Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 december 2025, over Politie
Brontekst
Versie 95b0b143c2f1eebf · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 628PolitieNr. 1313 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 2 februari 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 18 december 2025overleg gevoerd met de heer Van Oosten, Minister van Justitie enVeiligheid, over:–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 juli2025 inzake Nivel-rapport Gezondheidseffecten van hetstroomstootwapen (Kamerstuk 29 628, nr. 1278);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 juli2025 inzake WODC-onderzoek naar effectieve interventiesdiversiteit en inclusie (D&I) bij de politie (Kamerstuk 29 628,nr. 1279);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 11 juli2025 inzake inzichten dialoog over demonstreren en bescher-men herdenkingen (Kamerstuk 34 324, nr. 38);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 26 sep-tember 2025 inzake verslag over hackbevoegdheid politie2024 (Kamerstuk 29 628, nr. 1298);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.7 november 2025 inzake toezegging, gedaan tijdens het debatvan 25 september 2025 over het pakket aan maatregelen terbestrijding van antisemitisme, over de bewapening van demobiele eenheid (ME) (Kamerstuk 29 628, nr. 1299);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.13 november 2025 inzake handhavingsplan jaarwisseling(Kamerstuk 28 684, nr. 813);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.28 november 2025 inzake WODC-rapport Internationaleverkenning bevoegdheden online gegevensvergaring politie bij(dreigende) openbare ordeverstoringen (Kamerstuk 29 628, nr.1301);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.10 december 2025 inzake tweede halfjaarbericht politie 2025(Kamerstuk 29 628, nr. 1302). kst-29628-1313ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13131 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,EllianDe griffier van de commissie,BroodTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13132 Voorzitter: EllianGriffier: Van TilburgAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: El Abassi, Coenradie,Diederik van Dijk, Ellian, Faber, Michon-Derkzen, Mutluer, Straatman,Struijs en Van der Werf,en de heer Van Oosten, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 9.59 uur.De voorzitter:Dames en heren, goedemorgen. Ik open deze vergadering van de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid. Mijn naam is Ellian en ben dewaarnemend voorzitter van deze mooie commissie. Ik heet van hartewelkom de Minister van Justitie en Veiligheid en diens ondersteuning enuiteraard mijn gewaardeerde collega’s, die in groten getale aanwezig zijn.Ik ga ze nu niet een voor een voorstellen. Dat doe ik zo meteen als ikiedereen het woord geef. Uiteraard ook van harte welkom aan iedereen inde zaal en alle anderen die deze vergadering anderszins volgen. Op deagenda staat het commissiedebat Politie, waar we drie uur de tijd voorhebben. We moeten het ook in die tijd afronden. Er is een hoop te zeggen,want er zijn veel agendapunten. De leden krijgen drie interrupties,gemaximeerd op 45 seconden. Dus let daar alsjeblieft op. Overschrijd jedat maximum, dan tel ik ’m voor twee, want de ervaring leert dat we hetanders niet gaan redden. Ik zal ook de Minister verzoeken om zijnbeantwoording to the point te doen.Mevrouw Faber (PVV):Zijn dat drie interrupties alleen in de eerste termijn?De voorzitter:Ja, voor de leden onderling, maar wel gemaximeerd op 45 seconden perinterruptie. Als ik niks vergeet, gaan we beginnen met mevrouw Michonnamens de VVD, voor haar eerste termijn.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. Fijn om het hier met een nieuwe Kamer over de politie tehebben. Ik zie ook een aantal nieuwe gezichten in deze commissie. Wehebben ongelofelijk veel te bespreken, dus ik steek gelijk van wal. Ik beginmet de ombuigingen binnen de politie. Wij weten allemaal dat de politiekenbaar heeft gemaakt 800 miljoen te veel uit te geven, dus boven hetbudget uit te geven. Er resteert een ombuiging van 300 miljoen. Er ligt eenmotie-Michon, waarin staat dat dit niet mag neerslaan op de operationelepolitieorganisatie. Nu lees ik in de bijlage, waar honderdduizend onder-werpen in staan, dat in 2026 de operationele slagkracht wordt ontzien –dat komt dus niet ten laste van de basisteams – maar er staat ook: bijsommige eenheden moet de bezetting worden beperkt. Hoe rijmt dit metelkaar? Is nou klip-en-klaar dat dit niet van die operationele organisatieafgaat? Uit die overleggen van de bestuurscolleges hoor ik ook anderesignalen. Ik denk dat het heel belangrijk is om dat vandaag duidelijk tehebben.Mijn tweede punt betreft de jaarwisseling. We hebben een uitgebreidebrief gekregen op 13 november over het handhavingsplan. Mijn afdronkvan die brief is dat het goed weergeeft wat er allemaal kan en welkeinstrumenten je kan inzetten. Dat vind ik allemaal goed. Dat is voor mijook een hoop bekend materiaal, en het is goed dat iedereen dezelfdeinformatie heeft. Maar wat ik graag wil weten, is hoeveel extra illegaalvuurwerk wij nou willen onderscheppen. Wat zijn concreet de ambitiesvan de politie over het te bereiken resultaat om ervoor te zorgen dat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13133 oud en nieuw beheersbaar houden? Hoeveel extra inzet is er dus opillegaal vuurwerk? Hoe zit het met die pilots voor geweldsmiddelen van demobiele eenheid? Twee van de vijf kunnen al van start met oud en nieuw.We weten dat Amsterdam daarover twijfelt. Hoe kan dit en hoe zorgen weervoor dat we agenten maximaal beschermen in deze moeilijke nacht?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Die vraag moet de Minister zich denk ik ook aantrekken. Ik begrijp dat hetgeweldsinstrumentarium van de ME wordt uitgebreid naar aanleiding vande heftige gebeurtenissen in Den Haag. Maar zonder enige training,zonder enige ondersteuning en zonder na te denken over de chillingeffecten die die uitbreiding kan hebben, kan je ook iets creëren. Deelt mijncollega die mening?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik deel de mening van mevrouw Mutluer van harte dat je goed getraindmoet zijn hiervoor. Ik heb ook begrepen dat die trainingen nu zijnafgerond. Wat u zegt over het chilling effect deel ik niet. We hebben metelkaar in meerderheid tot deze vijf pilots besloten. Twee starten voor ouden nieuw, de andere drie begin volgend jaar. Ik hoop trouwens ook van deMinister te horen wanneer die andere drie starten. Dat doen we om deagenten te beschermen. Dat hebben we in meerderheid besloten in deKamer, omdat we vreselijke beelden hebben gezien, bijvoorbeeld bij dierellen op het Malieveld. Dat doen we dus niet om stoer te doen of ommensen angst aan te jagen, nee, dat doen we om agenten te beschermen,zodat die op een normale manier hun werk kunnen doen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Maar ook dan heb ik natuurlijk de nodige zorgen omtrent het te pas en teonpas inzetten van dit uitgebreide geweldsinstrumentarium. Daarmee zegik overigens niet dat ik niet vind dat onze agenten zich veilig moetenwanen; dat is voor mij ook prioriteit één. Maar uiteindelijk is het ook aande burgemeester om dat zelf te bepalen. We kunnen hier wel aan shaminggaan doen, maar het is echt aan de burgemeesters om uiteindelijk tekijken of zij een dergelijke inzet willen plegen of niet.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ook dat deel ik met mevrouw Mutluer, maar nu is het een feit dat oud ennieuw voor de agenten de zwaarste nacht is. Het bevreemdt mij dus zeerdat de burgemeester de afweging maakt om agenten zonder allemogelijke middelen deze nacht in te sturen. Daar hoor ik graag deMinister over.De voorzitter:U gaat verder met uw betoog.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dat dus over illegaal vuurwerk. Ook heb ik eerder gevraagd wat de post-en pakketsector nu extra doet voor het onderscheppen van die pakkettenillegaal vuurwerk die je gewoon kunt bestellen.Voorzitter. Winkeldiefstal is mij ook een doorn in het oog. Dat kwam recentweer zeer ter sprake in een rapport van de Inspectie JenV. Daarin stondkort gezegd: de recherche is vooral bezig met winkeldiefstal; die zou watgrotere zaken moeten doen. Nou, ik ken een hoop ondernemers dieongelofelijk ontevreden zijn over de afwikkeling van de politie-inzet bijwinkeldiefstal. Terecht ook. Ik vind dus – dat heb ik in november 2024gevraagd in een motie – dat we met elkaar moeten kijken hoe je nou opeen slimme manier winkeldiefstallen afdoet. Waarschijnlijk hoeft dat heelvaak niet eens met politie-inzet, maar kan dat ook privaat. Er is een planvan aanpak, er zijn allerlei gesprekken over, en nu zie ik ook in de stukkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13134 terug dat er een conceptleidraad is en dat er pilots zijn. We zijn nu dik eenjaar verder, en we hebben een conceptleidraad en pilots. Kan dit nietsneller, zo vraag ik de Minister. Wanneer wordt die leidraad dan definitief?Kunnen we met elkaar de moed hebben om op een andere manier naarwinkeldiefstal te kijken, zodat die recherchecapaciteit zo effectief mogelijkkan worden ingezet?Voorzitter. We moeten het in dit debat ook hebben over de commissie-Sorgdrager, Waarborgen Werken Onder Dekmantel. Jaren geleden had deLandelijke Eenheid te maken met afschuwelijke gevolgen; een aantalcollega’s was daarbij. Dat heeft ook geleid tot een hele herorganisatie. Decommissie-Sorgdrager zegt nu eigenlijk dat de visie op vakmanschapontbreekt. De mensen die dit moeilijke werk doen, staan er dus nog steedsbehoorlijk alleen voor. Ook in dit verband wil ik toch indringend aan deMinister vragen of de aansturing daarvan niet strakker bij de Ministerbelegd kan worden. Want het kan niet zo zijn dat we deze kwetsbare,moeilijke functies aan hun lot overlaten. Hoe beoordeelt de Minister debevindingen van deze commissie?Voorzitter, ik moet afronden. Ik ben heel blij dat we de handhavers apartgaan behandelen. Daar is een hoop over te zeggen. Dat zal ik nu nietdoen. Over het demonstratierecht komen we ook apart te spreken, dus datlaat ik ook voor nu zitten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Alright, dat ging goed met de interrupties. Ik vind het leuk om ditbijzondere moment aan te mogen kondigen: volgens mij is dit het eerstecommissiedebat Politie voor de heer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Dat klopt, voorzitter.De voorzitter:Ik vind het leuk dat ik u in deze rol het woord mag geven. Aan u hetwoord, namens 50PLUS.De heer Struijs (50PLUS):Ja, dank u. Het is even wennen. Ik zat vaak aan de andere kant van detafel. Ik ga gelijk van start. 50PLUS ziet dat de hele rechtsstaat onder drukstaat, met name de politie, maar ik wil er wel bij zeggen dat wij kritischzijn op met name het beleid van en de uitvoering bij de politie. Ik vraag deMinister het volgende. Er wordt nu extra geld gevraagd voor de operatiën.Die zijn te allen tijde heilig voor ons, want daar werkt men ontzettendhard. Al vijf jaar geleden is er beloofd om te gaan snijden in de staf van dekorpsleiding. Wat schetst mijn verbazing? Ik zie 1.681 fte’s, en in deeenheden zitten ook nog eens meer dan 1.600 beleidsmedewerkers,terwijl de operaties moord en brand schreeuwen. Op het moment dat zeeen goed idee hebben, en ze naar een beleidsmedewerker moeten,hebben ze namelijk twee problemen. Dat wordt ook wel de hindermachtgenoemd. Ik snap het nog steeds niet. Al uw voorgangers hebben beloofdom voor bestuurlijke hygiëne te zorgen. We hebben DG POL met eengrote staf die beleid maakt, dan gaat het beleid naar de politie envervolgens maken ze nog eens hun eigen beleid. Dat kan veel beter, aljarenlang. Daar vermorsen we veel geld. Ik wil graag van de Ministerweten hoe hij daartegen aankijkt.Mijn tweede punt is het vermorsen van honderden miljoenen in de laatstevijf jaar met ICT-projecten. Het loopt enorm op. Tot nu toe is het helebedrijfsprocessysteem nog steeds niet op orde. We hebben reparatie opreparatie. Politiemensen klagen steen en been. Kijk naar de recherche:Summ-IT 6 en 7 zijn alweer gaande. We houden de oude meuk dus instand en dat heeft een hele hoge prijs. Elke keer hoor ik ook nu weer vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13135 de interceptiekamer, de vroegere tapkamer, waar alle afgeluisterdegesprekken binnenkomen: we zijn nog steeds in ontwikkeling. Onder-tussen houden we een systeem in stand dat veel geld kost. Kortom, geletop de optelsom bij de bestuurlijke hygiëne en het vermorsen van geld wilik van de Minister weten: deelt hij de beelden en kunnen we daar niet eenslag op maken?Dan naar de operatie. Ik maak me op voor een veldslag dit jaar, helaas. Devoortekenen zijn niet mis. Kijk naar het illegale vuurwerk, waar mijncollega Michon het al over had. Ook dat dit het laatste jaar is waarinvuurwerk mag worden afgestoken, wordt groots en massaal gevierd, endoor sommige mensen niet op een leuke manier. Het tweede is deonderbemensing bij de politie. Er is nu een enorme piek, dus in januarikrijgen we weer situaties dat de wachttijden voor aangiftes, van gewelds-delicten tot ernstige zedenzaken, enorm oplopen. Want het zijn niet alleende mensen op straat; er staat ook letterlijk een peloton rechercheurs klaarom zo snel mogelijk de afhandeling te doen. Ik wil graag een duiding vande Minister: hoe kijkt hij naar deze problematiek rondom oud en nieuw?Last but not least, ik geef ook toe dat mijn betrokkenheid in het verledendaar groot bij was: drie zelfdodingen bij het undercoverteam, de infiltratie.We hebben daar stevig ingegrepen. Dat was ook terecht. Het is nu inopbouw. Ik koester deze mensen enorm, omdat ze nu ook operationelesuccessen boeken, maar het wordt echt tijd dat deze mensen beterworden ondersteund, fysiek, mentaal en moreel. Het wordt ook tijd dat ermeer duidelijkheid komt over hun toekomst en het leiderschap aldaar. Ookdaar wil ik graag een reflectie op.Dit was het voor nu. Ik zit tegen de vier minuten aan. U begrijpt dat ik metmijn achtergrond een uur door kan gaan, maar hier wil ik het even bijlaten.De voorzitter:Dank u wel, meneer Struijs. Het was keurig binnen de tijd overigens.Mevrouw Faber, voor haar eerste termijn namens de PVV-fractie.Mevrouw Faber (PVV):Dank u, voorzitter. Het komt steeds vaker voor dat agenten bespot enbedreigd worden. In november waren vluchtende agenten op de nationaletelevisie te zien. Tuig uit een Utrechtse buurt toonde zijn minachting, zekropen uit hun holen en trachtten de agenten met stenen te bekogelen,omdat ze het niet eens waren met een arrestatie in hun wijk. Tot mijnstomme verbazing vertelde diezelfde avond burgemeester Dijksma op tvdat dit soort voorvallen niet incidenteel zijn. Vluchtende agenten zijnfunest voor het imago van de politie; dat vormt de opmaat naarno-gozones. Ik verwijt het de agenten niet. Zij worden immers de straat opgestuurd met de opdracht de-escalerend te handelen, wat eigenlijk eensynoniem is geworden voor nietsdoen. Tijdens een ontruiming van eenuniversiteitsgebouw ging de politie na 500 minuten verbinden over totkortstondig geweld van anderhalve minuut. Dit om de geblokkeerdeingang vrij te maken. Vervolgens reageerde de burgemeester, weermevrouw Dijksma – dit terwijl het onderzoek nog gaande was – door tezeggen dat dit niet zo afgesproken was. Sprak de burgemeester niet voorhaar beurt? En wat is de rol van de korpschef in dezen? Graag een reactievan de Minister.Voorzitter. Het politieke bestuur wil vooral geen politiek gesteggel, watzich uit in politieke correctheid. Beticht worden van etnisch profileren,waar de politie doodsbang voor is, ligt altijd op de loer. Daarom wordt deAmsterdamse politie nog steeds de straat op gestuurd met een selec-tiepaal, die aangeeft wie wel of niet preventief gecontroleerd moetworden. Dit gebeurt ondanks dat een meerderheid in de Tweede Kamerzich heeft uitgesproken tégen de paal. Binnen en buiten de politie wordterom gelachen. Ik dacht eerst ook dat dat een grap was. Kortom, om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13136 eigen bestuurlijke straatje schoon te houden, worden de agenten doorhun eigen bestuur voor paal gezet op straat. Het beroep van politieagentis te belangrijk om geridiculiseerd te worden door bestuurlijke, politiekespelletjes. Mijn vraag aan de Minister is dan ook: moet de politietop nieteens ophouden met die politieke spelletjes ten koste van het aanzien vanhun eigen agenten? Waarom grijpt de Minister niet in?Voorzitter. Dan het gedram over de hoofddoeken voor boa’s. Ook daarspeelt de PvdA-GroenLinksburgemeester weer een rol in. De boa’s dienenneutraliteit uit te stralen. Er ligt een AMvB klaar die een verbod opreligieuze uitingen behelst. De Minister wil deze AMvB echter nietbekrachtigen. Hij wil dit verbod in een wet vastleggen. Maar waarom nietde AMvB in werking laten treden, totdat de beoogde wet van kracht is?Voorzitter. Dan de jaarwisseling. De van oorsprong mooie traditie vanvuurwerk tijdens de jaarwisseling wordt verpest door tuig dat de straatterroriseert en zich niet aan de regels houdt. Een handhavingsplan iszinloos als er niet wordt gehandhaafd. Het schort ook aan voldoendehandhavingscapaciteit. De kans bestaat dat het nog erger wordt,aangezien er in oktober door de politie een brief is verzonden aanopleiders en werkgevers van boa’s dat er geen ruimte is om boa’s tecertificeren. 