Voortgang afhandeling mijnbouwschade Limburg
Brontekst
Versie 6bbe9d7c0addce61 · officiële bronGeachte Voorzitter, Met deze brief informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voortgang van de afhandeling van mijnbouwschade in Limburg. Rijk en regio vinden het belangrijk om hier gezamenlijk in op te trekken. Dit betekent dat er maandelijks overleg is over de voortgang van de schadeafhandeling en over de eventuele problemen. De regio heeft daarbij een stevig signaal afgegeven over de voortgang. De regio geeft aan dat schademelders duidelijkheid, perspectief en een betrouwbare planning verdienen. De regio heeft haar zorg uitgesproken over de onzekerheid in de planning. Ik herken deze signalen en deel de zorg over de planning. Om deze reden zal in de komende tijd het overleg met de betrokken partijen eens per drie weken plaatsvinden om zo de voortgang scherper te bewaken. Ik ben ook doorlopend in gesprek met enkele mensen die schade hebben gemeld. Gedeputeerde Staten van Limburg informeert de Provinciale Staten eveneens over deze brief. Daarnaast worden de raden van de tien mijnstreek gemeenten hierover per brief geïnformeerd. In de brief van 26 januari 2026[voetnoot 1] heeft het kabinet het proces van de afhandeling van mijnbouwschade en de rollen van het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg (I3ML), de Commissie Mijnbouwschade (CM) en de regio toegelicht. In deze brief wordt ingegaan op de stand van zaken en de vervolgstappen. Gefaseerde openstelling In 2025 is in samenspraak met de regio gekozen voor een gefaseerde openstelling van de schadeafhandeling. In de eerste drie jaar (2026 t/m 2028) zal de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag per postcodegebied van circa 1250 adressen worden opengesteld, het gaat daarbij om 21 groepen. De regio heeft deze 21 groepen samengesteld. Dit zijn in totaal circa 25.000 adressen. Hierna worden aanvragen uit het gehele schadegebied behandeld. Ervaringen uit Groningen hebben laten zien dat het afhandelen van mijnbouwschade complex is en dat vooral in het begin onverwachte situaties zullen voorkomen. Dit is helaas ook het geval bij de schadeafhandeling in Limburg. Op dit moment wordt met de eerste groep van 324 schademelders ervaring opgedaan. Hierbij is men in de uitvoering op een aantal aandachtspunten gestuit waardoor de besluitvorming rond deze groep langer op zich laat wachten dan is gewenst. De betrokken schademelders zijn hierover geïnformeerd. Het kabinet betreurt dit en begrijpt dat het vervelend is voor mensen dat zij langer in onzekerheid zitten. De verwachting is wel dat de schadeafhandeling zal worden versneld zodra het grootste deel van deze groep een definitief besluit heeft gekregen. Voorop staat dat alle particuliere huiseigenaren als hoofdbewoner in het mijnbouwschadegebied in Zuid-Limburg de gelegenheid krijgen om een aanvraag in te dienen. Dit heeft het kabinet met de regio afgesproken. Actuele voortgang van de schadeafhandeling Begin januari is het fysieke loket van I3ML geopend. De eerste groep aanvragers heeft tot 22 maart de gelegenheid gekregen om een aanvraag in te dienen. Deze groep bestaat onder andere uit huiseigenaren die in de afgelopen jaren schade hebben gemeld bij de gemeente, of bij de stichting Calamiteitenfonds Mijnwaterschade Limburg, de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) en de pilot groep van de CM. In totaal zijn 324 aanvragen ingediend. Na de ontvankelijkheidstoets zijn 321 aanvragen doorgestuurd naar de CM voor advies. Enkele aanvragen kwamen niet direct in aanmerking omdat er nog aanvullende gegevens nodig waren of het bleek dat het pand niet de hoofdwoning van de huiseigenaar was. Bij 224 aanvragen is een schadeopname gedaan en bij 24 volgt deze nog op korte termijn. Voor de beoordeling van de resterende 74 aanvragen heeft de CM aangegeven dat er nog aanvullende informatie nodig is over de lokale bodembeweging voordat zij een uitspraak kan doen of het voldoende aannemelijk is dat de schade is veroorzaakt door mijnbouw. De kwaliteit van de beschikbare satellietdata is nu nog onvoldoende om een uitspraak te doen over de lokale bodembeweging. De gegevens over de bodembeweging wordt aan de hand van hoge resolutie satellietbeelden gegenereerd en deze