KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nota naar aanleiding van het verslag

3 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 406d2d41aa29c083 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 855Wijziging van het voorstel van wet tot wijzigingvan de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemenewet bestuursrecht in verband met maatregelenom de asielketen te ontlasten en de instroomvan asielzoekers te verminderen(Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassingstrafbaarstelling illegaal verblijf)Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAGOntvangen 8 december 2025 De regering dankt de leden van de vaste Kamercommissie voor Asiel enMigratie voor het verslag en de daarin gestelde vragen. In deze nota naaraanleiding van het verslag worden de vragen die door de leden van deafzonderlijke facties zijn gesteld beantwoord. Bij de beantwoording van devragen is de volgorde van het verslag aangehouden, met dien verstandedat ter wille van de leesbaarheid in enkele gevallen is verwezen naarreeds eerder of later in deze nota gegeven antwoorden. Om die reden zijnde vragen telkens genummerd. Bij vragen waar niet uit de formuleringvan de vraag niet blijkt welke leden die vraag hebben gesteld, is vooraf-gaand aan de vraag een aanduiding van de fractie opgenomen. De inhoudvan het verslag is cursief weergegeven.INHOUDSOPGAVEI.Algemeen21.Inleiding22.Aanleiding voor het voorstel62.1De ontstane discussie over het amendement62.2De voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad vanState103.Kern van het voorstel114.Handhaving strafbaarstelling illegaal verblijf244.1Algemeen244.2Nut en noodzaak344.3Gevolgen voor betrokkenen434.4Verhouding tot hoger recht505.Consultatie555.1Algemeen555.2Instemming met het blijven toestaan van hulp aan vreemde-lingen zonder rechtmatig verblijf565.3Kritiek op het behoud van de strafbaarstelling van illegaalverblijf575.4Scepsis over de uitvoerbaarheid van de strafbaarstelling vanillegaal verblijf59 kst-36855-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 61 6.Uitvoeringsaspecten67 I. ALGEMEEN 1. Inleiding De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging vanhet voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en deAlgemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om deasielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen(Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassing strafbaarstelling illegaalverblijf) (hierna: de novelle) en hebben hierbij nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de novelle. Zijzijn verheugd dat dankzij het aangenomen amendement van het lidVondeling (Kamerstuk 36 704, nr. 44) illegaliteit strafbaar wordt. Doorillegaliteit strafbaar te stellen wordt de illegale komst naar en illegaalverblijf in Nederland voorkomen en bestreden. Illegaal verblijf inNederland wordt hiermee onaantrekkelijker. Strafbaarstelling vanillegaliteit is een noodzakelijke «stok achter de deur» om illegalen temotiveren Nederland te verlaten.De leden van de PVV-fractie constateren echter dat de regering in dezenovelle er bewust voor heeft gekozen om andere deelnemingsvormen nietstrafbaar te stellen. In het oorspronkelijke aangenomen amendement vanhet lid Vondeling was expliciet opgenomen dat ook het opzettelijk helpenonderduiken van illegaal verblijvende vreemdelingen door personen oforganisaties strafbaar zou zijn. De regering kiest er nu voor om hetfaciliteren van illegaal verblijf straffeloos te laten, waardoor een groot gatin de handhaving ontstaat en een vrijbrief wordt gegeven aan derden diebewust het terugkeerbeleid saboteren. Deze leden vinden deze keuzeonbegrijpelijk. Hierover hebben voornoemde leden dan ook de volgendevragen en opmerkingen.Vraag 1De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel illegalen er op dit moment inNederland zijn en waar zij zich precies bevinden. Hoeveel vreemdelingendie illegaal in Nederland verblijven zijn er de afgelopen vijf jaar uitgezet?Het is niet duidelijk hoeveel illegalen er momenteel in Nederland zijn enwaar zij zich bevinden. Op dit moment wordt er een WODC-onderzoekuitgevoerd naar vreemdelingen die onrechtmatig in Nederland verblijven,welke in 2026 aan de Kamer zal worden aangeboden. Hierbij is hetbelangrijk op te merken dat dit onderzoek ziet op de periode medio2018–2019 tot medio 2022–2023.In onderstaande tabel heeft de regering de gegevens1 over hetaantoonbaar vertrek opgenomen, zowel zelfstandig vertrek alsgedwongen vertrek, van vreemdelingen uit de caseload van DTenV.20212022202320242025 t/moktoberZelfstandig vertrek2.1002.4503.3803.2403.950Gedwongenvertrek1.6301.8502.3602.7502.300 Vraag 21Bron: Aantoonbaar vertrek van vreemdelingen uit de caseload van DTenV, 2021–2025 t/moktober (bron: DTenV; eindejaarsstanden). De cijfers zijn afgerond op tientallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 62 (PVV) Hoeveel illegalen zijn de afgelopen vijf jaar betrokken geweest bijeen misdrijf en hoeveel daarvan zijn er inmiddels uitgezet?De strafrechtketen registreert de verblijfsrechtelijke status van veroor-deelden niet. Wel zijn gegevens bekend over het vertrek van Vreemde-lingen in de Strafrechtketen (VRIS-ers). Dit betreft criminele vreemde-lingen die illegaal in Nederland verblijven en waar mogelijk aansluitendop hun straf uit Nederland vertrekken. In onderstaande tabel heeft deregering deze gegevens over opgenomen.220212022202320242025 t/moktoberZelfstandig vertrek1109012014050Gedwongenvertrek630620710810660 Vraag 3(PVV) Welke organisaties en gemeenten in Nederland bieden hulp enonderdak aan illegaal verblijvende vreemdelingen? Ontvangen dezeorganisaties subsidie van de overheid?De Medische Opvang Ongedocumenteerden van het AmsterdamsSolidariteits Komitee Vluchtelingen heeft een landelijke functie en biedtopvang en begeleiding aan ongedocumenteerden met (zeer) ernstigepsychiatrische en/of somatische problematiek. Zij ontvangen subsidievanuit de overheid. Ook in het Centrum voor Transculturele PsychiatrieVeldzicht (een rijksinstelling) is een psychiatrisch ziekenhuis waar eenaantal bedden beschikbaar zijn gesteld voor ongedocumenteerdevreemdelingen met psychiatrische problematiek.Tot 1 januari 2025 werkte het rijk samen met de gemeenten Amsterdam,Rotterdam, Utrecht, Groningen en Eindhoven in het programma Lande-lijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). In het kader van dit programmawerd vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang onderdakgeboden in genoemde gemeenten en werden zij begeleid naar eenbestendige oplossing voor hun situatie (terugkeer, legalisering van verblijfindien aan de orde, of doormigratie). Naast het programma LVV ontvingennog twintig gemeenten jaarlijks een bijdrage omdat zij een bed-bad-broodvoorziening aanboden. Deze bijdrage werd verstrekt in de vorm van eendecentralisatie-uitkering. Het kabinet heeft de rijksbijdrage aan hetprogramma LVV per 1 januari 2025 beëindigd. Hiermee zijn ook debijdragen aan zowel de LVV-gemeenten als de gemeenten met bed-bad-brood voorzieningen beëindigd. Op dit moment lopen in een aantalgemeenten nog juridische procedures over de afronding. Gemeentenkunnen er echter voor kiezen op eigen initiatief vreemdelingen zonderrecht op verblijf of rijksopvang onderdak en andere voorzieningen tebieden. Amsterdam, Utrecht, Groningen en Eindhoven hebben eerder inde media aangegeven dit te zullen blijven doen.De leden van de VVD-fractie hebben met veel interesse kennisgenomenvan de novelle. De leden kijken uit naar een spoedige plenaire behan-deling.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de novelle. Deze leden zijn zeer ontstemd over deonzorgvuldige behandeling van het amendement van het lid Vondelingwaarin de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf is opgenomen en hetfeit dat de regering met de novelle enkel een zin toevoegt, maar destrafbaarstelling van onrechtmatig verblijf behoudt. Zij merken op dat de2Bron: Vertrek VRIS-ers uit caseload DTenV, 2021–2025 t/m oktober (bron: DTenV; eindejaars-standen). De cijfers zijn afgerond op tientallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 63 toevoeging door de novelle weer nieuwe vragen oproept over dejuridische haalbaarheid en uitvoerbaarheid.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het bijzonder teleur-stellend dat de regering, in plaats van werk te maken van effectief enhumaan terugkeerbeleid, de asielketen verder doet vastlopen met dezoveelste ineffectieve symboolmaatregel. Deze leden constateren dat, netals bij de Asielnoodmaatregelenwet (ANMW), er geen onderbouwing isdie de effectiviteit of de noodzaak van de maatregel aantoont. Wederomzijn nagenoeg alle uitvoeringsorganisaties zeer kritisch en wordt dezekritiek wel erkend, maar vervolgens terzijde geschoven. Ondanks degeconstateerde juridische onduidelijkheid, uitdagingen in de uitvoering ende verstrekkende gevolgen van de maatregel ziet de regering geen enkelenoodzaak om de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf te schrappen.Dat roept de vraag op in hoeverre de regering echt openstaat vooradviezen van deskundigen die niet in haar straatje passen. Tenslotteconstateren voornoemde leden dat deze ineffectieve maatregel wordtgenomen tegen de achtergrond van een nijpend cellentekort, waardoor deregering recent nog genoodzaakt is geweest om strafrechtelijk veroor-deelden vervroegd vrij te laten. Derhalve hebben de aan het woord zijndeleden vragen over de consequenties van de novelle.Vraag 4Tenslotte willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ofgeconcludeerd kan worden dat met de novelle hulpverleners, kerkelijkeorganisaties en andere humanitaire organisaties of derden weliswaar nuuitgezonderd worden van de straf, maar nog steeds een misdrijf plegenvolgens de wet. Zo ja, kan de regering toelichten wat de consequentieshiervan zijn voor andere misdrijven en kan de regering een reflectie gevenop de vraag of de term «misdrijf» zo niet devalueert?Hulpverleners, kerkelijke organisaties en andere humanitaire organisatiesof derden vallen met dit voorstel buiten de reikwijdte van het voorge-stelde artikel 108a Vw 2000, waarin illegaal verblijf in Nederland door eenmeerderjarige vreemdeling strafbaar is gesteld als misdrijf. Zoals in hetnader rapport uiteen is gezet, is het doel van het onderhavigewetsvoorstel om te verzekeren dat het niet strafbaar wordt om hulp teverlenen aan illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen. Daarmeewil de regering een duidelijke grens trekken, zodat procedures overgrensgevallen worden voorkomen. Daarom is in artikel 108a Vw 2000vastgelegd dat deelnemen aan het misdrijf van illegaal verblijf, andersdan als pleger, niet strafbaar is. Anders gezegd: derden die, door hulp teverlenen aan de pleger, in strafrechtelijke zin «deelnemen» aan het inartikel 108a omschreven strafbare feit, plegen in dat geval dus geenmisdrijf.De regering vindt niet dat de gekozen constructie tot een devaluatie vande term «misdrijf» leidt. Het systeem van het strafrecht laat ruimte om, alsdaarvoor een dringende reden bestaat, af te wijken van algemeneuitgangspunten zoals vastgelegd in de algemene regeling van deelnemingaan strafbare feiten (Titel V van het Eerste Boek van het Wetboek vanStrafrecht). In het verleden heeft de wetgever die mogelijkheid al vakerbenut. Zo kan worden gewezen op het feit dat – in afwijking van hetuitgangspunt dat poging tot misdrijf strafbaar is (artikel 45, eerste lid, Sr) –poging tot mishandeling niet strafbaar is (artikel 300, vijfde lid, Sr). In lijnmet deze voorbeelden voorziet ook artikel 108a Vw 2000, vanwege de inde memorie van toelichting genoemde dringende redenen, in eenuitzondering op een algemeen uitgangspunt, doordat bij deze specifiekestrafbepaling de toepasselijkheid van de overige deelnemingsvormen(o.a. medeplegen en medeplichtigheid) geheel wordt uitgesloten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 64 De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van onderhavigenovelle en maken van de gelegenheid gebruik om aanvullende vragen testellen aan de regering.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de novelle enhebben hier geen vragen over.De leden van de DENK-fractie hebben met ontsteltenis en zorgenkennisgenomen van de voorgestelde wijzigingen van de Vreemdelin-genwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht. Zij constateren dat deregering ervoor kiest de strafbaarstelling van illegaal verblijf volledig instand te laten, ondanks uitgebreide kritiek van deskundigen, maatschap-pelijke organisaties en adviesorganen. In de memorie van toelichtingbetoogt de regering dat strafbaarstelling zal bijdragen aan «meer grip opmigratie», maar deze leden missen een onderbouwing die stoelt opempirisch en wetenschappelijk onderbouwd bewijs voor zowel dewerkzaamheid als de uitvoerbaarheid van de voorgestelde strafbaar-stelling.De leden van de SGP-fractie hebben met bijzondere belangstellingkennisgenomen van de novelle op de ANMW. Zij vinden het van grootbelang dat glashelder is dat hulp uit medemenselijkheid onder geenbeding strafbaar wordt als wordt overgegaan tot strafbaarstelling vanillegaal verblijf in Nederland. In dat kader zien zij ook dit wetsvoorstel. Zijzijn van oordeel dat personen die een vertrekplicht hebben (na zorgvul-dige procedure van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) enrechtsgang) en desondanks niet meewerken aan hun terugkeer maar hierblijven, strafbaar kunnen worden gesteld. Deze strafbaarstelling zien zij alsbegrijpelijk sluitstuk en de achterliggende doelstelling is daarbij geenszinshet bestraffen van personen, maar het bevorderen van de terugkeer. Daarzal ook in handhaving op moeten worden ingezet.De leden van de PvdD-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen vande novelle. Zij constateren ook dat de Afdeling vaststelt dat de «voorbe-reiding van de voorgestelde strafbaarstelling van onrechtmatig verblijfniet zorgvuldig is geweest en dat een volwaardige en integrale wegingvan alle relevante belangen en overwegingen niet heeft plaatsgevonden».De spoed waarmee het reeds aangenomen artikel 108a Vw met dezenovelle wordt «gerepareerd», doet afbreuk aan de vereiste zorgvul-digheid. Bovendien wijzen deze leden erop dat de Afdeling benadrukt datonduidelijk blijft op welke wijze de strafbaarstelling van onrechtmatigverblijf daadwerkelijk bijdraagt aan het door de regering geformuleerdedoel om spoedmaatregelen te nemen om de asielketen te ontlasten en deinstroom van asielzoekers te verminderen. Voornoemde leden vragen deregering hoe zij deze kritische bevindingen weegt en waarom, ondanksdeze duidelijke waarschuwingen, toch wordt vastgehouden aan dezewetgevingsroute. Daarom stellen de aan het woord zijnde leden devolgende vragen:Vraag 5(PvdD) Waarom blijft de regering vasthouden aan deze wetgevingsrouteterwijl de Afdeling stelt dat de voorbereiding «niet zorgvuldig is geweest»en dat «geen integrale weging van alle relevante belangen» heeftplaatsgevonden?De strafbaarstelling van illegaal verblijf is bij amendement van het lidVondeling in de Asielnoodmaatregelenwet opgenomen.3 Daartoe heeft uwKamer in meerderheid besloten. De regering ziet, nu deze maatregelonderdeel is van de Asielnoodmaatregelenwet, geen aanleiding destrafbaarstelling van illegaal verblijf uit het wetsvoorstel te halen.Strafbaarstelling kan bijdragen aan meer grip krijgen op migratie en eeneffectiever terugkeerbeleid. De regering acht het van belang zo snelmogelijk alle maatregelen te nemen om de asielketen te ontlasten.3Kamerstukken II 2024/25, 36 704, nr. 44.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 65 Vraag 6(PvdD) Welk exact probleem wordt met strafbaarstelling opgelost dat nietal met bestaande instrumenten wordt aangepakt? In hoeveel EU-lidstatenis strafbaarstelling door jurisprudentie ingeperkt?De strafbaarstelling illegaal verblijf kan bijdragen aan het krijgen van meergrip op migratie en een effectiever terugkeerbeleid. Het draagt bij aan eenklimaat waarin illegaal verblijf in Nederland minder aantrekkelijk wordt.De regering gaat ervan uit dat strafbaarstelling van illegaal verblijf eenextra prikkel kan bieden om terug te keren en bijdraagt aan een klimaatwaarin langdurig illegaal verblijf onaantrekkelijk is. Tegelijk biedt destrafbaarstelling alleen geen volledige oplossing voor het vraagstuk. Hetantwoord ligt in een breder scala aan maatregelen, zoals het bieden vanondersteuning bij terugkeer en het maken van afspraken met landen vanherkomst om de terugkeer te versnellen. Bij al deze trajecten is demedewerking van de vreemdeling om zijn identiteit en nationaliteit vast testellen van groot belang. Daarom is relevant dat het voorgesteldeartikel 108a Vw 2000 zich richt op het verwijtbaar niet naleven van devertrekplicht, waarbij strafrecht als ultimum remedium aanvullend wordttoegepast nadat het bestaande bestuursrechtelijke instrumentarium isuitgeput.Vraag 7(PvdD) Welke Europese landen met strafbaarstelling zagen eenaantoonbare daling in asielinstroom die direct te relateren is aanstrafbaarstelling?Voor zover bekend bestaat er in verschillende andere EU-lidstaten, zoalsDuitsland, België en Italië, ook strafbaarstelling van illegaal verblijf. Dehandhaving richt zich in veel gevallen op vreemdelingen met eenstrafblad of overlastgevend gedrag, waarbij in Italië rechters soms destrafmaat matigen op basis van proportionaliteitsoverwegingen. Deeffectiviteit van het beleid in de verschillende landen is niet goed tevergelijken. Het effect van een maatregel zoals het strafbaar stellen vanillegaal verblijf moet worden gezien in samenhang met andere inspan-ningen om de terugkeer te bevorderen. Dit omvat onder andere gerichtcasemanagement voor de illegaal verblijvende vreemdeling, passendeondersteuning voor duurzame terugkeer en afspraken met landen vanherkomst. Bij al deze trajecten is de medewerking van de vreemdeling omzijn identiteit en nationaliteit vast te stellen van groot belang. Daarom isrelevant dat het voorgestelde artikel 108a Vw 2000 zich richt op hetverwijtbaar niet naleven van de vertrekplicht, waarbij strafrecht alsultimum remedium aanvullend wordt toegepast nadat het bestaandebestuursrechtelijke instrumentarium is uitgeput.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met zorg kennisgenomenvan de novelle. Zij maken van de gelegenheid gebruik om enkele vragente stellen over de novelle.2. Aanleiding voor het voorstel 2.1 De ontstane discussie over het amendement Vraag 8De leden van de D66-fractie betreuren de wijze waarop het wetsvoorsteltot stand is gekomen. Het is zeer ongebruikelijk dat een voorstel metdusdanig grote consequenties per amendement wordt aangenomen,zonder dat serieuze behandeling ervan heeft plaatsgevonden. Uitvoerings-organisaties en de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: deAfdeling) geven dan ook terecht aan dat zij niet in staat zijn gesteld om deconsequenties van het voorstel goed in kaart te brengen en dus ook nietkunnen aangeven of de positieve effecten opwegen tegen de negatieveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 66 effecten. Er heeft geen deugdelijke belangenafweging plaatsgevondenover de wenselijkheid van het voorstel. Deze leden verzoeken de regeringdan ook om een ex ante uitvoeringstoets uit te laten voeren en deze metde beantwoording op deze vragen aan de Kamer te doen toekomen.Het wetsvoorstel voor de Asielnoodmaatregelenwet zoals dat thansvoorligt in de Eerste Kamer is inderdaad met grotere snelheid dangebruikelijk tot stand gekomen. Om die reden kon niet voor alle afzonder-lijke maatregelen, waaronder de strafbaarstelling van illegaliteit, eenvolledige ex-ante uitvoeringstoets worden opgesteld, maar er is gekozenvoor een quickscan. De regering heeft immers naar een balans gezochttussen enerzijds het belang van een wetgevingsproces waarin maximaletijd en ruimte is voor alle inbreng en anderzijds het belang om met spoedte komen tot een breed pakket aan maatregelen om de asielketen teontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen. De regeringmeent dat daarin een acceptabele balans is gevonden.De leden van de CDA-fractie merken nogmaals op dat het vanuit hetoogpunt van zorgvuldige wetgeving, waar de Tweede Kamer voor dient testaan, onbegrijpelijk is dat het amendement dat ten grondslag ligt aandeze novelle zonder enige vorm van debat of appreciatie van de regeringten tijde van de behandeling van de ANMW is aangenomen. Directaansluitend hierop hebben deze leden aangegeven dat strafbaarstellingvan medemenselijkheid onacceptabel is. Door aanvaarding van hetamendement hebben deze leden besloten om geen steun te verlenen aande ANMW. Was dit amendement geen onderdeel geweest van de wet, danhadden de leden van de CDA-fractie voor de wet gestemd en had de wetnu reeds in het Staatsblad gestaan na aanvaarding door de Eerste Kamer.Voornoemde leden zijn de regering erkentelijk voor de expliciete wijzewaarop zij direct kenbaar maakte dat het amendement van het lidVondeling, zoals deze leden ook direct hebben aangegeven, zou leiden tothet kunnen vervolgen van mensen die uit medemenselijkheid een anderhelpen.Vraag 9De nu ontstane druk om deze novelle te behandelen omdat de uitvoeringanders in de problemen zou kunnen komen, is dan ook volledig voorrekening van de indiener van het amendement en de partijen die hiersteun aan hebben gegeven. Het ontbreken van meer tijd zal er ook toeleiden dat de leden van de CDA-fractie meer vragen in deze ronde zullenstellen omdat de tijd ontbreekt om een aantal zaken te bespreken metrelevante ketenpartners. Graag ontvangen deze leden een toelichting opwelke wijze de uitvoering hinder ondervindt van het uitblijven vanduidelijkheid over aanvaarding van de ANMW, ook in het licht van deinvoering van het EU-migratiepact in juni 2026.De invoering van het geheel aan maatregelen in zowel de Asielnoodmaat-regelenwet, de wet Invoering tweestatusstelsel als de invoering van hetEuropese Asiel- en Migratiepact, betekent een grote veranderopgave voorde uitvoeringsorganisaties in de asielketen. Zoals ook de IND in uitvoe-ringstoetsen aangeeft, is er na vaststelling van deze wetten nog enigeimplementatietijd nodig om alle maatregelen in te voeren en in de praktijktot uitvoer te kunnen brengen. Om die reden is het van belang dat er zosnel mogelijk duidelijkheid komt omtrent deze wetten, zodat de uitvoe-ringsorganisaties daarna ook zo snel mogelijk met de implementatiedaarvan kunnen beginnen.Daarnaast zitten in de Asielnoodmaatregelenwet maatregelen die geenverandercapaciteit vragen en direct de keten ontlasten. Deze onderdelenkunnen eerder geïmplementeerd worden. Te denken valt bijvoorbeeld aanhet ongegrond verklaren bij het niet komen opdagen bij gehoor of hetafschaffen van de rechterlijke dwangsom. Ook hierbij geldt dat duide-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 67 lijkheid over de aanvaarding van de voorliggende wetsvoorstellenbijdraagt aan een zo snel mogelijke implementatie.Vraag 10De leden van de DENK-fractie vragen waarom de regering ervoor heeftgekozen een zwaarwegende en ingrijpende strafrechtelijke maatregel tehandhaven, terwijl uit de consultaties blijkt dat de effectiviteit, proportio-naliteit en uitvoerbaarheid ervan breed worden betwijfeld.De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan destrafbaarstelling zal moeten worden afgestemd op de beschikbarecapaciteit en de mate waarin de maatregelen effectief en proportioneelkunnen worden toegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokkenketenpartners. Structurele middelen worden bekeken in samenhang metde bredere capaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving,scholing en prioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk tebeperken.Vraag 11 en 12Hoe verhoudt deze keuze zich tot het feit dat het kabinet zich in eendemissionaire en inmiddels dubbel-demissionaire positie bevindt, meteen daarmee gepaard gaand beperkt politiek mandaat om controversiëlebeleidswijzigingen met verstrekkende maatschappelijke gevolgen door tevoeren? De leden van de DENK-fractie verzoeken de regering om eenuitgebreide toelichting waarom zij, ondanks de substantiële kritiek enondanks haar beperkte status, toch vasthoudt aan een strafrechtelijkeverzwaring die door velen als disproportioneel en potentieel schadelijkwordt beschouwd.Zoals de regering in de toelichting bij de novelle heeft onderstreept is hetvan groot belang om snel maatregelen te treffen en daarmee de asiel-keten te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen. Ook indeze demissionaire fase blijft het verstevigen van de grip op migratie eenprioriteit. Met het oog hierop, hecht de regering eraan dat de Asielnood-maatregelenwet zo spoedig mogelijk door de Eerste Kamer kan wordenbehandeld. Daarom is het naar het oordeel van de regering van belangdat ook uw Kamer deze novelle zo spoedig mogelijk behandelt. Niet in delaatste plaats omdat strafbaarstelling van illegaal verblijf in de optiek vande regering kan bijdragen aan meer grip op migratie en een effectieverterugkeerbeleid.Vraag 13De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering de risico’s opklachtenprocedures, schadeclaims en maatschappelijke onrust beoordeeltbij onterechte aanhoudingen onder artikel 108a Vw?De regering benadrukt dat artikel 108a Vw 2000 in de praktijk alleen zalworden toegepast op vreemdelingen «die wel kunnen, maar niet willenmeewerken aan vertrek en dat effectief frustreren». Dit instrument wordtalleen ingezet nadat het volledige bestuursrechtelijke terugkeertraject isdoorlopen en er geen zicht op terugkeer bestaat. Daaruit volgt dat degroep die wordt geraakt door de strafbaarstelling van illegaal verblijf ookbeperkt is in omvang.Het is voorts belangrijk te benadrukken dat de handhaving van deVreemdelingenwet 2000, evenals het staande houden en, indien nodig, indetentie nemen van een illegaal verblijvende vreemdeling, reeds mogelijkis binnen het huidige bestuursrechtelijke kader. Het huidige bestuursrech-telijke kader biedt op veel punten meer uitgebreide controlemogelijk-heden dan het strafrecht. Verder benadrukt de regering dat de politie nietgericht gaat zoeken naar illegaal verblijvende vreemdelingen en datbestaande waarborgen rondom proportionaliteit en gegevensbe-scherming onverkort blijven gelden. De inzet van politie «op straat» zalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 68 dan ook niet wezenlijk anders of omvangrijker zijn als een gevolg van ditwetsvoorstel.Op basis van deze inkadering stelt de regering dat dit wetsvoorstel debestaande praktijk, waarbij de politie op niet-discriminatoire wijze moethandhaven, niet verandert. De regering dient er door instructies entoezicht onverminderd voor te zorgen dat de bestuursrechtelijke enstrafrechtelijke bevoegdheden op een rechtmatige en proportionele wijzeworden toegepast.Vraag 14De leden van de PvdD-fractie vragen wat de regering doet om tevoorkomen dat wijkteams, kerken en sociaal werk vreemdelingen gaanmijden uit angst voor betrokkenheid bij strafzaken?Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen.Wat betreft de zorg dat een grotere angst zal ontstaan om naar voren tekomen om aangifte te doen of (medische) hulp te vragen en het (verder)ontstaan van een schaduwsamenleving, wil de regering aangeven dat ooknu al sprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000.De vreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er naarobjectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaalzijn. Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel wet wordt.Vraag 15Hoe lang duurt het volgens de regering voordat een afschrikkend effect zaloptreden, en wat gebeurt er wanneer dit effect uitblijft, zo vragen de ledenvan de PvdD-fractie.De regering benadrukt dat strafbaarstelling een onderdeel is van eenbreder terugkeerbeleid en dat het bestuursrechtelijke instrumentarium omterugkeer te realiseren leidend blijft, waarbij strafrecht slechts als ultimumremedium wordt ingezet. Daarbij is van belang dat de terugkeer van devreemdeling het doel is en blijft. De regering zal dan ook geen termijnnoemen voor het optreden van een afschrikkend effect. Zij stelt slechts datstrafbaarstelling kan bijdragen aan het verkrijgen van meer grip opmigratie en een effectiever terugkeerbeleid, in de zin dat het illegaalverblijf in Nederland daardoor minder aantrekkelijk wordt.Vraag 16De leden van de ChristenUnie-fractie betreuren het wetgevingsproces datvoorafging aan deze novelle: een zeer verstrekkend aangenomenamendement waarover achteraf advies van de Afdeling werd gevraagd ende noodzaak van een novelle om een en ander gedeeltelijk te repareren.Deze leden vragen of de regering lering trekt uit het proces en welkelessen dan worden getrokken. Ook de Tweede Kamer als medewetgeverheeft hierin een verantwoordelijkheid, zo menen deze leden.De regering is het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat hetvoor een goede kwaliteit van wetgeving belangrijk is om genoeg tijd enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 69 ruimte te nemen voor een zorgvuldige behandeling van amendementen.Uw Kamer gaat echter zelf over haar eigen proces en werkwijze. Het isniet aan de regering om een appreciatie te geven van de gevolgdewerkwijze in dit specifieke geval.2.2 De voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State Vraag 17De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering het oordeel van deAfdeling dat het wetsvoorstel slecht past binnen het bestaande rechts-systeem en «juridische willekeur in de hand werkt» weegt.Het onderhavige wetsvoorstel beoogt de Asielnoodmaatregelenwet aan tepassen in die zin dat expliciet wordt bepaald dat de strafbaarstelling vanillegaal verblijf niet van toepassing is op de niet-plegers. Daarmee beoogtde regering de bestaande praktijk die bestaat met betrekking tot destrafbaarstelling van overtreding van het inreisverbod of de ongewenst-verklaring voort te zetten. Die praktijk is dat hulpverlening aan een illegaalverblijvende vreemdeling niet wordt vervolgd. De beperking van dereikwijdte van de strafbaarstelling die met deze novelle wettelijk wordtverankerd ziet niet voor de strafbaarstellingen die reeds in de Vreemdelin-genwet 2000 en het Wetboek van Strafrecht zijn opgenomen en diebetrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van een inreisverbod ofeen ongewenstverklaring. Verdere aanpassing van de wetgeving achtte deregering, ook met de wetenschap hoe deze langjarig wordt uitgevoerd,niet noodzakelijk. In zoverre vermag de regering niet in te zien waarom deonderhavige novelle juridische willekeur in de hand zou werken.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging die uit dezenovelle volgt ook niet ziet niet op gedrag dat onder andere delicten valt.Zo is hulp met een winstoogmerk aan illegaal verblijvende vreemdelingenzelfstandig als mensensmokkel strafbaar gesteld (artikel197a Sr). Vanmensenhandel kan sprake zijn als iemand het oogmerk heeft om devreemdeling uit te buiten (artikel 273f Sr).Vraag 18De leden van de PvdD-fractie constateren dat de Afdeling wijst op hetrisico dat hulpverlening formeel strafbaar blijft en pas achteraf wordtbeoordeeld door een rechter. Hoe beoordeelt de regering dit risico voorhulpverleners?De regering herkent dit risico niet. In het wetsvoorstel is ervoor gekozenalle deelnemingsvormen, uitgezonderd het plegen zelf, uit te sluiten. Hetwetsvoorstel beoogt daarmee te vermijden dat in de strafrechtspraktijksteeds per geval zou moeten worden vastgesteld of hulp aan een illegalevreemdeling is verleend uit medemenselijkheid of andere motieven. Hetkabinet wil procedures en discussies over grensgevallen voorkomen.Vraag 19De leden van de PvdD-fractie vragen waarom niet is onderzocht hoestrafbaarstelling zich verhoudt tot de plicht om kinderen en kwetsbaremensen te beschermen tegen gezondheidsschade door overheidsbeleid.Het wetsvoorstel is volgens de regering verenigbaar met de Grondwet,grondrechten, het Europese en internationale recht en de algemenerechtsbeginselen. Verder benadrukt de regering dat de strafbaarstellinggeen gevolgen heeft voor de toegang tot elementaire voorzieningen, zoalszorg, onderwijs en bescherming door de politie. Daarmee verwacht zij datde maatregel niet leidt tot aantasting van het recht op gezondheid of debescherming van kinderen en kwetsbare mensen.Vraag 20De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering heeftoverwogen om de strafbaarstelling van illegaliteit in het geheel uit deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 610 ANMW te halen en in een aparte wet te behandelen, zoals de Afdeling inoverweging geeft. Wat zou dat af hebben gedaan aan het pakket aanmaatregelen dat met de ANMW voorlag? De regering heeft de strafbaar-stelling van illegaal verblijf zelf ook niet in het wetsvoorstel opgenomen.De regering onderschrijft het belang van een zorgvuldige procedure, maarnog meer zorgvuldigheid moet worden afgewogen tegen de urgentie ommaatregelen te nemen om de asielketen te ontlasten en de instroom vanasielzoekers te verminderen. Daar komt bij dat de strafbaarstelling vanillegaal verblijf in de optiek van de regering kan bijdragen aanmeer gripop migratie en een effectiever terugkeerbeleid. Tegen die achtergrondheeft de regering er niet voor gekozen om de strafbaarstelling van illegaalverblijf uit de Asielnoodmaatregelenwet te schrappen, om op een latermoment een apart wetsvoorstel over dit onderwerp in procedure tebrengen.Vraag 21(ChristenUnie) En, zo vragen voornoemde leden, zou deze optie niet juistvoor meer snelheid in de behandeling van de ANMW hebben gezorgd,gezien het feit dat de Eerste Kamer de ANMW pas behandelt als denovelle in de Tweede Kamer is behandeld, nog afgezien van het feit dathet verkrijgen van een meerderheid in de Eerste Kamer door hetamendement wellicht verder buiten bereik komt te liggen.De regering heeft voor één geïntegreerd traject gekozen vanwege de doorhaar ervaren urgentie om het volledige pakket aan maatregelen snel inwerking te laten treden. Daar komt bij dat de strafbaarstelling van illegaalverblijf in de optiek van de regering kan bijdragen aan meer grip opmigratie en een effectiever terugkeerbeleid.Vraag 22Het lid van de Volt-fractie constateert dat de Afdeling stelt dat devoorbereiding van deze wet onzorgvuldig is en dat een integrale belan-genafweging ontbreekt. Hoe beoordeelt de regering het feit dat dehoogste onafhankelijke adviseur van de regering de basis van ditwetsvoorstel onvoldoende acht?In reactie op de opmerkingen van de Afdeling over de totstandkoming vanhet onderhavige wetsvoorstel heeft de regering in het nader rapport alopgemerkt op dat zij het belang van een zorgvuldige wetgevingspro-cedure onderschrijft. Dit belang moest in dit geval echter wordenafgewogen tegen het grote belang om nu met spoed maatregelen tenemen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers teverminderen. Met het oog hierop, hecht de regering eraan dat deAsielnoodmaatregelenwet zo spoedig mogelijk door de Eerste Kamer kanworden behandeld. Daar komt bij dat de strafbaarstelling van illegaalverblijf in de optiek van de regering kan bijdragen aan meer grip opmigratie en een effectiever terugkeerbeleid. Mede om die reden heeft deregering ervoor gekozen dit wetsvoorstel versneld tot stand te brengen enbij uw Kamer in te dienen. Het voorgaande laat onverlet, dat de regeringoog heeft gehad voor de verschillende belangen die betrokken zijn bij dekeuze voor het behoud van de strafbaarstelling van illegaal verblijf endeze zorgvuldig tegen elkaar heeft afgewogen, zoals uit de memorie vantoelichting bij dit wetsvoorstel ook blijkt (zie met name paragraaf 4.2 en4.3).3. Kern van het voorstel Vraag 23De leden van de D66-fractie lezen in het voorstel dat alle deelnemings-vormen aan onrechtmatig verblijf zijn uitgezonderd van de strafbepaling.Dit geldt echter niet voor het verlenen van hulp aan vreemdelingen dieongewenst zijn verklaard of tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 611 Zij vragen de regering hoe zij dit in praktijk uitvoerbaar acht, aangezienhet voor een hulpverlener niet direct duidelijk zal zijn in welke categoriede vreemdeling valt. De aan het woord zijnde leden maken zich dan ookzorgen over de mogelijkheid dat een hulpverlener toch wordt vervolgd inhet geval deze buiten de eigen schuld om niet wist dat een vreemdelingniet slechts ongedocumenteerd was, maar ook ongewenst was verklaard.Kan de regering toelichten op welke manier dit wordt voorkomen?Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegaal verblijvende vreemde-lingen in alle gevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zovormgegeven dat over de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan.De regering wil procedures en discussies over grensgevallen voorkomen.Daarmee wordt vermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per gevalzou moeten worden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheidof andere motieven. Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd datdeelnemen aan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, nietstrafbaar is. Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan depleger, in strafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108aomschreven strafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf.De beoogde uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij destrafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt niet voor de huidige strafbepa-lingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van eeninreisverbod of ongewenstverklaring.Van belang is te benadrukken dat met het onderhavige wetsvoorstel geenveranderingen worden aangebracht in de hiervoor besproken overigestrafbaarstellingen. De huidige toepassing hiervan in de praktijk is dathulpverlening uit medemenselijkheid aan vreemdelingen die nietrechtmatig in Nederland zijn, niet wordt vervolgd. Er zijn de regering geenzaken bekend waarin personen zijn vervolgd wegens medeplegen van ofmedeplichtigheid aan artikel 197 Sr (ongewenstverklaring en zwaarinreisverbod), of artikel 108, zesde lid, Vw 2000 (licht inreisverbod) terwijldeze artikelen in hun huidige vorm sinds 2012 van kracht zijn. De gekozenuitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheid vanhulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging niet ziet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).Vraag 24De leden van de PVV-fractie lezen dat in de memorie van toelichting staatdat de uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij de strafbaar-stelling van illegaal verblijf niet geldt voor de huidige strafbepalingen diebetrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van een inreisverbod ofongewenstverklaring. Dit gaat dan onder andere om vreemdelingen dieeen gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid, en diebij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld zijn wegenseen misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer isbedreigd dan wel hem terzake de maatregel van terbeschikkingstelling(TBS) is opgelegd. Deze leden vragen waarom de regering ervoor kiestom precies dezelfde deelnemingsvormen straffeloos te laten bij overlast-gevende en criminele illegalen die «slechts» voor een misdrijf met minderdan drie jaar cel zijn veroordeeld. Deelt de regering de mening dat dezeuitzondering een onacceptabele vrijbrief geeft aan iedereen die «gewone»criminele of overlastgevende illegalen helpt onderduiken?De gekozen uitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheidvan hulpverlening vanuit medemenselijkheid. Voor de goede orde merktde regering op dat dit niet ziet op het legaliseren van gedrag dat onderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 612 andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerk aan illegaalverblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkel strafbaargesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn als iemand hetoogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273f Sr).Vraag 25De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het opmerkelijk dat in dememorie van toelichting staat dat «het kabinet vindt dat hulpverleningniet strafbaar moet zijn». Kan de regering deze mening nader toelichtenen kan de regering daarbij expliciet ingaan op de vraag waarom dezemening niet geldt voor andere strafbaarstellingen waarbij medeplegen ofmedeplichtigheid strafbaar is gesteld?Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegale vreemdelingen in allegevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zo vorm gegeven datover de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. De regering wilprocedures en discussies over grensgevallen voorkomen. Daarmee wordtvermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid of anderemotieven. Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemenaan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaaris. Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan de pleger, instrafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108a omschrevenstrafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf.De beoogde uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij destrafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt niet voor de huidige strafbepa-lingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van eeninreisverbod of ongewenstverklaring.Van belang is te benadrukken dat met het onderhavige wetsvoorstel geenveranderingen worden aangebracht in de hiervoor besproken overigestrafbaarstellingen. De huidige toepassing hiervan in de praktijk is dathulpverlening uit medemenselijkheid aan vreemdelingen die nietrechtmatig in Nederland zijn, niet wordt vervolgd. Er zijn de regering geenzaken bekend waarin personen zijn vervolgd wegens medeplegen van ofmedeplichtigheid aan artikel 197 Sr (ongewenstverklaring en zwaarinreisverbod), of artikel 108, zesde lid, Vw 2000 (licht inreisverbod) terwijldeze artikelen in hun huidige vorm sinds 2012 van kracht zijn. De gekozenuitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheid vanhulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging niet ziet niet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).Vraag 26(Gl-PvdA) Kan de regering daarbij aangeven voor welke andere strafbaar-stellingen er een algemene uitzondering geldt voor medeplegen enmedeplichtigheid?De algemene regeling van deelneming aan strafbare feiten (Titel V van hetEerste Boek van het Wetboek van Strafrecht) bevat het uitgangspunt datook bijdragen aan een delict onder voorwaarden een vorm van strafbarebetrokkenheid kunnen opleveren. De wettelijke systematiek laat ruimteom, als daarvoor een dringende reden bestaat, bij specifieke strafbepa-lingen af te wijken van dergelijke algemene uitgangspunten. In hetverleden is de wetgever bij de vormgeving van afzonderlijke delictenvaker afgeweken van algemene uitgangspunten (zie voor enkelevoorbeelden het nader rapport). Ook in de novelle wordt die ruimte benut.Voor zover bekend is er op dit moment geen andere strafbepaling waarbijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 613 specifiek het deelnemen aan het desbetreffende delict, anders dan alspleger, niet strafbaar is.Vraag 27Voorts lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de uitzonderingvan de overige deelnemingsvormen bij de strafbaarstelling van onrecht-matig verblijf niet geldt voor de huidige strafbepalingen die betrekkinghebben op onrechtmatig verblijf in weerwil van een inreisverbod ofongewenstverklaring. Klopt het dat een uitgeprocedeerde asielzoeker alsdeze een terugkeerbesluit heeft ontvangen en niet binnen de gesteldetermijn vertrekt een inreisverbod opgelegd krijgt of kan krijgen?Een inreisverbod kan worden uitgevaardigd indien de vertrektermijn isverstreken, of direct indien de vreemdeling geen vertrektermijn wordtgegund.Vraag 28(GL-PvdA) Klopt het dat met deze novelle hulpverlening aan vreemde-lingen met een licht inreisverbod strafbaar is als sprake is van «een nauween bewuste samenwerking met de betreffende vreemdeling» oftewelmedeplegen?Het onderhavige wetsvoorstel brengt geen wijziging in de reikwijdte vanbestaande strafbaarstelling. Verwezen zij naar het antwoord op vraag 25.Vraag 29Hoe verantwoordt de regering dat strafbaarstelling van hulpverleningblijft bestaan terwijl de Minister van Asiel en Migratie heeft aangegevendat het de bedoeling was hulpverlening helemaal uit te zonderen vanstrafbaarstelling, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.Zie het antwoord op vraag 25.Vraag 30 t/m 32(GL-PvdA) Hoe wordt voorkomen dat medische professionals, sociaalwerkers en vrijwilligers, die niet kunnen weten of iemand een lichtinreisverbod heeft, toch strafrechtelijk risico lopen? Kan het zijn dat hulpaan vreemdelingen die in andere Europese landen een inreisverbodopgelegd hebben gekregen maar in Nederland verblijven, strafbaar is?Geldt dit ook voor kerkasiel? Geldt dit ook wanneer een kerkelijkegemeente bijvoorbeeld een inzameling houdt voor de betreffendevreemdeling?Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegale vreemdelingen in allegevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zo vorm gegeven datover de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. De regering wilprocedures en discussies over grensgevallen voorkomen. Daarmee wordtvermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid of anderemotieven. Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemenaan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaaris. Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan de pleger, instrafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108a omschrevenstrafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf.De beoogde uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij destrafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt niet voor de huidige strafbepa-lingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van eeninreisverbod of ongewenstverklaring.Van belang is te benadrukken dat met het onderhavige wetsvoorstel geenveranderingen worden aangebracht in de hiervoor besproken overigestrafbaarstellingen. De huidige toepassing hiervan in de praktijk is dathulpverlening uit medemenselijkheid aan vreemdelingen die nietrechtmatig in Nederland zijn, niet wordt vervolgd. Er zijn de regering geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 614 zaken bekend waarin personen zijn vervolgd wegens medeplegen van ofmedeplichtigheid aan artikel 197 Sr (ongewenstverklaring en zwaarinreisverbod), of artikel 108, zesde lid, Vw 2000 (licht inreisverbod) terwijldeze artikelen in hun huidige vorm sinds 2012 van kracht zijn. De gekozenuitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheid vanhulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging niet ziet niet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).Vraag 33De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe ver de vrijheid vanvereniging (artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van deMens (EVRM)) reikt bij criminalisering van non-profit activiteiten, ook alshet gaat om non-profit organisaties die zonder aanziens des persoonshulp bieden, mogelijk dus ook aan vreemdelingen met een licht inreis-verbod.Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen. Het wetsvoorstel brengt geenverandering in de praktijk waarbij mensen die uit humanitair oogpunt nietrechtmatig verblijvende vreemdelingen in Nederland ondersteunen, nietwerden vervolgd. Volgens de regering raakt dit de vrijheid van vereniging(artikel 11 EVRM) niet.Vraag 34De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat onder andereDokters van de Wereld heeft aangegeven dat zij mensen zonder verblijfs-papieren altijd zullen blijven helpen als zij medische zorg nodig hebben. Inhoeverre kan de regering garanderen dat medewerkers van Dokters vande Wereld nooit strafrechtelijk vervolgd zullen worden, ook niet als zij (aldan niet onbedoeld) zorg leveren aan vreemdelingen met een lichtinreisverbod?De regering benadrukt dat het door een medisch professional verlenenvan noodzakelijke medische zorg aan een vreemdeling niet strafbaar is.Het verlenen van dergelijke zorg is in strafrechtelijke zin namelijk nietwederrechtelijk. Er is dan dus geen aanleiding voor het instellen vanstrafrechtelijke vervolging. Voor het overige zij verwezen naar hetantwoord op vraag 25.Vraag 35(GL-PvdA)Hoe verhoudt de strafbaarstelling zich tot de artseneed?Betekent dit dat een arts die zich aan de eed houdt door een vreemdelingin nood kan helpen, zich volgens de letter en de geest van deze wet ooktegelijkertijd een misdrijf pleegt?Het onderhavige wetsvoorstel brengt een beperking aan in de reikwijdtevan de strafbaarstelling voor illegaal verblijf. Daarmee maakt ditwetsvoorstel duidelijk dat een arts niet hoeft te vrezen voor vervolging alshij een illegaal verblijvende vreemdeling helpt.Vraag 36Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 615 (GL-PvdA) Kan een voedselbank worden vervolgd voor het helpen vanmensen zonder papieren onder bepaalde omstandigheden?De uitsluiting van strafbaarheid van hulpverlening aan illegale vreemde-lingen is zo vorm gegeven dat over de reikwijdte daarvan geen discussiekan bestaan. Daarom wordt ervoor gekozen alle deelnemingsvormen,uitgezonderd het plegen zelf, uit te sluiten. Het wetsvoorstel beoogtdaarmee te vermijden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zoumoeten worden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid ofandere motieven. Het kabinet wil procedures en discussies over grensge-vallen voorkomen. Zoals reeds in de memorie van toelichting is benadruktwordt geen afbreuk gedaan aan de toegang van vreemdelingen zonderrechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningen.Vraag 37(GL-PvdA) Wat zijn de gevolgen in juridische en praktische zin voorgemeenten en individuen die subsidie, donaties of een andere vorm vanhulp bieden aan instanties als voedselbanken? Klopt het dat zij indirectmisdrijven faciliteren al is deze niet strafbaar?Dit is niet juist. Gemeenten en individuen faciliteren geen misdrijf, ookniet indirect, als zij subsidie, donaties of een andere vorm van hulp biedenaan instanties als voedselbanken.Het onverkort uitsluiten van de genoemde deelnemingsvormen,waaronder medeplegen en medeplichtigheid, betekent overigens niet datin het geheel niet kan worden opgetreden tegen laakbaar handelen doorderden. Het niet opvolgen van een vordering van een ambtenaar is eenmisdrijf (art. 184 Sr) en strafbaar met ten hoogste drie maanden gevange-nisstraf of een geldboete van de tweede categorie. Ook kan wordenopgetreden op grond van bestaande (straf)bepalingen. Zie hieroveruitgebreider het antwoord op vraag 47.Vraag 38(GL-PvdA) Hoe verhoudt het risico op strafbaarheid van kerkasiel zich totde grondwettelijke bescherming van vrijheid van godsdienst (artikel 6GW), nu de memorie van toelichting geen «kerkelijke exceptie» bevat?Het doel van het onderhavige wetsvoorstel is te verzekeren dat het nietstrafbaar wordt om hulp te verlenen – waaronder het verlenen vankerkasiel – bij het misdrijf van illegaal verblijf. Daarom wordt inartikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemen aan het misdrijf vanillegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaar is. De beoogdeuitsluiting van de overige deelnemingsvormen geldt niet voor de huidigestrafbepalingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil vaneen inreisverbod of ongewenstverklaring. Op deze plaats wordt verwezennaar het antwoord op vraag 25.Vraag 39De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen in hoeverre hetwetsvoorstel gevolgen heeft voor bijvoorbeeld pedagogischmedewerkers, kinderpsychologen, of onderwijspersoneel die kinderenopvangen of lesgeven waarvan een ouder of verzorger niet rechtmatig inNederland verblijft. Uit de novelle blijkt dat zij immers ook gekwalificeerdkunnen worden als derde die hulp verleent aan een persoon die volgensde letter van de wet een misdrijf pleegt.Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. Ook nu bestaat de mogelijkheidmelding te maken van illegaal verblijf, waarna de politie die melding kanopvolgen, wat in theorie tot staandehouding kan leiden. Hiervan is in depraktijk in situaties rondom scholen en zorginstellingen geen sprake,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 616 omdat de bestaande normen en afspraken een kader bieden om debelangen van onderwijs en zorg te laten prevaleren boven handhaving.Dit wetsvoorstel verandert die uitgangspunten niet.Vraag 40(GL-PvdA) Heeft de regering hierover ook gesproken met vertegenwoor-digers uit het onderwijsveld, de kinderopvang en de jeugdhulp? Zo nee,waarom niet?De regering beoogt dat met de novelle juist te voorkomen dat dergelijkeprofessionals strafbaar worden voor het verrichten van reguliere taken ofhet bieden van hulp vanuit hun professie; alle deelnemingsvormenworden daarom uitgesloten.Vraag 41(GL-PvdA) Hoe verhoudt de wettelijke systematiek om bij afzonderlijkedelicten af te wijken van algemene uitgangspunten zich tot de keuze diede regering zegt te maken om alle deelnemingsvormen uitgezonderd hetplegen zelf, uit te sluiten?Zie het antwoord op vraag 26.Vraag 42De leden van de CDA-fractie vragen de regering uiteen te zetten wat hetexacte verschil is in de wijze waarop de regering de strafuitsluitingsgrondheeft vormgegeven ten opzichte van het voorstel in het advies van deAfdeling. Klopt het, zo vragen de leden van de CDA-fractie, dat deregering een verdergaande strafuitsluitingsgrond heeft gekozen dan hetgenoemde advies omdat de regering iedere vorm van medemenselijkheidin tegenstelling tot het amendement van het lid Vondeling niet strafbaarwenst te stellen?Ja, dat klopt. De regering acht het wenselijk dat ten aanzien van de in deAsielnoodmaatregelenwet geïntroduceerde strafbaarstelling van illegaalverblijf duidelijk is dat onder andere daden van medemenselijkheid nietstrafbaar zijn. Gegeven dat uitgangspunt was het kabinet van oordeel dathet vanuit het oogpunt van rechtszekerheid wenselijk is om de uitsluitingvan strafbaarheid van hulpverlening zo vorm te geven dat over dereikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. Het kabinet acht, andersdan de Afdeling advisering, medemenselijkheid een onvoldoende bepaaldbegrip om als criterium in een strafuitsluitingsgrond te kunnen dienen.Medemenselijkheid hoeft immers ook niet, in ieder geval niet in eersteinstantie, de reden te zijn dat gewenste en noodzakelijke hulp wordtgeboden. Om die reden is ervoor gekozen alle deelnemingsvormen,uitgezonderd het plegen zelf, uit te sluiten. Dit wetsvoorstel beoogtdaarmee te vermijden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zoumoeten worden vastgesteld of hulp is verleend uitmedemenselijkheid ofandere motieven. Het kabinet wil procedures en discussies over grensge-vallen onder alle omstandigheden voorkomen.Vraag 43Klopt het, zo vragen de leden van de CDA-fractie, dat er in het vreemdelin-genrecht bij aanvaarding van deze novelle straks drie strafbepalingenbestaan, te weten: de ongewenstverklaring, het inreisverbod en deillegaliteit? En dat in het geval van deelnemingsvormen aan het negerenvan de ongewenstverklaring of een inreisverbod een derde persoonvervolgd kan worden, maar niet voor illegaliteit?Op deze plaats zij verwezen naar het antwoord op vraag 25.Vraag 44Kan de regering aan de leden van de CDA-fractie uitleggen waarom deuitsluitingsgrond vanwege het niet willen bestraffen van medemense-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 617 lijkheid expliciet geldt bij de strafbaarstelling illegaliteit, maar niet bij deongewenstverklaring en het inreisverbod?Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegale vreemdelingen in allegevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zo vorm gegeven datover de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. De regering wilprocedures en discussies over grensgevallen voorkomen. Daarmee wordtvermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid of anderemotieven. Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemenaan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaaris. Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan de pleger, instrafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108a omschrevenstrafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf.De beoogde uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij destrafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt niet voor de huidige strafbepa-lingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van eeninreisverbod of ongewenstverklaring.Van belang is te benadrukken dat met het onderhavige wetsvoorstel geenveranderingen worden aangebracht in de hiervoor besproken overigestrafbaarstellingen. De huidige toepassing hiervan in de praktijk is dathulpverlening uit medemenselijkheid aan vreemdelingen die nietrechtmatig in Nederland zijn, niet wordt vervolgd. Er zijn de regering geenzaken bekend waarin personen zijn vervolgd wegens medeplegen van ofmedeplichtigheid aan artikel 197 Sr (ongewenstverklaring en zwaarinreisverbod), of artikel 108, zesde lid, Vw 2000 (licht inreisverbod) terwijldeze artikelen in hun huidige vorm sinds 2012 van kracht zijn. De gekozenuitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheid vanhulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging niet ziet niet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).Vraag 45De leden van de JA21-fractie vragen in hoeverre een vreemdeling kan enzal worden vervolgd voor illegaal verblijf, die nog niet eerder in beeld wasvan de overheid, en waarvan derhalve geen terugkeertermijn wasvastgesteld.Op grond van de geldende jurisprudentie gaat de regering er vanuit datde strafbaarstelling uit het in de Asielnoodmaatregelenwet opgenomenartikel 108a Vw zich ertegen verzet dat een gevangenisstraf wordtopgelegd aan een vreemdeling die de procedure uit de Terugkeerrichtlijnnog niet heeft doorlopen. Dit laatste betekent dat de rechter die eenonvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt aan een vreemdeling wegenshandelen in strijd met artikel 108a Vw 2000, zich ervan dient te verge-wissen dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen. Hij dientdaarvan ook in de motivering van zijn beslissing blijk te geven.Vraag 46De leden van de SGP-fractie vragen de regering uitgebreider in te gaan opde vloeiende overgang die er is tussen medeplichtigheid en medeplegen,en de consequenties daarvan aangezien bij een overtreding niet in allegevallen kan worden uitgesloten dat hulpverlening buiten de reikwijdtevan de strafbepaling valt.Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegale vreemdelingen in allegevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zo vorm gegeven datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 618 over de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. De regering wilprocedures en discussies over grensgevallen voorkomen. Daarmee wordtvermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid of anderemotieven. Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemenaan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaaris. Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan de pleger, instrafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108a omschrevenstrafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf.De beoogde uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij destrafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt niet voor de huidige strafbepa-lingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van eeninreisverbod of ongewenstverklaring.Van belang is te benadrukken dat met het onderhavige wetsvoorstel geenveranderingen worden aangebracht in de hiervoor besproken overigestrafbaarstellingen. De huidige toepassing hiervan in de praktijk is dathulpverlening uit medemenselijkheid aan vreemdelingen die nietrechtmatig in Nederland zijn, niet wordt vervolgd. Er zijn de regering geenzaken bekend waarin personen zijn vervolgd wegens medeplegen van ofmedeplichtigheid aan artikel 197 Sr (ongewenstverklaring en zwaarinreisverbod), of artikel 108, zesde lid, Vw 2000 (licht inreisverbod), terwijldeze artikelen in hun huidige vorm sinds 2012 van kracht zijn. De gekozenuitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheid vanhulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging niet ziet niet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).Vraag 47De leden van de SGP-fractie hebben begrip voor de gekozen route waarbijdoor middel van een strafuitsluitingsgrond hulpverlening niet strafbaarwordt gesteld. Zij vragen daarnaast wel in hoeverre het actief tegen-werken van de overheid bij uitzetting, het opzettelijk voordeel halen uit hethelpen bij illegaal verblijf (bijvoorbeeld in de vorm van mensenhandel enuitbuiting) of de vreemdeling ernstige schade berokkenen strafbaar zalzijn of blijven in de nieuwe situatie.Het onverkort uitsluiten van de genoemde deelnemingsvormen,waaronder medeplegen en medeplichtigheid, betekent niet dat in hetgeheel niet kan worden opgetreden tegen laakbaar handelen door derden.Het niet opvolgen van een vordering van een ambtenaar is een misdrijf(art. 184 Sr) en strafbaar met ten hoogste drie maanden gevangenisstrafof een geldboete van de tweede categorie. Ook kan worden opgetredenop grond van bestaande (straf)bepalingen. Zo is hulp aan illegaalverblijvende vreemdelingen met een winstoogmerk zelfstandig alsmensensmokkel strafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kansprake zijn als iemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten(artikel 273f Sr). Met de wijziging die wordt voorgesteld in artikel 108aVw 2000, wordt geen afbreuk gedaan aan deze en andere bestaande(straf)bepalingen.Vraag 48(SGP) Deze leden vragen daarnaast hoe dit voorstel zich verhoudt tot dehuidige contouren van de nieuwe EU-mensensmokkelrichtlijn.Het onverkort uitsluiten van het deelnemen, anders dan als pleger, aan hetmisdrijf van illegaal verblijf, betekent niet dat in het geheel niet kanworden opgetreden tegen laakbaar handelen door derden. Zo is hulp aanillegaal verblijvende vreemdelingen met een winstoogmerk zelfstandig alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 619 mensensmokkel strafbaar gesteld (artikel 197a Sr). De door de EuropeseCommissie voorgestelde nieuwe EU-mensensmokkelrichtlijn – waaroverin de triloog nog onderhandeld wordt – beoogt daarin naar de huidigestand geen verandering te brengen.Vraag 49De leden van de SGP-fractie zijn geïnteresseerd in de vraag hoe om zalworden gegaan met situaties van evidente overmacht en ontoereken-baarheid. Hoe verhouden de strafuitsluitingsgronden onder het Wetboekvan Strafrecht hieromtrent (artikelen 39 en 40 Sr) zich tot de voorgesteldemaatregelen in de ANMW en novelle, en hoe werkt dit naar verwachtinguit in de praktijk?Het in de Asielnoodmaatregelenwet opgenomen artikel 108a Vw 2000 steltillegaal verblijf in Nederland door een meerderjarige vreemdelingstrafbaar als misdrijf. De novelle verzekert dat deelnemen aan het misdrijfvan illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaar is. Dit betekentdat deze strafbepaling zich alleen uitstrekt tot de meerderjarige vreem-deling die illegaal in Nederland verblijft. De algemene strafuitsluitings-gronden gelden voor alle delicten. Als zich ten aanzien van de genoemdevreemdeling een strafuitsluitingsgrond voordoet – zoals ontoereken-baarheid of overmacht (artikelen 39 en 40 Sr) – dan is diens illegaalverblijf in Nederland niet strafbaar.Vraag 50De leden van de SGP-fractie vragen de regering hoe op grond van debepalingen in de ANMW in combinatie met onderhavige novelle wordtomgegaan met slachtoffers van mensenhandel, bijvoorbeeld eenslachtoffer van gedwongen prostitutie die door een pooier naar Nederlandis gehaald, vervolgens weet te ontsnappen en zonder verblijfspapieren opstraat komt te staan.Voor specifieke groepen kwetsbare personen, zoals slachtoffers vanmensenhandel en personen die onder medische behandeling staan, zijn erspecifieke toelatingskaders. Wanneer deze personen op basis van zo’ntoelatingskader in aanmerking komen voor toelating of anderszins(tijdelijk) rechtmatig verblijf hebben, is de strafbaarstelling vanzelf-sprekend niet aan de orde. Ook indien dat niet het geval is, kan – zo volgtdwingend uit Europese jurisprudentie – alleen aan vervolging wordentoegekomen als de vreemdeling door zijn of haar toedoen niet kanworden uitgezet. Als er een uitzettingsbeletsel is, volgt dus uit hetsysteem van de wet al dat vervolging niet aan de orde is.Wat betreft een grotere angst om naar voren te komen om aangifte tedoen of (medische) hulp te vragen, merkt de regering op dat ook nu alsprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000. Devreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er een naarobjectieve maatstaven gemeten, redelijk vermoeden is dat zij illegaal zijn.Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel tot wet wordtverheven.Vraag 51De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering de proportionaliteitvan een strafmaximum van zes maanden beoordeelt voor gedrag dat nietgericht is op gevaar of schade.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 620 Dit strafmaximum is naar het oordeel van de regering in verhouding totandere delicten in het strafrecht, met name de in titel VIII (misdrijventegen het openbaar gezag). Volledigheidshalve benadrukt de regeringnogmaals dat uit de wettelijke systematiek en uit jurisprudentie van hetHof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) volgt dat illegaliteit alleenkan worden bestraft met een vrijheidsontnemende straf nadat deterugkeerprocedure is doorlopen, en vertrek niet is gelukt door deaantoonbare schuld van de vreemdeling. Tegen deze achtergrond geeft deregering aan dat de strafbaarstelling kan bijdragen aan meer grip krijgenop migratie en een effectiever terugkeerbeleid. Tegelijkertijd plaatst zij destrafbaarstelling nadrukkelijk binnen het bredere terugkeerbeleid: hetbestuursrechtelijke instrumentarium blijft leidend, en het strafrecht wordtslechts als ultimum remedium ingezet. De vreemdeling krijgt daarmeeruim de kans ook na het plegen van het feit door een gedragsveranderingstrafvervolging te vermijden. De regering acht de strafmaat om die redenzonder meer redelijk.Vraag 52De leden van de PvdD-fractie vragen waarom geen explicietebescherming is opgenomen voor kerken, terwijl religieuze hulpverleningin verschillende EU-landen juridisch problematisch bleek.Zoals in de memorie van toelichting uiteen is gezet, heeft de regeringverschillende opties overwogen om te verzekeren dat hulpverleners nietals medepleger of medeplichtige strafbaar kunnen zijn aan het in artikel108a Vw 2000 omschreven feit. Uit oogpunt van rechtszekerheid heeft deregering het wenselijk geacht om de uitsluiting van strafbaarheid vanhulpverlening zo vorm te geven dat over de reikwijdte daarvan geendiscussie kan bestaan. Daarom wordt ervoor gekozen alle deelnemings-vormen, uitgezonderd het plegen zelf, uit te sluiten. Hiermee wordtvoorkomen dat hulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen kanworden aangemerkt als een vorm van strafbare deelneming aan het inartikel 108a Vw 2000 omschreven feit. Dit geldt ongeacht de vorm van dehulpverlening, door wie de hulp wordt verleend en met welk motief.Tegen deze achtergrond heeft de regering het niet nodig geacht eenaparte exceptie voor kerken op te nemen in het voorstel, ook omdiscussies over grensgevallen te vermijden.Vraag 53De leden van de ChristenUnie-fractie stellen een aantal vragen over deconstructie die de regering heeft gekozen om hulpverlening niet strafbaarte stellen. Kan de regering een ander voorbeeld geven in het Nederlandse(straf)recht waarin slechts de pleger strafbaar is en medeplegers enmedeplichtigen niet? Zo niet, waarom heeft de regering gekozen voor eenunieke constructie? Hoe geeft de regering er rekenschap van dat dezenovelle een precedent schept?Zie het antwoord op vraag 26.Vraag 54(ChristenUnie) De regering beroept zich op de ruimte die de wet biedt ombij afzonderlijke delicten af te wijken van algemene uitgangspunten.Waarom vond de regering het geoorloofd om voor dit geval deze ruimtete benutten? Deelt de regering de mening dat de wetgever een groteverantwoordelijkheid heeft voor deugdelijke, kwalitatieve wetgeving endat grote terughoudendheid moet worden betracht in het voorstellen vanunieke en uitzonderlijke constructies? Deze leden ontvangen van deregering graag een dragende motivatie waarom deze weg toch isingeslagen.In de voorlichting over het amendement tot strafbaarstelling van illegaalverblijf, heeft de Afdeling advisering van de Raad van State opgemerkt datde bepaling die bij amendement in de Asielnoodmaatregelenwet isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 621 gevoegd een reële mogelijkheid biedt dat het verlenen van hulp aaniemand die illegaal in Nederland verblijft strafbaar is. De hulpverlenermaakt het immers mogelijk dat die persoon illegaal in Nederland kanblijven. Ook bij beperkte vormen van hulp, zoals het geven van een kopsoep, kan al sprake zijn van medeplichtigheid. De voorlichting noemt eenaantal verschillende mogelijkheden om de mogelijke strafbaarheid vanhulpverleners te vermijden. Een eerste mogelijkheid die de voorlichtingopsomt, is om de strafbaarstelling van illegaal verblijf in haar geheel uitde Asielnoodmaatregelenwet te schrappen. Ten tweede kan van destrafbaarstelling van illegaal verblijf een overtreding in plaats van eenmisdrijf worden gemaakt. Bij een overtreding is medeplichtigheidnamelijk niet strafbaar, waardoor de meeste hulpverleners niet strafbaarzullen zijn. Een derde mogelijkheid die de voorlichting ziet, is dat eenstrafuitsluitingsgrond aan de strafbepaling wordt toegevoegd waaruitblijkt dat hulpverlening uit medemenselijkheid niet strafbaar is. In datgeval kan ook een hulpverlener die zich schuldig maakt aan medeplegen,een beroep doen op een strafuitsluitingsgrond.Uit oogpunt van rechtszekerheid vindt de regering het wenselijk om deuitsluiting van strafbaarheid van hulpverlening zo vorm te geven dat overde reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. De regering achtmedemenselijkheid als criterium voor de toepasselijkheid van eenstrafuitsluitingsgrond een onvoldoende bepaald begrip om als zodanig tekunnen dienen. Daar komt bij dat er ook situaties denkbaar zijn waarinillegaal verblijvende vreemdelingen worden geholpen maar die hulp nietop de eerste plaats is gebaseerd op medemenselijkheid. De hulp kanbijvoorbeeld ook voortkomen uit een beroepseed. Om discussies tevoorkomen over de vraag of hulpverleners in die gevallen strafbaar zijn,heeft de regering ervoor gekozen alle deelnemingsvormen, uitgezonderdhet plegen zelf, uit te sluiten. Daarmee beoogt wetsvoorstel te vermijdendat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moeten wordenvastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid of anderemotieven. Het kabinet wil procedures en discussies over grensgevallenvoorkomen. De voorgestelde weg