KamerkringInloggen
Kamerstuk

Debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 8 september 2011 over verkeersveiligheid

5 okt 2011 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie eb55636c5d38bc89 · officiële bron

Tweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-667VerkeersveiligheidAan de orde is het debat naar aanleiding van een alge-meen overleg op 8 september 2011 over verkeersveilig-heid.De heer De Jong (PVV):Voorzitter. Al voor de zomer hebben wij onze ernstige zor-gen geuit over het voornemen tot het verlagen van deflitsmarge op de wegen waar 130 km/u mag worden ge-reden. Ik heb destijds een motie ingediend om te voorko-men dat er een andere flitsmarge zou worden ingevoerd.Die heb ik toen aangehouden en die zou ik volgende weekopnieuw in stemming willen brengen. Ongeacht wat mennu vindt van die 130 km/u, gaat het de PVV-fractie eromdat automobilisten als gevolg van deze maatregel meteen werkelijke snelheid van 132 km/u geflitst kunnen wor-den. Bij een overtreding van 2 km/u te hard rijden, kan erdus al een bon op de mat komen. Dat is een onwenselijkesituatie. Daar moet die motie verandering in gaan bren-gen. Ik hoop daarbij op brede steun van de Kamer.Mijn tweede motie gaat over het scooter- en snorfiet-senbeleid bij de gemeenten. Voor de verkeersveiligheidis het belangrijk dat er een landelijke uniformering zalplaatsvinden voor het scooter- en snorfietsbeleid. Daaromdien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er bij scooter-, bromfiets- en snorfiets-bestuurders veel onduidelijkheid is over waar zij mogenrijden omdat iedere gemeente op dit punt haar eigen ver-keersregels bepaalt;overwegende dat het in het belang van de verkeersveilig-heid is dat er eenduidige regelgeving geldt;verzoekt de regering om drie eenvoudige landelijke regelsin te voeren met betrekking tot scooters, brom- en snor-fietsen te weten: 1. alle snorfietsen (max. 25 km/h) te allentijde op het fietspad; 2. alle scooters/bromfietsen (max.45 km/h) binnen bebouwde kom (dus max. 50 km wegen)op de weg; 3. alle scooters buiten bebouwde kom (dus opwegen met hogere maximum snelheid dan 50 km/h) ophet fietspad,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid De Jong. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 288 (29398).De voorzitter:Mijnheer De Jong, u zei "de tweede motie", maar ik hebeigenlijk maar één motie gehoord.De heer De Jong (PVV):Ik heb in dit verband al eerder een motie ingediend die ikheb aangehouden. Die zal echter opnieuw in stemmingkomen.Mevrouw Van Gent (GroenLinks):Voorzitter. Wij hebben een uitgebreid overleg gehad endat zal ik natuurlijk niet overdoen, want daar houdt devoorzitter niet van. Ik sta hier eigenlijk om een wens vanwethouder Wiebes uit Amsterdam te vervullen. De heerWiebes is een VVD-wethouder, zoals menigeen weet. Ikbreng zijn wens over middels een motie die ik zo dadelijkzal indienen. In het algemeen overleg zijn veel onderwer-pen aan de orde geweest, omdat de verkeersveiligheidvan groot belang is, zeker voor de kwetsbare deelnemersaan het verkeer. Ik heb destijds aandacht gevraagd voorde "bromscooters", zoals ik ze bijna zou willen noemen.Dit zijn de scooters waar je zonder helm op kunt rijden ophet fietspad. Voor fietsers hebben deze scooters heel ver-velende neveneffecten. Daarom dien ik de volgende motiein.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat snorfietsen verplicht gebruikmaken vanhet fietspad, tenzij de lokale wegbeheerder hen naar derijbaan verwijst;constaterende dat het aantal snorfietsen, met name snor-scooters, snel toeneemt, hetgeen in diverse gemeentenleidt tot grote drukte en onveilige situaties op het fiets-pad;constaterende dat de maatregel "brommers op de rij-baan" heeft geleid tot een afname van het aantal letselon-gevallen onder brommerrijders met meer dan 30%;constaterende dat de gemeente Amsterdam voorstan-der is van een grootschalig experiment om snorfietsen– waaronder scooters – op de rijbaan te laten rijden inplaats van op het fietspad;constaterende dat een snorfietsbestuurder zonder helmniet veilig aan het verkeer kan deelnemen op de rijbaanen er dus een helmplicht voor de periode van dit experi-ment zou moeten gelden;constaterende dat de minister inmiddels heeft toegezegdhaar medewerking te willen verlenen door onderzoeksge-gevens ter beschikking te stellen, maar dat de gemeenteAmsterdam ook van de minister afhankelijk is voor de in-voering van een tijdelijke helmplicht;verzoekt de regering om het mogelijk te maken een tijde-lijke helmplicht in te voeren voor bestuurders van snor-fietsen gedurende een experiment waarbij snorfietsenvan de fietspaden naar de rijbaan gaan, Van GentTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-67en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent enVerhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 289 (29398).De heer Slob (ChristenUnie):Voorzitter. Ik heb al verscheidene malen in de afgelopenperiode mijn grote zorgen geuit over de grove snelheids-overtredingen die ook in de 30 kilometerzones plaatsvin-den. Dit is levensgevaarlijk omdat daar vaak veel spelen-de kinderen zijn. Ik heb eerder dit jaar bij een veegwetjeamendementen ingediend, maar die werden als enigszinsvroegtijdig beoordeeld door mijn collega's en de minister.Ik werd doorverwezen naar het algemeen overleg over deverkeersveiligheid. Ik ben hier nu dus om dit via een mo-tie aan de Kamer voor te leggen.