Stand van zaken veterinair antibioticabeleid en AMR
Brontekst
Versie f17ccf8b685e59a8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 683Dierziektebeleid32 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 317 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 december 2025Met deze brief informeer ik u mede namens de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport, over de stand van zaken op het gebied vanveterinair gebruik van antibiotica en over antimicrobiële resistentie (AMR)bij dieren. Ik doe dat onder meer op basis van recente monitoringsge-gevens van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) enWageningen Bioveterinary Research (WBVR).Brief in het kortHet tegengaan van AMR is van groot belang voor de gezondheid vanmens en dier. Een infectie met een resistente ziekmakende bacterie kanlevensbedreigend zijn. AMR geeft veel onnodig leed en kost de samen-leving veel geld. Het verlagen van het veterinair gebruik van antibiotica toteen verantwoord, laag gebruik is daarom belangrijk.Nederland richt zich al jaren, met succes, op het verlagen en verfijnen vandit gebruik: de totale verkoop van veterinaire antibiotica is sinds 2009 met75,5% afgenomen. Het gebruik van antibiotica in de meeste diersectorenstabiliseert de laatste jaren op een laag niveau, waarbij er zeker nogaandachtspunten resten.AMR wordt ook mondiaal en in de EU als een urgent probleem gezien. Dein 2015 door de WHO gelanceerde wereldwijde aanpak van AMR en het«European One Health Action Plan against AMR» hebben geleid tottotstandkoming van nationale actieplannen; ook Nederland heeft haarbeleid in een actieplan vastgelegd1. Daarnaast verplicht de nieuweEuropese diergeneesmiddelenverordening lidstaten tot het uitbreiden enoptimaliseren van de monitoring van het gebruik van veterinaireantibiotica. Dit zal in Nederland de komende jaren inzet vragen vanpublieke en private partijen.1Kamerstuk 32 793, nr.753. kst-29683-317ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3171 In het vervolg van deze brief ga ik in meer detail in op deze en verwanteonderwerpen.Veterinair gebruik van antibiotica (SDa rapportage 2024)Verlagen en verfijnen van gebruik van antibiotica in de veehouderij draagtbij aan een afname van antibioticaresistentie. Uit het rapport «Het gebruikvan antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2024» van SDa2 blijkt dat erover 2024 sprake is van een geringe stijging in het totale antibioticumge-bruik van alle gemonitorde dierhouderijsectoren samen. De totale verkoopvan antibiotica in de dierhouderij steeg met 4,0% ten opzichte van 2023,maar ligt nog altijd 75,5% lager dan in het referentiejaar 2009.Voor het gebruik op sectorniveau is sprake van een grotendeels stabielbeeld. In de vleeskuiken- en vleeskonijnensector nam het gebruik af. Hetgebruik in de melkvee- en overige rundveesectoren is laag en verge-lijkbaar met 2023. Het gebruik bij vleeskalveren is stabiel hoog. Bij varkensis sprake van een lichte stijging maar is het gebruik nog steeds op eenlaag niveau. Bij kalkoenen is sprake van een sterkere stijging3. Voor heteerst is het antibioticumgebruik bij eenden gemeten; het gebruik in dezesector is zeer laag. Over het antibioticumgebruik in de geitensector konniet gerapporteerd worden vanwege onvolledige gegevensregistratie.SDa stelt een audit voor om hier beter inzicht in te krijgen.SDa meldt dat in bijna alle sectoren het aandeel structureel hooggebruikende bedrijven en dierenartsen is afgenomen ten opzichte van2023, behalve in de kalversector. SDa geeft aan dat er in deze sectoraanvullende maatregelen nodig zijn om het gebruik van antibiotica tereduceren, en dat daarvoor veranderingen in de organisatie van dekalverketen en in