KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

27 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 14448a8aa785de9a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 IXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Financiën (IXB) en debegrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voorhet jaar 2025Nr. 5 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 27 september 2024 De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidendonderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen inde vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 24 september 2024 voorgelegd aan de Minister vanFinanciën. Bij brief van 27 september 2024 zijn ze door de Minister vanFinanciën beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-36600-IX-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 51 Vragen en antwoordenVRAAG 1Vraag 1Hoe veel zzp’ers worden er ingezet bij de hersteloperatie toeslagen? Hoeveel van hen zijn naar verwachting schijnzelfstandigen?Antwoord op vraag 1Op peildatum 30 augustus 2024 worden 776 zzp’ers ingezet bij dehersteloperatie Toeslagen (programma-DG Herstel, de Uitvoeringsorgani-satie Herstel Toeslagen (UHT), de Bezwaarschriftenadviescommissie(BAC), de Commissie van Wijzen (CvW) en de Commissie WerkelijkeSchade (CWS)). Van deze groep zijn ca. 752 zzp’ers met het risico opschijnzelfstandigheid.VRAAG 2Vraag 2Wat is de specifieke rationale voor het behouden of aanpassen van hetverlaagde btw-tarief voor bepaalde goederen en diensten in 2025, en hoeworden sectoren die niet langer onder het verlaagde tarief vallenondersteund bij de overgang naar het reguliere tarief?Antwoord op vraag 2In het hoofdlijnenakkoord staan diverse maatregelen die het kabinetvoornemens is om te treffen en die moeten worden gefinancierd.De overweging om bepaalde verlaagde tarieven wel af te schaffen enandere niet, is een politieke keuze en onder meer gebaseerd op demogelijkheid om andere maatregelen te financieren. Er moeten echterkeuzes worden gemaakt en daarbij ligt de prioriteit bij het investeren inlastenverlichting en het verbeteren van het vestigingsklimaat.Het toepassen van verlaagde btw-tarieven is in zijn algemeenheiddoelmatig noch doeltreffend. Dat blijkt uit de evaluatie van het verlaagdebtw-tarief door Dialogic en Significant APE.1 Die conclusies staan niet opzichzelf. Ze worden gesteund door een reeks aan onderzoeken die gedaanzijn naar verlaagde btw-tarieven. Zo concludeerde het CentraalPlanbureau (CPB) in zijn beleidsbrief: «Het verlaagde tarief is nietdoelmatig. Het is bedoeld als instrument om de belastingdruk van lagereinkomensgroepen te verminderen.De belastingderving is hierdoor groot, maar de bereikte herverdeling isklein. In absolute bedragen hebben hogere inkomensgroepen veel meervoordeel van het verlaagde tarief dan lagere inkomensgroepen omdat zijmeer goederen en diensten consumeren die belast zijn met het verlaagdetarief.2 Dit beeld wordt tevens onderschreven in het rapport van deEuropese parlementaire onderzoeksdienst ten behoeve van het EuropeesParlement.3 En ook het International Monetary Fund (IMF) kwam eerdertot deze conclusies.4Met deze voorstellen zet het kabinet serieuze stappen om niet-doel-treffende fiscale regelingen af te schaffen. Daarbij hebben budgettaireoverwegingen uiteraard een rol gespeeld. Het afschaffen van het1Evaluatie van het verlaagde btw-tarief | Rapport | Rijksoverheid.nl2cpb-policy-brief-2014-02-bouwstenen-voor-een-moderne-btw.pdf3Kamerstukken II 2022/23, 32 140, nr. 1514IMF Country Report No. 16/46, februari 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 52 verlaagde btw-tarief voor logies, cultuur en sport is een fors pakket aanmaatregelen, vandaar dat het kabinet er voor heeft gekozen de maatregelte beperken tot deze posten.Uitgezonderd eventuele vooruitbetalingen voor prestaties die eerst in2026 of later plaatsvinden gaan de aanpassingen eerst in per 1 januari2026. Ondernemers hebben daardoor (veelal) een jaar de tijd om zichhierop voor te bereiden. Dit stelt hen ook in de gelegenheid om eventuelevragen over de juiste toepassing voor te leggen aan de inspecteur. Ook zalde informatie op de belastingdienstsite worden aangepast aan de nieuwesituatie.VRAAG 3Vraag 3Kunt u inzichtelijk maken wat de fiscaal juridische rechtvaardiging is voorhet onderscheid tussen musea, muziek- en toneeluitvoeringen enerzijds(waarvoor een tarief van 21% zal gelden) en bioscopen en dagrecreatieanderzijds (waarvoor een tarief van 9% zal gelden).Antwoord op vraag 3De overweging om bepaalde verlaagde tarieven wel af te schaffen enandere niet, is een politieke keuze en onder meer gebaseerd op de wensom andere maatregelen te financieren. De btw-richtlijn biedt aan lidstatende mogelijkheid om een keuze te maken uit de lijst van leveringen endiensten waarop het verlaagde tarief mag worden toegepast. Het is ooktoegestaan om een keuze te maken binnen een in de btw-richtlijnopgenomen post zolang hierbij niet getornd wordt aan de zogenoemdefiscale neutraliteit.De gemaakte keuze om voor sommige diensten het verlaagde tarief af teschaffen voldoet hieraan. Het bezoeken van musea, muziek- en toneeluit-voeringen is voor de gemiddelde consument iets wezenlijk anders dan hetbezoeken van een bioscoop of attractiepark. Deze diensten zijn daaromniet soortgelijk en mogen naar een verschillend btw-tarief worden belast.Het toepassen van verlaagde btw-tarieven is in zijn algemeenheiddoelmatig noch doeltreffend. Dat blijkt uit de evaluatie van het verlaagdebtw-tarief door Dialogic en Significant APE.5 Die conclusies staan niet opzichzelf. Ze worden gesteund door een reeks aan onderzoeken die gedaanzijn naar verlaagde btw-tarieven. Zo concludeerde het CentraalPlanbureau (CPB) in zijn beleidsbrief: «Het verlaagde tarief is nietdoelmatig. Het is bedoeld als instrument om de belastingdruk van