Verslag van een schriftelijk overleg de voorhang van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met het regelen van een maatwerkvoorschrift ingebruikname (Kamerstuk 28325-280)
Brontekst
Versie ed50358064a33515 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 325BouwregelgevingNr. 297 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 7 juli 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heefteen aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de brief van 17 april 2025over de voorhang van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluitbouwwerken leefomgeving in verband met het regelen van eenmaatwerkvoorschrift ingebruikname (Kamerstuk 28 325, nr. 280).De vragen en opmerkingen zijn op 27 mei 2025 aan de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voorgelegd. Bij brief van 7 juli2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De Vos kst-28325-297ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2971 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie vragen of afwijkingen die onder andere debrandveiligheid raken en in potentie tot ernstig letsel kunnen leiden, juistniet moeten worden uitgesloten van het maatwerkvoorschrift, zodat hetbevoegd gezag op deze zwaarwegende afwijkingen geen afwegingsruimtekrijgt.Zoals in de Nota van Toelichting (hierna: NvT) bij het ontwerpbesluit isaangegeven kan er ook bij brandveiligheid sprake zijn van een strijdigheiddie slechts beperkt van aard en omvang is. Het is denkbaar dat er dooromstandigheden sprake is van een zeer geringe afwijking van eenprestatie-eis, die op zich geen invloed zal hebben op de daadwerkelijkebrandveiligheid. Er wordt dan weliswaar niet aan de regels voldaan, maarherstel van de strijdigheid kan toch disproportioneel zijn. Het is in diegevallen aan het bevoegd gezag om een besluit te nemen op een verzoekom maatwerk. Zoals in de NvT aangegeven ligt het bij strijdigheden die inpotentie kunnen leiden tot ernstig letsel in de rede dat het bevoegd gezageen verzoek tot het opleggen van maatwerk niet zal honoreren.De leden merken op dat op blz. 14 staat dat niet is gekozen voor hetkoppelen van een fatale termijn aan de reactie van het bevoegd gezag nade gereedmelding, omdat handhaving na gereedmelding dan alleen nogmogelijk is als een bouwwerk niet voldoet aan de regels voor bestaandebouw. Met betrekking tot duurzaamheid zouden hierdoor de facto geeneisen gesteld worden aan nieuwbouw. Deze leden vragen een naderetoelichting over het duurzaamheidsgedeelte.Een van de overwogen alternatieven is om ook bij strijdigheden eengereedmelding – zonder verklaring – mogelijk te maken. Het bevoegdgezag zou dan binnen een bepaalde termijn moeten reageren. Reageerthet bevoegd gezag niet binnen die termijn dan mag een initiatiefnemer erin dat geval uitgaan dat het bevoegd gezag niet later alsnog zalhandhaven op het niet voldoen aan de nieuwbouwvoorschriften.Indien gekozen zou worden voor een alternatief met een vaste fatalereactietermijn dan zou het bevoegd gezag bij overschrijden van dezetermijn – om welke reden dan ook – vervolgens alleen nog kunnenhandhaven op het (lage) niveau bestaande bouw. Juist daarom is nietgekozen voor een fatale reactietermijn. Hiermee wordt het nieuwbouw-niveau voor zowel veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid alsduurzaamheid gehandhaafd.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de fractie van de NSC vragen ten aanzien van artikel I(Besluit bouwwerken leefomgeving) of er aanvullende informatieplichtenrichting kopers kunnen worden vastgelegd, bijvoorbeeld een verplichtetoelichting bij de koopovereenkomst als een gebouw op basis van eenmaatwerkvoorschrift in gebruik is genomen.In het ontwerpbesluit is – mede op verzoek van de Verenging vanNederlandse Gemeenten (hierna: VNG) – opgenomen dat een maatwerk-voorschrift dat toestaat dat een bouwwerk zonder verklaring in gebruikmag worden genomen bij het Kadaster wordt vastgelegd op basis van deWet kenbaarheid publiekrechtelijke beperking (hierna: Wkpb). Bij verkoopvan een woning is de eigenaar verplicht de woning zonder