KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over de Voorjaarsnota 2025 (Kamerstuk 36725-1)

5 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4edc5825e226bafd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725Voorjaarsnota 2025Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 5 juni 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegdaan de Minister van Financiën over de Voorjaarsnota 2025 (Kamerstuk36 725, nr. 1).De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 5 juni 2025.Vragen en antwoorden, voorzien van een rectificatie in de Kadertoetsuit-gaven en in Bijlage 9 Opmerkelijke belastingconstructies, zijn hiernaafgedrukt.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-36725-3ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 31 RECTIFICATIE KADERTOETS UITGAVENIn de Kadertoets uitgaven (tabel 5, p. 17) van de Voorjaarsnota is per abuisde regel 6 ’overige kadercorrecties» niet meegenomen in de berekeningvan het uitgavenkader onder regel 7 van de tabel. Dit betreft uitgaven diekaderrelevant zijn (conform de begrotingsregels van het kabinet),waarvoor het kader wordt gecorrigeerd. De betreffende correctie zorgtdaarmee niet voor ruimte onder het kader.Tabel 1 hieronder toont de juiste overige kadercorrectie en de correcteoptelling van de niet-kaderrelevante uitgaven.Tabel 1 Kadertoets uitgaven(in miljarden euro, min = onderschrijding)202520262027202820292030Uitgavenkader bij Miljoenennota 2025427455476,9494,2512,7Foutief uitgavenkader in Voorjaarsnota 2025425,5449,6482,5497,4515,7537,7Overige kadercorrecties0,20,30,30,30,20,2Correct uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2025425,7449,8482,9497,7515,9537,9 RECTIFICATIE BIJLAGE OPMERKELIJKE BELASTINGCON-STRUCTIESIn Bijlage 9 Opmerkelijke belastingconstructies van de Voorjaarsnota 2025is per abuis onderstaande tekst weggevallen.3. Maatregelen tegen onbelaste toegang tot lijfrentekapitaal(FVW 2026)a) Basisregeling en fiscale contextIn de aangifte inkomstenbelasting kunnen voor een lijfrente premies inaftrek worden gebracht als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. In depraktijk kan het zich voordoen dat een lijfrente waarvoor premies in aftrekzijn gebracht niet (langer) voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Dit kanertoe leiden dat een dergelijke lijfrente onbelast kan worden genoten.b) Hoe werkt het?In een lijfrenteovereenkomst bij de eigen vennootschap kan bijvoorbeeld(doorgaans onbewust) zijn verzuimd om op te nemen dat de lijfrente nietafgekocht mag worden. Er is dan in principe sprake van een niet kwalifice-rende lijfrente. Als er wel lijfrentepremies in aftrek zijn gebracht en dieaftrek staat definitief vast (aangiften kunnen niet meer gecorrigeerdworden) leidt dit tot een onevenwichtigheid. De lijfrentepremies zijn inaftrek gebracht maar de uitkeringen zijn niet belast. De belastingplichtigekan zich dan namelijk beroepen op het gebrek in de lijfrenteovereenkomst.Als er geen kwade opzet in het spel is (wat moeilijk is te bewijzen) kan deBelastingdienst een dergelijke lijfrente niet in de heffing betrekking.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Gerechtigden tot een lijfrente krijgen hiermee onbelast toegang tot hunlijfrentekapitaal. Afhankelijk van de hoogte van het lijfrentekapitaal kan datmeer of minder zijn.d) Wat is het handelsperspectief voor de overheid?Het is onwenselijk als een lijfrente niet kan worden belast waarvoor weluitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking zijn genomen. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 32 een inbreuk op de omkeerregel waarbij de aanspraak onbelast is en deuitkering wel wordt belast.Als maatregel in de Fiscale Verzamelwet 2026 (FVW2026) wordt voorge-steld om voor niet (langer) kwalificerende lijfrenten te bepalen dat indieneen dergelijke lijfrente tot uitkering komt deze uitkeringen wordenaangemerkt als belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen. Ditheeft tot gevolg dat de uitkeringen wel in de belastingheffing betrokkenkunnen worden.VRAGEN EN ANTWOORDENVraag 1Kunt u een overzicht geven van de ingeboekte taakstellende onderuit-putting per begroting?Antwoord op vraag 1In de Voorjaarsnota 2025 is de volgende aanvullende onderuitputtingingeboekt. 0,7 miljard euro in 2025, 1,5 miljard euro in 2026,1,5 miljard euro in 2027 en 0,7 miljard euro in 2028. Dit komt bovenop deeerder geboekte aanvullende onderuitputting van 2,3 miljard in 2025 en2026. De aanvullende onderuitputting kent geen concrete invulling, maarmoet gaandeweg het jaar ingevuld worden met onderuitputting engenerale meevallers. Indien de aanvullende onderuitputting Voorjaarsnota2025 niet toereikend is wordt gekeken naar het inhouden van de prijsbij-stelling tranche 2026 als alternatieve invulling. Daarnaast is4,1 miljard euro aan in=uittaakstelling in 2025 ingeboekt (zie tabel 20 oppagina 56 van de Voorjaarsnota 2025).Tabel 2 Verwachte onderuitputting1in miljarden euro, + is saldo belastend20252026202720281. In=uittaakstelling– 4,1– 4,1– 4,1– 4,12. Eerder geboekte aanvullende onderuitputting– 2,3– 2,33. Aanvullende onderuitputting Voorjaarsnota 2025– 0,7– 1,5– 1,5– 0,7Verwachte onderuitputting (1 t/m 3)– 7,0– 7,9– 5,6– 4,81 Voor 2026, 2027 en 2028 wordt verondersteld dat de in=uittaakstelling even hoog is als in 2025. De exacte hoogte is bekend na de voorjaarsbesluit-vorming in het desbetreffende jaar. Vraag 2Kunt u uitleggen wat de toegevoegde waarde is van de eindejaarsmargegegeven de in=uit-taakstelling?Antwoord op vraag 2Via de eindejaarsmarge kunnen departementen een deel van de middelendie in 2024 niet zijn besteed meenemen naar 2025. Als tegenhanger vande eindejaarsmarge wordt elk jaar een in=uittaakstelling geboekt op deAanvullende Post. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aanhet einde van dit jaar naar verwachting in ongeveer dezelfde mate als hetvoorgaande jaar sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen.Het inboeken van een in=uittaakstelling voorkomt dat het uitkeren van deeindejaarsmarge leidt tot belasting van het uitgavenkader.Vraag 3Wat gebeurt er als er een suppletoire begroting wordt weggestemd? Enwat gebeurt er als er een ontwerpbegroting wordt weggestemd?Antwoord op vraag 3Als een suppletoire begroting wordt weggestemd, wordt teruggevallen opde laatst geautoriseerde (suppletoire) begroting. Bijvoorbeeld deaangenomen ontwerpbegroting voor 2025 in het geval van wegstemmenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 33 eerste suppletoire begroting, indien er tussentijds geen andere incidentelesuppletoire begroting is ingediend. Dit hangt af van het moment in hetjaar. Na wegstemmen kan de betreffende bewindspersoon eventueelopnieuw een (incidentele) suppletoire begroting indienen.Als een ontwerpbegroting wordt weggestemd wordt er niet teruggevallenop de laatste geautoriseerde begroting. Begrotingen worden voor een jaargeautoriseerd. Zonder ontwerpbegroting kunnen geen suppletoirebegrotingen worden ingediend. Als een begroting wordt weggestemd,kan de situatie voorkomen dat een ministerie een betalingsverplichtingmoet nakomen zonder daar autorisatie voor te hebben. Om alsnog politiektot overeenstemming te komen over een ingediende ontwerpbegrotingdie initieel niet op voldoende draagvlak kan rekenen kan worden beslotentot het uitstellen van de stemming, het indienen van amendementen (inhet geval van de Tweede Kamer) of moties of het indienen van eennovelle door het Kabinet.Het wegstemmen van een (suppletoire) begroting is in de laatste decennianiet voorgekomen. Daarmee is het onontgonnen terrein. In april heeft deAlgemene Rekenkamer op verzoek van uw Kamer een brief verzondenover de gevolgen van het verwerpen van begrotingen. Daarnaastadviseert de Raad van State op verzoek van de Eerste Kamer over hetwegstemmen van begrotingen. Dit advies is nog niet verzonden.Vraag 4Kunt u een overzicht geven van de middelen in het klimaatfonds en deonttrekkingen de afgelopen jaren?Antwoord op vraag 4In de onderstaande tabel wordt de stand van de begroting van hetKlimaatfonds weergegeven, na verwerking van de Eerste suppletoirebegroting 20251 (en de bijbehorende nota van wijziging2).Tabel 3 Stand begroting Klimaatfonds na verwerking Eerste suppletoire begroting (in miljoenen euro’s)2025202620272028202920302031 t/m 2035Stand Klimaatfonds461.0212.4602.2702.3952.02813.087 Alle onttrekkingen die in het verleden uit het Klimaatfonds zijn gedaan,kunt u vinden in bijlage 1 van de begroting 2025 van het Klimaatfonds.3De onttrekkingen waar het kabinet afgelopen voorjaar toe heeft besloten,zijn te vinden in de bovengenoemde begrotingsstukken van dit voorjaaren worden tevens toegelicht in het ontwerpMeerjarenprogramma 2026Klimaatfonds van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (bijlage vande Kamerbrief «Pakket voor Groene Groei: voor een weerbaar energie-systeem en een toekomstbestendige industrie»4).Vraag 5Kunt u een overzicht presenteren van de begrootte onderuitputting en degerealiseerde onderuitputting sinds 2020? Kunt u daarbij ook weergevenwelke onderuitputting er in de boeken staat voor het huidig jaar eneventueel voor komende jaren?Antwoord op vraag 5De onderstaande tabel geeft een overzicht van de begrote onderuitputtingen de gerealiseerde onderuitputting sinds 2020 inclusief de onderuit-putting die in de boeken staat voor het huidige jaar en de komende jaren.1Kamerstuk 36 725 M, nr. 12Kamerstuk 36 725 M, nr. 33Kamerstuk 36 600 M, nr. 24Kamerstuk 33 043, nr. 114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 34 Tabel 4 Begrote en gerealiseerde onderuitputting1in miljarden euro, + is saldobelastend202020212022202320242025202620272028Begrote onderuitputting– 2,8– 2,9– 3,5– 5,9– 8,5– 7,0– 7,9– 5,6– 4,8Gerealiseerde onderuitputting– 2,3– 4,8– 6,2– 7,8– 6,01 De gerealiseerde onderuitputting is exclusief meevallers op generale dossiers en uitvoeringsinformatie SZW en VWS. Vraag 6Wat zijn de maximum uurprijzen in de kinderopvangtoeslag (volgensverwachting) in 2026, 2027, 2028 en 2029?Antwoord op vraag 6De verwachte ontwikkeling van de maximum uurprijzen in de kinderop-vangtoeslag is in onderstaand overzicht weergegeven. Voor de volle-digheid zijn ook de huidige maximum uurprijzen weergegeven.Tabel 5 Verwachte ontwikkeling maximum uurprijzen in de kinderopvangtoeslag20252026202720282029Dagopvang€ 10,71€ 11,23€ 11,65€ 12,05€ 12,44Buitenschoolse opvang€ 9,52€ 9,98€ 10,35€ 10,70€ 11,05Gastouderopvang€ 8,10€ 8,49€ 8,81€ 9,11€ 9,41 De hierboven genoemde (verwachte) maximum uurprijzen voor 2026 enlatere jaren zijn gebaseerd op de in het Centraal-Economisch Plan 2025geraamde ontwikkeling van de loonvoet bedrijven en de ontwikkeling vande consumentenprijsindex (ofwel de prijsontwikkeling). Daarbij telt deontwikkeling van de loonvoet bedrijven voor 80% mee en de prijsontwik-keling voor 20%.Vraag 7Wat is het indexatiepercentage van de inkomenscategorieën in dekinderopvangtoeslag voor 2026, 2027, 2028 en 2029?Antwoord op vraag 7Het indexatiepercentage van de inkomenscategorieën in de kinderopvang-toeslag voor 2026 bedraagt 4,04%. Voor de jaren daarna is het indexatie-percentage nog niet bekend. Wel kan een prognose worden gemaakt opbasis van de in het Centraal-Economisch Plan 2025 opgenomen verwachtecontractloonstijging. Op basis daarvan worden de inkomenscategorieën inde kinderopvangtoeslag geïndexeerd.Het verwachte indexatiepercentage van de inkomenscategorieën in dekinderopvangtoeslag bedraagt 3,63% in 2027, 3,46% in 2028 en 3,26% in2029. Overigens wordt op 1 januari 2029 het nieuwe kinderopvangstelselingevoerd, waarbij de hoogte van de vergoeding onafhankelijk is van hetinkomen van de ouders.Vraag 8Wat is het maximumpremieloon in 2028 en 2029?Antwoord op vraag 8Het maximumpremieloon hangt af van de ontwikkeling van hetminimumloon, dat op zijn beurt afhangt van de contractloonontwikkeling.Op basis van de meest recente raming van het CPB, wordt het maximum-premieloon nu geraamd op 85.310 euro voor 2028 en 88.199 euro voor2029.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 35 Vraag 9Hoe werkt de berekening van de huurtoeslag? Wat zijn de parameters vande huurtoeslag?Antwoord op vraag 9De huurtoeslag wordt berekend op basis van de hoogte van de huur, dehuishoudsamenstelling en het inkomen. Tevens is er een vermogens-grens. Er is sprake van een inkomensafhankelijke afbouw, en bij eenhogere huur wordt steeds minder vergoed.Vraag 10Welke bedragen zijn sinds de Miljoenennota 2025 afgeboekt of doorge-schoven zonder dat daar een CW3.1-beleidskader tegenover stond?Antwoord op vraag 10Afboekingen en doorgeschoven middelen vallen buiten de scope vanartikel 3.1 van de Comptabiliteitswet, en bijbehorende werkwijzeBeleidskeuzes Uitgelegd, omdat het onderliggende beleid materieel nietwijzigt. Dit volgt ook uit de «Handreiking Beleidskeuzes Uitgelegd (CW3.1)», waarin expliciet is aangegeven dat aanpassingen in de begrotings-systematiek uitgezonderd zijn van de werkwijze.Vraag 11Aangezien de begrotingsregels geen wet zijn, maar een beleidsafspraaktussen de coalitiepartijen, kunt u aangeven welke theoretische aanpas-singen van het beleidskader mogelijk zijn? Kunt u aangeven welkewijzigingen mogelijk zijn zonder te tornen aan de afspraken m.b.t. deEuropese begrotingsregels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), dieeen maximaal begrotingstekort en een maximale staatsschuldvoorschrijven?Antwoord op vraag 11Het kabinet voert trendmatig begrotingsbeleid hetgeen is verankerd in deWet Houdbare Overheidsfinanciën. Om de basisprincipes van hettrendmatig begrotingsbeleid te ondersteunen spreekt het kabinet aan hetbegin van een kabinetsperiode een set met begrotingsregels af.Nederland bepaalt in principe zelfstandig zijn begrotingsbeleid. Wel kande Raad van de Europese Unie handhavingsmaatregelen opleggen als hetoverheidstekort of de overheidsschuld de referentiewaarden van hetStabiliteits- en Groeipact (respectievelijk 3% bbp en 60% bbp)overschrijden. Aanpassingen van de nationale begrotingsregels zijn inprincipe mogelijk, ongeacht of Nederland binnen of buiten deze Europesenormen valt. Vanuit het oogpunt van verstandig en voorspelbaarbegrotingsbeleid vindt het kabinet het echter niet wenselijk om begro-tingsregels gedurende de kabinetsperiode aan te passen.Vraag 12Kunt u de Algemene Rekenkamer de opdracht geven om uit te zoekenwelke ruimte er per begrotingsregel is voor het budgetrecht vanKamerleden?Antwoord op vraag 12De begrotingsregels zijn kabinetsinterne afspraken die zijn vastgelegd bijde start van het kabinet in de Miljoenennota 2025. Het betreft afsprakenwaar het kabinet zich aan heeft geconformeerd, maar waar van kanworden afgeweken indien hiertoe wordt besloten in de ministerraad of inhet parlement. Overigens kan het parlement zelf verzoeken doen aan deAlgemene Rekenkamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 36 Vraag 13Kunt u aangeven waarom er sprake kan zijn van onderschrijdingen, als eraangegeven is dat bedragen juridisch verplicht waren? En kunt uaangeven welke budgetregels dit allemaal betreft?Antwoord op vraag 13Een juridische verplichting is een voorwaardelijke of onvoorwaardelijkeverplichting tot het doen van een kasbetaling aan een derde. Bijvoorbeeldop basis van een verdrag, wet, koninklijk besluit, ministeriële regeling,overeenkomst, subsidiebeschikking of andere controleerbaar vastgelegdeafspraak. In welk begrotingsjaar een juridische verplichting tot betalingkomt, staat nog niet in alle gevallen definitief vast.Zo kan het gebeuren dat wanneer aanvankelijk de veronderstelling wasdat een juridische verplichting in een zeker jaar tot een uitgave zou leidenen dit ook opgenomen is in de geautoriseerde uitgavenstand, naar laterblijkt (deels) in een ander jaar tot betaling komt of minder kost danvoorzien. Zodoende kan dit tot onderschrijding (in het betreffende jaar)leiden.Als de vraagstelling met de term «budgetregels» doelt op welke concretebegrotingsartikelen sprake is van onderschrijding, verwijs ik naar devoorstellen van de suppletoire begrotingswetten van de vakministers.Vraag 14Kunt u een volledig overzicht maken van de besteding van de envelopGIDK (Groepen in de knel)? En kunt u daarbij aangegeven hoeveel geld ernog in de envelop zit en hoeveel daarvan gereserveerd is? Kunt u bij het aluitgegeven geld een uitsplitsing maken naar hoeveel is gegaan naarbijstandsgerechtigden, naar jongeren, naar dak-thuislozen en naarstatushouders/nieuwkomers?Antwoord op vraag 14Alle middelen uit de envelop groepen in de knel zijn bestemd. BijMiljoenennota 2025 is een gedeelte van de middelen uit de envelopverdeeld. Over de resterende middelen is bij Voorjaarsnota 2025 besloten.Onderstaande tabel toont het overzicht met maatregelen. Een toelichtingvan de maatregelen kan gevonden worden in de Verticale toelichting bijMiljoenennota 2025 en Voorjaarsnota 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 37 Tabel 6 Besteding middelen uit envelop groepen in de knelNr.Budgettaire effecten maatregelen, in mln. euro’s20252026202720282029Struc.Augustusbesluitvorming 20241.Integraal pakket problematische schulden245673100002.Aanpassing handhaving sociale zekerheid612121212123.Schoolmaaltijden4545454545454.Aanpassen toeslagpartnerbegrip: oplossing voor achterblij-vers noodgedwongen elders verblijvende partner112121212125.Niet meer met terugwerkende kracht vaststellen vangrondslag toeslagen obv verblijfstitel en recht kinderbijslag0555556.Verlengen aanvraagtermijn toeslagen0555557.Verhogen forfait aftrekbaar bedrag extra vervoerskostendoor ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelasting1111118.Netto i.p.v. bruto terugvorderen1313131009.Reservering voor aanpak armoede Caribisch Nederland22222210.Tijdelijke verlenging IPS-regeling gemeentelijke doelgroep43200011.Tijdelijke verlenging energiefonds60600000Voorjaarsbesluitvorming 202512.Ontwikkeling arbeidsvermogen afgewezen Wajongeren0048132913.Structurele verlenging IPS-regeling gemeentelijkedoelgroep061414121214.Inkomensafhankelijke kindregeling en plusopvang CN11333315.Werken met een arbeidsbeperking CN04444416.Financiering sociaal ontwikkelbedrijven34373942449017.Uitstellen aangepast arbeidsongeschiktheidscriterium bijloonkostensubsidie met 1 jaar (naar 2027)01111018.Vereenvoudiging Toeslagenwet00044519.Verbreden pilot dakloze arbeidsmigranten08880020.Verhoging minimumjeugdloon003940426021.Re-integratiedienstverlening WW’ers met een kwetsbarearbeidsmarktpositie00000322.Uitvoering WGS en uitbreiding toezicht Wtta377777 Met bovengenoemde maatregelen worden onder meer de in de vraaggenoemde groepen ondersteund. Zo ondersteunt de verbreding van depilot dakloze arbeidsmigranten dak- en thuislozen en ondersteunt deverhoging van het minimumjeugdloon werkende jongeren. Verder gaathet onder andere om generieke maatregelen, waarvan niet kan wordenuitgesplitst in hoeverre deze specifieke groepen bereiken.Vraag 15De Voorjaarsnota meldt een eenmalige uitgave van 8,5 miljard euro in2026 voor het omzetten van defensiepensioenen naar kapitaalfinanciering.Kunt u toelichten waarom deze uitgave niet expliciet als eenmaligecorrectie is opgenomen in de EMU-saldoberekening, zoals bij deVoorjaarsnota 2024 wel werd aangekondigd? Op welke wijze wordt dezeomvorming van defensiepensioenen budgettair gecompenseerd in dejaren daarna?Antwoord op vraag 15Zoals aangegeven in de Voorjaarsnota 2024 leidt het affinancieren van debegrotingsgefinancierde militaire pensioenen tot een eenmaligekostenpost in 2026 die het EMU-saldo belast. Deze eenmalige affinancie-ringskosten zijn hiermee onderdeel van het basispad en hierdoor nietexpliciet opnieuw toegelicht in de Voorjaarsnota 2025 v.w.b. deEMU-saldoberekening. In de EMU-saldoberekening (tabel 21) zijn deeenmalige affinancieringskosten opgenomen in de categorie «Nietrelevant rijksuitgave, wel relevant voor het EMU-saldo». Deze uitgavenworden in tabel 22 expliciet uitgesplitst.Wel is de reservering ten behoeve van het affinancieren van de begro-tingsgefinancierde militaire pensioenen op basis van een actuelereactuariële berekening bijgesteld naar 8,15 miljard euro. De reservering isbijgewerkt op basis van de meest recente informatie over de ingangs-datum van de nieuwe ABP-pensioenregeling (die is uitgesteld vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 38 1 januari 2026 naar 1 januari 2027), de marktrente en ABP-dekkingsgraad.Uiteindelijk zijn de marktrente en ABP-dekkingsgraad op 31 december2026 leidend voor het definitieve af te financieren bedrag. Dit wordt ooknader toegelicht in de Verticale Toelichting voor Defensie.Vraag 16Door de aanpak van ZZP’ers blijkt dat zij achteraf gezien in veel gevallentoch werknemer bleken en o.a. recht hebben op pensioen. Wat heeft ditvoor budgettaire consequenties en hoe houdt deze Voorjaarsnota daarrekening mee?Antwoord op vraag 16Als blijkt dat ZZP’ers toch gekwalificeerd worden als werknemer, zullen zijrecht hebben op het sociale zekerheidsregime dat past bij die status. Ookkunnen zij in dat geval aanspraak maken op pensioen, als de werkgevereen pensioenregeling had. Pensioenfondsen zullen in dat geval trachtende premie te verhalen op de (voormalig) werkgever. Als dat niet mogelijkis hebben deze werknemers in beginsel toch recht op pensioen op basisvan het principe «geen premie wel recht». De kosten hiervoor moeten danworden opgebracht door het fondscollectief. De budgettaire gevolgen metbetrekking tot pensioen slaan daarom neer bij de pensioenfondsen en deopdrachtgevers van destijds.In de Rijksbegroting wordt gezien het bovenstaande geen rekeninggehouden met budgettaire gevolgen hiervan. De budgettaire gevolgenvoor de werknemersverzekeringen zijn onzeker en lastig om op voorhandte kwantificeren, deze worden zichtbaar in de uitvoeringsinformatie vande verschillende regelingen en premies.Vraag 17In de Voorjaarsnota is sprake van oplopende uitvoeringskosten voor hetSZW-domein, inclusief WIA-maatregelen, oplopend tot 1 miljard euro perjaar vanaf 2027. Kunt u uitsplitsen welke WIA-maatregelen hierin zijnopgenomen, wat de verwachte besparingen of verbeteringen zijn, en ofdeze bedragen reeds beleidsmatig zijn onderbouwd, en zo niet, wanneerze beleidsmatig onderbouwd worden?Antwoord op vraag 17Naar aanleiding van de meest recente uitvoeringsinformatie van deverschillende uitvoeringsorganisaties, waaronder UWV, SVB en DienstToeslagen, zijn de regelingen op de SZW-begroting bijgesteld. In 2027hebben deze bijstellingen geleid tot een tegenvaller van circa1 miljard euro. Deze bijstelling is het gevolg van recente informatie overde ontwikkeling van het aantal gerechtigden en de uitkeringslasten, enhangt daarmee niet samen met de uitvoeringskosten.Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota tot verschillende maatregelenbesloten omtrent de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).Een deel hiervan gaat gepaard met uitvoeringskosten voor het UWV. Deuitvoeringskosten volgen uit het aantal benodigde fte’s voor het uitvoerenvan de maatregelen en communicatie hierover. De uitvoeringskosten zijndaarmee onderbouwd.Bij de VJN zijn voor de WIA de volgende uitvoeringskosten gereserveerd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 39 Tabel 7 Extra gereserveerde WIA-uitvoeringskosten bij Voorjaarsnotax € 1 mln.202520262027202820292030CumStrucLoonloze tijdvakken1– 174000100Herstelactie WIA-dagloon132713000530SMC-uitvoeringskosten230343636363620836Totaal426753363636271361 Bevat ook een kasschuif van 2025 naar 2026.2 Hierover zijn prestatieafspraken gemaakt met het UWV. Als de effecten uitblijven of tegenvallen zal de bestemming van deze middelen opnieuwworden bezien. Vraag 18Worden de bezuinigingen bij de Ministeries van VWS en SZW doorge-voerd op trajecten gericht op automatische toekenning van rechten zoalshuur- of zorgtoeslag, of op de digitalisering van toegang tot het sociaalminimum?Antwoord op vraag 18Nee, er zijn er geen bezuinigingen bij VWS en SZW doorgevoerd optrajecten gericht op automatische toekenning van rechten of op dedigitalisering van toegang tot het sociaal minimum.Vraag 19Hoe verhoudt de afroming van de «Envelop groepen in de knel» zich totde kabinetsdoelstelling om een adequaat sociaal minimum te garanderenen waarom is hiervoor gekozen?Antwoord op vraag 19Het kabinet vindt het van belang om huishoudens op het sociaalminimum te ondersteunen. Daarom zet het kabinet de middelen uit deenvelop Groepen in de knel in op maatregelen die hieraan een bijdrageleveren. Zo wordt onder meer het minimumjeugdloon verhoogd, definanciering van beschut werk verbeterd en worden afgewezen Wajon-geren in de Participatiewet ondersteund in de ontwikkeling van arbeids-vermogen.Er zijn daarnaast nog vele terreinen die aandacht vragen van het kabinet.Daarom heeft het kabinet in de voorjaarsbesluitvorming keuzes moetenmaken en onder meer besloten om een deel van de middelen uit deenvelop af te romen.Vraag 20Hoeveel van de toegezegde middelen voor het schrappen van debezuiniging op de kinderopvang en het flankerend beleid is reeds juridischverplicht, en welk deel is nog kasschuifgevoelig?Antwoord op vraag 20De middelen voor het schrappen van de bezuiniging op de kinderopvangen de middelen die zijn gereserveerd voor flankerend beleid zijn nog nietjuridisch verplicht. De maximaal vergoede tarieven, de inkomensgrenzenen de vergoedingspercentages dienen voor aanvang van ieder kalen-derjaar vastgesteld te worden middels een algemene maatregel vanbestuur. Deze maatregel van bestuur kent een voorhangprocedure. Ook demiddelen voor het flankerende beleid zijn niet juridisch verplicht, totdatdaarvoor een concrete regeling is gepubliceerd of een overeenkomst isgesloten. Kasschuiven zijn voor beide niet voorzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 310 Vraag 21Klopt het dat de realistische ingangsdatum voor het nieuwe kinderop-vangstelsel is doorgeschoven? Zo ja, wat zijn daarvan de budgettairegevolgen per jaar?Antwoord op vraag 21De invoering van een nieuw financieringsstelsel voor kinderopvangbetekent een ingrijpende wijziging voor zowel de sector als de uitvoering.Het kabinet heeft besloten om meer tijd te nemen voor de implementatievan en overgang naar het nieuwe financieringsstelsel. Dat geeft ook desector meer tijd om het aantal kindplaatsen mee te laten groeien met deverwachte toename van de vraag naar kinderopvang. In 2029 moet hetnieuwe financieringsstelsel ingaan.In de SZW-begroting voor 2025 was invoering van het nieuwe financie-ringsstelsel nog voorzien per 1-1-2027. Onderstaande tabel toont debudgettaire mutaties die met dit besluit samenhangen.Tabel 8 Mutaties in relatie tot nieuw financieringsstelselBedragen x € 1 miljoen202520262027202820292030Invoering nieuwe financiering per 2029– 38– 607– 2.196– 1.860– 317– 156Ingroeipadmiddelen192928331.037394113Flankerend beleid23231Uitvoeringskosten4665Totaal– 19– 315– 1.363– 82115553 De eerste reeks toont de besparing bij de invoering van het nieuwefinancieringsstelsel per 1-1-2029. Hierbij is ook aangenomen dat deingroeistap die voor 2026 was voorzien twee jaar opschuift naar 2028. Detweede reeks toont de middelen die er in de voorjaarsbesluitvorming zijngereserveerd voor het verhogen van de kinderopvangtoeslag in deaanloop naar de invoering naar het nieuwe stelsel in per 1-1-2029.In de Voorjaarsnota is ook een reservering getroffen voor flankerendbeleid en het ondersteunen van de sector in de transitie naar het nieuwestelsel. Ten slotte is in de Voorjaarsnota ook een aanvullende reserveringopgenomen voor de uitvoeringskosten van de invoering van het nieuwefinancieringsstelsel.Vraag 22Wat zijn de budgettaire en beleidsmatige implicaties van het besluit om in2026 geen indexatie toe te passen op de maximum uurprijs in dekinderopvang? Welke groepen gezinnen worden hierdoor het meestgeraakt?Antwoord op vraag 22Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota besloten om de kinderopvang-toeslag voor 2026 volgens de reguliere systematiek te indexeren. Debudgettaire consequenties van het terugdraaien van dit besluit zijnmeeruitgaven van 184 miljoen euro in 2026 oplopend naar337 miljoen euro in 2030, alle groepen worden hierdoor weergeïndexeerd.Vraag 23In hoeverre is het beleid ten aanzien van de indexering van kinderopvang-toeslag in overeenstemming met de evaluatie van de indexeringssyste-matiek? Wordt er voor 2026 beleidsmatig bijgestuurd?Antwoord op vraag 23Het indexeren van de kinderopvangtoeslag in 2026 is in overeenstemmingmet de aanbevelingen uit de evaluatie van de indexeringssystematiek. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 311 kinderopvangtoeslag wordt voor 2026 volgens de reguliere, in de wetvoorgeschreven systematiek, geïndexeerd. Er wordt geen gebruikgemaakt van de wettelijke ruimte om de indexatie beleidsmatig bij testuren.Vraag 24Kunt u aangeven hoeveel geld is gereserveerd voor de Taaleis en hoeveeldaarvan wordt uitgekeerd aan gemeenten?Antwoord op vraag 24Bij de Voorjaarsnota is vanaf 2027 geld vrijgemaakt voor de taaleis in debijstand. Structureel (vanaf 2040) gaat het om een bedrag van17,4 miljoen euro. Deze maatregel kent een ingroeipad van3,7 miljoen euro in 2027, 10,6 miljoen euro in 2028 en 17,4 miljoen euro in2029. In de periode 2030–2039 is jaarlijks 22 miljoen euro beschikbaar omnaast de nieuwe bijstandsgerechtigden ook taalonderwijs aan het zittendbestand van de bijstand aan te kunnen bieden. Alle bedragen wordenvolledig uitgekeerd aan gemeenten.Vraag 25Zijn er kortingen toegepast op middelen die eerder waren bestemd voorgemeentelijke uitvoering van schuldhulpverlening of het vereenvoudigenvan toegang via één-loketstructuren?Antwoord op vraag 25Tijdens de voorjaarsbesluitvorming is besloten om te korten op demiddelen die waren vrijgemaakt voor maatregelen uithet basispakket uithet Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) problematische schulden.Door de korting op deze middelen vervalt onder andere voor schuldhulp-verlening de 20 miljoen euro per jaar die gereserveerd was voor vroegsig-nalering en 8 miljoen euro per jaar voor het aanscherpen van dekwaliteitseisen van schuldhulpverlening. Daarnaast vervalt vanaf 2029structureel 10 miljoen euro die gereserveerd was voor één loket vooroverheidsincasso.Vraag 26Waarom stoppen de structurele gelden (€ 75 mln) voor de schulden-aanpak in 2029 en waarom is juist hiervoor gekozen? Welke middelen zijnvoorzien voor de structurele bekostiging van het Schuldenknooppuntvanaf 2026?Antwoord op vraag 26Er zijn veel uitdagingen die de aandacht vragen van het kabinet. Daaromheeft het kabinet bij de voorjaarsbesluitvorming keuzes moeten maken enonder meer besloten om op de envelop Groepen in de knel te korten. Dezemiddelen worden ter dekking ingezet voor de budgettaire problematiek opde SZW-begroting. Dit is onder andere ten koste gegaan van de middelenvoor problematische schulden vanaf 2029. De resterende middelenworden besteed om kwetsbare groepen te ondersteunen, zoals met destructurele financiering van schoolmaaltijden, de verhoging van hetminimum jeugdloon en betere financiering van beschut werk. Ook zijn demiddelen voor de schuldenaanpak tot en met 2028 behouden.Er zijn geen structurele middelen voor de bekostiging van het Schulden-knooppunt vanaf 2026 voorzien. Op 28 april 2025 heeft de Staatssecretarisvan Participatie en Integratie de Kamer geïnformeerd dat het Inlichtingen-bureau (IB) de meest aangewezen partij is voor een publiek eigenaarschapvan het Schuldenknooppunt.5 IB onderzoekt nu hoe het Schulden-knooppunt bij hen kan worden ondergebracht en welke juridische,5Kamerstuk 24 515, nr. 797.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 312 financiële en technische implicaties dat heeft. Tot die tijd wordt hetSchuldenknooppunt vanuit subsidie gefinancierd.Vraag 27Hoe wordt de toegankelijkheid van het energiefonds 2025 geborgd, metname voor huishoudens in energiearmoede?Antwoord op vraag 27In de Kamerbrief van 4 april jl. heeft de Staatssecretaris Participatie enIntegratie aangegeven dat het Tijdelijk Noodfonds Energie op basis van dehuidige energieprijzen circa 100.000 huishoudens kon helpen en aange-geven dat met de beschikbare middelen mogelijk niet alle aanvragenkonden worden gehonoreerd. Huishoudens die geen aanvraag meerhebben kunnen doen voor het energiefonds 2025, maar wel geldzorgenhebben, kunnen contact opnemen met hun gemeente of met hulporgani-saties zoals Geldfit. Toegankelijkheid wordt bevorderd via persoonlijkeondersteuning, onder andere via lokale hulpverleners, inlooppunten enkeukentafelgesprekken. Er is geen papieren aanvraagroute, maar mensenkrijgen hulp bij het digitaal indienen van de aanvraag, ook aan huis. EenDigiD is vereist; daarom is actief gecommuniceerd dat deze tijdigaangevraagd moet worden. Samenwerking met de alliantie digitaleinclusie zorgt voor aanvullende ondersteuning, bijvoorbeeld via biblio-theken. Zie voor meer informatie de brief van de Staatssecretaris van SZWvan 25 april jl.6Vraag 28Welke middelen zijn in de begrotingswijziging voor 2025 opgenomen tenbehoeve van het programma Simpel Switchen in de participatieketen?Zijn deze middelen juridisch verplicht of gevoelig voor kasschuiven?Antwoord op vraag 28Voor het programma Simpel Switchen in de Participatieketen is5 miljoen euro beschikbaar voor de periode van 2024 tot en met 2027 (zieook de SZW-begroting 2025; Kamerstuk 36 600 XV, nr. 2). Bij de eerstesuppletoire begroting van SZW zijn geen extra middelen opgenomen tenbehoeve van het programma Simpel Switchen. Wel is de eindverant-woording en daarmee de eindafrekening voor een subsidie aan Divosavoor het programma Simpel Switchen doorgeschoven van 2024 naar2025. De subsidiemiddelen zijn geschoven om deze in het juiste kasritmete zetten.Vraag 29Worden de resultaten uit de invoeringstoets Breed Offensief meegenomenin de beleidsmatige en budgettaire keuzes binnen de Voorjaarsnota 2025?Antwoord op vraag 29Het kabinet is blij dat uit de resultaten van de invoeringstoets van hetBreed Offensief is gebleken dat de uitvoering van de wet- en regelgevinghoofdzakelijk voorspoedig verloopt. Ook laat het zien dat er nog verbeter-punten zijn om de uitgangspositie van mensen met een arbeidsbeperkingop de arbeidsmarkt te verbeteren. Daar wordt op verschillende manierenaan gewerkt. Zo zijn zowel het wetsvoorstel Participatiewet in balans alshet wetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de Banenafspraak onlangsaangenomen door de Tweede Kamer. Eerder heeft het kabinet in totaalstructureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld om de komende jaren deinfrastructuur van de sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig temaken en beschut werk te bevorderen. Tot slot zijn met de Voorjaarsnota2025 aanvullende middelen vrijgemaakt voor het ontwikkelen van het6Kamerstuk 29023, nr. 565Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 313 arbeidsvermogen van mensen waarvan de Wajong-aanvraag is afgewezenen die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren.Vraag 30Hoe waarborgt de regering een eerlijke beloning voor medewerkers vanwerk-ontwikkelbedrijven, gezien de signalen van tekorten en onderbe-taling zoals aangeleverd door gemeenten en ondernemingsraden?Antwoord op vraag 30Het kabinet vindt het belangrijk dat medewerkers van sociaal ontwikkelbe-drijven kunnen rekenen op een eerlijke beloning. De vaststelling vansalarissen is echter een aangelegenheid voor gemeenten, sociaalontwikkelbedrijven en de vertegenwoordiging van werknemers. Hierbijgeldt voor iedereen met een dienstbetrekking – dus ook mensen die bijsociaal ontwikkelbedrijven werken – dat het wettelijk minimumloon en dewettelijke minimumvakantiebijslag de minimale beloning vormen. Hiermoeten alle werkgevers zich aan houden, dus ook sociaal ontwikkelbe-drijven. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt hier toezicht op en kanwaar nodig handhavend optreden.Vraag 31Zijn er in de suppletoire begrotingen of de Voorjaarsnota middelenvrijgemaakt of geoormerkt voor projecten die onder het «recht opvergissen» vallen, zoals correctieprocessen bij uitkeringsinstanties of deBelastingdienst?Antwoord op vraag 31Er zijn in de Voorjaarsnota en in de suppletoire begrotingen geenmiddelen vrijgemaakt of geoormerkt voor projecten binnen de Belasting-dienst die onder het «recht op vergissen» vallen.Vraag 32Is er sprake van kasschuiven of onderuitputting op de middelen voorwoningbouwimpulsen? Kunt u specificeren welke middelen dit betreft?Antwoord op vraag 32Met de eerste suppletoire begroting van 2025 zijn er middelen toegevoegdaan het budget van de Woningbouwimpuls. Dit betreft 60 miljoen euro in2025 als gevolg van amendement Grinwis cs.7 Daarnaast zijn er, omlangjarig te voorzien in kerntaken die de realisatie van de woningbouw-opgave ondersteunen, incidenteel woningbouwmiddelen ingezet.Daarvoor is er 15 miljoen euro op het budget in mindering gebracht in dejaren 2026, 2027 en 2028 (5 miljoen euro per jaar). Het totaalbudget voorde Woningbouwimpuls komt hiermee op 515 miljoen euro voor de jaren2025–2029.Vraag 33Wat zijn de gevolgen vanuit de Rijksbegroting bezien van het bevriezenvan de huurverhoging in 2025 en 2026 voor de investeringscapaciteit vanwoningcorporaties? Waarom is de opdracht voor het vinden van adequatecompensatie niet als verplichting opgenomen in de Voorjaarsnota?Antwoord op vraag 333 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.7Kamerstuk 36 600 XXII, nr. 17Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 314 Vraag 34Is het juist dat de extra middelen voor het versnellen van woningbouw-procedures nog niet juridisch zijn verplicht, en zo ja wanneer wordthierover besluitvorming voorzien?Antwoord op vraag 34Bij de uitwerking van het financieel instrumentarium Woningbouwimpuls(WBI) en Gebiedsbudget is voorzien dat het versnellen van dewoningbouw als voorwaarde wordt opgenomen. Er wordt bezien hoe hetwerken volgens de principes van parallel plannen en het hebben van eenversnellingstafel kan worden verbonden als voorwaarde bij hetverstrekken van een rijksbijdrage (zie Kamerbrief «Financieel instrumen-tarium woningbouw, 19 mei 2025»). De middelen voor WBI en Gebieds-budget zijn gereserveerd op de begroting, en worden uitgekeerd in dejaren zoals opgenomen in de begroting, wanneer aan de voorwaardenvan de financiële regeling is voldaan.Vraag 35Hoeveel woningbouwprojecten zijn in 2025 vertraagd of geschrapt alsdirect gevolg van de aangekondigde of reeds doorgevoerde huurbe-vriezing?Antwoord op vraag 35De huurbevriezing heeft naar verwachting weinig tot geen gevolgen voorprojecten met sociale huurwoningen, waarvoor al een contractueleafname is overeengekomen of al gestart is met de bouw. Corporatieszullen ondanks de huurbevriezing het contract moeten nakomen. Voor desociale huurwoningen die aankomende circa 18 maanden opgeleverdzouden worden zal dit het geval zijn.Vraag 36Hoe beoordeelt u de signalen van onder meer Aedes, de provincieDrenthe en het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat de huurbe-vriezing ten koste gaat van de woningbouwproductie, en wat is deverwachte impact op de bouwopgave tot 2030?Antwoord op vraag 36Volgens de dilemmanotitie van de Minister van VRO zorgt de huurbe-vriezing tot 2035 voor 85.000 minder nieuwe sociale huurwoningen en365.000 minder verduurzaamde woningen door corporaties. Ook is debouw van woningen in de periode 2027–2034 onzekerder doordat dezewoningen deel uitmaken van een gebiedsontwikkeling waar ook corpora-tiewoningen waren voorzien. Naar verwachting zal de woningbouwhierdoor tot 2030 onder de beoogde 100.000 woningen per jaar blijvenliggen en komt ook de vereiste voor 30% sociaal en 2/3 betaalbaar onderdruk te staan.Vraag 37Op welke andere manieren kan de koopkracht van kwetsbare groepenverbeterd worden?Antwoord op vraag 37De besluitvorming over koopkracht vindt plaats in augustus. Hierbij wordtop basis van de dan actuele economische ramingen van het CentraalPlanbureau (CPB), zoals opgenomen in de Macro EconomischeVerkenning (MEV), een integrale afweging gemaakt over de koopkracht-ontwikkeling. In dat kader wordt gekeken naar het gehele instrumentariumdat het kabinet ter beschikking staat. De uitkomsten hiervan wordengepubliceerd in de Miljoenennota.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 315 Vraag 38Kunnen de naar achteren geschoven uitgaven voor de huurtoeslag nietbeter ingezet worden om de koopkracht voor kwetsbare groepen teverbeteren in de jaren 2025 en 2026, in plaats van een huurbevriezing in tezetten die gecompenseerd moet worden in verband met de benodigdewoningbouw?Antwoord op vraag 38Zoals aangegeven bij vraag 37, vindt de besluitvorming over koopkrachtin augustus plaats. Daarin wordt een integrale afweging gemaakt vanmogelijke instrumenten, waaronder inkomensondersteunende maatre-gelen zoals huurtoeslag en beleidsmaatregelen op het gebied van huren.3 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 39Wat is de budgettaire ruimte op de begrotingen? Welke middelen zijnjuridisch verplicht, welke zijn bestuurlijk gebonden, welke zijn beleids-matig belegd en hoeveel middelen zijn nog vrij te besteden? Hoeveelbedraagt naar verwachting de onderuitputting in 2025 en hoeveelbedragen naar verwachting de kasschuiven van 2025 naar laterebegrotingsjaren?Antwoord op vraag 39In de begrotingen van de departementen is aangegeven wat de budget-taire ruimte is. Daarin is ook aangegeven in hoeverre middelen juridischverplicht, bestuurlijk gebonden en beleidsmatig belegd zijn. Dit wordt nietgeüpdate bij de suppletoire begrotingen; daar worden onder andererealisaties gepresenteerd.Het kabinet verwacht in 2025 circa 4,0 miljard euro aan reguliere onderuit-putting. Daar bovenop heeft het kabinet circa 3,0 miljard euro aanaanvullende onderuitputting ingeboekt. Bij de Voorjaarsnota is2,0 miljard euro uit 2025 naar latere jaren geschoven. Bij de Miljoenennota2026 wordt duidelijk welke aanvullende kasschuiven uit 2025 wordenverwerkt.Vraag 40Waarom heeft het kabinet ervoor gekozen om dit jaar af te zien vanintegrale besluitvorming bij het hoofdbesluitvormingsmoment / demeerjarige Voorjaarsnota?Antwoord op vraag 40In de Voorjaarsnota 2025 heeft het kabinet een integrale afweginggemaakt van alle mee- en tegenvallers en beleidswensen.Vraag 41Welk totaalbedrag aan kosten wordt er geraamd (vanaf de nulmeting totaan voltooiing) voor de schadeafhandeling, de versterkingsopgave, demiddelen volgend uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlemen-taire enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen (PEAG) (verduurza-mingsopgave etc.), de bestuurlijke afspraken uit 2020, en het NationaalProgramma Groningen?Antwoord op vraag 41–In 2018 hebben TCMG en IMG de schadeoperatie van NAM overgeno-men en in 2020 heeft NCG de versterkingsoperatie van NAM overgeno-men. Als dat wordt aangenomen als nulmeting, dan bedragen deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 316 totale kosten t/m 2024 voor de schadeoperatie 3.870 miljoen euro envoor de versterkingsoperatie 2.871 miljoen euro.–De toekomstige kosten voor schade en versterken worden jaarlijksherijkt waarbij de verwachte kosten voor de komende vijf jaar wordengeraamd. De schade en versterkingsoperatie zullen naar verwachtingook na 2030 nog doorlopen. Bij de volgende herijking zal daarom hetbegrotingsjaar 2031 worden toegevoegd. Voor 2025 t/m 2030 wordende uitgaven aan de schadeafhandeling geraamd op 4.229 miljoen euroen voor de versterkingsoperatie op 3.847 miljoen euro.