Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie 00c366077a0c1ad3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2025Nr. 6 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 18 oktober 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken, belast met het voorbe-reidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit tebrengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegevenantwoorden.De vragen zijn op 26 september 2024 voorgelegd aan de Minister vanEconomische Zaken. Bij brief van 11 oktober 2024 zijn ze door de Ministervan Economische Zaken beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenDe griffier van de commissie,Nava kst-36600-XIII-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 61 1Hoe slaan de bezuinigingen van dit kabinet neer op het midden- enkleinbedrijf (mkb) versus het grootbedrijf? Kunt u hier een preciesoverzicht van geven?AntwoordVanuit het Ministerie van Economische Zaken worden het mkb en hetgrootbedrijf door middel van een gevarieerd instrumentarium onder-steund. Het is niet mogelijk een eenduidige uitsplitsing te geven van welkdeel van regelingen en instrumenten waarop is bezuinigd naar het mkb ofnaar het grootbedrijf gaat. In veel gevallen gaat het namelijk omregelingen waar beide doelgroepen een beroep op kunnen doen.Voorbeelden van regelingen waarop is bezuinigd die voor zowel het mkbals het grootbedrijf beschikbaar zijn, zijn regelingen op het gebied vanEuropese en internationale samenwerking- en R&D-projecten, zoalsEurostars en Internationaal Innoveren. Van regelingen die specifiek openstaan voor het mkb en worden geraakt door de bezuinigingen, is de MKBInnovatiestimulering Topsectoren (MIT)-regeling een voorbeeld.Daarnaast wordt de jaarlijkse bijdrage aan de ROM’s en Invest-NLverlaagd. Deze organisaties richten zich met name op het mkb maarsluiten het grootbedrijf niet uit.Hieronder is een overzicht van de bezuinigingen op de regelingen diespecifiek gericht zijn op het mkb en/of grootbedrijf op de EZ-begroting.Van de invulling van de subsidietaakstelling vindt b( Voorjaarsnota 2025mogel(k een heroverweging plaats op basis van dan actuele inzichten enprioriteiten.Instrument (bedragen x € 1.000)20252026202720282029EU-cofinanciering Digital Europe– 962– 1.612MKB-Innovatiestimulering Topsecto-ren (MIT)– 7.099– 10.673– 14.315– 8.404Eurostars– 875– 1.461– 976– 993– 992Bevorderen ondernemerschap– 3.186– 3.838– 5.969– 3.505Cofinanciering EFRO incl. Interreg– 5.002Bijdrage aan ROM’s– 2.402– 2.856– 3.835– 2.251Invest-NL (subsidie bijdrage)– 2.525– 3.008– 4.034– 2.368Internationaal Innoveren– 3.284– 4.386– 4.881– 4.962– 4.962Topsectoren overig– 184– 1.206– 1.652Totaal– 4.159– 26.061– 26.416– 36.276– 25.746 2Hoeveel wordt er in totaal, inclusief Nationaal Groeifonds (NGF),bezuinigd op projecten die bedoeld zijn voor het mkb?AntwoordIn de begroting van Economische Zaken (EZ) zijn drie bezuinigingenverwerkt die effect hebben op projecten, subsidieregelingen, en anderinstrumentarium voor het mkb. Dit betreffen de volgende maatregelen uithet HLA: maatregel 49. Overheveling specifieke uitkeringen naarGemeente- en Provinciefonds met 10% budgetkorting, maatregel 40.Generieke taakstelling subsidies Rijksbreed, en maatregel 69. FondsOnderzoek en Wetenschap. In totaal wordt er als gevolg van deze driebezuinigingsmaatregelen € 36,2 mln in 2025 bezuinigd op de begrotingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 62 van EZ. Van dit totaal van de drie maatregelen betreft € 4,2 mln (zieantwoord vraag 1 voor uitsplitsing) middelen die origineel bestemd warenvoor projecten, subsidieregelingen, en ander instrumentarium voor hetmkb en/of grootbedrijf. De overige € 32,0 mln aan bezuinigingen heeftniet specifiek betrekking op projecten bedoeld voor het mkb, maar heefteffect op algemeen innovatie- en bedrijvenbeleid. Een deel van diebezuinigingen bestaat uit het inhouden van prijsbijstelling, waardoorbudgetten niet worden geïndexeerd voor prijsinflatie. Dit heeft ook effectop de instrumenten voor het mkb en/of grootbedrijf.De bezuiniging op het Nationaal Groeifonds (NGF) betreft het schrappenvan de vierde en vijfde rondes van het NGF. Budgettair slaat dezebezuiniging neer op de begroting van het NGF. Omdat deze rondes nogniet waren opengesteld is het niet mogelijk om een inzicht te geven welkeprojecten geen doorgang hebben gevonden en welke (specifiek) bedoeldwaren voor het mkb als gevolg van de bezuiniging.Het is niet mogelijk een eenduidige uitsplitsing te geven van welk deel vanregelingen en instrumenten waarop is bezuinigd naar het mkb of naar hetgrootbedrijf gaat. Zie hiervoor de beantwoording van vraag 1.3Welke Nederlandse bedrijven hebben marktmacht naar schaal van deNederlandse economie?Antwoord:Marktmacht is de mate waarin een deelnemer aan de markt zich onafhan-kelijk van de andere marktspelers kan gedragen en zo de prijs en/of dehoeveelheid van goederen of diensten op een markt kan bepalen.Marktmacht kan op allerlei manieren ontstaan, bijvoorbeeld doorsuccesvol ondernemerschap of fusies. Marktmacht op zichzelf is nietverboden, het misbruiken ervan wel.De beoordeling of bedrijven marktmacht hebben ligt bij de ACM. Om tebepalen of een bedrijf marktmacht heeft, is per geval een specifiekeeconomische en juridische analyse vereist. De ACM kan dit soort analysesuitvoeren als er vermoedens zijn van overtredingen of andere vormen vanmarktfalen. Marktmacht kan voorkomen in diverse private en semipu-blieke sectoren onder bedrijven die in Nederland gevestigd zijn of die vanbuiten Nederland producten en diensten in Nederland aanbieden. Echterkan wegens de vereiste specifieke analyse om marktmacht bij een bepaaldbedrijf aan te tonen geen generieke lijst van ondernemingen metmarktmacht worden gegeven.4Van welke grote in Nederland gevestigde bedrijven is bekend hoeveelbelasting zij de afgelopen jaren hebben betaald?AntwoordMeer in het algemeen kan ik opmerken dat in de jaarverslagen vanondernemingen de nodige informatie is opgenomen omtrent hun eigenfiscale positie. Vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) kan ik niet ingaan opindividuele fiscale dossiers.5Welke bedrijven die ooit in Nederland een publieke investering hebbengehad, betalen nu belasting in het buitenland?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 63 Vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 Algemene wetinzake rijksbelastingen (AWR) kan ik niet ingaan op individuele fiscaledossiers.6Hoeveel meer of minder belasting betalen grote bedrijven/multinationalsin vergelijking met mkb, uitgaande van gemiddeldes en binnen eenzelfdesector?AntwoordHet gehele bedrijfsleven, zowel bedrijven/multinationals als het mkbdragen significant bij aan de Nederlandse schatkist. In 2023 was de totaleopbrengst van de vennootschapsbelasting circa € 45 miljard euro (optransactiebasis). Daarmee steeg het aandeel van de vennootschapsbe-lasting in het totaal aan belastingen en sociale premies naar 12 procent,ten opzichte van 8 procent in 2018.Voor het mkb en het grootbedrijf geldt dezelfde tariefstructuur in devennootschapsbelasting: bij gelijke fiscale winst betaalt een mkb-bedrijf inprincipe net zoveel belasting als een multinational. Van de totale betaaldevennootschapsbelasting betaalde het mkb in 2023 € 17,3 miljard (39%) engrote bedrijven/multinationals € 27,2 miljard (61%). De bijdrage van hetbedrijfsleven aan de Nederlandse schatkist is echter breder dan alleen devennootschapsbelasting. Voor vervolgvragen verwijs ik naar het Minis-terie van Financiën, aangezien dit buiten mijn beleidsterrein ligt.7Wat was de gemiddelde consumentenprijs aan de pomp van benzine (dusinclusief alle belastingen en accijnzen) op 1 januari 2024, 15 april 2024,1 mei 2024, 16 mei 2024 en 26 september 2024?AntwoordDe gewogen gemiddelde dagprijzen voor benzine (Euro95) aan de pomp(inclusief alle belastingen en accijnzen) waren als volgt: op 1 januari 2024€ 1,895 per liter; op 15 april 2024 € 2,094 per liter; op 1 mei 2024 € 2,082per liter; op 16 mei 2024 € 2,026 per liter; op 23 september 2024 € 1,875per liter (op het moment van beantwoording was de dagprijs van26 september nog niet bekend; de dagprijs van 23 september is dedichtstbijzijnde beschikbare datum).8Wat zijn de verwachtingen voor de consumentenprijs van benzine aan depomp in 2025, zowel met als zonder de door het kabinet voorgenomenaccijnsverlaging?AntwoordDe consumentenprijs van benzine aan de pomp wordt door verschillendefactoren beïnvloed. Met name de ontwikkeling van de olieprijs op dewereldmarkt speelt een belangrijke rol. De olieprijs is afhankelijk vangeopolitieke spanningen en economische ontwikkelingen wereldwijd. Ditmaakt het lastig goede voorspellingen te doen over de consumentenprijsvan benzine.Ook accijnzen beïnvloeden de benzineprijs. De huidige accijnsverlaging opbenzine wordt door het kabinet met 1 jaar verlengd en ook wordt er geeninflatiecorrectie op deze accijns toegepast. De accijns blijft € 0,79 per litervoor benzine in 2025. Zonder accijnsverlaging en met inflatiecorrectie zoudeze accijns uitkomen op € 0,97 per liter voor benzine. In 2025 is dekorting dus € 0,18 per liter voor benzine.De tijdelijke accijnsverlaging vervalt na 2025.