Ontwikkelingen in de bevolkingsonderzoeken naar kanker 2024
Brontekst
Versie 6fa635fdf044db6a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 787 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 november 2024De bevolkingsonderzoeken naar kanker leveren veel gezondheidswinst op.Het vroeg opsporen van baarmoederhalskanker, borstkanker endarmkanker zorgt ervoor dat de behandeling minder belastend is, eenbetere uitkomst heeft en minder sterfte tot gevolg heeft. Kanker is eenernstige ziekte die een grote impact heeft op het leven van mensen en ophun directe omgeving. Het tijdig opsporen van deze vormen van kankerzorgt ervoor dat het de mensen die het betreft veel leed en verdriet kanworden bespaard.De bevolkingsonderzoeken naar kanker leveren gezondheidswinst optegen aanvaardbare kosten en de kosteneffectiviteit van de bevolkingson-derzoeken neemt toe in de tijd. Dit komt omdat door het opsporen vanvoorlopers of vroeg-stadium-kankers, laat-stadium-kankers in de toekomstworden voorkomen. De behandeling van laat-stadium-kankers is veelduurder dan die van vroeg-stadium-kankers en voor de behandeling vanvoorlopers kan vaak worden volstaan met een minder intensievebehandeling. Hierdoor leveren de bevolkingsonderzoeken ook bespa-ringen voor de zorgkosten op.Maatschappelijke en wetenschappelijk ontwikkelingen geven regelmatigaanleiding voor het optimaliseren van de bevolkingsonderzoeken. Dejaarlijkse monitors, opgesteld in opdracht van het RIVM, laten zien wat deresultaten van de bevolkingsonderzoeken zijn. Met deze brief informeer ikuw Kamer, zoals ieder jaar, over de ontwikkelingen in de bevolkingsonder-zoeken naar kanker. Ook stuur ik uw Kamer de monitors over 2023 toe.De brief gaat in op de volgende onderwerpen:1.Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker2.Bevolkingsonderzoek borstkanker3.Bevolkingsonderzoek darmkanker4.Bevolkingsonderzoeken in Caribisch Nederland5.Ontwikkelagenda kst-32793-787ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7871 6.Deelname en toegankelijkheid7.Gegevensuitwisseling8.Duurzaamheid9.Internationaal10.Beleidsevaluatie bevolkingsonderzoekenMet deze brief doe ik ook de volgende toezegging af:–Toezegging van de voormalig Minister van Volksgezondheid, Welzijnen Sport om de Kamer rond de zomer van 2024 opnieuw te informerenover de ontwikkelagenda. Zie onder 5.1. Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker Aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker kunnen cliëntentussen de 30 tot 65 jaar deelnemen. Zij ontvangen periodiek een uitno-diging voor een onderzoek. Zij kunnen daarbij kiezen uit het laten makenvan een uitstrijkje bij de huisarts of het gebruik van de zelfafnameset. Hetafgenomen materiaal wordt vervolgens getest op de aanwezigheid vanhoogrisico Humaan Papilloma Virus (hrHPV). Voor deelnemers met eentestuitslag die hrHPV-positief is, volgt cytologisch onderzoek. Voor datlaatste is bij gebruik van een zelfafnameset nog wel een uitstrijkje bij dehuisarts nodig. Uit modellering blijkt dat jaarlijks met het bevolkingson-derzoek baarmoederhalskanker ongeveer 700 ziektegevallen vanbaarmoederhalskanker en ongeveer 325 sterfgevallen door baarmoeder-halskanker worden voorkomen.Monitor bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 2023Het RIVM heeft de monitor over het bevolkingsonderzoek baarmoeder-halskanker 2023 gepubliceerd1 (bijgevoegd). De belangrijkste uitkomstenzijn:•In 2023 was de deelnamegraad 49,7% op het peilmoment 15 maan-den2. Daarmee ligt de deelnamegraad hoger dan in 2022, toen op datpeilmoment de deelnamegraad 45,7% betrof. Dit is een voorzichtigetrendbreuk met voorgaande jaren, waarin er een dalende lijn zichtbaarwas.Het is bekend dat deelnemers soms lange tijd wachten na hetontvangen van de uitnodiging met deelname aan dit bevolkingsonder-zoek. Om die reden wordt de deelname over een langere periodebijgehouden. De deelname door diegenen die in 2022 zijn uitgenodigdis inmiddels opgelopen van 45,7% naar 51,7% (peilmoment 27maanden).Zie voor de trend tot 2022 de volgende figuur uit de staat vanVolksgezondheid en Zorg (verder: Staat VenZ)3.1https://www.rivm.nl/bevolkingsonderzoek-baarmoederhalskanker/professionals/monitoring-en-evaluatie2Het peilmoment is een gekozen moment na de beëindiging van het screeningsjaar om dedeelname te meten.3https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/baarmoederhalskanker-deelname-bevolkingsonderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7872 •De beschermingsgraad bedroeg in 2023 71,0%. In 2022 was ditpercentage 69,4%. De beschermingsgraad betreft het totaal aantalpersonen uit de doelgroep die in de afgelopen jaren mee hebbengedaan aan het bevolkingsonderzoek, een uitstrijkje buiten hetbevolkingsonderzoek lieten maken (vanwege gezondheidsklachten) ofgeen baarmoederhals meer hebben.•In 2023 was er een aanzienlijke stijging in het gebruik van de zelfafna-meset. 44% van de deelnemers gebruikte de zelfafnameset, in 2022was dat 25% van de deelnemers. Dit komt door de bredere inzet van dezelfafnameset sinds juli 2023.•Het percentage hrHPV-positieve deelnemers in 2023 is 11,6%. Dit is eenlichte stijging ten opzichte van 2022, toen het 10,9% van de deelne-mers betrof.–Van alle deelnemers met een volledig screeningsonderzoek werd 1,7%direct verwezen naar de gynaecoloog. Van alle deelnemers kreeg 8,7%een controleonderzoek bij de huisarts aangeboden.