2025 zou volgeboekt zijn en er kunnen geen aanvragen inbehandeling worden genomen voor 2026. Klopt dit? Zo ja, dan verliezenalle boa’s hun bevoegdheid in 2027. Wat gaat de Minister hieraan doen?De politie staat regelmatig in een spagaat. Oorzaak: binnen de lokaledriehoek bestaan verschillende opvattingen over proportioneel optreden.Dit ondermijnt het gezag en de slagkracht van de politie. Zou eeneenduidig beleid van de lokale driehoek niet bijdragen aan de slagkrachtvan de politie? Graag een reactie. De zwalkende houding van burge-meester Halsema inzake de proef met de zwaardere wapens voor de MEhelpt ook niet echt. Slappe hap is kennelijk de norm bij dePvdA-GroenLinksburgemeesters.Voorzitter. De politie moet het gezag weer terugkrijgen. Dat begint al opstraat. Wat dan niet helpt, is een vuurtje geven aan een straatschoffie enwat helemaal niet helpt, is koffie schenken bij een groep biddendemoslims op straat. Hiermee werp je het beeld op van onderdanigheid. Datterwijl een van de wettelijke politietaken handhaven is. De handhaverstaat hiërarchisch altijd boven de partijen. Het bestuur moet stoppen metpolitiek correcte spelletjes, moet consequent aansturen en moet pal achteral het personeel gaan staan. De politietop wil het vertrouwen terugwinnenvan de burger, maar dan moet de politietop wel echt daadkrachtigoptreden. Een daadkrachtige politie kan enkel daadkrachtig optreden bijeen daadkrachtig bestuur.De heer El Abassi (DENK):Ik was nog even aan het wachten of iemand anders zou ingrijpen. Ik zoude PVV de eerste vraag willen stellen: wat is er mis met koffiedrinken metmoslims op straat?Mevrouw Faber (PVV):Weet u, deze moslims staan te bidden op straat om te provoceren. Zeprovoceren de politie. Daar moeten we gewoon niet in meegaan. Depolitie is niet een dienaar van biddende moslims. Die gaat geen koffieschenken, maar moet gewoon gaan handhaven. We moeten gewoonophouden met die flauwekul.De heer El Abassi (DENK):Ik vroeg wat er mis is met koffiedrinken met moslims op straat en ik krijgeen reactie over biddende moslims op straat, maar dat is ook misschieneen goed voorbeeld. Wat vindt de PVV van agenten die bidden op eenChanoeka of in een kerk? Daar hebben we ook heel veel beelden van langsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13137 zien komen, maar de PVV heb ik daar nooit over gehoord. Wat vindt dePVV daarvan?Mevrouw Faber (PVV):Wat we zien, zijn agenten in uniform die op de knieën liggen in eenmoskee. Daar heb ik grote bezwaren tegen. Bij een chanoekaviering heb ikgeen biddende politieagenten gezien in uniform.De heer El Abassi (DENK):Dat de PVV dit niet ziet, betekent niet dat dit niet bestaat. Ik wil de PVVtoch ermee confronteren, want het internet staat vol – gelukkig maar, wantde politie probeert divers te zijn – met biddende agenten, of het nou gaatom een biddende agent bij Kerstmis of bij Chanoeka. Die beelden staanvolop op het internet. Dat kan de PVV toch niet ontkennen? Wees gewooneerlijk en geef gewoon aan dat de PVV – daar zijn ze vrij duidelijk in – ietsheeft tegen de islam en dat ze dat niet heeft ten opzichte van anderegodsdiensten. Heb het dan niet over «ze hebben niks te doen» of wat voorsmoes dan ook dat de politie de taak niet uitvoert. De PVV kan het niethebben dat de politie ook met de moslimgemeenschap een binding zoekt,naast alle andere gemeenschappen. Geef dat gewoon aan, wees daareerlijk in en wees niet hypocriet.Mevrouw Faber (PVV):Ik ben er altijd heel duidelijk in geweest: ja, zeker, de PVV heeft iets tegende islam. Dat klopt. We hebben niet iets tegen moslims – dat is een anderverhaal – maar we hebben zeker wel iets tegen de islam. Daar zijn we ookvoor opgericht. Wij zullen daar net zolang tegen strijden tot wij van deislam af zijn in Nederland.De voorzitter:Mevrouw Mutluer voor een interruptie.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Meer een statement, voorzitter. Ik heb ook een aantal keren wat gehoordover GroenLinks-PvdA-burgemeesters. Ik ben eigenlijk best wel trots datwij in dit land burgemeesters hebben die opkomen voor de Grondwet, derechtsstaat en alle burgers in hun gemeente, ongeacht geloof, ongeachtafkomst, ongeacht wie ze zijn. Dat statement wil ik maken naar aanleidingvan de bijdrage van de collega naast wie ik zit, van wie ik weet dat ze nikstegen mij heeft, hè ...Mevrouw Faber (PVV):Neenee.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Nee, want ik ben een uitzondering op de regel. En dat is een statement datik wil maken. Dat heb ik hierbij gedaan, voorzitter.De voorzitter:Dat mag. Het was keurig binnen de 45 seconden, dus dat is prima. Ik benook een handhaver vandaag. Dan zijn we ook bij u gekomen, mevrouwMutluer, want mevrouw Faber was aan het einde van haar termijn.Mevrouw Mutluer namens GroenLinks-PvdA voor haar eerste termijn.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Eén moment, voorzitter. Ik zet eerst mijn klok aan, want ik ken mezelf.De voorzitter:Ja, dat zou ik zeker doen. Maar wij doen het ook, hoor, dus geen zorgen!Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13138 Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik wil ook mijn collega’s danken voor de steun om hetnieuwe boa-stelsel apart in een commissiedebat te bespreken. Dat geeftook iets meer ruimte om nu een aantal andere onderwerpen op te pakkenwaar ik bij wil stilstaan.In de eerste plaats is dat de veiligheid van de politie, de brandweer, deboa’s en de medische hulpverleners. Zij doen vaak een stap naar voren enhouden ons land veilig. In die wetenschap houd ik mijn hart vast voor dekomende jaarwisseling, want het is extra spannend omdat dit de laatstejaarwisseling is waarin consumentenvuurwerk is toegestaan. En ja, ik zieook een handhavingsplan, waarvoor dank aan de Minister. Maar met debeperkte middelen wordt nu wel ingezet op maximale handhaving.Tegelijk heb ik ook kritische vragen. Met een nationaal vuurwerkverbodzijn we er namelijk nog niet. Hoe staat het met het beloofde internationaleoverleg om vuurwerk aan te pakken? Daarnaast hoor ik van de Neder-landse Politiebond dat de gecoördineerde vuurwerkbestrijding eengenerieke politietaak is geworden, als extra prioriteit bij het toch al zwaaroverbelaste en onderbezette politieteam. Mijn vraag aan de Minister is:waarom heeft u daarvoor gekozen? Ik vind het namelijk onbegrijpelijk.Met de Politiebond is de fractie van GroenLinks-PvdA van mening datextra geïnvesteerd moet worden in het opsporen van illegaal vuurwerk.Graag een reactie daarop.Dan het heimelijke politiewerk.De voorzitter:Een momentje. Mevrouw Michon voor een interruptie.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik ben het totaal eens met het punt van mevrouw Mutluer dat er extramoet worden geïnvesteerd in het opsporen van illegaal vuurwerk. Wehebben als Kamer eerder met elkaar gezegd dat illegaal vuurwerk ook eenonderdeel is van de ondermijningsaanpak. Immers, vaak gaan de busjesde ene kant op met het ene spul en komen ze terug met het vuurwerk.Tegelijkertijd zien we in de financiële stukken dat er een behoorlijkeonderuitputting op die ondermijningsgelden zit. Dat bevreemdt mij danzo. Is mevrouw Mutluer het met mij eens dat als je weet dat er nog zo veelillegaal vuurwerk te onderscheppen is, het vreemd is dat je met miljoenenaan geld in je zak blijft zitten op het terrein ondermijning, terwijl dat nujuist hiervoor ingezet zou kunnen worden?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Het verbaast me al jaren dat wij ondermijningsgelden niet effectief enoptimaal inzetten. Maar als we kijken naar ondermijnende criminaliteit, alswe kijken naar wat er in wijken gebeurt, hoe men vanuit de onderwereldde bovenwereld weet te bereiken, verrast en verbaast het me dat we dieonderuitputting hebben. Wat mij betreft wordt het geld goed ingezet. Datkan zijn voor opsporing. Voor mijn part gaat er nog meer geld naar lokaleopsporing, dus in die zin denk ik dat wij elkaar bij de begroting heel goedkunnen vinden om te kijken hoe we dat geld op een andere wijze goedkunnen inzetten.De voorzitter:Gaat u verder, mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dan wil ik eigenlijk nog iets zeggen over het heimelijke politiewerk. Debevindingen van de commissie-Schneiders over de wijze waarop deLandelijke Eenheid uitvoering geeft aan heimelijk politiewerk trillen nogsteeds na. We weten dat een aantal politieagenten een einde aan hunleven hebben gemaakt. Daarom was ik zelf ontzettend geschrokken van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 13139 uitkomsten van de commissie-Sorgdrager, waaruit blijkt dat kort en goedfouten uit het verleden zich bij het nieuwe heimelijk team politiewerkdreigen te herhalen. Bestaande expertise is niet overgedragen, er wordt inisolement gewerkt, de huidige opleiding speelt niet in op de behoefte uitde praktijk en undercoverspecialist Sophie Naber spreekt in de media vaneen strijd die begint op een fundament vol scheuren. Ze zegt: het isvragen om instorting doordat de druk toeneemt. Ik vraag me echt af ofdeze Minister hetzelfde rapport heeft gelezen als wij. De structureleproblemen worden door deze Minister namelijk afgedaan als onvermijde-lijke groeipijnen, wat het belang van goed werkgeverschap miskent.Politiespecialisten werken onder extreme fysieke en mentale omstandig-heden en moeten kunnen rekenen op uitstekende training en onder-steuning. Het is goed als de Minister nog eens zorgvuldig toetst of zijnbeleidsreactie wel tegemoetkomt aan wat in de praktijk noodzakelijk is.Samen met de commissie-Schneiders, de commissie-Sorgdrager en depolitiebonden zou de Minister aan een plan moeten werken waarin deevidente risico’s van heimelijk politiewerk en de eisen die daaruitvoortvloeien voor de ondersteuning vanuit de werkomgeving wordenuitgewerkt. We gaan niet nog één keer het leven van onze politie-undercovers in het geding brengen door haperend werkgeverschap.Graag een reactie.Tot slot. Een budget van 350 miljoen euro is gewoon nodig. Wij willen vande Minister horen hoe hij die agenten toch gaat helpen, zodat deoperationele slagkracht blijft bestaan en ook de lokale opsporing eenboost krijgt.Dank, voorzitter.De heer Struijs (50PLUS):Ik deel de analyse en de vragen die over de undercovers aan de Ministerworden gesteld. Ik wil voor het volledige beeld echter even opmerken datdit huidige team – ik ben zelf op werkbezoek geweest – enorm succesvol isgeweest bij levensdelicten en bij ernstige seksuele misdrijven. Dat zijnsuccessen die ze niet mogen delen, omdat ze onder de rechter zitten. Omhet dus even in balans te brengen, wil ik aangeven dat de mensen in deoperatie, waarover ik het heb, momenteel tegen deze stroom vantoestanden in toch blijven presteren in dat nieuwe team. Dat vind ik welbelangrijk voor het hele beeld.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik zeg niks ten nadele van de inzet van die politieagenten, laat ik datvooropstellen. Zij moeten namelijk onder zeer zware omstandigheden hetwerk doen. Aan de andere kant moeten we wel leren van de fouten die inhet verleden zijn gemaakt. Ik neem dat rapport van Sorgdrager enormserieus. Als zij zegt dat er in isolement wordt gewerkt, waardoor kritischereflectie ontbreekt, en als zij zegt dat expertise niet overgedragen is,waardoor continuïteit verloren gaat, dan moet je dat serieus nemen. Hetkan niet zo zijn dat we straks weer iemand kwijtraken. Ik denk dat mijncollega, oud-agent en oud-chef van de Politiebond, dat met mij deelt.De heer Struijs (50PLUS):Dat deel ik wel, maar ik wil balans in de ...De voorzitter:Meneer Struijs, u krijgt het woord via de voorzitter. Meneer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Excuus, voorzitter. Dat is even de nieuwigheid, zullen we maar zeggen, ofhet enthousiasme van 50PLUS, of beide. Ik deel een hoop met u, maar ikwil uitkijken, omdat ik ook al eerder in deze Kamer heb gemeld dat dediscussie uit balans raakt. Dit is een onmisbaar middel, dus die kantTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131310 moeten we niet opgaan. En ten tweede moeten er heel veel verbeteringenkomen. Daar sta ik helemaal achter. Ik sta ook achter uw betoog. Maar ikwaak er een beetje voor dat de discussie verderop uit balans raakt. Dattref ik niet bij u aan, maar ik heb toch een beetje de neiging om het nogeven te zeggen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Tot slot. Een medaille kent twee kanten, eens. Wat ik wil, is dat wijopnieuw naar het volgende gaan kijken, ook samen met de commissie-Schneiders. We zijn namelijk niet voor niets zo kritisch geweest op dieLandelijke Eenheid. We hebben hier een heel duidelijk commissiedebatgehad. We hebben afspraken gemaakt. Ik wil niet dat we die fouten weergaan herhalen. Wat mij betreft gaan we in het nieuwe jaar opnieuw evenmet al die partijen zitten, om te kijken hoe we die verbeteringen wélkunnen doorvoeren, juist voor die agenten voor wie we allemaal willenvechten en strijden.De voorzitter:Dat verzoek gaan we dan zien bij de procedurevergadering. MevrouwCoenradie, namens JA21, voor uw eerste termijn.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. «Ik ben bereid mijn gezondheid en mijn leven te riskerenwanneer ik zorg draag voor de veiligheid van anderen.» Dit is een van debeloften die agenten doen wanneer zij agent worden. Dat is geen beloftedie alleen lekker bekt. Het is iets wat diepgeworteld zit in het zijn van eenagent. Als ik mijn peuter uitleg wat de politie doet, houd ik het simpel: depolitie vangt boefjes en helpt mensen. Die eenvoud is geen naïviteit. Hetis de kern van politiewerk. Maar wij hebben die kern overladen met extrataken en verwachtingen. «Zorg dragen» is inmiddels een containerbegripgeworden. Een agent vangt niet alleen boefjes en helpt niet alleenmensen. Hij moet omgaan met verwarde personen, ingrijpen bij huiselijkgeweld, signalen van kindermishandeling herkennen, digitale criminaliteitbegrijpen, juridisch foutloos handelen en precies weten welk gewelds-middel hij wanneer mag inzetten. Dit alles moet hij tegelijk doen, terwijlhij altijd onder een vergrootglas ligt. Dat vraagt niet om een beetjetraining, maar dat vraagt om topvakmanschap. Dan de realiteit: demaatschappij wordt complexer, maar opleidingen worden korter. Derisico’s nemen toe, maar trainingen zijn summier. De verantwoorde-lijkheid groeit, maar de voorbereiding krimpt. Dat is geen beleid, maar datis afschuiven. We sturen agenten situaties in waarmee zelfs ervarenprofessionals moeite hebben. We noemen het vervolgens een «incident»als het misgaat.Voorzitter. Ik wil het hebben over preventief fouilleren. Dat is geen hobbyvoor agenten.De voorzitter:Momentje, momentje, momentje. Mevrouw Van der Werf voor eeninterruptie.Mevrouw Van der Werf (D66):Complimenten voor de inleiding van collega Coenradie. Ik deel heel ergde dilemma’s die agenten op hun bord krijgen en dat het soms heelingewikkeld kan zijn om te bepalen wat nou je primaire verantwoorde-lijkheid is en wat je wel moet doen en wat niet. Tegelijkertijd denk ik datwij het als politiek ook wel heel erg ingewikkeld hebben gemaakt. Bij heelveel van de problemen die u noemt – kindermishandeling, verwardepersonen, noem maar op – denk ik, hoe belangrijk ík het ook vind: is datnou een primaire politietaak? Of zijn het gewoon zaken die steeds meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131311 tussen wal en schip zijn geraakt, tussen zorg en veiligheid, waarvan zelfsop ministerieel niveau soms volstrekt onduidelijk is wie erover gaat?Mevrouw Coenradie (JA21):Eens. Ik denk dat een heleboel zaken, mensen, op dit moment in destrafrechtketen terechtkomen, van politie tot aan detentie, die helemaalniet in de strafrechtketen terecht horen te komen, maar die eerder bij zorghoren. Dat zijn keuzes die wij vanuit de politiek maken en waar in dit gevaldan de uitvoering last van heeft.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ook ik deel deze analyse van mevrouw Coenradie. Ik denk dat wij daaromhier ook zelf een duidelijker beeld moeten geven van wat wij vinden datde politie moet doen. Daarom begon ik over winkeldiefstal. Dan reagerenwij met «nou ja, winkeldiefstal, hahaha: een Snickers stelen bij de Appie»,maar dat is wel waar de recherchecapaciteit van basisteams voordriekwart aan opgaat. Je kan je afvragen waar dat toe leidt. Eerder hebbenwe ook gevraagd naar publiek-private samenwerking, want ook winkel-diefstal zou je civiel kunnen afdoen. Hoe kijkt JA21 hiertegen aan?Mevrouw Coenradie (JA21):Ik kom daar later in mijn spreektekst nog op terug, maar ik denk dat erheel duidelijk een meerjarige strategie zou moeten zijn. Ik ben dan ookheel erg benieuwd naar de visie van de Minister in dezen. Ik denk namelijkdat je gewoon in zijn geheel moet kijken waar de politie wel van is enwaar de politie niet van is, en dat we daarin vanuit de politiek op eengegeven moment duidelijke keuzes moeten maken. In de afgelopen jarenzien we dat de politie overal van is. Dat zijn ook de signalen die ik hoortijdens werkbezoeken. De politie geeft aan om werkelijk waar overal van temoeten zijn, maar ook om overal een specialist in te moeten zijn. Dat gaatniet, en zeker niet met steeds minder capaciteit.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Het kost me een interruptie, maar dit is geen antwoord op mijn vraag. Ikvroeg hoe u er zelf naar kijkt. Wat is de opvatting van JA21 over depolitietaken? Ik noem zelf winkeldiefstal; misschien heeft u andere dingen.Wat kan volgens u en uw partij wel een onsje minder? Anders zeggen we«we hebben allemaal dezelfde analyse en we wachten op de visie», maardat doen we eerlijk gezegd al jaren. Daarom hoop ik dat wij hier deMinister kunnen helpen als wij met elkaar al onze ideeën op tafel leggen.Mevrouw Coenradie (JA21):Ja, wij hebben daar zeker ideeën over. Sterker nog, we hebben daar eenbehoorlijk uitgebreid hoofdstuk aan gewijd in ons verkiezingsprogramma.Een van de zaken die wij aangeven is: alles wat bij zorg hoort of in de ggzhoort, moet daar terechtkomen. Als wij te maken hebben met een enormegroep mensen met verward gedrag en de politie is elke keer degene diedie mensen oppakt, in een cel zet en ze de volgende dag weer vrij moetlaten, en dat riedeltje herhaalt zich dan telkens, dan vind ik niet dat depolitie met de juiste zaken bezig is.Tegelijkertijd moet de politie wel handhaven en staan voor de veiligheid.Ik vind dat wij dan heel erg goed naar de zorg moeten kijken en diesamenwerking – ik weet van de zogeheten zorgveiligheid en dewerkagenda – mag nu wel een keer meer handen en voeten krijgen. Dat isnu nog puur papier; ik heb daar nog te weinig uitvoering van gezien. Ermoeten dus concretere afspraken komen tussen de ministeries VWS enJenV over aan wie welke zaken worden toebedeeld. Dat betekent datmensen in de zorg ook daadwerkelijk in de zorg terechtkomen en niet inde strafrechtketen. Dat scheelt een hoop capaciteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131312 Mevrouw Faber (PVV):Mevrouw Coenradie pleit ervoor dat deze mensen naar de zorg moeten,maar dan moet er ook meer geld naar de zorg toe. Dan is mijn vraag aanmevrouw Coenradie, via de voorzitter: wil JA21 ook meer geld naar dezorg hebben? Dat lijkt me dan nog een zware dobber met de komendecoalitie in wording, want die zitten heel anders in de wedstrijd qua zorg.