de relatie met de melkveeketen nodig zijn.Sommige middelen zijn van kritisch belang voor de behandeling vanernstige infecties bij mensen (door de WHO aangewezen als «CriticallyImportant Antimicrobials»). Deze middelen moeten zo min mogelijkworden gebruikt in de dierhouderij. SDa constateert dat het veterinairgebruik van de kritische middelen fluorochinolonen en cefalosporinesstabiel en laag is. Het gebruik van colistine is verder afgenomen. Hetgebruik van chinolonen is bij zowel vleeskuikens als vleeskalverengedaald, in de overige diersectoren worden chinolonen zelden ingezet.Reactie op de SDA rapportageHet rapport van SDa laat opnieuw zien dat het gebruik van antibiotica naeen forse afname de afgelopen jaren is gestabiliseerd en laat in 2024 eengeringe stijging zien. Dit is niet onverwacht. De dierhouderij kan nietgeheel zonder antibiotica; ze zijn in bepaalde gevallen onmisbaar voor degezondheid van dieren. De doelstelling, om het gebruik van antibioticaterug te brengen tot een verantwoord en aanvaardbaar laag niveau, isinmiddels in veel (deel)sectoren bereikt. Dit is heel positief, maar brengtvanzelf met zich mee dat een verdere reductie langzamer zal gaan. Hetbeleid zal zich dan ook blijven richten op de hooggebruikende (deel)sec-toren, bedrijven en dierenartsen. Ook een systeemverandering kan eenbijdrage leveren aan verdere reductie binnen sectoren. Dit heeft de dalingin het antibioticumgebruik in de vleeskuikensector na de verschuivingnaar trager groeiende vleeskuikens de afgelopen jaren laten zien.2sda-rapport-met-brief---het-gebruik-van-antibiotica-bij-landbouwhuisdieren-in-2024-(def).pdf3De sector bestaat uit een klein aantal bedrijven, waardoor fluctuaties (dalingen en stijgingen)meer zichtbaar zijn dan bij een grotere sector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3172 Sinds 2016 ligt de focus meer op sectorspecifiek antibioticumbeleid. Metdit beleid wordt rekening gehouden met de verschillen tussen sectoren entussen bedrijven en met de diversiteit aan diergezondheidssituaties dieten grondslag liggen aan antibioticumgebruik. In 2019 is uw Kamergeïnformeerd over de destijds met de pluimvee-, varkens- en kalversectorafgesproken sectorspecifieke reductiedoelstellingen4 die liepen tot 2024.In 2021 zijn ook met de konijnensector sectorspecifieke reductiedoelstel-lingen afgesproken5. Zoals ik u in mijn brief van vorig jaar al meldde zijnde reductiedoelstellingen in alle sectoren gehaald, met uitzondering vanenkele reductiedoelstellingen op hooggebruik in de kalversector.De kalversector heeft de laatste paar jaar geen verdere reductie in hetantibioticumgebruik gerealiseerd. Het gemiddeld gebruik in de deelsectorblankvlees en rosé-start is hoog; in de rosé-afmestsector is het gebruikrelatief laag. Het aantal hooggebruikers is ten opzichte van 2023 toege-nomen in alle deelsectoren. De reductiedoelstellingen voor 2024 voorhooggebruik in de deelsectoren rosé-start en rosé-afmest zijn helaas nogniet gerealiseerd. Ik ga met de kalversector in gesprek over nieuwe doelenom verdere reductie te bewerkstelligen. De inzet daarbij is het formulerenvan doelstellingen die aansluiten bij de ambities uit het Veal Forward plan.Ik zal aandacht vragen voor de organisatie van de kalverketen en de rolvan de melkveehouderij in het gehele ketensysteem. Met de regelingPilots gezonde kalverketen6 ondersteun ik praktijkonderzoek naaralternatieve inrichting van de kalverketen, die mogelijk kunnen bijdragenaan het verbeteren van de diergezondheid in deze sector. Ik verwacht deresultaten in de loop van volgend jaar.De onvolledigheid van de gegevensregistratie over antibioticumgebruik inde geitensector is onwenselijk. Ik neem het advies van SDa hierover