•Bij 2.751 personen werd (een voorstadium van) baarmoederhalskankergedetecteerd, dat is 0,78% van alle deelnemers.VerwijsschemaBij de invoering van het vernieuwde bevolkingsonderzoek4 in 2017 wasbekend dat dit zou leiden tot een stijging van het aantal doorverwijzingennaar de gynaecoloog. Om die te verminderen is op 11 juli 2022 een nieuwverwijsschema in gebruik genomen. De wijziging van het verwijsschemabestaat uit twee onderdelen. Ten eerste is de termijn voor het controleon-derzoek verlengd van 6 maanden naar 12 maanden. Ten tweede wordendeelnemers met een hrHPV-positieve uitslag en een cytologische afwijkingniet meer allemaal direct doorverwezen naar de gynaecoloog. Dit gebeurtvolgens het nieuwe verwijsschema op basis van HPV-genotypering. In2023 was dit nieuwe verwijsschema voor het eerst een heel jaar inwerking. De resultaten zijn zichtbaar in bijgevoegde monitor.De monitor laat zien dat het nieuwe verwijsschema ertoe leidt dat hetaandeel directe verwijzingen naar de gynaecoloog in 2023 lager is dan invoorgaande jaren. Tegelijkertijd is het aandeel adviezen voor controleon-derzoek gestegen. De kans dat een cliënt die wordt doorverwezen naar degynaecoloog voor nader onderzoek, daadwerkelijk een klinisch relevanteafwijking heeft, is gestegen van 58% naar 64% in het geval van directe4Tot 2017 kregen cliënten een uitstrijkje aangeboden voor het bevolkingsonderzoek baarmoeder-halskanker. Dit uitstrijkje werd beoordeeld met cytologie. Vanaf 2017 werd het uitstrijkje getestop hrHPV en wanneer de uitslag positief was, volgde cytologie. Ook konden vrouwen bij deherinnering aan de uitnodiging aangeven dat ze een zelfafnameset wilden gebruiken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7873 verwijzingen. Dit vind ik een positief gevolg van het nieuwe verwijs-schema.ZelfafnamesetVanaf juli 2023 wordt de zelfafnameset (verder: ZAS) breder ingezet in hetbevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Sindsdien krijgen alle30-jarigen de ZAS direct met de uitnodiging meegestuurd. De overigeleeftijdsgroepen krijgen de ZAS toegestuurd, wanneer zij 12 weken na deuitnodiging nog niet hebben deelgenomen en zich ook niet hebbenafgemeld voor deelname aan het bevolkingsonderzoek. Zoals hiervooraangegeven laat het gebruik van de ZAS in 2023 een aanzienlijke stijgingzien, van 25% naar 44%. De ZAS werd het meest gebruikt door de jongsteleeftijdsgroep. Van de groep 30–34 jarigen nam 59% met een ZAS deelaan het onderzoek.De verbrede inzet van de ZAS lijkt vooral een positief effect te hebben opde deelname van de jongste leeftijdsgroep. Van alle leeftijdsgroepen is destijging in deelname het grootst voor de groep 30–34 jarigen, namelijk van41% naar 48%. Ik ben blij met het effect dat de ZAS op de deelname lijkt tehebben.Overige ontwikkelingenBegin 2024 hebben het RIVM, Bevolkingsonderzoek Nederland (BVO NL)en KWF de handen ineengeslagen om aandacht te vragen voor hetbevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Inzet is om het gesprekerover op gang te brengen. Dit loopt momenteel via de landelijkecampagne «Laten we het eens over BMHK hebben. Heb jij het uitstrijkje ofde ZAS al gedaan?». Bevolkingsonderzoek Nederland en het RIVM hebbenook het platform www.BMHK.nl5 opgezet waarop de belangrijksteinformatie over het bevolkingsonderzoek te vinden is. Deze website isspecifiek gericht op deelnemers die voor de eerste keer meedoen en geldtals aanvulling op de reguliere informatie of de websites van BVO NL enhet RIVM. De website bevat ook ervaringsverhalen en antwoorden op veelgestelde vragen.In 2023 zijn de eerste HPV-gevaccineerde personen uitgenodigd om deelte nemen aan het bevolkingsonderzoek. Om het effect van vaccinatie opde resultaten van het bevolkingsonderzoek te meten is een aparteonderzoeksvraag uitgezet waarvan de resultaten volgend jaar wordenverwacht. Ik zal de Gezondheidsraad vragen zich over die uitkomsten tebuigen. De leeftijdsgroep waarin de gevaccineerde personen zijningestroomd laat een daling zien van het aantal hrHPV-positievedeelnemers, een daling van gevonden afwijkingen en een daling van hetaantal doorverwijzingen. Hiermee lijkt er een effect zichtbaar te zijn van dedeelname van gevaccineerde personen. Eind dit jaar vraag ik de Gezond-heidsraad om een integrale evaluatie van het bevolkingsonderzoekbaarmoederhalskanker uit te voeren. Hierin vraag ik hen ook in te gaan opde vraag of de instroom van gevaccineerde vrouwen aanleiding geeft totwijziging van de uitnodigingsstrategie.2. Bevolkingsonderzoek Borstkanker Aan het bevolkingsonderzoek borstkanker kunnen cliënten tussen de 50en 75 jaar deelnemen. Zij worden normaal gesproken eens in de twee jaaruitgenodigd om een mammografie te laten maken. Bij een afwijking op defoto worden deelnemers doorverwezen voor nader onderzoek en5https://bmhk.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7874 eventuele vervolgzorg in een ziekenhuis. Uit modellering blijkt dat jaarlijksmet het bevolkingsonderzoek borstkanker ongeveer 1300 sterfgevallendoor borstkanker worden voorkomen.Monitor bevolkingsonderzoek borstkanker 2023Het RIVM heeft de monitor over het bevolkingsonderzoek borstkanker2023 gepubliceerd6 (bijgevoegd). De belangrijkste uitkomsten zijn:•In 2023 was de deelnamegraad 70,3%. Er is sprake van een langzaamdalende trend in deelname, zie de volgende figuur uit de Staat VenZ.7.•2,4% van de deelnemers is doorverwezen voor vervolgonderzoek. Hetverwijscijfer lijkt daarmee stabiel over de laatste jaren. Van hen bleekin 31,2% van de gevallen sprake (van een voorstadium) van borstkan-ker.