KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

20 sep 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie dcb68ef6fff0ade0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–201734 550 XIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2017Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave Pagina A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 3 B. BEGROTINGSTOELICHTING 4 1. Leeswijzer 5 2. Beleidsagenda 10 3. De beleidsartikelen 27 Beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid 27 Beleidsartikel 12 Waterkwaliteit 42 Beleidsartikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling 43 Beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid 56 Beleidsartikel 15 OV-keten 65 Beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor 66 Beleidsartikel 17 Luchtvaart 76 Beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens 86 Beleidsartikel 19 Klimaat 94 Beleidsartikel 20 Lucht en geluid 104 Beleidsartikel 21 Duurzaamheid 110 Beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s 117 Beleidsartikel 23 Meteorologie, seismologie en aardob-servatie 128 Beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht 132 Beleidsartikel 25 Brede Doeluitkering 138 Beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen 140 4. De niet-beleidsartikelen 145 Niet-beleidsartikel 97 Algemeen Departement 145 Niet-beleidsartikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndeparte-ment 148 Niet-beleidsartikel 99 Nominaal en Onvoorzien 152 kst-34550-XII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 21 5. Begroting Agentschappen 153 Agentschap Rijkswaterstaat 153 Agentschap Inspectie Leefomgeving en Transport 162 Agentschap Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut 167 Agentschap Nederlandse Emissieautoriteit 173 6. Bijlagen 178 Bijlage 1 ZBO en RWT’s 178 Bijlage 2 Verdiepingsbijlage 181 Bijlage 3 Moties en toezeggingen 215 Bijlage 4 Subsidieoverzicht 268 Bijlage 5 Evaluatie/ en overig onderzoek 276 Bijlage 6 Overzichtsconstructie Milieu 292 Bijlage 7 Afkortingenlijst 296 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen. Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota. Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen agentschappen Rijkswaterstaat (RWS), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H. Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 23 B. BEGROTINGSTOELICHTING Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft drie begrotingen:1.de voorliggende beleidsbegroting Hoofdstuk XII van de Rijksbegro-ting,2.de begroting van het Infrastructuurfonds (Hoofdstuk A van de Rijksbegroting) en3.de begroting van het Deltafonds (Hoofdstuk J van de Rijksbegroting).De twee fondsbegrotingen van IenM, het Infrastructuurfonds en het Deltafonds, worden gevoed vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII via beleidsartikel 26 (Bijdrage Investeringsfondsen).In de beleidsbegroting Hoofdstuk XII worden de uitgaven geraamd en verantwoord voor de beleidsuitgaven van IenM, waaronder beleidsonder-zoeken, subsidies en bijdragen aan medeoverheden en/of internationale organisaties. Ook de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement worden begroot op de beleidsbegroting.Op beide fondsbegrotingen worden de uitgaven aan concrete investe-ringsprojecten en programma’s geraamd, evenals de uitgaven voor beheer, onderhoud en vervangingen van de infrastructuur. De doelstelling van het Infrastructuurfonds is wettelijk vastgelegd in de Wet op het Infrastructuurfonds (Stb. 1993, 319): «het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur». De instelling van het Deltafonds is wettelijk geregeld in de Waterwet (Stb. 2009, 107), met als doel de bekostiging van maatre-gelen, voorzieningen en onderzoeken op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening en sinds 2015 ook waterkwaliteit.MIRT OverzichtAlle investeringsprojecten en -programma’s in het Infrastructuurfonds en Deltafonds zijn opgenomen in het MIRT Overzicht (voorheen MIRT Projectenboek). Dit overzicht wordt aan de Tweede Kamer aangeboden op Prinsjesdag en biedt verdieping op de informatie die voor de projecten is opgenomen in het Infrastructuurfonds en Deltafonds. In principe is van ieder investeringsproject en -programma een projectblad opgenomen in het MIRT Overzicht. Om de verbinding tussen de begrotingen van de fondsen en het MIRT overzicht te verhelderen wordt vanaf Begroting 2016 in het Infrastructuurfonds en Deltafonds waar mogelijk digitale verwij-zingen opgenomen naar het specifieke projectblad in het MIRT Overzicht. Naast specifieke informatie over projecten, biedt het MIRT Overzicht ook meer informatie over de belangrijkste opgaven die spelen in de verschil-lende MIRT Gebieden, zoals bijvoorbeeld verwoord in de MIRT Gebiedsa-genda’s.DeltaprogrammaHet Deltaprogramma is een nationaal programma. Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen werken hierin samen met inbreng van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Het doel is om Nederland ook voor de volgende generaties te beschermen tegen hoogwater en te zorgen voor voldoende zoetwater. In het Deltapro-gramma wordt naast de lange termijn voorkeursstrategieën ook een overzicht gegeven van de financiële middelen voor het Deltaprogramma, waarvoor het Deltafonds een belangrijk financiële bron is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 24 De begrotingen van IenM zijn ook digitaal beschikbaar op www.rijksbegro-ting.nl, het MIRT Overzicht 2017 is te vinden op www.mirtoverzicht.nl en het Deltaprogramma op www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma.1. LEESWIJZER AlgemeenDe opzet en structuur van de onderliggende begroting voor Hoofdstuk XII is gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. In de rijksbegrotingsvoorschriften 2016 zijn onderstaande uniforme ondergrenzen opgenomen, welke worden gehanteerd bij het toelichten van begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel in het verdiepingshoofdstuk.Norm bij te verklaren verschillen Omvang begrotingsartikel(stand ontwerpbegroting)in € miljoen Beleidsmatige mutaties(ondergrens in € miljoen) Technische mutaties(ondergrens in € miljoen) < 50 1 2 ≥ 50 en < 200 2 4 ≥ 200 < 1.000 5 10 ≥ 1.000 10 20 Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op deze regelgeving voor deze begroting de onderstaande punten verwerkt.–Het beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen kent de artikelonder-delen bijdrage aan het Infrastructuurfonds en bijdrage aan het Deltafonds. Per artikelonderdeel is een overzicht opgenomen van de bijdrage per modaliteit aan het Infrastructuurfonds en Deltafonds tot en met 2030.–Op de beleidsartikelen van Hoofdstuk XII waarop de bijdragen aan het Infrastructuurfonds/Deltafonds betrekking hebben wordt direct onder de betreffende tabel «budgettaire gevolgen van beleid» extracompta-bel de betrokken bijdrage aan het Infrastructuurfonds/Deltafonds gepresenteerd (zoals opgenomen in artikel 26 Bijdrage Investerings-fondsen). Hiermee worden de beleidsprestaties van de investeringen die worden verantwoord op de investeringsfondsen betrokken bij het formuleren van het integrale beleid, inclusief beleidsindicatoren.OpbouwDit wetsvoorstel kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd. Deze verdiepingsslag is als volgt opgebouwd.1.Allereerst is de begrotings(wet)staat voor Hoofdstuk XII voor het jaar 2017 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de mutaties die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.2.In de Beleidsagenda is vervolgens een overzicht gegeven van prioriteiten voor 2017 en de hoofdlijnen van het (budgettaire) beleid.3.Daarna is eerst op hoofdlijnen inzicht verstrekt in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 25 4.In de artikelsgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel wordt per beleidsartikel beschreven wat per beleidsthema de algemene doelstelling is, wat de rollen en verantwoordelijkheden van de Minister hierbij zijn en welke budgetten er per financieel instrument voor het beleidsthema zijn begroot.5.In de verdiepingsbijlage (bijlage 4.2) worden per beleidsartikel de belangrijke mutaties toegelicht. In deze bijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorge-stelde stand. Dit is een aanvulling op de «standen» die in de (niet-)beleidsartikelen zijn opgenomen.6.De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.Motie Schouw c.s.In juni 2011 is de motie Schouw (Kamerstukken II, 2011–2012, 21 501-20, nr. 537) aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingspro-gramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. Voor IenM heeft de Raad voor 2017 geen specifieke aanbevelingen gedaan (COM 2016; 339).Motie Hachchi c.s.In oktober 2012 is de motie Hachchi (Kamerstukken II 2011–2012 33 000 I, nr. 28) aangenomen. Een overzicht van alle rijksuitgaven Caribisch Nederland, inclusief die vanuit de IenM begrotingen, is opgenomen bij de begroting van het BES-fonds.Motie Leegte c.s.In januari 2015 is de motie Leegte (Kamerstukken II 2014–2015 30 196, nr. 278) aangenomen. In de begroting van het Ministerie van Economische Zaken wordt daarom een totaaloverzicht gepresenteerd van de maatre-gelen van alle ministeries in het kader van het Energieakkoord. Hierin zijn ook de maatregelen die onder de verantwoording van IenM vallen opgenomen. Bij de betreffende beleidsartikelen 14 Wegen en verkeersvei-ligheid en 19 Klimaat worden de maatregelen genoemd.Wat is nieuw in deze begrotingIn de groeiparagraaf worden de belangrijkste verbetering in de begroting beschreven ten opzichte van het voorgaande jaar.Verbeteringen informatievoorziening via de begrotingscyclusIn het afgelopen jaar is er door de rapporteurs voor de begrotingscyclus vanuit de Tweede Kamer samengewerkt met vertegenwoordigers vanuit IenM om tot verbetervoorstellen voor de informatievoorziening via de begrotingscyclus te komen. In het Wetgevingsoverleg Jaarverslag op 30 juni hebben zij over hun aanbevelingen gerapporteerd. Dit heeft aanleiding gegeven om een aantal wijzigingen in de informatievoor-ziening door te voeren:1.In het MIRT Overzicht 2017 is bij de projecten in de planuitwerking- en realisatiefase via een tabel inzicht gegeven in de ontwikkeling van de planning en het budget. In de tabellen wordt in principe vijf jaar terug gekeken of vanaf het eerstvolgende jaar nadat er een MIRT-fasewisseling heeft plaatsgevonden. In het aankomende jaar wordt gewerkt aan het verder verbeteren van de kwalitatieve toelichting op de verschillen in budget, planning en realisatie.GroeiparagraafTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 26 2.In het MIRT Overzicht 2017 is bij de projecten in de realisatiefase een tabel opgenomen waarin de voortgang van de realisatie zichtbaar is.3.In het MIRT Overzicht 2017 is aanvullende informatie opgenomen over de financiën, voortgang, budgetflexibiliteit en scope van de onderde-len van diverse programma’s van IenM, te weten: SmartwayZ.nl (programma bereikbaarheid Zuid-Nederland), Schiphol-Almere-Amsterdam, Beter Benutten, Programma Hoogfrequent Spoor, OV SAAL, nHWBP en de Vervanging en Renovatieprogramma’s van het Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem. Er is door het departement gekozen voor deze lijst omdat de programma’s aan één of meer van de volgende kenmerken voldoen: er is sprake van een substantiële financiële omvang van het totaal of de afzonderlijke onderdelen, een lange looptijd en/of er wordt separaat gestuurd op de diverse onderdelen.4.Met betrekking tot de grote projecten geldt dat de aanvullende informatievoorziening blijft lopen via de voortgangsrapportages. Bij de ronde van rapportages van de grote waterprojecten dit najaar zal hierbij op advies van de rapporteurs in de aanbiedingsbrief kwalitatief expliciet worden gemaakt welke informatie nieuw is ten opzichte van voorgaande rapportages. Mocht deze werkwijze bevallen dan kan in overleg met de rapporteurs gekeken worden of deze naar meer domeinen of rapportages uitgebreid kan worden.5.In de bijlage 4 Instandhouding van de Infrastructuurfonds- Deltafonds-begroting 2017 is aanvullende informatie opgenomen over DBFM contracten en meer specifiek het onderhoud van welk deel van het areaal in de contracten is ondergebracht en op welke wijze dat areaal wordt onderhouden en gefinancierd na afloop van de contracten. Op de subartikelen voor geïntegreerde contracten op het Infrastructuur-fonds is een extra informatie opgenomen met daarin de einddata van de lopende DBFM contracten en de mate van verplichting van de budgetten. Op het Deltafondsbegroting staan op dit moment nog geen uitgaven voor DBFM-contracten. Richting het jaarverslag 2016 wordt onderzocht of er in het jaarverslag informatie kan worden opgenomen over de DBFM projecten die in het afgelopen jaar opgeleverd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot de financiële voordelen en de risicoverdeling bij meerkosten.6.In de bijlage 4 instandhouding zal in de Infrastructuurfonds en Deltafondsbegroting 2018 inzicht worden geboden in de beschikbare budgetten en budgetbehoefte voor Instandhouding. Rijkswaterstaat brengt op basis van de theoretische referentie het benodigde langjarige bedrag voor Instandhouding bij gelijkblijvend prestatieni-veau in beeld. Hierover worden de komende tijd gesprekken gevoerd gelijktijdig met de nieuwe prestatieafspraken (SLA). Deze afspraken zullen in de ontwerpbegroting 2018 worden meegenomen.7.In de IenM begroting is een nieuw overzicht opgenomen in de beleidsagenda waarin inzicht wordt geboden in de niet-juridisch verplichte uitgaven per begrotingshoofdstuk. Op de fondsen wordt reeds sinds enkele jaren aanvullend op de Rijksbegrotingsvoorschrif-ten inzicht verschaft in de budgetflexibiliteit van de uitgaven die geprogrammeerd zijn voor de aanleg van infrastructuur. In de leeswijzer van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds wordt hier nadere uitleg over gegeven.Met de eerste wijziging hierboven wordt er ook invulling gegeven aan de toezegging van de Staatssecretaris van IenM van 23 oktober 2015 om het inzicht te vergroten in het historisch perspectief van de grote spoorpro-jecten waaronder de stationsverbouwingen (Kamerstukken II, 2015–2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 27 29 984, nr. 631). Met de tweede wijziging wordt er tevens invulling gegeven aan de afspraak met de Algemene Rekenkamer om de informatie over de voortgang van de realisatie van de projecten in het vervolg vanuit IenM te publiceren. In het verleden was deze informatie enkel beschikbaar via het webdossier van de Algemene Rekenkamer zelf.Het traject met de rapporteurs is meerjarig van aard. In overleg met de rapporteurs wordt in het aankomende jaar verder gewerkt. In dit jaar wordt in ieder geval onderzocht of in het MIRT overzicht 2018 een financiële eindverantwoording kan worden geïntroduceerd voor de opgeleverde projecten in lijn met de aanbevelingen van Algemene Rekenkamer op dat vlak en of op de projectbladen de koppeling tussen project- en beleidsdoelstellingen meer expliciet gelegd kan worden.Wijziging en conversie naam en algemene doelstelling artikelen 15 OV-Keten en 16 SpoorIn het voorjaar van 2014 is het tweede deel van de Lange Termijn Spooragenda naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2013–2014 29 984, nr. 474). De kern van de ambitie zoals in de LTSA opgenomen is een optimale reis van deur tot deur binnen de Openbaar Vervoer en Spoorketen. De huidige begrotingsindeling sluit hier niet op aan, omdat er sprake is van een apart artikel voor Openbaar Vervoer en een apart artikel voor Spoor. Daarom heeft IenM bij Eerste suppletoire wet 2016 aangekondigd om bij Begroting 2017 de artikelen samen te voegen tot één nieuw artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Hiertoe wordt de naam en algemene doelstelling van artikel 16 aangepast van «Spoor» naar «Openbaar Vervoer en Spoor». Artikel 15 OV-keten wordt geschrapt en zal opgaan in het nieuwe artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Met dit integrale artikel wordt beoogd de samenhang tussen de artikelen te benadrukken. De Tweede Kamer is over deze wijziging geïnformeerd (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. 73) Artikel Huidige naam Nieuwe naam 16 Spoor Openbaar vervoer en Spoor 16.01 Spoor OV en Spoor Ontwikkeling informatievoorziening bij het Ministerie van IenMOp 29 juni 2016 is de Tweede Kamer middels een brief (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. 72) inzicht gegeven in de beleidsprioriteiten die leidend zijn voor de ICT-projectenportfolio van het Ministerie van IenM, zoals bedoeld in de kabinetsreactie op het rapport «Grip op ICT» van de tijdelijke commissie-ICT (Kamerstukken II 2014–2015 33 326, nr. 13). Deze brief geeft een beeld van het belang van informatievoorziening (IV) voor IenM en de wijze waarop de organisatie wordt versterkt op het vlak van IV. Daarnaast geeft de brief inzicht in de rol van IV in een aantal beleidsbepa-lende projecten en programma’s van IenM. Dit laat zien dat informatie-voorziening inmiddels een bepalende factor is bij beleid, uitvoering en inspecties van IenM. Om informatievoorziening een volwaardige rol te laten spelen zal een ontwikkeltraject van een aantal jaren moeten worden doorlopen. De complexiteit van het terrein en de veelheid aan factoren die een rol spelen, vergen een zorgvuldige aanpak. Met het lopende ontwik-keltraject sluit IenM aan op de rijksbrede aanpak Operatie Informatiebestel Rijk geleid door de Minister van WenR.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 28 Indicatoren basisregistraties artikel 13In de beleidsdoorlichting ruimtelijke ordening (artikel 13), die in 2015 is verschenen, is de aanbeveling opgenomen om vorm te geven aan een overkoepelende evaluatie- en monitoringprogramma voor het ruimtelijk beleid. In dit evaluatieprogramma zal expliciet aandacht gegeven moeten worden aan de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de ingezette financiële instrumenten. Als een eerste uitwerking daarvan is het voornemen om vanaf de Begroting 2018 samen met andere overheden jaarlijks een van de onderdelen te evalueren.In de beleidsdoorlichting is tevens de aanbeveling gedaan om de structuur van artikel 13 te verbeteren. Naar aanleiding van deze aanbe-veling is het voornemen dat in de Begroting 2018 een nieuwe set kernindicatoren wordt opgenomen. Deze zijn echter op het moment van publiceren van de Begroting 2017 nog niet gereed. De verouderde indicatoren voor de basisregistraties voor de Begroting 2017 zijn reeds komen te vervallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 29 2. BELEIDSAGENDA InleidingOns land heeft veel om trots op te zijn. De internationale concurrentiepo-sitie is sterk, er is een gezond werk- en leefklimaat en we lopen voorop met innovatieve oplossingen voor bereikbaarheids-, waterveiligheids-, en duurzaamheidsvraagstukken. Ook is onze infrastructuur van wereldklasse: volgens het World Economic Forum scoren alleen Singapore en Hong Kong hoger. Deze goede uitgangspositie is een aanmoediging om ons land voor te bereiden op de toekomst. Voor ons liggen volop vraag-stukken en nieuwe mogelijkheden om ons land in de mondiale wereldtop te houden.Zowel op het gebied van milieu als mobiliteit staan we aan de vooravond van grote veranderingen. Zo is er een forse inspanning nodig om klimaatverandering tegen te gaan en tegelijkertijd ons land weerbaar te maken. Ook zet de verstedelijking door: we zien dat mobiliteitsvraag-stukken zich verplaatsen van tussen de steden naar binnen de steden. We hebben alles in huis om wereldleider te worden op het gebied van slimme en duurzame mobiliteit. Bovendien zien we veel kansen om onze economie duurzaam te maken: Nederland kan het Silicon Valley van de circulaire economie worden.Het komend jaar willen we ingezette bewegingen op snelheid brengen en houden, resultaten zien voor korte termijn opgaven en nadrukkelijk de weg inslaan naar een mooier, mobieler en duurzamer land met een ijzersterke internationale concurrentiepositie.De afgelopen jaren zijn hiervoor grote stappen gezet. Er zijn knopen doorgehakt om korte termijn vraagstukken op te lossen en tegelijkertijd de weg te banen en richting te geven voor oplossingen voor de lange termijn.–In 2016 ging de Eerste Kamer akkoord met de invoering van de Omgevingswet. De sterke vereenvoudiging en stroomlijning van het omgevingsrecht is een belangrijke mijlpaal.–Deze kabinetsperiode realiseren we 717 kilometer aan extra rijstroken. Daarnaast zijn er knopen doorgehakt over grote wegenprojecten zoals de A13/A16, Zuid-asdok, Blankenburgverbinding, het OTB van de Ring Utrecht is getekend, de verbreding van de A1 en de A12 gerealiseerd en bovendien is er voortgang geboekt met de verbreding van de corridor Schiphol, Amsterdam, Almere; het grootste wegproject ooit.–Met de Actieagenda Schiphol ondersteunen we de toekomst van een sterke luchtvaart. De groei van het aantal reizigers wordt opgevangen met een uitbreiding van station Schiphol.–Met de oplevering van vijf grote stations (Rotterdam CS, Den Haag CS, Arnhem CS, Breda CS en Utrecht CS) kunnen we de te verwachten groei van het OV-verkeer opvangen. Daarbij wordt er geïnvesteerd in de spoorverdubbeling Heerlen-Aken ten behoeve van de verbetering van de grensoverschrijdende verbindingen en wordt er hard gewerkt aan de veiligheid op en rond het spoor.–Met de Deltawet, het Deltaprogramma, het Deltafonds en de deltacom-missaris zijn de randvoorwaarden gecreëerd voor een koersvaste, doelmatige en samenhangende aanpak van de langer termijn waterveiligheid.–In 2016 zijn alle Ruimte voor de Rivier projecten afgerond en is de waterveiligheid langdurig verankerd in de deltabeslissingen.–Met het verbod op plastic tasjes hebben we de hoeveelheid plastic afval verminderd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 210 –Al ons busvervoer is in 2025 emissievrij: daarvoor hebben we met alle OV-partijen een bestuursakkoord gesloten.–Tijdens ons EU-voorzitterschap is de Declaration of Amsterdam afgesloten. Op Nederlands initiatief hebben EU-lidstaten, de EU-Commissie en de marktpartijen afgesproken dat Europa in 2019 klaar is voor autonoom rijden.–Daarnaast worden innovaties ook in de infrastructuur zelf volop toegepast. In 2030 zal het netwerk van Rijkswaterstaat volledig energieneutraal zijn.We zetten in op innovaties in de mobiliteit...De komende 20 jaar gaat er enorm veel aan mobiliteit veranderen. Vooral de ontwikkelingen op het gebied van zelfsturende auto’s en technologie voor lage emissie van auto’s volgen elkaar snel op. We zien hier grote kansen liggen om onze mobiliteit veiliger, schoner en effectiever te maken. We blijven dan ook ruimte geven aan die technologische ontwikkelingen en innovaties zoals de zelfrijdende auto, Intelligente Transport Systemen (ITS) en nieuwe brandstoffen. We zien daarbij dat de bestaande regelgeving wordt ingehaald door de nieuwe technologie. Daarom werken we er op nationaal en Europees niveau aan om de regelgeving aan te passen en te moderniseren. Nederland is nu een testland geworden dat voorop loopt in de wereld. Samen met Duitsland en Oostenrijk zijn we bijvoorbeeld het eerste internationale platooning experiment aangegaan.Nederland kent een fijnmazig spoornetwerk en is internationaal een van de koplopers in spoorvervoer. Middels de programma’s PHS, ERTMS en Beter en Meer wordt het spoornetwerk gereed gemaakt voor hoogfre-quent rijden («spoorboekloos rijden») en een grotere veiligheid, betrouw-baarheid en capaciteit. Voor de verdere verbetering die we willen realiseren hebben we met de Lange Termijn Spooragenda een duidelijke agenda neergezet en afspraken gemaakt met de OV-partijen. Een van de doelstellingen is om de deur-tot-deurreis te verbeteren. Daarnaast zijn we met alle OV-partijen gestart met een Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040, waarin we een gezamenlijke langetermijnvisie op het gehele OV-netwerk ontwikkelen. De visie wordt opgesteld vanuit een ruimtelijk-economische invalshoek. Vervolgens is het de bedoeling om vanuit dit langetermijnperspectief terug te werken naar de transitie die dat in het hier en nu vraagt.Een nieuwe brandstoffenmix met biobrandstoffen, waterstof en elektrisch zorgt voor de toekomst voor onze emissieloze mobiliteit. Door in Nederland vol de ruimte te bieden aan en stimuleren van alternatieve brandstoffen profiteren we volop van de groei van economie en werkgele-genheid die deze nieuwe technieken bieden. Om de emissie van alle modaliteiten te verlagen is Nederland een drijvende kracht om mondiale afspraken te maken om de lucht- en scheepvaartsector schoner te laten vervoeren. Dit vraagt nieuwe en stimulerende wetgeving en handhaving, zoals het instellen van control areas in de Noordzee. Hier worden strengere normen gesteld aan de uitstoot van schepen... en houden tegelijk de infrastructuur op orde.Naast innovaties in de mobiliteit blijven we onverminderd investeren in de aanpak van knelpunten in onze wegen, waterwegen en in de lucht. De afgelopen jaren zijn de files op de wegen afgenomen, hoofdzakelijk door investeringen in de verbreding van wegen. Deze investeringen hebben het fundament onder de Nederlandse economie verder versterkt. De Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 211 Nederlandse economie is de laatste jaren weer aangetrokken en ook voor de komende jaren verwacht het CPB economische groei. Deze econo-mische groei zorgt voor meer verplaatsingen en sinds 2014 zien we dan ook dat de congestie weer toeneemt. De verwachting van het Kennisin-stituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) is dat de files tot 2020 verder groeien tot 10% boven het niveau van 2010. Om deze ontwikkeling te kunnen ondervangen blijft het kabinet investeren in mobiliteit. In 2017 zullen daarom de voor deze kabinetsperiode geplande 717 km aan extra rijstroken zijn opengesteld. Naast investeringen in ontbrekende schakels houden we ook de bestaande infrastructuur goed op orde. De komende jaren zullen we daarom ook steeds meer investeren in vervanging en renovatie. Bij de investeringen draagt IenM als netwerkbeheerder zelf ook bij aan de opgaven, zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat dat de ambitie heeft te komen tot energieneutrale netwerken in 2030.Vol inzetten op het klimaat en milieu is nodig om onze welvaart te behouden èn te versterkenHet historische klimaatakkoord van Parijs heeft een kentering gebracht in de maatschappelijke beleving van klimaatverandering: het economisch belang van het stoppen van de opwarming van de aarde is maatschap-pelijk breed gedragen. De vraag is niet meer of overheden en marktpar-tijen iets moeten doen aan klimaatverandering, maar hoe de klimaatver-andering wordt gestopt. De uitdaging is om daarbij aan de ene kant de kosten voor de transitie naar een duurzame economie zo laag mogelijk te houden, maar wel tijdig de benodigde transitie in gang te zetten. Innovatie is daarbij essentieel. We moeten actief werken aan ontwikkeling van klimaatinnovaties op Nederlandse bodem en het wereldwijd vermarkten daarvan. Denk aan watermanagement, technologische oplossingen voor schoon en zuinig vervoer via de brandstofvisie en het Energie-akkoord. Daarbij moet ook een omslag in het gebruik van grondstoffen gemaakt worden. De ambitie is om niet meer onze grondstoffen te «verbruiken» totdat ze op zijn, maar om deze als het ware te «leasen» zodat ze altijd weer omgezet kunnen worden in een nieuw product. Ook dit biedt kansen voor nieuwe innovaties en ideeën. Bovendien biedt zo’n circulaire economie Nederland kansen in groei van werkgelegenheid en export.De CO2-transitie van onze economie vraagt sturing van de overheid. Allereerst is een duidelijke en stabiele langetermijnvisie nodig. CO2-intensieve processen spelen een belangrijke rol in de Nederlandse economie, die daardoor hard geraakt kan worden door klimaatbeleid. Een abrupte overgang kan de economie sterk schaden. De transitie moet dus geleidelijk gaan maar tegelijk geloofwaardig zijn. Goede CO2-beprijzing is hiervoor essentieel. Een prijskaartje voor fossiel maakt investeren in duurzame alternatieven aantrekkelijker. Zo betaalt de vervuiler en ontstaat een prikkel om echt te investeren in een CO2-neutrale economie. Zowel Europees als mondiaal zet het kabinet zich in voor het ontwikkelen en verbeteren van emissiehandelsystemen, gericht op het beter beprijzen van CO2 en het creëren van een gelijk speelveld voor marktpartijen. Ook zijn we ervan overtuigd dat investeren in het klimaat kansen biedt voor het bedrijfsleven. Daar zetten we ons dan ook vol voor in door bijvoor-beeld handelsmissies te organiseren rondom klimaatvraagstukken. In oktober 2016 wordt daarbij nog de Nederlandse Klimaattop georgani-seerd.De overheid zet de koers uit voor de lange termijn en biedt zo zekerheid aan huishoudens en bedrijven. Op mondiaal niveau via de afspraken in Parijs voor klimaat, die Nederland wil aanvullen met internationale Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 212 afspraken over CO2-emissiereducties voor de scheepvaart en voor luchtvaartemissies. Op Europees niveau gaan we mede dankzij Nederland voor minstens 40% CO2 reductie in 2030, en voor recyclingafspraken en duurzaam gebruik van grondstoffen via het zogenaamde circulaire economie pakket van de Europese Commissie. In Nederland is in 2013 het Energieakkoord gesloten en de Energiedialoog is inmiddels afgerond. De opbrengst van de Energiedialoog krijgt dit najaar een plek in de Energie-agenda, die de samenleving en overheid voorbereidt op de verdere energietransitie richting 2050. Daarnaast zullen alle EU-lidstaten eind 2019 een nationaal energie- en klimaatplan voor de periode 2021–2030 opstellen. Ook hoort daarbij een ambitieus circulaire economie beleid dat de transitie in Europa en daarmee in Nederland ondersteunt. Belangrijk hierin is de betrokkenheid van stakeholders, een helder speelveld voor bedrijven en het wegnemen van belemmeringen in regelgeving. Tevens is het stimuleren van de Europese markt voor secundaire grondstoffen een randvoorwaarde voor de transitie. De inzet is om de positie van Neder-landse bedrijven die bijdragen aan een circulaire economie te versterken. Dit kan door het verder helpen ontwikkelen van een Europese markt voor herwonnen nutriënten, zoals gerecycled fosfaat.En inzetten op een gezonde en veilige leefomgeving om ons welzijn op peil te houden.Nederland is een van de fijnste landen om te leven maar heeft ook grote opgaven om de gezonde en veilige leefomgeving op peil te houden. De Gezondheidsraad brengt in het najaar van 2016 een advies uit over de manier waarop het meewegen van gezondheid goed verankerd kan worden in de besluitvorming over de inrichting van ons land. De Omgevingswet is een belangrijk middel om niet alleen ruimte voor ontwikkeling te bieden, maar ook de kwaliteit van de omgeving te waarborgen. Conform het wetsvoorstel Omgevingswet ontwikkelt het Rijk daartoe een integrale visie op het beleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Nationale Omgevingsvisie wordt een strategische, samenhangende en inspirerende visie.Ondanks de inzet op het tegengaan van klimaatverandering kunnen we er niet onze ogen voor sluiten dat een gedeeltelijke opwarming van de aarde een feit is met gevolgen voor onze leefomgeving, bijvoorbeeld op het gebied van water. Dat betekent dat we blijven investeren in slim en klimaatbestendig waterbeheer zodat we droge voeten houden en tegelijkertijd voldoende schoon water beschikbaar hebben. Met het Deltaprogramma en het Nationaal Waterplan is het waterveiligheidsbeleid voor de komende decennia stevig verankerd. Voor 2050 streven we naar een basisbeschermingsniveau tegen overstromingen die overeenkomt met een jaarlijkse kans op overlijden die kleiner is dan één honderddui-zendste. In gebieden waar grote groepen slachtoffers kunnen vallen, grotere economische schade wordt geleden of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang, wordt de bescherming nog verder vergroot. Bij het realiseren van de veiligheid tegen overstromingen staat preventie voorop. Primair gaat het dan om de kwaliteit van waterkeringen en maatregelen in de ruimtelijke inrichting. Daarnaast is ook verbeterde zelfredzaamheid, rampenbeheersing en voorbereiding op evacuaties nodig om de kans op slachtoffers van overstromingen verder te beperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 213 Wat we in 2017 gaan doen voor een Mobiel Nederland met een gezonde en veilige leefomgevingNieuwe technieken en Beter BenuttenIn 2017 realiseert IenM samen met overheden en bedrijven diensten voor weggebruikers, onder andere via het programma Beter Benutten (Innovatie Partnerschap C-ITS voor nieuwe rijtaakondersteuning), de Praktijkproef Amsterdam, en de C-ITS corridor NL-DE-AU via hybride communicatie technieken (rij-assistentie). Deze zijn gericht op het verbeteren van de doorstroming, veiligheid en leefbaarheid in en rond stedelijk-economische centra. Daarnaast zet IenM zich ervoor in dat deze diensten ook in het buitenland soepel werken, zonder nationale barrières. Standaardisatie in Europees verband is dan ook een belangrijk doel. IenM past regelgeving aan zodat (vormen van) de verdere introductie van zelfrijdende voertuigen een impuls krijgt.Het Beter Benutten Vervolgprogramma loopt tot eind 2017; volgend jaar staat daarom in het teken van de uitvoering van het programma. Daarnaast zetten we in op het uitwerken en nader aanscherpen van de tien acties uit het Meerjarenplan 2015–2020 van de Topsector Logistiek: Neutraal Logistiek Informatie Platform, Synchromodaal Transport, Kernnetwerk van (inter)nationale verbindingen en multimodale knoop-punten, Trade compliance en border management, Cross Chain Control Centers, Service Logistiek, Supply Chain Finance, Buitenlandpromotie, Vereenvoudigen wet- en regelgeving, Human Capital Agenda en de Zero Emissie Stadslogistiek.Investeringen in InfrastructuurIn 2017 zullen de tracébesluiten voor de Ring Utrecht, de A27 Houten-Hooipolder en A1 Apeldoorn-Azelo worden genomen. Daarnaast start de realisatie voor de A13/16 en de Blankenburgverbinding. Op spoorgebied wordt de projectbeslissing van het veiligheidsprogramma ERTMS verwacht waarna de realisatiefase kan beginnen. Dankzij het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) kan de frequentie van de treindienst in de dienstregeling 2018 worden verhoogd op de corridor Amsterdam – Eindhoven (de zogenaamde A2-corridor). Om realisatie van de ontbre-kende schakels Blankenburgverbinding en ViA15 te bekostigen, kennen beide projecten een tolopgave (in totaal ca. € 600 miljoen). De Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 is in 2016 in werking getreden. In 2017 wordt de realisatie van het free-flow tolsysteem voorbereid en worden de Eerste en Tweede Kamer geïnformeerd over de uitvoering in een uitvoerings- en handhavingsplan.In april 2016 heeft het kabinet de Actieagenda Schiphol gepresenteerd. Met de Actieagenda geeft het kabinet sturing aan het behouden en versterken van de concurrentiepositie van de mainport Schiphol. Er zijn lopende en nieuwe acties in opgenomen van alle betrokken stakeholders rond de mainport. Het gaat bijvoorbeeld om het uitvoeren van de MIRT-verkenning van station Schiphol Airport, de afronding van het adviestraject van de Omgevingsraad Schiphol voor het creëren van capaciteit voor de middellange termijn en om de analyse voor innovatieve maatregelen en investeringen op het gebied van security.Rond vaarwegen start in 2017 de bouw van de zeesluis Terneuzen, sluis Eefde en de verruiming van de Twentekanalen. Ook worden in 2017 projectbeslissingen over de aanpak van ligplaatstekorten op de Waal (bij Lobith) en de Beneden-Lek voorzien. In 2017 wordt verder de openstelling Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 214 van de verruimde vaargeul bij Eemshaven en de schutsluis bij Zwartsluis verwacht.Verlenging looptijd fondsen voor toekomstige investeringenOm reeds bestaande en toekomstige bereikbaarheidsvraagstukken adequaat aan te kunnen pakken verlengt dit kabinet het Infrastructuur- en Deltafonds tot en met 2030. Op deze manier wordt beter aangesloten bij de looptijd van grote projecten en komt € 3,3 miljard respectievelijk € 0,8 miljard beschikbaar om te investeren in bereikbaarheid en waterveilighei-dopgaven. Daarnaast worden de middelen voor beheer en onderhoud en vervanging voor lange tijd veilig gesteld. Van de beschikbaar gekomen middelen zal het kabinet maximaal € 1,4 miljard respectievelijk € 0,4 miljard inzetten voor (nieuwe) ambities en risico’s. De rest van de middelen wordt apart gezet voor een volgend kabinet. In het eerste deel van 2017 wordt de nieuwe Nationale Markt Capaciteit Analyse (NMCA) opgeleverd. Deze NMCA geeft, op basis van de langetermijnontwikke-lingen van de WLO scenario’s van het PBL en CPB, inzicht waar de bereikbaarheidsopgaven op de langere termijn 2030–2040 zich bevinden. Vermindering van CO2 en verbetering van de luchtkwaliteitIn 2017 zal specifieke aandacht uitgaan naar roetfilters, katalysatoren en vergelijkbare systemen, die bedoeld zijn om de emissies van schadelijke stoffen te verlagen. Ook tijdens de gebruiksfase moeten deze technieken naar behoren blijven functioneren. Het kabinet maakt zich hard voor aanscherping van Europees bronbeleid van motorvoertuigen als kosteneffectieve manier om generiek reducties te bereiken. Begin 2017 verschijnt een voorstel van de Europese Commissie over nieuwe CO2-normen voor personen- en bestelauto’s na 2021 respectievelijk 2020.Daarnaast zet Nederland zich in voor een besluit op Europees niveau om verlaging van het emissieplafond in de ETS-richtlijn voor de periode 2021–2030 vast te leggen. De EU-onderhandelingen over het EU klimaat-beleid worden naar verwachting in 2017 afgerond.Eind 2019 zullen alle EU-lidstaten een nationaal energie- en klimaatplan voor de periode 2021–2030 aanleveren. Hierin worden nationale beleids-maatregelen benoemd die bijdragen aan het halen van de doelen van de EU-Energie Unie. Nederland zal in dit plan, in lijn met de CO2-doelstelling, ook aangeven wat dit betekent voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is eerder verlengd tot 1 januari 2017, het voornemen is het NSL te verlengen tot aan de invoering van de Omgevingswet (Kamerstukken II 2015–2016 30 175, nr. 224). Er resteren nog enkele hardnekkige knelpunten in bepaalde gebieden, zoals die met intensieve veehouderij (fijnstof) en bij binnenstedelijke gebieden (NO2). Met name daar is het gewenst de NSL-aanpak nog enige tijd voort te zetten en te monitoren. Omdat luchtkwaliteit van invloed is op de gezondheid blijven we werken aan een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, ook als de normen zijn gehaald. Het streven daarbij is om de waarden van de World Health Organisation (WHO) te realiseren.Maatregelen voor een Circulaire economieIn het rijksbrede programma Circulaire Economie (CE) wordt de kabinetsinzet voor CE neergezet. De huidige programma’s VANG en Biobased Economy vormen hiervoor de basis. Hoofddoel van het programma is het versnellen van de transitie naar een circulaire economie. Vanuit de sectoren kunststof, bouw, electronica en schaarse metalen, huishoudelijk afval en biomassa wordt ingezet op het sluiten van Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 215 ketens. Samen met vertegenwoordigers van deze sectoren wil ik nieuwe concepten, producten en diensten ontwikkelen waarmee we slimmer omgaan met onze grondstoffen. Dit vraagt om technologische ontwikke-lingen en nieuwe businessmodellen.Stelselherziening omgevingsrecht & visieIn 2016 is de Omgevingswet aangenomen door de Eerste Kamer. De AMvB’s onder de wet zijn aan de Tweede Kamer aangeboden. In 2017 wordt gewerkt aan de Ministeriële Regelingen van de Omgevingswet, de invoeringswetgeving en de nadere uitwerking van de aanvullingswet-geving van geluid, bodem, grondeigendom en natuur (deze laatste wordt opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken).In 2017 zullen de aanvullingswetten van de Omgevingswet en de AMvB’s in de Tweede Kamer aan bod komen. De Omgevingswet zal in 2019 in werking treden. De uitvoeringsregelgeving en invoeringswetgeving van de Omgevingswet moet nader uitgewerkt worden. Daarnaast wordt de uitvoeringsregelgeving van de aanvullingswetten geluid, bodem, grondeigendom en natuur (deze laatste door het Ministerie van Econo-mische Zaken) nader uitgewerkt.De stelselherziening staat of valt met een goede implementatie. Deze implementatie wordt samen met de koepels IPO, VNG en UvW vormge-geven. Het gaat hier onder andere om de invoeringsbegeleiding, het opzetten van een centrale helpdesk en het ontwikkelen van het digitaal stelsel Omgevingsrecht. Via het programma Nu al Eenvoudig Beter en de Crisis- en herstelwet is het voor gemeenten en provincies mogelijk gemaakt om (onder voorwaarden) vooruitlopend op de Omgevingswet te werken met het omgevingsplan en de omgevingsvisie.Tegelijkertijd wordt in het programma Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gewerkt aan de ontwikkeling van een Nationale Omgevingsvisie die verplicht wordt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter voorbereiding hierop vergaart het programma inzicht in de actuele toestand van de fysieke leefomgeving en wordt de breedte, diversiteit en integraliteit van de leefomgeving in samenspraak met gemeenten, waterschappen, provincies, maatschappelijke organisaties en burgers in kaart gebracht. Zo wordt onderzocht wat geborgd moet blijven, welke wensen en ideeën er voor de NOVI zijn en waar de uitdagingen, kansen en verbindingen met andere ontwikkelingen liggen. De Nationale Omgevingsvisie is de langetermijnvisie over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie komt in de plaats van in ieder geval het strategische gedeelte van het nationale waterplan, het verkeers- en vervoerplan, de nationale structuurvisie van het Rijk (meest recent de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) en delen van het nationale natuurbeleidsplan (natuurvisie in de Wet natuurbescherming) en het nationale milieube-leidsplan.Verdere verbetering van de WaterveiligheidDe invoering van de nieuwe normen voor waterveiligheid (door wijziging van de Waterwet) is voorzien per 1 januari 2017, na de parlementaire behandeling in 2016. De wijzigingen van de Waterwet landen bij invoe-ringsbesluit in de Omgevingswet. Bij de wijziging van de Waterwet hoort ook de aanpassing van de onderliggende regelgeving. Het Wettelijke Beoordelingsinstrumentarium zal in 2017 gereed zijn. Met dit nieuwe instrumentarium zal van 2017 tot en met 2023 de Eerste Wettelijke Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 216 Beoordelingsronde van de primaire keringen worden uitgevoerd. Keringen die nog niet aan de nieuwe norm voldoen, kunnen na het rijksoordeel van de Inspectie Leefomgeving en Transport worden aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). De meest urgente versterkingsmaatregelen in het HWBP zullen het snelst in uitvoering gaan. In het HWBP programma 2017–2023 wordt al zoveel mogelijk geanticipeerd op de veiligheidsopgave op grond van de nieuwe normen.De kennis en expertise van Nederland op het gebied van water wordt ook internationaal ingezet om waterveiligheid en waterzekerheid te vergroten. We kunnen niet toekijken hoe de gevolgen van overstromingen, droogte, orkanen en tsunami’s steeds groter worden. Daarom wordt interdeparte-mentaal ingezet op een coherente en effectieve aanpak in samenwerking met andere partijen zoals de VN, internationale banken, het bedrijfsleven en (lokale) overheden. Door deze inzet kan de Nederlandse watersector het handelspotentieel en verdienvermogen vergroten, gericht op duurzame integrale oplossingen met kansen voor private financiering.Uitbannen van gevaarlijke stoffen in de leefomgevingIn Europees verband werkt Nederland aan een gezamenlijke aanpak van gevaarlijke stoffen, gericht op versnelling en completering van het stoffenbeleid (hormoonverstorende stoffen, cumulatieproblematiek, nanovorm van stoffen). Dit moet leiden tot concrete inbreng voor de review van REACH in 2017.Een nog altijd hardnekkig probleem is de aanwezigheid van asbest in de leefomgeving. Het kabinet stelt zich ten doel te zorgen dat de laatst overgebleven substantiële bron van asbestvezels in de buitenlucht wordt weggenomen. Het verbod per 2024 op asbestdaken vraagt een forse inspanning van dakenbezitters en de asbestbranche. Daarom wordt op korte termijn een actieplan asbest gelanceerd. Met dit plan wordt de sanering versneld op gang gebracht door het organiseren van schaal-grootte, het uitwisselen van best pratices en het ontzorgen en faciliteren van niet-deskundige dakeigenaren. Vanuit het Rijk wordt de subsidiere-geling verwijdering asbestdaken gecontinueerd.De WRR, de Gezondheidsraad en de COGEM hebben in juni 2016 de «Trendanalyse Biotechnologie 2016: Regels Ontregeld» gepresenteerd. Deze ontwikkelingen kunnen grote consequenties hebben voor de samenleving. Eind 2016 zal het kabinet in een kabinetsreactie op de Trendanalyse aangeven welke acties in gang worden gezet om ook in de toekomst de kansen van de nieuwste technologische ontwikkelingen te benutten maar ook de risico’s van deze technologie te beheersen.Met betrekking tot veilig vervoer van gevaarlijke stoffen zullen de incidentele chloortransporten over het spoor worden beëindigd. Voor meer veiligheid moeten ook enkele tunnels op het hoofdwegennet die onderdeel uitmaken van het netwerk voor vervoer van gevaarlijke stoffen worden opgewaardeerd naar categorie C waardoor gevaarlijke trans-porten niet langer door woonkernen gaan.Versterken veiligheid in de leefomgevingHet is van belang dat bedrijven in de chemische industrie blijven investeren in een sterke veiligheidscultuur. Door middel van het sluiten van de zogenaamde Safety Deals wordt het versterken van deze cultuur gestimuleerd en gefaciliteerd. Chemische bedrijven zijn niet alleen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 217 verantwoordelijk voor hun eigen veiligheidsprestaties, maar stimuleren ook verbetering van de prestaties bij hun partners. Goed presterende chemische bedrijven hebben ook positieve invloed op bedrijven in de omgeving of in hun productieketen, waaronder bij vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze belangrijke ontwikkeling wordt ondermeer ondersteund door de in de loop van 2016 van kracht zijnde stimuleringsregeling voor Safety Deals die de versterking van de veiligheidscultuur in de ketens en de veiligheidsprestaties tot doel heeft.Begroting op hoofdlijnenDe onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de Eerste suppletoire begroting 2016. Een meer gedetailleerd overzicht van de mutaties per artikel is in de verdiepingsbijlage te vinden. Bedragen x € 1.000 art. 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 2029–2030 Stand ontwerpbegroting 2016 8.175.961 8.338.063 8.350.677 8.390.067 8.361.763 8.813.942 Nota’s van wijziging Mutaties 1e suppletoire wet 2016 – 57.792 69.371 47.185 49.940 50.111 61.053 Stand Voorjaarsnota 2016 8.118.169 8.407.434 8.397.862 8.440.007 8.411.874 8.874.995 Belangrijkste mutaties Hoofdstuk XII – 88.009 – 413.010 – 56.898 9.540 180.279 – 76.731 Kaderrelevante mutaties Hoofdstuk XII 1 Ramingsbijsteling – Infrastructuur-fonds 26 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 566.720 – Deltafonds 26 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 89.733 – Hoofdstuk XII div. – 12.221 – 12.221 – 12.221 – 12.221 – 12.221 2 Ramingsbijsteling HGIS div. – 146 – 146 – 146 – 146 – 146 3 Verlenging fondsen – Infrastructuur-fonds 26 10.471.706 – Deltafonds 26 2.295.292 4 Regerings-vliegtuig 97 40.000 97 40.000 – 40.000 5 Ontvangsten BCT 15 6.195 6 Digipoort MSW 98 8.950 7 Basisregistratie Grootschalige Topografie 13 – 8.741 – 8.741 – 8.741 – 8.741 – 8.741 8 Impuls Omgevingsvei-ligheid 22 – 14.772 9 Overige interdeparte-mentale overboekingen HXII div. – 1.076 1.806 5.722 6.299 10.282 5.795 10 Overige kaderrelevante mutaties IF/DF 26 – 136.630 – 291.510 53.059 118.920 285.676 32.361 – 86.801 – 266.000 Diversen div. 3.502 – 2.597 – 792 – 792 – 792 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 218 Bedragen x € 1.000 art. 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 2029–2030 Overige mutaties Hoofdstuk XII 11 Eenvoudig Beter – artikelonderdeel Eenvoudig Beter 13 4.500 9.250 4.050 700 4.000 4.000 – apparaatsuit-gaven kerndepar-tement 98 6.500 11.400 4.100 600 600 600 – waarvan dekking uit apparaatsuit-gaven 98 – 4.500 – waarvan dekking uit nominaal en onvoorzien 99 – 6.500 – 1.900 – 700 – 4.000 – 4.000 – waarvan dekking uit IF 26 – 20.650 – 6.250 – 600 – 600 – 600 – overboeking van DF naar IF 26 19.131 9.310 1.840 1.080 120 5.670 – overboeking van DF naar IF 26 – 19.131 – 9.310 – 1.840 – 1.080 – 120 – 5.670 12 Samenvoeging artikel 15 en 16 15 – 1.073 – 5.636 – 5.999 – 6.095 – 6.493 – 6.502 16 1.073 5.636 5.999 6.095 6.493 6.502 13 Caribisch Nederland div. – 4.653 – 4.987 – 9.241 – 4.156 – 4.211 – 4.364 – Drink- en afvalwaterkwa-liteit 11 3.708 2.911 2.411 2.211 2.211 2.211 – Masterplannen luchtvaart 17 4.748 – Verbeteringen afvalbeheer 21 1.551 1.597 1.645 1.695 2.053 – Bedrijven en overige 22 895 425 385 200 205 – Crisisbe-heersing 97 50 100 100 100 100 100 14 Herschikking ANVS 98 – 6.595 – 6.595 – 6.595 – 6.595 – 6.595 – 6.595 97 6.595 6.595 6.595 6.595 6.595 6.595 15 Loonruimteak-koord en herstelopslag ABP 99 – 10.989 – 9.525 – 9.525 – 9.525 – 9.525 – 9.525 – Infrastructuur-fonds 26 5.220 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 31.675 – Deltafonds 26 1.561 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 9.471 – Hoofdstuk XII div. 4.208 3.647 3.647 3.647 3.647 3.647 16 Loon- en prijsbijstelling 99 – 47.041 – 45.893 – 44.637 – 44.555 – 44.511 – 45.343 – waarvan Infrastructuur-fonds 26 21.204 21.334 20.248 20.179 20.456 20.253 142.794 – waarvan Deltafonds 26 5.286 4.927 4.990 4.989 4.757 5.416 37.912 – waarvan Hoofdstuk XII div. 20.551 19.632 19.399 19.387 19.298 19.674 Stand ontwerpbegroting 2017 8.030.160 7.994.424 8.340.964 8.449.547 8.592.153 8.798.264 Ad 1. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 219 € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Op de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Ad 2. Op de IenM verantwoorde HGIS middelen wordt een ramingsbij-stelling van € 146.000 per jaar doorgevoerd om de Rijksbrede ruilvoetpro-blematiek op te lossen. Dit is onderdeel van de totale ramingsbijstelling op de HGIS middelen. De ramingsbijstelling voor IenM met betrekking tot de HGIS middelen is opgevangen binnen de artikelen 11, 17, 18 en 19.Ad 3. Bij de Begroting 2017 wordt de looptijd van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2028 stand begroting 2016 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. In de begroting op hoofdlijnen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds is een nadere toelichting opgenomen op de invulling van de ruimte die beschikbaar is gekomen met de verlenging.Ad 4. Op het artikel 97 worden de uitgaven van IenM voor het onderhoud, exploitatie en aanschaf van een vervangend Regeringsvliegtuig verant-woord. In de brief (Kamerstukken II 2015–2016 33 400, nr. 79) van 8 juli 2016 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanschaf van een vervangend Regeringsvliegtuig. De kosten daarvan liggen naar verwachting in de range van € 50 à € 90 miljoen. Ter dekking hiervan heeft het kabinet als eerste stap € 40 miljoen toegevoegd aan de begroting van IenM.Ad 5. Het project / tijdelijke subsidieregeling Boord Computer Taxi is nagenoeg afgerond. Dit werd de afgelopen jaren uitgevoerd door de ILT in opdracht van IenM. De ILT hevelt de middelen over naar artikel 15 OV-keten op basis van de huidige inschatting van de geraamde uitgaven. De definitieve afrekening vindt naar verwachting in 2017 plaats.Ad 6. Ten behoeve van het digiprogramma Maritime Single Window (MSW) wordt er € 9,0 miljoen overgeboekt vanuit de aanvullende post naar IenM. Het MSW in Nederland is ontwikkeld voor de uitwisseling van maritieme meldingsformaliteiten, in één portal voor scheeps- en ladingmeldingen aan overheidsinstanties.Ad 7. De exploitatie van de Basisregistratie Grootschalige Topografie wordt vanaf 2017 door de gemeentes uitgevoerd. De middelen wordt structureel overgeboekt naar het Gemeentefonds (€ 7,7 miljoen) en het Btw-compensatiefonds (€ 1,1 miljoen).Ad 8. Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds (€ 14,3 miljoen) en het Btw-compensatiefonds (€ 0,5 miljoen) ten behoeve van het programma Impuls Omgevingsveiligheid.Ad 9. Deze reeks betreft een saldo van interdepartementale overboe-kingen, waaronder een overboeking naar het Gemeentefonds van € 8,0 miljoen voor het actieplan Luchtkwaliteit knelpunten Amsterdam (€ 2,0 miljoen in 2016 en € 6,0 miljoen in 2017), een bijdrage vanuit het Provinciefonds en het Btw-compensatiefonds van € 2,2 miljoen naar IenM voor de uitvoering van het Landelijk Meldpunt Afval (LMA) door RWS vanaf 2017, en een terugboeking van € 5,0 miljoen van het Gemeente-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 220 fonds naar IenM als gevolg van een versnelde uitvoering van de saneringsopgave Amsterdam Nazorg Gasfabrieken (€ 0,5 miljoen in 2019 en € 4,5 miljoen in 2020).Ad 10. De twee fondsbegrotingen van IenM, het Infrastructuurfonds en het Deltafonds, worden gevoed vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII via beleidsartikel 26 (Bijdrage Investeringsfondsen). Kaderrelevante mutaties op de fondsen hebben betrekking op Hoofdstuk XII. De toelichting op de kaderrelevante mutaties, waaronder interdepartementale overboekingen, van de investeringsfondsen zijn beschikbaar in het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. De begroting op hoofdlijnen verstrekt hierbij inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijzigingen van de begroting van de investeringsfondsen.Ad 11. Dit betreft een toevoeging van € 26,5 miljoen aan artikelonderdeel 13.05 Eenvoudig Beter en een toevoeging van € 23,8 miljoen aan artikel 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement voor het programma Eenvoudig Beter. Voor de eenmalige kosten ten behoeve van dit programma zijn middelen vrijgemaakt op Hoofdstuk XII en uit de investeringsruimten van alle modaliteiten op de investeringsfondsen. De op het Infrastructuur-fonds en Deltafonds vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds en worden tranchegewijs naar Hoofdstuk XII overgeheveld waar de uitgaven voor de stelselherziening van het omgevingsrecht worden verantwoord. Voor de exploitatiekosten van Eenvoudig Beter worden vanuit artikel 99 Nominaal en onvoorzien middelen overgeheveld naar artikelonderdeel 13.05 Eenvoudig Beter. De totale rijksuitgaven aan Eenvoudig Beter worden weergegeven bij de artikelsgewijze toelichting van artikel 13.Ad 12. In het voorjaar van 2014 is het tweede deel van de Lange Termijn Spooragenda (LTSA) naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2013–2014 29 984, nr. 474). De kern van de ambitie zoals in de LTSA opgenomen is een optimale reis van deur tot deur benadering binnen de Openbaar Vervoer en Spoorketen. In het verlengde hiervan wordt bij de Ontwerpbegroting 2017 artikel 15 OV-keten en artikel 16 Spoor samenge-voegd tot één artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Met dit integrale artikel Openbaar Vervoer en Spoor wordt beoogd de samenhang te benadrukken.Ad 13. In het kader van Caribisch Nederland zijn verschillende uitgaven voorzien. Deze uitgaven vallen onder diverse thema’s: Drink- en afval-water (op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit), Luchtvaart (uitvoering masterplannen luchtvaart), Afvalbeheer (gescheiden afvalinzameling), Bedrijven en overige (activiteiten in het kader van de Milieuwet) en Crisisbeheersing (aansluiting van crisisorgani-satie in Caribisch Nederland bij processen en informatievoorziening van IenM). Dit betreft deels projecten in de uitvoeringsfase of die al in beheer zijn, maar ook projecten die nog in de verkenningsfase zijn.Ad 14. In verband met de Kernenergiewet is met ingang van 1 mei 2015 de verantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid en stralingsbe-scherming overgedragen van EZ naar IenM (Kamerstukken II 2014–2015 34 000 XII, nr. 67). Hiervoor zijn budgetten overgeheveld vanuit EZ naar IenM en zijn verschillende diensten op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming van EZ en IenM samengevoegd tot de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Destijds was er nog geen verdeling naar programma en apparaat aangebracht. In het kader Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 221 van verantwoord begroten worden de gebudgetteerde uitgaven op artikel 98 overgeheveld naar artikel 97 op het financieel instrument «bijdrage aan agentschappen».Ad 15. In het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor de CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimte-akkoord (€ 9,5 miljoen structureel) (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. 9). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel).Ad 16. Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbe-groting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven en bestemmingOp verzoek van de Tweede Kamer wordt per Begroting 2017 conform de Rijksbegrotingsvoorschriften 2016 inzicht gegeven in de niet-juridisch verplichte uitgaven per beleidsartikel. Hiermee wordt de budgetflexibiliteit in de begroting beter inzichtelijk gemaakt en valt af te leiden welk deel van de geraamde uitgaven budgettair-technisch gezien beschikbaar is voor alternatieve besteding. Het percentage en het bedrag niet-juridisch verplichte uitgaven per beleidsartikel worden bepaald op basis van het percentage «juridisch verplicht» uit de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen. In de kolom «Bestemming van de niet juridische verplichte uitgaven» wordt het niet verplichte bedrag opgesplitst naar de bestemming van de uitgaven.Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000) Art. nr. Naam artikel Juridisch verplicht Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven 11 Integraal waterbeleid(56.206) 53.528 (95%) 2.678(5%) – 1.193 voor opdrachten algemeen waterbeleid (Staat van ons water, watereducatie, watercoalitie en Publiekscam-pagne Ons Water)– 574 voor opdrachten ter ondersteuning van water internationaal– 911 voor overige uitgaven 13 Ruimtelijke ontwikkeling(102.337) 96.560(94%) 5.777(6%) – 1.121 voor opdrachten ruimtelijk beleid (krimp, stedelijke herverkaveling, grondeigendom)– 1.170 voor opdrachten ruimtelijk ontwerp (werkpro-gramma college van Rijksadviseurs, Gouden Piramide, Atelier Making Projects)– 496 voor opdrachten Omgevingsloket Online2 (OLO2)– 1.785 voor opdrachten Bodem en Structuurvisie Ondergrond– 1.205 voor overige uitgaven Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 222 Art. nr. Naam artikel Juridisch verplicht Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven 14 Wegen en verkeersvei-ligheid(34.406) 26.638(77%) 7.768(23%) – 1.700 voor diverse opdrachten/onderzoeken t.b.v. wegmaatregelen, het verduurzamen van mobiliteit ERRU en Smart Mobility– 1.857 voor opdrachten Beter Benutten voor diverse onderzoeken, communicatie, gedrag en vraagbeïn-vloeding, fietsbeleid en Intelligente Transport Systemen– 4.211 voor diverse onderzoeken verkeersveiligheid en verkeersveiligheidcampagnes 16 Openbaar Vervoer en Spoor(32.910) 29.883(91%) 3.027(9%) – 600 voor het project Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV)– 200 voor Taken werkagenda Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) OV-Chipkaart– 300 voor het uitvoeren van activiteiten ter onder-steuning van beheer- en vervoerconcessie– 1.927 voor diverse opdrachten/onderzoeken t.b.v. uitvoering van de Lange Termijn Spooragenda (LTSA), toegankelijkheid en het creëren van een gelijk speelveld van het Openbaar Vervoer 17 Luchtvaart(14.049) 10.347(74%) 3.702(26%) – 3.702 voor diverse opdrachten/onderzoeken m.b.t. luchtvaartveiligheid, luchthavenontwikkeling, lucht-verkeer en economie en luchtvaartpolitiek 18 Scheepvaart en Havens(27.752) 26.873(97%) 879(3%) – 220 voor opdrachten Topsector Logistiek voor plannen vanuit jaarplan 2017– 659 voor opdrachten Scheepvaart en Havens.Hierbinnen (opdrachten Scheepvaart en Havens) valt:° Bevorderen duurzame binnenvaart (180)° Vernieuwen internationale regelgeving (75)° BES-activiteiten veiligheid zeehavens (100)° Onderzoek naar klimaat, luchtkwaliteit duurzame zeevaart (100)° Overige uitgaven (204) 19 Klimaat(61.434) 58.720 (96%) 2.714(4%) – 1.050 voor de uitvoering van de klimaatagenda– 596 voor vrijwillige bijdragen aan (inter)nationale organisaties– 322 voor cofinanciering INTERREG– 300 voor diverse internationale missies– 244 voor overig uitvoering HGIS– 202 voor overig uitvoering niet-HGIS 20 Lucht en Geluid(30.402) 28.402(93%) 2.000(7%) – 1.000 voor de compensatieregeling milieuzonering– 1.000 voor de uitvoering Slimme Gezonde Stad 21 Duurzaamheid(20.900) 18.594(89%) 2.306(11%) – 872 voor de uitvoering Duurzaamheidsinstrumentarium– 458 voor de uitvoering Duurzame Productketens– 976 voor de uitvoering Natuurlijk Kapitaal 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s(33.780) 31.039(92%) 2.741(8%) – 756 voor de uitvoering Veiligheid Chemische Stoffen– 1.091 voor de uitvoering veiligheid inrichtingen en bedrijven– 620 voor de uitvoering Veiligheid Bedrijven en Transport– 274 voor diverse opdrachten 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie(41.719) 41.719(100%) 0(0%) – 24 Handhaving en toezicht(109.561) 109.561(100%) 0(0%) – 25 Brede doeluitkering(888.311) 888.311(100%) 0(0%) – Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 223 Art. nr. Naam artikel Juridisch verplicht Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven 26 Bijdrage investerings-fondsen(6.168.329) 6.168.329(100%) 0(0%) – Totaal 7.622.096 7.588.504 33.592 –Meerjarenplanning BeleidsdoorlichtingenIn onderstaande tabel is de meerjarenplanning van de beleidsdoorlich-tingen opgenomen. reali-satie planning Artikel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Geheel artikel? Artikel 11 Waterkwantiteit X Ja Waterkwaliteit X Artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling (SVIR) X Ja Artikel 14 Wegen en verkeersvei-ligheid X Ja Artikel 16 Openbaar vervoer en Spoor X Ja Artikel 17 Luchtvaart overig X Ja Artikel 18 Scheepvaart en havens X Ja Artikel 19 Klimaat X Ja Artikel 20 Lucht X Nee Artikel 20 Geluid X X Nee Artikel 21 Duurzaamheid X Ja Artikel 22 Externe veiligheid en risico’s X Ja Artikel 23 Meteorologie, seismo-logie en aardobservatie X Ja Artikel 24 Handhaving en toezicht X JaVan een aantal beleidsdoorlichtingen is de planning verschoven in de tijd ten opzichte van de vorige begroting.–Er is tot uitstel van de doorlichting van het onderdeel Lucht uit artikel 20 Lucht en Geluid besloten naar 2018 vanwege de verlenging van het NSL. De uitvoering van NSL is namelijk van betekenis is om een goede uitspraak te kunnen doen over de effectiviteit van het Klimaatbeleid.–Het ingaan van de wet taken meteorologie en seismologie in 2015 leidt ertoe dat de effecten van het beleid op artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie beter worden beoordeeld als de doorlichting verschoven wordt van het jaar 2018 naar het jaar 2019.–De fusie van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de VROM-Inspectie is met de oprichting van de autoriteit woningcorporaties geheel geëffectueerd. Om een goed samenhangend inzicht te kunnen krijgen over de werking in de praktijk van de naleving en handhaving van beleidsterreinen en uitvoeringsverantwoordelijkheden ligt een jaar uitstel van de beleidsdoorlichting van artikel 24 naar 2019 in de rede. Daarbij spelen ook het nog lopende capaciteitsonderzoek en de geïntensiveerde ICT inspanningen een rol.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 224 De Brede doeluitkering (artikel 25) en de bijdrage investeringsfondsen (artikel 26) worden zoveel mogelijk meegenomen in de doorlichtingen van de beleidsartikelen. De instrumentering en normering ten behoeve van handhaving en toezicht van het beleid wordt bij de doorlichting van de beleidsartikelen meegenomen. De doorlichting van beleidsartikel 24 betreft de keuzes die in het handhavings- en toezichtbeleid door ILT kunnen worden gemaakt.Het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen staat op de website van de Rijksbegroting1. Voor een verdere onder-bouwing van de meerjarenprogrammering zie bijlage 4.5 Evaluatie en overig onderzoek.Overzicht garanties en achterborgstellingenIn het overzicht van risicoregelingen worden garanties en/of achterborg-stellingen opgenomen die een departement verstrekt aan derden buiten de sector Overheid. Het Ministerie van IenM heeft één dergelijke garantie-regeling, te weten het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB. Het betreft de mogelijkheid voor een ondernemer in het midden- en kleinbe-drijf, met onvoldoende middelen of te weinig zekerheden voor krediet bij een bank, om een borgstelling voor een gedeelte van het benodigde budget voor bodemsanering.Een garantie is een voorwaardelijke financiële verplichting van de overheid aan een derde buiten de overheid, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet.Invulling aangescherpte garantiekaderIn de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen is het garantiekader aangescherpt (Kamerstukken II 2013–2014 33 750, nr. 13). Eén van de doelen is het afbouwen van niet-gebruikte plafonds en het stopzetten van slapende regelingen. Het verplichtingenplafond van het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is in lijn met de kabinetsreactie bij eerste suppletoire begroting 2014 verlaagd van € 65,3 miljoen naar € 15 miljoen. Overeenkomstig de aankondiging in de begroting 2016 heeft er in 2016 een evaluatie plaatsgevonden naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling bijzondere financiering Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB. De conclusie van de evaluatie, uitgevoerd door EY, is dat hoewel de regeling bodemsaneringsborgstellingskrediet comple-mentair is aan andere regelingen op het gebied van bodemsaneringen, de relevantie van de regeling gering is. In het MKB is beperkt behoefte aan een borgstellingskrediet voor bodemsanering. Wijzigingen in het bodembeleid en de komst van subsidieregelingen in 2006 (waaronder de bedrijvenregeling en cofinanciering), hebben ertoe geleid dat de relevantie van de regeling is afgenomen. Het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is mede naar aanleiding van deze evaluatie in 2016 beëindigd. In 2017 wordt alleen nog garant gestaan voor een lopende garantie ter grootte van € 436.000.1http://www.rijksbegroting.nl/2015/verantwoording/jaarverslag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 225 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000) Artikel Omschrijving Uit-staande garanties 2015 Geraamd te verlenen 2016 Geraamd te vervallen 2016 Uitstaande garanties 2016 Geraamd te verlenen 2017 Geraamd te vervallen 2017 Uitstaande garanties 2017 Garan-tieplafond Totaal plafond Artikel 13 MKB Krediet 436 0 0 436 0 0 436 0 0 Totaal 436 0 0 436 0 0 436 0 0Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000) Artikel Omschrijving Uitga-ven 2015 Ontvang-sten 2015 Saldo 2015 Uitga-ven 2016 Inkom-sten 2016 Saldo 2016 Uitga-ven 2017 Ontvang-sten 2017 Saldo 2017 Artikel 13 MKB Krediet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 226 3. DE BELEIDSARTIKELEN Beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid Het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschap-pelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft, over voldoende zoetwater beschikt en schoon (drink)water heeft en kan blijven gebruiken, nu en in de toekomst.(Doen) uitvoerenVanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt bijgedragen aan het Deltafonds (zie extracomptabele verwijzingen). Vanuit het Deltafonds worden maatregelen en voorzieningen op het gebied van waterveiligheid (artikel 1), zoetwatervoorziening (artikel 2), beheer, onderhoud en vervanging (artikel 3) en waterkwaliteit (artikel 7) bekostigd. De rol (doen) uitvoeren heeft betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en waterkwantiteit:–Waterveiligheid. Het waarborgen van de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en de rivieren volgens het wettelijk niveau; alsmede het dynamisch handhaven van de kustlijn op het niveau 2012, conform herziene basiskustlijn 2012 en handhaving kustfundament.–Waterveiligheid en Zoetwatervoorziening. Het (doen) uitvoeren van verkenningen en planuitwerkingen.–Waterveiligheid en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van aanlegpro-jecten, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken (allen waterveiligheid) en het Verbeter-programma Waterkwaliteit Rijkswateren (waterkwaliteit).–Waterveiligheid, Waterkwantiteit en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van beheer, onderhoud en vervanging.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het integrale waterbeleid, voor het Deltaprogramma en het toezicht op de uitvoering van de gerelateerde wet- en regelgeving. Ook is de Minister verantwoor-delijk voor het verbeteren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium ten behoeve van het waterbeleid.De rol «regisseren» heeft in dit artikel betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterkwantiteit, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en innovatie en exportbevordering.–Waterkwantiteit en Zoetwatervoorziening. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van integraal waterbeleid in een aanpak gericht op de gebieden met grote Rijkswateren. Het realiseren van een maatschappelijk afgewogen verdeling van water en het daartoe zo te beheren hoofdwatersysteem dat wateroverlast en -tekort worden voorkomen. Het zorgen voor kaders en instrumentarium voor regionale afwegingen om het regionale watersysteem op orde te brengen en te houden. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–20212 en het Beheer- en Ontwikkelpro-gramma voor de Rijkswateren 2016–20213.2https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnota-s/2015/12/14/nationaal-waterplan-2016–20213https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/beheer-en-ontwikkeling-rijkswateren/beheer-ontwikkelplan-rijkswateren.aspxAlgemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 227 –Waterkwaliteit. Het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewateren in de Rijkswateren van de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems. De uitvoering gericht op het behalen van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwa-teren in de vier stroomgebieden conform de voorschriften zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Water (KRW), om in drie planperiodes uiterlijk in 2027 aan de Europese verplichtingen te voldoen.–Nederlands deel van de Noordzee. Het gaat hier om het ontwikkelen van beleid om de nodige maatregelen te nemen die tot het bereiken en behouden van een goede milieutoestand in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dit gebeurt in samenwerking en samenhang met de andere Noordzeelanden, conform de vereisten zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Daarnaast geldt ten aanzien van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) dat de coördinerende verant-woordelijkheid ligt bij de Minister van IenM, tezamen met de Minister van EZ voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren.–Innovatie en exportbevordering. Het ontwikkelen van beleid, onder andere ten behoeve van de Topsector Water, gericht op het ontwikke-len van kennis, het bevorderen van innovatie en het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid (de gouden driehoek) om de internationale concurrentie-kracht van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken. Hierbij wordt een sterke thuismarkt (kennis en innovatie) gekoppeld aan een concurrerend Nederland in het buitenland. Voor dit laatste gaat het daarbij onder meer om het ontvangen van buitenlandse delegaties en het organiseren en uitvoeren van bilaterale handelsmissies.–Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de landen rondom de Noordzee en met de buurlanden boven-strooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems.–Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op de beleidsterreinen waterkwantiteit en waterkwaliteit (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).Indicatoren en KengetallenWaterkwantiteitHieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor water-kwantiteit opgenomen. In productartikelen 1, 2 en 3 van het Deltafonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.Ongeveer 60% van ons land zou regelmatig onder water staan als er geen dijken en duinen zouden zijn. In dit gebied wonen negen miljoen mensen en wordt 70% van ons BNP verdiend. Maatschappelijk gezien is aandacht voor de waterveiligheid dus van cruciaal belang voor de leefbaarheid en de economie van Nederland (Kamerstukken II 2012–2013 33 400, nr. 19).Indicator één en twee: waterveiligheid (droge voeten)Onderstaande indicatoren geven weer hoe het is gesteld met het aantal kilometers dijken en duinen en het aantal kunstwerken die zorgen voor waterveiligheid in Nederland. De cijfers zijn gebaseerd op de toetsronden uit 2001, 2006, 2011 en de verlengde derde toetsing uit 2014. Conform de Waterwet wordt periodiek getoetst of de primaire waterkeringen voldoen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 228 aan de wettelijke veiligheidsnormen. Deze toetsing wordt door de beheerder uitgevoerd volgens het door de Minister vastgestelde wettelijk toetsinstrumentarium. Indien een kering niet aan de norm voldoet, worden maatregelen getroffen.In 2013 is de Verlengde Derde Toetsronde Primaire Waterkeringen (LRT3+) gehouden. Deze toetsing kwam voort uit de derde toetsing uit 2011, met als bedoeling om zoveel mogelijk de categorie die bij de derde toetsing het oordeel «nader onderzoek nodig» had gekregen weg te werken.In 2014 is hierover aan de Tweede Kamer gerapporteerd met als belang-rijkste conclusie dat voor circa 80% van de dijken en duinen het oordeel «nader onderzoek nodig» nu is omgezet in een definitief oordeel, wat eveneens geldt voor bijna 70% van de kunstwerken (Kamerstukken II 2013–2014 31 710, nr. 32). De waterkeringen en kunstwerken die bij de laatst gehouden toetsing niet aan de norm voldeden, worden in de nabije toekomst versterkt. Ongeveer de helft hiervan heeft reeds een plek in lopende verbeterprogramma’s, zoals HWBP-2, Ruimte voor de Rivier en Maaswerken. De afgekeurde keringen uit de derde en verlengde derde toetsing krijgen een plek in het nieuwe HWBP, mits wordt voldaan aan de subsidiecriteria. In 2017 start de volgende toetsronde. Over de resultaten van deze toetsing wordt in 2023 gerapporteerd aan de Eerste en Tweede Kamer (Kamerstukken II 2013–2014 33 750 J, nr. 20). Dijken en duinen (km)200120062011201405001.0001.5002.0002.5003.0003.5004.0001.7925491.2171.5906801.3292.3081.2252342.4081.30239VoldoetVoldoet nietNader onderzoekDijken en duinen (in kilometers)Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 229 Ten behoeve van een goede verdeling van water zodat Nederland over voldoende zoetwater kan beschikken wordt peilbeheer op het hoofdwater-systeem toegepast. Hiervoor dienen de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het IJsselmeer, Amsterdam-Rijnkanaal/ Noordzeekanaal en het Haringvliet) op het afgesproken niveau te worden gehouden. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te beïnvloeden.Indicator Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet Realisatie Streefwaarde Streefwaarde Indicator Eenheid 2015 2016 2017 Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet % 100% 90% 90%Bron: Rijkswaterstaat, 2016De norm is dat 90% van de tijd (24-uursgemiddelde) de afgesproken (streef)peilen, onder normale omstandigheden, binnen de operationele marge worden gerealiseerd. De streefpeilen van het Haringvliet, Amsterdam-Rijnkanaal, Noordzeekanaal en IJsselmeer (alleen zomerpeil telt mee) waren in 2015 de gehele periode binnen de marge.Waterkwaliteit (schoon (drink)water)Over de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en de Eems en het bereiken van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden, wordt de Tweede Kamer vanaf 2016 jaarlijks geïnformeerd via «De Staat van Ons Water»4. Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planperiodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de zes jaar mogelijk. Het PBL rapporteert op 4https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/05/26/de-staat-van-ons-waterKunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)VoldoetVoldoet nietNader onderzoek200120062011201402004006008001.0001.2001.4001.6001.8002.00035082376340206625748335375868799110Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 230 verzoek van de Minister van IenM in het Compendium voor de Leefom-geving jaarlijks op basis van de beschikbare gegevens over waterkwaliteit.Integraal waterbeleidOver de voortgang van het integraal waterbeleid wordt vanaf 2016 jaarlijks gerapporteerd in «De Staat van Ons Water». Meer specifieke resultaatinformatie over het waterkwantiteitsbeleid wordt jaarlijks door de waterschappen gepubliceerd in de «Waterschapsspiegel»5.De nieuwe normering primaire waterkeringen zal middels de gewijzigde Waterwet per 1 januari 2017 in werking treden. De bijhorende regeling voor de beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen, een wijziging van het Waterbesluit en aanpassing van de subsidieregeling voor de versterking van de primaire keringen treden dan ook in werking.De primaire waterkeringen in Nederland worden periodiek beoordeeld. Met de doelen voor 2050 als uitgangspunt wordt dit jaar gestart met de beoordelingsronde op basis van nieuwe normen waterveiligheid. Deze ronde duurt 6 jaar. De keringbeheerders zullen de resultaten van de beoordeling rapporteren aan de Minister. Deze rapportage kan doorlopend plaatsvinden. Nadat de ILT heeft geconcludeerd dat de beheerder de beoordeling conform de voorschriften heeft uitgevoerd, kan de beheerder keringen die niet aan de norm voldoen aanmelden bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Programmering in het HWBP vindt plaats op basis van prioriteit, waarbij de meest urgente dijkversterkingen het snelst in uitvoering gaan. In het HWBP 2017–2022 is in de prioritering rekening gehouden met de nieuwe normen. In 2023 zal de Minister de Tweede Kamer informeren over het landelijke veiligheids-beeld. Na deze ronde volgen nog twee beoordelingsrondes waarin verfijning van het veiligheidsbeeld plaatsvindt en op basis waarvan verdere versterkingsmaatregelen in het HWBP worden geprogrammeerd.In de «Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen» heeft het kabinet aangekondigd om de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) uit te brengen. De NAS, die in 2016 verschijnt, heeft als doel om Nederland in alle opzichten goed voor te bereiden op gevolgen van klimaatverandering, om invulling te geven aan de EU adaptatiestrategie en om tegelijk markt-kansen voor Nederlandse bedrijven te creëren. De adaptatiestrategie is een aanvulling op het Deltaprogramma 2015.In 2017 vindt onder verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van EZ, overleg plaats met de Europese Commissie (EC) over het 6e Actiepro-gramma Nitraatrichtlijn dat per 1 januari 2018 in werking moet treden. In het Actieprogramma geeft Nederland (of de lidstaat) aan welke maatre-gelen genomen worden om de kwaliteit van grond- en opperwaterkwa-liteit te verbeteren. Dit draagt bij aan de verduurzaming van de land- en tuinbouw, het realiseren van in Nederland vastgestelde doelen voor kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, c.q. de implementatie van de Beleidsnota Drinkwater en de KRW (waaronder ook drinkwater valt).De Internationale Waterambitie (IWA), uitgebracht in 2016, beschrijft het kader voor de nieuwe accenten van het (interdepartementale) waterbeleid. De basis voor de samenwerking zijn de verantwoordelijkheden en rollen van de drie ministeries van Buitenlandse Zaken (BZ), Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur en Milieu (IenM). In 2017 verbindt de Internationale 5http://waterschapsspiegel.nl/BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 231 Waterambitie het waterbeleid, integreert de inzet en ondersteunt nieuwe kansen. De concrete activiteiten waarop wordt ingezet zijn:–Inzet op de 7 deltalanden (Indonesië, Vietnam, Myanmar, Bangladesh, Colombia, Egypte en Mozambique en gericht op het bestendigen van de samenwerking, het uitwisselen van kennis tbv strategische (delta-) plannen, toewerken naar de uitvoering van werken in de deltalanden, focus op financiering tbv de realisatiefase en stimuleren van preven-tieve aanpak.–Specifieke inzet op (maximaal) 8 stedelijke delta’s ten behoeve van het vergroten van waterveiligheid en waterzekerheid en het Nederlands aandeel hierin.–Inzet op Polen, Zuid-Afrika, Turkije, Mexico en Filippijnen om marktpar-tijen te stimuleren aansluiting bij de markt te krijgen via een verstrekte G2G component.–Stimuleren van samenwerking op specifieke domeinen gerelateerd aan water in Balkan, India, Roemenie, USA en Singapore.–Het inspelen op ad hoc verzoeken uit landen, initiatieven van de watergezant, study tours, en verduurzaming van DRR initiatieven.–Het stimuleren van financieringsoplossingen (PPS en innovatieve financiering) om realisatie fase van haalbaarheidsstudies te stimuleren en NLse verdienkansen te vergroten.–Coördinatie rondom WB advisory council en de SDG’s.–Sterkere verbondenheid tussen de nationale aanpak en internationale markt waarbij Nederland de etalage is voor (innovatieve) icoonprojec-ten.–Bijdragen aan het vergroten van het verdienvermogen van de Nederlandse watersector.IenM ontsluit de kennis vanuit de beleidskern en Rijkswaterstaat (RWS) en verbindt het nationale kennisniveau met de internationale vraag en markt. Voor de uitvoering van het PvW 2016–2021 programma is mandaat verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (zie ook 11.01.02 Subsidies).In 2016 is het beleid uit de Human Capital Agenda geëvalueerd. De evaluatie leidt tot voorstellen tot beleidswijziging voor wat betreft de studiebeurzen. Voornemen is deze terug te brengen tot een jaar en het pakket aan contraprestaties beter af te bakenen. Bedoeling is dat hierdoor met dezelfde middelen twee keer zoveel studenten kunnen worden bereikt die zich inzetten voor de watersector. Hiermee wordt gestart in 2017. Ook is er het voornemen om te komen tot een flexibel en toekomstgericht personeelsmanagement. Dit wordt mede vormgegeven door intensievere samenwerking met de CIV’s en de CoE’s. Betrokkenheid bij bijpassende activiteiten zoals het Wereld Water College en de Battle of the Beach wordt voortgezet. De doelstelling om te zorgen voor een continue en zo mogelijk toenemende instroom van goed gekwalificeerd personeel in de watersector blijft gehandhaafd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 232 art. 11 Integraal waterbeleid (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 32.289 49.931 60.825 38.669 39.177 39.318 39.588 Uitgaven: 34.852 47.354 56.206 41.518 41.723 41.734 42.004 Waarvan juridisch verplicht 95% 11.01 Algemeen waterbeleid 29.857 35.169 44.543 31.079 31.231 31.202 31.419 11.01.01 Opdrachten 2.147 6.631 14.729 4.338 4.474 4.437 4.654 11.01.02 Subsidies 8.722 10.441 11.361 11.302 11.302 11.302 11.302 – Partners voor Water (HGIS) 8.597 10.391 11.311 11.302 11.302 11.302 11.302 – Overige subsidies 125 50 50 0 0 0 0 11.01.03 Bijdrage aan agentschappen 18.169 17.325 16.453 15.439 15.455 15.463 15.463 – waarvan bijdrage aan RWS 17.643 16.801 16.043 15.029 15.045 15.053 15.053 – waarvan bijdrage aan KNMI 526 524 410 410 410 410 410 11.01.04 Bijdrage aan medeoverheden 819 772 2.000 0 0 0 0 11.02 Waterveiligheid 2.788 2.693 2.889 2.925 2.889 2.890 2.890 11.02.01 Opdrachten 2.788 2.693 2.889 2.925 2.889 2.890 2.890 11.03 Grote oppervlaktewateren 2.207 2.003 2.727 2.479 2.529 2.579 2.579 11.03.01 Opdrachten 2.207 2.003 2.727 2.479 2.529 2.579 2.579 11.03.05 Bijdrage aan internationale organisaties 0 0 0 0 0 0 0 11.04 Waterkwaliteit 0 7.489 6.047 5.035 5.074 5.063 5.116 11.04.01 Opdrachten 0 3.773 3.148 3.295 3.459 3.473 3.526 11.04.02 Subsidies 0 79 391 0 0 0 0 11.04.04 Bijdrage aan medeoverheden 0 1.642 741 0 0 0 0 11.04.05 Bijdrage aan internationale organisaties 0 1.995 1.767 1.740 1.615 1.590 1.590 Ontvangsten 24.357 0 3.000 0 0 0 0Extracomptabele verwijzingen naar artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds 349.873 379.531 409.190 327.592 692.701 Andere ontvangsten van artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds 186.805 192.608 150.433 177.389 153.406 Totale uitgaven op artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds 536.678 572.139 559.623 504.981 846.107 waarvan 1.01 Grote projecten waterveiligheid 373.919 323.350 267.896 245.997 43.914 1.02 Overige aanlegprojecten waterveiligheid 153.751 247.809 290.807 258.054 801.693 1.03 Studiekosten 9.008 980 920 930 500Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 233 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds 38.973 38.505 33.622 35.542 32.404 Andere ontvangsten van artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds 0 3.006 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds 38.973 41.511 33.622 35.542 32.404 waarvan 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 36.928 38.561 30.672 31.992 32.289 2.03 Studiekosten 2.045 2.950 2.950 3.550 115Extracomptabele verwijzingen naar artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds 169.466 163.944 159.920 112.428 129.540 Andere ontvangsten van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds 169.466 163.944 159.920 112.428 129.540 waarvan 3.01 Watermanagement 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 162.435 156.914 152.918 105.426 122.538Extracomptabele verwijzingen naar artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 Andere ontvangsten van artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 waarvan 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 24.850 33.098 51.376 66.625 62.200 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit 279 768 1.804 20.929 011.01 Algemeen Waterbeleid Het opdrachtenbudget is grotendeels juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de betaling van verplichtingen die tot en met 2016 zijn aangegaan, waaronder de versterking van de icoonwaarde van de Afsluitdijk, en op de structurele uitwerking van de wettelijke taken op basis van de Waterwet. Het restant heeft vooral betrekking op de uitwerking van de afspraken in het Bestuursakkoord Water (BAW). De uitgaven voor de subsidies, de bijdrage aan medeoverheden voor de tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen en de agentschapbijdragen aan RWS en KNMI zijn volledig juridisch verplicht. BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 234 De subsidies en de bijdragen aan medeoverheden hebben een beperkte tijdshorizon en de agentschapbijdragen hebben een structureel karakter.11.02 Waterveiligheid Het opdrachtenbudget is grotendeels juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de betaling van verplichtingen die tot en met 2016 zijn aangegaan en de uitwerking van de wettelijke taken op basis van de waterwet zoals onder andere de implementatie van de nieuwe normering en de EU-richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR).11.03 Grote oppervlaktewateren De uitgaven voor de opdrachten zijn deels juridisch verplicht. Dit heeft met name betrekking op de betaling van de lopende verplichtingen die aangegaan zijn tot en met 2016.11.04 Waterkwaliteit Een deel van het opdrachtenbudget is juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de betaling van diverse kleine verplichtingen die tot en met 2016 zijn aangegaan. De uitgaven voor de subsidies, de bijdragen aan medeoverheden en de bijdragen aan internationale organisaties zijn volledig verplicht. De bijdragen aan medeoverheden zijn bestemd voor het synergieprogramma KRW en lopen door tot en met 2017. De bijdragen aan internationale organisaties zijn bestemd voor structurele jaarlijkse contributies voor de internationale riviercommissies en de OSPAR-commissie, die in internationale verdragen zijn opgericht. Daarnaast zijn ze bestemd voor de bijdragen aan VN organisaties, die onder andere het gevolg zijn van een tweetal Memoranda of Understanding.Het niet-juridisch verplichte deel op dit artikel heeft met name betrekking op de onder de financiële instrumenten opgenomen opdrachten op het gebied van de uitvoering van een aantal activiteiten. Dat gaat om activiteiten in het kader van de Kaderrichtijn Water (KRW), de Kaderrichtijn Mariene Strategie (KRM).Ook heeft het niet-juridisch verplichte deel betrekking op de ondersteuning van de internationale riviercommissies en OSPAR in de voorbereiding en de uitvoering van hun werkzaamheden.11.01 Algemeen waterbeleid 11.01.01 Opdrachten Vanaf 2016 wordt jaarlijks in mei de voortgangsrapportage «Staat van Ons Water» gepubliceerd. Hierin wordt gerapporteerd over de uitvoering van het Nationaal Waterplan 2016–2021, het Bestuursakkoord Water uit 2011 en het uitvoeringsprogramma van de Beleidsnota Drinkwater. Ook wordt hierin verslag gedaan over de voortgang van de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie. De Staat van Ons Water wordt gepubliceerd op de website www.staatvanonswater.nl. In aansluiting daarop wordt gerappor-teerd over de voortgang in de uitvoering van het waterbeleid, onder meer aan de hand van mijlpalen en acties die voortkomen uit de diverse beleidsstukken. Door het opnemen van verwijzingen (links) naar andere websites is het nodige bronmateriaal makkelijk toegankelijk.Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 235 In het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) werkt IenM met andere overheden (onder andere water-schappen), kennisinstellingen en bedrijfsleven samen met het doel de eigen onderzoeksprogramma’s vanuit vraagsturing efficiënt te combi-neren. Hiervoor vindt vanuit IenM jaarlijkse financiering aan het NKWK plaats. Het streven is ook om daarbij fundamenteel, strategisch en praktijkgericht onderzoek met elkaar en met innovatieve pilots meer te verbinden. Daarnaast gaat het om een betere aansluiting op Europese onderzoeksprogramma’s. Dat gebeurt in 14 onderzoekslijnen gericht op water- en klimaatvraagstukken waarvan de resultaten bijdragen aan de ambities van IenM. In 2017 zal het accent na de fases van netwerk-vorming, agendering en programmering, meer op het uitvoeren van concrete projecten komen te liggen.Verder wordt binnen het NKWK gewerkt aan het versterken van de verbinding met de Europese netwerken en Research & Development programma’s. In dit kader financiert IenM de Nederlandse deelname aan vier projecten binnen het ERA-net cofund WaterWorks 2014.Building with Nature is voor het Ministerie van IenM een belangrijke ontwikkeling voor waterveiligheidsopgaven. Steeds meer oplossingen worden eendachtig met het bestaande natuursysteem ontworpen en uitgevoerd in pilots, zoals bijvoorbeeld bij de Zandmotor of bij de Houtribdijk. De kennis die wordt opgedaan in de verschillende pilots en wat daarvan generiek wordt geleerd, zowel inhoudelijk als van de processen, wordt door Stichting Ecoshape in 2017 verder uitgewerkt. De resultaten worden gedeeld met alle betrokken partijen. De activiteiten op het gebied van de Watercoalitie zijn gericht op het ontwikkelen van een nieuw sturingsinstrument voor het waterdomein. Rond het onderwerp «Water in en om het huis» wordt onderzocht of met adaptieve sturing bijgedragen kan worden aan de beleidsdoelen van water met als doel om huishoudens daarbij meer te activeren.Voor het vergroten van het waterbewustzijn vormt het meerjarig communicatieprogramma Ons Water het fundament. Voor deze publieks-campagne vindt jaarlijkse financiering plaats. De strategie van Ons Water is erop gericht om een verandering in denken teweeg te brengen. Op deze wijze wordt er bewustzijn gecreëerd dat bescherming tegen hoogwater, het borgen van voldoende zoetwater en waterkwaliteit niet vanzelf-sprekend is, het werken aan water nooit af is, en er ook een eigen verantwoordelijkheid en handelingsperspectief hierin bestaat.Specifiek voor de doelgroep jongeren tot 18 jaar worden ook in 2017 weer een aantal op watereducatie gerichte activiteiten georganiseerd die tot doel hebben het waterbewustzijn te vergroten. Door onder andere bij te dragen aan de totstandkoming van lespakketten en gastlessen over waterbeleid wordt gestimuleerd dat in het onderwijs aandacht is voor wateronderwerpen.Het programmabudget Water Internationaal wordt ingezet op kleine opdrachten die de uitvoering van de beleidsdoelstellingen ondersteunen. Dit houdt verband met relevante onderzoeken, ondersteunde diensten, marktanalyses/-evaluaties, communicatie en samenwerking met de sector (watertechnologie, deltatechnologie en maritiem).Voor de uitvoering van het Omgevingsloket Online wordt een jaarlijkse bijdrage geleverd. Hiermee wordt geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 236 Aan de Helpdesk Water, onderdeel van de dienst Water, Verkeer en Leefomgeving van RWS, wordt een jaarlijkse bijdrage geleverd. De Helpdesk Water zorgt voor beantwoording van vragen van waterprofessi-onals en publiek op het waterdossier. Met de ontwikkeling van de Omgevingswet wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van verdere integratie van de helpdesks op dit terrein.Voor de uitvoering van het project Icoon Afsluitdijk (totaal € 13 miljoen) door diverse opdrachtnemers wordt in 2017 € 10,6 miljoen beschikbaar gesteld. Dit is inclusief de bijdrage van € 5 miljoen van regionale partners en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.11.01.02 Subsidies In 2016 is het nieuwe programma Water Internationaal gestart als opvolger van het programma HGIS Partners voor Water 3. Dit betreft het centrale uitvoeringsprogramma van de interdepartementale Internationale Water Ambitie (IWA). Het programma wordt aangestuurd vanuit het Interdepartementale Water Cluster, waarin de drie ministeries BZ, EZ en IenM samenwerken. De uitgaven voor het programma Water Internati-onaal worden via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd. Voor de uitvoering van het PvW 2016–2021 programma is mandaat verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het budget dat wordt ingezet is onderverdeeld in een deel voor lange termijn samenwerking met 7 Deltalanden, een subsi-diedeel ten behoeve van marktbetrokkenheid en samenwerking met kansrijke nieuwe landen en Holland promotie. Een belangrijke doelstelling in 2017 binnen de IWA is om het PvW instrument inclusief het subsidie instrument beter te verbinden met het overige instrumentarium. Hiervoor is de pilot collectief programmeren gestart om synergie en logische aansluiting met andere instrumenten te stimuleren.De op 16 december 2013 verstrekte subsidiebeschikking inzake de realisatie LiveDijk projecten aan de stichting FloodControl IJkdijk wordt met 1 jaar verlengd tot 31 december 2017. Vanwege het later dan gepland inbrengen van het verticaal zanddicht geotextiel, is een vertraging opgelopen van circa 1,5 jaar bij het onderdeel Livedijk Rivierenland. Bij dit onderdeel wordt het faalmechanisme piping onderzocht en wordt specifiek gekeken naar het reducerend effect op piping van een ingebracht kunststof geotextiel. Om een valide meetreeks op te bouwen en de reeds gedane investering optimaal te benutten, is het nodig om ook in het hoogwaterseizoen 2016–2017 metingen te verrichten. Dit betekent dat deze subsidiebeschikking eindigt op 31 december 2017.11.01.03 Bijdragen aan agentschappen Deze bijdrage heeft betrekking op beleidsadvisering, vertegenwoordiging in internationale werkgroepen, opstelling van rapportages en evaluaties en begeleiding van opdrachten aan de markt en aan Deltares. Hiervoor wordt jaarlijks een opdracht aan RWS verstrekt. Tot deze opdracht behoren onder andere de bijdragen aan de uitwerking van de MIRT-onderzoeken waterveiligheid en zoetwatervoorziening.Aan het KNMI worden diverse onderzoeken en analyses gevraagd omtrent wind op de Noordzee, verbeterde windmodellen, het klimaat in het Rijn- en Maasstroomgebied, het weer in de toekomst en risico-analyses ten aanzien van het samenvallen van extreme weerssituaties. De resultaten Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 237 van deze analyses dragen bij aan projecten voor windenergie op zee, adaptatie onder het Deltaprogramma en het waterveiligheidsbeleid in het algemeen.11.01.04 Bijdragen aan medeoverheden Sinds 1 januari 2012 mogen lokale overheden op grond van de Uitvoe-ringsregeling Invorderingswet 1990 bij het bepalen van het nettobe-steedbaar inkomen in het kader van de kwijtschelding rekening houden met de nettokosten van kinderopvang. Ter compensatie van de gederfde inkomsten van de gemeenten en waterschappen heeft het Ministerie van SZW € 10 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Voor de waterschappen gaat het om € 2 miljoen per jaar tot 2018. Tot op heden hebben zes waterschappen van deze regeling gebruik gemaakt. Op verzoek van het Ministerie van SZW voert IenM deze regeling uit.11.02 Waterveiligheid 11.02.01 Opdrachten De overstromingsrisico- en gevaarkaarten en de overstromingsrisicobe-heerplannen onder de Richtlijn Overstromingsrisico (ROR) kennen een zesjaarlijkse cyclus. De overstromingsrisicobeheerplannen voor de vier stroomgebieden Eems, Rijn, Maas en de Schelde zijn in 2016 aan de Europese Commissie gerapporteerd. Doel is om in 2019 de risicokaarten en in 2021 de plannen te hebben geactualiseerd. Voor de actualisatie van de risicokaarten en de plannen wordt opdracht gegeven voor onder-steuning, ontwikkeling en beheer.In 2017 wordt gewerkt aan de eerste ronde beoordelen van de primaire waterkeringen op basis van de nieuwe normen. Voor deze beoordeling worden nog diverse opdrachten verstrekt ter ondersteuning waterkering-beheerders, onder andere voor het voortzetten van het opleiden van waterbeheerders voor deze veiligheidsbeoordeling. Daarnaast worden opdrachten verstrekt om kennis ten aanzien van waterveiligheid te ontwikkelen en ook vast te leggen. Voor de kust worden in 2017 opdrachten verstrekt voor verdere kennisontwikkeling, onder andere over zeespiegelstijging.Voor de rivieren worden in 2017 opdrachten verstrekt voor diverse verkenningen naar onder andere systeemwerking Maas en het effect van langsdammen, en wordt bijgedragen aan diverse MIRT-projecten in het rivierengebied.11.03 Grote oppervlaktewateren 11.03.01 Opdrachten De beschikbare budgetten worden in 2017 ingezet voor onder andere de uitvoering van de volgende beleidsonderwerpen:WaddenzeeHet Ministerie van IenM zal (mede namens het Ministerie van Econo-mische Zaken) naar verwachting begin 2017 zijn visie op de toekomstige ontwikkeling van het Waddengebied naar de Tweede Kamer zenden. Bij de ontwikkeling van deze visie worden de bevindingen betrokken van onder meer de Evaluatie van de SVW, de Beleidsverkenning en de tussentijdse evaluatie van de Samenwerkingsagenda Verbetering Beheer Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 238 Waddenzee. In 2017 en 2018 wordt de Toekomstvisie voor het Wadden-gebied uitgewerkt in onder meer het instrumentarium van de Omgevingswet.Eems DollardHet Rijk en regio spreken af om, onder gezamenlijke regie van het Ministerie van IenM en de provincie Groningen, een meerjarig adaptief programma Eems-Dollard op te stellen. Voor de eerste fase wordt een kwartiermakersteam aangesteld.NoordzeeDe Beleidsnota Noordzee 2016–2021 geldt als het maritieme ruimtelijke plan conform de eisen van de EU-Richtlijn Maritieme ruimtelijke planning. In 2017 worden de acties uit de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 verder in uitvoering gebracht (Kamerstukken II 2014–2015 31 710, nr. 35 bijlage blg-427951).Om de duurzame energiedoelstellingen voor 2023 te halen wordt in 2017 met het Ministerie van Economische Zaken verder gewerkt aan de uitrol van windparken op zee.In 2017 wordt een onderbouwende studie uitgevoerd naar de sociale, economische en ecologische samenhang tussen land en zee, op basis van de vereisten in de Europese Richtlijn Maritieme Ruimtelijke Planning. Zoals opgenomen in de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 draagt deze studie ook bij aan internationale samenwerking rond de Noordzee. Die krijgt concreet vorm via de participatie in een Noordzee Interreg project dat doorloopt tot eind 2018. Dit project draagt bij aan een gezamenlijke kennisbasis van de Noordzeelanden over lopende en mogelijke nieuwe ontwikkelingen met een grensoverschrijdend karakter. De resultaten zijn mede input voor het hoofdstuk over de Noordzee in de Nationale Omgevingsvisie.Zuidwestelijke DeltaIn de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer schetst het kabinet een ontwikkelrichting voor een verbeterde waterkwa-liteit de natuur, recreatie en toerisme, landbouw, schelpdierteelt en de kwaliteit van de leefomgeving ten goede komt. Vanuit het Deltapro-gramma zoetwater worden maatregelen getroffen om de zoetwatervoor-ziening van gebieden rondom het Volkerak-Zoommeer te verbeteren. De regio heeft een actieve rol in het zorgen voor de bekostiging en uitvoering van de plannen uit de ontwerp-rijksstructuurvisie. In maart 2015 is met regionale partijen een bestuursovereenkomst afgesloten met afspraken over de governance en wijze waarop wordt toegewerkt naar financiële dekking van de maatregelen uit de ontwerp-rijksstructuurvisie. Voorwaarde voor verdere stappen is dat er financiële dekking is voor de maatregelen uit de ontwerp-Rijksstructuurvisie. Meer specifiek betreft het in 2017 de uitvoering van de Scheldeverdragen en het doen van lopend onderzoek.11.04 Waterkwaliteit 11.04.01 Opdrachten Het doel is om in 2027 de doelstelling van chemisch schoon water en een ecologisch gezond watersysteem voor duurzaam gebruik bereikt te hebben. Ieder jaar wordt in De Staat van Ons Water de voortgang van de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 239 uitvoering van de maatregelen gerapporteerd. De toestand, doelen en maatregelen worden iedere 6 jaar vastgelegd en aan de Europese Commissie gerapporteerd middels stroomgebiedbeheerplannen onder de Kaderrichtlijn Water. De tweede stroomgebiedbeheerplannen voor Rijn, Maas, Schelde en Eems voor de periode 2016–2021 zijn eind december 2015 vastgesteld en op dit moment in uitvoering. De uitvoering van de tweede tranche maatregelen in het hoofdwatersysteem loopt via artikel 7 van het Deltafonds.De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) kent, net als de KRW, een zesjarige plancyclus. In 2017 wordt de implementatie van het KRM-Programma van Maatregelen, onderdeel van het Nationaal Waterplan 2016–2021, voortgezet. Het betreft met name aanvullende maatregelen op vigerend beleid op het terrein van terugdringen van zwerfvuil in zee (plastic soep) en bescherming van ecologisch waardevolle gebieden op de Noordzee. Daarnaast geeft het kabinet meer invulling aan zijn faciliterende rol ten aanzien van «kansen benutten» voor het samengaan van een duurzame economische groei en gebruik met een gezond systeem, en voor eventueel ecosysteemherstel. In 2017 worden ook de resultaten uit het KRM-monitoringprogramma beoordeeld en wordt aanvullend onderzoek op gebied van vooral onderwatergeluid, zwerfvuil en microplastics uitgevoerd ten behoeve van het actualiseren van de beoordeling van de milieutoestand in 2018. Daarmee samen-hangend vindt de voorbereiding plaats van het actualiseren van de beschrijvingen van de goede milieutoestand en beleidsdoelen in 2018. De uitvoering van de KRM vindt plaats in samenwerking met de Staatssecre-taris van Economische Zaken. Er wordt ingezet op internationale afstemming en samenwerking (Noordzeeregio, OSPAR, EU), op samen-werking met kennisinstituten en belanghebbenden en op cofinanciering uit EU-fondsen als EFMZV en INTERREG.11.04.02 Subsidies Ter uitvoering van het Bestuursakkoord Water zijn door de Stichting RIONED met subsidie van het Ministerie van IenM vijftien kenniscoaches waterketen aangesteld. Deze kenniscoaches zijn beschikbaar voor de samenwerkende partijen in de regio’s om proces en inhoud te onder-steunen. In 2017 zal het programma worden afgerond. In dit laatste jaar zijn middelen vrijgemaakt voor onder andere de organisatie van bijeen-komsten, waarin regiospecifieke kwesties worden uitgediept, en worden ambtelijke trekkers van samenwerkingsregio’s vaardigheden bijgebracht om hun rol als spil in de (complexe) regionale samenwerking goed te vervullen.Stichting De Noordzee ontvangt tot en met 2017 een incidentele subsidie voor de versterking van de kennisbasis binnen het netwerk van natuur- en milieuorganisaties en als verbinder bij besluitvormingsprocessen in het Noordzeebeleid.11.04.04 Bijdragen aan medeoverheden Het Synergieprogramma KRW is gericht op synergie tussen ruimtelijke maatregelen ten behoeve van de doelstellingen van de KRW en andere rijksdoelen. Het programma omvat circa honderdtwintig projecten, waaronder ruim tachtig projecten in het landelijk gebied. Ingevolge het Bestuursakkoord natuur zijn deze laatste projecten gedecentraliseerd. De provincies zijn nu verantwoordelijk voor de verdere uitvoering van die Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 240 projecten. Gemeenten en waterschappen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de circa veertig synergieprojecten in het stedelijk gebied. Het Rijk was medeverantwoordelijk voor de financiering van de synergie-projecten in het stedelijk gebied tot en met 2016. In 2017 wordt dit programma financieel afgesloten.11.04.05 Bijdragen aan internationale organisaties Nederland is partij in de verdragen waarin de internationale riviercom-missies voor de Rijn, Maas en Schelde zijn opgericht. In deze commissies bespreekt Nederland watervraagstukken op het gebied van kwaliteit, droogte en overstroming. De contributie voor deze commissies wordt jaarlijks vastgesteld. Voor coördinatie van de EU-richtlijnen Kaderrichtlijn water en Overstromingsrisico’s bestaat voor de Eems geen vaste riviercommissie, maar heeft Nederland apart een contract afgesloten met Flussgebietsgemeinschaft Ems in Nedersaksen, Duitsland.Voor de internationale samenwerking en afstemming over vraagstukken op het gebied van mariene milieu, ecologie en biodiversiteit in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, inclusief de Noordzee, bestaat het OSPAR-verdrag. Ook voor OSPAR is jaarlijks contributie verschuldigd.Nederland ambieert een internationale profilering als centrum voor watervraagstukken. Dit is verwoord in de Internationale Waterambitie van het kabinet. Het streven van Nederland als Centre of Excellence wordt gedeeltelijk ingevuld door middel van twee Memoranda of Understanding (MOU), waarmee UNESCO wordt ondersteund. Het gaat hier om ondersteuning van het grondwaterinstituut IGRAC en om capacity building door UNESCO-IHE.Water speelt een verbindende rol in de in VN-kader afgesproken Sustai-nable Development Goals (SDG’s). Er is reeds een specifiek SDG voor water afgesproken. In een van de subdoelen van de SDG die zich richt op steden wordt specifiek de nadruk gelegd op het verminderen van risico’s van watergerelateerde rampen. Op dit moment is hiertoe de implementa-tiefase aangebroken. Hiervoor wordt met internationale organisaties en platforms samengewerkt en worden activiteiten ondersteund. Zo worden bijdragen geleverd aan het Sendai raamwerk van de UNISDR, HELP, Aqueduct, Wereldbank Global Water Practice GWP, OESO, Habitat III en World Water Council. Nederland steunt verder actief de activiteiten van UNECE Water op het gebied van grensoverschrijdend waterbeheer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 241 Beleidsartikel 12 Waterkwaliteit In het verlengde van de overheveling van KRW middelen van artikel 12 Waterkwaliteit naar artikel 7 van het Deltafonds, heeft IenM bij Begroting 2015 aangekondigd om bij Begroting 2016 de artikelen 11 Waterkwantiteit en 12 Waterkwaliteit samen te voegen tot één integraal waterartikel, met behoud van het onderscheid tussen waterkwantiteit en waterkwaliteit. Hiertoe wordt de naam en algemene doelstelling van artikel 11 aangepast van «Waterkwantiteit» naar «Integraal waterbeleid». Artikel 12 Waterkwa-liteit wordt geschrapt en zal deel uitmaken van het nieuwe artikel 11 Integraal waterbeleid als artikelonderdeel 11.04 Waterkwaliteit. Met dit integrale waterartikel wordt beoogd de samenhang tussen de artikelen te benadrukken, zonder af te doen aan de transparantie van de begroting.Hieronder is de budgettaire tabel van artikel 12 Waterkwaliteit opgenomen. Door de samenvoeging van de beleidsartikelen 11 en 12 heeft deze alleen nog betrekking op de jaren 2015 en daarvoor. Voor de jaren 2016 en verder wordt verwezen naar artikel 11 Integraal waterbeleid.art. 12 Waterkwaliteit (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 4.193 0 0 0 0 0 0 Uitgaven: 5.915 0 0 0 0 0 0 Waarvan juridisch verplicht 0% 12.01 Waterkwaliteit 5.915 0 0 0 0 0 0 12.01.01 Opdrachten 4.076 0 0 0 0 0 0 12.01.02 Subsidies 261 0 0 0 0 0 0 12.01.03 Bijdrage aan agentschappen 0 0 0 0 0 0 0 – Verbeterprogramma Waterkwaliteit rijkswateren 0 0 0 0 0 0 0 – Natuurcompensatie Perkpolder 0 0 0 0 0 0 0 – Natuurlijker Markermeer/IJ’meer 0 0 0 0 0 0 0 – Verruiming vaargeul Wester-schelde 0 0 0 0 0 0 0 12.01.04 Bijdrage aan medeoverheden 460 0 0 0 0 0 0 12.01.05 Bijdrage aan internationale organisaties 1.118 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 242 Beleidsartikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling Een ruimtelijk beleid voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, waarin sprake is van regionaal maatwerk, waarin de gebruiker voorop staat, waarin investeringen scherp worden geprioriteerd en waarin ruimtelijke ontwikkelingen, milieu en mobiliteit met elkaar zijn verbonden.Het Rijk is enerzijds verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening en stimuleert anderzijds de ruimtelijke investeringen en de kwaliteit daarvan. Daardoor heeft de Minister van IenM een stimulerende en een regisserende rol.StimulerenIenM werkt aan meer eenvoudige regelgeving voor ruimtelijke ordening. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Om dit doel te bereiken is goede samenwerking met en inzet door medeoverheden van groot belang. Het Rijksbeleid voor ruimtelijke ontwikkeling en ordening is beschreven in de in 2012 vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (Kamerstukken II 2011–2012 32 660, nr. 50). Dit ruimtelijk beleid kent een selectieve beleidsinzet op 13 nationale belangen. Bij deze 13 nationale belangen is het Rijk (mede) verantwoordelijk voor het behalen van deze doelen. Gebiedsontwikkeling wordt ingezet om bij te dragen aan een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Voor het onderdeel Ruimtegebruik Bodem is de algemene doelstelling om te komen tot een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. De (Rijks) structuurvisie Ondergrond vormt een belangrijke basis voor het ordenen van activiteiten in de bodem en ondergrond. De aanpak is onder meer beschreven in het Convenant Bodem en Onder-grond 2016 – 2020 en het Convenant Bodem en Bedrijven 2015.Het Rijk bevordert de ruimtelijke investeringen en de kwaliteit daarvan door middel van:–Zorg dragen voor een gestructureerde afstemming met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg MIRT, waarin het Rijk en de regio afspraken kunnen maken over afgestemde acties en investeringsbeslis-singen.–Het, via de gebiedsagenda’s, in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (onder andere woningbouw, bereikbaarheid, econo-mie, energie, natuur en waterveiligheid).–Het bevorderen van de duurzame kwaliteit van de ruimtelijke inrichting en het doelmatig gebruik van het bodem- en watersysteem (gebieds-ontwikkeling).–Het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een Visie op de ruimtelijke kansen voor duurzame energie-opwekking, -opslag en -transport in 2050.–De inhoudelijke inbreng vanuit het ruimtelijk beleid in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).–Inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma’s van IenM.Algemene Doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 243 RegisserenDaarnaast heeft de Minister van IenM – bij de onderwerpen Ruimtelijk Instrumentarium, Geo-informatie, Stelselherziening Omgevingsrecht en Ruimtegebruik Bodem – een systeemverantwoordelijkheid voor het goed laten verlopen van processen op het gebied van ruimtelijke ordening, ongeacht wie verantwoordelijk is voor het resultaat of welke doelen worden nagestreefd. De Minister van IenM is vanuit deze rolopvatting eerstverantwoordelijk voor:–Het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en EU-kaders en wet- en regelgeving op ruimtelijk gebied en ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de daarbij behorende informa-tievoorziening.–Het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders. Samenwerken met het bedrijfsleven en wetenschap in een topteam geo-informatie om de gezamenlijke opgestelde toekomstvisie GeoSamen te realiseren.–Zorg dragen voor de stelselherziening van het omgevingsrecht, waarin de wetgeving met betrekking tot het fysieke domein wordt gebundeld en gestroomlijnd. De Minister en de andere overheden zijn verant-woordelijk voor de implementatie (invoeringsbegeleiding, digitale ondersteuning en infopunt) daarvan.–De coördinatie van het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).–Het vanuit de ruimtelijke invalshoek bijdragen aan (de nieuwe) bestuurlijke structuren en inrichting.–Zorg dragen voor de structurele verankering van het ruimtelijk ontwerp in de beleidsprocessen en projecten van de ruimtelijke ontwikkeling van medeoverheden.–De verdere ontwikkeling van kennis van de fysieke leefomgeving ten behoeve van beleid in relatie tot maatschappelijke opgaven en het faciliteren van de toepassing daarvan door de andere overheden.–Het in staat stellen van de decentrale overheden om in 2030 de bodemverontreinigingproblematiek te beheersen.–Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).Indicatoren en KengetallenDe monitor Infrastructuur en Ruimte onderzoekt de realisatie van de dertien nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), afgezet tegen de gestelde ambities.Omdat gebleken is dat de afbeeldingen van de indicatoren veel ruimte innemen en de inzichtelijkheid niet bevorderen, is ervoor gekozen vanaf de begroting 2017 te verwijzen naar het PBL. Door de opname van links wordt bovendien bereikt dat er voortdurend geactualiseerde cijfers beschikbaar zijn. In september 2016 komt het PBL met nieuwe metingen van het doelbereik van de Nationale belangen genoemd in de SVIR.In samenloop met de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zal vanaf de begroting 2018 bezien worden in welke mate indicatoren en kengetallen daarop moeten worden aangepast of geactuali-seerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 244 Nationaal belang SVIR Doel SVIR Voorlopige kengetallen Monitor Infra-structuur en Ruimte Meting 2014/2016 Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren Versterken concurrentie-kracht stedelijke regio’s Internationale concurrentie Nederlandse regio’s http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl2150-Economische-ontwikkeling-in-regio%27s-met-concentratie-topsectoren.html?i=40–189 Bereikbaarheid Nabijheid wonen-werken Sinds 1996 nabijheid wonen en werken met 2,5% toegenomen (periode 1996–2015).Sinds 2012 gegroeid met 1%http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl2134-Nabijheid-wonen---werken.html?i=40–189 Vestigings-klimaat Fysiek vestigings-klimaat http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl2133-Regionale-Quality-of-living.html?i=40–189 Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoor-ziening en de energietransitie Realisering netwerk SEV-III Toename netlengte hoogspannings-lijnen met spanning 220 kV en hoger 2.800 km (2008), 2.890 km (2012), 2890 km (2015)http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl2135-Hoogspanningsleidingen.html?i=40–190 Transitie duurzame energie Verbruik hernieuwbare energie 4,2% (2011) 4,5% (2013), 5,5% (2014)http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0385-Verbruik-van-hernieuwbare-energie.html?i=40–190 Doelstelling windenergie Opgesteld vermogen windenergie op land en op zee 2237 MW (2010) 2433 MW(2012), 2865 MW (2014) op land228 MW (2012), 228 MW (2014) op zeehttp://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl0386-Windvermogen-in-Nederland.html?i=40–190 Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen Buisleidingen in gereserveerde stroken Toename rode ontwikkelingen buisleidingstroken Netlengte 18.406 km (2008), Daarnaast ligt er ongeveer 133.546 (2014) aan gasleidingen voor lokale distributie en 5.000 km warmtenet (2014).Aantal woningen binnen gereserveerde buisleidingstroken 283 (2012), 286 (2014), 286 (2015)1http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl2136-Hoofdnetwerk-buisleidingen.html?i=40–191 Efficiënt gebruik van de onder-grond Winning opper-vlaktedelfstoffen verbinden met andere functies Nog uit te werken op basis van structuurvisie ondergrond Realisatiecijfers worden verwacht wanneer structuurvisie beschikbaar is. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten Ladder voor duurzame verstedelijking Ladder voor duurzame verstedelijking Aandeel Ladderplichtige bestemmingsplannen waarbij de Ladder volledig is toegepast 8% (nulmeting 2013), 43% (2015).http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/ nl2173-Toepassing-Ladder-duurzame-verstedelijking.html?i=40–2031 Cijfers op basis van nieuwe bronBron: De kengetallen zijn afkomstig uit de Monitor Infrastructuur en Ruimte 2014, Planbureau voor de Leefomgeving (www.clo.nl). Gegevens zijn deels afkomstig uit de meting 2016. September 2016 zal deze meting beschikbaar zijn en gepubliceerd worden.Voor het Meerjarenprogramma Bodem wordt verwezen naar het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 (stcrt. 2015, 14854). In dit convenant is onder meer beschreven hoe de overheden de focus leggen bij de aanpak van de resterende verontreinigingen. Resterende verontrei-nigingen zijn verontreinigingen waarbij het risico voor mens, plant en dier het grootst is. De budgetten van het meerjarenprogramma Bodem worden over de bevoegde overheden ex Wet Bodembescherming (ex Wbb) verdeeld via het provincie- en gemeentefonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 245 In de beleidsdoorlichting ruimtelijke ordening (artikel 13), die in 2015 is verschenen, is de aanbeveling opgenomen om vorm te geven aan een overkoepelende evaluatie- en monitoringprogramma voor het ruimtelijk beleid samen met medeoverheden en private partijen. In dit evaluatiepro-gramma zal expliciet aandacht gegeven moeten worden aan de doeltref-fendheid en de doelmatigheid van de ingezette financiële instrumenten.Als een eerste uitwerking daarvan is het voornemen om vanaf de begroting 2018 samen met andere overheden jaarlijks een van de onderdelen te evalueren. De afspraken over de te leveren prestaties in relatie tot het Meerjarenprogramma Bodem zijn vastgelegd in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 (stcrt. 2015. 14854). Hierover zijn rapportages aan de Kamer voorzien in 2018 en eind 2020.In de beleidsdoorlichting is tevens de aanbeveling gedaan om de structuur van artikel 13 te verbeteren. Een eerste stap hiertoe is bij deze begroting gedaan. Vanaf de begroting 2018 zal, in samenloop met de totstandkoming van de Nieuwe Omgevingsvisie worden bezien in welke mate indicatoren en kengetallen daarop moeten worden aangepast of geactualiseerd.In de zomer van 2016 is een Kustpact opgesteld voor de kust in brede zin, waarin de gezamenlijke waarden ten aanzien van de toekomstige ontwikkelingen zijn bepaald. Het Kustpact vormt het vertrekpunt om te komen tot een visie op basis van gedeelde waarden. Deze visie vormt de basis voor de verdere plannen van de betrokken partijen. De uitwerking van deze visie vindt plaats in 2016 en 2017. Parallel hieraan wordt met elkaar de bevoegdheden en het juridisch instrumentarium in beeld gebracht. Het doel hiervan is om eventuele hiaten dan wel problemen in de praktische toepassing op te lossen, waarbij rekening zal worden gehouden met de bestaande plannen.art. 13 Ruimtelijke ontwikkeling (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 69.162 107.294 90.220 95.625 83.308 97.218 186.528 Uitgaven: 112.043 118.265 102.337 98.885 90.561 98.258 186.528 Waarvan juridisch verplicht 94% 13.01 Ruimtelijk instrumentarium 12.065 10.275 9.081 7.310 7.377 7.689 8.500 13.01.01 Opdrachten 4.665 9.044 9.081 7.310 7.377 7.689 8.500 – Wabo 2 55 1.696 1.636 1.752 1.752 1.752 – Architectonisch beleid 1.744 2.128 2.920 2.919 2.918 2.919 2.919 – Overige opdrachten 2.919 6.861 4.465 2.755 2.707 3.018 3.829 13.01.02 Subsidies 4.472 1.016 0 0 0 0 0 – Programma Ruimtelijk Ontwerp 3.484 1.016 0 0 0 0 0 – Overige subsidies 988 0 0 0 0 0 0 13.01.03 Bijdrage aan agentschappen 2.436 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 2.436 0 0 0 0 0 0 13.01.04 Bijdrage aan medeoverheden 492 215 0 0 0 0 0 13.02 Geo-informatie 51.639 43.200 28.408 22.723 28.017 27.993 28.093 13.02.01 Opdrachten 2.385 4.387 2.510 1.941 1.941 1.941 1.941 13.02.02 Subsidies 12.532 6.699 690 380 380 380 380 – Basisregistraties 12.532 6.699 690 380 380 380 380 13.02.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 36.722 32.114 25.208 20.402 25.696 25.672 25.772 – Kadaster 36.722 32.114 25.208 20.402 25.696 25.672 25.772 13.03 Gebiedsontwikkeling 3.422 9.818 10.993 13.472 7.744 7.631 6.753 13.03.01 Opdrachten 932 3.290 2.642 3.862 4.064 4.050 4.143 Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 246 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 13.03.02 Subsidies 134 60 60 60 60 60 60 13.03.03 Bijdrage aan agentschappen 0 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 0 0 0 0 0 0 0 13.03.04 Bijdrage aan medeoverheden 2.356 6.468 8.291 9.550 3.620 3.521 2.550 – Projecten BIRK 2.288 3.918 4.432 4.150 0 0 0 – Projecten Nota Ruimte 68 0 1.309 2.850 1.070 971 0 – Projecten Bestaand Rotterdams Gebied 0 2.550 2.550 2.550 2.550 2.550 2.550 13.04 Ruimtegebruik bodem 32.367 39.983 40.721 51.346 46.339 50.861 139.198 13.04.01 Opdrachten 1.784 6.258 5.054 5.354 5.328 5.319 5.369 13.04.02 Subsidies 17.654 12.000 12.000 8.684 10.000 10.000 10.000 – Bedrijvenregeling 10.746 10.000 10.000 8.684 10.000 10.000 10.000 – Bodemsanering NS 4.538 0 0 0 0 0 0 – Overige subsidies 2.370 2.000 2.000 0 0 0 0 13.04.03 Bijdrage aan agentschappen 8.709 6.943 5.846 5.905 5.787 5.787 5.787 – waarvan bijdrage aan RWS 8.709 6.943 5.846 5.905 5.787 5.787 5.787 13.04.04 Bijdrage aan medeoverheden 1.900 14.782 17.821 31.403 25.224 29.755 118.042 – Meerjarenprogramma Bodem 1.900 10.280 14.910 28.992 23.013 27.544 115.831 – Programma Gebiedsgericht instrumentarium 0 4.502 2.911 2.411 2.211 2.211 2.211 13.04.07 Bekostiging 2.320 0 0 0 0 0 0 Uitvoering klimaatadaptatie 2.320 0 0 0 0 0 0 13.05 Eenvoudig Beter 12.550 14.989 13.134 4.034 1.084 4.084 3.984 13.05.01 Opdrachten 4.158 6.247 6.309 1.509 359 18 0 – Eenvoudig Beter 4.158 6.247 6.309 1.509 359 18 0 13.05.03 Bijdrage aan agentschappen 8.392 8.742 6.825 2.525 725 4.066 3.984 – waarvan bijdrage aan RWS 8.392 8.742 6.825 2.525 725 4.066 3.984 Ontvangsten 6.371 8.989 3.824 3.824 3.824 3.824 3.824Extracomptabele verwijzing naar artikel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds 75.001 40.300 8.600 4.800 0 Andere ontvangsten van artikel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds 75.001 40.300 8.600 4.800 0 waarvan 18.16 Reservering Omgevingswet 75.001 40.300 8.600 4.800 013.01 Ruimtelijk instrumentarium Van het opdrachtenbudget is het grootste deel juridisch verplicht door lopende opdrachten ten behoeve van de uitvoering van het ruimtelijk beleid. Het betreft onder meer opdrachten in de sfeer van het programma NOVI (Nieuwe Omgevingsvisie), de uitvoering Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het beleid voor architectuur en ruimtelijk ontwerp en het beleid met betrekking tot de Klimaat – en Ruimtelijke Adaptatie. De uitgaven voor de subsidies en de agentschapbijdrage aan RWS voor de maatregelen op het gebied van het programma Ruimtelijke Adaptatie zijn eveneens juridisch verplicht. De subsidies hebben nog maar een beperkte tijdshorizon maar zijn volledig verplicht. Daarentegen heeft de agentschapbijdrage een structureel karakter.Extracomptabele verwijzingen BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 247 13.02 GEO-informatie Het opdrachtenbudget en het subsidiebudget zijn merendeels juridisch verplicht. Het opdrachtenbudget betreft voornamelijk de meerjarige opdrachtverlening aan de Stichting Geonovum in het kader van de uitvoering van wettelijke taken, zoals het beheer van de standaarden ruimtelijke informatie en de invoeringsverplichtingen van INSPIRE. Het budget voor bijdragen aan ZBO’s is jaarlijks volledig juridisch verplicht zijnde de opdracht aan het Kadaster ten behoeve van het beheer en onderhoud en de exploitatie van de basisregistraties.13.03 Gebiedsontwikkeling Het opdrachtenbudget is deels juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen vanwege de uitvoering van het gebiedsbeleid en MIRT projecten. De uitgaven voor de subsidie aan het Regionaal College Waddengebied, de agentschapbijdrage aan RWS, voor maatregelen op het terrein van het gebiedenbeleid en de bijdrage aan andere overheden voor de uitvoering van Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK), Nota Ruimte en Nieuwe Sleutel Projecten (NSP) projecten zijn allen juridisch verplicht.13.04 Ruimtegebruik bodem Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen vanwege de uitvoering van het bodembeleid. De uitgaven voor de subsidies en de agentschapsbijdrage aan RWS/WVL zijn juridisch verplicht.Het niet-juridisch verplichte deel op dit artikel heeft met name betrekking op gelden conform de bestuurlijke afspraken voor knelpunten in de uitvoering van de Wet bodembescherming, grootschalige bodemsane-ringsprojecten en de bijdragen aan drink- en afvalvoorzieningen in Caribisch Nederland.13.05 Eenvoudig Beter Van het opdrachtenbudget 2017 is al een groot deel juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen vanwege de stelselherziening omgevingsrecht en de implementatie van de Crisis- en herstelwet (Chw). Tevens is de agentschapbijdrage aan RWS en het RIVM juridisch verplicht.13.01 Ruimtelijk instrumentarium 13.01.01 Opdrachten Uitvoering Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)De financiële middelen worden in 2017 met name ingezet om zicht te houden op de realisatie van de SVIR en om zorg te dragen voor kennisont-wikkeling ten behoeve van de uitvoering van de SVIR. Hiertoe behoren evaluaties over de realisatie van doelen, het uitvoeren van beleidsverken-ningen en het op peil houden van de vakkennis. De ondersteuning van provincies en gemeenten in krimp- en anticipeerregio’s door middel van kennis en experimenten wordt in 2017 voortgezet.Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 248 Architectuur en Ruimtelijk OntwerpArchitectuur en ruimtelijk ontwerp zijn van belang voor een goede ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving. De rijksinzet met de Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp is geactualiseerd en vastgelegd voor de periode 2017 – 2020. Hierbij staat de inzet van ontwerpkracht op de maatschappelijke opgaven zoals geagendeerd in de Nationale Omgevingsagenda en bij het opstellen en toepassen van omgevingsplannen en -visies centraal.De financiële middelen voor architectuur en ruimtelijk ontwerp worden enerzijds gebruikt voor de eigen rol en verantwoordelijkheid van het Rijk met het College van Rijksadviseurs en met ontwerpend onderzoek – interdepartementaal – op thema’s zoals energietransitie, klimaatopgave, herbestemming en mobiliteit. Anderzijds worden deze middelen ingezet voor programma’s zoals het O-team, de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam en stimuleringsprogramma’s voor de lokale praktijk bij uitvoeringspartners. De uitvoering van de Actieagenda gebeurt in een netwerk van het Rijk met lead partners.Opdrachten Ruimtelijke Adaptatie en KlimaatadaptatieHet programma Klimaatadaptatie richt zich op het bevorderen van een transitie van personen en organisaties naar meer klimaatbestendig handelen. Daarbij bevindt het programma zich in een breed speelveld, waarbinnen het een schakelfunctie vervult. Klimaat Adaptatie omvat drie onderdelen; allereerst de uitvoering van de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie van september 2014 (en het daarover gesloten bestuursak-koord). Hierin is een interbestuurlijke aanpak afgesproken teneinde Nederland op de lange termijn waterrobuust en klimaatbestendig in te richten, met als doel dat Nederland beter bestand is tegen dreigingen van overstromingen, neerslag, droogte en hitte. In 2017 wordt de voortgang geëvalueerd.Eind 2016 wordt een nationale adaptatiestrategie uitgebracht. IenM heeft hierbij een coördinerende rol. Vervolgens wordt een agenda en maatre-gelpakket opgesteld en in 2017 aan Brussel toegestuurd. Proceskosten en ondersteuning van enkele pilots zijn de voorziene uitgaven in 2017.13.01.02 Subsidies Actieagenda Architectuur en Ruimtelijke Ontwerp (AAARO)Het budget van 2017 – 2021 voor de Actieagenda Architectuur en Ruimtelijke Ontwerp wordt deels als een meerjarig subsidie uitgekeerd aan een aantal van de lead partners (waaronder het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal en de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam), om zo goed mogelijk aan te sluiten op ontwikke-lingen en concrete activiteiten in de praktijk.13.01.03 Bijdrage aan agentschappen Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan het agentschap RWS ten behoeve van het beheer en onderhoud van het OLO2 systeem, dat nodig is ter ondersteuning van de uitvoering van het huidige Omgevingsloket.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 249 13.01.04 Bijdragen aan medeoverheden Het Innovatieprogramma Mooi Nederland stimuleert vanaf begin 2009 verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. In dit kader kregen achtenvijftig voorbeeldprojecten medefinanciering uit de Innovatieregeling Mooi Nederland. Uiterlijk 2019 zal het laatste project zijn gerealiseerd.13.02 Geo informatie 13.02.01 Opdrachten De structurele middelen zijn bestemd voor de exploitatie, beheer en onderhoud van de voorzieningen op basis van Europese verplichtingen, waaronder de implementatie van de Europese richtlijn INSPIRE, gericht op ontsluiting en harmonisatie van ruimtelijke gegevens. Verder zijn de opdrachten aan onder meer Geonovum in het licht van de beleidsuit-voering portefeuille geo-informatie hier opgenomen. Bovendien worden in het kader van de afronding van het programma Basisregistratie Grootschalige Topografie in 2017 nog enkele opdrachten verstrekt.13.02.02 Subsidies Met het oog op het uitvoeren van het basisprogramma op het terrein van geo-informatie en de geo-basisregistraties wordt een subsidie verleend aan de Stichting Geonovum.13.02.06 Bijdragen aan ZBO/RWT Betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is bestemd voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties en in enkele gevallen ook het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie PDOK (Publieke Dienstver-lening op de Kaart), het Nationaal GeoRegister (NGR) in relatie tot Europese richtlijn INSPIRE en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.13.03 Gebiedsontwikkeling 13.03.01 Opdrachten De opdrachten in relatie tot de gebiedsontwikkeling hebben veelal een relatie met het MIRT. Het MIRT is het meerjarenprogramma van de opgaven in het ruimtelijk fysieke domein. De nadruk ligt op opgaven waaraan het Rijk financieel bijdraagt. Ook opgaven waaraan het Rijk niet financieel bijdraagt, maar waar een rijksbelang heeft, worden in het MIRT besproken. Het streven is te komen tot een brede afweging tussen projecten van verschillende overheden, binnen diverse beleidssectoren, met het doel zo tot een doelmatige inzet van publiek geld te geraken. In het MIRT wordt ook de samenhang met regionale opgaven en initiatieven van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties besproken. Het Rijk doet dit voor onderwerpen in het ruimtelijk fysieke domein. Samen met de regio’s en andere partijen in de bestuurlijke MIRT overleggen wordt aan de hand van de gezamenlijke gebiedsagenda’s gewerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 250 Daarnaast neemt IenM het initiatief vanuit zijn beleidsverantwoorde-lijkheid voor de Grote Wateren om samen met collega-departementen en gebiedspartners te werken aan gebiedsagenda’s. Hierin worden zo veel mogelijk relaties tussen water, milieu, natuur, cultuur-historisch erfgoed en gebruiksfuncties in een ruimtelijk perspectief geplaatst en wordt op basis daarvan gewerkt aan een gezamenlijke adaptieve uitvoeringsa-genda. In 2016–2017 wordt dit gedaan voor het IJsselmeergebied.13.03.02 Subsidies Er wordt jaarlijks een subsidie verstrekt aan het Regiecollege Wadden-gebied (RCW). Dit College is opgericht met het primaire doel het beleid en de plannen omtrent het besteden van het Waddenfonds te coördineren.13.03.04 Bijdragen aan medeoverheden Projecten BIRKHet Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) is ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden. De projecten zijn volop in uitvoering. Met een vijftal BIRK projecten bestaat er de komende jaren nog een subsidierelatie. De slotbetalingen zijn thans voorzien in 2018.Nieuwe Sleutel Projecten (NSP)Dit budget wordt ingezet ter ontwikkeling en versterking van zes centra in nationale stedelijke netwerken door (her)ontwikkeling van Hogesnel-heidslijn (HSL) stations en omgeving. In 2016 heeft dit alleen nog maar betrekking op de NSP projecten Breda en Arnhem. De slotbetaling aan NSP Arnhem heeft begin 2016 plaatsgevonden en de slotbetaling aan NSP Breda is thans voorzien in 2018.Projecten Nota RuimteHet budget is een extra impuls voor de versterking van de economische concurrentiepositie, krachtige steden en platteland, borging belangrijke ruimtelijke waarden en borging van veiligheid. Thans bestaat alleen nog met Rotterdam Stadshavens een subsidierelatie. De slotbetaling aan dit project is thans voorzien in2018.Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)De financiële middelen voor BRG zijn een jaarlijkse bijdrage vanuit het Rijk als onderdeel van het Project Mainport Rotterdam, om de doelstellingen van het deelproject Bestaand Rotterdams Gebied te kunnen bereiken. BRG bestaat uit een aantal deelprogramma’s en projecten dat tot doel heeft de ruimte in de haven beter te benutten en de leefbaarheid van de regio Rijnmond te vergroten.13.04 Ruimtegebruik bodem 13.04.01 Opdrachten De opdrachtverlening heeft betrekking op uitbesteding van beleidsinhou-delijke onderzoeksopdrachten en evaluaties aan derden op het gebied van: Taakveld Bodem, Taakveld Drinkwater en Waterketen, Taakveld BES -eilanden, Drinkwater commissie van deskundigen, Structuurvisie Ondergrond (STRONG), Taakveld bodemenergie, Uitvoering structuurvisie buisleidingen, Taakveld Energie en Ruimte, Taakveld Milieu Effect Rapportage en NEN regelgeving (drinkwater, bodem, zwemwater).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 251 13.04.02 Subsidies BedrijvenregelingOp grond van de Wet bodembescherming en het Besluit financiële bepalingen bodemsanering, worden subsidies ten behoeve van saneringsmaatregelen van bedrijven vastgelegd.Programma Commissie m.e.r.Sinds 1 juli 2014 brengt de Commissie voor de milieueffectrapportage de kosten van haar advies in rekening bij het bevoegd gezag dat het advies heeft gevraagd. Om de continuïteit van de Commissie m.e.r. niet in gevaar te brengen, is bij de Tweede Kamerbehandeling van het wetsvoorstel tarieven Commissie m.e.r. in 2013 toegezegd dat het Rijk in de jaren 2014–2017 een overbruggingsbudget van jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar zal stellen.13.04.03 Bijdragen aan agentschappen De Uitvoeringsorganisatie bodem en ondergrond bij RWS/WVL: dit betreft een opdracht aan het agentschap RWS. Concreet gaat het hierbij om het verrichten van uitvoerende wettelijke taken op grond van de Wet bodembescherming en ondersteuning van de beleidsontwikkeling op het gebied van bodem en ondergrond.13.04.04 Bijdragen aan medeoverheden Meerjarenprogramma bodemHet bodembeleid voor de periode 2016–2020 is opgenomen in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 (stcrt. 2015, 14854). Dit convenant is ondertekend door het Rijk, het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen. Dit convenant vormt de basis voor het verstrekken van een bijdrage aan de andere overheden voor de financiering van de uitvoering van het convenant, inclusief de aanpak van verontreinigingen. Tevens vindt de betaling van eerdere toezeggingen voor de aanpak van enkele specifieke verontreinigingen plaats. Dit betreft onder andere de rijksbijdrage aan het Rotterdamse gasfabriekprogramma, de afkoop van de rijksbijdragen aan het Amsterdamse gasfabriekenprogramma, de Volgermeerpolder en de aanpak van asbest in het Gijmink in Overijssel.Het resterende budget voor 2017 is voorzien voor eventuele knelpunten (artikel 11.4 Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020) en voor benodigde aanvullende financiële middelen voor individuele bevoegde overheden Wbb in verband met de uitvoering van het convenant (artikel 11.3 Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020).Programma Gebiedsgericht instrumentariumSinds 10 oktober 2010 zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba openbare lichamen binnen het Nederlandse staatsbestel. Met het uitvoeren van drinkwater- en afvalwaterprogramma’s zijn ook de bijdragen aan investeringen in drinkwatervoorzieningen en de exploitatiekosten drink- en afvalwater in Caribisch Nederland gestegen. In de IenM begroting wordt in een structurele bijdrage voorzien aan de drinkwater- en afvalwa-terprogramma’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 252 13.04.08 Garanties Het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is mede naar aanleiding van een evaluatie van deze garantieregeling in 2016 beëindigd. In 2017 wordt alleen nog garant gestaan voor een lopende garantie ter grootte van € 436.000. De openstaande garanties lopen af naar nul over de looptijd tot en met 2027.13.05 Eenvoudig Beter AlgemeenBinnen de interdepartementale programmadirectie Eenvoudig Beter (EB) wordt gewerkt aan de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Crisis- en herstelwet (Chw). Daarnaast wordt vanuit de programmadirectie door een interbestuurlijke unit het opdrachtgever-schap voor de implementatie van de Omgevingswet, samen met de bestuurlijke koepels IPO, VNG en UvW georganiseerd. De stelselher-ziening is erop gericht om te komen tot minder regels en het vergroten van de inzichtelijkheid, een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving, meer ruimte voor decentrale afweging, en het versnellen en verbeteren van de besluitvorming over projecten. Goede implemen-tatie van de Omgevingswet is essentieel. Het gaat hier om invoeringsbe-geleiding, het vormen van één centraal infopunt en de ontwikkeling van een Digitaal Stelsel Omgevingswet.Op 21 april 2016 is het Hoofdlijnenakkoord financiële stelselherziening omgevingsrecht door de Minister van IenM en de koepels VNG, IPO en UvW getekend. Over de eenmalige uitgaven is afgesproken dat de Rijksoverheid de investeringskosten betaalt voor het digitale stelsel, de invoeringsondersteuning en het informatiepunt. In deze begroting is invulling gegeven aan deze afspraak door dekking voor de periode 2016–2024 van totaal circa € 218,1 miljoen op te nemen. De dekking is grotendeels ten laste van de investeringsruimte op het Infrastructuurfonds en het Deltafonds gebracht. Een deel van deze middelen staat gereser-veerd op het IF artikel 18.16 onder het kopje «Reservering Omgevingswet» (totaal € 157,05 miljoen) en artikel 12.06 voor transitiekosten van Rijkswaterstaat (€ 0,9 miljoen). Het restant ad € 60,1 miljoen is op Hoofdstuk XII geboekt (waarvan € 30,7 miljoen op artikel 13.05 en € 29,4 miljoen op artikel 98). De hierboven genoemde middelen zijn bestemd voor de eerste fase (invoeringsbegeleiding, het oprichten van een centraal infopunt en het ontwikkelen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet) met als uitgangspunt behoud van het huidige voorzieningenniveau. De benodigde middelen voor de vervolgfase van het Digitaal Stelsel Omgevingswet van circa € 93,1 miljoen zijn nog niet aan het project-budget toegevoegd. Bij vervolg van dit programma zonder aanvullende externe financiering zal er additioneel bijgedragen worden vanuit alle modaliteiten op de investeringsfondsen. Voor de vervolgfase is het streefbeeld dat alle functionaliteiten beschikbaar zijn die helpen om de doelen van de Omgevingswet te realiseren, waarbij de informatiehuizen verder zijn uitgebouwd.Om de Kamer een integraalbeeld te verschaffen van de totaal beschikbare middelen is onderstaande extracomptabele tabel opgenomen. De middelen die nog op het Infrastructuurfonds staan gereserveerd worden tranchegewijs overgeboekt naar Hoofdstuk XII, waar de uitgaven worden verantwoord. Voor de volledigheid zijn de middelen die vanaf de start (2011–2015) ten laste van de begroting van IenM zijn gebracht ook Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 253 opgenomen (totaal € 44,8 miljoen). De besteding van het bedrag t/m 2015 (OLO-3, opdrachten verkenning/planuitwerking, apparaat, inhuur van expertise, etc.) is jaarlijks in de jaarverslagen van IenM verwerkt. Naast de toegekende budgetten voor de eenmalige uitgaven is in de tabel ook de op artikel 13.05 budgettair getroffen voorziening voor de exploitatiekosten Digitaal Stelsel Omgevingswet zichtbaar.Extracomptabele Tabel Toegekende Budgetten Stelselherziening Omgevingsrecht (bedragen x € 1.000) Eenmalige uitgaven t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2029/ 2030 Totaal vanaf 2016 Hoofdstuk XII 13.05 Eenvoudig Beter 31.598 14.989 13.134 2.134 384 43 25 30.709 98.01 Apparaat 13.196 12.091 11.400 4.100 600 600 600 29.391 Infrastructuur-fonds 18.16 Reservering Omgevingswet 75.001 40.300 8.600 4.800 28.350 157.051 12.06 Apparaats-kosten RWS 900 900 Totaal – eenmalig 44.794 27.980 99.535 46.534 9.584 5.443 625 28.350 218.051 Exploitatie-uitgaven Hoofdstuk XII 13.05 Eenvoudig Beter 1.900 700 4.041 3.959 10.600 Totaal – exploitatie 1.900 700 4.041 3.959 10.600 Totaal toegekend 27.980 99.535 48.434 10.284 9.484 4.584 28.350 228.65113.05.01 Opdrachten De financiële middelen worden ingezet voor het nader uitwerken van de uitgangspunten van de Omgevingswet in de uitvoeringsregelgeving (AMvB’s en Ministeriele Regelingen) en de invoeringswetgeving, toetsing en consultatie, voor het omgevingsmanagement en voor het versterken van kennis en kunde via het programma NU al EB.Voor de inwerkingtreding van de wet is een tijdige en zorgvuldige implementatie essentieel. Het gaat hier om de invoeringsbegeleiding, het oprichten van een centraal infopunt en de digitale ondersteuning van de Omgevingswet. Er wordt onder andere gewerkt aan het beter uitwis-selbaar maken van digitale gegevens. Hiermee wordt mede invulling gegeven aan de ambitie in het regeerakkoord om gegevens beter digitaal te ontsluiten en meer vergunningaanvragen digitaal te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 254 13.05.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de agentschapbijdrage voor de inzet van RWS voor de implementatie van het wetsvoorstel Omgevingswet en de Crisis- en herstelwet. Daarnaast levert RWS capaciteit voor de uitwerking van de uitvoeringsregelgeving van de Omgevingswet. Tot slot zijn de exploitatie-kosten van Eenvoudig Beter van IenM hier geraamd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 255 Beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid Het Ministerie van IenM streeft er naar om weggebruikers zo snel, verkeersveilig, betrouwbaar en duurzaam mogelijk van A naar B te laten reizen. Daarvoor worden verschillende instrumenten ingezet: regelgeving, investeringen, regisseren, uitvoering en toezicht. IenM werkt toe naar een modern en goed functionerend verkeerssysteem en ontwikkelt een hoofdwegennet dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en dat voldoet aan de milieunormen. Daarnaast wordt ingezet op een landelijke afname van het aantal verkeersslachtoffers. Om deze doelen te bereiken werkt IenM samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.(Doen) UitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor een robuust mobiliteitssysteem van sterke verbindingen, sterke modaliteiten, voorspelbare reistijden en goede bereikbaarheid (zie ook artikelen 15 OV-keten en 16 Spoor). Voor het hoofdwegennet betekent dit dat de Minister zorgt voor:–Regelgeving en afspraken over voorzieningen- en kwaliteitsniveaus bij infrastructuur in het kader van veiligheid, betrouwbaarheid, snelheden, doorstroming en duurzaamheid.–De besluitvorming over en uitvoering van infrastructuur in relatie tot gebiedsontwikkeling. Aanlegprojecten worden in het MIRT vastgelegd. De bijdragen zijn gerelateerd aan het Infrastructuurfonds (artikel 12 Hoofdwegen).–De financiering (via het Infrastructuurfonds) van het programma Beter Benutten.–De uitvoering van het beheer, onderhoud, verkeersmanagement en het oplossen van veiligheidsknelpunten door RWS als beheerder van het hoofdwegennet. Deze activiteiten zijn terug te vinden op het Infrastruc-tuurfonds (artikel 12 Hoofdwegen).–Het bevorderen van de bereikbaarheid en veiligheid en beperken van de kosten door verbetering van de reisinformatie en het verkeersma-nagement: via inzet op de laatste technologieën en samenwerking tussen bedrijfsleven en wegbeheerders verbetert de reisinformatie voor de reiziger, die zich daardoor zowel beter kan voorbereiden op de reis, als de reis kan aanpassen.–Het beheersen van de geluidproductie vanwege verkeer door middel van een jaarlijkse monitoring van de naleving van de geluidproductie-plafonds langs het rijkswegennet enhet aanpakken van hoge geluidbelastingen langs rijkswegen door middel van het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG).–Het oplossen van de knelpunten voor luchtkwaliteit langs het rijkswe-gennet door middel van maatregelen (zowel generiek en locatiespeci-fiek) in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook voor de uitvoering van het beleid inzake wegen en verkeersveiligheid, waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. Via wet- en regelgeving, aansturing van RWS in het beheer van het wegennet en afspraken met het bedrijfsleven en andere maatschappelijke organisaties, zorgt IenM voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan. Daarbij wordt ingespeeld op ontwikkelingen bij gebruikers, voertuigen en infrastructuur. Deze regierol wordt concreet ingevuld door:Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 256 –Het vervolg van Beter Benutten, landelijk is de volgende programma-ambitie afgesproken: tenminste 10% vermindering van de reistijd van deur tot deur op de belangrijkste gesignaleerde knelpunten in de spits op de weg in de periode 2015 tot en met 2017. Dit ten opzichte van een situatie zonder het vervolgprogramma Beter Benutten. Voor het lopende programma Beter Benutten worden in de gebiedsprogram-ma’s de laatste maatregelen afgerond en loopt het programma Decentraal Spoor tot en met 2020.–De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de gebiedsagen-da’s vormen de kaders voor de bereikbaarheidsopgaven. Maatschap-pelijke en technologische ontwikkelingen maken een andere aanpak van deze bereikbaarheidsopgaven op (middel)lange termijn nodig én mogelijk. Voortbouwend op de ervaringen van het programma Meer Bereiken wordt deze andere aanpak in de praktijk vorm gegeven. Uitgangspunten hierbij zijn een gelijkwaardige samenwerking tussen Rijk, medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen, het in samenhang bezien van bereikbaarheid met andere ruimtelijke opgaven (bijvoorbeeld wonen, natuur, leefbaarheid, veiligheid) en het onderzoeken van een brede set oplossingsrichtingen (innoveren, informeren, in stand houden, inrichten en investeren).–De inzet van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008–2020 en de Beleidsimpuls Verkeersveiligheid. De plannen richten zich op verbete-ring van infrastructuur, voertuigen en gedrag van weggebruikers ter vermindering van het aantal verkeersdoden en ernstige verkeersge-wonden. Samen met medeoverheden en maatschappelijke partners is met name aandacht voor de groeiende risicogroepen onder de verkeersdeelnemers: ouderen, fietsers, notoire overtreders en beginnende bestuurders.–Samen met (internationale) overheden en marktpartijen te werken aan de marktcondities ten behoeve van veiligheid, bereikbaarheid en economie in het wegvervoer. Denk daarbij aan regelgeving over opleidingseisen, cabotage en maten en gewichten van het vrachtver-keer in Europa.–Inzetten op verbeteren van data van verkeersongevallen en in samenwerking met de decentrale overheden onderzoeken hoe een risicogestuurde aanpak kan worden gebruikt als nieuwe basis voor de inzet van maatregelen.–Specifiek voor smart mobility wordt in (inter)nationale samenwerking met overheden en marktpartijen gewerkt aan het faciliteren en versnellen van de ontwikkeling van informatisering van het verkeersys-teem en automatisering van het voertuig. Dit gebeurt bijvoorbeeld door testen en proeven met innovatieve systemen in Nederland ruim baan te geven. In samenwerking met sociale partners, de transportsec-tor en maatschappelijke organisaties wordt ingezet op verbeterde duurzaamheid van mobiliteit.Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit beleidsterrein (zie artikel 24 Handhaving en toezicht).Indicatoren en KengetallenHieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor Wegen en verkeersveiligheid opgenomen. In productartikel 12 van het Infrastruc-tuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 257 AanlegIn het notaoverleg MIRT, d.d. 23 november 2015, heeft de Tweede Kamer ingestemd om in de eerstvolgende Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse de indicator voor acceptabele reistijd te wijzigen. De indicator voor acceptabele reistijd uit de Nota Mobiliteit en de SVIR komt hiermee te vervallen en wordt vervangen door de hoofdwegennet indicator. Met deze indicator worden de economische verlieskosten van toekomstige knelpunten in beeld gebracht. Bij suppletoire begroting 2017 zal worden aangegeven hoe daarover wordt gerapporteerd.Indicator: acceptabele reistijd Basis-waarde 2001 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Streef-waarde 2020 percentage trajecten waar de streefwaarde wordt gehaald. 86% 84% 83% 88% 92% 94% 93% 87% 100%Bron: Publieksrapportage RWS/WVL, 2016Beter BenuttenOver de voortgang van de uitvoering van de gebiedsprogramma’s Beter Benutten wordt de Tweede Kamer geïnformeerd in het kader van het MIRT-proces (Kamerstukken II 2015–2016 34 300-A, nr. 70)Beheer en onderhoudVerwezen wordt naar het Infrastructuurfonds artikel 12.01 (verkeerssigna-lering op banen en verkeerscentrales) en 12.02 (km rijbaanlengte, km2 asfalt, km2 groen areaal).VerkeersmanagementVerwezen wordt naar het Infrastructuurfonds artikel 12.01 (indicator van op alle bemeten wegvlakken ingewonnen betrouwbare reis en route-informatie en tijdige levering aan de serviceproviders).Geluid en luchtkwaliteitIndicator: lokale luchtkwaliteit NO2 en geluidsknelpunten langs hoofdwegen waarvoor nog een saneringsplan moet worden opgesteld Waarde2012 Waarde2013 Waarde2014 Waarde2015 Streef-waarde peildatum Lokale luchtkwaliteit NO2 0 knelpunten Geluidsknelpunten langs rijkswegen waarvoor nog een saneringsplan moet worden vastgesteld 8.700 8.650 8.600 8.300 0 knelpunten in 2020Bron: RWS/WVL, 2016Toelichting:Omdat voor lokale luchtkwaliteit per 1 januari 2015 op alle locaties langs rijkswegen de grenswaarde voor stikstofdioxide (NO2) gehaald moest zijn, ligt deze streefwaarde inmiddels achter ons. In het najaar van 2016 zal blijken of de prognose van 0 knelpunten in 2015 ook daadwerkelijk is gehaald. Hierover zal in het jaarverslag over 2016 worden gerapporteerd. Tegelijk is het zo dat ook de komende jaren blijvend moet worden voldaan Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 258 aan de normen voor luchtkwaliteit. Dat betekent dat 0 knelpunten het streven blijft. Ook hierover zal in de jaarverslagen steeds gerapporteerd worden op basis van de jaarlijkse monitoring over het gepasseerde jaar.De genoemde getallen voor geluid betreffen het aantal objecten (met name woningen) met een geluidbelasting op de gevel boven de maximale waarde van 65dB, waarvoor nog een geluidsaneringsplan moet worden opgesteld. De peildatum van 2020 hangt samen met de hiervoor in de Wet milieubeheer opgenomen einddatum voor het opstellen van een saneringplan. In deze context is sprake van nul knelpunten als voor alle saneringsobjecten een saneringsplan is opgesteld. De termijn voor de uitvoering van de saneringsmaatregelen wordt in de saneringsplannen vastgelegd en zoveel mogelijk gecombineerd met reguliere vervanging van het wegdek en eventuele wegaanpassingen, dit zal dus ook deels na 2020 zijn.De sanering wordt uitgevoerd in het kader van het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG). In dit programma worden onder bepaalde voorwaarden ook objecten met een geluidbelasting onder de 65dB gesaneerd. Vooruitlopend op het opstellen van regionale sanerings-plannen vindt de geluidsanering plaats binnen een aantal tracébesluiten.De gehanteerde geluidbelastingen zijn gebaseerd op een «worst-case» situatie (volledig benut geluidproductieplafond). Bij een deel van de gesaneerde objecten blijft de geluidbelasting op de gevel na het treffen van de doelmatige saneringsmaatregelen boven de 65dB en wordt toepassing van gevelmaatregelen onderzocht om te voldoen aan de geluidsnorm binnen de woning.In vervolg op de brief aan de Tweede Kamer over de kostenbeheersing van het MJPG d.d. 20 november 2015 (Kamerstukken II 2015–2016 32 252, nr. 56 zal de komende jaren verder invulling hieraan worden gegeven.Regelgeving en afsprakenVerwezen wordt naar het Infrastructuurfonds artikel 12.02.04 (beschik-baarheid, verhouding verstoring wegwerkzaamheden ten opzichte van totale verstoringen, tijdsduur percentage van het jaar dat de weg veilig beschikbaar is).VerkeersveiligheidIndicator: Ontwikkeling aantal verkeersslachtoffers basis-waarde reali-satie doelstelling 2002 2011 2012 2013 2014 2015 2020 aantal verkeersdoden 1.066 661 650 570 570 621 500 ernstig verkeersgewonden 16.100 20.100 19.200 18.800 20.700 dec-16 10.600Bron: Rijkswaterstaat/WVL, 2013, 2014 en 2015MarktconditiesVerwezen wordt naar de «Kerncijfers verkeersveiligheid» (Kamerstukken II 2015–2016 29 398, nr. 500).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 259 DuurzaamheidVoor de doelstellingen voor de sector verkeer en vervoer wordt verwezen naar artikel 19 Klimaat.In vervolg op de resultaten van de Informele Transportraad van 16 april 2016 met betrekking tot de Declaration of Amsterdam on Connected and automated driving wordt toegewerkt naar een interoperabel systeem dat innovatief grensoverschrijdend vervoer binnen de Europese Unie ruim baan geeft. Met het omarmen van de Declaration hebben de lidstaten de ambitie uitgesproken in 2019 een framework te hebben om ervoor te zorgen dat er ook internationaal geen belemmeringen zijn voor de interoperabiliteit van voertuigen met nieuwe technieken. Dit om te voorkomen dat er bij elke grens een ander werkend systeem bestaat. Thema’s die in de Declaration aan bod komen zijn bijvoorbeeld regel-geving, afspraken over gebruik data, privacy, security, maar ook het uitwisselen van kennis en het mogelijk maken van grensoverschrijdende test- en vervoer. In Nederland zijn we als een van de koplopers erg actief op het terrein van smart mobility dat ons in de gelegenheid stelt om inbreng te leveren en proactief voorstellen te doen op Europees niveau.In lijn met het kabinetsbeleid tot afbouw van subsidies waar dat mogelijk is, zal vanaf 2017 nog slechts een gedeeltelijke vergoeding plaatsvinden aan het CBR voor geschiktheidsonderzoeken, het resterende bedrag zal worden doorberekend aan de burgers waarbij deze geschiktheidsonder-zoeken moeten plaatsvinden.In 2016 vindt een beleidsdoorlichting op het beleidsartikel plaats die in 2017 wordt afgerond.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 260 art. 14 Wegen en verkeersveiligheid (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 40.149 34.002 31.892 27.901 27.397 27.455 28.716 Uitgaven: 40.064 35.739 34.406 28.357 27.466 27.657 29.216 Waarvan juridisch verplicht 77% 14.01 Netwerk 21.538 17.271 17.587 12.039 11.016 11.109 11.910 14.01.01 Opdrachten 16.980 12.894 11.790 6.777 5.804 5.897 6.698 – Beter Benutten 10.165 7.946 6.471 1.691 183 184 183 – BOA wegverkeersbeleid 1.773 1.913 2.165 2.096 2.350 2.387 2.722 – Wegverkeersbeleid 3.931 1.967 1.792 1.628 1.873 1.904 2.167 – Overige opdrachten 1.111 1.068 1.362 1.362 1.398 1.422 1.626 14.01.02 Subsidies 1.229 1.161 1.176 641 591 591 591 14.01.03 Bijdrage aan agentschappen 3.329 3.216 4.621 4.621 4.621 4.621 4.621 – waarvan bijdrage aan RWS 3.329 3.216 4.621 4.621 4.621 4.621 4.621 14.02 Veiligheid 18.526 18.468 16.819 16.318 16.450 16.548 17.306 14.02.01 Opdrachten 6.774 6.552 6.766 6.263 6.396 6.494 7.283 – Opdrachten Verkeersveiligheid 6.774 6.552 6.766 6.263 6.396 6.494 7.283 14.02.02 Subsidies 11.329 8.632 8.539 8.541 8.540 8.540 8.539 – VVN 3.619 3.746 3.744 3.744 3.744 3.744 3.744 – SWOV 3.738 3.912 4.020 4.021 4.020 4.020 4.020 – Overige subsidies 3.972 974 775 776 776 776 775 14.02.03 Bijdrage aan agentschappen 393 585 584 584 584 584 584 – waarvan bijdrage aan RWS 393 585 584 584 584 584 584 14.02.05 Bijdragen aan internationale organisaties 30 30 30 30 30 30 0 – Euro NCAP 30 30 30 30 30 30 0 14.02.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 0 2.669 900 900 900 900 900 – CBR 0 2.669 900 900 900 900 900 Ontvangsten 2.504 6.782 6.782 6.782 6.782 6.782 6.782In artikel 12 van het Infrastructuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.Extracomptabele verwijzing naar artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastructuurfonds (x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastructuurfonds 2.228.785 2.410.421 2.490.820 2.538.934 2.579.227 Andere ontvangsten van artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastruc-tuurfonds 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 Totale uitgaven op artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastructuur-fonds 2.355.030 2.491.821 2.570.318 2.644.427 2.665.457 waarvan 12.01 Verkeersmanagement 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 609.164 631.992 616.981 537.601 454.296 12.03 Aanleg 631.536 815.629 1.090.180 1.200.544 1.332.627 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 561.811 508.934 332.315 374.991 357.405 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 548.881 531.628 527.203 527.653 517.494 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 261 Extracomptabele verwijzing van artikel 14 naar de belastinguitgaven (x € mln) Belastinguitgaven (x € mln) Bijstelling 2016 t.o.v. MN2016 2016 MN2017 Beleid 2017 Endogeen 2017 Endogeen in % 2017 MN2017 Belastingen op personenauto’s en motorrijwielen Teruggaaf taxi’s – 3 43 0 1 2,1% 44 Motorrijtuigbelasting Nihiltarief OV-bussen op LPG 0 0 0 0 0,0% 0 Vrijstelling taxi’s – 5 46 0 0 0,0% 46 Vrijstelling wegenbouw 0 0 0 0 0,0% 0 Nihiltarief MRB zeer zuinige auto’s 8 37 1 4 9,6% 35 Belasting op zware motorrijtuigen (eurovignet) Teruggaaf internationaal gecombineerd vervoer 0 0 0 0 0,0% 0Bron: Bijlage 6 van de Miljoenennota 201714.01 Netwerk De uitgaven voor subsidies (zie hiervoor de subsidiebijlage) en de agentschapsbijdrage aan RWS zijn volledig juridisch verplicht. Voor subsidies betreft het hier onder andere verplichtingen die tot en met 2017/2018 zijn aangegaan. De budgetten voor subsidies worden per jaar gepubliceerd en hebben daarmee een vastomlijnde tijdshorizon, de agentschapsbijdrage heeft een structureel karakter. Van het opdrachten-budget is het merendeel juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen.14.02 Veiligheid De uitgaven voor de agentschapsbijdrage aan RWS zijn volledig juridisch verplicht. De overige verplichtingen betreffen subsidies aan Veilig Verkeer Nederland (VVN), Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersvei-ligheid (SWOV) en Team Alert. Voor de subsidies aan VVN, SWOV en Team Alert zijn de maximaal beschikbare subsidiebudgetten vermeld in de gepubliceerde meerjarensubsidieregelingen c.q. jaarlijks gepubliceerde subsidieplafonds.Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van lopende opdrachten. Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor met name opdrachten voor het uitvoeren van onder-zoeken en het uitvoeren van verkeersveiligheidscampagnes.14.01 Netwerk 14.01.01 Opdrachten De opdrachten betreffen diverse onderzoeken op het gebied van wegmaatregelen en het verduurzamen van mobiliteit. Daarnaast vinden uitgaven plaats voor het European Register of Road Transport Underta-kings (ERRU), Smart Mobility zoals de zelfrijdende auto en Intelligente Transport Systemen (ITS), het kennisplatform tunnelveiligheid en taken in Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 262 het kader van de wet SWUNG (Samen werken aan de uitvoering van nieuw geluidbeleid).De opdrachten voor Beter Benutten betreffen kosten op het gebied van diverse onderzoeken, communicatie, monitoring en evaluatie, gedrag- en vraagbeïnvloeding, fietsbeleid en Intelligente Transport Systemen.In het kader van het Energieakkoord voor duurzame groei (Kamerstukken II 2012–2013 30 196, nr. 202) is IenM betrokken bij de uitvoering van overeengekomen acties, zoals het programma Lean and Green Personal Mobility, waarbij werkgevers een plan maken om CO2 te reduceren (voor het zakelijk en woon-werkverkeer), de green deal Autodelen en de green deal Het Nieuwe Draaien met de bouwsector, over zuiniger gebruik van machines.14.01.02 Subsidies De uitgaven hebben betrekking op subsidies verstrekt voor het fietsbeleid onder andere aan de Fietsersbond en een incidentele subsidie verstrekt aan Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer (NHTV) te Breda en aan de Stichting Wandelnet en Fietsplatform.14.01.03 Bijdrage aan agentschappen In het kader van het Beleidsondersteuning en Advies (BOA) protocol met RWS zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering, die RWS uitvoert in opdracht van de beleids-DG’s. Door middel van de agentschapbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd.14.02 Veiligheid 14.02.01 Opdrachten Het verbeteren van de positie van kwetsbare verkeersdeelnemers gebeurt onder meer door onderzoeken op het gebied van fietsveiligheid en naar specifieke doelgroepen zoals ouderen. Opdrachten in verband met vergoedingen commissie rijgeschiktheid van de Gezondheidsraad en onderzoek rijden onder invloed. Het stimuleren van de verkoop van veilige voertuigen gebeurt door deelname aan Euro NCAP (New Car Assessment Programme). Euro NCAP beoordeelt onafhankelijk de veiligheidsprestaties van Europa’s meest verkochte auto’s. Om gedragsbeïnvloeding te bereiken wordt ondermeer het Meerjarenprogramma Campagnes Verkeersveiligheid uitgevoerd.Op 4 maart 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over het alcoholslotprogramma. De Afdeling heeft artikel 17 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (RMRG 2011), het artikel waarin wordt geregeld in welke gevallen het alcoholslotprogramma wordt opgelegd, onverbindend verklaard. Dit betekent dat het artikel zoals het luidde niet meer mag worden toegepast en het CBR het alcoholslotprogramma niet meer kan opleggen. De RMRG 2011 is als gevolg van de uitspraak aangepast, waardoor in plaats van het alcoholslotprogramma een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) wordt opgelegd of – in geval van recidivisten – een geschiktheidonderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 263 14.02.02 Subsidies Er worden subsidies verstrekt aan maatschappelijke organisaties Veilig Verkeer Nederland (VVN), Fietsersbond, Team Alert en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).14.02.03 Bijdrage aan agentschappen In het kader van het Beleidsondersteuning en Advies (BOA) protocol met RWS zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering, die RWS uitvoert in opdracht van de beleids-DG’s. Door middel van de agentschapbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd.14.02.06 Bijdrage aan ZBO en RWT’s Ingevolge de Regeling maatregelen Rijvaardigheid en Geschiktheid (RMRG) ontvangt het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), een RWT, in 2016 een volledige vergoeding voor de onderzoeken die zij uitvoeren naar de rijvaardigheid alsmede de geestelijke en lichamelijke geschiktheid. Herziening van het RMRG is voorzien per 1 januari 2017.In lijn met het kabinetsbeleid tot afbouw van subsidies waar dat mogelijk is, zal vanaf 2017 nog slechts een gedeeltelijke vergoeding plaatsvinden. Het resterende bedrag zal worden doorberekend aan de burgers waarbij geschiktheidsonderzoek moet plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 264 Beleidsartikel 15 OV-keten In het voorjaar van 2014 is het tweede deel van de Lange Termijn Spooragenda naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2013–2014 29 984, nr. 474). De kern van de ambitie zoals in de LTSA opgenomen is een optimale reis van deur tot deur binnen de Openbaar Vervoer en Spoorketen. De huidige begrotingsindeling sluit hier niet op aan, omdat er sprake is van een apart artikel voor Openbaar Vervoer en een apart artikel voor Spoor. Daarom heeft IenM bij Eerste suppletoire 2016 aangekondigd om bij Begroting 2017 de artikelen samen te voegen tot één nieuw artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Hiertoe wordt de naam en algemene doelstelling van artikel 16 aangepast van «Spoor» naar «Openbaar Vervoer en Spoor». Artikel 15 OV-keten wordt geschrapt en zal opgaan in het nieuwe artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Met dit integrale artikel wordt beoogd de samenhang tussen de artikelen te benadrukken. De samenvoeging is gemeld aan de Tweede Kamer middels een brief (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. 73).Hieronder is de budgettaire tabel van artikel 15 OV-keten opgenomen. Door de samenvoeging van de beleidsartikelen 15 en 16 heeft deze alleen nog betrekking op de jaren 2016 en daarvoor. Voor de jaren 2017 en verder wordt verwezen naar artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.art. 15 OV-keten (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 4.712 6.017 0 0 0 0 0 Uitgaven: 5.673 5.615 0 0 0 0 0 Waarvan juridisch verplicht 0% 15.01 OV-keten 5.673 5.615 0 0 0 0 0 15.01.01 Opdrachten 3.838 3.990 0 0 0 0 0 15.01.02 Subsidies 1.036 827 0 0 0 0 0 15.01.03 Bijdrage aan agentschappen 799 798 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 799 798 0 0 0 0 0 Ontvangsten 0 6.195 0 0 0 0 0Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 265 Beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor Om er voor te zorgen dat reizigers veilig, betrouwbaar en betaalbaar kunnen reizen van A naar B ontwikkelt, beheert en stuurt IenM de benutting van de hoofdspoorweginfrastructuur aan en stelt zij decentrale overheden in staat het Openbaar Vervoer buiten de hoofdspoorweginfra-structuur hiertoe te ontwikkelen, beheren en benutten. Daarbij zorgt IenM tegelijkertijd dat verladers van goederen over het spoor de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie beschouwen.IenM zet in op een hoofdspoorweginfrastructuur en Openbaar Vervoer dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland, aan het behalen van de milieunormen en de sociale functie van het Openbaar Vervoer. Om deze doelen, die ook beschreven staan in de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (Kamerstukken II 2013–2014 29 984, nr. 474), te behalen werkt IenM samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.(Doen) UitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor een robuust mobiliteitssysteem van sterke verbindingen, sterke modaliteiten, voorspelbare reistijden en goede bereikbaarheid (zie ook artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid). Voor het Openbaar Vervoer en Spoor betekent dit dat de Minister zorgt voor:–Een concessie voor het vervoer over het hoofdrailnet (NS) waarin het aanbod van het reizigersvervoer op het hoofdrailnet is vastgelegd.–De uitvoering van het beheer, onderhoud en vervanging van railinfra-structuur, verkeersleiding, capaciteitsmanagement en het oplossen van veiligheidsknelpunten door ProRail onder aansturing van IenM (via de beheerconcessie). Deze activiteiten zijn terug te vinden op het Infrastructuurfonds (artikel 13).–De besluitvorming over en uitvoering van investeringen in de hoofdspoorweginfrastructuur (incl. stations) in relatie tot gebiedsont-wikkeling. Aanlegprojecten worden in het MIRT vastgelegd. De middelen worden beschikbaar gesteld via het Infrastructuurfonds.–Een bijdrage aan de financiering (via het Provinciefonds of de BDU) van het gedecentraliseerde Openbaar Vervoer.–Een concessie voor de Waddenveren (met uitzondering van Texel)–De financiering (via het Infrastructuurfonds) van het programma Beter Benutten Decentraal Spoor.–Het vormgeven (in saneringsplannen) en uitvoeren van de aanpak van hoge geluidsbelastingen langs het hoofdrailnet door middel van het Meerjarenprogramma geluidsanering (MJPG)–Om onder meer de veiligheid verder te verhogen wordt het European Railway Traffic Management System (ERTMS) ingevoerd. Voor 2017 is het de verwachting dat het programma ERTMS van de planuitwerking-fase over kan gaan naar de realisatiefase.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het beleid inzake openbaar vervoer (per trein, bus, tram, metro, taxi en waddenveren), waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. IenM zorgt voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan via wet- en regelgeving, aansturing van ProRail en NS in het beheer van de hoofd-spoorweginfrastructuur en stations en afspraken met decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Uitvoering vindt plaats door middel van samenwerking in de gehele OV-keten en de Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 266 gehele goederenketen. Het beleid stimuleert en faciliteert deze samen-werking.Deze regierol wordt ingevuld door:–Regelgeving en afspraken over voorzieningen- en kwaliteitsniveaus bij infrastructuur in het kader van veiligheid, betrouwbaarheid, doorstro-ming en duurzaamheid.–Regelgeving en afspraken over concessieoverstijgende onderwerpen waar het voor de reiziger van belang is dat zaken uniform geregeld worden, ongeacht de vervoerder of concessie (zoals sociale veiligheid, toegankelijkheid, OV-chipkaart, taxivervoer en OV-data).–Regelgeving en afspraken over de benutting van de Openbaar Vervoer infrastructuur en de ordening van de Openbaar Vervoer markt. Hierbij worden de aanbevelingen van de parlementaire enquête Fyra hierover betrokken.–Het stimuleren van de samenwerking in de gehele OV-keten en de spoorgoederenvervoerketen, door het organiseren van platforms en tafels.