KamerkringInloggen
Kamerstuk

Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling

3 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 81055726f9e64855 · officiële bron

8 Vaststelling van het tijdstip van inwer- kingtreding van de Wet veilige jaarwis- seling Voorzitter: Michon-Derkzen Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerpbesluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling (35386, nr. 41). De voorzitter: Goedenavond. Ik heropen de vergadering van vandaag. We beginnen met het tweeminutendebat over het Ontwerpbe- sluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerking- treding van de Wet veilige jaarwisseling. Er zijn zeven sprekers in het tweeminutendebat. Ik wil maar gelijk beginnen. De eerste spreker was mevrouw Van der Plas, maar met uw aller goedvinden wordt zij vervangen door mevrouw Wiersma. Zij heeft niet deelgenomen aan het debat, maar dat gold, denk ik, wel voor mevrouw Van der Plas. Dit lijkt me dus niet problematisch. Aan u het woord. Pardon, dat zeg ik natuurlijk niet voordat ik ook de staatsse- cretaris welkom heb geheten. Fijn dat u er bent. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Wiersma. Mevrouw Wiersma (BBB): Dank, voorzitter. BBB is tegen het vuurwerkverbod, maar als het er dan toch komt, moet de overheid zich wel houden aan een harde voorwaarde. Die is dat vuurwerkverkopers eerlijk en netjes worden gecompenseerd. Zoals het er nu ligt, gebeurt dat niet en blijven ondernemers, die jarenlang volgens de regels hebben gewerkt, alsnog met de rekening zitten. Daarom dienen wij twee moties in. Als die het mor- gen niet halen, zullen we volgende week dinsdag onze aangehouden motie alsnog in stemming brengen om het vuurwerkverbod van tafel te krijgen. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de voorgestelde nadeelcompensatiere- geling voor consumentenvuurwerkdetailhandelaren uitgaat van één jaar winstderving op basis van forfaitaire gemiddel- den; overwegende dat ondernemers die door een overheidsmaat- regel hun bedrijfsactiviteit verliezen, recht hebben op een eerlijke en rechtvaardige compensatie van hun daadwerke- lijke schade; overwegende dat een betrouwbare overheid gemaakte schade niet zo laag mogelijk moet begroten, maar zorgvul- dig en rechtvaardig moet compenseren; verzoekt de regering de nadeelcompensatieregeling voor consumentenvuurwerkdetailhandelaren aan te passen door uit te gaan van driemaal de gerealiseerde winstderving in plaats van één jaar forfaitaire winstderving; spreekt uit dat alleen daarmee kan worden voldaan aan de door de Kamer gestelde voorwaarde van een eerlijke en nette compensatieregeling, zodat de Wet veilige jaarwisse- ling in werking kan treden, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Heu- tink. Zij krijgt nr. 44 (35386). Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Wet veilige jaarwisseling pas in wer- king kan treden wanneer sprake is van een eerlijke en nette compensatieregeling die in afstemming met de vuurwerk- branche tot stand is gekomen; constaterende dat vertegenwoordigers van de consumen- tenvuurwerkdetailhandel hebben aangegeven dat zij de voorgestelde nadeelcompensatieregeling niet als eerlijk en rechtvaardig ervaren en dat over de hoogte en systematiek van de compensatie geen overeenstemming bestaat; overwegende dat ondernemers die door overheidsbeleid worden getroffen moeten kunnen rekenen op een eerlijke behandeling door een betrouwbare overheid; spreekt uit dat op dit moment nog niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een eerlijke en nette compen- satieregeling; verzoekt de regering de Wet veilige jaarwisseling niet in werking te laten treden zolang niet aan deze voorwaarde is voldaan, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Heu- tink. Zij krijgt nr. 45 (35386). Mevrouw Wiersma (BBB): Drie keer woordwaarde, zou ik zeggen. De voorzitter: Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zalinyan aan dit debat. 