doet naar het oordeel van de regeringhet best recht aan alle betrokken belangen.Vraag 55Kan de regering toelichten of met de gekozen formulering in de novellehet feit an sich van hulp aan illegale vreemdelingen wel of niet strafbaaris, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Of is het aan de rechterom hulpverleners te ontslaan van rechtsvervolging? Schuift de regeringde verantwoordelijkheid voor rechtszekerheid en rechtsbescherming opdeze manier niet naar de rechtspraak?In het wetsvoorstel is ervoor gekozen alle deelnemingsvormen, uitge-zonderd het plegen zelf, uit te sluiten. Het wetsvoorstel beoogt daarmee tevermijden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp aan een illegale vreemdeling is verleend uitmedemenselijkheid of andere motieven. Het kabinet wil procedures endiscussies over grensgevallen voorkomen. Hulpverleners aan vreemde-lingen zullen dus niet voor de rechter komen wegens deelneming aan hetin artikel 108a Vw 2000 omschreven feit.Vraag 56De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat met het aangenomenamendement van de leden Rajkowski en Van Zanten (Kamerstuk 36 704,nr. 52) hulp aan vreemdelingen die vanwege een veroordeling vanbijvoorbeeld huisvredebreuk of het aanzetten tot discriminatie of geweldeen ongewenstverklaring hebben gekregen strafbaar is. Vindt de regeringdit proportioneel?Allereerst merkt de regering op dat dit niet een gevolg is van hetamendement waar de leden naar verwijzen, maar de strafbaarheid volgtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 622 uit de al veel langer bestaande bepalingen in artikel 197 Sr. De regeringmerkt echter op dat zij geen enkel geval kent waarin iemand wegensmedeplichtigheid of medeplegen van artikel 197 Sr is vervolgd, ongeachtde reden voor de ongewenstverklaring. Verwezen zij naar het antwoord opvraag 25.Vraag 57Het lid van de Volt-fractie constateert dat de regering ervoor kiest ommedeplegen en medeplichtigheid uit te sluiten van strafbaarheid door eenimprovisatorische noodoplossing binnen het bestuursrecht. Hierdoor blijfthet feit strafbaar, en kan alleen de rechter hulpverleners ontslaan vanrechtsvervolging. Hoe voorkomt de regering dat er hierdoor onduide-lijkheid blijft bestaan over de bescherming van hulpverleners, en hunmogelijkheden tot het bieden van hulp? Hoe voorkomt de regering dathierdoor de verantwoordelijkheid voor rechtszekerheid en beschermingwordt doorgeschoven naar de rechtspraak? Hoe voorkomt de regering datstrafrechtelijk vooronderzoek alsnog plaats kan vinden?Het klopt dat de regering ervoor kiest de strafbaarstelling van illegaalverblijf te behouden, maar hulpverlening aan illegaal verblijvendevreemdelingen (in de context van het voorgestelde artikel 108a Vw 2000)van strafbaarheid uit te sluiten. Anders dan het lid van de Volt-fractie, isde regering niet bevreesd dat dit tot onduidelijkheid leidt over debescherming van hulpverleners en hun mogelijkheden tot het bieden vanhulp. Zoals in de memorie van toelichting wordt uitgelegd, heeft deregering het uit oogpunt van rechtszekerheid wenselijk geacht om deuitsluiting van strafbaarheid van hulpverlening zo vorm te geven dat overde reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. Daarom wordt ervoorgekozen alle deelnemingsvormen, uitgezonderd het plegen zelf, uit tesluiten. Hiermee wordt voorkomen dat hulpverlening aan illegaalverblijvende vreemdelingen kan worden aangemerkt als een vorm vanstrafbare deelneming aan het in artikel 108a Vw 2000 omschreven feit. Ditgeldt ongeacht de vorm van de hulpverlening, door wie de hulp wordtverleend en met welk motief. De regering wil discussies over grensge-vallen voorkomen en meent dat met de gekozen oplossing maximaleduidelijkheid wordt geboden aan hulpverleners. Van het doorschuiven vande verantwoordelijkheid voor de rechtszekerheid en de rechtsbescher-ming naar de rechtspraak is in de optiek van de regering dan ook geensprake.Vraag 58Het lid van de Volt-fractie constateert dat het VN-Comité voor Econo-mische, Sociale en Culturele Rechten (CESCR) zich in haar ConcludingObservations over Nederland (oktober 2025) expliciet uitspreekt over(concept)wetgeving die irreguliere migranten criminaliseert of huntoegang tot basisrechten beperkt, en Nederland oproept af te zien vandergelijke wetgeving. Hoe beoordeelt de regering deze oproep, gezienonze ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake Economische,Sociale en Culturele Rechten en onze verplichtingen daartoe?De regering acht de oproep van het CESCR van belang, en heeft dezedaarom zorgvuldig gewogen, maar ziet geen strijd met onze verdragsver-plichtingen. De maatregel raakt de toegang tot basisrechten niet: illegaalverblijvende vreemdelingen behouden recht op onderwijs tot 18 jaar,medisch noodzakelijke zorg en rechtsbijstand.De strafbaarstelling kan bovendien alleen worden toegepast na afrondingvan de volledige terugkeerprocedure, wanneer iemand zijn of haarterugkeer frustreert en terugkeer geen schending van artikel 3 EVRMoplevert. Terugkeer blijft daarbij altijd leidend. Een vrijheidsstraf wordtopgeheven zodra terugkeer alsnog mogelijk is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 623 4. Handhaving strafbaarstelling illegaal verblijf 4.1 Algemeen Vraag 59De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet schrijft dat de reikwijdtevan de strafbaarstelling is beperkt tot de groep vreemdelingen die welkunnen, maar niet willen meewerken aan vertrek en dat vertrek effectieffrustreren. Kan de regering dit nader toelichten, en daarbij duidelijkekaders schetsen over wanneer iemand wel en niet meewerkt?De kaders voor deze criteria zijn niet nieuw. Bij de vervolging ter zakeartikel 197 Sr zal ook nu al aan dit criterium worden getoetst. Dezebegrippen zijn in die bepaling ook niet in de wettekst verwerkt, desalniet-temin heeft de strafrechter deze bepaling richtlijnconform uitgelegd endeze bestanddelen in de bepaling ingelezen omdat deze een voorwaardezijn die afgeleid wordt uit de jurisprudentie van het HvJEU bij de uitlegvan de Terugkeerrichtlijn. De regering gaat ervan uit dat dit moet geldenvoor de uitleg door de strafrechter van artikel 108a Vw 2000.De beoordeling of sprake is van onvoldoende medewerking is uiteraardeen afweging die moet worden beoordeeld naar de omstandigheden vanhet geval, maar in algemene zin kan van niet-meewerken en effectieffrustreren volgens de regering sprake zijn wanneer een vreemdelingzonder geldige reden weigert documenten aan te vragen, niet verschijntbij afspraken, informatie achterhoudt of anderszins actief verhindert datzicht op terugkeer ontstaat, en de overheid dit ook niet op andere wijzekan afdwingen, bijvoorbeeld door de vreemdeling beschikbaar te houdenvoor uitzetting in vreemdelingenbewaring. Het OM kan alleen totvervolging overgaan wanneer aantoonbare schuld aan het uitblijven vanvertrek zorgvuldig is vastgesteld.Vraag 60(D66) Het is bekend dat bepaalde landen van herkomst terugkeerfrustreren en de notie dat iedereen die wil terugkeren dat ook kan, isfeitelijk onjuist. Deze leden vragen daarom hoe de regering van plan is tevoorkomen dat mensen buiten hun schuld strafbaar worden gesteld. Kande regering toelichten of en, zo ja, hoe het huidige kader voor debuitenschuldprocedure hiervoor voldoende geschikt is of dat deze moetworden aangepast?De regering erkent dat terugkeer door landen van herkomst kan wordengefrustreerd en dat niet iedere vreemdeling die wíl terugkeren dat ookkán. Daarom benadrukt zij dat de strafbaarstelling uitsluitend kan wordentoegepast wanneer het uitblijven van vertrek aantoonbaar aan devreemdeling zelf te wijten is. Als terugkeer feitelijk onmogelijk is dooromstandigheden buiten de invloed van de vreemdeling, kan niet metsucces worden vervolgd.De regering acht het bestaande kader, waaronder de buitenschuldpro-cedure, hiervoor toereikend. De regering ziet daarom geen aanleiding omdit kader aan te passen.Vraag 61Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie toelichtenwaarop de stelling «strafbaarstelling kan bijdragen aan betere grip opmigratie» is gebaseerd? Kan de regering daarbij aangeven welkeonderzoeken deze aanname ondersteunen? Kan de regering aangevenwat het verband is tussen de aantallen asielzoekers en de strafbaarstellingvan onrechtmatig verblijf? Op basis van welke empirische gegevens gaatde regering ervan uit dat strafbaarstelling leidt tot minder asielzoekers?Welke empirische onderbouwing toont dat asielzoekers juridische detailsvan Nederlands strafrecht kennen en daar hun keuze voor het land vanbestemming op baseren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 624 De instroom van asielzoekers is afhankelijk van een groot aantal interneen externe op elkaar inwerkende factoren. Naast nationale maatregelen enEU-maatregelen is de instroom in belangrijke mate afhankelijk vaninternationale en geopolitieke ontwikkelingen. In het bijzonder is dat hetgeval als wordt gekeken naar de redenen van asielmigranten om tevertrekken. Deze complexiteit betekent niet dat sturen op asielmigratieonmogelijk is, maar wel dat sturing niet alleen moet plaatsvinden metenkele afzonderlijke maatregelen maar met een samenhangend pakketaan maatregelen op het brede terrein van migratie en asiel, zowelnationaal als in EU-verband. De voorgestelde strafbaarstelling vanillegaliteit kan bijdragen aan meer grip krijgen op migratie en eeneffectiever terugkeerbeleid en vormt als zodanig onderdeel van eenbreder pakket, dat onder andere ook het gewijzigde beoordelingskadervan de asielaanvraag en het te voeren asiellandenbeleid omvat. In hetnader rapport is voorts het volgende opgenomen:«Eerder hebben andere lidstaten laten zien dat van nationale maatregeleneen sterk effect uit kan gaan. Denemarken vormt een vaak genoemdvoorbeeld, maar kan vanwege de Deense opt-out op het terrein van asielatypisch worden genoemd. Een ander voorbeeld is Zweden. In de periode2010–2015 nam Zweden jaarlijks 14% op van het totale aantal asielzoekersin de EU. In 2015 kwamen zelfs rond de 160 duizend asielzoekers naarZweden. Na 2015 greep de Zweedse regering fors in met een seriesamenhangende maatregelen. In 2016 kwam nog maar 2% van het totaleaantal asielzoekers in de EU naar Zweden en in 2023 ging het om minderdan 9 duizend eerste asielaanvragen (1%). De Zweedse regering benutbinnen de internationale verdragen alle juridische ruimte om de nationaleregelgeving zo streng mogelijk te maken.»Zonder de cijfers van dit Zweedse voorbeeld al te eenvoudig naar deNederlandse situatie te willen extrapoleren, maakt het voorbeeld welduidelijk dat het met een krachtige inzet mogelijk is om een groot verschilte maken als het gaat om de asielinstroom. Ook laat het voorbeeld ziendat het mogelijk is die kanteling in relatief korte tijd te maken. Deuiteindelijke effecten zijn echter niet met wetenschappelijke zekerheid tevoorspellen. Ook met meer tijd en aanvullend onderzoek zou dat niet hetgeval zijn. Het aantal op elkaar inwerkende en elkaar soms versterkendefactoren is daarvoor te groot en deels te onvoorspelbaar.Vraag 62 en 63Kan de regering daarbij voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieingaan op ervaringen van de landen waar strafbaarstelling van onrecht-matig verblijf reeds al in ingevoerd? Zo stelt een rapport van Clingendaeldat België sinds 1980 een formele strafbaarstelling van «onwettig verblijf»kent, en dat het land toch naar schatting 122.000 mensen zonderverblijfsvergunning telt. Dit is ruim het dubbele van het hoogste schat-tingsgetal in Nederland (23.000–58.000). Deelt de regering de constateringdat ondanks dat de wet in België al 45 jaar van kracht is, het effect isuitgebleven? Zo ja, welke lessen kan de regering daaruit trekken? Zo nee,waarom niet?De regering erkent dat er landen, zoals België, zijn waar onrechtmatigverblijf al decennia strafbaar is. Het rapport van Clingendael concludeertdat in België, maar ook in o.a. Duitsland, Zweden en Italië, strafbaar-stelling van illegaal verblijf geen aantoonbaar afschrikkend effect heeftgehad, en dat de omvang van irreguliere migratie blijvend groot is. Deregering merkt echter op dat het omgekeerde ook niet kan wordenbetoogd. De instroom van asielzoekers is afhankelijk van een groot aantalinterne en externe op elkaar inwerkende factoren. Naast nationalemaatregelen en EU-maatregelen is de instroom in belangrijke mateafhankelijk van internationale en geopolitieke ontwikkelingen. De regeringbenadrukt dat de strafbaarstelling van illegaliteit moet worden gezien alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 625 een aanvullend middel in een breed pakket aan maatregelen om deasielinstroom te beperken.Vraag 64(GL-PvdA) Voorts stelt het rapport van Clingendael dat gezien de beperktecelcapaciteit en vervolgingscapaciteit in België ontdekking van onrecht-matig verblijvende mensen vaak niet leidt tot detentie, maar tot uitzetting.Deze leden constateren dat de beperkte celcapaciteit en vervolgingscapa-citeit van België vergelijkbaar zijn met Nederland. Deelt de regering dezeconstatering? Zo ja, betekent dat dat Nederland ook enkel over zou gaantot uitzetting? En dat, verglijkbaar met België, aan uitzetting de voorkeurwordt gegeven boven vervolging?De regering merkt allereerst op dat ook in Nederland terugkeer altijdleidend blijft, conform de Terugkeerrichtlijn en de daarop gebaseerdejurisprudentie. Vervolging komt pas aan de orde nadat de terugkeerpro-cedure is doorlopen, en vertrek niet is gelukt door de aantoonbare schuldvan de vreemdeling. De regering deelt daarom dat strafrecht slechtsbeperkt en selectief zal worden toegepast. Dit betekent echter niet datstrafvervolging wordt uitgesloten, maar dat deze uitsluitend wordt ingezetin de gevallen waarin dat uitvoerbaar en proportioneel is en waarterugkeer stagneert door toedoen van de vreemdeling. Tot slot zal deregering in overleg met betrokken ketenpartners onderzoeken welkemogelijkheden er zijn om uitvoering te faciliteren, rekening houdend metbestaande capaciteitsbeperkingen.Vraag 65Wat zegt het volgens de regering, dat ondanks dat de strafbaarstelling vanonrechtmatig verblijf wel in een aantal Europese landen de praktijk is,maar dat er toch geen onderzoeken zijn die aantonen dat het eeneffectieve maatregel is om mensen terug te laten keren, zo vragen deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie.De regering onderstreept dat strafbaarstelling van illegaliteit niet opzichzelf staat, maar slechts een aanvullend instrument is binnen hetbredere terugkeerbeleid. Dat beleid moet bestaan naast een functionerendsysteem waarbij ondersteuning wordt geboden bij terugkeer, en als datniet lukt moet worden ingezet op bestuursrechtelijke dwangmiddelen,zoals vreemdelingenbewaring om terugkeer af te dwingen. Tegelijk is deinzet om het onaantrekkelijk te maken om niet-rechtmatig in Nederland teverblijven, en duidelijk te maken dat niet meewerken aan terugkeer er niettoe leidt dat de overheid geen handelingsperspectief meer heeft. In diebrede inzet past, als ultimum remedium, ook de strafbaarstelling vanillegaal verblijf.Vraag 66De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regering ookstelt dat strafbaarstelling beperkt wordt tot vreemdelingen die welkunnen, maar niet willen meewerken aan vertrek en dat effectieffrustreren. In hoeverre is er sprake van effectief terugkeerbeleid, alsmensen die niet hier mogen blijven, maar die wel kunnen vertrekken,eerst een gevangenisstraf van een jaar moeten uitzitten? Deelt de regeringde mening dat Nederland door deze maatregel juist meer mensen dieonrechtmatig in Nederland blijven in Nederland houdt? Zo nee, waaromniet?De regering deelt de opvatting niet dat de maatregel ertoe leidt dat meermensen in Nederland blijven. Zij benadrukt dat terugkeer altijd leidendblijft. Een gevangenisstraf kan immers alleen worden opgelegd nadat isvastgesteld dat iemand kan terugkeren, maar dat bewust frustreert, énslechts als ultimum remedium wanneer alle bestuursrechtelijke mogelijk-heden zijn uitgeput.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 626 Daarnaast geldt dat een opgelegde vrijheidsstraf kan worden geschorstzodra terugkeer alsnog mogelijk blijkt. Volgens de regering houdt destrafbaarstelling mensen dus niet langer in Nederland, maar biedt zij juisteen prikkel om alsnog mee te werken aan vertrek, waarbij verwijderingsteeds voorrang behoudt op detentie.Vraag 67(GL-PvdA) Hoe wil de regering voorkomen dat strafoplegging juist leidt totvertraging en stagnatie van terugkeer? Hoe worden de begrippen «nietmeewerken» en «vertrek frustreren» precies gedefinieerd? Wie beoordeeltdit en op basis van welke criteria?De kaders voor deze criteria zijn niet nieuw. Bij de vervolging ter zakeartikel 197 Sr zal ook nu al aan dit criterium worden getoetst. Dezebegrippen zijn ook daar niet in de wettekst verwerkt, desalniettemin heeftde strafrechter deze bepaling richtlijnconform uitgelegd en deze bestand-delen in de bepaling ingelezen omdat deze een voorwaarde zijn dieafgeleid wordt uit de jurisprudentie van het HvJEU bij de uitleg van deTerugkeerrichtlijn. De regering gaat ervan uit dat dit moet gelden voor deuitleg door de strafrechter van artikel 108a Vw 2000.De beoordeling of sprake is van onvoldoende medewerking is uiteraardeen afweging die moet worden beoordeeld naar de omstandigheden vanhet geval, maar in algemene zin kan van niet-meewerken en effectieffrustreren volgens de regering sprake zijn wanneer een vreemdelingzonder geldige reden weigert documenten aan te vragen, niet verschijntbij afspraken, informatie achterhoudt of anderszins actief verhindert datzicht op terugkeer ontstaat, en de overheid dit ook niet op andere wijzekan afdwingen, bijvoorbeeld door de vreemdeling beschikbaar te houdenvoor uitzetting in vreemdelingenbewaring. Het OM kan alleen totvervolging overgaan wanneer aantoonbare schuld aan het uitblijven vanvertrek zorgvuldig is vastgesteld.Vraag 68(GL-PvdA) Kan de regering garanderen dat vreemdelingen die welmeewerken aan hun vertrek niet strafbaar zullen zijn? Zo ja, op welkemanier? En waarom is niet dit expliciet in de wetstekst opgenomen?Van strafbaarheid kan alleen sprake zijn nadat de procedure uit deterugkeerrichtlijn is doorlopen. Het gaat dus om personen die zondergeldige reden niet willen terugkeren naar het land van herkomst endaarmee illegaal in Nederland verblijft. Zolang vreemdelingen meewerkenaan vertrek kan dus geen sprake zijn van strafbaarheid.Vraag 69De leden van de CDA-fractie vragen aan de regering of zij heeftoverwogen om de strafbaarstelling van illegaliteit vorm te geven alsovertreding in plaats van een misdrijf en zo ja, wat uiteindelijk deoverwegingen zijn geweest om het als misdrijf strafbaar te stellen.De regering heeft niet zelf gekozen voor de kwalificatie als misdrijf; ditvolgt rechtstreeks uit het door de Kamer aangenomen amendement-Vondeling, waarin is bepaald dat strafbaarstelling van illegaal verblijf inartikel 108a Vw 2000 als misdrijf wordt vormgegeven. Daarbij merkt deregering op dat de kwalificatie als overtreding met het oog op de groeppotentiële daders waarschijnlijk zeer beperkte meerwaarde heeft. Eenovertreding wordt meestal bestraft met een geldboete. Aangezien dedoelgroep van illegaal verblijvende vreemdelingen doorgaans geenformeel adres heeft en geen middelen, is het innen van een dergelijkeboete vrijwel illusoir.Vraag 70De leden van de JA21-fractie constateren dat bestaande jurisprudentiebetekent dat een gevangenisstraf vanwege illegaal verblijf pas mogelijk isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 627 als de terugkeerprocedure is doorlopen. Kan de regering aangeven opwelk moment dat het geval is?De regering bevestigt dat een gevangenisstraf voor illegaal verblijf pasaan de orde kan zijn nadat aan alle vereisten uit de Terugkeerrichtlijn isvoldaan. Dit is het geval wanneer: 1. de volledige terugkeerprocedure isdoorlopen; 2. terugkeer feitelijk mogelijk is; en 3. het uitblijven van vertrekaantoonbaar aan de vreemdeling te wijten is. Pas in die fase kan hetOpenbaar Ministerie (OM) beoordelen of strafvervolging passend is.Vraag 71(JA21) Wanneer wordt het vervolgingsbeleid nader ingevuld en kan deregering dat te zijner tijd aan de Kamer doen toekomen?De regering zal het vervolgingsbeleid, zodra het is vastgesteld door hetOM, aan de Kamer toezenden.Vraag 72De leden van de DENK-fractie lezen dat strafrecht het «ultimumremedium» moet blijven. Hoe realistisch is deze benadering wanneer hetOpenbaar Ministerie (OM) zelf aangeeft nieuw vervolgingsbeleid temoeten ontwikkelen? Hoe voorkomt de regering dat in de praktijk tochkwetsbare vreemdelingen worden opgepakt?Dat het OM een vervolgingsbeleid moet ontwikkelen, ziet de regering alseen noodzakelijke stap om binnen het bestaande wettelijk kaderzorgvuldig te bepalen wanneer vervolging aan de orde kan zijn. Zoals bijvraag 70 is aangegeven, is straf wegens illegaal verblijf pas aan de ordewanneer 1. de volledige terugkeerprocedure is doorlopen; 2. terugkeerfeitelijk mogelijk is; en 3. het uitblijven van vertrek aantoonbaar aan devreemdeling te wijten is. Deze toets vindt plaats binnen de reguliereverantwoordelijkheden van DTenV, het OM en de rechter. Volgens deregering biedt dit voldoende waarborgen om te voorkomen dat vreemde-lingen die wél meewerken of niet kunnen terugkeren in het strafrechtelijketraject belanden.Vraag 73De leden van de PvdD-fractie vragen welke indicatoren het OM gebruiktom te bepalen of iemand «door toedoen van hemzelf» terugkeerfrustreert. Worden deze vooraf met de Kamer gedeeld?De regering wijst erop dat de beoordeling of het uitblijven van terugkeer«door toedoen van de vreemdeling» casuïstisch is en als criterium inbelangrijke mate bepaald wordt door de op de Terugkeerrichtlijngebaseerde jurisprudentie van het HvJEU. De regering hecht eraan op temerken dat deze criteria niet door de regering zijn vastgesteld. Zodra hetvervolgingsbeleid door het OM is vastgesteld en openbaar is, zal dit metde Kamer worden gedeeld.Vraag 74De leden van de PvdD-fractie vragen hoe het risico wordt beperkt datrechtsongelijkheid ontstaat doordat verschillende rechtbanken uiteenlo-pende drempels voor medeplegen hanteren.In het wetsvoorstel is ervoor gekozen alle deelnemingsvormen voor hulpuit te sluiten van strafbaarheid. Het wetsvoorstel beoogt daarmee tevermijden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp aan een illegale vreemdeling is verleend uitmedemenselijkheid of andere motieven. Tot een beoordeling door derechtbank of sprake is van medeplegen zal het dus niet komen.Vraag 75 en 76De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de regering vasthoudt aande stelling dat strafbaarstelling van illegaal verblijf bij kan dragen aanbetere grip op migratie. Welke ervaringen uit andere landen overtuigen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 628 regering ervan dat strafbaarstelling van illegaal verblijf bijdraagt aan hetterugdringen van de instroom en het bevorderen van terugkeer? Erkent deregering dat de voorgestelde maatregelen niet direct tot uitzetting leidenmaar tot het vastzetten op Nederlandse grond? Klopt het dat de regeringalleen een indirect effect verwacht van de strafbaarstelling van illegaalverblijf? Is de wet daarmee doelmatig, zo vragen de leden van deChristenUnie-fractie.De regering baseert haar stelling niet op landenervaringen, maar op eenbeleidsmatige inschatting dat strafbaarstelling als aanvullend instrumentkan bijdragen aan meer grip krijgen op migratie en een effectieverterugkeerbeleid. Daarnaast blijft de regering onverminderd inzetten opafspraken met de landen van herkomst en op verdere vereenvoudigingvan (Europese) terugkeerprocedures. Uiteindelijk zal het antwoord op deproblematiek van terugkeer en vertrek moeten komen van het samenhan-gende gebruik van bestuursrechtelijke maatregelen gericht op terug-keerondersteuning, informatievoorziening, bestuurlijke dwang en –uiteindelijk – de toepassing van strafrechtelijke sancties zoals opgenomenin het amendement.Vraag 77De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke reactie de regeringheeft op de concluding observations van het CESCR waarin het ComitéNederland oproept af te zien van deze wetgeving.Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 58.Vraag 78Het lid van de Volt-fractie constateert dat strafbaarstelling alleen mogelijkis nadat de Terugkeerrichtlijn volledig is toegepast en slechts voor zoverdit de werking van de richtlijn niet doorkruist. De Dienst Terugkeer enVertrek (DTenV) signaleert dat een terugkeerprocedure nooit echtbeëindigd is en zij door deze maatregel juist minder zullen toekomen aanhet organiseren van vertrek. Hoe garandeert de regering dat strafrechte-lijke sancties nooit eerder of gelijktijdig aan het terugkeertraject wordentoegepast, en niet in strijd is met de Terugkeerrichtlijn en jurisprudentievan het Hof van Justitie van de EU? Welke juridische waarborgen kan deregering hiervoor geven?Toepassing van de strafbaarstelling moet blijven binnen de kaders van dewet en het recht. De regering garandeert om die reden dat strafrechtelijkesancties uitsluitend kunnen worden toegepast ná afronding van hetvolledige terugkeertraject, omdat dit rechtstreeks voortvloeit uit deTerugkeerrichtlijn en de jurisprudentie van het HvJEU.Dit zou uiteraard niet afdoen aan een gevangenisstraf ter zake anderestrafbare feiten. De regering acht hiermee gewaarborgd dat toepassingvan strafrecht niet strijdig zal zijn met de Terugkeerrichtlijn of deEU-jurisprudentie. Verder wordt verwezen naar het antwoord op vraag 70.Vraag 79(Volt) Wat is de toegevoegde waarde van dit voorstel als het de terugkeerjuist belemmert?De inzet op terugkeer, vrijwillig en indien dat niet slaagt gedwongen, blijftonverminderd bestaan. Met de invoering van deze bepaling, ontstaat eenhandelingsperspectief om ook indien de vreemdeling er in slaagtgedwongen verwijdering te frustreren, niet louter in zijn aanwezigheid zalworden berust, maar als ultimum remedium het strafrecht kan wordeningezet. De voorgestelde strafbaarstelling van illegaal verblijf kanbijdragen aan meer grip krijgen op migratie en een effectiever terugkeer-beleid. De inzet is om het onaantrekkelijk te maken om niet-rechtmatig inNederland te verblijven, en duidelijk te maken dat niet meewerken aanterugkeer er niet toe leidt dat de overheid geen handelingsperspectiefmeer heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 629 Vraag 80Het lid van de Volt-fractie constateert dat Nidos aangeeft aan dat destrafbaarstelling van onrechtmatig verblijf voor meerderjarigen eennegatief effect kan hebben op alleenstaande minderjarigen die ondervoogdij staan, vooral rond de overgang naar achttien jaar. Hoe beoordeeltde regering de risico’s voor het welzijn van deze jongeren, en welkemaatregelen zouden volgens de regering nodig zijn om te voorkomen datzij angst of ontwikkelingsachterstanden oplopen als gevolg van ditwetsvoorstel?De regering onderkent dat het voor minderjarigen die niet legaal inNederland verblijven een bepaalde mate van stress meebrengt. Deregering is echter van mening dat Nederland een rechtvaardig toelatings-beleid heeft. Als de uitkomst van de procedures is dat de vreemdelinggeen vergunning krijgt en moet terugkeren, dan dient de inzet van deoverheid en de vreemdeling zelf daarop te zijn gericht. Ook in dezegevallen is van belang dat als de vreemdeling medewerking verleent om –al dan niet met ondersteuning – terug te keren, vervolging op basis vanartikel 108a Vw 2000 hoe dan ook niet aan de orde is. Dat de dreiging vaneen uiteindelijke sanctie onrust meebrengt is begrijpelijk, maar van belangis te onderstrepen dat die sanctie alleen aan de orde is als de vreemdelingzijn vertrek frustreert. Daarnaast wordt hiermee duidelijk dat nietmeewerken aan terugkeer er niet toe leidt dat de overheid geen hande-lingsperspectief meer heeft.Vraag 81Het lid van de Volt-fractie constateert dat voor kinderen in gezinnen dieonder toezicht staan, kan van de ouders kan leiden tot extra stress oftraumatische situaties, terwijl de kinderrechter al ernstige zorgen heeftgeconstateerd. Welke maatregelen voorziet de regering om ervoor tezorgen dat de belangen van kinderen beschermd blijven wanneer hunouders strafbaar worden gesteld wegens onrechtmatig verblijf?In dergelijke zaken waar bijvoorbeeld een jeugdbeschermingsmaatregelaan de orde is, zal door de regievoerder van de DTenV in de eerste plaatsmaatwerk geleverd moeten worden om het terugkeertraject op deindividuele situatie van het gehele gezin te laten aansluiten. Daarbij is ookvan belang dat hulpverleners met elkaar in contact komen om vanuit deeigen discipline bij te dragen aan een oplossing voor de situatie. Hetspreekt voor zich dat de strafbaarstelling in dergelijke gevallen eenondergeschikte rol zal hebben, en de individuele situatie zal – zoals altijd –ook een rol spelen bij de vervolgingsbeslissing van het OM. De regeringwaarborgt dat de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf in overeen-stemming blijft met internationale (mensenrechten)verdragen. Maatre-gelen zullen dus worden afgestemd op het gezinsbelang en toegang totonderwijs en basisvoorzieningen blijft gewaarborgd.Vraag 82Het lid van de Volt-fractie constateert dat het College voor de Rechten vande Mens in haar wetgevingsadvies stelt dat strafbaarstelling ernstigegevolgen kan hebben voor fundamentele mensenrechten, zoals toegangtot medische zorg, opvang, bescherming tegen geweld en mensenhandel.Hoe beoordeelt de regering de risico’s dat de toegang tot deze rechten nuin de praktijk worden beperkt?Zoals eerder aangegeven, heeft de strafbaarstelling van illegaal verblijfgeen gevolgen voor de toegang van illegaal verblijvende vreemdelingentot elementaire voorzieningen zoals zorg, onderwijs (voor minderjarigevreemdelingen) en bescherming door de politie.Vraag 83Het lid van de Volt-fractie constateert dat volgens het College voor deRechten van de Mens onvoldoende is aangetoond dat strafbaarstellingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 630 proportioneel of effectief is bij het terugdringen van onrechtmatig verblijf,en dat internationale ervaringen wijzen op juridische en maatschappelijkeknelpunten. Hoe beoordeelt de regering de verwachte impact van dezemaatregel op de leefbaarheid en veiligheid in Nederland?De regering benadrukt dat de strafbaarstelling van illegaal verblijf moetworden gezien als een aanvullend middel in een breed pakket aanmaatregelen om de asielinstroom te beperken, en terugkeer van illegaalverblijvende vreemdelingen te versterken. De focus op louter de strafbaar-stelling leidt af van dit bredere kader. De strafbaarstelling van illegaliteitzal uitsluitend worden toegepast op de groep vreemdelingen die kunnenterugkeren maar dit aantoonbaar frustreren. De regering verwacht dat demaatregel juist kan bijdragen aan het doorbreken van situaties vanlangdurig en overlastgevend onrechtmatig verblijf.Vraag 84Het lid van de Volt-fractie constateert dat de regering in de memorie vantoelichting stelt dat de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf kanbijdragen aan «betere grip op migratie» en dat deze vooral zou wordeningezet tegen criminele en overlastgevende vreemdelingen. Tegelijkertijdgeeft de DTenV in haar uitvoeringstoets aan dat deze maatregel niet zalbijdragen aan meer terugkeer. Hoe duidt de regering deze discrepantietussen beleidsdoel en uitvoeringsrealiteit?De regering ziet de strafbaarstelling als een aanvullend instrument dat kanworden ingezet in situaties waarin vreemdelingen die kunnen terugkerendit bewust blijven frustreren, met name wanneer dit gepaard gaat metoverlast of criminaliteit.Vraag 85 en 86Het lid van de Volt-fractie constateert dat de Adviesraad Migratie opmerktdat strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf mensen kan ontmoedigenom contact te zoeken met zorg, onderwijs of politie, waardoor zegemarginaliseerd raken. Nederland heeft immers een juridische enhumanitaire plicht om toegang te bieden tot medische zorg, onderwijs enbescherming tegen misbruik, óók voor mensen zonder rechtmatig verblijf.Hoe kan de regering deze verplichtingen nog waarborgen als de strafbaar-stelling er tegelijkertijd toe leidt dat mensen uit angst voor vervolginggeen gebruik meer durven maken van deze voorzieningen? Zijn erervaringen uit andere lidstaten die laten zien dat strafbaarstelling juistleidt tot meer of minder samenwerking met overheid en maatschappelijkeorganisaties?De regering benadrukt dat de strafbaarstelling in het voorgestelde artikel108a Vw 2000 geen afbreuk doet aan de toegang van vreemdelingenzonder rechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningen zoals zorg,onderwijs en bescherming door de politie. Vreemdelingen die risico lopenof slachtoffer zijn van misdrijven, moeten zich veilig kunnen melden enom hulp kunnen vragen. Hiervoor zal duidelijke informatievoorzieningover rechten en bescherming worden geboden, zal toegang tot rechtsbij-stand en opvang worden gegarandeerd, en zullen bestaande waarborgenzoals de B8-regeling en slachtofferbescherming worden gehandhaafd. Opdeze manier wordt voorkomen dat vreemdelingen uit angst voorvervolging afzien van hulp of vrijwillige melding.De regering heeft geen concrete empirische gegevens over de ontwik-keling van de samenwerking tussen de overheid en maatschappelijkeinstanties in landen waar illegaal verblijf strafbaar is, maar verwacht nietdat de invoering van deze maatregel in Nederland de samenwerking metmaatschappelijke organisaties negatief zal beïnvloeden. Zowel in Italië,België als Duitsland is op veel onderdelen in het migratiedomein sprakevan nauwe samenwerking tussen maatschappelijke en kerkelijkeinstanties en de overheid. Die samenwerking is in de ogen van deregering zeker niet alleen afhankelijk van de wettelijke bepalingen maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 631 ook van de bereidheid van de verschillende instanties om constructief metelkaar in dialoog te gaan en te blijven.Vraag 87Het lid van de Volt-fractie vraagt of het denkbaar is dat de politieke kleurvan een toekomstig Minister van Justitie en Veiligheid tot andereinstructies aan het OM kan leiden. Wat betekent dit voor het juridischgrijze gebied als het gaat om hulpverlening? Kan de regering daarbij eenonderscheid maken tussen de generieke strafbaarstelling en die die bijeen licht of een zwaar inreisverbod?Ook voor toekomstige Ministers van Justitie en Veiligheid geldt dat zijgebonden zijn aan het geldende recht, dat zij voor al hun handelenverantwoording verschuldigd zijn aan het parlement en dat sprake is vanrechterlijke controle. Kaders voor opsporing en vervolging plegenoverigens primair door het OM zelf te worden gesteld, niet door deMinister. Het geven van instructies door de Minister dienaangaande doormiddel van een algemene of bijzondere aanwijzing op grond vanartikel 127 van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) is geengebruik. Overigens gelden voor het geven van aanwijzingen in eenconcreet geval de waarborgen uit artikel 128 Wet RO. In algemene zingeldt dat daarin onder andere is vastgelegd dat de Minister het Collegevan procureurs-generaal in de gelegenheid moet stellen zijn zienswijzekenbaar te maken voordat hij een aanwijzing geeft, dat hij de voorge-nomen aanwijzing en de motivering daarvan schriftelijk moet meedelenaan het College, dat de zienswijze van het College schriftelijk en gemoti-veerd wordt gegeven, dat de aanwijzing schriftelijk wordt gegeven of inspoedeisende gevallen binnen een week op schrift wordt gesteld en datde aanwijzing tezamen met de voorgenomen