–Voor de kabinetsreactie op het PEGA rapport is bij de Voorjaarsnota2023 een reeks op de Aanvullende Post gereserveerd die in totaaloptelt tot 11,5 miljard euro. Deze reeks bestaat voor 4 miljard euro uitincidentele middelen, waarvan 3 miljard euro voor schade enversterken. Daarnaast is 7,5 miljard euro gereserveerd t/m 2055 voorde generatielange betrokkenheid, wat is bestemd voor sociaal eneconomisch perspectief en verduurzaaming. Een deel van dezemiddelen is inmiddels tot besteding gekomen.–Voor de Bestuurlijke afspraken uit 2020 is bij Voorjaarsnota 20211,5 miljard euro beschikbaar gesteld. De middelen die hieruit resterenzijn samengevoegd met PEGA middelen. Deze zijn grotendeels tevinden op de begroting van BZK voor IMG, NCG en de bijdrage aan degemeenten en provincie. De volledige bijdragen aan gemeenten enprovincie zijn ook te vinden in de meerjarige regeling.–Voor het NPG is 1,15 miljard euro beschikbaar gesteld bij Voorjaars-nota 2018. Daarvan is voor 2025 t/m 2028 nog 449 miljoen eurobeschikbaar op de begroting van BZK, en in totaal nog 90,5 mil-joen euro voor de jaren daarna op de Aanvullende Post van Financiën.Vraag 42Welk totaalbedrag aan uitvoeringskosten wordt er geraamd (vanaf denulmeting tot aan voltooiing) voor de schadeafhandeling, de versterkings-opgave, de middelen volgend uit de kabinetsreactie op de PEAG (verduur-zamingsopgave etc.), de bestuurlijke afspraken uit 2020, en het NationaalProgramma Groningen?Antwoord op vraag 42–Voor de schadeafhandeling is in de periode 2018 t/m 2024 door TCMGen IMG 1.305 miljoen euro aan uitvoeringskosten gemaakt. Voor dejaren 2025 t/m 2030 is 1.369 miljoen euro geraamd voor de uitvoe-ringskosten bij IMG.–Voor de versterkingsoperatie heeft de NCG sinds de oprichting in 2020t/m 2024 is 609 miljoen euro aan uitvoeringskosten gemaakt. Voor dejaren 2025 t/m 2030 is 857 miljoen euro geraamd voor de uitvoerings-kosten bij NCG.–Voor de maatregelen volgend uit de kabinetsreactie PEGA, debestuurlijke afspraken uit 2020 en het NPG zijn middelen beschikbaargesteld zoals onder 41 toegelicht. De uitvoeringskosten voor dezemaatregelen worden gedekt uit deze budgetten.Vraag 43Zijn er nog overige kosten, en daaraan verbonden uitvoeringskosten,binnen het dossier Herstel Groningen, en zo ja welke (hoeveel enwaarvoor)?Antwoord op vraag 43Op dit moment zijn alle verwachte kosten t/m 2030 opgenomen in debegroting van BZK op artikel 15, of op de Aanvullende Post van hetMinisterie van Financiën, zoals staat beschreven in de bijlage Groningenvan de Voorjaarsnot. Jaarlijks worden de verwachte kosten voor schadeen versterken herijkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 317 Vraag 44Hoe worden de extra Ster-inkomsten gerealiseerd die moeten dienen tercompensatie van de additionele korting van 50 miljoen euro op debekostiging van de NPO?Antwoord op vraag 44Er is een impactanalyse aangekondigd om inzicht te krijgen in degevolgen van het vergroten van de reclameruimte bij de landelijkepublieke omroep voor private mediapartijen. Mede op basis van deuitkomsten van deze impactanalyse wordt een besluit genomen over detoekomstige rol van reclame bij het financieren van de landelijke publiekeomroep. Uw Kamer wordt hierover voor de zomer van 2025 geïnformeerd.Vraag 45Wanneer wordt de Kamer op de hoogte gesteld van de besluiten overgrote dossiers als defensie, stikstof en een eventuele publiekeinvesteringsimpuls?Antwoord op vraag 45Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota keuzes gemaakt, waaronder debestemming van 2,3 miljard aan middelen voor het Startpakket stikstof entoekenning van ca. 1,2 mld. structureel aan Defensie. Het kabinet looptniet vooruit op toekomstige besluitvorming en uw Kamer wordt hierovertijdig geïnformeerd.Vraag 46Waarom is de groei van de netto primaire uitgaven nu hoger dan de groeivan 25,9% waar in het budgettair-structureel plan nog vanuit werdgegaan?Antwoord op vraag 46Waar de groei van de cumulatieve uitgaven tot met 2028 in het budgettairstructureel plan uitkwam op 25,9%, komt deze in de jaarlijkse voortgangs-rapportage op het budgettair-structureel plan voor de middellange termijnuit op 26,9%. Dit komt door zowel nominale ontwikkelingen en prijsbijstel-lingen als hogere bbp-gerelateerde uitgaven (defensie, EU-afdrachten enhet Gemeente- en Provinciefonds).Vraag 47Hoeveel budget wordt er in totaal uitgegeven aan armoedegelden,hoeveel wordt hier op bezuinigd en hoe is dat anders dan in de begroting?Antwoord op vraag 47Er is binnen de gestelde beantwoordingstermijn geen uitputtend overzichtsamen te stellen van alle middelen die naar armoedebeleid gaan. Degrootste uitgaven aan armoedebestrijding in 2025 zijn op de onder-werpen: bestrijden van energiearmoede (60 miljoen euro), preventie vangeldzorgen & financiële educatie (18 miljoen euro), de instellingssubsidievoor «Sam& voor alle Kinderen» (18 miljoen euro) en overige subsidiesvoor bijvoorbeeld voedselhulp (5 miljoen euro). De uitgaven per categoriekomen grotendeels overeen met 2024, hoewel de taakstelling uit hethoofdlijnenakkoord op subsidies vanaf 2026 zal leiden tot een reductie vande subsidiemiddelen voor armoede- en schuldenbestrijding zoals eenstructurele korting (14 miljoen euro) op financiële educatie vanaf 2030.Vraag 48Welke armoederegelingen gaan niet door, welke doelgroep treffen die enhoeveel geld valt daarmee vrij?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 318 Antwoord op vraag 48Tijdens de voorjaarsbesluitvorming is niet besloten tot het stopzetten vanRijksregelingen op het terrein van armoede. In de ontwerpbegroting vanSZW 2025 is wel de subsidietaakstelling uit het hoofdlijnenakkoordingevuld, hetgeen per 2026 zal leiden tot een reductie van de subsidiemid-delen voor armoede- en schuldenbestrijding.Vraag 49Levert de nieuwe armoededefinitie een intensivering of besparing op?Antwoord op vraag 49Er zijn geen middelen direct gekoppeld aan de hoogte van de armoede-cijfers in Nederland. De nieuwe definitie leidt niet tot meer of minderuitgaven van de Rijksbegroting.Vraag 50Wordt er nu minder uitgegeven aan armoedebestrijding dan voor denieuwe armoededefinitie?Antwoord op vraag 50De wijziging van de armoededefinitie heeft geen invloed op de beste-dingen van het Rijk op het gebied van armoedebestrijding.Vraag 51Waarom wordt er toch gestuurd op het saldo, terwijl u bij het NotaoverlegRealistisch Ramen dit nog ontkende?Antwoord op vraag 51Het kabinet heeft tijdens de voorjaarsbesluitvorming vastgehouden aantrendmatig begrotingsbeleid. Dit betekent dat de uitgaven- en inkomsten-kaders leidend zijn gedurende de kabinetsperiode. De Afdeling adviseringvan de Raad van State (Afdeling advisering) concludeert in de Voorjaars-rapportage dat de uitgaven en inkomsten voldoen aan de toetsen van hetinkomsten- en uitgavenkader.8 Tegelijkertijd houdt het kabinet vast aan deEuropese referentiewaarden voor het tekort (3% bbp) en de schuld (60%bbp). Dit houdt in dat bij een dreigende overschrijding van de referentie-waarde voor het tekort het saldo aanleiding kan geven voor eventuelemaatregelen, zoals ook opgenomen in het HLA.Vraag 52Kan gesteld worden dat in deze Voorjaarsnota per saldo meevallers in dezorg gebruikt zijn voor per saldo tegenvallers binnen de rijksbegroting ende sociale zekerheid?Antwoord op vraag 52In het HLA is door het Kabinet afgesproken dat een per saldo meevaller inde uitgaven aan de Zorgverzekeringswet wordt, na saldering meteventuele tegenvallers elders in de zorg en op de VWS-begroting, ingezetvoor lastenverlichting via een verlaging van de premies. Het kabinet heeftervoor gekozen om een deel van de meevaller in de wijkverpleging in tezetten als alternatieve invulling voor de ombuiging op bij- en nascholingmedisch-specialisten (165 miljoen euro). De resterende meevaller in deZvw-uitgaven in 2026 en 2027 is volledig ingezet voor tegenvallers in hetzorgdomein. In 2028, 2029 en 2030 is vrijwel de gehele meevaller inZvw-uitgaven ingezet voor tegenvallers op de VWS-begroting. Structureelresteerde er daarna nog een zeer beperkt bedrag. Dit is meegelopen in hetrijksbrede beeld.8https://open.overheid.nl/documenten/f3a67e3d-0fca-47c4-9fab-48a2716bb43b/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 319 Daarnaast zijn er ook andere meevallers in de zorg, waaronder eenmeevaller in de Wlz (230 miljoen euro structureel). De Zvw-meevallers-regel is hier niet op van toepassing. Conform de reguliere begrotingsregelzijn deze meevallers eerst ingezet voor tegenvallers op de VWS-begroting.Het resterende bedrag is ingezet voor andere uitgavenproblematiek.Vraag 53Wat is er nodig om schulden mee te kunnen nemen in de armoededefi-nitie?Antwoord op vraag 53De armoededefinitie is opgesteld door CBS, SCP en Nibud. Dit zijnonafhankelijke instituten die zelf bepalen welke gegevens zij meenemen inde armoededefinitie.Het klopt dat schulden momenteel niet worden meegenomen in dearmoededefinitie, terwijl er op 1 januari 2024 ruim 747.000 huishoudenszijn die te maken hebben met problematische schulden. De verklaringhiervoor is dat de data die nodig zijn om schulden wel mee te nemen opdit moment niet beschikbaar zijn. De instituten hebben aangegeven dat zijbij volgende herijkingen van de armoededefinitie waar mogelijk verbete-ringen zullen doorvoeren.Vraag 54Kunnen schulden worden meegenomen in de armoededefinitie als er eenschuldenregister komt?Antwoord op vraag 54Als er een schuldenregister komt betekent dit niet automatisch datschulden kunnen worden meegenomen in de armoededefinitie. Deverklaring hiervoor is dat de afloscapaciteit van huishoudens geenonderdeel uitmaakt van het beoogde integrale schuldenoverzicht, terwijldat nodig is om de invloed van schulden mee te kunnen nemen in dearmoededefinitie.Het is overigens aan de onafhankelijke instituten die de armoededefinitiehebben opgesteld (CBS, SCP en Nibud) om te bepalen welke gegevens zijmeenemen in de armoededefinitie.Vraag 55Hoeveel mensen vallen onder de nieuwe armoededefinitie als vermogenniet zou tellen?Antwoord op vraag 55Het is niet precies bekend hoeveel mensen onder de nieuwe armoededefi-nitie vallen als vermogen niet mee wordt genomen. Het rapport van hetCBS, SCP en het Nibud laat zien dat circa 1%-punt (daling van 4,4% naar3,3%) van het verschil in de armoedecijfers kan worden verklaard door hetmeenemen van vermogen in de nieuwe armoededefinitie.9Vraag 56Wat is de maandelijkse achteruitgang voor werknemers met een arbeids-beperking, uitgaande van minimumloon en parttime werk door hetingevoerde belastingplan? Kan daarbij aangegeven worden wat deachteruitgang is voor medewerkers in hun vakantiegeld door hetingevoerde belastingplan, wat er financieel voor nodig is om dezeachteruitgang op te lossen en welke maatregelen dat zou betreffen?9De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten (CBS, SCP, Nibud), 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 320 Antwoord op vraag 56Het is goed om te benadrukken dat in het Belastingplan geen maatregelenzaten die anders uitpakken voor werknemers met een arbeidsbeperkingdan voor werknemers zonder arbeidsbeperking. Met het Belastingplan isde maximale algemene heffingskorting (AHK) verlaagd. Daarnaast is hettarief in de eerste schijf van box 1 verlaagd. Voor mensen met eeninkomen vanaf ongeveer 26.000 euro weegt het voordeel van het lagereschijftarief op tegen het nadeel van de lagere AHK. De groep belasting-plichtigen met een inkomen lager dan 26.000 euro ondervindt per saldonadeel van beide maatregelen. Dit nadeel is groter naarmate het inkomenlager is, en bedraagt maximaal ongeveer 185 euro per jaar.Los van de maatregelen uit het Belastingplan geldt dat mensen nadeelkunnen ondervinden als er geen loonstijging heeft plaatsgevonden. Ditgeldt voor een deel van de medewerkers bij sociaal ontwikkelbedrijven diein 2025 in sommige gevallen (40%) een lager netto-inkomen hebben danin 2024. Dit werkt met name door in de hoogte van de arbeidskorting. Degrenzen in de arbeidskorting worden jaarlijks geïndexeerd. Als hetinkomen constant blijft van het ene op het andere jaar, dan daalt het rechtop arbeidskorting. Dit effect geldt alleen in het opbouwtraject van dearbeidskorting en is het sterkst tussen ongeveer 12.000 euro en26.000 euro. Het nadeel kan oplopen tot maximaal ongeveer 32 euro permaand. Dit is echter geen gevolg van maatregelen uit het Belastingplan.Daar staat tegenover dat per 2025 ook de huurtoeslag en het kindge-bonden budget verhoogd zijn. Of de betreffende werknemers hiervanprofiteren hangt af van de individuele situatie. Het is dan ook nieteenduidig te zeggen hoeveel ervoor nodig is om de eventuele achter-uitgang te compenseren. Deze groep zou het meest gebaat zijn geweestbij een verhoging van het CAO-loon.Het vakantiegeld is onderdeel van het inkomen dat belast wordt in box 1.Het Belastingplan heeft dan ook geen ander effect op het vakantiegeld danop het reguliere looninkomen. In de loonheffing wordt het vakantiegeldvoor iedereen belast volgens de tabel bijzondere beloningen. Voor hetinhoudingspercentage in die tabel is de marginale belastingdruk vanbelang. Het Belastingplan zorgt voor beperkte wijzigingen in de marginalebelastingdruk. Het tarief in de eerste schijf is verlaagd met ruim éénprocentpunt, dat resulteert in een lager inhoudingspercentage. Daarnaastis het tarief in de tweede schijf met ongeveer 0,5%-punt verhoogd en is deafbouw van de AHK steiler geworden door het verschuiven van hetafbouwpunt. Dit zorgt voor een wat hoger inhoudingspercentage.Zoals elk jaar speelt indexatie van de inkomensgrenzen in de tabelbijzondere beloningen ook nog een rol. Als het inkomen van eenbelastingplichtige constant blijft, dan kan dat inkomen in 2025 net in eenandere schijf van de tabel bijzondere beloningen vallen dan dat in 2024het geval was. Hierdoor kan een hoger of lager inhoudingspercentagegaan gelden. Dit is echter geen gevolg van het Belastingplan.Vraag 57Wanneer is het schuldenregister operationeel en heeft de afroming van deenvelop GIDK invloed op het tijdspad?Antwoord op vraag 57Na het korten op de middelen voor IBO schulden vanaf 2029 is er geenstructurele financiering voor het integraal schuldenoverzicht. Daarommoet worden bezien of en hoe dit schuldenoverzicht operationeel kangaan worden. Een integraal schuldenoverzicht vraagt in de vormgevingnamelijk grote zorgvuldigheid omdat het hier om zeer gevoelige,persoonlijke informatie gaat. Tegelijk wordt onderzocht of onderdelen vanhet integraal schuldenoverzicht kunnen worden ontwikkeld.De komende jaren worden de eerste stappen gezet om gebundeld inzichtte bieden in schulden. Via Schuldenwijzer.nl zijn nu al alle beslagen bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 321 gerechtsdeurwaarders in te zien. Het Vorderingenoverzicht Rijk, dat inontwikkeling is, biedt mensen straks een overzicht van hun openstaandebetaalverplichtingen aan de overheid.Vraag 58Klopt het dat de middelen voor vroegsignalering van gemeentenincidenteel worden gemaakt? Zo ja, heeft dit invloed op de uitvoering vangemeenten en kunnen gemeenten hun wettelijke taak voldoende blijvenuitvoeren?Antwoord op vraag 58In de besluitvorming van de Voorjaarsnota is de keuze gemaakt deenvelop groepen in de knel af te romen. De middelen voor problematischeschulden waren o.a. beoogd voor gemeentelijk schuldenbeleid (vroegsig-nalering), beleid van SZW (integraal schuldenoverzicht voor huishoudens)en beleid van JenV (één overheidsincasso en het voorkomen vankostenoploop boetes). De middelen uit het gemeentefonds zijn vrijbesteedbaar. Het is aan de gemeenten hoe ze deze middelen aanwenden.Ze leggen over de besteding van de middelen verantwoording af aan degemeenteraad.Vraag 59Hoe verhoudt de voorgestelde dekking van de tijdelijke verhoging van detariefkorting van de motorrijtuigenbelasting elektronische personenauto’suit het Klimaatfonds zich tot de begrotingsregel van scheiden vaninkomsten en uitgaven?Antwoord op vraag 59De begrotingsregels van het kabinet Schoof schrijven voor dat hetuitgavenkader en het inkomstenkader in beginsel gescheiden zijn om zobegrotingsdiscipline te waarborgen. Dit betekent dat uitgaven nietautomatisch gefinancierd mogen worden uit specifieke inkomsten-bronnen.De tijdelijke verhoging van de tariefkorting op de motorrijtuigenbelastingvoor elektrische personenauto’s betreft een maatregel die onderdeel isvan het klimaatpakket en daarmee in zijn totaliteit beoordeeld dient teworden. Het kabinet acht het daarmee uitlegbaar dat deze maatregelgedekt wordt uit het Klimaatfonds.Vraag 60Hoe groot is de resterende stelpost fiscale regelingen en constructies voorde jaren 2026 en verder?Antwoord op vraag 60In het HLA is een stelpost van 250 euro miljoen opgenomen om fiscaleregelingen af te bouwen en belastingconstructies aan te pakken. Eenstelpost betekent dat het kabinet voornemens is om concrete maatregelente nemen met een bepaalde budgettaire opbrengt, die bijdragen aan hetdoel om fiscale regelingen af te bouwen en belastingconstructies aan tepakken. In het HLA is ook afgesproken dat als de stelpost niet volledigwordt gerealiseerd het resterende bedrag van de stelpost wordt ingevulddoor de tabelcorrectiefactor beperkt toe te passen op de parameters vande inkomstenbelasting, waardoor onder andere de tariefschijven minderworden gecorrigeerd voor de inflatie.Omdat deze stelpost vanaf 2026 ingevuld moet worden, heeft het kabinetin deze Voorjaarsnota voorstellen gedaan voor de concrete invulling vandeze stelpost. Op die manier kan de benodigde wetgeving tijdig wordenopgesteld. Als eerste wordt de constructie «vleugje zuivel» in alcoholvrijedranken aangepakt, waarmee de verbruiksbelasting voor alcoholvrijeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 322 dranken wordt omzeild door een klein vleugje zuivel toe te voegen aanfrisdrank of vruchtensap.Daarnaast wordt binnen de schenk- en erfbelasting de constructie estateplanningstools aangepakt, waarmee door het aanpassen van dehuwelijkse voorwaarden kort voor overlijden de erfbelasting wordtontweken. Het resterende deel van de stelpost wordt deels ingevuld doorhet beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbe-lasting en deels opgevangen in het inkomstenkader. De invulling van destelpost leidt tot een 4,8%-punt lagere toepassing van de tabelcorrectie-factor in de inkomstenbelasting.De stelpost fiscale regelingen voor constructies is structureel van aard envolledig ingevuld voor 2026 en de jaren daarna. Onderstaande tabel toontde budgettaire effecten van de maatregelen die het kabinet heeftvoorgesteld ter invulling van deze stelpost.Tabel 9 Invulling stelpost belastingconstructies en fiscale regelingen (in € mln., + = saldoverbeterend)20262027202820292030StructureelStelpost fiscale regelingen en constructies– 259– 259– 259– 259– 259– 259Aanpakken constructie vleugje zuivel verbruiksbelastingalcoholvrije dranken3636363636Aanpakken schenk- en erfbelasting constructie estate planning-tools in huwelijksvermogensrecht344444Beperkt toepassen tabelcorrectiefactor126126126126126126 Vraag 61Op welke wijze wordt de resterende stelpost fiscale regelingen enconstructies voor 2026 ingevuld?Antwoord op vraag 61Zie antwoord op vraag 60.Vraag 62Kunt u een overzicht geven van de in de suppletoire begrotingenaangekondigde CW3.1-toelichtingen, en daarbij aangeven wanneer deKamer deze ontvangt?Antwoord op vraag 62Bijgaand een overzicht van de aangekondigde Beleidskeuzes Uitgelegd-kaders in de suppletoire begrotingen. De departementen worden geachtde toelichtingen cf. Beleidskeuzes Uitgelegd te versturen voordat er overhet inhoudelijke beleidsvoorstel wordt gestemd.Tabel 10DepartementMutatieBuitenlandse ZakenOekraïneBuitenlandse Handel en OntwikkelingshulpVoedselzekerheidBuitenlandse Handel en OntwikkelingshulpWaterBuitenlandse Handel en OntwikkelingshulpHumanitaire hulpBuitenlandse Handel en OntwikkelingshulpMigratieBuitenlandse Handel en OntwikkelingshulpVeiligheid en stabiliteitBuitenlandse Handel en OntwikkelingshulpHandel en EconomieBuitenlandse Handel en OntwikkelingshulpGezondheidBinnenlandse Zaken en KoninkrijkrelatiesNationaal Programma Groningen AP provincie GroningenBinnenlandse Zaken en KoninkrijkrelatiesNationaal Programma Groningen AP economische agendaBinnenlandse Zaken en KoninkrijkrelatiesMiddelen Hooflijnenakkoord nationale veiligheidDefensieSteun OekraïneEconomische ZakenSecFundKlimaat en Groene GroeiVulmaatregelen gasopslagFinanciën en Nationale SchuldNaleving sanctiesFinanciën en Nationale SchuldToeslagen HerstelAsiel en MigratieMiddelen wetsvoorstellenJustitie en VeiligheidNationale veiligheid versterkenJustitie en VeiligheidGarantieregeling forensiche zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 323 DepartementMutatieJustitie en VeiligheidSociale advocatuurJustitie en VeiligheidWeerbaarheidLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurSubsidieregeling graslandLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurMestbeleid 2026–2029Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurMestaanwending en RENURELandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurRobotisering en digitaliseringLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurOnderzoeksinfrastructuur HCUOnderwijs, Cultuur en WetenschapMasterplan basisvaardigheden MBOSociale Zaken en WerkgelegenheidOplossen knelpunt samengestelde gezinnen WKBSociale Zaken en WerkgelegenheidReservering OCTASSociale Zaken en WerkgelegenheidReservering UWVSociale Zaken en WerkgelegenheidGroepen uit de knel – verbeteren loonkostensubsidie Beschut WerkSociale Zaken en WerkgelegenheidGroepen uit de knel – verhoging vminimumjeugdloonSociale Zaken en WerkgelegenheidWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)Sociale Zaken en WerkgelegenheidSteilere afbouw WKB vanaf een inkomen van 60.000 euroSociale Zaken en WerkgelegenheidDuurverkorting WerkloosheidsuitkeringVolkshuisvesting en Ruimtelijke OrdeningVerduurzamingsaanpak Nij Begun maatregel 29Volksgezondheid, Welzijn en SportCOVID-19 vaccinatieVolksgezondheid, Welzijn en SportBackpay weduwen KNIL-militairen en ambtenaren Vraag 63Kunt u erop toezien dat de aangekondigde CW3.1-toelichtingen diebetrekking hebben op in 2026 vrij te maken middelen voor de behande-lingen van de begrotingen uiterlijk op Prinsjesdag aan de Kamer wordenverstuurd?Antwoord op vraag 63Vakministers zijn verantwoordelijk voor het tijdig versturen van hun CW3.1-toelichtingen voor de inhoudelijke stemming. Hier zal ik op toezien.Vraag 64Kunt u erop toezien dat de aangekondigde CW3.1-toelichtingen diebetrekking hebben op nog in 2025 vrij te maken middelen zo spoedigmogelijk, en in ieder geval ruim voor de stemmingen, aan de Kamerworden verstuurd?Antwoord op vraag 64Hier zal ik op toezien, zie ook antwoord onder vraag 62.Vraag 65Waarom is in de suppletoire begrotingen niet de budgetflexibliteitvermeld, zoals voorgesteld in de Initiatiefnota Realistisch Ramen? Klopthet dat u dit in overweging zou nemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 324 Antwoord op vraag 65Zoals gesteld in de kabinetsreactie d.d. 14 maart jl. op de InitiatiefnotaRealistisch Ramen, zal het kabinet het toevoegen van budgetflexibiliteitaan de eerste suppletoire begrotingen bij Voorjaarsnota meewegen in deoverwegingen voor de verbetering, modernisering en vereenvoudigingvan het begrotings- en verantwoordingsproces, zoals aangekondigd in deKamerbrief Agenda toekomstbestendig begroten en verantwoorden.Vraag 66Zijn in eerdere jaren rekeningen doorgeschoven? Ging het zo slecht metde begrotingsdiscipline dat deze moet worden hersteld?Antwoord op vraag 66Het kabinet voert trendmatig begrotingsbeleid. Conform de afspraken inhet HLA zijn de uitgaven- en inkomstenkaders gerespecteerd. Hierdoorvoorkomt het kabinet dat tijdens de rit additionele rekeningen wordendoorgeschoven naar toekomstige generaties. Ook volgende kabinettenzullen moeten blijven werken aan het beperken van de uitgavengroei. Dehuidige budgettaire situatie biedt weinig marge tot de Europese grens-waarden. Met name toekomstige budgettaire uitdagingen op het gebiedvan vergrijzing, veiligheid en energie-infrastructuur zullen op langeretermijn zonder aanvullende maatregelen leiden tot overschrijding van deEuropese referentiewaarden.Vraag 67Zijn de begrotingsregels uit de Startnota nog wel bij de tijd?Antwoord op vraag 67De begrotingsregels worden bij aanvang van ieder kabinet vastgesteld inde ministerraad. De regels zijn onderdeel van het totaal aan financiëleafspraken en gelden daarmee voor de gehele kabinetsperiode.Vraag 68Kan er een stofkam gehaald worden door de begrotingsregels?Antwoord op vraag 68Zie het antwoord op vraag 67.Vraag 69Zijn de begrotingsregels uit de Startnota in voldoende mate besprokentijdens de Algemene Financiële Beschouwingen? Hebben deze regels welenige democratische legitimatie?Antwoord op vraag 69De begrotingsregels zijn kabinetsinterne afspraken die worden vastgesteldin de ministerraad en vervolgens de Startnota. Zij ontlenen hun democra-tische legitimiteit daarmee aan die van het kabinet. Het parlement gaatover zijn eigen agenda en kan zelf bepalen in hoeverre de begrotings-regels wel of niet in een debat zoals de Algemene Financiële Beschou-wingen aan bod moeten komen.Vraag 70Zijn de uitgavenkaders wel zinvol? Ze kunnen toch ieder momentgecorrigeerd worden door kadercorrecties?Antwoord op vraag 70Om de overheidsfinanciën beheersbaar te houden en om geen rekeningendoor te schuiven naar volgende generaties is er in de begrotingsregelsopgenomen dat er voor de uitgavenkant een maximumgrens geldt: hetzogenoemde uitgavenkader. Bij de Miljoenennota 2025 zijn het uitgaven-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 325 en inkomstenkader op basis van het HLA tot en met 2029 vastgesteld. Hetidee van een kader is dat het kabinet vastlegt wat in één jaar maximaalmag worden uitgegeven (het uitgavenkader). Het kader wordt bijgesteldop basis van aantal regels die zijn vastgesteld in begrotingsregels, zoalsde uitgavemaatregelingen die raken aan de conjunctuur (bijvoorbeeld deWW en de bijstand) en nominale ontwikkeling. Daarnaast geeft dezeVoorjaarsnota invulling aan de aanbevelingen van de Expertgroep omrealistisch te ramen en is het kader gecorrigeerd voor de kasschuiven.Zoals de Raad van State heeft geconstateerd heeft het kabinet zich aan debestaande afspraken en kaders gehouden.Vraag 71Is de budgettaire reservering voor de toeslagenaffaire nog steeds12 miljard euro? Welk deel van dit bedrag is reeds daadwerkelijkuitgegeven?Antwoord op vraag 71Bijlage 4 van de Voorjaarsnota geeft een overzicht van de reserveringenvoor de Hersteloperatie Toeslagen. In deze bijlage is per abuis11,7 miljard euro genoemd als totaalbedrag, de actuele totaalkosten zijnechter 11,6 miljard euro. Hiervan is 6 miljard euro reeds uitgegeven.Vraag 72Is de budgettaire reservering voor de box 3-hersteloperatie nog steeds14 miljard euro? Welk deel hiervan is reeds daadwerkelijk uitgegeven?Antwoord op vraag 72Zoals uiteengezet in Tabel 5 van de Nota naar aanleiding van het verslagvan de Wet tegenbewijsregeling box 3 is in totaal een bedrag van16,6 miljard euro aan derving ingeboekt naar aanleiding van de box 3-arresten van de Hoge Raad vanaf 24 december 2021.10 Deze dervingneemt gedeeltelijk de vorm aan van lagere box 3-opbrengsten van nog opte leggen belastingaanslagen en gedeeltelijk de vorm van herstelbeta-lingen. De derving als gevolg van herstelbetalingen naar aanleiding vanhet kerstarrest bedroeg 2,8 miljard euro. Hiervan sloeg 0,7 miljard euro opde jaren 2017 tot en met 2020, waarvan het rechtsherstel is afgerond. Deresterende 2,1 miljard euro sloeg op de jaren 2021 en 2022.Het rechtsherstel voor deze jaren is nog niet volledig afgerond, omdataanslagen met een vermogenscomponent anders dan spaargeld zijnaangehouden in afwachting van de uitspraken van de Hoge Raad in juni2024. Het benodigde rechtsherstel als gevolg van de HogeRaad-uitspraken van 6 juni 2024 start volgens planning in juli van dit jaar.Naast het bieden van rechtsherstel, geldt dat door de uitspraken deopbrengst van box 3 in alle nog te realiseren jaren tot invoering van hetnieuwe box 3-stelsel lager is.Vraag 73Wordt er voor de pensioenen van Defensie nu 8 of 8,5 miljard euroingelegd?Antwoord op vraag 73Bij Voorjaarsnota 2024 werd geraamd dat ten behoeve van het affinan-cieren van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen op basis vantoenmalige inzichten verondersteld dat 8,5 miljard euro nodig is. Dereservering is bijgewerkt naar 8,15 miljard euro op basis van de meestrecente informatie over de ingangsdatum van de nieuweABP-pensioenregeling (die is uitgesteld van 1 januari 2026 naar 1 januari2027), de marktrente en ABP-dekkingsgraad. Uiteindelijk zijn de markt-10Kamerstuk 36 706, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 326 rente en ABP-dekkingsgraad op 31 december 2026 leidend voor hetdefinitieve af te financieren bedrag. Dit wordt ook nader toegelicht in deVerticale Toelichting voor Defensie.Vraag 74Kan er in toekomstige stukken (in de volle breedte) niet meer wordengesproken over alleen maar «bijgesteld», maar over «verlaagd» en«verhoogd» of op een andere manier dat duidelijk is om wat voorbijstelling het gaat, omdat het anders voor de Kamer een zoekplaatje is?Antwoord op vraag 74Het bijstellen van bijvoorbeeld het voorziene uitgavenniveau of gebruikvan een (fiscale) regeling heeft geen gevolgen voor de budgettaire kaders.Een verlaging of verhoging heeft vaak wél betrekking op een beleids-matige aanpassing. Conform de begrotingsregels leiden beleidsmatigeaanpassingen in het inkomstenkader tot lastenrelevante budgettaireeffecten. Daarom is het spreken over een verhoging of verlaging vanbijvoorbeeld een fiscale regeling daadwerkelijk iets anders dan eenbijstelling aangaande bijvoorbeeld gebruiksinformatie. Om die reden achthet kabinet het vollediger voor de Kamer om nauwkeurig onderscheid aante geven waar de aanpassing van de begroting precies over gaat.Vraag 75Welke indexeringspercentages en LPO-afspraken zijn toegepast in devoorjaarsnota op het terrein van klimaat- en energie? Kunt u een overzichtgeven van deze specifieke mutaties?Antwoord op vraag 75Bij de Voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om een gedeelte van deloon- en prijsbijstelling toe te voegen aan de begrotingen, waaronder debegroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en van hetKlimaatfonds. Voor de berekening hiervan wordt gebruikgemaakt vanverschillende loon- en prijscategorieën. Voor elk onderdeel van debegroting wordt een loon- of prijscategorie bepaald. De indexatiepercen-tages per categorie zijn berekend door het Centraal Planbureau en hetMinisterie van Financiën. Op basis hiervan kan de totale loon- enprijsbijstelling worden berekend. De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling isweergegeven in onderstaande tabellen.Tabel 11 Loon- en prijsbijstelling Klimaat en Groene Groei (in miljoenen euro’s)202520262027202820292030Loonbijstelling526351494852Prijsbijstelling273127271833 Tabel 12 Loon- en prijsbijstelling Klimaatfonds 2025–2030 (in miljoenen euro’s)202520262027202820292030Loonbijstelling5201313823Prijsbijstelling113936443863 Tabel 13 Loon- en prijsbijstelling Klimaatfonds 2031–2035 (in miljoenen euro’s)20312032203320342035LoonbijstellingPrijsbijstelling3040434545 Vraag 76Wat is het verschil tussen het door het artikel 2-onderzoek van de Raadvoor het Openbaar Bestuur (koersen op klimaatneutraal) geadviseerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 327 niveau van uitvoeringsmiddelen voor medeoverheden en het bedrag datin de Voorjaarsnota beschikbaar is gesteld voor de periode 2025 tot 2030?Antwoord op vraag 76Voor 2026 t/m 2030 stelt het Rijk via een SPUK11circa 3,7 miljard euro aanuitvoeringsmiddelen beschikbaar aan de gemeenten en provincies voorhun klimaat- en energietaken. Volgens het advies van de Raad voor hetOpenbaar Bestuur (ROB) «Koersen op klimaatneutraal» uit 2024 is voordeze jaren circa 1,3–1,4 miljard euro aanvullend benodigd. Bij devoorjaarsbesluitvorming zijn gesprekken gevoerd met VNG en IPO overmogelijke knelpunten in de uitvoering als gevolg van een tekort aanuitvoeringsmiddelen. Als gevolg van die gesprekken is aanvullend50 miljoen euro vrijgemaakt zodat provincies door kunnen met hunaanpak van netcongestie. Het Rijk en de medeoverheden blijven ingesprek om ervoor te zorgen dat de uitvoering van het klimaat- enenergiebeleid doorgaat.Vraag 77Kunt u per jaar aangeven hoeveel er in de periode 2020–2030 is en zalworden bezuinigd op onderwijs? Hoeveel wordt er extra bezuinigd oponderwijs door dit kabinet en kunt u dit per maatregel en jaar aangeven?Antwoord op vraag 77Onderstaande tabel laat zien wat de extensivering en intensiveringen ophet onderwijs zijn geweest in de periode 2020–2030. Deze periode beslaat3 Kabinetten; Rutte III, Rutte IV en Schoof.De grootste investeringen in onderwijs van het kabinet Rutte IV zijnsalarissen onderwijspersoneel po (ca. 0,8 miljard euro), basisvaardig-heden (ca. 1 miljard euro), kansengelijkheid (ca. 1 miljard euro), vervolg-onderwijs (ca. 0,7 miljard euro), herinvoering basisbeurs (ca.1 miljard euro) en het fonds onderzoek en wetenschap (tijdelijk ca.0,5 miljard euro per jaar).Tabel 14 Extensiveringen en Intensiveringen op het onderwijs in de periode 2020–2030 per Kabinet in miljoenen euro’s20202021202220232024202520262027202820292030Extensivering Rutte III– 148– 192– 205– 211– 248– 250– 215– 215– 215– 215– 215Intensiveringen Rutte III2.2395.9555.4702.5281.6761.7211.7211.7211.7211.7211.721Saldo extensiveringen enintensiveringen Rutte III2.0915.7635.2642.3171.4281.4711.5061.5061.5061.5061.506Extensivering Rutte IV00– 92– 176– 237– 225– 289– 264– 99– 109– 120Intensiveringen Rutte IV002.2493.5964.7105.3534.7774.9865.1585.1845.218Saldo extensiveringen en enintensiveringen Rutte IV002.1573.4194.4735.1284.4894.7225.0595.0765.098Extensivering Schoof00000– 590– 841– 1.089– 1.290– 1.369– 1.379Intensiveringen Schoof000001351351.432182162162Saldo extensiveringen en enintensiveringen Schoof00000– 455– 706343– 1.108– 1.207– 1.217Totale extensivering Rutte III,Rutte IV, Schoof– 148– 192– 297– 387– 485– 1.065– 1.344– 1.568– 1.604– 1.692– 1.714Totale intensiveringen Rutte III,Rutte IV, Schoof2.2395.9557.7196.1246.3867.2096.6338.1397.0617.0677.101Saldo extensiveringen en enintensiveringen Rutte III,Rutte IV, Schoof2.0915.7637.4215.7375.9016.1445.2896.5725.4575.3755.386 11Vanaf 2026 wordt deze regeling omgezet in een decentrale-uitkeringTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 328 Onderstaande tabel toont de in- en extensiveringen op het onderwijs dievolgen uit het HLA na aanpassing door amendementen Bontenbal12 enEerdmans.13 Daarnaast zijn twee ombuigingen opgenomen in deVoorjaarsnota 2025. HLA-maatregel 43 is alternatief ingevuld bijVoorjaarsnota 2025.Tabel 15 Extensiveringen en intensiveringen Kabinet Schoof uitgesplitst per maatregel in miljoenen euro’sExtensiveringen Schoof202520262027202820292030HLA 22. Afschaffen maatschappelijke diensttijd– 75– 45– 67– 70– 70– 70HLA 23. Afschaffen brede brugklas en beperken S&O– 55– 170– 170– 170– 170– 170HLA 24. Alternatieve invulling bijstelling sectorplannen hoger onderwijs enwetenschap– 135– 135– 135– 135– 135– 161HLA 29. SPUK naar GF en PF met 10% budgetkorting0– 81– 81– 81– 81– 81HLA 34. Gerichte keuzes ontwikkelingssamenwerking0– 9– 9– 9– 9– 7HLA 35. Verlaging non-ODA-middelen– 1– 1– 1– 1– 1– 1HLA 40. Generieke taakstelling subsidies rijksbreed– 68– 124– 207– 261– 303– 291HLA 41. Verminderen internationale studenten (via bestuurlijk akkoord)0– 17– 68– 121– 158– 156HLA 43. Afschaffen OV-vergoeding buitenland studerenden0– 4– 8– 14– 14– 14HLA 69. Fonds Onderzoek Wetenschap– 107– 107– 107– 107– 132– 132Amendement Eerdmans. Ten behoeve van 4 x 25 miljoen fonds onderzoek enwetenschap– 25– 25– 25– 2500Voorjaarsnota 2025. Opheffen onderwijskansenregeling00– 90– 177– 177– 177Voorjaarsnota 2025. Ingehouden prijsbijstelling– 125– 123– 122– 120– 119– 118Totale extensiveringen Schoof– 590– 841– 1.089– 1.290– 1.369– 1.379Intensiveringen SchoofHLA 21. Eenmalige uitkering studielening sociaal leenstelsel001.297472727Schoolmaaltijden135135135135135135Totale intensiveringen Schoof1351351.432182162162 Vraag 78Kunt u een verschillenanalyse maken van de kostenramingen van hetMinisterie van Financiën en het CPB wat de asielinstroom betreft?Antwoord op vraag 78In de Voorjaarsnota heeft het kabinet de uitgaven voor organisaties in deasielketen, zoals het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA),bijgesteld tot en met 2026 op basis van het mediaanscenario van deMeerjaren Productie Prognose (MPP). Daarnaast zijn structureel middelenvrijgemaakt voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In debudgettaire analyse Voorjaarsnota 2025 veronderstelt het CPB dat er ookin 2027 en verder nog hogere asieluitgaven zijn en trekt daarom hetuitgavenniveau van 2026 structureel door.Vraag 79Kunt u een actualisatie geven van de beleidsmatige lastenontwikkeling endaarbij tevens onderscheid maken tussen gezinnen, bedrijven enbuitenland? Kunt daarbij tevens per groep aangeven welk deel het gevolgis van het beleid van eerdere kabinetten en van dit kabinet?Antwoord op vraag 79Onderstaande tabellen tonen de stand van de beleidsmatige lastenontwik-keling (blo) ten opzichte van het basisjaar 2024: het cijfer voor 2028 is deoptelsom van alle jaar-op-jaar mutaties tussen 2024 en 2028. In de eerstetabel is de blo als geheel terug te vinden, in de daarop volgende tabellende uitsplitsing naar burgers, bedrijven en buitenland. In de tabellen staat«Blo alle kabinetten» voor het effect van al het beleid op de blo, «Blohuidig kabinet» geeft het effect weer van al het beleid van dit kabinet, en«Blo VJN» het effect van de Voorjaarsnota op de blo ten opzichte van de12Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 14113Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 140Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 329 Miljoenennota. De blo meet alleen de beleidseffecten van lastenmaatre-gelen. Hieronder vallen aanpassingen van belasting- en premietarieven ofbeleidsmatige aanpassingen van de grondslagen daarvan. Het effect vande conjunctuur op de daadwerkelijke afdrachten wordt niet meegenomenin de blo.De klimaatbesluitvorming wordt bij het volgende verwerkingsmoment inaugustus pas zichtbaar in de blo, als het pakket ook is verwerkt in hetinkomstenkader. In de Miljoenennota zal een actualisatie wordengepresenteerd van de blo, inclusief klimaatpakket.De totale beleidsmatige aanpassingen sinds het aantreden van dit kabinetleiden tot een cumulatieve lastenverzwaring van 4,5 miljard aan het eindevan de kabinetsperiode. De belastingen op het arbeidsinkomen wordenaanzienlijk verlaagd door het kabinet, over de hele kabinetsperiode met2,4 miljard. Hierdoor houden werkenden aan het eind van de maand meergeld over van hun loonstrook. Hier staat tegenover dat de zorgpremiesstijgen. Dit komt onder ander door de verlaging van het eigen risico in dezorg. Het lagere eigen risico zelf is geen onderdeel van de blo, dus is nietterug te zien in deze cijfers. Het afschaffen van het lage btw tarief voorlogies is eveneens een lastenverzwaring. Daarnaast stijgen de lasten voorburgers in box 3. Dit heeft vooral een technische oorzaak binnen: door deuitspraak van de Hoge Raad over box 3 zijn de lasten tijdelijk gedaald(deze lastenverlichting valt buiten de kabinetsperiode), maar deze stijgentijdens de kabinetsperiode weer naar het oorspronkelijke niveau. Dezeontwikkelingen verklaren voor een groot deel de ontwikkeling van de blo.Daarnaast speelt de vrachtwagenheffing een rol in de stijging van delasten (voor bedrijven). De inkomsten uit deze heffing worden echteringezet voor subsidiemaatregelen gericht op de sector. Deze zijn nietzichtbaar in de blo.Tabel 16 Beleidsmatige lastenontwikkelingBlo2025202620272028In standen, mrd. euroBlo alle kabinetten1,36,712,014,1Blo huidig kabinet– 5,7– 1,22,84,5Blo VJN0,4– 0,3– 1,4– 0,1 Tabel 17 Beleidsmatige lastenontwikkeling burgersBlo burgers2025202620272028In standen, mrd. euroBlo alle kabinetten0,44,38,710,1Blo huidig kabinet– 4,2– 0,82,33,1Blo VJN0,30,5– 0,80,4 Tabel 18 Beleidsmatige lastenontwikkeling bedrijvenBlo bedrijven2025202620272028In standen, mrd. euroBlo alle kabinetten0,92,02,83,5Blo huidig kabinet– 1,2– 0,40,31,2Blo VJN0,1– 0,8– 0,5– 0,4 Tabel 19 Beleidsmatige lastenontwikkeling buitenlandBlo buitenland2025202620272028In standen, mrd. euroBlo alle kabinetten0,00,40,50,5Blo huidig kabinet– 0,40,00,10,1Blo VJN0,00,00,00,0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 330 Vraag 80Wat is het mediane loon (met en zonder vakantiegeld)?Antwoord op vraag 80Het meest recente mediane uurloon dat het CBS heeft gepubliceerd is23,70 euro bruto (CBS: Werknemers uurloon en beroep). Dit bedrag isexclusief vakantiegeld. Met 8% vakantiegeld over het bruto loon is hetmediane bruto loon van werknemers in 2023 uit op 25,6 euro. Hetmediane loon voor 2024 en 2025 is nog niet bekend.Vraag 81Wat is 60% van het mediane loon?Antwoord op vraag 81In het antwoord op vraag 80 is benaderd dat het mediane bruto uurloon(inclusief vakantiegeld) in 2023 € 25,6 bedraagt. 60% van dat bedrag is0,6* 25,6 = 15,4 euro. In 2025 ligt dit bedrag waarschijnlijk nog iets hoger.FNV rekent met een bedrag van 16 euro voor 2024.Vraag 82Hoeveel kost het om het wettelijk minimumloon (WML) te verhogen naar60% van het mediane loon (met behoud van koppeling met alleuitkeringen)?Antwoord op vraag 82Voor de beantwoording van deze vraag is aangenomen dat 60% van hetmediane inkomen gelijk staat aan een bruto uurloon van 16 euro. Volgensde huidige inzichten is per 1 januari 2027 een bijzondere verhoging vanhet minimumloon van 5,0% benodigd om uit te komen op een minimum-uurloon van 16 euro. Als de reguliere indexatie van het minimumloon inde komende jaren anders uitvalt dan nu verwacht, dan wijzigt hetbenodigde stijgingspercentage om uit te komen op een minimumuurloonvan 16 euro. Het benodigde stijgingspercentage wijzigt eveneens als hetmediane loon verandert.Een bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon met 5,0% metbehoud van koppeling aan uitkeringen kost ongeveer 4,1 miljard euro perjaar. Dit betreft een grove inschatting van het budgettaire effect van eenverhoging van het minimumloon met volledige doorwerking op uitke-ringen. De raming bevat alleen de kosten op de SZW-begroting, datbetekent dat de doorwerking op bijvoorbeeld de huur- en zorgtoeslag nietis meegenomen. Daarnaast bevat de raming alleen de kosten van deRijksoverheid als wetgever en niet van de Rijksoverheid als werkgever.Vraag 83Op hoeveel procent van het mediane loon ligt het WML op dit moment?Wat was dit voor de afgelopen 10 jaar per jaar?Antwoord op vraag 83Voor het beantwoorden van deze vraag is gebruik gemaakt van OESOdata. De reden hiervoor is dat deze maatstaf vaak wordt gebruikt om eenvergelijking te maken tussen landen. De meest recent bekendeverhouding tussen het bruto minimumloon en het mediane brutoloon is49,14% voor het jaar 2023. De ontwikkeling van deze verhouding over deafgelopen tien jaar vindt u in de tabel hieronder. De tabel laat zien dat deverhouding redelijk stabiel is geweest.