KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de reactie op verzoek commissie over o.a. de petitie “Vergoed Voxzogo voor kinderen met achondroplasie, laat onze kinderen groeien” (Kamerstuk 29477-954)

19 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bd5b0a151570a7dd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 477GeneesmiddelenbeleidNr. 966 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 19 februari 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 11 november 2025 over o.a.de petitie «Vergoed Voxzogo voor kinderen met achondroplasie, laat onzekinderen groeien» (Kamerstuk 29 477, nr. 954).De vragen en opmerkingen zijn op 23 januari 2026 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 19 februari2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29477-966ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9661 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en groep2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep-Markuszower5II.Reactie van de Minister6 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en groep Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister met zijn reactie op verzoek commissie over o.a. de petitie«Vergoed Voxzogo voor kinderen met achondroplasie, laat onze kinderengroeien». Deze leden lezen in de brief van de Minister: «Binnen debestaande routes doe ik wat binnen mijn mogelijkheden ligt om ditgeneesmiddel beschikbaar te krijgen voor patiënten, en ik kijk daarbij ooknaar de mogelijkheid van een voorwaardelijke toelating.» Kan de Ministeraangeven welke andere routes bestaan en welke vervolgstappen daarinmomenteel worden gezet, naast het wachten op het proefdossier, en ofdaaraan tijdslijnen zijn verbonden of verbonden kunnen worden?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de reactie van de Minister. Zij hebben geen verdere vragen ofopmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA hebben met interesse kennisgenomenvan de reactie van de Minister op o.a. de petitie over het vergoeden vanVoxzogo. Deze leden begrijpen de grote frustratie bij ouders en familie-leden van kinderen met achondroplasie, zeker gezien het feit dat hetmedicijn in andere landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, wel wordtvergoed. Ondertussen weigert de farmaceut tot op heden om inNederland een volledig dossier aan te leveren bij het Zorginstituut. Ditleidt tot zeer schrijnende verhalen die we terugzien in onder meer petities,mails van ouders en tijdens persoonlijke gesprekken.Omdat Voxzogo alleen op jonge leeftijd effectief lijkt te zijn, is het cruciaaldat er zo snel mogelijk actie wordt ondernomen. Daarom willengenoemde leden allereerst benadrukken dat zij het onverteerbaar vindendat de fabrikant nog steeds niet eens de moeite heeft genomen eenproefdossier in te dienen. De farmaceutische industrie, die enormeomzetten draait, laat hiermee wederom zien vooral met het maken vanzoveel mogelijk winst bezig te zijn en niet met het belang van jonge,kwetsbare patiënten en hun familieleden. De Minister gaf aan dat hij deleverancier eerder al heeft aangeraden om tenminste een proefdossier inte dienen zodat het Zorginstituut in gesprek kan gaan over dit genees-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9662 middel met de leverancier, patiënten en de beroepsgroep. Dat dit tot opheden niet is gebeurd, is ongelofelijk kwalijk.Zijn er manieren waarop de Minister de farmaceut verder onder druk kanzetten om toch een (proef)dossier aan te leveren, of zijn er alternatieveroutes die bewandeld kunnen worden, bijvoorbeeld door dossiers ofresultaten na behandeling met Voxzogo met andere landen uit tewisselen? Welke stappen neemt de Minister hierop of kan hij hier nog opnemen, ook bij andere fabrikanten en medicijnen waar vergelijkbareproblemen spelen? Wat zijn de verwachtingen van de Minister oververgelijkbare situaties in de toekomst, waarbij een impasse ontstaatdoordat fabrikanten weigeren een dossier aan te leveren? Hoe kan dit bijVoxzogo en andere medicijnen voorkomen worden? En wat zijn demogelijkheden om medicijnen als Voxzogo uit het buitenland te halen,zoals nu bijvoorbeeld in Malta gebeurt?Hoe beziet de Minister daarnaast de huidige situatie rondom het nietvergoeden van Voxzogo in relatie tot het Kinderrechtenverdrag en hetVN-verdrag Handicap waar glashelder staat dat kinderen en mensen meteen beperking recht hebben op (medische) hulp? Hoe kijkt de Ministerhiernaar en worden deze rechten wat hem betreft nu geschonden? Kan hijnader ingaan op de gevolgen voor gezinnen, die machteloos moetentoezien hoe hun kind, broertje of zusje achteruit gaat en mogelijk te makenkrijgt met bijkomende gezondheidseffecten doordat hen de kans om tegroeien en op minder complicaties wordt ontnomen, terwijl er weldegelijk een medicijn voorhanden is?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over de voortgang ten aanzien van het geneesmiddel Voxzogo enhebben hierover nog enkele vragen. Genoemde leden verwijzen naar hetschrijven van artsen op het gebied van achondroplasie over de wense-lijkheid van een medicijn zoals Voxzogo op de website van de BVKM(Werkgroep skeletdysplasie). Deze leden vragen of de Minister hierop wilreageren, omdat ook artsen hier de meerwaarde van het medicijnbeschrijven.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister op 8 september heeftaangegeven dat «Het Zorginstituut heeft verduidelijkt dat in de beoor-deling wel enige ruimte is voor maatwerk, en gekeken kan worden naarwat passend bewijs is.» Deze leden vragen of hier al naar is gekeken en zoja, welke ruimte er wel of niet is.De leden van de CDA-fractie vragen naar de toezegging van de Ministerom in gesprek te gaan met de firma over het dossier Voxzogo. Zij vragenof de Minister kan aangeven welke gesprekken er zijn geweest tussen hetMinisterie van VWS en de fabrikant, en tussen het Zorginstituut en defabrikant, sinds de eerste keer dat de Kamer hiervoor aandacht heeftgevraagd.De leden van de CDA-fractie lezen in de beantwoording van de feitelijkevragen bij de begrotingsstaten VWS dat parallelimport los staat van devergoeding van het geneesmiddel. Zij vragen hoe dit dan in Malta isgeregeld, aangezien het medicijn daar via een ander EU-land wordtaangeleverd en door de overheid gratis aan kinderen ter beschikkinggesteld wordt. Deze leden vragen of dit klopt en zo ja, welke anderemanieren de Minister ziet om overbruggingsafspraken te maken metbuurlanden (en eventueel vergoeding).