aanwijzing en de zienswijzevan het College door het OM bij de processtukken moet worden gevoegd.Op deze wijze zijn de transparantie en de rechterlijke controle gewaar-borgd. Het voorgaande geldt voor de opsporing en vervolging van allestrafbare feiten.Vraag 88Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat hetonderscheid tussen nieuwe en oude strafbepalingen alsnog leidt totstrafbaarheid of onduidelijkheid over de strafbaarheid van medische ofsociale hulp.Op deze plek zij verwezen naar het antwoord op vraag 25.Vraag 89Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat mensenmet acute gezondheidsproblemen – die geen vluchtgevaar vormen –onnodig in politiecellen worden geplaatst waar slechts beperkte medischezorg aanwezig is.De regering merkt allereerst op dat indien de medische situatie van devreemdeling aan terugkeer in de weg staat, dit uit hoofde van artikel 64,gelezen in samenhang met artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000 maakt datde vreemdeling rechtmatig verblijf geniet en dus niet onder bereik van destrafbepaling van artikel 108a Vw zal vallen. Voor zover het gaat ommedische zorg die niet van dien aard is dat zij aan vertrek in de weg zoumoeten staan, merkt de regering op dat de vraag van de Volt-fractie infeite ziet op alle situaties waarin tot strafrechtelijke aanhouding wordtovergegaan. Deze vraag beperkt zich dus in zoverre niet tot vervolging opbasis van artikel 108a Vw 2000. In algemene zin stelt de regering zich ophet standpunt dat de detentie in Nederland voldoende rekening houdt metgezondheidsproblemen. De regering merkt op dat, specifiek voor de groepvreemdelingen, in veel gevallen (zo niet de meeste) voorafgaand aanstrafrechtelijke vervolging op basis van artikel 108a Vw 2000 al eenperiode van vreemdelingenbewaring heeft plaatsgevonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 632 Bovendien zal in de screening van de vreemdeling, dan wel in deasielprocedure, een eerste medische check hebben plaatsgevonden. Dewaarborgen voor de gedetineerde vreemdeling zijn daarmee beter inbeeld dan die van een verdachte die geen vreemdeling is. De regeringheeft er dan ook vertrouwen in dat mensen met acute gezondheidspro-blemen niet in politiecellen worden geplaatst als daar onvoldoendemedische zorg is. In dergelijke gevallen wordt de medische geschiktheidvoor detentie beoordeeld en wordt de betrokkene, indien nodig, overge-bracht naar een geschikte zorglocatie.Vraag 90Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat strafrech-telijke detentie op grond van 108a Vw 2000 feitelijke verwijderingbelemmert, hetgeen in strijd is met de Terugkeerrichtlijn.De regering herhaalt dat strafrechtelijke detentie op grond van artikel 108aVw 2000 nooit het vertrek mag belemmeren. Het OM zal bij de vervolgingmoeten kunnen onderbouwen dat het terugkeerproces is doorlopen. Alsblijkt dat de vreemdeling wel kan worden uitgezet, zal de strafrechtermoeten oordelen dat vervolging in strijd is met de Terugkeerrichtlijn enslaagt de vervolging niet. Detentie wordt dus alleen toegepast na hetdoorlopen van de terugkeerprocedure en zal nooit in de weg staan van defeitelijke verwijdering.Vraag 91Het lid van de Volt-fractie vraagt wat de strafbaarstelling van illegaliteitbetekent voor het werk dat ngo’s zoals Dokters van de Wereld of het Legerdes Heils doen.De bedoeling van de onderhavige novelle en de wijze waarop in dezenovelle is bepaald dat alleen plegers strafbaar zijn op grond van hetvoorgestelde artikel 108a Vw 2000, is om mede aan de genoemdeorganisaties duidelijk te maken dat zij van de strafbaarstelling voor hunwerk niets te vrezen hebben.Vraag 92Het lid van de Volt-fractie vraagt of de regering bereid is in gesprek tegaan met burgemeesters om te bezien op welke wijze ervoor gezorgd kanworden dat burgemeesters op uniforme wijze uitvoering geven aan dewet. Hoe wil de regering zich gaan verhouden tot burgemeesters dieaangeven geen prioriteit te willen geven aan uitvoering van de wet?De regering merkt allereerst op dat politie en OM belast zijn met deeventuele opsporing van strafbare feiten. Het ligt dan ook niet voor dehand daarover met de burgemeesters in gesprek te gaan.Voor zover de zorg is dat de opsporing van dit feit een verdrukkingseffectkan hebben op andere politietaken, wil de regering benadrukken dat nietis voorzien in extra inzet van politie voor de opsporing. Dat is ook nietnodig. De politie zal, zoals nu het geval is, in contact komen met illegaalverblijvende vreemdelingen tijdens het uitvoeren van andere politietaken,bijvoorbeeld bij de aanhouding voor een ander strafbaar feit, of doorpolitieoptreden in het kader van het bestaande vreemdelingentoezicht.Wel kan in een aantal gevallen meer capaciteit nodig zijn voor eventuelestrafrechtelijke vervolgingstappen na het bestuursrechtelijke proces dat deAVIM uitvoert. Hierover zullen afspraken worden gemaakt bij de imple-mentatie van de wet.Vraag 93Het lid van de Volt-fractie vraagt of een kerk kan weigeren informatie tedelen met instanties zonder het risico op strafvervolging te lopen.Zoals meermaals aangegeven is er in het wetsvoorstel voor gekozen bijillegaal verblijf alle deelnemingsvormen voor hulp, uitgezonderd hetplegen zelf, uit te sluiten. Eventuele gegevens die beschikbaar zijn bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 633 hulpverleners kunnen niet worden gebruikt voor opsporing, conform hetbeginsel van gegevensbescherming dat persoonsgegevens slechts voorhet doel waarvoor zij zijn verzameld mogen worden verwerkt.Vraag 94Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt voorkomen dat gezinnen metminderjarige kinderen op locaties van het Centraal Orgaan opvangAsielzoekers (COA) indirect worden geraakt door strafrechtelijke maatre-gelen gericht op de ouders. Wat gebeurt er met minderjarige kinderen alsouders strafrechtelijk in beeld komen vanwege illegaal verblijf? Is hetdenkbaar dat kinderen opgevangen moeten worden in pleeggezinnenomdat de ouders gedetineerd raken vanwege illegaal verblijf?Dat ouders van kinderen strafrechtelijk worden vervolgd is een effect datniet alleen bij dit misdrijf speelt, maar ook bij andere feiten aan de ordekan zijn. De regering acht het van belang op te merken dat het OM en –daarna – de strafrechter uiteraard een afweging maken ten aanzien van deopportuniteit en proportionaliteit. De familieomstandigheden zullen, zoverwacht de regering, een aanzienlijke rol spelen in deze afweging.Vraag 95Het lid van de Volt-fractie vraagt of er EU-lidstaten zijn waar kerken ofreligieuze instellingen in conflict zijn gekomen met het strafrecht.De regering heeft geen specifieke kennis van gevallen in EU-lidstatenwaar kerken of religieuze instellingen in conflict zijn gekomen met hetstrafrecht vanwege hulpverlening aan migranten.4.2 Nut en noodzaak Vraag 96 tot en met 98De leden van de D66-fractie zijn zich ervan bewust dat er reeds eenstrafbaarstelling rust op verblijf in weerwil van een ongewenstverklaringof zwaar inreisverbod en de mogelijkheid tot vervolging ter zake vanovertreding van een licht inreisverbod. Zij vragen de regering tot hoeveelvervolgingen dit per jaar leidt. Daarnaast vragen zij in hoeveel gevallen ditook heeft geleid tot effectieve terugkeer met bekende bestemming en hoevaak dit heeft geleid tot terugkeer met onbekende bestemming. Kan deregering daarnaast toelichten hoe zij voornemens is te voorkomen datmensen vertrekken met onbekende bestemming, aangezien dit vaak nietbetekent dat iemand daadwerkelijk Nederland heeft verlaten maar zich inplaats daarvan heeft onttrokken aan toezicht, zo vragen de aan het woordzijnde leden. Hierbij verwijzen zij ook naar de zorgen van meerdereorganisaties, zoals bijvoorbeeld de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG), die vrezen voor een schaduwsamenleving.De inzet van de Nederlandse regering is dat illegaal verblijvendevreemdeling dienen terug te keren. De verantwoordelijkheid hiervoor ligtin de eerste plaats bij de vreemdeling zelf. Indien een vreemdelingvertrekt uit Nederland is de Nederlandse regering daar idealiter van op dehoogte. Echter, ook indien de vreemdeling zonder bericht vertrekt, is dateen beëindiging van het niet-rechtmatige verblijf en daarmee eenrealisatie van het doel. Inderdaad komt het ook voor dat vreemdelingenonderduiken en buiten het zicht van de overheid trachten te blijven. Indiendit naderhand aan het licht komt is dit natuurlijk een indicatie diemeegewogen kan worden bij het opleggen van toezichtsmaatregelenzoals vreemdelingenbewaring. Dit is ook nu al onderdeel van het staandebeleid en de inzet hierop zal onverminderd voortgaan.Vraag 99 tot en met 101(D66) Onrechtmatig verblijvende vreemdelingen kunnen volgens hetwetsvoorstel worden bestraft met een geldboete van de derde categorie.Het is echter inherent aan de status van onrechtmatig verblijf dat dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 634 vreemdelingen geen betaald werk kunnen verrichten waarmee het nietaannemelijk is dat de vreemdeling de middelen heeft voor een dergelijkeboete. Waarom acht de regering dit een nuttige sanctie, zo vragen de aanhet woord zijnde leden. Kan de regering toelichten wat de gevolgen zijnvan het niet betalen van deze boete en daarmee aangeven hoeveeladministratief werk dit oplevert en welke kosten hieraan zij verbonden?Wordt de boete kwijtgescholden op het moment dat iemand vertrekt ofmag iemand pas vertrekken nadat de boete is betaald? Daarnaast zijn deleden van de D66-fractie op de hoogte van de grote tekorten bij de DientJustitiële Inrichtingen (DJI), die daarom zelf aangeeft dit voorstel in iedergeval de komende jaren niet uit te kunnen voeren. De aan het woordzijnde leden vragen de regering welk effect zij denken dat de strafbaar-stelling heeft, als zowel de geldboete als de gevangenisstraf in praktijkniet tot uitvoering zullen komen.Het vervolgingsbeleid zal door het OM worden bepaald, en zodra ditbeleid is vastgesteld en openbaar is, zal de regering dit met uw Kamerdelen. De regering signaleert wel dat een boete inderdaad maar zeerbeperkt effect zal hebben, precies om de reden die de leden aangeven. Demeeste niet-rechtmatige vreemdelingen hebben geen inkomen en geenvaste woon- of verblijfplaats. Dit maakt het innen van een boete, en hetafschrikwekkende effect dat daarvan uitgaat, zeer beperkt.Vraag 102Voorts meent de regering dat de strafbaarstelling van onrechtmatigverblijf kan bijdragen aan effectiever terugkeerbeleid. De leden van deD66-fractie vragen de regering waarop zij dit baseert, mede in het lichtvan de reactie van de DTenV die aangeeft niet bekend te zijn metonderzoeken waaruit blijkt dat deze strafbaarstelling een effectievemaatregel is.De regering benadrukt dat de strafbaarstelling van illegaliteit moetworden gezien als een aanvullend middel in een breed pakket aanmaatregelen om de asielinstroom te beperken. De strafbaarstelling moetniet gezien worden als een op zichzelf staande terugkeermaatregel, maarmoet worden gezien in samenhang met de inspanningen van de DTenVom de vrijwillige en zo nodig gedwongen terugkeer te realiseren. Dit is inveel gevallen ook succesvol en de inzet blijft hierop onverminderd gericht.Dat neemt niet weg dat er ook gevallen zijn waarin de terugkeer toch nietkan worden gerealiseerd en dit aantoonbaar komt door een verwijtbaargebrek aan medewerking van de vreemdeling. In die gevallen biedtartikel 108a Vw 2000 een extra handelingsperspectief.Vraag 103(D66) De onderzoeken die wel bij de DTenV bekend zijn, laten eerder hetomgekeerde zien. Kan de regering de onderzoeken waarnaar de DTenVverwijst met de Kamer delen, zo vragen zij.De u bekende reactie van DTenV bevat een verwijzing naar de betreffendestukken. In voetnoot 2 verwijst de DTenV naar openbare bronnen. Deregering heeft kennisgenomen van deze stukken, maar zij doen niet af aande eerder gemaakte beoordeling door de regering. De regering benadruktopnieuw dat de strafbaarstelling van illegaliteit moet worden gezien alseen aanvullend middel in een breed pakket aan maatregelen om deasielinstroom te beperken.Vraag 104(D66) Deze leden vragen de regering daarnaast of zij bereid is zelf ookonderzoek te (laten) doen, gezien het doel moet zijn om méér terugkeer terealiseren in plaats van mínder terugkeer. Zij vragen daarbij ook in te gaanop de argumenten die in 2005 door de toenmalige Minister van Justitiezijn aangevoerd om af te zien van het strafbaar stellen van onrechtmatigverblijf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 635 De strafbaarstelling kan bijdragen aan meer grip krijgen op migratie eneen effectiever terugkeerbeleid. Naar aanleiding van de bedoelde brief uit2005 kan worden gesteld dat de internationale context is veranderd: er iseen grotere migratiedruk, complexere ketenproblematiek en druk opopvang en handhaving. De inzet van bestuursrechtelijke instrumenten,blijkt volgens de regering voor sommige groepen onvoldoende effectief.Maar de lessen uit 2005 blijven dat de strafbaarstelling van illegaal verblijfgeen gevolgen mag hebben voor de toegang van illegaal verblijvendevreemdelingen tot elementaire voorzieningen zoals zorg, onderwijs (voorminderjarige vreemdelingen) en bescherming door de politie.Artikel IIB van het wetsvoorstel bepaalt dat er een evaluatie wordtuitgevoerd drie jaar na inwerkingtreding van het wetsvoorstel.Vraag 105In dit licht verwijzen de leden van de D66-fractie naar een vergelijkendonderzoek van Instituut Clingendael uit de zomer van 2025, waarin zijervaringen uit België, Duitsland, Zweden en Italië hebben geanalyseerd.Uit deze analyse blijkt dat de maatregel daadkrachtig klinkt, maar vaak«juridisch broos, praktisch onwerkbaar en maatschappelijk ontwrichtend»blijkt. Uit de vergelijking blijkt bijvoorbeeld dat in België ruim twee keerzoveel ongedocumenteerde vreemdelingen verblijven als in Nederland,terwijl onrechtmatig verblijf al sinds 1980 strafbaar is en dat de afschrik-kende kracht verwaarloosbaar is. Kan de regering ingaan op de resultatenvan dit onderzoek, zo vragen zij.Voor zover bekend bestaat er in verschillende andere EU-lidstaten, zoalsDuitsland, België en Italië, ook strafbaarstelling van illegaal verblijf. Dehandhaving richt zich in veel gevallen op vreemdelingen met eenstrafblad of overlastgevend gedrag, waarbij in Italië rechters soms destrafmaat matigen vanwege proportionaliteitsoverwegingen. De effecti-viteit van het beleid in de verschillende landen is niet goed te vergelijken.Van belang is dat het effect van een maatregel als het strafbaar stellen vanillegaal verblijf, niet los gezien kan worden van andere inzet om terugkeerte versterken, zoals gericht casemanagement van de terugkeerder,passende ondersteuning ten behoeve van duurzame terugkeer enafspraken met de landen van terugkeer, en waar dat niet lukt, maatregelenals vreemdelingenbewaring om de vreemdeling beschikbaar te houden.Bij deze trajecten is een mate van medewerking van de vreemdeling omzijn identiteit en nationaliteit vast te stellen van groot belang om deterugkeer te laten slagen. In dat kader is het voorgestelde artikel 108a Vw2000 van belang als strafrechtelijke maatregel die zich richt op hetverwijtbaar niet naleven van de vertrekplicht, waarbij strafrecht alsultimum remedium aanvullend wordt toegepast nadat het bestaandebestuursrechtelijke instrumentarium is uitgeput.Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een vreemdeling herhaaldelijk inbewaring is gesteld maar verschillende keren valse personalia heeftgebruikt en het onderzoek daardoor zodanig lang heeft geduurd dat derechter oordeelt dat er daardoor geen zicht op uitzetting meer is. Ookkunnen zich situaties voordoen waarin een land structureel niet meewerktaan gedwongen terugkeer, maar wel bereid is een rechtstreeks verzoekom een reisdocument van een eigen onderdaan te behandelen.De regering benadrukt dat strafbaarstelling een onderdeel is van eenbreder terugkeerbeleid en dat het bestuursrechtelijke instrumentarium omterugkeer te realiseren leidend blijft, waarbij strafrecht slechts als ultimumremedium wordt ingezet. Van belang is dat de terugkeer het doel is enblijft.Vraag 106 en 107De leden van de D66-fractie lezen dat de DTenV in haar advies heeftaangegeven dat het wenselijk is dat in de memorie van toelichtinguitsluitsel wordt geboden over de mogelijkheid dat medewerkers van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 636 DTenV aangifte moeten doen tegen vreemdelingen die door eigentoedoen niet terugkeren. Deze leden merken op dat de regering hier welaandacht aan heeft besteed in de memorie van toelichting, maar het nogsteeds bij de DTenV zelf neerlegt. De aan het woord zijnde leden betreurendit en vragen de regering in samenspraak met de DTenV tot een duide-lijker kader te komen en dit met de Kamer te delen. Daarnaast vragen zijde regering nog in te gaan op de zorgen die door de DTenV worden geuitover de mogelijke gevolgen hiervan voor DTenV-medewerkers in de vormvan bijvoorbeeld agressief of intimiderend gedrag.De regering begrijpt de zorg van de DTenV over de mogelijkheid dat diensmedewerkers aangifte moeten doen tegen vreemdelingen die door eigentoedoen niet terugkeren. De kerntaak van de DTenV is de terugkeer vanvreemdelingen naar het land van herkomst. De regering acht het vanbelang dat aan dit proces geen afbreuk wordt gedaan. De regering neemtde zorgen van de DTenV over mogelijke gevolgen voor medewerkers,zoals agressief of intimiderend gedrag, serieus en acht de intimidatie vanambtenaren onacceptabel. Daarom gaat de Minister in gesprek met deDTenV hierover. Zodra dat mogelijk is zal de regering de Kamer op ditpunt informeren.Vraag 108Deelt de regering de mening dat illegalen Nederland direct moetenverlaten, zo vragen de leden van de PVV-fractie. Vindt de regering hetwenselijk dat personen of organisaties illegalen helpen om uit het zichtvan de overheid te blijven? Zo nee, waarom kiest de regering er dan voorom dit in geen enkel geval strafbaar te stellen? Erkent de regering dat hetbewust onttrekken van een persoon die illegaal in Nederland verblijft aanhet toezicht van de overheid geen vorm van «medemenselijkheid» of«barmhartigheid» is, maar pure sabotage van het wettelijke terugkeer-beleid, illegaliteit faciliteert en een ernstige ondermijning van derechtsstaat is? Zo nee, hoe kwalificeert de regering dit wangedrag danwél?De regering deelt de opvatting dat illegaal verblijvende vreemdelingenNederland moeten verlaten, en beschouwt het bevorderen van terugkeerals essentieel voor het handhaven van de Vreemdelingenwet 2000.Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegaal verblijvende vreemde-lingen in alle gevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zo vormgegeven dat over de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. Deregering wil procedures en discussies over grensgevallen voorkomen.Daarmee wordt vermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per gevalzou moeten worden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheidof andere motieven. Voor de goede orde merkt de regering op dat dit nietziet op het legaliseren van gedrag dat onder andere delicten valt. Zo ishulp met een winstoogmerk aan illegaal verblijvende vreemdelingenzelfstandig als mensensmokkel strafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Vanmensenhandel kan sprake zijn als iemand het oogmerk heeft om devreemdeling uit te buiten (artikel 273f Sr).Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemen aan hetmisdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaar is.Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan de pleger, instrafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108a omschrevenstrafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf. Voor het overigewordt verwezen naar het antwoord op vraag 25.Het onverkort uitsluiten van de genoemde deelnemingsvormen,waaronder medeplegen en medeplichtigheid, betekent overigens niet datin het geheel niet kan worden opgetreden tegen laakbaar handelen doorderden. Het niet opvolgen van een vordering van een ambtenaar is eenmisdrijf (art. 184 Sr) en strafbaar met ten hoogste drie maanden gevange-nisstraf of een geldboete van de tweede categorie. Ook kan wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 637 opgetreden op grond van bestaande (straf)bepalingen. Zie hieroveruitgebreider het antwoord op vraag 47.Vraag 111Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ingaan opde wenselijkheid van de gewijzigde strafmaat van ten hoogste één jaar inplaats van zes maanden ten gevolge van het amendement van de ledenVan Zanten en Rajkowski (Kamerstuk 36 704, nr. 47), in combinatie met destrafbaarstelling?Het strafmaximum zoals voorgesteld in het amendement en door deKamer aangenomen, is naar het oordeel van de regering redelijk inverhouding tot andere delicten in het strafrecht. Met name in het licht vande in titel VIII misdrijven tegen het openbaar gezag. Volledigheidshalvebenadrukt de regering nogmaals dat uit de wettelijke systematiek en uitjurisprudentie van het HvJEU volgt dat illegaliteit alleen kan wordenbestraft met een vrijheidsontnemende straf nadat de terugkeerprocedureis doorlopen, en vertrek niet is gelukt door de aantoonbare schuld van devreemdeling. Tegen deze achtergrond geeft de regering aan dat eenstrafrechtelijke sanctie gedragsbeïnvloeding kan bewerkstelligen en eenafschrikwekkend effect kan hebben. Tegelijkertijd plaatst zij de strafbaar-stelling nadrukkelijk binnen het bredere terugkeerbeleid: het bestuursrech-telijke instrumentarium blijft leidend en het strafrecht wordt slechts alsultimum remedium ingezet. De vreemdeling krijgt daarmee ruim de kansook na het plegen van het feit door een gedragsverandering strafver-volging te vermijden. Tegen deze achtergrond acht de regering destrafmaat zonder meer redelijk.Vraag 112Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nadertoelichten wat in de memorie van toelichting bedoeld wordt met«handhaving zal, net als nu, primair plaatsvinden met toepassing van debestaande bestuursrechtelijke instrumenten, waaronder de ongewenstver-klaring»? Betekent dit de facto dat de strafbaarstelling niet wordt ingezet,of dat er een hiërarchie is in de handhavingsinstrumenten, waarbij destrafbaarstelling onderaan staat?De inzet op terugkeer, vrijwillig en indien dat niet slaagt gedwongen, blijftonverminderd gehandhaafd. Met de invoering van deze strafbepalingontstaat een handelingsperspectief om, ook indien de vreemdeling er inslaagt gedwongen verwijdering te frustreren, niet louter in zijn aanwe-zigheid te berusten, maar als ultimum remedium het strafrecht in tezetten. Met de voorgestelde strafbaarstelling van illegaal verblijf wordtdus beoogd het aantal personen terug te dringen dat zonder rechtmatigverblijf in Nederland is. De inzet is om het onaantrekkelijk te maken omniet-rechtmatig in Nederland te verblijven, en duidelijk te maken dat nietmeewerken aan terugkeer er niet toe leidt dat de overheid geen hande-lingsperspectief meer heeft.Vraag 113(GL-PvdA) Verderop in de memorie van toelichting stelt de regeringvervolgens dat de strafbaarstelling als een ultimum remedium wordttoegepast, nadat het bestaande bestuursrechtelijke instrumentarium isuitgeput. Welke uitvoeringsorganisaties hebben aangegeven dat dehuidige instrumenten onvoldoende zijn en dat er een ultimum remediumnoodzakelijk is? In hoeveel procent van de gevallen is de afgelopen jaargebleken dat de huidige bestuursrechtelijke instrumenten onvoldoendezijn? Kan de regering aantonen, met onderzoeken, dat de terugkeer vanmensen die onrechtmatig in Nederland verblijven, belemmerd wordt doorhet ontbreken van een strafrechtelijk instrument? Kan de regeringtoelichten waarom een licht inreisverbod, wat standaard wordt opgelegdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 638 aan mensen die niet binnen de gestelde termijn vetrekken, onvoldoende isin de terugkeeraanpak?De bestaande bestuursrechtelijke instrumenten zijn in sommige gevallenonvoldoende om effectief te zorgen voor de terugkeer van deze vreemde-lingen. Dit geldt met name voor gevallen waarin vreemdelingen hunvertrek actief frustreren, ondanks dat zij de mogelijkheid hebben om terugte keren. In dergelijke gevallen, wanneer alle andere bestuursrechtelijkemiddelen zijn uitgeput, kan de strafbaarstelling van illegaal verblijfbijdragen aan meer grip krijgen op migratie en een effectiever terugkeer-beleid.Er is echter geen concreet percentage of onderzoek van gevallen waarinde huidige bestuursrechtelijke instrumenten onvoldoende blijken. Deuitvoeringstoetsen en de praktijk laten zien dat de bestaande instru-menten vaak wel effectief zijn, maar in sommige situaties onvoldoendeblijken, vooral wanneer vreemdelingen bewust hun vertrek belemmeren.Wat betreft het licht inreisverbod, erkent de regering dat dit instrumenteen maatregel is die veelvuldig wordt toegepast bij vreemdelingen dieniet binnen de gestelde termijn vertrekken. Het lichte inreisverbod isechter soms niet voldoende om vreemdelingen daadwerkelijk temotiveren om het land te verlaten. Weliswaar volgt uit de wettekst dat ookmet hechtenis kan worden bestraft. De praktijk is echter dat bij overtre-dingen geen vrijheidsstraf wordt opgelegd. De sanctie van een geldboetewerkt daarbij maar zeer beperkt afschrikwekkend, ook omdat dedoelgroep vaak geen vast adres of middelen heeft, en een boete niet teverhalen blijkt.Vraag 114 en 115(GL-PvdA) Kan de regering tevens reageren op de constatering van deCommissie Meijers dat doorgaans de reeds bestaande instrumenten,zoals de vreemdelingenbewaring, de ongewenstverklaring en hetinreisverbod volstaan? Deelt de regering deze constatering? Zo nee,waarom niet? Waarom is er niet voor gekozen om eerst te onderzoekenwat de meerwaarde is van een dergelijke strafbaarstelling?De regering deelt deze opvatting niet volledig. Hoewel de genoemdeinstrumenten in veel gevallen effectief zijn, ziet de regering dat er situatieszijn waarin deze instrumenten onvoldoende blijken om vreemdelingen diehun vertrek actief frustreren, daadwerkelijk uit Nederland te latenvertrekken. In deze gevallen is de regering van mening dat een strafrech-telijke maatregel kan bijdragen aan meer grip krijgen op migratie en eeneffectiever terugkeerbeleid. De strafbaarstelling van illegaal verblijf is inde Asielnoodmaatregelenwet opgenomen als gevolg van eenamendement en maakt onderdeel uit van het bredere pakket aanmaatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asiel-zoekers te verminderen. Artikel IIB van het wetsvoorstel bepaalt dat er eenevaluatie wordt uitgevoerd drie jaar na inwerkingtreding van hetwetsvoorstel.Vraag 116Klopt het dat onrechtmatig verblijf nu al strafbaar is, aangezien mensendie worden aangetroffen zonder verblijfsstatus in Nederland inovertreding zijn van de Vreemdelingenwet 2000 en beboet kunnen wordenmet een geldboete, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.Zo ja, kan de regering aangeven hoe vaak deze maatregel wordt ingezeten waarom deze maatregel niet voldoende is?De strafbaarstelling van illegaliteit kan bijdragen aan meer grip krijgen opmigratie en een effectiever terugkeerbeleid. Het bij amendement aan deAsielnoodmaatregelenwet toegevoegde artikel 108a Vw 2000 kan eenaanvullend instrument zijn in die gevallen waarin verwijdering niet slaagt,maar ongewenstverklaring (nog) niet aan de orde is. Daarbij is van belangdat de terugkeer van de vreemdeling het doel is en blijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 639 Vraag 117De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met verbazing dat de matewaarin een vreemdeling crimineel of overlastgevend gedrag vertoont,wordt betrokken bij het vervolgingsbeleid. Dat zijn juist precies degedragingen waar al bestuursrechtelijke instrumenten voor zijn, zoals deongewenstverklaring en het inreisverbod, zo constateren deze leden.Betekent dit dat de strafbaarstelling enkel dezelfde doelgroep strafbaarstelt?De regering ziet de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf alscomplementair instrument: bedoeld voor die gevallen waarin debestaande bestuursrechtelijke en terugkeermogelijkheden structureeltekortschieten – met name bij vreemdelingen die kunnen, maar niet willenvertrekken. De regering onderkent dat er een aanzienlijke overlap bestaatmet de ongewenstverklaring. Tegelijk stelt de ongewenstverklaringaanvullende eisen welke zijn neergelegd in artikel 67 Vw 2000, bijvoor-beeld de eis dat een strafbaar feit is geplaagd bedreigt met een gevange-nisstraf van ten minste 2 jaar. Er zijn daardoor gevallen denkbaar waarinde strafbaarstelling in artikel 108a Vw 2000 wel, maar de ongewenstver-klaring niet van toepassing is. Bovendien is voor de ongewenstverklaringeen besluit van de IND nodig, waartegen ook bestuursrechtelijkerechtsmiddelen open staan. Dat maakt dat naast een materieel verschil, erook in de tijd situaties zullen zijn waarin artikel 108a Vw 2000 weltoepasselijk is, maar vervolging op basis van artikel 197 Sr niet.Vraag 118(GL-PvdA) Voornoemde leden delen hierbij de opmerking van deCommissie Meijers dat deze beperkte doelstelling niet blijkt uit dewetstekst zelf. Waarom heeft de regering er niet voor gekozen om dit ookop te nemen in de wetstekst? Erkent de regering hiermee dat toekomstigekabinetten op basis van de huidige wetstekst de politie en het OMopdracht kunnen geven om alle onrechtmatig verblijvende mensen aan tehouden en strafrechtelijk te vervolgen? Zo ja, is dat wenselijk volgens deregering?Ook voor bewindspersonen in toekomstige kabinetten geldt dat zijgebonden zijn aan het geldende recht, dat zij voor al hun handelenverantwoording verschuldigd zijn aan het parlement en dat sprake is vanrechterlijke controle. Voor het overige verwijzen wij deze leden kortheids-halve naar de beantwoording van vraag 87.Gelet op het feit dat voor strafbaarheid op grond van de beoogdestrafbepaling steeds is vereist dat de vreemdeling die in Nederlandverblijft «weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat dat verblijf nietrechtmatig is», meent het kabinet dat het voorgestelde artikel 108aVw 2000, zoals gewijzigd door de novelle, een duidelijke en beperktewettelijke grondslag biedt voor de strafbaarstelling van illegaal verblijf.Het OM heeft al aangekondigd vervolgingsbeleid te zullen gaan ontwik-kelen. Daarin zal naar verwachting de mate waarin een vreemdelingcrimineel of overlastgevend gedrag vertoont als relevant belang wordenbetrokken. Het voorziene beleid zal zich daarnaast rekenschap geven vande inkadering zoals die in de EU-jurisprudentie over de Terugkeerrichtlijnnader vorm heeft gekregen. Het kabinet ziet geen aanleiding tot verdereinperking van de reikwijdte van artikel 108a Vw 2000.Vraag 119De leden van de CDA-fractie vragen de regering, nu er een nieuwestrafbepaling dient te worden beoordeeld, om deze drie strafbepalingenjuridisch en qua praktische toepasbaarheid uiteen te zetten zodat dezeleden ze in onderlinge samenhang kunnen beoordelen. Is er naar hetoordeel van de regering een schaal waarop de drie strafbepalingengeplaatst dienen te worden in termen van licht naar zwaar en zo ja, wat isdaarin het oordeel van de regering?