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik moet bij dit soort vragen altijd een beetje denken aan wat volgens mijeen uitspraak was van Hans Teeuwen, «lalala geld», alsof geld altijd deoplossing zou zijn voor problemen die we hebben. Ik denk dat geld nietaltijd de oplossing is. Ik denk dat we vooral moeten kijken naar wat ergebeurt en hoe efficiënt er wordt gewerkt. Dat geldt voor alle zorgpartijen.Dat geldt ook voor de politie. Op het moment dat er geld nodig is en bijmoet, dan is het altijd goed om daar het gesprek over te hebben, maarlaten we ook eens eerst kijken – dat geldt voor elke organisatie, voor elkeonderneming en wat mij betreft ook voor elke instantie – of iedereenefficiënt werkt en of zaken efficiënter kunnen, in plaats van dat er directgeld naartoe gaat.Mevrouw Faber (PVV):Volgens mij is die uitgeklede zorg juist een gevolg, want daar is behoorlijkgekort in de financiën. Er zijn allerlei tehuizen en zo gesloten. Geld heeftdus zeker wel invloed. Ik ben het wel met mevrouw Coenradie eens dat jeniet alles kunt oplossen met geld, maar we zitten nu wel met die enormebezuinigingen. Daarom lopen al die verwarde personen op straat.Mevrouw Coenradie (JA21):We hebben binnenkort volgens mij ook wat begrotingen. Zoals mevrouwFaber weet, zij wij op dit moment geen onderdeel van de formatie. Wegaan allemaal zien hoe zaken onderverdeeld gaan worden. We gaan ooktijdens de begrotingen ons verhaal doen. We gaan ook zien waar deformerende partijen uiteindelijk mee gaan komen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog, mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Ik wil het hebben over preventief fouilleren. Dat is geen hobbyvoor agenten, maar vaak een noodzakelijk instrument. Als dit middelvaker wordt ingezet, zegt dit niet alleen iets over de politie, maar vooralover de straat. Wie veiligheid wil zonder middelen, kiest voor schijnvei-ligheid en een tandeloze overheid waar kwaadwillenden overheen walsen.Ik heb daarom de volgende vragen aan de Minister. Durft u ondubbel-zinnig te zeggen dat agenten die preventief fouilleren altijd rugdekkingkrijgen? Staat de Minister net als JA21 achter burgemeesters, die steedsvaker naar noodmaatregelen grijpen om de openbare orde te handhaven?En hoe kunnen wij hen extra ondersteunen? Het aantal jongeren dat meteen vuurwapen wordt betrapt, stijgt sterk: van 178 in 2021 naar 310 ditjaar. In hoeverre wordt er nu gericht gefouilleerd en gehandhaafd oprisicogroepen, bijvoorbeeld in bepaalde gemeenten, wijken en leeftijds-groepen of op basis van gedrag, kleding of ander bezit? Als dit nog nietgebeurt, kan de Minister dan onderzoeken hoe dit wel mogelijk gemaaktkan worden binnen de wettelijke kaders? Is hij het met mij eens dat hetwantrouwen uitstraalt als agenten preventief fouilleren met waarnemersnaast zich? Wanneer stoppen we met deze gekkigheid?Dan nog over de selectiepaal, waar mijn collega ook al iets over heeftgezegd. Er ligt een heldere motie van de VVD, BBB en JA21, die met eenruime meerderheid is aangenomen. Maar ik lees in de afdoening eigenlijkdat er een gesprekje is geweest en dat er verder niks is gebeurd. Dus eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131313 glas, een plas, u weet wel. Daarom is mijn vraag of de selectiepalen nounog worden ingezet.In het jaarverslag van de politie lees ik nauwelijks iets over concretetargets die de top zichzelf oplegt. Op welke stuurbare wijze controleert ude politietop op vooraf vastgestelde doelstellingen? In hoeverre stuurt deMinister deze bij? Ik ben voorstander van meetbare doelen voor depolitietop. Dat is gezond in elke normale organisatie.Ik ga richting het einde. De politie is geen ggz-instelling. Alles wat desamenleving niet kán oplossen en de politiek niet wíl oplossen, schuivenwe door naar de politie. Dat is geen waardering; dat is uitputting. Het ispositief dat het kabinet werkt aan een tussenvariant tussen ggz en tbs.Maar welke middelen, als in geld, mensen en capaciteit, zijn er nodig omdit structureel te maken? Zijn die er al en kan dit op korte termijn? Wantdit is ook in het belang van de politie. Wat ontbreekt, is visie. Watverwachten we wél van de politie en wat niet meer? Wanneer komt er eenmeerjarige strategie die politiecapaciteit beschermt in plaats van uitput?Onze politiemensen vragen geen applaus. Ze vragen duidelijkheid,training en rugdekking, en vooral dat we stoppen met doen alsof alles kanmet steeds minder mensen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we over naar mevrouw Van der Werf voor haareerste termijn namens D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Als ik de balans opmaak van een aantal problemendie op dit moment spelen in de maatschappij, valt mij één structureelpatroon op. Het blijkt heel ingewikkeld om een aantal grote thema’s op tepakken, terwijl de excessen en de verontwaardiging in de samenlevinggroot zijn. Ik noem een paar voorbeelden: de aanpak van femicide enhuiselijk geweld, de samenwerking met de jeugdzorg als het gaat omkindermishandeling, en de aanpak voor overlast door verwarde personen.Wat valt er op bij deze dossiers? Dit zijn zaken waar de politie niet alleennauw bij betrokken is, maar ook regelmatig op vastloopt. Het zijn preciesdie dossiers waarbij samenwerking cruciaal en noodzakelijk is. Juist opmomenten waarop veiligheid en zorg elkaar tegenkomen en zoudenkunnen versterken, zie je dat bureaucratie en gebrek aan eigenaarschapelkaar verzwakken. Ik heb hier een heel betoog over gehouden bij debegrotingsbehandeling van JenV vorig jaar en heb hier ook een aantalmoties over ingediend. Ik kom even terug op de interessante discussievan net: moeten we fietsendiefstal en auto-inbraak nou echt belangrijkermaken dan ingrijpen bij huiselijk geweld? Als je dat meer zou willenkunnen doen, moet de politie dan ook niet makkelijker achter de voordeurkunnen kijken? Moet de politie dan niet meer informatie tot zich kunnennemen van andere instanties? Ik ben heel benieuwd hoe het staat met deuitvoering van een aantal van deze aangenomen moties. Graag eenreflectie daarop van de Minister.Voorzitter. Tegelijkertijd heeft de politie een forse financiële claimneergelegd; mevrouw Michon zei daar net al wat over. Ik deel zeer dat hetniet zomaar terecht moet komen bij de operationele slagkracht. Ik begrijpgoed dat de druk groot is, maar voor ons is de vraag wel: waar moet datgeld terechtkomen? Welk deel van dat bedrag wordt daadwerkelijk ingezetvoor voldoende mensen bij de recherche en voor een vast gezicht in dewijk? Ik wil ervoor waken dat geld automatisch gaat naar extra fte’s enmeer blauw op kantoor.Voorzitter. Uit het eindrapport van de Commissie Monitoring WaarborgenHeimelijk Werk blijkt dat het nieuwe undercoverteam van de politiezichzelf een te ambitieuze deadline heeft opgelegd voor hun hervorming.Een aantal collega’s begonnen daar al over. Dat is pijnlijk, omdat die juistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131314 is ingezet na een aantal ernstige misstanden waarbij mensen aan hun lotzijn overgelaten met grote persoonlijke en professionele gevolgen. Juistdan zou je mogen verwachten dat zorgvuldigheid vooropstaat. Alsmedewerkers onvoldoende zijn voorbereid en basale randvoorwaardenniet kloppen, dan gaat het niet goed. De commissie waarschuwt dus ookterecht dat dit undercoverteam te ver van de rest van de organisatie afkomt te staan en dat precies die oude patronen terugkomen waar we nujuist zo voor wilden waken. Daarom vraag ik: welke concrete maatregelenneemt de Minister om te voorkomen dat we deze mensen opnieuw in eenisolement laten belanden?Tot slot, voorzitter. De jaarwisseling komt steeds dichterbij. Elk jaarhebben we weer opnieuw dezelfde discussie. Of moet ik inmiddels zeggen«hadden»? Ik ben blij dat er eindelijk een landelijk vuurwerkverbod komt.Dit is een belangrijke stap richting een jaarwisseling die voor iedereenfeestelijk kan zijn. Maar ik kan me ook heel goed voorstellen dat het voorde agenten die dit jaar die nachtdienst draaien ook beangstigend is: degedachte dat mensen misschien nog één laatste keer helemaal los willengaan. Daarom heb ik een vraag aan de Minister. Hoe is hij van plan om depolitie en hulpverleners deze jaarwisseling voldoende te beschermen?Een specifieke vraag: wat is er terechtgekomen van mijn motie die ikbegin dit jaar heb ingediend bij dit debat, over het aanbieden vanvoldoende gehoorbescherming en veiligheidshelmen voor iedereen?Daarmee bedoel ik dus niet een paar per bureau die binnen de dienstmoeten worden geruild wanneer die beschikbaar zijn. Ik wil ook eenoproep doen aan de politiek: laten we niet blijven hangen in uitstel,uitzonderingen en een halfslachtige invoering. Mensen verwachtenduidelijkheid, niet een halve zet vooruit. Hulpverleners verwachtenbescherming. Ik hoop dan ook dat dit besluit zo snel mogelijk en goedwordt uitgevoerd.Dank u wel.De voorzitter:Okido. Geen interrupties, zie ik. Dan gaan we over naar Diederik van Dijknamens de SGP-fractie.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter. Een sterke rechtsstaat staat of valt met een politie diegezag uitstraalt, professioneel optreedt en zichtbaar het vertrouwen vanburgers verdient. Dat vraagt om vakbekwame mensen, duidelijke kadersen bestuurders die keuzes durven maken. De SGP maakt zich zorgen overontwikkelingen die dit gezag onder druk zetten: beleid dat kwaliteitondergeschikt dreigt te maken aan ideologische doelstellingen. Beleidwaarbij afkomst, identiteit of achtergrond zwaarder lijkt te wegen dangeschiktheid en motivatie, is wat de SGP betreft volstrekt onwenselijk.Geen misverstand: iedereen die bij de politie wil werken, moet zichdaartoe welkom voelen. Maar het is ook goed om te beklemtonen: als jebij de politie komt te werken, ben je allereerst een uithangbord van deoverheid en niet van jouzelf of van je particuliere opvattingen.Wij ontvangen diverse signalen uit het veld en ook van scholen als hetHoornbeeck College waaruit blijkt dat kwalitatief sterke, gemotiveerdejongeren met dit beleid minder kans maken bij de politie vanwegeselectiecriteria die vooral gericht zijn op diversiteitsdoelen. Het recenteWODC-onderzoek naar diversiteit en inclusie laat echter juist zien dat erweinig hard bewijs is dat quota, streefcijfers of identiteitsgerichteinterventies daadwerkelijk bijdragen aan betere prestaties, hogerelegitimiteit of meer veiligheid op straat. Wat wel werkt, zo blijkt, isinvesteren in vakmanschap, leidinggevenden die sturen op kwaliteit, eneen professionele cultuur waarin iedereen gelijk wordt behandeld. Hoevoorkomt de Minister dat selectie aan de poort leidt tot uitsluiting vancapabele kandidaten in plaats van versterking van de politie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131315 Voorzitter. De SGP onderschrijft het belang van het demonstratierecht,maar dat recht is nadrukkelijk niet onbegrensd. Juist bij oorlogsherden-kingen moeten rust, waardigheid en veiligheid leidend zijn. Het is dan ookzeer zorgelijk dat demonstraties steeds vaker doelbewust worden ingezetom te provoceren en te ontwrichten. Dat raakt direct aan bijvoorbeeld deveiligheid op Joodse bijeenkomsten en bij Joodse instellingen, zoalsafgelopen weekend pijnlijk zichtbaar werd toen een demonstratie tijdenshet chanoekaconcert in het Concertgebouw volledig uit de hand liep. Kande Minister ondubbelzinnig bevestigen dat bij oorlogsherdenkingen enreligieuze bijeenkomsten de bescherming van personen en instellingenprevaleert en dat demonstraties die deze veiligheid aantoonbaar onderdruk zetten, niet worden gefaciliteerd, maar worden beperkt of verboden?Voorzitter. Naast veiligheid rondom de jaarwisseling, waar ik nu omwillevan de tijd niet over uitweid, staat de politie in 2026 voor nog een forseuitdaging: de politiebegroting 2026. Collega’s maakten er ook al opmer-kingen over. Na maatregelen die de politie zelf heeft getroffen, blijft er eentekort op de begroting van 86 miljoen in 2026, een tekort dat de komendejaren verder oploopt. Dat tekort dreigt ook de kern van de politie te raken:zichtbaarheid op straat, slagkracht bij opsporing en de zorg voor onzepolitiemensen.Politie die niet toereikend gefinancierd is, verliest personeel, deskun-digheid en uiteindelijk gezag. Het tekort moet worden gedicht zonder datdit ten koste gaat van de operationele capaciteit en van de veiligheid inwijken en dorpen! Wat gaat de Minister doen om te voorkomen dat doorde begrotingstekorten de zichtbaarheid en de inzet van agenten op straatdaadwerkelijk afnemen? En hoe voorkomt hij dat deze tekorten leiden totverdere uitholling van basistaken? Collega’s, die het op een veel beteremanier deden en kunnen dan ik, maakten ook opmerkingen over demanagementstructuur. Kortgezegd, is er een waterhoofd gegroeid bij depolitie? Hoe kijkt de Minister wat dat betreft aan tegen de politietop?Voorzitter. Een concrete opmerking over de boa’s, want over het stelselgaan we het later hebben. De huidige juridische onzekerheid rond destrafrechtelijke bevoegdheid van groene boa’s onder de Omgevingswet isonhoudbaar. Waar eerder op grond van artikel 17 van de Wet op deeconomische delicten boa’s expliciet bevoegd zijn verklaard voor dehandhaving van de omgevingswetfeiten, ontbreekt deze grondslag na deinwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierdoor dreigt de onwenselijkesituatie te ontstaan dat groene boa’s onbevoegd optreden. Dat leidt totgrote onzekerheid en tot rechtmatigheidskwesties, met name op hetgebied van de toekenning van geweldsmiddelen. Is de Minister bereiddeze omissie tegen het licht te houden en het strafrechtelijke aanwijzings-besluit opnieuw vast te stellen met terugwerkende kracht tot de inwer-kingtreding van de Omgevingswet, zodat handhavers duidelijkheid en eenbevoegdheid krijgen?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u. Ik heb u in het licht van de kerstgedachte een klein beetje respijtgegeven op uw spreektijd.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank.De voorzitter:Ik zie dat er geen interrupties zijn en daarom geef ik nu mevrouwStraatman het woord namens de CDA-fractie.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. De veiligheidsopgave in Nederland is groot. Desamenleving en ook de criminaliteit verharden. Bovendien vragen wijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131316 steeds meer van de politie, ook op terreinen die niet primair tot de takenvan de politie behoren. Dat alles zet de capaciteiten van de organisatieonder druk en het vraagt steeds meer van onze politiemensen. Onzepolitie en boa’s werken dag en nacht voor onze veiligheid. Zij verdienenons respect, maar niet alleen dat: de politie verdient ook duidelijke kaders,voldoende middelen en politieke rugdekking.Voorzitter. Ik focus vandaag op drie hoofdthema’s: de politie-inzet bijdemonstraties, de bewapening van de ME en het handhavingsplan voorde jaarwisseling.Allereerst de demonstraties. Demonstreren is een groot goed, maar hetmag nooit een vrijbrief zijn voor geweld, intimidatie of doelbewusteontwrichting. Gelukkig verlopen de meeste demonstraties vreedzaam,maar een kleine goed georganiseerde groep zoekt bewust de grenzen op.Dat zet het draagvlak voor het demonstratierecht en de veiligheid vanpolitiemensen onder druk. Daarom de volgende vragen aan de Minister:wanneer komen de nationale basisafspraken voor politieoptreden bijdemonstraties beschikbaar? Hoe wordt de Kamer hierbij betrokken? Hoeworden gemeenten ondersteund bij het verhalen van schade oprelschoppers? In hoeverre wordt civielrechtelijke aansprakelijkheid benuten ziet de Minister mogelijkheden dit te verbreden?Ten derde. De Minister geeft aan de landelijke uitrol van de Rotterdamsepilot bij de demonstratie op de A12, waarbij meer is ingezet op geïntensi-veerde handhaving, te onderzoeken. Dat vindt het CDA positief. Het isbelangrijk om een norm te stellen, juist om draagvlak voor het demonstra-tierecht te behouden. Maar uit het WODC-rapport van vorige week bleekdat het OM veelal niet overgaat tot vervolging na de aanhouding vandemonstranten, terwijl daar wel juridische ruimte toe is. Hoe ziet deMinister dit? Hoe zorgt hij dat geïntensiveerde handhaving bij demon-straties door de politie ook verder in de keten wordt opgepakt?Voorzitter. Ik wil hetzelfde urgente signaal over de bevoegdheden vangroene boa’s afgeven, maar ik denk dat mijn collega van de SGP dat heelmooi verwoord heeft. Graag vraag ik ook om een reactie van de Minister,zodat we zo snel mogelijk een einde maken aan deze onzekere situatievoor honderden groene boa’s.De ME staat in de frontlinie bij de zwaarste openbareorde-incidenten. Deextreem gewelddadige rellen in Den Haag lieten opnieuw zien onderwelke druk onze medewerkers moeten opereren. Agenten wordengeconfronteerd met grof geweld en doelbewuste aanvallen. Het CDAsteunt daarom de pilots met meer pepperspray en traanverwekkendemiddelen in de waterwerper, omdat agenten veilig en effectief moetenkunnen optreden. Mijn vragen aan de Minister hierover: hoe wordt tijdensde pilots beoordeeld of de middelen effectief, proportioneel en veilig zijn?Hoe is geborgd dat training, nazorg en richtlijnen volledig op orde zijnvoor de structurele invoering? Wanneer start de Minister met de verken-ningen naar luchtdrukwapens en markeerstoffen in de waterwerper enhoe wordt een zorgvuldige veiligheidsafweging gegarandeerd?Voorzitter. Tot slot het landelijke vuurwerkverbod. We staan voor eengrote omslag. Het handhavingsplan is zorgvuldig, maar de uitvoeringwordt zwaar, vooral in kleinere gemeenten en grensregio’s, waar illegalehandel hardnekkig is. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de actualiteit inBaarle-Nassau, die dat bijna wekelijks laat zien. Vandaar mijn vragen: hoewordt de capaciteit voor deze regio’s geborgd? Welke monitoring komt erom vast te stellen of het verbod leidt tot minder incidenten, minder letselen minder illegale handel? De Minister geeft in de brief aan toe te werkennaar afspraken met Duitsland en België over de invoering van hetvuurwerkverbod. Hoe staat het met deze afspraken?Voorzitter, tot slot. De feestdagen staan weer voor de boeg, een tijd voorrust, bezinning en familie, maar niet voor politie en hulpdiensten. Via dezeweg wil ik alvast mijn grote bewondering uitspreken voor het harde werkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131317 van alle politiemensen en hulpverleners, die het mogelijk maken dat wijop een veilige manier het jaar 2026 kunnen inluiden.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. Ik zie geen interrupties en dan gaan we tot slot naar de heer ElAbassi van de fractie van DENK voor zijn eerste termijn.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Van de zomer ontving deze Kamer het WODC-rapportover diversiteit en inclusie bij de politie, Samen sterker. De kernbood-schap van dat rapport is helder. Het gezag en het vertrouwen in de politiezijn afhankelijk van herkenbaarheid, representatie en consistentenormstelling vanuit de politiek. Precies daarom is de recente discussieover Halal Village zo belangrijk.Ik was daar ook aanwezig en zoals iedere editie was het een plek voorontmoeting, samenkomen en verbinding. Ook de politie was daaraanwezig, overigens niet voor de eerste keer. De politie was daar niet ompolitiek te bedrijven, maar om te werven en om zichtbaar te zijn voormensen die zich vaak niet vanzelfsprekend gezien voelen door deoverheid. Dat is precies wat het WODC-rapport beschrijft als noodzakelijk:een politie die midden in de samenleving staat en die werkt aanvertrouwen. En toch ontstond er verontwaardiging, niet over het handelenvan agenten, maar over symboliek, over framing. Ineens werd deneutraliteit van de politie ter discussie gesteld. Mijn vraag aan de Ministeris: deelt de Minister de mening dat de politie op zulk soort events moetkunnen staan?Voorzitter. Het voorgenomen verbod op religieuze uitingen voor boa’s. DeRaad van State stelt helder dat dit verbod in strijd is met de vrijheid vangodsdienst en levensovertuiging, wat mij heel logisch lijkt, en ook methoe we het hebben vastgelegd in onze Grondwet. Ook het College voor deRechten van de Mens waarschuwt dat zo’n verbod stigmatiserend is entotaal niet bijdraagt aan onpartijdigheid. En toch kiest de Minister ervoorom dit door te zetten en om de wet aan te passen, zodat dit verbod alsnogkan worden ingevoerd.De voorzitter:Momentje, meneer El Abassi. Mevrouw Michon zat aan drie interrupties,maar één interruptie was maar drie seconden. Als ik mevrouw Michon nunog een interruptie toesta, moet ik dat bij iedereen doen. Ik kijk daaromeven ... Ik zie jullie reactie en ik sta het toe, maar dan moeten jullie niet zometeen allemaal om een extra interruptie vragen.Mevrouw Michon, snel!Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank voor de coulance, voorzitter. Ik ken de opvatting van de heer ElAbassi en zijn partij over de hoofddoek bij handhavers. Die opvatting maghij hebben, maar hij moet hier wel even de feiten goed noemen. De Raadvan State heeft namelijk gesteld dat je zo’n verbod in een wet moetregelen en niet in lagere regelgeving. Dat is de reden dat de Minister heeftaangegeven dat hij dat gaat doen, omdat je dit op een hoger niveau in dewet moet regelen. Dus wat hij zegt, is niet het geval en wat al te feitenvrij.Het is niet zo, zoals hij wel zegt, dat de Raad van State heeft gezegd dat jedit nooit zou mogen doen. Het kan dus wel, maar het moet bij wet. Datgaat nu gebeuren en daar gaan we het dan in de Kamer over hebben. Enik kan me zo voorstellen wat de heer El Abassi daarvan vindt en dat onzeopvattingen daarover diametraal tegenover elkaar zullen staan.De heer El Abassi (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131318 Ik wil hierop reageren door in ieder geval mee te geven dat de Raad vanState een uitspraak heeft gedaan over de AMvB. De Raad van State vondhet in strijd met de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.Nogmaals, ik vind dat logisch klinken. De Raad van State vond het in strijdmet de vrijheid van godsdienst, maar niet alleen de Raad van State, wantook het College voor de Rechten van de Mens waarschuwt dat zo’nverbod stigmatiserend werkt. En inderdaad: DENK is van mening dat hetin strijd is met de vrijheid van meningsuiting.De Raad van State heeft nog geen uitspraak gedaan over de wet, maarmevrouw Michon-Derkzen doet wel alsof de wet, die er mogelijk gaatkomen, niet in strijd zal zijn met de vrijheid van godsdienst. Wij denkendat dat wel het geval zal zijn. En vandaar dat ik deze vraag aan de Ministerstel.Ik ga verder met mijn betoog, voorzitter. Zoals ik al zei, waarschuwt ookhet College voor de Rechten van de Mens dat zo’n verbod stigmatiserendis en niet bijdraagt aan onpartijdigheid. Waarom legt de Minister zulkezware adviezen naast zich neer en waarom hebben wij onafhankelijkeadviesorganen als hun waarschuwingen over grondrechten niet serieusworden genomen?Voorzitter. Laten we eerlijk zijn: een hoofddoekverbod heeft niks te makenmet neutraliteit. Het heeft te maken met afspraken die gemaakt zijn in eenPVV-kabinet. Mevrouw Faber was daar eerlijk over, want zij zei heel eerlijk:we zijn tegen de islam en we zullen niet stoppen voordat de islam isuitgeroeid. Ik hoor mevrouw Faber protesteren en zeggen: of de islamverdwenen is. Ik gebruik misschien net iets andere woorden, maar:corrigeer me vooral. Laat ik benoemd hebben dat ik niks heb tegenPVV’ers. Ik heb iets tegen de PVV. Ik vind de PVV gevaarlijk. Ik vind de PVVeng. Ik vind het een dictatoriale organisatie en iedereen die dat gedach-tegoed aanhangt, is in mijn ogen levens-, levensgevaarlijk. En dat zijnvaak PVV’ers.Voorzitter. Ook staat het haaks op het WODC-rapport. Dat rapportwaarschuwt namelijk expliciet voor wisselende en tegenstrijdige signalenvanuit de politiek. Je kunt niet aan de ene kant zeggen dat representatiebelangrijk is en aan de andere kant mensen uitsluiten vanwege wie zij zijn.Neutraliteit zit niet in het uitwissen of uitroeien van een identiteit.Neutraliteit zit in professioneel handelen, rechtsstatelijk optreden engelijke behandeling. Ik wil een overheid die staat in de samenleving, dieverbindt in plaats van polariseert en die grondrechten niet relativeertwanneer dat de politiek goed uitkomt.Voorzitter, dat is het wat mij betreft. Dank u wel.De voorzitter:Dan heb ik goed ingeschat dat u bijna klaar was toen u de PVV adres-seerde. U deed dat dermate dat ik mevrouw Faber ga toestaan om teinterrumperen. Daarna kunt u ook gewoon antwoord geven.Mevrouw Faber (PVV):Ik wil toch wel even een punt van orde maken. Meneer El Abassi zegt: ikvind de PVV levensgevaarlijk. Ik weet niet of meneer El Abassi het in degaten heeft – ik denk het wel, want meneer El Abassi is niet dom – maardit is een vorm van demonisering. Door dit soort leuzen te roepen, zit mijnpartijleider al twintig jaar in de beveiliging. Ik vind dit onkies. Ik vind hetniet kunnen. Natuurlijk hebben we de vrijheid van meningsuiting, maar ikvind dit wel heel ver gaan.De voorzitter:Ik geef de heer El Abassi allereerst de kans om te reageren.De heer El Abassi (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131319 Allereerst heb ik gezegd dat ik de PVV levensgevaarlijk vind en niet dePVV’ers. Ik heb wel gezegd: iedereen die dat gedachtegoed draagt, vind ikook levensgevaarlijk. Dat zijn inderdaad vaak PVV’ers. Wat de PVV zegt tevinden van de islam vind ik eigenlijk precies van de PVV.Dan over de partijleider. Ik vind het verschrikkelijk, afschuwelijk dat hijbeveiligd moet worden. Ik zou ’m terug willen leggen. Mijn vrouw isbespuugd en van een fiets afgegooid omdat ze een hoofddoek draagt. Datheeft allemaal te maken met uitspraken die de PVV doet. Dat is ookwaarom ik de PVV levensgevaarlijk vind. Ik hoop dat ik door kan gaantotdat de PVV niet meer bestaat, om bij de woorden van mevrouw Faberte blijven.De voorzitter:Collega’s, al luisterend naar u beiden zit ik te bedenken wat ik erover gazeggen. Ik kan me aan de ene kant goed voorstellen dat mevrouw Faber erwat aanstoot aan neemt. Een partij «levensgevaarlijk» noemen, heeft welimplicaties; ik denk dat dat evident is. Kunnen we het afdoen op dezemanier? Ik zit even te worstelen. Het gaat er soms scherp aan toe. Alsvoorzitter wil ik dat toestaan. Ik neem in acht wat mevrouw Faber zegt. Ditsoort woorden helpt in het algemeen niet bij het veilig houden van ons alsvolksvertegenwoordigers. Ik kijk nog één keer naar mevrouw Faber, diemij indringend aankijkt.Mevrouw Faber (PVV):Ik begrijp dat u daarmee worstelt, voorzitter. Ik denk dat er wel meermensen mee worstelen. We krijgen regelmatig dit soort leuzen naar onshoofd. Nogmaals, ik vind dat iedereen zijn eigen mening mag hebben.Maar je moet niet op gaan roepen tot verkeerd handelen. Ik vind dit weliets waar je mensen verkeerd mee laat handelen. Het klopt dat wij nietwarm worden van de islam, maar ik zal nooit zeggen: ik vind alle moslimslevensgevaarlijk. Dat zeggen wij helemaal niet. Zo generaliserend zijn wijniet, maar dat wordt wel gezegd. Maar ik begrijp uw situatie, voorzitter,dus wat mij betreft is de kous af na wat ik gezegd heb.De voorzitter:Dat waardeer ik. Het is goed dat we hier aan beide kanten opletten. Mag ikdat zo afdoen? Ik begrijp dat het voor u beiden ... Het gaat ergens over;dat moge duidelijk zijn.We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn. Volgens mij heeftiedereen zijn zegje kunnen doen. Ik kijk even hoelang we zullen schorsen.Een halfuur? Nee, 25 minuten, tot 11.25 uur. Ik schors de vergadering. Om11.25 uur gaan we verder.De vergadering wordt van 11.01 uur tot 11.28 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, gelet op de tijd gaan we weer beginnen. Ik heropen dezevergadering van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid. We zijnnog steeds bij het commissiedebat Politie. De Minister gaat zo beginnenaan de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Heeft u voor onsmisschien de indeling van uw beantwoording, Minister? Ook al heeft ueen prachtige inleiding: ik zou u willen vragen om die, gelet op de tijd,misschien maar te laten zitten. Welke blokjes heeft u voor ons?Minister Van Oosten:Ik ga het zo kort mogelijk houden, voorzitter. Ik probeer zo goed mogelijknaar u te luisteren. Ik heb vijf blokjes, los van een hele summiereinleiding. Het eerste blokje is taakuitvoering, waaronder bewapening enwinkeldiefstal. Blokje twee: demonstraties. Blokje drie: politieorganisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131320 Blokje vier: jaarwisseling. We hebben gepoogd om blokje vijf anders tenoemen, maar dat is geworden: andere belangrijke zaken.De voorzitter:Helder. Dan gaan we dat zo doen. Ik stel drie vragen aan de bewinds-persoon voor. Daarvoor geldt ook weer: 45 seconden. Ik zal opnieuwtimen, want dat ging goed. Laten we proberen om het kort te houden,want dan lukt het misschien nog om een korte tweede termijn te doen.Het zou jammer zijn als die afvalt. Minister, een summiere inleiding.Minister Van Oosten:Voorzitter. Ook ik wil, in navolging van u allemaal, waardering uitsprekenvoor de ongekende gedrevenheid waarmee de politievrouwen en-mannen in onze samenleving elke dag vooropstaan. Net als u heb ikdiverse malen overal in het land bezoeken gebracht. Je hebt zo ongeveerelke week wel een ontmoeting. Dat raakt elke keer weer. Dat emotioneertsoms ook heel heftig, zeg ik even. Daar kom ik misschien dadelijk nogeven op terug als het de ME specifiek betreft, naar aanleiding van rellendie we hebben meegemaakt. Ik wil die waardering toch langs deze weghebben uitgesproken.Ik wil ook zeggen – daarna ga ik naar de beantwoording van de vragentoe, voorzitter – dat ik waardering heb voor de inzet van alle gezagen,zoals we dat noemen. Ik spreek met de regioburgemeesters, maardaaronder vallen allerlei andere gemeenteburgemeesters, de lokalebasisteams et cetera, die met een enorme inspanning aan de slag zijn omonze straten, buurten en wijken veilig te houden. Het is ook waar dat jejuist in dat gezelschap met burgemeesters soms een stevig fundamenteelgesprek hebt te voeren over waar de politie naartoe groeit, hoe we datmet elkaar betalen, hoe dat zich verhoudt tot keuzes die lokaal moetenworden gemaakt. Dat palet aan vragen zie ik hier ook terugkomen in ditcommissiedebat. Daarbij hebben we natuurlijk ook heel erg strak oog voorde financiële kant van het verhaal, want die staat onder druk; dat isonderdeel van het eerlijke verhaal. We hebben voor komend jaar stevigemaatregelen kunnen treffen, die maken dat we een heleboel weten teontzien. Met de burgemeesters zijn we bezig om het voor de jaren daarnanetjes uit te rollen in een meerjarenopgave. Daar kom ik dadelijk nog evenop terug.Voorzitter. Ik begin met het eerste blokje: de taakuitvoering politie en boa,zoals we het maar even hebben genoemd. Ik begin met een korte duiding– dat is de werkmethode die mij nu handig lijkt; als het anders moet, hoorik dat wel van u – van het Kamerlid en de vraag, en daarna geef ik hetantwoord.Mevrouw Michon-Derkzen en mevrouw Straatman vroegen naar deME-bewapening; ik benoemde dat al even in mijn inleiding. Zij vroegenhoe het zit met de pilots geweldsmiddelen en wat de planning daarvan is.De politie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid hebben hard gewerktom zo snel mogelijk te kunnen starten met de pilots, met succes. Vanaf19 december, dus zeer binnenkort, is de politie operationeel klaar voor hetgebruik van grote bussen pepperspray. Ook kan een traanverwekkendestof worden toegevoegd aan de waterwerper. Op 25 december – ik beneven precies, want u vraagt ernaar – start de pilotperiode, zodat het ookmet de jaarwisseling kan worden ingezet. Het is wel een keuze omgeweldsmiddelen in te zetten ter bevordering van de handhaving van deopenbare orde. Die keuze is natuurlijk uiteindelijk aan het lokale gezag. Ikvind het belangrijk dat die pilots op tijd starten en dat wij de rugzakaanbieden om mee te kunnen doen met de pilots. Omdat de prioriteit lagbij het zo spoedig mogelijk kunnen starten met de genoemde pilots, wordtin het nieuwe jaar gestart met de andere verkenningen en pilots die zijnaangekondigd. Ik zal bij de politie navragen of dat kan vanaf het eerstekwartaal van ’26. Dat ziet op de verkenning van het toevoegen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131321 kleurstoffen aan de waterwerper, de marktverkenning met betrekking tothet gebruik van luchtdrukwapens en de verkenning van de toegevoegdewaarde van camera’s op de ME-schilden. Ik heb daar eerder ook iets oververteld. Het is goed om de beelden vanachter zo’n ME-schild te kunnenzien. Het is belangrijk dat we daar voortgang op blijven boeken.Mevrouw Michon-Derkzen stelt in de sfeer van de ME-bewapening ookeen concrete vraag rondom de twijfel van de burgemeester vanAmsterdam. In het LOVP – dat is, voor intimi, het overlegorgaan metburgemeesters – heb ik aan de gezagen toegelicht wat in de pilot wordtvoorgesteld. Daar is mij ook helder geworden dat sommige regioburge-meesters het mogelijk wel en andere het mogelijk niet steunen. Ik hebtoen gezegd, en dat doe ik ook nu weer, dat het voor mij vanuit mijnsysteemverantwoordelijkheid belangrijk is dat de pilots met deze lesslethal geweldsmiddelen mogelijk worden gemaakt. Ook is het belangrijkdat de keuze voor de daadwerkelijke inzet van bepaalde geweldsmiddelenzoals traangas, de waterwerper en dus ook de mogelijkheid om dat via hetwaterkanon weg te spuiten, uiteindelijk – dat is heel relevant, want datbepaalt de Minister niet – altijd bij het lokale gezag ligt.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Het is natuurlijk een stevige uitbreiding van het geweldsinstrumentarium.Mijn vraag aan de Minister is of de ambtsinstructie hiervoor niet moetworden gewijzigd om deze pilot te kunnen uitvoeren. Wat Amsterdambetreft: ik heb begrepen dat er daar nog geen beslissing is genomen.Heeft hij dat ook gehoord?De voorzitter:Heeft de Minister dat gehoord? Minister.Minister Van Oosten:Zoals ik net al aangaf, gaat het lokale gezag daar uiteindelijk zelf over. Ikbedoel dan de lokale burgemeester en dus ook de burgemeester vanAmsterdam daar waar het het gebied van Amsterdam betreft. Voor mij ishet belangrijk dat de mogelijk geboden wordt om mee te doen met eenpilot. Het is natuurlijk ook nodig dat het dan ook wel op bepaalde plekkenwordt beproefd, anders weten we niet of het werkt. Dan kunnen we ookzien of de instructies later moeten worden aangepast. Van belang isnatuurlijk dat wij ervoor zorg dragen – dat doet de politie ook – dat demensen die ermee werken, er ook goed mee om weten te gaan.Voorzitter. Mag ik nog de opmerking maken wat mijn inzet is geweest,waarom ik dit wilde? Dat wordt me namelijk niet zo specifiek gevraagd. Ikheb namelijk met ME-agenten gesproken naar aanleiding van deMalieveldrellen. Ik was daartoe ook opgeroepen door de Kamer zelf. Datwas een ongekend emotionele bijeenkomst, waarbij ik zelf ook ontzettenddiep geraakt werd door het feit dat deze ME-agenten pure haat over zichheen gestort kregen van mensen die geen enkel ander doel wildenbehalen dan die politie kapotmaken. Als je dat beseft, vind ik hetontzettend belangrijk dat wanneer zich zo’n situatie voordoet waarbij ergeen enkel ander doel wordt nagestreefd dan die politie kapotmaken, depolitie, die er voor onze veiligheid staat, wordt beschermd. Ik vind hetbelangrijk dat dus ook de burgemeester in kwestie, waar het dan ook is,die mogelijkheden heeft. Het is mijn verantwoordelijkheid om dat met u teorganiseren. Wij bepalen niet waar het ingezet wordt. Laat ik ook hopendat het in feite niet ingezet hoeft te worden. Je doet het namelijk alleenmaar in het geval van een hele hoge trede op de escalatieladder. U vraagter niet naar, zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Mutluer, maar ik proefdat dit een thema is dat een beetje ... Ik dacht dat het toch goed zou zijnom mijn eigen gevoel daarbij even te delen.Ik ga door naar mevrouw Straatman, die mij vroeg hoe de pilots eropbeoordeeld worden of ze effectief, proportioneel et cetera zijn. Dit ligtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131322 eigenlijk in het verlengde van wat ik net zei. De pilots worden op dezepunten door de politie geëvalueerd. Dat heb ik ook met de korpschef zobesproken. Ik word na afloop van de pilots op de hoogte gebracht. Dankrijg ik ook te horen of en, zo ja, welke van de beproefde geweldsmid-delen de ME blijvend wil gebruiken. Training en nazorg worden natuurlijkgeboden. Dit heeft de korpschef mij ook bericht. In mijn toestemmings-brief aan de korpschef heb ik dat ook nogmaals afgesproken enbenadrukt.Ik ga naar winkeldiefstal. Dat doe ik onder dit kopje, maar het is wel echteen ander onderwerp. Kan de Minister aangeven, vraagt mevrouwMichon-Derkzen, of er eind januari het een en ander over het eindresultaatvan de motie van november 2024 wordt gepresenteerd? In het tweedehalfjaarbericht staat dat er een plan van aanpak is opgesteld om depps-samenwerking op winkeldiefstal te versterken conform de motie-Michon-Derkzen. Dat landelijke plan is in november door het NationaalPlatform Criminaliteitsbeheersing vastgesteld. Er wordt nu ook hardgewerkt door publiek-private partijen. Ik ben het namelijk met mevrouwMichon-Derkzen eens dat het een enorme meerwaarde kan hebben als hetgaat om de inzet van de politie. Hier staat de politie zogezegd centraal. Deciviele afdoening, in combinatie met de strafrechtelijke aanpak en devraag hoe die zich tot elkaar verhouden, is dan ontzettend belangrijk. Daarpast dan ook een landelijke leidraad bij, die daar helderheid over geeft.Daarnaast loopt er een verkenning naar knelpunten bij directe aansprake-lijkheid. Daarna moeten we bezien of een landelijke uitrol van die leidraadopportuun is. Ik informeer u hierover in het halfjaarbericht voor de zomervan ’26. Dat moeten we namelijk verder uitwerken. Ik weet dat er echt aangewerkt wordt.Mevrouw Faber ...De voorzitter:Momentje, Minister. Mevrouw Michon.