zijn binnenkort beschikbaar. Het inkopen en kunnen bewerken van de satellietdata door een adviesbureau vereiste een Europese aanbesteding welke eerder niet voorzien was. Na de schadeopnames volgt de kostencalculatie, waarbij de omvang van de schade wordt berekend. Voor de herstelkostencalculatie wordt gebruikgemaakt van een kostenmodule van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). In het ICT systeem moeten de opnamerapporten en het kostencalculatiemodel aan elkaar gekoppeld worden. Dit bleek ICT-technisch gezien lastiger dan in eerste instantie gedacht. Hierdoor heeft dit op zich laten wachten. Onlangs zijn de eerste schadeberekeningen gemaakt en kan de CM nu ook haar eerste conceptadviezen opstellen. Naar verwachting zal de CM haar eerste conceptadviezen eind september opleveren. De aanvragers krijgen daarna vier weken de tijd om te reageren op het conceptadvies. Vervolgens stelt de CM een definitief advies vast en deelt dit advies met de aanvrager. I3ML neemt, namens het kabinet, met inachtneming van dit advies een besluit op de aanvraag. Naar verwachting kunnen medio november de eerste besluiten worden genomen. Kort daarna zullen de eerste tegemoetkomingen (kleiner dan € 10.000) worden betaald. Dit betekent dat ongeveer 10 maanden na de eerste meldingen de eerste besluiten worden genomen. Dit heeft, door bovenstaande redenen, langer geduurd dan gewenst en dat is vervelend voor bewoners. Het kabinet verwacht dat bij de openstelling van de volgende groep, de besluitvorming sneller zal gaan omdat de ICT-systemen dan gereed zijn. Als de schade groter is dan € 10.000 dan wordt deze hersteld door een aannemer. Het zogenoemde Herstel In Natura wordt in het voorjaar van 2027 opgestart. Voor alle besluiten (financiële tegemoetkoming, herstel in natura) geldt dat de reguliere bezwaar- en beroepsprocedures van toepassing zijn. Er zijn 74 aanvragen die zoals gezegd nog niet in aanmerking komen voor een schadeopname, omdat op grond van een eerste inhoudelijke beoordeling is gebleken dat deze woningen niet in het invloed gebied van een gemijnde steenkoollaag staan, of meer dan vijf jaar na de beëindiging van die steenkoolwinning zijn gebouwd. In deze gevallen moet dan alleen nog worden beoordeeld of sprake is (geweest) van bodembeweging in de jaren na de steenkoolwinning (als zogeheten na-ijlend effect van de steenkoolwinning). De CM heeft na de pilot gerapporteerd dat om die bodembeweging goed te kunnen beoordelen, gebruik moet worden gemaakt van hogere resolutie satellietbeelden dan waar zij in de pilot de beschikking over had. Omdat die hogere resolutiedata bodembeweging beter laat zien is dit in het belang van de aanvragers. Zoals aangegeven vroeg het inkopen van deze satellietbeelden om een Europese aanbestedingsprocedure. De aanbesteding, de gunning en de uitvoering hebben helaas tot vertraging geleid. Naar verwachting worden de hogere resolutie data medio oktober geleverd. De CM kan daarna voor deze 74 aanvragen het onderzoek vervolgen, waaruit dan ofwel een schadeopname volgt ofwel een conceptadvies dat er geen sprake is van mijnbouwschade. Het is vervelend dat deze aanvragers hier lang op moeten wachten. De hogere resolutie bodembewegingsgegevens zullen in het vervolg voor alle andere aanvragen direct en in geautomatiseerde vorm beschikbaar zijn. De eerste adviezen zijn gereed; openstelling groep 1 Zoals aangegeven worden voor de huidige groep de eerste tegemoetkomingen in de komende maanden betaald. Er is in de afgelopen maanden met veel inzet gewerkt om de schadeafhandeling voor de volgende groep te starten. De afhandeling van mijnbouwschade is complex en vraagt om zorgvuldigheid. Hierdoor is in verschillende processtappen vertraging ontstaan. Het kabinet moet erkennen dat de schadeafhandeling helaas langzamer verloopt dan eerder verwacht. Het is vervelend dat schademelders daardoor langer moeten wachten op een besluit over de mogelijke tegemoetkoming. Het kabinet en de regio hebben de sterke wens om de afhandeling spoedig te versnellen. Om ervoor te zorgen dat de afhandeling sneller zal gaan, wordt in kaart gebracht welke stappen beter kunnen worden ingericht. Dit is ook tot uiting gekomen in de motie 3316[voetnoot 2] van lid Goossen (BBB, Provinciale Staten van Limburg) over