•In totaal is bij 6.315 personen (een voorstadium) van borstkankergevonden, dat is bij 0,75% van alle deelnemers.Artificiële IntelligentieIn het advies van de Gezondheidsraad «Verbetermogelijkheden voor hetbevolkingsonderzoek borstkanker»8 wordt geadviseerd voorbereidingente treffen voor de inzet van Artificiële Intelligentie (verder: AI) binnen hetNederlandse bevolkingsonderzoek borstkanker, vanwege de mogelijkeopbrengsten van de inzet van AI voor het bevolkingsonderzoek. Hierbijkan worden gedacht aan een efficiëntere beoordeling van mammogra-fieën en werklastverlaging voor radiologen. De Gezondheidsraad denkt bijhet voorbereidingen treffen voor de inzet van AI bijvoorbeeld aan hetvaststellen van het doel van AI binnen het bevolkingsonderzoek en hetselecteren van passende AI-modellen. In de beleidsreactie op het advies6is aangegeven dat dit advies van de Gezondheidsraad wordt overge-nomen. Vanuit de middelen voor de aanpak van volksziektes loopt er bijhet RIVM een project voor de voorbereiding van de toekomstige inzet vanAI in het bevolkingsonderzoek. Deze voorbereidingen betreffen noodzake-lijke stappen zoals het opstellen van een implementatieplan, het inzich-telijk krijgen van de juridische randvoorwaarden en het opstarten van eenkwaliteitstoets van bestaande AI-modellen op Nederlandse data. Wanneerer verdere vorderingen zijn op het gebied van AI binnen het bevolkingson-derzoek borstanker, zal ik uw Kamer hierover informeren.6www.rivm.nl/bevolkingsonderzoek-borstkanker/professionals/monitoring-en-evaluatie7https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/borstkanker-deelname-bevolkingsonderzoek8https://gezondheidsraad.nl/onderwerpen/bevolkingsonderzoek/documenten/adviezen/2024/03/12/advies-verbetermogelijkheden-voor-het-bevolkingsonderzoek-borstkankertevens bijlage bij Kamerstuk 32 793, nr. 730Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7875 UitnodigingsintervalVanwege de krapte op de arbeidsmarkt is er al langere tijd sprake van eenverlengd interval tussen twee uitnodigingen voor het bevolkingson-derzoek. In de Kamerbrief met een reactie op het advies van de Gezond-heidsraad9 lieten de cijfers tot en met maart 2024 zien dat het gemiddeldeuitnodigingsinterval ongeveer 28 maanden is. Aan het einde van het jaarinformeer ik uw Kamer over de laatste stand van zaken met betrekking tothet uitnodigingsinterval en de eventuele stappen die ik zal nemen. Dittegen de achtergrond dat er dan meer zekerheid is over het verloop vanhet gemiddelde uitnodigingsinterval. En, omdat ik BVO NL en hetRIVM-CvB heb gevraagd mij te adviseren over vervolgstappen. Ditvanwege het feit dat potentiële mogelijkheden om het uitnodigingsin-terval verder naar beneden te brengen inmiddels allemaal zijn ingezet enhet interval zich gestabiliseerd lijkt te hebben rond de 28 maanden enmogelijk de komende tijd wat zal toenemen.Vrouwen met dicht borstweefselVrouwen met zeer dicht borstweefsel hebben een verhoogd risico opborstkanker. Daarnaast is borstkanker bij deze groep vrouwen mindergoed op te sporen door middel van een mammogram. Dit gaat omongeveer 8% van de doelgroep. Bij hen wordt ongeveer 60 van de 100borstkankers opgespoord, terwijl dit in de hele doelgroep ongeveer 75 vande 100 is. Onlangs zijn veel vragen gesteld over waarom er geen beterbevolkingsonderzoek voor deze doelgroep beschikbaar is, en waaromborstdichtheid niet wordt teruggekoppeld bij het bevolkingsonderzoek. Ikbegrijp deze vragen en de eventuele zorgen onder mensen die wordenuitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek. Ik realiseer me daarnaast datmijn eerdere reactie van 6 september jl.10 vreemd kan zijn overgekomen,alsof de overheid bepaalt wat mensen wel of niet mogen weten. Op6 november jl. heeft uw Kamer de brief11 en beantwoording van Kamer-vragen12 hierover ontvangen. Hiermee geef ik een uitgebreideretoelichting op de gemaakte afwegingen bij de inrichting van het huidigebevolkingsonderzoek. In deze brieven ga ik ook in op het proefbevolkings-onderzoek met Contrast Enhanced Mammography (CEM) en verkorte MRI(de zogenaamde DENSE-2 trial) dat van start is gegaan. In deze brievenzeg ik tevens toe om over de terugkoppeling van borstdichtheid ingesprek te gaan met de Gezondheidsraad, professionals en de patiënten-vereniging, en uw Kamer hier zo snel mogelijk over te informeren.Pijn bij mammografieEen deel van de deelnemers ervaart het bevolkingsonderzoek borstkankerals oncomfortabel of zelfs pijnlijk. Naar aanleiding van het burgerinitiatief«bevolkingsonderzoek borstkanker» is hierover op 7 september 2023 eenplenair debat geweest met uw Kamer13. In reactie op de oproep uit hetburgerinitiatief is door ZonMw in de oproeptekst voor het deelprogrammaVroege Opsporing expliciet aandacht besteed aan de pijnbeleving bij hetbevolkingsonderzoek borstkanker en alternatieve screeningstechnieken14.17 september jl. sloot de oproep van ZonMw voor het indienen vanprojectideeën. Helaas zijn er geen projectideeën aangeleverd op ditonderwerp, wat betekent dat onderzoekers op dit moment geen mogelijk-9Kamerstuk 32 793, nr. 77310Kamerstuk 32 793, nr. 78011Kamerstuk 32 793, nr. 78612Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 48713Kamerstuk 36 376, nr. 114https://www.zonmw.nl/nl/subsidie/vroege-opsporing-open-ronde-2024-2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7876 heden