lagereinkomensgroepen te verminderen.De belastingderving is hierdoor groot, maar de bereikte herverdeling isklein. In absolute bedragen hebben hogere inkomensgroepen veel meervoordeel van het verlaagde tarief dan lagere inkomensgroepen omdat zijmeer goederen en diensten consumeren die belast zijn met het verlaagdetarief.6 Dit beeld wordt tevens onderschreven in het rapport van deEuropese parlementaire onderzoeksdienst ten behoeve van het EuropeesParlement.7 En ook het International Monetary Fund (IMF) kwam eerdertot deze conclusies.85Evaluatie van het verlaagde btw-tarief | Rapport | Rijksoverheid.nl6cpb-policy-brief-2014-02-bouwstenen-voor-een-moderne-btw.pdf7Kamerstukken II 2022/23, 32 140, nr. 1518IMF Country Report No. 16/46, februari 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 53 Met deze voorstellen zet het kabinet serieuze stappen om niet-doel-treffende fiscale regelingen af te schaffen. Daarbij hebben budgettaireoverwegingen uiteraard een rol gespeeld. Het afschaffen van hetverlaagde btw-tarief voor logies, cultuur en sport is een fors pakket aanmaatregelen, vandaar dat het kabinet er voor heeft gekozen de maatregelte beperken tot deze posten.VRAAG 4Vraag 4Hoe waarborgt u de naleving van het gelijkheidsbeginsel als beginsel vanbehoorlijk bestuur, en het beginsel van fiscale neutraliteit dat inhoudt datop soortelijke goederen en diensten dezelfde belastingdruk moet rusten?Antwoord op vraag 4De gemaakte keuze om het verlaagde tarief voor sommige diensten af teschaffen is niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel of het fiscale neutrali-teitsbeginsel. Alleen als diensten die in de ogen van de gemiddeldeconsument gelijk of soortgelijk zijn (en daarmee als het ware onderlinguitwisselbaar) voor de btw-heffing ongelijk worden behandeld, wordt aandeze beginselen getornd.Dat is hier niet het geval. Het bezoeken van musea, muziek- en toneeluit-voeringen is voor de gemiddelde consument wezenlijk iets anders dan hetbezoeken van een bioscoop of attractiepark. Deze diensten zijn daaromniet (soort)gelijk en mogen naar een verschillend btw-tarief wordenbelast. Discussies over grensgevallen en juridische grensverkenning zijnechter niet te vermijden (en doen zich ook nu voor). Het is uiteindelijk aande rechter om in een concreet geval hierover te oordelen.VRAAG 5Vraag 5Welke specifieke maatregelen worden genomen om de negatieve effectenvan de veranderingen in de aftrekbaarheid van kosten voor woningen inhet ondernemingsvermogen op ondernemers te verzachten?Antwoord op vraag 5Er worden geen specifieke maatregelen genomen omdat de voorgesteldemaatregel slechts een verduidelijking – en geen wijziging – is inzake deaftrek van kosten en lasten die verband houden met een niet-zelfstandigewerkruimte in een tot het ondernemingsvermogen behorende woning, diein een verhuursituatie door een huurder plegen te worden gedragen(huurderslasten). Dit is in lijn met jurisprudentie en parlementairegeschiedenis.9Met de voorgestelde maatregel wordt de jurisprudentie hieromtrent en debestaande praktijk meer expliciet wettelijk verankerd. Door de verduide-lijking van de wettekst is de verwachting dat kosten minder vaak verkeerdin aftrek worden genomen. Dit bespaart tijd waardoor de voorgesteldewetswijziging de doelmatigheid bevordert.VRAAG 6Vraag 69Kamerstukken 1970/71, 10790, nr. 8, p. 25; HR 4 januari 1995, nr. 29511,ECLI:NL:HR:1995:AA3046, r.o. 3.3; Hof Arnhem-Leeuwarden 29 november 2016,ECLI:NL:GHARL:2016:9544, r.o. 4.10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 54 Op welke manier wordt de stabiliteit van het fiscale beleid gewaarborgdom onzekerheden voor bedrijven te minimaliseren, gezien de wijzigingendie zijn aangekondigd in het Belastingplan 2025?Antwoord op vraag 6Voor een goed functionerende Nederlandse economie is een stabielvestigingsklimaat nodig. Bedrijven nemen immers vestigingsbeslissingenvoor de lange termijn. Dit kabinet staat daarom voor stabiel envoorspelbaar fiscaal beleid, bijvoorbeeld als het gaat om het regulierevennootschapsbelastingtarief (vpb), de afdrachtsvermindering voor speur-en ontwikkelingswerk (WBSO) en de innovatiebox.Het kabinet draait maatregelen terug uit het Belastingplan 2024 dienadelig waren voor het vestigingsklimaat, namelijk de afschaffing van deinkoopfaciliteit voor beursfondsen in de dividendbelasting, de tariefsver-hoging in box 2 en de verlaging van de winstvrijstelling voor het midden-en kleinbedrijf (MKB). Ook draait het kabinet de eerder voorgesteldeversobering van de 30%-regeling (30-20-10-regeling) uit het Belastingplan2024 grotendeels terug. Het kabinet stelt voor om een constant forfait van27% in te voeren, in combinatie met een verhoging van de salarisnorm.VRAAG 7Vraag 7Welke compenserende maatregelen zijn voorzien voor burgers die geraaktworden door de verhoging van het belastingtarief in de tweede schijf?Antwoord op vraag 7Burgers die te maken hebben met het hogere tarief in de tweede schijfprofiteren maximaal van het lagere tarief in de eerste schijf. Per saldoprofiteren zij dus van de aanpassingen in de belastingtarieven.VRAAG 8Vraag 8Wat is de rationale achter het beperken van fiscale giftenregelingen voorbedrijven, en welke impact wordt verwacht op filantropische activiteiten?Antwoord op vraag 8Naar het oordeel van het kabinet zijn beide regelingen (giftenaftrek in devennootschapsbelasting (Vpb) en geven uit de vennootschap) overbodigen maken zij het belastingstelsel onnodig ingewikkeld. Ook zijn deregelingen complex voor de Belastingdienst qua uitvoering.Zo geldt dat het geven uit de vennootschap een inbreuk vormt op debestaande fiscale systematiek voor giften die worden gedaan vanuit devennootschap. Als bedrijven goede doelen steunen door middel vansponsoring of reclame, vormen deze geen giften maar zakelijke kosten,die net als andere bedrijfskosten aftrekbaar zijn van