–De inzet van de Beleidsimpuls railveiligheid (Kamerstukken II 2015–2016 29 893, nr. 204), waarin de prioriteiten in de veiligheidsaanpak voor de komende jaren zijn benoemd, zoals het Landelijke Verbeterpro-gramma Overwegen, het programma niet-actief beveiligde overwegen (nabo), het STS-verbeterprogramma (reductie stoptonend sein passages), suïcidepreventie en externe veiligheid langs het spoor en bij emplacementen.Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht)Indicatoren en kengetallenHieronder staan de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor Openbaar Vervoer en Spoor.In productartikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.In de vorige begroting is aangegeven dat het kengetal reizigerskilometers regionaal openbaar vervoer niet meer wordt opgenomen aangezien de gegevens niet langer verzameld worden en dus niet meer beschikbaar zijn. Het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad is nagegaan of gebruik kon worden gemaakt van geanonimiseerde OV-Chipkaartdata.In 2015 zijn afspraken gemaakt over de gegevens die niet privacy gevoelig zijn. De Tweede Kamer is via de voortgangsrapportage van het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) hierover geïnformeerd (Kamerstukken II 2015–2016 23 645, nr. 605) en via een separate brief over OV-data (Kamerstukken II 2015–2016 23 645, nr. 623). In de Lange Termijn Spooragenda (LTSA) is in actie 43 aangegeven dat gezamenlijk een dashboard wordt ontwikkeld waarmee de verbetering van de reis van deur-tot-deur in beeld kan worden gebracht. Op basis van het dashboard wordt de deur-tot-deur ambitie gemonitord aan de landsdelige en landelijke OV&Spoortafels. Over de uitvoering van deze actie is de Tweede Kamer op 7 juli 2015 geïnformeerd via de voortgangsrapportage over de uitvoeringsagenda van de LTSA. (Kamerstukken II 2014–2015 29 984, nr. 611)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 267 Kengetal klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer 2005 2006 2011 2012 2013 2014 2015 Algemeen oordeel 7,0 7,0 7,2 7,4 7,4 7,5 7,5 Informatie en veiligheid 7,2 7,4 7,5 7,6 7,6 7,6 7,7 Rijcomfort 7,0 7,0 7,3 7,4 7,5 7,5 7,6 Tijd en doorstroming 6,1 6,2 6,6 6,8 6,8 6,9 7,0 Prijs 6,0 6,3 5,9 6,2 6,3 6,4 6,6Bron: CROW/KpVV – Klantenbarometer 2015ToelichtingDe OV Klantenbarometer is het klanttevredenheidsonderzoek voor het regionale stads- en streekvervoer waarvoor de provincies en de metro-poolregio’s verantwoordelijk zijn.Het onderzoek wordt jaarlijks gehouden in de periode van eind oktober tot begin december.Vanaf 2017 wordt ook de concessie voor het hoofdrailnet waarvoor het rijk de opdrachtgever is in de OV Klantenbarometer opgenomen.Kengetal Sociale veiligheid in het stads- en streekvervoer 2011 2012 2013 2014 2015 Waardering veiligheidsgevoel in het voertuig als rapportcijfer – Reizigers (1) 7,9 7,9 7,9 8 8 – Personeel (2) nb 6,9 nb 7 nb Onveiligheidsincidenten in en rond het OV in % – Reizigers(3) nb 15 15 16 14 – Personeel(4) nb 60 nb 60 nbBron: CROW-KpVV Personeelsmonitor stads- en streekvervoer 2014 en CROW-KPvv OV-Klantenbarometer 2015.ToelichtingAd 1) Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel van de reizigers tijdens de rit.Ad 2) Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel van het personeel zowel in als rond het openbaar vervoer. Dit cijfer wordt tweejaarlijks gemetenAd 3) Dit betreft het percentage reizigers dat slachtoffer is geworden van een incident. Het percentage in 2012 en verder is niet vergelijkbaar met voorgaande jaren omdat een andere vraagstelling heeft plaatsgevonden. Voor een toelichting wordt verwezen naar de uitgave Sociale Veiligheid van OV-reizigers in het stads- en streekvervoer.Ad 4) Dit is het percentage van het personeel dat één of meerdere keren slachtoffer is geweest van een incident. Dit cijfer wordt tweejaarlijks gemeten.Kengetal sociale veiligheid NS 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Klantoordeel sociale veiligheid (1) 78,3% 79,1% 78,3% 79,5% 80,2% 80,1%Bron: Verantwoording NS over 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 268 ToelichtingIn 2015 heeft 80,1% van de reizigers sociale veiligheid met het cijfer zeven of hoger beoordeeld. In het Vervoerplan van NS wordt voor sociale veiligheid, net als voor diverse andere zorggebieden, het klantoordeel gebruikt. Het klantoordeel veiligheid geeft een percentage en niet een cijfer. Het klantoordeel is het gewogen gemiddelde van de klantoordelen overdag en ‘s avonds in de trein en overdag en ‘s avonds op stations.Indicator: Reizigerspunctualiteit en Algemeen klantoordeel Reali-satie Reali-satie Reali-satie Reali-satie Reali-satie Bodem-waarde Progressie-waarde Streef-waarde 2011 2012 2013 2014 2015 2015–20191 20161 20191 Reizigerspunctualiteit2 91,5% 91,5% 90,0% 90,5% 91,0% 90,0% 91,0% 92,3% Algemeen klantoordeel3 74% 74% 75% 75% 74% 74% 75% 80%Bron: NS, jaarlijkse vervoerplannen en operationele verantwoordingenAd 1) Met ingang van de nieuwe vervoerconcessie is de systematiek van jaarlijks veranderende grenswaarden gewijzigd in een systematiek van bodem- en streefwaarden. De bodemwaarde is de waarde waaronder NS niet mag presteren op straffe van een boete. De streefwaarde voor 2019 werkt met een bonus/malus-regime, waardoor er zowel een positieve als een negatieve prikkel is om de gewenste verbetering van de prestaties te realiseren. Voor elke prestatie-indicator geeft NS in het vervoerplan een zogeheten progressiewaarde voor het betreffende jaar waar de ambitie in zit. Progressiewaarden en realisaties moeten tezamen over het geheel gezien progressie tonen richting de streefwaarden voor 2019.Ad 2) De indicator Reizigerspunctualiteit laat het percentage reizigers zien voor wie de treinreis qua reistijd is geslaagd. Dat wil zeggen dat de trein daadwerkelijk gereden heeft, bij aankomst minder dan 5 minuten vertraging had en de voor de overstappers geplande aansluiting is gehaald.Ad 3) Het Algemeen klantoordeel geeft het percentage reizigers dat het reizen per trein op het hoofdrailnet met een zeven of hoger waardeert.Spoorveiligheid (naar risicodrager)Hieronder staan de indicatoren voor spoorveiligheid zoals die in de afgelopen jaren zijn gehanteerd. Dit betreft de ontwikkeling van de verschillende veiligheidsdoelstellingen voor de diverse risicodragers conform de Europese systematiek, zoals die ook wordt toegepast in de Derde Kadernota Railveiligheid. Risicodragers zijn actoren met verschil-lende rollen die binnen het spoorsysteem veiligheidsrisico’s lopen. In onderstaande tabel is voor de belangrijkste zeven spoorveiligheidsindica-toren aangegeven wat de stand van zaken eind 2014 was op basis van meerjarige voortschrijdende gewogen gemiddelden («Moving Weighted Average»). De stand van zaken 2015 komt in september 2016 beschikbaar. Voor de ontwikkelingen rondom deze spoorveiligheidsindicatoren geldt het beleid van de Derde Kadernota Railveiligheid, namelijk dat we de veiligheid op alle fronten, dus bij elk van deze zeven veiligheidsindica-toren, continu willen verbeteren. Er lopen verschillende veiligheidsverbe-terprogramma’s om de gestelde doelstellingen te realiseren (onder andere het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen en het STS (Stoptonend Sein)-verbeterplan).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 269 In het kader van de tussentijdse evaluatie van de Derde Kadernota Railveiligheid en de als gevolg daarvan vast te stellen «Beleidsimpuls Railveiligheid» zullen deze tot nu toe gehanteerde indicatoren voor de spoorveiligheid worden geactualiseerd, in samenhang met de voor de korte en middellange termijn vast te stellen inhoudelijke prioriteiten6.Indicator: spoorveiligheid (naar risicodrager) Beoordelingsjaar verbe-tering in 2014 t.o.v. 2013? Nr. Risico-drager Omschrijving indicator NRV MWA 2014 MWA 2013 1.1 Reiziger FWSI onder reizigers / jaar / mld reizigerstreinkm’s 7,43 3,87 4,22 ja 1.2 Reiziger FWSI onder reizigers / jaar / mld reizigerskm’s 0,089 0,03 0,03 gelijk 2 Personeel FWSI onder spoorpersoneel / jaar / mld treinkm’s 5,97 1,83 3,37 ja 3 Overweggebruiker FWSI onder overweggebruikers / jaar / mld treinkm’s 127 71,6 85,22 ja 4 Onbevoegden FWSI onder onbevoegden op het spoor / jaar / mld treinkm’s 15,9 7,66 7,92 ja 5 Anderen FWSI onder «anderen (derden)» / jaar / mld treinkm» 4,7 6,581 5,74 neen 6 Overall Totaal FWSI / jaar / mld treinkm’s 148 90,09 110 jaBron: ILT Jaarverslag spoorveiligheid 2014 (Kamerstukken II 2015–2016 29 893, nr. 200)Gebruikte afkortingen in de tabel:FWSI = Fatalities and Weighted Serious Injuries (het aantal doden en gewogen zwaargewonden)NRV = National Reference Value, de in Europees kader vastgestelde referentiewaarde per lidstaat voor de betreffende indicatorMWA = Moving Weighted Average (voortschrijdend gewogen gemiddelde)Toelichting:Hierboven staan de indicatoren voor railveiligheid. Dit betreft de ontwik-keling van de verschillende veiligheidsdoelstellingen voor de diverse risicodragers conform de Europese systematiek, zoals die ook wordt toegepast in de Derde Kadernota Railveiligheid. Risicodragers zijn actoren met verschillende rollen die binnen het spoorsysteem veiligheidsrisico’s lopen.Kengetal aantal treinbewegingen goederentreinen per week 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Betuweroute 190 310 420 430 410 480 440 Zevenaar grens 340 380 480 490 490 540 470 Oldenzaal grens 80 70 60 60 70 60 100 Venlo grens 230 250 230 220 240 190 270 Maastricht grens 30 30 20 20 30 30 30 Roosendaal grens 120 120 120 110 110 110 130Bron: ProRail Operatie, VL/PAB en ProRail Vervoer en Dienstregeling PV/POVToelichtingDe treinbewegingen van goederentreinen in bovenstaande tabel zijn afgerond op tientallen. In 2015 is enige verschuiving van verkeer waarneembaar van de Betuweroute naar het gemengde net door omleidingen als gevolg van de bouw van het Derde spoor in Duitsland. In 6Zie onder andere brief aan Tweede Kamer van 8 december 2015, kamerstuk 29 893, nr. 200.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 270 2016 neemt naar verwachting het aantal treinbewegingen verder toe, maar ook dan zal sprake zijn van verschuiving.Nu de implementatie van de LTSA2 in volle gang is, zijn IenM en de OV-partners (overheden, vervoerders en infrabeheerder) het Programma Toekomstbeeld OV gestart om naar het OV voor de langere termijn (2040) te kijken en te komen tot een toekomstbestendig OV-netwerk in Nederland. In 2017 zullen we komen met een gezamenlijk Toekomstbeeld en een ontwikkelagenda die aangeeft hoe we beleid en uitvoering stap voor stap kunnen gaan richten op dat Toekomstbeeld.Ten aanzien van de ordening van de vervoersdiensten op het spoor op de langere termijn (na 2024) wordt in 2016 een viertal scenario’s uitgewerkt. Dit is in lijn met de kabinetreactie op de parlementaire enquête Fyra. Daarnaast wordt, zoals aangekondigd in de kabinetsreactie, gewerkt aan het omvormen van ProRail tot een publieke organisatievorm.De onderhandeling over het Europese Vierde Spoorwegpakket zijn afgerond. De implementatie daarvan gaat dit jaar van start. Daarnaast is in 2016 mede naar aanleiding van de voorstellen in het Vierde Spoorweg-pakket en een recent Raad van State advies (W14150443) gestart met een inventarisatie naar de noodzaak tot aanpassing en modernisering van de Spoorwegwetgeving. Dit is een meerjarig herzieningstraject van wetgeving waarbij de stakeholders nauw worden betrokken. Over de voorstellen en de planning zal IenM de Tweede Kamer nog nader informeren.In het voorjaar van 2014 is het tweede deel van de Lange Termijn Spooragenda naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2013–2014 29 984, nr. 474). De kern van de ambitie zoals in de LTSA opgenomen is een optimale reis van deur tot deur binnen de Openbaar Vervoer en Spoorketen. De huidige begrotingsindeling sluit hier niet op aan, omdat er sprake is van een apart artikel voor Openbaar Vervoer en een apart artikel voor Spoor. Daarom heeft IenM bij Eerste suppletoire 2016 aangekondigd om bij Begroting 2017 de artikelen samen te voegen tot één nieuw artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Hiertoe wordt de naam en algemene doelstelling van artikel 16 aangepast van «Spoor» naar «Openbaar Vervoer en Spoor». Artikel 15 OV-keten wordt geschrapt en zal opgaan in het nieuwe artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Met dit integrale artikel wordt beoogd de samenhang tussen de artikelen te benadrukken. De samenvoeging is gemeld aan de Tweede Kamer middels een brief (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. 73).BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 271 art. 16 Openbaar Vervoer en Spoor (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 49.388 20.098 9.457 8.704 9.911 10.615 18.147 Uitgaven: 24.603 26.747 32.910 12.215 13.095 13.615 14.085 Waarvan juridisch verplicht 91% 16.01 OV en Spoor 24.603 26.747 32.910 12.215 13.095 13.615 14.085 16.01.01 Opdrachten 12.042 4.018 5.973 5.761 5.991 6.411 6.943 – ERTMS 10.417 47 0 0 0 0 0 – Overige opdrachten 1.625 3.971 5.973 5.761 5.991 6.411 6.943 16.01.02 Subsidies 12.388 20.347 23.562 3.079 3.729 3.829 3.767 – Bodemsanering NS 9.076 9.076 0 0 0 0 0 – GSM-R 1.092 8.625 20.283 0 0 0 0 – Overige subsidies 2.220 2.646 3.279 3.079 3.729 3.829 3.767 16.01.03 Bijdrage aan agentschappen 44 44 1.022 1.022 1.022 1.022 1.022 – waarvan bijdrage aan KNMI 44 44 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 0 0 1.022 1.022 1.022 1.022 1.022 16.01.04 Bijdrage aan medeoverheden 0 2.253 2.253 2.253 2.253 2.253 2.253 – CLU Betuweroute en HSL 0 2.253 2.253 2.253 2.253 2.253 2.253 16.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties 129 85 100 100 100 100 100 Ontvangsten 152 0 0 0 0 0 0Extracomptabele verwijzing naar artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds 2.043.653 1.826.788 1.897.617 1.962.388 2.056.539 Andere ontvangsten van artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuur-fonds 185.262 314.308 200.642 195.736 200.651 Totale uitgaven op artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds 2.228.915 2.141.096 2.098.259 2.158.124 2.257.190 waarvan 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.245.661 1 226.826 1.192.105 1.213.190 1.215.680 13.03 Aanleg 735.505 674.583 676.245 705.775 769.580 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 158.806 159.508 162.083 169.070 169.882 13.07 Rente en aflossing 48.362 16.597 16.597 16.597 16.597 13.08 Investeringsruimte 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 272 Extracomptabele verwijzing naar artikel 14 Regionaal, lokale Infrastructuur van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 14 Regionaal, lokale Infrastructuur van het Infrastructuurfonds 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 Andere ontvangsten van artikel 14 Regionaal, lokale Infrastructuur van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 14 Regionaal, lokale Infrastructuur van het Infrastructuurfonds 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 waarvan 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 132.863 173.577 109.630 85.923 88.162 14.02 Regionale mobiliteitsfondsen 0 0 0 9.128 0 14.03 RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid 83.469 158.666 74.765 51.490 22.194Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuur-fonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok van het Infrastruc-tuurfonds 133.867 177.106 242.092 281.280 291.193 Andere ontvangsten van artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuurfonds 40.441 22.119 28.553 60.681 67.487 Totale uitgaven op artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuurfonds 174.308 199.225 270.645 341.961 358.680 waarvan 17.02 Betuweroute 942 942 4.807 0 0 17.03 HSL-Zuid 40.745 40.745 0 0 0 17.07 ERTMS 44.463 48.204 102.588 151.588 181.000 17.08 ZuidasDok 88.158 109.334 163.250 190.373 177.680Extracomptabele verwijzing van artikel 16 naar de belastinguitgaven (x € mln) Belastinguitgaven (x € mln) Bijstelling 2016 t.o.v. MN2016 2016 MN2017 Beleid 2017 Endogeen 2017 Endogeen in % 2017 MN2017 Omzetbelasting verlaagd tarief Vervoer van personen (w.o. openbaar vervoer) – 524 677 0 28 4,2% 705Bron: Bijlage 6 van de Miljoenennota 201716.01 OV en Spoor De uitgaven voor subsidies, de agentschapsbijdrage aan RWS, de bijdragen aan mede overheden en de bijdragen aan internationale organisaties zijn volledig juridisch verplicht. De subsidies hebben een tijdshorizon. De agentschapbijdrage, de bijdrage aan mede overheden en de bijdragen aan internationale organisaties hebben een structureel karakter. Van het opdrachtenbudget is circa de helft juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen. Het betreft hier onder andere de bijdrage aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM), uitgaven voor de Ov-begeleiderskaart, de continue screening van de taxibranche en het BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 273 onderzoek verplaatsingen in Nederland (OViN). Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor uitvoering van taken die voortvloeien uit de werkagenda van het NOVB inzake de OV-chipkaart, het stimuleren van het beschikbaar stellen van (actuele) brongegevens voor reisinformatiediensten in het kader van het project Nationale Data Openbaar Vervoer en het uitvoeren van activiteiten ter ondersteuning van het beheer van en vervoer over het spoor via concessies en de uitvoering van de Lange Termijn Spooragenda. Ook wordt bijgedragen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en aan uitgaven om een gelijk speelveld te creëren in het openbaar vervoer.16.01 OV en Spoor 16.01.01 Opdrachten Dit betreffen voornamelijk (lopende) opdrachten voor de implementatie van de OV-chipkaart, monitoring sociale veiligheid, het stimuleren van het beschikbaar stellen van (actuele) brongegevens voor reisinformatie-diensten in het kader van het project Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV), de beheer- en vervoerconcessie en spoorwegwetgeving. Ook wordt bijgedragen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en aan uitgaven om een gelijk speelveld te creëren in het openbaar vervoer. Daarnaast maakt de jaarlijkse vergoeding aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderdeel uit van deze middelen, welke een vergoeding is voor haar werk op het gebied van spoor zoals de Vervoerkamer. De Vervoerkamer reguleert de relatie tussen de beheerders en de gebruikers van het spoor.16.01.02 Subsidies GSM-Rail: Uitgaven voor GSM-R(ail) ter mitigatie van de interferentiepro-blematiek bij ProRail en vervoerders door de uitrol van 3G- en 4G-netwerken door de telecom providers.Tijdelijke subsidieregeling spoorgoederenvervoer voor bijzondere omleidingskosten: Deze regeling heeft tot doel de marktpositie van het spoorgoederenvervoer ten opzichte van het meer vervuilende goederen-vervoer over de weg te behouden gedurende de periode dat de Betuwe-route door de aanleg van een derde spoor in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen verminderd beschikbaar is en spoorwegondernemingen daardoor geconfronteerd worden met extra kosten door omleiding. Voor de jaren 2016 tot en met 2020 bedraagt het subsidieplafond inclusief uitvoeringskosten € 13 miljoen.Verder worden subsidie uitgaven gedaan voor het OV-loket, de beleidson-dersteuning van ROVER, de ondersteuning van het consumentenplatform Friese Waddenveren, het landelijk klachtenmeldpunt taxi en de OV Klantenbarometer. Doel van deze subsidies is het ondersteunen van reizigers en een loket te organiseren waar zij terecht kunnen.16.01.03 Bijdrage aan agentschappen In het kader van het Beleidsondersteuning en Advies (BOA) protocol met RWS zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering, die RWS uitvoert in opdracht van de beleids-DG’s. Door middel van de agentschapbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd.Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 274 16.01.04 Bijdrage medeoverheden Dit betreft een jaarlijkse bijdrage voor de Complete Lijn Uitschakeling (waarbij bijvoorbeeld bij een incident een tracé als geheel wordt uitge-schakeld) en de inzet van de 25kV Spanningtester (CLU+) op de Betuwe-route en HSL in het kader van de daartoe gesloten overeenkomst met de betrokken Veiligheidsregio’s.16.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties Dit betreft een bijdrage aan de Organisation pour les Transports Internati-onaux Ferroviaires (OTIF). Deze internationale organisatie richt zich vooral op het creëren van een uniform rechtssysteem voor het vervoer van passagiers en vracht per rails.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 275 Beleidsartikel 17 Luchtvaart Het versterken van de internationale concurrentiekracht van de Neder-landse luchtvaartsector en het realiseren van een efficiënt, veilig en duurzaam luchtvaartbestel voor goederen, passagiers en omwonenden.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van de kaders en voor het binnen deze kaders (doen) realiseren van de gewenste ontwik-keling van de Nederlandse luchtvaart. De rol «regisseren heeft» betrekking op de volgende taken:–Voor een veilig en duurzaam gebruik van netwerken stelt de Minister normen en handhaaft deze. Daarbij valt te denken aan de wetgeving voor het Nieuw Normen- en Handhavinstelsel Schiphol om geluidshin-der te beperken. Om de concurrentiekracht van de luchtvaart te versterken streeft de Minister internationaal naar een gelijk speelveld. Daarin passen een actief Nederlands lidmaatschap van de International Civil Aviation Organization (ICAO) en een gerichte bijdrage in de totstandkoming van Europese regelgeving inclusief een actieve rol in agentschappen als de European Aviation Safety Agency (EASA).–Voor het in stand houden en versterken van het luchtvaartnetwerk van verbindingen van Nederland met de rest van de wereld zijn interna-tionale overeenkomsten cruciaal (multilateraal en bilateraal). De Minister sluit hiertoe overeenkomsten met de vanuit de Nederlandse luchtvaartpolitiek belangrijke landen.–Daarnaast wordt mede vanuit het oogpunt van verbetering van het milieu en van de kwaliteit van de leefomgeving de innovatie en de transitie naar een duurzame luchtvaart bevorderd.–IenM zorgt voor de regelgeving op het gebied van marktordening, passagiersrechten, veiligheid, milieu en security. Veel van deze regelgeving komt in internationaal of Europees kader tot stand. In deze kaders levert Nederland een actieve bijdrage gericht op de Neder-landse belangen.–De Minister richt zich nationaal en internationaal op het veiligstellen en verbeteren van de inrichting, beheer en gebruik van het luchtruim en op verbetering van de prestaties van de Luchtverkeersleiding Nederland en het Maastricht Upper Area Control Centre, intensievere samenwerking tussen civiele en militaire luchtverkeersleidingsorgani-saties (co-locatie) en betere samenwerking van internationale luchtverkeersleidingsorganisaties binnen het Functional Airspace Block Europe Central (FABEC).–De Minister geeft zoveel mogelijk ruimte voor ondernemerschap, met een maximaal beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor duurzaamheid en voor een permanente verbetering van de veiligheid middels introductie van veiligheidsmanagement en toezicht gebaseerd op risico’s en veiligheidsprestatie.–De Minister richt zich op het veilig stellen van voldoende nationale luchthavencapaciteit en geeft invulling aan de wettelijke taken en verplichtingen ten aanzien van inrichting en gebruik van luchthavens en de omgeving.–Voorts zet de Minister in op een intensivering en stroomlijning van de inspanningen van alle overheden, belangenorganisaties en sectorpar-tijen betrokken bij bovenstaande beleidsopgaven.–Tevens draagt de Minister zorg voor een actieve inzet van Nederland in internationale gremia waar discussies worden gevoerd en besluiten worden genomen die van invloed zijn op het Nederlandse (mainport-)beleid, zoals in de Europese Raad van Transportministers.Algemene doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 276 –Het behalen van de doelstelling hangt af van de betrokkenheid van en samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven. Daarnaast spelen het innovatieve vermogen van en technologische ontwikkelin-gen in de luchtvaartsector, de internationale ontwikkelingen en ontwikkelingen in internationale organisaties (EU, Eurocontrol, EASA, ICAO, ea.) een rol alsmede economische ontwikkelingen in Nederland.Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).Indicator: Creëren van luchthavencapaciteit Schiphol Basis-waarde 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Gerea-liseerd 2015 Streef-waarde 2020 Gerealiseerde vliegtuigbewegingen tov plafond 500.000 390.000 386.000 420.000 423.000 426.000 438.300 450.679 500.000 78% 77% 84% 85% 85% 88% 90% 100%Bron streefwaarde: (Kamerstukken II 2014–2015 34 098, nr. 1–3)Bron realisatie: 2015 Traffic Review Schiphol Amsterdam Airport, januari 2016Voor de luchthaven Schiphol is in 2008 tot 2020 een plafond aan het aantal vliegtuigbewegingen afgesproken. Met het oog op de netwerkkwa-liteit moet binnen dit plafond ruimte blijven voor de ontwikkeling van mainportgebonden verkeer. Het Rijk heeft hierbij de verantwoordelijkheid voor het creëren van capaciteit op de luchthavens Eindhoven en Lelystad. In 2012 is het convenant «Behoud en versterking mainportfunctie en netwerkkwaliteit luchthaven Schiphol» tussen Schiphol en het Rijk bijgesteld en is afgesproken de inspanning er op te richten al bij 90% van de destijds gehanteerde 510.000 vliegtuigbewegingen extra regionale luchthavencapaciteit te kunnen inzetten ter ontlasting van Schiphol (Kamerstukken II 2011–2012 29 665, nr. 181).Met de introductie van het nieuwe normen- en handhavingstelsel wordt in 2017 voor Schiphol de ontwikkelruimte verankerd middels het borgen van het plafond van totaal 500.000 vliegtuigbewegingen tot en met 2020, de 50/50 regel en de regels voor strikt preferentieel baangebruik.Indicator: Creëren extra luchthavencapaciteit Eindhoven en Lelystad Basis-waarde 2009 Gereali-seerd t/m 2016 Streef-waarde 2017 Streef-waarde 2020 Luchthaven capaciteit Eindhoven 0 25.000 25.000 25.000 Luchthaven capaciteit Lelystad 0 45.000 45.000 45.000Bron: De individuele luchthavenbesluiten van het kabinetBron Eindhoven: Luchthavenbesluit Eindhoven 2014 (Kamerstukken II 2013–2014 31 936, nr. 187)Bron Lelystad: Ontwerp Luchthavenbesluit LelystadDe ontwikkeling van Eindhoven en Lelystad (met in totaal 70.000 extra vliegtuigbewegingen op jaarbasis) vindt plaats in een zodanig tempo dat Schiphol meer ruimte krijgt voor écht mainportverkeer en de concurren-tiepositie van Schiphol wordt versterkt, conform het Convenant «Behoud en versterking mainportfunctie en netwerkkwaliteit luchthaven Schiphol». Indicatoren en kengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 277 De feitelijke toevoeging van capaciteit vindt plaats op het moment dat deze is vastgelegd in het luchthavenbesluit.In 2014 is voor Eindhoven met het vaststellen van het luchthavenbesluit de wettelijke basis gelegd voor 25.000 extra vliegtuigbewegingen tot 2020. In 2015 is de eerste tranche, op basis van de verleende vergunning burgermedegebruik voor 10.000 extra vliegtuigbewegingen, geëvalueerd.(Kamerstukken II 2014–2015 31 936, nr. 291). Uit de evaluatie bleek dat aan alle elementen van de evaluatie was voldaan, zodat fase 2 in werking kon treden. Het kabinet heeft het Aldersadvies uit 2015 overgenomen en heeft hieraan enkele additionele hinderbeperkende maatregelen toegevoegd. Met ingang van 1 januari 2016 is een vergunning burgermedegebruik verleend voor de volledige ruimte van 25.000 extra vliegtuigbewegingen.Voor Lelystad is in 2015 een luchthavenbesluit vastgesteld voor 45.000 vliegtuigbewegingen «groot handelsverkeer». Vanaf 2018 komt deze extra capaciteit op Lelystad gefaseerd beschikbaar afgestemd op de marktont-wikkelingen.Met het vaststellen van de beide luchthavenbesluiten is de eerste stap van de beleidsopgave van de creatie van 70.000 extra vliegtuigbewegingen op Eindhoven en Lelystad gerealiseerd.Indicator: Luchthavengelden, ATC-heffingen en overheidsheffingen (aeronautical kosten) Ranglijst kostenniveau (van hoog naar laag) Realisatie 2012 Realisatie 2013 Realisatie 2014 Realisatie 2015 Streef-waarde 2015 e.v. London Heathrow (LHR) 1 1 1 1 Parijs (CDG) 2 3 3 3 Frankfurt (FRA) 3 2 2 2 Gatwick 4 4 4 4 Schiphol 8 8 8 9 < LHR, FRA, CDG Zürich 5 5 5 6 München 6 6 6 5 Brussel 9 9 9 8 Madrid 7 7 7 7 Bron: SEO, jaarlijkse Benchmark Luchthavengelden en Overheidsheffingen 2015In de tabel geldt hoe hoger het getal, hoe lager het kostenniveau.ToelichtingOm te kunnen vaststellen of Schiphol een concurrerend kostenniveau heeft, vindt jaarlijks een vergelijking plaats van de luchthavengelden, de ATC-heffingen en de overheidsheffingen op Schiphol en tien concurre-rende luchthavens. In deze benchmark wordt berekend wat op de verschillende luchthavens voor een vergelijkbaar aantal vluchten betaald zou moeten worden. De resultaten van de benchmark van 2015 laten zien dat Schiphol medio 2015 op dit vlak de goedkoopste is van de negen onderzochte luchthavens in de benchmark. Van belang is dat Schiphol een concurrerend kostenniveau behoudt, zoals ook omschreven in de Actieagenda Schiphol (Kamerstukken II 2015–2016 29 665, nr.224), waarover meer onder beleidswijzigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 278 Kengetal: Geluidsbelasting rond Schiphol Periode 2012 2013 2014 2015 grens-waarde TVG Gedurende het gehele etmaal (Lden) 62,71 62,45 62,55 62,67 63.46 dB(A) Gedurende de periode van 23.00 tot 7.00 uur (Lnight) 52,47 52,09 52,14 52,35 54.44 dB(A)Bron: Handhavingsrapportage Schiphol van de ILT 2015Bron grenswaarde: Luchthavenverkeerbesluit 2004ToelichtingIn het Luchthavenverkeerbesluit (Algemene Maatregel van Bestuur, 18 september 2008) zijn voor de luchthaven Schiphol de grenzen gesteld aan de totale hoeveelheid geluid (Totaal Volume Geluid, TVG) dat het vliegverkeer in een jaar mag produceren. De geluidsbelasting van het vliegverkeer moet worden begrensd met op handhavingpunten vastge-stelde grenswaarden (aan de baankoppen en bij aanpalende bebouwde kom).In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol is vastgelegd dat de totale hoeveelheid geluid van het luchthavenluchtverkeer bij Schiphol per gebruiksjaar overdag (Lden) niet meer dan 63,46 dB(A) en voor de nacht (Lnight) niet meer dan 54,44 dB(A) mag bedragen. IenM stelt de grens-waarden vast maar heeft geen directe invloed op de daadwerkelijk gerealiseerde geluidsbelasting, dat is de verantwoordelijkheid van de sector. Bij dreigende overschrijding wordt door de ILT handhavend opgetreden. De Handhavingsrapportage Schiphol 2015 van de ILT is aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2015–2016 29 665, nr. 223).Voor de jaarlijkse totale risicogewicht score (TRG-score) voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit wordt verwezen naar de Handhavingsrapportage Schiphol, ILT, 2015.Kengetal: Aantal passagiersbestemmingen waarnaar (> 2 x per jaar) met vnl. geregelde vluchten wordt gevlogen per luchthaven Luchthaven 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Amsterdam 263 271 266 261 264 263 Frankfurt 283 288 301 286 286 287 London Heathrow 165 174 176 176 179 180 Parijs Charles de Gaulle 271 268 256 258 278 274 Brussel 188 200 190 181 192 190Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), op basis van APGdat, januari 2016ToelichtingIn deze tabel zijn de bestemmingen opgenomen waarvoor geldt dat deze meer dan twee keer per jaar worden aangevlogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 279 Kengetal: Aantal vliegtuigbewegingen, aantal passagiers en vrachttonnage per luchthaven 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Vliegbewegingen (x 1.000) Amsterdam 386 420 423 426 438 451 Frankfurt 458 481 476 466 463 457 London Heathrow 449 476 471 470 471 472 Parijs Charles de Gaulle 492 507 491 472 465 469 Brussel 205 214 206 199 214 221 Passagiers (x miljoen) Amsterdam 45 50 51 53 55 58 Frankfurt 53 56 57 58 59 61 London Heathrow 66 69 70 72 73 75 Parijs Charles de Gaulle 58 61 61 62 64 66 Brussel 17 19 19 19 22 23 Vracht (x 1.000 ton) Amsterdam 1.512 1.524 1.483 1.531 1.633 1.621 Frankfurt 2.199 2.133 1.986 2.016 2.051 1.993 London Heathrow 1.473 1.484 1.465 1.423 1.499 1.497 Parijs Charles de Gaulle 2.177 2.088 1.950 1.876 1.896 1.861 Brussel 476 475 459 430 454 463Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), januari 2016ToelichtingInzet van het beleid is het optimaliseren van de netwerkkwaliteit in combinatie met een concurrerende en duurzame luchtvaart. De netwerk-kwaliteit wordt mede bepaald door overheidstarieven en -maatregelen, maar is voor een groot deel niet direct beïnvloedbaar. Bovenstaande kengetallen geven de omvang van het netwerk in aantallen bestem-mingen en het verkeer en vervoer op Schiphol weer in vergelijking met andere grote Noordwest-Europese luchthavens.In de jaarlijkse Monitor Netwerkkwaliteit en Staatsgaranties laat IenM elk jaar de ontwikkeling van de netwerkkwaliteit van Schiphol monitoren. De jaarlijkse Monitor Netwerkkwaliteit en Staatsgaranties geeft een beeld van de ontwikkeling van de kwaliteit van het verbindingennetwerk (de connectiviteit) op Schiphol ten opzichte van enkele concurrerende buitenlandse luchthavens. Daarnaast wordt in de monitor het verbindin-gennetwerk van Skyteam (Air France KLM en alliantiepartners) vanaf Schiphol vergeleken met dat vanaf Parijs Charles de Gaulle. Zo wordt de naleving van de staatsgaranties gevolgd die in het kader van de fusie van KLM met Air France zijn afgesproken. Uit het onderzoek blijkt dat het verbindingennetwerk van Schiphol ook in 2015 sterker groeit dan de netwerken van de vier andere West-Europese luchthavens in de benchmark (Londen Heathrow, Parijs Charles de Gaulle, Frankfurt en München). De netwerken van Istanbul en Dubai ontwikkelen zich echter nog sterker. De connectiviteit van de Skyteam alliantie heeft zich de afgelopen jaren op Schiphol sterker ontwikkeld dan op Parijs Charles de Gaulle.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 280 Kengetal: Gemiddelde EU-brede vertraging per en-route vlucht toe te rekenen aan Air Traffic Management (in minuten) 2012 2013 2014 2015 Taakstelling vanaf 2000 met herijking voor 2002–2006 0,7 0,6 0,5 0,5 Gerealiseerd 0,63 0,54 0,61 0,76Bron: Performance Review Body, Performance monitoring Dashboard 2016 ToelichtingHet Rijk heeft geen directe invloed op het aantal minuten vertraging in het Europese luchtruim.Dit kengetal is een internationaal gemiddelde en wordt bepaald door operationele factoren, zoals capaciteitsplanning, human resource management, weersomstandigheden en stakingen. Dit kengetal geeft wel een beeld van de efficiëntie van het luchtvaartbestel.Kengetal: Gemiddelde ATFM in Nederlandsluchtruim (ATFM staat voor «Air Traffic Flow Management»-vertraging per vlucht (in minuten)) 2015 Gemiddelde ATFM-vertraging per vlucht 2,0 Gerealiseerd 2,91Bron: Luchtverkeersleiding Nederland 2016 ToelichtingDit kengetal heeft betrekking op de gemiddelde en-route vertraging per vlucht in het Nederlandse luchtruim en de gemiddelde vertraging op Schiphol tezamen. Het merendeel van de vertragingen treedt op in de terminalfase van een vlucht en wordt veroorzaakt door weersomstandig-heden (storm, mist, sneeuw) die een direct negatief effect hebben op de afhandeling van de starts en landingen in de vluchtfase onder een hoogte van één kilometer. Beperkte aantallen vliegtuigopstelplaatsen kunnen ook vertragingen veroorzaken. De vertragingen in 2015 zijn vooral veroorzaakt door weersomstandigheden, de implementatie van een nieuw Voice Communication System (VCS) en een aanbod van vliegtuigen dat de ATC-afhandelingscapaciteit overstijgt (bunching-effect).De komende jaren wordt uitwerking gegeven aan de Luchtvaartnota (Kamerstukken II 2011–2012 31 936 A), de Luchtruimvisie (Kamerstukken II 2011–2012 31 936, nr. 114) en het State Safety Programme 2015–2019. De bij deze nota’s behorende uitvoeringsagenda’s (Kamerstukken II, 2010–2011, 31 936, nr. 47) en het SSP Actieplan zijn hierbij leidend. Daarnaast is in april 2016 de Actieagenda Schiphol aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2015 -2016 29 665, nr. 224). Deze agenda bevat een overzicht van maatregelen voor de komende jaren die de overheid en sector gezamenlijk nemen om de concurrentiepositie van Schiphol te behouden en te versterken. Het gaat daarbij naast kostenre-ductie door de sector ook om de bereikbaarheid van Schiphol via spoor en weg, inzet op innovatie en duurzaamheid en het creëren van ruimte voor wonen en vliegen.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 281 Het is tevens van groot belang dat Europa prioriteit geeft aan het vergroten van de concurrentiekracht van de Europese luchtvaart en het behoud van de regionale en mondiale connectiviteit van Europa. Ook dit is in de actieagenda opgenomen. De in 2016 onder Nederlands voorzitter-schap overeengekomen onderhandelingsmandaten voor de Europese Commissie, om met ondermeer de Golfstaten afspraken te kunnen maken over eerlijke concurrentie in ruil voor geleidelijke marktopening, worden vanaf 2016 en verder gebruikt om te onderhandelen.art. 17 Luchtvaart (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 19.220 31.678 11.956 14.474 13.889 6.846 7.332 Uitgaven: 21.288 28.136 14.049 13.165 13.157 10.966 8.652 Waarvan juridisch verplicht 74% 17.01 Luchtvaart 21.288 28.136 14.049 13.165 13.157 10.966 8.652 17.01.01 Opdrachten 5.651 9.429 8.739 6.019 9.973 8.382 6.168 – Opdrachten GIS 1.401 2.391 3.487 284 5.021 2.800 0 – Overige opdrachten 4.250 7.038 5.252 5.735 4.952 5.582 6.168 17.01.02 Subsidies 2.423 8.254 3.664 759 1.559 959 959 – Leefbaarheidsfonds 0 5.300 2.900 0 1.000 400 400 – Overige subsidies 2.423 2.954 764 759 559 559 559 17.01.03 Bijdrage aan agentschappen 12.068 9.040 69 4.811 49 49 49 – waarvan bijdrage aan RWS (Caribisch Nederland) 12.010 8.955 0 4.748 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 35 71 49 49 49 49 49 – waarvan bijdrage aan KNMI 23 14 20 14 0 0 0 17.01.05 Bijdrage aan internationale organisaties 1.146 1.313 1.477 1.476 1.476 1.476 1.476 17.01.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 0 100 100 100 100 100 0 – LVNL 0 100 100 100 100 100 0 Ontvangsten 31.354 10.312 325 325 325 325 325Extracomptabele verwijzing van artikel 17 naar de belastinguitgaven (bedragen x € mln) Belastinguitgaven (x € mln) Bijstelling 2016 t.o.v. MN2016 2016 MN2017 Beleid 2017 Endogeen 2017 Endogeen in % 2017 MN2017 Acczijns Vrijstelling acczijns luchtvaartuigen – 74 2.123 6 15 0,7% 2.145Bron: Bijlage 5 van de Miljoenennota 201717.01 Luchtvaart Het grootste deel van de uitgaven is juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van aangegane verplichtingen voor opdrachten en subsidies voor onder meer het project geluidsisolatie Schiphol (GIS), de uitgaven voor het Schadeschap Schiphol en voor de uitvoering van toezichtstaken door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Voor een overzicht van de subsidies wordt verwezen naar de bijlage Subsidies. De subsidies hebben een tijdshorizon. Op basis van de opdrachtbrief aan RWS voor Beleidsondersteuning en advies (BOA) is het budget voor 2017, ultimo 2016 juridisch verplicht.Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingen BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 282 De bijdrage aan internationale organisaties betreft de jaarlijkse contributie aan de International Civil Aviation Organization (ICAO), aan het hiertoe opgezette samenwerkingsverband binnen ABIS en aan de European Civil Aviation Conference (ECAC). Dit bedrag is daarmee geheel juridisch verplicht.De resterende niet juridisch verplichte ruimte is belegd met de activiteiten uit de uitvoeringsagenda bij de Luchtvaartnota (Kamerstukken II 2010–2011 31 936, nr. 47) en het State Safety Programme Actieplan 2015.17.01 Luchtvaart De afname van het budget na 2016 wordt met name veroorzaakt door een afname van de benodigde middelen voor opdrachten Geluidsisolatie Schiphol (GIS) en door de lagere agentschapsbijdrage aan RWS bestemd voor Caribisch Nederland. De agentschapsbijdrage wordt na 2018 beëindigd omdat de uitvoering van de masterplannen luchthavens Caribisch Nederland dan wordt voltooid.17.01.01 Opdrachten Opdrachten Geluidsisolatie Schiphol (GIS)Doel van het project Geluidsisolatie Schiphol fase 3 (GIS-3) is het verminderen van geluidshinder voor omwonenden van Schiphol door middel van geluidsisolatie. De geplande uitgaven voor 2017 en verder hebben betrekking op aankopen in de geluidssloopzones, klachtenafhan-deling en de behandeling en uitbetaling van schadeclaims.Overige opdrachten1. Luchtvaartnota, actieagenda, ORS en de overlegtafelsSinds 2008 zijn drie Alderstafels actief: Schiphol, Eindhoven en Lelystad. In 2016 is de Alderstafel voor Eindhoven overgegaan in een uitvoerings-tafel. De Alderstafels bieden een succesvolle overlegstructuur van belanghebbenden in deze luchthavenregio’s. De Aldersadviezen vormen voor het kabinet een waardevolle basis voor beleidskeuzes ten aanzien van de ontwikkeling van luchthavens in relatie tot de effecten op de leefomgeving. Ook in 2017 blijven de uitvoeringstafel Eindhoven en de Alderstafel Lelystad actief. Op Schiphol is de Alderstafel inmiddels samen met de Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) overgegaan in de Omgevingsraad Schiphol (ORS).2. Normen en handhavingsstelselDe ontwikkeling van Schiphol tot 2020 vindt plaats binnen de aan de Alderstafel afgesproken kaders. Het budget is bestemd voor opdrachten ten behoeve van de implementatie van het nieuwe normen- en handha-vingstelsel voor Schiphol en aanpassing van de wet- en regelgeving en het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB)/ Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB). Dit zal op basis van de huidige inzichten in 2017 van kracht worden.3. Verminderen risico op vogelaanvaringenIn 2017 wordt opnieuw gewerkt aan het uitvoeren van de maatregelen uit het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol om de vogelaanvaringsproblematiek te verminderen. De maatregelen betreffen het ontwikkelen en toepassen van detectieapparatuur, maatregelen Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 283 gericht op populatiebeheer en een aanscherping van de ruimtelijke beperkingen ten aanzien van de foerageer-, rust- en broedgebieden.4. State Safety ProgrammeOp basis van de door het ministerie en de luchtvaartsector uitgevoerde risicoanalyse zijn het State Safety Programme 2015–2019 en het SSP Actieplan 2015 opgesteld. Vanaf 2016 wordt uitvoering gegeven aan het Actieplan. Het plan betreft onder andere maatregelen om de wetgeving op orde te brengen, de veiligheid met prestatie-indicatoren meetbaar te maken en de introductie van veiligheidsmanagement door de gehele luchtvaartsector.5. Nadere uitwerking luchtruimvisie en civiel-militaire samenwerkingAls uitwerking van de Luchtruimvisie worden verschillende onderzoeken en studies uitgevoerd voor de voorbereiding van luchtruimwijzigingen en aanpassingen van het luchtverkeersleidingsconcept. Hiertoe worden activiteiten uitgevoerd in samenwerking met de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) van het Ministerie van Defensie.Door middel van jaarlijkse voortgangsbrieven wordt de voortgang gemeld van hoe en wanneer de luchtverkeersleidingsorganisaties uitvoering geven aan de beoogde luchtruimwijzigingen en aan de aanpassingen aan het luchtverkeersleidingsysteem. De uitwerking van de verdergaande civiel-militaire samenwerking op het gebied van luchtverkeersdienstver-lening is daarbij een belangrijk aspect.6. KDCDe Stichting Knowledge & Development Center (KDC) levert kennis om innovatieve oplossingen te vinden voor de duurzame ontwikkeling van de Mainport Schiphol. In het KDC werken de partners KLM, Schiphol en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) samen met universiteiten en kennisinstellingen om alle operationele processen op en rond Schiphol te innoveren, zowel op de grond als in de lucht.7. Opdrachten Caribisch NederlandHet betreft de aanschaf van apparatuur ter bevordering van het veilig gebruik van de luchthavens en ter verbetering van de bedrijfsvoering. Tevens betreft het de financiering van diverse onderzoeken en oplei-dingen.17.01.02 Subsidies Versneld onderploegen graanresten ten behoeve van reduceren risico vogelaanvaringenMet het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol is een vergoedingsregeling in het leven geroepen voor het versneld onder-werken van de graanresten na de oogst in een deel van de Haarlemmer-meerpolder. De boeren die de overeenkomst hebben ondertekend ontvangen hiervoor in 2016 een vergoeding per hectare versneld ondergewerkte graanakker.Omgevingsraad Schiphol en commissies regionaal overlegIenM draagt financieel bij aan de activiteiten van de Omgevingsraad Schiphol (ORS). Dit onafhankelijke overleg- en adviesorgaan verenigt bewoners, regionale en lokale overheden en luchtvaartpartijen met als doel om de hinder van Schiphol zoveel mogelijk te beperken en een Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 284 optimaal gebruik van de luchthaven te bevorderen. De jaarlijkse bijdrage bedraagt maximaal € 0,369 miljoen. De luchthavens van nationale betekenis Eelde, Lelystad, Maastricht en Rotterdam kennen in 2017 eveneens commissies voor regionaal overleg. In 2017 is de rijksbijdrage per commissie maximaal € 0,035 miljoen.LeefbaarheidsfondsBij de afnemende mogelijkheden van hinderbeperking is de tweede tranche van het leefbaarheidsfonds een belangrijke impuls voor de inpassing van de luchthaven Schiphol in zijn omgeving. De partijen Schiphol, de provincie Noord-Holland en het Rijk hebben afgesproken om in totaal € 30 miljoen voor een tweede fase ter beschikking te stellen aan de Stichting Leefomgeving Schiphol.Het Rijk stelt maximaal € 10 miljoen ter beschikking, waarvan maximaal € 5,3 miljoen in 2016 en maximaal € 2,9 miljoen in 2017. De overige € 1,8 miljoen wordt in de jaren 2019 – 2021 ter beschikking gesteld.Incidentele subsidiesIenM treedt toe tot het KLM Corporate Biofuel Programme. De bijdrage van € 0,2 miljoen aan het programma wordt door KLM voor 100% geïnvesteerd om duurzame biokerosine in te kopen en draagt daarmee bij aan de vergroening van de luchtvaartsector.Voor het leefbaarheidsfonds Eindhoven zal in 2016 een incidentele subsidie van € 0,2 miljoen verstrekt worden.17.01.03 Bijdrage aan agentschappen Het betreft voornamelijk de bijdrage aan RWS voor uitvoering van activiteiten in het kader van Beleidsondersteuning en advies.17.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties Voor de jaarlijkse contributie aan de International Civil Aviation Organi-zation, aan het hiertoe opgezette samenwerkingsverband binnen ABIS (de ABIS-groep vertegenwoordigt de burgerlijke luchtvaartautoriteiten van Oostenrijk, België, Nederland, Luxemburg, Ierland, Zwitserland en Portugal), en aan de European Civil Aviation Conference (ECAC) wordt in 2017 een bedrag uitgegeven van € 1,485 miljoen, waarvan € 1,32 miljoen via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).17.01.05 Bijdragen aan ZBO’s (LVNL) Ten behoeve van het geschikt maken van de Soesterbergradar voor burgermedegebruik wordt een bijdrage van € 0,1 miljoen verstrekt aan de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL).Garantie LVNLHet luchtvaartbegeleidingssysteem van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) nadert het einde van zijn technische levensduur en dient te worden vervangen. Daarnaast wordt een uitbreiding van de huisvesting voorzien. Hiervoor gaat LVNL bij het Ministerie van Financiën leningen aan voor een totaalbedrag van € 165 miljoen. In het kader van de regelgeving met betrekking tot schatkistbankieren stelt het Ministerie van IenM zich garant voor deze leningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 285 Beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens Het realiseren van een efficiënt, veilig en duurzaam goederenvervoer-systeem, waarbinnen de internationale concurrentiekracht van de mainport en van de Nederlandse maritieme sector wordt versterkt.(Doen) uitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor het in stand houden van een robuust hoofdnetwerk van vaarwegen. Vanuit de begroting Hoofdstuk XII (artikel 26.01) wordt een bijdrage gedaan aan het Infrastructuurfonds. Via het Infrastructuurfonds (artikel 15, 17 en 18) investeert de Minister door middel van aanleg en benutting in dit netwerk, in binnenhavens en in de maritieme toegang van zeehavens om een goede en betrouwbare bereikbaarheid over water van de economische kerngebieden te reali-seren. Aanleg- en benuttingsprojecten worden in het Meerjarenpro-gramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) vastgelegd. De Minister is verantwoordelijk voor toezicht en nautisch beheer. Rijkswater-staat voert als beheerder het beheer, onderhoud en vervanging uit. De uitgaven aan beheer, onderhoud en vervanging worden verantwoord op het Infrastructuurfonds (artikel 15).RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook voor de uitvoering van het maritiem beleid. De rol «regisseren» heeft betrekking op de volgende taken:–De Minister stelt normen en handhaaft deze om het veilige en duurzame gebruik van netwerken te waarborgen. De Minister ijvert regionaal en internationaal voor deze normen, bijvoorbeeld in de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie van de EU en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), ook omdat een internationaal level playing field goed is voor de Nederlandse concurrentiepositie. Daarin passen een actief Nederlands lidmaatschap van IMO en Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en een gerichte bijdrage aan de totstandkoming van Europese regelgeving, inclusief een actieve rol in agentschappen als het Europese Maritieme Veiligheidsagentschap (EMSA) en andere organisaties.–De in 2015 vastgestelde maritieme strategie geeft de leidende principes aan: meerwaarde door samenwerking, ruimte voor onderne-merschap en oog voor de stad en leefomgeving.Vanuit het oogpunt van verbetering van het milieu en van de kwaliteit van de leefomge-ving in de zeehavengebieden wordt de innovatie en de transitie naar een duurzame scheepvaart bevorderd. IenM zorgt voor «state of the art» regelgeving op het gebied van marktordening, passagiersrechten, bemanningszaken en security. Waar nodig wordt hiervoor internatio-naal samengewerkt.–Met het programma Beter Benutten stimuleert de Minister een slim, efficiënt en veilig gebruik van de vaarwegen. Samen met de inspannin-gen van de vervoerders en verladers kan daarmee de capaciteit van de vaarwegen beter worden benut.–De Minister geeft zoveel mogelijk ruimte voor ondernemerschap, met een maximaal beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor een permanente verbetering van de veiligheid en duurzaamheid met betrekking tot maritiem beleid.–IenM draagt, binnen het kabinetsbrede bedrijvenbeleid onder coördinatie van het Ministerie van Economische Zaken, als vakdeparte-ment verantwoordelijkheid voor de overheidsinbreng op de Topsector Logistiek en het maritieme cluster binnen de Topsector Water.Algemene doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 286 –Voorts zet de Minister in op een intensivering en stroomlijning van de inspanningen van alle overheden, belangenorganisaties en sectorpar-tijen betrokken bij bovenstaande beleidsopgaven.Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht) en door de Autoriteit Consument en Markt.Indicatoren en KengetallenHieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor scheep-vaart en havens opgenomen. In productartikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.Indicator: Passeertijd sluizen Realisatie 2011 Realisatie 2012 Realisatie 2013 Realisatie 2014 Realisatie2015 Streef-waarde 2016 en 2017 Hoofdtransportas 67% 68% 69% 70% 68% 85% Hoofdvaarweg 79% 78% 80% 80% 80% 75% Overige vaarweg 92% 93% 92% 92% 91% 70%Bron: RWS, 2015ToelichtingDe «passeertijd sluizen» is een absolute normtijd die voor elke sluis afzonderlijk is bepaald. Voor elk type vaarweg wordt een te realiseren percentage schepen nagestreefd dat binnen de normtijd de sluis passeert. De gerealiseerde passeertijden op de hoofdtransportassen voldoen nog niet aan de streefwaarden. Dit speelt al langere tijd en wordt, naast geplande onderhoudsmaatregelen voornamelijk veroorzaakt door gebrek aan capaciteit op de trajecten tussen Rotterdam en Zeeland. Voor de sluizen op die corridor lopen dan ook MIRT-projecten, gericht op het verbeteren van de toekomstige capaciteit. De passeertijden voor de hoofd- en overige vaarwegen scoren overall gezien wel ruim voldoende.Kengetal: Ontwikkeling van het procentuele marktaandeel (in tonnen) van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest Europese havenrange (de «Hamburg-Le Havre range» Basiswaarde 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Totaal Nederlandse Zeehavens 44,9 47,8 47,2 47,9 47,5 47,2 48,1 Mainport Rotterdam 34,9 37,0 36,3 37,0 36,6 36,2 37,3 Overige Nederlandse Zeehavens 10,0 10,8 10,9 10,9 10,9 11,0 10,8Bron: 2002–2010 Nationale Havenraad, 2011–2015 IenMToelichtingDit kengetal geeft informatie over het marktaandeel van de Nederlandse zeehavens ten opzichte van de concurrerende Noordwest Europese havenrange (de zogenaamde «Hamburg-Le Havre range»). Het streven is het marktaandeel van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest (de «Hamburg-Le Havre range») ten minste te handhaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 287 «Totaal Nederlandse Zeehavens» laat in 2015 weer een lichte stijging van het marktaandeel zien ten opzichte van voorgaande jaren. Met name Mainport Rotterdam, die na een lichte stijging in 2012 in 2013 en 2014 marktaandeel verloor, laat een behoorlijke stijging van het marktaandeel zien. Het marktaandeel van de overige Nederlandse zeehavens laat een lichte daling zien.Kengetal: Ontwikkeling in aantallen en bruto tonnage (GT)1 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Van de vloot van in Nederland geregistreerde zeeschepen onder Nederlandse vlag2 Aantallen Handelsvaart 725 769 800 822 808 790 Zeesleepvaart 249 235 247 260 258 275 Waterbouw 120 156 169 168 167 171 Totaal 1.094 1.160 1.216 1.250 1.233 1.236 Bruto tonnage (GT) (x 1.000) Handelsvaart 6.075 6.883 6.740 7.045 6.978 6.572 Zeesleepvaart 310 290 362 347 360 409 Waterbouw 450 513 531 533 537 531 Totaal 6.835 7.686 7.633 7.925 7.875 7.512 Van de vloot onder buitenlandse vlag in Nederlands eigendom of beheer3 Aantallen Handelsvaart 433 422 408 403 403 432 Zeesleepvaart 459 456 477 498 519 512 Waterbouw 63 55 55 52 52 62 Totaal 955 933 940 953 974 1.006 Bruto tonnage (GT) (x 1.000) Handelsvaart 5.259 5.232 5.072 5.517 5.987 6.500 Zeesleepvaart 1.011 1.298 1.640 1.612 1.643 1.740 Waterbouw 251 210 264 248 285 312 Totaal 6.521 6.740 6.976 7.377 7.915 8.5521 Schepen > 100 GT en pontons > 1000 GT2 Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 20163 Bron: cijfers 2010–2015 Inspectie Leefomgeving en Transport (februari 2016). Cijfers van zeeschepen onder buitenlandse vlag op basis van IHS.ToelichtingBovenstaande kengetallen geven informatie over de ontwikkeling in aantallen en bruto tonnage (GT) van de vloot in Nederlands eigendom of beheer onder Nederlandse en buitenlandse vlag. De gegevens zijn opgesplitst naar de sectoren handelsvaart, zeesleepvaart en waterbouw. De groei c.q. afname van de vloot onder Nederlandse vlag is niet alleen van overheidsbeleid afhankelijk, maar van meerdere factoren zoals de wereldwijde groei van het ladingaanbod en investeringsklimaat, het zeevaartbeleid (waaronder fiscale klimaat) van andere landen en de individuele prestaties van de ondernemingen. Een toename van de vanuit Nederland beheerde vloot (en dan met name de Nederlandse vlag) is gunstig voor de ontwikkeling van de toegevoegde waarde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 288 Kengetal: veiligheid scheepvaart Aantal scheepvaartongevallen (inclusief visservaartuigen en recreatievaart) op het Nederlandse deel van de Noordzee (Nederlandse en buitenlandse vlag) 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Zeer ernstige scheepvaartongevallen (ZESO) 1 1 0 4 2 0 0 Ernstige scheepvaartongevallen 4 9 4 15 13 12 11 Totaal (ESO) 5 10 4 19 15 12 11 Aantal significante ongevallen met schepen op de Nederlandse binnenwateren1 Aantal significante scheepsongevallen 96 164 159 161 136 138 157 Aantal doden en gewonden op schepen op de Nederlandse binnenwateren (ook onder niet Nederlandse vlag) Aantal doden 7 4 8 4 9 4 5 Aantal gewonden 49 45 63 58 27 44 351 Voor de beoordeling van de ontwikkeling van de veiligheid op de Nederlandse binnenwateren wordt gebruik gemaakt van het begrip «significant scheepsongeval». Significante scheepsongevallen zijn scheepsongevallen op de Nederlandse binnenwateren met schepen (ook onder niet Neder-landse vlag) waarbij schade is ontstaan die als ernstig wordt geclassificeerd in de vorm van slachtoffers (doden/gewonden), stremming van de vaarweg of schade aan de vaarweg, schip, lading of milieu.Bron: RWS, 2015ToelichtingIn 2015 zijn op het Nederlandse deel van de Noordzee elf ESO’s (ernstige scheepvaartongevallen) geregistreerd. Er hebben in 2015 geen ZESO’s plaatsgevonden. De elf ESO’s zijn als volgt verdeeld: koopvaardij (vijf), visserij (vier) en recreatievaart (twee). Sinds 2012 is de registratie en classificatie van scheepsongevallen op de Noordzee aanzienlijk verbeterd en verfijnd. Dit heeft tot het inzicht geleid dat de historische reeks 2004–2011 waarschijnlijk een onderschatting van het aantal ESO’s geeft dat in werkelijkheid is opgetreden. Om een goede uitspraak te kunnen doen over de ontwikkeling van de veiligheid van scheepvaart op de Noordzee moet vanaf 2012 een nieuwe historische reeks van ESO’s worden opgebouwd. De historische reeks van ZESO’s wordt wel betrouwbaar geacht.Het aantal geregistreerde significante scheepsongevallen op het binnen-water lag in 2015 op 157. Het aantal was iets hoger dan eerder gerappor-teerd is voor 2013 en 2014 en ligt op het niveau van de getallen gerappor-teerd over 2010, 2011 en 2012. Jaarlijks treedt variatie in het aantal ongevallen op en veranderingen in het aantal scheepsongevallen moet daarom over een langere periode gevolgd worden, voor uitspraken over veranderingen in de veiligheid gedaan kunnen worden. De variatie in aantal ongevallen ontstaat doordat het optreden van ongevallen deels door toeval wordt bepaald. Ook is de registratiegraad van scheepsonge-vallen niet altijd constant.In 2015 vielen vijf doden bij scheepsongevallen. Vier doden vielen bij de recreatievaart, 1 bij de beroepsvaart. Naar aanleiding van een aantal ernstige scheepsongevallen in de recreatievaart in 2013, waarbij negen dodelijke slachtoffers vielen, is sprake van een hoger aantal doden dan gemiddeld. Onderzoek heeft uitgewezen dat structurele beleidswijzigingen niet noodzakelijk zijn. De watersportsector heeft naar aanleiding van de ongevallen zelf initiatief genomen om te komen tot verbetermaatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 289 In 2017 zijn er geen beleidswijzigingen. De met de rijksbrede Nederlandse Maritieme Strategie 2015 – 2025 (Kamerstukken II 2014–2015 31 409, nr. 70) ingezette koers wordt ook in 2017 voortgezet. Daarbij zal in 2017 nog meer accent worden gelegd op interdepartementale samenwerking bij de uitwerking van de maritieme strategie.Inhoudelijk richt het maritieme beleid zich op zes grote thema’s: Human Capital, Innovatie, Handel, Bereikbaarheid, Veiligheid en Milieu en Veiligheidsdreigingen en Stabiliteit. Bij de uitwerking van deze thema’s zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Concreet betekent dit dat in 2017 het accent en de beleidsfocus nog meer komt te liggen op:–Oplossingen die de gehele maritieme cluster versterken in plaats van oplossingen die zich richten op versterking van afzonderlijke deelsecto-ren van de maritieme cluster.–Maatwerkoplossingen waarbij beter rekening wordt gehouden met de wensen en kenmerken van specifieke gebruikersgroepen.–Het beter benutten van infrastructuur.–Het functioneren van de logistieke keten als geheel en ladingstromen in plaats van een focus op afzonderlijke vervoersmodaliteiten.–Informatiestromen (naast fysieke stromen).–Duurzame in plaats van incidentele oplossingen.Het in 2016 aflopende werkprogramma zeehavens zal in 2017 worden vervolgd in een nieuw werkprogramma. Hierbij zal meer focus aange-bracht worden op de thema’s waar de betrokken partners met elkaar het verschil kunnen maken. Versterking van de concurrentiepositie van de havens en het havenbedrijfsleven zal uitgangspunt blijven.Begin 2016 is een beleidsdoorlichting voor het gehele beleidsartikel van start gegaan. De afronding daarvan is voorzien eind 2016.art. 18 Scheepvaart en havens (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 30.508 37.571 11.665 4.098 4.197 4.244 4.738 Uitgaven: 10.932 26.385 27.752 17.315 14.197 11.222 4.738 Waarvan juridisch verplicht 97% 18.01 Scheepvaart en havens 10.932 26.385 27.752 17.315 14.197 11.222 4.738 18.01.01 Opdrachten 6.279 19.122 16.908 9.878 8.402 7.886 2.120 – Topsector logistiek 4.909 16.013 15.323 7.967 6.469 5.931 0 – Overige opdrachten 1.370 3.109 1.585 1.911 1.933 1.955 2.120 18.01.02 Subsidies 2.200 4.787 8.225 4.819 3.177 718 0 – Topsector logistiek 1.750 4.337 7.775 4.819 3.177 718 0 – Overige subsidies 450 450 450 0 0 0 0 18.01.03 Bijdrage aan agentschappen 1.283 1.290 1.441 1.441 1.441 1.441 1.441 – waarvan bijdrage aan RWS 1.283 1.290 1.441 1.441 1.441 1.441 1.441 18.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties 1.170 1.186 1.178 1.177 1.177 1.177 1.177 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 290 Extracomptabele verwijzing naar artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 15 Hoofdvaarwe-gennet van het Infrastructuurfonds 778.903 909.789 997.938 858.087 779.931 Andere ontvangsten van artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds 93.675 120.617 127.927 100.240 59.500 Totale uitgaven op artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastruc-tuurfonds 872.578 1.030.406 1.125.865 958.327 839.431 waarvan 15.01 Verkeersmanagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 366.969 382.587 326.299 298.791 236.016 15.03 Aanleg 186.361 302.555 285.586 203.503 262.811 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 10.904 40.448 211.999 155.058 41.970 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 299.916 296.388 293.553 292.547 290.206 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.06 PMR van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.06 PMR van het Infrastructuurfonds 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934 Andere ontvangsten van artikel 17.06 PMR van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 17.06 PMR van het Infrastructuurfonds 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934 waarvan 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934Extracomptabele verwijzing naar artikel 18.03 Intermodaal vervoer van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 18.03 Intermodaal vervoer van het Infrastructuurfonds 4.723 0 0 0 0 Andere ontvangsten van artikel 18.03 Intermodaal vervoer van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 18.03 Intermodaal vervoer van het Infrastruc-tuurfonds 4.723 0 0 0 0 waarvan 18.03 Intermodaal vervoer 4.723 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 291 Extracomptabele verwijzing van artikel 18 naar de belastinguitgaven (x € mln) Belastinguitgaven (x € mln) Bijstelling 2016 t.o.v. MN2016 2016 MN2017 Beleid 2017 Endogeen 2017 Endogeen in % 2017 MN2017 Verlaging lastendruk op ondernemingen Willekeurige afschrijving zeeschepen 0 3 0 0 0,0% 3 Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting) 0 120 0 0 0,0% 120 Verlaging lastendruk op arbeid Afdrachtvermindering zeevaart 1 116 0 3 2,3% 119 Acczijns Vrijstelling communautaire wateren 37 1.284 4 5 0,4% 1.293Bron: Bijlage 6 van de Miljoenennota 201718.01 Scheepvaart en havens De bijdragen aan agentschappen en internationale organisaties zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter.Voor de Topsector Logistiek zijn zowel het subsidiedeel aan de Neder-landse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) als de opdrachten via Connekt volledig juridisch verplicht. Het opdrachtenbudget voor IenM opdrachten voor de topsector Logistiek is grotendeels juridisch verplicht.Van het overige opdrachtenbudget is circa de helft juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van aangegane verplichtingen voor onder meer de uitvoering van toezichtstaken door de ACM, de uitvoering van inningstaken betreffende het Verkeersbegeleidingstarief door de Belastingdienst/douane en de monitoring van maritieme indicatoren en kengetallen. De bijdrage aan kennismakingsstages zeevaart en koopvaardij is conform de vastgestelde subsidieregeling verplicht.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor beleidsonderzoek gericht op onder meer binnenvaart, zeevaart, zeehavens en Caribisch Nederland.18.01 Scheepvaart en havens 18.01.01 Opdrachten –IenM draagt financieel jaarlijks bij aan de ACM voor het uitvoeren van toezicht op het loodswezen. De overige kosten van het toezicht worden via het loodstarief doorberekend aan de scheepvaart.–Voor beleidswerk gericht op havens (onder andere havensamenwer-king) en Caribisch Nederland (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is het benodigde budget gereserveerd.–In 2017 zal het in 2016 aflopende werkprogramma Zeehavens worden verlengd met nieuwe acties om samen met de Nederlandse havenbe-drijven en het havenbedrijfsleven de concurrentiepositie van de zeehavens te versterken.Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 292 –Als vlaggen-, kust- en havenstaat zet Nederland in IMO- en EU-verband in op verbetering van het stelsel van regelgeving (bij voorkeur door optimaliseren bestaande regelgeving).–De concurrentiepositie van het maritieme cluster vereist de implemen-tatie van verdragen, een gelijk speelveld en vermindering van de administratieve lasten. De inzet richt zich bijvoorbeeld op een Europese maritieme ruimte zonder grenzen, de bevordering van de aanwas in het maritieme onderwijs, het monitoren van de arbeids-markt en het faciliteren van verbetering van de efficiency van bemanningen. Hiervoor wordt beleidsinformatie verzameld en onderzoek verricht.–Voor de topsector Logistiek worden de opdrachten op basis van het meerjarenprogramma en de op te starten activiteiten in 2016 en 2017 via het programmasecretariaat van de topsector uitgezet. Het programma is onderverdeeld in tien acties. Voor 2017 wordt in totaal voor € 15,3 miljoen aan activiteiten in de vorm van opdrachten uitgevoerd.18.01.02 Subsidies –Een grotere instroom in het nautisch onderwijs is voor een voldoende aanbod van zeevarenden gewenst. IenM heeft de regeling voor kennismakingstages voor potentiële studenten tot 2018 verlengd. Dit heeft een positief effect op de wervingskracht van het nautische onderwijs.–Voor de topsector Logistiek worden de subsidies op basis van het meerjarenprogramma en de op te starten activiteiten in 2016 en 2017 via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) uitgezet.–Voor innovaties in de binnenvaart gericht op verduurzaming is er in 2016 en 2017 een subsidieregeling Innovaties Duurzame Binnenvaart ter grootte van € 0,2 miljoen per jaar.18.01.03 Bijdragen aan agentschappen In het kader van het Beleidsondersteuning en Advies (BOA) protocol met RWS zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering, die RWS uitvoert in opdracht van de beleids-DG’s. Door middel van de agentschapbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd.18.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties Vanuit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gelden betaalt Nederland circa € 0,5 miljoen contributie aan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en circa € 0,4 miljoen contributie aan de International Maritime Organisation (IMO) conform verdragsverplich-tingen. Daarnaast zijn bijdragen aan de International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities (IALA) de Donau-commissie en North Atlantic Ice Patrol verschuldigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 293 Beleidsartikel 19 Klimaat Klimaatverandering door menselijk handelen tegen gaan. Door uitstoot van CO2 en overige broeikasgassen stijgt de temperatuur op aarde. Hierdoor verandert het klimaat en stijgt de zeespiegel. Nederland heeft internationale afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zo de klimaatverandering te beperken. Vermindering van CO2-uitstoot biedt bovendien economische kansen, stimuleert slimme groene investeringen, creëert daarmee banen, en bevordert zo Neder-landse innovaties die ook buiten de landsgrenzen kunnen worden ingezet.RegisserenDe Minister van IenM regisseert de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en het mondiale klimaat-beleid. Meer specifiek is de Minister van IenM verantwoordelijk voor:–Het door Nederland nakomen van de (onder andere) in UNFCCC7 en EU-verband gemaakte afspraken over het reduceren van emissies van CO2 en overige broeikasgassen en voor het emissiehandelssysteem waaronder het toewijzen en het doen veilen van CO2-emissierechten;–De regie op het nationale klimaatbeleid en de internationale aspecten van het IenM-beleid, inclusief het politieke optreden en de vertegen-woordiging in de betreffende internationale gremia. Daartoe horen onder andere de Europese Transport- en Milieuraad en relevante VN-bijeenkomsten;–De opdracht aan de NEa voor het handelssysteem in CO2-emissierechten. Ook de registratie van hernieuwbare energie voor het verkeer en de rapportage hierover ter controle van de duurzaamheid en de CO2-prestatie zijn hier onderdeel van;–De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen en normen hebben betrekking op het reduceren van CO2-emissies van motorvoertuigen, op brandstofkwaliteit, op productie en inzet van duurzame biobrand-stoffen, op de mondiale uitfasering van ozonlaagafbrekende stoffen en van gefluorideerde broeikasgassen en op de handel in CO2-emissierechten (Emissions Trading System/ETS).Het internationale IenM-beleid vindt niet alleen zijn grondslag in dit artikel. Specifieke rollen en verantwoordelijkheden van de Minister op de verschillende beleidsterreinen van IenM zijn bij de betreffende artikelen vermeld.StimulerenOm de milieudoelen op het gebied van klimaat te behalen, is het belangrijk deze op een proactieve wijze met maatschappelijke partners te delen. Daarom stimuleert de Minister van IenM:–Het aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden en kennisorganisaties om de doelen uit de Klimaatagenda, de afspraken in het SER-Energieakkoord waar de Minister voor verantwoordelijk is en het Lokale Klimaatactiepro-gramma tot succesvolle uitvoering te brengen. Via het Lokale Klimaatactieprogramma, Green Deals en initiatieven voor reductie van CO2-emissies brengt de Minister ondernemers, burgers en andere 7United Nations Framework Convention on Climate Change.Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 294 overheden beter in positie om maatregelen te nemen die goed zijn voor klimaat en economie;–Zuinigere voertuigen. Dit gebeurt onder andere door de voorlopers in de sector te stimuleren en voor ontwikkeling van diverse alternatieve voertuigen en brandstoffen een kansrijke omgeving te creëren;–Het verduurzamen van brandstoffen in de sectoren mobiliteit en transport door afspraken te maken over de rijksbijdrage aan de Actieagenda duurzame brandstofvisie voor het doelbereik van 15 tot 20 petajoule energiebesparing voor 2020 en een maximumuitstoot van 25 megaton CO2 in 2030. Dit vanuit het SER-Energieakkoord, pijler zeven transport en mobiliteit. Het bereiken van de jaardoelstelling voor hernieuwbare energie stimuleren door ontwikkeling en toepassing van alternatieve energiedragers zoals elektrisch rijden en rijden op waterstof, en het faciliteren van de aanleg van tankinfrastructuur voor alternatieve energiedragers.Tenslotte is de Minister van IenM verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).Indicatoren en KengetallenKengetal: Sectorale niet-ETS emissieplafonds voor 2020 (in megaton CO2equivalenten) Verantwoor-delijk ministerie Nieuwe raming (Mton) Emissieplafond (Mton) CO2 industrie en energie EZ 7,2 11 CO2 verkeer en vervoer IenM 34,5 36 CO2 gebouwde omgeving BZK 23,9 22,5 CO2land- en tuinbouw EZ 6,0 6 Overige CO2 broeikasgassen landbouw EZ 18,8 16 Resterende overige broeikasgassen IenM 9,5 9Bron: Nationale Energieverkenning 2015, tabel 3.4 op blz. 100 www.pbl.nl;https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-597873Toelichting:In deze tabel zijn de sectorale emissieplafonds en de raming weerge-geven. De raming geeft aan in welke mate het doelbereik in zicht is. In deze raming is het effect van het begrotingsakkoord, het SER-energieakkoord en de Klimaatagenda «weerbaar, welvarend en groen» verwerkt.In de kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020 heeft het kabinet afgesproken dat indien in een sector tegenvallers optreden die samen-hangen met (de uitvoering van) het beleid van het ministerie, de verant-woordelijke bewindspersoon in beginsel compenserende maatregelen neemt. Wanneer is aangetoond dat (alle) binnen de sector mogelijke compenserende maatregelen veel duurder zijn dan de oorspronkelijke maatregelen, zal het kabinet zoeken naar alternatieve kosteneffectieve maatregelen – binnen de beschikbare middelen – in andere sectoren. Vervolgens zal het kabinet een besluit nemen en de Tweede Kamer hierover informeren. Is er een tegenvaller die niets van doen heeft met tegenvallende beleidseffecten, dan volstaat naar verwachting het overschot in andere sectoren om deze tegenvaller op te vangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 295 Kengetal: Ontwikkeling verplichting aandeel hernieuwbare energie in het vervoer (in %) Verplichtingen 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Besluit Hernieuwbare energie vervoer 2015 2 3,25 3,75 4 4,25 4,5 5 5,5 6,25 7 7,75 8,5 9,25 10 Realisatie 2 3,26 3,75 4,01 4,31 4,54 5,05 5,54 Bron: Besluit Hernieuwbare energie vervoer 2015 (Stb. 2014, 460)Bron realisatie 2014: Rapportage hernieuwbare energie 2014 van de Nederlandse Emissieautoriteit (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-586974)Toelichting:In artikel 2.1 van het Besluit Hernieuwbare Energie vervoer 2015 dat op 1 januari 2015 van kracht is geworden, is de ontwikkeling van de jaarverplichting hernieuwbare energie in het vervoer tot en met 2020 vastgelegd.Kengetal: Ontwikkeling CO2-emissie nieuwe personenauto’s in gram CO2 per kilometer 2005 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2021 EU 162,6 145,7 140,3 135,7 132,2 127,0 123,4 130,01 95,01 Nederland 169,9 146,9 135,8 126,2 118,6 109,1 107,3 1 NormBron: European Environment Agency; EEA Technical report No 16/2015. Monitoring CO2 emissions from new passenger cars and vans in 2014Toelichting:Nadat vrijwillige afspraken over CO2-reductie met de Europese autofabri-kanten niet tot gewenste resultaten hebben geleid, heeft de Europese Commissie in december 2007 een voorstel gedaan voor verplichte reductiedoelstellingen. Dat voorstel is in 2009 aangenomen en bevatte een verplichte norm van gemiddeld 130 g CO2/km in 2015. Daarnaast is in november 2013 overeenstemming bereikt dat een verplichte norm van gemiddeld 95 g CO2/km in 2021 zal gelden. Deze norm zal er straks toe leiden dat de gemiddelde automobilist op jaarbasis zo’n € 340 aan brandstofkosten bespaart ten opzichte van het referentiejaar 2007.Alleen voor 2015 en 2021 zijn er EU-normen (voor fabrikanten). De CO2-uitstoot van nieuwe voertuigen in Nederland wordt jaarlijks gemonitord.Met name fiscaal beleid, waaronder de korting op de bijtelling voor het privé gebruik van zakelijke auto’s, heeft ervoor gezorgd dat de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuw verkochte voertuigen in Nederland sterk is gedaald, veel sterker dan in de rest van Europa. Daarmee onderstreept Nederland het belang van de reductie van broeikasgassen in het verkeer.Volgens voorlopige cijfers die het Europese milieuagentschap in april 2016 heeft gepubliceerd, komt in 2015 de voorlopige gemiddelde CO2-uitstoot uit op 101,2 g/km in Nederland en op 119,6 g/km in Europa. Op Europees niveau is aan fabrikanten opgelegd om in 2015 een gemiddeld CO2-uitstoot te realiseren van 130 g/km. Omdat fabrikanten in Nederland onder de Europese norm komen, kunnen zij het zich veroor-loven in andere landen minder zuinige auto’s te verkopen: het zogenaamde «waterbedeffect». Door het waterbedeffect gaat klimaatwinst verloren en daarmee ook van de effectiviteit van nationale beleid. De voorlopige cijfers over 2015 laten echter zien dat in 2015 de werkelijke Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 296 CO2-uitstoot in Europa ruimschoots onder norm ligt. Fabrikanten gebruiken dus niet «alle ruimte» om exact aan de norm te voldoen. Het is derhalve niet vast te stellen in welke mate het waterbedeffect in de praktijk daadwerkelijk optreedt.Met het sluiten van het klimaatakkoord in Parijs eind 2015 is een belang-rijke stap gezet om in internationaal verband klimaatverandering tegen te gaan. Alle 195 bij de Verenigde Naties aangesloten landen hebben unaniem uitgesproken dat ze de opwarming van de aarde tot ruim onder de 2 graden zullen beperken en zullen streven de opwarming te beperken tot 1,5 graad. Om deze doelen te bereiken dienen de mondiale emissies zo snel mogelijk omgebogen te worden naar een daling en dient er in de tweede helft van deze eeuw een balans worden bereikt tussen de uitstoot en opname van broeikasgassen (klimaatneutraliteit).Het kabinet kiest naar aanleiding van akkoord Parijs voor een tweesporen-benadering:1.Onverkort uitvoeren wat reeds is afgesproken via implementatie van de EU-klimaatdoelstelling voor 2030 in wetgeving en doorvertaling hiervan naar nationaal beleid;2.Verdere stappen zetten om de ambitie van Parijs te realiseren, door een proces waarmee door middel van het vijfjaarlijks indienen bij de UNFCCC van aangepaste bijdrages de afgesproken doelstelling wordt gerealiseerd en invulling wordt gegeven aan de afspraken rondom klimaatfinanciering.Voor Nederland zijn de Europese afspraken leidend en heeft het uitvoeren van de bestaande 2030 afspraken prioriteit. Deze afspraken vormen de basis voor de klimaatbijdrage van de Europese Unie (EU) aan het Parijs-akkoord. De EU heeft zich gecommitteerd aan een broeikasgasre-ductie in 2030 van ten minste 40% ten opzichte van 1990. Dit is wat minimaal nodig is om het oorspronkelijke «beneden twee graden doel» te halen.De in het klimaatakkoord aangescherpte mondiale ambitie onderstreept het belang om binnen de EU de reeds in gang gezette trajectenvoort-varend te behandelen, waaronder: (i) de aanpassing van het emissiehan-delssysteem (EU ETS), waarvoor de Commissie al een voorstel heeft uitgebracht, en; (ii) de verdeling van de resterende opgave over de lidstaten. Voor de inspanningenverdeling voor de niet-ETS sectoren (landbouw, transport, gebouwen en lichte industrie) en de integratie van de landgebruiksector (LULUCF) in het 2030-raamwerk verwacht de Commissie rond de zomer van 2016 één of meerdere voorstellen te kunnen presenteren.Het is de verwachting dat in de loop van 2017 een akkoord kan worden bereikt over de voorgenoemde voorstellen.Conform de afspraak in de Energieraad in 2015 dienen de lidstaten uiterlijk eind 2019 een nationaal energie- en klimaatplan voor de periode 2021–2030 op te stellen, gevolgd door een eerste Europese evaluatie van de ingediende plannen in 2021 (Kamerstukken II 2015–2016 21 501-33, nr. 572). Voor de contouren van dit plan zal onder andere gebruik worden gemaakt van de Energiedialoog en het klimaatakkoord van Parijs. Nederland zal in lijn met de Europese 2030 CO2-doelstelling in dit plan ook maatregelen beschrijven.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 297 Het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) CO2 (Kamerstukken II 2015–2016 32 813, nr. 122) bevat een eerste analyse van elementen die van belang zijn voor een kostenefficiënt lange termijn klimaatbeleid. Mede naar aanleiding hiervan en op basis van de uitkomsten van de «facilite-rende dialoog»8 in 2018 kan voor de lange termijn in kaart worden gebracht wat een nog vast te stellen hogere ambitie in de EU voor 2030, 2040 of 2050 zou betekenen voor Nederland.Het huidige nationale klimaat- en energiebeleid richt zich op het behalen van de doelen voor 2020:–16% CO2-reductie ten opzichte van het jaar 2005 in de niet-emissiehandelsectoren;–14% hernieuwbare energie (16% in 2023);–1,5% energiebesparing per jaar (als bijdrage aan het Europese doel voor 2020 van 20%);–100 PJ energiebesparing.In de voortgangsrapportage van het SER-Energieakkoord (Kamerstukken II 2015–2016 30 196, nr. 381) is aangegeven met welke aanvullende maatregelen het hernieuwbare-energiedoel van 14% en het energiebespa-ringdoel van 100 PJ zullen worden gerealiseerd.In het kader van het Energieakkoord wordt binnen de sector Transport en Mobiliteit in 2020 15 tot 20 PJ energiebesparing gerealiseerd en wordt de CO2-uitstoot van deze sector gemaximeerd tot 25 Mton in 2030. In het najaar komt de nationale Energieverkenning (NEV) uit, waaruit blijkt hoe de voortgang is op deze en andere doelen. Indien de NEV daartoe aanleiding geeft zullen alle partijen in overleg treden om tot aanvullende maatregelen te komen zodat de doelstellingen worden gerealiseerd.Volledige implementatie van het Energieakkoord leidt op basis van informatie uit NEV 2015 en de Nederlandse emissieregistratie tot een broeikasgasreductie van circa 21% in 2020 ten opzichte van 1990. De Rechtbank Den Haag heeft in zijn uitspraak van 24 juni 2015 bepaald dat de Staat de emissies van broeikasgassen in Nederland in 2020 moet beperken tot een niveau van 25% onder de uitstoot in 1990. De Staat heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis. Het is echter uitvoerbaar bij voorraad verklaard, hetgeen betekent dat de Staat, hangende het hoger beroep, het vonnis uit moet voeren. De implementatie van het Energieak-koord is daarin een eerste stap. In aanvulling daarop is uw Kamer in de kabinetsreactie op het IBO CO2 geïnformeerd over de aanvullende maatregelen die het kabinet overweegt om uitvoering te kunnen geven aan de resterende opgave van het vonnis (Kamerstukken II 2015–2016 32 813, nr. 122). Besluitvorming over de in deze brief genoemde maatre-gelen volgt in het najaar van 2016.In de Duurzame Brandstofvisie voor de transportsector (Kamerstukken II 2015–2016 30 196, nr. 353) is per modaliteit aangegeven hoe deze kan bijdragen aan de klimaatdoelstellingen en welke kansen er zijn voor de Nederlandse industrie. Het Rijk heeft medewerking toegezegd bij het nader vormgeven van zeven actiesporen. Hiermee maakt Nederland werk 8De faciliterende dialoog vindt plaats met alle partijen die zijn aangesloten bij het VN klimaat-verdrag (waaronder de EU), waarbij zal worden gesproken over de verschillende klimaatbij-dragen; daarmee is dit ook een moment om naar de eigen EU-inzet te kijken. Als input voor de dialoog zal onder andere het rapport worden gebruikt dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), op verzoek van het UNFCC zal opstellen, over de effecten van 1,5 graad opwarming en de daaraan gerelateerde mondiale emissiepaden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 298 van groene mobiliteit. De Brandstofvisie met bijbehorende investeringsa-genda is breed gedragen. Het Kabinet maakt zich hard voor aanscherping van Europees bronbeleid van motorvoertuigen als kosteneffectieve manier om generiek reducties te bereiken. Naar verwachting komt de Europese Commissie in 2017 met een voorstel voor «decarbonising» de transportsector. Daarbij zet het kabinet in op versnelling van de transitie naar elektrische aandrijflijnen.art. 19 Klimaat (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 32.414 76.702 60.195 55.927 54.216 53.148 53.818 Uitgaven: 81.400 76.607 61.434 56.602 54.216 53.147 53.817 Waarvan juridisch verplicht 96% 19.01 Tegengaan klimaatverandering 21.582 18.497 13.244 12.386 11.433 11.440 11.435 19.01.01 Opdrachten 3.327 6.461 2.506 2.160 1.624 1.627 1.627 19.01.02 Subsidies 4.697 452 0 0 0 0 0 19.01.03 Bijdrage aan agentschappen 13.558 11.584 10.738 10.226 9.809 9.813 9.808 – waarvan bijdrage aan KNMI 716 809 398 398 109 109 109 – waarvan bijdrage aan NEa 7.320 8.084 6.934 6.789 6.789 6.789 6.789 – waarvan bijdrage aan RWS 5.522 2.691 3.406 3.039 2.911 2.915 2.910 19.02 Internationaal beleid, coordinatie en samenwerking 59.818 58.110 48.190 44.216 42.783 41.707 42.382 19.02.01 Opdrachten 8.868 11.806 7.643 6.365 6.010 5.189 5.979 – Uitvoering CDM 5.114 0 0 0 0 0 0 – RIVM 0 0 0 0 0 0 0 – RVO 0 0 0 0 0 0 0 – Interreg 1.671 215 322 1.255 777 244 244 – Overige opdrachten 2.083 11.591 7.321 5.110 5.233 4.945 5.735 19.02.02 Subsidies 913 1.215 1.533 0 267 0 0 – Interreg 913 1.215 1.533 0 267 0 0 19.02.03 Bijdrage aan agentschappen 46.222 42.215 36.695 35.521 33.926 33.938 33.823 – waarvan bijdrage aan RIVM 35.181 32.520 29.308 28.844 27.250 27.262 27.251 – waarvan bijdrage aan RVO 10.722 9.357 7.008 6.472 6.471 6.471 6.471 – waarvan bijdrage aan RWS 319 338 379 205 205 205 101 19.02.05 Bijdragen aan internationale organisaties 3.815 2.874 2.319 2.330 2.580 2.580 2.580 Ontvangsten 188.286 195.485 226.500 224.000 224.000 224.000 224.00019.01 Tegengaan klimaatverandering De uitgaven voor subsidies (zie hiervoor de subsidiebijlage) en agent-schapsbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. De subsidies hebben een tijdshorizon en de agentschapbijdragen hebben een structureel karakter. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht door lopende opdrachten. Meer specifiek betreft het opdrachten in de sfeer van klimaat en duurzame mobiliteit.19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking De uitfinanciering van de in voorgaande jaren aangegane verplichtingen in het kader van de uitvoering van de opdrachten 2015 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en RIVM zijn juridisch verplicht. Deze bijdragen hebben een structureel karakter. De bijdrage aan interna-tionale organisaties is grotendeels juridisch verplicht. Het betreft hier Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 299 uitgaven op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken. Deels zijn deze structureel van aard.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor opdrachten die worden verstrekt voor wetenschappelijk internationaal klimaatonderzoek, onderzoekprogramma’s en bijdragen aan (inter)na-tionale organisaties die een bijdrage leveren aan de internationale beleidsdoelstellingen op het gebied van milieu.19.01 Tegengaan klimaatverandering 19.01.01 Opdrachten Het Ministerie van IenM geeft uitvoerings- en onderzoeksopdrachten in het kader van de beleidsterreinen klimaat, duurzame mobiliteit en industrie.In het kader van het SER-Energieakkoord realiseert en bekostigt het Ministerie van IenM de volgende maatregelen:1.Verankering in de Wet milieubeheer en onderhoud van erkende maatregelenlijsten voor realiseren van energiebesparing bij bedrijven;2.Het samen met het Ministerie van Economische Zaken uitvoeren van negen pilots met betrekking tot de Energie Prestatie Keuring om energieprestaties bij bedrijven te verbeteren;3.Ondersteuning en activering van bevoegde gezagen bij handhaving van de Wet milieubeheer in het kader van energiebesparing bij bedrijven;4.Ontwikkelen en uitvoeren van de publiekscampagne veilige, zuinige, stille banden op spanning.19.01.02 Subsidies In het verleden heeft het Ministerie van IenM subsidies aan bedrijven, onderzoeksinstellingen en andere organisaties verstrekt, waarvoor in de jaren tot en met 2016 nog betalingen moeten plaatsvinden. Het betreffen subsidies in het kader van Lokale Klimaatinitiatieven, milieutechnologie, duurzame mobiliteit en energiebesparing.19.01.03 Bijdragen aan agentschappen Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)Het KNMI verricht diverse werkzaamheden in het kader van klimaaton-derzoek, het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en andere internationale verplichtingen.Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)Jaarlijks verstrekt het Ministerie van IenM een opdracht aan de NEa voor de uitvoering van alle werkzaamheden in het kader van emissiehandel, alsmede met betrekking tot het register voor biobrandstoffen.Rijkswaterstaat (RWS)Het betreft hier werkzaamheden die door RWS worden uitgevoerd. Het gaat met name om de uitvoering Infomil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieu wet- en regelgeving) en om de uitvoering van werkzaamheden en het leveren van expertise op de beleidsterreinen Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2100 klimaat (uitvoering Klimaatagenda en SER-energieakkoord) en duurzame mobiliteit.19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking 19.02.01 Opdrachten InterregInterreg is een Europese subsidieregeling waarin partijen uit meerdere landen samenwerken op het terrein van innovatie, duurzaamheid, bereikbaarheid en regionale gebiedsontwikkeling. De deelname van Nederlandse organisaties aan de transnationale en interregionale programma’s van Interreg wordt bevorderd. Met de beschikbare middelen wordt de Nederlandse bijdrage voor de kosten van de internationale uitvoering en de uitvoering in Nederland (waaronder inbegrepen de stimulering van de deelname door Nederlandse partners) gefinancierd. De stimulering via de Interreg-subsidieregelingen is hieronder bij 19.02.02 vermeld.Partnership for Market Readiness en Carbon Pricing Leadership CoalitionIn 2016 en 2017 worden via de Wereldbank projecten uitgevoerd in het kader van Carbon Pricing. Het gaat daarbij om de programma’s Partnership for Market Readiness en Carbon Pricing Leadership Coalition. Een Nederlandse bijdrage voor dit laatste programma is reeds tijdens de Klimaattop van December 2015 aangekondigd. Genoemde programma’s worden gefinancierd uit de door de Wereldbank terug te storten reste-rende CDM-gelden; zie 19.09 Ontvangsten.Overige opdrachtenHet Ministerie van IenM verstrekt aan nationale en internationale wetenschappelijke en adviserende instellingen opdrachten, onder andere op het gebied van de klimaatverandering, duurzame productie en consumptie en de inzet van biobrandstoffen. Ook worden de middelen aangewend voor het in Europees verband uitwerken van het klimaatbeleid richting 2050, activiteiten in het kader van internationale diplomatie, waaronder het uitvoeren van bedrijfslevenmissies, en het ondersteunen en faciliteren van delegaties bij internationale bijeenkomsten.19.02.02 Subsidies InterregDit betreft uitgaven in het kader van subsidieregelingen ter stimulering van deelname door Nederlandse partners aan de Europese Interreg-subsidieprogramma’s Europe, North West Europe of North Sea Region:–Via de PSR-regeling (Projectstimuleringsregeling Interreg V; Stcrt. 2015, 10986) worden subsidies verstrekt in de voorbereiding en indiening van Interreg-projectvoorstellen.–Via de Cofinancieringsregeling (Stcrt. 2015, 30863) kunnen partners een bijdrage krijgen in hun aandeel in de projectkosten.19.02.03 Bijdragen aan agentschappen RIVM en RVO.nlIenM heeft een deel van de beleidsuitvoering uitbesteed aan externe uitvoeringsorganisaties, zoals aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (uitvoering van subsidieregelingen en ander beleidsondersteu-nende werkzaamheden) en aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2101 Milieu (uitvoering van wettelijke taken en beleidsonderbouwend onderzoek).RWSDit betreft de agentschapsbijdrage voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van Infomil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieuwet- en regelgeving), de uitvoering van de Antarctica regelgeving en enkele ondersteunende activiteiten in het kader van het internationaal beleid van IenM.19.02.05 Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties Het Ministerie van IenM kent op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken financiële bijdragen toe aan (inter-)nationale organisaties. Dat is nodig om de kosten te dekken van de doorlopende ontwikkeling van zo’n verdrag of organisatie.In onderstaande tabel zijn de verwachte bijdragen voor 2017 vermeld.Verwachte bijdragen 2017 Bedragen x € 1.000 Verdragen 1.215 United Nations Environment Programme (UNEP) 615 VNECE – environmental performance review 50 Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag 10 Montrealprotocol (uitbanning ozonlaagaantastende stoffen) 67 VNECE CLRTAP-verdrag (grensoverschrijdende luchtverontreiniging) 73 VNECE PRTR-verdrag (emissieregisters) 20 Verdrag van Rotterdam (melding vooraf export chemicaliën) 40 Verdrag van Stockholm (persistente organische stoffen) 80 Verdrag van Bazel (overbrenging gevaarlijk afval) 100 OESO Programme on Chemicals Accidents (voorkomen en bestrijden van gevolgen van chemische ongelukken) 35 Cartagenaprotocol (verdrag over veiligheid van grensoverschrijdend vervoer van levend ggo’s) 50 VNECE Aarhus-verdrag (toegang tot informatie, besluitvorming en rechter) 45 VNECE Helsinki-verdrag (bescherming tegen industriële ongevallen) 30 Contributies 533 UNFCCC International Transaction Log (verificatie transactie Kyoto units) 74 IPCC (Trustfund tbv draagvlak gebruik rapporten) 43 China Council (adviesraad voor duurzame ontwikkeling) 100 Control of Chemicals (OESO) (veiligheid van chemische producten) 20 European Sustainable Phosphorus Platform (gericht op duurzame productie en gebruik van fosfaat) 10 International Transport Forum (ontwikkelingen op vervoersgebied) 186 International Resource Panel (informatie over het gebruik van natuurlijke hulpbronnen) 100 Tevens worden de middelen ingezet voor het verstrekken van incidentele bijdragen en vrijwillige bijdragen aan (inter-)nationale organisaties voor activiteiten die het internationaal milieubeleid van het Ministerie van IenM ondersteunen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2102 OntvangstenDe opgenomen ontvangsten betreffen de geraamde opbrengsten van de verkoop van CO2-emissierechten, als onderdeel van het Europese Emissions Trading System (EU ETS).Daarnaast zijn in 2016 en 2017 ontvangsten van € 5,9 miljoen respectie-velijk € 2,5 miljoen geraamd in verband met het door de Wereldbank terugstorten van HGIS-middelen die resteren na afloop van het Clean Development Mechanism (CDM)-programma. Deze gelden worden vervolgens ingezet voor de programma’s Partnership for Market Readiness en Carbon Pricing Leadership Coalition. Zie 19.02.01 Opdrachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2103 Beleidsartikel 20 Lucht en Geluid Bevorderen van een solide en gezonde leefomgeving door de luchtkwa-liteit te verbeteren en door geluidhinder te voorkomen of te beperken.RegisserenOm qua luchtkwaliteit en geluid een solide en gezonde leefomgeving te bereiken, regisseert de Minister van IenM de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese luchtkwaliteits- en geluidbeleid. Meer specifiek is de Minister van IenM verantwoordelijk voor:–De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van grenswaarden en plafonds voor emissies van luchtverontreinigende stoffen, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen, grenswaarden en normen hebben betrekking op verbetering van de luchtkwaliteit, op bronbeleid voor geluid- en industriële emissies en op bronbeleid om geluidemissies en schadelijke uitlaatgasemissies door de verkeerssector (motorvoertui-gen, mobiele machines, lucht- en scheepvaart) tegen te gaan;–De ondersteuning van gemeenten en provincies bij het opstellen van algemene regels en bij de vergunningverlening ter vermindering van luchtemissies bij de industrie en bij een juiste toepassing van de geluidregelgeving;–De reductie van administratieve lasten voor het bedrijfsleven door vereenvoudiging van de monitoring- en rapportagestructuur voor emissies;–De implementatie van de geluidregelgeving (wet SWUNG9) waarmee een optimale gezondheidsbescherming van burgers en flexibiliteit voor de beheerders van rijkswegen en hoofdspoorwegen wordt beoogd. SWUNG-2 zal de aanpak van geluidhinder op gemeentelijk en provinciaal niveau beter uitvoerbaar maken. Deze nieuwe geluidregels worden ondergebracht in de Omgevingswet. Aan lagere overheden worden subsidiemiddelen ter beschikking gesteld om aan de voor-schriften van deze regelgeving te kunnen voldoen en geluidsgevoelige locaties langs infrastructuur aan te pakken.StimulerenOm de milieudoelen op het gebied van luchtkwaliteit en geluid te behalen, is het belangrijk deze op een proactieve wijze met maatschappelijke partners te delen. Daarom stimuleert de Minister van IenM:–Het aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden en kennisorganisaties om de doelen uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en SWUNG (geluid) tot een succesvolle uitvoering te brengen;–Schonere, zuiniger en stillere voertuigen. Door voorlopers in de sector te stimuleren en samen met de decentrale overheden en de sectorpar-tijen, slimme logistieke concepten te ontwikkelen voor stedelijke distributie, en voor ontwikkeling van diverse alternatieve voertuigen en brandstoffen een kansrijke omgeving te creëren;–Medeoverheden tot uitvoering van maatregelpakketten in het NSL om daarmee de Europese normen voor luchtkwaliteit (voor fijnstof in 2011 en voor NO2in 2015) te halen. Dit is belangrijk voor de gezondheid van burgers en hiermee schept de Minister tevens ruimte voor nieuwe infrastructuur, woningbouw en bedrijvigheid.9SWUNG: Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw GeluidbeleidAlgemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2104 Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).Indicatoren en KengetallenAlgemeenJaarlijks ontvangt de Tweede Kamer een monitoringsrapportage over de voortgang van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De monitoring dient om de voortgang van de uitvoering van het NSL te volgen en biedt een basis om het programma waar nodig bij te sturen. De monitoring betreft de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en de uitvoering van projecten en maatregelen. De zesde rapportage is reeds aan de Kamer verzonden (Kamerstukken II 2015–2016 30 175, nr. 224).Tegengaan geluidhinder (kengetallen sanering verkeerslawaai, aantal woningen) t.g.v. Rijksinfrastructuur t.g.v. andere infrastructuur Totaal Aantal woningen Rijkswegen inclusief betreffende A-lijst woningen Spoor-wegen A-lijst Overig Totaal 109.800 70.650 77.355 335.800 593.605 Uitgevoerd 1980–1990 (schatting) 40.000 7.450 – 40.000 87.450 Uitgevoerd 1990–2011 58.302 16.238 48.650 36.721 159.911 Uitgevoerd 2012 – 549 3.031 1.125 4.705 Uitgevoerd 2013 – 831 3.000 2.784 6.615 Uitgevoerd 2014 56 704 3.000 397 4.157 Uitgevoerd 2015 22 2.311 2.000 434 4.767 Planning 2016 – 1.400 1.600 1.940 4.940 Planning 2017 – 600 200 1.675 2.475 Gepland restant per eind 2017 11.420 40.567 15.874 250.724 318.585Bron: Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV), 18 maart 2016Toelichting:De hier gepresenteerde realisatiecijfers voor Rijksinfrastructuur hebben betrekking op de sanering die door Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV) onder de Wet geluidhinder wordt afgehandeld. Deze sanering kent een ander normenkader dan de sanering zoals die nu door RWS en ProRail wordt uitgevoerd onder de (meer recente) Wet milieubeheer. Hierdoor wijken de hier gepresenteerde aantallen af van de aantallen bij beleidsar-tikel 14, die zijn gebaseerd op sanering onder de Wet milieubeheer.De gerealiseerde en geplande uitvoering van de A-lijst betreft een aanname op basis van de beschikbare budgetten en gemiddelde kosten per woning. Voortgangsgegevens zijn niet centraal beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2105 Kengetal: Emissies luchtverontreinigende stoffen 1990, 2000, 2005, 2010 en latere jaren, doelstellingen en prognoses 2020 en 2030 in kton/jr. 1990 2000 2005 2010 2010 2010 2013 20151 2020 20202 2030 2030 Gotenburg Protocol NEC- Richt lijn Reali satie Raming Raming Voorstel EC Raming Akkoord30 juni 2016 SO2 192 73 65 34 50 50 30 38 30 46 30 30 NOx 575 395 341 274 266 260 240 222 172 201 125 133 NH3 355 162 160 144 128 128 134 117 127 124 118 126 NM VOS3 482 238 178 158 191 185 150 145 146 160 149 151 PM2,5 46 24 20 15 13 12 10,4 13 9,6 111 Inschatting op basis van verwachte ontwikkelingen in de emissies tussen 2011 en 2020.2 Plafonds voor 2020 en 2030 zijn afgeleid van het akkoord dat op 30 juni 2016 gesloten is, met reductiepercentages geven ten opzichte van basisjaar 2005. De voorstellen voor 2020 zijn gelijk aan de waarden in het nog niet geratificeerde herziene Gotenburgprotocol, de voorstellen voor 2030 zijn nog niet bekrachtigd (Kamerstukken II 2014–2015 22 112, nr. 1942).3 NMVOS: Vluchtige organische stoffen, exclusief methaan.Bronnen: de informatie over de gerealiseerde emissies is afkomstig uit «Informative Inventory Report 2015» (RIVM Rapport 2014_0166) en «Nationale Energieverkenning 2015» (ECN, PBL, CBS, RVO.nl, Petten, 2015). De geraamde emissies komen uit de «Nationale Energieverkenning 2015» (ECN, PBL, CBS, RVO.nl, Petten, 2015). De ramingen gaan uit van uitvoering van vastgesteld en voorgenomen beleid.Toelichting:In mei 2012 zijn in Genève de nieuwe doelstellingen voor luchtverontreini-gende stoffen vastgesteld. Het betreft aanpassing van het zogenaamde Gothenburg Protocol. Enigszins complicerend is dat er, in tegenstelling tot het bestaande protocol alsook de National Emission Ceiling (NEC) richtlijn, geen emissieplafonds zijn opgenomen, maar reductiepercen-tages. Het referentiejaar voor die reducties is 2005 en de doelstellingen betreffen reductiepercentages die in 2020 dienen te zijn gerealiseerd. In bovenstaande tabel zijn de reductiepercentages omgerekend naar vrachten. Naast voorgaande verandering geldt dat aan de bestaande stoffenlijst (NOx, SO2, NH3 en VOS) ook fijnstof PM2,5 is toegevoegd. Elk jaar wordt een nieuwe analyse uitgevoerd en door nieuwe kennis kan dat betekenen dat ook eerdere cijfers soms nog enigszins worden aangepast.In de laatste kolom zijn de plafonds opgenomen die afgeleid kunnen worden uit het akkoord dat Raad en Europees Parlement op 30 juni 2016 bereikt hebben. De plenaire vergadering van het Europees Parlement en de Raad moeten dit akkoord nog wel bekrachtigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2106 Kengetal: Emissies luchtverontreinigende stoffen en broeikasgas door verkeer en vervoervervoer1 in kton/jr. 1990 2000 2005 2010 2012 2013 2014 2020 2030 Reali-satie Reali-satie Reali-satie Reali-satie Reali-satie Reali-satie Reali-satie Raming Raming NOx 367 270 233 192 174 166 149 103 82 SO2 21 10 6 1 0,5 0,2 0,2 0,3 0,3 PM2,5 24 15 12 8 7 6 5 3 3 NH3 0,9 4,3 5,3 4,8 4,4 4,2 3,8 3,6 3,6 NMVOS2 202 81 52 41 36 34 34 28 261 Betreft mobiele bronnen totaal, dus transportmiddelen en mobiele werktuigen, exclusief zeevaart.2 NMVOS – Vluchtige organische stoffen, exclusief methaan.Bronnen: Emission of trans boundary pollutants in the Netherlands 1990–2014 Informative Inventory Report 2016 (chapter 4, Transport page 45–84). De geraamde emissies NMVOS komen uit de Referentieraming energie en emissies: actualisatie 2012. Energie en emissies in de jaren 2020 en 2030 (pagina 66–67, tabel B4.6). De ramingen gaan uit van uitvoering van vastgesteld en voorgenomen beleid. De geraamde emissies NOx, SO2, PM2,5 en NH3 komen uit de Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, Rapportage 2015, Bijlage 1 Tabellen B1.1 tot en met B1.6. De ramingen gaan uit van uitvoering van vastgesteld en voorgenomen beleid.Toelichting:De getallen worden jaarlijks aan de hand van nieuwe inzichten voor emissieregistratie door het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met het RIVM, TNO e.d. bepaald, waarna doorrekening plaatsvindt voor de hele reeks. Dit laatste betekent dat daarmee ook realisaties uit voorgaande jaren eventueel worden bijgesteld.Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is eerder verlengd tot 1 januari 2017, het voornemen is het NSL te verlengen tot aan de invoering van de Omgevingswet (2015–2016, 30 175, nr. 224). Er resteren namelijk nog enkele hardnekkige knelpunten in bepaalde gebieden, zoals die met intensieve veehouderij (fijnstof) en bij binnenste-delijke gebieden (NO2). Met name daar is het gewenst de NSL-aanpak nog enige tijd voort te zetten en te monitoren.Bij auto’s richt het kabinet zich op overschakeling naar elektrische aandrijflijnen, waarbij auto’s vrij zijn van schadelijke uitlaatgassen. Een dergelijke overgang kost echter tijd. In de tussenliggende periode is het van belang om aandacht te blijven houden voor naleving en verdere aanscherping van Europese emissienormen. Daarbij moet fraude zoals in september 2015 aan het licht kwam worden voorkomen. In 2017 zal daarnaast specifieke aandacht uitgaan naar roetfilters, katalysatoren en vergelijkbare systemen, die bedoeld zijn om de emissies van schadelijke stoffen te verlagen. Ook tijdens de gebruiksfase moeten deze technieken naar behoren blijven functioneren.Geluid wordt gekenmerkt door vele en vaak complexe regels. In het kader van de Omgevingswet zullen, na de invoering van SWUNG-1, ook de overige regels worden gemoderniseerd. Voor steden en stedelijke gebieden is het daarbij van belang dat de saneringsoperatie verder wordt afgerond en waar mogelijk op een kosteneffectieve manier wordt verbreed. Naast deze ontwikkelingen zal worden gezocht naar tot nu toe onvoldoende gebruikte mogelijkheden. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot het streven naar het combineren van maatregelen aan woningen tegen geluid met maatregelen gericht op energiebesparing in het kader van het SER-energieakkoord. Met het oog op een kostenefficiënte inzet van de beschikbare middelen voor de geluidsanering langs de rijksinfrastructuur (Meerjarenprogramma Geluidsanering) is in 2016 de regelgeving beperkt BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2107 aangepast en zijn uitgangspunten voor prioritering van saneringsmaatre-gelen geformuleerd. De verdere uitwerking van maatregelen in het kader van het Meerjarenprogramma Geluidsanering vindt op basis hiervan in 2017 plaats.art. 20 Lucht en geluid (bedragen x 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 31.227 31.531 32.977 29.587 28.697 31.488 31.476 Uitgaven: 31.867 30.077 30.402 43.543 31.475 31.488 31.476 Waarvan juridisch verplicht 93% 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder 31.867 30.077 30.402 43.543 31.475 31.488 31.476 20.01.01 Opdrachten 6.431 6.341 5.013 3.717 2.778 2.782 2.782 – Verkeersemissies 3.061 1.988 1.035 197 0 0 0 – Geluid- en luchtsanering 3.370 4.353 3.978 3.520 2.778 2.782 2.782 20.01.02 Subsidies 3.544 2.200 1.004 0 0 0 0 – Euro 6 en Euro-VI 3.544 0 0 0 0 0 0 – Verkeersemissies 0 2.200 1.004 0 0 0 0 20.01.03 Bijdrage aan agentschappen 2.477 2.365 1.419 804 1.251 1.260 1.248 – waarvan bijdrage aan RWS 2.477 2.365 1.419 804 1.251 1.260 1.248 20.01.04 Bijdrage aan medeoverheden 18.095 18.010 22.020 38.148 26.305 26.305 26.305 – NSL 0 0 385 11.239 0 0 0 – Wegverkeerlawaai 18.074 18.010 21.635 26.909 26.305 26.305 26.305 – Overige bijdrage medeoverheden 21 0 0 0 0 0 0 20.01.07 Bekostiging 1.320 1.161 946 874 1.141 1.141 1.141 Ontvangsten 169 0 0 0 0 0 0De uitgaven voor subsidies (zie hiervo or de subsidiebijlage), alsmede de bijdragen aan medeoverheden in het kader van met name de wettelijke taken inzake de sanering van het wegverkeerslawaai en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn juridisch verplicht. De subsidies hebben een tijdshorizon. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht door lopende opdrachten in de sfeer van de uitvoering van met name de geluidsanering en van de steekproefcontrole-programma’s.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor diverse (onderzoeks)opdrachten op de beleidsterreinen geluid en luchtkwaliteit.20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder 20.01.01 Opdrachten Het Ministerie van IenM geeft uitvoerings- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van verkeersemissies, geluidhinder en luchtkwaliteit. Op het gebied van verkeersemissies worden opdrachten verstrekt voor de uitvoering van steekproefcontroleprogramma’s door de Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) inzake voertuigemissies. Daarbij gaat het in hoofdzaak om metingen in het laboratorium als op de weg van schadelijke stoffen in uitlaatgassen van personen-, bestel- en vrachtauto’s en bussen. De uitkomsten van deze metingen worden onder andere toegepast voor de afleiding van emissie-factoren voor de berekening van de luchtkwaliteit in Nederland, voor de Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2108 mogelijkheden om tijdens de APK de werking van affabriek roetfilters te kunnen controleren en voor de internationale onderhandelingen van de Real Driving Emissions testprocedure. Ten aanzien van het beleidsterrein geluidhinder gaat het met name om de opdrachtverlening aan het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV), dat namens het Ministerie van IenM zorg draagt voor de uitvoering van de geluidsanering voor gemeentelijke en provinciale infrastructuur.20.01.02 Subsidies Het Ministerie van IenM heeft in het verleden subsidies verstrekt in de aanschafkosten van nieuwe voertuigen, uitgerust met schone motoren, welke voldoen aan normen voor Euro-6 (taxi’s en bestelauto’s) respectie-velijk Euro-VI (vrachtwagens en bussen). Op deze subsidies vonden nog tot en met 2015 betalingen plaats.De subsidie verkeersemissies heeft betrekking op compensatie in de aanschafkosten van schonere bestelauto’s voor ondernemers in grensge-meenten van NSL-gemeenten die een milieuzone voor bestelauto’s hebben ingevoerd.20.01.03 Bijdragen aan agentschappen RWSDe voornaamste werkzaamheden van RWS zijn de uitvoering van InfoMil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieu wet- en regelgeving), de monitoring van duurzame mobiliteit en ondersteunende werkzaamheden bij de uitvoering van milieuzones.20.01.04 Bijdragen aan medeoverheden De betalingen aan de provincies en gemeenten in het kader van het NSL hebben in de afgelopen jaren plaatsgevonden, in diverse tranches. De financiële afwikkeling en nabetaling van het restant van de toegezegde bijdragen is in 2018 voorzien.Bij het onderdeel wegverkeerslawaai gaat het om de bijdragen aan provincies en gemeenten voor het uitvoeren van saneringsmaatregelen met betrekking tot geluidhinder door het verkeer.20.01.07 Bekostiging Jaarlijks bekostigt het Ministerie van IenM een deel van het milieuonder-zoeksprogramma van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten. Over de invulling van dit programma worden afspraken gemaakt met ECN, mede om te borgen dat het onderzoek en de resultaten dienstbaar zijn aan de beleidsontwikkeling en -onderbouwing door IenM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2109 Beleidsartikel 21 Duurzaamheid Bevorderen van de circulaire economie met als doelen het behouden van onze natuurlijke hulpbronnen, het verbeteren van de voorzieningsze-kerheid van grondstoffen en het versterken van de Nederlandse economie.RegisserenDuurzaamheid moet expliciet onderdeel uit gaan maken van afwegingen en besluiten van organisaties en individuen in Nederland. Om dit te bereiken worden belemmeringen weggenomen, instrumenten ontwikkeld en samenwerkingsverbanden georganiseerd met de maatschappelijke partners. De Minister is hierbij verantwoordelijk voor:–De transitie naar een circulaire economie die wezenlijk bijdraagt aan het vitaal houden van ons natuurlijk kapitaal, het verbeteren van de voorzieningszekerheid en het versterken van het verdienvermogen van de Nederlandse economie;–Het ontwikkelen (samen met EZ) van instrumenten om de waarde van natuurlijk kapitaal tot uitdrukking te brengen in het economisch verkeer;–Het borgen van verduurzaming via wetgeving op nationaal en op internationaal niveau, bijvoorbeeld om ongewenste emissies van stoffen te kunnen voorkomen, de kwaliteit van de leefomgeving in veedichte gebieden te verbeteren of door het marktaandeel van circulaire producten te verhogen;–Het met behulp van de minimumstandaarden in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) verder realiseren van hoogwaardige afvalver-werking;–Het coördineren van beleid in Europees en in mondiaal verband om het internationale level playing field voor duurzaamheid te versterken;–Het stellen van grenzen aan de uitputting en de aantasting van natuurlijke hulpbronnen. Dit gebeurt via generieke en brongerichte maatregelen ter versterking van de veerkracht van het natuurlijk kapitaal;–Het beprijzen van milieuschade door het toepassen van slimme marktprikkels;–Het voeren van de regie richting medeoverheden om de omvang van de inzet, de effectiviteit en de efficiëntie van het instrument MVI (Maatschappelijk Verantwoord Inkopen) bij de medeoverheden te vergroten.StimulerenZowel producenten als consumenten moeten concrete stappen kunnen zetten naar een meer circulaire economie. Om dit te bereiken steunt IenM duurzame initiatieven in de samenleving. Daarom stimuleert de Minister in samenwerking met andere Ministers door:–De verduurzaming van productketens waarbij bedrijven worden gestimuleerd om efficiënter om te gaan met grondstoffen, kringlopen verder te sluiten en meerwaarde uit afval te halen. Hiertoe worden partijen gefaciliteerd via bijvoorbeeld aanpassing van regelgeving, Green Deals en ketenprojecten;–Het stimuleren van ketenpartijen om duurzaamheidscriteria te hanteren. Door het bieden van meer transparantie en vergelijkingsmo-gelijkheden kan duurzaamheid een integraal onderdeel uitmaken van ieders afwegingen en besluiten;Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2110 –Samenwerking met andere organisaties om begrippen als «duurzaam consumeren» en «maatschappelijk verantwoord ondernemen» concreet en hanteerbaar te maken voor (kleine) bedrijven en burgers;–De aanschaf van milieuvriendelijke producten of bedrijfsmiddelen, zoals de productie van groen gas en van energie op daken en in kassen. Dit wordt onder andere door middel van financiële stimulering (MIA10/Vamil11 en Groen Beleggen) aantrekkelijk gemaakt;–Het stimuleren van het natuurlijk kapitaal en het gebruik van ecosys-teemdiensten door concrete projecten op het gebied van groene functiecombinaties mogelijk te maken. Hiervoor wordt kennis en informatie over het duurzaam gebruik ter beschikking gesteld door ondermeer het ontwikkelen van de «Digitale Atlas van het Natuurlijk Kapitaal», worden beslissingsondersteunende instrumenten aangebo-den aan bedrijven en overheden en worden voorbeeldprojecten ondersteund;–Het beoordelen van innovatieve stalsystemen door de Tacrav (Technische adviescommissie regeling ammoniak en veehouderij). Op deze wijze wordt de ontwikkeling en toepassing van stalsystemen met minder ammoniakemissie bevorderd. De Minister verkent de mogelijk-heden tot verbreding naar onderwerpen als geurhinder en fijnstof.Tenslotte is de Minister van IenM verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).Indicatoren en kengetallenDuurzame ontwikkeling kan op meerdere manieren inzichtelijk worden gemaakt. In internationaal verband zijn najaar 2015 in de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals vastgesteld. Wat betreft duurzaamheid in de Nederlandse samenleving zijn kengetallen te vinden in de Monitor Duurzaam Nederland (MDN) 2011 van het CPB, PBL, SCP en het Indicato-renrapport MDN 2016 van het CBS en in de CBS rapportage Green growth in the Netherlands 2015. In 2014 zijn aan de MDN ook indicatoren toegevoegd die meer gericht zijn op groene groei.De grafiek zoals deze was opgenomen in artikel 21 als indicator met betrekking tot afvalaanbod en afvalverwerking is vervangen door tabellen die aansluiten bij de Van Afval Naar Grondstof (VANG) doelen. De nieuwe tabellen komen voort uit het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP). Onder-staande grafieken laten cijfers (realisatie) en prognoses (verwachtingen) zien met betrekking tot afvalaanbod (tabel 1) en afvalverwerking (tabel 2). Tabel 3 is een weergave van het werkelijke afvalaanbod in Nederland ten opzichte van het afvalaanbod als deze de groei van het BBP zou volgen. De ambitie is om de hoeveelheid afval die wordt gestort of verbrand terug te brengen van 10 miljoen ton naar 5 miljoen ton. Dat moet bereikt worden door inzet in de hele keten, door van de ontwerp- tot aan de afvalfase te werken aan preventie, hergebruik en recycling. 10Milieu-investeringsaftrek.11Willekeurige afschrijving milieu-investeringen; voorheen: «vervroegde».Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2111 Tabel 1: De «hoeveelheid Nederlands afval die de keten verlaat» en doelstelling die van 2012 tot 2022 te halveren (cf. Uitvoeringsagenda VANG) (Mton)20122013201420152016201720182019202020212022012345678910RealisatieDoelstellingTabel 2: Afvalverwerking (Kton)198519901995200020052010010.00020.00030.00040.00050.00060.00070.000RecyclingAndere nuttige toepassingVerbranden als verwijderingStortenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2112 Het circulaire economiepakket dat de Europese Commissie op 2 december 2015 heeft gepubliceerd, versterkt en ondersteunt de Nederlandse ambities voor een circulaire economie. Het pakket bestaat uit wijzigings-voorstellen voor afvalwetgeving (voor het stimuleren van recycling en het uitfaseren van storten) en een actieplan met maatregelen die de Commissie de komende drie jaar zal nemen. Zo zal de Commissie in 2017 komen met een plasticstrategie, voorstellen die hergebruik van bouw- en sloopafval moeten stimuleren, en een kader voor monitoring van de circulaire economie. De ambities en maatregelen in het pakket dragen bij aan de circulaire economie in Nederland, bijvoorbeeld door Europese regelgeving beter af te stemmen op hergebruik van grondstoffen, of door de Europese markt voor recyclaten te stimuleren. Nederland zal erop aandringen dat de aangekondigde maatregelen met ambitie en daadkracht worden uitgevoerd. Bij concrete commissievoorstellen zal Nederland erop inzetten dat deze zo goed mogelijk aansluiten op Nederlands beleid.Een belangrijk instrument om de doelstellingen ten aanzien van Circulaire Economie te realiseren is Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). MVI betekent dat bij de inkoop van producten, diensten en werken de effecten op people, planet en profit worden meegenomen. De Minister van Infrastructuur en Milieu voert de regie richting medeoverheden om de omvang van de inzet, de effectiviteit en de efficiëntie van het instrument MVI bij de medeoverheden te vergroten.Duurzaam Door is een belangrijk interbestuurlijk en interdepartementaal programma dat structureel educatieve activiteiten op het gebied van natuur, milieu en duurzaamheid stimuleert en daarvoor de nodige kennisstructuur ontwikkelt. Het huidige programma loopt af in 2016. IenM is voornemens een voortzetting vanaf 2017 te ondersteunen.Het LAP is het wettelijk verankerende centrale beleidskader in Nederland op het gebied van afvalbeheer. Het LAP wordt regelmatig geactualiseerd en elke vijf tot zeven jaar wordt het compleet vernieuwd. In 2016 is Tabel 3: Werkelijke afvalaanbod versus ontwikkeling BBP (Kton)198019851990199520002005201020152020010.00020.00030.00040.00050.00060.00070.00080.00090.000100.000Indien groei als ontwikkeling BBPWerkelijke afvalhoeveelheidBeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2113 gewerkt aan het derde LAP. Naar verwachting zal het nieuwe LAP in het voorjaar van 2017 in werking treden. Inzichten en maatregelen die de transitie naar een circulaire economie ondersteunen, zijn hierin opgenomen.art 21. Duurzaamheid (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 17.656 21.237 18.871 20.664 18.231 18.681 19.028 Uitgaven: 18.530 20.760 20.900 20.664 18.231 18.681 19.028 Waarvan juridisch verplicht 89% 21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium 1.310 741 1.594 1.537 988 1.047 1.047 21.04.01 Opdrachten 1.120 736 1.394 1.337 788 847 847 21.04.03 Bijdrage aan agentschappen 190 5 200 200 200 200 200 – waarvan bijdrage aan RWS 190 5 200 200 200 200 200 21.05 Duurzame Productketens 13.531 16.995 16.184 15.982 14.100 14.407 14.754 21.05.01 Opdrachten 4.818 9.983 8.733 8.699 6.846 7.153 7.500 – Uitvoering Duurzame product-ketens 4.818 9.983 7.182 7.100 5.200 5.458 5.465 – Caribisch Nederland afvalbeheer 0 0 1.551 1.599 1.646 1.695 2.035 21.05.02 Subsidies 1.494 1.495 621 520 520 520 520 21.05.03 Bijdrage aan agentschappen 7.219 5.517 6.830 6.763 6.734 6.734 6.734 – waarvan bijdrage aan RWS 7.219 5.517 6.830 6.763 6.734 6.734 6.734 21.06 Natuurlijk kapitaal 3.689 3.024 3.122 3.145 3.143 3.227 3.227 21.06.01 Opdrachten 1.322 2.092 1.460 1.455 1.453 1.537 1.537 21.06.02 Subsidies 138 72 287 359 359 359 359 21.06.03 Bijdrage aan agentschappen 2.229 860 1.375 1.331 1.331 1.331 1.331 – waarvan bijdrage aan RWS 2.229 860 1.375 1.331 1.331 1.331 1.331 Ontvangsten 6 2.170 0 0 0 0 0Extracomptabele verwijzing van artikel 21 naar de belastinguitgaven (bedragen x € mln) Belastinguitgaven (x € mln) Bijstelling 2016 t.o.v. MN2016 2016 MN2017 Beleid 2017 Endogeen 2017 Endogeen in % 2017 MN2017 Verlaging lastendruk op onderne-mingen VAMIL 0 40 0 0 0% 40 Milieu-investeringsaftrek (MIA) 0 97 0 0 0% 97 Verlaging lastendruk op arbeid Verlaging fiscale bijtelling IB (zeer) zuinige auto’s 209 810 – 322 84 10,3% 404 Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen Vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement – 3 53 0 0 0,0% 53 Heffingskorting groen beleggen – 2 34 0 0 0,0% 34 Energiebelasting Teruggaaf kerkgebouwen – 2 8 0 0 0,0% 8 Teruggaaf non-profit – 3 23 0 0 0,0% 23 Teruggaaf grootverbruik 3 5 0 0 0,0% 5Bron: Bijlage 6 van de Miljoenennota 2017Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2114 21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium De agentschapsbijdragen zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter.Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten. Meer specifiek betreft het opdrachten die betrekking hebben op de uitvoering van wettelijke taken onder andere door RWS in het kader van de uitvoering van het afvalbeleid.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor diverse (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterrein duurzaamheidsin-strumentarium.21.05 Duurzame productketens De uitgaven voor subsidies (zie hiervoor de subsidiebijlage) en agent-schapsbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. De subsidies hebben een tijdshorizon en de agentschapsbijdragen hebben een structureel karakter. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten. Meer specifiek betreft het opdrachten die betrekking hebben op de uitvoering van wettelijke taken en de uitvoering van de prioriteit VANG door onder andere RWS in het kader van de uitvoering van het beleid voor duurzame productketens.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor diverse (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterrein duurzame product-ketens.21.06 Natuurlijk kapitaal De uitgaven voor subsidies (zie hiervoor de subsidiebijlage) en agent-schapsbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. De subsidies hebben een tijdshorizon en de agentschapsbijdragen hebben een structureel karakter. Meer specifiek betreft het opdrachten die betrekking hebben op de uitvoering van wettelijke taken onder andere door RWS op het gebied van biomassa, ecosystemen en landbouw.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor diverse (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterrein natuurlijk kapitaal.21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium Ontwikkelen van duurzaamheidsinstrumentarium en het verbeteren van het economisch functioneren van de huidige verdienmodellen, zodat alle (maatschappelijke) kosten een rol gaan spelen bij de afwegingen van consumenten.21.04.01 Opdrachten In dit kader worden opdrachten verstrekt voor de ontwikkeling en implementatie van duurzaamheidsinstrumentarium, zoals groene business cases, afwegingskaders op het gebied van verduurzaming en financiële instrumenten.Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2115 21.04.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van het beleid op het gebied van duurzaamheidsinstrumen-tarium. RWS zal adequate ondersteuning bieden aan circulair ontwerp van producten en diensten, circulair maken van waardeketens en -sectoren en materialenbeheer (van afval naar grondstof). Instrumenten daarbij zijn projectmanagement (o.a. matchmaking), kennisontwikkeling & monitoring, informatievoorziening en secretariaatvoering van diverse convenanten en Green Deals.Aan RWS wordt gevraagd deze werkzaamheden uit te voeren ten behoeve van een goede beleidsontwikkeling en -evaluatie, primair gericht op de politieke en wettelijke verplichtingen en ambities, en ten behoeve van een adequate informatievoorziening (monitoring) voor zowel beleid en Tweede Kamer als bedrijven/burgers (website, vragen beantwoorden).21.05 Duurzame Productketens Productketens worden onderzocht met het oog op de gevolgen van de winning, verwerking en het (her)gebruik van grondstoffen. Actie- en resultaatgerichte samenwerking in ketens en in de «gouden driehoek» (onderzoekers, ondernemers en overheid) wordt ondersteund om te komen tot een circulaire economie gericht op het maximaliseren van de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het minimaliseren van waardevernietiging.21.05.01 Opdrachten De opdrachten hebben betrekking op uitvoering van wettelijke taken op het gebied van het afvalbeleid (onder andere de uitvoering van het LAP). Daarnaast worden opdrachten geboekt voor de uitvoering van VANG en projecten ter verduurzaming van ketens in het kader van de circulaire economie. Dit betreft vooral de ketens: fosfaat, kunststof, voedsel, textiel, beton, hout en elektronica, alsmede sectoren met een grote milieudruk zoals landbouw en bouw.De budgettaire reeks Caribisch Nederland afvalbeheer heeft betrekking op de verbetering van het afvalbeheer op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.21.05.02 Subsidies Hier is een budget geraamd voor subsidieverlening in het kader van voorlichting aan burgers over duurzame handelingsperspectieven en ondersteuning van bedrijven bij verduurzaming van productieprocessen. Daarnaast is er budget geraamd voor de subsidieverlening in het kader van het ontwikkelen, beheren en toetsen van transparante duurzaam-heidscriteria.21.05.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van het beleid op het gebied van afval, grondstoffen en productketens. Het betreft hier ook een opdracht aan RWS van € 2,2 miljoen voor de uitvoering van het Landelijk Meldpunt Afval (LMA), waar IenM – ook namens gemeenten en provincies – de opdracht voor verleent.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2116 21.06 Natuurlijk kapitaal Ecosystemen zijn van groot belang voor het voortbestaan van de mens, onder andere door de levering van voedsel, van water en een schone leefomgeving. In stand houden en verbeteren van de vitaliteit van het «natuurlijk kapitaal» maakt het mogelijk om goederen, diensten of ecosysteemfuncties duurzaam te kunnen benutten. Voorts vindt onder-steuning plaats gericht op verduurzaming van de landbouw.21.06.01 Opdrachten Het betreft hier opdrachten voor de ontwikkeling van criteria voor duurzaamheid van onder andere biomassa en voor de waardering van ecosystemen. Voor landbouw betreft het onder andere onderzoek op het gebied van de kwaliteit van de leefomgeving in veedichte gebieden.21.06.02 Subsidies Subsidies hebben betrekking op het honoreren van incidentele aanvragen die voor de ontwikkeling van het beleid van het duurzaam gebruik van ecosystemen bevorderlijk kunnen zijn. Per aanvraag zal een beoordeling op relevantie plaatsvinden.21.06.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van het beleid op het gebied van natuurlijk kapitaal en landbouw. RWS wordt gevraagd om: een rapportage waarin, via casuïstiek, de relatie inzichtelijk wordt gemaakt tussen de inzet van ecosysteemdiensten en de gevolgen voor materiaalgebruik, CO2-emissie en energiegebruik; ondersteuning van Green Deals en (in samenwerking met het RIVM) invulling te geven aan het relatiebeheer voor de Atlas Natuurlijk Kapitaal. Verder gaat het om enkele taken in verband met het stortplaatsendossier, informatie- en kennisoverdracht m.b.t. milieubeleid en -regelgeving voor de landbouw en beleidsondersteuning (inbreng expertise), Helpdesk, website, voorlichting en opstellen handreikingen, bijdragen aan voorbereiding en opstellen regelgeving, advisering en ondersteuning beleidskern.Beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s Mens en milieu beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte veiligheid-, milieu- en gezondheidsrisico’s.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de integrale kaderstelling rond activiteiten die risico’s kunnen veroorzaken voor het milieu en de gezondheid van de mens. Deze regisserende rol komt naar voren in:–De normstelling en regels waaraan bedrijven en overheden zich bij de uitoefening van hun activiteiten moeten houden. Dit beschermingsni-veau wordt bij voorkeur op Europees of internationaal niveau vastgelegd en zonder «nationale kop» geïmplementeerd, waardoor een level playing field bereikt wordt. De veiligheid van mens en milieu bij handelingen met genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s), bij de ontwikkeling en implementatie van regelgeving op het gebied van chemische stoffen (REACH) en bestrijdingsmiddelen (Biocideverorde-ning, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden), bij risicovolle Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2117 bedrijven en bij het transport van gevaarlijke stoffen (water, rail, buisleidingen en weg) zijn voorbeelden waarbij dit in de vorm van wet- en regelgeving gebeurt. Voor deze dossiers geldt dat Nederland een actieve bijdrage levert aan de Europese processen die leiden tot verdere verbetering van deze internationale (voornamelijk Europese) regels.–Waar Europese regels (deels) ontbreken, of lidstaatspecifieke imple-mentatie vereisen, of waar specifieke omstandigheden in Nederland het stellen van regels voor de veiligheid van de omgeving noodzakelijk maken, wordt in dialoog met stakeholders gezocht naar een optimum tussen de te bereiken doelen (en dus baten in termen van milieu en gezondheidswinst) en de lasten die deze regels veroorzaken. Dit is onder meer aan de orde bij de regelgeving rond buisleidingen, risicovolle bedrijven en basisnet vervoer gevaarlijke stoffen waarmee een balans wordt gezocht tussen de belangen van vervoer, ruimte en veiligheid. Voorts is dit aan de orde bij de beleidsontwikkeling ten behoeve van de veilige toepassing voor mens en milieu van nieuwe technologieën, zoals nanotechnologie en synthetische biologie. Het is ook aan de orde bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. Hier wordt, binnen de grenzen van Europese regelgeving, een balans gezocht tussen bescherming van mensen in de openbare ruimte en de wens overlast door onkruid te bestrijden. Een ander voorbeeld is het verbod op asbestdaken dat in 2016 in werking is getreden en in 2024 van kracht zal zijn. In Nederland vormen asbestdaken de belangrijkste bron van verspreiding van asbestvezels in de leefomgeving.–De reductie van administratieve lasten voor bedrijven en het terugdrin-gen van het aantal regels door de vereenvoudiging van de bestaande wet- en regelgeving. Het Activiteitenbesluit, dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet daarin opgaat, is hiervan het belangrijkste voorbeeld. Dit besluit is er onder meer op gericht de vergunningplicht te vervangen door algemene regels. Reductie van de regeldruk wordt ook nagestreefd door een betere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze taken worden door 29 Omgevingsdien-sten (OD’s) uitgevoerd, waarbij zes OD’s een specialisatie in BRZO12– taken hebben. Tegengaan van lastendruk is ook een centrale invals-hoek bij het transport van gevaarlijke stoffen. Om die reden stelt Nederland in principe geen hogere eisen aan verpakkingen en voer- of vaartuigen dan in de relevante internationale verdragen is vastgelegd, conform de EU-Kaderrichtlijn Transport Gevaarlijke Stoffen.–Het ontwikkelen van een integraal afwegingskader veiligheid dat behulpzaam is bij besluitvorming inzake activiteiten die veiligheid-, milieu- en gezondheidsrisico’s met zich mee kunnen brengen;–Het verlenen van vergunningen met als doel bescherming van mens en milieu voor activiteiten met GGO’s;–Het verlenen van vergunningen voor een beperkt aantal bedrijven met een verhoogd risico voor de externe veiligheid in Caribisch Nederland.StimulerenHet is primair de verantwoordelijkheid van bedrijven die risico’s voor mens en milieu veroorzaken om deze risico’s te identificeren en te voorkomen of te beperken. Dit geldt ook voor overheden die, bijvoorbeeld in de ruimtelijke ordening, keuzes maken die invloed hebben op veiligheid en risico’s. De Minister stimuleert:12BRZO: Besluit Risico’s Zware Ongevallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2118 –Het in beeld (doen) brengen van bestaande of nieuwe risicosituaties en het vermijden of beperken hiervan. Dit geschiedt door inventarisaties van deze risico’s en het stimuleren van de aanpak daarvan, door het in beeld brengen van de risico’s van nieuwe technologieën zoals het gebruik van nanomaterialen en synthetische biologie, het volgen van nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van hormoonver-storing en gecombineerde blootstelling aan stoffen en door het ontwikkelen van beleid ten aanzien van onzekere risico’s zoals bij elektromagnetische velden. De eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en andere overheden is daarbij een belangrijk anker, onder andere door openheid te geven ten aanzien van feitelijke risico’s. De Risicokaart (in overleg met het Ministerie van Veiligheid en Justitie ontwikkeld) en de Atlas Leefomgeving zijn hiervan voorbeelden. Op basis van deze informatie kunnen burgers nagaan hoe het is gesteld met de kwaliteit van hun directe leefomgeving. Het landelijk asbest-volgsysteem voorziet alle ketenpartijen van de nodige informatie. Het verbod op asbestdaken gaat per 2024 in. Om de sanering tijdig op gang te brengen wordt dit verbod begeleid door een subsidieregeling die in 2016 is in gegaan. Tevens is in 2016 een strategisch samenwer-kingsverband met alle betrokken partijen opgericht om onder meer met behulp van een meerjarig uitvoeringsprogramma de sanering van de asbestdaken te begeleiden. Hiermee moet worden voorkomen dat er rond 2023 een capaciteitsprobleem ontstaat bij de inventarisatie- en verwijderingbedrijven en dat er een handhavingprobleem ontstaat in 2024.–Het nemen van maatregelen ter bescherming van mens en maatschap-pij tegen moedwillige verstoring van onderdelen van de vitale infrastructuur door te bevorderen dat de risico’s op moedwillige verstoring (bijvoorbeeld terroristische aanslagen) worden geïdentifi-ceerd en waar mogelijk beperkt. Het betreft hier onder andere chemische bedrijven en buisleidingen.–Het bevorderen van een continue verbetering van de omgevingsveilig-heid bijvoorbeeld met behulp van het instrument van de Safety Deals.Verder is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).Indicatoren en KengetallenOp het terrein van Omgevingsveiligheid en milieurisico’s worden de volgende kwantitatieve kengetallen gehanteerd:REACHIn het kader van de Europese stoffenregelgeving (REACH) en de Biocide-verordening worden stoffen beoordeeld en waar nodig van maatregelen voorzien (autorisatie, restrictie). Nederland levert een bijdrage aan dat proces, waarbij de Nederlandse inzet wordt bepaald door de eerder ontwikkelde beleidsprioriteringscriteria en de mate waarin de betreffende stof voor Nederland zorgen oplevert, of hier geproduceerd of gebruikt wordt. Onderstaande tabel geeft aan wat de realisatie is in 2015 bij deze producten van het Europese systeem en wat naar verwachting de Nederlandse inbreng en voor de hele EU is in 2016 en 2017. Daarbij betreft de Nederlandse bijdrage, naast het zelf inbrengen van dossiers, ook het actief becommentariëren van door andere lidstaten ingebrachte dossiers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2119 Tabel resultaten EU REACH in 2015, 2016 en 2017 Realisatie 2015 Geraamd 2016* Geraamd 2017* NL inbreng Hele EU NL inbreng Hele EU NL inbreng Hele EU 1 Beoordelingen ontwerpbesluiten ECHA t.a.v. registratiedossiers en testvoorstellen van Europese bedrijven 74 286 100 480 75–100 273 2 Door Nederland uitgevoerde en becommentari-eerde stofevaluaties (getallen tussen haakjes) 3 (18) 48 2 (30) 45 2 (30) 50 3 Door Nederland ingediende en becommentari-eerde RMO-analyses en informatieverzoeken (getallen tussen haakjes) 8 (10) n.v.t. 6 (12) n.v.t. 4–6 (8–12) n.v.t. 4a Door Nederland ingebrachte en becommentari-eerde Annex XV dossiers t.a.v. zeer ernstige zorgstoffen (getallen tussen haakjes) 1 (8) 8 3(20) 20 3 (20) 50 4b Door Nederland gerapporteerde en (becommen-tarieerde) autorisatieverzoeken (getallen tussen haakes) 0 (7) 40 2 (8) 60 2 (10) 100 5 Door Nederland ingebrachte en becommentari-eerde restrictiedossiers (getallen tussen haakjes) 0 (11) 3 1 (6) 14 1 (4–6) 11 6 Door Nederlandse ingebrachte en becommenta-rieerde voorstellen voor geharmoniseerde classificatie & labelling 6 6 (55) 52 7 (40) 60 5–10 (30–40) 70 7 Behandelde vragen door de REACH helpdesk 7 ± 675 n.v.t. 400–500 n.v.t. 600–800 n.v.t.Bron: ECHA’s «baseline figures for 2014–2018 (Annex 3)».Toelichting:Het beoordeling- en besluitvormingstraject met betrekking tot de REACH-werkprocessen stofevaluatie, autorisatieverzoeken en restrictie-dossiers beperkt zich veelal niet tot één kalenderjaar waarmee de daarmee samenhangende werklast over meerdere jaren wordt verspreid. De getallen in dit overzicht voor genoemde processen geven daarmee veelal een onderschatting van het daadwerkelijk aantal dossiers waarop in dat betreffende jaar input is geleverd.Voor de Nederlandse bijdrage in 2017 staan bandbreedtes (onzekerheid-marge) vermeld daar afstemming over de Nederlandse inzet nog niet is afgerond. Bij het prioriteren wordt de nadruk gelegd op stoffen die relevant zijn voor de Nederlandse situatie.Ad 4b) De taken met betrekking tot de autorisatieverzoeken zijn nog vrij nieuw, wat blijkt uit het nog steeds verder oplopend aantal verwachte autorisatieaanvragen. Voor enkele autorisatieaanvragen treden Neder-landse RAC- dan wel SEAC-leden op als rapporteur, voor een deel van de andere autorisatieaanvragen wordt een reactie geschreven op een ontwerp opinie (de getallen tussen haakjes).Ad 5) Nederland treedt mogelijk in 2016 en 2017 op als rapporteur voor een restrictiedossier en becommentarieerd restrictiedossiers van andere lidstaten en ECHA (de getallen tussen haakjes).Ad 6) Onder becommentariëring vallen zowel reacties op publieke consultatie, reacties op ontwerp opinies van het RAC als rapporteur-schappen van de Nederlandse leden van het Committee for Risk Assessment (RAC). Reacties op publieke consultatie en ontwerp opinie kunnen volgtijdelijk voor hetzelfde dossier worden ingediend, vandaar dat deze aantallen die van de hele EU overstijgen.Ad 7) Sinds eind 2015 heeft het RIVM naast de taken die voortvloeien uit de REACH Helpdesk (zoals het beantwoorden van vragen van industrie en Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2120 voorlichting MKB) ook de taken met betrekking tot de CLP-Helpdesk erbij gekregen. Vandaar dat er een stijging wordt voorzien in het aantal helpdeskvragen.Bevt en BeviHet aantal (opgeloste) kwetsbare objecten binnen veiligheidszones met betrekking tot externe veiligheid bij transport en -inrichtingen. Voor het oplossen van knelpunten veroorzaakt door het Basisnet is de milde saneringsregeling Bevt (Besluit externe veiligheid transport) gestart.13 Het aantal knelpunten is in 2014 gereduceerd van 4214 naar 34 woningen omdat door extra veiligheidsmaatregelen aan de infrastructuur (snelheids-verlaging bij omrijdroute tunnel «de Noord») acht woningen niet meer binnen de risicozone vallen. Verder zijn voorafgaand aan het in werking treden op 1 april 2015 van de Aankoopregeling Basisnet15 zeven woningen aangekocht. Na 1 april 2015 is aan de eigenaren van de resterende 27 woningen een aanbod tot aankoop gedaan. De regeling loopt tot en met 2020, dan moeten alle woningen zijn aangekocht.Bij de inwerkingtreding van de saneringsregeling Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) in 2004 was er sprake van 65 saneringssituaties. Ultimo 2015 was de stand van zaken dat er in acht gevallen sprake is van een achterstand bij de sanering. In vier van deze acht gevallen is er sprake van een latente situatie. Dat wil zeggen dat er geen kwetsbaar object binnen de risicocontour van het bedrijf aanwezig is, maar dat het bestemmingsplan het wel toelaat. De monitoring van de overgebleven saneringssituaties is overgedragen aan het bevoegd gezag.GGO’sIn onderstaande tabel zijn voor 2015 als kengetallen de aantallen ontvangen vergunningaanvragen, aanvragen voor wijziging van vergun-ningen, kennisgevingen, wijzigingen op kennisgevingen en art. 2.8-verzoeken opgenomen, alsmede als indicator het percentage waarbij het risico voor mens en milieu gelijk of lager is dan een verwaarloosbaar risico. Kengetal 2015 Indicator 2015 Ingeperkt gebruik 139 100% Vergunningaanvragen 44 100% Kennisgevingen1 230 100% Verzoeken ex art. 2.8 Besluit ggo milieubeheer 2013 95 100% Introductie in het milieu, landbouw (inclusief marktaanvragen) 5 100% Introductie in het milieu, medisch, veterinair 13 100% Totaal 526 100%1 Het betreft kennisgeving op niveau I, II-k, II-v, en III, inclusief de wijzigingen op de respectieve-lijke niveau’sBron: RIVM Bureau Genetisch Gemodificeerde Organismen 13Staatscourant 2015, nr. 10961, Beleidsregel verwerven van woningen langs basisnetroutes.14Staatscourant 2015, nr. 10961, Beleidsregel verwerven van woningen langs basisnetroutes.aankoop woningen basisnet.15Staatscourant 2015, nr. 10961, Beleidsregel verwerven van woningen langs basisnet routes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2121 Toelichting:Per 1 maart 2015 is het Besluit «GGO 2013» in werking getreden waarin een meldingsysteem wordt geïntroduceerd naast het al bestaande, maar door het Besluit aangepaste, systeem van vergunningen. Dit gegeven zorgt ervoor dat nog maar een beperkte set historische kengetallen voorhanden is. Een prognose voor 2016 en 2017 is daarom niet te geven.Majeure risicobedrijvenJaarlijks rapporteert de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer de Staat van de Veiligheid bij de majeure risicobedrijven. De Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven schetst vanuit een breed perspectief een beeld van de veiligheidssituatie van de majeure risicobedrijven in Nederland. Met deze benadering wordt vanuit verschillende invalshoeken het beeld over de veiligheid bij deze groep bedrijven losgekoppeld van de individuele casuïstiek bij bedrijven. Op basis van een jaarlijks terugke-rende rapportage (eerste rapportage in 2014) kunnen tevens trends en ontwikkelingen over de veiligheid bij de majeure risicobedrijven zichtbaar worden en waar nodig specifieke sturingsmaatregelen worden genomen. De Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven is een monitoringsin-strument voor de stelselverantwoordelijke departementen (IenM, VenJ en SZW).In het met de andere overheden in de jaren 2015 – 2018 uit te voeren programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) wordt in 2017 een impuls gegeven aan het omzetten van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) in een PGS Nieuwe Stijl (duidelijker governance gebaseerd op risicomethodiek). «Safety Deals» worden initiatieven van het bedrijfsleven en de overheden op het terrein van het creëren van een duurzame veiligheidscultuur bij bedrijven concreet opgepakt en uitgevoerd.Het (Europese) beleid ten aanzien van nieuwe risico’s, bijvoorbeeld op het vlak van nanotechnologie, hormoonverstorende stoffen en synthetische biologie is nog in ontwikkeling. Het accentueren van het gezondheidsa-spect in het milieubeleid moet helpen om op termijn te komen tot een omgevingskwaliteit die bijdraagt aan een goede gezondheid. Omgevings-factoren vormen een significante oorzaak van de gezondheidslast (circa 5%, schatting PBL 2014). In 2017 zal, worden nagegaan welke aanpak mogelijk is voor andere en nieuwe, onzekere risico’s voor de gezondheid. Eind 2017 zal een «beleidsaanpak nieuwe risico’s» worden gepresenteerd waarin de acties beschreven zijn die moeten leiden tot de ontwikkeling van inherent veilige nieuwe technologieën. Daarbij zal het Safe-by-Design concept een prominente rol spelen.In 2017 zal een begin worden gemaakt met het ontwikkelen van aanvul-lende instrumenten die ervoer moeten zorgen dat ook in de toekomst de veiligheid van mens en milieu gewaarborgd is bij toepassing van biotechnologie in de samenleving (programma modernisering veiligheid biotechnologie). Ook zal in de EU de aanpassing van de GGO-Europese regelgeving worden geagendeerd teneinde die veiligheid te waarborgen. Daarbij zal aangehaakt worden bij de Europese evaluatie van het EU veiligheidsbeleid ten aanzien van biotechnologie.Bij de beperking van de risico’s van stoffen ligt de focus in 2017 op de Europese «review» van de Europese REACH-verordening. Hierbij is de inzet dat deze regelgeving op punten wordt verduidelijkt en waar nodig aangevuld om risico’s van zeer zorgwekkende stoffen beter te adresseren. Hierbij zoekt de Nederlandse inbreng aansluiting bij het zevende BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2122 Milieu-Actieprogramma van de EU, waarin al werd geconcludeerd dat verbetering nodig is ten aanzien van onder meer nanomaterialen, hormoonverstorende stoffen en cumulatieve blootstelling. Daarbij zullen ook de resultaten worden meegenomen van het project dat samen met het bedrijfsleven verbeteringsmogelijkheden voor de uitvoering van REACH identificeerde.In 2017 zal met het inwerkingtreden van de AMvB Verbetering vergun-ningverlening, toezicht en handhaving (VTH) de wetgeving voor VTH worden gecompleteerd. Met het volledige wetgevingspakket zijn de instelling en de taken van de omgevingsdiensten geborgd. De AMvB VTH benoemt onder andere de taken voor de omgevingsdiensten in het zogenaamde basistakenpakket en geeft bepalingen voor de uitwisseling van milieu-informatie.art. 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 30.217 32.881 33.108 48.780 53.312 62.348 63.159 Uitgaven: 25.225 35.999 33.780 51.115 55.411 62.683 63.159 Waarvan juridisch verplicht 92% 22.01 Veiligheid chemische stoffen 11.802 8.148 5.853 6.215 5.985 5.986 5.986 22.01.01 Opdrachten 3.576 4.597 3.312 4.099 3.651 3.652 3.652 22.01.02 Subsidies 5.646 2.172 600 175 175 175 175 – NANoREG 5.266 1.827 425 0 0 0 0 – Overige subsidies 380 345 175 175 175 175 175 22.01.03 Bijdrage aan agentschappen 2.580 1.379 1.941 1.941 1.779 1.779 1.779 – waarvan bijdrage aan RWS 2.580 1.379 1.941 1.941 1.779 1.779 1.779 22.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties 0 0 0 0 380 380 380 22.02 Veiligheid biotechnologie 1.516 3.602 3.070 3.000 2.870 2.870 2.870 22.02.01 Opdrachten 1.516 3.602 3.070 3.000 2.770 2.770 2.770 22.02.05 Bijdragen aan internationale organisaties 0 0 0 0 100 100 100 22.03 Veiligheid bedrijven en transport 11.907 24.249 24.857 41.900 46.556 53.827 54.303 22.03.01 Opdrachten 3.422 4.147 4.377 19.556 22.144 25.312 27.788 – Omgevingsveiligheid 799 0 389 14.821 17.313 16.160 20.160 – Overige opdrachten 2.623 4.147 3.988 4.735 4.831 9.152 7.628 22.03.02 Subsidies 3.479 14.427 14.768 17.731 20.282 24.385 22.385 – Asbest en safety deals 2.472 10.275 12.278 15.441 17.992 22.095 22.095 – Overige subsidies 1.007 4.152 2.490 2.290 2.290 2.290 290 22.03.03 Bijdrage aan agentschappen 4.059 2.629 2.666 1.567 1.084 1.084 1.084 – waarvan bijdrage aan RWS 4.059 2.629 2.666 1.567 1.084 1.084 1.084 22.03.04 Bijdragen aan medeoverheden 75 0 0 0 0 0 0 – Bijdragen programma Externe Veiligheid 75 0 0 0 0 0 0 22.03.05 Bijdragen aan internationale organisaties 0 0 0 0 0 0 0 22.03.09 Inkomensoverdrachten 872 3.046 3.046 3.046 3.046 3.046 3.046 Ontvangsten 11.607 2.057 675 250 250 250 250Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2123 Extracomptabele verwijzing naar artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastructuurfonds 4.568 1.008 872 769 0 Andere ontvangsten van artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastruc-tuurfonds 4.568 1.008 872 769 0 waarvan . 18.06 Externe veiligheid 4.568 1.008 872 769 022.01 Veiligheid chemische stoffen De uitgaven voor subsidies en de agentschapbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten. Meer specifiek betreft het opdrachten in de sfeer van wettelijke taken betreffende het (inter)na-tionale stoffenbeleid evenals de vergunningverlening op dat gebied, het NANoREG-programma, het (interdepartementale) meerjaren programma Gezondheidsrisico’s straling zendmasten (elektromagnetische velden), de jaarlijkse bijdragen aan de Gezondheidsraad en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).Het niet juridisch verplichte deel van dit artikelonderdeel heeft met name betrekking op het uitvoeren van de programma’s REACH, Gezondheid in het milieubeleid (GiM) en Bewust Omgaan met Veiligheid.22.02 Veiligheid biotechnologie Het grootste deel van de uitgaven is juridisch verplicht als gevolg van de jaarlijkse bijdrage aan de COGEM en de uitgaven in het kader van het meerjaren onderzoeksprogramma Biotechnologie en Veiligheid.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikelonderdeel wordt aangewend voor uitgaven in het kader van de modernisering veiligheid biotechnologie.22.03 Veiligheid bedrijven en transport De uitgaven voor inkomensoverdrachten en de agentschapbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. Van het opdrachtenbudget en het subsidie-budget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten. Meer specifiek betreft het opdrachten en subsidies in de sfeer van (wettelijke) taken inzake omgevingsveiligheid, vervoer gevaarlijke stoffen, basisnetten en de subsidies in het kader van de Regeling Verwijderen Asbestdaken en de Safety Deals.Het niet juridisch verplichte deel van dit artikelonderdeel wordt voor een deel aangewend voor uitgaven in het kader van de modernisering van het omgevingsveiligheidsbeleid.BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2124 22.01 Veiligheid chemische stoffen 22.01.01 Opdrachten In dit kader worden opdrachten verstrekt aan onder andere de Gezond-heidsraad voor de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van asbest, chemische stoffen en externe veiligheid en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) voor de uitvoering van het werkprogramma. Daarnaast worden opdrachten verstrekt voor het meerjarig onderzoekprogramma elektromagnetische velden (EMV), de uitvoering van EU-regelgeving ten aanzien van zeer zorgwekkende stoffen in relatie tot andere overheden (vergunningver-lening), voor de uitvoering van taken op de gebieden «veiligheid en gezondheid» (asbest) en «nieuwe risico’s en security» (nanotechnologie en synthetische biologie).22.01.02 Subsidies De subsidies hebben betrekking de bijdrage aan het Platform EMV en de bijdrage van de Europese Commissie (EC) voor de coördinatie van het EU-project NANoREG uit het zevende kaderprogramma voor onderzoek van de EC.22.01.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS voor voornamelijk de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van InfoMil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieu wet- en regelgeving) op het beleidsonderwerp «asbest». Daarnaast wordt inzet geleverd voor het beheer en verdere ontwikkeling van het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS).22.02 Veiligheid biotechnologie 22.02.01 Opdrachten Ter uitvoering van de wettelijke taak wordt jaarlijks een opdracht verstrekt aan de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) voor het maken van beoordelingen inzake risico’s verbonden aan werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen en het adviseren over maatregelen risicobeheersing en monitoring die bij de uitvoering van werkzaamheden met GGO’s kunnen worden toegepast. Daarnaast worden de uitgaven in het kader van het meerjarige onderzoeksprogramma Biotechnologie en Veiligheid hier verantwoord.22.03 Veiligheid bedrijven en transport 22.03.01 Opdrachten OmgevingsveiligheidHet betreft hier uitgaven in het kader van de Impuls omgevingsveiligheid (IOV 2015–2018) voor de deelprogramma’s Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO), Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS), Informatie/Kennisinfrastructuur en lokaal externe (omgeving) veiligheidsbeleid. Door middel van een programmatische aanpak wordt ingezet op het creëren van een veiligere leefomgeving. Het programma wordt uitgevoerd onder auspiciën van het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOB)Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2125 Overige opdrachtenHet betreft hier opdrachten voor (wettelijke) taken in het kader van BRZO bedrijven, olieterminals in Caribisch Nederland en vuurwerk, de monitoring van basisnetten (weg, water, spoor), aanpassing regelgeving vervoer gevaarlijke stoffen als gevolg van wijzigingen internationale verdragen, modellenbeheer buisleidingen (Bevb), onderhouden Activitei-tenbesluit voor het realiseren vermindering regeldruk bedrijven en de stelselontwikkeling en het beheer van standaarden voor vergunningver-lening, toezicht en handhaving (VTH). Daarnaast worden opdrachten verstrekt voor onderzoek en implementatie van risicoreductie maatregelen alsmede de ondersteuning en begeleiding van het verwijderen van asbestdaken.22.03.02 Subsidies AsbestHet betreft hier de uitgaven in het kader van de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken die door de RVO.nl wordt uitgevoerd. Jaarlijks wordt in de Staatscourant het beschikbare jaarbudget gepubliceerd. Tevens worden hieruit subsidies aan organisaties betaald die een bijdrage leveren aan het samenwerkingsprogramma «verwijderen asbestdaken».Safety DealsAls onderdeel van de uitvoeringsagenda BRZO worden ook uitgaven gedaan onder de noemer «Safety Deals». De Safety Deals zijn comple-mentair aan de maatregelen die versterking van toezicht en handhaving tot doel hebben (IOV 2015–2018). Het gaat hier om het creëren van een duurzame veiligheidscultuur bij onder meer de bedrijfsprocessen binnen de chemiesector, te weten het gebruik en productie van gevaarlijke stoffen, evenals de opslag en het transport daarvan. De veiligheidsmaatre-gelen leveren een positieve bijdrage aan de veiligheid in de omgeving.Overige subsidiesDe overige subsidies hebben voornamelijk betrekking op de vuurwerk-campagnes en het vervolmaken van het stelsel van Omgevingsdiensten.22.03.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van InfoMil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieu wet- en regelgeving) op de beleidsonderwerpen «kennisover-dracht omgevingsveiligheid» en «vergunningverlening». Daarnaast vinden hier uitgaven plaats voor werkzaamheden van de Dienst Verkeer en Scheepvaart van RWS in het kader van basisnetten en vervoer gevaarlijke stoffen.22.03.09 Inkomensoverdrachten De inkomensoverdrachten hebben betrekking op het honoreren van incidentele aanvragen in het kader van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienst gerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). Deze regeling is bedoeld voor iedereen die de ziekte van maligne mesothe-lioom heeft als gevolg van contact met asbest buiten de werksituatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2126 OntvangstenDit betreffen de bijdragen van het Ministerie van Defensie voor de kosten van de BRIKS (Bouwen, Reclame, Inrit, Kap en Sloop) vergunningen defensie inrichtingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2127 Beleidsartikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie Het KNMI garandeert als onafhankelijke autoriteit aan Nederland de best beschikbare informatie op het gebied van meteorologie, klimatologie en seismologie als bijdrage aan de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland, inclusief de openbare lichamen Saba, Sint Eustatius en Bonaire.FinancierenDe Minister is verantwoordelijk voor het faciliteren van een internationaal systeem van organisaties waarin Nederland vertegenwoordigd wordt door het KNMI. Dit doet zij door haar rol van financier in de vorm van bijdragen en contributies. Met name te noemen zijn EUMETSAT16, ECMWF17 en WMO18.(Doen) uitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap KNMI zoals vastgelegd in de Wet op het KNMI (2002). De rol «(doen) uitvoeren» heeft betrekking op de volgende taken:–Het beschikbaar maken, houden en stellen van een algemeen weerbericht voor de Nederlandse samenleving en het afgeven van weerwaarschuwingen;–Het beschikbaar maken, houden en stellen van meteorologische, seismologische en andere geofysische gegevens (onder andere voor hergebruik);–Het beschikbaar maken, houden en stellen van luchtvaartmeteorologi-sche inlichtingen;–Het verrichten van met name wetenschappelijk meteorologisch en seismologisch onderzoek;–Het desgevraagd en onder voorwaarden ondersteunen van bestuursor-ganen, de rechterlijke organisatie, overheidsbedrijven of openbare lichamen op het terrein van meteorologie, seismologie of andere geofysische terreinen bij de uitvoering van aan hen opgedragen taken;–Het onderhouden van de nationale infrastructuur voor de meteorologie en andere geofysische terreinen;–Internationale samenwerking op het gebied van meteorologie en seismologie en andere geofysische terreinen.De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het Kernstopverdrag en de Minister van Economische Zaken is verantwoor-delijk voor het kader van de Mijnbouwwet.16European Organisation for the Exploitation of Meteorological Satellites; www.eumetsat.int.17European Centre for Medium-Range Weather Forecasts; www.ecmwf.int.18World Metereological Organization; www.wmo.ch.Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2128 Indicatoren en kengetallenIndicatoren en kengetallen Realisatie Streef-waarde/ norm 2011 2012 2013 2014 2015 Indicatoren Algemene weersverwachtingen en adviezen – afwijking min.temperatuur (°C) – 0,06 – 0,17 – 0,01 – 0,18 0,45 ABS1 (<0,5) – afwijking max.temperatuur (°C) – 0,33 – 0,37 – 0,25 – 0,25 – 0,31 ABS (<0,5) – gemiddelde afwijking windsnelheid (m/s) – 0,03 – 0,06 0,26 0,00 0,00 ABS (<1,0) Maritieme verwachtingen – tijdigheid marifoonbericht (%) 99 98,6 99,3 99,9 99,5 > 99 Gereviewde publicaties 97 103 105 105 120 > 80 Kengetallen Aantal uitgegeven weeralarmen 0 1 2 1 1 Percentage tijdige beschikbaarheid van de meteorolo-gische producten (Bron: EUMETSAT) >98,5 >98,5 >98,5 >98,5 >98,5 >98,51 ABS: absolute waardeBron: KNMI, 2016ToelichtingDe indicatoren ten aanzien van algemene weers- en maritieme verwach-tingen geven een indruk van de tijdigheid van de berichtgeving door het KNMI en de gemiddelde afwijking van verwachte waardes voor tempe-ratuur en windsnelheid ten opzichte van de uiteindelijk waargenomen waardes. Het aantal gereviewde publicaties is een maatstaf voor de kwantiteit en de kwaliteit van het onderzoek van het KNMI. Het aantal zogenoemde gereviewde publicaties in vooraanstaande wetenschappe-lijke tijdschriften wordt bepaald.Het aantal weeralarmen is afhankelijk van de weersomstandigheden; hierdoor is er geen norm aan te geven. Bovendien is het afgeven van een weeralarm geen doel op zich. Wel is belangrijk dat het instrument weeralarm effectief wordt ingezet om de samenleving tijdig te waarschuwen voor maatschappij-ontwrichtend weer. In het jaarverslag zal worden ingegaan op het aantal opgetreden weeralarmsituaties en de mate waarin het KNMI gegrond heeft gewaarschuwd, dan wel gegrond niet heeft gewaarschuwd.Het kengetal tijdige beschikbaarheid van de meteorologische producten geeft een beeld van de tijdige beschikbaarheid van de gegevens van de METEOSAT- en METOP-satellieten voor de meteorologische producten van het KNMI. Indien de streefwaarden niet worden gehaald, heeft dat een negatieve impact op de kwaliteit van de weersverwachting op de dagen van gebrekkige beschikbaarheid van de waarnemingen, een en anders afhankelijk van de dan optredende weerssituatie.Voor 2017 zijn er geen beleidswijzigingen.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2129 art. 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 42.200 33.988 42.586 43.915 49.619 39.126 39.135 Uitgaven: 41.030 35.013 41.719 44.782 48.752 38.259 38.268 Waarvan juridisch verplicht 100% 23.01 Meteorologie en seismologie 28.824 26.596 24.690 24.261 24.265 24.269 24.286 23.01.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI 27.795 25.571 23.823 23.394 23.398 23.402 23.419 – Meteorologie 27.292 24.981 23.389 22.987 22.990 22.994 23.012 – Seismologie 503 590 434 407 408 408 407 23.01.05 Bijdrage aan internationale organisaties 1.029 1.025 867 867 867 867 867 – Contributie WMO (HGIS) 1.029 1.025 867 867 867 867 867 23.02 Aardobservatie 12.206 8.417 17.029 20.521 24.487 13.990 13.982 23.02.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI 12.206 8.417 17.029 20.521 24.487 13.990 13.982 – Aardobservatie 12.206 8.417 17.029 20.521 24.487 13.990 13.982 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0De uitgaven voor de bijdrage aan het agentschap KNMI zijn volledig juridisch verplicht. De bijdrage aan het agentschap KNMI heeft een structureel karakter.23.01 Meteorologie en seismologie 23.01.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI Meteorologie–Reguliere uitgifte van een algemeen weerbericht en van waarschuwin-gen voor gevaarlijk weer (code geel, code oranje en weeralarm);–Ter beschikkingstelling van de meteorologische basisdata van het nationale meteorologische meetnet en de nationale meteorologische modelinfrastructuur, op basis van een open databeleid;–Ter beschikkingstelling van data, informatie en kennis over het huidige klimaat;–Het leveren van projecties over het toekomstige klimaat (klimaatscena-rio’s);–Verrichten van strategisch en toegepast onderzoek en het geven van beleidsadviezen op het gebied van de meteorologie;–Internationale vertegenwoordigingen op het gebied van de meteorolo-gie (met name WMO, EUMETSAT en ECMWF);–Beantwoorden van vragen vanuit de maatschappij over weer en klimaat.Seismologie–Continue monitoring van natuurlijke en geïnduceerde seismiciteit in Nederland;–Verrichten van strategisch en toegepast onderzoek en het geven van beleidsadviezen op het gebied van de seismologie;–Beantwoorden van vragen vanuit de maatschappij op het gebied van aardbevingen en tsunami’s;–Verrichten van waarnemingen en onderzoek ten behoeve van het Nationaal Data Centre (NDC) voor de CBTBO.Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2130 23.01.04 Bijdragen aan internationale organisatie: contributie WMO De beschikbare middelen worden gebruikt om de Nederlandse contributie aan de World Meteorological Organization (WMO) te voldoen. Deelname aan de activiteiten van het WMO wordt gefinancierd uit HGIS.23.02 Aardobservatie 23.02.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI: aardobservatie Het verzorgen van de waarnemingen vanuit polaire en geostationaire weersatellieten in Europees verband (EUMETSAT).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2131 Beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht Het stimuleren en bewaken van veilige vervoers- en watersystemen en een duurzame leefomgeving.FinancierenDe Minister is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving in het transport en de leefomgeving. De Minister heeft een nationale coördinatie- c.q. verantwoordingsverplichting richting de EU ten aanzien van internationale milieuregelgeving.Binnen het departement is de uitvoering van de handhaving en het toezicht opgedragen aan het agentschap Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De werkzaamheden van dit agentschap worden groten-deels gefinancierd via bijdragen vanuit IenM. Een deel van de kosten van vergunningverlening wordt gefinancierd vanuit tarieven aan externe partijen; het niet gedekte deel van de kosten van vergunningverlening wordt gefinancierd vanuit bijdragen op artikel 97 uit deze begroting. De tarieven die aan externe partijen voor vergunningverlening wordt gevraagd zijn dus niet geheel kostendekkend.De Autoriteit woningcorporaties als onderdeel van de ILT houdt namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst toezicht op de woningcorporaties. Dit toezicht wordt, met uitzondering van het toezicht op de naleving van de Wet normering topinkomens (WNT) en een deel van de kosten van Corpodata, gefinancierd via een jaarlijkse heffing op deze woningcorpo-raties. Het toezicht op de naleving van WNT wordt uit de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gefinancierd, die voor Corpodata uit de begroting voor Wonen en Rijksdienst.(Doen) uitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap ILT. De Minister voor Wonen en Rijksdienst is verantwoordelijk voor de taken op het terrein van wonen en bouwen die aan de ILT zijn gemandateerd.De rol uitvoeren heeft betrekking op:–Vergunningverlening;–Toezicht door middel van objectinspecties, administratie controles, audits, convenanten en digitale inspecties;–Opsporing in geval van ernstige overtreding of fraude (onder aansturing van het OM);–Incidentafhandeling en onderzoek.Een gedetailleerde beschrijving van het uitvoeringsprogramma van de ILT is te vinden in het Meerjarenplan 2017–2021 dat in dit najaar aan de Tweede Kamer wordt verzonden. De Tweede Kamer wordt jaarlijks separaat geïnformeerd over het toezicht op de woningcorporaties via het meerjarenprogramma van de Autoriteit woningcorporaties.Bij de totstandkoming van wet- en regelgeving beoogt de wetgever een door zijn gewenst niveau van veiligheid en duurzaamheid te bewerkstel-ligen. Daarbij worden de rechtsbeginselen van rechtvaardigheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gehanteerd, met oog voor de nalevingseisen die van de ondertoezichtstaanden worden gevraagd. Zij streeft daarbij samenwerking met andere overheidspartners na.Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2132 Indicatoren en kengetallenDeze tabel geeft inzicht in het geplande aantal te verstrekken vergun-ningen, het aantal uit te voeren administratieve controles, (digitale en object) inspecties, audits, het aantal af te sluiten convenanten en het aantal onderzoeken in het begrotingsjaar. Het Meerjarenplan ILT 2017–2021 bevat een verdere toedeling naar doelgroepen en een nadere toelichting op deze cijfers.Overzicht geplande productie-aantallen 2017 Vergun-ningen Adm.Contr. Audits Conve-nanten Object inspecties incident-afhan-deling onderzoek Afval, Industrie en Bedrijven 3.518 299 89 4 1.374 10 10 Water, Producten en Stoffen 425 6.250 30 30 37.945 0 0 Scheepvaart 6.470 220 39 8 5.480 400 250 Rail- en wegvervoer 615 952 179 73 17.382 0 0 Luchtvaart 5.300 0 410 0 1.300 0 0 Autoriteit woningcorporaties 1.450 340 710 0 0 0 4 Transport gevaarlijke stoffen 275 275 54 8 6.470 1.402 20 Totaal 18.053 8.336 1.511 123 69.751 1.812 284De vorming binnen de inspectie van de Autoriteit woningcorporaties in 2015 leidt in 2016 tot een verschuiving van taken en middelen van het domein Wonen, Water en Producten naar de Autoriteit woningcorporaties en tevens tot de omvorming tot het domein Water, Producten en Stoffen. Dit wordt bij Begroting 2017 verwerkt.art. 24 Handhaving en toezicht (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 119.051 118.983 109.561 106.755 106.783 106.785 106.801 Uitgaven: 119.051 118.983 109.561 106.755 106.783 106.785 106.801 Waarvan juridisch verplicht 100% 24.01 Handhaving en toezicht 119.051 118.983 109.561 106.755 106.783 106.785 106.801 24.01.03 Bijdrage aan het agentschap ILT 119.051 118.983 109.561 106.755 106.783 106.785 106.801 – Afval, Industrie en bedrijven 27.706 27.569 24.549 23.711 23.711 23.712 23.718 – Rail en wegvervoer 24.691 27.482 24.765 24.331 24.359 24.360 24.367 – Scheepvaart 23.063 22.372 21.089 20.420 20.419 20.419 20.427 – Luchtvaart 19.166 18.415 17.352 16.967 16.968 16.968 16.966 – Water, producten en stoffen 24.425 23.145 21.806 21.326 21.326 21.326 21.323 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0De uitgaven voor de bijdrage aan het agentschap ILT zijn volledig juridisch verplicht. De bijdrage aan het agentschap ILT heeft een structureel karakter.De ILT levert voor de financiële bijdragen van het moederdepartement aan het agentschap in de hieronder weergegeven vijf domeinen de volgende producten. In het meerjarenplan 2016–2020 staat per domein uitgebreid beschreven welke taken worden uitgevoerd en de bijbehorende kenge-tallen ten aanzien van naleving, vergunningverlening en toezicht.Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2133 24.01 Handhaving en toezicht 24.01.03 Bijdrage aan het agentschap ILT Domein Afval, Industrie en BedrijvenBij grensoverschrijdend transport van afval is de ILT de bevoegde autoriteit in Nederland om vergunningen te verlenen en toezicht op de naleving uit te voeren zoals voorgeschreven in de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). Volgens het Besluit Inzameling Afvalstoffen dienen inzamelaars van scheepsafvalstoffen, klein gevaarlijk afval en afgewerkte olie vergund te zijn. De ILT verleent inzamelvergun-ningen en ziet toe op de naleving.De ILT verleent vergunningen en verricht toezicht in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en de vergunningen die daaraan verbonden zijn voor Defensie, een aantal bijzondere inrichtingen en twee BRZO-bedrijven op de BES-eilanden.De handhaving is verder gericht op bedrijven en organisaties die verantwoordelijk zijn voor risicobronnen bij (externe) veiligheid, zoals geformuleerd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen en/of inzake luchtemissies, energie en klimaat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en andere milieu- en veiligheidsregelgeving.De inspectie ziet toe op toepassing, uitvoering en naleving van Europese en nationale normen en wettelijke regels door het bevoegd gezag op het gebied van onder andere externe veiligheid, afval, nationale ruimtelijke belangen en ongewone voorvallen.De Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD)De onderzoeken van de ILT zijn gericht op personen en bedrijven die de regelgeving op het gebied van milieu en wonen stelselmatig en op een ernstige manier overtreden. De ILT richt zich daarbij op georganiseerde criminaliteit met een ondermijnend karakter en vaak met internationale (financiële) constructies en handelsstromen, waarbij zonder ingrijpen van de overheid uiteindelijk onherstelbare schade ontstaat aan mens, milieu en maatschappij. De daadwerkelijke aansturing van strafrechtelijke onderzoeken gebeurt door het Functioneel Parket (FP) van het Openbaar Ministerie. Afspraken over prioriteiten en te bereiken resultaten liggen vast in een Handhavingsarrangement, dat jaarlijks wordt afgesloten tussen de ILT en het FP.Domein Rail en WegvervoerRailDe ILT houdt toezicht op de naleving van de Spoorwegwet. Ongevalon-derzoek is een wettelijke taak van de ILT in dit domein. De markt voor het railgoederenvervoer is internationaal georiënteerd en geheel geliberali-seerd. De sector kent een hoog veiligheidsgehalte, maar het hoofdspoor blijft een kwetsbaar systeem. Daarnaast is de ILT toezichthouder voor lokaal en bijzonder spoor. In de Wet lokaal spoor is bepaald dat het toezicht bij de lokale overheid ligt, met de ILT als aangewezen toezicht-houder. Tenslotte houdt de ILT toezicht op kabelbanen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2134 TaxiDe ILT richt zich op de naleving van de Wet en Besluit Personenvervoer 2000 en het Arbeidstijdenbesluit Vervoer. De ILT zet binnen haar toezicht veel capaciteit in op de aanpak van het aanbieden en verrichten van taxivervoer zonder vergunning.BusDe ILT houdt toezicht op de naleving van de arbeidstijdenbesluit Vervoer en de Wet Personenvervoer 2000. In het nationale busvervoer, met zijn relatief veilige status, sluit de ILT convenanten af met goed presterende bedrijven.Goederenvervoer over de wegDe ILT houdt toezicht op de naleving van arbeidstijdenwetgeving (inclusief fraude met de digitale tachograaf) en wetgeving met betrekking tot maten en gewichten (overbelading). Het goederenvervoer over de weg is grensoverschrijdend. In Europees verband is de fraude met de digitale tachograaf een belangrijk probleem, waar in het toezicht extra aandacht aan wordt gegeven. Ook cabotage blijft een aandachtpunt in het toezicht. Daarnaast spelen overtredingen rond inleen van (buitenlandse) arbeids-krachten en ontduiken van sociale wetgeving een belangrijke rol. Vanaf 1 januari 2017 verricht de ILT toezicht in het kader van de naleving van de Wet rijonderricht motorvoertuigen (Wrm). De Wrm ziet toe op rij-instructeurs, transportbedrijven die praktische nascholing door eigen personeel laten uitvoeren en chauffeurs die een PTN-certificaat (Praktijk-training Nascholing) hebben.Domein ScheepvaartDe taken van de ILT op het terrein van de binnenvaart zijn in belangrijke mate vastgelegd in Europese regelgeving. De ILT is primair verantwoor-delijk voor het toezicht op de naleving van de Binnenvaartwet en van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (over het water). De handhaving van de Scheepvaartverkeerswet is primair een taak van de politie en Rijkswater-staat. Gelet op de naleving blijft in de binnenvaart aandacht nodig voor ten minste stabiliteit/stuwage, ladinginformatie en documenten, de vaartijden en de bemanningssterkte. Gelet op risico’s die met deze vorm van vervoer gemoeid zijn, krijgt het vervoer van gevaarlijke stoffen meer aandacht.Voor de koopvaardij is een complex van wet- en regelgeving van kracht, dat is geënt op overwegend mondiaal geldende regimes. Het algemene beeld is dat het veiligheidsbewustzijn in de koopvaardij op een behoorlijk niveau is en de naleving op de meeste onderdelen relatief hoog is (tussen de 80% en 95%).Wet- en regelgeving voor de visserij is van (inter)nationale origine. Gelet op het aantal ongevallen is de visserij relatief onveiliger dan de andere scheepvaartsectoren. De meeste ongevallen in de visserij zijn het gevolg van menselijk handelen. Voor de naleving zijn met name de bemanningsa-specten in de visserij een aandachtspunt.Domein LuchtvaartDe ILT houdt toezicht op de naleving van veiligheids- en milieuwetten en regels voor de luchtvaart. De luchtvaartsector is een hightech industrie waarin de zorg voor veiligheid vanaf zijn ontstaan een van de belang-rijkste oorzaken is geweest voor uitgebreide en zeer gedetailleerde internationale regelgeving. De Europese regelgeving en de Europese Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2135 vormen van samenwerking nemen een steeds prominentere plaats in. Het toezicht richt zich op de hele keten: luchtvervoerders, luchtvaartuigen, technische bedrijven, grondafhandelingsbedrijven, luchtverkeersleiding, bemanning, onderhoudstechnici, keurings- en examineringsinstanties, opleidingsinstellingen, meteodiensten, het luchtruim, luchthavens en luchtvaartvertoningen. Naast toezicht op veiligheid is de ILT wettelijk ook betrokken bij de handhaving van milieuvoorschriften met name op het gebied van geluid.De inspectie ziet er in Nederland op toe dat de luchtvaartmaatschappijen en luchthavens zich houden aan de Europese regels voor passagiers-rechten van zowel passagiers met een mobiliteitsbeperking als passagiers die te maken krijgen met vertraging, annulering of instapweigering.Domein Water, Producten en StoffenDe ILT verleent vergunningen (respectievelijk goedkeuringen en verkla-ringen van geen bezwaar) voor de eigen werken van Rijkswaterstaat, meetprogramma’s van drinkwaterbedrijven, vuurwerkimporteurs en precursoren.Het toezicht op water en bodem richt zich op een breed palet van bedrijven, instellingen en personen: waterkeringbeheerders, Rijkswater-staat en gecontracteerde aannemers, drinkwaterbedrijven en erkende bodemintermediairs. Op het gebied van hoogwaterveiligheid houdt de ILT toezicht op de beheerders van primaire waterkeringen. Bij de drinkwater-bedrijven richt het toezicht zich op de bepalingen in de Drinkwaterwet en de daaronder vallende regelingen maar ook op het tarief, de beveiliging en de afhandeling van calamiteiten.De ILT houdt toezicht op bodemintermediairs en certificerende instel-lingen met als oogmerk de betrouwbaarheid van het werk van interme-diairs te vergroten door toezicht te houden op werkzaamheden in het bodembeheer en aan de integriteit van de uitvoerders.Het toezicht Producten is gericht op correcte labels en conforme producten voor bouwproducten, pleziervaartuigen en voertuigbanden. De verplichting geldt voor fabrikanten, importeurs en distributeurs. Verder wordt toezicht gehouden ter voorkoming van de verkoop van verkeerspro-ducten (denk aan auto’s, bromfietsen, trekhaken, aanhangwagens) die niet zijn toegelaten of die niet overeenkomen met de toelating.Bij de handhaving Wonen richt het toezicht zich op de overdracht van energielabels bij verkoop en verhuur van zowel woningen als utiliteitsge-bouwen, en op de aanwezigheid van energielabels in overheidsgebouwen en overige voor publiek toegankelijke gebouwen. Verder richt het toezicht op de erkend deskundige en de juiste keuring van airconditioningssys-temen groter dan 12kW door bevoegde keuringsinstanties. Tot slot worden beleidsmonitoringsonderzoeken op het gebied van ruimte en bouwen uitgevoerd.Het toezicht op de naleving van de regelgeving voor risicovolle stoffen en producten richt zich op de gehele keten: productie, transport, opslag, gebruik, handel en verwijdering. Belangrijke aandachtsgebieden zijn asbest(verwijdering), biociden en stoffen in het kader van REACH.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2136 De ILT houdt toezicht op de naleving van de Wet explosieven voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit bij onder andere producenten, transpor-teurs en importeurs. Zowel bij vuurwerk als bij explosieven is steeds meer sprake van een ketenbenadering. Het toezicht richt zich enerzijds op het vergroten van de productveiligheid van consumentenvuurwerk en anderzijds op het terugdringen van ondeugdelijk en illegaal vuurwerk. Het laatste betreft onder andere het aanpakken van de georganiseerde handel in en het tegengaan van de invoer van dit soort vuurwerk. Vanwege het internationale karakter van de keten, heeft de ILT als ketenregisseur contact met internationale handhavingspartners.Transport van gevaarlijke stoffenVoor het toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen ontwikkelt de ILT jaarlijks één integraal toezichtsprogramma waarvan de uitvoering is belegd bij de domeinen Rail- en Wegvervoer, Scheepvaart, Afval industrie en bedrijven, en Luchtvaart. Het programma richt zich op de grootste risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen en op bedrijfsmatige producten en processen van betrokken bedrijven. De inzet is hierbij vooral multimodaal vervoer. Ook hier ligt de nadruk op systeemtoezicht en het afsluiten van convenanten met de best presterende bedrijven. Daarnaast wordt de ILT-capaciteit zoveel mogelijk ingezet op de logistieke knoop-punten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2137 Beleidsartikel 25 Brede Doeluitkering Het realiseren van maatwerkoplossingen voor verkeers- en vervoersvraag-stukken door de twee krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personen-vervoer 2000 aangewezen openbare lichamen die verkeer- en vervoer-staken verrichten (vervoerregio’s). Dit betreffen thans de Stadsregio Amsterdam en het samenwerkingsverband van gemeenten in de zuidelijke Randstad, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.FinancierenDe Minister is systeemverantwoordelijk voor de bijdrage aan de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU), die het mogelijk maakt dat er in de gebieden waar de vervoerregio’s actief zijn maatwerkoplossingen kunnen worden geboden voor verkeers- en vervoervraagstukken. Dit artikel hangt samen met artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid en artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor waarin het bredere beleidsveld wordt geschetst.De samenwerkingsverbanden Stadsregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag zijn verantwoordelijk voor de beleidsinhoudelijke beslissingen over hun verkeer- en vervoeraangelegenheden.Voor 2017 zijn er geen beleidswijzigingen.art 25. Brede doeluitkering (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 884.538 888.514 866.780 866.751 865.361 879.532 868.912 Uitgaven: 1.878.691 893.936 888.311 866.805 866.752 865.341 854.721 Waarvan juridisch verplicht 100% 25.01 Brede doeluitkering 1.878.691 893.936 888.311 866.805 866.752 865.341 854.721 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 025.01 Brede Doeluitkering Conform de wet BDU wordt jaarlijks voorafgaand aan het uitkeringsjaar de brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoersbeleid geheel als betalingsver-plichting vastgelegd.Jaarlijks wordt een beschikking verstrekt voor de Brede Doeluitkering aan de Stadsregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Deze beschikking wordt berekend op basis van de in de Wet BDU Verkeer en Vervoer opgenomen methodiek. Uitbetaling vindt plaats in vijf termijnen, waarvan de tweede termijn een dubbele is.De Stadsregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag zijn vrij in de afweging aan welke verkeer- en vervoertaken zij de BDU-middelen besteden. Zij bepalen dat aan de hand van de doelen die zij willen bereiken op hun verkeer- en vervoersterrein. Daarbij hebben zij veel ruimte voor een eigen invulling, rekeninghoudend met de specifieke kenmerken van hun regio.Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheden Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2138 IenM financiert vanuit de BDU en op verzoek van de medeoverheden tot en met 2017 het CROW/KpVV-programma. Het CROW/KpVV-programma is een integraal pakket aan activiteiten op gebied van verkeer en vervoer, dat het CROW/KpVV in opdracht van decentrale overheden uitvoert. De middelen hiervoor zijn door deze medeoverheden vanuit de BDU beschikbaar gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2139 Beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen Op dit artikel worden de bijdragen aan het Infrastructuurfonds en het Deltafonds verantwoord.FinancierenZaken die op het Infrastructuurfonds en Deltafonds worden verantwoord zijn terug te vinden in de verschillende beleidsartikelen op de begroting Hoofdstuk XII.Voor de beleidswijzigingen wordt verwezen naar de betreffende beleidsar-tikelen.art. 26 Bijdrage investeringsfondsen (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 5.874.315 6.085.444 6.168.329 6.597.992 6.732.281 6.880.418 7.013.510 Uitgaven: 5.874.315 6.085.444 6.168.329 6.597.992 6.732.281 6.880.418 7.013.510 26.01 Bijdrage aan het Infrastructuur-fonds 4.821.159 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 26.02 Bijdrage aan het Deltafonds 1.053.156 1.020.197 717.851 902.509 938.395 992.863 1.190.269 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0De mate van budgetflexibiliteit is terug te vinden bij de afzonderlijke artikelen op de beide fondsen van IenM.26.01 Bijdrage aan het Infrastructuurfonds Het betreft hier de bijdrage vanuit de begroting Hoofdstuk XII aan het Infrastructuurfonds ten behoeve van uitgaven die op het fonds worden verantwoord.Opbouw art.ond. 26.01 Bijdrage aan het IF (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 12 Hoofdwegennet 2.221.945 2.228.785 2.410.421 2.490.820 2.538.934 2.579.227 3.070.668 3.146.808 12.01 Verkeersmanagement 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 3.632 3.631 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 619.913 609.164 631.992 616.981 537.601 454.296 820.791 796.719 12.03 Aanleg 632.017 505.291 734.229 1.010.682 1.095.051 1.246.397 1.436.603 1.522.584 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 380.886 561.811 508.934 332.315 374.991 357.405 304.460 312.410 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 578.827 548.881 531.628 527.203 527.653 517.494 505.182 511.464 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 13 Spoorwegen 1.959.407 2.043.653 1.826.788 1.897.617 1.962.388 2.056.539 1.750.331 1.609.529 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.221.082 1.245.661 1.226.826 1.192.105 1.213.190 1.215.680 1.207.073 1.209.904 13.03 Aanleg 718.907 724.476 542.766 665.196 704.748 768.519 480.278 338.561 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS – 7.606 – 15.427 – 22.983 – 27.510 – 25.639 – 29.708 – 34.575 – 36.112 13.07 Rente en aflossing 17.021 48.362 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 13.08 Investeringsruimte 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 80.958 80.579 Algemene Doelstelling De rollen en verantwoordelijkheden Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2140 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 14 Regionaal, lokale infrastructuur 150.750 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 52.210 34.854 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 101.225 132.863 173.577 109.630 85.923 88.162 52.210 34.854 14.02 Regionale mobiliteits-fondsen 0 0 0 0 9.128 0 0 0 14.03 RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid 49.525 83.469 158.666 74.765 51.490 22.194 0 0 15 Hoofdvaarwegennet 887.416 778.903 909.789 997.938 858.087 779.931 717.235 681.957 15.01 Verkeersmanagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 425.647 366.969 382.587 326.299 298.791 236.016 289.618 297.966 15.03 Aanleg 100.656 92.686 181.938 157.659 103.263 203.311 92.801 47.165 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 45.216 10.904 40.448 211.999 155.058 41.970 41.334 40.709 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 307.469 299.916 296.388 293.553 292.547 290.206 285.054 287.689 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 17 Megaprojecten 88.810 158.513 174.934 213.644 276.036 297.188 390.750 454.301 17.02 Betuweroute 6.035 942 942 4.807 0 0 0 0 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid 6.522 40.745 40.745 0 0 0 0 0 17.06 Project Mainportontwik-keling Rotterdam 8.906 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934 2.934 2.934 17.07 ERTMS 49.707 44.463 48.204 102.588 151.588 181.000 271.000 350.295 17.08 ZuidasDok 17.640 65.497 80.727 102.453 122.758 113.254 116.816 101.072 18 Overige uitgaven – 243.081 24.292 41.308 9.472 105.569 0 0 0 18.01 Saldo afgesloten rekeningen – 207.607 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 904 4.723 0 0 0 0 0 0 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 0 0 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 3.622 4.568 1.008 872 769 0 0 0 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkoverstijgende kosten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.11 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 0 18.13 Tol gefinancierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif – 40.000 – 60.000 0 0 100.000 0 0 0 18.16 Resevering Omgevingswet 0 75.001 40.300 8.600 4.800 0 0 0 Totaal 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 5.981.194 5.927.449 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2141 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 12 Hoofdwegennet 2.953.201 2.823.408 2.459.400 2.302.358 2.343.008 1.948.879 1.936.745 12.01 Verkeersmanagement 3.630 3.628 3.628 3.628 3.636 3.636 3.636 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 800.952 801.253 773.447 746.027 735.612 735.612 735.612 12.03 Aanleg 1.361.280 1.227.653 898.023 653.255 465.649 217.210 217.210 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 283.777 285.852 278.846 395.471 175.677 175.677 175.677 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 503.562 505.022 505.456 503.977 510.783 510.783 510.783 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 451.651 305.961 293.827 13 Spoorwegen 1.539.904 1.627.643 1.532.756 1.574.568 1.295.199 1.775.065 1.766.106 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.190.864 1.229.572 1.228.591 1.298.154 1.178.499 1.178.499 1.178.499 13.03 Aanleg 303.314 468.758 260.856 236.307 82.527 229.463 290.173 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS – 20.784 – 145.042 – 26.047 – 27.121 – 32.092 – 32.092 – 32.092 13.07 Rente en aflossing 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 13.08 Investeringsruimte 49.913 57.758 52.759 50.631 49.668 382.598 312.929 14 Regionaal, lokale infrastructuur 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 14.02 Regionale mobiliteitsfondsen 0 0 0 0 0 0 0 14.03 RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid 0 0 0 0 0 0 0 15 Vaarwegen 658.156 656.553 821.696 821.774 694.356 631.609 630.022 15.01 Verkeersmanagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 249.914 191.986 192.714 191.160 225.710 225.710 225.710 15.03 Aanleg 71.256 128.735 293.559 237.894 103.816 28.420 28.420 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 40.102 39.653 39.077 38.514 37.961 37.961 37.961 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 288.456 287.751 287.918 288.535 291.161 291.161 291.161 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 57.243 27.280 39.929 38.342 17 Megaprojecten 406.979 335.391 197.043 233.170 499.864 0 0 17.02 Betuweroute 0 0 0 0 0 0 0 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid 0 0 0 0 0 0 0 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam 2.934 2.934 2.934 2.934 63.163 0 0 17.07 ERTMS 314.000 270.000 189.301 159.301 409.732 0 0 17.08 ZuidasDok 90.045 62.457 4.808 70.935 26.969 0 0 18 Overige uitgaven 0 0 0 0 0 777.970 794.980 18.01 Saldo afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 0 0 0 0 0 0 0 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 0 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 0 0 0 0 0 0 0 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkoverstijgende kosten 0 0 0 0 0 0 0 18.11 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 772.300 772.300 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 18.13 Tol gefinancierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif 0 0 0 0 0 0 0 18.16 Reservering Omgevingswet 0 0 0 0 0 5.670 22.680 Totaal 5.559.846 5.452.331 5.020.230 4.941.206 4.841.853 5.133.523 5.127.85326.02 Bijdrage aan het Deltafonds Het betreft hier de bijdrage vanuit de begroting Hoofdstuk XII aan het Deltafonds ten behoeve van uitgaven die op het fonds worden verant-woord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2142 Opbouw art.ond. 26.02 Bijdrage aan het DF (bedragen x € 1 000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 1 Investeren in waterveiligheid 507.204 349.873 379.531 409.190 327.592 692.701 563.361 397.723 1.01 Grote projecten waterveiligheid 250.431 187.114 130.742 117.463 68.608 43.914 72.234 76.497 1.02 Overige aanlegprojecten Watervei-ligheid 245.307 153.751 247.809 290.807 258.054 648.287 491.127 321.226 1.03 Studiekosten 11.466 9.008 980 920 930 500 0 0 2 Investeren in zoetwatervoorziening 33.145 38.973 38.505 33.622 35.542 32.404 1.833 1.833 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 30.448 36.928 35.555 30.672 31.992 32.289 1.833 1.833 2.03 Studiekosten 2.697 2.045 2.950 2.950 3.550 115 0 0 3 Beheer, onderhoud en vervanging 213.604 169.466 163.944 159.920 112.428 129.540 195.776 217.182 3.01 Watermanagement 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 7.002 7.002 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 206.557 162.435 156.914 152.918 105.426 122.538 188.774 210.180 4 Experimenteren cf art. III Deltawet 0 0 0 0 0 0 0 0 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 0 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 237.009 133.415 285.668 281.488 428.752 273.424 264.590 266.088 5.01 Apparaat 222.711 218.112 221.983 218.158 215.428 211.910 202.895 204.369 5.02 Overige uitgaven 14.298 63.703 63.685 63.330 63.324 61.514 61.695 61.719 5.03 Investeringsruimte 0 – 148.400 0 0 150.000 0 0 0 7 Investeren in waterkwaliteit 29.235 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 54.713 52.425 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 25.978 24.850 33.098 51.376 66.625 62.200 54.713 52.425 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwa-liteit 2.262 279 768 1.804 20.929 0 0 0 7.03 Studiekosten waterkwaliteit 995 995 995 995 995 0 0 0 Totaal 1.020.197 717.851 902.509 938.395 992.863 1.190.269 1.080.273 935.251 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2143 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 1 Investeren in waterveiligheid 349.508 277.105 280.510 393.104 263.401 250.522 224.442 1.01 Grote projecten waterveiligheid 175.082 0 0 0 0 0 0 1.02 Overige aanlegprojecten Watervei-ligheid 174.426 277.105 280.510 393.104 263.401 250.522 224.442 1.03 Studiekosten 0 0 0 0 0 0 0 2 Investeren in zoetwatervoorziening 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 2.03 Studiekosten 0 0 0 0 0 0 0 3 Beheer, onderhoud en vervanging 231.584 278.870 224.296 240.111 230.037 230.037 230.037 3.01 Watermanagement 7.027 7.027 7.027 7.225 6.829 6.829 6.829 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 224.557 271.843 217.269 232.886 223.208 223.208 223.208 4 Experimenteren cf art. III Deltawet 0 0 0 0 0 0 0 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 392.045 415.822 461.637 323.140 500.250 661.417 693.167 5.01 Apparaat 207.261 209.123 213.659 213.658 213.682 213.682 213.682 5.02 Overige uitgaven 61.994 62.135 62.131 63.870 59.982 59.982 59.982 5.03 Investeringsruimte 122.790 144.564 185.847 45.612 226.586 387.753 419.503 7 Investeren in waterkwaliteit 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwa-liteit 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 1.026.247 1.026.760 1.023.206 1.013.177 995.521 1.141.976 1.147.646Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2144 4. DE NIET-BELEIDARTIKELEN Niet-beleidsartikel 97 Algemeen Departement Op dit artikel worden de IenM brede programma uitgaven verantwoord.art. 97 Algemeen departement (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 50.181 103.485 43.309 42.173 49.144 48.901 49.592 Uitgaven: 50.901 103.828 50.480 50.839 50.195 49.900 49.841 97.01 IenM-brede programmamiddelen 50.901 103.828 50.480 50.839 50.195 49.900 49.841 97.01.01 Opdrachten 30.907 72.956 22.618 22.998 22.545 22.149 22.697 – Onderzoeken ANVS 3.217 4.998 3.696 3.678 3.801 3.801 3.853 – Overige opdrachten 27.690 67.958 18.922 19.320 18.744 18.348 18.844 97.01.02 Subsidies 2.167 1.830 1.430 1.450 1.255 1.356 752 97.01.03 Bijdrage aan agentschappen 12.600 23.686 21.205 21.164 21.168 21.168 21.165 – waarvan bijdrage aan KNMI 0 2.626 213 213 213 213 213 – waarvan bijdrage aan ILT 11.986 12.209 12.188 12.195 12.199 12.199 12.196 – waarvan bijdrage aan RWS 614 2.469 2.422 2.374 2.374 2.374 2.374 – waarvan bijdrage aan RIVM 0 6.382 6.382 6.382 6.382 6.382 6.382 97.01.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 5.227 5.356 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227 – StAB 5.227 5.356 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227 Ontvangsten 3.646 1.994 2.189 1.994 1.994 1.994 1.99497.01 IenM-brede programmamiddelen 97.01.01 Opdrachten Onderzoeken ANVSHet betreft uitgaven voor opdrachten aan (inter)nationale technische support organisaties (waaronder de dienstverlening door agentschappen) inzake technische ondersteuning, advisering en onderzoek op terreinen van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming alsmede beveiliging en waarborging (safeguards). Daarnaast worden ook de uitgaven die verband houden met samenwerking tussen ANVS en internationale organisaties (zoals bijvoorbeeld HERCA, OECD/NEA en IAEA) inzake voornoemde terreinen op dit artikel verantwoord.Overige opdrachtenRegeringsvliegtuigDit betreft de uitgaven van IenM voor het onderhoud, exploitatie en aanschaf van een vervangend regeringsvliegtuig.Onderzoeken PBLDit betreft uitgaven ten behoeve van onderzoeksactiviteiten van PBL, zoals de aanschaf van databestanden, ontwikkeling van modellen, uitbesteding van onderzoek en vervaardiging van (web)publicaties. Een deel van deze Algemene Doelstelling Budgettaire gevolgen van beleid Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2145 uitgaven wordt door externe opdrachtgevers vergoed. Voor nieuws en publicaties van het PBL, zie de website van het PBL19.Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC)DCC is verantwoordelijk voor een effectief crisisbeheersingsbeleid en een professionele aanpak van crises. Tijdens een (dreigende) crisis coördineert het DCC-IenM de informatievoorziening binnen het ministerie op het gebied van Infrastructuur en Milieu en is het DCC verantwoordelijk voor het crisisbeheersingsproces. Het beleid op het gebied van crisisbe-heersing is het laatste decennium flink in ontwikkeling. Dit is vooral veroorzaakt door de opkomst van andere crisisvormen (terreuraanslagen, extreme weersomstandigheden en infectieziekten), door de internationale dimensies van crises en de verantwoordelijkheid voor nucleaire crisisbe-heersing. Voor het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing zijn er meer uitgaven voor het programma Opleiden, Trainen en Ontwik-kelen. Verder zijn er incidentele kosten voor de opschoningsactie van de Integrale Crisis Advies Website (ICAWEB).OverigDit betreft voornamelijk de uitgaven die worden gedaan inzake corporate- en beleidscommunicatie, grote publiekscampagnes als van A naar Beter, alsmede artikeloverstijgende onderzoeksopdrachten van bijvoorbeeld het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, op het gebied van Kennis, Innovatie en Strategie alsmede Bestuurlijke en Juridische Zaken.97.01.02 Subsidies Deze uitgaven hangen samen met subsidies die IenM verstrekt, met name aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek voor het programma SURF (Smart Urban Regions in the Future) en het programma Duurzame Logistiek.97.01.03 Bijdragen aan agentschappen KNMIDit betreft de bijdrage aan het KNMI voor afname van meteorologische producten en diensten van voor uitvoering diverse taken door RWS waaronder gladheidbestrijding en afname van maatwerk dienstverlening door ANVS.ILTDe bijdrage aan ILT is bestemd voor de kosten van vergunningverlening die niet geheel gedekt worden door de inkomsten die de ILT verkrijgt vanuit de tariefheffing. Dit wordt veroorzaakt door tarieven, waarvan het bij ministeriële regeling vastgestelde bedrag lager is dan de werkelijke kosten van de vergunningverlening en door vergunningverlenende activiteiten van ILT waarvoor geen tarief is vastgesteld, waardoor de betreffende aanvragers van vergunningen de kosten van de aanvraag niet aan ILT hoeven te vergoeden. De vastgestelde tarieven worden in de Staatscourant gepubliceerd.RWSDit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van beleidsondersteuning en advies en de capaciteitsinzet van het DCC.19www.pbl.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2146 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)Het RIVM is de vaste partner van de ANVS voor een aantal taken op het terrein van stralingsbescherming. Dit zijn taken als beleidsondersteuning bij stralingsbescherming, ondersteuning bij stralingsinspecties, het beheer van de ongevalorganisatie, het in stand houden van het Radionu-cliden laboratorium alsmede het beheer van het Nationaal Meetnet Radioactiviteit en de stralingsmeetwagens. De bijdrage aan het RIVM hangt hiermee samen.97.01.06 Bijdrage aan ZBO en RWT’s Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)Deze uitgaven hangen samen met de subsidie die IenM verstrekt aan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. De StAB adviseert, door middel van deskundigenberichten, op verzoek van de Raad van State en de rechtbanken over geschillen op het terrein van de fysieke leefomgeving zoals milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade.OntvangstenHierop worden de ontvangsten geraamd die IenM onder andere ontvangt voor het Regeringsvliegtuig en voor onderzoeken van het PBL.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2147 Niet-beleidsartikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu met uitzondering van de agentschappen Inspectie Leefomgeving en Transport, Koninklijk Neder-lands Meteorologisch Instituut, Nederlandse Emissieautoriteit en Rijkswaterstaat. Het omvat de verplichtingen en uitgaven voor ambtelijk personeel, inhuur externen en materieel voor het kerndepartement.art. 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement (bedragen x € 1.000 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 325.007 332.456 317.847 287.290 284.877 281.184 281.662 Uitgaven: 326.186 341.205 321.827 290.304 285.210 281.397 281.875 98.01 Personele uitgaven 218.813 237.469 218.900 205.830 200.119 195.974 195.970 – waarvan eigen personeel 197.627 203.761 192.144 185.712 182.319 178.173 178.169 – waarvan externe inhuur 12.071 24.454 17.418 10.229 8.023 8.023 8.023 – waarvan overige personele uitgaven 9.115 9.254 9.338 9.889 9.777 9.778 9.778 98.02 Materiële uitgaven 107.373 103.736 102.927 84.474 85.091 85.423 85.905 – waarvan ICT 25.542 25.534 19.845 19.751 19.773 19.797 19.998 – waarvan bijdrage aan SSO’s 59.460 52.361 54.937 40.607 40.568 40.333 40.133 – waarvan overige materiële uitgaven 22.371 25.841 28.145 24.116 24.750 25.293 25.774 Ontvangsten 37.258 17.891 3.530 3.530 3.530 3.530 3.530Personele uitgavenDit betreft alle uitgaven van het eigen personeel, de externe inhuur en postactieven voor het kerndepartement.Eigen personeelOnder uitgaven eigen personeel vallen de loonkosten en de uitgaven voor de personele exploitatie.–Onder loonkosten wordt verstaan alle uit de rechtspositiebepalingen en aanverwante (wettelijke) regelingen voortvloeiende uitgaven aan en ten behoeve van de werknemers, zoals salaris, vakantie- en eindejaars-uitkering, vergoedingen voor inbesteding van personeel, toelagen, toeslagen en vergoedingen, gratificaties, onkostenvergoedingen waaronder woon-werkverkeer (ook collectieve inkoop openbaar vervoerskaarten), sociale lasten en de bijdrage aan de zorgverzeke-ringswet, pensioenpremies en de eindheffing loonbelasting.–Onder personele exploitatie worden andere personele uitgaven verstaan zoals verhuiskosten, hotels in het kader van dienstreizen, werving en selectie, keuringen, assesments, outplacement, loopbaan-begeleiding en re-integratie, arbeidsgezondheidskundige begeleiding, werkplekaanpassing, uitbesteding arbo-dienstverlening, bedrijfshulp-verlening, representatie voor eigen personeel, opleiding, coaching, training, bezoek van symposia en congressen, personeelsevenemen-ten, bijeenkomsten en recepties, noodzakelijke contributies van personeel, uitgaven sociaal flankerend beleid en dergelijke.Externe inhuurDit betreft de uitgaven voor externe inhuur.Algemene Doelstelling Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2148 Overige personele uitgavenDe overige personele uitgaven betreft de uitgaven aan postactieven. Onder postactieven wordt verstaan uitgaven aan en ten behoeve van voormalig personeel, voor zover niet ten laste komend van derden (pensioen- of uitkeringsfonds) zoals Functioneel leeftijdsontslag (FLO), werkloosheidsuitkeringen, wachtgelden en de daarmee samenhangende uitvoeringskosten van derden.Materiële uitgavenDit betreft materieeluitgaven van het kerndepartement waarvoor geldt dat deze betrekking hebben op uitgaven die bedoeld zijn voor activiteiten ter ondersteuning van het primaire proces.ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven zoals onderhoud en licenties. De bijdrage aan de Shared Service Organisaties betreft onder andere P-Direkt (Salarisbedrijf van het Rijk), FM Haaglanden en de Rijksvastgoedbedrijf.Apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van de Bestuurskern (bedragen x € 1 000) Totaal apparaat Bestuurskern 321.827 Directoraat-Generaal Bereikbaarheid 47.507 Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal 35.656 Directoraat-Generaal Ruimte en Water 25.792 Beleids- en Bestuursondersteuning 37.494 Financiën en Bedrijfsvoering 136.443 – waarvan IenM-brede apparaatsuitgaven 93.054 Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming 16.725 Planbureau voor de Leefomgeving 22.210 Deze tabel splitst de apparaatsuitgaven van het kerndepartement per integratieonderdeel uit voor het jaar 2017.Apparaatsuitgaven Staf Deltacommissaris (bedragen x € 1 000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totaal apparaatsuitgaven Staf Deltacommis-saris 1.502 2.038 1.813 1.762 1.762 1.762 1.762De apparaatuitgaven van de Staf Deltacommissaris worden in lijn met de Waterwet op het Deltafonds begroot en verantwoord (zie artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven van het Deltafonds).Apparaatsuitgaven agentschappen (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totaal apparaatsuitgaven agentschappen 1.190.676 1.211.331 1.187.588 1.169.984 1.155.543 1.154.596 1.138.164 RWS 1.001.817 1.010.701 997.445 983.843 968.700 967.212 950.308 ILT 141.572 150.921 143.541 139.478 140.307 140.806 141.269 KNMI 40.202 42.320 40.009 39.994 39.860 39.860 39.869 NEA 7.085 7.389 6.593 6.669 6.676 6.718 6.718Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2149 Vier agentschappen vallen onder IenM: Rijkswaterstaat (RWS), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Bovenstaand zijn de begrote apparaatsuitgaven van deze agent-schappen opgenomen. IenM draagt hier deels aan bij. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de agentschapsparagrafen.Apparaatsuitgaven ZBO’s en RWT’s (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totaal apparaatsuitgaven ZBO’s en RWT’s 652.991 616.227 599.227 590.227 590.227 590.227 590.227 ProRail 483.000 446.000 429.000 420.000 420.000 420.000 420.000 Kadaster 165.000 165.000 165.000 165.000 165.000 165.000 165.000 StAB 4.991 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227IenM verstrekt bijdragen aan drie begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s: Prorail, Kadaster en StAB. Voor meer informatie over ZBO’s en RWT’s van IenM zie de bijlage ZBO’s en RWT’s van deze begroting.Taakstelling Rutte IIConform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften wordt hieronder aangegeven hoe de taakstelling Rutte II binnen IenM is verdeeld naar de verschillende onderdelen van het ministerie (inclusief agentschappen en ZBO’s). Onderstaande tabel geeft de verdeling weer.Tabel verdeling taakstelling Rutte II 2016–2018 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 Struc-tureel Kerndepartement – 15.138 – 40.807 – 37.320 – 37.320 Agentschappen NEa – 90 – 180 – 269 – 269 KNMI – 261 – 519 – 777 – 777 ILT – 1.726 – 3.430 – 5.135 – 5.135 RWS – 18.289 – 37.972 – 53.100 – 53.100 ZBO’s Kadaster – 310 – 618 – 924 – 924 Overig RIVM – 361 – 824 – 1.000 – 1.000 Prorail – 6.825 – 13.650 – 20.475 – 20.475 Totale taakstelling – 43.000 – 98.000 – 119.000 – 119.000ToelichtingBij het Kerndepartement, zijn maatregelen om de taakstelling Rutte II (2016 en volgende) in te vullen voor het grootste deel gevonden in:–Versobering van de bedrijfsvoering; verlaging van de centrale budgetten op het gebied van materiële uitgaven (onder andere door efficiency of productiviteitverbeteringen, door verdergaande digitalise-ring).–Verbeterde inzet op integrale programma-aanpak, standaardisering, uniformering en vereenvoudiging van processen, vakmanschap en flexibele inzet over de grenzen van de organisatieonderdelen.–Maatregelen met personele gevolgen worden in overleg met de medezeggenschap opgepakt. Omdat de grens van het haalbare steeds dichterbij komt wordt getracht om de personele krimp zoveel mogelijk te beperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2150 Bij de agentschappen wordt het grootste deel van de financiële taakstelling ten laste van de personele budgetten gebracht. Invulling geschiedt middels het nemen van efficiencymaatregelen en indien nodig taakversobering. Dit betekent dat bepaalde taken dan niet meer of minder intensief zullen worden uitgevoerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2151 Niet-beleidsartikel 99 Nominaal en Onvoorzien Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 99 worden gedaan. Het artikel dient hoofdzakelijk als tussenstation voor de overboeking van middelen naar de andere artikelen op de IenM begroting, zoals loon- en prijsbijstelling. Ook taakstellingen die nog niet direct kunnen worden doorgeboekt worden op dit artikel geadministreerd.art. 99 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 0 67 21 108 42 602 545 Uitgaven: 0 67 21 108 42 602 545 Loonbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 Prijsbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 Onvoorzien 0 67 21 108 42 602 545Algemene Doelstelling Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2152 5 BEGROTING AGENTSCHAPPEN Agentschap Rijkswaterstaat IntroductieRijkswaterstaat (RWS) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. RWS beheert en ontwikkelt de rijkswegen, -vaarwegen en -wateren en zet in op een duurzame leefomgeving.Samen met anderen werkt RWS aan een land dat beschermd is tegen overstromingen. Waar voldoende groen is en voldoende en schoon water. En waar je vlot en veilig van A naar B kunt. Samenwerken aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland. Dat is Rijkswaterstaat.Het Ministerie van IenM kent een scheiding tussen beleid, toezicht en uitvoering. RWS fungeert hierbij als uitvoeringsorganisatie van het ministerie. Het formuleren van beleid is belegd bij de beleidsdirectoraten-generaal. Dit betekent dat de doelstellingen van het agentschap afhan-kelijk zijn van de (veelal lange termijn-) beleidsdoelstellingen en kaders die door IenM worden aangegeven. Deze beleidsdoelen zijn geformuleerd in de beleidsartikelen van de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.Producten en dienstenRWS treedt op als manager van het gebruik van een aantal hoofdinfra-structuurnetwerken (hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet, hoofdwater-systemen), als beheerder van die netwerken, als realisator van uitbrei-dingen van deze netwerken en als adviseur voor het ten aanzien hiervan te voeren beleid. RWS voert deze taken uit vanuit een netwerkbenadering. Belangrijkste producten zijn:–Verkeersmanagement: het inzetten van instrumenten en hulpmiddelen om vraag en aanbod op elk moment zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen en om het verkeersaanbod zo goed mogelijk af te wikkelen. Het betreft vooral bediening van objecten als bruggen en sluizen, verstrekken van route-informatie en incidentmanagement.–Watermanagement: reguleren van de hoeveelheden water in het hoofdwatersysteem en van de kwaliteit daarvan, door het hanteren van de te onderscheiden categorieën «vasthouden/bergen/afvoeren» en «schoonhouden/scheiden/zuiveren».–Beheer, onderhoud en vervanging: instandhouding van objecten en areaal op een vooruitstrevende, toekomstgerichte manier, gericht op het ook in technische zin steeds verder ontwikkelen van het netwerk of systeem.–Aanleg: dit betreft investeringen om de functionaliteit van het netwerk te vergroten. Nieuwe verbindingen of verbreding van bestaande. Sleutelwoord: capaciteitsvergroting.–Beleidsondersteuning en -advisering: het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsno-ta’s en de uitvoerbaarheid van beleid.–Leveren van kennis en expertise: ten behoeve van beleidsondersteu-ning en -advisering, milieu en leefomgeving, grote (aanleg)projecten en aansturing projecten en uitvoeringsorganisaties, het verstrekken van subsidies en basisinformatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2153 De begroting van baten en lasten voor het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) Totaal Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet IenM 2.224.488 2.323.511 2.173.987 2.136.835 2.096.244 2.060.019 1.899.632 Omzet nutv werkzaamheden 252.495 0 0 0 0 0 Omzet overige departementen 61.005 28.360 28.360 28.360 28.360 28.360 28.360 Omzet derden 159.464 172.895 175.683 177.970 178.861 177.316 177.316 Rentebaten 156 800 800 800 800 800 800 Bijzondere baten 3.484 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 Vrijval voorziening 21.880 Totaal baten 2.470.477 2.781.061 2.381.830 2.346.965 2.307.265 2.269.495 2.109.108 Lasten Apparaatskosten 1.001.817 1.010.701 997.445 983.843 968.700 967.212 950.308 Personele kosten 775.035 744.971 744.372 739.920 728.615 726.950 710.100 waarvan eigen personeel 701.290 690.488 691.030 690.405 682.198 681.841 664.990 waarvan externe inhuur 73.745 52.983 51.842 48.015 44.917 43.609 43.610 waarvan overige p-kosten 1.500 1.500 1.500 1.500 1.500 1.500 Materiele kosten 226.782 265.730 253.073 243.923 240.085 240.262 240.208 waarvan apparaat ICT 24.628 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 waarvan bijdrage aan SSO’s 54.683 56.000 56.000 56.000 56.000 56.000 56.000 waarvan overige M-kosten 147.471 179.730 167.073 157.923 154.085 154.262 154.208 Onderhoud 1.362.290 1.712.637 1.326.662 1.305.399 1.280.843 1.244.559 1.101.075 Rentelasten 4.562 8.748 8.748 8.748 8.748 8.749 8.750 Afschrijvingskosten 34.811 39.975 39.975 39.975 39.975 39.975 39.975 Materieel 33.769 38.500 38.500 38.500 38.500 38.500 38.500 waarvan apparaat ICT 3.856 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 Immaterieel 1.042 1.475 1.475 1.475 1.475 1.475 1.475 Dotaties 64.310 0 Bijzondere lasten 1.351 Totaal lasten 2.469.141 2.772.061 2.372.830 2.337.965 2.298.266 2.260.495 2.100.108 Saldo 1.336 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 Dotatie aan reserve Rijksrederij 10.416 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 te verdelen resultaat – 9.080 0 0 0 0 0 0ToelichtingBatenOmzet IenMDe omzet IenM betreft de omzet voor activiteiten (en de daarmee samenhangende producten) die RWS verricht voor IenM, zoals:–het beheer en onderhoud van de infrastructuur en waterkwaliteit;–de apparaatskosten (personeel en materieel) van RWS die verband houden met de aanleg, verkeers- en watermanagement en onderhoud van infrastructuur;–de capaciteit die RWS levert in het kader van zijn kennis- en adviesta-ken en de activiteiten in het kader van Leefomgeving.Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Het aandeel van RWS in deze ramingsbijstelling bedraagt € 18 duizend voor de jaren 2017 en verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2154 Ramingsbijstelling 2017–2021 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totale ramingsbijstelling Rijkswaterstaat 0 18 18 18 18 18RWS vult de bezuiniging in door deze te verwerken in het opdrachten-pakket aan het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI).Specificatie omzet IenM (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Deltafonds 469.429 406.553 418.295 407.459 398.149 393.086 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid 1.757 401 401 401 401 401 waarvan programma 1.757 401 401 401 401 401 Artikel 3 Beheer Onderhoud en Vervanging 173.329 127.845 135.194 128.538 101.790 121.059 waarvan programma 173.329 127.845 135.194 128.538 101.790 121.059 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overig 292.898 278.028 281.932 277.752 275.029 271.626 waarvan programma 72.225 61.729 61.711 61.356 61.363 61.478 Artikel 7 Waterkwaliteit 1.445 279 768 768 20.929 0 waarvan programma 1.445 279 768 768 20.929 0 Infrastructuurfonds 1.788.428 1.710.365 1.664.392 1.641.642 1.611.365 1.456.244 Artikel 12 Hoofdwegennet 1.135.975 1.105.514 1.079.902 1.069.794 1.043.716 968.041 waarvan programma 678.037 664.128 647.173 644.147 617.635 552.483 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet 652.453 604.850 584.489 571.848 567.650 488.203 waarvan programma 374.208 332.080 315.205 305.432 302.241 225.453 Hoofdstuk XII 65.654 57.069 54.148 47.143 50.505 50.302 Artikel 11 Integraal waterbeleid 16.801 16.043 15.029 15.045 15.053 15.053 Artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling 15.685 12.671 8.430 6.512 9.853 9.771 Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid 3.801 5.205 5.205 5.205 5.205 5.205 Artikel 15 OV-keten 798 0 0 0 0 0 Artikel 16 Openbaar vervoer en spoor 0 1.022 1.022 1.022 1.022 1.022 Artikel 17 Luchtvaart 9.026 49 4.797 49 49 49 waarvan programma 8.955 0 4.748 0 0 0 Artikel 18 Scheepvaart en Havens 1.290 1.441 1.441 1.441 1.441 1.441 Artikel 19 Klimaat 3.029 3.785 3.244 3.116 3.120 3.011 Artikel 20 Lucht en geluid 2.365 1.419 804 1.251 1.260 1.248 Artikel 21 Duurzaamheid 6.382 8.405 8.294 8.265 8.265 8.265 Artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s 4.008 4.607 3.508 2.863 2.863 2.863 Artikel 97 Algemeen departement 2.469 2.422 2.374 2.374 2.374 2.374 waarvan programma 302 283 283 283 283 283 Totaal 2.323.511 2.173.987 2.136.835 2.096.244 2.060.019 1.899.632 Van totaal omzet IenM – apparaats- en afschrijvingskosten en rentelasten 1.013.253 987.242 971.352 955.318 955.377 938.474 – programma 1.310.258 1.186.744 1.165.482 1.140.926 1.104.642 961.158Nog uit te voeren werkzaamhedenDit betreffen middelen die RWS in 2015 van het moederdepartement heeft ontvangen en bestemd waren voor werkzaamheden die gepland waren in 2015, maar waarvan de uitvoering doorloopt in 2016 (€ 253 miljoen).Omzet overige departementenDe omzet overige departementen heeft betrekking op van andere ministeries ontvangen vergoedingen voor het gebruik van vaartuigen van de Rijksrederij. De bijdrage van het Ministerie van Defensie ten behoeve van de Rijksrederij in 2017 ev. betreft een extrapolatie van het jaar 2016. Over de precieze bijdrage in 2017 ev. vindt nog nader overleg plaats.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2155 Specificatie omzet overige departementen (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ministerie van Defensie 15.500 15.500 15.500 15.500 15.500 15.500 Ministerie van Financiën 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 Ministerie van Economische zaken 7.860 7.860 7.860 7.860 7.860 7.860 Totaal 28.360 28.360 28.360 28.360 28.360 28.360Omzet derdenDe omzet derden heeft betrekking op vergoedingen van onder meer provincies, gemeenten en de Europese Unie in het kader van het beheer en onderhoud van de infrastructuur en de kennis- en adviesfunctie. Daarnaast bevat deze post de verwachte opbrengsten uit schaderijdingen en schadevaringen ter dekking van de kosten van reparatiewerkzaam-heden, opbrengsten uit vergunningverlening, beheeropbrengsten op het areaal, opbrengsten voor de Nationale Bewegwijzeringsdienst en adviezen over leefomgeving aan onder meer gemeenten.Specificatie omzet derden (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Schaderijdingen/schadevaringen 24.500 24.500 24.500 24.500 24.500 24.500 Vergunningen WVO 19.000 19.000 19.000 19.000 19.000 19.000 Vergoeding provincies etc. 38.000 38.000 38.000 38.000 38.000 38.000 Nationale Bewegwijzeringsdienst 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Beheeropbrengsten areaal 45.000 48.000 50.000 50.000 50.000 50.000 Overig 26.395 26.183 26.470 27.361 25.816 25.816 Totaal 172.895 175.683 177.970 178.861 177.316 177.316Bijzondere batenDe geraamde bijzondere baten betreffen voornamelijk verwachte boekwinst op de verkoop van vaste activa.LastenPersonele kostenSpecificatie personele kosten (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal fte 8.544 8.682 8.564 8.517 8.447 8.429 8.214 Eigen Personeelskosten 701.290 690.488 691.030 690.405 682.198 681.841 664.990 Inhuur 73.745 52.983 51.842 48.015 44.917 43.609 43.610Een aantal ontwikkelingen zorgt bij RWS in de komende jaren voor een toename van het aantal ambtelijke fte ten opzichte van de Begroting 2016. In 2017 neemt het aantal fte toe door:–Kasschuif apparaat: In de begroting 2014 heeft het kabinet besloten om op de fondsen te werken met een overprogrammering. Dit instrument heeft als doel om zorg te dragen dat vertragingen bij projecten niet onmiddellijk tot onderbesteding leiden op de fondsen. In de praktijk betekent dit dat Rijkswaterstaat eerder capaciteit voor projecten inzet dan er oorspronkelijk begroot was. Doordat de voorbereidende werkzaamheden voor deze projecten niet in een later stadium opnieuw Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2156 hoeven te worden uitgevoerd is een kasschuif verwerkt binnen de apparaatbudgetten vanuit de periode na 2020 naar voren. Het effect op de organisatieomvang bedraagt 108 fte in 2017 en 178 in 2018 aflopend naar 0 fte in 2020.–Omzetting niet kerntaken Basis ICT: RWS heeft in 2012 op IV/ICT gebied een aantal niet-kerntaken benoemd. Een deel hiervan wordt als dienst ingekocht bij de marktpartijen. Het afnemen van diensten zorgt voor reductie van inhuur maar vraagt ook iets van de beheerorganisatie en de borging van kennis en uitvoering. Inmiddels is duidelijk geworden dat het inkopen van diensten niet betekent dat er geen eigen (beheer-)activiteiten meer hoeven te worden uitgevoerd of dat er geen (technische ICT en Industriële Automatisering) kennis meer aanwezig hoeft te zijn om als volwaardig gesprekspartner op te treden. RWS heeft op dit niveau veel kennis en vaardigheden verloren en is daardoor kwetsbaar geworden. Daarom is opnieuw beperkte bijstelling nodig in de verdeling van kerntaken en niet-kerntaken en is een omzetting geëffectueerd van 50 fte, waarvan 13 fte in 2018.–Ontwerpbureau RWS: Met de oprichting van een eigen ontwerpbureau wordt een deel van het ontwerpen weer in eigen beheer uitgevoerd. Het gaat dan met name om ontwerpen in de weg- en waterbouw (sluizen, bruggen en wegen). De ervaring heeft geleerd dat door alles bij de markt te beleggen de kennispositie van RWS en het kennisbe-houd binnen RWS onder druk komen te staan. Dit heeft risico’s tot gevolg. Daarnaast kan een eigen ontwerpbureau de aantrekkelijkheid van RWS als werkgever vergroten, een welkome ontwikkeling gezien de flinke wervingsopgave waar RWS komende jaren voor gesteld staat. Met het ontwerpbureau zijn in 2016 10 fte en in 2017 en latere jaren 20 fte gemoeid.–Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC): het DCC, dat namens de Minister van IenM uitvoering geeft aan het crisisbe-heersingsbeleid, is sinds 2015 verantwoordelijk voor het dossier nucleair. In 2015 is onderzocht wat de noodzakelijke producten en inzet zijn die hiermee gemoeid gaan, wat tot een beperkte uitbreiding van de formatie van 2,5 fte heeft geleid.Eigen personeelDe kracht van Rijkswaterstaat ligt in de zakelijke en professionele wijze waarop het zijn kerntaken uitvoert. Om daarop te kunnen sturen is gedefinieerd welke taken RWS met eigen mensen uitvoert (de kerntaken) en welke taken aan de markt worden overgelaten (de niet-kerntaken).De bovengenoemde kosten van externe inhuur betreffen de inzet van derden op de kerntaken van RWS. Daarnaast vindt er inzet van derden plaats op taken die RWS van de markt betrekt (niet-kerntaken). Deze inhuur van niet-kerntaken vindt plaats uit programmiddelen. Omwille van de aansluiting op de Rijksbrede rapportages is ervoor gekozen om de daarmee samenhangende kosten ook hier afzonderlijk inzichtelijk te maken. In de doorlichting van het agentschap RWS (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 68) is vastgesteld dat de huidige uitzondering op de regeling agentschappen, waarin is geregeld dat RWS het beheer en onderhoud (programma) in het agentschap mag verantwoorden, kan komen te vervallen. Voor RWS verandert hiermee niets aan de huidige situatie, waarbij inhuur van expertise plaatsvindt uit programmiddelen voor taken die RWS van de markt betrekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2157 Inhuur apparaat (kerntaken)RWS streeft ernaar om de inhuur van externen op kerntaken zoveel mogelijk te beperken vanuit het basisprincipe dat Rijkswaterstaat op kerntaken eigen mensen inzet, ter vermindering van de kwetsbaarheid en het verkleinen van de afhankelijkheid van externen. Inhuur op kerntaken vindt in beginsel alleen plaats als er sprake is van piekbelasting in de directe productie of in geval van onderbezetting, ziekte of vervanging. Inhuur op kerntaken kan ook een keuze zijn als vanuit de arbeidsmarkt hele specifieke kennis/specialisme niet kan worden aangetrokken.Door een aantal maatregelen zal de inhuur op kerntaken de komende jaren gaan dalen:–extra inzet op het werven van voldoende gekwalificeerd eigen personeel en versnelling van het wervingsproces om vacatures zo snel mogelijk in te vullen;–een flexibele interne pool om snel interne inzet te kunnen organiseren;–versterking van cruciale kennis binnen de organisatie is geborgd met interne loopbaanontwikkeling;–er zijn afspraken gemaakt over omzetting van niet-kerntaken naar kerntaken.Inhuur kerntaken (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Inhuur kerntaken 73.745 52.983 51.842 48.015 44.917 43.609 43.610Inhuur programma (niet-kerntaken)Gelet op de productieopgave van RWS blijft de inhuur op taken die bij de markt zijn gelegd (de niet-kerntaken) in 2017 op ongeveer hetzelfde niveau als voorgaande jaren. Voor het betrekken van externe capaciteit op niet-kerntaken geldt dat deze zoveel mogelijk op basis van op productaf-spraken gebaseerde contracten zal worden gedaan, tenzij dat om inhoudelijke of aansturingsredenen niet doelmatig is.Daarnaast is besloten om met ingang van 2016 geleidelijk 100 fte aan niet-kerntaken, waarvoor veelal werd ingehuurd, om te zetten naar eigen personeel om de kennis binnen RWS verder te borgen en de afhanke-lijkheid van de markt te laten afnemen. Daarbovenop wordt om gelijk-soortige redenen geleidelijk aan van 2016 tot en met 2018 oplopend 50 fte op het gebied van basis ICT omgezet naar eigen personeel.Hierdoor zal de inhuur op niet-kerntaken de komende jaren geleidelijk gaan dalen. De inhuur op niet-kerntaken in het primaire proces wordt met name onder de posten onderhoud en aanleg op het Infrastructuurfonds en het Deltafonds verantwoord.Inhuur niet-kerntaken (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Inhuur niet-kerntaken 146.983 142.680 123.608 106.835 96.385 86.835 86.835Materiële kostenDe materiële kosten omvatten onder andere ICT, huisvesting, bureau-kosten en communicatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2158 OnderhoudDe kosten beheer en onderhoud hebben betrekking op de kosten die in rekening worden gebracht door derden (met name aannemers en ingenieursbureaus). Deze voeren werkzaamheden uit die direct bijdragen aan het beheer en de instandhouding van de infrastructuur.Kasstroomoverzicht over het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) reali-satie 20151 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositorekening 481.793 462.943 250.657 283.432 310.507 307.182 273.857 Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+/+) 2.457.497 2.528.566 2.376.530 2.346.965 2.307.265 2.269.495 2.109.098 Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) – 2.436.714 – 2.732.086 – 2.327.555 – 2.297.990 – 2.258.291 – 2.220.520 – 2.060.123 Totaal operationele kasstroom 20.783 – 203.520 48.975 48.975 48.975 48.975 48.975 Totaal investeringen (-/-) – 23.750 – 28.982 – 29.400 – 60.900 – 60.900 – 60.900 – 60.900 Totaal boekwaarde desinvesteringen (+/+) 2.434 Totaal investeringskasstroom – 21.316 – 28.982 – 29.400 – 60.900 – 60.900 – 60.900 – 60.900 Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 0 0 0 0 0 Eenmalige storting door het moederdepar-tement (+/+) 7.300 15.800 14.200 6.000 8.600 8.600 8.600 Aflossingen op leningen (-/-) – 42.117 – 23.584 – 34.000 – 38.000 – 42.000 – 72.000 – 42.000 Beroep op leenfaciliteit (+/+) 16.500 28.000 33.000 71.000 42.000 42.000 42.000 Totaal financieringskasstroom – 18.317 20.216 13.200 39.000 8.600 – 21.400 8.600 Rekening-courant RHB 31 december 2012 + stand depositorekening) (=1+2+3+4) 462.943 250.657 283.432 310.507 307.182 273.857 270.5321 (maximale roodstand 0,5 miljoen Euro)ToelichtingOperationele kasstroomHieronder vallen de inkomsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfs-voering. Meerjarig wordt gestreefd naar een stabiel saldo van baten en lasten.InvesteringskasstroomHieronder vallen de verkopen van activa en de nieuwe investeringen. De investeringen hebben betrekking op het in stand houden van de activa van RWS. Deels betreft het investeringen in activasoorten, zoals voertuigen, waarbij de omvang van de jaarlijkse investeringen op een constant niveau ligt.FinancieringskasstroomHieronder vallen alle geldstromen die gerelateerd zijn aan de financiering van het agentschap. RWS doet een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën ter financiering van de investeringen. Daarnaast wordt in de begroting van het agentschap rekening gehouden met aflossing op deze leenfaciliteit. De storting door moederdepartement betreft de aflossing van de langlopende vordering die RWS heeft op het moederdepartement.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2159 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Omschrijving 2015 reali-satie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Apparaatskosten per eenheid areaal (x € 1) Hoofdwegennet 24.646 25.915 24.947 24.877 24.420 24.283 24.077 Hoofdvaarwegennet 24.719 25.951 25.575 25.445 25.255 25.193 25.113 Hoofdwatersystemen 1.068 1.148 1.112 1.102 1.093 1.087 1.069 Apparaatskosten t.o.v. omzet Apparaatskosten t.o.v. omzet 29% 25% 28% 25% 22% 23% 21% Tarieven per fte (x € 1) Kosten per fte 128.710 123.017 122.588 122.297 121.518 121.601 119.948 Omzet BLD per product (x € 1.000) Hoofdwatersystemen 401.466 468.044 410.080 421.822 410.986 401.676 396.614 Hoofdwegen 934.897 1.135.592 1.104.334 1.080.607 1.070.499 1.044.421 968.746 Hoofdvaarwegen 557.634 653.214 605.625 585.189 572.656 563.658 488.411 Overig 330.491 66.661 53.948 49.216 42.103 50.265 45.861 TOTAAL 2.224.488 2.323.511 2.173.987 2.136.835 2.096.244 2.060.019 1.899.632 Bezetting Fte formatie 8.544 8.685 8.564 8.517 8.447 8.429 8.404 Overhead 13% 13% 13% 13% 13% 13% 13% Exploitatiesaldo Exploitatiesaldo 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% Gebruikerstevredenheid Publieksgerichtheid 65% 70% 70% 70% 70% 70% 70% Gebruikerstevredenheid HWS 65% 70% 70% 70% 70% 70% 70% Gebruikerstevredenheid HWN 80% 80% 80% 80% 80% 80% 80% Gebruikerstevredenheid HVWN 69% 75% 75% 75% 75% 75% 75% Ontwikkeling pinwaarde Hoofdwatersystemen 70 80 100 100 100 100 100 Hoofdwegen 99 100 100 100 100 100 100 Hoofdvaarwegen 100 100 100 100 100 100 100ToelichtingApparaatkosten per eenheid areaalDeze indicator geeft informatie over hoe de kosten die het apparaat van RWS maakt voor verkeersmanagement en beheer en onderhoud zich ontwikkelen ten opzichte van het areaal. Een dalende trend van de kosten per eenheid areaal geeft een indicatie van een toename in de efficiëntie van de organisatie op het gebied van Beheer en Onderhoud en Verkeers-management.Percentage apparaatskosten ten opzichte van de omzetDeze indicator geeft de verhouding weer tussen de kosten van het apparaat en de totale omzet (inclusief GVKA-middelen) van RWS.Kosten per fteDeze indicator geeft de ontwikkeling weer van de kosten (loonkosten en materiële kosten) per formatieve ambtelijke FTE. Wanneer deze kosten dalen kan dit een indicatie van een toename in doelmatigheid van de organisatie zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2160 Omzet per productgroepIn de tabel is de Omzet IenM uitgesplitst naar de verschillende netwerken.Organisatiegrootte in fteDeze voorgeschreven indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van RWS zich ontwikkelt.Percentage overheadDeze indicator geeft aan welk deel van het ambtelijke personeel (in fte) binnen RWS zich bezig houdt met de bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering bevat alle processen die ondersteunend zijn aan de organisatie. Het streven is daarbij voortdurend een optimale kwalitatieve en kwantitatieve omvang van de bedrijfsvoering.Exploitatiesaldo (% van de omzet)Deze voorgeschreven indicator toont de ontwikkeling van het exploitatie-saldo als percentage van de omzet.GebruikerstevredenheidPublieksgerichtheid: geeft aan hoe tevreden onze gebruikers en partners over RWS zijn als publieke dienstverlenende organisatie. Dan gaat het over zaken als «luisteren; verwachtingenmanagement; aanspreek-baarheid; houding en gedrag en de wijze waarop wij communiceren».Gebruikerstevredenheid (per netwerk)Deze indicator geeft aan hoe tevreden onze gebruikers over de kwaliteit van de drie netwerken zijn. Denk daarbij aan veiligheid, doorstroming; kwaliteit infrastructuur en tijdige en betrouwbare informatievoorziening (gekoppeld aan de netwerken).Ontwikkeling PIN-waardenDe ontwikkeling van de PIN-waarden (prestatie-indicator waarden) geeft een beeld hoe de ontwikkeling is in de toestand van het door RWS beheerde areaal. Het weergegeven cijfer betreft een index ten opzichte van het jaar 2015. De bijlage instandhouding bij de begrotingen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds biedt inzicht in instandhouding en de gehanteerde PIN-waarden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2161 Agentschap Inspectie Leefomgeving en Transport IntroductieHet Ministerie van IenM kent een scheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht. Het formuleren van beleid en wet- en regelgeving is primair belegd bij de beleidsdirectoraten-generaal. De toezichthoudende taken zijn bij IenM belegd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).Producten en dienstenDe producten en diensten van de ILT betreffen de toelating op de markt (vergunningen) en vervolgens de handhaving van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.1. VergunningverleningNieuwe toetreders tot een markt moeten aantonen dat ze aan de wettelijke eisen voldoen. Wordt daar aan voldaan, dan verleent de ILT één of meer vergunning(en) of certificaten. De wetgever verbindt door die keuze veiligheidseisen aan marktordeningsprincipes: zonder vergunning mag het bedrijf niet handelen.2. HandhavingHet handhaven van wet- en regelgeving geschiedt door middel van dienstverlening, toezicht en opsporing. Het zwaartepunt van de inspectie-activiteiten ligt op het terrein van het toezicht. De ILT kent de volgende toezichtsvormen:–objectinspecties;–administratiecontroles;–audits;–convenanten;–digitale inspecties.Toezicht wordt gehouden vanuit het beginsel «vertrouwen, tenzij». Basis daarvoor vormt een nog verder uit te werken risicoselectiesysteem. Bij correcte naleving krijgt de onder toezichtstaande minder toezicht en kunnen handhavingsconvenanten worden gesloten (horizontaal toezicht). Fysieke inspecties (objecten, producten en personen), audits, administra-tiecontroles, steekproefcontroles en acties (landelijk, regionaal of themagericht) vormen het verdere instrumentarium.3. Incident- en ongevalsonderzoekOngevallenonderzoek is bij ernstige ongevallen opgedragen aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). In voorkomende gevallen levert de ILT expertise en deskundigen en soms (zoals bij scheepvaart en railvervoer) heeft de ILT een eigen taak bij het onderzoeken van ongevallen. Ongevallenonderzoek kan aanleiding zijn om de dienstver-lening te vergroten en/of het toezicht te versterken. In ernstige gevallen van falen kan uit het onderzoek een toezichtmaatregel voortvloeien.Incidenten en ongevallen vragen om een snelle respons en een gecoördi-neerde aanpak. Ondanks dat crisismanagement geen toezichtstaak is, is de (systeem)verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de crisisbeheer-singstaak belegd bij de Inspecteur-generaal. Het betreft de preparatie, respons en (deels) nazorg van incidenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2162 De begroting van baten en lasten voor het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet IenM 132.694 131.192 121.749 118.950 118.982 118.984 118.997 Omzet overige departementen 460 723 375 375 375 375 375 Omzet derden 13.602 22.070 23.566 21.792 22.139 22.186 22.186 Rentebaten 60 50 50 50 50 50 50 Vrijval uit voorzieningen 247 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 552 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 147.615 154.035 145.740 141.167 141.546 141.595 141.608 Lasten Apparaatskosten 141.572 150.921 143.541 139.478 140.307 140.806 141.269 Personele kosten 104.190 107.042 100.525 99.121 98.984 98.944 98.944 waarvan eigen personeel 96.023 100.396 96.825 95.819 95.682 95.642 95.642 waarvan externe inhuur 8.167 6.446 3.500 3.102 3.102 3.102 3.102 waarvan overige personele kosten 0 200 200 200 200 200 200 Materiële kosten 37.382 43.879 43.016 40.357 41.323 41.862 42.325 waarvan apparaat. ICT 4.828 100 200 200 200 200 200 waarvan bijdrage aan SSO’s 13.891 15.900 12.666 12.660 12.560 12.560 12.560 waarvan overige materiële kosten 18.663 27.879 30.150 27.497 28.563 29.102 29.565 Afschrijvingskosten 2.620 2.200 2.099 1.589 1.139 689 239 Materieel 2.620 2.200 2.099 1.589 1.139 689 239 waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 Immaterieel 0 0 0 0 0 0 0 Overige kosten 1.897 914 100 100 100 100 100 Dotaties voorzieningen 1.455 914 100 100 100 100 100 Rentelasten 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere lasten 442 0 0 0 0 0 0 Totaal kosten 146.089 154.035 145.740 141.167 141.546 141.595 141.608 Saldo van baten en lasten 1.526 0 0 0 0 0 0ToelichtingBatenOmzet IenMDe omzet IenM is een vergoeding voor de productgroepen vergunningver-lening en handhaving (toezicht, incidentmelding en onderzoek).Specificatie omzet IenM (bedragen x € 1.000) Hoofdstuk XII 2016 2017 2018 2019 2020 2021 artikel 24 Handhaving en Toezicht 118.983 109.561 106.755 106.783 106.785 106.801 artikel 97 Algemeen departement 12.209 12.188 12.195 12.199 12.199 12.196 Totaal 131.192 121.749 118.950 118.982 118.984 118.997 Van totale omzet IenM – apparaats-en afschrijvingskosten en rentelasten 131.192 121.749 118.950 118.982 118.984 118.997 – programma 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2163 Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Het aandeel van de ILT in deze ramingsbijstelling bedraagt € 0,4 miljoen voor de jaren 2017 en verder.Ramingsbijstelling 2017–2021 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totale ramingsbijstelling ILT 0 – 386 – 386 – 386 – 386 – 386ILT streeft ernaar de taakstelling in te vullen door efficiencybesparing op huisvesting en ICT.Omzet overige departementenDe omzet afkomstig van andere departementen betreft de middelen voor het toezicht op naleving van de Wet normering topinkomens in opdracht van de Minister voor Wonen en Rijksdienst.Omzet derdenDe opbrengsten derden betreffen de doorberekende kosten aan de afnemers van de vergunningen en overige externe opdrachten. Het toezicht op de woningcorporaties wordt doorbelast aan de sector en is ook opgenomen onder omzet derden. De heffing wordt voor 2017 geraamd op € 15,5 miljoen.LastenPersonele kostenVanaf 2017 zal de omvang van de ILT beperkt dalen door pensionering van een groot aantal medewerkers en gedeeltelijke vervanging van medewerkers. Eerder heeft anticiperende werving plaatsgevonden zodat vertrekkende medewerkers tijdig vervangen konden worden door goed opgeleide, nieuwe medewerkers.Personele kosten Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal fte’s 1.152 1.138 1.121 1.113 1.113 1.113 1.113 Eigen personeelskosten (x € 1.000) 96.023 100.396 96.825 95.819 95.682 95.642 95.642 Externe inhuur (x € 1.000) 8.167 6.446 3.500 3.102 3.102 3.102 3.102In 2017 daalt het personeelsbestand met 17 fte ten opzichte van 2016 en daalt daarna door tot 1.113 fte. De externe inhuur betreft voornamelijk inhuur op ICT-terrein.Materiële kostenDe materiële kosten omvatten onder andere ICT, huisvesting, opleidingen en overige kosten voor middelen ten behoeve van de uitvoering van de inspectietaken. Vanwege continuerende ICT-investeringen en beperkte Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2164 kostenontwikkeling op huisvestingsgebied blijven de materiële kosten constant.Kasstroomoverzicht over het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen 39.749 40.672 31.374 25.374 21.374 18.374 15.374 2a totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 4.905 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2b totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) – 3.220 – 8.000 – 6.000 – 4.000 – 3.000 – 3.000 – 3.000 2. Totaal operationele kasstroom 1.685 – 6.000 – 4.000 – 2.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 3a. totaal investeringen (-/-) – 432 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 3b. totaal boekwaarde desinvesteringen (+/+) 161 – – – – – – 3. Totaal investeringskasstroom – 271 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 4a. eenmalige uitkering aan moederdepar-tement (-/-) – 491 – 1.689 – – – – – 4b. eenmalige storting door het moederdepar-tement (+/+) – – – – – – – 4c. aflossingen op leningen (-/-) – – – – – – – 4d. beroep op leenfaciliteit(+/+) – – – – – – – 4. Totaal financieringskasstroom – 491 – 1.689 0 0 0 0 0 5. Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekening (=1+2+3+4) 40.672 32.783 27.174 23.174 20.174 17.174 14.174 (Maximale roodstand € 0,5 miljoen) ToelichtingOperationele kasstroomDe resterende middelen voor het project Boordcomputertaxi komen in 2016 tot definitieve uitbetaling, waarna de operationele kasstroom zal afvlakken.InvesteringskasstroomDe investeringenkasstroom is naar verwachting beperkt. Gelet op de beschikbare liquiditeiten is het doelmatig om investeringen te financieren met eigen kasmiddelen.FinancieringskasstroomDe eenmalige uitkering aan het moederdepartement betreft het, op basis van de Regeling agentschappen, uitkeren van het surplus van het eigen vermogen aan de eigenaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2165 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Omschrijving Generiek Deel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Kostprijzen per produktgroep (x € 1.000) – Handhaving 126.080 134.242 125.968 121.388 121.763 121.815 121.828 – Vergunningverlening 19.750 19.793 19.772 19.779 19.783 19.783 19.780 2. Tarieven/uur (x € 1) – Handhaving 129,7 140,9 139,8 137 137 137 137 – Vergunningverlening 132,5 124,9 123,6 120,5 120,5 120,5 120,5 3. Omzet per produktgroep (x € 1.000) – Handhaving 133.145 134.242 125.968 121.388 121.763 121.815 121.828 – Vergunningverlening 6.881 7.584 7.584 7.584 7.584 7.584 7.584 4. Fte-totaal (gemiddeld excl. externe inhuur) 1.135 1.138 1.121 1.113 1.113 1.113 1.113 5. Saldo van baten en lasten 1,02% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 6. Kwaliteitsindicator 1: Doorlooptijd vergun-ningen binnen norm 90% 95% 95% 95% 95% 95% 95% 7. Kwaliteitsindicator 2: wachttijden informa-tiecentrum 21 seconden <20sec. <20sec. <20sec. <20sec. <20sec. <20sec. Omschrijving Specifiek Deel Inspectiediensten 8. Kwaliteit Handhaving: Klachten (bezwaar en beroep) 1.448 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 Waarvan gegrond 48% 0% 0% 0% 0% 0% 0%ToelichtingHet aantal fte in de organisatie is gebaseerd op de geraamde formatie passend binnen de randen van de begroting.De daling van kosten en tarieven in de komende jaren zijn het gevolg van de bezuinigingen die in eerste instantie gerealiseerd worden op de ondersteunende functies.De kwaliteitsindicatoren (6, 7 en 8) betreffen de kwaliteit van vergunning-verlening, dienstverlening en handhaving. Aangezien «gegronde klachten» in het inspectieproces niet bestaan, cq. van de klachten niet formeel wordt vastgesteld of deze wel of niet gegrond zijn, is deze vervangen door «bezwaar- en beroepszaken». De ILT streeft naar 0% gegrond verklaarde bezwaren en beroepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2166 Agentschap Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut IntroductieHet Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) adviseert en waarschuwt de samenleving om risico’s met een atmosferische of seismische oorsprong terug te dringen. Het KNMI ontwikkelt daartoe hoogwaardige kennis, verricht waarnemingen, en zet die om in producten en diensten die de veiligheidsrisico’s verminderen, bijdragen aan een duurzame samenleving en economische mogelijkheden bevorderen.Per 1 januari 2016 is de Wet taken meteorologie en seismologie in werking getreden.Producten en dienstenDe samenleving wordt steeds gevoeliger voor extreem weer, klimaatver-andering, luchtkwaliteit, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Om deze toegenomen risico’s zoveel mogelijk te helpen beperken past het KNMI het concept van de risico-reductie-cyclus toe.We bewaken en waarschuwen, maar we geven ook adviezen en hande-lingsperspectieven voor zowel acute als toekomstige gevaren. Daarbij trekken we actief lessen uit gebeurtenissen om toekomstige adviezen nog beter te maken en zo tot risico reductie te komen. Dit doen we samen met onze omgeving: het algemene publiek, overheden en (weer)bedrijven. We innoveren permanent onze dienstverlening en creëren daarbij (duurzame) economische kansen voor het bedrijfsleven terwijl we bijdragen aan een veilig, bereikbaar en leefbaar Nederland.Het KNMI heeft zijn producten en diensten ingedeeld in de product-groepen Meteorologie en Seismologie. Daarnaast wordt Aardobservatie als product onderscheiden. Meetbare gegevens voor deze product-groepen zijn opgenomen in beleidsartikel 23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2167 De begroting van baten en lasten voor het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet IenM 46.668 39.854 44.528 47.585 51.252 40.759 40.768 Waarvan omzet nutv werkzaamheden 1.402 1.745 0 0 0 0 0 Omzet overige departementen 1.744 3.102 2.402 2.402 2.402 2.402 2.402 Omzet derden 17.673 23.195 23.347 23.843 24.036 23.994 24.159 Rentebaten 25 0 0 0 0 0 0 Vrijval uit voorzieningen 632 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten Totaal baten 66.742 66.150 70.277 73.830 77.690 67.155 67.329 Lasten Apparaatskosten 40.202 42.320 40.009 39.994 39.860 39.860 39.869 Personele kosten 30.904 30.115 29.960 29.949 29.863 29.863 29.863 waarvan eigen personeel 27.871 29.286 29.460 29.449 29.363 29.363 29.363 waarvan externe inhuur 3.033 830 500 500 500 500 500 waarvan overige personele kosten 0 0 0 0 0 0 0 Materiële kosten 9.298 12.205 10.049 10.045 9.997 9.997 10.006 waarvan apparaat ICT 1.612 1.612 1.612 1.612 1.612 1.612 1.612 waarvan bijdrage aan SSO’s 2.617 4.966 4.966 4.966 4.966 4.966 4.966 waarvan overige materiele kosten 5.069 5.627 3.471 3.467 3.419 3.419 3.428 Materiele Programmakosten Aardobservatie 13.050 8.417 17.029 20.521 24.487 13.990 13.982 Overig 10.174 13.345 10.986 10.982 10.930 10.930 10.939 waarvan ICT 2.230 2.230 2.230 2.230 2.230 2.230 2.230 waarvan overige materiele kosten 7.944 11.115 8.756 8.752 8.700 8.700 8.709 Afschrijvingskosten Materieel 2.061 1.826 2.011 2.091 2.171 2.133 2.297 Apparaat 661 426 611 691 771 733 897 waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 Programma 1.400 1.400 1.400 1.400 1.400 1.400 1.400 waarvan ICT 1.400 1.400 1.400 1.400 1.400 1.400 1.400 – immaterieel Overige kosten Dotaties voorzieningen 642 Rentelasten 10 242 242 242 242 242 242 Programma 8 182 182 182 182 182 182 Apparaat 3 61 61 61 61 61 61 Bijzondere lasten 263 Totaal lasten 66.402 66.150 70.277 73.830 77.690 67.155 67.329 Saldo van baten en lasten 340 0 0 0 0 0 0ToelichtingBatenOmzet IenMDe omzet IenM betreft een vergoeding voor de producten op het gebied van meteorologie, seismologie en aardobservatie. Het betreft zowel een vergoeding voor wettelijke taken als de vergoeding van RWS, ILT en beleids-DG’s voor maatwerk. De stijging in de opbrengsten IenM wordt veroorzaakt door fluctuatie in de opbrengsten voor Aardobservatie (programma).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2168 Specificatie omzet IenM (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Hoofdstuk XII Artikel 11 Integraal waterbeleid 526 524 410 410 410 410 410 Artikel 16 Openbaar vervoer en spoor 44 44 0 0 0 0 0 Artikel 17 Luchtvaart 23 14 20 14 0 0 0 Artikel 19 Klimaat 716 809 398 398 109 109 109 Artikel 23 Meteorologie en seismologie en aardobservatie 40.001 33.988 40.852 43.915 47.885 37.392 37.401 Artikel 97 Algemeen departement Inzet middelen balans 2.136 1.745 0 0 0 0 0 Bijdrage ILT 313 104 104 104 104 104 104 Bijdrage ANVS 213 213 213 213 213 213 Bijdrage RWS 2.909 2.413 2.531 2.531 2.531 2.531 2.531 Totaal 46.668 39.854 44.528 47.585 51.252 40.759 40.768 Van totale omzet IenM * apparaats- en afschrijvingskosten en rentelasten 33.618 31.437 27.499 27.064 26.765 26.769 26.786 * programma 13.050 8.417 17.029 20.521 24.487 13.990 13.982Omzet IenM per product (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Meteorologie 33.959 30.962 27.169 26.755 26.455 26.459 26.477 Seismologie 503 475 330 309 310 310 309 Aardobservatie 12.206 8.417 17.029 20.521 24.487 13.990 13.982 Totaal 46.668 39.854 44.528 47.585 51.252 40.759 40.768Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Het aandeel van het KNMI in deze ramingsbijstelling bedraagt € 0,8 miljoen voor de jaren 2017 en verder.Ramingsbijstelling 2017–2021 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totale ramingsbijstelling KNMI 0 – 774 – 774 – 774 – 774 – 774De inpassing van de ramingsbijstelling KNMI zal nader worden bezien in samenhang tot het meerjarenprogramma EUMETSAT.Omzet overige departementenDe opbrengst overige departementen heeft betrekking op van andere ministeries ontvangen vergoedingen voor dienstverlening door het KNMI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2169 Specificatie omzet overige departementen (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Rijksinstituut voor Veiligheid en Milieu 0 476 476 476 476 476 476 Het Ministerie van Defensie 991 976 976 976 976 976 977 Het Ministerie van Economische Zaken 716 1.650 950 950 950 950 951 Overig 37 0 0 0 0 0 Totaal 1.744 3.102 2.402 2.402 2.402 2.402 2.404Het KNMI ontvangt een vergoeding van het Rijksinstituut voor Veiligheid en Milieu (RIVM) voor facilitaire dienstverlening in het kader van de samenwerking in het Shared Service Centrum Campus en voor de levering van luchtkwaliteitsverwachtingen. De bijdrage van het Ministerie van Defensie is een bijdrage voor onderhoud meteorologische infra-structuur. De bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken betreft dienstverlening op seismologisch gebied.Omzet derdenSpecificatie omzet derden (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Opbrengsten luchtvaart 9.362 9.350 9.232 9.116 9.001 9.001 9.001 Projecten extern gefinancierd 6.270 9.477 9.477 9.477 9.477 9.477 9.477 Dataverstrekkingen en licenties 667 511 511 511 511 511 512 Overige opbrengsten 1.374 3.857 4.127 4.739 5.047 5.005 5.169 Totaal 17.673 23.195 23.347 23.843 24.036 23.994 24.159Opbrengsten luchtvaart zijn inkomsten uit een drietal tarieven die via Eurocontrol of LVNL bij luchtvaartmaatschappijen in rekening worden gebracht. Projecten extern gefinancierd bestaat uit gelden van de Europese Unie, ESA/Estec, Universiteiten en NSO ter financiering van onderzoeksprojecten in de meteorologie en seismologie. De opbrengsten dataverstrekking en licenties bestaan uit ontvangsten van voornamelijk weerproviders voor de levering van meteorologische data. De overige opbrengsten betreffen diverse opbrengsten, deels lopende contracten en deels nog te realiseren.LastenPersonele kostenDe specificatie van de personele kosten is als volgt:Personele kosten (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Gem. aantal fte’s 348 367 370 370 370 370 370 Eigen personeelskosten 27.871 29.286 29.460 29.449 29.363 29.363 29.363 Inhuur 3.033 830 500 500 500 500 500Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2170 Materiële kostenDe materiële uitgaven omvatten onder andere ICT, huisvesting, communi-catie en contributies.Kasstroomoverzicht over het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositorekening 20.400 22.333 13.400 11.100 8.563 9.989 3.613 2a. Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 1.826 2.011 2.091 2.171 2.133 2.297 2b. Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) – 10.759 – 3.945 – 3.569 494 – 7.090 – 1.966 2. Totaal operationele kasstroom 2.908 – 8.933 – 1.934 – 1.478 2.665 – 4.957 331 3a. Totaal investeringen (-/-) – 2.918 – 2.979 – 3.927 – 1.500 – 1.500 – 1.500 – 1.500 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+/+) 1.943 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 975 – 2.979 – 3.927 – 1.500 – 1.500 – 1.500 – 1.500 4a. Eenmalige uitkeringen aan moederdepartement (-/-) 0 0 0 0 0 0 0 4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+) 0 0 0 0 0 0 0 4c. Aflossingen op leningen (-/-) 0 – 366 – 1.059 – 1.239 – 1.419 – 1.599 4d. Beroep op leenfaciliteit (+/+) 2.979 3.927 1.500 1.500 1.500 1.500 4. Totaal financieringskasstroom 0 2.979 3.561 441 261 81 – 99 5. Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 22.333 13.400 11.100 8.563 9.989 3.613 2.345 (maximale roodstand 0,5 miljoen €) ToelichtingOperationele kasstroomDe operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en vooruitontvangen bedragen.InvesteringskasstroomInvesteringen vinden vooral plaats in waarneemapparatuur en computer-systemen.FinancieringskasstroomHet beroep op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën betreft investeringen met een afschrijvingstermijn van 3 jaar of langer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2171 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Omschrijving generiek deel1 Kostprijzen per product (groep) – percentage overhead 100 109 109 109 109 109 109 – fte’s overhead 100 99 95 95 95 95 95 Tarieven/uur 100 104 104 104 104 104 104 Omzet per productgroep (x € 1.000) – Meteorologie 50.946 55.060 51.420 51.502 51.395 51.357 51.538 – Seismologie 2.089 2.673 1.828 1.807 1.808 1.808 1.808 – Aardobservatie 13.050 8.417 17.029 20.521 24.487 13.990 13.982 FTE-totaal (excl. externe inhuur) 358 367 370 370 370 370 370 Saldo van baten en lasten 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% Omschrijving specifiek deel Algemene weersverwachtingen en adviezen – afwijking min.temperatuur (°C) 0,45 ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) – afwijking max.temperatuur (°C) – 0,31 ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) – gemiddelde afwijking windsnelheid (m/s) 0 ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) Maritieme verwachtingen – tijdigheid marifoonbericht 99,5% > 99% > 99% > 99% > 99% > 99% > 99%1 Geïndexeerd; 2015 = 100ToelichtingDe verlaging van de agentschapsbijdrage, die tot uiting komt in daling van de omzet op de productgroepen meteorologie en seismologie in de komende jaren zal voornamelijk worden gecompenseerd door hogere opbrengsten voor maatwerk. Daarnaast wordt een kleine daling in het aantal fte’s overhead verwacht. De tarieven per uur stijgen als gevolg van een daling van de begrote productieve uren per fte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2172 Agentschap Nederlandse Emissieautoriteit IntroductieDe nieuwe missie van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) luidt: De Nederlandse Emissieautoriteit borgt als uitvoeringsorganisatie en toezichthouder dat bedrijven die deelnemen aan het Europese emissie-handelssysteem (EU ETS) en de wet- en regelgeving voor hernieuwbare energie vervoer en brandstoffen luchtverontreiniging, voldoen aan hun verplichtingen. Dat doet de NEa door bedrijven te informeren, te adviseren en door toezicht te houden.Producten en dienstenDe uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap NEa vallen onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NEa dat als zodanig een ZBO is. Het gaat daarbij waar het emissiehandel betreft om het verlenen en actualiseren van emissievergunningen, het onderhouden van het CO2-register en toezicht en handhaving van de wetgeving. Voor wat betreft biobrandstoffen gaat het om uitvoering en toetsing van de Richtlijnen Hernieuwbare energie en Brandstofkwaliteit.Begroting van baten en lasten voor het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Omzet IenM 7.622 8.129 7.002 6.857 6.857 6.857 6.857 Omzet overige departementen 0 0 106 116 121 121 121 Omzet derden 19 0 0 0 0 0 0 Rentebaten Totaal baten 7.641 8.129 7.108 6.973 6.978 6.978 6.978 Lasten Apparaatskosten 7.085 7.389 6.593 6.669 6.676 6.718 6.718 Personele kosten 5.324 5.644 5.423 5.423 5.413 5.393 5.393 waarvan eigen personeel 4.681 4.591 4.586 4.608 4.603 4.603 4.603 waarvan externe inhuur 527 572 517 515 510 490 490 waarvan overige personele kosten 116 481 320 300 300 300 300 Materiële kosten 1.761 1.745 1.170 1.246 1.263 1.325 1.325 waarvan apparaat ICT 265 734 448 448 448 448 448 waarvan bijdrage aan SSO’s 501 519 502 502 502 502 502 waarvan overige materiële kosten 995 492 220 296 313 375 375 Rentelasten 13 16 8 4 2 0 0 Afschrijvingskosten 608 724 507 300 300 260 260 Materieel 2 2 waarvan apparaat ICT 2 2 Immaterieel 606 722 507 300 300 260 260 Totaal lasten 7.706 8.129 7.108 6.973 6.978 6.978 6.978 Saldo van baten en lasten – 65 0 0 0 0 0 0ToelichtingBatenOmzet IenMDe omzet IenM is een vergoeding voor het leveren van producten en diensten betreffende wettelijke- en niet wettelijke taken vanuit ETS en werkzaamheden voortkomend uit de Richtlijnen voor hernieuwbare energie en brandstoffenkwaliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2173 De omzet IenM bestaat deels (voor € 730.000) uit inzet van balansmid-delen omdat de opdrachtsom voor 2016 aangepast is vanwege een verrekening tussen de opdrachtgever en de NEa.Specificatie omzet IenM (bedragen x € 1.000) Omschrijving 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Artikel 19 Klimaat 8.129 7.002 6.857 6.857 6.857 6.857 Inzet middelen balans 730 Totaal 8.859 7.002 6.857 6.857 6.857 6.857Omzet overige departementenDe post omzet overige departementen betreft vergoedingen voor diensten van NEa medewerkers aan andere overheidsorganisaties.LastenPersonele kostenDe specificatie van de personele kosten is als volgt:Personele kosten (bedragen x € 1.000) Omschrijving Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal fte’s 48,5 56 60 60 60 60 60 Eigen personeelskosten 4.681 4.591 4.586 4.608 4.603 4.603 4.603 Inhuur 527 572 517 515 510 490 490Overige personele kostenDe overige personele kosten omvatten onder andere de vacatiegelden voor het bestuur, de kosten van vorming en opleiding en de reiskosten binnen- en buitenland.Materiële kostenDe materiële uitgaven omvatten onder andere ICT beheer- en onder-houdskosten, communicatie en facilitaire kosten. De beheerskosten voor het biobrandstoffenregister liggen hoger dan oorspronkelijk geschat. De verwachte verhuizing van de NEa naar de Hoftoren wordt in 2017 verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2174 Kasstroomoverzicht over het jaar 2017 (bedragen x € 1.000) Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening-courant RHB 1 januari 1.476 578 1.510 927 937 947 917 2a. Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+/+) 7.641 8.129 7.108 6.973 6.978 6.978 6.978 2b. Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) 7.010 7.407 6.601 6.673 6.678 6.718 6.718 2. Totaal operationele kasstroom 631 722 507 300 300 260 260 3a. totaal investeringen (-/-) – 932 – 750 3b. totaal desinvesteringen (+) 3. Totaal investeringskasstroom – 932 0 – 750 0 0 0 0 4a. eenmalige uitkering aan moederdepart. (-/-) – 897 4b. eenmalige storting door moederdepart. (+) 4c. aflossingen op leningen (-/-) – 400 – 540 – 340 – 290 – 290 – 290 – 150 4d. beroep op leenfaciliteit (+) 700 750 4. Totaal financieringskasstroom – 597 210 – 340 – 290 – 290 – 290 – 150 5. Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 578 1.510 927 937 947 917 1.027 (maximale roodstand € 0,5 miljoen) ToelichtingOperationele kasstroomDe operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen.InvesteringskasstroomIn 2017 wordt het zelf ontwikkelde Register Energie voor vervoer fase 2 verder ontwikkeld.FinancieringskasstroomIn 2016 zal er een beroep worden gedaan op de leenfaciliteit voor de doorontwikkeling van het Register Energie voor Vervoer.Overzicht doelmatigheidsindicatorenUitgangspunt van de NEa is dat zij op een doelmatige wijze haar rol als bevoegd gezag voor emissiehandel en voor Hernieuwbare energie en Brandstofkwaliteit binnen Nederland vervult. In onderstaande tabel zijn de indicatoren voor de komende jaren weergegeven.Doelmatigheidsindicatoren Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Kostprijzen per product (x € 1): Naleving ETS (per broeikasgasinstallatie) 10.078 10.311 9.682 9.473 9.378 9.378 9.378 Naleving EV (per deelnemersrol) 12.089 10.824 10.595 10.800 10.800 10.800 Marginale tarieven per uur (x € 1): Laag 75 74 74 74 74 74 74 Midden 94 94 93 92 92 92 92 Hoog 123 120 120 120 118 118 118 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2175 Reali-satie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Fte totaal (excl. externe inhuur) 48,5 56 60 60 60 60 60 Omzet per productgroep (x € 1.000) Naleving ETS 4.636 4.853 4.430 4.333 4.290 4.290 4.290 Nationale Verplichtingen onder EU en VN 120 124 120 120 120 120 120 Naleving ETS luchtvaart 222 Tijdelijk regime Hernieuwbare energie en brandstoffen 2.866 Naleving EV 2.659 2.313 2.265 2.308 2.308 2.308 Advies, ontwikkeling en implementatie EV 463 139 139 139 139 139 Koppeling data NEa en CBS 30 Overige 19 106 116 121 121 121 Totaal 7.863 8.129 7.108 6.973 6.978 6.978 6.978 Saldo van baten en lasten – 0,85% 0 0 0 0 0 0 Kwaliteitsindicatoren Naleving ETS Vergunningaanvragen binnen wettelijke termijn afgehandeld 100% 90% 90% 90% 90% 90% 90% Meldingen binnen wettelijke termijn afgehandeld 96% 80% 80% 80% 80% 80% 80% BKG’s waarvoor toezichtactiviteit heeft plaatsgevonden 21% BKG’s en luchtvaartmaatschappijen waarvoor toezichtactiviteit heeft plaatsgevonden 20% 20% 20% 20% 20% 20% Emissie ETS stationair waarvoor tijdig emissierechten zijn ingeleverd 100% Vragen binnen de gestelde termijn afgerond 80% 80% 80% 80% 80% 80% Naleving ETS luchtvaart Monitoringsplannen binnen gestelde termijn getoetst 100% Meldingen binnen wettelijke termijn afgehandeld 100% Tijdelijk regime hernieuwbare energie en brandstoffen Biobrandstofbalansen die tijdig zijn ingediend 96% Deelnemers tijdelik regime waarvoor toezichtsactiviteit heeft plaatsgevonden 32% Naleving EV Opleveringsdatum rapportage Naleving jaarverplichting HEV en brandstoffen luchtverontreiniging < 15 juli Tijdig opgeleverde rapportages naleving jaarverplichting HEV en brandstoffen luchtverontreiniging 90% 90% 90% 90% 90% Deelnemers waarvoor toezichtsactiviteit heeft plaatsgevonden 20% 20% 20% 20% 20% 20% Vragen binnen de gestelde termijn afgerond 80% 80% 80% 80% 80% 80% Infodesk NEa Vragen binnen de gestelde termijn afgerond 96% Algemeen Aantal formele klachten 0 0 0 0 0 0 0 Aantal gegronde bezwaarprocedures waarbij de NEa onjuist heeft gehandeld 0 0 0 0 0 0 0 Aantal fraude gevallen EU-register die NEa had kunnen voorkomen 0 0 0 0 0 0 0 Directe uren/totaal aantal gewerkte uren 59% >66% >70% >70% >70% >70% >70%Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2176 ToelichtingNaleving ETS stationairHet gaat hier om het percentage meldingen en vergunningen dat binnen de wettelijke termijn van acht weken is afgehandeld.Naleving EVHet gaat hier om het percentage van het totaal aantal tijdig opgeleverde rapportages naleving jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en brandstoffen luchtverontreiniging.Directe uren/totaal aantal gewerkte urenHieronder wordt verstaan het percentage van het totaal aantal directe uren gedeeld door het totaal aantal gewerkte uren van alle medewerkers (primair en secundair proces). Gewerkte uren is gelijkgesteld aan de beschikbare productieve uren op jaarbasis, zoals vastgesteld in de tarievennotitie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2177 6 BIJLAGEN BIJLAGE 1 ZBO’S EN RWT’S Naam organisatie1 RWT ZBO Functie Begro-tingsar-tikel(en) Begro-tings-raming2(x € 1.000) Apparaats-kosten3/Begro-tings-kosten(x € 1.000) Verwijzing naar website RWT/ZBO4 APK-erkenninghouders X Keuren motorvoer-tuigen n.v.t. n.v.t. n.v.t. div. Centraal Bureau Rijvaar-digheidsbewijzen (CBR)* X X Afnemen div. mobiliteitsexamens 14.02 900 n.v.t. www.cbr.nl College voor toelating van gewasbeschermingsmid-delen en biociden (Ctgb) X X Besluitvorming omtrent de toelating van bestrijdingsmid-delen in Nederland 22.01 561 n.v.t. www.ctgb-wageningen.nl Commissie MER X Adviseert over de inhoud en kwaliteit van milieueffectrap-porten 13.04 2.000 2.000 www.commissiemer.nl Dienst voor het Kadaster en de openbare registers*5 X X Het bijhouden van de openbare registers en kadastrale registratie en het cartografisch weergeven van geografische basisgegevens. Het verstrekken van inlichtingen aan belanghebbenden 13.02 25.208 165.000 www.kadaster.nl Dienst voor het Wegverkeer (RDW)* X X Keuren en regis-treren voertuigen/onderdelen 14 n.v.t. n.v.t. www.rdw.nl Havenbeheerders X Zorgdragen voor ontvangstinrich-tingen voor scheepsafval n.v.t. n.v.t. n.v.t. div. Innovam Branche Kwalificatie Instituut van de stichting VAM (IBKI)* X X Afnemen examen rij-instructeur, APK-keurmeester n.v.t. n.v.t. n.v.t. www.ibki.nl Keuringsartsen Scheep-vaart X Medische keuring n.v.t. n.v.t. n.v.t. www.ilent.nl Keuringsinstanties Pleziervaartuigen X Keuren pleziervaar-tuigen n.v.t. n.v.t. n.v.t. div. Keuringsinstanties Scheepsuitrusting X Keuren scheepsuit-rusting n.v.t. n.v.t. n.v.t. div. KIWA X Vergunningverlening voor IVW div. n.v.t. n.v.t. www.kiwa.nl Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2178 Naam organisatie1 RWT ZBO Functie Begro-tingsar-tikel(en) Begro-tings-raming2(x € 1.000) Apparaats-kosten3/Begro-tings-kosten(x € 1.000) Verwijzing naar website RWT/ZBO4 Klassebureaus art. 6 Schepenwet en art. 6 en 3.1 Schepenbesluit 1965 en Binnenvaart X X Classificeren van schepen n.v.t. n.v.t. n.v.t. div. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)* X X Luchtverkeersbege-leiding 17 n.v.t. n.v.t. www.lvnl.nl Nederlandse Emissieauto-riteit* X Ondersteunen van de uitvoering van emissiehandel en de inzet van hernieuwbare energie in het vervoer en transport en het toezicht op de naleving van de regels op deze terreinen 19.01 n.v.t. n.v.t. www.emissieautoriteit.nl Nederlands Loodswezen BV X Faciliteren beloodsen schepen 18.01 n.v.t. n.v.t. www.loodswezen.nl Nederlandse Loodsencor-poratie (NLC) div div Beloodsen van schepen 18.01 n.v.t. n.v.t. www.loodswezen.nl ProRail X Beheren spoorinfra-structuur 13. IF 2.228.915 429.000 (incl. BTW) www.prorail.nl Regionale Loodsencorpo-raties (RLC’s) X X Beloodsen van schepen 18.01 n.v.t. n.v.t. www.loodswezen.nl Rijkshavenmeester Rotterdam en Amsterdam X X Havenverkeers-leiding n.v.t. n.v.t. n.v.t. www.portofrotter-dam.com Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) X Het op verzoek van de bestuursrechter uitbrengen van onafhankelijke deskundigenbe-richten op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade 98 5.227 5.227 www.stab.nl Stichting Airport Coordination Netherlands (SACN)* X Slottoewijzing luchtvaart n.v.t. n.v.t. n.v.t. www.slotcoordination.nl Stichting Buisleidingen-straat Nederland (LSNed) x LSNed beheert een obstakelvrij leidingentracé tussen de industriegebieden van Rotterdam en Moerdijk, in de richting van Vlissingen en Antwerpen. n.v.t. n.v.t. n.v.t. www.lsned.nl Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2179 Naam organisatie1 RWT ZBO Functie Begro-tingsar-tikel(en) Begro-tings-raming2(x € 1.000) Apparaats-kosten3/Begro-tings-kosten(x € 1.000) Verwijzing naar website RWT/ZBO4 Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO)* X X Afgeven vergun-ningen 14 n.v.t. n.v.t. www.niwo.nl Stichting Scheepsafval-stoffen en Vaardocu-menten Binnenvaart (SAB) X Afgeven olieafgifte-boekje 18 n.v.t. n.v.t. www.sabni.nl Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (VAMEX)* X X Afnemen examen klein vaarbewijs n.v.t. n.v.t. n.v.t. www.vamex.nl1 Organisaties met een (*) zijn onder de werking van de Kaderwet ZBO gebracht. Een groot aantal organisaties is deeltijd ZBO/RWT.2 Het overgrote deel van de onder IenM ressorterende ZBO’s en RWT’s wordt gefinancierd vanuit tarieven.3 De apparaatskosten betreffen voor CBR, Kadaster en ProRail de uitgaven op basis van het jaarverslag 2015 van deze organisaties.4 Voor de algemene toezichtvisie en ministeriële regelingen en sturingsvisies op ZBO’s, zie: http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/03/07/toezichtvisie-ienm-2013–2017-verantwoorde-uitvoering.html5 Voor Kadaster zijn bij het opstellen van dit overzicht de gegevens voor het jaar 2017 nog niet beschikbaar. Het bedrag aan apparaatskosten betreft totaal aan apparaatskosten Kadaster aangezien die niet te specificeren is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2180 BIJLAGE 2 VERDIEPINGSBIJLAGE Beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 45.973 43.634 41.870 42.426 42.812 42.812 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 840 12.755 2.035 2.072 2.072 2.072 Nieuwe mutaties 541 – 183 – 2.387 – 2.775 – 3.150 – 2.880 Stand ontwerpbegroting 2017 47.354 56.206 41.518 41.723 41.734 42.004Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 11.01 Algemeen waterbeleid 1. Ramingsbijstelling HGIS – 75 – 84 – 84 – 84 – 84 2. Caribisch Nederland – 791 – 830 – 908 – 1.548 – 1.876 – 1.876 3. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 897 789 751 783 786 934 4. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 89 78 74 77 78 78 Diversen 67 – 115 – 115 – 38 – 76 – 36 11.02 Waterveiligheid 5. Ramingsbijstelling – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 1.971 Diversen 24 11.03 Grote oppervlaktewateren Diversen – 50 50 – 25 75 75 75 11.04 Integraal waterbeleid Diversen 305 – 80 – 80 – 40 – 53 Totaal 541 – 183 – 2.387 – 2.775 – 3.150 – 2.880Ad 1. Dit betreft de ramingsbijstelling op de HGIS middelen om de Rijksbrede ruilvoetproblematiek op te lossen.Ad 2. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Ad 3. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 4. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 5. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2181 somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ontvangsten (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 0 5.000 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 – 2.000 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 0 3.000 0 0 0 0Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Ontvangsten 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Overboeking OCW Icoon Afsluitdijk – 2.000 Totaal 0 – 2.000 0 0 0 0Ad 1. Bij Eerste suppletoire begroting is een desaldering opgenomen van € 5 miljoen voor de bijdragen van derde partijen aan de kosten van het Icoon Afsluitdijk. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap draagt middels een interdepartementale overboeking van € 2 miljoen bij aan het project Icoon Afsluitdijk. Daarom wordt via een administratieve correctie de tot dit project behorende ontvangsten in de Eerste suppletoire begroting van € 5 miljoen naar € 3 miljoen bijgesteld. De totale kosten wijzigen niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2182 Beleidsartikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 112.233 105.804 108.302 100.746 100.503 186.833 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 7.674 – 6.322 – 7.474 – 6.874 – 6.674 3.020 Nieuwe mutaties 13.706 2.855 – 1.943 – 3.311 4.429 – 3.325 Stand ontwerpbegroting 2017 118.265 102.337 98.885 90.561 98.258 186.528Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 13.01 Ruimtelijke instrumentarium 1. Ramingsbijstelling – 1.000 2. Kasschuif Nationale Omgevingsvisie 2.900 1.341 – 500 – 1.970 – 1.771 Diversen 691 120 120 60 13.02 Geo-informatie 1. Ramingsbijstelling – 800 – 800 – 800 – 800 3. Basisregistratie Grootschalige Topografie – 8.741 – 8.741 – 8.741 – 8.741 – 8.741 4. Overboeking Basisregistratie Kadaster 1.071 1.071 1.071 1.071 1.071 1.071 Diversen 433 – 1.200 – 400 – 100 13.03 Gebiedsontwikkeling 5. RRAAM 1.908 6. Kasschuif Stadshavens Rotterdam – 2.541 500 1.070 971 7. Overboeking ICRV 2.402 2.356 2.356 2.340 2.340 Diversen 20 13.04 Ruimtegebruik bodem 1. Ramingsbijstelling – 3.771 – 2.913 8. Drinkwater- en afvalwaterkwaliteit Caribisch Nederland 3.016 2.576 2.354 2.874 3.202 3.202 9. Caribisch Nederland – 378 – 830 – 2.732 – 778 – 800 – 861 10. Correctie Convenant Bodem en Ondergrond 530 4.520 11. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 92 100 101 99 99 99 12. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 25 25 25 25 25 25 Diversen 537 – 847 253 253 253 253 13.05 Eenvoudig beter 13. Eenvoudig Beter 3.237 13.150 4.050 1.100 4.100 4.000 11. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 121 12. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 33 Totaal 13.706 2.855 – 1.943 – 3.311 4.429 – 3.325Ad 1. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 2. Dit betreft een kasschuif om de programmering en budget van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in balans te houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2183 Ad 3. De exploitatie van de Basisregistratie Grootschalige Topografie wordt vanaf 2017 door de gemeentes uitgevoerd. Het geraamde budget wordt hiervoor structureel overgeboekt naar het Gemeentefonds en het Btw-compensatiefonds.Ad 4. Deze overboeking betreft een bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken met betrekking tot de opdracht aan het Kadaster inzake Basisregistratie Kadaster.Ad 5. Het project RRAAM in het kader van de Structuurvisie is afgerond en de resterende middelen worden teruggeboekt van het Infrastructuurfonds naar Hoofdstuk XII op artikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling en worden ingezet voor de meerjarige benodigde inspanningen op het terrein van MIRT en de gebiedsontwikkeling.Ad 6. Dit betreft een kasschuif om de programmering en budget van de Nota Ruimte project Stadshavens Rotterdam in balans te houden.Ad 7. Deze overboeking betreft de structurele bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van het overgedragen voorzitterschap van de Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV)Ad 8. Dit betreft een toevoeging vanuit andere artikelen aan artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling voor het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit in Caribisch Nederland (BES-eilanden). De uitgaven voor drinkwater- en afvalwaterkwaliteit worden verantwoord op artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling.Ad 9. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Ad 10. Dit betreft een overboeking vanuit het Gemeentefonds naar IenM in het kader van het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 vanwege een aangepast betalingsritme in 2019 en 2020 van de sanerings-opgave Amsterdam Nazorg Gasfabrieken.Ad 11. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 12. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 13. Dit betreft een toevoeging aan artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling voor het programma Eenvoudig Beter. Voor de eenmalige kosten ten behoeve van dit programma zijn middelen vrijgemaakt op de begroting Hoofdstuk XII en uit de investeringsruimten van alle modaliteiten op de investeringsfondsen. De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op het Infrastructuurfonds en worden tranchegewijs naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld, waar de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2184 uitgaven voor de stelselherziening van het omgevingsrecht worden verantwoord. Daarnaast worden voor de exploitatiekosten vanuit artikel 99 Nominaal en onvoorzien middelen overgeheveld naar artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling.Ontvangsten (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 934 934 934 934 934 934 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 7.890 2.890 2.890 2.890 2.890 2.890 Nieuwe mutaties 165 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 8.989 3.824 3.824 3.824 3.824 3.824Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Ontvangsten 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Bijdrage EU/UNEP Provia 2016 165 Totaal 165 0 0 0 0 0Ad 1. De EU en de UNEP (United Nations Environment Programme) dragen bij aan de kosten van de klimaatconferentie Provia 2016. De organisatie van dit evenement ligt bij IenM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2185 Beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 33.414 31.621 29.149 28.170 28.372 28.565 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 1 850 2.033 75 0 0 0 Nieuwe mutaties 475 752 – 867 – 704 – 715 651 Stand ontwerpbegroting 2017 35.739 34.406 28.357 27.466 27.657 29.216Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 14.01 Netwerk 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 16 15 15 15 15 15 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 59 59 59 59 59 59 3. Ramingsbijstelling – 750 – 653 – 618 – 606 – 662 4. Caribisch Nederland – 259 – 481 – 219 – 222 – 233 5. Topsector logistiek – 119 – 585 – 750 – 770 6. Inzet BOA-capaciteit 2.178 2.178 2.178 2.178 2.178 Diversen – 100 14.02 Veiligheid 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 251 275 261 256 257 257 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 49 38 40 39 39 38 3. Ramingsbijstelling – 404 – 575 – 633 – 621 – 761 4. Caribisch Nederland – 281 – 521 – 231 – 234 – 240 5. Topsector logistiek – 605 – 800 – 810 Diversen 200 Totaal 475 752 – 867 – 704 – 715 651Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 3. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 4. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2186 Ad 5. Deze mutatie betreft een bijdrage voor de laatste tranche van het programma Top Sector Logistiek. De laatste tranche betreft € 40,9 miljoen. Hiervan wordt 20% gevonden binnen Hoofdstuk XII. De rest is afkomstig uit het Infrastructuurfonds. Verantwoording vindt plaats op artikel 18 Scheepvaart en Havens.Ad 6. Dit betreft de overboeking van apparaat uit het Infrastructuurfonds naar Hoofdstuk XII ten behoeve van capaciteitsinzet door RWS in het kader beleidsondersteuning en advies (BOA) op het gebied van wegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2187 Beleidsartikel 15 OV-keten Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 6.135 5.398 6.071 6.183 6.506 6.575 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 241 – 5 – 2 0 0 0 Nieuwe mutaties – 761 – 5.393 – 6.069 – 6.183 – 6.506 – 6.575 Stand ontwerpbegroting 2017 5.615 0 0 0 0 0Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 15.01 OV-keten 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 90 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 5 3. Ramingsbijstelling – 226 – 332 – 371 – 378 – 414 4. Caribisch Nederland – 931 – 61 – 115 – 52 – 53 – 52 5. Topsector logistiek – 14 – 136 – 178 – 181 6. BCT 6.195 7. Kasschuif taxi initiatieven – 2.562 544 513 513 599 393 8. Onderploegen graanresten – 2.000 9. Conversie – 1.073 – 5.636 – 5.999 – 6.095 – 6.493 – 6.502 Diversen – 485 Totaal – 761 – 5.393 – 6.069 – 6.183 – 6.506 – 6.575Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 3. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 4. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2188 Ad 5. Deze mutatie betreft een bijdrage voor de laatste tranche van het programma Top Sector Logistiek. De laatste tranche betreft € 40,9 miljoen. Hiervan wordt 20% gevonden binnen Hoofdstuk XII. De rest is afkomstig uit het Infrastructuurfonds. Verantwoording vindt plaats op artikel 18 Scheepvaart en Havens.Ad 6. Het project/subsidieregeling Boord Computer Taxi is nagenoeg afgerond. Dit werd de afgelopen jaren uitgevoerd door de ILT in opdracht van IenM. De ILT hevelt de middelen over naar het moederdepartement op basis van de huidige inschatting van de geraamde uitgaven. De definitieve afrekening vindt naar verwachting in 2017 plaats.Ad 7. Betreft een kasschuif voor meerjarige dekking taxi initiatieven.Ad 8. Betreft een overboeking naar artikel 17 Luchtvaart in verband met onderploegen graanresten.Ad 9. In verband met de samenvoeging van artikelen 15 en 16 worden de middelen geconverteerd naar artikel 16 Openbaar vervoer en Spoor.Ontvangsten (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 0 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 6.195 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 6.195 0 0 0 0 0Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Ontvangsten 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. BCT 6.195 Totaal 6.195 0 0 0 0 0Ad 1. Het project/subsidieregeling Boord Computer Taxi is nagenoeg afgerond. Dit werd de afgelopen jaren uitgevoerd door de ILT in opdracht van IenM. De ILT hevelt de middelen over naar het moederdepartement op basis van de huidige inschatting van de geraamde uitgaven. De definitieve afrekening vindt naar verwachting in 2017 plaats.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2189 Beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 23.996 14.055 4.830 4.870 4.906 4.940 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 1.608 11.064 – 6 0 0 0 Nieuwe mutaties 4.359 7.791 7.391 8.225 8.709 9.145 Stand ontwerpbegroting 2017 26.747 32.910 12.215 13.095 13.615 14.085Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 16.01 Spoor 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 12 89 79 79 81 83 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 0 5 5 5 5 5 3. Ramingsbijstelling – 125 – 183 – 206 – 210 – 230 4. Caribisch Nederland – 175 – 324 – 146 – 148 – 153 5. Topsector logistiek – 39 – 385 – 502 – 512 6. Kasschuif taxi initiatieven 2 562 – 544 – 513 – 513 – 599 – 393 7. Compensatieregeling 3e Spoor Duitsland 2.944 2.713 3.413 3.599 3.331 8. Conversie samenvoeging artikel 15 en 16 5.636 5.999 6.095 6.493 6.502 9. Prorail 1.073 Diversen 712 Totaal 4.359 7.791 7.391 8.225 8.709 9.145Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 3. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 4. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2190 Ad 5. Deze mutatie betreft een bijdrage voor de laatste tranche van het programma Top Sector Logistiek. De laatste tranche betreft € 40,9 miljoen. Hiervan wordt 20% gevonden binnen Hoofdstuk XII. De rest is afkomstig uit het Infrastructuurfonds. Verantwoording vindt plaats op artikel 18.Ad 6. Betreft een kasschuif voor meerjarige dekking taxi initiatieven.Ad 7. Voor de tijdelijke subsidieregeling voor bijzondere omleidingskosten voor spoorgoederenvervoer worden middelen overgeboekt uit het Infrastructuurfonds. Deze regeling heeft tot doel de marktpositie van het spoorgoederenvervoer ten opzichte van het meer vervuilende goederen-vervoer over de weg te behouden gedurende de periode dat de Betuwe-route door de aanleg van het derde spoor in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen verminderd beschikbaar is en spoorwegondernemingen daardoor geconfronteerd worden met extra kosten door omleiding.Ad 8. In verband met de samenvoeging van artikelen 15 en 16 worden de middelen geconverteerd naar artikel 16 Openbaar vervoer en Spoor.Ad. 9 De ophoging van het opdrachtenbudget op artikel 16 Openbaar vervoer en Spoor is het gevolg van tegenvallers in de uitgaven ten aanzien van onder andere de ontwikkelingen rondom Prorail van 2015. De uitgaven in dit kader waren niet voorzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2191 Beleidsartikel 17 Luchtvaart Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 24.985 15.186 11.466 11.579 8.657 8.748 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 552 592 605 611 611 605 Nieuwe mutaties 2.599 – 1.729 1.094 967 1.698 – 701 Stand ontwerpbegroting 2017 28.136 14.049 13.165 13.157 10.966 8.652Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 17.01 Luchtvaart 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 476 89 64 65 47 48 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 46 1 0 0 0 0 3. Ramingsbijstelling – 331 – 526 – 499 – 540 – 599 4. Caribisch Nederland – 160 – 143 – 133 – 134 – 141 5. Masterplannen luchtvaart Caribisch Nederland 4.596 6. Topsector logistiek – 35 – 351 – 457 – 466 7. Kasschuif GIS – 778 – 1.285 – 2.737 2.000 2.800 8. Onderploegen graanresten 2.000 9. Eindejaarsmarge 1.066 10. Ramingsbijstelling HGIS – 8 – 9 – 9 – 9 – 9 11. Kasschuif Biofuels – 200 200 Diversen – 11 Totaal 2.599 – 1.729 1.094 967 1.698 – 701Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 3. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 4. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2192 Ad 5. De RWS neemt de Masterplannen Luchtvaart in Caribisch Nederland (BES-eilanden) in uitvoering voor het voldoen van de luchthavens aan de minimale internationale voorschriften voor de vliegveiligheid van de International Civil Aviation Organisation (ICAO). De uitgaven worden gedekt middels een interne verdeelsleutel op Hoofdstuk XII.Ad 6. Deze mutatie betreft een bijdrage voor de laatste tranche van het programma Top Sector Logistiek. De laatste tranche betreft € 40,9 miljoen. Hiervan wordt 20% gevonden binnen Hoofdstuk XII. De rest is afkomstig uit het Infrastructuurfonds. Verantwoording vindt plaats op artikel 18 Scheepvaart en Havens.Ad 7. Voor zowel de klachtenafhandeling geluidsisolatie in het kader van geluidsisolatie Schiphol (GIS) als de aankopen Luchthavenindelingsbesluit (LIB) veiligheidssloopzones Schiphol zijn nieuwe ramingen gemaakt. Op basis hiervan vindt een kasschuif plaats.Ad 8. Een voorstel voor het instellen van een heffing ter financiering voor het onderploegen van graanresten ter voorkoming van vogelaanvaringen is juridisch niet haalbaar gebleken. Voor de looptijd van de contracten met agrariërs vindt hierdoor financiering plaats uit Hoofdstuk XII.Ad 9. Betreft mutatie in het kader van de opgevraagde eindejaarmarge voor financiering van overlopende verplichtingen uit 2015.Ad 10. Dit betreft de ramingsbijstelling op de HGIS middelen om de Rijksbrede ruilvoetproblematiek op te lossen.Ad 11. Door vertraging op het programma KLM biofuels, ontstaan in afwachting van een uitspraak van de Europese Commissie over staats-steunaspecten, vindt een kasschuif van de middelen plaats.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2193 Beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 24.997 28.332 14.804 10.980 8.838 4.810 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 1.145 131 144 150 150 150 Nieuwe mutaties 243 – 711 2.367 3.067 2.234 – 222 Stand ontwerpbegroting 2017 26.385 27.752 17.315 14.197 11.222 4.738Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 18.01 Scheepvaart en havens 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 121 188 109 85 72 48 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 3. Ramingsbijstelling – 1.037 – 604 – 546 – 518 – 207 4. Caribisch Nederland – 61 – 113 – 50 – 50 – 54 5. Topsector logistiek – 1.822 207 2.984 3.587 2.739 6. Ramingsbijstelling HGIS – 8 – 9 – 9 – 9 – 9 7. Eindejaarsmarge 1.822 Diversen 122 Totaal 243 – 711 2.367 3.067 2.234 – 222Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 3. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Ad 4. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2194 Ad 5. Deze mutatie betreft een bijdrage voor de laatste tranche van het programma Top Sector Logistiek. De laatste tranche betreft € 40,9 miljoen. In verband met afspraken met de sector over cofinanciering is de kasbehoefte gewijzigd en vindt een kasschuif plaats.Ad 6. Dit betreft de ramingsbijstelling op de HGIS middelen om de Rijksbrede ruilvoetproblematiek op te lossen.Ad 7. Betreft mutatie in het kader van de opgevraagde eindejaarmarge voor financiering van overlopende verplichtingen uit 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2195 Beleidsartikel 19 Klimaat Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 57.761 55.442 53.436 52.406 52.414 50.914 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 13.139 7.281 5.122 3.457 3.457 3.457 Nieuwe mutaties 5.707 – 1.289 – 1.956 – 1.647 – 2.724 – 554 Stand ontwerpbegroting 2017 76.607 61.434 56.602 54.216 53.147 53.817Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 19.01 Tegengaan klimaatverandering 1. Ramingsbijstelling – 120 – 56 2. Brandstoffenvisie 1.100 3. Aanvullende maatregelen tegengaan klimaat-verandering 3.700 4. Caribisch Nederland – 57 – 178 – 277 – 123 – 119 – 124 5. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 93 90 88 88 88 88 6. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 26 23 22 22 22 22 Diversen 809 – 112 – 68 – 68 – 68 – 68 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samen-werking 1. Ramingsbijstelling – 283 – 864 – 1.096 – 2.200 – 800 7. Ramingsbijstelling HGIS 0 – 55 – 44 – 44 – 44 – 44 8. Overboeking OCW Polair Programma – 792 – 792 – 792 – 792 – 792 4. Caribisch Nederland – 108 – 474 – 790 – 379 – 369 – 382 5. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 786 732 825 745 758 754 Diversen 150 – 120 Totaal 5.707 – 1.289 – 1.956 – 1.647 – 2.724 – 554Ad 1. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 2. De brandstofvisie vormt een belangrijk onderdeel van het Energieak-koord. Met de uitvoering van de brandstofvisie worden de komende paar jaar de randvoorwaarden gecreëerd voor langere termijn C02-reductie. De toevoeging aan dit artikel is bedoeld om de voorbereidende werkzaam-heden van de uitvoering van de brandstofvisie te dekken.Ad 3. Het budget op dit artikel wordt verhoogd in verband met nadere maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan, waaronder intensi-vering van handhaving van de Wet milieubeheer voor het uitvoeren van maatregelen voor energiebesparing en voor invoering van de energie-prestatiekeuring (EPK).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2196 Ad 4. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Ad 5. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 6. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 7. Dit betreft de ramingsbijstelling op de HGIS middelen om de Rijksbrede ruilvoetproblematiek op te lossen.Ad 8. Voor de uitvoering van het Nederlands Polair Programma 2016–2020 worden middelen overgeheveld naar het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De verantwoording van dit programma verloopt via het genoemde ministerie.Ontvangsten (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 189.000 224.000 224.000 357.000 294.000 224.000 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 5.900 2.500 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 585 0 0 – 133.000 – 70.000 0 Stand ontwerpbegroting 2017 195.485 226.500 224.000 224.000 224.000 224.000Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Ontvangsten 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Bijstelling ontvangsten Emissions Trading System (ETS) – 133.000 – 70.000 Diversen 585 Totaal 0 0 0 – 133.000 – 70.000 0Ad 1. In de ontvangstenraming van de veilingopbrengsten van het Emissions Trading System (ETS) werd ervan uitgegaan dat de niet geveilde rechten in latere jaren alsnog geveild konden worden. De Europese Raad en het Europees Parlement hebben echter besloten van deze mogelijkheid af te zien. Dit leidt tot een verlaging van de ontvang-stenraming in de jaren 2019 (€ 133,0 miljoen) en 2020 (€ 70,0 miljoen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2197 Beleidsartikel 20 Lucht en Geluid Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 30.983 30.514 44.979 31.870 31.874 31.874 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 1.624 5.950 – 106 – 98 – 98 – 98 Nieuwe mutaties – 2.530 – 6.062 – 1.330 – 297 – 288 – 300 Stand ontwerpbegroting 2017 30.077 30.402 43.543 31.475 31.488 31.476Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder 1. Overboeking Gemeentefonds knelpunten luchtkwaliteit – 2.000 – 6.000 2. Caribisch Nederland – 667 – 394 – 988 – 336 – 327 – 339 3. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 40 36 34 31 31 31 4. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 10 9 9 8 8 8 Diversen 87 287 – 385 Totaal – 2.530 – 6.062 – 1.330 – 297 – 288 – 300Ad 1. Uit de op het Infrastructuurfonds gereserveerde budgetten voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is bij de Eerste suppletoire begroting € 16,0 miljoen overgeheveld naar 20.01 Luchtkwa-liteit en tegengaan geluidshinder. Dit omdat de uitvoering van maatre-gelen in het kader van NSL wordt verantwoord op Hoofdstuk XII. De middelen worden ingezet om enkele knelpunten in de luchtkwaliteit in Amsterdam en Rotterdam te mitigeren. Er wordt in 2016 en 2017 respectievelijk € 2,0 miljoen en € 6,0 miljoen naar het Gemeentefonds overgeboekt ten behoeve van de gemeente Amsterdam.Ad 2. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Ad 3. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 4. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2198 Beleidsartikel 21 Duurzaamheid Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 23.564 20.888 21.596 18.669 18.672 18.672 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 4.569 – 3.595 – 3.611 – 3.605 – 3.605 – 3.605 Nieuwe mutaties 1.765 3.607 2.679 3.167 3.614 3.961 Stand ontwerpbegroting 2017 20.760 20.900 20.664 18.231 18.681 19.028Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium 1. Ramingsbijstelling – 69 – 100 – 59 2. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 4 4 4 4 4 4 3. Loonruimte-akkoord en herstelopslag ABP 1 1 1 1 1 1 Diversen – 13 21.05 Duurzame productketens 1. Ramingsbijstelling – 106 – 374 – 249 4. Overboeking Landelijk Meldpunt Afval (LMA) 2.209 2.209 2.209 2.209 2.209 5. Verbetering afvalbeheer Caribisch Nederland 1.551 1.599 1.646 1.695 2.035 6. Caribisch Nederland – 377 – 269 – 475 – 197 – 191 – 180 7. VANG en MVI 2.170 2. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 95 86 85 84 84 84 3. Loonruimte-akkoord en herstelopslag ABP 26 21 21 21 21 21 Diversen – 187 207 – 226 – 226 – 226 – 230 21.06 Natuurlijk kapitaal 1. Ramingsbijstelling – 46 – 82 – 84 2. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 36 33 32 32 32 32 3. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 10 8 8 8 8 8 Diversen – 23 – 23 – 23 – 23 – 23 Totaal 1.765 3.607 2.679 3.167 3.614 3.961Ad 1. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 2. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 3. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 4. Vanaf 2017 verloopt de uitvoering van het Landelijk Meldpunt Afval (LMA) via IenM in plaats van via medeoverheden. Hiervoor wordt structureel budget vanuit het Provinciefonds en Btw-compensatiefonds toegevoegd aan Hoofdstuk XII.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2199 Ad 5. Voor de uitvoering van een afvalbeheerprogramma in Caribisch Nederland zijn aanvullende middelen toegekend. Dit afvalbeheerpro-gramma heeft als doel afval gescheiden in te zamelen in plaats van te storten. Dit afval komt beschikbaar voor hergebruik en het restant wordt op een veilige manier verbrand.Ad 6. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Ad 7. Dit betreft een toevoeging aan artikel 21 Duurzaamheid voor de uitvoering van het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) en Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI).Ontvangsten (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 0 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 2.170 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 2.170 0 0 0 0 0Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Ontvangsten 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Afrekening Rijkswaterstaat 2.170 Totaal 2.170 0 0 0 0 0Ad 1. Dit betreft de afrekening van verstrekte opdrachten aan Rijkswater-staat over de jaren 2013, 2014 en 2015 voor het ondersteunen en adviseren van beleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2200 Beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 34.012 52.711 53.142 59.508 66.022 66.122 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 2.338 – 1.883 – 1.769 – 260 – 260 – 260 Nieuwe mutaties 4.325 – 17.048 – 258 – 3.837 – 3.079 – 2.703 Stand ontwerpbegroting 2017 35.999 33.780 51.115 55.411 62.683 63.159Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 22.01 Veiligheid chemische stoffen 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 39 35 35 32 32 32 2. Loonruimte-akkoord en herstelopslag ABP 10 9 9 8 8 8 Diversen 485 750 22.02 Veiligheid biotechnologie 22.03 Veiligheid bedrijven en transport 3. Ramingsbijstelling – 2.758 – 1.906 – 1.894 – 1.182 – 2.582 4. Eindejaarsmarge 1.700 5. Kasschuif Safety Deals 1.500 500 2.000 – 2.000 – 2.000 6. Milieuwet Caribisch Nederland 537 255 231 120 122 7. Caribisch Nederland – 294 – 510 – 1.013 – 548 – 596 – 702 8. Impuls Omgevingsveiligheid – 14.772 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 218 255 312 359 433 434 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 59 63 78 90 108 107 Diversen 71 – 125 – 754 – 4 – 4 Totaal 4.325 – 17.048 – 258 – 3.837 – 3.079 – 2.703Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 3. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 4. Dit betreft een toevoeging aan dit artikel vanuit de eindejaarsmarge. Een uitbetaling in het kader van een zogenoemde Safety Deal met de vuurwerkbranche heeft niet meer in 2015 plaatsgevonden. De betaling schuift door naar 2016.Ad 5. Op het vlak van omgevingsveiligheid en milieurisico’s worden diverse samenwerkingsverbanden met private partijen aangegaan om bepaalde doelstellingen te behalen, zogenoemde Safety Deals. Er vindt Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2201 een kasschuif plaats om de programmering en het budget van de Safety Deals in balans te houden.Ad 6. Dit betreft een toevoeging voor een aantal projecten en activiteiten in Caribisch Nederland die voortvloeien uit de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES.Ad 7. Dit betreft de bijdrage aan diverse projecten en activiteiten in Caribisch Nederland waaronder gescheiden afvalinzameling (artikel 21 Duurzaamheid), de aansluiting van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatievoorziening van IenM (artikel 97 Algemeen departement), activiteiten in het kader van de milieuwet (artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s), het op orde brengen van de drinkwater- en afvalwaterkwaliteit (artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling) en uitvoering van de masterplannen luchtvaart (artikel 17 Luchtvaart).Ad 8. Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds en het Btw-compensatiefonds ten behoeve van het programma Impuls Omgevingsveiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2202 Beleidsartikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 33.433 42.011 45.044 48.984 38.545 38.545 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 164 – 26 – 8 Nieuwe mutaties 1.416 – 266 – 254 – 232 – 286 – 277 Stand ontwerpbegroting 2017 35.013 41.719 44.782 48.752 38.259 38.268Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 23.01 Meteorologie en seismologie 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 360 342 337 338 338 355 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 84 74 73 73 73 73 Diversen 922 23.02 Aardobservatie 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 50 92 110 131 77 69 3. Ramingsbijstelling – 774 – 774 – 774 – 774 – 774 Totaal 1.416 – 266 – 254 – 232 – 286 – 277Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Ad 3. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2203 Beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 110.655 104.919 102.604 102.600 102.606 102.606 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 3.329 3.181 2.730 2.758 2.758 2.758 Nieuwe mutaties 4.999 1.461 1.421 1.425 1.421 1.437 Stand ontwerpbegroting 2017 118.983 109.561 106.755 106.783 106.785 106.801Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1 000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 24.01 Handhaving en toezicht 1. Ramingsbijstelling – 386 – 386 – 386 – 386 – 386 2. Verhuiskosten 2.200 3. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 1.629 1.514 1.478 1.483 1.479 1.497 4. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 385 333 329 328 328 326 Diversen 785 Totaal 4.999 1.461 1.421 1.425 1.421 1.437Ad 1. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 2. Ten gevolge van enkele verhuisbewegingen wordt de ILT geconfron-teerd met incidentele kosten. Dit betreft een toevoeging aan dit artikel om deze incidentele kosten op te vangen.Ad 3. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 4. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de verwerking van de compensatie voor de herstelopslag premiever-hoging van het ABP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2204 Beleidsartikel 25 Brede Doeluitkering Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 852.688 853.519 854.998 854.944 853.553 867.744 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 29.263 3.472 0 0 0 – 25.000 Nieuwe mutaties 11.985 31.320 11.807 11.808 11.788 – 13.023 Stand ontwerpbegroting 2017 893.936 888.311 866.805 866.752 865.341 829.721Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 25.01 Brede doeluitkering 1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 11.985 11.782 11.807 11.808 11.788 11.977 2. Amsterdam CS Fietsenstalling 19.538 3. Overboeking AROV – 25.000 Totaal 11.985 31.320 11.807 11.808 11.788 – 13.023Ad 1. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 2. Het Rijk draagt bij aan de nieuwe fietsenstalling Amsterdam CS als onderdeel van het project De Entree. Het hiervoor gereserveerde budget van € 23,6 miljoen wordt vanuit het infrastructuurfonds overgebracht naar HXII voor de BDU (€ 19,5 miljoen) en het Btw-compensatiefonds (€ 4,1 miljoen).Ad 3. Naar aanleiding van het coalitieakkoord Balkenende IV is er structureel € 100 miljoen geïntensiveerd op Openbaar Vervoer. Van deze € 100 miljoen is in de periode 2013–2020 € 25 miljoen per jaar ingezet voor het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer. Dit actiepro-gramma loopt af in 2020. Middels deze mutatie worden bij deze begroting de middelen vanaf 2021 structureel overgeheveld naar het Infrastructuur-fonds (artikel 13) zodat deze middelen – in lijn met het coalitieakkoord Balkenende IV – kunnen worden ingezet voor investeringen ten behoeve van het Openbaar Vervoer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2205 Beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 26 Bijdrage investeringsfondsen 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 6.375.221 6.605.286 6.625.537 6.685.031 6.666.553 7.023.352 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 184.353 – 38.642 – 6.164 – 2.060 – 2.060 – 2.060 Nieuwe mutaties – 105.424 – 393.015 – 21.381 49.310 215.925 – 7.782 Stand ontwerpbegroting 2017 6.085.444 6.173.629 6.597.992 6.732.281 6.880.418 7.013.510Voor een specificatie van de nieuwe mutaties wordt verwezen naar de verdiepingsbijlage van de begroting van het Infrastructuurfonds (artikel 19) en het Deltafonds (artikel 6).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2206 Niet-beleidsartikel 97 Algemeen Departement Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 45.738 43.800 44.364 43.542 43.248 43.148 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 3.217 – 214 – 190 0 0 0 Nieuwe mutaties 54.873 6.894 6.665 6.653 6.652 6.693 Stand ontwerpbegroting 2017 103.828 50.480 50.839 50.195 49.900 49.841Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 97.01 Algemeen departement 1. Exploitatiekosten en marktverkenning KBX 2.714 2. Vervanging KBX 40.000 40.000 – 40.000 3. Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbe-heersing 1.518 4. Crisisbeheersing Caribisch Nederland 50 100 100 100 100 100 5. Ramingsbijstelling – 1.037 – 1.037 – 1.037 – 1.037 – 1.037 6. Splitsing materieel-budget ANVS 6.595 6.595 6.595 6.595 6.595 6.595 7. Bijdrage ANVS 1.250 8. Centralisering juridische advisering door de Landsadvocaat 900 9. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 535 901 862 853 852 894 10. Structurele verwerking loonruimte-akkoord XII 91 89 94 91 91 90 Diversen 1.220 246 51 51 51 51 Totaal 54.873 6.894 6.665 6.653 6.652 6.693Ad 1. De KBX (het regeringsvliegtuig) wordt uitgefaseerd. Omdat de KBX tot eind 2017 in de lucht gehouden moet worden nemen de kosten van onderhoud en bemanning toe. Daarnaast is ook het gebruik toegenomen. Verder betreft het de kosten voor marktverkenning en de begeleiding voor de vervanging van de KBX. Voor de uitgaven van de KBX vindt er een overheveling plaats vanuit artikel 98 naar artikel 97.Ad 2. Op het artikel 97 worden de uitgaven van IenM voor het onderhoud, exploitatie en aanschaf van een vervangend Regeringsvliegtuig verant-woord. In de brief (Kamerstukken II 2015–2016 33 400, nr. 79) van 8 juli 2016 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanschaf van een vervangend Regeringsvliegtuig. De kosten daarvan liggen naar verwachting in de range van € 50 à € 90 miljoen. Ter dekking hiervan heeft het kabinet als eerste stap € 40 miljoen toegevoegd aan de begroting van IenM.Ad 3. Voor het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing zijn er meer uitgaven voor het programma Opleiden, Trainen en Ontwikkelen. Verder zijn er incidentele kosten voor de opschoningsactie van de Integrale Crisis Advies Website (ICAWEB). De middelen worden overge-heveld naar artikel 97 waar DCC wordt verantwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2207 Ad 4. Dit betreft uitgaven in het kader van crisisbeheersing in Caribisch Nederland (BES-eilanden) ten behoeve van het aansluiten van de crisisorganisatie in Caribisch Nederland bij de processen en informatie-voorziening van IenM.Ad 5. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Ad 6. In verband met de Kernenergiewet is met ingang van 1 mei 2015 de verantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid en stralingsbe-scherming overgedragen van EZ naar IenM (Kamerstukken II 2014–2015 34 000 XII, nr. 67). Hiervoor zijn budgetten overgeheveld vanuit EZ naar IenM en zijn verschillende diensten op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming van EZ en IenM samengevoegd tot de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Destijds was er nog geen verdeling naar programma en apparaat aangebracht. In het kader van verantwoord begroten worden de gebudgetteerde uitgaven van artikel 98 overgeheveld op het financieel instrument «bijdrage aan agentschappen».Ad 7. Dit betreft uitgaven voor onder andere een adviesaanvraag bij de Commissie m.e.r. inzake nieuwe vergunningen met betrekking tot de Kernenergiewet, een evaluatie van de huidige ministeriële regeling Beveiliging Nucleaire Inrichtingen en Splijtstoffen, de integratie van DBT Fysieke Beveiliging en tot slot de bijdrage aan het programma Opera voor onderzoek eindberging nucleair afval. De middelen worden overgeheveld vanuit artikel 98.Ad 8. Deze mutatie hangt samen met de eenmalige kosten ten behoeve van de centralisering van de opdrachtbesteding voor juridische advisering door de Landsadvocaat.Ad 9. Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016.Ad 10. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord.Ontvangsten (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 1.994 1.994 1.994 1.994 1.994 1.994 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 Nieuwe mutaties 0 195 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 1.994 2.189 1.994 1.994 1.994 1.994Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2208 Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000) Ontvangsten 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Ontvangsten ANVS 195 Totaal 0 195 0 0 0 0Ad 1. Dit betreft ontvangsten voor de dekking van de meerkosten voor de vergunningverlening van ANVS waaronder voor revisievergunning voor de elektriciteitsproducent EPZ.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2209 Niet-beleidsartikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 340.148 284.943 286.536 286.861 283.139 283.139 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 9.812 18.162 1.585 – 333 – 333 146 Nieuwe mutaties – 8.755 18.722 2.183 – 1.318 – 1.409 – 1.410 Stand ontwerpbegroting 2017 341.205 321.827 290.304 285.210 281.397 281.875Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1 000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 98.01 Personele uitgaven 1. Overboeking van EZ bijdrage Liaisonfunctie ANVS 211 211 211 211 211 211 2. Herschikking binnen apparaat 3.766 35 70 31 31 31 3. Eenvoudig Beter 6.500 11.400 4.100 600 600 600 4. Participatiewet en Sociaal Akkoord 1.120 5. Tijdelijk overplaatsing van- en naar IF apparaat 35 35 – 80 – 80 – 80 – 80 6. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 1.047 876 848 842 828 820 7. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 3.919 3.599 3.451 3.451 3.377 3.381 Diversen 173 196 196 196 196 196 98.02 Materiële uitgaven 2. Herschikking binnen apparaat – 8.266 – 35 – 70 – 31 – 31 – 31 4. Participatiewet en Sociaal Akkoord – 1.120 8. Aanvullende maatregelen tegengaan klimaat-verandering – 1.500 9. Exploitatiekosten en marktverkenning KBX – 2.714 10. Bijdrage ANVS – 1.250 11. Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbe-heersing – 1.518 12. Overboeking aan BZK bijdrage bundeling WNT-toezicht – 23 – 12 13. Bijdrage agentschappen uitgaven bedrijfs-voering 1.345 14. Herverdeling budget ANVS – 6.595 – 6.595 – 6.595 – 6.595 – 6.595 – 6.595 15. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 826 521 511 516 513 516 16. Bijdrage programma Maritime Single Window 8.950 17. Overdracht regie Bedrijfsgeneeskundige dienstverlening aan RWS – 418 – 280 – 280 – 280 – 280 – 280 Diversen – 4.293 – 179 – 179 – 179 – 179 – 179 Totaal – 8.755 18.722 2.183 – 1.318 – 1.409 – 1.410Ad 1. In het kader van de beleidsoverdracht nucleaire veiligheid en stralingsbescherming is in de regiegroep ANVS afgesproken dat voor de liaisonfunctie vier extra fte nodig zijn. Met EZ is een verdeling afgesproken. Dit betreft het EZ-aandeel.Ad 2. Dit betreft een herschikking binnen de apparaatsuitgaven als gevolg van een actualisatie van personele en materiële budgetten.Ad 3. Dit betreft een toevoeging aan artikel 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement voor de personele kosten van het programma Eenvoudig Beter. In 2016 vindt dekking plaats middels een herschikking op artikel 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement. Voor de periode 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2210 en verder vindt dekking plaats vanuit de investeringsfondsen. Voor de eenmalige kosten ten behoeve van dit programma zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van alle modaliteiten op de investeringsfondsen.Ad 4. De uitgaven voor de uitvoering van de Participatiewet en het Sociaal Akkoord zijn centraal begroot op het daarvoor bestemde transitiebudget op artikelonderdeel 98.02. De uitgaven worden gerealiseerd op artikelon-derdeel 98.01. Daarom worden de middelen overgeheveld.Ad 5. Deze overboeking betreft enerzijds een tijdelijke overplaatsing voor twee jaar van 1 fte vanuit RWS (apparaat) naar de BeleidsDG’s en anderzijds de overdracht van 2 chauffeurs van het Kerndepartement naar RWS (apparaat).Ad 6. Dit betreft de structurele verwerking van het loonruimteakkoord en de toedeling van de incidentele compensatie voor de herstelopslag premieverhoging ABP voor het jaar 2016.Ad 7. Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche XII 2016.Ad 8. Dit betreft uitgaven in verband met nadere maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan, waaronder intensivering van handhaving van de Wet milieubeheer voor het uitvoeren van maatregelen voor energiebesparing en voor invoering van de energieprestatiekeuring (EPK).Ad 9. De KBX (het regeringsvliegtuig) wordt uitgefaseerd. Omdat de KBX tot eind 2017 in de lucht gehouden moet worden nemen de kosten van onderhoud en bemanning toe. Daarnaast is ook het gebruik toegenomen. Verder betreft het de kosten voor marktverkenning en de begeleiding voor de vervanging van de KBX. Voor de uitgaven van de KBX vindt er een overheveling plaats naar artikel 97 Algemeen departement.Ad 10. Dit betreft uitgaven voor onder andere een adviesaanvraag bij de Commissie m.e.r. inzake nieuwe vergunningen met betrekking tot de Kernenergiewet, een evaluatie van de huidige ministeriële regeling Beveiliging Nucleaire Inrichtingen en Splijtstoffen, de integratie van DBT Fysieke Beveiliging en tot slot de bijdrage aan het programma Opera voor onderzoek eindberging nucleair afval. De middelen worden overgeheveld naar artikel 97.Ad 11. Voor het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing zijn er meer uitgaven voor het programma Opleiden, Trainen en Ontwikkelen. Verder zijn er incidentele kosten voor de opschoningsactie van de Integrale Crisis Advies Website (ICAWEB). De middelen worden overge-heveld naar artikel 97 waar DCC wordt verantwoord.Ad 12. Dit betreft de afgesproken bijdrage van IenM aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de WNT-toezicht (Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector).Ad 13. De toename is met name het gevolg van ontvangsten van agentschappen voor centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2211 Ad 14. In verband met de Kernenergiewet is met ingang van 1 mei 2015 de verantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid en stralingsbe-scherming overgedragen van EZ naar IenM (Kamerstukken II 2014–2015 34 000 XII, nr. 67). Hiervoor zijn budgetten overgeheveld vanuit EZ naar IenM en zijn verschillende diensten op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming van EZ en IenM samengevoegd tot de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Destijds was er nog geen verdeling naar programma en apparaat aangebracht. In het kader van verantwoord begroten worden de gebudgetteerde overgeheveld naar artikel 97 op het financieel instrument «bijdrage aan agentschappen».Ad 15. Dit betreft de toedeling van de prijsbijstelling tranche 2016 XII.Ad 16. Vanuit de aanvullende post vindt, in het kader van het Digipro-gramma (GDI), een interdepartementale overboeking plaats naar IenM ten behoeve het programma Maritime Single Window.Ad 17. De tactische regie over de bedrijfsgeneeskundige dienstverlening binnen IenM wordt structureel overgedragen aan RWS.Ontvangsten (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 3.530 3.530 3.530 3.530 3.530 3.530 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 13.016 Nieuwe mutaties 1.345 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 17.891 3.530 3.530 3.530 3.530 3.530Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000) Ontvangsten 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1. Bijdrage agentschappen uitgaven bedrijfs-voering 1.345 Totaal 1.345 0 0 0 0 0Ad 1. De toename is met name het gevolg van ontvangsten van agent-schappen voor centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstver-lening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2212 Niet-beleidsartikel 99 Nominaal en Onvoorzien Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 25 0 1 949 698 4.543 4.543 Mutatie Amendement 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 77.574 55.437 54.219 54.122 54.093 54.868 Nieuwe mutaties – 77.532 – 55.416 – 56.060 – 54.778 – 58.034 – 58.866 Stand ontwerpbegroting 2017 67 21 108 42 602 545Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000) Uitgaven 2016 2017 2018 2019 2020 2021 99.01 Nominaal en onvoorzien 1. Toedeling eindejaarmarge – 19.502 2. Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP – 10.989 – 9.525 – 9.525 – 9.525 – 9.525 – 9.525 – waarvan Hoofdstuk XII 4.208 3.647 3.647 3.647 3.647 3.647 – Waarvan Infrastructuurfonds 5.220 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 – waarvan Deltafonds 1.561 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 3. Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 – 47.041 – 45.893 – 44.637 – 44.555 – 44.511 – 45.343 – waarvan Hoofdstuk XII 20.551 19.632 19.399 19.387 19.298 19.674 – Waarvan Infrastructuurfonds 21.204 21.334 20.248 20.179 20.456 20.253 – waarvan Deltafonds 5.286 4.927 4.990 4.989 4.757 5.416 4. Eenvoudig Beter – 1.900 – 700 – 4.000 – 4.000 Diversen 0 2 2 2 2 2 Totaal – 77.532 – 55.416 – 56.060 – 54.778 – 58.034 – 58.866Ad 1. Bij Eerste suppletoire begroting is de eindejaarsmarge van 2015 (€ 27,7 miljoen) toegevoegd op artikel 99 en is een deel van de eindejaars-marge overgeheveld naar artikel 16 ten behoeve van de subsidieregeling Beheersing GSM-R interferentie. Bij Begroting 2017 vindt de overige toedeling van de eindejaarmarge plaats op Hoofdstuk XII.Ad 2. In het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimte-akkoord (€ 9,5 miljoen structureel). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel). Bij deze begroting vindt de verdere toedeling plaats binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Ad 3. Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbe-groting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die op artikel 99 Nominaal en onvoorzien is toegevoegd bij Eerste suppletoire begroting 2016 en die bij deze Begroting 2017 nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2213 Ad 4. Voor de exploitatiekosten van Eenvoudig Beter worden vanuit artikel 99 Nominaal en onvoorzien middelen overgeheveld naar artikelonderdeel 13.05 Eenvoudig Beter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2214 BIJLAGE 3 MOTIES EN TOEZEGGINGEN Moties bewindspersonen Infrastructuur en Milieu Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO initiatiefnota Koopmans «De grenzen voorbij»22-04-2010 Motie Anker/Mastwijk 32 351-8 over meenemen van de inbouw van ERTMS in de infrastructuur. Staatssecretaris Deze motie wordt betrokken in dePlanuitwerkingsfase, onder andere via gesprekken met de buurlanden VAO Eenvoudig beter23-11-2011 Motie 31 953-48 Van Veldhoven verzoekt de regering in de Omgevingswet maatregelen op te nemen die voorzien in eventuele compensatie op het gebied van milieu en natuur. Minister Wordt opgepakt bij de vormgeving van de uitvoeringsregelgeving Ontwerpbesluit wijziging Crisis- en herstelwet26-01-2012 Motie Van Veldhoven 32 127-154 verzoekt de regering in gesprekken met het bevoegd gezag en de exploitant erop aan te dringen dat zij onderzoeken met welke maatregelen, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van een oxida-tielaag, extra methaanuitstoot kosteneffectief kan worden teruggebracht. Minister In de brief Circulaire Economie van 7 juli 2016 is vermeld dat de Kamer wordt geïnformeerd voor het AO CE van 5 oktober. VAO Vervoersconcessie Hoofdrailnet20-12-2012 Motie Van Veldhoven c.s. 29 984-350 verzoekt de regering na vijf jaar de ervaringen van de op dat moment reeds gedecentrali-seerde lijnen in kaart te brengen en hierbij de wenselijkheid van het decentraliseren van aanvullende verbindingen te verkennen, en tevens te evalueren of een eventuele openbare aanbesteding van het hoofdrailnet vanaf 2025 in het belang van de reiziger is. Staatssecretaris In samenwerking met de provincie Limburg is de uitvoering van de (nulmeting) evaluatie inmiddels aanbesteed. Daarnaast komt dit onderwerp naar voren bij het scenario onderzoek in het kader van de Kabinetsreactie Parlemen-taire Enquête Fyra. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2215 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken NO – MIRT Infra08-04-2013 Motie De Boer/Kuiken 33 400A-95 verzoekt de regering om eerst sluitende afspraken te maken met de regio over de dekking van de exploitatieverliezen voor de 1e fase, het zogenaamde voorloopbe-drijf waarbij zonder infrastructurele investeringen een diesel-IC moet gaan rijden vanaf 2014 danwel de huidige Euregiobaan wordt voortgezet; overwegende dat aansluitend voor de tweede fase maximaal 18 miljoen euro extra benodigd is voor de infrastructuur tussen Heerlen en Herzogenrath; verzoekt de regering tevens, als voorwaarde hierbij afspraken te maken over de tweede fase met betrokken partijen (provincie Limburg, de Duitse overheid en vervoerders) over de noodzakelijke stappen om een geëlektrificeerde IC-verbinding te realiseren en als de plannen nader uitgewerkt zijn afspraken te maken over de daarvoor benodigde kosteneffec-tieve infrastructurele investeringen en de verdeling van de exploitatie-verliezen om de IC tussen Eindhoven-Heerlen-Aken op een verantwoorde manier te kunnen laten rijden. Staatssecretaris Sinds eind 2015 doet een consortium onder gezamenlijke aansturing van Limburg, Brabant en het Ministerie van IenM onderzoek naar mogelijke Intercityverbindingen tussen Eindhoven-Düsseldorf en Eindhoven-Keulen. Dit is mede mogelijk gemaakt door een TEN-T subsidie vanuit Brussel.Op dit moment worden elementen zoals benodigde capaciteit, noodzakelijke infrastructuur, potentiële vervoerwaarden en exploitatiekosten in beeld gebracht. Voor beide verbindingen wordt op basis hiervan een aantal kansrijke oplossingen uitgewerkt. Uiteindelijk moet aan de hand van deze kansrijke oplossingen een voorkeursbesluit worden genomen. Eind 2016 wordt hierover uitsluitsel verwacht. VAO Grondstoffen en afval05-06-2013 Motie Van Gerven 30 872-140 spreekt uit dat met de industrie harde afspraken moeten worden gemaakt om te komen tot een snelle overschakeling naar biologisch afbreekbare plastics als verpakkingsmateriaal. Staatssecretaris In de brief Circulaire Economie van 7 juli 2016 is vermeld dat de Kamer wordt geïnformeerd voor het AO CE van 5 oktober. VAO Gewasbescherming01-07-2013 Motie Geurts 27 858-205 verzoekt de regering de Kamer na twee jaar te informeren over de voortgang in de verbetering van de waterkwa-liteit alvorens nadere maatregelen te treffen. Staatssecretaris De rapportage vindt eind 2016 plaats Begrotingsbehandeling IenM05-11-2013 Motie Dik-Faber 33 750 XII-45 verzoekt de regering zich in Brussel hard te maken voor het ten spoedigste, en uiterlijk in 2017, geldig worden van emissie-eisen voor ultrafijnstof voor bromfietsen, kwalitatief gelijk aan het niveau van personenauto. Staatssecretaris De motie ondersteunt de inzet van de Staatssecretaris in Europa Begrotingsbehandeling IenM05-11-2013 Motie Dik-Faber 33 750 XII-46 verzoekt de regering de controle op voertuigeisen van bromfietsen aanzienlijk te verscherpen, zowel op papier als in de praktijk, om zo een halt toe te roepen aan de verkoop van bromfietsen die feitelijk niet aan de wetgeving voldoen. Staatssecretaris Het wetstraject is nu in de voorbereidende fase. Daarnaast is Verordening 168/2013 per 01-01-2016 van kracht geworden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2216 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Grondstoffen en afval26-11-2013 Motie Van Gerven 30 872-153 verzoekt de regering in overleg met de kunststofrecyclers in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om de kwalitatieve resultaten van de recycling te verbeteren, welke belemmeringen er zijn om dit in praktijk te brengen en de Kamer voor 1 mei 2014 te informeren over hoe de mogelijk-heden beter zijn te benutten. Staatssecretaris In de brief Circulaire Economie van 7 juli 2016 is vermeld dat de Kamer wordt geïnformeerd voor het AO CE van 5 oktober. VAO MIRT25-11-2013 Motie De Rouwe cs. 33 750-A-31 verzoekt de regering om samen met de verantwoordelijke decentrale overheden de uitwerking van de Toekomstagenda voor Snelfietsroutes te onder-steunen, zodat maatregelenten behoeve van het fietsgebruik onderdeel kunnen zijn van het programma Beter Benutten en daarna kunnen de uitkomsten bij het MIRT-overleg worden besproken Minister De Kamer is op 16 juni 2016 schriftelijk over de voortgang van het vervolgprogramma geïnfor-meerd. VAO MIRT25-11-2013 Motie Van Veldhoven/Dik-Faber 33 750 A-55 verzoekt de regering bij de herziening van de OEI-richtlijnen te onderzoeken hoe de MKBA-systematiek op deze punten, waar wenselijk, zou kunnen worden gemoderniseerd. Minister In het najaar van 2016 zal een adviesbureau de MKBA werkwijzer natuur gaan opstellen. Naar verwachting zal deze begin 2017 gereed zijn. VAO Spoor29-01-2014 Motie Van Tongeren/Van Veldhoven 29 984-451 verzoekt de regering om samen met de NS te bezien of het mogelijk is om als tussenop-lossing in elk geval laadpalen op de stations en perrons te plaatsen waar reizigers hun tablets, telefoons en laptops kunnen opladen. Staatssecretaris De Kamer wordt rond de zomer geïnformeerd. VAO Duurzaam hout20-02-2014 Motie Van Veldhoven c.s. 30 196-238 verzoekt de regering te garanderen dat de TPAC bij deze toets met bijbehorend veldon-derzoek ook vertegenwoordigers van inheemse volkeren en lokale milieuorganisaties consulteert, in het bijzonder JOAS, de Jaringan Orang Asal SeMalaysia (The Indigenous Peoples Network of Malaysia) en MNS, de Malaysian Nature Society. Staatssecretaris In de brief van 30 mei 2016 heeft de Staatssecretaris gemeld dat het veldbezoek vertraging heeft opgelopen, de Kamer wordt na de zomer hierover geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2217 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Duurzaam hout20-02-2014 Motie Van Veldhoven c.s. 30 196-239 verzoekt de regering, in overleg met de Malaysian Timber Certification Council een tijdsge-bonden stappenplan op te zetten om ervoor te zorgen dat het MTCS-keurmerk binnen twee jaar volledig voldoet aan de door de TPAC vier geconstateerde tekortkomingen in het eindoordeel van TPAC over MTCS (d.d. 22 oktober 2010) en op die manier dus ook volledig voldoet aan inkoopcriteria duurzaamheid van de rijksoverheid; verzoekt de regering tevens, te bewerkstelligen dat deze eindevaluatie van TPAC binnen twee jaar wordt afgerond en dat daarbij geen uitloop zal zijn; verzoekt de regering voorts, te garanderen dat indien de TPAC over twee jaar constateert dat MTCS nog niet op alle vier de eerder genoemde punten voldoet aan de inkoopcriteria van de rijksoverheid voor duurzaam hout dit er toe zal leiden dat hout met het MTSC-keurmerk niet langer zal worden toegestaan voor het Nederlandse duurzaam inkoop-beleid. Staatssecretaris In de brief van 30 mei 2016 heeft de Staatssecretaris gemeld dat het veldbezoek vertraging heeft opgelopen, de Kamer wordt na de zomer hierover geïnformeerd. VAO OV, OV-chipkaart en Taxi26-03-2014 Motie Dik-Faber 23 645-563 verzoekt de regering de ov-begeleiderskaart zo spoedig mogelijk te verchippen zodat een extra toegangskaart voor deze doelgroep niet nodig is. Staatssecretaris Er is een principebesluit genomen over de uitvoeringsvariant van een geïntegreerde OV-begeleiderskaart. Hierover wordt in het volgende voortgangsrapport NOVB gerapporteerd. 33 834 Wijziging van de Wet milieubeheer (jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, hernieuwbare brandstofeenheden en elektronisch register hernieuwbare energie vervoer)20-05-2014 Motie Van Gerven/Van Veldhoven 33 834-21 verzoekt de regering, over drie jaar de werking van voorliggende Wijziging van de Wet milieubeheer onafhankelijk te laten evalueren waar bij douanege-gevens geanalyseerd worden om te bezien of de kwantiteit van de daadwerkelijke importstromen overeenkomt met de gegevens uit het HBEsysteem. Staatssecretaris Evaluatie is toegezegd en wordt uitgevoerd in 2018. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2218 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Vervoer en beheer hoofdrailnet25-06-2014 Motie De Rouwe/Hoogland 29 984-510 verzoekt de regering om met de NS, ROCOV en de Noordelijke regio oplossingen in kaart te brengen om de reistijd eerder te verkorten dan 2021, en de Kamer hierover in het najaar te informeren. Staatssecretaris Vorige zomer is de Quick-Scan reistijdverkorting NNL uitgevoerd. Inmiddels heeft NS een concept-dienstregeling 2017 waarbij de reistijd al korter is. Reizigers tussen Groningen/Leeuwarden en Den Haag via de Hanzelijn zijn tot zes minuten sneller, omdat NS de nieuw aangelegde infrastructuur op de Amsterdamse Zuidtak en rond Almere meteen na oplevering gebruikt. Reizigers tussen het noorden (Zwolle) en Brabant (Roosendaal) zijn tot zes minuten sneller. Dit zijn significante reistijdversnellingen die mede mogelijk gemaakt zijn door nieuwe infrastructuur. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2014 Motie Bisschop cs. 34 000 XII-45 verzoekt de regering, te bevor-deren dat de tachograafkaarten zo veel mogelijk op kostprijsniveau worden verkocht en de Kamer hierover nader te informeren. Minister De Staatssecretaris heeft de Tweede Kamer in haar brief van 27 januari 2016 geïnformeerd over de voorgenomen herziening van het tarievenstelsel van de ILT en Kiwa. De Tweede Kamer zal binnenkort opnieuw door de ILT worden geïnformeerd over de stand van zaken. VAO Water17-11-2014 Motie Smaling 34 000-J-24 verzoekt de regering een inventari-satie te doen samen met provincies, gemeenten, water-schappen, kennisinstellingen en het bedrijfsleven om te bezien welke oplossingen noodzakelijk zijn voor het probleem van de slappe bodems en bodemdaling, waarbij kennisdeling, kennisontwikkeling en oplossingen voor de lange termijn centraal staan. Minister De Kamer wordt medio 2016 geïnformeerd. VAO MIRT24-11-2014 Motie Van Helvert c.s. 34 000 A-45 verzoekt de regering om binnen het project Nieuwe Sluis Terneuzen in overleg met de stakeholders te komen tot een veilige locatie voor maritieme dienstverlening, waarin kwaliteit en continuïteit van dienstverlening zijn geborgd, op een zodanige termijn dat het project geen vertraging oploopt. Minister Op 24 mei j.l. is een overeenkomst gesloten met een maritieme dienstverlener over de inrichting van de dienstenhaven en de verplaatsing van bedrijfseenheden. Hiermee is tegemoet gekomen aan de wens van de Kamer om bij de realisatie van de Nieuwe Sluis voorzieningen te treffen waarin kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening geborgd zijn. VSO Advies Corbey inzake dubbeltelling biobrandstoffen, ILUC-akkoord en toezeggingen biobrand-stoffenbeleid04-12-2014 Motie van Veldhoven/Van Tongeren 32 813-97 verzoekt de regering om, het bijmengpercentage van conventionele biobrandstoffen te beperken tot 5%. Staatssecretaris De Kamer wordt na de zomer geïnformeerd. VAO Grondstoffen en Afval04-12-2014 Motie Ouwehand 30 872-177 verzoekt de regering gemeenten op te roepen om het oplaten van ballonnen actief te ontmoedigen. Staatssecretaris In de brief Circulaire Economie van 7 juli 2016 is vermeld dat de Kamer wordt geïnformeerd voor het AO CE van 5 oktober. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2219 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi04-12-2014 Motie De Rouwe 23 645-589 verzoekt de regering te bewerkstel-ligen dat reizigersorganisaties een volwaardige en eigenstandige plek krijgen in de nieuwe TLS-organisatie. Staatssecretaris Ter uitvoering van de motie zijn wensen van consumentenorgani-saties geïnventariseerd. Deze zullen aan de coöperatie Openbaar Vervoerbedrijven worden voorgelegd. De coöperatie onderzoekt momenteel verschil-lende vormen van structureel overleg met haar stakeholders. VSO Aanbieding Besluit externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes04-12-2014 Motie van Tongeren 30 373-57 verzoekt de regering te bewerkstel-ligen dat het akkoord tot beëin-diging van chloortransporten gehandhaafd wordt en de Kamer hierover te informeren. Staatssecretaris De Staatssecretaris zal de Kamer schriftelijk informeren over de verlenging van het chloorcon-venant met AkzoNobel VAO Waddenzee en Noordzee11-03-2015 Motie Smaling/Jacobi 33 450-40 constaterende dat de behoefte eerder is om «meer samen te doen» dan om «samen meer te doen»; verzoekt de regering voor eind 2016 onafhankelijk te laten evalueren of de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer voldoende zijn opgevolgd. Minister Evaluatie zal in 2016 plaatsvinden VAO Scheepvaart11-03-2015 Motie Van Helvert 31 409-77 verzoekt de regering bij het uitwerken van de rijksbrede maritieme strategie: de rol van de visserijsector voor de voedselze-kerheid nadrukkelijk op te nemen; de diversiteit van de binnenvaart-vloot als kwaliteit nadrukkelijk op te nemen. Minister Bij de uitwerking van de maritieme strategie zal deze motie worden betrokken via een beoogde jaarlijkse voortgangsbrief over de implementatie van de maritieme strategie die interdepartementaal wordt afgestemd in samenwerking met EZ. VAO Milieuraad17-03-2015 Motie Jan Vos 21 501-08-553 verzoekt de regering een extra inspanning te leveren om door middel van bilaterale en multila-terale overeenkomsten met minder ontwikkelde landen klimaatver-vuiling tegen te gaan. Staatssecretaris De motie is ondersteuning van beleid. VAO Milieuraad17-03-2015 Motie Remco Dijkstra c.s. 21 501-08-557 verzoekt de regering zich binnen de EU, wanneer het gaat om de nieuwe voorstellen voor een circulaire economie, hard te maken voor het bevorderen van investeringen en het wegnemen van belemmeringen. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden VAO Wijziging van de Wet personenvervoer 2000 (34 042)27-05-2015 Motie Van Helvert 34 042-15 verzoekt de regering spoedig te komen met een tijdsplan om het in- en uitchecken bij het overstappen naar andere vervoerders definitief te beëindigen. Staatssecretaris Het tijdsplan is vastgesteld in het Bestuurlijk NOVB van 21 april 2016. Na de uitspraak van ACM op de pilot Valleilijn wordt het tijdsplan naar de Kamer gestuurd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2220 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Milieuraad10-06-2015 Motie Van Veldhoven/Remco Dijkstra 21 501-08-577 verzoekt de regering, zich er in de EU hard voor te maken dat bij de allocatie van emissierechten de administratieve lasten en de complexiteit van het ETS niet teveel toenemen en dat emissiereducties worden beloond. Staatssecretaris De motie is ondersteuning van beleid. VAO Duurzaamheid16-06-2015 Motie Van Veldhoven 30 196-321 verzoekt de regering te verzekeren dat per 1 juni 2016 alle negen minimumeisen voor de inkoop van duurzaam hout voor de Neder-landse overheid weer onverkort gelden. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden. VAO Luchtvaart18-06-2015 Motie Hachchi 31 936-282 verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat ook de psychologische gesteldheid van piloten en het testen daarvan volwaardig onderdeel worden van de samenwerking binnen de ASG; verzoekt de regering tevens, er zorg voor te dragen dat alle luchtvaartmaatschappijen die onder de Nederlandse wetgeving vallen, deel uitmaken van deze samenwerking. Staatssecretaris IenM heeft in december 2015 een werkgroep «Fit to Fly» ingericht waarbij de luchtvaartmaatschap-pijen, vakorganisaties, de Anti Skid Groep en het Onafhankelijk Vertrouwensteam Burgerluchtvaart samenwerken aan de beperking van het veiligheidsrisico dat mogelijk gekoppeld is aan piloten met psychische problemen.De werkgroep komt ieder kwartaal bijeen en is een gezamenlijk doel overeengekomen om binnen de Europese en nationale regels te komen tot afspraken over:• Voorlichting over herkenning verhoogd risico op psychologische problemen die de vliegveiligheid in gevaar kunnen brengen;• Concretisering van de psycholo-gische aspecten bij keuringen;• Inrichten van een systeem met als doel begeleiding van piloten met psychische problemen gericht op volledige re-integratie in de vliegende functie en veilige continuering van hun beroep.Het streven is om de afspraken vast te leggen in een protocol dat in december 2016 door alle partijen ondertekend zal worden. Wetsvoorstel taken meteorologie en seismologie18-06-2015 Motie Van Tongeren 33 802-19 verzoekt de regering, erop toe te zien dat de gewenste cultuurveran-dering bij het KNMI tot stand komt en de Kamer hierover te infor-meren. Staatssecretaris Motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2221 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Spoorveiligheid / ERTMS17-06-2015 Motie De Boer en Hoogland 29 893-193 verzoekt de regering om in de aanbestedingsstrategie de volgende aspecten te borgen en duidelijkheid te hebben over deze aspecten alvorens de aanbesteding kan plaatsvinden: de afstemming tussen materieel en baan, die passend moet zijn en waarbij minder uitval dan met het huidige ATB en GSM-R mag voorkomen; de verschillende levels en systemen van ERTMS moeten op elkaar aansluiten; duidelijkheid ten aanzien van het aantal en de omvang van de kavels, waarin het spoor en materieel worden aanbesteed en een duidelijke fasering waarbij niet alle kavels in een keer worden aanbesteed; de aanleg van ERTMS moet afgestemd worden met de buurlanden; de uitwerking van ERTMS in wet- en regelgeving die Europees is afgestemd; een duidelijke verantwoordelijkheids-verdeling van het project, ook na het aflopen van de huidige concessieperiode; een goede financiële verantwoording met jaarlijks goedkeurende accountantscontrole. Staatssecretaris De genoemde aspecten vormen reeds belangrijke aandachtspunten van het programma en zullen terugkomen in de definitieve aanbesteding- en contracterings-trategie dan wel via de halfjaar-lijkse voortgangsrapportages danwel de jaarlijkse ADR-rapportages. VAO Spoorveiligheid / ERTMS17-06-2015 Motie Bashir 29 893-194 verzoekt de regering om, ook andere spoorvervoerders aan te sporen om gebruik te maken van het ORBIT-systeem Staatssecretaris Conform de motie Bashir zijn spoorvervoerders aangespoord om gebruik te maken van ORBIT. Prioriteit ligt echter bij ingebruikname van ORBIT door NS. Helaas heeft NS onlangs wederom vertraging gemeld. NS is geïnformeerd dat overwogen wordt om te handhaven op realisatie van de door NS in het Vervoerplan 2016 opgenomen implementatietermijn in 2016. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Veldman 33 962-113 verzoekt de regering het Adviescollege toetsing regeldruk (Actal) opnieuw te consulteren ten aanzien van de financiële effecten van de uitvoeringsregelgeving op de regeldruk en de Tweede Kamer te informeren over de conclusies van Actal. Minister De motie is in uitvoering VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Veldman c.s. 33 962-117 verzoekt de regering om in het voorgenomen Besluit kwaliteit leefomgeving een regeling op te nemen die voorziet in de afwij-kingsmogelijkheden naar analogie van de regeling voor ontwikke-lingsgebieden in de Crisis- en herstelwet en de regeling van de interim-wet stad-en milieubena-dering. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2222 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Veldman/De Vries 33 962-120 verzoekt de regering om in het implementatietraject van de Omgevingswet gemeenten te stimuleren de adviescommissie (zoals genoemd in art 17.9) ook in te zetten om initiatiefnemers aan de voorkant van het proces te adviseren en uit te dagen om hun plannen met zo veel mogelijk kwaliteit en consensus te realiseren en het welstandstoezicht achteraf geleidelijk af te bouwen. Minister Motie is in uitvoering. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie De Vries/Dik-Faber 33 962-122 verzoekt de regering dit VN-verdrag na ratificering bij de invoeringswet op te nemen in artikel 4.20 van de Omgevingswet. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie De Vries c.s. 33 962-123 verzoekt de regering om de verdere ontwikkeling van de MGR krachtig te ondersteunen, zodat een breed en gebruiksvriendelijk instrument ontstaat, waarmee gemeenten gezondheidsrisico’s beter kunnen meenemen in hun besluitvorming. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie De Vries c.s. 33 962-124 verzoekt de regering om te bezien of het mogelijk is om bij AMvB (algemene maatregel van bestuur) een verplichting op te nemen om voorafgaand aan de uitvoering van vergunningvrije werkzaamheden aan rijksmonumenten de start hiervan te melden bij de gemeente. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie De Vries 33 962-126 overwegende dat er een bestuurs-overeenkomst is aangekondigd met de betrokken overheden over de uitvoering van de Omgevingswet; overwegende dat in die bestuursovereenkomst het uitvoeren van een onderzoek zal worden opgenomen volgens artikel 2 van de Financiële verhou-dingswet teneinde te bezien of overheden financieel voldoende zijn toegerust om de hun toebe-deelde taken op een adequaat kwaliteitsniveau uit te voeren; verzoekt de regering, dit onderzoek na vijf en tien jaar te herhalen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie De Vries c.s. 33 962-173 verzoekt de regering in de rijksomgevingsvisie aan te geven welke afspraken nodig zijn om de recreatieve fiets-, wandel- en vaarnetwerken in stand te houden en hoe deze afspraken doorwerken in provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2223 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Smaling 33 962-128 verzoekt de regering: bij het implementatie-traject expliciet aandacht te schenken aan de kennis en kunde van overheden op dit gebied; te onderzoeken of een kennisplatform zoals het Kennisplatform Veehou-derij en Humane gezondheid hier een rol in kan spelen. Minister Wordt meegenomen in de Invoeringswet (medio 2017). VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Smaling 33 962-130 verzoekt de regering de resultaten van de evaluatie van de Crisis- en herstelwet, de jurisprudentie die zich de komende jaren ontwikkelt, het voortschrijdend inzicht uit het programma Nu Eenvoudig Beter én de ervaringen van zowel bestuurders als ambtenaren die met de Omgevingswet moeten werken een plaats te geven in de Invoeringswet Omgevingswet. Minister Wordt meegenomen in de Invoeringswet (medio 2017). VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Smaling 33 962-131 verzoekt de regering één of meerdere interactieve games te laten ontwikkelen die: harde en zachte waarden van de fysieke leefom-geving goed met elkaar verbinden; het leren denken in verschillende ruimte- en tijdschalen onder-steunen; inzichtelijk maken hoe het maken van afwegingen zich vertaalt in keuzes voor de inrichting van de fysieke leefom-geving; zowel individueel als in de aardrijkskundeles goed toepasbaar zijn. Minister Wordt meegenomen in de Invoeringswet (medio 2017). VAO Wegverkeer en Verkeersveiligheid28-05-2015 Motie Visser/ Hoogland 29 398-472 verzoekt de regering samen met betrokken partijen na te gaan welke eisen minimaal aan een helm gesteld moeten worden ter bescherming van berijders van gemotoriseerde tweewielers met snelheden van tussen 25 en 45 km/u, dit als nieuwe norm vast te leggen en te stimuleren dat nieuwe producten zo snel als mogelijk op de markt kunnen worden gebracht. Minister Op initiatief van RAI Vereniging is een NEN-werkgroep aan de slag met het opstellen van een nieuwe helmnorm voor speed-pedelelcs (snelle elektrische tweewieler met trapondersteuning tot 45 km/u). NEN en RAI hebben aangegeven de norm in het najaar van 2016 gereed te willen hebben en vanaf 2017 ook geschikte helmen in de verkoop te willen hebben.IenM draagt bij aan dit proces door expertise van TNO met betrekking tot helmveiligheid in te brengen. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Ronnes/Veldman 33 962-174 verzoekt de regering te onder-zoeken wat de gevolgen zijn van de afschaffing van het systeem van de vergunningverlening van rechtswege en of gehele of gedeeltelijke invoering ervan mogelijk en wenselijk is en de Kamer daarover te informeren. Minister Wordt meegenomen in de Invoeringswet (medio 2017). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2224 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Van Veldhoven/Ronnes 33 962-175 verzoekt de regering om onderzoek te doen naar de mogelijke negatieve gevolgen hiervan voor deze werelderfgoe-deren en op basis hiervan zo nodig voorstellen te doen om de vergunningsvrije bouwmogelijk-heden in deze erfgoederen af te schaffen dan wel in te perken. Minister De motie is in uitvoering. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Van Veldhoven 33 962-136 verzoekt de regering gemeenten in staat te stellen om zonder te veel administratieve lasten te sturen op de kwaliteit van de leefomgeving. Minister De motie is in uitvoering. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Van Veldhoven/Dik-Faber 33 962-137 verzoekt de regering de lopende projecten in het kader van Eenvoudig Beter specifiek te evalueren op het punt van participatie, en de Kamer daar voorafgaand aan de invoeringswet over te informeren; verzoekt de regering tevens, participatie expliciet mee te nemen in de reeds voorziene evaluatiemomenten van de stelselherziening. Minister Wordt meegenomen in de Invoeringswet (medio 2017). VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Van Tongeren c.s. 33 962-142 verzoekt de regering om bij het vaststellen van het Besluit kwaliteit leefomgeving een omgevings-waarde vast te stellen die overeenkomt met de door de rechter opgedragen verplichting en de Kamer hierover te informeren. Minister De motie is in uitvoering. VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie 33 962-176 verzoekt de regering om het nationale belang van de transitie hernieuwbare energie en de daarvoor benodigde installaties en voorzieningen in wet- en regelgeving te verankeren en stelselmatig in het omgevings-recht te betrekken en de Kamer daarover te informeren. Minister Wordt meegenomen in de Invoeringswet (medio 2017). VAO Omgevingswet24-06-2015 Motie Bisschop/Veldman 33 962-146 verzoekt de regering te bezien hoe onnodige verlenging van de reguliere voorbereidings-procedure ingeperkt kan worden, bijvoorbeeld door invoering van een motiveringsplicht of een verplichte legeskorting. Minister Wordt meegenomen in de Invoeringswet (medio 2017). VAO Grondstoffen en Afval01-09-2015 Motie Ouwehand 30 872-194 verzoekt de regering in overleg te treden met gemeenten om het gebruik van nee/nee-stickers beter te faciliteren. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2225 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Grondstoffen en Afval01-09-2015 Motie Ouwehand 30 872-195 verzoekt de regering te bezien hoe de sluiproute van de quasi-adressering bij reclamedrukwerk kan worden aangepakt. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden. Algemene Politieke Beschouwingen (TK)16-09-2015 Motie Klaver 34 300-24 verzoekt de regering om in het jaar 2016 te starten met de uitvoering van aanvullende maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren en de Kamer hierover te informeren Staatssecretaris De motie is in uitvoering Wetsvoorstel tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViaA1509-09-2015 Motie Visser/Hoogland 34 189-17 verzoekt de regering zo spoedig mogelijk voorbereidingen te treffen om de tol te beëindigen zodra voorzienbaar is dat de netto-opgaven binnen afzienbare tijd gelijk zullen zijn aan de tolopgave, zodat deze niet langer voortduurt dan strikt noodzakelijk Minister Zodra duidelijk is dat de tolopgave binnen afzienbare tijd wordt gerealiseerd, zal de tol worden beëindigd. Wetsvoorstel tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViaA1509-09-2015 Motie Visser/Hoogland 34 189-18 verzoekt de regering te zoeken naar een prikkel waarmee de uitvoe-ringskosten van de tolheffing op de Blankenburgverbinding en de ViA15 onder de 20% van de totale tolopbrengsten worden gehouden en de Kamer te informeren over de verwachte kosten van de uitvoering van de tolheffing. Staatssecretaris In de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 is opgenomen dat het tolsysteem wordt uitgewerkt in een uitvoe-ringsplan dat aan de Staten-Generaal wordt overgelegd, uiterlijk vier weken voordat de tolheffing van start gaat. In dit plan wordt naast de verwachte inningskosten, een algemene beschrijving van het tolsysteem, de registratiemiddelen, de betalings-mogelijkheden en de klanten-service gegeven. Wetsvoorstel tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViaA1509-09-2015 Motie Hachchi 34 189-19 verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat privacygevoelige gegevens niet langer dan strikt noodzakelijk worden bewaard en de Kamer over de precieze invulling hiervan te informeren bij de aanbieding van de nadere uitwerking van het systeem. Minister In de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 is opgenomen dat het tolsysteem wordt uitgewerkt in een uitvoe-ringsplan dat aan de Staten- Generaal wordt overgelegd, uiterlijk vier weken voordat de tol heffing van start gaat. In dit plan wordt naast de verwachte inningskosten, een algemene beschrijving van het tolsysteem, de registratiemiddelen, de betalings-mogelijkheden en de klanten-service gegeven. Ook zal dan worden ingegaan op hoe gewaar-borgd wordt dat privacy gevoelige gegevens niet langer dan strikt noodzakelijk worden bewaard. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2226 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Wijziging van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht14-09-2015 Motie Remco Dijkstra/Cegerek 33 872-14 verzoekt de regering de nieuwe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor inwerking-treding te evalueren en de daaruit voortkomende aanbevelingen mee te nemen in de Invoeringswet Omgevingswet, en vervolgens vanaf 2018 te starten met de wettelijk vastgelegde vijfjaarlijkse evaluatiecyclus. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. Wijziging van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht14-09-2015 Motie Cegerek/Dijkstra 33 872-15 verzoekt de regering vanaf 1 januari 2018 te komen tot een uniform stelsel van omgevings-diensten, en de Kamer te infor-meren over de voortgang bij de begrotingsbehandeling voor het jaar 2018. Staatssecretaris Deze motie betreft de voortgang van de transitie van de netwerk-omgevingsdiensten naar een openbaar lichaam Wgr. Hierover zal de kamer in 2017 bij de begrotingsbehandeling voor het jaar 2018 worden geïnformeerd. VAO Transportraad06-10-2015 Motie Van Tongeren/Van Veldhoven 21 501-33-557 verzoekt de regering te onderzoeken wat de gevolgen zijn van het gelijktrekken van de emissie-eisen voor dieselvoer-tuigen aan de emissie-eisen van benzinevoertuigen en Kamer hierover te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieuraad15-10-2015 Motie Remco Dijkstra/Van Veldhoven 21 501-08-591 verzoekt de regering zich in de onderhande-lingen over beide genoemde voorstellen in te zetten voor het afschaffen van de algehele kortingsfactor, gekoppeld aan blijvende prikkels voor energiebe-sparing in juist die «carbon leakage»-sectoren. Staatssecretaris De motie ondersteunt het beleid van de Staatssecretaris. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Visser/Hoogland 34 300 XII-18 verzoekt de regering om op de A2, tussen Holendrecht en Maarssen, waar de trajectcon-trole is, in beide richtingen de maximumsnelheid overdag en ’s nachts zo snel mogelijk, maar uiterlijk medio 2016, gelijk te trekken naar 130 km/u met inachtneming van de wettelijke normen en voor dit project de extra investeringen te plannen en tevens om, vooruitlopend op het gelijktrekken van de maximum-snelheid, de snelheid beter aan te duiden met bijvoorbeeld matrix-borden. Minister De Kamer zal in het najaar 2016 worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2227 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Van Helvert 34 300 XII-20 verzoekt de regering te onder-zoeken hoe de beleving van verkeersveiligheid en de verkeers-veiligheid zelf bevorderd kunnen worden als burgers locaties kunnen aandragen waar zij vinden dat de politie snelheidscontroles zou moeten houden. Minister De Kamer zal in het najaar 2016 worden geïnformeerd. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Cegerek/Van Tongeren 34 300 XII-26 overwegende dat het een sterke stimulans voor het circulair inkopen zou zijn als een vast percentage hiervan minimaal aan circulair inkopen wordt besteed; verzoekt de regering, ernaar te streven om 10% circulair in te kopen. Staatssecretaris De Staatssecretaris heeft op 7 juli 2016 de Kamer geïnformeerd over het eind van dit jaar samen met bestuurders te ondertekenen manifest met concrete afspraken waarin tot uiting gebracht wordt hoe deze duurzaamheidambities een stap verder te brengen. Dit betekent dat onder meer via het manifest invulling gegeven wordt aan de motie. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Cegerek/Remco Dijkstra 34 300 XII-27 verzoekt de regering voor het algemeen overleg Circulaire economie te komen tot één overkoepelend programma voor de circulaire economie. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Hoogland 34 300 XII-30 verzoekt de regering de volgende maatregelen te nemen om kilometertellerfraude tegen te gaan: oordeel «onlogisch» toevoegen bij toelating geïmpor-teerde auto’s, en indien daarbij bekend de werkelijke kilometer-stand vermelden; zo snel als mogelijk uitwisseling van kilometerstanden tussen de landen die participeren in Eucaris; per 1-1-2018 verplichte uitwisseling van kilometerstanden in geval van im- en exportauto’s binnen EU. Minister Bij herimport van een eerder in NL geregistreerd voertuig wordt bij een lagere stand dan de voorheen geregistreerde in het register reeds automatisch «onlogisch» vastgelegd.Volgens planning zal RDW vanaf het najaar 2016 het oordeel «onlogisch» geven als de tellerstand op het APK-rapport hoger is dan de stand in het voertuig.Nederland blijft zich inzetten voor een Europese verplichting tellerstanden uit te wisselen. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Madlener 34 300 XII-53 verzoekt de regering te onder-zoeken op welke wijze de kosten van het schorsen van een kenteken fors in prijs kan worden verlaagd. Minister In de verzamelbrief van december 2015 is aangegeven dat de kamer in het najaar van 2016 hierover geïnformeerd zal worden, op het moment dat de RDW de tarieven voor het volgende jaar indient. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Van Veldhoven/Cegerek 34 300 XII-37 verzoekt de regering met genoemde partijen het sluiten van een geïntegreerd Grondstof-fenakkoord te verkennen, te verkennen waar ambities en knelpunten liggen en wie wat zou bijdragen om de kansen die er liggen voor Nederland te reali-seren; verzoekt de regering tevens, de Kamer daarover te informeren. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2228 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Dik-Faber/Bisschop 34 300 XII-57 verzoekt de regering om het project «Elke vierde vrachtwagen synchromodaal» op te nemen binnen het MIRT programma goederenvervoer corridors Oost- en Zuid-Nederland met een bedrag van € 125.000,– voor 2016 en dit met de betrokken regio’s nader in te vullen binnen de condities van cofinanciering. Minister Voor de uitvoering van de motie is aansluiting gezocht bij bestaande initiatieven van de Topsector Logistiek. Onder de actielijn synchromodaliteit van deze topsector is een werkwijze ontwikkeld om vrachtwagens van de weg naar het spoor en het water te krijgen. Momenteel wordt verkend op welke goederencor-ridor deze werkwijze toegepast kan worden. VAO Luchtvaart 24-11-2015 Motie Hachchi/Van Helvert 31 936-319 verzoekt de regering om minimaal € 200.000 bij te dragen aan het op te richten Leefbaarheidsfonds Eindhoven Airport, en zo mogelijk dit bedrag te vergroten om zo de combinatie wonen en vliegen rondom Eindhoven Airport voor mens en milieu acceptabel te houden. Staatssecretaris Aan deze motie zal uitvoering worden gegeven. De oprichting van het leefbaarheidsfonds is een van de onderwerpen die door de Uitvoeringstafel Eindhoven Airport, onder voorzitterschap van Pieter van Geel, ter hand wordt genomen. De Kamer zal met de eerstvolgende luchtvaartbrief worden geïnfor-meerd. Over de wijziging van het Besluit gewasbescher-mingsmiddelen en biociden; gewas-bescherming buiten de landbouw 24-11-2015 Motie Grashoff/Leenders 27 858-340 verzoekt de regering met de partijen in gesprek te blijven en daarbij Vewin en de Natuur en Milieufederaties te betrekken, ten einde te komen tot zodanige aanvullende afspraken, dat alsnog het draagvlak onder de «Green Deal Sportvelden» kan worden verbreed. Staatssecretaris Motie is in uitvoering. Op 18 januari is er een bijeenkomst van de Stuurgroep Green Deal Sport geweest, waar ook Vewin en NMF aan deelgenomen hebben. Intentie van die betrokkenheid is om medio 2016 alsnog tot ondertekening door deze partijen te komen. VAO MIRT23-11-2015 Motie Visser/Hoogland 34 300 A-23 verzoekt de regering om in het programma Beter Benutten een oplossing te vinden voor de aansluiting van de A7 en de Westfrisiaweg, via de spitsstrook A7 tussen Avenhorn en Hoorn en middelen ook vrij te maken conform de kaders van het programma Beter Benutten. Minister De motie is in uitvoering. VAO MIRT23-11-2015 Motie De Boer/Jacobi 34 300 A-27 verzoekt de regering mee te denken met de regio in de zoektocht naar alternatieve en creatieve financierings-mogelijkheden voor een grotere sluis op Kornwerderzand en hierbij de mogelijkheden van de Europese Investeringsbank, de Juncker-gelden in combinatie met pps-constructies, het Waddenfonds en een hernieuwde aanmelding voor financiering uit het CEF-fonds in de overweging mee te nemen, en de Kamer hierover te infor-meren. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2229 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO MIRT23-11-2015 Motie Hoogland c.s. 34 300 A-28 verzoekt de regering een fietsbrug over de Lek op te nemen in het tracébesluit A27 Houten-Hooipolder, een financiële bijdrage te leveren aan de realisatie van deze fietsbrug op basis van een 50%-50%-verdeling, hierover met de regio in gesprek te gaan en de Kamer over de uitkomsten hiervan voor het AO MIRT voorjaar 2016 te informeren. Minister Zowel regio als Rijk heeft geld gereserveerd voor een uitbreiding van de brug over de Lek met een fietsverbinding. IenM is in gesprek met de regio over deze snelfietss-verbinding. Aandachtspunt hierbij is dat deze brug onderdeel uit zal moeten maken van het snelfiets-traject Houten-Vianen. De planvorming hiervan is echter nog niet ver gevorderd. De fietsver-binding zal niet meer in het OTB (gepland voor juni) worden opgenomen. VAO MIRT23-11-2015 Motie Hoogland/Visser 34 300 A-29 verzoekt de regering een actuali-satie uit te voeren van de problematiek en beoogde maatregelen op dit traject, de procedure voor dit traject zo spoedig mogelijk te starten en de te treffen maatregelen zo snel mogelijk ter hand te nemen. Minister RWS heeft de opdracht gekregen om de in 2009 in het kader van «Rotterdam Vooruit» uitgevoerde deelverkenning van het wegvak A20 Nieuwerkerk – Gouwe te actualiseren, zodat zo spoedig mogelijk, bij voorkeur nog in 2016, de Startbeslissing kan worden genomen. De wens om nog in 2016 een Startbeslissing te nemen is mede afhankelijk van de uitkomsten van het in 2016 gestarte onderzoek. Er is nog geen planning voor het wegproject, ook dat is afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. VAO MIRT23-11-2015 Motie Hachchi/Smaling 34 300 A-50 verzoekt de regering om zich in te zetten voor het behoud van een intercityverbinding tussen station Dordrecht en Breda. Staatssecretaris Bij de beantwoording van Kamervragen van het lid Bruins (ChristenUnie) over de intercity Dordrecht-Breda (Kamervragen, aanhangsel 2015–2016, 2139) heeft de Staatssecretaris aangegeven dat zij bereid is om voor een periode van twee jaar een intercityver-binding Dordrecht-Breda te realiseren. In de komende twee jaar blijft zij met alle partijen zoeken naar een meer structurele oplossing in de toekomst. VAO MIRT23-11-2015 Motie Van Tongeren 34 300 A-37 verzoekt de regering oplossingen te versnellen van de aanpak van spoorknelpunten in het Zaanlijn-traject Alkmaar-Uitgeest-Amsterdam. Staatssecretaris Zoals tijdens het Notaoverleg MIRT ook aan de Kamer is gemeld wordt de Zaanlijn als onderdeel van PHS aangepakt. Er komen extra intercity’s naar Alkmaar en extra sprinters naar UitgeestDe Kamer wordt met de voort-gangsrapportage over PHS op de hoogte gehouden van de voortgang. VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming 17-12-2015 Motie Dik-Faber cs. 25 422-138. verzoekt de regering bij de volgende Voorjaarsnota in kaart te brengen welke financiële stappen gezet moeten worden om de eindberging van radio-actief afval te kunnen bekostigen. Minister De Kamer zal na de zomer worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2230 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 Motie Van Tongeren/Vos 25 422-127 verzoekt de regering er bij de Belgische regering op aan te dringen om eerst een milieueffect-rapportage te laten uitvoeren, alvorens deze kernreactor opnieuw wordt opgestart. Minister De motie is in uitvoering. VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 Motie Van Tongeren/Dik-Faber 25 422-137 verzoekt de regering om te onderzoeken wat de kosten zijn van het overnemen van het juridisch en economisch eigendom van de kerncentrale in Borssele en de Kamer hierover te informeren. Minister De Kamer zal na de zomer door EZ worden geïnformeerd. VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 Motie Vos/Dik-Faber 25 422-132 verzoekt de regering te bewerkstel-ligen dat beide toezichthouders, de Nederlandse ANVS en de Belgische FANC, gezamenlijke inspecties gaan doen bij de kerncentrales aan beide kanten van de grens. Minister De motie is in uitvoering. VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 Motie Vos 25 422-133 overwegende dat een verzelfstandiging van de kerncentrale buiten de DELTA-holding overwogen wordt;overwe-gende voorts dat met de aange-nomen motie Van Gent de Kamer uitgesproken heeft dat de kerncentrale in overheidshanden moet blijven;verzoekt de regering te onder-zoeken of de kerncentrale kan worden genationaliseerd, analoog aan de nationalisatie van TenneT in 2000;verzoekt de regering daarbij de betrokkenheid van EBN, TenneT, COVRA en URENCO te overwegen, en hierover binnen drie maanden aan de Kamer te rapporteren. Minister De Kamer zal na de zomer door EZ worden geïnformeerd. VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 Motie Smaling/De Vries 25 422-134 constaterende dat burgers in Zeeland en West-Brabant een slechte informatiepositie hebben omtrent de toestand van en incidenten betreffende de kerncentrale in Doel;verzoekt de regering deze informatiepositie structureel te verbeteren. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2231 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Scheepvaart17-12-2015 Motie Jacobi en Cegerek 31 409-96 verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het maritiem onderzoek versterkt kan worden en binnen de topsectoren onderzoeks- en ontwikkelprojecten op te starten voor en met de maritieme sector, en de Kamer hierover voor het zomerreces 2016 te informeren. Minister De Rijksoverheid en partijen uit de maritieme cluster samen verkennen hoe de kennisbasis voor maritiem onderzoek kan worden versterkt, zodat specifieke maritieme kennis behouden blijft en de maritieme cluster optimaal gebruik kan maken van de mogelijkheden van de topsectoren. Hierover ontvangt de Kamer een separate brief naar aanleiding van de motie van de Kamerleden Jacobi en Cegerek.De uitvoeringstermijn van deze motie is met drie maanden verlengd tot 1 oktober 2016 (Kamerstukken II 2015–2016 31 409, nr. 21) VAO Scheepvaart17-12-2015 Motie Jacobi/De Boer 31 409-97 verzoekt de regering bij de aanbesteding van de renovatie-werkzaamheden een verkorting van de stremmingsduur zwaarder mee te laten wegen als leidend criterium, rekening houdend met de financiële kaders, dan wel gefaseerd, en bij het zoeken naar creatieve oplossingen om de stremmingsduur te beperken de getroffen bedrijven te betrekken. Minister Aanbesteding van de renovatie-werkzaamheden loopt zoals besproken in het AO Scheepvaart 17 december 2015. De Tweede Kamer zal worden geïnformeerd over de uitkomsten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2232 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Scheepvaart17-12-2015 Motie De Boer/Jacobi 31 409-103 verzoekt de regering om bij de Europese Commissie aan te blijven dringen op gelijke spelregels voor zeehavens en erop aan te sturen dat de EU-havenverordening voor 1 januari 2017 van kracht wordt, inclusief richtsnoeren met betrekking tot staatssteun voor zeehavens, en ervoor zorg te dragen dat de concurrentiepositie van de Nederlandse zeehavens gewaarborgd blijft Minister Naar aanleiding van het EC besluit waarin Nederland wordt verplicht om de Vpb-vrijstelling voor zeehavens per 1 januari 2017 op te heffen, is een brief aan EU Commissaris Vestager gestuurd waarbij wordt aangedrongen op een voortvarend onderzoek naar de Vpb-vrijstelling in België en Frankrijk. Daarnaast heeft het kabinet aangekondigd zich te zullen voegen in het beroep dat de zeehavens zullen instellen tegen het besluit van de EC. Tot slot is de EC een consultatie gestart naar de toevoeging van categorieën van investeringen aan zeehavens aan de Algemene Groepsvrijstellings-verordening. Hierin worden bepaalde categorieën van staatssteun aan zeehavens uitgezonderd van voorafgaande staatssteunaanmelding. Ook in deze consultatie zal Nederland het belang van eerlijke concurrentie blijven onderstrepen en aandringen op richtsnoeren staatssteun. Het EP heeft 8 maart ingestemd met een onderhande-lingsmandaat voor de havendien-stenverordening. De voorberei-dingen en ambtelijke werkgroepen zijn daarop direct van start gegaan en het streven is om nog tijdens het Nederlands voorzitterschap overeenstemming met EP en Transportraad te bereiken. VAO Scheepvaart17-12-2015 Motie Van Helvert cs. 31 409-104 verzoekt de regering een geschil-lencommissie in te stellen die op basis van nader te bepalen normen conflicten op het water objectief beoordeelt; verzoekt de regering tevens om, de Kamer daarover binnen twee maanden te rappor-teren. Minister De Kamer zal medio 2016 worden geïnformeerd. VAO Leefomgeving17-12-2015 Motie Geurts 30 175-226 verzoekt de regering de uitkomsten van het onafhankelijk onderzoek door het Vlaamse Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) naar de huidige rekenmodellen en onderzoeksmethoden te betrekken bij de verdere beleidsbepaling die volgt naar aanleiding van het advies van de bestuurlijke werkgroep. Staatssecretaris De Kamer wordt eind 2016 geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2233 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Leefomgeving17-12-2015 Motie Cegerek cs. 30 175-230 verzoekt de regering in overleg te treden met het RIVM en de gemeenten en in kaart te brengen wat de problemen en mogelijke oplossingen zijn voor de gezond-heidsklachten die een deel van de Nederlanders ervaart door houtstook en de Kamer hierover in het voorjaar van 2016 te infor-meren. Staatssecretaris Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over luchtkwaliteit. Daarin wordt ook aandacht besteed aan de voortgang van het Platform Houtrook dat zich buigt over mogelijke oplossingen. Het Platform Houtrook heeft naar schatting nog een half jaar nodig om deze mogelijke oplossingen in kaart te brengen. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 Motie Hoogland en Van Tongeren 34 300 XII-29 verzoekt de regering zo spoedig mogelijk over te gaan tot het verbieden van het verwij-deren van een roetfilter of een ander milieusysteem en het adverteren hierover; verzoekt de regering tevens, zo spoedig mogelijk over te gaan tot invoering van een effectieve test in de apk rondom de uitstoot van schadelijke stoffen. Staatssecretaris Voor de uitvoering van deze motie moet de regelgeving worden gewijzigd.De verwachting is dat dit in 2019 afgerond zal zijn. VAO Circulaire economie17-12-2015 Motie Van Tongeren en Cegerek 33 043-59 verzoekt de regering om te onderzoeken welke producten het meest aangeboden worden voor reparatie bij repair cafés en de Kamer hierover te informeren. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden VAO Circulaire economie17-12-2015 Motie Van Tongeren 33 043-51 verzoekt de regering om te onderzoeken op welke wijze Nederland fosforterugwinning uit slachtafval en rioolwaterzuivering het meest effectief kan regelen, en de Kamer hier voor de zomer over te informeren. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden VAO Circulaire economie17-12-2015 Motie Dik-Faber en Cegerek 33 043-61 verzoekt de regering met een voorstel te komen waarmee hindernissen in wet- en regel-geving om te komen tot een circulaire economie worden weggehaald. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid19-01-2016 Motie Hoogland/Visser 29 398-485 verzoekt de regering om de effecten van het instrument tunneldoseren op de verkeersvei-ligheid en de doorstroming binnen een halfjaar nader te onderzoeken en gedurende het onderzoek pas op de plaats te maken met de verdere invoering van het instrument tunneldoseren; verzoekt de regering tevens om, de Kamer over de uitkomsten van het onderzoek te informeren, zodat dit betrokken kan worden bij een verdere invoering en herover-weging van de toepassing van het instrument in de drie bestaande tunnels. Minister Het onderzoek is in gang gezet. De Kamer zal na de zomer over resultaten worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2234 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Duurzaamheid en Milieu10-02-2016 Motie Dijkstra/Cegerek 30 196-400 verzoekt de regering om onderzoek te doen naar het groeipad voor (meer) bijmenging van biobrand-stoffen voor de periode 2020–2030 om een omslag naar meer geavanceerdere biobrandstoffen te kunnen bereiken, en de Kamer hierover voor 1 juli 2016 te rapporteren. Staatssecretaris Motie wordt na de zomer afgedaan. De mededeling van de EC over decarbonisering van transport is uitgesteld tot 20 juli. VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi10-02-2016 Motie Van Helvert 23 645-616 verzoekt de regering in overleg te treden met de leden van het NOVB teneinde te bewerkstelligen dat er een regulier overleg plaatsvindt tussen de aanbieders van mobiliteitskaarten en de leden van het NOVB. Staatssecretaris Aan deze motie wordt invulling gegeven door regulier overleg tussen vervoerders en MKA’s. In de volgende voortgangsrapportage van het NOVB wordt hierover gerapporteerd aan de Kamer. Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingsstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen (34 098)10-02-2016 Motie Belhaj 34 098-10 verzoekt de regering de invoering van het nieuwe stelsel aan te grijpen voor het ontwikkelen van een moderne socialemediastrategie, met als kernpunt een applicatie voor smartphones en tablets die voornoemde functionaliteiten biedt. Staatssecretaris Er is inmiddels een taskforce binnen de Omgevingsraad Schiphol actief om in de komende periode verder uitwerking te geven aan die effectieve en efficiënte informatievoorziening. De Staatssecretaris heeft de ORS verzocht om in goed overleg met de partijen ervoor zorg te dragen dat er reeds in de loop van dit jaar (2016) de eerste resultaten voor de omgeving zichtbaar worden. Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingsstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen (34 098)10-02-2016 Motie Visser 34 098-14 verzoekt de regering tot een zodanige invulling van de vierdebaanregel dat de luchtvaartsector een prikkel tot innovatie blijft behouden en ook in de toekomst verdere volumegroei binnen de gelijkwaardigheidscri-teria kan blijven realiseren. Staatssecretaris Naar aanleiding van de motie heeft de Staatssecretaris de ORS middels een adviesopdracht gevraagd zich te buigen over de toekomstbestendigheid van het NNHS. Dit zodat het ORS advies kan worden betrokken bij de doorvertaling van de NNHS afspraken in een toekomstbe-stendig ontwerp-Luchthavenverkeerbesluit (LVB). VAO Milieuraad02-03-2016 Motie Van Tongeren 21 501-08-622 verzoekt de regering om de Europese Commissie tijdens de Milieuraad op te roepen om op termijn injectie van afvalwater van mijnbouwactiviteiten onder de richtlijn industriële emissies te brengen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2235 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Milieuraad02-03-2016 Motie Cegerek/Remco Dijkstra 21 501-08-619 verzoekt de regering voorafgaand aan de reguliere AO’s Milieuraad en Circulaire economie, de Kamer schriftelijk te informeren over de voortgang op dit dossier, de Kamer te informeren over de standpuntbepaling en wijzigingen hierin en de Kamer tijdig te informeren zodra een finaal akkoord aanstaande is tussen de Raad, het Europees parlement en de Europese Commissie, zodat dit in concept kan worden bestudeerd. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd over de voortgang via de geannoteerde agenda Milieuraad 20 juni 2016. De motie wordt afgehandeld in 2017 Debat Rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid naar de ramp met de MH1701-03-2016 Motie Ten Broeke c.s 33 997-75 verzoekt de regering zich ervoor in te spannen dat alle luchtvaartmaat-schappijen een gecertificeerd veiligheidsmanagementsysteem hebben, waarin duidelijk is vastgelegd welke keuzes een luchtvaartmaatschappij maakt wat betreft de vliegroutes over gevaarlijke gebieden, bijvoorbeeld door dit vast te leggen in annex 19 bij het Verdrag van Chicago; verzoekt de regering voorts, te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is luchtvaartmaatschap-pijen die niet een bovengenoemd gecertificeerd veiligheidsmanage-mentsysteem hebben, bepaalde sancties op te leggen. Staatssecretaris In het AO van 1 juni is melding gedaan over de voortgang hiervan.Inhoudelijk resultaat is mede afhankelijk van of en hoe onze voorstellen door ICAO worden opgenomen. VAO Circulaire economie17-12-2015 Motie Remco Dijkstra/Agnes Mulder 33 043-49 verzoekt de regering zo snel mogelijk een einde-afvalstatus te bepalen voor fosfaat, nutriënten, secundaire grondstoffen uit meststromen en afvalstromen, teneinde de export te bevorderen. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden. VAO Circulaire economie17-12-2015 Motie Agnes Mulder c.s. 33 043-52 verzoekt de regering de kwaliteit van de grondstof leidend te laten zijn en niet de herkomst en in lijn daarmee de wijziging van de nitraatrichtlijn en kunstmestveror-dening een belangrijk onderdeel te laten zijn van het circulaire-economiepakket. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden. VAO Leefomgeving03-03-2016 Motie Van Veldhoven 30 175-231 verzoekt de regering het RIVM de kans te laten onderzoeken dat de dit jaar doorgevoerde en nog door te voeren snelheidsverhogingen op snelwegen zullen leiden tot een overschrijding van de Europese luchtkwaliteitsnormen. Staatssecretaris De Tweede Kamer ontvangt op korte termijn een brief waarin staat aangegeven dat de motie uitgevoerd zal worden en het RIVM gevraagd zal worden het gevraagde onderzoek uit te voeren. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2236 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Omgevingswet03-03-2016 Motie Cegerek c.s 29 383-254 verzoekt de regering binnen dit kustpact harde garanties ter bescherming van de gehele Nederlandse kust op te nemen en de Kamer te informeren over de voortgang en uitkomsten van dit kustpact;verzoekt de regering tevens, het ontwerpbesluit Besluit algemene regels ruimtelijke ordening van 18 december 2015 waar het de kust betreft in te trekken en het beleid rondom het kustgebied op te nemen in de Nationale Omgevingsvisie. Minister Het streven is de Tweede Kamer na het zomerreces te informeren over de Kustpact. Daarbij wordt ook de uitvoering van deze motie betrokken. VAO Omgevingswet03-03-2016 Motie Van Tongeren 29 383-256 verzoekt de regering om in nauw overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten maatre-gelen te treffen die gemeenten in staat stellen om deze belangen te waarborgen en de Kamer hierover te informeren. Minister De motie is in uitvoering. VAO Omgevingswet03-03-2016 Motie Van Tongeren 29 383-258 verzoekt de regering om de evaluatie van de Wet natuurbe-scherming ondanks de opgelopen vertraging mee te nemen bij het opstellen van de aanvullingswet en het aanvullingsbesluit natuur. Minister De motie is in uitvoering. VAO Omgevingswet03-03-2016 Motie Smaling/Cegerek 29 383-268 verzoekt de regering de twee wetten zo te stroomlijnen dat genoemde problemen tijdig ondervangen. Minister De motie is in uitvoering. VAO Omgevingswet03-03-2016 Motie Veldman/Ronnes 29 383-262 constaterende dat de Wet plattelandswoningen een groot deel van zijn meerwaarde verliest door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waardoor er als gevolg van de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit alsnog aanvullende maatregelen ten behoeve van de luchtkwaliteit moeten worden genomen; verzoekt de regering deze problematiek op Europees niveau aan te kaarten en daarbij te zoeken naar oplossingen die ervoor zorgen dat de wet platte-landswoningen weer kan worden toegepast, zodat ook niet-werknemers op een boerderij kunnen blijven wonen. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2237 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Omgevingswet03-03-2016 Motie Ronnes/Veldman 29 383-263 verzoekt de regering haar visie op de toekomstige vormgeving van onteigening ter advies voor te leggen aan de Raad voor de rechtspraak, de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State, de president en de procureur-generaal bij de Hoge Raad en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, en de Kamer over de resultaten te informeren. Minister De motie zal worden verwerkt in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. VAO Omgevingswet03-03-2016 Motie Kos¸er Kaya 29 383-269 verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat in dit pact geen afbreuk wordt gedaan aan het huidige beschermingsniveau van de natuur, in het bijzonder de duinen. Minister Het streven is de Tweede Kamer na het zomerreces te informeren over het Kustpact. Daarbij wordt ook de uitvoering van deze motie betrokken. VAO Spoor23-03-2016 Motie De Boer/Van Helvert 28 642-82 verzoekt de regering de flexibele veiligheidsteams inzetbaar te krijgen in het gehele openbaar vervoer en in gesprek te gaan met de regionale concessie-houders, waarvan in dezen ook een bijdrage mag worden verwacht, en afspraken met hen te maken over maatregelen ter bescherming van het openbaar vervoerpersoneel en de Kamer voor 1 mei a.s. over de uitkomsten te informeren. Staatssecretaris De Kamer zal in het najaar met een brief verder worden geïnformeerd. VAO Spoor23-03-2016 Motie Houwers 28 642-81 verzoekt de regering om in samenwerking met lagere overheden, ook te streven naar vergroten van de sociale veiligheid op het regionale spoor. Staatssecretaris IenM en VenJ werken aan een integrale veiligheidsaanpak voor het OV (hoofdrailnet en regionaal OV), in overleg met decentrale overheden, vervoerders en vakbonden. Dit overleg is in volle gang.In het najaar 2016 vindt hierover bestuurlijk overleg plaats met bewindspersonen IenM en VenJ. VAO Milieu- en Trans-portraad07-04-2016 Motie Visser/Van Helvert 21 501-33-582 verzoekt de regering om zich te blijven verzetten tegen tolplannen van lidstaten die discriminerend werken voor personen en bedrijven, zich blijvend in te zetten op werkbare afspraken bij eventuele invoering en de Kamer hierover te infor-meren. Minister De ontwikkelingen op het wegbeprijzingsdossier in het buitenland worden scherp gevolgd, zeker waar er een indicatie is dat de eigen burgers van de desbetref-fende lidstaat worden bevoordeeld, zoals bij de Duitse tol voor personenvoertuigen. VAO Milieu- en Trans-portraad07-04-2016 Motie Geurts c.s. 21 501-33-583 verzoekt de regering om in Europees verband en in de Transportraad in te zetten op een spoedige standaardisering van de systemen en apparatuur voor tolheffing. Minister Het wegenpakket (road package) gaat over diverse richtlijnen en verordeningen, waaronder EETS en Eurovignet-richtlijn (voor wegbeprijzing vracht). Er zijn op dit moment nog geen concrete voorstellen ontvangen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2238 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Wadden07-04-2016 Motie Aukje de Vries/Jacobi 29 684-128 spreekt uit, afhankelijk van de uitkomsten van het open planproces, eventueel mee te willen werken aan een wijziging van de dienstregeling en ruimte te willen bieden in de Structuurvisie Waddenzee voor een aanpassing van de vaargeul en optimalisatie van het vaargeulonderhoud. Minister De motie wordt meegenomen in het open plan proces. Eind 2016 worden de resultaten van het open plan proces naar de verbeteringen voor de vertraging van de waddenveerverbinding tussen Holwerd en Ameland naar de kamer opgestuurd. Eventuele oplossingsrichtingen worden dan ter besluitvorming door de Minister daarin opgenomen. De dienstregeling en de vaargeul zijn hierin dus ook opgenomen als oplossingsrichting. Of deze in 2017 ook al kunnen worden gerealiseerd hangt af van de besluitvorming over het OPP en de daarvoor beschikbare middelen. VAO Wadden07-04-2016 Motie Aukje de Vries c.s. 29 684-129 verzoekt de regering om hierover in overleg te treden met de betrokken partijen in de regio, zoals Waddengemeenten en watertaxibedrijven; verzoekt de regering tevens, nogmaals kritisch te kijken naar het uitgevoerde onderzoek, inclusief de daaruit voortvloeiende conclusie; verzoekt de regering voorts, te komen met een werkbare oplossing en de Kamer hierover te informeren. Minister De motie is in uitvoering. VAO Wadden07-04-2016 Motie Van Helvert/Aukje de Vries 29 684-131 verzoekt de regering om spoedig te onderzoeken of en hoe de concessie-verlening van de veerdiensten naar de Wadden-eilanden overgelaten kan worden aan de betrokken provincies. Minister De motie is in uitvoering. VAO Wadden07-04-2016 Motie Van Helvert/Jacobi 29 684-132 verzoekt de regering om de gemeentebesturen van de betrokken Waddeneilanden de mogelijkheid te bieden om rechtstreeks te overleggen over de veerverbindingen met het Rijk en de concessiehouder. Minister De motie is in uitvoering. VAO Wadden07-04-2016 Motie Van Helvert 29 684-133 verzoekt de regering om erop toe te zien dat de bouw van windtur-bines wordt tegengegaan in de Waddenzee. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2239 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Debat Uitstoot van dieselauto’s12-04-2016 Motie Van Veldhoven/Hoogland 31 209-181 verzoekt de regering in Europees verband te pleiten voor volledige openbaarheid en transparantie van de resultaten van de RDE-testen en de Kamer hierover nog dit jaar te informeren; verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat de klant zo spoedig mogelijk weet wat een auto daadwerkelijk uitstoot, bijvoor-beeld op basis van de testresul-taten van TNO, en ervoor te zorgen dat deze informatie gemakkelijk toegankelijk wordt, bijvoorbeeld door deze informatie toe te voegen aan reclame-uitingen zoals in showrooms. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. Debat Uitstoot van dieselauto’s12-04-2016 Motie Hoogland/Van Tongeren 31 209-184 verzoekt de regering in Europees verband te bezien hoe software voor meer partijen (de verschillende typegoedkeuringsin-stanties, de technische diensten, aangewezen technische universi-teiten, et cetera) toegankelijk kan worden gemaakt Minister Nederland brengt dit in tijdens de onderhandelingen over het voorstel voor een Verordening markttoezicht en typegoedkeuring motorvoertuigen. Debat Uitstoot van dieselauto’s12-04-2016 Motie Hoogland/Van Veldhoven 31 209-185 verzoekt de regering, TNO een sterkte-zwakteanalyse van de volledig uitgewerkte RDE-test te laten uitvoeren en de resultaten hiervan voorafgaand aan de definitieve besluitvorming in de Raad van Ministers aan de Tweede Kamer te sturen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitstoot van dieselauto’s12-04-2016 Motie Dik-Faber 31 209-190 verzoekt de regering, bij de omzetting van CO2-normen naar WLTP in te zetten op een conver-siefactor zo dicht mogelijk bij 0 en niet akkoord te gaan met een omzetting waarbij de CO2-normen worden afgezwakt; verzoekt de regering tevens, de Nederlandse auto-importeurs op te roepen zich aan te sluiten bij initiatieven die testen op CO2in de praktijk. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitstoot van dieselauto’s12-04-2016 Motie Geurts/Van Veldhoven 31 209-197 verzoekt de regering zich in te spannen voor een second opinion op de door KBA goedge-keurde oplossing, waarbij onderzocht en gecontroleerd wordt wat de consequenties zijn voor automobilist en milieu. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2240 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Debat Uitstoot van dieselauto’s12-04-2016 Motie Visser 31 209-194 verzoekt de regering om eventuele lacunes inzichtelijk te maken en daar oplossingen voor aan te dragen waarbij normen worden gehand-haafd en innovatie wordt gestimu-leerd, en de Kamer hierover te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieu- en Trans-portraad07-04-2016 Motie Hoogland 21 501-33-589 verzoekt de regering eigenstandig Europees toezicht, handhaving en sanctionering te bepleiten met de mogelijkheid voor lidstaten en typegoedkeurders om ook anoniem onregelmatigheden bij de Europese Commissie te melden, zodat politieke afwegingen geen rol kunnen spelen bij het al dan niet aankaarten van misstanden. Staatssecretaris Nederland brengt dit in tijdens de onderhandelingen over het voorstel voor een Verordening markttoezicht en typegoedkeuring motorvoertuigen. VAO Energie Motie 30 196-433 verzoekt de regering het 1,5°C-doel uit het klimaatakkoord als uitgangspunt te nemen bij de hervorming van het emissiehandelssysteem (ETS) Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Drones19-05-2016 Motie Elias 31 936-331 roept de regering op om zeer spoedig en in nauw overleg met de drone- en luchtvaartsector, te komen tot nader aangescherpte eisen voor recreatieve dronegebruikers en hierbij specifiek aandacht te besteden aan een verantwoord maximumgewicht, het verbeteren van de inzet van de handhavings-capaciteit en de afstemming van verantwoordelijkheden tussen politie en ILT, het verzwaren van de (bestuurlijke boete en) strafmaat voor incidenten met drones en het in Europees verband voorschrijven van identificatie- en technische veiligheidsmogelijkheden, zoals een elektronisch hek rond een vliegveld. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Drones19-05-2016 Motie Belhaj 31 936-333 verzoekt de regering om in samenwerking met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, zo snel mogelijk te komen tot een convenant met fabrikanten en detailhandel zodat bij de verkoop van drones voorlichtingsmateriaal wordt verstrekt. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Drones19-05-2016 Motie Van Helvert 31 936-336 verzoekt de regering om in overleg met Europa de mogelijkheden te onderzoeken voor een systeem waarbij drones geregistreerd kunnen worden met minimale administratieve lasten en daarover de Kamer te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2241 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Drones19-05-2016 Motie Monasch 31 936-337 verzoekt de regering zich in te zetten om geofencing onderdeel te laten zijn van de Europese productie-eisen van drones. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitkomsten klimaattop Parijs19-05-2016 Motie Dik-Faber/Van Veldhoven 31 793-143 verzoekt de regering, in overleg met De Nederlandsche Bank en de financiële sector: te komen tot afspraken over de vraag hoe financiële instellingen gaan bijdragen aan de doelstelling van 1,5°C zoals afgesproken in Parijs; te bezien welke maatregelen de sector hierbij kunnen ondersteunen en te onderzoeken op welke manier de klimaatintensiteit van leningen en investeringen van Nederlandse financiële instellingen transpa-ranter kan worden. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitkomsten klimaattop Parijs19-05-2016 Motie Van Veldhoven cs. 31 793-145 verzoekt de regering om er in Brussel op aan te dringen dat, wanneer een CO2-intensieve fossiele installatie, zoals een kolencentrale, wordt gesloten, een gelijk aandeel CO2-rechten uit de markt kan worden gehaald. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitkomsten klimaattop Parijs19-05-2016 Motie Van Veldhoven c.s 31 793-146 verzoekt de regering om door een onafhankelijke partij te laten doorberekenen of de maatregelen ten behoeve van de Urgenda-uitspraak optellen tot het CO2-reductiedoel van de rechter Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitkomsten klimaattop Parijs19-05-2016 Motie Smaling c.s. 31 793-149 verzoekt de regering gedeeltelijke vernatting van veenweidegebieden in Nederland als optie mee te nemen om de klimaatdoelen te verwezenlijken. MinisterStaatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitkomsten klimaattop Parijs19-05-2016 Motie Mulder/Van Veldhoven 31 793-151 verzoekt de regering ervoor te zorgen dat klimaatinno-vatie als overkoepelend doel specifiek aandacht krijgt in het innovatiebeleid. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2242 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Debat Uitkomsten klimaattop Parijs19-05-2016 Motie Jan Vos 31 793-152 verzoekt de regering om te investeren in technieken die CO2-afvang bij industriële processen stimuleren, zodat de inzet van aardgas en biomassa in de energievoor-ziening, zolang noodzakelijk, mogelijk blijft; verzoekt de regering tevens om te investeren in onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van technieken waarbij CO2uit de atmosfeer wordt gehaald en op aarde wordt vastgelegd, bijvoorbeeld in bossen, in producten of in gesteenten, dan wel ondergronds wordt opgeslagen, wat ook wel «negatieve emissie van CO2» wordt genoemd; verzoekt de regering voorts om over de vorderingen in het najaar te rapporteren aan de Kamer. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Debat Uitkomsten klimaattop Parijs19-05-2016 Motie Jan Vos/Van Veldhoven 31 793-153 verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is in de Wet ruimtelijke ordening vast te leggen dat in bestemmingsplannen van gemeenten een strategie opgenomen wordt voor CO2-neutraliteit in 2050. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Nucleaire Veiligheid31-05-2016 Motie Van Veldhoven 32 645-70 verzoekt de regering de rol van de veiligheidsregio in de onafhanke-lijke informatievoorziening omtrent een incident of stillegging van een nabijgelegen kerncentrale te versterken en zo nodig daarin samen te werken met de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralings-bescherming (ANVS). Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Nucleaire Veiligheid31-05-2016 Motie Van Tongeren 32 645-72 verzoekt de regering om te onderzoeken hoe inspraak voor bewoners binnen die straal van 100 kilometer op de veiligheid van kerncentrales vormgegeven kan worden en de Kamer hierover te informeren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Nucleaire Veiligheid31-05-2016 Motie Van Tongeren 32 645-75 verzoekt de regering om te inventariseren wat de actuele status is van alle relevante binnenlandse en buitenlandse veiligheids- en evacuatie-plannen; verzoekt de regering voorts, aan te geven wanneer alle plannen volledig gereed zullen zijn. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2243 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Nucleaire Veiligheid31-05-2016 Motie Remco Dijkstra 32 645-76 verzoekt de regering de communi-catie over nucleaire veiligheid te verbeteren zodat bewoners van de grensprovincies tijdig en beter weten waar ze aan toe zijn, en hiervoor een plan van aanpak aan de Kamer te doen toekomen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Nucleaire Veiligheid31-05-2016 Motie Smaling 32 645-77 verzoekt de regering aan te sluiten bij Duitsland en Luxemburg in het verzoek aan België om de kerncentrales bij Doel en Tihange stil te leggen en vervolgens België aan te bieden om te helpen bij de omschakeling naar alternatieve stroomvoorziening. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Nucleaire Veiligheid31-05-2016 Motie Jan Vos/Fokke 32 645-82 verzoekt de Nederlandse regering zich aan te sluiten bij Duitsland en Luxemburg, en de Belgische regering te verzoeken Tihange en Doel te sluiten; verzoekt de regering tevens om, met de Belgische regering in overleg te treden om de interconnectiecapa-citeit tussen Nederland en België versneld uit te breiden, zodat op deze manier met behulp van schone energie een stroomtekort in België niet meer zal voorkomen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Scheepvaart31-05-2016 Motie Smaling/Jacobi 31 409-113 verzoekt de regering om bij schepen tot 86 meter de CCR-eisen alleen van toepassing te laten zijn bij nieuwbouw, verbouw of ombouw van een binnenvaart-schip. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Scheepvaart31-05-2016 Motie Jacobi/Van Tongeren 31 409-114 verzoekt de regering te onderzoeken hoe verdere CO2-reductie kan worden gestimu-leerd en bewerkstelligd en hiertoe in samenwerking met de sector nog deze kabinetsperiode een maritiem verduurzamingspro-gramma te presenteren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Scheepvaart31-05-2016 Motie Helvert/Jacobi 31 409-118 verzoekt de regering, in overleg met belanghebbenden te voorkomen dat de bestaansbasis van Den Helder Airport zal versmallen onder druk van het helikopterveld bij de Eemshaven door goede onderlinge afstemming te bewerkstelligen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2244 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Scheepvaart31-05-2016 Motie Helvert/Jacobi 31 409-119 verzoekt de regering om, rondom de bemannings- en arbeidstijden-regels een instructie te geven aan de ILT om zogeheten «anticiperend te gaan handhaven» en in overleg met de branche de regels te evalueren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieu- en Trans-portraad07-04-2016 Motie Van Veldhoven/Belhaj 21 501-33-586 verzoekt de regering: het percentage gecontroleerde grote zeeschepen aanzienlijk te verhogen zodat de pakkans wordt vergroot; een lik-op-stukbeleid te voeren ten aanzien van boetes en er zorg voor te dragen dat boetes zodanig in verhouding staan tot de baten van het ontduiken van de regels dat sjoemelen daadwerkelijk wordt ontmoedigd; hiervoor voldoende capaciteit en middelen aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ter beschikking te stellen; te streven naar maximale harmonisatie van de handhaving tussen inspectiediensten van landen gelegen aan de Noord- en Oostzee. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. WGO Wetsvoorstel herziening mer-richtlijn25-05-2016 Motie Van Veldhoven/Cegerek 34 287-12 verzoekt de regering deze «handreiking» of «modelver-ordening» met de Kamer te bespreken alvorens deze wordt vastgesteld. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. WGO Wetsvoorstel herziening mer-richtlijn25-05-2016 Motie Van Tongeren 34 287-14 verzoekt de regering te onder-zoeken waarom het aantal vrijwillige mer-adviezen is teruggelopen en de Kamer hierover bij de evaluatie te informeren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieuraad16-06-2016 Motie Remco Dijkstra/Jan Vos 21 501-08-626 verzoekt de regering het beprijzen van uitstoot wereldwijd onder de aandacht te brengen en verschillende initiatieven voor het beprijzen van uitstoot aan elkaar te koppelen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2245 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Milieuraad16-06-2016 Motie Remco Dijkstra/Van Veldhoven 21 501-08-639 verzoekt de regering tijdens de onderhande-lingen in te zetten op:– een zo beperkt mogelijke lijst van bedrijven die gevoelig zijn voor koolstoflekkage;– het niet langer door middel van gratis emissierechten compen-seren van bedrijven die van de koolstoflekkagelijst afvallen;– het zoveel mogelijk beperken van de administratieve lasten;– het regelmatig actualiseren van de wijze van toedeling van emissierechten en deze te baseren op werkelijke productie en stand van de technologie per sector;– het zoveel mogelijk vermijden van generieke kortingen (zoals cscf) en andere kaasschaafme-thoden; zich in te zetten om de jaarlijkse lineaire reductiefactor van het totale emissieplafond op tenminste – 2,2% vast te stellen, ingaande uiterlijk 2021;zoveel mogelijk gelijke voorwaarden in Europa en het voorkomen dat ieder land eigen aanvullende maatregelen op het gebied van het beprijzen van koolstof optuigt. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieuraad16-06-2016 Motie Remco Dijkstra 21 501-08-628 verzoekt de regering tijdens de onderhandelingen over de ontwikkeling van biobrandstoffen in te zetten op: CO2-klimaatwinst; Kosteneffectiviteit; Investeringsze-kerheid; en een zoveel mogelijk gelijk speelveld binnen de EU. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieuraad16-06-2016 Motie Van Tongeren cs. 21 501-08-640 verzoekt de regering om in Europa te pleiten voor globaal inzicht in de CO2 uitstoot van internationale zeescheepvaart en luchtvaart, waar mogelijk per lidstaat. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieuraad16-06-2016 Motie Van Tongeren 21 501-08-633 overwegende dat de EU haar ambitie voor de uitstoot van luchtvervuilende stoffen heeft afgezwakt;overwegende dat de Omgevingswet voor milieukwaliteit bouwt op EU richtlijnen; verzoekt de regering in kaart te brengen wat het gevolg is van lagere EU doelen, die in de omgevingswet komen, op lucht in Nederland. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Milieuraad16-06-2016 Motie Cegerek/Van Veldhoven 21 591-01-634 verzoekt de regering zich op EU-niveau in te zetten voor een verbeterplan voor de controle op giftige stoffen in textiel. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2246 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Fyra/nieuwe NS-strategie22-06-2016 Motie Van Veldhoven 33 678-18 verzoekt de regering om in overleg met de Belgische regering te streven naar een verbetering van de reistijd met de IC direct, ook voor de treinen die direct van Den Haag naar Brussel rijden, en de Kamer te informeren over de uitkomst. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Fyra/nieuwe NS-strategie22-06-2016 Motie Van Veldhoven 33 678-19 constaterende dat de parlemen-taire enquêtecommissie aanbeveelt om een expliciete keuze voor de mate van marktwerking te maken en hiertoe verschillende scenario’s uit te werken; verzoekt de regering, deze aanbeveling over te nemen en de Autoriteit Consument en Markt (ACM), directie spoor, te vragen om over de verschillende scenario’s advies uit te brengen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Fyra/nieuwe NS-strategie22-06-2016 Motie Smaling 33 678-21 van mening dat de Fyra-enquête slechts de tweede helft van een slechte voetbalwedstrijd beschrijft; verzoekt de regering om bij de vervolgacties die uit het rapport voortvloeien ook de eerste helft in beschouwing te nemen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Fyra/nieuwe NS-strategie22-06-2016 Motie De Boer/Hoogland 33 678-22 verzoekt de regering het onderzoek naar de scenario’s uit te laten voeren door een onafhankelijk onderzoeksbureau en de opdracht-formulering aan dat bureau te delen met de Tweede Kamer. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Fyra/nieuwe NS-strategie22-06-2016 Motie De Boer 33 678-23 verzoekt de regering de marktverkenning zo op te zetten dat er een onafhanke-lijke toets door een derde partij op de haalbaarheid van de uitkomsten van diezelfde marktverkenning plaatsvindt; verzoekt de regering voorts om, als hieruit blijkt dat een beter aanbod mogelijk is, dit als basis te nemen voor het aanbod op de HSL-Zuid en de NS te verzoeken om dit uit te voeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Fyra/nieuwe NS-strategie22-06-2016 Motie Van Helvert/Van Veldhoven 33 678-32 verzoekt de regering de ILT te verzoeken het meerjarenplan 2016–2020 aan te vullen met de implementatie van de organisatie-brede veranderingen en de koerswijziging zoals door de enquêtecommissie Fyra is aanbevolen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2247 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Water07-07-2016 Motie Jacobi/Cegerek 27 625-354 verzoekt de regering in het kustpact met de lagere overheden bindende afspraken te maken over de bescherming van het kustland-schap inclusief handhaving. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Jacobi 27 625-354 overwe-gende dat er veel rumoer is bij omwonenden en natuurorgani-saties over de ongebreidelde bomenkap in het kader van het project Stroomlijn; overwegende dat in een aantal van deze gebieden (Varik-Heesselt, Kampen) grote maatregelen op het gebied van waterveiligheid op stapel staan; verzoekt de regering in overleg met natuurorganisaties nog eenmaal te bezien of minder ingrijpende maatregelen een werkbaar alternatief kunnen vormen voor de nu geplande bomenkap. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Jacobi c.s. 27 625-356 verzoekt de regering in overleg met de regio bij het vaststellen van de Rijksstructuurvisie een gefaseerde aanpak en mogelijke financierings-constructies uit te werken en samen met de, andere betrokken overheden nog voor de aanstaande begrotingsbehandeling l en M hierover te rapporteren, verzoekt de regering tevens, voor het Volkerak-Zoommeer een ontwikkel-perspectief tot 2028 aan de Kamer toe te zenden en ook hier mogelijke financieringsconstructies in kaart te brengen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Geurts/Bisschops 27 625-372 verzoekt de regering op korte termijn in gesprek te gaan met waterschappen om monitoring waaronder monstername te uniformeren en zo in te richten dat maatwerk ten aanzien van nutriënten in oppervlakte- en grondwater mogelijk wordt;ver-zoekt de regering op korte termijn de verschillende bronnen van nutriënten in oppervlakte- en grondwater in beeld te brengen per waterschap, en in het bijzonder onderzoek te faciliteren en ondersteunen naar achtergrond-waarden van kwel, natuur en veen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2248 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Water07-07-2016 Motie Visser c.s. 27 625-363 constaterende dat het van belang is om tussen alle betrokken partijen eenduidige afspraken te maken over bronnen, meten, normen en maatregelen; overwegende dat een dergelijke systematiek bij het beleid voor waterkwaliteit ontbreekt en het beleid kan verduidelijken; verzoekt de regering, een dergelijke syste-matiek ook toe te passen op het waterbeleid. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Visser 27 625-364 verzoekt de regering het onderzoek naar de Beleving Windparken Hollandse Kust (het vrijdag verschenen rapport-Motivaction) onderdeel te laten zijn van de totstandkoming van het kustpact. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Kos¸er Kaya 27 625-367 verzoekt de regering de kustpactaf-spraken die naar gemeentelijke regelgeving vertaald worden nauw te monitoren op naleving. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Kos¸er Kaya/Belhaj 27 625-368 verzoekt de regering onderzoek te doen naar de effectiviteit van natuurlijke retentie in de brongebieden van de Rijn in het Middelgebergte in Duitsland en de Kamer hierover te informeren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Bisschop cs. 27 625-369 verzoekt de regering, in rappor-tages en internationale inzet: onderscheid te maken tussen KRW-waterlichamen (Kaderrichtlijn Water) en niet-KRW-waterlichamen, en voor de niet-KRW-water-lichamen geen toestandsbeoordeling op te nemen; aan te geven dat in een groot deel van West-Nederland sprake is van aanzienlijke fosfaatrijke kwel, en dat nog niet alle doelen hierop zijn afgestemd; duidelijk te maken dat naast de landbouw en fosfaatrijke kwel ook nalevering vanuit de bodem, rioolwaterzuiveringsinstallaties, overstorten en watervogels een bijdrage leveren aan de (regionale) belasting van het oppervlaktewater en dat de respectievelijke (regionale) bijdragen nog onvoldoende in kaart zijn gebracht; duidelijk te maken dat bedrijven die gebruikmaken van de derogatie van de Nitraatrichtlijn relatief goed scoren qua waterkwaliteit. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2249 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Water07-07-2016 Motie Bisschop c.s. 27 625-370 verzoekt de regering in lijn met de motie-Bisschop c.s. in ieder geval de in overleg met de visserijsector nader te bepalen visrijke delen van het Friese Front niet te sluiten voor de bodemberoerende visserij. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Water07-07-2016 Motie Houwers 27 625-371 verzoekt de regering die stappen te ondernemen die nodig zijn om rioolwaterzuiveringsinstallaties verplicht de zuivering van medicijnresten te laten uitvoeren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO MIRT07-07-2016 Motie Visser/Hoogland 34 300 A-75 Constaterende dat de filezwaarte bij de A4 tussen Zoeterwoude en Leiden inmiddels is vervijfvoudigd in twee jaar; Constaterende dat de tijdelijke oplossing met drie rijstroken in 2012 leidde tot een spectaculaire daling van de filezwaarte; Constaterende dat het aantal ongevallen fors is toege-nomen volgens Stichting incident management; Verzoekt de regering om het definitief openstellen van een derde rijbaan te onderzoeken en de voorbereidingen hiervoor te treffen om zo de doorstroming en veiligheid te verbeteren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO MIRT07-07-2016 Motie Visser c.s. 34 300 A-76 verzoekt de regering om binnen het Deltafonds, onder de noemer meekoppelkansen na te gaan of het mogelijk is om, naast de regionale bijdrage, een landelijke bijdrage aan het regionale project «sluizen Kornwerderzand» te leveren. Verzoekt de regering de Kamer hierover voor het MIRT overleg 2017 te informeren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO MIRT07-07-2016 Motie Visser/Hoogland 34 300 A-77 verzoekt de regering om in kaart te brengen welke investeringsbe-hoefte er bestaat bij decentrale overheden bij de volgende regionale projecten die aansluiten bij grote rijksinvesteringen: A1/A30 Barneveld- N35 Overijssel- N50 Overijssel- N57/N59 Zeeland- Hooipolder Noord Brabant- oeververbinding RotterdamA8/A9 Noord-Holland. Verzoekt de regering tevens dit overzicht, met duiding over nut en noodzaak, mede in relatie tot de lopende MIRT-studies, voor het MIRT overleg 2017, aan de Kamer toe te sturen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2250 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO MIRT07-07-2016 Motie Smaling/Visser 34 300 A-79 constaterende dat bewoners rondom de A8 in Zaanstad rond de Coenbrug zich zorgen maken over de milieuoverlast en de gemeente Zaanstad nader onderzoek verricht; overwegende dat de regering al bereidheid heeft getoond te onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidsoverlast van de Coenbrug te beperken; verzoekt de regering de uitkomsten van beide onderzoeken te bespreken met de gemeente Zaanstad en de Kamer te infor-meren over de uitkomst. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO MIRT07-07-2016 Motie Van Helvert 34 300 A-85 verzoekt de regering in overleg met de stad Utrecht te treden teneinde te voorkomen dat stedelijke plannen de verkeersstromen buiten de stad te zeer beïnvloeden. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO MIRT07-07-2016 Motie Bruins 34 300 A-87 verzoekt de regering de kosten en baten in kaart te brengen van het plaatsen van zonnepanelen op veel meer verkeersknooppunten. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO MIRT07-07-2016 Motie Hoogland/De Boer 34 300 A-97 verzoekt de regering om in kaart te brengen welke investeringsbehoefte er bestaat bij decentrale overheden bij de volgende regionale projecten die aansluiten bij grote rijksinvesteringen:-Fietsparkeren- 4 Sporigheid Delft-Rotterdam- Op- en overslagpunt Valburg- Verdubbeling spoorbrug Ravenstein- Overwegenproblematiek- Station Eindhoven Airport. Verzoekt de regering tevens dit overzicht, met duiding over nut en noodzaak, mede in relatie tot de lopende MIRT-studies, voorafgaand aan het MIRT-overleg dit najaar aan de Kamer toe te sturen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi07-07-2016 Motie Van Helvert/De Boer 23 645-632 verzoekt de regering in kaart te brengen hoe enkelvoudig in- en uitchecken zo goed mogelijk en op welke termijn kan worden gerealiseerd en met het NOVB een plan op te stellen om dit te bewerkstelligen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2251 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi07-07-2016 Motie De Boer 23 645-629 verzoekt de regering om in overleg met de spoorbranche te komen tot het formuleren van deze maatregelen en bij het PHS tussentijds de balans op te maken en te toetsen of het nog voldoet aan de oorspronkelijke uitgangspunten. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi07-07-2016 Motie De Boer/Van Veldhoven 23 645-630 verzoekt de regering, voor 2017 zich in het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) er hard voor te maken om te bewerkstelligen dat vervoerders informatie over reizigersaantallen en -stromen in een speciale databank openbaar beschikbaar maken met waarborgen voor de privacy van de individuele reiziger; verzoekt de regering tevens, in het Besluit personenvervoer een leveringsplicht van ov-chipkaartdata en andere gegevens voor het verkrijgen van een compleet beeld van het reisgedrag te overwegen, indien het overleg met decentrale overheden en vervoerders in het NOVB niet voor 2018 heeft geleid tot een adequaat informatie-systeem over het gebruik van het openbaar vervoer. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi07-07-2016 Motie de Boer/Hoogland 23 645-631 verzoekt de regering om met regionale partijen en de doelgroepen in gesprek te gaan over de vraag in hoeverre het doelgroepenvervoer veel meer geïntegreerd kan worden in het reguliere vervoer en daarbij te kijken naar het ontschotten van de verschillende regelingenvervoers-contracten en de bijbehorende uitvoering en geldstromen waarbij de regie bij de uitvoerders kan komen te liggen, en de Tweede Kamer hierover in het najaar te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2252 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Spoor07-07-2016 Motie De Boer 29 984-675 een gedegen onderzoek uit te voeren naar de exacte omvang en oorzaak van de overschrijding van de risicoplafonds en de resultaten verkregen uit de actualisatie van de marktverwachtingen uit 2006 te vergelijken met de voor de wet gehanteerde prognose en routering; met de sector tot afspraken te komen over routering van het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen om het overschrijden van risicoplafonds tegen te gaan en indien nodig deze goederenpaden met de Duitse spoorbeheerder af te stemmen; de aanbevelingen van de Onder-zoeksraad Voor Veiligheid inzake het ongeluk in Tilburg uit te voeren; op locaties waar risicopla-fonds (dreigen te) worden overschreden met spoorgoederen-vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals op de Brabantroute, of locaties in grootstedelijk gebied, zoals in de Drechtsteden, met de decentrale overheid in overleg te gaan over een samenhangende aanpak om veiligheid en leefbaarheid voor omwonenden te verhogen alsmede het versnellen van bestaande plannen en programma’s op de omleidings-routes; te onderzoeken of de prikkels in de gebruiksvergoeding met Duitsland en België op elkaar af kunnen worden gestemd; in overleg met de sector te komen tot een betere registratie van de wagons met gevaarlijke stoffen op het spoor; en in overleg met ProRail te bezien of de flexibiliteit in het proces van capaciteitsver-deling kan worden vergroot, zodat er meer mogelijkheden ontstaan voor het, binnen de risicoplafonds van Basisnet, inpassen van lastminute goederenvervoer. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Spoor07-07-2016 Motie Van Veldhoven c.s. 29 984-684 verzoekt de regering de concessie te handhaven en de NS te laten onderzoeken hoe een fiets meegenomen kan worden in de Intercity Direct en de Kamer hierover voor het einde van 2017 te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2253 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Spoor07-07-2016 Motie Cegerek 29 984-677 verzoekt de regering, nu reeds te specifi-ceren wat de oorzaken zijn van overschrijdingen van de Wet basisnet en in kaart te brengen welke oplossingen, waaronder het nemen van een routeringsbesluit, binnen het kader van de Wet basisnet mogelijk zijn en de Kamer hierover voor 1 oktober 2016 te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Spoor07-07-2016 Motie Cegerek 29 984-678 verzoekt de regering de mogelijkheden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water te verkennen en, waar dit een alternatief biedt, te bevorderen. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Spoor07-07-2016 Motie Van Helvert 29 984-679 verzoekt de regering in overleg met de goederenvervoerders op het spoor een plan te ontwikkelen om trillingshinder en trillingsschade te voorkomen en de Kamer daarover te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Spoor07-07-2016 Motie Van Tongeren 29 984-682 verzoekt de regering te onder-zoeken of en, zo ja, hoe het treinennachtnet kan worden uitgebreid, rekening houdend met de betrokken belangen van onder meer gebruikers, treinpersoneel en omwonenden van het spoor-netwerk en de Kamer hierover te informeren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Luchtvaart07-07-2016 Motie Elias 31 936-341 verzoekt de regering in overleg te treden met ICAO om processen te ontwikkelen die ertoe leiden dat binnen een jaar uitvoering wordt gegeven aan aanbevelingen uit een ongevalson-derzoek. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Luchtvaart07-07-2016 Motie Van Helvert 31 936-342 verzoekt de regering onderzoek te doen of en hoe het pay-to-fly-systeem voor in Nederland gestationeerde vliegtuigmaat-schappijen verboden kan worden, en de Kamer daarover te infor-meren. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Luchtvaart07-07-2016 Motie Monasch 31 936-349 Verzoekt de regering in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn om het rendement van de opleiding tot verkeersleider bij LVNL te vergroten. Staatssecretaris Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2254 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken WGO Jaarverslagen30-06-2016 Motie Van Veldhoven 34 475 XII-10 verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het jaarverslag en het Infrastructuurfonds voortaan beter inzicht bieden in de beoogde en gerealiseerde uitgaven en verplichtingen, en dat de aanpak van luchtkwaliteit en geluidshinder duidelijker van elkaar gescheiden zijn. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. WGO Jaarverslagen30-06-2016 Motie Van Helvert/Van Veldhoven 34 475 XII-12 verzoekt de regering, vast te houden aan de eerder gemaakte afspraak dat bij begrotingsartikelen in de begroting van IenM van € 1 miljard alle mutaties vanaf € 5 miljoen worden toegelicht. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. WGO – Wijziging Waterwet en andere wetten (34 436)04-07-2016 Motie Visser c.s. 34 436-8 verzoekt de regering om, los van de evaluatie van het Bestuursakkoord Water, met de waterschappen en gemeenten in overleg te treden om een plan te maken hoe er in de toekomst in deze extreme gevallen sneller gehandeld kan worden, om daarmee de schade zo veel mogelijk te beperken. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Havens05-07-2016 Motie Van Helvert 29 862-31 verzoekt de regering om in overleg met de regio een plan te ontwik-kelen dat voorziet in de gegaran-deerde ontsluiting van Voorne-Putten. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid05-07-2016 Motie Belhaj c.s. 29 398-509 verzoekt de regering om een plan van aanpak te ontwikkelen voor een sluitende registratie van de plaats en de oorza(a)k(en) van verkeersongevallen en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid05-07-2016 Motie Van Helvert 29 398-512 verzoekt de regering een campagne tegen het appen op de fiets te starten die vergelijkbaar is aan de BOB-campagne. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid05-07-2016 Motie Van Helvert/Visser 29 398-513 verzoekt de regering een nader onderzoek te (laten) doen naar de aansprakelijkheid van fietsers bij roekeloos app- en belgedrag, en de Kamer daarover te informeren. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid05-07-2016 Motie Hoogland 29 398-514 verzoekt de regering voor de begrotingsbehandeling IenM met een actieplan te komen om het opvoeren van snorfietsen tegen te gaan. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2255 Bron Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Spitsmijdenpro-jecten05-07-2016 Motie Hoogland/Visser 29 398-519 verzoekt de regering het recht-streeks uitkeren van geld aan automobilisten in ruil voor het mijden van de spits te maximeren tot een periode van drie maanden, waarbij bovendien sprake moet zijn van grote werkzaamheden. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Spitsmijdenpro-jecten05-07-2016 Motie Visser 29 398-520 verzoekt de regering ervoor te zorgen dat onterecht uitgekeerde beloningen zo veel mogelijk worden terugbe-taald en deze zo nodig met verhaal van de incassokosten worden teruggevorderd; verzoekt de regering tevens, ervoor te zorgen om in geval van het opzettelijk opgeven van onjuiste informatie of anderszins manipulatief gedrag de mogelijkheid te hebben om een privaatrechtelijke boete op te leggen, onverlet de mogelijkheid om bij daadwerkelijke fraude aangifte te doen. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid. VAO Spitsmijdenpro-jecten05-07-2016 Motie Visser 29 398-521 verzoekt de regering om ervoor zorg te dragen dat het automatisch fotograferen of registreren voor spitsmijdenprojecten beperkt wordt door het alleen in de volgende uitzonderlijke gevallen toe te staan en het ontwerpbesluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer hierop aan te passen: 1.groot onderhoud en/of renovatiewerkzaamheden; 2.werkzaamheden tijdens aanleg/uitbreiding van infra-structuur; 3.situaties vooruitlopend op voorgaande activiteiten. Minister Uitvoering van de motie wordt voorbereid.Toezeggingen bewindspersonen Infrastructuur en Milieu Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken VAO Loodsenwet21-04-2010 De Minister zal het uitvoeren van de eindevaluatie naar Bedienen op afstand breder betrekken, en ook ondermeer Schuttevaer benaderen. Minister Conform de toezegging aan de Tweede Kamer om een evaluatie uit te voeren van twee pilotpro-jecten: Zeeland (project MOBZ) en Limburg (project Regiocentrale zuid) waarbinnen bediening op afstand wordt gerealiseerd. Huidige planning: Limburg in 2016 en Zeeland in 2018/2019. De evaluatie kan pas worden opgesteld zodra deze pilotpro-jecten zijn afgerond. Naar verwachting oktober 2019. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2256 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Waterkwantiteit (2e termijn)20-06-2011 De Kamer ontvangt in 2018 de evaluatie van de 50/50% finan-ciering tussen Rijk en water-schappen van het Hoogwaterbe-schermingsprogramma. Minister De Tweede Kamer wordt in 2023 hierover geïnformeerd AO Duurzaam Hout (2e termijn)04-12-2013 De Staatssecretaris van IenM gaat in overleg met het Verenigd Koninkrijk en andere gelijkgezinde EU-lidstaten over harmonisatie van of gezamenlijke toetsing van MCTS en informeert de Kamer hierover voor de zomer van 2014. Staatssecretaris De Kamer wordt hierover geïnformeerd in de tweede helft van 2016 AO Duurzaam Hout (2e termijn)04-12-2013 Bij de evaluatie van MCTS over twee jaar zal ook ter plaatse worden gekeken. Staatssecretaris De Tweede Kamer wordt voor 1 januari 2017 geïnformeerd (evaluatie vindt plaats in eerste helft 2016). Debat 33781 rijbewijs-plicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid(T-rijbewijs)10-04-2014 Bij de evaluatie van de Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorvoer-tuigen 1993 zal de Minister rekening houden met administra-tieve kosten, proportionaliteit (welke groepen bestuurders vallen wel of niet onder de wet) en zal eventuele mazen in de wet onderzoeken. Minister De toezegging zal bij de evaluatie worden betrokken. AO Waddenveren23-04-2014 De Staatssecretaris bericht de Kamer over de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijkheid om de concessieverlening voor de Waddenveren te decentraliseren naar de provincie. Staatssecretaris Onderzoek moet nog gestart worden. Dit jaar worden hierover afspraken gemaakt met provincie Friesland. Debat 33 834 Wijziging van de Wet milieubeheer (jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, hernieuwbare brandstofeenheden en elektronisch register hernieuwbare energie vervoer)20-05-2014 De Staatssecretaris zal de definitieve nalevingsstrategie voor hernieuwbare energie uiterlijk medio 2016 naar de Kamer sturen. NB: in 2015 zal eerst ervaring worden opgedaan met de strategie en zullen eventuele veranderingen worden doorgevoerd. Staatssecretaris De Kamer wordt na de zomer geïnformeerd. AO Transportraad28-05-2014 In het voorjaar van 2015 zal de Kamer nader worden geïnformeerd over het nader onderzoek naar de cabotageactiviteiten in Nederland en over de handhaving hierop in Nederland en andere EU-lidstaten. Minister Het onderzoek zal op korte termijn aan de Tweede Kamer worden gestuurd. AO ERTMS/Spoorveiligheid24-06-2014 De Staatssecretaris brengt bij de planuitwerking van ERTMS in beeld welke trajecten buiten PHS extra aandacht krijgen en waarom. Staatssecretaris Deze toezegging wordt meege-nomen in deonderzoeken die plaatsvinden in de Planuitwerkingsfase. Hier wordt de Tweede Kamer over geïnformeerd. AO Vervoer en Beheer Hoofdrailnet (concept-ontwerpconcessies) – 2e termijn15-10-2014 De Staatssecretaris informeert de Kamer er schriftelijk over als ze een besluit neemt over een voorstel van NS om tariefdifferentiatie toe te passen. Staatssecretaris De Staatssecretaris informeert de Kamer er schriftelijk over als ze een besluit neemt over een voorstel van NS om tariefdifferentiatie toe te passen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2257 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Vervoer en Beheer Hoofdrailnet (concept-ontwerpconcessies) – 2e termijn15-10-2014 De Staatssecretaris informeert de Kamer binnen twee maanden schriftelijk over hoe de aandacht voor het goederenvervoer geborgd wordt in de samenstelling van de directie van ProRail. Staatssecretaris Aan deze toezegging kan pas voldaan worden als de opheffing van KeyRail afgerond is. AO Water17-11-2014 De Minister zal overleg plegen met haar ambtsgenoot van financiën over de verlenging van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds en zal de Kamer daar in verband met de ontwerpbegroting 2016 over informeren. Minister De Tweede Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Scheepvaart21-01-2015 De Minister informeert de Kamer over de mogelijkheid de BTW op walstroom af te schaffen. Minister De uitkomsten rond de zomer 2016 aan de Kamer gemeld worden. AO Waddenzee en Noordzee04-02-2015 De Minister zal de evaluatie van de Samenwerkingsagenda Waddenzee aan de Kamer doen toekomen. Minister De Kamer zal begin 2017 geïnfor-meerd worden. AO Leefomgeving26-02-2015 De Staatssecretaris van Infra-structuur en Milieu informeert de Kamer over de uitkomst van het overleg met het lid Van Veldhoven (D66) inzake aanpassing van de nalevingsverslagen geluidsproduc-tieplafonds met betrekking tot de werkruimte van 1,5 db. Staatssecretaris Het aangekondigde overleg van de Staatssecretaris met het lid Van Veldhoven heeft nog niet plaatsge-vonden. Nadat dit overleg heeft plaatsgevonden informeert de Staatssecretaris de Kamer. Mondelinge vragen Van Veldhoven (D66) d.d. 22-01-2013 De Minister heeft toegezegd de Kamer te informeren als er meer duidelijkheid is hoe hoog de kosten zijn en waar de kosten van opruimen landen. Minister De Kamer wordt eind 2016 geïnformeerd Dertigledendebat Thermphos d.d. 02-04-2015 De Minister zegt volledig toe inzicht te geven aan de Tweede Kamer als het hele proces, waaronder het zoveel mogelijk verhalen van de kosten op de boedel, achter de rug is. Minister De Kamer wordt eind 2016 geïnformeerd Dertigledendebat Thermphos d.d. 02-04-2015 De Minister zegt toe dit jaar een onderzoek uit te laten voeren naar de wenselijkheid van het verplichten van bedrijven die in de categorie laagradioactieve stoffen vallen om een financiële zekerheid te stellen. Hierbij zal in beeld worden gebracht wat de financiële gevolgen zijn voor overheid en bedrijfsleven en zal de interna-tionale context in beeld worden gebracht. Minister De Kamer wordt eind 2016 geïnformeerd AO Grondstoffen en Afval en ILT rapport25-06-2015 In de volgende voortgangsrap-portage VANG zal de Staatssecre-taris per actie ingaan op de verschillende indicatoren, zoals de betrokken partijen en de financiële instrumenten. Staatssecretaris In de brief Circulaire Economie van 7 juli 2016 wordt vermeld dat de Kamer wordt geïnformeerd voor het AO CE van 5 oktober. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2258 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Grondstoffen en Afval en ILT rapport25-06-2015 De Staatssecretaris zal nagaan of er ten aanzien van kassabonnetjes fiscale verplichtingen zijn en de Kamer hierover informeren. Staatssecretaris In de brief Circulaire Economie van 7 juli 2016 wordt vermeld dat de Kamer wordt geïnformeerd voor het AO CE van 5 oktober. AO Grondstoffen en Afval en ILT rapport25-06-2015 In de volgende voortgangsrap-portage VANG zal de Kamer worden geïnformeerd over de recycling van tweewielers. Staatssecretaris In de brief Circulaire Economie van 7 juli 2016 wordt vermeld dat de Kamer wordt geïnformeerd voor het AO CE van 5 oktober. AO MIRT02-07-2015 De Minister doet de Kamer binnenkort het besluit van de Europese Commissie over de toewijzing van TEN-T-gelden toekomen en daarna een kabinets-reactie daarop. Staatssecretaris De Kamer wordt rond de zomer 2016 geïnformeerd. Debat Wijziging van de wet algemene bepalingen omgevings-recht14-09-2015 De Staatssecretaris van IenM zal de volgende evaluatie [van het VTH-stelsel] in 2017 in ieder geval voor het in werking treden van de Omgevingswet aan de Kamer doen toekomen. Staatssecretaris Zal conform toezegging in 2017 gestand worden gedaan AO Luchtvaart30-09-2015 De Staatssecretaris zal het ORS-advies aan de Kamer doen toekomen. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart30-09-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer na 8 oktober verder informeren over het verloop van de infractie-procedure door de Europese Commissie inzake FABEC. Staatssecretaris Op19 mei 2016 heeft een FABEC Council plaatsgevonden. De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd AO ProRail29-09-2015 Na elke aandeelhoudersverga-dering (halfjaarlijks) zal de Staatssecretaris de Kamer op hoofdlijnen informeren over wat daarin is besproken. Staatssecretaris Deze toezegging is een continue proces. AO Externe veiligheid30-09-2015 De Staatssecretaris zegt toe dat de inventarisatie van de risico’s van windturbines, in relatie tot de risicokaarten, betrokken zal worden bij de regelgeving ten aanzien van de Omgevingswet. Staatssecretaris Risico’s worden meegenomen in volgende Kamerbrief over windenergie. AO Leefomgeving01-10-2015 De Staatssecretaris zal bij de reeds toegezegde brief inzake het Eindadvies en de beleidsreactie daarop over de evaluatie van de regelgeving met betrekking tot geurhinder en veehouderij ook de haalbaarheid van de aanbeve-lingen meenemen en deze in het najaar van 2016 aan de Kamer sturen. Staatssecretaris De Kamer wordt vóór het kerstreces 2016 geïnformeerd AO Transportraad01-10-2015 De Staatssecretaris zal onderzoek laten verrichten naar de effecten van het gelijktrekken van de normen voor benzine en diesel, en zal er schriftelijk op terugkomen wat de precieze scope van dit onderzoek zal zijn. Staatssecretaris De scope van het onderzoek is gedeeld met de Tweede Kamer. Het onderzoek loopt en de toezegging kan naar verwachting in het najaar worden afgedaan. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2259 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Transportraad01-10-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer op enig moment na vaststelling in Europees verband van de «Real Driving Emissions»-test informeren over openstaande risico’s op verstoring van de marktwerking in dit nieuwe systeem en mogelijk-heden voor handhaving bij misstanden onder dit systeem. Daarbij zal de Kamer inzage worden geboden in de manier waarop de onafhankelijkheid van de verschillende toezichtsinstanties voor emissies afkomstig van auto’s in de Europese lidstaten is gewaarborgd. Staatssecretaris Op Europees niveau staat het toezicht door derden of voldaan wordt aan de emissielimieten van RDE pas begin 2017 op de agenda. Aan deze toezegging kan pas daarna invulling worden gegeven. AO Milieuraad15-10-2015 De Staatssecretaris zal het CPB of de Europese Commissie verzoeken om onderzoek te doen naar de werkgelegenheidseffecten van het herziene ETS en de Kamer hierover informeren. Staatssecretaris De Kamer rond de zomer 2016 geïnformeerd. Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Milieu15-10-2015 De Staatssecretaris doet de Kamer vóór de begroting voor 2017 de meerjarenreeksen voor de financiering van het hoofdrailnet na 2028 toekomen. Staatssecretaris De Kamer wordt volgens planning toezegging geïnformeerd. Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Milieu15-10-2015 De Minister komt begin 2016 terug op de evaluatie inzake het kasstelsel. Minister De Kamer wordt in het najaar 2016 geïnformeerd. Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Milieu15-10-2015 De Minister overlegt met haar collega van Financiën over het verwerken van de voortgang van DBFM-projecten in informatievoor-ziening van Infrastructuur en Milieu. Minister De Kamer wordt in het najaar 2016 geïnformeerd. Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Milieu15-10-2015 De Minister zal de Kamer infor-meren over budgetspanningen. Minister De Kamer wordt in het najaar 2016 geïnformeerd. Begrotingsbehandeling IenM29-10-2015 De Minister zal onderzoek laten doen naar de capaciteit binnen de ILT. Minister De Kamer wordt geïnformeerd zodra het onderzoek is afgerond. AO Nucleaire veiligheids- en stralingsbescherming12-11-2015 De Minister vraagt de Minister van Financiën om de Kamer te informeren over de ontwikkeling van het Waarborgfonds eindberging. Minister De Kamer wordt in het najaar 2016 geïnformeerd. AO Spoor19-11-2015 De Staatssecretaris zal in gesprek gaan met bewoners van de Hofstraat in Eindhoven over de overlast die zij van het spoor ondervinden en de Kamer de uitkomst van dat gesprek terugkoppelen. Staatssecretaris De gesprekken zijn gestart. Naar verwachting zal de Kamer in het najaar worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2260 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO MIRT23-11-2015 Voor het algemeen overleg MIRT van juni 2017 wordt het onderzoek afgerond naar capaciteitsver-ruiming van de A2 Eindhoven-Weert. Over de uitkomst wordt de Kamer geïnformeerd. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO MIRT23-11-2015 De Minister zal de Kamer voor het notaoverleg MIRT van 2017 de evaluatie toesturen van de toepassing van de Code Partici-patie. Minister De Kamer wordt voor het Notaoverleg MIRT van 2017 geïnformeerd. AO ProRail03-12-2015 In het eerste kwartaal van 2016 ontvangt de Kamer actuele en nadere informatie over de risicoreserveringen en indexatie-verschillen en de budgettaire gevolgen daarvan voor ProRail. Staatssecretaris De Kamer wordt rond de zomer geïnformeerd. AO Circulaire economie17-12-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer van 2016 een brief sturen ten aanzien van de voortgang inzake de Raamovereen-komst verpakkingen en daarbij ook inzichtelijk maken in hoeverre individuele retourpremies op bepaalde materialen toepasbaar zouden kunnen zijn. Staatssecretaris De brief Raamovereenkomst verpakkingen is op 11 juli 2016 naar de Kamer gezonden. De informatie over de retourpremies wordt opgenomen in de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober verzonden wordt. AO Circulaire economie17-12-2015 De Staatssecretaris zal in het Rijksbrede programma inzake circulaire economie aandacht aan de positie van het MKB besteden en de Kamer daarin informeren over de wijze waarop het MBK geholpen zou kunnen worden om financiering te vinden. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden AO Circulaire economie17-12-2015 De Staatssecretaris zal de verkenningen die verband houden met autobanden en staalslakken aan de Kamer sturen. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden AO Circulaire economie17-12-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer in het voorjaar van 2016 een brief sturen over sorteerbedrijven in relatie tot milieustraten. Staatssecretaris De Kamer wordt geïnformeerd met de brief Circulaire Economie die voor het AO van 5 oktober 2016 wordt verzonden WGO Omgevingswet21-01-2016 De Minister zal naar de (verdeling van) proceskosten bij onteige-ningsrechtszaken kijken en de Kamer een voorstel doen toekomen ten aanzien hiervan. Minister De toezegging zal worden verwerkt in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel WGO Omgevingswet21-01-2016 De Minister zal nochtans geen invulling geven aan hetgeen in het aan de Kamer voorgehangen ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (Kamerstukken II 29 383, nr. 252) voor zover dit het bouwen in het kustgebied-gerelateerde gedeelte betreft. Minister Conform toezegging. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2261 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken WGO Omgevingswet21-01-2016 De Minister zal bij de indiening van het wetsvoorstel inzake Grondei-gendom voorbeelden geven van hoe realisatie van middeldure huurwoningen en andere typen woningen er in de praktijk uit zou kunnen gaan zien. Minister De toezegging zal worden verwerkt in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. AO Duurzaamheid en Milieu28-01-2016 De Staatssecretaris zal voor de zomer van 2016 de uitslag van het veldonderzoek van TPAC en haar appreciatie daarvan aan de Kamer sturen. Staatssecretaris In de brief van 30 mei 2016 heeft de Staatssecretaris gemeld dat het veldbezoek vertraging heeft opgelopen, de Kamer wordt na de zomer hierover geïnformeerd AO Duurzaamheid en Milieu28-01-2016 De Staatssecretaris zal in februari 2016 een brief aan de Kamer sturen over de stand van zaken met betrekking tot de ILUC-richtlijn en daarbij in gaan op de problematiek rond transparantie van biobrand-stoffen en daarbij ingaan op de Duitse aanpak op dit gebied. Staatssecretaris Toezegging wordt afgedaan na overleg met de Minister van BHOS, naar verwachting na de zomer. AO Duurzaamheid en Milieu28-01-2016 De Staatssecretaris zal in mei 2016 meer informatie over zero-emissie busvervoer aan de Kamer sturen. Staatssecretaris Wordt gecombineerd met de Voortgangsrapportage Brandstof-visie. Afdoening zal rond de zomer plaatsvinden. Debat 33424 Wijziging van de Wegenver-keerswet 1994 ivm wijziging tellerstand motorrijtuigen24-04-2013 De Minister zal na twee jaar de wet- en regelgeving in verband met het wijzigen van tellerstanden van motorvoertuigen evalueren. Minister De Kamer wordt na de zomer over de resultaten van de evaluatie geïnformeerd AO OV, OV-Chipkaart en taxi02-02-2016 De Staatssecretaris zal bij haar quick scan naar nieuwe betaalmo-gelijkheden in het openbaar vervoer ook het punt van de heer Houwers betrekken over contactloos betalen. Staatssecretaris Het eindrapport wordt van de quick scan wordt naar verwachting in oktober aan IenM opgeleverd. Door IenM wordt gevraagd hierin ook aandacht te schenken aan contactloos betalen. AO Leefomgeving11-02-2016 De Staatssecretaris zal de resultaten van het overleg met het Platform Houtstook vóór het zomerreces aan de Kamer sturen. Staatssecretaris De Kamer is op 5 juli 2016 middels een brief geïnformeerd over luchtkwaliteit. Daarin is ook aandacht besteed aan de voortgang van het Platform Houtrook dat zich buigt over mogelijke oplossingen. Het Platform Houtrook heeft naar schatting nog een half jaar nodig om deze mogelijke oplossingen in kaart te brengen. AO Spoor17-02-2016 In het najaar van 2016 ontvangt de Kamer van de Staatssecretaris nadere informatie over de windproblematiek met hogesnel-heidstreinen op de Moerdijkbrug. Staatssecretaris De Staatssecretaris zal de Kamer conform toezegging in het najaar informeren Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2262 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Spoor17-02-2016 De Staatssecretaris zal voor de zomer van 2016 een plan van aanpak presenteren voor het mijden van de spits op het spoor. Staatssecretaris Rond de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de spitsaanpak voor de trein. Hierbij wordt een koppeling gemaakt wordt met de opvolging van de Taskforce voor het reizen door studenten, waarover de Minister van OCW de Tweede Kamer informeert. AO Spoor17-02-2016 De Staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer van 2016 per brief informeren over gevelisolatie van huizen langs het spoor in Rheden. Staatssecretaris De Kamer zal rond de zomer worden geïnformeerd. AO Wadden24-03-2016 De Minister zal de Kamer in het najaar van 2016 informeren over de vorderingen van het open planproces voor de vaarverbinding Holwerd-Ameland. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. Debat Rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid naar de ramp met de MH1701-03-2016 De Staatssecretaris zal met de geannoteerde agenda van de Transportraad, het Nederlandse standpunt geven ten aanzien van het rapport van de EASA High-level Group. De Staatssecretaris zal de Kamer eveneens het working paper voor het neerzetten van een inzet in de assemblee in september 2016 toesturen. Staatssecretaris 26-05-2016 De geannoteerde agenda voor het AO van de Transportraad geeft het Neder-landse standpunt over het rapport van de EASA High Level Group weer. Debat Wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (34 219)07-04-2016 Rond de zomer en bij begroting capaciteitsverhaal en Toezichts-visie. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Gastvrijheidseco-nomie EZ d.d. 13-4-2016 De Minister IenM zal de Kamer informeren over wat er gaat gebeuren met de rekeningen die het waterbedrijf Evides sinds 1/1/2016 gestuurd heeft aan de ondernemers. Minister De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Scheepvaart21-04-2016 De Minister zal de Kamer voor juni 2016 per brief informeren over het gesprek tussen de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) over de SAR-helikopters. Minister Het gesprek tussen VNV en NLR heeft nog niet plaatsgevonden omdat het vinden van een geschikte datum nog niet was gelukt. Daarnaast had het NLR vanwege andere verplichtingen, meer tijd nodig om een schriftelijke reactie op het VNV standpunt op te stellen. Inmiddels is er een overleg gepland waarna de Kamer zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd. Debat Omgevingswet15-03-2016 Bij de vormgeving van de AMvB aangeven hoe om te gaan met de afwegingsruimte inzake geluid, geur en bodem (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2263 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken Debat Omgevingswet15-03-2016 Het in beeld brengen van de effecten op burgers en bedrijven inzake administratieve lasten bij regelgeving (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. Debat Omgevingswet15-03-2016 Het op de hoogte houden van de Kamer over de vorderingen op het gebied van het opnemen van het onderwerp «schade» (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. Debat Omgevingswet15-03-2016 Het in lijn brengen van de Omgevingswet met de aange-nomen motie EK 33 962, K (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. Debat Omgevingswet15-03-2016 Het reflecteren op de weging inzake het aspect «waternorm» bij de invoeging van de Waterwet (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. Debat Omgevingswet15-03-2016 Het geven van inzicht in de laatste stand van zaken omtrent partici-patie (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. Debat Omgevingswet15-03-2016 Het informeren van de Kamer over het leegstandsinstrument (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. Debat Omgevingswet15-03-2016 Het bespreekbaar maken van het participatieproces in het overleg met medeoverheden (33.962) Minister Wordt uitgevoerd conform toezegging. AO Spoor19-11-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer per brief informeren over hoe het meenemen van fietsen in de trein zich verhoudt tot de materi-eelkrapte bij NS. Staatssecretaris Wordt uitgevoerd conform toezegging. AO Spoor19-11-2015 In het najaar van 2016 zal de Staatssecretaris de Kamer informeren over de uitkomst van haar gesprek met telefoonpro-viders over mobiele dekking in spoortunnels. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Spoor19-11-2015 De Staatssecretaris zal nagaan of het mogelijk is dat reizigers met een kaartje voor de tweede klasse mogen staan in de eerste klasse als de tweede klasse vol is. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor19-11-2015 Bij het beheer- en vervoerplan in het najaar van 2016 zal de Staatssecretaris terugkomen op de doelmatigheid van de huidige kernprestatie-indicatoren. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Spoor19-11-2015 De Kamer wordt geïnformeerd over de vraag of toekenning van het normbedrag voor trillinghinder afhankelijk is van de grootte van een woning. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor19-11-2015 Na de zomer ontvangt de Kamer nadere informatie in het kader van maatregelen ter verhoging van de sociale veiligheid, waaronder invoering van een speciaal noodnummer. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2264 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Spoor19-11-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer informeren over de mogelijkheid de IZY van Parijs naar Brussel v.v. door te laten rijden naar Nederland. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor19-11-2015 De Kamer ontvangt nadere informatie over de spoorproble-matiek in Hilversum. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Nucleaire Veiligheid24-05-2016 De Minister zal na de zomer van 2016 de Kamer informeren over de afspraken inzake de informatie-voorziening omtrent de Belgische kerninstallaties bij Doel en Tihange. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Nucleaire Veiligheid24-05-2016 De Minister zal er zorg voor dragen dat de Kamer jaarlijks geïnfor-meerd wordt inzake de financiële zekerheidsstelling voor de ontmantelingskosten van de nucleaire installaties in Nederland. Minister De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Transportraad25-05-2016 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over relevante ontwikke-lingen ten aanzien van de ITS-richtlijn. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Transportraad25-05-2016 De Kamer zal aan het einde van het jaar worden geïnformeerd over het Eurovignet. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Wegverkeer en Verkeersveiligheid26-05-2016 De Minister van Infrastructuur en Milieu zal een onderzoek instellen naar een eventueel verbod op het gebruik van de mobiele telefoon op de fiets. Minister Het onderzoek zal in gang worden gezet AO Wegverkeer en Verkeersveiligheid26-05-2016 De Minister van Infrastructuur en Milieu komt terug op eventuele maatregelen tegen het opvoeren van scooters. Minister Voor het uitvoeren van deze toezegging is overleg met de Minister, RAI en BOVAG nodig.De uitvoering is in gang gezet. AO Luchtvaart en Vliegen boven conflictgebieden01-06-2016 De Staatssecretaris zal de Kamer voor 1 oktober 2016 informeren over de voortgang van de maatregelen om het tekort aan luchtverkeersleiders terug te dringen. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Spitsmijdenprojecten14-06-2016 Na de zomer ontvangt de Kamer informatie over aanpassing van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit administratieve bepalingen inzake wegverkeer (facilitering verkeersonderzoeken en spitsmijdenprojecten) met het oog op verbetering van de borging van privacy. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Spitsmijdenprojecten14-06-2016 Na de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over het terugvor-deren van geld dat is betaald aan deelnemers van spitsmijdenpro-jecten die ten onrechte deelnamen aan spitsmijdenprojecten. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2265 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Milieuraad 14-06-2016 Na verschijning van het Commis-sievoorstel over het non-ETS op 20 juli, zal de Kamer in het BNC-fiche hierover worden geïnformeerd over de mogelijk-heden om een brug te slaan tussen het ETS en de non-ETS-sectoren. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Water16-06-2016 De Minister zal de reactie van de ACM op de kostprijsmodellen van drinkwatertarieven in het najaar van 2016 aan de Kamer zenden. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Water16-06-2016 De Minister zal de Kamer in het najaar van 2016 informeren over het tijdpad van de vervolgge-sprekken over het Friese Front en de Centrale Oestergronden. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. Debat Fyra/nieuwe NS-strategie22-06-2016 De Staatssecretaris zal na de zomer een brief sturen over marktver-kenning. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Spoor (3e termijn)23-06-2016 De Staatssecretaris zal eind 2016 de Kamer een brief sturen over de problematiek rond trillinghinder rond het spoor en welke maatre-gelen zij in dat verband wil treffen. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Openbaar vervoer en OV-chipkaart28-06-2016 In september ontvangt de Kamer informatie over een eventueel vervolg op het experiment single check-in/check-out. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Openbaar vervoer en OV-chipkaart28-06-2016 Voor de begrotingsbehandeling informeert de Staatssecretaris de Kamer over het toetsingskader voor het busvervoer op lange afstand. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Openbaar vervoer en OV-chipkaart28-06-2016 In het najaar informeert de Staatssecretaris de Kamer over de resultaten van overleg met decentrale overheden over fietsparkeren bij stations. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. WGO Wijziging Waterwet en andere wetten (34 436)04-07-2016 De Minister zal bij de water-schappen aandacht vragen voor het model van de Rijnlandse Molenstichting en zal de Kamer over de resultaten van dit overleg informeren in de eerstvolgende waterbrief, voor het WGO Water in het najaar van 2016. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Havens05-07-2016 De Minister zal uiterlijk 1 oktober 2016 de Kamer een reactie sturen op het rapport van de Rli over de mainports. Minister De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Actieagenda Schiphol07-07-2016 De Staatssecretaris zal de Kamer vóór het kerstreces van 2016 een brief sturen over de uitvoer-baarheid van het idee van het lid Elias om meer vliegverkeer via de commerciële banen te leiden. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2266 Bron Toezegging Bewindspersoon Stand van zaken AO Actieagenda Schiphol07-07-2016 De Staatssecretaris zal verifiëren of de luchtvaartmaatschappijen op Schiphol op dit moment al meer geluidsbeperking (reductie van 20% in plaats van 5%) realiseren dan overeengekomen in het «Convenant hinderbeperking en ontwikkeling Schiphol middellange termijn» en zal de Kamer hierover schriftelijk informeren zodra de MER van Schiphol er is. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. AO Actieagenda Schiphol07-07-2016 De Staatssecretaris zal de Kamer voor Prinsjesdag 2016 een brief sturen met haar reactie op het SEO-rapport «Lastenverlichting voor luchtvaartmaatschappijen op Nederlandse luchthavens», waarbij zij tevens zal ingaan op de securitykosten en de selectiviteit. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. AO Actieagenda Schiphol07-07-2016 De Staatssecretaris zal de Kamer per brief informeren over het aantal op Schiphol uitgevoerde nachtvluchten dat niet noodzakelijk is voor de hubfunctie van de luchthaven zodra de MER van Schiphol er is. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd. VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi07-07-2016 De Staatssecretaris zal voor het MIRT-overleg in december een brief aan de Kamer sturen over het plan van verschillende vervoerders over het meer integraal aanbieden van openbaar vervoer in de Randstad, en haar appreciatie daarvan. Staatssecretaris De Kamer zal conform planning worden geïnformeerd. VAO Spoor07-07-2016 De Staatssecretaris zal de Kamer schriftelijk informeren over de verlenging van het chloorcon-venant met AkzoNobel. Staatssecretaris De Kamer zal conform toezegging worden geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2267 BIJLAGE 4 SUBSIDIEOVERZICHT Begrotings- artikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie1 (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie2 (jaartal) Einddatum subsidie3 (regeling) (jaartal) cfm JV cfm definitieve IBA stand 13-6-16 Artikel 11 Integraal Waterbeleid Programma Subsidieprogramma wereldwijd werken met water: Partners voor Water (HGIS) 8.597 1.505 0 0 0 0 0 0 2015 * 2015 16 Subsidieregeling watervei-ligheid in stedelijke delta’s in het buitenland: Partners voor Water (HGIS) 0 8.886 11.311 11.302 11.302 11.302 11.302 0 * 2018 2021 Besluit St. Rioned – Project Kennis-coaches 137 0 331 0 0 0 0 0 2014 * 2011 4 Incidenteel Incidentele subsidies 11.01 Waterkwantiteit 125 50 50 0 0 0 0 0 2014 2019 Incidentele subsidies 11.04 Waterkwaliteit 124 79 60 0 0 0 0 0 2015 2019 Totaal artikel 8.983 10.520 11.752 11.302 11.302 11.302 11.302 0 Artikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling Besluit Besluit financiële bepalingen bodemsanering – Bedrijvenre-geling 10.746 10.000 10.000 8.684 10.000 10.000 10.000 14 2015 2020 2024 5 Regiecollege Waddengebied – Rijksbijdrage secretariaat Regiecollege Waddengebied (RCW) 60 60 60 60 60 60 60 0 2014 2019 6 St. Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem (SKB) – Programma Duurzame Ontwikkeling Ondergrond 2010–2014 350 0 0 0 0 0 0 0 2014 * 2009 NWO – Duurzame dynamiek in de delta 640 0 0 0 0 0 0 0 * 2010 Begroting Klimaatbuffers 348 0 0 0 0 0 0 0 2014 * 2010 St. Bureau Commissie voor de Milieu-Effectrapportage – Programma Commissie MER 2.000 2.000 2.000 0 0 0 0 0 2013 2018 2012 7 Convenant St. Bodemsanering NS (SBNS) – Bodemsanering NS-percelen 4.538 0 0 0 0 0 0 0 2010 * 2015 8 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2268 Begrotings- artikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie1 (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie2 (jaartal) Einddatum subsidie3 (regeling) (jaartal) cfm JV cfm definitieve IBA stand 13-6-16 Incidenteel Landelijk Samenwerkings-verband GBKN – Subsidies Basisregistraties 12.152 6.319 310 0 0 0 0 0 2013 2017 2013 St. Geonovum – Basispro-gramma Geonovum 380 380 380 380 380 380 380 0 2014 2019 2010 9 Beleidsprogramma AAARO: Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp 2013–2016 3.036 616 0 0 0 0 0 0 2014 2016 2012 Incidentele subsidies 13.01 Ruimtelijk Instrumentarium 448 400 0 0 0 0 0 0 2014 2020 Incidentele subsidies 13.02 Gebieden en projecten 74 0 0 0 0 0 0 1 2014 2020 Incidentele subsidies 13.04 Ruimtegebruik Bodem 20 0 0 0 0 0 0 0 2014 2020 Totaal artikel 34.792 19.775 12.750 9.124 10.440 10.440 10.440 15 Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid Regeling Subsidieregeling Veilig Verkeer Nederland 3.619 3.746 3.744 3.744 3.744 3.744 3.744 1 2014 2018 2018 Subsidieregeling SWOV 3.737 3.912 4.020 4.021 4.020 4.020 4.020 1 2014 2018 2018 ubsidieregeling Team Alert 511 497 775 776 776 776 775 1 2015 2019 2018 ubsidieregeling Fietsersbond 576 591 591 591 591 591 591 1 2012 2016 2016 Incidenteel Incidentele subsidies 14.01 Wegvervoer 653 570 585 50 0 0 0 3 2012 2017 Incidentele subsidies 14.02 Veiligheid Wegen 362 477 0 0 0 0 0 2 2012 2017 Totaal artikel 9.458 9.793 9.715 9.182 9.131 9.131 9.130 9 18 Artikel 15 OV-keten Regeling Eenmalige subsidieregeling update software Boordcom-puter taxi 403 0 0 0 0 0 0 3 * 2016 2016 Begroting Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER) – OV-loket 300 371 0 0 0 0 0 0 * 2016 2018 Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER) – Beleidsondersteuning 190 264 0 0 0 0 0 0 * 2016 2018 Incidenteel Incidentele subsidies 15.01 Openbaar Vervoer 143 192 0 0 0 0 0 0 2014 2020 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2269 Begrotings- artikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie1 (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie2 (jaartal) Einddatum subsidie3 (regeling) (jaartal) cfm JV cfm definitieve IBA stand 13-6-16 Totaal artikel 1.036 827 0 0 0 0 0 3 Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor Regeling Subsidieregeling beheersing GSM-R interferentie 1.092 8.625 20.283 0 0 0 0 0 * 2017 2016 Tijdelijke subsidieregeling spoorgoederenvervoer voor bijzondere omleidingskosten 0 2.562 2.400 2.200 2.900 3.000 2.938 0 * 2020 2022 Begroting Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER) – OV-loket 0 0 320 320 320 320 320 0 * 2016 2018 Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER) – Beleidsondersteuning 0 0 238 238 238 238 238 0 * 2016 2018 Convenant 2.220 0 0 0 0 0 0 0 * 2015 2016 t. Bodemsanering NS (SBNS) – Bodemsanering NS-percelen 9.076 9.076 0 0 0 0 0 1 2010 * 2015 8 Incidenteel Incidentele subsidies 16.01 Spoor 0 84 321 321 271 271 271 1 2012 2018 18 Totaal artikel 10.168 20.347 23.562 3.079 3.729 3.829 3.767 2 Artikel 17 Luchtvaart Regeling Bijdrage Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) / Omgevingsraad Schiphol (ORS) 280 369 369 369 369 369 369 1 2013 2017 10 Regeling commissies regionaal overleg burger-luchthavens van nationale betekenis 131 140 140 140 140 140 140 4 * 2017 11 Subsidieregeling KDC (Bijdrage Knowledge Development Centre) 39 40 50 50 50 50 50 1 2010 2017 2017 Regeling Bijdrage onder-werken graanresten 1.958 2.000 0 0 0 0 0 78 2014 2017 2017 Begroting Stichting Leefomgeving Schiphol – Subsidie tweede tranche leefbaarheidsfonds Schiphol 0 5.300 2.900 0 1.000 400 400 0 * 2022 2021 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2270 Begrotings- artikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie1 (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie2 (jaartal) Einddatum subsidie3 (regeling) (jaartal) cfm JV cfm definitieve IBA stand 13-6-16 Incidenteel Incidentele subsidies 17.01 Luchtvaart 15 405 205 200 0 0 0 2 2009–2012 2017 Totaal artikel 2.423 8.254 3.664 759 1.559 959 959 86 Artikel 18 Scheepvaart en havens Regeling Tijdelijke subsidieregeling EICB 2012 0 0 0 0 0 0 0 0 2012 * 2013 Tijdelijke subsidieregeling kennismakingsstages scheepvaart 250 250 250 0 0 0 0 608 2014 2017 2017 Subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 0 200 200 0 0 0 0 0 * 2017 2017 Programma ubsidieprogramma innovaties duurzame binnenvaart 200 0 0 0 0 0 0 4 2015 * 2015 Incidenteel NWO – Subsidie Topsector Logistiek 1.750 4.337 7.775 4.819 3.177 718 0 1 * 2020 2015 Totaal artikel 2.200 4.787 8.225 4.819 3.177 718 0 613 Artikel 19 Klimaat Regeling Rijkscofinancieringsregeling Interreg V 0 533 1.200 0 267 0 0 5 * 2020 2020 Projectstimuleringsregeling Interreg V 913 682 333 0 0 0 0 62 * 2020 2020 Programma Subsidieprogramma Milieu en Technologie (ProMT) 57 0 0 0 0 0 0 0 2015 * 2011 Incidenteel Incidentele subsidies 19.01 Klimaat 4.640 452 0 0 0 0 0 2013 2018 Totaal artikel 5.610 1.667 1.533 0 267 0 0 67 Artikel 20 Lucht en Geluid Regeling Subsidieregeling milieuzo-nering 0 2.200 1.004 0 0 0 0 0 * 2020 2020 12 Programma Subsidieprogramma Euro-6 (taxi’s en bestelwagens) 3.544 0 0 0 0 0 0 2015 * 2014 Subsidieprogramma Euro-VI (trucks en bussen) 0 0 0 0 0 0 0 0 2014 * 2014 Totaal artikel 3.544 2.200 1.004 0 0 0 0 0 Artikel 21 Duurzaamheid Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2271 Begrotings- artikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie1 (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie2 (jaartal) Einddatum subsidie3 (regeling) (jaartal) cfm JV cfm definitieve IBA stand 13-6-16 Besluit St. Milieu Centraal – Programma Duurzaam Consumeren 722 0 0 0 0 0 0 0 2015 * 2013 verige subsidies Besluit Milieusubsidies 550 0 0 0 0 0 0 0 2014 * 2015 Incidenteel Incidentele subsidies 21.05 Duurzame Productketens 272 1.495 621 520 520 520 520 2 2014 2020 17 Incidentele subsidies 21.06 Natuurlijk Kapitaal 88 72 287 359 359 359 359 0 2014 2020 Totaal artikel 1.632 1.567 908 879 879 879 879 2 Artikel 22 Externe veiligheid en risico’s Regeling Subsidieregeling verwijderen asbestdaken 0 10.275 12.278 15.441 17.992 22.095 22.095 0 * 2021 2021 Subsidieregeling versterking omgevingsveiligheid chemiesector 0 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 0 0 * 2021 2021 13 Europese regeling EU-project NANoReg 5.266 1.827 425 0 0 0 0 * 2018 2017 Incidenteel Incidentele subsidies 22.01 Veiligheid Stoffen 380 345 175 175 175 175 175 1 2013 2018 Incidentele subsidies 22.03 Externe veiligheid inrichten en transport 1.007 2.152 490 290 290 290 290 6 2013 2018 Totaal artikel 6.653 16.599 15.368 17.906 20.457 24.560 22.560 7 18 Artikel 97 Algemeen Departement Besluit COVRA N.V. – Onderzoekspro-gramma Eindberging Nucleair Afval (OPERA) 1.167 500 102 122 0 0 0 0 * 2019 2009 Regeling Universiteit van Utrecht – Urban Futures Studio 0 250 250 250 250 250 250 0 * 2021 2021 14 Begroting NWO – Programma Duurzame Logistiek 250 250 250 250 0 0 0 0 * 2018 2014 NWO – Programma Duurzame bereikbaarheid Randstad 0 0 0 0 0 0 0 2014 * 2009 NWO – Programma Smart Urban Regions of the Future (SURF) 750 750 750 750 750 750 0 1 * 2020 2021 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2272 Begrotings- artikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie1 (jaartal) (met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie2 (jaartal) Einddatum subsidie3 (regeling) (jaartal) cfm JV cfm definitieve IBA stand 13-6-16 Incidenteel Incidentele subsidies 97.01 Algemeen Departement 0 80 78 78 255 356 502 0 * 2021 Totaal artikel 2.167 1.830 1.430 1.450 1.255 1.356 752 1 Totaal Hoofdstuk XII 88.666 98.166 90.787 59.205 62.843 63.833 60.308 805 Infrastructuurfonds Regeling Bijdrageregeling opgeviste explosieven 1992 8 8 15 15 15 15 15 1 2016 * 15 Premieregeling opgeviste milieugevaarlijke stoffen 0 0 0 0 0 0 0 0 2016 * 15 Subsidieregeling riolering woonboten 60 560 560 49 0 0 0 85 2010 * 2010 Tijdelijke regeling subsidiëring Vereniging van Oud Medewerkers van de Rijkswaterstaat 85 85 85 0 0 0 0 0 * 2016 2013 Subsidieprogramma ZeehavenInnovatieProject voor duurzaamheid 754 0 0 0 0 0 0 0 * 2016 2014 Begroting St. Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) – Subsidie KNRM: Communicatiemiddelen SAR 130 130 0 0 0 0 0 0 * 2016 2013 Incidenteel Incidentele subsidies IF 6 0 0 0 0 0 0 0 Totaal Infrastructuurfonds 1.043 783 660 64 15 15 15 86 Totaal IenM 89.709 98.949 91.447 59.269 62.858 63.848 60.323 891 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2273 Toelichting1Een * in deze kolom betekent dat een eerder evaluatiemoment op grond van de vigerende regelgeving niet aan de orde is.2Een * in deze kolom betekent dat een volgend evaluatiemoment op grond van de vigerende regelgeving niet aan de orde is.3Bij de subsidies die aangegeven zijn als Incidentele Subsidies is geen einddatum aangegeven. Deze posten betreffen diverse subsidies die conform de Awb artikel 4:23 derde lid, sub d worden verleend. Hieraan ligt derhalve geen subsidieregeling aan ten grondslag; een einddatum is niet aan de orde.4Art. 11 en 12 St. Rioned – Project Kenniscoaches. Deze subsidie is in 2014 geëvalueerd, de evaluatie is echter nog niet gepubliceerd.5Art. 13 Besluit financiële bepalingen bodemsanering – Bedrijvenrege-ling. Aanmeldingen voor subsidieaanvragen moesten uiterlijk 1 januari 2008 zijn gemeld. Nieuwe subsidieaanvragen die niet waren gemeld waren na die datum niet meer mogelijk.6Art. 13 Regiecollege Waddengebied. Dit betreft de jaarlijkse subsidie-verstrekking conform afspraken Regie College Waddengebied Nieuwe Stijl (loopt tot de beëindiging van het Waddenfonds) en de subsidie van de visieontwikkeling ten behoeve van het Noordzee Kanaalgebied.7Art. 13 St. Bureau Commissie voor de Milieueffectrapportage – Programma Commissie MER. De Commissie MER heeft een wettelijke basis in de Wet milieubeheer. Het betreft een structurele exploitatie-subsidie die wordt afgebouwd inverband met overgang naar tarieffinanciering.8Art. 13 en 16 St. Bodemsanering NS – Bodemsanering NS percelen. In 2010 is deze subsidie volgens de voorwaarden uit het convenant geëvalueerd. Het rapport van deze evaluatie, de «Derde Herijking Bodemsanering NS-percelen» is niet gepubliceerd. In maart 2015 hebben de convenantpartners de beëindigingovereenkomst ondertekend gericht op het beëindigen van de werkzaamheden door SBNS per 1 januari 2017. Gezien deze spoedige beëindiging en de jaarlijkse toets door een accountant op SBNS, heeft er geen evaluatie in 2015 plaatsgevonden.9Art. 13 De Stichting Geonovum ontvangt structureel subsidie van IenM om haar basisprogramma te kunnen uitvoeren.10Art. 17 Bijdrage Commissie Regionaal Overleg Luchthaven Schiphol. Deze commissie is verankerd in de Wet luchtvaart, het is een structurele exploitatiesubsidie. De Omgevingsraad Schiphol (ORS) is de rechtsopvolger van de CROS (zie TK 34 098 nr. 3).11Art. 17 Regeling commissies regionaal overleg burgerluchthavens van nationale betekenis. Deze commissies zijn verankerd in de Wet luchtvaart, het zijn structurele exploitatiesubsidies.12Art. 20 Subsidieregeling Milieuzonering. Dit is een nieuwe regeling. De regeling is nog niet gepubliceerd.13Art. 22 Subsidieregeling versterking omgevingsveiligheid chemiesec-tor. Dit is een nieuwe regeling die naar verwachting op 1 oktober 2015 in werking treedt. De regeling is nog niet gepubliceerd.14Art. 97 Universiteit van Utrecht – Urban Futures Studio. Dit is een nieuwe regeling die naar verwachting medio 2016 in werking treedt. De regeling is nog niet gepubliceerd.15IF Bijdrageregeling opgeviste explosieven 1993 en Premieregeling opgeviste milieugevaarlijke stoffen. Deze regelingen zullen worden samengevoegd tot een nieuwe regeling waarbij conform regelgeving een horizonbepaling wordt opgenomen. Het aantal verleningen in Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2274 2015 met betrekking tot de Bijdrageregeling opgeviste explosieven 1993 is nog niet bekend.16.Art.11 Subsidieprogramma Wereldwijd werken met water. De evaluatie wordt in de tweede helft van 2016 gepubliceerd.17.Art. 21 Incidentele subsidies 21.05 Duurzame productketens. Hierbij zijn inbegrepen subsidies aan de Stichting Milieukeur en de Stichting Milieu Centraal. Voor deze subsidies zal een subsidieregeling opgesteld worden.18.Art. 14, 16 en 22. De totalen op deze artikelen voor 2015 wijken af van de begrotingsstaten wegens omzetting van een aantal posten naar een ander begrotingsinstrument, waarbij de omzetting in 2015 om administratieve redenen niet mogelijk was.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2275 BIJLAGE 5 EVALUATIE- EN OVERIG ONDERZOEK Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Waterkwantiteit 11 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Waterkwantiteit 11 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442254 Waterkwantiteit en kwaliteit 11 20201 2021 Waterkwaliteit 11 2015 2015 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2015/11/23/beleidsdoorlichting-beleidsartikel-12-waterkwaliteit Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Effectenonderzoek ex-post evaluatie van enkele onderdelen van de waterwet 11 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–336.html Effectenonderzoek ex-post: evaluatie Waterschapswet verkiezingsstelsel 11 2015 2015 Leefomgevingsbalans (1x per 2 jaar) 11 20142016 http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/2014 Tussentijds evaluatie Bestuursak-koord water 11 2013 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28966–28.html MIRT-onderzoeken in het kader van (de deelprogramma’s van)het Deltaprogramma gericht op voorstellen van het Deltapro-gramma in 2014 voor de Deltabeslissingen(hebben betrekking op de waterveiligheid, zoetwaterstra-tegie, peilbeheer Ijsselmeer-gebied, Rijn-Maasdelta en ruimtelijke adaptatie). 11 2009 2014 http://www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma/inhoud/publicaties ¾ Evaluatie Ruimte voor de Rivier 11 2012 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-216364.html Evaluatie Deltawet (experimen-teerartikel in 2021/2) 11 2016 2016 Diverse voortgangsrapportages in het kader van de «Regeling grote projecten», oa HWBP2,Ruimte voor de rivier en Maaswerken 11 2012 Einde project https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26399–13.htmlhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/32698/kst-32698–13?resultIndex=1&sorttype= 1&sortorder=4ttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/30080ttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-18106–221.html Evaluatie structuurvisie WaddenzeeConform 11 2015 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29684–112.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2276 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s CPB: MKBA waterveiligheid IJsselmeergebied 11 2010 2013 http://www.cpb.nl/publicatie/economisch-optimale-waterveiligheid-het-ijsselmeergebied MKBA bij ontwerp RGV 11 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33531–2.html Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Ex ante evaluatie SGBP’s 11 2016 http://www.pbl.nl/publicaties/waterkwaliteit-nu-en-in-de-toekomst Nader onderzoek Windenergie op Zee-aanvulling Hollandse Kust 11 2015 2016 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2015/04/23/aanbieden-van-de-notitie-reikwijdte-en-detailniveau-aanvulling-gebied-hollandse-kust DeltaprogrammaOntwerp Nationaal Waterplan 2016–2021Onder andere: overstromingsrisi-cobeheersplannen 11 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31710–35.html Onderzoeken mbt totstandkoming omgevingswet 11 http://www.omgevingswetportaal.nl/publicaties/publicaties-eenvoudig-beter PBL: Leefomgevingsbalans (1x per 2 jaar) 11 20142016 http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/2014 Actualisatie initiële beoordeling KRM: beoordeling het bereiken van de goede milieutoestand en daarbij behorende doelen in 2020 n.a.v. het treffen van maatregelen in het kader van bestaand en voorgenomen beleid 11 2018 Voortgangsrapportage uitvoering Programma van Maatregelen KRM, cf. art.8 11 2017 2018 Evaluatie doelmatigheid drinkwatervoorziening (evaluatie van hoofdstuk 5 vd drinkwaterwet ogv art 60 vd drinkwaterwet) 11 2015 of 2016 2016 Evaluatieonderzoek of de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer voldoende zijn opgevolgd (Gewijzigde motie van de leden Smaling en Jacobi TK 33 450 nr 40). 11 2016 2016 Overig onderzoek Policy dialoque naar aanleiding van OESO onderzoek gericht op toekomstige opgaven in het waterbeheer 11 2013 2014 http://www.oecd.org/env/watergovernanceprogramme.htmhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28966–27.htmlhttp://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2014/03/17/schultz-oeso-rapport-bevestigt-noodzaak-wake-up-call-waterrisico-s.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2277 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Jaarlijkse voortgangsrapportage waterbeleid in Nederland 2014 (Water in Beeld) 11 Jaarlijks https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–317.html Periodieke toetsing van primaire waterkeringen:ILT:Rapportage Derde toets primaire waterkeringen; Lande-lijke toets 2006–2011ILT:Rapportage verlengde derde toetsing 11 20112014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31710–22.htmlhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31710–26.htmlhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31710–32.html Toetsing van de Basiskustlijn (kustlijnkaartenboek) 11 Jaarlijks http://www.rijkswaterstaat.nl/water/veiligheid/bescherming_tegen_het_water/veiligheidsmaatregelen/kustlijnzorg/kustlijnkaarten/ Verkenning van de veiligheid in Nederland fase 2 11 2006 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–335.html 5-jaarlijkse evaluatie activiteiten Schelde estuarium conform verdrag met Vlaanderen inzake samenwerken beleid en beheer 11 2012 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30862–95.html Nader onderzoek naar de doorwerking van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening voor het Waddengebied 11 2015 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29684–121.html PBL: Monitor SVIR 111314 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32660–60.htmlhttp://www.compendiumvoorde leefomgeving.nl/onderwerpen/nl0041-Monitor-Infrastructuur-en-Ruimte.html?i=40 De kwaliteit van het drinkwater in Nederland 2012 (jaarlijkse ILT rapportage) 11 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–313.html De kwaliteit van het drinkwater in Nederland 2013. 11 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–333.html Policy dialoque n.a.v. OESO onderzoek gericht op toekomstige opgaven in het waterbeheer 11 2013 2014 http://www.oecd.org/env/watergovernanceprogramme.htmhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28966–27.html Midterm review beleidsnota drinkwater 11 2017 2017 Eindrapport visitatiecommissie Waterketen 11 2013 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28966–28.html EC evaluatie over toestand zwemwater (jaarlijks) 11 Jaarlijks https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–290.html RIVM beleidsevaluatie legionella-preventie 11 2015 2016 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–316.html p. 48) Evaluatie nieuwe regelgeving voor badinrichtingen 11 2016 2019 http://www.internetconsultatie.nl/zwembaden RIVM: bescherming drinkwater-bronnen in het nationaal beleid 11 2013 http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2013/april/Bescherming_ drinkwaterbronnen_in_het_natio-naal_beleid Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2278 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats ILT: bedrijfsvergelijking in de drinkwatersector(benchmark 2012–2013) 11 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-277498.html ILT: Jaarevaluatie drinkwaterta-rieven(jaarlijks) 11 20132015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27625–309.html PBL: Monitor SVIR 11 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32660–60.html 2015 2016 http://www.compendiumvoorde leefomgeving.nl/onderwerpen/nl0041-Monitor-Infrastructuur-en-Ruimte.html?i=40 Ex-ante evaluatie van de ontwerp stroomgebiedbeheersplannen door PBL 12 2015 2016 Beleidsverkenning Toekomstige rol en ambitie Rijk en Regio voor het Waddengebied 11 2016 2016 Ruimtelijke ontwikkeling 13 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Ruimtelijke ontwikkeling 13 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442256 Ruimtelijke ontwikkeling 13 2019 2020 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Leefomgevingsbalans PBL (1x per 2 jaar) 13 20132015 20142016 http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/2014 Evaluatie Basisregistratie Gebouwen 13 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33926–1.html Evaluatie Besluit en regeling financiele bepalingen bodemsa-nering 13 2015 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30015–52.html Evaluatie structuurvisie derde nota Waddenzee 13 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-665763 Eindevaluatie sleutelprojecten 13 2020 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–8.html Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s KEA SMASH 13 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32660–57.html MKBA Zandhonger Oosterschelde 13 2012 2013 http://www.rijkswaterstaat.nl/water/plannen_en_projecten/vaarwegen/oosterschelde/oosterschelde_zandhonger/ Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2279 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats MKEA/MKBA Haalbaarheidsstudie 12-mijlszone 13 2013 2013 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/27/quickscan-haalbaarheidsstudie-windparken-binnen-12-mijlszone.html MKBA Structuurvisie Ondergrond 13 2013 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bodem-en-ondergrond/ruimtelijke-ordening-ondergrond Actualisatie KBA Inspire 13 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-749616 Kansrijk mobiliteitsbeleid 13141718 http://www.cpb.nl/publicatie/kansrijk-mobiliteitsbeleid Overig onderzoek Structuurvisies 13 http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen?tabFilter=VISIE PBL: Monitor SVIR 13 20132015 20142016 http://www.compendiumvoorde leefomgeving.nl/onderwerpen/nl0041-Monitor-Infrastructuur-en-Ruimte.html?i=40 Inspire monitor EU 13 2011 2017 http://inspire.jrc.ec.europa.eu/index.cfm/pageid/182 Ex-durante Evaluatie AMvB Ruimte 1e tranche 13 2017 Ex-durante evaluatie Wet voorkeursrecht gemeenten 13 2015 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27581–53.html Evaluatie ladder voor duurzame verstedelijking 13 2013 2014 http://www.pbl.nl/publicaties/infrastructuur-en-verstedelijking-kennis-en-beleid-voor-een-betere-afstemminghttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–8.html Uitvoeringsmonitor SVIR 13 jaarlijks http://www.pbl.nl/publicaties/2012/monitor-infrastructuur-en-ruimte-2012-nulmeting Plan MER Structuurvisie Ondergrond 13 2013 2015 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bodem-en-ondergrond/structuurvisie-ondergrond Heroverweging bodem(sanerings-)beleid 13 2013 2014/2015 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bodem-en-ondergrond/ruimtelijke-ordening-ondergrond Voortgangsrapportage Groot Project RRAAM 13 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31089–109.html Ex-durante evaluatie SVIR 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32660–66.html Wegen en Verkeersveiligheid 14 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Wegen en verkeersveiligheid 14 2016 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2280 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Verslag over de wijze waarop Tracéwet is toegepast 14 2013 2015 http://mirt2015.mirtprojectenoverzicht.nl/ financien/bijlage_2_vgr/index.aspxhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33750-A-69.html Verslag over de wijze waarop de Tracéwet is toegepast (incl. infrastructuurfonds art 12) 14 2015 2016 http://mirt2016.mirtoverzicht.nl/mirt_overzicht_2016/mirt_overzicht_2016/https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2016Z06928&did= 2016D14275 Rijgeschiktheid langdurig gebruik Cat. III medicijnen 14 2015 2017 Voortgang Beter Benutten 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34000-A-15 Monitoring en evaluatie «beter benutten» 14, 15 en 16 2012 jaarlijks https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-264684.html Beter Benutten 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-763135 ARK rapport instandhouding hoofdwegennet 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34000-A-8.html Effectonderzoek Wet Rijonderricht motorrijtuigen 14 2012 2013 http://wetten.overheid.nl/BWBR0024674/geldigheidsdatum_24-07-2013 Evaluatie meerjarenprogramma Geluidsanering 14 2016 2016 Evaluatie aantal doden en gewonden in het verkeer 14 jaarlijks https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29398–463.html NMCA 14 Twee-jaarlijks vanaf 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-264683 Wettelijke evaluatie RDW 14 2017 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid MKBA MIRT Projectenboek Jaarlijks bij begroting Uitkomsten bestuurlijke overleggen MIRT https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34000-A-15 Inventarisatie KBAs transportinfra-structuur 2001–2014 2015 http://www.syconomy.nl/Inventarisatie_MKBAs_def.pdf Investeren in Infrastructuur 141618 2016 http://www.cpb.nl/publicatie/investeren-in-infrastructuur Toekomstverkenning welvaart en leefomgeving cahier mobiliteit 14161718 2016 http://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/bijlagen/cpb-pbl-boek-19-wlo-2015-mobiliteit.pdf Overig onderzoek Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2281 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Mobiliteitsbeeld 2014 14161718 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31305–211.html Alcoholslotprogramma 14 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29398–430.html ILT: Staat van de veiligheid in de leefomgeving en transport 2014 141617 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28089–28.html Publieksrapportage rijkswegennet 2014 14 Elke 4 maanden https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34000-A-56.html Openbaar vervoer en Spoor 16 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Spoor 16 2018 2018 Openbaar vervoer 16 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442259 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Parlementair onderzoek onderhoud en innovatie spoor 16 2011 2012 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32707–27.html Evaluatie HSL-Zuid groot project status IF artikel 17 16 Kamerstukken II, 22 026 Evaluatie sociale veiligheid OV 16 2014 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28642–60.html Evaluatie taxiwet 16 2014 2015 http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2015/05/05/evaluatie-taxiwet.html Evaluatie boordcomputer taxi 16 2015 2016 Ruimte voor de fiets 16 3jaarlijkse monitoring https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29984–317.html Evaluatie dubbeltariefsysteem taxi 16 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31521–72.html OV-klantenbarometer 16 2013 2013 http://www.ovklantenbarometer.nl/ Eindrapport «Krachten bundelen voor toekomstvast doelgroepen-vervoer en OV» 16 2013 2013 ttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25847–117.html Benchmark gebruiksvergoeding spoorgoederenvervoer 16 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-579106 Beleidsevaluatie maximum tarieven taxivervoer 16 2015 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-772802 Evaluatie aanlegprojecten spoor 16 2017 2025 Evaluatie beheer en onderhoud spoor 16 2017 2015 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2282 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ex-ante onderzoek naar doeltrefffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s ERTMS (voorkeursbeslissing) 16 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33652–14.html PHS (voorkeursbeslissing) 16 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32404–74.html Overig onderzoek ERTMS groot project 16 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33652–4.html Evaluatie spoorwetgeving 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31987–10.html LTSA-1 16 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29984–384.html LTSA-2 16+15 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29984–474.html Jaarlijkse evaluatie one stop shop op corridors Rotterdam-Genua en Rotterdam-Lyon 16 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-33-508.html Staat van de veiligheid in de leefomgeving en transport 16 jaarlijks https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-478750 MER Evaluatie Betuweroute Aspect Sociaal 16 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-239593.html Impact analyse EU DG Transport 16 2012 2013 http://ec.europa.eu/transport/facts-fundings/evaluations/index_en.htm Jaarverslag van de Nederlandse Autoriteit voor spoorveiligheid 16 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29893–156.html Ruimte voor de fiets 15 3 jaarlijkse monitoring http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/fiets/meer-fietsenstallingen-bij-stations OV-klantenbarometer 16 2014 2014 http://www.crow.nl/vakgebieden/verkeer-en-vervoer/bibliotheek/kennisdocumenten/resultaten-onderzoek-ov-klantenbarometer-2014 Eindrapport «Krachten bundelen voor toekomstvast doelgroepen-vervoer en OV» 16 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-239777 Mobiliteitsbeeld 2014 16 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31305–211.html Luchtvaart 17 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Beleidsdoorlich-tingen Luchtvaart 17 2018 2019 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2283 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Luchtvaart (GIS) 17 2012 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26959–140.html Jaarverslagen Alderstafel en evaluatie 17 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29665–214.html Evaluatie regeling versneld onderwerken graanresten 17 2016 2016 Evaluatie Schipholbeleid 17 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29665–211.html Evaluatie gebruiksprognose Schiphol en safety 17 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31936–263.html Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s KEA SMASH 13 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32660–57.html Actualisatie quick scan MKBA Schiphol en Lelystad Airport Middellange termijn 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-342891 Luchthavenbesluit Twente 17 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31936–198.html Luchthavenbesluit LelystadQuick Scan Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse 17 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31936–264.html Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Bekostiging luchtverkeersleiding https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31936–258.html Overig onderzoek Uitvoeringsagenda Lucht-vaartnota 17 2014 2015 Wettelijke ZBO evaluatie functioneren LVNL 17 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30398–1.html Externe veiligheid 17 2013 http://easa.europa.eu/language/nl/home.php Beleidsagenda luchtvaartvei-ligheid 17 2015 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112–2063.html Evaluatie subsidie Knowledge & Development Center (KDC) 17 2017 2017 Een luchtvaartstrategie voor Europa 17 2016 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112–2062.html Scheepvaart en havens 18 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Scheepvaart en havens 18 2015 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2284 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Evaluatie Loodsenwet/toezicht ACM 18 2013 2013 https://www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/11402/Autoriteit-Consument-en-Markt-verlaagt-vergoeding-vermogenskosten-Loodswezen/ Evaluatie zeevaartbeleid 2008–2013 18 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31409–67 Evaluatie van fiscaal maritiem beleid met Financiën 18 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-381165 Evaluatie subsidieregeling Zeehaveninnovatieproject IF artikel 15 18 2014 2015 Evaluatie Quick wins binnen-havens IF artikel 15 18 2016 2017 Evaluatie Project Mainport Rotterdam (evaluatie status groot project) IF artikel 17 18 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24691–119.html Actualisatie MKBA IDVV programma 2014 2015 http://www.beterbenuttenvaarwegen.nl/Rapporten+en+publicaties/RP+Eindrapporten/default.aspx Ex-ante onderzoeken naar doeltref-fendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s KBA Volkeraksluizen(voorkeursbeslissing) 18 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33400-A-53.html Capaciteitsuitbreiding Ligplaatsen IJssel, onderdeel Boven-IJssel (voorkeursbeslissing) 18 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33750-A-5.html KBA Twentekanalen(voorkeursbeslissing) 18 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33750-A-56.html Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Totaaloverzicht Beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, vaarwegen en water 2015 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-413631 Toelichting programma IDVV: De Nederlandse vaarwegen beter benut 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33750-A-61 Versterking marktstructuur binnenvaart 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31409–79.html Rijksbrede maritieme strategie 2015–2025 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31409–70.html Overig onderzoek Beveiliging door moedwillige verstoring – audit EC 18 2012 2012 Vertrouwelijk Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2285 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Onderzoek naar de concurrentie-verhoudingen tussen de zeehavens in Duitsland, Frankrijk, Nederland, Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk 18 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29862–24.html Havenstaatcontrole 2013 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31409–66.html Klimaat 19 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen klimaat 2018 2018 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid IBO kostenefficiëntie CO2-reductiemaatregelen 2015 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32813–122.html Hernieuwbare energie: evaluatie Europese richtlijn (EZ) EZ http://ec.europa.eu/energy/studies/index_en.htm Lokale klimaatinitiatieven 19 2013 2015 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2015/06/29/evaluatie-lokale-klimaatagenda-2011–2014/evaluatie-lokale-klimaatagenda-2011–2014.pdf SER energieakkoord (EZ) EZ 2016 2016 ECN: Evaluatie Besluit Emissie-eisen middelgrote stookinstal-laties 19 2012 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-231228.html Kabinetsreactie op parlementair onderzoek naar klimaat 19 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33193–7.html MIA/VAMIL 19 2013 ttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33752–5.html CDM 19 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-346237.html Energie Prestatie Keuringsysteem (EPK) 19 2016 2016 Ex-ante onderzoeken naar doeltref-fendheid en doelmatigheid van beleid – PBL 19 2015 2015 http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/150902 Quickscan_Emissiereductie2020_ final.pdf Toekomstverkenning welvaart en leefomgeving cahier klimaat en energie 19 2015 http://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/bijlagen/cpb-pbl-boek-19-wlo-2015-klimaat-en-energie.pdf Overig onderzoek Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2286 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Voortgang klimaatbeleid in de balans voor de leefomgeving 19 2 jaarlijks https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31253–32.html Agentschapsevaluatie NEa 19 2013 2015 kio3,0 KIM: Beleidsopties voor vermin-dering van de CO2-uitstoot van het wegverkeer deel 1 en 2. 19 2013 http://www.kimnet.nl/publicatie/beleidsopties-voor-vermindering-van-de-co2-uitstoot-van-het-wegverkeer ECN/CE Delft/TNO: Scenarios for energy carriers in the transport sector 19 2014 http://www.energieakkoordser.nl/nieuws/brandstofvisie.aspx TNO/CE Delft/ECN: Verzamelde kennisnotities ten behoeve van de visie duurzame brandstoffenmix 19 2014 http://www.energieakkoordser.nl/nieuws/brandstofvisie.aspx Stratelligence: Kosten en effecten van de actie-agenda: inschatting van de potentie 19 2015 http://www.energieakkoordser.nl/nieuws/2015/ministerraad-duurzame-brandstofvisie.aspx CE Delft/TNO/ECN: CO2-reductie door gedragsverandering in de verkeerssector 19 2014 http://www.cvs-congres.nl/cvspdfdocs_2015/cvs15_046.pdf Tussenevaluatie Potential benefits of Triple A tyres in the Nether-lands 19 20162018 20162018 PBL: Stimuleren van elektrisch rijden 19 2016 http://www.pbl.nl/publicaties/stimuleren-van-elektrisch-rijden-effect-van-enkele-beleidsprikkels PBL: Effecten van autodelen op mobilteit en CO2-uitstoot 19 2016 http://www.pbl.nl/publicaties/effecten-van-autodelen-op-mobiliteit-en-co2-uitstoot Geluid 20 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Geluid 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–17.html Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Allocatie budgetten Swung I 20 2012 2018 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid – Swung 1 en Meerjarenprogram-mering geluidsanering 2018 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32252–56.html Lucht 20 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Nationaal samenwerkingspro-gramma luchtkwaliteit 20182 2019 Schuift op i.v.m. verlenging NSL Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2287 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Rapportage Euro VI subsidiere-geling ongebruikte vrachtwagens en bussen 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-363446 Rapportage Euro VI subsidiere-geling emissiearme taxi’s en bestelwagens 2015 2015 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid KIM: De lucht klaren. Over de relatie tussen verkeer, luchtkwa-liteit en gezondheid en mogelijke aangrijpingspunten voor beleid. 2014 2015 http://www.kimnet.nl Overig onderzoek Jaarlijks monitoringrapport NSL 20 jaarlijks https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30175-E.html Jaarlijkse onderzoeken naar mogelijke knelpunten NSL http://www.rijkswaterstaat.nl/wegen/wegbeheer/natuur-en-milieu/luchtkwaliteit/nationaal-samenwerkingsprogramma-luchtkwaliteit/documenten.aspx Duurzaamheid 21 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Duurzaamheid 21 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442260 Duurzaamheid 21 2019 2020 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid De Regeling groenprojecten periode 2010–2016 zal in 2017 worden geëvalueerd 21 2017 2018 aangekondigd in brief aan TK 30 196 nr.399 MIA/VAMIL 21 2017 2018 Genoemd in brief aan TK33 752 van stas FIN van 17 sept. 2013 Het programma Van Afval Naar Grondstof 21 2017 2018 Uit 1ste vrtg brief aan de TK Evaluatie instrument duurzaam inkopen 21 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-290001.html Evaluatie ketenaanpak 21 2013 2013 http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/duurzaam_produceren/ketenaanpak/nieuws-ketenaanpak/ Voortgangsrapportage programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) 21 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33043–41.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2288 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Evaluatie of de voordelen van covergisting opwegen tegen de nadelen (EZ en IenM) 21 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33037–152.html Evaluatie Activiteitenbesluit milieubeheer mbt landbouwactivi-teiten 21 2015 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29383–237.html Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Ex-ante-evaluatie ontwikkelings-richtingen mestbeleid op realisatie milieudoelen voor de veehouderij 21 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-281083.html Evaluatie Green Deals 21 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-264765.html Ex-ante evaluatie Circulaire economie (inclusief consumenten-beleid en Van Afval naar Grondstof (VANG)) 21 2013 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-234688.html Evaluatie LAP 1 en 2 21 2014 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-342379 Een verkennend onderzoek naar de haalbaarheid en wenselijkheid van doelstellingen met betrekking tot recycling en preventie van huishoudelijk afval 21 2016 http://www.cpb.nl/publicatie/verkennend-onderzoek-recycling-preventie-huishoudelijk-afval Overig onderzoek Voortgangsrapportage uitvoering Landelijk Afval Plan 21 – - 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30872–161.html National ecosystem assessmentPBL Quick Scan Hoofdlijnennotitie 21 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-252785.html PBL ea:monitor duurzaam Nederland 21 2014 http://www.pbl.nl/publicaties/2011/monitor-duurzaam-nederland-2011 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s 22 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Omgevingsveiligheid en milieurisico’s 22 2018 2018 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatie GGO-beleid 2000–2013 22 2014 2016 Evaluatie TNS regeling 22 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28663–62.html Voortgangsrapportage op grond van biocideverordening 22 2014 2020 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2289 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA Actualisatie MKBA asbestdaken 22 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-514238 – Overig onderzoek Derde vijfjaarlijkse evaluatie resultaten beleid prioritaire stoffen 22 2016 2016 Tweede tussentijdse evaluatie-doelstelling vernieuwing stoffenbeleid (REACH/SOMS)Gevolgen voor MKB Reach 22 2013 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-210976https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-08-548.html Tussentijdse evaluatie omgaan met risico’s van nanotechnologie 22 2015 2016 Vierjaarlijkse wettelijke evaluatie Commissie Genetische Modifi-catieBeleidsnota Biotechnologie; Brief regering; Aanbieding COGEM Trendanalyse Biotechnologie 2016 22 2015 2016 Evaluatie VTH, inclusief BRZO-OD structuur 22 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-573158.html Evaluatie TNS regeling 22 2014 2015 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-478157.html Meteorologie, seismologie en aardobservatie 23 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Meteorologie, seismologie en aardobservatie 23 2018 2019 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatie Agentschap KNMI 2014 2015 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/12/18/doorlichting-knmi Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid – Overig onderzoek Verkenning toekomst KNMI en heroverweging wet KNMI 23 2013 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32379–8.html Evaluatie wet taken metereologie en seismologie 23 2018 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33802–3.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2290 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Belang Eurometsat satellieten voor KNMI 23 2012 http://www.knmi.nl/cms/content/95298/nieuwe_serie_meteosat-weersatellieten Handhaving en Toezicht 24 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlich-tingen Handhaving en toezicht (keuzes die in het handhavings- en toezichtbeleid door de ILT kunnen worden gemaakt). 24 2018 2019 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatie agentschap ILT 24 2014 2016 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Meerjarenplan 2015–2019 ILT 14161724 2013 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-480938 Meerjarenplan 2016–2020 ILT 2015 2016 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-771829 Overig onderzoek – 1 De eindevaluatie van Bestuurs Akkoord Water vindt in 2020 plaats. De beleidsdoorlichting vindt aansluitend plaats.2 De beleidsdoorlichting Luchtkwaliteit (artikel 20) vindt plaats na afronding van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is verlengd tot de beoogde datum van invoering van de omgevingswet (2018).ToelichtingBij MIRT projecten en de te nemen voorkeursbeslissingen ligt altijd een MKBA ten grondslag. Deze wordt bij de voorkeursbeslissing openbaar. Over de voortgang van de besluitvorming over MIRT projecten wordt de Tweede Kamer ieder half jaar geïnformeerd via een rapportage.KIM publiceert zijn werkprogramma en rapporten op http://www.kimnet.nlPBL publiceert zijn werkprogramma en onderzoeken op de site http://www.pbl.nlILT publiceert haar rapporten op http://ilent.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2291 BIJLAGE 6 OVERZICHTSCONSTRUCTIE MILIEU In de ministerraad van 24 augustus 2001 is besloten om vanaf de begroting 2003 een Overzichtsconstructie Milieu op te nemen als vervanging van het Milieuprogramma. Dit is een overzicht waarin informatie bijeen wordt gebracht van (onderdelen van) beleidsartikelen van verschillende begrotingen met een milieudoelstelling. In de overzichtsconstructie zijn operationele doelen uit beleidsartikelen van de verschillende departementen opgenomen.De overzichtsconstructie heeft een informerende functie voor de Staten-Generaal. Op deze wijze wordt het integrale overheidsbeleid op een beleidsterrein zichtbaar gemaakt in één begroting, ook al wordt het beleid door meerdere ministers ontwikkeld en/of uitgevoerd. De individuele ministeriële verantwoordelijkheid blijft daarbij gehandhaafd.De Overzichtsconstructie Milieu is opgezet volgens de vigerende Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften. Er wordt een overzicht gegeven van alle met milieubeleid in verband staande artikelen en onderdelen bij IenM en andere ministeries. Begrotingsprestaties en -bedragen zijn niet in de overzichtsconstructie opgenomen; in de begrotingen van de ministeries kan de precieze invulling van het operationele doel worden terugge-vonden.De Overzichtsconstructie Milieu kent primair een thematische indeling waarbij is uitgegaan van de kerntaken van het milieubeleid bij het Ministerie van IenM:1.Klimaatverandering en luchtkwaliteit2.Duurzaam produceren3.Verminderen van risico’s van stoffen, straling en GGO’s4.Versterken van het internationale milieubeleid5.LeefomgevingskwaliteitAangezien een artikelonderdeel kan bijdragen aan meerdere taken, komen sommige onderdelen in de overzichtsconstructie op meerdere plaatsen voor. De overzichtsconstructie bevat geen andere informatie dan in de individuele begrotingen is terug te vinden.Niet alle ministeries hebben specifieke beleidsdoelstellingen op milieu-gebied of de milieubijdrage is niet expliciet ondergebracht in een artikelonderdeel:–III Algemene Zaken (AZ)Algemene Zaken heeft geen specifieke beleidsdoelstellingen op het milieugebied en ook geen milieu-uitgaven.–VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor het beleid en de kaders op het terrein van de bedrijfsvoering van de rijksdienst. Dit betreft onder meer duurzame faciliteiten, duurzame huisvesting en ICT, duurzame mobiliteit en duurzaam inkopen. De uitgaven hiervoor maken onderdeel uit van de begrotingen van departe-menten zelf.Gemeenten en provincies ontvangen van het Rijk verschillende bijdragen voor milieu. Deels staan die uitgaven op de betreffende departementale begrotingen (specifieke uitkering) en deels maken zij onderdeel uit van het Gemeente- (B) en/of het Provinciefonds (C) (algemene uitkering, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2292 integratie- of decentralisatie-uitkering). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is beheerder van beide fondsen; de Staatsse-cretaris van Financiën is medefondsbeheerder.–VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)OCW heeft geen taken en specifieke doelen ten aanzien van milieubeleid. OCW oormerkt geen subsidies of begrotingsbedragen aan milieubeleid.–IX Financiën (Fin)Financiën heeft geen specifieke beleidsdoelstellingen op het milieugebied en ook geen significante milieu-uitgaven.Voor de volledigheid is voor de fiscale ontvangsten uit de diverse vergroeningsmaatregelen wel een verwijzing in de overzichtsconstructie opgenomen naar het desbetreffende belastinguitgavenoverzicht in bijlage 6 en het belastingontvangstenoverzicht in bijlage 2 van de Miljoenennota. Er mag overigens geen relatie gelegd worden tussen fiscale ontvangsten en milieu-uitgaven; milieugerelateerde fiscale ontvangsten zijn uit hun aard niet geoormerkt voor milieu-uitgaven.–X Defensie (Def)Defensie heeft in de Ontwerpbegroting voor 2017 geoormerkte uitgaven voor energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur (artikel 6). Daarnaast heeft Defensie niet zichtbare milieu-uitgaven in investerings- en exploitatiebudgetten. Deze niet zichtbare uitgaven betreffen onder andere de (meer)kosten voor inkoop van groene stroom, meerkosten voor duurzaam bouwen en energie-efficiënte apparaten en voertuigen, het bodemsaneringsprogramma en energiebesparende maatregelen op militaire kampementen.Taak 1: Klimaatverandering en luchtkwaliteit Hoofdstuk Ministerie Artikel Artikelon-derdeel Naam artikel(onderdeel) X Def 6 Investeringen krijgsmacht XII IenM 14 14.01 Netwerk XII IenM 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenM 17 17.01 Luchtvaart XII IenM 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenM 19 19.01 Tegengaan klimaatverandering XII IenM 20 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidshinder XII IenM 23 23.01 Meteorologie en seismologie XII IenM 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenM 26 Bijdrage investeringsfondsen XIII EZ 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening XIII EZ 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens XVIII WenR 2 2.1 Energie en bouwkwaliteit Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastingontvangsten in bijlage 2 van de Miljoenennota Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastinguitgaven in bijlage 6 van de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2293 Taak 2: Duurzaam produceren Hoofdstuk Ministerie Artikel Artikelon-derdeel Naam artikel(onderdeel) XII IenM 11 11.04 Waterkwaliteit XII IenM 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenM 21 21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium XII IenM 21 21.05 Duurzame Productketens XII IenM 21 21.06 Natuurlijk kapitaal XII IenM 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenM 26 Bijdrage investeringsfondsen XIII EZ 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens XIII EZ 8 Natuur XVII BHOS 2 2.2 Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastinguitgaven in bijlage 6 van de MiljoenennotaTaak 3: Verminderen van risico’s van stoffen, straling en GGO’s Hoofdstuk Ministerie Artikel Artikelon-derdeel Naam artikel(onderdeel) VI VenJ 36 36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding XII IenM 17 17.01 Luchtvaart XII IenM 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenM 22 22.01 Veiligheid chemische stoffen XII IenM 22 22.02 Veiligheid biotechnologie XII IenM 22 22.03 Veiligheid bedrijven en transport XII IenM 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenM 26 Bijdrage investeringsfondsen XIII EZ 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens XV SZW 1 Subsidies, bekostiging en opdrachten XV SZW 6 Inkomensoverdrachten Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastingontvangsten in bijlage 2 van de Miljoenennota Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastinguitgaven in bijlage 6 van de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2294 Taak 4: Versterken van het internationale milieubeleid Hoofdstuk Ministerie Artikel Artikelon-derdeel Naam artikel(onderdeel) V BZ 1 1.1 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak V BZ 2 2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband V BZ 3 3.1 Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt V BZ 3 3.2 Een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio’s, incl. ontwikkelingslanden V BZ 3 3.3 Een hechtere Europese waardengemeenschap XII IenM 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenM 17 17.01 Luchtvaart XII IenM 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenM 19 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samen-werking XII IenM 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenM 26 Bijdrage investeringsfondsen XIII EZ 2 Bedrijvenbeleid: innovatief & duurzaam onder-nemen XIII EZ 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens XIII EZ 8 Natuur XVI VWS 1 1.1 Gezondheidsbescherming XVI VWS 6 6.1 Passend sport- en beweegaanbod XVI VWS 10 Gezondheidsraad XVII BHOS 2 2.1 Toename van voedselzekerheid XVII BHOS 1 1.3 Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden XVII BHOS 2 2.2 Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie XVII BHOS 2 2.3 Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering XVIII WenR 2 2.1 Energie en bouwkwaliteit Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastinguitgaven in bijlage 6 van de MiljoenennotaTaak 5: Leeofmgevingskwaliteit Hoofdstuk Ministerie Artikel Artikelon-derdeel Naam artikel(onderdeel) XII IenM 11 11.04 Waterkwaliteit XII IenM 13 13.01 Ruimtelijk Instrumentarium XII IenM 13 13.04 Ruimtegebruik bodem XII IenM 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenM 17 17.01 Luchtvaart XII IenM 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenM 20 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidshinder XII IenM 26 Bijdrage investeringsfondsen XIII EZ 8 Natuur XVII BHOS 2 2.2 Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie XVIII WenR 2 2.3 Kwaliteit woonomgeving Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastinguitgaven in bijlage 6 van de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2295 BIJLAGE 7 AFKORTINGENLIJST A. AAARO Actieagenda Architectuur en Ruimtelijke Ontwerp AAS Amsterdam Airport Schiphol ABS Absolute waarde ACM Autoriteit Consument & Markt AMvB Algemene Maatregel van Bestuur ANVS Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming AO Algemeen Overleg APK Algemene Periodieke Keuring AR Algemene Rekenkamer ATB-V Arbeidstijdenbesluit Vervoer AWACS Airbone Warning And Control Station AWB Algemene Wet Bestuursrecht AZ Ministerie van Algemene Zaken B. BAG Basisregistraties Adressen en Gebouwen BAW Bestuursakkoord Water BBP Bruto Binnenlands Product BDU Brede Doeluitkering BES Bonaire, Sint Eustatius en Saba Bevb Besluit externe veiligheid buisleidingen Bevi Besluit externe veiligheidinrichtingen Bevt Besluit externe veiligheid transportroutes BGT Basisregistratie Grootschalige Topografie BIRK Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit BNP Bruto Nationaal Product BOA Beleidsondersteuning en Advies BRG Bestaand Rotterdams Gebied BRK Basisregistratie Kadaster BRT Basisregistratie Topografie BRZO Besluit Risico’s Zware Ongevallen BSV Bureau Sanering Verkeerslawaai BZ Ministerie van Buitenlandse Zaken BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties C. CACC Climate and Clean Air Coalition CBR Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CCR Centrale Commissie voor de Rijnvaart CDM Clean Development Mechanism Chw Crisis- en herstelwet CLH Classification and Labelling Harmonisation CLRTAP Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution CLSK Commando Luchtstrijdkrachten CO2 Koolstofdioxide COGEM Commissie Genetische Modificatie CPB Centraal Planbureau CROS Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol CROW/KpVV CROW Kennisplatform Verkeer en Vervoer CTBTO Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty Organisation Ctgb College voor de toelating van gewasbeschermingsmidde-len en biociden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2296 D. dB(A) Decibel (audio) DBFM Design-Build-Finance-Maintenance DCC Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing DEF Ministerie van Defensie DF Deltafonds DGB Directoraat-Generaal Bereikbaarheid E. EASA European Aviation Safety Agency EB Eenvoudig Beter EC Europese Commissie ECAC European Civil Aviation Conference ECHA European Chemicals Agency ECMFW European Centre for Medium-Range Weather Forecasts ECN Energieonderzoek Centrum Nederland EEA European Environment Agency EICB Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart EMSA Europese Maritieme Veiligheidsagentschap EMV Meerjarige onderzoeksprogramma elektromagnetische velden ERA-NET European Research Area Network ERRU European Register of Road Transport Undertakings ERTMS European Rail Traffic Management System ESA European Space Agency ESD Effort Sharing Decision ESO Ernstige Scheepsongevallen EU Europese Unie EU ETS Europese CO2 emissiehandelssysteem / EU Emissions Trading System EVOA Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen EZ Ministerie van Economische Zaken F. FABEC Functional Airspace Block Europe Central Fin Ministerie van Financiën FLO Functioneel Leeftijdontslag FP Functioneel Parket FWSI Fatalities and Weighted Serious Injuries G. GBKN Grootschalige Basiskaart Nederland GGO Genetisch Gemodificeerd Organisme GDI Generieke Digitale Infrastructuur GIS Geluidsisolatie Schiphol GT Bruto Tonnage GVKA Geïntegreerde Verplichtingen-Kasadministratie GWP Global Water Partnership H. HGIS Homogene Groep Internationale Samenwerking HSL Hogesnelheidslijn HVWN Hoofdvaarwegennet HWBP Hoogwaterbeschermingsprogramma HWN Hoofdwegennet Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2297 I. IBO Interdepartementaal Beleidsonderzoek ICAO International Civil Aviation Organization ICT Informatie- en communicatie Technologie IDDRI Institute for Sustainable Development and International Relations IenM Ministerie van Infrastructuur en Milieu IF Infrastructuurfonds IGRAC International Groundwater Resources Assessment Centre ILT Inspectie Leefomgeving en Transport IMO International Maritime Organisation Inspire Europese Richtlijn voor harmonisatie van geo-informatie Interreg Programma voor transnationale samenwerking op het gebied van de ruimtelijke ordening IOD Inlichtingen- en Opsporingsdienst IOV Impuls Omgevingsveiligheid IPCC Intergovernmental Panel on Climate Change IPM Integraal Project Management IPO Interprovinciaal Overleg ITS Intelligente Transportsystemen IV Informatievoorziening IWA Internationale Wateraanpak K. KDC Knowledge & Development Center KIM Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid KLM Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut KNRM Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij KpVV Kennisplatform Verkeer en Vervoer KRM Kaderrichtlijn Mariene Strategie KRW (Europese) Kaderrichtlijn Water Kton Kiloton (miljoen kilo) L. LAP Landelijk Afvalbeheerplan LAVS Landelijk Asbest Volg Systeem Lden Day-evening-night level LIB Luchthavenindelingbesluit Lnight Night Level LPG Liquified Petrol Gas LSNed Leidingenstraat Nederland LTSA Lange Termijn Spooragenda LVB Luchthavenverkeerbesluit Schiphol LVNL Luchtverkeersleiding Nederland M. MARPOL Marine Pollution MDN Monitor Duurzaam Nederland MER Milieueffectrapportage MESMA Monitoring en Evaluation of Spatially Managed Areas MIA Milieu investeringsaftrek MIRT Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport MJPG Meerjarenprogramma Geluidsanering MKB Midden- en Kleinbedrijf Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2298 MKBA Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse MMP Modernisering Milieubeleid MOU Memorandum of Understanding MSW Maritiem Single Window Mton Megaton (1 miljard kilo) MW Megawatt MWA Moving Weighted Average (voortschrijdend gewogen gemiddelde) N. NAS Nationale Adoptie Strategie NCAP New Car Assessment Programme NDOV Nationale Data Openbaar Vervoer NEa Nederlandse Emissieautoriteit NEC National Emission Ceiling NGO Non-gouvernementele organisatie NGR Nationaal Geo Register NH3 Ammoniak NIWO Stichting Nationale en Internationale Wegvervoerorgani-satie NKWK Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat NLC Nederlandse Loodsencorporatie NLR Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium NMCA Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse NMVOS Vluchtige organische stoffen, exclusief methaan NO2 Stikstofdioxide NONS Notification of New Substances NOVB Nationaal Openbaar Vervoer Beraad NOx Stikstofoxiden NRV National Reference Value NS Nederlandse Spoorwegen NSL Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit NSP Nieuwe Sleutel Projecten NWO Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWP Nationaal Waterplan O. OCW Onderwijs, Cultuur en Wetenschap OD Omgevingsdiensten OECD Organisation for Economic Co-operation and Develop-ment OESO Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling OLO Omgevingsloket Online ORS Omgevingsraad Schiphol OSPAR Oslo-Parijs OTIF Organisation pour les Transports Internationaux Ferroviai-res OV Openbaar vervoer OVV Onderzoeksraad voor Veiligheid Ow Omgevingswet P. PBL Planbureau voor de Leefomgeving Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2299 PBT Persistent Bioaccumulative and Toxic PDOK Publieke Dienstverlening op de Kaart PGS (15) Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen PHS Programma Hoogfrequent Spoorvervoer PM10 Fijnstof met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 micrometer PROVIA Global Programme on Climate Change, Vulnerability, Impacts and Adaption PRTR Kiev Protocol on Pollutant Release and Transfer Registers ProMT Programma Milieu en Technologie PSR Projectstimuleringsregeling R. RAC Committee for Risk Assessment RACE Realisatie Acceleratie Circulaire Economie RCW Regiecollege Waddengebied RDW Rijksdienst voor het Wegverkeer REACH Registratie, Evaluatie en Autorisatie Chemische Stoffen Revb Regeling externe veiligheid buisleidingen RGV Rijksstructuurvisie Grevelingen-Volkerak-Zoommeer RHB Rijkshoofdboekhouding RIONED Stichting Riolering Nederland RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RMO Risk Management Options RMRG Regeling Maatregelen Rijvaardigheid en Geschiktheid RPAS Remotely Piloted Aircraft Systems RRAAM Rijk – regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer RSP Regiospecifiek Pakket RUD Regionale Uitvoeringsdiensten RVO.nl Rijksdienst voor ondernemend Nederland RvS Raad van State RWS Rijkswaterstaat RWT Rechtspersoon met een wettelijke taak S. SACN Stichting Airport Coordination Netherlands SAGEO Stichting Arbeidsmarkt Geo SBNS Stichtingen Bodemsanering Nederlandse Spoorwegen SCP Sociaal en Cultureel Planbureau SECA Sulphur Emmission Control Area SER Sociaal-Economische Raad SEV-III Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening SKB Stichting Kennisontwikkeling en Kennisoverdracht Bodem SMASH Structuurvisie Mainport Schiphol Haarlemmermeer SO2 Zwaveldioxide SSO Shared Services Organisatie SSP State Safety Programme 2015–2019 StAB Stichting Advisering Bestuursrechtspraak STS Stoptonend Sein SURF Smart Urban Regions in the Future SVHC Substance of Very High Concern SVIR Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte SVOV Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer SWOV Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWUNG Samen Weken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidsbe-leid Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2300 SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid T. TCB Technische Commissie Bodembescherming TK Tweede Kamer TLS Trans Link System TNO Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurweten-schappelijk Onderwijs TRG Totaal Risicogewicht Grenswaarde TVG Totaal Volume Geluid U. UNISDR United Nations International Strategy for Disaster Reduction UNEP United Nations Environment Programme UNESCO United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization UNFCCC United Nations Framework Convention on Climate Change UvW Unie van Waterschappen V. VAMEX Stichting Vaarbewijzen- en Marifoon Examens VAMIL Vrijwillige afschrijving milieu-investeringen VANG Van Afval Naar Grondstof VenW Verkeer en Waterstaat VN Verenigde Naties VNECE Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (United Nations Economic Commission for Europe, UNECE) VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten VOS Vluchtige Organische Stoffen VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer VTH Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving VVN Veilig Verkeer Nederland VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport W. Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wbb Wet bodembescherming WenR Ministerie voor Wonen en Rijksdienst WGR Wet Gemeenschappelijke Regelingen WMO Wereld Meteorologische Organisatie Y. YEP Young Expert Programme Z. ZBO Zelfstandig Bestuursorgaan ZESO’s Zeer Ernstige Scheepvaartongevallen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XII, nr. 2301

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8457cc8be44152a7

14 okt 2026 · d7e6a8f65b71f90d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.