijd gereed? We zijn dat aan het opstellenmet alle relevante partijen; ik noemde ze net al, maar natuurlijk ook deVNG. Iedereen moet daarmee overweg kunnen. Het richt zich zowel op deaankomende jaarwisseling als op de jaarwisseling vanaf 2026 met eenvuurwerkverbod, inclusief de internationale aanpak van illegale handel enmisbruik. Het is bedoeld als handreiking aan het lokaal gezag zodat allepartijen het kunnen gebruiken bij het opstellen en uitvoeren van huneigen lokale handhavingsplan. Dat bieden we eind dit jaar aan de Kameraan zodat alle gemeenten zich naar beste kunnen op de aankomendejaarwisseling kunnen voorbereiden.Ik kijk of ik dan alle vragen rondom aankomende jaarwisseling hebbeantwoord. Ja.De voorzitter:Hartelijk dank. Er is een vraag van de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Ik dank de Minister voor die laatste antwoorden, maar er moet volgensmij wel een beetje haast worden gemaakt, want een van de jaarwisse-lingen is al de komende jaarwisseling. Dat duurt nog maar vier maanden.Kunt u iets zeggen over dat handhavingsplan en over of dat vantoepassing is op de komende jaarwisseling?Minister Van Oosten:De precieze datering kan ik u niet geven. Ik hoop dat ik in de tweedetermijn daar nog wat meer informatie over heb. Maar ik realiseer me heelgoed dat het specifiek is bedoeld voor 2026–2027. Dan hebben we nogeven. Maar het is zeer zinvol om natuurlijk niet tot dat moment te wachtenen ook te bekijken wat we er de komende jaarwisseling aan kunnenhebben. Ik probeer u in de tweede termijn dat antwoord te geven enanders gaat u het vast volgen.Dan een vraag over gegevensdeling, van mevrouw Michon-Derkzen. Hoestaat het met de uitvoering van de motie op dat punt? Het gaat omcruciale randvoorwaarden voor een effectieve opsporing en preventie vancriminaliteit. Binnen het ministerie wordt daarom door de Taskforcegegevensdeling hard gewerkt aan het analyseren van knelpunten. Deprioriteit ligt bij het wegnemen van ervaren knelpunten binnen de thema’smainports en Preventie met Gezag. U krijgt in de halfjaarbrief onder-mijning een antwoord, maar ik kan u alvast een voorbeeld noemen. Dat iseigenlijk wat u natuurlijk wil bereiken met de motie: dat het concreteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48827 resultaten oplevert. Ik kan u één noemen. De uitwisseling van camera-beelden tussen mainportpartners wordt verbeterd om efficiënter eneffectiever criminelen op te sporen. Dat lijkt mij een heel succesvolle stap.De heer Van Nispen vroeg naar het afpakken van crimineel vermogen. Watzijn de plannen? Er zijn diverse plannen, onder meer een voorstel vooreen nieuwe non-conviction based confiscation procedure, die het mogelijkmaakt om crimineel verdiend vermogen af te pakken, ook zondervoorafgaande veroordeling. Ik noem een nieuwe spoedbevriezingsbe-voegdheid voor de Financial Intelligence Unit – excuus voor al die Engelsetermen, voorzitter; het is dan maar zo – die wereldwijd de mogelijkhedenvoor het leggen van beslag verruimt. Bovendien zorgt de EU-confiscatie-richtlijn ervoor dat internationale gegevensdeling over het vermogen vancriminelen sneller en makkelijker wordt.Daarbij hoort dan ook eigenlijk de vraag wat de status is van de tweemoties van de heer Van Nispen over de inzet van Nederland tijdens deonderhandelingen over de EU-anticorruptierichtlijn. Daarover hebbentrilogen plaatsgevonden tussen de Raad, de Commissie en het EuropeesParlement. Die zijn vergevorderd, maar ze zijn nog niet tot overeen-stemming gekomen. De verwachting is dat het implementatietrajectniettemin in 2025 van start kan gaan. Daar gaat het uiteindelijk om, zou ikwillen zeggen: dat we gaan starten. In lijn met de twee moties zetNederland zich in voor een brede strafbaarstelling van ongeoorloofdebeïnvloeding en voor het opnemen van een strafbaarstelling van misbruikvan functies.Wat gaat de Minister doen om corruptie beter te bestrijden, vroeg de heerKoops. Er wordt geïnvesteerd in extra capaciteit en expertise bij deRijksrecherche, de FIOD, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak. Werichten ons op processen en sectoren waarvan we weten dat ze risico’slopen – u gaf daar zelf een goed voorbeeld van – of waarvan de belangenvoor de nationale veiligheid en economie groot zijn. Bij de publieke sectorzal je dan in de eerste plaats denken aan de bedrijfsvoering van derijksoverheid en het functioneren van ministeries, zoals dat van Justitie enVeiligheid, de toegang tot ICT-systemen, de uitgifte van identiteits- enreisdocumenten, en de weerbaarheid van ambtenaren bij decentraleoverheden. Het is ontzettend belangrijk om overheden daar een beetje bijte helpen en ze zich daarvan bewust te houden. Overigens