Nationaal Programma Armoede en Schulden
Brontekst
Versie 998a8bcf7448404d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 799 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 juni 2025Het Nationaal Programma Armoede en Schulden in vogelvluchtEven boodschappen doen, zodat je voor je gezin kan koken. Een kapottebroek van je kind vervangen. Of een cadeau kopen voor de verjaardag vaneen oom of tante. Als je geldzorgen hebt, zorgen elke uitgave en binnen-gekomen rekening voor stress. Zorgt alles wat je niet kunt doen voorschaamte. Als het moeilijk is de eindjes aan elkaar te knopen, liggenschulden op de loer. En als dat zo is, gaat het snel van kwaad tot erger.Met aanmaning op aanmaning, boete op boete, incasso op incasso. Eenvicieuze cirkel waar je steeds moeilijker uit kunt komen. Ook als je inprincipe voldoende inkomen hebt, kan je verstrikt raken in armoede ofschulden. Bijvoorbeeld door een scheiding, het krijgen van een beperkingof (chronische) ziekte of het verlies van een baan. Problemen kunnenvervolgens erger worden door de complexiteit en onvoorspelbaarheid vaninkomensvoorzieningen. Een deel van de mensen verdwaalt in eendoolhof aan regelingen, krijgt niet de steun waar ze recht op hebben of ishuiverig voor terugvorderingen. En verliezen het vertrouwen in deoverheid. Terwijl mensen juist een overheid nodig hebben die hen, als hetnodig is, ondersteunt. De persoonlijke impact is groot. Maar ook alssamenleving betalen we een hoge prijs: alleen al de maatschappelijkekosten van schuldenproblematiek bedragen naar schatting € 8,5 miljardper jaar.1Ik stuur u deze brief mede namens de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid en de Staatssecretaris Rechtsbescherming. Met hetNationaal Programma Armoede en Schulden heeft het kabinet de ambitieom de toename van (kinder)armoede te voorkomen, de langetermijnef-fecten van armoede tegen te gaan en mensen in armoede te helpen1Jungmann et al, 2024, De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek: een last voorburgers, bedrijven en overheden kst-24515-799ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7991 vooruit te komen. We willen, mede in navolging van de motieVan Apeldoorn2, en in lijn met de huidige trend3, een verdere daling vande (kinder)armoedecijfers binnen de bestaande middelen. Problematischeschulden moeten eveneens worden voorkomen.En als er schulden ontstaan, moeten drie dingen beter: een kleinevordering moet klein blijven, mensen met schulden moeten overzichthouden, en er moet snelle en goede schuldhulpverlening beschikbaar zijn.Daarbij bouwen we voort op de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden2022–2025.4 We verleggen de focus naar het beter en eenvoudigertoegankelijk maken van de voorzieningen. Zo willen we bijdragen aan hetherstellen van het vertrouwen in de overheid.In het nieuwe Nationaal Programma richten we ons daarnaast in hetbijzonder op werkenden, jongeren en kinderen. Hoewel het risico oparmoede onder werkenden nog altijd relatief laag is en de afgelopen jarenis gedaald, vormen werkenden inmiddels een relatief groot aandeel vande groep mensen in armoede. Kinderen en jongeren verdienen, ongeachtde financiële situatie van hun ouders, gelijke kansen om zich teontwikkelen.De maatschappelijke opgave op het terrein van armoede en schulden isbreder dan de reikwijdte van dit programma. We willen de financiëlepositie van mensen verbeteren. Daarbij gaan we in eerste instantie uit vanwat mensen zelf kunnen doen om hun positie te verbeteren. Werk is voorveel mensen de beste weg uit armoede en schulden. Het hebben vanschulden kan een belemmering vormen voor mensen om (meer) te gaanwerken. Werk zorgt niet alleen voor inkomenszekerheid, maar ook vooronafhankelijkheid. Het helpt je weer grip te krijgen op je leven. We willenonderliggende oorzaken (zoals onvoldoende opleiding of onvoldoendebasisvaardigheden of een afstand tot de arbeidsmarkt) aanpakken. Ookwillen we dat mensen geen belemmeringen ervaren om meer uren tewerken en dat het makkelijker wordt om naast een uitkering te werken.We vereenvoudigen het stelsel van inkomensondersteuning. Op de langetermijn lopen er verschillende hervormingen, zoals het hervormen van hettoeslagenstelsel, het herzien van de Participatiewet en de hervormingsa-genda inkomensondersteuning (waaronder de Wet proactieve dienstver-lening). De hervorming van de arbeidsmarkt draagt verder bij aan hetversterken van werk- en inkomenszekerheid. Zo ligt er een plan om hetnulurencontract af te schaffen, sneller zekerheid te bieden bij uitzendwerken draaideurcontracten te laten verdwijnen. Ook op andere beleids-terreinen liggen belangrijke vraagstukken, zoals de inspanningen om detoegankelijkheid van de woningmarkt te verbeteren.Daarnaast is de hoogte van het sociaal minimum van belang.Uitgangspunt voor de hervormingsagenda inkomensondersteuning is dathet rijk de inkomensbasis goed regelt, zodat mensen minder afhankelijkzijn van gemeentelijke regelingen en de verschillen tussen gemeentenafnemen. Op rijksniveau zijn er stappen gezet om ervoor te zorgen dathuishoudens op of rond het sociaal minimum meer te besteden hebben,onder andere door de uitkeringen aan de loonstijging in de markt tekoppelen, de introductie van een extra schijf in de inkomstenbelasting meteen verlaagd tarief en het verhogen van de huurtoeslag en het kindge-2https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20241119/motie_van_het_lid_van_apeldoorn_c_2/document3/f=/vmiii1oihfza.pdf3De armoede-intensiteit: een raming van de diepte van de armoede4Kamerstukken II, 2021/2022, 24 515, nr. 643Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7992 bonden budget. Ook wordt gewerkt aan een nieuwe inkomensafhankelijkekindregeling waarin een koppeling wordt gemaakt tussen kinderbijslag enkindgebonden budget.Het basispakket uit het interdepartementaal beleidsonderzoek naarproblematische schulden is het uitgangspunt voor de aanpak vanschulden.5 Voor de uitwerking van de maatregelen uit dit pakket warenincidentele en structurele middelen gereserveerd. De huidige financiëleomstandigheden hebben tot gevolg dat de gemaakte reservering vanaf2029 vervalt.6 Dit heeft consequenties voor de maatregelen waarvoorstructurele financiering noodzakelijk is. Zo kan bijvoorbeeld het integraalschuldenoverzicht niet worden gerealiseerd zonder structurele dekkingvoor de uitvoeringskosten. Wel wordt onderzocht of onderdelen ofessentiële bouwstenen die inzicht in schulden bieden in onderlingesamenhang verder ontwikkeld kunnen worden.Dat geldt ook voor het (digitale) loket voor overheidsincasso. Weverkennen de komende periode in hoeverre vroegsignalering doorgemeenten te realiseren is met de resterende incidentele middelen. Wezullen in overleg met gemeenten bezien hoe we deze middelen zo goedmogelijk inzetten. Ook met het oog op de langere termijn. Zowel op dekorte als lange termijn ligt er een grote opgave om het aantal huis-houdens met problematische schulden terug te brengen. De komendeperiode brengen we met gemeenten en betrokken departementen degevolgen in kaart. We bekijken hoe de beschikbare, incidentele middelenzo goed mogelijk kunnen inzetten en wat de mogelijkheden zijn omonderdelen van de verschillende trajecten door te ontwikkelen. Westreven ernaar uw Kamer hierover met de eerste voortgangsrapportage inde eerste helft van 2026, te informeren.Bij de totstandkoming van dit programma zijn veel partijen betrokken,waaronder andere ministeries, gemeenten als medeoverheden, de VNG,uitvoeringsorganisaties, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten,hogescholen, het bedrijfsleven en ervaringsdeskundigen. Het betrekkenvan ervaringsdeskundigen in alle stappen van het beleidsproces vindenwij essentieel, zo komen we tot oplossingen waar mensen mee geholpenzijn. Wat op termijn hopelijk bijdraagt aan het vergroten van hetvertrouwen in de overheid. In de activiteiten binnen het programma zettenwe ook sterk in op interdepartementale samenwerking in het sociaaldomein. Dit doen we bijvoorbeeld met het interdepartementale trajectgericht op gezinnen in een kwetsbare positie, de interdepartementaleaanpak van de betaalbaarheid van energie en door inzet in Rijksbredeprogramma’s, zoals het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid,de werkagenda VN Verdrag Handicap en het Nationaal ActieplanDakloosheid: Eerst een Thuis. Gezamenlijk werken we aan de doelen vanhet programma.Er is veel kennis over oorzaken van armoede en schulden. In hetprogramma kiezen we, waar mogelijk, voor methoden die bewezeneffectief zijn en stimuleren we partijen hiervan gebruik te maken. Wewerken hierin samen met gemeenten, kennisinstituten, hogescholen,universiteiten en partijen als SchuldenlabNL. Bij de ontwikkeling vannieuw beleid of op thema’s die regiogebonden zijn, kijken we, in overlegmet de NPLV-gebieden en de desbetreffende regio of het uitvoeren vanpilots in bepaalde gebieden of een meer gebiedsgebonden aanpakgegrond is. Daarnaast bezien we of het landelijk opschalen van lokaal5Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 7706Kamerstukken II, 2024/2025, 36 725, nr. 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7993 succesvolle projecten een structureel onderdeel kan zijn van het NationaleProgramma.In het programmaplan bij deze brief beschrijven we de invulling van hetprogramma. Allereerst schetsen we een cijfermatig beeld van deproblematiek rondom armoede en schulden. We gaan in op belangrijkethema’s in het programma: werkenden met een laag inkomen, kinderen,jongeren en Caribisch Nederland. Daarna volgt de uitwerking van deactiviteiten aan de hand van vijf lijnen:1.Het voorkomen van geldzorgen2.Kleine zorgen blijven klein: eenvoudige toegang tot hulp en ondersteu-ning3.Hulp als het tegenzit: de negatieve effecten van geldzorgen beperken4.Meer grip en overzicht: passende dienstverlening voor mensen5.Perspectief voor de toekomst: oplossen van armoede en schuldenIk ben alle betrokken maatschappelijke partners en organisaties zeererkentelijk voor hun actieve bijdrage aan de totstandkoming van hetNationaal Programma Armoede en Schulden en ik kijk uit naar degezamenlijke uitwerking van het plan.Over de uitvoering van het Nationaal Programma zal ik u periodiekinformeren. De eerste voortgangsrapportage kunt u in de eerste helft van2026 tegemoetzien. Ik kijk uit naar een gesprek met uw kamer over ditNationaal Programma.