Beleidsreactie op het rapport 'Op de koop toe'
Brontekst
Versie 23ff1052b90ee298 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 638MensenhandelNr. 255 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 februari 2025AanleidingOp 12 december 2023 heeft het Centrum tegen Kinderhandel en Mensen-handel (hierna: het CKM) het rapport «Op de koop toe» (hierna: hetrapport) gepubliceerd. Dit rapport zend ik mee als bijlage bij deze brief. Inde beantwoording van de vragen van het schriftelijk overleg van 7 juni2024 van het Actieplan programma «Samen tegen mensenhandel» is opverzoek van uw Kamer toegezegd een beleidsreactie op het rapport teverzenden.1 Door middel van deze brief voldoe ik aan deze toezegging.In het rapport heeft het CKM onderzocht in hoeverre sinds de Valken-burgse zedenzaak, waarin een 16-jarig meisje werd gedwongen tot sekstegen betaling met meer dan zestig mannen, sprake is van een kenteringin de aanpak van klanten die seks kopen van 16- en 17-jarige slachtoffers.Verder heeft het onderzoek zich ook gericht op de achtergrond en modusoperandi van klanten en is meer onderzoek verricht naar klanten die sekskochten van minderjarige slachtoffers jonger dan 16 jaar. Hiervoor zijn intotaal 101 zaken geanalyseerd van personen die seks kopen met minderja-rigen. Het betreft zaken die bij het Openbaar Ministerie (OM) zijningestroomd in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december2019 en waarin sprake is van een veroordeling voor seks met iemand van16 of 17 jaar (art. 248b Sr) of voor seks tegen betaling met iemand jongerdan 16 jaar (art. 245 Sr en art. 247 Sr).In het rapport worden vijf aanbevelingen gegeven:1.Geef de behandeling van het wetsvoorstel seksuele misdrijven en hetwetsvoorstel regulering sekswerk prioriteit en zorg dat beide wetsvoor-stellen op elkaar worden afgestemd2.Investeer in (onderzoek naar) de strafrechtelijke aanpak van klantenvan minderjarigen met het doel de vraag naar betaalde seks metminderjarigen te ontmoedigen en te reduceren1Kamerstukken II 2023/2024, 28 638, nr. 250 kst-28638-255ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2551 3.Scherp het beleid ten aanzien van seksadvertentieplatforms aan enontwikkel een dwingend juridisch kader waardoor onwelwillendeplatforms gesanctioneerd kunnen worden4.Neem maatregelen op het gebied van voorlichting, afschrikking en hetvoorkomen van recidive met het doel te voorkomen dat klanten(opnieuw) seks kopen van minderjarigen5.Verricht onderzoek naar maatregelen die andere landen nemen om devraag naar seks met minderjarige te ontmoedigen, te verkennen hoedeze maatregelen passend voor Nederland kunnen zijn en in hoeverreinternationale samenwerking mogelijk is.Reactie op het rapportLaat ik beginnen met te benadrukken dat het kopen van seks vanminderjarigen een kwalijke zaak is waartegen hard dient te wordenopgetreden. Deze groep klanten maakt zich immers schuldig aan hetmisbruiken van een kwetsbare groep in onze samenleving. Dit isonacceptabel en verdient – en krijgt – onze aandacht.Zoals hierboven benoemd worden in het rapport vijf aanbevelingengedaan. Hieronder zal ik ingaan op de gedane aanbevelingen.Aanbeveling 1Allereerst stelt het CKM dat prioriteit gegeven dient te worden aan debehandeling van zowel de Wet Seksuele Misdrijven (WSM) als de Wetregulering sekswerk (Wrs). Het is volgens het CKM van belang dat beidewetsvoorstellen op elkaar af worden gestemd.De Wet seksuele misdrijven (Wsm), die op 1 juli 2024 in werking isgetreden, verbetert de strafrechtelijke bescherming tegen seksueel gewelden seksueel grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksueel misbruikvan kinderen. Het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) betreft eenvoorstel voor de regulering van prostitutie en andere vormen vansekswerk om