Aanpak opvoeren elektrische fietsen waaronder fatbikes
Brontekst
Versie 29ee048ce01dbca1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1101 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 maart 2024Met deze brief wordt de Kamer, mede namens de Minister van Justitie enVeiligheid, geïnformeerd over de aanpak tegen het opvoeren vanelektrische fietsen, waaronder fatbikes.De Kamer heeft met verschillende moties verzocht om een urgenteaanpak om het opvoeren van elektrische fietsen, waaronder fatbikes,tegen te gaan.1 Ook het ministerie maakt zich zorgen over dezeongewenste ontwikkeling. Naast de verkeersveiligheidsrisico’s, zijn erzorgen over het feit dat weggebruikers met een illegaal voertuig de wegop gaan en daarmee ook niet verzekerd zijn bij schade en ongevallen.Drie aanvullende deelonderzoeken zijn het afgelopen jaar uitgevoerd ennaar de Kamer gestuurd met de Kamerbrief van 29 januari 2024.2Daarnaast is er naar aanleiding van de motie van Van Dijk en Grinwis3onderzoek gedaan naar mogelijkheid om een minimumleeftijd in tevoeren voor fatbikes specifiek of elektrische fietsen in het algemeen. Ditonderzoek is bijgevoegd bij deze brief. Hiermee wordt ook de toezegginguit het commissiedebat Verkeersveiligheid aan het lid Olger van Dijkafgedaan4.De verschillende onderliggende onderzoeken en de gesprekken metbelanghebbenden hebben duidelijk gemaakt dat het tegengaan vanopvoeren een complexe kwestie is, die om een combinatie van maatre-gelen vraagt. Voor de aanpak heeft het ministerie dan ook gekeken naarde hele keten van de elektrische fiets: vanaf de productie tot het gebruik ervan op straat.1Kamerstuk 29 398, nr. 1007, Kamerstuk 31 305, nr. 392 en Kamerstuk 29 398, nr. 1091.2Kamerstuk 29 398, nr. 1090.3Kamerstuk 29 398, nr. 1091.4TZ202402-06. kst-29398-1101ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11011 Verbod op aanwezigheid hard- en software waarmee controlesworden bemoeilijkt of beïnvloedEr is onderzoek gedaan naar de mogelijke beleidsopties om het opvoerenvan elektrische fietsen tegen te gaan.5 Om dit probleem aan te pakken isnaar aanleiding van dit onderzoek het verbieden van de aanwezigheid vanopvoer- hard- en software op de openbare weg de voorkeursoptie.Dit verbod wil ik dan ook invoeren. Met deze wijziging wordt het duidelijkvoor gebruikers dat de aanwezigheid van dergelijke hard- en software opde openbare weg niet is toegestaan. Deze normstelling ontbreekt nu enhet is van belang dat dat wordt aangepast. Het onderzoek toont echter aandat een combinatie van maatregelen nodig is om het probleem aan tepakken.Het rijden met een opgevoerde elektrische fiets op de openbare weg is nual zonder goedkeuring verboden. Er is een (type)goedkeuring vereistwanneer een elektrische fiets bijvoorbeeld van een gashendel is voorzienof trapondersteuning biedt bij meer dan 25km/uur. Hierop wordt nu danook gehandhaafd door politie. Echter, veel voorzieningen maken hetmogelijk om het opvoeren van elektrische fietsen gemakkelijk in of uit teschakelen. Deze voorzieningen bemoeilijken de controles op elektrischefietsen. Om dit probleem aan te pakken is een wijziging van de regel-geving in gang gezet waarmee het verboden wordt soft- of hardwaregeïnstalleerd te hebben op een elektrische fiets die de controle opsnelheid bemoeilijkt of beïnvloed. Met dat verbod wordt aansluitinggezocht bij de regels die ook voor bromfietsen gelden, namelijk eenverbod op de aanwezigheid van apparatuur die de controle bemoeilijkt ofbeïnvloedt. Een dergelijk verbod is er op dit moment niet voor elektrischefietsen.Een voorbehoud hierbij is wel dat de controle hierop extra inspanning enkennis vereist vanuit handhaving. Niet alle verbalisanten bezitten debenodigde kennis om deze hard- of software te herkennen, onder andereomdat technologische ontwikkelingen (en verschillen tussen fietsfabri-kanten, apps en dergelijke) zo snel gaan dat zij dit moeilijk kunnenbijhouden. De politie geeft hierbij aan dat er, net als bij de handhaving vanbromfietsen, voornamelijk gehandhaafd wordt op de maximumsnelheiddoor middel van de rollentestbank.Dit verbod vereist een aanpassing