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 64 Wanneer verwacht u het wetsvoorstel maatschappelijke BV (BVm) ininternetconsultatie te kunnen brengen?AntwoordHet tijdpad naar internetconsultatie van het voorstel voor de BVm is nogniet vastgesteld in afwachting van de oplossing van een aantal belangrijkeknelpunten, onder meer op het vlak van de verhouding met het vennoot-schapsrecht en het jaarrekeningenrecht. Ook wordt nog bezien hoe moetworden omgegaan met de samenhang tussen het ontwerp-wetsvoorstelvoor de BVm en de ingediende motie omtrent de rentmeestervennoot-schap. Hierover vindt op korte termijn een gesprek plaats met deindieners van de motie over de rentmeestervennootschap. Beiderechtsfiguren hebben belangrijke raakvlakken met het Burgerlijk Wetboek.Daarover gaat de Staatssecretaris Rechtsbescherming.10Hoeveel procent van het bruto binnenlands product (bbp) wordt, met devoorgenomen bezuinigingen op onderzoek en innovatie meegenomen,door Nederland uitgegeven aan Research & Development (R&D)?AntwoordDe daadwerkelijke cijfers van R&D-uitgaven worden achteraf pas duidelijk,omdat het niet mogelijk is te voorspellen hoeveel bedrijven en overige(niet-publieke) instanties zullen investeren in R&D in een jaar. Op demeest accurate cijfers zit dan ook een vertraging van circa twee jaar. In2022 betrof het aandeel van totale R&D uitgaven 2,3% van het BBP.Volgens de laatste ramingen nemen de publieke R&D-investeringen over2024 nog toe. Met name omdat er dit jaar nog aanzienlijke, reedstoegekende middelen geïnvesteerd worden vanuit het Nationaal Groei-fonds. Private uitgaven in R&D als aandeel van het BBP zijn vrij constantgebleven de afgelopen jaren, met een lichte stijging op de langere termijn.Vanaf 2025 wordt een daling in de publieke R&D-investeringen verwacht,met name omdat de vierde en vijfde ronde van het Groeifonds niet doorgaan. Hiermee zullen de totale R&D-uitgaven vanaf 2025 afnemen.Het Ministerie van Economische Zaken is voornemens verder inzicht tecreëren in de verwachte publieke en totale R&D uitgaven op basis van hetregeerprogramma, maar dit overzicht is voor de begrotingsbehandelingennog niet beschikbaar. Deze informatie zal onderdeel uitmaken van eenbreder beleidsplan om aan de 3%-doelstelling te werken. Dit beleidsplanzal waarschijnlijk Q3 van 2025 aan de Tweede Kamer worden verzonden.11Kunt u een inschatting geven van hoe Nederland het met het voorge-nomen beleid van het kabinet gaat doen op de Institute for ManagementDevelopment (IMD)-concurrentieranglijst?AntwoordIn 2024 is Nederland op deze ranglijst van plek 5 naar plek 9 gezakt. Delanden worden gerangschikt op de thema’s economic performance,government efficiency, business efficiency en infrastructure. Onder dezethema’s hangen een vijftal subcriteria, zoals technological infrastructureen scientific infrastructure onder infrastructure. Een daling op technolo-gical infrastructure lijkt te hebben bijgedragen aan de huidige daling,alsook een daling op alle subcriteria op het thema business efficiency. Eengroot deel van de totale daling lijkt veroorzaakt te zijn door de kwalitatieveinput die via een enquête is opgehaald bij leidinggevenden uit hetbedrijfsleven. De plannen van het huidige kabinet raken veelvuldig aan dethema’s waar Nederland nu minder goed op heeft gescoord. Bijvoorbeeldmet de Nationale Technologiestrategie, het Pact Ondernemingsklimaat enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 65 met de productiviteitsagenda. Hoeveel effect deze plannen zullen hebbenop de IMD-scores valt nu niet te voorspellen.12Wat zijn de sectoren met lage(re) arbeidsproductiviteit? Is er eendoelstelling om te laten krimpen?AntwoordVolgens het CBS hebben de volgende sectoren een relatief lage arbeids-productiviteit: cultuur, recreatie, overige diensten; landbouw, bosbouw envisserij; en de bouwnijverheid. Er is geen expliciete doelstelling om dezete laten krimpen.13Wat zijn de sectoren met hoge(re) arbeidsproductiviteit? Is er eendoelstelling om dit te laten groeien?AntwoordVolgens het CBS zijn de sector financiële dienstverlening, industrie eninformatie en communicatie relatief hoogproductief. Dit kabinet heeftgeen expliciete doelstelling om de arbeidsproductiviteit van specifiekehoogproductieve sectoren te laten groeien. Wel zet het kabinet in op eenalgehele stijging van de productiviteit, van zowel laag- als hoogproduc-tieve sectoren.14Welke sectoren hebben volgens de Minister een lage arbeidsproductiviteitmaar zijn wel van een grote maatschappelijke toegevoegde waarde?AntwoordHet kabinet velt geen expliciet oordeel over welke sectoren wel of geenmaatschappelijke waarde toevoegen. Binnen de sectoren vinden erverschillende economische activiteiten plaats met elk hun eigenmaatschappelijke waarde. Het kabinet vindt het daarom weinig zinvol omop sectorniveau activiteiten aan te wijzen met een grote of kleinemaatschappelijke waarde.15Wat zijn de oorzaken van het feit dat de arbeidsinkomensquote (AIQ) in5 jaar tijd 5,3% is gedaald? Welke van deze oorzaken zijn beïnvloed dooroverheidsbeleid?AntwoordDe daling van de AIQ komt doordat de winsten relatief sterker zijngestegen dan de lonen. Dit heeft te maken met het natuurlijke verloop vande conjunctuur. Nadat de lockdownmaatregelen werden opgehevengingen mensen massaal consumeren, resulterend in hogere groei, en dushogere winsten. Daarbij namen voor sommige bedrijfstakken de winstensterk toe doordat de energieprijzen in recordtempo stegen.Deze combinatie zorgde ervoor dat winsten van bedrijven gedurende dezejaren met bijna een derde toenamen. Gelukkig groeide de beloning vanwerknemers gedurende deze periode ook fors: met een kwart. Dit is eenmindere stijging dan de winsten, maar dit valt goed te verklaren. Prijzenreageren direct op de stand van de conjunctuur, terwijl lonen dit doen metenige vertraging. Dit heeft te maken met de CAO-systematiek, waarinloonafspraken voor een langere periode worden vastgelegd. Dit zien weook nu gebeuren. De blijvende hoge loonstijgingen zoals geraamd doorDNB lijken erop te wijzen dat er sprake is van een inhaalslag van lonen tenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 66 opzichte van de winsten. Dit vertaalt zich de komende jaren – naar allewaarschijnlijkheid – in een stijgende AIQ.Tot slot, het kabinet stuurt niet op de AIQ als indicator. De AIQ kijkt naarprimaire inkomens. Hier heeft de overheid – op korte termijn – geendirecte invloed op, behalve via de vaststelling van het Wettelijk MinimumLoon (WML). Deze is de afgelopen jaren fors verhoogd. Wat het effecthiervan is op de AIQ is echter onduidelijk. Enerzijds leidt een hoger WMLtot meer arbeidsinkomen, en dus een hogere AIQ. Anderzijds prikkelt eenhoger WML ondernemers om in te zetten op automatisering en roboti-sering, resulterend in een lagere AIQ.Op de langere termijn wordt het primaire inkomen bepaald door de groeivan de productiviteit. Om deze te verhogen komt het kabinet met eenproductiviteitsagenda.16Hoe is de dalende AIQ verdeeld over de verschillende inkomensdecielenvan arbeid? Kunt u hier een overzicht van geven en deze uitsplitsen naarde hoogste 10% van de inkomens, de hoogste 1% van de inkomens, dehoogste 0,1% van de inkomens en de hoogste 