last over teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2972 dragen aan de nieuwe eigenaar. De eigenaar heeft daarnaast eeninformatieplicht over eventuele beperkingen en ook een notaris contro-leert bij overdracht of sprake is van publiekrechtelijke beperkingen.Publiekrechtelijke beperkingen worden in de meeste gevallen ookopgenomen in een koopovereenkomst. De toekomstige eigenaar isdaarmee voldoende op de hoogte van het feit dat woning bij de gereed-melding niet aan de nieuwbouwregels van het Bbl voldeed en welkeregels het betreft.De opdrachtgever van de bouw wordt door de kwaliteitsborger geïnfor-meerd over een eventueel aanwezige strijdigheid. Dit is geregeld inartikel 3.86 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die de kwaliteitsborgerverplicht alle bij de bouw betrokken partijen te informeren over zijnbevindingen. Naar mijn mening is hiermee voldoende geborgd dat eeneigenaar op de hoogte is van een eventuele strijdigheid.Deze leden vragen verder hoe wordt voorkomen dat deze maatwerkroutestructureel gebruikt gaat worden als uitweg bij onenigheid tussen bouweren kwaliteitsborger.Het idee dat partijen aansturen op het aanvragen van een maatwerkvoor-schrift op het moment dat sprake is van strijdigheden, waar ze zelf nietuitkomen, is denkbaar. Dit wil echter niet zeggen dat hierdoor eenstructurele uitweg kan ontstaan daar waar niet aan de regels van het Bblis voldaan. Ten eerste is het aan het bevoegd gezag om te beoordelen ofeen maatwerkverzoek gehonoreerd kan worden. Op basis van de door dekwaliteitsborger gedocumenteerde strijdigheid en de eventueel aanvul-lende informatie van de aannemer en initiatiefnemer besluit het bevoegdgezag of het vorderen van herstel in dit specifieke geval proportioneel is.Uitgangspunt daarbij is de beginselplicht tot handhaving. Alleen in diesituaties dat herstel van de strijdigheid een disproportioneel uitpakt voorde initiatiefnemer en aannemer is, zal het bevoegd gezag met hetmaatwerkvoorschrift voor het specifieke project gereedmelding toestaan.Het bevoegd gezag dient per situatie te bepalen of het een maatwerkvoor-schrift zal afgeven. Redenerend vanuit de beginselplicht tot handhaven gaik er van uit, dat gemeenten een dergelijk maatwerkvoorschrift nietlichtvaardig stellen en daarmee een (terechte) drempel opwerpen tegen alte snel de problematiek bij het bij het bevoegd gezag neerleggen.Ten tweede ontslaat een maatwerkvoorschrift op grond van het voorlig-gende besluit de aannemer niet van zijn aansprakelijkheid. Het eindre-sultaat zal moeten voldoen aan de aannemingsovereenkomst, waarin ookis opgenomen dat het werk aan geldende wet- en regelgeving moetvoldoen. Dat met een maatwerkvoorschrift gereedmelding wordttoegestaan wil niet zeggen dat de opdrachtgever het werk accepteert envrijwaart de aannemer zeker niet van plicht tot naleving van de aanne-mingsovereenkomst. De aanscherping van de aansprakelijkheidsregelsdie met de Wkb zijn ingevoerd zijn hierbij een steun in de rug van deopdrachtgever: alleen als de aannemer aan kan tonen dat de strijdigheidniet aan hem te wijten is, ligt de aansprakelijkheid niet bij de aannemer. Eris dus sprake van zowel een publiekrechtelijke als privaatrechtelijkeborging die aan een te lichtvaardige toepassing van het maatwerkvoor-schrift in de weg staan.Ten aanzien van artikel II (Aanwijzingsbesluit Wet kenbaarheid publiek-rechtelijke beperkingen onroerende zaken) vragen de leden van deNSC-fractie of opname op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechte-lijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) (Kadaster) voldoendetransparant is voor particuliere kopers zonder juridische bijstand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2973 Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar mijn antwoord op deeerste vraag van de leden van de NSC-fractie.Verder vragen deze leden of de positie van de kwaliteitsborger hierdoorondergraven wordt en zo ja, hoe de integriteit en onafhankelijkheid vanhet stelsel wordt geborgd.Zoals toegelicht bij een van de vorige vragen van de leden van deNSC-fractie is