de winst voor de Vpb.Het resterende gedeelte bestaat uit giften die zijn gedaan vanuit aandeel-houdersmotieven. Deze behoren te worden gezien als uitdelingen dieonderworpen zijn aan dividendbelasting.Bij een aanmerkelijkbelanghouder vormt de uitdeling inkomen uitaanmerkelijk belang (box 2). Deze giften horen dan ook ten laste te komenvan de aanmerkelijkbelanghouder die daarbij net als andere burgers/particulieren kan worden gefaciliteerd door de giftenaftrek in de Inkom-stenbelasting (IB). Ook leidt de regeling geven uit de vennootschap naarverwachting tot ongewenste constructies. Anders dan het vorige kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 55 vindt dit kabinet de risico’s op oneigenlijk gebruik en het optuigen vanfiscale constructies als gevolg van deze regeling niet acceptabel.Daarnaast vindt het kabinet het ongewenst dat er een verschillendebehandeling bestaat tussen giften door een aanmerkelijkbelanghoudervanuit zijn vennootschap en giften als niet-aanmerkelijkbelanghouder.Naar aanleiding van het hoofdlijnenakkoord wordt dan ook voorgesteld degiftenaftrekmogelijkheid in de Vpb te laten vervallen.Als een vennootschapsbelastingplichtige vennootschap toch een gift doet,wordt dit behandeld als een uitdeling door die vennootschap aan diensaandeelhouder(s). Deze uitdeling wordt vervolgens belast als eenopbrengst voor de dividendbelasting, en bij de aanmerkelijkbelanghouderin box 2 (van de inkomstenbelasting). Deze aanmerkelijkbelanghouder kanin privé – onder voorwaarden – gebruikmaken van de giftenaftrek in de IB.Bij de uitwerking van de aanpassingen in de fiscale geefregelingen zoalsin het hoofdlijnenakkoord opgenomen, is een globale inschatting gemaaktvan de eventuele impact op de filantropiesector in brede zin. Dezeeventuele impact is moeilijk in te schatten, aangezien dit afhankelijk is vanmogelijke gedragsreacties van degenen die giften willen gaan doen.VRAAG 9Vraag 9Hoe verhoudt de verhoging van de energiebelasting op aardgas zich totde klimaatdoelen, en welke sectoren worden hiervan het meest getroffen?Antwoord op vraag 9Het kabinet heeft geen concrete voornemens om de energiebelasting opaardgas sterk te verhogen ten opzichte van het basispad. In hetwetsvoorstel Belastingplan 2025 wordt enkel een zeer beperkte verhogingvan het tarief voor de vierde en vijfde schijf aardgas voorgesteld. Dit terdekking van het invoeren van een apart energiebelasting tarief voorwaterstof. Deze maatregel zit ook in het wetsvoorstel Belastingplan 2025.In het basispad zit reeds een verhoging van de tarieven om te zorgen vooreen prikkel tot verduurzaming. Indien de bestaande klimaatdoelen nietgehaald worden, dan zal het kabinet alternatief beleid ontwikkelen waarbijook wordt gekeken naar beprijzingsmaatregelen.VRAAG 10Vraag 10Waarom wordt ervoor gekozen om de vrijstelling van kolenbelasting voorduaal gebruik af te schaffen, ondanks de afhankelijkheid van bepaaldeindustrieën van dit gebruik?Antwoord op vraag 10De maatregel biedt een aanvullende stok achter de deur voor hetgrotendeels uitfaseren van kolengebruik in Nederland en de maatregelgenereert een budgettaire opbrengst. De afhankelijkheid van de Neder-landse ijzer- en staalindustrie voor kolen en de daarmee gepaard gaandeuitstoot van broeikasgassen en luchtverontreinigend stoffen neemt in detoekomst aanzienlijk af, indien wordt overgestapt op duurzamereproductiemethoden.Het kabinet beoogt de overstap naar duurzamere productiemethoden teondersteunen via een maatwerkafspraak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 56 VRAAG 11Vraag 11Zijn er specifieke sectoren geïdentificeerd die onevenredig wordengeraakt door de verlaging van de algemene heffingskorting, en zijn erplannen voor gerichte ondersteuning?Antwoord op vraag 11In het Belastingplan 2025 wordt voorgesteld het maximum van dealgemene heffingskorting te verlagen en het afbouwpunt te koppelen aanhet wettelijk minimumloon. Per saldo leiden deze aanpassingen tot eenverlaging van het recht op algemene heffingskorting bij alle inkomensni-veaus. Het gaat hier echter om een generieke maatregel in de inkomsten-belasting die voor alle sectoren hetzelfde uitpakt. Er zijn dan ook geenplannen voor gerichte ondersteuning van bepaalde sectoren.VRAAG 12Vraag 12Kan per betaalverzoek uit de HVP worden aangegeven welke maatregelendaaronder vallen en in hoeverre Nederland nu op schema ligt om dezemaatregelen op tijd door te voeren?Antwoord op vraag 12−Onderstaand overzicht geeft weer welke maatregelen in welk betaal-verzoek zitten10. Aangezien een maatregel meerdere mijlpalen(kwalitatief) en/of doelstellingen (kwantitatief) kan hebben, kan hetvoorkomen dat een maatregel in meerdere betaalverzoeken zit.−In de Kamerbrief over de goedkeuring van het eerste betaalverzoek ende voortgang van het Nederlands herstel- en veerkrachtplan (HVP) dieik op 20 september jl. aan de Kamer heb verzonden heb ik een updategegeven over de voortgang van het Nederlands HVP.11 In die brief hebik onder meer gemeld dat het kabinet op 16 september jl. eenwijzigingsverzoek heeft ingediend bij de Europese Commissie om eenaantal maatregelen uit het tweede betaalverzoek te wijzigen. Ditwijzigingsverzoek betreft een aantal technische en administratievewijzigingen. De Commissie beoordeelt het wijzigingsverzoek nu. Nagoedkeuring kan Nederland het tweede betaalverzoek in lijn met dehuidige planning eind 2024 indienen.−In diezelfde Kamerbrief heb ik ook gemeld dat voor de overigebetaalverzoeken een klein aantal maatregelen onder druk staat. Hetkabinet werkt hard met betrokken partijen om per casus oplossings-richtingen voor deze uitdagingen te verkennen, en zal hierover ook opkorte termijn met de Commissie in gesprek gaan. Dit betreft devolgende maatregelen: European Rail Traffic Management System, deenergiebelasting, de autobelasting, de invoering van een arbeidsonge-schiktheidsverzekering voor zelfstandigen (wetsvoorstel BAZ), en deaanpak van schijnzelfstandigheid (wetsvoorstel VBAR).