0,01% van de inkomens,zowel in absolute euros als in procenten?AntwoordEr bestaat geen AIQ die is ingedeeld op basis van de verschillendeinkomensdecielen. Zo bestaan er binnen de inkomensdecielen veelverschillen in waar de werknemers werken: iedere sector, en ieder bedrijfheeft een andere AIQ. Het is daarom moeilijk uitvoerbaar om een AIQ opte stellen op basis van inkomensdecielen. Bovendien zijn er binnen deinkomensdecielen verschillende AIQ-niveaus waardoor het de bruik-baarheid van de indicator vertroebelt.17Welke doelen stelt u ten aanzien van de bredewelvaartsindicatoren zoalsuiteengezet in de factsheet Brede Welvaart van het Centraal Bureau voorde Statistiek (CBS)? Welk beleid voert u om deze doelen te halen?AntwoordDe doelen die ik stel staan in het Regeerprogramma, evenals het beleiddat het kabinet daarvoor voert. De factsheet monitort bredewelvaartsindi-catoren die relevant zijn voor de beleidsterreinen van het Ministerie vanEconomische Zaken, maar bevat geen doelen of beleidsprognoses. Alleenvoor de indicatoren percentage R&D en reductie broeikasgasemissies zijnin het Regeerprogramma doelen vastgesteld. Daarnaast zal de arbeidspro-ductiviteit een centrale rol innemen in de productiviteitsagenda.18Wat zijn de effecten van de bezuinigingen op economisch beleid op hetmkb?AntwoordVanuit het Ministerie van Economische Zaken (EZ) worden het mkb en hetgrootbedrijf door middel van een gevarieerd instrumentarium onder-steund. Het is niet mogelijk een exacte uitsplitsing te geven van welk deelvan regelingen en instrumenten waarop is bezuinigd naar het mkb gaat. Inveel gevallen gaat het namelijk om regelingen waar beide doelgroepeneen beroep op kunnen doen.Voorbeelden van regelingen waarop is bezuinigd die voor zowel het mkbals het grootbedrijf beschikbaar zijn, zijn regelingen op het gebied vanEuropese en internationale samenwerking- en R&D-projecten zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 67 Eurostars en Internationaal Innoveren. Van regelingen die specifiek openstaan voor het mkb en worden geraakt door de bezuinigingen is de MKBInnovatiestimulering Topsectoren (MIT)-regeling een voorbeeld.Hieronder is een overzicht te zien van de bezuinigingen op de regelingendie specifiek gericht zijn op het mkb op de EZ-begroting. Van de invullingvan de subsidietaakstelling vindt b( Voorjaarsnota 2025 mogel(k eenheroverweging plaats op basis van dan actuele inzichten en prioriteiten.Tegenover bezuinigingen staan enkele fiscale lastenverlichtingen, zoalshet terugdraaien van de verlaging van de mkb-winstvrijstelling, enniet-financiële maatregelen waar het mkb voordeel uit kan halen.Bijvoorbeeld het verlagen van regeldruk, realisatie van fysieke ruimte voorbedrijvigheid, maatregelen om arbeidsmarktkrapte terug te dringen enmaatregelen om innovatieve ecosystemen te bevorderen. Bij de aanpakvan regeldruk kijkt het kabinet naar de geïdentificeerde knelpunten uit hetMKB-indicatorbedrijvenonderzoek. Voor het beperken van nieuwelastenverzwaringen wordt de betrokkenheid van in het bijzonder het mkbbij normontwikkeling versterkt.Instrument (bedragen x € 1.000)20252026202720282029EU-cofinanciering Digital Europe– 962– 1.612MKB-Innovatiestimulering Topsecto-ren (MIT)– 7.099– 10.673– 14.315– 8.404Eurostars– 875– 1.461– 976– 993– 992Bevorderen ondernemerschap– 3.186– 3.838– 5.969– 3.505Cofinanciering EFRO incl. Interreg– 5.002Bijdrage aan ROM’s– 2.402– 2.856– 3.835– 2.251Invest-NL (subsidiebijdrage)– 2.525– 3.008– 4.034– 2.368Internationaal Innoveren– 3.284– 4.386– 4.881– 4.962– 4.962Topsectoren overig– 184– 1.206– 1.652Totaal– 4.159– 26.061– 26.416– 36.276– 25.746 19Hoeveel regels voor ondernemers zijn er het afgelopen jaar bijgekomen?AntwoordBij regeldruk gaat het om investeringen en inspanningen (uitgedrukt ingeld) die burgers, bedrijven of professionals moeten doen om zich aanverplichtingen in regelgeving te houden. Op de regeldrukmonitor wordtbijgehouden welke regeldrukkosten er voor bedrijven per jaar bijkomen.In de onderliggende database zijn voor 2024 (januari tot en met augustus)112 nieuwe regelingen geregistreerd. Daarvan waren er 72 gericht opbedrijven en dat leidde in 33 gevallen tot regeldrukeffecten, dat wil zeggeneen toe- of afname van de structurele regeldrukkosten en/of een toenamevan de eenmalige regeldrukkosten. Van de 33 regelingen die tot regeldruk-effecten hebben geleid hadden 29 regelingen een nationale en4 regelingen een Europese herkomst.20Is bekend hoe deze regels bijdragen aan de regeldruk voor ondernemers?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 68 De totale eenmalige regeldrukkosten als gevolg van nieuwe wet- enregelgeving voor de maanden januari tot en met augustus van dit jaarkomen uit op € 235,2 miljoen. Daarvan komt € 108,2 miljoen doornationale regelgeving en € 127 miljoen door Europese regelgeving.De totale structurele kosten over de maanden januari tot en met augustusvan dit jaar komen uit op € 821,9 miljoen. Dat bestaat uit een toenamemet € 851 miljoen als gevolg van Europese regelgeving en een afnamemet iets meer dan € 29 miljoen door nationale regelgeving.21Is bekend bij hoeveel van deze regels voor ondernemers Het Advies-college toetsing regeldruk (ATR) negatief heeft geadviseerd over devoorgenomen regel?AntwoordUit de voortgangsrapportage van ATR van de eerste helft van 2024 blijktdat er 18 negatieve adviezen zijn uitgebracht (dictum drie 10 adviezen endictum vier 8 adviezen).22Hoeveel nationale koppen zijn er op regels uit Europa?AntwoordHet Ministerie van Economische Zaken heeft op verzoek van de Kamer1 in2023 Deloitte opdracht gegeven een probleemverkennend onderzoek naardit vraagstuk uit te voeren. Hierin heeft Deloitte gekeken naar de periodevan 2019 tot en met 2023. Deloitte constateerde in haar onderzoeks-rapport2 dat er geen eenduidige definitie is van het begrip «nationalekop». Deloitte richtte zich daarom op de keuzes die zijn gemaakt bij deimplementatie van Europese richtlijnen en die mogelijk hebben geresul-teerd in strengere nationale wetgeving dan de Europese richtlijn striktgenomen minimaal vereist. Uit een totaal van 1.115 wetten gedurendedeze periode zagen er 286 op de implementatie van een richtlijn diebetrekking heeft op ondernemers. Van deze 286 implementatieregelingenidentificeert Deloitte 16 wetten als mogelijke strengere implementatie(6%). Hiervan hebben 5 wetten geen structurele regeldrukgevolgen.Hieruit blijkt dus dat nationale koppen niet in alle gevallen leiden tot extraregeldruk. Ook heeft een deel van de 16 geïdentificeerde wetten juistpositieve effecten op het ondernemingsklimaat.Omdat in het onderzoek door Deloitte alleen is gekeken naar implemen-tatie op wetsniveau, wordt nu – mede op verzoek van de Kamer3 – eenvervolgonderzoek voorbereid waarbij ook gekeken wordt naar amvb’s enministeriele regelingen. Ik verwacht dat het onderzoek begin 2025 kanworden uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zal ik voor de zomer van 2025met uw Kamer delen.23Hoe is een zachte landing voor ondernemers die failliet gaan nu geregeld?AntwoordPrimair bestaat een zachte landing uit het voorkomen van een faillis-sement, door tijdig de onderneming te saneren wanneer deze niet meergoed draait. Over de mogelijkheden daartoe kunnen ondernemerslaagdrempelig informatie vinden via bijvoorbeeld de KVK. Kleineondernemingen kunnen verder voor begeleiding terecht bij het Onder-1Motie van het lid Van Strien c.s., TK 32 637, nr. 5402Kamerstuk 32 637, nr. 593.3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 69 nemersklankbord. Daarnaast bestaan steunmogelijkheden in het socialedomein via de gemeenten, met behulp van het Besluit bijstand zelfstan-digen. Naast advies om de bedrijfsvoering te verbeteren kan ook hulpworden geboden met het staken van de onderneming met zo minmogelijk schade voor de ondernemer en zijn schuldeisers. Voor eenmans-zaken of ondernemers die al natuurlijk persoon schulden hebben na hetstaken van hun onderneming staat ook de schuldsanering de Wetschuldsanering natuurlijke personen open, zodat zij in drie jaar weerschuldenvrij kunnen zijn.24Hoeveel regelingen zijn er voor mkb’ers waarbij digitalisering gestimu-leerd wordt?25Hoeveel ondernemers maken gebruik