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9663 De leden van de CDA-fractie vragen welke nieuwe fabrikanten momenteelaan een medicijn bij achondroplasie werken, en wanneer deze medicijnennaar verwachting op de markt komen. Deze leden vragen wat deverschillen van dit nieuwe medicijn zijn met het huidige Voxzogo.Zij vragen verder wat de mogelijkheden voor patiënten medisch gezienzijn om over te stappen naar nieuwe medicijnen, en in hoeverre eeneventuele voorwaardelijke toelating dit toestaat.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek commissie over o.a. de petitie «Vergoed Voxzogo voor kinderenmet achondroplasie, laat onze kinderen groeien». Deze leden hebbenhierover de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie constateren dat de urgentie voor patiënten enouders groot is, terwijl procedures blijven voortduren en afhankelijkhedenin het systeem knellen. Genoemde leden lezen dat het Zorginstituutaangeeft dat de baten van Voxzogo pas op lange termijn aantoonbaar zijn,en dat het nog onzeker is of het middel voldoet aan de Stand van deWetenschap en Praktijk (SWP). Tegelijkertijd constateren deze leden datouders, kinderen en behandelaars al langere tijd in onzekerheid zitten endat de fabrikant nog steeds geen (proef)dossier heeft ingediend. Dat roeptde vraag op hoeveel regie de Minister werkelijk heeft over het proces. Kande Minister aangeven welke concrete stappen het Ministerie van VWSheeft genomen om de firma te bewegen tot het indienen van eenproefdossier, en waarom dit ondanks herhaalde gesprekken nog niet isgelukt? Is de Minister bereid duidelijke deadlines te communicerenrichting de firma en het Zorginstituut om te voorkomen dat dit traject noglanger voortsleept? Wat is op dit moment de langst mogelijke vertragingdie in het systeem kan ontstaan voordat een patiënt duidelijkheid krijgtover vergoeding? Is de Minister bereid om, indien de firma wederom geendossier indient, alternatieve routes met andere landen te verkennen?Ook constateren de leden van de BBB-fractie dat ouders in de petitiewijzen op het ontbreken van een gelijk speelveld met andere EU landenwaar het middel al wel (voorwaardelijk) beschikbaar is. De Minister geeftaan dat prijsstelling en beoordeling eerst moeten plaatsvinden voordatvergoeding mogelijk is. Hoe beoordeelt de Minister de stelling van oudersdat kinderen «kostbare tijd verliezen» die later niet meer is in te halen?Kan de Minister inzichtelijk maken in welke EU landen Voxzogo wel directof voorwaardelijk wordt vergoed, en waarom Nederland hiervan afwijkt?Daarnaast vragen de leden om verduidelijking van de daadwerkelijkeimpact van het middel, de doelgroep en de redenen waarom systemen inandere landen sneller of anders functioneren. Wat levert Voxzogo, naastverbetering van de levenskwaliteit, concreet op voor kinderen die hetmiddel gebruiken? Om hoeveel kinderen gaat het in Nederland diemogelijk in aanmerking komen voor Voxzogo? Welke systeemfactorenmaken dat Voxzogo in andere landen wel (voorwaardelijk) beschikbaar is,maar in Nederland niet? Komt dit door het Nederlandse vergoedings-systeem waarin vergoeding meteen voor iedereen geldt of ligt?Verder merken de leden op dat in de brief wordt gesteld dat binnen debestaande routes wordt gedaan wat mogelijk is. De leden van deBBB-fractie constateren echter dat deze routes afhankelijk zijn van de inzetvan de fabrikant, de doorlooptijden bij het Zorginstituut en complexeprocedures, zonder dat er duidelijke sturingsmomenten zijn. Is de Ministerbereid een overzicht te verstrekken van alle stappen in de procedure,inclusief maximale doorlooptijden, zodat inzichtelijk wordt waar deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9664 vertraging precies optreedt? Heeft het Ministerie van VWS inmiddelsgesproken met de ouderwerkgroep?Zo ja, welke afspraken zijn daar gemaakt? Kan de Minister aangeven opwelke momenten het Ministerie van VWS actief kan ingrijpen wanneer devoortgang stokt of wanneer de firma procesmatig achterblijft?Tot slot merken de leden van de BBB-fractie op dat de situatie rondVoxzogo opnieuw laat zien dat Nederland steeds vaker achterloopt opandere Europese landen wanneer het gaat om toegang tot nieuwe enveelbelovende geneesmiddelen. Het Nederlandse beoordelings- engoedkeuringssysteem kent langdurige procedures, zware bewijsvereistenen afhankelijkheden die maken dat patiënten onnodig lang in onzekerheidblijven, terwijl in andere lidstaten al wel beweging plaatsvindt. Genoemdeleden vinden het daarom des te problematischer dat structurele oplos-singen uitblijven en verzoeken de Minister om aan te geven hoe hij dezebredere achterstanden gaat aanpakken.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over o.a. de petitie «Vergoed Voxzogo voorkinderen met achondroplasie, laat onze kinderen groeien». Zij hebben hiernog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie benadrukken dat er zo snel mogelijk eenoplossing moet komen voor kinderen met achondroplasie. Wanneerverwacht de Minister hen toegang te kunnen geven tot dit medicijn,waarmee zij beter kunnen groeien?De leden van de SP-fractie vragen daarnaast of er bij het beoordelen vande vergoeding van dit medicijn ook rekening wordt gehouden met het feitdat het op de langere termijn veel kosten kan besparen wanneer dezekinderen minder zorg nodig hebben doordat zij meer hebben kunnengroeien.De leden van de SP-fractie benadrukken ten slotte dat de discussie overVoxzogo weer duidelijk maakt dat het huidige systeem van geneesmidde-lenontwikkeling en -productie niet werkt voor mensen, omdat het teveel isgericht op financiële belangen. Is dit nu eindelijk het moment dat deMinister stappen gaat zetten om de afhankelijkheid van commerciëlefarmaceutische bedrijven voor essentiële geneesmiddelen te vermin-deren, door meer transparantie over prijzen af te dwingen en de genees-middelenontwikkeling meer publiek te organiseren?Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep-MarkuszowerDe leden van de Groep-Markuszower hebben de brief van de Minister metde reactie op verzoek commissie over o.a. de petitie «Vergoed Voxzogovoor kinderen met achondroplasie, laat onze kinderen groeien» gelezen enhebben nog twee aanvullende vragen.In tegenstelling tot wat de Minister in de beantwoording zegt wordt hetmedicijn in Malta niet alleen geïmporteerd maar ook vergoed. In hoeverrebehoort dit ook voor Nederland tot de mogelijkheden? Op de website vande BVKM schrijven behandelend artsen over de positieve effecten vanVoxzogo en de beschikbaarheid van het medicijn in grote delen vanEuropa. Ze vinden het «wenselijk dat alle kinderen in Europa dezelfdebehandelmogelijkheden hebben bij zeldzame aandoeningen omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9665 ongelijkheid en onmogelijke dilemma’s voor ouders en hun kinderen tevoorkomen». Kan de Minister concreet reageren op de inbreng van dezeartsen?Genoemde leden zien de beantwoording graag voor de begrotingsbehan-deling van VWS tegemoet.II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister met zijn reactie op verzoek commissie over o.a. de petitie«Vergoed Voxzogo voor kinderen met achondroplasie, laat onze kinderengroeien». Deze leden lezen in de brief van de Minister: «Binnen debestaande routes doe ik wat binnen mijn mogelijkheden ligt om ditgeneesmiddel beschikbaar te krijgen voor patiënten, en ik kijk daarbij ooknaar de mogelijkheid van een voorwaardelijke toelating.» Kan de Ministeraangeven welke andere routes bestaan en welke vervolgstappen daarinmomenteel worden gezet, naast het wachten op het proefdossier, en ofdaaraan tijdslijnen zijn verbonden of verbonden kunnen worden?Voxzogo behoort vanwege de subcutane toedieningsroute tot hetextramurale bekostigingskader. Hiermee is de extramurale vergoedings-procedure, het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) vantoepassing, waarbij het Zorginstituut nadat een vergoedingsaanvraagdoor de fabrikant is ingediend, toetst of het middel voldoet aan depakketcriteria effectiviteit (stand van de wetenschap en praktijk), kostenef-fectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid. Het pakketcriterium standvan de wetenschap en praktijk (SWP) is de belangrijkste eis om eengeneesmiddel in het basispakket op te kunnen nemen. Buiten deGVS-route om, is er voor geregistreerde geneesmiddelen die nog nietvoldoen aan de SWP, een route van Voorwaardelijke Toelating (VT). De VTricht zich specifiek op weesgeneesmiddelen (geneesmiddelen voorzeldzame aandoeningen), conditionals (geneesmiddelen die door hetEuropees Geneesmiddelenbureau (EMA) met voorwaarden tot de marktzijn toegelaten), en exceptionals (geneesmiddelen die door het EMAonder exceptionele omstandigheden tot de markt zijn toegelaten). Dit typegeneesmiddelen kunnen tijdelijk toegelaten worden tot het basispakketonder de voorwaarde van nader onderzoek, om de SWP te bewijzen. Aanhet einde van het traject wordt een uitspraak gedaan over definitieveopname in het basispakket. Ongeacht de gekozen route, geldt dat deleverancier ten allen tijde een dossier moet indienen. Wel is het zo datvoor een VT-traject geen zogeheten farmaco-economische analyse hoeftte worden aangeleverd, ten behoeve van een beoordeling van dekosteneffectiviteit. Dat kan voor de leverancier mogelijk van belang zijn.Tegelijk is een voorwaarde van de VT dat het middel gedurende deVT-periode tegen een sterk verlaagde prijs wordt aangeboden.Op 3 februari heeft een scopingbijeenkomst plaatsgevonden metverschillende vertegenwoordigers, waaronder het Zorginstituut, artsen,patiëntenvereniging Belangenvereniging van Kleine Mensen, en deleverancier. Het doel van deze bijeenkomst was om mogelijke en haalbareroutes te verkennen om Voxzogo in Nederland beschikbaar te maken. Uitde scopingbijeenkomst is naar voren gekomen dat een VT-traject nietpassend lijkt, omdat er op voorhand geen sprake lijkt van een evidencegap1 om een oordeel over de SWP te kunnen geven. De geschikte routeom het geneesmiddel beschikbaar te maken is dus via een reguliereextramurale vergoedingsaanvraag. Hiervoor moet de leverancier een1Het ontbreken van voldoende wetenschappelijk bewijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9666 vergoedingsdossier indienen. Het Zorginstituut heeft de leveranciergewezen op de mogelijkheid om een zogenaamd wetenschappelijkadvies2 aan te vragen. Daarbij geeft het Zorginstituut vooraf advies overde insteek voor het in te dienen vergoedingsdossier. Hiermee wordtbeoogd vooraf duidelijkheid te creëren over wat nodig en wat haalbaar isbij de indiening van het vergoedingsdossier. Het Zorginstituut gaathierover graag in gesprek met de leverancier.Of er uiteindelijk een vergoedingsdossier wordt ingediend door deleverancier, is nog niet duidelijk. Zodra hierover meer helder is, zal ik uinformeren.Het is lastig om hier specifieke tijdslijnen aan te verbinden. Dit varieertnamelijk sterk per geneesmiddel en route. Het proces kan doorgaansenkele weken tot enkele maanden duren.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA hebben met interesse kennisgenomenvan de reactie van de Minister op o.a. de petitie over het vergoeden vanVoxzogo. Deze leden begrijpen de grote frustratie bij ouders en familie-leden van kinderen met achondroplasie, zeker gezien het feit dat hetmedicijn in andere landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, wel wordtvergoed. Ondertussen weigert de farmaceut tot op heden om inNederland een volledig dossier aan te leveren bij het Zorginstituut. Ditleidt tot zeer schrijnende verhalen die we terugzien in onder meer petities,mails van ouders en tijdens persoonlijke gesprekken.Omdat Voxzogo alleen op jonge leeftijd effectief lijkt te zijn, is het cruciaaldat er zo snel mogelijk actie wordt ondernomen. Daarom willengenoemde leden allereerst benadrukken dat zij het onverteerbaar vindendat de fabrikant nog steeds niet eens de moeite heeft genomen eenproefdossier in te dienen. De farmaceutische industrie, die enormeomzetten draait, laat hiermee wederom zien vooral met het maken vanzoveel mogelijk winst bezig te zijn en niet met het belang van jonge,kwetsbare patiënten en hun familieleden. De Minister gaf aan dat hij deleverancier eerder al heeft aangeraden om tenminste een proefdossier inte dienen zodat het Zorginstituut in gesprek kan gaan over dit genees-middel met de leverancier, patiënten en de beroepsgroep. Dat dit tot opheden niet is gebeurd, is ongelofelijk kwalijk. Zijn er manieren waarop deMinister de farmaceut verder onder druk kan zetten om toch een(proef)dossier aan te leveren, of zijn er alternatieve routes die bewandeldkunnen worden, bijvoorbeeld door dossiers of resultaten na behandelingmet Voxzogo met andere landen uit te wisselen? Welke stappen neemt deMinister hierop of kan hij hier nog op nemen, ook bij andere fabrikantenen medicijnen waar vergelijkbare problemen spelen?Nee, ik heb geen andere mogelijkheden om de leverancier onder druk tezetten anders dan een beroep te doen op zijn maatschappelijke verant-woordelijkheid in verband met het patiëntenbelang. Ik kan een leverancierniet dwingen om een middel op de markt te brengen, en evenmin kan ikdeze of een andere leverancier verleiden met beloften op voorhand,bijvoorbeeld over de bereidheid te betalen. Daarvoor gelden de vasteuitgangspunten van het Nederlandse pakketbeheer, waarbij de (kosten)ef-fectiviteit het belangrijkste