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 331 Tabel 20 Verhouding bruto minimumloon en het bruto mediane loonJaarVerhouding bruto minimumloon en mediane loon202349,14%202246,34%202146,41%202046,62%201947,18%201847,13%201747,32%201646,95%201546,62%201446,90% Vraag 84Hoeveel kost het om de btw op energie te verlagen met 25%, 50%, 100%?Antwoord op vraag 84In Nederland is het algemene btw-tarief (21%) van toepassing op delevering van energie (aardgas, elektriciteit en stadsverwarming). Hetverlagen van het tarief met 25%/50%/100% betreft een verlaging naar eenbtw-tarief van respectievelijk 15,75%/10,5%/0%.De Europese btw-richtlijn 2006 geeft regels voor de minimalebtw-tarieven. Voor energie is dat minimaal 5%. Daarnaast geldt specifiekvoor de levering van aardgas dat uiterlijk tot 1 januari 2030 een verlaagdbtw-tarief is toegestaan. Vanaf die datum zal op de levering van aardgasdus het algemene btw-tarief moeten gelden (momenteel 21% inNederland). Dit betekent dat het btw-tarief op aardgas (tijdelijk), elektri-citeit en stadsverwarming hoogstens tot 5% kan worden verlaagd.In het huidige ICT-systeem van de btw kunnen er geen extra tarievengeïntroduceerd worden. Daardoor is een btw-verlaging op energie naar5% alleen op korte termijn mogelijk als het bestaande verlaagde tarief van9% generiek wordt verlaagd naar 5%. In het nieuw te implementerenOB-systeem kunnen nieuwe, extra btw tarieven worden toegevoegd. Dit isnaar huidig inzicht per 1 januari 2028 mogelijk. Uiterlijk eind juni 2025 zalde detailplanning voor het nieuwe OB-systeem bekend worden. Daarom iser in de raming van de verlagingen naar 15,75%/10,5% uitgegaan van eeninvoeringsdatum van 1-1-2028. Het is wel mogelijk om per 1-1-2026 hetbtw-tarief op energie te verlagen naar 9%. Hier is geen nieuw tarief voornodig.In de onderstaande tabellen is weergegeven hoeveel de btw verlagingenkosten.Tabel 21 Budgettaire gevolgen tijdelijk verlagen btw tarief aardgas naar 15,75% (in € mln., prijspeil 2025 en + = saldoverbeterend)20282029StrucStruc inTijdelijk verlagen btw-tarief op aardgas naar 15,75%– 637– 63702030Structureel verlagen btw-tarief op elektriciteit en stoom/stadsverwarming naar 15,75%– 333– 333– 3332026Totaal– 970– 970– 3332030 Tabel 22 Budgettaire gevolgen tijdelijk verlagen btw tarief aardgas naar 10,5% (in € mln., prijspeil 2025 en + = saldoverbeterend)20282029StrucStruc inTijdelijk verlagen btw-tarief op aardgas naar 10,5%– 1.275– 1.27502030Structureel verlagen btw-tarief op elektriciteit en stoom/stadsverwarming naar 10,5%– 665– 665– 6652026Totaal– 1.940– 1.940– 6652030 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 332 Tabel 23 Budgettaire gevolgen tijdelijk verlagen btw tarief aardgas naar 5% (in € mln., prijspeil 2025 en + = saldoverbeterend)20282029StrucStruc inTijdelijk verlagen btw-tarief op aardgas naar 5%– 1.942– 1.94202030Structureel verlagen btw-tarief op elektriciteit en stoom/stadsverwarming naar 5%– 1.014– 1.014– 1.0142026Totaal– 2.956– 2.956– 1.0142030 Tabel 24 Budgettaire gevolgen tijdelijk verlagen btw tarief aardgas naar 9% (in € mln., prijspeil 2025 en + = saldoverbeterend)2026202720282029StrucStruc inTijdelijk verlagen btw-tarief op aardgas naar 9%– 1.413– 1.413– 1.413– 1.41302030Structureel verlagen btw-tarief op elektriciteit en stoom/stadsverwarming naar 9%– 738– 738– 738– 738– 7382026Totaal– 2.150– 2.150– 2.150– 2.150– 7382030 Vraag 85Hoeveel kost het om de energiebelasting voor huishoudens te verlagenmet 25%, 50% en 100%?Antwoord op vraag 85In de energiebelasting kan op dit moment geen onderscheid wordengemaakt tussen huishoudens en andere verbruikers. Het is daarom nietmogelijk om alleen de energiebelasting voor huishoudens te verlagen.Tariefverlagingen die zijn bedoeld voor huishoudens komen dus ookterecht bij bedrijven en instellingen.Alle verbruikers betalen energiebelasting per kWh elektriciteit en per m3aardgas. De EU-Richtlijn energiebelastingen bevat minimumtarievenwaardoor de energiebelastingtarieven niet 100% kunnen wordenverlaagd. Op elke elektriciteitsaansluiting van een object met zogenoemdeverblijfsfunctie wordt de belastingvermindering in de energiebelastingtoegepast (in 2025 afgerond 525 euro, excl. btw). Het gaat om allehuishoudens en het overgrote deel van de bedrijven en instellingen.Het verbruik van huishoudens bevindt zich vrijwel uitsluitend in de eerstetwee schijven aardgas en elektriciteit van de energiebelasting. In deonderstaande tabel is voor 2026 voor verschillende type huishoudensweergegeven wat de energiebelasting bedraagt in het basispad en bijverlagingen van de energiebelastingtarieven in de eerste en tweedeschijven aardgas en elektriciteit met 25%, 50% en tot deEU-minimumtarieven. Voor het totale beeld is hierin verdisconteerd eenverlaging van de belastingvermindering met respectievelijk 25%, 50% en100%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 333 Tabel 25 Basispad energiebelasting in 2026, inclusief verlagingen tarieven en verlaging belastingvermindering(in € mln., + = saldoverbeterend en exclusief btw)BeschrijvingGasverbruikin m3Elektriciteits-verbruik inkWhBasispadVerlagingmet 25%Verlagingmet 50%MaximaleverlagingEen bewoner in nieuw, klein appartement5401.360– 93– 70– 466Een bewoner in oud, klein appartement6801.390– 8– 6– 48Twee of meer bewoners in oud, kleinappartement8402.0501441087210Een bewoner in oude, kleine rijwoning8401.2507354369Een bewoner in oude, middelgroterijwoning9901.4201751318811Twee of meer bewoners in oude, kleinerijwoning9702.02021716310811Twee of meer bewoners in nieuwe,middelgrote rijwoning8701.9701541167710Twee of meer bewoners in oude, middel-grote rijwoning1.0802.07028621414312Twee of meer bewoners in oude, groterijwoning1.5002.39055941928017Twee of meer bewoners in oude, grotevrijstaande woning1.8202.70077458038720Aardgaswoningen totaal1.0201.91023617711812Elektrisch verwarmde woning3101.960– 174– 130– 875Woningen totaal9001.9201671258410 In de onderstaande tabel is voor 2026 weergegeven wat de budgettaireeffecten zijn van een verlaging van de tarieven in de eerste twee schijvenaardgas en elektriciteit met 25%, 50% en tot de EU-minimumtarieven.Voor het totale beeld is hierin ook opgenomen de verlaging van debelastingvermindering met 25%, 50% en 100%.Tabel 26 Budgettaire effecten verlaging tarieven energiebelasting & verlaging belastingvermindering (in € mln., + = saldoverbe-terend en exclusief btw)Verlaging met 25%Verlaging met 50%Maximale verlagingEerste twee verbruiksschijven aardgas (tot 170.000 m3)– 1.465– 2.936– 5.802Eerste twee verbruiksschijven elektriciteit (tot 10.000 kWh)– 514– 1.002– 1.982Totaal verlaging tarieven– 1.979– 3.938– 7.784Belastingvermindering1.4212.8435.686Totaal– 558– 1.095– 2.098 Vraag 86Hoeveel wordt er door de overheid uitgegeven aan reclames en anderepubliekscampagnes?Antwoord op vraag 86Uit de Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 202414 van Dienst Publieken Communicatie (DPC), het agentschap van AZ, blijkt dat de totalemediabestedingen aan publieksvoorlichting in 2024 35,3 miljoen eurowas. In 2023 was dit nog 31,5 miljoen euro, een stijging van 12%.Vraag 87Wat is de verdeling van het voordeel van de hypotheekrenteaftrek perinkomensdeciel? Wat is dit per vermogensdeciel?14Dienst Publiek en Communicatie, Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 334 Antwoord op vraag 87Het WoonOnderzoek Nederland 2024 bevat cijfers over de belastinge-ffecten van de eigen woning.15 De tabel hieronder geeft het belastinge-ffect van de eigen woning per inkomenskwintiel weer. Dit belastingeffectis het saldo van de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait. Uit detabel blijkt dat het hoogste kwintiel circa 50% van het belastingeffect vande eigen woning geniet.Tabel 27 Belastingeffect eigen woning per inkomenskwintiel20% laagsteinkomens2e kwintiel3e kwintiel4e kwintiel20% hoogsteinkomensBelastingeffect eigen woning (perjaar)30 miljoen euro294 miljoen euro846 miljoen euro1.775 miljoen euro3.002 miljoen euroNaar rato1%5%14%30%50% De verdeling van het voordeel van de hypotheekrenteaftrek per vermo-gensdeciel is door beperkingen in de beschikbare data niet exact tebepalen. Wel is op basis van cijfers van het CBS de verdeling van heteigen woningbezit bekend.16 De tabel hieronder toont deze verdeling. Vande huishoudens in het laagste vermogenskwintiel bezit 6% een eigenwoning. Van de huishoudens in het hoogste vermogenskwintiel bezit 97%een eigen woning. Hierdoor ligt het voor de hand dat huishoudens in dehogere vermogenskwintielen ook meer voordeel genieten van dehypotheekrenteaftrek.Tabel 28 Verdeling voordeel hypotheekrenteaftrek per vermogensdeciel20% laagstevermogens2e kwintiel3e kwintiel4e kwintiel20% hoogstevermogensEigen woningbezit per kwintiel6%6%76%96%97% Vraag 88Wat kost het om woningcorporaties te compenseren voor het bevriezenvan de sociale huren?Antwoord op vraag 883 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 89Wat is de totale huurverhoging over de afgelopen 20 jaar? Wat is dit perjaar?Antwoord op vraag 89In onderstaande tabel is het percentage jaarlijkse huurverhoging van allehuurwoningen van de afgelopen 20 jaar opgenomen.15Documenten | WoON 2024 | WoonOnderzoek Nederland16Wie zit waar in de vermogensverdeling? | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 335 Tabel 29 Jaarlijkse huurverhoging (in procentpunten)2005220062,720071,420081,920092,820101,620111,820122,820134,720144,420152,420161,920171,620182,320192,520202,920210,8202232023220245,4 Vraag 90Wat zijn alle belastingvoordelen die huurders ten goede komen? Wat ishet budgettair belang per maatregel?Antwoord op vraag 90Er zijn geen fiscale voordelen die specifiek op huurders zien. Huurdersprofiteren natuurlijk wel van generieke belastingverminderingen die aanalle huishoudens ten goede komen. Huurders kunnen in sommigegevallen wel in aanmerking komen voor inkomensondersteuning via dehuurtoeslag. Dit betreft echter geen belastingvoordeel maar een gerichteinkomensondersteunende maatregel.Vraag 91Wat zijn de kosten van het afschaffen eigen risico?Antwoord op vraag 91Het kabinet heeft in het HLA afgesproken het verplicht eigen risico vanaf2027 te verlagen naar een hoogte van 165 euro per jaar en het eigen risicote trancheren op 50 euro in de medisch-specialistische zorg. De kostenhiervan (circa 4 miljard euro in 2027) zijn reeds verwerkt in deVWS-begroting. Het kost naar verwachting 3 miljard euro extra om hetverplicht eigen risico volledig af te schaffen per 2027. Dit effect bestaat uithet financieringseffect en het remgeldeffect. De derving van deopbrengsten uit het eigen risico (het financieringseffect) bedraagt circa2 miljard euro. Door het afschaffen van het eigen risico zijn mensen zichminder bewust van de kosten en zullen zij vaker een beroep doen op zorg.Dit wordt het remgeldeffect genoemd en bedraagt naar verwachting circa1 miljard euro. Voor het remgeldeffect wordt aangesloten bij ramingenvan het CPB; het CPB zou daarom om een actuele inschatting van hetremgeldeffect gevraagd moeten worden.Vraag 92Hoeveel kost het om de mond- en tandartsenzorg in basispakket aan tebieden?Antwoord op vraag 92Het Zorginstituut heeft eind 2024 een kostenanalyse gemaakt van vijfscenario’s om meer mondzorg voor volwassenen te vergoeden uit hetbasispakket van de zorgverzekering. Het Zorginstituut schat de kosten vandeze scenario’s bij een eigen risico van 165 euro op ongeveer180 miljoen euro per jaar (één periodieke controle per jaar) totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 336 2,4 miljard euro per jaar (aanspraak jeugdigen uitbreiden naarvolwassenen).Vraag 93Hoeveel kost het om Fysiotherapie in basispakket aan te bieden?Antwoord op vraag 93De kosten zijn afhankelijk van de inrichting van de aanspraak. Het CPBheeft in 2020 de kosten geschat voor het opnemen van alle paramedischezorg in het basispakket (Zorgkeuzes in Kaart, maatregel 113, ongeveer1,1 miljard euro in 2021). Deze berekening was echter gebaseerd op detoenmalige omvang in de aanvullende verzekering. Deze omvang isinmiddels gestegen naar 1,3 miljard euro in 2024. De daadwerkelijkekosten zijn afhankelijk van de inrichting van de aanspraak en aanvullendevoorwaarden zoals eigen betalingen. Momenteel is er geen doorgerekendbeleidsscenario beschikbaar.Vraag 94Hoeveel kost het om OV gratis te maken?Antwoord op vraag 94Vanwege bedrijfsgevoelige informatie kan slechts een globaal beeldworden geschetst: de totale vervoerskosten voor 2024 worden geschat opcirca € 5,7 miljard per jaar. Dit bedrag wordt bekostigd door reizigersin-komsten (circa 3,6 miljard), door de OV-studentenkaart (OCW-begroting,circa € 1 miljard) en door exploitatiesubsidies (o.a. via Provinciefonds enIenW-begroting (BDU Verkeer en Vervoer), circa € 1,1 miljard). De totalekosten voor het gratis maken van het openbaar vervoer vallen naarverwachting hoger uit, omdat er in deze kostenraming geen rekening meeis gehouden dat bij gratis openbaar vervoer de vraag naar openbaarvervoer sterk stijgt en de kosten voor (bijvoorbeeld) OV-personeel enmaterieel zal toenemen.Vraag 95Wat is er veranderd aan de aanpak van fiscale regelingen sinds hetkabinet is aangetreden?Antwoord op vraag 95Net als vorige kabinetten blijft dit kabinet kritisch kijken naar fiscaleregelingen die negatief zijn geëvalueerd en complex zijn voor bedrijven,burgers en de uitvoering. Er zijn op dit vlak al goede stappen gezet. Ditkabinet schaft de salderingsregeling in de energiebelasting en hetverlaagde btw-tarief op logies af. Daarnaast heeft het kabinet hetvoornemen om de stakingsaftrek en meewerkaftrek af te bouwen envervolgens af te schaffen per 2030. Het geld dat hiermee vrijkomt wordtgericht ingezet voor een nieuwe fiscale regeling voor startups enscale-ups. Ook voor het heffingsplafond in de belasting op leidingwaterstelt het kabinet voor om deze af te schaffen. Het monitoren en periodiekevalueren van fiscale regelingen blijft ook voor dit kabinet belangrijk. Hierzien de begrotingsregels dan ook op toe. De budgettaire omvang,evaluatie-uitkomsten en de evaluatieagenda worden jaarlijks meegestuurdals bijlage bij de Miljoenennota. Op dit moment wordt gewerkt aan eenambtelijk rapport met beleidsopties voor negatief beoordeelde regelingen,zoals toegezegd in de kamerbrief van 17 oktober 2024 over de aanpak vanfiscale regelingen.Vraag 96Kunt u een lijst aanleveren van alle maatregelen en indicatoren diegebruikt worden om het «vestigingsklimaat» te meten en versterken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 337 Antwoord op vraag 96Het vestigingsklimaat beschrijft de condities waaronder bedrijven zich inNederland kunnen vestigen en groeien. Dit wordt gemeten met objectieveindicatoren en bedrijvenpercepties. Het Nederlandse vestigingsklimaatstaat internationaal vaak hoog gewaardeerd (bijvoorbeeld IMD WorldCompetitiveness Ranking en Global Innovation Index). Hierbij spelenfactoren zoals fiscaliteit (bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting en de30%-regeling), de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld hoog opleidingsniveau ensterke technische universiteiten), infrastructuur (bijvoorbeeld hogelogistieke kwaliteit), regel- en wetgeving (bijvoorbeeld relatief effectieveoverheid), en de leefomgeving (bijvoorbeeld hoge mobiliteit) eenbelangrijke rol. Tegelijkertijd wijzen recente signalen op aandachtspuntenzoals bedrijven die een hogere belastingdruk ervaren, krapte op dearbeidsmarkt, netcongestie, en onzeker stikstof- en klimaatbeleid.Vraag 97Wat is de inflatie per maand voor de afgelopen 10 jaar?Antwoord op vraag 97Het CBS publiceert maandelijks de inflatiecijfers. Onderstaand figuur geeftde jaarmutatie van de inflatie per maand voor de afgelopen tien jaar en deontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) per maand de afgelopentien jaar. Vraag 98Op pagina 105 van de beslisnota staat een overzicht: «Wat is de verdelingvan de korting van 50% van de prijsbijstelling?». Hoe verhoudt ditoverzicht zich met het overzicht op pagina 229 Voorjaarsnota zelf?Waarom komen deze getallen niet overeen?Antwoord op vraag 98Onderdeel van de korting op prijsbijstelling zijn kortingen opHGIS-middelen. Deze uitgaven vallen echter niet onder de reguliereprijsbijstelling. Op pagina 229 van de VJN wordt het verloop vanbegrotingshoofdstuk 80 uitgebeeld, waarin alleen de reguliere prijsbij-stelling wordt bijgehouden. De kortingen voor HGIS zijn opgenomen in deeigen hoofdstukken.Figuur 1 Inflatie per maand (2015–2025)Bron: CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 338 Vraag 99Klopt het dat de totale korting op de prijsbijstelling op de ministeries822 miljoen euro in 2025 en 843 miljoen euro in 2026 bedraagt (pagina105 van de beslisnota)? Waarom is dit bedrag niet opgenomen in deVoorjaarsnota zelf?Antwoord op vraag 99De totale korting op de prijsbijstelling tranche 2025 bedraagt822 miljoen euro in 2025 en 843 miljoen euro in 2026. Bij Miljoenennota2025 is de dekking toeslagen al budgettair verwerkt als korting op dereservering. In de verticale toelichting op pagina 229 is de dekkingtoeslagen daarom al onderdeel van de basisstand bij Miljoenennota.Daarnaast valt de prijsbijstelling voor HGIS niet onder de reguliereprijsbijstelling en word HGIS geïndexeerd op het eigen begrotings-hoofdstuk (zie antwoord vraag 98). HGIS is daarom geen onderdeel vande verticale toelichting op pagina 229. De korting in de Voorjaarsnota opbegrotingshoofdstuk 80 voor de reguliere prijsbijstelling (dus exclusiefdekking toeslagen en HGIS) bedraagt 508 miljoen euro in 2025 en379 miljoen euro in 2026. Deze bedragen komen overeen met de verticaletoelichting op pagina 229.Vraag 100Wanneer wordt bekend hoe de korting op de prijsbijstelling van 50% doorde ministeries zal worden ingevuld? Klopt het dat geen enkel onderdeelop voorhand is uitgezonderd?Antwoord op vraag 100Door de korting op de prijsbijstelling hebben departementen minderprijsbijstelling gekregen en wordt de begroting minder geïndexeerd. Dedoorverdeling van de prijsbijstelling, en daarmee de verdeling van dekorting, binnen de begroting is aan de departementen zelf. Voor eenaantal departementen is de doorverdeling reeds verwerkt in de eerstesuppletoire begrotingen. Voor de overige departementen zal de doorver-deling van de departementen in de Suppletoire Begroting September(SBS) en ontwerpbegroting plaatsvinden.Vraag 101Zijn toezichthouders en uitvoeringsorganisaties uitgezonderd van dekorting van 50% op de prijsbijstelling?Antwoord op vraag 101Zie antwoord op vraag 100.Vraag 102Wat is het effect van de korting van 50% op de prijsbijstelling voor deuitvoering en handhaving?Antwoord op vraag 102Zie antwoord op vraag 100.Vraag 103Waarom wordt de dekking voor toeslagen afgetrokken van de totalekorting op ministeries vanwege de korting op de prijsbijstelling, alvorensdit getal gepresenteerd wordt? Waarom worden andere dekkingen niet opdezelfde manier afgetrokken van dat getal?Antwoord op vraag 103Zie antwoord op vraag 99.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 339 Vraag 104Welke geneesmiddelen die beschikbaar zijn in de vrije verkoop worden nubeperkt in de zorgverzekeringswet? Wat zijn de kosten van deze genees-middelen voor de consument?Antwoord op vraag 104De mogelijkheden tot invulling van de maatregel worden momenteel inkaart gebracht, mede in afstemming met het Zorginstituut Nederland. Hetgaat om betaalbare extramurale geneesmiddelen waarbij beargumen-teerbaar is dat collectieve vergoeding niet noodzakelijk is, omdat in devrije verkoop gelijkwaardige alternatieven beschikbaar zijn. In deombuigingslijst van het Ministerie van Financiën worden de volgendemiddelen genoemd als mogelijke invulling van deze maatregel: maagzuur-remmers (chronisch gebruik), middelen bij obstipatie, NSAID’s(ontstekingsremmers/pijnstillers; hoge doseringen), kunsttranen enallergiemiddelen (oogdruppels, neusspray, antihistaminica).Aangezien nog geen keuze is gemaakt voor specifieke geneesmiddelen isook nog niet te zeggen welke kosten deze hebben voor de consument.Aangezien het gaat om relatief goedkope geneesmiddelen, zal naarverwachting een groot deel van de ingeboekte taakstelling bestaan uitterhandstellingskosten. Dit zijn de kosten die de apotheek in rekeningbrengt voor de logistieke en zorgtaken die de apotheker uitvoert bij hetverstrekken van een geneesmiddel.Vraag 105Kunt een overzicht geven van de geneesmiddelen die sinds 2010 uit hetbasispakket zijn verdwenen?Antwoord op vraag 105In onderstaande tabel vindt u een overzicht van pakketuitnames. Deantidepressiva zijn naar aanleiding van een advies van het Zorginstituutuit 2018 weer toegevoegd aan het pakket.Tabel 30 Overzicht pakketuitnamesMaatregelJaarBudgettair effectVolledig uit het basispakket: acetylcysteïne2010– 7Gedeeltelijk uit het basispakket: anticonceptie2011– 32Gedeeltelijk uit het basispakket: antidepressiva2011– 20Gedeeltelijk uit het basispakket: maagzuurremmers2012– 75Volledig uit het basispakket: combinatie paracetamol/codeïne2013– 10Volledig uit het basispakket: paracetamol 1.000 mg, vitamine d (laag gedoseerd) en calcium2019– 40Volledig uit het basispakket vitamine D (hoog gedoseerd)2023– 129Gedeeltelijk uit het basispakket: codeïne2025– 13 Vraag 106Wat betekent het afromen van de 404 miljoen euro die bedoeld was omproblematische schulden aan te pakken voor de ambities met betrekkingtot dat doel, bijvoorbeeld voor het integraal schuldenoverzicht voorhuishoudens en het voorkomen van kostenoploop boetes?Antwoord op vraag 106Het basispakket uit het interdepartementaal beleidsonderzoek naarproblematische schulden is het uitgangspunt voor de aanpak vanschulden. Voor de uitwerking van de maatregelen uit dit pakket had hetkabinet incidentele en structurele middelen gereserveerd. Er waren dezevoorjaarsbesluitvorming veel problemen die de aandacht van het kabinetvragen en daardoor moesten er keuzes worden gemaakt. Alles integraaloverwegend heeft het kabinet besloten dat de gemaakte reservering vanaf2029 vervalt. Deze middelen worden ter dekking ingezet voor de budget-taire problematiek op de SZW-begroting. Dit heeft consequenties voor hetuitwerken van het beleidspakket problematische schulden, aangezienTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 340 sommige maatregelen structureel van aard zijn. Momenteel wordtonderzocht of onderdelen van het integraal schuldenoverzicht kunnenworden ontwikkeld. Recent heeft de Staatssecretaris Rechtsbeschermingde Kamer geïnformeerd over de voortgang op verschillende beleidsinitia-tieven, waaronder de kosteloze betalingsherinnering. Met het wegvallenvan structurele middelen voor deze maatregel moet echter worden bezienin hoeverre deze maatregel structureel mogelijk is. Hetzelfde geldt voor demaatregel van het ongedaan maken van de kostenoploop van boetes.Vraag 107Hoe verhoudt het afromen van de 404 miljoen euro wat bedoeld was omproblematische schulden aan te pakken zich met het bevorderen van debestaanszekerheid?Antwoord op vraag 107Dit kabinet heeft de ambitie om de bestaanszekerheid in Nederlandstructureel te verbeteren. Onderdeel daarvan is de envelop «groepen in deknel». De middelen uit de envelop worden besteed om kwetsbare groepente ondersteunen, zoals met de structurele financiering van schoolmaal-tijden, de verhoging van het minimumjeugdloon en betere financieringvan beschut werk. Ook worden de middelen voor schulden tot en met2028 behouden.Er zijn daarnaast nog veel uitdagingen die de aandacht vragen van hetkabinet. Daarom heeft het kabinet bij de voorjaarsbesluitvorming keuzesmoeten maken en onder meer besloten om vanaf 2029 200 miljoen eurovan de envelop Groepen in de knel af te romen. Deze middelen worden terdekking ingezet voor de budgettaire problematiek op de SZW-begroting.Dit is onder meer ten koste gegaan van de middelen voor problematischeschulden vanaf 2029.Vraag 108Hoe hoog is de korting op de energierekening vanwege de verhoging vande energiebelastingvermindering met 200 miljoen euro per huishouden in2026 in vergelijking met 2025?Antwoord op vraag 108Het kabinet stelt voor de belastingvermindering in de energiebelasting inde jaren 2026, 2027 en 2028 te verhogen voor een budgettaire omvangvan 200 miljoen euro per jaar. Het voordeel komt in gelijke mate terechtbij elke elektriciteitsaansluiting van een object met een verblijfsfunctie.Het gaat om alle huishoudens en het overgrote deel van de bedrijven eninstellingen. De verhoging in 2026 is met deze budgettaire omvang perkwalificerende elektriciteitsaansluiting 18,60 euro (exclusief btw).Vanwege eerder in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord en hetBelastingplan 2023 opgenomen wijzigingen die resulteren in eenverlaging in 2026 ten opzichte van 2025 van 13,45 euro, is de verhoging in2026 ten opzichte van 2025 per saldo 4,15 euro (exclusief btw).Vraag 109Kunt u een overzicht geven van de energiebelastingvermindering van2021 t/m 2026?Antwoord op vraag 109De hoogte van de belastingvermindering in euro’s (exclusief btw) in deperiode 2021–2026 is weergegeven in de onderstaande tabel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 341 Tabel 31 Belastingvermindering energiebelasting in de periode 2021 t/m 2026 (in euro’s, exclusief btw)202120222023202420252026Basispad461,62681,63493,27521,81524,95510,50Na verhoging uit Voorjaarsnota 2025529,10 Vraag 110Hoe wordt de ombuiging van 600 miljoen euro op het klimaatfondsopgevangen? Wat betekent dit voor de ambities m.b.t. de isolatie vanwoningen?Antwoord op vraag 110In de onderstaande tabel wordt weergegeven op welke posten in hetKlimaatfonds de ombuiging van 600 miljoen euro is doorgevoerd.Tabel 32 Ombuigingen Klimaatfonds (in miljoenen euro’s)VEKI58Kernenergie400Waarborgfonds warmtenetten41Elektrolyse productiesubsidies50Industrial Demand Side Response20Reservering uitvoeringskosten2ISDE29Totaal600 De subsidie ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebe-sparing) is onder andere bedoeld voor isolatiemaatregelen. De ombuigingis doorgevoerd op een reservering binnen het Klimaatfonds, diegekoppeld is aan een normering ten aanzien van verwarmingsinstallatiesvan gebouwen. Het kabinet onderzoekt momenteel een dergelijkenormering. Het is dus nog niet definitief dat de reservering binnen hetKlimaatfonds naar dit doel zal gaan. De ombuiging heeft geen effect op deambities van het kabinet t.a.v. de isolatie van woningen. Naast dezeombuiging van 29 miljoen euro, is er dit voorjaar bijna 1,2 miljard euroextra uit het Klimaatfonds overgeheveld voor de ISDE-regeling, endaarnaast 135 miljoen euro voor de voortzetting van het NationaalWarmtefonds en 175 miljoen euro voor de verduurzaming van maatschap-pelijk vastgoed.Vraag 111Klopt het dat de begrotingsregels en het trendmatig begrotingsbeleid datsinds 1994 gevoerd wordt voor rust in het begrotingsproces zou moetenzorgen? Klopt het echter ook dat deze begrotingsregels, en de striktetoepassing daarvan nu al twee keer tot een kabinetscrisis hebben geleid(in augustus 2024 en april 2025)? Kortom, schieten deze begrotingsregelsinmiddels niet hun doel voorbij?Antwoord op vraag 111Het trendmatig begrotingsbeleid en de bijbehorende begrotingsregelsdragen inderdaad bij aan voorspelbaar en stabiel beleid voor Nederlandseburgers en bedrijven. Ook bevorderen heldere regels en afspraken eenordentelijk besluitvormingsvormingsproces. Dat concludeert ook de 17eSBR. Het kabinet acht de begrotingsregels dan ook zeer waardevol.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 342 Vraag 112Hoeveel mensen en fte zijn er werkzaam in het mkb? Kan dit uitgesplitstworden naar het microbedrijf, kleinbedrijf, en middenbedrijf?Antwoord op vraag 112Het mkb in Nederland bestaat volgens de definitie die CBS hanteert uitbedrijven met minder dan 250 werkzame personen. Zzp’ers hebben eengroot aandeel in deze groep. In 2024 waren er volgens CBS cijfers bijna1,3 miljoen mensen met een hoofdbaan als zzp’er. In het tweede kwartaalvan 2025 waren er volgens CBS cijfers 2.359.530 mkb ondernemingen. Deverdeling naar bedrijfsgrootte is als volgt:–ZZP en eenmanszaak (1 werkzaam persoon): 1.939.705 (82,2% van hetmkb)–Microbedrijven (2 tot 10 werkzame personen): 352.355 (14,9% van hetmkb)–Kleinbedrijven (10 tot 50 werkzame personen): 55.500 (2,4% van hetmkb)–Middenbedrijven (50 tot 250 werkzame personen): 11.970 (0,5%% vanhet mkb)Vraag 113Klopt het dat de meevallers over 2024 (21 miljard euro) en over 2025(8 miljard euro) op geen enkele manier zijn meegenomen bij de Voorjaars-besluitvorming? En dat deze rechtstreeks verdwijnen in de Bermuda-driehoek van de staatsschuld? Is op deze manier nog wel een transparanteen evenwichtige weging van de besteding van beschikbare middelenmogelijk? Waarop is deze absolute voorrangspositie voor de staatsschuldgebaseerd? Klopt het dat er bij de AFB met geen woord gesproken is overde begrotingsregels? Klopt het dus dat deze begrotingsregels geendemocratische legitimatie en draagvlak hebben en dus grondig herziendienen te worden?Antwoord op vraag 113Het kabinet voert conform de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF)een trendmatig begrotingsbeleid. Hierbij geldt dat niet-beleidsmatigemeevallers in de belasting- en premie-inkomsten ten gunste komen vanhet saldo en de staatsschuld. Andersom komen ook tegenvallers inbelasting- en premie-inkomsten ten laste van het saldo en de staats-schuld. Op deze manier wordt in economisch goede tijden via destaatsschuld een buffer opgebouwd voor economische tegenwind. Ditgeldt ook voor de meevallers over 2024 en 2025.Voor de uitgaven geldt dat gewerkt wordt met een jaarlijks uitgavenkaderwaarbinnen de uitgaven ingepast moeten worden. In het jaarverslag 2024was er binnen het kader geen meevaller: het kader is met 0,9 miljardoverschreden ten opzichte van het vastgestelde niveau uit de Miljoe-nennota 2025. Wel is het zo dat de uitgaven uiteindelijk substantieel lageruitvielen dan waarmee eerder in de Miljoenennota 2024 rekening werdgehouden. Dit kwam door forse onderuitputting en kasschuiven. Veelalblijft dit geld behouden voor de beleidsdoelen: in 2024 is 11 miljard euronaar latere jaren doorgeschoven via kasschuiven en 2,6 miljard meege-nomen naar 2025 via de eindejaarsmarge.In de Voorjaarsnota sluit het kader meerjarig gezien. Dit is na verwerkingvan alle besluitvorming en mee- en tegenvallers. Daarnaast zijn in deVoorjaarsnota opnieuw stappen gezet om de begroting realistischer temaken. Met kasschuiven is per saldo 2,0 miljard euro uit 2025 en7,1 miljard euro uit 2026 naar latere jaren geschoven. Dit is geenmeevaller: het leidt tot een saldoverbetering is deze twee jaren maartegelijk tot een saldoverslechtering in latere jaren. De lagere uitgaven zijndus geen indicatie van meer budgettaire ruimte, maar dat de overheid aanhaar maximum zit qua uitvoeringscapaciteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 343 Voor het antwoord op de vraag over de democratische legitimatie van debegrotingsregels verwijs ik naar het antwoord op vraag 69.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 344 Vraag 114Klopt het dat het kabinet geen nationale koppen wil bovenop Europeseregels? Waarom dan nationale begrotingsregels bovenop de Europesebegrotingsregels? Dit is toch een nationale kop? Waarom wordt ergekozen voor een dubbel slot op de deur dat alleen maar voor verwarringzorgt?Antwoord op vraag 114De Europese referentiewaarden voor het tekort (3% bbp) en de schuld(60% bbp) vormen de grenzen van wat vanuit het Europese begrotings-raamwerk is toegestaan. Voldoen aan deze referentiewaarden steltNederland in staat trendmatig begrotingsbeleid te voeren zonderhandhavingsmaatregelen opgelegd te krijgen vanuit Brussel. Het principedat het trendmatig begrotingsbeleid wordt gevoerd met inachtneming vande Europese begrotingsregels is ook vastgelegd in de Wet houdbareoverheidsfinanciën en bevestigd in het HLA. Dit principe draagt bij aanrust en ordentelijk proces en voorspelbaar beleid voor burgers enbedrijven.Vraag 115Wat is het economisch belang van het mkb? Kan dit onder andereuitgedrukt worden in procentueel en absoluut aandeel in het bbp, winsten omzet? Kan dit uitgesplitst worden naar het microbedrijf, kleinbedrijf,en middenbedrijf?Antwoord op vraag 115Gezien het grote aandeel in het totaal aan bedrijven in Nederland (99,8%)speelt het mkb belangrijke rol in de Nederlandse economie. Specifiekecijfers over het aandeel van het mkb in het bbp, winst en omzet perbedrijfsgrootte worden echter niet door het CBS bijgehouden.Vraag 116Wat is de omvang van de inkoop van eigen aandelen per jaar voor deafgelopen 10 jaar? Wat zijn hiervan de meest recente cijfers?Antwoord op vraag 116De omvang van de inkoop van eigen aandelen wordt niet jaarlijksbijgehouden. In het FD is recent een overzicht gepubliceerd van de inkoopeigen aandelen door Nederlandse beursgenoteerde bedrijven tussen 2013en 2023.17Vraag 117Wat is de totale waarde van corporatiewoningen in Nederland? Enhoeveel schuld bij wooncorporaties staat daar tegenover?Antwoord op vraag 117Per eind 2024 bedraagt de totale marktwaarde van sociale huurwoningenin de DAEB tak naar verwachting circa 380 miljard euro. Per eind 2024heeft het Waarborgfonds Sociale Woningbouw 95 miljard euro aanleningen geborgd voor woningcorporaties.Vraag 118Wat is (bij benadering) de totale grondwaardestijging in Nederland in deafgelopen 20 jaar?Antwoord op vraag 118De totale grondwaardestijging in Nederland van de afgelopen 20 jaar isniet generiek te duiden, de grondwaarde wordt bepaald door ligging,17Bedrijven kopen steeds vaker eigen aandelen inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 345 situering in het land en welke functie de grond heeft of mogelijk kankrijgen vanuit de ruimtelijke ordening. Een functiewijziging van weilandnaar woonwijk rondom een stedelijk gebied geeft een andere waardeont-wikkeling dan van bedrijventerrein naar natuurgebied. De grondwaardefluctueert ook mee met mondiale economische ontwikkelingen zoals definanciële crisis van 2008 t/m 2013. Een generieke uitspraak over grond-waardestijging is daarmee niet mogelijk.Vraag 119Hoe is de verdeling van vermogen tussen de percentielen huishoudenswaarvan de voornaamste inkomsten uit ondernemingen komen (dus ookzzp)? En wat is het gemiddelde bezit per percentiel?Antwoord op vraag 119Zoals de onderstaande tabel laat zien zijn er in 2023 ruim 1,4 miljoenpersonen met een inkomen als zelfstandige als de belangrijkste bron vaninkomsten. Deze groep bevat alle type zelfstandigen en dus zowelIB-ondernemers als directeur-grootaandeelhouders (dga’s). Het medianevermogen van deze 1,4 miljoen personen (naast ondernemingsvermogenook al het andere vermogen in het huishouden waartoe de persoonbehoort) bedraagt 336,3 duizend euro.Tabel 33 Verdeling vermogen tussen percentielen huishoudens met voornamelijk inkomen uit ondernemingenAantal personen (x 1.000) met voornamelijk inkomenuit zelfstandigheidMediaan vermogen van huishoudens (x 1.000 euro)met voornamelijk inkomen uit zelfstandigheidVermogen: 1e 10%-groep119,8– 25,3Vermogen: 2e 10%-groep35,80,3Vermogen: 3e 10%-groep55,36,1Vermogen: 4e 10%-groep87,725,1Vermogen: 5e 10%-groep122,387,9Vermogen: 6e 10%-groep128,8177,6Vermogen: 7e 10%-groep137,6266Vermogen: 8e 10%-groep152,5373Vermogen: 9e 10%-groep197543Vermogen: 10e 10%-groep396,21.253,6Totaal1.433,1336,3 Vraag 120Hoe is de verdeling van inkomen tussen de percentielen huishoudenswaarvan de voornaamste inkomsten uit ondernemingen komen (dus ookzzp)? En wat is het gemiddelde inkomen per percentiel?Antwoord op vraag 120Het CBS publiceert informatie over de inkomensdecielen binnen de gehelepopulatie. Er zijn dus geen gegevens beschikbaar over de specifiekeinkomensverdeling van ondernemers. Onderstaande tabel laat zien inwelke groepen van de inkomensverdeling ondernemers zich bevinden. Erzijn in 2023 ruim 1,4 miljoen personen met inkomen als zelfstandige alsbelangrijkste inkomensbron. Bijna 375 duizend ondernemers bevindenzich in de 10%-groep met de hoogste inkomens. Het gemiddeldepersoonlijk inkomen bedraagt ongeveer 54 duizend euro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 346 Tabel 34 Verdeling inkomentussen percentielen huishoudens met voornamelijkinkomen uit ondernemingenAantalGemiddeldinkomenGestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep105,210,2Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep54,919,3Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep61,123,2Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep82,027,4Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep104,132,6Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep122,338,1Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep140,543,8Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep170,250,2Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep218,459,5Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep374,596,5Totaal1.433,154,2 Vraag 121Kan er een overzicht gegeven worden van alle subsidies voor hetbedrijfsleven en budgettair belang per maatregel? Kan dit uitgesplitstworden naar mkb en niet-mkb?Antwoord op vraag 121Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) houdt geen overzicht bij vansubsidies of subsidieregelingen met specifiek onderscheid tussen mkb enniet-mkb. Wel publiceert EZ, net als ieder departement, in de jaarlijkseontwerpbegroting een subsidieoverzicht, waarin per beleidsartikel allesubsidiebudgetten zijn opgenomen.18 Tevens wordt er in het kader vanhet verantwoordingsproces van de begroting jaarlijks na publicatie van dejaarverslagen en slotwetten gedetailleerde informatie van ontvangers vanfinanciële instrumenten gepubliceerd op Rijksfinanciën.nl.19 Dit betreft allerijksbrede financiële instrumenten, zoals bijdragen, garanties, leningen,maar ook subsidies. In het kader van de Algemene verordening gegevens-bescherming (AVG) worden private personen en eigennamen geanonimi-seerd in de dataset. In de dataset wordt per jaar, begrotingshoofdstuk,artikel, instrument en regeling het bedrag en de ontvanger weergegeven.Hierbij wordt ook de rechtsvorm van de ontvangers weergegeven, zoalsbesloten vennootschappen, eenmanszaken en ook verenigingen enstichtingen. Of een ontvanger onder het mkb of grootbedrijf valt, wordtniet gepresenteerd. De openbare dataset bevat op dit moment data tot enmet 2024.Vraag 122Hoeveel winst en omzet is er gemaakt door het inkopen van asielnood-opvang? Wat is hiervan de ontwikkeling van de afgelopen 10 jaar?Antwoord op vraag 122Het kabinet houdt niet bij welke winst ondernemers hebben gemaakt doorde inkoop van asielopvang door het COA. Het is daarom ook niet bekendwat de ontwikkeling de afgelopen tien jaar is geweest.Vraag 123Hoe hoog zijn de extra kosten voor het mkb als gevolg van monopolie-macht of grote marktmacht in verschillende sectoren?Antwoord op vraag 123Er is geen specifieke informatie beschikbaar over de winst en omzet vanhet mkb, noch over de precieze indicatoren van monopoliemacht in18Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 2, bijlage 519Zie: https://www.rijksfinancien.nl/open-data/Financiële%20instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 347 verschillende sectoren. Ook bestaat er geen doorvertaling van deeventuele monopoliemacht naar kosten voor het mkb. Daardoor is het nietmogelijk te stellen wat de extra kosten voor het mkb zijn. Uit een studievan het CPB in 2019 blijkt dat zowel in sectoren met veel bedrijven als insectoren die gedomineerd worden door een aantal grote bedrijven demarkups in de periode tussen 2006 en 2015 nauwelijks zijn gestegen.Vraag 124Op welke manier kan de 19 miljard euro voor Defensie budgettair ingepastworden? Klopt het dat dit onmogelijk is als de begrotingsregels strikttoegepast worden?Antwoord op vraag 124De 16 tot 19 miljard euro voor defensie-uitgaven die is gecommuniceerdaan de vaste Kamercommissie Defensie in de Kamerbrief Financiële enpersonele doorrekening van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen 2025,betreft een doorrekening van de benodigde budgetten om te voldoen aande militaire capaciteitsvereisten die de NAVO stelt aan Nederland via hetNATO Defence Planning Process (NDPP). De omvang van de Defensiebe-groting is onderdeel van toekomstige budgettaire besluitvorming waarniet op vooruit wordt gelopen. De begrotingsregels zijn hierbij leidend.Vraag 125Klopt het dat in 2027 en 2029 buiten de uitgavenkaders getreden wordt?En dat u zichzelf niet aan de begrotingsregels houdt?Antwoord op vraag 125Zie het antwoord op vraag 70.Vraag 126Hoeveel wordt er in de periode 2022–2025 uitgegeven aan asielzoekers enstatushouders (graag per jaar uitsplitsen)?Antwoord op vraag 126Een overzicht van de uitgaven aan de asielketenorganisaties van artikel 37op de begroting van Asiel en Migratie en de Rechtspraak en asieltoevoe-gingen rechtsbijstand op de begroting van Justitie en Veiligheid zijnweergegeven in onderstaande tabel. De informatie over 2022 tot en met2024 betreft realisatiecijfers. De informatie over 2025 betreft de begrotingop basis van de stand Voorjaarsnota.Binnen de uitgaven voor het COA wordt geen onderscheid gemaakttussen asielzoekers en statushouders die in het COA verblijven. Het isdaarom niet mogelijk een exacte uitsplitsing te maken tussen kosten voorasielzoekers en statushouders. Ter indicatie: op 1 mei jl. verbleven circa18.000 statushouders in het COA. Naar schatting verblijven gemiddeldcirca 83.000 mensen in het COA in het jaar 2025. Als hiervan 18.000statushouders zijn, is de schatting aan COA-uitgaven voor deze groepindicatief circa 924 miljoen euro in 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 348 Tabel 35 Overzicht uitgaven asiel (bedragen in miljoenen euro)2022202320242025RealisatieRealisatieRealisatieStand VJN25COA1.5772.5493.9324.259IND521767796920NIDOS109245331432Dienst terugkeer en vertrek1222632125Raad voor de Rechtspraak34506980Toevoegingen Rechtsbijstand63838379Overig2114166199291Totaal2.4403.8865.4426.1861 Vanaf 2025 worden de apparaatskosten van Dienst terugkeer en vertrek verantwoord opartikel 37 van de beleidsbegroting van AenM. In de voorgaande jaren werden de apparaatskostenverantwoord op het apparaatsartikel van JenV. Dit verklaart de stijging vanaf 2025.2 Onder overige uitgaven vallen o.a. de uitgaven voor vreemdelingenbewaring bij de DJI,subsidies voor o.a. Vluchtelingwerk Nederland en uitgaven voor bijvoorbeeld de aanpak vanoverlastgevende asielzoekers. Vraag 127Is de OV-bezuiniging van 335 miljoen euro ingeboekt in de Voorjaarsnota?Zo ja, waar?Antwoord op vraag 127Het exacte bedrag wordt niet herkent, waarschijnlijk doelt de Kamer op debudgetkorting van 10% op de BDU (110 miljoen euro) per 2026 en deramingsbijstelling als gevolg van de herijking van het studentenreis-product (207,5 miljoen euro) per 2024. De budgetkorting op de BDU is bijOntwerpbegroting 2025 structureel per 2026 ingeboekt op deIenW-begroting. Daarnaast is het gebruik van het StudentenOV-reisproduct eind 2023 opnieuw herijkt, omdat minder gebruik werdgemaakt van deze dienst. De ramingsbijstelling is als meevaller verwerktin de Voorjaarsnota 2024 (zie ook de toelichting op p. 133 en 134;Voorjaarsnota 2024, en op p. 29 en 30 van de 1e supp van OCW 2024). In2024 zijn de gevolgen van de herijking van het studentenreisproduct nogeenmalig gecompenseerd, zodat regionale vervoersbedrijven zich kondenvoorbereiden op de structurele