Bedrijfsgerichte doelsturing
Brontekst
Versie bee79891078ea5ba · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 252Toekomstvisie agrarische sectorNr. 176 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 oktober 2024In het regeerprogramma is aangegeven dat vakkennis en verantwoorde-lijkheid van boeren, tuinders en vissers weer centraal moeten staan.Daarnaast is het belangrijk om te werken aan de afgesproken doelen opbijvoorbeeld stikstof, klimaat en waterkwaliteit. Ik zie om beide zaken teverenigen een aanpak voor me die onder meer gestoeld is op de volgendevier pijlers:1.Boeren krijgen realistische, haalbare doelen op bedrijfsniveau enkrijgen de ruimte om zelf invulling te geven aan deze doelen(doelsturing).2.Het kabinet ondersteunt de boeren daarnaast bij het ontwikkelen eninvoeren van innovaties die doelbereik dichterbij brengen en hetbedrijfsgericht sturen op doelen mogelijk maken.3.Er komt een brede vrijwillige beëindigingsregeling.4.Specifieke opgaven worden gebieds- en uitvoeringsgericht opgepakt,waarbij agrarisch natuurbeheer een belangrijke rol speelt.In deze Kamerbrief zal ik schetsen hoe ik de eerste pijler, de omslag naarbedrijfsgerichte doelsturing, wil aanpakken. Ik heb toegezegd voor heteinde van het jaar de contouren van de gebiedsspecifieke en uitvoerings-gerichte aanpak met de Kamer te delen. Ik zet mij ervoor in dat de bredevrijwillige beëindigingsregeling zo snel mogelijk in 2025 open gesteld kanworden.De omslag naar doelsturing vraagt om een systeemwijziging, die de helelandbouw- en voedselketen raakt. Haalbaarheid en uitvoerbaarheid voorboeren zijn voor mij van essentieel belang. Ik wil deze omslag dan ookzorgvuldig en weloverwogen maken. Het systeem zal daarom eerst goedgetest worden voor ik het wil gebruiken om te sturen op doelen.Ik schets in deze brief op welke wijze ik de doelsturingssystematiek aanhet uitwerken ben in overeenstemming met het Hoofdlijnenakkoord. Ditkabinet werkt de systematiek uit en start met de invoering. Daarnaast geef kst-30252-176ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1761 ik de voortgang van de verschillende trajecten weer en licht ik toe hoegestart is met de uitvoering van de motie Vedder c.s. (Kamerstuk 33 037,nr. 514), waarin verzocht wordt om een landelijk gedragen KritischePrestatie Indicatoren (KPI)-systematiek. Ook wordt aangegeven hoeuitvoering wordt gegeven aan verschillende moties en toezeggingen rondde stoffenbalans1.LeeswijzerIn deze brief ga ik achtereenvolgens in op de prioritering die ik maak in deuitwerking van de doelsturingssystematiek, de trajecten die reeds zijngestart of worden voorzien om ervoor te zorgen dat de basis voordoelsturing op orde komt en benoem ik enkele voorbeelden van specifieketoepassingen van doelsturing die al in de praktijk worden gebracht.AanpakSystematiek van doelsturingOp dit moment wordt in het landbouwbeleid voornamelijk gestuurd viamiddelvoorschriften. Het voordeel van doelsturing ten opzichte vanmiddelvoorschriften is dat het ruimte geeft aan de creativiteit en hetvakmanschap van de agrarische ondernemer om doelen te realiseren.Tegelijkertijd sluit dit ook beter aan bij de heterogeniteit in de land- entuinbouw dan middelvoorschriften. Boeren en tuinders kunnen vanuit huneigen specifieke context werken aan het behalen van de doelen. Daaren-tegen kan doelsturing voor de ondernemer soms om een grotereinspanning vragen dan de huidige middelvoorschriften. Bijvoorbeeldomdat boeren extra maatregelen moeten nemen om hun bedrijfsgerichtedoelen te behalen of als gevolg van rapportageverplichtingen. Doelsturingis ook (nog) niet in alle situaties mogelijk, omdat in sommige gevallendoelbereik moeilijk te borgen is en de Europese regelgeving somsmiddelen voorschrijft.Doelsturing kan in verschillende vormen worden toegepast: gericht opinformeren, stimuleren, verantwoorden, beprijzen of afrekenen. Debenodigde borgingsmechanismen kunnen