77-8-1 3 juni 2026 TK 77 Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling Tweede Kamer Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA): Dank, voorzitter. Om te beginnen: ik ben blij dat we nu de laatste punten kunnen zetten voor een veilige jaarwisseling. Hoe eerder de gemeenten aan de slag kunnen, hoe veiliger en hoe beter het zal worden. Dat gezegd hebbende, wij delen ook op de inhoud de stevige kritiek van de Raad van State. Er is vanuit de wet onvoldoende richting en houvast voor de lokale overheden. Wij vinden dat dat heel zwaar moet wegen. Ik denk dat de tijden voorbij zijn dat het kabi- net de Raad van State en rechtsstatelijkheid negeert, dus ik hoop dat de uitvoerbaarheid lokaal heel goed geregeld kan worden. In het vorige debat vroeg ik om een stevige modelverordening die gemeenten kunnen overnemen. De ministeries zouden hiermee ook kunnen helpen en met de VNG aan de slag kunnen gaan. Hoe staat het hiermee? Dat wil ik graag van de staatssecretaris weten. Wat betreft de kritiek op het punt van de lokale binding: ik denk dat het heel goed zou zijn om dat punt alsnog toe te voegen aan de regeling. Is de staatssecretaris hiertoe bereid? Ten slotte een vraag over de dekking van de nadeelcompen- satie. Het is een fors bedrag, het maximale dat we mogen uitkeren. Dat we dit dekken uit een verduurzamingspro- gramma voor het spoor vind ik wel heel moeilijk uitlegbaar. Ik wil de staatssecretaris dan ook verzoeken om bij de komende begroting het gat alsnog proberen te dichten en om te zorgen voor compensatie voor dit bedrag. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De volgende spreker op de lijst is het lid Kostić. Kamerlid Kostić (PvdD): Voorzitter. Het is belangrijk dat de overheid nu alles op alles zet om de nieuwe norm, namelijk dat consumenten vanaf de nieuwe jaarwisseling geen vuurwerk mogen afsteken, goed te laten landen, zodat we straks allemaal een gezellige en veilige jaarwisseling hebben. Een nieuwe norm laten landen kost wel tijd. De overheid heeft dus echt geen tijd te verliezen. Ik vraag de staatssecretaris daarom of ze kan toezeggen dat ze samen met de minister van JenV voor het zomerreces een compleet plan van aanpak, mét een tijdlijn, naar de Kamer stuurt. Met alleen een paar weken van tevoren een publiekscampagne gaan we het niet halen. Dan kom ik op het advies van de Raad van State over het voorstel van de staatssecretaris over de ontheffingen. Laten we duidelijk zijn: de Partij voor de Dieren is altijd voor een vuurwerkverbod zonder uitzonderingen geweest. Dat is beter voor de dieren, voor de natuur en voor heel veel mensen. En dat zorgt voor duidelijkheid. De bezwaren van de Raad van State zijn natuurlijk niet nieuw. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft diezelfde zorgen eerder gedeeld. Het lijkt ons dat het overnemen van de adviezen van de Raad van State vraagt om relatief eenvoudige aan- passingen. Daarom heb ik tot slot de volgende vraag. Kunt u toezeggen dat u zo snel mogelijk in gesprek gaat met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dat u samen bekijkt welke adviezen van de Raad van State kunnen wor- den overgenomen zonder de invoering te vertragen, en de Kamer hierover voor het einde van de maand te informeren? Ik sluit me aan bij de zorgen van GroenLinks-PvdA als het gaat om waar het geld vandaan wordt gehaald. Volgens mij hebben we juist een noodzaak tot meer investeringen in een groenere leefbare omgeving. Het is een prima rege- ling, maar ga het geld ergens anders zoeken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De volgende spreker is de heer Bikkers. De heer Bikkers (VVD): Voorzitter. In het nadeelcompensatierecht is het altijd zoe- ken naar een balans tussen enerzijds