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik vind het ingewikkeld dat een meerderheid van de Kamer de Ministervorig jaar met een motie vroeg om dit op te pakken. De Minister zegt nuwat ik ook heb gelezen in het halfjaarbericht, namelijk dat er een plan vanaanpak is vastgesteld en dat er een conceptleidraad is. Ik vraag gewoon indit debat wanneer we de resultaten zien. Er worden Belgische pilotsaangekondigd. Ik weet helemaal niet wat voor pilots dat zijn, maar ik denk:alles wat werkt, werkt en is prima, dus ga aan de gang. We moeten eenbeetje ambitie hebben. Kan de Minister zeggen dat we daar voor de zomerdaadwerkelijk de resultaten van gaan zien en dat er dan een leidraad isover de afdoening van winkeldiefstal? Dan kunnen wij weer beoordelenwat wij daarvan vinden. Het blijft maar een praatcircuit.Minister Van Oosten:Dat is het niet, zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Michon-Derkzen.Want er gebeurt effectief van alles, maar dat hebben we onvoldoendeonder woorden gebracht. Dat gaan we dus doen. Dat moeten we ookdoen. Dat is inclusief het plan van aanpak, want het moet wel een keerklaar zijn met het herevalueren van wat we allemaal nog beter moetengaan doen. Er moet wat gebeuren. Er gebeurt ook veel. Ik denk dat hetrecht doet aan de mensen die er zo hard aan werken dat ik het mij alsMinister aantrek dat dat beter naar voren moet worden gebracht. Ik zeg ubij dezen toe om daar in de halfjaarbrief op terug te komen.Mevrouw Faber refereerde aan een uitzending van het programma BureauUtrecht waarin het ging over een blokkade van de Universiteit Utrecht. Zijvreest voor no-gozones; laat ik de vraag daartoe samenvatten. Laat ikvooropstellen dat we het er allemaal over eens zijn dat agressie en geweldtegen politieagenten volstrekt onacceptabel zijn. Dat gaan we nooitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131323 accepteren. In dit geval gaat het om de politie in Utrecht, dus die treedt oponder het gezag van de burgemeester van Utrecht. Die treedt handhavendop. Ik kan niet treden in individuele afwegingen die gemaakt worden doorpolitiemedewerkers enzovoort. Politiemedewerkers kunnen, zo kan ik inzijn algemeenheid zeggen, wel worden getraind om in hele escalerendesituaties de afweging te maken hoe te handelen. Daarbij kan zich tijdelijkterugtrekken ook horen; dat kan omwille van veiligheid et cetera nodigzijn. Dat betekent niet dat er vervolgens niks gebeurt. De politie heeftnamelijk een heel groot arsenaal aan interventiemogelijkheden. De politieheeft ook een lange adem. Ik denk dat het belangrijk is om dat uit testralen. In feite is de kern van de vraag van mevrouw Faber, die zij steltnamens haar fractie: accepteert de Minister no-gozones? Nee, wijaccepteren allemaal geen no-gozones. Nergens in dit land kunnen we engaan we accepteren dat de politie ergens niet kan komen. Maar wemoeten wel reëel zijn. Als er een situatie is waarin politiemensen deafweging maken om weg te gaan om sterker terug te komen, zal dat altijdmijn support, steun, hebben. Nogmaals, als het gaat om specifiekesituaties vind ik het aan de gemeenteraad om daar met de burgemeesterover in debat te gaan. Want zo is de gezagsrelatie geregeld.Mevrouw Faber zei dat er geen ruimte is om boa’s voor de jaarwisselingte certificeren; ze zei het iets anders, maar dat was haar stelling. Ze vroegof dat klopt. De Politieacademie gaat een inhaalslag organiseren,waardoor de boa’s die het betreft alsnog voor het einde van het jaarworden getoetst op geweldbeheersing. Ik meen dat ik daar schriftelijkevragen over heb ... Misschien heb ik ze nog niet beantwoord, maar ik hebde beantwoording wel gezien. Misschien zit die ergens in de lijn. Maar dePolitieacademie gaat daar een inhaalslag op organiseren en werkt er nuaan, want de jaarwisseling is zeer nabij, zoals we allemaal weten.De voorzitter:Mevrouw Faber vraagt: en 2026 dan?Minister Van Oosten:Daar waar relevant voor de jaarwisseling halen we de certificering in.Ondertussen werken we sowieso heel hard om die inhaalslag op tepakken. Ik weet dus even niet precies hoe ik 2026 moet duiden.De voorzitter:Keurig.Minister Van Oosten:Als het anders moet zijn, laat ik het nog even weten, al dan niet in deschriftelijke beantwoording die dan misschien nog openstaat; dat weet ikeven niet. Ik weet niet of dat zo is. Anders moeten we een andere wegvinden. Ik ga ernaar op zoek.De heer El Abassi vraagt naar de neutrale uitstraling van boa’s ondankshet advies van de Raad van State. Waarom zet de Minister door, vraagt hij.Nou, dat is doodeenvoudig, zou ik willen zeggen. Ik heb hier een helespreektekst gekregen. Maar dat is omdat ik er zeer aan hecht dat de boa’s,net als de politie, een neutrale uitstraling in onze samenleving hebben. Ikheb verder met aandacht geluisterd naar het debatje dat u met mevrouwMichon-Derkzen heeft gehad. We hebben het langs de weg van een AMvBwillen voorstellen. Daar is de Raad van State heel kritisch op. Ik hecht ookgrote waarde aan de kritiek van de Raad van State, dus ik zeg: we gaanhet anders doen. Ik luister naar de Raad van State; ik ga het neerleggen ineen formele wet. Ik vind het wel terecht dat een aantal van u mij ook heeftgezegd: nou, Minister, aan de slag; wacht daar niet te lang mee. Dat doe ikdus ook. Ik hoop dat ten spoedigste in het nieuwe jaar aan te kunnenbieden, zodat de neutrale uitstraling bij wet wordt geregeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131324 Dan mevrouw Faber. Zij had een vraag over ditzelfde punt, rond de AMvB.Als ik de AMvB in werking laat treden, zal de rechter in de eersterechtszaak de AMvB onverbindend verklaren. Dat is niet wenselijk enbrengt ons niet verder. Het doel delen wij volledig: boa’s moeten hunbelangrijke werk binnen de samenleving professioneel en neutraal kunnenuitoefenen. Dat ga ik dus ook regelen, en ik maak daar ook vaart mee. Ikstuur deze wet zo snel mogelijk in het nieuwe jaar – dat is écht zo snelmogelijk – naar de Raad van State, zodat u het vervolgens ook zo snelmogelijk kan gaan behandelen.De heer El Abassi (DENK):Ik heb het geprobeerd, voorzitter, maar het moet. Ik zou de Minister echtwillen vragen: waarom? Er is geen probleem. Waarom wil de Minister perse met een wet komen voor een probleem dat er niet is, om vrouwen meteen hoofddoek uit te sluiten van het werk als boa?Minister Van Oosten:Voor mij is het heel eenvoudig: ik vind dat het bij functies in de sfeer vanboa, maar dat geldt ook voor de politie, ontzettend belangrijk is, ook voorhet draagvlak en de acceptatiegraad overal, dat die een neutraleuitstraling hebben. Daar hecht ik zelf ontzettend veel waarde aan. Ik denkook dat het heel goed is dat we met elkaar ... Daarom is het ook belangrijkom een formele wet te maken. Dan kun je ook met elkaar precies dit soortvraagstukken goed uitdiscussiëren in het parlement, wat ook belangrijk is.Als Minister van Justitie en Veiligheid vind ik het van het allergrootstebelang dat boa’s in een neutrale positie kunnen werken en dat hen niksaangezegd wordt alleen maar omdat ze misschien een religieuze uitingdragen of iets dergelijks. Wat dat betreft werkt het mogelijk ook tweekanten op. Ik hecht daar zeer aan en zal dat dus ook in gang gaan zetten.De heer El Abassi (DENK):Er wordt gekozen voor religieuze uitingen. Je zou ook kunnen kijken naarafkomst; dan kun je ook niet neutraal zijn. Je kan opkomen voor bepaaldemensen met een bepaalde afkomst of kleur. Je kan hiermee alle kantenop. Wat ik hiermee wil zeggen richting de Minister is: dit kun je toch nietoprecht verdedigen? Je kan toch niet aangeven ... Het gaat toch om hethandelen van zo’n vrouw? Als een vrouw neutraal handelt maar eenhoofddoek draagt, en een andere persoon niet neutraal handelt maargeen hoofddoek draagt, dan zou je toch juist die laatste persoon niet bijde politie willen in plaats van de eerste?Minister Van Oosten:Ik persisteer bij het antwoord dat ik net gaf. Het gaat mij er totaal niet omwie boa is of wat een boa, politieagent of wie dan ook in zijn privélevendoet. Het allerbelangrijkste is dat de boa in neutraliteit zijn werk doet voorde hele samenleving en dat daar geen oordeel in gelezen wordt of ietsdergelijks. Daarom is die neutraliteit van zo’n grote betekenis en ga ik datdus ook in die wet neerleggen.De heer El Abassi (DENK):Dat is dus heel subjectief. Ik ben manager geweest bij het Rijk. Ik hadambtenaren onder mij. Die mochten echt wel beslissingen nemen. Hetging om grote bedragen, het ging om straffen en het ging om boetes.Daar waren vrouwen met een hoofddoek bij, en die waren zo neutraal alshet maar kon. Dan hebben we nu een Minister die het doet overkomenalsof deze vrouwen niet neutraal zijn. Ik zou de Minister willen aangevenwaarom dit subjectief is. Voor mij is een boa met geblondeerd haar en opeen bepaalde leeftijd niet neutraal. Dat is wat er in mijn belevingswereldspeelt. We gaan toch niet naar uiterlijke kenmerken kijken? Laten we metz’n allen kijken naar gedragingen en niet naar uiterlijke kenmerken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131325 De voorzitter:Ik voel een ordeprobleem aankomen hier, gelet op de hoeveelheid ... DeMinister.Minister Van Oosten:Voorzitter. Ik zou willen voorstellen dat u alle inbreng bij de parlementairebehandeling levert. Dat is ook goed. Voor mij is het uitgangspunt – datvind ik ook echt in het belang van de boa zelf – dat alle schijn moetworden weggenomen dat iets de keuze van de boa zou beïnvloeden ofanderszins. Daarom vind ik zelf die neutraliteit van de grootst mogelijkebetekenis. Er wordt nu aan gewerkt. Ik heb u toegezegd dat het tenspoedigste bij u terugkomt zodra ik de gelegenheid heb.De voorzitter:Zeker, dan gaan wij daar uitgebreid over spreken met elkaar. Momentje,Minister. Mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Ik heb toch nog wel even een vraag over die AMvB. Die AMvB is al klaar.Die hebben de juristen op het ministerie al afgemaakt. Ik heb één ding welgeleerd in mijn ministerschap: dat daar hele goede juristen zitten. Diekomen echt niet met broddelwerk. Die denken echt goed na voordat zeergens mee beginnen. Volgens mij is die AMvB dus gewoon bruikbaar.Het moet mij toch een beetje van het hart: ik heb weleens de indruk – ikzeg niet dat het zo is – dat de Raad van State niet altijd even neutraal is. Ikbegrijp dat de Minister zegt «ik wil het ook wel in een wet doen», maarlaten we dan, voordat die wet van kracht is, gewoon die AMvBbekrachtigen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Een punt van orde, voorzitter. Het is leuk dat we rechters en leden van deRaad van State betichten van niet neutraal zijn, maar ik vind het niet oké.Ik vind ook dat de voorzitter daar iets van mag zeggen.De voorzitter:De voorzitter was aan het luisteren. Anderen hadden ook een punt vanorde. Mevrouw Van der Werf?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik heb hetzelfde punt dat mevrouw Mutluer maakt. Ik vind dat echt nietnormaal. Ik vind ook dat als je dus normeert op andere discussies hier,wat u deed, voorzitter, dat je ook hier wat van moet zeggen.De heer El Abassi (DENK):Inderdaad, ook ik heb een punt van orde. Dit is dus wat je krijgt als jemensen neutraliteit afpakt en wegzet als mensen die niet neutraal zijn. Nugaat het doorgetrokken worden naar rechters, politieagenten en ga zomaar door. Ik maak daar bezwaar tegen.De voorzitter:Het is even aan mevrouw Faber om een weerwoord te geven en dan ga ikwat zeggen. Wilt u iets zeggen?Mevrouw Faber (PVV):Ik heb niet zo stellig gezegd dat het zo is. Ik heb alleen maar gezegd dat ikdat gevoel weleens heb. Dus ja, ik ga over mijn eigen gevoelens, lijkt mij.De voorzitter:Ieder mens heeft recht op zijn eigen gevoelens; dat is een feit. Ik begrijpde opmerkingen van de collega’s wel. Je kunt, denk ik, best stevig vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131326 mening verschillen over de vraag of het nodig is om die neutraliteit op diemanier te waarborgen. Daar was net ook sprake van bij de heer El Abassien de Minister. Dat mag er scherp aan toe gaan. Ik hoop dat u de collega’skunt begrijpen, mevrouw Faber. Ik denk wel dat ik er in die zin iets vanmoet zeggen. Ik snap dat de collega’s er aanstoot aan nemen dat u deneutraliteit van de rechterlijke macht, zonder feiten en argumenten, op diemanier benoemt. Ik weet dat de PVV-fractie ook stevig in de hoofddoek-kwestie zit. Laten we het daarom zo doen: stelt u zo stevig als u wilt uwvraag, maar met respect voor de bestaande instituties. Mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Volgens mij heb ik mijn vraag al aan de Minister gesteld. Dat dacht ik.Minister Van Oosten:Dat laatste klopt. Vanuit mijn rol wil ik het advies dat de Raad van Statemij heeft toegestuurd, met het grootst mogelijke respect lezen en er ookgebruik van maken. Dat advies hanteer ik dus ook. Daarom zeg ik: ik buighet om van een AMvB naar een formele wet. Dat is precies wat de Raadvan State mij ook adviseert. Ik doe dus niet wat mevrouw Faber mijconcreet vraagt, want daar komt het dan op neer: houd dan ondertussendie AMvB in stand of ga daar lekker mee aan de slag. Nee, want ik vinddat in de richting van de Raad van State, toch een zeer belangrijk, hoogadviesorgaan, ook van mij als Minister van Justitie en Veiligheid, in dezezin niet correct. Ik heb namelijk een mogelijkheid om het op korte termijn,door zelf hard te werken, anders te doen, zodat we recht doen aan dediscussie die ik ook hier zie plaatsvinden. Daarnaast wijs ik mevrouwFaber er, via de voorzitter, op – dat deed ik in mijn beantwoording net ookal – dat ik ook gewoon het risico loop dat de rechter bij de eerste de bestegelegenheid die hele AMvB onverbindend verklaart, met alle gevolgenvan dien. Dat risico vind ik onverantwoord. Dat wil ik niet lopen. U magmij dus vertrouwen. Ik ga aan de slag. U krijgt een wet. Dan mag iedereendaar wat van vinden.Dan ga ik door, voorzitter.De voorzitter:Ja, gaat u verder.Minister Van Oosten:Dan ga ik door naar de heer Van Dijk en mevrouw Straatman. Het gaat ookover boa’s, maar het betreft een totaal ander punt, namelijk of de Ministerbereid is de omissie van de «groene boa» tegen het licht te houden. Devraag is eigenlijk – en ik kijk de heer Van Dijk aan – of er nu bijvoorbeeldwel of niet een vuurwapen gehanteerd mag worden. Dat is een van devragen of problemen die daaromtrent zijn ontstaan. Eigenlijk is concreetook de vraag of ik een strafrechtelijk aanwijsbesluit opnieuw wilvaststellen. Dat is een tamelijk technische vraag, maar het komt ereigenlijk allemaal op neer dat ik dat niet kan, want ik kan die regeling nietverlengen. Het betreft namelijk een regeling die is gestoeld op ingetrokkenwetgeving.Het huidige toezicht en de huidige handhaving rond strafbaarheid zijngebaseerd op de Omgevingswet. De handhaving van gewapende stroperijmet de aanwijzingen van boa’s die dit als taak hebben, is nu belegd – ikkom hier zo op terug – bij gedeputeerde staten, dus de provincies. Zij zijnhet bevoegd gezag geworden. Het is dus nu aan de provincies om deboa’s aan te wijzen. Maar mevrouw Michon-Derkzen en ook anderenhebben mij hier ook al een aantal malen op gewezen: «Alles goed en wel,maar het is ineens wel allemaal helemaal anders; de groene boa’s moetenwel het landelijke gebied in kunnen.» Daarom heb ik, vanwege het belangdat ikzelf als Minister maar ook uw Kamer eraan hechten, de provincieshier expliciet op gewezen, ook via de portefeuillehouders van het IPO enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131327 het IPO zelf, het Interprovinciaal Overleg. Provinciebesturen zijn hieroverde afgelopen maanden in twee relevante commissies geïnformeerd. Ikweet dat de provincies die het aangaat hier ook mee bezig zijn. En het IPOheeft mijn ministerie ook laten weten dat de provinciebesturen zichbewust zijn van de noodzaak van een aanwijzing, en dat snelheid gewenstis. Ik hield al mijn adem in, want ik dacht: dit leidt misschien tot een vraag.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ja. De vraag is natuurlijk als volgt. Het is een onwenselijke situatie – dathebben meerdere collega’s aangegeven – zeker voor de boa’s die hetbetreft, ook omdat dit aan hun bevoegdheden raakt. Ik begrijp dat uoverlegt met provincies et cetera, maar kunnen er dan ten minstebepaalde termijnen worden genoemd door de Minister? Hoe zorgen wedat dit zo snel mogelijk recht wordt gezet, en dat we straks niet gaankrijgen dat de Minister en de provincies naar elkaar gaan wijzen, metuiteindelijk de boa’s als slachtoffers?Minister Van Oosten:We hebben daar volop overleg over. En het loopt een beetje uiteen, zegmaar. De specifieke deadlines voor de specifieke groene boa lopen nogaluiteen, begrijp ik; het is niet zo dat dat allemaal op datum x is. Daarom ishet belangrijk dat de provincies zich dit realiseren en daarmee aan de slagzijn. Ik heb de bevestiging dat dat ook zo is. Overigens wil ik u ook nogwel aangeven dat bij de provincies nu ook de discussie loopt of diteigenlijk wel zo geregeld moet blijven. Ik ga niet voor de provinciespraten; misschien heeft u zelf ook wel contact met uw provincieafde-lingen. Maar ik weet wel en sluit ook niet uit dat men wellicht met eenvoorstel komt om dit weer anders vorm te geven – ik wilde zeggen «ditterug te draaien», maar zo kan ik het niet noemen, want het hele wettelijkestelsel is veranderd – zodat we niet meer voor dit vraagstuk komen testaan. We delen allen het uitgangspunt dat dit werk voor iedereen veiligmoet zijn. Ik wacht dat even af.De voorzitter:Zeker, maar niet dan nadat ik gezegd heb dat hier nog een schriftelijkoverleg over komt, en een commissiedebat. Hier wordt dus nog veel overgesproken in de Kamer. Meneer Van Dijk, wilt u nog...De heer Diederik van Dijk (SGP):Nou, dan dank voor deze reactie. En ik begrijp dus uit de woorden van deMinister dat hij erbovenop zit en dat de Kamer ook op de hoogtegehouden blijft van de vorderingen, zo hoop ik.Minister Van Oosten:Ja. En mocht u casuïstiek hebben of iets, laat dat dan ook gewoon weten;dan kunnen we dat gesprek aangaan. Dat is me eerder ook aangereikt.Maar inderdaad, u zei het terecht: er komt nog een apart moment voor.De voorzitter:Ja, een schriftelijk overleg. En volgens mij is er zelfs ook besloten tot eenapart commissiedebat, waar dan mogelijk ook nog een tweeminutendebatuit volgt.Minister Van Oosten:Dan kan ik nog een update geven van waar we staan.De voorzitter:Zeker, u komt nog vaak langs hier. Gaat u verder, Minister.Minister Van Oosten:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131328 Dan mevrouw Coenradie en mevrouw Van der Werf, die vroegen naar devisie van de Minister op de taken van de politie bij de aanpak vanverwarden. Daar kunnen we ook nog heel veel over zeggen. Ik wil hier ookover opmerken dat daar in elk geval regie op wordt gevoerd door hetMinisterie van Binnenlandse Zaken. Ik heb even niet het overzicht over ofdaar een apart debat over komt, maar dit gehoord hebbende bij Kamer-leden, lijkt me dit zeker al het geval, en anders zal het er ongetwijfeld welvan komen. Daarin past deze discussie, als ik die opmerking mag maken,denk ik nog wat meer en kan ze nog wat meer plek krijgen. Het is zondermeer waar dat de druk op de politie evident kan worden verlicht als deaanpak van personen met verward of onbegrepen gedrag misschien ooklangs een andere weg kan plaatsvinden. Alhoewel ikzelf, met de ervaringdie ik de afgelopen jaren heb opgedaan, voorzie dat je daarbij altijd weleen zekere inzet van de politie zal verwachten, omdat dat soms zomaarineens ontstaat en mensen dan natuurlijk de politie bellen. En ik zou zeook aanmoedigen om dat te blijven doen, zou ik willen opmerken.Mevrouw Coenradie (JA21):Mijn punt hierbij was dat het niet alleen gaat om mensen met verwardgedrag. Dat was een voorbeeld om aan te geven dat de politie tegen-woordig overal van moet zijn: de