−Het kabinet is aanhoudend gemotiveerd om het volledige HVP uit tevoeren en daarmee alle beschikbare middelen voor Nederland binnente halen.10Dit overzicht heb ik eerder met de Kamer gedeeld in de brief aan Eerste of Tweede Kamer –Kamervragen over het EU-Coronaherstelfonds (overheid.nl), Kamerstuk 401865. Het overzichtvan mijlpalen en doelstellingen per maatregel per betaalverzoek staat in het Nederlandseraaduitvoeringsbesluit, op p. 76–86.11Brief – Goedkeuring eerste betaalverzoek Nederlands herstel- en veerkrachtplan (overheid.nl),Kamerstuk 453606.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 57 Betaalverzoek 1 (reeds goedgekeurd)Invoering en aanscherping CO2-heffing voor de industrieVerhoging van de vliegbelastingQuantum Delta NLEuropean Rail Traffic Management SystemInformatiemanagement Overheid (Wet open overheid)Verhoging van de leegwaarderatioGecentraliseerde planning om het woonaanbod te vergrotenVerhoging van de inkomensafhankelijkheid van huurVersnellen van het woningbouwproces en de woningbouwproceduresSubsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoedVerlaging van de zelfstandigenaftrekHervorming van de tweede pijler van het pensioenstelselAanpak van schijnzelfstandigheidNederland Leert DoorOndersteuning van leerlingen in het laatste jaar van het voortgezetonderwijsLaptops en tablets voor online en hybride onderwijs om leerverliezen aante pakken en te beperkenSET COVID-19Health Research InfrastructureAanpak van mismatches bij de toepassing van het zakelijkheidsbeginselWijziging van de specifieke renteaftrekbeperking ter voorkoming van devrijstelling van de betaling van belastingen op negatieve rente enpositieve valutaresultatenBeperking van belastingaftrek op grond van liquidatie- en stakingsver-liezenBeperking van de verliesverrekeningEnergiehervormingspakketAudit en controle, uitvoering en complementariteitBetaalverzoek 21. Hervorming van de energiebelastingGroenvermogen waterstofSubsidieregeling sanering varkenshouderijenEuropean Rail Traffic Management System (ERTMS)Intelligente wegkantstations (iWKS)Digitalisering van de strafrechtketenUitfasering van de belastingvrijstelling voor schenkingen ter financieringvan de aankoop van een woning.Gecentraliseerde planning om het woningaanbod te vergrotenVersnellen van het woningbouwproces en de woningbouwproceduresNederland leert doorBij- en omscholingsbudget voor werklozenOndersteuning van nieuwkomers om leerverliezen te voorkomenUitbreiding van de intensive careHealth Research InfrastructureNederlands fiscaal beleidEnergiehervormingspakketBetaalverzoek 31. Hervorming van de energiebelastingHervorming van de autobelastingenEnergiewetWind op ZeeAI Ned en Applied AI Learning CommunitiesDigitale Infrastructuur LogistiekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 58 European Rail Traffic Management SystemVeilige, Slimme en Duurzame mobiliteitGrensverleggende IT (GrIT)Ontsluiting van nieuwbouwprojectenArbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigenHervorming van de tweede pijler van het pensioenstelselAanpak van schijnzelfstandigheidNederland Leert DoorNationaal Onderwijslab AITijdelijke extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijdAnti-witwas beleidInvesteringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)Betaalverzoek 41. Hervorming van de autobelastingen12Wind op ZeeGroenvermogen waterstofEnergietransitie binnenvaart, project Zero Emission Services (ZES)Luchtvaart in transitieAiNed en applied AI learning communitiesDigitaliseringsimpuls Onderwijs NLDigitale infrastructuur logistiekVeilige, Slimme en Duurzame mobiliteitIntelligente wegkantstationsGrensverleggende IT (GrIT)Ontsluiting van nieuwbouwprojectenSubsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoedArbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigenHervorming van de tweede pijler van het pensioenstelselNationaal Onderwijslab AITijdelijke extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijdNederlands fiscaal beleidInvesteringssubsidie voor duurzame energie en energiebesparingEnergiehervormingspakketBetaalverzoek 51. Hervorming van de autobelastingen13Wind op ZeeProgramma NatuurQuantum Delta NLAiNed en applied AI learning communitiesDigitale Infrastructuur LogistiekVeilige, Slimme en Duurzame mobiliteitInformatiemanagement Overheid (Wet open overheid)Grensverleggende IT (GrIT)Ontsluiting van nieuwbouwprojectenInvesteringssubsidie duurzame energie en energiebesparingHervorming van de tweede pijler van het pensioenstelselBij- en omscholingsbudget voor werklozenSubsidieregeling voor de duurzaamheid van vastgoed in de publiekesector12Mijlpaal gericht op: «Bekendmaking van een wet in de Staatscourant tot wijziging van debestaande autobelasting op personenauto’s en bestelauto’s»: belasting naar het aantalgereden kilometers i.p.v. het gewicht van de auto (Betalen naar Gebruik).13Mijlpaal gericht op: «Brief aan het parlement over de stand van de uitvoering van de wet totwijziging van de belastinggrondslag voor personenauto’s en bestelauto’s»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 59 VRAAG 13Vraag 13Hoe kan het dat de Wet werkelijk rendement box 3 opnieuw vertraagd is?Is andere prioritering mogelijk?Antwoord op vraag 13In Kamerbrieven van 18 juli14 en 17 september jl.15 heeft het kabinet deKamer geïnformeerd over het (aanvullende) rechtsherstel in box 3 naaraanleiding van de recente arresten van de Hoge Raad, waaruit blijkt dataanvullend rechtsherstel moet worden geboden. Daarbij heeft het kabinetaangegeven dat dit een grote impact heeft op de capaciteit van deBelastingdienst, zowel qua personeel als ICT. Ook gaf het kabinet aan datde Belastingdienst bezig is om de gevolgen van de nieuwe herstelwerk-zaamheden op de