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7994 Nationaal Programma Armoede en Schulden In dit onderdeel van de brief over het Nationaal Programma Armoede enSchulden gaan we dieper in op de invulling van het programma. Zoals inde vogelvlucht beschreven, starten we met een cijfermatig beeld vanarmoede en schulden. Vervolgens gaan we in op de belangrijke thema’s inhet programma: werkenden met een laag inkomen, kinderen, jongeren enCaribisch Nederland. Daarna volgt de uitwerking van de activiteiten aande hand van de vijf lijnen waarlangs het programma is opgebouwd.Een precaire balans: de cijfersDe afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het herstellen en versterken vande koopkracht. Het minimumloon, de uitkeringen en Toeslagen zijnverhoogd en er is hulp geboden aan huishoudens die door stijgendeprijzen hun energierekening niet meer konden betalen. De armoedecijferslaten mede daardoor een bemoedigende ontwikkeling naar halvering vande armoede ten opzichte van 2018 zien (volgens de nieuwe armoededefi-nitie). De cijfers over (kinder)armoede zijn historisch laag. Maar daarmeezijn we er niet. Een derde van de mensen in Nederland geeft aan moeite tehebben om rond te komen.7 Een deel van deze mensen leeft in armoedeof heeft problematische schulden. Er zijn 540 duizend inwoners die onderde armoedegrens leven en daardoor financieel kwetsbaar zijn.81,2 miljoen mensen leven net boven de armoedegrens. Zij hebben weinigof geen spaargeld. Een kleine tegenslag, zoals een kapotte wasmachine ofeen tandartsrekening die niet volledig wordt vergoed, leidt dan snel totfinanciële problemen. Circa 400 duizend huishoudens hebben te makenmet energiearmoede, waarbij TNO heeft becijferd dat de verwachting isdat dit aantal zal oplopen zonder aanvullende maatregelen.9 Er zijnongeveer 750 duizend huishoudens die kampen met geregistreerdeproblematische schulden.10 Daarbij hebben mensen in armoede vaker eenbeperking dan mensen die niet in armoede leven.111 De overlappingen tussen de groepen betreft een schatting.7Nibud (2024), Geldzaken in de praktijk 2024; Het leven betaalbaar8CBS lanceert overzichtspagina met alle cijfers over armoede en schulden | CBS9TNO, 2024, De energiearmoedekloof in Nederland10CBS, Schuldenproblematiek in beeld 202411CBS Armoede en sociale uitsluiting 2023Figuur 1. Armoede en schulden in Nederland1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7995 Hoewel armoede de afgelopen jaren is afgenomen, blijft de situatie vanveel mensen kwetsbaar. Stijgende prijzen en wereldwijde politieke eneconomische ontwikkelingen dragen bij aan deze onzekere situatie. Ookzien we dat armoede vooral is afgenomen bij groepen die op dit momental in beeld zijn bij gemeenten of andere overheidsinstellingen, zoalsmensen met een uitkering. Deze groepen hebben vaak al een inkomenrond de armoedegrens, en hebben bovendien meer baat gehad bij destijgende lonen (die ook doorwerken in hogere uitkeringen) en dekoopkrachtmaatregelen. Als gevolg daarvan is ook de samenstelling vande groep mensen in armoede veranderd: Werknemers en zelfstandigenzonder personeel zijn nu een groter deel van de groep in armoede.12Werkenden komen doorgaans meer tekort, waardoor de gemiddeldearmoede-intensiteit (het gemiddelde tekort onder de groep mensen inarmoede) is toegenomen. Sommige groepen, zoals (een deel van de) dak-en thuisloze mensen en ongedocumenteerden, zijn onzichtbaar in decijfers. Hun leven speelt zich grotendeels af buiten het zicht van deoverheid.Armoede onder werkendenWe hebben een verdiepende analyse gedaan naar de groep werkendenmet een inkomen onder of net boven de armoedegrens, zoals toegezegdin december 2024.13 Want hoewel het risico op armoede onder werkendennog altijd relatief laag is en de afgelopen jaren is gedaald, vormenwerkenden inmiddels een relatief groot aandeel van de groep mensen inarmoede.Als het gaat om persoonskenmerken, valt op dat een groot deel van dewerkenden in armoede geen partner heeft, en dat het risico op armoedeook hoger ligt bij werkenden met een lager opleidingsniveau en bijjongeren. Zestig procent van de werkenden in armoede is bijvoorbeeldalleenstaand of alleenstaande ouder. En hoewel het grootste deel van dewerkenden in armoede tussen 25 en 45 jaar oud is, lopen werkendentussen 18 en 25 jaar het grootste risico (4,6%) om arm te zijn.Zelfstandig ondernemers zijn vaker arm dan werknemers, en werknemersmet een tijdelijk contract zijn vaker arm dan werknemers met een vastcontract. De kans op armoede is onder zelfstandigen bijvoorbeeldtweeënhalf keer zo hoog als onder werknemers (3,8% versus 1,5%). Welzijn er in absolute aantallen tweeënhalf keer zoveel werknemers inarmoede als zelfstandigen in armoede. Onder werknemers met eentijdelijk contract is het risico op armoede ongeveer acht keer zo hoog alsonder werknemers met een vast contract (3,3% versus 0,4%). Werknemersin armoede werken relatief weinig uren, of slechts een beperkt aantalmaanden per jaar. Zo werkt bijna 2 op de 5 werknemers in armoedeminder dan 20 uur per week. En een kwart van de werknemers in armoedewerkt 5 maanden per jaar of minder. Werkenden in armoede geven welvaker dan gemiddeld aan dat zij meer uren willen werken. Deze cijfersonderstrepen het belang van meer werk- en inkomenszekerheid, en hetwegnemen van belemmeringen die mensen ervaren als zij meer urenwillen werken.Werkenden met een inkomen lager dan de armoedegrens maken mindervaak gebruik van inkomensregelingen dan werkenden met een inkomennet boven de armoedegrens. Het gebruik van toeslagen ligt onderwerkenden in armoede ook lager dan onder mensen met een uitkering.Dat laat zien dat er meer inspanning nodig is om niet-gebruik tegen te12CBS, Nibud en SCP (2024), De nieuwe methode om armoede te meten13SZW (2024): Voortgangsbrief Armoede en Schulden, bijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7996 gaan, en te zorgen dat mensen daadwerkelijk ontvangen waar zij recht ophebben. Elders in deze brief doen we hiervoor een aantal voorstellen.Kinderen en jongerenIn dit programma hebben we expliciet aandacht voor kinderen enjongeren. De helft van de groep mensen die leeft in armoede of metproblematische schulden heeft kinderen. Opgroeien in armoede is meerdan opgroeien in een gezin met een financieel tekort. Op vrijwel allelevensdomeinen hebben deze kinderen en jongeren te maken metmateriële en immateriële tekorten die hen belemmeren in hun ontwik-keling en beperkt in hun kansen in de toekomst. Bijvoorbeeld omdat hetniet lukt om een goede opleiding te volgen of een stevig sociaal netwerkop te bouwen. Of omdat ze te maken krijgen met mentale en fysiekegezondheidsproblemen. Het inkomen van iemand met ouders met eenlaag inkomen is gemiddeld genomen ongeveer 10.000 euro per jaar lagerdan iemand binnen diezelfde gemeente met ouders met een hooginkomen.14Jongeren zijn extra kwetsbaar als het gaat om armoede en schulden. Zijhebben vaak een laag en/of wisselend inkomen en lopen daardoor, incombinatie met schulden, bovendien een groter risico om dak enthuisloos te raken.15 Ook zijn jongeren nog niet altijd goed in staat omfinanciële consequenties te overzien, zoals bij het achteraf betalen vanproducten. Daarbij krijgen jongeren te maken met financiële verande-ringen, zoals het zelf moeten betalen van bepaalde kosten op het momentdat ze 18 worden.Recent publiceerde Deloitte hun jaarlijkse onderzoek naar financiëlegezondheid in Nederland. Hoewel de algemene financiële gezondheid inons land verbetert (52% van de volwassenen is financieel gezond offinancieel toereikend), gaat de financiële gezondheid van jongvolwas-senen volgens dit rapport achteruit.Wij nemen de signalen uit het rapport serieus. In de bijlage bij deze brieftreft u een korte reactie aan op dit rapport en kunt u lezen welke stappenwij hebben gezet om de financiële gezondheid van jongvolwassenen teverbeteren.Caribisch NederlandIn Caribisch Nederland leeft 1 op de 3 inwoners onder het bestaansmi-nimum. Armoede wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven enis hardnekkig. De oorzaken voor armoede zijn niet altijd hetzelfde als inEuropees Nederland. Zo speelt wantrouwen en een gevoel van ongelijk-waardigheid een rol en is er door de kleinschaligheid vaker sprake vanschaamte.Er is niet veel bekend over de omvang van de schuldenproblematiek inCaribisch Nederland. Onderzoek van Nibud laat wel zien welke veelvoorkomende betalingsachterstanden, zoals leningen, belastingschulden,achterstanden op de vaste lasten en studieschulden, voor problemenzorgen. Caribisch Nederland heeft geen wet- en/of regelgeving die gerichtis op het voorkomen en oplossen van schulden.14We hebben een vergelijking gemaakt op basis van een aantal grote, middelgrote en kleinegemeenten15Zie ook: Actie-agenda Voorkomen van Jongerendakloosheid (16–27 jaar). Kamerstukken II,2024/2025, 29 325, nr. 170Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7997 Ik streef ernaar uw Kamer in het derde kwartaal van dit jaar over devervolgstappen van de schuldenaanpak in Caribisch Nederland teinformeren.DoelenDit programma streeft de volgende doelen na:Armoede: (Kinder)armoede komt niet uit boven het referentiejaar 2024. Deambitie is, mede in navolging van de motie Van Apeldoorn16, en in lijnmet de huidige trend17, een verdere daling van de (kinder)armoedecijfersbinnen de bestaande middelen.•Voorkomen dat mensen in armoede terechtkomen•Ondersteunen van mensen in armoede door de effecten van armoedete beperken•Mensen helpen om vooruit te komen en uit armoede te rakenSchulden:•Minder huishoudens krijgen en hebben problematische schulden•Minder huishoudens gaan van beginnende naar problematischeschulden•Minder huishoudens krijgen problematische schulden•Meer huishoudens stromen succesvol en duurzaam uit de problemati-sche schuldenActiviteiten Armoede en SchuldenWe organiseren de activiteiten van dit programma langs vijf lijnen, vanafhet voorkomen van geldzorgen tot het oplossen van zorgen en het biedenvan perspectief voor de toekomst. In figuur 2 zijn de activiteitensamengevat.1. Voorkomen van geldzorgen Waar mogelijk willen we geldzorgen voorkomen. Mensen moetenvoldoende kennis en vaardigheden hebben, zodat ze met financiëlevragen en uitdagingen om kunnen gaan. Ook is het belangrijk datiedereen bekend is met en gebruik weet te maken van de voorzieningen16https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20241119/motie_van_het_lid_van_apeldoorn_c_2/document3/f=/vmiii1oihfza.pdf17De armoede-intensiteit: een raming van de diepte van de armoedeFiguur 2 Schematische weergave van de programmalijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7998 die er zijn. Mensen moeten voldoende vertrouwen hebben om dezevoorzieningen aan te vragen.Onder deze lijn vallen de volgende activiteiten:−Bereiken en ondersteunen van werkenden met een laag inkomen−Ondersteuningsaanbod voor (kleine) ondernemers en zzp’ers metgeldzorgen−Financiële educatie−Tegengaan niet-gebruikDe voortgang op deze activiteiten brengen we in beeld door te kijken naarindicatoren over onder andere het aantal werkenden in (langdurige)armoede, indicatoren over het tegengaan van niet-gebruik (bij gebrek aanlandelijk dekkende representatieve data baseren we ons op onder meer dedata van de Voorzieningenwijzer en Berekenuwrecht.nl), indicatorengebaseerd op de subsidieregeling financiële educatie voor onderwijs-instellingen, en indicatoren over geldzorgen en rondkomen (onder meerop basis van de Nationale monitor Geldzorgen van het Nibud enUniversiteit Leiden en cijfers van het Nibud over rondkomen).Bereiken en ondersteunen van werkenden met een laag inkomenWerk is de basis van bestaanszekerheid en een belangrijke manier om uitarmoedeproblematiek te raken. Toch zijn er ook mensen die wél werkenmaar niet rond kunnen komen. We willen daarom werkenden met eenlaag inkomen eerder bereiken. Hierdoor kunnen meer mensen gebruikmaken van de hulp die er is.Zo kunnen meer mensen als ze dat willen, gebruik maken van inkomens-ondersteunende regelingen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, kindge-bonden budget, voorzieningen voor kinderen en minimaregelingen vangemeenten.SZW werkt aan het wetsvoorstel proactieve dienstverlening. Ook ditvoorstel helpt om het niet-gebruik van bepaalde inkomensondersteu-nende regelingen terug te dringen. Gemeenten hebben vaak geengegevens van werkenden, omdat ze geen bijstandsuitkering ontvangen.Dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat UWV, SVB en gemeenten proactiefmogen onderzoeken wie mogelijk recht heeft op een uitkering of eenandere voorziening gericht op inkomensondersteuning, maar daarvan noggeen gebruikmaakt. Zij mogen met dit wetsvoorstel in meer gevallencontact opnemen met deze mensen en hen ondersteunen als zij eenaanvraag voor een