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het rijbewijs in 30 kilometerzones paswordt ingenomen bij een snelheid boven de 80 km/h;overwegende dat het wenselijk is dat harder wordt opge-treden tegen grove snelheidsovertredingen, met namebinnen de bebouwde kom;verzoekt de regering, na overleg met betrokken partijenmet voorstellen te komen om de grens van inname vanhet rijbewijs aan te scherpen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 290 (29398).Mevrouw Dijksma (PvdA):Voorzitter. Ik wilde eigenlijk gewoon een vraag stellen aande ministers. Ik was heel blij dat de minister van Veilig-heid en Justitie tijdens het overleg over verkeersveilig-heid onomwonden mijn plan van aanpak voor het tegen-gaan van scooteroverlast omarmd heeft. Hij heeft toengezegd: dat gaan wij doen, punt. Bij beide ministeries ligter een tijdje een voorstel om de registratie van scooter-diefstal ter hand te gaan nemen. Dit is ook onderdeel vanhet plan dat ik namens mijn fractie heb ingediend. Ik be-grijp echter dat de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteitgeen reactie krijgt op het plan van de ministers.Ik vraag de ministers dan ook hoe het staat met de uit-voering van het plan van aanpak, waarvan de ministervan Veiligheid en Justitie zei dat we dit gaan doen. Krij-gen we een brief? En op welke termijn? Kunnen we danook vóór de behandeling van beide begrotingen zien watzij specifiek op het punt van de registratie van diefstal vanscooters van plan zijn te gaan doen? Er zitten namelijkwat kosten aan vast; dat loopt niet in de tonnen maar eer-der in de tienduizenden euro's. Ik neem toch aan dat zijdit zelf kunnen ophoesten, maar als zij dit niet doen, lig-gen de amendementen klaar.De heer Aptroot (VVD):Voorzitter. Wij hadden een uitgebreid en goed overlegmet de bewindslieden gevoerd. Veel zaken zijn daar al af-gehandeld middels toezeggingen, of sterker: er is beargu-menteerd waarom iets niet zou kunnen.Ik houd twee punten over. Het eerste punt lijkt qua on-derbouwing iets afwijkend van wat de heer De Jong vande PVV wil, maar het doel is hetzelfde. Wij willen een con-sequent beleid bij de controle en handhaving van allesnelheden en een beleid dat draagvlak heeft onder de be-volking. Daartoe dien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering van plan is, een uitzonde-ring te maken bij het vervolgingsbeleid voor snelheids-overtredingen voor wegdelen met een maximumsnelheidvan 130 km/h;overwegende dat het ongewenst is dat wordt afgewekenvan het consequente vervolgingsbeleid;voorts overwegende dat het ook voor het draagvlak enbegrip voor controle en handhaving ongewenst is als erbekeuringen worden gegeven voor snelheidsovertredin-gen van 1 of 2 km/uur voor wegdelen met een maximum-snelheid van 130 km/h, terwijl dat op alle andere wegenniet gebeurt;tot slot overwegende dat het signaal dat een snelheids-overtreding op een weg met 130 km/h ernstiger is dan eensnelheidsovertreding op een weg met een maximumsnel-heid van 30 km/h en 50 km/h niet passend is, omdat juistop de 30 en 50 kilometerwegen de meeste ongelukken ge-beuren en verkeersslachtoffers vallen;spreekt als haar mening uit dat de voorgenomen wijzigingvan het vervolgingsbeleid niet gewenst is;verzoekt de regering, van haar voornemen daartoe af tezien,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Aptroot. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 291 (29398). AptrootTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-68De heer Aptroot (VVD):Voorts hebben wij gesproken over de brommobielen ende gekke situatie dat als mensen het rijbewijs wordt afge-nomen omdat zij niet meer in staat worden geacht om opeen veilige manier voor zichzelf en andere weggebruikerseen auto te besturen, zij wel weer in een brommobiel kun-nen stappen. Dat vinden we gek en daarom dien ik de vol-gende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat automobilisten na inname van het A-of B-rijbewijs vanwege ongeschiktheid een auto te bestu-ren, het recht hebben op een AM-rijbewijs waarmee dezebestuurders in een brommobiel mogen rijden;overwegende dat hierdoor bestuurders die een gevaarzijn voor zichzelf en voor medeweggebruikers toch blijvenrijden;verzoekt de regering, met een voorstel te komen waar-door het niet meer mogelijk is dat mensen die niet langerin staat zijn, veilig een voertuig te besturen toch automa-tisch in een brommobiel mogen rijden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Aptroot enDijksma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 292 (29398).Na sluiting van de termijn hebben zich nog twee spre-kers aangemeld. Het woord is eerst aan de heer PaulusJansen van de SP.De heer Paulus Jansen (SP):Voorzitter. Ik heb het genoegen om namens mijn collegaBashir twee moties in te dienen. De eerste heeft betrek-king op de afhandeling van klachten over het Centraal Bu-reau Rijvaardigheidsbewijzen. In december vorig jaar isdaarover een motie van de heer Bashir aangenomen. Watons betreft is het tempo van uitvoering van die motie on-voldoende. Vandaar dat ik de volgende motie indien, omdaar meer richting aan te geven.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er conform de aangenomen mo-tie-Bashir (23398, nr. 253) nog altijd wordt gewerkt om tekomen tot een onafhankelijke klachtencommissie voor hetCentraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR);overwegende dat de Nationale ombudsman een herken-bare en laagdrempelige instantie is die veel mensen algoed weten te vinden;constaterende dat de Nationale ombudsman bovendiende laatste periode heeft aangetoond dat hij goed in staatis om klachten over het CBR inhoudelijk te kunnen behan-delen;van mening dat het van groot belang is dat er zo snel mo-gelijk een daadkrachtig klachtenmeldpunt komt, vooralook vanwege de reeds bekende problemen bij het CBR;verzoekt de regering, de nog op te richten onafhankelijkeklachtencommissie rijbewijzen onder te brengen binnenhet takenpakket van de Nationale ombudsman en dezedaarbij afdoende (juridische) middelen te geven om dezetaak daadkrachtig te kunnen vervullen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Paulus Jansen.Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende on-dersteund.Zij krijgt nr. 293 (29398).De heer Paulus Jansen (SP):Mijn tweede motie kan ik het best inleiden met een tweetdie ik vijf minuten geleden ontving van ene mevrouw VanDam: "Mijn man heeft een spierziekte en betaalt elke driejaar bijna € 200 aan een neurologenkeuring van nog geenvijf minuten." Die keuring heb je nodig om een rijbewijste kunnen aanvragen. Dat is natuurlijk een vorm van zak-kenvullerij die onacceptabel is voor mensen die toch al ophoge kosten gejaagd worden. Vandaar de volgende mo-tie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er voor het verkrijgen of voor het be-houden van een rijbewijs in bepaalde gevallen eigen ver-klaringen moeten worden overhandigd en/of een medi-sche keuring moet worden ondergaan;constaterende dat veel mensen die een rijbewijs aanvra-gen of verlengen hierdoor op aanzienlijke kosten wordengejaagd, terwijl de reden hiervoor vaak volledig buitenhun schuld ligt;constaterende dat er bovendien fors verschillende tarie-ven worden berekend door artsen of medische specialis-ten;van mening dat het onwenselijk is dat een aanvrager vaneen rijbewijs onnodig op forse extra kosten wordt ge-jaagd; Paulus JansenTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-69verzoekt de regering om voor het verstrekken van een ei-gen verklaring alsmede voor de daarvoor vereiste medi-sche keuringen voortaan de kostprijs te hanteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Paulus Jansen.Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende on-dersteund.Zij krijgt nr. 294 (29383).De heer De Rouwe (CDA):Voorzitter. Dank voor uw coulance om alsnog twee spijt-optanten toe te voegen aan deze agenda; ik was gelukkigniet de enige. Wij hebben goed overleg gehad met veeltoezeggingen van het kabinet, zoals de heer Aptroot alverwoordde. Daarvoor mijn dank en waardering. Dit iseen afronding van de punten waarover wij het niet eenszijn.Mijn fractie heeft evenals andere fracties kanttekenin-gen gezet bij de aangekondigde bezuinigingen op de ver-keersveiligheidorganisaties. Ik zou hierover een motiekunnen indienen, maar omdat het onderdeel uitmaaktvan de begroting, vind ik het chiquer om bij de begro-ting daarop terug te komen. Vandaar dat u daarover nugeen concreet voorstel ziet, maar dat wil niet zeggen dathet voorstel van de baan is. Twee moties wil ik wel indie-nen en de eerste gaat over de overlast die hulpverlenerssteeds vaker ervaren op de weg.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat hulpdiensten regelmatig gehinderdworden door asociaal weggedrag, waaronder kleven,vooruit rijden en snijden;overwegende dat dit de hulpverlening bemoeilijkt en kanleiden tot levensgevaarlijke situaties;overwegende dat de aanpak van dit gevaar en deze over-last per regio verschilt;verzoekt de regering om in samenspraak met hulpverle-ners, politie en Openbaar Ministerie tot een gezamenlij-ke, sluitende en landelijke aanpak te komen en de Kamerhierover komend voorjaar te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid De Rouwe. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende onder-steund.Zij krijgt nr. 295 (29383).De heer De Rouwe (CDA):Dan mijn tweede en laatste motie. Begin dit jaar heeftmijn fractie samen met de PvdA-fractie een motie inge-diend om asociaal scootergedrag harder aan te pakkendoor bij twee overtredingen over te gaan tot inbeslagna-me van de rijbevoegdheid. Later dit jaar kregen wij sterkesignalen, ondersteund door onderzoeken, dat veel jonge-ren zonder rijbevoegdheid rijden. Daardoor heeft die aan-pak geen toegevoegde waarde, want hoe kun je iets af-nemen wat er niet is? Daarom dien ik een voorstel in, datheb ik mondeling bij het AO al toegelicht, om veel snel-ler dan nu de scooter in beslag te nemen als iemand nietbeschikt over zo'n rijbewijs. Daarvoor dien ik de volgendemotie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de invoering van het bromfietsrijbewijsmoet leiden tot een grotere verkeersveiligheid;overwegende dat de meest kwetsbare groep van jongerendie zich niet of nauwelijks bewust zijn van verkeersrisico'sen die zichzelf overschatten en onkwetsbaar wanen inheel veel gevallen zonder rijbewijs rijdt;overwegende dat inbeslagname van de bromfiets thansplaats kan vinden nadat een bestuurder zonder rijbewijsvoor de derde keer betrapt is;verzoekt de regering om met voorstellen te komen om debromfiets eerder in beslag te nemen als blijkt dat de be-stuurder niet beschikt over een geldig bromfietsrijbewijs,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid De Rouwe. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende onder-steund.Zij krijgt nr. 296 (29398).De voorzitter:Ik wil het eerste het woord geven aan de minister van In-frastructuur en Milieu. Ik vraag haar om even aan te ge-ven op welke moties zij een reactie zal geven en welkemoties door de minister van Veiligheid en Justitie zullenworden behandeld.Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Voorzitter. Ik zal een reactie geven op de motie op stuk nr.288 van de PVV over de drieslag. De motie op stuk nr. 291die betrekking heeft op de snelheid van 130 km/u zal doorde minister van Veiligheid en Justitie beantwoord wor-den. Ik geef ook een reactie op de motie van GroenLinksop stuk nr. 289 over de helmplicht. De motie op stuk nr.290 van de ChristenUnie zal beantwoord worden door deminister van V en J. Ik zal een antwoord geven op mo- Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-70tie nr. 292 van de heer Aptroot over het brommobiel. Deminister van V en J zal ook ingaan op het antwoord vande PvdA op de registratie van diefstal. De moties van deSP zal ik weer beantwoorden en de moties van het CDAneemt de minister van V en J voor zijn rekening. Ik hoopdat het zo duidelijk isVoorzitter. Wij hebben inderdaad een uitgebreid alge-meen overleg gehad. Het is ook goed dat de minister vanV en J en ik hier samen zitten, want vaak blijkt dat het be-leid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu envan het ministerie van Veiligheid en Justitie op dit terreingoed op elkaar aansluiten.Ik loop de moties met u langs. Ik kom allereerst bij mo-tie nr. 288 van de PVV waarin de regering gevraagd wordtom drie eenvoudige landelijke regels in te voeren voorscooters, bromfietsen en snorfietsen.Het lastige is dat in deze motie het begrip scooter alsvoertuigcategorie wordt gebruikt, maar die bestaat eigen-lijk niet. Wij hebben bromfietsen, die gaan tot 45 km/u.en snorfietsen die gaan tot 25 km/u en motoren. Als ik demotie zo mag interpreteren dat bij 2 met scooters brom-fietsen worden bedoeld – namelijk de voertuigen die 45km/u kunnen rijden – en niet de snorfietsen en de scoo-ters buiten de bebouwde kom ook zo mag interpreten,wijs ik erop dat het nu al zo is als in de motie wordt ge-vraagd. Alle snorfietsen moeten al op het fietspad. Bij hetverzoek onder punt 2 geldt dat bromfietsen die maximaal45 km/u kunnen rijden gebruik moeten maken van de rij-baan, tenzij de gemeente er een verplicht fiets/bromfiets-bord heeft neergezet en dus een reden heeft om dat opeen andere manier vorm te geven.Ik vind het onwenselijk om de snorfiets naar de rijbaante verplaatsen, want die gaat 25 km/u en komt dan tussenverkeer dat veel sneller gaat. Dat levert gewoon gevaarlij-ke situaties op. Bovendien heeft de wegbeheerder de mo-gelijkheid om de snorfietser op bepaalde plekken van hetfietspad te weren als hij denkt dat dit verstandig is en alsdit ook veilig kan.Bij punt 3 gaat het om buiten de bebouwde kom opwegen met een maximale snelheid alle scooters op hetfietspad te zetten. Dat is reeds zo. De snorfietsen moetenop het fietspad indien dat er is. Bromfietsen rijden op derijbaan, tenzij het bord van kracht is waarover ik zojuistsprak, dan rijden zij verplicht op het bromfietspad. Hetis aan de wegbeheerder om bebording te kiezen. Als on-der scooters bromfietsen worden verstaan, kloppen dedrie spelregels al. Als er andere zaken onder worden ver-staan, ontraad ik de motie omdat ik de snorfietser niet opde weg wil. Ik hoop dat het duidelijk is.De heer De Jong (PVV):Voorzitter. Het is een heel verhaal en ik ben daar natuur-lijk erg blij mee. Het is altijd goed als de minister uitvoe-rig antwoord geeft. Mijn probleem is dat er soms andereregels gelden. Ik noem bijvoorbeeld Amsterdam. En alsik vanuit Gouda met mijn scootertje naar Bodegraven wil,kan het zo maar zo zijn dat er toch andere regels gelden.Daarom hebben wij deze motie ingediend. Kan de minis-ter garanderen dat als wij deze motie niet zouden indie-nen, er in heel Nederland overal dezelfde regels gelden?Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Nee, dat heb ik net gezegd. In principe zijn de snorfietsenop het fietspad en de bromfietsen op de rijweg. Gemeen-ten mogen en kunnen daarop een uitzondering maken.Dat doen zij vaak terecht op basis van een inschatting vande veiligheid. Dat doen ze bijvoorbeeld als ze kunnen in-schatten dat het op het fietspad niet veilig genoeg is ombeide verkeersstromen af te wikkelen. Misschien schat-ten ze in dat de rijweg niet veilig genoeg is en brengenze daarom de bromfiets naar het fietspad. De lokale weg-beheerder heeft die bevoegdheid en regelt dat in de ei-gen lokale regelgeving. Wat mij betreft is dat goed. De ge-meenten hebben de mogelijkheid om maatwerk te leve-ren. De drie principes worden overal gehanteerd, maar erwordt soms van afgeweken. Ik wil niet zeggen dat dat nietmeer mag. Indien zij zó wordt geïnterpreteerd, ontraad ikde motie.Ik kom op de motie over de helmplicht. Mevrouw VanGent vroeg mij om de heer Wiebes een handje te helpen.Dat had ik allang gedaan, of hij nu van de VVD was ofniet. Immers, Amsterdam vraagt mij om een pilot moge-lijk te maken om de snorfietsers de mogelijkheid te ge-ven om op de rijbaan te rijden. Dat is mogelijk, dat kande gemeente doen. Wij helpen met onderzoeksgegevens.Mevrouw Van Gent wil echter een stapje verder gaan: zijwil een helmplicht voor snorfietsers invoeren. In het al-gemeen overleg heb ik aangegeven dat dit een van delaatste folkloristische regels is die wij nog hebben. Ooit isde regel ontstaan voor het Zeeuws meisje dat geen helmop wilde. Toen hebben wij gezegd: voor de snorfiets, dielangzaam gaat, moet dat tot de mogelijkheden behoren.Maar het is natuurlijk niet alleen daarvoor bedoeld. Hetgaat ook om mensen die om lichamelijke of andere rede-nen zonder helm moeten kunnen rijden. Ik wil een kleinegroep "wanbestuurders" niet de reden laten zijn om eengrote groep Nederlanders die bewust kiezen voor een ver-voermiddel zonder helm, daarmee te straffen. Het mooieis dat iedere individuele snorfietsrijder er zelf voor kankiezen om een helm op te doen. Als zij in een gemeentelij-ke pilot verplicht worden om op de rijbaan te rijden, kun-nen zij daarvoor kiezen. Iedereen die zich door de pilot on-veilig voelt, kan maatregelen