ondernemers goed en gedegen compenseren en anderzijds voorkomen dat we overgaan tot staatsteun waardoor deze ondernemers uitein- delijk het volledige bedrag zullen moeten terugbetalen. Volgens mij is dat niet wat we met elkaar zouden willen. Een van de zaken die de staatssecretaris daarin heeft mee- gewogen, is de voorzienbaarheid. Ik vraag de staatssecre- taris hierop nog eens in te gaan. Hoe is die meegewogen en hoe legt ze die voorzienbaarheid uit aan al die meer dan 700 ondernemers die vandaag dit debat volgen? Dan is de vraag of de balans die ik noemde, goed gevonden is. Laat ik de vraag dan maar heel plat formuleren. Staats- secretaris, bent u tot het gaatje gegaan? Of, in andere woorden, bent u ervan overtuigd dat u alles heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk is om deze ondernemers recht te doen en kunt u dit uitleggen aan de mensen om wie het gaat? Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Prickaertz nodig ik uit voor zijn bijdrage. De heer Prickaertz (PVV): Voorzitter. De PVV is principieel tegen het landelijk vuur- werkverbod voor de gewone burger. Dit is niets minder dan een symboolmaatregel die de kern van het probleem volle- dig mist. We hebben het hier over een vorm van een collec- tieve straf. De welwillende goedschikse Nederlander die op een verantwoorde manier van legaal siervuurwerk wil genieten wordt de dupe van de misdragingen van een kleine groep raddraaiers. De overlast en incidenten worden niet veroorzaakt door het legale gecontroleerde consumenten- vuurwerk, maar door zwaar illegaal en professioneel vuur- werk. Door legaal vuurwerk te verbieden, creëren we een enorm waterbedeffect. Met onze open grenzen en lage prijzen in buurlanden zoals Duitsland en België geeft dit verbod de illegale handel juist een gigantische stimulans. De staatssecretaris dweilt met de kraan open zolang dit vuurwerk over de grens gewoon voorhanden blijft. Vandaar namens mijzelf en mijn zeer gewaardeerde collega Chris Jansen de volgende motie. Motie De Kamer, 77-8-2 3 juni 2026 TK 77 Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling Tweede Kamer gehoord de beraadslaging, constaterende dat de vuurwerkbranche een belachelijk laag aanbod heeft gekregen ter compensatie, waardoor aanbod en vraag mijlenver uit elkaar liggen; constaterende dat er per gemeente willekeur kan gaan ontstaan over wel of geen toestemming, welke locaties, veilige opslag tot het moment van afsteken, het beperkte aantal professionele bedrijven met een toepassingsvergun- ning, inzet van de beperkte handhavingscapaciteit, et cetera; verzoekt de regering niet over te gaan tot invoering van het vuurwerkverbod, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Prickaertz en Chris Jansen. Zij krijgt nr. 46 (35386). De heer Prickaertz (PVV): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zwinkels, ik nodig u uit voor uw bij- drage. Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter. Ik begin allereerst met een aantal vragen over de nadeelcompensatie voor met name de importeurs. Kan de staatssecretaris toelichten hoe daadwerkelijk geleden nadeel, waaronder winstderving, wordt vastgesteld en hoe importeurs hun schade moeten aantonen? Welke afspraken worden nog gemaakt over voorraden? Hoe wordt eventueel verlies op voorraden bepaald? Wat gebeurt er met onver- koopbare voorraden? Kan de staatssecretaris toezeggen dat in de nog op te stellen beleidsregels duidelijk wordt vastgelegd hoe het daadwerkelijk geleden nadeel wordt bepaald? Voorzitter. De Raad van State waarschuwt in zijn advies over het Besluit veilige jaarwisseling dat, als ontheffingen voor het afsteken van vuurwerk te gemakkelijk worden verleend, het doel van een veilige jaarwisseling wordt ondermijnd. Kan de staatssecretaris toelichten hoe en op welke termijn deze verbeterpunten verwerkt zullen worden? Ik heb er alle vertrouwen in dat de adviezen van de Raad van State goed worden verwerkt en dat ook aan alle voor- waarden wordt voldaan om de Wet veilige jaarwisseling in werking te laten treden. Voor het CDA is de lokale binding bij de ontheffingen een belangrijk punt. Daarom dien ik de volgende motie in. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Raad van State waarschuwt dat te ruimhartige ontheffingsverlening het doel van een veilige jaarwisseling kan ondermijnen en adviseert een eis van lokale binding op te nemen; verzoekt de regering in het definitieve besluit een voor- waarde van lokale binding op te nemen voor verenigingen en stichtingen die een ontheffing aanvragen voor het afsteken van vuurwerk, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Zwinkels. Zij krijgt nr. 47 (35386). Dank u wel. Daarmee komen we bij de laatste spreker in dit tweeminutendebat. Ja, ik kijk hem aan: de heer Mathlouti. Ik nodig u uit voor uw bijdrage. De heer Mathlouti (D66): Voorzitter. Ik sprak vandaag nog met burgemeesters die benadrukken hoe belangrijk het is om het vuurwerkverbod dit jaar al in te laten gaan. Die oproep onderschrijf ik volle- dig. Ik zei het eerder al: gemeenten vragen hierom, de samenleving vraagt hierom en de incidenten laten zien waarom. Ik dank daarom ook het kabinet voor de voortva- rendheid waarmee dit traject wordt opgepakt. Wel heb ik nog een aantal punten. Ik sluit mij aan bij de vraag van collega Bikker of dit echt het maximale is aan compensatie dat we ondernemers kunnen bieden. De Raad van State heeft ons een paar dagen geleden zijn advies gestuurd, waarin terecht wordt gewaarschuwd dat een laagdrempelig ontheffingsstelsel het effect van het vuur- werkverbod kan ondergraven en de handhaving onnodig ingewikkeld maakt. Juist rond de jaarwisseling geven gemeenten aan dat toezicht en handhaving al onder grote druk staan. Om die reden dien ik de volgende motie in. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het vuurwerkverbod zo snel mogelijk moet worden ingevoerd om bij te dragen aan een veiligere jaarwisseling; constaterende dat de Raad van State heeft gewezen op het belang van een goed handhaafbaar ontheffingsstelsel en heeft gewaarschuwd dat een laagdrempelige toegang tot ontheffingen het effect van het vuurwerkverbod kan ondergraven; overwegende dat effectieve handhaving cruciaal is voor het slagen van het vuurwerkverbod; 77-8-3 3 juni 2026 TK 77 Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van het ontheffingsstelsel handhaafbaarheid nadrukkelijk mee te wegen en hierover in overleg te blijven met gemeenten en burgemeesters, en de Kamer hier voor de komende jaarwis- seling over te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti. Zij krijgt nr. 48 (35386). De heer Mathlouti (D66): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft vijf minuten gevraagd om haar beantwoording voor te berei- den. Dat waren nog best wat vragen en een aantal moties, dus ik schors de vergadering tot 19.20 uur. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Ik heropen het debat. Ik vraag de leden om weer plaats te nemen. We gaan luisteren naar de reactie van de staatsse- cretaris op een aantal vragen en moties. Ik geef het woord aan de staatssecretaris. Staatssecretaris Bertram: Voorzitter, dank u wel. Ik loop eerst even de vragen langs. De eerste drie zijn van mevrouw Zalinyan. Zij vroeg of de modelverordening voor de zomer komt. Dat is inderdaad het geval, want de uitvoerbaarheid is echt cruciaal. Op de lokale binding kom ik zo meteen nog terug bij een van de moties. Weet dat ik vanochtend al contact heb gehad met de VNG en dat wij daar morgen mee verdergaan. Wij gaan dus echt heel serieus kijken naar het advies van de Raad van State. Ik snap het ongemak over de 100 miljoen. Ik zeg daarbij dat als de Kamer de staatssecretaris van IenW