aanpak van huiselijk geweld, hetconstateren van kindermishandeling, maar bijvoorbeeld ook mensen metverward gedrag. De vraag is op een gegeven moment heel breed, dus nietalleen wat betreft mensen met verward gedrag. Waar is de politie nog welvan en waarvan niet? Ik denk, of beter, ik heb de overtuiging dat erbehoefte is aan een meerjarige strategie om aan te geven wat we nog welkunnen verwachten van de politie en wat niet, en wat ook redelijk is als jekijkt naar de capaciteit.Minister Van Oosten:Ik ben het met mevrouw Coenradie eens dat dit voortdurend aandachtmoet blijven hebben. Ik zit een beetje tussen twee schotten in, zeg maar:enerzijds de Kamer die daar beelden bij heeft, maar anderzijds degezagen, de burgemeesters, die daar ook beelden bij hebben. Ik zie zelfook gebeuren dat de politie wel erg vaak, erg snel en voor heel veel wordtingeroepen. Daarom ook dat initiatief van mevrouw Michon-Derkzen alshet gaat om die winkeldiefstallen. Dat is zomaar weer een voorbeeld... Ikzou daar eigenlijk geen verkleinwoord van willen maken, wat ik bijnadeed, omdat dit heel vaak voorkomt en dus heel ernstig is. Maar ja, jemoet altijd wel die afweging maken in de schaarsheid die je nu eenmaalzult houden; altijd. Doet de politie dan ook het juiste? Kan het ook op eenandere manier of horen eigenlijk anderen aan de lat te staan? Ik denk datwe onszelf een beetje de vrijheid moeten gunnen om daar de komendeperiode nog wat langer over door te denken. We krijgen nog eenwetgevingsoverleg Politie, we krijgen nog een algemene begrotingsbe-handeling. We zijn aan het begin van een Kamerperiode. Er komt eennieuwe veiligheidsagenda aan, vanaf – even kijken; zeg ik het goed? – ’27.Daar wordt u ongetwijfeld op de een of andere manier ook bij betrokken.Dus er zijn nog allerlei momenten waarop we hier zeker over gaan praten,zou ik willen zeggen.Mevrouw Van der Werf (D66):Het antwoord stelt mij niet helemaal gerust, want dit is natuurlijk nietalleen maar een vraagstuk van schaarste. Er is op heel veel domeinenschaarste bij de uitvoering en binnen de politie, maar dit gaat ook om hetmaken van keuzes en ook over het feit, waarover ik mij verwonder, dat wijals Kamer eigenlijk al heel vaak keuzes hebben gemaakt. We hebbengezegd dat wij ook andere dingen belangrijk vinden dan de zaken die nuals high-impact crimes worden aangewezen, maar ook dat die te weinigopvolging krijgen. Een van de problemen daarbij is dat heel veel van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131329 zaken binnen het domein zorg en veiligheid vallen, en daar ook tussen walen schip vallen. Ik heb de Minister gevraagd om daarop te reflecteren enook om aan te geven of hij binnen het ministerie met de politie in gesprekkan gaan over hoe we dat gaan oppakken.Minister Van Oosten:Dat laatste zal ik zeker doen. Voor zover u dat als toezegging moetbeschouwen, vind ik dat ook prima, want ik zou menen dat dit eenonderdeel is van het reguliere overleg dat ik met de korpschef heb. Hetpast ook in de voorbereiding van een debat waarvoor het Ministerie vanBinnenlandse Zaken – daar begon ik eigenlijk mee – zeker aan de lat komtte staan, al dan niet met ook dit ministerie, wat ik bij gelegenheid wel zalgaan zien. Er is namelijk gewoon heel veel samenhang tussen zorg enveiligheid, wat ik ook niet wil verdonkeremanen; dat is er op allerleivlakken. Maar ik weet ook dat het een illusie zou zijn om de politie overalbij weg te denken, omdat het vaak heel heftig, incidenteel en extreem iswat er plaatsvindt en je daar de politie ook wel voor een deel bij verwacht.Dus het is heel goed om die gesprekken met elkaar te voeren.Ik ga door, voorzitter, met uw welnemen.De voorzitter:Een momentje. Mevrouw Van der Werf nog.Mevrouw Van der Werf (D66):Ja, voorzitter, voor de helderheid. Allereerst dank voor die toezegging. Ikdenk dat het belangrijk is om daar een signaal over te geven. Er zijn hierecht al heel veel breed gesteunde voorstellen voor gedaan, die je volgensmij gewoon kan doen. Het gaat mij er niet om dat ik de Minister ervanverdenk dat hij dit probleem niet ziet, en eigenlijk ook niet dat ik zou willenzeggen dat de politie zich hier niet mee zou moeten bemoeien. Opsommige punten zeg ik juist dat de politie zich daar meer mee zou moetenbemoeien. Ik denk dus dat we eerst even met elkaar heel scherp moetenkijken naar welke onderwerpen nu echt meer aandacht verdienen, en hoeje dat sneller en beter kan doen. En: stel je agenten echt gereed om datook te kúnnen doen.Minister Van Oosten:Zoals gezegd, ga ik hiervan een terugkoppeling geven aan de korpschef.Dat is mijn directe ingang bij de politie, dus zo moeten we het wel blijvendoen. Zo zal ik aandacht blijven vragen voor dit onderwerp. Daar laat ikhet nu toch even bij, omdat ik weet dat we in de voorbereiding van hetonderwerp zorg en veiligheid echt nog wel nader met elkaar komen tespreken. Ik wil zelf ook gewoon echt weten waar er meer inzet op dit puntnodig zou zijn en waar minder; dat is precies wat mevrouw Van der Werfvraagt. Maar uiteindelijk worden die afwegingen ook weer lokaal gemaakt,afhankelijk van de keuzes die daar dan voorliggen, wat het eigenlijk altijdook weer een beetje spannend maakt.Mevrouw Coenradie (JA21):Mag ik er dan de vraag aan toevoegen dat wanneer de Minister daaroverspreekt met de korpschef, er ook wordt gesproken met de medewerkers?Ik merk bij de werkbezoeken die ik doe dat er echt verschil van mening isover heel cruciale, ook weleens wat meer beleidsmatige zaken tussen deuitvoering en de mensen op kantoor, om het maar even zo te zeggen.Voordat het enkel een gesprek zou zijn tussen de korpschef en de Minister,zou ik willen vragen om er echt aandacht voor te hebben bij de korpschefdat juist alle input vanuit de werkvloer nadrukkelijk wordt meegenomen.Minister Van Oosten:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131330 Ik ken de korpschef als iemand die zich oprecht laat inspireren door dehele politieorganisatie, waaronder dus ook de politiemensen die actief zijnop de werkvloer in de sfeer waar mevrouw Coenradie het nu over heeft. Ikvind het eigenlijk niet eens nodig dat ik die vraag specifiek zo neerleg,maar ik ga netjes een terugkoppeling geven van dit element uit dit debat.Voorzitter. Ik blijf nog even bij mevrouw Coenradie. Ik ga wel naar hetandere blokje: demonstraties. De vraag is gesteld of de Minister achterburgemeesters staat die naar noodmaatregelen grijpen. Het is evident datje als burgemeester niet lichtzinnig tot zo’n maatregel komt; dat heb ik zelfook wel zo ervaren. We hebben het wettelijk stelsel zo georganiseerd dataltijd achteraf juridisch kan worden getoetst of je dat terecht hebt gedaanof niet. Er zit ook altijd een politieke component aan door de gemeen-teraad. Vanuit mijn ministerie maar ook vanuit BZK helpen we hetGenootschap van Burgemeesters met handreikingen, kennissessies etcetera over hoe daarmee om te gaan op een verantwoorde manier. Maarik heb veel respect voor de burgemeesters die geconfronteerd wordenmet het moeten treffen van maatregelen die soms heel stevig ingrijpen inde vrijheid en het leven van mensen die daar misschien gewoon omheenwonen. Ik vind dat we dat respect ook mogen uitdragen. Ik doe dat alsMinister en u doet dat als Kamerlid ongetwijfeld ook. En doet eenburgemeester het niet goed, dan zijn die burgemeesters vrouws en mansgenoeg om hun mannetje te staan en aan de gemeenteraad uit te leggenhoe dat zo gegaan is.Worden gemeenten ondersteund bij het verhalen van schade oprelschoppers et cetera? Dat is een vraag van mevrouw Straatman. Wij zijnop dit ogenblik aan het onderzoeken op welke wijze gemeenten maar ookandere partijen die schade lijden het beste kunnen worden ondersteundbij het verhalen van schade. Daarbij nemen we ook moties van het lidEerdmans mee over schade bij recente universiteitsrellen. Dit zeg ikoverigens ook in de richting van de heer Van Dijk, specifiek voor zijnfractiegenoot het lid Stoffer. Die heeft namelijk ook aandacht gevraagdvoor het bewerkstelligen dat relschoppers die het demonstratierechtmisbruiken, opdraaien voor de kosten die zij veroorzaken. Op dit ogenblikliggen daarvoor nog allerlei opties op tafel. Ik wil uw Kamer over deuitkomsten daarvan informeren in de beleidsreactie die we in het voorjaarzullen sturen.Mevrouw Straatman vraagt of nationale basisafspraken voor politieop-treden bij demonstraties beschikbaar kunnen komen. Ik heb begrepen datnaar aanleiding van het inspectierapport van 15 mei is toegezegd dat ikmet de korpschef en vertegenwoordigers van het lokaal bestuur en hetOM in overleg ga over landelijke basisafspraken en uitgangspunten. Ditoverleg gaat plaatsvinden bij het LOVP in februari; dat heeft nog nietplaatsgevonden. We komen nog met een uitgebreide reactie op hetWODC-rapport rondom demonstraties. Dat zal ergens in het voorjaar, ikdenk mei of zo, worden. Dan zal ik dit aspect meenemen. Dat lijkt mij danlogisch.Ik blijf nog even bij het WODC-rapport. Mevrouw Straatman vraagt ooknaar – mag ik het even zo noemen? – de «wasstraat» op de A12. Destelling is dat zou blijken dat het Openbaar Ministerie veelal niet overgaattot aanhouding en vervolging van demonstranten terwijl daar juridischveel ruimte voor is. Het Openbaar Ministerie heeft mij laten weten dat depilot heeft uitgewezen dat de grootschalige inzet van de politie en het OMdie deze vorm van geïntensiveerde handhaving vergt niet in verhoudingstaat tot het bereikte resultaat, namelijk hooguit een minimale boete. Hetis ook niet goed mogelijk gebleken om gedurende het optreden van deME te sturen op deugdelijke bewijsgaring of dossiervorming. Dat komtook doordat de politie naast het handhaven en herstellen van de openbareorde ook gedragingen op individueel niveau dient waar te nemen en vastte leggen ten behoeve van diezelfde opsporing. Dat is een toch tamelijkingewikkelde taak met ook soms extra capaciteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131331 Ik maak ’m even af, want ik heb hier nog een paar opmerkingen bij temaken. Vervolging legt soms ook een groot beslag op schaarse zittingsca-paciteit, en dat vergt ook relatief veel tijd. Waar in de praktijk tegenaangelopen wordt en wat ik ook begrijp, is dat strafbaar gedrag tijdensdemonstraties meer dan nu moet worden bestraft. Dan misbruik je in mijnogen een demonstratie. In het WODC-onderzoek lees ik steun voor degedachte dat er veel mogelijk is binnen internationale mensenrechtenver-dragen et cetera en binnen de huidige wettelijke kaders. Ik ben in gesprekmet het Openbaar Ministerie over wat daarvoor nodig is en wat voorkansen ze zien. Er kan ook worden gekeken of elementen uit buitenlandsewetgeving op dit punt nog inspiratie of een oplossing kan bieden. Denkaan aparte strafbaarstelling voor het blokkeren van vitale infrastructuur ofhet vernielen van cultureel erfgoed; dat is een ander element. Ik wil uwKamer daar op het genoemde moment uitgebreider over informeren, ookwat betreft het WODC-rapport waar ik het over had, of zoveel eerder alsnodig.Ik hou mijn mond even dicht. Ik zag dat u wilde interrumperen, maar nuniet meer, dus dan ga ik natuurlijk doorpraten.De heer Van Dijk ...Mevrouw Straatman (CDA):Een korte reactie dan. Dank u wel, Minister, voor de toezegging om me eruitgebreider over te informeren. Kort nog op het punt dat gisteren heelduidelijk werd tijdens de technische briefing en ook duidelijk werd uit hetWODC-rapport, namelijk dat er veel meer juridische ruimte is en dat er inNederland binnen de strafrechtketen nog te veel wordt gewezen op dechilling effects. Wat het CDA betreft is het heel belangrijk dat we die normstellen, dat het maar bij een klein percentage misgaat. Maar op hetmoment dat het misgaat, dan is het belangrijk dat we dat als samenlevinggoed oppakken. Begrijp ik de Minister goed dat in het gesprek met het OMook meegewogen wordt dat hij eventueel bereid is om een algemeneaanwijzingsbevoegdheid te geven op het moment dat het OpenbaarMinisterie daar toch anders over denkt?Minister Van Oosten:Nee, dat laatste niet, want dan kom ik ongetwijfeld in een hele anderediscussie met uw Kamer terecht. Ik zou menen dat daar nu ook geenreden toe is. Ik gaf u wat context over welke ruimte het OpenbaarMinisterie heeft en welke ruimte ik ook teruglees in het WODC-rapport. Ikzie zelf ook aanknopingspunten om bepaalde onderwerpen wat verder uitte werken en uit te diepen; ik liet daar net wat licht over schijnen. Dat biedtwat mij betreft ... Ondertussen ben ik natuurlijk wel gewoon in regulieroverleg met het Openbaar Ministerie. Daarom kon ik u ook deze terugkop-peling geven. Maar ik ga geen opdracht geven aan het OpenbaarMinisterie om iets wel of niet specifiek op dit punt te doen. Wat mij betrefthoeft dat ook niet aan de orde te zijn. Want ook het Openbaar Ministerie –dat beeld moet niet ontstaan – is er natuurlijk alles aan gelegen om tehandelen daar waar gehandeld moet worden. Maar je wil ook dat heteffect sorteert. Daarom dienen we ook wat andere maatregelen eromheente treffen om te zorgen dat je bijvoorbeeld weet wie iets veroorzaakt heeft.De voorzitter:Mevrouw Straatman. Niet? Oké. Dan meneer Struijs.Minister Van Oosten:De heer Van Dijk ...De voorzitter:Ho Minister, er is nog een vraag van meneer Struijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131332 De heer Struijs (50PLUS):Eén ding moet me toch even van het hart in deze discussie, want andersraakt ie uit balans. Natuurlijk willen wij betere regelgeving zien, maar hetcapaciteitsgebrek moet ook prominent in de discussie terugkomen. Ik hebvan het OM en van politiemensen gehoord dat ze weten wie daarmisdrijven plegen, dat die op beeld staan, maar dat ze eenvoudigweg nietgenoeg mensen hebben binnen de recherche en binnen het OM om totvervolging over te gaan. Dat moet wel een belangrijk element blijven indeze discussie. Anders zie ik de balans een beetje weggaan.Minister Van Oosten:De heer Struijs heeft natuurlijk gelijk: capaciteit is altijd voorwaardelijk omiets wel of niet te kunnen doen. Ik wil er ook geen doekjes om winden dater in alle situaties altijd wel een vraag naar capaciteit is, want je zalmisschien altijd meer willen doen. Dat gaat nou eenmaal ook weer niet.Soms is het ook niet nodig. Daarom is het terecht dat mevrouw Coenradieen anderen hier en daar ook wijzen op de vraag: waar maak je nou jekeuzes in, waar stel je prioriteiten in? Het zou triest zijn als je puur omwillevan capaciteitsvragen iets niet meer doet, maar het heeft dus in ditspecifieke geval zeker ook te maken met andere aspecten. Dan moet jeeen afweging maken. Als het resultaat is wat het is en je ook iets anderskunt doen, dan kom je tot een afweging van belangen. Dat kan ik ook welweer billijken als ik eerlijk ben. Maar dat neemt niet weg dat het mij welweer motiveert om ook aan de hand van het onderzoek verder na tedenken over: oké, wat kunnen jullie dan wel organiseren om wel hetresultaat te bereiken dat we willen?De heer Struijs (50PLUS):Ik ben het met u eens, maar het capaciteitsgebrek heeft een structureelkarakter. Daarom wil ik in elke discussie prominent terug laten komen datik echt aandring op een bestuurlijke rapportage na elk optreden, of datnou op de A12 is geweest of bij de Malieveldrellen, over de dingen die wehadden kunnen doen in de keten – dan heb ik het over vervolging – maarniet gedaan hebben vanwege capaciteitsgebrek. Ik zie dat dat elke keeronderbelicht blijft. Ik ga de Minister nu en in volgende discussies dusverzoeken om toch iets meer bestuurlijke rapportages te laten maken doorde politie en het OM en om dat feit niet onderbelicht te laten.Minister Van Oosten:De bestuurlijke rapportages bestaan natuurlijk wel, maar die gaan naarhet lokale gezag, want die inzet vindt plaats onder dat gezag. Dat weet deheer Struijs als geen ander. Ik vind het wel een interessante gedachte omin zijn algemeenheid eens te vragen waar wellicht schaarstevraagstukkenaan de orde zijn geweest. Nogmaals, in dit geval hebben zeker ook eenheleboel andere elementen een rol gespeeld. Meestal, of altijd, heb je eenbelangenafweging te maken over waar je naartoe gaat.Ik ga naar de heer Van Dijk. Die vraagt: kan de Minister ondubbelzinnigbevestigen dat bij oorlogsherdenkingen et cetera de bescherming vanpersonen en instellingen prevaleert? Ook hierbij geldt dat in lokaledriehoeken, waar die verantwoordelijkheid ligt, telkens wordt beoordeeldhoe te handelen. Iedere demonstratie moet je natuurlijk wel weer op deeigen merites beoordelen. Ik hoor de heer Van Dijk overigens ook nietzeggen dat demonstraties op een locatie überhaupt niet mogen of ietsdergelijks. Maar je wilt wel dat de openbare orde niet verstoord wordt.Daar komt het eigenlijk op neer. Aan de hand van de Wet openbaremanifestaties hebben burgemeesters natuurlijk ook handvatten om bijbijvoorbeeld dreiging van verstoring van de openbare orde maatregelente treffen, beperkingen op te leggen et cetera. Burgemeesters kunnen ookzwaardere eisen stellen aan demonstraties in de nabijheid van eenherdenking. De bescherming van de waardigheid van een plek ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131333 gebeurtenis kan dan ook een rol spelen bij de afwegingen die door hetlokale bestuur worden gemaakt.Eerder dit jaar is ter uitvoering van de motie-Bikker ook gesproken metdiverse gemeenten et cetera, waarbij door iedereen het belang onder-streept wordt van een gedegen voorbereiding op de nationale en lokaleherdenkingen, om die waardig en ongestoord te laten plaatsvinden. Datbetekent ook dat je hebt te organiseren dat je nauw contact hebt met deorganisatoren van mogelijke demonstraties en manifestaties. In het enegeval is dat makkelijker dan in het andere geval. Dat vraagt ook wat vanhet lokale bestuur, dat daar overigens heel goed in is, zeg ik erbij. Vaakkun je in overleg echt wel heel veel bereiken met elkaar. De waardigheidvan de demonstratie zelf, die ook weer haar rechten heeft en haar doelendient, heeft er vaak ook alle belang bij om goed gehoord te wordenzonder dat het andere waardigheden verstoort. Algemeen wordtonderkend dat er onder voorwaarden ruimte is voor demonstraties enalternatieve herdenkingen.Dan ga ik naar de politiemedewerkers en de organisatie. Ik hoop dat ik hetin de tijd allemaal netjes doe; ik doe mijn best. Zo ongeveer iedereen heeftvragen gesteld naar aanleiding van de commissie-Sorgdrager over hetundercoverwerk en eigenlijk ook naar aanleiding van de commissie diedaaraan vooraf is gegaan en er voor een deel parallel aan heeft gelopen,namelijk de commissie-Schneiders. De vragen liepen in variatie een kleinbeetje uiteen. Laat ik beginnen met te zeggen dat undercoverwerk eeningrijpend middel is dat van ongelofelijk grote betekenis is voor debestrijding van georganiseerde criminaliteit. Het is dus ook van hetallergrootste belang dat de mensen die dit belangrijke werk uitvoeren, datook met de beste en de juiste waarborgen kunnen doen en kunnen blijvendoen.Vier jaar