Ontheffing inburgeringsplicht
Brontekst
Versie 481b79b02adec82f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 32 824Integratiebeleid Nr. 325 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 9 april 2021 In de meest recente uitvoeringsbrief inburgering van 2 februari jl. (Kamerstuk 32 824, nr. 322) heb ik u geïnformeerd over de aanpak van personen aan wie ten onrechte de inburgeringsplicht niet is opgelegd. Het betreft drie groepen: –De zogenoemde oudkomers: personen die zich voor 2007 de eerste keer in Nederland hebben gevestigd (maximaal 1.464); –Personen met een verblijfsvergunning voortgezet verblijf die niet waren aangeleverd door de IND (maximaal 250); en, –Personen die ten onterechte tijdelijk zijn vrijgesteld van de inburge-ringsplicht (maximaal 130)1. Inburgering heeft als doel dat nieuwkomers beschikken over kennis van de Nederlandse taal en samenleving, zodat men de basis heeft om te functioneren in de Nederlandse maatschappij. Ik wil niet dat mensen die al participeren en werken in onze maatschappij jaren te laat geconfron-teerd worden met oplegging van de inburgeringsplicht en de daarbij horende verplichtingen door een fout van de overheid. Daarom is voor de volgende benadering gekozen. DUO stuurt al deze personen een beschikking met uitleg over de situatie dat de inburgeringsplicht eerder opgelegd had moeten worden. Daarbij wordt betrokkene erop gewezen dat ontheffing van de inburgeringsplicht verleend kan worden als de betrokkene participeert op de arbeidsmarkt. Iemand wordt ontheven van de inburgeringsplicht wanneer voldaan wordt aan het criterium voor vrijstelling voor het inburgeringsexamenon-derdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt voor werkenden. Dit criterium behelst dat de betrokkene gedurende een periode van twaalf maanden voorafgaande aan het verzoek tot vrijstelling in ten minste zes 1Cijfers zoals dit moment bekend (Bron: DUO). Aantal kan lager worden door redenen als vertrek, ander verblijfsdoel of overlijden. kst-32824-325ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 32 824, nr. 3251 maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden heeft verricht. Via een aanvraagformulier kunnen betrokkenen binnen zes weken een beroep doen op deze vrijstelling. Als de inburgeringsplichtige voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling dan wordt die in zijn geheel ontheven op basis van de ruime bevoegdheid tot ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen (AGI). Normaliter geldt de ontheffing op grond van AGI alleen voor de taalvaar-digheidsonderdelen en het onderdeel Kennis van de Nederlandse samenleving, en niet voor het participatieverklaringstraject (PVT-traject). Het PVT-traject, dat verzorgd wordt door gemeenten, is bedoeld voor nieuwkomers die aan het begin van hun inburgeringstraject staan, als een kennismaking met de beginselen van de Nederlandse rechtsstaat en de Nederlandse normen en waarden. Ik vind het niet zinvol dat personen, die al enige jaren in Nederland wonen en werken en dus participeren in de Nederlandse samenleving dit PVT-traject moeten afleggen. Daarom worden zij ontheven van de inburgeringsplicht zonder dit traject doorlopen te hebben. Op deze manier wordt voorkomen dat deze groep de dupe wordt van een fout van de overheid. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. KoolmeesTweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 32 824, nr. 3252
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.