gevolgen voor de reizigersopbrengsten.20Datzelfde jaar heeft opnieuw een herijking plaatsgevonden voor debijstelling van de vergoeding in 2025. Uit deze herijkingsmeting blijkt datde gemiddelde aantal gereisde kilometers door studenten zeer beperktverder is gedaald. Hierdoor is de voorlopige vergoeding voor 2025 met0,4 miljoen euro verminderd op grond van de herijking. In totaal is devoorlopige vergoeding vanwege de twee meest recente herijkingsonder-zoeken gedaald met 207,9 miljoen euro.Vraag 128De voorlopige vergoeding (voorschotbetaling) voor het studentenreis-product is bijgesteld en wordt € 207,5 miljoen lager; komt deze bijstellingterug in de Voorjaarsnota als onderdeel van de begroting voor komendejaren? Zo ja, waar is deze te vinden?Antwoord op vraag 128Bij Voorjaarsnota 2024 is het resultaat van het herijkingsonderzoek vaneind 2023 verwerkt als structurele meevaller in de begroting van207,5 miljoen euro. Eind 2024 is met een extra herijkingsonderzoekbevestigd dat het aantal reisbewegingen van studenten structureel isafgenomen. Dit heeft nog tot een kleine aanvullende bijstelling geleid van20https://open.overheid.nl/documenten/dpc-eb0f7c7f3a231df88aecf6506ad7ffbac47df7a0/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 349 0,4 miljoen euro. Deze bijstelling is onderdeel van de mee- en tegenvallersop de studiefinancieringsraming die verwerkt is bij Voorjaarsnota 2025.Vraag 129Hoeveel van de in Nederland gemaakte winst (of andere kapitaalver-goeding, zoals rente) wordt direct weer in Nederland geïnvesteerd? Wat isdit procentueel en in euro’s uitgedrukt?Antwoord op vraag 129Het is lastig om precies vast te stellen welk deel van de in Nederlandgegenereerde winst of andere kapitaalvergoedingen zoals rente directweer in Nederland wordt geïnvesteerd. Het CBS rapporteert over debrutoinvesteringen in materiële vaste activa in Nederland. Hoewel dezecijfers niet specifiek aangeven welk deel afkomstig is van herbelegdewinsten, bieden ze wel context over de totale investeringsactiviteit inNederland. In maart 2025 was het volume van de investeringen inmateriële vaste activa 2,2% groter dan een jaar eerder.Vraag 130Hoeveel middelen zijn er in totaal vrijgemaakt in de Voorjaarsnota voorhet bevorderen van de digitale soevereiniteit van de Rijksoverheid?Antwoord op vraag 130Er zijn in de Voorjaarsnota geen middelen vrijgemaakt die specifiek alsdoel hebben om de digitale soevereiniteit te bevorderen. Op de begro-tingen van onder meer BZK en EZ staan budgetten die wel (indirect)bijdragen aan digitale soevereiniteit, maar dit wordt niet apart bijge-houden. Op de BZK-begroting zijn dit onder meer uitgaven aan Logius,Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en de Generieke DigitaleInfrastructuur. Bij de Voorjaarsnota is 21 miljoen euro extra vrijgemaaktvoor de RvIG, voornamelijk voor de migratie naar een nieuw IT-platform.Verder is onder meer 2 miljoen euro structureel uit de envelop Goedbestuur en sterke rechtsstaat beschikbaar gesteld voor beleid en initia-tieven op het gebied van AI.Vraag 131Wanneer wordt de Kamer op de hoogte gesteld van de besluiten overgrote dossiers als defensie, stikstof en een eventuele publiekeinvesteringsimpuls?Antwoord op vraag 131Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota keuzes gemaakt, waaronder debestemming van 2,3 miljard euro aan middelen voor het Startpakketstikstof en toekenning van circa 1,2 miljard euro structureel aan Defensie.Het kabinet loopt niet vooruit op toekomstige besluitvorming en uwKamer wordt hierover tijdig geïnformeerd.Vraag 132Wat zijn, naast de garantie voor TenneT, de tien meest omvangrijkeverplichtingenmutaties die voor 2025 met de eerste suppletoire begro-tingen in de rijksbegroting zijn verwerkt?Antwoord op vraag 132De garantie aan TenneT Nederland betreft een uitzonderlijk grote ennieuwe garantie. Er zijn geen vergelijkbare verplichtingenmutaties vandeze omvang verwerkt met de eerste suppletoire begrotingen.Een overzicht van de uitstaande garanties wordt met de Kamer gedeeld inde Miljoenennota en het Financieel Jaarverslag van het Rijk. De laatstactuele stand van de uitstaande garanties 2025 is te vinden in bijlage 13van de Miljoenennota 2025 (Overzicht risicoregelingen van het Rijk). BijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 350 Miljoenennota 2026 volgt een update van dit overzicht waarbij onderandere de garantie voor TenneT Nederland wordt toegevoegd. Eenoverzicht van alle verplichtingenmutaties voor 2025 is te vinden in deeerste suppletoire begrotingen van de departementen.Vraag 133Waarom baseert het Ministerie van Financiën zich wat de economischegroei betreft op de ramingen van het CPB, maar maakt het ministerie eeneigen raming van het EMU-saldo?Antwoord op vraag 133Zowel het Centraal Planbureau (CPB) als het kabinet maken eeninschatting van het EMU-saldo in de komende jaren. Beide ramingenberusten op het macro-economische beeld uit het Centraal EconomischPlan (CEP) van het CPB en de uitkomsten van de voorjaarsbesluitvorming,maar verschillen in de ramingen van bepaalde uitgaven en ontvangsten.De uitgavenraming van het Ministerie van Financiën is een optelsom vande begrotingstotalen van departementen en de inkomstenraming bestaatuit een model dat gebaseerd is op realisaties, ramingen en beleidsmaatre-gelen. Het CPB kan vanuit zijn onafhankelijke rol besluiten om andereaannames te maken over zowel de uitgaven als de inkomsten, waardoorer verschillen kunnen ontstaan tussen de geraamde EMU-saldi.Vraag 134Wat gebeurt er met de resterende 0,9 miljard euro van de 3,4 miljard eurodie op de Aanvullende Post was gereserveerd voor de Lelylijn?Antwoord op vraag 134Tijdens de Voorjaarsbesluitvorming is besloten om een groot deel van degereserveerde middelen voor de Lelylijn op de Aanvullende Postalternatief in te zetten. Op de Aanvullende Post staat nog 657 miljoen eurogereserveerd. Deze middelen blijven op de AP staan.Vraag 135Kunt u uiteenzetten waar en hoeveel meevallers zich voordoen in deZorgverzekeringswetuitgaven en hoe daar in het licht van de nieuwebegrotingsregel op dit punt mee omgegaan is?Antwoord op vraag 135De totale per saldo meevaller van de Zvw-uitgaven betreft structureel342,1 miljoen euro. In onderstaande tabel zijn verschillende actualisatiesweergegeven van de Zvw-sectoren.Tabel 36 Overzicht actualisaties Zvw-sectoren(bedragen in mln.)202520262027202820292030Acutalisatie Zvw: Wijkverpleging0– 312– 397– 394– 414– 414Acutalisatie Zvw: niet-IZA sectoren0– 142– 112– 82– 62– 62Acutalisatie Zvw: Medisch Specialistische Zorg (MSZ)0– 75– 75– 75– 75– 75Acutalisatie Zvw: Multi Disciplinaire Zorg (MDZ)007777Acutalisatie Zvw: Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)00202202202202Acutalisatie Zvw: niet-IZA sectoren700000Per saldo meevaller Zvw7– 529– 375– 342– 342– 342 In het HLA is door het kabinet afgesproken dat een per saldo meevaller inde uitgaven aan de Zorgverzekeringswet wordt, na saldering meteventuele tegenvallers elders in de zorg en op de VWS-begroting, ingezetvoor lastenverlichting via een verlaging van de premies.Het kabinet heeft ervoor gekozen om een deel van de meevaller in dewijkverpleging in te zetten als alternatieve invulling voor de ombuiging opbij- en nascholing medisch-specialisten (165 miljoen euro). De resterendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 351 meevaller in de Zvw-uitgaven in 2026 en 2027 is volledig ingezet voortegenvallers in het zorgdomein. In 2028, 2029 en 2030 is vrijwel de gehelemeevaller in Zvw-uitgaven ingezet voor tegenvallers op deVWS-begroting. Structureel resteerde er daarna nog een zeer beperktbedrag. Dit is meegelopen in het rijksbrede beeld.Vraag 136Heeft het ministerie er zicht op hoeveel mensen in particuliere woningenwonen, die je ook wilt bedienen in een stuk lastenverlichting, maar nu nietin aanmerking komen voor de verhoging van de huurtoeslag?Antwoord op vraag 136Huishoudens die in particuliere huurwoningen (circa 15% van dehuurtoeslagontvangers) wonen hebben recht op huurtoeslag als zij onderde inkomensgrenzen vallen voor de huurtoeslag en een huur hebbenonder de sociale huurgrens (900,07 euro in 2025). Vanaf 2026 komen ookhuishoudens met een huur hoger dan de sociale huurgrens (zondermaximum) in aanmerking voor huurtoeslag. Zij komen ook in aanmerkingvoor de verhoging van de huurtoeslag.Vraag 137Waarom is er voor de jaren 2027 en 2029 gekozen voor een overschrijdingvan het uitgavenkader?Antwoord op vraag 137Zie het antwoord op vraag 70.Vraag 138Hoe is in deze Voorjaarsnota het uitgavenniveau en het uitgavenkadervoor het jaar 2030 bepaald?Antwoord op vraag 138Elk jaar vindt de extrapolatie exercitie plaats. Tijdens de exercitie beziende vakdepartementen samen met Financiën hoe de uitgavenniveausworden geëxtrapoleerd. Tijdens de exercitie is bepaald wat het uitgaven-niveau en uitgavenkader voor 2030 is. In de begrotingsregels van ditkabinet is vastgelegd welke uitgangspunten gelden voor het extrapolerenvan de meerjaren cijfers (zie bijlage 1.4 bij de Miljoenennota 2025).Vraag 139In welke mate wordt door dit kabinet nog gestuurd op de ontwikkeling vanhet uitgavenniveau voor de zorg en de sociale zekerheid nu daar geenafzonderlijk uitgavenkader meer voor bestaat?Antwoord op vraag 139Conform de regels budgetdiscipline is en blijft iedere Minister verantwoor-delijk voor een goede beheersing van de departementale begroting. Ditkabinet informeert gedurende de kabinetsperiode de Kamer op totaal-niveau aan de hand van één kadertoets. Aan de hand hiervan toets hetkabinet of het verwachte uitgavenniveau binnen het vastgesteldeuitgavenkader blijft. De informatie uit de deelkaders is niet verlorengegaan. In de meerjarige budgettaire nota’s worden VWS en SZW in dehorizontale ontwikkeling getoond.Vraag 140In welke mate wordt door dit kabinet nog gestuurd op de ontwikkeling vanhet uitgavenniveau voor investeringen nu daar geen afzonderlijkuitgavenkader meer voor bestaat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 352 Antwoord op vraag 140Het kabinet heeft de deelplafonds conform het advies van de 17e SBRafgeschaft, omdat deze gepaard gingen met aanzienlijke administratievelasten terwijl in de praktijk niet op deelplafonds maar op het totaleuitgavenplafond werd gestuurd. Tegelijkertijd houdt het kabinet, conformde aanbevelingen van de SBR, wel het investeringsniveau in te gaten. Ditblijft ook voor het parlement inzichtelijk via de begrotingen van debegrotingsfondsen met een investeringskarakter en via de monitorinvesteringsfondsen in de bijlage van de Miljoenennota.Vraag 141Kunt u alsnog inzichtelijk maken wat de meerjarige gevolgen zijn van deVoorjaarsnotabesluitvorming voor het niveau van overheids-investeringen?Antwoord op vraag 141Het kabinet houdt in de begroting niet voor individuele maatregelen bij ofdit investeringsuitgaven zijn. Wel blijft het investeringsniveau voor hetparlement inzichtelijk via de begrotingen van de begrotingsfondsen meteen investeringskarakter en via de monitor investeringsfondsen in debijlage van de Miljoenennota (zie ook vraag 140). Daarnaast zal hetkabinet, in navolging op het advies van de Afdeling advisering, in deMiljoenennota 2026 ingaan op de groei van de consumptieve- eninvesteringsuitgaven.21Ook rapporteert het kabinet in Europese begro-tingsstukken over de overheidsfinanciën, waarbij voor de uitgaven onderandere een uitsplitsing wordt gemaakt tussen consumptieve uitgaven enoverheidsinvesteringen. In de uitgavenreeksen in de jaarlijkse voortgangs-rapportage22 – die op 30 april met de Kamer is gedeeld – is de voorjaars-besluitvorming meegenomen.Vraag 142Kan de Kamer in budgettaire nota’s voortaan ook geïnformeerd wordenover het aandeel van investeringen in de rijksuitgaven en de ontwikke-lingen daarin?Antwoord op vraag 142Zie antwoord op vraag 141.Vraag 143Heeft de stijging van de meerjarenraming voor de EU-afdrachten noggevolgen voor de budgettaire verwerking van de inzet van het kabinet omtot minder EU-afdrachten dan voorzien in de meerjarenraming te komen?Antwoord op vraag 143In de lijn met de budgettaire afspraken uit het HLA zet het kabinet in opeen beperking van de stijging van de Nederlandse afdrachten aan deEU-begroting van 1,6 miljard euro ten opzichte van de meerjarige raming.De maatregel uit het HLA is structureel verwerkt in de raming. Demeerjarige raming van de EU-afdrachten beweegt mee met inschattingenvan de economische ontwikkeling, inflatie en marktrente.Vraag 144Kan inzicht gegeven worden in de daling van de huurtoeslag in 2027, alsgevolg van de tijdelijke hogere huurtoeslag in 2026?21https://open.overheid.nl/documenten/f3a67e3d-0fca-47c4-9fab-48a2716bb43b/file22Annual Progress Report – Netherlands (zie onder andere tabel 2 op pagina 11 (reeks 4, 5, en 6))Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 353 Antwoord op vraag 1443 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 145Wat is voor de jaren 2025 t/m 2039 de meerjarenraming van dehuurderving voor woningcorporaties als gevolg van de huurbevriezing in2025 en 2026?Antwoord op vraag 1453 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 146Erkent u de conclusie van Ortec Finance op basis van het gezamenlijkerekenmodel dat door het Rijk en Aedes is gebruikt ten behoeve van denationale prestatieafspraken dat er 48,8 miljard euro aan investeringsca-paciteit verloren gaat door de huurbevriezing?Antwoord op vraag 1463 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 147Hoeveel investeringscapaciteit gaat er bij woningcorporaties verloren alsgevolg van de huurbevriezing in 2025 en 2026?Antwoord op vraag 1473 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 148Wat zijn de koopkrachteffecten van het wegvallen van de boodschappen-bonus in 2027?Antwoord op vraag 1483 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Door de huurbevriezing nietdoor te voeren, zullen de ingeboekte opbrengsten (inverdieneffecten opde huurtoeslag) zich niet realiseren. Deze opbrengsten kunnen derhalveook niet ingezet worden voor het verhogen van de huurtoeslag, dezogenoemde boodschappenbonus. Het koopkrachtbeeld wordt inaugustus bezien op basis van de actuele ontwikkelingen.Vraag 149Kunt u nader toelichten welke gevolgen het beperkt toepassen van detabelcorrectiefactor heeft voor de koopkracht van huishoudens en danmeer specifiek voor werkenden? Welke inkomensgroepen gaan erhierdoor op achteruit en met hoeveel (uitgedrukt in absolute getallen)?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 354 Antwoord op vraag 149Onderstaande tabel toont de mediane inkomenseffecten van de beperktetoepassing van de tabelcorrectiefactor. De tabelcorrectiefactor in deinkomstenbelasting werkt door op verschillende parameters. Zo wordenook de hoogte van de heffingskortingen en schijfgrenzen hierdoor mindergeïndexeerd. De beperkte indexatie van de hoogte van de algemeneheffingskorting werkt ook door op de hoogte van de bijstandsuitkering ende AOW. Als gevolg beïnvloedt de beperkte toepassing van de tabelcor-rectiefactor de hoogte van de inkomens van bijna alle huishoudens.Tabel 37 Mediane inkomenseffecten voor 2026 voor alle huishoudens2026Inkomensgroep1e (<=107% WML)– 0,2%2e (107–174% WML)– 0,3%3e (174–258% WML)– 0,3%4e (258–381% WML)– 0,3%5e (>381% WML)– 0,3%InkomensbronWerkenden– 0,3%Uitkeringsgerechtigden– 0,2%Gepensioneerden– 0,3%HuishoudtypeTweeverdieners– 0,3%Alleenstaanden– 0,3%Alleenverdieners– 0,3%KinderenHuishoudens met kinderen– 0,2%Huishoudens zonder kinderen– 0,3%Alle huishoudens– 0,3% Vraag 150Kunt u nader toelichten wat de stelpost fiscale regelingen en constructiesprecies inhoudt en waarom dit gedekt moet worden? Waarom heeft uervoor gekozen om dit te dekken met het beperkt toepassen van detabelcorrectiefactor?Antwoord op vraag 150Zie het antwoord op vraag 60.Vraag 151Wat is het precieze verschil tussen de raming van het Ministerie vanFinanciën en het CPB wat betreft de EMU-saldi over de periode2025–2029? Kunt u een duidelijke verklaring geven, zonder te verwijzennaar de Expertgroep?Antwoord op vraag 151De onderstaande tabel toont de verschillen tussen de Voorjaarsnota enhet saldo van het CPB in zijn Budgettaire analyse Voorjaarsnota 2025. HetEMU-saldo dat het CPB verwacht, valt tot en met 2027 gunstiger uit dan inde raming van de Voorjaarsnota. In 2028 daarentegen voorziet het CPBjuist een negatiever saldo. Deze verschillen worden vooral verklaarddoordat het CPB ervan uitgaat dat de budgetten in de begroting dooronderuitputting pas later worden besteed dan in de Voorjaarsnota werdgeraamd. Dit leidt tot een beter saldo in de eerste jaren en een slechtersaldo in de latere jaren. Daarnaast verwacht het CPB dat de asieluitgavenvanaf 2027 hoger zullen zijn dan het bedrag dat in de Voorjaarsnota isopgenomen en dat de korting op de EU-afdrachten vanaf 2028 uit het HLAslechts gedeeltelijk wordt gerealiseerd. Zie voor meer toelichting deparagraaf Verschil raming Voorjaarsnota en jaarlijkse Voortgangsrap-portage uit de jaarlijkse Voortgangsrapportage op het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en de jaarlijkse Voortgangs-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 355 rapportage voor het budgettair-structureel plan voor de middellangetermijn, 29 april 2025, kamerstuk 21501-03-191.23Tabel 38 Verschillenanalyse EMU-saldo tussen Voorjaarsnota en voortgangsrap-portage (doorrekening CPB)2025202620272028% bbp% bbp% bbp% bbpEmu-saldo Voorjaarsnota– 2,6%– 3,0%– 2,6%– 2,1%Aanvullende onderuitputting CPB0,4%0,2%0,7%0,3%Hogere asielkosten CPB0,1%– 0,1%– 0,2%Hogere EU-afdrachten CPB– 0,1%Negatiever saldo decentrale overheden CPB– 0,1%– 0,2%– 0,2%– 0,2%Overige verschillen0,0%0,1%0,1%0,1%EMU-saldo CPB– 2,3%– 2,8%– 2,0%– 2,2% Vraag 152Hoe landt de verlaging van de energiebelasting via de verhoging van debelastingsvermindering bij kwetsbare huishoudens (armste decentiel)?Hoe verhoudt zich dat tot een verlaging van de energiebelasting via eenverlaging van de energiebelasting op elektriciteit?Antwoord op vraag 152Het voordeel komt in gelijke mate terecht bij elke elektriciteitsaansluitingvan een object met een verblijfsfunctie. Het gaat om alle huishoudens enhet overgrote deel van de bedrijven en instellingen. Er zijn geen recentegegevens beschikbaar hoe aanpassingen van de energiebelasting preciesbij de laagste inkomens landen. In het algemeen geldt dat een verhogingvan de belastingvermindering naar verhouding een groter voordeel isvoor huishoudens met een lager inkomen, omdat zij daar meer vanprofiteren dan van een tariefverlaging. Een tariefverlaging is gunstigervoor huishoudens met een hoger verbruik; dat zijn over het algemeenhuishoudens met een hoger inkomen. Tegelijkertijd moet worden bedachtdat er sprake is van grote variatie tussen huishoudens. Er zijn ookhuishoudens met een laag inkomen en een hoog verbruik, en andersom.Vraag 153Wat houdt de fiscale regeling om medewerkersparticipaties voor startupsen scale-ups te stimuleren precies in?Antwoord op vraag 153De voorgestelde fiscale regeling heeft als doel om bij te dragen aan meersuccesvolle startups en scale-ups in Nederland door hen beter in staat testellen talent aan te trekken en te behouden. De regeling geeft startups enscale-ups de mogelijkheid een internationaal concurrerend aanbod voormedewerkersparticipatie aan potentiële medewerkers te doen.Ten eerste biedt de voorgestelde regeling werknemers van innovatievestartups en scale-ups een lagere loonheffing op hun inkomen uitaandelenopties. Hiermee wordt de hoogte van de belastingheffing meer inlijn gebracht met andere startuplanden. De lagere heffing wordt zovormgegeven, dat de grondslag van het inkomen uit aandelenoptieswordt versmald tot 65%. Daardoor is het effectieve tarief over hetinkomen uit aandelenopties ongeveer gelijk aan wat de heffing zou zijn alsde aandelenopties in box 2 zouden zijn belast. Om dit inzichtelijk temaken, is in de onderstaande tabellen een vergelijking opgenomen van dereguliere tarieven en de effectieve tarieven die van toepassing zijn bij een23Jaarlijkse voortgangsrapportage voor het budgettair-structureel plan voor de middellangetermijn, 29 april 2025, Kamerstuk 21 501-03, nr. 191Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 356 versmalde grondslag in box 1 (voor personen die de AOW-leeftijd nogniet hebben bereikt, exclusief op- en afbouw van heffingskortingen).Tabel 39 Reguliere en effectieve tarieven bij een versmalde grondslag in box 1Box 1 (2025)InkomensgrensTarievenEffectieve tarieven bij65% grondslagSchijf 1T/m € 38.44135,82%23,283%Schijf 2Meer dan € 38.441 t/m € 76.81737,48%24,362%Schijf 3Meer dan € 76.81749,50%32,175% Tabel 40 Tarieven in box 2Box 2 (2025)InkomensgrensTarievenSchijf 1T/m € 67.80424,5%Schijf 2Meer dan € 67.80431% Ten tweede zorgt de voorgestelde regeling ervoor dat het moment vanheffing wordt uitgesteld tot uiterlijk het moment waarop de aandelen dieuit de aandelenopties worden verkregen daadwerkelijk worden verkocht.Daarmee wordt voorkomen dat belasting wordt geheven op een momentwaarop nog geen liquide middelen beschikbaar zijn om deze te voldoen.De doelgroep betreft (werknemers van) jonge bedrijven met eenschaalbaar en innovatief bedrijfsmodel waarvan de aandelen nietbeursgenoteerd zijn. Voor de beleidsmatige consistentie, herkenbaarheiden uitvoerbaarheid wordt aangesloten bij de nieuwe definitie voorstartups en scale-ups voor box 3 in het beoogde toekomstige stelsel. Omde uitvoering van de regeling door de Belastingdienst zoveel mogelijk teontlasten is voorzien dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland(RVO) verantwoordelijk is voor de vaststelling of een ondernemingvoldoet aan de definitie van een startup of scale-up en de beschikkingenhiervoor afgeeft.Binnenkort ontvangt u, naar aanleiding van de motie van het lid Van Eijk,een brief waarin nader wordt ingegaan op de achtergronden envormgeving van de nieuwe regeling.Vraag 154Kunt u nader toelichten op welke wijze het toeslagpartnerschap wordtvereenvoudigd? Wat voor gevolgen heeft dit voor de koopkracht vanhuishoudens?Antwoord op vraag 154Beoogd wordt het toeslagpartnerbegrip te vereenvoudigen door hetcriterium samengestelde gezinnen per 2027 af te schaffen. Dit behelst hetafschaffen van de regel dat mensen toeslagpartner worden als zijsamenwonen met één andere volwassene en er daarnaast een minder-jarig kind van één van beiden op het adres is ingeschreven. Hierdoorontstaan nu veel onterechte partnerschappen. Denk hierbij aan mantel-zorgers, mensen die tijdelijk een familielid of vriend in huis nemen, ofmensen die gaan samenwonen (woningdelers) omdat zij geen eigenwoning kunnen betalen. Deze huishoudens lopen in de huidige situatiehoge bedragen aan toeslagen mis. Circa 18.000 mensen ontvangenhogere toeslagen als gevolg van deze maatregel. Bij een voorbeeldsituatiewaarin een alleenstaande ouder met twee kinderen een bijstandsuitkeringeen 19-jarig neefje zonder inkomen in huis neemt, is het inkomenseffectvan de maatregel naar verwachting +13,9% in 2030. Dit huishouden krijgtvanaf 2027 door deze maatregel bijvoorbeeld recht op alleenstaandeouderkop in het kindgebonden budget (3.389 euro in 2025). De maatregelwordt gedekt door het beperkt verlagen van de vermogensgrenzen in dezorgtoeslag en het kindgebonden budget. Het mediane inkomenseffectTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 357 van het verlagen van de vermogensgrenzen voor de kleine groephuishoudens24 waarbij een effect optreedt, bedraagt naar verwachting– 4,4% in 2030. Voor alle huishoudens is het mediane inkomenseffect vanhet verlagen van de vermogensgrenzen naar verwachting 0,0% in 2030.Vraag 155Wat is de precieze doorwerking van de beperking doorvoering van detabelcorrectiefactor op de relevante fiscale variabelen?Antwoord op vraag 155In artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is vastgelegd welkebedragen in de inkomstenbelasting jaarlijks geïndexeerd worden met detabelcorrectiefactor. Het kabinet heeft besloten om de inflatiecorrectie in2026 te beperken voor deze bedragen. Om precies te zijn wordt detabelcorrectiefactor voor 46,2% toegepast. De tabelcorrectiefactor voor2026 is halverwege juli definitief bekend, maar is vooralsnog geraamd op1,026. Het voor 46,2% toepassen van de tabelcorrectiefactor betekent datde bedragen in de Wet inkomstenbelasting per 1-1-2026 verhoogd wordenmet een factor 1,012012 in plaats van 1,026.Ook in verscheidene andere belastingwetten, zoals de Successiewet 1956,de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Wet op de belasting vanpersonenauto’s en motorrijwielen 1992, worden bedragen jaarlijksgeïndexeerd met de tabelcorrectiefactor. Het beperkt toepassen van detabelcorrectiefactor heeft geen invloed op bedragen in deze wetten.Vraag 156Hoe hoog zouden ze geraakte schijven en heffingskortingen zijn als detabelcorrectiefactor volledig zou zijn doorgevoerd, en hoe hoog zijn de nudoor de beperkte doorwerking?Antwoord op vraag 156Onderstaande tabel geeft de verwachte bedragen weer van de schijf-grenzen en heffingskortingen in de inkomstenbelasting in 2026, zowel bijvolledige indexatie als bij het met 46,2% toepassen van de tabelcorrectie-factor. De tabel bevat voorlopige bedragen, de uiteindelijke hoogte isafhankelijk van de definitieve tabelcorrectiefactor en eventueel nieuwbeleid.Tabel 41 Verwachte bedragen schijfgrenzen en heffingskortingen in de inkomstenbe-lasting in 2026VolledigeindexatieBeperkte indexatieVJNEindpunt schijf 139.19138.788Eindpunt schijf 1, geboren voor 194641.55640.989Startpunt toptarief79.95578.880Algemene heffingskorting3.1483.105Afbouwpunt algemene heffingskorting129.69729.697Arbeidskorting bij eerste knik1.006992Arbeidskorting bij tweede knik5.3565.283Arbeidskorting bij derde knik5.7455.667Inkomensgrens IACK6.3046.218Maximale IACK3.0643.022Ouderenkorting2.0882.060Afbouwpunt ouderenkorting46.48745.853Alleenstaandeouderenkorting545538Jonggehandicaptenkorting9339201 Gekoppeld aan het wettelijk minimumloon 24Dit zijn ongeveer 50.000 huishoudens (0,6% van het totaal aantal huishoudens).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 358 Vraag 157Kunt u aangeven hoeveel de mediane koopkracht in 2025 en 2026verbetert na de maatregelen uit de Voorjaarsnota?Antwoord op vraag 157Koopkrachtcijfers bevatten een raming van de lonen en de prijzen. Naastde macro-economische onzekerheden, bijvoorbeeld voortvloeiend uit deinternationale situatie, hebben de maatregelen uit de Voorjaarsnotainvloed op de hoogte van de geraamde lonen en prijzen. Zo schrapt hetkabinet de btw-verhoging op cultuur, media en sport en verlaagt hetkabinet de energiebelasting. Tevens worden de sociale huren voor tweejaar bevroren. Deze maatregelen beïnvloeden de ontwikkeling van deprijzen (inflatie). De bevriezing van de sociale huren beïnvloedt ook dehoogte van de totale huurontwikkeling. Het CPB heeft in de «budgettaireanalyse van de Voorjaarsnota 2025» de zogenaamde macro-economischedoorwerking van de maatregelen buiten beschouwing gelaten. Dezemacro-economische doorwerking behelst onder andere de doorwerkingvan de maatregelen op de inflatie. Zonder deze doorwerking op de inflatiezijn de koopkrachtcijfers uit het CEP niet bij te werken.Van verschillende maatregelen, zoals de beperkte aanpassing van detabelcorrectiefactor, zijn wel de inkomenseffecten te berekenen. Dezestaan in de antwoorden op de vragen 148, 149 en 181.Bij de cMEV in augustus 2025 publiceert het CPB een nieuwe macro-economische raming inclusief koopkrachtcijfers.Vraag 158Kunt u nader toelichten waarom de EU-afdrachten in de periode2025–2030 stijgen? Kunt u de desbetreffende bedragen nader uitsplitsen(graag per jaar aangeven)?Antwoord op vraag 158De getoonde reeks van de EU-afdrachten in de kadertoets uitgaven(tabel 5 in de Voorjaarsnota) is hieronder uitgesplitst. De meerjarigeraming van de Nederlandse afdrachten aan de EU is bij de VJN verhoogd,met name door een bijstelling van het Nederlandse bni in verhouding tothet bni van de EU als geheel, en de verwachte economische ontwikkelingvoor Nederland en de Unie. Daarnaast heeft er een update van derentestanden plaatsgevonden voor het herstelinstrument NGEU diedoorwerkt in de raming van de afdracht in het volgende MFK (vanaf 2028).Tot slot is het voorstel voor de eerste aanvullende begroting (DAB1) vande Europese Commissie in de raming verwerkt. In DAB1 wordt hetoverschot (surplus) over het begrotingsjaar 2024 verrekend met deEU-afdrachten van lidstaten in 2025. Voor Nederland leidt het surplus toteen lagere afdracht van 85 miljoen euro in 2025. Daarnaast zijn ook deinvoerrechten en de perceptiekostenvergoeding opwaarts bijgesteld. Ditals gevolg van de meest recente CPB-raming (CEP 2025).Tabel 42 Ontwikkeling Nederlandse raming afdrachten aan de EU in miljoen euro’s (art. 3.1 BZ-begroting) en perceptiekostenver-goeding+ is saldoverbeterend202520262027202820292030Bronnenrevisie incidenteel122674Meerjarig effect bni2279447425774794815Rente-update NGEU– 30– 31– 36DAB 1/2025 – surplus 20243– 85Perceptiekostenvergoeding– 115– 148– 155– 166– 173– 188Totaal1019742705785905911 Gemeld in de Kamerbrief over nacalculatie 2024 EU-afdrachten op 10 februari (Kamerstuk 21 501-03, nr. 190)2 Inschatting van de meerjarige doorwerking van de bronnenrevisie en de economische ontwikkeling3 Gemeld in Kamerbrief «eerste aanvullende Europese begroting 2025» op 12 mei (Kamerstuk 21 501-03, nr. 192)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 359 Vraag 159Kunt u een overzicht geven van de uitgaven uit de envelop groepen in deknel?Antwoord op vraag 159Zie antwoord op vraag 14.Vraag 160Kunt u aangeven hoeveel middelen er nog in de envelop groepen in deknel zitten die nog niet juridisch of bestuurlijk zijn gereserveerd?Antwoord op vraag 160Zie antwoord op vraag 14.Vraag 161Worden er naar aanleiding van de meerjarenscenario’s van het MPP nietextra kosten verwacht voor de Asielopvang na 2026? En waarom zijn dezekosten wel/niet meegenomen, en zo ja, waar?Antwoord op vraag 161Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 78 heeft het kabinet bijVoorjaarsnota besloten om, op basis van de MPP, budgetten voor deasielketenorganisaties tot en met 2026 bij te stellen. Daarnaast heeft hetkabinet structureel 374 miljoen euro extra vrijgemaakt voor de IND.Conform de afspraken in het HLA zet de Minister van Asiel en Migratie inop het beperken van de asielinstroom en de bezetting in de asielketen.Vraag 162Kunt u een overzicht geven van de kosten die uit zijn gegeven aanhuisvesting voor asielzoekers in de afgelopen vijf jaar, waarbij uitgesplitstnaar nood- en vaste opvang? En hoeveel de gemiddelde kosten hiervoorwaren per jaar?Antwoord op vraag 162In onderstaande tabel zijn de opvangkosten weergegeven, op basis vangegevens van het Ministerie van Asiel en Migratie en het COA.Tabel 43 Overzicht opvangkosten reguliere opvang en noodopvangJaarTotale opvangkostenTotale kostenreguliere opvangTotale meerkosten(crisis)noodopvangGemiddelde totalebezettingGemiddelde bezettingreguliere opvangGemiddelde bezetting(crisis)noodopvangGemiddelde kostenreguliere opvangGemiddeldemeerkosten (crisis-)noodopvang2020€ 698.197.451€ 698.197.45127.30227.302€ 25.5732021€ 812.483.590€ 812.483.59029.40029.400€ 27.6352022€ 1.531.001.402€ 1.178.233.808€ 352.767.59443.42030.00013.420€ 27.136€ 26.2872023€ 2.660.350.415€ 1.691.317.157€ 969.033.25855.60030.75724.843€ 30.419€ 39.0062024€ 3.490.782.024€ 2.286.759.094€ 1.204.022.93068.86833.60935.259€ 33.205€ 34.148 Vraag 163Kunt u een vergelijking geven hoeveel de kosten voor opvang zouden zijngeweest in de afgelopen vijf jaar, wanneer de Spreidingswet volledig zouzijn ingevoerd en er sprake zou zijn van vaste opvanglocaties, waarbij dekosten van niet-gebruik ook worden meegenomen?Antwoord op vraag 163De «Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen»,is op 1 februari 2024 in werking getreden. De spreidingswet kent eencyclus van twee jaar. De eerste cyclus loopt dus tot en met 31 januari2026, waardoor er nog geen resultaten over de effecten bekend zijn. Het isdaarom niet mogelijk een inschatting te maken wat de kosten voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 360 asielopvang waren geweest in de afgelopen vijf jaar als de wet vijf jaareerder in werking was getreden.Vraag 164De onderwijskansenregeling wordt uitgefaseerd. Vallen hier ook deleermiddelen als laptops onder? Zo ja, wat is het effect op de vergoedingvan deze leermiddelen bij het wegvallen van de onderwijskansenregeling?Antwoord op vraag 164De onderwijskansenregeling is structurele bekostiging voor scholen metleerlingen met risico op leerachterstanden. Scholen geven jaarlijks aanhoe zij de middelen inzetten en hoe zij zicht houden op de effecten. Zijkiezen zelf de wijze van inzet. Scholen kunnen het dus inzetten voorleermiddelen zoals laptops, maar ook voor andere dingen, zoals kleinereklassen. Als scholen de middelen van de onderwijskansenregelinggebruiken om leermiddelen te financieren, dan zullen ze die uitgaven nahet wegvallen van de regeling op een andere manier moeten dekken ofkunnen ze deze uitgaven niet langer doen. De school kan oudersdaarnaast wijzen op specifieke financieringsmogelijkheden, bijvoorbeeldvia Stichting Leergeld of regelingen van gemeenten. Ook wordt in 2025eenmalig 5 miljoen euro beschikbaar gesteld aan Leergeld Nederland.Vraag 165Kan ten aanzien van de «uitvoeringsinformatie VWS» worden aangegevenwaar het precies om gaat? Gaat het ook om structurele onderuitputting(graag een overzicht)?Antwoord op vraag 165Op basis van uitvoeringsinformatie worden de ramingen van de zorguit-gaven bijgesteld. Deze raming wordt periodiek bijgesteld, onder andereop basis van informatie van zorgverzekeraars over de ontvangendeclaraties. De uitvoeringsinformatie VWS is gebaseerd op de kwartaal-rapportages van het Zorginstituut en de februaribrief van de NZa.In onderstaande tabel zijn alle actualisaties opgenomen die bij devoorjaarsbesluitvorming 2025 zijn verwerkt.Tabel 44 Overzicht uitvoeringsinformatie VWS(bedragen in mln.)202520262027202820292030Acutalisatie Zvw: Wijkverpleging0– 312– 397– 394– 414– 414Acutalisatie Zvw: niet-IZA sectoren0– 142– 112– 82– 62– 62Acutalisatie Zvw: Medisch Specialistische Zorg (MSZ)0– 75– 75– 75– 75– 75Acutalisatie Zvw: Multi Disciplinaire Zorg (MDZ)007777Acutalisatie Zvw: Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)00202202202202Acutalisatie Zvw: niet-IZA sectoren700000Actualisatie Wlz– 360– 317– 230– 250– 230– 230Actualisatie Wlz eigen bijdrage– 9– 10– 10– 10– 11– 11Actualisatie Wlz beheerskosten zorgkantoor– 15– 15– 15– 15– 15– 15Actualisatie Wlz – tandheelkundige zorg777777Totaal uitvoeringsinformatie VWS– 370– 864– 624– 611– 591– 591 Vraag 166Er is structurele onderuitputting wijkverpleging, kan er een totaaloverzicht(van alle departementen) worden gegeven waar structurele onderuit-putting plaats vindt? En kan aangegeven worden wat er met de rest vande structurele onderuitputting wijkverpleging gebeurt? Wat is de lijn als ersprake is van structurele onderuitputting?Antwoord op vraag 166Het kabinet heeft ervoor gekozen om een deel van de meevaller in dewijkverpleging in te zetten als alternatieve invulling voor de ombuiging opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 361 bij- en nascholing medisch-specialisten (165 miljoen euro). Voor de restvan de meevaller in de wijkverpleging geldt dat deze meeloopt in de persaldo meevaller in de Zvw-uitgaven. Deze meevaller is in 2026 en 2027volledig ingezet voor tegenvallers in het zorgdomein. In 2028, 2029 en2030 is vrijwel de gehele meevaller in Zvw-uitgaven ingezet voortegenvallers op de VWS-begroting. Structureel resteerde er daarna nogeen zeer beperkt bedrag. Dit is meegelopen in het Rijksbrede beeld.In het algemeen geldt dat onderuitputting incidenteel of structureel vanaard kan zijn. Structurele onderuitputting op een begroting, waarbij eenbepaald budget jaar op jaar niet volledig kan worden uitgegeven, is eenreden om in het voorjaar de raming naar beneden bij te stellen. Dezebijstelling kan ingezet worden ter dekking van tegenvallers of ten behoevevan het generale beeld. De Verticale Toelichting (bijlage 2) geeft eenoverzicht per departement weer.Vraag 167Waarom is het niet gelukt om de vervanging van het abonnementstariefWmo tijdig in te voeren?Antwoord op vraag 167Bij Voorjaarsnota 2023 heeft het vorige kabinet aangekondigd hetabonnementstarief Wmo 2015 te vervangen door een Inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb). Deze wijziging is nodig omondersteuning vanuit de Wmo 2015 beschikbaar te houden juist voordegenen die er het meest afhankelijk van zijn, zeker in het licht van devergrijzing en de krapte op de arbeidsmarkt.De planning om de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrageWmo 2015 (ivb) per 1 januari 2026 in te voeren was reeds ambitieus, maaris met het kritische advies van de Raad van State (d.d. 28 augustus 2024)onder nog hogere druk komen te staan. Samen met (vertegenwoordigersvan) de partijen in de uitvoeringsketen, is eind 2024 de conclusiegetrokken dat deze planning niet meer realistisch is, omdat er voldoendetijd moet zitten tussen de publicatie van het wetsvoorstel en het momentvan inwerkingtreding. Om zowel aan burgers en aanbieders van onder-steuning, als aan uitvoerende partijen – zoals het CAK en gemeenten – dekans te geven zich goed voor te bereiden op dit wetsvoorstel, is debeoogde implementatiedatum opgeschoven naar 1 januari 2027. DeTweede Kamer is hierover eind 2024 geïnformeerd (Kamerstuk 29 538,nr. 365).Vraag 168Kan ten aanzien van de «uitvoeringsinformatie SZW» uitgebreider wordenaangegeven waar het om gaat? Is er ook sprake van (structurele)onderuitputting?Antwoord op vraag 168Naar aanleiding van de meest recente cijfers van het CPB en de meestrecente uitvoeringsinformatie van de verschillende uitvoeringsorgani-saties, zijn de ramingen van de inkomensregelingen op de SZW-begrotingbijgesteld. Bijstellingen vonden onder andere plaats op de arbeidsonge-schiktheidsregelingen en de kinderopvangtoeslag. Het resultaat hiervan isde reeks «uitvoeringsinformatie SZW». Deze reeks omvat geen (struc-turele) onderuitputting. Inkomensregelingen zijn namelijk open einderege-lingen waarop iedereen aanspraak kan maken die hier recht op heeft. Erkan daarom geen sprake zijn van onderuitputting.Het totaal aan mee- en tegenvallers op de SZW-begroting volgend uituitvoeringsinformatie, is te vinden in de verticale toelichting SocialeZekerheid (bijlage 2 van de Voorjaarsnota).