Verkenning beprijzen watergebruik
Brontekst
Versie 11cbc44d8e8ad41d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 625WaterbeleidNr. 691 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 november 2024Hierbij ontvangt u het rapport «Verkenning beprijzen watergebruik»,opgesteld door Witteveen+Bos en PwC1. Deze brief beschrijft de bevin-dingen, de beleidsreactie en sluit af met de voorgenomen vervolgstappen.AanleidingWe hebben de afgelopen periode meerdere droge tot zeer droge zomerservaren. In de toekomst zullen die niet minder vaak optreden2. In de«Kamerbrief Water en Bodem Sturend»3 van 2022 zijn verschillendemaatregelen aangekondigd om te zorgen dat er ook in de toekomst nogvoldoende zoetwater is. Voorbeelden van maatregelen zijn verlagen vanhet verbruik van grondwater en zoet oppervlaktewater en het verminderenvan het drinkwaterverbruik.Voor het tegengaan van waterverspilling zijn in het Nationaal Plan vanAanpak Drinkwaterbesparing maatregelen benoemd op het vlak vancommuniceren, stimuleren en reguleren.4In dit kader is de toezegginggedaan dat onderzocht wordt hoe beprijzing als een stimuleringsin-strument kan worden ingezet voor het toekomstbestendig maken van dedrinkwatervoorziening, met waarborgen voor de betaalbaarheid.Het rapport «Verkenning beprijzen watergebruik» is gericht op hetbeleidsinstrument beprijzing. Onderzocht is welk effect beprijzing vanwater heeft op het waterverbruik en op de belastinginkomsten. Hierbij isgekeken naar alle bronnen van watergebruik: leidingwater (alle soortenwater die via een leiding worden geleverd), grondwater en oppervlakte-water.1Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de toezegging aan het lid Kostic om dit onderzoekaan de Kamer te sturen: TZ202409-108.2KNMI’23-klimaatscenario’s, Kamerstuk 32 813, nr. 12993Kamerstuk 27 625, nr. 5924Kamerstuk 27 625, nr. 671 kst-27625-691ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6911 Bevindingen in het onderzoekHet onderzoek laat zien dat de prijselasticiteit van water laag is. Deprijselasticiteit van (drink)watergebruik bij huishoudens is waarschijnlijknog lager dan bij bedrijven. Een lage prijselasticiteit betekent dat eenverhoging van de prijs van water slechts een zeer beperkt effect heeft opde vraag naar water. Een kleine prijsverhoging om het gebruik van waterte verminderen is voor huishoudens niet effectief en voor zakelijkeafnemers slechts beperkt effectief. Als er bij bedrijven (zeer) forseprijsprikkels worden toegepast, dan kan er meer effect worden bereikt.Ook een andere heffingsstructuur (bijv. een waterketentarief5 of staffel)waarbij de gebruiker meer betaalt voor het verbruik is effectiever.Daarnaast kan een combinatie van instrumenten (bijvoorbeeld financiëleprikkels en informeren of reguleren) de effectiviteit vergroten.Voor zakelijke gebruikers is de beschikbaarheid van water op dit momentbelangrijker dan de prijs van water omdat de kostprijs van water nihil is(grondwater en oppervlaktewater) of hooguit een zeer klein deel van dekosten vormt (leidingwater). Prijsverhogingen op water kunnen bijdragenaan toekomstige investeringsbeslissingen gericht op meer waterbespa-rende apparatuur en aan het circulair inrichten van watergebruik inproductieprocessen. Een effect op waterbesparing kan daardoor oplangere termijn pas merkbaar zijn. Zakelijke gebruikers kunnen na eenprijsverhoging mogelijk overstappen op een andere bron (bijv. van grond-naar oppervlaktewater, of van leiding- naar grondwater).Beperkende factoren zijn de beschikbaarheid van andere bronnen en debenodigde waterkwaliteit voor de bedrijfsvoering. In de praktijk isoverstappen naar een andere bron alleen mogelijk voor hele groteafnemers waar een prijsprikkel een rendabele investering in waterbe-sparing oplevert. Prijsverhogingen op water kunnen voor een relatiefkleine groep water-intensieve bedrijven een grote impact hebben. Bij henkan de concurrentiepositie in het gedrang komen.Het beprijzen van het innemen van water vraagt om een sluitend systeemvan bemetering, toezicht en handhaving. Voor grondwater en oppervlakte-water bestaan dergelijke systemen op dit moment alleen voor de groteonttrekkers (enkele tientallen).BeleidsreactieIn Nederland is meestal voldoende zoet (oppervlakte)water beschikbaar.De kwaliteit en beschikbaarheid van water levert in droge perioden weluitdagingen op, ook voor drinkwaterbedrijven. Om problemen in detoekomst te beperken wordt er gewerkt aan het verminderen van deknelpunten in de beschikbaarheid