het niet aan de kwaliteitsborger om te bepalen of eenmaatwerkvoorschrift wordt opgelegd. De kwaliteitsborger, die controleertop naleving van de wettelijke bepalingen in het Bbl, is verplicht hetbevoegd gezag (gedocumenteerd) te informeren over een eventuelestrijdigheid met het Bbl, die aan zijn verklaring in de weg staat. Het isvervolgens aan een initiatiefnemer of aannemer een verzoek tot hetopleggen van een maatwerkvoorschrift aan het bevoegd gezag te doen.Het bevoegd gezag bepaalt uiteindelijk of gereedmelding is toegestaan.De kwaliteitsborger behoudt hiermee zijn onafhankelijke positie in hetstelsel: hij besluit niet, maar rapporteert slechts aan alle betrokkenpartijen. De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (verder: TloKB)registreert op dit moment of er bij de afronding wel of niet een verklaringwordt verstrekt. Tevens zal ik het gebruik van het maatwerkvoorschriftvanaf inwerkingtreding direct mee laten nemen in de monitoring van hetstelsel.De leden van de NSC-fractie vragen of kan worden gekwantificeerd inhoeveel gevallen sinds de invoering van de wet Kwaliteitsborging voorhet bouwen (Wkb) de ingebruikname van bouwwerken is vertraagd ofverhinderd wegens het uitblijven van een verklaring door de kwaliteits-borger, terwijl het bouwwerk feitelijk wel in gebruik kon worden genomen.Als gevolg van het grote aantal bouwaanvragen in de periode kort voorinvoering van de Omgevingswet en de Wkb is het aantal projecten dat in2024 onder de Wkb is gestart, beperkt. De combinatie met de doorlooptijdvan een gemiddeld bouwproject maakt dat er op dit moment geeneenduidig beeld te geven is. Uit de monitoring van de Wkb over 2024blijkt dat er in het eerste jaar na invoering slechts 4 projecten zijn gereedgemeld.1 De werkelijke aantallen zullen moeten blijken na invoering vanhet maatwerkvoorschrift. Dit wordt meegenomen in de monitoring enevaluatie van het stelsel.De leden verzoeken of kan worden ingegaan op de verhouding totconsumentenbescherming en garantieregelingen, bijvoorbeeld onder hetGarantie Instituut Woningbouw (GIW)- of Woningborg-stelsel. Behoudenkopers dezelfde rechten bij gebreken als er geen verklaring is afgegeven,maar wél ingebruikname is toegestaan?Een maatwerkvoorschrift op grond van het voorliggende ontwerpbesluitis geen akkoord of goedkeuring van een strijdigheid ten opzichte van deregels van het Bbl. Met een maatwerkvoorschrift staat het bevoegd gezaggereedmelding toe. Een maatwerkvoorschrift is geen vrijwaring oftoestemming om van de regels van het Bbl af te mogen wijken maar dus(slecht) een publiekrechtelijke toestemming om een bouwwerk te mogengebruiken. Een dergelijke toestemming is geen privaatrechtelijkevrijwaring van de nakoming van een aannemingsovereenkomst. Deaannemingsovereenkomst en de bepalingen van het Burgerlijk Wetboekop het gebied van de aanneming van werk blijven dan ook onverkort vantoepassing. Dit wil zeggen dat een opdrachtgever beroep kan blijven doen1De genoemde rapportage wordt nog voor de zomer aan uw Kamer toegezonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2974 op de door genoemde garantie- en waarborgregelingen. Met de alsonderdeel van de Wkb ingevoerde aanpassingen in het BurgerlijkWetboek is de positie van de opdrachtgever in dit geval sterk verbeterd:het is aan de aannemer om aan te tonen dat een eventuele strijdigheidniet hem te wijten is. Ik verwacht dat een maatwerkvoorschrift hierbij inhet voordeel kan werken van de consument doordat de afwijking van hetBbl – en daarmee ook van de aannemingsovereenkomst – hierdooreenduidig wordt vastgelegd.De leden vragen verder wat de extra administratieve lasten zijn voorgemeenten die deze maatwerkroute moeten hanteren, inclusief besluit-vorming, motivering en registratie op grond van de Wkpb. De ledenvragen of een inschatting kan worden gegeven van de benodigdecapaciteit en kosten die gemeenten hiervoor moeten vrijmaken.Zoals aangegeven in de NvT bij het voorliggende ontwerpbesluit is deuiteindelijke administratieve last beperkt, zie ook het onderzoek vanCebeon in het kader van de Financiële-verhoudingswet.2 