per vorm verschillen. Ook kande handelingsruimte voor de ondernemer verschillen per doel, sector,regime of soort bedrijf. Tenslotte kan het schaalniveau verschillen:bedrijfsgericht, ketengericht, sectoraal, regionaal, landelijk. De focus vande systematiek waarop ik inzet ligt op bedrijfsgerichte doelsturing, omdatvanaf dit abstractieniveau doorvertaling naar hogere abstractieniveausmogelijk is, terwijl dit vice versa niet (altijd) het geval is. Bovendien maaktdit direct het presteren en handelen voor boeren en tuinders inzichtelijk.Ik neem de regie in de ontwikkeling van de doelsturingssystematiek metals doel om tot een zoveel mogelijk consistente en eenduidige syste-matiek te komen.1In het commissiedebat Stikstof, Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en natuur van7 september 2023 (Kamerstuk 35 334, nr. 263) is aan uw Kamer toegezegd dat er in overleg zouworden gegaan met de sector over de stoffenbalans en uw Kamer te informeren over devoornemens van het kabinet. In de Kamerbrief van 21 april 2022 (Kamerstuk 32 813 en 28 973,nr. 1037) is bovendien met betrekking tot de stoffenbalans toegezegd om deze verder teontwikkelen en te verbeteren zodat deze ingezet kan worden voor andere toepassingen. Demotie van Campen (VVD), Boswijk (CDA) en Tjeerd de Groot (D66) e.a. (Kamerstuk 36 200 XIV,nr. 25) roept op om te bepalen welke brongegevens als input kunnen dienen voor eenstoffenbalans en met een plan van aanpak te komen om nog in 2023 van start te kunnen gaanmet een stoffenbalans.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1762 Er wordt daarvoor zoveel mogelijk publiek-privaat samengewerkt, waarbijbijvoorbeeld wordt toegewerkt naar afspraken over gemeenschappelijkedefinities en data-infrastructuur. Publiek wat moet (denk aan normstelling,toezicht en handhaving), privaat wat kan. Hierbij is er niet alleen oog voorde kosten en keuzevrijheid van boeren, maar ook voor de juridischehoudbaarheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid daarvan.PrioriteringHet invoeren van doelsturing is een koerswijziging die niet van vandaagop morgen kan worden gerealiseerd. Het mogelijk maken van desysteemwijziging naar doelsturing is ingrijpend en veelomvattend. Ik wildit daarom gefaseerd aanpakken. Daarbij is het nodig om prioriteiten testellen. Zoals is aangegeven in het Regeerprogramma werk ik toe naar hetformuleren van bedrijfsspecifieke emissiedoelen voor de prioritaireopgaven klimaat en stikstof. Voor het stikstofbeleid staan we aan devooravond van een omslag naar emissiesturing en voor klimaat is hetbelangrijk om nieuw beleid te ontwikkelen voor meer broeikasgasreductie.Hiervoor zullen keuzes gemaakt moeten worden over onder andere de tehanteren KPI-eenheden en de wijze van sturing op het behalen van dedoelen. Hierbij speelt ook de ruimtelijke dimensie van de stikstofopgaveeen rol.Daarnaast is er een grote urgentie om op een alternatieve manier tekunnen sturen op waterkwaliteit, bijvoorbeeld om een alternatief teontwikkelen voor het grote aantal middelvoorschriften of «kalender-landbouw». Ook voor de opgave waterkwaliteit werk ik onder meer toenaar een systematiek waarbij ondernemers op bedrijfsniveau kunnensturen op vastgestelde doelen.De opgaven op het gebied van klimaat, stikstof en waterkwaliteit hangensamen in die zin dat ze allen milieuemissies betreffen en in aanpakdaarom synergie opleveren, bijvoorbeeld door het gebruik van eenstoffenbalans (zie verderop de paragraaf over de Stoffenbalans). Ook ishet belangrijk om eventuele afwentelingseffecten tussen deze thema’sgoed in de gaten te houden. Deze opgaven pak ik daarom met prioriteit enin samenhang op. Daarbij houd ik oog voor de integraliteit van opgavendie op het boerenerf landen. Zowel bij doelsturing als bij middelsturingbestaat het risico dat doelbereik op één onderwerp ten koste kan gaan vandoelbereik op een ander onderwerp of dat er tegengestelde, onuit-voerbare