zien voor aanvullend onderzoek hiernaar. Wel lopen nog verschil-lende acties bij het RIVM zoals die zijn aangegeven in de Kamerbrief van12 juni 2024.Rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en jeugdOp 16 juli jl. heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zijnrapport «Kwaliteit uitvoering bevolkingsonderzoek borstkanker voldoendemaar onder druk» gepubliceerd15.Het toezicht van de IGJ heeft zich gericht op vier thema’s:•Goed bestuur;•Samenwerking in de keten;•De kundige zorgverlener;•Gelijkheid in toegang tot screening.De conclusie van het rapport was dat de uitvoering van het bevolkingson-derzoek borstkanker van voldoende kwaliteit is. Wel staat de kwaliteitonder druk en zou de kwaliteit op (korte) termijn kunnen stagneren enmogelijk verslechteren. De IGJ is van oordeel dat het bestuur van descreeningsorganisatie, BVO NL, op het moment van het toezicht zichonvoldoende bewust was van deze dreiging. In het rapport doet de IGJdan ook een aantal aanbevelingen aan BVO NL. Deze aanbevelingenrichten zich onder meer op het uniformeren van procedures, aandachtvoor de werkdruk en de toegankelijkheid. Het punt van de werkdruk is ookiets waar rekening mee gehouden moet worden bij het verder terug-dringen van het screeningsinterval. Ik komt hier later dit jaar nog op terug.Ik zie dat BVO NL al verbeteringen heeft doorgevoerd en hard werkt aanhet verder verbeteren van het bevolkingsonderzoek. Zo is gewerkt aanverdere harmonisatie en landelijke uniformering van werkwijzen om dekwaliteit beter te beheersen. Ook is een landelijk systeem voor hetmelden, registreren en leren van klachten ingevoerd. Inmiddels zijn ookfeedbackrapportages beschikbaar waarin onder andere de pathologiege-gevens worden teruggekoppeld. BVO NL heeft naar aanleiding van deaanbevelingen van de IGJ een verbeterplan opgesteld.Dit plan bevat maatregelen die zich richten op verbetering van hetkwaliteitssysteem, een lerend werkklimaat en het verder vergroten van detoegankelijkheid van het bevolkingsonderzoek. Ik zal de uitvoering van ditverbeterplan, samen met het RIVM, nauwlettend volgen.Verder geeft de IGJ aan het belangrijk te vinden dat BVO NL met andererelevante stakeholders, het RIVM en VWS, onderzoekt hoe het bevolkings-onderzoek borstkanker het beste toekomstbestendig kan wordenvormgegeven. Hierbij zouden ook het advies van de Gezondheidsraad ende bevindingen en conclusies van de inspectie betrokken moeten worden,aldus de IGJ. Ik ben het met de IGJ eens dat de toekomstbestendigheidvan het bevolkingsonderzoek borstkanker belangrijk is. Het advies van deGezondheidsraad «Verbetermogelijkheden voor het bevolkingsonderzoekborstkanker», sluit goed aan bij deze aanbeveling van de IGJ. Ook bij deontwikkelagenda (zie verderop in de brief) staat de toekomstbesten-digheid van de bevolkingsonderzoeken centraal. Hoewel er al aandachtwordt besteed aan de toekomstbestendigheid van de bevolkingsonder-zoeken, neem ik dit advies zeker mee in de gesprekken met stakeholders.15https://igj.nl/actueel/nieuws/2024/07/16/kwaliteit-uitvoering-bevolkingsonderzoek-borstkanker-voldoende-maar-staat-onder-drukTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7877 3. Bevolkingsonderzoek darmkanker Het bevolkingsonderzoek darmkanker richt zich op cliënten van 55 tot enmet 75 jaar. Zij ontvangen elke twee jaar een uitnodiging om deel tenemen. Het bevolkingsonderzoek bestaat uit een ontlastingstest die bloedin de ontlasting meet. Bij een ongunstige testuitslag (een hoeveelheidbloed in de ontlasting die boven een bepaalde waarde ligt) wordt dedeelnemer uitgenodigd voor een intakegesprek. Na de intake volgt eenkijkonderzoek van de darm (coloscopie). 16 Uit modellering blijkt datjaarlijks met het bevolkingsonderzoek darmkanker ongeveer 2600 gevallenvan darmkanker en ongeveer 2200 sterfgevallen door darmkanker wordenvoorkomen.Monitor bevolkingsonderzoeken darmkanker 2023Het RIVM heeft de monitor over het bevolkingsonderzoek darmkanker2023 gepubliceerd17 (bijgevoegd). De belangrijkste uitkomsten zijn:•De deelnamegraad in 2023 bedroeg 67,2%.•De deelnamegraad daalde voor het vijfde jaar op rij van 70,6% in 2019(het eerste jaar dat het bevolkingsonderzoek aan de gehele doelgroepwerd aangeboden) tot 67,2% in 2023. Vooral de jongste leeftijdsgroe-pen nemen minder deel aan het bevolkingsonderzoek.Voor de trend over de afgelopen jaren, zie de figuur uit de staat VenZhierna.18•De deelname door mannen was, net als voorgaande jaren, lager dandie door vrouwen, respectievelijk 64,1% en 70,3%.•Van de deelnemers werd 4,8% vanwege een ongunstige uitslagdoorverwezen voor een coloscopie.•Mannen hebben vaker een ongunstige uitslag dan vrouwen (respectie-velijk 5,7% en 4,0%).