is, en waarover het Zorginstituut mij alsMinister adviseert.2Wetenschappelijk advies voor indiening vergoedingsaanvraag geneesmiddelen | ZorginstituutNederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9667 Wat zijn de verwachtingen van de Minister over vergelijkbare situaties inde toekomst, waarbij een impasse ontstaat doordat fabrikanten weigereneen dossier aan te leveren? Hoe kan dit bij Voxzogo en andere medicijnenvoorkomen worden?Ik streef ernaar om in dit soort gevallen in gesprek te treden met deleveranciers om te onderzoeken waarom een leverancier geen dossierindient en de leverancier te verzoeken een dossier in te dienen. Maar meerkan ik op dit moment niet doen. De beslissing om een geneesmiddel opde markt te brengen en daartoe een vergoedingsdossier in te dienen ligtnu eenmaal bij de leverancier.En wat zijn de mogelijkheden om medicijnen als Voxzogo uit hetbuitenland te halen, zoals nu bijvoorbeeld in Malta gebeurt?Parallelimport van een Europees geregistreerd product moet wordengemeld bij het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Dit moet wordengedaan door de partij die het wil importeren. Hiervoor moet deze partijbeschikken over de juiste fabrikantenvergunning. Daarmee draagt dezepartij ook de bijkomende verantwoordelijkheden voor het geïmporteerdeproduct. Maar, veel belangrijker nog: dit betekent nog niet dat het wordtvergoed in Nederland en dat is in deze casus de crux. Daarvoor is hetnoodzakelijk dat de pakketwaardigheid wordt beoordeeld door hetZorginstituut, en daarvoor is een vergoedingsdossier een voorwaarde.Hoe beziet de Minister daarnaast de huidige situatie rondom het nietvergoeden van Voxzogo in relatie tot het Kinderrechtenverdrag en hetVN-verdrag Handicap waar glashelder staat dat kinderen en mensen meteen beperking recht hebben op (medische) hulp? Hoe kijkt de Ministerhiernaar en worden deze rechten wat hem betreft nu geschonden?In lijn met artikel 24 van het Kinderrechtenverdrag streef ik ernaar tewaarborgen dat elk kind toegang heeft tot de grootste mogelijke mate vangezondheidsvoorzieningen en dat geen enkel kind zijn of haar recht optoegang tot voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden. Deinternationale verdragen vormen dan ook een belangrijke basis voor onsbeleid. Maar de vergoeding van zorg is een nationale bevoegdheid. Ik wijser daarbij op dat juist het Nederlandse vergoedingssysteem, waarin dewaarde – dat wil zeggen de gezondheidswinst van een geneesmiddel –centraal staat, bedoeld is om rechtvaardige keuzes te maken binnen eenbeperkt budget, zodat elke patiënt, met welke aandoening dan ook, eropkan vertrouwen dat een behandeling voor zijn of haar aandoening opeenduidige en vaste wijze wordt beoordeeld. Ik onderstreep dat het vanbelang is om ons onverminderd in te blijven zetten voor een beteretoegankelijkheid van zorg, om verder te bouwen aan de realisatie vandeze rechten.Kan hij nader ingaan op de gevolgen voor gezinnen, die machteloosmoeten toezien hoe hun kind, broertje of zusje achteruit gaat en mogelijkte maken krijgt met bijkomende gezondheidseffecten doordat hen de kansom te groeien en op minder complicaties wordt ontnomen, terwijl er weldegelijk een medicijn voorhanden is?Ik erken dat de situatie voor gezinnen met een kind met achondroplasiezeer ingrijpend is. Daarnaast begrijp ik goed dat het uitblijven van toegangtot behandeling grote gevoelens van machteloosheid kan veroorzaken. Enfrustratie omdat het later beschikbaar komen van een mogelijk effectiefgeneesmiddel kan leiden tot een minder effectieve behandeling. Tegelij-kertijd wil ik erop wijzen dat de effectiviteit in Nederland nog nietbeoordeeld is en wil ik aangeven dat ik grote waarde hecht aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9668 zorgvuldige besluitvorming voor pakkettoelating, binnen de geldendeprocedures. Zoals gezegd zorgen deze ervoor dat voor alle geneesmid-delen dezelfde voorwaarden gelden.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over de voortgang ten aanzien van het geneesmiddel Voxzogo enhebben hierover nog enkele vragen. Genoemde leden verwijzen naar hetschrijven van artsen op het gebied van achondroplasie over de wense-lijkheid van een medicijn zoals Voxzogo op de website van de BVKM(Werkgroep skeletdysplasie). Deze leden vragen of de Minister hierop wilreageren, omdat ook artsen hier de meerwaarde van het medicijnbeschrijven.Het is niet aan mij om (resultaten van) onderzoeken inhoudelijk tebeoordelen, dat is aan de instanties die daarvoor bevoegd zijn. In hetgeval van Voxzogo is het Zorginstituut aan zet om te beoordelen of ditgeneesmiddel vergoed kan worden.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister op 8 september heeftaangegeven dat «Het Zorginstituut heeft verduidelijkt dat in de beoor-deling wel enige ruimte is voor maatwerk, en gekeken kan worden naarwat passend bewijs is.» Deze leden vragen of hier al naar is gekeken en zoja, welke ruimte er wel of niet is.De leden van de CDA-fractie vragen naar de toezegging van de Ministerom in gesprek te gaan met de firma over het dossier Voxzogo. Zij vragenof de Minister kan aangeven welke gesprekken er zijn geweest tussen hetMinisterie van VWS en de fabrikant, en tussen het Zorginstituut en defabrikant, sinds de eerste keer dat de Kamer hiervoor aandacht heeftgevraagd.Er is vanuit het Ministerie van VWS meermaals contact gelegd met deleverancier. Op 26 juni 2025 heeft een online bijeenkomst plaatsgevonden,waarover mijn ambtsvoorganger uw Kamer op 7 juli 2025 heeft geïnfor-meerd3. Hierna is op 16 juli 2025 overleg gevoerd met het Zorginstituut,waarover de leverancier op 23 juli 2025 is bericht en waarbij werdaangegeven dat het Zorginstituut bereid is een zogeheten scopingbijeen-komst te organiseren als er een proefdossier zou worden ingediend. Deleverancier heeft op 21 augustus 2025 hierop gereageerd en aangegevendat het indienen van een proefdossier een «enorme uitdaging» zou zijn.Tevens stelde de leverancier voor om toch een overleg te voeren metbelanghebbenden. Op 3 september 2025 heeft het ministerie gereageerddat het Zorginstituut voor de organisatie van een bijeenkomst leidend zoumoeten zijn en herhaald dat daarvoor een proefdossier nodig is. Ik heb uwKamer daarvan op 8 september 2025 bericht.4 Het Zorginstituut heeftdaarna zelf contact gezocht met de leverancier en twee gesprekkengevoerd op 16 september 2025 en 14 oktober 2025. Waarbij ook de optievan een VT-traject is besproken.Uitkomst hiervan is dat het Zorginstituut toch een scopingbijeenkomst zouorganiseren met belanghebbenden. Deze heeft op 3 februari plaatsge-vonden. Tijdens deze bijeenkomst zijn mogelijke en haalbare routesverkend om het geneesmiddel in Nederland beschikbaar te maken,waarbij verschillende vertegenwoordigers, waaronder het Zorginstituut,artsen, patiëntenvereniging Belangenvereniging van Kleine Mensen, en3Zie Kamerstukken 29 477, nr. 944.4Zie Kamerstukken 29 477, nr. 946.