doelen op het boerenerf terecht komen. Doordat doelsturingsin-strumenten nog nader worden uitgewerkt, biedt dit de mogelijkheid omintegraliteit een inherent onderdeel te maken van de systematiek.Ik richt me daarbij in eerste instantie op de sectoren melkveehouderij,akkerbouw en (via het stallenbeleid) de intensieve veehouderij. Ik kiesvoor deze sectoren omdat de opgave in deze sectoren groot is en ergoede kansen liggen om in deze sectoren snel resultaten te boeken.Andere sectoren volgen later. De opgaven voor klimaat en stikstof in deveehouderij worden in deze aanpak in samenhang opgepakt, vanwege deoverlap en interactie tussen de opgaven en de maatregelen die genomenkunnen worden om emissies te reduceren. Dit komt uitlegbaarheid eneenduidigheid van het beleid ten goede. In een separate brief zal ik uwKamer hierover informeren.Naast de uitwerking van doelsturing voor de prioritaire opgaven klimaat,stikstof en waterkwaliteit maak ik, samen met de betrokkenen en persector, een inventarisatie van deze en andere gestelde beleidsdoelen, ofeen vorm van doelsturing voor deze doelen haalbaar, logisch en wenselijkis en wat er eventueel nodig is om daar te komen. Deze sectoraleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1763 inventarisaties identificeren de kansen en knelpunten voor de implemen-tatie van de verschillende toepassingsvormen van doelsturing per sectoren per opgave. Hiermee kan de toepassing van de doelsturingssyste-matiek naar andere opgaven en sectoren in de tijd worden uitgebreid.Samen met de betrokken partijen uit de melkveehouderij(keten) werk ikmomenteel de inventarisatie voor de melkveehouderij uit en mijn strevenis om deze inventarisatie begin 2025 op te leveren. De inventarisatie voorde akkerbouw volgt later dat jaar. Andere sectoren volgen daarna.Intensieve afstemmingBij belanghebbenden bestaan verschillende verwachtingen en beeldenover doelsturing, en ook over het tempo waarin doelsturing kan wordeningevoerd. Dit vraagt daarom om een intensieve afstemming met sector-en ketenpartijen, NGO’s en medeoverheden.Daarnaast is er op Europees niveau bij stakeholders en de Commissie debehoefte gesignaleerd om tot consistentere meetmethoden, heldereindicatoren en gezamenlijke criteria te komen2 3. Deze indicatoren makenhet mogelijk dat duurzaamheidsprestaties van boeren beter gezien enbeloond kunnen worden. Ik zet mij ervoor in dat de Nederlandse doelstu-ringssystematiek en Europese afspraken hieromtrent goed op elkaaraansluiten. Tevens zal ik ernaar streven dat nieuwe innovaties en digitaletoepassingen leiden tot vereenvoudigingen en vermindering vanadministratieve lasten vanuit de EU.Basis van de doelsturingsystematiekDoelsturingsinstrumenten kunnen effectief worden ingezet als de basisdaarvoor op orde is. Zo moeten specifieke bedrijfsdoelstellingen helderworden, benodigde data beschikbaar, betrouwbaar en handhaafbaar zijn,het doelbereik getoetst kunnen worden, de wettelijke basis in orde zijn ende systematiek voldoende borgbaar zijn met het oog op toezicht enhandhaving.StoffenbalansEen bedrijfsspecifieke stoffenbalans is een instrument waarmee bedrijfs-specifiek gemonitord wordt wat de stofstromen zijn van en naar deboerderij. Stromen naar de boerderij zijn bijvoorbeeld (kunst)mest enkrachtvoer. Stromen vanaf de boerderij zijn bijvoorbeeld gewassen, melk,eieren en vlees. Denk hiervoor ook aan de eerdere MINAS-systematiek diezich richtte op mineralen, al zal een stoffenbalans breder zijn dan alleenmineralen. De stoffenbalans wordt ook benut voor het berekenen vanKPI’s voor duurzaamheidsprestaties op bedrijfsniveau. Door de stromenvan en naar het bedrijf te monitoren worden automatisch ook de verliezenin kaart gebracht. Door een stoffenbalans verder te specificeren kunnenook emissies van stikstof en broeikasgassen naar de lucht en stikstof(nitraat) en fosfaat naar de bodem of het water worden bepaald.Hier volgend wordt u