•Van de doorverwezen deelnemers onderging 84,1% een coloscopie.16In het verlengde van het bevolkingsonderzoek regelt BVO NL de doorverwijzing en de afspraakvoor het intakegesprek. Het intakegesprek zelf is geen onderdeel meer van het bevolkingson-derzoek. Het doel van het intakegesprek is om de cliënt te informeren over de coloscopie enhet verzamelen van de benodigde medische informatie. Wanneer een coloscopie vanuitmedisch perspectief zinvol is en de cliënt instemt volgt een coloscopie.17www.rivm.nl/bevolkingsonderzoek-darmkanker/professionals/monitoring-en-evaluatie18https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/darmkanker-deelname-bevolkingsonderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7878 •Bij 18.053 personen (dat is 30,2% van de deelnemers die werdendoorverwezen voor coloscopie) werd darmkanker of hoog-risico-adenomen19 gevondenInzet fecesvangerVanaf 1 januari 2026 krijgen deelnemers bij de thuistest ook eenzogenaamde fecesvanger. Het gebruik van een fecesvanger verbetert dekwaliteit van de thuistest en maakt het makkelijker voor deelnemers omde test uit te voeren omdat zij hun ontlasting met een fecesvangermakkelijker op kunnen vangen in hun toilet.Opvolgen bevolkingsonderzoekZoals hiervoor aangegeven volgt op een ongunstige uitslag van descreening een doorverwijzing naar de zorg voor een intake en coloscopie.De beschikbaarheid van deze coloscopieën is een aandachtspunt. Debeschikbaarheid is niet evenredig verdeeld over Nederland; met name inde regio’s Friesland, Zeeland en Zuid-Limburg staat de capaciteit in dezorg onder druk. BVO NL speelt hierop in door de uitnodigings- enverwijsstrategie aan te aanpassen. Zij vangen de schaarste op doorcliënten een coloscopie aan te bieden op een locatie die wat verder wegligt dan gebruikelijk, of door de tijd tussen de screening en de opvolgingwat op te rekken. Uiteraard is dit geen ideaal scenario. Ik ben in gesprekmet partijen om na te gaan welke oplossingen hiervoor gevonden kunnenworden voor de regio’s waar dit het meest knelt.4. Bevolkingsonderzoeken naar kanker in Caribisch Nederland Sinds 2021 werkt het Caribische team van het RIVM-Centrum voorBevolkingsonderzoek met ketenpartners aan een op maat gemaaktaanbod voor de bevolkingsonderzoeken naar baarmoederhals-, borst- endarmkanker voor Caribisch Nederland. In het afgelopen jaar is ingezet opverbetering van de programma’s voor borst- en baarmoederhalskanker,met als doel een kwaliteit te bereiken die vergelijkbaar is met die vanEuropees Nederland, passend binnen de lokale context. Het streven blijftom eind 2025 alle drie de bevolkingsonderzoeken in Caribisch Nederlandaan te bieden. De weergave van de uitkomsten van de monitors vanCaribisch Nederland verschilt met die van Europees Nederland omdatonder andere het om een kleine populatie gaat en het feit dat deprogramma’s zich nog in de pilotfase bevinden.Bevolkingsonderzoek borstkanker in Caribisch NederlandDe pilot voor het bevolkingsonderzoek borstkanker loopt op alle drie deeilanden. Op Bonaire loopt het programma inmiddels ruim drie jaar. Inseptember 2024 vond een visitatie door het LRCB (Landelijk Expertise-centrum voor bevolkingsonderzoek) plaats om de vergelijking metEuropees Nederland te maken. Het rapport van het LRCB verwacht ik einddit jaar. Daarnaast wordt in het vierde kwartaal van dit jaar een evaluatieuitgevoerd van het programma waarvan de resultaten in het eerste halfjaar van 2025 worden gepubliceerd.De tweede monitor van het bevolkingsonderzoek borstkanker op Bonaire,gepubliceerd in september 2024, toont de volgende resultaten:•In 2023 (het tweede jaar) namen 362 vrouwen deel;•Het verwijscijfer was 7,5%;•Het detectiecijfer was 1,7%;19Hoog-risico-adenomen zijn voorstadia van darmkankerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 7879 •De positief voorspellende waarde was 26,1%.Op Saba en Sint Eustatius loopt het programma ruim een jaar.Deelnemers gaan hiervoor naar Sint Maarten. Tot nu toe hebben 92vrouwen op Saba en 97 op Sint Eustatius deelgenomen. Afhankelijk vanhet aantal aanmeldingen worden 1–2 keer per maand chartervluchtengeorganiseerd.Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker in Caribisch NederlandDe pilot baarmoederhalskankerscreening loopt op alle drie de eilanden. Inmaart 2024 is de eerste monitor voor het bevolkingsonderzoek baarmoe-derhalskanker gepubliceerd, over de periode vanaf de start per eiland toten met november 2023. De belangrijkste bevindingen over deze periodezijn:•Op Saba hebben 135 vrouwen uit de doelgroep 30 t/m 60 jaardeelgenomen aan het bevolkingsonderzoek tussen februari 2022 ennovember 2023, bij 6 van de 10 (60%) verwijzingen werd baarmoeder-halskanker of een voorstadium hiervan gevonden.•Op Sint Eustatius hebben 139 vrouwen uit de doelgroep 30 t/m 60 jaardeelgenomen aan het bevolkingsonderzoek tussen juli 2022 ennovember 2023, bij 2 van de 11 (18%) verwijzingen werd baarmoeder-halskanker of een voorstadium hiervan gevonden.•Op Bonaire hebben 560 vrouwen uit de doelgroep 30 t/m 60 jaardeelgenomen aan het bevolkingsonderzoek tussen november 2022 ennovember 2023, bij 8 van de 66 (ca 12%) verwijzingen werd baarmoe-derhalskanker of een voorstadium hiervan gevonden.•In juni 2024 verwelkomde het programma de 1000e unieke deelnemerop Bonaire.Bevolkingsonderzoek darmkanker in Caribisch NederlandDe voorbereidingen voor het bevolkingsonderzoek darmkanker bevindenzich in een vergevorderd stadium. In samenwerking met diverse keten-partners en betrokken partijen wordt toegewerkt naar een programma dat,gezien de zorginhoudelijke complexiteit, zoveel mogelijk de kwaliteits-richtlijnen van Europese programma’s volgt. Om de kwaliteit tewaarborgen, zijn nulmetingen uitgevoerd bij zowel het ziekenhuis dat decoloscopieën voor de screening gaat uitvoeren als het geselecteerdelaboratorium voor de analyses van het materiaal. Op basis hiervan zijnenkele randvoorwaarden vastgesteld, die in samenwerking met debetrokken partijen zijn opgepakt. De verwachting is dat de eerste pilot inde eerste helft van 2025 van start gaat.Onderstaande thema’s richten zich in het bijzonder op de verdereontwikkeling van de bevolkingsonderzoeken