over;op dit moment wordt de mogelijkheid van een audit bij databanken in degeitensector verkend.Voor de varkenssector geldt dat SDa de benchmarkwaarde voor dedeelsector speenbiggen heeft aangepast: deze deelsector krijgt per 2026een nieuwe actiewaarde. Dit betekent dat deze deelsector een lagergebruik na zal moeten streven. De Producentenorganisatie Varkenshou-derij (POV) heeft aangegeven deze nieuwe waarde goed maar uitdagendte vinden in combinatie met alle andere uitdagingen die op de sectorafkomen. De komende jaren zal de nieuwe waarde gefaseerd wordeningevoerd. Ik vertrouw erop dat de sector vanuit haar verantwoorde-lijkheid ook zal kijken naar de reden voor het gestegen (maar nog steedslage) antibioticumgebruik.Het is goed om te zien dat het gebruik in de konijnensector, wat relatiefhoog ligt, duidelijk afneemt. De sector heeft veel gehad aan de door mijgefinancierde onderzoeken van Wageningen Livestock Research (WLR)naar darmgezondheid en kritische succesfactoren voor laaggebruik indeze sector.Daarnaast is het goed om te kunnen constateren dat het gebruik vankritieke middelen over de gehele dierhouderij laag is en dat het gebruikvan colistine verder is afgenomen.4Kamerstuk 29 683, nr. 2495Kamerstuk 29 683, nr. 256.6Kamerstuk 29 683, nr. 1236Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3173 Resistentie in de dierhouderij (Nethmap-MARAN-rapportage 2024)In de jaarlijkse Nethmap-MARAN-rapportage7 worden het humane en hetveterinaire antibioticumgebruik en de waargenomen antibioticaresistentiebeschreven. Sinds 2009 worden jaarlijks normaal in de darm aanwezigebacteriën in landbouwhuisdieren gemonitord om een algemeen beeld vande voorkomende antibioticaresistentie in de dierhouderij te krijgen. Hetresistentieniveau van indicator-bacterie E. coli in landbouwhuisdierenbleef in 2024 in de meeste diersectoren stabiel en vertoonde de afgelopenvijf jaar een dalende trend bij vleeskuikens. In 2024 is ook in de geiten-sector het resistentieniveau gemeten, dit was laag (vergelijkbaar metmelkvee). De gegevens van 2024 geven aan dat de resistentie tegenextended-spectrum cefalosporines (ESC’s) in E. coli van melkvee welverder is toegenomen en in vleeskalveren nog hoog is. Net als invoorgaande jaren is het resistentieniveau tegen fluorochinolonen inCampylobacter bacteriën bij mensen en pluimvee hoog ondanks eenafname in gebruik. Dit wordt ook in andere Europese landen gezien, maarhier is nog geen verklaring voor. Colistine-resistentie blijft op een laagniveau aanwezig. Carbapenemase Producerende Enterobacteriën (CPE)werden eind 2024 voor het eerst aangetroffen in monsters van landbouw-huisdieren; op CPE wordt verderop in deze brief verder ingegaan. Derapportage benadrukt de noodzaak van voortdurende monitoring vanantimicrobiële resistentie (AMR) bij landbouwhuisdieren.Nationaal Actieplan AMRDe manier waarop de ministeries van LVVN, VWS en IenW AMR inNederland de komende jaren willen terugdringen is beschreven in hetNederlands Actieplan AMR (hierna actieplan) dat op 16 mei 2024 aan uwKamer is aangeboden8. Het leidende principe van het actieplan is de OneHealth benadering: een integrale benadering van de gezondheid vanmens, dier, en omgeving in nauwe samenwerking tussen de verschillendebetrokken disciplines. Het actieplan bestrijkt een periode van 2024–2030en bevat acties om AMR tegen te gaan in de toekomst, zowel nationaal alsinternationaal. In het actieplan zijn ook acties opgenomen die bijdragenaan de verantwoorde inzet van veterinaire antibiotica. Enkele van dezeacties, zoals de uitbreiding van de monitoring van gebruik van antibioticain diersectoren worden uitgelicht in deze brief. Het actieplan bevat nogandere acties op veterinair gebied, zoals het