geïnformeerd over de voortgang rond verschillendemoties en toezeggingen met betrekking tot een stoffenbalans zoalstoegezegd in het commissiedebat Stikstof, Nationaal ProgrammaLandelijk Gebied (NPLG) en natuur van 7 september 2023 (Kamerstuk35 334, nr. 263).2Strategic Dialogue on the Future of EU Agriculture (europa.eu) p. 10332c64e540-c07a-4376-a1da-368d289f4afe_en (europa.eu) p.5 en 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1764 In de Kamerbrief van 21 april 2022 (Kamerstuk 32 813 en 28 973, nr. 1037)is met betrekking tot de stoffenbalans toegezegd om deze verder teontwikkelen en te verbeteren, zodat deze toegepast kan worden. Reken-regels en de taal voor de stoffenbalans worden voor de emissies naarlucht, water en bodem uitgewerkt. Daarnaast wordt momenteel door deRVO en in afstemming met het KPI-kennisconsortium, in kaart gebrachtwelke publieke data reeds beschikbaar zijn (zie sectie «verkenning datavoor doelsturing»). Ook wordt meegenomen of deze data voor dit doelgebruikt mogen en kunnen worden en wat ervoor nodig is om deze datate ontsluiten. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie vanCampen c.s.,) die oproept om te bepalen welke brongegevens als inputkunnen dienen voor een stoffenbalans en met een plan van aanpak tekomen.In de melkveehouderij wordt op dit moment privaat al een stoffenbalansgebruikt in de vorm van het managementinstrument de KringloopWijzer.De Publiek-Private Samenwerking (PPS) «Doorontwikkeling Kringloop-Wijzer» vormt een platform voor het bespreken van verbeteringen in ditinstrument. Daarnaast is er met resterende middelen van het opgehevenProductschap Zuivel een project «Datakwaliteitsscore KringloopWijzer»gestart, waarin de datakwaliteit van alle ingevoerde data in de Kringloop-Wijzer in beeld wordt gebracht. Hierdoor komt duidelijk in beeld wat dedatakwaliteit is en op welke punten deze verbeterd kan worden.Er is een actieagenda opgesteld waarin is aangegeven welke acties erzullen worden ondernomen om de stoffenbalanssystematiek zodanigverder te ontwikkelen dat deze gebruikt kan worden voor toepassings-vormen van doelsturing (informeren, stimuleren, verantwoorden,beprijzen, afrekenen). Deze actieagenda is als bijlage bij deze Kamerbrieftoegevoegd. In deze actieagenda wordt gestart met die acties die nodigzijn om een stoffenbalans in eerste instantie voor de melkveehouderij enakkerbouw verder te brengen. Daarna wordt ook naar andere sectoren ende samenhang daartussen gekeken. Daarbij wordt gefocust op de thema’semissies van broeikasgassen en stikstof en waterkwaliteit4. Voor deuitvoering van de acties op de actieagenda werken we zoveel mogelijksamen met sectorpartijen, ketenpartijen en overheden en bouwen wevoort op wat er in het verleden in verschillende projecten en doorverschillende stakeholders is ontwikkeld en geleerd.Landelijk gedragen KPI-systematiekHet is een breed gedragen wens om verschillende initiatieven waarinintegraal op doelen gestuurd wordt aan elkaar te koppelen en toe tewerken naar een éénduidige »duurzaamheidstaal» die zowel de markt alsde overheid gaan gebruiken. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetdeel van de motie Vedder c.s. (Kamerstuk 33 037, nr. 514), waarin ookverzocht wordt om lopende initiatieven met de sector samen te brengenin één landelijk gedragen KPI-systematiek. In 2021 is aan een kenniscon-sortium van onderzoekers hiertoe opdracht gegeven. Het hart van desystematiek wordt gevormd door een wetenschappelijk onderbouwdintegraal raamwerk van KPI’s op bedrijfsniveau, waarmee agrarischondernemers inzicht krijgen in en kunnen sturen op duurzaamheidspres-taties. Dit gaat bijvoorbeeld om prestaties op het gebied van klimaat,stikstof, water, biodiversiteit of dierenwelzijn.4Conform de aankondiging in de Kamerbrief over «toekomst bevorderen innovatie emissiearmestalsystemen» van 25 november 2022 om de stoffenbalans in te zetten voor sturing op emissies(stimuleren en monitoren) in de melkveehouderij (Kamerstuk 29 383, nr. 386).