ICT-planning in kaart te brengen.In de Kamerbrief van 15 april jl. is aangegeven dat de overgang naar eensysteem van heffing over het werkelijke rendement een grote impact heeftop de uitvoeringsprocessen en de ICT van de Belastingdienst.16 Daarbij isdestijds ook aangegeven dat de aanvullende herstelwerkzaamheden opbasis van de laatste arresten van de Hoge Raad gevolgen kunnen hebbenvoor de benodigde werkzaamheden en inwerkingtreding van het nieuwestelsel.Ook is in deze brief aan uw Kamer gemeld dat de herstelwerkzaamhedennoodzakelijkerwijs voorrang krijgen en ten koste zullen gaan vanICT-capaciteit voor de modernisering die benodigd is voor de invoeringvan het nieuwe stelsel. Nu de arresten van de Hoge Raad bekend zijn ishet duidelijk dat de nieuwe hersteloperatie de komende periode een grootbeslag zal leggen op de capaciteit van de Belastingdienst.De Belastingdienst heeft in de zomer aangegeven dat niet voldoendecapaciteit beschikbaar is om het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3in de huidige vorm volledig te implementeren per 1 januari 2027. Daaromheeft het kabinet gevraagd te onderzoeken welke alternatieve invoerings-opties wel haalbaar zijn zodat samen met uw Kamer zorgvuldigebesluitvorming over de opties kan plaatsvinden. Juridisch houdbare enuitvoerbare wetgeving is hierbij voor mij een prioriteit. Uitgangspunt vandit nog lopende onderzoek is dat per 1 januari 2027 een nieuw stelsel inbox 3 wordt ingevoerd. Hierover verwacht het kabinet de Kamer, zoals ookaangegeven in de brief van 20 september jl., voor het eind van het jaar teinformeren.17VRAAG 14Vraag 14Kan een overzicht gegeven worden van alle geplande IT-projecten bij deBelastingdienst en Dienst Toeslagen, met daarin het verwachte momentvan start en afronding?Antwoord op vraag 14Over de belangrijkste ICT-trajecten van de Belastingdienst en DienstToeslagen wordt de Tweede Kamer via het Rijks ICT Dashboard (RID)geïnformeerd, inclusief startmoment en verwacht moment van afronding.Daarnaast wordt de Tweede Kamer periodiek op de hoogte gehouden14Kamerstukken II 2023/24, 32140, nr. 204.15Kamerstukken II 2023/24, 32140, nr. 20516Kamerstukken II, 2023/24, 32 140, nr. 18317Kamerstukken II, 2023/24, 32 140, nr. 206Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 510 over de voortgang van ICT(-projecten) bij de Belastingdienst en DienstToeslagen. De meest recente Kamerbrief wat betreft de Belastingdienstdateert van 18 juni jl18. Bij Dienst Toeslagen gaat het om van 11 juni jl.19VRAAG 15Vraag 15Betekent Pijler 1 bij de Douane dat in sommige taakvelden substantieelminder gehandhaafd gaat worden?Antwoord op vraag 15Pijler 1 van de strategie 2025–2028 ziet op de ambitie van de Douane omin de handhaving meer te sturen op maatschappelijke effecten. Binnendeze pijler zal de handhaving op alle taakgebieden waar de Douane actiefis, zich richten op de grootste maatschappelijke risico’s die binnen hettaakgebied bekend zijn. Daar waar handhaving nodig is, zal de Douane ditblijven uitvoeren.VRAAG 16Vraag 16Op welke manier raakt de taakstelling groei apparaat Rijksoverheid deontvangsten?Antwoord op vraag 16Naar aanleiding van het hoofdlijnenakkoord is een taakstelling op deapparaatsbudgetten (70,7 miljoen euro) en externe inhuur (9,1 miljoeneuro) van het Ministerie van Financiën oplopend tot per saldo 79,8 miljoeneuro structureel doorgevoerd. De korting is technisch berekend op alleapparaatsuitgaven- en apparaatsontvangstenbudgetten. Dit betekent datbetreffende budgettaire taakstellingsmutaties boekhoudtechnisch gezienzowel de uitgaven (92,2 miljoen euro lagere uitgavenraming) als deontvangsten (12,4 miljoen euro lagere ontvangstenraming) raken. Dezetwee deelreeksen staan beide vermeld in de paragraaf BelangrijksteMutaties. Deze twee reeksen leiden per saldo tot de korting van79,8 miljoen euro op de Financiënbegroting. Dit is de opgaaf waar hetMinisterie van Financiën invulling aan moet geven met concrete keuzes enmaatregelen.VRAAG 17Vraag 17Op welke manier gaat het Ministerie van Financiën invulling geven aan detaakstelling groei apparaat Rijksoverheid in 2025 en verder?Antwoord op vraag 17De gehele taakstelling op apparaat bedraagt 70,7 miljoen euro structureel.In deze ontwerpbegroting 2025 is het gedeelte van de apparaatstaak-stelling die ingaat vanaf begrotingsjaar 2025, van 15,6 miljoen eurostructureel, reeds concreet doorverdeeld naar diverse organisatieonder-delen van het ministerie. De concrete verdeling van de resterendetaakstellingsreeks 2026–2029, 55,1 miljoen euro structureel, over deapparaatsbudgetten van Financiën wordt nog nader uitgewerkt. Hiertoeworden dit najaar besparingsopties geinventariseerd en de benodigdekeuzes in kaart gebracht. Zoals ook in het regeerprogramma aangegeven,zal ik uw kamer via de reguliere begroting en jaarverslagen informerenover de maatregelen waarmee de verdere taakstelling wordt ingevuld.18Kamerbrief over voortgang ICT Belastingdienst | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl19Kamerbrief actualiteiten Dienst Toeslagen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 511 VRAAG 18Vraag 18Op welke manier wordt gewaarborgd dat de intensivering InvestNL zorgtvoor de maximale groei van het verdienvermogen van Nederland?Antwoord op vraag 18Invest-NL draagt eraan bij de Nederlandse economie duurzamer eninnovatiever te maken, door eigen vermogen (het kernkapitaal) teinvesteren en door het mobiliseren van kapitaal van marktpartijen,overheden en vanuit de EU. Doorgaans leidt 1 euro van Invest-NL tot hetmobiliseren van aanvullende 3 euro van private vermogensverschaffers.Op deze manier bevordert Invest-NL de groei van het verdienvermogenvan Nederland. Met blended finance wordt vooral ingezet op projectont-wikkeling met hoge maatschappelijke baten, bijvoorbeeld in de energie-transitie. Met de aanvullende middelen die het kabinet