KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang provinciale bestuurlijke overleggen Woondeals 2025

27 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 08fa0f0a26e90cfd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1392 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 november 2025Samen met provincies, gemeenten corporaties en marktpartijen staan wein Nederland voor een grote woningbouwopgave, waarvoor we zo snelmogelijk 100.000 woningen per jaar moeten bouwen. In 35 woondealre-gio’s zijn met provincies, gemeenten en corporaties afspraken gemaaktover hoeveel woningen zij realiseren tot en met 2030. In halfjaarlijksegesprekken bespreek ik de voortgang in de realisatie met de provincies ende woondealregio’s. Met deze brief informeer ik u over de resultaten vandeze bestuurlijke overleggen, die in de zomer hebben plaatsgevonden,conform mijn toezegging aan uw Kamer.1De gesprekken helpen inzicht te geven in de verscheidenheid van waar deregio’s staan ten opzichte van de afspraken. De situatie verschilt perprovincie of regio, waarbij een aantal regio’s de afgesproken productiehebben gehaald en de vooruitzichten goed zijn, een aantal de afsprakentot nu toe halen maar er zorgen zijn richting de toekomst en een aantal dieniet op koers liggen.UitdagingenSinds de start van de woondealafspraken in januari 2022 zijn er inNederland 315.000 woningen gerealiseerd.2 Op jaarbasis loopt deproductie, met gemiddeld circa 84.000, achter op de gewenste woning-1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 12092https://www.cbs.nl. Voorlopige CBS cijfers tot en met september 2025, afgerond opduizendtallen. kst-32847-1392ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13921 bouwrealisatie van 100.000 woningen per jaar zoals door dit Kabinetbeoogd en ook is afgesproken op de Woontop.3In lijn met de moties Peter de Groot4 en Mooiman5 en de uitvoering vande Woontop-afspraken6 heb ik alle provincies en gemeenten, ter voorbe-reiding op de bestuurlijke overleggen, dit voorjaar gevraagd hunwoningbouwopgaven te concretiseren. De meeste provincies gaven aandeze exercitie vrijwel volledig te hebben afgerond, enkele hebben nog toteinde jaar nodig. Wel hebben de provincies de verdeling van de vorig jaarafgesproken extra opgave van 54.536 woningen bestuurlijk vastgesteld.7Hoewel blijkt dat gemeenten in het algemeen voldoende plancapaciteithebben tot en met 2030,8 zijn veel plannen nog niet verankerd in eenomgevingsplan of omgevingsvergunning: ze zijn nog niet «hard». Om deafspraken tot en met 2030 te kunnen nakomen moeten gemeenten meerprioriteit geven aan het «opharden» van de bestaande plancapaciteit. Omdit te bewerkstelligen ben ik per provincie in gesprek gegaan overconcrete casussen om ondanks de knelpunten die spelen te onderzoekenhoe er toch gebouwd kan worden.In al die gesprekken is met opluchting gereageerd over het nietdoorvoeren van de huurbevriezing. Deze zou volgens zowel provincies,gemeenten als corporaties uitermate negatief zijn geweest voor detoekomstige woningbouwproductie.De belangrijkste knelpunten die zijn benoemd in de overleggen met dewoondeal partners gaan over stikstof, netcongestie en een tekort aanambtelijke capaciteit. Daarnaast zijn ook lange juridische procedures,natuurvergunningen, de investeringscapaciteit van corporaties, financiëlehaalbaarheid van ontwikkelingen en het niet tijdig op orde zijn van demobiliteitsontsluitingen genoemd. Aanvullend constateer ik zelf datplanprocessen te lang duren, het te vaak te lang duurt voordat partijen totovereenstemming komen over kosten, risico, programmering envoorwaarden. Specifiek hebben provincies Noord-Holland enZuid-Holland aangegeven dat het halen van de woondeal afspraken uit hetzicht raakt door onder andere bovenstaande knelpunten. Deze zijn ookgenoemd in het «Nationaal rapport randvoorwaarden woningbouw 2025»dat het IPO op 23 oktober jl. heeft gepubliceerd.9Hiernaast heeft uw Kamer via