uitkering of een voorziening willen doen.We hebben opvolging gegeven aan motie Flach.18 De motie verzoekt deregering om in overleg met gemeenten te bezien welke maatregelenkunnen worden genomen om armoede onder eenverdieners tegen tegaan, en hiervoor aanbevelingen te doen richting gemeenten. In deklankbordgroep Participatie, Inkomen, Armoede en Schulden (PIAS)hebben wij met gemeenten gesproken over dit onderwerp. Hieruit zijnverschillende manieren om extra aandacht te geven aan deze groep naarvoren gekomen. Via een artikel in het Gemeentenieuws van SZW van meihebben wij deze aanbevelingen uit de klankborgroep gedeeld.19 Daarmeeis uitvoering gegeven aan de motie.18Kamerstukken II, 2024–2025, 36 617, nr. 1319Gemeentenieuws van SZW 2025-3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7999 Bereik via werkgeversWe willen werkenden met een laag inkomen (eerder) bereiken via hundirecte omgeving (relevante vindplaatsen). Zo wordt de kans groter dat zijgebruik maken van het bestaande hulpaanbod. We doen dit door desamenwerking met relevante partijen te versterken. Dit zijn bijvoorbeeldvakbonden, werkgevers en werkgeversorganisaties en brancheorgani-saties. De aandacht ligt op sectoren waar veel werknemers werken metlage lonen en kwetsbare, flexibele arbeidscontracten werken.Een aantal grotere werkgevers werkt al samen aan de aanpak vangeldzorgen op de werkvloer in de Nationale Coalitie FinanciëleGezondheid (NCFG). De NCFG, ontstaan op initiatief van SchuldenlabNLen een aantal private partijen, is een samenwerking van publieke enprivate partijen, waaronder banken, energieleveranciers, verzekeraars,gerechtsdeurwaarders, schoonmaakbedrijven, gemeenten, het Rijk envele anderen. De NCFG bouwt aan een financieel gezond Nederland doorbewezen initiatieven te hergebruiken en gezamenlijk oplossingen teontwikkelen. De NCFG focust met name op werknemers en klanten.In de komende periode versterken we de aanpak via werkgevers, socialepartners en brancheorganisaties om werkenden beter te bereiken. Wemaken met relevante partijen gezamenlijke afspraken, bijvoorbeeld in eenpact. Hierbij verkennen we of we een beperkt aantal effectief geblekeninterventies op armoedebestrijding – gericht op werkenden – kunnenopschalen.CommunicatiecampagneWe voeren in 2025 ook communicatiecampagnes uit gericht opwerkenden met een inkomen rond of onder de armoedegrens. Zoattenderen we hen op voorzieningen waar zij (mogelijk) recht op hebben.Ook kunnen ze zo hulp krijgen bij geldvragen/ geldzorgen:•De campagne «Laat geen geld liggen»:Deze campagne wijst verschillende doelgroepen op regelingen die zijonvoldoende gebruiken. Zo worden in juli en augustus werkenden metlage en/of wisselende inkomens gewezen op de mogelijkheid omtoeslagen achteraf aan te vragen20.•De campagne met Geldfit:Deze campagne leidt mensen met geldzorgen naar Geldfit voorinformatie en advies of direct naar de gemeente voor hulp. Via Geldfitkunnen mensen checken of ze recht hebben op (inkomens)ondersteu-ning of hulp bij geldzorgen. Dit kan bijvoorbeeld via De Voorzieningen-wijzer en de Potjescheck. Indien een inwoner recht heeft op (inkomens-)ondersteuning of hulp nodig heeft bij het oplossen vanproblematische schulden wordt deze doorverwezen naar de gemeente.In het najaar richten we ons hierbij specifiek op werkenden met eenlaag inkomen.Overige maatregelen gericht op meer werkzekerheidDuurzaam werk geeft uiteindelijk de meeste zekerheid over je inkomen.Daarom liggen er met het arbeidsmarktpakket verschillende manieren omde zekerheid van werkenden te vergroten. Ten eerste ligt er eenwetsvoorstel waarmee de inkomens- en roosterzekerheid van mensen intijdelijke contracten, oproepcontracten en uitzendcontracten wordtverbeterd. Ook werkt het kabinet aan een gelijker speelveld tussencontractvormen en aan een publiek toegankelijke arbeidsongeschiktheids-20In aanvulling op de communicatie vanuit Dienst Toeslagen zelf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79910 verzekering voor zelfstandigen. Daarnaast maken we met de hervormingvan de arbeidsmarktinfrastructuur arbeidsmarktdienstverlening toeganke-lijker en gerichter om zo werkenden en werkzoekenden beter te onder-steunen naar duurzaam werk.Ondersteuningsaanbod voor (kleine) ondernemers en zzp’ers metgeldzorgenOok ondernemers kunnen ondersteuning nodig hebben bij geldzorgen. Inde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is vastgelegd dat ondernemers(als natuurlijk persoon) recht hebben op ondersteuning van hun woonge-meente. De gemeente moet helpen bij het creëren van overzicht over definanciën, het stabiliseren van de financiële situatie en het contacteren vanschuldeisers om schulden te regelen.Het Ministerie van SZW heeft de VNG in de afgelopen jaren subsidieverleend voor het Programma Verbinden Schuldendomein 2023–2025 omgemeenten te helpen bij het verbeteren van de schuldhulpverlening aanondernemers met financiële zorgen. Aan de routekaart Financiële Zorgenis door de VNG het Spoor van de ondernemer toegevoegd. Gemeentenkrijgen via dit spoor concrete handvatten, ondersteuning en voorbeeldenvan effectieve interventies aangeboden. Aan de hand daarvan kunnen zijhun dienstverlening aan ondernemers met financiële zorgen inrichten ofverbeteren.Verder wordt gewerkt aan een experiment tussen de Belastingdienst,Dienst Toeslagen en tien gemeenten. Dit experiment, dat naarverwachting rond de zomer van start gaat, maakt het mogelijk omsignalen van betalingsachterstanden (zoals de omzetbelasting) mettoestemming van de burger te delen met gemeenten. Het doel is omparticulieren en ondernemers met (dreigende) problematische schulden tebereiken die eerder niet in beeld waren bij de gemeente. Gemeentenkunnen op basis van deze signalen de doelgroep proactief benaderen meteen passend hulpaanbod.Daarnaast ondersteunt het Rijk (vanuit het programma levensgebeurte-nissen van het Ministerie van BZK) het programma Ondernemers inZwaar weer. Ondernemers die schulden hebben en twijfelen over hetbeëindigen of doorzetten van hun bedrijf kunnen dan terecht bij de Kamervan Koophandel. Ook ondersteunen we initiatieven zoals het Onder-nemersklankbord (Ministerie van Economische Zaken (EZ)) en OverRood,waarbij ondernemers, vanuit ervaringskennis, hulp bieden aan andereondernemers.De NVVK en het Waarborgfonds saneringskredieten onderzoeken in depilot Saneringskrediet voor ondernemers of er behoefte is aan hetinstrument saneringskrediet voor ondernemers en of daar risico’s aanverbonden zijn. Er is ruimte voor 100 saneringskredieten. Resultaten vande pilot worden aan het eind van dit jaar verwacht. Ook in de basisdienst-verlening schuldhulpverlening is speciale aandacht voor de onder-steuning aan ondernemers.Het Ministerie van EZ is verantwoordelijk voor het ecosysteem van deondernemer. Dit is de omgeving van de ondernemer dat moet bijdragenaan het starten, houden en groeien van de onderneming. Het Ministerievan EZ werkt aan een ondernemersgericht toegangspunt waar deondernemer met (financiële) problemen zich (online) kan aanmelden vooreen kosteloos gesprek, advies en warme doorverwijzing binnen hetachterliggende netwerk of de gemeentelijke schuldhulpverlening. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79911 Ministerie van EZ rapporteert hierover in de VoortgangsrapportageActieagenda mkb-dienstverlening.21Financiële educatieOmgaan met geld moet je leren. Het liefst vanaf jonge leeftijd, engedurende je hele jeugd. Zodat je als je 18 jaar wordt, de kennis,vaardigheden en attitudes, oftewel competenties bezit, om gezondefinanciële keuzes te maken. Daarom is financiële educatie op dit momenteen onderdeel van het curriculum voor het funderend onderwijs, zowel nuals in de voorziene actualisatie daarvan. Helaas is er een toename van hetaantal jongeren met geldzorgen en schulden. Dat is een reden tot zorgenen geeft aanleiding om nadrukkelijk in te zetten op het voorkomen vangeldzorgen en financiële problemen bij deze groep.Jongeren, en ook kinderen in de basisschoolleeftijd, geven ook zelf aandat ze financiële educatie belangrijk vinden en hier behoefte aan hebben.De rol van ouders is hierin onmiskenbaar: zij zijn in eerste instantieverantwoordelijk voor de financiële opvoeding van hun kinderen. Maar weweten ook dat voor veel ouders dit een lastige opgave is. De afgelopentwee jaar heeft het kabinet daarom ingezet op het bevorderen vanstructurele aandacht voor financiële educatie in het onderwijs, met alsdoel om scholen te ondersteunen bij het vormgeven en inbedden vanfinanciële educatie in het onderwijs.Met drie tijdvakken van de subsidieregeling «Financiële educatie vooronderwijsinstellingen» zijn het middelbaar beroepsonderwijs, hetvoortgezet onderwijs en het primair onderwijs in staat gesteld om metfinanciële educatie aan de slag te gaan. De evaluatie van deze regelingstart deze zomer, en zal worden afgerond in 2028. Eind 2025, 2026 en 2027verschijnen tussentijdse monitorrapporten over de regeling, waarin wordtingegaan op onder meer het bereik van de regeling (scholen, docenten/leerkrachten en leerlingen/studenten), realisatie en geleerde lessen. In2028 volgt het eindrapport waarin de subsidieregeling wordt geëvalueerd.Nog niet alle scholen binnen het mbo, vo en po hebben een beroepkunnen doen op de regeling. Dit jaar verkent het kabinet om die reden ofeen nieuwe openstelling van de subsidieregeling in 2026 kan bijdragenaan het verder uitbreiden van het aantal onderwijsinstellingen datstructurele aandacht biedt aan financiële educatie. Daarbij moeten we errekening mee houden dat de druk op het onderwijs momenteel hoog is ende focus ligt op de verbetering van de basisvaardigheden lezen, schrijvenen rekenen. We informeren uw Kamer hierover in de eerstvolgendevoortgangsrapportage.Tegengaan niet-gebruikWe willen niet-gebruik waar nodig tegengaan. Mensen moeten op eeneenvoudige manier inzicht kunnen krijgen in de regelingen en voorzie-ningen waar ze recht op hebben. In bovenstaande paragraaf over hetbereiken van werkenden met een laag inkomen is hierop al ingegaan.De Voorzieningenwijzer helpt mensen om alle regelingen te vinden en aante vragen. Dit geldt voor gemeentelijke en landelijke regelingen, inclusiefde toeslagen. Om de Voorzieningenwijzer door te ontwikkelen en hetbereik onder gemeenten en mensen te vergroten, verstrekken we hier ditjaar subsidie aan.21Kamerbrief voortgangsrapportage Actieagenda mkb-dienstverlening | Kamerstuk |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79912 Ook maken veel mensen gebruik van de Potjescheck op de website vanGeldfit. Samen met de eerdergenoemde voorlichtingscampagnes vanSZW samen met Geldfit levert dit een bijdrage aan het tegengaan vanniet-gebruik.De attenderingsactie van Dienst Toeslagen levert een bijdrage aan hetverminderen van niet-gebruik van Toeslagen. Dienst Toeslagen kent eenbrede publieksbenadering (zoals pr-campagnes) en een doelgroepgerichteen themagerichte benaderingen (denk aan ondernemers en mensen diede AOW-leeftijd bereiken). Ook benut de Dienst bestaande contactmo-menten om informatie te verstrekken. Daarnaast wordt aan eenwetsvoorstel gewerkt om mensen proactief te kunnen benaderen om hente wijzen op hun rechten op toeslagen.In de eerste voortgangsrapportage over het Nationaal Programma nemenwe u mee in de stand van zaken.2. Kleine zorgen blijven klein: eenvoudige toegang tot hulp enondersteuning Het duurt vaak meerdere jaren voordat mensen met geldzorgen hulpzoeken en vinden. Dat komt bijvoorbeeld door schaamte, niet goed wetenwaar hulp te vinden, complexiteit van inkomensondersteunenderegelingen en wantrouwen naar