naar kanker in EuropeesNederland.5. Ontwikkelagenda De brief van mijn ambtsvoorganger van 18 december jl.20 geeft eenuitgebreide toelichting op de totstandkoming van de ontwikkelagendarond het thema bevolkingsonderzoek en vroege opsporing. De ontwikkel-agenda gaat niet alleen over de bevolkingsonderzoeken naar kanker, maarover alle bevolkingsonderzoeken (dus ook andere vormen van screeningzoals de hielprikscreening). Ook ik zie het nut en de noodzaak van dezeontwikkelagenda. De vele technologische ontwikkelingen en innovaties,die elkaar in hoog tempo opvolgen, kunnen het landschap rond de20Kamerstuk 32 793, nr 707Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 78710 bevolkingsonderzoeken op termijn aanzienlijk veranderen. Tegelijkertijdmaakt de schaarste aan middelen en capaciteit het onmogelijk om al dezeontwikkelingen naast elkaar verder te kunnen brengen. Juist daarom zie ikhet als mijn taak, als opdrachtgever van de bevolkingsonderzoeken, ommet de ontwikkelagenda richting te geven aan de doorontwikkeling van deprogramma’s en de prioriteiten voor de komende periode te benoemen.Het doel daarvan is om samen met het veld te werken aan bevolkingson-derzoeken die optimale gezondheidswinst realiseren, ook op de langeretermijn.De ontwikkelagenda moet balanceren tussen vernieuwing en versnellingaan de ene kant, en zorgvuldigheid en schaarse middelen en capaciteitaan de andere kant. Zorgvuldig omgaan met wijzigingen in de bevolkings-onderzoeken is belangrijk. Aan de bevolkingsonderzoeken doen heel veelmensen mee. Onvoorziene negatieve effecten van de bevolkingsonder-zoeken kunnen daardoor direct grote gevolgen hebben. Degelijk weten-schappelijk onderzoek naar, en zorgvuldige voorbereiding van vernieu-wingen, passen bij mijn verantwoordelijkheid om deelnemers ook tebeschermen tegen de nadelen van screening.VoortgangEerder in 2024 heeft het RIVM twee rapporten gepubliceerd ter voorbe-reiding op de ontwikkelagenda. Het gaat om een toekomstverkenningnaar ontwikkelingen en trends in het landschap van bevolkingsonderzoeken vroege opsporing, die het RIVM samen met een breed stakeholderveldheeft uitgevoerd21 en om een beschouwing van het RIVM zelf op deuitkomsten van de toekomstverkenning en de impact daarvan op debevolkingsonderzoeken22. Deze rapporten vormen een belangrijkeleidraad voor de ontwikkelagenda. Daarnaast heeft het Nederlands KankerCollectief (verder: NKC) in november 2023 de Nederlandse Kanker Agendagelanceerd. Deze agenda, en de positiebepaling van het ministerie tenaanzien van de agenda, heeft uw Kamer op 18 december jl. ontvangen.23In de Nederlandse Kanker Agenda zijn 20 doelen benoemd voor deaanpak van kanker, waarvan er vijf zijn geprioriteerd. Eén van dezegeprioriteerde doelen is vroege opsporing. Het collectief stelt zich tot doelom in 2032 de nadelen en drempels voor deelname aan vroege opsporingvan kanker te verminderen. De afgelopen periode heeft het collectiefgewerkt aan een concreet actieplan voor dit doel, met daarin de belang-rijkste subdoelen om doelgroepen beter te bereiken, minimale belasting terealiseren bij deelname en het verhogen van innovatiesnelheid24. HetVersnellingsteam vroege opsporing van het NKC gaat dit actieplan dekomende jaren uitvoeren. In lijn met de voorgenoemde brief van18 december jl. zal ik wat betreft vroege opsporing zorgen voor een goedeverbinding tussen de ontwikkelagenda en het werk van het NKC.Voor de ontwikkelagenda zie ik een drietal prioriteiten. Allereerst is hetvan belang om optimale gezondheidswinst te (blijven) realiseren.Innovaties die de voordelen van een bevolkingsonderzoek kunnenvergroten en/of de nadelen kunnen verkleinen, verdienen prioriteit. Dit21«Brede toekomstverkenning screening en vroege opsporing», RIVM, (2024) https://www.rivm.nl/publicaties/brede-toekomstverkenning-screening-en-vroege-opsporing22«Beschouwing toekomst bevolkingsonderzoeken en pre- en neonatale screenings. Onderdeelvan de Ontwikkelagenda», RIVM, https://www.rivm.nl/publicaties/beschouwing-toekomst-bevolkingsonderzoeken-en-pre-en-neonatale-screenings-onderdeel-van (2024)23Bijlage bij Kamerstuk 32 793, nr. 708, tevens te vinden via: https://nederlandskankercollectief.nl/agenda/24«Actieplan Vroege opsporing», Nederlands Kanker Collectief, (2024). Dit actieplan vroegeopsporing is te vinden via: https://nederlandskankercollectief.nl/doel/vroege-opsporing/aanpak-vroege-opsporing/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 78711 sluit aan bij de doelstelling van het NKC. Een belangrijke ontwikkelinghiervoor is screening op maat. Een bevolkingsonderzoek krijgt vorm opbasis van het risico van de deelnemer/een groep deelnemers op hetkrijgen van de betreffende aandoening (oftewel: risicostratificatie). DeGezondheidsraad buigt zich nu over een adviesvraag naar de inzet vanrisicostratificatie bij de bevolkingsonderzoeken. De tweede prioriteit is hetverhogen van het bereik en het verlagen van drempels voor deelname, endaarmee een bijdrage leveren aan meer gezondheidsgelijkheid. Degezondheidsverschillen nemen in Nederland toe, en dit kabinet zet zichervoor in om deze verschillen te verkleinen. Door het bereik van debevolkingsonderzoeken te verhogen onder mensen die doorgaans minderworden bereikt, krijgen zij meer kans om deel te nemen. Zo kunnen debevolkingsonderzoeken meer potentiële gezondheidswinst realiseren.Daadwerkelijk deelnemen blijft uiteraard altijd een eigen keuze. De derdeprioriteit