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9669 de leverancier bij aanwezig waren. Uit de scopingbijeenkomst is naarvoren gekomen dat een VT-traject niet passend lijkt, omdat er opvoorhand geen sprake lijkt van een evidence gap5 om een oordeel over deSWP te kunnen geven. De geschikte route om het geneesmiddelbeschikbaar te maken is dus via een reguliere extramurale vergoedings-aanvraag. Hiervoor moet de leverancier een vergoedingsdossier indienen.Het Zorginstituut heeft de leverancier gewezen op de mogelijkheid omeen zogenaamd wetenschappelijk advies6 aan te vragen. Daarbij geeft hetZorginstituut vooraf advies over de insteek voor het in te dienen vergoe-dingsdossier. Hiermee wordt beoogd vooraf duidelijkheid te creëren overwat nodig en wat haalbaar is bij de indiening van het vergoedingsdossier.Het Zorginstituut gaat hierover graag in gesprek met de leverancier. Of eruiteindelijk een vergoedingsdossier wordt ingediend door de leverancier,is nog niet duidelijk. Zodra hierover meer helder is, zal ik u informeren.De leden van de CDA-fractie lezen in de beantwoording van de feitelijkevragen bij de begrotingsstaten VWS dat parallelimport los staat van devergoeding van het geneesmiddel. Zij vragen hoe dit dan in Malta isgeregeld, aangezien het medicijn daar via een ander EU-land wordtaangeleverd en door de overheid gratis aan kinderen ter beschikkinggesteld wordt. Deze leden vragen of dit klopt en zo ja, welke anderemanieren de Minister ziet om overbruggingsafspraken te maken metbuurlanden (en eventueel vergoeding).Ik ben niet op de hoogte van de specifieke regeling in Malta, ik kan u dusniet de bevestiging geven of dit klopt. Alhoewel Voxzogo centraal istoegelaten tot de Europese markt door het Europees Geneesmiddelen-bureau (EMA), heeft elke lidstaat zijn eigen nationale procedures om tebepalen of een geneesmiddel wordt vergoed. Dat Voxzogo in Malta wordtvergoed, betekent dus niet dat dit geneesmiddel voldoet aan de eisenvoor vergoeding uit het basispakket in Nederland.Ik begrijp niet goed wat wordt bedoeld met het maken van overbruggings-afspraken met buurlanden. Ik kan en wil pas besluiten over vergoedingvan dit geneesmiddel als de pakketwaardigheid beoordeeld is door hetZorginstituut. Daarvoor is het nodig dat het Zorginstituut een vergoe-dingsdossier ontvangt. Ik begrijp dat patiënten zo snel als mogelijktoegang willen tot dit geneesmiddel. Maar de procedures voor vergoedingzijn er niet voor niets en borgen dat we alle gevallen gelijk behandelen,zodat we – gegeven een beperkt budget en beperkte capaciteit in de zorg –rechtvaardige keuzes kunnen maken, op basis van gezondheidswinst.De leden van de CDA-fractie vragen welke nieuwe fabrikanten momenteelaan een medicijn bij achondroplasie werken, en wanneer deze medicijnennaar verwachting op de markt komen. Deze leden vragen wat deverschillen van dit nieuwe medicijn zijn met het huidige Voxzogo.Volgens de horizonscan geneesmiddelen zijn er twee andere geneesmid-delen in ontwikkeling voor achondroplasie bij kinderen. Hierbij gaat hetom de geneesmiddelen navepegritide7 en infigratinib8. Wat betreftnavepegritide is de registratieaanvraag voor toetreding tot de Europesemarkt bij het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) in behandeling,naar verwachting wordt dit geneesmiddel in november 2026 geregis-treerd. Wat betreft infigratinib is de verwachte registratie bij het EMA juni5Het ontbreken van voldoende wetenschappelijk bewijs.6Wetenschappelijk advies voor indiening vergoedingsaanvraag geneesmiddelen | ZorginstituutNederland7Navepegritide | Horizonscan geneesmiddelen8Infigratinib | Horizonscan geneesmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96610 2027. Het is nog te vroeg in het ontwikkelingsproces om de verschillentussen deze nieuwe geneesmiddelen en Voxzogo duidelijk vast te stellen.Zij vragen verder wat de mogelijkheden voor patiënten medisch gezienzijn om over te stappen naar nieuwe medicijnen, en in hoeverre eeneventuele voorwaardelijke toelating dit toestaat.Overstappen naar nieuwe medicijnen voor achondroplasie is op ditmoment nog niet concreet genoeg, aangezien de nieuwe middelen zichgrotendeels nog in de onderzoeksfase bevinden en er nog geen markttoe-lating is. Het EMA beoordeelt hierbij de kwaliteit, werkzaamheid enveiligheid van een geneesmiddel. Bij voorwaardelijke toelating wordt eenveelbelovend geneesmiddel tijdelijk toegelaten tot het basispakket, tot ervoldoende bewijs is verzameld om te kunnen voldoen aan het pakketcri-terium stand van wetenschap en praktijk.Een voorwaardelijke toelating heeft betrekking op een specifiek genees-middel, hierdoor is het niet zomaar mogelijk om binnen een VT trajectover te stappen op een nieuw geneesmiddel. De VT wordt beëindigdwanneer een geregistreerd alternatief beschikbaar zou komen en er geensprake meer is van unmet medical need9.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek commissie over o.a. de petitie «Vergoed Voxzogo voor kinderenmet achondroplasie, laat onze kinderen groeien». Deze leden hebbenhierover de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie constateren dat de urgentie voor patiënten enouders groot is, terwijl procedures blijven voortduren en afhankelijkhedenin het systeem knellen. Genoemde leden lezen dat het Zorginstituutaangeeft dat de baten van Voxzogo pas op lange termijn aantoonbaar zijn,en dat het nog onzeker is of het middel voldoet aan de Stand van deWetenschap en Praktijk (SWP). Tegelijkertijd constateren deze leden datouders, kinderen en behandelaars al langere tijd in onzekerheid zitten endat de fabrikant nog steeds geen (proef)dossier heeft ingediend. Dat roeptde vraag op hoeveel regie de Minister werkelijk heeft over het proces. Kande Minister aangeven welke concrete stappen het Ministerie van VWSheeft genomen om de firma te bewegen tot het indienen van eenproefdossier, en waarom dit ondanks herhaalde gesprekken nog niet isgelukt? Is de Minister bereid duidelijke deadlines te communicerenrichting de firma en het Zorginstituut om te voorkomen dat dit traject noglanger voortsleept?Er is vanuit het Ministerie van VWS meermaals contact gelegd met deleverancier. Op 26 juni 2025 heeft een online bijeenkomst plaatsgevonden,waarover mijn ambtsvoorganger uw Kamer op 7 juli 2025 heeft geïnfor-meerd10 Hierna is op 16 juli 2025 overleg gevoerd met het Zorginstituut,waarover de leverancier op 23 juli 2025 is bericht en waarbij werdaangegeven dat het Zorginstituut bereid is een zogeheten scopingbijeen-komst te organiseren als er een proefdossier zou worden ingediend. Deleverancier heeft op 21 augustus 2025 hierop gereageerd en aangegevendat het indienen van een proefdossier een «enorme uitdaging» zou zijn.Tevens stelde de leverancier voor om toch een overleg te voeren metbelanghebbenden. Op 3 september 2025 heeft het ministerie gereageerddat het Zorginstituut voor de organisatie van een bijeenkomst leidend zoumoeten zijn en herhaald dat daarvoor een proefdossier nodig is. Ik heb uw9Een onvervulde behandelbehoefte.10Zie Kamerstukken 29 477, nr. 944.