ter beschikkingstelt aan onder andere het kernkapitaal (via de begroting van Financiën)en blended finance (via de begroting van Economische Zaken) kanInvest-NL méér financiering verstrekken aan het Nederlandsebedrijfsleven.Het doel, de taken en de voorwaarden voor de taakuitoefeningen vanInvest-NL zijn wettelijk vastgelegd (Machtigingswet oprichting Invest-NL).De Nederlandse staat, als aandeelhouder van Invest-NL, wordt periodiekgeïnformeerd door Invest-NL over haar belangrijkste resultaten. Eenexterne tussentijdse evaluatie in 2022 (Dialogic, 21 oktober 2022) gaf eenvoorlopig positief beeld van het functioneren van Invest-NL. In 2026evalueert de staat of het aandeelhouderschap in Invest-NL nog toege-voegde waarde heeft.VRAAG 19Vraag 19Wat verklaart de piek uit uitgaven in 2026?Antwoord op vraag 19De piek in de uitgaven in 2026 wordt met name verklaard door deadditionele leningsfaciliteit voor TenneT, die in 2026 17,1 miljard eurobedraagt.VRAAG 20Vraag 20Is er een moment waarom de Garantie FCI niet meer als garantieopgenomen hoeft te worden op de begroting?Antwoord op vraag 20De garantie aan Fortis Corporate Insurance (FCI) kent geen einddatum. Hetis dus niet uitgesloten dat er nog een beroep op de garantie wordtgedaan. Voor de beheersing van dit risico is een maximumbedragopgenomen in de begroting. Er zijn tot op heden geen aanwijzingen dathet risico op uitbetaling zich ook materialiseert. Een aantal jaar geleden isbeoordeeld of de garantie niet meer in de begroting opgenomen hoeft teworden. Dat was destijds niet het geval. Ik zal dit komend jaar opnieuwbeoordelen.VRAAG 21Vraag 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 512 Is de verwachting dat voldoende landen akkoord gaan met de 16equotaherziening van het IMF voor 15 november 2024?Antwoord op vraag 21Het is nog onduidelijk of voldoende landen voor de deadline van15 november 2024 kunnen instemmen met het akkoord van december2023 over de 16e quotaherziening van het IMF. Bij de IMF Jaarvergaderingvan 21–26 oktober wordt hiervoor mogelijk meer duidelijk.VRAAG 22Vraag 22Wat verklaart het flink hogere verplichtingenbedrag in 2024?Antwoord op vraag 22In 2024 lopen enkele grote meerjarige ICT-contracten af waardoor dezeopnieuw meerjarig moeten worden verplicht. Daarnaast zijn er groteICT-trajecten die in 2024 zullen worden aanbesteed waardoor er een hogerverplichtingenbedrag benodigd is. Een voorbeeld is de modernisering vanhet systeem voor de omzetbelasting.VRAAG 23Vraag 23In hoeverre is zeker dat de terugloop van het budget voor externe inhuurin 2025 gerealiseerd gaat worden?Antwoord op vraag 23Conform het Hoofdlijnenakkoord committeert de Belastingdienst zicheraan om de externe inhuur substantieel terug te dringen. Het is vanbelang dit verstandig te doen. Een vermindering van inhuur moetnamelijk niet de continuïteit en stabiliteit van de dienstverlening aanburgers en bedrijven, de modernisering van de ICT-systemen en debelastingontvangsten in gevaar brengen. In 2025 zetten we een eerstebelangrijke stap.VRAAG 24Vraag 24Wat verklaart de flink hogere bijdrage aan Shared service organisaties(SSO’s) in 2025?Antwoord op vraag 24De stijging wordt veroorzaakt door de incidentele afdracht van deketenpartnerbudgetten van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen(UHT) aan de Belastingdienst. Deze middelen worden gebruikt ter dekkingvan de overheadtaken (bijvoorbeeld huisvesting en ICT) die de Belasting-dienst voor UHT uitvoert. De afdracht wordt per jaar bezien.VRAAG 25Vraag 25Wat verklaart de flink hogere uitgaven aan rente in 2025?Antwoord op vraag 25De piek in uitgaven aan belasting- en invorderingsrente doet zich voor in2024, niet in 2025. De belangrijkste verklaring hiervoor is gelegen in hetHoge Raad-arrest op 14 juni 2024. Hierin heeft de Hoge Raad bepaald dateen Duits fonds (Immobielen-Sondervermögen) geen buitenlandsbelastingplichtige is in Nederland en dat betaalde vennootschapsbelastingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 513 (VPB) inclusief rente terugbetaald dient te worden. Het betreft hierinvorderingsrente uit de jaren 1998–2011. Het gaat om een bedrag van203 miljoen euro.VRAAG 26Vraag 26Waarom worden de belastingontvangsten in 2025 fors lager geraamd?Antwoord op vraag 26De belastingontvangsten in 2025 vallen op kasbasis lager uit dan 2024door enkele incidentele effecten. Ten eerste waren de belastingont-vangsten in 2024 eenmalig verhoogd door anticipatie van directeur-grootaandeelhouders op de tariefverhoging in box 2 per 2024. Om dezemutatie voor te zijn, is eind 2023 een grote hoeveelheid extra dividenduitgekeerd. Vanwege het inningsproces wordt het grootste deel van dehierover verschuldigde belasting afgedragen in 2024. Daarnaast zijn deontvangsten in 2025 incidenteel verlaagd. Op dit moment is deverwachting dat een (belangrijk) deel van de hersteloperatie naaraanleiding van de box 3 arresten van de Hoge Raad in 2025 wordtuitgevoerd en in dat jaar tot herstelbetalingen leidt.VRAAG 27Vraag 27Welke kosten maakt de belastingdienst door het niet tijdig afhandelen vanbezwaren en klachten binnen de Awb-termijn?Antwoord op vraag 27Als de Belastingdienst bezwaren niet tijdig afhandelt kunnen belangheb-benden de Belastingdienst in gebreke stellen en een dwangsom eisen. Bijklachten is dat niet mogelijk. De dwangsom kan maximaal 1.442 eurobedragen.VRAAG 28Vraag 28Waarom is de streefwaarde voor betalingsachterstanden in 2025 hogerdan in 2024?Antwoord op vraag 28Sinds 2023 wordt de streefwaarde van ≤3,5% niet meer gehaald. Dit heeftmeerdere oorzaken zoals intrekkingen van coronabetalingsregelingenwaardoor vorderingen niet meer in de betalingsregelingen vallen, maardirect zichtbaar worden in de betalingsachterstanden, het opheffen vaneerdere pauzeringen, en de beperkte capaciteit voor dwanginvorderingmede door de groei naar meer persoonsgerichte aanpak