de overheid.Hoe langer mensen wachten met geldzorgen aanpakken, hoe groter dekans dat geldzorgen leiden tot armoede en problematische schulden.Daarom is het belangrijk om niet alleen te investeren in preventie, maarook in het op tijd signaleren van schulden.We willen dat het netwerk rond mensen geldzorgen snel signaleert.Hiertoe werken we met professionals en vrijwilligers bij vindplaatsen. Ookmoet er dichtbij en laagdrempelig financiële hulp beschikbaar zijn. Stevigelokale teams bij de gemeenten kunnen fungeren als vindplaats en omlaagdrempelige hulp te bieden. Bij beginnende schulden is het wenselijkom mensen snel hulp te bieden en een passende oplossing te zoeken. Ditgeldt zeker ook voor jongeren, zo geven ook de jongeren van hetJongerenpanel de Derde Kamer aan: zonder vroegtijdige ondersteuningworden kleine schulden grote problemen. Die ondersteuning kan ook zienop het versterken van basisvaardigheden van volwassenen, waarondergeletterdheid en gecijferdheid.Onder deze lijn vallen de volgende activiteiten:−Versterken vindplaatsen−Betere vroegsignalering van achterstanden op vaste lasten−Live en onlinehulp: simpel en dichtbij−Zorgplicht gerechtsdeurwaarders−Samenhang met andere problematiekDe voortgang brengen we in beeld door te kijken naar indicatoren overonder andere het aantal mensen dat gebruik maakt van live en online hulpbij geldzorgen (onder meer gebaseerd op data van Geldfit en de AlliantieVrijwillige Schuldhulp), indicatoren over vroegsignalering van schulden(monitor Divosa, vanaf 2027 zullen gegevens over vroegsignaleringverzameld worden via het project Data Delen Armoede en Schulden) enindicatoren over de voortgang van de subsidie gericht op het eerderbereiken van mensen met geldzorgen (Divosa).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79913 Versterken vindplaatsenDivosa werkt in samenwerking met Pharos, Sterk uit Armoede,Humanitas, Sociaal Werk Nederland en het Nederlands Centrum voorJeugdgezondheid (NCJ) aan het project «Preventie van Geldzorgen».Binnen twee jaar wordt het netwerk rond vindplaatsen versterkt inminimaal 100 gemeenten in Nederland. Het gaat om huisartsen, geboor-tezorg, apothekers, jongerenwerkers op scholen, vrijwilligers, ervarings-deskundigen en sleutelpersonen.De missie is om het gesprek over geldstress te normaliseren binnen devoor mensen vertrouwde lokale informele en formele netwerken. Wewillen meer mensen met geldzorgen eerder bereiken en toeleiden naarpassende ondersteuning. Er wordt daarbij bewust gezocht naar netwerkendie al bestaan of in wording zijn om deze te versterken en verder uit tebreiden. Daarnaast richt het project zich op het vergroten van de kennis envaardigheden van netwerkleden als het gaat om beginnende geldzorgen.Hierdoor zijn zij beter in staat om geldstress bespreekbaar te makenbinnen de eigen situatie en effectieve actie te ondernemen.Onderdeel van het project is een monitoring met een kwantitatievenulmeting vooraf en een resultaatmeting na afloop. Daarnaast is er ookkwalitatieve monitoring.De focus ligt op inzicht in de impact van het programma op de betrokkennetwerken en de effectiviteit van de acties. De monitor is eind 2026gereed.Het Ministerie van VWS geeft aan dat zij in het Integraal Zorgakkoord (IZA)en het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA) verschillende afspraken metzorg- en welzijnspartijen heeft gemaakt om de verbinding tussen hetmedisch en sociaal domein te versterken. In het nog af te sluitenaanvullend zorg en welzijnsakkoord is er aandacht voor de koppelingtussen het medisch en sociaal domein. Samen met VWS zal de signa-lering van armoede en schulden binnen bestaande initiatieven verderonder de aandacht worden gebracht. Uw Kamer wordt hierover in deeerstvolgende voortgangsrapportage geïnformeerd.Voor de geboortezorg werken we samen met het landelijk Actiepro-gramma Kansrijke Start. Pharos ontvangt subsidie voor twee deelpro-jecten. In het eerste project ontvangen tien coalities Kansrijke Start eenfinanciële impuls om professionals in de geboortezorg te versterken zodatzij mensen met (dreigende) geldzorgen, eerder kunnen bereiken en beterkunnen ondersteunen. Het tweede project betreft samenwerking metervaringsdeskundigen en sleutelpersonen in acht gemeenten. Doel vanbeide projecten is om groepen te bereiken die moeite hebben om de wegnaar formele ondersteuning in gemeenten te vinden of daar geenvertrouwen in hebben. Dit project wordt eind 2025 afgerond.Als onderdeel van de hervormingsagenda Jeugd is een richtinggevendkader voor toegang tot het sociaal domein vastgesteld. Hierin staat hoe detoegang tot informatie en advies en eventuele zorg en ondersteuning voorinwoners wordt geregeld. Ook is beschreven hoe lokale teams integraal,generalistisch, interdisciplinair en outreachend kunnen werken om dezeondersteuning en dienstverlening te realiseren De VNG en VWS werkenaan een convenant met zowel een gemeenschappelijke basis voor elketype ondersteuning vanuit lokale teams als ruimte voor waardevollelokale verschillen. SZW is betrokken om ervoor te zorgen dat ook armoedeen schulden hierin worden meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79914 Betere vroegsignalering van achterstanden op vaste lastenHet is belangrijk om mensen met geldzorgen in een vroeg stadium hulpaan te bieden. Zo kunnen we problematische schulden voorkomen. Viavroegsignalering van betalingsachterstanden op de vaste lasten (gas,elektriciteit, warmte, drinkwater, huur en zorgverzekering) komen menseneerder bij de gemeente in beeld.In 2024 zijn er ruim een miljoen vroegsignalen verstuurd. Gemeentenhebben hierdoor bijna 800 duizend inwoners hulp aangeboden. Met ruim160 duizend inwoners is daadwerkelijk contact geweest om hen teondersteunen met hun geldzorgen.We willen de vroegsignalering verder verbeteren. Gemeenten, het Rijk envastelastenpartners (energieleveranciers, waterbedrijven, etcetera)werken intensief samen om de kwaliteit en proportionaliteit te verbeteren.Dit maakt de aanpak van vroegsignalering effectiever. Om die samen-werking goed te organiseren, worden hierover bestuurlijke afsprakengemaakt. Met deze bestuurlijke afspraken willen we eind 2027 het bereikvan vroegsignalering verdubbelen. Ook willen we ongewenste uitval vansignalen door bijvoorbeeld een onjuist adres of bij onvoldoende inspan-ningen van vastelastenpartners bij incasso, halveren.Als onderdeel van de bestuurlijke afspraken worden met gemeentenafspraken gemaakt over de tijdelijk extra beschikbare middelen gedurendede looptijd van de verbetermaatregelen. Zo kunnen zij inzetten op meercapaciteit voor persoonlijk contact, om de gestelde doelstellingen tebereiken.Ook verkennen we of we de verschillen tussen gemeenten kleiner kunnenmaken. En of we de kwaliteit van signalen vanuit schuldeisers meerhetzelfde kunnen maken. De komende periode maken we hier afsprakenover met deze partijen. In dit traject nemen we ook de verbeterpuntenmee die uit de wetsevaluatie vroegsignalering komen. U ontvangt dekabinetsreactie bij de wetsevaluatie vroegsignalering.Live en onlinehulp: simpel en dichtbijDe laatste jaren zijn diverse hulproutes ingericht om mensen metgeldvragen en geldzorgen te ondersteunen, zowel fysiek als digitaal. Datvarieert van de Geldfit website & bellijn, tot vrijwilligers die mensen aande keukentafel of bij inlooppunten helpen met beter rondkomen enaanvragen waar je recht op hebt. Ook bieden diverse gemeentenlaagdrempelige hulp, die eveneens via Geldfit te vinden is.Door een breed aanbod, zowel fysiek als digitaal, kunnen menseninformatie en hulp vinden die past bij hun situatie en doenvermogen.SZW stimuleert hulproutes via subsidies en maakt hulp beter vindbaarmiddels publiekscampagnes met Geldfit en het stimuleren van warmdoorverwijzen vanuit vindplaatsen. Juist mensen met weinig administra-tieve en digitale vaardigheden zijn financieel erg kwetsbaar en het bestegeholpen met fysieke laagdrempelige hulp.In de trajecten op dit thema wordt gekeken hoe we meer mensen metbeginnende geldzorgen eerder kunnen bereiken. We zetten in op:•Een breed aanbod van live & online hulproutes binnen en buiten deoverheid;•Bekendheid van hulproutes vergroten & imago van hulproutesverbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79915 •Een aanpak om te komen tot een landelijk dekkend netwerk vanlaagdrempelige financiële dienstverlening; we sluiten aan bij deverkenning die door JenV wordt uitgevoerd naar aanleiding van tweemoties over een landelijk dekkend netwerk van sociaaljuridischedienstverlening. Hierbij zullen de uitkomsten van een onderzoek naarlaagdrempelige financiële dienstverlening, dat in opdracht van SZW isuitgevoerd, worden meegenomen. Dit rapport is als bijlage bij dezebrief toegevoegd.In de komende periode kijken we hoe we, samen met gemeenten,maatschappelijke organisaties, en andere ministeries, verdere stappenkunnen zetten. Het versterken van de verbinding tussen informele enformele organisaties is daarin een belangrijk element.Zorgplicht gerechtsdeurwaardersZoals in de kabinetsreactie op het IBO Problematische schulden aange-geven werken we toe naar een andere rol van de gerechtsdeurwaarder. Erzijn in de periode 2025–2028 middelen beschikbaar om deze veranderingdoor te voeren. De gerechtsdeurwaarder heeft dan meer tools voorgevallen waarin iemand zijn vordering echt niet kan betalen. Dan moet hetmogelijk zijn om te de-escaleren richting hulpverlening.De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft, mede namens mij, uwKamer hierover geïnformeerd in de Kamerbrief van 20 mei 2025.22 Zoalsin deze brief is aangegeven, worden de gevolgen van het wegvallen vande structurele IBO-middelen voor deze maatregel in kaart gebracht.Samenhang met andere problematiekSchulden hangen vaak samen met andere problematiek. Ten aanzien vanbijvoorbeeld kansspelen heeft de Staatssecretaris Rechtsbescherming inzijn visiebrief op kansspelen van 14 februari 2025 aangegeven debescherming van mensen tegen de risico’s van kansspelen centraal testellen in het kansspelbeleid en daarbij in het bijzonder breder te kijkennaar het voorkomen van verschillende vormen van gokschade, zoals hetontstaan van schulden. In dat kader zal er meer ingezet worden opinformeren van kwetsbare groepen, het creëren van bewustwording overde relatie tussen gokken en schulden en het uitbreiden van hethulpaanbod, waaronder het centrale uitsluitingsregister Cruks.233. Hulp als het tegenzit: de negatieve effecten van geldzorgenbeperken Mensen met geldzorgen kunnen soms niet meer goed in hun belangrijkstebehoeften voorzien. Eten, drinken, warmte en een dak boven je hoofd.Binnen dit programma helpen we mensen bij het voorzien in de belang-rijkste levensbehoeften.Onder deze lijn valt de volgende ondersteuning−Hulp bij de energierekening−Voedsel- en noodhulp−Kansengelijkheid voor kinderen−Versterken en vereenvoudigen van het armoedebeleid (landelijk enlokaal)22Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 79823Kamerstukken II, 2024/2025, 24 557, nr. 245Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79916 De voortgang brengen we in beeld door te kijken naar indicatoren overonder andere het aantal mensen dat een beroep doet op het energiefonds,indicatoren over voedselhulp en het aantal kinderen dat wordt bereikt metschoolmaaltijden, en de bereikcijfers van de SAM&-partijen.Hulp bij de energierekeningOok in 2025 is er een financiële tegemoetkoming voor mensen die hunenergierekening niet kunnen betalen. Het energiefonds (TijdelijkNoodfonds Energie) biedt hulp aan huishoudens met een hoge energiere-kening en een laag inkomen. Zo