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96611 Kamer daarvan op 8 september 2025 bericht.11 Het Zorginstituut heeftdaarna zelf contact gezocht met de leverancier en twee gesprekkengevoerd op 16 september 2025 en 14 oktober 2025. Waarbij ook de optievan een VT-traject is besproken.Uitkomst hiervan is dat het Zorginstituut toch een scopingbijeenkomst zouorganiseren met belanghebbenden. Deze heeft op 3 februari plaatsge-vonden.De leverancier is ook gewezen op het belang van een tijdige indiening vaneen dossier, om de voortgang van het traject te stimuleren. Ik begrijp defrustratie dat er tot heden nog geen proefdossier is ingediend. Maar ik hebgeen mogelijkheid om een leverancier te verplichten om een vergoedings-aanvraag in te dienen. Ik ben dus niet bereid om duidelijke deadlines tecommuniceren, ook omdat het niet naleven van die deadlines geen enkeleconsequentie zou hebben.Wat is op dit moment de langst mogelijke vertraging die in het systeemkan ontstaan voordat een patiënt duidelijkheid krijgt over vergoeding?Ik kan hierbij geen maximale termijn noemen. Een leverancier kanbesluiten om een geneesmiddel überhaupt niet op de Nederlandse marktte willen brengen, ook als het geneesmiddel een Europese marktautori-satie heeft.Is de Minister bereid om, indien de firma wederom geen dossier indient,alternatieve routes met andere landen te verkennen?Nee, daartoe ben ik niet bereid. Ik kan en wil pas besluiten oververgoeding van dit geneesmiddel als de pakketwaardigheid beoordeeld isdoor het Zorginstituut. Daarvoor is het nodig dat het Zorginstituut eenvergoedingsdossier ontvangt. Ik begrijp dat patiënten zo snel als mogelijktoegang willen tot dit geneesmiddel. Maar de procedures voor vergoedingzijn er niet voor niets en borgen dat we alle gevallen gelijk behandelen,zodat we – gegeven een beperkt budget en beperkte capaciteit in de zorg –rechtvaardige keuzes kunnen maken, op basis van gezondheidswinst.Ook constateren de leden van de BBB-fractie dat ouders in de petitiewijzen op het ontbreken van een gelijk speelveld met andere EU landenwaar het middel al wel (voorwaardelijk) beschikbaar is. De Minister geeftaan dat prijsstelling en beoordeling eerst moeten plaatsvinden voordatvergoeding mogelijk is. Hoe beoordeelt de Minister de stelling van oudersdat kinderen «kostbare tijd verliezen» die later niet meer is in te halen?Ik begrijp de zorgen van ouders over uitstel van behandeling van dezekinderen. De behandeling is mogelijk minder effectief als deze pas oplatere leeftijd wordt gestart. Juist daarom vind ik het heel spijtig en nietgetuigen van een maatschappelijke verantwoordelijkheid dat deleverancier tot op heden nog geen proefdossier heeft willen indienen.Kan de Minister inzichtelijk maken in welke EU landen Voxzogo wel directof voorwaardelijk wordt vergoed, en waarom Nederland hiervan afwijkt?In een aantal landen, waaronder Frankrijk, Slovenië, Estland, Duitsland,Spanje, Polen, Litouwen, is Voxzogo beschikbaar gesteld. AlhoewelVoxzogo centraal is toegelaten tot de Europese markt door het EuropeesGeneesmiddelenbureau (EMA), heeft elk lidstaat zijn eigen nationaleprocedures om te bepalen of een geneesmiddel wordt vergoed. Dat11Zie Kamerstukken 29 477, nr. 946.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96612 Voxzogo in het buitenland wordt vergoed, betekent dus niet dat ditgeneesmiddel voldoet aan de eisen voor vergoeding uit het basispakket inNederland. Ik heb van de leverancier begrepen dat in de landen waar hetgeneesmiddel wordt vergoed de kosteneffectiviteit niet is beoordeeld. InNederland moet dat wel, omdat de kosten van het geneesmiddel meerdan 50.000 euro per patiënt per jaar zijn en de totale kosten (ruim) meerdan 1 miljoen per jaar. Vanaf deze grenswaarden moet een leverancieraltijd een zogeheten farmaco-economische analyse aanleveren zodat dekosteneffectiviteit beoordeeld kan worden. Dit maakt het mogelijk om hetbeperkte zorgbudget zo rechtvaardig mogelijk te verdelen, namelijk opbasis van de gezondheidswinst.Daarnaast vragen de leden om verduidelijking van de daadwerkelijkeimpact van het middel, de doelgroep en de redenen waarom systemen inandere landen sneller of anders functioneren. Wat levert Voxzogo, naastverbetering van de levenskwaliteit, concreet op voor kinderen die hetmiddel gebruiken?Ik kan niet concreet ingaan op de daadwerkelijke impact en doelgroep vanVoxzogo, omdat er nog geen inhoudelijke beoordeling door het Zorgin-stituut heeft plaatsgevonden. De reden dat systemen in andere landenanders functioneren, is omdat er verschillen bestaan in de vergoedings-en beoordelingsprocedures, als gevolg van de nationale bevoegdheid ombudgettaire keuzes te maken.Om hoeveel kinderen gaat het in Nederland die mogelijk in aanmerkingkomen voor Voxzogo?Er is nog geen dossier ingediend door de leverancier, waardoor er noggeen formele schatting is van het aantal kinderen met achondroplosie diein aanmerking komen voor Voxzogo. Volgens eerdere schattingen van hetZorginstituut komen er jaarlijks 7 nieuwe patiënten in aanmerking voorbehandeling met Voxzogo. Daarnaast komen er mogelijk 50 tot 135 reedsgediagnosticeerde patiënten in aanmerking12.Welke systeemfactoren maken dat Voxzogo in andere landen wel(voorwaardelijk) beschikbaar is, maar in Nederland niet? Komt dit doorhet Nederlandse vergoedingssysteem waarin vergoeding meteen vooriedereen geldt of ligt?Ik heb van de leverancier begrepen dat in de landen waar het genees-middel wordt vergoed de kosteneffectiviteit niet is beoordeeld. InNederland moet dat wel, omdat de kosten van het geneesmiddel meerdan 50.000 euro per patiënt per jaar zijn en de totale kosten (ruim) meerdan 1 miljoen per jaar. Vanaf deze grenswaarden moet een leverancieraltijd een zogeheten farmaco-economische analyse aanleveren zodat dekosteneffectiviteit beoordeeld kan worden. Dit