de motie van De Hoop verzocht om eenoverzicht van woningbouwprojecten waar het Rijk bij betrokken is en watoorzaken zijn van vertragingen.10 Met eerder genoemde knelpunten enmet het volgende geef ik invulling aan de motie. Er zijn diverse catego-rieën van projecten waar het Rijk bij betrokken is. In de ontwerp NotaRuimte zijn 21 nationaal grootschalige woningbouwgebieden aangewezenwaar het Rijk en de regio samen optrekken om een aanzienlijk aantalwoningen tot 2035 en verder te realiseren, in samenhang met werkgele-genheid en bereikbaarheid. Daarnaast zijn er sleutelprojecten in deWoondeals opgenomen. Dat zijn concrete woningbouwprojecten die eensnelle en significante bijdrage leveren aan het vergroten van de plancapa-citeit en het realiseren van de woningbouwdoelstellingen. Als laatste zijner projecten waar het Ministerie van VRO financiële bijdragen aan heeft3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 12374Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 12965Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 12726Bijlage bij Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 12377Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13738Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13739Nationaal rapport randvoorwaarden woningbouw 202510Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 VII, nr. 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13922 geleverd. Er zijn op dit moment zes regelingen vanuit het (RHA, SBI, SFT,VHF, WBI en gebiedsbudget) die de realisatie van woningbouw bevor-deren. Over de projecttoekenningen informeer ik uw Kamer steeds op hetmoment van beschikken. Een overzicht van de Woningbouwimpulsprojecten vindt u bijvoorbeeld in de Wbi-viewer11. Vanuit het Rijk zijn ergrote inspanningen om de knelpunten zoals o.a. door de provinciesbenoemd op te lossen. Wat betreft stikstof heeft het kabinet naast hetstartpakket «Nederland van het slot» onlangs een vervolgpakket gepre-senteerd gericht op emissiereductie en natuurherstel.12 De komendeperiode gaat het kabinet hard aan de slag om het vervolgpakket verder uitte werken en ten uitvoer te brengen, tezamen met de stappen uit hetstartpakket. Hiernaast werkt het kabinet met volle inzet samen metnetbeheerders, medeoverheden en marktpartijen aan de aanpak vannetcongestie, in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) en metde versnellingsaanpak die het kabinet in april heeft gepresenteerd13. Watbetreft ambtelijke capaciteit, wordt samen met IPO en VNG hetprogramma «Ondersteuning Volkshuisvesting» opgesteld. Met ditprogramma wordt de uitvoeringskracht van medeoverheden versterkt.Ondanks de inspanningen vanuit het Rijk leggen de knelpunten een grotedruk op de haalbaarheid van de woningbouwafspraken. Het wachten opdefinitieve toekomstige oplossingen lost de problemen van vandaag nietop. Om deze reden vraag ik alle partijen bij elke (potentiële) hobbel tezoeken naar antwoord op de vraag hoe kan het wél? Samen metprovincies, gemeenten, corporaties en marktpartijen ga ik mij daarom nogmeer inzetten op het oplossen van knelpunten bij concrete woningbouw-projecten.Oplossingsgericht samenwerkenAls onderdeel van de zoektocht naar hoe het wel kan, versterken we desamenwerking met alle partijen aan de versnellingstafels. Iedere regioheeft nu de beschikking over tenminste één versnellingstafel, somsgecombineerd met de tafels van andere regio’s tot één op provinciaalniveau. Op meer lokaal niveau zijn ook steeds meer versnellingstafelsactief. In de gesprekken over de woondeals heb ik met provinciesafspraken gemaakt over de doorontwikkeling van de versnellingstafels. Deprovincies geven alle blijk van het belang van samenwerking aan lokaleen regionale versnellingstafels, waar knelpunten met alle betrokkenpartijen worden besproken.In de gesprekken heb ik verder afspraken gemaakt met provincies over hettoepassen van Publiek Private Monitors (PPM’s) aan deze versnellings-tafels. PPM’s