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 362 Vraag 169Kunt u de onderuitputting bij wijkverpleging van 414 miljoen euro nadertoelichten en exact aangeven (uitgesplitst in categorieën) waar dit bedragvoor was ingeboekt?Antwoord op vraag 169De onderschrijding bij de wijkverpleging is niet nader uit te splitsen naarsubcategorieën, de onderschrijding is vastgesteld op het totaalniveau vanhet kader. De onderschrijding op de uitgaven wijkverpleging is ondermeer gesaldeerd met de overschrijdingen op de sectoren GGZ(202 miljoen euro) en multidisciplinaire zorg (7 miljoen euro). Daarnaast iseen deel van de onderschrijding ingezet als alternatieve invulling voor detaakstelling bij- en nascholing zorgpersoneel (165 miljoen euro) en alsdekking voor enkele andere kleinere posten op de VWS-begroting.Vraag 170Voor welke infrastructuur is het budget van 1 miljard euro bestemd dat inhet kader van «fasering infrastructuur» van 2026 naar 2027 wordtgeschoven?Antwoord op vraag 170Het is nog niet bekend welke budgetten van infrastructuur wordengefaseerd van 2026 naar 2027. De situatie die in 2026 door de kasschuifdie is ontstaan op de fondsen, wordt richting de Miljoenennota 2026 en deVoorjaarsnota 2026 zorgvuldig gevolgd en uitgewerkt aan de hand vanactuele uitvoeringsinformatie. Zoals de Minister van Infrastructuur enWaterstaat eerder aan de Tweede Kamer heeft laten weten, heeft dezeschuif voor de verplichtingenruimte in 2026 geen gevolgen.Vraag 171Kunt u de kasschuiven uit tabel 19 toelichten waar het in een jaarschijfgaat om meer dan 100 miljoen euro per maatregel?Antwoord op vraag 171De kasschuiven worden per begroting toegelicht in bijlage 2 verticaletoelichting. Daarnaast zijn uitgebreide toelichtingen van de kasschuiven tevinden in de 1e suppletoire begrotingen van de departementen.Vraag 172Hoe wordt de compensatie middengroepen kinderopvang ingevuld?Welke gevolgen heeft dit voor de koopkracht van de middengroepen tenopzichte van de oorspronkelijke plannen?Antwoord op vraag 172Op de SZW-begroting is een reservering getroffen voor het verhogen vande vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag in de aanloop naarde invoering van een nieuw financieringsstelsel. De maximaal vergoedetarieven (de maximum uurprijs), de inkomensgrenzen en de vergoedings-percentages moeten voor aanvang van ieder kalenderjaar wordenvastgesteld met een algemene maatregel van bestuur (Amvb). Deze Amvbkent een voorhangprocedure. De wijziging van het Besluit KOT voor 2026zal in juni bij het parlement worden voorgehangen.Het kabinet neemt begin juni een formeel besluit over de invulling van hetBesluit KOT. Er is ook nog geen besluit genomen over de exacte bestedingvan de middelen in latere jaren. Wel kan een indicatie worden geven vaneen realistisch ingroeipad dat naar huidig inzicht mogelijk is met degereserveerde middelen voor het ingroeipad. Bij dit mogelijke ingroeipadwordt ervan uitgegaan dat het vergoedingspercentage voor het eerstekind steeds gelijkmatig wordt verhoogd voor alle inkomensgroepen dienog geen recht hadden op het maximale vergoedingspercentage van 96%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 363 Onderstaande tabel toont voor ieder jaar tot welk toetsingsinkomen rechtontstaat op 96% vergoeding. Ook voor alle inkomens hierboven ontstaatrecht op een substantieel hogere vergoeding voor de kosten vankinderopvang. In 2029 hebben alle inkomensgroepen recht op 96%vergoeding.Tabel 45 Toetsingsinkomen tot waar recht geldt op 96% vergoeding202420252026202720282029Toetsingsinkomen (lopende prijzen)€ 28.300€ 47.400€ 56.400€ 83.800€ 111.200∞ De genoemde bedragen in bovenstaande tabel zijn nadrukkelijk indicatief.Vraag 173Klopt het dat het bij de hervorming van de werkloosheidswet het alleengaat om een jaar uitstel van de oorspronkelijke plannen? Zo ja, wat is dereden dat het niet tijdig is ingevoerd? Zo nee, wat nog meer?Antwoord op vraag 173In het HLA is afgesproken om een besparing te laten plaatsvinden op deWerkloosheidswet van 200 miljoen euro vanaf 2027 en 217 miljoen eurostructureel. Het kabinet vult deze besparing in met een duurverkorting vande Werkloosheidswet van 24 naar 18 maanden. De beoogde inwerking-treding is 1 januari 2027. Een duurverkorting heeft met vertraging eenbesparend effect op de WW-uitgaven, waardoor er ten opzichte van debesparing in het HLA in 2027 en 2028 minder wordt bespaard daningeboekt was bij het HLA. Vanaf 2029 is de besparing als gevolg van eenduurverkorting hoger dan het HLA.Vraag 174Kan aangegeven worden was er precies gebeurt met de 197 miljoen eurovoor OCTAS?Antwoord op vraag 174Het kabinet heeft bij de voorjaarsnota 197 miljoen euro structureelvrijgemaakt voor structurele verbeteringen van het arbeidsongeschikt-heidsstelsel. Dit is gebaseerd op beleidsmaatregelen waar de TweedeKamer via een kamerbrief binnenkort nader over wordt geïnformeerd.Vraag 175Wat is er nog beschikbaar in de envelop Groepen in de knel na hetafromen?Antwoord op vraag 175Zie antwoord op vraag 14.Vraag 176Bij «overig SZW» wordt gesproken over overige intensiveringen, omwelke gaat dat precies?Antwoord op vraag 176Het totaal aan intensiveringen op de SZW-begroting bij Voorjaarsnota is tevinden in de verticale toelichting Sociale Zekerheid (bijlage 2 van deVoorjaarsnota).Vraag 177Kunt u middels een tijdlijn aangeven welke besluiten er vanaf 2023 zijngenomen wat betreft de invoering van de nieuwe financiering kinder-opvang en welke bedragen steeds hierbij gemoeid waren/zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 364 Antwoord op vraag 177Wat betreft de invoering van de nieuwe financiering kinderopvang zijn ervanaf 2023 besluiten genomen rondom onder meer de invoeringsdatumen de ingroeipadmiddelen om het vergoedingspercentage stapsgewijs teverhogen. Deze besluiten zijn genomen bij respectievelijk Voorjaarsnota2023 en 2025.In het coalitieakkoord van Rutte IV in januari 2022 is het voornemenvastgelegd om een nieuw financieringsstelsel voor kinderopvang in tevoeren met een lage inkomensonafhankelijke eigen bijdrage voorwerkende ouders. De beoogde invoeringsdatum van het nieuwe stelselwas 1 januari 2025.In het voorjaar van 2023 is besloten om de beoogde invoeringsdatum vanhet nieuwe stelsel bij te stellen naar 1-1-2027, vanwege de krapte op dearbeidsmarkt en de noodzaak van een zorgvuldige voorbereiding. Uit demiddelen die vrijvielen door de latere invoeringsdatum is een reserveringgetroffen voor een verhoging van de kinderopvangtoeslag met400 miljoen euro in 2025 en 1.200 euro miljoen in 2026 (in prijspeil 2022).Het verhogen van de vergoedingspercentages werkt vanwege gedragsre-acties meerjarig door op de uitgaven aan kinderopvangtoeslag. Specifiekleidt de hogere vergoeding in 2026 naar verwachting ook tot een hogergebruik in 2027 en 2028. In het voorjaar van 2025 zijn de middelen voorhet verhogen van de vergoedingspercentages in 2026 in het juistekasritme gezet.In het HLA van het huidige kabinet werd aangekondigd dat de stelselher-ziening van het kinderopvangstelsel werd voortgezet. Vervolgens heeft hetkabinet in het voorjaar van 2025 besloten om meer tijd te nemen voor deimplementatie van en overgang naar de nieuwe financiering. In 2029 gaatde nieuwe financiering in. Een deel van de besparing die volgt uit derealistische ingangsdatum KOT wordt ingezet om voorafgaand aan hetnieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang, een ingroeipad tehanteren. Dit ingroeipad zorgt ervoor dat de vergoedingspercentagesstijgen en geleidelijk kunnen toegroeien naar 96% voor alle werkendeouders. Daarnaast is een reservering getroffen om middengroepen en desector te ondersteunen bij de overgang naar het nieuwe financierings-stelsel, middels flankerend beleid. Ook is een aanvullende reserveringgetroffen op de aanvullende post voor implementatiekosten van hetnieuwe financieringsstelsel.In het onderstaande overzicht zijn de budgettaire gevolgen weergegevenvan deze besluiten. Daarbij is gesaldeerd tussen het effect op de uitgavenen het effect op de ontvangsten. De budgettaire gevolgen zijngeïndexeerd naar het prijspeil 2024.Tabel 46 Budgettaire gevolgen van genomen besluiten nieuwe financiering kinderopvangBedragen x € 1 miljoen2024202520262027202820292030Voorjaarsnota 2023Invoering nieuwe financiering per 2027– 100– 1.900– 2.000– 500– 200Ingroeipadmiddelen4001.200Indexering naar prijspeil 2024– 14– 262– 275– 69– 28Voorjaarsnota 2025Kasschuif ingroeipadmiddelen 202634– 2271326000Invoering nieuwe financiering per 2029– 38– 607– 2.196– 1.860– 317– 156Ingroeipadmiddelen192928331.037394113Flankerend beleid23231Uitvoeringskosten4665Totaal– 114– 1.747– 1.618– 1.800– 98815654 Vraag 178Kunt u nader toelichten hoe het ingroeipad KOT eruit zal zien en op welkewijze de middengroep zal worden gecompenseerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 365 Antwoord op vraag 178Zie het antwoord op vraag 172.Vraag 179Hoe hoog wordt het kindgebonden voor gezinnen met twee en vierkinderen in 2026 en hoe hoog zou dat zijn bij een gelijkblijvend afbouw-percentage (voor enkele voorbeeldinkomens)?Antwoord op vraag 179Onderstaande tabellen tonen de verwachte hoogte van het kindgebondenbudget voor een paar met twee kinderen in de leeftijdscategorie 6 tot enmet 11 jaar in 2026. De linker kolom toont de hoogte van de WKB met hetafbouwpercentage in 2026 (7,6%). De rechter kolom toont de hoogte vande WKB in 2026 met het afbouwpercentage van 2025, indien dit gelijk zoublijven (7,1%).Tabel 47 Hoogte kindgebonden budget bij een paar met 2 kinderen in 2026.InkomenMet afbouwpercentage 2026Indien afbouwpercentage van 2025 vantoepassing isWML€ 5.148€ 5.148€ 50.000€ 4.468€ 4.512€ 60.000€ 3.755€ 3.847€ 70.000€ 3.043€ 3.181€ 80.000€ 2.331€ 2.516 Tabel 48 Hoogte kindgebonden budget bij een paar met 4 kinderen in 2026.Met afbouwpercentage 2026Indien afbouwpercentage van 2025 vantoepassing isWML€ 10.296€ 10.296€ 50.000€ 9.616€ 9.660€ 60.000€ 8.903€ 8.995€ 70.000€ 8.191€ 8.329€ 80.000€ 7.479€ 7.664 Vraag 180Kunt u per jaar aangeven met hoeveel de sociale huren in de afgelopen 10jaar zijn verhoogd?Antwoord op vraag 180In onderstaande tabel is te zien hoeveel de sociale huur de afgelopen tienjaar jaarlijks is verhoogd.Tabel 49 Huurverhoging sociale huur (in procentpunten, bron: CBS)JaarHuurverhoging20152,620161,620171,120181,72019220202,720210,320222,620230,120245,6 Vraag 181Wat voor gevolgen heeft het verhogen van de huurtoeslag voor dekoopkracht van huishoudens? Kunt u dit tevens per inkomensgroepuitsplitsen en uitdrukken in absolute cijfers?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 366 Antwoord op vraag 181Zie antwoord vraag 148.Vraag 182Welke (technische) bijstelling vindt er plaats wat het Herstel- enveerkrachtplan betreft?Antwoord op vraag 182In de Kamerbrief van 7 februari 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd overde wijzigingen die het kabinet voornemens was door te voeren in hetHerstel- en Veerkrachtplan (HVP).25 Deze bijstelling betreft de actualisatievan enkele mijlpalen en doelstellingen, mede naar aanleiding vanvoortschrijdend inzicht en gewijzigde omstandigheden. Dit wijzigings-verzoek is op 12 mei 2025 formeel goedgekeurd in de Ecofinraad.26Daarmee is een belangrijke stap gezet in de verdere uitvoering van hetplan binnen de afgesproken Europese kaders. Hieronder vindt u eenbeknopt overzicht van de doorgevoerde wijzigingen.Het nieuwe Raaduitvoeringsbesluit27 is het juridisch bindende documentwaarin alle nog te behalen mijlpalen en doelstellingen in detail staantoegelicht.Wijzigingen op grond van objectieve omstandigheden–Eén doelstelling van Wind op Zee is aangepast wegens uitdagingen opde leveranciersmarkt.–De doelstellingen voor Project Zero Emission Services (ZES) zijnneerwaarts bijgesteld wegens arbeidsmarktkrapte en gestegen kosten.–Drie mijlpalen van European Rail Traffic Management System (ERTMS)zijn wegens vertraging naar het vijfde betaalverzoek verplaatst.–Eén doelstelling van Veilige, Slimme, Duurzame Mobiliteit (VSDM) iswegens vertraging naar het vijfde betaalverzoek verplaatst.–Twee doelstellingen van Intelligente Wegkantstations (IWKS) zijnwegens gestegen kosten neerwaarts bijgesteld en verplaatst naar hetvijfde betaalverzoek.Wijzigingen die een beter alternatief vormen–Eén mijlpaal van de Energiebelasting is in lijn gebracht met de reedsaangenomen Wet Fiscale Klimaatmaatregelen Glastuinbouw.–Twee mijlpalen van de Hervorming van de Autobelasting zijn vervan-gen door twee mijlpalen van de Vrachtwagenheffing.–Twee mijlpalen van Luchtvaart in Transitie zijn in lijn gebracht mettechnologische ontwikkelingen.–Eén doelstelling van Vernieuwen IT infrastructuur bij Defensie is in lijngebracht met technologische ontwikkelingen.–De mijlpalen van de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid voorZelfstandigen (BAZ) zijn verplaatst naar het vijfde betaalverzoek.Wijzigingen op grond van een administratieve aanpassing.–Eén doelstelling van Groenvermogen Waterstof is gewijzigd om deadministratieve lasten te verlichten.–Eén doelstelling voor Programma Natuur is gewijzigd om de adminis-tratieve lasten te verlichten.–Voor AI Ned is voor één doelstelling de samenhang met een anderEuropees project gespecificeerd.–Eén doelstelling van de Wet Open Overheid (Woo) is gewijzigd om deadministratieve lasten te verlichten.25Kamerbrief over de wijzigingen van het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan, Kamerstuk21 501-07, nr. 209326Verslag Eurogroep en Ecofinraad 12 en 13 mei 2025, Kamerstuk 21 501-07, nr. 211727Nieuwe Raaduitvoeringsbesluit na goedkeuring wijzigingsverzoek mei 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 367 –Eén mijlpaal van Tijdelijke extra personele capaciteit voor de zorg incrisistijd is gewijzigd om de administratieve lasten te verlichten.Vraag 183Ombuiging subsidietaakstelling Economische Zaken, waar komt dezeterecht?Antwoord op vraag 183De subsidietaakstelling is bij de Voorjaarsnota verwerkt op het onverdeeldartikel op de EZ-begroting. Bij de Miljoenennota zal deze taakstellingspecifiek worden ingevuld.Vraag 184Waarvoor worden de middelen Justitie en Veiligheid weerbaarheidingezet?Antwoord op vraag 184De invulling van de middelen voor weerbaarheid (70 miljoen eurostructureel vanaf 2027) zullen na nadere uitwerking via een Kamerbriefmet concrete maatregelen (de zogenoemde «hoe-brief») door de Ministervan Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie worden gedeeld. Ditzal naar verwachting voor het zomerreces zijn.Vraag 185Hoe hoog zou het ODA-budget in de komende jaren geweest zijn als ditjaar niet was besloten de koppeling te laten varen, maar de koppeling tehouden zoals altijd de gewoonte was?Antwoord op vraag 185Tijdens de Voorjaarsbesluitvorming heeft het kabinet besloten hetODA-budget te koppelen aan de ontwikkeling van het bni en hetODA-budget is daarop bijgesteld (gebaseerd op de economische groeitussen CEP’25 en MEV’25). Op deze manier is de ODA-prestatie langjarigstabiel. Dit is de eerste regel in onderstaande tabel. Voorgaandekabinetten hanteerden andere systematieken, waarbij er een koppelingwas op basis van de streefwaarde van de Verenigde Naties: 0,7% van hetbni. Ombuigingen werden van het ODA-budget afgehaald en intensive-ringen toegevoegd. Hierdoor heeft de ODA-prestatie sinds 2013afgeweken van de 0,7%. Volgens deze berekeningswijze zou hetODA-budget na de Voorjaarsbesluitvorming zijn zoals getoond in regel 2(CEP’25 t.o.v. MEV’25). Het kabinet heeft ervoor gekozen om hetODA-budget niet te actualiseren n.a.v. de MEV’25. Indien deze actualisatiezou zijn verwerkt op basis van de werkwijze zoals in regel 2, zou hetODA-budget uitkomen zoals getoond in regel 3 (CEP’25 t.o.v. CEP’25).Tabel 50 Stand ODA-budget, bijgesteld o.b.v. 0,7% (in miljoenen euro’s)202520262027202820292030ODA-budget, Voorjaarsnota 20257.0526.7655.8655.7896.1236.343ODA-budget inclusief bijstelling o.b.v. 0,7%, CEP’25 t.o.v. MEV’257.1726.7845.9115.8646.2026.556ODA-budget inclusief bijstelling o.b.v. 0,7%, CEP’25 t.o.v. CEP’247.4917.1206.2756.2286.5656.920 Vraag 186Hoeveel bedraagt de BNI-koppeling van het ODA-budget in de afgelopenen komende jaren?Antwoord op vraag 186Onderstaande tabel laat de bijstelling van het ODA-budget zien zoalsverwerkt in de Voorjaarsnota 2025. Toekomstige bijstellingen zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 368 afhankelijk van economische ontwikkelingen. Voor bijstellingen in vorigejaren verwijs ik u graag naar Voorjaarsnota’s van vorige jaren.Tabel 51 Bijstelling ODA-budget bij Voorjaarsnota (in miljoenen euro’s)202520262027202820292030Bijstelling VJN 2025011482114130329 Vraag 187Kan u kwalitatief inzichtelijk maken in hoeverre de BNI-koppeling van hetODA-budget is hersteld?Antwoord op vraag 187Het ODA-budget is bijgesteld op basis van de verwachte volume- enprijsontwikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni). Dit is gedaandoor de bni-ontwikkeling van de meest recente raming van het CPB, hetCEP2025, af te zetten tegenover de laatste raming van het CPB, deMEV2025. Daarmee is het ODA-budget gekoppeld aan het bni.Vraag 188Hoe geld zou er, voor het sluiten van het HLA in de komende jaren, perjaar uitgesplitst, naar ODA gaan, en hoeveel is dat nu als gevolg van hetHLA, de ontkoppeling van het BNI en deze Voorjaarsnota?Antwoord op vraag 188Onderstaande tabel laat het ODA-budget zien bij Voorjaarsnota 2024 enVoorjaarsnota 2025. De maatregelen uit het HLA zijn verwerkt bijMiljoenennota 2025. In de stand Voorjaarsnota 2025 zijn alle wijzigingenverwerkt, inclusief de bijstelling volgend uit de koppeling aan debni-ontwikkeling.Tabel 52 ODA-budget (in miljoenen euro’s)202520262027202820292030Stand Voorjaarsnota 20247.4897.8127.9808.2218.615Stand Voorjaarsnota 20257.0526.7655.8595.7896.1236.343 Vraag 189Waarom heeft het kabinet alsnog gekozen voor een BNI-koppeling van hetODA-budget?Antwoord op vraag 189Het kabinet heeft tijdens de voorjaarsbesluitvorming gekozen om hetODA-budget te koppelen aan de ontwikkeling van het bni. Op deze manierblijft de verhouding tussen het bni en het ODA-budget langjarig op peil.Met dit besluit wordt ook uitvoering gegeven aan de motie Huizinga-Heringa c.s. (Kamerstuk 36 600 XVII, M).Vraag 190Waarom is in de post «investeren sociale huur» de compensatie voor dehuurbevriezing incidenteel en niet structureel van aard?Antwoord op vraag 1903 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 369 Vraag 191Hoeveel procent van de als gevolg van de huurbevriezing verloreninvesteringscapaciteit van woningcorporaties wordt er hersteld door decompensatie «investeren sociale huur»?Antwoord op vraag 1913 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 192Kunt u de 8 miljard extra uitgaven aan BuZa en OH in de periode2025–2030 nader uitsplitsen (graag per onderdeel)?Antwoord op vraag 192De meerjarige ontwikkeling van de begrotingen van BZ en BHO laten dekomende jaren een stijging zien. Vanwege verschillende redenen nemende Nederlandse afdrachten aan de EU-begroting toe. Verwachte onderuit-putting in de EU-begroting leidt tot lagere verwachte NederlandseEU-afdrachten in 2025 en hogere verwachte NL EU-afdrachten in 2026 en2027. De onderuitputting komt vooral door vertraging in de implementatievan de cohesie- en landbouwfondsen. De raming van de NederlandseEU-afdrachten is bij Voorjaarsnota geactualiseerd, op basis van eeninschatting van het meerjarige effect van de bronnenrevisie van het brutonationaal inkomen (bni) en de verwachte economische groei voor dekomende jaren. Dit effect is ook terug te zien in de raming van het nieuweMeerjarig Financieel Kader (MFK), vanaf 2028. Vanaf 2028 is de raminggebaseerd op een inschatting van de omvang van het Meerjarig Finan-cieel Kader (MFK) na 2027 en een inschatting van de rente en aflossingvoor het coronaherstelfonds Next Generation EU (NGEU). De raming vande bni-afdrachten stijgt hierdoor over de jaren met met 5 miljard, de btw-afdracht met 0,2 miljard, en de plastic-afdracht met 0,02 miljard. Deinvoerrechten zijn met ca. 1 miljard opwaarts bijgesteld als gevolg van demeest recente CPB-raming (CEP 2025). Verder worden in 2025 en 2026ontvangsten verwacht voor het coronaherstelfonds, dit zorgt ervoor datde netto-uitgaven 1,2 miljard euro in 2025 lager uitvallen. De netto-uitgaven voor BHO stijgen met 0,7 miljard euro onder andere vanwege dekoppeling tussen het ontwikkelingshulpbudget en de groei van het bni.Ook leidt de lagere bezetting in de eerstejaarsopvang van asielzoekers uitontwikkelingslanden tot een meevaller op de BHO-begroting in 2025. Dezemiddelen zijn met een kasschuif in een ander ritme gezet.Vraag 193Waarom worden woningcorporaties niet jaarlijks volledig, structureelgecompenseerd voor de huurderving als gevolg van de huurbevriezing in2025 en 2026?Antwoord op vraag 1933 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 194Waarom wordt er in de post «investeren sociale huur» onvoldoende gelduitgetrokken om de door de huurbevriezing uitgeholde investeringscapa-citeit van woningcorporaties volledig te repareren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 370 Antwoord op vraag 1943 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr.395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 195Kunt u uiteenzetten hoe de verwachting is opgebouwd dat het begro-tingstotaal van Asiel en Migratie gaat dalen met ongeveer 4 miljard euroin 2030 t.o.v. 2025? Op welke posten dalen de kosten? En waarop zijn dezeverwachtingen gebaseerd?Antwoord op vraag 195De grootste daling tussen 2025 en 2030 betreft de bijdrage aan het COA.Deze daling is ongeveer 3,6 miljard euro. Ten eerste wordt dit veroorzaaktdoor crisisnoodopvangkosten die alleen in 2025 en 2026 geraamd zijn. Tentweede heeft het kabinet in het HLA de al aflopende uitgaven aan asielmet aanvullend structureel circa 1 miljard euro verlaagd, gekoppeld aaneen maatregelenpakket om de asielinstroom fors te verlagen. Een nadereuitsplitsing van de horizontale ontwikkeling per post van de begroting vanAsiel en Migratie is weergegeven in de eerste suppletoire begroting 2025van Asiel en Migratie.28Vraag 196Waar was de LPO voor bedoeld die nu wordt ingehouden voor de«rijksbrede problematiek?»Antwoord op vraag 196De loon- en prijsontwikkeling (LPO) die nu gedeeltelijk wordt ingehoudenis bedoeld om uitgaven met een loon- of prijscomponent mee te latengroeien met de verwachte stijging van lonen en prijzen.Vraag 197Kunt u een totaaloverzicht maken van de uitgaven (begrotingssteun,militair en Oekraïne opvang) aan Oekraïne in de periode 2020–2030 (graagper jaar uitsplitsen) zowel leningen als giften bilateraal door Nederlandverstrekt als door de Europese Unie?Antwoord op vraag 197Een geactualiseerd totaaloverzicht van de geraamde uitgaven aanOekraïne voor de jaren 2025–2030 is in de Voorjaarsnota 2025 opgenomenin paragraaf 3.3.1 Oekraïne. Een overzicht van de gerealiseerde uitgavenvan voorgaande jaren zijn terug te vinden in het Financieel JaarverslagRijk van het desbetreffende jaar. In deze overzichten wordt het onder-scheid gemaakt tussen internationale steun (militair en niet-militair),binnenlandse regelingen (zoals opvang) en leveringszekerheid.De Europese Unie levert ook (begrotings-) steun aan Oekraïne. DeEuropese Commissie publiceert de EU-steun aan Oekraïne op haarwebsite.29 Daarnaast is Nederland een aantal garanties (vanaf deFinanciën-begroting) aangegaan om deze steun en steun via anderemultilaterale kanalen te faciliteren (zie onderstaande tabel).28Kamerstuk 36 725 XX29https://commission.europa.eu/topics/eu-solidarity-ukraine/eu-assistance-ukraine_enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 371 Tabel 53 Oekraïne gerelateerde garantiesBedragen in miljoenen euroUitstaande garantieBilaterale garantie Wereldbank100Bilaterale garantie EU MFB 2022215Headroomgarantie MFB 20231.089Headroomgarantie Oekraïnefaciliteit 20241.999Headroomgarantie MFB 20243.416Totaal6.820 Vraag 198Hoeveel scholen maken momenteel gebruik van de onderwijskansenre-geling in het voortgezet onderwijs en hoeveel leerlingen zijn hierbijbetrokken?Antwoord op vraag 198In 2025 komen 470 scholen met in totaal 894 vestigingen in aanmerkingvoor middelen uit de regeling onderwijskansen. Het aantal leerlingen opdeze vestigingen is circa 453 duizend op basis van de definitieve bekosti-gingstelling op 1 oktober 2023.Vraag 199Kunt u aangeven hoeveel scholen in totaal gebruik maken van deonderwijskansenregeling en wat de consequenties zijn van het uitfaserenvan de onderwijskansenregeling?Antwoord op vraag 199Zie het antwoord op vraag 198 voor het eerste deel van het antwoord. Deonderwijskansenregeling is structurele bekostiging voor scholen metleerlingen met risico op leerachterstanden. Scholen geven jaarlijks aanhoe zij de middelen inzetten en hoe zij zicht houden op de effecten. Zijkiezen zelf de wijze van inzet. Uit onderzoek blijkt dat scholen dit metname inzetten voor extra onderwijspersoneel voor ondersteuning, voorextra onderwijstijd, of voor het verkleinen van klassen. Bijna driekwart vande scholen voor voortgezet onderwijs ontvangt middelen uit de onder-wijskansenregeling, voor ruim de helft van de vestigingen. Op basis vande achterstandsscore van het CBS wordt deze structurele aanvullendebekostiging toegekend voor passende ondersteuning voor leerlingen dievanwege omgevingsfactoren hun leerpotentie niet optimaal kunnenbenutten.Vraag 200Wat zijn de verwachte gevolgen van het opheffen van de onderwijskan-senregeling voor scholen met een hoge achterstandsscore?Antwoord op vraag 200Zie het antwoord op vraag 199.Vraag 201Wordt er voorzien in alternatieve ondersteuning voor scholen die per 2027geen aanspraak meer kunnen maken op de onderwijskansenregeling?Antwoord op vraag 201Er zijn geen financiële middelen voorzien om scholen hiervoor tecompenseren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 372 Vraag 202Hoe wordt gemonitord of het opheffen van de onderwijskansenregelinginvloed heeft op onderwijsresultaten van leerlingen met een onderwijs-achterstand?Antwoord op vraag 202De onderwijsresultaten worden gemonitord door de Inspectie van hetOnderwijs. Deze monitoring zal blijven plaatsvinden, ook na het opheffenvan de onderwijskansenregeling.Vraag 203Welke vormen van extra bekostiging blijven bestaan voor scholen metveel leerlingen met een risico op onderwijsachterstanden?Antwoord op vraag 203Een kleinere groep vestigingen met relatief veel kwetsbare leerlingenontvangt aanvullende bekostiging voor het verstrekken van een arbeids-markttoelage voor het personeel. Het doel hiervan is om de arbeidsmarkt-positie van deze vestigingen te versterken. Deze regeling heeft een anderedoelstelling dan de onderwijskansenregeling en de doelgroep verschiltook; de arbeidsmarkttoelage gaat naar een veel kleiner aantal vestigingenwaar de meeste leerlingen zitten met risico op leerachterstanden. HetMasterplan Basisvaardigheden bereikt straks in totaal ruim 7.800 scholenen 95% van alle leerlingen in het po, vo en (v)so. Daarnaast blijft hetkabinet met de programma’s School & Omgeving, Brugfunctionaris enSchoolmaaltijden structureel in aanvullende ondersteuning voorkwetsbare leerlingen investeren. In het primair onderwijs blijven scholenmiddelen ontvangen voor onderwijsachterstandsbeleid.Vraag 204Wat is de reden volgens de Minister achter de toezegging om de militairesteun te continueren met 3,1 miljard euro terwijl er reeds circa10 miljard euro beschikbaar is gesteld aan militaire steun sinds hetuitbreken van de oorlog in Oekraïne?Antwoord op vraag 204Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel actief enonverminderd steunen in tijd van oorlog, herstel en wederopbouw. Demilitaire en geopolitieke ontwikkelingen rondom Oekraïne leiden ertoe datsteun snel benodigd is en dat van dit pakket versneld 2 miljard euro in2025 wordt geplaatst.Vraag 205In welke mate heeft de Minister zicht op de effectiviteit van deze extramilitaire steun aan een duurzame vrede tussen Oekraïne en Rusland?Antwoord op vraag 205De leveringen van militaire steun worden afgestemd op de behoefte dieOekraïne kenbaar maakt. Zo worden de F-16’s onder meer ingezet voor deluchtverdediging van Oekraïense steden tegen Russische drones enraketten.Vraag 206Hoe verhoudt de extra militaire uitgaven aan Oekraïne zich tot bezuini-gingen op sociale voorzieningen zoals de WW en de kinderopvangvolgens de Minister?Antwoord op vraag 206Nederland steunt Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel actief enonverminderd. Het continueren van de militaire steun op de Defensiebe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 373 groting past binnen dit beleid. Conform het HLA zijn de financiëlemiddelen hiervoor buiten het uitgavenkader geplaatst.De ombuigingen op sociale voorzieningen volgen uit de gemaaktebegrotingsafspraken en het trendmatig begrotingsbeleid. Dit betekent datextra uitgaven en tegenvallers binnen het uitgavenkader dienen te wordenvoorzien van budgettaire dekking binnen datzelfde uitgavenkader.Vraag 207In hoeverre is het volgens de Minister wenselijk om een wapenwedloopaan te gaan met Rusland door extra te investeren in defensie, terwijl hethuidige defensiebudget van de NAVO ongeveer 3 keer hoger ligt dan dievan Rusland?Antwoord op vraag 207Alhoewel de NAVO en EU-lidstaten gecombineerd nominaal veel meeruitgeven aan defensie dan Rusland, kan Rusland gecorrigeerd voormilitary purchasing power (koopkracht) in eigen land een grote dreigingvoor de bondgenootschappelijke veiligheid vormen. De investeringen diehet kabinet doet bij de Voorjaarsnota in defensie vormen daarmee eenversterking van de strategie om een geloofwaardige afschrikking enindien nodig weerstand teweeg te brengen.Vraag 208Waarom wordt de vereenvoudiging toeslagpartnerschap niet gedekt viade envelop groepen in de knel, die voor dit soort zaken toch bedoeld was?Antwoord op vraag 208In de besluitvorming zijn maatregelen aan de inkomsten- en uitgavenkant,inclusief dekking, integraal gewogen. Dit heeft ertoe geleid dat devereenvoudiging van het toeslagpartnerbegrip is gedekt uit het verlagenvan de vermogensgrenzen in het kindgebonden budget en de zorgtoeslag.Hierbij heeft meegespeeld dat de dekking voor de maatregel op dezemanier binnen het toeslagendomein kon worden gevonden. De middelenuit de envelop groepen in de knel zijn voor andere doeleinden ingezet.Vraag 209Wat zijn de gevolgen per maand voor de energierekening voorhuishoudens als gevolg van de verlagen van de energiebelasting?Antwoord op vraag 209Het kabinet stelt voor om de belastingvermindering in 2026 te verhogenmet 18,60 euro ten opzichte van het bedrag in het basispad. Vanwegeeerder in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord en het Belastingplan2023 opgenomen wijzigingen die resulteren in een verlaging in 2026 van13,45 euro, is de verhoging ten opzichte van 2025 per saldo 4,15 euro. In2027 is dit 3,93 euro en in 2028 is dit 4,50 euro ten opzichte van 2025.Daarmee komt het voordeel in de periode 2026–2028 ten opzichte van2025 per maand op 30 tot 40 eurocent (exclusief btw) per kwalificerendeelektriciteitsaansluiting.Vraag 210Wat is de reden voor de tijdelijke verlaging van de energiebelasting, inplaats van een structurele verlaging?Antwoord op vraag 210De dekking voor de verhoging van de belastingvermindering is gevondenin het Klimaatfonds. De dekking kon daarin worden gevonden voor deperiode 2026–2028.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 374 Vraag 211Kan de Minister toelichten waarom de uitgaven van het Ministerie vanJustitie en Veiligheid aan de NAVO-top zijn verdubbeld ten opzichte vande raming in de Voorjaarsnota van afgelopen jaar, en mogelijk zullentoenemen? Betreft de mogelijke stijging in kosten ook de extra inzet vanpolitie en veiligheidsdiensten?Antwoord op vraag 211Zoals omschreven in de Kamerbrief van 25 april jl.30 van de Minister vanBuitenlandse Zaken, Minister van Defensie en Minister van Justitie enVeiligheid over de voortgang van de organisatie van de NAVO-top was bijVoorjaarsnota 2024 nog onvoldoende duidelijk welke investeringenbenodigd zijn. Doordat de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen en detotale omvang van de NAVO-top nu duidelijker wordt, zijn ook de totalekosten (circa 183,4 miljoen euro) beter bekend. De stijging van dezekosten betreft ook middelen voor de inzet van de politie en specialistischeondersteuning bij de NAVO-top.Vraag 212Hoe wordt volgens de Minister geborgd dat de inzet van politie enveiligheidsdiensten tijdens de NAVO-top niet ten koste gaat van dehandhaving?Antwoord op vraag 212In antwoord van 12 maart jl. van de Minister van Justitie en Veiligheid31op de vragen gesteld door het lid Wijen-Nass staat aangegeven datgedurende de NAVO-top het reguliere politiewerk doorgang zal vinden endat indien nodig eenheden onderlinge bijstand verlenen. Het kanvoorkomen dat een evenement geen doorgang kan vinden, dit wordt doorhet lokaal gezag op basis van de beschikbare politiecapaciteit bepaald.Daarnaast levert de Koninklijke Marechaussee naast inzet op de eigentaken ook bijstand, assistentie en ondersteuning aan de politie.Vraag 213Hoe zien de inkomstenkaders voor de inkomstenbelasting eruit nabeperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor in punt 2 & 6?Antwoord op vraag 213Het inkomstenkader omvat alle beleidsmatige aanpassingen van hetfiscale beleid. Er is geen sprake van een apart inkomstenkader voor deinkomstenbelasting.Vraag 214Zijn gemeenten nu voldoende gefinancierd om de Woontopafspraken uitdecember 2024 te kunnen waarmaken?Antwoord op vraag 214Uitkomst van het onderzoek naar de financiële haalbaarheid ten behoevevan de Woontop is dat de beschikbare middelen voor de komende vijf jaarnagenoeg toereikend zijn. Het rijk zorgt voor een significante bijdrage aande woningbouwproductie in elke regio. De resterende dekking wordtgeleverd door gemeenten. De middelen uit het gemeentefonds zijn vrijbesteedbaar. Het is aan de gemeenten hoe ze deze middelen aanwenden.Gemeenten leggen over de besteding van de middelen verantwoording afaan de gemeenteraad. In het haalbaarheidsonderzoek is geen rekeninggehouden met een eventuele huurbevriezing.30Kamerstuk 28676, nr. 49931Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1603Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 375 Vraag 215Kunt u uiteenzetten hoe men tot een belastingvermindering van 529,10komt? En is dit per gezin?Antwoord op vraag 215De belastingvermindering bedraagt in 2025 524,95 euro (excl. btw).Vanwege eerder in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord en hetBelastingplan 2023 opgenomen wijzigingen die resulteren in eenverlaging in 2026 van 13,45 euro, is de verhoging ten opzichte van 2025per saldo 4,15 euro. Daarmee komt het bedrag in 2026 op 529,10 euro. Hetvoordeel komt in gelijke mate terecht bij elke elektriciteitsaansluiting vaneen object met een verblijfsfunctie. Het gaat om alle huishoudens en hetovergrote deel van de bedrijven en instellingen.Vraag 216Kan aangegeven worden wat de impact is voor de volkshuisvesting vande dekking van de maatregelen ter dekking van de tegenbewijsregeling?Antwoord op vraag 216Aangenomen wordt dat hier met dekking van de tegenbewijsregelingwordt gedoeld op de tijdelijke verhoging van het forfait voor overigebezittingen in box 3 voor de jaren 2026 en 2027. De verhoging van hetforfait is een tijdelijke maatregel tot aan de introductie van het stelsel vanwerkelijk rendement. Beleggers in vastgoed hebben in de jaren 2026 en2027, net zoals over voorgaande jaren, de keuzemogelijkheid om gebruikte maken van de tegenbewijsregeling als dat in individuele situatiesgunstiger blijkt te zijn. Zo kunnen zij aantonen dat het rendement over hunhele vermogen lager is dan het forfaitair berekende rendement. Hethogere forfait in box 3 kan eraan bijdragen dat verhuurders besluiten hunhuurwoningen te koop aan te bieden. In dat geval komt de woningbeschikbaar voor andere verhuurders of bijvoorbeeld koopstarters op dewoningmarkt.Naar verwachting zal in 2028 het stelsel van werkelijk rendement voorbox 3 in werking treden. Voor beleggers in vastgoed zal dan de vermo-genswinstsystematiek van toepassing zijn, waarbij lopende inkomsten enkosten jaarlijks in de belastinggrondslag voor box 3 worden betrokken,maar de waardestijging pas op het moment van verkoop van de onroe-rende zaak als vermogenswinst. Deze systematiek sluit daarmee beter aanop de praktijk van vastgoedinvesteerders.Vraag 217Op welk prijspeil zijn de besparingen van 68 miljoen euro voor verkortentrajectduur jeugdhulp en 260 miljoen euro voor invoeren een eigenbijdrage jeugdhulp van tabel 11 punt 6 op bladzijde 33 in 2028 ingeboektop het gemeentefonds?Antwoord op vraag 217Het kabinet heeft afgesproken dat een eigen bijdrage wordt ingevoerdwaarvan de opbrengst 260 miljoen euro is. Dit kan op verschillendemanieren worden vormgegeven. Voor trajectduur geldt dat AEF eenverkenning heeft gedaan naar het verminderen van behandelduur(Verkenning naar het verminderen van de behandelduur in de jeugdzorg |Rapport | Rijksoverheid.nl). Op basis hiervan is een inschatting gemaaktvan wat het sturen op trajectduur kan opleveren. De komende tijd werkthet kabinet beide maatregelen verder uit.Vraag 218Wordt het bedrag van 507 miljoen euro voor het indexeren opbrengsthervormingsagenda jeugd van tabel 11 punt 6 op bladzijde 33 ook met denieuwe berekeningsmethode voor taakwijzigingen geïndexeerd via deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 376 accrestranches uit voorgaande jaren? En zo ja, hoe hoog is dit bedrag vandeze indexering in totaal?Antwoord op vraag 218De afgelopen maanden hebben het Rijk en medeoverheden intensievegesprekken gevoerd om invulling te geven aan onze gezamenlijkeverantwoordelijkheid. Naar aanleiding van deze overleggen heeft hetKabinet besloten voor 2025 tot en met 2027 in totaal circa 3 miljard eurocumulatief beschikbaar te stellen voor jeugdzorg en gemeenten, waarvanook middelen voor de terugval in 2026 in het Gemeentefonds. Verderworden de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt opinhoud en beheersbaarheid en vanaf 2028 worden aanvullende maatre-gelen uitgewerkt.De oorspronkelijke besparingsopgave van de Hervormingsagenda isgebaseerd op het advies van de commissie van wijzen.32 Ten tijde van ditadvies waren de uitgaven aan jeugdzorg lager dan op dit moment. Doorde toename in uitgaven is de grondslag waarop de besparingen berekendworden vergroot, waardoor het tot hogere besparingen leidt. Het bedragvan 507 miljoen euro is daarmee gebaseerd op de omvang van deuitgaven aan jeugdzorg. Er is hier geen sprake van een taakmutatie.De reeksen in de Voorjaarsnota op het terrein van jeugd die zijn gebaseerdop Van Ark en de indexering van de Hervormingsagenda staan in prijspeil2024. Het uitgangspunt van het kabinet in de gesprekken met medeover-heden over jeugdzorg was om te komen tot een houdbaar en budgettairbeheersbaar jeugdstelsel voor 2028 en verder. Indexatie van deze reeksenleidt per saldo niet tot meer middelen voor gemeenten, omdat hetindexatie van zowel de extra middelen, als van de maatregelen uit deHervormingsagenda betreft. De reeksen worden na toevoeging aan degrondslag van het gemeentefonds vanaf 2026 volgens reguliere syste-matiek genormeerd middels het accres.Vraag 219Is bij de indexering van de ombuigingen van de hervormingsagenda met507 miljoen euro in 2028 er ook rekening mee gehouden dat slechts dehelft hiervoor wordt meegenomen, daar gemeenten de andere helft al zelfmoeten opvangen met ombuigingen, doordat de helft van het risico vande kostenstijging bij hen is neergelegd en ze daar al buiten de hervor-mingsagenda om ombuigingen voor moeten realiseren?Antwoord op vraag 219De maatregelen uit de Hervormingsagenda zijn in prijspeil en volume2019 ingeboekt. De totale uitgaven aan jeugdzorg zijn in de periode 2019tot 2024 gestegen met circa 50%. Het maatregelenpakket uit de Hervor-mingsagenda Jeugd levert meer op omdat de maatregelen een groterebudgettaire grondslag hebben. Daarnaast worden de maatregeleninhoudelijk versterkt. Er hoeven dus geen aanvullende ombuigingengetroffen te worden om de indexering van de Hervormingsagenda tedekken.De deskundigencommissie onder leiding van Tamara van Ark heeftgeadviseerd om de geconstateerde tekorten van 2024 evenredig teverdelen tussen Rijk en gemeente. Hoe gemeente deze tekorten invullen isaan gemeente zelf.Vraag 220Hoe luidt de onderliggende berekening van het bedrag van tabel 11 punt 6op bladzijde 33 van 507 miljoen euro voor het indexeren opbrengsthervormingsagenda jeugd?32Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 377 Antwoord op vraag 220Zie het antwoord op vraag 219.Vraag 221Worden de bedragen van de ombuigingen uit de hervormingsagendajeugd van 1.017 miljoen euro die in tabel 11 op bladzijde 33 in 2028volledig zijn ingeboekt, met de nieuwe berekeningswijze taakwijzigingenook onderwater via de accrestranches van de voorgaande jarengeïndexeerd?Antwoord op vraag 221Het is ons niet duidelijk wat met «onderwater» wordt bedoeld. Deberekening van het accres, inclusief het effect van taakmutaties, istoegelicht in bijlage 6 van de Voorjaarsnota.Vraag 222Is/wordt het reeds ingeboekte bedrag aan ombuigingen van de hervor-mingsagenda jeugdhulp in 2025 met de nieuwe berekeningswijze vantaakwijzigingen onderwater via het accres geïndexeerd? En zo ja, hoeveelbedraagt het totaalbedrag aan negatief accres van deze indexatie in 2028?Antwoord op vraag 222Zie het antwoord op vraag 221.Vraag 223Hoe ziet de oploop van de ombuigingen uit de hervormingsagenda jeugder in 2026 en 2027 uit met de correctie van tabel 11 punt 3 «Groeipadmaatregelen Hervormingsagenda jeugd» op bladzijde 33? En wordt dezeoploop met de nieuwe berekeningswijze van taakwijzigingen ook via hetaccres geïndexeerd?Antwoord op vraag 223Het ingroeipad van de maatregelen uit de Hervormingsagenda wordt inde jaren 2026 en 2027 verzacht met 498 miljoen euro en 447 miljoen euro.Daarnaast zijn er in de jaren 2025, 2026 en 2027 aanvullende middelenbeschikbaar gesteld vanwege de problematiek van gemeenten bij dejeugdzorg en aan het gemeentefonds. De aanvullende middelen voorgenereren conform reguliere bbp-systematiek accres. De maatregelenzouden 961 miljoen euro in 2026 en 1017 miljoen euro in 2026 moetenopleveren.Het groeipad van de Hervormingsagenda Jeugd na de correctie uit deVoorjaarsnota is 463 miljoen euro in 2026 en 570 miljoen euro in 2027.Vraag 224Heeft er bij het nieuwe groeipad van de hervormingsagenda jeugd eenverrekening plaatsgevonden met de 108 miljoen euro aan gemist accres(negatieve indexatie) die is achtergebleven bij het terugdraaien van deextra korting jeugd van 511 miljoen euro met de Miljoenennota 2025?Antwoord op vraag 224In Miljoenennota 2025 is beschreven dat de ingeboekte besparing van511 miljoen euro op de jeugdzorg structureel is komen te vervallen. In dejaren voor dit besluit stond de betreffende korting voor 2026 en verdernog wel in de boeken. Daarom is hier in de jaren 2022, 2023 en 2024– conform geldende berekeningswijze – geen accres over uitgekeerd. Er isin het HLA niet voor gekozen om dit accres met terugwerkende kracht uitte keren. Zoals beschreven in Kamerbrief normering teruggedraaidekortingen is het terugdraaien van deze 511 miljoen euro een politiekeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 378 keuze.33 Het kabinet heeft hier bij de Voorjaarsnota geen andere afwegingin gemaakt.Vraag 225Heeft er bij de berekening van het bedrag van 507 miljoen euro voor hetindexeren opbrengst hervormingsagenda jeugd van tabel 11 punt 6 opbladzijde 33 een verrekening plaatsgevonden met de indexatie van deingeboekte bedragen voor de ombuigingen uit de hervormingsagenda viahet accres?Antwoord op vraag 225Zie het antwoord op vraag 218.Vraag 226Hoe is het bedrag van 400 miljoen euro «Demping terugval gemeente-fonds 2026» van punt 1 van tabel 11 op bladzijde 33 bepaald?Antwoord op vraag 226De deskundigencommissie heeft uitspraken gedaan over hoe om te gaanmet een uitgavenontwikkeling die afwijkt van het overeengekomenmeerjarig financieel kader uit de Hervormingsagenda Jeugd. De deskundi-gencommissie doet hiertoe verschillende adviezen waaronder hetuitgavenniveau van 2024 als peiljaar te nemen. Deze adviezen leiden toteen verschil tussen het beoogde budget en het Meerjarig FinancieelKader. Dit verschil kan verklaard worden door verschillende bredereontwikkelingen in het Gemeentefonds, mede als gevolg van de wijze vanovergaan naar de nieuwe normeringssystematiek. Dit verschil is in deVoorjaarsnota weergegeven als «Demping terugval gemeentefonds2026». Dit wordt toegevoegd aan het Gemeentefonds.Vraag 227Klopt het dat de structurele financiële positie van gemeenten vanaf 2028per saldo niet is verbeterd, maar ongeveer hetzelfde is gebleven (tabelp. 33)?Antwoord op vraag 227Het kabinet zet in op goede en beheersbare jeugdzorg en een gezondefinanciële positie voor gemeenten. In Voorjaarsnota 2025 is voor 2025 toten met 2027 in totaal circa 3 miljard euro cumulatief beschikbaar gekomenvoor jeugdzorg en gemeenten, waarvan ook middelen voor de terugval in2026 in het Gemeentefonds. Verder worden de maatregelen uit deHervormingsagenda Jeugd versterkt op inhoud en beheersbaarheid envanaf 2028 worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Aanvullend zijntussen Rijk en gemeenten nadere afspraken gemaakt, onder andere overhet inhoudelijke versterken van de Hervormingsagenda en Deskundigen-commissie Jeugd. Hierover wordt nog gesproken met de VNG en hoopthet kabinet u op korte termijn te kunnen informeren. De middelenenerzijds, en maatregelen anderzijds moeten ervoor zorgen dat destructurele (financiële) positie van gemeenten vanaf 2028 per saldoverbetert.Vraag 228Hoe verhouden reeks 9 en 17 en 18 zich met elkaar?Antwoord op vraag 228De arbeidsongeschiktheidspremies worden met 225 miljoen euroverhoogd, als algemene dekking binnen het inkomstenkader. Tijdens debesluitvorming in het voorjaar is zoals iedere besluitvorming breed33Kamerstuk 36 600 B, nr. 28Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 379 gekeken naar belastingtarieven, grondslagen, premies en fiscaleregelingen voor dekkingsopties, en hierover heeft uiteindelijk eenintegrale afweging plaats gevonden.Ook is een schuif binnen de Aof-premie afgesproken. Deze maatregelhangt niet samen met de verhoging van de arbeidsongeschiktheids-premies, en ziet enkel toe op het verschil tussen het normaal tarief en hetverlaagd tarief voor kleine werkgevers. In 2022 heeft het kabinet, alsonderdeel van het «MKB-pakket» geld vrijgemaakt voor een extraverlaging van het lage Aof-tarief. Tijdens de behandeling van hetBelastingplan in de Tweede Kamer is dat pakket gewijzigd en de premie-verlaging kleiner geworden. De aanpassingen waren niet in elk jaar evengroot, waardoor het Aof-tarief voor kleine werkgevers in 2026 en 2027incidenteel stijgt, en het verschil met het normaal tarief in deze twee jaarkleiner wordt. In 2028 zou het verschil tussen het lage en het normaletarief weer gelijk zijn aan dat in 2025. Om deze incidentele afname van dekorting voor kleine werkgevers te voorkomen, heeft het kabinet beslotentot een schuif binnen de Aof-premie.Vraag 229Kunt u Tabel 12 Inkomstenkader, inclusief de structurele doorwerking eninclusief de toelichting, actualiseren en daarin ook de besluitvorming uitde brief Pakket voor Groene Groei voor zover die gevolgen heeft voor deinkomstenkant verwerken?Antwoord op vraag 229De Voorjaarnota geeft de meest actuele stand weer van het inkomsten-kader. Het volgende verwerkingsmoment vindt plaats in augustus. Dit isconform de besluitvormingssystematiek met een hoofdbesluitvormings-moment in het voorjaar en besluitvorming over koopkracht en bijbeho-rende lasten in augustus. Met de Miljoenennota zal een nieuwe actuali-satie worden gepresenteerd van het inkomstenkader, met daarin allebudgettaire ontwikkelingen aan de inkomstenkant sinds de Voorjaarsnota.Vraag 230Wat is de stand van het EMU-saldo voor de periode 2025 tot en met 2030na verwerking van de besluitvorming uit de brief Pakket voor GroeneGroei?Antwoord op vraag 230De maatregelen uit de Kamerbrief Pakket voor Groene Groei hebben eenbeperkt budgettair effect via de inkomstenkant en geen effect op het saldoaan de uitgavenkant. Deze effecten zijn genoemd in de bijlage Toelichtingop besluitvorming en overzicht klimaat- en energiemaatregelen van deKamerbrief. Het verwachte effect op het saldo per jaar staat in de reekshieronder:Tabel 54 Saldo-effect besluitvorming Kamerbrief Pakket voor Groene Groei (– = saldoverslechterend.)202520262027202820292030€ – 4 mln.