Reactie op de motie van het lid Timmermans c.s. over het snel inrichten van een publiek energiefonds en het ondersteunen van huishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen (Kamerstuk 36800-20)
Brontekst
Versie 87dc0efd25be2017 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energie24 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 595 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 september 2025Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van 18 september jl. isdoor de leden Timmermans (GroenLinks-PvdA), Bikker (ChristenUnie) enVan Hijum (NSC) een motie ingediend1. De motie verzoekt het kabinet omdeze winter opnieuw directe inkomenssteun te organiseren voorhuishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen, om vaart temaken met de inrichting van een publiek energiefonds als opvolger vanhet Tijdelijk Noodfonds Energie en om de Kamer hier voor de AlgemeneFinanciële Beschouwingen over te informeren. In deze brief informeer ik uop welke wijze het kabinet deze motie zou kunnen uitvoeren en welkeafwegingen en risico’s daarbij spelen.Het kabinet deelt de urgentie van de Kamer en heeft hetzelfde doel: hetondersteunen van kwetsbare huishoudens en het betaalbaar houden vanhun energierekening. Daarbij deelt het kabinet ook de wens omhuishoudens zo snel mogelijk te helpen. De intentie om huishoudens nogdeze winter te ondersteunen en daarvoor de beschikbare middelen uit hetamendement van de leden Grinwis c.s. van € 50 miljoen aan te wenden, isdaarmee een gedeelde wens van het kabinet en de Tweede Kamer.In deze brief schets ik op welke wijze deze steun gerealiseerd zou kunnenworden aan de hand van twee mogelijke scenario’s. Bij het bepalen vandeze scenario’s is ook nogmaals bezien of er mogelijkheden zijn omzonder private inleg een Rijksbijdrage in de bestaande publiek-privateconstructie te doen. Dit leidt echter tot forse financiële, juridische enmaatschappelijke risico’s. De Algemene Rekenkamer zal dit scenario zeerwaarschijnlijk als onrechtmatige besteding van belastingmiddelenaanmerken. Deze optie beschouwt het kabinet daarom als eenniet-realistisch scenario om op korte termijn de financieel meest1Kamerstuk 36 800, nr. 20. kst-29023-595ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 5951 kwetsbare huishoudens van steun te voorzien. Omdat het kabinettransparant wil zijn over deze afweging, wordt dit later in deze briefnogmaals kort toegelicht.Scenario 1. Verzoek om een bijdrage van derde partijenHet Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) was de afgelopen jaren gebaseerdop een publiek-private samenwerking, waarbij meer dan één derde van demiddelen door de energiesector werd ingelegd. Om dit jaar opnieuw,binnen de bestaande juridische kaders, een financiële tegemoetkoming opde energierekening te verlenen via het TNE is een bijdrage van derdepartijen van meer dan één derde noodzakelijk. Daarbij dienen uit dezebijdrage ook de uitvoeringskosten van het fonds bekostigd te worden omstaatsteunrisico’s te voorkomen. Dit risico wordt later in deze brief nognader toegelicht.Indien derde partijen hiertoe bereid zouden zijn en de stichting TNE dit wiluitvoeren, kan voor komende winter opnieuw een Tijdelijk NoodfondsEnergie ingericht worden. Het kabinet kan dus alsnog derde partijenvragen of zij bereid zijn om bij te dragen en hier de Tweede Kamer overinformeren. Hierbij is wel van belang om op te merken dat zij in eeneerder stadium hebben aangegeven hiertoe niet bereid te zijn. Daarnaastis, zoals ook in de brief van 27 juni jl.2 is vermeld, met de energiesectorafgesproken dat het fonds van 2025 het laatste fonds zou zijn waarvoor zijzouden inleggen.Daarbij moet ook dezelfde kanttekening gemaakt worden zoals ik hebgedaan in de brief aan de Tweede Kamer op 4 april 2025 bij het afgelopenenergiefonds.3 Het is goed als uw Kamer zich realiseert dat met debeschikbare middelen mogelijk niet alle aanvragen kunnen wordengehonoreerd. Het TNE heeft in 2025 zo’n 115.000 huishoudens eenfinanciële tegemoetkoming kunnen verstrekken met € 56,3 miljoen.Het Rijk heeft nu € 50 miljoen tot de beschikking. Om deze volledig in tekunnen zetten, dienen derde partijen meer dan € 25 miljoen in te leggen.Elk lager bedrag van derden, leidt ook tot een lagere bijdrage van het Rijk(verhouding meer dan één derde/minder dan twee derde). Van het bedragvan derde partijen dienen