faciliteren van de beroeps-groep dierenartsen om richtlijnen (door) te ontwikkelen voor verdereverfijning bij toepassing van antibiotica.Over de vorderingen van het actieplan in de volle breedte zult u in 2026geïnformeerd worden.Uitbreiding monitoring antibioticumgebruik conform EuropesediergeneesmiddelenverordeningHet internationaal delen van gegevens over antibioticumgebruik is vanbelang om de effecten van beleid te kunnen zien en de noodzaak vooreventuele bijstellingen van beleid te kunnen beoordelen. De invoering vande Europese diergeneesmiddelenverordening9 verplicht lidstaten tot hetuitbreiden en optimaliseren van de monitoring van het gebruik vanantimicrobiële diergeneesmiddelen. Samen met stakeholders enbetrokken diersectoren wordt de komende jaren hard gewerkt aan de7De Nethmap-MARAN rapportage is een coproductie van de Stichting Werkgroep Antibiotica-beleid en het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2025-0122.pdf8Kamerstuk 32 793 nr. 7539EU 2019/6, van kracht sinds 28 januari 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3174 uitvoering van de verordening, waarbij de focus ligt op het toevoegen vandiersectoren en de bouw van databanken.CPE in veehouderijCPE zijn bacteriën die resistent zijn tegen het antibioticum carbapenem.Deze resistentie is ongewenst omdat dit een van de laatste middelen isom ernstige infecties bij de mens te behandelen. Carbapenem wordt nietgebruikt bij dieren. In 2024 werd CPE voor het eerst in de regulieremonitoring gevonden in de veehouderij (vleeskuikens en een vlees-varken). Op de bewuste bedrijven is onderzoek uitgevoerd en daarbij werdCPE niet meer gevonden. De Minister van VWS en ik hebben adviesgevraagd aan het deskundigenberaad zoönosen (DB-Z), om het risico vandeze bevindingen te duiden en aan te geven of er aanvullingen nodig zijnop monitoring, onderzoek of beleid. Het volledige advies van het DB-Z isals bijlage toegevoegd.Het DB-Z concludeert dat de cases duiden op incidentele bevindingen,mogelijk door spill-over vanuit de mens. CPE is niet gevestigd in deveestapel op de bedrijven en de bevindingen wijzen niet op een volksge-zondheidsrisico. Het DB-Z geeft in antwoord op onze vraag naar decasusdefinitie aan dat het niet nodig is de eerder door het DB-Z gehan-teerde casusdefinitie aan te passen. De casusdefinitie beschrijft de criteriadie bepalen in welke categorie de gevonden CPE valt en hoe dezeopgevolgd wordt. Hierbij wordt het door humane en veterinaire gezond-heidsexperts opgestelde «onderzoeksprotocol CPE» uit 2017 benut. Het isbelangrijk is dat surveillance bij mens en dier op de huidige zorgvuldigemanier wordt voortgezet in Nederland. Het advies van het DB-Z geeft aandat het huidige beleid volstaat.Begin november 2025 is er vanuit de reguliere AMR monitoring bij diereneen CPE aangetroffen op een melkveebedrijf. Bij het vervolgonderzoek ophet bedrijf is geen CPE meer aangetroffen in de dieren of in de omgevingvan de dieren.Ionofore coccidiostaticaCoccidiose is een veelvoorkomende darmziekte bij vleeskuikens die wordtveroorzaakt door een parasiet. Coccidiose kan leiden tot ernstigegezondheidsproblemen bij de dieren. Ionofore coccidiostatica zijnmiddelen om deze parasiet te bestrijden. Deze middelen zijn geenantibiotica, maar hebben wel een antibiotische werking. Onderzoek vanWageningen Food Safety Research laat een mogelijke link zien tussen hetgebruik van ionofore coccidiostatica en het ontstaan van resistentie tegenantibiotica bij bacteriën. Het afgelopen jaar ben ik daarom twee onder-zoeken bij WBVR gestart naar het gebruik van en resistentie tegenionofore coccidiostatica in de pluimveehouderij om een beter beeld tekrijgen van de relatie tussen het gebruik en het ontwikkelen