is elkeoverheid, zoals ik ze ken, zich daar heel goed van bewust, maar het is bestingewikkeld om het altijd maar te ontdekken. Voor de private sector wordtgeïnvesteerd in de samenwerking met in het bijzonder de transport- enlogistieksector. Dat is ook een beetje het punt van de heer Koops, zou ikmenen. Daarbij wordt namelijk gebruikgemaakt van maatregelen diemedewerkers beschermen tegen criminele druk.Voorzitter. De heer Koops vroeg ook naar corruptie en mainports. Zou deMinister willen ingaan op het idee van permanente screening voordouaniers? Het is ontzettend van belang dat voor de integriteit van eenorganisatie en de veiligheid van de medewerkers de juiste maatregelenworden genomen tegen corruptie. Permanente screening is een zwaarmiddel waarvoor een wetswijziging nodig is. De Douane onderzoektnatuurlijk als werkgever doorlopend wat voor extra maatregelen er nodigzijn, ook vanuit de verantwoordelijkheid die de Douane hiervoor voelt. Hetstaat hier niet, maar ik ga er overigens ook van uit dat dit ook gebeurtvanuit de verantwoordelijkheid als werkgever voor de werknemers. Menrealiseert zich ongetwijfeld heel erg goed dat mensen ook kwetsbaarkunnen zijn. Daar voel je je als werkgever ook gewoon verantwoordelijkvoor. Je wilt mensen daar een zekere bescherming voor bieden. Erworden bijvoorbeeld ook bewustwordingssessies georganiseerd. Er wordtook gekeken of je meer moet doen in de sfeer van logging, waarbij jebekijkt wat er in de zoeksystemen is bekeken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48828 Had u nog een vraag, meneer Koops?De heer Koops (NSC):Ik kom nog heel even terug op die budgetten. Het is lovenswaardig, hoor,wat er allemaal gebeurt aan het voorkomen van corruptie. Dit is geenbegin van een sneer of iets dergelijks. Maar een van de zorgelijke puntjesvan de Algemene Rekenkamer is het volgende. Zij waren deze lente heelhardvochtig over het Ministerie van Justitie en Veiligheid als het gaat overde allocatie van middelen, over geld. Daarom kom ik er nog even opterug. Ik begrijp de toelichting van de Minister. Ja, er wordt geïnvesteerdin algemene dingen zoals het vergroten van de capaciteit van deRijksrecherche. Maar ik hoorde de Minister niet specifiek ingaan opbijvoorbeeld de kroongetuigenregeling of op het specialisme – ik zouhaast «vakgebied» zeggen – van corruptiebestrijding. Er wordt dus welgeïnvesteerd in de diensten, maar niet in de corruptiebestrijding zelf. Isdaar nu een apart budget voor?Minister Van Oosten:Als het gaat om de kroongetuigenregeling – want volgens mij hing uwvraag daarmee samen – dan wil ik daar dadelijk nog even op ingaan. Dankijk ik even of de collega’s, voor zover dat nog niet gedaan is, willenbekijken of er nog meer antwoord te geven is ten aanzien van debudgetten en de vraag of die toereikend zijn. Dat is eigenlijk uw vraag, ofniet? Versta ik uw vraag juist?De heer Koops (NSC):Ja, inderdaad. Als het zo is dat dat nu even niet in dit debat kan, dan ga iku vragen of u kunt toezeggen dat we daar op korte termijn een toelichtingop krijgen, ook omdat de begroting eraan zit te komen.Minister Van Oosten:Vooruitlopend op mijn beantwoording ten aanzien van de kroongetuigen-regeling geldt natuurlijk dat we daar überhaupt nog een wetsbehandelingover gaan hebben. Daarin past, denk ik, ook de vraag die u stelt. U gaatdie ook ongetwijfeld daar stellen, dus dan kunnen we ons daar vast opvoorbereiden. Ik zou heel praktisch ook wel willen opmerken dat zolangdie nieuwe wet er nog niet is, die ook niet van kracht is en die dus ook –misschien praat ik nu mijn mond voorbij – niet werkt. Ik bedoel dan dienieuwe wet, hè? Dat lijkt me wel logisch. Dat brengt dus ook weinigfinanciële effecten met zich mee, anders dan dat we het natuurlijk willenvoorbereiden en het snel met uw Kamer willen bespreken. Maar laten weeven kijken of u dadelijk tevreden bent met de beantwoording die ik geef.Als er nog vragen over zijn, dan kijken we of het nog in de tweede termijnpast.Mevrouw Wijen-Nass stelde een vraag over verplaatsingseffecten bijdrugssmokkel via havens. Dat is een hele terechte vraag. Neem bijvoor-beeld haar veronderstelling dat de smokkel naar noordelijke havens plaatsgaat vinden. Wat doen we om vissers hier weerbaar tegen te maken? Weonderzoeken al een tijd of er een verplaatsingseffect naar kleinere havensbestaat, zoals naar het noorden van het land. We zien tot nog toe vooraleen verplaatsing van Rotterdam naar bijvoorbeeld Vlissingen enAmsterdam. Maar ja, die vallen onder de mainports. Met het platformkleine zeehavens, waarvoor we deze zomer een voorstel hebbenontvangen, kunnen de kleinere havens – ik noem even Scheveningen ende Eemshaven – beter samenwerken en kennis