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 640 Met de in de Asielnoodmaatregelenwet voorgestelde wijzigingen(introductie artikel 108a Vw 2000, wijziging artikel 197 Sr) zullen erdrie verschillende strafbepalingen zijn die betrekking hebben op devreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. In afnemendezwaarte zijn dit:1.De vreemdeling die in Nederland verblijft, terwijl hij weet of ernstigereden heeft te vermoeden dat hij op grond van een wettelijk voor-schrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard of tegen hem eeninreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a,zevende lid, Vw 2000 wordt gestraft met gevangenisstraf van tenhoogste een jaar of geldboete van de derde categorie (artikel 197 Sr).Dit delict vormt de zwaarste categorie, omdat het vreemdelingenbetreft die door de Minister ongewenst zijn verklaard dan wel tegenwie door de Minister of de bevoegde autoriteit van een andereEU-lidstaat een («zwaar») inreisverbod is uitgevaardigd wegensherhaaldelijk illegaal verblijf, het plegen van een misdrijf of gevaarvoor de openbare orde en veiligheid.2.De vreemdeling die in Nederland verblijft, terwijl hij weet of ernstigereden heeft te vermoeden dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaar-digd anders dan met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw 2000wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden ofgeldboete van de tweede categorie (artikel 108, zesde lid, Vw 2000). Ditdelict vormt de middelste categorie, die betrekking heeft op vreemde-lingen die al eens eerder onrechtmatig verblijvend in Nederland zijnaangetroffen of die na beëindiging van hun rechtmatig verblijfNederland niet (tijdig) uit eigen beweging hebben verlaten, en tegenwie uit dien hoofde door de Minister een («licht») inreisverbod isuitgevaardigd. Ook vreemdelingen tegen wie door de bevoegdeautoriteit van een andere EU-lidstaat een inreisverbod is uitgevaar-digd, vallen hieronder.3.De meerderjarige vreemdeling die niet rechtmatig in Nederlandverblijft, wordt gestraft met een gevangenis van ten hoogste zesmaanden of een geldboete van de tweede categorie (artikel 108a,eerste lid, Vw 2000). Dit delict vormt de lichtste categorie, diebetrekking heeft op alle meerderjarige vreemdelingen die voor deeerste keer onrechtmatig verblijvend in Nederland worden aangetrof-fen, alsmede op meerderjarige vreemdelingen die al eerder onrecht-matig verblijvend in Nederland zijn aangetroffen zonder dat dit heeftgeleid tot een ongewenstverklaring of het opleggen van een inreisver-bod (of indien de geldigheidsduur van het inreisverbod is verstreken).Vraag 120De leden van de CDA-fractie vragen de regering om uitvoerig aan tegeven hoe de volgende formuleringen uit de memorie van toelichting zichtot elkaar verhouden en of de regering hiermee bedoelt dat ze in elkaarsverlengde liggen maar er altijd eerst vanuit de ongewenstverklaring zalworden opgetreden: «Als dit voorstel en de ANMW tot wet wordenverheven, zal de bestuursrechtelijke inzet op terugkeer en verwijderingonverminderd leidend blijven» en «De aanwezigheid in Nederland na deoplegging van de ongewenstverklaring kan worden beschouwd als eengekwalificeerde vorm van het delict onrechtmatig verblijf dat isneergelegd in artikel 108a Vw 2000».Zoals meermalen aangegeven, maar niet genoeg kan worden benadrukt,blijft de eerste inzet gericht op terugkeer. Pas als de vreemdeling zijn ofhaar vertrek frustreert, komt strafrechtelijk optreden in beeld. Wat betreftde strafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt dat het verblijf zondergeldige titel voldoende is om tot strafbaarstelling te komen. Voor deongewenstverklaring geldt dat naast de illegaliteit een aanvullendebeslissing tot ongewenstverklaring van de IND noodzakelijk is om aan dedelictsomschrijving te voldoen. Daarom is passend dit een gekwalifi-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 641 ceerde vorm te noemen van het delict illegaal verblijf. Daar waar eenongewenstverklaring aan de orde is, met de daaraan gekoppelde hogerestrafmaat, ligt in de rede dat de eventuele vervolging zich in eersteinstantie daarop richt. Deze vervolgingsbeslissing is echter aan het OM.Vraag 121De leden van de CDA-fractie vragen de regering of inmiddels verderoverleg heeft plaatsgevonden met de DTenV over de geuite zorgen tenaanzien van de toepassing van artikel 162 Sv. Daarnaast vragen dezeleden of de regering voornemens is om met toepassing van artikel 162lid 5 Sv nadere regels te stellen waarmee de regering de medewerkersvan DTenV tegemoet kan komen.Zie het antwoord op de vragen 106 en 107.Vraag 122De leden van de DENK-fractie constateren dat de regering stelt datstrafbaarstelling «een afschrikwekkende werking» heeft, maar nergensempirisch bewijs levert. Kan de regering voorbeelden noemen vanEU-lidstaten waar strafbaarstelling aantoonbaar heeft geleid tot meerterugkeer? Waarom volgt de regering niet het advies van de DTenV, diejuist aangeeft geen onderzoeken te kennen die deze bewering onder-steunen?Zie het antwoord op de vragen 75 en 76.Vraag 123 en 124De leden van de PvdD-fractie vragen of strafbaarstelling volgens deregering zal leiden tot méér gedwongen vertrek en, zo ja, op basis vanwelke onderbouwing. De leden van de PvdD-fractie vragen waarom deregering kiest voor strafbaarstelling in plaats van investering in vertrekge-sprekken of internationale terugkeerdeals.De inzet op terugkeer, vrijwillig en indien dat niet slaagt gedwongen, blijftonverminderd gehandhaafd. Met de invoering van deze strafbepaling,ontstaat een handelingsperspectief om ook indien de vreemdeling er inslaagt gedwongen verwijdering te frustreren, niet louter in zijn aanwe-zigheid te berusten, maar als ultimum remedium het strafrecht in tezetten. Daarbij blijft de regering onverminderd inzetten op afspraken metde landen van herkomst en op verdere vereenvoudiging van (Europese)terugkeerprocedures. Uiteindelijk zal het antwoord op de problematiekvan terugkeer en vertrek moeten komen van het samenhangende gebruikvan bestuursrechtelijke maatregelen gericht op terugkeerondersteuning,informatievoorziening, bestuurlijke dwang en – uiteindelijk – detoepassing van strafrechtelijke sancties zoals opgenomen in hetamendement.Vraag 125De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de regering schetstdat de bestuursrechtelijke inzet op terugkeer en verwijdering leidend zalzijn in de aanpak. Gaat de regering er dus vanuit dat deze, reedsbestaande, bestuursrechtelijke instrumenten, meer resultaat opleverendan het strafrechtelijke instrument? De strafrechtelijke toevoeging van hetamendement van het lid Vondeling lijkt de regering echter wel zoessentieel te vinden dat ervoor is gekozen om deze in de geamendeerdeANMW te houden. Kan de regering die weging toelichten? Van welkemaatregel in het geheel van bestuursrechtelijke en strafrechtelijkeinstrumenten verwacht de regering het meeste resultaat om de instroomte beperken en de terugkeer te bevorderen?De aan het woord zijnde leden signaleren terecht dat de focus gericht blijftop de bestuursrechtelijke instrumenten, het liefst vrijwillig, al dan niet metterugkeerondersteuning. Verwijdering zal ook steeds een bestuursrechte-lijke handeling zijn. Het strafrecht zal toepassing vinden bij vreemdelingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 642 die hun uitzetting weten te frustreren tot het punt waarop deze door hungedrag illusoir wordt. Hoewel niet uitgesloten is dat een vreemdeling noggedurende de strafrechtelijke detentie tot inkeer komt en zijn terugkeerdirect vanuit detentie kan worden geëffectueerd, is de hoop dat door destrafrechtelijke vervolging of de dreiging daarvan, de illegaal verblijvendevreemdeling beseft dat zijn toekomst niet in Nederland ligt en hijmedewerking gaat verlenen aan de terugkeer. De maatregelen zijndaarmee onderling verweven en versterken elkaar, maar niet te zeggen isin welke mate de terugkeer uiteindelijk door één instrument is gereali-seerd.Vraag 126Is de regering van plan om het College van procureurs-generaal te vragenbeleidsregels op te stellen om de DTenV richting te geven bij het doen vanaangifte?Het kabinet gaat hierover in gesprek met de DTenV. Zoals eerder aange-geven zal daarbij met DTenV worden gesproken over de vraag hoe in deuitvoeringspraktijk met de strafbaarstelling voor illegaal verblijf moetworden omgegaan. De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk,scholing en proportionaliteit serieus en zal ervoor zorgen dat de gekozenuitvoeringsoptie in lijn is met de beschikbare capaciteit en de effectiviteitvan de maatregelen.4.3 Gevolgen voor betrokkenen Vraag 127De leden van de D66-fractie lezen dat de regering na een belangenaf-weging van mening is dat de mogelijk negatieve gevolgen voor betrok-kenen opwegen tegen het doel van het amendement van het lidVondeling, zijnde een effectiever terugkeerbeleid. Echter, alle geconsul-teerde organisaties hebben aangegeven dat het op zijn minst hoogstonzeker is dat het voorstel daadwerkelijk zal leiden tot effectieverterugkeerbeleid en wordt eerder verwacht dat het zal leiden tot minderterugkeer. Deze leden vragen de regering dan ook nader toe te lichten hoedeze belangenafweging is gemaakt en op welke onderzoeken, signalen ofandere informatie dit is gebaseerd.De regering baseert haar stelling op een beleidsmatige inschatting datstrafbaarstelling als aanvullend instrument kan bijdragen aan meer gripkrijgen op migratie en een effectiever terugkeerbeleid. Daarnaast blijft deregering onverminderd inzetten op afspraken met de landen van herkomsten op verdere vereenvoudiging van (Europese) terugkeerprocedures.Uiteindelijk zal het antwoord op de problematiek van terugkeer en vertrekmoeten komen van het samenhangende gebruik van bestuursrechtelijkemaatregelen gericht op terugkeerondersteuning, informatievoorziening,bestuurlijke dwang en – uiteindelijk – de toepassing van strafrechtelijkesancties zoals opgenomen in het amendement.Vraag 128De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat door angst voorstrafvervolging mensen zonder de juiste papieren contact kunnen mijdenmet overheidsinstanties en hulporganisaties, waardoor hun basisvoorzie-ningen in het gedrang komen. Dat raakt ook slachtoffers van mensen-handel of uitbuiting, staatlozen en anderen die al in precair bestaan leven.Deze leden stellen daarbij dat enkel met klem benadrukken in de memorievan toelichting van een novelle dat de strafbaarstelling geen afbreuk doetaan de toegang van mensen zonder rechtmatig verblijf tot voorzieningzoals zorg, onderwijs en GGZ, zoals de regering dat nu doet, onvoldoendeis, gezien de grote maatschappelijke onrust die is ontstaan door hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 643 amendement. Zij vragen de regering hoe professionals of hun vertegen-woordigers in deze werkvelden dat zelf zien. Zijn zij expliciet geconsul-teerd?Verschillende maatschappelijke organisaties en relevante uitvoeringsin-stanties hebben in de consultatie van het wetsvoorstel en de novellegereageerd. Dit heeft geleid tot een breed scala aan reacties, waaronderzorgen over de gevolgen van de strafbaarstelling van illegaal verblijf voorkwetsbare groepen. Deze zijn meegewogen in het wetgevingsproces.Voor specifieke groepen kwetsbare personen, zoals slachtoffers vanmensenhandel en personen die onder medische behandeling staan, zijn erspecifieke toelatingskaders. Wanneer deze personen op basis van zo’ntoelatingskader in aanmerking komen voor toelating of anderszins(tijdelijk) rechtmatig verblijf hebben, is de strafbaarstelling vanzelf-sprekend niet aan de orde. Ook indien dat niet het geval is, kan – zo volgtdwingend uit Europese jurisprudentie – alleen aan vervolging wordentoegekomen als de vreemdeling door zijn of haar toedoen niet kanworden uitgezet. Als er een uitzettingsbeletsel is, volgt dus uit hetsysteem van de wet al dat vervolging niet aan de orde is.Wat betreft een angst om naar voren te komen om aangifte te doen of(medische) hulp te vragen, wil de regering graag wijzen op het feit dat ooknu al sprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000.De vreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er naarobjectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaalzijn. Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door handhavingsbevoegdheden.Dit blijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel tot wet wordtverheven.Vraag 129 en 130Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie aangevenop welke wijze mensen die geen rechtmatig verblijf hebben in Nederlandworden geïnformeerd over deze rechten? Hoe voorkomt de regering datstrafbaarstelling ertoe leidt dat mensen permanent onder de radarverdwijnen met alle gevolgen van dien, voor henzelf, en voor de samen-leving?De regering benadrukt expliciet dat de strafbaarstelling geen afbreuk magdoen aan de toegang van mensen zonder rechtmatig verblijf tot elemen-taire voorzieningen zoals zorg, onderwijs en bescherming door de politie.Dit geldt ook voor andere noodzakelijke diensten, zoals geestelijkegezondheidszorg (GGZ). Deze basisvoorzieningen zijn essentieel omervoor te zorgen dat mensen, ongeacht hun verblijfsstatus, niet volledigbuiten het systeem vallen.De regering acht het van groot belang dat vreemdelingen hun rechtspo-sitie goed begrijpen. In de kern is het voor vreemdelingen het meestrelevant dat zij begrijpen dat zij niet rechtmatig in Nederland zijn envertrekplichtig zijn. Indien zij niet meewerken aan vertrek kunnen zijworden vervolgd. Dit zal dan ook met hen worden gecommuniceerd. Invrijwel alle gevallen zal de vreemdeling ook een rechtsbijstandsverlenerhebben die eventuele vragen kan beantwoorden.Vraag 131(GL-PvdA) Hoe gaat de regering om met de vrees onder hulpverleners datzij, ondanks de novelle, alsnog strafrechtelijke risico’s lopen of in een«grijs gebied» belanden? Gaat de regering hen bijstaan met juridischekennis en advies? Zo nee, waarom niet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 644 Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. De bedoeling van dit wijzigingsvoorstel isonomstotelijk duidelijk te maken dat hulpverlening juist niet strafbaar is.Daartoe worden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1van het Wetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen.Vraag 132(GL-PvdA) Hoe wordt gegarandeerd dat beroepsgroepen zoals verloskun-digen, straatdokters en GGD-artsen niet worden geconfronteerd metonduidelijke juridische risico’s?De regering heeft geprobeerd die duidelijkheid te bieden dooronomwonden in de wet te verankeren dat alleen de pleger, dat wil zeggende vreemdeling zelf, strafbaar kan zijn. Om de door de leden vanGroenLinks-PvdA genoemde redenen is niet gekozen voor een strafuitslui-tingsgrond die op basis van onduidelijke en subjectieve criteria bijvoor-beeld zou stellen dat het helpen van illegaal verblijvende vreemdelingenop grond van argumenten van medemenselijkheid niet strafbaar is.Vraag 133 en 134Hoe wil de regering voorkomen dat kinderen in gezinnen zonder papierenslachtoffer worden van zorgmijding door strafrechtelijke druk op ouders,zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Welke stappenworden gezet om te voorkomen dat zwangere vrouwen zonder de juistepapieren vrezen voor strafrechtelijke handhaving en daardoor noodzake-lijke perinatale zorg mijden?De regering benadrukt expliciet dat de strafbaarstelling geen afbreuk magdoen aan de toegang van mensen zonder rechtmatig verblijf tot elemen-taire voorzieningen zoals zorg, onderwijs en bescherming door de politie.Deze novelle is bedoeld om dat duidelijk te maken.Wat betreft een grotere angst om naar voren te komen om aangifte tedoen of (medische) hulp te vragen wil de regering benadrukken dat ooknu al sprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000.De vreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er, naarobjectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaalzijn. Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel wet wordt.Vraag 135(GL-PvdA) Is de regering bereid om met GGZ-instellingen in gesprek tegaan hoe geborgd kan worden dat vreemdelingen met psychischeproblemen niet onterecht worden vervolgd?Opsporing – waar aan de orde – vindt plaats door politie en OM. Overlegmet GGZ-instellingen acht de regering niet direct noodzakelijk. Bij devervolging van dit misdrijf zal een afweging moeten gemaakt of devervolging opportuun en proportioneel is. Daarbij kan de geestge-steldheid van de verdachte een rol spelen, dit is niet wezenlijk anders danbij de vervolging van andere delicten. In extreme gevallen kan eenverminderde toerekeningvatbaatbaarheid bij specifiek dit delict ookbetekenen dat de vreemdeling niet kan worden verweten niet mee tewerken aan zijn terugkeer, omdat hij de (strafrechtelijke) consequentiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 645 van het niet meewerken niet kan overzien. In die gevallen zal nietsuccesvol kunnen worden vervolgd, omdat de vreemdeling een beroepkan doen op een strafuitsluitingsgrond. Of hiervan sprake is zal per gevalmoeten worden beoordeeld. Het OM gaat over het vervolgingsbeleid.Vraag 136 en 137De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat hulporgani-saties, waaronder artsenorganisatie Dokters van de Wereld, aangeven datze nu al zien dat patiënten angst hebben om medische hulp te vragen. Isde regering bereid om met organisaties zoals Dokters van de Wereld ingesprek te gaan om dat te proberen te voorkomen? Hoe wordenhuisartsen in staat gesteld veiligheid en vertrouwelijkheid te garanderenterwijl strafbaarstelling angst creëert bij patiënten, vragen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie. Is de regering bereid om met de LandelijkeVereniging van Huisartsen in gesprek te gaan om dit bespreken?De regering zal de strafbaarstelling en de uitvoering daarvan monitoren,onder meer met betrekking tot de effecten op de toegang tot zorg enandere noodzakelijke voorzieningen. Mocht blijken dat de wet in depraktijk leidt tot een vermijding van zorg of andere negatieve gevolgenvoor kwetsbare groepen, dan zal de regering de situatie opnieuwevalueren en zo nodig maatregelen nemen om de toegankelijkheid vanzorg te waarborgen.Vraag 138(GL-PvdA) Is de regering bereid te borgen dat niet rechtmatig verblijvendekwetsbare personen (slachtoffers mensenhandel, medische gevallen)uitgezonderd worden van vervolging? Zo nee, waarom niet?Voor specifieke groepen kwetsbare personen, zoals slachtoffers vanmensenhandel en personen die onder medische behandeling staan, zijn erspecifieke toelatingskaders. Wanneer deze personen op basis van zo’ntoelatingskader in aanmerking komen voor toelating of anderszins(tijdelijk) rechtmatig verblijf hebben, is de strafbaarstelling vanzelf-sprekend niet aan de orde. Ook indien dat niet het geval is, kan – zo volgtdwingend uit Europese jurisprudentie – alleen aan vervolging wordentoegekomen als de vreemdeling door zijn of haar toedoen niet kanworden uitgezet. Als er een uitzettingsbeletsel is, volgt dus uit hetsysteem van de wet al dat vervolging niet aan de orde is.Wat betreft een grotere angst om naar voren te komen om aangifte tedoen of (medische) hulp te vragen merkt de regering op dat ook nu alsprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000. Devreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er naar objectievemaatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaal zijn.Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel wet wordt.Vraag 139Hoe wordt beoordeeld of een vreemdeling met complexe medischeproblematiek een «reëel vertrekperspectief» heeft, en wie draagt deverantwoordelijkheid voor die beoordeling, zo vragen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie. Kunnen mensen tegen deze beoordeling inberoep?Voor specifieke groepen kwetsbare personen, zoals slachtoffers mensen-handel en personen die onder medische behandeling staan, zijn erspecifieke toelatingskaders. Wanneer deze personen op basis van zo’nTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 646 toelatingskader in aanmerking komen voor toelating of anderszins(tijdelijk) rechtmatig verblijf hebben, is de strafbaarstelling vanzelf-sprekend niet aan de orde. Voor specifiek medische zaken kan BureauMedisch Advies (BMA) van de IND ondersteuning bieden om te beoor-delen of medische beletselen in de weg staan aan terugkeer. Ook indiendat niet het geval is, kan – zo volgt uit Europese jurisprudentie – alleenaan vervolging worden toegekomen als de vreemdeling door zijn of haartoedoen niet kan worden uitgezet. Als er een uitzettingsbeletsel is, volgtuit het systeem van de wet al dat vervolging niet aan de orde is.Vraag 140De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het klopt dat deAfdeling concludeert dat de in de novelle voorgestelde uitsluitingsgrondwaarmee medeplichtigheid volledig uitgesloten zou worden, binnen hethuidige strafrecht niet mogelijk is. Blijft daarmee het risico bestaan datsociaal werkers die mensen zonder rechtmatig verblijf ondersteunen,strafrechtelijk vervolgd kunnen worden? Erkent de regering dat dus dekans op handelingsverlegenheid van professionals en vrijwilligers stijgt?Het advies van de Afdeling bevat niet de conclusie dat het uitsluiten vande overige deelnemingsvormen bij het misdrijf van illegaal verblijf,strafrechtelijk niet mogelijk is. De Afdeling constateert enkel dat hethuidige strafrecht geen strafbaarstelling kent waarbij de overige deelne-mingsvormen worden uitgesloten, zoals met de novelle wordt voorge-steld, en adviseert met het oog daarop nader toe te lichten waarom diekeuze toch is gemaakt. Naar aanleiding daarvan is de keuze met eennadere toelichting gehandhaafd. De inhoud en strekking van de novelle isdus niet veranderd; dit wetsvoorstel verzekert nog steeds dat hetdeelnemen aan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, nietstrafbaar is.Vraag 141 tot en met 143De leden van de CDA-fractie vragen de regering waarom zij het noodza-kelijk acht om met klem te benadrukken dat het amendement van het lidVondeling geen afbreuk doet aan de toegang van vreemdelingen zonderrechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningen zoals zorg, onderwijs enbescherming door de politie. Is de regering van mening dat zij hierovernog meer duidelijkheid dient te verschaffen naar alle maatschappelijke enpublieke organisaties die met vreemdelingen zonder rechtmatig verblijfwerken en op welke wijze gaat de regering hier invulling aan geven?Hoewel de regering benadrukt dat toegang tot basale voorzieningen«gewaarborgd blijft», lezen de leden van de DENK-fractie in de consulta-tiereacties dat organisaties juist vrezen dat vreemdelingen uit angst geenhulp meer durven te vragen. Hoe gaat de regering actief voorkomen dateen schaduwsamenleving ontstaat: een situatie waarin mensen zichnoodgedwongen onttrekken aan zorg, toezicht en bescherming, waardoorzij kwetsbaarder worden voor uitbuiting, gezondheidsrisico’s endakloosheid en feitelijk buiten het bereik van de rechtsstaat komen testaan? Voornoemde leden vragen de regering hoe zij concreet gaatvoorkomen dat deze schaduwsamenleving ontstaat en hoe zij garandeertdat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf wél veilig toegang houdentot zorg, hulpverlening en bescherming. De leden van de PvdD-fractievragen hoe wordt voorkomen dat mensen door angst voor strafrechtelijkegevolgen zorg, TB-behandeling, GGD-contact of onderwijs vermijden.De regering heeft inderdaad meermalen expliciet benadrukt – en doet dathier andermaal – dat de strafbaarstelling geen afbreuk mag doen aan detoegang van mensen zonder rechtmatig verblijf tot elementaire voorzie-ningen zoals zorg, onderwijs en bescherming door de politie. Dit geldt ookvoor andere noodzakelijke diensten, zoals geestelijke gezondheidszorgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 647 (GGZ). Deze basisvoorzieningen zijn essentieel om ervoor te zorgen datmensen, ongeacht hun verblijfsstatus, niet volledig buiten het systeemvallen.De regering acht het van groot belang dat vreemdelingen hun rechtspo-sitie goed begrijpen. In de kern is voor vreemdelingen het meest relevantdat zij begrijpen dat zij niet rechtmatig in Nederland zijn en vertrekplichtigzijn. Indien zij niet meewerken aan vertrek kunnen zij worden vervolgd. Ditzal dan ook met hen worden gecommuniceerd. In vrijwel alle gevallen zalde vreemdeling ook een rechtsbijstandsverlener hebben die eventuelevragen kan beantwoorden.Mocht blijken dat de wet in de praktijk leidt tot een vermijding van zorg ofandere negatieve gevolgen voor kwetsbare groepen, dan zal de regeringde situatie opnieuw evalueren en zo nodig maatregelen nemen om detoegankelijkheid van zorg te waarborgen door aanvullende informatie-campagnes. Daartoe zal de regering de wettelijke strafbaarstelling vanillegaal verblijf monitoren.Wat betreft de zorg bij deze leden dat een grotere angst zal ontstaan omnaar voren te komen om aangifte te doen of (medische) hulp te vragen enhet (verder) ontstaan van een schaduwsamenleving, wil regeringaangeven dat ook nu al sprake is van handhaving op basis van deVreemdelingenwet 2000. De vreemdelingenpolitie kan mensen staandehouden als er naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijkvermoeden is dat zij illegaal zijn. Daarbij kan ook worden binnengetredenin woonhuizen. In sommige gevallen is deze bestuurlijke bevoegdheidzelfs ruimer dan de mogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorgdat dit kan leiden tot het niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets datmet dit wetsvoorstel voor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijndaar werkwijzen voor gevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgendat verzoeken om hulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichts-bevoegdheden. Dit blijft ongewijzigd en zal ook gelden als hetwetsvoorstel wet wordt.Vraag 144De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt gegarandeerd datmedische zorg altijd prevaleert boven strafdetentie wanneer artsenaangeven dat zorg in detentie niet verantwoord is.Deze leden vragen of detentie kan voortduren als de medische zorg indetentie in het concrete geval ontoereikend is. De regering bevestigt dat –hoewel de medische zorg in detentiecentra in beginsel vergelijkbaar ismet de zorg die beschikbaar is in de vrije samenleving – daar waar demedische zorg niet op verantwoorde wijze kan worden geboden indetentie, de detentie niet kan voorduren en moet worden onderbroken. Indat opzicht wijkt dit kader niet af van het kader dat ook in andere situatiesgeldt waarin sprake is van medisch noodzakelijke zorg in bewaring.Vraag 145 en 146De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat gezinnenhun kinderen van school houden uit angst voor signalering. De leden vande PvdD-fractie vragen hoe de regering het risico beoordeelt dat uitbuitingen mensenhandel toenemen wanneer mensen zonder verblijfsrecht onderde radar verdwijnen. Hoe wordt geborgd dat zwangere vrouwen,slachtoffers van mensenhandel en mensen met ernstige psychischeproblemen niet in strafdetentie terechtkomen zonder passende zorg?In algemene zin stelt de regering zich op het standpunt dat de detentie inNederland voldoende rekening houdt met gezondheidsproblemen. Deregering merkt op dat, specifiek voor de groep vreemdelingen, in veelgevallen (zo niet de meeste) voorafgaand aan strafrechtelijke vervolgingop basis van artikel 108a Vw 2000, al een periode van vreemdelingenbe-waring heeft plaatsgevonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 648 Bovendien zal in de screening van de vreemdeling, dan wel in deasielprocedure, een eerste medische check hebben plaatsgevonden. Deregering heeft er dan ook vertrouwen in dat mensen met acute gezond-heidsproblemen niet in politiecellen worden geplaatst als daar onvol-doende medische zorg is. In dergelijke gevallen wordt de medischegeschiktheid voor detentie beoordeeld en wordt de betrokkene, indiennodig, overgebracht naar een geschikte zorglocatie.Vraag 147De regering hecht er belang aan om te benadrukken dat met de novellegeen afbreuk wordt gedaan aan de toegang van vreemdelingen zonderrechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningen. De leden van deChristenUnie-fractie vragen of de regering kan volgen dat, hoewel intheorie die toegang beschikbaar blijft, in de praktijk het erop neer kankomen dat die toegang beperkt wordt, omdat vreemdelingen zonderrechtmatig verblijf bang zijn om bestraft te worden voor onrechtmatigverblijf als ze op de radar komen van politie, zorginstanties of onderwijs-instellingen. Heeft de regering lering getrokken uit het gedrag van huidigeongedocumenteerden, die vrezen voor vastzetting en daarom hulpmijden? Zo ja, welke lessen heeft de regering daaruit getrokken? Zo nee,wilt u zich alsnog laten informeren hierover?Voor specifieke groepen kwetsbare personen, zoals slachtoffers mensen-handel en personen die onder medische behandeling staan, zijn erspecifieke toelatingskaders. Wanneer deze personen op basis van zo’ntoelatingskader in aanmerking komen voor toelating of anderszins(tijdelijk) rechtmatig verblijf hebben, is de strafbaarstelling vanzelf-sprekend niet aan de orde. Ook indien dat niet het geval is, kan – zo volgtdwingend uit Europese jurisprudentie – alleen aan vervolging wordentoegekomen als de vreemdeling door zijn of haar toedoen niet kanworden uitgezet. Als er een uitzettingsbeletsel is, volgt dus uit hetsysteem van de wet al dat vervolging niet aan de orde is.Wat betreft een grotere angst om naar voren te komen om aangifte tedoen of (medische) hulp te vragen merkt de regering op dat ook nu alsprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000. Devreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er naar objectievemaatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaal zijn.Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel wet wordt. Mochtblijken dat de wet in de praktijk leidt tot een vermijding van hulpdienstenof andere negatieve gevolgen voor kwetsbare groepen, dan zal deregering de situatie opnieuw evalueren en zo nodig maatregelen nemenom de toegankelijkheid van zorg te waarborgen door aanvullendeinformatiecampagnes.Vraag 148Wat betekenen de novelle en de geamendeerde ANMW voor vreemde-lingen zonder rechtmatig verblijf die niet terug kunnen naar hun land vanherkomst vanwege het ontbreken van geldige papieren en/of eenweigering van het land van herkomst om iemand terug te nemen, zovragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Worden zij zes maandengevangen genomen en weer vrijgelaten totdat ze weer op de radarverschijnen? Kan de regering uitleggen wat het nut en de proportionaliteithiervan zou zijn? Erkent de regering dat voor deze mensen dit geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 649 passende maatregel is? Welk beleid voert de regering om deze mensenperspectief te geven?De regering benadrukt dat de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijfprimair gericht is op vreemdelingen die wel kunnen terugkeren, maar ditactief frustreren. De mogelijkheid van detentie voor deze vreemdelingen,wordt pas toegepast nadat de terugkeerprocedure is doorlopen. Welkestrafmaat wordt toegepast, is afhankelijk van het vervolgingsbeleid vanhet OM, en het oordeel van de rechter. Gedurende de strafdetentie gaat deDTenV met de vreemdeling in gesprek, om zijn mogelijkheden tebespreken. Uiteraard is de inzet gericht op gedragsverandering, om devreemdeling te bewegen alsnog mee te werken aan zijn terugkeer. Daarwaar dit niet slaagt zal de vreemdeling inderdaad na expiratie van de strafin vrijheid worden gesteld met een aanzegging Nederland te verlaten.Indien de vreemdeling opnieuw in aanraking komt met de politie, zalworden bezien of vervolging andermaal in de rede ligt.4.4 Verhouding tot hoger recht Vraag 149De leden van de D66-fractie lezen bij meerdere organisaties de zorg dat eronduidelijkheid bestaat over wanneer het terugkeerproces juridisch gezienis doorlopen en op welk moment dus zal worden overgegaan totstrafbaarstelling. De DTenV merkt daarbij terecht op dat een terugkeer-proces de facto nooit ophoudt aangezien zij zich blijven inzetten voorgedwongen terugkeer totdat iemand daadwerkelijk is vertrokken. Ook hetOM geeft aan dat moet worden voorkomen dat een verdenking vanartikel 108a Vw 2000 te vroeg het vreemdelingenrechtelijke procesonderbreekt, omdat dat het bewerkstelligen van terugkeer zou kunnenfrustreren. De aan het woord zijnde leden vragen de regering hier eenduidelijk juridisch kader voor op te stellen.Strafrecht mag pas in beeld komen wanneer: 1. de volledige terugkeerpro-cedure is doorlopen; 2. terugkeer feitelijk mogelijk is; en 3. het uitblijvenvan vertrek aantoonbaar aan de vreemdeling te wijten is. Een opgelegdestraf wordt geschorst ter zake van artikel 108a Vw zodra terugkeer alsnogmogelijk is, zodat detentie nooit parallel loopt aan het terugkeerproces. Ditzou uiteraard niet afdoen aan een gevangenisstraf ter zake anderestrafbare feiten. De regering acht hiermee gewaarborgd dat toepassingvan strafrecht niet strijdig zal zijn met de Terugkeerrichtlijn of deEuropeesrechtelijke jurisprudentie.Vraag 150De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het opmerkelijk dat deregering, anders dan de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) niettwijfelt aan de verenigbaarheid van het amendement met het EU-recht,met name de Terugkeerrichtlijn. Kan de regering de onderliggendestukken van deze constatering aan de Kamer doen toekomen? Zo nee,waarom niet? Kan de regering de juridische analyse delen waardoor zij totdeze conclusie is gekomen? Zo nee, waarom niet?Zoals ook diverse malen naar voren gebracht, kennen ook andereEuropese landen de mogelijkheid om illegaal verblijf strafrechtelijk tevervolgen. En zoals aangegeven, is ook in Nederland, in artikel 197 Sr, allanger sprake van een vorm van strafbaarstelling van een gekwalificeerdevorm van illegaal verblijf, na oplegging van een ongewenstverklaring. Deregering verwijst verder naar de memorie van toelichting bij ditwetsvoorstel, waarin wordt ingegaan op de jurisprudentie van het HvJEU.In deze jurisprudentie zijn ondubbelzinnige criteria neergelegd waaraaneen vervolging ter zake van illegaal verblijf moet voldoen. Met inacht-neming van die criteria is de vervolging van illegaal verblijf niet in strijdmet de Terugkeerrichtlijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 650 Vraag 151Kan de regering ingaan op het spanningsveld dat ontstaat door destrafrechtelijke veroordeling voor onrechtmatig verblijf, waardoor de wegnaar legalisering van verblijf in de toekomst ook wordt uitgesloten, zovragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.De regering wil benadrukken dat een veroordeling wegens onrechtmatigverblijf of – na oplegging van een ongewenstverklaring – niet uitsluit datin de toekomst een verblijfsvergunning wordt verleend. De regering wijster allereerst op dat voordat sprake is van meerdere veroordelingen terzake van onrechtmatig verblijf, een aanzienlijk proces is doorlopen. Eenvreemdeling die zelfstandig vertrekt, al dan niet met ondersteuning van deoverheid, of zelfs de vreemdeling die gedwongen wordt uitgezet, zal inbeginsel niet worden vervolgd ter zake van overtreding van artikel 108aVw 2000 of artikel 197 Sr. Daar waar de vreemdeling zijn vertrek zodanigheeft gefrustreerd dat vertrek niet kon worden gerealiseerd, en eenveroordeling heeft plaatsgevonden, zal dit inderdaad een rol kunnenspelen bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning. In regulieretoelatingsaanvragen kan de veroordeling, gezien artikel 3.77 Vreemdelin-genbesluit 2000, een rol spelen indien het feit voldoende recent is (minderdan 5 jaar verstreken). Daarbij merkt de regering wel op dat ook dan deIND bij de beoordeling van de aanvraag een afweging maakt op basis vande gestelde individuele omstandigheden. De IND kan, onder voldoendezwaarwegende belangen aan de zijde van de vreemdeling, voorbij gaanaan het strafbare feit. Daarbij merkt de regering volledigheidshalve op datin asielaanvragen op voorhand al duidelijk is dat deze veroordelingonvoldoende ernstig is om tegengeworpen te worden, gezien de kadersdie uit het Europese recht volgen voor de asielbeoordeling. De strafbaar-stelling in 108a Vw staat met andere woorden nooit in de weg aan hetverlenen van de noodzakelijke asiel bescherming.Vraag 152De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de maatregel zichverhoudt tot jurisprudentie dat strafrecht niet mag worden gebruiktwanneer terugkeer feitelijk onmogelijk is. Kan de regering aangeven hoewordt voorkomen dat artikel 108a Vw 2000 wordt toegepast wanneer eenvreemdeling in een lopende IND-procedure slechts tijdelijk niet rechtmatigverblijft?Dit volgt uit de wettekst. Deze vermeldt dat nadat de vertrektermijn isverstreken, sprake is van het daar vermelde feit. Voorts wil de regeringhier herhalen dat vervolging eerst aan de orde is nadat duidelijk is dat hetterugkeerproces volledig is doorlopen en het uitblijven van vertrek aan devreemdeling is te wijten. Vervolging is gedurende een procedure van deIND niet aan de orde.Vraag 153(GL-PvdA) Hoe verhoudt deze maatregel zich tot het feit dat het Hof vanJustitie herhaaldelijk heeft geoordeeld dat detentie uitsluitend als ultimumremedium mag worden toegepast en dat de strafbaarstelling vanonrechtmatig verblijf automatisch leidt tot detentie als sanctie? Hoegarandeert de regering dat de strafbaarstelling niet leidt tot schending vanartikel 8 EVRM?Anders dan deze leden menen is geen sprake van automatische detentiebij de toepassing van artikel 108a Vw 2000. De strafrechter zal beoordelenof er sprake is van een volledig doorlopen terugkeerproces. Ook zal derechter het gedrag van de vreemdeling beoordelen om vast te stellen ofdeze inderdaad niet meewerkt aan vertrek. En in meer algemene zin dientde door het OM gevraagde sanctie in het individuele geval ook redelij-kerwijs noodzakelijk en proportioneel te zijn. De beoordeling in hetstrafrecht voldoet aan de normen die het Europees Hof voor de Rechtenvan de Mens (EHRM) in haar jurisprudentie daaraan stelt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 651 Vraag 154 en 155De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waar de regering destelling op baseert dat het amendement geen gevolgen heeft voortoegang tot elementaire voorzieningen zoals zorg, onderwijs enbescherming door de politie. Wat is de onderbouwing voor de beweringdat er geen strijdigheid is met het in internationale verdragen verankerderecht op gezondheid, geestelijke en lichamelijke integriteit, recht opopvang en toegang tot basale voorzieningen en recht op menselijkewaardigheid? Deelt de regering de mening dat het verklaren en strabaar-stellen van een mens tot illegaal om wie deze persoon is, en niet om watdeze persoon heeft gedaan, de facto al een aantasting is van de mense-lijke waardigheid en gevolgen heeft voor de geestelijke en lichamelijkegezondheid en integriteit? Zo nee, dan zijn deze leden benieuwd naar deprecieze uitleg van de regering van deze begrippen.Deze leden vragen – in de kern – of een bepaling waarin het verblijf in eenland in weerwil van de migratiewetten van dat land strafbaar wordtgesteld, in strijd is met de notie van internationaal recht. De regeringbeantwoordt die vraag ontkennend. De regering wijst er op dat het Hofvan Justitie van de EU in verscheidene uitspraken (zie in die zin arrestenvan 28 april 2011, El Dridi, C-61/11 PPU, EU:C:2011:268; 6 december 2011,Achughbabian, C-329/11, EU:C:2011:807, en 6 december 2012, Sagor,C-430/11, EU:C:2012:777) in algemene zin heeft geoordeeld dat lidstatende bevoegdheid hebben om onrechtmatig verblijf strafbaar te stellen en tebestraffen met een vrijheidsstraf.De regering verwijst daarbij naar de jurisprudentie genoemd in dememorie van toelichting bij dit wetsvoorstel. Het EHRM neemt ook alsuitgangspunt dat de bevoegdheid van staten om te beoordelen wie wel enniet op hun grondgebied mag verblijven onderdeel is van de soeverei-niteit van de staat. Volgens de regering kan een inbreuk op de soeverei-niteit, waarbij iemand zonder geldige reden in strijd met de wetten vaneen staat op het grondgebied van die staat verblijft, worden bestraft meteen gevangenisstraf. De regering acht dit ook proportioneel, mede doorde al eerder genoemde nadruk op het vertrekproces en de voorrang diedaaraan steeds zal worden gegeven. Tot slot wijst de regering er ook opdat er andere landen binnen de EU zijn waar niet rechtmatig verblijfstrafbaar is gesteld. De regering ziet tegen die achtergrond geen aankno-pingspunten dat een sanctie op illegaal verblijf per definitie in strijd metde grondrechten zou zijn.Vraag 156De leden van de CDA-fractie vragen aan de regering of zij kan aangevenop welke uitspraak van de Hoge Raad zij doelt waarin een gevangenisstrafwerd opgelegd aan een ongewenst vreemdeling verklaarde derdelanderop wie de terugkeerprocedure was toegepast.Er zijn geen recente uitspraken waarin een ongewenstverklaring isbeoordeeld door de Hoge Raad, aangezien na de implementatie in 2011van de Terugkeerrichtlijn in de Vw 2000 vrijwel geen ongewenstverkla-ringen meer aan derdelanders konden worden opgelegd. Mede hierdooris de uitbreiding van de ongewenstverklaring opgenomen in de Asiel-noodmaatregelenwet. Wel zijn – ook in relatief beperkte aantallen –inreisverboden opgelegd aan derdelanders waarna hun aanwezigheid inNederland een misdrijf was als bedoeld in artikel 197 Sr. Relevant isHR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1893, waarin de Hoge Raadoordeelde dat: «artikel 197 Sr (voorziet) in een toegankelijke, nauwkeurigeen voorzienbare strafbaarstelling van «gekwalificeerd illegaal verblijf»zodat deze voldoet aan de vereisten van artikel 49 lid 1 van het Handvestvan de grondrechten van de Europese Unie en artikel 7 lid 1 van hetEuropees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en defundamentele vrijheden.