geleden constateerde de commissie-Brouwer dat de professiona-liteit van de organisatie ernstig te wensen overliet. Twee jaar geleden isdan ook besloten om het toen bestaande team Werken Onder Dekmantelvolledig te ontmantelen en opnieuw op te bouwen. Het afbouwen daarvanen het inrichten van een nieuwe structuur waarin waarborgen zijnopgenomen, leveren een werkbare en veilige situatie op. De afbouw enopbouw moesten ook in een korte tijd plaatsvinden. Het was wel bekenddat de ingreep van afbouw en opbouw nadelen kende, vooral omdat jeweer helemaal opnieuw moet starten met het opbouwen van kennis,ervaring en kunde. Dat kan iedereen zich voorstellen. Naar aanleiding vanhet rapport-Sorgdrager voegt de korpschef kennis en ervaring aan deleiding toe en wijzigt het instroomarrangement.Na het incident van vier jaar geleden hebben twee commissies monitoringuitgeoefend op het gebied van voortgang binnen dat heimelijke domein.De commissie-Sorgdrager was kritisch, maar heeft ook geconstateerd dater heel veel vooruitgang is geboekt. Zo zijn er waarborgen die zien op hetpersoneelswelzijn van de medewerkers. Er zijn bijvoorbeeld psychologenin dienst getreden die begeleiding kunnen bieden. Er is een ethischecommissie gekomen, die de strategische lijn nauwer betrekt bij operati-onele beslissingen. In het verleden zijn de werkverbanden verkleind,waardoor er meer aandacht kan zijn voor de medewerkers, want daar gaathet nou precies om. Die interventies zijn gedaan naar aanleiding vangeconstateerde tekortkomingen – daar moeten we eerlijk in zijn – en zijngericht geweest op het verbeteren van het welzijn op fysiek, mentaal enmoreel vlak.Nu is het belangrijk dat we vooruit blijven kijken, dat we maatregelentreffen die passen bij de situatie waarin we nu zitten. Een externecommissie constateert dat er vooruitgang is geboekt, maar ook dat we ernog niet zijn. Ondertussen willen we ook dat heimelijke middel bewakenen behouden. Dat is een bijzonder en waardevol instrument dat vraagt omkwaliteitszorg. Ik heb dan ook de korpschef gevraagd goede en blijvendeaandacht hiervoor te houden. De korpschef heeft mij dat ook bevestigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131334 Zij zal hier met de korpsleiding aandacht aan blijven geven. De korpschefzit bij het College van procureurs-generaal, dat ook een visitatiecommissieheeft ingesteld. Dat is heel belangrijk, want die commissie blijft dezeontwikkelingen volgen. Het is ook aan mij en elke Minister na mij, en dusook aan u, om dit echt goed op de agenda te blijven houden en om tevragen waar we staan en of het loopt zoals we dat willen. Dat is echtbelangrijk, want we hebben te veel meegemaakt in het verleden. Ik vinddat we nu in samenspraak een start kunnen maken naar de toekomst toe.Door die visitatiecommissie zit daar ook een borging op. De korpsleidingmoet daar stevig op worden blijven bevraagd door de Minister.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Naar mijn mening heeft de commissie-Sorgdrager niet simpelweggezegd: we zijn er nog niet. De commissie was uiterst kritisch op wat erlag. Laten we het probleem dus niet downsizen. Er zijn wel stappengemaakt, maar de tekortkomingen die we in het verleden zagen, dreigenzich te herhalen. Dat is de uitkomst. Ik verwacht dan iets meer van deMinister dan de leiding te vragen om daar aandacht aan te schenken eneen visitatiecommissie. Dat vind ik echt te weinig.Minister Van Oosten:Ik heb geprobeerd met empathie maar tegelijkertijd ook zakelijk te zeggenhoe ik ernaar kijk. Dat zijn dus een paar zaken. Daar blijf ik bij. Underco-verwerk is ongelofelijk belangrijk in de strijd tegen de georganiseerdecriminaliteit. We gaan er dus voor zorgen dat we dat niet kwijtraken. Dat iséén. We gaan ervoor zorgen dat het personeelswelzijn van demedewerkers wordt bewaakt. De Minister en de Kamerleden doen datniet, maar de korpsleiding gaat daar wel over. U mag van mij verwachtendat ik de korpsleiding hiernaar vraag. Het andere gezag is het OpenbaarMinisterie. Ik vind het belangrijk dat die visitatiecommissie erbij gekomenis, ingesteld door de korpsleiding en het Openbaar Ministerie, omdat diedit ook te bewaken heeft. Die moet ook van het vermogen zijn om dekorpsleiding heel kritisch aan te spreken als dat niet in orde zou zijn. Ikben dus minder somber gestemd dan mevrouw Mutluer in haar bewoor-dingen tegen deze Minister, maar ik steek niet onder stoelen of banken datwe er bepaald nog niet zijn. Dat is ook een feit, want Sorgdrager waskritisch en ik ook. Daarom ben ik blij met die visitatiecommissieenzovoort, maar ik ga er wel mee aan de slag.De heer Struijs (50PLUS):Ik ben het helemaal eens met collega Mutluer, maar er mist één ding. In aldie rapporten, van Brouwer tot heden, was een heel belangrijk punt dat destrategische top het heeft laten afweten. Dat werd klip-en-klaar gezegd.We hebben vijf jaar lang een strategische opsporingscommissie gehad.Die heeft één keer tien minuten over dit onderwerp gesproken, terwijldaar ondertussen van alles en nog wat aan de hand is. Mijn vraag is: hoemonitort de Minister de rol van strategische top van de politie om ervoorte zorgen dat dit uiteindelijk allemaal goed gaat komen?Minister Van Oosten:Ik kan minder ver terug in de tijd graven dan de heer Struijs wellicht kan,zeg ik met alle respect voor de heer Struijs, maar het is wel een feit dat ikhier deze week nog met de korpschef over heb gesproken. U mag van mijaannemen dat ik dat ook blijf doen. Wij bewaken dat dit onderwerp eengoede navolging krijgt, want dat verdient het ook. Mijn ambtenaren zullendat ook bewaken. Het werk van al die commissies verdient dat, maarbovenal verdient het onderwerp dat. Enerzijds bedoel ik dan de underco-veroperaties zelf, maar eerlijk gezegd is het personeelswelzijn van demensen die het betreft nog belangrijker dan dat. Verder wil ik een beetjeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131335 wegblijven van de observaties die de heer Struijs met mij deelt, want diebrengen mij nu niet verder.De heer Struijs (50PLUS):Nee, maar ...De voorzitter:U bent eigenlijk door uw interrupties heen, maar dit is uw eerste keer en ikweet dat dit onderwerp u na aan het hart gaat. Als u het echt heel kortdoet ...De heer Struijs (50PLUS):Ik wil de controlerende taak van de Kamer bewaken. Ik wil graag in deverslagen terugzien wat de strategische top hiermee doet, op alle niveaus.Minister Van Oosten:Ik zeg u toe dat ik in de volgende halfjaarsbrief politie terug ga koppelenwaar we staan. Dan kunt u het volgen. Dat lijkt me logisch. Als er eenbeter moment is, dan laat ik het u weten.De voorzitter:Minister, gaat u verder. Waar bent u nu? De mapjes zijn redelijk leeg, zieik.Minister Van Oosten:Het is hetzelfde mapje. Dit gaat over de volgorde binnen het mapje. Daarwilde ik u niet mee lastigvallen, maar nu heeft u het toch gezien.Mevrouw Michon-Derkzen vraagt naar de opmerking dat van sommigeeenheden de bezetting moet worden beperkt. De financiële opgave, 46miljoen voor 2026, moet worden gedekt met besparing op de voorzienepersonele bezetting van de eenheden. De basisteams, gebiedsgebondenpolitiewerk en de opsporing worden in ’26 buiten beschouwing gelaten. Erwordt ook niet getornd aan de instroom van aspiranten. Voor ’26 is delandelijke financiële opgave vertaald naar een evenredige opgave vooralle eenheden. In de praktijk betekent dat voor elke eenheid wel ietsanders. Daar ziet de vraag van mevrouw Michon-Derkzen eigenlijk op,denk ik. Daar wordt ook wel wat over gezegd in die brief. Wat hetbetekent, is afhankelijk van de vraag in hoeverre er nog ruimte is tussende bezetting en de formatie. Bij de ene eenheid kan dat resulteren in hetbijstellen van prognoses voor uitbreiding en bij een andere eenheid in eenstrakkere vacatureregie. In ’26 blijft uitbreiding van de bezetting bij demeeste eenheden mogelijk. De precieze consequenties worden door deeenheden met de betreffende gezagen besproken. Bij het LOVP krijg ikdaar af en toe ook een terugkoppeling over, maar het ligt echt binnen deeenheid zelf. Voor het maken van keuzes voor het op orde brengen van debegroting vanaf ’27 en verder treft de korpschef met de gezagen nuvoorbereidingen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Even zodat ik het goed begrijp: uit de overleggen met burgemeestershoren we terug dat er toch ... Dat geld moet ergens vandaan komen. Danlijkt het een keuze tussen een auto minder of een bureau dicht. Dat is duscontrair aan wat wij hier in de Kamer met elkaar hebben afgesproken. Ikzie in de brief van 10 december staan: het kan in een enkele eenheid zozijn dat je de bezetting moet beperken. Betekent dat dan dat die bezettingboven de formatie zat? Dat is eigenlijk mijn hele concrete vraag. Het kantoch niet zo zijn dat we bezetting beperken terwijl die bezetting onder deformatie zit?Minister Van Oosten:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131336 Er verdwijnen geen agenten; laat ik het even zo zeggen. Het is wel nodigdat we bij sommige eenheden een strakker vacatureregime volgen. Dat zeiik eigenlijk net al. Bij andere eenheden is er wel ruimte om mensen op ditogenblik aan te nemen. Dat verschilt een beetje per eenheid. Dat komt ookdoordat de ene eenheid wat verder vooruitliep in het aannemen vanmensen dan de andere eenheid. Maar het is dus niet zo dat daar in éénkeer een mindering in wordt aangebracht. Nee. Dat bedoelen we ook tezeggen met het ontzien van het gebiedsgebonden politiewerk en debasisteams. Die 46 miljoen euro waar we het over hebben, moet dus opeen andere manier gevonden worden. Dat is nog ingewikkeld zat, zeg ik ereven bij. Dat is zonder meer waar. Maar dat geld vinden we niet in hetweghalen van agenten of iets dergelijks. Dat is bepaald niet de bedoeling.Maar het is wel een feit – ook daar ben ik maar duidelijk over, en dat iswaarschijnlijk ook wat mevrouw Michon-Derkzen aangereikt krijgt doorburgemeesters – dat het bij sommige eenheden wat anders uitpakt dan bijandere eenheden. Dat is wel een feit. Daarom moet de burgemeester hetook goed met de politie-eenheid doorspreken.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Het kan niet allebei waar zijn. Een burgemeester wil gewoon operationeleagenten. Een burgemeester heeft ook geen inzicht in de formatie enbezetting van een landelijke eenheid. Ik zou ook zeggen: hou dat ookvooral zo. De burgemeester heeft geen zicht op de bezetting op de nieuweuitleg. Hou dat vooral zo. Juist in die gesprekken met de burgemeesterswordt wel voorgelegd: er moet een onsje van af; zegt u het maar. Dat kánniet waar zijn, want het gaat in die basisteams om de operationele inzet.Het gaat om het bureau en het gaat om die auto’s, die drie die er dan tweeworden, die dan in de nacht rijden. Ik begrijp gewoon niet dat deburgemeesters onderdeel zijn van het onsje dat ervan af moet. Het kandus niet anders dan dat de operationele slagkracht daar last van heeft. Datkan niet anders.Minister Van Oosten:Het weegt misschien ook precies. 46 miljoen euro is natuurlijk ook welheel veel geld. Maar de afspraak is dat de politieagenten in de basisteams,het gebiedsgebonden politiewerk en de opsporing, in 2026 buitenbeschouwing worden gelaten. Dat betekent niet dat die 46 miljoen euroniet ergens gevonden gaat worden. Het betekent natuurlijk wel, omdat die46 miljoen ergens gevonden gaat worden met betrekking tot politiewerk,dat je dat misschien wel binnen de politie merkt. Maar de basisteams zelf,het gebiedsgebonden politiewerk, worden specifiek buiten beschouwinggelaten en er wordt ook niet getornd aan de instroom. Maar ik ga ook nietzeggen dat er geen enkele opgave ligt bij welke eenheid dan ook omdathet allemaal wel losloopt. Nee, die opgave van 46 miljoen euro ligt er. Diewordt bij de ene eenheid wat sterker gevoeld dan bij de andere eenheid,maar het uitgangspunt is dat we niet tornen aan die basisteams. En dankom ik op de slagkracht; dat is mijn laatste zin. De korpschef zal deoperationele slagkracht ontzien bij het oplossen van het financiële tekortvoor ’26.De voorzitter:Ik zit even te kijken, hoor. Dit is de vierde interruptie. Ik vermoed dat ...Mevrouw Van der Werf heeft nog één interruptie en mevrouw Coenradieook. Gaat u die besteden?Mevrouw Van der Werf (D66):Ja, dan ga ik hier toch even op door. Ik denk dat de Minister nu, met allerespect, een aantal dingen zegt die niet tegelijk waar kunnen zijn. Er zullengewoon bepaalde taken opgepakt moeten worden. Dan kun je op papierwel zeggen dat dat de basisteams niet raakt, maar mensen zullen het tochTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131337 moeten gaan doen, zeker als die 46 miljoen nog niet gevonden is. Hoegaan wij nou met elkaar kunnen controleren dat het politiewerk gebeurt –daar ging de interruptie van mevrouw Michon uiteindelijk over – en datwe elkaar niet volgend jaar aankijken en denken: jeetje, daar hadden weals Kamer op moeten ingrijpen?Minister Van Oosten:In januari of februari hebben we een wetgevingsoverleg Politie, waarbijhet ook gaat over de financiën. Ik denk dat dit zonder meer ook eenonderwerp is om daar nog een keer nader met u te bespreken. Als dat nietvanuit mijn eigen initiatief komt, gaat u daar zelf mee komen. Dan kan ikwellicht ook wat nadere duiding geven over hoe het dan feitelijk uitwerkt.Ik kan niet anders zeggen dan dat het zo is. Als uitgangspunt hanteren weecht dat de basisteams buiten beschouwing worden gelaten, maar datbetekent wel dat er dan in de eenheden andere zaken moeten wordenaangedragen om het op te kunnen tellen tot die 46 miljoen euro. Anderskom je natuurlijk niet tot 46 miljoen euro. Dat is natuurlijk hoe je financieelrondkomt. Maar we laten het gebiedsgebonden politiewerk en deopsporing buiten beschouwing. We tornen niet aan de instroom. Dekorpschef heeft aan mij bevestigd dat de operationele slagkracht wordtontzien bij het oplossen van dit financiële vraagstuk. Maar is het geld, 46miljoen euro, dat niet bij de politie komt? Ja, dat is waar. Dat wordtverdeeld over de eenheden, en bij de ene eenheid landt dat wat zwaarderdan bij de andere eenheid. Althans, in uw terugkoppeling.De voorzitter:We hebben inderdaad een wetgevingsoverleg Politie, voor het begrotings-onderdeel Politie. Hoeveel moet de Minister nog?Minister Van Oosten:Nou, met dit blokje ben ik bijna klaar. Daarna heb ik nog de jaarwisselingen andere belangrijke zaken. Dat is altijd spannend, maar dat lijkt een heeldun mapje te zijn.De voorzitter:Dan stel ik misschien voor om naar de jaarwisseling te gaan.Minister Van Oosten:Dat is goed.De voorzitter:Tenzij iemand nu een vraag of een antwoord echt gemist heeft? MevrouwCoenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik heb één vraag gemist, die denk ik hieronder was gevallen. Dat is devraag over de politietop en targets. Dat zijn dus meetbare doelen.De voorzitter:Meetbare doelen. Lukt het om die uit het mapje te vissen?Minister Van Oosten:Die komt zo.De voorzitter:Die komt zo. Dat gaan we regelen. Momentje, Minister. Meneer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Er werd een heel belangrijk punt aangesneden door de collega’s van VVDen D66, vind ik. We schuiven het door naar het WGO, maar dat is nog bestTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131338 een poosje weg. Ik heb ook het idee – maar dan val ik in herhaling – dat deMinister een paar dingen tegelijk zegt die niet allebei waar kunnen zijn.Mijn vraag is dus: zou de Minister voor het WGO op papier, via een brief,toch wat scenario’s kunnen schetsen over waar we naartoe gaan? Zokunnen we wel meteen het diepe in als we het WGO hebben.De voorzitter:Momentje, collega’s. De heer Van Dijk vraagt om een brief voor het WGO.Minister Van Oosten:Voor het WGO zal ik de Kamer informeren over de consequenties tenaanzien van dit thema. Ik denk dat dat ook wat duiding geeft richting u. Ikweet even niet precies wanneer dat WGO is, maar dat weet de griffienatuurlijk wel.De voorzitter:Dat noteren we. Het WGO is op 26 januari.Minister Van Oosten:Dan gaan we naar de jaarwisseling. Laten we maar beginnen met demeest fundamentele vraag: hoe beschermen we agenten? Ik hoorde – datwist ik eigenlijk niet – dat mevrouw Van der Werf de initiatiefnemer wasvan een motie ten aanzien van gehoorbescherming. Dat lees ik in mijntekst en ik ga er gelijk van uit dat dat klopt. Ik kan u wel melden dat ervoor elke politiemedewerker goede gehoorbescherming beschikbaar is.Dat is heel belangrijk. De politie heeft zich namelijk op verschillendevlakken voorbereid op de jaarwisseling; dit is dus een element daarvan. Eris ook een integrale aanpak over geweld tegen politieambtenarenvastgesteld, die gericht is op registratie, kennisontwikkeling en vroegsig-nalering van geweld tegen politiemedewerkers, ook tijdens de jaarwis-seling. Daarnaast heeft de politie samen met partners een handha-vingsplan voor een veilige jaarwisseling opgesteld, waar een aantal van uook wat vragen over heeft gesteld.Mevrouw Michon-Derkzen en mevrouw Mutluer vragen naar de ambitiesen extra inzet voor het opsporen van illegaal vuurwerk. De politie zetmaximaal in op het goed laten verlopen van de jaarwisseling. Dat doenwe met allerlei partners, zoals de Douane, inspectiediensten et cetera. Wehebben actieweken gehad. Ik kan u vertellen dat de teller van het OMvorige week op 72.000 kilo aan in beslag genomen vuurwerk stond. Erwordt extra ingezet op controles van postpakketten. Meld MisdaadAnoniem is onverkort van kracht en de politie volgt die tips natuurlijk ookop. We werken met buitenlandse partners. Daar kom ik zo nog even opterug.De voorzitter:Mevrouw Van der Werf, u heeft ook drie interrupties gehad.Mevrouw Van der Werf (D66):Dan maak ik er een verduidelijkende vraag van, voorzitter. Er wordtnatuurlijk altijd gezegd: er zijn voldoende helmen en er is voldoendegehoorbescherming. Die motie ging erover dat wij van verschillendebureaus hadden begrepen dat er een aantal middelen beschikbaar zijn endat die dan vervolgens worden verdeeld onder de ploeg die daarna weerkomt. Maar bij dit soort momenten is het natuurlijk heel belangrijk datiedereen die het lef heeft – ik zeg het maar even zo – om in te tekenenvoor die shift, van tevoren gewoon de zekerheid heeft dat die zijn eigenspullen kan hebben. Daar ging die motie over en daar was brede steunvoor in de Kamer.Minister Van Oosten:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131339 Gehoorbescherming is er voor iedereen.Mevrouw Van der Werf (D66):En helmen?Minister Van Oosten:Dat is een andere vraag. Dan moet ik die erbij pakken. Voor alle ME’erszijn helmen beschikbaar tijdens de jaarwisseling. Als andere politiemede-werkers worden ingezet, dan wordt dat – ik heb het nu over de helmen –alleen gedaan als dat veilig kan. Als een helm nodig is, dan wordt eenhelm ter beschikking gesteld.De voorzitter:Ik snap dat het antwoord misschien niet is wat u hoopte, maar het is weleen antwoord, mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat is zeker een antwoord, maar het ging natuurlijk niet alleen om ME’ers.De outfitkwestie is voor hen natuurlijk een hele andere dan voor mensendie vanuit de bureaus aan het werk gaan die nacht.Minister Van Oosten:Ik hoopte mevrouw Van der Werf een compliment te maken door terefereren aan haar motie ten aanzien van gehoorbescherming, die zichniet beperkt tot ME’ers. Maar ik begrijp dat dit nu niet meer zo opgevatwordt. Gehoorbescherming is wat het is. Over de helmen zeg ik: ik moethet nu laten bij dit antwoord.Dan mevrouw Michon-Derkzen: wat doet de post- en pakketsector extrategen vuurwerk? Postbedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid bijhet actief tegengaan en bij het onderscheppen ervan. Men wordt daaropgecontroleerd door middel van steekproeven. Postbedrijven worden ookbenaderd. De postsector neemt dit serieus. In november is er een congresvoor de post- en pakketsector geweest. Ik heb begrepen dat daar weernieuwe ideeën zijn opgehaald en kansen naar voren zijn gekomen. Binnenhet Post Interventieteam en het Hit and Run Postteam van de politie wordthet aanpakken van illegaal vuurwerk in de aanpak meegenomen.De heer Struijs vraagt hoe ik tegen de vraagstukken rondom illegaalvuurwerk aankijk. Daar heb ik al het een en ander over gezegd, maar dedoelstelling van de politie is om er met alle partners voor te zorgen dathet een feestelijke en veilige jaarwisseling wordt. In de aanloop naar dejaarwisseling wordt onder andere ingezet op het opsporen van illegaalverhandeld vuurwerk en het preventief aanspreken van bekenderaddraaiers. Daarnaast richt de politie zich op het handhaven van deopenbare orde en het reageren op incidenten. De jaarwisseling vraagt omeen maximale inzet van alle partijen; dat is wel waar. We spreken nu overde politie, maar ik mag de vrijheid nemen om dat wel iets breder tetrekken. Ook onze brandweerdiensten en noem het maar op hebben altijdeen ongekende, een ongekende, inzet rondom de jaarwisseling. Daarvoorpast alleen maar een grote waardering.Mevrouw Straatman vraagt nog naar de capaciteit voor regio’s. Daarnaastvraagt zij welke monitoring er komt ten aanzien van incidenten. Decapaciteitsverdeling is aan eenheden. Een vraag om extra capaciteitvanwege een specifieke problematiek zal dan ook door de burgemeestermet de regioburgemeester en de politie-eenheid worden besproken.Op haar verzoek tot monitoring van de effecten van het vuurwerkverbodkan ik melden dat er voorlopig ook na de invoering van het verbod – maardaar zijn we dus nog niet – jaarlijks een brief van mij zal blijven komenover het verloop van de jaarwisseling. Ik denk dat dat goed is.Dan de internationale aanpak van vuurwerk. Het is goed dat u weet dat ikmij samen met mijn Franse en Zweedse collega ervoor inzet ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131340 onderwerp hoog op de agenda te houden. Ons hoofddoel is de wijzigingvan de Pyrorichtlijn. Dat is een richtlijn die regels stelt over de productie,het vervoer et cetera van vuurwerk. We willen strengere productie-eisenen we willen aanvullende eisen op het gebied van justitie en veiligheid.Dat doen we door continu in gesprek te zijn over allerlei onderwerpen. Totnog toe heeft die inzet ertoe geleid dat voor de evaluatie van de richtlijnop dit punt door de Europese Commissie een aanvullende studie zalworden gedaan. Dat is ook wel een resultaat in het Europese. Verder zal ikhier ook van het Europees parlement aandacht voor zijn. In dat kader hebik recentelijk zelf een aantal Nederlandse Europarlementariërs gesproken,omdat ik vind dat dit niet alleen ziet op vuurwerk voor de jaarwisseling,maar ook omdat we weten dat vuurwerk soms wordt misbruikt voorexplosies en verzin het maar allemaal, en dat heeft al helemaal niks temaken met een feestelijke gebeurtenis.Dan de afspraken met België en Duitsland over de invoering van eenvuurwerkverbod. Samen met het Ministerie van IenW onderhouden wijhierover een goed contact met België en Duitsland. We informeren henover het aanstaande vuurwerkverbod en de mogelijke neveneffectendaarvan aan de grenzen. We bespreken ook of gezamenlijke acties etcetera nodig en mogelijk zijn.Dan andere belangrijke zaken. Ik praat gewoon door, voorzitter.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Eén vraag is niet beantwoord.De voorzitter:Welke vraag is niet beantwoord? Ik ga dan zo even kijken hoe ... Wemoeten namelijk om 13.00 uur gaan stemmen. Wij zullen dit dus nietkunnen afmaken. Mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Heel kort. De kritiek van de Nederlandse Politiebond is dat de gecoördi-neerde vuurwerkbestrijding een generieke politietaak is geworden. Wil deMinister daar nog een antwoord op geven?De voorzitter:Hij gaat daarop antwoorden.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dat vond ik namelijk onbegrijpelijk, gelet op de onderbezetting.Minister Van Oosten:Sorry, een generieke ...?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Er was kritiek van de Nederlandse Politiebond dat de gecoördineerdevuurwerkbestrijding een generieke politietaak is geworden. Dat vind ikonbegrijpelijk, gelet op de onderbezetting waar de politie mee van doenheeft.Minister Van Oosten:Dat ga ik even na. Dat laat ik u ten spoedigste weten.Mevrouw Coenradie vraagt hoe de politie de targets van de politietopcontroleert. Ja, dat is een beetje een ander onderwerp, maar goed. Deeerste verantwoordelijkheid ligt bij de Minister, die de gezagsdrager instaat stelt om het gezag uit te oefenen. Oftewel: de Minister bepaalt watde politie kan en heeft gezag over wat de politie doet. Dat doe ik. Daargeef ik uitvoering aan door jaarlijks de begroting, het beheersplan en allezaken daaromheen vast te stellen en voor de politie de kaders te stellen oponderwerpen als personeel, huisvesting, ICT et cetera. Ik controleer deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131341 planning- en controlcyclus, waarbij de politie om de zoveel maandenrapportages aanlevert. Zo controleer ik ook de targets die de politietopzichzelf stelt.Dan heb ik hier nogmaals de vraag over de gehoorbescherming. Ik hebnogmaals navraag laten doen. Gehoorbescherming is er voor iedereen diede straat op moet.Dan had ik nog het blokje andere belangrijke zaken. Waar is het gebleven?O, hier. Moet de politie stoppen met de selectiepaal en de derdewaarnemer bij preventief fouilleren? Luister, ik heb vertrouwen in deprofessionele en neutrale inschatting van de politie bij preventieffouille-renacties. Ik heb ook zelf die ervaring daarmee, waarbij ik in een andererol veiligheidsrisicogebieden heb moeten aanwijzen, waarbij de politie opeen naar mijn idee echt neutrale wijze werkt. Ik heb er nooit een andersignaal over gekregen in de zin dat dit niet goed zou lopen. Maar conformhet politiebestel is het aan de lokale driehoek om in het geval vancontrole- en preventieffouillerenacties de voorwaarden en eventuele inzetvan middelen of waarnemers te bepalen. Dat bepaal ik dus niet, zeg ikeven als Minister. De selectiepaal kan worden ingezet als het lokaal gezagdie voorwaarde stelt. Dat is het antwoord. Ik dacht dat er op de achterkantook nog wat stond, maar dat is een andere vraag. Sorry.Mevrouw Coenradie (JA21):Is de Minister het met mij eens dat het handelingskader, waar de Ministervolgens mij wél over gaat, waarin de afgelopen jaren niet alleen eentweede waarnemer maar zelfs ook een derde waarnemer aan is toege-voegd tijdens preventief fouilleren, een uitstraling heeft van weinigvertrouwen, dus van heel veel wantrouwen, in de politie?Minister Van Oosten:Ik geef heel duidelijk aan: ik vertrouw volledig op de professionaliteit vande politie dat dat goed gaat. Ik vind ook dat je de politie kritisch magbenaderen. Daar zijn ook mogelijkheden voor op het moment dat je dat intwijfel zou trekken. Maar ik heb geen reden om te twijfelen aan deprofessionaliteit van de politie in het geval van preventieffouillerenacties.Ik kan even niet overzien wat er precies in dat handelingskader staat. Datoverzicht heb ik gewoon niet. Maar ik benadruk echt dat ik alle vertrouwenheb in die professionele inschatting van de politie.De voorzitter:Ik ga eerst naar mevrouw Faber, want u bent ook door uw interruptiesheen, mevrouw Coenradie. U heeft er inmiddels ook al drie, mevrouwFaber.Mevrouw Faber (PVV):Ik kan me toch haast niet voorstellen dat de Minister het niet met me eensis dat de politie gewoon voor paal staat met die selectiepaal. Ik bedoel:hoe kan je nou serieus genomen worden als politieagent? Ik vind het eenserieus beroep. Dat moet je niet ridiculiseren en mag ook geen slachtofferworden van allerlei politiek correcte spelletjes. Het komt gewoon omdatde politietop doodsbang is om beticht te worden van etnisch profileren. Ikdenk dat de agenten niet de straat op worden gestuurd om etnisch teprofileren. Er is ook een motie aangenomen van mevrouw Michon en vanvolgens mij nog iemand; zij hebben die motie samen ondertekend. O, datblijkt JA21 te zijn. Die motie is met een meerderheid aangenomen in deKamer. Die kan toch niet zomaar terzijde worden gelegd? Die politie-agenten staan toch gewoon voor aap met die paal? Ik zou niet met diepaal de straat opgaan, hoor.Minister Van Oosten:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131342 Nou, mevrouw Faber hoeft dat ook niet te doen, want zij is lid van deTweede Kamer en is dus in elk geval niet betrokken bij preventieffouille-renacties. Maar zonder gekheid, ik heb net als u – ook u zegt dat duidelijk –alle vertrouwen in de professionele en neutrale inschatting door de politiebij controles, ook in de sfeer van preventieffouillerenacties. De bedoelingis dat dat aselectief gebeurt. Het is echt – dat wil ik toch ook maarbenadrukken – aan de lokale driehoek om te bezien of er in het geval vancontrole en preventieffouillerenacties iets van een inzet daaromheenwordt bepaald. Ik ga er toch ook van uit dat geen enkele lokale driehoekde bedoeling daarmee heeft om politieagenten, om het zo te zeggen, voorpaal te zetten. Dat meen ik echt. Ik durf te zeggen dat ik er wel enig beeldbij kan hebben dat dit echt absoluut de bedoeling niet is. Schijnbaar ishier in de ene of de andere lokale driehoek voor gekozen, maar ik weetook dat in heel veel lokale driehoeken hier niet voor is gekozen en dienoodzaak op die manier niet gevoeld of ervaren wordt.Dan ga ik naar de laatste vraag aan mij.De voorzitter:Nee, want mevrouw Faber gaat hier nog iets over zeggen.Mevrouw Faber (PVV):Het is toch wel heel opvallend dat alleen de Amsterdamse politie ermeede straat op wordt gestuurd en niet de andere korpsen. Dat is toch al eenindicatie dat het niet helemaal lekker zit.Minister Van Oosten:Ik ga mij niet uiten over de keuzes die in de lokale driehoek wordengemaakt. Ik constateer wel dat daar misschien verschillende keuzes inworden gemaakt, maar dat is wellicht ook weer afhankelijk van despecifieke omstandigheden van de situatie aldaar. Daar stap ik verder nietin. Ik weet ook niet waar het allemaal wel of niet aan de orde zou zijn, alsik eerlijk ben.De voorzitter:Mevrouw Coenradie, u zat driftig te gebaren. Wat is er aan de hand?Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter, een punt van orde. Ik stel een vraag over preventief fouilleren.De Minister is niet op de hoogte van het handelingskader, terwijl hethandelingskader gewoon aangeeft dat er drie waarnemers zijn. Agentenworden dus gecontroleerd door een waarnemer tijdens preventieffouilleren en daar zit zelfs nog een waarnemer bij. Ik hoor hier heel mooiewoorden als «ik heb alle vertrouwen in de neutraliteit», maar dit staatgewoon haaks op het beleid dat gemaakt is de afgelopen jaren. En datbeleid gaat blijkbaar gewoon door. Ik vind het echt stuitend wat ik hierhoor.De voorzitter:U bent het hartgrondig oneens met de Minister, begrijp ik. Ik proef niethelemaal een ordepunt, anders dan dat de Minister niet inging op hethandelingskader. Laat ik het zo doen dat ik de Minister nog een keer vraagom, als hij daartoe bereid is, nog even op het handelingskader in te gaan.Minister Van Oosten:Ik heb het idee dat mevrouw Coenradie en ik het eigenlijk met elkaar eenszijn. De professionaliteit van de politie staat voor mij voorop en daar hebik het volste vertrouwen in. Ik hoop dat u het mij niet te zwaar aanrekent,maar ik heb gewoon even niet het overzicht of dat handelingskader vanmij is of dat het iets lokaals is. Dat ga ik even na. Ik wil dan ook evenweten wat daar precies in staat. Maar voor mij staat de professioneleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131343 afweging die de politieagent zelf maakt voorop. Ik heb geen enkele redenom daaraan te twijfelen. Ik geef u wel mee dat het uiteindelijk aan delokale driehoek is om besluiten te nemen over onder welke condities hetplaatsvindt en over of men überhaupt een veiligheidsrisicogebied instelt.Daar worden ook het Openbaar Ministerie en de politie zelf bij betrokken.Daar kun je ook keuzes in maken, want het begint ermee dat je zegt: ik benbereid om zo’n veiligheidsrisicogebied aan te wijzen. Je kan ook zeggendat je dat niet doet, maar dan heb je ook geen preventieffouillerenacties.Er zijn dus een aantal keuzemomenten die niet aan de Minister zijn, maarwaarvan wij wel hebben te organiseren dat die mogelijkheid er is door datwettelijk te verankeren. Daar laat ik het even bij.De voorzitter:We gaan een tweede termijn niet redden. Ik vind zelf dat alleen zendennaar de regering en dan niet het antwoord horen, niet helemaal past bijons. We hebben nog een minuut of elf en om 13.00 uur moeten westemmen. Eén. Zijn er nog vragen onbeantwoord gebleven? Ik denk datdat meevalt. Mevrouw Mutluer?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik heb één kleine ...De voorzitter:Nee, is er een vraag onbeantwoord gebleven?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ja, ik heb één vraag niet beantwoord gekregen. Die gaat over deME-uitrusting en de ambtsinstructie. Heb je daar vooraf een wetswijzigingvoor nodig? Daarop gaf de Minister een heel snel antwoord, maar ik wilheel concreet weten of je wettelijk verplicht bent om vooraf de ambtsin-structie te laten wijzigen voor de uitbreiding van het geweldsinstrumen-tarium.Minister Van Oosten:Het hoeft niet aangepast te worden voor pilots. We werken bij pilots meteen tijdelijke instructie.De voorzitter:Dat is een kort antwoord. Mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Ik zal het heel kort houden. Ik had het net even aangestipt: de certificeringvan de boa’s. De Politieacademie heeft aangegeven daarmee te stoppenin 2026. Dan zou de certificering moeten komen vanuit een andere sector.Ik heb begrepen dat er mensen toe bevoegd zijn om die certificeringen afte geven, maar dat mogen dan alleen mensen doen die in vaste dienst zijnbij bepaalde werkgevers. In artikel 1h van de toetsing geweldsbeheersingvoor boa’s staat dat die werknemer in vaste dienst moet zijn. Is deMinister bereid om dat woordje «vaste» eruit te halen, zodat het ookiemand mag zijn die gewoon in dienst is? Zo krijgen we meer lucht in desector en is er een grotere kans dat iedereen gecertificeerd kan worden.De voorzitter:Dat is een nieuwe vraag.Minister Van Oosten:Ja, maar ik ga heel kort antwoorden, als u mij dat toestaat.De voorzitter:Dat sta ik toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131344 Minister Van Oosten:We zijn in overleg met de Politieacademie om in 2026 dit toekomstgerichtte regelen, want we moeten niet meer hebben wat we hadden. Ik neemhet punt van mevrouw Faber even mee, want ik kan het onvoldoendeoverzien. Ik neem het wel even mee in het gesprek met de Politieaca-demie. U hoort later terug of dat effect sorteert of niet.De voorzitter:Oké. Waar horen we dat terug? In het halfjaarbericht?Minister Van Oosten:Bij de boa’s.De voorzitter:Natuurlijk, bij de boa’s.Minister Van Oosten:Het ging over boa’s, dus bij de boa-behandeling.De voorzitter:Helder. Afgesproken. Mevrouw Michon.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Als de leden het mij toestaan, wil ik in ieder geval een tweeminutendebataanvragen, want dan hebben we daar ook een tweede termijn.De voorzitter:De bedoeling was om eerst ...Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Mag ik het even afmaken?De voorzitter:... de onbeantwoorde vragen te doen. Daarna wilde ik nog een rondjedoen om te kijken of iemand nog iets dringends wil vragen, iets wat núgevraagd moet worden, bijvoorbeeld over de jaarwisseling, want dat wilje nu doen. Daarna wilde ik vragen wie er een tweeminutendebat wil.Maar ik begrijp dat iedereen voldoende voorzien is op dit moment. Dat istop. Dan vraagt mevrouw Michon bij dezen een tweeminutendebat aan.Dat is voor na het reces, neem ik aan.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja.De voorzitter:Oké. In reactie op wat u buiten de microfoon zegt: het wordt na het reces,Minister. Zijn er vragen? Is er nog iets wat we de Minister moeten vragen?Nee. Is er iets onbeantwoord gebleven? Nee.Ik wil even de lijst met toezeggingen, waar nu aan gewerkt wordt, metelkaar doornemen.–In het volgende halfjaarbericht politie informeert de Minister de Kamerover de leidraad inzake de afdoening van winkeldiefstal. Dat is eentoezegging in de richting van mevrouw Michon-Derkzen.–In het volgende halfjaarbericht politie informeert de Minister de Kamerover de stand van zaken over heimelijk werken. Dat is een toezeggingin de richting van de heer Struijs.–De Minister stuurt in mei ’26 een kabinetsreactie op het WODC-rapportover het demonstratierecht naar de Kamer.–De Minister stuurt voorafgaand aan het wetgevingsoverleg over hetbegrotingsonderdeel Politie een brief met daarin een uitwerking vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131345 de financiële situatie bij de politie én de consequenties daarvan voorde basisdienst.Dit was een aangelegen punt, dus ik kijk even of dat klopt. Dat is correct.Oké, helder.–De Minister beantwoordt voorafgaand aan het commissiedebat devraag van mevrouw Faber over de certificering van boa’s.Er is natuurlijk ook nog een schriftelijk overleg over de boa’s, dus daar kanhet dan ook in meegenomen worden.Is er iemand die nog een dringende vraag heeft nu? Het kan namelijk nog.We hebben nog een paar minuten. Nee? Dan meld ik aan de collega’s datde procedurevergadering start na de stemmingen.Ik dank de Minister en zijn ondersteuning voor hun aanwezigheid. Ik dankalle aanwezigen in de zaal en iedereen die dit debat gevolgd heeft.Uiteraard dank aan de collega’s. Ik vraag de Minister, ik denk ook namensde commissie, om aan de politie over te brengen dat we hen een veiligejaarwisseling toewensen. Dan sluit ik deze vergadering.Sluiting 12.53 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 628, nr. 131346
Gerelateerde bronnen
- Politie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 december 2025, over Politie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.