maakt het mogelijk om hetbeperkte zorgbudget zo rechtvaardig mogelijk, namelijk op basis van degezondheidswinst, te verdelen. Inmiddels is uit de scopingbijeenkomstnaar voren gekomen dat een VT-traject (Voorwaardelijke Toelating) nietpassend lijkt voor Voxzogo, omdat er op voorhand geen sprake lijkt vaneen evidence gap om een oordeel over de effectiviteit (SWP) te kunnengeven. De geschikte route om het geneesmiddel beschikbaar te maken isdus via een reguliere extramurale vergoedingsaanvraag. Hiervoor moetde leverancier een vergoedingsdossier indienen. Hierna kan de beoor-deling starten en indien wordt voldaan aan de vereisten, kan het genees-middel worden opgenomen in het basispakket.12Kamerstuk 29477, nr. 698 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96613 Verder merken de leden op dat in de brief wordt gesteld dat binnen debestaande routes wordt gedaan wat mogelijk is. De leden van deBBB-fractie constateren echter dat deze routes afhankelijk zijn van de inzetvan de fabrikant, de doorlooptijden bij het Zorginstituut en complexeprocedures, zonder dat er duidelijke sturingsmomenten zijn. Is de Ministerbereid een overzicht te verstrekken van alle stappen in de procedure,inclusief maximale doorlooptijden, zodat inzichtelijk wordt waar devertraging precies optreedt?Ik kan een algemeen overzicht verstrekken van de stappen in eenprocedure, maar kan hierbij geen exacte doorlooptijden garanderen. VoorVoxzogo is, omdat er geen sprake lijkt van een evidence gap, de reguliereextramurale vergoedingsroute beschikbaar. Dit betreft de procedure vooropname in het geneesmiddelvergoedingssysteem (GVS):1.De registratiehouder dient een vergoedingsaanvraag in bij Farmatec,van de uitvoeringsorganisatie CIBG, en een dossier bij het Zorginsti-tuut met gegevens over het onderzoek naar de effectiviteit of standwetenschap en praktijk (farmacotherapeutische analyse) en metbewijs van de kosteneffectiviteit (farmaco-economische analyse).Concreet gaat het om een farmacotherapeutisch (FT-)rapport, eenfarmaco-economisch (FE-)rapport en een budgetimpactanalyse (BIA).2.Het Zorginstituut beoordeelt op basis van dit dossier de pakketwaar-digheid van Voxzogo en brengt advies uit aan VWS.3.De besluitvorming door de Minister van VWS.Heeft het Ministerie van VWS inmiddels gesproken met de ouderwerk-groep? Zo ja, welke afspraken zijn daar gemaakt?Nee, dat heb ik (nog) niet gedaan. Uiteraard sta ik open voor een gesprekom de ervaringen van ouders en kinderen met achondroplasie te horenen, desgewenst, een toelichting te geven. Ik wil alleen geen valse hoopbieden, en kan dus niet op voorhand toezeggingen doen.De patiëntenvereniging was aanwezig bij de scopingbijeenkomst die hetZorginstituut heeft georganiseerd op 3 februari.Kan de Minister aangeven op welke momenten het Ministerie van VWSactief kan ingrijpen wanneer de voortgang stokt of wanneer de firmaprocesmatig achterblijft?Het Ministerie van VWS kan de voortgang van een vergoedingsprocedureniet afdwingen, omdat de verantwoordelijkheid voor het indienen van eenvolledig dossier bij de leverancier ligt. Het ministerie kan wel devoortgang stimuleren door in gesprek te gaan met de leverancier en hetZorginstituut, zodat een indiening kan worden bevorderd.Tot slot merken de leden van de BBB-fractie op dat de situatie rondVoxzogo opnieuw laat zien dat Nederland steeds vaker achterloopt opandere Europese landen wanneer het gaat om toegang tot nieuwe enveelbelovende geneesmiddelen. Het Nederlandse beoordelings- engoedkeuringssysteem kent langdurige procedures, zware bewijsvereistenen afhankelijkheden die maken dat patiënten onnodig lang in onzekerheidblijven, terwijl in andere lidstaten al wel beweging plaatsvindt. Genoemdeleden vinden het daarom des te problematischer dat structurele oplos-singen uitblijven en verzoeken de Minister om aan te geven hoe hij dezebredere achterstanden gaat aanpakken.Net als in veel andere Europese landen beoordelen we in Nederland ofeen geneesmiddel pakketwaardig is voordat het wordt toegelaten tot hetpakket. Het doel is om collectieve middelen alleen te besteden aangeneesmiddelen die bewezen gelijkwaardig of beter zijn dan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96614 standaardbehandeling en waarbij de kosten in verhouding staan tot detoegevoegde waarde. Deze eisen voor vergoeding zijn er niet voor nietsen borgen dat we alle gevallen gelijk behandelen, zodat we – gegeven eenbeperkt budget en beperkte capaciteit in de zorg – rechtvaardige keuzeskunnen maken, op basis van gezondheidswinst. Ik hecht daarom veelwaarde aan een zorgvuldige beoordeling, ook als die tijd kost. Uiteraardheb ik daarbij oog voor patiënten en wil ik niet dat zij onnodig lang inonzekerheid blijven.Ik zie wel mogelijkheden tot verbetering in het huidige systeem. Ik werkdaarom aan een zogenoemd Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen(TSG), waarbij ik inzet op structurele aanpassingen aan de pakkettoelatingvan nieuwe geneesmiddelen. Het doel is dat de overheid en zorgpartijengezamenlijk meer grip krijgen op de instroom van nieuwe geneesmid-delen, zodat we kunnen versnellen, en meer inzicht krijgen in de effecti-viteit en gepaste inzet van geneesmiddelen in de praktijk.Ik moet hier wel melden dat de eerder gecommuniceerde ingangsdatumvan het TSG van 1 januari 2027 niet haalbaar blijkt. De ingangsdatum ismet minimaal een half jaar uitgesteld. Het Zorginstituut heeft mij latenweten dat er meer tijd nodig is voor een zorgvuldige uitwerking, waarbijbijvoorbeeld ook inzichtelijk gemaakt wordt wat de gevolgen zijn voor debetrokken partijen. Dit is gecommuniceerd aan de betrokken partijen watkon rekenen op hun begrip.