van de digitalisering regelingenvoor mkb’ers?Antwoord 24 en 25Op landelijk niveau zijn er verschillende regelingen die specifiek het mkbondersteunen bij de digitaliseringsopgave.InstrumentBereik (vanaf/tot nu)Digitale WerkplaatsenVanaf 2019 zijn er 11.565 mkb’ers geholpen.Europese Digitale Innovatie Hubs (EDIH’s)Vanaf 2023 tot op heden zijn er10.823 bedrijven geïnformeerd, 1122 bedrijvengeactiveerd en ondersteund.Smart IndustryVanaf 2022 tot op heden zijn er:1.737 bedrijven geholpen;2.1099 bedrijven concreet aan de slag gegaanmet digitalisering;3.80.970 ondernemers/medewerkers geïnfor-meerd;4.518 medewerkers getraind in digitalevaardigheden.Mijn Cyberweerbare ZaakIn 2023 zijn 268 mkb’ers geholpen.Subsidieregeling CyberweerbaarheidVanaf 2018 zijn 31 samenwerkingsverbandenondersteund. Bereik via hun achterban:tienduizenden mkb’ers.AI-calls in kader MIT-regelingVanaf 2022 tot op heden zijn er 90 bedrijvenaan het werken aan AI ontwikkelen en AItoepassingen. Op regionaal niveau ondersteunen de gezamenlijke provincies in 2022met ongeveer 220 initiatieven de digitalisering van het mkb. Met eengeschat bereik van 110.000 ondernemers (Regioscan, 2023).4 Ook zijn erverschillende innovatieprogramma’s, waaruit activiteiten gericht opdigitalisering mkb worden gefinancierd, zoals de Wet Bevordering Speur-en Ontwikkelingswerk (WBSO).Belangrijke kanttekening: de cijfers over bereik zijn niet bij elkaar op tetellen omdat niet geregistreerd wordt in welke mate ondernemers vanverschillende initiatieven gebruik maken. Het bereik betreft dus niet enkelunieke ondernemers.4Regioscan Digitalisering (2023). Online te vinden via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/03/15/dialogic-regioscan-digitalisering-mkbTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 610 26Hoeveel digitalisering regelingen zijn er specifiek voor het verbeteren vande arbeidsproductiviteit en hoeveel mkb’ers maken hier gebruik van?AntwoordAlle EZ-regelingen op het gebied van mkb-digitalisering dragen op huneigen manier bij aan de arbeidsproductiviteit van het bedrijfsleven.Twee voorbeelden. Via de European Digital Innovation Hubs (EDIH’s)wordt de maakindustrie geïnformeerd en geactiveerd bij de adoptie vandigitale technologieën, waardoor mkb’ers efficiënter kunnen werken enhun concurrentiepositie versterken.De regeling Digitale Werkplaatsen ondersteunt mkb-ondernemers bij hetdigitaliseren van bedrijfsprocessen en het aanleren van digitale vaardig-heden, met hulp van studenten onder begeleiding van hogescholen. Ditversnelt de implementatie van digitale tools en verlaagt kosten, wat dearbeidsproductiviteit verhoogt.27Hoeveel onderwijscoördinatoren zijn er bij het Ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap (OCW) in dienst die scholen ondersteunen enadviseren?AntwoordEr zijn 14 onderwijscoördinatoren in dienst, in totaal gaat het om 13,8 fte.28Is het juridisch toegestaan dat onderwijscoördinatoren die in dienst zijn bijOCW scholen actief ondersteunen en adviseren?AntwoordIn het geval van de onderwijscoördinatoren is er geen sprake vaneconomische activiteiten, omdat het gaat om gerichte ondersteuning vaneen beperkte groep subsidiescholen ter uitvoering van een subsidiere-geling, wat ook duurzaam bijdraagt aan de kwaliteit van onderwijs.29Welke definitie hanteert het Ministerie van Economische Zaken (EZ) voorstartups en voor scale-ups?AntwoordHet Ministerie van Economische Zaken (EZ) hanteert voor startups enscale-ups de definities zoals benoemd in de Kamerbrief over startup- enscale-upbeleid uit 2023 (Kamerstuk 32 637, nr. 567).Een startup is een jong5 innovatief technologie gedreven bedrijf – op zoeknaar een schaalbaar en herhaalbaar business model – met internationalegroeiambitie.Een scale-up is een snelgroeiend innovatief technologiebedrijf met eengevalideerd businessmodel.Bij een deel van deze bedrijven – de kennisintensieve startups enscale-ups (Deeptech) – vormt kennis de basis van het competitievevoordeel. Veel van deze kennisintensieve startups komen voort uit dekennisinstellingen en ontwikkelen toepassingen op basis van hoogtechno-logische kennis en zijn relevant voor de bevordering van maatschappelijketransities.5Jong startup bedrijf refereert aan een bedrijf wiens financiering niet meer is dan 10mln euro,niet ouder is dan 5 tot 7 jaar, in het geval van deeptech tot 10 jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 611 30Hoeveel startups zijn er in Nederland?AntwoordNederland telt op 27 september 2024 in totaal 8.2866 bedrijven die onderde definitie van startup vallen. Dit is een groei van 5% t.o.v. 2023.31Hoeveel scale-ups zijn er in Nederland?AntwoordNederland telt op 27 september 2024 in totaal 319 bedrijven7 die onder dedefinitie van scale-up vallen. Dit is een groei van 36% t.o.v. 2023.32Hoeveel bedrijven zijn er het afgelopen jaar doorgegroeid van startupnaar scale-up in Nederland?AntwoordGegevens over bedrijfsgroei op individueel niveau ontbreken waardoorhet niet exact mogelijk is vast te stellen hoeveel bedrijven het afgelopenjaar zijn doorgegroeid van startup naar scale-up in Nederland.Wel is vast te stellen dat in totaal het aantal scale-ups in Nederland tussen2023 en 2024 met 85 bedrijven is toegenomen8. Dit is een toename van36%. Het aandeel startups dat doorgegroeid is naar scale-up ligt boven de85 bedrijven. Dit komt doordat scale-ups die zijn doorgegroeid naargrown-ups of gestopt zijn met hun bedrijfsactiviteiten niet zichtbaar zijnbinnen de data.Hierbij wordt wel opgemerkt dat de doorgroei van bedrijven in Nederlandachterblijft vergeleken bij andere Europese landen.33Hoeveel Nederlanders werken er inmiddels voor een start- of scale-up?AntwoordAls uw vraag is hoeveel personen met een Nederlandse nationaliteitwerken voor een startup of scale-up werken ontbreekt data op zowel hetniveau van nationaliteit van de werknemer als data van startups enscale-ups die buiten Nederland zijn gevestigd.Wel is vast te stellen dat in Nederland de werkgelegenheid in 2024 involtijdsbanen binnen startups en scale-ups 277.000 bedraagt9. Er zijn221.000 voltijdsbanen binnen startups en 56.000 voltijdsbanen binnenscale-ups. Ook is bekend dat 29% van de mensen werkzaam in techbe-drijven in Nederland niet Nederlands zijn10.De groei van banen binnen de startup- en scale-upsector is in 2024 kleinerdan in voorgaande jaren. Desalniettemin wordt het tekort aan talent nogsteeds gezien als een van de drie grootste belemmeringen voor groei vanstartups en scale-ups.346Data komt vanuit dealroom.co, en is aangeleverd door Techleap.nl. De definitie van startupzoals benoemd in vraag 29 is door Techleap.nl omgezet in datakenmerken waardoor hetmogelijk is startup bedrijven te identificeren.7Idem.8Data komt vanuit dealroom.co, en is aangeleverd door Techleap.nl.9Data komt vanuit DealRoom.co, zie bijlage «Startup ecosysteem aantallen bedrijven» (vraag 30)tabel 2.10State of Dutch Tech 2024, blz. 70 – Techleap.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 612 Hoeveel Nederlanders werken er inmiddels voor grote organisaties diezijn begonnen als start- of scale-up?AntwoordWe hebben op dit moment geen overzicht van de nationaliteit van dewerknemers van organisaties die zijn begonnen als startup of scale-up.Het ministerie houdt dit niet bij.35Hoeveel start- en scale-ups geven aan bij het stoppen van hun onder-neming of faillissement dat tegenvallende financieringsruimte de redenis?AntwoordEr zijn geen data beschikbaar over het aantal startups en scale-ups diestoppen met de onderneming of een faillissement aanvragen. Om dezereden beschikken wij niet over data waaruit opgemaakt kan worden oftegenvallende financieringsruimte de reden is voor het stoppen van deonderneming of een faillissement.Wel weten we dat toegang tot voldoende kapitaal door startups enscale-ups als een van de grootste uitdagingen voor groei van hunonderneming wordt gezien11. Specifiek deeptechondernemers geven aandat toegang tot onvoldoende kapitaal groei belemmert: slechts 18% heeftna 15 jaar meer dan 50 medewerkers.36Welke kosten gaan gepaard met de splitsing van het Ministerie vanEconomische Zake en Klimaat (EZK) in de twee ministeries, te weten EZen Klimaat en Groene Groei (K&GG)?AntwoordDat is op dit