kunnen zij hun energierekening beterbetalen. Met de beschikbare middelen is de inschatting dat zo’n 110.000huishoudens geholpen kunnen worden. Daarbij wijst het TijdelijkNoodfonds Energie huishoudens op hulp om hun huis duurzamer temaken. Zo kunnen huishoudens hun energiegebruik en daardoor mogelijkook hun energierekening omlaag brengen.Ook op de langere termijn willen we de kosten voor energie voorhuishoudens met een laag inkomen omlaag brengen. Hierbij wordtvoornamelijk ingezet op verduurzaming, zodat huishoudens structureelmeer grip krijgen op hun energierekening en daarmee ook meer financiëlerust ervaren. Meer hierover staat onder het kopje Perspectief voor detoekomst.Voedsel- en noodhulpEen groep mensen heeft hulp nodig bij basale levensbehoeften, zoalsvoedsel. Volgens onderzoek van het Nederlandse Rode Kruis leven ermomenteel 450.000 mensen in (verborgen) voedselnood.24 Het Ministerievan SZW ondersteunt verschillende partijen die voedsel- en noodhulpverstrekken.Het gaat hierbij onder andere om de Voedselbanken Nederland, hetNederlandse Rode Kruis, de Stichting Urgente Noden Nederland en hetArmoedefonds. We willen dat er minder mensen zijn met (verborgen)voedselnood. We willen mensen met voedselnood beter bereiken (o.a.door betere samenwerking tussen landelijke en lokale organisaties).Daarnaast willen we dat mensen eerder in beeld komen bij gemeenten,zodat de achterliggende oorzaken van armoede kunnen worden aange-pakt.Samen voor alle Kinderen gaat verder het met het ontwikkelen vanhet aanvraagportaal om ook gemeentelijke voorzieningen te kunnenaanvragen. Er wordt toegewerkt naar één plek voor ouders metgeldzorgen om voorzieningen aan te vragen. Op dit moment werkt Samenvoor alle Kinderen en Jarige Job samen met de Vebego Foundation om dedoelgroep werkende ouders met geldzorgen te bereiken en omwerknemers te motiveren om in actie te komen voor één van de partners.Over de voortgang wordt uw Kamer geïnformeerd bij de eerstvolgendevoortgangsbrief. Tevens worden de schoolmaaltijden structureelvoorgezet voor een selectie scholen. Na de zomer van 2026 wordt uwKamer geïnformeerd over de wijze waarop de structurele vormgeving vanhet programma schoolmaaltijden wordt ingevuld.Kansengelijkheid voor kinderenWe willen dat kinderen mee kunnen doen. Ook als hun ouders weinig geldhebben. We zetten dan ook specifiek in op het versterken van participatieen ontwikkeling van kinderen om zo de kansengelijkheid van kinderen tebevorderen. We geven daarom geld aan gemeenten en verschillende24Rode Kruis: 450.000 mensen in Nederland in verborgen voedselnood – Rode Kruis NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79917 landelijke armoedefondsen en maatschappelijke organisaties (de partijenverenigd binnen het samenwerkingsverband Samen voor alle Kinderen).Zo kunnen zij kinderen en jongeren helpen om mee te doen op school,sport, cultuur en in hun vrije tijd.Er zijn vele fondsen en regelingen voor kinderen en jongeren die helpenals de basisvoorzieningen onder druk staan. Duidelijkheid over eenminimumpakket aan voorzieningen waartoe ieder kind toegang heeft omzich goed te kunnen ontwikkelen is in ontwikkeling.Versterken en vereenvoudigen van het armoedebeleid (landelijk en lokaal)De afgelopen tijd zijn er verschillende rapporten verschenen over hetsociaal minimum en het gemeentelijke armoedebeleid. Het minimalebedrag dat mensen nodig hebben om van te kunnen leven. Zowel deCommissie Sociaal Minimum25, Nibud, FNV als het IPE26 hebben hieraandacht voor gevraagd. Het gaat om hoe hoog dit minimum moet zijn.Daarnaast onderstrepen de rapporten het belang van vereenvoudiging,zowel op landelijk als lokaal niveau. Daarbij speelt ook de verhoudingtussen regels van het rijk en regels van gemeenten een rol. De rapportenlaten ook zien dat het gemeentelijke minimabeleid versnipperd is, zowelde landelijke als lokale regelingen en daarnaast zijn er soms groteverschillen tussen gemeenten. Het kabinet vindt dit niet wenselijk en hetwil hierin stappen zetten.We willen de landelijke regels eenvoudiger maken en zo het armoede-beleid verbeteren. Het Rijk heeft hierbij een stelselverantwoordelijkheid enwerkt aan een vereenvoudiging van de inkomensondersteuning,bijvoorbeeld in het traject Participatiewet in balans en in de hervormings-agenda inkomensondersteuning. Waar het advies van de Commissiesociaal minimum een plek zal krijgen maar waar ook gewerkt wordt aanproactieve dienstverlening, de harmonisatie van inkomens-, vermogens-en partnerbegrippen, etc. Uitgangspunt daarbij is dat het Rijk deinkomensbasis goed regelt, zodat mensen voor hun inkomen nietafhankelijk zijn van gemeentelijke armoederegelingen.Het Rijk wil er daarnaast samen met gemeenten voor zorgen dat hetbeleid om (kinder)armoede aan te pakken verbetert, mede in navolgingvan de Europese kindergarantie. Ik wil komen tot oplossingen die decomplexiteit en (ervaren) rechtsongelijkheid verminderen én die ruimtebieden voor gemeentelijke beleidsvrijheid en mogelijkheden totmaatwerk. SZW werkt hierin als stelselverantwoordelijke nauw samenmet de VNG en Divosa. De VNG en Divosa doen een nadere verkenningom te komen tot een eenvoudiger, eenduidiger en overzichtelijker en meerintegraal gemeentelijk (kinder-)armoedebeleid. De verkenning is naarverwachting in het najaar van 2025 afgerond en vormt de basis voor hetverdere gesprek. We willen dat gemeenten van elkaar leren over wat goedwerkt (effectief bewezen bestanddelen) en ook oog hebben voor de positievan werkenden.Daarnaast werkt SZW (in overleg met VNG en Divosa), mede op basis vande aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum («doe landelijk watlandelijk kan») en IPE, uit hoe regelingen beter landelijk georganiseerdkunnen worden en hoe regelingen eenvoudiger en effectiever gemaaktkunnen worden zodat deze leiden tot minder (ervaren) rechtsongelijkheid.Hierbij zal ook oog zijn voor het feit dat werken moet lonen. Afhankelijkvan de uitkomsten van de verkenningen en rekening houdend met de25Naar een zeker bestaan & Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid26Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid – Instituut voor Publieke EconomieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79918 aanvaarde Kamermoties over dit onderwerp en het gesprek daaroverbepalen we gezamenlijk de vervolgstappen. We zetten hierbij in opconcrete producten, zoals het vaststellen van een model-beleidskadervoor gemeenten waarbinnen gemeenten het armoedebeleid kunnenvormgeven. Indien dit onvoldoende resultaat sorteert, wordt in lijn met demotie De Kort/Inge van Dijk verkend hoe wetgeving vormgegeven zoukunnen worden. Met bovenstaande activiteiten geven we naast dezemotie daarnaast invulling aan de motie Van Eijk (over een onderzoek naaraard en omvang van de gemeentelijke minimaregelingen en het effectdaarvan op de armoedeval en marginale druk27) en de motie Ceder (overbij de uitwerking van spoor 2 inzetten op het versimpelen van gemeente-lijke regelingen28).De opbrengsten van deze activiteiten betrekken we bij de uitvoering vandit programma, de hervormingsagenda inkomensondersteuning en spoor2 van Participatiewet in balans.4. Meer grip en overzicht: passende dienstverlening voor mensen Mensen moeten grip hebben op hun financiële situatie. Zo kunnen weproblematische schulden voorkomen en oplossen. Mensen met problema-tische schulden hebben vaak schulden bij veel verschillende schuldeisers.Als mensen inzicht hebben in hun schulden kunnen zij juiste financiëlekeuzes te maken, zoals het aangaan van nieuwe schulden of het aflossenvan schulden.29 Er zijn veel vormen van dienstverlening voor mensen metgeldzorgen en/of ernstige financiële problemen beschikbaar. Het is dekunst om gebruik te maken van de dienstverlening die voor iemandpassend is. Soms is een lichte vorm van dienstverlening voldoende, maarals de situatie dat vraagt moet een zwaarder instrument ingezet kunnenworden.Het wegvallen van de structurele financiering voor het IBO-pakket aanmaatregelen heeft gevolgen voor een aantal activiteiten dat onder dezelijn valt. Zonder structurele middelen kan een aantal maatregelen, zoalshet integraal schuldenoverzicht, niet worden gerealiseerd.We zullen de komende periode bezien welke resultaten er met betrekkingtot het integraal schuldenoverzicht, het verbeteren van de civiele enpublieke invordering en één overheidsincasso te behalen zijn met debeschikbare incidentele middelen.Daarnaast zetten we ons in voor het beschermingsbewind, de toegang totdrinkwater, de landelijke pauzeknop en sociale incasso van drinkwaterbe-drijven en de borging van de beslagvrije voet en de stroomlijning van deKeten van Derdenbeslag.Onder deze lijn vallen de volgende activiteiten:−Het integraal schuldenoverzicht−Verbeteren civiele en publieke invordering: collectief afbetalingsplan,het beperken van kostenoploop, de gratis betalingsherinnering enmeer aandacht voor socialer incasseren−Een overheidsincasso−Beschermingsbewind−Toegang tot drinkwater en sociale incasso drinkwaterbedrijven−De landelijke aanmeld- en pauzeknop−Borging beslagvrije Voet/Stroomlijning Keten Derdenbeslag27Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 77328Kamerstukken II, 2024/2025, 36 582, nr. 6029Zie o.a. in Naar een beter werkende schuldenketen (IBO problematische schulden)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79919 Ook zetten we in op het harmoniseren van betaaldata. Uw Kamer wordthierover geïnformeerd in de hervormingsagenda inkomensondersteuning.Momenteel werken we de praktische vormgeving van deze maatregelverder uit middels een onderzoek. Dit onderzoek wordt naar verwachtingbegin 2026 met uw Kamer gedeeld.De voortgang brengen we in beeld door te kijken naar onder andereNVVK-cijfers over schuldhulpverlening, cijfers over de BetalingsregelingRijk en cijfers over het aantal WSNP-trajecten.Integraal SchuldenoverzichtDoor mensen met schulden meer grip en inzicht te bieden, kunnenproblematische schulden worden voorkomen. Een integraal schuldenover-zicht is daarbij behulpzaam. In de kabinetsreactie op het IBO problema-tische schulden is gemeld dat daarbij wordt voortgebouwd op belangrijkerecente ontwikkelingen van publieke en private partijen zoals hetVorderingenoverzicht Rijk, het Schuldenknooppunt en de uitgebreideSchuldenwijzer.30We zijn met partijen zoals publieke en private schuldeisers, softwareont-wikkelaars en dienstverleners rondom gegevensuitwisseling in gesprekom te komen tot een ontwikkelagenda voor een integraal schuldenover-zicht. We zullen deze gesprekken benutten om met partijen te besprekenwelke onderdelen kunnen worden doorontwikkeld met de resterendeincidentele middelen.Verbeteren van de civiele en publieke invorderingRekeningen moeten betaald worden. Tegelijkertijd geldt dat mensen metschulden recht hebben op een menswaardig bestaan. Ze hebben dezekerheid nodig van voldoende inkomen om in hun levensonderhoud tevoorzien. Wanneer iemand een rekening (tijdelijk) niet betaalt, hebbenschuldeisers verschillende manieren om betaling af te dwingen. Zemoeten kiezen voor een passende en minst belastende oplossing, waarbijeen vordering met zo min mogelijk bijkomende kosten wordt voldaan.Er moet met lichtere instrumenten worden gewerkt als die effectief zijn ensnel doorgeschakeld worden naar meer ingrijpende instrumenten alslichtere instrumenten niet meer voldoen. In het Regeerprogramma(bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) staat dat de kosten van invorderingminder snel moeten oplopen en schuldeisers intensief moeten samen-werken, onder meer door de invordering van het Rijk beter op elkaar af testemmen en ook publieke en private invordering beter te coördineren.Hieraan dragen de volgende initiatieven bij.Collectief afbetalingsplanHet is belangrijk dat mensen met beginnende schulden eerder wordenondersteund wanneer dat nodig is. Hiertoe zal het instrument van hetcollectief afbetalingsplan worden ontwikkeld en worden bezien hoe ditzich verhoudt tot bestaande ontwikkelingen, zoals de BetalingsregelingRijk. Door de burger te ondersteunen bij het afspreken van een collectievebetalingsregeling wordt voorkomen dat iemand door een samenloop vanregelingen onder het bestaansminimum komt. Daarnaast moet hetcollectief afbetalingsplan eraan bijdragen dat de kostenoploop vanindividuele schuldeisers worden beperkt.30Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 770Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79920 Gratis betalingsherinnering en beperken kostenoploop bij verkeersboetesDe Staatssecretaris Rechtsbescherming en de Staatssecretaris vanVeiligheid en Justitie hebben uw Kamer in april geïnformeerd31 over deinvoering van de kosteloze betalingsherinnering en de mogelijkheid voorhet CJIB om de ophogingen bij boetes op grond van de Wet administra-tiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in uitzonderlijke gevallenkwijt te kunnen schelden. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan hetvoorkomen van kostenoploop, zodat zo veel mogelijk wordt voorkomendat mensen (verder) in de problemen komen. Met de voorjaarsnota 2025zijn er vanaf 2029 geen structurele middelen meer voor de uitvoering vandeze maatregelen beschikbaar. Zodra er meer duidelijkheid is over degevolgen van deze beslissing, wordt u hierover geïnformeerd.Meer aandacht voor socialer incasserenOp 25 maart jl. hebben partijen een samenwerkingsprogramma onder-tekend32. In het Samenwerkingsprogramma sociaal incasseren werkenpublieke en private schuldeisers samen om een sociale invorderings-praktijk te bevorderen door betere samenwerking en kennisuitwisseling.De nadere invulling van dit samenwerkingsprogramma volgt in het najaarvan 2025. De private partijen hebben separaat afspraken gemaakt overwelke stappen zij gaan zetten om sociaal incasseren te implementeren(Afsprakenkader Sociaal Incasseren). Dit gebeurt onder meer doorvroegtijdig persoonlijk contact, maatwerk als mensen hun rekeningen nietkunnen betalen en doorverwijzing van mensen naar passende onder-steuning.Eén overheidsincassoBinnen de clustering Rijksincasso (CRI) werken overheidsorganisatie aanhet vereenvoudigen en verbeteren van de publieke dienstverlening doorzoveel mogelijk als één overheid te werken. Er komt een Vorderingenover-zicht Rijk. En er wordt al gewerkt met een Betalingsregeling Rijk. Wewillen dat alle deelnemende partijen aan het samenwerkingsverbandclustering Rijksincasso in 2027 de mogelijkheid bieden om één gezamen-lijke betalingsregeling aan te gaan.Overheidsorganisaties hanteren bij het aangaan van een betalingsregelingverschillende normen om het bestaansminimum vast te stellen, zoals debeslagvrije voet, het vrij te laten bedrag en andere wijzen van berekeningvan de betalingscapaciteit. Op dit moment onderzoeken de CRI-partijen ofhet mogelijk is om tot één norm te komen om het bestaansminimum meevast te stellen. De uitkomst wordt in de tweede helft van dit jaar verwacht.Zoals in de voortgangsbrief armoede en schulden33 is gemeld, onderzoekthet Ministerie van SZW samen met betrokken departementen enCRI-partijen de doelmatigheid en doeltreffendheid van de ophogingen dietijdens een invorderingstraject kunnen ontstaan. Het onderzoek is latergestart dan was voorzien. De kabinetsreactie bij dit onderzoek volgt na dezomer. In deze kabinetsreactie wordt dan ook ingegaan op de motieWelzijn en Ceder34 die de regering verzoekt om de toerekenvolgorde teonderzoeken waarbij de overheid schuldeiser is.31Kamerstukken II, 2024/2025, 29 279, nr. 93332Schuldeisers ondertekenen afsprakenkader sociaal incasseren | Schuldenlab33Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 77934Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 776Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79921 Vanuit het IBO problematische schulden is voorgesteld om tot één(digitaal) loket voor overheidsincasso te komen. Dit loket bouwt voort opde bestaande Clustering Rijksincasso (CRI). De maatregel zou een grotestap voorwaarts zijn in de ontwikkeling naar één centrale plek waarburgers een overzicht van hun schulden kunnen krijgen. Ook kunnen zeterecht met hun vragen over en problemen met betalingsverplichtingenen schulden. Het wegvallen van de structurele middelen voor het IBOpakket heeft ook voor deze maatregel gevolgen. Met betrokken partijenwordt de komende periode onderzocht welke resultaten of onderdelen ermet de beschikbare incidentele middelen kunnen worden behaald.BeschermingsbewindZo’n 266.000 mensen in Nederland staan onder beschermingsbewind,omdat zij tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn hun financiële belangenwaar te nemen. Beschermingsbewind kan alleen door een uitspraak vande kantonrechter worden ingesteld, op grond van iemands geestelijke offysieke toestand (toestandsbewind) of op grond van problematischeschulden (schuldenbewind). Het is van belang dat mensen die onderbewind staan kunnen rekenen op passende ondersteuning enbescherming. Ook is het belangrijk dat bewindvoerders in staat wordengesteld hun werk zo goed mogelijk uit te voeren. Recent hebben deStaatssecretaris Rechtsbescherming en ik een brief naar de Kamergestuurd over het stelsel van beschermingsbewind.35 Hierin wordtuitgebreid ingegaan op het takenpakket en de beloning van de bewind-voerder, het toezicht op de branche en ontwikkelingen op het gebied vanschuldenbewind.Belangrijk is om te benoemen dat de VNG en gemeenten aangeven dat dekosten van de bijzondere bijstand al jaren stijgen als gevolg van kostenvan beschermingsbewind die niet door de onder bewindgestelde zelfkunnen worden gedragen. Mede daarom is in opdracht van het Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Justitie enVeiligheid onderzoek gedaan naar de bekostiging en beloning vanbeschermingsbewind bij schulden. In de kabinetsreactie van 28 maart2024 is aangegeven dat het aanpassen van de huidige financieringssyste-matiek niet wenselijk is.36 Uiteraard ben ik bereid om met de VNG ingesprek te gaan over de problemen waar gemeenten tegen aanlopen,zoals beperkte grip op de instroom van mensen in bewind en de daarmeesamenhangende uitgaven bijzondere bijstand. In deze gesprekken zal ikook de ontwikkelingen uit de recente Kamerbrief over het stelsel vanbeschermingsbewind meenemen.Sinds 1 januari 2021 hebben gemeenten de optie om advies uit te brengenaan de kantonrechter na de instelling van het schuldenbewind, bijvoor-beeld over mogelijk aanvullende, lichtere en/of alternatieve ondersteu-ningsmogelijkheden voor het schuldenbewind. Op dit moment laat ik ditadviesrecht evalueren. Hierbij zal ook expliciet het moment van adviseringbekeken worden. De resultaten van de evaluatie worden eind dit jaarverwacht.Toegang tot drinkwater en sociale incasso drinkwaterbedrijvenHet is van groot belang dat iedereen in Nederland toegang heeft totdrinkwater, zeker kinderen. Daarom willen we voorkomen dat betalings-achterstanden leiden tot grotere problemen, schulden of afsluiting.35Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 79536Kamerstukken II, 2023/2024, 24 515, nr. 755Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79922 De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is bezig om de afsluitregelingvoor drinkwater aan te passen. Zo worden huishoudens beter beschermdtegen afsluiting. SZW wil stimuleren dat drinkwaterbedrijven sociaalincasseren. We hebben daarom middelen ter beschikking gesteld omvooroplopende drinkwaterbedrijven via een gezamenlijk traject de kans tegeven om een ambitie voor sociaal incasso te formuleren en eengezamenlijke strategie te bepalen om deze te realiseren. De geleerdelessen worden gedeeld met de gehele drinkwatersector.Landelijke aanmeld- en pauzeknopDe Landelijke Pauzeknop is een centrale, digitale voorziening waarmeemensen met schulden zich kunnen aanmelden voor schuldhulpverleningén een tijdelijke pauze kunnen aanvragen. Het project bouwt voort opsuccesvolle lokale initiatieven zoals de Pauzeknop-pilot in Amsterdam, deRode Knop (CJIB, Den Haag, Eindhoven) en het NVVK-project Schul-denrust.De Landelijke Pauzeknop maakt het voor mensen eenvoudiger om tijdelijkrust te krijgen wanneer zij rekeningen niet meer kunnen betalen. Dezeaanpak vermindert de administratieve last en zorgt ervoor dat mensensneller toegang hebben tot de juiste hulp. De pauzering van incassoactivi-teiten biedt noodzakelijke ademruimte, wat zowel mensen met schuldenals schuldeisers ten goede komt.Op dit moment is het plan dat de Landelijke Pauzeknop in 2027 vollediglive is.Borging beslagvrije Voet/Stroomlijning Keten DerdenbeslagSinds de vereenvoudiging van de beslagvrije voet (BVV) in 2021 is hetbeeld dat voor meer mensen de beslagvrije voet passend wordt vastge-steld. Onder meer de coördinatie tussen beslagleggende partijen is sterkverbeterd door de introductie van de beslagvolgorde en de rol vancoördinerend deurwaarder. Doordat de berekening zoveel mogelijk isgeautomatiseerd, is er minder afhankelijkheid van gegevens die mensenin het oude stelsel zelf moesten aanleveren en veelal onvolledig waren.Toch blijft er ruimte voor verbetering. De komende jaren zal in ieder gevalworden ingezet op een meer passende berekening van de beslagvrije voetvoor huishoudens met kinderen, op stroomlijning van de gegevensuit-wisseling en op vereenvoudiging van de informatievoorziening voor eenbegrijpelijker en inzichtelijker toepassing van de BVV. Als onderdeel vande definitieve evaluatie in wet in 2026 vindt ook nog een onderzoek plaatsnaar de looptijd en hoogte van de aflossing van met name lage inkomenswaarbij beslag is gelegd.Bij beslaglegging is nog niet altijd bekend of inzichtelijk welke anderebeslagen en/of lopende verrekeningen er zijn. Daardoor kan het gebeurendat het inkomen van mensen onder de beslagvrije voet komt en mensenworden aangetast hun bestaanszekerheid. Door de stroomlijning vangegevensuitwisseling tussen de beslagleggende partijen en met de burgerkan de beslagvrije voet beter worden geborgd. Zo worden onnodigekosten voorkomen en wordt het inzicht in lopende beslagen en verreke-ningen verbeterd. Hiervoor is het wetsvoorstel Stroomlijning keten voorderdenbeslag in voorbereiding. Met de stroomlijning keten derdenbeslagwordt bij beslag onnodige kostenophoging voorkomen, het bestaansmi-nimum gewaarborgd en inzicht gegeven aan burgers en schuldhulpver-leners. In 2025 worden uitvoeringstoetsen bij de ketenpartners uitgevoerd.Op basis daarvan beslissen we over de toekomst van dit traject. Op ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79923 moment is de planning om het wetsvoorstel aan het einde van 2025 opente stellen voor internetconsultatie.5. Perspectief voor de toekomst: oplossen van armoede enschulden Wanneer mensen in de financiële problemen raken, is het belangrijk omdeze problemen snel aan te pakken. Goede, kwalitatief hoogwaardigeschuldhulpverlening draagt hieraan bij. Daarbij willen we problemen in detoekomst voorkomen. We willen voorkomen dat armoede zich voortzetover generaties.Onder deze lijn vallen de volgende activiteiten:−Interdepartementale aanpak gezinnen in een kwetsbare positie−Aanpak betaalbaarheid energie nu en in de toekomst−Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek−Basisdienstverlening