ondersteunen de tafels in het vroegtijdig signaleren vanknelpunten en/of vertragingen en het gezamenlijk vinden van oplossingendie woningbouwprojecten vooruithelpen. Zonder zicht op wat waar speelt,is er ook geen uitzicht op hoe we snel en concreet verder kunnen komen.Deze doorontwikkeling ondersteun ik vanuit mijn ministerie tezamen metde Landelijke Versnellingstafel Woningbouw (LVW). In april heeft de LVWde handreiking «Samen aan het Stuur!» gepubliceerd.14 Deze handreikinggeeft concrete richting aan het inrichten en gebruik van PPM’s omregionaal sturing te geven aan de opgave.11Woningbouwimpuls GIS-Viewer https://experience.arcgis.com/experience/47dca750f61c4ffba0a0ad5c9b826f0312Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 41313Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 59714Handreiking en Handleiding Publiek-Private Monitor (PPM) | Publicatie | Home | Volkshuis-vesting NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13923 Om de focus te leggen op de realisatie van woningen, heb ik dewoondealpartijen uitgedaagd om in de bestuurlijke overleggen concretecasussen aan te dragen. Door samen te zoeken naar oplossingen, hebbenwe afspraken gemaakt en concrete resultaten bereikt. Zo heb ik afsprakengemaakt met provincies over projecten waar we gezamenlijk oplossingenzoeken voor netcongestie.Deze aanpak wil ik de komende tijd verder uitbouwen. De gezamenlijkefocus op realisatie en samenwerking is essentieel om de ambitie van100.000 woningen per jaar te verwezenlijken.Bestuurlijke overleggen WoondealsIn de aanpak proberen we gezamenlijk de knelpunten zo dicht mogelijk bijde bron op te lossen. Sommige knelpunten zijn echter van een structureleaard en overstijgen (geheel of gedeeltelijk) lokale of regionale grenzen.Denk hierbij aan belemmerende wet- of regelgeving, de uitvoeringskrachten uitdagingen rondom infrastructuur en energievoorziening.Tijdens de BO woondeals heb ik met de provincies diverse afsprakengemaakt, om vanuit ieders rol en verantwoordelijkheid, te zorgen datwoningbouwvoorwaarden op orde zijn. Die handschoen pak ik ook zelf op.Zo wil ik via het programma Schrappen Tegenstrijdige en OverbodigeEisen en Regelgeving (STOER) zorgen dat regelgeving minder belem-merend werkt voor de woningbouw. Veel voorstellen in het adviesrapportSTOER raken aan knelpunten die partijen in de praktijk ervaren.Gesprekken aan de bestuurlijke tafels onderstrepen de urgentie om snelaan de slag te gaan met de voorstellen uit het adviesrapport. Mediooktober verwacht ik de kabinetsreactie aan uw Kamer te kunnen sturen.Ook in deze gesprekken blijf ik benoemen dat publieke lokale of provin-ciale eisen die hoger zijn dan het BBL niet de bedoeling zijn en privaat-rechtelijke vertaling daarvan (bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten)niet zijn toegestaan.Daarnaast wil ik met betrokken partijen zoeken naar wat de regelgeving alwél toestaat. Zo heb ik met Noord-Brabant afgesproken samen teonderzoeken of de mogelijkheid uit de Omgevingswet voor het versnellenvan het starten met de bouw van woningen, voor gemeenten vergemak-kelijkt kan worden. Dit kan door in het omgevingsplan vergunningvrijebouwactiviteiten op te nemen.Veel provincies geven aan dat de uitvoeringskracht bij gemeenten ondergrote druk staat en belemmerend werkt voor het realiseren van dewoningbouwambities. Vanaf de start van dit kabinet ben ik aan de slag omde uitvoeringskracht te versterken. Naast de lopende inzet via onder meerhet Expertteam Woningbouw en de flexpoolregeling heb ik op deWoontop in 2024 met partijen aanvullende afspraken gemaakt over hetvergroten van meedoekracht. In dat kader werk ik op dit moment met IPOen VNG aan een gezamenlijk programma om capaciteit en kennis bijelkaar te brengen en gemeenten en provincies te ondersteunen bij hetversnellen van de plan- en besluitvormingsprocedures. Daarnaast nemenprovincies initiatieven om met gemeenten samen te werken op dit