€ 211 mln.€ 98 mln.€ – 309 mln.€ – 185 mln.€ 98 mln. Een nieuwe raming van het EMU-saldo zal volgen bij de Miljoenennota.Vraag 231Wat is de reden dat het inkomstenkader niet jaar-op-jaar sluit, en hoeverhoudt dat zich tot de begrotingsregels?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 380 Antwoord op vraag 231Het streven is om het inkomstenkader in ieder jaar van de kabinetsperiodete laten sluiten. In gevallen waarin een forse incidentele budgettairederving optreedt, en gerichte dekking in hetzelfde jaar niet doelmatig kanworden vormgegeven (bijvoorbeeld doordat de omvang zou leiden totgrote incidentele mutaties van belastingtarieven elders) kan hiervanworden afgeweken, en kan ervoor gekozen worden de dekking over deresterende jaren van de kabinetsperiode te spreiden. In de begrotings-regels wordt onder andere naar deze praktijk verwezen daar waar het gaatom de behandeling van de gevolgen van gerechtelijke uitspraken. In deVoorjaarsnota is ervoor gekozen om de dekking van de derving binnenbox 3 te spreiden over meerdere jaren.Vraag 232Waarom is de arbeidsongeschiktheidspremie structureel met225 miljoen euro per jaar verhoogd?Antwoord op vraag 232Zie antwoord op vraag 228.Vraag 233Heeft het kabinet andere dekkingsmaatregelen voor de tijdelijke verlagingvan de energiebelasting overwogen dan de structurele verhoging van dearbeidsongeschiktheidspremie?Antwoord op vraag 233Zie antwoord op vraag 228.Vraag 234Met hoeveel procentpunt wordt de arbeidsongeschiktheidspremie intotaal met deze Voorjaarsnota structureel verhoogd? Hoeveel levert datjaarlijks op?Antwoord op vraag 234De Aof-premie wordt structureel verhoogd met 419 miljoen euro alsgevolg van de maatregelen uit deze Voorjaarsnota. Dat komt overeen meteen verhoging van 0,11%-punt.Vraag 235Hoe groot is de resterende stelpost fiscale regelingen en constructies voorde jaren 2026 en verder?Antwoord op vraag 235Zie het antwoord op vraag 60.Vraag 236Tot welke ramingsbijstelling heeft de certificatie van de Wet tegenbewijs-regeling box 3 voor de verschillende betrokken jaren geleid?Antwoord op vraag 236Budgettaire ramingen van belastingmaatregelen worden altijd onafhan-kelijk getoetst door het CPB. Het CPB beoordeelt de raming op neutraliteiten redelijkheid. Dit certificeringsproces kan in sommige gevallenaanleiding geven tot wijziging van de raming. Onderstaande tabel geeftde wijzigingen weer die hebben plaatsgevonden bij de Wet tegenbewijsre-geling box 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 381 Tabel 55 Raming Wet tegenbewijsregeling box 3 voor en na het certificeringsproces(in € mln., en + = saldoverbeterend)JaarRaming voorafgaand aancertificeringsprocesRaming na certificerings-procesVerschil2017– 3– 302018– 22– 2112019– 120– 11282020– 783– 735482021– 525– 489362022– 1.581– 1.485962023– 1.584– 1.4831012024– 2.221– 2.136852025– 2.037– 1.5704672026– 2.024– 1.999252027– 2.353– 2.382– 29Struc000 Vraag 237Op welke wijze wordt de resterende stelpost fiscale regelingen enconstructies voor 2026 ingevuld?Antwoord op vraag 237Zie het antwoord op vraag 60.Vraag 238Kunt u aangeven wat de consequenties zijn van het niet halen van detaakstelling stelpost fiscale regelingen en constructies voor de jaren 2026,2027 en 2028?Antwoord op vraag 238Zie het antwoord op vraag 60.Vraag 239Waarom is de arbeidsongeschiktheidspremie structureel met225 miljoen euro per jaar verhoogd?Antwoord op vraag 239Zie antwoord op vraag 228.Vraag 240Welk effect heeft de huurbevriezing in 2025 en 2026, in verband met dehuurderving en de verminderde investeringscapaciteit bij woningcorpo-raties, op de meerjarenraming voor de vennootschapsbelasting en debtw?Antwoord op vraag 240Dergelijke effecten lopen mee in de raming van de belastingontvangstenvan het Ministerie van Financiën via hun effect op de economie zoalsberekend door het CPB. Er is dan ook geen specifieke berekeningbeschikbaar van het effect van de huurbevriezing op de totale belasting-en premie-ontvangsten in de Voorjaarsnota zoals deze zijn toegelicht inparagraaf 4.2. Op verschillende manieren kunnen deze (en andere)maatregelen de economie beïnvloeden en daarmee de belastingont-vangsten. Een belangrijk voorbeeld hiervan is minder belastbare winstdoor woningcorporaties, maar ook kan gedacht worden aan hogerebelastbare consumptie van huurders. De raming in de Voorjaarsnota isgebaseerd op de CPB-berekening uit de CEP 2025 die dateert van eindfebruari 2025. Hierin is deze maatregel niet meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 382 Vraag 241Op welke parameters heeft de tabelcorrectiefactor invloed? Welkeparameters stijgen minder hard door de tabelcorrectiefactor minder toe tepassen?Antwoord op vraag 241Zie het antwoord op vraag 155 en vraag 156.Vraag 242Kunt u nader toelichten wat het effect van de gestegen huizenprijzen in2024 op die ramingsbijstelling is geweest?Antwoord op vraag 242Er is aangenomen dat het hier gaat om de herijking van de raming van deWet tegenbewijsregeling box 3. In het antwoord op vraag 236 is uiteen-gezet hoe de raming tijdens het certificeringsproces is aangepast. Deoorspronkelijke raming voor de Wet tegenbewijs was gemaakt in 2024;vervolgens vond begin 2025 het certificeringsproces plaats. Gedurende ditproces zijn de cijfers geüpdatet zodat de realisaties van het jaar 2024 meezijn genomen. De stijging van de huizenprijzen gedurende 2024 bleek uitte zijn gekomen op 10,85%34 en dat was hoger dan waar in de oorspronke-lijke raming rekening mee was gehouden. Omdat de peildata van deWOZ-waardes één jaar achter lopen, werkt deze bijstelling door in deraming voor het jaar 2025. Deze waardestijging verklaart derhalve hetgrootste gedeelte van de herijking van 489 miljoen euro voor 2025.Vraag 243Waarom is er met de beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactorgekozen voor een (gedeeltelijke) structurele dekking van de stelpostfiscale regelingen en constructies?Antwoord op vraag 243Zie het antwoord op vraag 60.Vraag 244Waarom wordt de Aof-premie door middel van reeks 17 en 18 budgetneu-traal aangepast? Is dit in lijn met de wens van de Kamer rondom hetBelastingplan in 2022?Antwoord op vraag 244Zie antwoord vraag 228.Vraag 245In 2025 bedragen de ontvangsten naar verwachting 428,7 miljard euro, deraming voor 2030 is 534,9 miljard euro, waardoor wordt dit verschilveroorzaakt? En wat betekent dit voor de uitgaven dan wel de hoogte vande belastingtarieven?Antwoord op vraag 245De belastingontvangsten worden beïnvloed door economische factoren(endogene groei) en beleid. Tabel 14 in de Voorjaarsnota toont de bijdragevan beide factoren aan de verwachte belastinginkomsten tot 2030. Hetkabinet stuurt niet op de exacte hoogte van de belastingontvangsten. Deverwachte belastingontvangsten hebben geen invloed op de uitgavenpla-fonds en het inkomstenkader (en daarmee ook niet op de hoogte vanbelastingtarieven).34Gemeten op basis van de stijging tussen december 2023 en december 2024 van de PrijsindexBestaande Koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 383 Vraag 246Wat is de omvang van de per saldo meevaller binnen de Zvw-uitgaven?Antwoord op vraag 246De totale per saldo meevaller van de Zvw-uitgaven betreft structureel342,1 miljoen euro. In onderstaande tabel zijn verschillende actualisatiesweergegeven van de Zvw-sectoren.Tabel 56 Overzicht actualisaties Zvw-sectoren(bedragen in mln.)202520262027202820292030Acutalisatie Zvw: Wijkverpleging0– 312– 397– 394– 414– 414Acutalisatie Zvw: niet-IZA sectoren0– 142– 112– 82– 62– 62Acutalisatie Zvw: Medisch Specialistische Zorg (MSZ)0– 75– 75– 75– 75– 75Acutalisatie Zvw: Multi Disciplinaire Zorg (MDZ)007777Acutalisatie Zvw: Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)00202202202202Acutalisatie Zvw: niet-IZA sectoren700000Per saldo meevaller Zvw7– 529– 375– 342– 342– 342 Vraag 247Hoe verhoudt de compenserende lastenverzwaring in 2026 zich tot debegrotingsregel van het kabinet dat een per saldo meevaller in deZvw-uitgaven na saldering kan worden ingezet voor een lastenverlichting?Antwoord op vraag 247Het kabinet heeft ervoor gekozen om een deel van de meevaller in dewijkverpleging in te zetten als alternatieve invulling voor de ombuiging opbij- en nascholing medisch-specialisten (165 miljoen euro). De resterendemeevaller in de Zvw-uitgaven in 2026 en 2027 is volledig ingezet voortegenvallers in het zorgdomein. Daarmee was er per saldo vanaf 2026geen sprake meer van een meevaller die kon worden ingezet voorlastenverlichting gedurende de kabinetsperiode. Door de lagereZvw-uitgaven dalen de zorgpremies. Om het lastenkader weer te sluiten iseen compenserende lastenverzwaring noodzakelijk (conform begrotings-regels).Vraag 248Is de per saldo meevaller binnen de Zvw-uitgaven gebruikt om tegen-vallers elders in de zorg en op de VWS-begroting te dekken, en zo jawelke?Antwoord op vraag 248Zie het antwoord op vraag 52.Vraag 249Is de per saldo meevaller binnen de Zvw-uitgaven ook gebruikt om anderetegenvallers, buiten de zorg en de VWS-begroting te dekken?Antwoord op vraag 249Zie het antwoord op vraag 52.Vraag 250Hoe verhoudt de compenserende lastenverzwaring in 2026 zich tot debegrotingsregel van het kabinet dat een per saldo meevaller in deZvw-uitgaven na saldering kan worden ingezet voor een lastenverlichting?Antwoord op vraag 250Zie het antwoord op vraag 247.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 384 Vraag 251Waarom is, zoals ook blijkt uit de verticale toelichting, de actualisatie vande GGZ-uitgaven nu pas voor 2027 en verder verwerkt in de begroting?Antwoord op vraag 251De sector geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is onderdeel van hetintegrale zorgakkoord (IZA). Binnen IZA-sectoren bepalen normaliter de inhet IZA overeengekomen kaders de hoogte van de uitgavenraming van depremiegefinancierde zorguitgaven. In de begroting van VWS voor 2025 isop basis van gegevens uit de tweede kwartaalrapportage 2024 van hetZorginstituut en informatie van de NZa de GGZ uitgaven geactualiseerd.Dit is toen gebeurd voor de looptijd van het IZA tot en met 2026. Oververdere verwerking zouden afspraken gemaakt worden binnen hetAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Het kabinet heeft beslotendeze actualisatie ook voor 2027 en verder te verwerken.Vraag 252Hoe verhoudt de inschatting van het CPB dat er sprake is van een«overschrijding van het inkomstenkader voor het zorgdeel van cumulatief2,0 miljard euro over de kabinetsperiode» zich tot de verwerking van hetzorgdeel in de Voorjaarsnota (Tabel 12)?Antwoord op vraag 252Het CPB heeft een eigen raming van de zorguitgaven en, daaraangekoppeld, de zorgpremies. Over meerdere jaren sluit deze raming goedaan op de premieraming van het kabinet. Het ritme waarin deze ramingenworden geüpdatet verschilt echter. Daarom kunnen de zorgpremiera-mingen per besluitvormingsmoment uit elkaar lopen. In het inkomsten-kader dat is gepresenteerd in de Voojraarnsota, leiden lagere uitgaven aande Zvw tot lagere premies (circa 0,5 miljard euro). Deze ruimte is aan deuitgavenkant ingezet voor tegenvallers elders. Daarmee is er per saldogeen sprake meer van een meevaller. Conform begrotingsregels isdaarom binnen het inkomstenkader gecompenseerd voor de lagerepremies met lastenverzwaringen, zodat het inkomstenkader sluitend is. Decompenserende lastenverzwaringen worden door het CPB overgenomen.De ontwikkeling van de Zvw-uitgaven in de CPB-raming ten opzichte vande MEV, komt uit echter op een tegenvaller. Dit leidt in de CPB raming totca. 0,2 miljard euro aan hogere zorgpremies ten opzichte van de MEV.Samen met de compenserende lastenverzwaring uit de Voorjaarsnota(circa 0,5 miljard euro) leidt de 0,2 miljard euro aan hogere zorgpremiesen zorgtoeslag in de ramingen van het CPB ten opzichte van de MEV toteen lastenverzwaring van circa 0,7 miljard euro in de jaren 2025–2028.Over de kabinetsperiode telt dit op tot een overschrijding van hetinkomstenkader met 2 miljard euro. Exclusief de raming van deZvw-uitgaven en de doorwerking daarvan, sluit de toetsing van het CPBgoed aan op het inkomstenkader uit de voorjaarsnota, en is sprake vaneen sluitend kader volgens het CPB.Vraag 253Kan een uitsplitsing gegeven worden van de accijnzen in figuur 7?Antwoord op vraag 253Deze uitsplitsing is te vinden in bijlage 7, tabel 39. Zie hieronder:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 385 Tabel 57 Uitsplitsing accijnzen (in miljoenen euro’s)BelastingMiljoenennota 2025Voorjaarsnota 2025Accijns van lichte olie4.5474.557Accijns van minerale oliën, anders danlichte olie3.2013.234Tabaksaccijns3.3803.016Alcoholaccijns400384Bieraccijns460474Wijnaccijns351345 Vraag 254Het kabinet neemt de aanbevelingen van de expertgroep realistisch ramenover, wat gaat er concreet gebeuren, welke stappen gaan er concreetgezet worden en wanneer?Antwoord op vraag 254In de kabinetsreactie op de Expertgroep realistisch ramen35staat peraanbeveling aangegeven hoe en wanneer het kabinet er gevolg aan zalgeven.Vraag 255In de Voorjaarsnota is vermeld dat er vanaf 2029 een belasting ope-sigaretten (vapes) wordt ingevoerd, wat 75 miljoen per jaar zalopleveren. Kan worden toegelicht welke berekening hiervoor gebruikt is?Welke verdeelsleutel voor e-vloeistof (hoeveel eurocent per ml e-vloeistof)wordt er gehanteerd?Antwoord op vraag 255Het bedrag van 75 miljoen euro is taakstellend. Het exacte tarief zal laterworden vastgesteld en is afhankelijk van de vormgeving van dewetgeving en de meest actuele informatie op dat moment.Vraag 256Zijn de verwachte opbrengsten van de belasting op e-sigaretten (vapes)vanaf 2029 inclusief verhaalde misgelopen belasting op illegalee-sigaretten? Wordt de misgelopen belasting op illegale e-sigarettenverhaald op de handelaren?Antwoord op vraag 256In het amendement van de heer Bontebal c.s. bij de vaststelling van debegrotingsstaten van het Ministerie van OCW voor het jaar 2025 is onderandere de belasting op e-sigaretten ingezet als dekking voor het terug-draaien van een deel van de onderwijsbezuinigingen. De verwachteopbrengst van de belasting op e-sigaretten, 75 miljoen euro, istaakstellend. Het exacte tarief zal later worden vastgesteld en is afhan-kelijk van de vormgeving van de wetgeving en de meest actuele infor-matie op dat moment.Vraag 257In de toelichting bij 4.1 punt 16 wordt aangegeven dat de vormgeving enuitvoerbaarheid van de belasting op e-sigaretten (vapes) op dit momentwordt onderzocht. Wanneer wordt dit onderzoek afgerond en worden deconclusies verwacht?Antwoord op vraag 257Er wordt op dit moment inderdaad ambtelijk onderzoek gedaan naar devormgeving en uitvoerbaarheid. Nederland zet nog steeds in op een35Kabinetsreactie rapport Expertgroep realistisch ramen | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 386 herziening van de Richtlijn tabaksaccijns, zo volgt uit het statement datNederland samen met 15 andere lidstaten heeft gepubliceerd in decemberen de brief aan Von der Leyen die 15 lidstaten, waaronder Nederland, dezeweek hebben verzonden. Meer duidelijkheid over de herziening van derichtlijn is dan ook vereist. Tegelijkertijd wordt er onderzocht watmogelijkheden zijn als de herziening toch uitblijft. De verwachting is dathierover komend jaar meer duidelijkheid zal zijn.Vraag 258Hebben de inzichten en adviezen van de Expertgroep realistisch ramen alvrucht afgeworpen en effect gehad op de inkomstenraming in deVoorjaarsnota? Zo ja, op welke wijze?Antwoord op vraag 258Het kabinet werkt aan het implementeren van de aanbevelingen van deExpertgroep realistisch ramen. Deze implementatie kost tijd, zoalstoegezegd in de kabinetsreactie zal het kabinet bij de miljoenennota 2026de kamer op de hoogte brengen over de voortgang.Vraag 259Waarom is er bij de Voorjaarsnota niets gedaan met de meevaller van21 miljard euro in 2024 en van 8 miljard euro in 2025?Antwoord op vraag 259Zie het antwoord op vraag 133.Vraag 260Waarom leiden, cf. Tabel 14, beleidswijzigingen tot een daling van deinkomsten in 2028?Antwoord op vraag 260De optelsom van alle belastingmaatregelen voor alle belastingsoorten in2028 pakt licht negatief uit voor de mutatie van de belastinginkomsten indat jaar. Deze optelsom bestaat uit een hoeveelheid maatregelen metpositieve en negatieve effecten, er is niet één aanwijsbare reden.Vraag 261Waar is de extra verwachte onderuitputting en de hogerein=uittaakstelling van 4,1 miljard euro per jaar precies op gebaseerd?Antwoord op vraag 261Het kabinet verwacht de komende jaren dat meer middelen niet totbesteding zullen komen. Daarom is in 2025 t/m 2028 aanvullendeonderuitputting ingeboekt. Bij de Miljoenennota 2026 wordt het bedragvoor 2025 opnieuw bezien. Bij de Voorjaarsnota 2026 wordt bezien of deaanvullende onderuitputting voor 2026 t/m 2028 nog actueel is. Dein=uittaakstelling van 4,1 miljard euro staat los van de aanvullendeonderuitputting en is gebaseerd op de eindejaarsmarge.Vraag 262Kunt u Tabel 14 actualiseren en daarin ook de «Klimaatfondsbesluit-vorming» voor zover die gevolgen heeft voor de inkomstenkantverwerken?Antwoord op vraag 262Zoals aangegeven bij het antwoord van vraag 229, vindt het volgendeverwerkingsmoment plaats in augustus. Dit is conform de besluitvor-mingssystematiek met een hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaaren besluitvorming over koopkracht en bijbehorende lasten in augustus.Met de Miljoenennota zal een nieuwe actualisatie worden gepresenteerdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 387 van het inkomstenkader, en wordt ook een nieuwe raming gepresenteerdvan de belastinginkomsten.Vraag 263Hoe ontwikkelen de beleidsmatige lasten in de Voorjaarsnota zich invergelijking tot het bij Miljoenennota gepresenteerde beeld, en welk deeldaarvan is het effect van het kabinetsbeleid?Antwoord op vraag 263Zie antwoord op vraag 79.Vraag 264Hoe ontwikkelen de beleidsmatige lasten zich als ook de klimaatbesluit-vorming wordt meegenomen, en welk deel daarvan is het effect van hetkabinetsbeleid?Antwoord op vraag 264Zie antwoord op vraag 79.Vraag 265Kunt u al aangeven hoe de beleidsmatige lasten zijn verdeeld tussen decategorieën inkomen/arbeid, vermogen/winst, klimaat/milieu en overig?Zo nee, wanneer wel?Antwoord op vraag 265Het effect van het beleid van het kabinet op de beleidsmatige lasten wordtdoor het Ministerie van Financiën op maatregelniveau berekend. Dit houdtin dat per beleidsmaatregel die door dit kabinet of alle voorgaandekabinetten is genomen, wordt bepaald welk deel van het budgettair effectaan welke categorie kan worden toegerekend. Maatregelen kunnenimmers effect hebben op meerdere categorieën. Op dit moment is het nogniet mogelijk om de gevolgen van alle maatregelen in een nieuweindeling onder te verdelen (naast burgers/bedrijven/buitenland, zie vraag79). Het Ministerie van Financiën is op dit moment echter met het CPB eennieuwe, meer verfijnde, indeling aan het voorbereiden. De lasten wordenhierbij op maatregelniveau onderverdeeld naar de economischegrondslag die wordt belast: arbeid, kapitaal, consumptie. Het doel is omzo spoedig mogelijk gebruik te kunnen maken van deze nieuwe indeling,en hierover te rapporteren in toekomstige Miljoenennota’s.Vraag 266Waarom is de raming van uiteindelijk oninbare schuld ongewijzigd tenopzichte van de Voorjaarsnota 2024, terwijl de oninbare schuld (licht) istoegenomen?Antwoord op vraag 266De in de Voorjaarsnota genoemde raming van 3,5 miljard euro oninbareschuld is berekend over de schuld die nu nog open staat. Dezeoninbaarheid komt boven op de al eerder gerealiseerde oninbare schuldvan 655 miljoen euro. Ten opzichte van vorig jaar is dus de verwachtingdat de totale oninbare schuld groter is.Vraag 267Waarom is de groei van de netto primaire uitgaven nu hoger dan de groeivan 25,9% waar in het budgettair-structureel plan nog vanuit werdgegaan?Antwoord op vraag 267Zie het antwoord op vraag 46.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 388 Vraag 268Welke gevolgen heeft de ten opzichte van het budgettair-structureel plantoegenomen groei van de netto-primaire uitgaven voor de beheersing vande overheidsuitgaven en voor de volgens de afdeling van de Raad vanState benodigde publieke investeringsimpuls?Antwoord op vraag 268Ten opzichte van het budgettair-structureel plan is de cumulatieve groeivan de netto-primaire uitgaven in de jaarlijkse voortgangsrapportage voorde middellange termijn gestegen van 25,9% naar 26,9%. Dit betekent datde cumulatieve uitgavengroei hoger ligt dan het maximum van 21% datde Raad van de Europese Unie voor Nederland heeft vastgesteld voor deperiode 2025–2028.36Het aanbevolen uitgavenpad is gebaseerd op de voorwaarde dat deoverheidsschuld op de middellange termijn (de aanpassingsperiode plus10 jaar) op een prudent niveau blijft, namelijk onder de 60% van het bbp,of – indien hoger – geloofwaardig afneemt. Daarnaast moet het begro-tingstekort op de middellange termijn onder de 3% van het bbp blijven.De hoger dan aanbevolen uitgavengroei leidt niet tot handhavingsmaatre-gelen vanuit de Raad van de Europese Unie, zolang het tekort en deschuld binnen de referentiewaarden van het Stabiliteits- en Groeipactblijven (3% en 60%). In het geval dat deze worden overschreden, kunnenhandhavende maatregelen volgen, die de toekomstige ruimte voor eenaanvullende publieke investeringsimpuls beperken. Het is uiteraard ookmogelijk om ruimte te creëren voor extra investeringen door de groei vanconsumptieve overheidsuitgaven te beperken. Hier vraagt de Raad vanState ook aandacht voor.Vraag 269Waarom bevat deze Voorjaarsnota niet net als vorig jaar een analyse vande verschillen tussen de saldoraming van Financiën en het CPB?Antwoord op vraag 269Door vervroegde publicatie van de Voorjaarsnota was de ex-antedoorrekening van het CPB nog niet beschikbaar. De verschillenanalyse islater opgenomen in de Jaarlijkse Voortangsrapportage op het Budgettair-Structureel Plan voor de middellange termijn (link toevoegen en ziehieronder).De CPB-ramingen voor het EMU-saldo en de EMU-schuld verschillen vandie in de Voorjaarsnota 2025 van het Ministerie van Financiën. Beideramingen staan in tabel hieronder. De kabinetsramingen zijn gebaseerdop de departementale begrotingen en de belastingraming van hetMinisterie van Financiën, terwijl het CPB een onafhankelijke raming maakten andere uitgangspunten kan hanteren, met name over onderuitputting.Beide ramingen gebruiken het macro-economische beeld uit het CEP 2025van het CPB als basis. Het EMU-saldo dat het CPB verwacht, valt tot enmet 2027 gunstiger uit dan in de raming van de Voorjaarsnota. In 2028daarentegen voorziet het CPB juist een negatiever saldo. Deze verschillenworden vooral verklaard doordat het CPB ervan uitgaat dat de budgettenin de begroting door onderuitputting pas later worden besteed dan in deVoorjaarsnota werd geraamd. Dit leidt tot een beter saldo in de eerstejaren en een slechter saldo in de latere jaren. Daarnaast verwacht het CPBdat de asieluitgaven vanaf 2027 hoger zullen zijn dan het bedrag dat in deVoorjaarsnota is opgenomen. Ook gaat het CPB ervan uit dat de kortingop de EU-afdrachten vanaf 2028 uit het HLA slechts gedeeltelijk wordtgerealiseerd. Verder neemt het CPB in de raming van het saldo vandecentrale overheden enkele beleidsmatige aannames mee. Zo veronder-36Council Recommendation of 21 January 2025 setting the net expenditure path of theNetherlands (C/2025/648)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 389 stelt het CPB oplopende tekorten in de WMO en de jeugdzorg. Voor dejaren tot en met 2027 is het saldo van de decentrale overheden bovendienneerwaarts bijgesteld op basis van de realisatiecijfers van 2024. Deoverige verschillen tussen de CPB-raming en de Voorjaarsnota zijnbeperkt. De grootste afwijking betreft de prijsrisicobuffer in de SDE, diehet CPB niet in de raming opneemt. Dit leidt tot een verbetering van hetsaldo bij het CPB ten opzichte van de Voorjaarsnota in 2026 tot met 2028.Tabel 58 Verschillenanalyse EMU-saldo tussen Voorjaarsnota en voortgangsrap-portage (doorrekening CPB)2025202620272028% bbp% bbp% bbp% bbpEmu-saldo Voorjaarsnota– 2,6%– 3,0%– 2,6%– 2,1%Aanvullende onderuitputting CPB0,4%0,2%0,7%0,3%Hogere asielkosten CPB0,1%– 0,1%– 0,2%Hogere EU-afdrachten CPB– 0,1%Negatiever saldo decentrale overheden CPB– 0,1%– 0,2%– 0,2%– 0,2%Overige verschillen0,0%0,1%0,1%0,1%EMU-saldo CPB– 2,3%– 2,8%– 2,0%– 2,2% Vraag 270Kunt u alsnog een toelichting geven op de verschillen tussen de saldo-raming van Financiën en het CPB?Antwoord op vraag 270Zie het antwoord op vraag 269.Vraag 271Wat verklaart de verschillen in de meerjarenraming van de kosten voor deopvang van asielzoekers van Financiën en het CPB?Antwoord op vraag 271Zie het antwoord op vraag 78.Vraag 272Bij de koppen «intensiveringen» en «overige ombuigingen» staat exactdezelfde tekst, kan hier nadere uitleg over worden gegeven?Antwoord op vraag 272Dit betreft een intensivering op de begroting van Algemene Zaken vancirca 0,3 miljoen euro naar aanleiding van het amendement-Van Nispenen Six Dijkstra37 over het terugdraaien van de taakstelling voor deCommissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Voordit bedrag is dekking gevonden op de begroting, via de apparaatsuitgavenvan het kerndepartement.Vraag 273Wat is de reden dat het kabinet in 2025 veel minder budget viakasschuiven doorschuift dan in 2026?Antwoord op vraag 273Bij de Voorjaarsnota zijn budgetten zoveel mogelijk in een realistisch ritmegeplaatst. Dit heeft ervoor gezorgd dat er meer middelen uit 2026 dan uit2025 in een ander ritme zijn geplaatst. Bij de Miljoenennota 2026 wordtopnieuw bezien of aanvullende kasschuiven uit 2025 naar latere jarennodig zijn.37Kamerstuk 36 600 III, nr. 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 390 Vraag 274In hoeverre is er met kasschuiven op gestuurd om in 2026 op eenEMU-saldo van 3,0% te komen? Hoe verhoudt zich dat tot realistischramen?Antwoord op vraag 274Uit de conclusies van de Expertgroep realistisch ramen is gebleken dat deoverheid haar begrote uitgaven vaak niet waar kan maken, onder anderewegens de huidige krapte in de economie. Het kabinet heeft kasschuiveningezet om middelen naar latere jaren te schuiven en zodoende debegroting realistischer te maken. Naast een realistischer kasritme hebbendeze schuiven ook geleid tot een saldoverbetering in 2026, waarmee de3%-tekortnorm wordt gerespecteerd.Vraag 275Kunt u van alle kasschuiven inzichtelijk maken in hoeverre de begrotings-regel is gevolgd dat «de som van de totale schuif uitkomt op nul» eneventuele afwijkingen op deze regel toelichten?Antwoord op vraag 275In navolging van de conclusies van de Expertgroep realistisch ramen heefthet kabinet dit voorjaar door middel van de inzet van kasschuiven debegroting realistischer gemaakt. Volgens de begrotingsregels dienenkasschuiven binnen de bestaande kaders worden ingepast. Het kabinetheeft besloten om eenmalig van deze regel af te wijken om de aanbe-veling van de Expertgroep gestand te doen.Door deze eenmalige uitzonderingen zijn zowel de uitgaven in eenrealistischer kasritme gezet en worden de kaders gerespecteerd. Demiddelen die zijn verschoven worden in latere jaren alsnog uitgegeven entellen dus op tot nul. Wel zijn sommige middelen verplaatst tot buiten demeerjarenperiode, waardoor het cumulatieve uitgavenkader binnen demeerjarenperiode 4,8 miljard lager uitkomt.Vraag 276Wat is de reden dat de begrotingsregel dat «budgetten die wordengeschoven dienen te worden ingepast onder het uitgavenkader» niet isgevolgd in deze Voorjaarsnota?Antwoord op vraag 276Zie vraag 275.Vraag 277Definieert het kabinet het doorschuiven van budget tot voorbij demeerjarenperiode als een kasschuif of als een ombuiging? Kunt u dattoelichten?Antwoord op vraag 277Een kasschuif die middelen naar buiten de meerjarenperiode verplaatstworden nog steeds volledig als kasschuif beschouwd. Het geld wordtuiteindelijk nog steeds uitgegeven en blijft behouden voor het beoogdedoel. Pas als een uitgave definitief wordt geschrapt telt het als eenombuiging.Vraag 278Is ook actief gezocht naar opties voor kasschuiven naar voren, waarmeetoekomstige budgetten al eerder deze kabinetsperiode uitgegeven kunnenworden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke waren dat en waarom zijn zeniet toegepast?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 391 Antwoord op vraag 278Bij de Voorjaarsnota zijn budgetten zoveel mogelijk in een realistisch ritmegeplaatst. Zo zijn er ook kasschuiven naar voren verwerkt. Deze zijn terugte vinden in de Verticale Toelichtingen en de eerste suppletoire begro-tingen van de departementen.Vraag 279Waarom is besloten de totale bestedingsruimte onder het uitgavenkaderin deze kabinetsperiode (2025 t/m 2028) via kasschuiven met per saldo4,7 miljard euro te verlagen ten opzichte van het in de Startnotaafgesproken uitgavenniveau?Antwoord op vraag 279Zie vraag 275.Vraag 280Waarop is de exacte hoogte van de uiteenlopende bedragen gebaseerddie zijn ingeboekt voor aanvullende onderuitputting in de jaren 2025 toten met 2028? Kunt u van deze bedragen en de verschillen een inhoude-lijke onderbouwing geven?Antwoord op vraag 280Het kabinet verwacht de komende jaren dat meer middelen niet totbesteding zullen komen. Daarom is in 2025 t/m 2028 aanvullendeonderuitputting ingeboekt. Bij de Miljoenennota 2026 wordt het bedragvoor 2025 opnieuw bezien. Bij de Voorjaarsnota 2026 wordt bezien of deaanvullende onderuitputting voor 2026 t/m 2028 nog actueel is.Vraag 281Kunt u uiteen zetten waarom u op pagina 55 van de Voorjaarsnota schrijftdat het inboeken van aanvullende onderuitputting niet de voorkeur heeft?Waarom is het in de Voorjaarsnota dan op grote schaal en voor vierverschillende begrotingsjaren toegepast?Antwoord op vraag 281Het inboeken van aanvullende onderuitputting past niet bij hetuitgangspunt om realistisch te ramen. Het heeft de voorkeur ombudgetten met kasschuiven op de departementale begrotingen in eenrealistisch bestedingsritme te plaatsen of onderuitputting op departe-mentale begrotingen in te boeken.Het kabinet heeft dan ook ingezet op realistisch ramen en zodoende persaldo 2,0 miljard euro uit 2025 en 7,1 miljard euro uit 2026 naar laterejaren geschoven. Tegelijkertijd houdt het kabinet er rekening mee datmeer middelen in het geplande jaar niet tot besteding zullen komen. Omde begroting op totaalniveau meer realistisch te maken is besloten omaanvullende onderuitputting in te boeken.Vraag 282Kunt u per ministerie aangeven welke kasschuiven in 2025 zijn toegepast,op welke begrotingsartikelen en met welke bedragen? Wat zijn deimplicaties hiervan voor de beleidsuitvoering in 2025?Antwoord op vraag 282De kasschuiven en bijbehorende implicaties voor de beleidsuitvoeringworden per begroting toegelicht in bijlage 2 verticale toelichting.Daarnaast zijn uitgebreide toelichtingen van de kasschuiven te vinden inde 1e suppletoire begrotingen van de departementen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 392 Vraag 283Waarom acht u het «beter om onderuitputting met concrete maatregelenin de begroting te zetten»? Is dat ook gebeurd in de Voorjaarsnota? Zo ja,voor welke budgetten? Zo nee, waarom niet?Antwoord op vraag 283Het inboeken van aanvullende onderuitputting past niet bij hetuitgangspunt om realistisch te ramen op departementaal begrotings-niveau. Het heeft de voorkeur om budgetten met kasschuiven op dedepartementale begrotingen in een realistisch bestedingsritme te plaatsenof onderuitputting op departementale begrotingen in te boeken.Het kabinet heeft dan ook ingezet op realistisch ramen en zodoende persaldo 2,0 miljard euro uit 2025 en 7,1 miljard euro uit 2026 naar laterejaren geschoven. Daarnaast zijn op verschillende begrotingen ramingsbij-stellingen gedaan. De Verticale Toelichting (bijlage 2) geeft een overzichtper departement weer.Vraag 284Hoe groot acht u het risico dat kasschuiven naar achteren, die in 2005 en2026 per saldo resulteren in het verlagen van de uitgaven met ruim9 miljard euro, de kans op aanvullende onderuitputting ook verkleinen?Antwoord op vraag 284Door middel van kasschuiven worden begrotingen in een meer realistischritme geplaatst en wordt de (kans op) onderuitputting verkleind.In de Voorjaarsnota is per saldo 2 miljard euro uit 2025 en 7,1 miljard eurouit 2026 naar latere jaren geschoven. Mogelijk worden bij Miljoenennota2026 nog aanvullende kasschuiven verwerkt. Bij de Miljoenennota 2026zal de aanvullende onderuitputting voor 2025 dan ook opnieuw wordenbezien. Voor 2026 en latere jaren wordt bij de Voorjaarsnota 2026 bezienof de verwachting van aanvullende onderuitputting nog actueel is. Indiendit niet het geval is, wordt gekeken naar het inhouden van de prijsbij-stelling tranche 2026 als alternatieve invulling.Vraag 285Kunnen de tegenvallers bij de contributiestijgingen toegelicht worden?Zijn het endogene ontwikkelingen? Zijn het beleidsbeslissingen?Antwoord op vraag 285De verplichte contributies aan onder andere de NAVO, OESO, VN, OVSEen OPCW zijn structureel gestegen. Dit zijn besluiten die ingezamenlijkheid/meerderheid worden genomen. Daarnaast neemt deNederlandse bijdrage aan de Raad van Europa onder andere toe door hetwegvallen van de contributie van Rusland. Een deel van de stijging van deNederlandse bijdrage aan de Raad van Europa (0,5 miljoen euro) isfinanciering van nieuwe prioriteiten voortkomend uit de Raad vanEuropa-top van Reykjavik.Vraag 286Waarom is in deze Voorjaarsnota gekozen voor het inboeken vanaanvullende onderuitputting en in het verleden voor taakstellendeonderuitputting? Ziet u daar verschil in?Antwoord op vraag 286Aanvullende en taakstellende onderuitputting zijn inhoudelijk hetzelfde.Het betreft onderuitputting die verwacht wordt bovenop de regulierein=uittaakstelling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 393 Vraag 287Er is een kasschuif HVP van 1,4 miljard euro, omdat de verwachting is datNederland dat geld pas in 2026 ontvangt, waarop is dat gebaseerd?Antwoord op vraag 287Deze kasschuif is gemaakt omdat de indiening van het derde betaal-verzoek, initieel gepland voor het tweede kwartaal van 2025, is verplaatstnaar de tweede helft van 2025. Omdat de beoordelingsperiode meerderemaanden in beslag neemt, ontvangt Nederland, indien het betaalverzoekwordt goedgekeurd, de middelen ervoor niet langer in 2025, maar in 2026.De latere indiening van het derde betaalverzoek leidt tot een kasschuif opde ontvangsten van de Rijksbegroting met een omvang van1,4 miljard euro van 2025 naar 2026. De verplaatsing van het betaal-verzoek was nodig vanwege het inmiddels afgeronde wijzigingsverzoeken het feit dat enkele wetgevingstrajecten uit het derde betaalverzoek nogniet afgerond zijn. Het gaat hierbij specifiek om de (parlementaire)wetgevingstrajecten voor de Wet Versterking regie op de volkshuis-vesting, de Energiewet, en de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsre-laties en rechtsvermoeden (Vbar).Vraag 288Kunt u de Kamer het ambtelijk rapport met beleidsopties voor negatiefbeoordeelde fiscale regelingen tijdig voor het debat over de Voorjaarsnotadoen toekomen?Antwoord op vraag 288Zie het antwoord op vraag 95.Vraag 289Wat wordt bedoeld met de begrotingskoersproblematiek en deaanpassing in relatie tot de kabinetten van de gouverneurs vanSint-Maarten en Aruba?Antwoord op vraag 289In de begrotingsregels is opgenomen dat de wisselkoersrisico’s op debegroting van Koninkrijksrelaties generaal worden gedekt.Vraag 290Waaraan worden de verdragsmiddelen Suriname besteed? Waar wordt in2025 al het geld aan besteed, want er vindt ook een kasschuif van 2026 en2027 naar 2025 plaats?Antwoord op vraag 290De verdragsmiddelen Suriname zijn financiële middelen die voortkomenuit het verdrag tussen Suriname en Nederland dat getekend werd bij deonafhankelijkheid van Suriname in 1975. Deze middelen worden naarverwachting in 2025 ingezet voor diverse projecten ter bevordering van desociaaleconomische ontwikkeling van Suriname, waaronder bijvoorbeeldde bijdrage aan een Productie Krediet Fonds (PKF) en bijdragen voor degezondheidszorg.Vraag 291Om wat voor meevallers gaat het bij de structurele ramingsbijstelling vancirca 48 miljoen euro ter dekking van de begrotingsproblematiek?Antwoord op vraag 291Dit betreft het saldo van verschillende ramingsbijstellingen op debegroting van Justitie en Veiligheid waar de afgelopen jaren sprake vanmeevallers was. De grootste ramingsbijstellingen vinden plaats op demiddelen voor intra- en extramurale sanctie uitvoering (7,3 miljoen euro),Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 394 slachtofferzorg (6,9 miljoen euro), overige opdrachten bij opsporing envervolging (6,1 miljoen euro), jeugdbescherming en jeugdsancties(5,1 miljoen euro) en het Schadefonds Geweldmisdrijven(4,9 miljoen euro).Vraag 292Op meerder plekken in de Voorjaarsnota wordt het eigen vermogen vaninstanties (o.a. DJI en Justis, maar ook NVWA (pagina 141) afgeroomd,kan een totaaloverzicht van alle reserves en eigen vermogen vaninstanties, agentschappen en ZBO’s worden gegeven? In hoeverre zijn aldeze reserves en eigen vermogen nodig?Antwoord op vraag 292Het eigen vermogen van agentschappen in 2024 was 633 miljoen euro.Voor zbo’s is de data over het eigen vermogen en de reserves in 2024 nogniet beschikbaar, omdat nog niet alle zbo’s het jaarverslag over 2024hebben afgerond. De dataset voor zbo’s over het eigen vermogen in 2023is wel bekend, voor zover ministeries deze gegevens over hun zbo’shebben aangeleverd. Deze openbare dataset is te vinden op Rijksfinan-ciën.nl onder «open data» en «zbo’s in beeld». Uit deze gegevens blijkt datde som van eigen vermogens en reserves van de zbo’s (op basis van2023) afgerond 647 miljoen euro bedraagt.De Regeling Agentschappen staat toe dat agentschappen maximaal 5%van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaar mogen aanhoudenals eigen vermogen (reserves). Dit dient bijvoorbeeld om doelmatiger tekunnen werken, om financiële klappen in de bedrijfsvoering op te vangenen als buffer omdat een exacte sturing op een financieel resultaat van0 euro in de praktijk lastig is. Het aanhouden van eigen vermogen staat opgespannen voet met het idee van integrale besluitvorming en eenefficiënte allocatie. Daarom is dit beperkt toegestaan. M.a.w.: het kabinetis terughoudend met het aanhouden van afgezonderde potten geld.De argumenten voor het aanhouden van een eigen vermogen bij zbo’s zijnhetzelfde als voor agentschappen. Daarnaast hebben zbo’s vaak ook eigenrechtspersoonlijkheid (meer risico) wat de noodzaak voor een eigenvermogen groter maakt. Verder stelt de kaderwet zbo’s dat zbo’s verplichteen egalisatiereserve moeten aanhouden, maar verbindt daar geenmaximum aan.Tabel 59 Overzicht eigen vermogen agentschappen 2024AgentschapEigen vermogen 2024 (x 1.000)DPC6.413DHC3.458FMH3.363Logius17.880RVB61.732RVIG16.934SSC-ICT10.299O&P Rijk12.009RODI– 3.248RBL2.828Paresto5.362RDI7.121DICTU24.881NEA1.790RVO62.969KNMI5.146RWS63.619CJIB30.862DJI172.111IND– 58Justis10.665NFI3.138Justid2.426Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 395 AgentschapEigen vermogen 2024 (x 1.000)JIO3.318NVWA39.440DUO6.821NA457aCBG2.222CIBG15.583RIVM43.742 Vraag 293Waarom wordt er door u en de fractievoorzitters van de coalitiepartijenbesloten waar de extra middelen als gevolg van de koppeling van hettotale ODA-budget aan het Bruto Nationaal Inkomen aan worden besteed?Antwoord op vraag 293Het kabinet heeft bij voorjaarsbesluitvorming besloten over de koppelingvan het ODA-budget aan het bni en dit is verwerkt in de Voorjaarsnota ende onderliggende suppletoire begroting voor BHO.Vraag 294Waarom wordt er gekozen voor een post IDA dat wel onder ODA-budgetvalt maar op de begroting van het Ministerie van Financiën staat?Waarom wordt de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp bij deze keuze niet betrokken?Antwoord op vraag 294Het kabinet heeft gekozen om additioneel budget beschikbaar te makenvoor IDA. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp isbetrokken bij dit besluit vanuit haar coördinerende rol als bewindspersoonop ODA. Met het additionele budget voor IDA blijft het Nederlandsestemaandeel op peil en kan Nederland via de Wereldbank beleidspriori-teiten en -belangen bevorderen.Vraag 295Hoe wordt invulling gegeven aan het amendement dat voorziet in extraplekken in licht beveiligde inrichtingen, en in welke regio’s worden dezegerealiseerd?Antwoord op vraag 295De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft recent in een brief aanuw Kamer38 aangegeven dat zij het Rijksvastgoedbedrijf gevraagd heeft teverkennen of er in de penitentiaire inrichting (PI) Zuid-Oost (locatie TerPeel) 60 extra (tijdelijke) plekken met een lager beveiligingsniveaugerealiseerd kunnen worden. Ook wordt de mogelijkheid tot 27 extra lichtbeveiligde plekken verkend bij PI Haaglanden. De Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid zal uw Kamer binnenkort informeren in de vierdevoortgangsrapportage Capaciteit Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).Vraag 296Wat is het doel van het extra beschikbare budget voor politie en veilig-heidsketen, en hoe wordt dit vertaald naar zichtbare verbeteringen in dewijk?Antwoord op vraag 296In de nota van wijziging die op 14 november jl. door de Minister vanJustitie en Veiligheid39met uw Kamer is gedeeld wordt de invulling van de38Kamerstuk 24 587, nr. 102439Kamerstuk 36 600 VI, nr. 