betreft het beter omgaan met onzekerheden en schaarste. Wezien steeds meer krapte op de arbeidsmarkt en schaarste aan financiëleruimte. Innovaties die bijdragen aan de efficiëntie en kosteneffectiviteitvan de bevolkingsonderzoeken verdienen prioriteit. Een mooi voorbeeldhiervan is AI, zie ook eerder in deze brief. Kosteneffectiviteit is eenbelangrijke uitkomstmaat om te bepalen hoe met de schaarse middelentoch zoveel mogelijk effect kan worden gerealiseerd en daarmee eenbelangrijk middel om de prioriteiten voor de doorontwikkeling van debevolkingsonderzoeken te bepalen.VooruitblikIn de brief van 18 december jl. is toegezegd dat de ontwikkelagenda rondde zomer van 2024 met uw Kamer gedeeld zal worden. Het opstellen enafronden van de ontwikkelagenda neemt, mede vanwege de wisselingvan het kabinet, meer tijd in beslag dan verwacht. Ik verwacht uw Kamerin het eerste kwartaal van 2025 de ontwikkelagenda te kunnen sturen.6. Deelname en toegankelijkheid De afgelopen jaren daalde de deelname aan de bevolkingsonderzoekennaar kanker gestaag. Deze zorgelijke ontwikkeling maakt ook dat hetverhogen van het bereik aandacht krijgt in het kader van de ontwikkel-agenda. Meerdere factoren kunnen bijdragen aan de beslissing vanmensen om niet deel te nemen aan een bevolkingsonderzoek (zoals ookvermeld in de brief aan uw Kamer van 18 december jl.). Voorbeelden zijnde toegankelijkheid van het aanbod en pijnbeleving. Ook zijn erverschillen tussen bepaalde bevolkingsgroepen. Om meer zicht te krijgenop redenen waarom de deelname steeds verder daalt voert het RIVM hierverder onderzoek naar uit. In de Kamerbrief van 18 december jl. istoegezegd uw Kamer de resultaten van dit aanvullend onderzoek te doentoekomen. Deze onderzoeksresultaten komen eind 2024 beschikbaar.Het onderzoeken van de dalende deelnametrend moet nieuwe handvattenopleveren voor het verlagen van de drempels voor deelname aan debevolkingsonderzoeken. Vanuit de aanpak van volksziektes zijn verschil-lende interventies gestart om die toegankelijkheid te optimaliseren. Hierbijis de inzet vooral gericht op het beter bereiken van mensen met lagegezondheidsvaardigheden. Zo zijn er modules ontwikkeld bij Steffie.nl25die al een goed bereik hebben (19.000 bezoekers met 130.000 paginaweergaven) en ook in verschillende talen worden bekeken (80% in hetNederlands, 10% Engels en 5% in het Turks en 5% Arabisch). Ook is eenpilot gestart voor het trainen van sociaal werkers om informatie over debevolkingsonderzoeken naar kanker aan te bieden op bijeenkomsten in25https://bevolkingsonderzoek.steffie.nl/nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 78712 wijken. Medewerkers van het RIVM geven ook zelf voorlichting direct aanburgers in diverse wijken, de afgelopen tijd in Rotterdam en Den Haag.Deze bijeenkomsten worden door de bezoekers positief ontvangen.Daarnaast is op verschillende lokale bijeenkomsten, een lokale radio-zender en een multicultureel festival, informatie gegeven over debevolkingsonderzoeken. Ook is nieuw materiaal verspreid, namelijkposters en flyers, onder huisartspraktijken in die wijken waar de deelnameaan de bevolkingsonderzoeken laag is. Dit herziene informatiemateriaal iseerst getoetst bij taalambassadeurs van stichting ABC om het te toetsenop begrijpelijkheid en toegankelijkheid.7. Gegevensuitwisseling Zoals in de brieven van 17 december 202126, 16 december 202227 en18 december jl. aangegeven, wordt de monitoring van de bevolkingson-derzoeken belemmerd door de terughoudendheid bij het delen vangegevens uit de zorg. Zorgverleners zien wel het belang in van hetterugkoppelen van diagnostische gegevens van mensen die zijn doorver-wezen vanuit een bevolkingsonderzoek, of mensen bij wie kanker isgevonden tussen twee screeningsrondes door. Waar voorheen dieterugkoppeling ook structureel plaatsvond, zijn zorgverleners daarin sindsde invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming(verder AVG) steeds terughoudender geworden. Ook de IGJ heeft in haarrapport «Kwaliteit uitvoering bevolkingsonderzoek borstkanker voldoendemaar onder druk» van juli 2024 gewezen op de risico’s van onvoldoendeterugkoppeling van informatie door zorgverleners voor de kwaliteit enontwikkeling van het bevolkingsonderzoek. Om de gegevensdeling dienoodzakelijk is om monitoring structureel te realiseren, wordt er gewerktaan een wettelijke grondslag voor gegevensdeling ten behoeve vanmonitoring en kwaliteitsborging van de bevolkingsonderzoeken (Verza-melwet gegevensverwerking II). Hierover wordt uw Kamer separaatgeïnformeerd.8. Duurzaamheid Net zoals in de gezondheidszorg krijgt ook bij de bevolkingsonderzoekende impact op klimaat en milieu aandacht. Slimmer en efficiënter inrichtenvan de bevolkingsonderzoeken leveren besparingen op voor bijvoorbeeldde benodigde energie of voor de afvalverwerking. Eerder is de pilotplasticbesparing bij het bevolkingsonderzoek darmkanker uitgevoerd. Inde brief van 18 december jl. is uw Kamer hierover geïnformeerd. De pilotis niet voortgezet maar de resultaten gaven wel aanleiding voor eenaantal aanpassingen in de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken. Zozijn de informatiefolders voor de bevolkingsonderzoeken borstkanker endarmkanker ingekort en, zodra mogelijk, worden ook de verpakkingenopnieuw vormgegeven. Dit draagt bij aan het duurzamer maken van debevolkingsonderzoeken door de besparing van papier en plastic.Daarnaast is het RIVM gestart met het