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 652 Vraag 157Klopt het, zo vragen de leden van de CDA-fractie, dat de toelichting tenaanzien van de geldende jurisprudentie een zeer elementair onderdeelzichtbaar maakt voor de toepassing van de strafbaarstelling in artikel 108aVw 2000, te weten dat dit enkel en alleen kan worden toegepast tenaanzien van vreemdelingen die na een afwijzing in de asielprocedure welterug kunnen maar niet willen meewerken aan vertrek?De strafbaarstelling van illegaliteit, voor zover die wordt bestraft met eenvrijheidsstraf, is inderdaad naar haar effect alleen van belang voordiegenen die, na de afwijzing van eventuele toelatingsprocedures, eenvertrektermijn hebben gekregen en die wel in staat zijn om terug te kerennaar hun land van herkomst, maar weigeren om mee te werken aan hunvertrek en dit met succes weten te frustreren. Uit het Unierecht volgtdwingend dat niet eerder tot vervolging kan worden overgegaan. Ditbetekent dat de strafbaarstelling geen effect heeft op de vreemdelingendie objectief gezien niet in staat zijn om terug te keren, bijvoorbeeld alshun land van herkomst geen medewerking verleent of wanneer er andereonoverkomelijke obstakels zijn. De regering benadrukt dus dat destrafbaarstelling naar haar effect gericht is op weigering om terug te kerenwanneer terugkeer wel mogelijk is, en dat deze maatregel pas als ultimumremedium wordt toegepast.Vraag 158Hoe ziet dit op vreemdelingen die ten tijde van de terugkeerprocedure zichhieraan hebben onttrokken? En, zo vragen de leden van de CDA-fractie,wanneer is hiervan sprake als een vreemdeling zich onttrekt aan deterugkeerprocedure? Is dit enkel en alleen binnen de 28 dagen of kan ditook daarna?Als de vreemdeling zich onttrekt aan de terugkeerprocedure betekent ditniet zonder meer dat die is afgerond of uitgeput, en kan dus ook nietzonder meer worden overgegaan tot strafvervolging. Dit kan wel eenreden zijn om een administratiefrechtelijke maatregel te treffen die borgtdat de vreemdeling beschikbaar blijft voor het terugkeerproces, zoalsvreemdelingenbewaring.Vraag 159Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of dit betekent dat er defacto enkel in juridische zin sprake kan zijn van strafbaarstelling vanillegaliteit als er sprake is van het niet meewerken aan terugkeer. Is dit ookwat de regering in de uitvoeringspraktijk wenst te bereiken? Deze ledenontvangen graag een uitvoerige reactie van de regering op dit punt.Dit is correct. De jurisprudentie van het HvJEU dwingt af dat het opleggenvan een vrijheidsstraf op basis van een nationaalrechtelijke bepaling pasaan de orde is als het door toedoen van de vreemdeling niet mogelijk isgebleken hem uit te zetten.Vraag 160De leden van de CDA-fractie vragen de regering om aan te geven wat zijbedoelt met het «door het OM voorziene vervolgingsbeleid».Het instellen van vervolging is een bevoegdheid van het OM. Het beleidwaarin het OM uiteenzet in welke gevallen zij tot vervolging overgaat, kandaarom alleen opgesteld worden door het OM. Hierover gaat de regeringniet.Vraag 161De leden van de CDA-fractie constateren dat op grond van artikel HHalid 2 de strafbaarheid van de illegale pas aanvangt nadat de vetrektermijnis verstreken, terwijl volgens artikel HHa van het gewijzigde wetsvoorsteleen vreemdeling strafbaar is indien hij weet of ernstige reden heeft tevermoeden dat het verblijf niet rechtmatig is. Deze leden vragen of hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 653 klopt dat hiermee wordt gedoeld op de vertrektermijn van 28 dagen dieNederland verbindt aan een terugkeerbesluit uit de Terugkeerrichtlijn.Aansluitend daarop vragen voornoemde leden of het klopt dat destrafbaarheid in werking treedt wanneer de 28 dagen van vrijwillig vertrekzijn verstreken. De aan het woord zijnde leden vragen of dit juridischgezien in lijn is met de Terugkeerrichtlijn.Van strafbaarheid kan pas sprake zijn nadat de gehele procedure zoalsgenoemd in artikel 8 van de Terugkeerrichtlijn is doorlopen.Vraag 162 en 163Als de wet in de praktijk wel een drempel blijkt te zijn voor toegang totelementaire voorzieningen, is de wet dan nog steeds in lijn met interna-tionale verdragen, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Hoeverhoudt deze praktijk zich tot de uitspraak van het Hof van Justitie in dezaak Changu (C-352/23), zo willen deze leden van de regering weten.Daarnaast vragen voornoemde leden wat de regering gaat doen omvreemdelingen zonder rechtmatig verblijf de veiligheid te bieden omgebruik te maken van elementaire voorzieningen.Hierbij wil de regering nogmaals met klem benadrukken dat de toegangvan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf tot elementaire voorzie-ningen zoals onderwijs, zorg en bescherming door de politie met ditvoorstel gewaarborgd blijft. Het voorstel beoogt dit uitgangspunt juist teborgen en te onderstrepen. Daarmee blijft dit voorstel in lijn metinternationale verdragen.Vraag 164Hoe moet de politie ermee omgaan als zij er weet van heeft dat iemandeen illegaal verblijvende vreemdeling is, zo vragen de leden van deChristenUnie-fractie. Welke plicht hebben zij om aangifte te doen tegenillegaal verblijvende vreemdelingen?Van belang is dat handhaving van de Vreemdelingenwet 2000, het staandehouden en waar nodig in detentie nemen van illegaal verblijvendevreemdelingen ook nu al mogelijk is binnen het bestaande bestuursrech-telijke kader. Het bestuursrechtelijke kader geeft op veel onderdelenruimere controle mogelijkheden dan het strafrecht. Zoals aangegeven isdan ook niet voorzien dat de inzet van politie «op straat» wezenlijk andersof omvangrijker zal zijn als een gevolg van dit wetsvoorstel. Verderbenadrukt de regering dat de politie niet gericht gaat zoeken naar illegaalverblijvende vreemdelingen en dat bestaande waarborgen rondomproportionaliteit en gegevensbescherming onverkort blijven gelden. Deregering benadrukt dat een vrijheidsstraf op basis van artikel 108aVw 2000 in de praktijk alleen kan worden toegepast op vreemdelingen«die wel kunnen, maar niet willen meewerken aan vertrek en dat effectieffrustreren». Daarnaast wordt dit als ultimum remedium ingezet, pas nadathet volledige bestuursrechtelijke terugkeertraject is doorlopen en er geenzicht op terugkeer bestaat.Vraag 165(ChristenUnie) Zou het gevangen zetten van vreemdelingen die wel terugwillen maar niet kunnen in lijn zijn met de Terugkeerrichtlijn? Waarom welof niet? Zo niet, voorkomt de ANMW dat hier sprake van zal zijn?Het detineren van vreemdelingen omdat zij illegaal in Nederland zijn,terwijl zij ondanks hun inspanningen daartoe niet weg kunnen en nietkunnen worden uitgezet, zou strijdig zijn met zowel de Terugkeerrichtlijn,als het EVRM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 654 5. Consultatie 5.1 Algemeen Vraag 166De leden van de JA21-fractie lezen dat een aantal organisaties vreest datbepaalde vreemdelingen kwetsbaarder worden voor mensenhandel enuitbuiting, omdat zij een grotere drempel kunnen ervaren om hulp tezoeken. Welke (flankerende) maatregelen zijn er om dat risico te beperken,bijvoorbeeld ten aanzien van buitenlandse vrouwen die gedwongen in deprostitutie zijn beland?Voor specifieke groepen kwetsbare personen, zoals slachtoffers vanmensenhandel en personen die onder medische behandeling staan, zijn erspecifieke toelatingskaders. Wanneer deze personen op basis van zo’ntoelatingskader in aanmerking komen voor toelating of anderszins(tijdelijk) rechtmatig verblijf hebben, is de strafbaarstelling vanzelf-sprekend niet aan de orde. Ook indien dat niet het geval is, kan – zo volgtdwingend uit Europese jurisprudentie – alleen aan vervolging wordentoegekomen als de vreemdeling door zijn of haar toedoen niet kanworden uitgezet. Als er een uitzettingsbeletsel is, volgt dus uit hetsysteem van de wet al dat vervolging niet aan de orde is.Wat betreft een grotere angst om naar voren te komen om aangifte tedoen of (medische) hulp te vragen merkt de regering op dat ook nu alsprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000. Devreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er naar objectievemaatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaal zijn.Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel wet wordt.Vraag 167De leden van de DENK-fractie vragen, gezien de korte consultatietermijn,hoe de regering de kwaliteit van deze consultatie beoordeelt, gezien dekritiek dat de uitvoeringsimpact onvoldoende kon worden onderzocht.Zoals aangegeven in de memorie van toelichting is de regering erkentelijkvoor de vele reacties uit de internetconsultatie en van de schriftelijkgeconsulteerde partijen. Naar aanleiding van deze reactie is hetwetsvoorstel op diverse punten aangevuld en verhelderd. Daarbij wordtaangetekend dat veel respondenten op de internetconsulatie – met namebezorgde burgers, gelovigen en (organisaties van) hulpverleners (o.a. hetRode Kruis) – vooral opgelucht zijn dat het voorstel beoogt om hulpver-lening aan illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen vanstrafbaarheid uit te sluiten. De regering erkent dat uit de reacties ook denodige zorgen blijken omtrent (het behoud van) de strafbaarstelling vanillegaal verblijf. Zoals meermaals aangegeven is het echter van grootbelang om met spoed maatregelen te nemen om de asielketen teontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen. Er kan nietworden gewacht op het moment dat alle uitvoeringsconsequenties inbeeld zijn. Daarom hecht de regering eraan dat de Asielnoodmaatrege-lenwet zo spoedig mogelijk door de Eerste Kamer kan worden behandeld,ook omdat strafbaarstelling van illegaal verblijf in de optiek van deregering kan bijdragen aan meer grip op migratie en een effectieverterugkeerbeleid.Vraag 168Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 655 De leden van de PvdD-fractie vragen waarom in de uitvoeringstoets niet isgesproken met zorgkoepels, terwijl zorgaanbieders direct geraakt worden.Verschillende maatschappelijke organisaties en relevante uitvoeringsin-stanties hebben in de consultatie van het wetsvoorstel en de novellegereageerd. Dit heeft geleid tot een breed scala aan reacties, waaronderzorgen over de gevolgen van de strafbaarstelling van illegaal verblijf voorkwetsbare groepen. Deze zijn meegewogen in het wetgevingsproces.Vraag 169De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering maatschappelijkeorganisaties ondersteunt die waarschuwen dat strafbaarstellingvertrouwen ondermijnt?De regering zal de uitvoering van de wet monitoren. Mocht blijken dat dewet in de praktijk leidt tot een vermijding van zorg of andere negatievegevolgen voor kwetsbare groepen, dan zal de regering de situatieopnieuw evalueren en zo nodig maatregelen nemen om de toeganke-lijkheid van zorg te waarborgen door aanvullende informatie campagnes.. Artikel IIB van het wetsvoorstel bepaalt dat er een evaluatie wordenuitgevoerd drie jaar na inwerkingtreding van het wetsvoorstel.De leden van de ChristenUnie-fractie hadden liever een langere consulta-tietijd gezien voor deze novelle, zodat uitvoerings- en belangenorgani-saties meer tijd hadden gehad om hun inbreng te leveren. De spoed diede regering wil zetten achter de invoering van de ANMW had wat dezeleden betreft ook bereikt kunnen worden als het amendement als eenaparte wet in een later stadium zou worden behandeld.5.2 Instemming met het blijven toestaan van hulp aan vreemdelingenzonder rechtmatig verblijf Vraag 170De leden van de DENK-fractie begrijpen dat maatschappelijke organisatiesniet langer risico lopen op vervolging binnen het huidige voorstel, maarvragen hoe wordt gegarandeerd dat ook informele vrijwilligers, buurtnet-werken en religieuze instellingen volledig beschermd zijn.Zoals in de memorie van toelichting wordt uitgelegd, heeft de regeringhet uit oogpunt van rechtszekerheid wenselijk geacht om de uitsluitingvan strafbaarheid van hulpverlening zo vorm te geven dat over dereikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. Daarom wordt ervoorgekozen alle deelnemingsvormen, uitgezonderd het plegen zelf, uit tesluiten. Hiermee wordt voorkomen dat hulpverlening aan illegaalverblijvende vreemdelingen kan worden aangemerkt als een vorm vanstrafbare deelneming aan het in artikel 108a Vw 2000 omschreven feit. Ditgeldt ongeacht de vorm van de hulpverlening, door wie de hulp wordtverleend en met welk motief. De regering wil discussies over grensge-vallen voorkomen en meent dat met de gekozen oplossing maximalebescherming wordt geboden aan derden die hulp verlenen aan illegaalverblijvende vreemdelingen, waaronder ook informele vrijwilligers,buurtnetwerken en religieuze instellingen.Vraag 171De leden van de PvdD-fractie vragen of de regering bereid is alsnog eenbepaling op te nemen die onvoorwaardelijk bepaalt: «Hulpverlening isnimmer strafbaar»?De regering acht een dergelijke toevoeging nu niet noodzakelijk, of vantoegevoegde waarde.Vraag 172De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de burger of vrijwilliger geachtwordt te begrijpen of iemand een licht of zwaar inreisverbod heeft?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 656 Het onderhavige wetsvoorstel heeft geen betrekking op het lichte of zwareinreisverbod. Het wetsvoorstel brengt uitsluitend een beperking aan in dereikwijdte van het voorgestelde artikel 108a Vw 2000.5.3 Kritiek op het behoud van de strafbaarstelling van illegaal verblijf Vraag 173De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regeringslechts een opsomming geeft van de reacties van de geconsulteerdepartijen, maar vervolgens nauwelijks ingaat op de bezwaren en kritiek-punten. Derhalve voelen deze leden zich genoodzaakt nogmaals te vragenof de regering specifiek kan ingaan op de afzonderlijke argumenten vanuitvoeringsorganisaties. Kan de regering ingaan op de capaciteit vanuitvoeringsorganisaties en daarbij de vraag beantwoorden of zijvoldoende gekwalificeerd personeel hebben om deze extra taken uit tevoeren?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee zalworden omgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en demate waarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken.Vraag 174 en 175Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naderingaan op de zorgen van het Rode Kruis dat de strafbaarstelling opzichzelf ertoe kan leiden dat mensen zonder rechtmatige verblijfsstatus uitangst voor vervolging hulp gaan vermijden, waarbij dit tot grotemaatschappelijke gevolgen kan leiden, zoals het niet-melden vaninfectieziektes? Kan de regering ingaan op de kritiek van mensenrechten-organisaties die erop wijzen dat de strafbaarstelling van illegaliteit ertoekan leiden dat mensen zich niet durven melden bij hulporganisaties eneen toename van uitbuiting door criminele netwerken zien?Wat betreft een grotere angst om naar voren te komen om aangifte tedoen of (medische) hulp te vragen wil de regering graag wijzen op het feitdat ook nu al sprake is van handhaving op basis van de Vreemdelin-genwet 2000. De vreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als ernaar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zijillegaal zijn. Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. Insommige gevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door handhavingsbevoegdheden.Dit blijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel wet wordt.De regering acht het van groot belang dat vreemdelingen hun rechtspo-sitie goed begrijpen. In de kern is voor vreemdelingen het meest relevantdat zij begrijpen dat zij niet rechtmatig in Nederland zijn en vertrekplichtigzijn. Indien zij niet meewerken aan vertrek kunnen zij worden vervolgd. Ditzal dan ook met hen worden gecommuniceerd. In vrijwel alle gevallen zalde vreemdeling ook een rechtsbijstandsverlener hebben die eventuelevragen kan beantwoorden.Mocht blijken dat de wet in de praktijk leidt tot een vermijding van zorg ofandere negatieve gevolgen voor kwetsbare groepen, dan zal de regeringde situatie opnieuw evalueren en zo nodig maatregelen nemen om detoegankelijkheid van zorg te waarborgen door aanvullende informatiecampagnes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 657 Vraag 176De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering voorkomt dathulpverleners terughoudend worden door de onzekerheid of hunhandelen strafbaar is.Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Het voorstel maakt juist duidelijk dat hulpver-lening niet strafbaar is. Daartoe worden alle overige deelnemingsvormenuit Titel V van Boek 1 van het Wetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaatom: doen plegen, medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regeringbenadrukt dat met deze expliciete uitsluiting wordt gegarandeerd datmaatschappelijke organisaties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonderrisico op strafvervolging hun werk kunnen blijven doen.Vraag 177De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering de waarschuwingvan politie, Inspectie Justitie en Veiligheid en maatschappelijke organi-saties beoordeelt dat de maatregel contraproductief is.De regering benadrukt dat de strafbaarstelling van illegaliteit moetworden gezien als een aanvullend middel dat kan bijdragen aan meer gripkrijgen op migratie en een effectiever terugkeerbeleid en past in een breedpakket aan maatregelen om de asielinstroom te beperken, en terugkeervan illegaal verblijvende vreemdelingen te versterken. De focus op louterde strafbaarstelling zou afleiden van dit bredere kader. De strafbaarstellingvan illegaliteit zal, ook in lijn met het EU-recht, uitsluitend wordentoegepast op de groep vreemdelingen die kunnen terugkeren maar ditaantoonbaar frustreren. De regering verwacht dat de maatregel juist kanbijdragen aan het doorbreken van situaties van langdurig en overlast-gevend onrechtmatig verblijf.Vraag 178Wat is de reactie van de regering op de mogelijke consequentie dat doorillegaal verblijf strafbaar te stellen vreemdelingen zonder verblijfs-vergunning minder snel een beroep zullen doen op bescherming en hulpen daardoor een groter risico lopen om slachtoffer te worden vanarbeidsuiting of mensenhandel, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Op welke manieren wil de regering deze risico’s mitigeren?De regering benadrukt met klem dat de strafbaarstelling in het voorge-stelde artikel 108a Vw 2000 geen afbreuk doet aan de toegang vanvreemdelingen zonder rechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningenzoals zorg, onderwijs en bescherming door de politie. Vreemdelingen dierisico lopen of slachtoffer zijn van misdrijven, moeten zich veilig kunnenmelden en om hulp kunnen vragen. Hiervoor zal duidelijke informatie-voorziening over rechten en bescherming worden geboden, zal toegangtot rechtsbijstand en opvang worden gegarandeerd, en zullen bestaandewaarborgen zoals de B8-regeling en slachtofferbescherming wordengehandhaafd. Op deze manier wordt voorkomen dat vreemdelingen uitangst voor vervolging afzien van hulp of vrijwillige melding.Vraag 179De leden van de ChristenUnie-fractie zien nog te weinig rekenschap bij deregering van het feit dat strafbaarstelling van illegaal verblijf zal leiden totmeer vreemdelingen die onder de radar verdwijnen, zoals politie engemeenten aangeven. Als ervaringen uit andere EU-lidstaten en analysesvan advies- en uitvoeringsinstanties laten zien dat dergelijke maatregelentot langduriger en onzichtbaar verblijf leiden, waarom kiest de regeringdan toch voor deze maatregelen? Hoe beredeneert de regering datstrafbaarstelling van illegaliteit een effectieve maatregel is om terugkeerte bevorderen?Zie het antwoord op vraag 177 en 178.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 658 5.4 Scepsis over de uitvoerbaarheid van de strafbaarstelling van illegaalverblijf Vraag 180(ChistenUnie) Zowel DTenV als de Inspectie Justitie en Veiligheidverwijzen naar het feit dat minderjarige kinderen niet strafbaar kunnenworden gesteld, maar hun ouders wel. De leden van de D66-fractie lezenhierop geen reactie terug in de memorie van toelichting. Zij vragen deregering in te gaan op deze zorgen en daarbij in ieder geval toe te lichtenwat dit betekent voor bijvoorbeeld docenten en zorgverleners, die veelalop de hoogte zullen zijn van de verblijfsstatus van deze kinderen en hunouders, en ook zullen beschikken over bijvoorbeeld adresgegevens. Ditgeldt ook voor andere Nederlandse burgers, zoals buren of ouders vanklasgenoten. Wordt van hen verwacht aangifte te doen van onrechtmatigverblijf of om mee te werken aan strafrechtelijk onderzoek, zo vragen dezeleden.Dat ouders van kinderen strafrechtelijk worden vervolgd is een effect datniet alleen bij dit misdrijf speelt, maar ook bij andere feiten aan de ordekan zijn. De regering acht het van belang op te merken dat het OM en –daarna – de strafrechter – uiteraard een afweging maken ten aanzien vande opportuniteit en proportionaliteit. De familieomstandigheden zullen, zoverwacht de regering een aanzienlijke rol spelen in deze afweging.Vraag 181(ChristenUnie) Beide diensten benoemen ook de immateriële effecten opkinderen, zoals het risico dat ouders zich terugtrekken uit het openbareleven en de gevolgen hiervan voor de kinderen. De Inspectie stelt dat eenkinderrechtentoets ten onrechte niet is uitgevoerd en de aan het woordzijnde leden vragen de regering deze toets alsnog uit te voeren.De regering benadrukt met klem dat de strafbaarstelling in het voorge-stelde artikel 108a Vw 2000 geen afbreuk doet aan de toegang vanvreemdelingen zonder rechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningenzoals zorg, onderwijs en bescherming door de politie. Vreemdelingen dierisico lopen of slachtoffer zijn van misdrijven, moeten zich veilig kunnenmelden en om hulp kunnen vragen. Hiervoor zal duidelijke informatie-voorziening over rechten en bescherming worden geboden, zal toegangtot rechtsbijstand en opvang worden gegarandeerd, en zullen bestaandewaarborgen zoals de B8-regeling en slachtofferbescherming wordengehandhaafd. Op deze manier wordt voorkomen dat vreemdelingen uitangst voor vervolging afzien van hulp of vrijwillige melding.Vraag 182 en 183Meerdere organisaties, waaronder de Koninklijke Marechaussee (KMar)en de DTenV waarschuwen voor verdringingseffecten met het risico dat zijniet aan hun kerntaak toe zullen komen. Hoe gaat de regering ditvoorkomen, zo vragen de leden van de D66-fractie. Daarnaast gevenmeerdere organisaties aan dat zij minder benaderbaar worden vooronrechtmatig verblijvende vreemdelingen. In het geval van de KMar enpolitie betekent dit bijvoorbeeld dat zij geen hulp zullen zoeken als ze zelfslachtoffer zijn of dreigen te worden van een misdrijf, wat criminaliteit inde hand kan werken. In het geval van DTenV kan het ertoe leiden datvreemdelingen zich niet melden voor hulp bij terugkeer, omdat zij bangzijn vervolgd te worden. Dit alles maakt het terugkeerbeleid mindereffectief en heeft gevolgen voor de leefbaarheid en veiligheid op straat.De aan het woord zijnde leden vragen de regering hoe zij voornemens isdeze effecten te voorkomen.Van belang is dat het effect van een maatregel als het strafbaar stellen vanillegaal verblijf, niet los gezien kan worden van andere inzet om terugkeerte versterken, zoals gericht casemanagement van de terugkeerder,passende ondersteuning ten behoeve van duurzame terugkeer enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 659 afspraken met de landen van terugkeer, en waar dat niet lukt, maatregelenals vreemdelingenbewaring om de vreemdeling beschikbaar te houden.Dit is de kerntaak van de DTenV. Bij deze trajecten is een mate vanmedewerking van de vreemdeling om zijn identiteit en nationaliteit vast testellen van groot belang om de terugkeer te laten slagen. In dat kader ishet voorgestelde artikel 108a Vw 2000 van belang als strafrechtelijkemaatregel die zich richt op het verwijtbaar niet naleven van de vertrek-plicht, waarbij strafrecht als ultimum remedium aanvullend wordttoegepast nadat het bestaande bestuursrechtelijke instrumentarium isuitgeput.De regering benadrukt dat bij de uitvoeringstoets rekening is gehoudenmet de verwachte toename van 100 tot 300 vervolgingen als gevolg vandit nieuwe artikel, tegenover de 3.500 gevallen van vreemdelingenbe-waring per jaar en de vele vertrekgevallen. Gezien deze verhouding wordtverwacht dat de DTenV zijn kerntaak, het faciliteren van terugkeer, kanblijven uitvoeren. Tevens zal de uitvoering van deze optie in meer ofmindere mate beslag leggen op capaciteit, met mogelijk extra FTE’s. Deprioriteit van de betrokken organisaties, zoals door de leden genoemdeDTenV en de KMar, blijft onverminderd gericht op het realiseren vanvertrek of gedwongen verwijdering van vreemdelingen. De keuze voor deuitvoeringsoptie moet nog worden gemaakt, waarbij de zorgen overcapaciteitsdruk, scholing en proportionaliteit serieus worden genomen.De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op de beschikbarecapaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overleg met keten-partners.Vraag 184De leden van de PVV-fractie merken op dat het voorgestelde artikel 108aVw 2000 zich uitsluitend richt op het verwijtbaar niet naleven van devertrekplicht, waarbij strafrecht als ultimum remedium aanvullend wordttoegepast nadat het bestaande bestuursrechtelijke instrumentarium isuitgeput. Voornoemde leden vragen de regering dit nader toe lichten. Inwelke gevallen wordt er strafrechtelijk opgetreden?De strafbaarstelling van illegaliteit kan pas aan de orde zijn nadat aan allevereisten uit de Terugkeerrichtlijn is voldaan. Dit is het geval wanneer:1. de volledige terugkeerprocedure is doorlopen; 2. terugkeer feitelijkmogelijk is; en 3. het uitblijven van vertrek aantoonbaar aan de vreem-deling te wijten is. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, kanstrafrechtelijk optreden, waaronder een gevangenisstraf, wordenoverwogen als ultimum remedium, nadat alle andere bestuursrechtelijkemaatregelen zijn uitgeput.Vraag 185De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom er geenintegrale uitvoeringstoets is gedaan, maar slechts een quick-scan,ondanks de omvangrijke gevolgen. Is de regering voornemens om eenvolwaardige ex ante uitvoeringstoets te verrichten, zoals de politie, KMAren DTenV dat vragen? Zo nee, waarom niet? Waarom zijn beroepsvereni-gingen in de zorg niet betrokken bij de quick-scan, terwijl de impact opzorgprofessionals groot kan zijn?Het wetsvoorstel van de asielnoodmaatregelenwet zoals dat thansvoorligt in de Eerste Kamer is inderdaad met grotere snelheid dangebruikelijk tot stand gekomen. Om die reden kon niet voor alle afzonder-lijke maatregelen, waaronder de strafbaarstelling van illegaliteit, eenvolledige ex-ante uitvoeringstoets worden opgesteld, maar er is gekozenvoor een quickscan. De regering heeft immers naar een balans gezochttussen enerzijds het belang van een wetgevingsproces waarin maximaletijd en ruimte is voor alle inbreng en anderzijds het belang om met spoedte komen tot een breed pakket aan maatregelen om de asielketen teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 660 ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen. De regeringmeent dat die balans is gevonden.De regering benadrukt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, bij deuitvoeringstoets rekening is gehouden met de verwachte toename van100 tot 300 vervolgingen als gevolg van dit nieuwe artikel, tegenover de3.500 gevallen van vreemdelingenbewaring per jaar en de vele vertrekge-vallen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op debeschikbare capaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overlegmet ketenpartners.Vraag 186Hoe worden de wachttijden in vreemdelingenbewaring, die nu al oplopen,beïnvloed wanneer politie massaal dossiers gaat aanleveren, zo vragen deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Kan de regering de Kamer jaarlijksrapporteren over de toename in wachttijden als gevolg van de in tevoeren strafbaarstelling?Op dit moment is er nog geen keuze gemaakt over de uitvoering van destrafbaarstelling, waardoor het moeilijk is om concrete aantallen of deimpact op de wachttijden vast te stellen. De rechter verwacht dat destrafbaarstelling kan bijdragen aan de terugkeer van vreemdelingen diewel kunnen terugkeren maar actief frustreren, en zonder dat detentienoodzakelijk is of slechts als ultimum remedium wordt ingezet. Volledig-heidshalve merkt de regering op dat er geen sprake is van wachttijden invreemdelingenbewaring. Gezien het karakter van die detentie, zal te allentijde voortvarend gewerkt moeten worden aan de terugkeer. Als dat niethet geval is dan is de maatregel onrechtmatig.Vraag 187In hoeverre is er sprake van een risico op een structureel verdringings-effect bij de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel(AVIM), terwijl deze al structureel onderbezet is? Hoe beoordeelt deregering de constatering dat AVIM-medewerkers mogelijk niet bevoegdzijn om strafrechtelijke taken uit te voeren?Zie het antwoord op vraag 182 en 183Vraag 188De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen in hoeverre de regeringheeft onderzocht welke gevolgen de strafbaarstelling zal hebben op degrenscontroles die plaatvinden. Betekent dit dat ongedocumenteerdenautomatisch aan de grens opgepakt zullen worden? Hoe verhoudt zich dattot het recht om asiel aan te vragen?De regering verduidelijkt dat de strafbaarstelling niet automatisch leidt tothet oppakken van vreemdelingen aan de grens. De regering zal nietinzetten op massale opsporing of detentie. Het is bedoeld om vreemde-lingen die wel kunnen terugkeren, maar dit actief frustreren, te prikkelenom mee te werken aan hun terugkeer. De strafbaarstelling wordtuitsluitend toegepast op vreemdelingen die na het doorlopen van deterugkeerprocedure en de toepassing van andere bestuursrechtelijkemaatregelen nog steeds weigeren mee te werken aan hun vertrek.Vraag 189Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ingaan opde opmerking van de Commissie Meijers dat de vergaande wettelijkebeperkingen die volgen uit het EU-recht expliciet in de tekst van destrafbepaling moeten worden opgenomen?Zie het antwoord op vraag 118.Vraag 190Kan de regering afzonderlijk ingaan op de onderzoeken die juist aangevendat strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf niet effectief is, zoals deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 661 DTenV aangaf in de consultatie, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.Van belang is dat het effect van een maatregel als het strafbaar stellen vanillegaal verblijf, niet los gezien kan worden van andere inzet om terugkeerte versterken, zoals gericht casemanagement van de terugkeerder,passende ondersteuning ten behoeve van duurzame terugkeer enafspraken met de landen van terugkeer, en waar dat niet lukt, maatregelenals vreemdelingenbewaring om de vreemdeling beschikbaar te houden.Dit is de kerntaak van de DTenV. Bij deze trajecten is een mate vanmedewerking van de vreemdeling om zijn identiteit en nationaliteit vast testellen van groot belang om de terugkeer te laten slagen. In dat kader ishet voorgestelde artikel 108a Vw 2000 van belang als strafrechtelijkemaatregel die zich richt op het verwijtbaar niet naleven van de vertrek-plicht, waarbij strafrecht als ultimum remedium aanvullend wordttoegepast nadat het bestaande bestuursrechtelijke instrumentarium isuitgeput.De regering benadrukt dat bij de uitvoeringstoets rekening is gehoudenmet de verwachte toename van 100 tot 300 vervolgingen als gevolg vandit nieuwe artikel, tegenover de 3.500 gevallen van vreemdelingenbe-waring per jaar en de vele vertrekgevallen. Gezien deze verhouding wordtverwacht dat de DTenV zijn kerntaak, het faciliteren van terugkeer, kanblijven uitvoeren. Tevens zal de uitvoering van deze optie zal in meer ofmindere mate beslag leggen op capaciteit, met mogelijk extra FTE’s. Deprioriteit van de betrokken organisaties, zoals door de leden genoemdeDTenV en de KMar, blijft onverminderd gericht op het realiseren vanvertrek of gedwongen verwijdering van vreemdelingen. De keuze voor deuitvoeringsoptie moet nog worden gemaakt, waarbij de zorgen overcapaciteitsdruk, scholing en proportionaliteit serieus worden genomen.De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op de beschikbarecapaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overleg met keten-partners.Vraag 191 tot en met 193(GL-PvdA) En kan de regering daarbij ook ingaan op de ervaring van deDTenV zelf die aangeeft dat uit signalen van medewerkers niet op temaken is dat strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf wezenlijk gaathelpen om meer terugkeer te organiseren? Kan de regering explicietingaan op de zorgen van de DTenV die stelt dat de maatregel kan leidentot meer extra administratieve lasten, waardoor mogelijk minder wordttoegekomen aan de kerntaak van DTenV: het organiseren van vertrek? Isdit wenselijk volgens de regering, zo vragen deze leden. Zo nee, welkeacties is de regering voornemens te ondernemen indien blijkt dat DTenVdoor deze maatregelen niet meer toekomt aan het uitvoeren van dekerntaak? Hoe verzekert de regering dat de capaciteit van de DJI (55–165plaatsen per jaar) kan worden gerealiseerd terwijl tot 2030 geen extradetentiecapaciteit beschikbaar is?