van resis-tentie.De onderzoeken lopen tot 2027. Als de resultaten bekend zijn wordtvervolgbeleid bepaald.Overige internationale ontwikkelingenAMR is niet alleen voor Nederland, maar voor de hele wereld eenprobleem. AMR wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) éénvan de grootste bedreigingen van de volksgezondheid genoemd.Wereldwijd kunnen naar schatting 1,3 miljoen sterfgevallen per jaar inverband worden gebracht met infecties met resistente bacteriën.Resistentie van bacteriën tegen antibiotica kan overal ontstaan. Datbetekent dat het van groot belang is dit probleem ook internationaal aante pakken. Zeker omdat bekend is dat het gebruik van antibiotica en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3175 optreden van resistentie in andere delen van de wereld soms veel hogerligt dan in Nederland. Nederland heeft zich daarom jaren sterkgemaaktom de aanpak van AMR hoog op de internationale agenda te krijgen en tehouden. Gelukkig is er inmiddels internationaal veel aandacht voor. Zowerken de WHO, FAO, UNEP en de WOAH samen aan de implementatievan het mondiale actieplan tegen AMR.De Europese Commissie heeft als doel gesteld dat er in 2030 EU-breedeen 50% afname in verkoop van antimicrobiële middelen moet zijn tenopzichte van 2018. In maart 2025 verscheen het eerste ESUAvet10-jaarrapport, gebaseerd op data uit 2023. Daarin zijn data verzameld overantimicrobiële middelen in de diergeneeskunde, met als doel debestrijding van resistentie, het bevorderen van verantwoord gebruik, enhet creëren van transparantie en onderbouwd beleid. Het rapport geefteen beeld van de verkoop en het gebruik van veterinaire antimicrobiëlemiddelen in de EU lidstaten, IJsland en Noorwegen, en van de matewaarin de lidstaten monitoringsgegevens aanleveren. Het rapport geeftaan dat het doel van 50% reductie in 2030, in het jaar 2023 voor ongeveerde helft bereikt was.Nederland vindt het belangrijk dat kennis over de aanpak van AMRgedeeld wordt. In de tweede Joint Action on Antimicrobial Resistance andHealthcare-Associated Infections (JAMRAI-2) van de EU stimuleert deMinister van VWS samen met mij netwerkvorming, de implementatie vanbrede One Health strategieën, het delen van best practices en hetopstellen of actualiseren van Nationale Actieplannen in alle EU-lidstaten.In het voorjaar van 2025 is in Nederland een audit uitgevoerd door de EUen de WHO over het beleid op het gebied van pandemische paraatheid enpreventie. In deze audit is ook het AMR beleid bekeken. U hebt hetrapport, met aanbevelingen om de aanpak verder te verbeteren, recentontvangen11. U zult door de Minister van VWS worden bericht over defollow-up van de aanbevelingen.Tot slotZowel het aanpassen van de veterinaire monitoring gegevens als deinternationale aanpak van AMR vergen veel tijdsinzet van mijn ministerieen de capaciteit is beperkt. AMR is internationaal erkend als grensover-schrijdende en serieuze bedreiging voor de gezondheid en de verwachtingis dat dit voorlopig stevig op de agenda blijft. Nederland zet zich hiertoegewijd voor in, met de focus op zaken die verplicht zijn of die naarverwachting het meeste effect hebben. De aanpak van AMR blijft namelijkurgent. Samen met dierhouders, diersectoren, dierenartsen en kennisin-stellingen werken we aan het verder terugdringen van het onnodig enonjuist gebruik.Ik zal u volgend jaar op de hoogte brengen van de stand van zaken aan dehand van nieuwe monitoringsgegevens.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma10European Sales and Use of Antimicrobials for Veterinary Medicine Working Group.11Kamerstuk 31 765, nr. 942.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3176
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.