van de Regeling voertuigen. Deprocedure daarvoor omvat internetconsultatie, technische notificatie bijde Europese Commissie met een wachttijd van drie maanden en eeninvoertermijn van ten minste twee maanden. In totaal duurt dezeprocedure naar verwachting ongeveer zes maanden.Nieuwe rollentestbankenHandhavingsmogelijkheden bij de politie zijn recent uitgebreid met eennieuwe rollentestbank waarmee ook elektrische fietsen kunnen wordengetest. Wanneer uit de test blijkt dat het voertuig trapondersteuning totboven 25 km/uur geeft of met alleen gebruik van de gashendel zelfstandigsneller kan dan 6 km/uur, dan wordt er een overtreding vastgesteld diekan worden gesanctioneerd met een geldboete. Bij herhaalde overtre-dingen kan de politie het voertuig ook in beslag nemen. De eersterollentestbanken zijn inmiddels geleverd en voor de zomer van 2024hebben alle eenheden een rollentestbank.5Kamerstuk 29 398, nr. 1090 (bijlage).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11012 CommunicatieaanpakEr is een communicatieaanpak in ontwikkeling waarmee het voorweggebruikers, met name jongeren en ouders, duidelijker wordt wat deregels zijn rond het manipuleren van een elektrische fiets. De middelendie hiervoor worden gemaakt worden gedeeld met campagnepartnerszoals gemeenten, provincies, politie en andere relevante partijen zoalsTeamAlert en Veilig Verkeer Nederland.TeamAlert ontwikkelt daarnaast momenteel projecten voor scholengericht op de risico’s in het verkeer voor elektrische fietsen, waarbij defatbike ook specifiek wordt meegenomen. Deze projecten zijn voor hetnieuwe schooljaar 2024–2025 gereed en kunnen na de zomer directworden ingezet.MinimumleeftijdDe aan het begin van de brief aangehaalde motie van de leden Van Dijk enGrinwis verzoekt om een aanvalsplan fatbikes en daarin naast een stevighandhavingspakket en een opvoerverbod ook een minimumleeftijd tebetrekken. Ook in de brief van gemeenten van 7 november 2023 werd eenminimumleeftijd voor het gebruik van elektrische fietsen genoemd.6Het ministerie heeft de maatschappelijke voor- en nadelen in laten kaartbrengen van het invoeren van een minimumleeftijd voor het rijden op eenfatbike of elektrische fiets (bijlage 1). In dit onderzoek is allereerst gekekennaar de mogelijkheid om fatbikes van andere elektrische fietsen teonderscheiden. Dit onderscheid blijkt technisch lastig te maken en leidtnaar verwachting tot een verschuiving van de ervaren problematiek naarandere soorten elektrische fietsen. Een onderscheid in regels voor fatbikesen andere elektrische fietsen, bijvoorbeeld een minimumleeftijd alleenvoor fatbikes, is op basis van de onderzochte onderscheidende kenmerken(zoals banddikte) niet te rechtvaardigen, aangezien dit kenmerk nietaantoonbaar tot een onveiliger voertuig of onveiliger weggedrag leidt.Daarom is de mogelijke minimumleeftijd voor alle elektrische fietsenonderzocht met 16 jaar als uitgangspunt. Dit sluit aan op de regels diegelden voor de brom- en snorfiets. Hierbij is gekeken naar deverkeersveiligheids- en mobiliteitseffecten, vooral de schoolbereik-baarheid. Hoewel dit onderzoek zich focust op de bereikbaarheid vanscholen, kan een minimumleeftijd ook de bereikbaarheid van en naarbijvoorbeeld buitenschoolse activiteiten belemmeren. Het onderzoek wijstuit dat een minimumleeftijd de zelfstandige mobiliteit van middelbarescholieren in vooral de niet-stedelijke omgeving beperkt. Bij eenminimumleeftijd van 16 jaar worden ruim 30.000 scholieren getroffen dielangere afstanden met de elektrische fiets afleggen en geen goedOV-alternatief voorhanden hebben.Er is nog weinig verkeersveiligheidsonderzoek naar jongeren op deelektrische fiets beschikbaar, maar de snelheidsmetingen en ongevalson-derzoeken die tot op heden zijn verricht tonen geen verhoogd risico voorde leeftijdsgroep tot en met 15 jaar. Het is belangrijk om dit de komendejaren te blijven monitoren als onderdeel van het meerjarenplan fietsvei-ligheid dat in mei met de Kamer wordt gedeeld.6Op 7 november 2023 ontving het ministerie (met een kopie aan de Kamer) een brief vanverschillende gemeenten met hun zorgen over