uitwisselen. Daarnaast iser voor bijvoorbeeld het weerbaarder maken van vissers en andereregionale projecten al langer financiering beschikbaar via de RegionaleInformatie en Expertise Centra.Mevrouw Wijen-Nass vraagt ook naar het thema preventief fouilleren. Depolitie kan pas ingrijpen na een concrete verdenking. Preventief fouillerenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48829 kan in probleemwijken, aldus mevrouw Wijen-Nass. Kunnen deze in kaartworden gebracht en wil de Minister in gesprek gaan met de burge-meesters over preventief fouilleren? Burgemeesters kunnen onderspecifieke omstandigheden veiligheidsrisicogebieden aanwijzen waarinpreventief fouilleren mogelijk is. Het is dan overigens aan de officier vanjustitie om het bevel te geven voor het daadwerkelijk uitvoeren van datsoort preventieve fouilleeracties. Een dergelijke aanwijzing geldt dan voortwaalf uur. Voor de aanwijzing van de burgemeester geldt dat enkel eengebied aangewezen kan worden als aan de hand van concrete feiten enomstandigheden sprake is van de vrees voor verstoring van de openbareorde of als dat specifiek volgt uit de aanwezigheid van wapens. Je moetdus concrete feiten en omstandigheden hebben, wil je dat kunnenbesluiten. Het is dan uiteindelijk wel een keuze van de burgemeester omdat wel of niet te doen.Voorzitter. Dan heb ik het blokje brede aanpak gedaan en ga ik met uwwelnemen naar kroongetuigen, bewaken en beveiligen. Een aantal van uhebben daar vragen over gesteld.Misschien even een algemene opmerking vooraf. Het kroongetuigen-stelsel zoals we dat kennen, wordt in het wetsvoorstel – daar ga ik dadelijknog op terugkomen – al dan niet verbreed, als uw Kamer daarmeeakkoord gaat. Maar we moeten dat los zien van het stelsel bewaken enbeveiligen. Dat is echt een ander iets. Laat ik vooropstellen dat het spijtigis dat heel veel mensen in het stelsel bewaken en beveiligen moetenzitten, maar dat hoeft niet per se wat te maken te hebben met hetkroongetuigenprogramma. Dat kan, maar dat hoeft niet. Ik zeg dat zogoed, ja.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dan gebruik ik wel mijn laatste interruptie, want ik ben het totaal niet eensmet de Minister. Juist naar aanleiding van het OVV-rapport en juist naaraanleiding van de vele moorden die zijn gepleegd, op de broer van dekroongetuige, op de advocaat, op een journalist, hebben wij gezegd dat jebewaken en beveiligen niet helemaal los kunt zien van de kroongetuigen-regeling. Ik heb eerder gezegd: op het moment dat je het bewaken enbeveiligen, dat nu volgens mij onder de paraplu van de NCTV komt, nietgoed regelt en niet goed organiseert, waarbij de linkerhand niet weet watde rechterhand doet, kan je deals sluiten, maar als de veiligheid niet goedgeborgd is, gaat het niet goed. Ik hoop dat de Minister zijn woordenheroverweegt. Of in ieder geval gun ik hem nog alle ruimte om zich teverdiepen in die rapporten. Maar van mij mag hij dat niet los van elkaar ofapart van elkaar zien, gelet op de lessen die we moeten trekken uit demeest verschrikkelijke dingen die zijn gebeurd.Minister Van Oosten:Voor de goede orde: dat laatste wil ik ook helemaal niet, integendeel zelfs.Ik ben de eerste om te onderkennen dat er zeer zeker een samenhang kanzijn. Absoluut. Geen enkele twijfel over. Het kan heel goed zijn – dat is ookin essentie het vraagstuk waar we het over hebben – dat in de omgevingvan een kroongetuige het stelsel bewaken en beveiligen moet wordeningezet. Dat kan absoluut aan de orde zijn in de voorbeelden zoals u dienoemt, maar ik ga mij over individuele zaken niet uitlaten. Maar ik vindhet ook belangrijk om aan te geven als het gaat om de kroongetuigenre-geling waar we voor staan en welke verbreding we hebben enzovoort. Dathangt niet altijd exact samen en loopt niet altijd exact samen met hetstelsel bewaken en beveiligen. Laten we daar echt heel goed over ... Deinzet moet niet een andere zijn; even voor de goede orde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48830 De heer Koops vraagt hoe het ervoor staat met de nieuwe kroongetuigen-regeling en hoeveel geld de overheid beschikbaar gaat stellen voor hetimplementeren van de regeling. De consultatie van de nieuwe kroongetui-genregeling is op 13 juni gestart. De eerste reacties zijn ontvangen en ikverwacht de laatste reacties van de betrokken ketenpartners eind dezemaand. Daarna gaat het wetsvoorstel in het kader van het wetsproces teradvisering naar de Raad van State. Na verwerking van het advies van deRaad van State gaat het wetsvoorstel naar de Kamer en gaan we metelkaar in gesprek over dit uiterst belangrijke onderwerp. Maar we moetendat eventjes opgehaald hebben en vanzelfsprekend verwerkt hebben. Deprecieze