Cebeonconcludeert dat – gegeven de ramingen op basis van huidige inzichten enaannames – het ingebruiknamebesluit bij uitrol naar de gehele gevolg-klasse 1 een structureel voordeel voor gemeenten met zich meebrengtvan circa 225.000 euro per jaar. Daartegenover staan eenmalige kostenvan circa 875.000 euro. Dit zou overeenkomen met een «terugverdientijd»van circa vier jaar. De lagere kosten – en daarmee ook tijdbesteding –ontstaan mede doordat er in de huidige situatie sprake is van publiekrech-telijk handhaven daar waar na inwerkingtreding van onderhavig besluiteen deel van deze handhaving via een maatwerkvoorschrift kan wordenafgedaan. De tijdbesteding voor het opleggen van een maatwerkvoor-schrift is lager dan voor een handhavingstraject zodat de totale tijdbe-steding afneemt. Dit staat nog los van het feit dat sprake is van een besluitop verzoek, zodat leges in rekening gebracht kunnen worden. Per saldo isdus sprake van een positief financieel resultaat voor gemeenten.De leden van de NSC-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat kopers ofhuurders van bouwwerken die zonder kwaliteitsverklaring in gebruik zijngenomen, in onzekerheid verkeren over de bouwkwaliteit, garanties ofhun rechtspositie bij gebreken. Deze leden vragen of er voorzien is intoezicht op het gebruik van het maatwerkvoorschrift, bijvoorbeeld viamonitoring of meldingsplicht.Kopers of huurders kunnen bij de betrokken kwaliteitsborger of bij degemeente navraag doen naar de gereedmelding en de verklaring van dekwaliteitsborger. Het ontbreken van een verklaring is een signaal over debouwkwaliteit. In dit geval moet er ook een melding strijdigheid van dekwaliteitsborger zijn, waarin wordt aangegeven waar het bouwwerk nietaan de regels voldoet. De aansprakelijkheid van de aannemer verandertniet door de mogelijkheid op te nemen dat het bevoegd gezag eenmaatwerkvoorschrift kan stellen. Kopers en huurders behouden hungaranties en hun rechtspositie bij gebreken. De aansprakelijkheid van deaannemer is geregeld in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en is verruimdmet inwerkingtreding van de Wkb. Ook als gebreken niet bij opleveringgeconstateerd zijn, blijft de aannemer aansprakelijk, tenzij de gebrekenniet aan de aannemer zijn toe te rekenen.De aanwijzing als beperkingenbesluit brengt mee dat op het betreffendebesluit de Wkpb van toepassing wordt. Bij verkoop van een woning is deeigenaar verplicht de woning zonder last over te dragen aan de nieuwe2Ingebruiknamebesluit in de Wkb, Financiële gevolgen gemeenten. Onderzoek in het kader vanartikel 2 Financiële-verhoudingswet, Cebeon 10 maart 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2975 eigenaar. De eigenaar heeft daarnaast een informatieplicht over eventuelebeperkingen en ook een notaris controleert bij overdracht of sprake is vanpubliekrechtelijke beperkingen. Publiekrechtelijke beperkingen worden inde meeste gevallen ook opgenomen in een koopovereenkomst. Detoekomstige eigenaar is daarmee voldoende op de hoogte van het feit datwoning bij de gereedmelding niet aan de nieuwbouwregels van het Bblvoldeed en welke regels het betreft.Zoals hiervoor aangegeven zal ik de toepassing van het maatwerkvoor-schrift meenemen in de monitoring en ook de TloKB vragen dit onderdeelvan het stelsel nadrukkelijk mee te nemen in het toezicht.Daarnaast vragen deze leden hoe voorkomen wordt dat ontwikkelaars deroute van «toch ingebruikname» gebruiken om verantwoordelijkheid voorgebreken af te schuiven.De aansprakelijkheid van de aannemer verandert niet door demogelijkheid op te nemen dat het bevoegd gezag een maatwerkvoor-schrift tot ingebruikname kan stellen. De aansprakelijkheid van deaannemer is geregeld in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en is verruimdmet inwerkingtreding van de Wkb. Ook als gebreken niet bij opleveringgeconstateerd zijn, blijft de aannemer aansprakelijk, tenzij de gebrekenniet aan de aannemer zijn toe te rekenen.De gemeente is ook onder de Wkb het bevoegd gezag om toe te zien opde naleving van de bouwtechnische regels. Het bevoegd gezag krijgt