schuldhulpverlening−Kwaliteit schuldhulpverlening−Eén helder schuldentraject−Wetsvoorstel schuldregelenDe voortgang brengen we in beeld door te kijken naar onder andereindicatoren over het aantal kinderen dat opgroeit in armoede, indicatorenover het aantal afgeronde minnelijke schuldregelingen en Wsnp-trajecten.Recent zijn de nieuwste jaarcijfers met betrekking tot de schuldhulpver-lening in 2024 gepubliceerd door de NVVK.37 Het aantal mensen dat eenberoep deed op de gemeentelijke schuldhulpverlening steeg van 79.514 in2023 naar 82.120 in 2024. Ook zijn er in 2024 meer mensen geholpen meteen schuldregeling; 15.200 in 2024 ten opzichte van 13.973 in 2023. Dehoogte van de gemiddelde schuld van mensen die zich bij de schuldhulp-verlening melden is wel toegenomen, zowel bij ondernemers als bijparticulieren. Sinds 1 juli 2023 is de aflostermijn van schuldregelingenverkort van 36 naar 18 maanden.Hiermee is het belang van financiële begeleiding en nazorg nog grotergeworden. Ook dit is in de cijfers terug te zien: steeds meer mensenmaken gebruik van budgetcoaching, budgetbeheer en lange termijn-dienstverlening bij schulden.Interdepartementale aanpak gezinnen in een kwetsbare positieIeder kind gunnen we het om op te groeien in een warm, veilig en stabielgezin. Daar wordt de basis gelegd voor zijn of haar toekomst. Nederlandheeft zich dan ook in 1995 gecommitteerd aan het Internationaal Verdragover de Rechten van het Kind (IVRK) en onderschrijft het uitgangspunt vanhet vooropstellen van het belang van het kind bij alle besluiten enmaatregelen die kinderen raken. Nederland erkent dat kinderen uniekerechten hebben en extra bescherming verdienen, omdat ze kwetsbaar enin ontwikkeling zijn. Ook volgt Nederland de Europese Kindgarantie.Geldzorgen binnen gezinnen zijn vaak oorzaak of gevolg van de kwetsbarepositie waarin deze gezinnen verkeren. Schulden of armoede staan vaakniet op zichzelf. Geldzorgen hangen in veel gevallen samen met, ofveroorzaken problemen op andere levensgebieden, zoals werk,gezondheid en wonen. Een succesvolle aanpak van armoede en schuldenkan daarom niet zonder stevige inzet op die andere levensgebieden.Andersom geldt dat ook voor de problemen op andere domeinen. Een37NVVK, Jaarverslag 2024, NVVK financiële hulpverleners – Jaarverslag 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79924 effectieve aanpak van geldzorgen is vaak randvoorwaardelijk om ook daarwezenlijke resultaten te kunnen boeken.Vijf departementen (BZK, JenV, OCW, SZW en VWS) werken aan eenoverheidsbrede aanpak rond gezinnen in een kwetsbare positie metkinderen in de leeftijd van –1 tot en met 27 jaar. Er is gestart vanuit devraag: Hoe kan er landelijk en lokaal beter worden samengewerkt aan hetvergroten van de kansen van kinderen, het bevorderen van een gezondeontwikkeling en het verminderen van het aantal gezinnen in eenkwetsbare positie?Dat het belangrijk is om te kijken naar het hele gezin in plaats van naarindividuele problemen binnen het gezin wordt onderstreept door diverse(recente) onderzoeken en adviezen, zoals het advies van de Deskundigen-commissie Hervormingsagenda Jeugd en het rapport van de commissieToeslagen en Uithuisplaatsingen.Er lopen veel programma’s en trajecten die zich richten op gezinnen ineen kwetsbare positie, maar onvoldoende duidelijk is hoe effectief dieinzet is. Mogelijk kan er meer effect worden bereikt door programma’smeer in samenhang te organiseren. Ook bezien we samen met gemeentenwelke concrete maatregelen nodig zijn om een vitale en lokale socialebasis rondom het kwetsbare gezin vanuit het Rijk en gemeenten teorganiseren. Hierbij kan worden gedacht aan meer integraliteit inaansturing, financiering, communicatie en zo nodig wetgeving. Hetuitgangspunt is dat we bestaande inzet zo veel mogelijk aan elkaarverbinden, en alleen iets nieuws opzetten voor zaken die nu nog nietworden aangepakt.De aandacht van het Rijk voor het onderwerp gezinnen in een kwetsbarepositie is enthousiast ontvangen door stakeholders. Afgelopen maandenhebben de departementen samen met gemeenten, ervaringsdeskundigen,kinderen, jongeren en andere stakeholders knelpunten, ideaalsituaties,werkzame elementen en bestaande inzet op Rijksniveau geïnventariseerden geanalyseerd.De verkenning heeft een breedbeeld opgeleverd van knelpunten op zowelsystemisch niveau, op het niveau van verkokering en versnippering, ophet gebied van financieringsstromen, op het niveau van de uitvoering, enop het niveau van het individu of huishouden. De uitkomsten van deanalyse worden breed gedeeld en erkend.Alle partijen hebben behoefte aan een aanpak vanuit een gezamenlijkevisie en gezamenlijke doelstellingen. Het terugdringen van het aantalgezinnen in een kwetsbare positie moet door alle actoren worden gezienals een investering in de korte én lange termijn, waarbij partijen acuteproblemen direct aanpakken maar juist ook inzetten op preventie enoplossingen die een lange adem vergen.VervolgOm de verschillende knelpunten te adresseren is het nodig dat departe-menten intensief met elkaar, medeoverheden en stakeholders in deuitvoering samenwerken. Dit vraagt om een gezamenlijke integralelangetermijnvisie, om van daaruit te kunnen toewerken naar een meersamenhangende jeugd- en gezinsaanpak. Momenteel werkt het Rijksamen met medeoverheden, stakeholders en ervaringsdeskundigen aanhet uitwerken van deze maatschappelijk gedragen visie, de daarbijbehorende doelstellingen en acties. Zodra meer over de visie en vervolg-stappen bekend is, zal uw Kamer hierover geïnformeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79925 Aanpak betaalbaarheid van energie nu en in de toekomst (energiear-moede)De Ministeries van Klimaat en Groene Groei (KGG), Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkenal drie jaar samen bij de aanpak van energiearmoede. Huishoudens metenergiearmoede hebben een laag inkomen, hoge kosten voor gas enelektriciteit en/of een woning die slecht te verwarmen is (lage energe-tische kwaliteit). Dit vraagt om een aanpak op verschillende fronten. In deaanpak hebben gemeenten ook een belangrijke rol in de toeleiding naarlokale hulp. Daarom wordt de problematiek interbestuurlijk aangepakt.Binnen de aanpak zet SZW zich specifiek in voor steun bij het betalen vande energierekening (via het Tijdelijk Noodfonds Energie). Ook willen wede positie van de consument bij betalingsproblemen verbeteren. Zovoorkomen we dat mensen worden afgesloten van energie of betalings-problemen en schulden oplopen. Daarnaast benutten we de arbeidsmarkt-kansen die de energietransitie biedt voor mensen met een afstand tot dearbeidsmarkt. We willen hen een kans op een instapbaan als energie-hulpen bieden met doorgroeimogelijkheden binnen de technische sectorvia het ontwikkelpad Energiehulp. Energiehulpen verwijzen bewonersdaarnaast wanneer zij eenmaal achter de voordeur zijn geregeld door naarandere instanties in het sociaal domein en hebben daarmee brederepreventieve werking.Het recente IBO Elektriciteitsinfrastructuur en andere studies laten zien datde energiekosten (vast en variabel) tot 2040 flink gaan stijgen. Ook komener de komende jaren nieuwe verdelingsvraagstukken naar voren. Zo zullende vaste kosten een groter deel gaan vormen van de energierekening vaneen huishouden. Het is daarom essentieel dat iedereen kan meekomen inde energietransitie. Bijvoorbeeld door besparen, verduurzamen ofoverstappen op een andere energiebron. Dit vraagt een blijvende inzetvan de drie hierboven genoemde departementen.SZW werkt samen met VRO aan een voorstel ingediend ten behoeve vanhet Europese «Social Climate fund» (SCF). Het voorstel van SZW en VROwil de energietransitie voor huishoudens met een kleine portemonneebereikbaar maken en heeft impact op de korte en lange termijn. Op kortetermijn stelt directe steun via het energiefonds mensen in staat om deenergierekening te betalen. Op lange termijn geeft het huishoudens gripop hun eigen energie-uitgaven door de verduurzaming van woningen.Daarbij helpt de toeleiding naar financiële steun om de juiste doelgroepvoor verduurzamingsmaatregelen te bereiken. We werken eraan om hetproces voor huishoudens zo eenvoudig mogelijk te maken. Wie onder-steuning krijgt bij de energierekening, wordt automatisch begeleid naarverduurzamingsmogelijkheden en ontzorgingsmaatregelen. Zo hoevenmensen zelf minder uit te zoeken en wordt het makkelijker om energie-kosten structureel te verlagen.Het kabinet heeft besloten, onder voorbehoud van goedkeuring van deEuropese Commissie, om uit de middelen voor het SCF € 174,5 miljoen inte zetten voor dit fonds.38 Samen met de € 60 miljoen uit de Rijksbe-groting is er € 234,5 miljoen beschikbaar voor de periode van 2026 tot2032. De hoogte van dit bedrag vraagt om keuzes bij de uitvoering zoalsde looptijd en doelgroep. Als de Europese Commissie het voorstelgoedkeurt, kan in 2026 worden gestart met de implementatie.38«Pakket voor Groene Groei: voor een weerbaar energiesysteem en een toekomstbestendigeindustrie» 25 april 2025, KGG/98465657Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79926 Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM)PMM is een samenwerking van zes ministeries, meer dan 65 gemeentenen twintig publieke dienstverleners (op bestuurlijk niveau aangesloten).PMM helpt professionals van gemeenten en landelijke uitvoeringsorgani-saties. Zo kunnen zij maatwerk bieden bij vastgelopen multiproblematiek.PMM omvat een domeinoverstijgende hulpstructuur (van zorg totveiligheid) en is een interbestuurlijke en interdepartementale samen-werking. Er is voor professionals zo één ingang bij het Rijk om multipro-bleemsituaties te doorbreken. We leren van vastgelopen casuïstiek endragen met die kennis bij aan het verbeteren van beleid en wet- enregelgeving. Het doel van PMM is de aankomende jaren het versterkenvan de positie van professionals sociaal domein, zodat zij inwoners in deknel eerder en sneller kunnen helpen.Basisdienstverlening schuldhulpverleningGemeenten hebben een belangrijke rol en taak om hulp bij schulden aante bieden aan inwoners. Het hulpaanbod moet voor iedere doelgroeptoegankelijk zijn en in elke gemeente minimaal dezelfde elementenbevatten. Dit plan noemen we de basisdienstverlening schuldhulpver-lening. Daarover hebben SZW, de VNG, NVVK en Divosa in maart 2024bestuurlijke afspraken gemaakt.Gemeenten zijn inmiddels gestart met de implementatie van deelementen van de basisdienstverlening. Hierbij zijn gemeenten in deafgelopen jaren door het door SZW gesubsidieerde ProgrammaVerbinden Schuldendomein van de VNG ondersteund, o.a. door diversehandreikingen, spreekuren en factsheets. Ook heeft de VNG voorgemeenten de Routekaart Financiële Zorgen ontwikkeld met een apartspoor voor de inwoner, ondernemer en jongere.39 We gaan met onzesamenwerkingspartners verder met de ontwikkeling en implementatie vande afspraken op middellange- (< 1 jaar) en lange (> 1 jaar) termijn.Het belang van financiële begeleiding en nazorg in een schuldregeling omterugval in schulden te verkleinen wordt steeds meer onderwerp vangesprek. Dit blijkt ook uit de motie van Van Eijk en Inge van Dijk40 die hetkabinet oproept om een inwoner ook na finale kwijting van de schuldennog verplicht 12 maanden in beeld te houden. Nazorg is al een wettelijkeverplichting. In de handreiking over begeleiding in het kader van debasisdienstverlening41 is opgenomen dat de nazorgperiode in ieder gevaltwaalf maanden bedraagt. Daarmee wordt reeds uitvoering gegeven aanvoornoemde motie. In de bijlage treft u een uitgebreidere reactie op demotie aan.De schuldverlening moet ook