het mijnbouwschadeherstel. Het kabinet verwacht dat alle processtappen na de afhandeling van deze eerste groep sneller zullen worden uitgevoerd. Versnelling van de procedure is mogelijk door de inmiddels ontwikkelde automatisering van de ontvankelijkheidstoets en van het bureauonderzoek (met behulp van gevectoriseerde en gedigitaliseerde kaarten van mijnbouwbouwgangen en van hoge resolutie satellietgegevens). Ook worden opnamerapporten en calculatie van schade meer geautomatiseerd. Het kabinet verwacht dat dit spoedig maar zeker vanaf openstelling groep 1 zal zorgen voor een flinke versnelling. Motie Kops (PVV) over het vergoeden van mijnbouwschade In motie[voetnoot 3] Kops wordt het kabinet verzocht om te zorgen dat een bouwkundig onderzoek, dat plaatsvindt als de mijnbouwschade naar verwachting groter is dan € 10.000, niet zal leiden tot een vergoeding die lager is dan € 10.000. Tijdens het commissiedebat mijnbouw op 3 juni jl. vroeg het lid Kops (PVV) naar de status van de motie. Deze motie haakt aan bij een aanbeveling uit het rapport “Pilot Beoordeling Mijnbouwschade Limburg”[voetnoot 4] van de CM. De CM heeft aanbevolen bij mijnbouwschade vanaf € 10.000 de aanvrager de keuzemogelijkheid te bieden voor uitbetaling van € 10.000. In dat geval wordt afgezien van een nader bouwkundig onderzoek. Kiest de aanvrager daarentegen voor bouwkundig onderzoek, dan is het eventuele risico dat het schadebedrag als gevolg van het bouwkundig onderzoek lager uitvalt voor rekening van de aanvrager. De CM heeft deze aanbeveling gedaan omdat zij verwacht dat de schadeafhandeling door het keuzemoment kostenefficiënter wordt. Deze aanname kan op dit moment nog niet worden gestaafd omdat er nog geen schademeldingen zijn afgehandeld. Het is daarnaast onduidelijk hoe vaak een bouwkundig onderzoek nodig zal zijn en hoe vaak dit mogelijk kan leiden tot een tegemoetkoming die lager is dan de eerder ingeschatte schade van € 10.000. Het kabinet wil, voordat zij hierover een besluit neemt, weten of er zich wel dergelijke gevallen voordoen. Het kabinet zal de aanbeveling van de CM meenemen bij de eerste evaluatie van de schadeafhandeling. Deze evaluatie zal één jaar na het nemen van het eerste besluit over een schademelding plaatsvinden. Bij de evaluatie zal onder andere worden gekeken naar de gevolgen voor de schadeafhandeling, de tevredenheid over de schadeafhandeling, de financiële aspecten, de verhaalbaarheid op de voormalige mijnbouwbedrijven en mogelijke precedentwerking. Het kabinet verwacht in december 2027 de eerste evaluatie van de schadeafhandeling naar de Tweede Kamer te sturen. In deze brief zal ook worden ingegaan op de bovengenoemde motie van het lid Kops en de aanbeveling van de CM over het keuzemoment. Vervolgstappen schadeafhandeling Het kabinet vindt het spijtig dat de huiseigenaren in de eerste groep nog wachten op een besluit over hun aanvraag. Daarom wordt alles op alles gezet om de afhandeling vlot en zorgvuldig te laten verlopen. Het kabinet wil dat op 1 december de volgende groep huiseigenaren een aanvraag in kunnen dienen. Deze groep is groter dan de eerste groep dus alles moet dan op orde zijn. Daar werken we hard aan. Zoals aangegeven is er goed contact met de betrokken regionale bestuurders en het kabinet staat ook open voor suggesties en respons. Hierbij denken we ook aan een tussentijdse evaluatie waarbij gekeken kan worden naar bijvoorbeeld de onderlinge samenwerking tussen de verschillende partijen betrokken bij de schadeafhandeling. Hoogachtend, Jo-Annes de Bat Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei Pagina 2 van 5 Pagina 1 van 5 Kamerstuk: 32849, nr. 295 https://limburg.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/6f8f1151-9374-451c-8226-16cb47060b59 Kamerstuk: 32849, nr. 301 Kamerstuk: 32849, nr. 295. Bijlage rapport pilot beoordeling mijnbouwschade Limburg Directoraat-generaal Realisatie Groene Groei KGG_DGRGG_TDO / 108077757 Directoraat-generaal Realisatie Groene Groei Directie Transitie Diepe Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk KGG_DGRGG_TDO / 108077757 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 29 september 2026 Betreft Voortgang afhandeling mijnbouwschade Limburg
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.