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1765 Onderzoek en praktijk gaan hier hand in hand en er wordt gewerktvolgens het principe doen – leren – beter doen. De systematiek wordtuitvoerig getest in meerdere gebieden en sectoren (fruitteelt, varkenshou-derij, akkerbouw, melkveehouderij). Ook werken meerdere overheden,sector- en ketenpartijen al met tijdelijke regelingen en met behulp vanprivate systemen, aan het toepassen van de KPI-systematiek. Enkelevoorbeelden van partijen die beloningen toekennen aan de hand van KPI’szijn de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij (BBM)5, deDrentse pilot van de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw (BMA)6, hetMarkemodel7 en het keurmerk On the Way to PlanetProof8.Voor de KPI-systematiek is een breed ontwikkeltraject opgezet met eenverwachte looptijd tot circa 2030. Onderdelen die zijn uitontwikkeldkunnen stapsgewijs worden geïmplementeerd vanaf 2025. Met een brededelegatie van publieke en private partijen wordt naar verwachting begin2025 een intentieverklaring vastgelegd rond het stimuleren, doorontwik-kelen en beheren van de duurzaamheidstaal. Inzet is uiteindelijk om deKPI-definities voor zoveel mogelijk sectoren vast te stellen.Verkenning data voor doelsturingHet organiseren van betrouwbare data op bedrijfsniveau en bijbehorendeinfrastructuur is cruciaal voor het succesvol uitrollen van de doelsturings-systematiek. De kwaliteit (o.a. nauwkeurigheid, beschikbaarheid,borgbaarheid, handhaafbaarheid, uitwisselbaarheid, toepasbaarheid) vande data bepaalt in grote mate welke toepassingsvormen van doelsturingmogelijk zijn. Terwijl afrekenen een zeer hoge kwaliteit van data vergt, kanhet zo zijn dat de toepassingsvorm informeren mogelijk eenvoudiger kanworden ingezet.RVO en Wageningen University & Research (WUR) hebben de opdrachtgekregen om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om op basis vanbeschikbare RVO-data de KPI’s van de KPI-systematiek, die in ontwikkelingis (zie sectie «Landelijk gedragen KPI-systematiek»), te berekenen. Binnendeze opdracht worden ook ontwerpkeuzes voor de data-infrastructuurverkend. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheid om aan tesluiten bij bestaande databronnen en -tools (in ontwikkeling) binnen deagrarische sector en ketenpartijen.Daarnaast worden door het KPI-kennisconsortium voor elke KPI vijfverschillende verfijningsniveaus voorgesteld, namelijk van forfaitaireberekeningen tot aan volledig bedrijfsspecifieke (sensor)metingen.Grovere data kunnen als voordeel hebben dat deze leverbaar zijn door(bijna) alle agrarische ondernemers, niet alleen voor degenen metgeavanceerde meetinstrumenten. Vandaar dat kan worden gekozen om tebeginnen met een eenvoudiger systeem, en vervolgens over te gaan naarbedrijfsspecifiekere metingen indien deze geschikter, borgbaar enhandhaafbaar worden geacht voor een bepaald bedrijfstype binnen eensector.Voor het inrichten van een doelsturingssystematiek zijn vraagstukkenomtrent openbaarheid, beheer en uitwisseling van data van belang. Viabijvoorbeeld het Actieprogramma Digitalisering wordt onderzocht hoedata-uitwisseling tussen agrarische bedrijven, uitvoeringsinstanties,5https://www.landbouwenvoedselbrabant.nl/landbouw+en+natuur/biodiversiteitsmonitor/default.aspx6https://www.provincie.drenthe.nl/duurzaamboerendrenthe/meedoen/praktijkpilot-akkerbouw/7https://www.de-vala.nl/projecten/glb-pilot-markemodel-fase-2/8https://www.planetproof.eu/en/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1766 overheden en ketenpartijen duurzaam kan worden verbeterd. Zowel RVOals NVWA zullen nauw betrokken zijn bij vraagstukken omtrent data, metals doel de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid zorgvuldig tewaarborgen.Meten en berekenen van (stal)emissiesZoals uiteengezet in de Kamerbrief van 