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken. Zie ookhet antwoord op vraag 182 en 183Vraag 194(GL-PvdA) Wat is de reactie van de regering op de constatering van DTenVdat het vooruitzicht de van strafbaarstelling in de eerste plaats tot gevolgkan hebben dat «onrechtmatig verblijvende mensen zich minder snel totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 662 DTenV zullen wenden voor (zelfstandig) vertrek», zo vragen de leden vande GroenLinks-PvdA-fractie. Erkent de regering dat een ongewenst effectvan de strafbaarstelling dus zou kunnen zijn dat hierdoor minder mensenzelfstandig terugkeren? Kan de regering aangeven hoe wordt voorkomendat strafbaarstelling leidt tot dalend vertrouwen in DTenV, zoals deuitvoeringstoets constateert?Zoals hier meermalen aangegeven en nogmaals herhaald, is vervolgingpas aan de orde als de vreemdeling niet meewerkt aan vertrek. Het incontact treden met de DTenV om terugkeer te realiseren, is daarmee bijuitstek een manier om te voorkomen dat het strafrecht zal wordentoegepast. Met de uitvoering zal bij de uitwerking van de wet wordenbezien of met een informatiecampagne verder bijgedragen kan wordenaan een correcte beeldvorming.Vraag 195 en 196De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren ook dat de KMaraangeeft dat de maatregel kan leiden tot verdringingseffecten. Welkemaatregelen is de regering voornemens te nemen voor de KMar? Hoewordt gewaarborgd dat het OM voldoende capaciteit heeft om 100–300extra zaken te behandelen, vooral bij complexe dossiervorming?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken. Zie ookhet antwoord bij vraag 182 en 183.Vraag 197De leden van de CDA-fractie vragen of de regering de analyse van deDTenV deelt dat er een uitgewerkt juridisch kader dient te zijn om invullingte geven aan de strafbaarstelling van illegaliteit in relatie tot de vraag watde definitie is van «het terugkeerproces is doorlopen». Zo ja, hoe gaat deregering daar invulling aan geven via lagere regelgeving en bestaathiervoor een wettelijke basis op basis van deze novelle? Zo nee, hoe zietde regering dan het handelingsperspectief van de DTenV-medewerkers diehier op een zorgvuldige wijze en juridisch houdbaar invulling aan moetengeven?De regering merkt hier op dat de kaders voor niet meewerken aan vertrekniet nieuw zijn. Bij de vervolging ter zake van artikel 197 Sr zal ook nu alaan dit criterium worden getoetst. Niet meewerken is ook daar niet in dewettekst verwerkt, desalniettemin heeft de strafrechter deze bepalinguitgelegd overeenkomstig de jurisprudentie van het HvJEUbij de uitlegvan de Terugkeerrichtlijn. De regering gaat ervan uit dat dit ook op dezemanier zal werken bij artikel 108a Vw 2000.De beoordeling of sprake is van onvoldoende medewerking is uiteraardeen afweging die moet worden beoordeeld naar de omstandigheden vanhet geval, maar in algemene zin kan van niet-meewerken en effectieffrustreren volgens vaste jurisprudentie sprake zijn wanneer een vreem-deling zonder geldige reden weigert documenten aan te vragen, nietverschijnt bij afspraken, informatie achterhoudt of anderszins actiefverhindert dat zicht op terugkeer ontstaat. Inden de overheid dit ook nietop andere wijze kan afdwingen, bijvoorbeeld door de vreemdelingbeschikbaar te houden voor uitzetting in vreemdelingenbewaring, kanstrafrechtelijke vervolging aan de orde zijn. Het OM kan alleen totvervolging overgaan wanneer aantoonbare schuld aan het uitblijven vanvertrek zorgvuldig is vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 663 Vraag 198De leden van de CDA-fractie vragen of de regering uiteen kan zetten watde Inspectie Justitie en Veiligheid aangeeft over de jurisprudentie en of ditin relatie tot de Terugkeerrichtlijn klopt. Zo ja, betekent dit dan dat de factoenkel in juridische zin sprake kan zijn van strafbaarstelling van het nietmeewerken aan terugkeer en is dit ook wat de regering in de uitvoerings-praktijk wenst te bereiken?De kaders voor deze criteria zijn niet nieuw. Bij de vervolging ter zakeartikel 197 Sr zal ook nu al aan dit criterium worden getoetst. Dezebegrippen zijn ook daar niet in de wettekst verwerkt, desalniettemin heeftde strafrechter deze bepaling richtlijnconform uitgelegd en deze bestand-delen in de bepaling ingelezen omdat deze een voorwaarde zijn dieafgeleid wordt uit de jurisprudentie van het HvJEU bij de uitleg van deTerugkeerrichtlijn. De regering gaat er vanuit dat dit moet gelden voor deuitleg door de strafrechter van artikel 108a Vw 2000.De beoordeling of sprake is van onvoldoende medewerking is uiteraardeen afweging die moet worden beoordeeld naar de omstandigheden vanhet geval, maar in algemene zin kan van niet-meewerken en effectieffrustreren volgens de regering sprake zijn wanneer een vreemdelingzonder geldige reden weigert documenten aan te vragen, niet verschijntbij afspraken, informatie achterhoudt of anderszins actief verhindert datzicht op terugkeer ontstaat, en de overheid dit ook niet op andere wijzekan afdwingen, bijvoorbeeld door de vreemdeling beschikbaar te houdenvoor uitzetting in vreemdelingenbewaring. Het OM kan alleen totvervolging overgaan wanneer aantoonbare schuld aan het uitblijven vanvertrek zorgvuldig is vastgesteld.Vraag 199De leden van de CDA-fractie vragen de regering om zorgen bij maatschap-pelijke organisaties weg te nemen dat ondanks de voorgestelde strafuit-sluitingsgrond, het alsnog mogelijk zou zijn dat hulpverleners te makenkrijgen met een strafrechtelijk proces waarin de rechter vervolgensontslag van alle rechtsvervolging kan verlenen en er dus geen straf wordtopgelegd. Houdt dit dan in dat het risico op een strafproces voorhulpverleners theoretisch blijft bestaan? Zo ja, deelt de regering demening dat deze onzekerheid effect kan hebben op de bereidheid vanhulpverleners om illegalen hulpverlening aan te bieden? Zo nee, kan deregering met behulp van juridische argumentatie en jurisprudentieuiteenzetten waaruit blijkt dat hulpverleners niet het risico lopen omalsnog te maken te kunnen krijgen met een strafproces, los van demogelijkheid dat ontslag van alle rechtsvervolging verleend kan worden?Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Het onderhavige wetsvoorstel beoogt juistduidelijk te maken dat hulpverlening niet strafbaar wordt. Daartoe wordenalle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van het Wetboekvan Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen, medeplegen,opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met deze explicieteuitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organisaties,hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafvervolging hunwerk kunnen blijven doen.Vraag 200De leden van de DENK-fractie constateren dat de uitvoeringstoets nietvolledig is uitgevoerd. Hoe rechtvaardigt de regering het invoeren van eenstrafrechtelijke maatregel zonder volledig zicht op de impact op politie,OM, DTenV en KMar?Het wetsvoorstel van de Asielnoodmaatregelenwet zoals dat thansvoorligt in de Eerste Kamer is inderdaad met grotere snelheid dangebruikelijk tot stand gekomen. Bovendien wijst de regering erop datartikel 108 Vw 2000 bij amendement is ingevoegd. Om die reden kon nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 664 voor alle afzonderlijke maatregelen, waaronder de strafbaarstelling vanillegaliteit, een volledige ex-ante uitvoeringstoets worden opgesteld, maarer is gekozen voor een quickscan. De regering heeft immers naar eenbalans gezocht tussen enerzijds het belang van een wetgevingsproceswaarin maximale tijd en ruimte is voor alle inbreng en anderzijds hetbelang om met spoed te komen tot een breed pakket aan maatregelen omde asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te vermin-deren. De regering meent dat die balans is gevonden.Artikel IIB van het wetsvoorstel bepaalt dat er een evaluatie wordtuitgevoerd drie jaar na inwerkingtreding van het wetsvoorstel. In overlegmet de betrokken ketenpartners zal worden bepaald wie de evaluatie zaluitvoeren.De regering benadrukt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, bij deuitvoeringstoets rekening is gehouden met de verwachte toename van100 tot 300 vervolgingen als gevolg van dit nieuwe artikel, tegenover de3.500 gevallen van vreemdelingenbewaring per jaar en de vele vertrekge-vallen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op debeschikbare capaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overlegmet ketenpartners.Vraag 201Wat is de reactie van de regering op de DJI die signaleert dat er tot 2030geen detentiecapaciteit over is en elke wetswijziging die tot extrastrafoplegging leidt tot 2030 niet uitvoerbaar is, zo vragen de leden van deChristenUnie-fractie. Hoeveel cellen zijn er extra nodig en hoeveel gaat ditaan middelen kosten?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken.Vraag 202De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat strafzakendie geen vertrek realiseren disproportioneel beslag leggen op capaciteitvan OM en politie.De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken.De regering benadrukt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, bij deuitvoeringstoets rekening is gehouden met de verwachte toename van100 tot 300 vervolgingen als gevolg van dit nieuwe artikel, tegenover de3.500 gevallen van vreemdelingenbewaring per jaar en de vele vertrekge-vallen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op debeschikbare capaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overlegmet ketenpartners.Vraag 203De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt omgegaan met situatieswaarin vreemdelingen strategisch verdwijnen vlak vóór afronding vandossiers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 665 Daar waar een risico bestaat dat de vreemdeling zich kort voor vertrek zalonttrekken aan het toezicht, zal moeten worden overwogen om eenmiddel als administratiefrechtelijke vreemdelingenbewaring toe tepassen. Voor de goede orde benoemt de regering dat in deze gevallen hetterugkeerproces niet is uitgeput, en daarmee is toepassing vanartikel 108a Vw 2000 niet aan de orde.Vraag 204De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voor hoeveel rechtszakendeze wet naar verwachting gaat zorgen en hoeveel extra gesubsidieerderechtsbijstand naar verwachting zal worden geboden. Wat betekent dezeextra druk op de rechtspraak voor de snelheid waarmee andere rechts-zaken worden behandeld?In de uitvoeringstoets heeft de Raad voor de rechtspraak aangeven dat:«het amendement leidt naar verwachting tot een beperkte toename vande werklast voor de Rechtspraak».Vraag 205Wat is de reactie van de regering reactie op de IND, het COA en de DJI dieaan de invoering van het Europees Asiel- en Migratiepact hun handenmeer dan vol hebben en deze systeemwijziging er niet bij kunnen hebben,zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.De invoering van het geheel aan maatregelen in zowel de Asielnoodmaat-regelenwet, de wet Tweestatusstelsel als de invoering van het EU Asiel-en Migratiepact, betekent een grote veranderopgave voor de uitvoerings-organisaties in de asielketen. Zoals ook de IND in uitvoeringstoetsenaangeeft, is er na vaststelling van deze wetten nog enige implementa-tietijd nodig om alle maatregelen in te voeren en in de praktijk tot uitvoerte kunnen brengen. Om die reden is het dan ook van belang dat er zo snelmogelijk duidelijkheid komt omtrent deze wetten, zodat de uitvoeringsor-ganisaties daarna ook zo snel mogelijk met de implementatie daarvankunnen beginnenVraag 206Is de regering bereid een gedegen ex ante-uitvoeringstoets uit te latenvoeren, zoals de politie, KMar en DTenV verzoeken, zo vragen de ledenvan de ChristenUnie-fractie.Het wetsvoorstel van de asielnoodmaatregelenwet zoals dat thansvoorligt in de Eerste Kamer is inderdaad met grotere snelheid dangebruikelijk tot stand gekomen. Om die reden kon niet voor alle afzonder-lijke maatregelen, waaronder de strafbaarstelling van illegaliteit, eenvolledige ex-ante uitvoeringstoets worden opgesteld, maar er is gekozenvoor een quickscan. De regering heeft immers naar een balans gezochttussen enerzijds het belang van een wetgevingsproces waarin maximaletijd en ruimte is voor alle inbreng en anderzijds het belang om met spoedte komen tot een breed pakket aan maatregelen om de asielketen teontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen. De regeringmeent dat die balans is gevonden.De regering benadrukt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, bij deuitvoeringstoets rekening is gehouden met de verwachte toename van100 tot 300 vervolgingen als gevolg van dit nieuwe artikel, tegenover de3.500 gevallen van vreemdelingenbewaring per jaar en de vele vertrekge-vallen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op debeschikbare capaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overlegmet ketenpartners.Vraag 207De leden van de ChristenUnie-fractie lezen de zorgen van de DTenV overde aangifteplicht en de reactie van de regering dat aangifte in de meestegevallen niet aan de orde zal zijn. Welke werkinstructies en kaders krijgt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 666 DTenV mee? Hoe vaak verwacht de regering dat de DTenV per jaaraangifte zal moeten doen?Zie antwoord op vraag 106 en 107. Zoals in de uitvoeringstoets aange-geven zal het mogelijk gaan om 50 à 100 zaken per jaar.6. Uitvoeringsaspecten Vraag 208De leden van de D66-fractie lezen dat de regering verwacht dat hetvoorstel niet leidt tot een toename van administratieve lasten vooruitvoeringsorganisaties. Dit wordt echter niet gedeeld door DTenV, dieaangeeft wel degelijk administratieve lasten te zullen ondervinden van hetvoorstel. Zij geven daarbij aan zorgen te hebben over een verdringings-effect waardoor zij minder zullen toekomen aan de kerntaak van DTenV,zijnde het organiseren van vertrek. Hoe gaat de regering er zorg voordragen dat dit effect niet optreedt?Zoals meermaals aangegeven is het van groot belang om met spoedmaatregelen te nemen om de asielketen te ontlasten en de instroom vanasielzoekers te verminderen. Nieuwe maatregelen brengen uiteraard ooknieuwe behandelstappen in het werkproces mee. Er kan niet wordengewacht op het moment dat alle uitvoeringsconsequenties in beeld zijn.Vanzelfsprekend worden de zorgen van DTenV echter zeer serieusgenomen. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel zal wordengemonitord of en zo ja de gevolgen die DTenV schetst optreden. Zo nodigzullen mitigerende maatregelen worden genomen.De regering benadrukt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, bij deuitvoeringstoets rekening is gehouden met de verwachte toename van100 tot 300 vervolgingen als gevolg van dit nieuwe artikel, tegenover de3.500 gevallen van vreemdelingenbewaring per jaar en de vele vertrekge-vallen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op debeschikbare capaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overlegmet ketenpartners.Vraag 209De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn verbaasd over de consta-tering dat de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf niet zou leiden tottoename van administratieve lasten. Immers, uit de eerste quick-scan tenaanzien van de gevolgen van de strafbaarstelling blijkt dat het voorstelgrote consequenties heeft voor veel uitvoeringsorganisaties, waaronderde DTenV. Deelt de regering de constatering van de DTenV, dat hetnoodzakelijk is dat er ketenbreed een ex-ante uitvoeringstoets wordtuitgevoerd?Het doel van het voorstel is slechts om te verzekeren dat hulp aan illegaalverblijvende vreemdelingen (in de context van het voorgesteldeartikel 108a Vw 2000) niet strafbaar wordt. De keuze voor de uitvoerings-optie moet nog worden gemaakt, waarbij de zorgen over capaciteitsdruk,scholing en proportionaliteit serieus worden genomen.De regering benadrukt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, bij deuitvoeringstoets rekening is gehouden met de verwachte toename van100 tot 300 vervolgingen als gevolg van dit nieuwe artikel, tegenover de3.500 gevallen van vreemdelingenbewaring per jaar en de vele vertrekge-vallen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op debeschikbare capaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overlegmet ketenpartners.Vraag 210(GL-PvdA) Kan de Minister aangeven wat de laatste schattingen zijnaangaande de omvang van mensen die onrechtmatig in Nederlandverblijven, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 667 Op dit moment wordt er een WODC-onderzoek uitgevoerd naar vreemde-lingen die onrechtmatig in Nederland verblijven. Het is nog niet metzekerheid te zeggen wanneer dit onderzoek zal worden aangeboden.Hierbij is het belangrijk op te merken dat dit onderzoek ziet op de periodemedio 2018–2019 tot medio 2022–2023.In 2020 is er voor het laatst door het WODC een onderzoek gepubliceerdover het aantal onrechtmatige vreemdelingen in Nederland. Hetonderzoek wees uit dat tussen medio 2017 en medio 2018 naar schattingtussen de circa 23.000 en 58.000 vreemdelingen onrechtmatig inNederland verbleven.4Vraag 211 en 212(GL-PvdA) De regering verwacht geen extra lasten voor uitvoeringsorgani-saties. De leden van de DENK-fractie vragen hoe deze inschatting terijmen valt met de unanieme en expliciete zorgen van uitvoeringsin-stanties, waaronder de politie, de KMar, de IND, de DTenV en de InspectieJustitie en Veiligheid, die juist waarschuwen voor een aanzienlijketoename van werkdruk, capaciteitsproblemen en uitvoeringsrisico’s. Dezeleden vragen de regering toe te lichten op welke wijze zij tot haarinschatting is gekomen en waarom de praktijkwaarschuwingen vanketenpartners daarin kennelijk geen gewicht hebben gekregen. Voortsvragen voornoemde leden hoe wordt voorkomen dat opsporingsin-stanties via andere strafbepalingen alsnog humanitaire hulpverleningcriminaliseren.De regering is niet bekend met pogingen van opsporingsinstanties om viaandere strafbepalingen alsnog te proberen humanitaire hulpverlening tecriminaliseren. De regering is evenmin bekend met gevallen waarin hulpaan illegaal verblijvende vreemdelingen in Nederland zonder winst-oogmerk is vervolgd. Dit is ook niet waar de regering op zou willeninzetten. Voor de goede orde merkt de regering op dat dit niet ziet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).De keuze voor de uitvoeringsoptie moet nog worden gemaakt, waarbij dezorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportionaliteit serieus wordengenomen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal, in overleg met keten-partners, worden afgestemd op de beschikbare capaciteit en de effecti-viteit van de maatregelen.Vraag 213De leden van de SGP-fractie vragen de regering te bevestigen dat destrafbaarstelling wordt ingezet als «stok achter de deur» met als doelterugkeer te bevorderen en dat het middel met name zal wordentoegepast in de handhavingspraktijk bij overlastgevende en crimineleasielzoekers.Dit kan de regering bevestigen. In dat kader is het voorgestelde artikel108a Vw 2000 van belang als strafrechtelijke maatregel die zich richt ophet verwijtbaar niet naleven van de vertrekplicht, waarbij strafrecht alsultimum remedium aanvullend wordt toegepast nadat het bestaandebestuursrechtelijke instrumentarium is uitgeput.Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een vreemdeling herhaaldelijk inbewaring is gesteld maar verschillende keren valse personalia heeftgebruikt en het onderzoek daardoor zodanig lang heeft geduurd dat derechter oordeelt dat er daardoor geen zicht op uitzetting meer is. Ook4Schatting onrechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen 2017–2018: https://www.wodc.nl/actueel/nieuws/2020/12/16/nieuwe-schatting-voor-de-periode-medio-2017---medio-2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 668 kunnen zich situaties voordoen waarin een land structureel niet meewerktaan gedwongen terugkeer, maar wel bereid is een rechtstreeks verzoekom een reisdocument van een eigen onderdaan te behandelen.De regering benadrukt dat strafbaarstelling een onderdeel is van eenbreder terugkeerbeleid en dat het bestuursrechtelijke instrumentarium omterugkeer te realiseren leidend blijft, waarbij strafrecht slechts als ultimumremedium wordt ingezet. Van belang is dat de terugkeer het doel is enblijft.Vraag 214De leden van de PvdD-fractie vragen welke afspraken gemaakt zijn metgemeenten over de toegang tot nachtopvang voor vreemdelingen diestrafbaar zijn onder artikel 108a Vw 2000.Voor zover instanties, waaronder gemeenten, zonder winstoogmerk hulpverlenen, is dit niet strafbaar. Bij inwerkingtreding zal worden bezien ofaanvullende afspraken nodig zijn.Vraag 215De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering omgaat metsignalen dat de DJI geen detentiecapaciteit heeft tot 2030.De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken.Vraag 216De leden van de PvdD-fractie vragen hoe gegevensdeling wordt geregeldtussen AVIM, OM en DTenV in het licht van de Algemene verordeninggegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg).Dit wetsvoorstel brengt in de bestaande afspraken en regels over degegevensuitwisseling geen verandering. Voor zover de implementatie vande ANMW noopt tot aanvullende afspraken, zullen deze in het implemen-tatietraject worden bezien.Vraag 217De leden van de PvdD-fractie vragen welke training politieagenten krijgenover humanitaire hulp in relatie tot een inreisverbod.In algemene zin zijn politieagenten opgeleid om hulp te bieden aan hendie dat behoeven. Of, en op welke wijze, bijstand wordt verleend is nietafhankelijk van de verblijfsstatus van degene die hulp nodig heeft. Hetverlenen van bijstand door de politie is – uiteraard – niet strafbaar.Vraag 218De leden van de PvdD-fractie vragen of kerken worden betrokken bij deverdere uitwerking.Nee, er is geen specifieke rol voorzien voor kerkelijke instanties in relatietot de uitvoering van dit wetsvoorstel.Vraag 219De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat vaccinatie-en TB-controleprogramma’s instorten doordat mensen zich niet meerdurven te melden?Zoals eerder aangegeven, blijven deze vreemdelingen recht hebben opmedische zorg. De regering zal de uitvoering van dit beleid zorgvuldigmonitoren en, indien nodig, met het Ministerie van VWS maatregelennemen om te zorgen dat vreemdelingen zonder verblijfspapieren geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 669 onevenredige belemmeringen ervaren bij het zoeken van medischnoodzakelijke zorg in het belang van de volksgezondheid.Vraag 220De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om in te schattenwelke impact het strafbaar stellen van illegaal verblijf heeft op dejeugdzorg, in de gevallen dat ongedocumenteerden met kinderen in eenstrafrechtelijk traject belanden. Hoeveel opvangcapaciteit, in pleegge-zinnen en zorginstellingen, zal hiervoor nodig zijn? Hoeveel familierechts-zaken verwacht de regering door deze ontwikkeling? Heeft de regeringgesproken met gecertificeerde instellingen (GI’s) over de gevolgen van dewetgeving?Het wetsvoorstel geldt voor meerderjarige illegaal in Nederland verblij-vende vreemdelingen. Dat ouders van kinderen strafrechtelijk wordenvervolgd is een effect dat niet alleen bij dit misdrijf speelt, maar ook bijandere feiten aan de orde kan zijn. De regering acht het van belang op temerken dat het OM en – daarna – de strafrechter uiteraard een afwegingmaken ten aanzien van de opportuniteit en proportionaliteit. De familie-omstandigheden zullen, zo verwacht de regering een aanzienlijke rolspelen in deze afweging.Vraag 221De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de impact op hetonderwijs van de strafbaarstelling illegaal verblijf. Hoeveel schoolgaandekinderen zijn momenteel ongedocumenteerd in Nederland? Is er met hetonderwijs gesproken over wat de impact op kinderen zal zijn als ouderszijn opgepakt? Hoe moet een school daarmee omgaan? Heeft de regeringgesproken met de besturen van MBO-, HBO- en WO-onderwijsinstellingenover de gevolgen van deze wet voor ongedocumenteerde studenten?Er zijn geen cijfermatige gegevens beschikbaar over het aantal ongedocu-menteerde schoolgaande kinderen. Het wetsvoorstel geldt voor meerder-jarige illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen. Dat ouders vankinderen strafrechtelijk worden vervolgd is een effect dat niet alleen bij ditmisdrijf speelt, maar ook bij andere feiten aan de orde kan zijn. Deregering acht het van belang op te merken dat het OM en – daarna – destrafrechter uiteraard een afweging maken ten aanzien van de opportu-niteit en proportionaliteit. De familieomstandigheden zullen een aanzien-lijke rol spelen in deze afweging.In algemene zin brengt artikel 108 Vw 2000 geen wijzigingen aan in demogelijkheden om scholing te volgen. Van belang is dat ook jongvolwas-senen zich ervan bewust zijn dat indien hun verblijf niet wordt toegestaan,zij – ook onder de huidige wetgeving – dienen te vertrekken.Vraag 222Hoe wordt de motie van het lid Ceder (Kamerstuk 19 637, nr. 3488)uitgevoerd ten aanzien van hier opgegroeide kinderen met een Neder-landse scholing, in het licht van de strafbaarstelling van illegaal verblijf, zovragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Zie het antwoord op vraag 221.Vraag 223 en 224Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie haar zorgen heeft geuitover de uitvoerbaarheid, de effectiviteit en de negatieve gevolgen voor deopenbare orde van deze maatregel. Hoe beoordeelt de regering deduidelijke waarschuwing van uitvoeringsorganisaties zoals politie, DTenVen KMar dat strafbaarstelling ingrijpende aanpassingen voorziet inwerkprocessen, de inzet van veel capaciteit en scholing van personeel,terwijl er risico’s ten aanzien van legitimiteit en proportionaliteit wordengesignaleerd? Het lid van de Volt-fractie constateert dat de DJI signaleertdat zij tot 2030 geen detentiecapaciteit over heeft. Iedere wetswijziging dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 670 tot extra strafoplegging leidt, waaronder deze, is voor de DJI in iedergeval tot 2030 niet uitvoerbaar. Hoe verwacht de regering deze maatregelalsnog te kunnen uitvoeren in de praktijk?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken.De regering benadrukt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, bij deuitvoeringstoets rekening is gehouden met de verwachte toename van100 tot 300 vervolgingen als gevolg van dit nieuwe artikel, tegenover de3.500 gevallen van vreemdelingenbewaring per jaar en de vele vertrekge-vallen. De uiteindelijke uitvoeringsoptie zal worden afgestemd op debeschikbare capaciteit en de effectiviteit van de maatregelen, in overlegmet ketenpartners.Vraag 225 en 226Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie nu al merkt datmensen door deze voorgestelde maatregel niet naar de politie durven bijuitbuiting en criminaliteit. Ook gemeenten en ngo’s geven aan dat angstvoor dit voorstel er nu al voor zorgt dat ouders kinderen niet meer naarschool durven te sturen en zieke mensen niet meer naar de dokter durven.Erkent de regering het mogelijke neveneffect dat personen zonderrechtmatig verblijf zich uit angst onttrekken aan hulpverlening enoverheidsinstanties? Hoe voorkomt het de implicaties, zoals de angst voorhet aanvragen van bescherming (in strijd met het Vluchtelingenverdrag),het doen van politieaangifte, of het melden voor vrijwillige terugkeertra-jecten? Het lid van de Volt-fractie constateert dat als mensen onder deradar verblijven dit ook een impact heeft op hun toegang tot basisvoorzie-ningen (zoals opvang, medische zorg, onderwijs voor minderjarigen,rechtsbijstand). Hoe voorkomt de regering dat het hiermee in strijd is metartikel 14 van de Terugkeerrichtlijn en artikel 1 en 4 van het EU Handvest?Zoals eerder aangegeven, brengt de strafbaarstelling van illegaal verblijfgeen veranderingen aan in de mogelijkheden voor de toegang van illegaalverblijvende vreemdelingen tot elementaire voorzieningen zoals zorg,onderwijs (voor minderjarige vreemdelingen) en bescherming door depolitie.Vraag 227Het lid van de Volt-fractie constateert dat de DTenV in haar schriftelijkereactie op de novelle aangeeft dat zij niet bekend is met enig onderzoekdat aantoont dat strafbaarstelling leidt tot een toename van terugkeer.Volgens de DTenV blijkt uit bestaande onderzoeken en adviezen juist hettegendeel. Daarnaast signaleren medewerkers geen wezenlijk positiefeffect van de maatregel op terugkeer en wijzen zij op de extra administra-tieve lasten die zij vrezen. Welke bewijzen kan de regering aanleveren datdeze maatregel daadwerkelijk zal bijdragen aan meer grip of migratie eneen effectiever terugkeerbeleid?De regering baseert haar stelling niet op landenervaringen, maar op eenbeleidsmatige inschatting dat strafbaarstelling als aanvullend instrumentkan bijdragen aan meer grip krijgen op migratie en een effectieverterugkeerbeleid. Daarnaast blijft de regering onverminderd inzetten opafspraken met de landen van herkomst en op verdere vereenvoudigingvan (Europese) terugkeerprocedures. Uiteindelijk zal het antwoord op deproblematiek van terugkeer en vertrek moeten komen van het samenhan-gende gebruik van bestuursrechtelijke maatregelen gericht op terug-keerondersteuning, informatievoorziening, bestuurlijke dwang en –Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 671 uiteindelijk – de toepassing van strafrechtelijke sancties zoals opgenomenin het amendement.Vraag 228Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat personendie, buiten hun eigen schuld om, Nederland niet kunnen verlaten maarhier (nog) geen bewijs voor kunnen aanleveren (en daardoor mogelijkworden aangemerkt als «niet meewerkend»), zoals staatlozen, strafrech-telijk worden gesanctioneerd.Zie het antwoord op vraag 49. In aanvulling daarop wordt benadrukt datstrafrechtelijke aansprakelijkheid alleen aan de orde is als aan dedesbetreffende meerderjarige vreemdeling kan worden tegengeworpendat deze verwijtbaar illegaal in Nederland verblijft.Vraag 229Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom de andere mogelijkheden voorstrafrechtelijke vervolging, zoals het zwaar inreisverbod en de mogelijk-heden binnen de nieuwe Wet Terugkeer en Vreemdeling, niet voldoendegeschikt zijn om op te treden. Hoe verhouden deze zich tot elkaar?De regering ziet de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf alscomplementair instrument: bedoeld voor die gevallen waarin debestaande bestuursrechtelijke en terugkeermogelijkheden structureeltekortschieten – met name bij vreemdelingen die kunnen, maar niet willenvertrekken. In die gevallen kan lang niet altijd ook een ongewenstver-klaring worden opgelegd. Deze novelle brengt verder geen wijzigingenaan in de bestaande bevoegdheden.Vraag 230Het lid van de Volt-fractie constateert dat kwetsbare mensen risico lopenop misbruik door werkgevers. Welke maatregelen neemt de regering omdit te voorkomen en slachtoffers te helpen, juist als zij door dit voorstelbang zijn gemaakt om in strafdetentie te komen?Wat betreft een grotere angst om naar voren te komen om aangifte tedoen of (medische) hulp te vragen merkt de regering op dat ook nu alsprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000. Devreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er naar objectievemaatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaal zijn.Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden tothet niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel tot wet wordt.Voor specifieke groepen kwetsbare personen, zoals slachtoffers vanmensenhandel en uitbuiting en personen die onder medische behan-deling staan, zijn er specifieke toelatingskaders. Wanneer deze personenop basis van zo’n toelatingskader in aanmerking komen voor toelating ofanderszins (tijdelijk) rechtmatig verblijf hebben, is de strafbaarstellingvanzelfsprekend niet aan de orde. Ook indien dat niet het geval is, kan – zovolgt dwingend uit Europese jurisprudentie – alleen aan vervolgingworden toegekomen als de vreemdeling door zijn of haar toedoen nietkan worden uitgezet. Als er een uitzettingsbeletsel is, volgt dus uit hetsysteem van de wet al dat vervolging niet aan de orde is.Vraag 231 en vraag 232Het lid van de Volt-fractie constateert dat het COA in de Uitvoeringstoetsbenoemt dat er situaties kunnen ontstaan waarin een ouder strafbaar isgesteld onder artikel 108a Vw 2000 terwijl hij of zij op een COA-gezins-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 672 locatie verblijft. Hoe wordt in die situaties de opvang en zorg voorminderjarige kinderen gewaarborgd als een ouder wordt gedetineerd?Dat ouders van kinderen strafrechtelijk worden vervolgd is een effect datniet alleen bij dit misdrijf speelt, maar ook bij andere feiten aan de ordekan zijn. De regering acht het van belang op te merken dat het OM en –daarna – de strafrechter uiteraard een afweging maken ten aanzien van deopportuniteit en proportionaliteit. De familieomstandigheden zullen, zoverwacht de regering een aanzienlijke rol spelen in deze afweging.Vraag 233Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de mogelijke cumulatie vanstrafrechtelijke antecedenten vanwege onrechtmatig verblijf de kansen opregularisatie van het verblijf in Nederland beïnvloedt. In hoeverre leidt deuitbreiding van de mogelijkheden van het opleggen van een ongewenst-verklaring in de ANMW tot een stapeling van uitsluitingsgronden?Zoals in de memorie van toelichting bij de Asielnoodmaatregelenwet isaangegeven is de inzet van dat wetsvoorstel om de mogelijkheden omongewenstverklaringen op te leggen aan derdelanders die zich illegaal inNederland bevinden te herstellen. Het (zware) inreisverbod blijkt in depraktijk niet voldoende effectief te zijn om het probleem van nietrechtmatig verblijvende vreemdelingen die strafbare feiten plegen hethoofd te bieden. Het aantal succesvolle vervolgingen is in de afgelopenjaren sterk gedaald. Eén oorzaak was dat de jurisprudentie van het HvJEUduidelijk maakte dat, anders dan bij de implementatie werd verondersteld,het inreisverbod pas rechtsgevolgen sorteert wanneer de vreemdeling hetgrondgebied van de EU heeft verlaten en niet daarvoor al. Onduidelijkheidover de rechtmatigheid van de formulering van artikel 197 Sr is inmiddelsweggenomen door de Hoge Raad, die bevestigde dat dit een voldoendetoegankelijke, nauwkeurige en voorzienbare strafbaarstelling van«gekwalificeerd illegaal verblijf» bevat.Vraag 234Het lid van de Volt-fractie vraagt in hoeverre de regering het risico dat destrafbaarstelling van onrechtmatig verblijf een afschrikkend effect heeft opmensen zonder verblijfsrecht die via bemiddeling van de DTenV toegangzouden kunnen krijgen tot de buitenschuldprocedure, onderkent enmonitort.De regering acht het van groot belang dat vreemdelingen hun rechtspo-sitie goed begrijpen. Dit zal dan ook met hen worden gecommuniceerd. Invrijwel alle gevallen zal de vreemdeling ook een rechtsbijstandsverlenerhebben die eventuele vragen kan beantwoorden. Duidelijk is dat indien devreemdeling in gesprek is met de DT&V en in het kader daarvan onder-bouwt dat het voor hem niet mogelijk is Nederland te verlaten, vervolgingniet aan de orde is.Naar de aard der zaak kan de overheid niet in kaart brengen welkevreemdelingen besluiten niet in contact te treden met de overheid. Eenbuitenschuldprocedure is doorgaans het sluitstuk van een terugkeerprocedure, waarvoor dus contact is gelegd. Mocht blijken dat de wet in depraktijk leidt tot onduidelijke situaties, dan zal de regering de situatieopnieuw evalueren en zo nodig maatregelen nemen om de toeganke-lijkheid van zorg te waarborgen door aanvullende informatiecampagnes.Vraag 235Het lid van de Volt-fractie vraagt welke beleidsmatige maatregelen ofwaarborgen er zijn om te voorkomen dat deze strafbaarstelling debereidheid tot medewerking aan terugkeer of aan de buitenschuldpro-cedure ondermijnt, en op welke wijze dit risico in beleid en uitvoeringwordt geëvalueerd.Van belang is dat het effect van een maatregel als het strafbaar stellen vanillegaal verblijf, niet los gezien kan worden van andere inzet om terugkeerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 673 te versterken, zoals gericht casemanagement van de terugkeerder,passende ondersteuning ten behoeve van duurzame terugkeer enafspraken met de landen van terugkeer, en waar dat niet lukt, maatregelenals vreemdelingenbewaring om de vreemdeling beschikbaar te houden.Bij deze trajecten is een bepaalde mate van medewerking van devreemdeling om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen van grootbelang om de terugkeer te laten slagen. In dat kader is het voorgesteldeartikel 108a Vw 2000 van belang als strafrechtelijke maatregel die zichricht op het verwijtbaar niet naleven van de vertrekplicht, waarbijstrafrecht als ultimum remedium aanvullend wordt toegepast nadat hetbestaande bestuursrechtelijke instrumentarium is uitgeput.Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een vreemdeling herhaaldelijk inbewaring is gesteld maar verschillende keren valse personalia heeftgebruikt en het onderzoek daardoor zodanig lang heeft geduurd dat derechter oordeelt dat er daardoor geen zicht op uitzetting meer is. Ookkunnen zich situaties voordoen waarin een land structureel niet meewerktaan gedwongen terugkeer, maar wel bereid is een rechtstreeks verzoekom een reisdocument van een eigen onderdaan te behandelen.De regering benadrukt dat strafbaarstelling een onderdeel is van eenbreder terugkeerbeleid en dat het bestuursrechtelijke instrumentarium omterugkeer te realiseren leidend blijft, waarbij strafrecht slechts als ultimumremedium wordt ingezet. Van belang is dat de terugkeer het doel is enblijft.Periodiek wordt het terugkeerbeleid, waar de strafbaarstelling als ultimumremedium onderdeel van uitmaakt bezien. Waar nodig zal het beleidworden aangepast.Vraag 236 en 237Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering en de betrokkenuitvoeringsinstanties (IND) waarborgen dat de strafbaarstelling vanonrechtmatig verblijf niet leidt tot vermijding van contact met instantiesdoor vreemdelingen met medische problematiek, waardoor zij buitennoodzakelijke zorg of een verblijfsrechtelijke beoordeling op grond vanartikel 64 Vw 2000 vallen, en daardoor hun medisch noodzakelijkebehandeling in Nederland mislopen. Het lid van de Volt-fractie vraagtwelke concrete maatregelen de regering en uitvoeringsinstanties (IND)kunnen nemen om te voorkomen dat deze groep mensen door angst voorstrafrechtelijke vervolging essentiële zorg of een verblijfsrechtelijkebeoordeling misloopt.Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen.De regering zal de uitvoering van het beleid monitoren om ervoor tezorgen dat vreemdelingen daadwerkelijk toegang behouden tot zorg enverblijfsrechtelijke procedures, en zal bijsturing toepassen wanneer blijktdat het beleid onbedoelde negatieve effecten heeft.Vraag 238 en 239Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie in de Quickscan/Uitvoeringstoets signaleert dat het opsporen en vervolgen van onrecht-matig verblijf complex is, mede omdat het OM nog geen concreetopsporings- en vervolgingsbeleid heeft vastgesteld. Hoe beoordeelt deregering de haalbaarheid van het strafbaar stellen van onrechtmatigverblijf met de huidige capaciteit en middelen? Het lid van de Volt-fractieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 674 vraagt welke knelpunten de regering voorziet bij de uitvoering. Helpt destrafbaarstelling van ongedocumenteerden bij het politiewerk?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken. Deregering benadrukt dat de strafbaarstelling van illegaliteit moet wordengezien als een aanvullend middel in een breed pakket aan maatregelenom de asielinstroom te beperken.Vraag 240 tot 242Het lid van de Volt-fractie constateert dat het al mogelijk is mensen zonderverblijfsvergunning te beboeten wanneer zij zich niet melden bij dekorpschef (bijv. feitcode E 822 a-g) of wanneer hij of zij met een inreis-verbod in Nederland verblijft (bijv. feitcode E 844 a-g). Kan de regeringaangeven hoe vaak deze instrumenten in de praktijk worden ingezet? Hetlid van de Volt-fractie constateert dat uit de uitvoeringstoets blijkt datextra strafrechtelijke onderzoeken vanwege onrechtmatig verblijf kunnenleiden tot verdringing van reguliere politietaken, waardoor andereoperationele werkzaamheden vertraging oplopen. Welke gevolgenverwacht de regering hiervan voor de algehele effectiviteit en veiligheid inde samenleving? Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie in deUitvoeringstoets wijst op het risico van onnodige aanhoudingen vanmensen die pas ná onderzoek onder de Terugkeerrichtlijn blijken te vallen(en dus niet vervolgd zouden kunnen worden), met mogelijke druk opcellencapaciteit en arrestantenafdelingen. Hoe kan de politie zich volgensde regering verhouden tot dit risico en wat betekent dit voor de legiti-miteit van de politie in de samenleving?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Structurele middelen worden bekeken in samenhang met de brederecapaciteitsplanning, inclusief mogelijkheden voor werving, scholing enprioritering, om verdringingseffecten zoveel mogelijk te beperken.Ten aanzien van de vraag over de feitcodes merkt de regering allereerstop dat het hierbij gaat om de feitcodes E822A-G en E824A-G, en niet omE844A-G. Aangezien de leden geen specifieke periode hebben genoemdwaarover zij inzicht wensen in de inzet van deze instrumenten, heeft deregering een overzicht opgesteld over het jaar 20245.Aantal transactiesE822 – als vreemdeling, die geen rechtmatigverblijf heeft als bedoeld in artikel 8 Vw, nietonmiddellijk van zijn aanwezigheidmededeling doet aan de korpschef van degemeente waar hij verblijftE824 – als vreemdeling in NK verblijft, terwijlhij weet of ernstige reden heeft te vermoedendat tegen hem een inreisverbod is uitge-vaardigd (anders dan met toepassing vanartikel 66a, zevende lid, Vw)Gedurende een illegaal verblijf van 1–2 jaar72Gedurende een illegaal verblijf van 1–15 dagen51Gedurende een illegaal verblijf van 15 dagen–3maanden655De cijfers kennen een na-ijleffect, waardoor de cijfers op een later peilmoment hoger of lageruitvallen. Aantallen kunnen ook nog wijzigen als bijvoorbeeld een uitgeschreven transactiealsnog foutief is of een sepot kent.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 675 Aantal transactiesE822 – als vreemdeling, die geen rechtmatigverblijf heeft als bedoeld in artikel 8 Vw, nietonmiddellijk van zijn aanwezigheidmededeling doet aan de korpschef van degemeente waar hij verblijftE824 – als vreemdeling in NK verblijft, terwijlhij weet of ernstige reden heeft te vermoedendat tegen hem een inreisverbod is uitge-vaardigd (anders dan met toepassing vanartikel 66a, zevende lid, Vw)Gedurende een illegaal verblijf van 2 jaar oflanger81Gedurende een illegaal verblijf van 3–6maanden42Gedurende een illegaal verblijf van 6maanden–1 jaar62Periode van illegaal verblijf onbekend13Voor een periode van 1–2 jaar74Voor een periode van 1–15 dagen14Voor een periode van 15 dagen–3 maanden36Voor een periode van 2 jaar of langer83Voor een periode van 3–6 maanden19Voor een periode van 6 maanden–1 jaar51Periode onbekend4Totaal386281 Vraag 243Het lid van de Volt-fractie constateert dat in de brief van de InspectieJustitie en Veiligheid (van 16 juli jongstleden) staat dat onrechtmatigverblijvende mensen mogelijk geen toegang meer durven zoeken totbasale hulpstructuren zoals onderwijs, zorg of aangifte bij uitbuiting. Hoebeoordeelt de regering de maatschappelijke risico’s van deze vermijding,en op welke manier kan worden voorkomen dat kwetsbare groepen nogverder buiten beeld raken?Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van het inartikel 108a Vw 2000 omschreven misdrijf strafbaar wordt. Het onder-havige wetsvoorstel maakt juist duidelijk dat hulpverlening niet strafbaaris als deelneming aan dat misdrijf. Daartoe worden alle overige deelne-mingsvormen uit Titel V van Boek 1 van het Wetboek van Strafrechtuitgesloten. Het gaat om: doen plegen, medeplegen, opzettelijk uitlokken.De regering benadrukt dat met deze expliciete uitsluiting wordt gegaran-deerd dat maatschappelijke organisaties, hulpverleners, kerken enwijkteams zonder risico op strafvervolging hun werk kunnen blijven doen.Vraag 244Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe, gelet op eerdere signalen van de DJI(in de Uitvoeringstoets) dat er geen capaciteit is om strafbaarstelling uit tevoeren tot ten minste 2030, de regering de haalbaarheid van dezemaatregel op korte en middellange termijn beoordeelt.De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Vraag 245Het lid van de Volt-fractie constateert dat de Inspectie Justitie enVeiligheid (in de brief van 16 juli) het belang benadrukt van toetsing opverenigbaarheid met ander recht. Hoe beoordeelt de regering desamenhang van dit wetsvoorstel met andere bestaande instrumenten,zoals de Wet Terugkeer en Vreemdelingenbewaring, en met Europeesrecht, in het bijzonder waar het gaat om strafbaarheid van onrechtmatigverblijf en proportionaliteit?Het wetsvoorstel is volgens de regering verenigbaar met de Grondwet,grondrechten, het Europese en internationale recht en de algemenerechtsbeginselen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 676 Vraag 246Het lid van de Volt-fractie vraagt of een langdurige behandelrelatie als«structurele samenwerking» kan worden uitgelegd? Kan dit leiden totstrafbarheid bij een licht inreisverbod?De bestaande strafbepaling die betrekking heeft op illegaal verblijf inweerwil van een licht inreisverbod laat onverlet dat illegaal verblijvendevreemdelingen toegang hebben tot elementaire voorzieningen zoals zorg.In antwoord op vraag 34 is toegelicht dat het door een medisch profes-sional verlenen van noodzakelijke medische zorg aan een vreemdelingniet strafbaar is.Vraag 247Het lid van de Volt-fractie vraagt wat strafbaarstelling betekent voorgemeenten die samenwerken met ngo’s om gezondheidszorg voormensen zonder papieren te organiseren. Is de regering met gemeenten ingesprek om ervoor te zorgen dat de mensen die in hun gemeenteverblijven de zorg krijgen die ze nodig hebben en overlast voorkomenwordt?Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Artikel 108aVw 2000 doet niet af aan het werk van bijvoorbeeld de GGD’s. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen.Vraag 248Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe ngo’s worden beschermd dieopvang, eten of medische zorg bieden aan vreemdelingen met een lichtinreisverbod.Zie het antwoord op de vragen 30 en 34.Vraag 249Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de risico’s worden gemitigeerd dateen opgelegde geldboete niet betaalbaar is en onuitvoerbaar blijkt.Aangezien de doelgroep van illegaal verblijvende vreemdelingendoorgaans geen formeel adres heeft en geen middelen, is het innen vaneen dergelijke boete vrijwel illusoir. Het OM gaat echter over het vervol-gingsbeleid.Vraag 250Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom ervoor is gekozen om alleen eenuitzondering voor hulpverlening te maken bij de nieuw ingesteldestrafbaarstelling, terwijl bestaande strafbaarstellingen bewust onver-anderd blijven?Zoals aangegeven in het nader rapport is er naar het oordeel van deregering – anders dan bij de beoogde strafbaarstelling van illegaal verblijf– geen dringende reden om bij bestaande strafbaarstellingen vanalgemene strafrechtelijke uitgangspunten af te wijken door de reikwijdtedaarvan te beperken tot het plegen van het feit. Het onderhavigewetsvoorstel heeft uitsluitend betrekking op de beperking van destrafbaarstelling illegaal verblijf. Deze novelle is onlosmakelijk verbondenmet de Asielnoodmaatregelenwet en beoogt een reeds door de TweedeKamer aangenomen amendement dat onderdeel uitmaakt van die wet aante passen. Deze wet heeft geen betrekking op andere strafbaarstellingen.Zie verder het antwoord op vraag 25.Vraag 251Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 677 Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt voorkomen dat politiemede-werkers zonder medische expertise conclusies trekken over medisch nietuitzetbare personen. Hoe wordt de medische beoordeling van personenzonder geldige verblijfsdocumenten gedaan? Hoe worden de mensen diehet betreft op hun rechten gewezen en kunnen ze ergens in beroep als zijonterecht beschuldigd worden van niet mee werken aan uitzetting?Zie antwoord vraag 89. Daarnaast wilt de regering benadrukken dat destrafbaarstelling in het voorgestelde artikel 108a Vw 2000 geen afbreukdoet aan de toegang van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf totelementaire voorzieningen zoals zorg, onderwijs en bescherming door depolitie. Vreemdelingen die risico lopen of slachtoffer zijn van misdrijven,moeten zich veilig kunnen melden en om hulp kunnen vragen. Hiervoorzal duidelijke informatievoorziening over rechten en bescherming wordengeboden, zal toegang tot rechtsbijstand en opvang worden gegarandeerd,en worden bestaande waarborgen zoals de B8-regeling en slachtofferbe-scherming gehandhaafd. Op deze manier wordt voorkomen dat vreemde-lingen uit angst voor vervolging afzien van hulp of vrijwillige melding.Vraag 252Het lid van de Volt-fractie vraagt of het bieden van nachtrust in eenkerkzaal strafbaar kan zijn in het geval er sprake is van een licht inreis-verbod?Zie het antwoord op vraag 30.Vraag 253Het lid van de Volt-fractie constateert dat de verwachting is dat demaatregel zal zorgen voor zorgmijding omdat ongedocumenteerden uitbeeld van instanties zullen willen blijven. Hoe garandeert de regering datgemeenten en GGD’s voldoende middelen krijgen om gezondheidspro-blemen in de doelgroep op te sporen?Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Artikel 108aVw 2000 doet niet af aan het werk van bijvoorbeeld de GGD’s. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doenVraag 254Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt voorkomen dat mensenzonder papieren hun kinderen niet meer laten vaccineren omdat mensenzonder papieren bang zijn in aanraking te komen met officiële instantiesen autoriteiten.Zie het antwoord op vraag 218.Vraag 255Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering gaat voorkomen dat ergrote aantallen zinloze boetezaken ontstaan die niet te innen zijn omdat demensen die het betreft vaak niet de financiële middelen hebben omboetes te voldoen, zoals het OM benadrukt.Het OM zal het vervolgingsbeleid moeten opstellen. Aan de leden van deVolt-fractie kan worden meegegeven dat het opleggen van een boete aanpersonen zonder inkomen en geen vast verblijfsplaats de handhaving vande oplegde sanctie sterk zal bemoeilijken.Vraag 256Het lid van de Volt-fractie vraagt wat de regering doet om te voorkomendat hulpverleners door angst of onduidelijkheid mensen zonder papierenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 678 minder snel behandelen of doorverwijzen. Hoe beoordeelt de regering hetrisico dat hulpverleners onder druk worden gezet omdat vreemdelingenstrafvervolging vrezen?Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen.Vraag 257Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom hulpverlening bij een lichtinreisverbod mogelijk strafbaar wordt geacht, terwijl de novelle toch juistwas bedoeld om alle hulpverleners te beschermen.Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegale vreemdelingen in allegevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zo vorm gegeven datover de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. De regering wilprocedures en discussies over grensgevallen voorkomen. Daarmee wordtvermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid of anderemotieven. Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemenaan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaaris. Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan de pleger, instrafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108a omschrevenstrafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf.De beoogde uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij destrafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt niet voor de huidige strafbepa-lingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van eeninreisverbod of ongewenstverklaring.Van belang is te benadrukken dat met het onderhavige wetsvoorstel geenveranderingen worden aangebracht in de hiervoor besproken overigestrafbaarstellingen. De huidige toepassing hiervan in de praktijk is dathulpverlening uit medemenselijkheid aan vreemdelingen die nietrechtmatig in Nederland zijn, niet wordt vervolgd. Er zijn de regering geenzaken bekend waarin personen zijn vervolgd wegens medeplegen van ofmedeplichtigheid aan artikel 197 Sr (ongewenstverklaring en zwaarinreisverbod), of artikel 108, zesde lid, Vw 2000 (licht inreisverbod) terwijldeze artikelen in hun huidige vorm sinds 2012 van kracht zijn. De gekozenuitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheid vanhulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging niet ziet niet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).Vraag 258Het lid van de Volt-fractie vraagt of het mogelijk is dat strafbaarstellingjuist mensen aanmoedigt om sneller asiel aan te vragen, om strafrecht tevermijden.De strafbaarstelling van illegaal verblijf zal uitsluitend worden toegepastop de groep vreemdelingen die kunnen terugkeren maar dit aantoonbaarfrustreren. De regering verwacht dat de maatregel juist kan bijdragen aanhet doorbreken van situaties van langdurig en overlastgevend onrecht-matig verblijf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 679 Vraag 259Het lid van de Volt-fractie constateert dat de DJI aangeeft dat hetstructureel 55–165 extra detentieplaatsen nodig heeft, terwijl er tot 2030geen capaciteit is. Waarom stelt de regering invoering van deze wet nietuit totdat er voldoende detentiecapaciteit is gerealiseerd? Is het denkbaardat de invoering van deze wet direct of indirect de consequentie zalhebben dat andere veroordeelden eerder vrijgelaten moeten worden alsgevolg van capaciteitsgebrek zoals we in het verleden al hebben gezien?De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners.Vraag 260Het lid van de Volt-fractie vraagt of een voedselbank bij vermoedens vanillegaliteit moet ingrijpen, of dat dit juist leidt tot discriminatierisico’s.De novelle heeft betrekking op de reikwijdte van het misdrijf van illegaalverblijf. Met het oog daarop verzekert de novelle dat dit misdrijf zichalleen uitstrekt tot meerderjarige vreemdelingen die illegaal in Nederlandverblijven en niet tot (rechts)personen die daaraan bijdragen.Vraag 261Het lid van de Volt-fractie vraagt of de regering contact gezocht heeft metandere lidstaten om de verschillende wet- en regelgeving te vergelijken.Zo nee, is de regering bereid dat alsnog te doen?Voor zover bekend bestaat er in verschillende andere EU-lidstaten, zoalsDuitsland, België en Italië, ook strafbaarstelling van illegaal verblijf. Dehandhaving richt zich in veel gevallen op vreemdelingen met eenstrafblad of overlastgevend gedrag, waarbij in Italië rechters soms destrafmaat matigen vanwege proportionaliteitsoverwegingen. De effecti-viteit van het beleid in de verschillende landen is niet goed te vergelijken.Van belang is dat het effect van een maatregel als het strafbaar stellen vanillegaal verblijf, niet los gezien kan worden van andere inzet om terugkeerte versterken, zoals gericht casemanagement van de terugkeerder,passende ondersteuning ten behoeve van duurzame terugkeer enafspraken met de landen van terugkeer, en waar dat niet lukt, maatregelenals vreemdelingenbewaring om de vreemdeling beschikbaar te houden.Bij deze trajecten is een mate van medewerking van de vreemdeling omzijn identiteit en nationaliteit vast te stellen van groot belang om deterugkeer te laten slagen. In dat kader is het voorgestelde artikel 108aVw 2000 van belang als strafrechtelijke maatregel die zich richt op hetverwijtbaar niet naleven van de vertrekplicht, waarbij strafrecht alsultimum remedium aanvullend wordt toegepast nadat het bestaandebestuursrechtelijke instrumentarium is uitgeput.Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een vreemdeling herhaaldelijk inbewaring is gesteld maar verschillende keren valse personalia heeftgebruikt en het onderzoek daardoor zodanig lang heeft geduurd dat derechter oordeelt dat er daardoor geen zicht op uitzetting meer is. Ookkunnen zich situaties voordoen waarin een land structureel niet meewerktaan gedwongen terugkeer, maar wel bereid is een rechtstreeks verzoekom een reisdocument van een eigen onderdaan te behandelen.De regering benadrukt dat strafbaarstelling een onderdeel is van eenbreder terugkeerbeleid en dat het bestuursrechtelijke instrumentarium omterugkeer te realiseren leidend blijft, waarbij strafrecht slechts als ultimumremedium wordt ingezet. Van belang is dat de terugkeer het doel is enblijft.Vraag 262Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 680 Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe huisartsen, ziekenhuizen, GGD’s enmaatschappelijke organisaties geïnformeerd worden over de grenzen vanhun rol bij 108a Vw 2000.Dit wijzigingsvoorstel brengt mee dat uitsluitend het plegen van hetmisdrijf strafbaar wordt. Hulpverlening wordt niet strafbaar. Daartoeworden alle overige deelnemingsvormen uit Titel V van Boek 1 van hetWetboek van Strafrecht uitgesloten. Het gaat om: doen plegen,medeplegen, opzettelijk uitlokken. De regering benadrukt dat met dezeexpliciete uitsluiting wordt gegarandeerd dat maatschappelijke organi-saties, hulpverleners, kerken en wijkteams zonder risico op strafver-volging hun werk kunnen blijven doen.7. Overig Vraag 263De leden van de PVV-fractie hebben vernomen dat er verschillendelidstaten zijn waar illegaal verblijf strafbaar is. Kan de regering eenuitgebreid overzicht geven van de landen die illegaliteit strafbaar stellen,de hoogte van de straf op illegaliteit in deze landen en hoe deze landenhierop handhaven? Kan de regering bevestigen dat de hulp aan illegalenin andere lidstaten wel strafbaar is en, zo ja, waarom de regering ervoorkiest om geen enkele vorm van hulpverlening strafbaar te stellen?Zie het antwoord op vraag 261.Vraag 264De leden van de PVV-fractie vragen wat de huidige personele capaciteitvan de AVIM is. Hoeveel fte werkt er op dit moment landelijk bij de AVIM,uitgesplitst per regiokorps en per taakonderdeel (identificatie, recherche,mobiel toezicht vreemdelingen, uitzettingen)? Voornoemde leden vragenof de regering bereid is extra fte vrij te maken exclusief voor de AVIM, tefinancieren uit de miljarden die nu naar asielopvang gaan, zodat meerwerk kan worden gemaakt van het aanpakken van illegaal verblijf?Op dit moment werken 937 FTE landelijk bij de AVIM. De uitsplitsing naarregiokorps ziet er als volgt uit:•Amsterdam: 84 FTE•Den Haag: 113 FTE•Limburg: 66 FTE•Midden-Nederland: 81 FTE•Noord-Holland: 68 FTE•Noord-Nederland: 171 FTE•Oost-Brabant: 65 FTE•Oost-Nederland: 109 FTE•Rotterdam: 107 FTE•Zeeland-West-Brabant: 73 FTEHierbij wordt opgemerkt dat dit de gehele bezetting van de AVIM betreft,inclusief de teams die gaan over mensenhandel. Een verdere specificatievan taakonderdelen is niet te geven. Tevens merkt de regering op datMobiel Toezicht en Veiligheid niet onder de verantwoordelijkheid van deAVIM valt, maar een verantwoordelijkheid van de KoninklijkeMarechaussee (KMar) is.Vraag 265De leden van de SGP-fractie ontvangen graag een overzicht van devormgeving van strafbaarstelling van illegaliteit in andere lidstaten. Inhoeverre is bij de totstandkoming van deze novelle ook verkend hoeandere EU-lidstaten strafbaarstelling van illegaliteit vormgeven, en welkelessen zijn hieruit getrokken en meegenomen in dit voorstel ook tenaanzien van hulp aan onrechtmatig verblijvende vreemdelingen?Zie het antwoord op vraag 261.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 681 Vraag 266De leden van de PvdD-fractie vragen of steun aan iemand met een lichtinreisverbod wél strafbaar kan zijn. In welke omstandigheden.Zie de antwoorden op de vragen 30 en 172.Vraag 267De leden van de PvdD-fractie vragen of je als voedselverstrekker juridischsneller onder strafbaarheid valt wanneer voedsel wordt geregistreerd danbij straatuitdeling.Het al dan niet registreren van een voedseluitgifte is op zichzelf niet vanbelang voor het antwoord op de vraag of sprake is van strafbaarhandelen. Opgemerkt wordt dat de novelle verzekert dat het deelnemenaan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaaris.Vraag 268De leden van de PvdD-fractie vragen of de regering bereid is de wetbinnen één jaar te evalueren en de Kamer hierover te informeren.Het wetsvoorstel voorziet reeds in een evaluatie drie jaar na inwerking-treding (artikel IIB).Vraag 269De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat hulpver-leners of kerken onder artikel 197 Sr of artikel 108a Vw 2000 vallen bijkerkasiel of pastorale hulp?Vooropgesteld moet worden dat met dit wetsvoorstel zeker wordt gestelddat strafbaarheid van hulpverlening aan illegale vreemdelingen in allegevallen is uitgesloten. Het wetsvoorstel is daarom zo vorm gegeven datover de reikwijdte daarvan geen discussie kan bestaan. De regering wilprocedures en discussies over grensgevallen voorkomen. Daarmee wordtvermeden dat in de strafrechtspraktijk steeds per geval zou moetenworden vastgesteld of hulp is verleend uit medemenselijkheid of anderemotieven. Daarom is in artikel 108a Vw 2000 vastgelegd dat deelnemenaan het misdrijf van illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaaris. Anders gezegd: derden die, door hulp te verlenen aan de pleger, instrafrechtelijke zin «deelnemen» aan het in artikel 108a omschrevenstrafbare feit plegen in dat geval dus geen misdrijf.De beoogde uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij destrafbaarstelling van illegaal verblijf, geldt niet voor de huidige strafbepa-lingen die betrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van eeninreisverbod of ongewenstverklaring.Van belang is te benadrukken dat met het onderhavige wetsvoorstel geenveranderingen worden aangebracht in de hiervoor besproken overigestrafbaarstellingen. De huidige toepassing hiervan in de praktijk is dathulpverlening uit medemenselijkheid aan vreemdelingen die nietrechtmatig in Nederland zijn, niet wordt vervolgd. Er zijn de regering geenzaken bekend waarin personen zijn vervolgd wegens medeplegen van ofmedeplichtigheid aan artikel 197 Sr (ongewenstverklaring en zwaarinreisverbod), of artikel 108, zesde lid, Vw 2000 (licht inreisverbod) terwijldeze artikelen in hun huidige vorm sinds 2012 van kracht zijn. De gekozenuitsluiting ziet uitsluitend op het voorkomen van strafbaarheid vanhulpverlening aan illegaal verblijvende vreemdelingen.Voor de goede orde merkt de regering op dat de wijziging niet ziet niet opgedrag dat onder andere delicten valt. Zo is hulp met een winstoogmerkaan illegaal verblijvende vreemdelingen zelfstandig als mensensmokkelstrafbaar gesteld (artikel 197a Sr). Van mensenhandel kan sprake zijn alsiemand het oogmerk heeft om de vreemdeling uit te buiten (artikel 273fSr).Vraag 270Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 682 Het lid van de Volt-fractie vraagt wat het doel is van de wet. Is datgedragsverandering bij illegaal verblijvende vreemdelingen en, zo ja, welkgedrag precies? Is er onderzocht of de maatregel onderduiking zalstimuleren waardoor vertrek bemoeilijkt wordt?Het kabinet meent dat de in het amendement voorgestelde strafbaar-stelling van illegaal verblijf kan bijdragen aan meer grip krijgen opmigratie en een effectiever terugkeerbeleid. Het wetsvoorstel is onderdeelvan een breder pakket aan terugkeer bevorderende maatregelen. In deoptiek van het kabinet ligt het voor de hand dat een strafrechtelijke sanctieals extra negatieve prikkel bijdraagt aan gedragsbeïnvloeding.Als dit voorstel en de Asielnoodmaatregelenwet tot wet worden verheven,zal de bestuursrechtelijke inzet op terugkeer en verwijdering onver-minderd leidend blijven. Uiteindelijk zal het antwoord op de problematiekvan terugkeer en vertrek moeten komen van het samenhangende gebruikvan bestuursrechtelijke maatregelen gericht op terugkeerondersteuning,informatievoorziening, bestuurlijke dwang en – uiteindelijk – detoepassing van strafrechtelijke sancties zoals opgenomen in hetamendement.Vraag 271Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering omgaat met het risicodat politie en KMar legitimiteit verliezenwaar de uitvoeringstoets explicietvoor waarschuwt.De regering neemt de zorgen over capaciteitsdruk, scholing en proportio-naliteit serieus. De wijze waarop daar in de uitvoeringspraktijk mee wordtomgegaan, wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit en de matewaarin de maatregelen effectief en proportioneel kunnen wordentoegepast. Dit zal in overleg gaan met de betrokken ketenpartners. Voorde regering spreekt voor zich dat de uitvoering van deze wet proporti-onele en niet discretionaire wijze te hand moet worden genomen. Dit isniet anders in het huidige handhavingskader gebaseerd op de Vreemde-lingenwet. Gezien de ervaring die de politie daarmee heeft verwacht deregering dat dit kan worden opgepakt zonder in te boete op de legitimiteitvan politie en KMar. Dit zal in overleg gaan met de betrokken keten-partners.Vraag 272Het lid van de Volt-fractie vraagt of onderzocht is in hoeverre het risico opcriminalisering leidt tot uitgestelde zorg, late diagnoses en hogere kostenin acute zorg. Hoe wordt gegarandeerd dat zorgprofessionals niet onderdruk komen te staan om patiëntgegevens te delen ten behoeve vanstrafrechtelijke of vreemdelingrechtelijke doeleinden? Is de regeringbereid om in overleg te treden met zorgorganisaties?Hierbij wil het kabinet nogmaals met klem benadrukken dat de toegangvan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf tot elementaire voorzie-ningen zoals onderwijs, zorg en bescherming door de politie met ditvoorstel gewaarborgd blijft. Registratie voor hulpverlening bij bijvoor-beeld een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) kan niet wordengebruikt voor opsporing, conform het beginsel van gegevensbeschermingdat persoonsgegevens slechts voor het doel waarvoor zij zijn verzameldmogen worden verwerkt.Wat betreft de zorg dat een grotere angst zal ontstaan om naar voren tekomen om aangifte te doen of (medische) hulp te vragen en het (verder)ontstaan van een schaduwsamenleving, wil regering aangeven dat ook nual sprake is van handhaving op basis van de Vreemdelingenwet 2000. Devreemdelingenpolitie kan mensen staande houden als er naar objectievemaatstaven gemeten, een redelijk vermoeden is dat zij illegaal zijn.Daarbij kan ook worden binnengetreden in woonhuizen. In sommigegevallen is deze bestuurlijke bevoegdheid zelfs ruimer dan demogelijkheid om strafrechtelijk op te sporen. De zorg dat dit kan leiden totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 683 het niet uiten van zorgvragen, is dan ook niet iets dat met dit wetsvoorstelvoor het eerst aan de orde is, en in de praktijk zijn daar werkwijzen voorgevonden. Ook nu al zijn er afspraken om te borgen dat verzoeken omhulp of bijstand niet worden verhinderd door toezichtsbevoegdheden. Ditblijft ongewijzigd en zal ook gelden als het wetsvoorstel wet wordt.Vraag 273Het lid van de Volt-fractie vraagt hoeveel landen hulpverlening nietstrafbaar stellen maar huisvesting of werkverschaffing van vreemdelingenzonder geldige verblijfspapieren vervolgen.De regering heeft op dit moment geen gedetailleerd overzicht van hoeveellanden hulpverlening aan ongedocumenteerden strafbaar stellen, terwijlzij huisvesting of werkverschaffing vervolgen. De wetgeving varieert sterkper land en is vaak afhankelijk van nationale interpretaties vanEU-richtlijnen. Er is momenteel geen systematische internationaleinventarisatie van deze praktijken, waardoor een exact aantal niet te gevenis.Vraag 274Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de directe strafbaarstelling vanverblijf onder artikel 108a Vw 2000 zich verhoudt tot de vereiste voorrangvan terugkeerprocedures, zoals die volgt uit de jurisprudentie van het Hofvan Justitie (o.a. Achughbabian).De inzet op terugkeer, vrijwillig en indien dat niet slaagt gedwongen, blijftonverminderd gehandhaafd. Met de invoering van deze strafbepaling,ontstaat een handelingsperspectief om, ook indien de vreemdeling er inslaagt gedwongen verwijdering te frustreren, niet louter in zijn aanwe-zigheid te berusten, maar als ultimum remedium het strafrecht in tezetten. De inzet is om het onaantrekkelijk te maken om niet-rechtmatig inNederland te verblijven, en duidelijk te maken dat niet meewerken aanterugkeer er niet toe leidt dat de overheid geen handelingsperspectiefmeer heeft. De regering benadrukt dus dat de strafbaarstelling gericht isop vreemdelingen die weigeren terug te keren wanneer terugkeer welmogelijk is, en dat deze maatregel slechts als ultimum remedium wordttoegepast.Vraag 275Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering heeft beoordeeld ofstrafbaarstelling van illegaliteit een effectievere aanpak is dan bijvoor-beeld betere terugkeerovereenkomsten met herkomstlanden.De keuze om de strafbaarstelling van illegaal verblijf in te voeren, is hetresultaat van een amendement en maakt onderdeel uit van het brederepakket aan maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom vanasielzoekers te verminderen. Daarnaast blijft de regering onverminderdinzetten op afspraken met de landen van herkomst en op verderevereenvoudiging van (Europese) terugkeerprocedures. Uiteindelijk zal hetantwoord op de problematiek van terugkeer en vertrek moeten komen vanhet samenhangende gebruik van bestuursrechtelijke maatregelen gerichtop terugkeerondersteuning, informatievoorziening, bestuurlijke dwang en– uiteindelijk – de toepassing van strafrechtelijke sancties zoalsopgenomen in het amendement.Vraag 276Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom niet is gekozen voor eenuitputtende wettelijke koppeling aan het bestaan van een terugkeerbesluit,terwijl dit in de praktijk wel nodig blijkt.Zoals uitgebreider toegelicht in paragraaf 4.4 van de memorie vantoelichting volgt uit staande jurisprudentie (onder meer van het HvJEU)dat de groep die in beeld komt voor bestraffing met een vrijheidsstraf opgrond van artikel 108a Vw 2000 louter wegens illegaal verblijf rechtensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 684 beperkt is tot de vreemdelingen die wel kunnen, maar niet willenmeewerken aan vertrek en dat effectief frustreren. Vreemdelingen dieillegaal zijn zullen steeds een terugkeerbesluit hebben of krijgen. Eenexpliciete koppeling is dus niet nodig.Vraag 277Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt bepaald welk gedrag «actievefrustratie» is, gezien de centrale rol daarvan in vervolging op grond van108a Vw 2000?Volgens de regering is sprake van actieve frustratie wanneer eenvreemdeling zonder geldige reden weigert documenten aan te vragen,niet verschijnt bij afspraken, informatie achterhoudt of anderszins actiefverhindert dat zicht op terugkeer ontstaat, en de overheid dit ook niet opandere wijze kan afdwingen, bijvoorbeeld door de vreemdelingbeschikbaar te houden voor uitzetting in vreemdelingenbewaring.De Minister van Asiel en Migratie,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 685

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d0f2da4e5c87f388

14 okt 2026 · 601078eb3c8fc077

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.