moment nog niet exact bekend, maar de kosten zullenaanzienlijk lager uitvallen dan bij de oprichting van eerdere nieuweministeries. Dit komt doordat gekozen wordt voor een model waarintwee ministeries bediend worden door één werkorganisatie en hetdaarom niet noodzakelijk is om nieuwe (staf)directies op te zetten voor deondersteuning van het nieuwe departement. Er wordt ingeschat dat hetvolledig inrichten van een nieuw ministerie ongeveer € 70 mln. zoukosten (waarvan € 20 mln incidenteel en € 50 mln structureel). Deoprichtingskosten voor het Ministerie van KGG zullen daarentegenbeperkter zijn.37Met hoeveel worden subsidies voor ondernemers met deze begrotingbijgesteld (omhoog of omlaag) uitgesplitst naar wel en niet als onderdeelvan de generieke taakstelling op subsidies?AntwoordDe term «ondernemers» kan erg breed worden opgevat. Voor beant-woording van deze vraag wordt daarom uitgegaan van subsidies op deEZ-begroting met een focus op bedrijven zoals mkb’ers en het grootbe-drijf. Dit betreft bijvoorbeeld de bijdragen aan de ROM’s en Invest-NL,maar ook specifieke regelingen zoals de MKB InnovatiestimuleringTopsectoren (MIT) en het Actieplan Groene en Digitale Banen. Zie ook hetantwoord op vraag 1 voor een specifieke uitsplitsing van alle bezuini-gingen op het instrumentarium gericht op mkb en grootbedrijf.11State of Dutch Tech 2024 – Techleap.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 613 In totaal zijn subsidies op het specifieke instrumentarium voor mkb en hetgrootbedrijf op de EZ-begroting voor 2025 naar boven bijgesteld met€ 52,7 mln. De per saldo positieve bijstelling is gevolg van interneherschikkingen binnen de begroting, overhevelingen van en naar anderedepartementen, het verschuiven van middelen uit 2024 naar 2025 (enverder), en de uitkering van de loon- en prijsbijstelling (LPB).De generieke taakstelling op subsidies heeft vanaf 2026 effect op desubsidie-instrumenten van EZ. Vanaf 2026 worden de instrumenten diespecifiek beschikbaar zijn voor het mkb en grootbedrijf op deEZ-begroting met € 12 mln naar beneden bijgesteld. Deze generieketaakstelling loopt op tot € 23,1 mln in 2028 en daalt naar € 14,6 mln in2029 op deze instrumenten.Ter context, de generieke taakstelling op subsidies raakt het geheleinnovatie- en bedrijvenbeleid (beleidsartikel 2 van de EZ-begroting) voor€ 22,7 mln in 2026, oplopend tot € 42,4 mln in 2028. Bij Voorjaarsnota2025 vindt mogel(k een heroverweging plaats van de invulling van desubsidietaakstelling op basis van dan actuele inzichten en prioriteiten.bedragen x € 1.00020252026202720282029Totale bijstelling subsidie-instrumentariummkb/grootbedrijf EZbegroting52.6944.884– 4.344– 11.886– 3.426Waarvan generieke subsi-dietaakstelling10– 12.026– 16.537– 23.146– 14.6351 Reeks wijkt af van de totaalreeks uit de tabel in het antwoord op vraag 1, omdat vraag 1betrekking heeft op alle bezuinigingen op de EZ-begroting en hoe die neerslaan op het mkb engrootbedrijf; vraag 37 heeft enkel betrekking op de generieke subsidietaakstelling op deEZ-begroting en hoe die neerslaat op het mkb en grootbedrijf. 38Kunt u in een overzicht weergeven hoe de 22 procent taakstelling op hetambtelijk apparaat per onderdeel van het departement en voor deuitvoeringsorganisaties neerslaat?AntwoordOp dit moment is het apparaatsbudget van EZ en KGG nog gedeeld. VoorEZ en KGG leidt de apparaatstaakstelling tot een besparingsopgaveoplopend tot € 90,9 mln in 2029. In de grondslag voor berekening van de22% bezuiniging uit het HLA zijn niet alleen uitgaven voor de kerndeparte-menten opgenomen, maar ook de uitgaven voor de diensten en inspecties(ACM, SodM en CPB). De uitgaven van deze uitvoerders in de grondslagbedragen circa 40% van het geheel van de taakstelling voor EZ en KGG.Indien de taakstelling in euro’s uitsluitend verhaald zou moeten wordenop de uitgaven voor het kerndepartement, zou het taakstellingspercentageoplopen tot 34%.Bij de verdeling van deze taakstelling is vertrekpunt, dat uitvoeringsorga-nisaties en toezichthouders zo veel mogelijk moeten worden ontzien. Omdie reden is er nu voor gekozen om voor deze organisaties een efficiency-taakstelling van bescheiden omvang te laten gelden, nl 0,5% per jaar,oplopend tot 2,5% in 2029. Dat geldt ook voor de uitvoeringsorganisatiesen toezichthouders die in de grondslag voor de interdepartementaleverdeling van de taakstelling waren opgenomen, en daardoor aanvan-kelijk zouden vallen onder het hoge kortingspercentage van 22%,waaronder ACM en SODM. De kerndepartementen zullen daarmeeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 614 verreweg het grootste deel van de taakstelling voor hun rekening moetennemen.Dit is in lijn met wat het CPB in het algemeen veronderstelt als haalbaarvoor organisaties. In totaal levert dat een besparing op van circa € 24,6mln. Daarmee resteert een taakstelling voor EZ en KGG oplopend tot€ 66,3 mln in 2029. Een aanpak om hier meerjarig invulling aan te gevenis in voorbereiding.Omschrijving (bedragen in € mln)20252026202720282029struc.Taakstelling apparaat EZ/KGG– 22,9– 43,3– 64,6– 81,9– 90,9– 90,9Totale bijdrage uitvoering5,310,415,320,224,624,6Totale resterende opgave17,632,949,361,766,366,3 39Kunt u aangeven op basis van welke criteria bepaald wordt hoe de22 procent taakstelling op het ambtelijk apparaat wordt ingevuld?AntwoordDeze criteria worden nog uitgewerkt. Er wordt zowel gekeken naar hetverminderen van het aantal taken als het efficiënter uitvoeren van taken.40Kunt u concreet aangeven welke taken/werkzaamheden niet meeruitgevoerd gaan worden vanwege de taakstelling van 22 procent op hetambtelijk apparaat?AntwoordDat antwoord kan nu nog niet worden gegeven, deze besluiten zijn nogniet genomen. De komende maanden wordt hier invulling aangegeven.41Heeft Invest-NL het mandaat om sectoren of technologieën uit te sluitenvan financiering?AntwoordInvest-NL heeft bij de oprichting als doel meegekregen om, indien demarkt hierin onvoldoende voorziet, bij te dragen aan het financieren enrealiseren van maatschappelijke transitieopgaven door het aanbieden vantoegang tot ondernemingsfinanciering. Binnen de kaders van demachtigingswet en de aanvullende overeenkomst heeft Invest-NL haareigen strategie en investeringsbeleid geformuleerd waarbij vanaf de startprioriteit is gegeven aan de energietransitie, circulaire economie. lifesciences & health en het financieren van innovatief snelgroeiende mkb(startups en scale-ups).De strategie van Invest-NL worden conform de geldende governance terconsultatie voorgelegd aan de Ministeries van Financiën en EconomischeZaken.42Hoe wordt bepaald welke bedrijven er voor blended finance inaanmerking komen, uitgaande van de rendementsdoelstellingen vanInvest-NL?43Hoe wordt blended finance door u geïnterpreteerd?44Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 615 Hoe wordt blended finance straks bij Invest-NL toegepast?Antwoord 42, 43 en 44Blended finance betreft financiering tegen zachtere voorwaarden danmarkconform kapitaal. Blended finance is derhalve bedoeld omniet-marktconforme financiering te kunnen verstrekken voor maatschap-pelijk relevante bedrijven en projecten en op deze manier meer privatefinanciering te kunnen mobiliseren. Blended finance in de vorm vanzachtere financiering zal slechts dan worden ingezet wanneer regulierevormen van financiering (van subsidies tot marktconforme financiering)onvoldoende zijn om de financiering van het desbetreffende bedrijf ofproject daadwerkelijk geheel tot stand te brengen. Ook het IBO Bedrijfsfi-nanciering pleit ervoor dat Invest-NL meer ruimte moet krijgen ommaatwerkfinanciering aan te bieden om in hoog-risico-projecten teinvesteren. De komende periode wordt gewerkt aan het vormgeven vanhet instrument en het verkrijgen van Europese staatssteungoedkeuring.De middelen voor blended finance komen waarschijnlijk per 2026beschikbaar. Voor deze additionele middelen geldt niet het regulierenormrendement van Invest-NL.45Hoeveel bedrijven financieren hun groei, ronde B, C et cetera, vanuit eenbank versus private equity?AntwoordEr zijn geen gegevens beschikbaar waaruit deze uitsplitsing op te makenvalt.Volgens de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP)ontvingen 102 