de opdracht geeft om het geld zelf te vinden, ik dan eigenlijk maar twee smaken heb: milieu of ov. Dat is altijd lastig. Het is voor mij best een pijnlijk besluit als ik moet aanwijzen waar dat geld gevonden moet worden. Tegelijkertijd durf ik rustig toe te zeggen dat als ik ook maar ergens de mogelijkheid zie om dat gat weer te vullen, ik dat uiteraard zal doen. Maar nu was het wel van belang om het aan te wijzen. Er waren twee vragen van het lid Kostić. Jazeker, uiteraard hebben wij contact met het ministerie van JenV. Die tijdlijn komt er voor de zomer, want zoals ik net al zei, is dat superbelangrijk. De tweede vraag van het lid Kostić ging over het advies van de Raad van State. Wij hebben contact met de VNG en dat zetten wij ook door, want ik moet tenslotte een gefun- deerd oordeel vellen over het advies van de Raad van State. Dan ga ik daar met de VNG mee aan de slag. Dan was er een vraag van de heer Bikkers. De voorzitter: Dit leidt tot een vraag van het lid Kostić. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik heb vooral een vraag ter verduidelijking. Ik dank de staatssecretaris voor de toezeggingen. Uw laatste toezeg- ging was dat u in gesprek gaat met de VNG om te kijken wat mogelijk is, ook gelet op het advies van de Raad van State. Mijn vraag was of u actief kunt terugkoppelen wat uiteindelijk het resultaat daarvan is geworden. Ik neem aan dat dit nog deze maand gebeurt, omdat het 1 juli wordt gepubliceerd. Staatssecretaris Bertram: Zeker. Kamerlid Kostić (PvdD): Oké. Staatssecretaris Bertram: Voorzitter. Dan heeft de heer Bikkers twee vragen gesteld die met elkaar samenhangen. Hoe kom je tot die balans en bent u eigenlijk tot het gaatje gegaan? Ik kan er dit van zeggen. Een van mijn voorgangers, staatssecretaris Jansen, heeft al in maart 2025 gezegd: het wordt nadeelcompensa- tie, want iets anders kun je je eigenlijk niet voorstellen. Mijn opdracht was dus dat het binnen het kader van de nadeel- compensatie moest. Dan weet je dat je rekening moet houden met een aantal zaken. Het gaat dan allereerst om de voorzienbaarheid, zoals u zei. Als je kijkt naar de jurisprudentie, zie je dat ook rechters zeggen: zodra er een debat is over in dit geval vuurwerk, moet je daar als ondernemer rekening mee houden. Het feit dat de wet er nog niet is, is daarbij niet doorslaggevend. Doorslaggevend is of je er rekening mee hebt kunnen houden en of debatten in de Kamer op die manier ook echt van belang waren. Dat zie je in de jurisprudentie terug. Ten tweede is er de duiding van de schade. Het maakt uit of je schade op basis van bijvoorbeeld onteigening bepaalt, met verwijzing naar artikel 1 van het EVRM. Nadeelcompen- satie is echt iets anders. Dan moet je als ondernemer aan- tonen dat het eigenlijk verdergaat dan het normale onder- nemersrisico. Binnen dat kader moet dat worden gezien. Ten derde is er de overgangsperiode. Naarmate het proces van jouw bedrijf langer duurt, in dit geval van de impor- teurs, heb je recht op een langere overgangsperiode dan wanneer het elk jaar om een nieuw proces gaat en je dus ook elk jaar opnieuw inkoopt. Daar hebben we allemaal rekening mee gehouden. Binnen die kaders zijn we niet aan minimalistische kant gaan zitten. Ik heb twee voorbeelden daarvan. Bij de detailhandel hebben we gezegd dat we die €3.500 belangrijk 77-8-4 3 juni 2026 TK 77 Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling Tweede Kamer vonden. Het was ook een vraag van de detailhandel zelf om een opslag te doen, waardoor je ook kleinere ondernemers meer zou kunnen bijstaan. Het ging om een opslag van 15% binnen een marge van 9% tot 15%. Dat past allemaal nog binnen de nadeelcompensatie. Zo zijn we op die 15% gaan zitten. Dan wat betreft de overgangsperiode. Een deel zei: als je al zo'n fantastisch overgangsjaar hebt gehad, moet er dan nog een jaar bij? Wij