nemen. Je ziet tegenwoor-dig ook steeds meer fietsers met een helm. Nogmaals,ik wil dit geen verplichte regeling maken. Het zou ook zólang duren, dat die pilot allang verouderd zou zijn.Mevrouw Van Gent (GroenLinks):In het algemeen overleg hebben wij het inderdaad overhet Zeeuws meisje gehad. Ik heb toen gezegd dat ik zolangzamerhand een punthoofd krijg van deze reactie, endat is ook lastig met een helm. Ik ben al best oud en ikweet dat je in de vorige eeuw zonder helm op een brom-mer mocht rijden. Je kunt dat heel liberaal aan de indivi-duele brommerrijder overlaten, maar de overheid heefttoen uit het oogpunt van verkeersveiligheid besloten omde helm in te voeren. Ik vind deze reactie van de ministerdus niet zo sterk. Ik weet dat het experiment in Amster-dam mag plaatsvinden, maar door de drukte daar is hetvragen om ongelukken als je alle snorfietsers op het fiets-pad laat rijden. Als je de snorfietsers naar de rijbaan ver-plaatst, is het vanuit het oogpunt van veiligheid van be-lang om er een helmplicht aan te koppelen. Anders ont-staat een patstelling. Waarom laat de minister het niet toeom aan de pilot een helmplicht te koppelen?Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Ik zie een groot verschil met de verplicht gestelde brom-merhelm, omdat het bij brommers om een veel hogeresnelheid gaat, met alle gevolgen van dien. De helmplichtis gewoon geregeld in artikel 60 RVV uit 1990. Daarin staatdat bromfietsers een goed passende helm met een goede Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-71sluiting moeten dragen. Dat geldt niet voor de bestuurderen de passagier van een snorfiets. Als je dit al zou willen,moet je de regelgeving aanpassen. Dan ben je zo een heletijd verder. Je kunt daar niet zomaar een tijdelijke onthef-fing voor hanteren. De rompslomp die erbij hoort, naastde inhoudelijke onwenselijkheid, doet mij de motie ontra-den.Mevrouw Van Gent (GroenLinks):Pilots zijn ervoor om buiten de regels om te experimen-teren om te bekijken of regels beter kunnen worden ge-maakt, in dit geval voor de verkeersveiligheid. Ik zou ei-genlijk heel precies van de minister willen weten waar datstaat en waarom dat niet op tijdelijke basis zou kunnen.Vervolgens kun je op basis van de resultaten van de pilotwel of geen verdergaande stappen nemen.Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Als je wilt afwijken van een wet, moet een wet ook expe-rimenteerruimte bieden. Dit moet de Kamer van te vorenopnemen in een wet, maar dit staat er niet. Ik noem arti-kel 60c, want mevrouw Van Gent wil het heel precies we-ten. Lid 1: Bromfietsers moeten een goedpassende helmdragen met goede sluiting. Lid 2: Dit geldt niet voor be-stuurders en passagiers van een snorfiets. Dit is opge-schreven in juridische taal; ik heb het vertaald.Ik kom op de motie van de heer Aptroot en mevrouwDijksma op stuk nr. 291 over het rijbewijs voor de brom-mobiel. Zij vragen: als een rijbewijs wordt ingenomenwegens roekeloos rijdgedrag, is het dan niet gek dat jedan nog wel in een brommobiel of bromfiets mag rijden?Er zijn twee dingen: rijvaardigheids- en rijgeschiktheids-eisen. Rijvaardigheidseisen gaan over de vraag of je instaat bent om te besturen. Het gaat dan bijvoorbeeld omde vraag of je overtredingen hebt begaan, zoals veel tehard rijden. Oftewel: ben je de regels die je hebt geleerden het diploma dat je hebt behaald, waardig? Als iemandvanwege roekeloos rijgedrag een intrekking van zijn rijbe-wijs krijgt, geldt ook meteen een intrekking van de moge-lijkheid om op een brommobiel of een bromfiets te rijden.Bij rijgeschiktheid gaat het erom of iemand geschikt is. Ie-mand mag bijvoorbeeld om medische redenen geen au-to meer rijden, maar kan nog wel gebruikmaken van eenbromfiets of een brommobiel. Tijdens de behandelingvan dit onderwerp in 2006 heeft de Kamer er expliciet ofbewust voor gekozen om geen geschiktheideisen te stel-len voor deze groep. De reden daarvoor was dat ouderendie misschien om medische redenen niet meer met deauto mogen rijden, dan eigenlijk helemaal niet meer mo-biel zijn omdat zij dan ook geen brommobiel of bromfietsmogen rijden. Dit is best een complexe vraag. De vraag isimmers: als je iemand niet geschikt vindt om auto te rij-den, vind je hem dan wel geschikt om met een brommo-biel of bromfiets te rijden? Die keuze is toen expliciet ge-maakt. Ik zou nu aan de Kamer willen overlaten of zij dewet daarop wil aanpassen. Ik zie in de praktijk echter geenprobleem. Als mij wordt gevraagd wat ik er als ministervan vind, zou ik dat niet willen veranderen. Ik zie name-lijk niet dat in die groep meer ongevallen worden veroor-zaakt. Je moet een regel aanpassen als er een probleemis, want de consequentie is wel dat heel veel ouderen diegeen auto meer mogen rijden, dan ook niet meer op eenbromfiets of een brommobiel mogen rijden. Het is een af-weging tussen enerzijds mogelijke consequenties voorverkeersveiligheid en anderzijds mobiliteit van ouderen.Ik zie geen probleem. Als er geen probleem is, hoeft erniets te worden opgelost, maar ik laat dit over aan de Ka-mer.De heer Aptroot (VVD):Ik begrijp op zich de redenatie van de minister, maar ikkrijg toch regelmatig meldingen binnen dat mensen, bij-voorbeeld omdat het gezichtsveld te beperkt wordt, evenafsnijden met de auto en een fietser platrijden. Ze wordenqua gezondheid te zwak en raken daardoor ook wel eenswat in de war, zodat ze op het gaspedaal trappen in plaatsvan op de rem. Dat lijkt mij met een brommobiel – die ge-vallen zijn er – net zo gevaarlijk als met een auto. Ik be-grijp wel dat, als de motie wordt aangenomen, niet duide-lijk is hoe wij het precies oplossen, maar dat de ministerdan bereid is om de motie uit te voeren en te bekijken ofwe de bevoegdheid voor een brommobiel sowieso moe-ten intrekken of dat we een andere check hebben om tebepalen of het op dat punt nog wel zou kunnen. Dat laat-ste vind ik namelijk ook een mogelijkheid.Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Misschien zou het helpen als ik tussentijds, voor de stem-ming, aangeef wat de mogelijkheden zouden zijn vooreen check. Ik zou het namelijk vervelend vinden als men-sen die echt geen auto meer kunnen besturen maar welgebruik kunnen maken van een andere vorm van vervoer,daar meteen van uitgesloten worden. Ik kan dus wel evenbekijken wat op dat punt de mogelijkheden en onmoge-lijkheden zijn. Dan kan de motie misschien worden aange-houden totdat wij daar bericht over hebben gestuurd.De heer Aptroot (VVD):De minister kan de motie wat mij betreft – ik kijk evennaar de mede-indienster, mevrouw Dijksma – als volgtinterpreteren: wij signaleren een probleem, wij zoudenwillen kijken naar een oplossing en wij zouden ook evenwillen inventariseren hoe groot het probleem in de prak-tijk is. Dat zou kunnen betekenen dat er ook varianten zijnwaarin, als men niet meer in een personenauto zou kun-nen rijden, de brommobiel soms wel wordt toegestaanen soms niet. De minister kan de motie wat mij betreft zobreed interpreteren. Dan is er iets meer tijd dan voor destemmingen van dinsdag en kan de minister even rustigonderzoek doen en met een voorstel komen. Wij dicterendus niet hoe dat voorstel er exact uit moet zien.Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Prima, ik kan prima uit de voeten met het voorstel van deheer Aptroot en mevrouw Dijksma.Er zijn nog twee moties van de SP-fractie over hetCBR. Een van die moties is niet in het AO aan de ordegeweest, maar ik reageer er met liefde op. Die motiegaat over de onafhankelijke klachtencommissie van hetCBR. We hebben gepolst hoe onder andere de SP-fractiedaarover denkt. Ik kom deze maand met een brief over hetCBR; daarin neem ik ook de klachtencommissie mee. Ikneig er op dit moment naar om een tijdelijke commissiebij de ombudsman neer te zetten, zoals de SP-fractie in demotie voorstelt. Die commissie is tijdelijk, omdat ik vinddat organisaties uiteindelijk zelf de klachten moeten kun-nen behandelen. Daarmee hebben zij dan immers ook devolwassenheid om zelf te leren van hun klachten. Ik zaldus niet overgaan tot een volledige variant maar tot eentijdelijke variant waarmee dit, indachtig het feit dat hiernu te veel problemen mee zijn, ook elders wordt onderge-bracht. Ik kom deze maand met een brief. Als de motie tot Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-72dan kan worden aangehouden om te zien of de brief vol-doet, zou dat dus prettig zijn.De tweede motie gaat over het medische aspect vanhet CBR. Dat hebben wij wel besproken in het algemeenoverleg. Ik heb toen gezegd dat ik de medische proble-matiek tegen het licht wil houden. Ik heb daarbij overi-gens ook aangegeven dat het CBR de kostprijs rekent. HetCBR doet dus niets bovenop die onderzoeken. De dokto-ren en de artsen zijn in staat om hun eigen prijs in reke-ning te brengen. Die prijzen zijn gewoon vastgelegd. Erzijn afspraken met het Rijk over de bandbreedtes waarbin-nen de Diagnose Behandel Combinaties vallen. Daarvoorgeldt dus een vast bedrag. Het CBR brengt dus niets extrain rekening. Die onderzoeken maken wel deel uit van deregelgeving zoals die nu is. Wij hebben in de commissiebesloten om die regelgeving opnieuw tegen het licht tehouden om te bezien of al die onderzoeken nodig zijn. Datis een andere vraag dan die over de kostprijs. In de motiewordt de regering verzocht om voor het verstrekken vande eigen verklaring alsmede voor de daardoor vereistemedische keuring voortaan de kostprijs te hanteren. Datgebeurt nu al, zoal ik in het algemeen overleg al heb ge-zegd. Daarmee is deze motie overbodig. In het algemeenoverleg heb ik al toegezegd dat ik een onderzoek zal latendoen naar de noodzaak van al die onderzoeken en dat ikdaar in maart op terugkom.De heer Paulus Jansen (SP):Naar aanleiding van de reactie van de minister, ben ik be-reid om mijn motie op stuk nr. 293 aan te houden.Ik begrijp dat de minister afspraken heeft gemaakt overde medische keuringen. Ik noemde zelf het voorbeeld vande man met een spierziekte die eens per drie jaar voor€ 200 even vijf minuten bij de specialist langs moet. Datlijkt mij toch niet de kostprijs. Kan de minister daar geenenkele invloed op uitoefenen? Kunnen wij daar op een an-dere manier iets aan doen?Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Met artsen worden afspraken gemaakt – hiermee zit ikoverigens in de portefeuille van de minister van VWS –over de kosten van een handeling. Je hebt bijvoorbeeldneurologische testen van heel klein tot groot, maar die zit-ten in één financieel blok. De een is dus relatief goedkoopuit en de ander relatief duur. Dat zijn die diagnosebehan-delcombinaties. Er is vastgelegd van rijkswege wat daar-voor moet worden betaald. Dat is ook het bedrag dat inrekening wordt gebracht bij zo iemand.Er is volgens mij een veel essentiëlere vraag, name-lijk of die meneer wel elke keer een onderzoek moet la-ten doen of dat er kan worden gezegd dat er niets veran-dert aan zijn neurologische situatie. Ik heb het voorbeeldvan epilepsiepatiënten genoemd. Als zij geen epileptischeaanval hebben, kan niet worden getest of zij daar nog aanlijden of niet. De vraag is dan of zo'n onderzoek wel nood-zakelijk is. De prijzen van medische onderzoeken zijn dusvastgelegd, maar daarmee zit ik echt in de portefeuillevan de minister van VWS. Het CBR moet gewoon de kost-prijs hanteren, dus maakt daar verder geen winst op. Voorzover ik weet, is dat dus geregeld. De discussie moet vol-gens mij veel meer gaan over de vraag wat er getoetstmoet worden en wat niet.De heer Paulus Jansen (SP):Gaat de minister in haar brief ook in op dit aspect? Als dathet geval is, ben ik bereid om ook deze motie aan te hou-den. Het schrappen van niet-noodzakelijke keuringen isimmers ook een heel grote stap in de goede richting.Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:De brief in de klachtencommissie komt komende maand.Ik heb afgesproken met de commissie dat het onderzoekin maart komt. Wij moeten even alles tegen het licht hou-den. In het afgelopen algemeen overleg is de vraag aande orde gekomen of de huidige vormgeving nog wel lo-gisch is. In maart kan ik, als al die medische keuringen te-gen het licht zijn gehouden, met het CBR voorstellen doenom daar dingen in te veranderen of niet.De voorzitter:Op verzoek van de heer Paulus Jansen stel ik voor, zijnmotie (29398, nr. 293) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De voorzitter:De heer Jansen heeft niets gezegd over zijn motie op stuknr. 294, dus ik ga ervan uit dat hij die in stemming brengt.Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:Ik heb al gezegd dat deze motie overbodig is.Minister Opstelten:Voorzitter. Ik dank de leden voor hun interventies. Ik be-gin met het beantwoorden van de vragen van mevrouwDijksma. Ik herinner met dat nog heel goed. Ik was inder-daad enthousiast over haar voorbereidingen en haar planvan aanpak inzake scooterdiefstal. Wij steunen de aan-pak van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit waarhet gaat om scooters. Ik zal heel constructief kijken naarhet plan van mevrouw Dijksma. Ik vind het fair en juistom dat stevig te doen en snel. Daar houd ik wel van. Voorde behandeling van mijn begroting zal ik haar een reactiedoen toekomen. Het gaat erom, elk misverstand te voor-komen. Mag ik het zo zeggen? Dit is geen omarmen, maarwel een positieve reactie op de interventie van mevrouwDijksma.Bij die reactie zal ik de kwestie van de registratie vande gestolen scooters betrekken. Mevrouw Dijksma heeftmijn reactie daarop dan in ieder geval voor de behande-ling van de begroting van Veiligheid en Justitie. Als ik hetwel heb – ik zeg het uit mijn hoofd – zal die plaatsvindenop 1, 2 of 3 november. Zo kunnen wij ons daarop beidenmentaal voorbereiden.Ik kom op de motie van de heer Slob op stuk nr. 290. Ikdoe de heer Slob het volgende voorstel voor de wijze omdaarmee om te gaan. Deze motie heeft op zichzelf mijnsympathie. Wij zijn in de Kamer immers met elkaar be-zig om het asociale gedrag in wijken en in 30 kilometer-zones aan te pakken. Ik heb daarbij echter ook te makenmet uitvoeringsproblemen. Bovendien wordt het rijbe-wijs niet direct op straat ingevorderd. Dit betekent niet dateen asociale bestuurder zijn straf ontloopt. Er volgen zeerhoge boetes en lange rijontzeggingen en al dat soort za-ken meer, zoals de leden weten. Als ik meteen ja zeg ophet in de motie gevraagde, weten wij nog niet de effectenvan het gewijzigde boetesysteem zoals ik dit heb ingevuldter uitvoering van de met algemene stemmen aangeno- OpsteltenTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-73men motie-Van der Staaij. Voor deze wijziging kan ik dusop steun van de Kamer rekenen. De kwestie die de heerSlob in zijn motie aansnijdt, speelt daarbij natuurlijk eenrol. Als ik uit puur enthousiasme ja zeg op wat in zijn mo-tie wordt gevraagd, moet ik uitkijken dat ik niet word ge-confronteerd met onevenredige uitvoeringslasten: duizen-den rijbewijzen op het bureau van de officier van justitie,terwijl ik elke dag bel om te vragen hoe het met de ach-terstand staat. Ik zou de heer Slob willen voorstellen omzijn motie aan te houden tot het voorjaar, wanneer wij ookeen beetje het effect van het gewijzigde boetesysteemweten. Ik zal er dan serieus naar kijken. Die handreikingdoe ik de heer Slob graag.De heer Slob (ChristenUnie):De minister vraagt om de motie nog even aan te houdenomdat hij nog wil kijken naar de verandering in het boe-tesysteem, met de nieuwe geldbedragen, die hij kort ge-leden heeft aangekondigd. Op zich klinkt dat sympathiek.In dat systeem is het principe toegepast dat er in 30 ki-lometerzones hogere boetes worden uitgeschreven dannormaal het geval was, waarbij dezelfde systematiek goldals voor andere wegen. In feite pas ik hetzelfde nu toe inde systematiek voor de inname van het rijbewijs. Het isimmers heel vreemd dat de 50 km sneller rijden dan istoegestaan ook in een 30 kilometerzone wordt gehand-haafd; hetzelfde gebeurt immers waar je 100 km/u magrijden. Die verhouding is ook niet helemaal logisch. Watik doe met de motie, is dus eigenlijk het doortrekken vaneen principe. Hiervoor heb ik een aantal maanden gele-den ook al voorstellen gedaan. Toen werd ik verwezennaar het algemeen overleg over verkeersveiligheid, datwij nu gehouden hebben. Nu word ik weer naar het voor-jaar van 2012 verwezen. Zo blijven wij een beetje bezig.De minister heeft volgens mij behoefte aan een duidelijkeuitspraak van de Kamer. Wij vinden eigenlijk dat hieraaniets moet gebeuren. Wij vragen de minister om in overlegte gaan. Wij bepalen natuurlijk niet wat er uit dat overlegkomt, maar dit is wel een wens van de Kamer.Minister Opstelten:Dat bespeur ik. Ik heb sympathie voor de motie van deheer Slob. Hij heeft er echter niets aan als de motie wordtaangenomen maar ik na enige tijd zeg: ik heb er nog eensnaar gekeken en er met iedereen overleg over