ook de uitvoeringskosten bekostigd te worden.4Er kan worden overwogen om de voorwaarden (hoogte inkomen/energiequote) van het fonds aan te passen om daarmee een groter bereikvan de doelgroep te behalen. Dit licht ik later in deze brief nog nader toe.De mogelijke uitvoering van een nieuw TNE voor aankomende winterdient zowel nog met de Stichting TNE als met de energieleveranciersnader besproken te worden. De Stichting TNE heeft eerder aangegeven tewillen bijdragen aan een noodfonds, mits dit tot een substantiëleverlichting voor huishoudens leidt.Scenario 2. € 50 miljoen via het Gemeentefonds naar dehuishoudens die het meest financieel kwetsbaar zijnEen tweede scenario om deze winter alsnog de huishoudens in definancieel meest kwetsbare situatie te helpen is om eenmalig de € 50miljoen deze winter te verstrekken aan gemeenten via het Gemeente-fonds. Hiermee kunnen gemeenten ervoor kiezen om deze middelen in tezetten voor de huishoudens die financieel het meest kwetsbaar zijn.Individuele gemeenten zijn echter vrij om te kiezen hoe zij deze aanvul-2Kamerstuk 24 515, nr. 8133Kamerstuk 29 023, nr. 5624De uitvoeringskosten bedroegen in 2025 € 10,7 miljoenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 5952 lende Gemeentefonds-middelen besteden. De besteding kan dus pergemeente verschillen en daarmee betreft dit een ongerichte maatregel.Het Rijk kan wel aan gemeenten de suggestie doen om de middelen tebesteden aan bijvoorbeeld de individuele bijzondere bijstand, vroegsigna-lering of bijvoorbeeld energie(besparings)hulp.Met het bovenstaande wil ik dan ook benadrukken dat dit scenario eenwezenlijk ander effect heeft dan met het TNE de afgelopen jaren is bereikt.Dit scenario dient nog wel nader met de VNG besproken te worden.Toelichting risico’s Energiefonds met alleen een bijdrage van hetRijkZoals eerder in deze brief geschetst is bij het bepalen van de mogelijkescenario’s ook nogmaals bezien of er mogelijkheden zijn om zonder inlegvan derde partijen een Rijksbijdrage in de bestaande publiek-privateconstructie te doen. Dit leidt echter tot forse financiële, juridische enmaatschappelijke risico’s.Allereerst zal bij een volledige bijdrage door het Rijk de constructie naaralle waarschijnlijkheid door de rechter worden aangemerkt als eenbuitenwettelijk bestuursorgaan en daarmee leiden tot een onrechtma-tigheid. Daarmee moet de ondersteuning aan huishoudens voldoen aande regels van het bestuursrecht, zoals een wettelijke grondslag. Dezeontbreekt. Het gevolg hiervan is dat uitkeringen onrechtmatig zijn en dater geen rechtmatig subsidieplafond bestaat, met een open einde-regelingtot gevolg. Hierbij kan de rijksoverheid financieel aansprakelijk wordenvoor alle aanvragen die worden ingediend. Dit kan oplopen tot extrauitgaven van honderden miljoenen euro’s.Daarnaast is er ook een risico op staatssteun. Andere jaren betaalde deenergiesector de uitvoeringskosten van het Tijdelijk Noodfonds Energie.Als dat niet opnieuw gebeurt, moet uit de € 50 miljoen ook de uitvoe-ringskosten van het fonds betaald worden. Dit kan worden aangemerkt alsstaatssteun. Dit kan leiden tot onderzoek door de Europese Commissie enin het uiterste geval tot verplichte terugvordering inclusief rente van deverstrekte middelen, hetgeen dan voor risico van de stichting TNE komt.Het is daarom de vraag of Stichting TNE onder deze omstandighedenbereid is een subsidieaanvraag in te dienen. Er zijn reële kansen opbovenstaande situaties. Op dit moment lopen er reeds rechtszaken overhet Noodfonds in 2023 en in 2024.Het afgelopen energiefonds heeft 115.000 huishoudens kunnen helpenmet € 56,3 miljoen. Uit het beschikbare bedrag dienen in deze theore-tische situatie ook de uitvoeringskosten worden betaald. Als de uitvoe-ringskosten gelijk blijven, betekent dit dat er van de € 50 miljoen zo’n € 39miljoen beschikbaar is voor de daadwerkelijke financiële steun aanhuishoudens. Daarmee wordt het bereik van de doelgroep fors lager danafgelopen jaar en ziet het kabinet dit als zeer onwenselijk.Om een grotere doelgroep te bereiken en om het door uw Kamerbeschikbaar gestelde budget niet te overschrijden, kan worden afgewogenom het percentage van het sociaal minimum te verlagen en de energie-quote te verhogen ten opzichte van de voorwaarden bij eerdere fondsen.Om de gehele doelgroep, zoals deze door CBS/TNO is berekend, tekunnen bedienen komt de bijdrage