van drinkwaterbronnen, en hetbeperken van verspilling.Tegengaan van verspilling is de goedkoopste en duurzaamste manier ombij te dragen aan voldoende zoetwater, ook in de toekomst. Het kabinetheeft als uitgangspunt: «het juiste water voor het juiste gebruik»6. Ditbetekent dat het doel bepaalt welk water gebruikt wordt. Drinkwater, metde hoogste kwaliteit, wordt dan gebruikt om te drinken. Een bedrijf koelendoe je met oppervlaktewater.Op dit moment is de prijs van water zeer laag en in sommige gevallenzelfs nihil. Dat zorgt voor weinig bewustzijn hoe met water wordtomgegaan, en het geeft geen stimulans om verspilling van schaars water5Bij een waterketentarief worden alle kosten voor drinkwater, rioolheffing en zuiveringsheffingafgerekend op basis van het drinkwatergebruik.6Kamerstuk 27 625, nr. 671Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6912 te voorkomen. Beprijzen kan dienen als instrument om waterbewustzijn tevergroten, waarmee indirect ook verspilling wordt tegengegaan. Om hetjuiste water voor het juiste gebruik te stimuleren, is het wenselijk datwater met een hogere kwaliteit ook een hogere prijs heeft. Voor drink-water geldt de hoogste prijs, die wordt bepaald door de tarieven van dedrinkwaterbedrijven7. Grond- en oppervlaktewateronttrekkingen zijn nuzeer goedkoop of zelfs gratis.Verhogen heffingsplafondVoor huishoudens is er geen voornemen om een lastenverzwaring door tevoeren. De Belasting op Leidingwater (BoL) is een milieubelasting8waarmee de Rijksoverheid zelf direct kan sturen op de prijs van leiding-water voor gebruikers. Deze milieubelasting kent een heffingsplafond datnu is vastgesteld op 300 kubieke meter geleverd leidingwater per jaar. Datbetekent dat het verbruik boven deze grens op dit moment niet wordtbelast.Om ook grootverbruikers te stimuleren waterverspilling tegen te gaan,kan het een logische stap zijn het heffingsplafond te verhogen. Ook vanuitbudgettair oogpunt is dit te overwegen. De Ministeries van IenW en vanFinanciën gaan samen onderzoeken wat de mogelijkheden daarvan zijn.Hierbij moet in ieder geval worden gekeken naar staatssteunaspecten eneffecten op de uitvoering van leveringen aan bepaalde distributienettendie op dit moment onbelast zijn. Dit zal meegenomen worden in devoorjaarsbesluitvorming van 2025.Verkennen verbreding grondwaterheffingOppervlaktewater is het grootste deel van het jaar ruim voldoendebeschikbaar, behalve tijdens droge periodes, terwijl het grondwater-systeem steeds verder uit balans raakt. De prijs van grondwater is nuslechts 1–3% van de prijs van drinkwater (1–4 cent per m3). Het isbelangrijk dat er voldoende grondwater beschikbaar blijft voor dedrinkwaterproductie. De provinciale grondwaterheffing stimuleert zuinigeomgang met grondwater onvoldoende en geeft geen volledige invullingvan het principe «de gebruiker betaalt». Daarom start het Ministerie vanIenW een verkenning naar de mogelijkheden van het verhogen enverbreden van de provinciale grondwaterheffing, in overleg met destakeholders.Aanpassen regelgeving onttrekkingenGezien de druk die op het drinkwater en het grondwater ligt, heeft hetgebruik van oppervlaktewater wanneer dat mogelijk is de voorkeur. Op ditmoment is er geen aanleiding om te kijken naar de beprijzing van zoetoppervlaktewater.Met het oog op toenemende watertekorten in droge perioden is er wel hetvoornemen om de nationale wet- en regelgeving voor vergunningver-lening in verband met onttrekkingen uit grond- en oppervlaktewater aante passen. Hierover zal de Kamer op korte termijn geïnformeerd worden.7De Drinkwaterwet stelt dat de drinkwatertarieven kostendekkend, transparant en niet discrimi-nerend mogen zijn.8Op basis van de Wet belastingen op milieugrondslag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6913 Door deze stappen kunnen we ons beter voorbereiden op de drogemaanden van het jaar, voeren we geen lastenverzwaring in voor burgersen zetten we een stap naar een meer robuuste (drink)watervoorziening.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6914
Gerelateerde bronnen
- De minister zal met de minister van Financiën nagaan in hoeverre binnen de belasting op leidingwater differentiatie voor grote afnemers mogelijk is en informeer
De minister zal met de minister van Financiën nagaan in hoeverre binnen de belasting op leidingwater differentiatie voor grote afnemers mogelijk is en informeert de Kamer hierover voor het wetgevingsoverleg Water.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.