en dienstver-lening. Gelet hierop heeft de Belastingdienst de streefwaarde bijgesteldnaar ≤4,0%.VRAAG 29Vraag 29Wat is de prognose voor de behoefte van kapitaalstortingen bij deverschillende staatsdeelnemingen in de komende jaren, met nameTenneT?Antwoord op vraag 29In de begroting die gepresenteerd is op Prinsjesdag zijn de laatsteinzichten met betrekking tot voorgenomen kapitaalinjecties opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 514 Invest-NL (600 miljoen euro in kernkapitaal) en Invest-International(100 miljoen euro) zullen komende jaren kapitaal ontvangen. Op ditmoment zijn geen verdere kapitaalverzoeken aan de orde. Of er eventueel(nieuwe) kapitaalbehoefte ontstaat bij de staatsdeelnemingen is afhan-kelijk van specifieke omstandigheden en de verwachte financiëleprestaties van de staatsdeelnemingen.Ten aanzien van TenneT heb ik op dinsdag 17 september 2024 eenKamerbrief20 verstuurd met daarin de stand van zaken naar het onderzoekin de structurele oplossingen voor de kapitaalbehoefte van TenneT.De Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst en ik zullen de Kamertijdig informeren en betrekken als wij willen voorzien in de kapitaalbe-hoefte bij staatsdeelnemingen. Dit is ook vastgelegd in Comptabiliteitswet2016 in een zogenoemde voorhangprocedure. Middels de voorhangpro-cedure is geregeld dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamer tijdigworden geïnformeerd als een bewindspersoon eigen vermogen (bijvoor-beeld door middel van een kapitaalinjectie) wil verstrekken aan eenprivaatrechtelijke rechtspersoon (in dit geval een staatsdeelneming). Eenkapitaalstorting aan een deelneming vindt pas plaats nadat het parlementingestemd heeft met het begrotingsstuk waarin deze storting isopgenomen (budgetrecht parlement).VRAAG 30Vraag 30Wat is de prognose van de inkomsten van het afstoten van staatsdeelne-mingen (zoals ABN AMRO, SNS) in de komende jaren?Antwoord op vraag 30Het uitgangspunt van dit kabinet is, net als voorgaande kabinetten, omABN AMRO en de Volksbank zo snel als verantwoord is volledig terugnaar de markt te brengen. Ik kan geen prognose geven van deopbrengsten van deze afbouw in de komende jaren. Dit is namelijkafhankelijk van het tempo van de afbouw en de marktomstandigheden.Daarnaast zou een prognose kunnen leiden tot mogelijke verwachtingenbij eventuele kopers, waardoor zij kunnen anticiperen op een transactievan de staat. Dit kan invloed hebben op het succes van toekomstigetransacties. Onlangs heb ik uw Kamer geïnformeerd over de stand vanzaken van de afbouw van ABN AMRO. Op dit moment is het belang vande staat 40,5%.21 NLFI zal mij de komende periode adviseren over verdereafbouw. Zoals gebruikelijk zal ik uw Kamer, indien nodig vertrouwelijk,informeren op het moment dat er nieuwe ontwikkelingen zijn. Voor dezomer heeft mijn voorganger het advies van NLFI over de toekomstoptiesvan de Volksbank met uw Kamer gedeeld22. Ik verwacht binnenkort mijnappreciatie van dit advies met uw Kamer te delen. Ik ga daarna graag metuw Kamer in gesprek over deze toekomstopties alvorens daadwerkelijkhet richtinggevend besluit te nemen.VRAAG 31Vraag 31Worden verzekeringen nog wel gestimuleerd om hun uitstaande leningente verhalen, nu de staat garant staat voor deze bedragen?Antwoord op vraag 3120Kamerstukken II 2024–2025, 28 165 nr. 42921Kamerstukken II, 2024–2025, 31 789, nr. 11722Kamerstukken II, 2023–2024, 32 013, nr. 290.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 515 De staat verzekert nooit 100%, waardoor een verzekerde altijd een eigenrisico heeft. Wanneer een schade valt, keert de staat het verzekerdebedrag uit aan de verzekerde. De staat neemt de vordering over van deverzekerde, waarna de staat de schade verhaalt op de debiteur.VRAAG 32Vraag 32Wat is het bij benadering het bedrag waarvoor de overheid garant staataangaande uitstaande leningen?Antwoord op vraag 32Eind augustus 2024 staat de overheid garant voor 17,7 miljard euro aanuitstaande verzekeringen. Dit is een combinatie van definitieve verplich-tingen (12,6 miljard euro) en voorlopige verplichtingen (5,1 miljard euro).De overheid verstrekt geen leningen via de exportkredietverzekering-faciliteit (ekv-faciliteit).VRAAG 33Vraag 33Hoeveel exportkredietverzekeringen worden geweigerd omdat transactiesniet groen zijn?Antwoord op vraag 33Uitvoerder van de exportkredietverzekering-faciliteit (ekv-faciliteit),Atradius Dutch State Business (ADSB), verzekert sinds 2023 geen fossieletransacties meer, behoudens beperkte en duidelijk gedefinieerdeomstandigheden, in lijn met het 1,5 graden scenario. Verder wordentransacties beoordeeld op de risico’s conform het vastgestelde risicokader.Op basis van de risico’s wordt een aanvraag goedgekeurd of geweigerd.Alleen transacties die voldoen aan de ADSB-groenlijst worden als groengeclassificeerd, maar dit is geen uitsluitingsgrond. Het is dus niet aan deorde dat transacties worden afgewezen met de reden dat ze niet groenzijn.VRAAG 34Vraag 34Hoe verklaart u het dat de schade-uitkering in 2023 en 2024 hoger is danhet meerjarig begrote bedrag?Antwoord op vraag 34Bij de exportkredietverzekering-faciliteit (ekv-faciliteit) zijn schadesmoeilijk te ramen en daarnaast kan het al dan niet materialiseren van éénschadezaak een grote impact hebben op de realisatie. Hierdoor zijn deschade-uitkeringen in het lopende jaar en de toekomstige jaren nogonzeker. In 2023 zijn een groot aantal oudere schadedossiers zonderrecuperatiemogelijkheden gesloten waardoor schade-uitkeringen hogerzijn dan het meerjarig begrote bedrag.VRAAG 35Vraag 35Hoeveel kilogram cocaïne is er dit jaar al in beslag genomen?Antwoord op vraag 35De Douane maakt ieder halfjaar de cijfers over inbeslagnames bekend. DeDouane heeft in het eerste halfjaar ruim 17.000 kg cocaïne onderschept.