zo misstanden in de seksbranche te voorkomen of teverminderen. De samenhang van bestaande wetsvoorstellen enbestaande wetgeving wordt altijd bezien, zo ook ten aanzien van hetwetsvoorstel Wrs en de Wsm. In het regeerprogramma is opgenomen dathet kabinet streeft naar een verhoging van de minimumleeftijd voorprostitutie naar 21 jaar. Om dit te realiseren, worden momenteel diversescenario’s onderzocht qua juridische vormgeving waarin rekening wordtgehouden met de uitvoerbaarheid, administratieve lasten en kosten. Deuitkomsten hiervan kunnen relevant zijn voor de samenhang tussen deWrs en de Wsm. Ik zal uw Kamer begin 2025 informeren over deuitkomsten van de scenarioverkenning en de vervolgstappen ten aanzienvan de Wrs.Aanbeveling 2Ten tweede stelt het CKM dat het investeren in de strafrechtelijke aanpakvan klanten die seks kopen van minderjarigen kan bijdragen aan hetreduceren en ontmoedigen van de vraag naar betaalde seks metminderjarigen.Ik deel de mening van het CKM dat de strafrechtelijke aanpak kanbijdragen aan het reduceren en ontmoedigen van de vraag naar betaaldeseks met minderjarigen. Het CKM stelt in het rapport dat dit kan wordengerealiseerd door gerichte opsporing en vervolging te laten plaatsvindenvan de groep klanten die seks van minderjarigen koopt waarbij deopsporing en vervolging van de groep klanten niet slechts als bijvangstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2552 wordt gezien. Bij het starten van een opsporingsonderzoek naar seksueleuitbuiting wordt ook geïnvesteerd in het opsporen en vervolgen vanklanten. Uiteindelijk besluiten de politie en het OM gezamenlijk op basisvan aanknopingspunten of er wel of niet wordt overgegaan tot opsporingen vervolging van klanten. Het is van belang te benadrukken datopsporing en vervolging van klanten een onderdeel is van de bredereaanpak die wordt gehanteerd om mensenhandel tegen te gaan. Betaaldeseks met minderjarigen kan ook onder dit delict vallen. Er wordt doorverschillende betrokken partijen gewerkt aan het zo effectief mogelijkmaken van de aanpak van mensenhandel.Ook beveelt het CKM aan te investeren in nieuwe technieken metbetrekking tot opsporingsmogelijkheden gericht op de groep klanten dieseks van minderjarigen koopt. Dit kan volgens het CKM enerzijdsbijdragen aan de strafrechtelijke vervolging van klanten en anderzijds eenafschrikkende werking hebben. De politie heeft in de afgelopen jarenreeds ingezet op de doorontwikkeling van de opsporing, onder anderedoor middel van kwalitatieve afspraken die gaan over de doorontwik-keling van de online opsporing zoals vastgelegd in de Veiligheidsagenda.De politie heeft de mogelijkheid verschillende technische opsporingsmid-delen in te zetten en doorlopend wordt bezien wat hier aanvullendmogelijk is. Ten aanzien van mensenhandel kan bijvoorbeeld gebruikworden gemaakt van de webcrawler of het inzetten van een lokprofiel. Hetis steeds aan de politie, onder het gezag van het OM, om te bezien of enwanneer deze opsporingsmiddelen worden ingezet. Hierbij wordt deeffectiviteit en efficiëntie van het opsporingsmiddel in relatie tot deopsporing van het delict altijd in acht genomen. Daarnaast wordt doorpolitie en OM, onder actielijn 1 van het Actieplan programma Samentegen mensenhandel, ingezet op een de aanpak van klanten die sekskopen van minderjarigen. Zo wordt onder deze actielijn onder anderejaarlijks ten minste één landelijke actiedag georganiseerd die zichspecifiek richt op de aanpak van klanten van mensenhandel. Naast datdeze dag een afschrikkende werking kan hebben, kan ook over wordengegaan tot strafrechtelijke vervolging indien voldoende opsporingsindi-caties uit de actiedag voortkomen.Verder is het volgens het CKM van belang dat wordt onderzocht waaromde strafeisen van het OM afwijken van de eigen