uitvoeringsconsequenties, dus als het gaat om geld en dat soortvragen, zijn uitgevraagd in het kader van de nu lopende consultatiefase.Die loopt eigenlijk nu. Wel hebben we structurele middelen gereserveerd –vergeef mij dat ik nu niet meteen het bedrag weet – voor de dekking vande kosten van de nieuwe regeling. Dit gaat om 6 miljoen, hoor ik rechtsvan mij. Dan heeft u bij dezen ook het bedrag.De heer Boswijk stelt de vraag of de veiligheid van een kroongetuige uithet Marengoproces op orde is, aan welke eisen dit moet voldoen en of depersonen om de kroongetuige heen, zoals de familie en de advocaat, goedworden beveiligd. Daar hadden we het net over: de omgeving. Het spreektvanzelf dat ik over individuele strafzaken geen uitspraken kan doen. Datwil ik niet en dat doe ik ook niet, maar gelet op het rapport van deOnderzoeksraad voor Veiligheid – mevrouw Mutluer verwees er al naar –en de kabinetsreactie is er extra aandacht voor de noodzakelijke bevei-liging van kroongetuigen en personen in hun omgeving. Het punt dat iknet probeerde te maken – vergeef me als dit niet duidelijk was; dat is danmisschien mijn onervarenheid in dit ambt – is dat de afspraak is gemaaktdat voorafgaand aan het sluiten van een potentiële kroongetuigendeal hetOpenbaar Ministerie afstemming met de NCTV zoekt, waarbij ik ervanuitga dat u allemaal weet wat die termen betekenen, om samen eenafweging te maken tussen de nevengeschikte belangen van opsporing enveiligheid. Dat gaan we ook wettelijk verankeren in de kroongetuigenre-geling. Met andere woorden, een deal wordt alleen maar gemaakt als dieverantwoord wordt geacht met het oog op de veiligheid van alle betrok-kenen.Meneer Koops, u vraagt ook: wat verklaart het dat de gehele straf zometeen voorwaardelijk kan worden opgelegd? Dat zit voor een deelnatuurlijk ook in de wetsbehandeling, dus laten we de discussie daar danook voeren. Op dit moment kan aan een kroongetuige maximaal de helftvan een gevangenisstraf die de rechter heeft opgelegd of die een rechtervoornemens was op te leggen aan strafvermindering worden geboden.Daarmee is de regeling nu vooral interessant voor een verdachte ofveroordeelde die met een relatief lange strafdreiging te maken heeft, echtvan jaren. Dat is vaak niet het geval voor mensen met een relatief kleinerol in een crimineel netwerk. Ik lees «kleine rol». Het is natuurlijk eenrelatief kleine rol, maar het is evengoed nog steeds een foute rol. Maar hetis dus wel een relatief kleine rol. Voor de aanpak van georganiseerdecriminaliteit zijn ook verklaringen van personen met een meer ondersteu-nende rol van grote betekenis. Daarom voorziet de nieuwe kroongetuigen-regeling in een voorwaardelijke strafkorting tot 100% voor verdachtentegen wie onder normale omstandigheden tot maximaal zes jaaronvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt geëist. Dat is zo omdat weanders ... Maar daarover gaan we met elkaar in discussie. Dat ligt nu ookin consultatie. Laten we niet te veel vooruitlopen op wat we er allemaalvan vinden. In de consultatie wordt nu de veronderstelling neergelegd datwe ze anders onvoldoende mee krijgen in de mogelijkheid tot het sluitenvan zo’n deal.De voorzitter:De heer Koops heeft nog een vraag voor de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48831 De heer Koops (NSC):Dit is een heel bruikbare, fijne toelichting, maar het scherpt mij er dan ookin hoe belangrijk het is dat een uitvoeringstoets niet pas tot stand komtnadat er hier over gediscussieerd is. Ik blijf hier maar haken op die kritiekvan het ministerie – die neem ik gewoon even als een gegeven – dat dieuitvoeringstoetsen juist bij strafrechtelijke en strafvorderlijke onder-werpen te vaak achterwege zijn gebleven. Vandaar mijn vraag aan deMinister of hij kan toezeggen dat die uitvoeringstoets niet later komt dandat het wetsvoorstel naar de Kamer gaat. Dus wordt het wetsvoorstelvergezeld door een uitvoeringstoets?Minister Van Oosten:Ja.De voorzitter:Dan continueert de Minister.Minister Van Oosten:Dat is voor mij makkelijk, hè, om antwoord te geven.Mevrouw Mutluer sprak over de kroongetuigenregeling en vroeg wat hetprobleem is van een toets – dat is overigens een andere toets, maar duswel weer het woord «toets» – voorafgaand aan het aangaan van eenkroongetuigendeal. Even voor de goede orde: ik vind dat we dezediscussie ook moeten voeren wanneer we de wetsbehandeling hebben. Uloopt een beetje vooruit op de wet, terwijl we nog helemaal niet allereacties hebben opgehaald. U stelt de vraag, dus u krijgt netjes antwoord,maar dan wel met het voorbehoud dat ik de consultatie nog niet hebafgerond, dat nog niet heb kunnen verwerken enzovoort. Maar op ditmoment is het zo dat de