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 516 Zoals gebruikelijk zullen begin 2025 de jaarcijfers over 2024 bekendworden gemaakt.VRAAG 36Vraag 36Zijn er ook signalen van corruptie bij de Douane? Zo ja, kunt u deze naderduiden?Antwoord op vraag 36Bij Douane zijn er gevallen van corruptie bekend. Er is sprake vanverharding en steeds wijzigende modus operandi in de criminele wereld,waarop continu moet worden ingespeeld. Deze ontwikkeling heeft groteimpact op de douane-organisatie en medewerkers. Als poortwachter vanhet grensoverschrijdende goederenverkeer beschikt de Douane immersover bevoegdheden, informatie en toegang tot beveiligde terreinen.U bent geïnformeerd over de aanpak Verbeteragenda Integriteit waarbijde inzet op het terrein van integriteit en corruptie versterkt en verbreedtwordt, zodat alle medewerkers van Douane en de organisatie zo veel alsmogelijk beschermd worden en weerbaar zijn. De Douane focust op eenintegrale benadering vanuit een onderstaande thema’s.De verbeteragenda Integriteit is gericht op bescherming (tegenongewenste invloeden van buitenaf), weerbaarheid (medewerkers helpenop een goede manier om te gaan met integriteitsrisico’s) en cultuur enorganisatie (bouwen aan een integere cultuur en een veilige werkom-geving).Ook is in 2023 het Bureau Veiligheid en Integriteit (BV&I) opgericht met alsdoel de veiligheid en integriteit van de Douane en haar medewerkers tebevorderen en zorg te dragen voor de borging ervan.VRAAG 37Vraag 37Hoe groot is de bezettingsgraad bij de Douane? Kunt u hier een updatevan geven?Antwoord op vraag 37Per 31-08-2024 bedraagt het bezettingspercentage ten opzichte van deformatie (6.494 fte’s) 94%.VRAAG 38Vraag 38Hoe is momenteel de samenwerking en gegevensuitwisseling tussen deDouane en politie? Kunt u dit nader duiden?Antwoord op vraag 38De Politie en de Douane werken samen in verschillende samenwerkings-verbanden. Een voorbeeld hiervan is het Hit-and-Run-Cargo-team (HARC-team). In dit team werkt de Douane samen met de (Zeehaven)Politie,Koninklijke Marechaussee (KMar), de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings-dienst (FIOD) en het Openbaar Ministerie (OM). Dit team houdt zich onderandere bezig met het opsporen en onderzoeken van drugssmokkel in dehaven van Rotterdam en op Schiphol.Andere voorbeelden waarbij Douane en politie samenwerken zijn:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 517 −De Kustwacht bewaakt samen met de Douane, de Zeehavenpolitie ende Koninklijke Marechaussee de Nederlandse grenzen op de Noordzee.Ieder vanuit de eigen taken.−Het programma Transport Facilitated Organized Crime (TFOC) isgericht op het waakzaam maken van chauffeurs, ondernemers enandere spelers in de transportsector op criminele inmenging. Wewerken hierin samen met onder meer de politie, het OM, de KMar, enondernemers in de sector.De Douane is gebonden aan haar geheimhoudingsplicht waardoor zij nietzomaar gegevens mag uitwisselen. Ook niet met de politie.Er kan op dit moment ook van de geheimhoudingsplicht wordenafgeweken in het geval er sprake is van een (redelijk vermoeden van een)strafbaar feit. Ook is het mogelijk om op vordering van de officier vanjustitie gegevens te verstrekken in het kader van opsporingsonderzoeken.Teneinde criminaliteit zo effectief mogelijk te voorkomen en te bestrijdenis nauwe samenwerking tussen de partijen betrokken bij grensbewakingen de voorkoming en de bestrijding van (georganiseerde ondermijnende)criminaliteit van eminent belang. Daarom wordt gewerkt aan de Wijzi-gingswet gegevensverstrekking Douane voor uitvoering Politie- oftoezichtstaken. Hierin wordt een wettelijke grondslag gecreëerd voor deDouane om toezichtsgegevens waarop de geheimhoudingsplicht rust, tekunnen delen met de Politie, de KMar, de FIU en de FIOD. Ik verwacht hetwetsvoorstel binnenkort bij uw Kamer in te kunnen dienen.VRAAG 39Vraag 39Wat is de oorzaak van de hogere uitgave aan externe inhuur in 2024 bij deDouane?Antwoord op vraag 39De Douane kent een onderbezetting. Daarom huurt de Douane personeelin. Bijvoorbeeld het inhuren van uitzendkrachten om administratieveachterstanden weg te werken. Ook wordt in 2024 externe expertiseingehuurd om het beheer van de belastingontvangsten (grote geldstroom)te verbeteren. Dit mede naar aanleiding van de bevindingen van deAuditdienst Rijk en Algemene Rekenkamer.VRAAG 40Vraag 40Acht u het waarschijnlijk dat het percentage afgehandelde bezwaren enklachten in 2025 op streefniveau ligt?Antwoord op vraag 40Ja, ik acht het waarschijnlijk dat het percentage afgehandelde bezwarenen klachten voor de reguliere uitvoering van toeslagen, in 2025 opstreefniveau ligt. Op basis van de recente realisatiecijfers verwachten wedat in 2024 de tijdigheid van behandeling van bezwaarschriften tegendefinitieve toekenningen en van klachten voldoet aan de streefwaardendie in het jaarplan 2025 zijn geformuleerd. Ik heb geen aanleiding teveronderstellen dat het aantal ontvangen bezwaren tegen definitievetoekenningen of het aantal klachten in 2025 af zal wijken van deordegrootte van 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 518 VRAAG 41Vraag 41Wat verklaart de toename van het aantal topambtenaren bij het Ministerievan Financiën in afgelopen jaren?Antwoord op vraag 41Er is geen sprake van een stijging van het aantal topambtenaren bijFinanciën. In de begroting wordt hier ook geen melding van gemaakt.Onder topambtenaren worden ambtenaren verstaan met een salarisschaal16 en hoger. Gelet op de topformatie van het ministerie zoals jaarlijksverantwoord aan BZK en de bezettingcijfers over de periode 2021–2023 issprake van een daling van ambtenaren met een betaalschaal 16 en hogervan 178 fte (2021) naar 174 fte (2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 519

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 27d92aa0fef7db99

14 okt 2026 · 6b73a39d71a3c77c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.