thema.Bij de bestuurlijke overleggen heb ik afspraken gemaakt hierop verdersamen te werken en oplossingen te vinden die passend zijn bij ditknelpunt. Een goed voorbeeld daarvan is de Kleine Kernenaanpak inFriesland, een praktijkgerichte, vraaggestuurde aanpak. Bij deze aanpak iser een servicebureau waar iedereen om hulp kan vragen om knelpuntenop te lossen bij zijn of haar woningbouwproject in een kern met minderdan 5.000 inwoners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13924 In de bestuurlijk overleggen hebben provincies onder andere aangegevendat de realisatie van voldoende betaalbare woningen financieel gezienonder druk staat. De genoemde oorzaken zijn de marktomstandigheden,investeringsklimaat voor de middenhuur en de onder druk staandeinvesteringscapaciteit van corporaties. Door het niet doorgaan van dehuurbevriezing is dit laatste niet meer acuut en heeft de sector als geheelvoldoende financiële middelen om de opgaven tot 2035 aan te kunnen.15Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen regio’s en individuele corpo-raties. Het volledig kunnen realiseren van de opgave vraagt daarom datwoningcorporaties binnen hun regio, maar ook regio-overstijgendsamenwerken aan de opgave.16 Op de middellange termijn vormt deinvesteringscapaciteit wel een mogelijk knelpunt voor de toekomstigeopgave. In Drenthe is daar al een heel goed voorbeeld van waar ik recentook op werkbezoek ben geweest om meer te vernemen hoe de corporatietot onderlinge steun zijn gekomen.In het verlengde daarvan hebben sommige provincies relatief veel temaken met onrendabele toppen. Ook die leggen een druk op de realisatievan voldoende betaalbare woningen. In provincies, zoals Zuid-Holland enFriesland, is al gestart met onderzoek naar de investeringscapaciteit vancorporaties, een mogelijke herverdeling hiervan en de onrendabeletoppen. Op de bestuurlijk overleggen is afgesproken dat het Rijk waarnodig ondersteunt. Tevens heb ik uw Kamer recent geïnformeerd overmijn inzet gemeenten te ondersteunen in hun grondbeleid, om op diemanier bij te dragen aan de betaalbaarheid van woningen en hetverkleinen van het publieke tekort.17Verder hebben provincies de noodzaak meegegeven van investeren ingoede bereikbaarheid voor woningbouw. Als onderdeel hiervan neemt hetRijk in overleg met partijen in november tijdens de MIRT-overleggen eenbesluit over de inzet van de beschikbaar gestelde 2,5 miljard voorWoningbouw en Mobiliteit en het gebiedsbudget.18VooruitblikDe woningbouw is aan het herstellen van de, voor de bouw, slechteeconomische omstandigheden in de jaren 2022 en 2023. ABF Researchverwacht in de Primos prognose van 2025 dat de realisaties weer gaantoenemen en in 2027 richting 100.000 woningen gaan. We moeten ervoorzorgen dat deze verwachting uitkomt, het liefst eerder dan ABF voorziet.Uit de CBS-cijfers over vergunningen, start bouw en realisaties blijkt dateen herstel naar hogere realisaties nog niet structureel ingezet is. Daarmoeten we onze inspanningen op richten.Met verschillende inspanningen zorgen we ervoor dat elk jaar 100.000woningen zullen worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld met de doorbraak-aanpak. Bij enkele van deze doorbraaklocaties zoals Cortelande, Stoug-jeswijk en de Gnephoek is nu al een doorbraak gerealiseerd en komtrealisatie nu sneller dichtbij.19 De verwachting is dat er voor het einde vanhet jaar nog meer goede voorbeelden genoemd kunnen worden. Naastnieuwbouw is het nodig om de bestaande voorraad beter te benutten om100.000 woningen per jaar te realiseren. Zo zijn er afgelopen jaar vianieuwbouw circa 69.000 woningen gerealiseerd en circa 13.000 woningentoegevoegd via het beter benutten van de bestaande voorraad. Dit is15Bijlage bij Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 453, nr. 57416Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 453, nr. 57417Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 682, nr. 