Overbrenging uit Syrië naar Nederland van 5 van terroristische misdrijven verdachte Nederlandse uitreizigsters met hun 11 kinderen
Brontekst
Versie d1827f388c6614ac · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 29 754Terrorismebestrijding Nr. 638 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3 februari 2022 Hierbij informeren wij u, mede namens de Minister van Defensie, dat het kabinet vijf van terroristische misdrijven verdachte Nederlandse vrouwen (hierna: verdachten) ter berechting overbrengt naar Nederland. De elf kinderen van deze verdachten worden eveneens naar Nederland overgebracht. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 oktober 2021 informeerde de Minister van Justitie en Veiligheid uw Kamer op 9 november 20211 dat het kabinet met de relevante (interna-tionale) partijen zou verder spreken om te bezien wat de mogelijkheden zijn om de verdachten ter berechting naar Nederland over te brengen. Na een zorgvuldig voorbereidingsproces, waarin alle relevante feiten en complexe omstandigheden in ogenschouw zijn genomen, zag het kabinet een mogelijkheid tot overbrenging door middel van een speciale operatie. De verdachten worden bij aankomst in Nederland aangehouden ten behoeve van strafrechtelijke vervolging. De meereizende kinderen worden overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming. Met de overbrenging naar Nederland beoogt het kabinet te voorkomen dat deze vijf verdachten straffeloos blijven. Hiermee geeft het kabinet tevens uitvoering aan de motie Van der Werff (D66) en Koekkoek (VOLT) die de regering verzoekt om zich maximaal in te spannen om ervoor te zorgen dat uitgereisde terrorismeverdachten hun straf niet ontlopen.2 Over de kaders van het uitreizigersbeleid is uw Kamer bij brief van 25 januari 2022 geïnformeerd.3 1Kamerstuk 29 754, nr. 6242Kamerstuk 29 754, nr. 6003Kamerstuk 29 754, nr. 626 kst-29754-638ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 29 754, nr. 6381 In het belang van de veiligheid en privacy van betrokkenen en gezien de noodzakelijke vertrouwelijkheid van dit soort operaties, kunnen wij verder geen mededelingen doen over deze specifieke casussen. De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yes¸ilgöz-Zegerius De Minister van Buitenlandse Zaken,W.B. HoekstraTweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 29 754, nr. 6382
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.