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 396 middelen voor de politie en veiligheidsketen toegelicht. Hij heeft in deKamerbrief over de investeringen in de politie en (strafrecht)ketenpartnersen juridische borging van de neutrale uitstaling van boa’s40 toegelicht hoedeze investeringen bijdragen aan de slagkracht van de politie, onderandere in de wijk.Vraag 297De prijsbijstelling tranche 2025 wordt overgemaakt naar de StatenGeneraal, is dit de volledige 100%? Zo ja, waarom is dit anders dan bijvele andere begrotingen waar maar 50% van de prijsbijstellingbeschikbaar wordt gesteld? Kan er een totaaloverzicht van de loon-prijsbijstelling worden gegeven, waar die 50% is en waar 100% en wat dereden van het verschil is?Antwoord op vraag 297De Staten-Generaal heeft de volledige 100% van de prijsbijstellinggekregen. Het kabinet heeft besloten om 50% van de prijsbijstelling bij alledepartementale begrotingen in te houden ter dekking van Rijksbredeproblematiek. De begroting van de Staten-Generaal heeft echter eenaparte wettelijke status. Op grond van art. 4.5 van de comptabiliteitswetworden de begrotingsramingen van de Staten-Generaal overgenomen,tenzij een evident zwaarwegende reden zich hiertegen verzet. In deramingen van de Staten-Generaal was rekening gehouden met eenvolledige prijsbijstelling.Vraag 298Wat wordt bedoeld met de begrotingskoersproblematiek en deaanpassing in relatie tot de kabinetten van de gouverneurs vanSint-Maarten en Aruba?Antwoord op vraag 298De Kabinetten hebben te maken met een wisselkoers- en begrotingskoers.De begrotingskoers is een valutakoers die door het Ministerie vanFinanciën bij het opstellen van de begrotingen is vastgesteld en waaropde begrotingen van de Kabinetten zijn gebaseerd. Gedurende het jaar is ersprake van een daadwerkelijke wisselkoers tussen euro’s en guldens/florijnen (afhankelijk van het eiland) die afwijkt van de geraamdevalutakoers zoals gehanteerd bij de begroting. De wisselkoers valt dit keernadelig uit voor de Kabinetten, waardoor een afwijking is ontstaan tussenhet begrote budget en de middelen. De Kabinetten zijn hiervoorgecompenseerd.Vraag 299Hoe verantwoordt u de verhouding tussen de miljardensteun aanOekraïne en de zeer beperkte steun aan burgers in Palestina die lijdenonder de genocide uitgevoerd door Israël?Antwoord op vraag 299Het kabinet is in het regeerprogramma overeengekomen Oekraïnepolitiek, militair, financieel en moreel onverminderd te blijven steunen, intijden van oorlog, herstel en wederopbouw, voor zolang als nodig. DeRussische invasie van Oekraïne duurt onverminderd voort. Het is vanbelang Oekraine in deze fase te blijven steunen en de druk op Rusland zohoog mogelijk te houden, om ervoor te zorgen dat Oekraine zo sterkmogelijk staat in de onderhandelingen over een staakt-het-vuren. In hetconflict tussen Israel en Hamas blijft Nederland Israel met klem oproepentot een staakt-het-vuren, naleving van het internationaal recht, hetonmiddellijk en onvoorwaardelijk opheffen van de humanitaire blokkade40Kamerstuk 36 600 VI, nr. 32Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 397 en het verlenen van ongehinderde, veilige toegang van humanitaire hulptot alle burgers in Gaza. Bovenop onze ongeoormerkte bijdragen voorhumanitaire hulp wereldwijd heeft Nederland, sinds 7 oktober 2023, reeds82 miljoen euro vrijgemaakt voor humanitaire hulp in context van deGaza-crisis. Daarnaast is, van de reservering van 20 miljoen euro voor dewederopbouw van Gaza, recent 10 miljoen euro vrijgemaakt voor herstelvan watervoorzieningen. De ruimte voor activiteiten op gebied vanwederopbouw in Gaza is momenteel zeer beperkt gezien het aanhou-dende oorlogsgeweld, de extreme humanitaire crisis en de Israëlischeblokkade van vrije, ongehinderde hulpverlening.Vraag 300Waarom wordt er gekozen voor een structurele bezuiniging op de UNWRAdie essentieel is voor het bieden van hulp aan Palestijnse vluchtelingen?Antwoord op vraag 300Toekomstige steun aan UNRWA is middels het aangenomen amendement(Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 49) op de BHO-begroting door de TweedeKamer vastgesteld.Vraag 301In hoeverre is er bij het budget «school en omgeving» sprake van eenstructurele onderuitputting (nu is een meevaller van 53,9 miljoen)?Antwoord op vraag 301Voor de nieuwe regeling 2025–2028 wordt geen onderuitputting verwacht.Zoals toegezegd ontvangt de Tweede Kamer voor de zomer een brief overhoeveel kinderen gebruik gaan maken van de regeling School enOmgeving 2025–2028 en hoeveel hiervoor worden afgewezen. Demeevaller van 53,9 miljoen euro in 2025 wordt veroorzaakt door minderaanvragen op de vorige regeling in 2023 voor de subsidieregeling Schoolen Omgeving 2023–2025. Toen scholen aanvraag voor deze subsidiemoesten doen, was nog niet duidelijk of en hoe School en Omgevingstructureel zou worden gemaakt. Door het tijdelijke karakter van desubsidie zijn scholen terughoudend geweest met aanvragen. Door hetmeerjarige karakter van de subsidie, is er ook in 2025 onderuitputting.Vraag 302Waarom zitten er in de VJN intensiveringen zoals de «basisvaardighedenmbo» en «niet afschaffen OV-vergoeding buitenland studerenden»?Waarom wordt dit niet in de reguliere begroting van 2026 verwerkt? Watwas het exacte advies van de landsadvocaat? Welke communicatie heefthierover eerder met de Kamer plaatsgevonden?Antwoord op vraag 302Conform de begrotingsregels vindt tijdens het hoofdbesluitvormings-moment in het voorjaar besluitvorming plaats over aanpassing van debegroting in het lopende jaar en latere jaren. Deze besluiten, zowel mee-en tegenvallers als in- en extensiveringen, worden daarna meerjarigverwerkt in de Voorjaarsnota en de suppletoire begrotingen van dedepartementen.De intensivering in basisvaardigheden in het mbo start daarbij al in 2025.Daarom is deze intensivering incidenteel voor de jaren 2025 tot en met2027 in de eerste suppletoire begroting 2025 verwerkt. Het is belangrijkdat deze intensivering zo spoedig mogelijk in de begroting over 2025 vande mbo-instellingen verwerkt wordt voor inzet van docenten voor hetnieuwe studiejaar 2025/2026. De verwerking van deze intensivering in deOCW-begroting 2026 zou dus te laat zijn het studiejaar 2025/2026.De intensivering en de dekking van de Reisvoorziening BuitenlandStuderenden (RBS) was onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 398 advies van de landsadvocaat is medio februari ontvangen. De Kamer isvervolgens hierover via de voorjaarsnota en in de eerste suppletoirebegroting 2025 van OCW geïnformeerd. De Minister van OCW heefthiermee zo snel mogelijk de financiële gevolgen van deze maatregel aanhet parlement willen voorleggen.De landsadvocaat heeft de risico’s van het afschaffen van de RBS in relatietot het EU-recht onderzocht. De risico’s op strijdigheid met het EU-rechtzijn beschreven en aan de hand van een kleur geclassificeerd. Delandsadvocaat heeft voor één groep studenten die in een land binnen deEU studeren de risicoweging «rood» gegeven en voor twee groepen die ineen land binnen de EU studeren de risicoweging «oranje». De Ministervan OCW heeft samenvattend geconcludeerd dat er een aanmerkelijkrisico bestaat dat het afschaffen van de RBS voor studenten die in eenland binnen de EU studeren in strijd is met het EU-recht, in het bijzondermet het vrij verkeer van personen. Het kabinet ziet dan ook een aanmerke-lijke kans dat de maatregel, indien ingevoerd, zou moeten wordenteruggedraaid als gevolg van juridische procedures.Het EU-recht verzet zich niet tegen het afschaffen van de RBS voorstudenten die in een land buiten de EU studeren. De landsadvocaatclassificeert dat dan ook als «groen». Het gaat dan om een aanzienlijkkleinere groep studenten. Het afschaffen van RBS voor deze groep zouleiden tot een ongelijke situatie tussen studenten die binnen en buiten deEU studeren. Het introduceren van een nieuw onderscheid zou hetstudiefinancieringsstelsel ook ingewikkelder maken. De Minister van OCWheeft daarom besloten om de RBS in zijn geheel niet af te schaffen.Vraag 303Welke concrete uitgaven vallen onder de intensiveringen op het terreinvan cultuur en wetenschap, die vanaf 2025 oplopen tot 916 miljoen euroin 2030, en hoe worden deze middelen verdeeld over de verschillendebeleidsterreinen binnen cultuur en wetenschap?Antwoord op vraag 303De uitgaven die vallen onder de 916 miljoen worden per post toegelichtop pagina 103 van de Voorjaarsnota. Het merendeel van de uitgaven,745 miljoen euro in 2030, volgt uit het amendement Bontenbal (Kamerstuk36 600 VIII, nr. 141). Intensiveringen uit dit amendement betreffenbijvoorbeeld het terugdraaien van de langstudeermaatregel(282 miljoen euro), het behoud van de Maatschappelijke diensttijd(130 miljoen euro), het verlagen van de korting op internationalestudenten (125 miljoen euro) en het schrappen van de bezuiniging op deFunctiemix Randstad (75 miljoen euro). Naast de uitgaven uit hetamendement Bontenbal, zijn er ook uitgaven bij DUO omICT-achterstanden weg te werken (10,9 miljoen euro), te voldoen aannieuwe Rijksbrede wet- en regelgeving (6,5 miljoen euro) en om degestegen kosten op het apparaat te compenseren (1,4 miljoen euro). Ookgaat het om uitgaven voor de bekostiging en studiefinanciering van deextra (EER-)studenten die worden geworven met het Nationaal verster-kingsplan microchip-talent (27 miljoen euro). Ten slotte bevat deVoorjaarsnota een tweetal intensiveringen op cultuur: IV-beheer bij deRijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) (structureel 1,7 miljoen) enaanvulling van het Museaal Aankoopfonds (MAF) (incidenteel 6 miljoen).Vraag 304Welk deel van de intensiveringen op cultuur zoals opgenomen in deVoorjaarsnota is bestemd voor nieuwe of onafhankelijke cultureleinitiatieven? En op welke wijze wordt geborgd dat de middelen nietonevenredig terechtkomen bij reeds gevestigde instellingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 399 Antwoord op vraag 304De Voorjaarsnota bevat een tweetal intensiveringen op cultuur: IV-beheerbij de RCE en aanvulling van het Museaal Aankoopfonds (MAF). Dezeintensiveringen zijn niet specifiek bestemd voor nieuwe of onafhankelijkeculturele initiatieven.Vraag 305Kunt u aangeven op welke wijze de aanpak van stagediscriminatieverschilt tussen hogescholen en universiteiten?Antwoord op vraag 305De landelijke aanpak van het tegengaan van stagediscriminatie voorhogescholen en universiteiten is identiek. Het werkprogramma maaktgeen onderscheid wat betreft activiteiten, omdat het vraagstuk vanstagediscriminatie voor beiden overeenkomstig is. Wel heeft deVereniging Hogescholen (VH) een aanvullend manifest ontwikkeld metVNO-NCW op het gebied van stages, waaronder stagediscriminatie.Vraag 306Hoe gaat de uitvoering van het stagediscriminatiemanifest en de daaraangekoppelde werkgroep geëvalueerd worden?Antwoord op vraag 306De uitvoering van het stagediscriminatiemanifest is gekoppeld aan hetwerkprogramma van het Expertisecentrum Diversiteitsbeleid (ECHO). Inde landelijke werkgroep tegen stagediscriminatie, die vier keer per jaarplaatsvindt, vindt de tussentijdse evaluatie plaats. Tijdens dezeoverleggen geven alle partners aan welke stappen zijn gezet tegenstagediscriminatie en worden knelpunten besproken. Het werkprogrammabiedt bovendien concrete activiteiten die na afloop van het werkpro-gramma getoetst zullen worden. Daarbij vindt er uiteraard een financiëleverantwoording van de subsidie plaats na afloop van het werkpro-gramma.Vraag 307Wat zijn de vervolgstappen omtrent de aanpak van stagediscriminatie naafloop van de stagediscriminatiewerkgroep in 2026?Antwoord op vraag 307Op de vervolgstappen kan het kabinet nog niet vooruitlopen. Het kabinetzal dit bepalen op basis van de behaalde resultaten van de aanpakkentegen stagediscriminatie in het hoger onderwijs en die van het mbo.Vraag 308Vindt u het belangrijk dat de aanpak van stagediscriminatie geborgd blijftbij universiteiten en hogescholen en dat hier middelen voor beschikbaarmoeten blijven zijn?Antwoord op vraag 308Aandacht voor stagediscriminatie vindt het kabinet zeer belangrijk. Deborging van de aanpak is met name aan de betrokken partijen zelf. Zoalsook bij het antwoord op vraag 307 is aangegeven, wil het kabinet nog nietvooruitlopen op de verdere vervolgstappen van de aanpak, zo ook op definanciering hiervan.Vraag 309Ziet de Minister de aanpak van stagediscriminatie door onderwijs-instellingen als een onderdeel van de zorgplicht voor sociale veiligheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3100 Antwoord op vraag 309Het kabinet wil een zorgplicht voor veiligheid van studenten opnemen inde Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) ende Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). Discriminatie is zeker eenthema bij de zorgplicht veiligheid. Hoe deze zorgplicht er precies uit komtte zien, wordt op dit moment nog uitgewerkt. Daarbij wordt ook gekekennaar stagediscriminatie en hoe de verantwoordelijkheid van onderwijs-instellingen zich verhoudt tot de verantwoordelijkheid van werkgevers omstagediscriminatie tegen te gaan. Het kabinet zal, zoals toegezegd, in hetnajaar komen met een concept van het wetsvoorstel voor openbareinternetconsultatie.Vraag 310Hoe wordt ervoor gezorgd dat de korting van 50 miljoen euro op de NPOniet ten koste gaat van de beschikbaarheid van informatie en cultuur voorbrede lagen van de bevolking?Antwoord op vraag 310Het amendement van Bontenbal c.s. verzoekt de regering om de rijksme-diabijdrage voor de landelijke publieke omroep te verlagen met50 miljoen euro om een deel van de bezuinigingen op onderwijs terug tedraaien. Tegelijkertijd verzoekt het amendement om de landelijke publiekeomroep meer ruimte te geven om (online) reclameopbrengsten tegeneren waarmee de korting van 50 miljoen euro opgevangen kanworden. Er is een impactanalyse aangekondigd om inzicht te krijgen in degevolgen van het vergroten van de reclameruimte bij de landelijkepublieke omroep voor private mediapartijen. Mede op basis van deuitkomsten van deze impactanalyse wordt een besluit genomen over detoekomstige rol van reclame bij het financieren van de landelijke publiekeomroep. Uw Kamer wordt hierover voor de zomer van 2025 geïnformeerd.Vraag 311Waarom is er besloten om alleen het volume-effect van de koppeling vanhet totale ODA-budget aan het Bruto Nationaal Inkomen(330 miljoen euro) volledig te gebruiken voor het ODA-budget? Waaromwordt er in de suppletoire begroting van Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp gecommuniceerd over een bedrag van768 miljoen euro wat ook het prijseffect meeneemt?Antwoord op vraag 311Het ODA-budget is in 2026 t/m 2030 bijgesteld met cumulatief768 miljoen euro als gevolg van de bni-koppeling. De koppeling ziet zowelop prijsontwikkeling als volumeontwikkeling van het bruto nationaalinkomen (bni), en is gebaseerd op de bni-ontwikkeling tussen MEV’25 enCEP’25. De gehele bni-koppeling is inzetbaar voor ODA-uitgaven. In 2030is het ODA-budget bijgesteld met afgerond 330 miljoen euro, bestaandeuit 110 voor het volumecomponent en 219 voor het prijscomponent.Vraag 312Kan in een overzicht worden aangegeven hoeveel het totale ODA-budgetzou stijgen in de jaren 2026 t/m 2030 wanneer volledig zou wordengekoppeld aan 0,7% en Bruto Nationaal Inkomen? Hoeveel zou het totaleODA-budget stijgen wanneer zou worden gekoppeld aan 0,44%? Kan ditworden aangevuld in de tabel zoals op pagina 110 van de beslisnota?Antwoord op vraag 312Bij de beantwoording van deze vraag wordt er vanuit gegaan dat metkoppeling aan 0,44% wordt gedoeld op de koppeling zoals die nu isopgenomen in de Voorjaarsnota 2025, waarbij het ODA-budget isgekoppeld aan de ontwikkeling van het bni. Met deze koppeling blijft deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3101 ODA-prestatie namelijk langjarig stabiel op 0,44% van het bni. Debovenstaande regel laat de bijbehorende bijstelling zien, waarmee hetODA-budget nu is bijgesteld (gebaseerd op de economische groei tussenCEP’25 en MEV’25). De 0,7% verwijst naar de systematiek van voorgaandekabinetten, waarbij er een koppeling was op basis van de streefwaardevan de Verenigde Naties: 0,7% van het bni. Ombuigingen werden van hetODA-budget afgehaald en intensiveringen toegevoegd. Hierdoor heeft deODA-prestatie sinds 2013 afgeweken van de 0,7%. De tweede regel laat debijstelling zien waarmee het ODA-budget zou stijgen, indien er bijgesteldzou zijn a.d.h.v. deze koppeling (CEP’25 t.o.v. MEV’25). Het kabinet heeftervoor gekozen om het ODA-budget niet te actualiseren n.a.v. de MEV’25.Indien deze actualisatie zou zijn verwerkt op basis van de werkwijze zoalsin regel 2, zou het ODA-budget uitkomen zoals getoond in regel 3 (CEP’25t.o.v. CEP’25).Tabel 60 Bijstellingen ODA-budget (in miljoenen euro’s)202520262027202820292030Bijstelling VJN 2025 CEP’25 t.o.v. MEV’2511482114130329Bijstelling o.b.v. 0,7%, CEP’25 t.o.v. MEV’25113134189208541Bijstelling o.b.v. 0,7%, CEP’25 t.o.v. CEP’25469498553572905 Vraag 313Waarom wordt er gekozen voor een nieuwe systematiek van koppelen wathet ODA-budget alleen maar minder transparant maakt?Antwoord op vraag 313Het kabinet heeft besloten om het ODA-budget te koppelen aan deontwikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni), in lijn met het verzoekuit de Kamer. Daarnaast vormen solide en stabiele overheidsfinanciën eenrandvoorwaarde voor dit kabinet, en maakt het gerichte keuzes. Met dekoppeling blijft de verhouding tussen het bni en het ODA-budget langjarigop peil en stuurt het kabinet op een langjarig gelijkblijvendeODA-prestatie.Vraag 314Waarom is er besloten om alleen het volume-effect van de koppeling vanhet totale ODA-budget aan het Bruto Nationaal Inkomen(330 miljoen euro) volledig te gebruiken voor het ODA-budget? Waaromwordt er in de suppletoire begroting van Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp gecommuniceerd over een bedrag van768 miljoen euro wat ook het prijseffect meeneemt?Antwoord op vraag 314Zie antwoord op vraag 311.Vraag 315Kan een volledig overzicht gegeven worden van de voorstellen voorkoopkracht maatregelen in Caribisch Nederland (zowel bij SZW alseventueel bij andere ministeries, als algemeen), waar het gaat omenergie, drinkwater, internet, etc.? Hoe was in 2023 en 2024 de onder-steuning op deze terreinen (hoeveel en voor welke onderwerpen)?Antwoord op vraag 315Van de in 2025 genomen maatregelen zijn de aanvullende subsidies opelektra, drinkwater en telecom, alsmede de energietoelage voor minima-huishoudens ook in 2023 en/of 2024 verstrekt. Deze maatregelen zijnadditioneel aan de structurele subsidies die het Rijk verstrekt ten behoevevan de betaalbaarheid van elektra, drinkwater en telecom in CaribischNederland. Daarbij wordt opgemerkt dat het budget voor elektra in 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3102 hoger was als onderdeel van het prijsplafond dat op dat moment vankracht was. De aanvullende maatregelen in 2024 waren onderdeel van eengroter pakket aan koopkrachtmaatregelen (waaronder het verhogen vanhet minimumloon, de minimumuitkeringen en kinderbijslag), in lijn methet advies van de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland.Tabel 61 Koopkrachtmaatregelen Caribisch NederlandBedragen in miljoenen20232024202520262027Struc.Energietoelage minimahuishoudens74,54400Aanvullende telecomsubsidie01,32,52,500Aanvullende subsidie drinkwater01,21,51,500Aanvullende subsidie elektra12,67,81100 Vraag 316Wat betekenen de voorgestelde maatregelen voor de koopkracht op deBES-eilanden, graag uitgesplitst voor verschillende groepen?Antwoord op vraag 316Het is niet mogelijk om de koopkrachtontwikkeling voor huishoudens inCaribisch Nederland te berekenen, omdat een raming van lonen en prijzenvoor Caribisch Nederland ontbreekt. Op 21 mei jl. heeft de Staatssecre-taris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief gestuurdmet een toelichting op de voorgestelde maatregelen voor CaribischNederland.Eén van de maatregelen betreft het verlengen van de energietoeslag van1.300 dollar per jaar in 2025 en 2026. Voor een alleenstaande met eeninkomen op minimumloonniveau zorgt dat in 2025 voor een inkomens-effect van 6,0% op Bonaire en Sint Eustatius, op Saba is dat 6,1%.In Caribisch Nederland verlagen subsidies voor telecomaansluitingen,drinkwater en elektra de kosten voor huishoudens. In 2023 en 2024 zijnhier aanvullende subsidies aan toegevoegd. De aanvullende subsidie van15 dollar per maand voor internet is verlengd in 2025 en 2026. Voor eenalleenstaande met een inkomen op minimumloonniveau zorgt dat in 2025voor een inkomenseffect van 0,8% op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deaanvullende subsidie voor elektra wordt met 10 dollar per maandverhoogd in de tweede helft van 2025 en met 5 dollar per maand in 2026.De tarieven voor inwoners worden hierdoor deels verlaagd. Voor eenalleenstaande met een inkomen op minimumloonniveau zorgt dat in 2025(hele jaar) voor een inkomenseffect van 0,3% op Bonaire, Sint Eustatius enSaba. In 2024 is het drinkwatertarief met 6 dollar per maand verlaagd.Deze maatregel wordt verlengd in de tweede helft van 2025 en in 2026,naar hetzelfde niveau als 2024. Daarmee zorgt dit voor een alleenstaandemet een inkomen op minimumloonniveau voor een inkomenseffect van0,2% in 2025 (hele jaar) voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.Vraag 317Worden de middelen van de Aanvullende Post voor de ontsluiting vannieuwe woningen uit het HLA (2,5 miljard euro) nu overgeheveld naar deIenW-begroting of naar de begroting van het Mobiliteitsfonds?Antwoord op vraag 317De middelen worden overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds.Vraag 318Waarom komt van de aan de begroting van het Mobiliteitsfonds toege-voegde WoMo II middelen (de 2,5 miljard euro HLA-middelen voor deontsluiting van nieuwe woningen) na toepassing van de kasschuif WoMoII middelen slechts 275 miljoen euro in de huidige kabinetsperiode(2025–2028) tot besteding?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3103 Antwoord op vraag 318Het kabinet vindt het belangrijk om blijvend te werken aan een realistischebegroting, in lijn met het advies van de expertgroep realistisch ramen. Ditvoorjaar heeft het kabinet daarom kritisch gekeken naar het kasritme vande 2,5 miljard euro voor de ontsluiting van nieuwe woningen.Momenteel is het kabinet nog in gesprek met lokale overheden over debesteding van de 2,5 miljard euro. Het streven is om dit najaar bij de BOMIRT’s concrete afspraken te maken over de besteding van de2,5 miljard euro. De ervaringen met de 7,5 miljard euro worden betrokkenbij deze afspraken. Een van die ervaringen laat zien dat gemeenten enkelejaren voorbereiding nodig hebben voordat daadwerkelijk met de start vaneen project kan worden begonnen. Het grootste deel van de kasuitgavenvindt pas vanaf dat moment plaats. Besteding van een groot deel van demiddelen voor 2029 lijkt daarmee niet realistisch. Daarnaast moetrekening worden gehouden met de krappe arbeidsmarkt en beperkingenin de vergunningverlening (o.a. door beperkte stikstofruimte) waardoorinvesteringen later starten. Op basis van de gemaakte afspraken met deregio tijdens het BOL en BO MIRT dit jaar, wordt in voorjaar 2026 bezien ofhet ritme nog realistisch is of aanpassingen behoeft.Vraag 319Waarom is er bij de aanpassing van de brede weersvoorziening niet meerrekening gehouden met de Europese voorwaarden, waardoor er nu12 miljoen moet worden bijgeplust?Antwoord op vraag 319Het is onzeker of de huidige regeling geheel in lijn is met deEU-verordening. De aanvullende middelen zijn gereserveerd voor eenmogelijk benodigde beleidsbijstelling waar aanvullende nationalefinanciering voor nodig is. Uitsluitsel of deze wijziging nodig is, wordt ditnajaar verwacht.Vraag 320Welke concrete plannen zijn er om nieuwe woningbouwlocaties sneller teontsluiten, en hoe wordt daarbij gestuurd op realistische uitvoerbaarheid?Antwoord op vraag 320Het is belangrijk om niet alleen te investeren in woningbouw zelf, maarook in de bereikbaarheid en ontsluiting daarvan. Daarom heeft het kabinet(in het HLA) 2,5 miljard euro vrijgemaakt voor concrete infra-maatregelent.b.v. nieuwe woningen in het hele land: zowel voor de grootschaligewoningbouwlocaties als voor woningbouwlocaties daarbuiten. Hetkabinet heeft gemeenten gevraagd om hiervoor concrete voorstellen in tedienen, de doelstelling is om hierover in het najaar (bij het BestuurlijkOverleg MIRT in november) afspraken te maken. Het Ministerie van VROtrekt hierbij nauw samen op met het Ministerie van IenW. De middelenmaken onderdeel uit van het Mobiliteitsfonds.Vraag 321Welke stappen worden er ondernomen om de bereikbaarheid vanGroningen Airport Eelde te verbeteren, en wat is de beoogde impacthiervan op de regionale economie?Antwoord op vraag 321Om de bereikbaarheid van Groningen Airport Eelde te verbeteren leverthet Rijk een bijdrage vanuit het Mobiliteitsfonds. Het gaat hierbij om eentaakstellende bijdrage van 13 miljoen euro incl. btw, voor de aanleg vaneen verkeersveilige ontsluitingsweg naar de nabijgelegen N-weg, eenverkeersveilige rotonde voor het nieuwe Bravo Businesspark alsook deaanleg van een OV-hub. De verwachting is dat het verbeteren van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3104 bereikbaarheid en ontsluiten van Bussines Park Bravo nabij GAE zorgtvoor een beter vestigingsklimaat in de regio.Regionale luchthavens, waaronder Groningen Airport Eelde, zijnzelfstandige ondernemingen, die zelf verantwoordelijk zijn voor debekostiging van hun activiteiten. Het Rijk draagt niet meer bij aaninvesteringen en aan exploitatie van de luchthaven.Vraag 322Welke maatregelen neemt het kabinet om het aantal onveilige spoorweg-overgangen, zoals op het traject Harderwijk-Amersfoort, te verminderen,en welke locaties worden prioritair aangepakt?Antwoord op vraag 322Het kabinet streeft ernaar om de overwegveiligheid op peil te houden enwaar mogelijk te verbeteren. In dit kader financiert het kabinet diverseverbetermaatregelen waarmee ProRail samen met lokale wegbeheerdersrisicovolle overwegen veiliger maakt. Hiertoe is een risicogestuurdeaanpak vormgegeven waarbij de komende jaren op doelmatige wijzegeïnvesteerd wordt om de grootst mogelijk veiligheidswinst te boeken.Het kabinet werkt ook samen met ProRail aan het voor 2028 opheffen ofbeveiligen van de eerder geprioriteerde 180 openbaar toegankelijkeonbeveiligde overwegen uit het NABO-programma. Daarnaast zijn ookmaatregelen nodig als de trein- of wegverkeersintensiteiten toenemen omte zorgen dat overwegen niet onveiliger worden, die conform deBeleidsagenda Spoorveiligheid 2020–2025 worden bekostigd door deopdrachtgever.Vraag 323In januari 2024 is toegezegd dat in Q1 van 2025 een regeling voor destimulering van de biologisch markt zou worden opengesteld, wat is daarde stand van zaken van en wanneer kan de Kamer publicatie van dezeregeling verwachten?Antwoord op vraag 323De Minister van LVVN zal naar verwachting voor de zomer een besluitnemen over de subsidieregeling en de Kamer hier schriftelijk overinformeren in de eerder aan de Kamer toegezegde brief over biologischelandbouw.Vraag 324Wat zijn de gevolgen van de verhoging van het minimumjeugdloon? Hoeworden de ondernemers daarvoor gecompenseerd? Welke gevolgen heeftdit voor prijzen in bijvoorbeeld de supermarkten? En welke lessen bij deverhoging van het minimumloon in Nederland en op Caribisch Nederlandzijn meegenomen en meegewogen bij dit voorstel Welke gevolgen heeftdit voor het aanbod van banen die vooral door jongeren wordeningevuld?Antwoord op vraag 324Het minimumjeugdloon wordt per 1 januari 2027 per algemene maatregelvan bestuur (AMvB) aangepast. Bij het nemen van dit besluit, zijn veelverschillende factoren, waaronder die in de vraag worden genoemd,afgewogen. De bredere beleidsmatige afweging rond dit besluit volgt inde kabinetsreactie op de verkenning naar het wettelijk minimum-jeugdloon. Deze kabinetsreactie verwacht de Minister van Sociale Zakenen Werkgelegenheid voor het zomerreces aan de Tweede Kamer tezenden. Ook in de memorie van toelichting van de AMvB wordt ingegaanop de gevolgen van de verhoging, waaronder de inkomenseffecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3105 Vraag 325Wat wordt precies gedaan met de 4 miljoen euro die het kabinet vrijmaaktvoor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op Bonaire, SintEustatius en Saba? Wat zijn de meetbare doelen die daarmee bereiktmoeten worden?Antwoord op vraag 325De regering maakt sinds 2022 incidenteel middelen vrij voor beleid datmensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op de BES-eilanden beter instaat stellen om te werken. Specifiek gaat het over beschut werk,loonkostensubsidie en jobcoaching. In Europees Nederlandse gemeentenbehoort dit beleid tot de standaard dienstverlening vanuit de Participa-tiewet. De 4 miljoen euro maakt deze inzet structureel mogelijk. Dit is hetbedrag dat de openbare lichamen BES nodig hebben voor het continuerenvan de huidige inzet.In het najaar van 2025 vindt er onderzoek plaats naar de doelmatigheid endoeltreffendheid van de instrumenten. Op basis van de resultaten wordenmeetbare doelen gedefinieerd voor de toekomstige inzet van de middelen.Vraag 326Hoeveel geld is er gereserveerd voor de verschillende sporen van denieuwe wet participatiewet in balans?Antwoord op vraag 326Het programma Participatiewet in balans kent drie sporen. Spoor 1 betrefthet wetsvoorstel Participatiewet in balans dat onlangs is aangenomendoor de Tweede Kamer. Spoor 2 gaat over de fundamentele herzieningvan de Participatiewet en spoor 3 betreft ambtelijk vakmanschap. Voorspoor 1 is er structureel 66,5 miljoen euro per jaar gereserveerd voor deuitkeringslasten (zie ook de memorie van toelichting bij hetwetsvoorstel41). Daarnaast is er met de Voorjaarsnota cumulatief69,3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de implementatie van spoor 1.Voor spoor 2 en spoor 3 zijn er op dit moment geen middelen beschikbaar.Vraag 327Aan welke specifieke beleidsopties uit OCTAS wordt invulling gegevenmet het gereserveerde geld?Antwoord op vraag 327Zie antwoord op vraag 174.Vraag 328Hoeveel middelen zijn er nodig om respectievelijk stelsel 1, 2 of 3 vanOCTAS uit te voeren?Antwoord op vraag 328In het OCTAS-eindrapport worden drie verschillende varianten geschetst.De varianten «Werk staat voorop» en «Basis voor werkenden» zijn niet involdoende mate uitgewerkt om hier een kosteninschatting voor te kunnengeven.De variant «Huidig stelsel beter» is het afgelopen jaar ambtelijk verderuitgewerkt. Het invoeren van alle maatregelen uit variant 1 zorgt voor eenverwachte structurele toename van de uitgaven van ongeveer700 miljoen euro. De opbouw van deze kosteninschatting is te vinden inde Kamerbrief die de Minister van SZW op 28 januari 2025 met uw Kamerheeft gedeeld.42 Hierbij dient opgemerkt te worden dat niet voor allemaatregelen ramingen gemaakt konden worden. Ook geldt dat sommige41Kamerstuk 36 582, nr. 342Kamerstuk 26 448, nr. 799Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3106 maatregelen in de uitwerking een stuk kleiner en daarmee betaalbaarderzijn uitgedacht.Vraag 329Wat is het snelste moment dat de afschaffing loonwaardemeting voorbeschut werk gerealiseerd kan worden, los van andere prioriteiten?Antwoord op vraag 329Invoering van een forfaitaire loonkostensubsidie voor beschut werk vraagtallereerst een wetswijziging. Daarnaast zal het enige invoeringstijd vergenen wijzigt de financiering. Het snelste tijdpad waarmee de loonwaarde-meting voor beschut werk afgeschaft kan worden, is 1 januari 2027.Vraag 330Wat is de reden om alleen bij beschut werk de loonwaardemeting af teschaffen en niet de loonwaardemeting af te schaffen voor anderegroepen?Antwoord op vraag 330Uit onderzoek blijkt dat de loonwaardemeting bij beschut werk in veelgevallen niet tot een juiste vaststelling van de loonkostensubsidie (LKS)leidt. Dit is het gevolg van de werkzaamheden die beschut werkers veelaluitvoeren. Dit zijn vaak losse taken of het betreft een gejobcarvde functie,en daarmee geen reguliere functie. In de loonwaardemeting wordt geenrekening gehouden met de economische waarde van de taken of functie,maar wordt enkel bepaald hoe goed iemand de taken of functie kanuitvoeren. Bij losse taken of bij een gejobcarvde functie ontstaat vaak eenmismatch tussen de hoogte van de toegekende LKS en de daadwerkelijkbenodigde LKS. Dit gebeurt als de economische waarde van de taken ofgejobcarvde functie lager is dan het wettelijk minimumloon. Mensen uitde doelgroep banenafspraak waarbij loonkostensubsidie wordt ingezet,werken veel vaker op een reguliere functie. Daar speelt de mismatchtussen de uitkomsten van de loonwaardemeting en de loonkostensubsidiedoorgaans minder.Vraag 331Hoe groot is de groep mensen die geraakt zal worden door de maatregelom de WW van 24 naar 18 maanden te verkorten?Antwoord op vraag 331In 2024 waren er 24.000 personen met een WW-uitkering die de grens van18 maanden looptijd in dat jaar passeerden. Dat aantal neemt de komendejaren naar verwachting toe als gevolg van de verwachte toename van dewerkloosheid.Vraag 332Hoe verhoudt de maatregel om de WW van 24 naar 18 maanden teverkorten zich tot het doel van deze Minister en dit kabinet om debestaanszekerheid van mensen te verbeteren?Antwoord op vraag 332Het kabinet hecht groot belang aan het versterken van de bestaansze-kerheid en neemt meerdere maatregelen om dit te bereiken. Er bestaanechter meer grote opgaven en dit vraagt om zorgvuldige financiëleafwegingen. De verkorting van de maximale WW-duur is een besparings-maatregel die tegelijkertijd kan werken als een prikkel voor werklozewerknemers om sneller de stap naar werk te zetten. De huidige krappearbeidsmarkt biedt hiertoe ook kansen. Dit alles vanuit de gedachte dateen baan uiteindelijk de meest duurzame vorm van bestaanszekerheidbiedt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3107 Vraag 333Deelt u de opvatting van de FNV dat voornamelijk mensen met eenafstand tot de arbeidsmarkt, zoals gedeeltelijk arbeidsongeschikten enouderen, getroffen zullen worden door deze maatregel?Antwoord op vraag 333Het zijn overwegend relatief oudere werknemers die langer dan 18maanden gebruik maken van een WW- of loongerelateerdeWGA-uitkering. Deze werknemers hebben voldoende arbeidsverledenopgebouwd om een uitkeringsrecht van meer dan 18 maanden te hebbenen het is voor hen relatief lastiger om een nieuwe baan te vinden.Tegelijkertijd zijn het niet uitsluitend 55-plussers die langer dan 18maanden gebruik maken van deze uitkeringen. In de tabel hieronder is deleeftijdsverdeling opgenomen van alle mensen met een WW- of loongere-lateerde WGA-uitkering die in 2024 de grens van 18 maanden looptijd zijngepasseerd.Tabel 62 Leeftijdsverdeling mensen met een WW- of loongerelateerde WGA-uitkering> 18 maandenWW-uitkering> 18 maandenLoongerelateerde WGA-uitkering> 18 maanden< 35 jaar0%0%35–44 jaar8%9%45–54 jaar31%31%55–64 jaar46%49%65–67 jaar15%11% Vraag 334Hoe rechtvaardigt het kabinet dat mensen die langdurig werkloos zijn eneen koopwoning hebben met een overwaarde van circa 64.000 euro, geenrecht meer hebben op een bijstandsuitkering, terwijl het in de praktijkvoor veel 55-plussers en mensen met een beperking onmogelijk is hunwoning te verkopen of een nieuwe hypotheek af te sluiten, zoals blijkt uitde analyse van CNV?Antwoord op vraag 334Wanneer mensen een overwaarde hebben die hoger is dan 65.500 euro,dan zal de bijstand meestal als lening worden verstrekt. Dit kan ook in devorm van een krediethypotheek zijn. Mensen worden in de praktijk zeldengedwongen om hun eigen woning te verkopen, onder andere als gevolgvan de krappe woningmarkt. Er zijn uitzonderingen mogelijk wanneerbijvoorbeeld de overwaarde buitengewoon hoog is.Vraag 335Het kabinet heeft kenbaar gemaakt dat het aan de slag zal gaan met hetuitwerken van «extra maatregelen» om mensen die geen baan hebben«beter te begeleiden naar nieuw werk» naar aanleiding van dezeingrijpende bezuiniging op de WW. Welke maatregelen zal het kabinetnemen om dit te realiseren?Antwoord op vraag 335De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid informeert uw Kamervoor het zomerreces over de WW-duurverkorting.Vraag 336Hoe wordt rekening gehouden met de koopkrachtontwikkeling bij devervanging van het abonnementstarief Wmo met name van demiddengroepen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3108 Antwoord op vraag 336Dit wordt toegelicht in de memorie van toelichting bij het voorstel van wetvervanging abonnementstarief Wmo 2015 en in de nota van toelichting bijhet ontwerpbesluit vervanging abonnementstarief Wmo 2015, die op25 maart 2025, respectievelijk 25 april 2025 aan uw Kamer zijn aange-boden (Kamerstuk 36 713, nrs. 3 en 5).De hoogte van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdragewordt afgestemd op de financiële draagkracht van de burger. Tot eeninkomen van 135% van het sociaal minimum zijn cliënten niet meer dande minimumbijdrage verschuldigd (23,60 euro per maand). De minimum-bijdrage is gelijk aan het abonnementstarief dat in 2019 werd ingevoerd,geïndexeerd naar het actuele prijspeil.Cliënten met een bijdrageplichtig inkomen boven die inkomensgrens zijnbovenop de minimumbijdrage een marginaal tarief verschuldigd van 10%(d.w.z.: 10% van het bijdrageplichtig inkomen boven de inkomensgrens).De eigen bijdrage is gemaximeerd op 328 euro per maand.Vraag 337Wat wordt precies bedoeld met prijscompensatie zorguitgavenBES-eilanden? Wat is het beleid c.q. wat zijn de afspraken?Antwoord op vraag 337Er komt structureel 21 miljoen euro extra budget beschikbaar voor detoegenomen zorguitgaven op de BES-eilanden voor zowel de prijsstijgingals de volumegroei. Het aantal mensen dat gebruik maakt van de zorggroeit en de geleverde zorg wordt ook duurder op de BES-eilanden. Metde prijscompensatie zorguitgaven wordt gedoeld op het effect op debegroting door de prijsstijging. Dit komt bijvoorbeeld door toegenomenprijzen van medicatie en medische uitzendingen. Het gaat hierbij om circa10,5 miljoen euro structureel. Dit betreft een eenmalige bijstelling van debegroting om de begrotingsstand meerjarig in lijn te brengen met deverwachte zorguitgaven. Conform het reguliere beleid wordt elk jaar loonen prijsbijstelling aan departementen uitgekeerd om de begroting mee telaten stijgen met de algemene prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling vande zorgkosten in Caribisch Nederland kan echter afwijken ten opzichte vande prijsontwikkeling van de zorg in Europees Nederland.Vraag 338Hoe kan het met een jaar uitstellen van het trancheren van het eigen risicozorgen voor een besparingsverlies?Antwoord op vraag 338Het trancheren van het eigen risico op 150 euro, bij een totaal verplichteigen risico van 385 euro, zou tot een netto besparing leiden van200 miljoen euro. De voorgenomen tranchering leidde enerzijds tot lagereverwachte ontvangsten van het eigen risico en anderzijds tot lagereverwachte zorguitgaven omdat tranchering zorgt voor een groterewerking van het remgeldeffect, waardoor het verwachte zorggebruikdaalt. Deze besparing van 200 miljoen euro was al ingeboekt in de stand2026 in de VWS-begroting 2025. Doordat de maatregel in 2026 niet wordtingevoerd wordt de besparing niet gerealiseerd en is sprake van eenbesparingsverlies dat gedekt is.Vraag 339Hoe wordt de pakketmaatregel geneesmiddelen ingevuld?Antwoord op vraag 339De mogelijkheden tot invulling van de maatregel worden momenteel inkaart gebracht, mede in afstemming met het Zorginstituut Nederland. Hetgaat om betaalbare extramurale geneesmiddelen waarbij beargumen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3109 teerbaar is dat collectieve vergoeding ervan niet noodzakelijk is, omdat inde vrije verkoop gelijkwaardige alternatieven beschikbaar zijn. In deombuigingslijst van het Ministerie van Financiën worden de volgendemiddelen genoemd als mogelijke invulling van deze maatregel: maagzuur-remmers (chronisch gebruik), middelen bij obstipatie, NSAID’s(ontstekingsremmers/pijnstillers; hoge doseringen), kunsttranen enallergiemiddelen (oogdruppels, neusspray, antihistaminica), o.a. tegenhooikoorts.Vraag 340Wat is het doel van het RSV-immunisatieprogramma, welke groepenkomen in aanmerking, en hoe wordt de effectiviteit van het programmagemonitord?Antwoord op vraag 340Het doel van het programma is het voorkomen van ernstige ziekte enziekenhuisopnames van kinderen in hun eerste levensjaar als gevolg vaneen infectie met het RS-virus. De RSV-immunisatie zal komend najaar(september 2025) definitief van start gaan. Baby’s geboren vanaf 1 april jl.komen in aanmerking voor de RSV-immunisatie bij de JGZ. Na afloop vanhet eerste RSV-seizoen zal er een evaluatie plaatsvinden met betrokkenpartijen. Verder wordt monitoring en evaluatie van het Rijksvaccinatiepro-gramma uitgevoerd door het RIVM.Vraag 341Op welke wijze zorgt het kabinet ervoor dat zorgaanbieders ook medischnoodzakelijke zorg kunnen blijven verlenen aan onverzekerbarevreemdelingen?Antwoord op vraag 341Voor medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerbare vreemdelingenkunnen zorgaanbieders een beroep doen op de wettelijke regelingonverzekerbare vreemdelingen (OVV). Op basis van deze regeling kunnenzorgverleners de kosten van medisch noodzakelijke zorg bij het CAKdeclareren. Op basis van de lagere realisatie van de uitgaven in 2024 is deverwachting dat de uitgaven ook structureel lager zullen uitvallen endaarom is er een structurele meevaller van 4 miljoen euro op dezeregeling geboekt. Aangezien het hier een openeinderegeling betreft heefthet inboeken van deze meevaller geen invloed op de mogelijkheid vanzorgaanbieders om medisch noodzakelijke zorg te verlenen (en tedeclareren).Vraag 342Wat betekent het uitstel van de inkomens- en vermogensafhankelijkeeigen bijdrage in de Wmo voor cliënten en voor gemeenten?Antwoord op vraag 342Door het uitstel van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdrage in de Wmo zijn cliënten in 2026 het abonnementstariefverschuldigd. De besparing op het Gemeentefonds die samenhangt metde invoering is in 2026 ongedaan gemaakt. Daarnaast hebben gemeentenen het CAK een jaar langer de tijd om zich voor te bereiden op inwerking-treding van dit wetsvoorstel.Vraag 343Waarom wordt de intensivering huurregister nu via de Voorjaarsnotageregeld en niet zoals gebruikelijk in de Miljoenennota?