richtlijnen voor strafvor-dering en of deze meer in lijn met elkaar kunnen worden gebracht. Hierbijis het van belang te vermelden dat maatwerk het uitgangspunt is voor hetOM. De strafvorderingsrichtlijnen zijn normerend maar bieden tevensruimte om tot een op de zaak toegesneden afdoening te komen. Hierbijspelen meerdere factoren en belangen een rol, zoals het belang van hetslachtoffer, de omstandigheden van het delict, de kans op recidive,rapporten van ketenpartners en de persoonlijke omstandigheden van deverdachte. Dit kan resulteren in een afwijking van de richtlijn.Aanbeveling 3De derde aanbeveling gaat in op het beleid ten aanzien van seksadverten-tieplatforms. Het rapport vraagt een dwingend juridisch kader te ontwik-kelen waardoor onwelwillende platforms gesanctioneerd kunnen worden.Advertentieplatforms zijn een plek waar sekswerkers hun diensten kunnenaanbieden aan klanten. Ik ben bekend met de misstanden die zichvoordoen op deze platforms. Het baart mij zorgen dat minderjarigeslachtoffers worden aangeboden en een klantengroep doelbewust opzoekgaat naar een groep slachtoffers die extra kwetsbaar zijn. Het is vanbelang om minderjarige slachtoffers zoveel mogelijk te voorkomen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2553 deze groep klanten streng te straffen. Ik kan u verzekeren dat hieraanvanuit mijn departement prioriteit wordt gegeven.De signalen van misstanden op advertentieplatforms neem ik serieus en ikben mij bewust van de zorgen die er zijn over de misstanden. In hetFieldlab Tulpafslag, waarin verschillende multidisciplinaire groepen deproblematiek rondom het online aanbod van seksuele kinderuitbuitingnader hebben onderzocht, werd bevestigd dat de zelfregulering van dezeplatforms moet worden verbeterd. Er moet ook via die route meergebeuren om slachtoffers te voorkomen en daders aan te pakken. Daaromzal mijn departement, zoals toegezegd in de beantwoording van deKamervragen van de leden Boomsma en Bikker, in gesprek gaan met deorganisaties die destijds betrokken waren bij het Fieldlab Tulpafslag.2 Ineen later stadium zal ik ook in gesprek gaan met de verschillendeadvertentieplatforms. Het doel van deze gesprekken is om in gezamen-lijkheid te bezien hoe misstanden kunnen worden aangepakt en welkevervolgstappen genomen dienen te worden om dit te voorkomen. Ik zaluw Kamer hierover op de hoogte houden.Daarnaast vinden er ontwikkelingen op Europees niveau plaats diebijdragen aan het aanscherpen van dwingend juridisch kader waaraanlidstaten, dus ook Nederland, zich dienen te houden. Zo is op 17 februari2024 voor alle Europese lidstaten de Digital Services Act (DSA) in werkinggetreden. De DSA stelt regels aan tussenhandeldiensten zoals websites enonline platformen om een veilig en betrouwbaar internet te bevorderenter bescherming van (minderjarige) burgers. In de DSA zijn onder meerregels opgenomen over de omgang met illegale activiteit en inhoud, isvoorzien in een kennisgevings- en actiemechanisme voor meldingen vanillegale inhoud en worden nadere regels gesteld rondom misbruik vandiensten door afnemers en reclame op online platforms.Ten slotte wordt ook op andere manieren ingezet om uitbuiting die onlineplaatsvindt te signaleren. Zo werkt politie binnen het kader van dekwalitatieve afspraken uit de Veiligheidsagenda onder andere aan deversterking van de samenwerking met (online) partners ten aanzien vanhet signaleren van uitbuiting die online plaatsvindt. Dit doet politie onderandere door in gesprek te gaan met leveranciers van online platformen enaandacht te vragen voor het verstrekken van signalen van misstanden aanpolitie.Aanbeveling 4Het rapport raadt ten vierde aan maatregelen te nemen op het gebied vanvoorlichting, afschrikking en het voorkomen van recidive met het doel tevoorkomen dat klanten (opnieuw) seks kopen van minderjarigen.Het CKM constateert terecht dat voorlichting en afschrikking kunnenbijdragen aan een afname aan de vraagkant van betaalde seks metminderjarigen. Het maakt klanten bewust van het risico dat zij mogelijkeen strafbaar feit plegen en welke gevolgen dit voor henzelf en hetslachtoffer heeft. Daarom wordt in het versterkte Actieplan programmaSamen tegen mensenhandel, dat op 17 juni jl. met uw Kamer is gedeeld,ingezet op het creëren van brede bewustwording. Doelstelling hiervan isdat mensen zich bewust worden van wat mensenhandel is zodatmensenhandel eerder wordt gesignaleerd en kan worden voorkomen.Onderdeel van deze brede bewustwording, die onder Actielijn 1 uit hetActieplan valt, is de aanpak die zich specifiek richt op de groep klanten die2Aanhangsel Handelingen II 2024/2025, nr. 680Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2554 seks kopen van minderjarigen. Om klanten voor te lichten en te ontmoe-digen om seks van minderjarigen te kopen wordt een aantal acties in ganggezet door de politie en het OM. Als voorbeeld kan hier genoemd wordenhet onder aanbeveling 2 reeds benoemde organiseren van een landelijkeactiedag. Daarnaast zal het OM bij het vervolgen van klanten die seks vanminderjarigen kopen vaker in de media uitleggen waarom een klant-daderwordt vervolgd. Door meer (media) aandacht voor de aanpak van klantendie seks kopen van minderjarigen te genereren, wordt deze groep zichbewust van wat mensenhandel is, kunnen zij het tijdig signaleren enhebben ze indien nodig een handelingsperspectief. Ook zal door middelvan een Mensenhandel Fieldlab worden onderzocht hoe de aanpak vanklanten die seks kopen van minderjarigen kan worden verbeterd. In hetFieldlab worden professionals in multidisciplinaire teams getraind,gecoacht en ondersteund om tot nieuwe interventies te komen. Dezeacties en nieuwe interventies kunnen bijdragen aan het afschrikkendeffect.Naast het creëren van bewustwording en afschrikking, is het ook vanbelang dat klanten die zich al eens schuldig hebben gemaakt aan hetkopen van seks van minderjarigen niet nogmaals dezelfde fout begaan.Het voorkomen van recidive van deze groep is belangrijk om ervoor tezorgen dat geen nieuwe slachtoffers worden gemaakt. Daarom zal in hetkader van het versterkte Actieplan ook worden ingezet op het verlagenvan het recidiverisico door middel van het ontwikkelen van een e-learningvoor reclasseringsmedewerkers. Door middel hiervan kunnen reclasse-ringsmedewerkers mensenhandel beter herkennen en kunnen zij bij(potentiële) daders van mensenhandel met advisering, toezicht enbegeleiding ervoor zorgen dat deze beter aansluit bij de daderaanpak omzo recidive te voorkomen.Aanbeveling 5In de laatste aanbeveling in het rapport, onderstreept het CKM het belangvan het blijven verkennen van maatregelen en interventies die in anderelanden succesvol zijn gebleken in het ontmoedigen en voorkomen van devraagkant van klanten naar seks met minderjarigen. Daarnaast beveelt hetCKM aan om mogelijkheden tot internationale samenwerking teverkennen.Op dit moment zijn, zoals eerder aangegeven, verschillende acties in hetActieplan programma Samen tegen mensenhandel opgenomen die zienop de verdere vormgeving van de aanpak van klanten die seks kopen vanminderjarigen. Het is van belang eerst de effectiviteit van deze maatre-gelen in de nationale context te bezien alvorens er wordt overgegaan tothet verkennen van internationale maatregelen of interventies. Indien blijktdat, bijvoorbeeld in het Fieldlab Mensenhandel, internationale bestpractices meegenomen kunnen worden in de verdere vormgeving van deNederlandse aanpak, zullen deze dan ook worden meegenomen.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2555
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.