25 november 2022 (Kamerstuk29 383, nr. 386), wordt gewerkt aan een borgingssystematiek voorstalemissies waarbij vergunningen op basis van doelvoorschriften incombinatie met bedrijfsspecifiek gemeten emissies uit stallen mogelijkworden gemaakt. Alleen wanneer dergelijke technologieën bewezeneffectief zijn en geborgd kunnen worden, kunnen deze als basis dienenvoor toestemmingsverlening. Op dit moment is dit nog niet het geval.Een belangrijke randvoorwaarde om tot een borgingssystematiek op basisvan bedrijfsspecifiek meten te komen, is dat er betrouwbare meetsys-temen en een geborgde meetketen zijn. Deze aanpak wordt in gezamen-lijkheid opgepakt vanuit het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS)en het Regieorgaan «Versnellen innovatie emissiereductie duurzameveehouderij», dat eind 2023 van start is gegaan. In eerdere Kamerbrievenbent u geïnformeerd over de voortgang van het bedrijfsspecifiek metenvan stallen (Kamerstuk 29 383, nr. 406 en Kamerstuk 28 973, nr. 254).Onder andere over de opening van de eerste nationale sensoronder-zoekslocatie voor stalemissies op melkveebedrijf Agro-innovatiecentrumDe Marke, waar nieuwe (sensor)meetsystemen getest worden. Verder isop 25 januari jl. het nieuwe meetprotocol voor monitoring van stale-missies gepubliceerd dat in opdracht van de Ministeries van LVVN en hetMinisterie van IenW is opgesteld9. Daarnaast is aangekondigd dat dezeministeries en RVO samenwerken aan een nieuw stelsel van stalbeoor-deling, in het programma Vernieuwing Stalbeoordeling (Kamerstuk29 383, nr. 406). Binnen dit stelsel wordt de mogelijkheid van continuebedrijfsmetingen toegevoegd aan de stalbeoordelingssystematiek. Ditstelsel van stalbeoordeling vernieuwt het stelsel voor de beoordeling vanbeste beschikbare technieken voor het reduceren van stalemissies vanzowel ammoniak, fijnstof en geur als broeikasgassen.Naast het continu meten van stalemissies met sensoren wordt ook inverschillende andere trajecten gewerkt aan het goed kunnen monitorenvan emissies. In tegenstelling tot veehouderijsectoren met geslotenstalsystemen, is het voor sectoren met weidegang en natuurlijke ventilatiecomplexer om emissies betrouwbaar te meten. Daarom is eerderaangekondigd om een stoffenbalans in te zetten voor sturing op emissies(stimuleren en monitoren) in de melkveehouderij (Kamerstuk 29 383, nr.386). In het programma Integraal aanpakken methaan en ammoniak wordtcontinu gewerkt aan het verbeteren van de bedrijfsspecifieke monitoringin de veehouderij, zodat het effect van reductiemaatregelen geborgd is inmethaan- en ammoniak- emissiemodellen. Bij onderzoeks- en kennispro-jecten is bovendien expliciet aandacht om tot een bewezen emissie-effectte komen voor nieuwe innovaties. Verder wordt erop gestuurd datreductiemaatregelen die de veehouder neemt, zowel individueel als in delandelijke emissiemonitoring worden erkend en meegerekend.Borging, handhaving en toezichtDe borging van de duurzaamheidsprestaties die onder een aanpak vandoelsturing tot stand komen, vraagt veel aandacht. Bij de toepassings-9Rapport Wageningen University & Research 1470 «Richtlijnen voor het bepalen van emissiesuit veestallen»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1767 vormen van doelsturing die een meer verplichtend of afrekenend karakterhebben, is deze borging essentieel. Zonder goed systeem van borgingkunnen de prestaties niet worden toegerekend aan individuele bedrijvenof aan de sector als geheel. Hierbij wordt nadrukkelijk bekeken of privateborging mogelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van certificering. Voor hetvoldoen aan overheidsregelgeving met doelsturing is het van belang omop het niveau van individuele bedrijven toe te zien en te handhaven. Ditvraagt om een op doelsturing aangepast regime vanuit toezicht enhandhaving. Doelsturing zal, op zijn minst tijdens een overgangsperiodeen voor een groot gedeelte van de opgaves, ook