dan naar verwachting uit op eeneenmalige tegemoetkoming van € 70–90 euro per huishouden (gerekendmet een vast bedrag in plaats van een variabel bedrag). Het zou dan gaanom een aanzienlijk lager bedrag dan de gemiddelde uitkering uit het TNE(gemiddeld € 460). Dit betekent dat de tegemoetkoming veel minderimpact heeft op het kunnen betalen van de energierekening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 5953 Aangezien met het aanpassen van de voorwaarden de hierbovengeschetste juridische en financiële risico’s nog steeds aan de orde zijn,biedt dit geen oplossing. Wel is het mogelijk om het aanpassen van devoorwaarden mee te nemen bij de uitwerking van scenario 1.Toelichting planning publiek energiefondsTot slot ga ik nog graag in op het verzoek van de motie om vaart te makenmet het inrichten van het publieke energiefonds. Het kabinet deelt dat hetvan het grootste belang is om het publieke noodfonds zo snel mogelijk terealiseren, om zo de meest kwetsbare huishoudens te helpen. Dit fonds iséén van de voorstellen van het kabinet voor het Europese SociaalKlimaatfonds.De eerste voorbereidingen zijn al in 2023 gestart. Het definitieve besluitover de verdeling van de Europese middelen uit het Sociaal Klimaatfondskon pas in april 2025 worden genomen. Sinds dat moment zijn er directvervolgstappen gezet, zoals het vinden van een publieke uitvoerder en hetvoorbereiden van de benodigde regelgeving. Aan een publieke inrichtingvan een fonds worden namelijk meer eisen gesteld dan aan een privaat-publieke constructie.Om de bevoegdheid om geld te verstrekken te creëren om rechtmatiggegevens te kunnen delen ten behoeve van de uitvoering en de vermo-gensvrijlating te regelen, zal de Participatiewet moeten worden gewijzigd.Gegevensdeling is nodig om te kunnen controleren op inkomen enenergieverbruik, zodat de meest kwetsbare huishoudens worden bereikt.Ook zal er een Europees aanbestedingstraject moeten worden doorlopenvoor het klant- en contactcentrum en moet bij de beoogd uitvoerder ICTworden ontwikkeld, inclusief koppelingen met DigiD en gegevensuit-wisseling.Het kabinet geeft dit project de hoogste prioriteit. Het is daarbij welessentieel dat wordt voorkomen dat dit tot juridische risico’s of fouten dielater voor vertraging zorgen leidt. Dit in acht nemende zet het kabinet allesop alles om het publieke energiefonds in de winter van 2026/2027operationeel te laten zijn.Het realiseren van directe steun voor de meest kwetsbare huishoudensvoor dit jaar is van groot belang, maar raakt wel aan de planning enomvang van het publieke noodfonds. De per amendement vrijgemaakte€ 50 miljoen zou namelijk kunnen dienen als aanvullende co-financieringvoor het Sociaal Klimaatfonds. Indien er wordt ingezet op één van de tweebovenstaande scenario’s, kan het bedrag niet meer voor het publiekenoodfonds worden ingezet, waarmee er geen aanvullende middelen uithet Sociaal Klimaatfonds verkregen kunnen worden.De motie van de leden Timmermans cs. vraagt ook om vaart te makenmet het opzetten van een publiek energiefonds. Bij het inzetten op éénvan de twee bovenstaande scenario’s ontstaat een groot risico opvertraging in de geplande openingsdatum van het publieke noodfonds(winter 2026/2027), omdat dit veel ambtelijke inzet vraagt.VervolgHet kabinet deelt de urgentie van uw Kamer om de huishoudens in demeest financieel kwetsbare situatie te ondersteunen bij het betalen vanhun energierekening. Dit kan onder andere via de twee hierbovenbovenstaande scenario’s of via de eerder geschetste mogelijkheid in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 5954 kamerbrief van 27 juni5. Om de financieel meest kwetsbare huishoudensop korte termijn te ondersteunen, ziet het kabinet het eerste scenario nuals de eerst te nemen stap. Conform het verzoek van de motie is contactgeweest met enkele relevante partijen, waaronder VNG, TNE en eenaantal energieleveranciers. In verdere gesprekken met de energiesectorzal de nadruk liggen op de mogelijkheden om de benodigde bijdrage televeren aan een Tijdelijk Noodfonds Energie. Ik zal uw Kamer op dehoogte brengen zodra er een uitkomst is.Ik hoop u met deze brief voor nu voldoende geïnformeerd te hebben.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel5Kamerstuk 24 515, nr. 813Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 5955
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.