Rapport “Regionale effecten passendheidstoets”
Brontekst
Versie 9bfe56f97805b902 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 29 453Woningcorporaties Nr. 394 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 juni 2015 Naar aanleiding van de vraag van het lid Verhoeven (D66) in het Algemeen overleg over de Staat van de Woningmarkt van 4 juni bied ik u hierbij het rapport «Regionale effecten passendheidstoets» aan1, dat in opdracht van mijn ministerie is opgesteld door ABF Research. Dit rapport is op 1 juni definitief opgeleverd en op rijksoverheid.nl geplaatst.2 In dit rapport wordt ingegaan op de mogelijke effecten van de passend-heidstoets op vraag en aanbod van huurwoningen en op de financiële positie van corporaties. In mijn antwoorden op de vragen van uw Kamer die ik op 28 mei aan u verzonden heb (Kamerstuk 29 453, nr. 392) waarbij gebruik is gemaakt van een conceptversie van het rapport, is aangegeven dat het op voorhand niet mogelijk is om eenduidig aan te geven welke gevolgen de passend-heidsnorm voor de kasstromen en solvabiliteit zal hebben. De prognoses zijn sterk afhankelijk van de veronderstellingen en voornemens die corporaties zelf formuleren voor de komende jaren onder meer voor wat betreft de huurprijsstelling. De uitkomsten hangen af van de mate waarin de norm ingevuld wordt door een meer passende verdeling van de vrijkomende woningvoorraad over de huurtoeslagdoelgroep en andere huurders. Ook is relevant in welke mate effecten op de huurinkomsten, als corporaties besluiten voor een deel van de woningen een lagere huur te vragen, worden opgevangen door huurverhogingen elders in de voorraad. In het rapport van ABF wordt het belang van de hierboven genoemde veronderstellingen over gedragsreacties onderschreven. Ter indicatie is een vrij extreme variant doorgerekend waarbij alle huren bij nieuwe toewijzingen worden gemaximeerd op het niveau van de aftoppingsgrens. Dan bedraagt de huurderving na twee jaar (2016–2017) ruim 100 mln. In 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl2Op rijksoverheid.nl is abusievelijk 1 mei als publicatiedatum genoemd. kst-29453-394ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 29 453, nr. 3941 geen enkele provincie is de huurderving groter dan 1%. Op landelijk niveau bedraagt de huurderving in 2017 ca 0,6%. Dit is een extreem scenario omdat een dergelijke maximering alleen nodig is voor de doelgroep van de huurtoeslag. Het rapport houdt geen rekening met compensatie door extra huurinkomsten door hogere huren voor hogere inkomensgroepen en/of een betere verdeling in de voorraad als gevolg van gerichte doorstroming. Dit relativeert de voorspellende waarde van het rapport. ABF heeft aangegeven vanwege beperkingen in de data een meer realistische variant, waarbij huurmaximering enkel zou gelden voor de huurtoeslagdoelgroep, en corporaties de norm deels invullen door andere toewijzing, niet te kunnen doorrekenen. In het rapport wordt ingegaan op de ontwikkeling van passend toewijzen in de jaren 2010 tot en met 2013. De afgelopen jaren worden steeds minder woningen passend toegewezen, in de zin van de passend-heidsnorm. In 2010 en 2011 wezen corporaties nog zodanig veel woningen toe onder de aftoppingsgrens dat hiermee aan de passend-heidsnorm voldaan had kunnen worden. In 2012 en 2013 wezen corpo-raties minder woningen toe onder de aftoppingsgrens. In 2013 werd aan ca 69% van de huishoudens met recht op huurtoeslag een woning met een huurprijs onder de aftoppingsgrens toegewezen. Om vanaf 2016 aan de passendheidsnorm te kunnen voldoen zullen corporaties volgens dit rapport ten opzichte van 2012 en 2013 meer woningen onder de aftoppingsgrens moeten aanbieden. De achteruitgang in de mate van passend toewijzen in de afgelopen jaren is aanleiding geweest om in de nieuwe woningwet de passenheidsnorm opnieuw in te voeren vanaf 2016. Daarmee worden financiële risico’s als gevolg van hoge woonquotes bij huishoudens in de doelgroep van de huurtoeslag voorkomen. Daarnaast kan zo de toename van het beroep op de huurtoeslag worden afgeremd. Zoals in mijn brief van 28 mei gemeld, zullen de effecten van passend toewijzen worden gemonitord in de Staat van de Volkshuisvesting over het jaar 2016. De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. BlokTweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 29 453, nr. 3942
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.