opgevoerde elektrische fietsen en met name hetgebruik hiervan onder jongeren, met en de oproep hier nu actie op te ondernemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11013 Op basis van dit rapport en met de huidige kennis wordt een minimum-leeftijd nu dan ook niet proportioneel geacht om het probleem vanopgevoerde elektrische fietsen aan te pakken. Een minimumleeftijd heeftnamelijk niet alleen betrekking op de gebruikers van opgevoerdeelektrische fietsen, maar ook op de gebruikers van elektrische fietsen dieniet zijn opgevoerd. Ook wordt de kern van het probleem, het opvoeren,hiermee niet aangepakt.MarkttoezichtDe Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt onder andere toezichtop in Nederland gevestigde marktdeelnemers die tweewielige motorrij-tuigen op de markt aanbieden. Dit betreft snor- en bromfietsen, maar nietfietsen met trapondersteuning. Eind 2022 is gebleken dat 27 aanbiedersten onrechte voertuigen (met het uiterlijk van een fatbike) op de markthebben neergezet als fietsen met trapondersteuning, terwijl het feitelijkbromfietsen waren zonder vereiste typegoedkeuring. Die voertuigenhadden één of meer van de volgende technische eigenschappen: eenmotor die een nominaal continuvermogen van meer dan 250 Watt heeft,een motor die niet uitsluitend trapondersteuning biedt en/of waarbij detrapondersteuning niet bij 25 km/uur werd onderbroken. Na dewaarschuwing is een groot aantal van deze aanbieders gestopt met hetaanbieden of verkopen van deze voertuigen. De ILT heeft afgelopen zomernegen van de (toen nog bestaande) aanbieders dwangsommen opgelegdvoor het verkopen van bromfietsen zonder typegoedkeuring. Dit heeftertoe geleid dat alle negen aanbieders hiermee zijn gestopt. Er zijndaardoor geen dwangsommen verbeurd. De ILT zorgt met haar inzet er zovoor dat de Nederlandse marktdeelnemers hun gemotoriseerde rijwielenop basis van het juiste juridische regime (bromfiets) aanbieden.Initiatieven van fabrikantenVeel fabrikanten pakken ook hun eigen verantwoordelijkheid en nemenzelf verschillende initiatieven om het opvoeren van elektrische fietsentegen te gaan. Leden van een Europese branchevereniging van fietsfabri-kanten (Confederation of the European Bicycle Industry) hebben bijvoor-beeld in september 2021 een convenant ondertekend om het opvoerenvan elektrische fietsen tegen te gaan. Hierin zijn verschillende maatre-gelen opgenomen, waaronder het verbeteren van motorsystemen zodatopvoeren wordt bemoeilijkt, in lijn met NEN-norm EN1519:2017.Daarnaast hebben vier Nederlandse fatbike fabrikanten recent hun eigenconvenant ondertekend om consumenten de garantie te bieden dat zij eenproduct aanschaffen dat aan alle wettelijke eisen van een elektrische fietsvoldoet.7 Het ministerie is daarnaast voornemens om met de branche enbelangenorganisaties te kijken naar de toegevoegde waarde van eenaanvullend Nederlands convenant. De uitwerking hiervan kost naarverwachting enkele maanden.VervolgMet de hierboven genoemde maatregelen, waaronder nieuwe regel-geving, nieuwe rollentestbanken en een communicatieaanpak, wordtmaximaal ingezet om het opvoeren van elektrische fietsen tegen te gaanen daarmee de verkeersveiligheid te vergroten. De aanpak om het7Zie hiervoor ook de website die zij daarbij gelanceerd hebben: Veilige Fatbikes (veilige-fatbikes.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11014 opvoeren van elektrische fietsen tegen te gaan wordt geborgd in hetmeerjarenplan fietsveiligheid en wordt daarmee ook onderdeel van hetmonitoringsplan dat daarvoor ontwikkeld wordt.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 398, nr. 11015
Gerelateerde bronnen
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de mogelijkheid voor het invoeren van een minimumleeftijd voor het rijden op een fatbike te laten onderzoe
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de mogelijkheid voor het invoeren van een minimumleeftijd voor het rijden op een fatbike te laten onderzoeken en informeert de Kamer daarover in de brief over de aanpak tegen het opvoeren van elektrische fietsen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.