Nederlandse scaleups in totaal 1 miljard euro aangroeikapitaal in 2023. Deze cijfers zijn een combinatie van zowel venturecapital als private equity.Er zijn geen exacte gegevens bekend van het aantal bedrijven dat hungroei financiert middels een bancaire lening. Uit de CBS Financieringsmo-nitor 2024 blijkt dat 72% van de geslaagde financieringsaanvragen doorhet mkb voor start en uitbreiding, ofwel groei, bedoeld zijn. Er kan geenonderscheid gemaakt worden tussen de eerste en latere financierings-rondes. Bovendien gaat dit om alle financieringsvormen aan het mkbzoals bancair, non-bancair, venture capital, etc.32% van de mkb-bedrijven die financiering kregen verliep via de bank in2023. De doeleinden voor financiering zijn echter breder dan alleen groei.46Hoeveel bedrijven huisvest Nederland die de waarde van 1 miljard eurohebben bereikt?47Hoeveel bedrijven met Nederlandse eigenaren huisvest Nederland die dewaarde van 1 miljard euro hebben bereikt?Antwoord 46 en 47Over de waarde van bedrijven in Nederland bestaat geen compleetoverzicht. De waarde is in het geval van niet beursgenoteerde bedrijvenook lastig te bepalen. Voor beursgenoteerde bedrijven is dit welbeschikbaar (de marktkapitalisatie). Op 1 oktober 2024 waren er 43 beurs-genoteerde bedrijven in Nederland met een marktkapitalisatie van meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 616 dan € 1 miljard euro.12 Er is geen integraal overzicht beschikbaar van denationaliteit van de aandeelhouders van deze beursgenoteerdebedrijven.1348Hoeveel bedrijven hebben het afgelopen jaar de grens van 1 miljard eurowaarde bereikt?AntwoordEr bestaat geen compleet overzicht van de waardeontwikkelingen vanbedrijven in Nederland. Enig inzicht kan worden geboden door Dealroom,dat meldt dat het in 2024 gaat om twee bedrijven: Mews en Datasnipper,beide techbedrijven.1449Hoeveel wordt er in totaal (op de hele Rijksbegroting) bezuinigd oponderzoek?50Hoeveel wordt er in totaal (op de hele Rijksbegroting) bezuinigd opinnovatie?Antwoord 49 en 50Onderzoek en innovatie hangen nauw met elkaar samen, een goedbudgettair onderscheid tussen beide terreinen is daarom niet te maken. Ikheb geen zicht op de invulling van de taaktellingen op de rest van deRijksbegroting. Het kabinet heeft gekozen voor verschillende taakstel-lingen. Een volledig overzicht van de taaktellingen is te vinden in definanciële bijlage van het hoofdlijnenakkoord.De relevante taakstellingen op mijn budgetten voor onderzoek eninnovatie zijn: de generieke subsidietaakstelling, taakstelling op het fondsonderzoek en wetenschap, taakstelling op de HGIS-non-ODA-budgettenen de taakstelling op de specifieke uitkeringen. Voor de generiekesubsidietaakstelling geldt dat deze proportioneel is verdeeld, waar bij deinvulling rekening is gehouden met de juridische verplichtingen. BijVoorjaarsnota 2025 vindt mogel(k een heroverweging plaats van deinvulling van de subsidietaakstelling op basis van dan actuele inzichten enprioriteiten. De taakstellingen leiden tot de volgende totaalbedragen dekomende jaren:Bedragen x € 1.00020252026202720282029Totaal– 33.858– 45.306– 46.678– 53.825– 49.078 Daarnaast is in het hoofdlijnenakkoord aangekondigd dat de vierde en devijfde ronde van het Nationaal Groeifonds (in totaal € 6,8 miljard) komente vervallen.51Wat is het exacte percentage, tot achter de komma, van nog vrij tebesteden budget op Beleidsartikel 1 en wat is dit in euro’s?12Bron: companiesmarketcap.com.; Hier vallen ook bedrijven onder die met weinig tot geenactiviteiten in Nederland, maar wel een beursnotering (bijv. Prosus, Universal Music Group,Stellantis, Airbus en VEON.)13Voor een aantal bedrijven geldt dat het duidelijk is dat er een meerderheidsbelang inbuitenlandse handen ligt (bijvoorbeeld Exor en Prosus).14Bron: Dealroom.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 617 AntwoordHet exacte percentage, tot achter de komma, van nog vrij te bestedenbudget op Beleidsartikel 1 is 0,0% en daarmee 0 euro. Het budget opBeleidsartikel 1 bestaat voor 93% uit juridisch verplichte uitgaven en voor7% uit bestuurlijk gebonden uitgaven. Er is hierdoor geen vrij te bestedenbudget op dit beleidsartikel («vrij te besteden» wil zeggen dat het noggeen beoogd doel heeft, zoals dat bij beleidsmatig gereserveerdeuitgaven wel het geval is). Het grootste gedeelte van artikel 1 is gereser-veerd voor de uitvoering van een wettelijke taak (93%). Dit wordtvoornamelijk besteed aan het CBS, RDI en RVO, maar ook aanNGF-projecten. Een deel van artikel 1 is bestuurlijk gebonden (7%). Ditdeel betreft deels subsidies in het kader van EU-cofinanciering DigitalEurope waarvoor voor 2025 al afspraken zijn gemaakt.52Hoeveel wordt er de komende jaren bezuinigd op startup incubators?AntwoordEr is geen directe financiering vanuit EZ naar startupincubators. Welworden middels (onderdelen uit) toegekende projecten uit het NationaalGroeifonds (NGF) enkele incubators gefinancierd. Op deze toegekendeprojecten wordt niet bezuinigd.53Via welke subsidieverlenende organisaties kunnen startups/scale-ups eenfinanciering krijgen tussen de 100.000 euro en 5 miljoen euro?AntwoordHet startup- en scale-upinstrumentarium van EZ loopt grotendeels via deRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Regionale Ontwikke-lingsmaatschappijen (ROM’s) en Invest-NL.RVO verleent zowel directe financiering s in de vorm van leningen(Innovatiekrediet, Vroege Fase Financiering) als indirecte financiering dievia een private tussenpartij bij startups en scale-ups terechtkomen, zoalsde Seed Capital regeling en de Thematische Technology Transfer. Ookloopt het belastingvoordeel dat men kan krijgen vanuit de Wet Bevor-dering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) via RVO. Daarnaast biedtRVO een borgstelling op leningen van financiers middels de BMKB. Ziehiervoor het antwoord op vraag 59.De ROM’s en Invest-NL zijn in beginsel geen subsidie verlenendeorganisaties, maar zij verstrekken wel financiering aan deze doelgroep.Voor beide organisaties geldt dat zij (gedeeltelijk) worden gesubsidieerddoor EZ. Zij verschaffen zowel direct als indirect (via investeringsfondsen)financiering aan startups en scale-ups, zowel in aandelenkapitaal als inachtergestelde leningen. Daarnaast is bij een deel van de ROM’s tevens deVroege Fase Financiering belegd voor hun regio.Buiten deze organisaties kunnen startups ook bij NWO (Take-off 2) enenkele programma’s uit het Nationaal Groeifonds (bijvoorbeeld de BiotechBooster) terecht voor financiering. Alle genoemde instrumenten kunneneen omvang hebben van tussen de € 100.000 en € 5 miljoen.54Hoeveel middelen van de EZ-begroting gaan er naar het bevorderen vande circulaire economie? Maakt u hier met deze begroting meer ofmiddelen voor beschikbaar en zijn deze middelen voldoende om dedoelen mbt de circulaire economie te halen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 618 AntwoordVolgend jaar is 10 miljoen voor de gehele Nationale Grondstoffenstrategieop de begroting van het Ministerie van Economische Zaken gereserveerd,waarvan 4 miljoen te relateren aan de circulaire economie. Dit is evenveelals vorig jaar. Onder leiding van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat worden dit en volgend jaar de circulaire doelen voor 2030herijkt onder het NPCE. Dan zal duidelijk worden welke inspanningen enmiddelen noodzakelijk zijn vanuit de overheid om deze doelen te halen.Binnen het Nationale Programma Circulaire Economie 2023–2030 (NPCE)is het bevorderen van de circulaire maakindustrie de verantwoordelijkheidvan het Ministerie van Economische Zaken. Via de circulaire maakin-dustrie wordt geïntegreerd gewerkt aan de circulariteit van kritiekegrondstoffen binnen de Nationale Grondstoffen Strategie.55Wordt de scope van InvestNL verbreed nu het NGF is geschrapt?AntwoordInvest-NL is gericht op het revolverend financieren van ondernemingendie Nederland duurzamer en innovatiever maken. Het Nationaal Groei-fonds (NGF) was als begrotingsfonds gericht op het vergroten van hetduurzaam verdienmorgen van Nederland, door middel van investeringenin onderzoek, ontwikkeling en innovatie en kennisontwikkeling. Hetschrappen van het NGF gaat niet gepaard met het verbreden van de scopevan Invest-NL. Wel heeft het kabinet extra middelen voor Invest-NLbeschikbaar gemaakt waarmee de slagkracht van de instelling wordtvergroot. Invest-NL kr(gt in totaal 900 miljoen euro aan additionelemiddelen tot en met 2029. 