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over o.a. de petitie «Vergoed Voxzogo voorkinderen met achondroplasie, laat onze kinderen groeien». Zij hebben hiernog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie benadrukken dat er zo snel mogelijk eenoplossing moet komen voor kinderen met achondroplasie. Wanneerverwacht de Minister hen toegang te kunnen geven tot dit medicijn,waarmee zij beter kunnen groeien?Ik kan niet vooruitlopen op wanneer en of er toegang tot dit medicijn kanworden geboden. Dit is afhankelijk van het moment waarop de leveranciereen volledig vergoedingsdossier indient en de daaropvolgende beoor-deling door het Zorginstituut. Binnen mijn mogelijkheden doe ik wat kan,waaronder het voeren van de gesprekken met de leverancier en hetZorginstituut. De verantwoordelijkheid voor het dossier blijft bij deleverancier.De leden van de SP-fractie vragen daarnaast of er bij het beoordelen vande vergoeding van dit medicijn ook rekening wordt gehouden met het feitdat het op de langere termijn veel kosten kan besparen wanneer dezekinderen minder zorg nodig hebben doordat zij meer hebben kunnengroeien.Ik ga niet over de inhoudelijke beoordeling van een vergoedingsdossier.Die weging, waaronder de langetermijneffecten in verhouding tottoekomstige kosten, ligt bij het Zorginstituut. Ten algemene kan ik welaangeven dat het Zorginstituut ook, als daar bewijs voor is, de langetermijn effecten meeweegt, bijvoorbeeld de kwaliteit van leven, vermin-derde zorgvraag en arbeidsproductiviteit.De leden van de SP-fractie benadrukken ten slotte dat de discussie overVoxzogo weer duidelijk maakt dat het huidige systeem van geneesmidde-lenontwikkeling en -productie niet werkt voor mensen, omdat het teveel isgericht op financiële belangen. Is dit nu eindelijk het moment dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96615 Minister stappen gaat zetten om de afhankelijkheid van commerciëlefarmaceutische bedrijven voor essentiële geneesmiddelen te vermin-deren, door meer transparantie over prijzen af te dwingen en de genees-middelenontwikkeling meer publiek te organiseren?Ik heb begrip voor de roep om prijstransparantie. Zeker als prijzen vangeneesmiddelen hoog zijn en/of een grote budgettaire impact hebben, isde roep om een rechtvaardiging van die prijzen logisch. Toch ga ik dat nietafdwingen. De reden is dat ik geen meerwaarde zie voor het Nederlandsevergoedingsbeleid, maar wel risico’s voor de toegankelijkheid. Dat komtomdat wij in Nederland welbewust kiezen voor een waarde-benadering enniet voor een kostenbenadering. Ik licht dat graag toe.Bij gelimiteerde budgetten zijn keuzes, ook in de zorg, onvermijdelijk. Hetis dan belangrijk dat de uitgaven goed te verantwoorden zijn. Elke eurokan immers maar één keer worden uitgegeven. Dat betekent niet alleendat de absolute waarde van een behandeling duidelijk moet zijn, maar ookde relatieve waarde: hoe effectief is een nieuwe behandeling in verge-lijking met de standaardbehandeling, voegt de nieuwe behandelingwaarde toe en zo ja, hoeveel? Waarbij de waarde dan wordt uitgedrukt ingezondheidswinst. Door dit gestandaardiseerd af te zetten tegenreferentiewaarden voor de ziektelast, waarbij geldt: hoe ernstiger deziekte, hoe hoger de bereidheid te betalen, zorgen we ervoor dat met hetbeschikbare budget zoveel mogelijk gezondheidswinst wordt behaald(kosteneffectiviteit). En dat laatste moet wel het uitgangspunt zijn.Naast dit fundamentele bezwaar, zie ik ook praktische belemmeringen vaneen kostenbenadering. Ten eerste is het lastig de kosten toe te wijzen aanéén geneesmiddel, omdat basaal of vroeg onderzoek vaak de basis is voorde ontwikkeling van meerdere geneesmiddelen, of juist helemaal tot nietsleidt. Dat betekent dat met aannames gewerkt moet worden, die altijd terdiscussie gesteld kunnen worden. Daarnaast wordt met een kostenbena-dering inefficiënte ontwikkeling beloond met een hogere prijs. Bij gelijkewaarde lijkt mij althans niet dat we weer willen betalen voor een middelenkel omdat de ontwikkelkosten hoger waren. En ten derde zou ik, als ik inonderhandelingen transparantie zou afdwingen van de nettoprijzen,helaas geen of veel lagere kortingen meer kunnen overeenkomen metleveranciers. Ook dat zou betekenen dat we meer uitgeven, zonder dat wedaar gezondheidswinst voor terugkrijgen (of minder middelen metmeerwaarde in Nederland tot beschikking zullen hebben). Ik merk daarbijop dat ook ik het uit oogpunt van het afleggen van verantwoordingbelangrijk vind om transparantie na te streven, maar dat ik, gesteld voorde keuze, toegankelijkheid uiteindelijk zwaarder vind wegen.U vraagt mij of het nu eindelijk tijd wordt om geneesmiddelenontwik-keling meer publiek te organiseren. De SP-fractie heeft mij eerder middelsde motie Bushof en Jimmy Dijk (Kamerstuk 29 477, nr. 881)13 opgeroepenom een voorstel uit te werken voor een onafhankelijk fonds voorgeneesmiddelenonderzoek. Ik heb opvolging gegeven aan deze motie inde Kamerbrief met referentie van september jongstleden14. Vooralsnogheb ik nog geen reactie ontvangen van uw Kamer op dit stuk. Als uwKamer wenst om geneesmiddelenontwikkeling meer publiek te organi-seren dan kan de genoemde Kamerbrief dienen als startpunt voor eendiscussie over de mogelijkheid en wenselijkheid van zo’n voorstel.13Geneesmiddelenbeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal14Kamerbrief geneesmiddelontwikkeling en -vergoeding op basis van behoefte vanuit desamenleving | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96616 Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep-MarkuszowerDe leden van de Groep-Markuszower hebben de brief van de Minister metde reactie op verzoek commissie over o.a. de petitie «Vergoed Voxzogovoor kinderen met achondroplasie, laat onze kinderen groeien» gelezen enhebben nog twee aanvullende vragen.In tegenstelling tot wat de Minister in de beantwoording zegt wordt hetmedicijn in Malta niet alleen geïmporteerd maar ook vergoed. In hoeverrebehoort dit ook voor Nederland tot de mogelijkheden?Dat behoort niet tot de mogelijkheden. Ik kan en wil pas besluiten oververgoeding van dit geneesmiddel als de pakketwaardigheid beoordeeld isdoor het Zorginstituut. Daarvoor is het nodig dat het Zorginstituut eenvergoedingsdossier ontvangt. Ik begrijp dat patiënten zo snel als mogelijktoegang willen tot dit geneesmiddel. Maar de procedures voor vergoedingzijn er niet voor niets en borgen dat we alle gevallen gelijk behandelen,zodat we – gegeven een beperkt budget en beperkte capaciteit in de zorg –rechtvaardige keuzes kunnen maken, op basis van gezondheidswinst.Op de website van de BVKM schrijven behandelend artsen over depositieve effecten van Voxzogo en de beschikbaarheid van het medicijn ingrote delen van Europa. Ze vinden het «wenselijk dat alle kinderen inEuropa dezelfde behandelmogelijkheden hebben bij zeldzame aandoe-ningen om ongelijkheid en onmogelijke dilemma’s voor ouders en hunkinderen te voorkomen». Kan de Minister concreet reageren op deinbreng van deze artsen?Genoemde leden zien de beantwoording graag voor de begrotingsbehan-deling van VWS tegemoet.Het is niet aan mij om (resultaten van) onderzoeken inhoudelijk tebeoordelen, dat is aan de instanties die daarvoor bevoegd zijn. In hetgeval van Voxzogo is het Zorginstituut aan zet om te beoordelen of ditgeneesmiddel vergoed kan worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 96617

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0e21f62ebd046498

14 okt 2026 · c9d8d5c4fbbbff61

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.