verkennen van nieuwe initiatievenom de bevolkingsonderzoeken naar kanker te verduurzamen. Eenonderdeel van de verkenning kan zijn dat de milieubelasting van deprogramma’s in beeld wordt gebracht. Het doel is om hiermee dezogenaamde hot-spots in de keten in beeld te brengen. Ook is er ruimtevoor een aantal praktijkgerichte experimenten in 2025 en 2026. Dit moetmeer inzicht geven hoe duurzaamheid meegenomen kan worden bij devormgeving van de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken.26Kamerstuk 32 793, nr. 57927Kamerstuk 32 793, nr. 649Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 78713 9. Internationaal In vervolg op het EU Innovative Parnerschip for Action against Cancer isde EU in 2024 gestart met de Joint Action gericht op ontwikkeling enverbetering van screeningsprogramma’s naar kanker met het programmaEUCanScreen28. Het consortium dat het programma uitvoert omvat 25Europese lidstaten en 4 andere deelnemende landen. Nederland neemtdeel aan dit programma met Erasmus MC, Radboud MC en BVO NL en hetRIVM coördineert de inzet. Het programma loopt 48 maanden. Deinternationaal gecoördineerde aanpak van de EU biedt kansen om deuitvoering van bevolkingsonderzoek en het onderzoek hiernaar efficiënteren effectiever te maken.EUCanScreen zet onder meer in op het effectiever maken van bestaandescreeningsprogramma’s. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is, hoe tezorgen voor het verbeteren van de toegankelijkheid van de bestaandebevolkingsonderzoeken voor groepen die nu nog minder vaak deelnemen.Zoals onder 6 aangegeven is deelname en toegankelijkheid ook voorNederland een punt van zorg. Ook moet meer zicht komen op wat nodig isvoor de implementatie van nieuwe screeningsprogramma’s zoals long-,maag- en prostaatkanker. Dit gebeurt ook in navolging van de in 2022verschenen Europese Raadsaanbeveling over kankerscreening.29 In dekamerbrief van 16 december 2022 en in het fiche over het voorstel totdeze raadsaanbeveling30 is gereageerd op deze raadsaanbeveling. In debeleidsreactie op deze raadsaanbeveling heeft mijn ambtsvoorganger deGezondheidsraad gevraagd om advies uit te brengen over een bevolkings-onderzoek naar longkanker. Ik verwacht dit advies in het eerste kwartaal2025.10. Beleidsevaluatie bevolkingsonderzoeken naar kanker Ecorys heeft de afgelopen maanden een beleidsevaluatie naar debevolkingsonderzoeken naar kanker uitgevoerd.31 Het rapport is alsbijlage bij deze brief gevoegd. In 2015 is een dergelijke evaluatie voor hetlaatst uitgevoerd, destijds als onderdeel van een bredere evaluatie naar degehele ziektepreventie inclusief hielprikscreening, infectieziektebestrijding,vaccinaties, seksuele gezondheid en de Jeugdgezondheidszorg.32 Het doelvan de beleidsevaluatie is het opnieuw onderzoeken van de doelma-tigheid van de governance en uitvoering van de huidige drie bevolkings-onderzoeken naar kanker en het verkennen van mogelijke verbeteringenin de organisatie en financiering van de bevolkingsonderzoeken. Hetrapport geeft aan dat de bevolkingsonderzoeken doeltreffend zijn en datde organisatorische en financiële doelmatigheid als positief wordenervaren. Aanbeveling is continu aandacht te blijven hebben voor eenaantal uitdagingen rond de bevolkingsonderzoeken die ook in deze briefworden beschreven. Dit gaat bijvoorbeeld om de krapte op de arbeids-markt en de langzaam teruglopende deelname. Verder wordt geadviseerdom rekening te houden met de stijgende kosten voor de uitvoering van debevolkingsonderzoeken en dient dekking te worden gevonden voor groteinnovaties, aangezien hier op dit moment geen middelen voor gereser-28Action on implementation of cancer screening programmes, in short: EUCanScreen29«Council recommendation on strengthening prevention through early detection: A new EUapproach on cancer screening replacing Council Recommendation 2003/878/EC» (09-12-2022)2022/C 473/01. https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/58fa4c44-7a89-11ed-9887-01aa75ed71a1/language-enZie voor de beleidsreactie Kamerstuk 22 112, nr. 354030Kamerstuk 22 112, nr. 354031Ecorys, Beleidsevaluatie Bevolkingsonderzoeken naar kanker, oktober 202432«Beleidsdoorlichting ziektepreventie», Panteia (2015), bijlage bij Kamerstuk 32 772, nr. 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 78714 veerd zijn. Met de hierboven beschreven ontwikkelagenda, is de inzet ombijtijds zicht te krijgen op kansrijke en kosteneffectieve innovaties, zodat zezo mogelijk toegepast kunnen worden binnen de bevolkingsonderzoeken.Het rapport biedt handvatten om de bevolkingsonderzoeken ook in detoekomst kosteneffectief te houden en steeds oog te houden voor dedoelmatigheid van de uitvoering. De lessen uit het rapport zal ik ookbespreken met betrokken (uitvoerings-) partijen.Tot slotVeel partijen zetten zich in om de bevolkingsonderzoeken naar kanker opeen kwalitatief hoogwaardige manier uit te voeren. Daar ben ik hendankbaar voor. Dankzij hun inzet kunnen mensen in Nederland profiterenvan de bevolkingsonderzoeken naar kanker. Voor mensen bij wie op dezemanier kanker wordt ontdekt, kan onnoemelijk veel leed en verdrietbespaard worden. Met de ontwikkelagenda wil ik deze mooie samen-werking in het veld een extra stimulans geven en ervoor zorgen dat debevolkingsonderzoeken ook in de toekomst optimaal blijven functioneren.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 78715
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.