600 miljoen euro wordt gebruikt voorversterking van het kernkapitaal, wat onder meer b(draagt aan dedoorgroei van startups naar scale-ups. Verder wordt 250 miljoen eurowordt gebruikt voor blended finance om knelpunten in de bedr(fsfinan-ciering beter te kunnen adresseren. Daarmee wordt het innovatief mkbgeholpen om door te groeien en neemt de impact van Invest-NL toe. Ookwordt cumulatief 50 miljoen euro toegevoegd in de beschermingsvoor-ziening Economische Veiligheid, waarmee als laatste redmiddel eenbelang kan worden genomen in bedr(ven in geval van risico’s voor denationale veiligheid.56Waarom wordt er de komende jaren bezuinigd op de ROM’s ondanks eenpositieve evaluatie? Op basis waarvan is de omvang van deze bezuinigingbepaald?AntwoordDe ROM’s zijn een belangrijk instrument voor ondernemerschap in deregio, daarom zijn de ROM’s de afgelopen jaren versterkt. Ten opzichtevan 2021 is de structurele subsidiebijdrage van EZ aan de ROM’sverhoogd met 60%, onder andere vanwege de positieve evaluatie van deROM’s. Specifiek voor de bovenregionale samenwerking is door hetamendement van Van Strien (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 19) € 4 miljoenextra vrijgemaakt. De bezuinigingen op de ROM-subsidie zijn het gevolgvan de door het kabinet aangekondigde subsidietaakstelling. B(Voorjaarsnota 2025 vindt mogel(k een heroverweging plaats van deinvulling op basis van dan actuele inzichten en prioriteiten.57Wat is het exacte percentage, tot achter de komma, van nog vrij tebesteden budget op Beleidsartikel 2 en wat is dit in euro’s?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 619 Het exacte percentage, tot achter de komma, van nog vrij te bestedenbudget op Beleidsartikel 2 is 0,0% en daarmee 0 euro. Het budget opBeleidsartikel 2 bestaat voor 85,9% uit juridisch verplichte uitgaven, voor12,0% uit bestuurlijk gebonden uitgaven en voor 2,1% uit beleidsmatiggereserveerde uitgaven. Er is hierdoor geen vrij te besteden budget op ditbeleidsartikel («vrij te besteden» wil zeggen dat het nog geen beoogd doelheeft, zoals dat bij beleidsmatig gereserveerde uitgaven wel het geval is).De uitgaven op dit artikel bestaan voor het meerendeel (ca. 53,1%) uitbijdragen aan baten- en lastendiensten, zelfstandige bestuursorganen,medeoverheden en andere (internationale)organisaties en zijn daarmeeop enigerlei wijze juridisch verplicht. Een deel van artikel 2 is bestuurlijkgebonden (12,0%). Dit deel omvat bijvoorbeeld de subsidies EuroHPC enEuroQCI, die samenhangen met de bijdragen aan Europese partner-schappen en de middelen voor het dit jaar nieuw toegevoegdeNGF-project Material Independence & Circular Batteries, waarvoor deuitgaven zijn vastgelegd in de Project Overstijgende- en Project SpecifiekeAfspraken van dit NGF-project.De hierboven genoemde percentages wijken af van de percentagesgenoemd in de ontwerpbegroting 2025. In vergelijking met de ontwerpbe-groting is de mate van juridisch verplicht met ca. 3% gedaald en de matevan bestuurlijk gebonden met ca. 3% gestegen. Deze verschillen zijnveroorzaakt door een fout in de berekeningen van de budgetflexibiliteit.De percentages hierboven benoemd zijn de juiste en actuele percentagesvan de geschatet budgetflexibiliteit voor artikel 2 van de EZ-begroting.58Wat zijn de grootste uitdagingen rondom start- en scale-ups?AntwoordDe grootste uitdagingen voor startupa en scale-ups zijn financiering, debeschikbaarheid van (internationaal) talent en regelgeving15.Toegang tot financiering is een belangrijke uitdaging voor startups enscale-ups. Deze uitdaging speelt in de vroege fase vooral bij deeptechbe-drijven omdat deze vanaf het begin vaak zeer kapitaalintensief zijn,waarbij de ontwikkel- en terugverdientijd relatief lang is, en de marktonzeker. In de latere fase zijn bedrijven vaak afhankelijk van buitenlandseinvesteerders omdat de beschikbaarheid van Nederlandse fondsen dievoldoende kapitaalkrachtig zijn voor grote tickets niet toereikend is.Uitgebreider wordt hierop ingegaan bij de vraag 61.De tweede grote uitdaging voor Nederlandse technologiebedrijven is ompersoneel te vinden met specifieke vaardigheden (o.a. IT’ers of mensenmet ervaring met het opschalen van bedrijven). Binnen Europa zijn devacatures bij Nederlandse technologiebedrijven bijna het moeilijkst tevervullen. Om de toegang tot talent te verbeteren onderzoekt hetMinisterie van EZ samen met het Ministerie van Financiën een maatregelvoor medewerkersparticipatie, zoals benoemd in het Regeerprogramma.59Hoe veel start-ups hebben er gebruik gemaakt van de mogelijkheid omeen borgstelling aan te vragen bij de overheid?AntwoordDe BMKB is het primaire instrument waar financiers borgstellingenkunnen aanvragen bij de overheid voor leningen die zij aan ondernemerswillen verstrekken. De BMKB kent verschillende luiken die verschillen inmodaliteiten, om zo tegemoet te komen aan de verschillende wensen15State of Dutch Tech 2024, Techleap.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 620 voor financiering. Er is geen specifiek luik voor startups en scale-ups.Financiers kunnen onder het luik «Innovatief» aanvragen indienenwaarmee deze doelgroep bediend kan worden.Doel van de BMKB-doelstellingen is het verwerven van vreemdvermogen. Dit waar startups en scale-ups voornamelijk met durfkapitaal(eigen vermogen) worden gefinancierd.In de categorie Innovatief zijn het aantal aanvragen en tevens verstrek-kingen als volgt:JaarAanvragen en verstrekkingen12021202022672023591 Elke ingediende aanvraag leidt tot een verstrekking. Pas bij het claimen van de borgstellingwordt er door RVO een toets op de aanvraag gedaan. 60Hoe vaak zijn er borgstellingen toegekend aan een start- of scale-up?AntwoordBorgstellingen vinden plaats via de BMKB; verder verwijs ik u naar hetantwoord op vraag 59.61Tegen welke (groei)financieringsuitdagingen lopen de meeste start- enscale-ups tegenaan?AntwoordFinanciering blijft een cruciaal onderdeel van het succes en de doorgroeivan Nederlandse startups in alle fases van hun groei. Ondanks eengestage groei van het aanbod van durfkapitaal, blijft toegang tot finan-ciering voor veel startups en scale-ups een uitdaging, zoals genoemd invraag 58.Volgens het IBO-bedrijfsfinanciering16 en de recent opgeleverdemeta-evaluatie van het instrumentarium is de durfkapitaalmarkt inNederland de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Mede door het bestaanvan verschillende publieke financieringsinstrumenten hebben bedrijven inde vroege fase op dit moment een goede toegang tot financiering. Welworden er knelpunten gesignaleerd bij met name scale-ups en demonstra-tieopstellingen (first of a kind plants), en de financiering van grotefinancieringsrondes.De voornaamste uitdaging in de vroege fase heeft met name te makenmet de risicobereidheid van investeerders. In de vroege fase zijn derisico’s voor investeerders het grootst. Dit speelt met name bij deeptech-bedrijven, omdat deze al vanaf de vroege fase kapitaalintensief zijn, maarde ontwikkeltijd tot de markt nog lang is.In de scale-upfase vormt de beschikbaarheid van investeerders met eenslagkracht die nodig is om grote investeringsrondes te kunnenuitschrijven, een belangrijke uitdaging. Bedrijven in Nederland zijndaardoor voor een groot deel afhankelijk van buitenlandse investeerders.16IBO bedrijfsfinanciering, kies voor baten, http://open.overheid.nl/documenten/8b5a7681-cd67-40f9-a615-7accde9d7ed6/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 621 Om de beschikbaarheid van voldoende durfkapitaal in de vroege fase teborgen heeft de overheid financieringsinstrumenten opgezet zoals deSeed Capital Regeling en Vroege Fase Financiering voor startups. Ookinvesteert het kabinet via Invest-NL en Regionale Ontwikkelingsmaat-schappijen (ROM’s) in innovatieve bedrijven. Zij hebben een aanzienlijkinvesteringsvermogen, dat ook wordt ingezet voor de scale-up fase.Daarnaast heeft het kabinet € 900 miljoen aan additionele middelen voorInvest-NL vrijgemaakt waarmee de slagkracht