rechter-commissaris een strafvorderlijkekroongetuigendeal vooraf toetst. Dat blijft zo. Op tafel lag de vraag of erdaarnaast ook een onafhankelijke toets van de civielrechtelijke getuigen-beschermingsovereenkomst moest komen. Over deze toetsing is intensiefgesproken met alle betrokken partijen. Uit de gesprekken is gebleken dater in de praktijk verschillende zwaarwegende bezwaren bestaan tegenonafhankelijke toetsing in individuele zaken. Dit heeft u ook kunnen lezenin een brief van 13 juni. In overleg met de procureur-generaal bij de HogeRaad is daarom nu het voorstel om de procureur-generaal regelmatigtoezicht te laten houden op het handelen van het OM in het kader van hetgetuigenbeschermingsprogramma. Dat noemen we periodiek systeemtoe-zicht. Ik begrijp dat mevrouw Mutluer daar misschien wat van vindt, maarik wacht toch even af tot we het verhaal helemaal compleet hebben, zou ikomwille van iedereen willen vragen, want dan hebben we het totale beeld.Mevrouw Mutluer vraagt naar de rol die de NCTV krijgt bij de beoordelingaan de voorkant van een potentiële deal. Eigenlijk hadden we het daar netal even over. Hoe gaat dat werken? De belangenafweging tussenopsporing en veiligheid is nevengeschikt. Vanuit beide moet groen lichtkomen. Dat is belangrijk. Naar aanleiding van het OVV-rapport is deafspraak gemaakt dat voorafgaand aan het sluiten van een potentiëlekroongetuigendeal het OM afstemming zoekt met de NCTV, omgezamenlijk de afweging te maken tussen, zoals hier staat, nevenge-schikte belangen van opsporing en veiligheid. De haalbaarheid voorbeveiliging vanuit het stelsel bewaken en beveiligen wordt hierinmeegenomen. Daarom haalde ik het net uit elkaar. Het stelsel is inprincipe iets anders, maar heeft natuurlijk wel een rol hierin. Dat isevident. Als ik mij daar niet goed in heb uitgedrukt, neem ik dat natuurlijkterug. Maar het wordt dus meegenomen. Eigenlijk is de vraag: kan hetstelsel het aan? Als dat het niet aankan, dan kan je dus ook geen dealsluiten. Dat zijn veel woorden, maar dat is in feite wat het is. Er wordenalleen afspraken met kroongetuigen gemaakt indien dat verantwoord ismet het oog op hun veiligheid, op die van hun omgeving en op die van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48832 betrokken functionarissen. De NCTV krijgt een rol aan de voorkant. Dievraag heb ik net beantwoord.De heer Boswijk had ook nog een vraag over kroongetuigen. Kan deMinister een update geven? Ik heb al gezegd dat we nu bezig zijn met deconsultatiefase van het wetstraject. Dat gaat uw kant op komen.Dan heb ik nog de vraag over getuigenbescherming: «Getuigenbe-scherming is een zwaar en ingrijpend programma. Komen getuigen ook inaanmerking voor beveiliging vanuit het stelsel bewaken en beveiligen?»Voor kroongetuigen en hun naasten waartegen een dreiging bestaat,wordt het getuigenbeschermingsprogramma ingezet. Getuigenbe-scherming is een wezenlijk ander instrument om bescherming te biedendan het stelsel bewaken en beveiligen. De insteek en de afspraken diedaarbij worden gemaakt, verschillen in doel, aard, karakter en de wijzevan inzet. Het zijn geen communicerende vaten. Dat punt bracht ik net ookop, namelijk dat het voor een deel andere systemen zijn. Vermenging vanbeide instrumenten is daarom onwenselijk, zoals ook geconstateerd isdoor de commissie-Bos.De heer Boswijk vroeg naar bedreigde burgemeesters en mijn reflectiedaarop. Hij is er nu niet, maar wellicht hoort hij het later nog terug. Hetspreekt voor zich dat ik het beeld herken dat politieke ambtsdragers,onder wie burgemeesters, te maken kunnen krijgen met agressie enintimidatie. Het is heel simpel: dat is onacceptabel. Politieke ambtsdragersmoeten ongestoord hun werk kunnen doen. Dat geldt voor raadsleden,wethouders, burgemeesters, Kamerleden en in the end ook voorMinisters. Met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatieswordt de weerbaarheid van decentrale politieke ambtsdragers en van deambtelijke organisatie tegen ondermijnende invloeden en andere vormenvan oneigenlijke druk verhoogd.Mevrouw Mutluer vroeg of het stelsel het aankan. Daarmee kom ik tochweer op de kroongetuigen. Sorry, die vraag had ik net moeten behan-delen. Door het stelsel te versterken en de capaciteit voor bewaken enbeveiligen uit te breiden, proberen we te voorkomen dat de capaciteitste-korten binnen het stelsel van doorslaggevende betekenis zijn in deafweging om wel of niet te komen tot het sluiten van een kroongetui-gendeal. Voorafgaand aan de deal worden de veiligheidsrisico’s en demogelijke maatregelen in kaart gebracht. Het OM zoekt in afstemming metde NCTV, als gezag, gezamenlijk naar een belangenafweging in het stelsel.In dit nevengeschikte overleg