hebben gezegd: ja, dat moet wel. Je hebt een overgangsjaar en daarbovenop komt dat jaar. Dat betekent eigenlijk dat je dan ongeveer tot een bedrag van — dat schatten wij nu in — tientallen miljoenen komt. Dat is eigenlijk ongeveer evenveel als wat de vorige staatsse- cretaris voor het totaal had begroot. In die zin denk ik dat wij dit netjes, binnen het concept van de nadeelcompensa- tie, hebben berekend. Mevrouw Zwinkels had nog een aantal vragen. Eigenlijk was uw vraag: hoe gaat dat zo meteen met die beleidsregel? We hebben het volgende met de branche afgesproken. Ik heb ze deze week nog gesproken. Wij zijn nu in voorberei- ding om die beleidsregel handen en voeten te geven. De voorraden worden gewoon door de importeurs bij de detailhandel weggehaald, maar al het andere wordt besproken. Die beleidsregel wordt opgesteld en die wordt ook met de detailhandel doorgenomen. Het punt van de Raad van State heb ik net genoemd. We zijn druk doende met de VNG om daarnaar te kijken, zodat ik daar in mijn nadere rapport een gefundeerd antwoord op kan geven. De heer Mathlouti vroeg mij nog hoe het met de onderne- mers zit. Hij vroeg: heb je binnen het concept van de nadeelcompensatie echt je best gedaan om het netjes en eerlijk te doen? Ik heb net een antwoord gegeven en daar- binnen zit het. Ik denk dat ik daarmee alle vragen heb gehad. Ik heb vier moties. Ik denk dat mevrouw Wiersma niet ver- baasd zal zijn dat ik haar beide moties moet ontraden. De motie op stuk nr. 44 betreft uitgaan van drie jaar in plaats van van dat ene jaar. Dan krijg je dus eigenlijk drie plus één. Dat is hetzelfde als bij de importeurs. Dat past echt niet binnen het concept van de nadeelcompensatie, als je kijkt naar het bedrijfsproces. Dat is althans zoals wij er juridisch naar kijken. De motie over het niet in werking laten treden, de motie op stuk nr. 45, wordt uiteraard ook ontraden. Zoals al in het debat werd gezegd, is het echt cruciaal en belangrijk. De politie vraagt er niet voor niks om. Burgemeesters vragen er niet voor niks om. Het is niet dat het me geen pijn doet. Dat heb ik ook in een vorig debat gezegd. Ik snap het heel goed, want het is een traditie. Tegelijkertijd is dit een belangrijke maatregel als je ziet wat het elk jaar weer bete- kent. De voorzitter: Staatssecretaris, even voor de administratie. De motie op stuk nr. 44 is ontraden. Is de motie op stuk nr. 45 ook ontra- den? Staatssecretaris Bertram: De motie op stuk nr. 45 is ontraden, zeker. De voorzitter: Dan komen we bij de motie op stuk nr. 46. Staatssecretaris Bertram: De motie op stuk nr. 46 wordt uiteraard ook ontraden. Die vraagt om de invoering van het vuurwerkverbod niet door te laten gaan. Ik heb dat punt net uitgelegd. Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 47, van mevrouw Zwinkels. Die krijgt oordeel Kamer, waarbij ik zeg dat ik met de VNG serieus wil kijken hoe we de voorwaarde van lokale binding moeten invullen. Dit geeft mij even de ruimte om dat overleg ook goed te voeren. De voorzitter: De motie op stuk nr. 47: oordeel Kamer. Ik zie mevrouw Zwinkels knikken. Staatssecretaris Bertram: De motie op stuk nr. 48: ook oordeel Kamer. De regiegroep handhavingsplan komt binnenkort weer bijeen. Dat is belangrijk. De bgm's en de VNG zijn vertegenwoordigd, dus wat mij betreft krijgt deze motie oordeel Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 48: oordeel Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: We stemmen niet zoals gebruikelijk op dinsdag over de moties, maar we stemmen hier morgen over. Daarmee schors ik de vergadering voor enig moment. Daarna gaan we over tot het volgende tweeminutendebat. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 77-8-5 3 juni 2026 TK 77 Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling Tweede Kamer

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.