náást een systeem vanmiddelsturing kunnen bestaan, waarmee er eveneens meer wordtgevraagd van uitvoering, toezicht en handhaving. RVO, bevoegdegezagen, Omgevingsdiensten en de NVWA zullen nauw betrokken wordenbij de verschillende ontwikkeltrajecten, vraagstukken rond de uitvoer-baarheid en handhaafbaarheid en de (on)mogelijkheden bij het uitrollenvan de doelsturingssystematiek.Verkenning wetgevingskadersIn 2023 en 2024 zijn diverse trajecten gestart om meer inzicht te krijgen inde mogelijkheden voor (gestapeld) belonen voor geleverde duurzaam-heidsinspanningen, rekening houdend met de staatssteun- enmededingingskaders.Zo is er in 2024 onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om op termijnKPI’s te gebruiken binnen de eco-regeling van het GLB, waarmee het GLBmeer doelgestuurd kan worden ingericht. Ook wordt er gewerkt aan eenconcrete en gebruiksvriendelijke handleiding voor het stapelen vanpublieke en private beloningen, waarin aan de hand van praktijkvoor-beelden wordt geïllustreerd wat er mogelijk is binnen de huidigestaatssteun- en mededingingskaders. Tegelijkertijd is er een trajectopgestart om de kostenkant (zoals meerwerk, opbrengstderving enrisico’s) van duurzaamheidsprestaties in kaart te brengen. Dit is belangrijkomdat de huidige staatssteunregelgeving in beginsel alleen vergoedingentoestaat voor gemaakte kosten of gederfde inkomsten als gevolg vangeleverde duurzaamheidsinspanningen. De bevindingen van ditonderzoek zullen helpen bij het vinden van een betere onderbouwing voorhet bepalen van financiële beloningen voor geleverde duurzaamheids-prestaties en zo kunnen deze bijdragen aan het verdienvermogen vanboeren. De handleiding voor het stapelen van beloningen en hetonderzoek naar de kostenonderbouwing worden in het eerste kwartaalvan 2025 opgeleverd.Naast de staatssteun- en mededingingskaders, is het belangrijk dat eendoelsturingssystematiek goed aansluit bij en ingebed kan worden inNederlandse en Europese wetgeving. Zo moeten eventuele doelvoor-schriften met betrekking tot mest goed aansluiten bij de Nitraatrichtlijn, deKaderrichtlijn Water en de Omgevingswet. Als de doelsturingssystematieken de huidige wet- en regelgeving niet goed op elkaar aansluiten, is erimmers een risico op rechtsonzekerheid en onduidelijkheid bij agrarischondernemers. Bij het verder vormgeven van doelsturing wordt duide-lijkheid, rechtszekerheid en eenduidigheid richting de boer geborgd en zaler dus aandacht zijn voor de inbedding van doelsturing in de bestaandewetssystematiek of de mogelijkheden om wetgeving aan te passen.Doelsturing in bestaand beleidDoelsturing wordt in de praktijk al in verschillende vormen toegepast, ofer wordt naar een toepassing daarvan toegewerkt. Hierna wordt de standTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1768 van zaken rond een aantal van deze toepassingen geschetst en wordtaangegeven welke inzet ik voor deze toepassingen voor ogen heb.Maatwerkaanpak mestbeleid & doelsturingIn het 7e actieprogramma nitraatrichtlijn is opgenomen dat in gezamen-lijkheid tussen sector, keten en overheid gewerkt wordt aan de verkenningvan mogelijkheden voor een maatwerkaanpak (een vorm van doelsturingwaarbij ook gebruik gemaakt wordt een stoffenbalans). Sinds de start vanhet 7e actieprogramma is veel werk verzet door sector- en ketenpartijen,het ministerie en ondersteunende diensten in een gezamenlijkewerkgroep. Daarbij is gebleken dat er onder meer op het gebied vanborging en handhaving nader onderzoek nodig is. Daarom wordt op ditmoment gewerkt aan een praktijkonderzoek waarin wordt onderzocht hoeeen maatwerkaanpak vormgegeven kan worden, waarin bij een groepboeren een maatwerksystematiek zal worden onderzocht op uitvoer-baarheid en handhaafbaarheid. De voorbereiding voor de uitvoering vanhet praktijkonderzoek is in volle gang. Naar verwachting gaat hetonderzoek binnenkort starten en loopt dit door tot en met 2026.Ook