is het vanzelfsprekend dat er gekeken wordtof er een grote impact wordt voorzien op de brede omgeving van demogelijke kroongetuige. Dit heb ik in feite net ook al verteld, maar dan inéén enkele zin.Voorzitter. Tot zover de vragen over kroongetuigen en de daaraangelieerde thema’s. Ik kom bij het laatste kopje: politie, veiligheid et cetera.De heer Boswijk vraagt of kleinere voetbalclubs betrokken zijn bij decampagne Meld Misdaad Anoniem, die georganiseerd is door de KNVB,het OM, de politie en de gemeenten. Vooralsnog is die campagne vooralgericht op de supporters en medewerkers van organisaties in het betaaldvoetbal, maar het staat iedereen die wetenschap heeft van criminaliteitaltijd vrij om dit te melden bij Meld Misdaad Anoniem. Dat hoeftoverigens niet per se anoniem, maar dat kan wel altijd, ook als menmelding wil maken van criminaliteit bij amateurclubs.De heer Van Nispen vroeg nog hoe het zit met de capaciteit van de politiein relatie tot de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Die capaciteitstaat onder druk; dat is bekend. Dat wordt regelmatig met uw Kamerbesproken. Gelet op de krappe arbeidsmarkt in combinatie met deknelpunten in de politiebegroting zal dit een uitdaging blijven. Daar draaiik niet omheen. U gaat mij daar ongetwijfeld kritisch op bevragen in dekomende tijd. Maar de inzet van de politie op de aanpak van de georgani-seerde criminaliteit is onverminderd hoog. Dat mogen we ookbenadrukken. De korpschef zal de operationele slagkracht ontzien bij hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48833 oplossen van het financiële tekort voor 2026. De basisteams, de gebieds-gebonden politieteams, zullen in 2026 buiten beschouwing wordengelaten. We proberen ook te werken aan de directe instroom vanbijvoorbeeld financiële rechercheurs, aan de arbeidsmarktstrategie en aande afspraken over politietaken, bijvoorbeeld bij personen met verward enonbegrepen gedrag. Dat blijven we doen in de komende periode.Dan heb ik nog een laatste vraag. Ik hoop dat ik geen enkele vergeten ben.De heer Boswijk vroeg nog of de Minister bereid is om met de politie ende KNVB in gesprek te gaan over het invoeren van een maatregel naar hetvoorbeeld van de Engelse praktijk, waar de stoelen in stadions zijnvoorzien van stickers met nummers. Dat zou een prachtige vraag zijngeweest bij de behandeling afgelopen maandag van de initiatiefnota vanmevrouw Michon-Derkzen, maar ik beantwoord die nu ook heel graag. InNederland is de betaaldvoetbalorganisatie verantwoordelijk voor deveiligheid in het stadion, maar ik ben graag bereid om met de KNVB enclubs in gesprek te gaan om te onderzoeken of dit ook in Nederlandmogelijk is. Het is gewoon een mooie suggestie. Het is wel zo dat demelding die supporters dan kunnen doen, direct aan de club gedaan zoumoeten worden. Met andere woorden: we pakken dit eens even op en dankijken we welke meerwaarde dit kan hebben.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor deze beantwoording. Ik kijk even naar de leden.Zijn er nog prangende, onbeantwoorde vragen? De heer Koops? MevrouwMutluer? Dat is niet het geval. Een vraag van de heer Aardema is welonbeantwoord gebleven.De heer Aardema (PVV):Mag ik ook nog een kleine vraag stellen over het antwoord van deMinister?De voorzitter:U mag nog twee interrupties plegen, meneer Aardema. Dus dat mag.De heer Aardema (PVV):Dank u wel. De Minister schetste net dat de financiële situatie bij de politiegeen invloed zou mogen hebben op de operationele sterkte. Nu weet ikdat er een bevorderingsstop is van schalen 7 naar schalen 8. Dat druktnou juist wél op die operationele sterkte. Kan de Minister dat duiden?Minister Van Oosten:Het spijt me, meneer Aardema. Ik ga het antwoord niet gissen. Dat ga ikecht niet doen, maar u zult wel antwoord krijgen. Ik neem dit punt meevoor het eerstkomende overleg over de politie.De heer Aardema (PVV):Ik stel dat zeer op prijs, want dit leeft enorm op de werkvloer.De voorzitter:Hartelijk dank voor de laatste interrupties. We zijn aan het einde gekomenvan de eerste termijn. We gaan naar de tweede termijn en beginnen zoalsaltijd bij de Kamer. De leden hebben een spreektijd van 1 minuut 20 enmogen drie onderlinge interrupties plegen. Meneer Koops, aan u hetwoord.De heer Koops (NSC):Meneer de voorzitter. Allereerst dank ik de Minister hartelijk voor deadequate beantwoording van de vragen die door de Kamer zijn gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48834 Ik vraag een tweeminutendebat aan om moties in te kunnen dienen. Hetverzoek is ook om dat tweeminutendebat in te plannen voor het reces,zodat de Kamer in deze samenstelling dat tweeminutendebat kan voeren.Daar laat ik het bij.De