debevoegdheid om een maatwerkvoorschrift tot ingebruikname te stellen,maar dit staat los van de privaatrechtelijke aansprakelijkheid van deaannemer. Een maatwerkvoorschrift op grond van het voorliggendeontwerpbesluit is geen akkoord of goedkeuring van een strijdigheid tenopzichte van de regels van het Bbl. Met een maatwerkvoorschrift staat hetbevoegd gezag gereedmelding toe. Er is geen sprake van afwijken van hetoordeel van de kwaliteitsborger. Een kwaliteitsborger constateertonafhankelijk dat sprake is van een strijdigheid. Gegeven deze strijdigheidis het aan het bevoegd gezag om te bepalen of het desondanks istoegestaan om het bouwwerk gereed te melden en vervolgens tegebruiken. Dit besluit doet niets af aan de eventuele privaatrechtelijkeaansprakelijkheid van de aannemer.De leden van de NSC-fractie vragen ten slotte of er signalen vangemeenten, ontwikkelaars of burgers zijn ontvangen dat dit een veelvoor-komend en dringend probleem is.Gelet op het geringe aantal gereedmeldingen in het jonge WKB-stelsel ishier nog geen eenduidig antwoord op te geven. De monitoring zal dit dekomende jaren moeten uitwijzen. De voorliggende wijziging van het Bbl istoegezegd in een mondeling overleg met de Eerste Kamer op 23 oktober2023 op verzoek van het Kamerlid Crone (zie ook motie Kamerstuk 34 453,AN van het lid Crone c.s.)Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie vragen of er voldoende waarborgen zijn vooreen uniforme en consistente toepassing van de proportionaliteitstoetsdoor gemeenten, gezien het feit dat de VNG-Handreiking en bestaandejurisprudentie als richtsnoer dienen, maar géén bindende norm stellen. Zijvragen verder of alle gemeenten beschikken over voldoende technischeexpertise en personele capaciteit om zelfstandig te beoordelen of herstelvan (complexe) bouwtechnische gebreken disproportioneel is, in situatieswaarin de kwaliteitsborger juist géén goedkeuring heeft gegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2976 Gemeenten zijn al jaren bevoegd gezag voor het toezicht op de bouwre-gelgeving. Zij hebben reeds jarenlange ervaring met de proportionaliteits-toets bij het besluiten om al dan niet tot handhaving over te gaan enbeschikken dan ook over voldoende technische expertise. Een handreikingen jurisprudentie kunnen hiervoor als richtsnoer dienen, maar hetbevoegd gezag dient per situatie te beoordelen of het maatwerkvoor-schrift toegepast kan worden. Ze kunnen daarnaast gebruik maken vandocumentatie van de kwaliteitsborger. Dit volgt uitECLI:NL:RVS:2019:1775, r.o. 18.1, waarin is aangegeven dat vaststellingvan feiten door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegdgezag, door een ter zake deskundige persoon in opdracht van het bevoegdgezag of door een ter zake deskundige persoon wiens bevindingen hetbevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen moet worden gedaan.Deze leden merken verder op dat het maatwerkvoorschrift gemeenten deruimte geeft om af te wijken van het negatieve oordeel van de kwaliteits-borger. Zij vragen zich af in hoeverre dit past binnen het uitgangspunt vanhet Wkb-stelsel waarin de kwaliteitsborger juist een centrale, onafhanke-lijke waarborgrol vervult. Zij vragen of de opvatting wordt gedeeld dat hetverlenen van een maatwerkvoorschrift zonder verklaring van de kwaliteits-borger het gezag van de kwaliteitsborger ondermijnt, zeker in situatieswaar deze bewust streng toetst om aan de wettelijke vereisten te voldoen.Een maatwerkvoorschrift op grond van het voorliggende ontwerpbesluitis geen akkoord of goedkeuring van een strijdigheid ten opzichte van deregels van het Bbl. Met een maatwerkvoorschrift staat het bevoegd gezaggereedmelding toe. Er is geen sprake van afwijken van het oordeel van dekwaliteitsborger. Een kwaliteitsborger constateert onafhankelijk dat sprakeis van een strijdigheid. Gegeven deze strijdigheid is het aan het bevoegdgezag om te bepalen of het desondanks is toegestaan om het bouwwerkgereed te melden en vervolgens in gebruik te nemen. Dit besluit doetniets af aan het oordeel van de kwaliteitsborger; er blijft sprake van eenstrijdigheid met de regels van het Bbl.De taakverdeling is en blijft daarmee helder: de kwaliteitsborger consta-teert en legt vast waarna de bevoegdheid tot het toestaan vaningebruikname bij de gemeente ligt.De leden vragen verder hoe de verhouding tussen een gemeentelijkmaatwerkvoorschrift en de aansprakelijkheid van de kwaliteitsborger is inhet privaatrechtelijk contract met de opdrachtgever. Zij vragen in hoeverreeen kwaliteitsborger aansprakelijk kan blijven voor een gebrek dat door degemeente expliciet is toegestaan bij ingebruikname.Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen, dat de gereed-melding kan worden gedaan zonder verklaring van de kwaliteitsborger.Dat kan alleen in het geval dat herstel van gebreken van een nieuwgebouw niet proportioneel is in relatie tot de doelen van de regels,waaraan niet wordt voldaan.Wordt een strijdigheid niet hersteld en besluit de initiatiefnemer hetbouwwerk wel gereed te melden, dan zal de kwaliteitsborger richting hetbevoegd gezag aangeven dat er geen verklaring volgt, inclusief eentoelichting op de strijdigheid die aan de verklaring in de weg staat. Hetbevoegd gezag zal de initiatiefnemer vervolgens informeren dat degereedmelding niet volledig is, dat het gebruik van het bouwwerk niet istoegestaan en herstel dus nodig is. Het is aan de initiatiefnemer omvervolgens alsnog tot herstel over te (laten) gaan. Is dit naar de meningvan de initiatiefnemer niet mogelijk of disproportioneel, dan kan hij(gemotiveerd) verzoeken om gebruik toch toe te staan via een maatwerk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2977 voorschrift dat gereedmelding zonder verklaring kan worden gedaan. Hetis vervolgens aan het bevoegd gezag om de afweging te maken ditverzoek al dan niet te honoreren.De aannemer is en blijft verantwoordelijk voor de oplevering van debouwwerkzaamheden volgens de overeengekomen voorwaarden en hijkan daar ook door de opdrachtgever op worden aangesproken, als er nade oplevering gebreken aan het licht komen die toe te rekenen zijn aan deaannemer.De leden vragen verder om de mechanismen toe te lichten die bestaanom de onafhankelijkheid en kwaliteit van deze nieuwe beroepsgroep vankwaliteitsborgers te waarborgen, nu signalen klinken over onvoldoendeopleiding en bevoegdheid, met name op het gebied van brandveiligheid.Kwaliteitsborgers moeten aan wettelijke eisen voldoen. Deze eisen zijnneergelegd in art. 3.83 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).Een instrument voor kwaliteitsborging moet voorschrijven dat dekwaliteitsborger, voldoet aan de in het instrument gestelde eisen aan hetbenodigde kennis- en opleidingsniveau en aan de genoten ervaring overonder andere het opstellen van risicobeoordelingen op het terrein van deregels, bedoeld in de hoofdstukken 4 en 5 van het Bbl, constructieveveiligheid en brandveiligheid. Ook moet het instrument voor kwaliteits-borging voorschrijven dat het kennis- en opleidingsniveau van degene diede kwaliteitsborging uitvoert, actueel gehouden wordt.In artikel 3.82 van het Bkl is geregeld dat het instrument voor kwaliteits-borging moet voorschrijven dat de kwaliteitsborging alleen uitgevoerdwordt door een kwaliteitsborger die niet organisatorisch, financieel ofjuridisch betrokken is bij het betreffende bouwproject, tenzij dezebetrokkenheid alleen voortvloeit uit de overeenkomst tot het uitvoerenvan de kwaliteitsborging.De instrumentaanbieder ziet toe op de onafhankelijkheid van eenkwaliteitsborger ten opzichte van een bouwer en grijpt in als de onafhan-kelijkheid van een borger in het geding komt. De instrumentaanbieder kande kwaliteitsborger waarschuwen en schorsen of in het uiterste geval detoestemming intrekken om gebruik te maken van het instrument. Als eeninstrumentaanbieder dit onvoldoende controleert, kan de Toelatingsorga-nisatie Kwaliteitsborging Bouw sancties treffen.De leden van de BBB-fractie wijzen op de signalen vanuit de VNG enBrandweer Nederland dat afwijkingen op het gebied van brandveiligheid,constructieve veiligheid en gezondheid nadrukkelijk zouden moetenworden uitgesloten van de maatwerkregeling. Deze leden constateren datde Minister ervoor kiest dit niet te doen, omdat men verwacht dat deproportionaliteitstoets zodanige afwijkingen vanzelf zal uitsluiten.Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar mijn antwoordop de eerste vraag van de leden van de PVV-fractie op pagina 1.De leden vragen of een proportionaliteitstoets door gemeenten, waarinook economische of praktische factoren worden afgewogen, eenvoldoende robuuste waarborg biedt tegen het toestaan van (lichte)afwijkingen die toch grote gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid engezondheid van gebruikers. Zij vragen waarom niet is gekozen voor eenverplichting om, bij disproportioneel herstel, mitigerende maatregelen teeisen in plaats van het accepteren van het gebrek. Zij vragen verder of hetniet wenselijker is om bij ieder maatwerkvoorschrift ten minste aanvul-lende waarborgen voor veiligheid te verlangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2978 Een maatwerkvoorschrift ingebruikname kan worden gesteld als blijkt dathet disproportioneel is om mitigerende maatregelen te nemen. Het gaatom onherstelbare gebreken met disproportionele kosten voor het herstel,zoals bijvoorbeeld bij een minimale afwijking van de plafondhoogtevanuit het oogpunt van bruikbaarheid. Het gaat nadrukkelijk niet omsituaties waarin herstel mogelijk is, zoals een te laag traphek of ontbre-kende rookmelder. Uitgangspunt is altijd herstel en handhavend optredendoor het bevoegd gezag als blijkt, dat niet wordt voldaan aan debouwtechnische regels.De leden van de BBB-fractie constateren dat de Minister spreekt van eenmogelijke kostenverlaging voor gemeenten als gevolg van de regeling,terwijl tegelijkertijd nieuwe taken ontstaan zoals beoordeling vanaanvragen en registratie in het Kadaster. Zij vragen op basis waarvanwordt geconcludeerd dat er per saldo sprake is van een kostenverlaging,gezien het risico op extra juridische procedures en bezwaar- en beroeps-zaken die kunnen voortvloeien uit een besluit tot maatwerkvoorschrift.Bij de projecten waar het dossier incompleet is, omdat de verklaringontbreekt, dienen gemeenten onder de huidige situatie altijd handhavendop te treden, met bijkomende kosten. Met het maatwerkvoorschrift kan,voor die gevallen waarin handhaving niet proportioneel is, een besluitworden genomen om ingebruikname toe te staan en kan de handhavingachterwege worden gelaten. Om de kosten van het maatwerkvoorschriftin kaart te brengen is een artikel 2 onderzoek uitgevoerd.3 De kosten vanhet maatwerkvoorschrift liggen hiermee dusdanig lager dan handhavingvoor potentieel alle gevallen, dat het een structureel voordeel voorgemeenten met zich meebrengt van circa 225.000 euro per jaar. Bij hetmaatwerkvoorschrift is sprake van een besluit op verzoek, zodat leges inrekening gebracht kunnen worden. Indien hier maximaal gebruik vanwordt gemaakt door gemeenten dan betreft het een structurele verbe-tering van 1,4 miljoen euro ten opzichte van handhaving onder de huidigesituatie. Van bezwaar en beroep is nu ook sprake in het geval dat degemeente al dan niet over gaat tot handhaving. De kosten hiervan stijgendaarmee niet als gevolg van het maatwerkbesluit.De leden merken ten slotte op dat in de proefprojecten die ten grondslagliggen aan het besluit, zich geen gevallen hebben voorgedaan waarinherstel disproportioneel was en vragen waarom er desondanks voorwordt gekozen om een formele, potentieel complexe en kostbare regelingop te tuigen voor een situatie die kennelijk uiterst zeldzaam is. Zij vragenom nader te onderbouwen waarom dit instrument noodzakelijk is.Ik verwijs voor de beantwoording van deze vraag naar mijn antwoord opde laatste vraag van de leden van de fractie van de NSC (pagina’s 6 en 7).3Rapport Cebeon d.d. 10 maart 2025, Ingebruiknamebesluit in de WkbFinanciële gevolgen gemeenten, te raadplegen via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/05/08/rapport-ingebruiknamebesluit-in-de-wkb-financiele-gevolgen-gemeenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2979
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.