Reactie op de motie van het lid Tjeerd de Groot over de bio-industrie uitfaseren en overgaan tot een dierwaardige veehouderij met als basis het familiebedrijf (Kamerstuk 36410-XIV-52) en over de motie van de leden Tjeerd de Groot en Grinwis over koersen op de omvang en de belangen van de Nederlandse melkveehouderij bij de inrichting van de kalverhouderij Kamerstuk 36410-XIV-53)
Brontekst
Versie 676b42ad81fb3519 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024 28 286Dierenwelzijn Nr. 1327 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 20 februari 2024 Op 6 februari jl. heeft uw Kamer twee moties aangenomen, te weten de motie van het lid Tjeerd de Groot over de bioindustrie uitfaseren en overgaan tot een dierwaardige veehouderij met als basis het familiebe-drijf1, en de motie van de leden Tjeerd de Groot en Grinwis over koersen op de omvang en de belangen van de Nederlandse melkveehouderij bij de inrichting van de kalverhouderij2. Tevens heeft uw Kamer verzocht om binnen twee weken een brief te ontvangen over hoe deze moties worden uitgevoerd. Met deze brief geef ik gehoor aan dit verzoek. Ten eerste de motie van het lid Tjeerd de Groot3: ik deel de wens om over te gaan tot een dierwaardige veehouderij. Zoals u weet is het mijn inzet om de dierwaardigheid in de veehouderij verbeteren en uiteindelijk toe te werken naar het volledig gebruik van diergericht ontworpen houderijsys-temen in de veehouderij. Voor mijn aanpak daaromtrent verwijs ik naar de Kamerbrieven van november 20224, juni 20235 en december 20236. Ik zal deze motie uiteraard betrekken in mijn verdere aanpak dierwaardige veehouderij. Ik deel ten aanzien van de tweede motie van de leden Tjeerd de Groot en Grinwis het uitgangspunt dat de inrichting van de kalverhouderij moet passen bij de omvang en de belangen van de Nederlandse melkveehou-derij. Ik zal uitwerken welke mogelijkheden er zijn om daar meer op te sturen en uitwerken wat van deze opties de voor- en nadelen en juridische kaders zijn. 1Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 522Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 533Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 524Kamerstuk 28 286, nr. 12655Kamerstuk 28 286, nr. 12976Kamerstuk 28 286, nr. 1321 kst-28286-1327ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13271 Gelet op de toezegging (TZ202402-109) gedaan in het commissiedebat Landbouw, klimaat en voedsel van 15 februari jl. zal ik de Kamer voor de zomer van 2024 verder informeren over deze twee aangenomen moties. Ik zie het aannemen van de genoemde moties als een bestendiging van de lijn van de Kamer om toe willen naar een dierwaardige veehouderij. Hoewel het uitfaseren van bepaalde vormen van veehouderij en/of het omvormen van sectoren zeer complexe opgaven zijn die niet zonder meer door één kabinet, laat staan een demissionair kabinet, kunnen worden geregeld, geeft de Kamer hier een belangrijk signaal mee af. Ik zal de geuitte wens zo goed als mogelijk inpassen in mijn beleid, maar zie het signaal ook als waardevol voor een nieuw te vormen coalitie en de afspraken die daar zullen worden gemaakt. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,P. AdemaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13272
Gerelateerde bronnen
- De Kamer wordt voor de zomer van 2024 uitgebreid geïnformeerd over de aangenomen moties over de reductie van de kalverhouderij (Kamerstuk 36410-XIV, nr. 53) en
De Kamer wordt voor de zomer van 2024 uitgebreid geïnformeerd over de aangenomen moties over de reductie van de kalverhouderij (Kamerstuk 36410-XIV, nr. 53) en de uitfasering van de bio-industrie (Kamerstuk 36410-XIV, nr. 52)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.