voorzitter:Ik dank u hartelijk. Mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ook mijn dank voor de antwoorden van de Minister. Voor wat betreft dekroongetuigenregeling zullen wij het debat afwachten, maar ik denk datde Minister nu al aanvoelt dat wij daar vrij kritisch tegenover staan, zekerin relatie tot bewaking en beveiliging. Daar gaan wij hem dus enormstevig op bevragen. Daar mag hij zich alvast op voorbereiden. Dat is één.Ik heb een paar opmerkingen gemaakt over de aanpak van ondermijning,over veilige wijken en explosies in wijken en over de onderwereld die debovenwereld bereikt. Een van de vragen die de Minister niet heeftbeantwoord, is mijn vraag over de rol van de corporaties. Aedes heeftdaarover een brief gestuurd en gezegd hoe zij haar rol ziet. Is de Ministerbereid om daar, eventueel schriftelijk, een reactie op te geven? Dat lijkt mijin ieder geval verstandig.Voorzitter, tot slot. Vastgoed- en hypotheekfraude heb ik even in één mandgegooid, maar uiteindelijk gaat het erom dat wij witwaspraktijken willenvoorkomen. Recent hebben wij hier in de Kamer de politie ontvangen, netals de banken, de notarissen en de stichting die helpt bij de bestrijdingvan hypotheekfraude. Zij hebben een plan ingediend. Dat wordt volgensmij ook bij Financiën besproken. Mijn verzoek aan de Minister is om daarecht bovenop te zitten, want ik denk dat dit hem gaat helpen bij de aanpakvan ondermijnende criminaliteit en het creëren van veilige wijken. Dat zaleen oud-burgemeester direct aanspreken.De voorzitter:Dank. Mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. Ik dank de Minister hartelijk. Het is goed om te zienhoezeer hij al in dit onderwerp zit, terwijl hij eigenlijk pas net Minister is.Dank daarvoor.De groene boa moet gewoon voldoende bewapend zijn werk kunnendoen. Ik hoop dat dat goed is doorgekomen. Dat is juist ook een taak vande werkgever. Die wil dat graag organiseren. Het kan niet zo zijn dat debureaucratie dat tegenhoudt.Dan de aanpak van explosieven en het tegengaan van illegaal vuurwerk. Ikbegrijp goed dat dit in het plan van aanpak zit dat onderdeel is van de heleaanpak om te stoppen met vuurwerk tijdens oud en nieuw. Maar wanneerkrijgt de Kamer dat plan van aanpak, vraag ik in tweede termijn nog aandeze Minister. Daar ben ik zeer benieuwd naar, ook omdat iedereen denktdat het een grote toestand wordt bij het komende oud en nieuw, maar hetdan volgend jaar over is. Ik hoor daar graag meer over.Voorzitter, tot slot. In juni 2024 heb ik een motie ingediend over de NSOC.Dat is een club in Zeeland die fenomeenanalyses uitvoert. Ik ben altijdzeer sceptisch over de toegevoegde waarde. Ik wil de Minister vragennaar de voortgang van de uitvoering van deze motie.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. De heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48835 Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor zijn beantwoording en voor demin of meer gedane toezegging dat hij gaat duiken in het verhaal van debevorderingsstop van hoofdagenten naar brigadiers. Dat zijn nou juist demensen die in de operationele sterkte zitten. Zij verrichten de noodhulp ende wijkdienst. Volgens mij moeten we heel zuinig op hen zijn en geenfrustratie veroorzaken. Dat dreigt nu wel een beetje te gaan gebeuren. Dusalvast dank aan de Minister nu hij daar in gaat duiken en ons daarover opkorte termijn een antwoord zal geven.Dan nog even over de kroongetuigen. Ik kan mij concrete situatiesvoorstellen waarin een deal wordt gesloten, maar als je in een dealeenmaal a hebt gezegd, dan moet je vervolgens b, c en d gaan doen. Datis het probleem met het sluiten van zo’n deal: je kunt niet meer terug. Watnu als het volgens de risicoanalyse die in het begin wordt gemaakt, weleen beetje mee zal vallen en de deal met een kroongetuige wordtgesloten, maar de risico’s gaandeweg toenemen en de capaciteit in hetstelsel juist afneemt? Dan heb je dus wel een probleem. Misschien wil deMinister dat ook even meenemen in zijn beschouwing over het nieuwesysteem.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan is het woord aan de Minister voor zijn tweede termijn.Minister Van Oosten:Dank u wel, voorzitter. De heer Koops heeft een tweeminutendebataangevraagd. Dat gaan we meemaken. Dank u wel.Mevrouw Mutluer vroeg nog naar de woningcorporatie. Ik kan u meldendat een constructief gesprek heeft plaatsgevonden met Aedes. Dus ja, datheeft plaatsgevonden.