23018Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 134419Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 1350Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13925 o.a. door transformatie, splitsen en optoppen. Ook zet ik in op meerwoonplekken via hospitaverhuur, woningdelen, het tijdelijk toestaan vanpermanente bewoning op vakantieparken en het mogelijk maken vanmantelzorg- en familiewoningen in achtertuinen.Hiernaast is het essentieel dat provincies en samenwerkende gemeentenin regio verband de afgesproken opgaven snel vertalen naar concreteaantallen en de betaalbaarheidsverdeling per jaar. Dit stelt gemeenten instaat zich tijdig voor te bereiden op de komst van de Wet versterking regievolkshuisvesting, zowel wat betreft hun opgave als de formele vaststellingvan de woningbouwregio’s, waar de huidige woondealregio’s een goeduitgangspunt voor zijn.Ook is op de Woontop afgesproken dat we tot en met 2030 in totaal288.000 woningen geschikt voor ouderen gaan realiseren via woningbouwof aanpassing van bestaande woningen. Het recente Primos-onderzoekondersteunt dat er meer woonvormen voor ouderen nodig zijn.20 Ditvraagt inzicht in de locaties en de programmering per gemeente. Metprovincies heb ik de afspraak dat zij deze concretisering leveren eind 2025.Dat inzicht vormt mede de basis voor de volkshuisvestelijke programma’s,die onder de Wet versterking regie op de volkshuisvesting een jaar nainwerkingtreding vastgesteld moeten zijn in gemeenten en provincies.Tevens is afgesproken om vooruit te kijken op de periode na 2030. Tijdenshet BO VRO in februari 2025 heb ik met de medeoverheden afgesprokenom elke drie jaar de woningbouwprogrammering met een horizon vantien jaar te actualiseren. Provincies geven eind 2025 een eerste doorkijktot 2036. Op basis daarvan werken we verder aan de woondealafsprakenom eind 2026 de actualisering vast te stellen.In de volgende BO Woondeals van begin 2026 zal de voortgang hieropbesproken worden. Hiernaast vraag ik de provincies, in lijn met de motieDe Groot en Welzijn, specifiek aandacht te geven aan voldoendebetaalbare koopwoningen in de programmering binnen de doelstellingvan twee derde betaalbare woningen op regionaal niveau.21Ten slotte heb ik met provincies afspraken gemaakt over het aanwijzenvan nieuwe, regionale grootschalige locaties. In de Nota Ruimte heb ik127 nieuwe regionaal grootschalige woningbouwlocaties aangewezen,waar we prioriteit aan willen geven en versneld tot realisatie willenkomen, onder meer door deze sneller in aanmerking te laten komen bijbepaalde financiële regelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten om ook opandere locaties waar mogelijk en nodig ondersteuning te bieden.Tot slotHet realiseren van 100.000 woningen per jaar gaat niet vanzelf. Alleendoor goede samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten, corpo-raties en marktpartijen kunnen we knelpunten tijdig signaleren enverhelpen. Daarbij wil ik het gesprek aan de versnellingstafels én aan debestuurlijke tafels (nog) meer laten gaan over concrete knelpunten bijwoningbouwprojecten. Alleen dan komen we tot praktische oplossingenvoor de vele knelpunten die spelen bij woningbouwprojecten. Met meerfocus op realisatie en een gezamenlijke inzet op de woningbouwopgaveversnelt de woningbouwproductie. De afspraken die ik heb gemaakt metpartijen in het kader van de woondeals ondersteunen hierbij.20Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 137321Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 102Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13926 Ik blijf de Kamer informeren over de voortgang van deze afspraken na devolgende bestuurlijke overleggen Woondeals. Die zullen in februari 2026plaatsvinden.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13927

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 91d714310a2a6ab0

14 okt 2026 · c29c327d366062ae

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.