van de instelling wordtvergroot, hetgeen bijdraagt aan investeringen in onder andere dedoorgroei van startups en naar scale-ups. Met fondsen zoals het DeepTech Fonds, het in 2020 opgerichte Dutch Future fund en fonds-in-fondsinitiatieven zoals het Dutch Venture Initiative en deelname aan hetEuropean Tech Champions Initiative (ETCI) verbetert het kabinet debeschikbaarheid van investeringsfondsen voor startups en scale-ups.62Waarom daalt het aantal verstrekte garanties in de BMKB?AntwoordHet gebruik loopt terug als gevolg van een terugvallende vraag. Hetrelatieve gebruik van de BMKB hangt samen met de algemene conjunc-turele ontwikkeling van de Nederlandse economie. Gebruik loopt terug alsgevolg van terugvallende vraag.63Waarom is de systematiek van de waardering van de Kamer vanKoophandel (KvK) gewijzigd in een Net Promoter Score (NPS), in plaatsvan een rapportcijfer dat beter inzicht geeft in hoe ondernemers de KvKwaarderen?AntwoordIn 2017 heeft KVK gekozen om de meetmethodiek aan te passen. Dit omniet alleen te meten of gebruikers tevreden zijn, maar ook of zij gemak enmeerwaarde hebben ervaren. Daarbij is de Customer Effort Score (CES)toegevoegd aan de metingen. Voor meerwaarde is de Net Promotor Score(NPS)-vraag toegevoegd. De NPS-score meet hoe klanten van deKVK-producten of diensten aanbevelen bij collega’s of zakenrelaties enwordt berekend als het verschil tussen het percentage Promotors enCriticasters. De NPS zelf wordt uitgedrukt als een absoluut getal tussen–100 en +100.Voor de verplichte dienstverlening werd snel duidelijk, dat de NPS-vraag(in hoeverre zou je KVK aanbevelen) niet de benodigde inzichten gaf,omdat respondenten aangaven dat ze geen keuze hadden om wel of nietvan die dienst gebruik te maken. Daarom is voor verplichte dienstver-lening met deze vraag gestopt en vraagt KVK nu hiervoor de klanttevre-denheid (CSAT) en het gemak (CES) uit.Voor niet verplichte dienstverlening zoals advies en informatie, past KVKde NPS vraag nog wel toe. Dit blijkt een goede graadmeter om te weten ofondernemers deze diensten als waardevol hebben ervaren.KVK vindt het belangrijk om te meten en verbeteren hoe ondernemers dedienstverlening ervaren. KVK vraagt altijd een score uit in combinatie meteen toelichting/open antwoord. En met name het tweede geeft veel inzichtin hoe KVK de dienstverlening verder kan verbeteren.64Welke aannames, cijfers en conclusies kloppen er wel en niet van deanalyse die ABN Amro deed naar de btw-verhoging op logies (bron:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 622 https://www.abnamro.nl/nl/zakelijk/insights/sectoren-en-trends/leisure/overheid-raakt-toerisme-met-btw-verhoging-en-rekent-zichzelf-rijk.html)?AntwoordHet Ministerie van Financiën heeft met alle relevante en beschikbaregegevens een zo goed mogelijke raming gemaakt van de voorgenomenBTW-verhoging op logies. De analyse van ABN Amro die door de media isopgepikt geeft geen aanleiding om deze raming bij te stellen.Zo heeft ABN Amro in haar analyse niet betrokken dat er naast hotels ookandere vormen van logies zijn, zoals short-stay en kamerverhuur. Metandere door ABN genoemde punten is wel rekening gehouden in deraming van Financiën. Zo is bij de raming rekening gehouden metzakelijke reizigers die hun btw in vooraftrek kunnen nemen en het feit datvoor aanvullende diensten het btw-tarief ongewijzigd blijft. Zoalsgebruikelijk worden de ramingen van Financiën onafhankelijk gecertifi-ceerd door het CPB. Dit zorgt dat er bij onze ramingen altijd een kwaliteits-controle plaatsvindt.Voor verdere vragen hieromtrent verwijs ik naar het Ministerie vanFinanciën, aangezien dit buiten mijn beleidsterrein ligt.65Kunt u uiteenzetten welke fiscale regelingen er zijn om Nederlandconcurrerend te houden? Kunt u een overzicht maken van alle fiscaleregelingen ten aanzien van het bedrijfsleven en daarbij aangeven hoeveelmiddelen er aan deze fiscale regelingen wordt uitgegeven?AntwoordVoor een overzicht van de fiscale regelingen, verwijs ik naar hoofdstuk 10van de bijlage bij de Miljoenennota 2025. Een aantal van deze regelingenheeft raakvlakken met het beleidsterrein van EZ. Daarom zijn dezeextracomptabel opgenomen in tabel 22 van de EZ-begroting. Voor eennadere toelichting op deze regelingen verwijs ik u naar de Toelichting opde fiscale regelingen die is bijgevoegd bij de Miljoenennota. De vermelderegelingen zijn in zijn algemeenheid ter ondersteuning van het Neder-landse bedrijfsleven. In algemene zin dragen deze regelingen in meer ofmindere mate bij aan een internationaal concurrerend vestigingsklimaat.66Wat is het exacte percentage, tot achter de komma, van nog vrij tebesteden budget op Beleidsartikel 3 en wat is dit in euro’s?AntwoordHet exacte percentage, tot achter de komma, van nog vrij te bestedenbudget op Beleidsartikel 3 is 0,0% en daarmee 0 euro. Het budget opBeleidsartikel 3 bestaat voor 84,3% uit juridisch verplichte uitgaven envoor 6,2% uit bestuurlijk gebonden uitgaven. Per abuis is € 25 mln voorBeschermingsfaciliteit Economische Veiligheid (BEV) bij het bepalen vande percentages van budgetflexibiliteit in de ontwerpbegroting 2025 nietmeegenomen. Het gaat hier om beleidsmatig gereserveerde uitgaven. Dejuiste percentages zijn daarmee: 84,3% (juridisch verplicht), 6,2%(bestuurlijk gebonden) en 9,6% (beleidsmatig gereserveerd); in plaats vande opgenomen 87% (juridisch verplicht), 13% (bestuurlijk gebonden) en0% (beleidsmatig gereserveerd). De juridisch verplichte middelen opartikel 3 worden onder andere besteed aan het budget voor de SeedCapital regeling, het Innovatiekrediet, Deep Tech Fund en verschillenderegelingen betreffende de uitfinanciering van de verplichtingen in hetkader van de regeling Thematische Technology Transfer (TTT). Debestuurlijk gebonden middelen worden besteed aan Vroege fasefinanciering leningen en leningen aan het Oncode instituut. Het beleids-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 623 matig gereserveerde deel is bestemd voor de BEV en de nieuwe tendervan de TTT.67Hoeveel van het totale aantal investeringen, die via de diverse fonds-in-fonds constructies zijn gedaan binnen het Dutch Venture Initiative (DVI),gaan naar Nederlandse bedrijven toe?AntwoordEr zijn volgens de laatste geconsolideerde jaarverslagen per maart 2023 intotaal 393 investeringen via de diverse fonds-in-fonds constructies binnenhet Dutch Venture Initiative (DVI) gedaan, waarvan 181 in Nederlandsebedrijven. Dit is in lijn met de investeringsstrategieën van de onderlig-gende fondsen die veelal internationaal opereren met een focus opNederland.68Wat is de lokale economische toegevoegde waarde van (semi-) publiekgefinancierde creatieve broedplaatsen op de lange termijn?AntwoordBroedplaatsen zijn divers en veelal lokaal georiënteerd. Economisch is ersprake van toegevoegde waarde via hun bijdrage aan betaalbare ruimtevoor jong ondernemerschap met een open (netwerk) karakter. Broed-plaatsen kunnen daarnaast bijdragen aan vitaliteit van een wijk endaarmee ook een positief effect hebben op de vastgoedwaarde. Broed-plaatsen hebben naast een economische rol vaak ook andere maatschap-pelijke functies gericht op ontmoeting, cultuur en scholing. Veel broed-plaatsen hebben een tijdelijk karakter.69Waarom lopen de apparaatsuitgaven voor de Autoriteit Consument &Markt (ACM) vanaf het jaar 2024 terug?AntwoordNaast structurele financiering ontvangt de ACM ook tijdelijke gelden. Dezelopen gedurende de komende jaren af en zodoende lopen ook debijbehorende apparaatsuitgaven terug. Daarnaast is er een efficiency-korting toegepast van 0,5% per jaar oplopend tot 2,5% structureel per jaarvanaf 2029 in het kader van de taakstelling om de groei van het apparaatvan de rijksoverheid terug te draaien. Ook zijn voor een deel van deuitbreiding van de toezichtactiviteiten van de ACM, zoals het uitvoerenvan energietoezicht en toezicht op de digitale economie in de ontwerpbe-groting 2025 voor het jaar 2025 uitgaven geraamd. Over de meerjarigefinanciering moet nog besluitvorming plaatsvinden. Dit zal plaatsvinden inhet reguliere begrotingsproces (voorjaarsbesluitvorming).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 624
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.