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3110 Antwoord op vraag 343De behoefte aan een intensivering voor het huurregister komt voort uithet lopende onderzoek. Het Ministerie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening heeft daarom bij de Voorjaarsnota een beroep gedaan op extramiddelen. De Voorjaarsnota is een regulier moment voor uitgavenbesluit-vorming.Vraag 344Is het kabinet voornemens de eigen bijdrage voor GVS geneesmiddelenopnieuw te maximeren in 2026 en wanneer komt daar meer helderheidover?Antwoord op vraag 344Het kabinet neemt op korte termijn een besluit over de maximering in2026.Vraag 345Kan het kabinet nader toelichten welke zelfzorggeneesmiddelen daarbijbeoogd worden? Wanneer en met welke partijen wordt de aanpassing vande aanspraak verder uitgewerkt? Worden, met het oog op mogelijkegevolgen voor mensen met een chronische aandoening, ook patiëntenor-ganisaties betrokken bij de uitwerking?Antwoord op vraag 345De mogelijkheden tot invulling van de maatregel worden momenteel inkaart gebracht, mede in afstemming met het Zorginstituut Nederland. HetZorginstituut adviseert het Ministerie van VWS immers over het opnemenof uitnemen van zorg en de gevolgen daarvan, waaronder extramuralegeneesmiddelen. Het Zorginstituut betrekt bij adviezen over wijzigingenvan het verzekerde pakket ook partijen uit het zorgveld, waaronderpatiëntenorganisaties.Zelfzorgmiddelen zijn betaalbare extramurale geneesmiddelen waarbijbeargumenteerbaar is dat collectieve vergoeding ervan niet noodzakelijkis, omdat er in de vrije verkoop gelijkwaardige alternatieven beschikbaarzijn. In de ombuigingslijst van het Ministerie van Financiën worden devolgende middelen genoemd als mogelijke invulling van deze maatregel:maagzuurremmers (chronisch gebruik), middelen bij obstipatie, NSAID’s(ontstekingsremmers/pijnstillers; hoge doseringen), kunsttranen enallergiemiddelen (oogdruppels, neusspray, antihistaminica), o.a. tegenhooikoorts.Vraag 346Welke huurprijsgrenzen wil het kabinet hanteren voor huurwoningen dieonder de Wet betaalbare huur vallen? En hoeveel huurwoningen vallendan straks onder de regeling t.o.v. huidige situatie?Antwoord op vraag 346De wijzigingen in de Wet betaalbare huur worden nog uitgewerkt. DeKamer zal hierover nader geïnformeerd worden.Vraag 347Hoe wil het kabinet invulling geven aan het meer gewicht geven van deWOZ-waarde in de huurprijs? En in welke mate wordt er minderrendement behaald op woningen (in verschillende prijscategoriën) ingrote steden t.o.v. Nederland?Antwoord op vraag 347De wijzigingen in de Wet betaalbare huur worden nog uitgewerkt. DeKamer zal hierover nader geïnformeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3111 Vraag 348Op basis van hoeveel individuele gevallen waarbij de wettelijke beslis-termijn is overschreden, is de raming van 20 miljoen euro in 2025 en50 miljoen euro in 2026 aan dwangsommen opgebouwd, en wat is hetgemiddelde bedrag per geval waarop deze inschatting is gebaseerd?Antwoord op vraag 348In 2025 en 2026 is 50 miljoen euro per jaar gereserveerd op de begrotingvan Asiel en Migratie voor dwangsombetalingen door de IND. Dezeraming is gebaseerd op de realisatie in 2024 van circa 37 miljoen euro, incombinatie met de gerealiseerde betalingen in de eerste vier maandenvan 2025 van ongeveer 22 miljoen euro.Vraag 349Kunt u toelichten waar de geraamde 115 miljoen euro aan budgettaireconsequenties als gevolg van het tweestatusstelsel en andere asielwet-geving concreet naartoe gaan, uitgesplitst naar de betrokken uitvoerings-organisaties zoals de IND en de rechtspraak, en welke activiteiten ofcapaciteitsuitbreidingen hiermee precies worden bekostigd?Antwoord op vraag 349De 115 miljoen euro staat momenteel gereserveerd op artikel 92, Nogonverdeeld, van de begroting van Asiel en Migratie. De Minister van Asielen Migratie is verantwoordelijk voor de nadere verdeling en zal uw Kamerhierover op een later moment informeren.Vraag 350Kunt u toelichten waar de aanvullende 2,5 miljoen euro aan middelenvoor de oprichting van het Ministerie van Asiel en Migratie concreet aanwordt besteed?Antwoord op vraag 350Dit betreft de meerkosten van het oprichten van een nieuw ministerie. Ditkomt bijvoorbeeld door de benoeming van een directeur FinancieelEconomische Zaken (FEZ) en uitbreiding van directies zoals bestuurson-dersteuning en FEZ door een extra bewindspersoon en de werkzaam-heden voor de extra begroting.Vraag 351Hoe wordt de reservering van 374 miljoen euro aan structureel budgetvoor de IND (MPP) besteed, en welk aandeel hiervan is bedoeld voor hetbehoud dan wel uitbreiding van personele capaciteit voor het afhandelenvan asielaanvragen?Antwoord op vraag 351De 374 miljoen euro voor de IND is beschikbaar voor het behoud vanpersoneel om de asielaanvragen die volgen uit de Meerjaren ProductiePrognose (MPP) en de bestaande voorraad te verwerken.Vraag 352Welk deel van het extra budget voor crisisnoodopvang dat beschikbaar isgesteld aan het COA in 2025 en 2026 betreft huisvestingskosten, en welkdeel betreft overige voorzieningen zoals medische zorg en begeleiding?Antwoord op vraag 352Er is in 2025 circa 1,5 miljard euro en in 2026 758 miljoen eurobeschikbaar voor crisisnoodopvang. Dit betreft geraamde meerkostenvoor deze locaties ten opzichte van de gemiddelde kostprijs voor eenreguliere opvangplek van circa 32.500 euro per jaar. De afrekening vindtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3112 plaats op basis van daadwerkelijk gerealiseerde meerkosten, die lastigvoorspelbaar zijn.Vraag 353Welke uitvoeringsorganisaties ontvangen middelen vanuit de115 miljoen euro aan budgettaire consequenties van het tweestatus-stelsel, en hoe wordt onderling afgestemd om overlapping of dubbeleinzet te voorkomen?Antwoord op vraag 353Zie het antwoord op vraag 349.Vraag 354Is in de verdeling van de 65 miljoen euro aan aanvullende uitvoeringsmid-delen rekening gehouden met specifieke voorzieningen voor alleen-staande minderjarige vreemdelingen, zoals genoemd bij de StichtingNIDOS?Antwoord op vraag 354Zie het antwoord op vraag 349.Vraag 355Op welke wijze wordt gemonitord of de invoering van het tweestatus-stelsel leidt tot een toename van beroep- en bezwaarprocedures, en zijnhiervoor al middelen gereserveerd voor rechtsbijstand of de rechtspraak?Antwoord op vraag 355De monitoring van de werklast voor asiel voor de rechtsbijstand wordtmeegenomen in het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) en voor derechtspraak in de Meerjaren Productie Prognose (MPP). Het kabinet heeft115 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de asielwetgeving, waaronderhet invoeren van het tweestatusstelsel. De Minister van Asiel en Migratieis verantwoordelijk voor de nadere verdeling van deze middelen.Vraag 356In hoeverre is in de Voorjaarsnota rekening gehouden met de uitspraakvan het Europees Hof van Justitie van 8 mei 2025 over de onrechtmatigeverlenging van de beslistermijn voor asielaanvragen, en met de daaruitvoortvloeiende risico’s op extra dwangsommen tot 100 euro per persoonper dag in ruim 35.000 zaken?Antwoord op vraag 356De Voorjaarsnota is aan uw Kamer aangeboden op 17 april jl. Dit was voorde uitspraak van het Europees Hof van Justitie.Vraag 357Als het kabinet het wenselijk vindt om de koopkracht te verbeteren doormiddel van verhoging van de huurtoeslag, waarom wordt de meevallervan circa 0,3 miljard euro in de huurtoeslag dan niet benut voor eenbeleidsmatige verhoging van de huurtoeslag?Antwoord op vraag 3573 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 358Hoeveel mensen staan er op de wachtlijst voor een sociale huurwoning?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3113 Antwoord op vraag 358Er is geen landelijke registratie van het aantal mensen op een wachtlijstvoor een sociale huurwoning. Woningzoekenden kunnen zich inschrijvenbij regionale woonruimteverdeelsystemen of soms bij woningcorporatieszelf.Vraag 359Welke taken krijgt het nieuwe Huurregister en hoe gaat dit bijdragen aantransparantie op de huurmarkt?Antwoord op vraag 359Er vindt momenteel nog een onderzoek plaats naar het huurregister. Erzijn verschillende varianten van een huurregister denkbaar. Op basis vandit onderzoek zal het huurregister verder worden vormgegeven. Doormeer gegevens te verzamelen over verhuurders kan de huurmarkttransparanter worden.Vraag 360Wat zijn de doelstellingen van het Nationaal Programma Lokale Warmte-transitie, en hoe wordt samenwerking met gemeenten hierin vormge-geven?Antwoord op vraag 360Het doel van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie is omgemeenten te ondersteunen hun regierol ten aanzien van de lokalewarmtetransitie goed te kunnen vervullen. Via het NPLW wordengemeenten ondersteunt met het signaleren en agenderen van kansen enbelemmeringen bij uitvoering en beleid, met informatie, kennis enhandelingsperspectief en door gemeenten te verbinden met anderestakeholders. De samenwerking wordt vormgegeven via een regionaleondersteuningsstructuur.Vraag 361Wat is de exacte berekening van de bezuiniging op de huurtoeslag alsgevolg van de huurbevriezing? Welke cijfermatige aannames, bereke-ningen en formules liggen hieraan ten grondslag?Antwoord op vraag 3613 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 362Hoe is de meevaller in de huurtoeslagontvangsten te verklaren?Antwoord op vraag 362Tijdens corona was de (dwang)invordering van terugvorderingen doorDienst Toeslagen gepauzeerd. Het was lastig in te schatten wat deze(meerjarige) pauzering van de invordering zou doen met het betaalgedragvan debiteuren. Het blijkt dat na hervatten van de incassering van deterugvorderingen er toch sneller wordt terugbetaald dan eerder ingeschat.Vraag 363Waaraan wordt de ombuiging van 150 miljoen euro incidenteel uit hoofdevan «Dekking bestendiging VRO» precies besteed en in welk jaar?Antwoord op vraag 363In tabel 2 «Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2025» van de 1esuppletoire begroting van VRO staan de belangrijkste onderwerpen waarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3114 deze dekking aan wordt besteed: onderwerpen 8, 11, 19, 20, 22, 23 en 34.De verwachte uitgaven per jaar op deze onderwerpen staan in de tabel. Deombuiging is niet per jaar gelijk aan de verwachte uitgaven in dat jaar.Vraag 364Uit welke «overige middelen» uit «diverse reeksen» komt de niettoegelichte 35 miljoen euro van de in totaal 150 miljoen euro van de«Dekking bestendiging VRO»?Antwoord op vraag 364De benodigde bijdrage is gelijk verdeeld over de posten naar rato van degeraamde uitgaven. Onderstaand betreffen de bedragen per regelinginclusief het jaartal voor de kasuitgaven:–75 miljoen euro uit de Realisatiestimulans (2026–2030);–15 miljoen euro uit de Woningbouwimpuls (2026–2028);–25 miljoen euro uit grootschalige woningbouwgebieden (2026–2027);–5 miljoen euro uit opschalen woningbouw (2029);–30 miljoen euro uit uitvoering woningbouw (2025–2029).Vraag 365Hoeveel woningen kunnen er minder worden gerealiseerd als gevolg vande kortingen op onder andere de realisatiestimulans, grootschaligewoningbouw en de Woningbouwimpuls in kader van de ombuiging«dekking bestendiging VRO» van in totaal 150 miljoen euro?Antwoord op vraag 365Deze middelen zijn juist bedoeld om de randvoorwaarden te scheppen dienodig zijn voor het realiseren van woningen. Zonder bijvoorbeeldinvesteringen in goede, toegankelijke ruimtelijke informatie, versterkingvan het digitaal stelsel omgevingswet, of het versterken van uitvoerendapparaat is het niet mogelijk de woningbouwproductie voldoende opgang te brengen. Enerzijds worden de beschikbare bedragen van deregelingen lager, maar anderzijds worden budgetten beschikbaar gestelddie juist nodig zijn om woningproductie te ondersteunen.Vraag 366Voor welke sociale huurwoningen, van welke verhuurders, geldt dehuurbevriezing in 2025 en 2026?Antwoord op vraag 366In de Voorjaarsnota is een huurbevriezing voor alle sociale verhuurdersopgenomen voor 2025 en 2026.Vraag 367Heeft de coalitie tijdens de onderhandelingen over de huurbevriezingadvies ingewonnen bij 1) de Minister van VRO, 2) ambtenaren van hetMinisterie van VRO 3) ambtenaren van het Ministerie van Financiën 4) deDienst Toeslagen en 5) de Autoriteit woningcorporaties? Zo nee, waaromniet? Zo ja, wat is er met dit advies gedaan?Antwoord op vraag 3673 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 368Heeft u tijdens de onderhandelingen over de huurbevriezing adviesingewonnen bij 1) de Minister van VRO, 2) ambtenaren van het Ministerievan VRO 3) ambtenaren van het Ministerie van Financiën 4) de DienstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3115 Toeslagen en 5) de Autoriteit woningcorporaties? Zo nee, waarom niet?Zo ja, wat is er met dit advies gedaan?Antwoord op vraag 3683 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 369Hoe verhouden de huurbevriezing en de daardoor veroorzaakte uithollingvan de investeringscapaciteit van woningcorporaties zich tot de conclusievan de Commissie Sociaal Minimum (2023) dat «[b]ij sociale huurwo-ningen [...] het probleem met name in de beschikbaarheid [zit].Huishoudens met een inkomen op het sociaal minimum in een socialehuurwoning hebben doorgaans een betaalbare woning. Huishoudenszonder sociale huurwoning moeten – noodgedwongen – uitwijken naareen duurdere woning, waardoor de kosten snel kunnen oplopen. Als ermeer sociale huurwoningen beschikbaar komen voor huishoudens meteen laag inkomen, maakt dat huishoudens minder kwetsbaar voor hogeuitgaven aan wonen.»?Antwoord op vraag 369Het bestaande tekort aan sociale huurwoningen leidt er in de praktijkonder meer toe dat sommige woningzoekenden noodgedwongenuitwijken naar een middenhuur of vrije sector woning, terwijl dit voor henmoelijker betaalbaar is. Een toegenomen kwetsbaarheid voor hogerewoonlasten hangt echter ook van een aantal andere factoren af. Allereerstis de mate van verduurzaming van de woning van belang, omdat dit dehoogte van de energiekosten beïnvloedt. Voor woningen die eensignificante sprong maken in isolatie levert dat een besparing op van350 euro tot 550 euro per jaar.Vraag 370Wat is het effect van de huurbevriezing op de wachtlijsten voor socialehuurwoningen? Hoe pakt dat uit per woondealregio? Zijn er verschillentussen doelgroepen (uitgesplitst naar contractvorm, verhuurder enhuurtoeslagontvangers en niet-ontvangers; tot 120% sociaal minimum, totinkomensgrens passend toewijzen, tot doelgroepengrens socialehuurwoning, middeninkomens, hogere inkomens)?Antwoord op vraag 3703 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 371Hoeveel statushouders wachten op een sociale huurwoning? Wat is deimpact op de wachttijd voor deze groep als gevolg van de huurbevriezing?Wat zijn de kosten van elke dag dat een statushouder moet verblijven ineen reguliere- of noodopvang?Antwoord op vraag 371Op 19 mei 2025 verblijven 18.253 statushouders in het COA. BijVoorjaarsnota werd voor 2025 een reguliere kostprijs aangehouden bij hetCOA van circa 32.500 euro per jaar. In de VJN wordt niet gerekend meteen gemiddelde noodopvangkostprijs. Voor een verdere uitsplitsingverwijs ik u naar vraag 162.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3116 Vraag 372Hoe verandert de betaalbaarheid voor starters op de huurmarkt als gevolgvan de huurbevriezing? Hoe pakt dat uit per woondealregio?Antwoord op vraag 3723 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 373Wat zijn de gevolgen van de huurbevriezing voor jongeren die uit huiswillen gaan? Hoe pakt dat uit per woondealregio?Antwoord op vraag 3733 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 374Hoe beïnvloedt de huurbevriezing het prijsniveau in de vrije huursector?Hoe pakt dat uit per woondealregio?Antwoord op vraag 3743 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 375Hoe verandert als gevolg van de huurbevriezing de investeringsbe-reidheid in de vrijesectorwoningmarkt? Hoe pakt dat uit per woondeal-regio?Antwoord op vraag 3753 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 376Wat zijn de effecten van de huurbevriezing op nieuwbouwplannen diebestaan uit sociale huurwoningen en andere typen woningen. Welk deelvan de projecten bevat gemengde plannen? Hoe pakt dat uit perwoondealregio?Antwoord op vraag 3763 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 377Hoe beïnvloedt de huurbevriezing de doorstroming in de socialehuursector? Hoe pakt dat uit per woondealregio?Antwoord op vraag 3773 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3117 wordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 378Welke voorbeelden van een huurbevriezing zijn er bekend in het verledenof in andere landen? Wat zijn de effecten van deze huurbevriezinggeweest in brede zin op de volkshuisvesting? Welke lessen zijn uit dezeevaluaties getrokken bij het besluit tot huurbevriezing?Antwoord op vraag 378In de recente Nederlandse geschiedenis zijn de huren één keer eerderbevroren, dat was in 2021, met toen als directe aanleiding de Coronapan-demie. Alleen in de oorlogsjaren 1914–1918 en 1940–1945 en in de jaren’50 (1950, 1952, 1953, 1956, 1958 en 1959) en ’60 (1961, 1963 en 1965) waser eerder sprake van een huurbevriezing. Op die huurbevriezingen in dejaren ’50 en ’60 volgden hoge toegestane jaarlijkse huurverhogingen(10%-25%). Een recent voorbeeld van huurbevriezing is die in Berlijn in2020. Volgens onderzoekers verbonden aan het Duits EconomischInstituut waren er positieve effecten voor zittende huurders en negatieveeffecten op het huuraanbod. 3 juni jl. heeft de Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening uw Kamer geïnformeerd dat hetwetsvoorstel voor de huurbevriezing niet wordt ingediend (Kamerstuk27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de 1,1 miljard euro compensatie voorwoningcorporaties.Vraag 379Wat is het doel van de huurbevriezing? Welke feiten en cijfers liggen tengrondslag aan de besluitvorming? Welke alternatieven zijn overwogenalvorens tot een huurbevriezing is over gegaan? Hoe zijn deze alterna-tieven tegen elkaar af gewogen?Antwoord op vraag 3793 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 380Deelt het kabinet de zorgen van de stichting Waarborgfonds SocialeWoningbouw over de impact van de voorgenomen huurbevriezing?Antwoord op vraag 3803 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 381Onderschrijft het kabinet de impactanalyse van de stichting Waarborg-fonds Sociale Woningbouw (WSW) waarin wordt geconcludeerd datongeveer 140 van de 262 actieve deelnemers in de komende vijf jaar nietmeer kunnen voldoen aan de financiële normen die WSW hanteert voorhet verstrekken van borging op leningen, en waarin WSW verwacht dat decorporaties hun investeringen al in de jaren 2027–2029 en mogelijk ookdaarna fors neerwaarts moeten gaan bijstellen?Antwoord op vraag 3813 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3118 wordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 382Kunt u de Kamer via de beantwoording van deze feitelijke vragen ofanderszins voor de behandeling van de Voorjaarsnota en de suppletoirebegrotingen, informeren over de uitkomst van de vraag van de stichtingWaarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) aan circa 140 woningcorpo-raties om op korte termijn informatie aan te leveren over de impact van dehuurbevriezing en de bijsturingsmaatregelen die zij verwachten te treffen?Antwoord op vraag 3823 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 383Deelt u de conclusie van de Autoriteit woningcorporaties dat de ambitiesuit de Nationale prestatieafspraken 2025–2035 en andere volkshuisveste-lijke opgaven in het gedrang komen door de huurbevriezing?Antwoord op vraag 3833 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 384Kan uit de voorgenomen huurbevriezing worden afgeleid dat het kabinethet recente signaal van de Autoriteit woningcorporaties verwerpt datmoet worden gelet op de samenhang tussen huurbeleid, huurtoeslag-beleid én woonlasten, omdat de verhouding tussen de huurprijs en de(energetische) kwaliteit van sociale huurwoningen is verstoord door hetnationaal gevoerde huurbeleid, dat dit ten koste gaat van investeringen inkwaliteit door corporaties, en dat dit ook een risico is voor dedoorstroming en het rechtvaardigheidsgevoel bij huurders enwoningzoekenden?Antwoord op vraag 3843 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 385Kunt u een overzicht maken van de huurverhogingen voor zittendehuurders uitgesplitst naar contractvorm en verhuurder sinds 2020? Kunt udit afzetten tegen de inflatie en cao-loonontwikkeling in diezelfde periode?Antwoord op vraag 3853 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 386Kunt u inzicht geven in ontwikkeling van de prijs-kwaliteit verhoudingtussen 2015 en nu van huurwoningen van 1) corporaties, 2) particuliereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3119 sociale verhuurders, 3) overige particuliere verhuurders en 4) institu-tionele verhuurders?Antwoord op vraag 3863 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 387Kunt u het voordeel voor huurders van een huurbevriezing vergelijkenmet het voordeel voor huurders van wie de woning geïsoleerd wordt?Antwoord op vraag 3873 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 388Kunt u op basis van de doorrekeningen van Ortec Finance over dehuurbevriezing een overzicht geven van het verlies aan investeringscapa-citeit bij woningcorporaties per woondealregio?Antwoord op vraag 3883 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 389In het HLA van deze coalitie werd een huurverhoging van 6,1% geachtbetaalbaar te zijn. Sinds de ondertekening zijn de lonen harder gestegendan voorzien. Wat is exact de argumentatie en cijfermatige onderbouwingdat een huurbevriezing noodzakelijk is?Antwoord op vraag 3893 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 390Wat is de stand van zaken voor wat betreft het IBO Huur? Wanneer gaatdit rapport naar de Kamer? Welke opties worden hierin besproken?Antwoord op vraag 390Het IBO huursector wordt binnenkort afgerond en naar verwachting beginjuli naar de Kamer gestuurd. In dit IBO staan opties om de investeringsca-paciteit te verbeteren, het verschil tussen insiders en outsiders teverminderen, de bestaande woningvoorraad beter te benutten,leefbaarheid te verbeteren, complexiteit te reduceren en fiscale stimu-lering van de koopsector af te bouwen. Daarnaast worden een aantalrandvoorwaarden voor succesvol huurbeleid geschetst.Vraag 391Wat zijn de gevolgen van de huurbevriezing voor de kredietwaardigheidvan WSW en woningcorporaties? Is bij het berekenen van het effect vande huurbevriezing rekening gehouden met een mogelijk lagere krediet-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3120 waardigheid van WSW geborgde financiering? Hoe groot is het verliesaan investeringscapaciteit als de rating daadwerkelijk zou dalen?Antwoord op vraag 3913 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 392Voor welke sociale huurwoningen, van welke verhuurders, geldt dehuurbevriezing in 2025 en 2026?Antwoord op vraag 3923 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 393Welk effect zal de maatregel om de sociale huur te bevriezen hebben opde bouw van betaalbare woningen volgens de Minister?Antwoord op vraag 3933 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 394Deelt de Minister de opvatting van het Waarborgfonds SocialeWoningbouw dat door het doorzetten van het plan om de huren vansociale woningen te bevriezen ruim de helft van de Nederlandse woning-bouwcorporaties snel in de financiële problemen komt, waardoorinvesteren in nieuwbouw en verduurzaming moeilijker zal worden?Antwoord op vraag 3943 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 395Wat is het doel van de huurbevriezing tussen 2025 en 2027, en hoe wordtvoorkomen dat dit leidt tot vertraging in nieuwbouw van socialehuurwoningen?Antwoord op vraag 3953 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeninguw Kamer geïnformeerd dat het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietwordt ingediend (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Hiermee vervalt ook de1,1 miljard euro compensatie voor woningcorporaties.Vraag 396Welke beleidsmaatregelen worden voorbereid in het kader van de WetRegie op de Volkshuisvesting, ondanks uitstel van de behandeling in deKamer?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3121 Antwoord op vraag 396De wet Versterking regie volkshuisvesting zorgt ervoor dat in een hogertempo meer betaalbare woningen gebouwd kunnen worden. De wet,tezamen met de onderliggende regelgeving die op dit moment wordtvoorbereid, geeft de juiste wettelijke instrumenten aan de Minister vanVRO, provincies en gemeenten om te bepalen hoe, waar en voor wie wegaan bouwen. Voor het Rijk ziet dit voornamelijk toe op maken van eennationaal volkshuisvestingsprogramma. De voorbereidingen hiertoe zijnreeds gestart. De wet zorgt daarnaast voor het versnellen van processenen procedures voor woningbouw. Dit betreft zowel het versnellen vanberoepsprocedures bij de Raad van State, maar ook verschillendeprocedurele versnelling zoals het afschaffen van de Ladder van duurzameverstedelijking en het vergunningvrij maken van mantelzorg- en familie-woningen. Dit vereist het vastleggen hiervan in het besluit Versterkingregie volkshuisvesting. Tot slot zorgt de wet voor een eerlijke verdelingvan urgent woningzoekenden over de regio, door gemeenten teverplichten een urgentieregeling vast te stellen met een aantal verplichteurgente groepen en de verplichting om de huisvestingsopgave van dezegroepen af te stemmen met gemeenten in de regio. Dit wordt door middelvan de wet, het besluit en de regeling Versterking regie volkshuisvestingvastgelegd.Vraag 397Waarom moet de envelop ouderenzorg in 2026 ingaan? En wat betekentdat voor 2027 t/m 2029 nu er middelen naar voren worden geschoven?Antwoord op vraag 397De intentie is om een deel van de envelop ouderenzorg te gebruiken voorde invulling van het budgettair kader van het HLA ouderenzorg (HLO).Omdat het akkoord in 2026 ingaat en de middelen van de envelop vanaf2027 zijn gereserveerd, is een kasschuif toegepast. Dit betekent dat debeschikbare middelen in de envelop evenredig zijn verlaagd in de periode2027–2029. Structureel is nog steeds 600 miljoen euro beschikbaar voorde kwaliteit van de ouderenzorg. Over de inzet van de envelop tenbehoeve van het HLA zal de Staatssecretaris LMZ u nader informeren bijde presentatie van het HLO.Vraag 398Loopt het bedrag (mutaties van de uitgaven gemeentefonds ten opzichtevan de Miljoenennota 2025 zijn in het jaar 2025 de «Extra middelengemeenten en jeugd» van 414 miljoen euro ingeboekt op prijspeil 2024)mee in de grondslag voor de berekening van de accrestranche 2025, zodatdit bedrag in 2025 conform het advies-Van Ark wordt geïndexeerd naarprijspeil 2025?Antwoord op vraag 398Zie het antwoord op vraag 218.Vraag 399Is bij het Gemeentefonds de grondslag voor de berekening van eenaccrestranche voor het lopende jaar (dit jaar dus 2025) met deVoorjaarsnota inclusief of exclusief de nieuwe mutaties in dat jaar alsgevolg van taakwijzigingen?Antwoord op vraag 399Mutaties in het lopende jaar worden in het juiste prijspeil toegevoegd enlopen conform reguliere systematiek daarom niet mee in de accresbe-paling van dat jaar, maar genereren vanaf het volgende jaar accres.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3122 Vraag 400Kunt u een overzicht geven van de bedragen waarmee het groeipad vande ombuigingen van de hervormingsagenda jeugdhulp op het gemeente-fonds via de nieuwe berekeningswijze van taakwijzigingen onderwater viahet accres tot nu toe voor het verschijnen van de Voorjaarsnota 2025 zijngeïndexeerd?Antwoord op vraag 400Zie antwoord op vraag 221.Vraag 401Kunt een overzicht geven waarin per ministerie duidelijk wordt welkaandeel zij hebben -zowel in euro’s als in procenten- in de rijksbredeombuigingen op de prijsbijstelling, loonbijstelling externe inhuur enincidentele loonontwikkeling?Antwoord op vraag 401Dit overzicht kan enkel worden gemaakt voor de verdeling van de loon- enprijsbijstelling tranche 2025. Zie hiervoor onderstaande tabellen. Deverdeling van de andere tranches is nog indicatief omdat de reserveringjaarlijks wordt geactualiseerd voor wijzigingen in grondslagen enindexatiepercentages. Hierdoor staat de verdeling naar departementenvoor latere tranches nog niet vast. Over het inhouden van de incidenteleloonontwikkeling 2029 wordt besloten in het voorjaar van 2029.Tabel 63 Ingehouden loonbijstelling (externe inhuur) per departementIn duizenden euro’s2025%2026%2027%2028%2029%2030%Staten Generaal8441%8281%8031%7951%7801%7801%Overig Hoge Colleges van Staat7671%7221%7271%7071%6901%7181%Algemene Zaken730%720%720%720%720%720%Koninkrijksrelaties1180%1150%1150%510%480%480%Justitie & Veiligheid33.33226%33.50432%33.70437%33.26539%33.28842%33.01842%Binnenlandse Zaken11.3159%9.8599%8.2859%7.2719%5.9148%5.9147%Onderwijs, Cultuur en Wetenschap4.6154%4.5324%4.5345%4.2695%3.7235%4.0105%Financiën39.24931%28.29327%20.33622%17.04620%16.88022%16.88021%Defensie–0%–0%–0%–0%–0%–0%Infrastructuur en Milieu2.6852%2.1572%1.9302%1.6412%1.5382%1.5422%Economische Zaken8.1666%6.4956%4.9845%3.8975%2.0303%2.0323%Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit30%30%30%30%30%30%Sociale Zaken en Werkgelegenheid4280%3580%3410%3310%3320%3320%Volksgezondheid, Welzijn en Sport14.20111%8.5008%7.4108%6.6218%5.9628%6.3848%Asiel en Migratie4.5354%4.2764%2.5633%1.9122%1.9122%1.9122%Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening5210%4270%3270%3380%3860%3820%Klimaat en Groene Groei2.8742%1.0961%1.0171%9541%9381%8831%Gemeentefonds–0%–0%–0%–0%–0%–0%Mobiliteitsfonds2.5052%2.5042%2.4943%2.5023%2.4933%2.4913%Deltafonds7331%7551%7371%7241%7251%7141%Nationaal Groeifonds90%210%440%590%100%790%Klimaatfonds240%240%420%–0%–0%–0%Aanvullende post7231%8641%1.6382%1.7832%7071%7061% Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3123 Tabel 64 Ingehouden prijsbijstelling tranche 2025In duizenden euro’s2025%2026%2027%2028%2029%2030%De Koning2290%2290%2290%2290%2290%2290%Staten-Generaal–0%–0%–0%–0%–0%–0%HCVS–0%–0%–0%–0%–0%–0%Algemene Zaken6070%5900%5660%5280%5140%5140%Koninkrijksrelaties2.0390%1.3390%1.2500%8570%6820%5910%Veiligheid en Justitie64.7238%64.8768%63.6408%62.8158%62.6209%61.9408%Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties26.5533%23.2313%18.4072%15.1452%11.9762%11.7712%Onderwijs, Cultuur en Wetenschap191.83723%178.36321%196.52724%173.51123%172.34224%171.58923%Nationale Schuld3110%3050%3110%3110%3110%3110%Financiën47.1766%31.8074%26.7893%19.1983%19.1423%19.1093%Defensie–0%–0%–0%–0%–0%–0%Infrastructuur & Milieu30.6554%26.3223%25.7673%23.9573%21.2053%22.0333%Economische Zaken13.3092%12.9592%12.2602%11.5732%10.8712%10.8971%Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit53.5037%28.6903%20.2442%13.3202%11.4232%11.0871%Sociale Zaken en Werkgelegenheid9.8091%9.9711%9.9421%8.6951%8.4191%8.4401%Volksgezondheid, Welzijn en Sport28.0033%27.0873%24.6633%21.6273%20.3213%17.2862%Asiel en Migratie27.3363%24.9023%7.3721%5.1331%5.1331%5.1331%Volkhuisvesting en Ruimtelijke Ordening53.9837%40.5055%40.7155%33.3644%31.0364%25.5253%Klimaat en Groene Groei26.7713%30.8824%26.8323%26.5214%18.0633%32.9354%Gemeentefonds800%860%920%980%1040%1110%Infrastructuurfonds138.44217%158.73519%158.47319%153.94021%161.02022%159.56821%BES-fonds–0%–0%–0%–0%–0%–0%Deltafonds21.5443%28.5073%28.0973%23.6403%21.4923%23.1593%Defensiematerieelbegrotingsfonds–0%–0%–0%–0%–0%–0%Nationaal Groeifonds1930%4570%9450%1.2570%2190%1.6990%Klimaatfonds10.5561%38.7585%35.7864%44.3116%38.1415%62.5588%Aanvullende Post10.5031%50.6236%66.3768%59.5878%53.8747%51.4727%HGIS non-ODA12.5382%13.2502%12.0611%11.1181%10.6851%10.4081%HGIS ODA48.8846%49.7666%37.0915%37.8325%40.4856%40.4855% Vraag 402Wat zijn de beleidsmatige consequenties van deze drie maatregelen?Antwoord op vraag 402Zie antwoord op vraag 100.Vraag 403Wordt ook gemonitord hoe ministeries deze kortingen opvangen eninvullen in hun begroting?Antwoord op vraag 403Het is aan de departementen hoe kortingen op de loon- en prijsbijstellingworden ingevuld. Dit is terug te vinden in de departementale begrotings-stukken. Het Ministerie van Financiën houdt hier geen apart overzicht vanbij.Vraag 404Kunt u toelichten wat het inhouden van de kabinetsbijdrage voorincidentele loonontwikkeling betekent? Wie treft deze maatregel en welkegevolgen kan dat hebben?Antwoord op vraag 404De incidentele loonontwikkeling is een bijdrage aan kabinetssectoren,bedoeld voor niet-contractuele salarisverhogingen. De hoogte van dekabinetsbijdrage in loon- en prijsontwikkeling (LPO) wordt elk voorjaarbepaald. Hierdoor wordt de verdeling van deze maatregel in het voorjaarvan 2029 bezien.Vraag 405Welke sectoren ervaren de gevolgen van de bezuiniging op de incidenteleloonontwikkeling (ILO)?Antwoord op vraag 405De hoogte van de kabinetsbijdrage in loon- en prijsontwikkeling (LPO)wordt elk voorjaar bepaald. Hierdoor wordt de verdeling van dezemaatregel in het voorjaar van 2029 bezien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3124 Vraag 406Wordt de volledige incidentele loonontwikkeling (ILO) geschrapt of eendeel?Antwoord op vraag 406De ILO in 2029 wordt deels ingehouden.Vraag 407Wat is het effect van de bezuiniging op de incidentele loonontwikkeling(ILO) op de lonen van agenten, leraren en militairen? Graag in procentenals in euro’s.Antwoord op vraag 407De hoogte van de kabinetsbijdrage in loon- en prijsontwikkeling (LPO)wordt elk voorjaar bepaald. Hierdoor wordt de verdeling van dezemaatregel in het voorjaar van 2029 bezien.Vraag 408Is de bezuiniging op incidentele loonontwikkeling (ILO) structureel ofalleen voor de jaren 2029 en 2030 ingeboekt?Antwoord op vraag 408Het inhouden van de ILO in 2029 heeft een structureel effect.Vraag 409Betekent deze bezuiniging ook een structurele aanpassing van hetreferentiemodel?Antwoord op vraag 409Nee, het wel of niet uitkeren van de incidentele loonontwikkeling is eenkabinetsbesluit los van de uitkomsten van het referentiemodel.Vraag 410Hoe verhoudt deze bezuiniging zich tot de afspraken met werkgeversorga-nisaties dat zij in staat worden gesteld om de salarisontwikkelingen in demarkt te volgen?Antwoord op vraag 410De uitkomsten van het referentiemodel zijn gebaseerd op de loonontwik-keling in de markt. Deze uit zich in de contractloonstijging (CLS), dielosstaat van de incidentele loonontwikkeling (ILO). Met de CLS wordenoverheidswerkgevers in staat gesteld om de loonontwikkelingen in demarkt te volgen.Vraag 411Heeft de bezuiniging op de ILO ook effect op de Overheidsbijdrage aan dearbeidsvoorwaarden (OVA) voor de zorg?Antwoord op vraag 411Nee, in het OVA-convenant is vastgelegd dat de ILO wordt uitgekeerd.Vraag 412Wordt voor het jaar 2025 de ILO uitbetaald?Antwoord op vraag 412Ja.Vraag 413Is er over deze aanpassing van de kabinetsbijdrage voor de arbeidsvoor-waarden overleg geweest met werkgeversorganisaties en/of vakbonden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3125 Antwoord op vraag 413Nee, de aanpassing van de kabinetsbijdrage is een kabinetsbesluit.Vraag 414Deelt u de door het vorige kabinet uitgesproken verwachting in deVoorjaarsnota 2024 dat «het invaren van de defensiepensioenen in 2026een voorbeeld is van een eenmalige uitgave waarvoor het (landspecifiekemaximale) uitgavenpad wordt geschoond»? Zo ja, om welke reden is dezekanttekening niet gemaakt bij de Voorjaarsnota 2025?Antwoord op vraag 414De affinancieringskosten voor de begrotingsgefinancierde militairepensioenen zijn naar verwachting uitgaven waarvoor het landspecifiekemaximale uitgavenpad kan worden geschoond, omdat het gaat omeenmalige kosten. Omdat er geen verandering in deze verwachting is tenopzichte van de Voorjaarsnota 2024 is dit niet nogmaals expliciet vermeldtin de Voorjaarsnota 2025.Vraag 415Betekent de BBP-systematiek ook dat gemeenten en provincies op eenvast percentage van het BBP kunnen rekenen? Zo nee, waarom niet?Antwoord op vraag 415Nee. Het bestuurlijk uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig deontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp) volgen(normeringssystematiek). Dat wil zeggen dat als het bbp stijgt, de fondsenmeestijgen. De grondslag voor deze normeringssystematiek in enig jaar tis de omvang van het gemeentefonds of provinciefonds in jaar t.Daarnaast is er sprake van taakmutaties, waardoor de grondslag van hetgemeentefonds of provinciefonds kan stijgen of dalen. Daarmee is er geensprake van een vast percentage van het bbp.Vraag 416Waarom moeten gemeenten en provincies met een rijksbrede systematiekmeelopen voor de indexering? Is dat ergens wettelijk vastgelegd?Antwoord op vraag 416Het gemeente- en provinciefonds lopen met betrekking tot de vaststellingvan de normeringssystematiek mee in het tijdpad van de Rijksbegroting.Dat is vastgelegd in de Voorjaarsnota 2024 en de bijbehorende suppletoirebegrotingen als gevolg van bestuurlijke gesprekken, dit is niet bij wetvastgelegd.Vraag 417Wat moeten gemeenten doen als de inflatie hoger is dan de raming in hetvoorjaar van het lopende jaar? In dat geval hebben gemeenten tochminder geld voor dezelfde hoeveelheid taken?Antwoord op vraag 417Om decentrale overheden vroeg in het jaar duidelijkheid te geven over debeschikbare middelen voor het lopende jaar wordt de bbp-index voor hetlopende jaar definitief gemaakt bij de Voorjaarsnota van het lopende jaarconform de Rijksbrede LPO-methodiek. Het bestuurlijke uitgangspunt isdat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal brutobinnenlands product volgen. Dit kan jaar-op-jaar verschillen, maar kijkendnaar een langere periode (vanaf 2000) is de afwijking – 0,2%. Dat deafwijking groter is in de afgelopen zeven jaar wordt voornamelijkveroorzaakt doordat deze jaren extra volatiel waren met de coronacrisisen de stijgende energieprijzen. Door de hoge inflatie de afgelopen jarenheeft dit geresulteerd in grotere negatieve afwijkingen. Zie ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3126 bevindingen van de expertgroep realistisch ramen.43 Wanneer de inflatielaag is, is er sprake van een omgekeerd effect (bijvoorbeeld de financiële-en eurocrisis). Dit verklaart waarom de afwijking over een langere periodeminder afwijkt en tenderen naar een gemiddelde44Vraag 418Is er nu volledige overeenstemming met de medeoverheden over denormeringssystematiek?Antwoord op vraag 418In overleg met Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hetInterprovinciaal Overleg (IPO) is in de Voorjaarsnota 2024 de normerings-systematiek op basis van het bbp vervroegd ingevoerd in combinatie methet schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Zoals ik uwKamer heb laten weten in mijn brief van 24 februari jl. over de bereke-ningswijze van de normeringssystematiek op basis van het bbp45, is hetbij de bbp-systematiek uiteraard van belang dat taakmutaties in het juisteprijspeil aan de fondsen worden toegevoegd, om te zorgen dat degrondslag van de accrestranche juist is. Gemeenten en provincies wordenin de circulaires geïnformeerd over de ontwikkeling van het accres.Samen met gemeenten, provincies en de VNG en het IPO wordt bekekenhoe hierover in de circulaires te rapporteren op een dusdanige wijze datvoor gemeenten en provincies de berekening van het accres navolgbaar isin het geval van uitnamen en toevoegingen (taakmutaties). De berekeningvan het accres is toegelicht in bijlage 6 van de Voorjaarsnota.46Vraag 419Is de exacte werking en toepassing van de normeringssystematiek ergensvastgelegd? Zo nee, waarom niet?Antwoord op vraag 419De berekening van het accres, inclusief het effect van taakmutaties, istoegelicht in bijlage 6 van de Voorjaarsnota. Ook is op 24 februari 2025een brief naar de kamer verzonden over de berekeningswijze van denormeringssystematiek o.b.v. het bbp.47Vraag 420Wie is verantwoordelijk voor de berekening van het accres? Welke checksen balances zijn er in dit proces ingebouwd en welke rol hebben demedeoverheden daarbij?Antwoord op vraag 420De berekening van het accres is belegd bij het Ministerie van Financiën.Het Ministerie van BZK controleert de berekening en boekt de fondsen opbij overboekingen van het accres.Vraag 421Voorheen vond er bestuurlijke weging plaats van de uitkomsten van deaccresberekening in het Bestuurlijk Overleg financiële verhoudingen. Isdat nog steeds het geval? Zo nee, waarom niet? Wanneer is dit voor hetlaatst gebeurd?43Kamerstuk 31 865, nr. 27444CPB: Saffier 3.0: Technical Background45Kamerstuk 36 600 B, nr. 1246Kamerstuk 36 600, nr. 25.47Kamerstuk 36 600, nr. 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3127 Antwoord op vraag 421Dit gebeurt nog steeds als er bijzondere ontwikkelingen zijn, zoalsbijvoorbeeld toen de energieprijzen sterk stegen.Vraag 422Waarom staat «op niveau» op p. 251 tussen aanhalingstekens? Blijvengemeente- en provinciefonds wel of niet reëel op niveau?Antwoord op vraag 422Het bestuurlijke uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkelingvan het nominaal bruto binnenlands product volgen. Er is voor gekozenom op niveau tussen aanhalingstekens te zetten omdat het een vaktermbetreft en geen formele uitdrukking.Vraag 423Kunt u van tabel 31 op bladzijde 252 een uitsplitsing geven van deonderliggende posten die tezamen het bedrag van 718 miljoen eurovormen van de mutaties in de grondslag VJN 2025 in prijspeil 2025 in hetjaar 2025?Antwoord op vraag 423Tabel 65In miljoenen euro2025Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2024134Afrekening ruimte onder plafond bcf 2024– 115IBO problematische schulden19Problematiek jeugd414Overboeking kinderopvang pleegouders naar gemeenten13Landelijke beeindigingsregeling veehouderij fase 210Aanpak laaggeletterdheid7Faciliteitenbesluit opvangcentra11Begeleiding jongeren naar werk15Natuur bij energieprojecten8Alleenverdienersproblematiek25Impulsbudget arbeidsmarktregio’s35Versterken arbeidsmarktregio’s9Impulsbudget sociale infrastructuur35Uitvoeringskosten omgevingswet81Overig18Totaal718 Vraag 424Waarom is de raming van de opbrengsten van kansspelbelasting naarbeneden bijgesteld?Antwoord op vraag 424De gerealiseerde opbrengsten van de kansspelbelasting in 2024 was lagerdan verwacht in de Miljoenennota 2025. Deze realisatie werkt ook door inverwachte belastingontvangsten voor toekomstige jaren.Vraag 425Wordt de tijdelijke verlaging van de accijnzen op brandstoffen per1 januari 2026 voortgezet, of vervalt deze maatregel op die datum?Antwoord op vraag 425In het HLA is vastgelegd dat deze korting per 1 januari 2026 vervalt. Ditvoorjaar heeft het kabinet niet besloten over een eventuele alternatievemaatregel. Zoals aangekondigd in het regeerprogramma, komt hetkabinet voor het zomerreces met de contouren voor de hervorming vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3128 de autobelastingen. Daarin worden ook afwegingen geschetst over deontwikkelingen van de prijs aan de pomp.Vraag 426Het kabinet zegt toe te onderzoeken hoe de zuiveluitzondering uit deverbruiksbelasting kan worden gehaald. Hoe verhoudt dit onderzoek zichtot het voornemen om tot een gedifferentieerde verbruiksbelasting tekomen, waarin ook onderscheid kan worden gemaakt tussen bijvoorbeeldzuivel- en vruchtendranken? Wordt dit onderzoek tegelijk met de kabinets-brief over de gedifferentieerde verbruiksbelasting naar de Kamer gestuurden zo ja, wanneer zal dit zijn?Antwoord op vraag 426Zoals op pagina 262 van de Voorjaarsnota aangegeven zal het kabinet meteen wetswijziging komen in het Belastingplan 2026 om de zuiveluitzon-dering in de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken aan te passen.Daarmee wordt de constructie «vleugje zuivel» in alcoholvrije drankenaangepakt. Voor de eventuele omzetting naar de gedifferentieerdeverbruiksbelasting heeft dit geen effect.Ook na de aanpassing van de zuiveluitzondering is het nog steedsmogelijk de huidige verbruiksbelasting (met een vlak tarief voor allebelaste dranken) om te zetten in een gedifferentieerde verbruiksbelastingop basis van het suikergehalte van de drank. Het kabinet beraadt zich nogover deze omzetting en zal de Kamers hierover informeren zodra debesluitvorming rond is. Bij de behandeling van het Belastingplan 2025heeft het kabinet toegezegd twee extra scenario’s uiteen te zetten,aanvullend op de vijf scenario’s die in de contourenbrief over deverbruiksbelasting van alcoholvrije dranken van 26 april 2024 zijnuitgewerkt.Het gaat hierbij om scenario V (waarin alleen alcoholvrije dranken mettoegevoegd suiker worden belast) en scenario VI (waarin ook plantaardigezuiveldranken worden uitgezonderd, naast mineraalwater, zuivel- ensojadranken en pure vruchten- en groentesappen). Aan deze toezeggingkomt het kabinet voor de start van het zomerreces tegemoet.Vraag 427Waarom is er besloten om alleen het volume-effect van de koppeling vanhet totale ODA-budget aan het Bruto Nationaal Inkomen(330 miljoen euro) volledig te gebruiken voor het ODA-budget? Waaromwordt er in de suppletoire begroting van Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp gecommuniceerd over een bedrag van768 miljoen euro wat ook het prijseffect meeneemt?Antwoord op vraag 427Zie antwoord op vraag 311.Vraag 428Kan in een overzicht worden aangegeven hoeveel het totale ODA-budgetzou stijgen in de jaren 2026 t/m 2030 wanneer volledig zou wordengekoppeld aan 0,7% en Bruto Nationaal Inkomen? Hoeveel zou het totaleODA-budget stijgen wanneer zou worden gekoppeld aan 0,44%? Kan ditworden aangevuld in de tabel zoals op pagina 110 van de beslisnota?Antwoord op vraag 428Zie antwoord op vraag 312.Vraag 429Wanneer, door wie, en waarom is het besluit genomen om een nieuwesystematiek van koppelen te creëren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3129 Antwoord op vraag 429Zie antwoord op vraag 313.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 3130

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3e13509f53e9cf51

14 okt 2026 · 5841f918ff8f660d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.