gehad,maar de motie is moeilijk uitvoerbaar. Ik doe hem de vol-gende handreiking. Ik zeg: wij hebben een gewijzigd boe-tesysteem. Ik wil met iedereen kijken naar het effect. Laatik het omdraaien: de heer Slob houdt zijn motie aan enik zeg hem toe dat ik, nadat ik met iedereen overleg hebgepleegd, met een inhoudelijk verhaal hierover kom. On-ze gedachten sporen met elkaar. Ook ik wil de asorijdersaanpakken, maar ik moet wel bekijken hoe we dit in deuitvoering moeten vormgeven. Als ik toezeg dat ik de mo-tie ga uitvoeren, creëer ik huizenhoge verwachtingen. Ikwil op dezelfde koers gaan zitten als de heer Slob. Ik kommet een reactie en zal cijfers presenteren. Als de heerSlob zijn motie aanhoudt, kan hij beoordelen of hij de mo-tie alsnog in stemming brengt.De heer Slob (ChristenUnie):De koppeling aan het gewijzigde boetesysteem vind ikniet zo plezierig, omdat de minister eigenlijk suggereertdat dit een remmend effect zal hebben. Wij willen ech-ter een duidelijke grens stellen voor te hard rijden binneneen wijk. Wat ons betreft zou er tien kilometer af mogen;van de heer Aptroot zou er zelfs twintig kilometer af mo-gen, zodat bij een snelheid van 60 kilometer per uur hetrijbewijs wordt ingenomen. Wij willen gewoon een duide-lijke grens vaststellen. Ik zal de handreiking van de minis-ter aannemen, maar ik vraag hem wel om bij de behande-ling van de begroting van Veiligheid en Justitie een briefte sturen waarin hij duidelijk maakt hoe hij hiertegenoverstaat. Uiteindelijk kunnen we dan bepalen of we de motiealsnog in stemming brengen. Als dit de afspraak kan zijnmet de minister, houd ik de motie aan.Minister Opstelten:Dit kan een afspraak zijn tussen mij en de Kamer, speci-fiek met de heer Slob.De voorzitter:Op verzoek van de heer Slob stel ik voor, zijn motie(29398, nr. 290) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Minister Opstelten:Ik kom te spreken over motie-Aptroot op stuk nr. 291 overde flitsmarge op 130 kilometerwegen. Ik betrek daarbijook de eerder ingediende motie van de heer De Jong. Ikkan er kort over zijn. Mijn collega en ik hebben uiteraardzeer eendrachtig geopereerd bij dit onderwerp. Zoals metalles in dit dossier was dit erg plezierig en had dit veel ef-fect. Ik ga nu niet herhalen wat wij allemaal besprokenhebben in het AO. Het oordeel over beide moties laat ikover aan de Kamer. Ik zou het wel op prijs stellen als deKamer tot een duidelijke uitspraak komt.Ik ga verder met de motie-De Rouwe op stuk nr. 295.Deze motie gaat over de ambulanceklever. Tijdens het AOheb ik al toegezegd dat ik dit per ommegaande zou aan-kaarten voor het eerstvolgende overleg met de VNG. Datis gebeurd. Ik voel wel iets bij de motie, maar met dienverstande dat het kabinet natuurlijk geen taken over-neemt die lokaal en regionaal zijn georganiseerd. Ik be-grijp de motie als steun in de rug. Ik ga ermee naar deVNG. Wij zullen tot een gezamenlijk plan van aanpak ko-men. Daarbij zullen politie, Openbaar Ministerie en regio-nale hulpdiensten samenwerken. De regionale hulpdien-sten vallen wat betreft hun optreden natuurlijk niet ondermijn verantwoordelijkheid; de regio is daarvoor verant-woordelijk.Ik kom te spreken over de motie-De Rouwe op stuk nr.296 over de invoering van het bromfietsrijbewijs en overhet rijden zonder rijbewijs. De grote wens van de heer DeRouwe is dat scooters vaker en sneller in beslag wordengenomen en dat er sneller wordt opgetreden. In de aan-wijzing van het OM staat al wat er moet gebeuren als bin-nen drie jaar twee keer plaats dat er zonder brommerrij-bewijs wordt gereden. In een dergelijk geval kan de scoo-ter worden ingenomen. In feite is de praktijk van dit mo-ment dus al zo dat wordt voldaan aan de uitspraak diede heer De Rouwe de Kamer voorlegt. Ik kan mij daaromvoorstellen dat mijn antwoord voor de heer De Rouweaanleiding is om deze motie in te trekken.De heer De Rouwe (CDA):Ik heb nog twee opmerkingen over deze motie. Ten eer-ste. Het is inderdaad een kanbepaling. Ik zie in de recenteaanpak van de politie dat die niet gehanteerd wordt. Ook OpsteltenTweede KamerVerkeersveiligheid 5 oktober 2011TK 88-7-74deze week zag ik in het nieuws dat verschillende scoo-ters in beslag zijn genomen nadat iemand voor de derdekeer gepakt werd. Ik vraag daarom de minister om naderte bespreken met het OM in hoeverre die kan-bepalingecht wordt toegepast. Daar gaat het mij om. Ten tweedewordt hier een termijn van drie jaar gehanteerd terwijl bijheel veel zaken op het gebied van verkeersveiligheid, bij-voorbeeld het beginnerrijbewijs, een termijn van vijf jaarwordt gehanteerd. Dat zou in dit geval een aanscherpingbetekenen. Kan de minister hier nader op ingaan? Als hijbeide punten wil overnemen, dien ik geen overbodigemotie in.Minister Opstelten:Op beide punten zeg ik "ja", daar wil ik glashelder op zijn.De heer De Rouwe (CDA):Voor de goede orde: ik zie dit als een prima toezegging enik dien mijn motie op dit punt dus niet in.De voorzitter:Aangezien de motie-De Rouwe (29398, nr. 296) is inge-trokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslagingmeer uit.De heer Paulus Jansen (SP):Ik heb nog even nagedacht over mijn motie op stuk nr.294, over de medische keuringen. Ik ben bereid om dezemotie aan te houden, in afwachting van de maatbrief overhet aantal keuringen dat kan worden beperkt of ingetrok-ken.De voorzitter:Op verzoek van de heer Paulus Jansen stel ik voor, zijnmotie (29398, nr. 294) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De beraadslaging wordt gesloten.De vergadering wordt van 18.00 uur tot 18.50 uur ge-schorst.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.