worden voorbereidingen getroffen voor de ontwikkeling van eenmeetsysteem in de akkerbouw, dit wordt opgezet in afstemming metbetrokken sectoren. Met dit op te zetten meetsysteem en de uitkomstenvan het praktijkonderzoek Maatwerkaanpak wordt een start gemaakt omdoelsturing op het gebied van waterkwaliteit op te zetten.Provinciale gebiedsprogramma’s & maatregelpakkettenVeel provincies hebben in hun provinciaal gebiedsprogramma enbijbehorende maatregelpakketten aangeven in meer of mindere mate aande slag te willen gaan met doelsturing. Het vorige kabinet heeft beslotenom in het kader van Regeling Provinciale middelen landelijk gebied(Rpml) middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deversnellings- en koplopermaatregelen van provincies in het landelijkgebied. Hieronder vallen ook middelen voor doelsturingsprojecten.Hiermee financieren provincies onder andere pilots die zich richten op deontwikkeling en het gebruik van KPI’s. Dit komt doelsturing ten gunste,want de nadere uitwerking van de doelsturingssystematiek vraagt immersom een goede aansluiting op gebiedsspecifieke omstandigheden endoelen.Om te komen tot een goed werkende doelsturingssystematiek, is het vanbelang de provinciale en de nationale ontwikkelingen goed op elkaar telaten aansluiten. Hiermee is ook rekening gehouden tijdens het beoor-delen van de ingediende koplopermaatregelpakketten. Om de doelstu-ringssystematiek uiteindelijk op te schalen vanuit deze eerste pilotvormigemaatregelen, zullen er nog nadere afspraken gemaakt worden tussen hetRijk en provincies, waaronder over de taakverdeling en de te stellenkaders. Op dit moment vindt constructief ambtelijk overleg plaats overdoelsturing en dit zal nog verder worden uitgebouwd.Investeringsfonds Duurzame LandbouwIn 2020 is het Omschakelprogramma Duurzame Landbouw aangekondigd,dat agrarisch ondernemers ondersteunt bij de omschakeling naar eenmeer integraal duurzame bedrijfsvoering. Een belangrijk onderdeel vanhet programma is het Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL)waarmee agrarisch ondernemers een gunstige financiering kunnenkrijgen voor de investeringen die zij doen bij een verduurzamingsomscha-keling. Omwille van de diversiteit binnen de sectoren en regio’s en omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 1769 ruimte te bieden voor individueel ondernemerschap, stuurt het Omscha-kelprogramma niet op maatregelen, maar op doelen. Ondernemers die inaanmerking willen komen voor een lening vanuit het IDL dienen daarvoorbij het Nationaal Groenfonds een bedrijfsplan in, waarin de ondernemeronderbouwt hoe hij/zij een bijdrage levert op de doelen van het omscha-kelprogramma. Dit bedrijfsplan wordt door een beoordelingscommissiegetoetst. De pilotfase van het IDL is positief geëvalueerd (Kamerstuk30 252, nr. 125). De doelgerichte aanpak wordt gewaardeerd door boerenomdat het ruimte biedt voor ondernemerschap. Op basis van dezepositieve evaluatie is vorig jaar besloten de maatregel door te zetten eneen definitief karakter te geven. Daarvoor is 130,8 miljoen eurobeschikbaar gesteld. Per 28 juni 2024 is het structurele IDL voor 10 jaaropengesteld (Kamerstuk 30 252, nr. 170).Tot slotBedrijfsspecifieke doelsturing geeft kansen, biedt perspectief en isuitdagend. Des te belangrijker om hier zorgvuldig en met gepaste druk entempo uitvoering aan te geven. In deze brief is mijn visie op doelsturingen de voortgang geschetst van verschillende lopende trajecten die nodigzijn om doelsturing uit te rollen, of die doelsturing raken. Ik zal de Kamerperiodiek informeren over de ontwikkelingen omtrent bedrijfsgerichtedoelsturing.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 252, nr. 17610
Gerelateerde bronnen
- De minister van LNV zal in juni de Kamer een brief sturen over doelsturing.
De minister van LNV zal in juni de Kamer een brief sturen over doelsturing.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.