financiële begeleiding bieden aan mensendie een wettelijke schuldregeling (Wsnp) doorlopen. Niet in alle gevallenis de gemeente op de hoogte van een Wsnp-traject van een inwoner. Inhet kader van de basisdienstverlening zal SZW verkennen op welke wijzedeze groep in beeld kan komen bij de gemeente om de financiëlebegeleiding te kunnen bieden.39VNG | Routekaart Financiële Zorgen | Home40Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 79141VNG rapportTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79927 Kwaliteit schuldhulpverleningMet de basisdienstverlening dragen we bij aan het verkleinen van deverschillen in de uitvoering en kwaliteit van de schuldhulpverlening doorgemeenten. Mensen met schulden moeten namelijk kunnen rekenen opuniforme, toegankelijke en betrouwbare hulpverlening die hen perspectiefgeeft op een schuldenvrije toekomst. De huidige wetgeving schrijft voordat gemeenten in hun beleidsplan moeten beschrijven welke maatregelenzij nemen om de kwaliteit te borgen. De wet schrijft echter niet voor watdie kwaliteit precies inhoudt.Samen met gemeenten en de stakeholders rond de schuldhulpverleninggaan we beschrijven wat we verstaan onder de kwaliteit van schuldhulp-verlening. Op basis daarvan werken we in het derde kwartaal van 2025verschillende scenario’s uit om de kwaliteit van schuldhulpverlening beterte borgen door gemeenten.Eén helder schuldentrajectOp dit moment zijn er twee routes om problematische schulden op telossen: het minnelijk traject en de Wettelijke schuldsanering natuurlijkepersonen (Wsnp). Door de verschillen in deze trajecten sluiten deze nietaltijd voldoende op elkaar aan. In het minnelijk traject gaan schuldeisersvrijwillig akkoord met een schuldregeling. Wanneer minnelijk niet tot eenakkoord wordt gekomen, is de Wsnp er als sluitstuk. In sommige gevallenwordt onnodig lang geprobeerd er met schuldeisers minnelijk uit tekomen. De toegang tot de Wsnp wordt als ingewikkeld en tijdrovendervaren door schuldhulpverleners, waardoor die route soms niet wordtaangeraden aan inwoners met problematische schulden. Uiteindelijkmoeten mensen een snelle en duurzame oplossing voor hun problema-tische schuldensituatie krijgen, ongeacht het traject dat zij volgen.Er zijn de afgelopen jaren al stappen gezet om de aansluiting tussen hetminnelijk en wettelijk traject te verbeteren. Er lopen op dit momentonderzoeken naar de verkorting van de aflossingsperiode van 36maanden naar 18 maanden die per 1 juli 2023 is ingegaan. De uitkomstenvan deze onderzoeken nemen we mee in de uitwerking van de verdereverbetering in de aansluiting tussen beide trajecten.We brengen samen met betrokken partijen, zoals de NVVK, de VNG enBureau Wsnp verschillende scenario’s in beeld over kansrijke opties terverbetering en/of ondersteuning van beide trajecten en vereenvoudigingvan de uitvoering.Wetsvoorstel schuldregelenWe willen mensen met schulden beter beschermen tegen onbevoegdeschuldbemiddelaars. Dit doen we door middel van het wetsvoorstelschuldregelen. In dit wetsvoorstel verduidelijken we wat we onderschuldregelen verstaan en wie dit mag uitvoeren. Daarnaast breiden wede opties voor het handhaven van het verbod op schuldregelen uit.Daarbij voegen we de mogelijkheid om bestuursrechtelijke boetes op teleggen toe.Om schuldregelingen vlotter tot stand te laten komen, nemen we in hetwetvoorstel reactietermijnen voor schuldeisers en schuldregelaars op.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79928 Sturing en monitoringVoor de uitvoering van het programma richten we een passendegovernance in. Recent is onderzoek gedaan naar de inrichting van deschuldenketen. Daaruit kwam naar voren dat voor het betrekken van degehele schuldenketen, de departementen, ervaringsdeskundigen,werkgevers, gemeenten de maatschappelijke en sociale partners, eengestructureerde wijze van samenwerking vereist die recht doet aan iedersperspectief en verantwoordelijkheden. De komende periode richten weeen proces in om stapsgewijs naar een nieuwe governance te komen.Onderdeel daarvan is ook de borging van een goede samenhang metarmoede en samenwerking met partijen die daarvoor verantwoordelijkzijn.De uitvoering van het Nationaal programma armoede en schuldenondersteunen we waar mogelijk met cijfers. We doen dit door periodiek inbeeld te brengen hoe de problematiek van armoede en problematischeschulden ervoor staat in Nederland. We stellen jaarlijks een monitor op bijde voortgangsrapportage van het nationaal programma. In deze monitornemen we onder meer algemene kwantitatieve uitkomstindicatoren op,zoals het aantal mensen in armoede en/of met schulden. Daarnaastbrengen we andere relevante en beschikbare landelijke cijfers in beeldover armoede en schulden, bijvoorbeeld over het bereik van onder-steuning. Per lijn hebben we een aantal indicatoren als voorbeeldgenoemd die we in de monitor willen opnemen om de voortgang vanonze maatregelen te monitoren. De indicatoren die we gebruiken geven,zoals het woord al zegt, een indicatie van de effectiviteit van ons beleid.Wanneer mensen gebruik maken van hulp en ondersteuning op hetgebied van armoede en schulden kunnen we daarmee in redelijkheidaannemen dat dit bijdraagt aan het verminderen van armoede enschulden. Tegelijkertijd zijn er uiteraard veel andere factoren die ook, ofmeer, van invloed zijn. Bijvoorbeeld ontwikkelingen in de werkgele-genheid of de inflatie.Voor Europees Nederland zijn er data beschikbaar over de armoede- enschuldenproblematiek. Voor Caribisch Nederland is dit nog niet het geval.Momenteel verkent het CBS de haalbaarheid van (nieuwe) armoede- enschuldenstatistieken voor Caribisch Nederland. Zodra er data beschikbaarzijn over de armoede- en schuldenproblematiek in Caribisch Nederlandvoegen we dat toe.Binnen het Nationaal Programma Armoede en Schulden werken we ookaan beter inzicht en gebruik van armoede- en schuldendata. We werkenaan het vergroten van inzicht in de (groepen) mensen die risico lopen opschulden, of beginnende geldzorgen hebben. Daarnaast werken we dekomende periode aan het vergroten van inzicht in gemeentelijkeschulden- en armoedecijfers door middel van het project Data DelenArmoede en Schulden. We verkennen de mogelijkheden om eenmultidimensionele indicator voor kinderarmoede te ontwikkelen. Dezeindicator is gebaseerd op interdepartementaal overeengekomengezamenlijke doelen op het gebied van het verminderen van kwets-baarheid in gezinnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79929 REACTIE OP ONDERZOEK FINANCIËLE GEZONDHEID JONGERENRecent publiceerde Deloitte hun jaarlijkse onderzoek naar financiëlegezondheid in Nederland. Hoewel de algemene financiële gezondheid inons land verbetert (52% van de volwassenen is financieel gezond offinancieel toereikend), gaat de financiële gezondheid van jongvolwas-senen volgens dit rapport achteruit.Het percentage financieel gezonde jongeren is gedaald van 18% naar 12%(en 16% van de jongeren tussen 18 en 24 jaar scoort financieeltoereikend), terwijl het aantal jongeren dat schulden maakt om rond tekomen meer dan verdubbeld is. Achter deze cijfers zitten jonge mensendie starten met hun volwassen leven, maar zich machteloos voelen overhun financiële situatie. De signalen uit het onderzoek nemen wij zeerserieus.Wij zien dat externe omstandigheden zoals stijgende kosten, flexibelecontracten en een moeilijk toegankelijke woningmarkt het jongeren extramoeilijk maken. Tegelijkertijd zien wij ook positieve ontwikkelingen in ditonderzoeksrapport. Jongeren gaan bewuster met hun geld om, houdengeld achter de hand voor toekomstige uitgaven en kopen minderimpulsief.Voor ons staat voorop dat jongvolwassenen een eerlijke start verdienen,zonder dat financiële zorgen hun toekomstperspectief beperken. Daaromzijn concrete stappen gezet, waaronder:−Gemeenten kunnen nu in individuele gevallen afwijken van deverplichte 4 weken zoektermijn bij bijstandsaanvragen voor jongerentot 27 jaar. Daarnaast tellen jongeren tot 27 jaar sinds 2024 niet meermee als kostendelende medebewoner voor huisgenoten.−Preventie is minstens zo belangrijk. Met een investering van € 38 mil-joen in financiële educatie in het onderwijs in de afgelopen jaren, lerenkinderen en jongeren onder andere met geld omgaan en verstandigefinanciële beslissingen maken.−Ook werken we aan betere bescherming tegen risicovolle financiëleproducten zoals Buy Now, Pay Later diensten, waarvan juist jongerenbovengemiddeld gebruikmaken.−En we doen mediacampagnes gericht op jongeren, om hen bewust temaken van de risico’s en hen attenderen op hulproutes, zoals Geldfit.De bellijn van Geldfit is ook in de avond en per whatsapp en chatbereikbaar, waardoor nog meer jongeren hen weten te vinden. Wewerken ook samen met het Nibud en Wijzer in geldzaken, waarjongeren eveneens informatie kunnen vinden over geldzaken.−Ook draagt SZW bij aan het Jongeren Perspectief Fonds, wat intientallen gemeenten jongeren helpt om schuldenvrij te worden ennieuw perspectief te krijgen.−De VNG motiveert gemeenten om aandacht te besteden aan jongerenmet geldzorgen, door tips en voorbeelden te delen in een handreikingvoor gemeenten en op de routekaart financiële zorgen. BZK deelt ookeen aantal nuttige jongereninitiatieven met gemeenten, via de websiteProactieve dienstverlening aan jongeren die 18 jaar worden –Succesfactoren – Digicampus.Samen met onderwijsinstellingen, gemeenten en werkgevers blijven wijons inzetten om de financiële weerbaarheid van jonge mensen teversterken.BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79930 Uitvoering van de motie Van Eijk/Inge van DijkNaar aanleiding van het debat over de aanpak van de incasso-industrie,hebben de leden Van Eijk (VVD) en Inge van Dijk (CDA) een (gewijzigde)motie ingediend. De motie roept het kabinet op om maatregelen te nemenom nieuwe problematische schulden te voorkomen door te zorgen dat nade volledige kwijtschelding de schuldhulpverlening gedurende 12 maan-den verplicht in beeld blijft.42Nazorg is opgenomen in de definitie van schuldhulpverlening in de Wetgemeentelijke schuldhulpverlening. Gemeenten hebben hierdoor dewettelijke plicht om een vorm van nazorg te bieden.43 Het is aan degemeente hoe hier invulling aan wordt gegeven.De basisdienstverlening geeft invulling aan de wijze waarop gemeentennazorg zouden kunnen bieden. Hierin is opgenomen dat de schuldhulpver-lener gedurende een periode van 12 maanden één of meerdere kerencontact opneemt met de inwoner.44 De schuldhulpverlener zal aan hetbegin van een schuldhulpverlening een begeleidingsplan met de inwoneropstellen. Hierin wordt ook afgesproken hoe invulling wordt gegeven aande nazorgperiode.Doordat nazorg onderdeel is van de basisdienstverlening heeft het kabinetreeds maatregelen genomen waartoe de motie oproept. We blijvenmonitoren of de geboden financiële begeleiding, waar nazorg eenonderdeel van is, voldoende doeltreffend is.42Kamerstukken II, 2024–2025, 24 515, nr. 79143Zie hiervoor de begripsbepaling «Schuldhulpverlening» in art. 1 Wgs44Punt 3.1.9 van de handreiking «het begeleiden van inwoners vanuit de elementen van debasisdienstverlening».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79931
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe de processtappen over het vereenvoudigen van gemeentelijke armoederegelingen op te nemen in het Nationaal Programma Armoede en Schu
De staatssecretaris zegt toe de processtappen over het vereenvoudigen van gemeentelijke armoederegelingen op te nemen in het Nationaal Programma Armoede en Schulden dat half juni naar de Kamer komt.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.