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Mogen we daar een terugkoppeling van ontvangen?Minister Van Oosten:Ja, die gaat u schriftelijk krijgen en wel in de halfjaarbrief. Uw andere puntwas witwassen. U mag van ons aannemen dat we daar bovenop zitten.Mevrouw Michon-Derkzen vroeg naar de NSOC, de Nationale Samen-werking tegen Ondermijnende Criminaliteit. Die is conform de motieopgeheven.De heer Aardema. Het plan van aanpak inzake het handhavingsplanvuurwerk zult u begin november krijgen. Dat ziet ook op het aanstaandeoud en nieuw. Dat moet u dus wel krijgen, want anders zijn we te laat. Hetheeft natuurlijk in het bijzonder ook betrekking op het jaar daarna. Datgaan we dus bespreken met elkaar.Ik heb al de nodige toezeggingen gedaan ten aanzien van de kroonge-tuigen. Althans, toezeggingen gedaan ... We gaan die wet gewoonbehandelen, en daar passen al deze vragen natuurlijk bij. Dan kunt u ookgewoon beoordelen of u het verantwoord vindt of wenselijk acht om eenverbreding – zo noem ik het maar even – van deze wet op dat punt terealiseren. Die vragen passen daar ook bij, maar dan zou ik menen: welmet inbegrip van de reactie van de diverse instanties die we nu aan hetbevragen zijn.Meneer de voorzitter, volgens mij heb ik hiermee alle vragen beantwoord.De voorzitter:Daar dank ik u hartelijk voor.Wij noteren dat de heer Koops een tweeminutendebat heeft aangevraagd.Dat plannen we inderdaad nog het liefst in voor het reces. Dat zullen welaten weten, maar dat is een plenair debat, dus ik ga daar niet over. Dat zalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48836 de heer Koops begrijpen. We zullen hem in elk geval als eerste sprekernoteren.Er zijn een aantal toezeggingen gedaan. Die loop ik graag met de Ministeren met de leden door om te kijken of we ze goed hebben genoteerd.–Allereerst. De Minister zal voor het einde van dit jaar de resultaten vande campagne «Vreemd of verdacht?» met de Kamer delen.Ik zie de Minister knikken. Er komt geen commentaar van de leden. Danzal die goed genoteerd zijn.–De tweede is dat de Minister de Kamer voor het verkiezingsrecesinformeert over de uitkomsten van de boa-beschouwing.Dat is ook correct.–De Minister stuurt eind van het jaar een beleidsreactie op het WODC-rapport over het civiel verbod op outlaw motorcycle gangs naar deKamer.Dat is ook correct.–De Minister stuurt de uitvoeringstoets samen met het wetsvoorstelover de verbetering kroongetuigenregeling naar de Kamer.Ja, ook geknik.–De Minister stuurt het handhavingsplan vuurwerk in november naar deKamer.Hartelijk dank. De heer Aardema is daar ook tevreden mee.–De Minister stuurt een halfjaarbrief waarin hij ingaat op a de kennisde-ling onder gemeenten vanuit het programma Preventie met Gezag,b de motie over de rol van de Kamer van Koophandel in vastgoed-fraude en c de motie over gegevensindeling, en een terugkoppeling zalgeven van het gesprek met de corporatie Aedes.De Minister knikt. Dan vragen we alleen nog welke termijn we daaraanmogen hangen. Ik hoor de Minister «de halfjaarbrief» zeggen. Oké.Hartelijk dank. Meneer Koops, u wilt wat zeggen?De heer Koops (NSC):Ook is toegezegd dat de uitvoeringstoets gelijktijdig met het wetsvoorstelnaar de Kamer komt.De voorzitter:Zeker. Die hebben we genoteerd. Meneer Aardema, aan u het woord.De heer Aardema (PVV):Ik zie de Minister ook kijken. Misschien wil hij nog iets zeggen over hetverhaal over de bevorderingsstop.De voorzitter:Ja. Dat heb ik hier genoteerd. Die ga ik even voorlezen. Daar zijn we nu bijaangekomen.–De Minister stuurt op korte termijn meer informatie over de bevorde-ringsstop van hoofdagenten.Minister Van Oosten:Dan moet ik u teleurstellen, want dat wilde ik meenemen naar hetvolgende debat over de politie. Ik weet even niet wat daarvan de agendais, maar die hebben we. Voor die tijd krijgt u daar informatie over.De heer Aardema (PVV):Dank u wel.De voorzitter:Oké. Zijn de leden tevreden met de uitwerking van deze toezeggingen?Het woord is aan de Minister.Minister Van Oosten:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48837 Ik wil nog een opmerking maken over de uitvoeringstoets waar de heerKoops naar vraagt. Ik wil het even precies zeggen. De uitvoeringstoetsmaakt deel uit van de consultatie. Met andere woorden: die wordt dus inde stukken verwerkt. Ik zeg dit even zodat we niet op iets anders zitten tewachten.De voorzitter:Ik neem aan dat dat akkoord is. Goed. Dan zijn we aan het einde gekomenvan dit commissiedebat. Ik dank de Minister voor zijn komst naar deKamer. Ook aan zijn ondersteuning natuurlijk alle dank. Ik dank het publiekvoor het bijwonen van deze sessie. En ik dank natuurlijk onze leden en ikdank onze eigen ondersteuning voor de koffie. Ik sluit dit commissiedebat.Sluiting 16.27 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 911, nr. 48838
Gerelateerde bronnen
- Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 september 2025, over Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.